KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 148
CRIV 52 COM 148
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR HET
B
EDRIJFSLEVEN
,
HET
W
ETENSCHAPSBELEID
,
HET
O
NDERWIJS
,
DE
N
ATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE
I
NSTELLINGEN
,
DE
M
IDDENSTAND
EN DE
L
ANDBOUW
C
OMMISSION DE L
'E
CONOMIE
,
DE LA
P
OLITIQUE
SCIENTIFIQUE
,
DE L
'E
DUCATION
,
DES
I
NSTITUTIONS SCIENTIFIQUES ET CULTURELLES
NATIONALES
,
DES
C
LASSES MOYENNES ET DE
L
'A
GRICULTURE
dinsdag
mardi
18-03-2008
18-03-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders ­ Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 148
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Samengevoegde vragen van
1
Questions jointes de
1
- mevrouw Rita De Bont aan de minister van
Klimaat en Energie over "de productie en het
gebruik van biodiesel in België" (nr. 2866)
1
- Mme Rita De Bont au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "la production et l'utilisation de
biodiesel en Belgique" (n° 2866)
1
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister
van Klimaat en Energie over "alternatieve
biobrandstoffen" (nr. 2903)
1
- M. Jean-Jacques Flahaux au ministre du Climat
et de l'Énergie sur "les biocarburants alternatifs"
(n° 2903)
1
- de heer Flor Van Noppen aan de minister van
Klimaat en Energie over "het gebruik van
biobrandstoffen in België" (nr. 2909)
1
- M. Flor Van Noppen au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "l'utilisation de biocarburants en
Belgique" (n° 2909)
1
- mevrouw Katia della Faille de Leverghem aan de
minister van Klimaat en Energie over "het gebruik
van algen bij de productie van biobrandstoffen"
(nr. 2950)
1
- Mme Katia della Faille de Leverghem au ministre
du Climat et de l'Énergie sur "l'utilisation d'algues
dans la production de biocarburants" (n° 2950)
1
Sprekers: Rita De Bont, Jean-Jacques
Flahaux, Katia della Faille de Leverghem,
Paul Magnette
, minister van Klimaat en
Energie
Orateurs: Rita De Bont, Jean-Jacques
Flahaux, Katia della Faille de Leverghem,
Paul Magnette
, ministre du Climat et l'Énergie
Vraag van de heer Philippe Henry aan de minister
van Klimaat en Energie over "de leesbaarheid van
de informatie inzake de CO2-uitstoot van
voertuigen in de reclame" (nr. 2938)
6
Question de M. Philippe Henry au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "la lisibilité de
l'information concernant les émissions de CO2
des véhicules dans la publicité" (n° 2938)
6
Sprekers: Philippe Henry, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie, Jean-
Jacques Flahaux
Orateurs: Philippe Henry, Paul Magnette,
ministre du Climat et l'Énergie , Jean-Jacques
Flahaux
Vraag van de heer Bruno Tobback aan de
minister van Klimaat en Energie over "de door
NIRAS opgestelde inventaris van de nucleaire
passiva" (nr. 3032)
9
Question de M. Bruno Tobback au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "l'inventaire du passif
nucléaire établi par l'ONDRAF" (n° 3032)
9
Sprekers: Bruno Tobback, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Bruno Tobback, Paul Magnette,
ministre du Climat et l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "de
betaling
van
de
door
de
oranjeblauwe
onderhandelaars bestelde kernenergiestudies"
(nr. 3074)
11
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "le paiement
des études sur l'énergie nucléaire commandées
par les négociateurs de l'orange bleue" (n° 3074)
11
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette
, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette
, ministre du Climat et l'Énergie
Vraag van de heer Jean-Marc Delizée aan de
minister van Klimaat en Energie over "de
toepassing
van
het
residentieel
laagspanningstarief voor de gemeenten met
betrekking tot de openbare verlichting" (nr. 2901)
14
Question de M. Jean-Marc Delizée au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "l'application du tarif
'basse tension résidentiel' aux communes en
matière d'éclairage public" (n° 2901)
14
Sprekers:
Jean-Marc
Delizée,
Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Jean-Marc Delizée, Paul Magnette,
ministre du Climat et l'Énergie
Vraag van de heer Bart Laeremans aan de
minister van Klimaat en Energie over "de
toekomstige monitoring van de gas- en
elektriciteitsprijzen door de CREG" (nr. 3052)
17
Question de M. Bart Laeremans au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "le futur monitoring des
prix du gaz et de l'électricité par la CREG"
(n° 3052)
17
Sprekers: Bart Laeremans, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Bart Laeremans, Paul Magnette,
ministre du Climat et l'Énergie
CRIV 52
COM 148
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR HET
BEDRIJFSLEVEN, HET
WETENSCHAPSBELEID, HET
ONDERWIJS, DE NATIONALE
WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE INSTELLINGEN, DE
MIDDENSTAND EN DE
LANDBOUW
COMMISSION DE L'ECONOMIE,
DE LA POLITIQUE SCIENTIFIQUE,
DE L'EDUCATION, DES
INSTITUTIONS SCIENTIFIQUES
ET CULTURELLES NATIONALES,
DES CLASSES MOYENNES ET DE
L'AGRICULTURE
van
DINSDAG
18
MAART
2008
Namiddag
______
du
MARDI
18
MARS
2008
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 15.34 uur en voorgezeten door de heer Bart Laeremans.
La séance est ouverte à 15.34 heures et présidée par M. Bart Laeremans.
01 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Rita De Bont aan de minister van Klimaat en Energie over "de productie en het gebruik van
biodiesel in België" (nr. 2866)
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Klimaat en Energie over "alternatieve
biobrandstoffen" (nr. 2903)
- de heer Flor Van Noppen aan de minister van Klimaat en Energie over "het gebruik van
biobrandstoffen in België" (nr. 2909)
- mevrouw Katia della Faille de Leverghem aan de minister van Klimaat en Energie over "het gebruik
van algen bij de productie van biobrandstoffen" (nr. 2950)
01 Questions jointes de
- Mme Rita De Bont au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la production et l'utilisation de biodiesel
en Belgique" (n° 2866)<br>- M. Jean-Jacques Flahaux au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les biocarburants alternatifs"
(n° 2903)<br>- M. Flor Van Noppen au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'utilisation de biocarburants en
Belgique" (n° 2909)<br>- Mme Katia della Faille de Leverghem au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'utilisation d'algues
dans la production de biocarburants" (n° 2950)</b>
01.01 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, zoals u vorige week zelf nog eens bevestigde in
de commissie voor de Volksgezondheid, moet tegen 2020 in Europa
10 procent van de transportbrandstof groen zijn en zou België ernaar
streven om tegen 2010 5,75 procent biodiesel bij zijn fossiele
brandstof te mengen. In 2007 zaten wij op 1,15 procent biodiesel.
Hiermee heeft België ten opzichte van vele Europese buurlanden toch
nog een zekere achterstand in te halen. Het gebruik van biodiesel is
weliswaar een beetje omstreden, maar bij mijn weten is de Europese
doelstelling nog altijd niet afgeblazen. Als het van het Sloveense
voorzitterschap afhangt, wordt dat misschien nog wel besproken,
maar momenteel is dat nog niet het geval.
In ieder geval, als wij biodiesel moeten gebruiken, gebeurt de
01.01 Rita De Bont (Vlaams
Belang): En 2020, 10% des
carburants utilisés dans les États
membres dans le secteur du
transport devront être d'origine
"verte". La Belgique souhaite
pouvoir ajouter 5,75% de biodiesel
aux carburants fossiles pour 2010.
Ces
chiffres
positionnent
la
Belgique en queue du peloton
européen, principalement parce
que l'adjonction de biocarburants
n'est pas obligatoire.
18/03/2008
CRIV 52
COM 148
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
productie volgens mij zowel om economische als om ecologische
redenen best in eigen land, vooral op die plaatsen waar een optimale
logistieke omkadering mogelijk is, zoals bijvoorbeeld aan de
Moervaart in Gent.
Nochtans is de leefbaarheid van de Belgische, strategisch ideaal
gelegen biodieselfabrieken niet gegarandeerd. Zij produceren niet
optimaal omdat zij hoofdzakelijk afhankelijk zijn van de export. Op dat
vlak is er een zeer grote concurrentie. Een verplichting om ook in
België biodiesel bij de diesel te mengen, zou hen wellicht meer
zekerheid kunnen bieden, vandaar mijn volgende vragen.
Ten eerste, denkt de minister dat de Europese Unie ­ en in extenso
ook de lidstaten ­ zullen blijven vasthouden aan de vooropgestelde
doelstellingen? U hebt wellicht ook gelezen dat premier Janez Jansa
van Slovenië dat in twijfel trekt. Ik zou graag weten wat de mening van
de minister daarover is.
Ten tweede, als wij toch die doelstellingen willen halen, denkt de
minister dan de vooropgestelde doelstellingen te kunnen halen zonder
de verdelers te moeten verplichten het nodige percentage biodiesel bij
te mengen?
Ten derde, wat denkt de minister van het voorstel dat van de sector
afkomstig is, om een vermijdbare heffing op brandstof in te stellen?
Dat wil zeggen dat degene die niet bijmengen, een extra heffing
zouden moeten betalen, om hen zo over de brug te halen om het
nodige percentage biodiesel bij te mengen.
L'objectif européen n'a pas été
abandonné,
même
si
la
présidence slovène a émis des
critiques récemment.
Le biodiesel doit être produit de
préférence dans le pays parce que
l'encadrement logistique y est
optimal, par exemple dans l'usine
qui a été ouverte récemment à
Gand. La viabilité des unités de
production belges n'est toutefois
pas assurée. A défaut d'acheteurs
dans le pays, elles sont très
dépendantes du marché de
l'exportation où la concurrence est
particulièrement âpre.
L'Europe
maintiendra-t-elle
l'objectif de 10% de carburants
verts dans le secteur du transport
pour 2020? La Belgique atteindra-
t-elle son propre objectif si
l'adjonction
de
biodiesel
au
carburant fossile n'est pas rendue
obligatoire? Que pense le ministre
du prélèvement "évitable", c'est-à-
dire une majoration des accises
pour
les
producteurs
de
carburants qui n'ajoutent pas de
biocarburants à leurs produits?
01.02 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, l'alternative aux produits pétroliers que
représentent les biocarburants fait l'objet de débats nourris. Ces
biocarburants sont déjà décriés car ils sont à l'origine de
déforestations importantes ­ l'OCDE vient d'ailleurs de faire un
rapport à ce sujet ­ détruisant ainsi des poumons verts, essentiels au
maintien des équilibres climatiques. Les incendies que l'on provoque
à cet effet produisent du CO
2
, en plus de celui qu'émettent les
biocarburants lors de leur utilisation.
Ils sont aussi et surtout décriés du fait qu'ils entraînent la substitution
à grande échelle de cultures spécialement dédiées à la production de
diester et autres produits à celles de cultures vivrières, détruisant
ainsi des équilibres souvent fragiles et mettant la planète en danger
en termes d'autosuffisance alimentaire. Une étude récente a d'ailleurs
montré qu'on pourrait ne produire que du biocarburant mais, dans ce
cas, on devrait se passer de manger!
Une alternative à la production terrestre semble pourtant exister en la
production d'algues permettant d'épargner les espaces cultivés. Ces
algues productrices d'oxygène seraient neutres en termes
d'émissions de CO
2
lors de la combustion du carburant qui en serait
extrait.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous communiquer des
informations plus précises sur l'utilisation d'algues pour la production
01.02 Jean-Jacques Flahaux
(MR):
Het
gebruik
van
biobrandstoffen als alternatief voor
aardolieproducten
is
niet
onomstreden: de productie ervan
zou tot ontbossing op ruime schaal
leiden (de branden die daartoe
worden aangestoken leiden tot
CO
2
-uitstoot) en bijzondere teelten
zouden
de
plaats
van
voedselgewassen innemen, zodat
het evenwicht wordt verstoord en
de planeet op termijn niet meer
voldoende
voedsel
zou
produceren om in de behoeften
van
de
wereldbevolking
te
voorzien!
Er zou nochtans een alternatief
bestaan, namelijk de productie van
zuurstofproducerende algen. In dat
productieproces
zou
geen
bijkomende
CO
2
worden
uitgestoten,
en
het
landbouwareaal
zou
kunnen
worden gevrijwaard.
CRIV 52
COM 148
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
de biocarburant?
Kan u ons meer informatie
bezorgen over het gebruik van
algen voor de productie van
biobrandstoffen?
01.03 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag sluit aan bij de vragen van
de vorige sprekers.
Het nieuwe Europese klimaatbeleid verplicht België tot het gebruik
van 10% biobrandstof. Rond de huidige productie van gewassen
bestemd voor de aanmaak van biobrandstof rijzen steeds meer
ethische vragen. Het resultaat zou kunnen zijn dat de globale
ecobalans van de tot nog toe geproduceerde biobrandstoffen wel
eens bijzonder negatief zou kunnen uitvallen.
Uit een recent onderzoek blijkt echter dat het mogelijk is om, zoals de
heer Flahaux zei, biobrandstof te produceren uit algen, die een veel
hogere productiviteit hebben. In vergelijking met de klassieke
landbouwgewassen die voor biobrandstoffen worden gebruikt, zou de
opbrengst dertig keer hoger kunnen liggen per hectare. Een jaarlijkse
opbrengst van 45 tot 70 ton olie per hectare zou mogelijk zijn, wat een
veelvoud is van de klassieke energiegewassen.
Bovendien kunnen algen overal worden gekweekt, is er geen
landbouwgrond voor nodig en er is minder ruimtebeslag, wat voor een
dichtbebouwd land als België een enorm voordeel betekent.
Alsof dit nog niet genoeg is, kan voor de kweek restwarme van
centrales en bedrijven worden gebruikt. Algen zetten bovendien CO
2
om in zuurstof.
Voor grootschalige toepassing van algenkweek is er echter nog
verder onderzoek nodig. Blijkbaar werden slechts 20 van de 200.000
algensoorten ernstig onderzocht. Een aantal grote bedrijven zoals
Shell en Boeing zouden reeds interesse hebben getoond. Het lijkt
echter aangewezen dat ook de overheid zou investeren in deze
mogelijkheid, mede gezien het feit dat onze energieonafhankelijkheid
zou worden verhoogd.
Mijnheer de minister, ik krijg graag een antwoord op de volgende
vragen. De eerste vraag werd reeds door mijn collega gesteld. Hebt u
weet van deze nieuwe technologie en de mogelijkheden van algen
voor de productie van biobrandstoffen?
Hoever staat het met het onderzoek daarnaar in België? Overweegt u
dit onderzoek te steunen? Indien ja, op welke manier? Indien nee,
waarom niet?
Ten slotte, hebt u hierover en over het gebruik van biobrandstoffen in
het algemeen al overleg gepleegd met de Gewesten? Indien ja, wat
was het resultaat daarvan?
01.03 Katia della Faille de
Leverghem (Open Vld): De plus
en plus de questions se posent à
propos de la durabilité de la
culture des plantes actuellement
utilisées
pour
produire
du
biodiesel. Il n'est même pas exclu
qu'en définitive, le bilan écologique
global des biocarburants produits
jusqu'ici soit négatif. Ces derniers
temps, des expériences sont aussi
menées avec des biocarburants à
base d'algues. Le rendement de la
culture d'algues est supérieur de
30%, par hectare, à celui des
plantes
agricoles
classiques
actuellement
utilisées
pour
produire des biocarburants. De
plus, les algues peuvent être
cultivées
partout,
dans
des
espaces très restreints ­ ce qui
constitue
un
avantage
considérable dans un pays à la
densité
élevée,
comme
la
Belgique ­ et elles transforment le
CO
2
en oxygène.
À l'heure actuelle, le rôle possible
des algues dans la production de
biocarburants a été examiné pour
vingt
des
200.000
espèces
seulement. Ces études doivent
donc être poursuivies.
Que pense le ministre de
l'utilisation
d'algues
pour
la
production
de
biocarburants?
Envisage-t-il
de
soutenir
la
poursuite
de
la
recherche
scientifique? Une concertation a-t-
elle déjà été organisée en la
matière avec les Régions?
01.04 Minister Paul Magnette: Ik zie op dit ogenblik geen redenen
waarom de Europese Commissie en de lidstaten zich niet zouden
houden aan de doelstelling van 10% biobrandstoffen tegen 2020.
Tijdens de top in de lente van 2007 werd de doelstelling van 10%
01.04 Paul Magnette, ministre:
Je ne vois nullement pourquoi
l'Union
européenne
ne
se
conformerait pas à l'objectif visant
18/03/2008
CRIV 52
COM 148
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
bovendien gekoppeld aan andere voorwaarden die ik steun, zoals de
ontwikkeling van duurzaamheidcriteria bij de productie van biomassa
en de ontwikkeling van biobrandstoffen van de tweede generatie.
Het in België ingevoerde systeem is vrijwillig. Dat wil zeggen dat de
ingebruikstelling van biobrandstoffen wordt georganiseerd via
verlaagde accijnzen op mengsels van biobrandstoffen en
brandstoffen, in tegenstelling tot brandstoffen zonder bijmenging
waarop de volledige accijnzen moeten worden betaald. De vorige
regering heeft evenwel het principe van verplichte bijmenging
goedgekeurd in de programmawet van 27 april 2007 waarbij de
Koning de datum van de verplichte bijmenging nog moet bepalen.
In het raam van de verplichte bijmenging zijn mijn diensten aan het
bekijken wat mogelijk is binnen het door België gehanteerde
quotastelsel waarbij aan bedrijven de nodige volumes FAME en bio-
ethanol zijn toegekend om de Belgische doelstellingen te halen. Als er
om bepaalde redenen geen verplichte bijmenging op korte termijn
mogelijk zou zijn, zullen andere pistes worden onderzocht. Een
gelijkaardig systeem zoals in Frankrijk, met een heffing voor zij die
geen biobrandstoffen mengen, wil ik op dit ogenblik dan ook nog niet
uitsluiten.
Wat het gebruik van algen voor biobrandstoffen betreft, werden, op
korte termijn, de meeste van uw bezorgdheden opgenomen in de
Belgische wetgevingscontext. Zo beoogt de wet van 10 juni 2006
betreffende de biobrandstoffen, met name door middel van erkenning,
productie-eenheden te certificeren op basis van duurzaamheidcriteria.
Deze criteria hebben betrekking op de productie-eenheid zelf, maar
ook op de bronnen van bevoorrading met biomassa. De wet voert wel
degelijk een promotiebeleid voor erkende biobrandstoffen via
accijnsverlagingen op mengsels van brandstoffen en erkende
biobrandstoffen. Deze aanpak heeft aangezet tot een in Europa
gecentraliseerde productie van biomassa van energie, met een
geringe invoer van geïmporteerde verbindingen als palm- en sojaolie.
Dit deel zal minder dan 10% van het volume biomassa uitmaken dat
nodig is om erkende biobrandstoffen te produceren teneinde de
doelstelling van 5,75% te halen.
Tot op heden is er in België nog geen belastingvrije bio-ethanol aan
de pomp verkrijgbaar. De productie-eenheden zijn nog in aanbouw en
de eerste liters zouden klaar moeten zijn tegen eind 2008. Bio-ethanol
zal hoofdzakelijk worden geproduceerd op basis van tarwe en
suikerbieten. Ook hier gaat het over Europese teelten.
Wat biodiesel betreft, werden de eerste liters gemengd in 2006. Het
ging over een totaal van 1.150 ton koolzaadmethylester in 2006 en
117.000 ton in 2007, wat neerkomt op een verhouding van 1% op
basis van het energiegehalte biobrandstof in vergelijking met de totale
verkoop van fossiele brandstoffen.
Biodiesel zal overwegend worden geproduceerd op basis van
koolzaad dat ofwel in België ofwel in andere landen wordt
geproduceerd. Hoewel niet kan worden uitgesloten dat andere
oliehoudende planten worden ingevoerd, is de mogelijkheid dat
grondstoffen worden ingevoerd vanuit verre landen erg klein
rekeninghoudend met de bepalingen van de wet van 10 juni 2006 en
de naleving van de specificaties voorzien in de Europese norm voor
à imposer 10% de biocarburants à
l'horizon 2020. Lors du Sommet
de printemps de 2007, cet objectif
a d'ailleurs été associé à d'autres
conditions,
telles
que
le
développement de critères de
durabilité dans le cadre de la
production de biomasse et le
développement de biocarburants
de la deuxième génération.
Le système instauré en Belgique
repose sur une base volontaire:
l'utilisation de biocarburants est
organisée par le biais d'une
réduction des accises sur les
mélanges de biocarburant et de
carburant. La loi-programme du
27 avril 2007 prévoit que la date
d'entrée en vigueur de l'obligation
de mélange doit être fixée par
arrêté
royal.
On
étudie
actuellement comment organiser
tout cela dans le cadre du système
de quotas appliqué par la
Belgique. Au cas où une obligation
de
mélange
ne
pourrait
s'envisager à court terme, d'autres
pistes
seront
explorées.
Je
n'exclus pas de suivre l'exemple
de la France, où une taxe évitable
a été instaurée au détriment des
personnes qui n'optent pas pour
l'adjonction de biocarburant.
La durabilité figure au rang des
critères d'agrément des unités de
production de biocarburant prévus
par la loi du 10 juin 2006
concernant les biocarburants. Ces
critères ont trait tant à l'unité de
production
qu'aux
sources
d'approvisionnement en biomasse.
Étant donné que la Belgique a
choisi d'appliquer un taux d'accise
réduit
aux
mélanges
de
biocarburants et de carburants
fossiles, il ne sera pas nécessaire
d'importer de grandes quantités de
biomasse, telle que de l'huile de
palme ou de soja, pour produire
de
l'énergie.
Dans
le
but
d'atteindre notre objectif de 5,75%,
nous ferons d'ailleurs en sorte que
cette dernière source d'énergie
représente moins de 10% du
volume total de biomasse.
CRIV 52
COM 148
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
biodiesel.
Le
bioéthanol
détaxé
n'est
actuellement
pas
encore
disponible à la pompe étant donné
que les unités de production sont
encore en construction. Les
premiers litres seront produits à la
fin de l'année. Le bioéthanol sera
essentiellement produit à partir de
betteraves sucrières et de froment
cultivés en Europe.
En
2007,
le
biodiesel
ne
représentait qu'un pour cent du
total des ventes de carburants.
Nous espérons atteindre les
5,75% en 2009. Le biodiesel sera
principalement fabriqué à partir de
colza.
D'autres
oléagineux
pourront
éventuellement
être
importés. Or, vu les critères de
durabilité énoncés dans la loi du
10 juin 2006 et l'obligation de
respecter la norme européenne en
matière de biodiesel, il est peu
probable
que
des
matières
premières soient importées de
pays lointains.
Les travaux de recherche sur les algues s'inscrivent dans le
développement des biocarburants de deuxième et troisième
générations qui, en comparaison des biocarburants actuels, sont
fabriqués à partir de matières organiques vivantes (la plante entière
ou les algues) ou mortes (les déchets organiques). Pour le moment,
ces biocarburants ne sont pas encore disponibles à grande échelle et
des innovations technologiques majeures sont nécessaires avant de
passer à la phase de production industrielle.
En effet, les algues offrent le bénéfice de ne pas entrer en
concurrence avec l'utilisation des sols pour la production de denrées
alimentaires et la protection des écosystèmes. Pour valoriser la
recherche et la diffusion de ces technologies, il importe de développer
des programmes de recherche en réseaux, qui impliquent de
nombreux scientifiques de plusieurs pays et disciplines. Telle est la
volonté de l'Union européenne, notamment à travers le septième
programme-cadre et le Plan de développement technologique (SET-
Plan).
Het onderzoekswerk naar algen
gebeurt in het kader van de
ontwikkeling van biobrandstoffen
die geproduceerd worden met
levend organisch materiaal en
waarvoor
nog
belangrijk
baanbrekend
technologisch
onderzoek nodig zal zijn vooraleer
men zal kunnen overgaan tot
industriële productie.
De productie van algen biedt
inderdaad het voordeel dat er
geen landbouwareaal voor hoeft te
worden gebruikt. Wil men het
onderzoek en de verspreiding van
die technologieën valoriseren, dan
moeten
er
onderzoeks-
programma's
in
netwerken
ontwikkeld worden. Dat is ook de
wens van de Europese Unie.
Belgische teams werken mee aan het onderzoek naar de productie
van biobrandstoffen door algen. Zij houden zich bezig met genetische
manipulatie en bioraffinage en spelen een rol in het Europese
netwerk.
Wij beschikken in België ook over uitstekende algologen, meer
bepaald
in
het
Koninklijk
Belgisch
Instituut
voor
Natuurwetenschappen. Zij hebben een reputatie die ver buiten de
Des équipes belges collaborent
aux travaux de recherche portant
sur la production de biodiesel à
partir
d'algues.
Elles
se
consacrent à des manipulations
génétiques et au bio-raffinage et
jouissent dans ces domaines
d'une
grande
renommée
18/03/2008
CRIV 52
COM 148
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Europese grenzen reikt.
Over het specifieke onderwerp van de biobrandstoffen op basis van
algen en het onderzoek ter zake werd nog geen overleg gepleegd.
Een gezamenlijke werkgroep bestaande uit, enerzijds, CCPI-CCIM
en, anderzijds, CONCERE/ENOVER werd belast met specifieke
kwesties zoals de ontwikkeling van een doeltreffend systeem voor
criteria inzake duurzaamheid en de uitwerking van brandstofnormen
die de impact op het leefmilieu en het sociaaleconomische beperken.
internationale.
Aucune concertation n'a encore eu
lieu à ce sujet mais un groupe de
travail commun au Comité de
Coordination de la Politique
internationale de l'environnement
(CCPIE) et au projet CONCERE
s'emploie à définir des critères
durables et des normes de
carburant limitant l'incidence sur
l'environnement et sur le tissu
socio-économique.
01.05 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, indien ik het goed heb begrepen, komt er ook in
België een verplichting, wat de industrie toch meer zekerheid geeft.
Voornoemde zekerheid is belangrijk om de industrie ertoe te bewegen
nog meer in nieuw onderzoek naar nieuwe technologieën en
mogelijkheden
te
investeren
teneinde
de
hernieuwbare
energiebronnen verder te ontwikkelen.
01.05 Rita De Bont (Vlaams
Belang): Une obligation sera donc
instaurée en Belgique aussi. C'est
un point positif pour l'industrie car
cela créera une certaine sécurité
et stimulera la mise au point de
nouvelles techniques d'exploitation
et d'utilisation dans le domaine
des énergies renouvelables.
01.06 Jean-Jacques Flahaux (MR): Je remercie également le
ministre pour sa réponse. Dans le domaine des biocarburants, il va
falloir travailler vite et bien, en synergie avec la Politique scientifique,
comme le ministre l'a précisé, et avec le ministère des Finances en
termes de fiscalité. Cela dit, le colza pose énormément de problèmes,
notamment alimentaires. Les scientifiques semblent opter pour la
promotion de la production de carburant à partir d'arbres. Cela peut
faire l'objet d'une autre question.
01.06 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Men zal snel en goed
moeten werken en op het gebied
van de biobrandstoffen. Koolzaad
zorgt voor enorm veel problemen,
met name voedingsgerelateerde
problemen. De wetenschappers
lijken hun aandacht nu te
verleggen naar de bevordering van
brandstofproductie
met
boommateriaal
als
grondstof.
Daarover kan een andere vraag
worden gesteld.
01.07 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Dank u,
mijnheer de minister, voor uw uitgebreide antwoord.
Ik verneem dat er nog geen overleg werd gepleegd met de Gewesten.
Dit zal waarschijnlijk nog volgen. Ik ben blij te vernemen dat er via het
Koninklijk Belgisch Instituut werk wordt gemaakt van onderzoek in
verband met alternatieve biobrandstoffen van de derde of de vierde
generatie, meer bepaald algen. Ik denk dat het zeer belangrijk is dat
men hierin veel researchmiddelen steekt om het ethisch nadelige en
nefaste effect van biobrandstoffen weg te zuiveren.
01.07 Katia della Faille de
Leverghem (Open Vld): J'espère
que
nous
soutiendrons
la
recherche scientifique relative à la
production de biodiesel à base
d'algues, car les biocarburants
classiques
ont
des
effets
secondaires néfastes.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Question de M. Philippe Henry au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la lisibilité de l'information
concernant les émissions de CO
2
des véhicules dans la publicité" (n° 2938)</b>
02 Vraag van de heer Philippe Henry aan de minister van Klimaat en Energie over "de leesbaarheid
van de informatie inzake de CO
2
-uitstoot van voertuigen in de reclame" (nr. 2938)
02.01 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, 02.01 Philippe Henry (Ecolo-
CRIV 52
COM 148
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
monsieur le ministre, vous aurez lu comme moi dans la presse l'un ou
l'autre article au sujet des publicités pour les voitures. Cela fait partie
d'un constat plus général sur l'utilisation de l'argument écologique par
la publicité et ce pour un grand nombre d'activités économiques, que
ce soit l'habitat, les voitures ou d'autres produits. Que cet argument
oriente le choix du consommateur serait une bonne chose s'il reflétait
les caractéristiques réelles de ces produits.
Un chercheur a établi une comparaison, à l'instar de plusieurs
interventions internationales, selon laquelle la mention ­ régie par une
directive européenne ­ des émissions de CO
2
du véhicule était écrite
la plupart du temps, pour ne pas dire systématiquement, en
caractères trop petits dans les publicités par voie d'affiche ou dans la
presse écrite. Au regard de cette directive transcrite en droit belge par
un AR du 5 septembre 2001 ­ il y a sept ans déjà -, différentes ONG
européennes ont invité le consommateur à porter plainte contre ces
publicités pour des voitures. Cet arrêté prévoit que les émissions de
CO
2
d'un véhicule doivent être facilement lisibles, au moins aussi
lisibles que les informations principales figurant dans la publicité.
En dépit de cet arrêté, on peut constater sur les panneaux
publicitaires que ces émissions sont mentionnées en très petits
caractères, bien plus petits que pour les éléments principaux de la
publicité. Deux notions ne sont pas très précises dans l'arrêté: celle
de "facilement lisible" et celle de "partie principale des informations"
mais avec un peu de bon sens, on peut estimer que ces mentions
doivent être d'une dimension comparable à celle du slogan principal.
Si le citoyen ne peut démontrer que l'infraction à cette disposition
entraîne pour lui un préjudice grave, les ONG peuvent intervenir en se
référant à la loi de 1993 leur permettant d'intenter une action en
cessation contre l'auteur d'une infraction à la législation visant à
protéger l'environnement. Une ONG pourrait décider de poursuivre
l'État belge. Par ailleurs, l'arrêté royal du 5 septembre 2001 précise
que les fonctionnaires et agents désignés par le ministre ayant les
Affaires économiques dans ses attributions sont désignés pour
rechercher et constater les infractions. C'est ce qui m'avait poussé à
poser ma question à Mme Laruelle dans un premier temps, avant
qu'elle ne me renvoie vers vous. On pourrait penser que la totalité des
publicités automobiles est en infraction.
Monsieur le ministre, mes questions sont les suivantes. Peut-on
recenser à l'heure actuelle le nombre de fois où l'arrêté royal n'a pas
été respecté. Une décision d'arrêt ou de modification des publicités
faisant l'objet de plaintes est-elle à l'ordre du jour? D'autres sanctions
sont-elles prévues? La ministre Laruelle m'avait donné quelques
informations concernant différents constats d'infraction. Des procès-
verbaux ont-ils été dressés? Il se peut que cette question ne relève
pas de vos compétences.
Une enquête pourrait-elle définir de façon plus explicite le caractère
lisible ou non d'une information, la disposition actuelle permettant aux
publicitaires d'ergoter sur d'éventuels problèmes d'impression, par
exemple? Est-il à l'ordre du jour de donner un caractère contraignant
au Code de déontologie? D'autres actions sont-elles mises en oeuvre
par le gouvernement face à ces différents débordements?
Groen!): Een onderzoeker heeft de
vermeldingen van de CO
2
-uitstoot
in de reclames voor auto's
vergeleken. Deze materie wordt
geregeld door een Europese
richtlijn die stelt dat de informatie
over de CO
2
-uitstoot van een
voertuig op z'n minst even
leesbaar dient te zijn als de
belangrijkste informatie in de
reclame.
Kennelijk
zijn
de
lettertekens echter meestal te
klein, zowel op reclameaffiches als
in reclameadvertenties in de
geschreven pers. Verschillende
Europese
ngo's
hebben
de
consumenten aangeraden een
klacht in te dienen tegen die
reclame.
Als de burger niet kan aantonen
dat een overtreding van die
bepaling voor hem een ernstig
nadeel vormt, kunnen de ngo's
naar de rechtbank stappen op
grond van de wet van 1993 en een
vordering tot staking instellen
tegen diegenen die zich schuldig
maken aan een inbreuk op de
milieuwetgeving. Een ngo zou
kunnen beslissen de Belgische
Staat te dagvaarden.
Hoeveel
keer
werden
die
maatregelen niet nageleefd? Is er
sprake van een stopzetting of een
wijziging van de reclame die
aanleiding tot een klacht heeft
gegeven? Is er in andere sancties
voorzien? Wordt eraan gedacht
om de deontologische code een
dwingend karakter te geven? Zou
het al dan niet leesbaar karakter
van de informatie uitdrukkelijker
kunnen worden bepaald aan de
hand
van
een
onderzoek,
aangezien de reclamemakers zich
op grond van de huidige bepaling
achter problemen bij het drukken
kunnen verschuilen? Wordt er nog
werk gemaakt van andere acties?
02.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur le président, monsieur 02.02 Minister Paul Magnette: Ik
18/03/2008
CRIV 52
COM 148
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Henry, en ce qui concerne le Code de la publicité écologique, je viens
de proposer au Conseil de la Consommation d'élaborer un accord
collectif de la consommation, tel que prévu et organisé par la loi du
15 mai 2007, qui serait basé sur ce code. Un tel accord étant
considéré comme l'expression de la norme relative aux usages
honnêtes en matière commerciale, il peut donc être contrôlé par les
autorités. En tout état de cause, le Code de la publicité écologique
pourrait être rendu obligatoire par un arrêté royal pris en vertu de la loi
sur les pratiques du commerce. Je creuserai ces deux pistes dans les
prochains jours, si j'ai le bonheur d'exercer la même fonction. Pour le
reste, Mme Laruelle pourra également vous répondre si elle est
également maintenue dans sa fonction.
heb de Raad voor het Verbruik
recentelijk
voorgesteld
een
collectief consumentenakkoord uit
te werken dat gebaseerd is op de
milieureclamecode.
Aangezien
een dergelijk akkoord beschouwd
wordt als de uitdrukking van de
norm
inzake
de
eerlijke
handelsgebruiken, kan het door de
autoriteiten worden gecontroleerd.
De
milieureclamecode
zou
bindend kunnen worden verklaard
bij een koninklijk besluit dat
krachtens de wet betreffende de
handelspraktijken wordt genomen.
Ik zal die twee denksporen
diepgaander laten onderzoeken
indien ik ter zake bevoegd blijf.
02.03 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, cette
réponse est assez brève. Par rapport au problème du non-respect de
la législation, cela revient à dire que, depuis sept ans, on ne sait pas
faire respecter cette législation qui a pourtant été transposée en
arrêté royal en droit belge. Je suis d'accord qu'il faut le préciser.
Néanmoins, je suis assez surpris qu'il ne soit pas possible de le faire
respecter.
J'entends bien que vous comptez prendre des initiatives. Tant mieux!
Nous devons réussir à faire respecter cette législation en Belgique, y
compris si possible aux publicités faisant l'objet de plaintes qui datent
parfois de plusieurs années.
02.03 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Met betrekking tot het
probleem van de niet-naleving van
de wetgeving, wil dat zeggen dat
men die wetgeving al zeven jaar
lang niet kan doen naleven.
02.04 Paul Magnette, ministre: Monsieur Henry, dans la répartition
des compétences qui a été fixée aujourd'hui, c'est le ministre en
charge de la protection à la consommation (...) qui peut rendre ces
matières plus contraignantes. Mais c'est le ministre en charge des
Affaires économiques qui peut vous répondre au sujet des sanctions.
02.04 Minister Paul Magnette:
Het is de minister die met de
Economische Zaken is belast, die
u kan antwoorden op de vragen
over de sancties.
02.05 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Dans ce cas, j'espère que
nous pourrons voir, dès demain, si tout cela est clarifié et que nous
pourrons avoir une politique cohérente. C'est extrêmement illustratif!
Nous avions dénoncé, dès la constitution du gouvernement
provisoire, le fait que cette disparité entre les compétences
ministérielles poserait des problèmes. Nous en avons vraiment
l'illustration aujourd'hui mais je ne m'y attarderai pas puisque c'est la
fin du gouvernement provisoire. Nous verrons ce qu'il en est dans le
gouvernement définitif!
02.05 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Dadelijk na het aantreden
van de interim-regering hadden wij
erop gewezen dat die opsplitsing
van ministeriële bevoegdheden
voor problemen zou zorgen. Dat
wordt hier vandaag geïllustreerd.
Wij zullen zien hoe een en ander
in het kader van de definitieve
regering zal worden geregeld.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Aan de orde is vraag nr. 3028 van de heer Jean-
Jacques Flahaux over de veralgemeende installatie van de roetfilters
op dieselwagens.
Le président: L'ordre du jour
appelle la question n° 3028 de M.
Jean-Jacques Flahaux sur la
généralisation
des
filtres
à
particules sur les véhicules à
moteur diesel.
CRIV 52
COM 148
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
02.06 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, die vraag is
voorzien voor de commissie voor de Volksgezondheid. Ik heb het
antwoord niet bij.
De voorzitter: Vandaag is echter de laatste dag, anders is het voor na de paasvakantie. Morgen zijn er
geen commissies meer.
(...): Surtout si vous n'êtes plus ministre.
De voorzitter: Anders moeten wij wachten op het antwoord en de vraag verplaatsen naar het einde van de
vergadering.
02.07 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, la
question porte sur la généralisation des filtres à particules sur les
véhicules diesel.
Le président: Cela vaut-il la peine d'attendre?
02.08 Jean-Jacques Flahaux (MR): Si vous restez ministre, il n'y a
pas de problème.
02.09 Paul Magnette, ministre: Si je ne le reste pas, je vous
donnerai une réponse personnelle.
Le président: Nous pouvons attendre la fin de cette séance de commission.
02.10 Jean-Jacques Flahaux (MR): Va-t-on vous apporter la
réponse? Cette question est à l'ordre du jour. Elle a été ajoutée sur le
site internet de la Chambre.
02.11 Paul Magnette, ministre: Je n'ai pas de réponse écrite, je
pense donc qu'il est préférable de reporter la question.
03 Vraag van de heer Bruno Tobback aan de minister van Klimaat en Energie over "de door NIRAS
opgestelde inventaris van de nucleaire passiva" (nr. 3032)
03 Question de M. Bruno Tobback au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'inventaire du passif
nucléaire établi par l'ONDRAF" (n° 3032)</b>
03.01 Bruno Tobback (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, op de
valreep nog een vraag want het is misschien mijn laatste kans om u
een vraag te stellen in uw huidige functie.
NIRAS heeft op 11 maart het tweede vijfjaarlijks rapport gepubliceerd
over de analyse van de toekomstige nucleaire passiva. Dat rapport
wordt gemaakt met om te beginnen de doelstelling om duidelijke,
transparante informatie te krijgen maar ook om het ethische principe
te respecteren dat de generatie die gebruik maakt van de elektrische
energie die wordt geproduceerd ook de generatie moet zijn die
opdraait voor de zeer langdurige kosten voor opslag en verwerking
van nucleair afval.
Het tweede rapport toont nu een redelijke verbetering van de kwaliteit
van de gegevens. NIRAS wijst echter op nogal wat bezorgdheden,
met name de moeilijkheid om de toereikendheid van de provisies en
de beschikbaarheid ervan duidelijk in kaart te brengen. Met name het
verkrijgen van de informatie over de beschikbaarheid van de provisies
03.01 Bruno Tobback (sp.a-
spirit): L'ONDRAF a publié le 11
mars 2008 le deuxième rapport
quinquennal sur l'analyse des
passifs nucléaires futurs. Si la
qualité
des
données
s'est
améliorée, l'ONDRAF s'inquiète de
la difficulté à cerner correctement
la suffisance et la disponibilité des
provisions.
Le ministre entrevoit-il la possibilité
de renforcer le devoir d'information
pour les passifs nucléaires, par
exemple en rendant plus strictes
les conditions d'obtention des
autorisations? Un système où les
moyens destinés à la gestion des
18/03/2008
CRIV 52
COM 148
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
wordt zwaar gehinderd door nogal wat ingewikkelde technisch-
financiële constructies tussen de verschillende entiteiten van de
betrokken bedrijven. Het gaat vooral om het feit dat er behalve voor
de gebruikte splijtstof van de kerncentrales sinds de wet van 2003
geen verplichting is voor de verantwoordelijken voor nucleaire
materialen om echt financiële provisies aan te leggen. Het is dus
moeilijk om te controleren in hoeverre die provisies daadwerkelijk
beschikbaar zijn.
Mijnheer de minister, in de nasleep van dat rapport heb ik dan ook
enkele vragen. Ziet u mogelijkheden om de informatieplicht voor
eenieder die betrokken is bij of verantwoordelijk voor nucleaire
passiva aan te scherpen, bijvoorbeeld via een verscherping van de
vergunningsvoorwaarden?
Ziet u de mogelijkheid om bijvoorbeeld over te gaan naar het systeem
waarbij de middelen voor het beheer van de passiva worden
samengebracht in een specifiek fonds met een eigen juridische
structuur onder een veel duidelijker controle van de overheid, dit
gekoppeld aan een duidelijk wettelijk en reglementair kader voor het
aanleggen van provisies, met de duidelijke verplichting om die
provisies aan te leggen, eventueel met een internationale
benchmarking tussen de manier waarop de beschikbaarheid van die
provisies wordt geëvalueerd?
Ten slotte stellen we vast dat de nucleaire provisies voor de
ontmanteling van de kerncentrales en het beheer van de splijtstoffen
op dit ogenblik zitten bij Synatom. De wet bepaalt dat 75% van die
middelen kan worden gebruikt voor leningen aan de nucleaire
exploitanten zelf en dat 25% wordt belegd in activa buiten die
nucleaire exploitanten onder het toezicht van de specifiek opgerichte
commissie. NIRAS stelt niet onterecht dat dit onrechtstreeks eigenlijk
betekent dat in het slechtste geval de werkelijke provisies zich kunnen
beperken tot 25% en dat al de rest eigenlijk bij de exploitanten blijft.
De wet voorziet in de mogelijkheid om die verdeelsleutel aan te
passen en een hoger percentage dan 25% te gaan diversifiëren. Wat
is het standpunt van de minister daarover?
passifs seraient réunis en un fonds
spécifique
lui
paraît-il
envisageable? Parallèlement, un
cadre précis serait défini pour la
constitution
de
provisions.
L'ONDRAF estime que, dans le
pire des cas, les provisions réelles
pourraient être limitées à 25%. Ce
taux peut être adapté par la loi, de
sorte que la diversification pourrait
dépasser les 25%. Quel est le
point de vue du ministre?
03.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Tobback, eerst en vooral wens ik te preciseren dat de opdracht van
NIRAS erin bestaat op basis van de informatie die haar wordt
verstrekt door de exploitanten en eigenaars van installaties en sites
die radioactieve stoffen bevatten, potentiële nucleaire passiva te
identificeren en na te gaan of de betrokken exploitanten en eigenaars
de nodige maatregelen treffen en provisies aanleggen om dergelijke
potentiële passiva te vermijden.
NIRAS heeft mij haar rapport over de inventaris van de nucleaire
passiva overhandigd op 20 februari 2008. Ik heb mijn diensten de
opdracht gegeven om het rapport grondig te analyseren en na te gaan
in welke mate en op welke wijze gevolg dient te worden gegeven aan
de aanbevelingen die NIRAS in haar rapport formuleert. Het geachte
lid zal begrijpen dat dit enige tijd vergt en ik bijgevolg nog niet over de
elementen beschik die mij toelaten om concreet op zijn vragen te
antwoorden.
De beschikkingen waarin in de huidige wetgeving zijn voorzien met
betrekking tot de informatieplicht lijken voldoende te zijn om de
03.02 Paul Magnette, ministre:
L'ONDRAF a communiqué le
rapport sur l'inventaire des passifs
nucléaires le 20 février 2008. Mes
services l'analysent actuellement.
Je ne dispose pas encore de tous
les éléments nécessaires pour
répondre dès à présent à toutes
les questions.
Les dispositions de l'actuelle
législation semblent suffisantes
pour
identifier
les
passifs
nucléaires potentiels. Il en va de
même de la constitution de
provisions auxquelles s'appliquent
du reste aussi les dispositions de
la
législation
en
matière
comptable. Je pourrais examiner
avec les ministres des Finances et
CRIV 52
COM 148
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
identificatie van potentiële nucleaire passiva mogelijk te maken.
Dezelfde vaststelling kan worden gemaakt voor het aanleggen van
provisies, waarop trouwens ook de bepalingen van de
boekhoudwetgeving van toepassing zijn. De eventuele aftrekbaarheid
van de aangelegde provisies en de externalisering van die provisies in
een afzonderlijk fonds zijn mogelijke pistes die eventueel samen met
de ministers, bevoegd voor Financiën en Economie moeten worden
bekeken.
In het rapport van NIRAS wordt een vergelijking gemaakt met de
maatregelen die in de VS, Zwitserland en Zweden werden genomen
om het ontstaan van nucleaire passiva te vermijden. Het
Internationaal Wetenschappelijk Leescomité dat het rapport heeft
geanalyseerd, bevestigt trouwens in zijn bevindingen dat de door
NIRAS gemaakte evaluatie volledig en geldig is.
Wat de nucleaire provisies voor de ontmanteling van kerncentrales en
het beheer van de door deze centrales voortgebrachte splijtstoffen
betreft, kan worden gemeld dat een verlaging van het maximaal
leningspercentage van 75% kan worden doorgevoerd, bij koninklijk
besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en op advies van de
kernprovisievennootschap en van de Commissie voor nucleaire
voorzieningen. Indien men op het vlak van de provisies alleen
rekening houdt met de hoge kredietwaardigheid van de
kernexploitant, dan zijn er op dat vlak momenteel geen redenen om
het maximaal leningspercentage van de nucleaire voorzieningen aan
de kernexploitant met 75% te verlagen. Ik sluit evenwel niet uit dat er
naast de beschikbaarheid van de provisies ook andere redenen
kunnen zijn om die 75% te verlagen, zoals het vrijmaken van
bijkomende
investeringsmiddelen
voor
projecten
inzake
energiebesparing en hernieuwbare energie.
de l'Économie la question de la
déductibilité
éventuelle
des
provisions constituées et de
l'externalisation de ces provisions
dans un fonds distinct. Le comité
de lecture scientifique international
confirme que l'évaluation de
l'ONDRAF est complète et valable.
En ce qui concerne la constitution
de
provisions
pour
le
démantèlement
des
centrales
nucléaires et la gestion des
matières fissiles produites, le taux
d'emprunt maximum de 75%
pourrait être abaissé, après
concertation au sein du Conseil
des ministres, par la voie d'un
arrêté royal et sur l'avis de la
société
de
provisionnement
nucléaire et de la commission des
provisions nucléaires. S'il n'est
tenu compte pour les provisions
que du haut degré de solvabilité
de l'exploitant nucléaire, il n'y a
actuellement pas de raisons
d'abaisser ce taux. Je n'exclus
toutefois pas l'apparition de tels
risques, telle la libération de
moyens
d'investissement
supplémentaires pour des projets
en matière d'économies d'énergie
et d'énergies renouvelables.
03.03 Bruno Tobback (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter, ik dank de
minister voor zijn antwoord. Ik moet niet verduidelijken dat ik vooral
van de laatste suggestie een grote voorstander ben en met veel
spanning het moment zal afwachten waarop dat daadwerkelijk zal
gebeuren. Ik noteer verder dat het algemeen regeerakkoord nog
weinig specifieke elementen over deze vraag bevat en dat u nog wat
tijd nodig hebt. Ik zal de vraag in de nabije toekomst nogmaals stellen.
03.03 Bruno Tobback (sp.a-
spirit): Je suis très favorable à
cette
dernière
suggestion.
L'accord de gouvernement ne
comporte guère d'éléments qui
concernent spécifiquement cette
question. Je comprends bien qu'il
faille un peu plus de temps au
ministre.
Je
reviendrai
ultérieurement sur le sujet.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "de
betaling van de door de oranjeblauwe onderhandelaars bestelde kernenergiestudies" (nr. 3074)
04 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le paiement des
études sur l'énergie nucléaire commandées par les négociateurs de l'orange bleue" (n° 3074)</b>
De voorzitter: De vraag werd al op verschillende momenten gesteld.
04.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, ik stel de vraag al voor de derde keer, omdat er telkens een
nieuw element opduikt. De vraag is natuurlijk hoe vaak de vraag
04.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Le 20 décembre
2007, le Parlement a approuvé le
18/03/2008
CRIV 52
COM 148
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
onder de nieuwe regering nog aan bod zal komen.
Ik schets even de geschiedenis.
Op 20 december 2007 werd tijdens de plenaire vergadering
goedkeuring gegeven aan de vierde aanpassing van de algemene
uitgavenbegroting. In voornoemd begrotingsontwerp merkten wij dat
80.000 euro werd ingeschreven voor de betaling van twee studies met
als onderwerp de kernuitstap en de manier waarop de kernuitstap kan
worden teruggeschroefd. Het ging over studies van Stibbe en van
KPMG die daartoe respectievelijk 30.000 euro en 50.000 euro zouden
ontvangen.
Op 15 januari 2008 ondervroeg ik u over de studies. Toen antwoordde
u dat noch uzelf noch uw administratie met de bestelling van
voornoemde studies waren geassocieerd. U kon dus ook niets over
de studies zeggen. Het enige wat u toen over de studies wist, was wat
in de pers was verschenen, met name de problemen die zich in dat
verband op begrotingsvlak hadden gesteld.
Vervolgens wendden wij ons op 22 januari 2008 tot de minister van
Begroting, Yves Leterme. Hij verklaarde dat de betaling van de
studies door de Ministerraad moest worden goedgekeurd. Hij voegde
eraan toe dat de FOD Economie een dossier had voorbereid dat u
tijdens de Ministerraad naar voren moest brengen. Yves Leterme zei
ook dat hij met u over het dossier contact had gehad.
Wij kwamen daarop op 29 januari 2008 opnieuw naar hier. Toen
verklaarde u ­ ik citeer uit het verslag ­: "Ik heb de studies nog niet
gezien. Ik heb ze niet gevraagd en niet betaald. Ik ben er ook niet erg
in geïnteresseerd. Ik heb een zeer kort contact gehad met de heer
Leterme. Inderdaad, in de plenaire vergadering heeft hij mij met twee
woorden gezegd wat hij zou antwoorden. U heeft het antwoord
waarschijnlijk gehoord. Het spijt mij, maar ik heb daaraan niets toe te
voegen, aangezien de betrokken studies noch op mijn diensten, noch
op mijn kredieten betrekking hebben."
Ondertussen ondervroeg mijn collega, Peter Vanvelthoven, op
11 maart 2008 in de commissie voor de Financiën en Begroting
opnieuw Yves Leterme. Dat was vorige week. Ik citeer opnieuw uit het
verslag: "Mijnheer de voorzitter, collega Vanvelthoven, om u volledige
transparantie te geven, wat de betrachting is, zal ik u de stukken
overhandigen. De realiteit is vrij eenvoudig. Bij wege van het vierde
aanpassingsblad 2007 heeft mevrouw Van den Bossche in de
begroting een krediet laten inschrijven van 80.000 euro ter betaling
van die studie. De heer Magnette heeft mijn akkoord gevraagd om die
betaling te kunnen doen."
Daarop werd door de heer Leterme wat briefwisseling tussen de
kabinetten van Leterme en Magnette aan de commissieleden
uitgedeeld.
Bovendien staat in het verslag nog te lezen ­ ik citeer opnieuw ­: "de
vraag van de heer Magnette vindt u daarvoor. Als u gewoon de
moeite wil doen om een aantal bladzijden om te slaan, zult u lezen
"Cellule stratégique Energie". U ziet onderaan staan: Cabinet du
ministre Paul Magnette ­ 11 januari 2008. Dat is de registratie van de
invordering van de erelonen en de kostenstaten. Het is een normale,
quatrième ajustement budgétaire
du budget général des dépenses.
80.000 euros ont été inscrits pour
le paiement de deux études
consacrées à la sortie du nucléaire
et à la manière dont il est fait
marche arrière à cet égard. Stibbe
et
KPMG
auraient
perçu
respectivement 30.000 et 50.000
euros. Depuis, la confusion dans
ce dossier n'a fait que croître.
Ce dossier ressortit-il à la
compétence
du
ministre
Magnette? Est-ce lui qui octroie
les
crédits?
A-t-il
demandé
l'autorisation
d'effectuer
le
paiement? Quand? Les études
précitées ont-elles effectivement
été payées? Quels montants ont
été en fin de compte octroyés à
Stibbe et à KPMG? Le ministre
est-il en possession de ces
études? Quel usage en est fait?
CRIV 52
COM 148
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
administratieve procedure. Ik begrijp dat u mist wil spuien, maar er is
helemaal geen mist. De normale procedure is hier gevolgd." Aldus
luidde het antwoord van Yves Leterme.
Voor de volledigheid voeg ik er nog aan toe dat ik op 17 januari 2008
aan het Rekenhof heb gevraagd om inzage te krijgen in alle
documenten met betrekking tot voornoemde twee studies. Het
Rekenhof antwoordde mij op 30 januari 2008: "Zijn College deelt u
mee dat er met betrekking tot de bovenvermelde studies geen enkele
vastlegging, noch ordonnancering is gedaan. Het Rekenhof vindt
geen informatie in zijn betaling- of vastleggingdossier terug met
betrekking tot deze studies, noch zijn er verantwoordingsstukken
voorhanden."
Ik weet niet wie ondertussen nog kan volgen. Ik kan het alvast niet. Ik
heb dus een aantal vragen.
Ten eerste, bent u de bevoegde minister voor het dossier in kwestie?
Zijn het uw dossiers, uw diensten, uw kredieten? Hebt u iets met het
dossier te maken?
Ten tweede, hebt u de toelating gevraagd om de betaling van de
studies uit te voeren? Wanneer gebeurde dat?
Ten derde, werden de studies effectief betaald? Zo ja, wanneer
werden ze betaald? Hoeveel bedroeg het uiteindelijke bedrag voor
Stibbe, enerzijds, en voor KPMG, anderzijds? Zo neen, waarom
werden ze niet betaald? Werd de factuur in dat geval reeds
ontvangen? Hoeveel bedraagt het uiteindelijke bedrag van de factuur,
opnieuw, enerzijds, voor Stibbe, en, anderzijds, voor KPMG?
Ten vierde, beschikt u over de bedoelde studies?
Ten slotte, wat gebeurt er verder met de studies?
04.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van
der Straeten, zoals ik inderdaad reeds heb geantwoord, hebben de
betrokken studies geen betrekking op mijn diensten, noch op mijn
kredieten. Als bevoegd minister voor Klimaat en Energie heb ik geen
factuur ontvangen, maar enkel een overzicht van de erelonen en
kostenstaten vanwege advocatenkantoor Stibbe, gericht aan het
kabinet van minister Verwilghen. Aangezien dit rekeningoverzicht
vanwege Stibbe betrekking had op een juridisch advies inzake de
kerncentrales dat ikzelf niet heb gevraagd en het bovendien gericht
was aan het vorige kabinet van minister Verwilghen, heb ik contact
opgenomen met de minister van Begroting, met de mededeling dat
mijn diensten, noch mijn kredieten iets met dat advies te maken
wilden hebben. Vervolgens heb ik hem die stukken doorgefaxt. Ik heb
voor u een kopie van de fax bij, zodat u het kunt nalezen.
Ik heb op 28 januari een brief ontvangen van de minister van
Begroting waarin hij zich akkoord verklaarde met het dossier "studie
kernuitstap Stibbe". Tevens werd een kopie van die brief verstuurd
naar de stafdienst Budget en Beheerscontrole van de FOD Economie
die instaat voor de uitbetaling. Ik heb voor u ook een kopie van die
brief.
Op uw vragen kan ik dus het volgende antwoorden.
04.02 Paul Magnette, ministre:
Ces études ne concernent pas
mes services, ni mes crédits. Je
n'ai pas reçu de factures mais
seulement
un
relevé
des
honoraires et des états de frais
adressé par le bureau d'avocats
Stibbe au cabinet du ministre, M.
Verwilghen. Ce relevé de compte
portait sur un avis juridique en
matière de centrales nucléaires
que je n'avais pas demandé
personnellement. De plus, cet avis
était adressé au cabinet de M.
Verwilghen. Dans un courrier du
28 janvier, le ministre du Budget a
donné son accord sur le dossier
`Etude sortie nucléaire Stibbe'.
Une copie a également été
adressée
au
service
d'encadrement Budget et Contrôle
de la gestion du SPF Économie,
qui est responsable du paiement.
18/03/2008
CRIV 52
COM 148
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Ten eerste, als bevoegde minister heb ik een last uit het verleden
geërfd omdat het een juridisch advies betreft waarvoor mijn
voorganger in het raam van de regeringsonderhandelingen de
opdracht heeft gekregen. Mijn diensten, noch ikzelf hebben die
adviezen of studies gevraagd en willen of kunnen dan ook geen
kredieten vrijmaken om ervoor te betalen.
Ten tweede, aangezien ik enkel een rekeningoverzicht gericht aan het
kabinet van mijn voorganger, heb ontvangen betreffende een advies
waarvoor ikzelf de opdracht niet heb gegeven en waarvoor er geen
enkel verantwoordingsstuk was, heb ik op 23 januari 2008 aan de
minister van Begroting medegedeeld dat de betaling niet op de
kredieten van mijn kabinet of mijn administratie ten laste kunnen
worden genomen.
Ten derde, ik heb naar deze betalingen laten informeren. Blijkbaar is
het juridisch advies van Stibbe ontvangen en is de betalingsverrichting
bezig voor een bedrag zoals vermeld op het rekeningoverzicht van
Stibbe, met name 31.000 euro. Daarentegen blijkt er vanwege KPMG
niets ontvangen te zijn, geen advies en ook geen factuur. Bovendien
zullen die betalingen gebeuren op de werkingsmiddelen van de
minister bevoegd voor Economie, aangezien de werkingsmiddelen
van de minister bevoegd voor Energie zijn ingeschreven op de
begroting van de FOD Volksgezondheid.
Ten vierde, de administratie Energie heeft ondertussen ook het advies
van Stibbe inzake het openhouden van de kerncentrales ontvangen.
Ten vijfde, ik heb begrepen dat de studie van Stibbe al is rondgedeeld
in de commissie, zodat ­ wat mij betreft ­ ieder kan kiezen wat hij
ermee doet. In het huidige beleid vind ik de studie overbodig, gelet op
het bestaan van de wet inzake de kernuitstap
Ni mes services ni moi-même
n'avons donc demandé ces avis
ou études. De ce fait, nous ne
voulons et nous ne pouvons pas
dégager de crédits pour les payer,
comme je l'ai indiqué au ministre
du Budget le 23 janvier 2008.
L'avis juridique de Stibbe a été
reçu. Une opération de paiement
est en cours pour un montant de
31.000 euros. Par contre, nous
n'avons rien reçu de KPMG. Ces
paiements seront effectués sur les
moyens de fonctionnement de la
ministre de l'Économie.
Entre-temps, l'administration de
l'Énergie a aussi reçu l'avis de
Stibbe concernant le maintien en
activité des centrales nucléaires.
L'étude de Stibbe a été distribuée
aux membres de la Commission.
Elle me paraît superflue dans le
cadre de la politique actuelle,
compte tenu de l'existence de la
loi sur la sortie du nucléaire.
04.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, ik heb begrepen dat we met deze vraag nog naar de
minister van Economie moeten gaan. Dat heb ik daaruit begrepen.
Het zijn nog altijd niet uw diensten en niet uw kredieten maar
waarschijnlijk gaat u er wel voor betalen. Het zal uiteindelijk wel
worden betaald maar ik hoop dat u minister blijft want ik heb dan toch
begrepen dat als u minister blijft er niet meer aandacht aan de studie
moet worden gegeven dan nodig, zijnde wat ophef rond de betaling
en de procedure. Daarmee is de kous dan af.
04.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): En conclusion, je
me verrai contrainte de reposer la
question
à
la
ministre
de
l'Économie. L'étude sera en
définitive payée mais j'espère
qu'en dehors d'un certain émoi à
propos du paiement et de la
procédure, on ne s'attardera plus
sur la question par la suite.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de M. Jean-Marc Delizée au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'application du tarif
'basse tension résidentiel' aux communes en matière d'éclairage public" (n° 2901)</b>
05 Vraag van de heer Jean-Marc Delizée aan de minister van Klimaat en Energie over "de toepassing
van het residentieel laagspanningstarief voor de gemeenten met betrekking tot de openbare
verlichting" (nr. 2901)
05.01 Jean-Marc Delizée (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, la loi sur la libéralisation de l'énergie n'a pas défini le tarif
applicable aux gestionnaires de réseau de distribution d'électricité
(GRD) pour ce qui concerne l'éclairage public. Il s'agit donc d'un vide
05.01 Jean-Marc Delizée (PS):
In
de
wet
betreffende
de
liberalisering van de energiemarkt
wordt geen tarief vastgelegd. Elke
CRIV 52
COM 148
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
juridique; bien sûr, il est comblé par des négociations et des
discussions avec la CREG.
Quelle est la situation actuelle? Chaque GRD a négocié ses tarifs
avec la CREG. Certaines intercommunales pures (publiques) se sont
vu imposer un tarif "résidentiel" alors que les intercommunales mixtes
peuvent utiliser le tarif "direct basse tension" ou "trans basse tension"
ou, selon le jargon, le "trans BT". Les deux tarifications coexistent
donc, le motif technique étant que, dans un cas, le réseau fonctionne
avec des compteurs et, dans l'autre cas, sans compteurs.
Pour une commune qui paie l'éclairage public, la différence selon le
type de tarif est significative. Ainsi, pour ma petite commune, de
moins de 6.000 habitants, l'application du tarif "basse tension
résidentiel" par une intercommunale pure revient à quelque
19.000 euros, tous aspects confondus, alors qu'à consommation
égale, une tarification "trans BT" donnerait un montant de
7.300 euros, soit un différentiel de 2,5. L'impact budgétaire est loin
d'être négligeable pour les communes.
Les intercommunales mixtes, quant à elles, sont autorisées par la
CREG à utiliser actuellement le tarif "trans BT".
Ma question est qu'il nous revient que la CREG, qui a notamment
dans ses compétences la détermination des tarifs appliqués par les
GRD, envisagerait de faire appliquer aux consommations de
l'éclairage public communal le tarif "basse tension résidentiel" pour les
quatre prochaines années.
Ainsi, à titre indicatif et sur base des informations en ma possession,
l'écart entre ces deux tarifs représente pour les villes et communes
wallonnes ­ je ne dispose pas des chiffres pour l'ensemble du pays ­,
pour le secteur mixte, environ 4 millions d'euros par an, TVAC, de
surcoût par rapport à la situation actuelle.
On peut comprendre et s'inscrire dans une logique d'unicité tarifaire,
ce qui concourrait à l'équité pour tous les secteurs, mais il faudrait
alors intégrer les réalités techniques et juridiques, notamment en
matière de propriété des réseaux d'éclairage public.
De fait, tenant compte que les communes sont propriétaires desdits
réseaux ou qu'elles en ont assumé financièrement les
investissements, l'application du tarif "basse tension résidentiel"
reviendrait à leur faire payer une deuxième fois les coûts de ces
réseaux.
Monsieur le ministre, confirmez-vous les intentions de la CREG en la
matière? Le cas échéant, quelles seraient les raisons de ces choix
techniques, à savoir l'application à toutes les intercommunales, tous
les GRD, du tarif résidentiel, raison technique peut-être contestable?
Ne pourrait-on mettre en place un groupe d'experts associant les
représentants des secteurs mixtes et des secteurs purs, des GRD,
ainsi que des représentants des villes et des communes au travers de
leurs organes fédérateurs (Union des Villes et Communes tant
flamandes, bruxelloises que wallonnes), dont les conclusions
serviraient de base à l'élaboration et à l'adoption d'un arrêté
définissant les coûts de distribution de l'éclairage public?
DNB bepaalt zelf tarieven in
samenspraak met de CREG. Er
worden
parallel
twee
tariefregelingen gehanteerd: het
residentiële tarief en het "Trans-
LS"-tarief.
Het zou logischer lijken het "Trans-
LS"-tarief toe te passen op de
straatverlichting aangezien die op
een autonoom net is aangesloten.
Voor de gemeenten is de
budgettaire
impact
niet
onbelangrijk. In Viroinval zou de
toepassing van het residentieel
laagspanningstarief neerkomen op
een bedrag van 19.000 euro; bij
gelijk verbruik zou men met de
toepassing van het "Trans-LS"-
tarief uitkomen op een totaal
bedrag van 7.300 euro. De
gemengde
intercommunales
mogen
daarentegen
gebruik
maken van het "Trans-LS"-tarief.
Het verschil tussen deze twee
tarieven vertegenwoordigt voor de
Waalse steden en gemeenten,
voor
de
gemengde
sector,
ongeveer vier miljoen euro per
jaar.
Waarom opteerde de CREG voor
die tarieven en hoe rechtvaardigt
ze die keuze? Zou er geen
deskundigengroep kunnen worden
ingesteld? Het verslag van zo een
groep
zou
als
uitgangspunt
kunnen worden genomen voor het
opstellen van een besluit. Welke
maatregelen moeten er nog voor
juni 2008 worden genomen?
18/03/2008
CRIV 52
COM 148
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
En d'autres termes, pouvez-vous organiser une concertation de tous
les acteurs concernés, avant qu'une décision n'intervienne, celle-ci
n'étant pas neutre pour les finances communales et finalement pour
les citoyens, qui paient indirectement la facture via les communes?
Dans l'affirmative, si cette proposition reçoit votre adhésion et compte
tenu de l'obligation pour les GRD de soumettre à la CREG pour juin
2008 leur tarif d'utilisation des réseaux pour les années 2009 à 2011,
pouvez-vous prendre les mesures nécessaires en vue de finaliser
cette démarche avant cette date?
05.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur Delizée, le tarif "basse
tension résidentiel" est effectivement appliqué par le gestionnaire de
réseau dans le cas où l'éclairage public est raccordé au réseau basse
tension de distribution. Dans cette hypothèse, les tarifs sont
effectivement similaires aux tarifs BT des clients résidentiels. Dans la
majorité des cas toutefois, l'éclairage public est alimenté par un
réseau indépendant, à savoir le réseau dit "trans BT" (trans basse
tension) et dans ce cas, le GRD applique un tarif nettement plus
favorable aux communes, à savoir le tarif du même nom, tarif "trans
BT".
Ces tarifs sont approuvés par la CREG. Il s'agit du tarif réseau des
GRD et non du tarif fourniture que le fournisseur fixe librement,
puisqu'il n'est pas soumis au contrôle de la CREG. Comme vous le
savez, le fournisseur adresse à la commune une facture qui reprend
le tarif du GRD, soumis à l'approbation de la CREG, et le prix de la
commodity.
Pour les tarifs des GRD, je viens d'introduire une modification de la
législation pour que les GRD puissent également proposer des tarifs
pluriannuels cette année. D'une certaine manière, cela répond à votre
question sur un éventuel groupe d'experts puisque cela leur permet
d'apporter une contribution et même une proposition.
La question des tarifs pour la période 2009-2012 ne pourra être
examinée qu'après l'introduction de propositions tarifaires et leur
évaluation par la CREG pour cette période. Des arrêtés royaux dits
"tarifs pluriannuels" seront adoptés dans les deux mois pour
permettre aux GRD de déposer à la CREG leurs propositions de tarifs
pluriannuels, au plus tard le 30 juin de cette année.
05.02 Minister Paul Magnette:
Wat de openbare verlichting
betreft, wordt het residentieel
laagspanningstarief
toegepast
door de DNB wanneer de
openbare verlichting aangesloten
is
op
het
laagspanningsdistributienet. In de
meeste gevallen wordt dit gevoed
door een zogenaamd `Trans LS'-
net en in dat geval is het `Trans
LS'-tarief van toepassing. Die
tarieven zijn goedgekeurd door de
CREG.
Ik heb net een tekst voor een
wetswijziging ingediend, opdat de
DNB's dit jaar meerjarentarieven
kunnen aanbieden. Het vraagstuk
betreffende de tarieven voor de
periode 2009-2012 kan pas
onderzocht worden nadat de
voorstellen werden ingediend en
geëvalueerd door de CREG.
05.03 Jean-Marc Delizée (PS): Je remercie le ministre pour sa
réponse. Les intercommunales pures qui se sont vu imposer le tarif
"basse tension résidentiel" le contestent sur le plan technique. Quant
aux intercommunales de secteurs mixtes, si la décision devait être
d'imposer également le tarif "basse tension résidentiel", cela
représenterait pour les communes wallonnes concernées par ce
secteur quelque 4 millions d'euros. On peut étendre l'estimation à
l'ensemble du pays, ce serait sans doute de même nature.
S'il existe un espace de dialogue pour les intervenants, y compris les
communes qui sont directement concernées par cette décision,
j'espère qu'il servira à la décision finale. En effet, si on veut
harmoniser les tarifs entre les deux types de réseau de distribution, le
tarif "basse tension résidentiel" est celui qui conviendrait en
l'occurrence.
05.03 Jean-Marc Delizée (PS):
De intercommunales die het
"residentieel laagspanningstarief"
opgelegd kregen, betwisten dat
tarief op grond van technische
aspecten. Als er ruimte is voor
dialoog, dan hoop ik dat daar
gebruik van zal worden gemaakt
teneinde de tarieven op elkaar af
te stemmen.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 148
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
L'incident est clos.
Président: Jean-Marc Delizée.
Voorzitter: Jean-Marc Delizée.
06 Vraag van de heer Bart Laeremans aan de minister van Klimaat en Energie over "de toekomstige
monitoring van de gas- en elektriciteitsprijzen door de CREG" (nr. 3052)
06 Question de M. Bart Laeremans au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le futur monitoring des
prix du gaz et de l'électricité par la CREG" (n° 3052)</b>
06.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, we
vernemen dat de regering diverse maatregelen uitwerkt om de
bevoegdheden van de CREG inzake prijsmonitoring uit te breiden. Op
zichzelf is dat een goede zaak, maar toch rijzen er heel wat vragen bij,
zodat de vorige regering besliste te wachten met aanpassingen aan
die bevoegdheden tot het onderzoek van de Raad voor de
Mededinging inzake Electrabel klaar zou zijn gelet op de relevante
informatie die eruit zou voortvloeien.
Bijkomende bedenking in dat verhaal is dat een dergelijk systeem er
ook toe zou kunnen leiden, als men het te excessief wil toepassen,
dat de energieproducenten hun beslissingcentra naar het buitenland
zouden verschepen om excessieve controle tegen te gaan.
Een ander aspect is het volgende. Intussen werd aan de CREG
gevraagd om de mogelijkheden van de invoering van een
programmacontract naar analogie van wat geldt voor aardolie, te
onderzoeken en daarover voorstellen te formuleren.
Mijnheer de minister, wanneer mogen we de resultaten verwachten
van het onderzoek, ingesteld bij de Raad voor de Mededinging? Het
onderzoek was al in het vooruitzicht gesteld door minister Verwilghen
en was eigenlijk bedoeld voor het einde van vorig jaar, maar we
hebben nog altijd niets ontvangen. Hebt u inmiddels kennis van die
resultaten? Kunt u ze meedelen of wanneer worden ze verwacht?
Ten tweede, heeft de CREG u de studie bezorgd inzake het
programmacontract? Werden er voorstellen geformuleerd? Tegen
welke datum diende de CREG dat voor te leggen?
Ten derde, in uw persnota van 29 februari vermeldt u dat de CREG
onbeperkte toegang moet kunnen krijgen tot wat u noemt de reële
kosten van alle producenten, invoerders en leveranciers. Wat is nu de
finaliteit van dat soort van vergaande monitoring? Is het de bedoeling
om aan de producenten, invoerders en leveranciers van aardgas of
elektriciteit uiteindelijk een maximumprijs te kunnen opleggen
waartegen zij energie in België mogen verkopen, of is het de
bedoeling om taksen te heffen op bepaalde hoge winsten, of is het de
bedoeling een jaarlijkse cheque te kunnen innen voor de opvulling van
budgettaire hiaten, of zijn er andere bedoelingen?
Ten vierde, wat moet ik mij voorstellen bij "de periodieke toegang tot
de reële kosten" van alle producenten, invoerders en leveranciers,
actief op de Belgische markt? Wat betekent dat in de praktijk? Gaan
de personeelsleden van de CREG om de veertien dagen, bij wijze van
spreken, naar Noorwegen, Nederland, Qatar, Algerije, om daar inzage
te krijgen in de boekhouding en internationale contracten? Of, anders
gezegd, hoe zult u vermijden dat bedrijven die hier actief zijn, hun
06.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le gouvernement aurait
l'intention
d'élargir
les
compétences de la CREG en
matière de contrôle des prix. Loin
de nous en plaindre, nous
estimons toutefois qu'il convient de
veiller à ce que cette mesure
n'incite pas les entreprises à
délocaliser leurs centres de
décision à l'étranger. Dans cette
optique,
le
précédent
gouvernement
avait
décidé
d'attendre les résultats de l'étude
sur Electrabel menée par le
Conseil de la concurrence. Quand
le rapport du Conseil de la
concurrence sera-t-il disponible?
Le ministre en connaît-il déjà les
résultats?
Il a également été demandé à la
CREG d'étudier la possibilité
d'instaurer un contrat-programme,
à l'instar du système établi pour le
pétrole. La CREG a-t-elle déjà
formulé des propositions à cet
égard?
Le ministre a annoncé que la
CREG devait bénéficier d'un accès
illimité aux données relatives aux
coûts réels des producteurs,
importateurs et fournisseurs actifs
sur le marché belge. A-t-on
l'intention, en définitive, d'imposer
des prix maximaux ou de lever des
taxes sur les bénéfices élevés?
Ou
l'objectif
consiste-t-il
à
percevoir chaque année une
somme destinée à combler les
déficits du budget?
Quelle est la méthode retenue
pour accéder périodiquement aux
données relatives aux coûts réels?
Comment évitera-t-on que les
entreprises
délocalisent
leurs
18/03/2008
CRIV 52
COM 148
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
beslissingscentra of hun diensten van contractenbeheer wegtrekken
uit ons land, met alle mogelijke gevolgen inzake werkgelegenheid?
Ten vijfde, bestaat een dergelijke prijsmonitoring van de reële kosten
van gas of elektriciteit ook in andere Europese lidstaten? Als dat het
geval is, wat is dan hun ervaring hiermee? Beschikt u over
documentatie ter zake?
Ten zesde, is er ter zake geen Europese regelgeving in de maak? Is
het niet logisch dat wij ons daarop afstemmen?
Ten zevende, hoe is de verhouding tussen de prijsmonitoring, uit te
voeren door de CREG, en de beslissing aan Vlaamse zijde om de
VREG monitoring te laten uitvoeren over de totale energiekosten en
de componenten daarvan? Als CWaPE, BRUGEL en de CREG een
en ander volgen en die vier regulatoren komen tot andere conclusies,
wat is dan de oplossing?
Ten achtste, wat is de impact van een dergelijke monitoring op het
budget van de CREG? Volstaat het huidige personeelsbestand of
zullen er nieuwe aanwervingen moeten gebeuren? In hoeveel extra
personeelsleden wordt voorzien? Wat is de kostprijs van een
monitoringinstrument?
centres de décision à l'étranger?
Existe-t-il déjà un tel dispositif de
monitoring des prix dans d'autres
États membres de l'UE? L'Europe
ne
prépare-t-elle
aucune
réglementation en la matière?
Le gouvernement flamand a
décidé de charger la VREG de
réaliser un monitoring du coût
global de l'énergie. Qu'arrivera-t-il
si les trois régulateurs régionaux
et le régulateur fédéral arrivent à
des conclusions contradictoires?
Quel est l'impact du monitoring sur
le budget de la CREG? Procédera-
t-on à l'engagement de personnel
supplémentaire?
06.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, naar aanleiding
van de prijsstijging voor aardgas heeft mijn voorganger een officiële
klacht ingediend wegens misbruik van machtpositie. Een formeel
antwoord wordt verwacht tegen eind april.
De CREG heeft mij de studie bezorgd. Ze wordt momenteel door mijn
diensten geanalyseerd.
Als aanvulling bij haar opdracht inzake de opvolging van de markten
via een analyse stroomopwaarts, zal ik de CREG nieuwe
bevoegdheden toekennen met onder meer specifiek de monitoring
van de prijzen en, algemeen, ook een permanente monitoring van de
markten voor gas en elektriciteit.
Op verzoek van de voormalige ministers van Energie heeft de CREG
gerichte studies met betrekking tot de finale prijzen voor elektriciteit
en aardgas gerealiseerd. Zij volgt de evolutie van de
elektriciteitsprijzen op Belpex, maar tot op heden beschikte de CREG
niet over voldoende middelen om een permanente monitoring van de
leveringsprijzen voor gas en elektriciteit te verrichten. De monotoring
zou ook de controle moeten omvatten van de gegevens die de CREG
in staat stelt om indexeringsparameters te bepalen en de
bestanddelen daarvan te controleren. De monitoring impliceert dat
men periodiek toegang heeft tot de werkelijke kosten, commodity en
commodity exclusive, van alle producenten, invoerders en
leveranciers van gas en elektriciteit die in België over een
leveringsvergunning beschikken.
Zo'n monitoring zou leiden tot een grotere transparantie van de markt
en zou de bevoegde overheden informatie aanreiken over de
concrete maatregelen die moeten worden genomen voor een betere
werking van de markt. Ik meende dat die bevoegdheid essentieel was
en ontbrak in het arsenaal van de CREG. Het was dus verantwoord
dat ik onmiddellijk ingreep, zonder te wachten op de resultaten van
06.02 Paul Magnette, ministre: À
la suite de l'augmentation du prix
du gaz naturel, mon prédécesseur
a introduit une plainte pour abus
de position dominante. La réponse
est attendue pour fin avril.
L'étude de la CREG relative au
contrat-programme
est
actuellement analysée par mes
services.
La CREG sera dotée de nouvelles
attributions, dont le monitoring des
prix énergétiques en général et le
monitoring
permanent
des
marchés du gaz et de l'électricité
en particulier. Jusqu'à présent, la
CREG a bien suivi l'évolution des
prix de l'électricité sur BELPEX
mais ne disposait pas de moyens
suffisants pour assurer un contrôle
permanent des prix du gaz et de
l'électricité. Le monitoring doit
également permettre à la CREG
de
fixer
des
paramètres
d'indexation. Il implique un accès
périodique aux coûts réels de
l'ensemble des producteurs, des
importateurs et des fournisseurs
de
gaz
et
d'électricité
qui
disposent d'une autorisation de
fourniture en Belgique.
CRIV 52
COM 148
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
een diepgaande studie over de reguleringsmechanismen die
momenteel bij mijn kabinet plaatsvindt.
Naar aanleiding van mijn contacten met de voorzitter van het
directiecomité van de CREG is gebleken dat het niet nodig is om
bijkomende mensen aan te werven. Er zal worden overgegaan tot
heroriëntatie van personeel gelet op de nieuwe bevoegdheid. Het
personeel dat zich momenteel bezighoudt met de tarieven van de
distributienetbeheerders, zou na de regionalisering van de tarieven
immers geen taken meer hebben.
Ce monitoring doit accroître la
transparence
du
marché
et
permettre
aux
autorités
compétentes
d'améliorer
le
fonctionnement de celui-ci. Étant
donné qu'il s'agit à mes yeux d'un
élément essentiel de l'arsenal de
la CREG, je n'ai pas jugé
nécessaire d'attendre les résultats
de
l'étude
détaillée
des
instruments
de
régulation à
laquelle travaille actuellement mon
cabinet.
J'ai pu conclure de mes contacts
avec le président du comité de
direction de la CREG qu'un renfort
de personnel n'est pas nécessaire.
Une partie du personnel existant
sera toutefois réorientée. Le
personnel actuellement en charge
des tarifs des gestionnaires des
réseaux
de
distribution
se
retrouverait en effet déchargé de
sa mission après la régionalisation
de ces tarifs.
06.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
dank u voor het antwoord. In tegenstelling tot veel antwoorden die u
vandaag hebt gegeven, was het veeleer beknopt.
Wat die studies betreft, die van de Raad voor de Mededinging is
gepland voor eind april. Ik hoop dat u die, zodra u ze ontvangt, eind
april of vroeger, zo snel mogelijk aan de commissie en het Parlement
bezorgt. Hetzelfde geldt voor de studie van de CREG, die nu al
bestaat. U bent ze nu aan het analyseren en ik hoop dat u ze in de
loop van deze week of uiterlijk in de loop van paasvakantie aan de
commissieleden bezorgt. Ik denk dat wij als parlementsleden recht
hebben op inzage daarin.
Het monitoren van de prijsevolutie is op zichzelf een nuttige en
noodzakelijke zaak. U ziet dat echter op een heel intensieve en
misschien wel excessieve manier. U zegt dat u alle kosten van alle
producenten en invoerders op onze markt wil bestuderen. Als er
echter een ding is met een internationaal karakter, dan is het precies
de energiemarkt. Dat weten we allemaal. Dat is tegenwoordig inherent
aan de manier waarop in Europa energie wordt geproduceerd en
geleverd.
Het grote risico van een systeem zoals u dat op dit moment aan het
uitbouwen bent, vooral de inzameling van verregaande informatie
over de ontwikkeling van alle kosten met alle details over de
totstandkoming van een prijs, zou erin kunnen bestaan dat alle
bedrijven die nu internationaal zijn verweven maar hier nog hun
personeel hebben, hun belangrijkste beslissingen nemen en hun
contracten met leveranciers enzovoort beheren, beslissen om zich
niet aan die onderzoeken te onderwerpen en hier weggaan. Ze zullen
hier dan enkel een filiaal overhouden dat enkel moet zorgen voor een
06.03 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): J'espère que le ministre
transmettra l'étude du Conseil de
la concurrence annoncée pour fin
avril et le rapport existant de la
CREG à notre commission.
Le monitoring de l'évolution des
prix est incontestablement très
utile mais les intentions du
ministre à ce sujet sont malgré
tout très radicales et intensives,
certainement si l'on considère que
le marché de l'énergie revêt par
excellence
un
caractère
international.
Le monitoring intensif préconisé
par le ministre pourrait bien
amener
certaines
entreprises
aujourd'hui solidement ancrées en
Belgique à déplacer ailleurs leurs
centres de décision, pour ne plus
conserver chez nous qu'une filiale
commerciale ou administrative. La
politique du ministre menace la
transparence recherchée, ce qui
ne saurait être l'objectif. Je
suggère au ministre de faire
marche arrière et d'amorcer un
dialogue constructif avec les
18/03/2008
CRIV 52
COM 148
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
aantal minimale prijsmarges, terwijl alle echte beslissingen naar
Frankrijk, Noorwegen of waar dan ook worden versast, zodanig dat er
geen controle meer kan zijn.
Mijnheer de minister, wij gaan heel het debat nog voeren in de
commissie, maar ik denk dat u vooral door de manier waarop u een
en ander wil doorvoeren, zult zorgen voor een omgekeerd effect
waardoor de transparantie kleiner zal worden dan ooit.
Ik heb begrepen dat u omtrent de hele materie nauwelijks contact met
de bedrijven uit de sector hebt gehad.
Dan ligt de fout bij uw diensten, uw kabinet, die ter zake het
omgekeerde doen van wat zou moeten gebeuren. U bemoeilijkt de
zaken en de transparantie en u zorgt ervoor dat er werkgelegenheid in
ons land verdwijnt.
Ik wil u vragen om, vóór u naar de commissie komt, de nodige
initiatieven te nemen en te excessieve zaken die een contraproductief
effect hebben, te vermijden.
entreprises.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.33 uur.
La réunion publique de commission est levée à 16.33 heures.