KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 098
CRIV 52 COM 098
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
V
OLKSGEZONDHEID
,
HET
L
EEFMILIEU EN DE MAATSCHAPPELIJKE
H
ERNIEUWING
C
OMMISSION DE LA
S
ANTE PUBLIQUE
,
DE
L
'E
NVIRONNEMENT ET DU
R
ENOUVEAU DE LA
S
OCIETE
dinsdag
mardi
12-02-2008
12-02-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders ­ Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Florence Reuter aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "het shoppen voor geneesmiddelen in het
buitenland" (nr. 1660)
1
Question de Mme Florence Reuter à la ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"l'achat de médicaments à l'étranger" (n° 1660)
1
Sprekers:
Florence
Reuter,
Laurette
Onkelinx, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs:
Florence
Reuter,
Laurette
Onkelinx, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het
kankerplan" (nr. 1810)
2
Question de Mme Sonja Becq à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "le
plan de lutte contre le cancer" (n° 1810)
2
Sprekers: Sonja Becq, Laurette Onkelinx,
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Sonja Becq, Laurette Onkelinx,
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de teraardebestelling van de behoeftigen in
België" (nr. 1762)
5
Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "l'inhumation des indigents en
Belgique" (n° 1762)
5
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux
Samengevoegde vragen van
6
Questions jointes de
6
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het
voorkomen
van
en
hulpverlening
bij
cannabisverslaving" (nr. 1766)
6
- M. Jean-Jacques Flahaux à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "la
prévention et la curation des usages addictifs de
cannabis" (n° 1766)
6
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
analyse
van
het
nieuwe
vaccin
tegen
drugsverslaving" (nr. 1873)
6
- M. Jean-Jacques Flahaux à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur
"l'analyse du nouveau vaccin contre la
dépendance aux drogues" (n° 1873)
6
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Laurette
Onkelinx
, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Laurette
Onkelinx
, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
Samengevoegde vragen van
10
Questions jointes de
10
- mevrouw Yolande Avontroodt aan de minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
contingentering van de kinesisten" (nr. 1778)
10
- Mme Yolande Avontroodt à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "le
contingentement des kinésithérapeutes" (n° 1778)
10
- de heer Koen Bultinck aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
contingentering van de kinesisten" (nr. 1914)
10
- M. Koen Bultinck à la ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique sur "le
contingentement des kinésithérapeutes" (n° 1914)
10
Sprekers:
Koen
Bultinck,
Yolande
Avontroodt, Laurette Onkelinx, minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs:
Koen
Bultinck,
Yolande
Avontroodt, Laurette Onkelinx, ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique
Vraag van de heer Flor Van Noppen aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de fusie van het Instituut Pasteur met het
Departement
Microbiologie
van
het
Wetenschappelijk
Instituut
Volksgezondheid"
(nr. 1784)
16
Question de M. Flor Van Noppen à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "la
fusion de l'Institut Pasteur avec le Département
de microbiologie de l'Institut scientifique de Santé
publique" (n° 1784)
16
Sprekers: Flor Van Noppen, Laurette
Onkelinx
, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs: Flor Van Noppen, Laurette
Onkelinx
, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
Samengevoegde vragen van
18
Questions jointes de
18
- mevrouw Hilde Vautmans aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het plan
tegen zelfmoord" (nr. 1804)
18
- Mme Hilde Vautmans à la ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique sur "le plan de
lutte contre le suicide" (n° 1804)
18
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
- mevrouw Corinne De Permentier aan de minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het
hoge
zelfmoordcijfer
in
België
en
de
betrokkenheid van de overheid bij de aanpak van
dit fenomeen" (nr. 1815)
18
- Mme Corinne De Permentier à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "le
taux de suicide important en Belgique et
l'implication des pouvoirs publics dans la lutte
contre ce phénomène" (n° 1815)
18
Sprekers: Corinne De Permentier, Laurette
Onkelinx
, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs: Corinne De Permentier, Laurette
Onkelinx
, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de terugbetaling van psychologische
ondersteuning voor brandwondenslachtoffers"
(nr. 1885)
20
Question de Mme Yolande Avontroodt à la
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "le remboursement du soutien
psychologique aux brûlés" (n° 1885)
20
Sprekers: Yolande Avontroodt, Laurette
Onkelinx
, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs: Yolande Avontroodt, Laurette
Onkelinx
, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
Vraag van de heer Koen Bultinck aan de minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"draagmoederschap" (nr. 1910)
22
Question de M. Koen Bultinck à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "les
mères porteuses" (n° 1910)
22
Sprekers: Koen Bultinck, Laurette Onkelinx,
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid, Hilde Vautmans
Orateurs: Koen Bultinck, Laurette Onkelinx,
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, Hilde Vautmans
Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"haar
initiatieven
in
de
preventieve
gezondheidszorg" (nr. 1926)
26
Question de Mme Rita De Bont à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "ses
initiatives en matière de soins de santé préventifs"
(n° 1926)
26
Sprekers: Rita De Bont, Laurette Onkelinx,
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Rita De Bont, Laurette Onkelinx,
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de nevenwerkingen van het antirookmiddel
Zyban" (nr. 1851)
28
Question de Mme Josée Lejeune à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "les
effets indésirables du médicament antitabac
Zyban" (n° 1851)
28
Sprekers: Josée Lejeune, Laurette Onkelinx,
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Josée Lejeune, Laurette Onkelinx,
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de wet tot hervorming van de heffingen op
de omzet van de vergoedbare farmaceutische
specialiteiten" (nr. 1936)
30
Question de Mme Yolande Avontroodt à la
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "la loi réformant les cotisations sur le
chiffre d'affaires des spécialités pharmaceutiques
remboursables" (n° 1936)
30
Sprekers: Yolande Avontroodt, Laurette
Onkelinx
, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs: Yolande Avontroodt, Laurette
Onkelinx
, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
Samengevoegde vragen van
32
Questions jointes de
33
- de heer Koen Bultinck aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
zachte echelonnering" (nr. 1943)
32
- M. Koen Bultinck à la ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique sur
"l'échelonnement modéré" (n° 1943)
33
- de heer Luc Goutry aan de minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "de mislukking
van het systeem van zachte echelonnering"
(nr. 1956)
32
- M. Luc Goutry à la ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "l'échec du système
de l'échelonnement modéré" (n° 1956)
33
- mevrouw Maggie De Block aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
zachte echelonnering" (nr. 2000)
32
- Mme Maggie De Block à la ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique sur
"l'échelonnement modéré" (n° 2000)
33
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
32
- M. Michel Doomst à la ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique sur
33
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
zachte echelonnering" (nr. 2012)
"l'échelonnement modéré" (n° 2012)
Sprekers: Koen Bultinck, Luc Goutry,
Maggie De Block, Michel Doomst, Laurette
Onkelinx
, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs: Koen Bultinck, Luc Goutry,
Maggie De Block, Michel Doomst, Laurette
Onkelinx
, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
Vraag van de heer Luc Goutry aan de minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
hoge kosten bij palliatieve thuiszorg" (nr. 1945)
38
Question de M. Luc Goutry à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "les
frais élevés liés aux soins palliatifs à domicile"
(n° 1945)
38
Sprekers: Luc Goutry, Laurette Onkelinx,
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Luc Goutry, Laurette Onkelinx,
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van de heer Luc Goutry aan de minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
farmaceutische zorg in rusthuizen" (nr. 1946)
40
Question de M. Luc Goutry à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "les
soins pharmaceutiques dans les maisons de
repos" (n° 1946)
40
Sprekers: Luc Goutry, Laurette Onkelinx,
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Luc Goutry, Laurette Onkelinx,
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van de heer Luc Goutry aan de minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
definiëring van goedkope geneesmiddelen"
(nr. 1947)
41
Question de M. Luc Goutry à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "la
définition de la notion de médicaments bon
marché" (n° 1947)
41
Sprekers: Luc Goutry, Laurette Onkelinx,
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Luc Goutry, Laurette Onkelinx,
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van de heer Luc Goutry aan de minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
nieuwe samenstelling van de Nationale Raad voor
Verpleegkunde" (nr. 1948)
44
Question de M. Luc Goutry à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "la
nouvelle composition du Conseil national de l'art
infirmier" (n° 1948)
44
Sprekers: Luc Goutry, Laurette Onkelinx,
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Luc Goutry, Laurette Onkelinx,
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
overlijdens in de psychiatrie" (nr. 1954)
46
Question de Mme Rita De Bont à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "les
décès en psychiatrie" (n° 1954)
46
Sprekers: Rita De Bont, Laurette Onkelinx,
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Rita De Bont, Laurette Onkelinx,
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van de heer Koen Bultinck aan de minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
consumptie van Rilatine" (nr. 1972)
47
Question de M. Koen Bultinck à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "la
consommation de Rilatine" (n° 1972)
47
Sprekers: Koen Bultinck, Laurette Onkelinx,
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Koen Bultinck, Laurette Onkelinx,
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van mevrouw Katia della Faille de
Leverghem aan de minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de voedseletikettering"
(nr. 1997)
49
Question de Mme Katia della Faille de Leverghem
à la ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "l'étiquetage des aliments" (n° 1997)
49
Sprekers: Katia della Faille de Leverghem,
Laurette Onkelinx
, minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Katia della Faille de Leverghem,
Laurette Onkelinx
, ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
VOLKSGEZONDHEID, HET
LEEFMILIEU EN DE
MAATSCHAPPELIJKE
HERNIEUWING
COMMISSION DE LA SANTE
PUBLIQUE, DE
L'ENVIRONNEMENT ET DU
RENOUVEAU DE LA SOCIETE
van
DINSDAG
12
FEBRUARI
2008
Namiddag
______
du
MARDI
12
F
ÉVRIER
2008
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.24 heures par Mme Muriel Gerkens, présidente.
De vergadering wordt geopend om 14.24 uur door mevrouw Muriel Gerkens, voorzitter.
01 Question de Mme Florence Reuter à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"l'achat de médicaments à l'étranger" (n° 1660)</b>
01 Vraag van mevrouw Florence Reuter aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"het shoppen voor geneesmiddelen in het buitenland" (nr. 1660)
01.01 Florence Reuter (MR): J'ai entendu parler d'un phénomène
interpellant qui est l'achat de médicaments de l'autre côté de la
frontière. De plus en plus de Belges se rendent aux Pays-Bas pour
acheter leurs médicaments ­ des médicaments prescrits mais qui
sont mieux ou totalement remboursés aux Pays-Bas ­ qu'ils reçoivent
donc gratuitement ou presque puisqu'ils peuvent bénéficier des
mêmes conditions que les patients néerlandais. L'assureur
néerlandais recouvre ensuite ces frais auprès de l'INAMI, et donc au
final c'est l'INAMI qui paye pour ces patients peu scrupuleux.
Les questions sont celles-ci. Avez-vous entendu parler de ce
phénomène? Une estimation de cette fraude a-t-elle déjà été
réalisée? Si oui, à combien s'élèvent les montants indûment
attribués? Sinon, une étude sera-t-elle mise en place pour cerner ce
phénomène?
01.01 Florence Reuter (MR):
Een verontrustend fenomeen werd
onder mijn aandacht gebracht. Tal
van
Belgen
kopen
hun
geneesmiddelen in Nederland,
waar
ze
beter
worden
terugbetaald. De Nederlandse
verzekeraar
recupereert
vervolgens zijn kosten bij het Riziv,
dat uiteindelijk de rekening van die
schaamteloze patiënten betaalt.
Bent u op de hoogte van die
praktijk? Werd die fraude reeds
becijferd? Zo ja, hoeveel bedraagt
ze? Zo neen, bent u dat van plan?
Welke middelen zullen worden
ingezet om dergelijke misbruiken
tegen te gaan?
01.02 Laurette Onkelinx, ministre: Vous avez raison, ce phénomène
existe, mais nous n'avons pas d'estimation de la fraude car les
informations dont on dispose ne permettent pas de collecter les
données chiffrées pertinentes concernant le montant que l'assurance
obligatoire "soins de santé" belge doit rembourser aux Pays-Bas pour
des médicaments délivrés à des assurés belges.
Il y a évidemment une fraude puisqu'il s'agit d'une utilisation à tort de
la carte européenne d'assurance maladie, fraude sur laquelle l'INAMI
travaille pour le moment. Il a pris contact avec l'autorité néerlandaise
qui l'a averti de cette réalité. Pour le moment, il examine les mesures
qui pourraient être prises afin d'assurer une utilisation correcte de
01.02
Minister Laurette
Onkelinx: Dit fenomeen bestaat
inderdaad, maar we kunnen de
omvang van de fraude niet
inschatten doordat we geen
relevante
gegevens
kunnen
verzamelen over het bedrag dat de
Belgische
verplichte
ziekteverzekering aan Nederland
moet
terugbetalen
voor
geneesmiddelen die ginds aan
Belgische verzekerden worden
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
cette carte européenne d'assurance par les assurés belges et pour
contrer la fraude.
uitgereikt. Er is inderdaad sprake
van
fraude;
de
Europese
ziekteverzekeringskaart
wordt
immers oneigenlijk gebruikt. Het
Riziv
heeft
de
Nederlandse
overheid van deze situatie op de
hoogte gebracht en onderzoekt de
maatregelen die kunnen worden
genomen om een correct gebruik
van die kaart door de Belgische
verzekerden te waarborgen.
01.03 Florence Reuter (MR): Je vous remercie pour ces réponses.
J'imagine que nous aurons l'occasion de revenir sur ce problème.
L'INAMI peut quand même vérifier combien il rembourse aux Pays-
Bas?
01.03 Florence Reuter (MR): We
zullen dus op dit probleem
terugkomen. Ik veronderstel dat
het Riziv kan nagaan hoeveel het
aan Nederland terugbetaalt?
01.04 Laurette Onkelinx, ministre: C'est là-dessus qu'il travaille
actuellement.
01.04
Minister
Laurette
Onkelinx: Daar wordt momenteel
aan gewerkt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La présidente: La question de M. Bellot (n° 1685) est transformée en
question écrite. La question de Mme Galant (n° 1731) est reportée.
De voorzitter: Vraag nr. 1685 van
de heer Bellot wordt omgezet in
een schriftelijke vraag. Vraag nr.
1731 van mevrouw Galant wordt
uitgesteld.
02 Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het
kankerplan" (nr. 1810)
02 Question de Mme Sonja Becq à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le plan
de lutte contre le cancer" (n° 1810)</b>
M. Doomst, qui avait initialement une question jointe (n° 1744) a retiré
celle-ci.
Wat de samengevoegde vragen
nr. 1744 van de heer Doomst en
nr. 1810 van mevrouw Becq
betreft, heeft de heer Doomst zijn
vraag ingetrokken.
02.01 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, de vragen die ik heb gesteld, gaan over het door u
voorgestelde nieuwe kankerplan. Misschien zijn sommige vragen wat
achterhaald, omdat er ondertussen ­ sinds de vraag werd
geformuleerd en ingediend­ enige tijd is verlopen. Er zijn ook al
verschillende werkgroepen georganiseerd, maar er blijven toch nog
wat vragen naar verduidelijking en vragen over de concrete werkwijze.
U hebt werkgroepen georganiseerd rond concrete krachtlijnen. Ik heb
de vraag gesteld wat de krachtlijnen van uw plan zijn. Op welke
manier werd er een budget opgemaakt om een aantal maatregelen
rond dit plan verder te kunnen uitvoeren? Bestaat er een consensus
over in de regering? Werd dit al voorgelegd? Wat zijn de concrete
perspectieven? Men kan heel veel plannen formuleren, maar altijd rijst
daarbij de vraag welke financiële middelen daartegenover staan.
02.01 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): La ministre annoncé un
nouveau plan de lutte contre le
cancer.
Quelles en sont les lignes de
force? Quel budget a-t-on dégagé
pour sa mise en oeuvre? Une
collaboration est-elle prévue avec
les Communautés? Quels sont les
partenaires associés à la mise en
oeuvre de ce plan?
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
Ik heb begrepen dat er ondertussen overleg is met de
Gemeenschappen. Dat vind ik heel belangrijk, omdat wij zien ­ u weet
dat ook ­ dat er vanuit de Gemeenschappen heel wat engagementen
en investeringen komen in campagnes. Ik denk daarbij ook aan de
borstkankerscreening. In heel veel provincies wordt met een
mammobiel, of na afspraak met huisartsen, preventief gewerkt. Ik
denk ook aan de discussies of elementen in verband met
prostaatkanker en andere. Ik zag gisteren nog op tv, op de VRT, dat
er te veel uitstrijkjes worden genomen en niet bij de goede doelgroep.
Is er ook daar in een goede samenwerking voorzien met de
Gemeenschappen? Zo ja, op welke manier? Wie zijn de partners die
voor de uitvoering van dit plan zijn voorzien? Ik heb begrepen dat het
vanmorgen ook al over die partners ging, maar ik kon de timing en de
planning in de commissie niet voorzien, op het ogenblik dat ik mijn
vraag indiende.
02.02 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, le plan
national cancer est une des dix priorités du gouvernement provisoire.
Il y a donc un consensus pour réaliser ce plan cancer. Pour connaître
les moyens qui sont nécessaires, il faut d'abord décider d'une série
d'initiatives concrètes et voir quand elles peuvent être prises en
charge. Tout ne se fera pas en une fois, nous visons le long terme. Il
faudra bien sûr des moyens à court terme mais il faudra aussi
planifier un travail de lutte contre le cancer à long terme.
Le cancer représente 55.000 nouvelles tumeurs par an, c'est énorme,
dont 200 concernent les enfants. Le taux de mortalité en Belgique est
plus élevé que la moyenne. On dit que la moitié des enfants qui
naissent aujourd'hui connaîtront le cancer dans leur vie. L'OMS
démontre qu'il y a une augmentation manifeste du nombre de cancers
dans le monde. On les détecte plus souvent, on peut aussi mettre un
nom sur certaines problématiques médicales. Mais il y a aussi le
vieillissement de la population, il y a nos modes de vie qui font que le
nombre de cancers croît. Cette réalité démontre qu'il y a une
nécessité de travailler dans la lutte contre le cancer.
Dans des pays comme la France, le Canada ou la Finlande, il existe
un plan national cancer pluriannuel. C'est à cela que je voudrais
aboutir. Dans un premier temps, d'ici le 10 mars, il faudrait déjà définir
une trentaine d'initiatives concrètes que nous pourrions réaliser à plus
ou moins court terme. Il faudrait ensuite inscrire cela dans une
perspective de travail pluriannuelle. Vous avez tout à fait raison de
dire que les Communautés ont des compétences essentielles en
termes de prévention et de dépistage, en partie avec le fédéral. On dit
que 40% des cancers pourraient être évités si la prévention
fonctionnait convenablement.
De gros efforts sont réalisés par les Communautés, je leur en sais
gré, et, bien entendu, nous travaillons avec elles autour de ces sujets
sensibles. Par exemple, j'ai lancé six tables rondes. Chaque lundi, il y
a deux tables rondes différentes où le Parlement est représenté,
Chambre et Sénat y ont un observateur. La première table ronde
rassemblait les Communautés et une série de professionnels autour
du thème de l'information et de la prévention. La deuxième table
ronde était consacrée au dépistage et aux vaccins.
Il y aura aussi des tables rondes qui seront consacrées aux
02.02
Minister Laurette
Onkelinx:
Het
nationaal
kankerplan is één van de tien
prioriteiten van de regering. We
moeten alleen nog beslissen
wanneer we welk initiatief nemen.
Enkele cijfers: elk jaar worden er
in
België
55.000
nieuwe
kankergevallen
vastgesteld,
waarvan 200 bij kinderen. Het
sterftecijfer in ons land ligt hoger
dan het gemiddelde en volgens de
WHO
neemt
het
aantal
kankergevallen wereldwijd toe.
Er moet dus dringend worden
ingegrepen.
Andere
landen
beschikken
over
meerjaren-
plannen. In maart zullen we
prioriteiten en een werkplanning
vastleggen. Daarbij is voor de
Gemeenschappen een belangrijke
rol weggelegd; naar verluidt kan
40 procent van de kankergevallen
worden voorkomen door gepaste
preventieve maatregelen. Samen
met de Gemeenschappen hebben
we reeds rondetafelgesprekken
georganiseerd,
telkens
op
maandag, en we zullen dat blijven
doen. Thema's die werden of
zullen
worden
besproken:
opsporing,
onderzoek,
zorg-
verlening en behandeling, en de
evaluatie van de aanpak van
kanker.
We
willen
zowel
de
Gemeenschappen
en
de
Gewesten als de buurlanden, de
beroepsbeoefenaars
en
de
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
compétences du fédéral, même si certaines parties de ces
compétences sont régionales ou communautaires.
Je pense, par exemple, à la recherche. En ce domaine aussi, nous
avons un travail commun à réaliser.
Sinon, il y aura "soins et traitements", "soutien aux patients et à leur
entourage", "recherche et technologies innovantes" et "évaluation de
la prise en charge du cancer".
Fin février, nous aurons aussi une réunion entre ministres des
différents niveaux de pouvoir, principalement des Communautés ­
même si les Régions ont aussi des compétences, telle l'agrément des
hôpitaux ­ et ce pour élaborer ce projet en commun. Avant de lancer
le plan Cancer, j'en avais d'ailleurs averti mes collègues des
Communautés et des Régions.
J'ai également regardé ce qui se faisait dans les pays voisins.
On dialogue beaucoup avec l'ensemble des professionnels.
Par ailleurs, j'ai eu une réunion la semaine dernière avec les
associations de patients et de familles de victimes du cancer.
En réalité, j'essaie que ce plan soit porté en commun par les
professionnels, les personnes concernées par le cancer et par
l'ensemble des politiques du pays.
patiëntenverenigingen
bij
het
kankerplan betrekken.
La présidente: Je voudrais préciser que tous les lundis ­ ce lundi,
lundi prochain et encore le suivant ­ se tiennent les tables rondes.
Nous organisons systématiquement le mardi qui suit ­ nous l'avons
fait tout à l'heure ­ un bref compte rendu de la part du parlementaire.
Je sais qu'on ne peut pas être partout.
Nous ferons un petit compte rendu du compte rendu qu'ils ont donné
pour que l'ensemble des membres de la commission en dispose
avant de rédiger les conclusions.
Par ailleurs, les parlementaires qui ont participé aux deux séances
d'hier nous ont également ramené des documents préparatoires.
Nous en avons fait des copies qui seront distribuées. Si vous
souhaitez figurer dans la liste de ceux qui vont les recevoir, précisez-
le. Nous vous les enverrons.
De voorzitter: Elke dinsdag kan u
over
een
verslag
en
de
voorbereidende documenten van
de rondetafel van maandag
beschikken.
02.03 Laurette Onkelinx, ministre: Je tiens à donner une précision
sur ces documents préparatoires
.
Chaque participant aux tables rondes dispose d'une farde avec une
série de documents. Ce sont des informations que je ne contrôle pas.
Je préfère l'indiquer. J'ai en effet été interpellée par un radiologue qui
m'a écrit à la suite de la polémique en Communauté française entre la
ministre Fonck et les radiologues sur la responsabilité de ceux-ci
dans l'insuffisance de prévention en matière de cancer du sein. La
question était notamment de savoir si on utilisait suffisamment le
mammotest.
02.03
Minister
Laurette
Onkelinx: Ik wil erop wijzen dat de
documenten die ter beschikking
van de geachte leden worden
gesteld informatie bevatten die niet
door mij werd geviseerd!
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Ces documents sont à disposition. Ils ne sont pas miens. Je tiens à le
dire si vous les consultez.
02.04 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, ik dank u
voor uw antwoord.
Het is inderdaad belangrijk dat er rond kanker een aantal strategieën
wordt ontwikkeld en dat er op lange termijn wordt gewerkt, net zoals
dat voor chronische of veel voorkomende ziekten ook zal moeten
gebeuren.
Ik begrijp dat u de Gemeenschappen erbij betrekt en dat zij ook voor
de andere thema's, als de bevoegdheid van de Gemeenschappen
ermee te maken hebben, mee naar de ronde tafel komen.
Wat het budget betreft, ik begrijp dat het een beetje zal afhangen van
de maatregelen en dat er nog niets werd opgesteld. Ik meen dat dit op
termijn een van de belangrijkste vragen wordt.
Wat de bij de uitvoering betrokken partners betreft, het verheugt mij te
horen dat niet alleen de medische wereld, maar ook de patiënten en
familieleden van patiënten mee worden betrokken in het overleg. Ik
heb u niets horen zeggen over de ziekenfondsen. Ik vind dat wel heel
belangrijk, omdat zij een intermediaire functie hebben. Ik weet dus
niet of zij erbij betrokken zijn.
02.04 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): Il est important de définir une
stratégie à long terme, y compris
pour
d'autres
maladies
chroniques. Les Communautés
doivent effectivement participer
aux tables rondes. Le flou reste
manifestement total en ce qui
concerne les aspects budgétaires.
Je me réjouis de constater que les
patients et leur famille seront
également entendus. Qu'en est-il
des mutualités?
02.05 Laurette Onkelinx, ministre: Les représentants du collège
intermutualiste étaient présents hier et tous les documents sont là.
02.05
Minister
Laurette
Onkelinx: De vertegenwoordigers
van het Intermutualistisch College
waren gisteren aanwezig.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "l'inhumation des indigents en Belgique" (n° 1762)</b>
03 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de teraardebestelling van de behoeftigen in België" (nr. 1762)
03.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente, la
collaboratrice de Mme la ministre m'a contacté à ce sujet.
(...): (...)
03.02 Jean-Jacques Flahaux (MR): Je pense qu'il est extrêmement
dommageable que ce soit régionalisé. Je ne voudrais pas me faire
honnir par les ultra-régionalistes présents ici. Je pense qu'il y a un
problème important parce que, selon la volonté et la situation
financière des communes, il peut y avoir de grands drames. Je pense
donc qu'il s'agit d'un point qui sera abordé dans le cadre d'Octopus.
Je sais que la problématique des indigents n'est pas très excitante
mais c'est un problème très concret et réel. C'est avec dépit que je
retire ma question.
Je remercie Mme la ministre d'avoir demandé à sa collaboratrice de
m'appeler à ce sujet.
La présidente: La question est donc retirée.
Vous pouvez peut-être demander à un de vos collègues au Parlement
03.02 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Aangezien het niet om een
federale materie gaat, trek ik mijn
vraag met ontgoocheling in!
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
wallon d'interpeller le ministre régional.
04 Questions jointes de
- M. Jean-Jacques Flahaux à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la
prévention et la curation des usages addictifs de cannabis" (n° 1766)<br>- M. Jean-Jacques Flahaux à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "l'analyse du
nouveau vaccin contre la dépendance aux drogues" (n° 1873)</b>
04 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het
voorkomen van en hulpverlening bij cannabisverslaving" (nr. 1766)
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
analyse van het nieuwe vaccin tegen drugsverslaving" (nr. 1873)
04.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente,
madame la ministre, notre pays compte de nombreux
consommateurs de cannabis. Ces derniers commencent à utiliser ce
produit souvent dès l'âge de 13-14 ans. Si pour une grande partie
d'entre eux l'usage de drogue ne crée aucun dommage d'ordre
somatique, psychologique ou social, pour nombre d'usagers, la
consommation abusive et la dépendance au cannabis sont une
réalité.
Des complications relevant du mal-être, des difficultés personnelles,
relationnelles, sociales, scolaires ou professionnelles, d'un manque
de motivation ou encore de l'anxiété peuvent accompagner la
consommation de cette drogue, avec des conséquences en déficit
mnésique qu'elle entraîne à court terme, mais qui se transforment en
trouble du langage ou de la motricité en cas de consommation plus
importante, encore renforcés par la qualité souvent douteuse du
produit coupé avec des substances toxiques ou bien encore liés à sa
culture avec usage de pesticides. Cet usage intensif d'un produit à la
qualité douteuse peut altérer le parcours scolaire ou professionnel
des individus, quand il n'influence pas en outre certains troubles
psychiatriques comme l'anxiété, la dépression ou la schizophrénie,
etc.
Or le cannabis considéré comme une substance entraînant une
dépendance physique et psychique relativement faible n'a fait l'objet
pendant longtemps d'aucune prise en charge thérapeutique
spécifique.
Depuis quelques années, suite à une augmentation des demandes de
traitement, des services de psychiatrie et psychologie médicale se
sont penchés sur le traitement de ces conduites addictives. Celui du
CHU Brugmann a mis en place une Clinique du Cannabis destinée à
accueillir les personnes ayant développé une consommation
problématique de cannabis, proposant aux consommateurs et à leurs
familles des services diversifiés et adaptés pour les aider de manière
pragmatique et cohérente afin d'évaluer les motifs de la
consommation, aider à motiver l'arrêt, traiter les signes de sevrage,
gérer les conflits familiaux, les éventuelles comorbidités
psychiatriques dans le cadre d'un programme individualisé s'appuyant
sur les désirs du patient, les répercussions de la consommation dans
les différents domaines de sa vie. Ce traitement basé sur les
thérapies cognitives et comportementales peut aussi se combiner, si
nécessaire, avec une médication.
En lien avec le laboratoire de psychologie médicale de la Faculté de
04.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ons land telt tal van
cannabisgebruikers; soms zijn ze
amper dertien of veertien jaar oud.
Cannabisgebruik kan gepaard
gaan met relationele, sociale,
school- of werkproblemen.
Ingevolge een toename van het
aantal
behandelingsaanvragen
buigen
diensten
medische
psychiatrie en psychologie zich
sinds enkele jaren over die
problemen en het UVC Brugmann
heeft een zogenaamde'"cannabis
consultatie' opgericht. Uit studies
is gebleken dat correcte informatie
een belangrijk preventief effect
heeft.
Is het in dat kader niet wenselijk
dat men de jeugd van het bestaan
van
die
dienst
en
zijn
contactgegevens op de hoogte
brengt? Kan er geen nationale
informatiecampagne
over
die
voorzieningen worden opgezet?
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
médecine et en synergie avec le service de psychiatrie et psychologie
médicale du CHU Brugmann, des études s'inscrivant dans la ligne de
la politique fédérale relative à la problématique des drogues ont
permis d'évaluer l'influence sur la consommation du cannabis, de
dépendances croisées avec d'autres addictions, notamment celle à
l'alcool. Elles ont surtout permis de constater qu'une information des
consommateurs non encore dépendants avait un potentiel préventif
majeur, de même que la mise en place d'une thérapie familiale
multidimensionnelle chez les jeunes consommateurs sur le point de
devenir dépendants.
Madame la ministre, bien que les écoles ne relèvent pas de votre
compétence en matière d'éducation, ne serait-il pas possible et
souhaitable de faire connaître à nos jeunes concitoyens, qui
s'intéressent dès leur scolarité aux substances psychotropes,
l'existence de cette clinique ou de semblables institutions et de leur
donner les moyens de la ou les contacter via un numéro gratuit
d'information animé par vos services afin de mieux gérer leur
consommation de drogue et d'en prévenir les addictions avec le
cortège de difficultés qu'elles entraînent tant dans leur vie personnelle
que scolaire et professionnelle?
Serait-il possible de mettre en oeuvre une campagne nationale
d'information sur ces outils de prévention et de cure en direction de la
population belge afin que ceux de nos concitoyens qui sont touchés,
eux-mêmes ou dans leur entourage, par un problème de
consommation excessive de cannabis ­ et on a vu récemment une
dame à la télévision qui avouait une consommation de plus de 35
joints par jour ­ puissent faire appel aux services de ces structures?
04.02 Laurette Onkelinx, ministre: Pourriez-vous poser en même
temps la question sur le vaccin contre la drogue, avec l'accord de la
présidente?
04.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): La presse fait état d'un
nouveau vaccin contre la dépendance aux drogues mis en oeuvre à
l'initiative du professeur de psychiatrie et neurosciences Thomas
Kosten qui travaille au Baylor College of Medecine de Houston
(Texas, USA). Ce professeur y travaille depuis 1995. Ce vaccin a
pour objectif d'empêcher le corps humain de ressentir l'effet de la
drogue. Le vaccin inoculé obligerait le système immunitaire à
reconnaître la drogue comme un corps étranger et à l'attaquer.
Je souhaiterais savoir si le département de Mme la ministre, ou l'un
des départements ministériels compétents en matière de santé dans
l'un des autres pays de l'Union européenne a déjà analysé les
paramètres de ce nouveau vaccin et notamment l'efficacité contre
l'ensemble des drogues, qu'elles soient "naturelles" ou synthétiques -
je pense à l'ecstasy, etc. Par ailleurs, ce nouveau vaccin a-t-il fait
l'objet d'une demande d'agrément en Europe? Il me semble que ce
type de vaccin pourrait soigner des personnes "accros" mais qui
n'auraient pas la réelle volonté de renoncer à leurs substances
habituelles. Il est de toute façon clair que si un tel vaccin est mis sur
le marché, il peut engendrer une révolution "copernicienne" dans le
traitement des personnes dépendantes. Je pense également au
traitement et à la gestion des détenus dans les établissements
pénitentiaires ­ Mme la ministre a été ministre de la Justice ­ dont le
pourcentage de drogués est scientifiquement énorme.
04.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): De pers maakt gewag van
een
nieuw
vaccin
tegen
drugsverslaving
dat
werd
ontwikkeld door Thomas Kosten,
professor in de psychiatrie en de
neurowetenschappen
aan
het
"Baylor College of Medicine" in
Houston. Heeft uw departement of
dat van een Europese ambtgenoot
de diverse parameters van dat
vaccin al onderzocht? Werd er een
aanvraag tot erkenning in Europa
ingediend?
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
04.04 Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur Flahaux, en effet, la
consommation de cannabis, tout comme d'autres drogues, ne peut
être banalisée et doit faire l'objet d'une attention très soutenue. Vous
savez que mon prédécesseur s'y est beaucoup intéressé. Il a financé,
depuis 2004, l'étude INCANT (International Cannabis Need of
Treatment) au centre hospitalier universitaire Brugmann.
Vous évoquez le lancement d'une campagne d'information destinée
tout particulièrement aux jeunes, qui concerne les outils préventifs et
curatifs existants. Or la prévention n'est pas du ressort fédéral, mais
relève du communautaire. Cependant, nous sommes certainement
tous d'avis que de telles actions sont nécessaires. Dès lors, un million
d'euros ont été attribués à l'ASBL IDEA pour la mise en place d'une
campagne nationale sur les drogues et alcools dans le cadre d'un
accord entre le fédéral et les Communautés.
Comme vous le savez, cette campagne a débuté le 29 janvier.
L'ASBL IDEA qui la pilote, regroupe la plupart des centres de drogue
installés en Flandre, en Wallonie et à Bruxelles, de sorte que nous
puissions profiter autant que possible de l'expertise du secteur dans
son ensemble.
Ensuite, les objectifs de la campagne sont les suivants. Il s'agit
d'abord d'améliorer dans notre société la connaissance à propos des
drogues et de leur consommation et ensuite de développer les
compétences des différents groupes-cibles, tels que les personnes
souffrant d'un problème de consommation ou encore les intervenants.
Le but consiste à informer le public sur l'offre d'assistance et les
sources d'information disponibles, comme les lignes téléphoniques.
Ces dernières sont depuis longtemps financées par mes collègues
des Communautés et Régions. Elles livrent nombre de
renseignements et se portent aussi garantes des orientations. En
outre, de nouveaux instruments seront créés pour encourager les
personnes affrontant un problème de consommation à se rendre
auprès des intervenants.
La campagne ne se limite pas à une drogue ou une catégorie de
drogues. En effet, nous avons opté pour une approche globale, car
nous ne pouvons - à côté de la consommation des drogues illégales ­
sous-estimer les conséquences de l'abus d'alcool, surtout chez les
jeunes.
L'information fournie par la campagne sera factuelle, crédible et
adaptée aux différents groupes-cibles. C'est essentiel, dans la
mesure où nous constatons trop souvent une disparité de points de
vue entre les consommateurs de drogues illégales et le grand public.
Cela complique la communication et peut la rendre inefficace; il faut
que cela change.
Par ailleurs, la campagne nationale est trilingue et se constitue d'un
volet public et d'un volet professionnel. Le premier vise, de manière
générale, à attirer l'attention sur l'alcool et les autres drogues. Pour ce
faire, des messages frappants seront diffusés dans des spots
télévisés ou au moyen d'affiches de rue, d'annonces publicitaires, de
cartes postales. Cette partie de la campagne a été lancée voici trois
semaines et devait durer un mois. Le second se compose de matériel
didactique ­ brochures et affiches ­ et d'une plate-forme interactive.
04.04
Minister Laurette
Onkelinx: Het gebruik van drugs
en meer bepaald van cannabis
mag niet worden gebanaliseerd.
Mijn voorganger heeft er veel
aandacht aan besteed en heeft
sinds 2004 de INCANT-studie
("International Cannabis Need of
Treatment")
aan
het
UVC
Brugmann gefinancierd.
Preventie
behoort
tot
de
bevoegdheid
van
de
Gemeenschappen. Toch is één
miljoen euro toegewezen aan de
vzw iDA (Informatie over Drugs en
Alcohol) met het oog op het
opzetten
van
een
nationale
voorlichtingscampagne over drugs
en alcohol binnen het raam van
een akkoord dat tussen de
federale
overheid
en
de
Gemeenschappen is gesloten. Die
campagne heeft tot doel op een
factuele en aan de verschillende
doelgroepen aangepaste wijze
informatie te verstrekken over de
aangeboden hulpkanalen en de
beschikbare
informatiebronnen
zoals de telefoonlijnen die nu al
door de Gemeenschappen en de
Gewesten worden gefinancierd of
de nieuwe voorzieningen die zullen
worden
uitgewerkt.
Die
op
nationale schaal op touw gezette
campagne is drietalig en omvat
een publiek luik (televisiespots,
posters, postkaarten, enz.) en een
beroepsluik (didactisch materiaal
en interactief platform).
Het Wetenschappelijk Instituut
Volksgezondheid
heeft
de
Amerikaanse professor Thomas
Kosten gecontacteerd. Volgens
hem kan het vaccin tegen
cocaïneverslaving over ongeveer
drie jaar beschikbaar zijn in de
Verenigde Staten en één jaar later
in Europa.
Op middellange termijn kunnen er
wellicht vaccins worden ontwikkeld
tegen alle soorten drugs, zowel
natuurlijke als synthetische, met
uitzondering van alcohol. Zelfs een
gecombineerd vaccin behoort tot
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Il s'agit donc d'une campagne solide, massive, qui tient évidemment
compte des initiatives existantes et financées par mes collègues des
gouvernements communautaires et régionaux.
Quant au vaccin contre les drogues, l'Institut scientifique de santé
publique, programme "Drogues", a pris contact avec le chercheur
américain, le Pr. Thomas Kosten. Ce dernier a mentionné au sujet du
vaccin expérimental pour la cocaïne, que la phase 2 de test chez
l'homme était en cours, ce qui peut finalement mener à l'approbation
aux États-Unis. Dans une étude placebo contrôlée, l'efficacité
semblait être double par rapport au placebo, ce qui constitue un
meilleur résultat que tous ceux obtenus avec des médicaments
expérimentaux pour la dépendance à la cocaïne.
D'après ce qui m'a été rapporté, il n'existe pas encore de médicament
approuvé FDA pour la dépendance à la cocaïne. Le Dr Kosten
s'attend à ce que la substance contre la cocaïne soit
commercialement disponible aux États-Unis dans trois ans environ,
en Europe un an plus tard. Cet été, une étude concernant ce vaccin
contre la cocaïne commencera d'ailleurs en Europe sous la direction
de la firme propriétaire du vaccin.
Les vaccins contre la métamphétamine et l'héroïne sont testés pour
l'instant sur des animaux. À moyen terme, me dit-on, on peut
s'attendre à ce que des vaccins contre toutes les drogues soient mis
au point, aussi bien pour des drogues naturelles que synthétiques
comme la nicotine, à l'exception de l'alcool. U vaccin pourra même
être administré contre plusieurs de ces substances, combinés en une
injection. Cela empêchera que l'utilisateur puisse passer à l'emploi
d'une autre substance.
Voilà les informations en ma possession, que je n'ai pas encore pu
vérifier. Si elles s'avèrent exactes et les vaccins efficaces, cela ouvre
des perspectives extraordinaires pour la prise en charge des
personnes dépendantes mais cela n'enlèvera rien à la grande utilité
des campagnes de prévention contre l'usage des drogues légales et
illégales.
de mogelijkheden.
Als alle informatie klopt en de
vaccins doeltreffend zijn, biedt dat
buitengewoon
gunstige
vooruitzichten voor de behandeling
van
drugsverslaafden.
Preventiecampagnes tegen het
gebruik van legale en illegale
drugs blijven echter nuttig.
04.05 Jean-Jacques Flahaux (MR): On a ouvert là un sujet
passionnant. Je remercie la ministre pour les informations qu'elle a pu
recueillir et qui montrent que nous sommes davantage dans le moyen
terme que dans le court terme. Dès lors, pour le court terme, la
prévention reste sans doute la politique la plus efficace. Le million
d'euros que Mme la ministre a évoqué, j'espère qu'il sera récurrent
parce qu'une politique d'information et de prévention se doit d'être
durable. En effet, chaque année, de nouvelles générations ont accès
au marché de la drogue. Il faudra poursuivre cette action. J'espère
que les campagnes à l'initiative de l'association IDEA que vous avez
évoquées pourront être pérennisées et valorisées dans le budget
2008 que vous nous présenterez prochainement.
04.05 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Op korte termijn is preventie
wellicht het meest doeltreffende
instrument. Ik hoop dan ook dat de
campagnes
zullen
worden
bestendigd en dat er in de
begroting van 2008 de nodige
fondsen zullen worden voor
uitgetrokken.
04.06 Laurette Onkelinx, ministre: Je vous ai parlé des États-Unis.
En ce qui concerne l'Europe, le vaccin n'a pas encore fait l'objet d'une
évaluation. Son efficacité et sa sécurité n'ont pas encore été
examinés par les autorités européennes compétentes en matière
d'autorisation et de mise sur le marché des médicaments.
04.06
Minister
Laurette
Onkelinx: Het vaccin is nog niet
op
zijn
doeltreffendheid
en
veiligheid getest door de Europese
instanties
bevoegd
voor
de
goedkeuring en het in de handel
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
brengen van geneesmiddelen.
04.07 Jean-Jacques Flahaux (MR): En ce qui concerne le
deuxième volet de ma question, je me dis que si on peut le faire à
Houston aux États-Unis, pourquoi ne pourrait-on pas aussi le faire à
Bruxelles? Quels moyens européens sont-ils mis en place pour
accélérer l'utilisation de ce genre de vaccin?
La présidente: C'est effectivement un long débat. D'importants
moyens financiers publics et privés sont nécessaires. Mais si un
vaccin est inventé et qu'il est efficace, il doit pouvoir aussi être utilisé
dans les autres pays.
S'il n'y a plus moyen de fumer du cannabis, la vie sera belle!
04.07 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik stel mij ook vragen over
de Europese middelen die aan dit
type vaccin besteed worden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Yolande Avontroodt aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
contingentering van de kinesisten" (nr. 1778)
- de heer Koen Bultinck aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
contingentering van de kinesisten" (nr. 1914)
05 Questions jointes de
- Mme Yolande Avontroodt à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le
contingentement des kinésithérapeutes" (n° 1778)<br>- M. Koen Bultinck à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le contingentement
des kinésithérapeutes" (n° 1914)</b>
05.01 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, collega's, ik kom met mijn vraag betreffende de
contingentering van kinesisten nog even terug op een item dat tijdens
de vorige legislatuur met uw voorganger, minister Demotte, veelvuldig
werd besproken in deze commissie, vaak met de nodige emoties.
Iedereen die het dossier kent, weet dat sinds 1999 het aantal
kinesisten dat via het RIZIV de terugbetaling van zijn prestaties kan
krijgen beperkt is. Het gaat om 270 Nederlandstaligen en 180
Franstaligen.
Intussen werd een aantal keren het fameuze uitgangsexamen voor
kinesisten georganiseerd. U weet dat de onderwijsinstellingen aan
Nederlandstalige zijde een aantal maatregelen hadden genomen. Dat
is iets minder gebeurd aan Franstalige zijde, om het eufemistisch uit
te drukken.
Uit een aantal studies uitgevoerd door professor Stappaerts en door
professor Pacolet in opdracht van de FOD Volksgezondheid blijkt dat
gezien de vervrouwelijking en de vergrijzing van het beroep de
oorspronkelijke contingentering en de oorspronkelijke uitgangspunten
ervan wel eens door de feiten achterhaald zouden kunnen zijn.
Ondertussen werd ook de vraag om het uitgangsexamen, en dus in
se in het verlengde daarvan de contingentering van de kinesisten, te
herbekijken regelmatig terug op de agenda geplaatst door een aantal
beroepsverenigingen.
Ik wil daarom een aantal zeer concrete vragen stellen om het dossier
05.01 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): Depuis 1999, le nombre
de nouveaux kinésithérapeutes
pouvant effectuer des prestations
remboursées par l'INAMI a été
limité à 270 néerlandophones et
180 francophones par an. Entre
temps, un examen de sortie a été
organisé à plusieurs reprises. En
raison du vieillissement de la
population et de la féminisation de
la profession, on commence
toutefois à craindre une pénurie de
kinésithérapeutes.
L'examen
de
sortie
pour
kinésithérapeutes a-t-il déjà été
évalué? La ministre est-elle
disposée à demander à la
commission de planification de
réexaminer le contingentement?
Le précédente ministre de la
Santé publique avait promis
d'attribuer les numéros INAMI non
utilisés aux sélectionnés suivants
mais il n'a pas respecté cet
engagement. Qu'est-il advenu des
numéros non attribués?
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
verder te kunnen opvolgen en na te gaan of u de lijn van uw
voorganger Demotte dienaangaande doortrekt. Die lijn werd reeds
door veel van uw voorgangers op dat departement getrokken.
Een eerste heel duidelijke vraag is of er intussen een evaluatie is
gebeurd van het uitgangsexamen voor kinesisten. Als dat het geval is,
zou ik graag zicht krijgen op de resultaten omdat dit belangrijk is om
het dossier verder te kunnen opvolgen.
Een volgende vraag betreft uw politieke bereidheid om de
planningscommissie te vragen het dossier van de contingentering van
de kinesisten te herbekijken. Immers, net zoals voor de artsen moet
ook in het dossier van de kinesisten de planningscommissie af en toe
met nieuwe voorstellen komen na grondig advies en onderzoek.
Ten slotte, waarom is de belofte van uw voorganger Demotte dat de
niet-opgenomen RIZIV-nummers van geslaagde kandidaten van het
uitgangsexamen zouden worden doorgegeven aan degenen die in de
volgorde iets verder op de lijst van de geslaagde geselecteerden
stonden, niet nagekomen? Wat is uiteindelijk gebeurd met die vrije
RIZIV-nummers?
05.02 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, aanvankelijk had ik over dit onderwerp een
interpellatie ingediend, maar die werd niet weerhouden. Ik wou
interpelleren omdat de vraag nummer 883 over de onvoldoende
evidentie van de contingentering van de kinesitherapeuten, tijdens de
vorige legislatuur onbeantwoord werd gelaten door uw voorganger.
Teneinde uw aandacht en de aandacht van de commissieleden
opnieuw te vestigen op het onderwerp had ik dus aanvankelijk een
interpellatie ingediend.
De drie elementen waarrond ik mijn vraag heb ontwikkeld zijn de
volgende. Ten eerste, het rapport van professor Stappaerts, dat u
wellicht bekend is. Ten tweede, de studie van professor Pacolet van
het HIVA, die trouwens werd gemaakt in opdracht van de FOD
Volksgezondheid. Last but not least, de gewijzigde houding van de
beroepsverenigingen inzake de contingentering.
Ik wens even te blijven stilstaan bij de studie van professor Stappaerts
van Leuven, waarin wordt aangetoond dat er op termijn in een aantal
instellingen en setting, niet te veel, maar te weinig kinesitherapeuten
zullen zijn op de arbeidsmarkt. Dat zou vandaag trouwens al het geval
zijn.
De Vlaamse cijfers zijn bekend. Er zijn 270 personen die in
aanmerking komen voor een erkenning en aan wie een RIZIV-
nummer zal worden gegeven en die dus de toelating krijgen voor het
openen van een zelfstandigenpraktijk. De cijfers die professort
Stappaerts aanhaalt stelt dat het aantal dat start als zelfstandigen
heel wat lager ligt, te weten 126 tijdens dit schooljaar, 92 in het
schooljaar 2008-2009 en 117 in het schooljaar 2009-2010.
Met het oog op de toekomst zijn er dus wel elementen om over na te
denken. De vraag is hoe het uiteindelijk zal worden geprojecteerd,
gelet op de demografische evolutie en gelet op de nood en de vraag
inzake traumatologie en in de centra voor revalidatie.
05.02 Yolande Avontroodt
(Open Vld): La question écrite 883
sur
le
contingentement
des
kinésithérapeutes
que
j'avais
posée
sous
la
législature
précédente
est
restée
sans
réponse. C'est pourquoi je l'ai
reposée, cette fois même sous la
forme d'une interpellation.
Il ressort du rapport de professeur
Stappaerts, de Louvain, que dans
les années à venir, il y aura en
Flandre
moins
de
kinésithérapeutes
indépendants
que prévu aujourd'hui dans le
cadre du contingentement. Les
kinésithérapeutes seront 270 à
entrer en ligne de compte alors
que 126 seulement commenceront
au cours de cette année scolaire
une activité indépendante. Au
cours
de
l'année
scolaire
prochaine, ils ne seraient que 92
et, au cours de la suivante, 117.
Une étude réalisée par le
professeur Pacolet à la demande
du SPF Santé publique démontre
que le contingentement visé était
déjà atteint avant la tenue des
épreuves
de
sélection.
Les
mesures annoncées ont eu pour
effet de décourager les candidats.
Selon l'étude en question, les
normes fixées dans le cadre du
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
Er werd ook een studie gemaakt in opdracht van de FOD
Volksgezondheid. Professor Pacolet ondersteunt de stelling die in die
studie wordt ingenomen. Volgens hem was de doelstelling van
destijds terecht. Hij zegt dat de minister destijds de meest geëigende
beslissing heeft genomen; het was trouwens opgenomen in een totaal
pakket van akkoorden.
Maar ook professor Pacolet ­ die zoals u weet, mevrouw de minister,
heel actief is op het gebied van arbeid en tewerkstelling in ons land ­
stelt dat de doelstelling van de contingentering effectief is gehaald.
Het effect is bereikt nog voor de selectieproeven werden gehouden.
Die doelstelling werd volgens professor Pacolet gehaald doordat er,
ten eerste, in Vlaanderen opleidingen verdwenen. Een aantal
opleidingen is verminderd of verdwenen. Ten tweede, is de instroom ­
uiteraard ten gevolge van de contingentering en dergelijke ­ voor de
opleiding gedaald, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Ten derde, de
maatregelen inzake het voorschrijfgedrag en de incentives om het
beroep te verlaten hebben ontmoedigend gewerkt. Het was ook voor
een stuk de bedoeling dat die ontmoedigend zouden werken om het
teveel dat er op dat moment was te corrigeren.
Professor Pacolet bevestigt ook dat de werkelijke toetreding tot de
sector beneden de geplande contingentering zal liggen. Hij wijst er
ook op dat, onder meer gelet op de vergrijzing, tegen 2020 ­ wat toch
niet zo veraf meer is ­ een tekort zal zijn.
Een derde punt zijn de beroepsverenigingen. Ik wil daar toch even bij
stilstaan want sommigen van de leden hier hebben dat debat
meegemaakt. De beroepsverenigingen waren destijds zelf vragende
partij om naar een contingentering te gaan en om naar een
herwaardering van het beroep te kunnen streven.
De beroepsverenigingen hebben vandaag hun mening wat dat betreft
ook reeds bijgesteld, wegens de problemen en de tekorten die zij
vaststellen, en de moeilijkheden die zij hebben om op het terrein hun
cliënteel met kinesisten met een RIZIV-nummer te kunnen bedienen.
Anders kan het niet. Dan staat het allemaal op hun nummer, en dan
hebben zij te veel patiënten te behandelen. Ook al nemen zij mensen
in dienst, als die geen RIZIV-nummer hebben, komt het op hun
nummer te staan. Dat heeft dan niets te maken met de prestatie die
wordt geleverd, maar dan kunnen zij gewoon niet voldoen aan de
normen die men heeft voorgesteld.
Er zijn gegevens volgens dewelke ook in rustoorden en ziekenhuizen
vacatures oningevuld blijven, tot vandaag.
Mevrouw de minister, in dat verband is er een merkwaardige
vaststelling, waarvan ik mij zelf niet bewust was. Een bevraging,
onder meer van de studentenverenigingen, die een heel goed zicht
hebben op de plaatsen waar de afgestudeerde studenten
terechtkomen, leert echter heel duidelijk dat afgestudeerde studenten
worden geweerd.
Ik herinner mij destijds de discussie en het antwoord van de
toenmalige minister, die opperde dat er wél mogelijkheden waren. De
betrokken kinesisten zouden immers in ziekenhuizen en rusthuizen
terechtkunnen. Op het terrein blijkt dat niet het geval te zijn. Zij
contingentement ne seront pas
atteintes et il pourrait même être
question de pénurie pour 2020.
Les associations professionnelles
critiquent
également
le
contingentement dans la mesure
où les kinésithérapeutes ne
trouvent déjà plus suffisamment
de collaborateurs disposant d'un
numéro INAMI. Les hôpitaux et les
maisons
de
repos
refusent
également les kinésithérapeutes
sans numéro.
Un problème complémentaire est
lié au fait que l'octroi de 270
numéros ne signifie pas que 270
kinésithérapeutes effectueront une
carrière à temps plein. Certains
numéros ne sont pas réclamés,
d'autres ne sont pas utilisés et
d'autres encore sont utilisés à
temps partiel. La promesse du
ministre Demotte, qui s'était
engagé à ce que les numéros non
réclamés soient attribués aux
suivants sur la liste, n'a pas été
respectée.
Quelle est la réaction de la
ministre face à ces problèmes?
Est-elle disposée à adapter le
contingentement à ces nouvelles
constatations? Quand le cadastre
des professions de la santé sera-t-
il établi? La ministre envisage-t-
elle une nouvelle étude des
besoins dans les deux prochaines
décennies? Attribuera-t-elle les
numéros
non réclamés
aux
suivants
sur
la
liste?
Qu'adviendra-t-il des numéros non
encore utilisés deux ans après leur
attribution? La ministre tiendra-t-
elle compte, dans le cadre du
contingentement, du fait que
certains
kinésithérapeutes
exercent leur profession à temps
partiel?
Les
examens
des
kinésithérapeutes constituent une
matière communautaire. Dans
l'intervalle, le contingentement a
provoqué des tragédies et je
souhaiterais
plaider
avec
insistance auprès de la ministre
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
worden immers niet aangeworven, omdat voor sommige prestaties ­
hoewel er een forfait is voor een beperkt aantal prestaties ­ het
RIZIV-nummer nodig is. Zoniet werken de betrokkenen in de
illegaliteit, wat natuurlijk de bedoeling niet kan zijn.
Het voornoemde betreft uiteraard de ambulante diensten van de
ziekenhuizen en de prestaties aan bed in de rusthuizen. Bijgevolg zijn
ook de ziekenhuizen en rusthuizen vragende partij om kinesisten met
een RIZIV-nummer aan te werven.
Ik hoorde de heer Bultinck daarnet al aanhalen dat 207 toegekende
RIZIV-nummers niet betekent dat 207 kinesisten fulltime als kinesist
werken. Om dat na te gaan, hebben wij de registratie in het kadaster
nodig. Ook het probleem van de niet-toegewezen nummers werd nog
niet opgelost. Dat vooral betreur ik, omdat op voornoemd probleem
toch een antwoord was gegeven. Toenmalig minister Demotte had
beloofd het op de volgende manier te zullen doen: de niet-toegekende
nummers zouden gaan naar de studenten die in de volgorde van hun
slaagkansen recht op de betrokken nummers zouden hebben.
Blijkbaar is dat echter niet gebeurd.
Mevrouw de minister, daarom heb ik de volgende, concrete vragen.
Wat zijn uw houding en uw reactie op de studies van professor
Stappaerts en op de studie van professor Pacolet, die het effect van
de contingentering op vandaag in vraag stellen en die vooral wijzen op
de moeilijkheden van het selectie-examen en de tekorten die vandaag
op het werkveld worden vastgesteld?
Wat is uw intentie? Bent u bereid om de contingentering aan de
nieuwe vaststellingen aan te passen? Het zijn recente gegevens.
Mijn tweede vraag is uiteraard de vraag naar het kadaster. Het is
geen nieuwe vraag.
Dit is ook een dossier dat reeds jaren aansleept. Mevrouw de
minister, ik ben mij ervan bewust dat u dit niet kunt oplossen in één
maand en ook niet in de drie maanden die u hebt gekregen. Ik vraag
hier echter toch als parlementslid of er een timing kan worden
vooropgesteld.
Dit is immers essentieel met betrekking tot de contingentering en de
RIZIV-nummers. Als men daarnaast dan onbezette RIZIV-nummers
heeft, dan is er een probleem voor de patiënt aan het bed of op de
massagetafel, zou ik durven zeggen.
Mevrouw de minister, ten derde, zou u eventueel zelf een aanvullende
behoeftestudie willen laten doen met betrekking tot de contingentering
of met betrekking tot het aantal kinesisten voor de komende twee
decennia?
Ten vierde, wat zal er gebeuren met de RIZIV-nummers die niet
werden opgehaald? Zal u deze nummers toekennen aan de volgende
geselecteerden op de lijst zoals vastgesteld na de selectieproef?
Mevrouw de minister, wat zal u doen met de RIZIV-nummers van
degenen die wel een RIZIV-nummer hebben maar er de afgelopen
jaren geen gebruik van hebben gemaakt? Dit is uiteraard allemaal het
gevolg van het kadaster. Zal u deze nummers toekennen aan de
pour
qu'elle
examine
cette
question dans le cadre de la
conférence interministérielle.
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
volgende geselecteerden?
Mevrouw de minister, ten slotte, kan u bij het vaststellen van de
contingentering ook rekening houden met de mate waarin kinesisten
hun beroep slechts deeltijds uitoefenen?
Mevrouw de minister, ik wil daaraan toch nog een addendum
toevoegen. Het gaat over de confrontatie met het examen. Wij
hebben hierover tijdens de vorige legislatuur heel grote en ernstige
discussies gevoerd. Minister Demotte was daarvoor gevoelig. Het blijft
echter toch een onrechtvaardig systeem.
Het is wellicht niet zoals het aanvankelijk was geconcipieerd. Men zei
dat degenen met een diploma wel terechtkunnen in een praktijk, in
een ziekenhuis of in een rusthuis. Nu blijkt dat het zo niet werkt, dat
het niet zo is.
Dit is niet uw bevoegdheid, want de organisatie van het examen is
een gemeenschapsbevoegdheid. Ik vind het schrijnend ten aanzien
van studenten dat ze bijvoorbeeld worden bevraagd met vragen die
bijna te maken hebben met de politiek, maar die niet echt te maken
hebben met hun werk als kinesist. Daarop struikelen zij dan
uiteindelijk en daardoor kunnen ze hun toegang tot het RIZIV-nummer
niet behalen.
Hier past de vraag dat u dit zeker zal meenemen naar de
interministeriële conferentie met de Gemeenschappen. Het is immers
voor vele studenten en hun familie en voor de patiënten en voor de
sector stilaan een tragedie aan het worden.
05.03 Laurette Onkelinx, ministre: Je suis d'accord pour souligner le
rôle très important des kinésithérapeutes dans notre système de
soins, que ce soit en première ligne ou en milieu hospitalier. C'est
vrai, comme on l'a rappelé, que d'importantes mesures ont été prises,
il y a quelques années, pour assurer une planification correcte des
kinés compte tenu, à cette époque-là, d'une réelle pléthore. C'est vrai
aussi que l'octroi de primes pour les kinés arrêtant leur activité a
accompagné les décisions de contingentement et que toutes ces
mesures ont eu un succès important. J'ai pris connaissance en effet
des études des professeurs Stappaerts et Pacolet, elles ont été
transmises à la commission de planification qui les intègrera dans sa
réflexion. Cependant, ce travail sur la planification ne portera pas
uniquement sur le contingentement mais devra intégrer les rôles
actuel et futur attribués aux kinésithérapeutes tant en première qu'en
deuxième ligne. L'adaptation du contingentement, et je crois que cette
adaptation sera nécessaire, dépendra dès lors d'une analyse plus
globale intégrant également les besoins gériatriques compte tenu du
vieillissement de la population. Au sein de la commission de
planification, un groupe spécifique concernant la kinésithérapie a été
mis en place. Comme l'a dit Mme Avontroodt, on travaille également
sur un cadastre des professionnels de la santé qui devrait être prêt
pour la fin de cette année. Ce cadastre va également nous permettre
de mieux préciser la force de travail réelle que représente le nombre
de kinésithérapeutes, en comparant ceux possédant un numéro
INAMI et ceux réellement en activité, totale ou partielle. Donc on aura,
d'un côté, le travail de la sous-commission kinés au sein de la
commission de planification, et on aura, de l'autre, le cadastre des
professionnels de la santé qui va évidemment concerner notamment
05.03
Minister Laurette
Onkelinx: Er werden indertijd
maatregelen genomen om iets te
doen aan het overaanbod aan
kinesisten. In dit verband dringen
zich wijzigingen op. Daartoe zal
binnen de Planningscommissie
een
subgroep
'kinesitherapie'
worden opgericht. Daarnaast zal
het
kadaster
van
de
gezondheidsberoepen
de
mogelijkheid bieden het werkelijke
aantal arbeidskrachten in deze
sector te bepalen. Bovendien
zullen andere studies over de
contingentering
worden
uitgevoerd, met het einde van het
jaar als streefdatum.
De in het vooruitzicht gestelde
wijzigingen moeten op objectieve
vaststellingen berusten en door
iedereen worden aanvaard. Wat
de Gemeenschappen betreft, kan
ik niet voor mijn collega's spreken.
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
les kinésithérapeutes. À partir de là et d'une série d'autres études sur
les conséquences réelles du contingentement (c'est pour la fin de
l'année donc je ne vais pas improviser), on va devoir prendre des
mesures nouvelles pour maintenir une force de travail de qualité dans
cette branche médicale très importante. Donc il faudra changer la
situation actuelle, sur base de constats objectifs, car rappelez-vous à
l'époque quand le ministre Vandenbroucke avait pris l'ensemble de
dispositions concernant les kinésithérapeutes, c'était aussi en fonction
d'une série de critiques qui avaient été émises concernant la pléthore,
les disparités, etc.
Je veux que la modification dans l'offre de planification puisse reposer
sur des constats clairs, objectifs, acceptés par tout le monde.
Mais de fait, il me paraît évident qu'il faudra revoir la planification.
En ce qui concerne l'examen des Communautés, je ne peux pas
parler à la place de mes collègues.
05.04 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, dank u voor dit antwoord.
Wij hebben als politici ten minste iets concreets in die zin dat u zeer
duidelijk zegt dat er een subcommissie aan het werk wordt gezet in
het kader van de planningscommissie die werk moet maken van het
ganse dossier kine en het ten minste moet herbekijken. U hebt
zichzelf ook vastgepind op een timing op het einde van het jaar.
Daarmee hebben wij iets belangrijks in handen om naar resultaten toe
te kunnen werken.
Alleen voor het laatste deel van mijn vraag blijf ik nog een beetje op
mijn honger zitten. Er is uiteraard de niet nagekomen belofte van uw
voorganger, minister Demotte, wat de niet opgenomen RIZIV-
nummers betreft. Het zou daar niet meer dan logisch zijn dat u als
opvolger de belofte van uw voorganger tracht na te komen, al was het
maar om de pijnlijke situatie als gevolg van het uitgangsexamen
waarin flink wat kinestudenten zijn terechtgekomen, een beetje te
verzachten.
05.04 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): Je me réjouis de cette
initiative concrète. Une sous-
commission au sein de la
commission
de
planification
s'occupera de la kinésithérapie. Il
y a également un calendrier. Je
n'ai cependant pas reçu de
réponse à la question de savoir ce
qu'il adviendra des numéros
INAMI non utilisés.
05.05 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de minister, ik heb
de vraag duidelijk aangehaald. Het is schriftelijke vraag 883. Daarin
antwoordt de minister dat het zo zal gebeuren. Voor die dertig niet
afgehaalde RIZIV-nummers, mevrouw de minister, hoeft u niet te
wachten. U hebt een basis daarvoor en blijft binnen de huidige
contingentering, maar het gaat daarbij wel over dertig jonge mensen
die dan wel toegang kunnen hebben tot het beroep.
Als tweede punt in de repliek zou ik nog willen vragen om uw
administratie toch te vragen iets sneller te zijn, omdat het examen er
weer aankomt. Als u pas uw kadaster heeft einde 2008, hebben we
weer de kans dat een hele nieuwe lichting afgestudeerde jonge
kinesisten zich aanmeldt op het examen en misschien weer wordt
beoordeeld zonder de kans te slagen volgens de nieuwe
contingentering. Dat zou bijzonder jammer zijn, gezien de evolutie in
de tijd en dit effectief nodig is. Ik ben blij dat u erkent dat aanpassing
nodig is.
Ik weet wel dat dit niet onze bevoegdheid is, maar dit op de
05.05 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Les trente numéros
INAMI
non
utilisés
peuvent
parfaitement être attribués dans le
cadre de l'actuel contingentement.
La ministre devrait demander à
son administration de faire preuve
de diligence. L'examen s'annonce
et si le cadastre n'est disponible
que fin 2008, une nouvelle levée
de kinésithérapeutes ne pourra
pas réussir dans le cadre du
contingentement adapté.
Je me réjouis de constater que la
ministre est bien consciente du
problème. J'insiste une nouvelle
fois pour que la question soit
abordée lors de la conférence
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
interministeriële conferentie agenderen is mijns inziens toch wel een
mogelijkheid.
interministérielle.
05.06 Laurette Onkelinx, ministre: Pour le reste, concernant les
trente numéros INAMI, je reviendrai vous en parler spontanément et
vous propose donc d'attendre le fameux cadastre. Ceci dit, en
fonction des arguments développés, je vais voir s'il n'est pas possible
d'avancer la date.
05.06
Minister Laurette
Onkelinx: Ik zal later op de
kwestie van de dertig Riziv-
nummers terugkomen en stel u
voor te wachten tot het kadaster
klaar is.
La présidente: Des questions orales sur ce même sujet avaient été
posées en commission à la fin de la législature précédente.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van de heer Flor Van Noppen aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"de fusie van het Instituut Pasteur met het Departement Microbiologie van het Wetenschappelijk
Instituut Volksgezondheid" (nr. 1784)
06 Question de M. Flor Van Noppen à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la
fusion de l'Institut Pasteur avec le Département de microbiologie de l'Institut scientifique de Santé
publique" (n° 1784)</b>
La présidente: Il y avait déjà eu une question la semaine passée ou il y a quinze jours, mais peut-être
avez-vous des éléments nouveaux.
06.01 Flor Van Noppen (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, in eerste instantie wou ik mijn vraag annuleren,
aangezien een soortgelijke vraag reeds werd gesteld. Aangezien er
echter mogelijkerwijs nieuwe ontwikkelingen zijn, wil ik ze toch stellen.
Al
jaren
is
het
Instituut
Pasteur
een
vooraanstaande
onderzoeksinstelling op het vlak van microbiologie. In 2003
fusioneerde het met het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid.
Op dat moment werden duidelijke afspraken gemaakt, die de
autonomie en de eigenheid van het Instituut binnen het WIV moesten
garanderen.
Voornoemde autonomie evenals de naambekendheid van het Instituut
Pasteur staan nu echter op de helling.
Ik nam ondertussen nota van uw uitgebreide antwoord op de vraag
van mevrouw della Faille. In voornoemd antwoord zei u onder meer
dat u nog een samenkomst met de betrokken diensten plande. Ik
vermoed dat de samenkomst ondertussen heeft plaatsgevonden. Ik
ben dan ook benieuwd naar de verdere ontwikkelingen.
Bijgevolg rest nog één vraag van mijn drie oorspronkelijke vragen.
Hoe ver staat het met de fusie van het Instituut Pasteur met het
departement Microbiologie van het WIV? Werd ze al volledig
afgerond?
Op welke manier kan het Instituut Pasteur toch zijn autonomie en
herkenbaarheid bewaren?
06.01 Flor Van Noppen (CD&V -
N-VA):
L'Institut
Pasteur
a
fusionné en 2003 avec le
département de Microbiologie de
l'Institut Scientifique de la Santé
publique. Des accords précis
devaient garantir l'autonomie et la
spécificité de l'Institut. Or cette
autonomie semble aujourd'hui
compromise.
La fusion a-t-elle déjà été
définitivement réalisée? Comment
l'Institut
Pasteur
pourra-t-il
conserver son autonomie et sa
notoriété?
06.02 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, je ne vais
pas répéter tous les éléments de réponse que j'avais donnés à Mme
06.02
Minister Laurette
Onkelinx:
Ik
heb
de
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
della Faille. J'essaierai d'être la plus précise possible en la matière.
J'ai effectivement rencontré toute une série de représentants de
l'Institut Pasteur. Je leur ai donné connaissance de divers éléments
pour les rassurer. Je leur ai notamment dit qu'on ne remettait
absolument pas en cause ni leur nom en tant qu'Institut Pasteur, ni la
qualité de leurs recherches, ni leur intégration dans le réseau des
différents instituts Pasteur. Je leur ai d'ailleurs communiqué une lettre
de la direction de l'Institut Pasteur de Paris qui ne voyait aucune
objection à conserver dans le réseau des Instituts Pasteur l'institut
actuel tel qu'intégré au niveau de la Santé publique.
Je leur ai aussi expliqué que je souhaitais qu'ils conservent le nom
"Pasteur". Les autorités veulent conserver leur spécificité à l'intérieur
du département. Il est même prévu qu'on leur donne l'appellation
"département Pasteur".
Tous les changements suscitent des craintes. Mais j'ai tenté de les
dissiper.
Ils craignent aussi pour l'indépendance des chercheurs. Je leur ai
donc proposé d'adapter la composition du conseil scientifique de
l'Institut. J'ai proposé que soit créée au sein du conseil une
commission spécifiquement chargée d'assurer le maintien, à un
niveau au moins équivalent à celui d'aujourd'hui, des moyens affectés
à la recherche au sein de la nouvelle structure, qui a été décidée en
2003 et est actuellement mise en oeuvre.
Je sens encore des réticences de leur part. Ils auraient
manifestement préféré ne pas être intégrés. Mais j'essaie de
maintenir cette intégration, telle qu'elle a été conçue parce qu'elle
permet énormément de développements nouveaux. En même temps,
je veux leur garantir une certaine autonomie et l'indépendance de
leurs recherches, notamment en créant un nouveau conseil
scientifique qui aura pour mission de vérifier cette indépendance et de
surveiller si on ne réduit pas les moyens octroyés à la recherche.
Voilà le travail que je mène actuellement. J'attends des propositions
plus précises du département pour répondre à la demande.
vertegenwoordigers
van
het
'Instituut Pasteur' ontmoet om ze
gerust te stellen. Ik heb hen erop
gewezen dat noch de naam
'Instituut
Pasteur',
noch
de
kwaliteit van hun onderzoek, noch
hun integratie in het netwerk van
de verschillende Pasteurinstituten
ter discussie worden gesteld.
Ze
vrezen
ook
voor
de
onafhankelijkheid
van
de
onderzoekers. Ik heb hen een
aanpassing van de samenstelling
van de raad van het instituut
voorgesteld. Ze waren geen
voorstander van een integratie. Ik
wil een wetenschappelijke raad
oprichten
die
hun
onafhankelijkheid moet toetsen en
moet nagaan of de middelen die
voor
het
onderzoek
worden
uitgetrokken
niet
worden
verminderd.
06.03 Flor Van Noppen (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik ben geen specialist in marketing, maar ik veronderstel dat indien de
naam Pasteur zou verdwijnen, de sponsoring die de regering in dit
geval heel goed zou kunnen gebruiken, zal verdwijnen.
06.03 Flor Van Noppen (CD&V -
N-VA): Si le nom de `Pasteur'
disparaît, c'en sera également fini
du parrainage.
06.04 Laurette Onkelinx, ministre: Dans la structure actuelle, il n'y a
aucun problème à voir travailler comme avant "Les amis de l'Institut
Pasteur", si ma mémoire est exacte à propos de cette dénomination.
En fait, il suffira que toutes les réticences soient levées. Une fois
chose faite, ce "département" fera partie du réseau des Instituts
Pasteur; il poursuivra les recherches au même niveau global
d'investissement avec l'indépendance voulue et avec le nom Pasteur.
Je pense qu'il y a de la bonne volonté chez les uns et les autres; cela
ira!
Concrètement, c'est ce que j'expliquais à Mme della Faille,
06.04
Minister
Laurette
Onkelinx: De Vrienden van het
'Instituut Pasteur' kunnen zonder
probleem, zoals vroeger, blijven
werken. Alle terughoudendheid
moet worden weggenomen. Het
Instituut zal met de nodige
onafhankelijkheid
onderzoek
blijven verrichten onder de naam
Pasteur. Men zal de kwaliteiten
van
het
'Instituut
Pasteur'
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
l'intégration présente de nombreux avantages. Mais c'est souvent
aussi une question d'hommes et de femmes, de compatibilité de
caractères et de craintes diverses. Toutefois, si on prend de la
distance, on constatera que l'on peut vraiment conserver tous les
avantages de l'Institut Pasteur tel qu'il existait auparavant et les
cumuler avec les avantages d'une intégration dans un ensemble plus
grand, plus cohérent et plus défensif au niveau international.
La présidente: Nous suivrons l'évolution de cette intégration.
behouden om ze met de voordelen
van een inpassing in een groter
geheel te combineren.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Hilde Vautmans aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het plan
tegen zelfmoord" (nr. 1804)
- mevrouw Corinne De Permentier aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het
hoge zelfmoordcijfer in België en de betrokkenheid van de overheid bij de aanpak van dit fenomeen"
(nr. 1815)
07 Questions jointes de
- Mme Hilde Vautmans à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le plan de lutte
contre le suicide" (n° 1804)<br>- Mme Corinne De Permentier à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le taux de
suicide important en Belgique et l'implication des pouvoirs publics dans la lutte contre ce
phénomène" (n° 1815)</b>
07.01 Corinne De Permentier (MR): Madame la présidente,
madame la ministre, chaque année en Belgique, plus de 2.000
personnes se donnent la mort. Ce chiffre, globalement encore sous-
évalué, fait du suicide la première "cause de décès extérieure" dans
notre pays.
Avec un taux estimé de 23 suicides pour 100.000 habitants, deux fois
plus élevé que celui des Pays-Bas, la Belgique se situe bien au-
dessus de la moyenne mondiale de 14,5.
Encore tout récemment, la presse faisait écho du phénomène des
suicides en cascade qui touche particulièrement les jeunes, on l'a vu
au Pays de Galles et qui aurait aussi concerné de jeunes gantois.
Sans négliger le fait que la prévention relève des Communautés,
nous ne pouvons que constater un manque d'implication de la part
des pouvoirs publics dans la prévention en matière de suicide.
Madame la ministre, à ce jour, le pouvoir fédéral s'est investi à de
nombreuses reprises en concertation avec les entités fédérées, à la
mise en oeuvre de plans d'action concrets, tels que le plan de lutte
contre l'obésité, le plan contre les assuétudes (alcool, tabac,...).
Ne pensez-vous pas que la prévention du suicide dans notre pays
mérite une attention particulière? Un plan d'action suicide ne pourrait-
il pas être mis en oeuvre? Des mesures concrètes et concertées avec
les différents niveaux de pouvoir ont-elles été prises? Dans
l'affirmative, quelles sont-elles? Ce point est-il à l'ordre du jour d'une
prochaine Conférence interministérielle?
07.01 Corinne De Permentier
(MR): Jaarlijks plegen er in ons
land meer dan tweeduizend
mensen zelfmoord. En dan gaat
het nog om een onderschatting,
waardoor zelfmoord op de eerste
plaats
van
de
externe
doodsoorzaken komt. Preventie
mag
dan
al
een
gemeenschapsmaterie zijn, maar
we stellen vast dat de diverse
overheden
onvoldoende
aan
zelfmoordpreventie doen.
Verdient zelfmoordpreventie geen
bijzondere aandacht? Zou er geen
actieplan tegen zelfmoord kunnen
worden opgesteld? Bestaan er
concrete maatregelen die in
overleg met alle beleidsniveaus
werden genomen? Zo ja, welke?
Staat deze aangelegenheid op de
agenda van een van de volgende
interministeriële conferenties?
07.02 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, je
voudrais tout d'abord attirer votre attention ­ même si vous le savez
07.02
Minister Laurette
Onkelinx: Voor het beleid inzake
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
bien ­ sur le fait que les compétences relatives au suicide sont
divisées entre le fédéral et les Communautés et Régions. La
prévention du suicide relève des entités fédérées.
Néanmoins ­ étant donné l'importance du sujet, je ne me contenterai
pas de dire ça ­, l'élaboration de mesures adéquates et concrètes
dans la lutte contre le suicide doit rester une des priorités.
Dès lors, je souhaite insister sur un certain nombre d'initiatives prises
par mon prédécesseur, notamment la création d'un groupe de travail
"Suicide" au sein du sous-groupe de travail intercabinets "taskforce
service santé mentale".
Le suicide est en effet une problématique globale dans laquelle les
mesures curatives et préventives ne peuvent pas être considérées
séparément.
Ainsi, ce groupe de travail a, entre autres, pour missions:
1. L'élaboration, si nécessaire, d'un protocole entre l'État fédéral et les
entités fédérées en vue d'infléchir le nombre de tentatives de suicides
et de suicides, ainsi que d'améliorer la prévention tertiaire.
2. L'élaboration d'un inventaire des initiatives existantes et des
services concernant cette problématique. Ceci est également
important pour développer une vision cohérente de la lutte contre le
suicide en Belgique. Dans les différentes Régions, il y a en effet un
grand nombre d'initiatives et de structures actives mais il manque une
cohérence et une coordination entre les différentes actions. Cela
relève de la compétence de l'autorité fédérale; la prévention en soi
est, je le répète, une compétence des Communautés.
Les missions du groupe de travail ont été approuvées par la
Conférence interministérielle Santé en juin 2005. Lors de la dernière
Conférence interministérielle Santé du 11 décembre 2006, un état des
lieux des travaux du groupe a été présenté. Les membres du groupe
considéraient qu'il était encore trop tôt pour transmettre un inventaire
national des initiatives et des services concernés par le suicide. Selon
eux, une discussion préalable devait avoir lieu sur les objectifs précis
de l'inventaire national et, par la suite, un consensus pourrait être
atteint entre les différents ministres.
En outre, avant d'entamer la discussion de la méthodologie, un input
plus conséquent en termes de contenu s'imposait. Le rapport du
Conseil supérieur d'Hygiène "Dépression, dépressivité et suicides" du
6 décembre 2006 a été présenté en même temps que le plan d'action
flamand de prévention du suicide lors de la réunion du groupe de
travail Suicide du 16 février 2007. Après cette date, étant donné la
période d'affaires courantes, il n'y a plus eu de réunion de la
Conférence interministérielle ni du groupe de travail. Les travaux vont
reprendre.
Mon prédécesseur a également soumis au Conseil supérieur
d'Hygiène un projet de plan fédéral de lutte contre le suicide. Ce
Conseil a émis en janvier 2006 un avis globalement positif sur les
diverses actions proposées.
Ce plan doit être exécuté au niveau fédéral. Il doit se baser sur trois
zelfmoord zijn zowel de federale
overheid als de Gemeenschappen
en
de
Gewesten
bevoegd.
Prioritair blijft echter de uitwerking
van passende voorstellen in de
strijd tegen zelfmoord.
Een werkgroep Zelfmoord is
ingesteld
binnen
de
interkabinettensubwerkgroep
'Taskforce
Geestelijke
Gezondheid'. Deze groep is belast
met de uitwerking van een
protocol
tussen
de
federale
overheid en de deelgebieden om
het aantal zelfmoorden terug te
dringen en een inventaris van alle
bestaande initiatieven op te
stellen. Dit is een belangrijk
gegeven, gezien het gebrek aan
onderlinge
samenhang
en
coördinatie van de verschillende
acties.
Op de jongste interministeriële
conferentie Volksgezondheid werd
een stand van zaken opgemaakt.
De werkgroep ging ervan uit dat
voorafgaande besprekingen over
precieze
doelstellingen
nog
gevoerd moesten worden en dat
het voorbarig zou zijn om nu al
conclusies te trekken. Nu de
periode van lopende zaken achter
de
rug
is,
kunnen
de
werkzaamheden terug worden
aangevat.
Het plan tegen zelfmoord moet
drie
aspecten
omvatten:
de
psychofarmacologie,
de
therapeutische opvang en de
follow-up.
Een praktische gids die naar alle
Belgische huis- en noodartsen
wordt verzonden, bevat concrete
aanbevelingen om patiënten met
zelfmoordneigingen te identificeren
en te begeleiden. Er werden ook
aanbevelingen geformuleerd met
betrekkingen
tot
de
geneesmiddelen die aan suïcidale
patiënten
moeten
worden
voorgeschreven.
De zelfmoordclubs op internet zijn
een
bijzonder
verontrustend
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
éléments essentiels: la psychopharmacologie, la prise en charge
thérapeutique et le suivi.
Dans ce cadre, un projet a été lancé en mai 2006 dans trois hôpitaux
belges. L'étude pilote a pour objectif de définir les meilleures
pratiques quant à l'approche triangulaire poursuivie par le plan fédéral
de lutte contre le suicide, améliorer l'approche face aux spécialités
pharmaceutiques, renforcer l'accueil thérapeutique du suicidant dans
les services d'urgence et assurer un suivi intensif, où la collaboration
entre les services d'urgence et les médecins est cruciale.
Sur la base des résultats de cette recherche, un guide pratique a été
publié avec des recommandations concrètes pour aider les médecins
urgentistes et leurs collaborateurs, de même que les médecins
généralistes, à identifier les patients suicidaires, à les accueillir, à les
prendre en charge, à les orienter et à les accompagner.
Des recommandations ont également été faites pour les prescriptions
de médicaments chez des patients ayant des tendances suicidaires.
Ce guide pratique a été envoyé à tous les médecins généralistes et
médecins urgentistes de Belgique.
En ce qui concerne les clubs de suicide en ligne, de tels
développements sont, en effet, extrêmement inquiétants, notamment
pour les jeunes. Cette évolution doit absolument être suivie de près.
Toutefois, s'agissant d'internet, vous savez comme moi, que des
mesures nationales ne suffisent pas et que le problème doit être traité
au niveau européen, voire international. J'ai demandé à mes services
d'examiner cette problématique avec la Commission européenne et
avec l'OMS.
Voilà l'ensemble du travail réalisé au niveau fédéral et que je
poursuivrai. C'est essentiel. Pour le reste, les contacts avec les
communautés ne sont pas toujours simples, mais nous poursuivons
nos efforts en vue d'avoir un dialogue constructif.
verschijnsel dat echter ­ vermits
het om internet gaat ­ in
samenspraak met de Europese
Commissie en de WGO zal
moeten onderzocht worden.
Ik zal al deze acties voortzetten,
ook al verloopt het overleg met de
Gemeenschappen niet altijd even
gemakkelijk.
07.03 Corinne De Permentier (MR): Madame la ministre, très
sincèrement, je vous remercie de votre implication dans ce dossier
qui est crucial. Certes, les Communautés ont leur rôle en matière de
prévention, mais vous savez que celle-ci s'avère insuffisante et qu'il y
a des communautés plus dynamiques que d'autres. Nous ne pouvons
donc pas nous permettre aujourd'hui, notamment par rapport à la
problématique du suicide des jeunes ou des gens qui ont une
tendance suicidaire, de favoriser un côté du pays plutôt que l'autre.
Je me réjouis donc de l'organisation de ces conférences. Je me
réjouis également d'apprendre que M. Demotte avait impulsé ce plan
fédéral et je suis certaine qu'avec vous, il pourra être mis en place.
C'est effectivement le but de notre démarche.
07.03 Corinne De Permentier
(MR): Ik dank u oprecht voor uw
inzet
in
dit
dossier.
De
Gemeenschappen
hebben
inderdaad een rol te vervullen op
het vlak van preventie, maar
sommige Gemeenschappen zijn
dynamischer dan andere.
Het verheugt me dat deze
conferenties zullen plaatsvinden
en ik hoop dat u het plan waartoe
minister Demotte de aanzet heeft
gegeven, mee zal uitvoeren.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de terugbetaling van psychologische ondersteuning voor brandwondenslachtoffers" (nr. 1885)
08 Question de Mme Yolande Avontroodt à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "le remboursement du soutien psychologique aux brûlés" (n° 1885)</b>
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
08.01 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, de vraag die ik wou stellen, is enigszins
aangepast omdat ik op de hoogte ben van het feit dat uw voorganger,
minister Demotte, toch reeds voorzien had in een halftijdse
ondersteuning in de brandwondencentra door een psycholoog. Dit
weerhoudt mij er niet van om deze vraag uit te breiden.
Het is evident dat slachtoffers van brandwonden heel vaak ver van het
ziekenhuis wonen waar ze worden behandeld. Het is niet zo evident
om voor die psychologische ondersteuning altijd terug te keren naar
het brandwondencentrum.
De vraag is heel kort en heel eenvoudig. Ik denk dat u het met mij
eens
bent
dat
die
psychologische
ondersteuning
van
brandwondenpatiënten een noodzakelijke aanvulling is op een goed
genezingsproces. Die ondersteuning is dan ook gerechtvaardigd. Ik
zou deze ondersteuning ook mogelijk willen maken voor patiënten die
het ziekenhuis reeds hebben verlaten. Ik weet niet of u reeds
gegevens heeft over het aantal brandwondencentra dat nu reeds een
beroep kan doen op een halftijdse psycholoog en de evaluatie
hiervan. Op welke manier kunnen brandwondenpatiënten op een
terugbetaalde, dus toegankelijke manier een beroep doen op
psychologische ondersteuning?
08.01 Yolande Avontroodt
(Open Vld): M. Demotte a veillé à
l'époque au soutien psychologique
à mi-temps de patients des
centres de grands brûlés. Cette
solution ne convient néanmoins
pas aux patients qui habitent loin
de l'hôpital. Les grands brûlés ont
pourtant impérativement besoin
d'un soutien psychologique et ce
soutien
doit
également
être
possible pour les patients qui ne
sont plus hospitalisés.
Le
ministre
dispose-t-il
d'informations sur le nombre de
patients qui ont recours à une
assistance psychologique et quel
est le mode de remboursement de
cette assistance?
08.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, ik ben mij
bewust en ervan overtuigd dat de psychologische ondersteuning
belangrijk is bij het revalidatieproces van zwaar verbrande personen.
Uit de eerste resultaten van een studie over de psychosociale
gevolgen van een ongeval met brandwonden, die bezig is in de
brandwondencentra in Nederland en België, is trouwens gebleken dat
de intensiteit en de duur van de stress in verband met het trauma bij
de slachtoffers zeer belangrijk waren, waardoor het nodig is om de
capaciteit inzake psychosociale ondersteuning te verhogen in de
brandwondencentra in België.
De psychosociale ondersteuningsteams van de brandwondenunits
werden dus versterkt. De studie over de impact van de catastrofe van
Gellingen op de posttraumatische stress en de gezondheid van de
bevolking, heeft ten andere aangetoond hoe belangrijk de rol van de
huisarts is bij de nauwe opvolging van de patiënten die het slachtoffer
werden van collectieve urgentiesituaties. De behandelende
geneesheren zijn de personen die tegelijk het meest geraadpleegd
bleken te zijn en die een hoge graad van tevredenheid haalden bij de
bevolking. Deze artsen zijn makkelijk toegankelijk en meestal bekend
bij de bevolking. Zij kunnen een perfecte rol spelen voor de
professionelen van de geestelijke gezondheidszorg.
Momenteel is er in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering
geen enkele specifieke terugbetaling voorzien voor specifieke
prestaties
inzake
geestelijke
gezondheidszorg.
Sommige
ziekenfondsen voorzien via de bijkomende verzekering de
terugbetaling van een deel van de psychologische raadplegingen. De
huisarts speelt in dit kader echter eveneens een belangrijke rol tijdens
de opvolging na de hospitalisatie en indien nodig kan een beroep op
een psychiater worden aanbevolen.
08.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Je suis bien consciente
de l'importance que revêt l'aide
psychosociale dans le cadre de la
revalidation des brûlés. Les
premiers résultats d'une étude sur
les séquelles psychosociales de
brûlures montrent que l'aide
psychologique fournie dans les
centres pour brûlés doit être
renforcée pour réduire l'intensité et
la durée du traumatisme subi par
les patients.
Une étude sur les conséquences
de la catastrophe de Ghislenghien
a
montré
que le médecin
généraliste a un rôle à jouer dans
le suivi des patients. C'est le
médecin de famille qu'on consulte
le plus facilement et le degré de
satisfaction des patients est
généralement élevé. Par ailleurs,
le généraliste est très accessible
et peut envoyer le patient chez un
psychiatre.
L'aide psychologique apportée aux
brûlés n'est actuellement pas
remboursée
mais
certaines
mutuelles règlent en partie le
problème dans le cadre de
l'assurance complémentaire. Le
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
Er zijn momenteel oplossingen mogelijk om een toegang voor
iedereen te garanderen.
De integratie van de beroepsmensen van de geestelijke
gezondheidszorg in het KB 78 heeft nog geen resultaat opgeleverd op
wetgevend vlak. Voor mij is het een noodzakelijke voorafgaande
voorwaarde om te praten over de terugbetaling door de ziekte- en de
invaliditeitsverzekering van prestaties van deze professionelen. Ik
wacht op het advies van de Werkgroep Gezondheidszorg van de
Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen betreffende de
uitoefening van de zorgberoepen in het kader van de geestelijke
gezondheidszorg.
médecin généraliste peut envoyer
le patient chez un psychiatre,
ouvrant ainsi des possibilités de
remboursement.
Sur le plan législatif, l'inscription
des professionnels des soins de
santé mentale dans l'arrêté royal
78 n'a pas encore donné de
résultats. A mes yeux, cet arrêté
constitue
une
condition
indispensable au remboursement.
J'attends l'avis du groupe de
travail Soins de Santé du Conseil
national
des
établissements
hospitaliers.
08.03 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de minister,
ditmaal is uw antwoord heel uitvoerig, waarvoor mijn dank.
Uiteraard, het koppelen aan het KB 78 is voor mij in dit punctueel
dossier net iets te ver gaan. Het was vooral de bedoeling om de
psychologische
ondersteuning
voor
ambulant
behandelde
brandwondenpatiënten, weze het met een convenant, weze het zoals
het bestaat met sommige andere aandoeningen, op een
terugbetaalbare manier te realiseren. Ik denk niet, mevrouw de
minister, dat u daarvoor de erkenning nodig hebt van alle
geestelijkegezondheidszorgberoepen, opgenomen in het KB 78. Dat
is er natuurlijk niet daarvoor.
Ik denk dat, zoals men nu psychologische halftijdse ondersteuning
geeft in de brandwondencentra, in het belang van de patiënt, weze het
in de tijd beperkt, weze het in een enveloppe of op een forfaitaire
manier, dat de mensen toch die psychologische steun verder nodig
hebben.
08.03 Yolande Avontroodt
(Open Vld): À mes yeux, le
remboursement ne dépend pas
nécessairement de l'arrêté royal
78, mais peut également être réglé
par une convention. L'agrément de
toutes les professions dans le
secteur des soins de santé
mentale n'est tout de même pas
nécessaire à cet effet.
La présidente: Nous sommes effectivement confrontés en
permanence à la reconnaissance des psychothérapeutes et au
remboursement en dehors des centres.
De
voorzitter:
We
worden
voortdurend geconfronteerd met
het probleem van de erkenning
van de psychotherapeuten en van
de terugbetaling buiten de centra.
08.04 Laurette Onkelinx, ministre: Je le répète; une étude est en
cours et il est normal que j'attende les résultats car tout le travail a été
lancé.
08.04
Minister Laurette
Onkelinx: Het is normaal dat ik de
resultaten van die lopende studie
afwacht.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Koen Bultinck aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"draagmoederschap" (nr. 1910)
09 Question de M. Koen Bultinck à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "les
mères porteuses" (n° 1910)</b>
09.01 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, ook
met het dossier draagmoederschap kom ik eigenlijk nog eens terug
op een dossier dat in de vorige legislatuur een aantal keren aan bod
09.01 Koen Bultinck (Vlaams
Belang):
Une
émission
de
"Telefacts" a reposé le problème
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
kwam in deze commissie. De directe aanleiding is uiteraard de
uitzending van Telefacts op VTM die het dossier draagmoederschap
opnieuw onder de aandacht heeft gebracht. Het heeft zeer pijnlijk
duidelijk gemaakt dat er enerzijds commercieel zeer zware
misbruiken zijn in die sector. Er zijn mensen die commercieel zeer ver
gaan in het misbruiken van mensen die emotioneel in moeilijke
situaties zitten. Anderzijds is er ook het gesjoemel dat in dat soort
dossiers gebeurt met SIS-kaarten. Dat is voor de sociale zekerheid
minimaal even belangrijk.
Ik verwijs ook naar het feit dat er hierover in deze commissie onder
uw voorganger, minister Demotte, zowel op 26 april 2005 als op
7 juni 2005 vragen en antwoorden geweest zijn. Tijdens de vorige
legislatuur werd ook in de Senaat, ik denk aan de commissie Bio-
ethiek en de gemengde commissie Justitie en Sociale Zaken, zeer
veel werk dienaangaande verricht. Mevrouw de minister, voor zover ik
goed ben ingelicht, zijn er ook deze ochtend vragen dienaangaande
gesteld aan de minister van Justitie door een aantal collega's. Het
directe mediamoment was voor mij de gelegenheid om toch nog eens
op dat dossier terug te komen, al was het maar om uw positionering
te kennen. We weten immers dat u daarover in uw vorige
hoedanigheid van minister van Justitie, in die periode samen met
minister Demotte, verklaringen heb afgelegd.
Ik heb vier zeer concrete vragen, mevrouw de minister. De eerste
vraag heeft betrekking op uw standpunt en uw houding in het dossier
van het draagmoederschap. Een tweede logische vraag is of er al dan
niet reeds overleg is geweest met uw collega op het departement
Justitie. Of we dit nu graag hebben of niet, het zit immers wel degelijk
op de tweesprong tussen Justitie en Volksgezondheid.
De derde vraag is of de regering ­ ook al is het maar een regering
van tijdelijke zaken of een interim-regering ­ de intentie heeft of het
noodzakelijk vindt om een wetgevend initiatief te nemen. Mevrouw de
minister, het zou toch nuttig zijn om minstens het commercieel
draagmoederschap zeer drastisch aan te pakken. Ik denk dat we het
daarover minimaal allemaal eens kunnen zijn. Ik heb nog een
slotvraag, niet onbelangrijk gezien de uitgaven in de sector van de
sociale zekerheid. Dit is eigenlijk breder dan het dossier
draagmoederschap. Hoe zal men het probleem aanpakken dat er met
de SIS-kaarten kan worden gesjoemeld? Blijkbaar wordt er immers
niet gelijktijdig aan de patiënt gevraagd om ook de identiteitskaart
voor te leggen.
des mères porteuses. Il semble
non seulement qu'il soit fait un
usage prohibé de cartes SIS mais
aussi
qu'il
soit
recouru
abusivement à la gestation pour
autrui à des fins commerciales.
C'est un dossier qui a déjà été
abordé à plusieurs reprises au
sein de cette commission et au
Sénat.
Quel est le point de vue de la
ministre dans ce dossier? S'est-
elle déjà concertée à ce sujet avec
le ministre de la Justice? Une
initiative législative va-t-elle être
prise pour réprimer les abus en la
matière?
09.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, (...) in
kennis van bedoeld geval van oneigenlijk gebruik van de SIS-kaart
door een draagmoeder.
Het debat over het draagmoederschap is erg ethisch van aard. Het
Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-ethiek verstrekte trouwens op
5 juli 2004 een heel volledig advies over de zwangerschap voor een
ander, dus over het draagmoederchap.
Het
Comité
concludeerde
in
voornoemd
advies
dat
draagmoederschap in principe ethisch aanvaard en ethisch
aanvaardbaar is. Het voegde er echter aan toe dat men op dit vlak
bijzonder voorzichtig moet zijn, teneinde in de mate van het mogelijke
alle, voorzienbare problemen die met bedoelde praktijk samengaan,
09.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Je suis au courant des
abus relatifs à la carte SIS.
Le débat sur la gestation pour
autrui est un débat éthique. Le
Comité consultatif de bioéthique
de Belgique a formulé le 5 juillet
2004 un avis sur la gestation pour
autrui. Il y est stipulé que la
gestation pour autrui est en
principe acceptable mais qu'il
convient de faire preuve d'une
prudence extrême afin d'éviter les
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
te vermijden.
Gelet op de thans geldende wetgeving, komen bij het debat over het
draagmoederschap nog de juridische problemen kijken ­ zoals de
erkenning van het moederschap en van het vaderschap ­, waarmee
de ouders die op wensmoeders een beroep doen, worden
geconfronteerd.
Hoewel het niet vaak gebeurt, bestaat in België wel degelijk de
praktijk van het draagmoederschap. In de komende maanden zal dus
een duidelijke reglementering moeten worden opgesteld die het
draagmoederschap omkadert, teneinde de rechten en belangen van
het kind, de draagmoeder en de wensouders te vrijwaren en alle
uitwassen te vermijden. Ik denk in dat verband in het bijzonder aan de
commerciële uitwassen, die onder meer in de Verenigde Staten
bestaan.
abus.
Il ne faut par ailleurs pas perdre de
vue les problèmes juridiques
comme la reconnaissance de
maternité ou de paternité.
La gestation pour autrui n'est pas
une pratique courante en Belgique
mais elle existe bel et bien. Il
conviendra dans les mois à venir
de réglementer clairement cette
matière
afin
d'éviter
toute
possibilité d'abus.
Il convient de voir qui fait quoi: est-ce le parlement ou le
gouvernement qui prend l'initiative? Sous l'ancienne législature, j'avais
effectivement travaillé sur un projet de loi avec mon collègue
Demotte. Nous avions même terminé les travaux. À l'époque, le
parlement, estimant qu'il s'agissait d'un dossier éthique, avait souhaité
que l'initiative soit parlementaire. Voilà qui m'est égal: soit je prends
contact avec mon collègue de la Justice et j'essaie de proposer une
législation, soit le débat a lieu au niveau parlementaire et j'y prendrai
part avec grand plaisir, car j'estime ce sujet important.
Quant à la mise sur pied de moyens pour éviter des cas de fraude, la
généralisation de la carte d'identité électronique et le regroupement
des données sur cette dernière devraient permettre d'y mettre fin.
Pour la problématique des mères porteuses, un projet était prêt sous
l'ancienne législature et je veux bien en rediscuter avec mon collègue
de la Justice ou bien c'est le parlement. À l'époque, le parlement avait
souhaité un travail à partir d'un groupe de travail interparlementaire.
Cela m'est égal et il appartient à la commission de décider.
Tijdens de vorige zittingsperiode
had ik als minister van Justitie
samen met minister Demotte
gewerkt aan een project dat mij
dunkt tot een goed einde werd
gebracht. Het Parlement wilde
echter dat een en ander van een
parlementair initiatief zou uitgaan.
Daar ben ik helemaal niet tegen
gekant, wel integendeel, en ik zal
met
genoegen
aan
het
parlementair debat deelnemen,
maar eerst moet de commissie
uitmaken hoe zij wil tewerkgaan.
In verband met het uitwerken van
middelen om fraudegevallen te
voorkomen,
moeten
de
veralgemeende invoering van de
elektronische identiteitskaart en de
groepering van de gegevens daar
een einde aan maken.
La présidente: Tout à fait. Mais une initiative avait aussi été prise au
Sénat sur cette problématique. Alors, puisque nous avons du
matériel, nous pouvons voir comment poursuivre.
Si vous le voulez bien, nous ferons le point des travaux au Sénat, puis
nous déciderons de poursuivre ou non le travail en commission. Il
s'agit d'une proposition que M. Bultinck peut faire à la commission ou
nous, pour les semaines qui viennent.
De voorzitter: Als u daar geen
bezwaar tegen hebt, maken wij de
balans van de werkzaamheden op
in de Senaat en beslissen wij
daarna of wij het werk al dan niet
in de commissie voortzetten.
09.03 Laurette Onkelinx, ministre: Si le parlement veut travailler, je
veux bien, à titre d'information, donner le résultat des travaux que
j'avais réalisés au nom du gouvernement. Mais c'est à titre de
documentation.
09.03
Minister Laurette
Onkelinx: Indien het Parlement
aan de slag wil gaan, wil ik graag,
bij wijze van documentatie, het
resultaat
meedelen
van
de
werkzaamheden die ik namens de
regering heb verricht.
La présidente: Tout à fait. C'était en tant que ministre de la Justice
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
que vous aviez ces documents.
09.04 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, ik dank
u voor uw antwoord. Ik denk dat het zeer goed zou zijn als u het
fameuze wetsontwerp, dat in uw vorig leven is blijven hangen bij u en
vroeger minister van Sociale Zaken, de heer Demotte, ter informatie
aan de collega's van deze commissie zou bezorgen.
Ik denk dat het ook goed is dat u de violen met uw collega van Justitie
zou stemmen. De heer Vandeurzen heeft vanmorgen in de commissie
voor de Justitie in zijn antwoorden aan twee collega's immers laten
blijken dat hij het initiatief liever aan het Parlement zou overlaten. Ik
denk daarom dat het goed zou zijn als u de violen stemt onder de
ministers enerzijds en anderzijds ook tussen de interim-regering en
het Parlement.
Ik denk dat er een breed maatschappelijk draagvlak is om het grote
misbruik op het vlak van het commerciële deel van het
draagmoederschap aan te pakken. Dat zou snel moeten kunnen
gebeuren.
Er moet op korte tijd ook technisch werk worden gemaakt van het
gesjoemel dat bestaat met het misbruik van SIS-kaarten. Ik denk dat
wij nu voldoende gegevens hebben om het dossier verder te kunnen
opvolgen. Wij zullen ook de stand van zaken in de Senaat moeten
opvolgen. Mevrouw de minister, zou u ons ook het ontwerp dat
uiteindelijk geen wet is geworden, willen bezorgen zodat wij al een
stap verder zijn in dit dossier.
09.04 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): La ministre peut-elle
communiquer aux membres de la
commission le projet de loi de son
prédécesseur? Il serait par ailleurs
utile qu'elle-même et son collègue
de la Justice ­ qui souhaite laisser
en la matière l'initiative au
Parlement - accordent leurs
violons. La volonté de combattre
les abus commerciaux bénéficie
d'un large appui au sein de la
population et doit donc être
concrétisée dans les meilleurs
délais. À court terme, les abus en
matière de cartes SIS doivent
également être évités. Nous
continuerons de suivre de suivre
ce dossier.
La présidente: Est-ce que cela a été adopté? Non... et les travaux
n'ont pas abouti.
09.05 Laurette Onkelinx, ministre: Le gouvernement avait imaginé
que le document de travail "Justice-Santé" serait confié à un groupe
interparlementaire. On peut poursuivre cette méthode. Le parlement
décidera.
09.05
Minister Laurette
Onkelinx: Wij hadden gedacht
aan een interparlementaire groep
die zich zou buigen over het
werkdocument
'Justitie-
Gezondheid'.
La présidente: Nous allons voir ce qui s'est passé au Sénat et
comment y envisager une suite. Je peux également en parler avec
mon collègue de la commission de la Justice. Nous pourrions
travailler ensemble sur ce dossier. Nous demanderions alors à ce que
nous soient communiquées toutes les informations. Il faudrait
néanmoins décider ici de la priorité ou pas de ce sujet, ce qui
n'empêche pas le transfert d'informations.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Je vais confier la présidence de cette commission à M. Goutry car je dois aller défendre une proposition de
loi en commission de la Justice. Il s'agira de la question n° 1926 de Mme De Bont relative à la récupération
des soins de santé préventifs. Je signale que M. Gilkinet a transformé sa question n° 1925 en question
écrite.
Avant cela, je constate que Mme Vautmans vient d'arriver. Les personnes qui nous demandent d'être
appelées pour poser leurs questions parce que, dans l'intervalle, elles se trouvent dans une autre
commission sont prévenues. En cas de questions jointes, si cette requête n'a pas été formulée et qu'un des
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
orateurs est présent, la parole lui est donnée. Dès lors, Mme Vautmans, votre question n° 1804 concernant
les taux de suicide a déjà été formulée par Mme de Permentier. La réponse de Mme la ministre, assez
longue et complète, vous sera transmise. Nous devons respecter une certaine discipline.
09.06 Hilde Vautmans (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, ik had
niet gemerkt dat het een samengevoegde vraag was, waarvoor mijn
excuses. Ik dacht dat ik nog op tijd was. Ik was immers in het
gebouw.
Ik had nochtans graag een specifiek punt uit mijn vraag aangehaald,
dat mevrouw De Permentier niet heeft aangehaald en dat van belang
is. Mocht de minister er echter niet willen op ingaan, dat zal ik die
vraag opnieuw indienen, voor de agenda van volgende week. Als de
minister ermee akkoord gaat, dan zal ik dat punt nu kort aanhalen.
La présidente: Nous allons vous donner une copie de la réponse de
la ministre. Je vous propose de la lire maintenant et de voir s'il y a un
élément de votre question auquel il n'a pas été répondu. Mais je
pense que la ministre a lu une réponse commune aux deux
questions.
Nous verrons si, à la fin des questions, il est possible que vous
ajoutiez quelque chose. Sinon, il faudra introduire une question
supplémentaire pour avoir un complément d'information. Mais je
pense que la ministre a intégré votre question dans sa réponse.
De voorzitter: U zal een kopie van
het antwoord ontvangen. Indien u
ziet
dat
de
minister
niet
geantwoord heeft op al uw vragen,
zal u ter extra informatie een
bijkomende
vraag
kunnen
indienen.
10 Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"haar initiatieven in de preventieve gezondheidszorg" (nr. 1926)
10 Question de Mme Rita De Bont à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "ses
initiatives en matière de soins de santé préventifs" (n° 1926)</b>
10.01 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, mijn
vraag spruit eigenlijk ook voort uit uw interesse voor het
kankerdossier. Laat daar geen misverstand over bestaan, dat is
natuurlijk een zeer lovenswaardige interesse gezien het feit dat
kanker een van de belangrijkste doodsoorzaken is en gezien het feit
dat het aantal kankerpatiënten in de toekomst steeds zal toenemen
als gevolg van de vergrijzing. Toch stelt men zich vooral bij de
Vlaamse middengroepen en in de Vlaamse media vragen bij deze
interesse, vooral omdat u zich met de rondetafelgesprekken die u
voert voor een groot gedeelte op het vlak van de preventieve
geneeskunde begeeft. U hebt reeds geantwoord dat u dat in
samenspraak met de Gemeenschappen doet. Dat wisten we niet op
voorhand en het is natuurlijk noodzakelijk.
In De Standaard van 25 januari werd beschreven wat uw prioriteiten
zullen zijn in deze drie maanden. Naast het kankerdossier zult u ook
initiatieven nemen in de gehandicaptensector en in de rusthuizen. Er
is ook sprake van de campagne die u zult starten tegen het
alcoholmisbruik. Dat zijn allemaal zaken die eigenlijk behoren tot de
preventieve geneeskunde. Uiteindelijk is volgens de bijzondere wet
van 8 augustus 1980 de preventieve gezondheidszorg toegewezen
aan de Gemeenschappen. Vandaar een zeker bekommernis en mijn
vragen.
Is de minister misschien van mening dat preventieve en curatieve
geneeskunde op hetzelfde bestuurlijk niveau thuishoren? Misschien
delen we daarover dezelfde mening.
10.01 Rita De Bont (Vlaams
Belang): Avec le plan national de
lutte
contre
le
cancer,
la
campagne annoncée contre l'abus
d'alcool et ses initiatives dans le
secteur des handicapés et des
maisons de repos, la ministre
s'aventure chaque fois sur le
terrain des Communautés.
Estime-t-elle peut-être que les
soins
préventifs
et
curatifs
devraient en fait relever du même
niveau de pouvoir? Pense-t-elle
que le niveau fédéral soit le plus
apte à organiser l'intégralité des
soins de santé? Les autorités
fédérales disposeraient-elles de
trop de moyens et souhaiteraient-
elles dès lors intervenir dans des
matières communautaires? Ne
serait-il
pas
préférable
de
consacrer ces moyens au secteur
des soins curatifs et palliatifs, où
les
besoins
demeurent
considérables? La ministre peut-
elle purement et simplement
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
Ten tweede, is de minister dan van mening dat het federale niveau in
België het meest geschikte niveau is om de integrale
gezondheidszorg te organiseren? Zo ja, waarop baseert u zich?
Ten derde, beschikt het federale niveau misschien over teveel
middelen zodat het die ook wil besteden aan de preventieve
geneeskunde? Ik zou dan eerder zeggen dat die misschien beter
kunnen besteed worden aan de curatieve en de palliatieve zorg
waarvoor nog heel wat middelen nodig zullen zijn in verband met
kanker.
Ten vierde, heeft een federaal minister zomaar de bevoegdheid om
vroeger gemaakte en wettelijk vastgelegde afspraken in verband met
de bevoegdheidsverdeling naast zich neer te leggen? Op deze vragen
had ik van u graag een antwoord gehad.
ignorer
une
répartition
de
compétences
décidée
antérieurement et ancrée dans la
loi?
Voorzitter: Luc Goutry.
Président: Luc Goutry.
10.02 Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur le président, Mme De
Bont me demande de lui faire part de mon avis personnel, mais aussi
de l'état de la situation.
À mon avis -je ne m'exprime pas ici au nom du gouvernement-, il est
dommage -je l'ai toujours dit- que la médecine préventive soit
dissociée des autres secteurs de la santé publique. Telle est en tout
cas ma conviction.
Ma position était déjà la même lorsque je gérais la santé au niveau de
la Communauté française. Je n'ai pas changé d'avis depuis lors.
Par ailleurs, avec mes collègues des Communautés, nous sommes
amenés à travailler ensemble dans le respect de nos compétences
réciproques.
Vous avez cité toute une série d'exemples. Permettez-moi de vous
dire qu'ils sont un peu "fous", si je puis m'exprimer ainsi. Vous avez
notamment parlé des handicapés. Vous devez savoir que les
allocations pour les personnes handicapées relèvent de la
compétence fédérale. Par conséquent, quand un problème de
dépassement des subventions se pose pour les MR-MRS, il est
normal qu'il soit traité par l'INAMI. Je répète que cette question relève
du fédéral, ce que vous le vouliez ou non.
En ce qui concerne le cancer, la prévention relève en majeure partie
de la compétence des Communautés. Toutefois, les vaccins qui font
partie de la prévention, sont pris en charge par le fédéral. Les
compétences sont donc clairement liées.
Vous avez également parlé de l'alcool. Nous allons travailler
ensemble sur cette problématique et un plan national contre l'usage
d'alcool sera, je l'espère, terminé pour le début du mois prochain.
Cette problématique relève pourtant en grande partie des
Communautés. Toutefois, certains points sont de la compétence
fédérale. Ainsi, par exemple, l'interdiction de l'usage du tabac dans
les lieux public relève de la compétence fédérale alors qu'en général,
la prévention contre l'usage du tabac est une matière communautaire.
10.02
Minister Laurette
Onkelinx: Persoonlijk betreur ik
dat de preventieve geneeskunde
ontkoppeld werd van de andere
sectoren van de volksgezondheid.
U heeft verscheidene voorbeelden
aangehaald, onder meer dat van
de personen met ene handicap.
De uitkeringen voor gehandicapten
zijn een federale bevoegdheid.
Wanneer de subsidies voor de
rusthuizen
en de rust-
en
verzorgingstehuizen
worden
overschreden, is het normaal dat
het Riziv dat probleem aanpakt.
Wat kanker betreft, is de preventie
grotendeels in handen van de
Gemeenschappen,
maar
de
federale overheid financiert de
vaccins.
Wat het alcoholprobleem betreft,
zullen
de
onderscheiden
bevoegdheidsniveaus
samen-
werken en tegen volgende maand
zou een nationaal plan tegen
alcoholgebruik klaar moeten zijn.
Het gaat grotendeels om een
gemeenschapsbevoegdheid, maar
voor een aantal elementen is het
federale niveau bevoegd. Dat is
ook zo voor het roken.
Ik werk constructief samen met
mijn
collega's
van
de
Gemeenschappen,
met
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
J'ai la chance de travailler avec des collègues qui ne passent pas leur
temps à essayer de voir si je fais un pas de côté. Comme moi, ils ont
le souci d'effectuer un travail complémentaire dans le respect des
compétences de chacun. Je compte donc bien poursuivre dans cette
voie.
Pour rappel, nous avons déjà travaillé sur un plan national contre
l'obésité, sur un plan national nutrition-santé. À chaque fois, les
compétences étaient très proches les unes des autres. Nous
continuerons à travailler en bonne intelligence, dans le respect des
compétences des uns et des autres.
Je me vois mal mettre au point un plan national contre le cancer qui
concerne les soins, les médicaments, les hôpitaux, sans aborder la
question des vaccins, de l'information et de la prévention. Cela serait
un peu difficile!
inachtneming van de respectieve
bevoegdheden en ben van plan
die vorm van samenwerking voort
te zetten. Hoe kan men immers
een nationaal plan tegen kanker
uitwerken zonder het te hebben
over vaccinatie, informatie en
preventie?
10.03 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, ik lees tussen de lijnen dat u ook van mening
bent dat zowel curatieve als preventieve gezondheid op hetzelfde
niveau thuishoren. Ik heb reeds gezegd dat wij deze mening delen.
Wij zijn natuurlijk van oordeel dat dit op het niveau van de
Gemeenschappen thuishoort. Als men immers aan preventie doet,
zoals vanmorgen ook is vermeld, moeten de scholen daarbij
betrokken worden, wat dan weer een gemeenschapsbevoegdheid is.
Mevrouw de minister, u hebt niet geantwoord op de vraag of u van
mening bent dat dit op het federale niveau thuishoort. De argumenten
hebt u waarschijnlijk niet genoteerd. Wij hebben heel wat argumenten
waarmee wij staven dat dit eigenlijk op het niveau van de
Gemeenschappen thuishoort. Dat zal waarschijnlijk een discussie zijn
voor de Octopuswerkgroep. In elk geval, ons oordeel daarover is
duidelijk.
10.03 Rita De Bont (Vlaams
Belang): Nous partageons dès lors
la conviction que les soins
préventifs et curatifs doivent
dépendre du même niveau de
compétence. À nos yeux, ce
niveau doit bien entendu être celui
des Communautés. Cet élément
pourrait peut-être faire l'objet de
discussions au sein du groupe de
travail Octopus.
De voorzitter: Alles is genoteerd en keurig in het verslag opgenomen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Question de Mme Josée Lejeune à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "les
effets indésirables du médicament antitabac Zyban" (n° 1851)</b>
11 Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"de nevenwerkingen van het antirookmiddel Zyban" (nr. 1851)
11.01 Josée Lejeune (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, une étude publiée dans le "Journal of Physiology" du mois de
janvier 2008, dont les propos ont été relayés par le professeur
Romain Meeusen de la VUB, qui a participé également à ladite étude,
fait apparaître que la prise de Bupropion, composé de Zyban,
combinée avec une activité physique pratiquée dans un espace
chaud, peut avoir des conséquences extrêmement néfastes pour la
santé.
Ainsi, selon cette étude, lors de la prise de Bupropion, "le cerveau ne
va émettre au corps un signal visant à arrêter l'activité physique que
lorsque la température du corps aura dépassé les 40 degrés". Le
11.01 Josée Lejeune (MR): Uit
een studie die onder leiding van
VUB-professor Romain Meeusen
werd uitgevoerd en in januari 2008
in het "Journal of Physiology"
verscheen, blijkt dat de combinatie
van
bupropion
(het
hoofdbestanddeel van Zyban) en
fysieke inspanningen bijzonder
schadelijk kan zijn voor de
gezondheid.
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
corps ne recevant aucun signal d'arrêt de l'effort physique, le patient
risque notamment une attaque cardiaque.
Le Zyban est actuellement un médicament communément utilisé pour
aider au sevrage tabagique. Ce dernier n'est délivré que sur
prescription médicale. Il est, avant toute autre chose, notoirement
admis comme un antidépresseur dont les effets positifs dans le cadre
du sevrage tabagique ont été postérieurement découverts.
Madame la ministre, les institutions relais en la matière, comme
l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé (AFMS)
et Eudravigilance, ont-elles relevé quelque effet négatif de ce
médicament tel que figurant dans l'étude à laquelle le professeur
Meeusen a collaboré?
Si non, quelle réaction adopterez-vous vis-à-vis de cette
problématique?
Enfin, n'estimez-vous pas que des mesures de prévention sont à
prendre?
Hebben het Federaal Agentschap
voor
Geneesmiddelen
en
Gezondheidsproducten
(FAGG)
en Eudravigilance nevenwerkingen
van dit geneesmiddel vastgesteld?
Is u van plan preventieve
maatregelen te treffen of dit
probleem op een andere manier
aan te pakken?
11.02 Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur le président, en effet,
une étude relative au Bupropion, la molécule active du Zyban, a été
publiée dans le dernier numéro du "Journal of Physiology". Cette
étude, effectuée chez le rat, visait à examiner l'effet du Bupropion sur
la résistance à l'effort: l'organisme ne se rend plus compte que l'effort
en cours est trop important et qu'il conviendrait d'arrêter. Elle a
conclu, après injection de Bupropion chez cet animal, que la
résistance à l'effort était accrue lorsque l'effort était pratiqué sous une
température élevée.
On a aussi constaté une augmentation de la température du corps et
du cerveau ainsi qu'une augmentation de la concentration en
neurotransmetteurs, dopamine et noradrénaline ­ substances
secrétées pour envoyer des signaux, des ordres à certains organes,
comme le coeur ou le cerveau ­, dans l'hypothalamus du rat.
Nous ignorons actuellement dans quelle mesure les données issues
de cette publication peuvent être transposées à l'homme.
En effet, d'une part, le métabolisme du Bupropion n'est pas le même
chez le rat et chez l'homme et d'autre part, la dose intrapéritonéale
injectée chez le rat était de 17 mg/kg alors que la dose maximale
recommandée chez l'homme est de 150 mg deux fois par jour sous
forme de comprimés à usage oral, soit 4 à 5 mg/kg chez un homme
de 70 kilos.
Comme le mentionne le communiqué de la VUB, une étude parue en
2005 dans ce journal a montré que l'administration de Bupropion à la
dose de 600 mg par jour entraîne chez l'homme une augmentation de
la température corporelle plus importante que celle observée avec un
placebo et ce, surtout dans des conditions de température élevées
(30°). Il faut toutefois noter que cette étude a été réalisée chez un
petit nombre de volontaires (9 personnes), que la dose de Bupropion
utilisée est le double de la dose maximale autorisée pour l'arrêt
tabagique, que la différence avec le placebo est peu importante (0,3°)
et que les concentrations en neurotransmetteurs sont légèrement plus
élevées avec le Bupropion qu'avec le placebo mais que ces
11.02
Minister Laurette
Onkelinx: De studie waar u naar
verwijst en die op ratten werd
uitgevoerd, komt tot het besluit dat
de weerstand bij inspanningen
verhoogd wordt wanneer die bij
hitte plaatsvinden.
We weten niet in welke mate die
vaststellingen op de mens van
toepassing zijn.
Het metabolisme van bupropion is
immers verschillend bij ratten en
mensen. Bij ratten werd een dosis
van zeventien mg/kg geïnjecteerd,
terwijl de aanbevolen dosis bij
mensen vier tot vijf mg/kg
bedraagt.
Volgens de literatuur bestaat het
grootste gevaar in verband met
inspanning en hyperthermie in
uitdroging bij sportbeoefenaars die
tot nierfalen kan lijden.
Uit de verslagen betreffende
nevenwerkingen die tot op heden
aan het Geneesmiddelenbureau
werden overgemaakt, blijkt niet dat
er sprake is van een risico in
verband met een verhoogde
weerstand bij inspanningen bij
patiënten die bupropion nemen.
Nederland,
dat
als
referentielidstaat fungeert en de
Europese
activiteiten
inzake
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
différences ne sont pas significatives.
De plus, selon la littérature, le principal danger lié à l'exercice et à
l'hyperthermie est la déshydratation des sportifs. Ce facteur combiné
à une rabdomiolyse (destruction des fibres musculaires) provoquée
par un effort trop important peut conduire à une insuffisance rénale.
Enfin, la prise d'anti-inflammatoires non stéroïdiens, c'est-à-dire qui
ne contiennent pas de corticoïdes, peut également être une cause
d'insuffisance rénale chez les sportifs en état de déshydratation. Il faut
d'ailleurs souligner que la notice du Bupropion recommande de limiter
la dose à 150 mg par jour chez les patients insuffisants rénaux. Enfin,
son utilisation chez des patients âgés de moins de dix-huit ans n'est
pas recommandée.
À ce jour, les rapports d'effets indésirables transmis à l'Agence des
Médicaments n'ont pas mis en évidence un risque lié à une résistance
accrue à l'effort des patients prenant du Bupropion. L'État membre de
référence, les Pays-Bas, qui est chargé de coordonner les activités de
pharmacovigilance de ce médicament au niveau européen ne nous a
pas fait part de l'apparition d'un signal dans la base de données
EudraVigilance.
Compte tenu de ces éléments, je ne pense pas qu'une mesure
urgente s'impose à l'égard du Bupropion.
Toutefois, j'ai demandé à l'Agence d'inscrire ce point à l'ordre du jour
de la prochaine réunion du groupe de travail "Pharmacovigilance" du
Comité des médicaments à usage humain, issu de l'Agence
européenne des médicaments, qui se réunira la semaine du 18
février. Ainsi pourra se nouer une discussion avec les autres États
membres de l'Union européenne.
S'ils le jugent nécessaire, les experts pourront éventuellement
proposer d'autres actions.
geneesmiddelenbewaking
met
betrekking
tot
dit
product
coördineert, heeft ons niet gemeld
dat
er
in
de
databank
EudraVigilance
een
negatief
signaal werd gegeven.
Gelet op die elementen denk ik
niet dat er met betrekking tot
bupropion dringende maatregelen
moeten worden genomen.
Ik heb toch aan het Bureau
gevraagd om dat punt op de
agenda
van
de
volgende
vergadering van de werkgroep
'Geneesmiddelenbewaking'
te
zetten.
11.03 Josée Lejeune (MR): Monsieur le président, je voudrais
remercier Mme la ministre de sa réponse étayée, dont le caractère
rassurant m'incite à en rester là.
Le président: Les questions n
os
1933 et 1938 de Mme Colette
Burgeon sont reportées.
De voorzitter: De vragen nr.
1933 en 1938 van mevrouw
Colette
Burgeon
worden
uitgesteld.
12 Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de wet tot hervorming van de heffingen op de omzet van de vergoedbare farmaceutische
specialiteiten" (nr. 1936)
12 Question de Mme Yolande Avontroodt à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "la loi réformant les cotisations sur le chiffre d'affaires des spécialités pharmaceutiques
remboursables" (n° 1936)</b>
12.01 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de minister, de
Europese Commissie heeft zich na lange tijd akkoord verklaard met
de wet van 10 juni 2006 tot hervorming van de Belgische heffing op
de omzet van farmaceutische ondernemingen. Er is daar een heel
lange discussie aan vooraf gegaan.
Nu is het zaak de wet zo vlug mogelijk in werking te laten treden. Dat
12.01 Yolande Avontroodt
(Open Vld): La Commission
européenne a marqué son accord
sur la loi du 10 juin 2006 réformant
les cotisations sur le chiffre
d'affaires
des
spécialités
pharmaceutiques remboursables.
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
is zeer belangrijk voor het onderzoek. Inderdaad, de opbrengst door
de heffingskortingen die de industrie dankzij de wet geniet, moeten
grotendeels in onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe
geneesmiddelen worden geïnvesteerd. Dat komt de volksgezondheid
zeker ten goede.
Mevrouw de minister, binnen welke termijn zult u de wet in werking
laten treden?
Les réductions de cotisations
doivent en grande partie être
investies dans la recherche et le
développement
de
nouveaux
médicaments. La loi a déjà été
modifiée à deux reprises dans
l'attente
de
l'accord
de la
Commission. Quand entrera-t-elle
enfin en vigueur?
12.02 Minister Laurette Onkelinx: De wet van 10 juni 2006 tot
hervorming van de Belgische heffing op de omzet van farmaceutische
ondernemingen werd reeds tweemaal geamendeerd, in december
2006 en april 2007, zonder dat ze van toepassing werd, omdat de
goedkeuring van de Europese Commissie noodzakelijk was conform
artikel 88, §3, van het Europees Verdrag. De wet wijzigt de heffingen
op twee verschillende manieren: een vrijstelling voor bepaalde
categorieën geneesmiddelen en een vermindering van de heffing voor
farmaceutische ondernemingen die investeren in onderzoek en
ontwikkeling,
voor
de
ondernemingen
die
vrijwillig
hun
marketingbudget verlagen en voor de kleine ondernemingen die in de
productie van geneesmiddelen investeren.
Bij beslissing van 30 januari 2008 gepubliceerd in het register van de
staatshulp onder het nummer 355 heeft de Europese Commissie
besloten dat de maatregelen stroken met de gemeenschappelijke
markt. De wet zal nog dit jaar in werking treden, maar voor het
ogenblik is het onmogelijk een juiste datum te geven. Bovendien heeft
de Europese Commissie gevraagd nog enkele wijzigingen aan te
brengen. De wijzigingen hebben hoofdzakelijk betrekking op sommige
voorwaarden en definities zullen via een gezondheidswet, die
momenteel in opmaak is en in de loop van juni in werking zou moeten
treden, worden geïntegreerd.
Bovendien noodzaakt de inwerkingtreding van de wet van 2006 de
afkondiging van het KB waarin de diverse modaliteiten worden
beschreven. Zo'n ontwerp van KB zal worden geplaatst op de agenda
van de vergadering die voor het verzekeringscomité in maart is
gepland. Daarna moet het ontwerp worden voorgelegd aan de
Ministerraad en aan de Raad van State. Indien blijkt dat de timing
voor de invoering van de aanvragen tot vrijstelling en tot vermindering
die in de reglementaire tekst is beschreven en die de afgifte en het
nazicht van de bewijzen betreft, dit jaar niet meer kunnen worden
gerespecteerd, zal zeer snel in overgangsmaatregelen worden
voorzien.
12.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: La loi a effectivement
déjà été amendée à deux reprises
mais elle n'est pas encore entrée
en vigueur étant donné qu'elle doit
être
approuvée
par
la
Commission, conformément à
l'article 88, §3, du traité UE.
La loi modifie les cotisations sur
deux plans. Il y aura une
exonération de cotisation pour
certaines
catégories
de
médicaments et une réduction
pour
les
entreprises
pharmaceutiques qui investissent
dans
la
recherche
et
le
développement ou qui réduisent
volontairement
leur
budget
marketing ainsi que pour les
petites entreprises qui investissent
dans
la
fabrication
de
médicaments.
La réglementation proposée a
reçu l'aval de la Commission le 30
janvier 2008. La loi entrera dès
lors en vigueur dans le courant de
l'année. A la demande de la
Commission,
quelques
modifications
doivent
d'abord
encore être apportées en ce qui
concerne certaines conditions et
définitions. Ce sera chose faite par
le biais d'une loi sur la santé en
juin 2008. Un arrêté royal doit en
outre encore définir les modalités
d'exécution de la loi. Le projet
d'arrêté royal sera soumis en mars
au comité de l'assurance. Il sera
ensuite soumis au Conseil des
ministres et au Conseil d'Etat. Si
des problèmes de calendrier se
posent, des mesures transitoires
seront prises.
12.03 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de minister, ik
hoor dat er nog wijzigingen worden aangebracht. Ik hoop dat het geen
12.03 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Espérons qu'aucune
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
wijzigingen zijn die betrekking hebben op geneesmiddelen, want die
zijn natuurlijk ook opgenomen in de wettelijke bepalingen omtrent de
tegemoetkoming
of
vrijstelling
van
heffingen.
Inzake
weesgeneesmiddelen bestond er ook een akkoord voor deze nieuwe
legislatuur, in die zin dat het plan zou worden uitgevoerd. De
vrijstelling van heffing is uiteraard een van de essentiële elementen
om de weesgeneesmiddelen voor zeldzame aandoeningen,
betaalbaar te maken en te houden. Heeft u enig idee of de wijzigingen
daarmee te maken heeft?
modification ne sera apportée en
matière de médicaments orphelins
et que l'accord y relatif sera
respecté.
La
dispense
de
cotisation est essentielle pour
garantir un prix abordable de ces
médicaments.
12.04 Laurette Onkelinx, ministre: Nous parlerons bientôt de la loi
santé, liée à la discussion budgétaire.
12.05 Yolande Avontroodt (Open Vld): Weet u nu dan niet
waarover die wijziging gaat?
12.06 Laurette Onkelinx, ministre: On m'a dit que la commission
avait fait une série de remarques à propos des conditions. Je peux
vous les transmettre sans problème.
12.07 Yolande Avontroodt (Open Vld): Ik dank u, mevrouw de
minister.
Le président: Madame la ministre, quand cette "loi santé" est-elle
prévue?
De voorzitter: Wanneer zal die
gezondheidswet klaar zijn?
12.08 Laurette Onkelinx, ministre: Après le budget, monsieur le
président.
12.08
Minister Laurette
Onkelinx: Na de begroting,
mijnheer de voorzitter.
Le président: Mais encore?
De voorzitter: Meer bepaald?
12.09 Laurette Onkelinx, ministre: M. Leterme a promis que les
discussions budgétaires seraient terminées, non pas ce week-end,
mais le suivant. Les événements devraient donc suivre leur cours,
comme chaque année, en mars, avril...
12.09
Minister Laurette
Onkelinx: Minister Leterme heeft
beloofd
dat
de
begrotingsbesprekingen niet dit
weekend maar volgend weekend
zouden worden beëindigd.
Le président: Dès que vous serez informée, dites-le nous car nous
devons également nous organiser en commission.
De voorzitter: Laat het ons weten
zodra u over meer inlichtingen
beschikt, want ook wij moeten
onze commissiewerkzaamheden
regelen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Samengevoegde vragen van
- de heer Koen Bultinck aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de zachte
echelonnering" (nr. 1943)
- de heer Luc Goutry aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de mislukking van
het systeem van zachte echelonnering" (nr. 1956)
- mevrouw Maggie De Block aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de zachte
echelonnering" (nr. 2000)
- de heer Michel Doomst aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de zachte
echelonnering" (nr. 2012)
13 Questions jointes de
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
- M. Koen Bultinck à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "l'échelonnement
modéré" (n° 1943)<br>- M. Luc Goutry à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "l'échec du système de
l'échelonnement modéré" (n° 1956)<br>- Mme Maggie De Block à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"l'échelonnement modéré" (n° 2000)<br>- M. Michel Doomst à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "l'échelonnement
modéré" (n° 2012)</b>
13.01 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, ook dat is een dossier dat, zeker voor de
anciens in deze commissie, met de regelmaat van een klok terug
opduikt in deze commissie en waar wij de vorige bevoegde ministers
ook reeds ettelijke malen hebben ondervraagd.
Technisch is het dossier, mevrouw de minister, dat sinds vorig jaar
1 februari 2007 de regeling inzake zachte echelonnering wel degelijk
bestaat, dat iemand die wordt doorverwezen door zijn huisarts naar
een specialist, enkele euro's remgeldvermindering kan krijgen, met
een aantal strikte reglementeringen ter zake.
Wat blijkt nu in de praktijk? Ook de medische vakpers heeft dit
regelmatig gebracht. Er blijkt uit de cijfers dat die zachte
echelonnering, op zijn zachtst uitgedrukt, niet echt een succes te
noemen is. De cijfers die men ons geeft, zijn eigenlijk in de trant van
minder dan 1% van de consultaties bij de specialist blijkt het gevolg te
zijn van dergelijke doorverwijzing via de huisarts. Ook uw voorganger
interimaris collega Donfut werd door een aantal collega's op
16 oktober 2007 in deze commissie hierover ondervraagd.
Vandaar dat wij met een aantal concrete vragen terugkomen, al was
het maar in het kader van de verdere opvolging van dit dossier.
Enerzijds is er de vraag of u de cijfers, die uiteindelijk van de
ziekenfondsen komen, en die op die manier bij de medische vakpers
terechtkomen, formeel kan bevestigen. Ze verschillen qua details een
beetje ziekenfonds per ziekenfonds, er is zelfs merkbaar voor een
aantal ziekenfondsen dat er zelfs nog een terugval is, wat zeker geen
aanleiding geeft tot een groter succes van de zachte echelonnering op
dit moment.
Ieder van ons weet ook dat de terechte commentaar in het begin ook
was dat de administratieve last zeer zwaar is en wat voor een stuk
misschien zelfs een deel de verklaring kan zijn voor de slechte cijfers
die wij nu allemaal vandaag vaststellen.
Tweede concrete vraag is of er binnen de organen van de
ziekteverzekering reeds overgegaan is tot een zekere evaluatie. Uw
voorganger, collega Donfut heeft mij daarin ­ collega De Block zal mij
daarin niet tegenspreken ­ destijds een beetje ontgoocheld met zijn
antwoord in oktober. Ik hoop dat u een goed kwalitatief antwoord kunt
geven over de stand van zaken. Wat zijn de conclusies uit de
eventuele evaluatie?
Zijn ondertussen de nodige bijsturingen bestudeerd om het systeem
te gaan bijsturen? Als vier collega's uit deze commissie u hierover
interpelleren, geeft dit aan dat dit toch wel een ernstig dossier is en
dat wij over alle partijgrenzen heen dezelfde bezorgdheid hebben,
13.01 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): L'échelonnement modéré
n'est pas un succès et moins de
1% des patients qui consultent un
spécialiste sont envoyés chez ce
dernier
par
un
médecin
généraliste. M. Donfut a déjà été
interrogé à ce sujet. C'est
aujourd'hui Mme Onkelinx qui est
chargée du suivi de ce dossier.
La ministre confirme-t-elle les
chiffres des mutuelles relatifs à
l'échelonnement
modéré?
La
charge administrative peut-elle
expliquer
la
médiocrité
des
résultats? A-t-il déjà été procédé à
une évaluation? Quelles en sont
les conclusions?
La ministre a-t-elle entre temps
envisagé des correctifs? La
préoccupation en la matière est
partagée par tous, au-delà des
clivages politiques, et j'espère que
la ministre est en mesure de nous
apporter des réponses concrètes.
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
maar een systeem dat maar tot 1% aanleiding geeft, kunnen wij
moeilijk een succes noemen. Ik denk dat wij daar allemaal zacht
aandringen tot een beetje bijsturing en ik hoop dan ook dat u ons ook
op die vragen concrete antwoorden kan geven.
13.02 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, uw
voorganger kondigde indertijd het systeem aan van de zachte
echelonnering als een belangrijke stap in een door de artsen
gevraagde algemene echelonnering, wat er eigenlijk op neerkomt dat
men altijd zoveel mogelijk eerst de huisarts raadpleegt en pas daarna
de specialist.
De zachte echelonnering bestaat erin dat de patiënten in dit geval
sinds februari 2007 minder remgeld betalen bij de specialist wanneer
zij werden doorverwezen door hun huisarts en wanneer zij daar over
een globaal medisch dossier beschikken. De remgeldvermindering is
enkel geldig voor het eerste consult per jaar en per specialisme. Zij
bedraagt 5 euro voor gewone verzekerden en 2 euro voor patiënten
met een verhoogde tegemoetkoming.
Intussen werd een eerste evaluatie uitgevoerd en daaruit blijkt dat het
systeem zoals ik indertijd een beetje had voorspeld slechts 1% van
alle consultaties bij specialisten omvat. Men kan dus bijna spreken
van geen echelonnering, of toch niet op de bedoelde manier.
Het laat uitschijnen dat ofwel minder dan 1% via de huisarts verwezen
wordt, wat natuurlijk moeilijk aan te nemen valt, ofwel wijst het erop
dat, zoals wij indertijd hebben beweerd, het systeem weinig algemeen
is en derhalve te weinig gebruiksvriendelijk, en niet gekend, noch door
artsen, noch door patiënten.
Mijn vragen aan u zijn de volgende. Bevestigt u de povere resultaten?
Zult u het systeem handhaven? Of zult u de administratieve
rompslomp ter zake verbeteren en eventueel het systeem uitbreiden
of veranderen? Welke maatregelen kondigt u aan om de
echelonnering op een meer algemene en doeltreffende wijze te
kunnen toepassen?
13.02 Luc Goutry (CD&V - N-
VA):
Le
système
de
l'échelonnement " soft ", mis en
avant à l'époque par M. Demotte,
devait
constituer
une
étape
importante dans la mise en oeuvre
de l'échelonnement souhaité par
les médecins. Le système consiste
à abaisser le ticket modérateur
pour la première consultation d'un
spécialiste lorsque le patient a été
envoyé
par
son
médecin
généraliste et dispose d'un dossier
médical global. La première
évaluation, qui a permis de
constater que moins de 1% de
l'ensemble des consultations de
spécialistes ressortissaient à ce
système, donne à penser que le
système pèche par excès de
complexité ou par manque de
notoriété.
La ministre prévoit-elle le maintien
de ce système? Le résultat justifie-
t-il
le
surcroît
de
travail
administratif? Comment la ministre
entend-elle accroître l'efficacité du
système?
13.03 Maggie De Block (Open Vld): Mevrouw de minister, ik sluit mij
aan bij de collega's. Wij hebben daar vroeger al veel over
gediscussieerd, ook tijdens de bespreking van hoe de doorverwijzing
er zou moeten uitzien. Ik wil niet het grote gelijk halen, maar er is toen
wel gezegd: maak het systeem niet te ingewikkeld en zorg ervoor dat
het goed wordt gecommuniceerd aan de patiënten en aan de artsen.
Ik wil niemand met de vinger wijzen. Wij zitten hier in een
constructieve sfeer. Ik neem aan dat de cijfers zijn wat zij zijn. Maar
het was eigenlijk de bedoeling de huisarts centraal te laten staan,
zoals in de twee vorige regeerakkoorden stond. De huisarts zou de
centrale spil worden voor de zorgtrajecten die de patiënt moet
doorlopen en hij zou naar de juiste specialist doorverwijzen. Men zou
de patiënt daar een soort beloning voor geven: 5 euro, of 2 euro voor
de WIGW's. Zo zou de patiënt op een zachte manier in een gepast
zorgtraject worden geleid.
Misschien was de zachte echelonnering wel een beetje te zacht, want
blijkbaar is zij noch bij de patiënten noch bij de verwijzende artsen
ingeburgerd geraakt. Vandaar het ontluisterende cijfer: minder dan
13.03 Maggie De Block (Open
Vld): Le renvoi vers un spécialiste
a déjà fait l'objet, dans le passé,
de nombreuses discussions au
cours desquelles nous avons
plaidé pour le maintien d'un
système simple et pour une
communication adéquate en la
matière. L'objectif consistait à
conférer un rôle central au
médecin
généraliste
et
à
récompenser le patient qui suivait
un parcours de soins approprié.
L'échelonnement "soft" l'est peut-
être trop. Même si l'on relève de
petites différences entre la Flandre
et la Wallonie ainsi qu'entre les
différentes mutualités, les résultats
sont faibles partout.
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
1% van de doorverwijzingen.
De cijfers zijn wat zij zijn. Wij zien een klein verschil tussen
Vlaanderen en Wallonië, wij zien een klein verschil naargelang van
het ziekenfonds, maar eigenlijk zijn de cijfers overal even laag.
Mijn vraag is welke maatregelen u overweegt om aan dit verschijnsel
een antwoord te bieden omdat dit toch zeer belangrijk is voor de
verdere uitbouw van onze gezondheidszorg. Ik neem aan dat dit nog
steeds een beleidsoptie is nu steeds meer naar subspecialisaties
wordt overgegaan. De patiënt ziet in de ziekenhuizen vaak door de
bomen het bos niet meer en de huisarts kan daarin, onder meer door
het globaal medisch dossier ­ iets waarover ook al veel speeksel is
gevloeid ­ zijn rol spelen.
Ik neem aan dat er meerdere pistes op tafel kunnen liggen, mevrouw
de minister. Ik neem ook aan dat er nog iets overschiet van het
budget om deze zachte echelonnering tot een succes te maken.
Vermits er veel gebruik van is gemaakt, is er ook veel geld naartoe
gevloeid. Ik hoop dat door middel van een of andere actie het
systeem aantrekkelijker kan worden. Ik laat dit echter aan u over want
u bent de bevoegde minister.
La ministre va-t-elle développer ce
système?
Qu'adviendra-t-il du
dossier médical global? D'autres
pistes sont-elles envisagées? Est-
il encore possible d'injecter dans le
système la part importante du
budget
prévu
pour
l'échelonnement qui n'a pas été
utilisée?
13.04 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik ben
zeer vereerd mij te mogen aansluiten bij drie zeer gerenommeerde
kenners van dit dossier. Ik zal zeer bescheiden zijn.
Ik denk dat wij hier op een fundamenteel punt zitten in de
gezondheidszorg van waaruit wij zullen moeten vertrekken om heel de
zaak in de toekomst betaalbaar te houden. Zoals wij dikwijls het beste
bij de minister geraken via de kabinetschef, meen ik ook dat de weg
via de huisarts naar de specialist een fundamenteel punt vormt
waarop wij in de toekomst nog vaak zullen moeten terugkeren om de
zaak betaalbaar te houden.
In het kader van de discussie rond de regionalisering is dit ook van
belang. Ik hoor dat ter zake enig verschil bestaat tussen Noord en
Zuid. Het lijkt mij goed om de minister dit op deze mooie dag mee te
geven als reflectie om heel de zaak in de toekomst betaalbaar te
houden.
Uw voorganger, de heer Donfut, heeft ons beloftes gedaan. Hij heeft
gezegd dat hij daar werk van zou maken. Wij hadden dan ook hoop.
U zit vandaag ook mooi in het wit, dus de hoop is in die zin vandaag
ook op zijn plaats. Zijn er vooruitzichten? Het cijfer van 150.000
verwijzingen op 23 miljoen raadplegingen is toch wel heel beperkt.
Mijn vraag is ook of deze cijfers kloppen.
Wat is er aan van de werkgroep die in het vooruitzicht werd gesteld
en waarin de hele zaak grondig zou worden geëvalueerd?
Ten slotte, wat ziet de minister als maatregel om het principe van de
zachte echelonnering, die toch belangrijk is, in de toekomst beter tot
bij de mensen te brengen en beter in de praktijk om te zetten?
13.04 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Je pense que la règle qui
veut qu'on consulte d'abord le
généraliste avant de se rendre
chez un spécialiste constitue l'un
des moyens de veiller à ce que les
soins de santé restent abordables.
Le Nord et le Sud du pays
n'étaient pas tout à fait sur la
même longueur d'onde mais M.
Donfut s'attellerait à la tâche. Le
chiffre de 150.000 renvois sur
23 millions de consultations ne lui
est toutefois pas favorable.
Ces chiffres sont-ils exacts? Qu'en
est-il du groupe de travail annoncé
qui serait chargé de procéder à
une évaluation approfondie de la
question? Quelle mesure la
ministre
envisage-t-elle
pour
mieux appliquer le principe de
l'échelonnement modéré?
13.05 Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur le président, je tiens à
faire une parenthèse avant de répondre à la question.
13.05
Minister Laurette
Onkelinx: Ik kom even terug op
de vorige vraag om duidelijk te
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
Madame Avontroodt, pour ce qui est de la Commission européenne, il
s'agit principalement de discussions sur les périodes de référence, les
délais, etc. Cela ne concerne absolument pas les médicaments.
maken dat de besprekingen van
de Europese Commissie geen
betrekking
hebben
op
de
geneesmiddelen.
Ik bevestig de slechte resultaten.
Sedert één jaar hebben 185.000 patiënten genoten van de korting die
via het mechanisme van de zachte echelonnering wordt toegekend.
Voornoemd cijfer vertegenwoordigt inderdaad minder dan 1% van de
raadplegingen bij de specialisten die bij het RIZIV zijn geregistreerd.
Ook indien dat een laag cijfer is, zouden de herhalingsraadplegingen
van de andere raadplegingen bij de specialisten moeten worden
gescheiden, om het cijfer correct te kunnen evalueren. Voornoemd
onderscheid kan momenteel niet worden gemaakt.
Er kunnen meerdere hypothesen naar voren worden geschoven om
het relatief lage percentage van de huidige cijfers te verklaren.
Enerzijds zijn noch de patiënten noch de artsen een
echelonneringssysteem in ons land gewoon. Hoewel een groot deel
van onze medeburgers een vaste huisarts heeft, zijn heel wat
patiënten het gewoon om diverse specialisten te raadplegen, zonder
dat zij eerst via de eerste lijn gaan.
Anderzijds werd waarschijnlijk te weinig informatie verstrekt, zowel
aan de huisartsen als aan de patiënten.
Ik meen ook te mogen stellen dat de maatregel onder een bepaalde
vorm van wantrouwen op het terrein te lijden had. Dat is paradoxaal,
wanneer men weet dat vele huisartsen een dergelijk systeem willen
bevorderen.
Twee problemen moeten worden onderscheiden.
Enerzijds zijn er de technisch-administratieve problemen. Elke
verbetering op dat vlak is een goede zaak. Ik zal binnenkort de
ziekenfondsen en de artsensyndicaten ondervragen, teneinde hun
mening over voornoemde problemen te kennen.
Anderzijds moet de gegrondheid van de maatregel worden
geëvalueerd. Zelfs indien men even terugkijkt en van mening kan zijn
dat bepaalde raadplegingen van specialisten het niet nodig maken om
eerst via de eerste lijn te gaan, zoals bij gynaecologie, pediatrie of
oogheelkunde, houd ik vast aan het idee dat de huisarts de centrale
spil van het systeem van gezondheidszorgen moet zijn en dat hij zijn
eerstelijnsverantwoordelijkheid en de coördinatie van de verschillende
interveniënten aanvaardt.
Op basis van de resultaten van dit eerste jaar en van een meer
verfijnde analyse van de redenen voor een gedeeltelijke mislukking
van het ingevoerde systeem, zal ik de personen die professioneel met
gezondheidszorg bezig zijn bijeen brengen om een evaluatie uit te
voeren. Daarna zal ik een verbetering van het systeem in overweging
nemen.
Je confirme les mauvais résultats.
La ristourne n'a pour ainsi dire pas
pu être accordée. Les chiffres sont
bas mais, pour pouvoir procéder à
une évaluation correcte, il faut
évidemment établir une distinction
entre les premières consultations
chez un spécialiste et les
consultations ultérieures.
Il y a plusieurs explications
possibles à la médiocrité des
chiffres. Patients et médecins sont
insuffisamment familiarisés avec
le système. Il existe par ailleurs en
Belgique une longue tradition qui
veut que les patients s'adressent
directement au spécialiste. Peut-
être aussi la mesure pâtit-elle
d'une certaine méfiance sur le
terrain, ce qui semble paradoxal
puisque la plupart des généralistes
souhaitent la promouvoir. Enfin, il
y a les problèmes techniques et
administratifs.
Nous
allons
interroger
prochainement
les
associations de médecins et les
mutualités sur les possibilités de
simplifier le système. Il ne faut pas
oublier non plus que les visites
chez un spécialiste ne doivent pas
nécessairement être précédées
d'une
consultation
chez
un
généraliste et je songe ici à la
gynécologie, à la pédiatrie, à
l'ophtalmologie.
Je souhaite toutefois que le
généraliste
reste
la
cheville
ouvrière des soins de santé. C'est
pourquoi
il
faut
soumettre
l'échelonnement modéré à une
évaluation pour apporter ensuite
les améliorations nécessaires.
Présidente: Muriel Gerkens.
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
Voorzitter: Muriel Gerkens.
13.06 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de minister,
uiteraard wil ik u beleefdheidshalve danken voor het antwoord. Ik ben
bijzonder tevreden ­ want ik denk dat dit een cruciale verklaring is ­
dat u als bevoegde minister wel degelijk zegt dat wij de huisarts
centraal moeten plaatsen en dat wij de man die in de eerste lijn actief
is naar volle waarde moeten schatten. Dat is zeer belangrijk, zo'n
verklaring van een bevoegde minister, komende uit het Franstalige
landsdeel. Dat kan tellen. Mevrouw de minister, ik denk dat we elkaar
goed begrijpen. Wij zijn ­ en ik denk dat dit voor veel collega's geldt ­
wel degelijk voorstander van bepaalde duidelijke vormen van
echelonnering. Ik denk dat dit nu ook door u wordt bevestigd gezien
de centrale rol waarin u de huisarts wil plaatsen. Dat is positief.
Anderzijds kunnen wij natuurlijk niet om de vaststelling heen dat de
eerste stap in die richting, gezet door uw voorganger, niet echt
succesvol te noemen is. Ik denk dus dat we het dossier verder zullen
moeten opvolgen. Ik hoor dat u met alle betrokkenen gaat samen
zitten om een evaluatie te krijgen. Dan komt er uiteraard al dan niet
een bijsturing. Ik denk dus dat wij niet anders kunnen dan het dossier
verder op te volgen. Wij hopen dat u de nodige, misschien
bijkomende, incentives kunt geven om dit beter op de sporen te zetten
dan op dit moment uit de praktijk blijkt.
13.06 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): Je me réjouis du rôle
central
qu'une
ministre
francophone de la Santé publique
entend faire jouer par le médecin
généraliste. L'échelonnement doit
donc
être
maintenu.
Malheureusement, on ne peut pas
dire que le premier pas dans cette
direction puisse véritablement être
qualifié
de
succès.
Nous
continuerons à suivre le dossier de
près et nous espérons que la
ministre annoncera de nouveaux
incitants.
13.07 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, collega's,
het verwondert mij niet, zoals ik al heb gezegd, dat dit niet veel heeft
opgeleverd. Overigens ben ik eigenlijk nooit warm of koud geworden
van het zogenaamde probleem van de echelonnering. Ik vind dat een
beetje een overtrokken zaak omdat in Vlaanderen 80% trouw is aan
zijn huisarts en een vaste huisarts heeft, ten bewijze ook de globale
medische dossiers of GMD's. Eigenlijk wordt het probleem daar al
deels structureel beheerst. Wie nog rechtstreeks naar een specialist
gaat, zal men toch nooit kunnen tegenhouden omdat het daarbij
bijvoorbeeld om pediatrie of gynaecologie gaat. Die mensen zullen
toch nooit eerst bij de huisarts passeren en dat is misschien niet eens
nodig.
Ik vraag mij af of wij meer op dat systeem moeten inzetten, waardoor
het misschien nog complexer wordt en waardoor er nog meer kosten
aan worden verbonden voor een kleine opbrengst. Misschien moeten
wij evalueren in die zin dat wij alles moeten zetten op de uitbouw van
het globaal medisch dossier. Ik vind het persoonlijk veel belangrijker
dat elke patiënt beschikt over een dossier. Als hij dan eventueel
rechtstreeks naar zijn specialist gaat, maar hij heeft ten minste zijn
dossier bij, dan hoeft die specialist niet dezelfde handelingen te
verrichten als anders de huisarts zou hebben gedaan of die in het
verleden al zijn gebeurd. Dat lijkt mij een veel grotere besparing in
potentie dan het ingewikkeld systeem van de echelonnering.
Ten bewijze dat het niet lukt, moeten wij er in de toekomst toch een
aantal conclusies durven aan vastknopen.
13.07 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): Je n'ai jamais attaché une
importance exagérée à la question
de l'échelonnement. En Flandre,
80 % des patients ont un médecin
de famille attitré, de sorte que l'on
ne puisse plus parler de problème
structurel. Pour ce qui est des
autres
consultations
de
spécialistes, les patients ne se
bousculeront pas auprès du
médecin généraliste. La question
se pose donc de savoir si nous
devons
encore
prévoir
des
moyens supplémentaires pour un
résultat aussi pauvre. Il me paraît
plus sensé d'affecter ces moyens
au dossier médical global, qui peut
conduire à des économies bien
plus importantes. Il faudra dans un
proche avenir tirer les conclusions
nécessaires.
13.08 Maggie De Block (Open Vld): Mevrouw de minister, ik dank u
voor uw antwoord. Het is volgens mij inderdaad goed dat er wordt
gezocht naar een aantal middelen om dit systeem te verbeteren. Het
is niet ongewoon dat door een gebrekkige communicatie van het
bestaan van het systeem en een zeker wantrouwen, het misschien
13.08 Maggie De Block (Open
Vld): Il est positif qu'on cherche à
améliorer le système. Sur le plan
administratif, les choses étaient
peut-être trop compliquées. Je me
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
niet goed geïmplementeerd is geraakt op het terrein. Ik denk alleszins
dat er wel vraag naar is, dat het een goede methode zou zijn, maar
dat er misschien te zacht mee werd omgegaan.
Alleszins werd het administratief te ingewikkeld gemaakt. Ik denk dat
men op verschillende gebieden zal moeten bijvijlen. Ik ben alleszins
zeer blij, mevrouw de minister, dat voor de toekomst ook voor u de
huisarts een centrale rol blijft spelen in de gezondheidszorg en in de
organisatie ervan. Het globaal medisch dossier is inderdaad een
nuttig middel daarbij, mijnheer Goutry, maar wij mogen toch niet
vergeten dat jonge mensen veel verhuizen. Wij zien tijdens onze
wachtdiensten meer en meer jonge mensen die nog over geen
huisarts beschikken. Het aantal globaal medische dossiers loopt ook
terug en dat is een spijtige zaak.
Inderdaad, wij moeten er blijven op hameren en ook jongere mensen
ertoe aanzetten naar een huisarts te gaan, al is dat maar een of twee
keer per jaar. Wij jagen hen niet buiten. Wij zijn blij dat wij eens een
ander gezicht zien, men moet daarom niet alle dagen gaan. Toch
moeten wij ook jonge mensen ertoe aanzetten een huisarts in de
buurt te kiezen.
réjouis aussi que le ministre
reconnaisse le rôle central du
médecin généraliste. Le dossier
médical global y joue également
un rôle important.
13.09 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, wij
moeten zeker onthouden dat u zegt dat de huisarts de centrale spil
moet zijn in de gezondheidszorg. Dat is inderdaad een heel belangrijk
vertrekpunt. Ik leer uit uw antwoord en de reactie van de
respondenten toch ook dat wij het inderdaad minder moeten hebben
over de ingewikkeldheid en het bijschaven van het systeem om het
eventueel nog wat moeilijker te maken, maar dat het vooral zal gaan
over het aankweken van een attitude en waarbij meer communicatie
en het aanzetten tot een juiste houding van het globaal medisch
traject de hoofdimpuls zal moeten zijn, minder dan het inspelen op de
techniciteit of de verbetering van bepaalde punten ervan.
13.09 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Le généraliste comme
pivot des prestations de soins, tel
est le point de départ. Evitons
surtout de compliquer le système.
En effet, il s'agit surtout d'une
question de mentalité nouvelle et
non de détails techniques.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van de heer Luc Goutry aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
hoge kosten bij palliatieve thuiszorg" (nr. 1945)
14 Question de M. Luc Goutry à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "les frais
élevés liés aux soins palliatifs à domicile" (n° 1945)</b>
14.01 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, terminale kankerpatiënten hebben soms hoge dosissen
pijnstillende middelen nodig. Eens men alle stappen van de pijnladder
heeft doorlopen, dus de standaardprocedures die daar gevolgd
worden, en eens men alle pijnbestrijdende geneesmiddelen heeft
gebruikt, is er soms geen ander therapeutisch alternatief dan de
subcutane of intraveneuse toediening van pijnmedicatie via een
pijnpomp. Diamorfine en hydromorfine zijn dan producten die worden
gebruikt.
Deze medicaties worden bij opname van een patiënt geleverd via de
ziekenhuisapotheek. Indien het echter om patiënten gaat die thuis
palliatief worden verzorgd, moeten deze geneesmiddelen worden
aangerekend aan de patiënt, spijtig genoeg. Dit kan leiden tot zeer
hoge uitgaven waarbij de kost van deze pijnmedicatie snel kan
oplopen tot 1000 à 1500 euro per maand.
14.01 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): Les patients atteints d'un
cancer en phase terminale ont
besoin de doses très importantes
d'analgésiques. Il arrive souvent
que de la diamorphine ou de
l'hydromorphine
doive
être
administrée au moyen d'une
pompe antidouleur. Lorsque le
patient est hospitalisé ou séjourne
dans une unité de soins palliatifs,
ces analgésiques ne sont pas à la
charge du patient mais à domicile,
les frais s'accumulent et atteignent
rapidement 1000 à 1500 euros par
mois.
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
Het is gebeurd dat mensen uit het ziekenhuis naar huis kwamen om
thuis te sterven, om thuis palliatief begeleid te worden en dat dan de
kosten voor de geneesmiddelen die voordien niet moesten worden
betaald omdat ze uit de ziekenhuisapotheek kwamen opliepen tot
1000 à 1500 euro.
Wij pleiten reeds lange tijd voor een zekere neutraliteit in die zin dat
kosten die men heeft bij thuiszorg, palliatief, zeker niet hoger zouden
zijn dan kosten die men heeft bij residentiële opname.
Mevrouw de minister, bent u daarvan op de hoogte? Zo ja, bent u
bereid om het te laten onderzoeken, om u in te zetten en om te kijken
hoe zulke kosten ook bij palliatieve thuiszorg door de
ziekteverzekering zouden kunnen worden gedragen zodat het voor de
patiënt financieel neutraal is, los van de plaats waar hij wordt
verzorgd, en dat het zeker niet duurder zou zijn als hij thuis wordt
verzorgd?
La ministre est-elle informée de
cette situation? Examinera-t-elle
comment ces frais pourraient être
supportés
par
l'assurance
maladie?
14.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, het is mij
bekend dat diamorfine gebruikt wordt in de palliatieve thuiszorg.
Daarom werd aan de Technische Farmaceutische Raad van het
Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering die de aanvragen
voor magistrale bereidingen behandeld, gevraagd een dossier voor te
bereiden over voornoemd product. Dit dossier staat op de agenda van
de vergadering van de voornoemde raad van maart 2008.
Ik zal bovendien aan voornoemde raad vragen om eveneens een
dossier voor te bereiden over het magistraal gebruik van
hydromorfine.
Zodra er een positief voorstel komt van de Raad kan na het doorlopen
van
de
volledige
procedure
worden
besloten
een
verzekeringstegemoetkoming toe te kennen voor deze producten in
magistrale bereidingen.
Dat zou er dan toe leiden om de kosten, die u aanhaalt in uw vraag, te
verminderen.
Ik herinner u eraan dat er reeds een palliatief forfait van 491,22 euro
bestaat, dat onder andere de kosten voor die magistrale bereidingen
beoogt te compenseren.
14.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: J'ai demandé au Conseil
technique
pharmaceutique
de
préparer un dossier relatif à la
préparation
magistrale
de
diamorphine et ce point sera à
l'ordre du jour au mois de mars. Je
demanderai également au Conseil
de préparer un dossier relatif à la
consommation
magistrale
d'hydromorphine. Si l'avis du
Conseil
est
positif,
ces
médicaments
pourront
être
remboursés
par
l'assurance
maladie.
Le forfait palliatif de 491,22 euros
peut servir à compenser les frais
élevés.
14.03 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, uw
antwoord is zeker hoopgevend, omdat ik voel dat u steunt dat die
specifieke situatie ­ niet in de veralgemening, maar in zijn specificiteit
­ in die zeer pijnlijke omstandigheden moet worden bekeken, omdat
ik denk dat dat kan worden geneutraliseerd. Dat moet bovendien niet
zulke grote kosten met zich meebrengen, gelukkig maar.
Wat u zegt over het palliatief forfait, is juist, maar er zijn nog een hoop
andere kosten die, wanneer iemand thuis palliatief wordt behandeld,
erbovenop komen, zoals ook niet-medische kosten en allerhande
andere kosten. Ik heb altijd begrepen dat het de bedoeling was van
het forfait om vooral die kosten te dekken, maar goed.
Het belangrijkste dat ik kan onthouden is dat het dossier werd
overgedragen aan de technische raad, waar het in maart op de
14.03 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): Il est encourageant de
constater que ce dossier sera
examiné dès le mois de mars. Le
forfait palliatif est essentiellement
conçu pour couvrir d'autres frais
que l'acquisition de médicaments.
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
agenda komt. Dan zullen we zien of daar vooruitgang kan worden
geboekt.
Ik bedank u. Ik volg dat dossier zeker op.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van de heer Luc Goutry aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
farmaceutische zorg in rusthuizen" (nr. 1946)
15 Question de M. Luc Goutry à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "les soins
pharmaceutiques dans les maisons de repos" (n° 1946)</b>
15.01 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Ondertussen is de camera
verdwenen, waarschijnlijk omdat ik te veel vragen stel.
De voorbije legislatuur werd in deze commissie een uitgebreide
bespreking gehouden van de farmaceutische zorg in rusthuizen. Ik
roep de herinnering op aan collega's De Meyer en anderen die
hierover een resolutie hadden ontworpen, die we trouwens op een van
de laatste plenaire zittingen nog hebben aangenomen. In deze
resolutie vroegen wij als Parlement onder meer om de rol van de
coördinerende raadgevende arts te verduidelijken en om een striktere
toepassing van het formularium na te streven. Dat is eigenlijk bij
uitstek het hulpmiddel dat nu al in rusthuizen bestaat en waarin de
beste geneesmiddelen, de beste prijs en de beste behandeling zijn
opgesomd. In de resolutie werd ook gepleit voor een elektronisch
medicatiedossier per resident en voor een geïndividualiseerde
verpakking en toediening van de geneesmiddelen, waarbij men dus
zoveel mogelijk per patiënt en zeer geïndividualiseerd, herstrikt en
heringepakt, geneesmiddelen zou kunnen toedienen. Ik herinner mij
dat wij daarover ook een hoorzitting met een demonstratie hebben
gekregen in de commissie. Het was toch wel zeer revelerend om dat
te horen en te zien.
Mevrouw de minister, erkent u de problematiek van de
farmaceutische zorg in de rusthuizen? Bent u het ermee eens om
hiervan een prioriteit in uw beleid te maken? Ik refereer dan aan de
resolutie die door het Parlement werd aangenomen. Welke concrete
maatregelen kunt u eventueel nu reeds aankondigen?
15.01 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): Une résolution sur l'aide
pharmaceutique dans les maisons
de repos a été adoptée sous la
législature
précédente.
Cette
résolution visait à renforcer le rôle
du médecin coordinateur et
conseiller (MCC) et à tendre vers
une application plus stricte du
formulaire.
Elle
préconisait
également
l'instauration
d'un
dossier médical électronique par
résident.
La ministre admet-elle la gravité
du problème? Le traitera-t-elle en
priorité?
Quelles
mesures
concrètes
peut-elle
déjà
annoncer?
15.02 Minister Laurette Onkelinx: De rol van de CRA is opgenomen
in de federale erkenningsnormen. Vandaag is deze rol enkel voorzien
in de normen van de rust- en verzorgingstehuizen. Deze normen
voorzien dat de CRA in overleg met de behandelende artsen de
coördinatie op zich neemt van het zorgbeleid. Wat de
geneesmiddelen betreft, omvat dit minstens het opstellen en het
gebruik van het geneesmiddelenformularium.
Ik ben van mening dat de rol van de coördinerende arts moet worden
bijgestuurd. Ik baseer mij hiervoor enerzijds op een verslag dat in het
RIZIV werd opgesteld en dat vandaag als adviesvraag op de agenda
staat van de werkgroep RVT van de nationale raad voor
ziekenhuisvoorzieningen, en anderzijds op wat in het laatste akkoord
artsen-ziekenfondsen werd ingeschreven. Hierin staat dat, wil men
komen tot een meer kwalitatieve aanpak van de zorgen aan patiënten
in rusthuizen, rust- en verzorgingstehuizen, centra voor kort verblijf en
centra voor dagverzorging, onder meer op het vlak van
15.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Le rôle du MCC est défini
dans
les
normes
de
reconnaissance fédérales. Cette
fonction n'existe actuellement que
dans les maisons de repos et de
soins. Le MCC est chargé de la
coordination de la politique de
soins, en concertation avec les
médecins traitants. Cette tâche
consiste également à élaborer le
formulaire
pharmaceutique.
J'estime qu'il convient d'adapter le
rôle du MCC.
La Commission médico-mutualiste
s'est engagée à développer
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
geneesmiddelengebruik, palliatieve zorg, dementie en depressie,
revalidatie, zorgplanning en zorgcoördinatie ­ ook met de andere
zorgverleners in het netwerk ­ hygiëne en preventie, de
coördinerende raadgevende arts een belangrijke rol moet spelen.
In overleg met de betrokken overeenkomstencommissies, de FOD
Volksgezondheid en de Gemeenschappen en Gewesten, heeft de
Commissie Artsen-Ziekenfondsen zich geëngageerd om deze rol
verder uit te bouwen en te omschrijven met bijzondere aandacht voor
meer overleg met de huisartsen die de bewoners behandelen.
Met betrekking tot het geneesmiddelengebruik in de rustoorden wordt
in een studie van 2006 van het kenniscentrum een aantal
beleidsaanbevelingen geformuleerd. Er is de vraag over de
conditionering in de rustoorden en het gebruik van een
verdelingssysteem. Binnen het budget van het RIZIV van 2008 is in
een bedrag van 600.000 euro voorzien voor een studie over de
kwaliteit van de zorg in de rustoordsector, onder meer ook het belang
van een goed medico-farmaceutisch beleid. Het probleem inzake de
geneesmiddelendistributie is daarvan ook een onderdeel en moet ook
voldoende in een aantal proefprojecten worden bestudeerd.
encore ce rôle.
Une étude réalisée en 2006 par le
centre d'expertise formule une
série
de
recommandations
concernant la consommation de
médicaments dans les maisons de
repos. Un montant de 600.000
euros a été inscrit au budget de
l'INAMI pour la réalisation d'une
étude concernant la qualité des
soins dispensés dans le secteur
des maisons de repos et mettant
notamment
l'accent
sur
l'importance
d'une
politique
médico-pharmaceutique efficace.
Le problème de la distribution des
médicaments sera étudié dans le
cadre d'un certain nombre de
projets pilotes.
15.03 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, ik dank u
voor uw antwoord. Dat illustreert dat u zich toch wel bewust bent van
de problematiek en dat u daarvan werk wil maken. Ik denk inderdaad
dat het zeer belangrijk is dat de rol van de coördinerende arts duidelijk
wordt. Nu lopen immers tal van artsen binnen en buiten in het
rustoord. Residenten hebben hun eigen arts. Er is ook nog een
coördinerend arts die te weinig of onduidelijke bevoegdheden heeft,
waardoor er ook geen lijn komt in het geneesmiddelenbeleid dat door
de instelling wordt gevoerd. Ik denk dat het daarom belangrijk is om
die rol met alle actoren te herbekijken.
U zult het met mij eens zijn dat het verminderen van medicatie voor
oudere mensen een zeer belangrijke doelstelling is. Daaraan is
uiteraard ook een besparing gekoppeld. Nu worden immers veel te
veel geneesmiddelen gebruikt door oudere mensen, vooral in
rusthuizen.
15.03 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): Je salue la volonté de la
ministre de s'atteler rapidement à
la tâche. Il importe essentiellement
de préciser le rôle du MCC. En fin
de compte, la diminution de la
consommation de médicaments
par les seniors devrait constituer
une priorité.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Luc Goutry aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
definiëring van goedkope geneesmiddelen" (nr. 1947)
16 Question de M. Luc Goutry à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la
définition de la notion de médicaments bon marché" (n° 1947)</b>
16.01 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, u ziet dat
de krokusvakantie mij aan het werk heeft gezet.
Het koninklijk besluit van september 2005 legt aan de artsen
objectieven op inzake de te halen percentages aan goedkope
geneesmiddelen die zij moeten voorschrijven. Door het KB van 2005
worden beschouwd als goedkoop: de generieke geneesmiddelen,
maar ook de merkgeneesmiddelen die hun prijs hebben verlaagd tot
de basis van terugbetaling, eigenlijk de referentieprijs. In de praktijk
zien we echter dat de merkgeneesmiddelen die in prijs zijn gezakt tot
de referentieprijs, daarom nog niet de laagst geprijsde uit de markt
16.01 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): L'arrêté royal de septembre
2005 dispose que les médecins
doivent prescrire un pourcentage
déterminé de médicaments bon
marché, tels que les médicaments
génériques ou les médicaments
de marque qui ont abaissé leurs
prix. Dans la pratique, il apparaît
toutefois que ces médicaments de
marque ne sont pas toujours les
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
zijn voor deze molecule. Ze zijn gezakt in prijs, maar ze zijn niet de
beste koop. Artsen die vaak door de bomen het bos niet meer zien,
krijgen daardoor de indruk ­ en dat wordt ook door die
geneesmiddelenproducenten gepromoot ­ dat zij even goedkoop zijn
als de generische geneesmiddelen. Nochtans blijkt uit onderzoek dat
de generieke geneesmiddelen in werkelijkheid nog altijd 20 procent of
meer goedkoper zijn dan de merkgeneesmiddelen.
De recente vaststelling dat in België 40 procent van de
voorgeschreven geneesmiddelen goedkoop zijn, is dus louter
gebaseerd op voormeld KB en is in werkelijkheid economisch niet
correct.
We zouden dat toch moeten bekijken. We zouden immers de indruk
kunnen krijgen, door een bepaalde definiëring in het KB van 2005, dat
wij zijn geslaagd en dat er nu 40 procent goedkope geneesmiddelen
worden voorgeschreven. Men zou kunnen bevestigen dat het
goedkopere geneesmiddelen zijn ­ een vooruitgang ten opzichte van
vroeger ­ maar het zijn daarom niet de goedkoopste geneesmiddelen.
Dat zou pas interessant zijn, omdat er dan budgetten vrijkomen die
kunnen worden ingezet voor nieuwe, innovatieve geneesmiddelen en
om de stijging van het budget te kunnen opvangen.
Kan de minister akkoord gaan met mijn stelling dat het KB momenteel
niet garandeert dat de goedkoopste geneesmiddelen worden
voorgeschreven? Is de minister bereid het desbetreffend KB aan te
passen en de definitie van een goedkoop geneesmiddel te herzien en
te herleiden tot het goedkoopste? Welke maatregelen voorziet de
minister verder nog om de prijzen van geneesmiddelen te doen
zakken?
moins chers. Certains médecins
semblent avoir, à tort, le sentiment
qu'ils sont aussi bon marché que
les médicaments génériques.
La ministre est-elle d'accord pour
dire que l'arrêté royal ne garantit
nullement
ce
sont
les
médicaments les moins chers qui
sont prescrits? Adaptera-t-elle
l'arrêté royal? Quelles mesures
envisage-t-elle de prendre encore
pour faire baisser les prix plus
avant?
16.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, collega
Goutry, het is juist dat de wetgever de apotheker niet verplicht om het
goedkoopste geneesmiddel af te leveren dat op de markt is, maar
alleen een van de geneesmiddelen die worden beschouwd als zijnde
goedkoop, namelijk een geneesmiddel waarvoor de patiënt geen
supplement op het remgeld moet betalen.
Dat kan inderdaad ertoe leiden dat er geneesmiddelen worden
afgeleverd waarvoor er een of meerdere goedkopere alternatieven
zijn, maar het is de rol van de apotheker om naar best vermogen te
handelen, niet alleen in het belang van de patiënt maar ook in dat van
de sociale zekerheid.
Mijn
voorgangers
hebben
een
systeem
ingesteld
van
referentieterugbetaling. Een van de gevolgen daarvan was dat de
merkproducten hun prijzen lieten zakken tot het niveau van de
generische geneesmiddelen. Het was wegens het spel van de
concurrentie dat bepaalde generieken hun prijzen lieten zakken tot
onder hetgeen de wetgever als minimum vroeg. Elkeen moet dus zijn
verantwoordelijkheid opnemen.
Het feit dat de artsen een minimumpercentage aan goedkopere
geneesmiddelen moeten voorschrijven, heeft tot bewustwording
geleid en de resultaten zijn bemoedigend. Het is juist dat
voorschrijven onder gemeenschappelijke internationale benaming
bijdraagt aan het feit dat de voorschrijver niet systematisch moet
nagaan of er voor het geneesmiddel dat hij voorschrijft al dan niet een
16.02
Laurette
Onkelinx,
ministre:
La
loi
n'oblige
effectivement pas le pharmacien à
délivrer le médicament le moins
cher
mais
à
délivrer
des
médicaments qui sont considérés
comme bon marché, c'est-à-dire
sans supplément par rapport au
ticket modérateur. Il est de la
responsabilité du pharmacien de
délivrer
le
médicament
de
substitution moins onéreux dans
l'intérêt du patient et de la sécurité
sociale.
Le système du remboursement de
référence a permis de diminuer le
prix de certains médicaments de
marque et cette diminution a
entraîné à son tour une réduction
du prix de certains médicaments
génériques.
L'obligation
imposée
aux
médecins
de
prescrire
un
pourcentage
minimum
de
médicaments bon marché a donné
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
generiek alternatief bestaat op het moment dat hij het voorschrijft.
Zodra er een dergelijk generiek geneesmiddel op de markt verschijnt,
moet de apotheker het goedkope geneesmiddel afleveren. Op die
manier schept men een reflex die zich, naar ik hoop, zal
veralgemenen en zal maken dat de patiënt telkens als het mogelijk is
een goedkoop geneesmiddel zal krijgen.
De laatste beschikbare gegevens ­ augustus 2007 ­ tonen aan dat
het deel van de als goedkoop beschouwde voorschriften elk jaar
toeneemt en nu 41,3% bedraagt. Onder deze goedkope
geneesmiddelen nemen de generieken en de kopieën het grootste
deel in met 58%. De originele geneesmiddelen die in prijs verlaagden,
vertegenwoordigen 48%, terwijl de voorschriften van dure
geneesmiddelen onder actieve stof slechts een zeer klein deel
uitmaken van de geneesmiddelen, te weten 21%.
Ik denk dus niet dat voorschrijvers bewust geneesmiddelen onder
actieve stof voorschrijven waarvan zij pertinent weten dat er geen
goedkoop alternatief voor bestaat, uitsluitend om hun verplichting om
goedkoop voor te schrijven te omzeilen. Indien zij deze mogelijkheid
systematisch gebruiken zal de evolutie van de markt er met de
regelmatige komst van nieuwe generische geneesmiddelen toe leiden
dat het aantal afgeleverde goede geneesmiddelen zal toenemen.
Ik zal de evolutie van het systeem van nabij volgen en nieuwe
maatregelen nemen indien dat nodig mocht blijken, om het budget
voor geneesmiddelen onder controle te houden. Ik voorzie reeds een
nieuwe evaluatie van de effecten van de maatregel.
Tot slot is het belangrijk om de voorschrijvers regelmatig te
informeren en bewust te maken. Diverse acties werden reeds
ondernomen en worden nog verder ontwikkeld in overleg met de
zorgverstrekkers.
Op de website van het RIZIV en van het Belgisch Centrum voor
Farmacotherapeutische Informatie kunnen de voorschrijvers
informatie vinden over de goedkope geneesmiddelen. De gegevens
worden ook jaarlijks opgestuurd via het mementopharma.
In het nationaal akkoord tussen geneesheren en ziekenfondsen is
bepaald dat het medisch farmaceutisch overleg tussen artsen en
apothekers opnieuw van start zal gaan. De uitgaven voor
geneesmiddelen worden opgevolgd door het RIZIV en er wordt
geregeld een rapport voorgelegd aan de commissie Tegemoetkoming
Geneesmiddelen en aan de overeenkomstencommissie Apothekers-
Verzekeringsinstellingen. De farmaceutische bedrijven zijn middels
hun beroepsorganisatie betrokken bij de evolutie van de uitgaven en
de technische ramingen van het budget voor het lopende jaar en de
komende jaren.
des résultats. En prescrivant un
médicament en fonction de la
substance active, le médecin ne
doit pas vérifier à chaque fois s'il
existe
un
générique
de
substitution. Dans ce cas, c'est au
pharmacien qu'il incombe de
délivrer
le
médicament
bon
marché. J'espère que l'on induira
ainsi un réflexe général.
Les données relatives au mois
d'août 2007 font apparaître que le
pourcentage des médicaments
bon marché prescrits augmente
chaque année et qu'il s'élève
aujourd'hui à 41,3%. Parmi ces
médicaments, 58% sont des
génériques et des copies. Les
médicaments de marque à prix
réduit représentent 48% alors que
les prescriptions de médicaments
coûteux sur la base de la
substance active ne représentent
que 21%.
Je vais suivre attentivement
l'évolution de la situation et
prendre au besoin de nouvelles
initiatives. Je réévaluerai les effets
de la mesure.
Il
est
important
d'informer
régulièrement les médecins. Les
sites internet de l'INAMI du Centre
belge
d'information
pharmaceutique leur proposent
des
informations
sur
les
médicaments bon marché. Ces
informations leur sont également
envoyées annuellement par le
biais de Memento-pharma.
L'accord national conclu entre les
médecins et les mutualités prévoit
la reprise de la concertation entre
les médecins et les pharmaciens.
L'INAMI
suit
l'évolution
des
dépenses en médicaments et un
rapport est régulièrement soumis à
la Commission de remboursement
des
médicaments
et
à
la
Commission de conventions entre
les pharmaciens et les organismes
assureurs.
Les
entreprises
pharmaceutiques sont également
associées à la concertation.
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
16.03 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, uw antwoord leidt er uiteraard toe dat wij ons allemaal
bewust zijn dat die zaak niet kan en mag stilvallen, dat wij opnieuw op
een of ander nuttig ogenblik, misschien naar aanleiding van de
gezondheidswet, opnieuw het debat moeten openen over de
prijsbeheersing inzake geneesmiddelen.
Ik vrees anders immers een beetje voor het beproefde model van
concurrentie, dat nu mondjesmaat wordt ingevoerd, niet altijd op de
beste manier, want dat kiwimodel is mislukt. Het zijn echter stappen
geweest om inderdaad inspanningen te doen, de resultaten zijn er ook
naar. Die inspanningen kunnen echter vrij snel verdwijnen.
Gegevens wijzen nu immers reeds uit dat de prijs snel door het
volume wordt opgeslorpt. Met andere woorden, de prijs is klein, maar
de volumes vergroten. Het budget blijft dan toch weer hetzelfde.
Zolang wij de volumes blijkbaar niet kunnen beheersen ­ dat heeft
dan ook weer te maken met voorschrijven en attitude ­ moeten wij
zeker toch ten minste blijven ingrijpen in de prijs omdat die voor de
patiënt nu neutraal is. Hij betaalt vandaag immers verschillende
remgelden, naargelang welk geneesmiddel hij gebruikt. Ik denk dus
dat wij dit debat absoluut terug moeten aanzwengelen.
U zegt dat de apotheker zelf moet kijken wat hij aflevert aan de
patiënt en dat hij dan kan kiezen voor het goedkoopste. Dat kan in
één geval, namelijk bij het voorschrijven op stofnaam. U hebt het zelf
gezegd. Dat is het enige. Voor de rest hebben apothekers in ons land
geen substitutierecht en kunnen zij niet anders dan afleveren wat
expressis verbis op het voorschrift is vermeld, tenzij daar de
wetenschappelijke naam zou vermeld zijn, zoals u zelf hebt gezegd.
Met andere woorden, dit is geen vraag die tot een finaliteit leidt, dit is
een open vraag die als bedoeling had om het probleem opnieuw op
de voorgrond te brengen omdat ik denk dat wij dit nooit van de
politieke agenda zullen kunnen weglaten.
16.03 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): Chacun est conscient de la
nécessité de poursuivre le débat
sur la maîtrise des prix des
médicaments.
Dans
le
cas
contraire, je crains que les
résultats se perdent rapidement. Il
semble, en effet, que les prix ont
bel et bien diminué mais que les
volumes augmentent et que les
prescriptions sont donc plus
nombreuses. Dès lors, il faut
continuer d'intervenir en matière
de prix pour maîtriser le budget.
Le pharmacien ne peut choisir lui-
même le produit le moins cher que
si le médecin a prescrit un remède
en
dénomination
commune
internationale. Les pharmaciens
n'ont pas, en effet, de droit de
substitution.
La présidente: Il me semblait qu'une date était prévue pour l'évaluation du modèle kiwi?
16.04 Laurette Onkelinx, ministre: J'avais effectivement
communiqué une date dans une de mes réponses mais je ne m'en
souviens plus exactement.
La présidente: Nous vérifierons car si une date est prévue pour une
évaluation, nous pourrons rouvrir la discussion à ce moment-là.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Vraag van de heer Luc Goutry aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
nieuwe samenstelling van de Nationale Raad voor Verpleegkunde" (nr. 1948)
17 Question de M. Luc Goutry à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la
nouvelle composition du Conseil national de l'art infirmier" (n° 1948)</b>
17.01 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, de Nationale Raad voor Verpleegkunde moet door de
bevoegde minister worden samengesteld. De Raad is sedert oktober
2007 ontbonden.
17.01 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): Le Conseil national de l'art
infirmier doit être renouvelé tous
les six ans. Le Conseil est déjà
dissous depuis octobre 2007 et
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
De werking van de Raad zelf, maar ook van alle hieraan verbonden
werkgroepen is hierdoor natuurlijk stilgevallen.
Het is dus hoogtijd dat een nieuw KB kan worden gepubliceerd met de
nieuwe samenstelling van deze Nationale Raad voor Verpleegkunde.
Het bevreemdt mij dat het blijft duren, vandaar de vragen. Een en
ander zal wel te maken hebben met de lopende zaken. Nu wij deze
voorbij zijn, zijn mijn vragen hoever dat nu staat met die Nationale
Raad voor Verpleegkunde. Wanneer zal het desbetreffend KB
verschijnen?
son
fonctionnement
est
complètement paralysé. Un arrêté
royal
fixant
sa
nouvelle
composition doit toutefois être
publié avant que ce Conseil ne
puisse reprendre ses activités.
en
sont
les
travaux
préparatoires de cet arrêté royal et
quand sera-t-il publié?
17.02 Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur Goutry, en fait, les
mandats des membres du Conseil national art infirmier sont
effectivement venus à échéance le 10 octobre dernier. Cependant,
pour offrir une sécurité aux personnes concernées par une demande
d'agrément en cours, la commission d'agrément de ce conseil se
réunit toujours.
En attendant la nouvelle composition du Conseil national, les
membres de la commission d'agrément ont continué à traiter les
demandes des porteurs d'un titre professionnel particulier et les
demandes d'enregistrement des praticiens.
J'avais, par courrier du 10 janvier 2007, invité toutes les organisations
représentées dans le conseil à introduire des candidatures pour le
renouvellement des mandats. Après réception de toutes les
candidatures, un premier projet d'arrêté de nomination avait été
préparé. Toutefois, le projet de nomination doit tenir compte d'une
série de dispositions légales, comme l'équilibre linguistique, une
répartition la plus large possible en ce qui concerne le régime régional
des candidats ou encore une répartition égale hommes/femmes.
Après la rédaction d'un premier projet d'arrêté de nomination, un
problème est apparu pour atteindre l'équilibre linguistique légal
obligatoire, notamment par rapport aux candidatures d'une des
organisations représentées. Après analyse approfondie, alors que
cette organisation est active sur le plan national, il s'est avéré qu'il n'y
avait que des candidats francophones. Nous avons alors demandé à
l'organisation d'adapter ses candidatures.
Le 29 janvier, l'administration a reçu les candidatures adaptées. Lors
de l'examen fait par l'administration de ces nouvelles candidatures,
elle s'est à nouveau rendu compte du déséquilibre linguistique.
L'administration se concertera directement avec le président de cette
commission pour parvenir le plus rapidement possible à une solution.
Nous y travaillons sans cesse, mais les candidatures doivent nous
parvenir de manière à nous permettre de respecter le prescrit en la
matière.
17.02
Minister
Laurette
Onkelinx: De mandaten van de
leden van de Nationale Raad voor
Verpleegkunde zijn sinds 10
oktober 2007 afgelopen, maar met
het oog op de rechtszekerheid van
de betrokken personen blijft de
erkenningscommissie
van
die
Raad de aanvragen tot registratie
van de nieuwe zorgverleners en
de aanvragen van de houders van
een
bijzondere
beroepstitel
behandelen.
Er werd een benoemingsontwerp
voorbereid, maar zo een ontwerp
moet
een
aantal
wettelijke
voorschriften in acht nemen. Zo
had een bepaalde organisatie,
hoewel ze op het hele grondgebied
actief
is,
enkel
Franstalige
kandidaten voorgedragen. Daarom
werd
gevraagd
de
nodige
aanpassingen aan te brengen. De
nieuwe kandidaturen waren echter
evenmin evenwichtig verdeeld
over de taalrollen. De administratie
zal met de voorzitter van die
organisatie overleggen met de
bedoeling tot een kandidatenlijst te
komen die de regels in acht
neemt.
17.03 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Dit brengt mij de nodige
verheldering. Zo weten wij tenminste dat er toch vooruitgang is in de
zaak. Ik dank u voor uw antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
overlijdens in de psychiatrie" (nr. 1954)
18 Question de Mme Rita De Bont à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "les
décès en psychiatrie" (n° 1954)</b>
18.01 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, op 13 november had ik ook een mondelinge
vraag gesteld over het gebruik van medicijnen, dit keer in de
psychiatrie, maar ook in verband met de sterfgevallen in de
psychiatrie. Uit het antwoord van de minister blijkt dat er eigenlijk
verschillende cijfers circuleren in verband met die overlijdens. Ik had
dan ook graag geweten bij welke dienst de administratie de meest
recente cijfers heeft kunnen bekomen.
Ik heb een paar bijkomende schriftelijke vragen gesteld, maar de heer
Donfut was blijkbaar niet meer in de mogelijkheid om die schriftelijke
vragen te beantwoorden. Ook van u, mevrouw, heb ik daar geen
antwoord op gekregen. Vandaar dat ik ze nu mondeling stel.
Hoeveel overlijdens werden er per jaar geregistreerd in de
psychiatrische ziekenhuizen en in de psychiatrische afdelingen van de
algemene ziekenhuizen of de PAAZ-afdelingen in België vanaf 1998
tot en met 2007? Hoeveel hiervan werden er als natuurlijke dood
geregistreerd en hoeveel als onnatuurlijke? Bij de overlijdens als
onnatuurlijke dood had ik graag geweten hoeveel er daarvan werden
geregistreerd als zelfmoord, hoeveel als ongeval en hoeveel als
doodslag, en van hoeveel de doodsoorzaak niet bekend was.
Ten vijfde, wat zijn de afzonderlijke cijfers voor de psychiatrische
klinieken en voor de respectievelijke PAAZ-afdelingen voor al deze
gegevens?
18.01 Rita De Bont (Vlaams
Belang): Il ressort de la réponse
donnée par le ministre précédent à
une question orale sur le même
sujet
que
des
informations
divergentes circulent à propos du
nombre de décès survenus en
psychiatrie.
Combien de décès ont-ils été
enregistrés chaque année dans
les hôpitaux psychiatriques et
dans les services psychiatriques
des hôpitaux généraux au cours
de la période 1998-2007?
Combien de ces décès sont-ils
imputables
à
des
causes
naturelles et combien à des
causes non naturelles? Parmi ces
derniers, combien ont-ils été
enregistrés en tant que suicides et
homicides, et dans combien de
cas la cause du décès était-elle
inconnue?
18.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, het zal een
goede oefening zijn voor mij om cijfers in het Nederlands te geven!
Ons baserend op gegevens van de dienst psycho-sociale
zorgverlening is het aantal overlijdens in de psychiatrische
ziekenhuizen en de psychiatrische afdelingen van algemene
ziekenhuizen sinds 1998 gedaald van 682 naar 477 in 2004: 725
overledenen in 1999, 614 in 2000, 548 in 2001, 514 in 2002 en 587 in
2003. Van de 477 overledenen in 2004 betrof het voor 371 een
natuurlijke dood en voor 98 een onnatuurlijke dood. Voor 8 was de
doodsoorzaak onbekend. Van de 98 onnatuurlijke overlijdens waren
er 9 te wijten aan een ongeval en 89 aan zelfdoding.
Het aantal overlijdens in de psychiatrische ziekenhuizen daalde van
572 in 1998 naar 388 in 2004: 622 overledenen in 1999, 508 in 2000,
458 in 2001, 422 in 2002 en 490 in 2003. Van de 388 overledenen in
2004 betrof het voor 302 een natuurlijke dood en voor 80 een
onnatuurlijke dood. Voor 6 was de doodsoorzaak onbekend. Van de
80 niet-natuurlijke overledenen waren er 7 te wijten aan een ongeval
en 73 aan zelfdoding.
Het aantal overledenen in de psychiatrische diensten van de
algemene ziekenhuizen daalde van 110 in 1998 naar 89 in 2004, 103
in 1999, 96 in 2000, 90 in 2001, (92) in 2003. Van de 89 overledenen
in 2004 betrof het voor 69 mensen een natuurlijke dood en voor 18
een niet-natuurlijke dood. Voor 2 was de doodsoorzaak onbekend.
Van de 18 niet-natuurlijke overledenen waren er 2 te wijten aan een
18.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Selon des données
fournies par le Service des soins
psychosociaux, le nombre de
décès
dans
les
hôpitaux
psychiatriques et les services
psychiatriques
des
hôpitaux
généraux est passé de 682 en
1998 à 477 en 2004. On a par
ailleurs dénombré 725 décès en
1999, 614 en 2000, 548 en 2001,
514 en 2002 et 587 en 2003. Sur
les 477 patients décédés en 2004,
371 ont connu une mort naturelle
et 98 une mort non naturelle. La
cause du décès était inconnue
pour les huit patients restants. Sur
les 98 décès non naturels, neuf
étaient dus à un accident et 89 à
un suicide.
Le nombre de décès dans les
hôpitaux psychiatriques est passé
de 572 en 1998 à 388 en 2004. On
a par ailleurs dénombré 622 décès
en 1999, 508 en 2000, 458 en
2001, 422 en 2002 et 490 en
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
ongeval en 16 aan zelfdoding.
2003. Sur les 388 patients
décédés en 2004, il y a eu 302 cas
de mort naturelle et 80 cas de
mort non naturelle. La cause du
décès était inconnue pour les six
patients restants. Sur les 80 décès
non naturels, sept étaient dus à un
accident et 73 à un suicide.
Le nombre de décès dans les
services
psychiatriques
des
hôpitaux généraux est passé de
110 en 1998 à 89 en 2004. On a
par ailleurs dénombré 103 décès
en 1999, 96 en 2000, 90 en 2001
et 92 en 2003. Sur les 89 patients
décédés en 2004, il y a eu 69 cas
de mort naturelle et 18 cas de
mort non naturelle. La cause du
décès était inconnue pour les deux
patients restants. Sur les 18 décès
non naturels, deux étaient dus à
un accident et 16 à un suicide.
18.03 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, mijn
vraag was inderdaad beter geschikt voor een schriftelijke vraag, maar
dan had u deze oefening natuurlijk niet gekregen. Ik dank u alleszins
voor de moeite.
Deze cijfers worden betwist, maar dat heeft wellicht te maken met
personen die twee keer worden opgenomen of die al ontslagen
waren. Eens men de cijfers op papier heeft, kan men ze verder
controleren. Dank u wel.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van de heer Koen Bultinck aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
consumptie van Rilatine" (nr. 1972)
19 Question de M. Koen Bultinck à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la
consommation de Rilatine" (n° 1972)</b>
19.01 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, uit cijfers van het onderzoeksbureau IMS blijkt
dat de consumptie van Rilatine in ons land de voorbije vijf jaren is
verdubbeld. Vorig jaar werden ongeveer 7,5 miljoen dagdosissen
verkocht, terwijl dat in 2002 nog maar de helft was.
U weet dat Rilatine gedeeltelijk door de ziekteverzekering wordt
terugbetaald voor ADHD-patiënten. Uit de zeer snel stijgende
consumptie blijkt overduidelijk dat heel wat kinderen Rilatine slikken
zonder dat de strikte diagnose van ADHD werd gesteld. Dat blijkt heel
duidelijk doordat slechts de helft van de voorgeschreven dosissen
wordt terugbetaald door de ziekteverzekering.
Mevrouw de minister, ik heb een aantal concrete vragen om dit
dossier verder te kunnen opvolgen.
19.01 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): Selon le bureau d'études
IMS, la consommation de Rilatine
a doublé dans notre pays au cours
des cinq dernières années. De
plus
en
plus
d'enfants
consomment ce médicament sans
que le diagnostic du ADHD n'ait
été posé. Le fait que la moitié des
doses prescrites n'ont pas été
remboursées
par
l'assurance
maladie le prouve.
La ministre dispose-t-elle de
chiffres
confirmant
cette
augmentation
de
la
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
Ten eerste, kunt u de hierboven vernoemde stijging van de
consumptie van Rilatine al dan niet bevestigen?
Ten tweede, beschikt u inderdaad over gegevens die al dan niet ook
bevestigen of steeds meer kinderen onoordeelkundig, met andere
woorden, zonder dat er strikte analyse en diagnose van ADHD is
gesteld, wel degelijk Rilatine slikken?
Ten derde, hebben uw diensten reeds onderzocht of het niet nuttig
zou kunnen zijn om in een aantal striktere krijtlijnen te voorzien bij het
voorschrijven van Rilatine? Een aantal mensen zullen zich herinneren
dat in het verleden zeer veel mensen een pleidooi hebben gehouden
om inderdaad Rilatine terug te betalen. Nu zien wij blijkbaar het
omgekeerde effect, met name dat Rilatine veel te ruim, door allerlei
mensen die het niet strikt nodig hebben, wordt geslikt.
Ten slotte, valt het niet te overwegen een campagne rond
Rilatinegebruik te organiseren in het kader van het ontraden naar
analogie van eerdere campagnes rond antibioticagebruik en die tot
succes hebben geleid, met name het verminderen van het gebruik
van antibiotica?
consommation? Dispose-t-elle de
données indiquant que de plus en
plus d'enfants consomment de la
Relatine sans motif valable? Ne
conviendrait-il pas d'édicter des
directives plus sévères en ce qui
concerne la prescription de la
Relatine? La ministre envisage-t-
elle de lancer une campagne de
dissuasion en la matière?
19.02 Minister Laurette Onkelinx: Rilatine is inderdaad de
commerciële naam voor methylfenidaat, een stimulans van het
centraal zenuwstelsel. Voor Rilatine is in terugbetaling voorzien in
hoofdstuk 4. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van
Riltatine dient de patiënt te voldoen aan zeer strikte criteria zoals
vastgelegd in internationale richtlijnen en het voorafgaandelijk advies
van de adviserende geneesheer.
Methylfenidaat is eveneens commercieel verkrijgbaar als conserta,
niet vergoedbaar.
Ten eerste, ik beschik over twee bronnen van gegevens. Enerzijds de
cijfers over de consumptie van Rilatine via het systeem van
terugbetaling, anderzijds de algemene verbruikcijfers van Rilatine in
open officine. Uit een vergelijking van de cijfers van de twee
databanken, blijkt dat het vergoedbare aandeel inderdaad sterk is
gestegen sinds 2004. Deze toename blijft niettemin volledig in lijn met
wat werd voorgesteld in de individuele aanvraagdossiers voor
terugbetaling van Rilatine.
Terugbetaling was slechts mogelijk vanaf 2004. Uit deze vergelijking
blijkt eveneens dat het vergoedbare aandeel van Rilatine 53 procent
vertegenwoordigt van het totale verbruik van Rilatine.
Ten tweede, het RIZIV beschikt niet over gegevens die bevestigen dat
steeds meer kinderen onoordeelkundig en zonder dat Attention Deficit
Hyperactivity Disorder formeel werd vastgesteld, Rilatine gebruiken.
Ten derde, momenteel valt de vergoeding van Rilatine onder
hoofdstuk 4, waardoor een patiënt moet voldoen aan strikte criteria
die overeenstemmen met internationale richtlijnen.
Ten vierde, een campagne om Rilatinegebruik te ontraden of bij te
sturen, lijkt me inderdaad nodig, in het bijzonder indien het
voorgeschreven wordt voor de niet-terugbetaalde indicaties, door de
arts, de patiënt en de familie te wijzen op de risico's van Rilatine,
19.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: La Rilatine est le nom
d'un médicament composé de
méthylphénidate. Il s'agit d'un
stimulant du système nerveux
central, remboursable selon le
chapitre 4, ce qui signifie que le
patient doit remplir des critères
stricts basés sur des directives
internationales.
Le
méthylphénidate est également
commercialisé sous le nom de
"Concerta",
médicament
non
remboursable.
Une comparaison entre le nombre
de doses remboursées et les
données de vente de Rilatine dans
les pharmacies révèle que la
partie remboursable a fortement
augmenté depuis 2004 pour
atteindre 53 pour cent environ de
la consommation totale.
L'INAMI ne dispose pas de
données
attestant
que
plus
d'enfants prennent de la Rilatine
sans que le TDAH ait été détecté
chez eux.
Je suis en faveur d'une campagne
visant à déconseiller la prise de
Rilatine, plus particulièrement en
ce qui concerne les indications
non remboursables. Une telle
campagne aurait pour objectif
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
zoals vermeld in de bijsluiter.
d'attirer l'attention des médecins et
des parents sur les risques liés à
la consommation de Rilatine,
comme indiqué dans la notice.
19.03 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, ik dank u voor uw zeer uitgebreid antwoord.
Ik heb nog een klein detailvraagje. Ik neem akte van het feit dat u
bevestigend antwoordt op de noodzaak van een eventuele campagne
om de mensen te wijzen op een aantal risico's van onoordeelkundig
gebruik van Rilatine. Zijn er daarover al meer concrete gegevens? Is
eventueel al een aantal eerste aanzetten gegeven voor die
campagne? Is er een tijdskader waarbinnen die campagne, al dan
niet in overleg met de Gemeenschappen, zou kunnen worden
opgestart? Wat is de verdere evolutie van het dossier?
19.03 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): Existe-t-il déjà des projets
concrets pour cette campagne?
Un calendrier est-il déjà fixé? Une
concertation a-t-elle eu lieu avec
les Communautés?
19.04 Laurette Onkelinx, ministre: On va analyser le problème.
19.04
Minister
Laurette
Onkelinx: Men is momenteel aan
het onderzoeken hoe en met wie
dat zal gebeuren.
La présidente: Vous pourrez donc assurer le suivi de ce sujet.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Vraag van mevrouw Katia della Faille de Leverghem aan de minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de voedseletikettering" (nr. 1997)
20 Question de Mme Katia della Faille de Leverghem à la ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "l'étiquetage des aliments" (n° 1997)</b>
20.01 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Mevrouw de
voorzitter, traditiegetrouw is de laatste vraag voor mij.
Mevrouw de minister, een juiste en volledige voedseletikettering is
cruciaal voor de verbruiker. Goede en leesbare informatie over de
voedingswaarde van levensmiddelen kan de eerste stap naar een
weldoordachte keuze van de consument betekenen.
De Europese Commissie heeft in die zin een herziening van de
voedseletikettering voorgesteld. De bevoegde EU-commissaris wil de
regels voor etikettering uitbreiden tot niet-voorverpakte producten,
inclusief de maaltijden die in restaurants verkocht worden. Dat lijkt op
het eerste gezicht een goede zaak. De Europese regelgeving verplicht
de voedingsindustrie echter niet om de oorsprong van de producten
mee te geven. Producenten die de herkomst van een product toch
willen aanduiden, dienen bepaalde criteria in acht te nemen. Er mag
bijvoorbeeld geen misleidende informatie op het etiket staan.
Consumentenorganisaties reageren teleurgesteld op het initiatief van
de Comissie. Volgens de koepel van consumentenorganisaties,
BEUC, zijn de voorstellen verwarrend en moeten de consumenten
met een blik de voedingswaarde van producten kunnen begrijpen in
een normaal en voldoende leesbaar lettertype.
Mevrouw de minister, hoe staat u tegenover de kritiek van de
consumentenorganisatie om met een duidelijk leesbare verwijzing de
20.01 Katia della Faille de
Leverghem
(Open
Vld): La
Commission
européenne
a
proposé
une
révision
de
l'étiquetage des aliments afin
d'aider le consommateur à choisir
en connaissance de cause. Le
commissaire européen compétent
veut élargir les règles d'étiquetage
à des produits non-préemballés, y
compris les repas au restaurant.
La réglementation européenne
n'oblige
toutefois
pas
les
producteurs à indiquer l'origine
des produits. S'ils l'indiquent
quand même, cette information ne
peut pas être trompeuse.
Les
organisations
de
consommateurs sont déçues par
ces propositions, qu'elles estiment
confuses. Quelle est la position de
la ministre face à la suggestion
des
organisations
de
consommateurs
d'indiquer
la
12/02/2008
CRIV 52
COM 098
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
voedingswaarde van producten begrijpbaar te maken?
Overweegt u om de problematiek op een volgend Europees overleg
van de ministers van Volksgezondheid aan te kaarten?
Wanneer zal hierover een definitieve beslissing worden genomen?
valeur nutritive des produits par le
biais d'une seule mention bien
lisible?
La
ministre
envisage-t-elle
d'aborder cette problématique lors
d'une
prochaine
concertation
européenne des ministres de la
Santé? Quand la décision finale
relative à ces propositions sera-t-
elle prise?
20.02 Minister Laurette Onkelinx: Ik ben ook van mening dat de
vigerende wetgeving
betreffende
de
etikettering
van de
voedingswaarde niet volledig aan de verwachtingen voldoet en dat
een herziening noodzakelijk is. Het gebrek aan leesbaarheid van de
voedseletiketten in het algemeen en van de voedingswaarde in het
bijzonder is inderdaad een van de hoofdredenen van de
ontevredenheid bij consumenten. Het klopt dat het overgrote deel van
de consumenten moeilijkheden ondervindt om de beschikbare
informatie te begrijpen. Informatie over de nutriële waarde van de
voedingsmiddelen moet de consument helpen om gezondere en beter
geïnformeerde keuzes te maken.
Een
duidelijk
leesbaar
en
door
consument
begrijpbare
voedselwaarde-etikettering is bijgevolg een van de doelstellingen van
het nationaal voedings- en gezondheidsplan, dat door mijn
voorganger gelanceerd werd. Hieromtrent hebben de FOD
Volksgezondheid en het OIVO onlangs de brochure "De
voedingswaarde op het etiket beter begrijpen" bijgewerkt. Men kan ze
gratis bij die instellingen bestellen of downloaden van hun website.
Ik ben daarom tevreden dat de Europese Commissie een voorstel om
de huidige reglementering te herzien, heeft voorgelegd, voorstel dat
die doelstelling ook onderschrijft. Het voorstel van de Europese
Commissie zal via codecisie door het Europees Parlement en de
Raad worden aangenomen. De tekst zal daarom met alle bevoegde
ministers worden bediscussieerd.
In dit stadium is het niet mogelijk een termijn te plakken binnen
dewelke het voorstel zal worden aangenomen, omdat België de
agenda's van het Europees Parlement of de Raad niet bepaalt. Het
punt staat alleszins op de agenda.
20.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Une révision de la
réglementation
actuelle
est
effectivement nécessaire. Il est
exact que la majorité des
consommateurs
lisent
et
comprennent
difficilement
les
étiquettes
des
produits
alimentaires. Les informations
relatives à la valeur nutritive
doivent
pourtant
aider
le
consommateur à faire des choix
plus sains. Un meilleur étiquetage
est dès lors l'un des objectifs du
Plan national Nutrition Santé lancé
par
mon
prédécesseur.
Récemment,
le
SPF
Santé
publique et le Centre de recherche
et d'information des organisations
de consommateurs (CRIOC) ont
publié une brochure à ce sujet, qui
figure également sur leur site
internet.
La Commission européenne a
proposé
de
revoir
la
réglementation actuelle. Cette
proposition sera examinée avec
tous les ministres compétents au
sein du Parlement européen et du
Conseil. Je ne puis toutefois
préciser de calendrier étant donné
que l'organisation des ordres du
jour ne relève pas de la Belgique.
20.03 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Mevrouw de
voorzitter, ik stel vast dat de minister mijn mening deelt en de
bekommernissen van de consument begrijpt. Ik kijk uit naar de
aangepaste reglementering van Europa.
Het is inderdaad belangrijk dat de etikettering duidelijker wordt opdat
de consument beter zou geïnformeerd worden en een gezondere
keuze zou kunnen maken indien hij dat wenst.
Ik verwacht van u dan dat wanneer u die informatie hebt van Europa u
deze eventueel aan de commissie meedeelt.
20.03 Katia della Faille de
Leverghem
(Open
Vld): La
ministre reconnaît le problème. Je
me
réjouis
de
prendre
connaissance de la proposition
européenne et j'espère que la
ministre nous transmettra toutes
les informations des instances
européennes.
CRIV 52
COM 098
12/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
20.04 Minister Laurette Onkelinx: Dat zal ik zeker doen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
La présidente: La question n
o
1999 de Mme Maggie De Block est reportée.
La réunion publique de commission est levée à 17.19 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.19 uur.