KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 130
CRIV 52 COM 130
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
V
OLKSGEZONDHEID
,
HET
L
EEFMILIEU EN DE MAATSCHAPPELIJKE
H
ERNIEUWING
C
OMMISSION DE LA
S
ANTÉ PUBLIQUE
,
DE
L
'E
NVIRONNEMENT ET DU
R
ENOUVEAU DE LA
S
OCIÉTÉ
dinsdag
mardi
04-03-2008
04-03-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de vice-
eerste minister en minister van Begroting,
Mobiliteit en Institutionele Hervormingen over
biodiversiteit en bescherming van zeegebieden
als onderdeel van goed bestuur inzake het
mariene milieu" (nr. 2224)
1
Question de Mme Meyrem Almaci au vice-premier
ministre et ministre du Budget, de la Mobilité et
des Réformes institutionnelles sur "la biodiversité
et la protection des espaces marins en tant
qu'aspects de la bonne administration appliquée
au milieu marin" (n° 2224)
1
Sprekers: Meyrem Almaci, Yves Leterme,
vice-eerste minister en minister van Begroting,
van
Mobiliteit
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Meyrem Almaci, Yves Leterme,
vice-premier ministre et ministre du Budget, de
la Mobilité et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
4
Questions jointes de
4
- de heer Mark Verhaegen aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het
nakend verbod op de honden- en kattenverkoop
in dierenspeciaalzaken" (nr. 2066)
4
- M. Mark Verhaegen à la ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique sur "l'interdiction
imminente de la vente de chiens et de chats dans
les animaleries" (n° 2066)
4
- mevrouw Josée Lejeune aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
bescherming en het welzijn van de dieren"
(nr. 2124)
4
- Mme Josée Lejeune à la ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique sur "la protection
et le bien-être des animaux" (n° 2124)
4
Sprekers: Mark Verhaegen, Josée Lejeune,
Laurette Onkelinx, minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Mark Verhaegen, Josée Lejeune,
Laurette Onkelinx, ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique
Samengevoegde vragen van
7
Questions jointes de
7
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
dubbelzinnige toepassing van het rookverbod in
cafés" (nr. 2235)
7
- M. Bart Laeremans à la ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique sur "l'application
ambiguë de l'interdiction de fumer dans les cafés"
(n° 2235)
7
- de heer Bart Tommelein aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
toepassing van het rookverbod in cafés met
caféspelen" (nr. 2441)
7
- M. Bart Tommelein à la ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique sur "l'application
de l'interdiction de fumer dans les cafés équipés
de jeux de café" (n° 2441)
7
- de heer Christian Brotcorne aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
sigarettenconsumptie in België" (nr. 2512)
7
- M. Christian Brotcorne à la ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique sur "la
consommation de cigarettes en Belgique"
(n° 2512)
7
Sprekers: Bart Laeremans, Bart Tommelein,
voorzitter van de Open Vld-fractie, Christian
Brotcorne, Laurette Onkelinx, minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Bart Laeremans, Bart Tommelein,
président du groupe Open Vld, Christian
Brotcorne, Laurette Onkelinx, ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique
Vraag van de heer Koen Bultinck aan de minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen"
(nr. 2314)
14
Question de M. Koen Bultinck à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "le
Conseil national des établissements hospitaliers"
(n° 2314)
14
Sprekers: Koen Bultinck, Laurette Onkelinx,
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Koen Bultinck, Laurette Onkelinx,
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van de heer Koen Bultinck aan de minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het
honorarium voor apothekers" (nr. 2316)
16
Question de M. Koen Bultinck à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "les
honoraires des pharmaciens" (n° 2316)
16
Sprekers: Koen Bultinck, Laurette Onkelinx,
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Koen Bultinck, Laurette Onkelinx,
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van mevrouw Katia della Faille de
Leverghem aan de minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het schadelijk effect van
17
Question de Mme Katia della Faille de Leverghem
à la ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "l'effet nocif du réchauffement de
17
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
het opwarmen van zuigflessen in microgolfovens"
(nr. 2317)
biberons dans un four à micro-ondes" (n° 2317)
Sprekers: Katia della Faille de Leverghem,
Laurette Onkelinx, minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid, Sonja Becq
Orateurs: Katia della Faille de Leverghem,
Laurette Onkelinx, ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique, Sonja Becq
Vraag van mevrouw Maggie De Block aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "het zorgprogramma voor borstkanker"
(nr. 2508)
20
Question de Mme Maggie De Block à la ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"le programme de soins pour le cancer du sein"
(n° 2508)
20
Sprekers: Maggie De Block, Laurette
Onkelinx, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs: Maggie De Block, Laurette
Onkelinx, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over
"het
internationaal
vaccinatiefonds"
(nr. 2310)
22
Question de Mme Yolande Avontroodt à la
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "le fonds international pour les
vaccinations" (n° 2310)
22
Sprekers: Yolande Avontroodt, Laurette
Onkelinx, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs: Yolande Avontroodt, Laurette
Onkelinx, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
Samengevoegde vragen van
24
Questions jointes de
24
- mevrouw Sonja Becq aan de minister van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
over
"obesitas" (nr. 2434)
24
- Mme Sonja Becq à la ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique sur "l'obésité"
(n° 2434)
24
- mevrouw Katia della Faille de Leverghem aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de aanpak van obesitas" (nr. 2582)
24
- Mme Katia della Faille de Leverghem à la
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "la lutte contre l'obésité" (n° 2582)
24
Sprekers: Sonja Becq, Katia della Faille de
Leverghem, Laurette Onkelinx, minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Sonja Becq, Katia della Faille de
Leverghem, Laurette Onkelinx, ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique
Samengevoegde vragen van
28
Questions jointes de
28
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
vertraging bij de uitvoering van de door Beliris
gefinancierde
renovatiewerken
in
het
Josaphatpark" (nr. 2385)
28
- Mme Clotilde Nyssens à la ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique sur "les retards
dans l'exécution des travaux de rénovation du
parc Josaphat financés par Beliris" (n° 2385)
28
- de heer Bernard Clerfayt aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het
Belirisakkoord en de renovatie van het
Josaphatpark" (nr. 2466)
28
- M. Bernard Clerfayt à la ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique sur "l'accord
Beliris et la rénovation du parc Josaphat"
(n° 2466)
28
Sprekers:
Clotilde
Nyssens,
Bernard
Clerfayt, Laurette Onkelinx, minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs:
Clotilde
Nyssens,
Bernard
Clerfayt, Laurette Onkelinx, ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "het gevaar voor uitwassen in de esthetische
chirurgie" (nr. 2447)
34
Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "les risques de dérive de la chirurgie
esthétique" (n° 2447)
34
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Laurette
Onkelinx, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Laurette
Onkelinx, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
Vraag van mevrouw Lieve Van Daele aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over
"de
problematiek
van
doven
en
gehoorgestoorden in een rusthuis" (nr. 2532)
35
Question de Mme Lieve Van Daele à la ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"la question des sourds et des malentendants
dans les maisons de repos" (n° 2532)
35
Sprekers: Lieve Van Daele, Laurette
Onkelinx, minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs: Lieve Van Daele, Laurette
Onkelinx, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Vraag van de heer Daniel Bacquelaine aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "het beroep van zorgkundige" (nr. 2579)
37
Question de M. Daniel Bacquelaine à la ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"la profession d'aide-soignant" (n° 2579)
37
Sprekers: Daniel Bacquelaine, voorzitter van
de MR-fractie, Laurette Onkelinx, minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Daniel Bacquelaine, président du
groupe MR, Laurette Onkelinx, ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique
Vraag van de heer Daniel Bacquelaine aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de voorwaarden voor de terugbetaling van
het geneesmiddel Januvia" (nr. 2580)
39
Question de M. Daniel Bacquelaine à la ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"les conditions de remboursement du médicament
Januvia" (n° 2580)
39
Sprekers: Daniel Bacquelaine, voorzitter van
de MR-fractie, Laurette Onkelinx, minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Daniel Bacquelaine, président du
groupe MR, Laurette Onkelinx, ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique
Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "geneesmiddelen tegen hyperactiviteit"
(nr. 2321)
43
Question de Mme Josée Lejeune à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "les
médicaments contre l'hyperactivité" (n° 2321)
43
Sprekers: Josée Lejeune, Laurette Onkelinx,
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Josée Lejeune, Laurette Onkelinx,
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "Gardasil" (nr. 2572)
45
Question de Mme Josée Lejeune à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "le
Gardasil" (n° 2572)
45
Sprekers: Josée Lejeune, Laurette Onkelinx,
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Josée Lejeune, Laurette Onkelinx,
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
VOLKSGEZONDHEID, HET
LEEFMILIEU EN DE
MAATSCHAPPELIJKE
HERNIEUWING
COMMISSION DE LA SANTE
PUBLIQUE, DE
L'ENVIRONNEMENT ET DU
RENOUVEAU DE LA SOCIETE
van
DINSDAG
4
MAART
2008
Namiddag
______
du
MARDI
4
MARS
2008
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.08 heures et présidée par Mme Muriel Gerkens.
De vergadering wordt geopend om 14.08 uur en voorgezeten door mevrouw Muriel Gerkens.
01 Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de vice-eerste minister en minister van Begroting,
Mobiliteit en Institutionele Hervormingen over biodiversiteit en bescherming van zeegebieden als
onderdeel van goed bestuur inzake het mariene milieu" (nr. 2224)
01 Question de Mme Meyrem Almaci au vice-premier ministre et ministre du Budget, de la Mobilité et
des Réformes institutionnelles sur "la biodiversité et la protection des espaces marins en tant
qu'aspects de la bonne administration appliquée au milieu marin" (n° 2224)</b>
01.01 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik ben blij dat u terug bent. Ik wens u verder nog
een heel goed herstel toe. Door uw afwezigheid is de vraag uitgesteld,
maar u kunt ze niet ontkomen.
Mijnheer de minister, begin februari werd aan de Katholieke
Universiteit Leuven een studiedag georganiseerd met als onderwerp
"Is duurzame visserij nog mogelijk?". Dat was een zeer uitgebreide
studiedag met heel wat internationale experts die er diverse
maatregelen opsomden om de biodiversiteit en het visbestand intact
te houden en te laten herstellen.
Zij hebben maatregelen voorgesteld als het tegengaan van
overbevissing, het verbod op sleepnetten, de bescherming van de
zeegebieden en concludeerden dat er heel dringende acties nodig zijn
om niet tot een onomkeerbare situatie te komen. De situatie is
effectief zeer ernstig en bedreigt niet alleen het visbestand maar ook
de visserij.
België heeft de conventie voor biologische diversiteit in 1992
ondertekend. Op het federaal niveau zijn er reeds twee plannen
inzake duurzame ontwikkeling opgesteld: FPDO 1 en 2. In het tweede
plan wordt in actie 20 specifiek verwezen naar het beheer van de
Noordzee om op die manier gebieden die belangrijk zijn voor de
biodiversiteit te kunnen beschermen, dus om het mariene milieu in
onze Noordzee te beschermen. Er zijn ook een aantal specifieke
wetten die de federale overheid de bevoegdheid geven om op te
treden in deze materie. Het gaat om de wet van 20 januari 1999.
Ik weet dat u voor een aantal van deze maatregelen niet bevoegd
01.01 Meyrem Almaci (Ecolo-
Groen!): Une journée d'étude sur
la pêche durable a eu lieu début
février à la KULeuven. Les experts
internationaux estiment que des
actions urgentes sont nécessaires
pour préserver la biodiversité et
les ressources halieutiques en mer
du Nord. La Belgique a signé la
Convention
sur
la
diversité
biologique en 1992. Des plans et
des lois ont ensuite été élaborés
au niveau fédéral. La protection
des espaces marins ressortit au
fédéral, d'autres aspects de ce
problème, au régional.
La ministre a-t-elle insisté auprès
de ses collègues régionaux pour
qu'ils prennent des mesures en
vue de mieux protéger le milieu
marin en mer du Nord? Quelles
sont les actions prévues pour
mieux protéger la biodiversité?
Les zones protégées seront-elles
élargies?
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
bent, maar de bescherming van de zeegebieden behoort wel tot het
federale niveau. Naar aanleiding van zowel die studiedag als de
verschillende alarmerende berichten in de pers en in de vakliteratuur
heb ik dan ook volgende vragen.
Ten eerste, hebt u bij uw collega's op de andere beleidsniveaus, ik
denk dan vooral aan uw opvolger op het Vlaamse niveau, de heer Kris
Peeters, aangedrongen om maatregelen te nemen zodat het mariene
milieu in onze Belgische Noordzee beter beschermd kan worden? Het
gaat dan specifiek over boomkorvisserij, eventuele ecolabeling met
een koppeling aan het MSC-label, het tegengaan van de
overbevissing en dergelijke meer.
Welke acties plant u om de biodiversiteit in onze Noordzee beter te
beschermen, wetende dat dit ook de visserij op langere termijn ten
goede komt?
Is er in een uitbreiding voorzien van de beschermde zones?
01.02 Minister Yves Leterme: Mevrouw Almaci, ik zal beginnen met
uw laatste vraag. Op administratief vlak is er effectief een dossier in
de maak met het oog op de mogelijke aanduiding van bijkomende
marien beschermde gebieden en dit op basis van de bepalingen van
het zogenaamde OSPAR-verdrag, de internationale standaarden die
ter zake gelden.
Wat uw meer algemene vragen betreft, heb ik natuurlijk wat
voorkennis als lid van de Visserijraad, als voorgaande titularis op het
departement
Visserij.
Wij
moeten
proberen
een
aantal
visserijtechnieken, zoals onder meer de boomkorvisserij, die vanuit de
Gewesten mee betoelaagd worden, meer duurzaam uit te bouwen.
In elk geval werd vanuit het federale niveau aan mijn administratie
opdracht gegeven om een structurele dialoog op te starten met de
Vlaamse collega's belast met het visserijbeleid, onder meer ILVO. De
Vlaamse regionale administratie moet daarbij ook betrokken worden
en daarnaast neemt de eigen administratie ook deel aan de
werkzaamheden van het Coördinatiecomité voor het Internationaal
Milieubeleid, aan de werkzaamheden van de Kustwacht en aan het
Coördinatiepunt Duurzaam Kustbeheer.
Wat acties betreft die gepland worden om de biodiversiteit in de
Noordzee beter te beschermen, worden er op dit moment
beleidsplannen opgesteld voor de gebieden die in 2005 werden
aangeduid, de marien beschermde gebieden van 2005. De bedoeling
is te komen tot een systeem en tot een aantal maatregelen die de
normale instandhouding van de ecosystemen mee mogelijk maken,
wat op dit moment niet altijd overal gegarandeerd is. Bij de opstelling
en de verdere uitwerking van het beleidsplan wordt ook heel sterk het
accent gelegd op het participatief werken waarbij alle
gebruikersgroepen aan de kust worden betrokken, weze dat nu
grintwinners, vissers of verenigingen die verantwoordelijk zijn voor
verschillende recreatieve activiteiten.
Daarnaast wordt dit jaar ook een lijst opgemaakt van activiteiten met
betrekking tot het mariene milieu die via een vereenvoudigde manier
vergund kunnen worden, zonder afbreuk te doen aan de
beschermingsmaatregelen die in het oog moeten gehouden worden of
01.02 Yves Leterme, ministre:
Un dossier administratif est en
préparation en vue de protéger
des espaces marins supplé-
mentaires sur la base de la
convention OSPAR. En tant
qu'ancien membre du conseil de la
pêche, je me rends bien compte
des effets néfastes de la pêche au
chalut à perches et du fait que les
Régions doivent contribuer au
développement de techniques de
pêche durables. À l'échelon
fédéral, l'administration a été
chargée d'entamer un dialogue
structurel avec l'administration
flamande. L'administration fédé-
rale participe elle aussi aux
travaux de la garde côtière, du
point de coordination Gestion
durable de la côte et du comité de
coordination
Politique
interna-
tionale de l'environnement.
Afin d'assurer la protection de la
biodiversité en mer du Nord, des
plans politiques destinés à assurer
la conservation de l'écosystème
existant
dans
les
espaces
protégés en 2005 sont en voie
d'élaboration. L'accent y est placé
sur la participation des pêcheurs,
des groupes d'utilisateurs et des
associations organisatrices d'acti-
vités récréatives. Pour 2008, nous
dresserons une liste des activités
susceptibles
d'être
autorisées
d'une manière simplifiée sans pour
autant perdre de vue les mesures
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
die in ogenschouw moeten genomen worden bij het al dan niet
vergunnen van die activiteiten. Er wordt momenteel ook contact
gelegd met de diensten van de Politie en van Defensie om te komen
tot een versterkt toezicht in de mariene gebieden.
Het is, zoals u het waarschijnlijk hoort en dat is ook denk ik de zin van
uw vraag, een nieuw beleid dat tot stand gebracht wordt. Ik denk dat
het heel belangrijk is dat wij in samenspraak met de gewestelijke
collega komen tot een verduurzaming van de zeevisserij. Daar zijn al
inspanningen voor geleverd, uiteraard de klassieke inspanningen
zoals quotabeperkingen, vangstbeperkingen en dies meer, maar
daarnaast denk ik dat vooral in de gehanteerde visserijtechnieken nog
inspanningen kunnen geleverd worden onder betoelaging vanuit de
gewestelijke overheid.
Voor de mariene gebieden, die in 2005 werden aangeduid, worden nu
beleidsmaatregelen voorbereid. Ik neem mij voor om ook de
procedure voor de aanduiding van bijkomend beschermd marien
gebied goed op gang te krijgen. Of ik dit proces zelf zal kunnen
voleindigen, zullen wij intern nog moeten bespreken. Het is wel
degelijk de bedoeling om te komen tot de aanduiding van bijkomend
beschermd marien gebied.
de protection. Nous sommes en
outre en contact avec les services
de police et avec la Défense de
façon à accroître la surveillance
dans les espaces protégés.
Nous mettons donc en oeuvre une
nouvelle politique dont la finalité
sera triple: organiser une pêche
maritime
plus
durable,
faire
subventionner par les Régions de
meilleures techniques de pêche et
protéger de nouveaux espaces
marins.
Pour les espaces marins désignés
en 2005, des mesures politiques
sont actuellement en préparation.
Je me propose d'aller également
de l'avant sur le plan de la
procédure
de
désignation
d'espaces
marins
protégés
supplémentaires car c'est bien
cela qui est en fin de compte notre
objectif.
01.03 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Ik ben heel tevreden dat er
van alles op gang is gebracht en dat het OSPAR-verdrag voor een
stuk mee wordt gevolgd. U zal dan ook wel op de hoogte zijn van het
feit dat op een studiedag van de KULeuven de Hinderbanken, de
Westhinder, als een uniek gebied werden aangeduid. Vandaag wordt
door het gebruik van die sleepnetten, tot de stenen toe, de grond
omgewoeld en zo blijft enkel een zeewoestenij over. Het gevolg van
deze zeewoestenij is dat er voor de komende generaties behalve
kwallen geen nieuw leven meer zal zijn, zoals momenteel langs de
kusten van Namibië het geval is. Ik zou liever niet hebben dat onze
Noordzee over een aantal jaren vooral wordt bevolkt door kwallen.
Ik heb u ook horen spreken over betoelaging en meer duurzame
visserij. Het is heel belangrijk om ook daar de aanbevelingen van die
studiedag te volgen. Betoelaging kan immers ook contraproductieve
effecten hebben. Ik wacht zeker het resultaat van deze processen af.
Ik ben zeer hoopvol maar ik wil er toch ook voor waarschuwen dat wij
niet het tegenovergestelde bereiken. Meer duurzame visserij en meer
beschermd marien milieu zijn nodig. Ik ben hoopvol en wacht af.
Misschien nog een laatste vraagje. Ik zou graag op de hoogte worden
gehouden van de verdere vorderingen.
01.03 Meyrem Almaci (Ecolo-
Groen!): Les progrès accomplis
me réjouissent et je suis ravie de
voir
la
convention
OSPAR
appliquée. Mais il se trouve que
l'utilisation de chaluts transforme
les fonds marins en un véritable
désert où ne pourront proliférer au
cours des générations futures que
les méduses. Je préfère épargner
ça à notre chère mer du Nord. Il
importe également de suivre les
recommandations de l'étude en ce
qui concerne le subventionnement
et l'organisation d'une pêche plus
durable. Je suis optimiste mais je
tiens néanmoins à mettre en garde
contre l'éventualité de résultats
inverses de ceux escomptés.
J'aimerais aussi être informée des
nouvelles avancées.
01.04 Minister Yves Leterme: Ik zal vragen aan mevrouw Zhyzko, die
dit beleid volgt, u te informeren over de stappen die worden gezet.
Mevrouw de voorzitter, als ik mag zou ik daar nog een elementje
willen toevoegen. Ik denk dat voor de verduurzaming van de visserij
het elimineren van de boomkor een heel belangrijk actiepunt is. Dit
zorgt onder meer voor verminderd brandstofverbruik. Het
overschakelen van de boomkorvisserij naar meer duurzame
visserijtechnieken vergt in een aanvangsfase steun en hulp voor een
01.04 Yves Leterme, ministre: Je
ferai le nécessaire. Dans le cadre
des efforts fournis pour organiser
une pêche plus durable, il est
impératif de mettre fin à la pêche
au chalut à perches, ce qui au
cours de la phase d'amorce
nécessitera de soutenir et d'aider
le secteur.
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
sector die het niet makkelijk heeft, al was het maar via een stimulans
om de daarmee gepaard gaande investeringen voor de vissers te
ondersteunen. Ik denk dat dit verdedigbaar is, zeker als we rekening
houden met wat vanuit diverse hoeken wordt geïnvesteerd om op
andere vlakken duurzaam beleid te realiseren.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le développement des questions et interpellations est suspendu de 14.20 heures à 14.26 heures.
De behandeling van de vragen en interpellaties wordt geschorst van 14.20 uur tot 14.26 uur.
02 Samengevoegde vragen van
- de heer Mark Verhaegen aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het nakend
verbod op de honden- en kattenverkoop in dierenspeciaalzaken" (nr. 2066)
- mevrouw Josée Lejeune aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
bescherming en het welzijn van de dieren" (nr. 2124)
02 Questions jointes de
- M. Mark Verhaegen à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "l'interdiction
imminente de la vente de chiens et de chats dans les animaleries" (n° 2066)<br>- Mme Josée Lejeune à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la protection et le
bien-être des animaux" (n° 2124)</b>
02.01 Mark Verhaegen (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, bijna
een jaar geleden werd de nieuwe wet goedgekeurd waardoor de
verkoop van honden en katten via dierenwinkels verboden werd. In
feite ging het om een amendement op een wetsontwerp tot wijziging
van de Dierenwelzijnwet van 14 augustus 1986, om het sluiten van
kredietovereenkomsten met het oog op het aankopen van
gezelschapsdieren en het verhandelen van honden en katten in
handelszaken te verbieden.
De CD&V-fractie was wel voorstander van het verbod op afbetaling,
om de impulsaankopen zoveel mogelijk tegen te gaan, maar wij
konden ons nooit akkoord verklaren met het verbod op de verkoop in
handelszaken. Wij hebben daarentegen altijd gepleit voor een
strengere toepassing van de bestaande wetten en koninklijke
besluiten die de normen inzake dierenwelzijn opleggen. Wij hebben
ook gepleit voor goede en betrouwbare controles op de verkoop,
zowel via winkels als fokkers als via internet. Wij pleiten, met andere
woorden, voor meer dierenwelzijn zonder de menselijke kant van de
zaak uit het oog te verliezen.
Het is essentieel dat dierenwelzijn hand in hand moet gaan met de
economische leefbaarheid van de betrokken sector. Het is ook mede
dankzij een aantal toespraken van ons in de commissie dat er
uiteindelijk een afgezwakte versie van de wet is gekomen. Volgens de
aangepaste wet moeten de dierenwinkels een erkenning krijgen als
kennel en is de verkoop in de winkel zelf niet meer mogelijk. Dat
brengt ongetwijfeld een reeks nieuwe investeringen met zich voor de
mensen die werken in de sector. De wet voorziet in een
overgangsperiode daarvoor, en wel tot 1 januari 2009, en ook in de
mogelijkheid tussenkomsten te krijgen van de federale overheid om
de ondernemers te ondersteunen in die overgang.
Die belofte, die vandaag nog een vage belofte is, kwam er na ons
terechte aandringen. Bij mijn weten is ze nog niet ingelost. Daar 2009
zeer snel nadert en de mensen uit de sector nog altijd niet weten waar
02.01 Mark Verhaegen (CD&V -
N-VA): La nouvelle loi interdisant
la vente de chiens et de chats
dans les magasins d'animaux a
été adoptée il y a près d'un an. Il
s'agissait en fait d'une modification
de la loi du 14 août 1986 sur le
bien-être des animaux visant à
interdire l'achat à crédit de chiens
et de chats dans les commerces.
Si
le
groupe
CD&V
était
effectivement
favorable
à
l'interdiction de la vente à
tempérament pour lutter contre les
achats impulsifs il ne l'était pas à
une interdiction de la vente dans
les commerces. Nous avons
toujours préconisé une application
plus stricte de la législation
existante
et
demandé
des
contrôles efficaces de la vente,
parce que le bien-être des
animaux doit aller de pair avec la
viabilité économique du secteur.
En vertu de la nouvelle loi, les
magasins
d'animaux
doivent
obtenir un agrément en tant que
chenil et la vente dans le magasin
même n'est plus autorisée, ce qui
implique des investissements pour
le secteur. La loi prévoit une
période
transitoire
jusqu'au
1
er
janvier 2009 et la possibilité
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
zij aan toe zijn, hoe zij zich in regel moeten stellen en wat er hen
boven het hoofd hangt, had ik graag van u een antwoord gekregen op
enkele vragen.
Mevrouw de minister, bent u bereid het dossier opnieuw te bekijken,
teneinde de voor veel dierenspeciaalzaken nefaste wet bij te sturen,
of minstens de aanvangsdatum aan te passen? Zo neen, tegen
wanneer plant u de nodige uitvoeringsbesluiten, opdat die
handelszaken zich in regel kunnen stellen?
Wat zijn de modaliteiten om als kweker erkend te worden en de
verkoop van gezelschapsdieren te kunnen voortzetten?
Ten slotte, aan welke ondersteunende maatregelen denkt u, mevrouw
de minister, voor de mensen uit de sector, die toch moeten kunnen
overleven als die wet ook overleeft?
d'être subventionné par l'État
fédéral.
À
ma
connaissance,
cette
promesse n'a pas encore été
tenue.
La
ministre
est-elle
disposée à revoir ce dossier afin
d'adapter la loi ou au moins la date
d'entrée en vigueur? Quand les
arrêtés d'exécution nécessaires
seront-ils pris, afin que les
commerces
puissent
s'y
conformer?
A
quelles
conditions
faut-il
satisfaire pour obtenir l'agrément
en qualité d'éleveur et pouvoir
continuer à vendre des animaux
de compagnie? Quelles mesures
la ministre envisage-t-elle de
prendre
pour
soutenir
les
professionnels du secteur?
02.02 Josée Lejeune (MR): Madame la présidente, ma question
s'articule également autour de la modification de la loi du
14 août 1986. Toutefois, mon intervention vise plutôt l'exposé des
motifs de l'amendement au projet de loi, qui précise que "les chiens et
les chats ne peuvent être détenus ou exposés dans l'animalerie
même ou dans ses dépendances, à moins que cette animalerie soit
en élevage agréé conformément aux normes, aux agréments et à la
réglementation belge sur les élevages."
Le Roi peut prendre toutes les mesures qui s'imposent pour atteindre
cet objectif et soutenir le secteur en la matière. L'entrée en vigueur de
cette modification est planifiée pour le 1
er
janvier 2009, à l'exception
de son alinéa final stipulant que "le Roi peut prendre les mesures
complémentaires nécessaires" qui, quant à lui, est entré en vigueur le
jour de la publication de la loi au Moniteur belge, à savoir le
4 octobre 2007.
Force est de constater, madame la ministre, qu'à l'heure actuelle, le
secteur concerné est dans l'attente de mesures sociales. C'est la
raison pour laquelle je voudrais formuler quelques questions.
Pourriez-vous m'indiquer si vous avez l'intention de faire usage de la
faculté qui vous est octroyée par la loi telle que je viens de l'énoncer?
Dans l'affirmative, quelles sont vos intentions en la matière aux fins
de soutenir le secteur d'activité? Quelles sont concrètement les
mesures sociales opportunes que vous défendrez, que vous avez
défendues dans le cadre du budget 2008?
02.02 Josée Lejeune (MR): De
memorie van toelichting bij de
wijziging van de wet van 14
augustus 1986 bepaalt dat honden
en katten niet in een dierenzaak
mogen gehouden worden, tenzij
die dierenzaak een erkenning
heeft gekregen als fokkerij. Die
wijziging treedt op 1 januari 2009
in werking, met uitzondering van
de bepaling die stelt dat de Koning
de
noodzakelijke
aanvullende
maatregelen kan nemen en die op
4 oktober 2007 in werking is
getreden. De betrokken sector
wacht op sociale maatregelen.
Is u van zins om van die
mogelijkheid gebruik te maken?
Zo ja, op welke manier? Welke
gepaste sociale maatregelen zal u
in het kader van de begroting 2008
verdedigen?
02.03 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, je peux
vous confirmer qu'il y a en effet de nombreuses incertitudes sur la
portée de la loi prévoyant l'interdiction de la vente des chiens et des
chats dans les magasins. En effet, la loi ne fixe pas clairement
combien de chiennes et/ou de nichées un éleveur doit avoir pour
pouvoir vendre des chiens et/ou des chats d'autres éleveurs dans son
magasin.
02.03
Minister Laurette
Onkelinx: Er bestaat inderdaad
heel wat onduidelijkheid over de
draagwijdte van de wet houdende
verbod op de verkoop van honden
en katten in dierenzaken. De wet
bepaalt niet duidelijk hoeveel
teven of nesten een fokker moet
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Il n'est pas clair non plus de savoir si le législateur a voulu rendre
obligatoire l'agrément pour les personnes qui n'élèvent qu'une seule
fois par an une nichée de chiots ou de chatons.
hebben om dieren van andere
fokkers in zijn zaak te mogen
verkopen. Uit de wet blijkt evenmin
duidelijk of het de bedoeling is om
de erkenning op te leggen aan
personen die slechts een keer per
jaar een nest fokken.
Een andere grote vraag is of met de wet een verbod op invoer van
hondjes en katjes betracht werd. Daarom heb ik onlangs de dienst
Dierenwelzijn en CITES de opdracht gegeven om daarover de
Europese Commissie te raadplegen. Een antwoord op die vragen
wordt eveneens gezocht in overleg met de sector en de
dierenbescherming.
Ik heb voorts mijn diensten gevraagd om de mogelijkheid te
onderzoeken de geldigheidsduur van de erkenningen die intussen zijn
vervallen, te verlengen tot die datum.
In die context hoop ik op die manier de uitvoeringsbesluiten en de
vereiste wetswijziging door te voeren tegen het voorjaar van dit jaar.
Tegen dan zal ik u meer details kunnen geven over de
erkenningsvoorwaarden voor hondenfokkers.
Une autre grande question est de
savoir si, avec cette loi, l'intention
du législateur était d'interdire
l'importation de chiens et de chats.
C'est
ce
qui m'a amenée
récemment à charger le service
Bien-être animal et la CITES de
consulter
la
Commission
européenne.
Je tente d'apporter une réponse à
ce problème en concertation avec
le secteur et la protection des
animaux. J'ai également demandé
à mes services d'examiner la
possibilité de prolonger jusqu'à
cette date la durée de validité des
agréments arrivés entre-temps à
échéance, ce qui me permettra
du moins je l'espère d'élaborer
avant le printemps à la fois les
arrêtés
d'exécution
et
la
modification légale requise. Je
pourrai alors vous fournir plus de
détails au sujet des conditions
d'agrément
auxquelles
sont
soumis les éleveurs de chiens.
Enfin, j'attire votre attention sur le fait que l'offre de mesures sociales
de soutien pour le secteur ne fait pas partie de mes compétences,
mais de celles de M. Piette et de Mme Laruelle.
Ten slotte zijn mijn collega's Piette
en Laruelle, en niet ik, bevoegd
voor het toekennen van sociale
steunmaatregelen voor de sector.
02.04 Mark Verhaegen (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, uw
antwoord was wel heel kort. Het pad is blijkbaar nog lang. Er zijn nog
heel veel vraagtekens en ik kan u alleen maar aanraden om ook eens
te kijken welk pad uw voorganger, minister Demotte, hier gevolgd
heeft. Dat is ook niet onbelangrijk. Hij had een ontwerp van KB om de
erkenningsvoorwaarden en het verhandelen van dieren te
reglementeren.
Mijns inziens is het belangrijk dat er toch normen worden opgelegd,
zonder dat er sprake is van een verbod stricto sensu, normen met het
oog op goede betrouwbare controles en meer verantwoordelijkheid bij
elke schakel van de keten, tot en met de koper. Ik denk dat het
belangrijk is om daar eens opnieuw over na te denken, omdat ik toch
vaststel dat de tijd kort wordt. Als de uitvoeringsbesluiten er nog
moeten komen, dan vrees is dat het kort dag zal zijn.
Wij zijn ook nog niets te weten gekomen over de sociale maatregelen
02.04 Mark Verhaegen (CD&V -
N-VA): De nombreuses questions
restent encore sans réponse après
cette réponse fort brève de la
ministre à qui je recommande
d'ailleurs d'examiner le projet
d'arrêté royal de son prédé-
cesseur, le ministre Demotte. Cet
arrêté royal devait réglementer les
conditions
d'agrément
et
la
commercialisation
d'animaux.
Sans
qu'il
soit
nécessaire
d'imposer une interdiction au sens
strict du terme, nous pourrions
instaurer des normes de nature à
garantir des contrôles fiables et à
responsabiliser davantage chaque
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
die voor de betrokkenen, die grote investeringen moeten doen,
kunnen genomen worden. Ik zou u de raad geven toch het KB van uw
geachte voorganger in de materie nog even ter hand te nemen. Daar
zitten heel wat bepalingen in met het oog op dierenwelzijn, ook bij de
verhandeling van honden en katten in dierenspeciaalzaken.
Hoe dan ook dank ik u voor het antwoord.
acteur. Le temps presse. Les
arrêtés d'exécution n'ont pas
encore été pris et nous ne savons
encore rien des mesures sociales
en faveur de ceux qui vont être
contraints de réaliser de gros
investissements. L'arrêté royal
comporte nombre de dispositions
qui tendent à promouvoir le bien-
être animal, notamment sur le plan
de la commercialisation des
chiens et des chats dans les
animaleries.
02.05 Josée Lejeune (MR): Madame la ministre, je peux partager
votre point de vue sur le manque de clarté et de précision de la loi, qui
rend plus difficile la situation du secteur. Mes questions portaient sur
les mesures sociales, au sujet desquelles j'avais déjà pris contact
avec les cabinets de Mme Laruelle et de M. Piette. Comme ils m'ont
renvoyé chez vous, je vous ai donc interrogé à ce sujet.
Pour formuler différemment ma question, le gouvernement compte-t-il
prendre des mesures sociales vis-à-vis de ce secteur qui souffre
légèrement des difficultés engendrées par cette loi peu claire? Je
demande l'avis du gouvernement, plutôt que celui d'un seul ministre.
02.05 Josée Lejeune (MR): Ik
ben het met u eens dat de wet aan
duidelijkheid te wensen overlaat,
wat de toestand in de sector er
niet gemakkelijker op maakt.
Mevrouw Laruelle en de heer
Piette
hebben
me
naar
u
doorverwezen.
Is de regering van plan sociale
maatregelen te nemen voor die
sector, die te lijden heeft onder de
onduidelijkheid van de wet? Ik heb
uit uw antwoord begrepen dat dit
punt binnen de regering niet aan
de orde is.
02.06 Laurette Onkelinx, ministre: (...)
02.07 Josée Lejeune (MR): Donc, aucune discussion n'a eu lieu au
sein du gouvernement au sujet de ce secteur.
La présidente: Madame Lejeune, je pense que vous allez devoir
interroger les différents ministres pour leur suggérer de travailler
ensemble sur ces dispositions.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Samengevoegde vragen van
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
dubbelzinnige toepassing van het rookverbod in cafés" (nr. 2235)
- de heer Bart Tommelein aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de toepassing
van het rookverbod in cafés met caféspelen" (nr. 2441)
- de heer Christian Brotcorne aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
sigarettenconsumptie in België" (nr. 2512)
03 Questions jointes de
- M. Bart Laeremans à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "l'application
ambiguë de l'interdiction de fumer dans les cafés" (n° 2235)<br>- M. Bart Tommelein à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "l'application de
l'interdiction de fumer dans les cafés équipés de jeux de café" (n° 2441)<br>- M. Christian Brotcorne à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la
consommation de cigarettes en Belgique" (n° 2512)</b>
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
03.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, er bestaat momenteel heel grote
dubbelzinnigheid over de toepassing van de antirookwetgeving in
cafés waar wordt gebiljart.
Ik werd aangesproken door leden van een biljartclub - maar hetzelfde
probleem doet zich voor bij leden van een dartsclub - die aan
regionale en provinciale competities deelnemen en oefenen in een
volkscafé waarin drie tafels staan opgesteld.
Deze tafels staan in het achterste gedeelte van het café dat door een
halve muur deels gescheiden is van de eigenlijke verbruikszaal. Met
de inspectie was aanvankelijk overeengekomen dat het achterste
gedeelte rookvrij moest worden gemaakt, wat zonder enig probleem
gebeurde.
Bij een nieuwe inspectieronde werd plots gezegd dat heel het café
rookvrij moest worden. Vermits er drie tafels staan, zou het plots om
een sportcafé gaan waarvoor dan een algemeen rookverbod geldt.
Om dit te verhinderen, zou een tafel moeten worden weggenomen
uiterlijk tegen het einde van de voorbije maand februari. De
uitbaatster voor wie de biljartclub slechts een fractie van het cliënteel
vertegenwoordigt, kan zich een algemeen rookverbod niet
veroorloven omdat er heel wat andere cafés in de buurt zijn waar
geen rookverbod geldt en zal wellicht een van de drie tafels
verwijderen.
Dit zou echter heel ernstige gevolgen hebben voor de leefbaarheid
van die club waardoor de competitie in het gedrang komt. Men zou
misschien zelfs forfait moeten geven.
De antirookwetgeving zorgt op die manier onbedoeld voor het
verdwijnen van bepaalde sporten. Het pervers gevolg van dit alles is
overigens dat er na het wegnemen van een tafel opnieuw volop mag
worden gerookt in het biljartgedeelte van het café. Dan gaan we
achteruit in plaats van vooruit, wat niet de bedoeling kan zijn van deze
wetgeving.
Het is in elk geval duidelijk dat het heel strenge optreden van de
inspecteurs niet gebaseerd is op concrete regelgeving. Er is geen
enkele wet, besluit of omzendbrief waarin wordt bepaald dat er een
onderscheid
zou
moeten
gemaakt
worden
tussen
een
drankgelegenheid met twee of met drie biljarttafels. Dat is puur
nattevingerwerk.
Mevrouw de minister, ik heb de volgende vragen. Ten eerste, kunt u
meedelen op welke basis dit strenge optreden is gestoeld? Waarom
volstaat het niet dat het biljartgedeelte van het café rookvrij wordt
gehouden?
Ten tweede, kunt u meedelen waarom een onderscheid wordt
gemaakt tussen twee en drie biljarttafels? Welke wettelijk of
regulerend document ligt hiervan aan de basis? Welke regeling is
voorzien voor gelijkaardige sporten zoals darts en tafelvoetbal? Kan
er voor deze caféspelen zoals biljart, snooker, darts en tafelvoetbal
geen duidelijke regeling worden voorzien waarbij ook rekening wordt
gehouden met de aard van de cafés? Een volkscafé is immers niet
03.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): La plus grande confusion
règne à propos de l'application de
la loi antitabac dans les cafés où
l'on joue au billard ou aux
fléchettes.
Concernant le cas d'un café de
quartier, il avait été initialement
convenu avec l'inspection que
l'arrière-salle, où se trouvent trois
tables de billard, devait être
convertie en une zone non-
fumeurs. Lors d'une nouvelle
inspection, il a été décrété que
l'interdiction de fumer devait être
étendue à tout l'établissement qui
était assimilé à un café sportif,
soumis à une interdiction de fumer
générale compte tenu de la
présence de trois tables. Cette
situation pouvait être contournée
en enlevant l'une des trois tables
avant fin 2008. L'exploitante de ce
débit de boissons ne peut pas se
permettre une interdiction de
fumer générale. La compétition
s'en trouve en tout cas menacée.
Cette situation a aussi une
conséquence perverse, à savoir
que l'enlèvement d'une table de
billard lèverait l'interdiction de
fumer dans la salle de billard. Or,
aucune loi ni circulaire ne dispose
qu'une distinction doit être opérée
entre les débits de boissons selon
qu'ils comptent deux ou trois
tables de billard.
Comment justifie-t-on la sévérité
de l'intervention dans ce cas?
Pourquoi ne suffit-il pas d'interdire
de fumer dans la salle de billard?
Pourquoi
opère-t-on
une
distinction selon qu'il y a deux ou
trois tables? Quelle réglementation
s'applique
pour
des
sports
analogues, comme les fléchettes
et le football de table? Pourquoi
n'est-il pas tenu compte, pour les
jeux
de
café,
du
type
d'établissements? Pourquoi ne
pas prévoir, dans le cadre des
inspections,
des
délais
de
transition courant jusqu'à la fin de
la saison de compétition?
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
hetzelfde als een sportcafé.
Ten slotte, waarom wordt er bij inspecties geen rekening gehouden
met lopende competities en worden er geen overgangstermijnen
voorzien die lopen tot het einde van het speelseizoen? Deze vraag
staat wat los van de andere vragen, maar ik vind het toch
merkwaardig dat men eind januari bericht krijgt dat men tegen eind
februari alles moet in orde stellen of een tafel moet verwijderen omdat
anders de zaak eventueel moet worden gesanctioneerd.
Dit is absurd en houdt geen rekening met de realiteit. Ik hoop dat
zeker op dat vlak er snel een wijziging komt in het optreden van de
inspectiediensten.
03.02 Bart Tommelein (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, mijn vraag ligt in dezelfde lijn. Het rookverbod van
1 januari 2007 in de horeca wordt in grote mate opgevolgd. Er is
trouwens een stijgende maatschappelijke acceptatie vast te stellen,
waarop men kan rekenen. Er worden trouwens kosten noch moeite
gespaard om de sector en haar klanten in te lichten over nieuwe
regels. Er zijn onlangs berichtgevingen geweest dat er 12.000
controles zijn uitgevoerd, waarbij slechts één op vijf van de
gecontroleerde zaken niet in orde bleek te zijn.
De wetgeving heeft dus ongetwijfeld haar verdiensten, maar bevat
ook ontegensprekelijk een aantal hiaten. Een treffend voorbeeld
daarvan is de regeling voor de cafés, vooral als ze uitgerust zijn met
biljart- of snookertafels, of darts, zoals collega Laeremans zegt. Voor
de mensen is duidelijkheid en rechtszekerheid belangrijk. In deze
materie is onduidelijkheid en rechtsonzekerheid echter troef, want de
controleurs leggen soms wel en dan weer niet een rookverbod op.
Daarom heb ik de volgende vragen.
Ten eerste, is biljart en snooker een cafésport of een caféspel? Welke
caféspelen wordt als sport beschouwd en welke niet?
Ten tweede, wanneer is er sprake van een café met één of meer
biljarttafels? Welke minimumnormen worden gehanteerd om te
spreken van sportinfrastructuur?
03.02 Bart Tommelein (Open
Vld):
De
mieux
en
mieux
acceptée, l'interdiction de fumer
est largement respectée dans les
établissements du secteur horeca.
D'ailleurs, aucun effort n'a été
ménagé pour informer le secteur
et ses clients des nouvelles règles
en la matière. Parmi les 12.000
établissements contrôlés, seule-
ment un sur cinq n'était pas en
règle. La réglementation relative
aux cafés, surtout ceux équipés de
tables de billard, de snooker ou de
darts, constitue en revanche un
exemple frappant des lacunes que
comporte encore la législation. Les
interdictions de fumer imposées
par les contrôleurs ne sont pas
systématiques.
Le
billard
et
le
snooker
constituent-ils un sport ou un jeu
de café? Quels jeux de café sont
considérés comme des sports?
Quand peut-on parler d'un café
comportant une ou plusieurs
tables de billard? En fonction de
quelles normes minimales peut-on
parler
d'une
infrastructure
sportive?
03.03 Christian Brotcorne (cdH): Madame la présidente, madame
la ministre, ma question est un peu plus large et n'a rien à voir avec
les deux précédentes même si elle concerne le tabac. C'est aussi
pour me réjouir des chiffres dont nous disposons en matière de
consommation de cigarettes pour les années 2006 et 2007 que je
vous interpelle. J'ai lu qu'il y a eu une diminution de 6,7%, ce qui
représente environ 900 millions de cigarettes qui n'ont pas été
fumées. Ceci me paraît intéressant en termes de santé publique. Je
me réjouis en tout cas de cette diminution, compte tenu des risques
cancérigènes et même de mortalité que le tabac induit pour les
fumeurs mais aussi pour les personnes de leur entourage.
03.03 Christian Brotcorne
(cdH): Ik heb gelezen dat het
tabaksgebruik met 6,7 procent
gedaald is. Bent u van plan
maatregelen te nemen om het
gebruik nog verder terug te
dringen? Ik denk met name aan
preventiecampagnes,
en
dan
vooral ten aanzien van jongeren.
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Madame la ministre, à l'occasion de la publication de ces chiffres, je
souhaitais vous interroger sur votre ambition politique à ce propos,
d'autant plus que vous êtes nouvelle dans le secteur. J'espère
d'ailleurs que vous occuperez toujours la place après le
20 mars 2008. Envisagez-vous des mesures pour diminuer encore
cette consommation de tabac? Je pense entre autres à des
campagnes de prévention, notamment à l'égard des jeunes.
03.04 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, chers
collègues, en ce qui concerne la question plus générale de
M. Brotcorne sur les mesures de lutte contre le tabagisme, comme
vous le savez, lors de la législature précédente, le plan fédéral de
lutte contre le tabagisme a mis en place un ensemble de mesures
visant à lutter contre le tabagisme de manière globale et à protéger la
population du tabagisme passif.
Ce plan a été une base concrète et efficace qui a permis à notre pays
d'acquérir rapidement une législation cohérente en la matière grâce
notamment à quelques mesures phares:
- la création en 2004 du Fonds tabac pour soutenir les actions contre
le tabagisme qui a notamment servi à financer certaines actions
d'aide aux jeunes fumeurs (actions "Aidons les fumeurs"/"Help een
roker") ainsi que d'autres de sevrage tabagique dans les écoles et
auprès des jeunes ("Smoke free School is Cool!", "Feel Free", etc.);
- l'interdiction de la vente de produits du tabac aux mineurs de moins
de 16 ans en 2005;
- l'obligation de faire mention du numéro Tabac-Stop sur tous les
produits du tabac en 2006;
- l'interdiction de fumer dans les restaurants et sur les lieux de travail
en 2007;
- l'obligation d'apposer des photos sur tous les paquets de cigarettes
en 2007.
Ces mesures ont également été accompagnées par l'augmentation
du nombre de contrôles effectués. Ainsi, le service d'inspection tabac
a contrôlé en 2007 18.000 lieux stratégiques contre 10.000 en 2006,
auxquels s'ajoutent 12.000 contrôles réalisés par l'AFSCA dans les
établissements horeca.
Ce plan s'est traduit concrètement en termes de résultat par une
diminution significative du pourcentage de fumeurs journaliers dans
notre pays qui est passé de 29% à 27%. Par ailleurs, comme vous le
précisez, la vente de produits du tabac a également diminué de façon
drastique. Durant la période allant de 2003 à 2007, la vente de
cigarettes est passée de 14.287.000 à 13.385.000. La vente de tabac
à rouler est passée de 8.327 à 7.478 tonnes durant la même période,
ce qui équivaut à une diminution de 10%.
Cette diminution de la consommation du tabac est due, d'une part, à
la diminution du nombre de fumeurs (7%) et, d'autre part, au fait que
les fumeurs fument moins (conséquence de l'interdiction de fumer).
En comparant les résultats de 2005 à ceux de 2006, il apparaît
clairement que l'on fume moins dans les lieux publics. Cette année,
les fumeurs sont admis dans seulement 6% des lieux publics. En
2006, ce chiffre atteignait encore 12%. D'après ces résultats, il
semble clair également que la politique de dissuasion couplée à une
autorité de contrôle et à une bonne information des citoyens porte ses
03.04
Minister Laurette
Onkelinx: Tijdens de vorige
zittingsperiode werden in het kader
van
het
federaal
plan
ter
bestrijding van het tabaksgebruik
een reeks maatregelen genomen
om de globale strijd tegen het
tabaksgebruik aan te binden en
om de bevolking tegen passief
roken te beschermen. Tegelijk
werd
het
aantal
controles
opgevoerd. Zo heeft de Tabaks-
inspectie
in
2007
18.000
strategische plaatsen gecontro-
leerd, tegenover 10.000 in 2006.
Daarbij komen nog de 12.000
controles door het FAVV in de
horecazaken.
Dat
plan
leidde
tot
een
aanmerkelijke daling van het
aantal dagelijkse rokers in ons
land, van 29 naar 27 procent.
De daling van het tabaksgebruik is
enerzijds toe te schrijven aan de
vermindering van het aantal rokers
en anderzijds aan het feit dat de
rokers minder roken. Wanneer
men de resultaten van 2005 met
die van 2006 vergelijkt, blijkt
voorts dat er minder wordt gerookt
op openbare plaatsen. Dit jaar
mag men nog slechts op 6 procent
van de openbare plaatsen roken.
In 2006 was dat nog 12 procent.
Die resultaten tonen aan dat een
ontradingsbeleid, gekoppeld aan
een controledienst en een goede
voorlichting van de bevolking,
vruchten draagt.
Ik meen dat we het gebruik van
tabaksproducten
in
onze
maatschappij
nog
moeten
beperken.
Mijn voorganger had een evaluatie
van de tot dusver genomen
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
fruits.
Nous devons, selon moi, limiter encore plus la consommation des
produits du tabac dans notre société.
Comme Mme la présidente l'a dit en commençant nos travaux, mon
prédécesseur avait promis une évaluation de toutes les mesures
prises. Cette évaluation doit être effectuée en collaboration avec toute
une série d'associations liées à la lutte anti-tabac, mais aussi avec le
secteur horeca. Comme vous l'avez dit, cette évaluation aura lieu
dans ce parlement et c'est ensemble que nous prendrons de
nouvelles mesures tendant à atteindre l'objectif d'une société sans
tabac.
Par ailleurs, les Communautés compétentes en matière d'information,
de prévention et de dépistage continuent leur travail, notamment en
s'adressant via les écoles à un public de plus en plus jeune. Cela ne
veut pas dire qu'aucune nouveauté ne sera apportée au plan cancer.
Toutefois, l'initiative ne visera pas une nouvelle interdiction car, avant
de prendre toute mesure en la matière, je me suis engagée à attendre
les résultats de l'évaluation.
maatregelen in het vooruitzicht
gesteld.
Die
evaluatie
moet
worden
uitgevoerd
in
samenwerking met een hele reeks
antitabakverenigingen, maar ook
de horecasector moet daarbij
worden betrokken. Die evaluatie
zal gebeuren in dit Parlement.
Anderzijds
zetten
ook
de
Gemeenschappen, die bevoegd
zijn voor voorlichting, preventie en
opsporing, hun werk voort.
Er zal een aantal initiatieven
worden genomen in het kader van
het kankerplan, maar er komt
vooralsnog geen nieuw verbod. Ik
heb immers beloofd de resultaten
van de evaluatie af te wachten
voor ik in dit verband enig nieuw
initiatief zou nemen.
Ten tweede, er is de problematiek van de sportruimten en met name
de snooker- en biljartzalen. Sedert 1 januari 2007 is een rookverbod
in sportruimten van toepassing. Het rookverbod geldt zowel voor het
sportgedeelte als voor het horecagedeelte. Deze wetgeving is door
mijn voorganger uitgewerkt na langdurig overleg en in samenspraak
met de coalitiepartners van de vorige regering en met de
horecafederaties.
Deze wetgeving voorziet in een totaal rookverbod in de sportruimten
en dus ook in het horecagedeelte. Zij beschermt de niet-rokers tegen
ongewenst meeroken. Zeker bij en na het sporten wordt de rook
dieper ingenomen. Voor jongeren is ook het preventief aspect van
groot belang. De boodschap voor kinderen en jongeren is dan ook dat
roken en sporten niet samengaan.
Mijn voorganger heeft hier reeds diverse malen aangegeven waarom
snooker en biljart als een sportactiviteit moeten worden beschouwd.
Er worden regionale, nationale en internationale kampioenschappen
gehouden en er bestaan regionale, Belgische en internationale
federaties. Net zoals bij andere sporttakken kan snooker als amateur
of als beroeps worden gespeeld. Deze sport vereist bovendien een
zeer grote concentratie en technische competenties.
Dit geldt eveneens voor darts en bowling. Snooker, biljart, darts en
bowling niet als sport beschouwen maar als caféspelen of volksspelen
zou weinig respectvol zijn ten aanzien van de personen die dit op een
sportieve wijze beoefenen.
In verband met de vraag over het onderscheid dat wordt gemaakt
tussen een café met één biljart en een sportruimte met meerdere
biljarttafels kan ik het volgende stellen. Uiteraard wordt een café met
een enkele snooker- of biljarttafel in de verbruikzaal niet beschouwd
als een sportruimte. Dergelijke inrichtingen beschikken trouwens niet
over een specifieke sportinfrastructuur en worden dan ook niet
beschouwd als een instelling voor sportactiviteiten of een sportruimte.
Dans les complexes sportifs, il est
interdit de fumer à la fois dans les
espaces sportifs et dans les
espaces horeca. Cette législation
a été élaborée après une large
concertation avec le secteur.
L'interdiction totale, également
dans l'espace horeca, préserve les
sportifs du tabagisme passif. En
effet, pendant ou après le sport, la
fumée
est
inhalée
plus
profondément. La mesure a
également un objectif préventif
auprès des jeunes, en les
sensibilisant clairement au fait que
sport et tabac ne font pas bon
ménage.
Le snooker et le billard sont
considérés comme des disciplines
sportives
parce
que
des
championnats régionaux, fédéraux
et internationaux sont organisés,
parce qu'il existe des fédérations
régionales,
fédérales
et
internationales et parce que ces
disciplines exigent une grande
concentration et des aptitudes
techniques. Qualifier le jeu de
fléchettes, le bowling, le snooker
et le billard de jeux de café ou
populaires
témoignerait
d'un
manque de respect pour les
personnes qui pratiquent ces
disciplines.
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
Indien deze sport echter wordt beoefend in een specifiek daarvoor
uitgeruste ruimte of zone, dan worden deze inrichtingen beschouwd
als een sportruimte en is het algemeen rookverbod van kracht.
Een biljarttafel en een snookertafel nemen respectievelijk een ruimte
van 20m² en 30m² in. Volgens de horecafederatie bedraagt de
gemiddelde grootte van een gewoon café 100m². Een of twee
biljarttafels of snookertafels kunnen nog net in een gewoon café.
Aangezien drie snookertafels of drie biljarttafels een ruimte van 60 tot
90m² innemen, en er dan nog ruimte voor de toog moet worden
gemaakt, kunnen wij alleen besluiten dat dit een zeer onrealistische
opstelling is en dat vanaf drie snooker- of biljarttafels in een aparte
ruimte of specifiek hiertoe ingerichte zone moet worden voorzien.
De tabakscontroledienst van de FOD Volksgezondheid heeft eind
2006 een omzendbrief gestuurd naar alle sportfederaties om hen te
wijzen op de nieuwe regelgeving op het rookverbod in sportruimten.
Ook alle biljart- en snookerfederaties hebben die omzendbrief
gekregen.
De controle van snookerzaken en biljartclubs behoorde bij de
invoering van het nieuwe rookverbod op 1 januari 2007 niet tot de
prioritaire controles. Bij de eerste controles bleken er echter al snel
problemen te zijn. Het zijn de snookerzaken en biljartclubs zelf die de
tabakscontroledienst lijsten hebben gegeven van clubs waar nog
volop mocht worden gerookt. De snookerzaken en biljartclubs die de
wetgeving wel correct toepassen, zagen de rokers van hun club
immers vertrekken naar zaken waar nog volop mocht worden gerookt.
Zij voelden dat aan als een onrechtvaardigheid en eisten van de
tabakscontroledienst hieraan aandacht te besteden.
De tabakscontroledienst ontvangt ook regelmatig klachten van niet-
rokers die tijdens het beoefenen van hun sport passief moeten
meeroken. Zo ontving de tabakscontroledienst vorige week nog een
klacht over een biljartclub. Die begon aldus: "Ik speel competitief
biljart en ondanks het gebrekkige rookverbod dat recent werd
ingevoerd, moet ik nog steeds mijn sport beoefenen in een vaak
zware rookomgeving".
Het is ook verkeerd in deze problematiek de gezondheidscontroleurs
van de tabakscontroledienst met de vinger te wijzen. Zij oefenen hun
taak plichtsbewust uit. Daarbij besteden zij zowel aandacht aan het
sensibiliserend als aan het controlerend karakter van hun opdracht.
De tabakscontroledienst treedt zeker niet strenger op in snookerzaken
en biljartclubs dan in andere inrichtingen. Zij tracht eerst via een
dialoog de uitbaters te overtuigen de wetgeving na te leven. Zij geeft
hun dus nog een kans. Maar indien bij een tweede controle nog
steeds wordt gerookt, wordt uiteraard proces-verbaal opgesteld.
Deze wetgeving is reeds ruim een jaar van kracht. Het zou dan ook
onwettig, maar vooral zeer onrechtvaardig zijn tegenover zaken die
momenteel de wet wel respecteren om nog in een overgangstermijn
te voorzien voor degenen die het roken nog steeds toelaten.
Il va de soi qu'un débit de
boissons équipé d'une seule table
de billard dans la salle de
consommation ne doit pas être
considéré comme un espace
sportif. Si aucune infrastructure
sportive
spécifique
n'est
disponible, l'endroit ne doit pas
être
considéré
comme
un
établissement sportif. Une table de
snooker ou de billard couvre une
superficie d'au moins 20 m². Un
débit de boissons de taille
moyenne, couvrant une superficie
de 100 m², ne peut accueillir que
deux tables. À partir de trois
tables, il est donc nécessaire de
disposer d'un espace ou d'une
zone spécialement aménagés.
La cellule de contrôle Tabac a
envoyé une circulaire relative aux
nouvelles dispositions à toutes les
fédérations sportives, y compris
les fédérations de snooker et de
billard. Lors du lancement des
contrôles, les salles de snooker et
de
billard
n'étaient
pas
considérées comme prioritaires.
Mais les premiers contrôles ont
montré que la réglementation était
mal respectée. La cellule de
contrôle a également reçu de
nombreuses plaintes d'exploitants
qui respectaient les règles et se
plaignaient de la concurrence
déloyale de la part de commerces
où le tabagisme était encore
toléré. Des plaintes ont également
été déposées par des non-
fumeurs qui malgré l'interdiction,
étaient contraints au tabagisme
passif.
La stigmatisation des contrôleurs
de la cellule Tabac est abusive. Ils
sont attentifs à la fois à la
sensibilisation et au contrôle dans
l'exercice de leur mission. La
cellule n'intervient pas de manière
plus ferme à l'égard des salles de
snooker ou de billard qu'à l'égard
d'autres
établissements.
Les
contrôleurs s'efforcent toujours de
convaincre les exploitants à
respecter les règles en dialoguant
d'abord avec eux. Un procès-
verbal n'est établi que si une
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
infraction est constatée lors d'un
second contrôle.
La législation est d'application
depuis plus d'un an déjà. L'octroi
d'une
période
transitoire
supplémentaire aux commerces
qui autorisent encore le tabagisme
serait non seulement illégal mais
aussi
injuste
vis-à-vis
des
commerçants qui respectent les
règles.
03.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Ik vind de benadering van
de minister in dit dossier toch vrij kunstmatig want het perverse effect
van deze benadering zal zijn dat een aantal clubs zullen verdwijnen.
Het kan toch niet de bedoeling zijn dat de sport wordt verminderd in
plaats van aangewakkerd.
De criteria van de minister zijn nogal wiskundig. Ik ken toevallig de
situatie van dat specifieke café waarover ik het had en dat wordt in
concreto absoluut niet als een sportcafé gezien. Ik denk dat
wetgeving ook moet worden gedragen door de bevolking. Dat is in dit
geval en ik neem aan dat er veel gelijkaardige gevallen zijn niet
echt zo.
In elk geval is er nu iets meer duidelijkheid want het was
nattevingerwerk tot nu toe. Dan nog begrijp ik niet, mevrouw de
minister, waarom u zegt dat een overgangsperiode echt niet kan
worden geduld. Ik denk dat we allemaal menselijk moeten zijn. We
zijn nu begin maart. In juni eindigt de competitie. Men zou toch perfect
kunnen zeggen dat het dit competitiejaar nog kan worden geduld
maar nadien niet meer. Meedogenloos optreden in dit soort zaken
tegenover situaties die altijd al hebben bestaan, lijkt mij absoluut niet
verstandig of aangewezen.
Ik zou u willen vragen om uw diensten te verzoeken om de nodige
clementie en gezond verstand aan de dag te leggen tot het einde van
dit speeljaar en geen boetes op te leggen. Men zou dit ook aan de
mensen moeten laten weten zodat zij niet met een soort zwaard van
Damocles boven hun biljarttafel spelen want dat is voor niemand een
aangenaam vooruitzicht.
03.05 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Je crains que cette
réglementation signifie la dispa-
rition d'un certain nombre de
clubs. La régression du sport dans
notre société serait-il son objectif?
Toute législation doit être portée
par la population. Or ce n'est pas
le cas en l'occurrence. Le seul
point positif, c'est que maintenant
les choses sont un tant soit peu
clarifiées.
Toutefois, je déplore que la
ministre ne soit pas convaincue de
l'opportunité
de
prévoir
une
période transitoire. La compétition
se termine au mois de juin et je ne
vois pas pourquoi l'on n'accorde-
rait pas encore un peu de répit aux
exploitants en leur laissant jusqu'à
la fin de cette saison. Il ne me
paraît pas judicieux de se montrer
si implacable envers eux. Je prône
donc un peu d'humanité et de bon
sens jusqu'au terme de la saison.
03.06 Bart Tommelein (Open Vld): Het is duidelijk dat de wetgeving
rond het roken heel wat voorstanders heeft maar dat er ook heel wat
mensen zijn die er problemen mee hebben, al was het maar omwille
van bepaalde individuele keuzes die wel of niet kunnen worden
gemaakt. Dit is een vaststelling die straks misschien in heel de
evaluatie moet worden gemaakt. Mij lijkt het dat in die dossiers sprake
is van heel erg verregaande vormen van onverdraagzaamheid. De
meeste controles worden aangespoord door mensen die jaloers of
afgunstig zijn omdat de ene wel en de andere niet in aanmerking
komt. Ik betreur dit.
Ik vind ook dat de erkenning van biljart en snooker als sport, waarbij
argumenten van techniciteit en concentratie een reden zouden zijn
voor roken of niet roken, zeer subjectief en arbitrair is. Ik denk dat het
gezond verstand zou moeten beginnen zegevieren. Wij zouden
03.06 Bart Tommelein (Open
Vld): Cette législation a ses
partisans et ses adversaires, et ils
sont aussi farouches les uns que
les autres. Il me semble que
certains
font
preuve
d'une
intolérance radicale. En outre, les
critères en fonction desquels le
snooker
et
le
billard
sont
considérés comme des sports me
paraissent
très
arbitraires.
J'estime que chaque exploitant
devrait avoir la faculté de décider
lui-même d'encore autoriser le
tabagisme. Au besoin, l'on pourrait
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
moeten beseffen dat een zelfstandige, een zaak of een individu zelf
zou moeten kunnen oordelen of hij het roken al dan niet toelaat. Hij
kan dit dan heel duidelijk afficheren en er desnoods zelfs een speciale
taks voor betalen. Ik denk dat de controleurs onmogelijk alles kunnen
controleren. Ik stel vast dat men bij het uitvaardigen van een wet een
algemeen draagvlak moet hebben. Ik stel vast dat dit algemeen
draagvlak er jammer genoeg niet is.
appliquer une taxe spéciale aux
établissements qui l'autorisent
encore. Quant à veiller au respect
de la législation à coups de
contrôles, c'est peine perdue. La
vérité, c'est que cette interdiction
de fumer est loin de faire
l'unanimité en Belgique.
03.07 Christian Brotcorne (cdH): Madame la présidente, je
remercie la ministre pour sa déclaration complète, que je prends
comme une déclaration d'intention.
J'en ai retenu deux choses: l'évaluation à faire avec le Parlement et
l'intégration de mesures spécifiques dans le plan cancer. Ces
éléments sont utiles et je vous invite à ne pas baisser la garde,
madame la ministre.
03.07 Christian Brotcorne
(cdH): Hieruit onthoud ik twee
zaken: de evaluatie die samen met
het Parlement verricht moet
worden en de inbedding van
specifieke maatregelen in het
kankerplan.
03.08 Laurette Onkelinx, ministre: Pour compléter ce que vient de
dire M. Brotcorne, je tiens à rappeler que 40% des cancers pourraient
être évités par une meilleure prévention et, en particulier, par
l'absence de tabagisme, actif ou passif. N'oubliez pas que le cancer
du poumon est le cancer le plus mortel qui soit. C'est une donnée à
garder à l'esprit, y compris lorsqu'on veut défendre un secteur; il
convient de défendre aussi tous ceux qui le fréquentent et se trouvent
dès lors en danger quotidien à cause du tabac.
03.08
Minister Laurette
Onkelinx: Ik wil er nogmaals op
wijzen dat men in 40 procent van
de
gevallen
kanker
kan
voorkomen door een betere
preventie, en meer bepaald door
niet te roken, actief noch passief.
La présidente: En principe, dans quinze jours, nous pourrons
commencer les travaux d'évaluation des dispositions antitabac. Nous
verrons s'il est possible d'associer les Communautés à ces travaux,
comme cela fut fait pour d'autres sujets. En effet, elles disposent de
compétences complémentaires aux nôtres. N'oublions jamais que,
dans certains pays, il est interdit de fumer dans tous les lieux publics.
Il serait donc possible d'envisager les choses autrement.
De voorzitter: Over veertien
dagen zullen we van start gaan
met
de
evaluatie
van
de
maatregelen om het roken tegen
te gaan. We zullen bekijken of het
mogelijk
is
om
de
Gemeenschappen
daarbij
te
betrekken. Laten we niet vergeten
dat roken in sommige landen op
alle openbare plaatsen verboden
is!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van de heer Koen Bultinck aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen" (nr. 2314)
04 Question de M. Koen Bultinck à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le
Conseil national des établissements hospitaliers" (n° 2314)</b>
04.01 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, zeer
recent vernietigde de Raad van State de samenstelling van de
Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen. Uiteindelijk gebeurde
dat op vraag van de socialistisch georiënteerde Association
Francophone des Institutions de Santé, die uiteindelijk als
argumentatie aandroeg dat te veel vertegenwoordigers vanuit de
christelijke zuil figureerden in die raad. De Raad van State volgde
haar argumentatie dienaangaande.
Er rijst een aantal problemen in het dossier, mevrouw de minister. U
beschikt op dat moment in dat adviesorgaan niet langer over de
04.01 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): Le Conseil d'État a
récemment annulé la composition
du
Conseil
national
des
Établissements
hospitaliers
(CNEH).
Comment la ministre réagit-elle à
cette décision? Quelles en sont les
conséquences dans le domaine de
la politique hospitalière? Quelles
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
mogelijkheid om adviezen met betrekking tot het ziekenhuisbeleid te
krijgen. Zeer concreet zouden geen beslissingen meer in het
ziekenhuisbeleid kunnen genomen worden. Men zou daar zeer snel
aan kunnen remediëren, maar vanuit de sector van de Vlaamse
ziekenhuizen komt er wat weerwerk. Men zegt er dat, aangezien men
met het Vlaams ziekenhuiswezen 60% van het totaal aantal
ziekenhuisvoorzieningen vertegenwoordigt, men op basis van
dezelfde argumentatie van de representativiteit, ook wel eens het
fundament van die representativiteit ter discussie kan stellen. Vandaar
heb ik een viertal concrete vragen.
Mevrouw de minister, wat is uw reactie op de vernietiging?
Zorgt dat inderdaad voor problemen met betrekking tot het
ziekenhuisbeleid?
Welke voorbereidingen zijn ondertussen getroffen met het oog op een
nieuwe samenstelling van de Nationale Raad?
En uiteraard is de slotvraag communautair getint, mevrouw de
minister. Houdt u vast aan die samenstelling 50% Nederlandstalig,
50% Franstalig?
démarches la ministre a-t-elle déjà
entreprises pour recomposer le
Conseil? S'en tiendra-t-elle à une
répartition
50/50
entre
néerlandophones
et
francophones?
04.02 Minister Laurette Onkelinx: Ik nam reeds het initiatief om de
Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen opnieuw samen te
stellen. De samenstelling zal uiteraard in overeenstemming met de
toepasbare wetgeving gebeuren. Het betreft voornamelijk de wet op
de ziekenhuizen, evenals de wetgeving betreffende de evenwichtige
aanwezigheid van mannen en vrouwen in de raadgevende organen.
Ik wens dat de raad zo snel mogelijk opnieuw wordt samengesteld,
want de uittredende raad kan geen geldige adviezen meer verlenen.
De adviezen zullen eventueel door de nieuwe raad moeten worden
herbevestigd.
04.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: J'ai déjà pris l'initiative de
recomposer
le
CNEH,
bien
entendu en me conformant à la loi
actuelle sur les hôpitaux et à la
législation visant à promouvoir la
présence équilibrée d'hommes et
de femmes dans les organes
possédant une compétence d'avis.
Le CNEH doit être recomposé au
plus
vite,
car
le
Conseil
démissionnaire ne peut plus
rendre d'avis valides à moins
d'attendre une confirmation par le
nouveau Conseil.
04.03 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Ik neem akte, mevrouw de
minister, van een zeer kort antwoord. Ik neem enerzijds akte van uw
vaststelling dat u geen adviezen met betrekking tot het
ziekenhuisbeleid meer kan krijgen. Ik neem ook akte van het feit dat
we naar een nieuwe samenstelling moeten. Maar uiteraard dringen
zich daar een aantal bijkomende vragen op. Enerzijds, als oppositielid
is het toch normaal dat ik eens pols naar de chronologie. Voor
wanneer voorziet u de nieuwe samenstelling, zodat ik u op een
tijdspad kan vastpinnen?
Op mijn laatste vraag, zijnde een communautaire vraag, naar de
samenstelling 50-50 Nederlandstalig-Franstalig heb ik niet echt een
antwoord gekregen.
04.03 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): Quand
le nouveau
Conseil sera-t-il composé et va-t-
on y maintenir la répartition
linguistique 50/50?
04.04
Minister
Laurette
Onkelinx:
Wij
wachten
op
kandidaatstellingen; de procedure is gelanceerd.
C'est en cours. J'attends les candidatures. Dès qu'on a tout, on vérifie
que tous les prescrits légaux que j'ai cités sont respectés.
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
C'est sans délai, comme on dit.
04.05 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, ik stel
vast dat ik uiteraard verplicht zal zijn het dossier op de voet te blijven
volgen. Ik heb begrip voor het antwoord van de minister dat zij de
kandidaatstellingen afwacht. We zullen het dossier dan opnieuw
moeten bekijken om na te gaan in welke mate de samenstelling
verloopt, ervan uitgaand dat zij na 20 maart op die post blijft en dat wij
haar te gelegener tijd over het dossier voort kunnen ondervragen, ook
in onze commissie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van de heer Koen Bultinck aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het
honorarium voor apothekers" (nr. 2316)
05 Question de M. Koen Bultinck à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "les
05.01 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, via de wet houdende diverse bepalingen van
25 april 2007 werd de vergoeding voor het verstrekken in een officina
toegankelijk voor het publiek, van farmaceutische specialiteiten
waarvoor een tussenkomst van de verplichte verzekering voorzien is,
mogelijk gemaakt. In mensentaal betekent dit dat nu eindelijk de
mogelijkheid werd voorzien dat wij de apothekers, net zoals dat geldt
voor de geneesheren, ook op de intellectuele akte een
prestatieverloning zouden kunnen geven en dat dit niet alleen zou
gebeuren op basis van de winstmarges zoals in het verleden
gebeurde.
Wij moeten nu vaststellen dat die wet die op een drafje in een
programmawet werd ingeschreven en waarvoor een kamerbrede
meerderheid bestond, nog altijd niet in werking is getreden.
Mevrouw de minister, ik wil u daarom een aantal concrete vragen
stellen. Kunt u mij een stand van zaken geven met betrekking tot de
concrete uitvoering van de respectievelijke bepalingen met betrekking
tot het honorarium van de apothekers? Er bestond een kamerbrede
meerderheid om dit principe in te schrijven. Het honorarium voor de
apothekers was een heel belangrijk item. Tussen het principe in een
wetsontwerp diverse bepalingen in te schrijven en de concrete
uitvoering kan er jammer genoeg verschil bestaan. Ik wil dus concreet
polsen hoever het staat met de voorbereidingen dienaangaande.
Ik heb nog een slotvraag waarvan ik hoop dat ik het antwoord op
voorhand ken. Ik ga ervan uit dat u als opvolger van minister Demotte
achter die doelbewuste beleidskeuze blijft staan. Het honorarium voor
de apothekers was een bijzonder nieuw feit en waar wij naar analogie
van de geneesheren de intellectuele aktes voor de apothekers in de
toekomst zouden honoreren.
05.01 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): La loi du 25 avril 2007
portant des dispositions diverses
règle le paiement d'honoraires au
pharmacien, en contrepartie des
soins pharmaceutiques que celui-
ci fournit. Les articles concernés
n'ont toutefois pas encore été mis
en oeuvre.
Qu'en
est-il
des
arrêtés
d'exécution et de la préparation de
la mise en oeuvre de la loi? La
ministre se rallie-t-elle aux options
politiques de son prédécesseur en
la matière?
05.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, ingevolge
de
wet
werd
de
Overeenkomstencommissie
apothekers-
verzekeringsinstellingen met het dossier belast.
De commissie werkt sedert meerdere maanden aan het definiëren
05.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: La Commission de
conventions
pharmaciens-orga-
nismes assureurs se penche
depuis des mois sur les modalités
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
van de uitvoeringsmodaliteiten van de wet. Er moet inderdaad een
groot aantal vragen worden beantwoord zoals het aantal
honorarianiveaus, het percentage van de verdeling van de honorering
tussen de economische marge en het honorarium of de manier
waarop het afleveren van de goedkoopste geneesmiddelen financieel
kan worden aangemoedigd.
Binnen een ad-hocwerkgroep van de commissie werd reeds
belangrijk werk verricht. Hierover zal binnenkort in de plenaire
vergadering worden gediscussieerd. Met de opmaak van de
uitvoeringsbesluiten zal van start gegaan worden zodra de knoop over
de voornaamste opties doorgehakt is.
Ik bevestig dus wel degelijk dat het honorarium van de apotheker in
de loop van de volgende maanden concrete vormen zal aannemen en
dat de hervorming die de opwaardering van de intellectuele rol van de
apotheker beoogt, voor mij een prioriteit blijft.
d'exécution de ces articles. Le
groupe de travail ad hoc de la
Commission
a
déjà
réalisé
d'importantes avancées et ce point
fera l'objet de discussions en
séance plénière à bref délai. Dès
que les problèmes les plus
difficiles auront été tranchés, les
arrêtés
d'exécution
seront
élaborés. Les honoraires du
pharmacien seront donc une
réalité dans les mois à venir.
05.03 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, het
verheugt me dat de minister herbevestigt dat de nieuwe honorering
van apothekers voor haar een prioriteit blijft. Graag had ik evenwel
meer zicht gekregen op een iets striktere timing.
Mevrouw de minister, kan u mij iets meer uitleg geven over de
tijdslimiet? Hangt u soms volledig af van het verloop van de
werkzaamheden binnen de adviesorganen? Ik herhaal nogmaals dat
er een Kamerbrede meerderheid was voor dit ontwerp. Met andere
woorden, het kan geen probleem zijn om hier heel snel in te gaan
omdat er een zeer groot democratisch draagvlak is om dit ten uitvoer
te brengen. Het is echter uiteraard altijd de test bij de concrete
maatregelen die telt, niet alleen het onderschrijven van het principe.
Vandaar dat ik toch zo stout ben nog eens te polsen naar een
striktere chronologie.
05.03 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): La publication des arrêtés
d'exécution dépend donc du
déroulement des travaux au sein
des conseils consultatifs. Cette
réforme était pourtant légitimée
par le fait que la population y était
largement favorable.
05.04 Laurette Onkelinx, ministre: Je l'ai dit et je le répète: pour ces
matières particulières, il y a des concertations obligatoires. Il faut en
attendre la fin mais cela avance. Dès que nous aurons les premiers
résultats, j'engagerai des initiatives concrètes.
05.04
Minister Laurette
Onkelinx: Ik zal stappen doen
zodra het verplichte overleg
afgerond is.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van mevrouw Katia della Faille de Leverghem aan de minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het schadelijk effect van het opwarmen van zuigflessen in microgolfovens"
(nr. 2317)
06 Question de Mme Katia della Faille de Leverghem à la ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "l'effet nocif du réchauffement de biberons dans un four à micro-ondes" (n° 2317)</b>
06.01 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Mevrouw de
voorzitter, mevrouw de minister, wetenschappers zijn tot de
ontdekking gekomen dat bisfenol A, een stof die aanwezig is in
plastiek waaruit onder andere babyflessen en koffiebekers bestaan,
alsook in potten en bekers van kunsthars, meer dan verwacht in onze
voeding
terechtkomt
als
betrokken
voorwerpen
in
een
vaatwasmachine of in een microgolfoven geplaatst worden.
Na zes of zeven keer opwarmen, neemt het weglekken evenwel af.
Onderzoeken bij proefdieren hebben aangetoond dat een blootstelling
06.01 Katia della Faille de
Leverghem (Open Vld): Des
scientifiques ont découvert que les
mutations dans notre alimentation
du bisphénol A, présent dans la
composition du plastique et de la
résine
artificielle
dont
sont
notamment
composés
les
biberons, sont plus importantes
qu'on
ne
l'imaginait,
plus
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
kan leiden tot borst- en prostaatkanker, maar ook tot
gedragswijzigingen. Belgische specialisten stellen wel dat de dosissen
die zijn vastgesteld in Europa, 1.000 keer onder de Europese
veiligheidsdrempels liggen. Hoewel er dus geen eensgezindheid is
onder de wetenschappers lijkt voorzichtigheid toch aangewezen.
Mevrouw de minister, is het niet raadzaam te overleggen met de
producenten, om na te gaan in welke mate het productieproces kan
worden beïnvloed en het weglekken totaal kan worden voorkomen?
particulièrement
lorsque
les
contenants sont lavés dans un
lave-vaisselle ou utilisés dans un
micro-ondes. Le bisphénol A se
libère lors du réchauffement et
pourrait provoquer le cancer du
sein ou de la prostate, et induire
des
changements
de
comportement. Si les doses
relevées sont mille fois inférieures
aux seuils de sécurité européens,
les avis des scientifiques à propos
des
risques
encourus
n'en
divergent pas moins.
Ne conviendrait-il pas de se
concerter avec les producteurs
pour adapter le processus de
production de manière à éviter
toute fuite de bisphénol A?
06.02 Minister Laurette Onkelinx: In uw vraag verwijst u naar de
aanwezigheid van bisfenol A in polycarbonaten voor voedselgebruik.
Bisfenol A wordt gebruikt als monomeer bij de fabricage van kunststof
in polycarbonaten. De polycarbonaten worden gebruikt bij de
fabricage van onder andere flessen, bekertjes en schotels voor de
microgolfoven. Voor plastic zuigflessen is de aanwezigheid van
bisfenol A in België gereglementeerd door het KB van 3 juli 2005
betreffende materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om
met voedingsmiddelen in aanraking te komen. Deze Belgische
reglementering is gebaseerd op een specifieke Europese richtlijn, met
name de richtlijn 2002/72 van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 6 augustus 2002 inzake materialen en
voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in
aanraking te komen. Die richtlijn regelt het gebruik van, onder andere,
bisfenol A in de fabricage van kunststoffen en, meer bepaald, van
polycarbonaten.
De harmonisatie van de wetgeving betreffende de materialen
bestemd om in contact te komen met voedingsmiddelen, op het
niveau van de Europese Gemeenschap, heeft twee essentiële
objectieven: enerzijds de gezondheid van de consument beschermen
en anderzijds de technische belemmeringen bij het handelsverkeer
vermijden. Materialen, bestemd om met voedingsmiddelen in contact
te komen, moeten gefabriceerd worden conform de goede
fabricagepraktijken en mogen geen onaanvaardbare hoeveelheden
van hun bestanddelen overdragen aan voedingsmiddelen. Het
overdragen van bestanddelen van de contactmaterialen naar
voedingsmiddelen in de voedselketen wordt migratie genoemd. Er
werden reeds veel migratiestudies op bisfenol A in polycarbonaten
uitgevoerd over de hele wereld. Deze studies tonen aan dat er geen
gezondheidsrisico is bij herhaaldelijk gebruik in normale
omstandigheden van kunststofvoorwerpen van polycarbonaat.
Voor de vaststelling van de normen baseert de Europese richtlijn zich
op het advies van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid. Het
algemeen besluit van EFSA is dat de migratie van bisfenol A in
voedingsmiddelen laag of niet te detecteren is. In een Europese
06.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Le bisphénol A est utilisé
comme
monomère
dans
la
fabrication de matières plastiques
en polycarbonate, dont on se sert
notamment pour faire des flacons,
des gobelets et des plats pour
fours à micro-ondes. Pour les
biberons en plastique, la présence
de bisphénol A est réglementée
par l'arrêté royal du 3 juillet 2005.
Cette législation est basée sur la
directive européenne 2002/72/CE
du 6 août 2002.
L'harmonisation européenne de la
législation relative aux matériaux
entrant en contact avec des
produits alimentaires a pour but de
protéger la santé du consom-
mateur et d'éviter les entraves
techniques dans les échanges
commerciaux. Ces matériaux sont
produits
conformément
aux
bonnes pratiques de fabrication et
ne peuvent transmettre des
quantités inacceptables de leurs
composants
aux
denrées
alimentaires avec lesquelles ils
sont en contact. Des études sur la
migration dans les aliments du
bisphénol A présent dans les
polycarbonates ont été menées
partout dans le monde, mais
toutes montrent que dans des
conditions normales, il n'y pas de
risque pour la santé, même en cas
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
studie op flessen, die op grote schaal werd uitgevoerd, werd geen
migratie naar voedingsmiddelen vastgesteld. Zelfs bij het gebruik van
agressieve stimulansen zoals alcohol van 95°, werd in de meeste
gevallen geen migratie vastgesteld.
Dit type van testen is zeer extreem en geeft niet het reële gebruik
weer. Testen uitgevoerd bij de normale gebruiksvoorwaarden van
flessen of bekertjes gaven geen aanleiding tot migratie van bisfenol A
naar voedingsmiddelen.
EFSA heeft met kennis van zaken een limiet vastgelegd voor de
specifieke migratie van bisfenol A, zijnde 0,6 mg per kg
voedingsmiddel. Deze limiet is goed gekend bij de industrie die alles
in het werk stelt om deze limiet te respecteren.
De controles op de materialen die bestemd zijn om met
voedingsmiddelen in contact te komen worden uitgevoerd door het
Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen. In het
raam van het controleprogramma werden reeds controles uitgevoerd
op de materialen die bestemd zijn om met voedingsmiddelen in
contact te komen. De migratie van bisfenol A in zuigflessen en
bekertjes in kunststof werd gecontroleerd en alle gemeten waarden
waren lager dan de maximumlimiet.
Hoewel de huidige limieten geen gevaar vormen voor de
volksgezondheid wordt zowel van de kant van de wetgever als vanuit
de sector van verpakkingsmaterialen alles in het werk gesteld om de
blootstelling van de gebruiker aan migrerende stoffen zo laag mogelijk
te houden.
d'utilisation répétée.
Pour l'établissement des normes,
la directive européenne se base
sur l'avis de l'Autorité européenne
de sécurité des aliments (EFSA).
La conclusion générale de l'EFSA
est que la migration du bisphénol
A dans les produits alimentaires
est faible ou indétectable. Une
étude européenne réalisée sur des
flacons n'a pas décelé de
migration de bisphénol A dans des
aliments, et même l'utilisation de
catalyseurs agressifs fait à peine
varier les résultats. Ce type de
tests extrêmes ne reflète d'ailleurs
pas l'utilisation réelle des produits
concernés.
Pour la migration spécifique du
bisphénol A, l'EFSA a fixé la limite
à 0,6 mg par kilo d'aliments.
L'industrie met tout en oeuvre pour
respecter cette limite.
Les contrôles effectués sur les
matériaux destinés à entrer en
contact
avec
des
denrées
alimentaires sont effectués par
l'Agence fédérale pour la sécurité
de la chaîne alimentaire. La
migration de bisphénol A dans des
biberons et des gobelets en
plastique a été contrôlée, et toutes
les valeurs mesurées étaient
inférieures au maximum autorisé.
Quoi qu'il en soit, le législateur et
le
secteur
des
matériaux
d'emballage mettent tout en
oeuvre
afin
que
le niveau
d'exposition des consommateurs
aux substances migrantes soit le
plus bas possible.
06.03 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Mevrouw de
minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord.
Ik begrijp dat de EFSA de migratie van bisfenol A veeleer laag
inschat.
Ook indien de stoffen die uit bisfenol vrijkomen, lager zijn dan de
Europese normen, lijkt het mij niettemin aangewezen om voor enige
voorzichtigheid te pleiten, vooral indien het gaat over producten die
voor zuigelingen zijn bestemd. Zoals ik reeds zei hebben studies op
proefdieren immers aangetoond dat blootstelling aan voornoemde
stoffen niet alleen tot borst- en prostaatkanker, maar ook tot
06.03 Katia della Faille de
Leverghem (Open Vld): Même si
les quantités de matières que
libère
le
bisphénol A
sont
inférieures aux normes euro-
péennes, j'estime que la prudence
reste de mise, particulièrement en
ce qui concerne les produits
destinés aux nourrissons. Comme
il a déjà été précisé, des
expériences sur des cobayes ont
démontré que l'exposition à ces
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
gedragswijzigingen kan leiden.
Ik zou er nog willen aan toevoegen dat hetzelfde geldt voor stalaten
die in speelgoed worden gebruikt. Er zijn tot op heden voldoende
studies die bewijzen dat er wel een gevaar voor de volksgezondheid
kan optreden.
matières peut provoquer le cancer
du sein ou de la prostate, et
induire des changements de
comportement.
Je tiens à préciser que ces
constatations
s'appliquent
également
aux
plastifiants
présents dans les jouets.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La présidente: Mme Avontroodt avait annoncé qu'elle arriverait un peu plus tard mais elle est finalement
présente. Mme De Block doit être à 15.30 heures en commission des Affaires sociales pour une proposition
de loi. Mme Lejeune demande que sa question n° 2321 soit reportée en fin de réunion. M. George reporte
ses questions n°
s
2356 et 2357. Les questions jointes n°
s
2364 et 2575 de Mmes De Schamphelaere et
Jadin sont transformées en questions écrites. Mme Nyssens et M. Clerfayt ne sont pas là. Seriez-vous
d'accord pour que Mme De Block pose sa question n° 2508 maintenant? Ensuite ce sera au tour de Mmes
Avontroodt et Becq.
06.04 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, ik wil even
signaleren dat ik samen met mevrouw De Block in een andere
commissie word verwacht.
07 Vraag van mevrouw Maggie De Block aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"het zorgprogramma voor borstkanker" (nr. 2508)
07 Question de Mme Maggie De Block à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"le programme de soins pour le cancer du sein" (n° 2508)</b>
07.01 Maggie De Block (Open Vld): Mevrouw de minister, wij
hebben elkaar deze morgen al gezien. Ik heb nu een vraag
betreffende het zorgprogramma voor borstkanker. Het koninklijk
besluit van 26 april 2007 stelt de nieuwe normen vast waaraan het
gespecialiseerd oncologisch zorgprogramma voor borstkanker moet
voldoen om erkend te worden. De normering van dit besluit is
grotendeels gebaseerd op de richtlijnen van Eusoma, de European
Society of Mastology. De richtlijnen hebben als doel een
kwaliteitsverbetering voor de behandeling van borstkanker. In dat
kader formuleren zij een aantal richtlijnen met betrekking tot het
minimaal activiteitenniveau, het multidisciplinair overleg, de minimale
medische en paramedische omkadering en een psychologische
omkadering voor de behandeling van borstkanker.
Het koninklijk besluit neemt die richtlijnen terecht over, alleen is het
nog strenger dan de richtlijnen op zich gesteld zijn. Door in de
definitieve fase voor de borstklinieken een activiteitenniveau van 150
nieuwe diagnoses op te leggen, zal het aantal ziekenhuizen met een
borstkankercentrum, momenteel 104, herleid worden tot 17 centra of
borstklinieken. Eusoma heeft als richtlijn 1 borstkliniek per 250.000
inwoners. Dat zou dus het dubbele betekenen van de 17 die er nog
zouden overblijven.
De Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie heeft daarom
twee alternatieve voorstellen. Zij heeft u die ook per brief
overgemaakt.
Ten eerste, zij stelt voor om de 150 als norm te houden maar met de
07.01 Maggie De Block (Open
Vld): L'arrêté royal du 26 avril 2007
fixe
les
nouvelles
normes
d'agrément du programme de
soins d'oncologie spécialisés pour
le cancer du sein. Les normes
fixées dans cet arrêté sont
essentiellement basées sur les
directives d'Eusoma, la European
Society of Mastology, et ont pour
but d'améliorer le traitement du
cancer du sein.
L'arrêté royal transpose ces
directives de manière plus stricte.
En fixant la norme finale à 150
nouveaux diagnostics, le nombre
d'hôpitaux équipés d'un centre
spécialisé en cancers du sein sera
ramené de 104 à 17 centres ou
cliniques du sein, alors que la
directive d'Eusoma en autorise le
double.
La Vlaamse Vereniging voor
Ostetrie en Gynaecologie a dès
lors transmis deux propositions de
substitution à la ministre. Elle
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
mogelijkheid om samen te werken en de borstklinieken te laten
functioneren over meerdere campussen voor zover de Eusoma-
cellen, de gebouwen, binnen aanvaardbare afstand van elkaar liggen.
Op die manier kan in dezelfde hoogstaande voorwaarden gewerkt
worden.
Ten tweede, zij stelt voor om het cijfer van 150 eventueel terug te
brengen naar een activiteitenniveau van 100 nieuwe diagnoses van
borstkanker per centrum. Zij denken dat ook in deze formules een
kwaliteitsverbetering zal gerealiseerd worden en dat een deel van de
opgebouwde expertise en knowhow van de nu reeds werkzame
borstkankerchirurgen daardoor niet verloren zal gaan.
Vindt de minister dat de borstklinieken voldoende toegankelijk zijn als
we door het uitvoeren van deze nieuwe erkenningsnormen van het
zorgprogramma komen tot amper 17 centra, wat minder dan de helft
is dan wat de richtlijnen van Eusoma voorstellen? Bent u bereid om
een van de aangehaalde oplossingen of eventueel nog een andere
voor te stellen om aan de bekommernissen van de collega's van de
Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie tegemoet te
komen?
propose de conserver le chiffre de
150 comme norme mais combinée
à des modalités de collaboration
sur plusieurs campus.
Dans la deuxième proposition, la
norme est ramenée à cent
nouveaux diagnostics de cancers
du sein par centre, ce qui
profiterait également à la qualité et
au maintien de l'expertise.
Le principe de l'accessibilité n'est-
il pas menacé si nous conservons
à peine dix-sept centres? La
ministre est-elle prête à proposer
l'une des solutions mentionnées
ou à formuler une autre solution
pour répondre aux préoccupations
en la matière?
07.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, in het
koninklijk besluit van 26 april 2007 worden de normen vastgelegd
waaraan het gespecialiseerd oncologisch zorgprogramma voor
borstkanker moet voldoen om erkend te worden.
Deze normen zijn gebaseerd op de richtlijnen van Eusoma, European
Society of Mastology. Het minimale activiteitsniveau wordt in deze
richtlijn vastgelegd op 150 nieuwe diagnoses van borstkanker per
jaar. Eveneens wordt in deze richtlijn een aantal van 30 tot 40
borstklinieken per 10 miljoen inwoners aanbevolen, of 1 borstkliniek
per 250.000 tot 300.000 inwoners.
Voorzitter: Katia della Faille de Leverghem.
Présidente: Katia della Faille de Leverghem.
In het koninklijk besluit van 2007 wordt voor een eerste erkenning een
minimale activiteitendrempel vastgelegd van 100 nieuwe diagnoses in
het jaar vóór de erkenning of een gemiddelde van 100 nieuwe
diagnoses per jaar in de drie jaren voorafgaand aan de erkenning.
Twee jaar na de inwerkingtreding van het besluit moet de minimale
activiteitendrempel 150 nieuwe diagnoses per jaar bedragen voor
zover er zich geen andere borstkliniek in een straal van 50 kilometer
bevindt.
In 2007 werd een project opgestart voor de psychologische
begeleiding van borstkankerpatiënten
waarin de minimale
activiteitsdrempel van 100 nieuwe diagnoses per jaar gehanteerd
werd. Op deze manier konden 46 centra gefinancierd worden in
afwachting van de definitieve erkenning.
Dit aantal is in overeenstemming met de Europese richtlijn van 1
borstcentrum per 250.000 inwoners. De financiering loopt voor deze
ziekenhuizen door in 2008.
Aangezien voor dit project dezelfde criteria worden gehanteerd als in
07.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: L'arrêté royal du 26 avril
2007 fixe les normes auxquelles
doit satisfaire, pour être agréé, un
programme de soins oncologiques
spécialisés pour le cancer du sein.
Ces normes sont basées sur les
recommandations d'Eusoma où le
niveau d'activité minimum et le
nombre de cliniques du sein sont
fixés en fonction du nombre
d'habitants.
Un niveau d'activité minimum est
déterminé pour une première
demande d'agrément. Deux ans
après le début de l'activité, le seuil
d'activité minimum devra être de
150 nouveaux diagnostics par an
pour autant qu'il n'y ait pas d'autre
clinique du sein dans un rayon de
50 kilomètres.
En 2007, un projet d'accompa-
gnement
psychologique
des
patientes souffrant d'un cancer du
sein a été lancé, avec pour norme
le
seuil
d'activité
minimum
correspondant à la période de
démarrage. Quarante-six centres
ont ainsi pu être financés en
attendant leur agrément définitif,
ce qui correspond à la recom-
mandation
européenne
d'une
clinique du sein par 250.000
habitants. Le financement de ces
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
het koninklijk besluit in de beginfase, komen voor een definitieve
erkenning als borstcentrum dezelfde ziekenhuizen in aanmerking. Er
is op deze manier een voldoende aantal centra met een goede
geografische spreiding waardoor de toegankelijkheid gegarandeerd
wordt.
Volgens
de
Eusoma-richtlijnen
bedraagt
de
minimale
activiteitsdrempel 150 nieuwe diagnoses per jaar. In juni 2009, als het
aantal erkende borstcentra met dit criterium onvoldoende zou blijken,
ben ik klaar de erkenningscriteria te versoepelen.
hôpitaux sera poursuivi en 2008.
Étant donné que s'appliquent à ce
projet les mêmes critères que
ceux prévus dans l'arrêté royal
pour la phase de démarrage, les
mêmes hôpitaux entrent en ligne
de compte pour un agrément
définitif en tant que clinique du
sein, ce qui garantit une bonne
accessibilité géographique.
Si le nombre de centres du sein
agréés sur la base du critère de
150 nouveaux diagnostics par an
s'avérait insuffisant en 2009, je
serais disposée à assouplir les
critères d'agrément.
07.03 Maggie De Block (Open Vld): Ik dank mevrouw de minister
voor haar antwoord. Ik denk dat het terecht is dat u zegt dat als de
toegankelijkheid van de zorg in het gedrang komt, wij dat zullen
moeten herbekijken. Het is immers waar dat als een vrouw een
probleem aan de borst heeft, de toegankelijkheid en de snelheid
waarmee ze bij de juiste hulpverlener is, een essentiële factor is in
haar prognose op latere leeftijd.
07.03 Maggie De Block (Open
Vld): Cette réponse ministérielle
me comble d'aise car l'acces-
sibilité des soins et la vitesse à
laquelle ils sont dispensés revêtent
une importance capitale pour les
femmes qui sont confrontées à
des problèmes mammaires.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "het internationaal vaccinatiefonds" (nr. 2310)
08 Question de Mme Yolande Avontroodt à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "le fonds international pour les vaccinations" (n° 2310)</b>
08.01 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, ik heb deze vraag gesteld naar aanleiding van
een symposium dat georganiseerd werd in het Vlaams Parlement,
door het VIWTA, het Vlaams Instituut voor Wetenschappelijk en
Technologisch Aspectenonderzoek. Daar werd het symposium "Een
prik voor het leven" georganiseerd. Het ging over de vaccinatiegraad
in Vlaanderen en de vaccinatietwijfel die bestaat bij een aantal
ouders. Daarover gaat mijn vraag echter niet. Mijn vraag aan u gaat
over aspecten van de internationale participatie van ons land,
Vlaanderen
en
de
Gewesten
aan
de
internationale
vaccinatieprogramma's.
Uiteraard is de vaccinatiegraad een van de meest efficiënte middelen
om daadwerkelijk een aantal infectieziekten uit te roeien. Het gaat niet
alleen over zieken, er zijn nog ook altijd heel veel mensen die sterven
aan infectieziekten. De mondiale mobiliteit brengt uiteraard nieuwe
risico's met zich mee. De Wereldgezondheidsorganisatie en UNICEF
hebben een strategie ontwikkeld: "the Global Immunization Vision and
Strategy 2006-2015".
Mijn verwondering was vrij groot omdat men daarin beweert dat
België geen deel zou uitmaken ik weet niet hoeveel landen er geen
08.01 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Ma question concerne
la participation de notre pays aux
programmes
de
vaccination
internationaux.
La mobilité mondiale va de pair
avec de nouveaux risques, contre
lesquels on peut lutter par une
politique de vaccination efficace.
L'Organisation Mondiale de la
Santé et l'UNICEF ont développé
une
stratégie.
"The
Global
Immunization Vision and Strategy
2006-2015."
À mon étonnement, la Belgique ne
ferait pas partie de la Global
Alliance
for
Vaccines
and
Immunization (GAVI), qui prévoit
une augmentation sensible des
moyens
en
faveur
des
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
deel van uitmaken van deze Global Alliance for Vaccines and
Immunization. De programma's voor de derde wereld stijgen van, op
dit ogenblik, 2,5 miljard dollar per jaar tot 3,5 miljard in 2010 en
4 miljard in 2015.
Mevrouw de minister, misschien behoort dit niet rechtstreeks tot uw
bevoegdheid. Het is misschien een gedeelde bevoegdheid met de
minister van Ontwikkelingssamenwerking. Sowieso vertrekken al
deze programma's, ik refereer aan de Wereldgezondheidsorganisatie,
toch vanuit de ministeries van Volksgezondheid.
Daarom wil ik u de vraag stellen of u ook bereid bent om België te
laten toetreden tot die alliantie om de vaccinatiegraad op
wereldniveau te kunnen optrekken.
programmes destinés au tiers
monde.
Même si ce point ressortit
également partiellement à la
compétence du ministre de la
Coopération au développement,
tous ces programmes émanent
tout de même des ministères de la
Santé publique.
La ministre est-elle prête à faire
adhérer la Belgique à cette
alliance?
08.02 Minister Laurette Onkelinx: Het werk van GAVI, the Global
Alliance for Vaccines and Immunization, is inderdaad zeer belangrijk.
Het draagt bij tot een grotere toegankelijkheid tot vaccins in de
wereld. Deze alliantie biedt zonder twijfel een meerwaarde voor de
ontwikkeling van nieuwe vaccins en de coördinatie van
vaccinatieactiviteiten, kwaliteitsbewaking en trainingsmateriaal voor
de uitvoerders.
Mijn diensten volgen dan ook van zeer nabij de werking en
ontwikkelingen binnen GAVI en nemen regelmatig deel aan
vergaderingen hierover.
Wat de toetreding van België tot deze alliantie betreft, wens ik u het
volgende mee te delen.
Aangezien die toetreding direct verbonden is met een financiële
bijdrage aan GAVI, die zoals u weet in België wordt gedragen door de
minister van Ontwikkelingssamenwerking, ligt het niet binnen mijn
bevoegdheid dat te realiseren.
08.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Le travail important de la
GAVI contribue à une plus grande
accessibilité aux vaccins dans le
monde. Mes services suivent le
fonctionnement de la GAVI de très
près. Adhérer à la GAVI est
cependant directement lié à une
contribution
financière.
En
Belgique, cette contribution relève
du ministre de la Coopération au
développement. L'adhésion à cette
alliance ne ressortit donc pas à ma
compétence.
08.03 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de minister, ik
dank u voor uw antwoord. Wij zullen deze vraag opnieuw stellen aan
de minister van Ontwikkelingssamenwerking. Ik betreur wel dat er in
de Kamer geen instantie is die met betrekking tot deze vragen zegt
dat dit duidelijk de bevoegdheid van het ministerie van
Ontwikkelingssamenwerking is. Dat zou dubbel werk vermijden.
08.03 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Il est regrettable qu'il
ne se trouve à la Chambre aucune
instance pour indiquer que cette
question relève de la compétence
de
la
Coopération
au
Développement.
08.04 Laurette Onkelinx, ministre: (...) Vous avez tout à fait raison.
08.04
Minister Laurette
Onkelinx: U heeft gelijk.
08.05 Yolande Avontroodt (Open Vld): Misschien kan u deze vraag
dan steunen binnen de regering.
08.05 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Peut-être la ministre
pourrait-elle se faire l'écho de
cette question au sein du
gouvernement?
08.06 Minister Laurette Onkelinx: Ja.
08.06
Laurette
Onkelinx,
ministre: Oui.
08.07 Yolande Avontroodt (Open Vld): Dat is voor het verslag, het
is belangrijk.
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sonja Becq aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "obesitas"
(nr. 2434)
- mevrouw Katia della Faille de Leverghem aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de aanpak van obesitas" (nr. 2582)
09 Questions jointes de
- Mme Sonja Becq à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "l'obésité" (n° 2434)<br>- Mme Katia della Faille de Leverghem à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"la lutte contre l'obésité" (n° 2582)</b>
09.01 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, het thema
is hier al eens ter sprake gekomen. Het is ook in de Senaat al
uitgebreid aan de orde geweest. Zwaarlijvigheid en obesitas vormen
een thema dat ook niet van vandaag aan de orde is, zeker wanneer
het gaat om gezondheid en gezondheidsbeleid. Ik had het heel
specifiek over een aandachtspunt willen hebben, namelijk de
terugbetaling voor bariatrische heelkunde. Dat is een van de
elementen in heel het pakket maatregelen in verband met obesitas.
Tot nu toe moet er sprake zijn van een BMI-index van boven de 40 en
moet een multidisciplinair team, waaronder een internist-
endocrinoloog, een gunstig advies verstrekken, vooraleer kan worden
overgegaan tot die heelkundige ingrepen. Er ligt op uw tafel - ik weet
niet of u van plan bent dit mogelijk te maken - een voorstel van het
verzekeringscomité om in terugbetaling te voorzien voor patiënten
met een BMI tussen 35 en 40. Ik laat mij ook vertellen dat een
specialist internist-endocrinoloog niet meer nodig zal zijn. Nochtans
zegt men mij dat het belangrijk is dat in zo'n adviescomité ook
eventuele, onderliggende endocriene leemtes moeten worden
bekeken en dat ook serieus wordt geëvalueerd of het positieve effect
van zo'n ingreep opweegt tegen de eventuele nazorg, negatieve
effecten en dergelijke meer.
Ik ben gaan zoeken op google bij BMI ik weet niet in hoeverre de
informatie wetenschappelijk was - en daar zag ik dat een BMI tussen
30 en 40 obesitas wordt genoemd en boven de 40 spreekt men zelfs
van morbide obesitas. Ik ben zeker niet de eerste om te zeggen dat
dieet en beweging helpen. Ik weet dat het heel veel inspanningen
vraagt en dat dat mensen vaak kan ontmoedigen. Ik denk dat het
belangrijk blijft om heelkundige ingrepen goed af te wegen en
rekening te houden met mogelijke nadelen.
Mevrouw de minister, op grond van welke overwegingen zou u
beslissen een en ander moet toch via KB worden geregeld om te
voorzien in de terugbetaling van bariatrische heelkunde voor
personen met een BMI tussen 35 en 40?
Op grond van welke overwegingen zult u beslissen om niet langer de
aanwezigheid van een endocrinoloog op te leggen en de
aanwezigheid van een algemene internist bij de groep van
adviserende specialisten te aanvaarden? Klopt dat?
Is het mogelijk een overzicht te krijgen van het aantal behandelingen
bariatrische heelkunde, gelinkt aan de datum van inwerkingtreding
van maatregelen tot terugbetaling? Ik kan mij immers voorstellen dat
09.01 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): L'obésité constitue un thème
important dans le cadre de la
politique de santé publique. Des
projets viseraient semble-t-il à
prévoir le remboursement de la
chirurgie bariatrique pour les
patients présentant un indice de
masse corporelle (IMC) compris
entre 35 et 40. L'avis d'un
spécialiste de médecine interne ne
serait plus requis.
Il est important de surveiller son
alimentation et de pratiquer une
activité physique. Les interventions
chirurgicales doivent constituer un
acte mûrement réfléchi. Sur
quelles
considérations
ce
remboursement serait-il fondé?
Pourquoi
la
procédure
ne
prévoirait-elle plus l'intervention
d'un endocrinologue? Pouvez-
vous nous transmettre un tableau
récapitulatif
du
nombre
de
traitements de chirurgie bariatrique
liés à la date d'entrée en vigueur
des mesures de remboursement?
Existe-t-il une évaluation? Quel est
le
budget
prévu
pour
le
remboursement? Quel budget est
affecté à la prévention, à l'appui de
l'approche diététique classique et
à
l'accompagnement
psychologique?
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
een en ander wel degelijk met mekaar verband houdt.
Ik heb ook een vraag naar een evaluatie van eventuele resultaten en
eventuele verwikkelingen van die ingrepen. Welk budget wordt
hiervoor uitgetrokken?
Ik denk dat preventie en ondersteuning van de klassieke dieetaanpak
en psychologische begeleiding zeker zo belangrijk zijn, en ik vroeg mij
dan ook af hoeveel hierin wordt geïnvesteerd.
09.02 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Ik had ook een
vraag betreffende obesitas, maar vanuit een totaal andere invalshoek
dan mevrouw Becq.
Zoals iedereen weet, werd in de Senaat recent een resolutie
goedgekeurd die pleit voor een multidisciplinaire aanpak en een
betere preventie inzake obesitas. Naast een gezonde en evenwichtige
voeding wordt hierin ook gewezen op het belang van voldoende
beweging en dat is dan net mijn punt. Recent verschenen in de pers
verontrustende berichten over het gebrek aan voldoende beweging
door Vlaamse kleuters. Hieruit bleek dat amper 8% van de Vlaamse
kleuters de internationale norm van 1 uur matige tot zware
lichaamsbeweging per dag haalt. Kleuters die weinig bewegen, lopen
uiteraard meer kans op overgewicht later.
Tijdens de bespreking van de resolutie hebt u het belang van een
aanpak van overgewicht onderstreept. U verwees toen onder meer
naar het nationaal voedings- en gezondheidsplan. In onze commissie
voor de Volksgezondheid hebben wij in de loop van de maand
november grondig van gedachten gewisseld over dat voedingsplan.
Er werd toen door de toenmalig bevoegde minister aangekondigd dat
een werkgroep belast zou worden met het opstellen van een gunstig
kader voor meer lichaamsbeweging. De werkgroep zou tevens een
document opstellen met alle wetenschappelijke gegevens inzake
lichaamsbeweging waarover eensgezindheid bestaat. In dat
document zouden ook de resultaten van de recente tellingen verwerkt
worden. Aan de hand hiervan zouden aanbevelingen worden
geformuleerd, alsook bevoorrechte actiedomeinen worden bepaald.
Er werd vooropgesteld dat dat klaar zou zijn tegen einde 2007.
Voorts werd de werkgroep ook belast met het opstellen van een
databank van de organisaties en activiteiten die de lichaamsbeweging
in België bevorderen. Het zou dan ook de bedoeling zijn die
aanbevelingen uit te werken via die organisaties.
Concreet had ik graag een antwoord gekregen op de volgende
vragen. Heeft de werkgroep belast met het opstellen van een gunstig
kader voor voldoende beweging haar werkzaamheden reeds
afgerond? Zo ja, welke aanbevelingen werden reeds geformuleerd?
Zijn de concrete actiedomeinen reeds bepaald? Indien ja, welke zijn
die?
Is het opstellen van de databank reeds afgerond? Zo niet, wanneer
zal de werkgroep zijn werkzaamheden afgerond hebben?
09.02 Katia della Faille de
Leverghem (Open Vld): Le Sénat
a
adopté
récemment
une
résolution prônant une approche
multidisciplinaire
ainsi
qu'une
meilleure prévention de l'obésité.
A la lecture de la presse, il
apparaît en effet qu'à peine 8%
des enfants flamands atteignent la
norme internationale d'une heure
quotidienne d'exercice physique
modéré à intense. Les enfants qui
font peu d'exercice courent plus
de risques d'être affectés plus tard
d'une surcharge pondérale.
Lors des discussions relatives à
cette résolution, la ministre a
souligné l'importance qu'il y a à
définir une approche de l'obésité.
Au mois de novembre dernier, le
ministre en fonction à l'époque
avait annoncé qu'un groupe de
travail serait chargé de créer un
cadre propice à une augmentation
globale des exercices physiques.
Sur
cette
base,
des
recommandations devaient être
formulées et des champs d'action
privilégiés circonscrits. Les travaux
devaient être achevés avant la fin
2007. Ce groupe de travail devait
également constituer une base de
données des organisations qui
promeuvent l'exercice physique en
Belgique et des activités qui en
stimulent
la
pratique.
Des
recommandations devaient être
formulées par le biais de ces
organisations.
Le groupe de travail a-t-il déjà
achevé ses travaux? Quelles
recommandations
ont
été
formulées? Des champs d'action
concrets ont-ils été définis? La
constitution de la base de données
a-t-elle été finalisée?
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
09.03 Minister Laurette Onkelinx: Ik deel uw bezorgdheid in verband
met de aanpak van overgewicht en obesitas. Het nationaal voedings-
en gezondheidsplan richt zich inderdaad niet alleen op het aspect
voeding, omdat de dimensie evenwichtige voeding ook het aspect
fysieke activiteit omvat, voor het behoud van het energetisch
evenwicht.
De werkgroep Fysieke Activiteit, die opgericht werd in het kader van
het nationaal voedings- en gezondheidsplan en bestond uit
vertegenwoordigers van uiteenlopende maatschappelijke actoren,
heeft
een
wetenschappelijk
consensusdocument
over
lichaamsbeweging in België afgerond in december 2007. Het
consensusdocument bevat een stand van zaken, de voordelen en de
effecten van voldoende fysieke activiteit voor de lichamelijke en
geestelijke gezondheid, concrete aanbevelingen inzake de duur en de
intensiteit van fysieke activiteit voor verschillende leeftijdsgroepen en,
ten slotte, demografische, biologische, individuele, sociale en culturele
factoren de determinanten met een opsomming van de
belangrijkste interventiestrategieën en actiedomeinen.
Het document is ondertussen beschikbaar in alle landstalen en ook in
het Engels voor internationale instanties. Het zal in de loop van maart
2008 op de website van het nationaal voedings- en gezondheidsplan
gepubliceerd worden. De inhoud van het document zal worden
bekendgemaakt bij de verschillende beleidsdomeinen die een invloed
kunnen uitoefenen op de promotie van fysieke activiteit van het
individu en door de verandering van omgevingsfactoren. De
bevoegdheden
zijn
verspreid
over
de
volgende
diverse
beleidsdomeinen. Sensibiliserings- en preventiemaatregelen ter
bevordering van fysieke activiteit van burgers zijn een bevoegdheid
van de minister van Volksgezondheid. Onderwijs en sport behoren tot
het gemeenschapsniveau. De verbetering van de omgevingsfactoren
die direct en indirect bijdragen tot het uitoefenen van fysieke
activiteiten, behoort tot de bevoegdheid van de ministers van Sport,
Werk, Mobiliteit en Transport. Het aspect verkeersveiligheid is
cruciaal. Ik verwijs ook naar ruimtelijke ordening het belang van
stadsplanning en infrastructuur, bijvoorbeeld de constructie van
gebouwen en het gebruik van trappen, in verhouding tot liften.
Daarnaast werd, in het kader van het nationale plan, een lijst van
organisaties opgesteld die fysieke activiteit bevorderen in België. Het
is de eerste keer dat een dergelijke lijst opgemaakt werd.
Zij heeft als doel de aanbevelingen in verband met fysieke activiteit
bekend te maken bij alle actoren op het terrein, de mogelijkheid te
geven goede praktijkervaringen uit te wisselen en de betrokkenen
beter te betrekken bij beleidsmaatregelen.
Het oplijsten van 160 organisaties met een korte beschrijving van het
type activiteiten, de contactgegevens en de doelgroepen is voltooid en
de lijst zal binnenkort op de website worden gepubliceerd. De
database dient echter in 2008 nog voort te worden gestructureerd aan
de hand van vast te leggen indicatoren.
De terugbetaling van bariatrische ingrepen zal in de toekomst worden
uitgebreid tot personen met een BMI, body mass index, van meer dan
35, met diabetes als comorbiditeit, in plaats van de huidige BMI-
09.03
Laurette
Onkelinx,
ministre:
Je
partage
les
inquiétudes de Mme della Faille à
propos
de
la
gestion
des
problèmes
de
surcharge
pondérale et d'obésité. Le Plan
national Nutrition-Santé ne se
focalise pas uniquement sur
l'aspect alimentaire. En décembre
2007, le groupe de travail Activité
physique a finalisé un document
de consensus scientifique sur
l'exercice physique en Belgique.
Ce document est à présent
disponible dans toutes les langues
nationales et a aussi été traduit en
anglais à l'intention des instances
internationales. Ce texte sera
publié dans le courant du mois de
mars 2008 sur le site internet du
Plan national Nutrition-Santé. Son
contenu
sera
transmis
aux
représentants
des
différents
domaines
de
la
politique
susceptibles d'avoir un impact sur
la promotion de l'activité physique
de l'individu et sur la modification
des facteurs environnementaux.
Les compétences se répartissent
en effet entre différents secteurs
de l'action politique.
Pour la première fois en Belgique,
une liste d'organismes promou-
vant l'activité physique a été
établie dans le cadre du Plan
national Nutrition-Santé. Cette liste
a pour objectif de faire connaître
les recommandations en matière
d'activité physique à tous les
acteurs de terrain, de leur donner
la possibilité d'échanger des
bonnes pratiques et d'impliquer
davantage
les
personnes
concernées dans les mesures
prises au niveau politique.
La liste mentionnant les activités,
les groupes cibles et les données
de contact des 160 organismes
est prête et sera bientôt publiée
sur le site internet.
Le
remboursement
des
interventions bariatriques sera
étendu aux patients présentant un
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
drempel van 40.
Vooreerst gaat het in het bariatrisch overleg stricto sensu niet over de
evaluatie van de eventuele onderliggende endocriene oorzaak, maar
wel over de chirurgische indicatiestelling. Bij het eindadvies over de
terugbetaling van de patiënten met een BMI tussen 35 en 40, zal er
echter een endocrinologische evaluatie moeten zijn.
De nieuwe nomenclatuur is pas van toepassing sedert
1 oktober 2007. Het RIZIV beschikt dus nog niet over voldoende
facturatiegegevens om de invloed van de nieuwe nomenclatuur te
kunnen evalueren.
Het rapport van het Kenniscentrum farmacologische en chirurgische
behandeling van obesitas, residentiële zorg voor ernstig obese
kinderen in België, gepubliceerd op 27 juni 2006 en te raadplegen op
hun website, geeft alleszins een correct overzicht van de stand van
zaken.
Vermits er vroeger geen specifieke nomenclatuur was voor die
ingrepen, noch criteria waaraan de patiënten moesten voldoen, is het
aannemelijk dat het aantal bariatrische ingrepen dat nog voor
vergoeding in aanmerking komt, lager is dan wat voorheen gangbaar
was.
Om die reden was het niet nodig voor de invoering van de
nomenclatuur in een specifiek budget voor heelkunde te voorzien. Het
is aannemelijk dat in het verleden een 7.000-tal bariatrische ingrepen
werd uitgevoerd voor een totaalbudget van 5 miljoen euro voor de
ingreep alleen. Dat moet nog worden vermeerderd met de uitgaven
voor hospitalisatie, anesthesie en andere hiermee verbonden kosten.
Voor het materiaal voor deze ingrepen is in een budget van
1,7 miljoen voorzien. Binnen het beschikbaar tijdsbestek kan ik u
vandaag geen andere, meer gedetailleerde, becijferde gegevens
verstrekken. Ik heb bovendien geen gegevens over de uitgaven voor
preventie en ondersteuning van de klassieke aanpak met dieet en de
psychologische begeleiding hierbij. In de verplichte verzekering is
hiervoor geen specifiek budget, noch voor de diëtisten die over een
eigen nomenclatuur beschikken, noch voor de psychologen.
IMC de 35 à 40 ainsi qu'aux
diabétiques.
L'avis
définitif
concernant le remboursement des
patients d'un IMC de 35 à 40 sera
bien rendu sur la base d'une
évaluation endocrinologique.
La nouvelle nomenclature n'étant
en vigueur que depuis le 1
er
octobre 2007, l'INAMI ne dispose
pas
encore
d'une
quantité
suffisante
de
données
de
facturation pour pouvoir évaluer
leur influence sur les dépenses.
Le rapport du Centre d'Expertise
sur le traitement pharmacologique
et chirurgical de l'obésité, publié
sur le site du Centre, fournit un
bon aperçu de l'état de la
question.
Il n'a pas été nécessaire de prévoir
un budget spécifique étant donné
que
le
nombre
d'opérations
bariatriques encore remboursables
sera inférieur à celui qui prévalait
en l'absence d'une nomenclature
spécifique
pour
ce
type
d'interventions et de critères
auxquels les patients devaient
satisfaire. On considère que
quelque 7.000 interventions de
chirurgie bariatrique ont été
pratiquées dans le passé, pour un
montant total de 5 millions d'euros
pour les opérations, auquel il
convient d'ajouter des frais divers,
d'hospitalisation et d'anesthésie.
Un budget de 1,7 million d'euros a
été prévu pour l'achat du matériel
nécessaire pour réaliser ces
interventions.
Il ne m'était pas possible de
collecter des données chiffrées
plus détaillées dans le délai qui
m'était imparti. Je ne dispose
d'aucune information concernant
les dépenses nécessaires pour
faire un travail de prévention et
pour financer l'approche classique
articulée autour d'un régime
alimentaire et d'une guidance
psychologique. Dans l'assurance
obligatoire, il n'existe pas de
budget distinct, ni pour les
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
diététiciens, qui utilisent leur
propre nomenclature, ni pour les
psychologues.
09.04 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, ik dank de
minister voor haar antwoord. Ik vraag het nog even omdat ik niet
honderd procent zeker ben dat ik het goed gehoord heb. U zegt dat
het gaat om een BMI van 35, gecombineerd met diabetes? Het gaat
dus niet louter om een BMI van 35 tot 40?
09.05 Minister Laurette Onkelinx: Ja.
09.06 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Ik vind dat belangrijk, omdat dat
niet helemaal duidelijk was.
Ten tweede, als de resolutie vanuit de Senaat terugkomt, vermoed ik
dat we nog eens verder doorgedreven kunnen discussiëren over de
verschillende wegen om zwaarlijvigheid aan te pakken, om
desgevallend met ondersteuning vanuit het RIZIV richting te geven
aan maatregelen liefst zo vroeg mogelijk en om mensen ook te
enthousiasmeren voor gezonde instellingen.
09.06 Sonja Becq (CD&V - N-
VA):
Lorsque
la
résolution
reviendra du Sénat, nous aurons
encore l'occasion de débattre des
différentes manières de prendre à
bras-le-corps le problème de
l'obésité
et
d'inciter
nos
concitoyens à adopter un mode de
vie sain.
09.07 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Ik zie dat de
minister werk gemaakt heeft van de beloftes van haar voorganger,
waarvoor dank. Ik kijk ernaar uit om de studie, die in maart 2008
gepubliceerd zal zijn, grondig te bestuderen.
Ik waardeer ook, mevrouw de minister, dat u de multidisciplinaire
aanpak van obesitas inziet. Ik denk inderdaad dat psychologische
hulp, beweging en voeding aanvullend kunnen werken en obesitas
aan de bron kunnen helpen aan te pakken.
Ik zou nog graag twee gegevens willen onderstrepen. Obesitas treft
12 procent van de Belgen en overgewicht 44 procent. Obesitas en de
pathologieën die eraan verwant zijn, zijn goed voor 6 procent van het
budget van het RIZIV, hetgeen toch niet te onderschatten is. Ook de
sociaaleconomische kosten die obesitas met zich meebrengt op het
vlak van de toename van het werkverzuim, zijn zeker niet
onbelangrijk.
09.07 Katia della Faille de
Leverghem (Open Vld): Je suis
ravie que la ministre tienne la
promesse
faite
par
son
prédécesseur et je me réjouis
d'examiner en détail l'étude du
centre d'expertise. Une approche
multidisciplinaire
de
l'obésité
s'impose. Guidance psychologique
et conseils diététiques permettent
de s'attaquer à ce problème à la
source. En Belgique, 12% de la
population souffrent d'obésité et
44% ont une surcharge pondérale.
Quant aux maladies liées à
l'obésité, elles représentent 6%
des dépenses de l'INAMI. En
outre, le coût socio-économique
de l'obésité, lié à l'absentéisme
qu'elle provoque, est très élevé
également.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Questions jointes de
- Mme Clotilde Nyssens à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "les retards
dans l'exécution des travaux de rénovation du parc Josaphat financés par Beliris" (n° 2385)<br>- M. Bernard Clerfayt à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "l'accord Beliris et
la rénovation du parc Josaphat" (n° 2466)</b>
10 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
vertraging bij de uitvoering van de door Beliris gefinancierde renovatiewerken in het Josaphatpark"
(nr. 2385)
- de heer Bernard Clerfayt aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het
Belirisakkoord en de renovatie van het Josaphatpark" (nr. 2466)
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
10.01 Clotilde Nyssens (cdH): Madame la présidente, madame la
ministre, en général, je n'aborde pas de sujets locaux dans cette
Maison, mais la Belgique est ainsi faite que tout dossier finit par se
retrouver à tous les étages du pouvoir. C'est donc en ma qualité de
parlementaire fédérale que j'interroge la ministre responsable de
Beliris.
La situation est bien connue de l'administration de Beliris. Pourquoi
interroger aujourd'hui Mme la ministre? Parce que ce dossier a fait
l'objet d'une discussion et a donné lieu à une motion au niveau de la
commune concernée. Les mandataires politiques ont été interpellés
récemment par les habitants de cette commune.
Mes questions sont simples, partant du principe que chacun porte une
responsabilité dans ce dossier. À maintes reprises, les travaux de
rénovation de ce beau parc ont été annoncés mais il est incontestable
qu'ils accusent un certain retard.
Pour ma part, je voudrais de manière pragmatique et efficiente
pouvoir répondre aux questions des Schaerbeekois et leur
communiquer le planning de ces travaux. S'il existe encore des motifs
justifiant un nouveau report de ces derniers, je voudrais que le point
soit fait à ce sujet afin que je puisse communiquer un agenda précis
des différents travaux aux habitants de cette commune avec la liste
des entrepreneurs chargés de les effectuer. Nous disposons de
documents, de motions, de contrats. Chaque partie a été désignée
avec ses charges.
Pourriez-vous également me dire où en sont les permis d'urbanisme?
Cette question nous a été posée et nous devons pouvoir y répondre.
Par ailleurs, je me réjouis que Beliris existe toujours et puisse financer
la rénovation de cet important chantier.
Madame la ministre, pourriez-vous me confirmer l'agenda du fédéral
afin que la Région et surtout la commune puissent contribuer à
l'aménagement de ce site?
10.01 Clotilde Nyssens (cdH):
Het dossier van het beheer door
Beliris heeft aanleiding gegeven
tot een motie in de betrokken
gemeente. De politieke manda-
tarissen werden dus onlangs
geïnterpelleerd door de inwoners
van deze gemeente.
De heraanleg van dat mooie park
werd al menig keer aangekondigd
maar het is duidelijk dat het project
vertraging opgelopen heeft. Er zijn
misschien nog redenen om de
werken nogmaals uit te stellen,
maar ik wil een precieze kalender
van de verschillende werken
kunnen voorleggen aan de inwo-
ners van Schaarbeek, met een lijst
van de aannemers die de werken
moeten uitvoeren. Kunt u mij ook
zeggen wat de stand van zaken is
met betrekking tot de steden-
bouwkundige vergunningen? Kunt
u de federale kalender bevestigen,
zodat het Gewest en vooral de
gemeente een bijdrage kunnen
leveren tot de inrichting van het
park?
10.02 Bernard Clerfayt (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, je suis désolé de transformer cette commission du
Parlement en session spéciale du conseil communal de Schaerbeek,
pour ainsi dire. Cependant, je ne voulais pas que Mme Nyssens se
retrouve seule à vous interpeller sur un dossier qui nous intéresse
tous et qui a trait à la rénovation du parc Josaphat. D'ailleurs, j'ose
penser qu'il vous intéresse également tout particulièrement.
Nombreux sont les citoyens qui s'interrogent et nous interrogent sur
l'état d'avancement des rénovations de ce parc. Les travaux ont
commencé depuis septembre 2006, date à laquelle nous posions
ensemble la première pierre de ce grand chantier.
Mais les phases les plus importantes, notamment la remise en état
des chemins, les engazonnements, les plantations, les équipements
urbains n'ont toujours pas été entreprises. La rénovation du parc
Josaphat est bloquée aujourd'hui par l'introduction d'un permis
d'urbanisme modificatif pour une zone très limitée qui ne représente
qu'une infime partie des rénovations prévues. Toutes les autres
10.02 Bernard Clerfayt (MR):
Vele burgers stellen ons vragen
over de voortgang van de
heraanleg van het Josaphatpark.
De werken werden in september
2006 aangevat.
De belangrijkste fases werden
echter nog niet aangevat. De
renovatie van het Josaphatpark
wordt nu geblokkeerd door de
indiening van een stedenbouw-
kundige vergunning tot wijziging
voor een zone die slechts een
miniem deel van de renovatie-
werken omvat.
In
oktober
2006
werd
de
gemeente ter informatie een
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
rénovations auraient pu continuer et certains travaux avancent malgré
tout, quoique pas de manière très visible. Il semble que le service
fédéral en charge, le SPF MT, ne souhaite pas faire avancer le gros
du chantier ce qui concerne les travaux dont je viens de parler:
engazonnement, plantation, équipements urbains tant que le permis
modificatif n'a pas été délivré par la Région. Or, à ce jour, aucune
demande de permis ne semble avoir été introduite par le SPF MT
alors même que nous avions un accord sur cette question il y a un an
de cela.
Un premier planning provisoire complet avait été transmis à la
commune pour information en octobre 2006. Entre le moment de la
rédaction de cette question et aujourd'hui, de nouveaux documents
sont parvenus à la commune qui témoignent d'une volonté de faire
avancer ce dossier mais ce premier planning d'il y a pratiquement un
an et demi prévoyait la fin des travaux pour le début 2009. Ce
planning est remis en cause vu les retards enregistrés. Jusqu'il y a
très peu, de nombreux courriers de la commune à ce sujet sont
longtemps restés sans réponse.
Le 23 janvier dernier, comme Mme Nyssens vient de le dire, le conseil
communal de Schaerbeek a voté à l'unanimité une motion invitant le
gouvernement fédéral, enfin constitué depuis peu et plus en affaires
courantes, et l'administration à faire avancer au plus vite ce dossier et
à introduire cette demande de permis modificatif nécessaire à la
poursuite de la partie la plus importante des travaux du parc
Josaphat. Dans cette même motion, le conseil communal a invité le
gouvernement fédéral à s'entendre rapidement avec le gouvernement
régional bruxellois pour inscrire dans le futur avenant n
o
10 les crédits
nécessaires à la poursuite de cette rénovation s'ils ne sont pas
suffisamment budgétés et de retenir dans le même élan quelques
autres projets schaerbeekois qui ne font pas l'objet de ma question.
Mes questions sont toutes simples. Tout d'abord, quel est à ce stade
le planning prévu par l'administration pour la rénovation du parc
Josaphat? Je crois savoir qu'il y a des nouvelles fraîches à ce sujet.
Pourquoi l'administration du SPF MT en charge de ce dossier ne fait-
elle pas avancer rapidement ce dossier, notamment en introduisant la
demande de permis modificatif comme il se doit? Pourquoi ne
répond-elle pas régulièrement au courrier de l'administration
communale? Enfin, pourriez-vous esquisser rapidement l'état actuel
de la réflexion et des actions entreprises pour la préparation du
nouvel avenant n
o
9bis ou 10, les montants qu'il couvrira et les
dossiers concernant le parc Josaphat et ses abords?
eerste
voorlopige
volledige
planning overgezonden. Nadien
ontving de gemeenten nog andere
stukken, waarin begin 2009 als
einddatum van de werken werd
vooropgesteld. Die planning wordt
nu echter op de helling gezet.
Op 23 januari jongstleden keurde
de gemeenteraad van Schaarbeek
eenparig een motie goed, waarin
de federale regering gevraagd
wordt voortgang te maken met dit
dossier
en
snel
tot
een
overeenkomst met de Brusselse
Gewestregering te komen om in
het toekomstige aanhangsel nr. 10
de nodige kredieten voor de
verdere
uitvoering
van
die
renovatie in te schrijven.
Hoe ziet de administratie de
planning voor de heraanleg van
het Josaphatpark? Waarom doet
de bevoegde administratie niet het
nodige om voortgang te maken
met dit dossier, meer bepaald door
het indienen van de aanvraag tot
een
wijzigende
stedenbouw-
kundige vergunning? Waarom
antwoordt ze niet regelmatig op de
brieven van het gemeentebestuur?
Kan u kort schetsen hoe het met
de reflectie hieromtrent staat en
wat reeds werd ondernomen met
het oog op de voorbereiding van
het nieuwe aanhangsel nr. 9 bis of
nr. 10? Welke bedragen zullen
daarin worden opgenomen, en
welke dossiers betreffende het
Josaphatpark en de omgeving van
het park?
10.03 Laurette Onkelinx, ministre: Chers collègues, merci de poser
cette question qui me permettra, du moins je l'espère, d'expliquer
sereinement et rationnellement l'évolution des travaux du parc
Josaphat. J'ai vu qu'un bulletin communal donnait des informations
pas toujours correctes. Peut-être Beliris demandera-t-il le moyen de
préciser le travail qu'il réalise en la matière.
Hormis les études que nous finançons, Beliris doit gérer huit marchés
différents pour le parc Josaphat. Le premier d'entre eux a concerné
l'élagage des arbres. Il est terminé. Sont en cours deux chantiers
adjugés dans le cadre de deux marchés différents. Il s'agit de la
restauration des bâtiments, en particulier du pavillon, ainsi que de la
restauration des statues présentes dans le parc.
10.03
Minister
Laurette
Onkelinx: Ik heb gemerkt dat een
gemeentelijk
informatieblad
gegevens bevatte die niet altijd
met de werkelijkheid strookten.
Wellicht zal Beliris om een
rechtzetting vragen.
Beliris moet acht verschillende
aanbestedingen
voor
het
Josaphatpark afhandelen.
De eerste het snoeien van de
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
En ce qui concerne ces chantiers actuels, pour les statues, la
commune a sablé, à tort semble-t-il et sans autorisation, le socle de
certaines statues, à la suite de quoi procès-verbal de constat a été
dressé par la direction des Monuments et Sites, ce qui ralentit
malheureusement le chantier actuel.
Pour les bâtiments, de l'amiante a été découvert lors des travaux
préparatoires, ce que la commune ne nous avait jamais mentionné.
Le propriétaire devant établir un inventaire de cet amiante, deux mois
ont également été perdus dans l'attente de ces documents.
Pour le reste, ces deux chantiers suivent leur cours normal. Ce sont
d'ailleurs ces deux chantiers qui occuperont Beliris jusqu'en
septembre 2008, ce qui signifie que le parc ne sera pas fermé au
public en été.
En ce qui concerne le retard invoqué à propos des rocailles, des
fontaines et des ponts, la rédaction des cahiers des charges a pris
plus de temps que prévu. En effet, le manque de personnel au sein
de la DIT s'est réglé dans le cadre du dernier conclave budgétaire, ce
qui devrait permettre de faire passer les effectifs de 70 à 90
personnes. Par ailleurs, plusieurs corrections ont dû être apportées
par les services de Beliris, comme suite aux demandes formulées par
la commune, ce qui les amène à devoir systématiquement soumettre
ces changements à la Commission royale des Monuments et Sites.
L'objectif est maintenant de publier ces cahiers des charges en mars
2008 pour les adjuger avant l'été afin de débuter ces chantiers cette
année encore.
Le plus gros marché concerne la réfection des chemins, des
paysages, l'installation du nouveau mobilier, des lampadaires, etc.
Beliris a déjà budgétairement engagé ce dossier. Nous disposons
également du permis d'urbanisme.
La commune s'est opposée au permis ainsi délivré principalement sur
la question de la rue de Ambassadeur Van Vollenhoven, qui
aujourd'hui encore fait l'objet de divergences entre la commune, d'une
part, et les Monuments et Sites, d'autre part. Cela a obligé Beliris à
jouer les médiateurs entre ces autorités. Malheureusement, je dois
constater que cette divergence n'a toujours pas été aplanie, malgré
plusieurs réunions organisées à l'initiative de Beliris.
Vu ce blocage, l'administration de Beliris a décidé de ne pas adjuger
l'ensemble du marché, car une modification trop substantielle du
permis d'urbanisme accordé aurait comme conséquence de devoir
ensuite réadjuger l'ensemble du marché, ce qui signifierait une perte
de temps encore plus grande et beaucoup d'argent.
Ainsi, deux facteurs retardent objectivement l'adjudication du marché
le plus important. D'une part, le fait que nous soyons dans un parc
classé, ce qui rend la procédure plus longue. D'autre part, le fait que
le propriétaire du parc a changé d'avis à diverses reprises sur ce qu'il
voulait que Beliris y fasse. Le jour où la commune et la Commission
Monuments et Sites tombent d'accord, Beliris adjugera le plus
rapidement possible ce marché et entamera les travaux.
bomen is afgerond.
De restauratie van de gebouwen
en standbeelden is nog aan de
gang. De gemeente heeft de
sokkel van sommige standbeelden
blijkbaar onnodig en zonder
vergunning
gezandstraald,
waarna dienst Monumenten en
Landschappen
proces-verbaal
gemaakt heeft, waardoor de
werken
vertraging
hebben
opgelopen.
In de gebouwen werd asbest
aangetroffen, iets waarover de
gemeente nooit iets had gezegd.
Dat betekende opnieuw tijdverlies.
Voor het overige kennen die twee
aanbestedingen
hun
normale
verloop en zal Beliris er tot
september 2008 mee bezig zijn.
Wat de vertraging met betrekking
tot de rotspartijen, de fonteinen en
de bruggen betreft, heeft de
opmaak van de bestekken meer
tijd gevergd dan voorzien door een
gebrek aan personeel en doordat
er op vraag van de gemeente
verbeteringen moesten worden
aangebracht. Bedoeling is die
werken nog dit jaar aan te vatten.
Voor
de
belangrijkste
aanbesteding betreffende de
heraanleg
van
wegen
en
landschappen, de plaatsing van
nieuwe zitbanken en lantaarns,
enz. werden door Beliris
kredieten
in
de
begroting
ingeschreven. We beschikken ook
al over de stedenbouwkundige
vergunning.
De gemeente verzet zich tegen de
uitreiking van die vergunning,
vooral omdat de Ambassadeur
Van Vollenhovenstraat daardoor
zou
verdwijnen.
Dat
meningsverschil is nog altijd niet
opgelost, ondanks verscheidene
vergaderingen die op initiatief van
Beliris werden georganiseerd.
Gelet op die patstelling heeft het
bestuur van Beliris het wijzer
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
Dans ce contexte, vous comprendrez aisément que le planning
dépend de décisions à prendre par d'autres autorités que celle de
Beliris. En ce qui concerne les courriers que la commune de
Schaerbeek envoie régulièrement, j'ai demandé à mon administration
de ne plus se contenter des réunions de chantier quasi
hebdomadaires pour y répondre car à chaque fois, il y a une
réponse dans le cadre de réunions mais de répondre formellement
et en bonne et due forme avec un courrier, ce qui permettra de ne
plus lancer des rumeurs de non-réponse aux arguments invoqués par
la commune. Cela aura aussi peut-être le mérite de mettre par écrit
l'ensemble des manquements des uns et des autres dans ce dossier.
Vous constaterez avec moi que la combinaison de tous ces facteurs
ne rend pas évidente une poursuite sans difficulté des travaux du
parc. Par ailleurs, sur une base patrimoniale et organisationnelle, il
me semble préférable de limiter le nombre de chantiers à un
maximum de deux afin de limiter les nuisances aux riverains, même
si je le sais ils sont impatients de retrouver leurs jardins
complètement rénovés.
Beliris avance le mieux possible et je voudrais remercier l'équipe des
travailleurs de Beliris qui fait preuve d'une bonne volonté évidente.
Enfin, pour ce qui concerne l'année 2008, avant même l'accord sur le
premier paquet de compétences, j'avais obtenu un nouvel
engagement de 125 millions d'euros pour l'avenant 2008.
Normalement, il s'agit d'avenants pluriannuels. Dans ce cas-ci,
compte tenu de la situation un peu particulière que nous vivons, j'ai
proposé un avenant sur une année, sur 2008, ce qui nous permettra
de préparer non seulement les engagements à faire en 2008 mais
aussi l'avenant pluriannuel pour les années qui suivent.
Comme vous le savez, l'article n° 43 de la loi spéciale de janvier 1989
prévoit que c'est le comité de coopération, composé paritairement de
représentants de l'État fédéral et de la Région bruxelloise, qui décide
de l'affectation de ce montant. Les négociations sont actuellement en
cours. C'est évidemment essentiellement la Région qui, à travers un
dialogue avec les différentes communes, nous fait des propositions
en la matière et nous les présentons aux différents ministres,
membres au niveau fédéral de l'accord de coopération.
J'espère pouvoir vous proposer très prochainement les engagements
pour l'année 2008, qui ne concerneront pas uniquement la commune
de Schaerbeek.
geacht het contract niet in zijn
geheel toe te wijzen.
In deze context zult u wel
begrijpen dat de planning afhangt
van de beslissingen die genomen
zullen
worden
door
andere
overheden dan Beliris.
In verband met de brieven die de
gemeente Schaarbeek met de
regelmaat van de klok verzendt,
heb ik aan mijn medewerkers
gevraagd om zich niet meer
tevreden te stellen met de bijna
wekelijkse werfvergadering bij
wijze van antwoord, zodat niet
meer kan rondgestrooid worden
dat er niet geantwoord wordt.
Al
deze
factoren
samen
bemoeilijken de goede voortzetting
van de werken. Daarenboven lijkt
het mij beter om het aantal werven
tot maximum twee te beperken om
de buurtbewoners zo weinig
mogelijk overlast te bezorgen.
Het is overduidelijk dat Beliris van
goede wil is.
Ten slotte had ik ook een nieuwe
vastlegging verkregen van 125
miljoen euro voor het aanhangsel
van 2008. In principe gaat het over
meerjarige aanhangsels, maar in
casu heb ik een avenant voor
2008 voorgesteld.
De bijzondere wet van januari
1989 bepaalt dat het samen-
werkingscomité, dat paritair is
samengesteld
uit
vertegen-
woordigers van de Federale Staat
en van het Brusselse Gewest,
moet
beslissen
over
de
bestemming van dat bedrag. De
onderhandelingen zijn nog aan de
gang.
Ik hoop u zeer binnenkort de
vastleggingen
voor
2008
te
kunnen voorleggen.
10.04 Clotilde Nyssens (cdH): Madame la présidente, je remercie la
ministre pour ces éléments de procédure. On remarque qu'il n'est pas
simple de faire avancer la rénovation d'un parc. Entendre les uns et
les autres permet de recevoir des informations de divers côtés et
apprendre ainsi qui fait quoi.
10.04 Clotilde Nyssens (cdH):
Uit wat ik van verschillende kanten
verneem, kan ik me een beeld
vormen
van wie voor wat
verantwoordelijk is.
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
J'en conclus qu'il existe au moins cinq dossiers différents, qu'il faut
mettre un terme au conflit entre la commune et la Commission des
Monuments et Sites sur cette fameuse rue Ambassadeur Van
Vollenhoven. Il s'agit d'un sujet dont il est question depuis des
années. J'observe à présent qu'un agenda est prévu là où il peut et
que cela se réalisera par étapes.
Il s'agira à présent d'expliquer tout cela à la population: ce sera
nécessaire, mais demandera un effort d'information. De part et
d'autre, une médiation sera nécessaire, mais une solution devra
intervenir afin de pouvoir avancer, même si la situation est difficile.
Encore merci pour vos explications.
Uit het voorgaande besluit ik dat er
minstens
vijf
verschillende
dossiers bestaan en dat er een
einde moet worden gemaakt aan
het conflict tussen de gemeente
en
de
commissie
voor
Monumenten en Landschappen. Ik
stel nu vast dat er waar mogelijk al
afspraken zijn gemaakt.
Nu komt het er nog op aan de hele
toestand aan de bevolking uit te
leggen.
10.05 Bernard Clerfayt (MR): Madame la présidente, je me réjouis
de ces informations qui permettront peut-être de compléter
l'information dont dispose la commune et son journal communal, écrit
sur base des infos dont disposaient ses fonctionnaires. Je
transmettrai donc à qui de droit tous les éléments, au complet, de
votre réponse, tels que repris dans le compte rendu intégral de cette
commission.
Mais je veux vous dire aussi combien je suis très heureux de tous les
efforts accomplis et à accomplir par ceux qui souhaitent que ce
dossier avance, même s'il est très complexe. La complexité d'un
dossier Beliris est évidente dans tous les cas traités, en particulier sur
les sites classés en Région bruxelloise, car de nombreux intervenants
interagissent; dès lors, il n'est jamais facile de trouver un accord. On
l'a vu au niveau fédéral, mais ce n'est pas pour autant plus facile
lorsqu'il s'agit d'entités plus petites, mais toujours avec un grand
nombre de partenaires autour de la table.
Je regrette cependant qu'on n'ait pas pu avancer sur le gros du
chantier, sur le gros du parc Josaphat, c'est-à-dire tous les travaux
d'engazonnement, de chemins, d'équipement public sur tout le parc,
en laissant en suspens cette question un peu plus délicate de la rue
Ambassadeur Van Vollenhoven, pour laquelle la commune et Beliris
avaient pourtant un bon accord voici plus d'un an. Même si la
Commission royale oppose encore quelque difficulté sur ce bon
accord, tous les éléments sont présents pour la convaincre.
Pour le reste, je me félicite de vos efforts et de ceux de votre
administration pour que ce dossier avance dans les meilleurs délais.
Pour ma part, si je connais quelqu'un qui gère le dossier, je lui ferai
part de toutes vos remarques.
10.05 Bernard Clerfayt (MR):
Die informatie stemt me tevreden.
Ze kan misschien gebruikt worden
ter aanvulling van de informatie
waarover de gemeente en het
gemeentelijk
informatieblad
beschikken.
Maar ik wil ook de inspanningen
prijzen die werden geleverd door
al degenen die wensen dat dit
dossier eindelijk opschiet.
Het staat buiten kijf dat de
Belirisdossiers
bijzonder
ingewikkeld zijn, vooral wanneer
het om geklasseerde sites in het
Brusselse Gewest gaat. Tal van
betrokken spelers zijn immers op
elkaar aangewezen.
Ik betreur niettemin dat er inzake
het voornaamste deel van de werf
geen vooruitgang werd geboekt.
Voor het overige ben ik blij met de
inspanningen die uzelf en uw
administratie leveren om het
dossier snel te doen vooruitgaan.
Als ik iemand ontmoet die zich met
het dossier bezighoudt, zal ik hem
al uw opmerkingen bezorgen.
10.06 Laurette Onkelinx, ministre: Pour reprendre le problème
évoqué par Mme Nyssens, il serait préférable qu'au niveau des
administrations, mais pas nécessairement des autorités de tutelle, il
puisse y avoir une information commune à fournir aux riverains. Ce
serait plus utile que de tirer la couverture à soi et de jeter l'opprobre
sur les autres. Les administrations communales, Beliris et même la
Commission royale devraient informer de manière complète, ce qui
permettrait d'expliquer correctement et de rassurer pour l'avenir. Les
choses avancent plus lentement que prévu, mais elles avancent.
10.06
Minister
Laurette
Onkelinx: Om terug te komen op
het probleem waar mevrouw
Nyssens het over had, zou het
wenselijk zijn dat de administraties
de
omwonenden
gezamenlijk
zouden kunnen voorlichten. Dat
zou nuttiger zijn dan de schuld op
de anderen te steken.
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "les risques de dérive de la chirurgie esthétique" (n° 2447)</b>
11 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "het gevaar voor uitwassen in de esthetische chirurgie" (nr. 2447)
11.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la ministre, je vous
rassure: la question ne me concerne pas encore personnellement,
mais qui sait? J'avais en son temps interrogé votre prédécesseur sur
les dangers que couraient nos concitoyens à se rendre dans des pays
où la chirurgie plastique est certes moins chère mais aussi moins
sûre qu'en Europe. Je voudrais revenir aujourd'hui sur ce sujet
préoccupant d'un possible recours excessif à la chirurgie esthétique
qui risque selon les observations de l'Ordre des médecins de se
mercantiliser alors qu'il s'agit avant tout d'un acte médical à but
réparateur de traumatismes physiques et psychiques.
Comment pouvez-vous agir afin de baliser et sécuriser le recours à
ces pratiques chirurgicales? Une campagne d'information est-elle
envisageable sur les véritables objectifs de cette chirurgie et sur les
risques que peut générer un recours inconsidéré à cette dernière?
Récemment, on a vu se tenir un salon à ce sujet.
11.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR):
Sommige
landgenoten
reizen voor plastische chirurgie
naar landen waar dergelijke
ingrepen goedkoper maar ook
risicovoller zijn dan in Europa. De
Orde van geneesheren herinnert
eraan dat het op de eerste plaats
om een medische ingreep gaat
voor het herstellen van fysieke en
psychische letsels.
Wat kan u ondernemen om die
chirurgische
behandelingen in
goede banen te leiden en veilig te
maken? Kan er een voorlichtings-
campagne gevoerd worden rond
de ware doelstellingen en risico's
van die chirurgische ingrepen?
11.02 Laurette Onkelinx, ministre: Vous avez raison: les personnes
ayant recours à la chirurgie plastique et esthétique à l'étranger le font
en fonction de raisons qui leur sont propres et de leurs moyens
financiers. Il ne nous appartient pas d'intervenir pour les en
empêcher. Ils sont libres du choix de leur médecin traitant. Par contre,
il faut leur donner une information ciblée relative aux critères
d'information par les organismes assureurs sur les conditions
d'hygiène à respecter indépendamment du pays dans lequel se
pratique l'intervention et des risques de complications infectieuses
qu'elles encourent.
Il m'apparaît important également d'attirer leur attention sur la
nécessité de s'octroyer un délai de réflexion avant de se lancer dans
une opération de ce type. Il me paraît plus pertinent par ailleurs de
pratiquer une information générale plutôt que particulière au tourisme
chirurgical. En effet, la Belgique ne dispose pas de normes de qualité
des cliniques extra-hospitalières. Il serait dès lors inapproprié de
critiquer l'étranger sans constater nos propres lacunes.
Les infections survenant dans des tissus ayant subi un traumatisme
opératoire peuvent avoir des conséquences malheureuses, parfois
désastreuses, dans le processus de guérison: cicatrisation
inesthétique, perte de substance tissulaire, etc. Une réflexion sur le
sujet me semble donc utile. Si une initiative législative ou une
information sous forme de campagne devaient avoir lieu, j'estime que
cela devrait se réaliser en faisant appel aux principaux intéressés, à
savoir les praticiens spécialistes en chirurgie plastique et réparatrice
tels que les membres de la Royal Belgian Society for Plastic Surgery,
de la Belgian Professional Association of Plastic Surgery, de la
Société belge de Chirurgie esthétique et de la Société belge des
11.02
Minister Laurette
Onkelinx: Wie een esthetische
ingreep
in
het
buitenland
ondergaat, kiest daar zelf voor.
Anderzijds
zouden
we
ze
gedetailleerde informatie moeten
kunnen geven.
Volgens mij lijkt het eveneens
belangrijk de aandacht te vestigen
op de noodzaak om zich enige
bedenktijd te kunnen gunnen
vooraleer men voor een dergelijke
ingreep kiest.
Een algemene voorlichting zou
aangewezen zijn. België beschikt
immers niet over kwaliteitsnormen
voor de klinieken die geen
ziekenhuisdiensten
aanbieden.
Het zou derhalve ongepast zijn om
op het buitenland kritiek te geven
zonder oog te hebben voor onze
eigen tekortkomingen.
De weefselinfecties als gevolg van
een operatief trauma kunnen
rampzalige gevolgen hebben voor
het genezingsproces. Als er een
wetgevend
initiatief
of
een
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
Chirurgiens plasticiens. Je prendrai d'ailleurs contact prochainement
avec ces sociétés.
voorlichting in de vorm van een
campagne zouden moeten komen,
zou dat moeten gebeuren in
samenwerking
met
de
gespecialiseerde beoefenaars van
de plastische chirurgie, zoals de
leden van de Royal Belgian
Society for Plastic Surgery, de
Belgian Professional Association
of Plastic Surgery, de Belgische
Vereniging
voor
Plastische
Chirurgie en de Société belge des
chirurgiens plasticiens. Ik zal
eerlang contact opnemen met die
verenigingen.
11.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Merci, madame la ministre. Je
n'ai rien à ajouter. Je voulais seulement vous sensibiliser, si besoin en
était, à cette question.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van mevrouw Lieve Van Daele aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"de problematiek van doven en gehoorgestoorden in een rusthuis" (nr. 2532)
12 Question de Mme Lieve Van Daele à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la
question des sourds et des malentendants dans les maisons de repos" (n° 2532)</b>
12.01 Lieve Van Daele (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, mensen die voortijdig doof of gehoorgestoord
worden hebben een zeer specifieke en complexe problematiek, met
name communicatie en sociaal isolement zijn zeer gangbare
problemen. Iedereen is het erover eens dat die doven en
gehoorgestoorden eigenlijk voldoende bijstand en ondersteuning
moeten hebben om een zo normaal en menswaardig mogelijk leven
op te bouwen. Dit zou moeten gelden ongeacht hun leeftijd, dus ook
voor bejaarde doven en gehoorgestoorden.
Wanneer deze mensen op latere leeftijd in een rusthuis
terechtkomen, zien wij vaak dat zij daar geïsoleerd raken en dat zij
een gebrek aan communicatiemogelijkheden ondervinden omdat het
personeel in rusthuizen bijvoorbeeld geen gebarentaal spreekt en
omdat de rusthuizen daar onvoldoende voor voorzien zijn. Onderzoek
toont aan dat er nood is aan rusthuizen die specifiek aangepast zijn
qua infrastructuur maar die vooral ook personeel hebben dat
gebarentaal beheerst. Zij kunnen dan aan de specifieke noden
tegemoetkomen, bijvoorbeeld door specifieke niet-talige animatie aan
te bieden.
Nu blijkt dat die rusthuizen extra inspanningen moeten doen om deze
mensen goed te begeleiden maar dat de zorginspanningen die zij
daarvoor nodig hebben eigenlijk niet tot uiting komen in de huidige
zorgregistratie. Het is zo dat mensen die doof zijn vaak op jongere
leeftijd binnenkomen dan andere bejaarden. Daardoor scoren zij laag
qua zorgbehoevendheid. Met name op de Katz-schaal scoren zij niet
als zorgbehoevend terwijl uit de praktijk en het onderzoek blijkt dat de
begeleiding van die mensen extra intensief is, zelfs meer
arbeidsintensief dan voor de meest zorgbehoevenden. Een andere
12.01 Lieve Van Daele (CD&V -
N-VA):
Les
sourds
et
les
malentendants doivent être aidés
pour pouvoir mener une vie aussi
normale que possible, quel que
soit leur âge. Il me revient que les
sourds et les malentendants se
retrouvent isolés dans les maisons
de repos, parce que le personnel
ignore, par exemple, la langue des
signes. Les maisons de repos
spécialisées ont besoin d'une
infrastructure et d'une animation
spécialisées et de personnel
connaissant la langue des signes.
Les sourds et les malentendants
se retrouvent dans les maisons de
repos à un plus précoce que
d'autres personnes. Les résultats
obtenus sur l'échelle de Katz ne
permettent dès lors pas de les
classer dans la catégorie des
personnes tributaires de soins,
bien qu'elles aient besoin d'un
accompagnement très intensif,
souvent plus intensif même que
les personnes nécessitant des
soins lourds. Le score BEL
reconnaît d'autres efforts que ceux
relatifs à la dépendance purement
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
score, de BEL-score, heeft meer aandacht voor andere facetten dan
de puur fysieke afhankelijkheid en honoreert die inspanningen wel.
Erkent u het probleem dat de Katz-schaal niet of onvoldoende
rekening houdt met die specifieke zorgen? Ziet u de mogelijkheid om
specifiek doven en gehoorgestoorden te laten scoren via een andere
schaal? Kan er in aangepaste financiering worden voorzien voor
rusthuizen die zich richten op deze doelgroep en die een heel
belangrijke betekenis kunnen hebben? Ten slotte zou ik willen vragen
of u een zicht hebt op het aantal rusthuizen dat zich geheel of
gedeeltelijk op deze doelgroep richt. Bij mijn weten is er in Vlaanderen
eigenlijk maar een. Klopt dat? Hoe zit dat in Brussel en Wallonië?
physique.
La ministre reconnaît-elle que
l'échelle de Katz ne tient pas
compte, ou insuffisamment, des
soins spécifiques? Estime-t-elle
qu'il soit possible d'attribuer à ce
groupe cible un score sur la base
d'une autre échelle? Les maisons
de repos qui se concentrent sur ce
groupe
cible
pourraient-elles
bénéficier
d'un
financement
adapté? La ministre dispose-t-elle
d'un aperçu du nombre de
maisons
de
repos
qui
se
concentrent
intégralement
ou
partiellement sur ce groupe cible?
12.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, dat doven
en gehoorgestoorden recht hebben op voldoende bijstand en
ondersteuning om een menswaardig leven op te bouwen kan ik alleen
maar beamen. Betreffende de ouderen die niet langer volledig
zelfstandig kunnen wonen en die in een rusthuis moeten leven, denk
ik dat het niet vanzelfsprekend is dat deze instellingen zich geheel of
gedeeltelijk op deze doelgroep richten.
Op uw vraag of ik het probleem erken dat de huidige Katz-schaal in
de rustoorden niet of onvoldoende rekening houdt met de specifieke
aard van zorgbehoevendheid van doven en gehoorgestoorden moet ik
u in alle eerlijkheid antwoorden dat ik dit niet of onvoldoende erken. In
elk geval zie ik niet direct een verband tussen doof zijn en
zorgbehoevendheid. Wat wel een aandachtspunt moet zijn, is de inzet
van middelen. Iemand stimuleren om zich bijvoorbeeld te wassen
wordt nog moeilijker indien deze persoon niet of onvoldoende hoort.
Maar deze vaststelling geldt eveneens voor tal van andere
categorieën van bewoners, zoals slechtzienden, dementen, personen
met een andere handicap.
Of er een specifieke financiering moet komen voor instellingen die
zich richten tot deze doelgroep is niet zeker. Bij het huidig scoren op
de Katz-schaal wordt reeds rekening gehouden met het stimuleren
om iets te doen. Bij de evaluatie van elk criterium wordt rekening
gehouden met de beperkingen wat ook de oorsprong is, zoals
cardiorespiratoire aandoeningen, locomotorische aandoeningen,
psychische aandoeningen enzovoort en dit onafhankelijk van de
verleende zorg. Ook al wordt het voorbeeld van doven of
gehoorgestoorden niet gegeven, wordt hiermee rekening gehouden.
Navraag bij het RIZIV leert mij dat er nog nooit een vraag vanwege de
sector is ingediend naar een specifieke financiering. Evenmin is er
informatie met betrekking tot het aantal instellingen die zich volledig of
gedeeltelijk tot doven of gehoorgestoorden richten. Het zou dus zeer
interessant zijn, mochten dergelijke initiatieven in de sector zich
kenbaar maken bij het RIZIV zodat wij samen met de
Gemeenschappen en Gewesten overleg kunnen plegen over de
vergrijzing van de personen met een handicap en mogelijk
samenwerkingsmodules uitbouwen, waar de expertise kan worden
ingezet van zowel de verzorgingsinstellingen als de instellingen voor
12.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Les sourds et les
malentendants ont évidemment
aussi droit à une assistance et à
un soutien suffisants. Il ne me
paraît toutefois pas évident pour
les maisons de repos de se
concentrer
intégralement
ou
partiellement sur ce groupe cible.
Franchement, je ne vois aucun
rapport direct entre la surdité et la
nécessité de soins. Nous devons
effectivement être attentifs aux
moyens engagés, mais ceci est
également valable pour nombre
d'autres catégories. Nous ne
sommes pas certains de prévoir
un financement spécifique pour les
institutions axées sur ce groupe-
cible. Lors de l'utilisation de
l'échelle de Katz, il est toujours
tenu compte des limitations, de
quelque nature qu'elles soient. En
me renseignant auprès de l'INAMI,
j'ai appris que le secteur n'avait
encore
jamais
introduit
de
demande
de
financement
spécifique.
Il
n'existe
pas
davantage d'informations relatives
à
des
institutions
orientées
complètement ou partiellement
vers ce groupe-cible. Il serait donc
très intéressant que de telles
initiatives soient communiquées à
l'INAMI, afin que cette expertise
puisse servir aux établissements
de soins et aux institutions pour
les personnes handicapées.
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
personen met een handicap.
12.03 Lieve Van Daele (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, ik zal
uw suggestie zeker overmaken aan die ene Vlaamse instelling die ik
ken en die de problematiek gesignaleerd heeft, om contact op te
nemen. Zij hebben zeer grondig voorbereidend onderzoek gedaan. Zij
hebben het ook in kaart gebracht. U zegt de band niet goed in te zien
tussen doofheid en zorgbehoevendheid. Zij hebben daar zeer degelijk
onderzoek naar verricht en ik zal hen suggereren om dat over te
maken, zodanig dat daarin stappen kunnen gezet worden.
Ik heb die instelling van Tielrode in Oost-Vlaanderen bezocht en ik
was echt onder de indruk van de manier waarop het personeel zonder
extra middelen, omwille van die groep van 11 mensen die zij hebben,
gebarentaal geleerd heeft. Het brandalarm doen zij via lichtseinen
omdat die mensen dat anders niet horen. Men heeft al meer dan 10
jaar ervaring en een enorme expertise opgebouwd, ook door
bezoeken vooral aan Nederland, waar dergelijke instellingen wel
bestaan. Zij zijn ook heel graag bereid, dat is hun bedoeling, om die
expertise te delen met andere rustoorden, die misschien 1, 2 of 3
doven of gehoorgestoorden hebben. Ik denk dat het echt belangrijk
zou zijn dat er contact komt met die mensen die al heel wat expertise
hebben opgebouwd.
12.03 Lieve Van Daele (CD&V -
N-VA): Soyez certaine que je
transmettrai cette suggestion à
une certaine institution flamande
que je connais et qui avait signalé
le problème. Cette institution a en
effet déjà mené une enquête
approfondie
et
est
aussi
certainement prête à partager
l'expertise
accumulée
avec
d'autres institutions.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La présidente: Les questions n° 2538 de Mme Vissers, n° 2562 de Mme Almaci ainsi que la question
n° 2547 de M. Chastel sont reportées.
13 Question de M. Daniel Bacquelaine à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur
13 Vraag van de heer Daniel Bacquelaine aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"het beroep van zorgkundige" (nr. 2579)
13.01 Daniel Bacquelaine (MR): Madame la ministre, la loi-
programme du 27 décembre 2006 a rendu accessible la
nomenclature des prestations de soins infirmiers à domicile aux
aides-soignants dans le cadre de projets expérimentaux. C'est ainsi
que la loi prévoit que l'expérimentation peut se concrétiser, d'une part,
dans des services de soins infirmiers à domicile assurant
l'encadrement des aides-soignants et, d'autre part, selon des
modalités strictes et bien définies en termes d'organisation, de suivi et
de contrôle des actes délégués aux aides-soignants.
L'article 217 de la loi-programme complète l'article 56 en habilitant le
ministre à conclure des conventions avec les services de soins
infirmiers à domicile visés à l'article 34, alinéa 1
er
, 1° b) de la loi
coordonnée visant à rendre accessible la nomenclature des
prestations de soins infirmiers à domicile aux aides-soignants. La
disposition légale fixe également les conditions minimales que ces
conventions doivent respecter.
Madame la ministre, pouvez-vous à ce jour nous dresser un état des
lieux de cette expérimentation?
Combien de services de soins infirmiers ont-ils accepté d'intégrer des
aides-soignants dans le cadre de l'expérience pilote?
13.01 Daniel Bacquelaine (MR):
De
programmawet
van
27
december 2006 heeft de nomen-
clatuur van de verstrekkingen van
de thuisverpleging toegankelijk
gemaakt voor zorgkundigen in het
kader van proefprojecten. Die
laatste kunnen concreet worden
vertaald in thuisverpleging waarbij
de
begeleiding
van
de
zorgkundigen wordt verzekerd en
strikte, welomlijnde voorwaarden
in acht worden genomen.
De minister kan overeenkomsten
afsluiten met de diensten voor
thuisverpleging.
Hoever
staat
het
met
die
proefprojecten? Hoeveel diensten
voor
thuisverpleging
hebben
aanvaard om in het kader van die
proefprojecten zorgkundigen in te
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
Combien de pseudo-codes ont-ils été enregistrés?
Quel budget a-t-il été consacré jusqu'à ce jour à cette
expérimentation?
schakelen?
Hoeveel
pseudo-
codes werden er geregistreerd?
Welk budget werd er tot op heden
aan die proefprojecten besteed?
13.02 Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur Bacquelaine, en juin
2007, mon prédécesseur a, en effet, lancé des projets pilotes relatifs
à l'intégration d'aides-soignants dans les soins infirmiers à domicile.
Comme vous l'avez dit, l'objectif de ces projets est de permettre la
prise en charge par l'assurance soins de santé des prestations
déléguées par les praticiens de l'art infirmier et des services de soins
infirmiers à domicile à des aides-soignants dans le cadre de
conventions entre ces services de soins infirmiers et l'État belge.
Le 28 janvier 2008, le Comité de l'assurance des services de soins de
santé de l'INAMI a attribué, à la suite d'un appel d'offres, le marché
public d'accompagnement scientifique à une équipe interuniversitaire,
qui est chargée d'établir une évaluation tant qualitative que
quantitative des répercussions de ce projet dans le secteur des soins
infirmiers à domicile.
Au 1
er
février 2008, le nombre des services de soins infirmiers qui
avaient signé une convention avec l'État était de 41. Les prestations
effectuées par des aides-soignants sur la base de conventions sont
toujours attestées par un praticien de l'art infirmier et ne sont pas
enregistrées à partir de pseudo-codes. Afin de pouvoir identifier les
prestations des aides-soignants, un nouveau code-norme a été
intégré dans les instructions de facturation sur support magnétique à
l'attention des services de soins infirmiers à domicile qui ont conclu
une convention relative à l'activité des aides-soignants. Ces nouvelles
instructions, d'application depuis le 1
er
septembre 2007, prévoient, en
outre, l'ajout d'une nouvelle zone numéro d'identification de l'aide-
soignant. Les premières données récoltées de cette manière sont
actuellement analysées par l'INAMI.
Quant au budget dédié à cette expérimentation, il importe de noter
qu'en augmentant la capacité de l'offre de soins grâce à l'activité de
l'aide-soignant les besoins croissants en soins de la population
pourront être satisfaits. Un montant de 4 millions d'euros a été prévu
à partir de 2007 dans le budget du secteur des soins infirmiers à
domicile afin de garantir une enveloppe budgétaire suffisante pour la
prise en charge des besoins en hausse en ce domaine et ainsi
permettre le financement d'une éventuelle accélération des dépenses.
Dans ce montant, un budget de 500.000 euros a été réservé pour
l'accompagnement scientifique dont j'ai parlé.
13.02
Minister Laurette
Onkelinx: In juni 2007 heeft mijn
voorganger
inderdaad
proefprojecten opgestart teneinde
de
verstrekkingen
van
thuisverpleging door zorgkundigen
op termijn terugbetaalbaar te
maken door de ziekteverzekering.
Op 28 januari 2008 heeft het
Comité van de verzekering voor
geneeskundige verzorging van het
Riziv de overheidsopdracht inzake
de wetenschappelijke begeleiding
aan een interuniversitair team
toegekend.
Op 1 februari 2008 hadden 41
diensten voor thuisverpleging een
overeenkomst met de overheid
ondertekend.
De verstrekkingen door zorg-
kundigen worden niet aan de hand
van pseudo-codes geregistreerd.
Er werd een nieuwe normcode
geïntegreerd in de instructies
betreffende de facturatie via
magnetische drager. De eerste
gegevens die op die manier zijn
verzameld, worden momenteel
door het RIZIV geanalyseerd.
Door de capaciteit van het
zorgaanbod uit te breiden, kunnen
we aan de groeiende zorgvraag
van de bevolking tegemoetkomen.
Vanaf 2007 werd in de begroting
voor de thuisverpleging een
bedrag van vier miljoen euro
uitgetrokken, waarvan 500.000
euro voor de wetenschappelijke
begeleiding werd voorbehouden.
13.03 Daniel Bacquelaine (MR): Ce sont les normes qui permettent
d'identifier la personne qui a effectivement prodigué les soins, bien
entendu sous le contrôle d'un infirmier ou d'une infirmière. Je me
permettrai de revenir sur la question dans quelques mois, lorsque
nous aurons davantage avancé dans cette pratique.
Il faut éviter que progressivement les infirmiers confient des actes
pour lesquels la qualification ne serait pas absolument prouvée. C'est
13.03 Daniel Bacquelaine (MR):
Ik zal over enkele maanden
terugkomen op deze vraag,
wanneer de zaken al wat verder
geëvolueerd zullen zijn.
We moeten vermijden dat men
almaar meer de neiging zou
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
le risque de dérive qu'il faut pouvoir contrôler à temps pour éviter,
étant donné qu'une aide-soignante "revient moins cher" qu'une
infirmière, que progressivement on ait tendance à utiliser davantage
leurs services, même pour des actes qui normalement devraient être
posés par des infirmières qualifiées.
hebben om een beroep te doen op
zorgkundigen voor taken die
eigenlijk
door
gekwalificeerde
verpleegkundigen dienen vervuld
te worden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de M. Daniel Bacquelaine à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"les conditions de remboursement du médicament Januvia" (n° 2580)</b>
14 Vraag van de heer Daniel Bacquelaine aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"de voorwaarden voor de terugbetaling van het geneesmiddel Januvia" (nr. 2580)
14.01 Daniel Bacquelaine (MR): Madame la ministre, je dois vous
faire part d'un certain étonnement devant une nouvelle pratique en
matière de remboursement de médicaments. Je parle du médicament
Januvia, disponible depuis janvier seulement et indiqué chez des
patients atteints d'un diabète de type 2 pour améliorer le contrôle de la
glycémie en association avec un autre antidiabétique, la metformine,
lorsque régime alimentaire, exercice physique et autres médicaments
antidiabétiques oraux ne permettent pas d'obtenir un contrôle adéquat
de la glycémie.
En fait, cette spécialité fait l'objet d'un remboursement en catégorie A
au fameux chapitre IV si elle est utilisée en association avec la
metformine chez les bénéficiaires âgés d'au moins 18 ans.
L'autorisation ne peut être accordée qu'après une thérapie d'essai
d'un mois pour tester la tolérance à ce médicament du bénéficiaire. À
cet effet, un conditionnement unitaire non remboursable de 28
comprimés est délivré par la firme à la demande du médecin traitant
comme échantillon d'essai gratuit pour chacun des bénéficiaires
concernés. Cela me paraît être une première: l'instauration d'un test
de tolérance avant l'autorisation du médicament entraîne qu'on se
pose des questions sur la tolérance du médicament.
Est-elle à ce point sujette à caution? Dans l'affirmative, qu'est-ce qui
justifie la mise sur le marché de cette spécialité, d'autant que dans le
dossier de demande de remboursement, on peut lire en toutes lettres
que l'intérêt de la spécialité dans la pratique médicale reste à
déterminer? À ce jour, d'autres spécialités font-elles l'objet de
pareilles procédures avant l'autorisation de remboursement? Si oui,
lesquelles? N'estimez-vous pas que ces modalités de remboursement
posent des questions quant à la compatibilité avec l'éthique
médicale? Pourquoi a-t-on imaginé un système dans lequel le
médecin doit se mettre en relation directe avec la firme plutôt que de
passer par le pharmacien? Cela me paraît discutable.
14.01 Daniel Bacquelaine (MR):
Januvia, dat wordt gebruikt in het
kader van de behandeling van
diabetes samen met metformine,
wordt terugbetaald in categorie A
van
hoofdstuk
IV
voor
begunstigden
die
minstens
achttien jaar zijn. Aangezien de
toelating slechts kan worden
verleend na een proefbehandeling
van een maand om de tolerantie
van dat geneesmiddel te testen,
wordt op vraag van de geneesheer
door de firma een gratis staal in
een
niet-terugbetaalbare
verpakking van 28 tabletten
verstrekt.
Roept de tolerantie van dat
geneesmiddel zoveel bedenkingen
op? Zo ja, wat verantwoordt het op
de markt brengen ervan, temeer
daar het nut ervan nog moet
worden bewezen?
Zijn
andere
specialiteiten
onderworpen
aan
dezelfde
procedure?
Over
welke
specialiteiten gaat het? Is dat
verenigbaar met de medische
ethiek?
Waarom
moet
de
geneesheer contact opnemen met
de firma eerder dan zich te
wenden tot de apotheker?
14.02 Laurette Onkelinx, ministre: Cher collègue, nous allons
d'abord aborder l'explication et ensuite une évaluation. Les modalités
du remboursement du Januvia ont soulevé des questions. Dès lors,
j'essaie de rencontrer tout le monde. Des associations de médecins
m'ont interpellée à ce sujet. Au sujet de ce médicament, la
commission de remboursement des médicaments n'a pas pu dégager
de majorité des deux tiers sur la demande d'admission au
remboursement, essentiellement en raison des prix proposés par la
firme. Mon prédécesseur a négocié avec la firme pour permettre
14.02
Minister Laurette
Onkelinx:
De
Commissie
Terugbetaling
Geneesmiddelen
heeft geen tweederde meerder-
heid kunnen vinden voor dat
geneesmiddel,
voornamelijk
wegens de door
de firma
voorgestelde
prijs.
Mijn
voorganger heeft met de firma
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
l'accès au remboursement.
Il s'agit de sitagliptine qui doit être associée à un autre médicament
antidiabétique, la metformine, lorsque celui-ci donné seul aux doses
maximales usuelles donne des résultats insuffisants dans le contrôle
du diabète. Le Januvia n'est donc remboursé qu'en deuxième ligne. Il
s'agit du premier représentant d'une nouvelle classe avec un
mécanisme d'action nouveau par augmentation du taux sérique de
certaines substances, les incrétines, qui participent à la régulation
naturelle des taux de sucre dans le sang en inhibant leur destruction
dans l'organisme.
Les différentes études cliniques ont démontré l'efficacité de cette
nouvelle spécialité, mais on rencontre fréquemment certains effets
indésirables, comme des nausées et vomissements, et, moins
fréquemment, on signale des douleurs abdominales et des diarrhées.
L'existence de ces effets secondaires pourrait amener le patient à
arrêter son traitement ce qui, en cas d'une prescription remboursée
par l'INAMI, représenterait une perte financière, surtout si le
traitement est initié avec une grande boîte.
La firme responsable de la mise sur le marché s'est dite dans
l'impossibilité de réduire suffisamment son prix sur le petit
conditionnement, mais propose un prix acceptable par comprimé pour
le grand conditionnement, prix qui offre par ailleurs une économie par
rapport à l'utilisation de certains autres antidiabétiques oraux
fréquemment utilisés. En offrant la petite boîte gratuitement aux
patients, on permet aux cliniciens d'évaluer, sans coût pour l'INAMI,
non seulement l'efficacité de cette nouvelle spécialité, mais surtout de
déterminer si la tolérance est bonne, donc d'éviter des gaspillages par
arrêt du traitement.
Les effets gastro-intestinaux mis à part, les études ont montré un
profil de tolérance tout à fait acceptable, lié à une efficacité clinique
intéressante pour les patients insuffisamment contrôlés par le
médicament de première ligne, à savoir la metformine. Un médecin
généraliste voit relativement peu de nouveaux patients diabétiques
chaque année et fait d'ailleurs souvent appel à un spécialiste lorsque
son patient est mal équilibré sous traitement standard.
Par ailleurs, la firme qui commercialise le Januvia visite régulièrement
les médecins pour l'ensemble des spécialités qu'elle commercialise et
la remise d'échantillons de Januvia n'entraînera donc pas de visite
supplémentaire de la part des délégués médicaux de la firme. La
firme s'est aussi engagée à fournir au départ plusieurs boîtes
d'échantillons à chaque médecin qui le souhaite afin de limiter le
nombre de ses visites. De plus, je crois savoir que la firme met à
disposition des médecins un site internet ainsi qu'un numéro vert, via
lesquels les médecins peuvent se faire livrer les échantillons sans
avoir, s'ils le souhaitent, à recevoir le délégué. Cette mesure
n'entraînera donc pas un accroissement du nombre de visites des
délégués médicaux de la firme.
Je noterai enfin que cette obligation d'apposer la vignette autocollante
du petit conditionnement gratuit ne doit avoir lieu qu'une seule fois par
patient et ne constitue donc pas une barrière à l'utilisation adéquate
de cette nouvelle spécialité.
onderhandeld om de toegang tot
het geneesmiddel mogelijk te
maken.
De doeltreffendheid van dat
geneesmiddel werd door klinische
studies bewezen, maar het brengt
ongewenste nevenwerkingen in
maag en darmen met zich,
waardoor de behandeling soms
moet stopgezet worden, wat op
zijn beurt een verlies meebrengt
voor het RIZIV. Bovendien kon de
producent enkel een interessante
prijs
aanbieden
voor
grote
verpakkingen. Als we het kleine
doosje
aanbieden
aan
de
patiënten,
kunnen
we
de
doeltreffendheid en de tolerantie
nagaan zonder kosten voor het
RIZIV.
Naast
de
bovenvermelde
nevenwerkingen hebben de tests
ook gewezen op een goede
tolerantie en een interessante
klinische doeltreffendheid. Het
bedrijf heeft de nodige middelen
ingezet om de levering van kleine
doosjes niet gepaard te laten gaan
met bijkomende artsenbezoeken
door de vertegenwoordigers. De
zelfklever wordt slechts eenmalig
op het doosje aangebracht en zal
dus
het
gebruik
van
het
geneesmiddel niet verhinderen.
Dat fenomeen heeft me ontzettend
beziggehouden en ik ben tot de
conclusie gekomen dat de levering
van een gratis doosje, wat
trouwens ook gebeurt bij andere
merkgeneesmiddelen, niet echt
een probleem vormt, vermits het
hier
gaat
om
zeer
gespecialiseerde geneesmiddelen.
De vrije keuze van de arts kan
moeilijk in het gedrang komen
door de kosteloosheid van het
eerste doosje.
Het
lijkt
me
echter
wel
noodzakelijk
dat
we
gaan
nadenken over de invoering van
een meer structureel systeem,
waarbij vooral voorkomen kan
worden dat er voor de levering van
die geneesmiddelen altijd weer
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
Y a-t-il des problèmes au niveau éthique?
À première analyse, je ne le pense pas, puisque le médecin reste
totalement libre de choisir ou non cette spécialité. Il est le mieux placé
pour mesurer aussi bien la tolérance que l'efficacité.
La firme ne reçoit aucune indication sur ce que le médecin a
accompli, la vignette permettant simplement au médecin-conseil de la
mutuelle de vérifier que le patient a bien reçu la boîte gratuite et que
le praticien a pu évaluer l'efficacité et la tolérance.
Il existe de nombreuses spécialités pour lesquelles le remboursement
d'un traitement chronique est assorti de la remise et de l'essai
préalable d'un conditionnement gratuit: le Xalathan, le Travatan, le
Duotrav, le Xalacom, le Lumigan, le Rébif, l'Élaprase ou encore le
Lysodrem. Vous devez connaître mieux que moi les indications de
ces médicaments.
Bientôt, le Procoralan, qui traite l'angine de poitrine, dont la première
prescription sera réservée à des médecins spécialistes en seconde
ligne après échec ou intolérance à des traitements conventionnels,
bénéficiera aussi de cette modalité.
Chaque fois, cette possibilité d'un traitement d'essai gratuit permet
d'optimaliser la prescription de ces spécialités tant d'un point de vue
clinique qu'économique.
Comme vous, j'avais été interpellée par ce phénomène. Tout bien
considéré, j'ai fini par conclure que la remise d'une boîte gratuite ne
pose pas de véritable problème, puisque nous parlons ici de
médicaments très spécialisés. Le libre-arbitre du médecin peut
difficilement être altéré par la gratuité de la première boîte.
En revanche, je conçois parfaitement des critiques sur le mode de
délivrance des médicaments aux médecins. Une réflexion sur la mise
en place d'un système plus structurel, et qui permettrait surtout
d'éviter le recours aux délégués médicaux pour la livraison de ces
médicaments, me paraît nécessaire. À ce titre, je me propose de
susciter cette réflexion auprès des différents acteurs concernés.
medisch afgevaardigden aan te
pas moeten komen.
14.03 Daniel Bacquelaine (MR): Madame la ministre, je vous
remercie. Pour ma part, je considère que cette pratique recèle un
danger sur le plan de la responsabilité du médecin. Normalement,
l'intermédiaire entre le médecin et le patient, quand il est question de
médicaments et nous ne parlons pas de médecine vétérinaire ,
c'est le pharmacien. Par conséquent, il manque un échelon
indispensable dans la chaîne de responsabilité.
La délivrance du médicament par le pharmacien est assortie de
plusieurs garanties et d'une responsabilité dans son chef.
Quelle est la responsabilité du délégué médical qui fournit la boîte
gratuite au médecin? Il m'apparaît qu'elle n'est prévue nulle part et
dans aucun texte. Je pense donc qu'il y a quand même là un
problème qui doit être résolu. Vous citez d'autres médicaments mais il
s'agit d'indications beaucoup plus rares que le diabète.
14.03 Daniel Bacquelaine (MR):
Er bestaat een gevaar, want er
ontbreekt een absoluut nood-
zakelijke schakel in de keten van
verantwoordelijkheid, namelijk de
apotheker.
De verantwoordelijkheid van de
medisch afgevaardigde die de
doos aan de geneesheer geeft, is
nergens omschreven. De andere
geneesmiddelen hebben betrek-
king op aandoeningen die veel
zeldzamer zijn dan suikerziekte.
Ook voor die geneesmiddelen zou
men naar de apotheker moeten
stappen. Op die manier zou de
verantwoordelijkheid over de hele
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
lijn duidelijk zijn.
Het feit dat de kleine verpakking
niet wordt terugbetaald doet het
probleem rijzen van de wreking
van de Commissie voor de
terugbetaling
van
de
geneesmiddelen. Er is hier een
mechanisme dat de normale
werking verstoort.
14.04 Laurette Onkelinx, ministre: (...) maladies orphelines.
14.05 Daniel Bacquelaine (MR): Même dans ces médicaments-là,
je pense qu'on pourrait prévoir le passage obligatoire par le
pharmacien et que le rapport avec la firme se fasse via le pharmacien
et non pas via le médecin.
14.06 Laurette Onkelinx, ministre: Et selon vous, c'est alors le
pharmacien qui donne...
14.07 Daniel Bacquelaine (MR): Oui, je pense que cela respecte
toute la chaîne de responsabilité alors qu'ici, il y a une zone de flou. Si
jamais il y a un véritable ...
14.08 Laurette Onkelinx, ministre: (...)
14.09 Daniel Bacquelaine (MR): Je m'interroge également sur la
firme qui refuse de soumettre son petit conditionnement au
remboursement et qui préfère que seul son grand conditionnement
fasse l'objet d'un remboursement ...
14.10 Laurette Onkelinx, ministre: (...)
14.11 Daniel Bacquelaine (MR): Il y a beaucoup de travail à faire en
matière de commission de remboursement. Cela a été soulevé
plusieurs fois avec le ministre Demotte et le fonctionnement n'est
toujours pas optimal. Ici, pourquoi le petit conditionnement ne fait-il
pas l'objet d'une demande de remboursement? Sans doute la firme
considère-t-elle que cela lui coûterait trop cher par rapport au grand
conditionnement. Je ne dis pas qu'il n'y a pas de raisons objectives
économiques mais cela pose malgré tout un certain nombre de
problèmes puisque l'on invente alors une autre procédure qui court-
circuite le mécanisme normal de mise sur le marché et de
remboursement. Il y a donc matière à réflexion.
14.12 Laurette Onkelinx, ministre: (...) ce sont des médicaments
dont dépend la survie.
14.12
Minister
Laurette
Onkelinx: Die geneesmiddelen
zijn van vitaal belang.
14.13 Daniel Bacquelaine (MR): Je pense qu'il est important de
rétablir un mécanisme normal où chacun a sa responsabilité et que
cette responsabilité soit claire.
14.13 Daniel Bacquelaine (MR):
Het normale mechanisme, waarin
de
verantwoordelijkheid
van
iedereen duidelijk is omschreven,
moet worden hersteld.
La présidente: Merci, monsieur Bacquelaine. Il y a décidément encore beaucoup de travail à réaliser.
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
15 Question de Mme Josée Lejeune à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "les
15 Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"geneesmiddelen tegen hyperactiviteit" (nr. 2321)
15.01 Josée Lejeune (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, la polémique vient d'être relancée quant à l'utilisation de
médicaments contre l'hyperactivité contenant du métylphénidate,
notamment chez les jeunes enfants.
En fait, il semblerait que, dans certaines classes de maternelle, et
principalement plus au nord qu'au sud du pays, jusqu'à 10% des
enfants âgés d'à peine 4 ans seraient concernés.
Or le trouble déficitaire de l'attention avec ou sans hyperactivité ne
toucherait que 5% des enfants.
Même si les notices des médicaments concernés attirent l'attention
sur les risques d'hypertension, de tachycardie, d'arythmie et de
palpitations, on se demande s'il n'y a pas surprescription de ce genre
de médicaments et si les parents sont suffisamment conscients des
effets secondaires potentiellement dangereux. Car un usage abusif
ou inapproprié fait également courir des risques de dépendance,
d'insomnie et d'anorexie.
Il est vrai qu'il faut reconnaître que de nombreux enfants présentent
un ou plusieurs troubles comme le manque d'attention et de
concentration, des difficultés à attendre son tour lors d'une activité en
classe, l'agitement des pieds et des mains, la bougeotte continue, etc.
Mais il ne faudrait pas trop rapidement proposer un "surdiagnostic" de
trouble hyperactif dès qu'un enfant est nerveux ou n'obéit pas!
Madame la ministre, j'en viens à mes questions.
Avez-vous eu écho de ces informations?
Quelle réaction allez-vous adopter par rapport à cette problématique?
N'estimez-vous pas que des mesures sont à prendre?
Les médecins prescripteurs et les parents ne devraient-ils pas
davantage être sensibilisés aux effets secondaires de ces
médicaments?
Enfin, les adolescents en période d'examens seraient également
touchés, utilisant ces médicaments pour favoriser la concentration.
D'ailleurs, en 2006, votre prédécesseur, suite à une forte
augmentation des prescriptions de ces médicaments, principalement
en juin, avait annoncé qu'il examinerait avec la Direction générale des
médicaments la pertinence d'une nouvelle communication à l'attention
des professionnels de la santé. Pouvez-vous nous en dire davantage?
15.01 Josée Lejeune (MR): Er is
opnieuw heel wat te doen rond de
toediening van geneesmiddelen
tegen hyperactiviteit die methyl-
fenidaat bevatten, vooral aan
jonge kinderen.
In sommige kleuterklassen zou tot
10 procent van de vierjarigen zo'n
geneesmiddel innemen, wat in
strijd is met de vaststelling dat
slechts vijf procent van de
kinderen aan een aandachts-
stoornis met of zonder hyper-
activiteit zou lijden. Men kan dus
zich de vraag stellen of dergelijke
geneesmiddelen niet te vaak
worden voorgeschreven en of de
ouders zich voldoende bewust zijn
van de potentieel gevaarlijke
bijwerking.
Heeft u kennis van die informatie?
Hoe zal u ten aanzien van die
problematiek reageren? Denkt u
niet dat er maatregelen moeten
worden getroffen? Zouden de
voorschrijvende artsen en de
ouders
niet
meer
op
de
bijwerkingen van die genees-
middelen moeten worden attent
gemaakt?
Ten slotte zouden de jongeren
tijdens de examens ook naar
dergelijke middelen grijpen. Kan u
een en ander toelichten?
15.02 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, je pense
avoir déjà répondu à une question à ce propos lors d'une précédente
commission. En effet, la Rilatine est le nom commercial pour le
métylphénidate,
modulateur
d'activité
cérébrale
dont
le
remboursement est prévu au chapitre IV, à savoir que le patient doit
15.02
Minister
Laurette
Onkelinx:
Rilatine
is
de
handelsnaam van methylfenidaat.
De patiënt moet normaal gezien
aan een aantal erg strikte criteria
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
normalement répondre à des critères très stricts, tels que définis dans
des directives internationales et avoir l'avis préalable du médecin-
conseil. Donc des conditions très strictes.
Le métylphénidate est également commercialisé sous le nom de
Concerta qui, lui, n'est pas remboursé.
Pour vérifier s'il y a augmentation de la consommation d'un
médicament, on dispose de deux sources de données; d'une part, les
chiffres de la consommation de Rilatine, via le système de
remboursement chiffres Pharmanet et, d'autre part, les chiffres de
consommation générale de Rilatine dans les officines publiques. La
comparaison de ces deux bases de données montre que la part
remboursable de la Rilatine a effectivement fortement augmenté
depuis 2004.
Cette progression reste toutefois dans les limites de ce qui avait été
présenté dans les dossiers individuels de demandes de
remboursement pour la Rilatine. Il faut en outre préciser que le
remboursement n'a été autorisé qu'à partir de 2004.
La comparaison montre également que la part remboursable de
Rilatine représente 53% de la consommation totale.
En ce qui concerne les données chiffrées, l'INAMI ne dispose pas
d'informations qui confirment que de plus en plus d'enfants utilisent la
Rilatine de manière peu judicieuse et sans diagnostic formellement
établi d'Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Toutefois, comme
vous, je suis interpellée par ce phénomène. Dans ce contexte, une
campagne pour déconseiller ou rectifier l'utilisation de la Rilatine me
semble en effet nécessaire, en particulier si ce médicament devait
être prescrit hors indication enregistrée, en rappelant au médecin, au
patient et à la famille, les risques de la Rilatine, tels que mentionnés
dans la notice.
Je vais travailler pour que ces informations puissent être diffusées.
beantwoorden
om
recht
op
terugbetaling
te
hebben.
Methylfenidaat wordt eveneens te
koop aangeboden onder de naam
Concerta. In dat geval wordt het
niet terugbetaald. Het terug-
betaalbaar gedeelte van Rilatine is
sinds
2004
inderdaad
sterk
verhoogd.
Die toename blijft echter binnen de
grenzen die in de individuele
dossiers van de terugbetalings-
aanvragen voor Rilatine werden
gehanteerd. Bovendien werd de
terugbetaling slechts sinds 2004
toegestaan.
Uit de vergelijking blijkt tevens dat
het terugbetaalbaar gedeelte van
Rilatine goed is voor 53 procent
van het totale gebruik.
Het RIZIV beschikt niet over
gegevens volgens welke meer en
meer kinderen op een weinig
oordeelkundige
wijze
Rilatine
nemen. Toch stel ik me vragen bij
dat verschijnsel. Het lijkt me
inderdaad noodzakelijk dat het
gebruik van Ritaline beter wordt
geregeld.
15.03 Josée Lejeune (MR): Madame la ministre, les chiffres
indiquent qu'entre 2005 et 2006, les ventes de médicaments destinés
aux traitements ont augmenté de 54,6%. Le nombre de doses
journalières selon l'INAMI, sans faire de distinction entre adultes et
enfants, est passé de 1.700.000 à 2.700.000. Le nombre de patients
auxquels ce médicament a été prescrit est passé de 15.000 à 20.000.
Il y a donc véritablement une forte augmentation. S'il y avait obligation
d'avoir l'autorisation du médecin-conseil, on disposerait peut-être de
chiffres plus précis et d'informations plus claires, vu que le médecin-
conseil doit donner son avis. Qu'en pensez-vous?
15.03 Josée Lejeune (MR): Er is
onmiskenbaar een sterke stijging.
Indien de toelating van de
adviserend-geneesheer
was
vereist, zouden we misschien over
preciezere cijfers en duidelijker
informatie beschikken. Wat denkt
u?
15.04 Laurette Onkelinx, ministre: Toutes nos informations se
basent sur le remboursement. Or, ce médicament est remboursé
depuis 2004 aux conditions que j'ai citées.
15.04
Minister
Laurette
Onkelinx: Al onze inlichtingen
berusten op terugbetaling. Dat
geneesmiddel wordt echter sinds
2004 terugbetaald onder de
voorwaarden die ik heb geciteerd.
15.05 Josée Lejeune (MR): Madame la ministre, vous avez
effectivement raison.
CRIV 52
COM 130
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
16 Question de Mme Josée Lejeune à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le
16 Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over
"Gardasil" (nr. 2572)
16.01 Josée Lejeune (MR): Madame la présidente, le Gardasil,
vaccin préventif contre le cancer du col de l'utérus, a été admis au
remboursement INAMI depuis le 1
er
novembre de l'année dernière. A
priori, on ne peut que s'en féliciter, vu le nombre de décès dus à ce
type de cancer.
En effet, selon le "Journal du pharmacien" dans son édition de
janvier-février 2007, en Europe, 30.000 femmes meurent des suites
de cette maladie et 60.000 nouveaux cas sont diagnostiqués chaque
année. Cela dit, certains médecins dénoncent le fait que la
commercialisation ait précédé la fin des tests et que ces tests ne
soient pas suffisants, principalement chez les jeunes filles de moins
de 15 ans.
Des voix s'élèvent également pour dire que les études ayant
déterminé l'efficacité du vaccin ne suffiraient pas pour établir son
impact réel. En outre, aux réserves et aux doutes habituels s'ajoutent
des interrogations sur les potentiels effets secondaires. À tire
d'exemple, un magazine a relaté le décès d'une jeune fille en
Allemagne et d'une autre en Autriche sans cause apparente, même
après autopsie, après qu'on venait de leur administrer ledit vaccin.
Hors continent, selon les documents publiés par Judicial Watch, une
organisation américaine dédiée à la surveillance des activités du
gouvernement des États-Unis, plusieurs autres décès seraient reliés
au Gardasil en plus du nombre impressionnant de réactions
indésirables.
Madame la ministre, avez-vous été mise au courant de ces
suspicions? Les institutions telles que l'Agence fédérale des
médicaments et des produits de santé ont-elles enregistré des effets
négatifs ou dangereux? Quelle réaction allez-vous adopter par rapport
à ces informations? N'estimez-vous pas qu'il faudrait prendre des
mesures de précaution?
16.01 Josée Lejeune (MR): A
priori kunnen we alleen maar
toejuichen dat Gardasil, het vaccin
tegen
baarmoederhalskanker,
voortaan
door
de
ziekte-
verzekering wordt terugbetaald.
Niettemin hekelen sommige artsen
het feit dat het vaccin nog vóór het
einde van de tests op de markt
werd gebracht en dat de studies
niet volstaan om de werkelijke
uitwerking van het vaccin te
kennen. Ze melden ook dat er in
Duitsland en de Verenigde Staten
mogelijk al mensen aan de
nevenwerkingen van dat vaccin
zouden zijn overleden.
Is u op de hoogte van die
vermoedens? Heeft het Federaal
Agentschap voor Geneesmiddelen
bijvoorbeeld
al
gevaarlijke
nevenwerkingen genoteerd? Hoe
zal u reageren? Dienen er geen
voorzorgsmaatregelen getroffen te
worden?
16.02 Laurette Onkelinx, ministre: Je voudrais dire d'abord qu'il est
important d'être clair sur les rumeurs qui circulent. Aujourd'hui, dans
les écoles, on entend tout et n'importe quoi et des jeunes filles qui
pourraient prendre le Gardasil ne le prennent pas par peur. Or c'est
un vaccin qui permet d'éviter certaines formes de cancer du col de
l'utérus. Donc, au contraire, j'essaie d'encourager le recours au vaccin
et j'espère pouvoir élargir le public visé.
Il a été question de cas de décès de jeunes femmes vaccinées au
Gardasil, y compris les deux cas européens que vous avez cités mais
ils ont été examinés par le groupe de travail de pharmacovigilance de
l'Agence européenne des médicaments et par la commission des
médicaments de notre Agence fédérale des médicaments et des
produits de santé.
16.02
Minister
Laurette
Onkelinx: Op school wordt er van
alles verteld en uit angst weigeren
sommige
meisjes
zich
met
Gardasil te laten vaccineren, terwijl
het nochtans een efficiënt vaccin
is.
Het Europees Geneesmiddelen-
bureau heeft de sterfgevallen
onderzocht.
Tot op heden werd geen enkel
verband vastgesteld tussen het
overlijden en het vaccin. Die
04/03/2008
CRIV 52
COM 130
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
Non seulement c'est bien connu, mais cela a été aussi étudié. À ce
jour, les scientifiques qui se sont penchés sur ce problème n'ont pas
pu établir de relation entre la vaccination par le Gardasil et les décès
observés. Il importe de diffuser cette information.
Par ailleurs, l'Agence a reçu des rapports de réactions indésirables au
Gardasil. Les patientes victimes de ces réactions ont toutes guéri
sans aucune séquelle. Il s'agissait d'effets qui sont habituellement
connus lors des vaccinations par le Gardasil. Dans ce contexte,
aucune mesure régulatrice ne doit être envisagée actuellement.
Par ailleurs, dans le domaine de la pharmaco-vigilance, des mesures
de précaution renforcée sont prises par l'Agence, en particulier afin de
surveiller tout médicament nouvellement introduit sur le marché. Ces
mesures visent l'ensemble de l'offre médicamenteuse présente sur le
marché belge. Le Gardasil en fait, bien entendu, partie.
informatie moet worden verspreid.
Het Agentschap heeft andere
negatieve rapporten gekregen, die
trouwens bekend zijn, maar die
geen sporen hebben nagelaten. Er
moeten dus geen specifieke
maatregelen worden genomen.
Het Agentschap neemt trouwens
versterkte voorzorgsmaatregelen
ten aanzien van elk nieuw
medicament dat op de markt
komt, inclusief Gardasil.
16.03 Josée Lejeune (MR): Madame la ministre, je vous remercie. Il
n'était nullement dans mon intention de remettre en cause l'efficacité
du vaccin, et encore moins de vous encourager à faire marche
arrière, puisqu'un remboursement existe.
Je tiens simplement à ce que toutes les précautions soient prises. Il
importe que le ministre de la Santé réagisse quand une information
est diffusée avec légèreté dans la presse. La population ressent une
certaine crainte. Je pense surtout à ces jeunes filles qui ignorent si le
vaccin est intéressant ou s'il présente un risque.
16.03 Josée Lejeune (MR): Het
was niet mijn bedoeling een stap
achterwaarts te zetten inzake de
terugbetaling, ik wilde mij ervan
vergewissen dat alle voorzorgen
zijn genomen.
16.04 Laurette Onkelinx, ministre: Madame Lejeune, l'idéal est que
nous insérions ce vaccin dans le calendrier "vaccination obligatoire".
Ainsi, la médecine scolaire pourrait l'encadrer et l'information serait
diffusée auprès des jeunes filles directement concernées. Bien
entendu, cela entraînerait un coût pour les Communautés. C'est
pourquoi nous devons en décider collectivement.
16.04
Minister
Laurette
Onkelinx: Het ideaal ware dat
vaccin in het tijdschema van de
inentingen op te nemen, in het
kader van de geneeskunde op
school. Maar de daarmee gepaard
gaande kosten impliceren een
collectieve beslissing met de
Gemeenschappen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
De voorzitter: Vraag nr. 2595 van de heer Goutry en vraag nr. 2630 van mevrouw Muylle zijn uitgesteld.
La réunion publique de commission est levée à 16.51 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.51 uur.