KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 204
CRIV 52 COM 204
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
INNENLANDSE
Z
AKEN
,
DE ALGEMENE
Z
AKEN EN HET
O
PENBAAR
A
MBT
C
OMMISSION DE L
'I
NTERIEUR
,
DES
A
FFAIRES
GENERALES ET DE LA
F
ONCTION PUBLIQUE
woensdag
mercredi
07-05-2008
07-05-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Samengevoegde vragen van
1
Questions jointes de
1
- mevrouw Mia De Schamphelaere aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de federatie
Wallonië-Brussel" (nr. 4770)
1
- Mme Mia De Schamphelaere au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la fédération Wallonie-
Bruxelles" (n° 4770)
1
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen en aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de federatie Wallonië-
Brussel" (nr. 4781)
1
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles et au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la fédération Wallonie-
Bruxelles" (n° 4781)
1
Sprekers: Bart Laeremans, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen, Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bart Laeremans, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et
des
Réformes
institutionnelles, Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Roel Deseyn aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het lot van de voorposten van de
civiele
bescherming
in
West-Vlaanderen"
(nr. 4194)
8
Question de M. Roel Deseyn au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le sort des
avant-postes de la protection civile en Flandre
occidentale" (n° 4194)
8
Sprekers: Roel Deseyn, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Roel Deseyn, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Roel Deseyn aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de Belgische standaard van en het
parlementaire toezicht op het systeem van de
elektronische identiteitskaart" (nr. 4196)
10
Question de M. Roel Deseyn au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la norme
belge pour la carte d'identité électronique et le
contrôle parlementaire à ce sujet" (n° 4196)
11
Sprekers: Roel Deseyn, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken, Zoé Genot, Jean-Luc
Crucke
Orateurs: Roel Deseyn, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur, Zoé
Genot, Jean-Luc Crucke
Samengevoegde vragen van
14
Questions jointes de
14
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de gerechtelijke achterstand bij de Raad van
State" (nr. 4286)
14
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'arriéré juridictionnel au
Conseil d'État" (n° 4286)
14
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "de
behandelingstermijn van de dossiers bij de Raad
van State" (nr. 5020)
14
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "les délais de traitement
des dossiers au Conseil d'État" (n° 5020)
14
Sprekers: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
16
Questions jointes de
15
- mevrouw Linda Musin aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de gerechtelijke secties van de wegpolitie"
(nr. 4410)
16
- Mme Linda Musin au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "les sections judiciaires
de la police des autoroutes" (n° 4410)
15
- mevrouw Corinne De Permentier aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de begrotingsbeperkingen bij de
federale politie en de gevolgen voor de
verkeersveiligheid" (nr. 4417)
16
- Mme Corinne De Permentier au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
restrictions budgétaires au sein de la police
fédérale et les conséquences pour la sécurité
routière" (n° 4417)
15
- de heer David Geerts aan de vice-eerste 16
- M. David Geerts au vice-premier ministre et 15
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de werking van de federale politie" (nr. 4922)
ministre de l'Intérieur sur "le fonctionnement de la
police fédérale" (n° 4922)
Sprekers: Corinne De Permentier, Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Corinne De Permentier, Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de efficiëntie van het noodnummer
101" (nr. 4437)
17
Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'efficacité du
numéro d'appel d'urgence 101" (n° 4437)
17
Sprekers: Xavier Baeselen, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Xavier Baeselen, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
19
Questions jointes de
19
- de heer Olivier Maingain aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de financiële tenlasteneming door de Brusselse
politiezones
van
de
kosten
voor
politieaanwezigheid bij manifestaties met een
privékarakter" (nr. 4636)
19
- M. Olivier Maingain au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la prise en charge par
les zones de police bruxelloises des coûts liés à
la présence policière dans le cadre de
manifestations d'ordre privé" (n° 4636)
19
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de toestand van het Fonds van de Europese
Topontmoetingen" (nr. 4661)
19
- M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la situation du Fonds
des sommets européens" (n° 4661)
19
- mevrouw Karine Lalieux aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het
beheer
van
het
fonds
Europese
toponmoetingen door de FOD Binnenlandse
zaken" (nr. 4800)
19
- Mme Karine Lalieux au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la gestion du fonds
sommets européens par le SPF Intérieur"
(n° 4800)
19
Sprekers:
Xavier
Baeselen,
Olivier
Maingain,
Patrick
Dewael, vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Xavier Baeselen, Olivier Maingain,
Patrick Dewael, vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Maya Detiège aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het optreden van Benny Hinn in het
Sportpaleis in Antwerpen" (nr. 4674)
25
Question de Mme Maya Detiège au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le show de
Benny Hinn au Sportpaleis d'Anvers" (n° 4674)
25
Sprekers: Maya Detiège, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Maya Detiège, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
30
Questions jointes de
30
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "de
afwezigheid van spoedartsen voor de begeleiding
van de leden van de dienst interventie van de
bijzondere eenheden van de Federale Politie"
(nr. 4685)
30
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'absence de médecins
urgentistes accompagnant les membres du
service intervention des unités spéciales de la
Police fédérale" (n° 4685)
30
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "het
niet voorhanden zijn van operationele logistieke
steun voor de opdrachten van het Speciaal
Interventie Eskadron (SIE) van de Speciale
eenheden van de federale politie (CGSU)"
(nr. 4969)
30
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'absence de logistique
opérationnelle de terrain lors des missions de
l'Escadron spécial d'intervention (ESI) des Unités
spéciales de la police fédérale (CGSU)" (n° 4969)
30
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "de
noodzakelijke bescherming van de identiteit van
de leden van het Speciaal Interventie Eskadron
(SIE) van de Speciale eenheden van de federale
politie (CGSU) en de problematiek van de
bescherming van de nummerplaten van hun
30
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la nécessaire protection
de l'identité des membres de l'Escadron spécial
d'intervention (ESI) des Unités spéciales de la
police fédérale (CGSU) et la problématique de la
protection des plaques d'immatriculation de leurs
véhicules personnels" (n° 4970)
30
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
persoonlijke voertuigen" (nr. 4970)
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "het
niet voorhanden zijn van een eigen schietstand
voor het personeel van het Speciaal Interventie
Eskadron (SIE) van de Speciale eenheden van de
federale politie (CGSU)" (nr. 4971)
30
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'absence de stand de
tir propre au personnel de l'Escadron spécial
d'intervention (ESI) des Unités spéciales de la
police fédérale (CGSU)" (n° 4971)
30
Sprekers: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het preventieplan naar aanleiding
van de zelfdodingen in het politiekorps" (nr. 4690)
34
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le plan de
prévention établi à la suite des suicides au sein
du corps de police" (n° 4690)
34
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de betaling van de overuren aan de
politieagenten die instaan voor de veiligheid op
het openbaar vervoer in Brussel" (nr. 4692)
35
Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le paiement
des heures supplémentaires aux policiers pour
assurer la sécurité dans les transports à
Bruxelles" (n° 4692)
35
Sprekers: Xavier Baeselen, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Xavier Baeselen, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Pierre-Yves Jeholet aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het probleem van de 'drugs runners'"
(nr. 4621)
37
Question de M. Pierre-Yves Jeholet au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
problématique des 'drugs runners'" (n° 4621)
37
Sprekers: Pierre-Yves Jeholet, Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken, Olivier Maingain
Orateurs: Pierre-Yves Jeholet, Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur, Olivier Maingain
Vraag van de heer Willem-Frederik Schiltz aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de informatie over het Europees
alarmnummer 112" (nr. 4671)
39
Question de M. Willem-Frederik Schiltz au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'information
relative
au
numéro
d'appel
d'urgence européen 112" (n° 4671)
39
Sprekers: Willem-Frederik Schiltz, Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Willem-Frederik Schiltz, Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van mevrouw Katia della Faille de
Leverghem aan de vice-eerste minister en
minister van Binnenlandse Zaken over "een chip
in de identiteitskaart waaruit blijkt dat men
organen doneert" (nr. 4748)
40
Question de Mme Katia della Faille de Leverghem
au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
sur "une puce incorporée dans la carte d'identité
qui indiquerait que l'on est donneur d'organes"
(n° 4748)
40
Sprekers: Katia della Faille de Leverghem,
Patrick Dewael, vice-eerste minister en
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Katia della Faille de Leverghem,
Patrick Dewael, vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Bart Laeremans aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
over
"de
klachten
van
ambassadepersoneel inzake de veiligheid in
Brussel" (nr. 4753)
42
Question de M. Bart Laeremans au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les plaintes
formulées par le personnel de certaines
ambassades à propos de la sécurité à Bruxelles"
(n° 4753)
43
Sprekers: Bart Laeremans, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bart Laeremans, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
46
Questions jointes de
46
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de gevaarlijke situatie op en rond de
Bergensesteenweg in Anderlecht" (nr. 4754)
46
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la situation dangereuse
sur la chaussée de Mons et alentour à
Anderlecht" (n° 4754)
46
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het algemene gedoogbeleid in Kuregem"
(nr. 4941)
46
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la politique de tolérance
généralisée à Cureghem" (n° 4941)
46
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het akkoord dat gesloten werd met de minister
van Justitie over Kuregem" (nr. 5066)
46
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'accord conclu avec le
ministre de la Justice concernant Cureghem"
(n° 5066)
46
Sprekers: Bart Laeremans, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bart Laeremans, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
52
Questions jointes de
52
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de merkwaardige tegenstellingen in de cijfers
over de taalkennis bij de Brusselse politie"
(nr. 4756)
52
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "les contradictions
étonnantes que présentent les chiffres relatifs aux
connaissances linguistiques au sein de la police
de Bruxelles" (n° 4756)
52
- de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "de
tweetaligheid van het administratief en logistiek
personeel van de politie van het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest" (nr. 4951)
52
- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "le bilinguisme du
personnel administratif et logistique de la police
de la Région de Bruxelles-Capitale" (n° 4951)
52
Sprekers: Bart Laeremans, Jan Jambon,
Patrick Dewael, vice-eerste minister en
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bart Laeremans, Jan Jambon,
Patrick Dewael, vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
56
Questions jointes de
56
- de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de private bewakingsfirma's" (nr. 4763)
56
- M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre
et ministre de l'Intérieur sur "les entreprises de
gardiennage privées" (n° 4763)
56
- mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de sector van de bewakingsfirma's" (nr. 4792)
56
- Mme Josée Lejeune au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "le secteur des
entreprises de gardiennage" (n° 4792)
56
Sprekers: Robert Van de Velde, Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Robert Van de Velde, Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de beleidsnota rond private
veiligheidsfirma's
en
veiligheidsdiensten"
(nr. 4762)
59
Question de M. Robert Van de Velde au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
note politique au sujet des entreprises de sécurité
et des services de sécurité privés" (n° 4762)
59
Sprekers: Robert Van de Velde, Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Robert Van de Velde, Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "onaangepaste woningen die
sommige personen als officiële woonplaats
krijgen toegewezen" (nr. 4830)
61
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
domiciliation de personnes dans des logements
inadaptés" (n° 4830)
61
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
63
Questions jointes de
63
- mevrouw Valérie De Bue aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
63
- Mme Valérie De Bue au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'exécution de la loi du
63
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
v
"de uitvoering van de wet van 15 mei 2007 tot
instelling
van
de
functie
van
gemeenschapswacht" (nr. 4840)
15 mai 2007 relative à la création de la fonction
de gardien de la paix" (n° 4840)
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de toepassing van de wet van 15 mei 2007 tot
instelling
van
de
functie
van
gemeenschapswacht" (nr. 5011)
63
- M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'application de la loi du
15 mai 2007 relative à la création de la fonction
de gardien de la paix" (n° 5011)
63
Sprekers: Valérie De Bue, Xavier Baeselen,
Patrick Dewael, vice-eerste minister en
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Valérie De Bue, Xavier Baeselen,
Patrick Dewael, vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
66
Questions jointes de
66
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het optreden van de politie in de
stations" (nr. 4846)
66
- M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'intervention
des forces de police dans les gares" (n° 4846)
66
- de heer André Perpète aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de veiligheid op het Belgische spoorwegnet en
de samenwerking tussen de politiediensten en
Securail" (nr. 4924)
66
- M. André Perpète au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la sécurité sur le rail
belge et la collaboration entre les services de
police et Sécurail" (n° 4924)
66
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het voorstel van de
minister van Volksgezondheid betreffende de
bemanning van de 100-centrales" (nr. 4873)
68
Question de Mme Leen Dierick à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "la proposition de la ministre
de la Santé publique concernant le personnel des
centraux 100" (n° 4873)
68
Sprekers: Leen Dierick, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Leen Dierick, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
over
"het
onderscheppen
van
kinderpornokoeriers" (nr. 4874)
70
Question de Mme Leen Dierick au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'interception
de passeurs de matériel pédopornographique"
(n° 4874)
70
Sprekers: Leen Dierick, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Leen Dierick, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het informeren van de bevolking bij
een noodsituatie" (nr. 4966)
71
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'information
de la population en situation d'urgence" (n° 4966)
71
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
72
Questions jointes de
72
- de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "het
buitensporige
politieoptreden
tegen
TAK-
militanten op de gemeenteraad te Wezembeek-
Oppem" (nr. 4980)
72
- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "le caractère excessif de
l'intervention de la police contre des militants du
TAK lors du conseil communal de Wezembeek-
Oppem" (n° 4980)
72
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het erg gewelddadige optreden van de politie
tegen het Taalaktiecomitee in Wezembeek-
Oppem" (nr. 5068)
72
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre
de
l'Intérieur
sur
"l'intervention
particulièrement musclée de la police contre le
Taalaktiecomitee
à
Wezembeek-Oppem."
(n° 5068)
73
Sprekers: Jan Jambon, Bart Laeremans,
Orateurs: Jan Jambon, Bart Laeremans,
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
vi
Patrick Dewael, vice-eerste minister en
minister van Binnenlandse Zaken
Patrick Dewael, vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Olivier Maingain aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het gebruik van de talen bij de
onmiddellijke
inning
van
boetes
na
verkeersovertredingen" (nr. 5008)
76
Question de M. Olivier Maingain au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'emploi des
langues dans le cadre des règlements de
perception immédiate des amendes suite aux
infractions de roulage" (n° 5008)
76
Sprekers: Olivier Maingain, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Olivier Maingain, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Olivier Maingain aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
over
"het
taalgebruik
in
de
oproepingsbrieven voor de hernieuwing van de
identiteitskaarten en het verkrijgen van nieuwe
identiteitskaarten in de gemeenten met een
bijzondere taalregeling" (nr. 5036)
78
Question de M. Olivier Maingain au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'emploi des
langues dans les convocations pour le
renouvellement des cartes d'identité et l'obtention
de nouvelles cartes dans les communes à régime
linguistique spécial" (n° 5036)
78
Sprekers: Olivier Maingain, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Olivier Maingain, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de geweldpleging tegen twee
politieagenten in Morlanwelz" (nr. 5012)
80
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'agression de deux policiers à Morlanwelz"
(n° 5012)
80
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het proefproject 'De politie van
morgen'" (nr. 5061)
82
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le projet
pilote 'La police de demain'" (n° 5061)
82
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Bart Laeremans aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
over
"een
eentalig
Franstalig
buurtonderzoek van de politie in de zone AMOW"
(nr. 5067)
83
Question de M. Bart Laeremans au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "une enquête
de quartier unilingue francophone réalisée par la
police dans la zone AMOW" (n° 5067)
83
Sprekers: Bart Laeremans, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bart Laeremans, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BINNENLANDSE ZAKEN, DE
ALGEMENE ZAKEN EN HET
OPENBAAR AMBT
COMMISSION DE L'INTERIEUR,
DES AFFAIRES GENERALES ET
DE LA FONCTION PUBLIQUE
van
WOENSDAG
7
MEI
2008
Namiddag
______
du
MERCREDI
7
MAI
2008
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.23 heures et présidée par M. André Frédéric.
De vergadering wordt geopend om 14.23 uur en voorgezeten door de heer André Frédéric.
Le président: Monsieur le vice-premier ministre, je suppose que vous répondrez seul. On nous avait aussi
annoncé la présence de votre collègue en charge de la Justice. Notre commission en aurait été d'ailleurs
fort honorée!
Mme De Schamphelaere devrait arriver, mais comme elle n'est pas encore là, je vais donner la parole à M.
Laeremans.
01 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Mia De Schamphelaere aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de federatie Wallonië-Brussel" (nr. 4770)
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen en aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele Hervormingen
over "de federatie Wallonië-Brussel" (nr. 4781)
01 Questions jointes de
- Mme Mia De Schamphelaere au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la fédération Wallonie-Bruxelles" (n° 4770)<br>- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles et au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "la fédération Wallonie-Bruxelles" (n° 4781)</b>
01.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik
heb mij inderdaad aangesloten bij de vraag van mevrouw De
Schamphelaere hopelijk komt ze dadelijk nog binnen over de toch
wel zeer merkwaardige pleidooien van twee niet-onbelangrijke politici,
namelijk de Waalse minister-president, de heer Demotte, en de
Brusselse minister-president, de heer Picqué, over een soort
biregionaal statuut voor Wallonië en Brussel, die een gezamenlijke
federatie zouden willen vormen. Het gaat hier niet om individuele
politici, maar om ministers-presidenten, die samen een vrije tribune
schrijven met een toekomstperspectief voor hun Gewest. Dat is toch
van grote betekenis.
Mijnheer de minister, wij hebben al in 1988, en zelfs al voordien, bij de
totstandkoming van de drieledige gewestvorming en van het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest vandaag het Brussels Gewest heel zwaar
gewaarschuwd
dat
dit
uiteindelijk
een
onevenwicht
zou
teweegbrengen, waardoor de Vlaamse meerderheid in dit land niet
alleen aan banden zou worden gelegd, maar waardoor de Vlamingen
01.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Je me suis joint aux
questions
de
Mme
De
Schamphelaere sur le plaidoyer
des
ministres-présidents
des
Régions wallonne et bruxelloise
pour une sorte de fédération
Wallonie-Bruxelles.
En 1988 et antérieurement déjà,
nous avions mis en garde contre
le fait que la création de trois
Régions
aboutirait
à
un
déséquilibre par lequel la majorité
flamande se retrouverait dans une
position minoritaire parce que
Bruxelles et la Wallonie agiraient
de concert. En fait, c'est déjà le
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
zelfs in een minderheidspositie zouden terechtkomen, doordat
Brussel en Wallonië aan één zeel trekken en we in een positie van
twee tegen één terechtkomen. In feite is dat al lang zo, als wij merken
hoe dominant de Franstaligen in Brussel alles bepalen. Zelfs wanneer
de Raad van State de Vlamingen gelijk geeft, bijvoorbeeld inzake
taalkennis van de ambtenaren, is daar blijkbaar niets aan te doen. De
Vlamingen laten zich voortdurend doen.
Het verschil met vroeger is dat men nu openlijk pleit voor zelfs veel
meer dan een as Wallonië-Brussel. Men pleit voor een federatie
Wallonië-Brussel, een soort apart land met een eigen regering. In
feite, mijnheer de minister, komt hun pleidooi neer op een annexatie
of inlijving van Brussel bij Wallonië. Dat is toch heel verregaand.
Ik wou u en tegelijkertijd minister Vandeurzen, als minister van
Institutionele Hervormingen, daarover ondervragen. Ik stel ook vast
dat dit idee zomaar naar buiten is gekomen, zonder dat overleg is
gepleegd met de Brusselse Vlamingen. Men houdt in die tekst ook
helemaal geen rekening met de Brusselse Vlamingen. Ze bestaan
niet. Men houdt ook geen rekening met het Brusselse hoofdstedelijke
karakter. Ook dat wordt genegeerd. Blijkbaar wil men daarvan
afstappen. Het verwondert mij ook niet helemaal, als we zien wie er
nu in die Brusselse regering zit aan Vlaamse kant. Guy Vanhengel en
Pascal Smet zijn extreme voorbeelden van Flamands de service, van
slippendragers. Eric Van Rompuy heeft zelfs op zijn website
geschreven dat het in de laatste twintig jaar nog nooit zo erg was
gesteld met de Vlaamse vertegenwoordiging en Vlaamse ministers in
Brussel. Hij ontziet zijn partijgenoot Brigitte Grouwels, maar eigenlijk
maakt ook zij weinig verschil uit. De Vlamingen laten zich doen en
laten zich gebruiken in Brussel tegen de belangen van Vlaanderen in.
Ik stel wel vast dat, meer dan Vlaamse politici, de Franstalige politici
en niet de minste zich voorbereiden op autonomie en op het
eventuele uiteenvallen van dit land. Ik denk dat de vrije tribune vooral
in dat kader moet worden gezien. Zij creëren een nieuw kunstmatig
land Brussel-Wallonië. Het is niet de eerste keer dat de heer Picqué
duidelijk het uiteenvallen van België als een realistisch scenario
vooropstelt. Ik zie dat deze vrije tribune dezelfde geest uitademt. Men
gaat uit van het uiteenvallen van België en men wil zich daarop
voorbereiden door Wallonië en Brussel aan elkaar te verbinden, als
één politiek en internationaal geheel.
Het gaat zelfs heel ver. Dan verwijs ik naar een kartelgenoot van u,
mijnheer de minister, die in dezelfde context zegt dat Vlaanderen erop
vooruitgaat omdat er geen afzonderlijk Gewest en Gemeenschap is.
Het enige valabele antwoord is dat van de staat Wallonië-Brussel. Dat
zegt de heer Maingain, u welbekend. "Vlaanderen kan geen
bevoegdheden in Brussel uitoefenen en moet zijn hoofdstad
verhuizen". Dat zegt een parlementslid, een voorzitter van een
kartelgenoot van u, mijnheer de minister. Eigenlijk is dat puur
racistisch taalgebruik wanneer men zegt dat Vlamingen weg moeten,
moeten verdwijnen, hun hoofdstad moeten verhuizen. Dat is van een
kaliber om u tegen te zeggen. Dat is van het meest denigrerende wat
we over de Vlamingen al van Franstalige politici hebben gehoord,
daarom ook mijn vragen.
Hoe staat u daartegenover? Hoe reageert u op de uitspraken van de
cas, mais à présent nous
assistons à la création d'un axe
Wallonie-Bruxelles,
ce
qui
équivaut en réalité à une annexion
de Bruxelles par la Wallonie.
Aucune concertation n'a eu lieu à
ce sujet avec les Bruxellois
flamands, dont il n'a pas non plus
été tenu compte, pas plus que du
rôle de capitale de Bruxelles, ce
qui ne m'étonne guère quand je
vois les Flamands qui siègent au
gouvernement bruxellois. M. Eric
Van Rompuy a écrit sur son site
internet que la situation n'a encore
jamais été aussi lamentable avec
les Flamands qui font partie du
gouvernement bruxellois.
Les
responsables
politiques
francophones se préparent à
l'autonomie et à l'implosion du
pays. Ils créent un nouveau pays
baptisé Wallonie-Bruxelles. Un
collègue de parti du ministre,
Olivier Maingain, parle de "l'Etat
Wallonie-Bruxelles" et son voeu le
plus cher, c'est que la Flandre ne
puisse
exercer
aucune
compétence à Bruxelles et qu'elle
déplace
sa
capitale.
Sa
phraséologie est raciste.
Comment le ministre réagit-il aux
déclarations
des
ministres-
présidents?
Partage-t-il
leurs
points de vue?
Comment conçoit-il le caractère de
capitale et le caractère bilingue de
Bruxelles dans ce contexte? Quel
sort serait réservé aux Flamands
de Bruxelles? Comment Bruxelles
et la Wallonie se présenteraient-
elles sur le plan international?
Quels articles de la Constitution
faudrait-il
adapter?
Serait-il
possible de les ouvrir à révision?
Ce scénario est-il étudié dans le
cadre des discussions sur la
réforme de l'Etat?
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
ministers-presidenten? Deelt u het standpunt ten gunste van een
Waals-Brusselse federatie?
Hoe ziet u het hoofdstedelijk tweetalig karakter van Brussel in die
context gehandhaafd? Wat is het lot van de Brusselse Vlamingen?
Hoe zullen Wallonië en Brussel zich internationaal profileren: ook als
een geheel, of net niet? Dat is allemaal vrij wazig, maar wanneer ik de
heer Maingain lees, is het de staat Wallonië-Brussel en een staat is
per definitie iets wat zich internationaal profileert. Ik wilde dus uw
mening daarover horen.
Welke grondwetsartikelen moeten in dat geval worden aangepast?
Zijn die voor herziening vatbaar? Wordt dat scenario door u in
rekening genomen bij de voorbereiding van de komende gesprekken
over de staatshervorming, voor zover u daarmee bezig bent? Hoe ziet
u dat in dit kader?
01.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer Laeremans, ik dank u
eerst en vooral voor uw interesse voor de Franstalige instellingen en
de verklaringen van verschillende Franstalige politici. Ik denk dat dat
voor u een vooruitgang is.
Ten tweede, ik zal proberen een antwoord te geven betreffende de
inhoud van de verklaringen van de twee ministers-presidenten. Om de
vraag te kunnen beantwoorden, zou men moeten kunnen bepalen wat
de verklaring echt inhoudt. Op grond van de integrale tekst kan de
vraag over de juridische implicaties niet worden beantwoord. Er moet
nog tal van vragen worden opgehelderd.
Op juridisch vlak vermeldt de carte blanche van de ministers-
presidenten ik denk dat de verklaringen in persoonlijke naam
werden afgelegd, want ik heb niet gezien dat dat gebeurde in naam
van de regeringen niet precies of ze al dan niet kadert in de
vigerende bijzondere wet. Ik zou de aandacht willen vestigen op het
feit dat de Grondwet huidig artikel 137 het Parlement van de
Franse Gemeenschap en haar regering in 1980 in de gelegenheid
stelde de bevoegdheden van het Waalse Gewest uit te oefenen onder
de voorwaarden en op de wijze die de bijzondere wet bepaalt.
Dezelfde bepalingen gelden ook voor het Vlaams Parlement en de
Vlaamse regering. Van die mogelijkheid wordt in Vlaanderen
overigens sinds 1980 gebruikgemaakt.
In 1993 werd de bijzondere wet echter gewijzigd, zodat aan
Franstalige zijde, voor de uitoefening van de bevoegdheden van het
Waalse Gewest door de Franse Gemeenschap, een bijzondere wet
vereist is. Voor de deelentiteiten bestaat er evenwel een andere
mogelijkheid om gemeenschappelijke beleidslijnen te voeren.
Bijvoorbeeld artikel 52 voorziet voor de parlementen in de
mogelijkheid hun onderlinge samenwerking en die van hun dienst te
regelen, gemeenschappelijke vergaderingen te houden en
gemeenschappelijke diensten te organiseren. Artikel 77 voorziet in
dezelfde bepalingen voor de Waalse regering en de Franse
gemeenschapsregering.
Overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet heeft de Franse
Gemeenschap de uitoefening van bepaalde bevoegdheden aan de
Franse Gemeenschapscommissie en het Waalse Gewest
01.02 Didier Reynders, ministre:
Je considère comme un progrès le
fait que le Vlaams Belang
s'intéresse aux déclarations du
monde politique francophone.
Les déclarations des ministres-
présidents ont probablement été
effectuées à titre personnel et pas
au nom de leurs gouvernements.
L'actuel
article
137
de
la
Constitution
permettait
au
Parlement de la Communauté
française et à son gouvernement
d'exercer les compétences de la
Région
wallonne
selon
les
modalités fixées par la loi spéciale,
une possibilité dont la Flandre use
déjà depuis 1980. En 1993, la loi
spéciale a été modifiée de sorte
que,
du
côté
francophone,
l'exercice des compétences de la
Région
wallonne
par
la
Communauté française requiert
une loi spéciale.
Pour les entités fédérées, il existe
toutefois une autre possibilité pour
les politiques communes: l'article
52 permet par exemple aux
Parlements
d'organiser
des
réunions
communes
et
des
services communs. L'article 77
prévoit la même possibilité pour le
gouvernement
wallon
et
le
gouvernement de la Communauté
française.
Conformément à l'article 138 de la
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
toevertrouwd.
In
dat
geval
breidt
de
Franse
Gemeenschapscommissie de toepassing van bepaalde artikelen van
de bijzondere wet uit, waaronder volgens mij de artikelen 52 en 77.
Indien uw vraag vertrekt van het idee dat de ministers-presidenten,
Picqué en Demotte, het geheel van de leden van de Brusselse
gewestregering en de Waalse gewestministers in een enkele regering
hebben willen verenigen, denk ik dat er ergens een vergissing is. Ik
verwijs naar de uitleg die hieromtrent gegeven werd door de
ministers-presidenten, hoofdzakelijk door Charles Picqué in het
Brusselse Parlement. Ik kan niet in hun naam spreken.
Ik heb de indruk dat Charles Picqué een onderscheid maakt tussen
de Franstalige leden van de Brusselse regering, leden van het
College van de Franse Gemeenschapscommissie en de
Nederlandstalige leden. Hoe dan de benaming biregionaal valt te
verklaren, weet ik niet.
De Franstaligen zijn momenteel niet georganiseerd zoals de
Nederlandstaligen. Persoonlijk ben ik blij dat sommigen aan
Franstalige zijde beginnen te beseffen dat het noodzakelijk is iets te
ondernemen en een staatshervorming voor de Franstalige instellingen
op te starten.
Ik pleit er al enkele jaren voor dat alle Waalse gewestministers en alle
Franstalige Brusselse gewestministers, dan wel een deel ervan de
Franse gemeenschapsregering vormen. Het is voor mij normaal om
samen te werken aan de verschillende gezamenlijke bevoegdheden.
Ik volg dezelfde redenering voor de samenstelling van het Parlement
van de Franse Gemeenschap en voor de bespreking van de
begroting. In Vlaanderen wordt er ook al maar een bespreking aan de
begroting gewijd.
De overheveling van gemeenschapsmateries naar de Gewesten
onderwijs, persoonsgebonden materies en taalgebruik vereist een
wijziging van grondwetsartikelen die niet vatbaar zijn voor herziening.
Wat mij op juridisch vlak eenvoudig en mogelijk lijkt, is dat de
Franstalige ministers van de Brusselse regering en de ministers van
het Waals Gewest samen in de gemeenschapsregering zitting
hebben. In het verleden hebben al ministers van de Brusselse
regering deel uitgemaakt van de regering van hun Gemeenschap. Dat
was het geval met Charles Picqué vóór 1999 en met Guy Vanhengel
tussen 2002 en 2003. Ik geef, in tegenstelling tot u, alvast geen
commentaar op de capaciteiten van de verschillende leden. De
bijzondere wet voorziet niet in enige onverenigbaarheid en de
ministers blijven verantwoordelijk wat elke assemblee betreft.
Het was in het verleden mogelijk voor een lid van de Brusselse
regering om deel uit te maken van de regering van de Franse
Gemeenschap, net zoals een lid van de Brusselse gewestregering
ook deel kan uitmaken van de Vlaamse regering. Er is in dat verband
geen probleem.
Constitution,
la
Communauté
française a confié l'exercice de
certaines
attributions
à
la
Commission
communautaire
française et à la Région wallonne.
Dans ce cas, la Commission
communautaire française étend
l'application de certains articles de
la loi spéciale, dont les articles 52
et 77.
Les
ministres-présidents
ne
semblent pas souhaiter réunir au
sein d'un gouvernement unique
l'ensemble des membres des
gouvernements
bruxellois
et
wallon. Je renvoie à cet égard aux
explications fournies au sein du
Parlement bruxellois.
J'ai le sentiment que M. Charles
Picqué établit une distinction entre
les membres francophones du
gouvernement
bruxellois,
les
membres du Collège de la
Commission
communautaire
française
et
les
membres
néerlandophones. J'ignore dès
lors ce qu'il y a lieu d'entendre par
"birégional".
Les
francophones
ne
sont
actuellement
pas
organisés
comme les néerlandophones. Il
est positif que l'on commence à
prendre
conscience
de
la
nécessité d'entamer une réforme
des institutions francophones.
Je préconise depuis plusieurs
années
déjà
d'intégrer
des
membres du gouvernement wallon
et des membres francophones du
gouvernement bruxellois dans le
gouvernement de la Communauté
française. Il me semble logique,
en effet, de travailler ensemble
dans le cadre des différentes
compétences communes. Je suis
le même raisonnement pour le
Parlement de la Communauté
française et pour le budget.
Le
transfert
de
matières
communautaires aux Régions
demande la modification de
quelques
articles
de
la
Constitution, mais ceux-ci n'ont
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
pas été déclarés soumis à
révision.
D'après moi, il est possible d'un
point de vue juridique que les
ministres
francophones
du
gouvernement bruxellois et les
ministres de la Région wallonne
siègent
ensemble
au
gouvernement de la Communauté
française. Dans le passé, des
ministres
du
gouvernement
bruxellois ont déjà fait partie du
gouvernement
de
leur
Communauté. La loi spéciale ne
prévoit aucune incompatibilité. Il
était donc possible, autrefois,
qu'un membre du gouvernement
bruxellois siège au gouvernement
de la Communauté française ou
au gouvernement flamand.
01.03 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, ik
verontschuldig mij voor mijn laattijdigheid.
In aansluiting met het antwoord van mijn collega kan ik het volgende
meedelen. De tekst van de beide ministers-presidenten levert een
interessante bijdrage tot het debat dat wordt gevoerd over de rol van
de Franse Gemeenschap en over de samenwerking tussen de
Franstaligen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Wallonië.
Het debat betreft in eerste instantie de burgers van voornoemde
Gemeenschap en hun beleidsvoerders. De zoektocht naar een
aangepaste rol voor en organisatie van de Franse Gemeenschap
toont echter ook aan dat een grondig debat over de institutionele
structuur van ons land noodzakelijk is.
In de verklaring van de minister-president staat te lezen, ik citeer:
01.03
Jo
Vandeurzen,
ministre: Le document des deux
ministres-présidents constitue une
précieuse contribution au débat
sur le rôle de la Communauté
française et sur la coopération
entre les francophones dans la
Région de Bruxelles-Capitale et en
Wallonie.
Il s'agit en premier lieu des
citoyens et des dirigeants de la
Communauté française mais en
même temps un débat approfondi
est ouvert sur la structure
institutionnelle de notre pays. Je
me réfère à la déclaration des
ministres-présidents.
"Les institutions sont, par principe, au service de la population par les
politiques publiques qu'elles mettent en oeuvre. Aucun dogmatisme,
aucun préjugé institutionnel ne doit nous écarter de l'objectif premier:
comment les institutions peuvent-elles servir au mieux les attentes
légitimes des citoyens."
Die luiden als volgt: de instellingen
staan
ten
dienste
van
de
bevolking. Geen dogmatisme,
geen institutioneel vooroordeel
mag ons afbrengen van de eerste
doelstelling: hoe kunnen de
instellingen
de
terechte
verwachtingen van de burgers het
best dienen?
Dit uitgangspunt deel ik uiteraard volledig. Ook de wens die wordt
uitgedrukt dat:
Je suis bien évidemment d'accord
avec ces principes ainsi qu'avec le
souhait qui est ainsi émis.
"le débat communautaire à venir aboutisse à une nouvelle
architecture institutionnelle pour notre pays," wordt door mij uiteraard
onderschreven.
Namelijk
dat
het
komende
communautaire debat moge leiden
tot een nieuwe institutionele
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
architectuur voor ons land.
Het is daarbij vanzelfsprekend dat de legitieme belangen en
verwachtingen van de Walen en de Franstalige Brusselaars alsook
van de Vlamingen en de Duitstaligen ten volle in aanmerking moeten
worden genomen. Het debat tussen de Franstaligen over de toekomst
van hun instellingen komt in de eerste plaats hen toe. Het bewijst ook
dat de verschillende deelgebieden van het Belgisch federalisme
behoefte hebben aan een reële constitutieve en institutionele
autonomie die hen toelaat hun eigen institutionele toekomst uit te
werken. Daarbij kan evenwel geen afbreuk worden gedaan aan de
eigenheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als tweetalig en
hoofdstedelijk Gewest, noch aan de legitieme belangen van de
andere deelgebieden en van de Vlamingen in Brussel. Een debat
onder de Franstaligen over hun institutionele toekomst kan geen
afbreuk doen aan de essentiële kenmerken en evenwichten inzake
samenstelling en werking van de Brusselse gewestelijke instellingen
noch aan de aanwezigheden en bevoegdheden van de Vlaamse
Gemeenschap in het tweetalige gebied Brussel Hoofdstad.
Een bijdrage tot de discussie over de toekomst van de Franstalige
Gemeenschap kan bijgevolg niet zinvol zijn als ze de fundamentele
kenmerken van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet in
aanmerking zou nemen. Het institutioneel debat onder de
Franstaligen zal dus onderdeel moeten zijn van een ruimer
institutioneel debat. Dat geldt in het bijzonder voor de structurele
wijzigingen die worden gevraagd in de financiering van het Brussels
Gewest. Deze bijzondere positie van het tweetalig gebied Brussel-
Hoofdstad zal in aanmerking moeten worden genomen als een deel
van het debat over de correcte en aangepaste financiering van de
federale overheid en van de deelgebieden. Deze elementen zullen
aan bod moeten komen naar aanleiding van de onderhandelingen die
over dat zogenaamde tweede pakket in de staatshervorming moeten
worden gevoerd.
Er was een vraag over het internationaal optreden. Het Waalse
Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, alsook de Franse
Gemeenschap
beschikken
over
grondwettelijk
vastgelegde
internationale bevoegdheden. Binnen de grondwettelijk bepaalde
grenzen kunnen zij deze bevoegdheden aanwenden om internationaal
op te treden en zich te profileren. Het zal aan het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest en zijn beleidsvoerders toekomen uit te maken
of het Gewest zich als een geheel met Wallonië wenst voor te stellen,
of daarentegen zijn feitelijke en juridische rol als tweetalige en
internationale hoofdstad van Europa, België en zijn twee
Gemeenschappen wenst te benadrukken.
Over de vraag welke grondwetsartikelen of artikelen van de
bijzondere wetten zouden moeten worden aangepast, moet worden
vastgesteld dat het pleidooi van de ministers-presidenten te vaag is
om te kunnen vaststellen welke precieze juridische stappen zouden
moeten worden genomen.
Il est évident qu'il convient de
prendre en considération les
intérêts légitimes de tous les
citoyens. Le débat mené par les
francophones démontre que les
entités fédérées ont besoin d'une
réelle autonomie constitutive et
institutionnelle leur permettant de
construire leur propre avenir. À cet
effet, il ne faut toutefois pas porter
préjudice à la spécificité de la
Région de Bruxelles-Capitale en
tant que Région bilingue et
capitale, ni aux intérêts légitimes
des autres entités fédérées et des
Flamands de Bruxelles. Il ne faut
pas porter préjudice à l'équilibre
essentiel
concernant
la
composition et le fonctionnement
des
institutions
régionales
bruxelloises, ni à la présence et
aux
compétences
de
la
Communauté flamande de la
Région bilingue de Bruxelles-
Capitale. Le débat mené par les
francophones
devra
donc
s'inscrire
dans
un
débat
institutionnel plus large, ce qui
s'applique plus particulièrement
aux modifications structurelles
demandées pour le financement
de la Région bruxelloise. Tous ces
points feront partie du deuxième
paquet de la réforme de l'État.
La Région wallonne, la Région de
Bruxelles-Capitale
et
la
Communauté française disposent
de compétences internationales
inscrites dans la Constitution. Elles
peuvent les exercer dans les
limites
définies
dans
la
Constitution pour agir et se profiler
sur la scène internationale. Il
appartient à la Région de
Bruxelles-Capitale de décider si
elle souhaite se présenter comme
une seule entité avec la Wallonie
ou au contraire accentuer son rôle
juridique en tant que capitale
bilingue et internationale de
l'Europe, de la Belgique et de ses
deux Communautés.
Le
plaidoyer
des
ministres-
présidents est trop vague pour
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
pouvoir indiquer les articles de la
Constitution ou ceux des lois
spéciales
qui devraient être
modifiés.
01.04 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik
dank beide ministers. Ik betreur dat andere collega's niet aanwezig
konden zijn of zich niet hebben aangesloten bij mijn vraag, omdat dit
toch wel een belangrijk debat is, ook voor de komende maanden, als
we zien dat alleen al over BHV zodanig veel wordt gediscussieerd de
jongste dagen. Dit is eigenlijke een fundamenteler debat.
Vooral de verbazing van minister Reynders verbaasde mij. Hij vroeg
of ik ineens belangstelling had voor de Franstalige instellingen.
Daarover gaat het hem echter niet. Het gaat om de belangstelling
voor Brussel, en Brussel is geen Franstalige instelling, zoals u allicht
wel weet, mijnheer de minister. Het Waals Gewest is wel grotendeels
een Franstalige instelling, afgezien van de Duitstalige Gemeenschap
die daar zit. Maar Brussel is een tweetalig Gewest dat helemaal niet in
Wallonië vervat zit. Het zou een autonoom Gewest moeten zijn. Van
in het begin hebben we er echter voor gewaarschuwd dat Brussel de
ambitie zou hebben om met Wallonië tegen Vlaanderen te gaan
werken.
Ikzelf, mijnheer de minister, ben verkozen in Brussel-Halle-Vilvoorde.
Dat is mijn kieskring, voorlopig nog. Wij willen die kieskring splitsen,
zoals u misschien wel weet. Het is dus nogal logisch dat wij daarmee
bezig zijn en dat we ten zeerste geïnteresseerd zijn in die
problematiek. Daarom verbaasde mij uw verbazing.
Ten tweede, u zegt dat Wallonië-Brussel een samenwerking is inzake
Gemeenschappen, waar misschien aanpassingen mogelijk zijn en
ministers al dan niet in de regering kunnen zitten, enzovoort. Daarover
gaat het debat eigenlijk niet. Het gaat om op basis van wat die twee
ministers-presidenten hebben geschreven iets veel verregaander,
namelijk om een reële federatie tussen Wallonië en Brussel. België is
een federaal land. Nu willen de twee ministers-presidenten
Vlaanderen van België afhalen, afsplitsen, en een nieuwe federatie
aangaan tussen Wallonië en Brussel. Dat is een soort van exclusieve
verhouding tussen beiden, waarbij het de bedoeling is om tot één
regering te komen, niet alleen voor gemeenschapsaangelegenheden
dat zouden we nog kunnen begrijpen; de Franse
gemeenschapsregering is er trouwens op dit moment , maar men wil
veel verder gaan. Men wil het samengaan van die twee Gewesten ook
gewestbevoegdheden geven, ook op economisch vlak, en zo voort.
Dan komen we natuurlijk tot een situatie van twee tegen een.
Iemand die dat goed doorziet, mijnheer de minister van Justitie, is
niemand minder dan Kris Peeters. In Knack van 7 mei, dus van
vandaag, geeft hij een veel kritischere benadering dan u over wat er
gebeurt. Hij zegt: "Mijn collega's willen blijkbaar het beste van twee
werelden, en dat is volgens mij onmogelijk. Aan de ene kant zou
Brussel in hun optiek een autonoom Gewest moeten blijven, dat we
dan ook nog eens extra moeten gaan financieren" dat komt er dan
nog eens bij , "maar aan de andere kant moet Brussel met Wallonië
samengaan." Dat is de draagkracht van wat er door die ministers-
presidenten wordt voorgesteld. Daar staat Kris Peeters heel negatief
tegenover.
01.04 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Il s'agit-là d'un important
débat et je suis étonné que
personne ne s'y joigne. Ce débat
est en effet beaucoup plus
fondamental que celui de BHV.
L'intérêt que nous portons à
Bruxelles étonne M. Reynders. Je
souligne que Bruxelles n'est
absolument pas une Région
francophone mais bilingue. Si
Bruxelles souhaite s'opposer à la
Flandre aux côtés de la Wallonie,
il est logique que nous soyons
attentifs à ce problème. Je suis
donc surpris par l'étonnement de
M. Reynders.
M. Reynders veut faire croire que
Bruxelles et la Wallonie souhaitent
uniquement collaborer. L'objectif
est toutefois beaucoup plus large :
on
souhaite
une
véritable
fédération entre la Wallonie et
Bruxelles, y compris un transfert
de compétences régionales. Le
ministre-président flamand, Kris
Peeters, a bien analysé la
situation. Il a déclaré dans "Knack"
du
7 mai
2008
que
les
francophones veulent le beurre et
l'argent du beurre: ils souhaitent
que Bruxelles reste une Région
autonome que les Flamands
doivent donc aider à financer
mais
en
même
temps
ils
souhaitent unir Bruxelles et la
Wallonie.
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Ik stel vast dat CD&V op federaal niveau daar veel voorzichtiger en
veel braver tegenover staat dan op Vlaams niveau.
01.05 Minister Jo Vandeurzen: Dat is mijn natuur.
01.06 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Dat is misschien uw
natuur. Zo kennen we u.
Le président: M. Laeremans, vous devez atterrir.
01.07 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Ik ga afronden, mijnheer
de voorzitter.
Ik zou eens willen weten wie nu de echte CD&V is. Ik zou willen dat
de echte CD&V eens opstaat en dat wij eens duidelijk weten wat uw
partij wil met Brussel. Wij blijven met levensgrote vragen zitten. U
bent in uw antwoord heel braaf gebleven, bij wat wettelijk kan. Maar u
weet dat wij binnenkort naar heel fundamentele debatten over de
staatshervorming gaan. Ik hou mijn hart vast voor wat er dan allemaal
op tafel zal liggen en wat voor uitverkoop van de Brusselse Vlamingen
erin staat. Wij zijn zeer bekommerd en wij hopen dat u die
bekommernis tijdig zult delen, mijnheer de minister.
01.07 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Quelle est la position du
CD&V à propos de Bruxelles?
D'importants débats sur une
réforme de l'État fondamentale
seront bientôt inscrits à l'ordre du
jour. Je crains le pire pour les
Flamands Bruxellois.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Bien! Nous restons tous préoccupés. Messieurs les vice-premiers, bon travail!
01.08 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, ce fut un
plaisir de vous retrouver!
Le président: Pour moi de même! Cela faisait longtemps, monsieur le ministre. J'espère vous retrouver
encore rapidement, moins rapidement ou pas du tout. Nous allons essayer de respecter le timing.
Autrement, nous serons là fort tard. Cela peut être agréable mais nous avons d'autres occupations en
soirée; moi, en tout cas!
02 Vraag van de heer Roel Deseyn aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "het lot van de voorposten van de civiele bescherming in West-Vlaanderen" (nr. 4194)
02 Question de M. Roel Deseyn au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le sort des
avant-postes de la protection civile en Flandre occidentale" (n° 4194)</b>
02.01 Roel Deseyn (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik wil
vanmiddag mijn bezorgdheid uiten over de civiele bescherming en
vooral over het aspect vrijwilligers en vrijwilligerswerk. De structuur
van de civiele bescherming bestaat al een hele tijd en af en toe
moeten structuren worden geüpdatet, wat actueel ook het geval is bij
de brandweer. Belangrijk is echter dat bij het herdenken en herijken
van de structuren ook de ervaring en de onschatbare waarde van het
vrijwilligerswerk mee wordt verdisconteerd.
Ik heb de indruk dat het nu een systeem van alles of niets is voor de
mensen die een plaats willen in de structuur van de civiele
bescherming. Enerzijds zijn er de kernvrijwilligers die een reeks
brevetten moeten kunnen voorleggen en die zeer bereikbaar moeten
zijn. Zij dienen twee keer per maand twaalf uur beschikbaar te zijn,
thuis of op het werk. Ze moeten onder andere een pager hebben en
moeten ook tachtig uur les hebben gevolgd. Anderzijds is er de groep
02.01 Roel Deseyn (CD&V - N-
VA): Une très grande partie des
activités de la protection civile
repose sur la contribution de
volontaires. Les récents projets de
réforme et l'instauration du statut
de volontaire de première ligne
tendaient
vers
un
professionnalisme poussé et à une
spécialisation du personnel.
Dans la pratique, il s'avère
néanmoins que les conditions pour
accéder à ce statut sont trop
exigeantes pour de nombreux
volontaires. Ceux qui ne répondent
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
vrijwilligers die dat zwaardere parcours niet ziet zitten in een pool van
de federale reserve.
Natuurlijk betekent dat voor mensen die in verschillende voorposten
werken ik ken die van Menen, Harelbeke en Koekelare het best, om
mij tot één provincie te beperken dat als er weinig kernvrijwilligers
zijn, de voorposten dreigen te worden gesupprimeerd en dat er
slechts één post in de provincie, bijvoorbeeld in Jabbeke, zou
overblijven. Ik denk dat dit nefast zou zijn voor het functioneren van
de civiele veiligheid in een provincie. Men kan dit voorbeeld echter
extrapoleren naar andere provincies.
Volgens de cijfers die ik heb gekregen, zouden slechts 8 van de circa
120 vrijwilligers in de provincie West-Vlaanderen hebben ingetekend
voor het statuut van kernvrijwilliger. Dat toont eigenlijk aan dat dit voor
de mensen een te ontzien parcours is. De anderen doen dit niet
omdat ze niet kunnen garanderen dat ze aan de beschikbaarheids- en
bijscholingsvereisten kunnen voldoen.
Mijnheer de minister, 8 op 120 betekent natuurlijk heel wat minder
vrijwilligerswerk, heel wat minder betrokkenheid. Dat valt wat te
betreuren. Als er een evenement of een ramp plaatsvindt, zijn de
posten onderbemand door een gebrek aan kernvrijwilligers, zeker de
voorposten. Ze dreigen op termijn te verdwijnen en dan moet men
een beroep doen op mensen die van veel verder moeten komen, met
alle praktische gevolgen en kosten van dien, vandaar mijn vragen.
Wat is uw visie op deze evolutie en op het maximaal kunnen
inschakelen van vrijwilligers, enerzijds het zware parcours van de
kernvrijwilligers en anderzijds het zijspoor van de reserve?
Wat zijn de plannen met de grote groep die nu vrijwilligers zijn maar
die eigenlijk niet echt in een van de twee systemen passen?
Ten tweede, bent u bereid om voor deze mensen toch nog in de
nodige opleiding te voorzien met een soort middenprogramma? Ik heb
er alle begrip voor dat er voor de kernvrijwilligers strenge parameters
worden vastgelegd. Misschien kan men echter wat gaan moduleren
om de grotere groep erbij te blijven betrekken.
Ten slotte, wat zijn uw plannen met de voorposten gezien de precaire
situatie waarin ze zich bevinden wanneer er zich geen mensen
aanbieden met de competenties die zijn gestipuleerd bij het uitwerken
van het statuut van kernvrijwilliger?
pas à ces conditions sont placés
dans la réserve fédérale et
n'interviennent qu'en cas de
grande
catastrophe.
Ces
volontaires ne bénéficient par
ailleurs que d'une formation très
limitée et ne sont pas soumis à un
contrôle médical.
Selon
des
chiffres
récents,
seulement huit des 120 volontaires
de Flandre occidentale ont acquis
le statut de volontaire de première
ligne. Les avant-postes de Flandre
occidentale risquent dès lors de
manquer d'effectifs.
Quelle est la position du ministre
face à cette évolution? Que
pense-t-il du recours à des
volontaires?
Qu'a-t-il l'intention de faire en ce
qui concerne les volontaires qui ne
répondent pas aux exigences? Le
ministre est-il prêt à offrir la
formation
nécessaire
à
ces
personnes
également?
Les
conditions relatives au statut de
volontaire de première ligne ne
peuvent-elles pas être assouplies?
Quelles sont les intentions du
ministre en ce qui concerne les
avant-postes
de
Flandre
occidentale?
02.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's,
oorspronkelijk was de civiele bescherming voornamelijk gericht op
interventies in oorlogstijd. Langzamerhand nam ook het belang van
de interventies in vredestijd toe. Mettertijd werd de organisatie van de
hulpverlening door de civiele bescherming aangepast. Onlangs werd
overgegaan tot de oprichting van een gemengd korps van statutaire
personeelsleden en intensief opgeleide vrijwilligers, de zogenaamde
kernvrijwilligers, die dezelfde taken hebben en een gelijkwaardige
opleiding krijgen. Ook bij de civiele bescherming wordt er materieel
ingezet dat niet zomaar zonder opleiding kan worden gehanteerd. De
post in Jabbeke, bijvoorbeeld, heeft materieel voor de verwijdering
van olievervuiling op het strand. Opleiding en oefening zijn dus
noodzakelijk.
02.02 Patrick Dewael, ministre:
La protection civile a procédé
récemment à la mise en place
d'un corps mixte de statutaires et
de volontaires du noyau, tous deux
se voyant confier les mêmes
tâches
et
bénéficiant
d'une
formation équivalente.
Les volontaires qui ne satisfont
pas
aux
conditions peuvent
toujours intervenir en tant que
réservistes dans le cadre de
missions moins techniques.
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
De andere vrijwilligers, de reservisten, worden ingeschakeld voor
opdrachten die minder technisch van aard zijn. Zij kunnen onder meer
ter versterking worden ingezet bij grote overstromingen en
humanitaire opdrachten. De personeelsleden die niet aan de vereisten
voldoen om kernvrijwilliger te worden, kunnen nog altijd als reservist
worden ingeschakeld. Als minister van Binnenlandse Zaken blijf ik dus
opteren dat was een duidelijke vraag van u voor een systeem van
vrijwilligers.
De reservisten moeten jaarlijks 15 uur les volgen. Tijdens deze
opleiding wordt het gebruik aangeleerd van het basismaterieel dat zij
moeten gebruiken tijdens de uitvoering van hun taken. De
opleidingsvoorwaarden om kernvrijwilliger te worden, zijn niet zo
streng. De kandidaten moeten medisch geschikt zijn en slagen voor
een test voor het dragen van een persluchttoestel. Zij moeten geen
andere brevetten behalen. Deze voorwaarden zijn absoluut
noodzakelijk om hun taken, die dezelfde zijn als die van statutaire
personeelsleden, veilig en efficiënt te kunnen uitvoeren. Een
versoepeling is dan ook niet aangewezen. Om de vrijwilligers te
stimuleren om deze opleiding te volgen, wordt ze aldus ook financieel
vergoed.
Ten slotte, zolang er vrijwilligers zijn toegewezen aan bepaalde
voorposten blijven deze behouden, want zij zorgen voor de lokale
verankering van de civiele bescherming.
Les réservistes doivent suivre 15
heures de cours par an pour se
familiariser
à
l'utilisation
du
matériel de base. Les volontaires
de base sont soumis à des
conditions de formation peu
contraignantes puisque le candidat
doit être médicalement apte et
réussir un test "porteur d'appareil à
air comprimé" et qu'il ne doit
obtenir aucun autre brevet.
Tant que des volontaires seront
attribués à des postes avancés
déterminés, ces derniers seront
maintenus.
02.03 Roel Deseyn (CD&V - N-VA): (...) kernvrijwilligers toch niet
aan zo'n streng curriculum onderworpen zijn, zoals zij het te kennen
geven. U hebt onder andere gesproken over een medische keuring.
Er is natuurlijk wel nog het aspect van het lichaamsgewicht en de
BMI, waardoor de grote meerderheid uit de boot dreigt te vallen. Er is
geen goede "matching" met het terrein. Misschien moet dat even
worden bekeken.
De reservisten zijn heel belangrijk. Het is goed dat zij worden ingezet
in bepaalde rampscenario's. Men vertelt mij echter dat men, wanneer
er voor de reservisten een opdracht is waarvoor minder technische
competenties vereist zijn, of grote sportmanifestaties of culturele
evenementen, ploegen ziet komen van overal te lande en dat de
voorposten uit de eigen streek, waar het evenement plaatsvindt, niet
worden
ingeschakeld.
Het
gaat
hier
wellicht
om
een
coördinatieprobleem. Ik vraag hiervoor uw bijzondere aandacht. De
mensen die het moeten ondergaan, begrijpen dat niet zo goed. Zij zijn
in de buurt en vrijwillig actief, maar ze worden niet gevraagd of
betrokken, terwijl men soms mensen vanuit andere landsgedeelten of
verafgelegen provincies ziet komen.
Ik wil die bezorgdheid meegeven. Men mag deze mensen niet
vergeten. Men moet hen ook goed voorlichten over de criteria, want
daarover bestaan er blijkbaar heel wat misverstanden.
02.03 Roel Deseyn (CD&V - N-
VA): La coordination des actions
peut également encore être
améliorée. Il arrive encore trop
fréquemment que des volontaires
d'autres provinces soient appelés
à participer à des missions en
Flandre occidentale alors qu'il
n'est fait appel à aucun volontaire
de cette province.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van de heer Roel Deseyn aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de Belgische standaard van en het parlementaire toezicht op het systeem van de elektronische
identiteitskaart" (nr. 4196)
03 Question de M. Roel Deseyn au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la norme belge
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
pour la carte d'identité électronique et le contrôle parlementaire à ce sujet" (n° 4196)</b>
03.01 Roel Deseyn (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik stel deze vraag over de eID en het uitwerken van een
Belgische standaard voor de eID na wat technische research en
gesprekken, maar ook naar aanleiding van de hoorzittingen die wij
met de fractie hadden gevraagd in de commissie voor de
Infrastructuur.
Duidelijk is dat standaarden en normen in IT-projecten en in het
ontwikkelen
van
een
e-governmentverhaal
noodzakelijke
voorwaarden zijn. Uw voorganger of beter de persoon die er vroeger
voor bevoegd was, de heer Vanvelthoven, had ook de standaard
aangekondigd. Het is daarover echter lang stil gebleven. Er waren ook
problemen met de bevoegdheidsverdeling. Uiteindelijk bleek het de
minister van Binnenlandse Zaken te zijn die verantwoordelijk is voor
het aspect van de security.
In bronnen van de IT-wereld konden wij lezen dat die standaard nog
niet bestaat en dat men dus ook niet kan certifiëren wanneer
bepaalde softwareleveranciers of mensen die hardware produceren
die compatibel kan zijn met die eID. U weet dat die eID twee lagen
heeft. Enerzijds is er de identificatie. Anderzijds is er het protocol over
de digitale handtekening.
Als men dat goed wil implementeren zonder dat er lekken mogelijk
zijn of veiligheidsrisico's, en die bezorgdheid is vrij reëel, herinner u de
recente artikels over het kraken van chips enzovoort, dan moet er een
zekere standaardisatie zijn en dan moet men kunnen zeggen dat het
Belgian- of BE-certified is, dat het onderworpen is aan een geijkte
procedure van een overheidsinstantie die kijkt of dat conform de
veiligheidsprotocollen is verlopen, die zijn verbonden met de
architectuur van de kaart.
Ik zal resumeren met de volgende vragen.
Ten eerste, mijnheer de minister, kunt u ons toelichten of er wordt
gewerkt aan een Belgische kwaliteitsstandaard voor de eID? Of is
deze reeds in zekere mate gerealiseerd?
Ten tweede, hoe staat u tegenover de suggestie om het Parlement
een jaarlijks rapport te geven over de stand van zaken binnen het
eID-project? Dat zou noodzakelijk zijn. Als ik de follow-up even mag
inleiden, tijdens de recente hoorzittingen zijn er daar toch een aantal
verwachte en onverwachte problemen van een zekere omvang naar
voren gekomen.
03.01 Roel Deseyn (CD&V - N-
VA): Lors du lancement de la carte
d'identité électronique, il avait été
annoncé qu'un nouveau standard -
belge - serait développé. Jusqu'à
présent, ce projet ne se serait pas
concrétisé. Le système préconisé
ne serait en outre pas sûr à 100%
et pourrait très bien être l'objet
d'abus.
Oeuvre-t-on à l'heure actuelle à
l'établissement
d'un
standard
belge pour la carte d'identité
électronique? Où en est-on dans
ce cadre?
Le ministre pourrait-il chaque
année faire rapport au Parlement
sur la situation?
03.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, het hele opzet
van de elektronische identiteitskaart berust op de toepassing van
Europese en internationale normen. De gehanteerde normen hebben
in hoofdzaak betrekking op de productie, op de infrastructuur, op de
veiligheid en op de beveiliging. Het internationale gebruik van de
functionaliteiten van die eID, bijvoorbeeld op websites, laat immers
niet toe hieromtrent eigen standaarden te ontwikkelen.
Ten tweede, een jaarlijks rapport en een discussie in het Parlement
zouden een uitstekend middel kunnen zijn om de voortrekkersrol die
België op het vlak van de elektronische identiteitskaart heeft
03.02 Patrick Dewael, ministre:
La mise en oeuvre de la carte
d'identité électronique repose sur
l'application
de
normes
européennes et internationales.
La présentation d'un rapport
annuel
avec
discussion
au
Parlement serait un excellent
moyen
pour
mieux
attirer
l'attention sur le rôle de pionnier
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
gespeeld, en trouwens nog steeds speelt, een grotere zichtbaarheid
en bekendheid te geven. Dat zou ook bedrijven en de bijhorende
werkgelegenheid ten goede kunnen komen nu heel wat landen
overwegen om het Belgische voorbeeld van de eID te gaan volgen.
joué par la Belgique en la matière.
Ce serait également une bonne
chose pour l'emploi dans la
mesure où de nombreux pays
envisagent de suivre l'exemple
belge.
03.03 Roel Deseyn (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, het
antwoord is in zekere zin generiek. U brengt iets op de markt maar u
maakt zich blijkbaar niet zoveel zorgen over de securityaspecten. Ik
weet dat de architectuur van de card zo geconcipieerd is dat zij kan
worden gelezen door geautoriseerde programma's, zoals de software
die bij de card is geleverd. Het volstaat echter zelf een applicatie te
schrijven en die de naam van een browser te geven opdat dat
programma bij hacking toegang zou hebben tot de gegevens van de
kaart.
Men moet de kaart niet steeds valideren als gebruiker. Men moet niet
telkens op OK drukken om de gegevens te laten lezen. Dit is
misschien wat technisch, maar u moet zich inbeelden, mijnheer de
minister, wat er gebeurt als de gebruiker die zijn eID in de lezer stopt
niet op OK moet drukken. Zo kunnen verschillende applicaties
gebruikmaken van de gegevens van de kaart. Fedict was gevoelig
voor die bezorgdheid. Ik heb contact gehad met de mensen en met de
voorzitter van Fedict en men blijkt bereid een nieuwe versie van de
protocolsoftware op de markt te brengen.
Dat toont precies aan dat standaarden en kwaliteitsprocedures
noodzakelijk zijn. Trouwens, ook Deloitte en Ernst & Young hebben
zich daar vroeger over gebogen met het departement. Ik zou graag
weten of daar een vervolg op is gekomen. Ik meen dat het antwoord
dat wij de internationale minimumprocedures onderschrijven om
compatibiliteit te garanderen een goede zaak is, maar daarmee zijn
allerminst het securtityaspect of het privacyaspect uitgeput. Dat zullen
wij bij de jaarlijkse follow-up verder uitbenen.
03.03 Roel Deseyn (CD&V - N-
VA): Il me paraît trop facile de se
borner à affirmer que la Belgique
doit
satisfaire
aux
normes
internationales, surtout lorsqu'il
s'avère
que
ces
conditions
minimales n'offrent pas une
protection suffisante contre les
abus.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Monsieur le ministre, chers collègues, je voudrais vous
informer du fait que, pour répondre au souhait des membres de cette
commission, j'ai pris contact avec le Sénat afin d'organiser un large
débat sur le vote automatisé, le mercredi 21 mai. Je n'ai pas encore
reçu de réponse.
Bien entendu, les questions qui sont à l'ordre du jour au point 3
peuvent évidemment être posées. Toutefois, chers collègues, compte
tenu de la portée de vos questions, compte tenu du fait que la
réponse écrite du ministre peut vous être remise et enfin, compte tenu
du fait qu'un débat avec des auditions est prévu dans 15 jours, je
vous propose de gagner du temps en ne posant pas vos questions.
Je répète que si vous le souhaitez, vous avez la possibilité
d'interroger le ministre aujourd'hui. Mais je voudrais attirer votre
attention sur le fait je ferai d'ailleurs la proposition au président de la
Chambre qu'il serait parfois plus judicieux de programmer des
débats d'intérêt général en fixant des points à aborder. Ce qui
intéresse le député qui pose une question, c'est d'obtenir une
De voorzitter: Aan de orde zijn de
vragen nrs 4198, 5087, 4859 en
4977 van de heren Jambon en
Crucke en de dames Almaci en
Genot over het elektronisch
stemmen.
Ik
heb
contact
opgenomen met de Senaat om op
21 mei een uitvoerig debat over
dat onderwerp te organiseren. De
geagendeerde
vragen
mogen
uiteraard
gesteld
worden.
Aangezien de minister u zijn
schriftelijk antwoord kan bezorgen
en er over twee weken een debat
met hoorzittingen gepland is, stel
ik echter voor, om tijd te winnen,
dat u uw vragen niet zou stellen.
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
réponse.
Par ailleurs, j'ai l'intention de demander que soit prévue une règle
visant à imposer que les réponses écrites soient transmises sous
quinzaine. En effet, si tel était le cas, les députés ne passeraient sans
doute pas leur temps à poser des questions orales en commission,
sachant que certains ont parfois un déplacement de trois heures pour
poser leur question, pour finalement parfois entendre que, le ministre
devant partir plus tôt, leur question est reportée.
Cela dit, je répète encore une fois que vous avez tout à fait le loisir de
poser vos questions, mais je souhaite que l'on ne débatte pas de ma
proposition durant une heure.
03.04 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, je voudrais
simplement savoir à quelle date vous prévoyez les auditions.
Le président: Le 21 mai, si mes souvenirs sont bons.
03.05 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Pour quand devons nous vous
remettre les noms des personnes que nous souhaitons entendre?
Le président: En réalité, nous avons prévu d'entendre des représentants de l'administration du ministre
pour qu'ils fassent le point. Ensuite, nous devrions déterminer ensemble si des auditions sont nécessaires
et fixer l'agenda.
Je répète que la volonté n'est pas d'éluder le débat. Évidemment, j'espère que la journée de demain
n'interfèrera pas sur notre avenir. Mais considérant que nous serons toujours en fonction le 21 mai, le
débat pourra avoir lieu.
03.06 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): L'important c'est que nous
puissions avoir toutes les explications nécessaires.
D'ailleurs, ne serait-il pas possible de recevoir le compte rendu
intégral de ce débat, comme c'est le cas des questions
parlementaires. En effet, l'intérêt des questions parlementaire se
trouve dans la possibilité qui nous est offerte de pouvoir relire
calmement la réponse du ministre.
Sinon, je ne vois aucun inconvénient à ce que les questions ne soient
pas posées aujourd'hui.
03.06 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Is er in een verslaggeving voorzien
voor dat debat? Zo ja, heb ik er
geen bezwaar tegen dat de
desbetreffende vragen vandaag
niet worden gesteld.
Le président: Il est tout à fait possible de prévoir la rédaction d'un
compte rendu analytique du débat qui aura lieu en commission.
De
voorzitter:
Wij
kunnen
beslissen dat er een beknopt
verslag
van
de
commissievergadering
wordt
opgesteld.
03.07 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je souscris à
votre proposition. Je propose que le ministre nous donne sa réponse.
Le président: Le ministre va vous donner sa réponse. Nous savons que le débat va arriver.
03.08 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, cela me
convient tout à fait. Comme je l'avais indiqué dans le débat sur ma
note de politique générale, non seulement moi mais aussi
l'administration pouvons nous prononcer et le consortium d'universités
peut alors présenter son travail.
03.08 Minister Patrick Dewael:
Ik vind dat prima.
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Le président: Ce serait le point de départ. Tout le monde est
d'accord? (Assentiment) Nous allons donc transmettre les réponses
du ministre.
De voorzitter: Is iedereen het
daarmee eens ? (Instemming)
04 Samengevoegde vragen van
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
gerechtelijke achterstand bij de Raad van State" (nr. 4286)
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
behandelingstermijn van de dossiers bij de Raad van State" (nr. 5020)
04 Questions jointes de
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'arriéré juridictionnel au
Conseil d'État" (n° 4286)<br>- M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les délais de traitement des
dossiers au Conseil d'État" (n° 5020)</b>
Le président: La question jointe de M. Landuyt est transformée en
question écrite.
De
voorzitter:
De
samengevoegde vraag nr. 4286
van
de
heer
Landuyt
is
omgevormd in een schriftelijke
vraag.
04.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, le Conseil d'État est une instance juridictionnelle respectable
ou, en tout cas, qui est censée l'être. Cette juridiction est assistée par
un auditorat composé de l'auditeur général, de l'auditeur général
adjoint, de premiers auditeurs, d'auditeurs et d'auditeurs adjoints. Il
est chargé de l'instruction des affaires et doit communiquer un rapport
écrit aux parties. Et il rend son avis dont l'importance est
considérable au cours de l'audience.
S'agissant du contentieux de l'annulation, toute personne intéressée
peut solliciter de la section administrative l'annulation d'un acte
réglementaire ou individuel, et je pense surtout aux permis de bâtir.
Souvent, les requérants introduisent une requête en suspension et
une autre en annulation. Lorsque les moyens invoqués sont sérieux et
qu'il existe un risque que l'acte attaqué cause aux requérants un
préjudice grave et difficilement réparable, le Conseil d'État peut
suspendre cet acte en attendant de statuer sur son annulation.
Si l'arrêt de suspension intervient encore assez rapidement dans les
trois ou quatre mois après l'introduction de la requête , il n'en va pas
de même pour l'annulation. En effet, nombreux sont les dossiers qui
sont en attente d'un avis de l'auditeur et donc de l'arrêt. Cela peut
durer des mois, voire parfois des années.
Je trouve cette situation inacceptable. Je vais citer l'exemple d'une
requête en suspension et en annulation à l'encontre d'un permis de
bâtir. Attendre trois ou quatre mois pour une suspension, c'est déjà
long. Quand il s'agit d'un rejet de la suspension, la requête
d'annulation reste toujours introduite. Il faut alors parfois attendre six
années avant que l'avis de l'auditeur soit rendu. En qualité de
bourgmestre, je vis cette situation avec des entreprises qui veulent
s'implanter dans ma commune.
Monsieur le ministre, mes questions sont très claires.
04.01 Josy Arens (cdH): Elke
belanghebbende
kan
bij
de
administratieve sectie van de
Raad van State de nietigheid
vragen van een reglementaire of
individuele handeling. Voor
aanvragen met betrekking tot
bouwvergunningen gebeurt het
vaak dat de verzoekers tegelijk
een verzoekschrift tot schorsing en
een
verzoekschrift
tot
nietigverklaring indienen. Het
schorsingsarrest
komt
er
gewoonlijk binnen de drie of vier
maanden na indiening van het
verzoek maar voor de nietigheid
liggen de zaken anders. Tal van
dossiers blijven jaren liggen in
afwachting van het advies van een
auditeur. In mijn hoedanigheid
van burgemeester vind ik deze
situatie onaanvaardbaar voor de
bedrijven die zich willen vestigen in
de gemeente.
Hoeveel dossiers wachten al meer
dan een jaar op behandeling?
Hoeveel vertraging hebben die
dossiers? Wat denkt u te doen
aan deze situatie die vanuit
economisch oogpunt rampzalig is?
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Pouvez-vous m'informer du nombre de dossiers en attente de
traitement depuis plus d'un an? Vous est-il possible de me préciser le
nombre de mois ou d'années de retard pour les dossiers en
souffrance depuis plus d'un an ainsi que le nombre de ces dossiers?
Enfin, comment comptez-vous remédier à cette situation qui est
catastrophique d'un point de vue économique?
04.02 Patrick Dewael, ministre: M. Landuyt avait aussi posé une
question, par laquelle je vais commencer. La loi du
15 septembre 2006 a réformé le Conseil d'État. Elle a également
augmenté de six unités le nombre de conseillers. La procédure
requise a bien été suivie. À l'issue de celle-ci, les conseillers ont été
nommés par l'arrêté royal du 12 mars dernier. Naturellement, les
crédits sont prévus dans le budget.
Pour répondre la question de M. Arens, le Conseil d'État m'a transmis
les éléments suivants. Au 1
er
mai 2008, le nombre d'affaires
pendantes au Conseil d'État à savoir, le nombre de dossiers pour
lesquels un arrêt mettant fin au litige doit encore être rendu s'élève
à 25.711. Je peux vous transmettre un tableau représentant
l'ancienneté des dossiers calculée à compter de l'année de
l'introduction.
Entre-temps, j'ai approuvé le plan de résorption de l'arriéré établi par
le Conseil d'État le 6 mars 2007 en application de l'article 122 des lois
coordonnées sur le Conseil d'État. Je veille à ce que les mesures
concrètes détaillées dans le plan en vue de parvenir à cet objectif
soient bien mises en oeuvre.
Je peux encore mentionner que, le 1
er
juin 2007, il restait encore
35.951 affaires pendantes.
Il me semble donc que les mesures commencent à avoir un effet.
Cependant, il faut rester très vigilant.
04.02 Minister Patrick Dewael:
De wet van 15 september 2006
over de hervorming van de Raad
van State heeft met name
voorzien
in
zes
bijkomende
raadsheren. Ze werden op 12
maart jongstleden benoemd. Op 1
mei 2008 bedroeg het aantal
hangende zaken bij de Raad van
State 25.711. Ik kan u een
overzicht bezorgen dat aantoont
hoe lang de dossiers aanslepen.
Ik zie toe op de uitvoering van de
maatregelen uit het plan tot
inhaling van de achterstand dat de
Raad van State op 6 maart 2007
opstelde met toepassing van
artikel 122 van de gecoördineerde
wetten op de Raad van State. Op
1 juni 2007 waren er nog 35.951
hangende zaken.
De maatregelen die werden
genomen beginnen dus hun
vruchten
af
te
werpen.
Waakzaamheid
blijft
evenwel
geboden.
04.03 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour cette réponse. Je me rends compte qu'il est bien
conscient de la situation. Je vise surtout les permis de bâtir qui posent
réellement des problèmes. J'ai moi-même des requêtes en annulation
pour des permis que la commune a délivrés; certaines ont 6 ans de
retard! Étant donné qu'il n'y a pas eu d'arrêt suspendant les permis de
bâtir et qu'il n'y a eu aucun effet suspensif au niveau de la requête en
annulation, les intéressés ont effectivement construit. Mettez-vous à
la place, tant des investisseurs que de ceux qui ont délivré les permis
de bâtir. La situation devient réellement dramatique!
04.03 Josy Arens (cdH): U bent
zich duidelijk bewust van het
probleem.
Wanneer
een
uitgereikte bouwvergunning niet
wordt
geschorst
en
het
verzoekschrift
tot
vernietiging
ervan pas na zes jaar behandeld
wordt, wordt de situatie voor de
investeerders en de gemeenten
soms dramatisch.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Questions jointes de
- Mme Linda Musin au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les sections judiciaires de la
police des autoroutes" (n° 4410)<br>- Mme Corinne De Permentier au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les restrictions
budgétaires au sein de la police fédérale et les conséquences pour la sécurité routière" (n° 4417)<br>- M. David Geerts au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le fonctionnement de la police
fédérale" (n° 4922)</b>
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
05 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Linda Musin aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
gerechtelijke secties van de wegpolitie" (nr. 4410)
- mevrouw Corinne De Permentier aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de begrotingsbeperkingen bij de federale politie en de gevolgen voor de verkeersveiligheid"
(nr. 4417)
- de heer David Geerts aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
werking van de federale politie" (nr. 4922)
Le président: La question n° 4410 de Mme Musin est transformée en
question écrite. Quant à M. Geerts, il est absent.
De voorzitter: Vragen nr. 4410
van mevrouw Musin en nr. 4922
van de heer Geerts worden
omgezet in schriftelijke vragen.
05.01 Corinne De Permentier (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, la police de la route commune aux deux Brabant
et à Bruxelles annonçait récemment ne plus mener désormais aucune
action judiciaire durant les week-ends, et ce depuis la mi-février.
Qu'il s'agisse de Liège, de Gand ou encore du Limbourg, la situation
est pour le moins inquiétante puisque c'est l'ensemble de la section
judiciaire de la police de la route qui est visé, c'est-à-dire non
seulement les contrôles de vitesse et d'alcoolémie, mais aussi la
section drogue, immigration, vols de cargaison et autres.
Des policiers déclaraient récemment dans la presse qu'ils ne sortent
plus qu'en cas d'intervention, qu'ils ne patrouillent plus et qu'ils se
contentent d'attendre les appels.
Le budget, selon les policiers, serait raboté. Les policiers ne
pourraient plus accumuler d'heures supplémentaires. Le compte est
effectué bimensuellement et dès qu'un policier atteint 7,36 heures de
prestations par jour, on le met au repos pour qu'il n'ait pas à récupérer
ses heures et qu'on ne doive pas lui payer de primes de nuit ou de
week-end.
Le manque de moyens pousse donc à l'immobilisme. On peut
d'ailleurs craindre que cela ne s'étende prochainement à tout le pays.
Ces constats tranchent avec la récente déclaration du commissaire
général de la police fédérale selon lequel "il serait exagéré de dire que
le manque de 1.300 à 1.500 policiers met en danger la sécurité de la
population".
Monsieur le ministre, confirmez-vous ces affirmations?
Ne craignez-vous pas que les conséquences des restrictions
budgétaires au sein de la police fédérale qui semblent s'accumuler
sur le terrain autoroutier n'aient des répercussions sur la sécurité des
usagers?
05.01 Corinne De Permentier
(MR): Net nu de commissaris-
generaal van de federale politie
verklaard heeft dat het overdreven
is te stellen dat het tekort aan
politieagenten de veiligheid van de
bevolking in het gedrang brengt,
kondigt de wegpolitie van Vlaams-
Brabant, Waals- Brabant en van
Brussel aan dat ze om budgettaire
redenen sinds half februari geen
gerechtelijke acties meer voert in
het weekend (snelheids- en
alcoholcontrole, immigratie, enz.).
Bevestigt u die verklaringen?
Vreest u geen weerslag van de
begrotingsbesparingen voor de
veiligheid van de gebruikers van
het wegennet?
Le président: Nous allons considérer que M. Geerts demande que sa question soit transformée en
question écrite.
05.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, d'abord, je
me réfère à ma réponse circonstanciée, lors de la commission de
l'Intérieur du 27 février dernier, aux questions orales conjointes de
divers collègues.
05.02 Minister Patrick Dewael:
Vooreerst wens ik te verwijzen
naar mijn antwoord op de
gezamenlijke vragen die gesteld
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
Lors du conclave 2008, le budget de la police fédérale et du
fonctionnement intégré a été fixé à un montant global de plus de
1,63 milliard d'euros; en 2007, il s'élevait à 1,56 milliard d'euros.
L'accroissement se chiffre donc à environ 4,56%.
J'apprends que la police de la route avait pris des mesures en début
de 2008 et mes services se sont renseignés: il s'avère que les
sections judiciaires de la police de la route avaient reçu un budget
provisoire pour couvrir leurs prestations de nuit et de week-end durant
les deux premiers mois de l'année. Ce budget provisoire était déjà
consommé au 15 février et, depuis lors, les sections judiciaires ont
reçu un budget provisoire pour les quatre premiers mois.
À l'heure actuelle, les budgets ont été répartis entre les divers
services de la police de la route afin de mener à bien des actions tant
dans le domaine de la sécurité routière que dans le domaine de la
sécurité en général.
Je veux bien transmettre à notre collègue Musin, qui n'est pas
présente, les conclusions de la réflexion réalisée sur les missions de
la police de la route. Il convient à présent d'intégrer un nouveau
paramètre, à savoir la régionalisation prévue d'une partie de la
sécurité routière. Elle devrait être terminée dès que la clarté aura été
faite sur les détails de cette régionalisation de la sécurité routière, soit
après le vote devant intervenir au Sénat, puis à la Chambre.
werden
in
de
commissie
Binnenlandse Zaken van 27
februari.
Tijdens het begrotingsconclaaf
voor 2008 werd het budget voor de
federale
politie
en
de
geïntegreerde werking vastgelegd
op meer dan 1,63 miljard euro, wat
een stijging is van 4,56% ten
opzichte van 2007.
De gerechtelijke secties van de
wegpolitie hadden in het begin van
het jaar maatregelen genomen
omdat het voorlopig budget dat ze
ontvangen hadden om hun nacht-
en weekendprestaties voor de
twee eerste maanden van het jaar
te dekken, op 15 februari al op
was. Sindsdien hebben ze een
voorlopig budget gekregen voor de
vier eerste maanden.
Ik ben bereid de conclusies van
het denkwerk over de opdrachten
van de wegpolitie aan mevrouw
Musin te bezorgen. Het zou goed
zijn er een nieuwe parameter aan
toe te voegen: de voor een deel
van
de
verkeersveiligheid
geplande regionalisering.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 4426 de Mme Van Cauter est reportée.
De voorzitter: Vraag nr. 4426 van
mevrouw Van
Cauter
wordt
uitgesteld.
06 Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'efficacité
06 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de efficiëntie van het noodnummer 101" (nr. 4437)
06.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, je voudrais revenir sur la problématique du numéro 101 à
l'occasion d'un fait qu'on pourrait qualifier de "divers" mais qui est tout
de même difficile à vivre pour les personnes victimes d'attaque et qui
attendent les forces de police pendant plus de 20 minutes.
En l'espèce, il s'agissait d'un cambriolage à Schaerbeek où, à
06.20 heures, les personnes en question forment le numéro 101. Ils
ont un commissariat de police à deux minutes de chez eux; pourtant,
la police mettra près de 20 minutes à venir.
Par conséquent, on se pose à nouveau la question de l'efficacité du
numéro 101. Il semblerait qu'à Bruxelles, les commerces en
06.01 Xavier Baeselen (MR): Er
rijzen eens te meer vragen inzake
de efficiency van het nummer 101.
Na een inbraak in Schaarbeek
duurde het twintig minuten eer de
politie ter plaatse was, hoewel de
plaats van delict slechts twee
minuten van een commissariaat
verwijderd
was.
Brusselse
handelaars weigeren nog langer
van dat nummer gebruik te maken
en de plaatselijke commissariaten
geven de raad rechtstreeks naar
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
particulier affirment qu'ils ne composent plus le 101 car cela ne sert
plus à rien. Les commissariats locaux déconseillent d'ailleurs de
former le 101 et recommandent d'appeler directement le
commissariat.
Je voulais savoir si, dans le cas particulier mentionné ci-avant, une
enquête avait été ouverte.
Combien de plaintes ont-elles été traitées au cours de l'année 2007,
pour prendre une année de référence? Est-ce un épiphénomène ou
s'agit-il de faits réguliers?
Quelles mesures sont-elles prises pour éviter à l'avenir ce genre de
situations qui sont très préjudiciables en termes de sécurité et de
sentiment de sécurité pour les personnes et les biens?
het commissariaat te bellen.
Werd naar aanleiding van het
laattijdige uitrukken in Schaarbeek
een onderzoek geopend? Gaat het
om een alleenstaand geval?
Hoeveel klachten met betrekking
tot het nummer 101 werden er in
2007
behandeld?
Welke
maatregelen worden er genomen
om
dat
soort
situaties
te
voorkomen, die ten koste gaan
van de veiligheid en van het
veiligheidsgevoel?
06.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, au niveau de la police, il n'y a pas d'enquête ouverte sur le
dossier.
Il s'avère que le centre d'information et de communication (CIC) de
Bruxelles a effectivement reçu l'appel en question relatif à un
cambriolage dans un domicile à Schaerbeek. L'appelant a fait
mention d'un vol dans son domicile et souhaitait l'intervention d'une
équipe de police pour faire les constatations. Il n'a jamais été question
de panique et l'appelant a également confirmé que les auteurs
n'étaient plus sur place.
Le traitement de cet appel par le CIC a pris 2,5 minutes et à
06.09 heures, les informations ont été envoyées par voie informatique
au dispatching de la zone de police de Schaerbeek où l'appel a reçu
une priorité niveau 3, étant donné que les auteurs du cambriolage
n'étaient plus sur place. Dans ce cas, le standard d'intervention
prévoit que le dispatching a la possibilité de différer l'intervention
pendant une période de 30 minutes pour donner la priorité à d'autres
missions en cours ou plus urgentes.
Ainsi, à 06.18 heures, la mission a été attribuée à une patrouille
d'intervention qui est arrivée sur place à 06.23 heures.
L'intervention a donc été traitée par la CIC de Bruxelles et par la
police locale de Schaerbeek dans le respect, je crois, des normes de
sécurité pour les personnes et les biens.
Je peux encore vous signaler que depuis que la centrale a été reprise
par le CIC de Bruxelles, le 4 décembre 2007, le CIC n'a reçu aucune
plainte.
Si vous avez d'autres éléments qui pourraient me convaincre,
transmettez-les moi afin que je les fasse examiner. Toutefois, en
fonction des éléments en notre possession, telle était la réponse de
mes services.
06.02 Minister Patrick Dewael:
Er werd in verband met dit dossier
geen onderzoek geopend. Het
communicatie-
en
informatiecentrum
(CIC)
van
Brussel heeft de oproep met
betrekking tot de inbraak in een
woning te Schaarbeek binnen
tweeënhalve minuut behandeld.
Om 06.09 uur werd de informatie
via computer naar de dispatching
van de politiezone Schaarbeek
gestuurd, waar de oproep prioriteit
3 kreeg, aangezien de beller had
bevestigd dat de daders niet meer
ter plaatse waren. De opdracht
werd toegewezen om 06.18 uur en
de patrouille was om 06.23 uur ter
plaatse. De opdracht werd dus
uitgevoerd met inachtneming van
de veiligheidsnormen.
Ik kan u nog meedelen dat het CIC
sinds 4 december 2007, datum
waarop het de 101-centrale heeft
overgenomen, nog geen enkele
klacht heeft ontvangen.
Indien u over elementen beschikt
waaruit blijkt dat de 101-centrale
niet naar behoren functioneert,
vraag ik u ze me voor nader
onderzoek te bezorgen.
06.03 Xavier Baeselen (MR): Je prends bonne note de la réponse
du ministre et je l'en remercie. Selon la presse, il semblerait
cependant qu'il y ait des plaintes à Bruxelles quant au 101 et à la
rapidité des interventions suite à l'appel de ce numéro. Il est curieux
que les commerçants bruxellois estiment qu'il ne faut plus former ce
06.03 Xavier Baeselen (MR):
Volgens persberichten zouden er
in Brussel klachten zijn over het
feit dat hulpdiensten niet snel
genoeg ter plaatse zijn na een
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
numéro parce que la police n'intervient pas assez rapidement.
101-oproep.
06.04 Patrick Dewael, ministre: Pourriez-vous me soumettre des
éléments que je puisse faire examiner? Le plus dangereux, c'est que
cette idée commence à régner. Il faut toujours essayer d'objectiver les
faits.
06.04 Minister Patrick Dewael:
Het gaat hier om een gevaarlijk
gerucht. Men moet proberen de
feiten te objectiveren. Kan u mij
concrete gegevens bezorgen?
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Au point 8 de l'agenda, la question n° 4609 de
M. Prévot est transformée en question écrite. Nous arrivons au point
9. M. Jeholet ne nous faisant pas l'honneur de sa présence et ne
s'étant pas excusé, sa question n° 4621 est reportée.
De voorzitter: Vraag nr. 4609 van
de heer Prévot wordt omgezet in
een schriftelijke vraag.
07 Questions jointes de
- M. Olivier Maingain au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la prise en charge par les
zones de police bruxelloises des coûts liés à la présence policière dans le cadre de manifestations
d'ordre privé" (n° 4636)<br>- M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la situation du Fonds des
sommets européens" (n° 4661)<br>- Mme Karine Lalieux au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la gestion du fonds
sommets européens par le SPF Intérieur" (n° 4800)</b>
07 Samengevoegde vragen van
- de heer Olivier Maingain aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
financiële tenlasteneming door de Brusselse politiezones van de kosten voor politieaanwezigheid bij
manifestaties met een privékarakter" (nr. 4636)
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
toestand van het Fonds van de Europese Topontmoetingen" (nr. 4661)
- mevrouw Karine Lalieux aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het
beheer van het fonds Europese toponmoetingen door de FOD Binnenlandse zaken" (nr. 4800)
La question n° 4800 de Mme Lalieux est transformée en question
écrite. M. Maingain étant absent, sa question n° 4636 est reportée.
Vraag nr. 4800 van mevrouw
Karine Lalieux is omgevormd in
een schriftelijke vraag.
07.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, la question de
M. Maingain n'était pas vraiment spécifique au même objet. Elles ont
été jointes. On peut se demander pourquoi d'ailleurs.
Le président: A la demande du cabinet, monsieur Baeselen.
07.02 Xavier Baeselen (MR): J'en prends note. Par contre, Mme
Lalieux avait ultérieurement déposé une question sur le même sujet
concernant la problématique des sommets européens et des fonds y
réservés.
Monsieur le ministre, ce sujet est sensible pour les municipalités et les
finances communales. Je suis par ailleurs échevin des Finances dans
une commune bruxelloise. Nous avons été surpris de recevoir un
courrier de l'administration de l'Intérieur nous annonçant que les fonds
dégagés pour les sommets européens, pour lesquels nous avions
rentré des justificatifs pour les années 2003, 2004 et 2005, étaient
refusés tantôt à 50, 60 ou 70% au motif que ces dépenses étaient
étrangères à l'organisation des sommets européens.
Il convient de se replacer dans l'origine de ce système et de ce fonds.
07.02 Xavier Baeselen (MR): Uw
administratie kondigde ons in een
brief aan dat nu eens 50 of 60 en
dan weer eens 70 procent van de
voor
de
Europese
Topontmoetingen
uitgetrokken
fondsen
waarvoor
wij
bewijsstukken met betrekking tot
de jaren 2003, 2004 en 2005
ingeleverd hadden, geweigerd
werden omdat die uitgaven niets te
maken hadden met de organisatie
van die Topontmoetingen. De
gemeenten van het zuiden van
Brussel
zijn
weliswaar
niet
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
De quoi s'agit-il? Nous savons tous que le fonds des sommets
européens a été créé pour refinancer, de l'une ou l'autre manière, les
communes bruxelloises par rapport à un certain nombre de politiques
de prévention. Au départ, les dépenses que l'on a encouragé les
communes à faire dans le cadre de ce fonds n'ont rien à voir avec les
sommets européens. D'ailleurs, s'il s'agissait de dépenses
uniquement consacrées à l'organisation des sommets européens, je
dirais qu'une commune comme la mienne, voire celle de M. Maingain
et en tout cas les communes du sud de Bruxelles ne devraient pas en
recevoir.
Or, nous recevons une partie de ces fonds, qui sont destinés au
financement des politiques de prévention. La commune de
Watermael-Boitsfort n'est pas la seule concernée. C'est l'ensemble
des 19 communes de la Région bruxelloise qui le sont. Le point a
notamment été évoqué en conférence des bourgmestres de la Région
bruxelloise.
Monsieur le ministre, je vous demande d'intervenir en la matière. Des
recours sont possibles auprès des autorités, de votre cabinet. Je
pense que l'ensemble des communes en introduira. Quelle attitude
comptez-vous adopter envers ces recours et l'acceptation d'un certain
nombre de dépenses qui ont je l'affirme été encouragées lors des
contacts pris à l'époque avec le Secrétariat permanent à la Politique
de prévention, qui a changé de nom entre-temps.
Systématiquement, je reçois des mails et des courriers. Les
communes prenaient des contacts avec le service concernant les
dépenses et les justificatifs à rentrer. On leur répondait: "Oui, allez-y,
faites vite, vous devez dépenser!".
Deux ou trois ans plus tard, on reçoit un courrier indiquant le refus,
avec des justificatifs succincts: "Rien à voir avec des sommets
européens". Cela, on le sait. Certaines communes ne devaient pas
recevoir ces fonds uniquement pour appuyer des actions ayant trait
aux sommets européens.
betrokken bij de organisatie van
de Europese Topontmoetingen
maar wij weten allemaal dat het
betrokken Fonds in het leven werd
geroepen
om
de
Brusselse
gemeenten te herfinancieren met
het oog op de implementatie van
een preventiebeleid. In dat opzicht
zijn de 19 gemeenten wel degelijk
bij een en ander betrokken. Dit
punt kwam overigens aan bod op
de
conferentie
van
de
burgemeesters van het Brussels
Gewest. Hoe zal u reageren op de
beroepen die wellicht bij u
aanhangig zullen worden gemaakt,
wetende
dat
de
betrokken
gemeenten ertoe werden aangezet
om die uitgaven te doen in het
kader van de contacten die zij
indertijd hebben gehad met het
Vast
secretariaat
voor
het
preventiebeleid?
Le président: Monsieur Maingain, nous venons de reporter votre question mais puisque vous arrivez à
point nommé, je vous donne la parole avec plaisir.
07.03 Olivier Maingain (MR): Monsieur le président, je vous
remercie pour cet accueil chaleureux.
Monsieur le ministre, ma question porte sur la prise en charge par les
zones de police bruxelloises essentiellement, mais le problème peut
se présenter ailleurs des frais liés à la surveillance de
manifestations à caractère "privé". Entendons-nous bien: il s'agit
essentiellement de manifestations organisées par une personne
morale de droit privé, société commerciale ou ASBL, par exemple
pour des événements sportifs tels que le marathon de Bruxelles ou
les 20 kilomètres. Il ne s'agit donc pas de manifestations publiques au
sens traditionnel du terme, pour la mise en oeuvre du principe de la
liberté d'expression.
La multiplicité de ces événements à caractère festif et à grande
échelle engendre des coûts assez élevés pour les zones de police,
d'autant plus qu'ils nécessitent des prestations en horaire de week-
end ou en soirée, et des mobilisations d'effectifs non négligeables. Il
07.03 Olivier Maingain (MR): De
toename
van
het
aantal
manifestaties met een feestelijk
karakter
brengt
aanzienlijke
meerkosten
mee
voor
de
politiezones. Ik vraag dan ook dat
de
politiezones
reglementen
zouden mogen uitvaardigen op
grond waarvan er een financiële
bijdrage kan worden gevraagd aan
de
organisatoren
van
die
manifestaties.
Op 8 augustus 2007 heeft u een
reglement
vernietigd
dat de
politieraad van de zone 5342
Ukkel/Watermaal-Bosvoorde/
Oudergem op 7 mei 2007 had
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
est vrai que l'accord de gouvernement prévoit d'accorder une
attention toute particulière aux zones de police de la Région
bruxelloise. Cependant, les normes d'effectifs Selor de la réforme des
polices ne prennent pas en compte les tâches de cet ordre attribuées
aux polices zonales bruxelloises et leur coût important pour les zones.
Je ne demande pas que le fédéral finance les zones de police à cette
fin; je demande qu'à tout le moins, les zones de police puissent
adopter des règlements qui imposeraient une contribution financière
aux organisateurs de ces manifestations.
C'est ce qu'avait fait la zone de police d'Uccle Watermael-Boitsfort
Auderghem par un règlement adopté le 7 mai 2007, qui a été annulé
par votre autorité le 8 août 2007. Ce règlement établissait, sur la base
de l'article 90 de la loi du 7 décembre 1998, la perception d'une
rétribution pour des missions de police administrative prestées par la
zone précitée au bénéfice de particuliers ou d'organismes publics ou
privés, au motif et vous l'avez annulé qu'un arrêté royal réglant les
conditions de cette perception et ses modalités était nécessaire et
n'avait, à ce moment, pas encore été publié.
Or, une autre zone de police de la Région de Bruxelles, la zone 5341
"Midi" (Anderlecht Forest Saint-Gilles) a pu adopter le 30
septembre 2002, sans annulation par la tutelle, un règlement similaire
à celui dont question ci-avant, établissant là aussi une redevance ou
une rétribution pour les missions des services de police. Ce règlement
de la zone "Midi" est appliqué à l'heure actuelle. Nous sommes donc
confrontés à un traitement inégal entre deux zones de police, l'une
pouvant percevoir une rétribution, l'autre se voyant interdire de le
faire.
L'article 115, §1
er
de la loi du 7 décembre 1998, pendant de l'article 90
pour la police fédérale, a lui fait l'objet d'un arrêté royal d'exécution le
3 novembre 2001, fixant les modalités relatives aux demandes et au
paiement des missions de police administrative présentant un
caractère exceptionnel, effectuées par la police fédérale. Au niveau
de la police fédérale, cette question est réglée par un arrêté
d'application.
Aussi, monsieur le ministre, je vous remercie de me dire s'il entre bien
dans vos intentions de permettre la mise en oeuvre de l'article 90 de
la loi de 1998. Que peut justifier cette différence de traitement entre
les deux zones de police bruxelloises précitées? À défaut de voir
l'arrêté royal pris, considéreriez-vous à tout le moins, par égalité de
traitement, devoir autoriser à l'avenir les zones de police bruxelloises,
voire d'autres dans le pays, à prendre des règlements similaires à
celui que j'ai rappelé pour la zone de police "Midi".
goedgekeurd. Dat reglement legde
uit hoofde van artikel 90 van de
wet van 7 december 1998 de
inning van een vergoeding vast.
De
zone
5341
Anderlecht/Vorst/Sint-Gillis heeft
op 30 september 2002 echter een
gelijkaardig
reglement
goedgekeurd! Op 3 november
2001 werd er een koninklijk besluit
uitgevaardigd tot uitvoering van
artikel 115, § 1 van de wet van 7
december
1998,
dat
de
tegenhanger is van artikel 90.
Bent u van plan uitvoering te
geven aan artikel 90 van de wet
van 1998?
Hoe motiveert u die verschillen in
behandeling van de politiezones?
07.04 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, en ce qui
concerne les questions du collègue Maingain, je peux confirmer que
le gouvernement fédéral a fait et fait toujours des efforts
considérables sur le plan financier pour Bruxelles. Monsieur Maingain,
vous dites que les frais supplémentaires pour les zones bruxelloises
sont insuffisamment couverts par le fonds Eurotops à cause de
manifestations sur le territoire bruxellois. Chaque année, le comité de
coopération au sein duquel sont représentées six zones bruxelloises
formule une proposition de répartition des moyens du fonds. Le
comité pourrait faire des propositions pour mieux couvrir le surcoût de
07.04 Minister Patrick Dewael:
De regering heeft zich steeds
bijzondere
inspanningen
voor
Brussel
getroost.
De
samenwerkingscommissie, waarin
de zes Brusselse zones zijn
vertegenwoordigd, stelt jaarlijks
een verdeling van het geld uit het
fonds voor. De toestand is tussen
2002
en
2007
ingrijpend
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
ces manifestations, par exemple en dépensant moins d'argent à
d'autres projets.
Vous conviendrez aussi que les situations ont considérablement
évolué entre 2002 et 2007. En ce qui concerne les règlements de
rétributions lors du début de la réforme des services de police, le
ministre de l'Intérieur de l'époque a fait en sorte qu'on puisse encore
temporairement se baser sur les règles en vigueur pour la police
communale.
Pour votre complète information, sachez que j'ai annulé un règlement
similaire adopté par la zone de police de Haute Meuse en 2004. La
zone de police d'Uccle n'a donc pas fait l'objet d'un traitement
particulier et je ne peux suivre votre raisonnement à propos de la
différence de traitement que vous faites entre la police fédérale et la
police locale car la situation de la police fédérale ne peut être
comparée à celle de la police locale. Leurs missions sont différentes:
la police locale est responsable de la fonction de police de base
tandis que la police fédérale a des missions spécialisées et assiste
les zones de police locales. À cet égard, les zones de police
bruxelloises reçoivent également un appui structurel du corps
d'intervention fédéral. De plus, la police fédérale ne bénéficie pas du
fonds Eurotops malgré le fait qu'elle assume quand même des
responsabilités considérables à l'occasion de l'organisation des
Eurotops.
L'arrêté royal portant exécution de l'article 115 de la loi sur la police
intégrée avait d'ailleurs comme but primaire de refacturer les frais de
la protection des transports de valeurs par la police fédérale. Dans le
cadre de la transition à l'euro, cet arrêté était absolument nécessaire.
En ce qui concerne l'exécution de l'article 90 de la même loi, je fais
référence à la réponse que j'ai formulée au collègue Doomst lors de la
commission précédente.
En ce qui concerne les questions du collègue Baeselen, les
subventions publiques exigent un contrôle sévère de mon
administration sur leur utilisation. Il faut souligner qu'il n'a pas toujours
été facile d'interpréter et d'apprécier les justificatifs introduits parce
que la relation entre la dépense et l'objectif du subside n'était pas
démontrée ou était vague ou même totalement absente. L'arrêté royal
du 6 décembre 2007 relatif aux conventions Eurotops règle
l'intégralité de la procédure, y compris les diverses possibilités
professionnelles, également pour les années qui n'ont pas encore été
définitivement clôturées. Quant à l'année budgétaire 2008, dans le
budget du SPF Intérieur, un montant de 25 millions d'euros est prévu
pour les crédits d'engagement et un montant de 16,6 millions est
prévu pour les crédits d'ordonnancement.
De plus, il a été notifié qu'une évaluation de la situation du fonds sera
faite pour le contrôle budgétaire de 2008. À cette occasion, l'utilisation
des moyens prévus sera vérifiée. Dans ce cadre, les mesures
nécessaires pour parvenir à une liquidation correcte des créances
seront examinées. Le cas échéant, une proposition pour optimaliser
l'utilisation des moyens sera soumise au Conseil des ministres qui
pourra éventuellement donner lieu à une augmentation du plafond
des crédits d'ordonnancement dans le cadre de ce contrôle
budgétaire.
veranderd! Bij de start van de
politiehervorming
heeft
de
toenmalige
minister
van
Binnenlandse
Zaken
ermee
ingestemd om tijdelijk uit te gaan
van de regels die voor de
gemeentepolitie golden.
Mijnheer Maingain, ik kan uw
redenering in verband met het
verschil in behandeling tussen de
lokale en federale politie niet
volgen:
ze
voeren
andere
opdrachten uit.
Het koninklijk besluit houdende
uitvoering van artikel 115 van de
wet op de geïntegreerde politie
had als voornaamste doel om de
kosten van de bescherming van
waardetransporten
door
de
federale politie te herfactureren in
het kader van de overgang naar
de euro.
Wat de uitvoering van artikel 90
van die wet betreft, verwijs naar
het antwoord dat ik aan uw collega
Doomst heb gegeven.
Mijn administratie moet streng
toezien op de overheidssubsidies.
Mijnheer Baeselen, het is niet altijd
gemakkelijk om de voorgelegde
verantwoordingsstukken correct te
interpreteren!
Het koninklijk besluit van 6
december
2007
regelt
de
procedure in haar geheel. In 2008
is er een bedrag van 25 miljoen
ingeschreven
voor
de
vastleggingskredieten en 16,6
miljoen
voor
de
ordonnanceringskredieten.
In
voorkomend geval zal er bij de
ministerraad een voorstel worden
ingediend om de aanwending van
de middelen te optimaliseren.
Misschien
zal
het
ordonnanceringsplafond
dan
verhoogd worden.
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
07.05 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, l'arrêté royal en
question date, comme vous venez de le dire, de 2007. Le problème
se pose pour les années 2004 et 2005 pour lesquelles, je puis vous
l'assurer, on a pris des contacts avec les services concernés pour les
dépenses. La réponse était positive, je peux vous montrer des mails.
Mais le refus venait après coup.
Ce sont les 19 communes qui sont concernées par ce dossier. Même
pour Bruxelles-Ville le sujet a d'ailleurs été abordé en Conférence
des bourgmestres -, ce sont entre 80 et 100% des dépenses qui sont
refusées. Des emplois sont également en jeu.
Je suis d'accord avec vous quand vous dites que l'objectif du subside
n'était pas clair. Mais l'objectif de ce fonds ne l'est pas non plus. C'est
un fonds qui a été créé pour compenser les frais des sommets
européens. Pourquoi donc a-t-on donné des enveloppes financières à
des communes qui ne sont pas directement concernées par cet
objectif-là? C'est bien la preuve que cet argent a été donné aux
communes pour refinancer les politiques de prévention et pas
seulement la problématique des sommets européens.
Les communes vont introduire des recours. En ce qui concerne la
mienne, cela a déjà été fait. Pourriez-vous vous montrer plus large
quant à l'interprétation des critères compte tenu du passé, c'est-à-dire
des contacts qui avaient été pris à l'époque où on a encouragé les
communes à dépenser cet argent et à monter des projets? Je ne
doute pas que vous essayerez de trouver des solutions pour ces
années-là, en clarifiant sans doute pour l'avenir encore davantage
l'utilisation de ce fonds. Sachez que les communes bruxelloises
fondent des espoirs dans les recours qu'elles ont introduits.
07.05 Xavier Baeselen (MR): Het
probleem doet zich voor voor de
jaren 2004 en 2005. Hierover werd
in verband met de uitgaven
contact
opgenomen met de
betrokken diensten. Ik kan u mails
tonen waaruit blijkt dat het
antwoord
positief
was.
De
weigering kwam er achteraf!
De doelstelling van de subsidie
was inderdaad niet duidelijk, maar
het doel van het fonds is dat
evenmin. Als dat fonds werd
opgericht om de kosten voor de
Europese toppen te compenseren,
waarom werden er dan financiële
enveloppen
aan
gemeenten
gegeven die hier niet rechtstreeks
mee te maken hebben?
De bezwaarschriften die werden
ingediend, moet soepeler worden
geïnterpreteerd.
07.06 Olivier Maingain (MR): Monsieur le ministre, le problème est
soit juridique, soit politique. Si c'est uniquement parce qu'il n'y a pas
encore d'arrêté royal d'exécution de l'article 90, je vous demande
dans quel délai vous envisagez de prendre cet arrêté. Vous
permettriez ainsi aux communes qui le souhaitent d'établir leur
règlement pour la rétribution financière dont je viens de parler. Il s'agit
alors d'un problème de technique juridique.
Si, par contre, vous dites que parce qu'il y a un financement des
zones de police bruxelloises en raison des sommets européens,
celles-ci ne pourront jamais édicter un règlement pour la rétribution
financière, cela pose un problème politique. Fondamentalement, les
communes ne visent pas à couvrir par ces rétributions des prestations
pour des missions qui relèvent de la loi de 1992 sur les missions de
police. Elles visent à faire payer des prestations de police
administrative, pour des missions qui ne relèvent justement pas de
cette loi.
Il faut permettre à toutes les zones de police de faire ce que la zone
de police "Midi" a pu faire. Un précédent existe, et ce règlement n'a
pas été annulé par le ministre de l'Intérieur de l'époque. Je ne vois
pas ce qui pourrait être gênant dans le fait que les zones de police
puissent prendre un règlement de ce genre.
Je ne rappellerai pas le tarif horaire. Un règlement fixant les
prestations en semaine et le week-end, à un tarif horaire raisonnable
07.06 Olivier Maingain (MR): Als
die situatie uitsluitend voortvloeit
uit het feit dat er nog geen
uitvoeringsbesluit voor artikel 90 is
vastgesteld, dan vraag ik u binnen
welke termijn u dat besluit alsnog
denkt uit te vaardigen. Het gaat
dan om een probleem van
juridisch-technische aard. Als u
echter zegt dat de Brusselse
politiezones door de specifieke
financiering die ze voor de
Europese
topconferenties
genieten, nooit een reglement
inzake een financiële vergoeding
zullen kunnen uitvaardigen, dan is
het probleem van politieke aard.
De
gemeenten
willen
vergoedingen niet aanwenden
voor
de
financiering
van
opdrachten in het kader van de
wet
van 1992, maar
voor
opdrachten van bestuurlijke politie.
Wat de politiezone Zuid heeft
kunnen doen, moet in iedere
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
a été voté à l'unanimité, à l'époque. Ce genre de règlement est
effectivement intéressant en cas de manifestation importante. Je
pense ici à un marathon: les 20 km de Bruxelles.
Cela dit, on peut quand même espérer que les organisateurs qui
récoltent parfois des sommes importantes par le biais d'opérations de
parrainage puissent aussi consacrer une partie de leur budget aux
prestations des services pour le maintien de l'ordre. Donc, une base
réglementaire est nécessaire. Si nous ne l'avons pas, vous nous
empêchez de recevoir une contribution financière assez logique. Nous
ne demandons pas d'argent au fédéral. Nous demandons simplement
que les zones de police puissent prendre ce type de règlement.
politiezone mogelijk zijn.
Een
reglement,
waarin
een
onderscheid
wordt
gemaakt
tussen de prestaties tijdens de
week
en in het weekend,
gekoppeld
aan
een
redelijk
uurtarief,
werd
eenparig
goedgekeurd. Zo'n reglement is
inderdaad interessant wanneer er
grote
manifestaties
worden
georganiseerd.
We vragen enkel aan het federale
niveau
dat
de
politiezones
reglementen
zouden
mogen
uitvaardigen
waardoor
de
organisatoren,
die
soms
aanzienlijke sommen vergaren,
een deel van hun budget aan het
optreden van de politiediensten
zouden besteden.
07.07 Patrick Dewael, ministre: Monsieur Maingain, mon
administration a pris position sur base de la justification des dépenses
des années précédentes et après contrôle par la Cour des comptes.
Ce point de vue a été adressé aux communes concernées. Mais il
existe une possibilité de recours qui permet au ministre de l'Intérieur
de revoir les choses. Je ne souhaite nullement anticiper la décision
que je pourrais prendre, mais vous devez savoir que vous disposez
qu'une possibilité de recours.
Par ailleurs, le Fonds pour les sommets européens a été créé avant
mon arrivée au département, et ce à la demande des communes
bruxelloises qui souhaitaient pouvoir disposer de subsides
complémentaires.
Vous me dites aujourd'hui que l'argent n'est pas dépensé à bon
escient et qu'il sert à une politique de prévention qui n'a rien à voir
avec les besoins liés à la tenue des sommets européens.
Permettez-moi de vous dire que, selon moi, le système doit être revu
totalement. Je compte d'ailleurs mettre la question sur la table à
l'occasion du contrôle budgétaire. Mais méfiez-vous! Vous risquez,
par la suite, de disposer de moyens plus réduits que ce n'est le cas
aujourd'hui. En tout cas, il n'est pas envisageable de les voir
augmenter.
Cela fait des années que je suis responsable du fonds pour les
sommets européens. Je fais d'ailleurs parfois l'objet de critiques à ce
sujet. Il est arrivé que les négociations concernant les zones de police
de Bruxelles et en particulier les discussions concernant ce fonds se
terminent à 06.00 ou 07.00 heures du matin. Si vous voulez que l'on
mette les points sur les i, il en sera ainsi. Mais dans ce cas, le débat
est ouvert.
07.07 Minister Patrick Dewael:
Mijn administratie heeft haar
standpunt bepaald op grond van
de
verantwoording
van
de
uitgaven van de voorbije jaren en
na de controle van het Rekenhof.
Er
bestaat
een
beroepsmogelijkheid en in het
kader daarvan kan de minister van
Binnenlandse Zaken een en ander
herbekijken. Ik zal echter niet op
de gebeurtenissen vooruitlopen.
Het fonds ter financiering van de
uitgaven die voortvloeien uit de
organisatie van Europese toppen
werd vóór mijn aantreden op vraag
van de Brusselse gemeenten in
het leven geroepen, omdat die op
zoek waren naar bijkomende
middelen. U zegt dat het geld los
van
de
vooropgestelde
doelstellingen
wordt
gebruikt.
Weet dat, wanneer de regeling
wordt herzien, zoals ik tijdens de
volgende begrotingscontrole zal
voorstellen, u wel eens minder zou
kunnen krijgen dan vandaag het
geval is! Dat fonds is immers het
resultaat van een hele nacht
onderhandelen
over
de
financiering van de Brusselse
politiezones.
Le président: Avant de donner la parole aux membres qui le souhaitent, je rappelle que le Règlement
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
prévoit un temps total de parole de cinq minutes pour les questions orales.
07.08 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je suis bien
d'accord, mais les communes ont dépensé des montants importants
en 2004 et 2005. L'administration nous notifie ensuite que nous ne
recevrons pas environ 80% de cet argent. La conséquence est que ce
ne sera pas payé par le fonds des sommets européens. Dans
certaines communes, la proportion s'élève quasiment à 100%. Ainsi,
à la ville de Bruxelles, ce sont des sommes considérables et des
emplois qui sont en jeu.
Nous savons très bien comment est né le fonds des sommets
européens. Parmi les justifications qui furent invoquées, il était
question, sans rire, de lutter contre l'insécurité dont sont victimes les
fonctionnaires européens. Nous développons des politiques
communales, qui sont bien utiles pour la sécurité dans nos quartiers,
en engageant des éducateurs de rue et en travaillant sur la
prévention. Certes, le but n'est pas d'améliorer spécialement la
sécurité du fonctionnaire européen. Ce n'est donc pas à cette fin que
les sommes sont dépensées.
Vous avez raison de rappeler le besoin de clarification. Peut-être cela
entraînera-t-il une diminution des moyens. En tout cas, environ 80%
parfois moins dans certaines communes des moyens promis ne
tomberont pas dans les mannes financières. Dans ma commune,
l'ordre de grandeur s'élève à 50% pour les années 2004 et 2005.
Comme notre commune doit suivre un plan de redressement, vous
imaginez bien combien cela peut faire mal!
07.08 Xavier Baeselen (MR):
Terwijl de gemeenten in 2004 en
2005 niet onaanzienlijke uitgaven
hebben gedaan, worden ze door
de administratie gewaarschuwd
dat zij 80 % van dat geld niet
zullen krijgen.
Het Fonds van de Europese
Topontmoetingen
moest
o.a.
dienen om de onveiligheid waar
Europese
ambtenaren
het
slachtoffer van zijn, te bestrijden.
Nu is het zo dat de gemeenten
een beleid uitstippelen dat de
veiligheid in de wijken ten goede
komt,
onder
meer
door
straathoekwerkers in dienst te
nemen en door werk te maken van
preventie.
Er
moet
klaarheid
worden
geschapen, maar als gevolg
daarvan zullen de betrokken
gemeenten misschien minder geld
krijgen. In mijn gemeente, die zich
aan een herstelplan moet houden,
gaat het om en bij de 50 procent
voor de jaren 2004 en 2005.
Le président: "L'imagination au pouvoir", c'était il y a quarante ans.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Les questions n° 4647 de Mme Jacqueline Galant et n° 4801 de Mme
Linda Musin sont transformées en questions écrites.
La question n° 4671 de M. Willem-Frederik Schiltz est reportée, ce
dernier étant absent.
De
voorzitter:
De
samengevoegde vragen nr. 4647
van Mevr. Jacqueline Galant en nr.
4801 van Mevr. Linda Musin
worden omgezet in schriftelijke
vragen. Vraag nr. 4671 van de
heer Willem-Frederik Schiltz wordt
uitgesteld.
08 Vraag van mevrouw Maya Detiège aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "het optreden van Benny Hinn in het Sportpaleis in Antwerpen" (nr. 4674)
08 Question de Mme Maya Detiège au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le show de
08.01 Maya Detiège (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter, vooraleer
ik door een of andere sekteleider word beïnvloed in het Sportpaleis,
kan ik nog als gelukkig mens leven vandaag.
Deze vraag dateert uit de periode van de paasvakantie. Ik had
vernomen dat een of andere Amerikaanse televisiedominee, Benny
Hinn, naar het Antwerpse Sportpaleis zou afzakken, waar hij op
vrijdag 9 en zaterdag 10 mei zal optreden.
08.01
Maya
Detiège
(sp.a+Vl.Pro): Le télé-évangéliste
Benny Hinn sera au Sportpaleis
les 9 et 10 mai. L'homme, qui
affirme procéder à des guérisons
miraculeuses, suscite un climat
d'hystérie lors de son show
religieux
pendant
que
ses
collaborateurs circulent dans la
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
Het is een Amerikaanse televisiedominee die, naar eigen zeggen,
miraculeuze genezingen doet. Hij is niet zomaar een predikant, maar
een van de grote boegbeelden van de Amerikaanse televisiepriesters.
Miljoenen mensen kijken naar zijn uitzendingen en Hinn is ervan
overtuigd dat hij door Jezus Christus werd uitverkoren om in Zijn
naam mirakels te verrichten. Pas op, hij meent dat! Hinn laat mirakels
gebeuren op het podium, zeggen zijn fans: hij doet lammen weer
lopen en laat blinden weer zien.
De waarheid is natuurlijk iets genuanceerder: zijn staf selecteert de
mensen die het podium op mogen en die dan zogezegd op
miraculeuze wijze genezen van de een of andere erge ziekte. Tijdens
de religieuze show wekt hij een of andere hysterische sfeer op, terwijl
zijn medewerkers op dat ogenblik vlotjes met de collectebus
rondgaan. Elk mirakel heeft blijkbaar zijn prijs, ook bij Benny Hinn. Het
is daarom voor hem een lucratieve bezigheid geworden: de man heeft
een huis van 3,5 miljoen dollar, vijf luxewagens en een privéjet. Dat
iemand rijk is of wordt, is iets waar ik absoluut geen probleem mee
heb. Dat iemand rijk wordt door zieke of zwakke mensen op te lichten,
vind ik niet aanvaardbaar. Dat is toch wel een belangrijke nuance.
Het antwoord van uw diensten dat onlangs in de pers verscheen,
tijdens de paasvakantie, vond ik toch wel een beetje teleurstellend.
Men liet toen weten dat Benny Hinn gewoon als alle andere
Amerikaanse staatsburgers zou worden onderzocht. Geen
onderscheid met andere burgers dus. Ik vind dit nochtans een
gevaarlijke tendens die uit Amerika komt overgewaaid en waar
uiteindelijk de goedgelovige mensen het slachtoffer van zijn. Ik vind
ook dat we dit soort van uitbuiters moeten mijden en, indien mogelijk,
hen de toegang ontzeggen.
Daarover was er discussie. Ik heb vernomen dat Etienne Vermeersch
zei dat men er niks aan kan doen. Ik ben tamelijk koppig en ik poneer
dat men er wel iets aan kan doen. Ik heb dat wat uitgediept; de
paasvakantie is al een tijdje geleden. Ik situeer even de situatie. In de
periode 1996-1997 werd een parlementaire onderzoekscommissie
speciaal opgericht om te onderzoeken hoe we de onwettige praktijken
van sekten kunnen aanpakken. Daar werden aanbevelingen gedaan
en er is een heel rapport over geweest.
Ik ben een leek als het gaat over sekten, maar mijn grote teen zegt
mij dat er iets niet juist is aan Benny Hinn. Ik kan fout zijn. Ik heb
echter een aantal criteria om het tegendeel te veronderstellen. De
onderzoekscommissie naar de sekten heeft het begrip sekten als
volgt omschreven. Er is de gewone sekte, sensu stricto. Er zijn de
schadelijke sektarische organisaties. Er zijn de verenigingen met het
oogmerk om misdrijven te plegen die zich opstellen achter een
bedrieglijk sektarisch voorkomen of zich daarbij voor een
godsdienstige beweging uitgeven. Dit zijn als sekte vermomde
misdaadorganisaties.
De onderzoekscommissie heeft een aantal criteria opgesomd om na
te gaan wat als schadelijk wordt beschouwd. Ze gebruiken
misleidende wervingsmethodes. Men mag bijvoorbeeld gratis naar het
Sportpaleis maar moet hen wel informatie verstrekken zoals naam,
werkgever, enzovoort.
Er zijn groepen die financiële uitbuiting op het oog hebben. De
salle pour faire la quête. La
richesse personnelle de Benny
Hinn prouve qu'il s'agit en
l'occurrence
d'une
activité
lucrative.
Il est inacceptable qu'un individu
s'enrichisse en escroquant des
personnes malades ou affaiblies.
J'ai été déçue de la réponse des
services du ministre. L'individu en
question serait considéré comme
tout simple citoyen américain et sa
venue ne serait pas l'objet d'une
enquête plus approfondie.
Je considère, pour ma part, que
nous devons éviter ce genre
d'exploiteurs et, si possible, leur
interdire l'accès.
Au cours des années 1996-1997,
une
commission
d'enquête
parlementaire s'est penchée sur
les pratiques illégales des sectes.
Le rapport mentionne les sectes
au sens strict, les organisations
sectaires
nuisibles
et
les
organisations criminelles liées à
des sectes. Pour définir la notion
de "nuisible", la commission
d'enquête évoque notamment les
méthodes
de
recrutement
abusives et le fait de viser en tant
que
groupe
l'exploitation
financière. Les groupes qui visent
une telle exploitation organisent
des
activités
se
déroulant
généralement en des endroits
prestigieux de sorte que ces
activités acquièrent aux yeux du
public une certaine respectabilité.
Les sectes nuisibles refusent
également la médecine classique.
Le ministre de l'Intérieur est
notamment chargé de garantir la
sécurité des citoyens. Le ministre
a-t-il demandé à la cellule de
coordination administrative de
procéder à un screening de
l'intéressé et de son entourage?
Dans la négative, a-t-il l'intention
de le faire? Il devrait vraiment être
mieux surveillé qu'un citoyen
américain ordinaire.
Combien
de
citoyens
se
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
activiteiten gaan meestal door op gereputeerde of prestigieuze
plaatsen. In Antwerpen is het Sportpaleis een gereputeerde plaats en
zo verkrijgen de activiteiten voor het publiek een eerbaar karakter en
verkrijgen ze zelfs enige legitimiteit.
Er is het ontzeggen van passende medische zorg. Als men de
mensen zegt dat zij zullen genezen wanneer ze naar hen toe komen,
zweert men uiteindelijk de klassieke geneeskunde af en opteert men
voor alternatieven.
Ik somde een aantal zaken uit die lijst op. Omwille van de argumenten
die ik net aanhaalde, vind ik dat er een screening zou moeten
gebeuren. Ik vraag het aan u omdat u minister van Binnenlandse
Zaken bent en instaat voor de veiligheid van onze burgers.
Er was in mijn vraag oorspronkelijk sprake van het observatorium. Dat
blijkt echter enkel een informatieorgaan te zijn. Er zou een
administratieve coördinatiecel bestaan die instaat voor de screening
en het preventiebeleid. Ze is samengesteld uit een aantal mensen van
verschillende ministeries, van de Veiligheid van de Staat en van het
federaal parket die de screening doen.
Hebt u die administratieve coördinatiecel gevraagd om die man en
zijn entourage te screenen? Als dat nog niet is gebeurd, zult u dat
alsnog doen? Ik weet dat het kort dag is, maar ik zou graag hebben
dat die man iets beter wordt gescreend dan een gewone Amerikaanse
staatsburger.
Ik weet niet of u mijn laatste vraag kunt beantwoorden. Ik ben
nagegaan wat precies de werking van het observatorium is. Als
mensen vermoeden dat bijvoorbeeld hun zus bij een of andere sekte
hoort omdat ze plots kaalgeschoren is of een oranje kleed draagt,
kunnen zij het observatorium om informatie verzoeken. Kennen de
mensen het observatorium en zijn er mensen die daarvan gebruik
maken?
renseignent
auprès
de
l'Observatoire des sectes s'ils
soupçonnent un membre de leur
famille de faire partie d'une secte ?
L'Observatoire est-il suffisamment
connu auprès du public ?
Le président: Madame Detiège, avant de donner la parole au
ministre pour sa réponse, je voudrais vous communiquer une
information.
Vous avez fait allusion au rapport de 1996. Après ce rapport, j'ai
présidé un groupe de travail sur les sectes qui a remis son rapport à
la fin de la dernière législature. Ce rapport existe et je vous invite à le
consulter car il fait allusion à un certain nombre de préoccupations en
matière de sectes guérisseuses puisque cette catégorie pose un réel
problème sur l'ensemble du territoire.
Par ailleurs, l'observatoire auquel vous faites allusion est le Centre
d'avis et d'information sur les organisations sectaires nuisibles qui, en
dix ans, a étudié 800 nouveaux groupements.
Le ministre va répondre bien que cela concerne également le ministre
de la Justice.
De voorzitter: Mevrouw Detiège,
na het rapport van 1996 was ik
voorzitter van een werkgroep over
sekten die op het einde van de
vorige zittingsperiode een verslag
heeft ingediend. Ik raad u aan om
het verslag te raadplegen, in het
bijzonder
betreffende
de
genezende sekten. U verwijst naar
het Informatie- en adviescentrum
inzake schadelijke sektarische
organisaties dat op 10 jaar tijd 800
groeperingen heeft bestudeerd.
08.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, het is maar
een grapje, maar als die man over buitengewone vermogens
beschikt, kunnen wij hem vragen om morgen om 14 uur naar het
Parlement te komen. Wie weet laat hij het licht schijnen.
08.02 Patrick Dewael, ministre:
Moi aussi j'ai mes doutes sur ce
genre de personnage. Benny Hinn
est
populaire
et
organise
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
Mevrouw Detiège, ik heb natuurlijk ook, net zoals u, mijn twijfels over
dit soort van mensen. Ik stel vast dat deze man populair is en heel
wat sessies geeft, niet alleen in de VSA maar ook in Europa. Wij
moeten echter een aantal wetten en regels respecteren. Het volstaat
niet dat wij tegen elkaar zeggen dat wij dat gevaarlijk vinden en
daarom moet ik, omdat ik bevoegd ben voor de veiligheid, die man
gaan screenen en verbieden. Gelukkig zijn er regels waarbinnen de
acties van ons, van justitie en politie moeten worden afgewogen in het
kader van een aantal rechten en vrijheden.
Wat zijn de theoretische mogelijkheden om hem de toegang tot het
grondgebied te ontzeggen? Hij is een Amerikaanse staatsburger. Als
hij de juiste documenten heeft en hij komt naar ons land, kan hij dat
doen. Wij kunnen daaraan wel een aantal binnenkomstvoorwaarden
verbinden, omdat het gaat om een niet-EU-burger. Er moeten echter
voldoende elementen zijn om aan te nemen dat hij de openbare rust,
de openbare orde in ons land zou kunnen schaden.
Hetzelfde geldt ook voor de tweede theoretische mogelijkheid,
namelijk het uitvaardigen van een verbod door een lokale
burgemeester. Ik heb dat antwoord al gegeven op andere vragen over
andere manifestaties. Een burgemeester kan altijd een bijeenkomst
verbieden, maar hij kan dat alleen preventief doen als hij de
overtuiging heeft dat er voldoende elementen zijn die aanleiding
zouden kunnen geven tot een verstoring van de openbare orde.
Op dit ogenblik beschikken wij over geen enkel element om aan te
nemen dat deze gebeurtenis het voorwerp zou uitmaken van een
bijzondere dreiging of de openbare veiligheid in het gedrang zou
brengen.
U beschrijft een aantal fenomenen. U vindt dat laakbaar. Ik spreek
hier echter over het begrip "handhaving van de openbare orde". Het
moet duidelijk zijn dat mensen zich mogelijk op die bijeenkomst laten
misleiden. Op zich betekent dat echter geen verstoring van de
openbare orde op basis waarvan men de toegang tot het land kan
verbieden of een burgemeester de manifestatie kan verbieden. De
betrokkene staat ook niet internationaal geseind. Ik geef u dat maar
mee voor wat het waard is.
De lokale politie van Antwerpen heeft aan mijn diensten bevestigd dat
de lokale overheid deze gebeurtenis gewoon zal omkaderen, net
zoals heel wat andere evenementen die plaatsvinden in het
Sportpaleis.
Een derde mogelijkheid is een gerechtelijk optreden. Daarvoor moet
men aanwijzingen hebben dat er een misdrijf zou worden gepleegd.
Daarvoor moet u de minister van Justitie ondervragen. Ik kan u wel
zeggen dat er geen internationale gerechtelijke sein is.
Er bestaat natuurlijk wel sinds 2 juni 1998 een definitie van
schadelijke sektarische organisaties. Het schadelijk karakter wordt
beoordeeld op basis van wettelijke inbreuken.
Het informatie- en adviescentrum inzake schadelijke sektarische
organisaties is om advies gevraagd maar uit dit advies blijkt dat de
beweging die de betrokkene vertegenwoordigt niet als een schadelijke
beaucoup de réunions aux Etats-
Unis et en Europe, mais nous ne
pouvons pas interdire sans plus
ses apparitions. Il existe des lois et
des règles, des droits et des
libertés qui doivent être respectés.
Nous pourrions lui interdire l'accès
à notre territoire mais pour cela
nous
devons
disposer
de
suffisamment d'éléments nous
permettant de démontrer que sa
venue
pourrait
troubler
la
tranquillité et l'ordre publics. Cela
s'applique aussi à la deuxième
possibilité,
celle
pour
le
bourgmestre local d'interdire la
manifestation à titre préventif.
Nous ne disposons cependant
d'aucun élément indiquant une
menace particulière, notamment
pour la sécurité publique. Le fait
que des personnes pourraient se
laisser tromper au cours d'une
telle rencontre ne signifie pas en
soi qu'il y a perturbation de l'ordre
public. Benny Hinn ne fait pas non
plus l'objet d'un signalement
international. La police locale
d'Anvers a confirmé que les
autorités locales encadreraient cet
événement comme tous les autres
événements qui se déroulent au
Sportpaleis.
La présence d'éléments indiquant
que des délits pourraient être
commis pourrait justifier une
intervention judiciaire mais dans
ce cas, le ministre compétent est
le ministre de la Justice. L'avis du
Centre d'information et d'avis
concernant
les
organisations
sectaires nuisibles ne taxe pas le
mouvement de Benny Hinn de
secte
nuisible.
Il
appartient
toutefois au tribunal de juger des
éventuels délits commis par Benny
Hinn, tels que l'escroquerie ou
l'exercice illégal de l'art de guérir.
Les gens sont libres de choisir
d'assister ou de ne pas assister à
de telles réunions. Sauf s'il y a
danger pour l'ordre public, le droit
constitutionnel garantit la liberté
d'assemblée et de réunion. Toute
restriction en la matière est régie
par la loi. En cas d'infractions, seul
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
sektarische organisatie kan worden bestempeld. Op de vraag of hij
daadwerkelijk inbreuken begaat en misdrijven pleegt, zoals
bijvoorbeeld oplichting en onwettige uitoefening van de geneeskunde,
moet het antwoord uiteindelijk worden gegeven door gerechtelijke
autoriteiten. Men kan dat niet doen vanuit een politioneel of preventief
optreden.
Ik concludeer dat mensen in principe vrij zijn om te gaan en te staan
waar ze willen. Mensen kiezen er ook zelf voor om naar dat soort van
bijeenkomsten te gaan. Tenzij er gevaar is voor de openbare orde
speelt hier een grondwettelijk recht inzake bijeenkomst en
vergadering. Dat vindt zijn beperkingen in onze wetten en onze
strafwetten. Het is dan ook aan het gerecht om desgevallend op te
treden. Tot daar de elementen van antwoord. Ik denk dat we daarin
behoedzaam moeten zijn zodat we geen optreden gaan lanceren dat
nadien de wettelijke toetsing niet zou kunnen doorstaan.
les
tribunaux
ont
le
droit
d'intervenir.
08.03 Maya Detiège (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister, bedankt
voor de goede toelichting. Ik heb wel nog een vraagje. Dit betreft
inderdaad het luik openbare orde maar ik heb u bewust de vraag
gesteld omdat het algemeen om de veiligheid van de burger gaat. Het
gaat om mentaal zwakkere mensen die zich laten beïnvloeden. Dat is
toch een nuanceverschil. Ik heb begrepen dat u advies hebt gevraagd
aan die coördinatiecel?
08.03
Maya
Detiège
(sp.a+Vl.Pro): Il y va de la sécurité
des citoyens en général et des
personnes
fragilisées
mentalement en particulier.
08.04 Minister Patrick Dewael: Ik heb daar alleszins navraag naar
gedaan.
08.05 Maya Detiège (sp.a+Vl.Pro): Hebben zij ook de reden
opgegeven? Is het een juridisch probleem waardoor zij dit niet als een
schadelijke organisatie kunnen beschouwen? Hebben zij voldoende
bewijsmateriaal? Weet u dat?
08.05
Maya
Detiège
(sp.a+Vl.Pro): Le Centre d'avis
disposait-il d'un nombre suffisant
de données pour déterminer s'il
s'agit d'une organisation sectaire
nuisible?
08.06 Minister Patrick Dewael: Neen, ik zeg gewoon dat de toegang
tot het grondgebied verlenen en/of politioneel optreden vanuit de
bevoegdheid van de burgemeester volgens mij niet beantwoordt aan
de wettelijke voorwaarden.
08.06 Patrick Dewael, ministre:
Je l'ignore mais lui interdire l'accès
au territoire ou interdire la réunion
à titre préventif est inadmissible
étant donné que les conditions
n'ont pas été remplies à cet effet.
08.07 Maya Detiège (sp.a+Vl.Pro): Ja, dat begrijp ik.
08.08 Minister Patrick Dewael: Mocht die persoon nu u noemt het
een kwakzalver op een onwettige manier een soort geneeskunde
beoefenen, dan zijn er natuurlijk indicaties nodig die aantonen dat het
een misdrijf is. Om dat uit te maken is er een gerechtelijk optreden en
een strafonderzoek nodig zodat er eventueel een vervolging voor de
rechtbank kan komen.
Tot nader order is het parket nog geen instantie die onder mijn
bevoegdheid ressorteert. U kunt uw vraag en mijn antwoord ook
meedelen aan de minister van Justitie. Dan moeten de gerechtelijke
autoriteiten optreden.
08.08 Patrick Dewael, ministre:
Néanmoins, si un délit semble
avoir été commis, la justice doit
intervenir et la question doit être
posée au ministre de la Justice.
08.09 Maya Detiège (sp.a+Vl.Pro): Bedankt voor het antwoord.
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Questions jointes de
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'absence de médecins
urgentistes accompagnant les membres du service intervention des unités spéciales de la Police
fédérale" (n° 4685)<br>- M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'absence de logistique
opérationnelle de terrain lors des missions de l'Escadron spécial d'intervention (ESI) des Unités
spéciales de la police fédérale (CGSU)" (n° 4969)<br>- M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la nécessaire protection de
l'identité des membres de l'Escadron spécial d'intervention (ESI) des Unités spéciales de la police
fédérale (CGSU) et la problématique de la protection des plaques d'immatriculation de leurs véhicules
personnels" (n° 4970)<br>- M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'absence de stand de tir propre
au personnel de l'Escadron spécial d'intervention (ESI) des Unités spéciales de la police fédérale
(CGSU)" (n° 4971)</b>
09 Samengevoegde vragen van
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
afwezigheid van spoedartsen voor de begeleiding van de leden van de dienst interventie van de
bijzondere eenheden van de Federale Politie" (nr. 4685)
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het niet
voorhanden zijn van operationele logistieke steun voor de opdrachten van het Speciaal Interventie
Eskadron (SIE) van de Speciale eenheden van de federale politie (CGSU)" (nr. 4969)
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
noodzakelijke bescherming van de identiteit van de leden van het Speciaal Interventie Eskadron (SIE)
van de Speciale eenheden van de federale politie (CGSU) en de problematiek van de bescherming van
de nummerplaten van hun persoonlijke voertuigen" (nr. 4970)
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het niet
voorhanden zijn van een eigen schietstand voor het personeel van het Speciaal Interventie Eskadron
(SIE) van de Speciale eenheden van de federale politie (CGSU)" (nr. 4971)
09.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, ma première question porte sur la spécificité des missions
confiées aux membres du service intervention des unités spéciales de
la police fédérale. Ces derniers sont, en effet, amenés à devoir faire
face à des situations où la présence d'un médecin urgentiste à leurs
côtés s'avère indispensable dès le début de leur action, tant pour eux
que pour les tiers concernés.
Selon mes informations, aucun médecin urgentiste n'accompagne à
l'heure actuelle les membres dudit service dans leurs missions
régulières. Ce sont des médecins curatifs relevant du service médical
à la police fédérale qui assurent cette fonction, médecins qui n'ont
pas reçu de formation particulière pour assister le personnel concerné
dans les situations auxquelles ils se trouvent confrontés.
Monsieur le ministre, comptez-vous prendre des mesures pour pallier
cette carence, notamment en permettant à certains membres du
service intervention des unités spéciales de la police fédérale de
suivre une formation médicale et paramédicale? À défaut, estimez-
vous qu'un détachement, en concertation avec votre collègue de la
Défense nationale, de médecins militaires urgentistes auprès de ce
service, dans le contexte et pour les motifs énoncés, est
envisageable?
Ma deuxième question a trait aux missions confiées à l'escadron
spécial d'intervention des unités spéciales à la police fédérale. Dans
09.01 Josy Arens (cdH): Mijn
eerste vraag heeft betrekking op
de afwezigheid van ugentieartsen
in het kader van de opdrachten
van de Directie van de speciale
eenheden van de federale politie
(CGSU). Deze functie wordt
vandaag verzekerd door artsen
van de medische dienst van de
Federale Politie die niet opgeleid
zijn voor dergelijke situaties.
Zal u maatregelen nemen om dit
tekort op te vangen, bijvoorbeeld
door
een
medische
en
paramedische opleiding aan de
leden van CGSU aan te bieden of
door militaire urgentieartsen bij
deze dienst te detacheren?
Mijn
tweede
vraag
heeft
betrekking op de opdrachten van
het Speciaal Interventie Eskadron
(SIE) van de Directie speciale
eenheden van de federale politie.
Dit personeel wordt vaak urenlang
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
de très nombreux cas, l'unité et son personnel sont déployés sur le
terrain pendant plusieurs heures d'affilée. Il semblerait qu'aucune
logistique opérationnelle de terrain ne soit prévue pour le personnel
dans pareille situation. Je m'en étonne d'autant plus que semblable
logistique opérationnelle de terrain est prévue pour d'autres unités de
nos services de police, notamment celles qui interviennent lors des
services d'ordre.
Monsieur le ministre, est-il exact qu'aucune logistique opérationnelle
n'est prévue pour le personnel de l'escadron spécial d'intervention des
unités spéciales de la police fédérale lorsque son personnel est
engagé dans des missions de plusieurs heures d'affilée? Dans
l'affirmative, comptez-vous donner des instructions afin que, dans le
contexte décrit, un tel dispositif soit mis en exécution à l'avenir?
J'en viens à ma troisième question. Le 21 avril dernier, j'interpellais en
commission votre collègue, le vice-premier ministre et ministre de la
Justice sur la nécessaire protection de l'identité des membres de
l'escadron spécial d'intervention des unités spéciales de la police
fédérale lors de procédures en justice. Dans sa réponse, M. le vice-
premier ministre et ministre de la Justice me faisait savoir que "Tant
le parquet fédéral que les parquets généraux ont déjà, à plusieurs
reprises, émis le souhait que des dispositions légales soient adoptées
afin de protéger les données d'identité de certains fonctionnaires de
police", et de poursuivre "Je ne suis pas opposé, que du contraire, à
participer à la réflexion à cet égard et à prendre des initiatives
législatives utiles".
Dans ce même contexte de protection de l'identité des membres de
l'escadron spécial d'intervention, il n'y a pas, à ma connaissance, de
protection prévue pour les plaques d'immatriculation du véhicule
personnel des membres de l'escadron spécial d'intervention et ce,
contrairement aux dispositions prises à cet égard dans d'autres unités
de police antiterroriste européennes. Si les plaques d'immatriculation
des véhicules de service des membres de cette unité sont bien
protégées, les intéressés peuvent, par contre, être aisément identifiés
via la plaque d'immatriculation de leur véhicule personnel.
Monsieur le ministre, pour quelles raisons aucune disposition n'a-t-elle
jamais été prise afin de protéger les plaques d'immatriculation dont
question? Comptez-vous, à l'instar de votre collègue, le vice-premier
ministre et ministre de la Justice, prendre des mesures pour renforcer
la nécessaire protection de l'identité des membres de l'escadron
spécial d'intervention des unités spéciales de la police fédérale,
notamment en ce qui concerne la protection des plaques
d'immatriculation de leur véhicule personnel?
Ma dernière question porte sur les stands de tir.
En Belgique, en 1972, suite à la prise d'otages aux Jeux Olympiques
de Munich, fut créé l'escadron spécial d'intervention (GSI) qui fait
partie aujourd'hui des unités spéciales de la police fédérale (CGSU) et
est membre du Groupe d'intervention antiterroriste européen "Atlas".
À ma connaissance, toutes les unités antiterroristes européennes
disposent de matériels et d'infrastructures performants, en totale
adéquation avec les missions antiterroristes qui leur sont confiées. À
ce titre, elles disposent de leur propre stand de tir pour l'entraînement
op het terrein ingezet zonder
operationele logistieke steun (in
tegenstelling tot andere eenheden
van de politie).
Is dat zo? Zal u instructie geven
om
in
een
dergelijke
ondersteuning te voorzien?
Dan kom ik nu op mijn derde
vraag. Op 21 april jongstleden
interpelleerde ik de minister van
Justitie over de noodzakelijke
bescherming van de identiteit van
de leden van het SIE bij
gerechtelijke procedures. Bij mijn
weten is er in diezelfde context
trouwens ook geen bescherming
van de nummerplaten van de
persoonlijke voertuigen van SIE-
leden, wat wel het geval is voor de
antiterreurpolitie
van
andere
Europese landen.
Waarom
werden
er
geen
maatregelen getroffen om deze
nummerplaten te beschermen?
Zal u maatregelen treffen om de
identiteit van de leden van het SIE
beter te beschermen, en meer
bepaald de nummerplaten van hun
persoonlijke voertuigen?
Mijn laatste vraag gaat over de
schietstanden.
In 1972 werd in België na de
gijzelingsactie
tijdens
de
Olympische Spelen van München
het speciaal interventie-eskadron
(SIE) opgericht, dat thans afhangt
van de Directie van de speciale
eenheden van de federale politie
(CGSU).
Alle Europese antiterreureenheden
beschikken over een aangepaste
infrastructuur
en
adequaat
materiaal voor de uitvoering van
hun opdracht. In tegenstelling tot
de andere eenheden beschikt het
SIE evenwel niet over een eigen
schietstand voor de training en
opleiding van zijn personeel.
Bovendien worden de gebouwen
van die eenheid momenteel
verbouwd, maar van de inrichting
van een schietstand is er geen
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
et la formation de leur personnel. Ce n'est actuellement pas le cas
pour l'escadron spécial d'intervention des unités spéciales de la police
fédérale belge. Je m'en étonne d'autant plus que des travaux
d'aménagement des bâtiments de cette unité sont prévus à court
terme et que les plans de la Régie des Bâtiments ne prévoient
absolument pas de stand de tir propre au personnel dont question.
Monsieur le ministre, pourriez-vous me faire savoir pour quelle raison
l'escadron spécial ne dispose toujours pas à l'heure actuelle d'un
stand de tir propre pour l'entraînement et la formation de son
personnel?
Pour quelle raison, alors que l'opportunité s'en présentait et s'en
présente encore, un tel stand de tir n'a pas été prévu dans les travaux
d'aménagement des infrastructures de cette unité, travaux
programmés pour la période 2009-2013?
sprake.
Waarom beschikt het SIE niet over
een schietstand? Waarom werd
een dergelijke schietstand niet in
de planning opgenomen van de
voor
de
periode
2009-2013
geprogrammeerde werken voor de
renovatie van de infrastructuur van
die eenheid?
09.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, monsieur
Arens, vos questions concernent les unités spéciales de la police
fédérale.
Premièrement, la police fédérale, soucieuse de la sécurité de son
personnel, a consacré des moyens afin de garantir le traitement
adéquat en cas de blessure. Ainsi le service médical de la police
fédérale a constitué un pool médical composé de médecins et
infirmiers, disponibles à tout moment et rappelables dans l'heure en
dehors des heures de service. Outre une formation spécifique, ces
équipes médicales ont acquis les mêmes diplômes et brevets que la
majorité de celles qui officient dans les services d'urgence des
hôpitaux belges. Ces équipes travaillent d'ailleurs pour la plupart, en
sus de leurs prestations, dans le secteur des urgences civiles pour
maintenir leur niveau de connaissances. Même si une équipe
médicalisée du 100 se trouve déjà sur place, ce personnel médical
accompagne systématiquement le personnel d'intervention lors de
ses missions et exercices à haut risque.
Un team de policiers CGSU est chargé en intervention de piloter ce
team médical pour faciliter son action ainsi que son intégration dans
le dispositif policier en place. En outre, un équipement spécifique
individuel est mis à disposition et la formation allant de pair est
dispensée au personnel CGSU, de manière à lui permettre de
prendre les premières mesures en attendant le team médical sur
place.
Des formations spécifiques en milieu militaire ainsi que dans le
secteur civil médical ont déjà été dispensées à certains policiers. La
problématique des besoins CGSU en matière d'appui médical en
général fait par ailleurs l'objet d'une réflexion approfondie au niveau
des directions concernées de la police fédérale. Toutes les pistes font
l'objet d'une étude prenant en compte tous les paramètres
susceptibles de garantir avec efficience l'intégrité physique des
membres CGSU.
Deuxièmement, l'ex-gendarmerie disposait en effet d'une cuisine
roulante qui permettait de fournir sur le terrain des repas chauds au
personnel. Or, l'expérience avait montré que l'acquisition, l'entretien et
la mise en oeuvre de pareils équipements représentent un coût
important et disproportionné par rapport à la fréquence réelle
09.02 Minister Patrick Dewael:
Ten eerste heeft de federale politie
de nodige middelen uitgetrokken
om ervoor te zorgen dat wie
gewond raakt, een adequate
verzorging krijgt. Er werd een
medische pool samengesteld van
artsen en verpleegkundigen, die
steeds beschikbaar zijn en buiten
de diensturen terugroepbaar zijn.
Die medische teams beschikken
over
dezelfde
diploma's
en
getuigschriften als de teams in de
urgentiediensten van de Belgische
ziekenhuizen en krijgen daarnaast
een specifieke opleiding. Voorts
brengen ze regelmatig tijd door op
de
spoeddiensten
van
ziekenhuizen, om hun kennis op
peil te houden. Dat medisch
personeel
vergezelt
het
interventiepersoneel altijd tijdens
risicovolle
opdrachten
en
oefeningen.
Een
team
van
CGSU-
politiepersoneel (dat over een
specifieke uitrusting beschikt en
een
ad-hocopleiding
heeft
gevolgd) stuurt dat medisch team
aan tijdens interventies. Een
aantal
politiemensen
kreeg
specifieke opleidingen bij het leger
en in de burgerlijke medische
sector. De federale politie beraadt
zich overigens ten gronde over de
problematiek van de noden op het
stuk van de medische bijstand.
Ten tweede klopt het dat de
vroegere rijkswacht over een
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
d'engagement en opération. Dès lors, des solutions alternatives,
reposant sur les possibilités locales offertes, sont retenues les rares
fois que le problème se pose sur le terrain.
Troisièmement, l'usage des plaques d'immatriculation protégées est
destiné à protéger certains véhicules de service lorsque des
opérations d'un caractère de discrétion maximale sont menées,
notamment en matière de méthodes particulières de recherche.
L'octroi temporaire de plaques protégées à apposer sur des véhicules
privés de policiers ou de magistrats n'a cours que dans le cadre de
menaces graves clairement identifiées. Ces cas de menaces réelles à
l'égard de policiers sont relativement rares et font l'objet d'un
traitement adopté au cas par cas.
Diverses mesures, telles que le port de la cagoule ou l'absence de
mention des noms sur les PV, participent déjà à la sauvegarde de
l'anonymat des membres des unités spéciales. Certaines mesures
complémentaires sont comme vous l'avez fait remarquer à l'étude
par mon collègue de la Justice, mais cette question dépasse
largement la problématique des unités spéciales de la police fédérale.
Par la nature de leurs missions, ces unités jouissent déjà d'une
discrétion totalement absente de nombreux services de première
ligne.
Enfin, quatrièmement, à l'instar des autres services de police basés à
Bruxelles, les unités spéciales de la police fédérale souffrent d'un
manque chronique de disponibilités de stands de tir à proximité
immédiate de leur lieu d'activité. Les unités spéciales compensent ce
manque d'infrastructures à Bruxelles par la fréquentation
systématique d'autres installations, militaires, policières ou privées et
situées en dehors de la capitale. Ceci génère une perte de temps en
déplacements et ne constitue pas une solution satisfaisante à terme.
Vous n'êtes pas sans savoir que la construction d'un stand de tir en
environnement urbain va de pair avec la résolution des problèmes
d'ordre urbanistique, technique et financier. Votre information selon
laquelle une opportunité de construire un stand de tir propre aux
unités spéciales aurait été récemment négligée est inexacte ou pour
le moins incomplète. Il est exact que les premiers travaux de
restauration planifiés ne prévoient pas l'aménagement de stands de
tir, pour des raisons techniques. Par contre, la phase ultérieure
d'aménagement du complexe destiné à ces services comprend un
projet de construction d'un stand de tir spécifique dans le sous-sol
d'un nouveau bâtiment à construire dans les années à venir.
rijdende keuken beschikte die de
manschappen in het veld warme
maaltijden verschafte. Uit de
praktijk is echter gebleken dat de
prijs van zo'n uitrusting erg hoog
ligt en in geen verhouding staat tot
de reële inzet in het kader van
operaties. Wanneer het probleem
zich dus in de praktijk voordoet,
wordt gekozen voor alternatieve
oplossingen en wordt gebruik
gemaakt van het aanbod ter
plaatse.
Ten derde wordt in het kader van
geheime
operaties
gebruik
gemaakt
van
beschermde
nummerplaten. Van de tijdelijke
toekenning
van
beschermde
nummerplaten
voor
privévoertuigen van politiemensen
of magistraten wordt enkel gebruik
gemaakt in geval van duidelijk
omschreven
ernstige
bedreigingen. Dat gebeurt maar
zelden, en elk geval wordt apart
beoordeeld. Diverse maatregelen,
zoals het dragen van de bivakmuts
of het niet-vermelden van de
namen op de pv's, dragen al bij tot
de bescherming van de identiteit
van de leden van de speciale
eenheden. Mijn
collega van
Justitie buigt zich nog over een
aantal bijkomende maatregelen,
maar dat vraagstuk is ruimer dan
de SIE-problematiek.
Er
werden
reeds
diverse
maatregelen getroffen om de
anonimiteit van de leden van de
speciale eenheden te waarborgen,
en mijn collega van Justitie
bestudeert momenteel bijkomende
maatregelen. Maar die kwestie is
veel ruimer dan de loutere
problematiek van de speciale
eenheden.
Net als de andere politiediensten
die in Brussel gevestigd zijn,
hebben de speciale eenheden van
de federale politie te kampen met
een
chronisch
tekort
aan
schietstanden
in
hun
buurt,
waardoor ze heel wat tijd verliezen
met verplaatsingen.
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
Uw informatie als zou men
onlangs de kans om een eigen
schietstand voor de speciale
eenheden te bouwen hebben laten
schieten,
is
op
zijn
minst
onvolledig. In de eerste fase van
de renovatiewerken worden er om
technische
redenen
geen
schietstanden ingericht, maar in
de volgende verbouwingsfase van
het complex voor die diensten is er
in de bouw van een schietstand
voorzien.
09.03 Josy Arens (cdH): Je remercie le ministre pour cette réponse
très complète et très détaillée et je prendrai connaissance du rapport
qui nous parviendra dans les prochains jours, afin de vérifier si tout
cela est bien en voie de réalisation.
09.03 Josy Arens (cdH): Ik zal
het verslag lezen om na te gaan of
een en ander wel degelijk vaste
vorm krijgt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "het preventieplan naar aanleiding van de zelfdodingen in het politiekorps" (nr. 4690)
10 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le plan de
prévention établi à la suite des suicides au sein du corps de police" (n° 4690)</b>
10.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, jaarlijks
berooft een twintigtal agenten zich van het leven door middel van hun
dienstwapen. U hebt al in 2006 een initiatief ter zake genomen door
de wapendracht buiten dienst te verbieden. Tegelijkertijd was
afgesproken een werkgroep te installeren die een preventieplan zou
uitwerken. De rondzendbrief die daarvoor het startsein moet geven
blijkt er nog niet te zijn waardoor het preventieplan nog niet van de
grond is gekomen.
Ik wil u vragen, mijnheer de minister, wanneer u plant die
rondzendbrief te versturen zodat daarvan werk kan worden gemaakt
en of er een bepaalde reden is waarom wij zover nog niet zijn?
10.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA):
Chaque
année,
une
vingtaine d'agents se suicident à
l'aide de leur arme de service. En
2006, le ministre avait déjà interdit
le port d'armes en dehors du
service. Un groupe de travail
devait
simultanément
être
constitué pour élaborer un plan de
prévention. La circulaire qui doit en
donner le coup d'envoi n'a
toutefois pas encore été publiée.
Quand cette circulaire sera-t-elle
édictée? Y a-t-il une raison
particulière pour laquelle cette
circulaire n'a pas encore été
publiée?
10.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega, op dit
ogenblik wordt in overleg met de Vaste Commissie van de Lokale
Politie een nota voorbereid op basis van de aanbevelingen van de
werkgroep Zelfdoding. Die nota zal worden ondertekend door de
commissaris-generaal van de federale politie en door de voorzitter
van de Vaste Commissie van de Lokale Politie. Zij zal vervolgens ter
uitvoering worden verspreid bij de verschillende diensten van de
lokale en de federale politie. Dat zal allemaal op korte termijn
gebeuren.
Er is op dit ogenblik ook een ruimere denkoefening aan de gang over
de stressproblematiek naar aanleiding van de stressenquête bij de
10.02 Patrick Dewael, ministre:
Une note est actuellement en
préparation en concertation avec
la Commission permanente de la
police locale sur la base des
constatations du groupe de travail
Suicide. Celle-ci sera signée
prochainement par les instances
compétentes et diffusée au sein
des différents services de police.
Une réflexion plus large est par
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
geïntegreerde politie. U hebt mij daarover een aantal weken geleden
nog een vraag gesteld.
Als wij na die analyses zouden concluderen dat er bijkomende acties
noodzakelijk zijn, zal ik werken aan een meer algemene ministeriële
richtlijn. Belangrijk is dat er een sensibilisering is door en van de
verantwoordelijken binnen de politie en dat aanbevelingen worden
opgevolgd, rekeninghoudend, natuurlijk, met de specificiteit van elke
politiezone.
ailleurs
en
cours
sur
la
problématique
du
stress
en
général. Si cette analyse indique
que
d'autres
actions
sont
indispensables,
une
directive
ministérielle plus générale sera
élaborée.
10.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Ik begrijp, mijnheer de
minister, dat u eerlang, in de komende weken, een schrijven ter zake
zult verspreiden?
10.03 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Nous pouvons donc nous
attendre à un courrier du ministre
dans les prochaines semaines?
10.04 Minister Patrick Dewael: Ik heb iets op korte termijn en iets op
iets langere termijn. Beide zijn "eerlang."
10.04 Patrick Dewael, ministre:
Je prépare des initiatives à court et
à long terme.
10.05 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Dat is goed. "Onverwijld."
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le paiement
des heures supplémentaires aux policiers pour assurer la sécurité dans les transports à Bruxelles"
(n° 4692)</b>
11 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de betaling van de overuren aan de politieagenten die instaan voor de veiligheid op het
openbaar vervoer in Brussel" (nr. 4692)
11.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, cette question
porte à nouveau sur la problématique de la sécurité à Bruxelles et
plus particulièrement dans les transports en commun (bus, trams et
métros).
Il y a dix ans, la police des gares et des métros comptait sept équipes
qui pouvaient patrouiller en même temps; ce chiffre était considéré à
l'époque comme un minimum. Aujourd'hui, c'est le nombre maximum
de patrouilles disponibles.
Jusqu'en janvier 2008, la police fédérale s'en sortait en permettant
aux policiers des gares et du métro de dépasser le quota d'heures
supplémentaires mais il semblerait que certaines difficultés,
notamment budgétaires, contraignent la police fédérale à ne plus
autoriser la prestation d'heures supplémentaires.
Dès lors, je voulais simplement avoir la confirmation de certaines
informations assez précises, semble-t-il parues dans la presse à
ce sujet.
Une note du directeur général administratif, datée du 7 avril dernier,
stipule: "Je ne reviendrai pas sur les difficultés budgétaires de l'année
en cours et les nécessaires efforts à mener s'agissant notamment
des heures supplémentaires. Or malgré une demande de vigilance
accrue, la première période de référence c'est-à-dire la période qui
couvre le premier trimestre 2008 a généré 4.086 heures
supplémentaires dont 3.700 ont dû être payées".
11.01 Xavier Baeselen (MR):
Tien jaar geleden telde de
stations- en metropolitie zeven
teams. Dat cijfer werd toen
beschouwd als een minimum.
Vandaag is dat het maximale
aantal beschikbare patrouilles.
Tot in januari 2008 kon de federale
politie het nog bolwerken, omdat
de politieagenten in de stations en
de metro meer overuren mochten
maken dan normaal is toegestaan.
Volgens persberichten zou de
federale politie echter, meer
bepaald om budgettaire redenen,
genoodzaakt zijn geen extra
overuren meer toe te staan. Zo
zouden er in de loop van het
eerste kwartaal van 2008 al 4.086
overuren gemaakt zijn. Een en
ander gaat ten koste van de
veiligheid en de preventie in het
algemeen in het openbaar vervoer.
Bevestigt u die informatie?
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
Il ajoute: "Je demande donc un effort supplémentaire à chacun afin
d'éviter qu'une telle situation se reproduise". Il conclut en indiquant
et c'est ici qu'on doit s'accrocher: "Dans ce cadre, l'option zéro
s'impose aux membres du personnel.".
Le commissaire De Paepe a transmis, semble-t-il, à son personnel
sur le terrain une note et une information stipulant qu'il était conscient
des raisons valables de chacun pour prester ces heures mais qu'il
leur demandait pour le futur un effort important pour atteindre zéro
heures supplémentaires dans les métros, les gares et les transports
bruxellois. Il demandait par ailleurs aux chefs de section d'y veiller.
Concrètement, cela signifie et c'est cela que je voudrais avoir
comme confirmation qu'il ne peut plus y avoir d'heures
supplémentaires. Ce sont donc la sécurité et la prévention en général
qui en pâtissent dans les transports en commun.
Je pense qu'on ne doit pas rappeler l'importance de la sécurité dans
les transports en commun et les événements tragiques qu'on a déjà
connus à Bruxelles, à la gare centrale notamment. Beaucoup de
personnes, de navetteurs, de Bruxellois y transitent. La sécurité y est
donc un enjeu important.
11.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, le chiffre de 4.086 heures que le journal attribue erronément
aux prestations supplémentaires du 1
er
janvier au 31 mars dans les
gares et les métros bruxellois concernent en réalité des heures
supplémentaires prestées en janvier et février par l'ensemble du
cadre officier des services de la direction générale de la police
administrative. Durant cette période, le cadre officier de la police
fédérale des chemins de fer a presté 556 heures supplémentaires, à
mettre principalement sur le compte de l'effort particulier qui fut fourni
contre la menace terroriste.
La police fédérale confirme qu'en raison de ce nombre
particulièrement élevé d'heures supplémentaires, le directeur général
de la police administrative a demandé, dans le cadre d'une gestion
rigoureuse des moyens budgétaires, un effort aux cadres officiers afin
de tendre vers un niveau zéro en ce domaine. Cette limitation ne
concerne nullement les policiers journellement présents dans les
gares et les métros.
Je puis donc vous assurer qu'il n'est aucunement question de
diminuer les efforts fournis pour garantir la sécurité dans les gares et
les stations de métro. La police fédérale souligne qu'en plus des
nombreux effectifs qui poursuivront leur travail quotidiennement sur le
terrain, des interventions supplémentaires nécessitées par
d'éventuelles urgences seront toujours assurées et que le corps
d'intervention bruxellois, ainsi que la réserve générale de la police
fédérale fourniront un appui régulier. J'y veillerai.
11.02 Minister Patrick Dewael:
Het cijfer 4.086 beantwoordt in
feite aan het aantal overuren dat in
januari en februari gepresteerd
werd
door
het
volledige
officierskader van de diensten van
de Algemene Directie van de
administratieve politie.
Omdat
het
aantal
overuren
bijzonder hoog lag, heeft de
directeur-generaal
van
de
administratieve politie inderdaad
een inspanning gevraagd van het
officierskader om de overuren
volledig af te bouwen. De
beperking heeft niets te maken
met de politieagenten.
Ik kan u dus verzekeren dat er
geen
sprake
van
is
de
inspanningen te laten verslappen
die worden geleverd om de
veiligheid
in
de
trein-
en
metrostations te garanderen.
11.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, je ne doutais
pas de la réponse du ministre sur ce chapitre. Nous allons ainsi
pouvoir rectifier le tir et corriger les informations auprès des
journalistes qui en publient de mauvaises.
Je remercie le ministre de veiller à la sécurité dans les transports à
11.03 Xavier Baeselen (MR): Zo
zullen we de foute informatie van
de journalisten kunnen verbeteren.
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
Bruxelles, grâce notamment aux hommes de la police fédérale.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Monsieur le ministre, comme M. Jeholet nous fait l'honneur de sa visite, je vous propose de
l'autoriser à poser sa question n° 4621, bien que je l'aie reportée tout à l'heure. Un élan de bonté en ce jour
ensoleillé m'encourage à lui donner la parole.
12 Question de M. Pierre-Yves Jeholet au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
12 Vraag van de heer Pierre-Yves Jeholet aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het probleem van de 'drugs runners'" (nr. 4621)
12.01 Pierre-Yves Jeholet (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, un nouveau phénomène a fait son apparition sur le réseau
autoroutier belge. Il s'agit des "drugs runners", des trafiquants de
drogue qui sévissent sur les autoroutes, notamment transfrontalières.
Aux Pays-Bas, la police de Maastricht a fait de cette problématique
une de ses priorités. Ces trafiquants conduisent des véhicules
emblématiques et alimentent des acheteurs de drogue potentiels.
Avez-vous connaissance de l'existence de ce phénomène en
Belgique? Existe-t-il ailleurs qu'aux Pays-Bas ou dans les régions
transfrontalières? Quels sont les moyens supplémentaires mis à
disposition de la police pour pouvoir appréhender ces individus?
Le phénomène de la toxicomanie et de la drogue n'épargne personne.
Il ne faut pas donner des leçons, mais lutter contre ces trafiquants qui
alimentent les personnes plus fragiles face à la drogue. Il faut être
intransigeant. Des sanctions particulières sont-elles envisagées en
cas d'appréhension de ces trafiquants? Une coopération avec la
police hollandaise est-elle prévue pour lutter contre cette nouvelle
problématique?
12.01 Pierre-Yves Jeholet (MR):
Een nieuw verschijnsel teistert
onze snelwegen: drugsrunners
drugsdealers
-
maken
de
snelwegen onveilig en leveren
drugs aan potentiële klanten.
Weet u of dat verschijnsel zich ook
in België voordoet? Is het beperkt
tot Nederland of de grensstreek?
Welke bijkomende middelen krijgt
de politie om die drugsrunners op
te pakken?
Denkt men bijzondere straffen in
te voeren? Zal er met de
Nederlandse
politie
worden
samengewerkt?
12.02 Patrick Dewael, ministre: Cher collègue, pour éviter tout
malentendu, je vais préciser ce qu'il faut entendre par "drugs runners"
ou rabatteurs. Ceux-ci font partie de la chaîne criminelle active en
matière de tourisme de la drogue, aux côtés des organisateurs, des
fournisseurs et des vendeurs de drogue. Les rabatteurs ont pour
mission de repérer les clients potentiels et de les rabattre vers des
points de vente illégaux où les transactions auront lieu.
Ce phénomène n'est pas nouveau. Ces dernières années, il s'est
déplacé des Pays-Bas vers notre pays, d'abord dans la région
frontalière. Ces personnes sont très rarement en possession de
stupéfiants, mais se comportent de manière de plus en plus agressive
dans leur recherche de clients.
Ces dernières années, divers arrondissements se sont penchés sur
cette problématique. La recherche locale et fédérale en collaboration
avec les parquets a comme conséquence un démantèlement des
réseaux et le prononcé de peines sévères. La police fédérale a
également renforcé sa présence sur les réseaux autoroutiers. Les
services de la police de la route d'Anvers, du Hainaut et de Liège sont
particulièrement actifs en matière de narcotourisme, avec une
attention particulière pour les rabatteurs en province de Liège.
12.02 Minister Patrick Dewael:
De drugsrunners of ronselaars
struinen de snelwegen af op zoek
naar potentiële klanten, die ze dan
naar illegale verkooppunten leiden
waar de drugs verhandeld worden.
Het is geen nieuw verschijnsel. De
jongste jaren heeft het zich van
Nederland
naar
ons
land
verplaatst, in de eerste plaats naar
de grensstreek. Die runners
hebben
zelden
verdovende
middelen bij zich.
De
jongste
jaren
hebben
verscheidene departementen zich
over die problematiek gebogen.
Samenwerking tussen de lokale
en federale recherche en de
parketten heeft geleid tot de
ontmanteling van de netwerken en
tot strenge straffen. De federale
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
Divers parquets ont même convenu que l'action criminelle à l'égard de
touristes de la drogue français attrapés en Belgique soit assumée par
la France. Cependant, nous constatons qu'une approche d'une telle
sévérité donne lieu à des effets de déplacements. Il faut donc une
approche sévère de la police et de la justice dans le pays entier. Ceci
doit se passer en collaboration avec les services de police et de
justice des Pays-Bas. Cette coopération policière a été facilitée par
l'accord de coopération policière Benelux de 2004. Cette coopération
se traduit dans divers domaines: des actions policières communes,
une collaboration structurelle et ponctuelle dans le cadre d'enquêtes
judiciaires. Je peux par exemple vous rappeler la présence de la
police fédérale au sein du Joint Hit Team (patrouilles mixtes
composées de policiers belges et hollandais). En outre, un projet
spécifique visant les rabatteurs est, comme vous le souligniez,
développé au sein de la police de Maastricht. La police belge y est
déjà associée, de même que les parquets de Liège et de Tongres.
Cette coopération se matérialise aujourd'hui par un échange renforcé
d'informations et par des actions spécifiques. Des patrouilles
transfrontalières sont également organisées au sein de certaines
zones de police du Limbourg.
Je ne pense donc pas qu'il faille actuellement créer des instruments
additionnels. Il est important que les polices fédérale et locales ainsi
que la justice, dans l'exécution du plan national de sécurité 2008-
2011, engagent de manière intégrée les moyens nécessaires pour
déceler, poursuivre et punir les malfaiteurs. Dans le même sens, je
suis d'avis que l'arsenal pénal actuel est suffisant et que nous n'avons
pas besoin de sanctions particulières mais cette question relève de la
compétence de mon collègue de la Justice.
politie is nu ook prominenter
aanwezig op de autosnelwegen. Er
werd vastgesteld dat er, om te
voorkomen dat het fenomeen zich
verplaatst, een strenge aanpak
moet zijn in heel het land en dat er
moet worden samengewerkt met
de justitiële en politiediensten in
Nederland. Die samenwerking
werd vergemakkelijkt door het
Beneluxverdrag
inzake
politiesamenwerking van 2004.
Bijkomende
instrumenten
ontwikkelen is mijns inziens niet
nodig.
Het is belangrijk dat zowel de
federale en lokale politiediensten
als Justitie op geïntegreerde wijze
de nodige middelen inzetten.
Ik ben van oordeel dat het
bestaande
straffenarsenaal
voldoende is en dat we geen
bijzondere straffen nodig hebben,
maar
dat
valt
onder
de
bevoegdheid van mijn collega van
Justitie.
12.03 Pierre-Yves Jeholet (MR): Monsieur le président, je remercie
le ministre pour sa réponse tout à fait complète et circonstanciée.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Par souci d'équité, je reviens au point 12 mais je
voudrais attirer l'attention des collègues sur le fait que chacun doit
veiller à respecter l'ordre du jour et à être présent au moment où
arrive son tour. Par respect pour les collègues qui sont présents
depuis des heures et qui attendent pour poser leurs questions, il est
extrêmement déplaisant de modifier systématiquement l'ordre du jour
car certains se sont rappelés qu'ils devaient venir en commission.
J'ai autorisé M. Jeholet à poser sa question, j'autoriserai donc M.
Schiltz à le faire également. Mais pour la suite, une fois qu'une
question est reportée, elle le sera définitivement.
De voorzitter: Ik verzoek de
collega's ervoor te zorgen dat ze
aanwezig zijn wanneer het hun
beurt is. Het is vervelend de
agenda voortdurend te moeten
omgooien. Ik heb de heer Jeholet
toegestaan zijn vraag te stellen, en
sta het dus ook de heer Schiltz
toe. Wanneer ik vanaf nu echter
een vraag uitstel, blijft dat zo.
12.04 Olivier Maingain (MR): Monsieur le president, comptez-vous
épuiser l'ordre du jour?
12.04 Olivier Maingain (MR):
Mijnheer de voorzitter, bent u van
plan de agenda af te werken?
Le président: En effet, j'ai l'intention d'épuiser l'ordre du jour, et peut-
être également quelques collègues. Plus j'annonce que la séance
sera longue, plus les questions reportées ou transformées en
questions écrites sont nombreuses ; il n'y a pas de raison que je
change de tactique!
De voorzitter: Ik wil de agenda
inderdaad afwerken, al zal dat een
aantal
collega's
misschien
afmatten. Hoe meer ik aankondig
dat het een lange vergadering
wordt, hoe meer vragen er worden
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
uitgesteld of omgezet in een
schriftelijke vraag; ik zie dus niet in
waarom ik het geweer van
schouder zou veranderen!
13 Vraag van de heer Willem-Frederik Schiltz aan de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "de informatie over het Europees alarmnummer 112" (nr. 4671)
13 Question de M. Willem-Frederik Schiltz au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'information relative au numéro d'appel d'urgence européen 112" (n° 4671)</b>
13.01 Willem-Frederik Schiltz (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, mijn vraag betreft de kennis van en de
informatie over het Europese alarmnummer 112. Gezien de
toegenomen mobiliteit in Europa heeft de Raad van de Europese
Gemeenschap in 1991 reeds een beslissing genomen tot invoering
van een Europees alarmnummer. De richtlijn inzake de universele
dienst bepaalt daarover dat elke lidstaat ervoor moet zorgen dat men
met elke telefoon, zowel de vaste als de mobiele, naar dit
alarmnummer kan bellen en dat de diensten de beller kunnen
lokaliseren en de burgers voldoende zijn geïnformeerd over het
bestaan en de werking van dit alarmnummer.
Uit recent onderzoek, ondertussen is het reeds iets minder recent,
maar het is niettemin relevant, is gebleken dat de EU-burgers
onvoldoende op de hoogte zijn van dit nummer en van het gebruik
ervan. In België bijvoorbeeld kon slechts 35% van de ondervraagden
het nummer als dusdanig identificeren. Ons land scoort daar
weliswaar iets beter dan het gemiddelde van 22%, maar toch lijkt het
mij nog enigszins ondermaats.
Voorts stelde 76% van de Belgische ondervraagden dat zij tijdens het
afgelopen jaar, dat is dan het jaar 2007, geen informatie hadden
gezien of gehoord omtrent het alarmnummer. Hier scoort ons land
zelfs onder het gemiddelde.
Op grond van de Europese regelgeving is België, zoals u uiteraard
weet, verplicht om de burgers voldoende te informeren over het
bestaan van dit alarmnummer. Onvoldoende informatie ontneemt de
burgers de extra veiligheid die zou worden geboden door het bestaan
en het installeren van dit nummer. Actie lijkt mij dus geboden als
België een inbreukprocedure door de Europese Commissie wil
vermijden. Daarom heb ik volgende vragen.
Werden er naar uw weten ondertussen initiatieven voorbereid om de
burgers daarover te informeren? Zo ja, kunt u mij een kleine
toelichting geven over welke maatregelen de regering ter zake heeft
getroffen.
13.01 Willem-Frederik Schiltz
(Open Vld): Compte tenu de la
directive européenne sur le service
universel, chaque État membre
doit veiller à ce que le numéro
d'appel d'urgence européen 112
soit accessible avec chaque
téléphone et que les citoyens
soient suffisamment informés à
propos de l'existence du numéro.
Une enquête de la direction
générale Communications révèle
toutefois qu'à peine 35% des
Belges connaissent le numéro
d'appel d'urgence européen.
Si
la
Belgique
veut
éviter
l'ouverture
d'une
procédure
d'infraction par la Commission
européenne, elle devra donc
prendre des mesures pour mieux
informer
les
citoyens.
Des
initiatives ont-elles déjà été prises
à cet effet?
13.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega,
uiteraard heeft ons land zich ingeschreven, maar dat wist u, in het
project 112. Het project heeft als doel de samensmelting tussen de
nummers 100 en 101 te realiseren en zo te komen tot het
geïntegreerde nummer 112. De aanpak waarvoor is gekozen, is een
stapsgewijze aanpak, een stapsgewijze opbouw. Dat is ook het enige
dat realistisch is. Als men op dit ogenblik 112 intikt, komt men in
België toe bij de 100-centrale. Als men politiehulp nodig heeft, wordt
die oproep doorgegeven aan de 101-centrale.
13.02 Patrick Dewael, ministre:
L'objectif du projet "112" est de
fusionner à terme les numéros
d'appel d'urgence 100 et 101.
Actuellement, les appels 112 sont
reçus par le central 100 qui
transfère
les
demandes
d'intervention de la police au
central 101. Il serait contre-
productif de mener une campagne
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
Er moet worden vastgesteld dat het nummer 100 goed is ingeburgerd
bij de bevolking. Het zou dus contraproductief zijn om een nationale
campagne te gaan opzetten ter bevordering van de bekendheid van
het nummer 112 alvorens er een volledige integratie is van de
nummers 100 en 101.
Om het project, dat toch wel fundamenteel ingrijpt in operationeel
werkende diensten, op een ordentelijke wijze te kunnen
implementeren, is afgesproken om dat in twee fases te doen.
In een eerste fase brengen wij beide noodnummers samen op één en
dezelfde locatie en op dezelfde technologie, met name Astrid.
Intussen bereiden we ook al de verdere integratie voor. Ik denk dus
niet dat het waarschijnlijk is dat de Europese Commissie een
inbreukprocedure zou opstarten tegen ons land. We zijn zeker niet het
enige land in de Unie met meerdere oproepnummers.
In 2002 en 2006 werd er een informatiecampagne gevoerd om het
nummer te promoten bij Belgen die naar een andere lidstaat gingen
en bij reizigers afkomstig uit een andere lidstaat. Ik overweeg om dit
jaar hetzelfde te doen.
Inzake de te gebruiken communicatiemiddelen is er nog niets
definitief beslist. Dat zal duidelijk worden gemaakt bij de verdere
uitwerking van een eventuele campagne.
Dat is de stand van zaken. Ik herhaal dat het heel belangrijk is dat
beide noodnummers op één en dezelfde locatie kunnen worden
samengebracht, van waaruit dan de dispatching kan gebeuren.
pour l'utilisation du numéro 112
tant que l'intégration des numéros
100 et 101 n'est pas été réalisée.
Pour
que
l'intégration
des
numéros 100 et 101 en un numéro
unique, le 112, se déroule
correctement, il y est procédé
graduellement :
il
s'agit
de
centraliser dans une première
phase les deux numéros au même
endroit et par le biais d'une
technologie unique, à savoir
ASTRID, et de préparer la
deuxième phase entre-temps.
Il
est
improbable
que
la
Commission européenne lance
une procédure d'infraction contre
la Belgique ; en effet, nous ne
sommes pas le seul pays à avoir
plusieurs numéros d'appel.
En 2002 et en 2006, des
campagnes ont été menées pour
faire connaître le numéro 112
auprès des Belges se rendant
dans un autre État membre et
auprès des étrangers visitant la
Belgique. J'envisage de lancer une
campagne analogue cette année
aussi. Aucune décision n'a encore
été prise concernant les moyens
de communication qui seront
utilisés à cette occasion.
13.03 Willem-Frederik Schiltz (Open Vld): Mijnheer de minister, het
is uiteraard vooral belangrijk voor Belgen die naar het buitenland
reizen, dat zij het nummer zouden kennen. Ik ben dus grotendeels
gerustgesteld.
Aangaande uw opmerking over de stapsgewijze integratie, heb ik er
begrip voor dat dat de meest efficiënte weg is en, vooral, de veiligheid
van het gebruik van noodnummers niet in het gedrang brengt.
13.03 Willem-Frederik Schiltz
(Open Vld): Il importe surtout, en
effet, que les Belges voyageant à
l'étranger connaissent le numéro.
L'intégration graduelle des deux
numéros me paraît aussi être la
meilleure solution. Votre réponse
me rassure.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van mevrouw Katia della Faille de Leverghem aan de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "een chip in de identiteitskaart waaruit blijkt dat men organen doneert"
(nr. 4748)
14 Question de Mme Katia della Faille de Leverghem au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
sur "une puce incorporée dans la carte d'identité qui indiquerait que l'on est donneur d'organes"
(n° 4748)</b>
14.01 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag handelt over
orgaandonatie.
14.01 Katia della Faille de
Leverghem
(Open
Vld): La
législation belge stipule que
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
Elke landgenoot die tijdens zijn leven geen uitdrukkelijk verzet tegen
orgaandonatie heeft aangetekend, komt na overlijden in aanmerking
voor een orgaandonatie. De Belgische wetgever heeft hiermee
geopteerd voor de zogenaamde opting-out, waarbij men ervan uitgaat
dat iedereen kandidaat is om na het overlijden zijn of haar organen af
te staan. Enkel wie hiertegen expliciet bezwaar heeft aangetekend,
komt niet in aanmerking.
Toch bestaat er een belemmering voor orgaandonatie, namelijk de
deontologische code waaraan artsen gebonden zijn en die hen moreel
verplicht om toestemming te vragen aan de nabestaanden. Men
merkt dat in dat geval 20 à 30% van de nabestaanden weigert om
organen af te staan. Om dergelijke pijnlijke situaties te verhinderen,
kan men zich uitdrukkelijk laten registreren bij de gemeentes.
Het volstaat een formulier te downloaden en aan de dienst Bevolking
van de gemeente te bezorgen. De gemeente stuurt daarna het
formulier naar het nationaal register door. De positieve wilsuitdrukking
wordt geregistreerd op een orgaandonorkaart, die de betrokkene bij
zich kan dragen. Toch blijken heel wat burgers niet van voornoemde
mogelijkheid op de hoogte te zijn.
Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen. Overweegt u
een informatiecampagne, waarbij de burgers op het belang van
orgaandonatie worden gewezen en de bestaande procedure wordt
toegelicht?
Ten tweede, is het mogelijk om door middel van een chip op de
identiteitskaart expliciet te laten registreren dat hij of zij donor is? Dat
zou pijnlijke situaties voor de nabestaanden kunnen verhinderen. Het
zou ook kunnen verhinderen dat veel kostbare tijd en dus potentiële
organen verloren zouden gaan.
Ten derde en ten slotte, overweegt u het voorgaande bij de verdere
implementatie van de elektronische identiteitskaart in te voeren?
quiconque
n'a
pas
exprimé
d'opposition formelle est réputé
disposé, après sa mort, à faire don
de ses organes en vue d'une
transplantation. Etant donné que
les proches peuvent refuser le
don, on peut aussi se faire
enregistrer expressément comme
donneur. Lorsque c'est le cas, la
commune envoie le formulaire
rempli par l'intéressé au Registre
National.
De nombreux citoyens ne sont
cependant pas au courant de cette
possibilité. Le ministre envisage-t-il
donc de mener une campagne
d'information pour mieux faire
connaître cette procédure?
Quelle est la position du ministre à
l'égard d'un système dans lequel
l'enregistrement en tant que
donneur serait repris dans les
données qui figurent sur la puce
de la carte d'identité? Un tel
système
pourrait
en
effet
permettre de gagner un temps
précieux au moment opportun.
14.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, ten eerste, de
organisatie van een informatiecampagne valt niet onder mijn
bevoegdheid. Ik ben evenwel bereid om over een dergelijke
campagne met mijn collega van Volksgezondheid contact te nemen.
Ten tweede, de met het blote oog zichtbare en elektronische
gegevens op de identiteitskaart werden bij wet van 25 maart 2003
vastgelegd. Het al dan niet orgaandonor zijn behoort niet tot
voornoemde gegevens.
Naar aanleiding van een aantal wetsvoorstellen die in 2005 werden
ingediend, gaf de commissie voor de Bescherming van de
Persoonlijke Levenssfeer een negatief advies over de uitbreiding van
voormelde gegevens tot orgaandonoren en bloedgroepen. Volgens
genoemd advies is de elektronische identiteitskaart uitsluitend een
instrument voor identificatie en authenticatie.
Dat betekent dat de informatie die de elektronische identiteitskaart
bevat, beperkt moet blijven tot de informatiegegevens die
noodzakelijk zijn om een fysieke persoon te kunnen identificeren, en
tot de certificaten, met andere woorden de sleutels, die een fysiek
14.02 Patrick Dewael, ministre:
L'organisation d'une campagne
d'information consacrée à ce
thème
n'est
pas
de
ma
compétence mais je suis disposé
à en parler à la ministre de la
Santé publique.
Les informations visibles à l'oeil nu
et les informations électroniques
figurant sur la carte d'identité ont
été définies par la loi du 25 mars
2003. En 2005, la Commission de
la Protection de la Vie privée a
rendu
un
avis
négatif
sur
l'extension de ces informations
aux donneurs d'organes et aux
groupes sanguins car la carte
d'identité sert exclusivement à des
fins
d'identification
et
d'authentification. L'insertion dans
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
persoon toelaten zich te authenticeren, dat wil zeggen te bewijzen dat
hij daadwerkelijk degene is die hij beweert te zijn.
Gegevens die niets met de identificatie en de authenticatie van een
fysieke persoon te maken hebben, horen volgens voornoemd advies
van de commissie ik spreek nog altijd over een advies niet op een
elektronische identiteitskaart thuis.
Het opnemen van gegevens die niets met identificatie en authenticatie
te maken hebben, kan een risicovol precedent zijn. De verleiding zal
immers groot zijn om de lijst van de gegevens die op de eID kunnen
of moeten worden vermeld, voortdurend uit te breiden. Zelfs indien de
betrokken gegevens alleen elektronisch worden opgenomen, zijn zij
ook voor derden gemakkelijk toegankelijk. In geval van verlies of
diefstal van een kaart zal de vinder of dief die over een lezer beschikt,
de gegevens kunnen lezen. Wanneer een derde om een
gerechtvaardigde reden vraagt om de eID met het oog op identificatie
of authenticatie te kunnen lezen, zal hij of zij momenteel ook alle,
andere gegevens, waartoe hij of zij niet bevoegd is, kunnen lezen.
Ik kan u ook nog meedelen dat er, met toepassing van de wet van
13 juni 1986 betreffende het wegnemen en het transplanteren van
organen, bij de FOD Volksgezondheid een centrale databank werd
gecreëerd, waarin het kandidaat-donorschap dan wel het verzet wordt
opgenomen. Voornoemde databank heeft haar deugdelijkheid
bewezen. Zij is niet alleen voldoende beveiligd, maar biedt
daarenboven de nodige waarborgen, opdat bedoelde, gevoelige
gegevens, die de gezondheid betreffen, niet door onbevoegden
zouden worden geraadpleegd.
Ten slotte, gezien de wettelijke bepalingen en ook het negatief advies
van de privacycommissie, kunnen de gegevens over orgaandonatie in
de toekomst niet worden opgenomen op de chip van de elektronische
identiteitskaart.
la carte d'identité d'informations
n'ayant
rien
à
voir
avec
l'identification
ni
avec
l'authentification pourrait constituer
un précédent dangereux dans la
mesure où des tiers peuvent
accéder aisément aux données
contenues dans la carte d'identité
électronique étant donné qu'ils
n'ont besoin pour ce faire que d'un
lecteur de cartes. De plus, toute
personne
désirant
contrôler
l'identité de quelqu'un prendra
automatiquement
connaissance
d'informations pour lesquelles il
n'a aucune compétence.
Le SPF Santé publique dispose
d'une base de données centrale
dans laquelle figure tant la qualité
de
candidat-donneur
que
l'éventuelle
opposition
au
prélèvement. Cette base de
données est bien sécurisée et a
déjà prouvé sa légitimité. Les
données
relatives
au
don
d'organes ne seront donc pas
reprises sur la carte d'identité
électronique.
14.03 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Mijnheer de
minister, ik vind het een heel boeiende uitleg, maar het is ook een
spijtige zaak dat de privacycommissie een negatief advies heeft
gegeven. Ik begrijp de redenering. De databank bestaat, maar ik denk
dat het nog altijd een goed idee is. Men kan immers tijd winnen als
men die chip meteen kan lezen. Dan hoeft men niet eerst na te kijken
wie de persoon is of nabestaanden te contacteren om te weten of
men de organen al dan niet mag verwijderen.
Ik denk dat we in België koploper zijn op het vlak van
orgaantransplantatie, maar het kan nog altijd beter. We leven steeds
langer, waardoor er later ook steeds meer patiënten gebruik zullen
maken van afgestane organen. We moeten alles in het werk stellen
om orgaandonatie te faciliteren.
Ik respecteer en begrijp het advies van de privacycommissie, maar ik
betreur het wel.
14.03 Katia della Faille de
Leverghem
(Open
Vld):
Je
comprends le raisonnement de la
commission de la protection de la
vie privée, mais je le regrette. Si
l'on introduisait les informations
relatives au donneur sur la puce
de la carte d'identité, on pourrait
selon moi gagner beaucoup de
temps.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de klachten van ambassadepersoneel inzake de veiligheid in Brussel" (nr. 4753)
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
15 Question de M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les plaintes
formulées par le personnel de certaines ambassades à propos de la sécurité à Bruxelles" (n° 4753)</b>
15.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik heb een aantal samengevoegde vragen
waarvan er een niet echt samenhangt met de rest, namelijk de vraag
over de situatie van het ambassadepersoneel. Mag ik die vraag apart
stellen of heeft u een antwoord voor alle vier samen?
15.02 Minister Patrick Dewael: Ik heb een antwoord op al uw vragen.
15.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mag ik voor het gemak de
vraag over het ambassadepersoneel apart stellen?
15.04 Minister Patrick Dewael: Ja.
15.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): U kunt dan nog zien hoe u
seffens antwoordt op de andere vragen.
Vertegenwoordigers van de Russische ambassade hebben op 18
april hun beklag gemaakt over de toenemende onveiligheid in
Brussel. Sinds januari werden reeds zes wagens van het diplomatieke
korps overvallen ter hoogte van verkeerslichten in Brussel-Centrum.
De diplomatieke missie laat verstaan dat de Brusselse politie zich
weinig of niets van deze zogenaamde sackjackings aantrekt. Een
dame die op 15 april werd overvallen, moest twee uur wachten
vooraleer de politie opdaagde. Er zou bovendien weinig of geen
opvolging worden gegeven aan deze dossiers. Er wordt openlijk
gesproken over Afrikaanse toestanden. Ik heb dat zelf ooit in een
andere context gebruikt en u was toen heel verontwaardigd. Nu zijn
het de Russische diplomaten die deze term gebruiken. Indien onze
overheid niet in actie schiet, zal men zich genoodzaakt zien de
diplomaten en hun echtgenotes rond te voeren in gepantserde
wagens en vergezeld van gewapende agenten.
Ik kom tot mijn vragen. Een, hoe komt het dat dit soort van
belangwekkende informatie niet tot bij de minister geraakt en dat die
het via de media moet vernemen? Wij lazen dat immers zelf in de
media. Twee, is er inderdaad een toename vast te stellen van het
aantal sackjackings ter hoogte van verkeerslichten in Brussel? Is dat
een nieuw of een versterkt fenomeen? Bestaan daarover cijfers?
Nieuw is het uiteraard niet maar misschien is het de laatste tijd toch
wel toegenomen. Drie, heeft de minister een aanwijzing dat
diplomatieke wagens daarbij een belangrijk doelwit vormen? Beschikt
men over cijfers per diplomatieke post? Zijn er de afgelopen jaren
gelijkaardige klachten geweest van andere diplomatieke missies?
Klopt het dat de politie die bewuste dinsdag pas na twee uur
opdaagde? Klopt het dat aan dit soort van dossiers nauwelijks
opvolging wordt gegeven? Maken zij soms het voorwerp uit van een
verkort proces-verbaal? Welke initiatieven werden er inmiddels
genomen om de veiligheid nabij verkeerslichten te verhogen? Ten
zesde, werd inmiddels overleg gepleegd met de Russische
ambassade? Zo neen, waarom niet? Wanneer is het overleg dan wel
gepland? Ten slotte, is het toegelaten dat buitenlandse agenten
gewapend op ons grondgebied opereren ter bewaking van hun
ambassadepersoneel? Zijn er andere landen die dit momenteel doen?
15.05 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Depuis le mois de janvier,
six
véhicules
du
corps
diplomatique
russe
ont
été
attaqués près
de feux
de
signalisation situés dans le centre
de Bruxelles. Selon les diplomates
russes, la police ne se soucierait
guère de ces cas de "sackjacking",
un délai de deux heures s'écoulant
avant l'intervention des forces de
l'ordre. Si nos autorités restent
passives,
le
personnel
de
l'ambassade de Russie se verra
dans l'obligation de se déplacer
dans des voitures blindées en
compagnie d'agents armés.
Comment se fait-il que le ministre
doive
apprendre
ce
type
d'informations par la presse?
Tient-on des statistiques relatives
au nombre de "sackjackings" dans
le centre de Bruxelles? Assiste-t-
on en effet à une augmentation de
ces actes? Dispose-t-on d'indices
donnant à penser que les voitures
diplomatiques
constituent
une
cible
privilégiée?
D'autres
missions diplomatiques ont-elles
également déposé des plaintes
semblables
au
cours
des
dernières années? Est-il exact que
la police n'intervient que passé un
délai de deux heures et qu'il n'est
guère donné de suite à ce type de
dossiers? Ces derniers font-ils
l'objet d'un procès-verbal abrégé?
Quelles initiatives ont été prises
dans le but de renforcer la sécurité
aux
abords
des
feux
de
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
signalisation? Une concertation
est-elle
en
cours
avec
l'ambassade de Russie?
Des agents étrangers armés
peuvent-ils opérer sur notre
territoire
pour
surveiller
le
personnel
d'une
ambassade?
D'autres pays se sont-ils déjà
organisés de la sorte?
15.06 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, ik heb de
verschillende ambassadeurs van Rusland ontmoet en ik heb de
situatie uitgebreid met hen besproken. De toon was veel gematigder
dan de weerslag daarvan die ik in de pers heb gezien.
Collega Laeremans, u was er niet bij. Ik zeg u dat de toon veel
genuanceerder en gematigder was dan de indruk die werd gegeven.
Als u zelfs dat niet gelooft, weet ik het niet.
15.06 Patrick Dewael, ministre:
J'ai abordé la situation lors d'une
rencontre avec les différents
ambassadeurs de Russie et leur
ton était quand même plus modéré
que les articles parus dans la
presse, même si M. Laeremans
n'a pas l'air de me croire.
15.07 Bart Laeremans (Vlaams Belang): (...)
15.08 Minister Patrick Dewael: Het verwondert u niet?
15.09 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Nee, als zij tegenover een
minister staan, zijn diplomaten diplomatisch. Dat is duidelijk. Dat is
logisch.
15.09 Bart Laeremans (Vlaams
Belang) : Bien sûr que si puisque
les ambassadeurs adoptent par
définition
une
position
diplomatique
vis-à-vis
d'un
ministre.
15.10 Minister Patrick Dewael: Ja, goed, ik heb hun toon niet te
appreciëren. Maar ik heb wel naar hun boodschap geluisterd. Er
werden afspraken gemaakt om de communicatie verder te
optimaliseren. Er wordt door de federale politie ook in een briefing
voorzien op de Russische ambassade.
De problematiek van sackjacking is niet gebonden aan
ambassadepersoneel maar kwam de voorbije maanden frequent voor
in onze hoofdstad, zeker op plaatsen waar auto's traag rijden of
stilstaan, bijvoorbeeld aan verkeerslichten. De politiediensten zijn zich
bewust van de problematiek. Zij volgen de situatie van nabij en zij
voeren uiteraard actie tegen dat fenomeen. Ik kan u een aantal
recente cijfers bezorgen.
Als minister van Binnenlandse Zaken word ik niet op de hoogte
gebracht van elke handtasdiefstal waarvan ambassadepersoneel het
slachtoffer is. Indien de Russische ambassade via een verbale nota
de minister van Buitenlandse Zaken inlicht, word ik via het
crisiscentrum geïnformeerd wanneer de problemen zorgen voor een
verhoogde dreiging ten aanzien van de Russische ambassade en het
personeel.
Het gaat om een fenomeen dat alle automobilisten kan treffen
wanneer de buit snel kan worden binnengehaald. Diplomatiek
personeel van andere landen is zich dikwijls niet bewust van
preventieve maatregelen die de kans op sackjacking kunnen
verkleinen. Er zijn bij mijn weten geen klachten geweest van andere
15.10 Patrick Dewael, ministre:
Les cas de "sackjacking" se sont
multipliés au cours des derniers
mois dans la capitale, notamment
aux feux de signalisation. La police
prend des initiatives pour lutter
contre
ce
phénomène.
Je
communiquerai des chiffres à ce
sujet.
En tant que ministre de l'Intérieur,
je ne suis pas informé de chaque
vol à l'arraché, à moins qu'il soit
question d'une menace accrue vis-
à-vis de l'ambassade concernée et
de son personnel. Ce phénomène
peut
toucher
n'importe
quel
conducteur au volant de son
véhicule
et
le
personnel
diplomatique n'est bien souvent
pas
informé
des
mesures
préventives.
L'incident en question s'est produit
le 15 avril, la police a été
contactée à 18h24 et était sur
place à partir de 18h26. Un
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
ambassades.
Het incident waarvan sprake heeft plaats gehad op 15 april. Volgens
de gegevens van de politiediensten werden zij gecontacteerd om
18.24 uur. Het eerste patrouillevoertuig was ter plaatse om 18.26 uur
en het tweede om 18.34 uur. Er werd zoals gebruikelijk een proces-
verbaal opgemaakt.
De aanpak van dit fenomeen is in de eerste plaats uiteraard een
verantwoordelijkheid van de lokale autoriteiten. Ik heb begrepen dat
het fenomeen opgenomen zal worden in een aantal zonale
veiligheidsplannen. Ook werden projecten opgestart die zich vooral op
het preventieve aspect richten.
Ambassades en daarmee zal ik afsluiten kunnen ook een beroep
doen op privébewakingsdiensten om hun veiligheid te bevorderen.
Het is uitzonderlijk toegelaten dat buitenlandse agenten zich
gewapend op ons grondgebied begeven. Wapendracht is
onderworpen aan de wapenwet, zoals u weet. Een vergunning zal
enkel worden afgeleverd voor personeelsbeveiliging wanneer een
evaluatie van het OCAD aangeeft dat er gegronde redenen voor zijn.
Het gaat dan vooral om redenen als extremisme en terrorisme.
procès-verbal a été rédigé. Les
autorités
locales
sont
responsables de la lutte contre ce
phénomène, qui fera d'ailleurs
partie de différents plans zonaux
de sécurité. Des projets préventifs
ont déjà été lancés.
Les ambassades peuvent faire
appel
à
des
services
de
surveillance privée. Des agents
étrangers
armés
peuvent
exceptionnellement circuler sur
notre territoire à condition que la
loi sur les armes soit respectée et
que l'OCAM rende un avis
favorable. Il s'agit dans ce cas
essentiellement
de
faits
d'extrémisme et de terrorisme.
15.11 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, u had het over cijfers die u zou meedelen. Hebt
u die bij de hand? Is er enige evolutie? Die cijfers wil ik natuurlijk wel
kennen.
15.11 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le ministre a-t-il à sa
disposition les données chiffrées
dont il vient de parler?
15.12 Minister Patrick Dewael: Ik heb ze bij. Ik zal ze laten kopiëren.
15.12 Patrick Dewael, ministre:
Je les ai ici.
15.13 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Voor de volledigheid van
het verslag wil ik even melden dat het in Brussel om meer dan een
verdubbeling gaat, namelijk van 128 in 2006 naar 359 in 2007. Het is
dus wel degelijk een sterk stijgend fenomeen en ik hoop, niet alleen
ten bate van het ambassadepersoneel maar van de hele bevolking,
dat dit fenomeen beter wordt opgevolgd.
Het zou misschien wenselijk zijn dat u bij uw collega van Justitie erop
zou aandringen dat criminelen die worden aangehouden nadien
daadwerkelijk worden vervolgd en hun straf zouden uitzitten. Daar
loopt het immers ook fout. Als men die mensen niet effectief in een
gevangenis of in een gesloten instelling plaatst, moedigt men hen aan
om hun bedrijvigheid voort te zetten.
We zullen dit verder opvolgen en ik dank u voor uw antwoord.
15.13 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Il ressort de ces données
que le nombre de faits commis à
Bruxelles a plus que doublé
puisqu'il est passé de 128 en 2006
à 357 en 2007. Il me paraît
souhaitable
de
poursuivre
réellement les auteurs qui ont été
arrêtés et de veiller ensuite à ce
qu'ils purgent leur peine. Sinon, je
trouve qu'on les invite vraiment à
récidiver.
15.14 Minister Patrick Dewael: De stijging had ik zelf al aangegeven
in mijn antwoord. U dacht toch niet dat ik u cijfers zou bezorgen die
een tegenovergestelde tendens zouden aantonen? Ik heb u gezegd
dat het in onze hoofdstad frequent voorkomt.
Wat de vervolging en de bestraffing betreft, ben ik er zeker van dat u
mijn collega van Justitie regelmatig op de hoogte houdt van uw
bekommernis.
15.14 Patrick Dewael, ministre:
J'avais déjà mentionné cette
augmentation. Je suppose que M.
Laeremans
interroge
régulièrement mon collègue de la
Justice sur les thèmes des
poursuites et de l'exécution des
peines.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
16 Samengevoegde vragen van
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
gevaarlijke situatie op en rond de Bergensesteenweg in Anderlecht" (nr. 4754)
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het
algemene gedoogbeleid in Kuregem" (nr. 4941)
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het
akkoord dat gesloten werd met de minister van Justitie over Kuregem" (nr. 5066)
16 Questions jointes de
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la situation dangereuse sur
la chaussée de Mons et alentour à Anderlecht" (n° 4754)<br>- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la politique de tolérance
généralisée à Cureghem" (n° 4941)<br>- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'accord conclu avec le
ministre de la Justice concernant Cureghem" (n° 5066)</b>
16.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
heb drie samenhangende vragen over Kuregem.
In de eerste plaats wijs ik erop dat ik precies over Kuregem de
minister van Justitie al heb ondervraagd, samen met collega Doomst,
die hier daarnet aanwezig was. Een van de grote problemen met de
onveiligheid is precies de opvolging door Justitie. Daarom zou het
nuttig zijn dat u voldoende druk blijft uitoefenen op Justitie, zodat er
daar daadwerkelijk iets verandert.
Wat Kuregem betreft, heb ik al vragen ingediend op 19 april. Ik had u
trouwens in deze commissie al op 16 januari ondervraagd over
Kuregem en het fameuze kruispunt van de Bergensesteenweg met de
kleine ring. Toen hebt u gezegd dat u niet onmiddellijk berichten had
ontvangen vanuit de lokale politiezone dat er een ernstig probleem
was. Nadien bleek dit echter des te meer.
In de paasvakantie waren er eerst zware incidenten waarbij
molotovcocktails gegooid werden naar bussen van De Lijn. Daarna
was er het fameuze, grote, ophefmakende incident op 17 april waarop
de politie terecht sterk gereageerd heeft. Een politiepatrouille werd
beschoten en toen de inspecteurs uitstapten, werden zij omsingeld en
belaagd door een groeiende groep amokmakers. Na heel wat moeite
slaagde men erin twee negentienjarige herrieschoppers te arresteren.
Een van hen had een bus pepperspray op zak. Beiden stonden
bekend voor diefstallen en geweldpleging. Later op de avond werd er
opnieuw een inspecteur aangevallen, op het politiecommissariaat,
toen een vijftal heethoofden de vrijlating kwam eisen van hun
aangehouden kompanen. De eenentwintigjarige dader werd
aangehouden. Tot verbijstering van de politie en de politievakbonden
werden de daders de dag nadien alweer in vrijheid gesteld door het
parket.
Ik heb reeds een aantal vragen gesteld in de commissie voor de
Justitie, maar ik zou toch graag eens de versie van Binnenlandse
Zaken over de feiten horen. Wij weten dat er ondertussen een
gesprek heeft plaatsgevonden met Justitie. U kunt die zaken
ongetwijfeld toelichten. Ik kom daarop terug in mijn volgende vragen.
Ik stel eerst specifiek mijn vragen over dit incident.
Ten eerste, kunt u een relaas geven van de feiten, zowel wat de
incidenten op de Bergensesteenweg betreft, als die in het
16.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Ce n'est pas la première
fois que des questions vous sont
posées à propos du quartier de
Cureghem et du fameux carrefour
de la chaussée de Mons. Tout
d'abord, des incidents très sérieux
se sont produits pendant les
vacances de Pâques, lorsque des
cocktails Molotov ont été projetés
sur des bus de De Lijn. Ensuite, il
y a eu l'incident du 17 avril, qui a
fait couler beaucoup d'encre et
contre lequel la police a protesté, à
juste titre. Une patrouille de police
avait essuyé des coups de feu et
des inspecteurs avaient été
encerclés puis assaillis par un
groupe de plus en plus nombreux
de fauteurs de troubles. Deux de
ces jeunes, qui avaient un casier
judiciaire, ont été arrêtés. Plus tard
dans la soirée, un inspecteur a été
agressé au commissariat de police
lorsqu'un petit groupe d'exaltés, de
cinq personnes environ, est venu
exiger la libération des deux
jeunes arrêtés. Un jeune a été
arrêté mais, à la stupéfaction de la
police et des syndicats de police,
le parquet a remis les jeunes
auteurs en liberté le lendemain.
Le ministre peut-il relater les faits,
à savoir les incidents survenus
tant à la chaussée de Mons qu'au
commissariat de police? A-t-on
déjà pu localiser l'endroit d'où les
coups de feu ont été tirés? L'arme
a-t-elle été retrouvée? Y a-t-il un
suspect? Que pense le ministre de
la politique laxiste du parquet de
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
politiekantoor? Weet men al meer over de locatie van waaruit werd
geschoten? Werd het wapen teruggevonden? Is er een vermoedelijke
dader?
Ten tweede, hoe reageert u op het lakse vrijlatingsbeleid van het
Brusselse parket? Vindt u het normaal dat personen die
politieagenten aanvallen, tot op hun eigen commissariaat, daags
nadien worden vrijgelaten? Op die manier worden politieagenten de
facto vogelvrij verklaard.
Ten derde, deelt u de analyse van de politievakbond dat misdrijven
die in bende worden gepleegd efficiënter moeten kunnen worden
bestraft?
Ten vierde, bent u bereid om aan de lokale politie van zone Zuid extra
ondersteuning te bieden vanuit de federale politie? Waarin zal die
bestaan? Kunt u ervoor zorgen dat de patrouilles in de
Bergensesteenweg in Kuregem worden opgedreven? Beschikt de
federale politie over mobiele onzichtbare of zichtbare camera's, zodat
men daders van dit soort misdrijven gemakkelijker kan opsporen en
identificeren?
Mijn tweede vraag over Kuregem hangt gedeeltelijk samen met de
eerste en betreft het fameuze gedoogbeleid, dat wordt aangeklaagd.
Uw ministerie en de politiezones werden voor de rechtbank gedaagd.
In een gedeelte van de fameuze Anderlechtse wijk Kuregem, vlakbij
het kanaal, is een Europese draaischijf ontstaan van voertuigen die
bestemd zijn voor Afrika. In "le quartier des garages" is dat trouwens
duidelijk aan het straatbeeld te zien. Men waant er zich in alle
opzichten in Centraal-Afrika. Vlak na de fameuze incidenten heb ik
met een collega, een Brussels parlementslid, eens incognito
rondgereden in die fameuze wijk. Het is werkelijk hallucinant. Men
waant zich daar echt in Afrika.
De laatste normale bedrijven die er nog zijn, worden in hun activiteiten
ten zeerste gehinderd door de haast permanente files ten gevolge van
het laden en lossen van auto's en van fout- en dubbelparkeerders. De
politiezone van Anderlecht noch die van Molenbeek bepaalde
bewuste straten liggen eigenlijk op de grens van beide politiezones
treden afdoende op tegen die toestanden, zodat steeds meer
gesproken kan worden van een wetteloze zone.
Het gaat nu zo ver dat een van de laatste autochtone bedrijven zowel
Binnenlandse Zaken als de twee politiezones heeft gedagvaard om af
te geraken van de moordende verkeershinder die het de bedrijven
daar werkelijk onmogelijk maakt om normaal te functioneren, cliënteel
te ontvangen en dergelijke. Het bedrijf in kwestie heeft bijvoorbeeld in
2005 en 2006, dixit De Morgen, zevenhonderdtwintig keer naar de
politie gebeld om op te treden, om daar iets te doen aan het
geblokkeerde verkeer in die straten.
Bovendien is een werknemer van dat bedrijf nu naar het Centrum
voor Gelijkheid van Kansen gestapt omdat hij het slachtoffer zou zijn
van omgekeerd racisme: er werd enkel tegen hem opgetreden op een
bepaald moment, terwijl degenen die een zware verkeersovertreding
begaan, systematisch ongemoeid worden gelaten.
Mijnheer de minister, ten eerste, hoe verklaart u dat de politie niet of
Bruxelles en matière de libération?
Est-il normal à son estime que des
personnes ayant agressé des
agents de police soient remises en
liberté le lendemain? Partage-t-il la
vision du syndicat de police, selon
laquelle il convient de pouvoir
réprimer plus sévèrement les
délits commis en bande? Est-il
disposé à donner à la zone Midi un
renfort supplémentaire de la police
fédérale? En quoi consistera ce
renfort? Peut-il veiller à ce que les
patrouilles soient plus nombreuses
à la chaussée de Mons à
Cureghem? La police fédérale
dispose-t-elle de caméras mobiles
visibles ou invisibles à cet endroit,
de manière à pouvoir détecter et
identifier plus facilement ce type
de délits?
Une partie du quartier de
Cureghem est devenue une
plaque tournante européenne pour
le commerce de voitures à
destination de l'Afrique. Cette
situation est d'ailleurs clairement
perceptible dans les rues du
`quartier des garages'.
Les
quelques
entreprises
normales qui subsistent dans le
quartier subissent de nombreuses
nuisances
du
fait
du
déchargement
et
de
l'embarquement quasi permanent
de voitures et du fait des
nombreuses infractions commises
en matière de stationnement. Les
deux zones de police compétentes
n'interviennent pas de manière
efficace, de sorte que l'on peut
véritablement parler de zones de
non-droit. L'une des dernières
entreprises autochtones à même
intenté une action contre le
département de l'Intérieur et les
deux zones de police en raison
des graves nuisances qu'elle subit,
d'innombrables
appels
téléphoniques à la police étant
restés sans résultat.
Pourquoi la police n'intervient-elle
pas plus efficacement contre les
infractions commises dans ce
quartier? A-t-on déjà enquêté
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
nauwelijks optreedt tegen de wantoestanden op vlak van verkeer en
milieu, zoals het illegaal lozen van motorolie, in die wijk?
Ten tweede, werd er reeds een ernstig onderzoek verricht naar de
trafiek van voertuigen richting Afrika? Zijn die bedrijfjes bonafide?
Stellen zij illegalen te werk? Worden er gestolen voertuigen
verhandeld? Hoe vaak deed de politie de afgelopen twee jaar een
beroep op de economische en sociale inspectie in die wijk?
Hoe reageert Binnenlandse Zaken op de dagvaarding door het
betrokken bedrijf? In welke stand bevindt zich die procedure?
Tot slot, op welke wijze denkt u dat de wettelijkheid in die wijk kan
worden hersteld?
Mijn laatste vraag gaat ook weer over Kuregem en is mede ingegeven
door een artikel in Knack van vorige week, dat toch wel opnieuw zeer
straffe taal laat horen van politiemensen die daar tewerkgesteld zijn.
In het weekblad Knack werd uitgebreid aandacht besteed aan een
merkwaardige vorm van politiesepot in Anderlecht en Vorst. Volgens
dat artikel zou een vijftigtal mensen met stenen bekogeld zijn op het
Sint-Antoniusplein in Vorst, maar zouden er daarvan amper pv's terug
te vinden zijn. Ook de politie zelf zou er bijna niet meer durven komen.
De inperking van het aantal pv's zou het gevolg zijn van een nieuwe
verordening van de burgemeesters die samen die politiezone
uitmaken. Die verordening zou bepalen dat gewone diefstallen van
gsm's of gelijkaardige bezittingen, agressief gedrag en het gooien van
stenen niet meer geacteerd zouden moeten worden dat is wel heel
verregaand zolang er geen materiële of fysieke schade is. Om toch
nog een pv te kunnen opmaken, dient men bijna, bij wijze van
spreken, het kabinet van de burgemeester in te schakelen. Dan komt
er blijkbaar beweging in de zaak; anders is dat blijkbaar heel moeilijk.
Bij diefstal van wieldoppen bijvoorbeeld is er enkel een pv mogelijk
indien dat geëist wordt door de verzekeringen, aldus Knack. Wie zo'n
pv wil bekomen, moet dan wel vier à vijf uur wachten in het
politiecommissariaat. De opstelling van zulke pv's wordt dus echt
ontmoedigd. Een en ander zou ook te maken hebben met de enorm
gestegen werklast en met het gebrek aan manschappen.
Mijnheer de minister, ten eerste, klopt het dat er in de politiezone Zuid
voor tal van feiten geen of veel minder pv's worden opgemaakt dan
vroeger? Is ook het aantal verkorte pv's afgenomen? Beschikt u over
cijfers van de voorbije jaren en het eerste kwartaal van dit jaar?
Ten tweede, is het juist dat er een instructie bestaat om het aantal
pv's te beperken? Zo ja, om wat voor feiten gaat het, die niet meer in
een pv zouden mogen worden gezet? Kunt u de inhoud van die
verordening meedelen? Hoe reageert u op dat artikel en op dat
beleid?
Ten derde, wat werd er met de minister van Justitie en het parket
overeengekomen in uw fameuze onderhandelingen na de laatste
incidenten in Kuregem? Werd er van dit akkoord dat tot stand kwam
een verslag of pv opgemaakt? Kan dit worden meegedeeld? Kunnen
wij daar kennis van nemen? Wat zijn de gevolgen voor de politie en
voor de extra ondersteuning voor de politiezone, met als gevolg dat
sérieusement sur le trafic de
voitures à destination de l'Afrique?
Qu'en est-il du sérieux des
entreprises
concernées?
Emploient-elles
de
la
main
d'oeuvre illégale? Existe-t-il un
trafic de véhicules volés? A
combien de reprises au cours des
deux dernières années la police a-
t-elle fait appel à l'inspection
économique et sociale dans ce
quartier?
Comment
le
département de l'Intérieur réagit-il
à la citation de l'entreprise
concernée? Qu'en est-il de la
procédure? Comment le ministre
pense-t-il pouvoir mettre un terme
à la situation de non-droit qui
existe dans le quartier?
Ma dernière question concerne un
incident
relaté
dans
l'hebdomadaire "Knack" et dans le
cadre duquel une cinquantaine de
personnes se trouvant sur une
place de Forest auraient été
bombardées
de
pierres.
Pratiquement aucun procès-verbal
n'aurait été rédigé à propos de cet
incident. La police oserait encore à
peine s'aventurer sur les lieux. La
diminution du nombre de procès-
verbaux serait la conséquence
d'une
nouvelle
ordonnance
stipulant que les vols ordinaires de
gsm ou autres objets du même
ordre,
les
comportements
agressifs et les jets de pierres ne
doivent plus faire l'objet d'un
rapport tant qu'il n'y a pas de
dégâts matériels ou de dommages
physiques. Quand des procès-
verbaux doivent être dressés à la
demande des assurances, les
longs
délais
d'attente
au
commissariat
ont
un
effet
dissuasif. Le problème se situerait
également
au
niveau
de
l'augmentation considérable de la
charge de travail et d'une pénurie
d'agents.
Est-il exact que dans la zone de
police de Bruxelles-Midi on rédige
pour toute une série de faits
beaucoup moins de procès-
verbaux que par le passé? Le
nombre
de
procès-verbaux
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
men hopelijk beter zou kunnen optreden in die garagezone? Krijgt
men ook bijstand voor het opmaken van pv's?
Tot daar mijn drie vragen. Dank u bij voorbaat voor uw antwoord.
abrégés a-t-il également diminué?
Le ministre dispose-t-il de chiffres
concernant les années écoulées et
le premier trimestre de cette
année? Des instructions ont-elles
effectivement été données pour
limiter le nombre de procès-
verbaux? Quels sont les faits
visés? Que précise exactement
l'ordonnance? Quel est l'avis du
ministre sur cette situation?
16.02 Minister Patrick Dewael: Eerst en vooral de vragen over het
veiligheidsbeleid in Kuregem en Anderlecht. Ik ben op vraag van de
burgemeester van Anderlecht naar een vergadering geweest die
plaatsvond op woensdag 23 april. Daaraan hebben collega
Vandeurzen en ikzelf deelgenomen. Ook de politionele en
gerechtelijke autoriteiten waren daarbij aanwezig. Aanleiding was,
zoals iedereen weet, het incident van 17 april waarbij de politie werd
belaagd, maar ook de incidenten in een breder kader van de voorbije
weken. Ik geef een aantal elementen van antwoord die ook tijdens
deze vergadering en andere contacten werden besproken.
Ten eerste, iedereen moet zijn verantwoordelijkheid ter zake
opnemen,
dus
de
lokale
politieke
overheden
van
de
driegemeentezone, de korpschef van de politiezone, het lokale parket,
de federale politie en uiteraard ook de twee politiek bevoegde
ministers. Voor alle duidelijkheid: de veiligheid in en om Kuregem is
op de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de lokale autoriteiten.
De minister van Binnenlandse Zaken creëert een kader en biedt
ondersteuning. Ik verwijs onder meer naar specifieke inspanningen
die in de voorbije jaren voor de zes Brusselse zones werden geleverd
in het kader van het fonds in verband met de eurotops, waarover net
nog werd gepraat, en ook in het kader van het ter beschikking stellen
van
voldoende
politiepersoneel,
waardoor
de
historische
personeelstekorten konden worden weggewerkt. Ook met bijkomende
ondersteuning van de federale politie moeten we vaststellen dat de
betrokken politiezone weinig steun heeft gevraagd aan de federale
politie. Dat heb ik ook ter plekke opgemerkt. Er was tot mijn komst
daar geen enkele directe vraag gesteld, noch door de burgemeester
noch door de zonechef, om versterking te bekomen rond bepaalde
punten of tijdens bepaalde uren van de dag.
Mijn boodschap was de volgende. De federale politie kan
ondersteuning bieden, maar ik verwacht dus wel dat de lokale
autoriteiten werk maken van een eendrachtig veiligheidsbeleid en ook
een optimale werking van het lokale korps. Het is ook in dat kader dat
collega Vandeurzen en ikzelf de nodige ondersteuning hebben
aangeboden bij de opmaak van een zonaal veiligheidsplan. Ik denk
dat dit er nu wel moet komen. In het nationaal veiligheidsplan zijn
duidelijk een aantal prioriteiten gesteld, waaronder de straat- en
geweldcriminaliteit. Die prioriteiten moeten nu ook vertaald worden in
het lokale veiligheidsbeleid. De politie moet met andere woorden law
and order afdwingen in die probleemwijken.
Ten tweede, ook justitie of het parket moet zich hier engageren. Het
Brussels parket heeft tijdens de vergadering, maar ook in de pers,
haar handelwijze toegelicht. Ik kom niet terug op dit punctuele geval,
16.02 Patrick Dewael, ministre:
A la demande du bourgmestre
d'Anderlecht, M. Vandeurzen et
moi-même avons assisté le 23
avril à une réunion avec les
autorités de la police et de la
justice consécutive à l'incident du
17 avril et à ceux des dernières
semaines.
Les autorités politiques locales des
trois zones communales, le chef
de corps de la zone de police, le
parquet local, la police fédérale et
les deux ministres compétents,
tous
doivent
prendre
leurs
responsabilités. La sécurité à
Cureghem et alentour relève en
premier lieu de la responsabilité
des autorités locales. Le ministre
de l'Intérieur crée un cadre et
apporte son appui.
Ces dernières années, des efforts
spécifiques ont été consentis en
faveur des six zones bruxelloises
dans le cadre du Fonds des
sommets européens. Il a été
remédié
aux
pénuries
de
personnel historiques. La zone de
police concernée n'a d'ailleurs
guère sollicité l'aide de la police
fédérale. Cette dernière peut offrir
un appui mais j'attends des
autorités locales qu'elles mettent
en place une politique de sécurité
commune et fassent en sorte de
faire fonctionner le corps local de
manière optimale.
M. Vandeurzen et moi-même
avons apporté l'appui nécessaire
lors de la confection du plan zonal
de sécurité. La criminalité urbaine
et la violence constituent des
priorités du plan de sécurité
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
maar in het algemeen is het duidelijk dat het parket kort op de bal
moet spelen in het vervolgingsbeleid.
Ook dat is een concrete vertaling van het nationaal veiligheidsplan.
Ten derde, het is evenzeer duidelijk dat dit probleem niet alleen door
Justitie en politie kan worden opgelost. Er is een integrale aanpak en
een ruime aandacht voor preventie in de ruimste zin van het woord
nodig.
Deze
vergadering
krijgt
nu
het
nodige
vervolg
via
vervolgvergaderingen, waarbij de afspraken ten aanzien van de
diverse autoriteiten ook op papier kunnen worden vastgelegd.
Op uw vragen over het precieze relaas van de feiten kom ik niet
helemaal terug. Ik kan u dat wel schriftelijk bezorgen.
Op uw vraag over het pleidooi van een politievakbond om misdrijven
in bendes strenger te bestraffen, kan ik u antwoorden dat het
strafrechtelijk arsenaal ter zake volgens mij voldoende is, maar dat
het specifieke misdrijf bendevorming in het Strafwetboek staat. Het
optreden in een bende wordt als een verzwarende omstandigheid
beschouwd bij veel geweld- of vermogensdelicten. Het nemen van
initiatieven ter zake valt echter onder de bevoegdheid van de minister
van Justitie.
De problematiek van de handel in tweedehandswagens in Kuregem is
nog wat anders. Ook voor dat probleem geldt wat ik eerder zei. Ik heb
begrepen dat u de minister van Justitie hierover ook al hebt bevraagd.
Ik kan daaraan nog toevoegen dat er in mijn ogen van een
gedoogbeleid geen sprake kan zijn. Zo werden volgens de mij
bezorgde informatie in twee straten in Anderlecht in 2006 en 2007 in
totaal 585 processen-verbaal voor verkeersovertredingen opgesteld.
De politie handelt dus zowel proactief als reactief. Naar aanleiding van
verschillende acties heeft de politie inderdaad vastgesteld dat er in
bepaalde bedrijven illegalen waren tewerkgesteld. Buiten de
regelmatige politiecontroles in de betrokken wijk heeft de politiezone
Zuid de voorbije twee jaren 7 gecoördineerde acties uitgevoerd met
de sociale inspectie.
Over de hangende gerechtelijke procedures in deze zaak doe ik
uiteraard geen uitspraken. De zaak werd op 9 november 2007
ingeleid en naar de rol verzonden.
In de politiezone Zuid geldt geen enkele instructie van wie dan ook om
het aantal processen-verbaal voor bepaalde feiten te beperken. In
vergelijking met dezelfde periode vorig jaar is het aantal pv's die de
politiezone tijdens de eerste vier maanden van 2008 opstelde zelfs
gestegen.
Tot daar mijn antwoord. Ik zal u nog een aantal elementen schriftelijk
bezorgen, mijnheer Laeremans.
national. Cela doit se traduire
aussi dans la politique de sécurité
locale. La police doit imposer la loi
et l'ordre dans les quartiers à
problèmes. Le parquet doit réagir
promptement dans le cadre de la
politique
de
poursuites.
Par
ailleurs, la prévention au sens le
plus large du terme doit retenir la
plus grande attention.
Des réunions de suivi se tiendront
encore.
Je vous transmettrai par écrit une
chronologie des faits tels qu'ils se
sont passés.
J'estime que nous disposons d'un
arsenal pénal suffisant pour punir
plus sévèrement les délits
commis en bande. Le fait d'agir en
bande est considéré comme une
circonstance aggravante dans le
cadre de nombreux délits. Toute
initiative en la matière relève de la
compétence du ministre de la
Justice.
Il n'est pas question de politique
de tolérance en ce qui concerne la
vente de véhicules d'occasion à
Cureghem. Dans deux rues
d'Anderlecht, ce sont au total 585
procès-verbaux
pour
des
infractions
en
matière
de
circulation qui ont été dressés en
2006 et 2007. La police a constaté
que
certaines
entreprises
employaient de la main d'oeuvre
illégale. Outre les contrôles de
police réguliers dans le quartier en
question, la zone de police de
Bruxelles-Midi a au cours des
deux dernières années mené sept
actions en coordination avec
l'inspection sociale.
Je
ne
me
prononce
bien
évidemment
pas
sur
des
procédures judiciaires en cours.
L'affaire a été introduite le 9
novembre 2007 et mise au rôle.
Dans la zone de police de
Bruxelles-Midi, aucune instruction
n'a été donnée par qui que ce soit
pour limiter le nombre de procès-
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
verbaux pour certains faits. En
comparaison avec la même
période de l'année dernière, le
nombre
de
procès-verbaux
dressés par la zone de police au
cours des quatre premiers mois de
2008 a même augmenté. Je
transmettrai encore un certain
nombre d'informations par écrit à
M. Laeremans.
16.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord, maar ik vind het vrij onvolledig. De minister
zegt dat hij het probleem voor een groot deel heeft kunnen oplossen
met extra politiemensen. Ik heb echter begrepen dat er precies in de
zone Zuid nog altijd een tekort is van ongeveer 70 mensen. Ik weet
niet waaraan dat ligt, maar er is blijkbaar toch een probleem met de
rekrutering voor die specifieke zone, misschien omdat men daar niet
meer wil werken. In elk geval moet dit probleem verholpen worden.
Dat kan voor een stuk worden verholpen door het inzetten van de
federale politie. U zegt dat er tot voor kort geen vraag is geweest van
het lokale bestuur. Ik vind dat zeer merkwaardig. Ik geloof u wel, maar
dan denk ik dat men op het lokale niveau met een dubbele tong
spreekt. Enerzijds zegt men dat men de vraag aan u zal richten, maar
anderzijds stuurt men u deze vraag nooit toe. In elk geval had ik
gehoopt dat u in het overleg met Justitie en het parket zou hebben
toegezegd dat u de lokale politie vanuit de federale politie intensief
zou gaan steunen en dat men in plaats van een kwakkelbeleid te
voeren in de Bergensesteenweg en omgeving, de politieaanwezigheid
fel zou verhogen en intensief en systematisch zou optreden tegen
bendes en criminelen die daar nog heel recent dat kwam ook in het
nieuws de plak zwaaiden. Ik zie nog niet zoveel kenteringen. Ik heb
er zelf rondgereden en in Kuregem heb ik toch moeten vaststellen dat
men zich op een heel andere plaats op de planeet waant dan in
Brussel.
Specifiek over Kuregem zou ik ook het volgende willen zeggen.
Mijnheer de voorzitter, ik zal niet te lang meer spreken, maar ik heb
wel drie vragen gesteld.
16.03 Bart Laeremans (Vlaams
Belang):
Cette
réponse
est
relativement incomplète.
Il
manque
environ
septante
policiers dans la zone Midi, qui doit
apparemment faire face à des
difficultés de recrutement. Un
renfort de la police fédérale
pourrait remédier en partie à cette
situation. Très curieusement, les
autorités locales n'ont formulé
aucune demande jusqu'il y a peu.
C'est un double langage que l'on
tient à ce niveau. Quoi qu'il en soit,
j'aurais espéré du ministre que,
lors de la concertation, il s'engage
à apporter un renfort important de
la police fédérale à la police locale,
à faire en sorte que la présence
policière soit nettement plus
marquée à la chaussée de Mons
et dans les environs et à veiller à
ce
qu'on
intervienne
systématiquement et fermement
contre les bandes et contre les
délinquants.
De voorzitter: (...)
16.04 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Dat klopt.
Ik hoor dat men over wagens met buitenlandse nummerplaten
helemaal geen onderzoeken voert. Men gedoogt dat allemaal. Het
cijfer van 500 pv's op twee jaar tijd lijkt veel, maar dat is bitter weinig.
Dat is minder dan één pv per dag op twee jaar tijd. Dat is heel
beperkt, terwijl die wijk kreunt onder de overlast van foutparkeerders,
dubbelparkeerders en alle mogelijke moeilijkheden. Het cijfer van één
pv per dag toont aan dat men die wijk eigenlijk verwaarloost.
Er is vooral veel te weinig controle op de personen die daar
rondlopen. Heel veel steuntrekkers mensen die worden betaald als
werklozen blijken daar in de praktijk autohandelaars te zijn. Zij
komen daar met wagens en zij strijken geld op, zonder dat daar een
16.04 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Il me revient aussi que
les véhicules munis de plaques
d'immatriculation étrangères ne
sont l'objet d'aucune vérification.
Le nombre de procès-verbaux est
dérisoire, puisqu'il s'agit de moins
d'un par jour. Et, surtout, les
personnes qui gravitent dans le
quartier ne sont pas suffisamment
contrôlées. Très souvent, il s'agit
de bénéficiaires d'allocations qui
sont en réalité des vendeurs de
voitures. Il serait judicieux que le
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
ernstige controle op gebeurt.
Ik wil er zelf eens incognito gaan rondrijden. Dat is voor mij geen
groot probleem. Voor u zou dat misschien een groter probleem zijn,
maar u zou daarvoor wel een wagen met minder doorkijkbare ruiten
kunnen gebruiken. Als u daarmee door Kuregem rijdt, zou u kunnen
zien wat voor toestanden daar voorkomen. Ik vraag u dat met
aandrang.
Ik zou u ook willen vragen om daar veel intensiever op te treden.
Daarvoor is het natuurlijk nodig dat die politiezone ondersteuning krijgt
van de federale politie, dat men daar intensief controles doet, dat men
daar 's nachts controles doet, dat men daar in burger controles doet
en dat men mensen oppakt die daar illegale praktijken bedrijven. Het
wemelt daarvan, mijnheer de minister.
U geeft een antwoord dat al tien jaar gegeven wordt, ook op lokaal
niveau, zodat men moet concluderen dat er niets aan de hand is. In
de praktijk kan een normaal bedrijf daar echter niet meer
functioneren.
Daarom dring ik aan dat u daar eindelijk orde op zaken stelt. U sprak
daarjuist over law and order. Met het vage en brave antwoord dat u
gegeven hebt, zal er echter helemaal geen law and order komen in
die wijk.
ministre aille juger sur place. Pour
pouvoir
intervenir
plus
efficacement, la zone de police
doit recevoir un appui de la police
fédérale, entre autres. Il convient
d'arrêter les personnes qui se
livrent à des pratiques illégales à
cet endroit. Elles y foisonnent.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Samengevoegde vragen van
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
merkwaardige tegenstellingen in de cijfers over de taalkennis bij de Brusselse politie" (nr. 4756)
- de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
tweetaligheid van het administratief en logistiek personeel van de politie van het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest" (nr. 4951)
17 Questions jointes de
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les contradictions
étonnantes que présentent les chiffres relatifs aux connaissances linguistiques au sein de la police de
Bruxelles" (n° 4756)<br>- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le bilinguisme du personnel
administratif et logistique de la police de la Région de Bruxelles-Capitale" (n° 4951)</b>
17.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, deze
vraag houdt verband met de cijfers over de taalkennis van de
Brusselse politie, die u ons ter beschikking hebt gesteld. Ik heb die
even vergeleken met de oudere cijfers die u ons een jaar geleden
hebt bezorgd. Er is een merkwaardige tegenstelling. Nu zou ongeveer
70% een tweetaligheidspremie krijgen, terwijl in 2006 maar net de
helft van de Brusselse politiemensen aan de tweetaligheidsvereisten
voldeed. Mijns inziens is het zeer onwaarschijnlijk dat het aantal
mensen dat de tweetaligheidsproef aflegde in twee jaar tijd, met
17,5% zou gestegen zijn, van 52% naar 69%, te meer daar het
gebrek aan tweetaligheid zich vooral voordoet bij de nieuw
aangeworven politiemensen en zeker niet bij degenen die met
pensioen gaan. Die zijn over het algemeen veel meer tweetalig. Ik heb
tot nu toe geen enkele aanwijzing dat er ineens een rush is van jonge
inspecteurs die de examens afleggen. Er is dus iets merkwaardigs
aan de hand met die cijfers.
17.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Il est très improbable que
le nombre de personnes à avoir
passé l'examen de bilinguisme ait
augmenté de 17,5% en deux ans,
d'autant que la pénurie de
personnel bilingue est constatée
essentiellement parmi les policiers
nouvellement engagés. Je ne
dispose
d'aucune
donnée
indiquant un afflux soudain de
jeunes inspecteurs qui passent les
examens. Dans les zones Sud et
Uccle, il y a une diminution de 11
et de 12% du nombre de
francophones bilingues, alors que
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
De evolutie van de cijfers is ook zeer onregelmatig wanneer we ze per
zone bekijken. In de zones Zuid en Ukkel is er een daling met 11% en
12% van het aantal tweetalige Franstaligen, terwijl het aantal
tweetaligen in zone West in 22 maanden met 31% zou gestegen zijn.
Dat zijn zodanig grote sprongen dat ze niet echt geloofwaardig zijn,
tenzij u mij het tegendeel kan aantonen. Bijgevolg moet er meer
duidelijkheid komen over de nieuwe cijfers en die van 2006, alsook
over
de
corelatie
tussen
enerzijds
degenen
die
de
tweetaligheidspremie ontvangen, en anderzijds, degenen die het
taalexamen hebben afgelegd. Is het wel zo dat iedereen die de
premie ontvangt wel degelijk het bewijs heeft geleverd van kennis van
de tweede taal?
Ik kom dan bij mijn concrete vragen. Ten eerste, hoe verklaart de
minister de opmerkelijke verschillen tussen de cijfers van februari
2008 die u ons vorige maand hebt bezorgd en die van mei 2006? Kan
men inderdaad stellen dat het aantal tweetaligen ik plaats dat
tussen aanhalingstekens, want het gaat niet echt om tweetaligen
maar om mensen die het examen hebben afgelegd sinds mei 2006
met meer dan 800 is gestegen? Kan de minister meedelen hoeveel
Brusselse politiemensen er in 2006 en 2007 slaagden voor het
examen?
Ten tweede, kan de minister in dit kader de opmerkelijke
tegengestelde evoluties verklaren in de zones Zuid en Ukkel waar er
bij de tweetalige Franstaligen een daling van 11% en 12% was, en
anderzijds de zone West waar het aantal steeg van 27% naar 59%,
meer dan een verdubbeling? Kan de minister met name voor zone
West meedelen hoeveel mensen de voorbije twee jaar slaagden voor
de taalproef?
Ten derde, is er soms geen rechtstreeks verband tussen degenen die
het examen aflegden en degenen die de premie krijgen? Zo ja, op
basis van welke argumenten worden de premies dan wel betaald?
Gebeurt dat volgens de minister terecht?
le nombre de personnes bilingues
dans la zone Ouest aurait
augmenté de 31% en 22 mois.
Ceci ne me semble pas vraiment
crédible.
Tout qui perçoit la prime a-t-il bien
fourni
la
preuve
de
sa
connaissance de la deuxième
langue? Comment le ministre
explique-t-il
les
différences
flagrantes ente les chiffres de
février 2008 et ceux de mai 2006?
Le nombre de personnes soi-
disant bilingues a-t-il augmenté de
plus de 800 unités depuis le mois
de mai 2006? Combien de
policiers bruxellois ont-ils réussi
l'examen en 2006 et 2007? Le
ministre peut-il expliquer les écarts
importants dans l'évolution des
zones Sud et Uccle, d'une part, et
de la zone Ouest, d'autre part?
Combien de personnes de la zone
Ouest ont-elles réussi l'épreuve
linguistique au cours des deux
dernières années? Existe-t-il un
lien direct entre ceux qui ont passé
l'examen et ceux qui ont obtenu la
prime? Quels arguments justifient-
ils les différences de primes?
Cette procédure est-elle légitime
selon le ministre?
17.02 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, de
wetgever heeft toegelaten dat de lokale politiekorpsen van het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die als ondergeschikte besturen
vallen onder de toepassing van de taalwetgeving, personeelsleden
aanwerven die niet in regel zijn met de tweetaligheidsvoorwaarden,
ook wat betreft personeelsleden van het logistiek en administratief
kader.
Daarom heeft de wetgever een budgettaire inspanning geleverd in de
vorm van de toekenning van subsidies voor de verwerving van de
tweede taal. We dienen evenwel vast te stellen dat tot op heden heel
wat personeelsleden niet voldoen aan de taalwetvoorwaarde.
Er worden in tal van entiteiten regelmatig personeelsleden met
leidinggevende functies op rust gesteld die wel voldeden aan de
taalwetgeving. Ze worden dan vervangen, in principe via interne
promotie, maar in veel gevallen is de kandidaat-opvolger niet in orde
met de taalwetgeving.
Mijnheer de minister, graag krijg ik van u een antwoord op de
volgende vragen. Ten eerste, wat is uw houding ten opzichte van de
17.02 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Les corps de police locale de
la Région de Bruxelles-Capitale
constituent des administrations
subordonnées qui ressortissent à
la législation linguistique. Le
législateur les autorise à recruter
des membres du personnel qui ne
satisfont pas aux conditions de
bilinguisme et ce, également pour
leur
cadre
logistique
et
administratif. Il leur octroie des
subsides pour l'apprentissage de
la deuxième langue.
Toutefois, à ce jour, bon nombre
de membres du personnel ne
satisfont toujours pas à la
condition de bilinguisme. Dans de
nombreux cas, des fonctionnaires
dirigeants bilingues admis à la
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
aanstelling van eentalig personeel in leidinggevende functies bij het
administratief en logistiek kader die normalerwijs moeten worden
ingevuld door tweetaligen?
Ten tweede, welke richtlijnen werden sinds het arrest van het
Grondwettelijk Hof in verband met de overgangsbepalingen voor het
tweetaligheidsattest van de Brusselse politie verstrekt aan de
korpsoversten van de lokale politiezones in Brussel?
retraite sont remplacés par du
personnel qui ne satisfait pas aux
conditions linguistiques.
Quelle est la position du ministre à
l'égard de la désignation membres
du personnel unilingues à une
fonction dirigeante au sein du
cadre administratif et logistique?
Quelles directives a-t-on données
aux chefs de corps des zones de
police bruxelloises après l'arrêt de
la Cour constitutionnelle relatif aux
dispositions
transitoires
concernant
l'attestation
de
bilinguisme?
17.03 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, ik
kan een overzicht bezorgen van de door het sociaal secretariaat van
de geïntegreerde politie geverifieerde gegevens van het aantal
operationele personeelsleden in de Brusselse zones dat in mei 2006
een tweetaligheidstoelage ontving. Die gegevens zijn, net als de
cijfers voor februari 2008, die ik op 16 april bezorgde, opgesplitst per
taalgroep en met vermelding van het aantal personeelsleden dat in
mei een tweetaligheidstoelage ontving.
U merkt trouwens dat de cijfers een veel genuanceerder beeld geven
en dat er veeleer sprake is van een status-quo, een stijging met 0,4%.
Die cijfers komen van het sociaal secretariaat en lijken mij meer
betrouwbaar dan de cijfers die in mei 2006 werden meegedeeld, die
afkomstig waren van de Brusselse politiezones zelf.
Er moeten natuurlijk blijvend permanente inspanningen worden
geleverd om het aantal tweetalige personeelsleden in de Brusselse
zones te verhogen. Dat neemt niet weg - dit is het andere element in
de afweging - dat wij hoe dan ook de veiligheid in Brussel moeten
kunnen waarborgen. Dat veronderstelt natuurlijk een voldoende aantal
politiemensen in de Brusselse zones.
Ik kom nu aan de specifieke vraag over de zone Brussel-West. Ik kan
u melden dat de voorbije twee jaren acht Franstalige personeelsleden
het schriftelijke taalexamen en vier personeelsleden het mondelinge
taalexamen bij Selor met succes hebben afgelegd. Voor de
Nederlandstalige personeelsleden liggen die cijfers respectievelijk op
34 en 52.
De tweetaligheidstoelage wordt uitbetaald aan de personeelsleden die
een ambt bekleden waarvoor de tweetaligheid wettelijk is vereist dan
wel als gewenst of nuttig wordt beschouwd en die houder zijn van het
vereiste taalbrevet.
Collega Jambon, in antwoord op uw vragen verwijs ik in eerste
instantie naar mijn gezamenlijk antwoord van 16 april jongstleden op
uw vraag en de vraag van collega Laeremans over de evolutie van de
tweetaligheid met betrekking tot de Brusselse politie.
Zoals gezegd kadert de problematiek ook in een breder geheel, dat
door uw beiden goed bekend is. Dat maakt ook deel uit van een
17.03 Patrick Dewael, ministre:
Le secrétariat social de la police
intégrée a vérifié les données
concernant
le
nombre
de
membres
du
personnel
opérationnels des zones de police
bruxelloises
recevant
une
allocation de bilinguisme en mai
2006. Comparés avec ceux du
mois de février, ces chiffres
donnent une image plus nuancée.
Il serait plutôt question d'un statu
quo, l'augmentation n'étant que de
0,4%. Ces chiffres me paraissent
plus fiables que les chiffres de mai
2006 qui émanaient des zones de
police bruxelloises elles-mêmes.
Il faut continuer à faire des efforts
en matière de bilinguisme des
agents bruxellois mais également
veiller à ce que les zones de police
bruxelloises
disposent
de
personnel en suffisance. Au cours
des deux dernières années, 12
agents
francophones
et
86
néerlandophones ont présenté un
examen de bilinguisme devant le
Selor. Reçoivent une allocation de
bilinguisme ceux qui exercent une
fonction où le bilinguisme est
nécessaire ou jugé utile et qui
disposent d'un brevet linguistique.
Je me réfère à la réponse que j'ai
donnée le 16 avril 2008 aux
questions de MM. Jambon et
Laeremans
concernant
cette
problématique, qui s'inscrit dans
un contexte plus large, à savoir
celui de la poursuite de la réforme
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
volgende stap die moet worden gezet in het kader van de hervorming
van de instellingen en van onze Staat, waarover de onderhandelingen
eerlang zullen moeten opgestart worden.
Het is in elk geval duidelijk dat de noodzaak van de verdere
indeplaatsstelling van politiepersoneel ook het administratieve en
logistieke kader betreft.
Collega's, de cijfers waarvan sprake kan ik aan u bezorgen.
de l'Etat.
17.04 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, wij
zullen die cijfers natuurlijk analyseren. Het is echter toch wel
hemeltergend dat de politiediensten die u in 2006 cijfers hebben
gegeven, blijkbaar niet over correcte informatie kunnen beschikken en
dat hun cijfers zelfs nadien niet zijn rechtgezet.
Dat lijkt opnieuw te neigen naar Afrikaanse toestanden. Dit is toch een
vrij objectief gegeven: heeft een agent al dan niet een examen
afgelegd? Men moet dat binnen een politiezone toch weten? Men
moet een minister toch behoorlijk kunnen informeren? Wanneer men
tot op vandaag daarover tegenstrijdige cijfers heeft, dan is dat een
teken dat u uw eigen politiezones niet dwingt om juiste informatie te
bezorgen. Ik blijf met mijn vraag zitten: ontvangen sommigen een
tweetaligheidspremie, terwijl zij niet het bewijs hebben geleverd via
een examen bij Selor van de kennis van de tweede taal? Ik vrees van
wel. Er is een zodanig verschil tussen beide cijfers dat ik denk dat
mensen onterecht een taalpremie ontvangen.
De cijfers over zone West waren ook heel verhelderend. Er zijn amper
12 Franstaligen die een examen hebben afgelegd, tegenover 80
Nederlandstaligen. Dat wil zeggen dat de bereidheid om de andere
taal te leren, veel groter is aan Vlaamse zijde en ook dat er geen
enkele druk is op die Franstaligen om die examens af te leggen. U als
minister van Binnenlandse Zaken faalt om politiemensen aan te
zetten om de andere taal aan te leren. Ik vind dat zeer
betreurenswaardig.
Wanneer u dan ook nog eens zegt daarmee rond ik af, voorzitter
dat heel de problematiek kadert in de komende staatshervorming, dan
kan dat alleen maar betekenen dat u de wet wil versoepelen en de
tweetaligheid verder onderuit wil helpen. Ik heb u in het verleden al
gezegd en ik zal u dit blijven zeggen dat wij ons daartegen met
hand en tand zullen verzetten.
17.04 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Je vais analyser les
chiffres mais il est tout de même
révoltant d'entendre que les
services
de
police
ne
disposeraient pas d'informations
correctes. Ce sont des situations
dignes de certains pays africains.
Le ministre doit obliger les zones
de
police
à
fournir
des
informations sur le bilinguisme de
leurs agents.
Il semblerait que certains agents
bénéficient
d'une
prime
de
bilinguisme sans avoir présenté
l'examen auprès du Selor. La
volonté d'apprendre l'autre langue
est beaucoup plus importante
chez les néerlandophones que
chez les francophones. Cela
démontre que le ministre ne met
pas suffisamment la police sous
pression. Nous allons continuer à
nous
opposer
à
un
assouplissement
de
la
loi
imposant le bilinguisme.
17.05 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik heb niet
echt een antwoord gehoord op de vraag naar uw houding ten opzichte
van de aanstelling van eentalig personeel. Ik kan mij voorstellen dat in
de Brusselse situatie, aangezien de veiligheid voorgaat, mensen
worden aangesteld die in het begin eentalig zijn. De vraag is eigenlijk
welke opleidingsinspanningen aan die mensen worden opgelegd om
na redelijk verloop van tijd het tweetaligheidsexamen te kunnen
afleggen. Wij prediken overal vorming en opleiding. Dat zijn de
sleutelelementen voor de toekomst. Uw politiepersoneel is daar
volgens mij toch ook onderhevig aan. Ik had graag van u eens een
visie ter zake gehoord.
Ik neem aan dat men eentalige mensen moet aanwerven in de
veiligheidsdiensten, maar ik neem niet aan dat die mensen zich
17.05 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Je n'ai rien appris de l'attitude
du ministre. Il est exact que la
sécurité est prioritaire et je
comprends
que
des
agents
unilingues soient engagés mais ils
ne peuvent pas rester unilingues.
Des efforts de formation doivent
leur être imposés. Ils doivent
passer l'examen de bilinguisme.
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
kunnen permitteren om eentalig te blijven.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Samengevoegde vragen van
- de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de private bewakingsfirma's" (nr. 4763)
- mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
sector van de bewakingsfirma's" (nr. 4792)
18 Questions jointes de
- M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les entreprises de
gardiennage privées" (n° 4763)<br>- Mme Josée Lejeune au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le secteur des entreprises
de gardiennage" (n° 4792)</b>
18.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, met deze
vraag kom ik terug op een vraag die u al in de plenaire vergadering
hebt beantwoord in verband met de privébewakingsfirma's. Volgens
de cijfers zijn bij de controles in 2007 121 illegale bewakingsfirma's
gevonden. Mijn vraag is er eigenlijk op gericht die cijfers wat te
nuanceren, want ik vond dat die cijfers weinig genuanceerd in de
media zijn gebracht.
Daarnaast wil ik peilen naar het voortbestaan van het fenomeen.
Uiteindelijk blijkt een aantal van die firma's gekend te zijn. Uit het type
collectieve maatregelen dat wordt voorgesteld, blijkt het in 50% van
de gevallen om een minnelijke schikking te gaan, in 18% om een
geldboete, en in 30% om een waarschuwing. Dat betekent in mijn
ogen dat zij niet superillegaal zijn, als men het houdt bij een
waarschuwing.
Concreet, u hebt 121 illegale bewakingsfirma's gevonden bij de
verscherpte controles. Zaten er tussen die 121 ook door
Binnenlandse Zaken erkende ondernemingen? Zo ja, hoeveel?
Hebt u inzake de vastgestelde inbreuken een indeling kunnen maken
volgens de zeven werkzaamheden van privébewakingsfirma's? Die
vraag stel ik zowel inzake de erkende als de niet-erkende firma's.
Zitten er tussen die 121 overtreders ook ondernemingen die eerder op
een gelijkaardige inbreuk werden betrapt? Zo ja, hoeveel? Welke
collectieve maatregelen werden toen opgelegd? Welke collectieve
maatregelen worden nu opgelegd? En hoe wordt dat opgevolgd? Ik
heb nog een extra vraag. Wordt er ook opgetreden tegen de
zaakvoerders van dergelijke ondernemingen bij herhaalde
overtredingen?
Naast de 180 erkende firma's zijn er dus veel illegale. Mijn vraag is:
wat is de oorzaak dat zij bestaan, en vooral dat zij kunnen verder
bestaan en dat zij in herhaling kunnen vallen?
Ik kom zo meteen terug op uw beleidsnota in vraag nr. 4762.
18.01 Robert Van de Velde
(LDD): Lors de contrôles renforcés
menés en 2007, 121 entreprises
de gardiennage en situation
d'illégalité ont été découvertes. La
moitié s'est vu proposer une
transaction, 18% ont été frappées
d'une amende et 30% ont reçu un
avertissement.
Y avait-il également parmi ces 121
entreprises
des
entreprises
agréées? Combien? Quelles sont
les infractions commises pour les
deux types d'entreprises? Y avait-il
des cas de récidive et, le cas
échéant,
combien?
Quelles
mesures ont alors été imposées et
comment
sont-elles
suivies?
Quelles mesures sont prises à
l'encontre des dirigeants des
entreprises concernées?
Outre les 180 entreprises de
gardiennage agréées, il existe
donc des entreprises illégales.
Comment est-il possible que ces
entreprises puissent continuer à
fonctionner et même se rendre
coupables de récidive?
De voorzitter: Dit is vraag nr. 4763.
18.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, ik geloof dat
die samengevoegd is met vraag nr. 4792 van mevrouw Lejeune.
18.02 Patrick Dewael, ministre:
Je me réfère tout d'abord aux
déclarations que j'ai faites lors de
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
Collega Van de Velde, ik zou eerst en vooral willen verwijzen naar het
antwoord dat ik heb gegeven op de mondelinge vraag van de heer
Dooms in de plenaire vergadering van 17 april jongstleden. Om
correct te kunnen oordelen over de jaarlijkse statistieken in verband
met de controles denk ik dat men ze in de juiste context moet
plaatsen. Ik heb een tabel bij waarmee ik u het aantal
veiligheidsondernemingen, het aantal agenten en het aantal
geconstateerde inbreuken meer in detail kan bezorgen.
Wat de oorzaak van het bestaan van illegale firma's aangaat, zoals in
andere gereglementeerde sectoren kan het ook in deze sector heel
lucratief zijn om gewoon de wettelijke regels naast zich neer te
leggen. Illegale firma's hebben altijd bestaan maar de verscherpte
controles hebben gewoon tot meer vaststellingen van inbreuken
geleid. Als men een controlecel aan het werk zet en het aantal
controles gaat opvoeren, dan zal het resultaat zijn dat men het aantal
vaststellingen en dus het aantal processen-verbaal ziet toenemen. Ik
wil er nog eens de nadruk op leggen dat het voor het eerst is sinds
2007 dat er systematische terreincontroles worden uitgevoerd op
plaatsen die voorheen minder aan bod kwamen, industriële sites en
plaatsen waar bewakingsopdrachten van korte duur plaatsvinden
zoals bijvoorbeeld in het raam van evenementen en concerten.
Verder worden er ook nog altijd veel inbreuken vastgesteld in het
portiersmilieu. Soms functioneren ondernemingen en personen van
wie de vergunning geweigerd of ingetrokken werd toch in een illegale
vorm verder als portier.
Elke vastgestelde inbreuk krijgt altijd een effectief gevolg. Naargelang
de concrete omstandigheden van het dossier en de ernst van de
inbreuk wordt er een waarschuwing gegeven, een minnelijke
schikking voorgesteld of een boete opgelegd. Er gebeurt dus altijd
iets, gaande van waarschuwing over minnelijke schikking tot boete.
Als er herhaling in het spel is binnen de drie jaar, dan wordt het
boetebedrag altijd verdubbeld. Indien het een vergunde onderneming
betreft, kan ik de vergunning uiteraard ook schorsen of intrekken. Ik
kan u geen concrete cijfers geven omtrent de gevallen van herhaling
omdat hierover geen statistieken worden bijgehouden. Volgens mijn
diensten gaat het echter om enkele gevallen. Hiermee wordt rekening
gehouden bij de bepaling van de sanctie.
la séance plénière du 17 avril 2008
en réponse à une question orale
de M. Doomst. Étant entendu
qu'une appréciation correcte des
statistiques suppose une prise de
connaissance de leur contexte
exact, je vous transmets un
tableau reprenant le nombre
d'entreprises de sécurité, d'agents
et d'infractions constatées.
Comme
dans
tout
secteur
réglementé, les activités illégales
sont lucratives. Si le phénomène
des sociétés illégales n'est pas
nouveau, les contrôles renforcés
menés depuis 2007 débouchent
toutefois sur un nombre accru de
constatations, y compris en des
circonstances auparavant moins
prises en considération telles que
les missions de surveillance de
courte durée lors d'événements et
de concerts. Par ailleurs, nous
continuons
à
constater
des
infractions dans le milieu des
portiers. Les personnes qui se
sont vu retirer leur autorisation
poursuivent parfois leurs activités
dans l'illégalité en tant que portier.
Toute infraction constatée donne
lieu à des poursuites effectives
pouvant prendre la forme d'un
avertissement, d'une transaction
ou d'une amende en fonction de la
gravité des faits. En cas de
récidive dans les trois ans,
l'amende est doublée et le cas
échéant, l'entreprise verra son
autorisation retirée ou suspendue.
Aucune
statistique
ne porte
cependant sur cette matière.
Le président: La question n° 4792 de Mme Josée Lejeune est
transformée en question écrite.
De voorzitter: Vraag nr. 4792 van
mevrouw Lejeune is omgevormd
in een schriftelijke vraag.
18.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, ik wil toch
nog even terugkomen op de verscherpte controles. Als ik het goed
voorheb, hebt u in totaal een veertigtal controleurs dat zich daarmee
belast en waarvan zeven effectief controles op het terrein doen. Ik
denk dus dat we toch eens de activering van het hele team moeten
nagaan en echt nog wel opdrijven. Het is noch in het belang van de
sector, noch in het belang van de overheid in het algemeen, dat de
verkeerde praktijken kunnen blijven bestaan. Daarom denk ik dat het
van belang is dat die mensen worden geactiveerd en dat de
terreincontroles effectief opgevoerd worden.
18.03 Robert Van de Velde
(LDD): L'intégralité des contrôleurs
devraient être actifs sur le terrain.
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
18.04 Minister Patrick Dewael: Daar ben ik het mee eens, en dat
doen we ook.
18.05 Robert Van de Velde (LDD): In een tweede fase moeten
dergelijke ondernemingen er ook uit gehaald worden. Enkel het geven
van geldboetes is, zo zegt u zelf, lucratief, omdat die ondernemingen
zonder vergunning of zonder bijdragen hun activiteiten ontplooien. Ik
heb geen zicht op de hoogte van de geldboetes op dit moment, maar
als u spreekt over geldboetes, terwijl het al om een lucratieve activiteit
gaat, dan zullen die geldboetes het gewenste effect missen.
Vandaar ook mijn vraag of er tegen de zaakvoerders niet wordt
opgetreden. Op dat moment wordt iemand, in plaats van een
geldboete te geven, eerder persoonlijk aangepakt, ook als
ondernemer, omdat hij in overtreding is. Dat moet volgens mij perfect
kunnen.
18.05 Robert Van de Velde
(LDD): Par ailleurs, il conviendrait
de
liquider
purement
et
simplement les sociétés agissant
dans l'illégalité, les amendes ne
suffisant probablement pas vu le
caractère lucratif de ces activités.
Les gérants ne font-ils pas l'objet
de sanctions?
18.06 Minister Patrick Dewael: Mijnheer Van de Velde, ik zal u die
cijfers nog bezorgen. Ik denk dat die u ook nog wat meer inzicht
kunnen verschaffen.
Ik ben het met u eens dat we het aantal controles moeten opvoeren.
Wat de vergunning aangaat, heb ik gesproken over boetes, maar de
mogelijkheid kan er ook in bestaan dat de vergunning wordt
ingetrokken.
18.06 Patrick Dewael, ministre:
Je vous transmettrai des chiffres
qui peuvent vous éclairer. Non
seulement une amende peut être
infligée mais le permis peut
également être retiré.
18.07 Robert Van de Velde (LDD): Dat is mogelijk voor de vergunde
ondernemers, maar er is ook een aantal dat niet vergund is.
18.08 Minister Patrick Dewael: Als ze niet vergund zijn, dan zijn ze
illegaal.
18.09 Robert Van de Velde (LDD): Ja, maar dat is juist ook de
essentie van de vraag. U zegt dat er honderdeenentwintig illegale
bewakingsfirma's zijn. Mijnheer de minister, dat cijfer van
honderdeenentwintig illegale bewakingsfirma's staat in uw rapport.
18.09 Robert Van de Velde
(LDD): Mais 121 sociétés ne
disposent d'aucun permis.
18.10 Minister Patrick Dewael: Mijnheer Van de Velde, dan zitten we
wel op een ander terrein. Het gaat dan over personen die zich
kenbaar maken met een valse identiteit, of wat dan ook, en dan zitten
we in de strafrechterlijke sfeer.
Ik spreek u alleen maar over datgene wat ik kan doen tegenover
mensen die niet voldoende zijn opgeleid of die helemaal geen
opleiding hebben gekregen.
18.10 Patrick Dewael, ministre:
Elles sont donc dans l'illégalité et
évoluent dans la sphère pénale. Je
ne peux vous renseigner que sur
des personnes qui ne disposent
d'aucune formation ou d'une
formation insuffisante.
18.11 Robert Van de Velde (LDD): Binnen de vergunde sector?
18.12 Minister Patrick Dewael: Ja, binnen de vergunde sector.
18.13 Robert Van de Velde (LDD): Die honderdeenentwintig firma's
komen dus uit de vergunde sector. Moet ik dat zo begrijpen?
18.13 Robert Van de Velde
(LDD): Ces 121 sociétés illégales
font-elles dès lors partie des
sociétés agréées?
18.14 Minister Patrick Dewael: Ja.
18.14 Patrick Dewael , ministre:
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
En effet.
18.15 Robert Van de Velde (LDD): Goed, dan weet ik voldoende.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de beleidsnota rond private veiligheidsfirma's en veiligheidsdiensten" (nr. 4762)
19 Question de M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la note
politique au sujet des entreprises de sécurité et des services de sécurité privés" (n° 4762)</b>
19.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, (...) rond
private veiligheidsfirma's en veiligheidsdiensten. U zegt dat u verder
wenst te opereren in de richting die nu aangehouden wordt, met de
psychotechnische proeven, die onder andere door Selor worden
afgenomen, om op die manier de kwaliteit van de opleiding te
verhogen. Ik zie eerlijk gezegd het verband niet helemaal.
Wat de opleiding op dit moment betreft, uzelf erkent en vergunt de
opleidingsscholen, de lesgevers en de cursussen. Waarom worden
precies de juridische vakken apart in de handen van Selor gelegd?
Kunt u mij zeggen hoeveel examens Selor in dat verband tot nog toe
heeft afgenomen? Wat was het slaagpercentage?
U spreekt ook over harmonisering. Als ik de beleidsnota tussen de
lijnen lees, dan hebt u ofwel geen vertrouwen in de opleidingsscholen,
ofwel vindt u dat ze slecht werk leveren. Als u vindt dat ze slecht werk
leveren, dan moeten wij eens kijken naar het aantal syllabi van
rechtsvakken dat u afgekeurd hebt. Hebt u inbreuken tegen examens
vastgesteld? Zijn er ter correctie officiële stappen naar die
opleidingsscholen genomen? Wordt dat opgevolgd? Zo ja, kunt u
daarvan de bewijzen tonen? Het lijkt mij een zeer emotionele
beslissing. Het gaat eigenlijk, u weet dat ook, essentieel om de wet op
de veiligheidsfirma's, die in dat vak wordt uitgelegd.
Mijnheer de minister, hoeveel zijn er geslaagd? Wat hebt u op dit
moment tegen de opleiding in de scholen?
19.01 Robert Van de Velde
(LDD): Le ministre reconnaît les
écoles, les enseignants et les
cours dans le cadre de la
formation des agents de sécurité
privés. Pourquoi dès lors les
matières
juridiques
sont-elles
laissées au Selor? Combien
d'examens le Selor a-t-il organisés
et quels en ont été les résultats?
Combien de contrôles le ministre
a-t-il exercés sur les écoles de
formation au cours de la période
2004-2007? Combien de cours de
droit ont été rejetés à cette
occasion?
Combien
a-t-on
constaté
d'infractions
à
des
examens?
Des
démarches
correctrices officielles ont-elles été
entreprises et quel en a été le
suivi? Pourrais-je obtenir une
copie de la correspondance entre
le ministre et les écoles?
19.02 Minister Patrick Dewael: Dit gaat natuurlijk voor een stuk over
de discussie van de beleidsnota, die wij in de commissie al gevoerd
hebben, maar ik zal toch ingaan op een aantal van uw concrete
vragen.
Ten eerste, om de ernst en de kwaliteit van de opleidingen beter te
kunnen garanderen, werd beslist om de organisatie van de opleiding
in handen te laten van private opleidingsinstellingen, maar de
examinering van de rechtsvakken effectief aan Selor toe te
vertrouwen. Uit controles op het terrein en contacten met klanten was
gebleken dat de concurrentie tussen verschillende commercieel
ingestelde scholen tot een neerwaartse kwaliteitsspiraal leidde.
Sommige profileerden zich als een gemakkelijke school, om meer
cursisten aan te trekken. Tevens circuleerden tal van geruchten over
onregelmatigheden, zoals het arrangeren van diploma's, het op
voorhand verstrekken van vragen en het achteraf wijzigen van
examencijfers. Dat zijn toestanden die niet te controleren waren,
omdat zowel docenten, scholen als cursisten er belang bij hadden
daarover veeleer geen commentaar te geven.
19.02 Patrick Dewael, ministre:
Afin de mieux garantir la qualité
des formations, il a été décidé de
confier à l'avenir au Sélor les
examens relatifs aux branches
juridiques.
Des contrôles sur le terrain et des
contacts avec le secteur avaient
en effet montré une baisse de
qualité. Or il est essentiel que les
agents
de
sécurité
et
de
surveillance aient une bonne
connaissance
du
contexte
juridique dans lequel ils travaillent.
En outre, des rumeurs faisaient
état d'irrégularités.
Actuellement, les examens des
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
60
Dat kon niet langer worden getolereerd. Om te voorkomen dat
veiligheids- en bewakingsagenten hun bevoegdheden te buiten gaan,
is het essentieel dat ze een goede kennis hebben van de juridische
context waarbinnen ze werken, namelijk welke de rechten, de plichten
en de bevoegdheden zijn. Daarom heb ik de examinering van de
rechtsvakken aan Selor toevertrouwd.
Terwijl de examenresultaten voor de veiligheidsagenten van de
openbare vervoersmaatschappij zeer goed zijn, zijn de eerste
resultaten voor de bewakingsagenten voorlopig ondermaats. Tot nu
toe heeft Selor een tiental examens afgenomen. De slaagpercentages
in de eerste zittijd variëren van 7% tot 80%. Momenteel wordt in
overleg met de sector nagegaan hoe hieraan kan worden
geremedieerd.
Toezicht en controle op de kwaliteit van de cursussen en de docenten
verloopt proactief in het kader van de procedure tot erkenning van de
scholen en de opleiding. De administratie controleert de inhoud van
de cursussen en de kwalificatie van de lesgevers en brengt daarover
verslag uit aan de commissie Opleiding. Op basis van de
opmerkingen, geformuleerd door de commissie, krijgt de betrokken
instelling een verbetermogelijkheid. Na kennisname van de correcties
verstrekt
de
commissie
mij
advies
aangaande
de
erkenningsaanvragen.
In 2007 werden er 221 cursussen eenmaal en 64 tweemaal
gecontroleerd. 44 cursussen hadden betrekking op juridische vakken.
Er werden 7 opleidingsinstellingen erkend voor de basisopleiding,
terwijl er 2 werden geweigerd. 7 opleidingsinstellingen werden erkend
voor gespecialiseerde opleidingen. Er zijn nu nog 18 dossiers in
behandeling.
Er bestaan geen statistieken over het aantal dossiers dat werd
behandeld in de jaren 2004, 2005 en 2006.
De desbetreffende correspondentie tussen mijn diensten en de
scholen is omvangrijk en illustreert de toepassing van wat ik net heb
uiteengezet. Ik vind het dan ook niet nuttig om ze u te bezorgen.
agents de surveillance sont en
dessous de tout. Une concertation
est en cours avec le secteur pour
voir quels remèdes peuvent être
apportés à la situation.
L'administration contrôle la qualité
des enseignants et des cours et
fait rapport à la commission de la
formation. Sur la base des
observations qui sont formulées,
l'occasion
est
offerte
à
l'établissement
concerné
de
s'amender. Après cette correction,
la commission me rend un avis sur
la
reconnaissance
de
l'établissement.
En 2007, 221 cours ont été
contrôlés 1 fois et 64 l'ont été
deux fois. Sept établissements ont
été reconnus pour dispenser la
formation de base et 2 ont été
refusés. Sept établissements ont
été reconnus pour dispenser des
formations spécialisées. Dix-huit
dossiers sont encore à l'examen.
Il n'existe pas de statistiques sur le
nombre de dossiers traités au
cours des années antérieures.
Ma correspondance avec le
secteur est très abondante et je ne
juge pas utile de vous la
communiquer.
19.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, ik denk dat
het inderdaad niet noodzakelijk is om mij de correspondentie volledig
te bezorgen. Ik denk wel dat dit deels een emotionele discussie is. Als
wij kijken naar het beperkt aantal correcties dat u doorvoert, rijst de
vraag of de controle op het terrein, ook van de opleidingsinstellingen,
niet concreter moet gebeuren. Naar aanleiding van geruchten en
arrangementen die zogezegd zouden bestaan een systeem gaan
aanpassen, lijkt mij nogal drastisch. Ik denk dat het verstandig is om
de scholen en de lesgevers op hun rechten en plichten te wijzen. Nu
evolueren wij naar een overwicht aan juridische vakken. Ik denk dat
de andere opleidingselementen voor de private veiligheidsagenten
ook belangrijk zijn.
Blijkbaar is dat voor Binnenlandse Zaken niet zo belangrijk.
19.03 Robert Van de Velde
(LDD): Étant donné qu'il n'y a eu
qu'un
nombre
limité
de
corrections,
il
me
paraît
souhaitable de procéder à des
contrôles plus sévères, plus
concrets et généralisés. J'estime
par ailleurs que ces contrôles ne
doivent pas être basés sur des
rumeurs de magouilles.
19.04 Minister Patrick Dewael: Integendeel. Dat is niet emotioneel.
Als men indicaties heeft dat een aantal ondernemingen vanuit een
commerciële reflex en in het kader van een zekere competitie ervoor
zorgen dat men een neerwaartse kwaliteitsspiraal constateert, moet
19.04 Patrick Dewael, ministre:
S'il y a eu des irrégularités, il
convient de les réprimer.
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
61
men een beslissing nemen. Het gaat toch om een belangrijke sector
waaraan men toch wel hoge eisen mag stellen.
19.05 Robert Van de Velde (LDD): Terecht dat u dat aanpakt.
Alleen denk ik dat uw methode niet meteen de juiste is.
Er is een volledig opleidingspakket. U haalt er een vak uit waarop een
beoordeling wordt gemaakt alsof de rest van de opleiding niet telt. Met
de lage slaagpercentages die er momenteel zijn, lijkt het alsof
daaraan vroeger op de scholen niet voldoende aandacht werd
besteed en alsof degenen die vroeger afstudeerden, niet goed waren
opgeleid. Daar komt het eigenlijk op neer.
19.05 Robert Van de Velde
(LDD): Si je comprends bien le
ministre, les formations laissaient
à désirer dans le passé.
19.06 Minister Patrick Dewael: Dat is uw interpretatie. Ik zie alleen
maar het grote contrast tussen bijvoorbeeld deze personen en
degenen die examens afleggen in het kader van de veiligheidsdienst
voor de openbaarvervoermaatschappijen. Waar is het probleem?
Daar worden toch ook strenge garanties gevraagd?
Ik trek gewoon de lijn door. Bekijkt u even de cijfers van nabij. Er zijn
zaken die niet langer door de beugel konden. Ik vind de
geloofwaardigheid van die sector enorm belangrijk. Die sector kan
alleen maar geloofwaardig zijn als men de zekerheid heeft dat de
mensen die opereren, beantwoorden aan een aantal uitgangspunten
inzake opleiding, vergunningen, enzovoort. Daarom verhogen wij het
aantal controles om de rotte appels eruit te krijgen door, zoals u
daarnet zei, vergunningen in te trekken en zware administratieve
boetes op te leggen.
Men moet de lat ook hoog leggen wat de kwaliteit van de opleiding
betreft. Ze moet niet te hoog liggen, maar men moet een aantal
garanties krijgen en daar trek ik de lijn door die ik toepas bij
veiligheidsondernemingen,
bijvoorbeeld
bij
openbaarvervoermaatschappijen.
Laten wij de effecten van die maatregel nagaan in de toekomst. Ik
denk dat de geloofwaardigheid van de sector voor alles staat.
Als u andere suggesties hebt, mag u ze mij overmaken en ik zal ze
altijd graag in overweging nemen, want ik denk dat uw uitgangspunt
hetzelfde is als het mijne, met name hoe men, complementair aan wat
de politie doet, een private veiligheidssector kan krijgen die kwalitatief
boven alle discussie verheven is.
19.06 Patrick Dewael, ministre:
C'est
une
interprétation.
Simplement, je veux des garanties
plus strictes en matière de qualité
des formations pour pouvoir
garantir la crédibilité du secteur du
gardiennage dans le futur aussi.
19.07 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, ik zal de
vergadering niet langer rekken dan noodzakelijk. Ik dank de minister
voor zijn antwoord.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
20 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
domiciliation de personnes dans des logements inadaptés" (n° 4830)</b>
20 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "onaangepaste woningen die sommige personen als officiële woonplaats krijgen
toegewezen" (nr. 4830)
20.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le 20.01 Jean-Luc Crucke (MR):
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
62
ministre, une situation me semble assez contradictoire: il s'agit du fait
que l'administration, en fonction de critères définis par les Régions,
est obligée de domicilier des personnes "habitant" des lieux devenus
insalubres ou insécurisés, en bref inhabitables.
Bien sûr, l'inscription au registre de l'état civil est une mesure
administrative, mais je perçois une discordance entre l'obligation
d'inscrire des citoyens et l'interdiction réglementaire d'y habiter,
décidée par ordonnance du bourgmestre. Cette obligation d'inscription
pousse ces gens à la domiciliation, puis ils restent et prolongent leur
séjour illégal. Et parfois, ce ne sont pas des personnes qui endurent
le plus de difficultés qui y habitent: certains souhaitent simplement
vivre dans la marginalité.
Quelle réaction l'administration doit-elle adopter dans de tels cas?
Ne pensez-vous pas qu'une modification législative devrait intervenir
en cette matière?
Op grond van de door de
Gewesten bepaalde criteria is de
administratie verplicht personen in
te schrijven die een onbewoonbare
of onveilige woning betrekken. De
verplichting om die personen in te
schrijven staat haaks op het
reglementaire verbod om in
dergelijke panden te wonen. De
verplichte inschrijving zet die
mensen ertoe aan daar domicilie
te houden; vervolgens blijven ze
daar - illegaal - wonen.
Hoe moet de administratie in
dergelijke
gevallen
reageren?
Meent u niet dat de regelgeving
moet worden gewijzigd?
20.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, deux propositions de loi sont actuellement pendantes au
parlement et vont dans le sens que vous suggérez.
Elles visent notamment à interdire aux communes d'inscrire dans
leurs registres de la population les personnes qui fixent leur résidence
principale dans des logements dont l'occupation permanente n'est
pas autorisée, et ce, pour des motifs de sécurité ou de salubrité, ou
encore en raison d'un manque de confort.
Les registres de la population doivent refléter de la manière la plus
exacte possible la situation des résidences effectives des personnes
établies sur le territoire communal. L'inscription aux registres de la
population est une simple mesure d'ordre administratif destinée à
constater qu'une personne ou un ménage réside réellement à une
adresse déterminée.
Une telle mesure n'emporte aucunement l'autorisation de fixer sa
résidence principale dans un logement dont l'occupation à titre
permanent n'est pas autorisée pour cause d'insécurité ou
d'insalubrité. La réglementation prévoit un régime d'inscription
provisoire pour les personnes qui s'installent dans de tels logements.
L'inscription est effectuée à titre provisoire pour une période maximale
de trois ans.
Si dans les trois mois à compter de l'inscription, la commune n'a pas
entamé la procédure administrative prévue par la loi en vue de mettre
fin à la situation irrégulière, par exemple par un arrêté communal
déclarant le logement inhabitable pour cause d'insécurité ou
d'insalubrité, l'inscription dans le registre devient définitive. Dans le
cas où la commune a entamé cette procédure, l'inscription devient
également définitive à la condition que, dans les trois ans à compter
d'une inscription effectuée à titre provisoire, l'autorité judiciaire ou
administrative n'ait pas pris les mesures destinées à mettre fin à la
situation irrégulière.
La réglementation que je viens de commenter a été précisée dans ma
circulaire du 15 mars 2006. Je signale que les personnes qui
s'installent dans ces logements se trouvent souvent dans une
20.02 Minister Patrick Dewael:
Er zijn twee wetsvoorstellen
hangend die in de door u
geopperde richting gaan. Zij
strekken ertoe de gemeenten te
verbieden
om
in
hun
bevolkingsregisters personen in te
schrijven
die
hun
hoofdverblijfplaats
vestigen
in
woningen
waarin
geen
permanente
bewoning
is
toegelaten. De inschrijving in de
bevolkingsregisters is een louter
administratieve maatregel waarbij
wordt vastgesteld dat een persoon
of een gezin daadwerkelijk op een
bepaald adres woont.
Een dergelijke maatregel houdt
geenszins een machtiging in om
het hoofdverblijf te vestigen in een
woning die om veiligheids- of
gezondheidsredenen
niet
bewoond mag worden.
De reglementering bepaalt dat de
betrokkene
voorlopig,
voor
maximaal
drie
jaar,
wordt
ingeschreven.
De
inschrijving
wordt
definitief,
indien
de
gemeente de procedure om een
einde
te
maken
aan
de
onregelmatige
toestand
niet
binnen de drie maanden na de
inschrijving heeft opgestart, of
indien
de
gerechtelijke
of
administratieve overheid binnen de
drie jaar geen maatregelen heeft
getroffen om een einde te maken
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
63
situation sociale précaire. Refuser leur inscription dans les registres
de la population ne ferait, selon moi, que les précariser davantage et
aurait en outre pour effet d'entraîner leur "mort administrative".
Autrement dit, je suis d'avis que ce n'est pas en interdisant aux
communes de procéder à l'inscription de ces personnes dans leurs
registres qu'on pourra lutter efficacement contre l'occupation de ces
logements insalubres ou dangereux sur le plan de la sécurité.
aan de onregelmatige toestand.
De reglementering werd nader
omschreven in mijn omzendbrief
van 15 maart 2006.
De mensen die zulke woningen
betrekken, bevinden zich vaak in
een sociaal precaire situatie. Door
hun inschrijving te weigeren zou
men deze mensen alleen maar
nog dieper in de kansarmoede
doen verzinken, wat tot hun
"administratief
overlijden"
zou
leiden. Dat is geen goede manier
om de bewoning van verkrotte of
onveilige woningen efficiënt tegen
te gaan.
20.03 Jean-Luc Crucke (MR): Dans un premier temps, je pensais
dire au ministre qu'il ne me restait plus qu'à souhaiter que les
propositions de loi deviennent des lois. Mais, après avoir entendu
l'avis final du ministre, je crois que ce sera assez difficile.
20.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Eerst had ik willen zeggen dat ik
alleen nog maar kon wensen dat
de
wetsvoorstellen
uiteindelijk
wetten zouden worden. Maar
nadat ik het eindadvies van de
minister heb gehoord, geloof ik dat
dit niet zo eenvoudig zal zijn.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
21 Questions jointes de
- Mme Valérie De Bue au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'exécution de la loi du
15 mai 2007 relative à la création de la fonction de gardien de la paix" (n° 4840)<br>- M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'application de la loi du
15 mai 2007 relative à la création de la fonction de gardien de la paix" (n° 5011)</b>
21 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Valérie De Bue aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
uitvoering van de wet van 15 mei 2007 tot instelling van de functie van gemeenschapswacht"
(nr. 4840)
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
toepassing van de wet van 15 mei 2007 tot instelling van de functie van gemeenschapswacht"
(nr. 5011)
21.01 Valérie De Bue (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, la loi du 15 mai 2007 relative à la création de la fonction de
gardien de la paix prévoit la fixation, par voie d'arrêté royal, d'une
série de modalités qui ont trait à la désignation des organismes de
formation ainsi que des conditions relatives à la formation des
gardiens de la paix.
Deux formations sont prévues pour les gardiens constatateurs: l'une
est régie par l'arrêté royal du 5 décembre 2004 qui prévoit une
formation de 40 heures; pour l'autre, à ma connaissance, aucun
arrêté royal n'a encore été pris.
D'autres modalités comme les équipements, les méthodes et les
procédures que les gardiens de la paix peuvent ou doivent utiliser
21.01 Valérie De Bue (MR): De
wet van 15 mei 2007 tot instelling
van
de
functie
van
gemeenschapswacht bepaalt dat
de nadere regels die betrekking
hebben op de aanwijzing van de
opleidingsinstellingen
en
de
voorwaarden en nadere regels van
de opleiding bij koninklijk besluit
zullen worden vastgesteld, en dat
ook een aantal andere aspecten
met betrekking tot die functie bij
koninklijk besluit zullen worden
geregeld.
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
64
dans l'exercice de leurs missions n'ont pas encore été fixées. Il en va
de même pour le modèle de la tenue de travail et l'emblème des
gardiens de la paix.
Enfin, la loi prévoit la possibilité pour les bourgmestres de retirer, à
titre temporaire ou définitif, la carte d'identification des gardiens de la
paix, les modalités de ce retrait devant être encadrées par une
procédure à fixer par arrêté.
Monsieur le ministre, pouvez-vous me dire quand les arrêtés
d'exécution prévus par la loi du 15 mai 2007 seront rédigés et
promulgués? Quels seront les modèle et emblème permettant à la
population d'identifier les gardiens de la paix?
De opleiding wordt weliswaar
deels geregeld bij het koninklijk
besluit van 5 december 2004,
maar andere uitvoeringsbesluiten
alsook een ministerieel besluit
laten nog op zich wachten.
Wanneer
zullen
de
uitvoeringsbesluiten
worden
opgesteld en uitgevaardigd? Wat
wordt het model van de werkkledij
en wat hoe zal het embleem
eruitzien aan de hand waarvan de
bevolking
de
gemeenschaps-
wachten zal kunnen herkennen?
21.02 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je ne répèterai
pas les propos très justes tenus par ma collègue.
Cependant, un point particulier je ne me rappelle pas si je l'ai
évoqué dans le texte de la question qui vous a été remis, monsieur le
ministre concerne les plus petites communes. Il s'agit de la question
du relevé des taxes et redevances communales. Il semblerait en effet
que les gardiens de la paix (qui regrouperont tous les agents
communaux qui effectuent un certain nombre de relevés) ne pourront
pas relever les taxes communales mais uniquement les redevances.
Cette situation pose problème en cas de règlement d'une taxe de
stationnement pour zone bleue. Aujourd'hui, un certain nombre
d'agents communaux font des relevés de ces taxes. Il est donc très
facile pour la commune de procéder à l'enrôlement et de poursuivre,
le cas échéant, via le receveur communal. Par contre, si la commune
se voit obligée de transformer le règlement "taxes" en un règlement
"redevances" les choses se compliqueront fortement. En effet, ce
genre modification n'est pas évident. De plus, si la commune veut
intenter des poursuites, elle sera obligée d'avoir recours à un avocat.
Vous imaginez donc bien qu'elle n'entamera pas de telles poursuites
pour une taxe de stationnement devenue redevance de stationnement
de 25 euros. Il faut craindre que les honoraires de l'avocat dépassent
de loin ce montant.
Monsieur le ministre, pourriez-vous nous dire si les futurs gardiens de
la paix pourront relever les taxes? Si non, ne pensez-vous pas qu'il
serait opportun de modifier la législation en la matière?
21.02 Xavier Baeselen (MR): De
gemeenschapswachten
zouden
wel kunnen toezien op de inning
van retributies, maar niet op de
inning van gemeentebelastingen.
Dat vormt een probleem, meer
bepaald voor de parkeerbelasting
waarvan de betaling op dit
ogenblik
door
gemeenteambtenaren
wordt
vastgesteld.
De
gemeenten
kunnen die belasting immers niet
omvormen tot een retributie, want
in dat geval zouden ze een
advocaat in de arm moeten nemen
om vervolging in te stellen, en
diens ereloon zou heel wat hoger
uitvallen dan de te innen sommen.
Indien de gemeenschapswachten
op grond van de huidige wetgeving
niet op de inning van belastingen
kunnen toezien, moet de wet dan
niet worden gewijzigd?
21.03 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, la loi du
15 mai 2007 pointe expressément les infractions aux règlements
communaux en matière de redevances, et non de taxes. Pour le
reste, il ne m'appartient pas de dire si les communes doivent adapter
leur règlement; cela relève de la compétence de l'autorité communale
et de la spécificité de la situation locale.
Dans le cadre de la loi précitée, un des objectifs majeurs était une
démarcation de compétences très nette entre les fonctions de
sécurité du secteur public policier, du secteur public non policier et du
secteur privé. Cette loi limite donc logiquement l'exercice des
compétences des gardiens de la paix à la voie publique et aux lieux
21.03 Minister Patrick Dewael:
De wet van 15 mei 2007 verwijst
uitdrukkelijk naar inbreuken op
gemeentelijke
retributie-
reglementen,
en
niet
naar
belastingen. De rest valt onder de
bevoegdheid van de gemeentelijke
overheid en hangt af van de
specifieke plaatselijke toestand.
Die wet had onder meer tot doel
een
duidelijke
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
65
publics, et ce par opposition au secteur de la sécurité privée.
Par ailleurs, les gardiens de la paix ont un rôle préventif par le biais
d'une présence dissuasive. Cependant, n'ayant aucune compétence
policière, ils ne peuvent constituer un service d'ordre. Les tâches des
anciens APS Activa devaient, en principe, s'effectuer également sur la
voie publique et dans les lieux publics.
Étant donné que la loi du 15 mai 2007 s'articule autour de la
commune organisatrice, il est logique d'englober dans cette
appellation le personnel mis à la disposition de la commune par une
agence locale pour l'emploi ou une ASBL créée par ladite commune.
Cela n'est pas le cas pour le personnel appartenant à une ASBL
régionale.
On ne peut établir un lien entre le personnel d'une ASBL régionale et
la commune. Le Conseil d'État a d'ailleurs formulé une remarque en
ce sens. Par contre, si du personnel subsidié par un dispositif régional
ou autre est mis à la disposition de la commune, il est considéré
comme du personnel communal. Celui-ci peut dès lors être intégré au
service des gardiens de la paix et tombe sous la loi sur les gardiens
de la paix.
Par rapport à la tenue de travail et à la formation, je désire ajouter les
éléments suivants. L'arrêté ministériel relatif à l'ensemble et à la tenue
de travail sera prochainement transmis pour avis au Conseil d'État. Le
Conseil consultatif des bourgmestres a formulé un avis positif sur cet
arrêté. Les arrêtés royaux concernant la formation et la carte
d'identification sont en voie de finalisation. Ceux-ci dépendront des
modifications apportées à la loi du 15 mai 2007 dans le cadre du
projet de loi portant des dispositions diverses. L'emblème est
composé d'un symbole et de l'appellation "gardien de la paix".
Cet emblème est mauve sur les chemises, polos et t-shirts et est
blanc sur les vestes, polars et casquettes mauves. Il sera visible et
clairement identifiable par la population. En outre, les gardiens de la
paix habilités à dresser des procès-verbaux auront la mention
"constatateur" sur la manche pour que la population puisse les
distinguer des gardiens de la paix qui n'ont pas cette compétence.
Cela sera également mentionné sur leur carte d'identification qu'ils
ont l'obligation de porter de manière visible.
Le mauve, comme vous le savez, est une couleur réservée à la
prévention ...
bevoegdheidsverdeling
af
te
bakenen
tussen
de
veiligheidsfuncties
van
de
openbare politionele sector, de
openbare niet-politionele sector en
de privésector. Het is dan ook
logisch dat ze bepaalt dat de
gemeenschapswachten
enkel
bevoegd
zijn
op
openbare
plaatsen.
Enkel
gemeentepersoneel
of
daarmee gelijkgesteld personeel,
bijvoorbeeld personeelsleden die
op grond van een gewestelijke
maatregel ter beschikking van de
gemeente worden gesteld, kunnen
deel uitmaken van de dienst
gemeenschapswachten. Dat is
dus niet het geval voor het
personeel van een gewestelijke
vzw.
Op dit ogenblik wordt de laatste
hand gelegd aan de koninklijke
besluiten met betrekking tot de
opleiding en de legitimatiekaart;
het ministerieel besluit betreffende
het embleem en de werkkleding
zal de Raad van State om advies
worden voorgelegd. De adviesraad
van burgemeesters gaf alvast al
een positief advies. Voor de
kleding werd voor wit en mauve
gekozen, omdat mauve de kleur
van de preventie is.
21.04 Xavier Baeselen (MR): (...)
21.05 Patrick Dewael, ministre: C'est effectivement aussi la couleur
d'Anderlecht! J'espère que votre chef de file ne vous écoute pas!
21.06 Xavier Baeselen (MR): Je supporte le Standard!
21.07 Patrick Dewael, ministre: Tout de même! Vous y êtes obligé?
Dans le cas contraire, vous n'êtes pas membre du parti!
Étant donné que les APS représentent en nombre un dispositif majeur
tombant sous la loi "gardiens de la paix", il est tout à fait logique de
reprendre cette couleur.
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
66
Pour être plus concret, j'ai ici quelques exemples de vêtements. Je
peux demander à M. Houbrechts de les porter et de nous faire un
petit défilé.
21.08 Valérie De Bue (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour votre réponse.
En réalité, je relaie simplement les préoccupations sur le terrain. Dans
ma commune, on est prêt; on a voté cette convention au conseil
communal et on attend les modalités pour fonctionner.
J'ai bien pris note des projets en cours mais quand pensez-vous que
nous pourrons disposer de ces informations? Dans 3 mois? Dans 6
mois?
21.08 Valérie De Bue (MR): Mijn
gemeente is klaar en zou willen
weten
wanneer
de
werkingsmodaliteiten
bekend
zullen zijn.
21.09 Patrick Dewael, ministre: Comme je l'ai dit, on a remis un avis
positif. Je ferai mon possible pour l'implémenter le plus rapidement
possible. J'attendais cet avis. Nous en avons discuté longuement
avec les bourgmestres. Cela peut donc aller vite.
21.09 Minister Patrick Dewael:
Ik zal mijn best doen om het
positieve
advies
dat
werd
uitgebracht zo snel mogelijk te
implementeren.
21.10 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour votre réponse.
Je reste inquiet sur cette problématique redevance/taxe. Par exemple,
la Région bruxelloise va allouer des subsides pour engager du
personnel. Si ce personnel ne peut pas effectuer le relevé de taxes,
cela posera problème.
On peut se demander si relever des redevances relève d'une fonction
de prévention. Je ne comprends pas très bien la distinction que l'on a
voulu faire dans la loi entre redevance et taxe et je ne sais pas si
elle est pertinente. A priori, relever des redevances n'est pas
nécessairement une mission de prévention.
21.10 Xavier Baeselen (MR):Het
onderscheid dat wordt gemaakt
tussen retributie en belasting zal
voor problemen zorgen. De reden
waarom
de
gemeenschaps-
wachten niet zouden mogen
vaststellen of een belasting al dan
niet betaald werd, is dat het niet
gaat om een preventieopdracht.
Maar toezien op de inning van
retributies is dat evenmin. Er
schuilt
geen
logica
in
dat
onderscheid.
21.11 Patrick Dewael, ministre: On en a discuté longuement lors de
l'élaboration de la loi au sein de la commission et ce texte est le
résultat de la volonté de tous les commissaires. Il est vrai que vous
n'étiez pas encore là!
21.11 Minister Patrick Dewael:
Toen de wet in de maak was, zijn
er over dat punt in de commissie
lange discussies gevoerd.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
22 Questions jointes de
- M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'intervention des
forces de police dans les gares" (n° 4846)<br>- M. André Perpète au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la sécurité sur le rail belge et
la collaboration entre les services de police et Sécurail" (n° 4924)</b>
22 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het optreden van de politie in de stations" (nr. 4846)
- de heer André Perpète aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
veiligheid op het Belgische spoorwegnet en de samenwerking tussen de politiediensten en Securail"
(nr. 4924)
Le président: La question n° 4924 de M. Perpète est transformée en
question écrite.
De voorzitter: Vraag nr. 4924 van
de heer Perpète is omgezet in een
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
67
schriftelijke vraag.
22.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, je voudrais évoquer l'intervention des forces de
police dans les gares. En conversant avec des agents de Securail, j'ai
appris que le vendredi 18 avril, un accompagnateur de train avait été
agressé au couteau par un jeune de Braine-le-Comte. J'ai appris par
la même occasion que, quelques jours plus tard, le 21 avril, en gare
de Tubize en Brabant wallon voisin, un accompagnateur avait été
agressé par une trentaine de jeunes.
Face à cette situation croissante de dangerosité des usagers
personnels de la SNCB, malgré la présence renforcée des agents de
Securail, la police se retranche derrière le fait que la gare est un
espace privé appartenant à la SNCB pour se déclarer non
compétente pour y intervenir.
Monsieur le ministre, quelle est votre position face aux arguments
présentés par les policiers? Quelles mesures vous est-il possible de
prendre pour que les forces de police interviennent de manière
préventive autant que coercitive dans les gares en appui aux agents
de Securail déjà missionnés par la SNCB et aux caméras de
surveillance à venir dans les gares pour celles qui ne sont pas encore
installées?
22.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR):
Als
reactie
op
de
toenemende agressie in treinen en
stations werd de aanwezigheid van
de Securail-agenten versterkt. De
politie zegt echter dat ze niet
bevoegd is om op te treden op die
plekken aangezien ze volgens
haar privé zijn. Wat vindt u van dit
argument? Welke maatregelen
kunt
u
nemen
opdat
de
politiediensten
preventief
en
dwangmatig
optreden
ter
ondersteuning van Securail?
22.02 Patrick Dewael, ministre: Cher collègue, ne connaissant pas
vos sources, je ne peux entrer dans les détails. Peut-être pourriez-
vous m'en dire davantage?
Bien entendu, la police est compétente pour intervenir de façon
préventive et répressive à bord des trains et des gares de la SNCB.
La répartition des tâches entre la police fédérale et la police locale a
été établie dans une circulaire du 15 avril 2002. En outre, à la suite de
l'inscription de Securail dans le nouveau cadre légal pour les services
de sécurité, un protocole d'accord entre la police fédérale, les
Chemins de fer et Securail a été signé le 30 novembre 2005. Ce
protocole précise notamment qu'en cas d'incidents, le CIC provincial
est contacté par le centre d'appel de la SNCB Holding. Donc, la SPC
a convenu d'une procédure opérationnelle avec ces CIC, de sorte que
l'intervention soit gérée de la meilleure manière, soit par elle-même,
soit par la police locale concernée.
Le protocole entre la SPC et Securail contient en outre une série de
procédures communes pour des incidents tels que les suicides sur le
rail ou les alertes à la bombe. Dans la pratique, ces procédures sont
généralement bien respectées, ce qui n'exclut pas que des problèmes
ponctuels aient lieu. Dans ce cas, les directions de Securail et de la
SPC analysent ces incidents et conviennent des mesures à prendre.
Je peux vous remettre un tableau avec les constats effectués ou
plaintes actées par la SPC en 2007. Ce tableau, dont les chiffres
bruts sont issus de la banque générale des données de la police
intégrée, vous est présenté sur la base d'une analyse très détaillée
par le commandement de la SPC. En effet, le tableau reprend, par
circonscription de la SPC, les différentes catégories de faits et délits
constatés. Il n'est pas possible de vous présenter les chiffres des 196
zones de police locale sous cette même forme, mais si vous le
souhaitez, je peux vous fournir des chiffres globaux des constats de la
22.02 Minister Patrick Dewael:
Ik zou u dankbaar zijn mocht u mij
precieze
informatie
kunnen
verstrekken over de voorbeelden
die u geeft. Uiteraard is de politie
bevoegd
om
preventief
en
repressief op te treden in de
treinen en de stations van de
NMBS. Bovendien werd op 30
november
2005
een
protocolakkoord
ondertekend
tussen de federale politie, de
spoorwegpolitie (SPC) en Securail.
Het protocol verduidelijkt met
name de te volgen procedure om
de interventie zo goed mogelijk te
laten verlopen. Het bevat ook
gemeenschappelijke procedures
voor incidenten zoals zelfmoorden
op het spoor of bomalarmen. De
procedures worden over het
algemeen nageleefd. Wanneer er
specifieke
moeilijkheden
zijn,
worden ze door Securail en de
SPC geanalyseerd en zij beslissen
samen over de te nemen
maatregelen.
Ik kan u een overzicht geven van
de gedane vaststellingen en de
klachten waarvan de SPC in 2007
nota heeft genomen, met de
categorieën van feiten en de
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
68
police locale dans les gares et dans les trains belges.
Sur le terrain, la collaboration entre la SPC et Securail est
généralement satisfaisante. Des réunions entre les responsables
centraux et locaux des deux services se déroulent de façon régulière
et des contacts quotidiens ont lieu dans le cadre de la préparation
d'événements. En ce qui concerne la sécurité publique ou les
transports spéciaux, depuis 2007, les transactions nationales visant la
sécurisation des transports de personnes par rail ont été menées
impliquant un grand nombre de services de police ainsi que Securail.
Les agressions contre les accompagnateurs de train font l'objet
d'approches
spécifiques
avec
les
différents
partenaires.
L'augmentation à concurrence de 35 unités de l'effectif global de la
police des chemins de fer, décidée par le gouvernement en octobre
2006, a permis d'accroître sensiblement le nombre de patrouilles à
bord des trains, particulièrement sur certaines lignes à problème,
depuis juillet 2007.
strafbare feiten per district. Indien
u het wenst kan ik u ook cijfers
bezorgen over de vaststellingen
van de lokale politie in de
Belgische stations en treinen.
In de praktijk is de samenwerking
tussen de SPC en Securail over
het algemeen bevredigend te
noemen.
Met betrekking tot de agressie
tegen treinbegeleiders worden
specifieke maatregelen genomen.
Zo kreeg de spoorwegpolitie er 35
personeelsleden bij, waardoor het
aantal patrouilles aan boord van
de treinen sinds juli 2007 kon
worden opgetrokken.
22.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Je confirme que les agents de
Securail sont plus présents dans les gares et les trains. Cependant, il
ne serait pas inutile qu'une nouvelle circulaire ou directive soit donnée
aux zones de police pour qu'elles collaborent. Je suis moi-même
président d'une zone de police qui couvre quatre communes, et
systématiquement, nos policiers traînent les pieds quand on leur
demande d'intervenir dans les gares.
Le type de délinquance qui s'y produit est souvent momentané: trois-
quarts d'heure après, la situation est redevenue normale. Cela
nécessite donc une intervention policière rapide. Or, que ce soit à
Soignies qui fait partie de la zone, à Braine-le-Comte ou à
Écaussinnes, l'antenne de la zone de police se trouve à moins de
deux kilomètres de la gare. La police pourrait donc arriver rapidement,
mais ils mettent toujours au moins une heure et demie.
22.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR):
Securail
is
inderdaad
prominenter aanwezig, maar de
politiezones zouden richtlijnen
moeten krijgen met het oog op
samenwerking. In mijn zone is de
politie er niet erg happig op om in
te
grijpen
in
stations.
De
politieagenten doen er anderhalf
uur over om te komen, terwijl hun
bureau slechts op twee kilometer
afstand van het station ligt!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 4852 de Mme Musin est transformée en
question écrite.
De voorzitter: Vraag nr. 4852 van
mevrouw Musin wordt omgezet in
een schriftelijke vraag.
23 Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het voorstel van de minister van Volksgezondheid betreffende de bemanning
van de 100-centrales" (nr. 4873)
23 Question de Mme Leen Dierick à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "la proposition de la ministre de la Santé publique concernant le personnel des
centraux 100" (n° 4873)</b>
23.01 Leen Dierick (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, wij waren verwonderd over de berichten in de media,
waarbij de minister van Volksgezondheid aankondigde dat zij voor
een betere stroomlijning van de noodoproepen verpleegkundigen en
urgentieartsen wil inschakelen bij de centralisering en beantwoording
van voornoemde noodoproepen.
De hele organisatie van het noodoproepsysteem, dat later het 112-
23.01 Leen Dierick (CD&V - N-
VA): Dans le cadre d'un meilleur
traitement des appels d'urgence,
la ministre de la Santé publique
veut associer les infirmiers et les
urgentistes à la prise en charge
des appels d'urgence. J'en suis
étonnée étant donné qu'en vertu
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
69
nummer moet worden, heeft altijd al discussie opgeworpen. Het is in
de hele zaak immers niet duidelijk wie waarvoor bevoegd is.
Het staat mij voor dat de minister van Binnenlandse Zaken voor
voornoemde materie bevoegd is. Indien ik dat fout voorheb, zult u mij
dat straks zeker melden.
Het concept van de neutrale call taker was er precies op gericht om in
eerste instantie de call taking van de noodoproepen door operatoren
te laten doen, die aansluitend de oproep naar de gewenste discipline
zouden doorschakelen, hetzij naar de politiediensten hetzij naar de
brandweerdiensten hetzij naar de medisch dringende hulpdiensten.
Dat is de zogenaamde dispatching.
Op die manier kwam de call taker niet met gevoelige informatie in
contact, wat trouwens een eis van het departement Volksgezondheid
was.
Het agentschap behoort weliswaar tot de bevoegdheid van beide
ministers. Het is ons echter niet precies duidelijk wie nu precies voor
het uitvaardigen van de modaliteiten bevoegd is. In elk geval lijkt het
ons aangewezen dat over de modaliteiten overleg tussen beide
ministers is.
Daarom heb ik de volgende vragen.
Mijnheer de minister, werd over voornoemd initiatief van de minister
van Volksgezondheid met u overlegd?
Wie is bevoegd voor de bemanning van de call takers?
Welke financiële gevolgen zal voormelde beslissing hebben? Werd bij
de opmaak van de begroting met bedoelde beslissing rekening
gehouden?
du principe de la neutralité de la
prise en charge, les appels
d'urgence sont traités par des
opérateurs, qui transfèrent l'appel
vers le service d'aide adéquat.
On ne sait pas clairement qui est
compétent
en
réalité
pour
l'organisation du système d'appel
des numéros d'urgence. Selon
moi, c'est le ministre de l'Intérieur
mais une concertation avec la
ministre de la Santé publique
relative
aux
modalités
d'organisation semble en tout cas
indiquée.
Mme Onkelinx a-t-elle discuté de
son initiative avec le ministre de
l'Intérieur? Qui est compétent pour
le recrutement des opérateurs?
Quelles seront les répercussions
financières?
En
a-t-on
tenu
compte au moment
de la
confection du budget?
23.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's,
Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid werken samen aan de
realisatie het kwam reeds even aan bod van het Europees
noodnummer 112. Ze doen dat in een federale beleidsgroep onder
leiding van een voorzitter die hiervoor een mandaat van de regering
heeft gekregen. Daarvoor werd een stappenplan uitgewerkt dat zich
via fasen toespitst op het einddoel: de samenvoeging van alle
oproepen 100 en 101 in het unieke noodnummer 112. De call taker
zal de informatie die hij bekomt na bevraging van de oproeper aan de
juiste dispatching doorgeven.
Bij de uitwerking van het project wordt tevens gewerkt aan de
optimalisering van de werking van de noodcentrales. De plannen die
door collega Onkelinx werden gecommuniceerd, houden daarmee
verband. Specifiek met betrekking tot het onnodig uitsturen van
ziekenwagens door de 100-centrales is het normaal dat de minister
van Volksgezondheid de nodige initiatieven ontwikkelt, steeds
natuurlijk in het kader van het gemeenschappelijk project 112. De
bemanning en de call takers vallen eveneens onder dit
gemeenschappelijk project.
Ik kan u daar nog meer informatie schriftelijk over bezorgen, maar
voor de vragen over de financiële gevolgen moet ik u verwijzen naar
23.02 Patrick Dewael, ministre:
L'Intérieur et la Santé publique
travaillent ensemble dans le cadre
du groupe directeur fédéral à la
mise en place du numéro
d'urgence 112. Un plan phasé a
été arrêté à cet effet. Il doit
déboucher à terme sur la fusion
des numéros 100 et 101 qui seront
remplacés par le numéro unique
112. Le "calltaker" transférera
l'information
qu'il
reçoit
au
dispatching approprié.
On s'emploie aussi à optimiser le
fonctionnement
des
centraux
d'urgence. Il en est tenu compte
dans les projets de la ministre
Onkelinx. Il est normal que la
ministre déploie dans le cadre du
projet commun 112 ses initiatives
visant à éviter l'envoi inutile
d'ambulances. Les effectifs et les
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
70
collega Onkelinx, want die informatie kan ik u niet geven.
"calltakers" relèvent également de
ce projet à propos duquel je
fournira de plus amples précisions
par écrit.
Je renvoie à la ministre de la
Santé publique pour ce qui est de
l'incidence financière.
23.03 Leen Dierick (CD&V - N-VA): Bedankt voor de informatie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
24 Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "het onderscheppen van kinderpornokoeriers" (nr. 4874)
24 Question de Mme Leen Dierick au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'interception
de passeurs de matériel pédopornographique" (n° 4874)</b>
24.01 Leen Dierick (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, wij hebben
vernomen dat de Nederlandse politiediensten hebben opgemerkt dat
handelaren in kinderporno het internet steeds minder vertrouwen,
omdat daarop veelvuldig politiecontroles worden uitgevoerd. Ze
smokkelen tegenwoordig zelf hun foto's over de landsgrenzen. De
Nederlandse politie wil daar de strijd tegen aangaan. Vandaar dat zij
risicotoeristen onderwerpen aan strengere controles. Zo moeten zij
voortaan niet alleen hun paspoort tonen, maar ook alle
geheugendragers die zij bij zich hebben, aan een controle
onderwerpen. Dat kan gaan over USB-sticks, laptops, digitale
camera's, PDA's en andere gegevensdragers.
Graag vernam ik of er ook in België door onze politiediensten
dergelijke controles worden uitgevoerd. Indien niet, overweegt u
dergelijke controleacties door de politiediensten? Bestaat hiervoor een
wettelijk kader in ons land of is hiervoor specifiek wetgevend werk
nodig?
24.01 Leen Dierick (CD&V - N-
VA): Les services de police
néerlandais constatent que les
trafiquants de pédopornographie
passent de plus en plus souvent
eux-mêmes photos et images en
fraude aux frontières, compte tenu
du renforcement des contrôles
menés sur l'internet. Les Pays-Bas
s'attaquent à présent à ces
fraudeurs. Outre leur passeport,
les touristes "à risques" devront
dorénavant également montrer
tout support de mémoire qu'ils
auraient en leur possession.
Les services de police belges
procèdent-ils également à des
contrôles de ce type? Dans la
négative, le ministre envisage-t-il
d'organiser de tels contrôles? Un
cadre légal à cet effet existe-t-il
déjà dans notre pays ou convient-il
de légiférer?
24.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, dergelijke
controles worden door de Belgische politiediensten al uitgevoerd. Dit
gebeurt reeds op dit ogenblik.
De vraag of daarvoor specifiek wetgevend werk nodig is, kan ik niet
beantwoorden, want daarvoor moet collega Vandeurzen van Justitie
een initiatief nemen. Ik wil het wel eens met hem bekijken en
overleggen. Naar mijn mening en ook volgens de politiediensten,
volstaat het huidige wettelijke arsenaal. Artikel 383bis van het
Strafwetboek inzake pornografie is, denk ik, voldoende breed gesteld
om ook moderne instrumenten, zoals USB-sleutels of digitale
camera's te kunnen omvatten.
Volgens de inschatting van de politie volstaat het huidige wetgevend
24.02 Patrick Dewael, ministre:
Les services de police belges
procèdent déjà à de tels contrôles.
Il appartient au ministre de la
Justice de décider s'il convient de
légiférer dans ce cadre. J'estime
toutefois, tout comme les services
de police, que l'arsenal législatif
actuel est suffisant compte tenu de
la portée de l'article 383bis du
Code
pénal
relatif
à
la
pornographie
qui
couvre
également
les
moyens
informatiques modernes comme
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
71
arsenaal, maar ik doe daar voor de rest geen eed op. Ik denk dat
eens met collega Vandeurzen moet worden bekeken of eventueel
aanvullende wetgevende initiatieven nodig zijn om een en ander te
kunnen verfijnen.
les clés USB.
24.03 Leen Dierick (CD&V - N-VA): Dank u voor uw antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: Les questions n
os
4881 et 4882 de M. Arens sont
reportées à sa demande. La question n° 4884 de M. Terwingen et la
question n° 4897 de Mme Galant sont transformées en questions
écrites. Mme Kitir n'étant pas présente et n'étant pas excusée, sa
question n° 4902 est reportée. La question n° 4925 de M. Van
Grootenbrulle est transformée en question écrite.
De voorzitter: Vragen nrs 4881 en
4882 van de heer Arens worden
uitgesteld. Vraag nr. 4884 van de
heer Terwingen en vraag nr. 4897
van mevrouw Galant worden
omgezet in schriftelijke vragen.
Mevrouw Kitir is afwezig, haar
vraag nr. 4902 wordt uitgesteld.
Vraag nr. 4925 van de heer Van
Grootenbrulle wordt omgezet in
een schriftelijke vraag.
25 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'information de la population en situation d'urgence" (n° 4966)</b>
25 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het informeren van de bevolking bij een noodsituatie" (nr. 4966)
25.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, j'ai lu dans un
communiqué de presse du SPF Intérieur que, le 24 avril dernier, la
Direction générale "Centre de crise" et les médias audiovisuels
avaient signé un accord relatif à la transmission de messages urgents
par ces derniers lors de situations d'urgence.
Depuis que j'ai moi-même vécu un incident Seveso dans ma
commune, je suis devenu plus attentif à cette question. Il s'agit de la
discipline 5, à savoir l'information à destination de la population qui
doit, dans les meilleurs délais, délivrer des renseignements exacts.
Monsieur le ministre, quelle est la teneur de cet accord et quelles en
sont les modalités? Quelle est la place réservée à l'agence Belga?
25.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Op 24 april heeft de algemene
directie van het Crisiscentrum een
partnerschap
aange-
kondigd
tussen de overheid en de
nationale
audiovisuele
media
teneinde de bevolking beter te
informeren
in
geval
van
crisissituatie. Wat is de inhoud
van het akkoord met betrekking tot
de uitzending door de media van
dringende boodschappen? Hoe zit
de samenwerking in elkaar? Wat
is de rol van het agentschap
Belga?
Worden
er
nieuwe
initiatieven genomen en zo ja
welke?
Liggen
er
andere
partnerschappen ter studie?
25.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, afin
d'informer au mieux la population en situation d'urgence, différents
médias audiovisuels belges ont signé un accord le jeudi 24 avril 2008
au centre de crise. Le texte porte sur la transmission par les médias
de messages urgents en situation d'urgence. Il souligne un objectif
commun: transmettre à la population des informations qui pourraient
lui être vitales. Le centre de crise est responsable de la planification
d'urgence et de la gestion de crise au niveau national.
La communication de crise fait partie d'une gestion optimale de toute
situation d'urgence. Outre les services de l'Intérieur, responsables de
la planification d'urgence et de la gestion de crise en Belgique, les
25.02 Minister Patrick Dewael:
Het op 24 april 2008 akkoord dat
werd ondertekend door de diverse
audiovisuele media heeft één
gemeenschappelijk doel: aan de
bevolking informatie geven die van
vitaal belang kan zijn. Ze
verbinden er zich toe zo snel
mogelijk
gratis
dringende
boodschappen
en
officiële
aanbevelingen te verspreiden. In
ruil krijgen de media een waarborg
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
72
onze gouverneurs de provinces et de l'arrondissement administratif
de Bruxelles-Capitale pourront également, dans le cadre de leur
mission de gestion de crise, bénéficier du partenariat. L'ensemble des
médias belges signataires s'engagent, à travers ce partenariat, à
aider les autorités par la diffusion, dans les plus brefs délais, des
messages urgents et recommandations officielles et ce, à titre gratuit.
En retour, les médias obtiennent la garantie quant à la véracité et à la
fiabilité de l'information et de sa source. Concrètement, les autorités
compétentes transmettent les messages urgents au moyen d'un
système informatisé dénommé "Crisis Alert", comparable au dispositif
"Belga Direct". Ce service en ligne a été mis sur pied par l'agence de
presse Belga. Les médias reçoivent directement au sein de leur
rédaction ou permanence accessible 24 heures sur 24 un mail
clairement identifié, qui reprend le message urgent sous la forme d'un
texte continu.
L'accord prévoit également une application supplémentaire qui reste
toutefois encore à développer par l'agence de presse Belga. L'envoi
simultané du SMS aux rédacteurs en chef les informe d'un message
urgent à diffuser à la population.
En juillet 2007, la DG "Centre de crise" a rédigé et diffusé un guide
sur la communication de crise à l'intention de toutes les communes et
provinces du pays. Une troisième formation en communication de
crise sera de nouveau organisée dans le courant du second semestre
2008, à destination des responsables communaux et provinciaux. Par
ailleurs, la mise sur pied d'un call center fédéral de crise est
également en voie de concrétisation.
met
betrekking
tot
de
waarheidsgetrouwheid van de
informatie en de bronnen ervan.
Naast de diensten Binnenlandse
Zaken kunnen de gouverneurs van
de
tien
provincies
en
het
administratief
arrondissement
Brussel een beroep doen op het
partnerschap.
De
overheid
geeft
de
boodschappen door via een
systeem "Crisis alert" genaamd.
In juli 2007 heeft de algemene
directie van het Crisiscentrum een
"Handleiding
voor
crisiscommunicatie" opgesteld en
verspreid ter attentie van alle
gemeenten en provincies van het
land.
25.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse. Je pense qu'il s'agit d'un accord heureux.
Je ne l'avais pas demandé dans ma question mais il serait peut-être
utile de communiquer la liste des médias qui sont visés et de dire si
les télévisions régionales sont concernées.
Je ne peux que me réjouir de cette formation en communication qui
va voir le jour; il serait intéressant d'y inclure non seulement les
communes et les provinces mais également les journalistes. Pour
l'avoir vécu sur le terrain, je pense que certains journalistes, lorsqu'ils
sont trop impliqués dans un événement, par exemple parce qu'ils
habitent aux alentours, finissent par ne plus mesurer les risques.
25.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Dat akkoord is een schot in de
roos. Kunt u ons de lijst meedelen
van de verschillende media die
mee in zee gaan?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
26 Samengevoegde vragen van
- de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het
buitensporige politieoptreden tegen TAK-militanten op de gemeenteraad te Wezembeek-Oppem"
(nr. 4980)
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het
erg gewelddadige optreden van de politie tegen het Taalaktiecomitee in Wezembeek-Oppem"
(nr. 5068)
26 Questions jointes de
- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le caractère excessif de
l'intervention de la police contre des militants du TAK lors du conseil communal de Wezembeek-
Oppem" (n° 4980)<br>- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'intervention
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
73
particulièrement musclée de la police contre le Taalaktiecomitee à Wezembeek-Oppem." (n° 5068)</b>
26.01 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, op maandag 14 april laatstleden voerden militanten van
het Taal Aktie Komitee actie aan de gemeenteraad van Wezembeek-
Oppem. Slechts enkele van hen werden toegelaten tot de raadszaal.
De anderen moesten buiten wachten. Nochtans is de
gemeenteraadszitting in principe openbaar voor iedereen. Eens
binnen maakte deze groep haar protest duidelijk waarna de
actievoerders administratief aangehouden werden.
Wat meer significant is, is het feit dat de groep die buiten stond
blijkbaar zonder concrete aanleiding werd aangehouden. Hoewel ze
gewoon enkele affiches vasthielden en op geen enkel moment een
gevaar betekenden voor de openbare orde gingen de ordediensten bij
deze arrestaties bijzonder driest te werk. Verschillende actievoerders
liepen daarbij lichte verwondingen op maar een van hen werd vier
dagen arbeidsongeschikt verklaard.
Mijn vragen aan u, mijnheer de minister, zijn de volgende. Waarom
werd dergelijk buitensporig geweld gebruikt bij de aanhouding van
deze actievoerders? Is het aanhouden van vreedzame betogers niet
in strijd met het recht op vrije meningsuiting?
26.01 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Le 14 avril 2008, des militants
du "Taal Aktie Komitee" (TAK) ont
mené une action lors du conseil
communal
de
Wezembeek-
Oppem. Certains parmi eux ont pu
entrer alors que d'autres ont dû
patienter à l'extérieur bien qu'en
principe les réunions de conseils
communaux soient publiques. Le
groupe qui se trouvait à l'extérieur
a d'ailleurs été arrêté sans raison
évidente, par des services de
police qui avaient la main
particulièrement lourde. L'un des
militants a même été déclaré en
incapacité de travail pendant
quatre jours.
Pourquoi
une
telle
violence
exagérée a-t-elle accompagné ces
arrestations?
L'arrestation
de
paisibles
manifestants
ne
constitue-t-elle pas une violation
du droit d'association et de liberté
d'expression?
26.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): De feiten zijn zonet
vermeld. Ook wij waren bijzonder verbaasd over de wijze waarop men
hier is te werk gegaan. Als mensen de rust en orde tijdens een
gemeenteraad verstoren, is het begrijpelijk dat men wordt
aangehouden. Ik heb dit zelf ook al meegemaakt. Wie het uitlokt,
wordt aangehouden. Dat is begrijpelijk en daar hebben wij ook weinig
vragen bij.
Wanneer mensen daarentegen niet in de raadszaal binnen mogen en
gewoon buiten gebruik maken van hun recht om te manifesteren
maar voor het overige niets verstoren of verhinderen dan is het al
jarenlang de gewoonte dat de politie niet hardhandig optreedt en die
mensen ongemoeid laat. Er is op dat vlak een hele evolutie afgelegd
in vergelijking met 20 of 30 jaar geleden. Vroeger werd iedereen
stevig aangepakt met de handboeien maar dat is al lang vervlogen
tijd. Men pakt dit veel verstandiger en met veel meer respect voor de
rechten van de burgers aan. In dit geval deed men dit niet en is men
er op een zeer agressieve manier ingevlogen. Men heeft mensen
verwond en bepaalde mensen werden zelfs voor een week
werkonbekwaam geslagen. Een en ander is wellicht te wijten aan het
feit dat zij die verantwoordelijk waren voor de operatie anderen waren
dan zij die zich normaal bezighouden met de toch erg vreedzame
acties van het Taal Aktie Komitee.
Mijn vragen, mijnheer de minister. Kan u meedelen wat de reden was
voor dit ongewone en volstrekt overbodige geweld? Wie had de
leiding over de actie, de lokale of de federale politie? Klopt het dat de
gebruikelijke mensen van de federale gerechtelijke politie, die
vertrouwd zijn met communautaire acties en de actievoerders, niet
26.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Nous avons, nous aussi,
été particulièrement surpris par la
manière dont il a été procédé en
l'occurrence. Il est compréhensible
que des personnes soient arrêtées
si elles provoquent des troubles
lors d'un conseil communal.
Toutefois,
depuis
plusieurs
décennies déjà, les services de
police n'utilisent plus la manière
forte contre des personnes qui
usent de leur droit de manifester
sans causer de troubles par
ailleurs.
Aujourd'hui,
c'est
soudainement le cas. L'absence
des `habitués' des services d'ordre
pourrait l'expliquer.
Pourquoi ce déploiement de force
aussi inhabituel qu'exagéré? Les
opérations étaient-elles dirigées
par la police locale ou par la police
fédérale? Les membres de la
police fédérale judiciaire qui sont
coutumiers
de
ces
actions
communautaires
étaient-ils
absents? Comment le ministre
l'explique-t-il?
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
74
aanwezig waren? Hoe verklaart u dat?
26.03 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, 25
TAK-manifestanten hebben op 14 april de zitting van de
gemeenteraad van Wezembeek-Oppem willen bijwonen. Door de
politie werd een delegatie van zes betogers toegelaten tot de
raadzaal.
Een administratieve aanhouding is mogelijk ingeval van verstoring van
de openbare orde. Het is aan de lokale politie, die de leiding had van
de ordediensten, om dat te beoordelen volgens de richtlijnen van de
burgemeester. Ik kan dus niet beoordelen of deze aanhoudingen al
dan niet volgens de regels van de kunst gebeurden en of uw
beweringen van "buitensporig geweld ten aanzien van vreedzame
betogers" correct is. Dat kan ik niet beoordelen.
Volgens mijn informatie werd rond 20.00 uur na herhaalde
moeilijkheden in en buiten de raadzaal overgegaan tot de
administratieve aanhouding van de betogers. Bij één betoger werd
door zijn hevig verzet gebruikgemaakt van het zetten van een been-
en armklem. Alle betogers werden verzameld in een arrestantenbus
op het Europaplein. Het aanbod van medische verzorging werd door
iedereen geweigerd. Eén politie-inspecteur liep kwetsuren op en was
zes dagen werkonbekwaam.
De ordedienst stond onder leiding van, ik zei het reeds, de lokale
politie. De weerspannige arrestant werd voorgeleid door een
arrestatieteam van de federale politie.
26.03 Patrick Dewael, ministre:
Le 14 avril, la police a autorisé une
délégation de 6 manifestants du
TAK sur les 25 présents à se
rendre dans la salle du conseil de
Wezembeek-Oppem.
Je ne puis m'exprimer quant à
l'opportunité des arrestations ni
sur l'éventuel recours à une
violence excessive étant donné
que la décision de procéder à une
arrestation administrative en cas
de trouble de l'ordre public est
laissée à l'appréciation de la police
locale en fonction des directives
édictées par le bourgmestre.
Selon les informations dont je
dispose, les manifestants ont été
arrêtés administrativement à la
suite de plusieurs problèmes
survenus tant dans la salle du
conseil qu'en dehors de cette
dernière. À cette occasion, un des
militants a été menotté après avoir
opposé une résistance assez
vigoureuse.
Tous
ont
été
rassemblés dans un bus prévu à
cet effet et personne n'a requis de
soins médicaux. Un inspecteur a
été en incapacité de travail
pendant 6 jours à la suite des
blessures qu'il a subies. Le
manifestant récalcitrant a été
conduit au poste par la police
fédérale tandis que la police locale
dirigeait les opérations.
26.04 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, met onze vraag hadden wij ook geen probleem met de
mensen die in de gemeenteraadzaal binnengelaten zijn en daar
waarschijnlijk wat luidruchtig geweest zijn en daardoor administratief
voorgeleid werden. Dat behoort tot het spel van kat en muis dat
meestal met die acties gepaard gaat.
Het gaat ons veeleer over het aanhouden van de mensen die buiten
op de normale manier stonden te manifesteren en die bijzonder
hardhandig
werden
aangepakt.
Een
iemand
daarvan
is
arbeidsongeschikt.
Toevallig of niet, maar de zaterdag voor acht dagen was er nog een
actie van het Taalactiecomitee in het Brusselse. Die mensen werden
ook opgepakt. Ik ben daarheen gegaan om te gaan bemiddelen. Wij
hebben toen een gesprek kunnen voeren met de dienstdoende
politiecommandant ik denk dat het de commandant was. Die zei dat
zij met de mensen van het Taalactiecomitee nooit last hebben, dat zij
26.04 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Si l'arrestation administrative
des personnes qui se trouvaient
dans la salle du conseil ne nous
pose aucun problème, nous
n'acceptons
pas
l'arrestation
particulièrement
musclée
des
militants qui, restés à l'extérieur,
manifestaient en toute normalité.
Une incapacité de travail en a
d'ailleurs résulté pour l'un d'entre
eux. À l'occasion d'une récente
action du TAK dans la région
bruxelloise lors de laquelle j'avais
tenté me poser en médiateur, des
militants ont également été arrêtés
tandis que le commandant de
police en service à ce moment a
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
75
eigenlijk een goede relatie met hen hebben, dat die mannen hun actie
doen en weten dat ze in overtreding zijn; dat zij die personen de bus
laten instappen, dat zij hen administratief voorleiden, waarna zij hen
vrijlaten en dat dit een zeer rustige en bijna standaardmanier van
werken is.
Ik vraag mij af of het verstandig is van de politie om in dergelijke
omstandigheden geweld te gebruiken. Volgens mij is dat zeer
onverstandig.
déclaré ne jamais avoir rencontré
le moindre problème avec les
membres du TAK. Il a d'ailleurs
ajouté que les arrestations et
libérations de ces manifestants se
déroulaient dans le calme. À mes
yeux, il est très peu judicieux que
la police ait recours à la force dans
de telles circonstances.
26.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Ik kan mij aansluiten bij
wat zonet werd gezegd. Mij werd diezelfde zaterdag hetzelfde gezegd.
Normaal zijn er inderdaad perfecte afspraken te maken met de
mensen van het Taalactiecomitee, die ook worden nageleefd. Ik heb
ook begrepen dat de manifestatie, voor zover er een was, buiten
gebeurde. Men heeft even een toertje gemaakt, maar men stond
allang terug op het plein. De manifestatie was volledig afgelopen.
Zonder enige ernstige reden is men er ingevlogen. Volgens mijn
informatie is dat eigenlijk omdat degenen die gebruikelijk
onderhandelen en spreken met de leden van het Taalactiecomitee,
namelijk de mensen van de federale gerechtelijke politie, er niet bij
waren.
Ik zou willen vragen, mijnheer de minister, dat men daar de nodige
alertheid voor heeft en dat men mensen met enige deskundigheid
daarbij betrokken houdt en dat men de juiste man op de juiste plaats
zet bij zulke acties, zodat zulke onnozele overbodige incidenten
waarbij gewonden vallen en waarbij er heel wat schade is voorkomen
worden in de toekomst. Ik hoop dat u ter zake de nodige instructies
geeft aan de politiediensten.
26.05 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Je me rallie aux propos
de mon collègue M. Jambon.
Normalement, des accords très
corrects peuvent être conclus avec
le TAK, qui les respecte. Dans le
cas qui nous occupe, l'intervention
fut, d'emblée et sans la moindre
raison, musclée et, selon les
informations dont je dispose, cette
attitude s'explique par l'absence
de représentants de la police
judiciaire fédérale qui mènent
habituellement les négociations
avec le TAK. Je demande dès lors
que, lors de ce type d'événement,
on
fasse
appel
à
des
représentants de l'ordre disposant
d'une certaine expertise en la
matière, afin d'éviter des incidents
insensés comme ceux-ci, se
soldant par des blessés et des
dégâts matériels. J'espère que le
ministre donnera des instructions
en ce sens aux services de police.
26.06 Minister Patrick Dewael: Het gaat niet meer om de rijkswacht
van vroeger. Er is iets veranderd sinds de politiehervorming. Er zijn
zonale politieverantwoordelijken die optreden. De federale politie komt
alleen, bijkomend, op vraag van de betrokken autoriteiten, voor
gespecialiseerde acties.
U stelt mij constant vragen alsof ik overal in het land moet beslissen
wie waar naartoe moet en er wat moet doen, op welke manier,
enzovoort. Zo werkt het niet meer. Hebt u heimwee naar de rijkswacht
van vroeger?
26.06 Patrick Dewael, ministre:
À la suite de la réforme des
services de police, ce type
d'affaires ne ressortit plus à la
gendarmerie d'antan, mais aux
responsables des zones de police
locale.
La
police
fédérale
n'intervient plus qu'à la demande
des autorités concernées et pour
des actions spécialisées.
26.07 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Absoluut niet, mijnheer de
minister.
26.08 Minister Patrick Dewael: En de minister zou het best de baas
zijn van de rijkswacht?
26.09 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Nee, zeker niet
26.10 Minister Patrick Dewael: (...)
26.11 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Absoluut niet. Dat is de 26.11 Bart Laeremans (Vlaams
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
76
zaak niet.
Degenen met wie wij gesproken hebben in Anderlecht, bij die tweede
actie, zijn van de federale gerechtelijke politie. Die werken normaal op
een diligente en verstandige manier samen met de lokale politie. Zij
weten tot waar zij kunnen gaan en wat de afspraken zijn. De lokale
politie voert uit wat er gezegd wordt en leeft dat allemaal goed na.
Hier is dat niet gebeurd omdat die specifieke mensen van de federale
gerechtelijke politie daar afwezig waren.
Mijn enige vraag is om aan de politie het signaal te geven dat bij dat
soort acties dezelfde mensen, die op het terrein de knowhow hebben
om te weten met wie zij omgaan, erbij betrokken blijven.
Belang): Les représentants de la
police judiciaire fédérale avec
lesquels nous nous sommes
entretenus à Anderlecht lors de
cette seconde action collaborent
en bonne intelligence avec la
police locale. Ils savent jusqu'où
l'on peut aller. La police locale
respecte correctement les accords
conclus. En l'occurrence, ce ne fut
pas le cas, parce que les
interlocuteurs
habituels
appartenant à la police judiciaire
fédérale étaient absents. Il faut
faire comprendre clairement à la
police que l'intervention de ces
derniers doit être sollicitée lors de
ce type d'événement.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 5000 de Mme Schyns est reportée à sa
demande.
De voorzitter: Vraag nr. 5000 van
mevrouw Schyns wordt op haar
verzoek uitgesteld.
27 Question de M. Olivier Maingain au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'emploi des
langues dans le cadre des règlements de perception immédiate des amendes suite aux infractions de
roulage" (n° 5008)</b>
27 Vraag van de heer Olivier Maingain aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het gebruik van de talen bij de onmiddellijke inning van boetes na
verkeersovertredingen" (nr. 5008)
27.01 Olivier Maingain (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, je me permettrai de poser mes deux questions l'une après
l'autre, avec l'accord de mon collègue Flahaux, que je remercie.
Le premier problème consiste en l'emploi des langues dans le cadre
des règlements de perception immédiate en matière d'infractions de
roulage. Il n'est pas nouveau puisque déjà évoqué en d'autres
commissions.
En vertu d'un arrêté royal du 14 mars 2006, La Poste est habilitée à
adresser des invitations à payer relatives aux perceptions immédiates
pour des infractions au Code de la route sur la base des données
fournies par la police. J'ai reçu plusieurs témoignages je dispose
donc de preuves matérielles selon lesquels des personnes connues
comme étant de langue française par les services concernés, ayant
d'ailleurs reçu un pro justitia en français, notamment sur l'initiative
d'agents ou d'inspecteurs de zones de police bruxelloises, ont
néanmoins reçu l'invitation à payer de La Poste en langue
néerlandaise.
Peut-être la situation inverse existe-elle également, mais elle serait
tout aussi inacceptable. Pour moi, chacun doit être traité dans sa
langue: il ne s'agit pas exclusivement d'un problème du français vers
le néerlandais ou du néerlandais vers le français, mais du problème
de l'emploi correct des langues vis-à-vis des destinataires de ces
27.01 Olivier Maingain (MR): Op
grond van de door de politie
overgezonden gegevens stuurt De
Post uitnodigingen tot betaling met
betrekking
tot
verkeersovertredingen
in
het
Nederlands naar een aantal
Franstalige
bestemmelingen,
hoewel die tevoren een in het
Frans opgestelde pro justitia
kregen
van
de
Brusselse
politiezones.
Indien
het
omgekeerde ook gebeurt, is dat
net zo min aanvaardbaar.
Minister Vandeurzen liet in een
antwoord op een vraag verstaan
dat niet hij, maar u bevoegd bent,
en dat het aan de directie van de
telematica van de federale politie
is om correcte gegevens te
bezorgen aan de diensten van De
Post.
Klopt het dat die gegevens door
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
77
invitations à payer.
Dans une réponse, M. Vandeurzen avait laissé entendre que l'affaire
n'était pas de sa compétence mais de la vôtre, qu'il appartiendrait
plus particulièrement au service télématique de la police fédérale de
veiller à transmettre les informations correctes aux services de
La Poste: ce serait bien un programme informatique géré par ce
service qui communique les informations utiles.
Est-il confirmé que c'est un service de la police fédérale qui est
chargé de la transmission des données aux services de La Poste?
Ce service tient-il compte du respect de l'emploi des langues en
matière administrative?
Une évaluation a-t-elle été réalisée au sein de ce service?
Quelles directives seront-elles, le cas échéant, données à ce service
afin de veiller au respect de l'appartenance linguistique des
justiciables concernés?
een dienst van de federale politie
aan de De Post worden bezorgd?
Werd er al een evaluatie verricht?
Welke richtlijnen zullen er worden
gegeven om ervoor te zorgen dat
er rekening wordt gehouden met
de
taalaanhorigheid
van
de
betrokkenen?
27.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, d'abord, je fais référence aux réponses que j'ai déjà
formulées concernant cette problématique.
La Poste opère effectivement sur base de données fournies par la
police fédérale. Les règles pour la rédaction des perceptions
immédiates ont été fixées sur base d'un avis de la Commission
permanente de contrôle linguistique. Pour toute infraction constatée
sur le territoire de la Région flamande, les documents sont rédigés en
néerlandais; pour toute infraction constatée sur le territoire de la
Région wallonne, ils le sont en français; pour toute infraction
constatée sur le territoire de la Région bruxelloise, quand le
contrevenant est intercepté, les documents sont rédigés dans la
langue du contrevenant, mais si la perception immédiate est rédigée
au rôle, les documents sont rédigés dans la langue de l'inscription du
véhicule auprès de la DIV.
De cette façon, la loi sur l'emploi des langues en matière judiciaire est
pleinement respectée. Ainsi, il est possible qu'un document soit rédigé
dans une autre langue que la langue maternelle du contrevenant. Le
contrevenant peut alors réagir, comme l'a en effet proposé le ministre
de la Justice.
Dès lors, à l'heure actuelle, on n'a pas l'intention de revoir le mode de
travail ni d'édicter de nouvelles directives.
Nous ne pouvons pas oublier que ce système par virement via La
Poste remplaçait le système archaïque des timbres de contravention.
Je crois que je ne dois pas vous convaincre des avantages de la
suppression de ce système.
27.02 Minister Patrick Dewael:
Ik heb vroeger al op vragen over
deze problematiek geantwoord.
Het klopt dat De Post gebruik
maakt van gegevens die door de
federale
politie
worden
overgezonden. De documenten
worden opgesteld in de taal van
het Gewest op het grondgebied
waarvan de overtreding werd
vastgesteld. Voor het Brussels
Gewest bestaat een specifieke
regeling: wanneer de overtreder
kan worden onderschept, worden
de documenten in zijn taal
opgesteld,
maar
in
diens
afwezigheid
worden
de
documenten met betrekking tot de
onmiddellijke inning opgesteld in
de taal van de inschrijving van het
voertuig bij de DIV.
Het is dus mogelijk dat een
document opgesteld werd in een
andere dan de moedertaal van de
overtreder, die dan wel de
mogelijkheid heeft om te reageren.
Er zijn dus geen plannen om die
werkwijze te herzien.
27.03 Olivier Maingain (MR): Monsieur le ministre, premièrement,
ce qui est en discussion, ce n'est pas le mode de perception mais le
document administratif et l'emploi des langues pour ce document
administratif car l'invitation à payer n'est plus un acte judiciaire mais
un acte soumis à la loi sur l'emploi des langues en matière
administrative. Le pro justitia est soumis à la loi sur l'emploi des
langues en matière judiciaire mais pas l'invitation à payer.
27.03 Olivier Maingain (MR): De
uitnodiging tot betaling is geen
rechtshandeling meer, maar een
handeling die onderworpen is aan
de wet op het gebruik der talen in
bestuurszaken.
De
Vaste
Commissie
voor
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
78
C'est d'ailleurs la raison pour laquelle la Commission permanente de
contrôle sur l'emploi des langues en matière administrative a émis un
avis car elle n'est pas compétente pour l'application de la loi sur
l'emploi des langues en matière judiciaire.
Deuxièmement, vous faites référence aux Régions wallonne,
flamande et bruxelloise. C'est plutôt les régions linguistiques qui sont
concernées par l'application des lois et des arrêtés en tenant compte
bien entendu du régime spécifique des communes à statut
linguistique spécial.
Je retiens que vous avez la volonté de faire respecter la loi sur
l'emploi des langues en matière administrative.
Dès lors, vos services étant amenés à connaître la langue du
destinataire c'est d'ailleurs une obligation pour eux , il y a tout
simplement lieu de respecter la langue du destinataire quelle qu'elle
soit, que ce soit le français ou le néerlandais. Je compte sur votre
vigilance. Je ne manquerai pas de vous transmettre les cas que je
recevrai.
Taaltoezicht heeft een advies
uitgebracht, want zij is niet
bevoegd voor de toepassing van
de wet op het gebruik der talen in
gerechtszaken.
Veeleer dan het Waals, het
Vlaams
en
het
Brussels-
Hoofdstedelijk Gewest zijn het de
taalgebieden die betrokken zijn bij
de toepassing van de wetten en
besluiten, rekening houdend met
de
specifieke
regeling
voor
gemeenten met een bijzonder
taalstatuut.
Uw diensten kennen de taal van
de geadresseerden, en die taal
moet dan ook worden gebruikt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Je précise que la question n° 5011 de M. Baeselen a
été traitée au point 24 de l'agenda.
De voorzitter: Vraag nr. 5011 van
de heer Baeselen werd in punt 24
van de dagorde behandeld.
28 Question de M. Olivier Maingain au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'emploi des
langues dans les convocations pour le renouvellement des cartes d'identité et l'obtention de
nouvelles cartes dans les communes à régime linguistique spécial" (n° 5036)</b>
28 Vraag van de heer Olivier Maingain aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het taalgebruik in de oproepingsbrieven voor de hernieuwing van de identiteitskaarten en
het verkrijgen van nieuwe identiteitskaarten in de gemeenten met een bijzondere taalregeling"
(nr. 5036)
28.01 Olivier Maingain (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, je reviens sur l'éternel problème de l'emploi des langues
dans les convocations pour le renouvellement des cartes d'identité et
l'obtention de nouvelles cartes dans les communes à régime
linguistique spécial. Cette question avait été évoquée antérieurement
en commission, notamment le 14 novembre dernier, mais un fait
nouveau est intervenu et nécessite que l'on se penche à nouveau sur
cette question.
Vous avez clairement indiqué dans votre réponse à la Chambre, le 14
novembre dernier, que la convocation pour le renouvellement des
cartes d'identité était, conformément à la loi sur l'emploi des langues
en matière administrative (art. 41 §1
er
), un rapport entre un service
central et un particulier et que donc, il y avait lieu de tenir compte de
la langue de la personne concernée pour déterminer la langue en
usage pour la convocation relative au renouvellement des cartes
d'identité.
Or, le ministre flamand des Affaires intérieures, M. Keulen, vient
d'adresser une lettre circulaire aux collèges des six communes
périphériques, par laquelle il enjoint que les convocations adressées
aux habitants de ces communes pour le renouvellement et l'obtention
28.01 Olivier Maingain (MR): Op
14 november jongstleden zei u dat
de uitnodiging voor de verlenging
van
de
identiteitskaarten,
overeenkomstig de wet op het
gebruik
van
de
talen
in
bestuurszaken (art. 41 § 1) een
verhouding is tussen een centrale
dienst en een particulier en dat er
dus reden was om rekening te
houden met de taal van de
betrokken persoon om te bepalen
welke taal voor de uitnodiging
dient te worden gebruikt.
Minister Keulen heeft echter net
een omzendbrief gestuurd naar de
colleges
van
de
zes
randgemeenten, waarin hij stelt
dat de oproepingsbrieven voor de
inwoners van deze gemeenten
voor het vernieuwen en het
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
79
de nouvelles cartes d'identité soient, à l'instar des convocations
électorales, adressées conformément à sa circulaire du
18 juillet 2005, que nous ne connaissons que trop bien.
À l'évidence, le ministre Keulen s'occupe de ce qui ne le regarde pas
et de ce pour quoi il n'est pas compétent. Que je sache, il entre dans
les attributions du ministre fédéral de l'Intérieur de vérifier la correcte
application des lois concernant la délivrance des cartes d'identité, en
ce compris le régime linguistique à appliquer à ces documents et aux
convocations invitant les habitants à se présenter au service
population des communes concernées.
L'article 6bis de la loi du 19 juillet 1991 sur les registres de la
population et des cartes d'identité dispose que le fichier central des
cartes d'identité contient, outre le numéro d'identification du registre
national des personnes physiques, également la langue demandée
pour l'émission de la carte d'identité. Il est donc conforme aux lois
linguistiques que vos services adressent ses convocations dans la
langue dont le particulier requiert l'emploi, à savoir soit le français, soit
le néerlandais. Il n'est pas du ressort unique d'une Région, quelle
qu'elle soit, d'intervenir dans le processus administratif concernant la
délivrance de ces cartes d'identité.
Je suppose dès lors que vous voudrez bien confirmer que le ministre
Keulen n'est pas compétent dans le cadre de cette procédure, qu'en
conséquence, son invitation aux collèges des communes concernées
n'a pas de fondement juridique et qu'il y a lieu de se conformer aux
dispositions légales en vigueur, telles qu'elles ont toujours été
correctement interprétées par vos services.
verkrijgen
van
de
nieuwe
identiteitskaarten, in navolging van
de oproepingsbrieven voor de
verkiezingen,
conform
zijn
omzendbrief van 18 juli 2005
moeten zijn.
Artikel 6bis van de wet van 19 juli
1991 op de bevolkingsregisters en
de identiteitskaarten bepaalt dat
het
centrale
bestand
van
identiteitskaarten de taal bevat die
voor
de
uitgifte
van
de
identiteitskaart werd gevraagd.
Als
uw
diensten
de
oproepingsbrieven dus versturen
in de door de particulier gevraagde
taal, is dat in overeenstemming
met de taalwetten.
Kunt u bevestigen dat minister
Keulen niet bevoegd is in het
kader van deze procedure, en dat
zijn uitnodiging aan de colleges
van de betrokken gemeenten dus
geen juridische grond heeft?
28.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, j'ai effectivement déjà donné une réponse à ce sujet. Je
confirme donc le point de vue que j'ai adopté devant votre
commission le 14 novembre 2007.
L'article 41, §1 des lois sur l'emploi des langues en matière
administrative coordonnées le 18 juillet 1966 a été correctement
appliqué par mes services. L'article 25 des lois coordonnées précitées
a également été respecté.
Si un citoyen reçoit une convocation pour le renouvellement de sa
carte d'identité en français ou en néerlandais, et qu'il souhaite
recevoir cette convocation dans l'autre langue, la commune imprimera
une autre convocation établie dans la langue souhaitée. La nouvelle
carte d'identité sera également établie dans la langue choisie par le
citoyen.
Ce qui précède est donc conforme au prescrit de l'article 25
mentionné ci-dessus, qui stipule que les services locaux des
communes périphériques utilisent la langue choisie par le citoyen,
dans la mesure où il s'agit du français ou du néerlandais.
28.02 Minister Patrick Dewael: Ik
bevestig het standpunt dat ik al
eerder innam in uw commissie van
14 november 2007.
Mijn
diensten
hebben
de
gecoördineerde wetten op het
gebruik der talen in bestuurszaken
correct toegepast.
Indien een burger een in het Frans
of het Nederlands opgestelde
oproepingsbrief
voor
de
hernieuwing
van
zijn
identiteitskaart ontvangt en die in
de
andere
taal
wenst
te
ontvangen, zal de gemeente een
nieuwe oproeping in de gewenste
taal drukken. De identiteitskaart
zal in de door de burger gekozen
taal worden opgesteld.
De plaatselijke diensten van de
randgemeenten gebruiken de taal
die de burger verkiest (Frans of
Nederlands).
28.03 Olivier Maingain (MR): Ne croyez-vous pas qu'une circulaire 28.03 Olivier Maingain (MR):
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
80
à l'intention des communes concernées pour rappeler les dispositions
concernées serait utile afin d'éviter toute controverse?
Denkt u niet dat het nuttig zou zijn
een
omzendbrief
voor
de
betrokken gemeenten op te stellen
om elke betwisting te voorkomen?
28.04 Patrick Dewael, ministre: Je crois que c'est assez clair.
28.04 Minister Patrick Dewael:
Ik meen dat een en ander duidelijk
genoeg is.
28.05 Olivier Maingain (MR): Je peux donc envoyer votre réponse
comme valant une circulaire personnelle?
28.06 Patrick Dewael, ministre: Vous allez envoyer des circulaires?
28.07 Olivier Maingain (MR): J'ai dit "personnelle".
28.08 Patrick Dewael, ministre: Comme un tract électoral...
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
29 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'agression de deux policiers à Morlanwelz" (n° 5012)</b>
29 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de geweldpleging tegen twee politieagenten in Morlanwelz" (nr. 5012)
29.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, lors des "soumonces", la préparation du
Carnaval de Morlanwelz, alors qu'ils portaient secours à une jeune
dame, deux policiers en tenue ont été victimes d'une agression
gratuite. Les agresseurs des fonctionnaires de police en question ont
été, après comparution devant les magistrats le lendemain matin,
relaxés dans l'attente d'une audience en correctionnelle le
18 février 2008. La violence des coups reçus par les deux agents
(l'une a été violemment jetée au sol et frappée au visage, ce qui a
entraîné des contusions à l'orbite gauche et plaie ouverte sur la partie
interne de la lèvre inférieure, puis a reçu des coups sur la cage
thoracique, heureusement amortis par le gilet pare-balles et l'autre a
subi un écrasement du cartilage de la rotule) a nécessité leur mise en
incapacité professionnelle.
Lors de la comparution devant le parquet de Charleroi, alors que
l'avocat des deux policiers agressés demandait un report d'audience
en attendant la vérification d'une possible incapacité permanente
d'une des victimes, le représentant du parquet a ouvertement
minimisé l'événement et ses conséquences physiques je ne parle
même pas des conséquences psychologiques et ne s'est que fort
disgrâcieusement rendu à la demande de l'avocat des plaignants
suite à l'insistance de ce dernier. L'auteur des faits est ressorti libre et
fier de cette décision.
Les deux policiers ont été choqués de voir le parquet et la justice ne
pas sanctionner les jeunes coupables. Entre-temps, j'ai appris qu'il y
avait eu une peine de cent heures et de quatre-vingts heures de
travaux d'intérêt général. Le ministre de la Justice m'a répondu que ce
n'était "pas mal". Du côté psychologique, je trouve qu'il est important
que la peine soit intervenue rapidement.
29.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Twee politiemensen werden
het slachtoffer van geweld tijdens
de "soumonces" van Morlanwelz.
De daders werden vrijgelaten
nadat zij voor de rechter waren
verschenen, in afwachting van een
behandeling van hun dossier door
de correctionele rechtbank op 18
februari 2008. De politieagenten
waren zo erg toegetakeld dat hun
advocaat gevraagd heeft de zitting
uit te stellen omdat eerst moest
worden nagegaan of een van de
slachtoffers
niet
blijvend
arbeidsongeschikt
is.
De
vertegenwoordiger van het parket
heeft de feiten geminimaliseerd en
is slechts zeer schoorvoetend op
dat verzoek ingegaan. De dader
werd vrijgelaten en ging daar nog
prat
op
ook.
De
beide
politieagenten waren geschokt dat
het parket en het gerecht de jonge
schuldigen niet hebben gestraft. Ik
heb gehoord dat intussen een straf
van honderd uur en tachtig uur
dienstverlening werd opgelegd.
Welke maatregelen treft u om uw
agenten tegen dergelijke vormen
van geweld te beschermen?
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
81
Cela étant dit, après la récente multiplication d'agressions verbales et
physiques à l'encontre d'agents de la STIB et de la SNCB, voici que
nous en arrivons à voir les forces de l'ordre être la cible d'attaques de
la part de jeunes sans que ces derniers soient jugés de manière
exemplaire et dissuasive. Je ne parle même pas du problème
d'enfermement en centres fermés.
Monsieur le ministre, quelles mesures comptez-vous prendre pour
mettre vos agents de police à l'abri de telles agressions?
29.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, vous comprendrez que je ne me prononcerai pas sur ce cas
concret, ni sur la décision prise par le parquet. Je ne connais d'ailleurs
pas assez les faits. En général, il est bien évident que nous pouvons
attendre de la part de la justice une réaction rapide et une punition
adaptée envers cette criminalité violente, surtout envers les actes de
violence contre des fonctionnaires de police. Ce n'est pas seulement
démotivant pour les services de police mais cela nuit également à leur
autorité.
La criminalité violente a été explicitement reprise, comme vous le
savez, comme priorité dans le plan national de sécurité 2008-2011 du
gouvernement. Le ministère public s'y est aussi explicitement engagé
et doit donc en faire une priorité dans sa politique de poursuites.
Cependant, il est clair que toutes les mesures de protection
envisageables, aussi performantes qu'elles soient, ne pourront jamais
empêcher des actes de violences isolés comme ceux commis à
l'égard des représentants de la force publique. En fin de compte, la
problématique dépasse la compétence de la police et de la justice.
Comme je l'ai dit précédemment, la violence ne peut être tolérée.
Mais il s'agit ici aussi d'une question de prévention, d'éducation,
d'enseignement, de civisme, etc.
En ce qui me concerne, je souhaite, en collaboration avec les
autorités locales, veiller à améliorer le fonctionnement du quartier, ce
qui est primordial si l'on veut prévenir les actes de violence.
Enfin, les fonctionnaires de police qui, malgré tout, sont victimes de
violence ou d'actes criminels peuvent compter sur l'aide judiciaire
gratuite.
29.02 Minister Patrick Dewael: Ik
kan mij over dat concreet geval
niet
uitspreken.
Over
het
algemeen mag men van het
gerecht een snelle reactie en een
aangepaste
bestraffing
verwachten als het gaat om daden
van geweld die gericht zijn tegen
politieambtenaren,
daden
die
demotiverend zijn en het gezag
van de politiemensen aantasten.
De geweldscriminaliteit wordt in
het nationaal veiligheidsplan 2008-
2011 van de regering aangemerkt
als een prioriteit. Het openbaar
ministerie
heeft
zich
daar
eveneens toe verbonden.
Geïsoleerde gewelddaden zullen
nooit helemaal vermeden kunnen
worden. Preventie, opvoeding,
onderwijs, burgerzin, enz. zijn
hierbij sleutelwoorden.
Politieambtenaren
die
het
slachtoffer worden van geweld
kunnen
rekenen
op
gratis
rechtsbijstand.
29.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je partage
largement votre position. Il est vrai qu'aujourd'hui le port de l'uniforme
n'est plus dissuasif. Ce matin, une étude sur la situation en Grande-
Bretagne a été publiée. Selon cette dernière, après l'installation de
4 millions de caméras, certains jeunes n'ont même plus le réflexe de
prendre certaines précautions et ils ne voient aucun inconvénient à
être filmés. Mais il s'agit là d'un problème sociétal plus général.
Il serait cependant intéressant que, dans un pays encore globalement
préservé comme la Belgique, soit organisée une campagne
concernant le respect dont on doit faire preuve à l'égard des
pompiers, des policiers, etc.
29.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik deel uw mening. Vandaag
is het zo dat men niet meer bang
is van wie een uniform draagt. Een
studie over de situatie in Groot-
Brittannië toont aan dat jongeren
zelfs niet meer voorzichtig zijn, ook
al hangen er nog vier miljoen
camera's.
In een land als België dat over het
algemeen
vrij
gespaard
is
gebleven van dergelijk gedrag,
moet men een campagne op touw
zetten die draait rond respect voor
brandweermannen, politieagenten,
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
82
enz.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Par souci d'efficacité, je transforme ma question
n° 5050 en question écrite.
De voorzitter: Ik vorm mijn vraag
nr. 5050 om in een schriftelijke
vraag.
30 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le projet
30 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het proefproject 'De politie van morgen'" (nr. 5061)
30.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, deux nouveaux
bateaux ont été baptisés le 25 avril dernier à Anvers. Ce n'est pas
l'objet de ma question, mais l'un d'eux fut baptisé par un élève de
l'athénée de Lessines dans le cadre d'un projet qui avait vu le jour en
octobre 2007, intitulé "La police de demain". Son but était de
sensibiliser les jeunes aux métiers de la police et, dans une optique
de recrutement, de les attirer vers cette profession.
Monsieur le ministre, un bilan de cette expérience pilote a-t-il été
dressé? Sera-t-elle poursuivie, auquel cas d'autres athénées y seront-
ils associés? Comment s'effectuera l'éventuelle sélection à cet effet?
30.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Op 25 april jongstleden werden er
in
Antwerpen
twee
nieuwe
politieboten gedoopt. Eén van die
boten werd gedoopt door een
leerling van het atheneum van
Lessen, in het kader van het
proefproject
`De
politie
van
morgen', dat sinds oktober 2007
loopt.
Werd er een balans van dat
proefproject gemaakt? Zal het
worden voortgezet, eventueel met
andere athenea? Hoe zullen de
scholen in voorkomend geval
geselecteerd worden?
30.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, au début du
mois de septembre 2007, la police fédérale et plus particulièrement
la cellule "Prévention et éducation" a dispensé une semaine de
cours de sécurité routière à l'athénée royal de Lessines. Des
échanges avec cet établissement ont fait apparaître le manque de
connaissance de la police dans le chef de la jeunesse.
La police fédérale a dès lors conclu un partenariat avec cet athénée.
L'objectif principal consiste à rendre mieux perceptible le rôle de la
police dans la société et la diversité de ses métiers. Un second
objectif est de susciter de nouvelles vocations.
Le projet-pilote "La police de demain" a donc officiellement vu le jour
le 9 octobre 2007. Tous les rhétoriciens de l'athénée royal de
Lessines, 49 élèves au total, ont été les invités privilégiés du comité
de direction de la police fédérale et ont pu, à ses côtés, découvrir les
différents services. Par la suite, différentes activités ont été planifiées:
visite au centre canin, semaine de stage, etc. Le 25 avril, onze
stagiaires ont représenté l'école lors de la cérémonie de baptême des
deux bateaux de la police de navigation à Anvers. Une des élèves a
d'ailleurs participé à l'un des deux baptêmes. D'autres activités sont
encore prévues.
30.02 Minister Patrick Dewael: In
september 2007 heeft de federale
politie gedurende een week
informatiesessies
rond
verkeersveiligheid gegeven in het
koninklijk atheneum van Lessen,
waar bleek dat de jeugd weinig
met de werking van de politie
vertrouwd is. De politie heeft
daarom met dat atheneum een
partnerschap gesloten teneinde de
maatschappelijke rol van de politie
beter tot uiting te laten komen en
de jongeren warm te maken voor
een carrière bij de politie.
Het proefproject 'De politie van
morgen' is op 9 oktober 2007 van
start
gegaan.
Alle
laatstejaarsstudenten
van
het
koninklijk atheneum van Lessen
konden kennismaken met de
onderscheiden politiediensten. Er
werden
diverse
activiteiten
gepland: een bezoek aan de
dienst
hondensteun,
een
CRIV 52
COM 204
07/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
83
stageweek, enz. Op 25 april
vertegenwoordigden elf stagiairs
de school tijdens de tewaterlating
van de twee boten van de
scheepvaartpolitie in Antwerpen.
Eén van de leerlingen heeft een
van de boten gedoopt.
30.03 Jean-Luc Crucke (MR): Cela ne me dit pas si l'expérience
pilote va se poursuivre.
30.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Daarmee weet ik nog niet of het
proefproject
zal
worden
voortgezet.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Considérons par un même souci d'efficacité que
M. Thiébaut a transformé sa question n
o
5092 en question écrite.
De voorzitter: Vraag nr. 5092 van
de heer Thiébaut wordt omgezet in
een schriftelijke vraag.
31 Vraag van de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "een eentalig Franstalig buurtonderzoek van de politie in de zone AMOW" (nr. 5067)
31 Question de M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "une enquête
de quartier unilingue francophone réalisée par la police dans la zone AMOW" (n° 5067)</b>
31.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, in Wemmel werd vorige week een
buurtonderzoek gevoerd waarbij enkele inspecteurs bus aan bus een
eentalig Franstalige brief verspreidden. Na protest van een inwoner
reageerde een politiecommissaris dat de inspecteurs de
taalfaciliteiten over het hoofd hadden gezien. Dat is een heel
merkwaardige uitleg, aangezien Wemmel een Nederlandstalige
gemeente is met faciliteiten voor Franstaligen. Dat betekent dat alle
documenten steeds in het Nederlands worden opgemaakt en dat er
hoogstens een Franstalige vertaling kan worden verstrekt.
Kan de minister meedelen wat er hier is misgelopen? Hoe kan het dat
hier initieel een Franstalig document werd opgemaakt? Welk initiatief
werd genomen om een herhaling te voorkomen?
31.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Lors d'une enquête de
quartier effectuée la semaine
dernière à Wemmel, plusieurs
inspecteurs de police ont déposé
dans les boîtes aux lettres des
formulaires rédigés uniquement en
français.
En
réponse
aux
protestations qui lui ont été
adressées, le commissaire de
police
a
répondu
que
les
inspecteurs avaient perdu de vue
les facilités linguistiques. Cette
réponse ne correspond pas à la
réalité :
Wemmel
est
une
commune
néerlandophone
à
facilités linguistiques pour les
francophones. Un document peut
donc tout au plus être traduit en
français. Quelles erreurs ont été
commises en l'occurrence?
31.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, waarde
collega, het betrof een buurtonderzoek op het grondgebied van
Wemmel. Daarbij heeft de recherche van de lokale politie een
formulier gebruikt recto in het Nederlands met verso de vertaling in
het Frans. Er is iets misgelopen, waardoor de politiebeambten op stap
waren met formulieren aan een zijde bedrukt. Zo zijn er mensen die
een eentalig Frans formulier hebben gekregen. Het voorval, zo zegt
men mij, berust op een menselijke fout. Men heeft mijn diensten
verzekerd dat de dienstchef nauwlettender zal toezien, zodat zoiets
zich niet meer kan herhalen.
31.02 Patrick Dewael, ministre:
Le service de recherche de la
police locale a utilisé un formulaire
rédigé en français au recto et en
néerlandais au verso. A la suite
d'une
erreur
humaine,
des
formulaires uniquement rédigés en
français
ont
également
été
distribués. L'on m'assure que cela
ne se reproduira plus.
07/05/2008
CRIV 52
COM 204
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
84
31.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Ik hoop op een grotere
alertheid.
31.03 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Je compte que l'on fera
preuve d'une vigilance accrue.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.22 uur.
La réunion publique de commission est levée à 18.22 heures.