KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 058
CRIV 52 COM 058
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
INNENLANDSE
Z
AKEN
,
DE ALGEMENE
Z
AKEN EN HET
O
PENBAAR
A
MBT
C
OMMISSION DE L
'I
NTERIEUR
,
DES
A
FFAIRES
GENERALES ET DE LA
F
ONCTION PUBLIQUE
woensdag
mercredi
19-12-2007
19-12-2007
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders ­ Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de rellen met en de betogingen van
Turken of allochtonen van Turkse origine naar
aanleiding van het Turks-Koerdisch conflict eind
oktober-begin november" (nr. 452)
1
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
échauffourées et manifestations dans lesquelles
étaient impliqués des Turcs ou des allochtones
d'origine turque à la suite du conflit entre Turcs et
Kurdes fin octobre, début novembre" (n° 452)
1
Sprekers: Bert Schoofs, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bert Schoofs, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Servais Verherstraeten aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
over
"het
tuchtstatuut
van
het
beroepsbrandweerpersoneel" (nr. 463)
2
Question de M. Servais Verherstraeten au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le
statut disciplinaire du personnel professionnel des
services d'incendie" (n° 463)
2
Sprekers: Servais Verherstraeten, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Servais Verherstraeten, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van mevrouw Linda Musin aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de bescherming van minderjarigen in
de luchthavens" (nr. 511)
4
Question de Mme Linda Musin au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la protection
des mineurs dans les aéroports" (n° 511)
4
Sprekers: Linda Musin, Patrick Dewael, vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Linda Musin, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de politie-enquête door Test-
Aankoop" (nr. 512)
5
Question de Mme Leen Dierick au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'enquête sur
la police menée par Test-Achats" (n° 512)
5
Sprekers: Leen Dierick, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Leen Dierick, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het onderzoek van het Comité P
inzake de opvolging van verdwijningszaken door
de politiediensten" (nr. 677)
7
Question de Mme Leen Dierick au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'enquête du
Comité P sur le suivi des affaires de disparition
par les services de police" (n° 677)
7
Sprekers: Leen Dierick, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Leen Dierick, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Josy Arens aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de telescopische wapenstokken" (nr. 562)
10
Question de M. Josy Arens au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
matraques rétractables" (n° 562)
9
Sprekers: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
11
Questions jointes de
11
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de politie-inzet 's nachts" (nr. 588)
11
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "les effectifs policiers de
nuit" (n° 588)
11
- mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de maatregelen die moeten worden genomen om
de veiligheid van de interventieteams van de
politiediensten te verhogen" (nr. 642)
11
- Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre
et ministre de l'Intérieur sur "les mesures à
prendre pour accroître la sécurité des équipes
d'intervention des services de police" (n° 642)
11
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jacqueline
Galant, Patrick Dewael
, vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jacqueline
Galant, Patrick Dewael
, vice-premier ministre
et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de toekenning van de prijs voor
creatief en vernieuwend management aan de
Coördinatie- en steundirectie van de federale
politie te Doornik" (nr. 591)
15
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'octroi du
prix pour un management créatif et novateur à la
Direction de coordination et d'appui de la police
fédérale à Tournai" (n° 591)
14
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de daling van het operationeel
personeelsbestand van de lokale politie" (nr. 606)
15
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la baisse de
l'effectif opérationnel de la police locale" (n° 606)
15
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de strijd tegen het terrorisme"
(nr. 607)
18
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la lutte
antiterroriste" (n° 607)
18
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de mogelijkheid om één politiebureau
voor twee gemeenten in te richten" (nr. 641)
20
Question de Mme Jacqueline Galant au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
possibilité d'installer un commissariat pour deux
communes" (n° 641)
20
Sprekers:
Jacqueline
Galant,
Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs:
Jacqueline
Galant,
Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de vrijlating van 38 Indiërs die zich
illegaal op het grondgebied bevinden" (nr. 654)
21
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la libération
de 38 Indiens en séjour illégal sur le territoire"
(n° 654)
21
Sprekers: Bert Schoofs, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bert Schoofs, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
23
Questions jointes de
23
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het opzetten van een veiligheidsplan
in het kader van de grensoverschrijdende
politiesamenwerking tussen België en Frankrijk"
(nr. 536)
23
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la mise sur
pied d'un plan de sécurité dans le cadre de la
collaboration policière transfrontalière entre la
Belgique et la France" (n° 536)
23
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het opzetten van een veiligheidsplan in het kader
van de grensoverschrijdende politiesamenwerking
op het niveau van het eurodistrict" (nr. 781)
23
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la mise sur pied d'un
plan de sécurité dans le cadre de la collaboration
policière
transfrontalière
au
niveau
de
l'eurodistrict" (n° 781)
23
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Jean-Luc
Crucke, Patrick Dewael
, vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Jean-Luc
Crucke,
Patrick
Dewael,
vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
26
Questions jointes de
26
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
- de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "de
taalkennis bij de Brusselse politie" (nr. 664)
26
- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la connaissance des
langues au sein de la police bruxelloise" (n° 664)
26
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de taalkennis bij de Brusselse politie" (nr. 673)
26
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la connaissance des
langues au sein de la police bruxelloise" (n° 673)
26
Sprekers: Jan Jambon, Bart Laeremans,
Patrick Dewael
, vice-eerste minister en
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jan Jambon, Bart Laeremans,
Patrick Dewael
, vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Bruno Stevenheydens aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
over
"de
problemen
met
het
softwareprogramma voor de brandweerkorpsen in
Oost-Vlaanderen" (nr. 674)
30
Question de M. Bruno Stevenheydens au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
problèmes
informatiques
auxquels
sont
confrontés les corps de pompiers en Flandre
orientale" (n° 674)
30
Sprekers: Bruno Stevenheydens, Patrick
Dewael
vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bruno Stevenheydens, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de eventuele tenlasteneming door de
federale overheid van alle kosten van de invoering
van de elektronische identiteitskaart" (nr. 680)
32
Question de M. Christian Brotcorne au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
possibilité pour le fédéral de prendre en charge
l'entièreté des coûts de l'introduction de la carte
d'identité électronique" (n° 680)
32
Sprekers: Christian Brotcorne, Patrick
Dewael
vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Christian Brotcorne, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BINNENLANDSE ZAKEN, DE
ALGEMENE ZAKEN EN HET
OPENBAAR AMBT
COMMISSION DE L'INTERIEUR,
DES AFFAIRES GENERALES ET
DE LA FONCTION PUBLIQUE
van
WOENSDAG
19
DECEMBER
2007
Namiddag
______
du
MERCREDI
19
D
ÉCEMBRE
2007
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.54 uur en voorgezeten door de heer Pieter De Crem.
La séance est ouverte à 14.54 heures et présidée par M. Pieter De Crem.
01 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de rellen met en de betogingen van Turken of allochtonen van Turkse origine naar aanleiding
van het Turks-Koerdisch conflict eind oktober-begin november" (nr. 452)
01 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
échauffourées et manifestations dans lesquelles étaient impliqués des Turcs ou des allochtones
d'origine turque à la suite du conflit entre Turcs et Kurdes fin octobre, début novembre" (n° 452)b>
01.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik heb
een aantal punctuele vragen over die zaken, die toch al een tijdje
geleden gebeurd zijn. Ik heb destijds een vraag gesteld aan de
minister van Justitie, maar een aantal zaken valt onder uw
bevoegdheid.
Hoeveel politiemanschappen werden naar schatting voor de
respectievelijk wel of niet toegelaten betogingen ingezet? Er was een
aantal betogingen. De meeste waren niet aangekondigd, en ook niet
toegelaten, maar sommige werden dan weer gedoogd. Hoeveel
politiemanschappen werden daarvoor in het totaal ingezet?
Wat was de kostprijs van de manschappen die werden ingezet,
alsook van het gebruikte materiaal, voertuigen en zo?
Hoeveel administratieve aanhoudingen werden er verricht in die
periode naar aanleiding van die betogingen?
Wat waren de slogans of de ordewoorden die werden gehoord en die
eventueel strafrechtelijk vervolgbaar zijn? Ik bedoel dan natuurlijk:
gehoord door de politiediensten die de betoging hebben
gadegeslagen. In Beringen bijvoorbeeld, is er op een bepaald
ogenblik gescandeerd: "Elke Koerd is een PKK'er". Dat is duidelijk
aanzetten tot haat tegen de Koerdische bevolking, omdat de PKK
algemeen beschouwd wordt als een terroristische groepering. Elke
Koerd vereenzelvigen met een terrorist is uiteraard een brug te ver.
In Beringen werd die slogan zeker geuit, dat weet ik via een vraag die
ik daarover in de gemeenteraad heb gesteld. Maar goed, ik hoop dat
dit ook tot bij u geraakt is.
01.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang):
L'accroissement
des
tensions à la frontière turco-
irakienne a donné lieu à plusieurs
manifestations
en
Belgique
également. Combien de policiers
sont-ils intervenus? À combien
s'est élevé le coût de cette
intervention
et
du
matériel
nécessité par son accomplis-
sement? À combien d'arrestations
administratives a-t-il été procédé?
Des slogans susceptibles de
poursuites pénales ont-ils été
scandés à la connaissance du
ministre? D'après mes sources,
des manifestants ont en effet crié
à Beringen que tous les Kurdes
étaient membres du PKK et donc
des terroristes. De combien de
manifestations autorisées et non
autorisées s'est-il agi au total?
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Waar overal werden dergelijke dingen uitgesproken? Zijn daarvoor
eventueel aanhoudingen verricht?
Ten slotte, om hoeveel toegelaten betogingen ging het in het totaal?
Ik bedoel dan de toegelaten betogingen, en ook de niet-toegelaten
betogingen die uiteindelijk werden gedoogd of verboden. Ik dank u
alvast voor uw antwoord.
01.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, in totaal
vonden negen manifestaties plaats tussen 21 en 28 oktober 2007. Die
vonden plaats in Brussel, Antwerpen, Gent, Luik en Hasselt. Mijnheer
Schoofs, ik zal u de schriftelijke details van elke betoging bezorgen.
Met details bedoel ik het aantal mensen dat per betoging werd
ingezet, de kosten die daarmee gepaard gingen, de aanhoudingen die
werden verricht. Ik kan u deze details nu bezorgen, want ik heb ze bij
mij.
Mijn diensten laten mij weten dat ze geen weet hebben van slogans of
bepaalde ordewoorden die strafrechtelijk vervolgbaar zouden zijn. Ik
kan ook nog zeggen dat alle betogingen, met uitzondering van de
betoging in Brussel op 21 oktober, werden aangevraagd en
toegelaten. Ik heb de details voor u meegebracht.
01.02 Patrick Dewael, ministre: Il
y a eu neuf manifestations entre le
21 et le 28 octobre.
Je
communiquerai par écrit le détail
de toutes ces manifestations.
Selon mes services, aucun slogan
susceptible de donner lieu à des
poursuites pénales n'a été scandé.
Toutes les manifestations, hormis
celle du 21 octobre à Bruxelles,
avaient fait l'objet de demandes de
la part des organisateurs et elles
avaient été autorisées.
01.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik heb
nog een korte repliek of kritiek, als ik dat zo mag zeggen. Blijkbaar
heeft in Beringen een spontane betoging plaatsgevonden waarbij die
bewuste slogans die daar werden gescandeerd blijkbaar niet tot bij u
in Brussel zijn geraakt. Dat is natuurlijk jammer. Ik spreek mij niet uit
over de verantwoordelijkheid op dit ogenblik. Ik zal nog navraag doen
in Beringen en de Limburgse gemeenten, want ik heb ook Genk niet
horen vernoemen. Er was nochtans een spraakmakende reportage
op televisie waarbij de groet van de Grijze Wolven werd gebracht.
Daarop ben ik ook uitvoerig teruggekomen bij de minister van Justitie.
Blijkbaar is er vanuit Limburg weinig doorstroming van informatie
geweest en dat verbaast mij enigszins, mijnheer de minister. Zoals ik
zei, blijf ik daar intellectueel eerlijk in. Ik leg de verantwoordelijkheid
momenteel nog niet bij u of bij de anderen. Verdere vragen van mij en
anderen zal dit wel uitwijzen.
01.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Dans ce cas, les
informations
concernant
la
manifestation
spontanée
de
Beringen ne sont pas parvenues
au ministre. Je vais me renseigner
sur place et je reviendrai sur ce
dossier.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer Servais Verherstraeten aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het tuchtstatuut van het beroepsbrandweerpersoneel" (nr. 463)
02 Question de M. Servais Verherstraeten au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le
statut disciplinaire du personnel professionnel des services d'incendie" (n° 463)b>
02.01 Servais Verherstraeten (CD&V - N-VA): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, sinds de inwerkingtreding van het
gemeentedecreet bestaat er onduidelijkheid over het al of niet van
toepassing
zijn
ervan
wat
de
tuchtregeling
van
het
brandweerpersoneel betreft.
Er is, enerzijds, het standpunt van de juridische dienst van de
Algemene Directie van de Civiele Veiligheid hierin gevolgd door het
VVSG. Er is, anderzijds, het standpunt vertolkt door meester
Coolsaet, u niet onbekend, in het Tijdschrift voor Gemeenterecht die
stelde dat het nieuwe decreet toepasselijk zou zijn voor het
02.01 Servais Verherstraeten
(CD&V - N-VA): C'est le flou le
plus total en ce qui concerne
l'application du statut disciplinaire
du personnel professionnel des
services d'incendie. Si certaines
communes appliquent le décret
communal,
d'autres
font
application de l'ancienne loi
communale. Le ministre pourrait-il
clarifier les choses?
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
gemeentepersoneel, maar niet wat betreft de tuchtregeling van de
brandweer. Zij wordt daarin gevolgd door het Agentschap
Binnenlands Bestuur, afdeling Lokale en Provinciale Besturen -
Financiën en Personeel.
Die onduidelijkheid zou tot gevolg hebben dat sommige
gemeentebesturen het decreet toepassen en andere de oude
gemeentewet.
Mijn vraag met betrekking tot de tuchtregeling van het
beroepsbrandweerpersoneel is welke regelgeving van toepassing is.
02.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, de basisregels
voor het statuut van het brandweerpersoneel worden geregeld in het
koninklijk besluit van 6 mei 1971 tot vaststelling van de modellen van
gemeentelijke reglementen betreffende de organisatie van de
gemeentelijke brandweerdiensten. Door de bijzondere wet van
8 augustus 1980 kregen de Gewesten het toezicht over het
gemeentepersoneel en bij de wijziging, in 2001, van die bijzondere
wet werden de samenstelling, organisatie, bevoegdheid en werking
van de provinciale gemeentelijke instellingen onder de bevoegdheid
gebracht van de Gewesten. Dat was toen een belangrijke stap in de
staatshervorming, zoals u zich wel zult herinneren.
Dat gebeurde met uitzondering van de organisatie en het beleid
inzake brandweer. Dat bleef toen ongeregeld.
Specifiek over de tuchtregeling is er weinig bepaald in het koninklijk
besluit van 1971. Alles wat niet in de algemene en de specifieke
federale regeling is voorzien, kan worden geregeld door de gemeente.
Daarbij
kunnen
uiteraard
de
regels
voor
het
gewone
gemeentepersoneel als voorbeeld genomen worden. Ook blijven de
Gewesten toezicht uitoefenen.
Ik zou er op willen wijzen dat dit de interpretatie is van mijn diensten,
die uiteraard onder voorbehoud is van een eventueel andersluidende
rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. Deze kwestie zal ook worden
behandeld in het raam van de hervorming van de Civiele Veiligheid.
Het personeel van de brandweer zal worden overgeplaatst van de
gemeenten naar hulpverleningszones met rechtspersoonlijkheid. U
herinnert zich het debat in de commissie en in het Parlement.
Het brandweerpersoneel zal een nieuw en specifiek federaal statuut
moeten krijgen.
02.02 Patrick Dewael, ministre:
Les règles de base du statut du
personnel des services d'incendie
sont régies par l'arrêté royal de
1971. La loi spéciale du 8 août
1980 a confié aux Régions
l'exercice de la tutelle sur le
personnel des communes. Depuis
la modification de la loi spéciale en
2001,
toutes
les
institutions
provinciales
et
communales
ressortissent à la compétence des
Régions,
à
l'exception
des
services d'incendie.
L'arrêté royal de 1971 ne
comporte pas de dispositions
spécifiques concernant le régime
disciplinaire, aussi celui-ci peut-il
être réglé par les communes elles-
mêmes, sous le contrôle des
Régions. Il s'agit en l'occurrence
de l'interprétation de mes services,
sous réserve d'une éventuelle
jurisprudence contraire de la Cour
constitutionnelle. Par ailleurs, le
personnel des services d'incendie
sera doté d'un nouveau statut
fédéral particulier dans le cadre de
la réforme de la protection civile.
02.03 Servais Verherstraeten (CD&V - N-VA): Mijnheer de
voorzitter, ik dank de minister voor zijn antwoord, met die
kanttekening dat het beruchte Lambermontakkoord volgens mij een
zeer kleine stap was in de staatshervorming, maar wel een grote stap
in de financiële zekerheid van de regio's.
02.04 Minister Patrick Dewael: Wij zullen zien welke grote stappen
nu gaan volgen.
02.05 Servais Verherstraeten (CD&V - N-VA): Ik hoop dat u daar
ten volle uw medewerking aan zult verlenen, mijnheer de vice-
minister.
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
02.06 Minister Patrick Dewael: Zoals altijd, ook in het verleden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de Mme Linda Musin au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la protection
des mineurs dans les aéroports" (n° 511)b>
03 Vraag van mevrouw Linda Musin aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de bescherming van minderjarigen in de luchthavens" (nr. 511)
03.01 Linda Musin (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, 20.000 mineurs arrivent chaque année à l'aéroport national
sans être accompagnés par leurs parents ou sans représentant légal.
Ce n'est évidemment pas sans risques. Ces mineurs sont plus que
quiconque confrontés au risque d'être victimes de trafic d'êtres
humains ou d'autres formes d'exploitation ou d'abus, notamment
prostitution, travail au noir ou bandes organisées.
On ne peut ignorer le lien évident qui existe entre ces 20.000 mineurs
et les 1.500 dossiers de mineurs non accompagnés qui arrivent
chaque année sur le bureau de l'Office des étrangers. L'avion reste
en effet un des moyens les plus faciles pour entrer sur le territoire
belge.
Parmi ces 1.500 dossiers, nombreux sont les mineurs qui étaient
signalés disparus dans leur pays d'origine et la grande majorité de
ceux-ci se retrouvent confrontés au fléau de la traite des êtres
humains. C'est ce constat alarmant qui est à l'origine de l'étude
réalisée par Child Focus avec le soutien de la Fondation
Roi Baudouin intitulée: "L'aéroport, un lieu sûr pour les mineurs
voyageant seuls?"
Cette étude inédite en Europe montre clairement les lacunes qui
existent dans notre système actuel. Il n'existe, par exemple, aucune
réglementation pour les mineurs non accompagnés qui ont entre 12
et 18 ans. Pour la tranche d'âge de 5 à 12 ans, l'obligation de voyager
avec l'assistance de la compagnie est d'application mais uniquement
pour les compagnies qui ont adhéré à l'IATA, c'est-à-dire l'organisme
de coordination qui impose des standards à ses membres.
Ces deux exemples simples démontrent facilement la nécessité de
revoir notre réglementation sur les mineurs non accompagnés dans
les aéroports belges mais montrent aussi l'utilité d'avoir une
réglementation uniforme sur le plan international.
L'étude réalisée par Child Focus ne se contente pas de relever les
lacunes existantes mais dégage toute une série de recommandations
et de pistes à suivre. Parmi celles-ci, elle préconise l'adoption d'une
circulaire permettant de déterminer la problématique des divers
acteurs et leurs compétences, l'obligation nationale et internationale
pour les mineurs d'avoir leurs propres documents de voyage,
l'uniformisation de l'enregistrement de tous les mineurs voyageant
seuls, l'obligation pour les parents de rédiger un accord écrit avec
mention de l'identité de l'accompagnateur, lorsque celui-ci n'est pas
un parent ni le tuteur légal de l'enfant.
Monsieur le ministre, les dangers sont réels mais des solutions sont
possibles. On vient de le voir avec les quelques exemples que je
03.01 Linda Musin (PS): Jaarlijks
arriveren
ongeveer
20.000
minderjarigen op de nationale
luchthaven zonder begeleiding.
Het vliegtuig blijft één van de
makkelijkste manieren om het
Belgisch grondgebied te betreden.
Meer dan wie ook lopen deze
minderjarigen het risico om te
worden uitgebuit of misbruikt.
In een studie die Child Focus met
de steun van de Koning Boudewijn
Stichting heeft uitgevoerd blijkt dat
er nog heel wat leemtes in ons
huidig systeem zijn. De studie
bevat
ook
een
reeks
aanbevelingen,
waaronder
de
goedkeuring van een omzendbrief
die de bevoegdheden van de
betrokken overheden duidelijk
bepaalt,
de
nationale
en
internationale verplichting voor
minderjarigen om hun eigen
reisdocumenten bij zich te hebben,
het
uniformiseren
van
de
registratiewijze
van
alle
minderjarigen die alleen reizen, de
verplichting voor de ouders om
een schriftelijke toestemming op te
stellen met vermelding van de
identiteit van de begeleider, indien
deze noch één van de ouders
noch de wettelijke voogd is van het
kind.
Hoe ver staat het denkwerk binnen
uw diensten en binnen de federale
politie over de toepassing van
deze voorstellen? Is er een
omzendbrief in de maak?
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
viens d'énoncer.
Où en est la réflexion au sein de vos services et de la police fédérale
concernant la mise en application des propositions avancées par
Child Focus, la police fédérale et la Fondation Roi Baudouin? Existe-t-
il un projet de circulaire concernant cette problématique?
03.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, le SPF Intérieur se montre particulièrement sensible et
attentif à la problématique soulevée. En effet, l'étude citée trouve son
origine dans le constat fait sur le terrain et est une initiative de la
police fédérale Brussels Airport, relayée par Child Focus et la
Fondation Roi Baudouin.
L'Office des étrangers a également été très actif dans cette recherche
puisque les services concernés par la problématique des mineurs
étrangers non accompagnés ont fait partie du comité
d'accompagnement de la recherche. Les recommandations formulées
ont été élaborées avec les membres du comité d'accompagnement
au sein de l'Office des étrangers.
L'étude a démontré l'importance d'une approche multidisciplinaire de
la problématique puisque celle-ci concerne plusieurs départements. Il
est également ressorti de cette recherche que de nouvelles études
doivent encore venir enrichir les données analysées. Dès lors des
rendez-vous sont déjà fixés avec les services concernés de l'Office
des étrangers et les chercheurs afin d'approfondir les analyses.
Cette réponse est naturellement politique mais étant donné que le
gouvernement est toujours en affaires courantes, je n'ai pas pu
prendre de nouvelles initiatives en la matière. Les recommandations
ont été faites à l'attention du futur gouvernement afin de pointer la
problématique complexe des mineurs voyageant seuls en général et
des mineurs non accompagnés en particulier. Ce sera donc au
nouveau gouvernement de mettre en oeuvre ces recommandations.
03.02 Minister Patrick Dewael:
De FOD Binnenlandse Zaken is
bijzonder gevoelig voor deze
problematiek en volgt haar van
nabij.
De genoemde studie heeft het
belang aangetoond van een
multidisciplinaire aanpak van de
problematiek
vermits
deze
verscheidene
departementen
aanbelangt.
Nieuwe
studies
moeten
de
geanalyseerde
gegevens nog komen verrijken en
er werden al afspraken gemaakt
met de betrokken diensten van de
Dienst Vreemdelingenzaken en de
onderzoekers.
Vermits de regering in lopende
zaken is kan ik op dit domein geen
nieuwe initiatieven nemen maar er
werden
aanbevelingen
geformuleerd voor de toekomstige
regering om haar aandacht op
deze
complexe
materie
te
vestigen.
03.03 Linda Musin (PS): Monsieur le président, je remercie le
ministre.
Nous attendons avec impatience le nouveau gouvernement.
03.03 Linda Musin (PS): Wij
wachten met ongeduld op de
nieuwe regering.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de politie-enquête door Test-Aankoop" (nr. 512)
04 Question de Mme Leen Dierick au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'enquête sur
la police menée par Test-Achats" (n° 512)b>
04.01 Leen Dierick (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, deze
vraag betreft de enquête in verband met criminaliteit en veiligheid die
werd uitgevoerd door Test-Aankoop. De resultaten ervan werden
gepubliceerd in het decembernummer. De enquête bevat tevens
informatie over de werking van de politiediensten.
De resultaten van die enquête zijn echter niet geheel in
overeenstemming met hetgeen de jaarlijkse veiligheidsmonitor ons
leert. Daaruit blijkt inderdaad dat slachtoffers van misdrijven enigszins
04.01 Leen Dierick (CD&V - N-
VA): Une enquête de Test-Achats
sur le fonctionnement des services
de police a mis en évidence la
grande insatisfaction des victimes
de délits. Ce résultat ne corrobore
pas celui, beaucoup plus positif,
du Moniteur annuel de la Sécurité.
Toutefois, les conclusions de
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
minder tevreden zijn over de politiediensten dan degenen die geen
slachtoffer zijn. Dat blijkt echter toch nog een stuk positiever te zijn
dan in de enquête van Test-Aankoop wordt weergegeven.
De enquête vertoont echter ook gelijkenissen met de vaststellingen
van de veiligheidsmonitor. Beide wijzen immers nog steeds op het
grote deficit inzake slachtofferbejegening. Uit de enquête van Test-
Aankoop en in zekere zin ook uit de veiligheidsmonitor blijkt dat vooral
de verhouding tussen aangifte en het niet oplossen van het misdrijf
leidt tot frustratie bij de slachtoffers.
Wij wezen reeds in het verleden op die gevaren, onder meer in het
kader van de opstart van het e-loket bij de politiediensten. Het is dan
wel lovenswaardig om de mogelijkheid in het leven te roepen om via
elektronische weg aangifte van bepaalde misdrijven te doen, maar
men kan niet ontkennen dat er ook een negatief kantje aan die
aangiftes zit. Immers, bij de meeste van die bedrijven zijn de daders
onbekend. Uit de enquête van Test-Aankoop blijkt ook duidelijk dat
het ongenoegen groeit wanneer de politiediensten of de diensten van
het parket geen gevolg geven aan aangiftes van slachtoffers van een
misdrijf. Men moet dus heel voorzichtig zijn om dat instrument naar
voren te schuiven bij de bestrijding van de kleine criminaliteit; de
oplossing is immers vaak niet in overeenstemming met de
verwachtingen die men hierdoor creëert.
Mijnheer de minister, ik heb daarom de volgende vragen. Welke
inspanningen leveren de politiediensten om de slachtoffers op de
hoogte te brengen van het onderzoek? Worden die ook op de hoogte
gebracht indien het onderzoek geen resultaten oplevert?
Van bij de aanvang van de politiehervorming is een duidelijke keuze
gemaakt voor het model van de gemeenschapsgerichte politiezorg.
Een van de kernelementen daarin is een grote aandacht voor de
slachtoffers van misdrijven. De oprichting van een dienst
Slachtofferbejegening is dan ook een vereiste voor elke politiezone. U
hebt hierop trouwens nog eens gewezen in de meest recente
rondzendbrief ter zake GPI 58. In principe moet elke zone dus over
een dergelijke dienst beschikken. Beschikt elke politiezone over een
dergelijke dienst? Hoeveel zones hebben een samenwerkingsakkoord
gesloten om in zo'n dienst te voorzien?
Ik wil ten slotte nog een bijkomende vraag stellen. Misschien kunt u
hierop niet direct antwoorden, aangezien deze vraag niet schriftelijk
werd ingediend. Het bestaan van een dienst Slachtofferbejegening is
natuurlijk een zaak, maar daarnaast moet worden toegezien op de
kwaliteit van de dienstverlening. Op welke manier wordt op de
kwaliteit van die dienstverlening toegezien?
l'enquête et du Moniteur de la
Sécurité vont dans le même sens
en ce qui concerne le service
d'Assistance aux victimes: le
déficit reste important.
La frustration des victimes trouve
principalement sa source dans le
nombre de délits non élucidés par
rapport
au
nombre
de
déclarations. C'est pourquoi nous
avions déjà mis en garde dans le
passé
contre
l'idée
d'une
déclaration électronique pour de
tels délits: bien souvent, la solution
proposée ne correspond pas aux
attentes suscitées. Quels efforts
les services de police ont-ils
consentis
pour
informer
les
victimes du déroulement de
l'enquête? Les victimes sont-elles
également
averties
lorsque
l'enquête n'aboutit pas?
Selon le principe d'une action
policière axée sur la collectivité, il
a été clairement décidé d'accorder
une grande attention à la victime.
C'est pourquoi chaque zone de
police doit mettre sur pied un
service d'Assistance aux victimes.
Un tel service a-t-il entre-temps
été créé dans chaque zone de
police? Combien de zones ont
conclu un accord de coopération
pour pouvoir assurer ce service?
Je souhaiterais poser une dernière
question: comment est contrôlée
la qualité des prestations du
service d'Assistance aux victimes?
04.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, op de laatste
vraag zal ik schriftelijk antwoorden.
Globaal beschouwd, bevestigt de enquête de resultaten van vroegere
enquêtes. Het valt in de enquête opnieuw sterk op dat veel mensen
geen klacht indienen bij de politie, omdat het "toch niets uithaalt". Zo
wordt dat dan gezegd: wat baat het om klacht in te dienen, want er
komt toch niets van. Daaruit blijkt dan het gebrek aan vertrouwen van
het slachtoffer in de gerechtelijke autoriteiten over het gerechtelijk
gevolg dat aan die klacht zal worden gegeven. Men twijfelt dus niet
04.02 Patrick Dewael, ministre:
Je répondrai par écrit à la dernière
question de Mme Dierick.
L'enquête
de
Test-Achats
confirme en grande partie les
résultats d'enquêtes antérieures. Il
est à noter que bon nombre de
citoyens ne portent pas plainte
auprès de la police, estimant que
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
aan de opname van de klacht of aan het feit dat de politie daarvan
misschien ernstig werk maakt, maar men stelt vooral de gerechtelijke
afloop ter discussie: als men de daders vindt, wat gebeurt er dan
mee?
Daarom
is
het
e-loket
geïnstalleerd.
De
politionele
slachtofferbejegening werd in het begin van de jaren negentig
geregeld in verschillende omzendbrieven. Die bestaande procedures
werden recentelijk gestroomlijnd in de omzendbrief GPI 58 van
4 mei 2007. Het verstrekken van een goede basisinformatie aan het
slachtoffer staat centraal in de slachtofferbejegening door de politie.
Die basisinformatie omvat onder meer de mogelijkheid om voort te
worden ingelicht over het verloop van het onderzoek via het
hercontacteren van het slachtoffer door de politie of door uit te leggen
hoe het slachtoffer contact kan nemen met de dienst
Slachtofferonthaal bij het parket. De justitieassistenten van de dienst
Slachtofferonthaal kunnen zowel in de loop van het strafonderzoek als
tijdens de strafuitvoering specifieke informatie verstrekken in een
lopend dossier.
Uit de gegevens van de meest recente morfologische studie van de
lokale politie blijkt dat eind 2006 129 van de 196 zones beschikten
over een eigen dienst Slachtofferbejegening. Overige zones, met
uitzondering van 25, hebben een samenwerkingsakkoord gesloten.
Uit dat onderzoek blijkt opnieuw dat politie en justitie moeten blijven
investeren in een optimale samenwerking en in een heldere en
administratief eenvoudige communicatie met het slachtoffer. Dat
moet, mijns inziens, in de toekomst zeker een van de
aandachtspunten blijven.
ces plaintes ne produiront de toute
manière
aucun
effet.
Cette
situation illustre avant tout le
manque de confiance de la victime
quant aux suites judiciaires qui
seront réservées à sa plainte.
Chaque déclaration est cependant
importante. C'est la raison pour
laquelle le réseau de guichets
électroniques sera installé.
L'assistance policière des victimes
est réglée par diverses circulaires.
Les
procédures
ont
été
uniformisées récemment dans la
circulaire GPI 58 du 4 mai 2007.
L'objectif
principal
de
cette
uniformisation est de fournir des
informations de base utiles à la
victime, qui sera ainsi informée du
déroulement de l'enquête et
recevra des explications sur la
manière de contacter le Service
d'accueil des victimes auprès du
parquet. Ce service est en mesure
de
fournir
des
informations
concernant un dossier en cours.
Fin 2006, 129 des 196 zones de
police disposaient de leur propre
Service d'accueil des victimes. Les
autres zones ­ à 25 près ­ ont
conclu un accord de coopération à
cet effet.
Il ressort de cette enquête que la
police et la justice doivent
continuer à investir ensemble dans
une communication claire et
simple au niveau administratif
avec la victime.
04.03 Leen Dierick (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u
voor het uitgebreid antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "het onderzoek van het Comité P inzake de opvolging van verdwijningszaken door de
politiediensten" (nr. 677)
05 Question de Mme Leen Dierick au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'enquête du
Comité P sur le suivi des affaires de disparition par les services de police" (n° 677)b>
05.01 Leen Dierick (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, uit een recent onderzoek van het Comité P is gebleken
dat de opvolging van verdwijningzaken door politiediensten niet altijd
optimaal verloopt. Zo is er onder meer sprake van het laattijdig
05.01 Leen Dierick (CD&V - N-
VA): Il ressort d'une enquête
récente du Comité P que le suivi
par les services de police des
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
doorgeven van onrustwekkende verdwijningen aan het parket en het
verkeerd toepassen van de richtlijn COL 9/2002 die de procedure
vastlegt die door de politiediensten dient te worden gevolgd bij
dergelijke zaken.
De rode draad bij dit onderzoek blijkt opnieuw de gebrekkige
toepassing van de principes van de gemeenschapsgerichte politiezorg
die nochtans als uitgangspunt bij de politiehervorming voorop werd
gesteld. Het is ook merkwaardig dat uit de vaststellingen van het
Comité P bij dit dossier blijkt dat vooral in de grote steden de
opvolging van verdwijningzaken meer problematisch is dan in de
kleinere zones.
Mijnheer de minister, graag had ik van u een antwoord gekregen op
volgende vragen.
Het onderzoek van het Comité P toont aan dat de kennis van het
politiepersoneel inzake de correcte toepassing van de richtlijn
COL 9/2002 onvoldoende is. In welke mate is de opvolging van
verdwijningzaken opgenomen in de basisopleiding van de
politiebeambten? Welke bijkomende gespecialiseerde opleiding is
hiervoor voorzien? Acht u het wenselijk om binnen het kader van de
basisopleiding hieraan meer aandacht te schenken of behoort dit
eerder tot de gespecialiseerde opleidingen?
Het Comité P beveelt ook een aanpassing van de richtlijn COL 9/2002
aan. Vaak is het immers zo dat dergelijke dossiers zich in een grijze
zone bevinden tussen onrustwekkend en niet onrustwekkend. Hierop
biedt de richtlijn weinig antwoord. Bovendien zou een bijkomend
criterium met betrekking tot de duur van de verdwijning eveneens een
verbetering van de richtlijn kunnen betekenen. Bent u bereid om de
richtlijn in die zin aan te passen?
affaires de disparition n'est pas
toujours optimal. Les cas de
disparitions inquiétantes seraient
transmis tardivement au parquet et
l'application de la directive COL
9/2002, qui fixe la procédure à
suivre, laisse souvent à désirer.
D'une manière générale, les
principes de la police de proximité
ne
seraient
pas
appliqués
correctement. Le suivi des affaires
de disparition semble par ailleurs
poser davantage de problèmes
dans les grandes villes que dans
les plus petites zones.
Le suivi des affaires de disparition
fait-il partie de la formation de
base des fonctionnaires de police?
Quelle formation complémentaire
a été prévue dans ce cadre? Le
ministre
estime-t-il
qu'il
conviendrait d'accorder à cette
matière une plus grande attention
dans le cadre de la formation de
base?
Le
Comité
P
recommande
également d'adapter la directive
COL 9/2002 afin d'éviter qu'un trop
grand nombre de dossiers ne
restent dans la zone grise entre
"disparition
inquiétante"
et
"disparition non inquiétante". La
directive
pourrait
ainsi
être
améliorée en y incluant un critère
relatif à la durée de la disparition.
Le ministre est-il disposé à
adapter la directive en question?
05.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, ik wil de studie
van het Comité P in de juiste context plaatsen. U zal het met mij eens
zijn dat er het afgelopen decennium op het vlak van gerechtelijke en
politionele aanpak van verdwijningen toch wel belangrijke stappen
voorwaarts zijn gezet. De cel Verdwijningen van de federale politie
heeft in binnen- en buitenland een zeer goede reputatie opgebouwd.
Dat is niet toevallig. Er zijn uniforme richtlijnen voor parketten en
politiediensten enzovoort.
Het is goed dat het Comité P dat de taak heeft de werking van de
politiediensten te controleren, de vinger aan de pols houdt en een
kritische analyse maakt van de opvolging van verdwijningzaken in de
diverse politiezones en politiediensten. Het rapport moet dus goed
geanalyseerd worden om waar nodig samen met de gerechtelijke
autoriteiten de nodige structurele of punctuele verbeteringen aan te
brengen.
Ik kom aan uw vraag over de politieopleiding. De aanpak van een
05.02 Patrick Dewael, ministre:
Au cours des dix dernières
années, d'importants progrès ont
été réalisés au niveau de
l'approche judiciaire et policière
des affaires de disparition. La
cellule Disparitions de la police
fédérale a acquis une excellente
réputation
et
des
directives
uniformes ont été édictées pour
les parquets et les services de
police. Il est bon que le Comité P
soumette le suivi des affaires de
disparition à une analyse critique
de manière à ce que les amé-
liorations nécessaires puissent y
être apportées, en coopération
avec les autorités judiciaires.
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
onrustwekkende verdwijning maakt deel uit van de basisopleiding van
de aspiranten-politie-inspecteur. Voor de overige vormingen, maakt
een module verdwijningen deel uit van de opleiding in de Nationale
Rechercheschool en in de opleiding van aspirant-hoofdinspecteur, de
vorming van lokale rechercheur en ook de basisopleiding van de
aspirant-commissarissen.
De nationale cel Verdwijningen wordt bij al die vormingen heel actief
betrokken. In de betreffende richtlijn worden zes criteria opgenomen
die het moment van de aangifte kunnen worden getoetst teneinde het
al dan niet onrustwekkende karakter van een verdwijning te bepalen,
zoals bijvoorbeeld de leeftijd van de vermiste, het feit of hij of zij
zelfredzaam is of niet enzovoort.
Bij elk criterium worden in de richtlijn voorbeelden ter verduidelijking
gegeven. De zes criteria werden ondertussen ook al twee keer
geëvalueerd en waar nodig verfijnd en aangepast. Bovendien wordt
tijdens de lessen de nadruk gelegd op het belang van een
doorgedreven beoordeling op het moment van de aangifte van de
verdwijning. Met deze aanpak wordt geprobeerd de grijze zone tussen
onrustwekkend en niet onrustwekkend zo klein mogelijk te maken.
Ten slotte wens ik er nog op te wijzen dat een aanpassing van de
bewuste richtlijn COL 9/2002 in de eerste plaats een bevoegdheid van
de gerechtelijke autoriteiten is, met name het College van procureurs-
generaal. De federale politie is daarbij van oordeel dat het aspect duur
van de verdwijning geen specifiek criterium op zich is, maar aan het
profiel van de vermiste persoon moet worden gekoppeld.
La manière d'aborder un cas de
disparition inquiétante fait partie de
la formation de base des aspirants
inspecteurs de police. Un module
disparitions est prévu dans la
formation à l'école nationale de
recherche et dans les formations
d'aspirant inspecteur principal,
d'enquêteur local et d'aspirant
commissaire. La cellule nationale
Disparitions
est
activement
associée à toutes ces formations.
La directive prévoit six critères en
fonction desquels le caractère
inquiétant ou non d'une disparition
peut être déterminé au moment du
signalement. Chaque critère est
illustré au moyen d'un exemple.
Ces critères ont déjà été évalués
deux fois, et ils ont été affinés et
adaptés là où cela s'était avéré
nécessaire. Pendant les cours,
l'accent est mis sur l'importance
d'une appréciation poussée au
moment du signalement de la
disparition, le but étant de réduire
au maximum la zone grise entre
ce qui relève du "préoccupant" et
ce
qui
relève
du
"non
préoccupant".
En
ce
qui
concerne
l'aménagement éventuel de la
directive COL 9/2002, c'est une
compétence du Collège des
procureurs généraux. La police
fédérale estime que la durée de la
disparition ne constitue pas un
critère spécifique en tant que telle
et qu'elle doit donc être jointe au
profil de la personne disparue.
05.03 Leen Dierick (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Ik zal me in de
problematiek van de organisatie van de politiediensten verder
verdiepen met bijzondere aandacht voor de slachtoffers.
05.03 Leen Dierick (CD&V - N-
VA): Le prochain gouvernement
devra rester attentif aux victimes
dans le cadre du fonctionnement
des services de police.
05.04 Minister Patrick Dewael: Ik kijk ernaar uit.
05.04 Patrick Dewael, ministre:
Je me réjouis de voir ça.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les matraques
rétractables" (n° 562)b>
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
06 Vraag van de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de telescopische wapenstokken" (nr. 562)
06.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, voilà quelques semaines, vous avez été interrogé à ce
propos, mais je souhaiterais y revenir.
La matraque rétractable, à la différence du bâton et de la matraque
classique toujours caractérisés par leur rigidité, est souple. Dès lors,
un coup de matraque rétractable est nettement plus violent qu'un
coup de bâton ou de matraque classique, notamment en raison de sa
flexibilité et de sa longueur. Il m'est déjà revenu qu'un coup sur la tête
au moyen d'un tel engin pourrait entraîner comme conséquence
désastreuse de fendre le crâne.
Si mes souvenirs sont bons, au temps de la gendarmerie, les
matraques devaient être d'une rigidité maximale afin de limiter les
éventuelles lésions qu'elles pouvaient provoquer.
Aussi, monsieur le ministre, je m'inquiète fortement du risque de voir
apparaître ce type d'équipement à la ceinture de nos policiers. Ne
serait-il pas plus prudent de demander aux conseillers en prévention
de la police fédérale d'effectuer une étude des risques? Et, au cas où
la matraque rétractable deviendrait un équipement autorisé,
d'énumérer diverses précautions et règles d'utilisation obligatoires?
Ce que je demande ici existe peut-être, d'une façon ou d'une autre.
Merci de m'éclairer à ce sujet.
06.01 Josy Arens (cdH): In
vergelijking met de klassieke
wapenstok, komen slagen die
toegediend worden met een
telescopische wapenstok merkelijk
harder aan. Zou het niet raadzaam
zijn om de preventieadviseurs van
de federale politie te vragen een
risicostudie uit te voeren? Indien
de telescopische wapenstok tot de
toegestane uitrusting zou gaan
behoren, dient men dan niet
diverse
verplichte
voorzorgs-
maatregelen
en
gebruiks-
aanwijzingen te formuleren?
06.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, je vous renvoie vers la réponse donnée à la question orale
n° 195 du député Thiébaut, du 23 octobre 2007, ayant exactement le
même sujet. La question avait été traitée de façon exhaustive.
Pour répéter très brièvement, la matraque rétractable a été autorisée
à la demande de la police locale. Il a été tenu compte des craintes
que vous exprimez. Ainsi, une formation de base et une formation
continuée sont prévues pour l'utilisation de ce type d'armement. Pour
le reste, la circulaire GPI48 du 17 mars 2006, relative à la formation et
à la maîtrise de la violence, est d'application.
Pour le reste, je réfère à la réponse que j'ai fournie à M. Thiébaut.
06.02 Minister Patrick Dewael: Ik
verwijs naar het antwoord dat werd
verstrekt op de mondelinge vraag
nr.
195
van
volksvertegen-
woordiger Thiébaut van 23 oktober
2007. De telescopische wapenstok
werd toegestaan op vraag van de
lokale politie, en daarbij werd
rekening
gehouden
met
de
bezorgdheid die u nu uitspreekt.
Voor het gebruik van dat type
wapenuitrusting wordt er in basis-
en een voortgezette opleiding
voorzien.
06.03 Josy Arens (cdH): Monsieur le ministre, je voudrais savoir si
les conseillers en prévention ont été informés des risques de cette
matraque rétractable ou non? Si oui, existe-t-il un rapport pour
connaître ces risques?
En effet, nous faisons partie des conseils et des collèges de police où
l'acquisition de ce type de matraques est à l'ordre du jour; il serait
donc utile d'avoir toutes les assurances quant à la dangerosité de ce
matériel.
06.03 Josy Arens (cdH): Hebben
de preventieadviseurs rekening
gehouden met de risico's die deze
telescopische wapenstok inhoudt?
06.04 Patrick Dewael, ministre: Mais je me réfère à ma réponse
précitée: toutes les indications s'y trouvent. Un groupe de travail s'est
réuni, avec l'aide des zones de police et autres. Tout se trouve dans
06.04 Minister Patrick Dewael:
Alles staat in het voormelde
antwoord. Als u dat wenst, kan ik u
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
la réponse.
zondag reeds de desbetreffende
documentatie bezorgen.
06.05 Josy Arens (cdH): Un rapport existe?
06.06 Patrick Dewael, ministre: Oui, et plusieurs rapports même.
06.07 Josy Arens (cdH): Puis-je prendre connaissance de ce
rapport? Oui, dit franchement, c'est pour l'acquisition de ce matériel
par notre zone de police et je veux avoir toutes les assurances.
06.08 Patrick Dewael, ministre: Oui, je le note, si vous voulez, et je
propose d'essayer de vous apporter cela dès dimanche.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Questions jointes de
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les effectifs policiers de
nuit" (n° 588)
- Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les mesures à prendre
pour accroître la sécurité des équipes d'intervention des services de police" (n° 642)b>
07 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
politie-inzet 's nachts" (nr. 588)
- mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de maatregelen die moeten worden genomen om de veiligheid van de interventieteams van de
politiediensten te verhogen" (nr. 642)
07.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, à l'occasion de
la tuerie de Lot le 4 décembre 2007, des questions ont été soulevées.
Une enquête répondra à toute une série de questions, et je ne tiens ni
à ouvrir ici une polémique ni à entrer dans le détail de ce dossier.
Toutefois, une question est régulièrement posée, et l'on tente d'y
apporter une solution. Je veux parler du nombre d'équipes
d'intervention de nuit. Je le dis d'autant plus facilement que je vis
dans une zone pluricommunale ­ de quatre communes, pour être
précis -, dans laquelle patrouille seulement une équipe de nuit ­ mais
je le dis sans vouloir polémiquer localement.
Quel est le critère qui permet de déterminer le nombre d'équipes de
nuit? Tient-on compte de la dangerosité? Sur un plan purement
formel, ne pensez-vous pas que la présence d'une seule équipe de
nuit représente d'office un danger supplémentaire puisque si elle
intervient à un endroit, elle ne peut plus intervenir ailleurs?
Évidemment, s'il y a deux incidents, il en faudrait une troisième. Mais
n'est-ce pas insuffisant?
Est-ce une question de réalité budgétaire au niveau communal? Ne
conviendrait-il pas de faire le point sur ce problème au plan
géographique, mais aussi en vue d'apporter des améliorations?
07.01 Jean-Luc Crucke (MR):
De kwestie van het aantal
interventieteams dat 's nachts
ingezet wordt is weer brandend
actueel sinds de slachtpartij in Lot
(Beersel). Ik
woon in een
meergemeentezone die uit vier
gemeenten bestaat en waar 's
nachts slechts één interventieteam
patrouilleert.
Welk
criterium
wordt
er
gehanteerd bij de bepaling van het
aantal teams dat 's nachts op pad
gaat?
Eén enkel team per zone, is dat
niet te weinig?
07.02 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le président, vu que mon
collègue a déjà exposé les faits, je préciserai que je suis directement
confrontée à ce problème en tant que présidente d'une zone
pluricommunale (six communes, dont les extrémités sont distantes de
plus de 35 kilomètres: Enghien et Jurbise). Une seule équipe de nuit
07.02 Jacqueline Galant (MR):
Als
voorzitter
van
een
meergemeentezone
van
zes
gemeenten word ik rechtstreeks
geconfronteerd met dat probleem.
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
patrouille dans toute la zone. Le pouvoir fédéral ne pourrait-il pas
accorder son aide pour éviter cette situation?
Toujours à propos du drame de Lot, le gilet pare-balles n'aurait pas
sauvé la vie de la policière. Cependant, dans le cadre de la
convention de sécurité routière, ne faudrait-il pas obliger les zones de
police à acquérir des gilets pare-balles pour l'ensemble des hommes,
afin d'augmenter leur sécurité sur le terrain.
In heel de zone wordt 's nachts
slechts één patrouillerend team
ingezet.
Zou de federale overheid geen
steun kunnen verlenen om deze
situatie te voorkomen?
Zouden de politiezones niet
verplicht moeten worden om
kogelvrije vesten aan te schaffen
voor
alle
veiligheidsmensen,
teneinde de veiligheid op het
terrein te verhogen?
07.03 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, il est parfaitement normal que les gens s'émeuvent à
l'occasion de cette lâche et affreuse agression dont ont été victimes
deux policiers, dont la fonction première est de protéger nos
concitoyens.
Ce drame abominable a d'ailleurs touché l'ensemble de nos services
de police tout comme la population.
Je crois toutefois qu'il faut se garder de porter des jugements dans la
précipitation et de partir de présupposés insinuant qu'il y ait eu un
quelconque dysfonctionnement en termes du nombre de patrouilles
nocturnes dans une petite zone de police.
Je regrette donc les déclarations faites par le président d'un syndicat
de la police. Ces déclarations étaient pour le moins de courte vue.
Les normes relatives aux fonctionnalités de base des polices locales
imposent à toutes les zones du pays de mettre en oeuvre au moins
une patrouille de 2 policiers 24 heures sur 24.
Il est clair que dans les grandes villes, ce sont de nombreuses
patrouilles qui sont prévues. Je vous signale que cela constitue un
progrès considérable par rapport à la situation d'avant la réforme des
services de police. Jadis, en dehors des agglomérations, seule la
gendarmerie assurait des permanences mobiles le soir et la nuit à
raison de 2 patrouilles pour tout un arrondissement judiciaire.
Dans la plupart des zones rurales, un effort très sensible a donc été
fait en termes de capacité et en termes de budget pour atteindre ces
normes et augmenter ainsi la sécurité de nos concitoyens.
Effectivement, lorsqu'une patrouille est confrontée à un incident, elle
est temporairement incapable de faire face à un autre événement. Et
il en sera de même si vous disposez de 2 patrouilles confrontées en
même temps à deux incidents.
Il en faudrait alors une 3
e
et ainsi de suite. Donc, un tel raisonnement
ne tient pas compte de la réalité du terrain et surtout des accords que
des petites zones passent entre elles pour se fournir un appui mutuel
comme dans ces situations où la patrouille rencontre une difficulté qui
sort de l'ordinaire ou est mobilisée pendant longtemps par un
événement grave. La zone de Beersel a passé de tels accords avec
toutes les zones environnantes.
07.03 Minister Patrick Dewael:
Het is perfect normaal dat deze
laffe daad van agressie de
mensen van streek brengt.
Daaruit mogen we echter niet
besluiten dat er in die kleine
politiezone
te
weinig
nacht-
patrouilles werden ingezet. Ik
betreur de uitlatingen ter zake van
de voorzitter van een politie-
vakbond.
Overeenkomstig
de
normen in verband met de
basisfunctionaliteiten van de lokale
politiediensten
moeten
alle
politiezones 24 uur op 24 minstens
een patrouille met 2 agenten
inzetten.
In de grote steden worden er tal
van patrouilles gehouden, wat een
belangrijke vooruitgang is ten
opzichte van de toestand vóór de
hervorming van de politiediensten.
In de meeste landelijke zones
werden er op het stuk van de
capaciteit en het budget grote
inspanningen geleverd.
Wanneer een patrouille met een
incident te maken krijgt, kan ze
tijdelijk niet op een andere
gebeurtenis reageren. Maar dat
zou ook zo zijn, wanneer twee
patrouilles op hetzelfde ogenblik
met
twee
incidenten
geconfronteerd worden!
Een dergelijke redenering houdt
geen rekening met de praktijk,
noch met de mogelijke akkoorden
tussen kleine zones om elkaar in
geval van nood ter hulp te snellen.
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Dans les minutes qui ont suivi le drame, trois patrouilles (Sint-Pieters-
Leeuw, Halle et Rhode) étaient sur place ainsi qu'une équipe de la
police de la route de la police fédérale.
L'issue fatale de ces faits dramatiques ne trouve donc pas sa cause
dans un problème d'effectifs mais dans la cruauté de ces criminels
dont j'espère qu'ils seront bientôt livrés à la justice.
En ce qui concerne la question de Mme Galant, sur les gilets pare-
balles, la critique de SIPOL était prématurée, Les agents de police
portaient effectivement des gilets pare-balles. J'ajoute que leur
véhicule était un nouvel exemplaire blindé.
Quant à la question de savoir si les gilets pare-balles peuvent être
achetés avec les moyens provenant du Fonds de la sécurité routière,
je suis favorable à tout bon usage de ces moyens mais, pour cela, il
faut réviser la réglementation. Voilà, monsieur le président, les
éléments de ma réponse.
De zone Beersel heeft dergelijke
akkoorden met alle aangrenzende
zones gesloten. Enkele minuten
na
het
drama
waren
drie
patrouilles uit Sint-Pieters-Leeuw,
Halle en Rode evenals een team
van de federale verkeerspolitie ter
plaatse.
De
fatale
afloop
van
die
dramatische feiten is dus niet te
wijten aan een personeelstekort,
maar
aan
het
gewelddadig
optreden van de misdadigers.
De kritiek van SIPOL op de
kogelvrije vesten was voorbarig,
want de politieagenten droegen
dergelijke vesten en bovendien
zaten
ze
in
een
nieuwe
gepantserde wagen.
Ik ben gewonnen voor iedere vorm
van verantwoord gebruik van het
Fonds voor de Verkeersveiligheid,
maar om dit te kunnen aanwenden
voor de aanschaf van kogelvrije
vesten, zoals sommigen wensen,
is er een aanpassing van het
reglement nodig.
07.04 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse. J'avais clairement dit que je ne tenais pas à
focaliser sur un événement, même s'il peut, tout à fait légitimement,
amener une certaine émotion.
Monsieur le ministre, il faut se garder du terme "grande zone". De fait,
on peut être une grande zone de par sa population importante mais
aussi sur le plan géographique. Ce seul critère géographique, s'il est
étendu, pose parfois certaines de difficultés lorsqu'il n'y a qu'une
équipe. Il faut dès lors relativiser cela.
Vous avez raison de dire que le fait qu'il y ait une deuxième équipe
appellera une troisième s'il y a deux incidents. Il me semble d'ailleurs
l'avoir dit. C'est là qu'intervient ce que j'appelle "la loi des risques" fort
bien connue en matière d'assurance. Il y a évidemment moins de
risques lorsqu'on en a deux sur trois que lorsqu'on en a un sur deux.
C'est mathématique!
Je comprends bien les préoccupations budgétaires mais, au vu des
réalités des communes, une seule équipe me semble être un risque
supplémentaire et peut-être parfois un risque de trop.
07.04 Jean-Luc Crucke (MR):
Meneer de minister, het criterium
"grote zone" is verwarrend, want
het kan gaan om een grote zone
op basis van het aantal inwoners
maar ook op basis van de
oppervlakte.
Een
grote
geografische zone kan voor
problemen
zorgen indien er
slechts één ploeg aan het werk is.
Volgens de "risicowet", die de
verzekeringen ook toepassen, is
het risico minder groot wanneer er
twee van de drie ploegen aan het
werk zijn dan wanneer er één op
twee werkt.
Ik heb begrip voor de budgettaire
beperkingen
maar,
rekening
houdend met de toestand in de
gemeentes, is één ploeg een risico
teveel.
07.05 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le président, je confirme
ce que mon collègue vient de dire. Il faut tenir compte du facteur
géographique. Dans ma zone, Jurbise et Enghien sont distants de
07.05 Jacqueline Galant (MR):
In mijn zone, liggen Jurbise en
Edingen op meer dan 35 km van
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
plus de 35 km. S'il n'y a qu'une seule équipe de nuit lorsqu'une
catastrophe survient simultanément aux deux extrémités, c'est très
compliqué et, en cas de problème sur le terrain, la population n'est
pas en sécurité. Le niveau fédéral devrait intervenir pour renforcer les
moyens de nuit.
En ce qui concerne les gilets pare-balles, je remettrai ce point en
concertation syndicale lorsque cela se présentera dans ma zone.
elkaar verwijderd. Indien er slechts
één nachtploeg aanwezig is en er
doet zich twee zware incidenten
aan de uiteinden van de zone, is
de veiligheid van de bevolking niet
langer verzekerd. Kan het federaal
niveau niet tussenkomen om 's
nachts voor de nodige versterking
te zorgen?
Ik zal het punt betreffende de
kogelvrije
vesten
aan
het
vakbondsoverleg
voorleggen
wanneer dat probleem zich in mijn
zone voordoet.
07.06 Patrick Dewael, ministre: Si les zones de police estiment que
c'est insuffisant, elles sont libres de prévoir davantage de moyens.
Certaines zones le font.
07.06 Minister Patrick Dewael::
Indien de politiezones menen dat
er te weinig middelen zijn, zijn ze
vrij om meer middelen te voorzien.
07.07 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, vous avez
raison: rien n'empêche les zones de le faire. Pourtant, dans les zones
pluricommunales, comme c'est le cas dans ma zone, il suffit parfois
d'une seule commune sur quatre qui, à elle seule, est totalement
majoritaire mais aussi totalement déficitaire pour empêcher tout
investissement, notamment à ce sujet. Je vis cela depuis plusieurs
années avec la commune de Lessines ­ pour ne pas la citer ­ qui
refuse tout investissement.
Monsieur le ministre, vous connaissez la situation; nous avons beau
le demander ou le dénoncer, la situation sur le terrain ne change pas.
07.07 Jean-Luc Crucke (MR): In
de zones bestaande uit meer dan
één gemeente, is het soms één
verlieslatende
gemeente
die
iedere
verdere
investering
onmogelijk maakt ­ ik denk met
name aan de gemeente Lessines,
in mijn zone.
07.08 Patrick Dewael, ministre: Au niveau fédéral, nous ne pouvons
pas l'imposer.
07.08 Minister Patrick Dewael:
Op federaal niveau kunnen we dit
niet opleggen.
07.09 Jean-Luc Crucke (MR): C'est là que je me dis que les normes
devraient être un peu différentes.
07.09 Jean-Luc Crucke (MR):
De normen zouden toch anders
moeten zijn.
07.10 Jacqueline Galant (MR): Ce serait probablement mieux!
07.10 Jacqueline Galant (MR):
Dat zou waarschijnlijk beter zijn!
07.11 Patrick Dewael, ministre: Vous parlez de normes de
financement, avec davantage d'argent provenant du fédéral.
07.11 Minister Patrick Dewael:: U
heeft het over financierings-
normen, met meer geld uit de
federale kas.
Le président: Monsieur le ministre, je lis tous les jours qu'il y en a en abondance! Avec, prochainement un
excellent ministre du Budget!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'octroi du
prix pour un management créatif et novateur à la Direction de coordination et d'appui de la police
fédérale à Tournai" (n° 591)b>
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
08 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de toekenning van de prijs voor creatief en vernieuwend management aan de
Coördinatie- en steundirectie van de federale politie te Doornik" (nr. 591)
08.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, ma question part d'un communiqué de presse daté du
28 novembre 2007 qui signale que la DCA (Direction de coordination
et d'appui) de la police fédérale de Tournai a été primée. Elle a reçu
un prix wallon de la qualité, prix spécial pour la meilleure approche en
termes de management.
Tout le monde connaît évidemment la fonction de la DCA par rapport
au rôle des polices locales et de la police fédérale. Mais le
communiqué de presse est un peu court car il se limite à parler d'un
prix qui récompense une approche managériale.
Quelle est la méthode qui a réellement été primée? Quel est le
processus qui a été mis en valeur? En quoi ce processus est-il
innovant, car je suppose que lorsqu'on décerne un prix c'est parce
que c'est innovant? S'il est innovant, faut-il pérenniser et généraliser
ce genre de méthode?
Vous comprendrez qu'il y a une petite fierté locale en la matière.
Quand un service de police est mis en valeur, autant savoir
réellement pourquoi.
08.01 Jean-Luc Crucke (MR): In
een
perscommuniqué
werd
aangekondigd dat de Coördinatie-
en steundirectie van de federale
politie te Doornik een speciale prijs
voor het beste management heeft
ontvangen. Graag vernam ik welke
methode nu echt bekroond werd?
Welke werkwijze werd in de
bloemetjes gezet en op welk vlak
is ze vernieuwend? Moet die
benadering
bestendigd
en
veralgemeend worden?
08.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, ce prix a été octroyé par le Mouvement wallon de la qualité,
qui relève de la Région wallonne, comme vous le savez.
L'introduction d'un dossier de candidature était basé sur les critères
suivants: leadership, stratégie et planification, personnel, partenariat
et ressources. Il s'agit de critères développés par le modèle European
Foudation for Quality Management, qui est notamment appliqué à la
police intégrée.
Je tiens à féliciter le service en question pour ce prix. Il est évident
que le fonctionnement de ce service peut être un "best practice" pour
les autres services de la police intégrée. Dès lors, la police fédérale
étudiera de quelle façon l'expérience de la DCA de Tournai pourrait
être étendue à d'autres services.
08.02 Minister Patrick Dewael:
Die
prijs
werd
door
het
"Mouvement wallon de la qualité",
dat van het Waals Gewest
afhangt, toegekend op grond van
een dossier dat stoelde op de
criteria die door het "European
Foundation
for
Quality"-model
ontwikkeld werden: leiderschap,
strategie en planning, personeel,
partnerschap
en
werkings-
middelen. Ik wens die dienst geluk
met zijn werkwijze die als een
"best practice" kan beschouwd
worden en als dusdanig door de
federale politie zal bestudeerd
worden.
08.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse. Je vois que l'exemple peut parfois venir du
Sud et, pour la Région wallonne, de l'Ouest. Voilà donc le Sud-Ouest
qui ne fait pas tache mais qui montre l'exemple, et c'est tant mieux.
08.03 Jean-Luc Crucke (MR): Zo
kan het zuiden of zelfs het
zuidwesten
des
lands
een
voorbeeldfunctie hebben. En dat is
maar goed ook.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la baisse de
l'effectif opérationnel de la police locale" (n° 606)b>
09 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de daling van het operationeel personeelsbestand van de lokale politie" (nr. 606)
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
09.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, le journal de la police "L'Officier de police" du mois de
novembre fait le point sur les effectifs policiers et prend comme point
de référence le 31 décembre 2006. À cette date, l'effectif opérationnel
de la police locale est de 27.670 personnes, ce qui fait une légère
différence négative par rapport à 2005 où il y en avait 27.828.
Par rapport aux demandes réitérées de "plus de bleu en rue", on
constate une légère diminution. Par contre, la même enquête précise
que le contingent CALog de 16% détaillé par la circulaire est effectif.
Cela renforce ma crainte en considérant l'augmentation de l'effectif
CALog entre 2005 et 2006, qui passe de 4.400 à 4.667 unités. En
prenant en compte ces deux chiffres, moins de policiers en général et
plus de CALog, il faut considérer qu'il y a moins de policiers dans les
rues. Tout le monde aurait pu en dire autant, il suffit de faire une règle
de trois.
J'aurais voulu entendre vos commentaires sur ces chiffres. Il y a peut-
être des nuances à y apporter mais ils sont livrés sous cette forme
brute. En parlant de chiffres bruts, les 16% de CALog dans l'effectif
total ne sont peut-être pas répartis également dans toutes les zones.
Il faudrait analyser les situations locales. Dans la mesure du possible,
j'aimerais que vous me communiquiez des détails chiffrés, oralement
ou par écrit, pour permettre une analyse plus fouillée zone par zone.
Pour celles qui seraient défaillantes, pourriez-vous en exposer les
raisons?
Existe-t-il un parallèle entre les zones où l'effectif CALog est au
complet et celles dans lesquelles l'effectif policier est au complet? Ou
bien, au contraire, y en a-t-il dans lesquelles tous les postes
administratifs sont occupés et qui ne disposent pas sur la voie
publique du nombre de policiers requis? Dans ce cas, quelles
mesures pourraient corriger la situation? C'est le but ultime: un
nombre de CALog suffisant et des policiers en suffisance dans les
rues.
09.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Volgens
cijfers
die
op
31
december 2006 in "Politieofficier"
verschenen,
bestaat
het
operationele
personeelsbestand
van de lokale politie uit 27.670
manschappen, tegen 27.828 in
2005.
Het
CALog-
personeelsbestand
daarentegen
stijgt tussen 2005 en 2006 van
4.400 naar 4.667 eenheden.
Minder politie- en meer CALog-
personeel, dus: dat betekent
minder blauw op straat.
Ik kreeg graag uw reactie op dat
cijfer. Zou u me ­ mondeling of
schriftelijk ­ de gedetailleerde
cijfers kunnen bezorgen, zodat ze,
per zone, grondig kunnen worden
geanalyseerd? Indien bepaalde
cijfers niet voorhanden zijn, kan u
me dan laten weten waarom?
Is het zo dat, wanneer in een zone
het CALog-personeel voltallig is,
dat ook voor het volledige
personeelsbestand het geval is?
Of bestaan er zones waar alle
administratieve
betrekkingen
ingevuld zijn en die op de
openbare weg niet over de nodige
manschappen beschikken? Welke
maatregelen zouden in dat geval
kunnen worden genomen om die
toestand recht te trekken?
09.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, depuis 2001,
la tendance est à la hausse pour les effectifs policiers, tant pour le
personnel opérationnel que pour l'administratif. Ceci démontre très
clairement les énormes efforts consentis au niveau local comme au
niveau fédéral. Deuxièmement, en 2006, on a constaté une légère
baisse du nombre d'effectifs opérationnels de la police locale.
Dans ma réponse à la question écrite n° 19 de M. Logghe, j'ai
récemment fourni des données chiffrées démontrant une différence
plus faible, notamment de 40 unités. La différence entre les deux
sources d'information est sans aucun doute liée au piège traditionnel
statistique, à savoir le comptage ou non du nombre de détachés,
d'aspirants en formation et d'autres catégories spéciales.
Les chiffres que vous avancez ne tiennent pas compte des détachés
de la police fédérale ou de la police locale. Ceux-ci s'élevaient à 335
en 2005 et à 428 en 2006. De plus, il y a lieu de tenir compte des
membres du corps d'intervention mis en place dans les zones.
En outre, dans les plus hauts grades est apparu, à la suite de la
rationalisation propre à la réforme de la police, un surnombre auquel il
09.02 Minister Patrick Dewael:
Sinds 2001 neemt het aantal
personeelsleden bij de politie toe,
zowel wat het operationele als wat
het
administratieve
personeel
betreft.
In 2006 is het aantal operationele
personeelsleden bij de lokale
politie licht gedaald.
In mijn antwoord op de schriftelijke
vraag nr. 19 van de heer Logghe
vindt u cijfergegevens waaruit blijkt
dat het verschil kleiner is.
Waarschijnlijk heeft een en ander
te maken met het al dan niet in
rekening brengen van het aantal
gedetacheerde personeelsleden,
het aantal aspiranten in opleiding
en
van
andere
bijzondere
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
est mis progressivement un terme au moment du départ à la retraite:
soit ces membres du personnel en surnombre ne sont plus remplacés
parce qu'ils ne sont plus nécessaires, soit ils sont remplacés par des
collaborateurs administratifs, soit par des cadres de base ou moyens.
Le nombre de départs à la retraite est assez important. Ce chiffre va
croissant. En 2006, 779 policiers ont quitté la police locale, dont 631
pour partir à la retraite. L'âge de la retraite pour le membre du cadre
opérationnel peut s'étaler entre 54 et 65 ans, ce qui ne facilite pas la
gestion des remplacements. En outre, on ne peut pas perdre de vue
qu'un certain nombre de policiers occupaient en réalité des emplois
administratifs et logistiques. Ainsi, l'opération dite de "calogisation"
que j'ai lancée, a pour but de les remplacer par des collègues
administratifs; ces emplois prétendument perdus étaient en réalité
des emplois administratifs ou logistiques.
En ce qui concerne une ventilation des chiffres par zone de police, je
proposerai que cette question me soit posée par écrit, afin que je
puisse y répondre in extenso.
Le pourcentage de personnel CALog (16%) n'est pas une obligation,
mais une recommandation. Il s'agit d'un chiffre moyen national pour
lequel des dérogations en plus ou en moins sont possibles au niveau
local si les conditions spécifiques l'exigent.
Il est essentiel que les tâches administratives et logistiques qui sont
actuellement effectuées par des opérationnels soient transférées à
des membres du personnel administratif ou même vers d'autres
services, pour que ces opérationnels puissent retourner sur le terrain
afin de se consacrer spécifiquement à des tâches de police.
J'ai l'impression que la plupart des zones s'inscrivent dans cette
logique.
categorieën.
In de door u aangehaalde cijfers
wordt geen rekening gehouden
met
de
gedetacheerde
personeelsleden van de federale
of van de lokale politie: dat waren
er 335 in 2005 en 428 in 2006.
Daarnaast moet rekening worden
gehouden met de leden van het
interventiekorps
die
ingezet
worden in de zones. Bovendien is
gebleken dat er in de hoogste
graden te veel personeelsleden
waren. Dat overtal wordt geleidelijk
weggewerkt.
Het aantal personeelsleden dat
met pensioen gaat, ligt vrij hoog en
gaat
in
stijgende
lijn.
De
pensioenleeftijd
voor
het
operationele personeel ligt tussen
54 en 65 jaar, wat het beheer van
de
vervangingen
er
niet
gemakkelijker
op
maakt.
Bovendien vervulde een aantal
politieambtenaren in werkelijkheid
een
administratieve
of
een
logistieke
betrekking.
De
"calogiseringsoperatie" is erop
gericht
die
personen
door
administratief
personeel
te
vervangen.
Die
`verdwenen'
betrekkingen zijn dus in feite
administratieve
of
logistieke
functies.
Ik stel voor dat de vraag
betreffende een opsplitsing van de
cijfers per zone me schriftelijk
wordt bezorgd, zodat ik er in
extenso kan op antwoorden.
Het percentage CALog-personeel
(16 procent) is geen verplichting,
wel een aanbeveling.
Het
is
essentieel
dat
de
administratieve en logistieke taken
die
op
dit
ogenblik
door
operationeel personeel worden
uitgevoerd, naar het administratief
personeel of zelfs naar andere
diensten worden overgeheveld
opdat dit operationeel personeel
zich
specifiek
zou
kunnen
toeleggen op politieopdrachten.
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Ik heb de indruk dat de meeste
politiezones deze logica volgen.
09.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse.
La différence de sources existe mais s'explique et, comme je l'avais
pressenti, il y avait lieu d'affiner ces chiffres, ce que vous avez fait.
En ce qui concerne la gestion du cadre et le remplacement des
membres qui prennent naturellement leur retraite, je peux
comprendre la difficulté mais je pense malgré tout ­ pour l'avoir
parfois vécu ­ qu'on n'anticipe pas toujours assez. Un vieux proverbe
français dit que prévenir, c'est guérir. En la matière, le suivre
permettrait d'éviter certaines difficultés lorsque les mises à la retraite
n'ont pas été anticipées.
Pour le reste, je reviendrai par écrit sur la question relative aux
chiffres.
09.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Inzake het beheer van het kader
en de vervanging van de leden die
met pensioen gaan begrijp ik de
moeilijkheid maar er wordt niet
altijd genoeg vooruitgedacht.
Ik zal schriftelijk terugkomen op de
vraag over de cijfers.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la lutte
antiterroriste" (n° 607)b>
10 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de strijd tegen het terrorisme" (nr. 607)
10.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, je souhaite vous interroger suite aux déclarations faites par
le procureur fédéral, M. Delmulle, et par le directeur général de la PJ
de Bruxelles, M. Audenaert, concernant les effectifs de lutte contre le
terrorisme.
À en croire ces déclarations, 103 enquêteurs seraient mis à
disposition, ce qui représenterait 30 personnes en moins que l'effectif
prévu. Ce chiffre est-il exact? Dans l'affirmative, pourquoi?
Cette situation aurait pour conséquence une importante démotivation
au sein de ce corps. Cette information est-elle exacte? Dans
l'affirmative, pourquoi? Cette démotivation a-t-elle été mesurée?
Par ailleurs, un manque d'effectif ne serait pas seulement à déplorer,
il y aurait aussi un manque de moyens matériels qui serait en partie
dû à une sorte de spécialisation accrue en la matière. En d'autres
termes, le "terrorisme de papa" n'existe plus. Il a fait place à un
terrorisme de plus en plus sophistiqué. Il nécessite donc des moyens
tout aussi sophistiqués. Cette carence est-elle réellement constatée et
vérifiée? Dans l'affirmative comment y pallier?
Enfin et je suis étonné, quand il existe, le recrutement serait
insuffisant en termes de qualité. Autrement dit, on ne trouverait plus
sur le marché le personnel nécessaire. En revanche, on pourrait le
trouver en engageant des civils, qui, grâce à leur spécificité,
répondraient à des besoins précis. Qu'en est-il exactement, monsieur
le ministre.
10.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Het schijnt dat de personeelsleden
die worden ingezet in de strijd
tegen het terrorisme met 30
personen minder zouden zijn dan
voorzien. Deze situatie zou een
grote demotivatie binnen dit korps
tot gevolg hebben. Klopt dit?
Bovendien zou er ook een tekort
aan materiële middelen zijn. Indien
dit juist is, hoe zal dit worden
opgelost? Ten slotte zou de
rekrutering onvoldoende zijn op
kwalitatief vlak. Dit obstakel zou uit
de weg kunnen worden geruimd
door burgers aan te trekken die
deze precieze noden zouden
kunnen
invullen
door
hun
specifieke kennis. Hoe staat het
hiermee?
10.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, monsieur 10.02 Minister Patrick Dewael:
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
Crucke, durant ces dernières années, on a discuté à plusieurs
reprises au niveau gouvernemental des effectifs du personnel des
unités antiterroristes de la police fédérale et, en particulier, de l'unité
de la police judiciaire fédérale de Bruxelles, ce notamment à la
demande de la police fédérale et du parquet fédéral.
Le gouvernement a donc déjà consenti des efforts en vue de
renforcer les unités antiterroristes de la police fédérale en mettant à
disposition des moyens supplémentaires pour une augmentation du
budget et du personnel. Des budgets supplémentaires ont donc été
libérés pour renforcer l'unité antiterroriste de la police judiciaire
fédérale de Bruxelles jusqu'à 103 unités.
Une combinaison de différents facteurs conduit à la difficulté de ne
pas pouvoir atteindre, dans les délais voulus, l'effectif souhaité par les
magistrats et la police fédérale et accordé par le gouvernement.
Le recrutement de candidats de qualité n'atteint pas le niveau
quantitatif nécessaire, d'autant que certains membres de la division
atteignent l'âge de la retraite ou font usage de leur droit statutaire de
quitter cette division pour aller travailler ailleurs.
L'effectif actuel de la division de recherche concernée fluctue entre 70
et 80. Le déficit d'enquêteurs spécialisés peut être estimé à une
bonne vingtaine.
Au niveau du matériel, aucune plainte spécifique ne m'est connue.
Ceci est probablement dû aux efforts du gouvernement qui ont été
décidés lors du Conseil des ministres des 30 et 31 mars 2004 et
réalisés entre-temps.
Tout a déjà été mis en oeuvre pour tenter d'atteindre l'effectif souhaité.
À chaque cycle de mobilité, toutes les places vacantes sont publiées.
Vous aurez compris qu'il s'agit d'un effort à caractère continu et qu'il
convient de suivre de près la situation à plusieurs niveaux, ce qui se
fait.
La piste annoncée par le directeur judiciaire de Bruxelles a été
synthétisée de façon incomplète, voire erronée, dans les médias. Son
idée est de recruter directement des enquêteurs spécialisés, ce qui se
fait par exemple en partie pour les enquêteurs spécialisés en
criminalité informatique ou en criminalité économique et financière.
Ce système diffère de la règle générale qui veut que les enquêteurs
soient recrutés au sein de la police.
En ce qui concerne la lutte contre le terrorisme, le recrutement
d'islamologues notamment pour les former en enquêteurs spécialisés
constitue une piste intéressante à développer. Ce système exige une
adaptation de la formation du personnel, implique des conséquences
budgétaires et ne peut dès lors être décidé en période d'affaires
courantes.
Puisqu'il ne s'agit que d'une autre façon de recruter des enquêteurs
spécialisés, on ne peut pas parler d'une nouvelle approche de la lutte
antiterroriste. Ce système aurait pour seul mais important avantage
de pouvoir mettre en place l'effectif souhaité.
De regering heeft al inspanningen
gedaan
om
de
federale
antiterrorisme-eenheden van de
politie te versterken. Bijkomende
budgetten werden vrijgemaakt om
de antiterrorisme-eenheid van de
federale gerechtelijke politie van
Brussel te versterken tot 103
eenheden. Door de eisen op het
vlak van de kwaliteit bij de
rekrutering en de pensioneringen
of de overplaatsing naar andere
departementen is er een tekort
van iets meer dan een twintigtal
gespecialiseerde speurders.
Wat het materiaal betreft, is me
geen enkele specifieke klacht ter
ore gekomen.
Het idee van de gerechtelijke
directeur van Brussel bestaat erin
rechtstreeks
gespecialiseerde
speurders in dienst te nemen en
ze niet langer binnen de politie te
selecteren. Wat de terrorisme-
bestrijding betreft, is het in dienst
nemen van islamologen een
interessant denkspoor waarop
nader moet worden ingegaan.
Daartoe
moet
echter
de
personeelsopleiding
worden
aangepast. Daarnaast zijn er ook
begrotingsgevolgen. Dat soort
beslissingen kan dus niet in een
periode
van
lopende
zaken
worden genomen. We kunnen niet
van een nieuwe aanpak van de
terrorismebestrijding
gewagen.
Het
enige,
weliswaar
grote
voordeel van zo een regeling zou
zijn dat het nodige aantal
personeelsleden
kan
worden
ingezet.
10.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, je vous 10.03 Jean-Luc Crucke (MR):U
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
remercie pour votre réponse. J'ai entendu que vous confirmiez de
manière objective le déficit de 103. J'en comprends la raison et
prends acte également de vos contestations sur le plan matériel. Je
note également la différence d'appréciation sur la spécialisation,
même si vous dites que la piste mérite d'être étudiée. Je comprends
la remarque sur la période d'affaires courantes mais comme celle-ci
touche à sa fin, je pense que nous pourrons reparler de ce problème
ultérieurement.
bevestigt dat zich een tekort
voordoet.
Ik
begrijp
de
onderliggende redenen en noteer
dat u het niet eens bent met mijn
opmerkingen wat het materieel
betreft. Ik stel vast dat u, op het
stuk van de specialisatie, een
andere mening toegedaan bent,
hoewel u zegt dat die denkpiste
nader moet worden bekeken. Nu
de periode van lopende zaken ten
einde loopt, denk ik dat we hier
binnenkort
kunnen
op
terugkomen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Question de Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
possibilité d'installer un commissariat pour deux communes" (n° 641)b>
11 Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de mogelijkheid om één politiebureau voor twee gemeenten in te richten" (nr. 641)
11.01 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, il a déjà été beaucoup question aujourd'hui des problèmes
budgétaires rencontrés par les zones de police, mais j'aimerais à
présent poser une question assez concrète pour tenter des
économies au niveau de ma zone de police.
La loi sur la police intégrée exige un poste d'accueil dans chaque
commune d'une zone pluricommunale. Cependant, assurer la
présence physique d'un fonctionnaire de police dans chaque point
d'accueil est parfois difficilement réalisable.
Ma zone Sylle et Dendre, qui regroupe six communes, vient d'acquérir
un bâtiment destiné à l'installation du poste de proximité de Jurbise.
Nous proposerions de rassembler deux postes de proximité de
communes voisines afin de permettre à la zone de réaliser des
économies en infrastructure, en matériel et en personnel. En effet, un
seul chef de poste se chargerait de ces deux zones de proximité et un
seul planton.
Comme le bâtiment acheté est distant d'environ 150 mètres de l'autre
commune, géographiquement parlant, cela ne changerait pas grand-
chose pour les citoyens qui bénéficieraient quand même d'une réelle
proximité de ce poste d'accueil.
Ma question est simple: est-ce réalisable de rassembler deux postes
de proximité dans un même bâtiment?
11.01 Jacqueline Galant (MR):
Ik zou een eerder concrete vraag
willen stellen om tot enige
besparingen in mijn politiezone te
komen.
De
wet
op
de
geïntegreerde politie vereist dat er
in elke gemeente van een
meergemeentenzone
een
onthaalbureau gevestigd is. Maar
het is niet gemakkelijk om in elk
onthaalbureau
voor
de
aanwezigheid van een politie-
ambtenaar te zorgen. Ik zou twee
bureaus
van
aangrenzende
gemeentes willen samenbrengen
zonder dat de inwoners de
nabijheid van dat aanspreekpunt
moeten missen.
Is dat mogelijk?
11.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, ma réponse est oui: il est possible d'installer un
commissariat pour deux communes.
La réponse se trouve dans votre question. L'esprit des dispositions
légales citées va dans ce sens: l'important est que les habitants de
chaque commune d'une zone pluricommunale puissent disposer d'un
point de contact rapproché avec la police. Les besoins et attentes de
11.02 Minister Patrick Dewael:
Ja. Het belangrijkste is dat de
inwoners van elke gemeente van
een meergemeentenzone over
een aanspreekpunt met de politie
in hun buurt kunnen beschikken.
En er is niets op tegen dat een
zelfde aanspreekpunt door de
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
la population doivent guider les décisions prises en matière
d'organisation de la zone de police.
De plus, s'agissant de deux communes d'une même zone de police, il
n'existe aucun inconvénient majeur pour qu'un même point d'accueil
serve à deux populations communales voisines.
bevolking
van
twee
buurgemeenten wordt gebruikt.
11.03 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le ministre, merci pour
cette réponse concrète.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de vrijlating van 38 Indiërs die zich illegaal op het grondgebied bevinden" (nr. 654)
12 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la libération de
38 Indiens en séjour illégal sur le territoire" (n° 654)b>
12.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, er was
een opmerkelijk feit in de nieuwsuitzending van TV Limburg twee of
drie weken geleden. Een aantal mensen werd begin november
opgepakt in een zestiental woningen in Alken, Borgloon, Heers en
Wellen. Er werden veertig Indiërs zonder papieren aangetroffen. De
dienst Vreemdelingenzaken heeft destijds vrijwel onmiddellijk beslist
om achtendertig onder hen vrij te laten, allicht met een bevel om het
grondgebied te verlaten. Zo werd het toch gezegd in de uitzending.
Slechts twee Indiërs werden opgesloten in een gesloten instelling.
Het meest frappante was dat de meeste van die mensen voor de
tweede keer werden opgepakt. Een van hen verklaarde zelfs openlijk
voor de camera dat het de tweede keer was dat hij werd opgepakt. Hij
verzekerde ons dat als hij een derde keer zou worden opgepakt en
weer vrijgelaten ­ dat verwachtte hij toch ­ hij andermaal in het land
zou blijven en dat hij nog een vierde keer zou moeten worden
opgepakt. De dienst Vreemdelingenzaken benadrukte dat deze
procedure de normale gang van zaken is.
Mijnheer de minister, ik kreeg graag een verklaring voor deze feiten.
Het is immers ­ als ik het zo mag noemen ­ van de pot gerukt. Klopt
het dat zulke zaken het gevolg zijn van het feit dat de asielcentra
overvol zitten? Zo ja, bestaan er dan plannen om de opvangcapaciteit
op korte termijn uit te breiden? Ten slotte, hoe vallen dergelijke
toestanden te rijmen met het reeds eerder verklaarde gegeven ­
meermaals verklaard, door de federale regering en u zelf ­ dat de
instroom zou teruglopen en dat er een efficiënt en effectief
uitwijzingsbeleid wordt gevoerd?
Président: Josy Arens.
Voorzitter: Josy Arens.
12.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Le 4 novembre 2007, la
police locale a fait irruption dans
seize habitations du Limbourg. Au
cours de l'opération, 40 Indiens
sans papiers ont été arrêtés dont
38
été
relâchés
quasiment
immédiatement et ont reçu l'ordre
de quitter le territoire. Deux
seulement ont été placés dans un
centre fermé. La plupart des
intéressés n'en étaient pas à leur
première arrestation, ce que l'un
d'eux a du reste confirmé devant
les caméras de télévision. Selon
l'Office
des
étrangers,
la
procédure normale a été suivie. Je
trouve cette procédure vraiment
inconcevable.
Comment le ministre explique-t-il
ces faits? Est-ce le résultat de la
surpopulation
des
centres
d'accueil?
Est-il
prévu
d'augmenter
cette
capacité
d'accueil? Comment concilier cette
mesure avec l'intention exprimée
par le gouvernement de réduire
l'afflux d'illégaux et de mener une
politique d'expulsion efficace?
12.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, de actie
waarnaar de collega verwijst had niet plaats op 4 november, maar op
4 december. Tijdens die actie werden er inderdaad veertig Indiërs
zonder papieren opgepakt. Hiervan zijn er maar twee opgesloten
omdat de DVZ maar twee van die mensen ook effectief kon
verwijderen, wat natuurlijk een belangrijk element van appreciatie is.
De reden hiervoor is dat van de veertig mensen, slechts twee Indiërs
12.02 Patrick Dewael, ministre:
L'action de la police locale n'a pas
eu lieu le 4 novembre mais le 4
décembre. Seulement 2 des 40
Indiens sans papiers appréhendés
ont été incarcérés parce qu'ils
étaient les seuls à pouvoir être
suffisamment
identifiés
et
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
voldoende geïdentificeerd bleken te zijn. Zoals u weet moet men, om
illegalen te kunnen verwijderen, een reisdocument voor hen bekomen
bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst.
Dat was alleen mogelijk voor die twee personen. De ene persoon was
gekend bij de Indische ambassade. Die had zij nationaliteit ook
bevestigd. De andere had in het verleden een visumaanvraag
ingediend waardoor hij kon worden geïdentificeerd. Het ging dus niet
alleen om een gebrek aan voldoende plaats in de gesloten centra dat
de opsluiting van de overige achtendertig personen in de weg stond.
Hun dossiers bevatten ook onvoldoende elementen om de Indische
ambassade in de mogelijkheid te stellen hen snel te kunnen
identificeren.
De verwijdering van illegalen blijft effectief een moeilijke opdracht. De
regering heeft een consequent beleid ter zake gevoerd.
De premisse om elke illegale vreemdeling in België van het
grondgebied te verwijderen, getuigt echter van weinig realisme en
houdt geen rekening met het normerende karakter waarin gedwongen
verwijderingen kunnen plaatsvinden, noch met een zekere
maatschappelijke realiteit. Ik heb altijd de voorkeur gegeven aan het
voeren van een doelgericht verwijderingsbeleid binnen een
evenwichtige immigratiepolitiek, maar de medewerking - ik blijf het
herhalen - van de landen van herkomst en hun diplomatieke
vertegenwoordigers is daarvoor cruciaal en dat zal iedereen die ooit
op deze stoel komt te zitten met mij moeten vaststellen.
effectivement
éloignés
du
territoire.
L'éloignement d'illégaux requiert
un document de voyage de la
délégation diplomatique de leur
pays d'origine. Si les Indiens n'ont
pas été incarcérés, ce n'est donc
pas uniquement par manque de
place dans les centres fermés
mais surtout parce que leur
dossier comprenait trop peu
d'éléments que pour permettre
une identification rapide.
L'éloignement des personnes en
situation illégale est une mission
difficile. Le gouvernement a mené
une
politique
d'éloignement
cohérente
et
stricte,
mais
également humaine. Ceux qui
pensent que tout étranger en
situation illégale peut être éloigné
de notre territoire manquent de
réalisme et ne tiennent pas
compte du cadre normatif et de la
réalité sociale. La collaboration
des pays d'origine est également
un élément crucial.
12.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw antwoord, al is deze situatie nauwelijks te begrijpen. De
perceptie in zulke zaken bij de bevolking is vernietigend.
Uit uw antwoord meen ik zelfs te kunnen afleiden dat de meeste van
die mensen uit de gesloten centra worden weggehouden omdat zij
geen papieren hebben. Er zijn er twee die op basis van een of ander
document of een onderzoeksdaad kunnen worden getraceerd, maar
de anderen laten wij dan maar lopen want er is toch geen plaats om
ze op te vangen. De voorbije weken werden hier een aantal vragen
gesteld over kinderen die opgesloten zitten. Op dat vlak is de
perceptie bij de bevolking ook heel duidelijk. Iedereen heeft het
daarmee moeilijk. Als mensen openlijk voor een camera komen
verklaren dat zij opgepakt worden, vervolgens weer losgelaten
worden en dat dit de volgende keer weer van dattum zal zijn; hoe kan
men dan in godsnaam aan de bevolking een fatsoenlijk beleid
verkopen?
Mijnheer de minister, u alludeerde zelf al in een bepaalde richting.
Misschien bent u uitverkoren of gedoemd om op Binnenlandse Zaken
te blijven zitten, maar ik kan alleen maar hopen voor u, mijnheer de
minister, en voor de bevolking die dergelijke zaken op TV ziet, dat het
er in de toekomst beter zal op worden en dat de opvangcapaciteit
enorm wordt uitgebreid zodat iedereen die geen papieren kan
voorleggen, kan worden opgesloten. Ik denk dat dit de normale gang
van zaken is. Wie het daarmee niet eens is, moet het maar uitleggen
aan de burger. Ik ben het er zelf mee eens. Ik deel dus uw mening ter
zake niet, waardoor ik het makkelijker kan gaan uitleggen aan de
12.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang):
C'est
à
peine
compréhensible. La perception de
cette politique au sein de la
population
est
désastreuse.
Apparemment, la plupart des
illégaux ne sont pas enfermés
parce qu'ils n'ont pas de papiers.
On ne peut pas suivre leurs
mouvements et donc, on les laisse
simplement courir, vu qu'il n'y a de
toute façon pas de place pour les
enfermer.
Quand
ces
gens
déclarent ouvertement devant une
caméra que chaque fois qu'ils sont
pris, ils sont remis en liberté, cela
a un effet néfaste sur la perception
au sein de la population. Peut-être
le ministre conservera-t-il ses
attributions. J'espère pour lui et
pour la population que cette
situation changera à l'avenir et que
l'on augmentera considérablement
la capacité des centres fermés, de
façon à ce que toute personne
sans
papiers
puisse
être
enfermée. Que ceux qui pensent
que ce n'est pas nécessaire
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
burger.
essayent d'expliquer cela à la
population.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "het opzetten van een veiligheidsplan in het kader van de grensoverschrijdende
politiesamenwerking tussen België en Frankrijk" (nr. 536)
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het
opzetten van een veiligheidsplan in het kader van de grensoverschrijdende politiesamenwerking op
het niveau van het eurodistrict" (nr. 781)
13 Questions jointes de
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la mise sur pied
d'un plan de sécurité dans le cadre de la collaboration policière transfrontalière entre la Belgique et la
France" (n° 536)
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la mise sur pied d'un plan
de sécurité dans le cadre de la collaboration policière transfrontalière au niveau de l'eurodistrict"
(n° 781)b>
13.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, op 23 augustus 2006, anderhalf jaar geleden,
hebt u tijdens een bezoek aan de politiezone Arro Ieper verwezen
naar het opzet om een gezamenlijk veiligheidsplan op te stellen voor
het eurodistrict en ook om gezamenlijke projecten tussen België en
Frankrijk mogelijk te maken in het kader van de grensoverschrijdende
politiesamenwerking. Ik denk dat u zelfs kort daarop een onderhoud
had met uw toenmalige collega minister Sarkozy om een Frans-
Belgisch veiligheidsplan te ontwerpen.
Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken in verband met dit
veiligheidsplan, in hoeverre is het al uitgewerkt en welke zijn de
inhoudelijke krijtlijnen ervan?
13.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Le 23 août 2006, à
l'occasion d'une visite dans la
zone de police d'Ypres, le ministre
a annoncé son intention d'arrêter
un plan de sécurité commun au
niveau de l'Eurodistrict et de
permettre la mise sur pied de
projets communs entre la Belgique
et la France dans le cadre de la
coopération
policière
transfrontalière. Je crois savoir
que, peu de temps après, il a eu
un entretien avec M. Sarkozy,
ministre à l'époque, sur un plan de
sécurité franco-belge. Où en est
ce dossier?
13.02 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, je tenais
également à revenir sur cette déclaration faite à Ypres en août 2006.
Cette idée a-t-elle pu se concrétiser? Quel est l'échéancier des
priorités?
En outre, je tenais à établir un parallélisme. Vous savez que je suis
fort attaché à la notion d'"eurodistrict" et au travail commun entre le
Hainaut occidental, le Courtraisis et le nord de la France. Néanmoins,
cela ne m'empêche pas de penser que certains inconvénients
découlent de cette situation frontalière. J'avais déjà eu l'occasion
d'aborder ce point notamment en vous interrogeant sur les méga-
dancings, que tout le monde nous envie sans doute, mais qui
engendre aussi un tourisme de la drogue. Nous en avions parlé le
14 novembre 2007. Depuis lors, monsieur le ministre, je pourrais vous
montrer les nombreux articles de presse qui ont relaté la situation que
nous connaissons chaque week-end.
Je mentionnerai deux exemples très récents. Dans la nuit du 1
er
au
2 décembre, à Tournai, dix personnes ont été mises à la disposition
13.02 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
kom eveneens terug op die
verklaring van augustus 2006 in
Ieper. Heeft dat idee nu concreet
vorm gekregen en wat is de
voorziene timing?
U weet dat de samenwerking
tussen het Westelijk deel van
Henegouwen, de regio Kortrijk en
Noord-Frankrijk me na aan het
hart ligt. De problemen in deze
grensstreek zijn mij echter ook niet
onbekend.
Twee
recente
voorbeelden: in de nacht van 1 op
2 december werden in Doornik
tien personen ter beschikking
gesteld van het parket, en heeft
men 6.700 ecstacypillen, 1,844 kg
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
du parquet; de plus, ont été saisis 6.700 pilules d'ecstasy, 1,844 kg de
speed, 500g de marijuana et 20g de cocaïne. Excusez du peu!
Le week-end suivant, à Peruwelz, près de la frontière française, sur
337 véhicules, 88 retraits de permis ont été prononcés, dix-sept
armes ont été saisies; la présence de stupéfiants à profusion a été
constatée; trois personnes recherchées ont été arrêtées. Dans la
foulée, un accident mortel s'est produit.
Monsieur le ministre, chaque week-end, nous pouvons lire dans la
presse ce genre d'événement en rapport avec notre réalité
transfrontalière, et qui résulte peut-être d'une coopération insuffisante.
Ou alors, peut-être notre territoire belge est-il considéré, non
seulement comme un lieu de détente et de plaisir, mais aussi comme
un endroit où toutes sortes de risques peuvent être pris impunément.
Je voulais donc vous entendre confirmer que cette coopération devait
être non seulement plus efficace, mais aussi plurielle et qu'il fallait
intensifier la lutte contre le trafic et la consommation de stupéfiants,
qui causent la ruine des familles.
speed, 500 g marihuana en 20 g
cocaïne in beslag genomen! Het
weekend nadien werden, op een
totaal van 337 gecontroleerde
voertuigen,
88
rijbewijzen
ingetrokken, 17 wapens in beslag
genomen,
heeft
men
drugs
gevonden
en
werden
drie
gezochte personen aangehouden.
Bovendien is er een dodelijk
ongeval gebeurd.
Elk weekend bericht de pers over
dit soort gebeurtenissen, die
jammer genoeg typisch zijn voor
de grensstreek, en die het gevolg
zijn
van
een
gebrekkige
samenwerking en ook, misschien,
van het feit dat sommigen ons
grondgebied beschouwen als een
plek waar men ongestraft risico's
kan nemen. Deze samenwerking
moet efficiënter verlopen, en we
moeten de strijd tegen de
drugssmokkel en het druggebruik
opvoeren, want de gezinnen gaan
hieraan kapot.
13.03 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, het
plan is een Belgisch voorstel onder de benaming Regionaal
Veiligheidsplan. Het houdt in dat er een aantal gemeenschappelijke
prioriteiten voor de grensstreek worden bepaald en dat er voor deze
prioriteiten ook een gezamenlijke aanpak wordt uitgestippeld.
Tijdens de vergadering op 18 december 2006 met de préfet bleek dat
de Fransen weliswaar akkoord gingen met het vastleggen van
gemeenschappelijke prioriteiten, maar dat zij terughoudend waren
voor het opzetten van een regionale structuur onder de noemer "plan
régional de sécurité".
De Fransen zullen nu een tegenvoorstel doen op het eerstvolgend
Frans-Belgisch strategisch overleg dat de politiediensten en de
bevoegde bestuurlijke en gerechtelijke autoriteiten van de twee
landen groepeert.
Ik wil daarbij nog de volgende bemerking maken. Voor een vlotte
samenwerking met de Franse politiediensten moet de Franse wet
worden aangepast om het Belgische politieagenten mogelijk te maken
op Frans grondgebied wapens te dragen en ook om verdachten
staande te houden. Die aanpassing van de Franse wet is al heel lang
aangekondigd, maar nog altijd niet doorgevoerd. Nochtans is die
aanpassing belangrijk om een meer intense samenwerking te
realiseren zoals die bijvoorbeeld de laatste jaren tot stand is gekomen
tussen de Belgische en de Nederlandse politiediensten in de
grensstreek.
13.03 Patrick Dewael, ministre:
Une proposition belge dénommée
"Plan régional de sécurité" prévoit
une approche globale à l'égard
d'un certain nombre de priorités
communes concernant la région
transfrontalière.
Lors d'une réunion qui s'est tenue
le 18 décembre 2006, les Français
ont accepté la fixation de priorités
communes mais se sont montrés
réticents en ce qui concerne la
mise sur pied d'une structure
régionale sous l'appellation « Plan
régional
de
sécurité ».
Ils
soumettront une contreproposition
lors de la prochaine concertation
entre les services de police
français et belges et les autorités
administratives
et
judiciaires
compétentes.
La loi française doit toutefois
encore
être
adaptée
pour
permettre aux agents de police
belges de porter des armes sur le
territoire français et d'interpeller
des suspects. Il s'agit d'une
adaptation importante dans le
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
cadre du renforcement de la
coopération.
Dans la lutte contre le tourisme transfrontalier de la drogue, les
services de police belge collaborent avec les collègues des Pays-Bas
et de la France. Les actions régulières "Hazeldonk" et "Etoile" mais
également les "Joint Hit Teams" dans la région frontalière en
constituent les exemples les plus visibles.
Nous ne pouvons lutter avec succès contre la criminalité
transfrontalière que si nous le faisons dans un contexte international.
D'où l'initiative du côté belge pour rédiger ensemble avec la région
frontalière française un tel plan de sécurité régionale. D'après moi, la
criminalité de la drogue peut effectivement constituer un des
phénomènes qui figure dans ce plan de sécurité.
De
Belgische,
Franse
en
Nederlandse
politiediensten
werken samen in de strijd tegen
het
grensoverschrijdende
drugstoerisme. Aangezien de strijd
tegen de grenscriminaliteit een
internationale aanpak vergt, heeft
België het initiatief genomen om,
in overleg met de autoriteiten uit
de Franse grensstreek, een
regionaal veiligheidsplan op te
stellen.
13.04 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, ik
stel vast dat de goede wil om samen iets uit te werken blijkbaar nog
steeds aanwezig is. Spijtig genoeg bleef dat tot op vandaag bij
intenties. Concrete resultaten zijn er immers nog niet. Ik vraag u dan
ook hiervoor aandacht te hebben en om te proberen in de loop van
volgend jaar, samen met de Fransen, de prioriteiten van hogerhand
vast te leggen. Ik weet dat de politiediensten en de parketten
regelmatig samen zitten om de grensoverschrijdende problemen te
proberen aan te pakken. Ik denk dat er van hogerhand ook signalen
moeten worden gegeven om dit daadwerkelijk te realiseren zodat men
eindelijk een gezamenlijke aanpak zou hebben.
13.04 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): La bonne volonté est
manifestement présente mais les
bonnes
intentions
doivent
également être traduites dans les
faits.
13.05 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je serai tout
aussi bref.
Il y a un monde entre les intentions et la réalité. Monsieur le ministre,
je ne vous en fais certainement pas le reproche. En matière de
collaboration, certaines choses fonctionnent, on le voit tous les week-
ends sur notre territoire. Néanmoins, il serait intéressant de prendre le
problème à la source. En effet, l'origine de cette délinquance est
identifiée comme étant française.
Monsieur le ministre, j'ai cru comprendre que vous poursuivrez dans
vos compétences. J'en suis très heureux et j'espère déjà pouvoir vous
féliciter. Si tout ceci se concrétise en quelques heures ou quelques
jours, je vous proposerais ­ si vous en avez l'intention ­ de vous
déplacer sur le terrain. C'est avec grand plaisir que je vous
accompagnerais car il faut motiver les gens de terrain et faire
comprendre aux autorités françaises que l'on ne prend pas ce
problème à la légère mais qu'il faut des résultats. On ne peut pas
continuer ainsi, de semaine en semaine, alors que les statistiques
s'alourdissent, sans qu'il y ait une réelle prise de conscience. Elle doit
se faire non seulement pour ceux qui veulent lutter mais aussi pour
ceux qui, sincèrement, ne comprennent pas le message qu'on leur
donne. Malheureusement, le problème vient très souvent du même
côté de la frontière, du côté français. Vous m'aurez compris.
13.05 Jean-Luc Crucke (MR):
Tussen de intenties en de
werkelijkheid gaapt er inderdaad
een diepe kloof, maar het zou
interessant zijn het probleem aan
de bron aan te pakken. De
oorzaak van het probleem ligt in
Frankrijk. Als u uw bevoegdheden
verder blijft uitoefenen, wat ik
hoop, zou ik u voorstellen u ter
plaatse te begeven: men zou
inderdaad de mensen in het veld
moeten motiveren en de Franse
autoriteiten tonen dat we de zaak
niet lichtzinnig opnemen.
13.06 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, il faut respecter les prérogatives du Roi en ce qui concerne
la prestation de serment. Il faut également respecter l'autonomie des
autres États. Les contacts bilatéraux sont plus faciles avec les Pays-
Bas. La France pose davantage problème car elle hésite à adapter sa
13.06 Minister Patrick Dewael:
De prerogatieven van de Koning
en de autonomie van de Staten
moeten worden gerespecteerd. De
contacten verlopen vlotter met
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
législation. Le port d'arme et les possibilités d'arrêt sont des difficultés
qui doivent être résolues aussi de façon politique par le législateur
français. Ce sont là des opportunités pour nos compatriotes
francophones!
Nederland dan met Frankrijk, dat
nog aarzelt om zijn wetgeving aan
te passen.
13.07 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, c'est parce que
je respecte les prérogatives du Roi que j'ai parlé de voeux. Comme
vous le savez, il faut parfois exprimer ses voeux pour qu'ils se
réalisent! Si vous n'en voulez pas, je ne les exprime pas! Je l'ai fait
par sympathie!
Quant aux autorités françaises, on peut très bien se trouver du côté
de la frontière belge et expérimenter la chose. Vous verrez que c'est
suffisamment éloquent. Pour que ce soit efficace, il vaut mieux jouer à
deux dans la même pièce.
13.08 Patrick Dewael, ministre: Il en est de même pour les traités.
Le traité de Prüm en est d'ailleurs un très bon exemple. Les entretiens
que j'ai eus à l'époque avec mon collègue français, M. Sarkozy, se
sont toujours bien passés mais pour l'exécution, l'implémentation,
c'est autre chose!
13.08 Minister Patrick Dewael:
Hetzelfde geldt voor de verdragen,
en het Verdrag van Prüm is daar
een goed voorbeeld van: de
onderhandelingen zijn altijd goed
verlopen, maar de uitvoering is
een ander paar mouwen!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Samengevoegde vragen van
- de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
taalkennis bij de Brusselse politie" (nr. 664)
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
taalkennis bij de Brusselse politie" (nr. 673)
14 Questions jointes de
- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la connaissance des langues
au sein de la police bruxelloise" (n° 664)
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la connaissance des
langues au sein de la police bruxelloise" (n° 673)b>
14.01 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, het
Grondwettelijk Hof vernietigde onlangs de overgangsmaatregelen
waardoor agenten in Brussel tot eind 2007 de tijd hadden om hun
tweetaligheid aan te tonen. Na de politiehervorming kreeg de
Brusselse politie vijf jaar de tijd om de tweede taal aan te leren. Bij het
verstrijken van die periode, op 1 april 2006, - het lijkt mij geen grap -
beschikte amper de helft van de politieagenten over een
tweetaligheidattest.
Met het oog op de opvolging van de problematiek zou ik graag van u
een antwoord krijgen op de volgende vragen.
Ten eerste, kunt u mij de geactualiseerde gegevens geven,
bijvoorbeeld op datum van 30 november 2007, van het aantal
personeelsleden van de politiediensten per taalgroep in elke
Brusselse politiezone, met vermelding van het aantal personeelsleden
dat een taalpremie geniet en met vermelding van het aantal
personeelsleden dat voldoet aan de vereiste van taalkennis?
Ten tweede, wat is de verantwoording voor het feit dat
14.01 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): La Cour constitutionnelle a
annulé récemment la mesure
transitoire qui donnait aux agents
bruxellois jusqu'à fin 2007 pour
fournir
la
preuve
de
leur
bilinguisme. À la date du 1
er
avril
2006, à peine la moitié d'entre eux
était titulaire d'une attestation de
bilinguisme.
Combien d'agents de police y
avait-il par groupe linguistique
dans la zone de police de
Bruxelles à la date du 30
novembre
2007?
Combien
d'agents recevaient-ils à cette date
une prime linguistique? Combien
d'agents
possèdent-ils
des
connaissances
linguistiques
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
personeelsleden die niet over de vereiste taalkennis beschikken, wel
een taalpremie ontvangen?
suffisantes? Comment se fait-il
que des agents qui ne possèdent
pas
les
connaissances
linguistiques requises reçoivent
une prime linguistique?
14.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
heb mij aangesloten bij de vraag, omdat er zich een belangwekkend
nieuw feit heeft voorgedaan, namelijk het arrest van het
Grondwettelijk Hof van enkele weken geleden in verband met de
tijdelijke uitbreiding van de zogenaamde taalhoffelijkheid naar de
Brusselse politie.
De wetsbepalingen, de zogenaamde artikelen 73 en 74, waren
bedoeld om de duidelijke taalwetgeving in het Hoofdstedelijk Gewest
te kunnen omzeilen tot eind 2007, in de hoop en de verwachting dat
er tegen dan een nieuwe bestuursmeerderheid zou zijn die de
taalvereisten zou afzwakken of onderuithalen. Het opzet is dubbel
mislukt: de omzeiling werd ongedaan gemaakt door het
Grondwettelijk Hof en er is nog altijd geen meerderheid gevonden die
bereid is om de taalwet te torpederen.
Er rijzen dus veel vragen over de gevolgen van het arrest op het
terrein.
Mijnheer de minister, ten eerste, welke rechtsgevolgen heeft het
arrest volgens u, sinds de uitspraak op 28 november? Welke
gevolgen heeft het vanaf de publicatiedatum? Welke instantie of
minister moet zorgen voor de publicatie? Werden reeds de nodige
initiatieven genomen, opdat de publicatie onverwijld kan
plaatsvinden?
Ten tweede, aangezien de wet vernietigd werd, zijn er geen
benoemingen of bevorderingen meer mogelijk van personen die geen
bewijs kunnen leveren van de kennis van de andere landstaal.
Stonden er benoemingen of bevorderingen op stapel? Zo ja, wat
gebeurt er met de dossiers? Wordt aan de betrokkenen een
intensieve taalcursus gegeven, opdat ze toch kunnen slagen?
Ten derde, kunt u een overzicht geven van de inspanningen die u
sinds april 2006 geleverd hebt om een voldoende taalkennis te
verzekeren? Welke vruchten heeft dat afgeworpen? Kunt u een
overzicht geven van de evolutie inzake taalkennis en slaagcijfers
tussen april 2006 en november of december 2007, enerzijds bij de
gewezen rijkswachters en anderzijds bij degenen die de voorbije
zeven jaar werden aangeworven?
Ten vierde, op welke manier wordt er voor gezorgd dat de
taalwetgeving voortaan correct wordt nageleefd, zeker nu de
bepalingen door het Grondwettelijk Hof werden vernietigd, zowel ten
aanzien van oud-rijkswachters als ten aanzien van de nieuw
aangeworven inspecteurs? Op welke wijze worden zij aangezet om de
taalexamens af te leggen? Welke gevolgen worden verbonden aan de
weigering om deel te nemen of het herhaald mislukken?
Ten slotte, welke initiatieven kunt u in het kader van de lopende zaken
- die vraag is al een klein beetje achterhaald - nemen om de naleving
van de taalwetgeving en van het arrest alsnog te verzekeren? Ik heb
14.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le 28 novembre, la Cour
constitutionnelle a annulé les
articles 73 et 74 de la loi du 20
juillet 2006, dispositions dont la
finalité était de permettre de
contourner
la
législation
linguistique dans la Région de
Bruxelles-Capitale jusqu'à la fin de
2007.
Selon le ministre, quels effets
juridiques cet arrêt a-t-il eus
depuis le 28 novembre et depuis la
date de sa publication? Quelle
autorité ou quel ministre est
responsable de sa publication?
Quelles initiatives ont déjà été
prises afin de faire procéder sans
délai à sa publication? Y a-t-il des
nominations ou des promotions
qui étaient programmées et qui
sont
devenues
impossibles
aujourd'hui? Qu'adviendra-t-il de
ces dossiers? Les intéressés
suivront-ils un cours de langue
intensif? Le ministre pourrait-il
donner une vue d'ensemble des
efforts qu'il a fournis depuis avril
2006 afin de veiller à ce que les
intéressés
acquièrent
des
connaissances
linguistiques
suffisantes? À quels résultats ont
abouti ces efforts? Le ministre
pourrait-il fournir un aperçu de
l'évolution des chiffres de réussite
entre avril 2006 et novembre
2007? Quelles dispositions a-t-il
prises pour faire en sorte que la
législation
linguistique
soit
désormais respectée comme il se
doit? Comment a-t-il incité le
personnel policier à présenter des
examens linguistiques? Quelles
conséquences peut entraîner le
refus de participer à un tel examen
ou le fait d'échouer à un tel
examen?
Quelles
initiatives
pourraient être prises dans le
cadre des affaires courantes afin
d'assurer le respect de la
législation linguistique et de
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
begrepen dat u de eer zal hebben om binnenkort voor het Parlement
te staan als kersverse, nieuwe minister van Binnenlandse Zaken,
tenzij wij verkeerd zijn geïnformeerd? Ik vraag dus meteen of u ter
zake al enige inzichten hebt?
l'arrêt?
14.03 Minister Patrick Dewael: Mijnheer Laeremans, u kunt ministers
niet ondervragen over hun intenties en zeker niet wanneer ze de
functie nog niet bekleden. Dat is twee keer naast de kwestie.
Collega's, wij hebben indertijd naar aanleiding van het wetsontwerp,
waarbij de periode daadwerkelijk werd verlengd, langdurig
gedebatteerd. Ik heb altijd benadrukt dat twee premissen in het
dossier moesten worden verzoend. Enerzijds is er het uitgangspunt
van de veiligheid van de burger en anderzijds is er de tweetaligheid,
die wordt opgelegd.
Door een hele reeks van maatregelen is de overheid erin geslaagd
om de historische personeelstekorten in de Brusselse politiezones
weg te werken. Dat is volgens mij een cruciaal gegeven in het belang
van de veiligheid van de burger. Daarnaast zijn er maatregelen
genomen, inclusief federale subsidiëring, om de Brusselse
politieagenten de vereiste taalopleidingen te laten volgen. In het kader
van die twee premissen bleek uit de parlementaire debatten op zijn
minst dat eenvoudige oplossingen in het dossier niet voorhanden zijn.
Het arrest heeft pas gevolgen na de publicatie ervan. Het hof heeft de
gevolgen van de vernietigende bepalingen gehandhaafd tot die
datum. De publicatie gebeurt door de griffie van het hof. De
publicatiedatum wordt dus niet door mij bepaald.
Vanaf de publicatie van het arrest zullen de kandidaten voor hun
aanwijzing, benoeming of bevordering bij keuze in een Brusselse
politiezone bij hun kandidaatstelling een kopie van het vereiste
taalgetuigschrift moeten voegen. Op korte termijn zullen de
aanwijzingsprocedures, ook die in Mobiliteit, worden aangepast en zal
de tweetaligheid dan ook als een formele voorwaarde moeten worden
benadrukt. Voor de lopende dossiers is de toestand afhankelijk van
de fase waarin de procedure zich bevindt op de datum van de
publicatie. In concreto zal elk dossier dus afzonderlijk moeten worden
bekeken. Er wordt niet in speciale cursussen voorzien voor die
specifieke categorie. Bestaande inspanningen worden op dat vlak
voortgezet.
De initiatieven die de zones hebben genomen om de taalkennis op te
krikken, zijn divers, met als constante de organisatie van
taalcursussen. Sommige zones vullen dat aan met eigen bijkomende
initiatieven. Het oude procedé van het vormen van taalgemengde
equipes is nog altijd een goede praktische taalopleiding.
Ik heb nog een specifiek antwoord op de vraag van collega Jambon.
Het is niet zo dat er taalpremies zouden worden toegekend aan
personeelsleden die niet wettelijk tweetalig zijn. Wel wordt in
sommigen gevallen bij promotie naar een graad waaraan een
zwaarder taalniveau is verbonden, aanvaard dat het personeelslid het
bedrag van de premie overeenkomstig zijn oude graad behoudt, tot hij
het hogere taalexamen heeft afgelegd.
De reeds van kracht zijnde maatregelen zoals taalopleidingen,
14.03 Patrick Dewael, ministre:
Dans ce dossier, il est essentiel de
concilier autant que possible les
objectifs de sécurité et de
bilinguisme. Les pouvoirs publics
ont réussi à résoudre pour ainsi
dire totalement les problèmes de
pénurie d'effectifs dans les zones
de police bruxelloises et ils
s'efforcent en même temps de
dispenser aux agents de police les
formations linguistiques requises.
Il n'existe toutefois aucune solution
simple.
L'arrêt ne produira ses effets que
lorsqu'il aura été publié par le
greffe de la Cour. À partir de cet
instant, les candidats à une
désignation, une nomination ou
une promotion dans une zone de
police bruxelloise devront pouvoir
produire une copie de l'attestation
de
connaissance
linguistique
requise.
À bref délai, il conviendra de
mettre l'accent sur le bilinguisme
en tant que condition formelle.
Pour les dossiers en cours, tout
dépendra
du
stade
de
la
procédure à la date de la
publication.
Il n'est pas prévu d'organiser des
cours de langue spéciaux mais les
efforts entrepris seront poursuivis.
La plupart des zones organisent
en permanence des cours de
langues complétés par des
initiatives propres. Des équipes
linguistiquement
mixtes
sont
également constituées.
Aucune prime linguistique n'est
allouée à des membres du
personnel qui ne sont pas
bilingues légaux mais il est
fréquent qu'en cas de promotion à
une fonction requérant un niveau
linguistique plus élevé, des agents
conservent leur prime antérieure
jusqu'à ce qu'ils se soumettent à
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
moeten worden voortgezet. In het licht van het arrest wordt bekeken
of er zich geen andere maatregelen opdringen. Verschillende opties
zijn daarbij mogelijk, maar ik wens daar op dit ogenblik niet op vooruit
te lopen. Voor de remediëring dringt zich hoe dan ook een wetgevend
initiatief op. Te gepasten tijde zal de discussie dus opnieuw in het
Parlement kunnen worden gevoerd.
Ik herhaal de paradox. We moesten tot voor kort alle hens aan dek
roepen om de kaders in Brussel opgevuld te krijgen, wat met succes
is gebeurd. Op dit ogenblik lopen we echter het risico een deel van die
mensen te moeten meedelen dat zij er eigenlijk niet hadden mogen
zitten om andere, evidente taalredenen. We balanceren altijd tussen
die twee uitgangspunten.
Er werd om cijfergegevens gevraagd. Ik moet daarvoor opzoekingen
laten doen en er moet navraag worden gedaan bij de zones. De
geactualiseerde cijfers heb ik op dit ogenblik nog niet. Ik laat ze
verzamelen en ik zal ze u zo spoedig mogelijk bezorgen.
l'examen. Il faut en tout état de
cause une initiative législative.
Je n'ai pas en ma possession les
données chiffrées demandées
mais je vais les faire collecter dans
les meilleurs délais.
14.04 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u
dat mij die cijfers zult bezorgen.
Het debat zal inderdaad nog worden gevoerd in het Parlement.
14.04 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Je remercie le ministre pour
cet engagement.
14.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
ben een beetje bevreesd wanneer u zegt dat we ons maar zullen
aanpassen aan het arrest, zodra het wordt gepubliceerd.
U bent de behoeder van de wet. Als een wet niet meer bestaat en als
het hoogste rechtscollege in ons land een wet ongrondwettelijk en
onwettig acht, moet u daaraan de nodige gevolgen geven.
Het is niet omdat de burger nog geen kennis ervan heeft genomen
wegens het gebrek aan publicatie, dat u daarvan zelf nog geen kennis
hebt kunnen nemen. U hebt uiteraard het arrest in handen en dus
vind ik het logisch dat alvast u, uw diensten, de federale administratie
en de politiediensten rekening houden met het arrest en nu niet
tersluiks nog een paar honderd benoemingen doorvoeren om toch
maar de wet te kunnen omzeilen.
Ik hoop dat u zich naar de wet gedraagt en ik zal in elk geval het
benoemingsbeleid inzake de politie vanaf de datum van het arrest
goed in het oog houden.
Wat betreft de mogelijke initiatieven die u hebt genomen om de
taalwetgeving beter te doen naleven, daaraan hebt u heel weinig
nieuwe elementen toegevoegd. We hebben u al vaker ondervraagd
en ik dacht dat u in het licht van het arrest een aantal nieuwe
initiatieven zou aankondigen of zou zeggen wat u de afgelopen
maanden hebt gedaan, omdat u wist dat de einddatum van
31 december 2007 eraan kwam.
U had zich daarop als verantwoordelijke minister minstens voorbereid
moeten hebben, maar blijkbaar hebt u dat helemaal nog niet gedaan.
U hebt gewoon een afwachtende houding aangenomen. Ik denk dat
u, zelfs al bent u in lopende zaken, veel meer had kunnen doen dan
dat.
14.05 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le ministre adopte une
attitude attentiste. Il connaît l'arrêt
et peut d'ores et déjà en tenir
compte.
Il n'est pas exact qu'il faille une
initiative
législative.
Il
faut
simplement
appliquer
la
loi
existante. Nous espérons que la
législation ne va pas être
davantage encore vidée de sa
substance et que le ministre
veillera personnellement à sa mise
en oeuvre.
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
Wanneer u op het einde zegt dat er zich nieuwe wettelijke initiatieven
opdringen, dan hebt u het helemáál verkeerd. Dat is namelijk niet
nodig. De foutieve wetgeving die u had uitgevaardigd, die nu door het
Grondwettelijk Hof geschorst is, was verkeerd, maar dat was hoe dan
ook een overgangswet zodat men zich bij de politie in regel zou
kunnen stellen en om de bestaande wetgeving te kunnen toepassen.
Het enige wat er dus in de toekomst moet gebeuren, is ervoor zorgen
dat de bestaande wetgeving wordt toegepast. Nieuwe politieke of
nieuwe wettelijke initiatieven zouden alleen maar dienen om de
bestaande taalwetgeving uit te hollen.
Ik neem aan dat iedereen die hier zit en die een volgende regering zal
steunen, weet dat het niet kan, zeker na het nieuwe arrest van het
Grondwettelijk Hof, dat de taalwetgeving nog maar eens uitgehold zou
worden. Het arrest van het Grondwettelijk Hof, van het hoogste
rechtscollege, dat paritair is samengesteld, is zeer duidelijk. Het zou
niet opgaan dat u op alle mogelijke manieren nog maar eens de
taalwet onderuithaalt en de tweetaligheid van Brussel ondermijnt.
Mijnheer de minister, ik vraag u dus om zelf het voorbeeld te geven.
Zorg dat de taalwetgeving in Brussel wordt nageleefd en zie daarop
toe.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van de heer Bruno Stevenheydens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de problemen met het softwareprogramma voor de brandweerkorpsen in Oost-
Vlaanderen" (nr. 674)
15 Question de M. Bruno Stevenheydens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
problèmes informatiques auxquels sont confrontés les corps de pompiers en Flandre orientale"
(n° 674)b>
15.01 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, sinds 10 augustus van dit jaar dient
bij interventies van de brandweer het principe van de snelste
adequate hulp gehanteerd te worden. De Oost-Vlaamse gouverneur
heeft recentelijk de moeilijkheden bij het bepalen welk
brandweerkorps er moet uitrukken bij een brand of incident
aangekaart.
De provincie Oost-Vlaanderen zou als een van de eerste
gebruikgemaakt hebben van de moderne ASTRID-technologie voor
het uitsturen van de brandweerkorpsen. Een computerprogramma
bepaalt welk brandweerkorps het snelste ter plaatse kan zijn. De
meeste korpsen maken gebruik van het softwareprogramma CityGIS.
In Oost-Vlaanderen is men echter overgestapt op Intergraph. Omdat
er nog problemen zijn met de software, waarvan de gouverneur dat ze
binnen drie maanden nog niet opgelost zijn, zijn er in Oost-
Vlaanderen twintig grijze zones waar men niet weet welk korps het
snelste ter plaatse kan zijn.
De Oost-Vlaamse gouverneur heeft het initiatief genomen om alle
burgemeesters en brandweercommandanten uit te nodigen voor een
overlegvergadering op vandaag, 19 december, om een aantal
oplossingen uit te werken. Hij wil een einde stellen aan de
onduidelijke situatie, die zo vlug mogelijk verholpen moet worden,
want als het misloopt, kunnen de gevolgen wel eens zeer ernstig zijn.
15.01 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Depuis le 10
août,
les
pompiers
doivent
appliquer le principe de l'aide
adéquate la plus rapide pour leurs
interventions. Cette règle pose des
problèmes dans la province de
Flandre
orientale,
une
des
premières à être passée à la
technologie moderne ASTRID
pour l'envoi de corps de pompiers.
Le logiciel Intergraph, qui doit
déterminer quel corps de pompiers
est
censé
arriver
le
plus
rapidement sur les lieux, est
encore insuffisamment fiable. Le
gouverneur de la province a dès
lors invité tous les bourgmestres et
commandants des pompiers à une
réunion de concertation le 19
décembre.
Dans
20
"zones
grises", il n'est en effet pas
possible de savoir quel corps
arrivera le plus rapidement sur les
lieux.
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Wachten op de software, waarvan de gouverneur zegt dat het nog
drie maanden zal duren, en voor de rest niets doen, is geen optie zijn.
Niet alleen de veiligheid, maar ook de goede werking tussen de
verschillende brandweerkorpsen kan erdoor in het gedrang komen.
Ik kom tot mijn vragen.
Is de minister op de hoogte van het probleem in Oost-Vlaanderen?
Werd de minister ingelicht over de vergadering van vandaag? Werd
de minister betrokken bij de problematiek? Wat zijn de inzichten van
de minister om uit de impasse te geraken?
Hoe is het mogelijk dat korpsen overschakelen op een ander
computerprogramma als dat nog niet ter beschikking is? Wie heeft de
beslissing genomen om over te stappen?
In hoeveel brandweerzones rijst momenteel het probleem dat men
niet kan bepalen welk korps het snelste ter plaatse kan zijn?
Le ministre a-t-il connaissance de
ces problèmes et a-t-il été informé
de cette réunion? Comment
pense-t-il sortir de l'impasse?
Comment se fait-il que des corps
de pompiers utilisent un nouveau
logiciel qui n'est pas encore au
point? Qui en a pris la décision?
Combien de zones de pompiers
sont
actuellement
dans
l'impossibilité de déterminer quel
corps de pompiers arrivera le plus
rapidement sur les lieux?
15.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, ik ben op de
hoogte van een aantal problemen die zich voordoen in Gent. Mijn
diensten zijn gestart met het beschrijven van de specificiteit inzake de
noodzakelijke
aanpassingen
aan
de
CAD,
de
Computer Aided Dispatching-software, eind augustus. Na een
consultatieronde bij de politie, die een co-gebruiker is van dezelfde
technologie, werd op 1 oktober ook officieel de vraag overgemaakt
aan de firma ASTRID om het CAD-systeem aan te passen. Helaas
heeft men mij laten weten dat de aanpassingen meer tijd zouden
vergen dan eerst was voorzien. Daarom vindt vandaag, op
19 december, een vergadering plaats, waarop mijn diensten in
samenspraak met de hulpdiensten en de 100-centrale, zoeken naar
een pragmatische oplossing.
In het regeerakkoord van de huidige ontslagnemende regering was
opgenomen dat zou worden overgestapt naar het CAD-systeem
ASTRID met het oog op de integratie van de nood- en hulpcentrales
100 en 101 in het 112-systeeem. Op 9 maart werd de eerste migratie
uitgevoerd in het hulpcentrum van de provincie Oost-Vlaanderen in
Gent. Alle brandweerdiensten, gegroepeerd in zes zones die bediend
worden vanuit het 100-centrum van Gent, zijn betrokken bij deze
problematiek.
15.02 Patrick Dewael, ministre:
J'ai
connaissance
de
ces
problèmes. Mes services ont
commencé fin août à décrire les
modifications à apporter au logiciel
de CAD, CAD signifiant "computer
aided dispatching". À l'issue de
consultations auprès de la police,
qui a recours à la même
technologie, l'entreprise ASTRID a
été priée officiellement le 1
er
octobre d'adapter son logiciel. La
société a fait savoir que ces
améliorations prendraient plus de
temps que prévu. C'est pourquoi
mes services tenteront, lors de la
réunion
du
19
décembre,
d'apporter
une
solution
pragmatique au problème en
collaboration avec les services de
secours et le central 100.
On pouvait lire dans l'accord de
gouvernement Verhofstadt II que
le passage au système de CAD
ASTRID était nécessaire pour
intégrer les centraux d'urgence et
de secours 100 et 101 au système
112. La première migration vers
cette nouvelle technologie a dès
lors été opérée le 9 mars au
centre de secours de la province
de Flandre orientale, à Gand.
Le problème touche d'ailleurs
l'ensemble
des
services
de
pompiers desservis par le centre
100 de Gand.
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
15.03 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Dank u, mijnheer de
minister, voor uw antwoord. Toch nog één aspect. Hoe is het mogelijk
dat men overstapt op een programma dat nog niet klaar is? Kan men
dan niet beter enkele maanden wachten voor men dat nieuwe
programma in gebruik neemt?
15.03 Bruno Stevenheydens
(Vlaams
Belang):
Pourquoi
change-t-on
de
programme
informatique pour en utiliser un
autre qui n'est pas encore au
point?
15.04 Minister Patrick Dewael: Enige ervaring leert: in de praktijk is
het zeer frequent en courant dat men nieuwe systemen opstart en dat
men
in
de
startperiode
van
computersystemen
of
informaticaprogramma's met een aantal kinderziekten wordt
geconfronteerd, die dan in overleg met alle betrokkenen uit de wereld
worden geholpen. In uw ideale der werelden drukt men waarschijnlijk
op een knop en duikt er nooit nog een probleem op. Maar
kinderziektes zijn in alle informaticaprogramma's, waar zij ook worden
gebezigd, bij de overheid of in de privésector, altijd legio.
15.04 Patrick Dewael, ministre:
C'est le propre des programmes
d'ordinateur de faire des "maladies
infantiles" à leurs débuts.
15.05 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Hoe snel meent u
dat een einde kan gevonden worden voor het probleem?
15.05 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Quand trouvera-
t-on une solution à ce problème?
15.06 Minister Patrick Dewael: Zo snel mogelijk.
15.06 Patrick Dewael, ministre:
Le plus vite possible.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
16 Question de M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
possibilité pour le fédéral de prendre en charge l'entièreté des coûts de l'introduction de la carte
d'identité électronique" (n° 680)b>
16 Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de eventuele tenlasteneming door de federale overheid van alle kosten van de invoering
van de elektronische identiteitskaart" (nr. 680)
16.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le ministre, les communes disposent gratuitement, en tout cas pour
quatre ans, du personnel des entreprises publiques autonomes mis à
leur disposition.
Pour la cinquième année, un régime transitoire a été prévu instaurant
la prise en charge par les communes de 50% des coûts de mise à
disposition de ce personnel.
Au-delà de cette période, les communes, qui continuent à bénéficier
de ces agents, doivent prendre en charge la totalité de leur traitement.
Récemment l'Union des villes et communes de Wallonie a fait savoir
que les communes sont confrontées à de "nouvelles" missions - en
tout cas c'est ainsi qu'elles les qualifient - dans le cadre de la
délivrance des cartes d'identité électroniques et l'accélération de cette
délivrance.
L'Union des villes et communes se demande si cette opération ne
devrait pas figurer intégralement, tant au niveau du personnel que du
matériel, à charge du budget fédéral ou, à tout le moins, si la mise à
disposition gratuite du personnel des entreprises publiques
autonomes ne devrait pas être prolongée.
16.01 Christian Brotcorne
(cdH): De gemeenten hebben het
personeel van de autonome
overheidsbedrijven voor vier jaar
gratis tot hun beschikking. Voor
het
vijfde
jaar
geldt
een
overgangsregeling en dragen de
gemeenten vijftig procent van de
kosten voor het ter beschikking
stellen van dat personeel. Nadien
moeten de gemeenten die die
personeelsleden blijven tewerk-
stellen hun volledige bezoldiging
ten laste nemen.
De Waalse Vereniging van Steden
en Gemeenten liet onlangs weten
dat de gemeenten er in het kader
van
de
uitreiking
van
de
elektronische
identiteitskaarten
een aantal taken bij krijgen. De
Vereniging vraagt zich af of de
daarmee samenhangende kosten
niet door de federale begroting
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
Monsieur le ministre, quelle est votre position quant à cette possibilité
de prise en charge des frais liés à l'introduction de la carte d'identité
par l'État fédéral? Estimez-vous possible ou opportune la poursuite de
la mise à disposition gratuitement au bénéfice des communes du
personnel des entreprises publiques autonomes.
zouden
moeten
worden
gefinancierd indien de gratis
terbeschikkingstelling
van
het
personeel van de autonome
overheidsbedrijven
niet
zou
worden verlengd.
Wat is uw standpunt in dat
verband?
16.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, monsieur
Crucke, le statut juridique auquel vous vous référez a été instauré par
l'arrêté royal du 3 juillet 2007. Cet arrêté royal a été édicté en
exécution des décisions prises par le Conseil des ministres des 30
mars et 20 avril 2007. À l'issue de ces réunions, le Conseil des
ministres a en effet autorisé la prolongation à concurrence de deux
ans du délai initialement fixé à trois ans de mise à disposition des
communes d'agents détachés des entreprises publiques autonomes,
ce afin d'assurer la délivrance de la carte d'identité électronique.
Si la commune le souhaite et si les agents concernés y consentent,
ceux-ci pourront poursuivre leur travail dans la commune via une
nomination à titre définitif auprès du SPF Intérieur. Dans ce cas, ils
sont mis à la disposition de la commune qui les occupe actuellement
jusqu'à leur mise à la pension. Une telle nomination est toutefois
subordonnée à la condition qu'avant l'expiration du délai initial de
mise à disposition fixé à trois ans, la commune prenne l'engagement
d'occuper l'agent jusqu'à sa mise à la retraite.
Si la commune prend cet engagement et dispose de l'agent à titre
gratuit durant la quatrième année, elle doit alors prendre en charge la
moitié du coût salarial durant la cinquième année.
À partir de la sixième année, le coût salarial de l'agent mis à
disposition de la commune doit être intégralement remboursé par
celle-ci au service de l'État à gestion séparée chargé de la gestion
des cartes d'identité. La charge de la pension sera par ailleurs
supportée par le SPF Intérieur.
Je voudrais ici préciser que je n'ai pas contresigné l'arrêté royal
précité du 3 juillet 2007: celui-ci porte le contre-seing, de la ministre
du Budget, du ministre de la Fonction publique et du secrétaire d'État
aux Entreprises publiques. Il revient donc au premier chef à ce
ministre et à ce secrétaire d'État d'apprécier l'opportunité de modifier
les modalités de prise en charge des frais liés à la mise à disposition
de ces agents.
Je suis d'avis, quoi qu'il en soit, qu'un gouvernement d'affaires
courantes n'est pas habilité à prendre une initiative dans ce sens.
16.02 Minister Patrick Dewael:
Het statuut waarnaar u verwijst,
werd ingevoerd bij het koninklijk
besluit van 3 juli 2007, in
uitvoering van de beslissingen van
de Ministerraad van 30 maart en
20 april 2007. Zodoende kon de de
terbeschikkingstelling
van
gedetacheerde
personeelsleden
van
de
openbare
overheidsbedrijven,
die
aanvankelijk een periode van twee
jaar betrof, met een jaar worden
verlengd.
Indien de gemeente zulks wenst
en de personeelsleden daarmee
instemmen, kunnen ze tot hun
pensioen ter beschikking van de
gemeente worden gesteld, op
voorwaarde dat de gemeente, vóór
het verstrijken van de initiële
periode van drie jaar, zich ertoe
verbindt het personeelslid tot aan
diens pensioen in dienst te
houden. Indien de gemeente zich
daartoe
verbindt
en
het
personeelslid
gedurende
het
vierde jaar gratis ter beschikking
wordt gesteld, moet ze voor het
vijfde jaar de helft van de
loonkosten op zich nemen.
Vanaf het zesde jaar moeten de
loonkosten van de ambtenaar die
ter beschikking van de gemeente
wordt
gesteld,
worden
terugbetaald aan de Staatsdienst
met afzonderlijk beheer belast met
het
beheer
van
de
identiteitskaarten. De pensioenlast
wordt door de FOD Binnenlandse
Zaken gedragen.
Het koninklijk besluit van 3 juli
2007 is medeondertekend door de
minister van Begroting, de minister
van Ambtenarenzaken en de
19/12/2007
CRIV 52
COM 058
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
staatssecretaris
voor
Overheidsbedrijven. Het staat aan
hen te beslissen over een
eventuele
wijziging
van
de
modaliteiten
inzake
de
tenlasteneming
van
de
betrokkenen. Daarenboven mag
een regering van lopende zaken
geen initiatief in die zin nemen.
16.03 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le ministre, je vous remercie pour ces précisions sur le plan juridique.
Je crois pouvoir comprendre, de la fin de votre intervention, que les
modalités sont susceptibles d'être revues, améliorées dans le cadre
d'un gouvernement classique.
16.03 Christian Brotcorne
(cdH): Daaruit leid ik af dat een
klassieke regering die modaliteiten
wel mag herzien.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Nous avons à présent des votes en séance plénière. Je
lève donc la séance puisque le ministre n'aura plus l'occasion d'être
présent après la plénière.
De voorzitter: Gelet op het feit
dat er in plenum tot stemmingen
wordt overgegaan, sluit ik de
vergadering.
16.04 Minister Patrick Dewael: (...)
16.05 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, pour la
facilité de tous, il n'y pas d'inconvénient à transformer les questions
orales en questions écrites.
16.06 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, je peux
remettre les réponses que j'ai préparées.
16.06 Minister Patrick Dewael: Ik
kan de antwoorden die al klaar
zijn, overhandigen.
Le président: Oui, c'est très bien. Je lève la séance.
De voorzitter: De mondelinge
vragen kunnen in schriftelijke
vragen worden omgezet.
La réunion publique de commission est levée à 16.25 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.25 uur.