KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 096
CRIV 52 COM 096
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
S
OCIALE
Z
AKEN
C
OMMISSION DES
A
FFAIRES SOCIALES
dinsdag
mardi
12-02-2008
12-02-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 096
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de situatie van de mantelzorgers op sociaal,
persoonlijk en beroepsvlak" (nr. 1765)
1
Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "la situation des aidants proches sur
un plan professionnel, social et personnel"
(n° 1765)
1
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Laurette
Onkelinx, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Laurette
Onkelinx, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "het voorlopig karakter van de oplossing voor
het dossier van de te hoge subsidies die het
RIZIV aan de rusthuizen en de rust- en
verzorgingstehuizen
heeft
betaald
en
de
toekomstperspectieven
van
deze
laatste"
(nr. 1564)
3
Question de M. Jean-Luc Crucke à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "le
caractère provisoire de la solution développée
dans le dossier des excédents de subventions
versées par l'INAMI aux maisons de repos et aux
maisons de repos et de soins et les perspectives
d'avenir de celles-ci" (n° 1564)
3
Sprekers:
Jean-Luc
Crucke,
Laurette
Onkelinx, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, Sonja Becq
Orateurs:
Jean-Luc
Crucke,
Laurette
Onkelinx, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique, Sonja Becq
Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"vrijwilligerswerk" (nr. 1783)
5
Question de Mme Sonja Becq à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "le
bénévolat" (n° 1783)
5
Sprekers: Sonja Becq, Laurette Onkelinx,
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Sonja Becq, Laurette Onkelinx,
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Samengevoegde vragen van
7
Questions jointes de
7
- de heer Josy Arens aan de minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "de verdere
vertraging in de verwerking van de dossiers voor
de pensioenaanvragen van personen met een
handicap" (nr. 1568)
7
- M. Josy Arens à la ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les retards
accumulés dans le traitement des dossiers de
demande
de
pensions
pour
personnes
handicapées" (n° 1568)
7
- mevrouw Meyrem Almaci aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
Directie-generaal Personen met een handicap
van de FOD Sociale Zekerheid" (nr. 1854)
7
- Mme Meyrem Almaci à la ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique sur "la Direction
générale Personnes handicapées du SPF
Sécurité sociale" (n° 1854)
7
Sprekers: Josy Arens, Laurette Onkelinx,
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Josy Arens, Laurette Onkelinx,
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van de heer Mathias De Clercq aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de noodzaak van lastenverlagingen voor
kleine
ondernemingen
en
handelszaken"
(nr. 1934)
9
Question de M. Mathias De Clercq à la ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"la nécessité de réduire les charges pour les
petites entreprises et les commerces" (n° 1934)
9
Sprekers: Mathias De Clercq, Laurette
Onkelinx, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs: Mathias De Clercq, Laurette
Onkelinx, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de dienstverlening inzake kinderbijslag via
de Kruispuntbank" (nr. 1844)
12
Question de Mme Meyrem Almaci à la ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"le rôle de la Banque carrefour dans le cadre du
paiement des allocations familiales" (n° 1844)
12
Sprekers:
Meyrem
Almaci,
Laurette
Onkelinx, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs:
Meyrem
Almaci,
Laurette
Onkelinx, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
Vraag van de heer Willem-Frederik Schiltz aan de 14
Question de M. Willem-Frederik Schiltz à la 14
12/02/2008
CRIV 52
COM 096
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "studentenarbeid" (nr. 1789)
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "le travail des étudiants" (n° 1789)
Sprekers: Willem-Frederik Schiltz, Laurette
Onkelinx, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs: Willem-Frederik Schiltz, Laurette
Onkelinx, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de naleving door de stad Verviers van haar
RSZ-verplichtingen
inzake
maaltijdcheques"
(nr. 1967)
16
Question de Mme Muriel Gerkens à la ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"le respect ou non par la ville de Verviers des
obligations vis-à-vis de l'ONSS relatives aux
chèques repas" (n° 1967)
16
Sprekers:
Muriel
Gerkens,
Laurette
Onkelinx, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs:
Muriel
Gerkens,
Laurette
Onkelinx, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de sociale wantoestanden in sommige
callcenters" (nr. 1993)
19
Question de M. Stefaan Vercamer à la ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"les situations sociales intolérables dans certains
centres d'appel" (n° 1993)
19
Sprekers: Stefaan Vercamer, Laurette
Onkelinx, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs:
Stefaan
Vercamer,
Laurette
Onkelinx, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
CRIV 52
COM 096
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE SOCIALE
ZAKEN
COMMISSION DES AFFAIRES
SOCIALES
van
DINSDAG
12
FEBRUARI
2008
Voormiddag
______
du
MARDI
12
FÉVRIER
2008
Matin
______
La séance est ouverte à 10.21 heures et présidée par M. Jean-Marc Delizée.
De vergadering wordt geopend om 10.21 uur en voorgezeten door de heer Jean-Marc Delizée.
Le président: Au point 1 de l'agenda, il y a une question de M. Crucke. Nous attendrons qu'il nous rejoigne.
Au point 2, il y a les questions jointes de M. Josy Arens, qui est présent et qui a toujours une longueur
d'avance; dès lors il est toujours forcément à l'heure! Et de Mme Meyrem Almaci, qui suite à un problème
de train nous rejoindra dès que possible. Elle demande si l'on peut attendre son arrivée. M. Arens est-il
d'accord pour attendre?
Josy Arens (cdH): Monsieur le président, je vais attendre.
Le président: Je remercie M. Arens de sa compréhension. C'est son choix d'accepter ou non. Nous
passons au point 4 de l'ordre du jour avec la question de M. Flahaux.
01 Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "la situation des aidants proches sur un plan professionnel, social et personnel" (n° 1765)</b>
01 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de situatie van de mantelzorgers op sociaal, persoonlijk en beroepsvlak" (nr. 1765)
01.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, madame
la ministre, notre système de santé, chacun se plait à le reconnaître,
est un bon système. Tous les malades y reçoivent l'assistance dont ils
ont besoin lorsqu'ils se retrouvent éprouvés par la maladie. Certains
d'entre eux ont cependant besoin, outre des médications et soins
prodigués par des professionnels, d'être accompagnés par des
aidants proches.
C'est sur la situation de ces derniers, qui représentent près de 6% de
notre population, que porte ma question.
En effet, leur travail, si je peux l'appeler ainsi, et je pense qu'il faudrait
l'appeler ainsi, est fondamental pour permettre aux personnes
souffrant de pathologies longues et/ou lourdes de continuer à vivre
dans des conditions décentes et dignes. Or, la situation de ces
personnes est souvent insuffisamment prise en compte.
Elles oeuvrent pourtant souvent au sacrifice même de leur vie
professionnelle, alors même qu'elles sont souvent diplômées, de leurs
loisirs, quand ce n'est pas au détriment de leur propre santé physique
et mentale, et ce pour la plupart sans rémunération. Ces personnes,
des femmes pour la plupart, à plus des deux tiers, consacrent
pourtant en moyenne plus de 17 heures par semaine à cette aide,
souvent au sein de leur foyer ou de leur famille, ce qui les amène à
devoir aménager leur temps de travail ou à renoncer à toute activité.
01.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Mantelzorgers spelen een
belangrijke rol bij de verzorging
van zieken. Hun inzet wordt echter
vaak onvoldoende beloond door
onze samenleving. Tot op heden
ontbreekt
elke
compensatieregeling. Er bestaan
geen
aanspreekpunten
of
praatgroepen. Ze kunnen geen
beroep
doen
op
een
solidariteitsmechanisme,
tenzij
dan op betaalde hulp, en dit op
een ogenblik dat ze een deel van
hun inkomsten moeten missen.
Het verenigingswerk biedt dikwijls
evenmin uitkomst, wegens de
afstand tussen de leefplaats en de
opvangvoorzieningen.
Welke stappen zal u doen om
aanspreekpunten voor die mensen
op te richten en ze er de weg
naartoe te doen vinden? Welke
compensatiemechanismes en
12/02/2008
CRIV 52
COM 096
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Si certains sont pensionnés ou prépensionnés, certains sont sans
revenus. Si les malades ont une allocation, les aidants quant à eux se
retrouvent lésés, quand ils ne sont pas précarisés par cette situation
d'aide.
Si cette aide est essentiellement liée aux tâches ménagères et
administratives, elle a aussi pour vocation à dispenser des soins
corporels, quand ce ne sont pas des soins infirmiers.
Cette générosité, source de baisse de revenu, d'isolement et de
souffrance est donc souvent bien mal récompensée par notre société,
puisqu'aucun mécanisme de compensation n'est mis en place.
Aucun service d'écoute, aucun groupe de parole autour de cette
problématique, afin de leur permettre d'échanger ou de se libérer du
poids qu'ils peuvent à certains moments éprouver, aucun système de
solidarité permettant un remplacement auprès du malade afin de leur
permettre de souffler un peu, si ce n'est quelques aides payantes,
alors même qu'ils sont en baisse de revenu, ou des actions d'origine
associative, aides qui sont en outre souvent difficiles à mettre en
oeuvre pour des problèmes d'éloignement entre le lieu de vie et les
structures d'accueil ou d'aide. Et surtout un manque d'information sur
les aides disponibles et la législation.
Madame la ministre, pourriez-vous nous informer sur les actions que
vous comptez prendre en direction de ces personnes, en termes de
développement de l'accès à l'information sur la législation et les
services d'aide?
Quelles actions comptez-vous mettre en oeuvre pour développer les
lieux d'écoute en direction de ces personnes et une information
performante sur l'accès à ces derniers?
Quels outils pensez-vous mettre en oeuvre en faveur d'une insertion
dans la vie professionnelle et sociale de ces personnes, lorsque le
besoin s'en fait sentir?
Quelles mesures de compensation pensez-vous qu'il soit possible de
mettre en oeuvre pour ces personnes dont l'activité professionnelle
s'est trouvée réduite par leur action d'aide et, du coup, le montant de
leur pension?
maatregelen kunnen er worden
uitgewerkt
voor
een
betere
integratie van die mensen op
sociaal en professioneel gebied?
01.02 Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur le président, la
situation des aidants proches est effectivement un domaine très
sensible. Des changements devraient être proposés par notre société.
Comme nous l'avons dit, à travers un contact plus personnel, cette
compétence est largement partagée. Vos questions relèvent
particulièrement de la compétence des Communautés et des
Régions. Qu'il s'agisse de l'aide aux personnes handicapées ou des
soins palliatifs, ces compétences sont du ressort communautaire.
Par ailleurs, ces activités sont de type domestique et ne consistent
pas en actes médicaux ou infirmiers réglés par l'arrêté royal 1978 du
10 novembre 1967 relatif à l'exercice des professions des soins de
santé. Dans ce cadre, elles ne relèvent pas des compétences propres
de la Santé publique au niveau fédéral.
Toutefois, cette problématique m'interpellant, je vais prendre une
01.02 Minister Laurette Onkelinx:
Uw vragen vallen hoofdzakelijk
onder de bevoegdheid van de
Gemeenschappen en Gewesten.
Ik zal evenwel een aantal
maatregelen
nemen
ter
ondersteuning
van
de
mantelzorgers. In samenspraak
met de Gemeenschappen en de
Gewesten bereid ik een nota voor
waarin
de
doelstellingen
uiteengezet
worden
van
de
alternatieve zorg- en hulpvormen
zoals die werden geformuleerd in
het in 2006 ondertekende derde
protocolakkoord.
Wij
denken
CRIV 52
COM 096
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
série d'initiatives, qui soutiennent les aidants proches. Je prépare, en
concertation avec les Communautés et les Régions, une note dans
laquelle sont décrits les objectifs des formes alternatives de soins et
d'aides telles que formulées dans le troisième protocole d'accord. Ce
protocole a été signé en 2006, sous l'égide de mon prédécesseur
avec tous les niveaux de pouvoir concernés par la politique relative
aux personnes âgées.
Un de ces objectifs a été explicitement décrit comme soutien à
l'aidant proche. Nous savons que les soins à domicile ne sont
faisables qu'avec l'aide informelle du partenaire, des enfants ou
d'autres membres de la famille ou d'amis et qu'à l'inverse, l'aide
informelle n'est possible qu'en combinaison avec l'aide formelle. Les
aides formelles et informelles sont donc complémentaires.
L'aidant proche doit être soutenu par une panoplie de services. Nous
pensons entre autres à des possibilités d'accueil alternatif comme des
centres de soins de jour, l'accueil de nuit, etc. Ces formes de soins
permettent à l'aidant proche de souffler un peu, de partir en vacances
ou continuer tout simplement à avoir une vie sociale. Cette note sera
soumise à la prochaine conférence interministérielle Santé publique
dans la première moitié du mois de mars.
onder andere aan mogelijkheden
voor alternatieve opvang, zoals
dagverzorgingscentra
of
nachtopvang. Deze nota zal
worden
voorgelegd
aan
de
volgende
Interministeriële
Conferentie Volksgezondheid, die
zal plaatsvinden in de eerste helft
van maart.
01.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, je tiens à
remercier Mme la ministre qui a souligné aussi les implications
communautaires en la matière. Je pense qu'elle est bien consciente
du problème et je suis content que, par le biais de sa réponse, elle
nous ait communiqué les actions qu'elle compte mener dans ce
domaine.
C'est en effet l'une de mes priorités, ainsi qu'une des priorités du
groupe MR.
01.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Het verheugt me dat u zich
van het probleem bewust bent.
Voor de MR-fractie en mezelf is dit
immers een prioriteit.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Question de M. Jean-Luc Crucke à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le
caractère provisoire de la solution développée dans le dossier des excédents de subventions versées
par l'INAMI aux maisons de repos et aux maisons de repos et de soins et les perspectives d'avenir de
celles-ci" (n° 1564)</b>
02 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"het voorlopig karakter van de oplossing voor het dossier van de te hoge subsidies die het RIZIV aan
de rusthuizen en de rust- en verzorgingstehuizen heeft betaald en de toekomstperspectieven van deze
laatste" (nr. 1564)
02.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, j'ignore si cette question a pu motiver la rapidité de la
solution. Quoi qu'il en soit, la solution est intervenue hier.
Le président: C'est formidable!
02.02 Jean-Luc Crucke (MR): J'ai pris connaissance du
communiqué de l'INAMI. Je suis donc un parlementaire heureux.
Le 15 janvier 2008, madame la ministre, je vous interpellais déjà à ce
propos. Nous avions à l'époque je le reconnais bien volontiers
trouvé une solution provisoire avec un double paiement pour le mois
de janvier. Comme une solution est intervenue, je ne tiens pas à
02.02 Jean-Luc Crucke (MR): Dit
probleem, dat we op 15 januari
jongstleden reeds behandelden
werd gisteren opgelost! U hebt
woord gehouden: de betaling zal in
het
kader
van
uw
begrotingsenveloppe gebeuren. Ik
12/02/2008
CRIV 52
COM 096
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
m'éterniser sur le sujet. C'est une bonne chose! Je constate, madame
la ministre, que vous avez respecté ce qui avait été dit, à savoir que le
paiement se ferait dans le cadre de votre enveloppe budgétaire. C'est
le cas et c'est, selon moi, positif pour les MR, les maisons de repos,
et MRS, les maisons de repos et de soins. Ceci dit, c'est peut-être
aussi une bonne chose pour le MR! Je ne parle pas des maisons de
repos!
ben dus tevreden, maar zouden de
door de OCMW's ingestelde
vorderingen, die iedereen geld
kosten,
niet
beter
worden
geannuleerd.
Le président: Pas de confusion!
02.03 Jean-Luc Crucke (MR): Pour ma part, je ne me sens pas du
tout au repos pour l'instant!
Monsieur le président, malgré mon petit retard, je suis venu jusqu'ici
car je tenais à remercier la ministre. Je suis heureux que ce dossier
ait pu trouver une solution opportune!
Madame la ministre, je souhaiterais néanmoins encore vous
interroger sur le nombre de citations ou de procédures qui auraient
été lancées par des CPAS. Je ne vous demande évidemment pas de
répondre à la virgule près. N'y aurait-il pas une initiative à prendre
pour supprimer ces procédures qui coûtent à tout le monde ou pour
éviter qu'elles ne se poursuivent inutilement?
Le président: Madame la ministre, voilà donc un parlementaire heureux puisqu'il a la solution avant d'avoir
eu la réponse à sa question.
02.04 Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur le président, les
parlementaires heureux font les ministres heureux.
Monsieur Crucke, je vous déposerai la réponse écrite qui reprend tout
l'accord.
Pour en venir à la question sur le nombre de réclamations, elles sont
au nombre de 71. Il y a 61 établissements francophones et 10
néerlandophones,
42
établissements
commerciaux,
23
établissements publics, 4 ASBL et 2 établissements exploités par des
personnes physiques. Il y a en tout 1.695 établissements pour vous
donner un ordre de grandeur.
02.04 Minister Laurette Onkelinx:
Als de parlementsleden tevreden
zijn, dan is ook de minister blij! Ik
zal u het volledige akkoord
bezorgen.
Er
zijn
71
bezwaarschriften, vanwege 61
Franstalige
en
tien
Nederlandstalige instellingen. 42
daarvan
zijn
commerciële
instellingen,
23
overheidsinstellingen, vier vzw's
en twee worden er uitgebaat door
natuurlijke personen. Om u een
idee te geven van de ordegrootte:
in totaal zijn er 1.695 instellingen.
02.05 Jean-Luc Crucke (MR): Je pense qu'il faut avertir les
personnes qui ont cité et qui l'ont fait pour des raisons conservatoires
de manière à éviter la production de frais de justice et d'avocat
inutiles.
02.05 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
ben van mening dat men de
personen
die
om
louter
conservatoire redenen naar de
rechter
zijn
gestapt,
moet
verwittigen
teneinde onnodige
gerechtskosten te voorkomen.
02.06 Sonja Becq (CD&V - N-VA): (...)
Le président: Madame Becq, vous souhaitez une copie de la réponse de la ministre?
02.07 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Oui.
Le président: En effet, le compte rendu ne reprendra que ce qui a été dit. Je suggère qu'une copie de la
CRIV 52
COM 096
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
réponse soit remise aux membres qui la souhaitent.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"vrijwilligerswerk" (nr. 1783)
03 Question de Mme Sonja Becq à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le
03.01 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, de vrijwilligerswet die hier toch een hele weg heeft
afgelegd, dateert van 3 juli 2005. Er zijn wel aanpassingen geweest,
maar uiteindelijk stel ik toch vast dat ik reacties krijg u krijgt die
wellicht ook rond de werking van die vrijwilligerswet, met daarbij een
aantal vragen over concrete toepassingen.
Dat gaat onder andere over de voorziene onkostenvergoeding en het
maximum bedrag daarvoor, maar ook over de mogelijkheid om een
forfaitaire en een reële onkostenvergoeding te kunnen combineren.
Daarbij wordt vanuit vrijwilligersorganisaties en platforms gesteld dat
een combinatie eventueel mogelijk is, maar zeker niet wanneer het
gaat om eenzelfde organisatie. Als bijvoorbeeld een OCMW of een
bestuur oppashulp organiseert en vervoer, waarbij het ene forfaitair is
en het andere op grond van reële prestaties, dan zou dat niet kunnen
voor dezelfde vrijwilliger bijvoorbeeld.
Een ander punt is de eventuele combinatie met zwangerschapsverlof.
In de wet is specifiek opgenomen dat er een regeling is rond
arbeidsongeschiktheid, waarbij door een arts kan worden gezegd dat
een combinatie van vrijwilligerswerk en arbeidsongeschiktheid kan. Ik
zie geen dergelijke bepaling voor zwangerschap. Is dat een
vergetelheid? Moet dat worden aangepast? Of is dat een
interpretatiemogelijkheid die mij niet duidelijk is? Dat is ook zo een
van die voorbeelden.
Daarnaast wordt in artikel 12 van de wet gesteld dat bepaalde
categorieën vrijwilligers kunnen worden vrijgesteld van toepassing van
deze wet. Daarbij denkt men onder andere aan oppashulp, omdat die
de grenzen van de forfaitaire vergoeding overschrijden als ze effectief
heel regelmatig aan oppashulp doen. Zijn er organisaties die effectief
al hebben gevraagd te voorzien in een uitzondering op deze wet?
Ik overloop systematisch mijn vragen. Ten eerste. Er is in de wet in
een evaluatie voorzien. Is die al gebeurd? Is men daarmee bezig?
Wanneer zouden we die kunnen verwachten?
Ten tweede, bepaalde categorieën vrijwilligers kunnen volgens artikel
12 worden uitgesloten. Zijn er door bepaalde organisaties of
overheden als Gemeenschappen, Gewesten of lokale besturen al
vragen geformuleerd om daar een uitzondering op te formuleren? Zijn
daar initiatieven in genomen?
Dan is er de vraag op welke manier tegemoet kan worden gekomen
aan de vraag naar een combinatie van forfaitaire en reële
onkostenvergoeding in hoofde van de vrijwilligers. Staan er daarvoor
initiatieven op stapel?
03.01 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): Un certain nombre de
questions se posent dans le cadre
de l'application de la loi du 3 juillet
2005 relative aux droits des
volontaires. Ces questions portent
notamment
sur
le
montant
maximum de l'indemnité pour
frais,
la
combinaison
d'une
indemnité pour frais forfaitaire et
d'une indemnité pour frais réels, le
travail volontaire durant un congé
de maternité et la possibilité de
dispenser certains volontaires de
l'application de la loi.
La loi prévoit une évaluation de la
nouvelle réglementation. Cette
évaluation a-t-elle déjà eu lieu?
Certaines
organisations
ou
autorités ont-elles déjà demandé
une dérogation pour certains
volontaires? Des initiatives vont-
elles être prises en vue de
l'élaboration d'une réglementation
précise en ce qui concerne la
combinaison d'une indemnité pour
frais forfaitaire et d'une indemnité
pour frais réels? Une personne
peut-elle faire du volontariat durant
un congé de maternité sans
risquer de perdre son allocation de
maternité?
12/02/2008
CRIV 52
COM 096
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Loopt ten slotte iemand die tijdens haar zwangerschapsverlof
vrijwilligerswerk presteert en daarbij binnen de wettelijk voorziene
vergoeding blijft, het risico haar zwangerschapsuitkering te verliezen?
Zo ja, moet hiervoor dan niet in regelgeving worden voorzien?
03.02 Minister Laurette Onkelinx: Mijnheer de voorzitter, de wet
voorziet er inderdaad in dat twee jaar na de inwerkingtreding een
evaluatie over het deel van de vergoedingen zal gebeuren door de
Nationale Arbeidsraad. Ik ontving de resultaten van deze evaluatie,
die in de loop van het tweede semester van 2007 moest worden
uitgevoerd, nog niet. Ik zal vandaag een brief proberen te sturen naar
de NAR om te vragen de evaluatie alsnog mee te delen.
Gelijklopend heeft de Hoge Raad voor Vrijwilligers van zijn kant
eveneens een werkgroep ingesteld inzake vergoedingen zodat de
vertegenwoordigers van de vrijwilligers ook hun evaluatie kunnen
uitvoeren. Deze groep heeft reeds meerdere malen vergaderd en zal,
zodra ze haar werkzaamheden heeft afgerond, de resultaten
meedelen en een voorstel formuleren voor een praktische oplossing
van de problematiek van het combineren van de forfaitaire en de reële
vergoeding.
Tot op heden heb ik van de sector of van organisaties echter nog
geen aanvraag gekregen voor het toekennen van een afwijking op het
bedrag van de forfaitaire vergoeding die is bepaald in artikel 10 van
de wet, wat zoals u hebt gezegd mogelijk werd gemaakt door
artikel 12 van de wet.
Tijdens het moederschapverlof staat de wet in tegenstelling met een
periode van arbeidsongeschiktheid niet toe dat de sociaal verzekerde
enige beroepsactiviteit uitoefent met of zonder het advies van de
adviserende geneesheer van zijn ziekenfonds. In het onderhavige
geval is de activiteit van de vrijwilliger in de zin van de wet in principe
gelijkgesteld met een beroepsactiviteit en zou die inderdaad kunnen
leiden tot het verlies van de vergoeding voor moederschapverlof. Het
moederschapverlof wordt immers toegekend voor zowel het welzijn
van de moeder als het welzijn van het kind. De uitzondering lijkt dus
gerechtvaardigd te zijn.
Zoals reeds vermeld, zal ik mij terug tot de NAR wenden met de vraag
mij het rapport te bezorgen.
03.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: En vertu de la loi, le
Conseil national du travail doit
évaluer deux ans après l'entrée en
vigueur de la loi les indemnités
octroyées aux volontaires. Je n'ai
pas encore reçu les résultats de
cette évaluation, qui devait être
menée dans le courant du
deuxième semestre 2007. Je
demanderai au CNT de me fournir
ce rapport.
Entre-temps, un groupe de travail
du
Conseil
supérieur
des
volontaires s'est déjà réuni à
quelques reprises, lui aussi, pour
évaluer les indemnités. Ce groupe
communiquera ses résultats dès
qu'il aura terminé ses travaux. Il
proposera également une solution
pratique pour la combinaison des
indemnisations forfaitaire et réelle.
Je n'ai encore reçu aucune
demande, jusqu'ici, pour l'octroi
d'une dérogation au montant de
l'indemnité forfaitaire.
La loi n'autorise pas les personnes
en congé de maternité à exercer
une activité professionnelle, quelle
qu'elle soit. L'activité de volontaire
est assimilée à une activité
professionnelle au sens de la loi et
peut donc entraîner la perte de
l'indemnité
pour
congé
de
maternité. Cette disposition est
justifiée puisque le congé de
maternité est octroyé pour le bien-
être de l'enfant et de la mère.
03.03 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Ik dank mevrouw de minister
voor haar antwoord.
Ik denk dat het belangrijk is dat die evaluatie er komt en dat er
aanpassingen kunnen gebeuren. Ik wil even mijn verwondering
uitdrukken over het feit dat er nog geen reacties of vragen zijn
gekomen om eventueel een uitzondering te voorzien op artikel 12. Ik
meen mij ter herinneren ik wil zoeken naar de documenten dat er
wel brieven zijn geschreven. Ik weet niet of die brieven naar de
minister van Sociale Zaken of naar een andere minister werden
gestuurd maar organisaties hebben zeker gevraagd of daar eens naar
03.03 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): Je m'étonne que la ministre
n'ait encore reçu aucune demande
visant à prévoir une dérogation à
l'article 12. Certaines associations
m'ont fait savoir qu'elles avaient
posé plusieurs questions à ce
sujet, mais elles ne m'ont pas
précisé à quel ministre elles
avaient adressé ces questions. Je
vais m'en enquérir.
CRIV 52
COM 096
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
kon worden gekeken. Ik zal het eens nagaan en ik zal het u zeker
bezorgen. Het gaat om de vraag om een uitzondering te krijgen op
artikel 12.
03.04 Minister Laurette Onkelinx: Ik heb geen vraag over artikel 12.
03.04
Laurette
Onkelinx,
ministre: Je n'ai encore reçu
aucune question portant sur cette
matière.
03.05 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Ik geef toe dat ik een brief heb,
gericht aan minister Peter Vanvelthoven. Hij was minister van Werk.
Ik wil hem u ook bezorgen, om duidelijk te maken dat er nogal wat
organisaties zijn die dat hebben gevraagd. Ik ga uit van de continuïteit
van het beleid.
03.05 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): J'ai en ma possession une
lettre adressée au ministre de
l'Emploi, dont il ressort qu'une
copie a été envoyée au ministre
des Affaires sociales et de la
Santé publique. Je demanderai
aux associations concernées de
poser à nouveau leur question.
03.06 Minister Laurette Onkelinx: Dat is voor mijn collega Piette.
03.07 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Excuus, maar ik ga ervan uit dat
men dat voor een stuk toch wel gezamenlijk doet.
Er staat ook wel: "Wij sturen een duplicaat van onze brief aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Rudy Demotte." Hij
moet dat dus toen ook hebben gekregen hebben.
03.08 Minister Laurette Onkelinx: Ik zal met mijn collega dialogeren
over de uitvoering van artikel 12, voor mijn bevoegdheid.
03.08
Laurette
Onkelinx,
ministre: Je ne manquerai pas de
me concerter à ce sujet avec mon
collègue.
De voorzitter: Er kan altijd een vraag worden gesteld aan minister Piette.
03.09 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Zeker, dat is geen probleem.
Mevrouw de minister, ik zal aan die organisaties vragen dat zij u nog
eens opnieuw dezelfde vraag stellen die zij in de vorige legislatuur
hebben gesteld, maar die blijkbaar niet is doorgekomen.
'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Monsieur Arens, je vous vois faire des gestes désespérés. Votre patience semble avoir des
limites. Vous me demandez la parole pour votre question figurant au point 3 de l'agenda.
04 Questions jointes de
- M. Josy Arens à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "les retards accumulés
dans le traitement des dossiers de demande de pensions pour personnes handicapées" (n° 1568)<br>- Mme Meyrem Almaci à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la Direction
générale Personnes handicapées du SPF Sécurité sociale" (n° 1854)</b>
04 Samengevoegde vragen van
- de heer Josy Arens aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de verdere
vertraging in de verwerking van de dossiers voor de pensioenaanvragen van personen met een
handicap" (nr. 1568)
- mevrouw Meyrem Almaci aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de Directie-
generaal Personen met een handicap van de FOD Sociale Zekerheid" (nr. 1854)
12/02/2008
CRIV 52
COM 096
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
04.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, madame la ministre,
je m'inquiète lorsque des citoyens viennent me trouver pour suivre
des dossiers de demandes d'allocations pour personnes
handicapées, introduits auprès de la Vierge noire. J'estime, en effet,
que de tels dossiers devraient être gérés sans appuis politiques. Dans
le cas qui nous occupe ici, je suis très surpris d'observer le retard
considérable que prennent certains dossiers.
Je suis de très près plusieurs dossiers et quelques-uns d'entre eux,
introduits depuis plusieurs années, n'ont toujours pas abouti alors
qu'ils sont complets. Outre le fait que joindre les services de la Vierge
noire n'est pas chose aisée il faut l'essayer pour s'en rendre
compte , je trouve inacceptable que les délais de traitement soient
aussi longs alors que les personnes concernées sont souvent dans
des situations problématiques et comptent sur cette allocation pour
survivre.
Madame la ministre, êtes-vous informée de la longueur des délais de
traitement de certains dossiers ou bien est-ce une généralité?
Deuxièmement, envisagez-vous de prendre des mesures afin
d'améliorer la qualité de ces services?
04.01 Josy Arens (cdH): Dossiers
inzake de aanvraag om een
tegemoetkoming van een persoon
met een handicap die jaren
geleden
in
de
Zwarte-
Lievevrouwstraat
werden
ingediend,
worden
niet
afgehandeld, hoewel ze volledig
zijn. Dergelijke vertragingen zijn
onaanvaardbaar.
Bent u ervan op de hoogte dat de
afhandeling van sommige dossiers
zeer lang kan aanslepen? Gaat
het hier om een algemeen
verschijnsel?
Overweegt
u
maatregelen om de kwaliteit van
deze
dienstverlening
te
verbeteren?
04.02 Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur le président, monsieur
Arens, le délai légal de traitement est actuellement de huit mois. Vous
n'ignorez pas qu'un projet de loi, qui va être relevé de caducité,
propose d'ailleurs de réduire ce délai.
Ce délai est-il respecté? Pas assez! D'après les chiffres de décembre
2007, 62% des demandes sont traitées dans le délai imparti; donc
38% subissent un certain retard. Le délai moyen d'instruction d'un
dossier est actuellement de 7 mois et 28 jours. Bien que
l'administration ait géré en 2007 près de 150.000 dossiers, le solde
des demandes à traiter était de 86.112 au 31 décembre 2007.
Il faut savoir qu'une partie du retard est imputable à la durée
d'obtention d'informations nécessaires pour le calcul de l'allocation
auprès
des
demandeurs
et auprès
d'autres
institutions.
Concrètement, afin d'accélérer le traitement des demandes, il est
prévu que la direction générale des Personnes handicapées ait un
accès informatique direct à ces données. L'arrêté royal est en
préparation et sera soumis, à brève échéance, au Conseil des
ministres.
Cet accès automatisé, via la Banque-Carrefour de la sécurité sociale,
concernera les données provenant du registre national, les données
relatives au revenu imposable du demandeur, de son activité salariée,
de son revenu professionnel et des revenus résultant de la législation
en matière de victime de guerre.
Cet accès automatique permettra à l'administration de disposer
immédiatement d'informations fiables et complètes, ce qui lui
permettra dès lors de réduire le délai actuellement trop long.
04.02 Minister Laurette Onkelinx:
De wettelijk bepaalde termijn voor
de behandeling van de dossiers
bedraagt acht maanden bedraagt,
maar wordt niet voldoende in acht
genomen. In een wetsontwerp dat
van verval ontheven zal worden
verklaard,
wordt
overigens
voorgesteld die termijn nog in te
korten.
Volgens de cijfers van december
2007 loopt 38 procent van de
dossiers vertraging op. Dat komt
deels doordat er bijkomende
informatie wordt opgevraagd bij de
aanvrager
en
bij
andere
instellingen, informatie die nodig is
voor de berekening van de
tegemoetkoming. Opdat voortgang
gemaakt kan worden met de
verwerking van de dossiers zal de
administratie via de computer
rechtstreeks toegang krijgen tot
die gegevens bij de Kruispuntbank
van de Sociale Zekerheid. Het
koninklijk besluit daartoe wordt
thans voorbereid en zal binnenkort
aan de ministerraad worden
voorgelegd.
04.03 Josy Arens (cdH): Madame la ministre, je vous remercie pour
cette réponse. Je suppose que les huit mois sont comptabilisés à
partir du moment où le dossier est complet.
04.03 Josy Arens (cdH): Begint
men voor die termijn van acht
maanden te rekenen vanaf het
CRIV 52
COM 096
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
moment waarop het dossier
volledig is?
04.04 Laurette Onkelinx, ministre: Non, ils sont comptabilisés à
partir de l'introduction de la demande. C'est d'ailleurs pour cette
raison que des délais sont fixés, de manière à recueillir toutes les
informations sur les revenus, etc.
04.04 Minister Laurette Onkelinx:
Neen, vanaf de indiening van de
aanvraag.
04.05 Josy Arens (cdH): De nombreux dossiers attendent depuis
plus de vingt mois!
04.05 Josy Arens (cdH): Tal van
dossiers wachten al meer dan
twintig maanden op verdere
afhandeling!
04.06 Laurette Onkelinx, ministre: Comme je vous l'ai dit, 32% des
dossiers ne sont pas traités dans les délais, même si le délai global
de traitement est de moins de huit mois.
04.06 Minister Laurette Onkelinx:
Gemiddeld wordt zo een dossier in
minder
dan
acht
maanden
afgehandeld.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van de heer Mathias De Clercq aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"de noodzaak van lastenverlagingen voor kleine ondernemingen en handelszaken" (nr. 1934)
05 Question de M. Mathias De Clercq à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la
nécessité de réduire les charges pour les petites entreprises et les commerces" (n° 1934)</b>
05.01 Mathias De Clercq (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, mijn vraagt handelt over een acute nood en een
sterk fenomeen binnen de kleinhandelszaken. De personeelskost
vormt een structureel probleem voor heel wat kleine ondernemers.
Kleine familiebedrijven, vaak sterk gespecialiseerd en authentieke
handelszaken proberen de loonkost te beperken door zoveel mogelijk
zelf te doen of met de hulp van familieleden die af en toe bijspringen.
Op deze manier laten we een serieus potentieel aan jobs liggen.
De voorbije jaren heeft de regering ernstige inspanningen geleverd
om de loonkost structureel te verlagen. Dit is heel belangrijk voor alle
ondernemingen. Vermits kleine ondernemingen een zeer belangrijke
werkgever zijn in ons land, heeft het hen ook de nodige zuurstof
gegeven. Desondanks is de vraag naar een extra inspanning
bijzonder groot.
Heel wat kleine ondernemingen zijn authentieke handelszaken met
een zekere graad van specialisatie. Als wij willen dat dergelijke mooie
ondernemingen, die toch wel een meerwaarde bieden in onze
samenleving, verder gemotiveerde en goed betaalde werknemers
kunnen aanwerven, is het aangewezen dat de overheid een extra
inspanning doet om de loonkost voor deze werknemers te beheersen.
Ik weet dat het in het kader van de nakende begrotingsbesprekingen
duidelijk is geworden dat de ruimte budgettair krap is, maar ik vraag
toch een signaal ik denk dat er een signaal van de regering wordt
verwacht dat ze verder de weg inslaat van de lastenverlaging.
Maar specifiek wou ik volgende vragen stellen.
Is mevrouw de minister bereid om tijdens die begrotingsbesprekingen,
bijkomende lastenverlagingen te bepleiten voor de inzet van
05.01 Mathias De Clercq (Open
Vld): Pour les petites entreprises,
les frais de personnel représentent
un problème structurel. C'est la
raison pour laquelle elles essaient
de faire le maximum en interne, en
faisant appel notamment à des
membres de la famille. Un
important potentiel d'emplois est
ainsi perdu.
Les autorités peuvent apporter
davantage d'appui.
Le ministre est-il disposé à plaider
en
faveur
de
réductions
supplémentaires de charges pour
l'engagement d'effectifs dans de
petits commerces? Des projets
concrets sont-ils prévus afin
d'introduire une réduction des
coûts salariaux à destination de
petites entreprises? La diminution
structurelle des charges sera-t-elle
également renforcée?
12/02/2008
CRIV 52
COM 096
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
personeel in kleine ondernemingen en handelszaken teneinde die
personeelskost beheersbaar te houden en de continuïteit te vrijwaren
van dergelijke mooie kleine handelszaken?
Heeft de minister concrete pistes in gedachten om die
loonkostverlaging voor de kleine ondernemingen en de handelszaken
concreet te versterken boven op de structurele loonkostverlaging voor
alle werknemers?
Ziet mevrouw de minister ook ruimte om een structurele
lastenverlaging te versterken?
05.02 Minister Laurette Onkelinx: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
De Clercq, in antwoord op uw eerste twee vragen kan ik u meedelen
dat er reeds een vermindering bestaat van de werkgeversbijdragen
die speciaal is gericht op het scheppen van banen in de kleine
ondernemingen.
Krachtens deze vermindering voor de doelgroepen geniet een
werkgever die een eerste, tweede of derde werknemer in dienst
neemt van bepaalde lastenverlagingen tijdens de (...) trimesters die
volgen op de aanwerving van elk van deze werknemers.
Na de aanwerving van de eerste werknemer geniet de werkgever van
een driemaandelijkse vermindering van 1.000 euro, gedurende vijf
trimesters, en van 400 euro gedurende de volgende acht trimesters.
Voor de tweede werknemer bedraagt de vermindering 400 euro
gedurende 13 trimesters. De aanwerving van een derde werknemer
geeft recht op een vermindering van 400 euro gedurende negen
trimesters.
Deze verminderingen zijn niet verbonden aan een specifieke
werknemer. De werkgever kan elk trimester aanduiden op welke
werknemer ze betrekking hebben. Het is niet nodig dat de werknemer
die aanleiding gaf tot het recht op vermindering nog werkzaam is.
Wanneer de werkgever zich bovendien aansluit bij een sociaal
secretariaat, kan hij eveneens, gedurende de trimesters waarvoor hij
een vermindering voor de eerste werknemer vraagt, een
driemaandelijkse bijdrage van 36,45 euro genieten in de kosten voor
het sociaal secretariaat.
05.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Une réduction des
cotisations patronales est déjà
appliquée aux petites entreprises.
L'employeur
bénéficie,
après
l'entrée en service du premier
employé,
d'une
réduction
trimestrielle
de
1000
euros
pendant cinq trimestres et de 400
euros pendant les huit trimestres
suivants.
Pour
le
deuxième
employé, la réduction s'élève à
400
euros
pendant
treize
trimestres et, pour le troisième, il
s'agit de 400 euros pendant neuf
trimestres. Si l'employeur s'affilie à
un secrétariat social, il peut
bénéficier,
de
plus,
d'une
allocation trimestrielle de 36,45
euros.
Pour bénéficier de cette mesure, il faut qu'au moment de
l'engagement du premier travailleur, l'employeur n'ait jamais été
assujetti à l'ONSS ou ne le soit plus depuis au moins 4 trimestres
consécutifs. Si cette condition est remplie, il faut en outre vérifier si
plusieurs employeurs ne constituent pas une même unité technique
d'exploitation.
Les travailleurs ouvrant le droit à une réduction de cotisations ne
peuvent pas remplacer un travailleur qui a été occupé dans la même
unité d'exploitation au cours des 4 trimestres précédant celui de
l'engagement.
Il faut aussi préciser que cette mesure n'est pas d'application pour
certaines catégories de travailleurs qui ouvrent déjà des droits à
d'autres avantages ou réductions de cotisations spécifiques. Il s'agit
des apprentis, des travailleurs domestiques, des travailleurs
Om recht te hebben op die
maatregel mag de werkgever, op
het ogenblik waarop de eerste
werknemer
in
dienst
wordt
genomen, nooit aan de RSZ
onderworpen geweest zijn of op
dat ogenblik niet langer aan de
RSZ onderworpen zijn. Voorts
moet
worden
nagegaan
of
verschillende werkgevers niet een
zelfde technische bedrijfseenheid
vormen.
Die regeling is niet van toepassing
op bepaalde categorieën van
werknemers die andere voordelen
CRIV 52
COM 096
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
occasionnels dans les secteurs de l'horeca, de l'agriculture et de
l'horticulture, ainsi que des jeunes de moins de 18 ans. En outre, elle
cible les petites entreprises sur la base d'un critère lié à la création
d'emplois alors qu'une mesure reposant uniquement sur des critères
tels que la taille de l'entreprise ou le chiffre d'affaires engendrerait
peut-être un risque d'effet pervers important.
Enfin, pour répondre à votre troisième question, je pense en effet
qu'un renforcement de la réduction structurelle doit être envisagé,
particulièrement en ce qui concerne sa composante "bas salaires".
Les bornes de revenus pris en compte pour octroyer les compléments
"hauts salaires" et "bas salaires" ne sont actuellement pas indexées.
Dès lors, chaque augmentation des salaires, notamment via
l'indexation a comme conséquence directe de diminuer le nombre de
réductions ciblées sur les bas salaires.
Selon le Bureau fédéral du Plan, ce type de réduction du coût du
travail est la plus efficace au niveau de l'emploi. Je considère donc
pour ma part que l'adaptation des bornes de revenus à l'évolution des
salaires est une nécessité. Je ferai d'ailleurs prochainement des
propositions dans ce sens.
of
specifieke
bijdrageverminderingen genieten.
Ze
is
gericht
op
kleine
ondernemingen, op grond van een
criterium inzake jobcreatie. Een
maatregel die gestoeld zou zijn op
criteria zoals de omvang van de
onderneming of de omzet dreigt
ongewenste effecten te hebben.
Ten slotte meen ik dat aan een
versterking van de structurele
bijdragevermindering moet worden
gedacht, in het bijzonder voor de
lage lonen. De inkomensgrenzen
waarmee voor de toekenning van
de aanvulling voor de 'hoge' en de
'lage'
lonen
rekening
wordt
gehouden, zijn op dit ogenblik niet
geïndexeerd.
Volgens het Planbureau is de
werkgelegenheid
het
meest
gebaat
bij
zo
een
arbeidskostenverlaging. Ik ben van
oordeel dat de inkomensgrenzen
aan de evolutie van de lonen
moeten worden aangepast en ik
zal
voorstellen
in
die
zin
formuleren.
05.03 Mathias De Clercq (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, je vous remercie pour votre réponse maar dit
was volgens mij toch een beetje te weinig. Ik denk dat
kleinhandelszaken wezenlijk zijn voor onze samenleving. Zij zorgen
voor jobcreatie en voor een bepaalde ziel in stad of gemeente. Zij
hebben een eigenheid.
Ik denk dat het in het belang is van die werkgelegenheid en eigenheid
om nog meer zuurstof te geven aan de kleinhandelszaken die soms
meer dan 3 à 4 mensen tewerkstellen, maar het kan ook gaan om 10
of 20 mensen. Het zijn nu net die zaken die het zeer moeilijk hebben
en daarom één na één wegvallen. Er zijn een aantal zeer bekende
handelszaken, ook in het Gentse, die nu wegvallen.
Ik zou ervoor willen pleiten om dit ernstig te nemen en dat er verdere
inspanningen worden gedaan in het belang van de jobcreatie en de
eigenheid van kleinere handelszaken die voor de consument
bijzonder relevant zijn, ook inzake artisanale productie en dergelijke
meer.
05.03 Mathias De Clercq (Open
Vld): Je plaide en faveur d'efforts
renouvelés dans l'optique de la
création d'emplois nouveaux dans
les petites entreprises. Il y a trop
de commerces qui disparaissent
l'un après l'autre.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Mevrouw Almaci, mijn excuses maar de heer Arens heeft ongeveer 40 minuten gewacht. Hij
moest echter weg en daarom is punt drie nu reeds afgehandeld. U kunt uiteraard het verslag erop nalezen.
06 Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
12/02/2008
CRIV 52
COM 096
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
"de dienstverlening inzake kinderbijslag via de Kruispuntbank" (nr. 1844)
06 Question de Mme Meyrem Almaci à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le
rôle de la Banque carrefour dans le cadre du paiement des allocations familiales" (n° 1844)</b>
06.01 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, ik wil
eerst mijn excuses aanbieden omdat ik te laat ben aangekomen,
maar de treinen hebben de laatste tijd veel problemen om tot hier te
geraken, en ik dus ook. Ik zal het antwoord op mijn eerste vraag
inderdaad in het verslag moeten lezen. Het spijt mij ook dat de heer
Arens op mij heeft moeten wachten.
Mijn vraag gaat over de dienstverlening van de Kruispuntbank met
betrekking tot de kinderbijslag. De Kruispuntbank is een
gecentraliseerd gegevensbestand van de overheid en heeft eigenlijk
heel veel mogelijkheden. Vooral voor mensen die niet zo geletterd zijn
en kansarme groepen is dit zeer interessant. Zij hebben vaak baat bij
een ruime toepassing van de Kruispuntbank omdat ze vaak verloren
lopen in de papiermolen.
Dit is onder andere het geval voor de kinderbijslagfondsen.
Kinderbijslag wordt niet automatisch als een recht toegekend.
Kinderbijslagfondsen sturen de rechthebbenden verschillende
vragenlijsten op, die zij zelf moeten invullen. Op basis daarvan wordt
het dossier behandeld. In bijzondere gevallen, zoals bij pleegkinderen
of bij wezen, is het dossier iets ingewikkelder en kan dit lang
aanslepen.
Wij hebben weet van een aantal dossiers die zeer lang aanslepen en
eentje zelfs al vijf jaar. In dat dossier is de vader overleden, maar de
verhoogde wezenbijslag werd nog steeds niet toegekend, omdat de
beroepsloopbaan van de vader al twee jaar wrodt onderzocht en
gereconstrueerd. De overleden persoon in dit geval was een Belg die
hier leefde en wiens beroepsloopbaan niet bijster interessant of
ingewikkeld was. Zelfs na de uiteindelijke inschakeling van de
federale ombudsdienst, nu meer dan een jaar geleden, was er weinig
beweging. Gelukkig is dat dossier onlangs afgesloten. Een termijn van
vijf is echter heel onbehoorlijk, vooral voor een alleenstaande moeder
met verschillende kinderen.
De Kruispuntbank heeft al die gegevens. Wij vragen ons af hoe het
komt dat dit niet sneller kan gaan. Men zegt dat de gegevens niet
kunnen worden vrijgegeven om de privacy te beschermen. Dat is
begrijpelijk. Wij zien echter dat wel een koppeling mogelijk is voor de
gewestelijke bijdrage voor watersanering, die automatisch wordt
toegepast voor alle vrijgestelden. De rechthebbenden kunnen
spontaan van het voordeel genieten. Die sociale vrijstelling wordt zelfs
toegekend als een gezinslid zijn domicilie heeft op hetzelfde adres als
de abonnee.
Wij stellen ons de vraag hoe het kan dat die koppeling en de
automatisatie daar mogelijk is, maar niet voor de kinderbijslag,
waarmee vaak een sociale problematiek gepaard gaat.
Mevrouw de minister, wij hebben met de betrekking tot het gebruik
van de Kruispuntbank en de kinderbijslag een aantal specifieke
vragen.
Ons zijn een aantal gevallen bekend, maar wij vroegen ons af hoeveel
06.01 Meyrem Almaci (Ecolo-
Groen!): Le droit aux allocations
familiales n'est pas automatique.
Les caisses d'allocations familiales
traitent les dossiers des éventuels
ayants droit sur la base de
questionnaires
qu'elles
leur
soumettent.
Les
dossiers
d'orphelins ou d'enfants placés
étant évidemment un peu plus
complexes, leur traitement est plus
long.
J'ai
personnellement
connaissance
d'un
dossier
d'allocations familiales dont le
traitement s'est éternisé pendant
cinq ans. Le père était décédé
mais l'allocation majorée octroyée
aux orphelins n'avait pas été
versée pendant tout ce temps
parce
que
la
carrière
professionnelle
pourtant
peu
complexe du père, qui était Belge
de surcroît, a été examinée et
reconstituée
très
longuement.
Même le recours au service de
médiation n'a pas remédié à cette
situation.
La banque-carrefour dispose de
toutes les informations utiles mais
se refuse à les communiquer en
vertu de la protection de la vie
privée.
Je
comprends
mais
pourquoi les communique-t-elle
volontiers aux personnes qui sont
dispensées de la taxe régionale
pour
l'assainissement
des
eaux lorsqu'elle procède à l'envoi
automatique de cette taxe?
Le ministère connaît-il le nombre
exact des dossiers d'allocations
familiales dont le traitement
s'éternise? Est-ce dû à des
problèmes structurels? Comment
la ministre envisage-t-elle de
résoudre ce problème? N'a-t-elle
pas reçu de recommandations du
service de médiation?
CRIV 52
COM 096
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
gevallen op het ministerie bekend zijn? Liggen structurele problemen
ten grondslag aan de ietwat moeilijke dienstverlening? Zijn er daarom
ook verbeteringen in de dienstregeling gepland? Ik kan mij voorstellen
dat de ombudsdienst bij haar tussenkomst ook aanbevelingen heeft
gedaan en dat op basis daarvan wijzigingen zijn gepland.
06.02 Minister Laurette Onkelinx: Mijnheer de voorzitter, de
kinderbijslagfondsen worden via de permanente elektronische stroom
aan berichten automatisch op de hoogte gebracht van alle gewijzigde
gezinssituaties zodat ze het recht op wezenbijslag automatisch
kunnen vestigen en correct kunnen volgen.
Als regulator van het kinderbijslagstelsel voor werknemers heeft de
Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers aan de
kinderbijslagfondsen de verplichting opgelegd om bij het overlijden
van een van beide ouders automatisch een onderzoek in te stellen
naar het recht op wezenbijslag. Tijdens de jaarlijkse controle op de
kwaliteit van het administratief beheer van de kinderbijslagfondsen
besteedt de Rijksdienst jaarlijks specifiek aandacht aan de
behandeling van de wezendossiers. Hieruit blijkt dat in 98,38% van de
1621 onderzochte gevallen het recht op wezenbijslag vlekkeloos werd
vastgesteld. In 1,62% van de gevallen werd een opmerking gemaakt
omdat een formulier ontbrak, omdat de verlating van het kind door de
overlevende ouder niet werd nagegaan of omdat het onderzoek
onzorgvuldig werd gevoerd. Slechts in enkele uitzonderlijke gevallen
werd vastgesteld dat het ingestelde onderzoek te lang aansleepte, dat
wil zeggen langer dan de vier maanden voorzien in het Handvest van
de Sociaal Verzekerde.
Ten tweede, uit wat voorafgaat blijkt dat er zich in het stelsel van de
werknemers geen structurele problemen voordoen in de
dienstverlening bij de behandeling van de wezendossiers.
Ten derde, er worden echter nog nieuwe verbeteringen overwogen.
Zo kan krachtens de wet van december 2005 het recht op
wezenbijslag ook worden gevestigd bij het overlijden van een ouder in
hoofde van een andere rechthebbende dan de ouder. Het recht op
wezenbijslag kan dus ook ontstaan wanneer de ouders van de wees
geen beroepsloopbaan hebben in België of in het buitenland.
Met de introductie van twee nieuwe elektronische fluxen in 2008, in
casu de consultatie van de werkloosheidsgegevens en de ziekte-en
invaliditeitsuitkeringen, zullen de kinderbijslagfondsen beschikken
over bijkomende, authentieke gegevens om dit recht te kunnen
onderzoeken. Hierdoor zullen de sociaalverzekerden minder worden
bevraagd waardoor de onderzoekstermijnen verder verkorten en de
kans op fouten geringer wordt.
06.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Les fonds d'allocations
familiales sont automatiquement
informés des changements de la
situation familiale par le biais du
flux électronique permanent de
communications. L'Office national
d'allocations
familiales
pour
travailleurs salariés a imposé aux
fonds de mener automatiquement
une enquête sur le droit aux
allocations d'orphelin lors du
décès de l'un des parents.
Il ressort du contrôle annuel de la
gestion administrative des fonds
d'allocations familiales que dans
98,38 % des 1.621 cas, le droit
aux allocations d'orphelin a été
constaté sans problème. Dans
1,62 % des cas, une observation a
été formulée à propos d'un
formulaire manquant ou d'une
enquête peu soigneuse. L'enquête
n'a dépassé le délai de quatre
mois imposé par la Charte de
l'assuré social que dans quelques
cas exceptionnels.
Aucun problème structurel ne se
pose donc dans le cadre du
traitement
des
dossiers
d'orphelins. En revanche, de
nouvelles
améliorations
sont
envisagées. Ainsi, la loi de
décembre 2005 prévoit qu'en cas
de décès d'un parent, le droit aux
allocations familiales d'orphelin
peut également être attribué à un
autre ayant droit que le parent.
Grâce à l'introduction de la
consultation
électronique
des
données en matière de chômage
et d'indemnités de maladie et
d'invalidité,
les
caisses
d'allocations familiales disposent
de données supplémentaires pour
examiner ce droit, ce qui doit
encore
raccourcir
le
délai
d'examen et réduire le risque
d'erreur.
12/02/2008
CRIV 52
COM 096
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
06.03 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, ik
dank de minister voor haar antwoord.
Het doet mij deugd om te horen dat het geen structureel probleem is,
maar dat in anderhalf procent van de gevallen de termijn van vier
maanden wordt overschreden. Het is zeer spijtig dat het in sommige
gevallen dan vijf jaar moet duren. Het doet mij ook deugd om te horen
dat er verbeteringen worden overwogen.
Gezien de specificiteit van het voorbeeld dat hier wordt geschetst en
van de situatie rond wezen en kansarmen, denk ik dat een verdere
reductie van de papiermolen en een verdere automatisering toch een
belangrijk aandachtspunt is. Honderd procent is het ideaal, voor
iedereen. Er zijn altijd vertragingen, maar als de termijn van vier
maanden wordt overschreden, is het ook belangrijk om te proberen
die overschrijding zo kort mogelijk te houden en niet naar termijnen
van vijf jaar te gaan.
Ik dank u in ieder geval hartelijk voor de uitleg en ik hoop dat de
kwestie niet meer ter sprake moet komen.
06.03 Meyrem Almaci (Ecolo-
Groen!):
La
réduction
des
formalités administratives et la
poursuite de l'informatisation de
l'administration doivent continuer à
retenir toute notre attention. Je me
réjouis d'entendre qu'il ne s'agit
pas d'un problème structurel mais
nous devons en tout état de cause
veiller à ce que les dossiers dont
le
traitement
prend
exceptionnellement beaucoup de
temps restent l'exception.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van de heer Willem-Frederik Schiltz aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "studentenarbeid" (nr. 1789)
07 Question de M. Willem-Frederik Schiltz à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
07.01 Willem-Frederik Schiltz (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, mijn vraag gaat over de studentenarbeid, een
problematiek die mij ten zeerste aanbelangt of interesseert. Tijdens
de vorige legislatuur werden de voorwaarden voor tewerkstelling van
studenten aangepast, wat hoognodig was. Dit gebeurde in een
koninklijk besluit van 10 november 2005.
Het KB zelf geeft aanleiding tot een evaluatie die in de Nationale
Arbeidsraad zou moeten gebeuren en de vooropgestelde termijn was
31 maart 2007.
Mevrouw de minister, is de arbeidsraad daarmee bezig? Indien ja,
hoever staat het onderzoek en wanneer mogen wij de resultaten
ervan verwachten?
07.01 Willem-Frederik Schiltz
(Open Vld): Un arrêté royal du 10
novembre 2005 a modifié les
conditions de mise au travail des
étudiants. Le but visé était que cet
arrêté soit évalué par le Conseil
national du Travail avant le 31
mars 2007.
Le CNT a-t-il procédé à cette
évaluation?
07.02 Minister Laurette Onkelinx: Studenten die tewerkgesteld zijn
met een schriftelijke overeenkomst voor studenten zijn niet
onderworpen aan het algemene regime van bijdragen voor de sociale
zekerheid, maar wel aan twee bijzondere bijdragen.
Om dit gunstige regime te kunnen genieten, moeten de volgende
voorwaarden zijn vervuld. Ten eerste, de student wordt in de loop van
de vakantiemaanden juli, augustus en september niet meer dan 23
dagen tewerkgesteld. Ten tweede, tijdens de overige maanden van
dat kalenderjaar wordt hij ook niet meer dan 23 dagen tewerkgesteld.
Hij mag ook enkel werken tijdens periodes van niet-verplichte
aanwezigheid in de onderwijsinstellingen. Hij mag dus niet werken op
de ogenblikken dat hij wordt geacht cursussen of andere activiteiten
te volgen.
07.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: La personne employée
sous le régime d'un contrat écrit
d'étudiant n'est pas soumise au
régime général des cotisations de
sécurité sociale. Cependant, deux
restrictions
particulières
sont
prévues. L'étudiant ne peut pas
être occupé pendant plus de 23
jours durant les mois de juillet,
août et septembre. Cette limite de
23 jours de travail vaut aussi pour
les neuf autres mois de l'année.
De plus, l'étudiant peut travailler
CRIV 52
COM 096
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
De telling gebeurt per kalenderjaar, ongeacht het feit of de
studentenovereenkomst het kalenderjaar overschrijdt. De teller wordt
dus voor elk kalenderjaar opnieuw op nul gezet. Elke overschrijding
van de 23 dagen heeft tot gevolg dat de tewerkstelling bij de
werkgever waar de overschrijding gebeurt volledig is onderworpen.
Bij elke tewerkstelling die hij na de overschrijding nog zou aanvatten,
al dan niet bij dezelfde werkgever, is hij bovendien eveneens
onderworpen aan de gewone bijdragen voor de sociale zekerheid
voor werknemers. Ook prestaties die voor de overschrijding bij die
werkgever werden verricht, worden onderworpen.
De RSZ kan via a posteriori-controles overschrijdingen vaststellen,
maar heeft tot nu toe enkel regularisaties opgesteld indien de
overschrijding bij dezelfde werkgever gebeurt. Dit regime, dat
ingevoerd werd in het kader van het KB van 10 november 2005, was
reeds het voorwerp van evaluatiewerkzaamheden binnen de
Nationale Arbeidsraad, gedurende het jaar 2007.
De nationale raad heeft tijdens de vergadering van 12 juli 2007 aan de
vertegenwoordigers van de RSZ gevraagd om te onderzoeken of het
mogelijk is om via Dimona een systeem te ontwikkelen dat de
werkgever toelaat na te gaan of hij een student kan aanwerven in het
systeem van de solidariteitsbijdrage en dus, met andere woorden, of
deze student het maximumaantal te presteren dagen al dan niet heeft
overschreden.
De RSZ heeft hiertoe een voorstel gedaan, waarbij een werkgever bij
het beëindigen van het Dimona-contract zou moeten opgeven hoeveel
dagen de student reeds heeft gewerkt.
Een volgende werkgever die dezelfde student via Dimona aangeeft,
zal een dimona-bericht ontvangen waarop het resterende aantal
dagen vermeld zal zijn.
Er zijn evenwel een aantal belangrijke nadelen aan dit systeem
verbonden waaronder in eerste instantie de hoge kostprijs. Het
voorstel werd voorgelegd op de vergadering van de Nationale Raad
van 26 november, waar er evenwel geen unanimiteit werd bereikt
tussen de sociale partners over hoe de situatie in de toekomst moet
worden aangepakt.
Sedertdien zijn er mij geen verdere evoluties meer bekend. Gelet op
het ontbreken van een officieel standpunt van de sociale partners in
de Nationale Raad, ben ik van plan om mijn collega's van de regering
te raadplegen om een vereenvoudiging van het huidige systeem in
overweging te nemen.
seulement dans les périodes où sa
présence dans les établissements
scolaires n'est pas obligatoire.
Le comptage s'effectue par année
civile. Tout dépassement de la
période de 23 jours entraîne
l'assujettissement aux cotisations
sociales
normales
pour
l'employeur responsable de ce
dépassement.
Pour
toute
embauche ultérieure, même par
un autre employeur, l'étudiant
restera assujetti aux cotisations
sociales normales. Même les
prestations effectuées avant le
dépassement chez l'employeur
concerné seront soumises à
cotisation.
L'ONSS
peut constater
des
dépassements lors de contrôles
mais le service s'est limité jusqu'ici
aux régularisations pour des
dépassements survenus chez le
même employeur.
Ce système a été évalué par le
CNT dans le courant de 2007. Le
12 juillet 2007, le CNT a demandé
à l'ONSS d'étudier la possibilité de
mettre sur pied, par le biais de
Dimona, un système permettant
aux employeurs de vérifier si un
étudiant a dépassé ou non le
nombre maximum de jours de
travail. L'ONSS a formulé une
proposition selon laquelle chaque
employeur serait obligé, après la
fin du contrat Dimona, de déclarer
le nombre de jours de travail déjà
comptabilisés pour l'étudiant.
Lors
de
l'enregistrement
de
l'étudiant dans le système Dimona,
l'employeur suivant recevra un
message indiquant le nombre de
jours restants.
Ce système est assez onéreux. La
proposition a été soumise au CNT
le 26 novembre 2007. Les
partenaires
sociaux
n'ont
cependant pas pu s'unir sur cette
question.
En
l'absence
d'une
position
officielle des partenaires sociaux,
12/02/2008
CRIV 52
COM 096
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
j'ai l'intention de proposer au
gouvernement une simplification
du système actuel.
07.03 Willem-Frederik Schiltz (Open Vld): Dank u mevrouw de
minister voor de uitvoerige uiteenzetting van de wetswijziging in het
KB van 10 november, en ook voor uw accuraat antwoord. Het
verheugt mij zeer dat over de problematiek wordt nagedacht. Ik ben
ook bekend met de problematiek die zich rond de controle door
werkgevers heeft gesteld en de piste waarvan u gewag maakt is
zeker interessant. Ik hoop dat wij in de toekomst ook genoeg
impulsen vanuit de regering zullen voelen om de sociale partners er
toe te bewegen tot een unaniem standpunt te komen en mogelijks
zelfs verder te gaan in het versoepelen van studentenarbeid.
07.03 Willem-Frederik Schiltz
(Open Vld): Nous espérons que
les
partenaires
sociaux
parviendront tout de même à un
consensus et qu'ils envisageront
même de faciliter davantage
encore le travail étudiant.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de Mme Muriel Gerkens à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le
respect ou non par la ville de Verviers des obligations vis-à-vis de l'ONSS relatives aux chèques
repas" (n° 1967)</b>
08 Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"de naleving door de stad Verviers van haar RSZ-verplichtingen inzake maaltijdcheques" (nr. 1967)
08.01 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
madame la ministre, en décembre dernier, j'interrogeais déjà le
ministre Donfut, votre prédécesseur, et parallèlement M. Jamar, en
charge des Finances, à propos du soupçon d'infraction aux
législations fiscales et de sécurité sociale par la ville de Verviers. Pour
remettre rapidement dans le contexte, il y a eu une convention
collective en 2001-2002 où la commune propose de phaser l'évolution
du pécule de vacances en finançant ce phasage par la suspension
partielle de l'allocation de fin d'année. La commune avait proposé de
ne plus payer que 30% de cette allocation et de compenser la perte
par l'octroi de chèques-repas pendant quatre années renouvelables.
Quand elle évoque le passage de cette prime à 30% de sa valeur
initiale, la commune utilise le mot de suspension et non celui de
suppression, comme si implicitement elle imaginait revenir après
quelques années à un système de paiement intégral de la prime sans
recourir aux chèques-repas. Cela dit, cette disposition n'a jamais été
confirmée par le pouvoir communal. Le dispositif que je viens de
décrire a été avalisé par le conseil communal de Verviers en mars
2006 malgré l'opposition d'une des organisations syndicales.
Quand j'ai interrogé le ministre Donfut, je lui ai rappelé et il a
acquiescé que pour ne pas être considérés comme de la
rémunération soumise aux conditions de la sécurité sociale, les
chèques-repas ne peuvent pas être octroyés en remplacement ou en
conversion de la rémunération ou de primes. Cette condition ne me
semblait pas remplie malgré le "jeu de mots" de la ville de Verviers
entre suspension et suppression. Je considérais que cette
compensation budgétaire récupérée sur le dos d'un outil public visant
à la juste répartition des moyens entre les citoyens était critiquable sur
le plan des principes comme sur le plan légal.
Plus ou moins au même moment, l'ONSS a estimé qu'il y avait un
problème. Une inspection de ses services risquait d'aboutir à la
08.01 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): In december jongstleden
ondervroeg ik de ministers Donfut
en
Jamar
reeds
over
het
vermoeden dat de stad Verviers
de fiscale wetgeving en de
socialezekerheidswetgeving
niet
naleeft.
In
de
collectieve
arbeidsovereenkomsten van 2001
en 2002 stelt de gemeente voor
om het vakantiegeld gefaseerd te
verhogen, en daarbij slechts 30
procent van de eindejaarspremie
uit te keren en dat verlies te
compenseren door de toekenning
van maaltijdcheques gedurende
vier jaar. De gemeente heeft het
over een opschorting en niet over
een afschaffing van de premie. Wil
men maaltijdcheques echter als
een
van
socialezekerheidsbijdragen
vrijgesteld
sociaal
voordeel
beschouwen, dan mogen ze niet
worden toegekend ter vervanging
van een bezoldiging of een
premie. Die voorwaarde lijkt hier
niet vervuld, ondanks het feit dat
Verviers
met
de
woorden
opschorting
en
afschaffing
jongleert.
CRIV 52
COM 096
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
réclamation de cotisations sociales pour ces chèques-repas puisque,
selon eux, le mécanisme en question ne respectait pas la légalité.
Selon l'ONSS, cela représentait 12% des montants versés sur deux
ans à devoir lui rembourser, soit plus ou moins un million d'euros. Le
ministre avait dit qu'il ne pouvait me donner plus d'éléments parce
qu'une enquête était en cours. J'attendais d'avoir des éléments
supplémentaires à propos du déroulement de l'affaire mais je n'en ai
pas eu, ni de lui, ni du ministre des Finances, que je réinterrogerai
également.
Ce samedi 9 février, j'ai lu que l'échevin MR Pierre Moson a décidé de
ne pas prolonger le système des chèques-repas en argumentant que
j'avais posé une question parlementaire dont on ignorait toujours la
réponse et qu'il y avait donc des risques de remboursement. Il
estimait que si la ville devait s'acquitter des impôts et des cotisations
sociales, cela coûterait 400.000 euros.
Les représentants syndicaux du personnel ont dit que le personnel
avait obtenu des garanties à l'époque et qu'il ne subirait aucune
retombée. Ils ont encore fait savoir qu'il serait illégal qu'un employeur
se substitue à la personne et que la ville était donc coincée. Il y a un
mélange d'obligations fiscales et d'obligations sociales.
J'aurais voulu savoir quelles étaient les conclusions de cette
inspection de l'ONSS, quelles en étaient les répercussions pour la
ville de Verviers et pour les travailleurs qui ont fait confiance à leur
employeur.
De RSZ was van oordeel dat dit
een probleem vormde en dat er op
die
maaltijdcheques
mogelijk
sociale bijdragen zouden moeten
betaald worden.
Volgens de RSZ moest er twaalf
procent van de gedurende twee
jaar gestorte bedragen worden
terugbetaald, wat neerkwam op
ongeveer één miljoen euro. De
minister kon me geen verdere
inlichtingen verschaffen omdat er
een onderzoek aan de gang was.
Op zaterdag 9 februari jongstleden
las ik dat MR-schepen Pierre
Moson heeft beslist de regeling
van de maaltijdcheques niet te
verlengen, gelet op mijn vraag,
waarop dus nog altijd geen
antwoord gekomen is, en gezien
ook het risico dat die bedragen
zouden
moeten
worden
terugbetaald.
Volgens
de
vakbondsafgevaardigden heeft het
personeel waarborgen gekregen
en zou het geen nadelige gevolgen
ondervinden.
Wat zijn de conclusies van de
inspectie door de RSZ? Welke
gevolgen heeft ze voor de stad
Verviers en haar ambtenaren?
08.02 Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur le président, madame,
depuis que vous avez posé la question à mon prédécesseur, les
choses ont bougé. En effet, la position définitive de l'ONSSAPL a été
arrêtée et communiquée à l'employeur dans le courant du mois de
décembre 2007.
En ce qui concerne la manière dont ces chèques-repas ont été
octroyés, il apparaît effectivement qu'elle ne répond pas aux
conditions qui permettent de les exonérer des cotisations de sécurité
sociale, conformément au prescrit de l'article 19bis de l'arrêté royal du
28 novembre 1969. Les chèques-repas ainsi octroyés sont donc
considérés comme de la rémunération et soumis tant à la sécurité
sociale qu'aux prélèvements fiscaux.
Les premières rectifications de déclaration tant pour la ville elle-même
que pour le CPAS ont été introduites. Les cotisations réclamées par
trimestre sont de l'ordre de 25.000 euros pour la ville de Verviers et
de 19.000 euros pour le CPAS, soit un montant total de 225.000
euros pour le dernier trimestre 2006 et l'année 2007.
Vu les principes en rigueur en matière de sécurité sociale selon
08.02 Minister Laurette Onkelinx:
Sinds u mijn voorganger hierover
hebt ondervraagd, is er een en
ander gebeurd.
In december 2007 heeft de RSZ
een
definitief
standpunt
ingenomen.
Door de manier waarop die
maaltijdcheques
werden
toegekend, komen ze inderdaad
niet in aanmerking voor een
vrijstelling
van
socialezekerheidsbijdragen.
Ze
worden dus beschouwd als een
gedeelte van het loon en zijn als
dusdanig
zowel
aan
socialezekerheidsbijdragen
als
aan
fiscale
heffingen
onderworpen.
12/02/2008
CRIV 52
COM 096
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
lesquels l'employeur est le seul responsable du paiement des
cotisations, cette régularisation n'aura aucun impact financier pour les
travailleurs.
Je ne puis évidemment pas me prononcer sur les conséquences
fiscales de cette régularisation puisque celle-ci relève de la
conséquence de mon collègue. Cependant, j'espère comme vous
qu'une solution rapide et non préjudiciable pour les travailleurs pourra
être trouvée.
De eerste berichten van wijziging
van
aangifte
werden
reeds
verzonden. Per kwartaal wordt
25.000 euro aan bijdragen geëist
van de stad Verviers en 19.000
euro van het OCMW, wat
neerkomt op een totaal van
225.000 euro voor het laatste
kwartaal van 2006 en het jaar
2007.
Die regularisatie zal voor de
werknemers
geen
financiële
gevolgen hebben.
De fiscale gevolgen van die
regularisatie behoren tot de
bevoegdheid van mijn collega. Net
als u hoop ik evenwel dat snel een
oplossing kan worden gevonden
die niet nadelig is voor de
werknemers.
08.03 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
madame la ministre, je partage évidemment votre souhait.
Je rappelle que les travailleurs s'étaient exprimés par l'intermédiaire
de leur représentation syndicale pour faire savoir qu'un problème se
posait.
Cela dit, la décision avait été prise pour quatre ans. Cela signifie donc
que le système en cours doit être interrompu. En effet, vous parlez de
régularisation à dater du dernier trimestre 2006. Or la convention a
été conclue en 2001-2002 pour quatre ans. Madame la ministre, dois-
je comprendre que le système n'a démarré qu'au dernier trimestre
2006?
08.03 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): De werknemers hadden
via
hun
vakbondsafvaardiging
laten weten dat er een probleem
was.
08.04 Laurette Onkelinx, ministre: (....) c'est en tout cas pour cette
période.
08.05 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Je trouve, pour ma part, cette
situation regrettable.
Je ne sais pas si d'autres communes sont dans la même situation. Si
c'est le cas, on peut en déduire qu'il existe un problème au niveau de
la compréhension des données. Sinon, il y a manifestement intention
de récupérer de l'argent en utilisant des modes alternatifs de
paiement des travailleurs. On en revient alors encore une fois à la
question de ces modes de financement qui permettent d'éviter des
cotisations, mais aussi parfois de ne pas respecter certains droits.
Cela dit, je vous remercie pour votre réponse, madame la ministre, et
j'espère que les autorités verviétoises en tiendront compte.
08.05 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): Die toestand valt te
betreuren. Indien nog andere
gemeenten in dezelfde situatie
verkeren, kan men daaruit afleiden
dat een en ander niet goed
begrepen werd. Zo niet is het
duidelijk de bedoeling om minder
uit te geven door de werknemers
op een andere manier uit te
betalen. Uiteindelijk neemt men
dan zijn toevlucht tot praktijken
waarmee
men
aan
de
bijdrageplicht kan ontsnappen,
maar waarmee men soms ook
bepaalde rechten met voeten
treedt.
CRIV 52
COM 096
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"de sociale wantoestanden in sommige callcenters" (nr. 1993)
09 Question de M. Stefaan Vercamer à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "les
situations sociales intolérables dans certains centres d'appel" (n° 1993)</b>
09.01 Stefaan Vercamer (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, vorige week verscheen in het weekblad Knack
een artikel over de sociale wantoestanden in sommige callcenters die
werken voor humanitaire organisaties.
Elementaire arbeids- en woonvoorwaarden zouden in die sector niet
worden gerespecteerd. De vakbonden spreken van regelrechte
uitbuiting en sociale wantoestanden. Daarbovenop blijkt dat de
werknemers dikwijls behoren tot de zwakke en kwetsbare groepen,
zijnde jonge beginners, oudere vrouwen, alleenstaande moeders of
allochtonen.
Velen onder hen werken als interim, op proef, als jobstudent of
gepensioneerde bijklusser. Ook blijkt dat het personeelsverloop en
het ziekteverzuim er groot is. Gemiddeld zijn er 5,5% zieken in die
callcenters tegenover 2,3% in de klassieke receptionisten en
telefonisten.
Er is in de sector blijkbaar ook een heel grote en verregaande
flexibiliteit, soms met nacht- en weekendwerk of met gesplitste shifts
tijdens de piekuren 's ochtends en 's avonds.
Ik stel mij daarbij toch een aantal vragen. Ten eerste, bent u op de
hoogte van de sociale wantoestanden in sommige callcenters?
Ten tweede, doet de arbeidsinspectie gerichte onderzoeken in die
sector?
Ten derde, wat zult u ondernemen om de wantoestanden in die sector
weg te werken?
09.01 Stefaan Vercamer (CD&V -
N-VA): La semaine passée,
l'hebdomadaire Knack a attiré
l'attention
sur
les
situations
sociales intolérables au sein de
certains centres d'appel au service
d'organisations humanitaires.
Les
syndicats
font
état
d'exploitation pure et simple. En
outre,
les
travailleurs
appartiennent souvent au groupes
les plus vulnérables, tels les
travailleurs débutants, les femmes
âgées, les mères isolées et les
personnes d'origine étrangère.
De
nombreuses
personnes
travaillent comme intérimaires et
comme jobistes sont en période
d'essai ou effectuent ce travail à
titre de profession accessoire alors
qu'ils sont à la retraite. La rotation
du personnel et l'absentéisme
pour cause de maladie y sont très
importants. Une large flexibilité est
par
ailleurs
demandée
au
personnel.
La ministre a-t-elle connaissance
de ces situations intolérables?
L'inspection du travail procède-t-
elle à des contrôles ciblés dans ce
secteur? Quelles initiatives la
ministre entend-elle développer
pour lutter contre ces abus?
09.02 Minister Laurette Onkelinx: Mijnheer de voorzitter, het is niet
mogelijk om uit de gegevensbanken alle informatie te halen die
specifiek betrekking heeft op de callcenters. Zij kunnen immers
worden uitgebaat als autonome bedrijven of in de vorm van een
afdeling van een bedrijf dat een heel andere activiteit heeft.
Er kon niettemin via de NACE-code, een code op basis van dewelke
de ondernemingen bij de RSZ zijn geregistreerd om te bepalen welke
de hoofdactiviteit van de onderneming is, worden gezocht. Deze code
geeft echter alleen de callcenters weer die deze activiteit hebben en
die ook werden gecontroleerd.
09.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Il n'est pas possible
d'extraire des bases de données
les
renseignements
qui
concernent spécifiquement les
centres d'appels. Ceux-ci peuvent
en effet être exploités sous la
forme d'une entreprise autonome
ou
d'un
département
d'une
entreprise qui exerce une autre
activité principale.
12/02/2008
CRIV 52
COM 096
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
U vindt de resultaten van dat onderzoek voor de jaren 2006 en 2007
in de tabel die ik u zal overhandigen. Er zijn 7 gecontroleerde
ondernemingen. Deze resultaten geven aan welke de vastgestelde
overtredingen waren en welk gevolg eraan werd gegeven. Zo telt men
bijvoorbeeld voor 2007 in totaal 5 dossiers die werden overgemaakt
aan Justitie en 15 regularisaties voor een totaal van 95 werknemers
en een totaal bedrag van 12.092 euro.
Anderzijds blijkt uit inlichtingen die werden ingewonnen bij de
gewestelijke directies van de sociale inspectie dat er praktisch geen
enkele klacht is afkomstig van privépersonen of van syndicaten
inzake callcenters. Het feit dat er geen klachten zijn bij de sociale
inspectie is te verklaren door het soort problemen dat u aan de kaak
stelt.
Die problemen hebben bijna hoofdzakelijk betrekking op de FOD
Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg en lenen in het bijzonder
de twee inspectiediensten van de FOD Werkgelegenheid, namelijk de
dienst Toezicht op de Sociale Wetten en de dienst Controle op het
Welzijn tegen stress op het werk. Deze diensten vallen onder de
bevoegdheid van mijn collega, minister Piette.
Ik overhandig u hierbij de tabel.
Une recherche a toutefois pu être
effectuée sur la base du code
NACE, sous lequel les entreprises
sont enregistrées auprès de
l'ONSS et qui traduit l'activité
principale. De cette manière, nous
ne pouvons toutefois qu'identifier
les entreprises qui exercent
précisément cette activité à titre
principal et qui ont également été
contrôlées.
Je fournirai à l'auteur de la
question un aperçu des résultats
de l'étude pour la période 2006-
2007. Ces résultats renseignent
sur les infractions constatées et
sur la suite qui y a été réservée.
En 2007, par exemple, cinq
dossiers ont été transmis à la
Justice et quinze régularisations
ont été opérées pour un total de
95 travailleurs et un montant
global de 12.092 euros.
Il
ressort
par
ailleurs
des
renseignements recueillis auprès
des directions régionales de
l'Inspection
sociale
que
pratiquement aucune des plaintes
relatives aux centres d'appels
n'émane de particuliers ou de
syndicats, ce qui s'explique par le
type de problème soulevé par
l'auteur de la question. Ces
problèmes
relèvent
essentiellement de la compétence
des services d'inspection du SPF
Emploi.
09.03 Stefaan Vercamer (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, uit
uw antwoord blijkt dat wij geen vat hebben op de situatie, zeker bij de
bedrijven die zich schuldig maken aan misbruik en die door de sector
als cowboys worden omschreven.
Mevrouw de minister, welke maatregelen zult u nemen om de
wantoestanden te bestrijden? U zei zelf dat wij er geen vat op hebben.
Het kom erop aan de geschikte maatregelen te vinden.
09.03 Stefaan Vercamer (CD&V -
N-VA): Il ressort de la réponse
qu'on n'a aucune prise sur la
situation. Quelles dispositions le
ministre envisage-t-il de prendre
afin de combattre les situations
intolérables?
09.04 Minister Laurette Onkelinx: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Vercamer, gelieve mij te verontschuldigen, maar ik was even in
gesprek.
09.05 Stefaan Vercamer (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, uit
uw antwoord blijkt dat wij helemaal geen vat hebben op de
zogenaamde cowboys in die sector. U zei dat er geen klachten zijn en
dat bovendien de codes van de gezochte callcenters niet kunnen
worden gevonden. Mijn vraag is welke maatregelen u zult nemen om
CRIV 52
COM 096
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
tegen de wantoestanden op te treden. Door te zeggen dat wij er geen
vat op hebben zullen wij het probleem van de sociale wantoestanden
zeker niet oplossen.
09.06 Laurette Onkelinx, ministre: Cette compétence échoit, en
grande partie, à Josly Piette. Je verrai donc avec lui. Comme je vous
l'ai dit, pour mon inspection, je n'ai pratiquement aucune plainte, mais
des plaintes ont éventuellement je ne tiens pas à préjuger pu être
déposées auprès des deux services de l'inspection de l'emploi. En
fonction de ces plaintes, nous verrons alors avec mon collègue la
possibilité de répondre de manière structurelle aux problèmes de
secteur. Donc, avant tout, je dois voir auprès de mon collègue s'il
existe des plaintes et analyser le genre de plainte.
Posez-lui également la question: vous aurez ainsi une vue globale des
plaintes dans le secteur.
09.06 Minister Laurette Onkelinx:
De minister van Werk Josly Piette
gaat
grotendeels
over
deze
materie. U kan hem eveneens die
vraag
stellen.
Wat
mijn
inspectiedienst betreft, heb ik
nauwelijks klachten, maar er
werden
misschien
klachten
ingediend bij de twee diensten van
de arbeidsinspectie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 11.22 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.22 uur.