KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 188
CRIV 52 COM 188
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
V
OLKSGEZONDHEID
,
HET
L
EEFMILIEU EN DE MAATSCHAPPELIJKE
H
ERNIEUWING
C
OMMISSION DE LA
S
ANTE PUBLIQUE
,
DE
L
'E
NVIRONNEMENT ET DU
R
ENOUVEAU DE LA
S
OCIETE
dinsdag
mardi
29-04-2008
29-04-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer David Clarinval aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het IMPULSEO-fonds dat
nieuw leven wordt ingeblazen om het groeiende
tekort aan huisartsen op het platteland het hoofd
te bieden" (nr. 4292)
1
Question de M. David Clarinval à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "la dynamisation du Fonds
IMPULSEO pour faire face à la pénurie
grandissante de médecins généralistes dans les
régions rurales" (n° 4292)
1
Sprekers:
David
Clarinval,
Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs:
David
Clarinval,
Laurette
Onkelinx, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique
Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "de orthodontie"
(nr. 4464)
3
Question de Mme Jacqueline Galant à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "l'orthodontie"
(n° 4464)
3
Sprekers: Jacqueline Galant, Laurette
Onkelinx
, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Jacqueline Galant, Laurette
Onkelinx
, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique
Samengevoegde vragen van
5
Questions jointes de
5
- de heer Bruno Steegen aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de behandeling van
drugsverslaafden
met
vervangmiddelen"
(nr. 4341)
5
- M. Bruno Steegen à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "les traitements de substitution pour
les toxicomanes" (n° 4341)
5
- mevrouw Hilâl Yalçin aan de vice-eerste minister
en
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid over "het drugsbeleid" (nr. 4778)
5
- Mme Hilâl Yalçin à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "la politique en matière de drogues"
(n° 4778)
5
- de heer Koen Bultinck aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het voorschrijven van
methadon" (nr. 4894)
5
- M. Koen Bultinck à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "la prescription de méthadone"
(n° 4894)
5
Sprekers: Bruno Steegen, Koen Bultinck,
Laurette Onkelinx
, vice-eerste minister en
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Bruno Steegen, Koen Bultinck,
Laurette Onkelinx
, vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de instelling voor
geïnterneerden in Gent" (nr. 4590)
10
Question de M. Renaat Landuyt à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "l'établissement pour
internés à Gand" (n° 4590)
10
Sprekers:
Renaat
Landuyt,
Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid, Maya
Detiège
Orateurs:
Renaat
Landuyt,
Laurette
Onkelinx, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique,
Maya Detiège
Vraag van mevrouw Martine De Maght aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
over
"de
ziekenhuisopname van kinderen samen met hun
begeleidende ouder" (nr. 4752)
13
Question de Mme Martine De Maght à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les enfants
hospitalisés avec un parent accompagnateur"
(n° 4752)
13
Sprekers: Martine De Maght, Laurette
Onkelinx
, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Martine De Maght, Laurette
Onkelinx
, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique
Samengevoegde vragen van
15
Questions jointes de
15
- de heer Luk Van Biesen aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de doeltreffendheid van
de MUG-diensten in het Pajottenland" (nr. 4776)
15
- M. Luk Van Biesen à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "l'efficacité des SMUR dans le
Pajottenland" (n° 4776)
15
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de stand van zaken in het
MUG-dossier van Halle" (nr. 4795)
15
- M. Bart Laeremans à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "l'état du dossier du SMUR de Hal"
(n° 4795)
15
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de MUG-problematiek in
Zuidwest-Vlaams-Brabant" (nr. 4928)
15
- M. Michel Doomst à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "la problématique des SMUR dans le
Sud-Ouest du Brabant flamand" (n° 4928)
15
Sprekers: Luk Van Biesen, Bart Laeremans,
Laurette Onkelinx
, vice-eerste minister en
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid, Michel Doomst
Orateurs: Luk Van Biesen, Bart Laeremans,
Laurette Onkelinx
, vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, Michel Doomst
Vraag van mevrouw Katia della Faille de
Leverghem aan de vice-eerste minister en
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "biologisch vlees" (nr. 4745)
21
Question de Mme Katia della Faille de Leverghem
à la vice-première ministre et ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique sur "la viande
biologique" (n° 4745)
21
Sprekers: Katia della Faille de Leverghem,
Laurette Onkelinx
, vice-eerste minister en
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Katia della Faille de Leverghem,
Laurette Onkelinx
, vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de wet betreffende de
bescherming en het welzijn der dieren die op
11 mei 2007 werd gewijzigd" (nr. 4793)
23
Question de Mme Josée Lejeune à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "la loi relative à la
protection et au bien-être animal modifiée en date
du 11 mai 2007" (n° 4793)
23
Sprekers: Josée Lejeune, Laurette Onkelinx,
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Josée Lejeune, Laurette Onkelinx,
vice-première ministre et ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique
Samengevoegde vragen van
26
Questions jointes de
26
- de heer Koen Bultinck aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het 'project 600' voor
opleiding
tot
verpleegkundige
en
de
aangekondigde staking van de verpleegkundigen"
(nr. 4794)
26
- M. Koen Bultinck à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "le 'projet 600' de formation
d'infirmier et la grève annoncée du personnel
infirmier" (n° 4794)
26
- de heer Luc Goutry aan de vice-eerste minister
en
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid over "de projecten 600"
(nr. 4962)
26
- M. Luc Goutry à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "les projets 600" (n° 4962)
26
Sprekers: Koen Bultinck, Luc Goutry,
Laurette Onkelinx
, vice-eerste minister en
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Koen Bultinck, Luc Goutry,
Laurette Onkelinx
, vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van mevrouw Maya Detiège aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het statuut van de huisarts
in beroepsopleiding" (nr. 4802)
31
Question de Mme Maya Detiège à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "le statut du médecin
généraliste
en
formation
professionnelle"
(n° 4802)
31
Sprekers: Maya Detiège, Laurette Onkelinx,
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Maya Detiège, Laurette Onkelinx,
vice-première ministre et ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique
Vraag van de heer Philippe Henry aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
over
"cyberverslaving"
(nr. 4838)
34
Question de M. Philippe Henry à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "la cyberdépendance"
(n° 4838)
34
Sprekers:
Philippe
Henry,
Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Philippe Henry, Laurette Onkelinx,
vice-première ministre et ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de werking van de 100-
diensten (nr. 4872)
37
Question de M. Michel Doomst à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "le fonctionnement des
services 100" (n° 4872)
37
Sprekers:
Michel
Doomst,
Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs:
Michel
Doomst,
Laurette
Onkelinx, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique
Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "fasciitis necroticans"
(nr. 4637)
39
Question de Mme Josée Lejeune à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "la fasciite
nécrosante" (n°4637)
39
Sprekers: Josée Lejeune, Laurette Onkelinx,
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Josée Lejeune, Laurette Onkelinx,
vice-première ministre et ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique
Vraag van mevrouw Maggie De Block aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "de afrekening
van de verpleegkundige prestaties in geval van
derdebetalersregeling" (nr. 4670)
42
Question de Mme Maggie De Block à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "la facturation des
prestations médicales dans le cadre du régime du
tiers payant" (n° 4670)
42
Sprekers: Maggie De Block, Laurette
Onkelinx
, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Maggie De Block, Laurette
Onkelinx
, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "de controle op
scheikundige producten en hun al of niet
schadelijkheid voor het menselijk lichaam"
(nr. 4664)
44
Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "le contrôle des
produits chimiques et leur innocuité ou toxicité sur
l'organisme humain" (n° 4664)
44
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Laurette
Onkelinx
, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Laurette
Onkelinx
, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique
Samengevoegde vragen van
47
Questions jointes de
47
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het aanmoedigen van
orgaandonatie" (nr. 4887)
47
- M. Jean-Luc Crucke à la vice-première ministre
et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "la promotion du don d'organe"
(n° 4887)
47
- de heer Luc Goutry aan de vice-eerste minister
en
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
over
"de
wet
op
de
orgaandonatie" (nr. 4891)
47
- M. Luc Goutry à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "la loi sur le don d'organes" (n° 4891)
47
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Luc Goutry,
Laurette Onkelinx
, vice-eerste minister en
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Luc Goutry,
Laurette Onkelinx
, vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van mevrouw Sofie Staelraeve aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de naleving van de wet op
de patiëntenrechten" (nr. 4895)
50
Question de Mme Sofie Staelraeve à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "le respect de la loi
relative aux droits du patient" (n° 4895)
50
Sprekers:
Sofie
Staelraeve,
Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid, Luc
Goutry
Orateurs:
Sofie
Staelraeve,
Laurette
Onkelinx, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique,
Luc Goutry
Vraag van de heer Luc Goutry aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de erkenning van het
beroep van osteopaat" (nr. 4892)
52
Question de M. Luc Goutry à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "la reconnaissance de la
profession d'ostéopathe" (n° 4892)
52
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
Sprekers: Luc Goutry, Laurette Onkelinx,
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Luc Goutry, Laurette Onkelinx,
vice-première ministre et ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique
Vraag van de heer Luc Goutry aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de werkgroep 'radio-
isotopen'" (nr. 4944)
57
Question de M. Luc Goutry à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "le groupe de travail 'radio-
isotopes'" (n° 4944)
57
Sprekers: Luc Goutry, Laurette Onkelinx,
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Luc Goutry, Laurette Onkelinx,
vice-première ministre et ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique
Vraag van de heer Luc Goutry aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
over
"het
chronisch
vermoeidheidssyndroom" (nr. 4945)
59
Question de M. Luc Goutry à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "le syndrome de fatigue
chronique" (n° 4945)
59
Sprekers: Luc Goutry, Laurette Onkelinx,
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Luc Goutry, Laurette Onkelinx,
vice-première ministre et ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
VOLKSGEZONDHEID, HET
LEEFMILIEU EN DE
MAATSCHAPPELIJKE
HERNIEUWING
COMMISSION DE LA SANTÉ
PUBLIQUE, DE
L'ENVIRONNEMENT ET DU
RENOUVEAU DE LA SOCIÉTÉ
van
DINSDAG
29
APRIL
2008
Namiddag
______
du
MARDI
29
AVRIL
2008
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.40 uur en voorgezeten door mevrouw Katia della Faille de
Leverghem.
La séance est ouverte à 14.40 heures et présidée par Mme Katia della Faille de Leverghem.
01 Question de M. David Clarinval à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "la dynamisation du Fonds IMPULSEO pour faire face à la pénurie grandissante de
médecins généralistes dans les régions rurales" (n° 4292)</b>
01 Vraag van de heer David Clarinval aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het IMPULSEO-fonds dat nieuw leven wordt ingeblazen om het groeiende
tekort aan huisartsen op het platteland het hoofd te bieden" (nr. 4292)
01.01 David Clarinval (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, les primes IMPULSEO sont une excellente initiative du
gouvernement précédent qui encouragent les jeunes médecins
généralistes à s'installer dans les zones en manque de praticiens.
Toutefois, je m'interroge quant à la réelle attractivité de ces primes
pour les zones rurales.
En effet, si je m'arrête quelques instants sur les chiffres disponibles
élaborés par l'INAMI, je constate non seulement que de nombreuses
communes rurales connaissent une pénurie de médecins généralistes
mais que, par ailleurs, cette pénurie s'accentue de plus en plus.
En guise d'exemple, aujourd'hui, il manque des médecins
généralistes dans 37 des 44 communes de la province de
Luxembourg. La situation en province de Namur n'est pas identique
mais on y constate tout de même que la moitié des 15 communes de
l'arrondissement de Dinant est concernée par cette pénurie.
Madame la ministre, il me semble que les jeunes médecins
généralistes s'installent de préférence dans les communes urbaines
ou semi-urbaines plutôt que dans les petits villages car ils se situent
souvent à l'écart de nombreuses facilités médicales évidemment mais
aussi économiques, sociales et culturelles. Cette distance engendre
des contraintes énormes pour les médecins résidant dans ces zones
défavorisées: gardes innombrables, un rythme effréné, refus de
nouveaux patients.
Je constate aussi qu'il est de plus en plus difficile pour les
généralistes actuels, dont la moyenne d'âge est sans cesse
01.01 David Clarinval (MR): De
Impulseo-premies
om
jonge
huisartsen aan te moedigen zich te
vestigen in zones met een tekort
aan artsen, zijn een uitstekend
initiatief van de vorige regering. Ik
vraag
mij
echter
af
hoe
aantrekkelijk die premies zijn in
landelijke zones. De RIZIV-cijfers
wijzen
immers
op
een
huisartsentekort in veel landelijke
gemeentes en het tekort wordt
steeds nijpender. Zo zijn er in 37
van de 44 gemeentes van de
provincie Luxemburg bijvoorbeeld
te weinig huisartsen en de helft
van de gemeenten van het
arrondissement Dinant bevindt
zich in hetzelfde geval. Het tekort
aan huisartsen in de landelijke
zones heeft ernstige gevolgen
voor
de
wachtdienst,
het
arbeidsritme, en er worden zelfs
nieuwe
patiënten
geweigerd.
Deze situatie is verontrustend
want die gemeenten zijn het verst
verwijderd van de ziekenhuizen.
Hoe ziet u die situatie? Hoe het
dossier weer op gang brengen?
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
croissante, d'assumer la relève. Cette situation est inquiétante car ce
sont souvent ces communes qui sont les plus éloignées des centres
hospitaliers.
Pour combler ce manque, les primes IMPULSEO ont notamment été
accordées aux médecins qui s'installent dans les zones en sous-
effectifs mais je crains que cette mesure ne soit pas suffisante pour
attirer de jeunes médecins dans les zones plus reculées.
Madame la ministre, quelle est votre analyse de la situation?
Comment comptez-vous redynamiser le dossier? Ne serait-il pas
envisageable d'octroyer des avantages supplémentaires aux jeunes
médecins qui décideraient de pratiquer dans les zones rurales?
Ces premières questions datent un peu puisque, entre-temps, j'ai vu
que vous aviez pris les mesures IMPULSEO II, que je salue. En
complément ­ je ne sais pas si on peut rajouter ainsi des questions ­,
pouvez-vous m'indiquer s'il est maintenant possible de recruter des
infirmières plutôt que des secrétaires administratives?
Pensez-vous qu'IMPULSEO II va permettre à plusieurs médecins de
pouvoir s'associer au sein d'un même cabinet, de telle sorte que la
qualité de vie de ces médecins soit améliorée?
Kan
men
geen
bijkomende
voordelen verlenen aan artsen die
beslissen om in die zones hun
praktijk te vestigen? Intussen
heeft
u
de
Impulseo
II-
maatregelen genomen, die ik
toejuich. Vervolgens, wordt het nu
mogelijk verpleegsters aan te
werven
in
plaats
van
administratieve
secretaresses?
Zal Impulseo de artsen in staat
stellen zich te associëren zodat
hun levenskwaliteit erop verbetert?
01.02 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, monsieur
Clarinval, il est vrai que IMPULSEO I est une initiative intéressante et
importante dans son principe, puisqu'il s'agit de combler un déficit de
médecins généralistes dans les zones quelque peu désertées. Le
projet est d'application depuis le 1
er
juillet. Plus de 276 médecins ont
pu bénéficier, soit du prêt de 15.000 euros pour bénéficier d'une
première installation, soit de la prime de 20.000 euros pour une
nouvelle installation dans certaines zones connaissant une pénurie de
médecins généralistes. Certains ont même été en mesure de
bénéficier cumulativement des deux financements. À titre informatif,
pour la période 2006 jusqu'à ce jour, pour les personnes avec un lieu
d'investissement en province de Luxembourg, 13 dossiers de crédit
ont été traités par le fonds de participation pour un montant global de
260.000 euros.
Je partage évidemment votre remarque sur la difficulté d'attirer des
jeunes médecins dans des zones rurales ou semi-rurales plus
reculées malgré ce type d'incitants. Dans l'accord national
médicomutualiste 2008, il a été prévu de faire une évaluation de
l'impact des aides octroyées. C'est dans le cadre de cette évaluation
que l'on discutera avec les partenaires, dont les syndicats des
médecins, en vue de trouver de nouveaux moyens pour les attirer
dans ces zones-là. On pourra le faire notamment pour le budget
2009. Parmi les pistes que nous pourrions étudier, il y a la
revalorisation du dossier médical global dans ces zones, les horaires
de disponibilité, les frais de déplacement, etc. C'est ce dont nous
discuterons dans le cadre de l'évaluation.
Pour ce qui concerne IMPULSEO II, je n'ai pas pris le dossier, étant
donné que cela ne faisait pas partie de votre première question.
IMPULSEO II permet justement de donner une aide logistique aux
médecins qui se mettent en association. Cela ne signifie pas
nécessairement être dans le même cabinet, cela peut être le travail
en réseau. Il s'agit principalement d'une aide administrative, à savoir
01.02
Minister Laurette
Onkelinx: Impulseo I is een
belangrijk initiatief dat sinds 1 juli
jongstleden loopt. Meer dan 276
artsen hebben reeds van de
regeling gebruik gemaakt, hetzij
voor een lening van 15.000 euro
voor het opstarten van hun
praktijk, hetzij voor de premie van
20.000 euro voor de vestiging in
een huisartsarme zone. Sommige
artsen zijn zelfs tweemaal langs de
kassa kunnen passeren. Tot op
heden heeft het Participatiefonds,
wat de investeringen in de
provincie
Luxemburg
betreft,
dertien kredietdossiers behandeld,
voor een totaalbedrag van 260.000
euro.
Het is inderdaad moeilijk om jonge
artsen ertoe te bewegen zich in
afgelegen streken te vestigen, en
zelfs die incentive brengt daar
weinig
verandering
in.
Het
nationaal
akkoord
artsen-
ziekenfondsen 2008 voorziet in
een effectenstudie met betrekking
tot de toegekende steun. Op grond
van die evaluatie zullen we met de
partners,
waaronder
de
artsensyndicaten, om de tafel
gaan zitten met de bedoeling op
de
begroting
2009
nieuwe
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
la prise en charge d'une partie du salaire d'une aide administrative.
En la matière, je pense, mais il faut que je vérifie, qu'on ne parle pas
des qualifications de la personne, mais plutôt des conditions de
rémunération de l'aide administrative. Néanmoins, soit lors d'une
question écrite, soit lors d'une prochaine question orale, je reviendrai
sur le dossier IMPULSEO II.
middelen uit te trekken om pas
afgestudeerde artsen aan te
moedigen zich in die zones te
vestigen. Pistes die moeten
worden bestudeerd zijn onder
meer de herwaardering van het
globaal medisch dossier in die
zones, de organisatie van de
wachtdienst,
de
verplaatsingskosten, e.a. Impulseo
II biedt dan weer de mogelijkheid
artsenassociaties logistieke steun
te bieden. Het kan daarbij om
netwerken gaan. De steun is
vooral bedoeld om een deel van
het loon van een administratief
medewerker te bekostigen.
Ik zal laten onderzoeken dat men
het
niet
over
de
beroepsbekwaamheden
heeft,
maar
eerder
over
de
loonvoorwaarden
van
de
administratieve hulp. Hoe dan ook
zal ik op het Impulseo II-dossier
terugkomen.
01.03 David Clarinval (MR): Madame la ministre, l'aide proposée
par le Fonds IMPULSEO II sera, pour moi, efficace.
Je suis confronté à un problème dans ma commune. J'ai rassemblé
les quelques médecins qui pratiquaient encore et qui sont sur le point
de prendre leur retraite ainsi que les médecins des communes
avoisinantes. Je n'ai pu que constater que ce dont ils ont réellement
besoin, c'est de préserver une certaine qualité de vie en n'étant pas
confrontés à des gardes de sept jours sur sept, 24 heures sur 24.
L'aide administrative sera plus efficace si elle est apportée par une
personne, par exemple une infirmière, qui peut déjà orienter les
malades et ne se borne pas à prendre des rendez-vous.
Certes, le réseau est important. Il n'est pas nécessaire d'avoir une
maison en briques, au milieu des villages. La mise en réseau par le
biais de l'informatique présente un grand intérêt. Si l'on pouvait déjà
intervenir sur ces deux aspects, ce serait un grand pas en avant,
surtout pour les zones les plus rurales. Parfois, on confond les zones
semi-rurales et les zones rurales, mais il existe encore des coins
reculés, où aucun médecin n'exerce.
Je voulais faire ces remarques et vous encourager dans la poursuite
de vos démarches.
01.03 David Clarinval (MR):
Voor mij is het Impulseo II-fonds
een efficiënt instrument. Ik heb in
mijn gemeente met dat probleem
te maken. Ik heb de artsen uit mijn
gemeente en de buurgemeenten
die op het punt staan op pensioen
te gaan, samengebracht. Ik heb
kunnen vaststellen dat ze te lange
wachtdiensten moeten kloppen.
Bovendien zal de administratieve
hulp efficiënter zijn, indien die
wordt uitgeoefend door een
verpleger die meer doet dan alleen
maar afspraken maken en de
patiënten al op weg kan helpen.
En de huisartsenkring wint nog
aan belang, wanneer gegevens via
een informaticanetwerk kunnen
worden uitgewisseld. Als men aan
die twee aspecten zou kunnen
werken, zou dat een grote stap
vooruit zijn.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Question de Mme Jacqueline Galant à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et
de la Santé publique sur "l'orthodontie" (n° 4464)</b>
02 Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "de orthodontie" (nr. 4464)
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
02.01 Jacqueline Galant (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, l'orthodontie est une discipline relativement jeune à laquelle
un intérêt de plus en plus important est accordé dans les soins
dentaires. C'est pour cette raison que vous avez édité une série de
mesures qui s'y rapportent.
Actuellement, les soins orthodontiques sont partiellement remboursés
par l'assurance maladie pour les plus jeunes et pas du tout pour les
adultes. Or, la prise en charge de ce type de soins représente une
dépense importante pour les familles, malgré l'intervention, dans
certains cas, des assurances complémentaires.
Le Centre fédéral d'expertise vient de publier un rapport concernant
l'orthodontie des enfants et adolescents. Ce rapport examine
notamment le rôle que peut remplir l'assurance maladie obligatoire
dans ces traitements chez les enfants.
Plusieurs recommandations apparaissent dans ce rapport: une
différenciation de la politique de remboursement en fonction de la
sévérité des déviations dentofaciales et des malocclusions; une
utilisation d'un index des besoins du traitement orthodontique pour
identifier les divers besoins au sein de la population des patients;
l'instauration de contrôles et la vérification des appréciations, soit via
un contrôle a posteriori soit via un contrôle a priori.
Madame la ministre, quelles suites comptez-vous donner à ce rapport
du Centre fédéral d'expertise?
Des initiatives précises sont-elles prévues dans votre département?
La mise en place d'une concertation avec les dentistes et les
orthodontistes sur la problématique est-elle envisagée?
Un débat au sein de la dento-mut est-il programmé quant à la
possibilité d'un remboursement différencié?
Enfin, un débat semblable pour les soins orthodontiques pour les
adultes est-il envisagé?
02.01 Jacqueline Galant (MR):
Op
dit
ogenblik
wordt
de
orthodontie slechts gedeeltelijk
terugbetaald
door
de
ziekteverzekering, en enkel voor
de jongste patiënten. Die
verzorging kan nochtans een
aanzienlijke uitgave betekenen
voor een gezin.
Het Federaal Kenniscentrum heeft
onlangs een verslag gepubliceerd
over de orthodontie van kinderen
en tieners. In het verslag vindt
men verscheidene aanbevelingen:
een
differentiëring
van
het
terugbetalingsbeleid
naargelang
van de ernst van de dentofaciale
afwijkingen en de malocclusies;
het gebruik van een behoefte-
index
voor
orthodontiebehandeling;
het
invoeren van controles en het
natrekken van de beoordelingen.
Wat denkt u met dit verslag te
doen? Heeft uw departement
initiatieven gepland? Wordt
overleg met de tandartsen en
orthodontisten overwogen? Is een
debat in de Nationale Commissie
tandheelkundigen-ziekenfondsen
over
de
mogelijkheid
tot
gedifferentieerde
terugbetaling
gepland? Wordt een gelijkaardig
debat voor zorgverlening aan
volwassenen overwogen?
02.02 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, chers
collègues, oui, il est vrai que le rapport a été rendu le 21 avril dernier.
Il concerne l'orthodontie chez les enfants et les adolescents. Il a été
présenté à la commission nationale dento-mutualiste en présence des
membres du Conseil technique dentaire.
Consécutivement à la présentation du rapport du Centre fédéral
d'expertise, un travail est réalisé en coopération avec les dentistes
généralistes et spécialistes en orthodontie afin d'étudier comment
appliquer les recommandations du Centre fédéral d'expertise.
Comme de coutume en soins de santé, nous travaillons donc en
collaboration et nous voyons, en cas d'évaluations favorables et de
propositions précises, comment les intégrer dans le cadre du budget
2009 des soins de santé, bien sûr en accord avec l'ensemble des
partenaires dento-mut. Il convient d'attendre le travail actuel
d'expertise, puis l'élaboration du budget.
Je suis bien consciente que l'orthodontie n'est que partiellement
02.02
Minister Laurette
Onkelinx: Naar aanleiding van de
voorstelling
van
het
verslag
bestuderen we samen met de
tandartsen en de orthodontisten de
mogelijkheden
om
de
aanbevelingen toe te passen.
Indien de evaluaties positief zijn en
er duidelijke voorstellen komen,
zijn we van plan de nieuwe
maatregelen, in overleg met de
partners
tandheelkundigen en
ziekenfondsen, in de begroting
voor 2009 op te nemen.
Op korte termijn denken we aan
nieuwe
initiatieven
voor
de
jongeren. Per 1 september 2008,
wordt een vast bedrag van
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
remboursée pour les jeunes. À court terme, nous prévoyons de
nouvelles initiatives pour ce groupe cible. Un budget est prévu en
2008 avec une entrée en vigueur au 1
er
septembre, qui prévoit un
forfait de 400 euros pour le premier traitement orthondontique. Des
projets semblables pour les adultes ne sont pas encore envisagés,
mais j'attends d'éventuelles propositions des partenaires sociaux.
Dans le courant de cette année, comme je l'ai fait savoir, le
remboursement du traitement de première intention jusqu'au
neuvième anniversaire entrera en vigueur. À l'heure actuelle, les
organes de concertation au sein de l'INAMI développent des besoins
pour l'année 2009.
Accordons donc un peu de temps pour la concertation. J'espère que,
lors du budget 2009, j'apporterai des nouvelles intéressantes pour
l'orthodontie dans le suivi des propositions du Centre d'expertise.
vierhonderd euro uitgetrokken
voor
de
eerste
orthodontiebehandeling.
Gelijkaardige
projecten
voor
volwassenen worden nog niet
overwogen. De terugbetaling van
de eerste behandeling tot de
negende verjaardag wordt dit jaar
van kracht. Het overleg voor 2009
is aan de gang. Ik hoop goed
nieuws te kunnen brengen bij de
volgende begroting.
02.03 Jacqueline Galant (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, je vous remercie. Pour les jeunes, c'est évidemment très
bien et il convient de poursuivre en ce sens. Cependant, ma crainte
est que, si l'on se base uniquement sur les recommandations du
rapport, on omet totalement les adultes. Or, et je parle en
connaissance de cause, il s'agit de traitements très lourds et
excessivement onéreux. Malheureusement, les jeunes ne se rendent
pas toujours compte de la nécessité de suivre de tels traitements.
Il convient de ne pas confondre l'esthétique et les besoins médicaux
d'un tel traitement.
Si vous avez besoin de témoignages, de gens de terrain ­ ils sont
demandeurs d'un contact avec votre département pour discuter de la
problématique des adultes ­, je suis à votre disposition.
02.03 Jacqueline Galant (MR):
Ik reken erop dat u zo doorgaat
voor de jongeren, maar ik vrees
dat men de volwassenen vergeet.
Men mag esthetische en medische
behoeften niet door elkaar halen.
Ik kan u de verklaring bezorgen
van
artsen
die
met
uw
departement een debat willen
aangaan over de problematiek van
de volwassenen.
02.04 Laurette Onkelinx, ministre: Vous avez mis le doigt sur le
travail à réaliser: bien distinguer entre l'esthétique et les besoins
médicaux. C'est bien ce que les partenaires essaient de faire. Voilà
qui permettrait de mettre de côté les soins esthétiques et de se
focaliser sur la nécessité des soins. C'est le travail actuellement en
cours.
02.04
Minister Laurette
Onkelinx: De partners proberen
op dit ogenblik een onderscheid te
maken tussen esthetische en
medische zorg om zich enkel toe
te spitsen op de medische
zorgverlening.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Samengevoegde vragen van
- de heer Bruno Steegen aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de behandeling van drugsverslaafden met vervangmiddelen" (nr. 4341)
- mevrouw Hilâl Yalçin aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "het drugsbeleid" (nr. 4778)
- de heer Koen Bultinck aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "het voorschrijven van methadon" (nr. 4894)
03 Questions jointes de
- M. Bruno Steegen à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "les traitements de substitution pour les toxicomanes" (n° 4341)<br>- Mme Hilâl Yalçin à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "la politique en matière de drogues" (n° 4778)<br>- M. Koen Bultinck à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "la prescription de méthadone" (n° 4894)</b>
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
De voorzitter: Aangezien mevrouw Yalçin onbereikbaar is, vervalt haar vraag nr. 4778.
03.01 Bruno Steegen (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, het koninklijk besluit betreffende de reglementering van
de behandeling met vervangmiddelen stelt onder andere voorwaarden
aan artsen die twee of meer patiënten een behandeling met
vervangmiddelen voorschrijven.
Zij moeten hiertoe een specifieke opleiding hebben gevolgd en
moeten zich registreren bij een erkend opvangcentrum, een erkend
netwerk voor de opvang van druggebruikers of een erkend
gespecialiseerd centrum.
Er blijven echter veel onduidelijkheden bestaan over de praktische
toepassing van dit koninklijk besluit. Deze moeten dringend worden
verduidelijkt.
Mevrouw de minister, ik wil u daarom de volgende vragen stellen. Ten
eerste, volgens artikel 3 van het koninklijk besluit in kwestie worden
centra en netwerken voor de opvang van druggebruikers erkend
volgens de regels die worden goedgekeurd door de minister. Welke
zijn deze regels? Hoeveel centra zijn momenteel erkend?
Ten tweede, werden de betrokken centra geïnformeerd over hun taak
en functie met betrekking tot de uitvoering van dit koninklijk besluit?
Op welke manier is dat gebeurd?
Ten derde, hoeveel artsen staan momenteel geregistreerd bij het
Instituut voor Farmaco-Epidemiologie van België die aan twee of
meer patiënten een behandeling met vervangmiddelen mogen
voorschrijven? Zijn op dat vlak geografische concentraties op te
merken?
Ten vierde, hoeveel drugverslaafde patiënten kregen in 2007 een
behandeling met methadon voorgeschreven?
Ten vijfde, zijn u artsen bekend die ondanks de bepaling van
artikel 11 van het koninklijk besluit aan meer dan 120 patiënten
methadon voorschrijven? Indien ja, met welke maatregel wordt hierop
gereageerd?
Ten slotte, artikel 13 van hetzelfde koninklijk besluit stelt dat in het
medisch dossier van deze artsen een verklaring moet te vinden zijn
dat de patiënt een bevoegd centrum heeft gecontacteerd. Is er enige
indicatie dat dit ook daadwerkelijk gebeurt?
03.01 Bruno Steegen (Open
Vld): L'arrêté royal relatif au
traitement de la toxicomanie avec
des produits de substitution
impose certaines conditions aux
médecins traitants. Deux de ces
conditions sont, d'une part, une
formation spécifique et,d'autre
part, un enregistrement obligatoire
auprès d'un centre d'accueil ou
d'un réseau agréé.
A quelles règles est soumis
l'agrément
de
ces
centres?
Combien de centres agréés
notre pays compte-t-il? Comment
ces centres sont-ils informés des
missions qu'ils ont à remplir dans
le cadre de l'exécution de cet
arrêté
royal?
Combien
de
médecins sont-ils actuellement
enregistrés à l'Institut Pharmaco-
Épidémiologique Belge? Observe-
t-on
certaines
concentrations
géographiques?
Combien
de
patients toxicomanes se sont-ils
vu prescrire un traitement à la
méthadone en 2007? La ministre
a-t-elle connaissance de médecins
qui, au mépris des dispositions de
l'article 11, prescrivent de la
méthadone à plus de 120
patients? Quelles mesures la
ministre compte-t-elle prendre à
l'encontre de ces médecins?
Chaque dossier médical contient-il
une déclaration selon laquelle le
patient s'est mis en rapport avec
un
centre
compétent
conformément au prescrit de
l'article 13?
03.02 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, het zal u niet verwonderen dat de zeer recente
media-aandacht voor het overlijden van een aantal jongeren aan een
overdosis methadon een aantal parlementaire collega's de
mogelijkheid biedt terug te komen op het voorschrijven van
methadon.
Onze collega heeft terecht verwezen naar de wetgeving van
22 augustus 2002 en naar een aantal koninklijke besluiten van
uitvoering ter zake. Zeer recent blijkt dat er praktische problemen zijn
bij de concrete uitvoering van het koninklijk besluit.
03.02 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): A ce jour, l'arrêté royal du
1
er
décembre 1996 concernant le
comportement prescripteur en
matière de méthadone est resté
lettre morte. A quels écueils
l'application de cet arrêté royal se
heurte-t-elle? Dans quel délai une
solution
pourrait-elle
y
être
apportée? A-t-il été procédé entre-
temps à une évaluation du
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Onze fractie heeft altijd gesteld dat het in een heel beperkt aantal
gevallen
wel degelijk
moet
kunnen
dat methadon als
substitutieproduct wordt toegediend om de drugsverslaafden die wij in
eerste orde ook als zieke mensen beschouwen van hun probleem af
te helpen.
Mevrouw de minister, ik wil u een viertal concrete vragen stellen om
wat meer zicht te krijgen op de problematiek en op de bijsturingen die
moeten volgen. Ten eerste, het blijkt zeer duidelijk dat er heel wat
problemen zijn bij de concrete uitvoering van een aantal betrokken
koninklijk besluiten. Kunt u het Parlement de huidige problemen
schetsen die ongetwijfeld wat ruimer gaan dan de vraag over het al of
niet correct toepassen van de wet op de privacy?
Een tweede vraag van een oppositielid, al was het maar om onze
rechten van parlementaire controle efficiënt te kunnen uitoefenen, is
de vraag binnen welk tijdskader u aan een oplossing voor dit
probleem werkt. Op die manier kunnen wij dit dossier verder
opvolgen.
Twee belangrijke vragen waarbij ik bij de bespreking van de begroting
op mijn honger ben gebleven, zijn toch wel fundamenteel. De wet
dateert reeds van 2002 en we zijn intussen ruim zes jaar verder. Het
zou volgens mij goed zijn om die wet en het voorschrijven van
methadon te evalueren, al was het maar omdat de vijf medisch-
sociale opvangcentra in Vlaanderen een enorme toename zien van
het aantal heroïnegebruikers dat zij moeten behandelen. Zij moeten
intussen al meer dan 3.000 mensen behandelen in hun centra. Ik
denk dus dat het goed zou zijn te overwegen de betrokken wetgeving
te evalueren.
Een logische daaruit voortvloeiende slotvraag is de vraag of uw
departement reeds heeft onderzocht of het geen tijd wordt om de
betrokken wetgeving uit 2002 en de koninklijke besluiten van
uitvoering bij te sturen. Gezien het feit dat zowel collega's uit de
meerderheid als uit de oppositie heel concrete vragen stellen, moet
misschien de fundamentele vraag worden gesteld of de wetgeving ter
zake al of niet moet worden bijgestuurd.
Ik dank u bij voorbaat voor uw antwoord.
comportement prescripteur en
matière de méthadone? Ne
conviendrait-il pas d'adapter les
règles en vigueur en la matière?
03.03 Minister Laurette Onkelinx: De cel Gezondheidsbeleid Drugs
is opgericht door het protocolakkoord van 30 mei 2001 tussen de
federale overheid en de Gemeenschappen en Gewesten. Het
akkoord formuleert volgende doelstellingen voor de cel: ten eerste,
het verkrijgen van een globaal inzicht in alle aspecten van drugs en de
drugsverslavingsproblematiek; ten tweede, de continue preventie van
het drugsgebruik en het beperken van de eventuele schade die eraan
verbonden is; ten derde, de optimalisering van het hulpverlenings- en
behandelingsaanbod van drugsverslaafden; en ten vierde, de
uitwerking van overlegde beleidsplannen met het oog op een
geïntegreerd gezondheidsbeleid inzake drugs.
Voor een volledige beschrijving van de opdrachten en de werking van
de cel verwijs ik naar het protocolakkoord, dat gepubliceerd is in het
Belgisch Staatsblad van 23 augustus 2001.
03.03
Laurette
Onkelinx,
ministre: La Cellule politique de
Santé en matière de drogues a été
créée par le protocole d'accord du
30 mai 2001 entre l'État fédéral,
les Communautés et les Régions.
Les objectifs de cette cellule sont:
la compréhension de tous les
aspects du problème de la
toxicomanie,
la
prévention
continue de la consommation de
drogue et la limitation des
dommages éventuellement liésà
cette consommation, l'optimisation
de l'offre d'aide et de traitement
destinée aux toxicomanes et
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Sinds haar oprichting vergadert de cel maandelijks. Zij heeft reeds
verschillende
resultaten
op
haar
actief,
waaronder
een
protocolakkoord inzake de Treatment Demand Indicator, een
samenwerkingsakkoord inzake tabaksbestrijding, verschillende
aanbevelingen over haar werking en het drugsbeleid in het algemeen,
en zo meer.
Voor een volledig overzicht van de activiteiten van de cel kan ik
verwijzen naar het meest recente driejaarlijkse rapport, dat in de
komende weken gepubliceerd zal worden en dat beschikbaar zal zijn
op de website van de FOD Volksgezondheid. Het rapport bevat
tevens een beschrijving en een korte evaluatie van de pilootprojecten
inzake zorgcoördinatie, dubbele diagnose en crisiseenheden met
case management. Zoals ik heb aangegeven in mijn algemene
beleidsnota zullen de laatste twee pilootprojecten dit jaar verlengd
worden.
Ik zal dus dit jaar nog niet overgaan tot structurele financiering van de
zorgmodellen. Die projecten moeten immers ook ingeschreven
worden in de hervorming van de sector van de geestelijke
gezondheidszorg, zoals die al gestuurd wordt door de therapeutische
projecten en het transversaal overleg. De evaluatie van het proces
wordt voorzien voor 2010.
Op de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid van 11 maart
heb ik mij geëngageerd om een vergadering te beleggen met de
relevante actoren voor de oprichting van de algemene cel Drugs. Voor
16 mei heb ik een vergadering gepland met de beleidscellen van de
regeringsleiders. Gelet op het belang van deze algemene cel zal ik
zoveel als mogelijk de verdere oprichting en operationalisering ervan
aansturen.
De subsidies in het kader van het fonds ter Bestrijding van de
Verslavingen zijn toegekend door de ministeriële besluiten van 27
april, 31 mei en 5 juni 2007. Voor 2007 gaat het om een totaalbedrag
van 6.595.150 euro, voor 52 projecten. Ik zal uiterlijk volgende week
de officiële oproep lanceren voor de eventuele verlenging van de
huidige projecten. Deze verlengingsaanvragen zullen via een
bepaalde template ingediend moeten worden om een maximale en
objectieve vergelijking tussen de aanvragen te garanderen.
De comités Verslavingen en Tabak zullen in de maand mei
samenkomen om mij advies te geven over de projectvoorstellen.
Daarna zal ik snel een beslissing nemen, om de verlenging van de
projecten niet in gevaar te brengen.
Op dit ogenblik zijn er geen structurele overlegvergaderingen of
werkgroepen met de kabinetten van de ministers van Binnenlandse
Zaken
en
Justitie
over
bepaalde
thema's.
Dergelijke
overlegmomenten moeten worden georganiseerd in de algemene cel
Drugs.
Betreffende
de
behandeling
van
drugsverslaafden
met
vervangmiddelen wil ik vooreerst onderstrepen dat het KB tot
reglementering van de behandelingen met vervangingsmiddelen
reeds een belangrijk en noodzakelijk kader biedt voor dit soort
behandelingen. Mijn voorganger heeft door de invoering van het KB in
2004 en de verdere optimalisering in 2006 belangrijke stappen gezet.
l'élaboration de plans politiques en
vue d'une politique de santé
intégrée en matière de drogues.
Cette cellule se réunit une fois par
mois et elle a déjà engrangé
plusieurs résultats. J'invite celles
et ceux qui souhaiteraient avoir un
aperçu de ses activités à consulter
le rapport triennal qui sera
disponible dans les prochaines
semaines sur le site internet du
SPF Santé publique.
Le rapport contient par ailleurs une
description
et
une
courte
évaluation des projets pilotes.
Deux de ces projets seront
prolongés. Je ne procède pas
encore au financement structurel
de ces modèles de soins. Il faut en
effet que ces projets s'inscrivent
dans le cadre de la réforme du
secteur des soins de santé
mentale. Ce processus sera
évalué en 2010.
Lors
de
la
conférence
interministérielle Santé publique
du 11 mars dernier, je me suis
engagée à organiser une réunion
sur la création de la Cellule
générale Drogues. Le 16 mai aura
lieu une réunion à laquelle
participeront les cellules politiques
des chefs de gouvernement. Pour
ma part je contribuerai à diriger la
création et l'opérationnalisation de
cette cellule générale.
Les subsides dans le cadre du
Fonds
de
lutte
contre
les
assuétudes ont été attribués par
les arrêtés ministériels du 27 avril,
du 31 mai et du 5 juin 2007. En
2007, 6,6 millions d'euros ont ainsi
été répartis entre 52 projets.
La semaine prochaine je lancerai
un appel à la prolongation des
projets. Les Commités assuétudes
et tabac se réuniront en mai pour
me donner leur avis sur les
propositions.
Une
décision
interviendra ensuite rapidement.
Pour l'instant, il n'existe aucune
réunion
de
concertation
structurelle ni aucun groupe de
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Het KB bepaalt zo reeds onder meer de samenstelling van het
personeelskader van de centra en de netwerken.
Zo dient een centrum samengesteld te worden door uit minstens twee
huisartsen, een psycholoog of een psychiater en een maatschappelijk
werker.
Een van de huisartsen dient bovendien een specifieke opleiding
gevolgd te hebben of over voldoende expertise te beschikken in het
domein. De netwerken dienen onder meer ook samengesteld te zijn
uit artsen.
Ook de basistaken van deze centra en netwerken zijn opgenomen in
het KB. Het KB moet nu in een volgende fase inderdaad nog verder
onderzocht en verduidelijkt worden. Dit geldt in het bijzonder voor de
regels inzake de erkenning van de centra en de netwerken en de
registratie door het IFEB.
Tot nu toe werden slechts delen van het registratiesysteem uitgetest.
Hierdoor kan ik geen volledige en valide cijfers geven over de punten
die u aanhaalt.
Ik heb bij mijn aantreden als minister mijn medewerkers onmiddellijk
de opdracht gegeven om de verdere operationalisering van het KB
samen met de administratie te onderzoeken en om voorstellen uit te
werken, rekening houdend met de praktijkervaringen en de reeds
beschikbare bepalingen in het KB.
De beslissing hierover zal nog voor de zomervakantie genomen
worden. Zodra deze oefening afgewerkt is, zal ik de sector hierover
uitgebreid informeren.
travail impliquant les ministres de
l'Intérieur et de la Justice. Cette
concertation doit être organisée au
sein de la Cellule générale
Drogues.
L'arrêté royal qui règle les
traitements avec des produits de
substitution
offre
le
cadre
nécessaire
à
ce
type
de
traitement. Cet arrêté royal fixe
déjà la composition du cadre du
personnel des centres et des
réseaux, ainsi que leurs missions
fondamentales. Il doit toutefois
encore être complété. Ceci est en
tout état de cause le cas pour les
règles relatives aux agréments
des centres et des réseaux ainsi
qu'à l'enregistrement par l'Institut
pharmaco-épidémiologique belge.
Pour l'instant, seules des parties
du système d'enregistrement ont
été testées, ce qui ne me permet
pas encore de disposer de chiffres
complets. Lors de mon entrée en
fonction,
j'ai
immédiatement
demandé que l'on étudie la
poursuite de l'opérationnalisation
de l'arrêté royal et que l'on formule
des propositions. Les décisions à
ce sujet seront prises durant les
vacances d'été. Dès qu'elles
seront prises, j'en informerai en
détail le secteur.
03.04 Bruno Steegen (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, ik dank u voor uw antwoord, hoewel op mijn vragen niet
echt een antwoord werd gegeven.
Ik vroeg concrete cijfers. Ik begrijp dat de registratie van de cijfers nog
niet volledig in orde is. Ik behoud mij dus het recht voor om u na de
zomer dezelfde vraag opnieuw te stellen, zodat u cijfers kunt geven.
Mijn vraag spruit immers voort uit bezorgdheid, omdat ik uit het
Limburgse artsenmilieu signalen opvang dat verscheidene artsen zich
niet houden aan het koninklijk besluit en er wel degelijk inbreuken
werden vastgesteld.
Ik kom na de zomervakantie op de kwestie terug.
03.04 Bruno Steegen (Open
Vld): Je n'ai pas obtenu les
chiffres concrets que j'avais
demandés.
J'interrogerai
à
nouveau la ministre à ce sujet
après
l'été.
Selon
certaines
rumeurs, des infractions sont
effectivement commises dans le
milieu médical limbourgeois contre
la réglementation actuelle.
03.05 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, ook ik wil u op mijn beurt bedanken voor het
antwoord. Net zoals de heer Steegen stel ik echter vast dat wij moreel
verplicht zullen zijn om het dossier verder op te volgen en u over
enkele maanden opnieuw over de kwestie te ondervragen. Een aantal
zaken zijn immers duidelijk nog hangende. Ook de tijdslimieten zijn
vrij ruim. Blijkbaar blijft er ook nog wat onduidelijkheid.
03.05 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): J'y reviendrai également.
Nous sommes en tout cas
partisans d'une application plus
stricte de l'arrêté royal, étant
donné la recrudescence des
overdoses à la méthadone et le
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Ik ben al blij dat u tegen de zomer van 2009 een aantal bijkomende
verduidelijkingen in het vooruitzicht stelt. Mevrouw de minister, in de
politiek is dat echter een eeuwigheid, zeker geconfronteerd zijnde met
de recente berichten dat jongeren sterven aan overdosissen
methadon. Bovendien blijkt ook overduidelijk dat een aantal artsen vrij
los met het voorschrijven van methadon omgaat. Wij zijn bijgevolg
vragende partij voor een echt stringentere toepassing van de
koninklijke besluiten.
Wij zullen dus sowieso op het dossier moeten terugkomen, al was het
maar om echte duidelijkheid over de zaak te krijgen en u door
meerderheid en oppositie te stimuleren om werk van de kwestie te
maken. Mevrouw de minister, ik kom dus ongetwijfeld op het dossier
terug.
comportement prescripteur laxiste
de certains médecins.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 4586 van mevrouw Florence Reuter wordt uitgesteld. La question n° 4586 de Mme
Reuter est reportée.
04 Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de instelling voor geïnterneerden in Gent" (nr. 4590)
04 Question de M. Renaat Landuyt à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "l'établissement pour internés à Gand" (n° 4590)</b>
04.01 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, vous n'êtes pas prête?
04.02 Minister Laurette Onkelinx: Ja, toch wel.
04.03 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Anders stel ik het uit.
Mevrouw de minister, chère Laurette, ik verwijs naar het antwoord
van... Ja, het is even wennen.
(...): (...).
04.04 Maya Detiège (sp.a+Vl.Pro): Ik vind zelfs dat hij dat heel goed
doet. Ja toch? Quand même?
04.05 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Même dans le gouvernement,
parce que l'autre jour, M. Vandeurzen n'était pas content de ce que
j'avais dit et je lui ai expliqué que j'ai toujours dit la même chose.
04.06 Laurette Onkelinx, ministre: C'est tout à fait vrai. Vous faites
preuve de cohérence!
04.07 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Dans l'ironie aussi.
Ik verwijs naar het antwoord van de minister van Justitie Vandeurzen
op een vraag die ik hem op 18 maart van dit jaar heb gesteld in de
commissie voor de Justitie over de aangekondigde instelling voor
geïnterneerden in Gent. Aanleiding voor deze vraag was het feit dat
de werken voor de bouw van deze instelling nog steeds niet zijn
aangevat. Naar verluidt zouden de plannen geblokkeerd zijn door de
vraag aan welke vereisten het gebouw in Gent moet voldoen, die van
04.07
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Le 18 mars, en
commission, j'ai interrogé le
ministre
de
la
justice,
M.
Vandeurzen, sur la construction
d'un établissement pour internés à
Gand. Le ministre m'a répondu
qu'à son estime, cet établissement
devait être conçu comme une
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
Volksgezondheid of die van Justitie. In zijn antwoord stelde de
minister van Justitie dat het zijn standpunt is dat de instelling voor
geïnterneerden in Gent moet worden opgevat als een forensisch
psychiatrisch ziekenhuis dat dus moet voldoen aan de
ziekenhuisnorm van Volksgezondheid, weliswaar met een aangepaste
beveiligingsstructuur met het oog op de doelgroep die erin zal worden
opgenomen.
Vandaar mijn vragen. Deelt u het standpunt van de minister van
Justitie, wat effectief een deblokkering zou betekenen van een
bestaande discussie? Ten tweede, zo ja, blijken er op het terrein nog
een aantal onduidelijkheden te bestaan? Een eerste vraag heeft
betrekking op de personeelsnorm. Wat zal de norm zijn indien de
beveiliging blijvend ressorteert onder Justitie? Of zal Volksgezondheid
in de personeelsnorm zelf in extra beveiligingspersoneel voorzien,
verzekerd door het therapeutisch personeel? Na de structuur is er dus
een vraag naar de personeelsnorm.
Derde vraag. In hoeverre kan het platform aangesteld door Justitie als
adviespartner en coördinerend orgaan van de werkgroep bij de
opstart van het FPCG, zijn functie blijven vervullen onder
Volksgezondheid? Zal het platform met zijn recent geformuleerde
adviezen en zijn expertise bij de uitbouw van het forensische project
betrokken blijven bij de ontwikkeling van het FPCG?
Vierde vraag. Welke impact heeft de overheveling van het project
naar Volksgezondheid op de bouwplannen? In hoeverre moet het
voorlopig ingediende schetsontwerp worden aangepast aan een
ziekenhuisnormering? Wat met de beveiligingsinfrastructuur? Kunnen
de bevoegde instanties van de FOD Volksgezondheid duidelijk
adviseren aan het ontwerpteam teneinde de plannen te toetsen aan
de desbetreffende norm?
clinique de psychiatrie légale et
qu'il
devait
par
conséquent
répondre à la norme de la Santé
publique en matière d'hôpitaux,
avec bien entendu u une structure
de sécurisation adaptée.
La ministre partage-t-elle ce point
de vue? On observe en effet en
pratique
un
certain
nombre
d'imprécisions. La Santé publique
va-t-elle fournir elle-même le
personnel
de
sécurité
supplémentaire? La plate-forme
FPCG pourra-t-elle continuer à
remplir sa fonction d'organe d'avis
et
de
coordination?
Quelle
incidence le transfert du projet à la
Santé publique aura-t-il sur les
plans? Le projet d'esquisse doit-il
être adapté? Le SPF Santé
publique va-t-il adresser un avis
précis à l'équipe en charge du
projet?
04.08 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, mijnheer
Landuyt, ik ben blij dat u mij deze vraag stelt. Zoals u weet, heb ik
tijdens de vorige regeerperiode als minister van Justitie meerdere
maatregelen genomen om het lot van de geïnterneerden te
verbeteren, onder meer door een wet te laten goedkeuren die de hele
procedure van de internering hervormt. Als minister van
Volksgezondheid wens ik met mijn collega van Justitie op dezelfde
weg voort te gaan.
Ik denk inderdaad dat de geïnterneerden in een systeem van sociaal
verweer van dezelfde zorgen moeten kunnen genieten als dewelke
men in een psychiatrisch ziekenhuis verstrekt. Het is ook evident dat
men binnen de structuur van het gebouw de onontbeerlijke
veiligheidsmaatregelen moet integreren die moeten worden genomen
ten aanzien van de personen die er zullen verblijven.
Volksgezondheid en Justitie moeten in dit dossier nauw
samenwerken. Daarom zijn de minister van Justitie en ik het eens om
een structureel overlegplatform tussen de twee departementen in te
stellen. In dat raam zullen we de verschillende problemen moeten
oplossen waarmee we bij de bouw van de instelling voor
geïnterneerden in Gent te maken zullen krijgen.
Het probleem van de omkaderingsnormen is een goed voorbeeld van
de problemen die we in dit overleg zullen moeten regelen. De
04.08
Laurette
Onkelinx,
ministre: Sous la précédente
législature j'ai pris, en qualité de
ministre de la Justice, plusieurs
mesures pour améliorer le sort
des internés. Et comme ministre
de la Santé publique, je souhaite
poursuivre dans la même voie
avec mon collègue de la Justice.
Les internés doivent pouvoir
bénéficier des mêmes soins que
dans un hôpital psychiatrique mais
il va de soi que la structure du
bâtiment doit comprendre les
équipements de sécurité requis.
C'est pourquoi le ministre de la
Justice et moi-même sommes
d'accord pour créer une plate-
forme de concertation structurelle
pour résoudre les problèmes qui
pourraient se poser dans le cadre
de
la
construction
de
l`établissement à Gand.
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
omkaderingsnormen zullen onvermijdelijk verschillen naargelang het
type van geïnterneerde dat er zal verblijven, van het risiconiveau dat
ze vertonen en van de categorieën van zorgen die hen moeten
worden verstrekt. De beheerders van dit dossier zijn in permanent
contact om een akkoordprotocol voor te bereiden.
Het spreekt voor zich dat ik inzake de implementatie van dit project
verder zal overleggen met alle actoren die betrokken zijn bij deze
belangrijke hervorming, zowel met de actoren op het terrein als met
de bevoegde beleidsverantwoordelijken.
La
question
des
normes
d'encadrement est illustrative de
ces problèmes. Les normes vont
inévitablement varier en fonction
du type d'internés, des niveaux de
risque et des soins administrés.
Les gestionnaires de ce dossier
entretiennent
un
contact
permanent pour préparer un
protocole d'accord.
Il va de soi que je continuerai à me
concerter avec tous les intéressés
en vue de la réalisation de ce
projet.
Le modèle sur lequel nous sommes en train de travailler est celui de
l'hôpital régional de Tournai qui dispose de moyens spécifiques sur le
plan de la sécurité payés par le ministère de la Justice. Ce sera le cas
pour le centre pour internés de Gand. En outre, les moyens habituels
"Santé publique" seront octroyés pour l'accueil des internés
psychiatriques.
Une concertation avec la Communauté flamande, avec le ministre
Steven Vanackere est nécessaire. Il faudra aussi certainement
travailler pour la reconnaissance d'un nouveau lit psychiatrique. Nous
travaillons à tout cela actuellement mais, d'un point de vue
philosophique, le fait que ce soit un hôpital sécurisé est selon moi la
meilleure méthode.
Une autre méthode eût été de procéder un peu comme à l'hôpital de
Neder-over-Heembeek qui a un statut tout à fait spécifique "Défense
nationale­Santé". Si on le souhaite, on peut également y travailler.
J'ai en tout cas donné mon accord pour que la voie de l'hôpital
psychiatrique sécurisé puisse être explorée prioritairement.
J'ignore si c'est également votre avis.
We werken op basis van het
model
van
het
regionaal
ziekenhuis van Doornik, dat over
specifieke
veiligheidsmiddelen
beschikt. Dat zal het geval zijn
voor het ziekenhuis van Gent.
Overleg
met
de
Vlaamse
Gemeenschap zal nodig zijn. Een
andere methode had kunnen zijn
te werken aan het model van het
ziekenhuis
van
Neder-Over-
Heembeek,
maar
ik
heb
ingestemd met de piste van het
beveiligde ziekenhuis.
04.09 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Ce qui me préoccupe, c'est le
timing. Sur le terrain, on se sent un petit peu bloqué du fait que des
décisions doivent être prises. J'ai compris qu'il y aura un protocole.
Quand?
04.09
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): In de praktijk heeft
men de indruk vast te zitten.
Wanneer komt er een protocol?
04.10 Laurette Onkelinx, ministre: Les négociations sont en cours.
Je ne vais pas m'enfermer dans un délai. Des réunions se tiennent
très régulièrement et j'espère pouvoir vous répondre très
prochainement. Cela concerne aussi principalement le ministre
Vandeurzen.
04.10
Minister
Laurette
Onkelinx: De onderhandelingen
zijn aan de gang. Er zijn geregeld
vergaderingen.
Minister
Vandeurzen is ook betrokken.
04.11 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): M. Vandeurzen est un homme
très occupé! L'inspiration de la question vient des gens de terrain qui
s'inquiètent que rien ne bouge pour le moment.
04.12 Laurette Onkelinx, ministre: Je comprends qu'ils aient
l'impression que rien ne bouge mais des réunions ont lieu
continuellement. J'espère que nous pourrons bientôt leur proposer un
"package" avec une proposition très précise.
04.12
Minister
Laurette
Onkelinx: Ik hoop dat we
binnenkort een duidelijk voorstel
kunnen doen.
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van mevrouw Martine De Maght aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de ziekenhuisopname van kinderen samen met hun begeleidende ouder"
(nr. 4752)
05 Question de Mme Martine De Maght à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et
de la Santé publique sur "les enfants hospitalisés avec un parent accompagnateur" (n° 4752)</b>
05.01 Martine De Maght (LDD): Mevrouw de voorzitter, mevrouw de
minister, gelieve mij te excuseren voor mijn laattijdigheid. Ik kom van
de commissie voor de Sociale Zaken.
Onder artikel 90, §2 van de wet op de ziekenhuizen werd een
bepaling opgenomen die ertoe strekt dat voor de ziekenhuisopname
van een kind samen met een begeleidende ouder op een individuele
of een tweepersoonskamer, specifiek voor pediatrie, met inbegrip van
daghospitalisatie, boven het budget van de financiële middelen ten
laste van de patiënt die een dergelijke kamer heeft geëist, geen
supplementen mogen worden aangerekend. Door de meest recente
wijziging van dezelfde wet wordt aan de ziekenhuizen de mogelijkheid
aangeboden ereloonsupplementen aan te rekenen bij de opname van
een kind dat samen met een begeleidende ouder in het ziekenhuis
verblijft.
Mevrouw de minister, kunt u mij meedelen in hoeverre het naleven
door de ziekenhuizen van deze wettelijke bepalingen wordt
gecontroleerd? Welke middelen staan voor de patiënt ter beschikking
teneinde hem toe te laten te controleren of er individuele kamers vrij
zijn op het ogenblik van de opname van het kind?
De praktijk wijst vandaag uit dat indien de ouders ervoor kiezen om bij
hun kind te blijven maar niet bereid zijn een document te
ondertekenen
waarin
zij
zich
bereid
verklaren
de
ereloonsupplementen ten laste te nemen, zij meestal het antwoord
krijgen dat er geen kamers meer vrij zijn. Hoe kan worden
gecontroleerd dat er wel degelijk een verbintenis is van de
ziekenhuizen om de wet na te leven? Is dat controleerbaar?
Hoeveel ziekenhuisopnames van kind en ouder zijn er jaarlijks? Hebt
u daar een zicht op?
05.01 Martine De Maght (LDD):
La loi sur les hôpitaux prévoyait
qu'en cas d'admission d'un enfant
séjournant à l'hôpital avec un
parent
accompagnant,
aucun
supplément ne peut être facturé
pour l'occupation d'une chambre
individuelle ou une chambre à
deux lits, une règle qui valait
également pour l'hospitalisation de
jour. Cette loi a été récemment
modifiée et permet désormais aux
hôpitaux
de
réclamer
des
suppléments
d'honoraires
en
pareil cas.
Dans quelle mesure les hôpitaux
appliquent-ils
ces
dispositions
légales? Comment le parent
accompagnant peut-il vérifier si
des chambres individuelles sont
libres lors de l'admission de
l'enfant? Il arrive régulièrement en
pratique que lorsque les parents
expriment le souhait de rester
auprès de l'enfant mais refusent
de signer un formulaire relatif à
des suppléments d'honoraires, on
leur réponde qu'il n'y a plus de
chambre
appropriée.
Peut-on
contrôler l'exactitude d'une telle
affirmation et la ministre sait-elle
de combien d'admissions il s'agit
chaque année?
05.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw De Maght, ik beschik
momenteel niet over cijfers, maar u kunt daarvoor misschien een
schriftelijke vraag stellen.
Bij opname van elke patiënt schrijft de wet thans effectief voor dat het
ziekenhuis alle nodige informatie moet verstrekken over de
budgettaire gevolgen van de keuze die hij in functie van de kamer
maakt. Indien het ziekenhuis geen document kan voorleggen dat is
ondertekend door de patiënt of zijn wettige vertegenwoordiger indien
het een kind betreft en dat bewijst dat hij alle nuttige informatie
verkreeg, kan het ziekenhuis aan de patiënt geen enkel supplement
factureren voor de kamer noch voor de erelonen.
Indien de patiënt betwist dat hij correct geïnformeerd werd inzake de
05.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Je n'ai pas de chiffres à
fournir en réponse à la dernière
question mais je pourrais peut-être
les communiquer par écrit.
La loi prévoit que l'hôpital doit
fournir toutes les informations sur
les conséquences budgétaires du
choix de la chambre effectué par
le patient lors de son admission. Si
l'hôpital n'est pas en mesure
d'apporter la preuve, au moyen
d'un document, que la patient a
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
supplementen voor de kamer of de erelonen die hem kunnen worden
aangerekend, beschikt hij over twee bevoorrechte bezwaarmiddelen.
Ten eerste, de ziekenhuisbemiddelaar die verbonden is aan het
ziekenhuis en die zal nagaan of alle wettelijke verplichtingen van het
ziekenhuis werden nageleefd. Indien dat niet zo is, zal hij aan het
ziekenhuis vragen om de factuur van de ten onrechte gefactureerde
supplementen te verbeteren. Ten tweede, het ziekenfonds van de
patiënt kan eveneens elk nazicht verrichten om na te gaan of de
rechten van haar lid werden gerespecteerd. Indien dat niet zo is, kan
ook zij een verbetering van de factuur eisen. Indien het ziekenhuis dat
weigert, kan het ziekenfonds de zaak, in naam van haar lid, voor de
arbeidsrechtbank brengen. Dit is volledig gratis voor het lid.
De patiënt kiest vrij in welk type kamer hij wenst te worden
opgenomen. Indien hij bij de opname kiest voor een
gemeenschappelijke kamer of voor een kamer met twee bedden en
er alleen kamers met een bed beschikbaar zijn, zal hij in die laatste
gehospitaliseerd worden zonder betaling van het supplement voor een
privékamer. Indien hij daarentegen een kamer met een bed wenst en
er alleen kamers met meerdere bedden beschikbaar zijn, zullen de
dagen die hij doorbrengt in een gemeenschappelijke kamer of in een
kamer met twee bedden als dusdanig worden gefactureerd. Het is
bijgevolg voor een ziekenhuis wettelijk onmogelijk dat men aan de
patiënt een privékamer opdringt indien deze dat niet wenst.
été
dûment
informé,
aucun
supplément ne peut être facturé.
En cas de contestation, le patient
peut s'adresser au médiateur des
hôpitaux ou à sa mutualité pour
s'assurer que ses droits ont été
respectés. Si tel n'est pas le cas, il
peut exiger une facture corrigée.
Le cas échéant, la mutualité peut
porter le dossier devant le tribunal
du
travail,
une
procédure
entièrement gratuite pour l'affilié.
Le patient est libre du choix de la
chambre. S'il opte pour une
chambre commune ou pour une
chambre à deux lits et qu'il ne
reste
que
des
chambres
individuelles, il devra y être installé
sans supplément. S'il demande
une chambre à un lit et qu'il ne
reste que des chambres à
plusieurs lits, les jours qu'il
passera
dans une chambre
commune ou une chambre à deux
lits
seront
facturés
en
conséquence. Il est dès lors
légalement impossible pour un
hôpital d'imposer une chambre à
un lit au patient qui ne le souhaite
pas.
05.03 Martine De Maght (LDD): Mevrouw de minister, u hebt gelijk
wat betreft het wettelijke aspect van de zaak. Echter, een opname van
een kind is voor de ouders een zeer emotionele gebeurtenis. Op het
ogenblik dat men zijn kind gaat inschrijven en vraagt of men erbij mag
blijven, wordt een document voorgelegd. De ouders ondertekenen dat
hoe dan ook, want zij wensen immers bij het kind te blijven. Daarover
is geen discussie. De ouders stellen zich daar ook geen vragen bij.
Pas op het ogenblik dat men de factuur thuis krijgt en niet over een
hospitalisatieverzekering beschikt, wordt men geconfronteerd met de
feiten.
De praktijk wijst inderdaad uit dat er een document wordt ondertekend
bij opname. Wie vraagt om bij het kind te mogen blijven, krijgt meestal
een privékamer toegewezen, zonder daar zeer specifiek om gevraagd
te hebben. De kamersupplementen worden bovendien ook
aangerekend ­ wettelijk gezien mag dat niet meer, maar die
aanrekening gebeurt in de vorm van vaste kosten ­ aan de ouders
van de patiënt, die verkiezen om bij het kind te blijven.
Ik blijf erbij dat het een zeer emotionele gebeurtenis is. Daarom pleit
ik ervoor de zaken te herzien, zeker voor de mensen die niet over een
hospitalisatieverzekering beschikken, want tegenwoordig wordt daarin
toch wel degelijk een onderscheid gemaakt. Het probleem stelt zich
niet voor degenen die een hospitalisatieverzekering hebben, maar wel
voor degenen die er geen hebben. Niemand stelt zich vragen bij de
ondertekening van een document dat wordt voorgelegd op het
05.03 Martine De Maght (LDD):
La ministre a raison pour ce qui
concerne l'aspect légal de la
question.
Cependant,
l'hospitalisation
d'un
enfant
constitue un événement entraînant
une forte charge émotionnelle
pour
les
parents.
Ceux-ci
signeront de toute manière le
document qui leur est présenté à
l'admission, parce qu'ils veulent
avant tout pouvoir rester auprès de
leur enfant et lui offrir les meilleurs
soins. Ce n'est que lors de la
réception de la facture, s'ils n'ont
pas souscrit à une assurance
hospitalisation, que ces parents
devront affronter la réalité. C'est
pourquoi je demande que cette
question soit remise à l'examen,
surtout pour les personnes qui ne
sont pas couvertes par une telle
assurance.
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
ogenblik dat men daar zijn kind moet laten verblijven, want men wil de
beste zorgen voor zijn kind ­ daar is elke ouder van overtuigd. Dat is
iets waaraan ik in ieder geval graag aandacht aan besteed zou zien.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Ter informatie, ik had zelf ook een vraag nr. 4745 ingediend, maar het antwoord is nog niet
toegekomen. Daarom stel ik voor dat we naar het volgende punt van de agenda overgaan.
06 Samengevoegde vragen van
- de heer Luk Van Biesen aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de doeltreffendheid van de MUG-diensten in het Pajottenland" (nr. 4776)
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de stand van zaken in het MUG-dossier van Halle" (nr. 4795)
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de MUG-problematiek in Zuidwest-Vlaams-Brabant" (nr. 4928)
06 Questions jointes de
- M. Luk Van Biesen à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "l'efficacité des SMUR dans le Pajottenland" (n° 4776)<br>- M. Bart Laeremans à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "l'état du dossier du SMUR de Hal" (n° 4795)<br>- M. Michel Doomst à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "la problématique des SMUR dans le Sud-Ouest du Brabant flamand" (n° 4928)</b>
06.01 Luk Van Biesen (Open Vld): Mevrouw de vice-eerste minister,
deze vraag gaat over de doeltreffendheid van de MUG-dienst in het
Pajottenland. Het is niet de eerste maal dat wij u in de vergadering
vragen dienen te stellen over die problematiek. Op dinsdag 15 april
was er een laattijdige interventie in het Pajottenland met een tragisch
gevolg. We wensen niet uit te weiden over het incident. Het duidt
opnieuw aan dat er toch wat schort aan de medische hulpverlening in
Vlaams-Brabant en voornamelijk in het Pajottenland. Dat heeft vooral
betrekking op enerzijds de aanrijtijden en anderzijds de informatie-
uitwisseling tussen hulpverleners en slachtoffers, meestal ten gevolge
van taalproblemen. Dat alles leidt tot schrijnende wantoestanden.
Het Pajottenland hangt voor de MUG-interventie af van de diensten
van het Waalse Tubize of van Brussel bij ernstige gevallen en voor de
PIT-dienst, het paramedisch interventieteam, van het nabijgelegen
Sint-Mariaziekenhuis in Halle. Die dienst werd in 2006 opgestart door
een akkoord tussen de Vlaamse minister Vervotte en de federale
regering, de toenmalige minister Demotte. Als men in Vlaams-Brabant
een urgentiearts nodig heeft, is men verplicht de MUG-dienst van het
Waalse Tubize of van Brussel te raadplegen. Uiteraard is er ook de
problematiek omtrent de telemonitoring, zeer belangrijk om het PIT te
ondersteunen bij interventies op Vlaams grondgebied.
In Vlaams-Brabant ­ het is heel belangrijk dat we dit schetsen ­ zijn
er vier MUG-diensten, namelijk Leuven, Vilvoorde, Tienen en Diest. In
Waals-Brabant zijn er ook vier MUG-diensten, in Ottignies, Nivelles,
Eigenbrakel en Tubize. Er zijn vier MUG-diensten voor enerzijds
Vlaams-Brabant met 1 miljoen inwoners en voor Waals-Brabant met
360.000 inwoners anderzijds. Brussel telt ongeveer 7 MUG-diensten.
Het is dus duidelijk dat Vlaams-Brabant en het Pajottenland in grote
delen aangewezen zijn op Nederlandsonkundige diensten vanuit
Tubize of Brussel. De Vlaamse regering had in 2006 na de mislukking
rond Brussel-Halle-Vilvoorde een MUG-dienst beloofd in het
06.01 Luk Van Biesen (Open
Vld): Des difficultés souvent dues
à des problèmes linguistiques
entravent le bon déroulement de
l'aide médicale proposée dans le
Brabant flamand, en particulier
dans
le
Pajottenland,
principalement en ce qui concerne
les
délais
d'intervention
et
l'échange d'informations entre le
professionnel et la victime. Au
niveau de l'intervention du SMUR
et du médecin d'urgence, le
Pajottenland dépend de Bruxelles
ou des services - wallons - de
Tubize ainsi que de l'équipe
d'intervention paramédicale du
Sint-Mariaziekenhuis de Hal. À ces
problèmes s'ajoute bien sûr celui
du télémonitoring, cet appui
indispensable
à
l'équipe
paramédicale
lors
de
ses
interventions en territoire flamand.
Les deux Brabants sont chacun
couverts par quatre services
SMUR,
le
Brabant
flamand
comptant 1 million d'habitants et le
Brabant wallon 360.000. Bruxelles
est dotée de sept centres SMUR.
Le
Brabant
flamand
et
le
Pajottenland doivent dès lors
souvent faire appel à des services
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
ziekenhuis van Halle. Alvorens die gesprekken er kwamen, hebben
wij zelf nog vergaderingen georganiseerd bij uw voorganger, de heer
Demotte, om te komen tot een volwaardige MUG-dienst. Op dat
ogenblik heeft de Vlaamse regering het laken naar zich toe getrokken
­ ik heb dat reeds gezegd in de vergadering ­, waardoor er eigenlijk
geen
MUG-dienst
gekomen
is,
maar
een
paramedisch
interventieteam.
Ik ben er vandaag van overtuigd, zeker gesterkt door het tragisch
gebeuren van 15 april jongstleden, dat het paramedisch
interventieteam onvoldoende is en dat men moet uitgroeien tot een
werkelijke MUG-dienst. Daarom heb ik een aantal vragen aan u,
mevrouw de minister.
Erkent u de noodzaak van het probleem?
Wat is de stand van zaken in het dossier van een volwaardige MUG-
dienst in Halle? Welke stap zult u ondernemen in verband met de
noodzaak van een eigen MUG-dienst daar?
Kunt u eens definiëren wat de precieze werkwijze evenals het
stappenplan zijn bij de melding van een dringende interventie in het
Pajottenland? Welke MUG-dienst heeft de voorkeur? Welke dienst zal
in tweede instantie uitrukken, als de eerste dienst onbeschikbaar is?
Waarom wordt in dit geval ook de MUG-dienst van Geraardsbergen
geraadpleegd?
basés à Tubize ou à Bruxelles
dont le personnel ne parle pas le
néerlandais. La promesse faite en
2006
par
le
gouvernement
flamand d'implanter un service
SMUR à l'hôpital de Hal n'a en
définitive débouché que sur la
création de l'équipe d'intervention
paramédicale que nous venons
d'évoquer,
une
solution
insuffisante à mon sens et qui
devrait laisser la place à un
service SMUR à part entière.
La
ministre
admet-elle
ce
problème? Où en est le dossier de
création d'un véritable centre
SMUR à Hal? La ministre peut-elle
détailler la procédure suivie lors
d'un appel urgent provenant du
Pajottenland? Quel est le service
SMUR prioritaire et quel est le
second de la liste? Pourquoi a-t-on
également consulté le SMUR de
Grammont
lors
d'un
récent
incident?
06.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, ik
hoef de feiten niet meer te schetsen, dat is zonet gebeurd. Drie
maanden geleden hebben wij u in onze commissie ondervraagd, toen
u nog maar pas minister van Volksgezondheid was ­ vroeger was u
alleen minister van Sociale Zaken ­ over de stand van zaken in het
MUG-dossier van Halle.
U antwoordde toen dat u overleg zou opstarten met de
ziekenhuisdirectie en andere overheden. Ook zou er een officieel
advies worden gevraagd aan de Provinciale Commissie voor
Dringende Medische Hulpverlening en aan de Nationale Raad voor
Ziekenhuisvoorzieningen, afdeling Erkenning en Programmatie, voor
het opmaken van het fameuze koninklijk besluit ­ principieel leek u
daar immers niet tegen. Het is dan ook logisch dat wij u vandaag
vragen naar een stand van zaken.
Werd u inmiddels aangeschreven door de meerderheidsfracties in de
provincieraad van Vlaams-Brabant? Dat was toen immers nog niet
gebeurd, en ik zie u nog altijd neen schudden.
06.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Il y a trois mois, nous
avons interrogé la ministre dans
cette
commission
sur
l'état
d'avancement du dossier du
SMUR de Hal. À l'époque, elle
allait entamer la concertation avec
la direction de l'hôpital et d'autres
pouvoirs publics et demander un
avis officiel à la Commission
provinciale de l'aide médicale
urgente et au Conseil national des
établissements hospitaliers en vue
de l'élaboration du fameux arrêté
royal.
La ministre a-t-elle entre-temps
déjà reçu une réaction des
groupes politiques de la majorité
du conseil provincial du Brabant
flamand?
06.03 Minister Laurette Onkelinx: (...) van het ziekenhuis. Ik heb
een brief nodig, een vraag.
06.04 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Hebt u inmiddels contact
gehad met de ziekenhuisdirectie van Halle? Zo ja, wat leverde dat
gesprek op?
Werd er ook gesproken met andere instanties, zoals de Vlaamse
06.04 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): A-t-elle entre-temps déjà
contacté la direction de l'hôpital et
quel a été le résultat de ce
contact? Quel a été le résultat
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
overheid? Wat is het resultaat van die gesprekken?
Werd inmiddels het advies gevraagd aan de Provinciale Commissie
voor Dringende Medische Hulpverlening van Vlaams-Brabant? Werd
dat advies ontvangen en kan het worden meegedeeld?
Is het advies gevraagd aan de Nationale Raad voor
Ziekenhuisvoorzieningen, afdeling Erkenning en Programmatie? Kan
dat worden meegedeeld?
Tegen wanneer kan er eindelijk een volledige MUG worden verwacht
in Halle?
d'éventuelles concertations avec
d'autres instances, telles que les
autorités
flamandes?
La
Commission provinciale de l'aide
médicale urgente et le Conseil
national
des
établissements
hospitaliers ont-ils déjà rendu un
avis? Dans quel délai un SMUR à
part entière sera-t-il finalement mis
en place à Hal?
06.05 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, veel is
al gezegd. Ik denk dat wij het gepraat stilaan voorbij zijn. Op dat vlak
stonden wij met de collega's al wat verder. Ik dacht dat een aantal
dingen in het verleden al was uitgepraat en besproken. Wat is echter
de huidige stand van zaken van het dossier?
Ik denk dat wij niet van de grond geraken voor er een effectieve
aanvraag is vanuit het ziekenhuis van Halle. Bij mijn weten is die
vraag nog altijd niet officieel gesteld. Wij zullen dus wat druk moeten
uitoefenen, opdat er officieel vanuit Halle een vraag zou komen om in
het dossier vooruit te geraken.
Wij hadden gezegd dat wij daarover eens moesten praten. Kunnen wij
de afspraak niet vastleggen om met het personeel van het ziekenhuis
van Halle en met u, om de zaak vooruit te krijgen, rond de tafel te
zitten?
06.05 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Il est à présent temps
d'agir.
Quel
est
l'état
d'avancement de ce dossier?
L'hôpital de Hal n'a-t-il toujours
pas
introduit
une
demande
officielle? Quand une concertation
sera-t-elle organisée entre la
ministre et l'hôpital?
06.06 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, je vais
répondre en français.
Je le dis et je le répète, s'il y avait eu une demande de l'hôpital, nous
ne serions pas ici pour poser des questions et tenter d'y répondre le
mieux possible. Mon problème dans ce dossier est que l'hôpital de
Hal ne s'est jamais porté candidat à la fonction SMUR, ce qui
constitue l'unique cause des problèmes actuels. Si j'avais eu une
lettre de l'hôpital en faisant la demande, il aurait obtenu satisfaction.
Ce n'est pas la première fois qu'on me le demande et j'avais dit, en
réponse à une question, qu'il fallait aller voir les gestionnaires de
l'hôpital afin de débloquer la situation. Je constate, si vous les avez
vus, que cela n'a pas fonctionné.
Mon administration les a sollicités plusieurs fois mais on ne peut
obliger un hôpital à se porter candidat. Je n'ai donc aucune possibilité
à ce niveau-là.
Le ministre Demotte avait lancé dix expériences pour déterminer si
une équipe constituée d'un ambulancier et d'un infirmier urgentiste
suffisait, c'est le fameux projet PIT (Paramedical Intervention Team).
Cette équipe PIT, sous la supervision permanente des médecins
urgentistes de l'hôpital de Hal, permet à la population d'être prise en
charge en néerlandais. Ce projet PIT à Hal fait l'objet d'un
financement exceptionnel, proche de celui d'un SMUR à part entière.
La clinique de Hal est la seule en Belgique à jouir de ce financement
trois fois supérieur, j'insiste, à celui des autres PIT.
06.06
Minister Laurette
Onkelinx: De oorzaak van de
huidige problemen is dat het
ziekenhuis van Halle zich nooit
voor de MUG-functie (mobiele
urgentiegroep) kandidaat heeft
gesteld. Mijn administratie heeft de
ziekenhuisbeheerders
daartoe
meermaals maar zonder succes
aangezocht.
Minister Demotte had tien PIT-
proefprojecten
(Paramedical
Intervention Team) opgestart. In
Halle staat het PIT-team, dat een
uitzonderlijke financiering geniet
die bijna gelijk is aan wat wordt
toegekend voor de MUG's, in voor
de behandeling van de patiënten
in het Nederlands.
Het is mijn taak om realistische
oplossingen voor te stellen die aan
wetenschappelijk
vastgestelde
noden
beantwoorden
en
afgestemd
zijn
op
de
mogelijkheden van de betrokken
actoren. Tevens sta ik in voor de
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Je regrette que cette demande n'ait pas été faite et je répète, pour la
cinquième fois, que j'attends une demande officielle et univoque du
principal acteur, l'institution hospitalière, que nous avons sollicité
plusieurs fois.
En ce qui me concerne, j'ai le devoir de proposer et d'organiser le
financement de solutions réalistes répondant à des besoins
scientifiquement mesurés et en adéquation avec les capacités des
acteurs concernés. J'attends une analyse technique des besoins pour
la région concernée, qui dépasse le seul territoire de la ville de Hal,
laquelle a été produite pour les comptes des commissions d'aide
médicale urgente des provinces du Brabant flamand et de Flandre
orientale. Cette analyse a été validée par le bureau de la commission
de Flandre orientale mais doit encore être validée par le bureau de la
commission du Brabant flamand, ce qui est prévu en mai. Cette
analyse me sera envoyée officiellement par la suite.
Les indications qui ressortent du rapport provisoire mettent en avant
que des besoins en termes de médicalisation précoce existent bien
dans la région concernée, besoins auxquels il faut évidemment
apporter la meilleure des réponses.
Sans que nous ne négligions les autres zones où des besoins de
médicalisation précoce sont présents, et parfois de manière plus
pressante, je suis d'avis que ce dossier doit trouver une solution
définitive qui réponde aux besoins.
Sur base de cette analyse, je vais rassembler les différents acteurs,
dont les responsables de l'hôpital Sint-Maria de Hal, pour que ce
dossier aboutisse rapidement.
En guise de conclusion, je dirais qu'il est difficile de faire le bonheur
des gens malgré eux. J'aimerais leur offrir ce bonheur mais j'attends
qu'ils aient envie de le recevoir.
financiering van die oplossingen.
Ik wacht op de technische
behoeftenanalyse
voor
de
betrokken zone. Die analyse werd
reeds door het bureau van de
commissie
voor
dringende
geneeskundige hulpverlening van
de
provincie
Oost-Vlaanderen
gevalideerd, maar we wachten nog
op het fiat van het bureau van de
commissie van Vlaams-Brabant in
mei.
Uit het voorlopige verslag blijkt dat
er in die regio wel degelijk nood is
aan een dienst voor dringende
medische hulpverlening. Op grond
van die analyse, zal ik de
betrokken actoren bijeenroepen
om in dit dossier tot een oplossing
te komen.
06.07 Luk Van Biesen (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, ik dank u voor het antwoord, maar ik vind het toch een
beetje eigenaardig. Uw voorganger, de heer Demotte, met wie wij een
zeer goede verstandhouding hadden, heeft de ziekenhuisdirectie van
Halle met onze bemiddeling driemaal bijeengeroepen en werd het
systeem om een MUG uit te bouwen volledig besproken. Daarna is
dat niet doorgegaan en heeft men, met een Vlaams budget, voor een
PIT gekozen. Zeggen dat er geen aanvraag van het ziekenhuis is, lijkt
mij bijzonder eigenaardig, wetende dat de ziekenhuisdirectie tot
driemaal toe op het kabinet van uw voorganger werd ontvangen. Het
volledig dossier bestaat. Ik was daarbij, mevrouw Onkelinx. Eind
2004, begin 2005 zijn er drie vergaderingen op uw departement
geweest.
06.07 Luk Van Biesen (Open
Vld): Cette réponse est étrange.
Une concertation a eu lieu à trois
reprises entre M. Demotte, son
cabinet et la direction de l'hôpital
de Hal. Le développement d'un
SMUR a été envisagé à l'époque.
Ce projet n'a pas abouti et une
équipe paramédicale d'intervention
(EPI) a été mise sur pied grâce à
des fonds flamands. Il n'est pas
crédible d'affirmer qu'il n'y avait
pas de demande de SMUR étant
donné que la direction de l'hôpital
s'est rendue trois fois au cabinet.
06.08 Minister Laurette Onkelinx: Er waren onderhandelingen over
de PIT.
06.08
Laurette
Onkelinx,
ministre:
Des
négociations
relatives à une EPI étaient en
cours.
06.09 Luk Van Biesen (Open Vld): Het is toch eigenaardig dat er 06.09 Luk Van Biesen (Open
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
dossiers verdwijnen als een minister een andere minister opvolgt.
Volgens mij bestaat dat dossier wel degelijk. Ik ben drie keer op die
vergadering aanwezig geweest op het departement van de heer
Demotte, in aanwezigheid van de ziekenhuisdirectie, eenmaal in
aanwezigheid van de minister zelf en daarna met de kabinetsleden. Er
bestaat wel degelijk een dossier voor de opstarting van een MUG.
Daarna heeft men dat, in het kader van het akkoord omtrent BHV,
afgezwakt tot een PIT omdat de Vlaamse regering met geld over de
brug kwam. De initiële aanvraag in 2004-2005 is op uw departement
gebeurd. Ik was aanwezig. Ik heb dat dossier samen met de
ziekenhuisdirectie mee ingediend. Het volstaat om het dossier terug
op te vragen en anders zullen wij opnieuw contact opnemen met het
ziekenhuis om opnieuw het nodige te doen. Uw antwoord lijkt mij zeer
eigenaardig.
Vld): La demande initiale a été
déposée fin 2004 ou début 2005.
Je l'ai déposée en concertation
avec la direction de l'hôpital et
j'étais moi-même présent lors des
trois entretiens entre le cabinet
Demotte et la direction de l'hôpital.
Il suffit de reprendre le dossier
initial.
06.10 Laurette Onkelinx, ministre: Je voudrais vous dire que je suis
persuadée qu'il faut un SMUR là-bas et peu m'importe les affaires
BHV, etc. En matière de Santé publique, ce qui m'intéresse, c'est
d'avoir en tête et avant tout le travail qui doit être réalisé.
06.10
Minister
Laurette
Onkelinx: BHV laat me koud, er is
daar een MUG nodig.
06.11 Luk Van Biesen (Open Vld): Ce n'est pas un problème
communautaire.
06.11 Luk Van Biesen (Open
Vld): Het gaat niet om een
communautair probleem.
06.12 Laurette Onkelinx, ministre: Absolument pas. Je pense qu'à
Hal, on a besoin d'un SMUR.
Il y a effectivement eu des négociations mais le SMUR n'a pas été
demandé et on a trouvé une solution alternative avec le PIT. Non
seulement on a trouvé une solution alternative mais celle-ci est
financée trois fois plus que les autres PIT. C'est vous dire qu'un effort
a été consenti.
Je veux bien aller plus loin. Je le dis publiquement devant vous mais il
faudrait une demande. De toute façon, j'attends le rapport technique
dont je vous ai parlé. Ensuite, je rassemblerai tout le monde autour de
la table. Si à ce moment, tout le monde est d'accord, on trouvera une
solution.
06.12
Minister Laurette
Onkelinx: Hoegenaamd niet. Er
hebben
onderhandelingen
plaatsgevonden, maar er werd niet
om een MUG gevraagd. Er werd
met het PIT een alternatief
gevonden. Het PIT in Halle krijgt
driemaal zoveel middelen als de
andere PIT's. Ik blijf er echter bij
dat Halle een MUG nodig heeft.
Zodra ik over het technisch
verslag beschik, zal ik met
iedereen om de tafel gaan zitten
om een oplossing te zoeken.
De voorzitter: Ik neem aan dat ik hierbij het incident mag sluiten.
06.13 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Nee, mevrouw de
voorzitter, u kunt het incident hier nog niet sluiten; dat kan pas aan het
einde van dit punt. Het is een van de eerste keren dat u moet
voorzitten, dus u leert dat nog wel.
Mevrouw de minister, ik vind het antwoord interessant in die zin dat u
zich nu, in tegenstelling tot 22 januari, principieel schaart achter de
stelling dat er vooruitgang geboekt moet worden in dat dossier en dat
u achter het idee van een MUG staat. Dat vind ik al belangrijk.
Ik heb, doordat u in het Frans geantwoord hebt en ik misschien niet
helemaal aandachtig was, op een aantal vragen geen antwoord
gekregen.
Mevrouw de minister, op 22 januari hebt u gezegd: "Hiertoe zal een
officieel advies gevraagd worden aan de provinciale commissie".
Werd het advies gevraagd? Is het advies al verstrekt? Daarop heb ik
06.13 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Cette réponse est très
intéressante étant donné que la
ministre souscrit à présent à l'idée
d'un SMUR pour Hal. Ce n'était
pas encore le cas le 22 janvier
2008. Un avis a-t-il déjà été
demandé
à
la
Commission
provinciale?
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
niet meteen een duidelijk antwoord gekregen. Heeft de provinciale
commissie voor dringende medische hulpverlening al een advies
gegeven?
06.14 Minister Laurette Onkelinx: Er is een tijdelijk advies. Ik wacht
op een definitief advies. Ik zal met alle actoren, met name met het
ziekenhuis, vergaderen.
06.14
Laurette
Onkelinx,
ministre: Un avis provisoire sur les
besoins existants a été formulé.
J'attends l'avis définitif et je
réunirai l'ensemble des acteurs
autour de la table.
06.15 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Dat is een gunstig advies,
als ik het goed begrijp.
06.16 Minister Laurette Onkelinx: Het is geen advies dat ja of nee
zegt. Het is een advies dat nagaat welke noden er zijn.
06.17 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Het is dus veeleer een
omstandig advies. Het zou wel nuttig zijn als we daarvan kennis
konden krijgen, als we daarvan een kopie konden krijgen. In elk geval
is het wel een positieve evolutie.
Wat het ziekenhuis zelf aangaat, hebben wij al heel lang geleden, al
van in het begin, vastgesteld dat zich daar een zeer groot deel van het
probleem situeert. De ziekenhuisdirectie heeft lange tijd verstoppertje
gespeeld. Ik ervaar hier een soort pingpongspel tussen de minister en
de ziekenhuisdirectie. Ik laat in het midden wie er gelijk heeft. Als de
ziekenhuisdirectie echter niet antwoordt op vragen van de
administratie van Volksgezondheid, dan ligt het probleem wel degelijk
daar. Het is niet omdat er drie jaar geleden een overleg was en dat we
toen verder stonden, dat ze vandaag geen fouten kunnen begaan.
Ik zou dan ook aan de collega's willen vragen om hun relaties met de
stad Halle en met de Vlaamse regering ­ jullie zitten daar toch ook
allebei in, en de Vlaamse regering heeft in dat dossier een
verantwoordelijkheid ­ aan te wenden om dat ziekenhuis in beweging
te zetten.
Bovendien, het is de Vlaamse regering die zich geëngageerd heeft
voor een oplossing. Een groot financieel verschil tussen de PIT en de
MUG kan er toch niet zijn. Desnoods moet de Vlaamse regering maar
een soort opstartpremie geven, zodanig dat het project van start kan.
De Vlaamse regering moet haar verantwoordelijkheid opnemen. Ik
doe dus een beroep op CD&V en Open Vld om dat dossier in gang te
zetten. Het is namelijk een kwestie van goede wil. We kunnen hier
blijven vragen indienen.
Collega's, jullie zitten in de meerderheid, zowel op federaal als op
Vlaams niveau. Jullie kunnen daar mee een duw aan geven. Ik ervaar
hier inertie, op alle vlakken. We spreken opnieuw af voor het
zomerreces. Als er dan geen vooruitgang is, dan is het toch wel ook
uw verantwoordelijkheid. We zullen daar dus niet alleen de minister
op aanspreken, maar ook u beiden.
06.17 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): J'espère que je recevrai
une copie de cet avis. Si la
direction de l'hôpital ne répond pas
aux questions de l'administration,
un problème se pose en effet.
J'espère que le CD&V utilise ses
relations avec la ville de Hal et le
gouvernement flamand pour faire
avancer ce dossier.
06.18 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, ik ben
heel blij dat wij voor die betoging ook de steun van de minister zullen
hebben, die sterk mee zal protesteren.
06.18 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Je me réjouis du soutien
de la ministre. Le problème
provient en partie de la direction
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
Het overleg tussen de burgemeesters van het Pajottenland, die toch
iets dichter bij de problematiek staan, heeft bij mij het gevoel
opgeleverd dat het probleem inderdaad ligt bij ­ mevrouw de minister,
nogmaals bedankt trouwens voor het evaluatierapport van de PIT dat
ik van u heb mogen ontvangen ­ de ziekenhuisdirectie, die nu
trouwens aan vervanging toe is - er is een nieuwe directeur op komst
- en die twijfelt of de PIT geen afdoend instrument is voor onze regio.
In tegenstelling tot de Antwerpenaars, maar daarmee moet men
natuurlijk voorzichtig zijn, zegt bijvoorbeeld dokter Beaucourt dat dit
geen oplossing is. Andere medici zeggen dat er meer in zit dan wij op
dit ogenblik denken. Ik meen dat de ziekenhuisdirectie ook nog
twijfelt.
Mevrouw de minister, wij zijn heel blij met het feit dat u heeft gezegd
dat ook Halle recht heeft op een MUG en deze moet hebben. In ons
overleg moet volgens mij dan ook in die richting worden geduwd. Het
incident van maandag 14 april had volgens mij veel minder te maken
met de echte aanwezigheid van een MUG, al zijn wij ervan overtuigd
dat een directe lijn tussen Halle en het hinterland de interventietijd zou
kunnen verkorten tot minder dan 10 minuten. Wij deden er met een
personenwagen 10 minuten over, dus moet een ziekenwagen met
signalisatie die afstand nog sneller afleggen.
Het zal er nu op aankomen, denk ik, om eindelijk de officiële vraag
vanuit het ziekenhuis te bekomen voor het verkrijgen van een MUG.
Het is duidelijk dat daarin historische elementen meespelen die
maken dat zij in hun budgettaire planning moeilijk de keuze kunnen
maken om daarvoor een eigen financiële bijdrage te doen. Wij zullen
bij de directie aandringen opdat u een officiële aanvraag bereikt. Op
dat vlak kunnen de onderhandelingen dan concreet worden gestart.
de l'hôpital de Hal qui doute
qu'une EPI puisse constituer une
solution définitive. Selon le docteur
Beaucourt, ce n'est pas la raison ;
selon d'autres médecin, si. La
direction de l'hôpital se montre
réticente en ce qui concerne un
SMUR, essentiellement pour des
raisons financières. L'incident du
14 avril ne concernait pas tant la
présence ou non d'un SMUR,
mais plutôt la liaison entre Hal et
l'arrière-pays et la réduction des
délais d'intervention.
De voorzitter: Ik ga mijn plaats afstaan aan mevrouw Gerkens.
Présidente: Muriel Gerkens.
Voorzitter: Muriel Gerkens.
07 Vraag van mevrouw Katia della Faille de Leverghem aan de vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "biologisch vlees" (nr. 4745)
07 Question de Mme Katia della Faille de Leverghem à la vice-première ministre et ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "la viande biologique" (n° 4745)</b>
07.01 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Mevrouw de
minister, ik heb een vraag betreffende biologisch vlees.
Veel burgers zijn er zich van bewust dat regelmatig vegetarisch eten
of een bewustere omgang met vlees de gezondheid ten goede komt.
Vaak wordt de stap echter niet gezet omdat men gangbare
vleessoorten gewoon is en omdat er in de directe omgeving geen of
nauwelijks aanstalten gemaakt worden om eetgewoontes te
veranderen. Men blijft dus vasthouden aan gewoonten, tegen beter
weten in. Vegetarisch of biologisch voedsel krijgt vaak het etiket
"smaakloos" opgeplakt.
Het is echter wetenschappelijk bewezen dat biologisch vlees niet
alleen beter is voor ons lichaam, maar ook voor het leefmilieu. Dieren
op een biologische boerderij krijgen natuurlijk voedsel, dit wil zeggen
zonder chemicaliën en genetisch gemanipuleerde soja of maïs.
Dieren op een biologische boerderij zijn gezonder en minder aan
07.01 Katia della Faille de
Leverghem (Open Vld): Il ressort
d'études scientifiques que la
viande biologique est meilleure
pour la santé mais aussi meilleure
pour l'environnement car les
animaux élevés dans une ferme
biologique sont plus sains, moins
stressés et nourris avec des
aliments
naturels.
Malheureusement,
la
viande
biologique est toujours plus chère
que la viande ordinaire.
Ne pourriez-vous pas lancer une
campagne d'information afin de
mettre en évidence l'importance
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
stress onderhevig, wat een onmiskenbare invloed heeft op het vlees.
Biologisch vlees is helaas nog steeds duurder dan gewoon vlees.
Ik heb de volgende vragen. Ten eerste, kan, in het belang van de
volksgezondheid, op een grote schaal bijkomende voorlichting
georganiseerd worden om het belang van biologisch vlees te
benadrukken?
Ten tweede, hoe staat u tegenover fiscale stimuli voor de
producenten van biovlees, teneinde de prijs voor de verbruiker
betaalbaar te maken?
Ten slotte, zult u hierover overleg plegen met uw collega van
Financiën?
de la viande biologique? Pourriez-
vous faire en sorte que la viande
biologique soit à la portée de
toutes les bourses en prenant des
mesures
d'incitation
fiscale
destinées aux producteurs? La
ministre abordera-t-elle avec son
collègue
des
Finances
l'opportunité de prendre de telles
mesures?
07.02 Minister Laurette Onkelinx: In het kader van het bestaande
Nationaal Voedings- en Gezondheidsprogramma is er momenteel
geen specifieke actie of voorlichtingscampagne opgezet die de
eventuele gezondheid van biologische producten, waaronder vlees,
zou benadrukken bij de consumenten.
Er is op dit ogenblik immers onvoldoende consensus en
wetenschappelijke
onderbouwing
die
een
dergelijke
voorlichtingscampagne
zou
rechtvaardigen.
Uit
de
voedselconsumptiepeiling van 2004 blijkt bovendien dat de
gemiddelde Belg ouder dan 15 jaar te veel vlees en vleesproducten
eet. Daarom is het niet opportuun om, in het kader van het NVGP,
een campagne te voeren rond biologisch vlees. De consumptie van
groenten en fruit verhogen heeft een hogere prioriteit en is meer
opportuun.
De normgeving en het beleid aangaande het invoeren en bevorderen
van biologische productiemethoden in de landbouw betreffen een
bevoegdheid van de Gewesten. Ik verwijs bijvoorbeeld naar het
actieplan Biologische Landbouw in Vlaanderen. Op regionaal vlak
bestaan er systemen waarbij land- en tuinbouwers die de biologische
productiemethode invoeren of verder toepassen subsidies kunnen
ontvangen.
Ook voor omschakelingsplannen en bedrijfsbegeleiding inzake
biologische productie wordt er betaalde voorlichting gegeven door
erkende centra. Hiervoor kan men eveneens subsidies ontvangen.
Het is dan ook niet mijn bevoegdheid om eventuele subsidies,
premies of andere geldelijke voordelen toe te kennen voor
producenten van biologisch vlees.
Ten derde, gezien het feit dat dit een gewestelijke bevoegdheid
betreft, heb ik niet de intentie dit te bespreken met mijn collega
Reynders.
07.02
Laurette
Onkelinx,
ministre:
Actuellement,
l'organisation d'une campagne
d'information consacrée à la
viande
biologique
n'est
pas
programmée parce qu'il n'y a pas
de consensus en la matière et que
l'argumentaire
scientifique
en
faveur de la viande biologique
n'est pas suffisamment solide. Qui
plus est, le Belge lambda âgé de
plus de quinze ans mange déjà
trop de viande et nous ne voulons
donc
pas
encourager
la
consommation
de
viande,
biologique ou non. L'objectif que
poursuit surtout mon département,
c'est de faire augmenter la
consommation quotidienne de
légumes et de fruits. A cet égard,
les
normes
en
matière
d'agriculture biologique sont de la
compétence des Régions. Je ne
suis donc pas compétente pour
accorder
des
subsides
aux
producteurs de viande biologique
et par conséquent, je ne compte
pas aborder avec le ministre des
Finances l'opportunité de prendre
des mesures d'incitation fiscale
pour
encourager
sa
consommation.
07.03 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Mevrouw de
minister, ik wist dat landbouw een bevoegdheid was van de
Gewesten, maar ik hoopte dat de federale regering een specifieke
voorlichtingscampagne kon voeren om biologisch vlees te stimuleren,
omdat het om vele redenen gezonder is en ook ­ maar dat is evenmin
uw bevoegdheid ­ omdat het beter is voor het leefmilieu, voor het
klimaat en de CO
2
-uitstoot als er minder vlees wordt gegeten. Als er
dan toch vlees wordt gegeten, dan eventueel biologisch vlees omdat
07.03 Katia della Faille de
Leverghem
(Open
Vld):
J'espérais
que
la
ministre
accepterait
d'envisager
une
campagne d'information mais je
comprends parfaitement qu'il s'agit
en l'occurrence d'une compétence
des Régions.
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
die dieren toch gezonder zijn, dus beter voor onze gezondheid. Ik
begrijp dat u geen gevolg zult geven aan mijn vraag, wat ik ten
zeerste betreur.
La présidente: Peut-être dans le cadre des "printemps de
l'environnement", où il y a un lien avec tout cela.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de Mme Josée Lejeune à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique sur "la loi relative à la protection et au bien-être animal modifiée en date du
11 mai 2007" (n° 4793)</b>
08 Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de wet betreffende de bescherming en het welzijn der dieren die op
11 mei 2007 werd gewijzigd" (nr. 4793)
08.01 Josée Lejeune (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, je me permets de revenir une fois encore sur la loi du
15 août 1986 modifiée en date du 11 mai 2007 relative à l'interdiction
de vente de chiens ou de chats dans les animaleries.
Dans votre réponse à ma question sur le même sujet début mars,
vous confirmiez ­ je cite ­: "Il y a de nombreuses incertitudes sur la
portée de la loi prévoyant l'interdiction de la vente des chiens et des
chats dans les magasins. En effet, la loi ne fixe pas clairement
combien de chiennes ou de nichées un éleveur doit avoir pour pouvoir
vendre des chiens ou des chats d'autres éleveurs dans son magasin".
Il s'avère qu'un certain nombre de questions subsistent quant à
l'interprétation de la loi. C'est pourquoi je souhaitais vous interroger à
nouveau.
1. Pouvez-vous à présent nous donner davantage d'éclaircissements?
2. Quand les arrêtés d'exécution seront-ils pris afin que le secteur
puisse s'y conformer?
3. Comment le secteur doit-il se mettre en conformité avec la nouvelle
loi vu l'absence d'arrêtés d'exécution?
4. Que ressort-il des concertations avec le secteur ad hoc et les
associations du bien-être animal?
5. Qu'entend-on par "éleveur" au sens de la nouvelle loi? Quelles sont
les conditions à satisfaire?
6. Que signifie précisément le terme "intermédiaire" dans l'article 4 de
la nouvelle loi?
7. Comment les commerçants doivent-ils restructurer leurs
exploitations?
8. Qu'est-il prévu pour les importations?
9. Des mesures transitoires sont-elles envisagées?
08.01 Josée Lejeune (MR): Ik
wens nog eens terug te komen op
de wet van 15 augustus 1986,
gewijzigd op 11 mei 2007,
betreffende het verbod op de
verkoop van honden en katten in
dierenzaken. Een aantal vragen
over de interpretatie van de wet
blijft
onbeantwoord.
Wanneer
volgen de uitvoeringsbesluiten?
Wat is het resultaat van het
overleg tussen de sector en de
verenigingen voor dierenwelzijn?
Wat verstaat men onder "kweker"
in de nieuwe wet? Aan welke
voorwaarden
moet
voldaan
worden? Wat betekent de term
"tussenpersoon" in artikel 4 van de
nieuwe wet? Hoe moeten de
handelaars
hun
bedrijf
aanpassen? Wat werd er
geregeld
voor
de
invoer?
Overweegt
men
overgangsmaatregelen?
08.02 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, madame
Lejeune, au sujet de votre question concernant les interprétations,
suite aux modifications de la loi de 1986, je puis vous informer que
mes services ont pris les contacts nécessaires avec à la fois le
secteur des commerçants pour animaux et les sociétés de protection
animale.
En outre, les incertitudes concernaient certains points précis mais, sur
l'essentiel, à savoir l'interdiction de commercialiser les chiens et les
chats dans les magasins à partir du 1
er
janvier 2009, aucun doute ne
08.02
Minister Laurette
Onkelinx: Naar aanleiding van de
wetswijzigingen van 1986 hebben
mijn diensten tegelijk contact
opgenomen met de sector van de
dierenhandelaars
en
de
verenigingen
voor
dierenbescherming. Wat de grond
van de zaak betreft, namelijk het
verbod om vanaf 1 januari 2009
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
peut subsister et le secteur en est bien informé.
Pour la définition d'élevage, je vous renvoie à la définition de la loi
modifiée d'après laquelle "tout qui détient plus d'une chienne ou d'une
chatte et pratique la commercialisation des portées est considéré
comme éleveur".
Quant à l'interprétation du terme "intermédiaire", je suppose que vous
faites allusion aux dispositions insérées dans l'article 12 de la loi. Là
aussi, d'après les travaux parlementaires, il paraît clair que la volonté
du législateur est bien d'interdire la présence physique des chiens et
chats dans les établissements commerciaux pour animaux. La seule
commercialisation qui reste possible pour ces établissements est la
présentation d'annonces ou de catalogues.
Par ailleurs, afin de réaliser les adaptations nécessaires des
dispositions réglementaires relatives à l'agrément des établissements
pour animaux, mes services préparent une modification de l'arrêté
royal du 27 avril 2007 portant les dispositions d'agrément des
établissements pour animaux et portant les conditions de
commercialisation des animaux. Le secteur a déjà été informé, lors
d'une réunion tenue le 20 mars dernier, des orientations prises pour
procéder à ces ajustements.
Il s'agira, par exemple, de subdiviser la définition d'éleveur en
plusieurs catégories selon l'activité exercée: éleveur amateur, éleveur
professionnel, éleveur commerçant. Il s'agira aussi d'exiger un local
de quarantaine pour les éleveurs qui commercialisent des chiens ou
des chats issus d'autres élevages que le leur ou de prévoir un
système de 'certification bien-être animal' pour les élevages
provenant d'autres pays. La Commission a d'ailleurs été interrogée
sur ce point.
Selon le calendrier prévu, cet arrêté modificatif sera publié vers le
mois d'octobre de cette année avec une entrée en vigueur au
1
er
janvier 2009, ce qui correspond à l'entrée en vigueur de la
disposition de la loi relative au commerce des chiens et des chats
dans les magasins.
On prévoit cependant une entrée en vigueur six mois plus tard pour
les dispositions qui nécessitent des aménagements supplémentaires,
comme la quarantaine.
J'insiste sur le fait que si ces dispositions modificatives apporteront
des éclaircissements, il n'en demeure pas moins que le cadre légal
existant, en ce compris la loi de 1986 et l'arrêté royal de 2007, est bel
et bien d'application. Il n'y a donc pas de vide juridique. Il en ressort
donc clairement que les établissements commerciaux pour animaux
qui commercialisent des chiens et des chats ont deux possibilités:
arrêter la commercialisation physique des chiens et des chats dans
leur magasin, à partir du 1
er
janvier 2009, ou se reconvertir en
éleveur.
nog
honden
en
katten
te
verhandelen in de dierenzaken,
kan er helemaal geen twijfel meer
bestaan en de sector is er
behoorlijk over ingelicht. Wat de
definitie van de kwekerij betreft,
bepaalt de gewijzigde wet dat
"iedere houder van teven of
kattinnen voor de kweek met
handelsdoeleinden
beschouwd
wordt als kweker". Wat de
interpretatie
van
de
term,
"tussenpersoon" betreft, volgens
de parlementaire werkzaamheden
blijkt duidelijk dat het de wil van de
wetgever
is
de
fysieke
aanwezigheid van honden en
katten
te
verbieden
in
handelszaken voor dieren. De
enige handelsactiviteit die deze
zaken nog mogen uitoefenen, is
aankondigingen te plaatsen of
catalogi uit te geven. Overigens,
teneinde de nodige aanpassingen
door te voeren aan de bepalingen
betreffende de erkenningen van
dierenzaken,
bereidde
mijn
diensten een wijziging voor van het
koninklijk besluit van 27april 2007
houdende erkenningsvoorwaarden
voor inrichtingen voor dieren en de
voorwaarden
inzake
de
verhandeling van dieren. De
sector werd al op de vergadering
van afgelopen 20 maart op de
hoogte gebracht van richting die
deze aanpassingen zullen uitgaan.
Men
zal
bijvoorbeeld
de
kwekerijen in diverse categorieën
volgens de activiteit moeten
onderverdelen:
particuliere,
beroeps-
of
commerciële
kwekerijen. De fokkers die honden
of katten uit andere fokkerijen
verkopen,
zullen
over
een
quarantaineruimte
moeten
beschikken en de buitenlandse
kwekerijen zullen een certificaat
van dierenwelzijn moeten kunnen
voorleggen. De Commissie werd
hierover trouwens ondervraagd.
Dat wijzigingsbesluit zal rond
oktober van dit jaar gepubliceerd
worden en op 1 januari 2009 in
werking treden, dus op dezelfde
datum van inwerkingtreding als de
bepaling van de wet op de verkoop
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
van honden en katten in winkels.
De bepalingen die aanpassingen
vergen, zoals het inrichten van een
quarantaineruimte,
zullen
zes
maanden later in werking treden.
Die
wijzigende
bepalingen
verduidelijken een en ander, maar
het bestaande wettelijke kader,
met inbegrip van de wet van 1986
en het koninklijk besluit van 2007,
blijft wel degelijk van toepassing.
Er is bijgevolg geen juridisch
vacuüm. Uit het voorgaande blijkt
dus dat de zaken die honden en
katten verkopen, vanaf 1 januari
2009 ofwel de handel in honden
en katten kunnen stopzetten ofwel
hun zaak in een kwekerij kunnen
omvormen.
08.03 Josée Lejeune (MR): Madame la ministre, merci pour votre
réponse.
Cela dit, je crois savoir que les agréments sont actuellement
renouvelés tous les dix ans. Comment les commerçants et les
éleveurs devront-ils procéder, à partir du 1
er
juin, pour déposer une
demande d'agrément? Il est incontestable qu'un problème se pose à
ce niveau. Prenons le cas d'un éleveur qui dispose d'un agrément
qu'il doit renouveler. En l'absence d'arrêté d'exécution, que doit-il
faire?
08.03 Josée Lejeune (MR): Voor
zover
ik
weet, worden de
erkenningen thans om de tien jaar
verlengd.
Volgens
welke
procedure zullen de handelaars en
kwekers
vanaf
1 juni een
erkenningsaanvraag
moeten
indienen? Hier rijst er een
probleem: wat moeten ze, bij
ontstentenis
van
een
uitvoeringsbesluit, doen?
08.04 Laurette Onkelinx, ministre: La situation va changer au
1
er
janvier 2009. Mais pour le moment, il doit choisir sa catégorie:
éleveur ou commerçant. S'il choisit d'être éleveur, une procédure est
prévue. S'il choisit d'être commerçant, il pourra poursuivre son activité
sans aucun problème si la date de son commerce répond aux normes
prévues dans la loi et l'arrêté royal.
08.04
Minister Laurette
Onkelinx: Op 1 januari 2009 zal
een en ander veranderen. Maar
momenteel moeten ze kiezen tot
welke categorie ze willen behoren:
kweker of handelaar. Als ze voor
kweker kiezen, kunnen ze de
bestaande procedure volgen. Als
ze voor handelaar kiezen, kunnen
ze hun activiteit zonder problemen
voortzetten indien hun zaak op 1
januari 2009 aan de normen van
de wet en het koninklijk besluit
beantwoordt.
08.05 Josée Lejeune (MR): Si je comprends bien, à l'heure actuelle,
il peut demander son type d'agrément et, par la suite, il devra se
mettre en conformité avec la réglementation.
08.05 Josée Lejeune (MR): Als
ik het goed begrijp, kunnen ze nu
hun erkenning aanvragen. Ze
kiezen het soort erkenning en
achteraf moeten ze zich in regel
stellen met de reglementering.
08.06 Laurette Onkelinx, ministre: Pour le 1
er
janvier 2009.
08.06
Minister
Laurette
Onkelinx: Tegen 1 januari 2009.
08.07 Josée Lejeune (MR): La loi entrera en vigueur le
er
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
1
er
janvier 2009.
08.08 Laurette Onkelinx, ministre: Elle sera d'application à partir de
cette date.
08.09 Josée Lejeune (MR): Oui, c'était le sens de mon propos.
Or le secteur éprouve quelques difficultés à se mettre en conformité,
étant donné qu'il manque encore certains arrêtés. Est-il donc possible
de repousser de trois mois l'application de la loi pour éviter que le
secteur ne soit mis dans l'embarras, sans toucher évidemment à la
loi?
08.09 Josée Lejeune (MR): De
sector
ondervindt
enige
moeilijkheden om zich aan te
passen, aangezien er nog enkele
besluiten ontbreken. Kan de
uitvoering van de wet niet drie
maanden worden uitgesteld?
08.10 Laurette Onkelinx, ministre: Non, je ne pense pas. Le report
constituerait un mauvais message. Il faut se tenir à la date du 1
er
janvier 2009. Certes, il reste encore quelques menues adaptations à
opérer, mais elles ne changeront pas fondamentalement l'obligation
qui incombe aux professionnels de se mettre en ordre pour continuer
leur activité au 1
er
janvier 2009.
08.10
Minister Laurette
Onkelinx: Het uitstel zou een
slecht signaal zijn. Er moeten nog
enkele
aanpassingen
worden
aangebracht, maar die zullen
fundamenteel weinig veranderen
aan de verplichting voor de
vakmensen om zich in regel te
stellen, als ze hun activiteit vanaf 1
januari
2009
verder
willen
uitoefenen.
La présidente: Il leur reste six mois.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Samengevoegde vragen van
- de heer Koen Bultinck aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "het 'project 600' voor opleiding tot verpleegkundige en de aangekondigde staking van de
verpleegkundigen" (nr. 4794)
- de heer Luc Goutry aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de projecten 600" (nr. 4962)
09 Questions jointes de
- M. Koen Bultinck à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "le 'projet 600' de formation d'infirmier et la grève annoncée du personnel infirmier" (n° 4794)<br>- M. Luc Goutry à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"les projets 600" (n° 4962)</b>
09.01 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, morgen, 30 april 2008, werd een staking van de
verpleegkundigen in het vooruitzicht gesteld.
U weet ongetwijfeld dat wij in het kader van de begrotingsbespreking
dat debat met u al gedeeltelijk hebben gevoerd. In uw antwoorden
tijdens de begrotingsbesprekingen kondigde u een fameus plan aan,
teneinde het beroep van verpleegkundige in de toekomst
aantrekkelijker te maken.
Mevrouw de minister, toen reeds zei ik u in mijn repliek dat ik het vrij
onlogisch vond dat u een groot plan aankondigde, waar iedereen,
over de grenzen van meerderheid en oppositie heen, achter zou
kunnen staan en dat tot doel had het beroep van verpleegkundige
aantrekkelijker te maken, terwijl er tegelijkertijd op het terrein een
grote bezorgdheid bestaat dat er voor het project 600 onvoldoende
09.01 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): Pendant les discussions
budgétaires, la ministre avait
annoncé son intention d'élaborer
un plan destiné à rendre plus
attractive la profession d'infirmier.
Beaucoup d'emplois vacants ne
suscitent en effet aucun intérêt. Or
la pression du travail dans ce
secteur est très forte.
Demain,
les
membres
du
personnel infirmier seront en
grève. Pendant les discussions
budgétaires, j'avais déjà attiré
l'attention de la ministre sur la
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
middelen zouden zijn om het in de toekomst voort te kunnen zetten.
Mevrouw de minsiter, daarom willen wij u, samen met een aantal
collega's, een aantal vragen stellen die ook aan de problematiek van
de sociale Maribel zijn gelinkt.
In bijkomende orde is er de feitelijke vaststelling dat er aardig wat
openstaande vacatures voor verpleegkundigen zijn, die op dit moment
niet kunnen worden ingevuld. Voorts kennen wij allen de enorme
werkdruk voor de verpleegkundigen, wat andermaal meer dan
aanleiding geeft tot terechte verzuchtingen bij betrokkenen.
Mevrouw de minister, u kent ongetwijfeld het fameuze project 600,
waarbij lagergeschoolden uit de zorgsector de mogelijkheid krijgen
om de klassieke opleiding voor verpleegkundige te volgen. Zij werken
en studeren in dat verband deeltijds, maar worden voltijds betaald.
Er bestaat grote ongerustheid over het komende schooljaar 2008-
2009 dat per 1 september 2008 zou moeten starten. Er is
allesbehalve duidelijkheid over de vraag of er nog voldoende
middelen voorhanden zullen zijn.
Ik verwijs ook naar vorige vragen die ik dienaangaande aan uw
voorganger stelde. Uw voorganger, de heer Demotte, bevestigde toen
dat de intentie wel degelijk bestond om tot en met 2010 voldoende
middelen uit te trekken. Bijgevolg is mijn verwondering over de manier
waarop het dossier op dit moment concreet evolueert, nog veel groter.
Mevrouw de minister, ik heb vier heel duidelijke, concrete vragen.
Ten eerste, ik zou van u heel graag een zicht krijgen op de evaluatie
die sinds de inwerkingtreding in 2000 van het project 600 al dan niet
werd gemaakt.
Wij zijn ondertussen acht jaar later. Het zou goed zijn, mochten wij
een zicht kunnen krijgen op het aantal bijkomende verpleegkundigen
dat het project ondertussen heeft opgeleverd. In welke mate heeft het
project voor kosten gezorgd? In welke mate kunnen wij de
wisselwerking sociale Maribel versus project 600 zien?
Mevrouw de minister, cruciale vragen zijn de volgende, al was het
maar om de sector, met het oog op de betoging van morgen, gerust
te kunnen stellen. Zijn er garanties dat het project 600 de komende
jaren zal kunnen worden voortgezet? Zullen er voldoende middelen
voorhanden zijn om het project 600 in zowel de privé- als in de
openbare sector te kunnen voortzetten?
Mevrouw de minister, dat waren mijn heel concrete vragen.
profonde inquiétude qui règne
aujourd'hui dans ce secteur au
sujet de la poursuite du projet 600.
Je rappelle que ce projet offre aux
membres du personnel peu
scolarisés du secteur des soins la
possibilité de suivre une formation
d'infirmier.
Les
intéressés
travaillent et étudient à mi-temps
tout en étant payés à plein temps.
Mais l'on ne sait pas très bien si ce
projet sera maintenu pendant
l'année
scolaire
2008-2009
quoique le ministre précédent
m'ait confirmé antérieurement qu'il
entrait dans ses intentions de
dégager à cette fin des moyens
suffisants jusques et y compris
2010.
Ce projet, qui est entré en vigueur
en 2000, a-t-il déjà été l'objet
d'une
évaluation?
Combien
d'infirmières
ou
d'infirmiers
supplémentaires ce projet a-t-il
déjà permis de former? Combien
ce projet a-t-il coûté? La ministre
a-t-elle des garanties que le projet
600 pourra être maintenu dans les
prochaines années?
09.02 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, ik sluit mij aan bij de belangrijke vragen van mijn collega.
U kent uiteraard de voorgeschiedenis, ook al was u nog geen titularis
op het departement. De Sociale Maribel kent al een lange
geschiedenis, van het jaar 1997, toen de vermindering van de
werkgeversbijdragen voor de non-profitsector in een fonds mochten
worden gemutualiseerd. Dat moest zorgen voor middelen om
tewerkstelling in de non-profitsector te genereren. Dit systeem werkt
09.02 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): Le Maribel social a été créé
en 1997 pour mettre en place des
outils favorables à la création
d'emplois dans le secteur non
marchand. Ce système fonctionne
puisque, aujourd'hui, la moitié de
la croissance de l'emploi dans le
secteur non marchand privé ­ soit
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
prachtig. Vandaag is de helft van de groei van de tewerkstelling in de
private non-profitsector rechtstreeks het gevolg van de Sociale
Maribel. 11.000 voltijdse jobs zijn in de private non-profitsector door
de Sociale Maribel tot stand gekomen.
Als gevolg van het sociaal akkoord van 2000 werd beslist om de
toenmalige overschotten die er waren in het begin van het stelstel, te
investeren in het zogenaamde project 600, waarmee men twee
doelstellingen realiseerde. Enerzijds konden verzorgers door een
opleiding een hoger diploma van verpleegkundige behalen, een A1- of
A2-diploma. Anderzijds kwamen daardoor opnieuw plaatsen vrij voor
verzorgers. Op die manier loste men het tekort op aan
verpleegkundigen in verschillende zorginstellingen zoals ziekenhuizen
en rusthuizen.
Men noemde dit het project 600 omdat de doelstelling was om elk jaar
600 mensen tot verpleegkundige te kunnen opleiden, 300 in de
private sector en 300 in de openbare sector. Jammer genoeg heeft
men een splitsing gemaakt.
Ik denk dat dit niet goed is omdat de openbare sector wat
bureaucratischer blijft. Daar vlot het niet echt en is het project nog niet
uitgeput. Daar zijn nog middelen, terwijl in de private sector de
middelen zijn uitgeput. Daar ligt precies het probleem, omdat deze
middelen niet recurrent, niet structureel waren. Dat waren toevallige
overschotten bij het begin van het systeem omdat die tewerkstelling
wat later op gang kwam dan de middelen ervoor beschikbaar waren.
Ondertussen draait dit op kruissnelheid en zijn er geen overschotten
meer. Er is trouwens ook een tussenkomst geweest waardoor er
slechts 5% overschotten per jaar mochten zijn. De voedingsbron voor
dat project is dus drooggevallen.
Ondertussen zitten er nog 300 mensen in dat project. Het gaat om
een driejarige opleiding in het dagonderwijs. De mensen worden
verder uitbetaald. Zij krijgen een loon dat wordt gerecupereerd uit het
fonds van de Sociale Maribel. Dat brengt natuurlijk recurrente kosten
met zich mee, want wie dit jaar start zal binnen drie jaar uiteraard nog
kosten aan het systeem.
Wat zijn de resultaten van het systeem? Na zeven jaar stelt men vast
dat dit 2.150 nieuwe verpleegkundigen heeft opgeleverd. Dat zijn
meer dan 300 mensen per jaar die konden opklimmen van verzorger
naar verpleegkundige met een A1- of A2-diploma, precies waaraan de
sector zo'n behoefte heeft. Denk aan de verzorging van de ouderen,
waarvoor veel te weinig verpleegkundigen zijn. Dit is dus een zeer
goed systeem.
Er zijn echter grote problemen, mevrouw de minister. Daarmee
bestoken wij u. Dat zal ook een van de ordewoorden zijn tijdens de
betoging van de witte sector, morgen in Brussel, waarmee zij vragen
naar meer personeel ter verlaging van de werkdruk. Het ene heeft
uiteraard met het andere te maken. Ik denk dat zij voornamelijk drie
zaken willen aankondigen.
Ten eerste moet er eigenlijk een structurele financiering komen voor
dat project 600, niet meer op basis van occasionele overschotten. Het
moet een structurele jaarlijkse financiering worden. Dat zou een stuk
onze mille emplois ­ en est le
résultat direct.
Dans le cadre de l'accord social
conclu en 2000, il a été convenu
d'investir les excédents dont on
disposait à l'époque dans le "projet
600".
Celui-ci
permet
aux
soignants d'obtenir le diplôme
d'infirmier, ce qui libère de
nouveau des postes de soignants.
L'objectif poursuivi était de former
chaque
année
trois
cents
infirmiers dans le secteur privé et
trois cents dans le secteur public.
Cette distinction est malheureuse,
car les moyens disponibles pour le
secteur privé sont épuisés mais
non ceux destinés au secteur
public.
Ce projet rencontre un succès
important. Il a déjà permis la
formation de 2150 nouveaux
infirmiers en sept ans. Depuis, le
Maribel social fonctionne à une
vitesse de croisière et il n'y a plus
d'excédents. De ce fait, le projet a
perdu sa source d'alimentation.
Or,
il
s'agit
de
dépenses
récurrentes: les personnes qui
entament cette formation de trois
ans
doivent
aussi
pouvoir
bénéficier du projet pendant cette
même période.
Les praticiens de l'art infirmier
manifestent
demain.
Un
financement structurel du projet
600, par exemple par le biais
d'une dotation supplémentaire au
sein du Fonds du Maribel social,
constitue l'une de leurs demandes.
Une autre demande pourrait être
la fusion des deux projets ­ des
secteurs public et privé ­ en un
seul. Une dernière demande
concerne
l'élargissement
du
projet, de sorte que les assistants
logistiques puissent également
suivre une formation de soignant.
Que pense la ministre de toutes
ces revendications?
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
bijkomende dotatie kunnen zijn binnen het Fonds van de Sociale
Maribel. We stellen immers vast dat de vermindering van de
werkgeversbijdragen in de non-profitsector kleiner is dan in de
profitsector. Men moet daar een inhaalbeweging maken en men zou
dat onder meer kunnen gebruiken voor dat project.
Ten tweede zou ik u willen vragen hoe u denkt over een fusie. Ik denk
dat het noodzakelijk is om de publieke en de private sector, die twee
projecten 600, in één project te brengen. Waarom moet men daar
twee projecten houden met twee aparte begeleidingscomités? Dat is
eigenlijk allemaal voor hetzelfde doel. Volgens mij heeft dat niet veel
nut.
De vraag is ook of we dat project niet kunnen uitbreiden. Nu worden
er immers verpleegkundigen opgeleid. We zouden nog lager kunnen
gaan zodat logistieke assistenten verzorgenden kunnen worden en
verzorgenden verpleegkundigen. Dan krijgt men een continuüm aan
opleiding en zou men een permanente structurele voedingsbron
krijgen tegen het tekort aan verpleegkundigen.
Ik denk dat het een mooi project is waar iedereen zou kunnen achter
staan. Vandaar, mevrouw de minister, dat wij u bij het begin van uw
bevoegdheid op dit departement met die vraag willen belasten,
teneinde misschien tot een constructieve oplossing te komen binnen
afzienbare tijd. Ik dank u bij voorbaat voor het antwoord dat zeker
positief zal zijn.
09.03 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, chers
collègues, j'ai reçu la semaine dernière les associations
professionnelles.
Comme je l'ai dit dans ma note de politique générale, nous travaillons
à l'élaboration d'un plan "attractivité" pour la profession d'infirmière.
Cela ne concerne pas simplement le projet 600, mais celui-ci y est
inclus. Il est également question de normes, de la participation au
processus de décision, de la reconnaissance. Nous travaillons sur ces
matières en collaboration avec différents groupes.
Hier matin, j'ai reçu les syndicats du secteur marchand privé et
l'après-midi, les syndicats du secteur marchand public. J'ai ainsi reçu
tout le monde. Nous avons discuté de l'accord social 2005-2010. Il n'a
donc pas seulement été question du projet 600. Toutefois, il est vrai
que les syndicats on immédiatement mis sur la table ce projet qui fait
effectivement partie de l'accord social 2005-2010.
Je connais particulièrement bien le projet puisque, lors de la signature
de l'accord social 2000-2005, j'étais ministre de l'Emploi. J'ai donc
participé aux négociations. Je sais à quel point ...
09.03
Minister Laurette
Onkelinx: Vorige week heb ik de
vertegenwoordigers
van
de
beroepsverenigingen ontvangen.
Zoals ik al aangaf in mijn
beleidsnota, werken we samen
met werkgroepen aan een plan om
het beroep van verpleegkundige
aantrekkelijker te maken. Het
project-600 maakt daar deel van
uit.
Gisterochtend
heb
ik
de
vakbonden uit de private en de
publieke sector ontvangen. Wij
hebben gepraat over het sociaal
akkoord 2005-2010.
09.04 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Une longue vie politique présente
beaucoup d'avantages!
09.05 Laurette Onkelinx, ministre: Vous voyez à quoi sert
l'expérience! Peut-être devriez-vous m'écouter plus souvent!
Tout cela pour dire qu'il s'agit d'un projet qui fonctionne bien et qui fait
l'unanimité.
09.05 Minister Laurette
Onkelinx: De vakbonden hebben
meteen de kwestie van het
project-600 aangekaart, dat ik
goed ken, aangezien ik het mee
uitgewerkt heb toen ik nog minister
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
J'ai les chiffres. Dans le secteur public, entre 2000 et 2006-2007, 851
personnes sur 1.694 inscrites ont pu terminer. Dans le secteur privé,
2.068 personnes étaient inscrites et 1.251 ont terminé.
Je profite de l'occasion pour dire que cela fonctionne assez bien car
une vraie sélection est opérée. En effet, les organisations travaillent
sur la sélection pour éviter qu'il y ait un trop grand nombre d'échecs.
Cela dit, ce projet s'est arrêté l'année passée car mon prédécesseur
avait constaté que les caisses étaient vides.
Pour ma part, je voudrais relancer le processus, dès septembre. Le
nombre de candidats est déjà très important. On constate donc une
forte demande.
Cet après-midi - je ne pouvais être présente car je me devais de me
trouver dans cette commission ­ des membres de mon cabinet
recevaient des représentants des fonds.
Je ne dis pas qu'il ne faut pas travailler sur de nouveaux aspects. Et
ce que vous avez dit, monsieur Goutry, notamment sur un
fusionnement éventuel, est très intéressant. Mais dans un premier
temps, il faut relancer le processus. Évidemment, il va falloir que je
trouve des fonds, autrement dit des moyens budgétaires.
Je travaillerai également avec mes collègues dans le cadre de
l'ajustement budgétaire afin d'obtenir des moyens nouveaux pour
poursuivre cette opération très intéressante et très valorisante. Il ne
faut pas oublier qu'il est ici question de personnes de terrain qui,
grâce à un suivi, accèdent à la profession d'infirmière. Par ailleurs,
cela représente un vrai soutien pour les employeurs puisque le
remplacement est pris en charge par les fonds.
van Werk was.
Dat project wérkt en het heeft een
breed draagvlak. Vorig jaar werd
het opgeschort omdat het geld op
was. Vanaf september zou ik het
opnieuw
willen
lanceren
en
misschien nieuwe aspecten willen
uitdiepen. Het idee van een
samenvoeging tot één project van
de
heer
Goutry
lijkt
me
interessant.
Leden van mijn kabinet hebben
deze
namiddag
enkele
vertegenwoordigers
van
de
fondsen ontmoet. Ik zal er in
samenwerking met mijn collega's
en in het kader
van de
begrotingsaanpassing voor ijveren
om nieuwe middelen te vinden,
zodat we deze interessante actie
kunnen voortzetten, zowel voor de
opgeleide mensen als voor de
werkgevers.
09.06 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, ik wil u
uitdrukkelijk bedanken. Ik meen dat uw antwoord een vrij positieve
boodschap inhoudt. Laat daar geen discussie over bestaan. Ik heb er
vanuit de oppositie geen probleem mee dat eerlijk te erkennen. Als er
goed nieuws is, moet men dat ook vanuit de oppositie kunnen
erkennen. Ik stel tevreden vast dat u de voorbije dagen wel degelijk
met de betrokken vakbonden van de verpleegkundigen hebt gepraat.
U bevestigt ook wat tijdens de begrotingsbesprekingen al bleek, met
name dat er een echt plan komt om het beroep van verpleegkundige
aantrekkelijker te maken.
De echte test, mevrouw de minister ­ en dat zal onze rol als
parlementsleden zijn ­ is de begrotingscontrole van juli. Ik meen dat
het daar zal moeten gebeuren. Meerderheid en oppositie zullen u
steunen om er minimaal voor te zorgen dat er niet alleen voldoende,
maar zelfs meer middelen ingeschreven worden om het project 600 te
kunnen heropstarten. Iedereen moet immers vaststellen dat het
project vorige jaar door uw voorganger jammer genoeg werd
stopgezet, ook al was in het vorig regeerakkoord de intentie
opgenomen om tot 2010 in voldoende middelen te voorzien.
Ik ben tevreden dat er vandaag een positief antwoord is, mevrouw de
minister. Het zal uiteraard onze taak zijn u met de regelmaat van een
klok attent te maken op deze aangelegenheid en na te gaan of het
09.06 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): Je vous remercie pour
cette réponse des plus positives. Il
y aura donc bel et bien un plan
visant à rendre plus attrayante la
profession d'infirmier. Il s'agit bien
évidemment à présent d'attendre
le contrôle budgétaire du mois de
juillet,
lorsque
des
moyens
supplémentaires
devront
être
prévus pour que le projet puisse
être poursuivi partout.
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
positieve antwoord van vandaag ook positieve gevolgen krijgt op het
terrein. De test zal uiteraard gebeuren bij de begrotingscontrole hier in
het Parlement. Wij zullen dan zien of er voldoende middelen
ingeschreven zijn voor het heropstarten van het project 600. Ik ben
alvast tevreden met uw antwoord.
09.07 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, u hebt ook
mijn waardering voor uw belangstelling voor dat belangrijke project.
Zoals u zegt, is er bijna geen uitval. Iedereen die eraan begint, kan
zijn opleiding ook beëindigen omdat het om gemotiveerde mensen
gaat. Zij worden trouwens gescreend. Het project is zeer doeltreffend
en er is ook een terugverdieneffect want er wordt natuurlijk
bedrijfsvoorheffing betaald op die tewerkstelling, alsook sociale
bijdragen, enzovoort. Het gaat dus niet louter om kosten.
Het is evident dat er nieuwe middelen zullen moeten worden
gevonden. Misschien is het toch een aanmoediging dat dit ook in het
regeerakkoord staat. Het is een van de dertien prioriteiten van
Volksgezondheid. Er staat onder meer in dat er acties moeten worden
ondernomen om het tekort aan verpleegkundigen op te vangen. Ik
meen dat u dus een kapstok hebt. U wordt zeker gesteund door uw
coalitiepartners om daar effectief iets te ondernemen.
Misschien is het belangrijk dat wij het zo snel mogelijk communiceren.
Morgen is er een betoging in Brussel om meer aandacht te vragen
voor het personeel. Misschien moeten wij dat snel communiceren,
dan is er morgen al een betere sfeer tijdens de betoging omdat men
ziet dat het Parlement en de minister inspanningen doen om op de
vragen van de mensen in te gaan.
Ik dank u. Wij blijven dit uiteraard opvolgen. Wij zitten mee in de
coalitie, dus ik bied de volle steun van onze fractie aan om dit project
verder in goede banen te leiden.
09.07 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): Le projet rencontre un grand
succès et l'effet retour est donc
important. Il s'agit de l'un des
treize points prioritaires de l'accord
de gouvernement en matière de
santé publique. Il devrait donc être
plus facile de trouver les moyens
nécessaires. La ministre devrait
rapidement
transmettre
le
message au secteur, compte tenu
de la manifestation de demain.
Elle bénéficie en tout état de
cause du soutien plein et entier de
notre groupe pour maintenir ce
projet sur les rails.
La présidente: J'en conclus tout simplement qu'il y aura le budget
nécessaire.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van mevrouw Maya Detiège aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het statuut van de huisarts in beroepsopleiding" (nr. 4802)
10 Question de Mme Maya Detiège à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "le statut du médecin généraliste en formation professionnelle" (n° 4802)</b>
10.01 Maya Detiège (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de minister, ik heb
hierop eigenlijk al kort gealludeerd tijdens de bespreking van de
beleidsnota. Ik wil toch iets uitgebreider de vraag stellen dan op dat
ogenblik in de commissie.
Het gaat hier over de basishuisartsenopleiding en het statuut daarvan.
Na de beëindiging van de basisopleiding tot arts dienen de studenten
die voor de richting huisartsgeneeskunde kiezen een tweejarige
bijkomende opleiding te volgen. Het gaat om een academische
masteropleiding, waarbij in een uitgebreid aandeel stage in de praktijk
van een huisarts/stagemeester is voorzien. Tot op heden werden
deze huisartsen in opleiding vergoed door een stagemeester, die dan
een deel van de onkosten kon recupereren via een opleidingstoelage
10.01
Maya
Detiège
(sp.a+Vl.Pro): Après leur formation
de base, les étudiants en
médecine générale doivent suivre
une formation complémentaire de
deux ans qui inclut notamment un
très important stage pratique.
Jusqu'à présent, ces médecins
généralistes
en
formation
recevaient une indemnité du
médecin généraliste-maître de
stage, qui pouvait récupérer une
partie des frais par l'intermédiaire
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
van het RIZIV. Er waren nogal wat problemen met het statuut:
verschillen in betaling tussen de praktijken onderling, een
zelfstandigenstatuut dat eigenlijk een schijnzelfstandigenstatuut is met
nauwelijks sociale bescherming bij ziekte en zwangerschap.
Minister Demotte had in een KB in 2007 vastgelegd dat per 1 juli 2008
er een nieuw statuut moest zijn voor de huisartsen in opleiding. In
overleg met alle partners ­ universitaire huisartsencentra,
stagemeesters, praktijkopleiders, huisartsen in opleiding, RIZIV ­
werd de laatste achttien maanden een consensusvoorstel uitgewerkt.
Er was hoogdringendheid omdat de contracten voor de huisartsen in
opleiding binnen de drie maanden operationeel moeten zijn.
Alles staat in de startblokken en nu beslist u, zo heb ik begrepen uit
uw beleidsnota, om de invoering van het nieuwe statuut met een jaar
uit te stellen. Dat is bijzonder jammer. Eerlijk gezegd begrijp ik de
mogelijke argumenten niet echt. Er zouden nog enkele juridische
vragen zijn. Het huidige statuut van de schijnzelfstandigen met al zijn
juridische onzekerheid, zowel voor de stagemeester als de huisarts in
opleiding, schept pas juridische vragen. Het nieuwe statuut zou
eindelijk de lat gelijk leggen met de artsen/specialisten in opleiding die
al vele jaren over een gelijkaardig statuut beschikken. Het nieuwe
statuut is reeds jaren een vraag van de huisartsen in opleiding die niet
begrijpen waarom zij, omwille van hun keuze voor de
huisartsgeneeskunde, een opleiding dienen te volgen met een
onzekere financiering en in een slechter sociaal statuut dan de
specialisten in opleiding.
De huisartsgeneeskunde is cruciaal voor de toekomst van een
menselijke en betaalbare gezondheidszorg. Zij moet echt centraal
staan in de eerste lijn. Er zijn dan ook al heel wat initiatieven door de
overheid genomen om het huisartsenberoep aantrekkelijker te
maken. Intussen bevinden de studenten zich nu in de grootste
onzekerheid over hun toekomst in de komende maanden tijdens hun
vervolgopleiding. Het zou jammer zijn indien door deze onzekerheid
een aantal gemotiveerde studenten die voor de huisartsrichting
hadden gekozen, alsnog besluiten een andere weg in te slaan. U
neemt toch wel een zware verantwoordelijkheid. Ik heb net in de
Artsenkrant gekeken en ik zeg dit omdat het aantal huisartsen jaar
per jaar blijft dalen. Voor 2006 zijn de RIZIV-cijfers 18.027 huisartsen,
wat minder is dan de 20.801specialisten.
Waarom zou u de kans om het sociaal statuut van de huisartsen in
opleiding te verbeteren, met een betere bescherming bij ziekte of
zwangerschap, nog uitstellen?
de l'Inami.
Ce statut a posé de nombreux
problèmes et un arrêté royal a dès
lors prévu l'entrée en vigueur d'un
nouveau statut pour le 1
er
juillet
2008.
Une
proposition
de
consensus a été élaborée en
concertation avec l'ensemble des
acteurs, mais au moment de la
déposer, la ministre a décidé de
reporter l'instauration de ce statut
d'un an, pour des questions
juridiques semble-t-il, alors que
c'est précisément le statut actuel
de faux indépendant qui pose
problème. Le nouveau statut
permettrait enfin une assimilation
avec les spécialistes en formation,
ce que les médecins généralistes
en formation réclament depuis
longtemps.
La médecine générale est d'une
importance cruciale dans le cadre
de soins de santé plus humains et
abordables et joue un rôle
essentiel dans l'aide de base. Les
étudiants
sont
à
présent
confrontés à des incertitudes
quant à leur avenir pendant la
formation complémentaire et cette
situation risque de miner la
motivation de certains. Dans
l'intervalle, le nombre de médecins
généralistes continue à diminuer
et en 2006, les médecins
généralistes étaient même moins
nombreux que les spécialistes:
18.027 contre 20.801. Pourquoi
dès lors ne pas oeuvrer dès
maintenant à une amélioration du
statut
social
du
médecin
généraliste en formation?
10.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, het
koninklijk besluit van 3 juni 2007, dat dus net vóór de federale
verkiezingen en tijdens een heel uitgebreide periode van lopende
zaken werd uitgevaardigd, voert inderdaad een nieuw statuut voor de
huisartsen in beroepsopleiding in. Het moest op 1 juli 2008 in werking
treden.
Mijn medewerkers hebben alle betrokken terreinactoren ontmoet,
namelijk de universitaire centra die voor de opleiding verantwoordelijk
zijn, de stagemeesters, de huisartsen en de toekomstige huisartsen in
opleiding evenals vertegenwoordigers van de medische syndicaten.
10.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: L'arrêté royal du 3 juin
2007 promulgué pendant une
longue
période
d'affaires
courantes instaure en effet un
nouveau statut pour les médecins
généralistes
en
formation
professionnelle et devait entrer en
vigueur le 1
er
juillet 2008. Mes
collaborateurs ont rencontré tous
les acteurs de terrain. D'une part, il
fut très difficile de finaliser un
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
Het was, enerzijds, heel moeilijk om op enkele weken tijd een statuut
af te ronden dat voor alle actoren aanvaardbaar was. Anderzijds
blijven er enige juridische onzekerheden. Het nieuwe statuut kan
immers niet worden ingevoerd, zonder diverse aspecten van de
arbeidswetgeving te wijzigen.
Daarom gaf ik er de voorkeur aan om de invoering van het nieuwe
statuut voor maximum één jaar uit te stellen.
Net zoals mijn voorganger wens ik een statuut dat de sociale
bescherming van de huisartsen in opleiding verbetert, meer in het
bijzonder inzake ziekteverlof, zwangerschapsverlof en kindergeld. Ik
wens ook dat het statuut meer egalitair en rechtvaardiger is dan nu
het geval is. Tot slot moet het statuut passen binnen een
pedagogische context, moet het de functie van stagemeester
herwaarderen en de centrale rol van de universitaire centra voor
huisartsengeneeskunde, die voor de opleiding verantwoordelijk zijn,
herbevestigen.
Een dergelijk statuut zou gedeeltelijk door het RIZIV kunnen worden
gefinancierd. Ik heb bijgevolg aan mijn medewerkers gevraagd om
met het overleg met alle terreinactoren door te gaan, zodat wij zo snel
mogelijk tot een voor iedereen aanvaardbaar ontwerp kunnen komen.
Zodra het ontwerp juridisch klaar is en in een uitvoerig besluit is
omgezet, zullen de huisartsen in opleiding van het statuut kunnen
genieten.
Ik herinner er bovendien aan dat er recent talrijke maatregelen voor
de herwaardering van de huisartsen geneeskunde werden getroffen,
zoals de herwaardering van de intellectuele handelingen, het globaal
medisch dossier, de hulp bij de informatisering en de fondsen
Impulseo 1 en 2.
statut acceptable pour l'ensemble
des acteurs dans un délai de
quelques semaines et d'autre part,
des incertitudes subsistaient sur le
plan juridique étant donné que le
nouveau statut exige un certain
nombre de modifications au
niveau de la législation du travail.
J'ai dès lors décidé de reporter
d'un an l'entrée en vigueur du
nouveau statut.
Je suis favorable à un statut qui
garantit une meilleure protection
sociale et qui est plus équitable
que le statut actuel. Il doit
également s'inscrire dans un
cadre pédagogique en respectant
le rôle du maître de stage et des
centres universitaires. Un tel statut
pourrait être partiellement financé
par l'Inami. J'ai dès lors demandé
à
mes
collaborateurs
de
poursuivre la concertation avec
toutes les parties concernées.
Nous pourrons ainsi aboutir le plus
rapidement possible à un projet
qui soit acceptable par tous. Le
statut entrera en vigueur dès qu'il
sera cohérent sur le plan juridique
et transposé dans un arrêté
d'exécution.
De
nombreuses
mesures ont d'ailleurs déjà été
prises
récemment
pour
la
revalorisation de la médecine
générale.
10.03 Maya Detiège (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de minister, bedankt
voor uw antwoord.
Ten eerste, ik ben blij dat u contact zult opnemen met de mensen die
de werkgroepen in het verleden hebben bijgewoond: mensen van de
universiteiten, de huisartsenpraktijken en dies meer omdat ik voel dat
er bij hen een behoefte is om duidelijke feedback te krijgen. Ik heb het
gevoel dat zij zich in de kou gezet voelen. Daar het toch belangrijk is
dat de huisartsen een centrale rol blijven spelen in de
gezondheidszorg meen ik dat u daarvan werk moet maken. Maar ik
heb begrepen dat u dat ook zult doen en dat u met hen gaat praten.
Ten tweede, ik stel vast wat een regering van lopende zaken allemaal
aanricht. Ik vind het heel spijtig dat de eindverantwoordelijken in dit
verhaal ­ niet u, maar een aantal andere mensen van andere partijen
­ niet door de kiezer worden afgestraft. Wij hebben het al
herhaaldelijk gezegd inzake een aantal punten. Wij stellen steeds
opnieuw vast dat op het moment dat er iets fout loopt, dat komt
doordat de regering in lopende zaken was. Ik vind dat spijtig.
10.03
Maya
Detiège
(sp.a+Vl.Pro): Je me réjouis de
l'intention exprimée par la ministre
de suivre ce dossier. C'est
indispensable. Je déplore que des
personnes soient victimes de la
problématique d'un gouvernement
en affaires courantes.
L'incident est clos.
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
Het incident is gesloten.
11 Question de M. Philippe Henry à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "la cyberdépendance" (n° 4838)</b>
11 Vraag van de heer Philippe Henry aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "cyberverslaving" (nr. 4838)
11.01 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, la
première question que je vous adresse porte sur la cyberdépendance,
question de société pas nécessairement polémique à ce stade.
Partant du constat qu'internet est un outil formidable d'information et
de communication, mais qu'il comporte aussi différents risques dont
on ne parle pas très largement: risques de standardisation, de
surinformation, de pédophilie, de racisme, d'incitations à la violence,
etc.; risques aussi de fossé social entre ceux qui sont connectés et
ceux qui ne le sont pas; et aussi risques de dépendance.
La cyberdépendance est définie comme une toxicomanie moderne, à
partir du moment où on n'arrive plus à se détacher de son écran,
même pour se nourrir ou pour dormir, et que cela devient toxique.
C'est un phénomène qui isole les individus aussi socialement
puisqu'ils sont en connexion informatique avec d'autres tout en
restant seuls.
On sait que les jeunes sont de plus en plus nombreux à utiliser
internet (évolution importante d'après l'enquête du CRIOC: neuf sur
dix en 2006 pour sept sur dix en 2003) et qu'ils surfent principalement
à domicile, ce qui n'est pas sans impact. Aux États-Unis, une étude a
été faite par un certain docteur Greenfield qui a estimé qu'environ 6%
des usagers d'internet développaient, d'une manière ou d'une autre,
une dépendance. Il y a différents niveaux de dépendance, mais 6%
ce n'est pas négligeable. Ce sont des résultats partiels; ce
phénomène naissant est encore relativement rare et complexe, mais
qui peut provoquer des dommages sur les plans affectif,
psychologique, financier, scolaire, professionnel.
Ce constat s'est trouvé récemment aggravé par la presse quand elle
a parlé de suicides en chaîne à l'étranger et également en Belgique.
Le phénomène du suicide via internet est particulièrement interpellant
et il semble s'être introduit via les réseaux de socialisation fort utilisés
par les adolescents: Face book, les blogs, etc. Presque tous les
jeunes utilisent ces modes de communication mais, jusqu'à présent,
le problème du pacte suicidaire n'avait pas encore été évoqué dans
nos pays. Le phénomène est simple. Des jeunes mal dans leur peau
se retrouvent sur le net, en parlent abondamment, entrent en
discussion avec d'autres adolescents tout aussi déprimés et après
d'interminables échanges sur internet, le suicide apparaît comme une
solution pour échapper à leur souffrance. Au Pays de Galles, en
quelques mois, six garçons et une fille, âgés entre 17 et 27 ans sont
morts par pendaison. Tous appartenaient au club de 'chat' Bebo, et
l'enquête de la police a révélé six autres suicides autour de la même
petite ville, tous adolescents liés à ce même club de discussion. Bien
sûr les enquêteurs craignent un phénomène de suicide collectif, un
pacte suicidaire, convenu lors de cessions de 'chat'.
Madame la ministre, vu l'ampleur potentielle de ce phénomène j'ai
plusieurs questions.
11.01 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Mijn eerste vraag betreft
de cyberverslaving. Internet is een
fantastische tool voor informatie
en communicatie maar brengt ook
een
aantal
risico's
mee:
standaardisering, overinformatie,
pedofilie, racisme, aanzetten tot
geweld, enz; het risico dat er een
sociale kloof ontstaat tussen
degenen met en degenen zonder
internet; ook het risico op
verslaving
ontstaat.
Cyberverslaving
wordt
gedefinieerd als een moderne
verslaving vanaf het ogenblik dat
iemand zich niet meer kan
losmaken van het scherm. Dit
fenomeen brengt mensen ook in
een isolement. Steeds meer
jongeren maken gebruik van het
internet (negen op tien in 2006) en
ze surfen hoofdzakelijk thuis. In
de Verenigde Staten werd een
studie gemaakt door een zekere
dokter Greenfield die schatte dat
ongeveer
6%
van
de
internetgebruikers op de een of
andere manier een verslaving
ontwikkelden. Dit fenomeen kan
affectieve,
psychologische
en
financiële schade veroorzaken en
ook op school of op het werk voor
moeilijkheden zorgen. De pers
bracht seriezelfmoorden in het
buitenland maar ook in België ter
sprake. Het fenomeen lijkt
binnengeslopen
te
zijn
via
socialisatienetwerken
die heel
populair zijn bij de tieners:
Facebook,
de
"blogs",
enz.
Jongeren die zich niet lekker
voelen, komen vaak op het net
terecht
en
na
eindeloze
boodschappen over en weer, lijkt
zelfmoord een oplossing om aan
hun lijden te ontsnappen. In
Wales hebben in enkele maanden
tijd zes jongens en een meisje,
tussen zeventien en zeventwintig
jaar oud, zich opgehangen. Ze
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
- Des statistiques existent-elles, nous permettant d'évaluer le nombre
de cyberdépendants dans notre pays?
- À partir de quels symptômes peut-on parler de cyberdépendance?
- Existe-t-il une définition chez nous?
- Existe-t-il une classification établissant les troubles dus à internet?
- D'autres actions sont-elles éventuellement entreprises par le
gouvernement dans cette matière?
behoorden allemaal tot dezelfde
chatclub en het politie-onderzoek
heeft nog zes andere hieraan
gelinkte zelfmoorden aan het licht
gebracht. Bestaan er statistieken
aan de hand waarvan we een
raming kunnen maken van het
aantal cyberverslaafden in ons
land? Welke symptomen moeten
aanwezig
zijn
om
over
cyberverslaving
te
kunnen
spreken? Bestaat er een definitie
bij ons? Bestaat er een
classificatie die de aan internet te
wijten
stoornissen
vastlegt?
Worden er in deze eventueel
acties ondernomen door de
regering?
11.02 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente,
actuellement, les systèmes d'enregistrement qui relèvent de la Santé
publique, n'enregistrent pas ce diagnostic.
En effet, les perturbations actuelles dues à internet ne sont pas
reprises dans les classifications internationales officielles des
affections médicales ou des troubles psychiatriques. Or ce sont ces
classifications qui sont utilisées par les systèmes d'enregistrement.
À l'heure actuelle, il n'existe pas non plus, dans la littérature
scientifique internationale, de symptomatologie bien spécifique et
largement étudiée à la cyberdépendance.
Néanmoins, l'expérience sur le terrain montre que cette dernière suit
les mêmes mécanismes que n'importe quelle dépendance et se
caractérise, par exemple, par un usage répétitif et intensif, par le
besoin d'y consacrer de plus en plus de temps, et par une perte de
liberté d'y mettre un terme et des signes de manque, des
conséquences sociales, familiales, professionnelles ou autres. C'est
un des secteurs de dépendance parmi d'autres.
Selon moi, comme pour chaque assuétude, le rôle essentiel se situe
au niveau de la prévention primaire. Cette matière ­ vous le savez ­
ne relève pas du fédéral, mais des Communautés.
Cela étant dit, divers centres d'aide comme le CHU Brugmann ou le
"Centrum voor alcohol- en andere drugproblemen" uit Limburg offrent
déjà, dans notre pays, une prise en charge spécifique pour les
patients de ce groupe cible. Quelques signaux montrent en effet que
les demandes d'aide pour ce type de diagnostic augmentent. Il faut
donc faire preuve de vigilance à l'égard de ce phénomène.
Dans ce but, je compte soumettre la question à la Cellule politique de
Santé Drogues, qui rassemble tous les représentants des ministres
belges de la Santé.
Cependant, à l'instar de l'assuétude au jeu, ce type de dépendance
est pris en charge par les Communautés, dans le cadre de la
prévention par les Communautés. Nous nous situons, pour notre part,
11.02
Minister Laurette
Onkelinx: De registratiesystemen
die onder Volksgezondheid vallen,
nemen de diagnose op dit
ogenblik niet op. De huidige aan
internet te wijten stoornissen
worden niet opgenomen in de
internationale classificaties van
medische
aandoeningen
of
psychiatrische stoornissen. En het
zijn precies die classificaties die
worden
gebruikt
door
de
registratiesystemen. Er bestaat
vandaag in de internationale
wetenschappelijke literatuur ook
geen specifieke en uitgebreid
bestudeerde symptomatologie van
de cyberverslaving. Toch toont de
ervaring in de praktijk dat die
verslaving
verloopt
volgens
dezelfde mechanismen als om het
even welke andere verslaving en
dat ze bijvoorbeeld gekenmerkt
wordt door herhaald en intensief
gebruik,
vrijheidsverlies,
onthoudingsverschijnselen,
met
sociale gevolgen, gevolgen voor
het gezin, het beroep of nog
andere.
Zoals
met
elke
verslaving, is preventie essentieel,
maar dat is een bevoegdheid van
de
Gemeenschappen.
Verscheidene hulpcentra zoals het
UVC Brugmann of de "Centra voor
alcohol-
en
andere
drugproblemen"
in
Limburg,
bieden
al
een
specifieke
behandeling
aan
voor
die
patiënten. De aanvragen voor
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
en deuxième ligne. Et si des évolutions devaient s'avérer, notamment
en termes de symptomatologie, etc., et que, ce faisant, on entrait
dans les normes internationales, on pourrait disposer de chiffres, ce
qui est important dans le cadre du développement d'une politique de
santé publique, mais aussi examiner les mesures qui pourraient
éventuellement être prises.
Cela dit, il s'agit effectivement d'une question importante (...).
hulp bij dit soort diagnose nemen
dan ook toe. We moeten dus
waakzaam zijn. Daarom ben ik
van plan de vraag voor te leggen
aan de cel gezondheidsbeleid
drugs.
Indien
de
symptomatologie,
en
dientengevolge de internationale
normen evolueren, beschikken we
over cijfers, wat belangrijk is om
een volksgezondheidsbeleid uit te
dokteren en de eventueel te
nemen
maatregelen
te
onderzoeken.
11.03 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Madame la présidente, je
tiens à remercier Mme la ministre pour ses réponses.
Il est vrai que la prévention relève des Communautés. Bien entendu,
la frontière entre prévention et traitement n'est pas toujours très
précise. C'est d'ailleurs également le cas dans d'autres domaines.
Cependant, je suis assez étonné de constater qu'il n'existe pas
encore de classification. En effet, il n'est plus question ici de
prévention car la classification intervient quand le phénomène est
avéré. Or il existe, notamment dans notre pays.
Madame la ministre, vous avez dit qu'il n'existait pas de classification
internationale. Dois-je comprendre qu'en l'absence de classification
internationale, il n'est pas possible de procéder à une classification en
Belgique? Cela me semble assez bizarre.
11.03 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!):
De
grens
tussen
preventie en behandeling is niet
altijd duidelijk. Ik ben echter
verbaasd dat er nog steeds geen
classificatie bestaat, en dat die er
slechts
komt
wanneer
het
verschijnsel aan het licht is
gekomen, en dat is het geval in
ons
land.
Aangezien
de
internationale classificatie niet
voorhanden is, is het niet mogelijk
over te gaan tot een classificatie in
België?
11.04 Laurette Onkelinx, ministre: On pourrait effectivement peut-
être imaginer un système national de classification sur base de
données qui pourraient nous être fournies par les Communautés.
Mais vous devez savoir que les systèmes d'enregistrement se font sur
base de données admises au niveau international et par
l'Organisation mondiale de la Santé. Or, comme je l'ai dit tout à
l'heure, la cyberdépendance n'est pas reprise dans la classification
internationale.
11.04
Minister Laurette
Onkelinx: Men kan zich inderdaad
een nationaal classificatiesysteem
indenken op grond van de door de
Gemeenschappen
en
de
Wereldgezondheidsorganisatie
bezorgde gegevens, maar de
registratiesystemen werken aan
de
hand
van
internationaal
erkende gegevens, en die hebben
cyberverslaving niet opgenomen.
11.05 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Mais si des jeunes se
retrouvent dans des systèmes médicaux sur base de cette
dépendance, ils seront enregistrés. Le classement se fera donc
autrement?
11.05 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Maar indien de jongeren
medische behandelingen krijgen
tegen die verslaving, worden ze
geregistreerd. Gaat de klassering
dan anders verlopen?
11.06 Laurette Onkelinx, ministre: On parlera de troubles
psychologiques ...
11.06
Minister
Laurette
Onkelinx: We zullen het hebben
over psychologische stoornissen...
11.07 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Il s'agit là, selon moi, d'une
véritable lacune. En effet, le phénomène risque de s'aggraver avec le
temps. Et je suppose que la question se pose aussi dans les autres
11.07 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Dat is echt een leemte.
Het fenomeen kan ernstiger
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
pays.
Vous avez parlé de l'assuétude au jeu. Si ce phénomène est assez
similaire, il est aussi relativement différent dans la mesure où la
cyberdépendance concerne toute une catégorie de jeunes, alors que
le jeu ne touche pas tout le monde. Le mécanisme est le même,
mais, dans ce cas, il touche des enfants. En tant que parent, j'estime
qu'il faut être attentif car tous les enfants sont concernés. En effet, il
existe un réel attrait technologique et collectif, ce qui n'est peut être
pas le cas pour le jeu.
worden en doet zich ook voor in
andere landen en treft een heel
reeks jongeren.
11.08 Laurette Onkelinx, ministre: Il est difficile de faire une
politique de santé publique autour de ce type de dépendance. Cela
dépend au premier chef de l'école.
11.08
Minister Laurette
Onkelinx: Het is moeilijk om een
volksgezondheidsbeleid te voeren
voor dat soort verslaving. Dat
hangt in eerste instantie af van het
onderwijs.
11.09 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Pour la prévention, vous avez
raison mais si le traitement n'est pas enregistré, il manque un étage.
11.09 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Wat preventie betreft,
heeft u gelijk. Maar als de
behandeling niet geregistreerd is,
ontbreekt er een stap.
11.10 Laurette Onkelinx, ministre: Il y a très peu de demandes de
traitement: ce sont surtout des inquiétudes exprimées par les parents,
par les responsables scolaires. On les entend souvent sur le sujet.
Mais il n'y a pas de traitements, de prises en charge médicales; voilà
pourquoi nous n'avons pas de données scientifiques.
11.10
Minister Laurette
Onkelinx: Er zijn zeer weinig
behandelingsaanvragen. Het zijn
vooral
ouders
of
schoolverantwoordelijken die blijk
geven van hun bezorgdheid.
Aangezien er geen medische
behandelingen
plaatsvinden,
beschikken we dus ook niet over
wetenschappelijke gegevens.
11.11 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Il faudra suivre ce dossier.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de werking van de 100-diensten (nr. 4872)
12 Question de M. Michel Doomst à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "le fonctionnement des services 100" (n° 4872)</b>
12.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, ik heb
te veel vragen.
Mevrouw de minister, uit recente cijfers hebt u afgeleid dat
ambulances blijkbaar te vaak uitrijden. Men spreekt over cijfers van
50% van patiënten die na een uur al terug op straat staan. Dat is
natuurlijk een hoog cijfer, wat eigenlijk uw conclusie zou kunnen
onderbouwen. Anderzijds zegt dat natuurlijk niks over de ernst van
mogelijke gevallen. Men kan dat ook omdraaien en tevreden zijn dat
na een uur reeds zovele patiënten het ziekenhuis hebben verlaten.
De efficiëntie van de diensten moet inderdaad bekeken worden, maar
anderzijds valt het nu toch nog te vaak voor dat er gebieden zijn waar
12.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Des statistiques récentes
révèlent que les services 100
interviennent trop fréquemment et
que la moitié des patients peuvent
quitter l'hôpital après une heure
déjà. Sans vouloir remettre en
question la nécessité de se
pencher
sur
l'efficacité
des
services, je voudrais souligner
que, dans de nombreuses régions,
il faut encore patienter trop
longtemps avant l'arrivée d'une
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
mensen ook te lang moeten wachten op de hulpdiensten. U zegt dat u
een coördinatiecel wil oprichten om de efficiëntie van de centrale te
optimaliseren, meer bepaald door een nieuw plan te maken om de
beoordeling van het al dan niet uitzenden van een ambulance te
verbeteren.
Wij ervaren op het terrein dat mensen dikwijls nog niet goed weten ­
ik denk dat we daar een informatieplicht rond hebben ­ wat zij moeten
meedelen wanneer zij dringend dienstverlening moeten hebben. Zij
communiceren dat ook niet altijd op de juiste manier.
Ik wil de minister vragen om wat meer informatie over haar plan te
geven, tegen wanneer zij dit plan concreet wil maken, op basis van
welke cijfers ze tot die conclusie is gekomen. Met andere woorden, is
dit op basis van de aantallen die op de dienst Spoed binnenkomen of
enkel op het aantal mensen dat binnenkomt via een ziekenwagen? In
welke mate worden tevens de interventietijden bekeken?
ambulance. La ministre entend à
présent instaurer une cellule de
coordination
pour
optimiser
l'efficacité du central grâce à un
nouveau plan visant à mieux
évaluer l'opportunité d'envoyer ou
non une ambulance.
Où et quand cette initiative verra-t-
elle le jour? Sur quelles données
repose cette conclusion? Les
délais
d'intervention
seront-ils
également pris en considération?
12.02 Minister Laurette Onkelinx: Mijnheer Doomst, ik dank u voor
uw interesse in de centra van de dienst 100. Voor de vragen die u mij
stelt, wenst u in feite dat ik u de volledige strategie preciseer inzake
dringende medische hulpverlening. Ik neem aan dat het hoofdstuk dat
hieraan is gewijd in mijn beleidsnota het meest adequate antwoord is
op uw bekommernissen. Ik wens echter te benadrukken dat het
medische regelsysteem ­ het verzamelen van de informatie van
diegenen die het 100-centrum oproepen ­ de keuze en het
mobiliseren van de middelen, het opvolgen van de opdrachten en de
evaluatie van de adequatie tussen het antwoord en de reële noden in
dit domein van kapitaal belang is.
De beambte heeft thans niet voldoende middelen opdat hij na
evaluatie van een oproep bij de 100 zoals bedoeld in artikel 7 van het
KB van april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot
inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en
houdende aanwijzing van gemeenten als centra van het eenvormig
oproepstelsel eventueel zou kunnen beslissen om geen ziekenwagen
te sturen. De verbetering van de dispatching is het voorwerp van
belangrijke projecten, zowel op multidisciplinair niveau ­ agentschap
112, een samenwerking met het departement Binnenlandse Zaken ­
als op het niveau van het medisch antwoord. In verband met het
aantal onaangepaste ritten met ziekenwagens van de dienst 100 is
voornamelijk het opsturen bepalend. Men moet dus absoluut het
verzamelen van de informatie verbeteren, de competenties
ontwikkelen van de beambten voor het evalueren van de situatie en
voor het beheer van de oproepers en aan de beambten duidelijke
richtlijnen geven, zodat ze gerust kunnen zijn inzake de genomen
beslissing.
Als gevolg van de initiatieven die minister Demotte nam en die ik met
genoegen voortzet, werden verschillende zeer belangrijke resultaten
geboekt die vanaf 2008 hun meerwaarde zullen aantonen. Ten
eerste, een betere ondersteuning voor de beambten die belast zijn
met het beheer van de oproepen naar de dienst 100 voor de
dringende medische hulpverlening. Er werden 15 deeltijdse
verpleegkundigen voor dringende medische hulp aangeworven.
Binnenkort zijn dat er 18. De andere tijd moet gepresteerd worden
binnen een urgentiedienst. Deze regelende verpleegkundigen
vertolken een rol als adviseur, opleider en coach van de beambten
12.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Je précise dans ma note
de politique générale la stratégie
relative à l'aide médicale urgente.
Le système de régulation de l'aide
médicale revêt une importance
essentielle puisqu'il englobe la
récolte des informations, le choix
et la mobilisation des moyens, le
suivi des missions et l'évaluation
de l'efficacité. L'agent du central
ne dispose actuellement pas de
moyens suffisants pour décider de
ne pas envoyer d'ambulance à la
suite d'un appel. L'amélioration du
dispatching fait l'objet d'importants
projets au niveau de l'Intérieur et
de la Santé publique.
Il convient d'améliorer la collecte
d'informations lors d'un appel. De
plus,
les
agents
doivent
développer
des
compétences
permettant d'évaluer au mieux une
situation concrète et disposer de
directives claires de façon à
pouvoir prendre des décisions en
toute
sérénité.
Une
série
d'initiatives prises par M. Demotte
ont permis d'obtenir des résultats
importants et vont porter leurs
fruits dès cette année. Les agents
qui gèrent les appels sont mieux
épaulés
puisqu'ils
peuvent
compter sur 18 infirmiers à temps
partiel occupés par ailleurs dans
un service d'urgence, ces derniers
jouant le rôle de conseillers, de
formateurs et de coachs des
agents du service 100. La
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
van de dienst 100. Dit gebeurt in harmonie met deze beambten en
met de zaalchefs. Het samen met de beambte terug beluisteren van
de tapes van een geselecteerd deel van de oproepen maakt deel uit
van de permanente opleiding van deze beambten. Ik stelde een
besluit op dat de functie van deze verpleegkundigen preciseert. Het
werd op 25 april gepubliceerd.
Verder werd er door deze verpleegkundigen en door urgentieartsen
een regelhandboek opgesteld. Dit handboek werd op 24 april op de
website geplaatst van de FOD Volksgezondheid en zal zeer
binnenkort beschikbaar zijn voor de beambten van de dienst 100. Het
is bedoeld om hen te helpen bij hun keuze van de middelen die
ingezet worden. Het definieert een algoritme van vragen die moeten
gesteld worden aan degene die de dienst 100 oproept op basis van
het voornaamste symptoom en het stelt voor welke dringende
medische hulpverlening er naar de patiënt wordt gestuurd.
Tot slot zal de registratie van de thans werkende diensten voor
dringende medische hulpverlening een meer precieze evaluatie van
de opdrachten mogelijk maken en ze zal op mijn initiatief ontwikkeld
worden na de registratie van de opdrachten van de ziekenwagens van
de dienst 100. De instelling van een dergelijk werktuig is essentieel
voor het objectief evalueren van de genomen maatregelen en zal
voeding geven aan een wetenschappelijke herziening van de
toegepaste procedure.
formation permanente de ces
agents consiste notamment à
écouter
en
commun
des
enregistrements d'appels.
Un arrêté publié le 25 avril 2008
précise la fonction d'infirmier. Un
manuel rédigé à l'intention de ces
derniers
et
des
médecins
urgentistes a été placé sur le site
internet le 24 avril 2008 afin d'aider
ces acteurs à mettre en oeuvre les
moyens adéquats par le biais
d'une série de questions à poser.
Enfin,
l'amélioration
de
l'enregistrement permettra une
meilleure évaluation des missions,
et donc une révision scientifique
des procédures.
12.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, ik dank
u omdat u via uw antwoord duidelijk maakt dat u dit probleem ernstig
neemt. In de praktijk blijkt dat wij nog veel werk hebben. Bij het
voorval van drie of vier weken geleden waarover wij het daarnet
hadden, blijkt dat zowel degene die het ongeval signaleerde als
degene die het signaal moest opvangen op een verkeerde manier
hebben gereageerd, zodat iemand met een zware hartaanval 40
minuten heeft moeten wachten op een medische interventie. Dat was
te wijten aan het feit dat de betrokken familie blijkbaar niet op de juiste
manier het probleem heeft aangebracht en dat men aan de andere
kant het signaal niet op de juiste manier heeft begrepen.
Ik meen dat de lokale overheden ­ ik heb daar trouwens een initiatief
voor gepland in onze gemeente ­ duidelijker moeten maken aan de
mensen dat zij bij een ongeval moeten signaleren welke symptomen
er zijn. Dat zou eigenlijk op een eenvoudige manier doorgegeven
moeten worden. Maar ook de signalen die men capteert bij de dienst
100 moeten op een correctere manier opgevolgd worden. Anders
heeft het af en toe dramatische gevolgen.
Kortom, wij wachten op het vervolg van de beleidsvisie die u hebt
uiteengezet.
12.03 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Je me réjouis que la
ministre prenne ce problème au
sérieux. Il est en effet impératif de
bien expliquer aux gens comment
informer exactement les services
de
secours
au
sujet
des
symptomes que présentent les
victimes et il faut d'autre part que
le
service
100
capte
convenablement ces informations
et en assure un suivi adéquat.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Question de Mme Josée Lejeune à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique sur "la fasciite nécrosante" (n°4637)
13 Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "fasciitis necroticans" (nr. 4637)
13.01 Josée Lejeune (MR): Madame la présidente, madame la 13.01 Josée Lejeune (MR): De
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
ministre, ma question porte sur une maladie peu connue et très rare
qui touche, selon les statistiques, quatre personnes sur dix millions.
Il s'agit de la "fasciite nécrosante". Pour rester simple, c'est une
infection bactérienne grave qui affecte le tissu sous-cutané; en fait,
qui ronge littéralement la chair et les muscles. Cette affection peut
toucher à tout âge, sans prédilection du sexe, et peut ôter la vie en
quelques heures. Le pronostic fonctionnel et vital de cette infection
reste particulièrement sombre.
Madame la ministre, les soins sont onéreux, mais indispensables.
Toutefois, cette maladie dite "orpheline" n'est pas reconnue. Seules
les 60 premières séances de kiné sont remboursées, l'INAMI
considérant cette pathologie comme faisant partie de la liste F.
Madame la ministre, quel est l'accompagnement mis en place pour
cette maladie orpheline?
Combien de cas dénombre-t-on dans notre pays?
Pourriez-vous nous informer sur ce que vous comptez mettre en
oeuvre en faveur d'une amélioration de l'accessibilité et de la qualité
des soins aux patients atteints de cette maladie?
D'une manière plus générale, la prise en charge des patients atteints
d'affections rares sera-t-elle améliorée?
Au niveau fédéral et européen, une mise en place et un soutien de
mécanismes favorisant l'échange d'informations relatives aux
maladies rares sont-ils au programme?
Quelles actions concrètes envisagez-vous?
functionele en levensprognose van
fasciitis necroticans is bijzonder
ongunstig.
De
noodzakelijke
medische verzorging is bijzonder
duur. Nochtans is deze zeldzame
ziekte niet erkend. Enkel de eerste
zestig
kinebeurten
worden
terugbetaald. Het Rijksinstituut
voor
ziekte-
en
invaliditeitsverzekering (RIZIV) is
immers van oordeel dat die
aandoening op de F-lijst hoort.
Hoe worden de patiënten met die
aandoening begeleid? Hoeveel
gevallen komen er in ons land
voor? Welke maatregelen zal u
treffen om de zorgverstrekking
voor die patiënten toegankelijker
en kwaliteitsvoller te maken?
Zullen patiënten met zeldzame
aandoeningen in de toekomst op
een betere verzorging kunnen
rekenen? Zullen er op federaal en
Europees niveau mechanismen
worden ingevoerd, met financiële
ondersteuning, om gegevens in
verband met zeldzame ziektes uit
te wisselen? Welke concrete
acties zal u ondermenen?
13.02 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, selon la
définition européenne, une maladie orpheline est une maladie dont la
fréquence est inférieure à cinq cas sur 10.000 habitants et pour
laquelle il n'existe pas de traitement. La "fasciite nécrosante" n'est
donc pas une maladie orpheline; c'est l'expression peu fréquente,
mais grave, il est vrai, d'une infection qui peut être traitée par des
antibiotiques, nécessitant souvent une intervention chirurgicale afin de
réséquer les parties nécrosées.
Moins de dix cas sont diagnostiqués annuellement en Belgique.
Par ailleurs, la prise en charge médicale rapide est l'élément le plus
important pour cette maladie pouvant évoluer en quelques heures,
avec un taux de mortalité pouvant s'élever à 30%.
Puisqu'il s'agit d'une maladie infectieuse, la prise en charge de cette
pathologie repose sur une accessibilité rapide à des soins curatifs.
Outre la rapidité de la prise en charge, l'évolution de la maladie et les
éventuelles séquelles dépendent de facteurs tels que l'existence de
maladies chroniques sous-jacentes chez le patient, comme l'obésité,
l'efficacité du traitement antibiotique ­ même vis-à-vis des germes
résistants ­, l'identification du germe responsable, etc.
En matière de soins de kinésithérapie, pour des patients atteints d'une
affection rare, une mesure est en préparation qui vise à reprendre les
13.02
Minister Laurette
Onkelinx: Volgens de Europese
definitie is fasciitis necroticans
geen zeldzame ziekte, aangezien
ze weliswaar zelden voorkomt,
maar behandeld kan worden.
Jaarlijks worden er in België
minder
dan
tien
gevallen
gediagnosticeerd.
Een
snelle
medische
verzorging
is
van
essentieel belang in de bestrijding
van die infectie waarvan de
mortaliteit tot 30 procent kan
oplopen.
Wat
de
kinesitherapeutische
behandeling betreft, wordt er voor
de patiënten met een zeldzame
aandoening een wijziging van het
koninklijk besluit voorbereid. Via
die wijziging willen we de ziekten
met een prevalentie van minder
dan 5/10.000 onderbrengen in de
E-lijst met aandoeningen waarvoor
de
kinesitherapeutische
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
maladies dont la prévalence est inférieure à cinq pour 10.000
habitants dans la liste E des affections pour lesquelles des soins kiné
restent remboursables au tarif le plus favorable durant une période en
principe limitée. Le cas échéant, deux séances remboursables par
jour pourront être accordées. Le texte modifiant l'arrêté royal est en
phase finale de préparation.
D'autres mesures dans d'autres domaines et touchant aux maladies
rares ne sont pour l'instant pas à l'étude dans les organes techniques
de l'INAMI. Au niveau national, la prise en charge d'un épisode
épidémique implique différentes instances: des médecins inspecteurs
des Communautés, des médecins hospitaliers, des laboratoires de
référence ou encore des épidémiologistes de l'ISP qui évaluent
ensemble la situation et prennent les mesures nécessaires pour
enrayer la dispersion de la souche incriminée dans l'apparition des
formes invasives sévères.
L'amélioration de cette nécessaire collaboration entre les différents
partenaires est évidemment encouragée.
Au niveau européen, le SGA n'est pas couvert par le champ
d'application de la décision 2119/98 du Parlement européen relative à
la surveillance et à la déclaration des maladies transmissibles. À ce
jour, il n'existe pas d'échange systématique d'informations, mais la
Belgique insiste à chaque réunion européenne sur la nécessité de
l'inclure en raison de l'apparition de souches virulentes ou de la
description d'épizooties épidémiques dans différents pays de l'Union
européenne.
Quant aux actions concrètes, le rôle du laboratoire de référence est
essentiel. Pour cette raison, dans l'attente de la promulgation de
l'arrêté royal autorisant l'INAMI à subventionner des laboratoires de
référence, j'ai signé un courrier engageant les sommes
indispensables à ce financement pour l'année en cours.
Par ailleurs, je viens d'amorcer un large processus de concertation
avec toutes les associations de patients de ce pays. Il a pour objectif,
dans le cadre du budget 2009 de l'assurance obligatoire soins de
santé, de définir un système spécifique de prise en charge des frais
propres aux pathologies lourdes et coûteuses. Même si ce
programme est destiné au premier chef aux maladies chroniques, les
patients atteints de maladies rares seront aussi concernés.
behandeling gedurende een in
beginsel beperkte periode aan het
gunstigste tarief terugbetaalbaar
blijft. De technische organen van
het RIZIV bestuderen momenteel
geen andere maatregelen.
Op nationaal niveau moeten er bij
het uitbreken van een epidemie
diverse instanties in actie schieten:
geneesheren-inspecteurs van de
Gemeenschappen,
ziekenhuisartsen,
referentielaboratoria
of
nog
epidemiologen
van
het
Wetenschappelijk
Instituut
Volksgezondheid.
Samen
evalueren ze de toestand en
treffen
ze
de
noodzakelijke
maatregelen om de verspreiding
van de desbetreffende stam te
stoppen. Er wordt uiteraard alles
aan gedaan om die samenwerking
te verbeteren.
Op Europees niveau vallen groep-
A-streptokokken (GAS) niet onder
de toepassingssfeer van de
beschikking nr. 2119/98/EG van
het Europees Parlement tot
oprichting van een netwerk voor
epidemiologische surveillance en
beheersing van overdraagbare
ziekten.
Op
elke
Europese
vergadering benadrukt België de
noodzaak om die bacterie daar
ook onder te doen vallen.
Concreet heb ik, in afwachting van
de uitvaardiging van het koninklijk
besluit dat het RIZIV ertoe
machtigt referentielaboratoria te
subsidiëren, een brief ondertekend
waarin de financiering voor 2008
wordt vastgelegd. Voorts ben ik in
onderhandeling getreden met de
verenigingen teneinde, in het raam
van de begroting 2009 van de
verplichte
verzekering
voor
geneeskundige verzorging, een
specifieke regeling uit te werken
voor het ten laste nemen van de
kosten van ernstige en dure
aandoeningen, in de eerste plaats
van chronische ziekten, maar ook
van zeldzame aandoeningen.
13.03 Josée Lejeune (MR): Madame la ministre, je me réjouis de 13.03 Josée Lejeune (MR): Gelet
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
votre réponse, puisqu'une mesure est en préparation, et c'est d'autant
plus louable quand on connaît les souffrances de ces patients. De
plus, cette maladie constitue un véritable fardeau pour la famille et les
proches.
Je suis donc très heureuse de votre réponse et vous en remercie.
op de zware last die deze infectie
meebrengt voor de patiënten en
hun naasten, verheugt het mij dat
er een maatregel in de maak is.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La présidente: La question n° 4842 de M. Christian Brotcorne est renvoyée en commission de l'Économie.
La question n° 4862 de M. Xavier Baeselen est reportée.
14 Vraag van mevrouw Maggie De Block aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de afrekening van de verpleegkundige prestaties in geval van
derdebetalersregeling" (nr. 4670)
14 Question de Mme Maggie De Block à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et
de la Santé publique sur "la facturation des prestations médicales dans le cadre du régime du tiers
payant" (n° 4670)</b>
14.01 Maggie De Block (Open Vld): Mevrouw de minister, ik heb
een korte vraag aan u betreffende de afrekening van de
verpleegkundige prestaties in geval van derdebetalersregeling.
Volgens de Nationale Overeenkomst Verpleegkundigen en
Mutualiteiten wordt de wijze bepaald waarop deze afrekening van
verpleegkundige prestaties moet gebeuren. Verpleegkundigen of
diensten voor verpleegkundigen die hebben gekozen voor de
derdebetalersregeling zijn verplicht elke maand naar elk ziekenfonds
of gewestelijke dienst van een verzekeringsinstelling hun ereloonnota
op te sturen. Deze omvat de getuigschriften voor verstrekte hulp, de
zogenaamde groene formulieren, en een in tweevoud opgemaakte
verzamelstaat.
Sedert 1 januari 1994 zijn verpleegkundigen of hun diensten die
hebben geopteerd voor de derdebetalersregeling verplicht om ook
deze
facturatiegegevens
op
nationaal
niveau
naar
de
verzekeringsinstellingen te sturen via magnetische drager en dit te
koppelen aan de ereloonnota en de verzamelstaat. Dit betekent dat zij
hun afrekening op twee manieren moeten versturen. Gelet op het
groot aantal verpleegkundige prestaties per jaar en per dienst is het
versturen van deze gegevens op papier enorm tijdrovend en
bovendien veel overbodig werk aangezien alle gegevens reeds per
magnetische drager worden verstuurd. Dit leidt tot het maandelijks
versturen en versleuren van vele duizenden papieren. Ik heb van een
ziekenfonds vernomen dat het bij hen alleen al om 6.000 formulieren
per maand gaat.
De vraag dient te worden gesteld of het niet mogelijk is het versturen
van deze papieren dragers stop te zetten en enkel nog de gegevens
naar de verzekeringsinstelling te versturen per magnetische drager.
Dit zou een gigantische administratieve vereenvoudiging zijn voor de
diensten en ook heel wat kosten, manuren en waarschijnlijk ook lage
rugpijn besparen.
Vandaar mijn vraag, mevrouw de minister, is u eventueel bereid om te
laten onderzoeken of die papieren documenten kunnen worden
14.01 Maggie De Block (Open
Vld): Les membres du personnel
infirmier et les services infirmiers
qui ont opté pour le système du
tiers-payant sont tenus d'adresser
tous
les
mois leurs notes
d'honoraires à chaque mutuelle ou
service régional de l'organisme
assureur.
Mais
ils
doivent
également
communiquer
sur
support magnétique leurs données
de facturation à l'organisme
assureur à l'échelon national. Par
conséquent,
l'envoi
de
ces
données
sur
papier
prend
beaucoup de temps et est même
superflu. La ministre est-elle
disposée à supprimer le système
d'envoi de ces données sur
support papier?
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
afgeschaft zodat de gegevens enkel nog per magnetische drager aan
de verzekeringsinstellingen worden bezorgd? Zo neen, waarom niet?
14.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, collega's,
het afschaffen van de papieren drager heeft inderdaad positieve
gevolgen voor de thuisverpleegkundigen en in extenso voor andere
zorgverleners. Maar misschien zijn er ook gevolgen die niet meteen
duidelijk zijn. Daarom moet een dergelijke maatregel worden
uitgewerkt in overleg met de betrokken zorgverleners en andere
overheidsdiensten. De getuigschriften voor verstrekte hulp worden
immers ook gebruikt door de FOD Financiën bij de controle van de
belastingaangiftes. In die context volg ik dan ook met veel interesse
de initiatieven van het Nationaal Intermutualistisch College dat in 2005
het project MyCareNet heeft opgestart in samenwerking met de
Overeenkomstencommissie
Verpleegkundigen-
Verzekeringsinstellingen binnen het RIZIV.
Dat project heeft onder meer als doel het afschaffen van de papieren
documenten en van de magnetische dragers die worden gebruikt in
de relaties tussen de zorgverleners en de verzekeringsinstellingen. De
thuisverpleegkundigen zouden kunnen beschikken over bepaalde
informaticatoepassingen die zodanig ontworpen zijn dat alle papieren
communicatie met de verzekeringsinstellingen vervangen wordt door
een elektronische overdracht, inclusief de papieren factuur,
getuigschriften voor verstrekte hulp en samenvattende staten, evenals
alle papieren documenten die voorafgaandelijk of als bijlage aan de
factuur moeten worden bezorgd.
Op dit moment wordt bekeken welke regelgeving aangepast moet
worden om de elektronische overdracht van bepaalde documenten
mogelijk te maken. De sector wordt daarbij betrokken via de
Overeenkomstencommissie
Verpleegkundigen-
Verzekeringsinstellingen.
14.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: La suppression du
support
papier
présenterait
effectivement des avantages pour
les prestataires de soins mais ce
type de mesures doit toujours être
l'objet d'une concertation avec
toutes les parties concernées. Par
exemple, le SPF Finances utilise
les attestations de soins donnés
quand il contrôle les déclarations
fiscales.
En 2005, le Collège intermutualiste
national a créé le projet My
Carenet
. Ce projet a pour but la
suppression
des
documents
papier
et
des
supports
magnétiques employés dans le
cadre
des
relations
entre
prestataires
de
soins
et
organismes assureurs. L'ancien
système
sera
entièrement
remplacé par une application
informatique qui permettra la
communication
par
voie
électronique de toutes les données
et de tous les documents.
Actuellement,
nous
sommes
encore en train de déterminer
quelle réglementation devrait être
adaptée
pour
permettre
la
communication électronique de
certains documents. Le secteur
sera associé à ce projet par
l'intermédiaire de la commission
de
conventions
infirmiers-
organismes assureurs.
14.03 Maggie De Block (Open Vld): Mevrouw de minister, ik dank u
voor uw antwoord. Men is daar dus mee bezig. Hebt u enig idee
wanneer men die maatregel op het veld concreet zal kunnen
beginnen voelen. Blijkbaar is niet iedereen daarvan op de hoogte.
Anders zou die vraag niet aan ons gerapporteerd worden. Ik weet dat
het een werk van lange adem wordt maar ik zou toch graag weten
hoe lang ik moet leven om dat allemaal nog mee te maken.
14.03 Maggie De Block (Open
Vld): La ministre aurait-elle une
idée du calendrier prévu pour ce
remplacement?
14.04 Laurette Onkelinx, ministre: Ça ne dépend pas que de moi. Il
y a d'autres acteurs concernés mais je vais veiller à ce que ça ne
s'éternise pas. C'est important pour vous mais pour moi aussi.
14.04
Minister Laurette
Onkelinx: Behalve mijzelf zijn er
daarbij ook nog andere actoren
betrokken, maar ik zal erop
toezien dat een en ander niet blijft
aanslepen: dat is ook voor mij
belangrijk.
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
15 Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "le contrôle des produits chimiques et leur innocuité ou toxicité sur
l'organisme humain" (n° 4664)</b>
15 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "de controle op scheikundige producten en hun al of niet schadelijkheid
voor het menselijk lichaam" (nr. 4664)
15.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la ministre, vous
voyez que je ne vous interroge pas que sur le Viagra.
Voici quelques semaines, j'avais interpellé votre collègue Sabine
Laruelle sur les teneurs en pesticide dans les produits agricoles
belges. Elle nous avait apporté des réponses rassurantes.
La toxicité potentielle des produits chimiques est un thème des plus
préoccupants. Nous pouvons nous féliciter de voir l'Europe se doter
d'un instrument de contrôle basé à Helsinki, dont la mission est de
faire respecter le règlement REACH qui entrera en application à partir
du 1
er
juin 2008.
Les scientifiques considèrent que 2.000 substances chimiques sont
inquiétantes quant à leur impact, notamment sur la reproduction, ou
quant à leur potentiel cancérigène, bien que leur toxicité n'ait pas
encore été prouvée officiellement.
Nous ne pouvons qu'être inquiets devant les résultats d'une étude
menée par le WWF dans toute l'Europe. Les informations portant sur
la Belgique nous indiquent que les résultats sanguins d'une famille de
Mouscron révèlent 33 produits chimiques trouvés dans le sang de la
grand-mère et 32 chez la mère et chez la fille. Ces chiffres placent les
trois membres de cette famille belge au-dessus de la moyenne des
familles européennes: 32 produits chimiques chez les grands-mères,
29 chez les mères et 24 chez les enfants. Je ne sais pas ce qu'il en
est, madame la présidente, en province de Liège.
Ces produits se retrouvent partout, des boîtes de tartine aux DVD.
Nous achetons des produits sans en connaître les risques.
Le WWF insiste sur le fait que ces résultats sont particulièrement
préoccupants, étant donné que la plupart des produits chimiques
décelés ne se décomposent que très lentement, sont persistants dans
l'environnement et s'accumulent dans l'organisme à des taux toujours
plus élevés durant toute la vie.
Dès lors, cette enquête se demande si les générations à venir seront
plus exposées à des produits chimiques potentiellement cancérigènes
ou qui agissent en tant que perturbateurs endocriniens, susceptibles
d'entraîner des effets négatifs à long terme sur la santé.
Madame la ministre, devant ce danger, un organisme se penchant sur
la possible toxicité des produits commercialisés, qu'ils soient
d'entretien, de conditionnement, ou autres, a-t-il été mis en place? Si
oui, a-t-il d'ores et déjà établi une liste des composants chimiques
potentiellement dangereux? A-t-il dressé une liste des produits
contenant ces produits?
15.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Mevrouw Laruelle heeft ons
enkele
weken
geleden
geruststellende
antwoorden
gegeven op onze vragen over het
pesticidengehalte in de Belgische
landbouwproducten (zie Beknopt
Verslag
52 COM 124 van 27
februari 2008, p. 6 & 7).
Volgens wetenschappers zijn er
2.000
chemische
stoffen
zorgwekkend wat hun effecten
betreft, al werd hun toxiciteit
vooralsnog niet officieel bewezen.
Uit een studie van het WWF blijkt
dat volgens bloedresultaten van
een familie uit Moeskroen 33
chemische
producten
werden
aangetroffen in het bloed van de
grootmoeder en 32 bij de moeder
en de dochter. Met deze cijfers
zitten de drie leden van deze
Belgische familie boven het
Europese gemiddelde. Dergelijke
producten zijn overal aanwezig;
gaande van broodtrommels tot
dvd's. De meeste van die
producten die in het lichaam
worden teruggevonden, ontbinden
maar heel traag en stapelen zich
op in het lichaam.
Bestaat er een orgaan dat de
mogelijke toxiciteit van in de
handel
gebrachte
producten
onderzoekt? Zo ja, heeft het reeds
een lijst opgesteld met chemische
bestanddelen die mogelijkerwijs
gevaarlijk zijn? Werd er onderzoek
verricht naar de mate waarin
voornoemde
producten
opgenomen
worden
in
het
menselijk
lichaam?
Welke
maatregelen werden er getroffen
om die producten uit de rekken te
halen?
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
A-t-il mené des études sur le degré de passage desdits produits dans
l'organisme humain, le taux qui se transmet, la toxicité immédiate et le
degré de récurrence à l'exposition nécessaire pour atteindre une
toxicité excessive?
Enfin, quelles mesures va-t-il prendre pour que ces produits
disparaissent des étals - rapidement, si possible?
Je vous remercie, madame la ministre, de votre réponse.
15.02 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, je tiens à
remercier M. Flahaux qui pose toujours des questions très
pertinentes. D'une part, il a souligné combien il était urgent de
maîtriser les effets induits par les substances les plus préoccupantes,
notamment les perturbateurs endocriniens et les substances bio-
accumulables dans les tissus humains. D'autre part, il a souligné
l'importance du rôle que l'Agence pour les substances chimiques,
l'ECHA ("European Chemicals Agency"), jouera dans la mise en
oeuvre du règlement REACH.
Je tiens cependant à préciser que l'ECHA est bien plus qu'un
instrument de contrôle. En effet, son rôle est de gérer les aspects
administratifs, techniques et scientifiques de REACH, ainsi que
d'assurer l'harmonisation de ces divers aspects au niveau européen.
Afin d'assumer ce double rôle, l'ECHA est composé de plusieurs
organes auxquels participent activement tous les États membres et
qui auront comme missions:
1. l'évaluation des risques pour la santé et l'environnement. Cette
évaluation considère la toxicité à court et à long terme, y compris le
potentiel de bio-accumulation, ainsi que l'exposition;
2. l'efficience et l'adéquation des mesures de gestion du risque;
3. l'analyse socio-économique afin de favoriser l'alternative la plus
appropriée aux substances les plus préoccupantes;
4. la résolution des divergences d'opinion concernant notamment
l'identification des substances les plus préoccupantes.
Ces différentes procédures concernent les substances d'abord en tant
que telles, ensuite dans les préparations chimiques, enfin dans les
articles de consommation.
Par ailleurs, pour répondre plus précisément à certaines de vos
questions, la première liste identifiant les substances les plus
préoccupantes sera établie en juin 2009 et sera la première étape à
leur incorporation dans l'annexe 14 reprenant les substances
soumises au système d'autorisation. En clair, leur usage et mise sur
le marché seront interdits, excepté si le producteur peut prouver que
le risque est contrôlé.
Le règlement prévoit également que toute substance sur la liste
candidate et présentant une certaine concentration dans un article de
consommation doit être notifiée à l'ECHA. Cette notification peut
entraîner, dans certaines conditions, une obligation ultérieure
d'enregistrement impliquant évidemment plus de données qu'une
simple notification. Parallèlement à la notification, tout fournisseur
dans la chaîne d'approvisionnement doit donner aux destinataires
15.02
Minister Laurette
Onkelinx: Men moet dringend de
schadelijke effecten van de meest
zorgwekkende stoffen, met name
endocriene
stoornissen
veroorzakende
en
bioaccumuleerbare
stoffen
in
menselijke
weefsels,
onder
controle krijgen. Het Europees
Agentschap
voor
chemische
stoffen (ECHA) staat in voor de
tenuitvoerlegging van de REACH-
verordening.
Naast de uitoefening van zijn
controlerol, beheert het ECHA de
administratieve, technische en
wetenschappelijke aspecten van
REACH en verzekert het de
harmonisatie voor Europa. Het
agentschap zal een evaluatie
moeten maken van de risico's voor
gezondheid en milieu, nagaan of
de
maatregelen
voor
het
risicobeheer aangepast zijn, een
sociaal-economische
analyse
maken om het meest geschikte
alternatief aan te moedigen voor
de
gevaarlijkste
stoffen
en
meningsverschillen oplossen. De
verschillende procedures betreffen
de
stoffen,
de
chemische
bereidingen
en
de
conwsumptiegoederen.
De eerste lijst met de gevaarlijkste
stoffen wordt in juni 2009
opgesteld. Het gebruik en de
marketing ervan zullen worden
verboden, behalve indien de
producent kan bewijzen dat het
risico onder controle is.
Op de lijst met aanvragen moet
voor elke stof, die een zekere
concentratie vertoont in een
consumptie-artikel kennis worden
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
toute l'information nécessaire à un usage de l'article en toute sécurité.
Sur demande, le consommateur aura accès à cette information.
Pour le moment, il n'existe pas encore de consensus entre, d'une
part, la Commission et l'ECHA et, d'autre part, certains États
membres, dont la Belgique, concernant l'interprétation du taux de
concentration déclencheur de la notification et de l'obligation
d'information.
Enfin, les mesures prévues par REACH pour les substances les plus
préoccupantes sont la procédure d'autorisation et, dans certaines
conditions, les mesures de restriction. Parallèlement à ces mesures,
l'autorité compétente peut également informer le public sur les risques
pour la santé et/ou l'environnement provenant d'une substance.
En conclusion, la Belgique participe activement aux travaux de
l'ECHA. Elle est présente dans ses différents comités et la
DG Environnement du SPF Santé publique, autorité compétente en
cette matière, participe à l'ensemble des travaux de l'ECHA.
Je dois également vous dire que la Belgique a toujours plaidé au sein
du Conseil de l'Union européenne et durant toutes les négociations de
REACH, depuis le Livre blanc en 2001, pour un "right to know" au
bénéfice des utilisateurs en aval et des consommateurs, et pour un
système d'autorisation efficace, à savoir un système incitant à la
substitution des substances les plus préoccupantes, garantissant
ainsi un haut niveau de protection pour l'environnement et la santé,
tout en encourageant simultanément l'innovation.
La présidente: Il s'agit d'un vaste dossier que nous avons beaucoup
travaillé sous la précédente législature.
gegeven aan het ECHA, eventueel
met
een
latere
registratieverplichting,
waarbij
meer gegevens komen kijken. De
leverancier
moet
aan
de
bestemmelingen
alle
nodige
informatie geven voor het veilige
gebruik ervan.
Er bestaat nog geen consensus
tussen enerzijds, de Commissie
en het ECHA, en anderzijds een
aantal Lidstaten waaronder België,
over de interpretatie van de
concentratie
vanaf
dewelke
kennisgeving
en
informatie
verplicht zijn.
Voor de gevaarlijkste stoffen
voorziet
REACH
in
de
vergunningsprocedure
en,
in
bepaalde
omstandigheden,
beperkende maatregelen. De
bevoegde overheid kan ook
informatie geven aan het publiek
over de risico's van een bepaalde
stof.
België is vertegenwoordigd in de
verschillende comités van ECHA.
De DG Milieu van de FOD
Volksgezondheid neemt deel aan
alle werkzaamheden van het
ECHA.
België heeft altijd gepleit voor een
right to know voor gebruikers en
consumenten,
en
voor
een
vergunningsstelsel dat aanzet tot
de vervanging van de gevaarlijkste
stoffen, waarbij een hoog niveau
van
bescherming
wordt
gewaarborgd en tegelijk innovatie
wordt aangemoedigd.
15.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente,
madame la ministre, je suis entièrement satisfait de la réponse.
J'arrive, je découvre, j'apprends! J'essaie aussi de "pousser à la
charrette".
Je crois que la Belgique s'honore et se grandit avec de telles
préoccupations, d'autant qu'elle n'est pas potentiellement en retard
par rapport à d'autres pays. Voilà qui peut constituer un élément aussi
de créneau pour notre pays, un peu comme l'Allemagne, par
exemple.
15.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik denk dat dergelijke
bekommernissen België tot eer
strekken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
16 Questions jointes de
- M. Jean-Luc Crucke à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "la promotion du don d'organe" (n° 4887)<br>- M. Luc Goutry à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"la loi sur le don d'organes" (n° 4891)</b>
16 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het aanmoedigen van orgaandonatie" (nr. 4887)
- de heer Luc Goutry aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de wet op de orgaandonatie" (nr. 4891)
16.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, s'il y a bien un domaine dans lequel la Belgique est citée
comme modèle, c'est celui du don d'organes, que ce soit pour son
système Beldonor.be ou sa participation dans Eurotransplant.
D'ailleurs, pour se rendre compte du dynamisme de notre pays dans
ce domaine, il suffit de voir le nombre d'inscriptions, au sein des
communes, pour marquer son accord avec le don ou le refuser, mais
c'est là aussi un choix qu'il faut respecter.
Très récemment le Parlement européen a mis "le feu vert", dirais-je,
sur la carte européenne des dons d'organes. Il faut savoir que 60.000
demandeurs sont en attente d'un organe, ce qui n'est pas rien.
Le Parlement européen a pris cette initiative pour deux raisons.
1. Remédier à la pénurie d'organes.
2. Lutter contre le commerce illégal.
Je ne rappellerai pas ici des soupçons qui pèsent sur un pays
européen quant à d'éventuelles pratiques. Et malheureusement,
d'autres pays sont également concernés.
Une harmonisation des législations en la matière est donc nécessaire.
Madame la ministre, mes questions sont les suivantes.
1. Vu le succès de la politique menée en Belgique, comment peut-on
poursuivre les efforts sur base de la carte européenne de dons
d'organes?
2. Comment amplifier cette politique?
3. Quelles seront les prochaines initiatives qui seront prises par votre
département?
4. Comment peut-on faire le bilan de la situation actuelle en Belgique
et qui est citée, à juste titre, en exemple à l'étranger?
16.01 Jean-Luc Crucke (MR): Er
wordt naar België verwezen als
modelland inzake orgaandonatie.
Onlangs zette het Europees
Parlement het licht op groen voor
de
Europese
kaart
voor
orgaandonatie teneinde het tekort
aan donoren en de illegale handel
in organen aan te pakken.
Circa 60.000 aanvragers wachten
momenteel op een orgaan. Een
harmonisering van de wetgevingen
ter zake is dan ook noodzakelijk.
Hoe kan men de inspanningen
met behulp van de Europese kaart
voor orgaandonatie voortzetten en
dat beleid versterken? Welke
initiatieven zullen er in de nabije
toekomst door uw departement
worden genomen? Kan u de
balans opmaken van de situatie in
België, dat in het buitenland als
een lichtend voorbeeld wordt
beschouwd?
16.02 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, mijn vraag is van een enigszins andere aard. Ze betreft
namelijk het verschijnen in het Belgisch Staatsblad, op 28
augustus 2006, van de wet die bepaalt dat het kind, zodra het
meerderjarig wordt, zelf kan beslissen of het al dan niet bereid is bij
overlijden zijn organen af te staan. Tot de meerderjarigheid kunnen de
ouders immers zelf schriftelijk vastleggen dat hun kind geen
orgaandonor is.
Deze wet betekende een belangrijke doorbraak in de mogelijkheden
om meer organen ter beschikking te krijgen. Ze werd dan ook destijds
door het Parlement unaniem goedgekeurd. Er komt nu immers
16.02 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): Le 28 janvier a été publiée la
loi prévoyant qu'un enfant majeur
peut décider lui-même s'il est ou
non disposé à céder ses organes
en cas de décès. Jusqu'à la
majorité, les parents peuvent
décider eux-mêmes par écrit que
leur enfant n'est pas donneur
d'organes.
La loi prévoit qu'elle n'entrera en
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
telkens opnieuw bevestiging van het kind zelf.
In de wet werd evenwel bepaald dat ze slechts op een door de Koning
te bepalen datum in werking kan treden, wat bij mijn weten nog niet is
gebeurd. Daarom heb ik de volgende vraag.
Waarom werd tot op heden nog geen uitvoeringsbesluit opgesteld,
teneinde de wet in werking te laten treden?
Wanneer overweegt u zulks te doen?
vigueur qu'à une date fixée par le
Roi.
Pourquoi
aucun
arrêté
d'exécution n'a-t-il encore été
promulgué à cette fin? Quand un
arrêté sera-t-il promulgué?
16.03 Laurette Onkelinx, ministre: En ce moment, toute personne
majeure capable peut donner son accord ou s'opposer au
prélèvement d'organes après son décès. C'est aussi le cas d'un
mineur capable d'exprimer sa volonté. Toutefois, avant l'entrée en
vigueur et l'exécution de l'article 10, §3bis de la loi du 13 juin 2006, il
faut modifier cet article; un projet de loi à ce sujet est en préparation.
Il faut prévoir une base légale pour fixer les modalités de l'annulation
de l'opposition du représentant du mineur.
En outre, il ressort de la législation relative au prélèvement et à la
transplantation d'organes qu'on peut consentir expressément au
prélèvement d'organes. Sur ce plan aussi, l'article 10, §3bis doit être
adopté. J'y viendrai prochainement. Enfin, la disposition selon laquelle
le Roi doit inviter l'intéressé à opérer un choix doit être supprimée.
J'en viens à la question générale de la publicité sur le don d'organes.
Comme vous l'avez évoqué, pas mal de propositions de loi ont été
votées sous l'ancienne législature, généralement initiées par le Sénat
et encadrent le don d'organes de manière très restrictive, beaucoup
plus encore qu'au niveau européen, et à juste titre selon moi. En effet,
s'il est nécessaire de développer une politique permettant le don
d'organes, il faut éviter toute commercialisation. On l'a vu dans le
dossier d'un hôpital en Flandre, à Louvain je crois, qui a dû faire
marche arrière. Le don d'organes peut entraîner des conséquences
physiques et psychologiques importantes. Il faut aussi éviter toute
commercialisation.
Ces trois critères coexistent: la nécessité de développer des
politiques de don d'organes, de protéger de la commercialisation et de
protéger les donneurs vivants des conséquences physiques et
psychologiques. Je n'ai pas pour l'instant de réponse formelle sur le
sujet.
Le Sénat me l'a également demandé, puisque c'est là que s'est
développé le noeud de la philosophie belge en matière de dons
d'organes. Je pourrais proposer de travailler sur des propositions
concrètes que je vous soumettrais dans le mois, mais je ne vais pas
le faire car ce ne serait pas sérieux. Mais je vais travailler afin de voir
dans le mois comment mettre en place une promotion qui respecte
les principes que je viens d'expliquer. Cela vous convient-il comme
délai?
16.03
Minister Laurette
Onkelinx: Alle meerderjarigen en
minderjarigen die in staat zijn hun
wil te doen kennen, kunnen
instemmen met of zich verzetten
tegen het wegnemen van organen
na
overlijden.
Vóór
de
inwerkingtreding en de uitvoering
van artikel 10 § 3bis van de wet
van 13 juni 1986 moet dat artikel
echter worden gewijzigd en moet
worden
gezorgd
voor
een
wettelijke grondslag tot vaststelling
van de nadere regels voor de
vernietiging van het verzet van de
vertegenwoordiger
van
de
minderjarige.
Overeenkomstig
de
huidige
wetgeving kan men uitdrukkelijk
instemmen met het wegnemen
van organen. Op dat punt moet
artikel 10 §3bis worden aangepast.
De bepaling dat de Koning
betrokkene verzoekt een keuze te
maken moet worden geschrapt.
In verband met orgaandonatie
werd
tijdens
de
voorbije
zittingsperiode
een
aantal
wetsvoorstellen aangenomen. Het
is nodig een beleid te ontwikkelen
dat orgaandonatie mogelijk maakt,
maar tegelijk moeten we ons
hoeden voor elke vorm van
commercialisering. We moeten
met drie criteria rekening houden:
de noodzaak een beleid uit te
werken
dat
orgaandonatie
mogelijk maakt, het voorkomen
van commercialisering en de
bescherming van de levende
donors tegen de lichamelijke en
psychologische gevolgen van hun
beslissing.
Ik zal binnen de maand trachten
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
uit te maken hoe ik een voorstel
kan uitwerken dat overeenstemt
met de principes die ik beschreven
heb. Is u het met die termijn eens?
16.04 Jean-Luc Crucke (MR): Cela ne vient plus à un mois, vu que
cela fait déjà quelques mois que le gouvernement est en place. Ceci
dit, je pense que ce délai est tout à fait raisonnable. Vous avez raison
de prendre cette problématique avec sérieux et de la considérer
comme une priorité. Si j'ai un conseil à vous donner, c'est de
poursuivre sans crainte la politique de votre prédécesseur en la
matière.
Cette matière est finalement très vivante, même quand ceux qui ne le
sont plus font le don, et très actuelle. Je vous suivrai attentivement et
nous y reviendrons dans un mois afin d'en discuter sans difficulté.
16.04 Jean-Luc Crucke (MR):
Dat is een heel redelijke termijn.
16.05 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, versta ik het goed? Ik dacht dat het wetsvoorstel ­ het
was immers een parlementair initiatief ­ er juist kwam voor
"modification de l'article 10", mais il n'y a pas d'exécution. Tot hiertoe
is er geen uitvoeringsbesluit.
16.05 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): A ce jour, aucun arrêté
d'exécution
n'a
encore
été
promulgué.
16.06 Laurette Onkelinx, ministre: On va modifier l'article 10. Un
projet de modification va être présenté.
La présidente: Vous déposerez donc un projet de loi, qui introduira
les modifications. Ou bien allez-vous procéder via des arrêtés?
16.07 Laurette Onkelinx, ministre: C'est dans le projet. Je regarde,
je vérifie, mais c'est dans le projet.
Je vais vérifier. Je reconnais qu'on m'a donné une réponse très
incomplète, ce qui n'est pas habituel.
16.06
Minister Laurette
Onkelinx: Dat staat in het
ontwerp.
Ik zal een en ander laten
natrekken, want mijn antwoord is
inderdaad onvolledig.
La présidente: C'est un peu la difficulté des lois qui demandent une
série de modifications et d'arrêtés. On ne le réalise qu'au fil du temps
et on ne maîtrise plus ce qui est à refaire ou pas.
De voorzitter: Dat is juist het
probleem met wetten die achteraf
nog moeten gewijzigd worden en
en waarvoor er besluiten moeten
opgesteld
worden:
uiteindelijk
loopt alles uit de hand.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Monsieur Goutry, il ne reste plus que vos questions et une question de Mme Staelraeve.
Je vous propose de lui laisser la parole et de terminer avec vous.
16.08 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Madame la présidente, j'ai
également compris que ma question n° 4893 sur les génériques était
reportée à la demande de la ministre.
La présidente: Ma question n° 4936 est également reportée.
17 Vraag van mevrouw Sofie Staelraeve aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
Volksgezondheid over "de naleving van de wet op de patiëntenrechten" (nr. 4895)
17 Question de Mme Sofie Staelraeve à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique sur "le respect de la loi relative aux droits du patient" (n° 4895)</b>
17.01 Sofie Staelraeve (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, ik heb een vraag naar aanleiding van het gebeuren van
vorige week. In een Leuvens ziekenhuis werd vastgesteld dat een
patiënte in een donker hok moest verblijven en geen enkele
mogelijkheid had de verpleegkundigen te roepen wanneer dat nodig
zou zijn.
Naar aanleiding daarvan zou ik willen weten hoe het juist zit met de
wet op de rechten van de patiënten. Die wet bepaalt dat er in elk
ziekenhuis een ombudsdienst zou zijn die moet bemiddelen en
zoeken naar een oplossing. De ombudsdienst kan echter geen
sancties opleggen of maatregelen nemen. Daarnaast werd ook de
commissie Rechten van de Patiënt opgericht, die een globale
opvolging doet en bij u advies uitbrengt. Zij fungeert ook als een vorm
van beroepsmogelijkheid voor klachten.
Zijn er gegevens beschikbaar over het aantal klachten sinds de
inwerkingtreding van de wet op de rechten van de patiënten? Wat is
het aantal klachten dat werd ingediend bij de ombudsdiensten van de
ziekenhuizen? Zijn die gegevens opgesplitst naar de aard van de
klacht?
Belangrijker is welk advies de commissie u geeft betreffende de
opvolging van die klachten. Zijn er pijnpunten? Hoe evalueert zij dat?
Welke voorstellen doet zij eventueel zelf om de wet te verbeteren?
Bent u van plan initiatieven op dat terrein te ontwikkelen?
17.01 Sofie Staelraeve (Open
Vld): Vorig week raakte bekend
dat een patiënte van een Leuvens
ziekenhuis in een donker hok
moest verblijven en daarbij niet in
staat was om indien nodig de
verpleegkundigen op te roepen.
Hoe staat het met de wet op de
rechten van de patiënt? Deze wet
voorziet in een ombudsfunctie in
elk
ziekenhuis,
die
kan
bemiddelen, maar geen sancties
kan opleggen. Er is ook een
federale commissie voor de
rechten van de patiënt, die een
globale opvolging moet verzekeren
en advies moet geven aan de
minister. Ook is een vorm van
beroep mogelijk bij deze instantie.
Zijn er gegevens beschikbaar over
het aantal klachten die sinds de
inwerkingtreding van de wet
werden
ingediend
bij
de
ombudsdiensten
van
de
ziekenhuizen? Is deze informatie
uitgesplitst volgens de aard van de
klacht? Wat zegt de federale
commissie voor de rechten van de
patiënt met betrekking tot de
opvolging van die klachten? Zijn er
pijnpunten en hoe worden deze
geëvalueerd? Welke voorstellen
ter
verbetering
doet
de
commissie? Zal de minister
initiatieven nemen?
17.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, de wet op
de patiëntenrechten is een zeer nuttig instrument dat de fundamentele
rechten van de patiënt bepaalt en dat waakt over het respecteren
ervan, vooral via bemiddeling en dialoog.
De feiten die u in uw vraag aanhaalde zijn, indien ze vaststaan,
bijzonder ernstig en zouden in voorkomend geval het voorwerp
kunnen zijn van een gerechtelijke procedure, onder meer op initiatief
van de patiënt of zijn familie. De Gewesten zijn trouwens bevoegd
voor het garanderen van het respect van de erkenningsnormen van
de ziekenhuizen.
In antwoord op de diverse vragen die u stelde, kan ik meer bepaald
het volgende preciseren.
De ombudspersonen van de ziekenhuizen dienen jaarlijks een verslag
17.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Cette loi est très utile afin
que soient préservés les droits
fondamentaux du patient. Les faits
évoqués sont d'une gravité telle
qu'ils pourraient éventuellement
conduire
à
une
procédure
judiciaire, par exemple à l'initiative
du patient ou de sa famille.
Chaque année, les services de
médiation des hôpitaux doivent
transmettre un aperçu des plaintes
à la commission fédérale pour les
droits du patient, avec mention de
l'objet de la plainte et de la nature
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
met een overzicht van het aantal klachten op te stellen en over te
maken aan de federale commissie Rechten van de Patiënt. De FOD
Volksgezondheid heeft een analyse van de jaarverslagen 2006
opgemaakt. Die analyse is raadpleegbaar via de website van de FOD
Volksgezondheid, te weten www.patientrights.be.
U kent die blijkbaar. Hebt u zicht op het aantal klachten?
du droit violé. Le SPF Santé
publique a mis en ligne sur son
site internet une analyse des
rapports annuels 2006. Elle peut
être
consultée
à
l'adresse
www.patientrights.be.
Mme
Staelraeve semble être courant de
la situation sur ce plan. A-t-elle
une idée du nombre de plaintes?
17.03 Sofie Staelraeve (Open Vld): De cijfers ken ik niet, maar ik
weet dat er inderdaad een verzameling gebeurt en dat er een
opsplitsing is. Er zijn ook een aantal aanbevelingen. Het is echter niet
steeds even duidelijk wat de commissie zelf aangeeft als pijnpunten
en als voorstellen om deze te verhelpen. Graag had ik uw ideeën en
plannen op dat vlak gekend.
17.03 Sofie Staelraeve (Open
Vld): J'ai connaissance d'une série
de données et d'une répartition. Il
y a toutefois un manque de clarté
en ce qui concerne les pierres
d'achoppement et les propositions
d'amélioration. C'est la raison pour
laquelle il me plairait de connaître
les projets de la ministre.
17.04 Laurette Onkelinx, ministre: Les questions que vous m'avez
posées concernaient aussi le nombre de plaintes; c'est pour cette
raison que je vous renvoyais là-bas.
Il est vrai que depuis sa création, la commission fédérale Droits du
patient a transmis différents avis au ministre de la Santé publique.
Ces avis concernent l'application de l'article 17 nonies de la loi sur les
hôpitaux, le fonctionnement des fonctions de médiation, la
désignation d'un représentant et d'une personne de confiance, l'accès
au dossier des patients, d'un patient décédé, et l'extension du droit de
plainte.
En ce qui concerne les sanctions, il est utile de souligner que l'objectif
de la loi relative aux droits des patients est d'insister sur le partenariat
et la relation de confiance entre le patient et le praticien. Chaque droit
du patient renvoie à l'importance du dialogue entre le patient et le
praticien, et ce sous la forme des relations respectueuses,
d'échanges d'informations, du consentement informé du patient, de la
communication des données du dossier du patient et de la
confidentialité des informations.
Dans le cadre du partenariat, de la relation de confiance et du
dialogue, le législateur a opté en faveur de services de médiation où
les patients peuvent s'adresser avant une quelconque procédure
judiciaire. Le médiateur, toujours selon la philosophie de la loi sur le
droit des patients, a pour mission de favoriser la communication entre
le patient et le praticien, et de négocier pour arriver à une résolution
de conflit éventuel.
En raison de la philosophie de la loi sur le droit des patients, la
possibilité de sanctions pénales ne constitue pas une priorité dans
cette loi. Si le patient estime cependant que la loi sur le droit des
patients n'a pas été respectée, il peut s'adresser, dans l'état actuel
des choses, aux tribunaux civils ou aux instances publiques
compétentes. Dans ce cadre-là, je suis évidemment disposée à
examiner toute proposition qui permettrait d'améliorer l'efficacité de la
loi. Si vous avez vous-même des propositions, je suis vraiment
ouverte à la discussion pour améliorer cette loi qui avait fait l'objet de
17.04
Minister Laurette
Onkelinx: De vragen die u mij
hebt
gesteld
hadden
ook
betrekking op het aantal klachten
en daarom heb ik u naar die site
verwezen.
Sinds haar oprichting heeft de
Federale commissie "rechten van
de patiënt" adviezen verstrekt over
de toepassing van artikel 17novies
van de wet op de ziekenhuizen, de
werking van de ombudsfuncties,
de
aanwijzing
van
een
vertegenwoordiger
en
een
vertrouwenspersoon, de toegang
tot de dossiers van de patiënten,
van een overleden patiënt en de
uitbreiding van het klachtrecht.
Wat de sancties betreft, legt de
wet op de patiëntenrechten de
nadruk op de vertrouwensrelatie
tussen
de
patiënt
en
de
beroepsbeoefenaar. De wetgever
heeft
gekozen
voor
ombudsdiensten
waartoe
de
patiënten zich kunnen wenden
alvorens
enige
gerechtelijke
procedure in te stellen. De taak
van de ombudsman bestaat erin
de communicatie tussen de patiënt
en de beroepsbeoefenaar te
bevorderen en te onderhandelen
om het eventuele conflict op te
lossen. In het licht van die filosofie,
is
de
mogelijkheid
om
strafrechtelijke sancties op te
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
longues discussions au Parlement mais qui est toujours améliorable
évidemment.
leggen geen prioriteit in deze wet.
Indien de patiënt echter meent dat
de wet niet werd nageleefd, kan hij
zich de zaak bij de burgerlijke
rechtbanken aanhangig maken of
zich tot de bevoegde openbare
instanties wenden. In dat kader
ben ik uiteraard bereid elk voorstel
te
onderzoeken
dat
de
doeltreffendheid van de wet zou
kunnen verbeteren.
17.05 Sofie Staelraeve (Open Vld): Mevrouw de minister, ik dank u
hartelijk voor uw antwoord.
Ik ben er mij van bewust dat de wet er na een lange discussie is
gekomen, waar ik toen niet bij was. Ik beschouw mij ook absoluut niet
als een expert ter zake.
De keuze voor dialoog en bemiddeling, die toen werd gemaakt, was
een juiste keuze en gebeurde op basis van correcte overwegingen.
Niettemin is het ook belangrijk dat bedoelde wet en de maatregelen
die worden getroffen om de wet tot een nog betere uitvoering te
brengen, goed worden opgevolgd.
Indien het Parlement en de regering op dat vlak partners kunnen zijn
en samen kunnen zoeken naar initiatieven om het nog beter te doen,
dan is het aan het Parlement om een en ander samen met u op poten
te zetten.
17.05 Sofie Staelraeve (Open
Vld): Je sais que la loi est le
résultat
de
discussions
approfondies et la voie choisie à
l'époque, celle du dialogue et de la
médiation, était la bonne. Il n'en
reste
pas
moins
important
d'assurer aussi le suivi de cette loi
et des mesures tendant à
améliorer encore sa mise en
oeuvre. Il serait positif que le
Parlement et le gouvernement
conjuguent leurs efforts en la
matière pour encore améliorer les
choses. Le Parlement doit prendre
une initiative.
La présidente: Les associations qui représentent les patients ont
d'ailleurs organisé une série de tables rondes desquelles doit ressortir
un document final mais je ne me souviens plus de la date de parution.
Il y aura donc des propositions qui viendront de leur part.
17.06 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Il y a également une commission
officielle d'évaluation de la loi.
17.06 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): Er is eveneens een officiële
commissie voor de evaluatie van
de wet.
17.07 Sofie Staelraeve (Open Vld): Zal er een rapport komen van
deze overlegtafel?
17.07 Sofie Staelraeve (Open
Vld): Zal er een rapport komen van
deze overlegtafel?
La présidente: Normalement oui, mais je ne me souviens plus des
échéances. On peut se renseigner sur la manière dont elles comptent
poursuivre les travaux et envisager un échange.
De voorzitter: Ja. Men zou
moeten nagaan wanneer die
rapporten beschikbaar zijn en
uitwisselingen overwegen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van de heer Luc Goutry aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de erkenning van het beroep van osteopaat" (nr. 4892)
18 Question de M. Luc Goutry à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "la reconnaissance de la profession d'ostéopathe" (n° 4892)</b>
18.01 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, het betreft 18.01 Luc Goutry (CD&V - N-
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
inderdaad de osteopaten. Sinds de wet van 1999, de fameuze wet-
Colla op de niet-conventionele praktijken zoals osteopathie, blijft het
eigenlijk betrekkelijk stil rond de erkenning van de beroepen. Ik denk
daarbij aan homeopathie, chiropractie, osteopathie, acupunctuur,
enzovoort. Het zijn allemaal beroepen die vallen onder de wet van de
niet-conventionele praktijken. Zij moeten nu een erkenning kunnen
krijgen.
Wij hebben in mei 2003 de wet gehad tot bekrachtiging van het KB
van
10 februari 2003
betreffende
de
erkenning
van
de
beroepsorganisaties van beoefenaars van niet-conventionele
praktijken of praktijken die daarvoor in aanmerking kunnen komen.
Heel die procedure van aanvraag, advies en erkenning bij koninklijk
besluit lijkt wel heel veel tijd in beslag te nemen. Klaarblijkelijk gaat
het om zeer ingewikkelde procedures.
Wat specifiek de osteopaten betreft, dan is er op 31 augustus 2007
ook de bekendmaking van het verzoekschrift tot bescherming van de
beroepstitel osteopaat. Dat is nog maar het verzoekschrift waarin de
osteopaten vragen om hun beroepstitel te beschermen. Zij doen dat
op basis van artikel 4 van de wet van 2006 inzake de beroepstitels
van intellectuele beroepen. Het is mevrouw Laruelle, die terzake
bevoegd is.
Ik zou u toch willen vragen of u wat duidelijkheid kunt scheppen in de
procedure van de erkenning van de niet-conventionele beroepen. Hoe
zit het meer bepaald met de osteopaten? Zit een en ander nog vast bij
uw collega Laruelle? Wanneer komt dat bij u terecht? Welke weg
moet nog worden gevolgd vooraleer die erkenning kan worden
gegeven?
Hoe staat het eigenlijk met de aanvraag van beroepstitel op basis van
die wet van minister Colla?
Ik heb daarover een aantal vragen schriftelijk verwoord, die ik nu
graag wil herhalen. Ik hoop dat u mij ter zake enige duidelijkheid zult
kunnen brengen.
VA): Depuis l'adoption en 1999 de
la « loi Colla » relative aux
pratiques non conventionnelles, la
situation
n'évolue
guère
en
matière de reconnaissance de
disciplines
telles
que
l'homéopathie,
la
chiropraxie,
l'ostéopathie, l'acupuncture, etc.
Toute la procédure de demande,
d'avis et de reconnaissance par
arrêté royal semble très longue.
Le 31 août 2007, la requête en
protection du titre professionnel
d'ostéopathe a été publiée. La
ministre pourrait-elle fournir de
plus amples détails sur la
procédure
d'agrément
des
professions non conventionnelles,
en particulier l'ostéopathie? Le
dossier
est-il
toujours
en
possession de sa collègue, Mme
Laruelle, et quand en disposera-t-
elle? Quelles étapes reste-t-il à
franchir en vue de l'obtention de
cet agrément? Qu'en est-il de la
demande d'agrément du titre
professionnel sur la base de la loi
Colla?
18.02 Minister Laurette Onkelinx: De wet van 29 april 1999 heeft tot
doel enerzijds de niet-conventionele praktijken te registreren en
anderzijds de beoefenaars van die praktijken. Vier niet-conventionele
praktijken zijn erkend door de wet zelf, namelijk de osteopathie, de
homeopathie, de chiropractie en de acupunctuur. De Koning kan er
onder voorwaarden nog andere erkennen.
Voor het uitwerken van de algemene normen die van toepassing zijn
op alle niet-conventionele praktijken, en voor de erkenning van
nieuwe moet een paritaire commissie een advies verlenen. De
beslissing wordt daarna bij in de Ministerraad overlegd besluit
genomen. Voor het uitwerken van de voorwaarden die de registratie
van een individuele beoefenaar mogelijk maken, zijn er verscheidene
subcommissies, kamers genoemd, in dit geval een per niet-
conventionele praktijk. Zij moeten advies verlenen aan de
voornaamste paritaire commissie, die dan een advies verstrekt. De
beslissing wordt genomen via een overlegd KB.
De paritaire commissie is voor de helft samengesteld uit artsen die
voorgesteld worden door de faculteiten Geneeskunde, en voor de
18.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: La loi du 29 avril 1999 a
pour but d'enregistrer les pratiques
et
les
praticiens
non
conventionnels. La loi reconnaît
quatre
pratiques
non
conventionnelles:
l'ostéopathie,
l'homéopathie, la chiropraxie et
l'acupuncture. Le Roi peut élargir
cette liste.
Pour l'élaboration de normes
générales
et
l'agrément
de
nouvelles
pratiques,
une
commission paritaire doit formuler
un avis et le Conseil des ministres
prend ensuite un arrêté. Pour
l'élaboration
des
conditions
d'enregistrement d'un praticien
individuel, une sous-commission
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
helft uit beoefenaars van de niet-conventionele praktijk voorgesteld
door de kamers. De kamers zelf zijn samengesteld uit vijf artsen
voorgesteld door de faculteiten Geneeskunde en vijf beoefenaars van
de betrokken niet-conventionele praktijk voorgesteld door de erkende
beroepsorganisaties. Het is niet gemakkelijk, niet?
De erkende beroepsorganisaties zijn groeperingen van beoefenaars
van een praktijk die in aanmerking zou kunnen komen om
gekwalificeerd te worden als niet-conventioneel en die erkend zijn,
indien ze beantwoorden aan diverse voorwaarden vastgelegd bij KB
en ministerieel besluit.
Op dit ogenblik zijn er tien beroepsorganisaties, waarvoor de
erkenningsprocedure volledig is afgerond. Drie beroepsorganisaties
zijn al erkend bij KB, maar er moet nog een bekrachtiging gebeuren
bij wet overeenkomstig artikel 4 van de wet van april 1999. De
volledige inwerkingtreding van de wet is afhankelijk van de
uitvaardiging van een reeks besluiten. Zo moet er vooraleer wordt
overgegaan tot het einddoel van de wet, namelijk de individuele
registratie van de beoefenaars van niet-conventionele praktijken, nog
een reeks uitvoeringsbesluiten worden genomen, met name inzake de
organisatie en de werking van de paritaire commissie en van de
kamers en inzake de modaliteiten die de registratie van zowel de niet-
conventionele praktijk als van de individuele beoefenaars mogelijk
maken. De paritaire commissie en de kamers moeten bovendien nog
opgericht worden. Ik heb hiertoe aan mijn administratie gevraagd om
mij een precieze stand van zaken van de situatie op te stellen, deels
dankzij uw vragen.
Wat tot slot de wet van 24 september 2006 betreft, op
31 augustus 2007 is er inderdaad in het Staatsblad, op vraag van
verschillende beroepsorganisaties van osteopaten, een verzoek
verschenen voor het beschermen van de beroepstitel van osteopaat
overeenkomstig de kaderwet van september 2006 betreffende het
voeren van de beroepstitel van een dienstverlenend intellectueel
beroep en het voeren van de beroepstitel van een ambachtelijk
beroep.
Zoals u zei, is minister Laruelle daarvoor bevoegd. Een contact met
de bevoegde dienst van de administratie heeft geleerd dat het dossier
momenteel voor advies voorligt bij de Hoge Raad voor de
Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen. Men
heeft mij verzekerd dat de Hoge Raad in de komende weken een
advies zou geven. De toepassing en uitvoering van de wet van 2006
behoort dus tot de bevoegdheid van minister Laruelle.
Ik kan alvast zeggen dat de erkenning die in het kader van de wet kan
worden verkregen, volledig los moet worden gezien van een
eventuele registratie in het kader van de wet-Colla. Een eventuele
erkenning in het kader van de wet van 2006 is dus absoluut geen
voorteken van de eventuele uitoefening van de osteopathie,
overeenkomstig de wet-Colla
unique pour chaque pratique non
conventionnelle
-
également
appelée chambre - transmet un
avis à la commission paritaire. La
décision est alors prise par le biais
d'un arrêté royal délibéré.
La
commission
paritaire
se
compose pour moitié de médecins
et pour moitié de praticiens non
conventionnels. Ces derniers sont
présentés par les chambres, elles-
mêmes composées de cinq
médecins et cinq praticiens non
conventionnels. Ils sont alors
encore une fois présentés par les
organisations
professionnelles
agréées: les groupements de
praticiens
qui
peuvent
être
reconnus pour leur pratique non
conventionnelle.
La procédure d'agrément est
actuellement terminée pour dix
organisations
professionnelles.
Trois
organisations
professionnelles sont déjà agréées
par arrêté royal, mais une
ratification légale doit encore
intervenir.
L'entrée en vigueur de la loi est
subordonnée à la promulgation
d'une série d'arrêtés d'exécution.
Ainsi, pour que les praticiens de
pratiques non conventionnelles
puissent être enregistrés, des
arrêtés
doivent
être
pris
concernant l'organisation et le
fonctionnement de la commission
paritaire et des chambres ainsi
que
les
modalités
d'enregistrement de la pratique
non
conventionnelle
et
des
praticiens
individuels.
La
commission
paritaire
et
les
chambres doivent encore être
créées.
Le 31 août 2007, une requête en
protection du titre professionnel
d'ostéopathe a été publiée au
Moniteur belge à la demande de
plusieurs
organisations
professionnelles
d'ostéopathes,
conformément à la loi-cadre du
24 septembre 2006. Cette matière
relève toutefois de la compétence
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
de la ministre Laruelle. Le dossier
a été soumis pour avis au Conseil
Supérieur des Indépendants et
des PME. Cet avis devrait être
disponible
dans
quelques
semaines. La mise en oeuvre de la
loi de 2006 ressortit donc à la
compétence de Mme Laruelle. La
reconnaissance obtenue dans le
cadre de cette loi doit toutefois
être dissociée d'un enregistrement
éventuel dans le cadre de la loi
Colla.
Une
reconnaissance
éventuelle dans le cadre de la loi
de 2006 n'augure donc pas de
l'exercice éventuel de l'ostéopathie
conformément à la loi Colla.
18.03 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, ik probeer het een beetje te begrijpen. Er zijn dus
eigenlijk twee procedures, enerzijds bij de minister van Middenstand,
mevrouw Laruelle, voor de erkenning van een vrij, intellectueel beroep
en anderzijds de erkenning voor Volksgezondheid op basis van de
niet-conventionele praktijk, de wet-Colla.
18.03 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): Deux procédures d'agrément
coexistent donc. Du côté de la
ministre Laruelle, des avancées
ont été engrangées, mais en ce
qui concerne la mise en oeuvre de
la loi Colla, on n'a guère
progressé, puisque la commission
paritaire et les chambres doivent
encore être installées.
18.04 Laurette Onkelinx, ministre: L'un n'emporte pas
nécessairement l'autre!
18.05 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Bij minister Laruelle gaat het nu
vooruit, maar dan moet er nog een procedure komen in het raam van
de wet-Colla. Daarvoor zijn er nog problemen omdat zelfs de paritaire
commissies en de kamers nog moeten worden opgericht, als ik het
goed begrijp?
18.06 Laurette Onkelinx, ministre: C'est ce que j'ai dit! À la suite de
votre question, j'ai demandé un état de la situation. Ik wacht op een
stand van zaken van mijn administratie en een voorstel voor la mise
en place de ces commissions.
18.07 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Zult u zelf ook initiatieven nemen
om die paritaire commissies en kamers op te richten? De erkenning
volgens de wet-Colla is natuurlijk uw bevoegdheid. Daarvoor moeten
dus nog stappen worden gezet.
18.08 Laurette Onkelinx, ministre: Absolument! C'est une loi
intéressante, mais extrêmement complexe avec énormément
d'étapes!
La présidente: Elle est un peu basée sur la peur...
18.09 Laurette Onkelinx, ministre: Pas seulement sur la peur! Il y a
des normes de qualité, de financement, etc.
18.10 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Dat men voorzichtig is, is te
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
begrijpen. Dat was ook de bedoeling van de wet, maar de wet mag
zichzelf ook niet obstrueren. Het moet mogelijk zijn om de
erkenningen te kunnen hebben. Dat staat dan nog helemaal los van
de terugbetalingen, want dat is dan weer een ander hoofdstuk. Dat is
voor het RIZIV.
Nu gaat het om de erkenning tot uitoefening van het beroep.
18.11 Laurette Onkelinx, ministre: Cela figure parmi la liste
d'arrêtés royaux que je dois encore prendre! Ce n'est pas triste!
18.11
Minister Laurette
Onkelinx: Dat staat op de lijst met
de acht koninklijke besluiten die
nog niet werden uitgevaardigd!
18.12 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Pour appliquer la loi?
La présidente: Pour l'ensemble des pratiques non conventionnelles!
18.13 Laurette Onkelinx, ministre: L'arrêté royal relatif à
l'organisation et au fonctionnement de la commission paritaire; l'arrêté
royal relatif à l'organisation et au fonctionnement des chambres qui
seront créées pour pratiques non conventionnelles; l'arrêté royal
précisant la composition de la commission paritaire; l'enregistrement
par le Roi des pratiques non conventionnelles pour lesquelles une
chambre a été créée; l'arrêté royal déterminant les conditions
générales qui valent pour l'exercice de toutes les pratiques non
conventionnelles;
un
arrêté
royal
portant
les
conditions
d'enregistrement individuel d'une pratique non conventionnelle; un
arrêté royal portant l'enregistrement individuel de praticiens aux
pratiques non conventionnelles; un arrêté royal portant nomination
des membres des différentes chambres et de la commission paritaire.
Je pense qu'il s'écoulera encore un petit temps, même si je vais
évidemment imprimer une dynamique en la matière, avant que
l'utilisateur puisse faire appel à une protection légale
18.13
Minister Laurette
Onkelinx: Ik denk dat er nog een
klein beetje tijd zal overgaan
vooraleer men een wettelijke
bescherming kan inroepen. Ik wil
beslist vooruitgang boeken, maar
alles hangt ook af van het werk
van de administratie.
18.14 Luc Goutry (CD&V - N-VA): En u drukt de wil uit om die
uitvoeringsbesluiten te nemen?
18.15 Laurette Onkelinx, ministre: Ma volonté est d'avancer. J'ai la
volonté d'avancer, mais cela dépend également du travail de mon
administration. Je ne vais pas m'enfermer dans des...
18.16 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Je comprends! Mais si on
manque de volonté politique...
18.17 Laurette Onkelinx, ministre: Je demanderai (...) les
documents ont été transmis à mon administration!
18.18 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Als we geen politieke wil hebben,
komen we zeker niet vooruit. U hebt de politieke wil om dat in
concordantie met uw administratie te doen.
18.18 Luc Goutry (CD&V - N-
VA):
Men
moet
voorzichtig
handelen, maar de wet mag er niet
de oorzaak van zijn dat geen
vooruitgang meer mogelijk is.
Gelukkig is de politieke wil er om
de uitvoeringsbesluiten uit te
vaardigen.
18.19 Minister Laurette Onkelinx: Is dat ook uw wil?
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
18.20 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Dat is ook mijn wil. Het is immers
beter dat een wet ook kan worden uitgevoerd. Dat is evident.
Daarover zijn we het eens.
La présidente: Peut-on imaginer une reconnaissance et une
protection du titre sans que les dispositions soient prises pour la
reconnaissance de l'ostéopathie par exemple? Dans ce cas, il faudrait
telle formation, telle garantie de fonctionnement. N'est-ce pas
nécessaire pour l'obtention du titre?
De voorzitter: Zijn een erkenning
en
bescherming
van
de
beroepstitel denkbaar, zonder dat
er maatregelen worden genomen
voor de erkenning van osteopathie
bijvoorbeeld?
18.21 Laurette Onkelinx, ministre: Ce serait possible, mais ce serait
inopérant!
18.21
Minister
Laurette
Onkelinx: Dat zou mogelijk zijn,
maar het zou wel ondoeltreffend
zijn!
18.22 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Dat is precies de wet-Colla, om
die beroepstitel te kunnen krijgen. Men moet een erkenning en een
beroepstitel krijgen. De wet-Laruelle bepaalt hoe men het beroep kan
uitoefenen als vrij beroep. Alles is gelinkt aan alles, klaarblijkelijk.
Het is een interessant antwoord, dat we op die manier verder kunnen
opvolgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van de heer Luc Goutry aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de werkgroep 'radio-isotopen'" (nr. 4944)
19 Question de M. Luc Goutry à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "le groupe de travail 'radio-isotopes'" (n° 4944)</b>
19.01 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, de
Belgische ziekteverzekering betaalt voor radio-isotopen voor medisch
gebruik soms meer dan het dubbele van wat in onze buurlanden
wordt betaald, terwijl deze radio-isotopen die onder meer worden
gebruikt bij de behandeling van kanker, vaak precies in België worden
geproduceerd. Dit blijkt uit een studie van het Federaal
Kenniscentrum voor Gezondheidszorg, dat een aanpassing
aanbeveelt van de financieringswijze.
Terwijl de uitgaven voor diagnostische radio-isotopen de laatste jaren
met 7% stegen, namen die voor isotopen voor kankerbehandelingen
met 300% toe, zijnde van 2 miljoen euro naar zo'n 7 miljoen euro.
Deze stijging wordt het meest veroorzaakt door de implantatie van
radioactieve jodiumzaadjes voor de behandeling van prostaatkanker.
In België bedraagt de kostprijs voor deze radio-isotoop meestal
6.900 euro. In Nederland en Frankrijk betaalt men maar ongeveer
3.600 euro, terwijl de radio-isotopen vaak precies vanuit ons land
worden ingevoerd. Dit is iets zeer raars.
Het Kenniscentrum stelt twee opties voor om de financiering van
therapeutische radio-isotopen aan te passen. Ofwel vergoedt men die
radio-isotopen als onderdeel van een forfaitair bedrag dat zowel de
honoraria als de isotopen en de andere noodzakelijke kosten dekt,
ofwel behoudt men de terugbetaling op de factuur, maar dan met een
door het RIZIV bepaalde terugbetaling die in de lijn ligt van de
19.01 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): Il ressort d'une étude réalisée
par le Centre fédéral d'expertise
des soins de santé (KCE) que les
radio-isotopes à usage médical
coûtent parfois deux fois plus cher
à l'assurance-maladie en Belgique
qu'à l'étranger, alors qu'ils sont
souvent produits dans notre pays.
Le KCE recommande dès lors une
adaptation du financement de ces
radio-isotopes. Alors que les
dépenses pour radio-isotopes à
usage diagnostique ont augmenté
de 7 % au cours des dernières
années,
les
dépenses
pour
isotopes thérapeutiques utilisés
dans les traitements contre le
cancer sont passées de 2 millions
à 7 millions d'euros, soit un bond
de 300 %. Le KCE propose deux
pistes: soit le remboursement des
radio-isotopes dans le cadre d'un
montant forfaitaire incluant tant les
honoraires
et
l'isotope
que
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
internationaal geldende prijzen. Deze problematiek zou eigenlijk
misschien best binnen de werkgroep radio-isotopen van het RIZIV
kunnen opgevolgd worden, want die bestaat; de zogenaamde
vroegere technische raad van farmaceutische specialiteiten.
Is de werkgroep die dat zou moeten nazien, geïnstalleerd? Zo niet,
waarom niet? Wie volgt eigenlijk de problematiek op van de radio-
isotopen?
l'ensemble
des
autres
frais
exposés, soit le maintien du
système actuel mais avec un
remboursement fixé par l'INAMI
correspondant aux prix en vigueur
à l'étranger. Le groupe de travail
Radio-isotopes a-t-il déjà été
installé?
Dans
la
négative,
pourquoi? Dans ce cas, quelle
instance assure le suivi de ce
dossier?
19.02 Laurette Onkelinx, ministre: M. Goutry pose des questions
qui permettent de prendre des dossiers qui sont en dessous de la pile
pour les remettre au-dessus. C'est intéressant.
19.03 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Je ne doute pas que vous ayez
beaucoup de travail mais le Parlement est impatient de connaître
votre réponse.
19.04 Laurette Onkelinx, ministre: C'est très bien mais il y a des
dossiers dont je n'avais pas connaissance.
C'est grâce à des parlementaires expérimentés que les nouveaux
ministres prennent conscience de l'urgence de certains dossiers.
La présidente: Il en profite.
19.05 Laurette Onkelinx, ministre: Un peu.
Il est vrai que le conseil technique des radio-isotopes a été instauré
par l'arrêté royal du 28 décembre 2006. Comme il y a eu des
problèmes pour la nomination des organisations professionnelles
représentatives qui siègent dans ce conseil, il ne s'est pas encore
réuni.
Le suivi des radio-isotopes se fait donc comme pour toutes les autres
prestations, par l'INAMI. Dès que le conseil technique des radio-
isotopes sera composé, je demanderai au conseil de me faire
parvenir une proposition concernant une façon nouvelle ou modifiée
de rembourser les radio-isotopes.
Il me semble important que le conseil tienne compte entre autres du
rapport du Centre d'expertise dans le développement de cette
proposition.
Il faut donc avant tout que ce conseil se réunisse.
19.05
Minister
Laurette
Onkelinx: De Technische Raad
voor radio-isotopen werd ingesteld
bij het koninklijk besluit van 28
december 2006. Aangezien er zich
problemen hebben voorgedaan op
het stuk van de benoeming van de
vertegenwoordigers
van
de
representatieve
beroepsverenigingen die in die
Raad zitting hebben, is hij nog niet
bijeengekomen. Zodra die Raad
zal zijn samengesteld, zal ik hem
vragen mij een voorstel te
bezorgen met betrekking tot de
terugbetaling in het kader van het
gebruik van radio-isotopen. Ik vind
het belangrijk dat de Raad onder
meer rekening zou houden met
het
rapport
van
het
Kenniscentrum.
19.06 Luc Goutry (CD&V - N-VA): C'est la raison pour laquelle j'ai
posé cette question.
19.07 Laurette Onkelinx, ministre: Comme je viens de vous le dire,
cela va permettre certainement de faire avancer le schmilblick.
19.08 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Ik heb er alle begrip voor. U bent
nog niet zo lang minister van Volksgezondheid. U hebt veel werk voor
19.08 Luc Goutry (CD&V - N-VA):
L'impact financier de ce dossier
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
de boeg, maar het is natuurlijk wel belangrijk, omdat het ook een
kwestie van centen is. Wij voeren de radio-isotopen uit naar andere
landen, zoals Nederland en Duitsland. Daar kosten ze veel minder
dan hetgeen wij betalen voor onze eigen radio-isotopen. Daarover
moet dus absoluut op het niveau van RIZIV overlegd en getrancheerd
worden, zodat wij die centen in het systeem kunnen houden. Het is
toch al te gek dat wij ze zelf produceren en zo duur aan onszelf
zouden verkopen.
Mevrouw de minister, zoals bij andere dossiers zal ik ook de vrijheid
nemen om het dossier bij herhaling voor te leggen, de manière qu'on
peut faire avancer les choses. Je vous remercie pour votre réponse.
est important. Les radio-isotopes
que nous exportons coûtent
beaucoup moins cher à l'étranger.
N'est-il pas surréaliste qu'ils
coûtent plus cher chez nous?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Vraag van de heer Luc Goutry aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het chronisch vermoeidheidssyndroom" (nr. 4945)
20 Question de M. Luc Goutry à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "le syndrome de fatigue chronique" (n° 4945)</b>
20.01 Luc Goutry (CD&V - N-VA): À la fin d'une après-midi pareille,
on est un peu fatigué.
Wat het chronisch vermoeidheidssyndroom betreft, in 2002 heeft het
RIZIV een overeenkomst gesloten met vijf referentiecentra binnen de
universitaire ziekenhuizen. Het was de heer Vandenbroucke die dat
indertijd heeft gedaan. Het gaat om vijf centra waar patiënten kunnen
behandeld worden. Er is een quotum op geplaatst, er is een bepaalde
nomenclatuur voor voorzien enzovoort. De werking van die centra
werd in 2006 geëvalueerd door vertegenwoordigers van de centra en
de ziekenfondsen, wat men de Akkoordraad noemt. Het rapport is
vooral gebaseerd op de gegevens die de centra registreerden in de
periode vanaf de start tot 31 december 2004. Omdat het nieuw en
experimenteel was, heeft men de behandelingen en de resultaten
proberen te registreren om te zien of die referentiecentra nut hebben
en men de behandelingen kan vermenigvuldigen. Er zijn immers
wachtlijsten en niet iedereen kan aan zo'n behandeling beginnen.
Uw voorganger, de heer Demotte, kondigde in oktober 2006 aan dat
de conclusies van dat rapport zouden gebruikt worden ter bijsturing
van het beleid inzake CVS, het chronisch vermoeidheidssyndroom. Ik
denk dat het een normaal antwoord is als een minister zegt dat hij
eerst gaat wachten op de conclusies van het evaluatierapport om te
zien wat er moet gebeuren. Het college van geneesheren-directeurs
van het RIZIV zal deze beleidsaanbevelingen daarna verwerken in
een beleidsplan.
Vandaar mijn vragen, mevrouw de minister. Wat waren de
belangrijkste conclusies van de evaluatie van de zogenaamde
Akkoordraad? Op welke manier werden ze omgezet ter bijsturing van
het beleid inzake het chronisch vermoeidheidssyndroom? Is het
advies van de Hoge Gezondheidsraad over wat er nu verder moet
gebeuren op het vlak van CVS en wat de krachtlijnen moeten zijn al
klaar? Komt er een nieuwe studie of evaluatie aangezien de gebruikte
gegevens dateren van de periode 2002-2004? Aangezien het
intussen al 2008 is, is het misschien nuttig als ook de laatste vier
jaren kunnen geregistreerd en geëvalueerd worden.
20.01 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): L'INAMI a conclu en 2002
une convention avec cinq centres
de
référence
SFC.
Le
fonctionnement de ces centres a
été évalué en 2006 par le Conseil
d'accord. La politique mise en
oeuvre en matière de SFC devrait
être corrigée sur la base des
conclusions de cette évaluation.
Quelles sont les principales
conclusions de cette évaluation?
Quelles
corrections
seront
apportées
à
la
politique
actuellement mise en oeuvre?
Une nouvelle étude concernant les
données postérieures à 2004
sera-t-elle réalisée?
29/04/2008
CRIV 52
COM 188
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
60
20.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, het rapport
van 2006 over de referentiecentra voor het syndroom van chronische
vermoeidheid toont zowel een aantal positieve gevolgen aan van de
erkenning van die centra als een aantal zaken die minder goed lopen.
Positief is zeker dat de zorg voor patiënten met die ernstige
aandoening een officieel karakter gekregen heeft. Patiënten kunnen
in de referentiecentra terecht voor een wetenschappelijke, orthodoxe
en betaalbare behandeling. Die behandeling leidt op een aantal
vlakken van functioneren van de patiënten ook tot een significante
verbetering.
Minder goed is dat die verbeteringen zich niet op alle vlakken,
waaronder dat van het sociaalprofessioneel functioneren, en niet bij
alle patiënten even sterk manifesteren.
Er blijken zich eveneens enkele andere problemen voor te doen. In
sommige centra zouden onder meer wachtlijsten bestaan om een
revalidatieprogramma te kunnen aanvatten.
Het RIZIV heeft aan de Hoge Gezondheidsraad gevraagd om
rekening houdend met de bevindingen van het rapport en de huidige
wetenschappelijke stand van zaken, een advies op te stellen over de
zorgverlening voor de bedoelde patiënten. De Hoge Gezondheidsraad
werkt daarvoor samen met het federaal Kenniscentrum. Het advies
wordt medio dit jaar verwacht.
Het is de bedoeling om het bestaande beleid ter zake dan te
evalueren in het licht van dat advies. Die reflectie, het overleg dat
ermee gepaard zal gaan, en zeker ook de mogelijke aanpassingen
van de huidige reglementering en de uitwerking van eventuele nieuwe
reglementeringen, zullen vermoedelijk nog enige tijd in beslag nemen.
Ondertussen blijven de bestaande overeenkomsten in principe van
kracht.
Mijnheer Goutry, u had gevraagd of het beleid ondertussen al is
bijgestuurd. Welnu, enerzijds lijkt het me niet opportuun om al grote
beleidswijzigingen door te voeren zolang het advies van de Hoge
Gezondheidsraad nog niet bekend is. Anderzijds kan ik wel melden
dat, omwille van het probleem van de wachtlijsten, het
zorgprogramma dat de patiënten in de centra doorlopen licht werd
aangepast, zodanig dat die programma's in totaal minder tijd in beslag
zouden moeten nemen.
Nieuwe patiënten zouden dan minder lang moeten wachten om hun
programma te kunnen aanvatten.
Ten slotte zijn er op dit moment nog geen plannen voor een nieuwe
studie of evaluatie. Dat lijkt mij ook niet zinvol zolang er geen grote
beleidswijzigingen zijn. Men mag ook niet vergeten dat de realisatie
van evaluatiestudies een bijzonder tijdsintensieve opdracht is die ten
koste kan gaan van andere opdrachten van het RIZIV. Het uitvoeren
van dergelijke studies moet dan ook goed overwogen worden.
20.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Le rapport de 2006 relatif
aux centres de référence SFC met
en évidence, d'une part, les effets
positifs de l'agrément de ces
centres et, d'autre part, l'existence
d'une série de problèmes. La
reconnaissance
officielle
du
traitement de cette maladie grave
et l'accès des patients à un
traitement médical orthodoxe et
abordable sur le plan financier
constituent
évidemment
des
éléments positifs. Par ailleurs, le
traitement
aboutit
à
une
amélioration
sensible
de
la
perception subjective des effets la
maladie par les patients. Cette
amélioration ne se manifeste
toutefois pas avec la même acuité
chez l'ensemble des patients et
l'influence sur le fonctionnement
socioprofessionnel de ces derniers
est faible. De même, dans certains
centres, la liste d'attente pour
l'accès à un programme de
revalidation est longue.
L'INAMI a invité le Conseil
supérieur de la santé a émettre un
avis en collaboration avec le
Centre fédéral d'expertise. Sur la
base de cet avis, qui devrait être
rendu à la mi-2008, la politique
actuellement mise en oeuvre sera
évaluée et, le cas échéant,
corrigée.
En ce qui concerne le problème
des
listes
d'attente,
les
programmes de traitement ont été
adaptés pour être écourtés.
Une nouvelle étude, qui pourrait
notamment
porter
sur
l'investissement en temps et en
personnel que représente le SFC
pour l'INAMI, n'est actuellement
pas prévue.
20.03 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, ik dank u
voor het interessante antwoord. Op die manier plaatsen wij het
opnieuw op de politieke agenda. Het is belangrijk, want er zijn veel
20.03 Luc Goutry (CD&V - N-VA):
Je me réjouis que l'on s'attèle au
problème des listes d'attente et
CRIV 52
COM 188
29/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
61
mensen die ermee te maken hebben.
Het is ook belangrijk dat er geen wachtlijsten zijn, dat er een gelijke
toegang is voor alle patiënten en dat iedereen op de best mogelijke
behandeling, volgens de stand der wetenschappen, aanspraak kan
maken. Het klopt dat studies veel tijd vergen. Wij moeten ervoor
opletten niet steeds studies en evaluaties te vragen, want dat vraagt
ook veel tijd en geld.
Op basis van de studie 2002-2004 zou men natuurlijk ook een studie
2004-2007 kunnen maken, zonder veel bijkomend werk, omdat men
de registratieapparatuur al heeft. Het zou interessant kunnen zijn, als
er beleidsbeslissingen moeten worden getroffen, om zo breed
mogelijk te evalueren wat er allemaal gebeurd is de voorbije jaren. Ik
kan mij voorstellen dat de periode 2002-2004 wel een beetje anders is
dan de periode 2004-2007. Men was toen natuurlijk al verder
geëvolueerd. Het strekt tot aanbeveling om ook voor die periode de
resultaten goed op te volgen en te registreren, zodat wij nadien de
juiste beleidsbeslissingen kunnen nemen.
que les patients aient accès au
meilleur traitement possible. Pour
le surplus, il me semble que
compléter l'étude existante, qui
porte sur la période 2002-2004,
par une étude couvrant les années
2004-2007 ne devrait pas prendre
tellement de temps.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.52 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17.52 heures.