KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 207
CRIV 52 COM 207
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR HET
B
EDRIJFSLEVEN
,
HET
W
ETENSCHAPSBELEID
,
HET
O
NDERWIJS
,
DE
N
ATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE
I
NSTELLINGEN
,
DE
M
IDDENSTAND
EN DE
L
ANDBOUW
C
OMMISSION DE L
'E
CONOMIE
,
DE LA
P
OLITIQUE
SCIENTIFIQUE
,
DE L
'E
DUCATION
,
DES
I
NSTITUTIONS SCIENTIFIQUES ET CULTURELLES
NATIONALES
,
DES
C
LASSES MOYENNES ET DE
L
'A
GRICULTURE
dinsdag
mardi
13-05-2008
13-05-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 207
13/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Luk Van Biesen aan de
minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "het systeem van
'vliegende ondernemers'" (nr. 5090)
1
Question de M. Luk Van Biesen à la ministre des
PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "le système des
'entrepreneurs volants'" (n° 5090)
1
Sprekers: Luk Van Biesen, Sabine Laruelle,
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw
en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Luk Van Biesen, Sabine Laruelle,
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique
Vraag van de heer Mathias De Clercq aan de
minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "het aantal zelfstandigen
die een aanvraag tot gelijkstelling indienen en de
gevolgen daarvoor voor hun pensioen" (nr. 5097)
3
Question de M. Mathias De Clercq à la ministre
des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de
la Politique scientifique sur "le nombre
d'indépendants qui introduisent une demande
d'assimilation et les conséquences qui en
découlent pour leur pension" (n° 5097)
3
Sprekers: Mathias De Clercq, Sabine
Laruelle
, minister van KMO's, Zelfstandigen,
Landbouw en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Mathias De Clercq, Sabine
Laruelle
,
ministre
des
PME,
des
Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique
Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "het aantal faillissementen in 2008"
(nr. 5102)
6
Question de Mme Sarah Smeyers à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "le nombre de faillites en
2008" (n° 5102)
6
Sprekers: Sarah Smeyers, Sabine Laruelle,
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw
en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Sarah Smeyers, Sabine Laruelle,
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique
Vraag van de heer Philippe Henry aan de minister
van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de hervorming van het
statuut van wetenschapper in het federaal
openbaar ambt" (nr. 5187)
8
Question de M. Philippe Henry à la ministre des
PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "la réforme du statut du
scientifique dans la fonction publique fédérale"
(n° 5187)
8
Sprekers: Philippe Henry, Sabine Laruelle,
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw
en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Philippe Henry, Sabine Laruelle,
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique
CRIV 52
COM 207
13/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR HET
BEDRIJFSLEVEN, HET
WETENSCHAPSBELEID, HET
ONDERWIJS, DE NATIONALE
WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE INSTELLINGEN, DE
MIDDENSTAND EN DE
LANDBOUW
COMMISSION DE L'ECONOMIE,
DE LA POLITIQUE SCIENTIFIQUE,
DE L'EDUCATION, DES
INSTITUTIONS SCIENTIFIQUES
ET CULTURELLES NATIONALES,
DES CLASSES MOYENNES ET DE
L'AGRICULTURE
van
DINSDAG
13
MEI
2008
Namiddag
______
du
MARDI
13
MAI
2008
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.16 uur en voorgezeten door de heer Mathias De Clercq.
La séance est ouverte à 14.16 heures et présidée par M. Mathias De Clercq.
01 Vraag van de heer Luk Van Biesen aan de minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "het systeem van 'vliegende ondernemers'" (nr. 5090)
01 Question de M. Luk Van Biesen à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "le système des 'entrepreneurs volants'" (n° 5090)</b>
Voorzitter: Bart Laeremans.
Président: Bart Laeremans.
01.01 Luk Van Biesen (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, ik wil u voor ik de vraag aanvat eerst bedanken voor het
zeer goede initiatief dat u in een interview op maandag 5 mei
jongstleden hebt aangekondigd, namelijk het idee van de uitwerking
van de tijdelijke opvang voor zelfstandige werkende moeders of
zieken of zelfstandigen die op een bepaald ogenblik, op een bepaald
tijdstip vanwege een bepaalde reden niet de mogelijkheid hebben hun
zelfstandige activiteit voort te zetten.
Dit systeem werd reeds een paar keer de vliegende ondernemer
genoemd. Het is een ondernemer in navolging van de vervangboer.
Dat is het systeem waarbij de boeren op een bepaald ogenblik de
mogelijkheid hebben om een tijdje hun zaak te verlaten en iemand
kunnen vinden om hen te vervangen.
Dat idee ingang laten vinden in de wetgeving is uiteraard belangrijk.
Er was reeds een initiatief op dat vlak genomen door Unizo een aantal
jaren geleden onder de naam vliegende ondernemer. Zij hadden toen
in totaal 150 van deze ondernemers bijeengebracht. Nogal snel bleek
dit een succesformule te zijn, maar te stuiten op een aantal
wetgevende beperkingen, wetgevende problemen op het vlak van het
sociaal statuut dat deze mensen als dusdanig konden verwerven.
Mevrouw de minister, daarom is mijn vraag concreet de volgende.
01.01 Luk Van Biesen (Open
Vld): La ministre a proposé
récemment de faire remplacer
temporairement de jeunes mères
de famille indépendantes par des
entrepreneurs
pensionnés
de
façon à leur permettre de
consacrer plus de temps à leur
nouveau-né. Or une initiative
comparable d'Unizo s'était heurtée
voici quelques années à des
restrictions législatives.
Cette mesure serait-elle tout à
coup réalisable dans le cadre du
statut social des indépendants?
Qui la financera? Toutes les
professions
pourront-elles
en
bénéficier?
Combien
de
personnes
concernera-t-elle?
Quand la ministre pense-t-elle
pouvoir lancer ce projet?
13/05/2008
CRIV 52
COM 207
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Hoe ziet u dit alles gebeuren binnen het huidig sociaal statuut van de
zelfstandigen?
Hoe gaat de financiering hiervan gebeuren? Gebeurt dit alleen door
de zelfstandigen of is er een gedeeltelijke interventie van de overheid
of de sociale zekerheid?
Geldt dit voor alle zelfstandige beroepen? Hebt u uw voorstel reeds
concreet gemaakt op dat vlak?
Hebt u een zicht op het aantal mensen waarop dit systeem betrekking
zou kunnen hebben? Ik verwijs hier naar de cijfers van Unizo. Zij
stelden dat toen ongeveer 18.000 zelfstandigen tijdens een bepaalde
periode langdurig ziek of werkonbekwaam zijn voor meer dan één
jaar, meestal gaande van één tot twee jaar.
Tegen wanneer hoopt u dit project van start te kunnen laten gaan?
01.02 Minister Sabine Laruelle: Mijnheer de voorzitter, voor het
inrichten van een systeem van vliegende ondernemer zijn er
verschillende mogelijkheden.
Ten eerste, het is mogelijk om het systeem op vrijwillige basis te
organiseren. Met andere woorden, de overheid schept een kader,
waarbinnen zelfstandigen op vrijwillige basis een beroep kunnen doen
op een vliegende onderneming. Bovendien kan ook worden
overwogen om het systeem door de overheid te laten organiseren in
het kader van maatregelen die een goede relatie werk-privéleven
bevoordelen. Een andere optie kan erin bestaan voornoemde figuur in
het sociaal statuut der zelfstandigen op te nemen. In dat geval zou bij
het ondernemen kunnen worden overwogen om het systeem te
organiseren in het kader van het verplichte moederschapsrustverlof
voor vrouwelijke zelfstandigen. Op die manier zou een zelfstandige
die bevalt, tijdens de periode van moederschaprust, waarin zij niet
mag werken, een beroep kunnen doen op een vliegende ondernemer,
indien zij het recht op uitkeringen niet wil verliezen.
Wat de kostprijs van een dergelijke maatregel zou zijn, staat
momenteel nog niet vast. Bijgevolg moet ook nog worden uitgemaakt
hoe een dergelijke maatregel zou kunnen worden gefinancierd.
De maatregel zou uiteraard voor alle, vrouwelijke zelfstandigen
gelden, ongeacht de aard van hun beroep, met dien verstande dat zo
veel mogelijk met de specificiteit en de diversiteit van het zelfstandige
beroep rekening zal worden gehouden. De situatie van een
landbouwer is immers niet dezelfde als de situatie van een dokter of
een boekhouder.
Het systeem bestaat al in de landbouwsector. Het is echter niet zo
gemakkelijk om het systeem voor alle beroepen te ontwikkelen.
Bijvoorbeeld, voor een boer is vliegend ondernemen bijna onmogelijk,
omdat hij niet met de koeien en zijn grond kan weggaan. Voor een
boekhouder is dat helemaal anders. Hij heeft zijn klant en moet na zijn
rustperiode zijn klant gewoon terugvinden. Het ontwikkelen van een
algemeen systeem is dus niet zo gemakkelijk.
Een exact cijfer kan ik u niet geven. Ik kan u wel meegeven dat in
2006 in totaal 5.386 vrouwen ­ zelfstandigen en meewerkende
01.02 Sabine Laruelle, ministre:
Toutes les possibilités restent
ouvertes. Les pouvoirs publics
peuvent se borner à créer le cadre
et à faire fonctionner le système
sur une base volontaire, ils
peuvent l'organiser eux-mêmes ou
le système peut être inscrit dans le
statut social de l'indépendant dans
le contexte du congé de maternité
obligatoire. Le coût de la mesure
et son financement ne sont
actuellement pas encore connus.
Le système devrait s'appliquer à
toutes
les
travailleuses
indépendantes
mais
le
remplacement d'un agriculteur est
d'un
autre
ordre
que
le
remplacement d'un comptable ou
d'un médecin. Je ne possède pas
de chiffres exacts mais je sais
qu'en
2006,
5.386
femmes
exerçant une activité indépendante
à titre individuel ou d'aidant ont
pris un congé de maternité. Pour
le premier trimestre de 2007, elles
étaient au nombre de 3.885.
Le projet a donc démarré et mon
administration
étudie
les
différentes possibilités.
CRIV 52
COM 207
13/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
echtgenotes ­ van moederschapsrust hebben genoten. Voor de
eerste drie kwartalen van 2007 waren het er al 3.885.
Momenteel bestudeer ik reeds enkele voorstellen van zelfstandige
organisaties.
In die zin is het project reeds opgestart. Wij moeten eerst een optie
kiezen. Doen wij dit voor alle zelfstandigen of eerst voor de
vrouwelijke zelfstandigen tijdens de moederschaprust en welke
beroepen komen in aanmerking?
01.03 Luk Van Biesen (Open Vld): Mevrouw de minister, ik dank u
voor het antwoord. Ik begrijp hieruit dat dit nog slechts een idee is dat
nog verder moet worden geconcretiseerd en waarover nog veel
overleg met de sector zal plaatsvinden. Wanneer kan ik een concrete
invulling verwachten, over vijf tot zes maanden?
01.03 Luk Van Biesen (Open
Vld): Autrement dit, le projet en est
à ses débuts et de nombreuses
concertations devront encore être
organisées. La ministre peut-elle
nous
communiquer
un
échéancier?
01.04 Minister Sabine Laruelle: Ik hoop ten laatste op het einde van
dit jaar een optie te hebben.
01.04 Sabine Laruelle, ministre:
J'espère qu'il y aura déjà des
résultats d'ici à la fin de l'année.
01.05 Luk Van Biesen (Open Vld): U zou een concrete uitwerking
moeten kunnen voorstellen, wat inderdaad niet alleen noodzakelijk is
voor de zelfstandige, werkende moeders, maar ook bijvoorbeeld voor
degenen die ziek worden, waarvan er ook heel veel zijn. Ik denk ook
aan projecten zoals de vliegende ondernemer die door Unizo zijn
gestart. De overheid kan mee bepalen hoe deze mensen hetzelfde
sociaal statuut kunnen krijgen als degenen die een eigen, zelfstandige
activiteit uitvoeren.
01.05 Luk Van Biesen (Open
Vld): Je me réjouis que l'on
s'attache à améliorer le régime
social des indépendants.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer Mathias De Clercq aan de minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "het aantal zelfstandigen die een aanvraag tot gelijkstelling indienen en de
gevolgen daarvoor voor hun pensioen" (nr. 5097)
02 Question de M. Mathias De Clercq à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "le nombre d'indépendants qui introduisent une demande d'assimilation et
les conséquences qui en découlent pour leur pension" (n° 5097)</b>
02.01 Mathias De Clercq (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, collega's, de "Working paper 6. De Belgische
gepensioneerde in kaart gebracht ­ Deel 1: de wettelijke
pensioenbescherming" van de FOD Sociale Zekerheid geeft een
overzicht van de gemiddelde rustpensioenen in euro van
gepensioneerden met een zuiver pensioen als werknemer en als
zelfstandige in 2004.
De studie wees uit dat het maandelijks rustpensioen voor de
zelfstandigen gemiddeld voor een gezin 757 euro per maand bedraagt
en voor een alleenstaande 509 euro. Dat is bijna de helft van de
gemiddelde pensioenen die de werknemers in die periode ontvingen.
De redenen voor die lage pensioenen zijn talrijk, maar de sanctie bij
vervroegd pensioen heeft er heel wat mee te maken. De vorige
regering heeft werk gemaakt van het optrekken van het
02.01 Mathias De Clercq (Open
Vld): Une étude récente a montré
qu'en 2004, la pension de retraite
d'un indépendant ne s'élevait qu'à
la moitié de la pension d'un
salarié. Le gouvernement a entre-
temps relevé la pension minimum
des indépendants et supprimé la
sanction infligée en cas de retraite
anticipée, mais des problèmes
structurels subsistent. Ainsi, le
travailleur indépendant ne peut
pas se constituer de droits à la
pension au cours des années où il
obtient
une
dispense
de
cotisations,
alors
que
les
13/05/2008
CRIV 52
COM 207
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
minimumpensioen en het afbouwen van de sanctie. Ik ben blij dat ook
deze regering verder werk maakt van de afbouw van de sanctie voor
vervroegde pensionering.
Er blijven mijns inziens toch nog een aantal structurele problemen in
de berekening van die pensioenen. Zo worden voor de jaren dat men
vrijstelling van bijdragen heeft bekomen geen pensioenrechten
opgebouwd, wat in schril contrast staat met de gelijkgestelde periodes
die werknemers genieten in geval van werkloosheid en brugpensioen.
In antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 61 deelde u mee dat in
2007 19.229 mensen een aanvraag tot vrijstelling hebben ingediend,
wat toch vrij veel is. In 2004 waren er dat ongeveer 18.000.
Gemiddeld krijgen zo'n 7.000 mensen een volledige vrijstelling. In
2004 waren er dat 5.543, in 2007 iets minder dan 7.000. Het aantal
gedeeltelijke vrijstellingen bedraagt eveneens ongeveer 7.000
zelfstandigen, iets minder in 2005, en 7.055 in 2007.
Voor alle periodes waarin vrijstelling werd bekomen, worden geen
pensioenrechten opgebouwd.
Mevrouw de minister, ik heb een aantal vragen. Ten eerste, gelet op
het stijgend aantal zelfstandigen die een aanvraag tot gelijkstelling
indienen en gelet op de lage pensioenen voor zelfstandigen, vindt u
het aanvaardbaar dat er geen pensioenrechten worden opgebouwd
voor de periodes van vrijstelling van sociale bijdragen?
Ten tweede, voor werknemers zijn er gelijkgestelde dagen voor
periodes van werkloosheid en brugpensioen. Vindt u deze
discriminatie in vergelijking met het socialezekerheidsstelsel van
werknemers nog langer aanvaardbaar?
Ten derde, wat is voor een zelfstandige de gemiddelde kost op
individueel vlak van het niet-opbouwen van pensioenrechten op basis
van vrijstelling van de bijdragen? Met andere woorden, hoeveel
pensioen verliest een zelfstandige gemiddeld tengevolge van
vrijstelling van sociale bijdragen?
Ten vierde, wat zou de budgettaire kost zijn om voor de jaren van
vrijstelling van bijdragen een gelijkschakeling in te voeren?
travailleurs
salariés
peuvent
bénéficier de périodes assimilées
en cas de chômage et de
prépension. La ministre juge-t-elle
cette discrimination acceptable?
Quel montant de pension un
indépendant perd-il en moyenne
en conséquence de la dispense de
cotisations sociales? Quelle serait
l'incidence budgétaire d'une telle
assimilation
pour
les
indépendants?
02.02 Minister Sabine Laruelle: Ten eerste, een opmerking tussen
haakjes. Ik vind dat de discriminatie tussen de sociale zekerheid van
de zelfstandigen en de sociale zekerheid van de werknemers niet
aanvaardbaar is. In 2003 waren er nog veel discriminaties en wij
hebben prioriteiten gesteld. Ik had die prioriteiten met de
zelfstandigenorganisaties
gedefinieerd.
Voor
de
pensioenen
bijvoorbeeld kreeg een gezin van zelfstandigen in 2003 300 euro per
maand minder voor een volledig pensioen. Voor de zelfstandigen is er
nog een malus, voor de werknemers niet meer. Een zelfstandige met
een gezin en met een volledige carrière of 45 jaar in 2003 kreeg 300
euro per maand minder dan een werknemer. Nu is er een verschil van
70 euro, dus we hebben veel gedaan.
Neem bijvoorbeeld de kinderbijslag. In 2003 bedroeg die voor het
eerste kind van een zelfstandige 39 euro per maand. Sedert 1 april
2008 krijgt men 71 euro per maand. In 2003 was er geen statuut voor
de meewerkende echtgenote. Er waren ook verschillen bij de
02.02 Sabine Laruelle, ministre:
Je considère personnellement que
toute
discrimination
entre
indépendants et salariés est
fondamentalement inacceptable.
Toutefois, ces discriminations ne
pourront être supprimées que
graduellement. En 2003, il y avait
encore,
pour
une
carrière
complète, une différence de 300
euros entre la pension de retraite
d'un indépendant et celle d'un
salarié. Depuis, cette différence a
été ramenée à 70 euros. Nous
sommes donc sur la bonne voie.
Il s'agit bien, en l'occurrence, de
CRIV 52
COM 207
13/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
uitkeringen voor invaliditeit en werkongeschiktheid. Nu is er geen
verschil meer voor de minimumuitkeringen. Daarmee geef ik al een
antwoord op uw tweede vraag. Ik vind de discriminatie niet
aanvaardbaar, maar we moeten stap voor stap gaan. Tot 2003 was
hieraan in het verleden bijna niets gedaan. Sinds 2003 hebben we al
veel gedaan. Ik antwoord nu op uw vragen.
Ik wens uw aandacht erop te vestigen dat het in deze niet gaat om
aanvragen van gelijkstelling maar aanvragen van vrijstelling. Het
systeem
van
vrijstelling
van
de
betaling
van
socialezekerheidsbijdragen dat uiteraard losstaat van het systeem van
gelijkstelling, opent voor aanvragers, die een vrijstelling krijgen,
rechten in alle sectoren, behalve in de sector van de pensioenen. Dit
unieke systeem dat een afwijking is op de algemene regel en bestaat
voor zelfstandigen, is bedoeld om alleen zo snel mogelijk tegemoet te
komen aan de meest acute noden van zelfstandigen, zonder dat hier
de normale verplichting van bijdragebetaling tegenover staat. De
wetgever heeft hierbij geoordeeld dat het openen van
pensioenrechten voor vrijgestelde periodes niet was aangewezen.
Ik wens u er trouwens op te wijzen dat het aantal aanvragen om
vrijstelling de laatste decennia vrij stabiel blijft, met beperkte
schommelingen, zodat uit de relatief beperkte stijging van de laatste
jaren moeilijk echte tendensen kunnen worden afgeleid.
Niettemin ben ik wel degelijk met deze problematiek bekend en sluit
dus geen aanpassing uit. Deze problematiek werd trouwens
aangekaart in de vergaderreeks over de bijdrage en zal verder
worden onderzocht in een specifieke werkgroep Commissie voor
Vrijstelling van Bijdrage van het Algemeen Beheerscomité van het
Sociaal Statuut der Zelfstandigen om op een grondige manier de
verschillende voorstellen te vergelijken en in het bijzonder inzake
haalbaarheid en kosten.
Ook voor zelfstandigen bestaan gelijkgestelde perioden: ziekte,
studies, enzovoort. Trouwens, de mogelijkheid om vrijstelling van
betaling van socialezekerheidsbijdragen te krijgen, bestaat voor de
zelfstandigen maar niet voor de werknemers. Een niet-betaling van
sociale bijdrage gedurende een jaar leidt tot een gemiddeld verlies
van pensioen van 230 euro op jaarbasis, wat neerkomt op 19 euro per
maand.
Ik hoop de pensioenen van de zelfstandigen te kunnen verhogen
waardoor die bijdrage een minimum wordt de volgende jaren.
Het is zeer moeilijk om een raming te geven omdat waarschijnlijk
meer zelfstandigen de vrijstelling zullen vragen met als gevolg een
verlies aan ontvangsten van sociale bijdragen en een verhoging van
de pensioenuitgaven. Toch heeft mijn administratie getracht een
raming op het vlak van de pensioenen te realiseren. Dit komt neer op
een meerkost van 43,3 miljoen euro per jaar op kruissnelheid.
demandes
de
dispense
du
paiement des cotisations de
sécurité sociale et non de
demandes d'assimilation. Sitôt la
demande
acceptée,
cette
acceptation
ouvre
pour
le
demandeur ou la demandeuse des
droits dans tous les secteurs à
l'exception de celui des pensions.
Ce système vise à répondre le
plus rapidement possible aux
besoins les plus aigus des
indépendants.
Ces dernières années, le nombre
de demandes de dispense est
resté
relativement
stable.
L'examen de ce problème se
poursuivra dans le cadre d'un
groupe de travail ad hoc. Une telle
dispense
du
paiement
des
cotisations sociales n'existe pas
pour les travailleurs salariés. Le
non-paiement de ces cotisations
pendant un an se traduit par une
réduction moyenne de la pension
de 19 euros par mois.
Donner une estimation n'est pas
chose aisée car il est probable
qu'à
l'avenir,
davantage
d'indépendants demanderont cette
dispense.
Mon
administration
estime
néanmoins
que
l'augmentation des dépenses de
pensions se chiffrera à 43,3
millions d'euros par an.
02.03 Mathias De Clercq (Open Vld): Mevrouw de minister, ik dank
u voor het antwoord. Ik denk dat dit een bijzonder belangrijke
problematiek is. Nu is er toch een gevoelig stijging van het aantal
zelfstandigen dat de aanvraag formuleert. Dat wijst toch op een en
ander. Ik denk dat we echt samen ­ ik wil u daarin steunen ­ de
nodige initiatieven moeten nemen om het statuut van de zelfstandigen
02.03 Mathias De Clercq (Open
Vld): L'augmentation constante du
nombre
de
demandes
est
significative. La ministre doit
s'employer
constamment
à
améliorer
le
statut
des
13/05/2008
CRIV 52
COM 207
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
te optimaliseren. We moeten samen werken aan deze toch wel zeer
relevante problematiek, om die uitdaging tegemoet te gaan.
indépendants.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "het aantal faillissementen in 2008" (nr. 5102)
03 Question de Mme Sarah Smeyers à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances sur "le nombre de faillites en 2008" (n° 5102)</b>
03.01 Sarah Smeyers (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, uit de cijfers van het studiebureau Graydon
blijkt dat april een zwarte maand is geweest voor de bedrijfswereld in
België. Het aantal faillissementen klokte af op 723. Dat zijn er 49, of
7,27%, meer dan in april vorig jaar. In het afgelopen decennium was
er volgens het studiebureau trouwens geen enkele aprilmaand die
zwaarder doorwoog dan de aprilmaand van 2008. In het vorige
recordjaar 2004 legden 682 bedrijven de boeken neer in april.
Na de eerste vier maanden van 2008 noteert de faillissemententeller
2.747 bedrijven. Dat is 2,27% meer dan in dezelfde periode van vorig
jaar. Volgens Graydon waren er alleen in 2004 en in 1997 meer
faillissementen in deze periode. Op vier maanden tijd steeg het aantal
bedrijven dat de boeken neerlegde in Vlaanderen amper, tot 1.303,
ten opzichte van dezelfde periode in 2007. Dat is een stijging van
0.08%, maar in Brussel en Wallonië is de stijging wel voelbaar. Het
aandeel van Vlaanderen in het totale aantal faillissementen in België,
van januari tot april, bedraagt 47,43%. Het Brusselse aandeel noteert
voorlopig een piek van ongeveer 24%. Volgens het studiebureau
Graydon valt het op dat in eerste instantie de consumentgevoelige
sectoren het bijzonder moeilijk hebben. In de horeca, de
bouwnijverheid en de kleinhandel werden absolute records geslagen
tussen januari en april. Ik zal u de cijfers besparen. Ze staan in de
voorbereiding van mijn vraag. Het aantal kleinere bedrijven dat failliet
ging, de bvba's en de eenmanszaken, steeg in de eerste vier
maanden van 2008. Het aantal nv's dat in faling ging, daalde.
Na het lezen van deze cijfergegevens heb ik voor u de volgende
vragen.
Hoe verklaart u die cijfers, die de slechtste zijn in de afgelopen tien
jaar? Hoe verklaart u de grote regionale verschillen? Hoe verklaart u
het grote aantal faillissementen van beginnende bedrijfjes en
eenmanszaken? Hebt u beleidsmaatregelen in petto om hieraan iets
te doen?
03.01 Sarah Smeyers (CD&V -
N-VA): D'après une étude, le mois
d'avril
dernier
s'est
révélé
exécrable pour les entreprises
belges. Jamais au cours des dix
derniers mois d'avril le nombre de
faillites enregistrées en avril 2008,
soit 723 ou 7,27% de plus qu'en
avril 2007, n'a été aussi élevé.
Durant les quatre premiers mois
de 2008, 2.747 entreprises ont
déjà été déclarées en faillite, ce
qui représente une augmentation
de 2,27% par rapport à la même
période de l'année dernière. Cette
augmentation
concerne
principalement
Bruxelles
(+
5,29%) et la Wallonie (+ 3,69%), la
Flandre n'enregistrant qu'une très
faible hausse (+ 0,08%). En outre,
Bruxelles représente 24% du
nombre de faillites. Le problème
est le plus aigu dans les secteurs
de la consommation: l'horeca, la
construction et le commerce de
détail. En outre, les faillites
touchent souvent de petites
entreprises
débutantes,
des
sociétés unipersonnelles et des
SPRL.
Comment la ministre explique-t-
elle ces chiffres inquiétants?
Pourquoi
observe-t-on
des
différences
aussi
marquantes
d'une région à l'autre? Pourquoi
tant d'entreprises débutantes et de
sociétés unipersonnelles sont-
elles touchées? Quelles mesures
la ministre prendra-t-elle pour
infléchir cette situation?
03.02 Minister Sabine Laruelle:De cijfers inzake faillissementen
worden door de algemene directie Statistieken en Economische
Informatie van de FOD Economie ingezameld. De jongste
beschikbare cijfers gaan tot maart 2008 en zijn weergegeven in een
tabel. Ik kan die tabel voorlezen als u dat wil. Het is niet interessant
03.02 Sabine Laruelle, ministre:
La direction générale Statistiques
et Information économique du SPF
Économie collecte les chiffres
relatifs aux faillites. Les chiffres les
CRIV 52
COM 207
13/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
een tabel voor te lezen, maar ik zal die aan de commissiesecretaris
geven, en aan u ook, als u dat wenst.
De cijfers van de FOD Economie voor de maand april worden
eerstdaags verwacht.
Aan de hand van de cijfers van de eerste drie maanden kunnen
volgende vaststellingen worden gedaan. Gedurende de maand maart
2008 gingen in België in totaal 716 bedrijven failliet, of een daling van
0,3% in vergelijking met maart 2007. Het aantal faillissementen
gedurende de jongste drie maanden bedraagt 2.014. Dat betekent
een stijging van 0,5% tegenover dezelfde periode in 2007.
Gedurende dezelfde drie maanden daalde, vergeleken met dezelfde
periode vorig jaar, het aantal failliete ondernemingen in de industrie
met 19,5%. In de bouwnijverheid was er een stijging van 6,6%. De
handel kende een daling van 3%. En in de horeca waren er 4,3%
meer faillissementen. Het aantal faillissementen in transport en
andere diensten nam toe met 10,1%.
Gedurende dezelfde periode van drie maanden was er op gewestelijk
niveau een daling van 5,8% in Vlaanderen. In Wallonië steeg het
aantal faillissementen met 1,8% en Brussel kende een toename van
18%.
Een uitsplitsing naargelang van de rechtsvorm geeft een daling van
6,5% voor de zelfstandigen, 15,6% voor de nv's, een stijging van 10%
voor de bvba's en een daling van 16,7% voor de coöperatieven.
Een markante vaststelling is wel dat het aantal bedrijven dat zelf de
boeken neerlegt elk jaar daalt sinds 2005 en dat dit aantal het laagste
is van de afgelopen acht jaar.
Het aantal faillissementen na dagvaarding is met een derde
toegenomen sinds 2003. Dat is vooral het geval voor de rechtbanken
van Brussel, Luik en Charleroi, die tijdens de eerste drie maanden
van het jaar 2008 in totaal 660 ondernemingen dagvaarden,
tegenover 490 in 2007.
U zult wellicht begrijpen dat ik over precieze cijfers van mijn
administratie moet kunnen beschikken eer ik commentaar kan geven
over de maand april. Ik heb de cijfers nog niet.
Daaraan wil ik toevoegen dat de cijfers voor een bepaalde maand,
goed of slecht, op zich niet mogen leiden tot overhaaste besluiten.
Hoe dan ook, de regering moet het aantal faillissementen zo laag
mogelijk zien te houden voor heel het grondgebied. Dat is een van de
hoofddoelstellingen van de wet betreffende de continuïteit van de
ondernemingen, ingediend door de heren Crucke en Baquelaine. De
voorgestelde tekst ligt in het verlengde van de doelstellingen, namelijk
de duurzame ontwikkeling en de gezondmaking van de
ondernemingen voort te zetten, zonder daarom de mechanismen van
de normale markten te verstoren door rechterlijke beslissingen.
U hebt nu de tabel met de verschillende cijfers voor elke maand van
het jaar 2007 en voor de drie eerste maanden van 2008. In de tabel
staan verschillende activiteiten opgenomen en ze is opgedeeld voor
de drie Gewesten en tevens naargelang de juridische vorm van de
plus récents couvrent la période
allant jusqu'à mars 2008. Je
transmettrai par écrit à Mme
Smeyers le dernier tableau publié.
Les chiffres d'avril 2008 sont
attendus dans les prochains jours.
En mars 2008, 716 entreprises ont
fait faillite dans notre pays, ce qui
représente une baisse de 0,3%
par rapport à mars 2007. Le
nombre de faillites au cours du
premier trimestre 2008 s'élevait à
2.014, soit une hausse de 0,5%
par rapport à la même période de
l'année dernière.
Nous constatons une baisse dans
les secteurs de l'industrie et du
commerce, respectivement de
19,5% et 3%. Dans les secteurs
de la construction, de l'horeca et
du transport, il était question d'une
hausse, respectivement de 6,6%,
4,3% et 10,1%.
Une répartition régionale nous
apprend qu'une baisse de 5,8% a
été enregistrée en Flandre et une
hausse de 1,8% en Wallonie et de
18% à Bruxelles. Il est frappant
que
les
SPRL
soient
particulièrement touchées. Une
hausse de 10 % a été constatée
pour ces dernières.
Le nombre d'entreprises qui
déposent elles-mêmes leur bilan
diminue
constamment
depuis
2005. Le nombre de citations en
faillite a en revanche augmenté
d'un tiers depuis 2003 et cette
hausse est pour une large part le
fait des tribunaux de Bruxelles, de
Liège et de Charleroi.
Les chiffres relatifs aux faillites
survenues au cours d'un mois
déterminé ne doivent jamais
conduire
à
des
conclusions
hâtives. Il va de soi que le
gouvernement doit mener une
politique visant à maintenir le
nombre de faillites aussi bas que
possible. Il s'agit d'ailleurs d'un
des objectifs de la proposition de
loi de MM. Crucke et Bacquelaine
relative à la continuité des
13/05/2008
CRIV 52
COM 207
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
bedrijven.
entreprises.
03.03 Sarah Smeyers (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, dat zijn
de cijfers die Graydon heeft gepubliceerd. De cijfers van Graydon zijn
bijna dag op dag beschikbaar. Via de website van het Staatsblad
kunnen de faillissementen worden bekeken. Er zit dus niet zoveel
vertraging op. Het kan inderdaad wel zijn dat de cijfers van de FOD
Economie slechts tot in maart beschikbaar zijn. Of het tot in maart of
tot in april is, doet er weinig toe. De regionale verschillen zijn er
immers. Dat ontkent u niet. Dat blijkt ook op het eerste gezicht en uit
de gegevens die u mondeling hebt gegeven. Daaruit blijkt ook dat het
verschil tussen Vlaanderen enerzijds en Wallonië en Brussel
anderzijds toch wel groot is.
Ik ben ermee akkoord dat er geen overhaaste beslissingen mogen
worden genomen. Het staat nu echter toch wel buiten kijf dat ­ maar
ik zal de vraag nog wel eens stellen als u beschikt over meer cijfers
en als u het wel tijd vindt om beslissingen te nemen ­ onze loonkost
veel te hoog is. Daaraan ligt het volgens mij.
De verschillen per soort ondernemerschap zijn duidelijk. Er is het
verschil tussen industrie en horeca bijvoorbeeld, om één verschil te
noemen. Het zijn ook beginnende bedrijfjes die het zwakst scoren.
Daaraan kan toch wel dringend iets worden gedaan. Dat staat los van,
wat u reeds aanhaalde, de wetswijzigingen inzake de continuïteit van
ondernemingen, een voorstel van de heren Bacquelaine en Crucke. Ik
heb daarvan, als voorzitter van de commissie Handelsrecht, ook weet
van. Dit zal hopelijk een verbetering zijn.
Ik hoop echter dat u zelf geen genoegen neemt met het antwoord dat
er geen overhaaste beslissingen moeten worden genomen. De cijfers,
of ze nu over de eerste drie maanden van het jaar of over de eerste
vier maand van het jaar gaan, spreken toch voor zich.
03.03 Sarah Smeyers (CD&V -
N-VA): Je souligne que les chiffres
du bureau d'étude Graydon sont
quotidiennement tenus à jour et
publiés au Moniteur belge.
La ministre ne doit pas perdre de
vue les différences régionales
flagrantes que font apparaître les
chiffres. Quoi qu'il en soit, les
coûts salariaux sont à l'évidence
beaucoup trop élevés dans ce
pays. Le grand nombre de faillites
devrait à tout le moins alerter la
ministre. Je l'exhorte à prendre
des mesures.
03.04 Sabine Laruelle, ministre: On peut toujours tout expliquer à sa
façon; quant à moi, si j'observe les chiffres absolus, le nombre de
faillites est plus important en Flandre que partout ailleurs en Belgique.
03.04 Minister Sabine Laruelle:
In absolute cijfers zijn er meer
faillissementen in Vlaanderen dan
in de andere landsdelen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Question de M. Philippe Henry à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "la réforme du statut du scientifique dans la fonction publique fédérale"
(n° 5187)</b>
04 Vraag van de heer Philippe Henry aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de hervorming van het statuut van wetenschapper in het federaal openbaar
ambt" (nr. 5187)
04.01 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
madame la ministre, depuis quelques mois, une réforme du statut du
scientifique dans la fonction publique fédérale est en cours. Elle
s'accompagne d'une nécessaire révision des barèmes, eu égard aux
adaptations similaires qui ont déjà eu lieu dans d'autres filières de la
fonction publique, sous l'impulsion de la réforme Copernic.
Or, il apparaîtrait que les chercheurs contractuels sont les grands
oubliés de cette réforme. Diverses justifications ont amené à
04.01 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Momenteel wordt het
statuut van wetenschapper in het
federaal openbaar ambt hervormd.
Daarbij
worden
ook
de
weddeschalen
herzien.
De
contractuele vorsers worden bij die
hervorming kennelijk over het
hoofd gezien, waardoor er een
CRIV 52
COM 207
13/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
l'engagement de chercheurs contractuels afin que les équipes
scientifiques puissent accéder à une certaine qualité et s'adapter à
une activité devenue très compétitive et variable selon les
opportunités. Ainsi, les "cadres de personnel" permanents et les
moyens associés ne suffisent pas toujours à répondre à cette
demande.
Les textes visant les contractuels seraient en attente. De même que
l'adaptation de leur salaire.
Cette situation poserait plusieurs problèmes. D'une part, le retard mis
à l'entrée en vigueur des révisions barémiques génère une
discrimination difficilement explicable vis-à-vis de la réforme Copernic
entre agents "administratifs" et agents "scientifiques"; la non-
revalorisation simultanée des scientifiques statutaires et des
scientifiques contractuels génèrerait des discriminations. Cela signifie
que des chercheurs qui se côtoient et font un travail comparable ont
des statuts différents, car leurs carrières ont une histoire différente.
La mise à niveau des barèmes à partir de décembre 2006, comme il
était initialement prévu, reviendrait d'après les chiffres qui circulent à
une enveloppe de 2,3 millions d'euros par an pour l'ensemble des
institutions scientifiques fédérales. Ce montant serait donc consacré à
la recherche et améliorerait également le pouvoir d'achat d'une
catégorie de travailleurs.
Pouvez-vous nous dresser un état des lieux rapide de l'état
d'avancement de la réforme du statut du scientifique dans la fonction
publique fédérale?
Pouvez-vous me confirmer l'exactitude des chiffres mentionnés
concernant les revalorisations barémiques?
Une uniformisation salariale des chercheurs est-elle envisageable?
Maintenant que le budget 2008 est défini, avez-vous la volonté ­ et la
possibilité ­ de réaliser la refonte intégrale de la filière scientifique au
sein de la fonction publique fédérale, pour les statutaires comme pour
les contractuels, avec une revalorisation des barèmes équitable
(simultanéité pour les deux statuts et rétroactivité pour minimiser le
délai d'application de Copernic par rapport aux autres catégories
d'agents)?
discriminatie
tussen
"administratieve"
en
"wetenschappelijke" ambtenaren
ontstaat. Wetenschappers die
vergelijkbare arbeid verrichten,
hebben verschillende statuten.
Hun loopbanen kennen, vaak om
redenen die de vorsers ontgaan,
een ander verloop.
Het
optrekken
van
de
weddeschalen vanaf december
2006 zou een meeruitgave van 2,3
miljoen euro per jaar betekenen
voor
alle
federale
wetenschappelijke
instellingen.
Behoort de gelijkschakeling van de
lonen van de vorsers tot de
mogelijkheden? Is u, nu de
begroting 2008 vastligt, in staat om
het
statuut
van
het
wetenschappelijk personeel in het
federaal openbaar ambt integraal
te hervormen, zowel wat de
contractuelen
als
wat
het
vastbenoemd personeel betreft,
met
een
evenwichtige
herwaardering
van
de
weddeschalen
(gelijklopende
loopbaan voor de twee statuten en
terugwerkende kracht teneinde de
Copernicushervorming
op
ongeveer dezelfde datum als voor
de
andere
categorieën
van
ambtenaren te doen ingaan)?
04.02 Sabine Laruelle, ministre: Cher collègue, les nouveaux statuts
du personnel scientifique fédéral sont entrés en vigueur le
1
er
mai 2008 suite à la publication des arrêtés royaux que j'ai signés le
25 février 2008 et qui sont parus au Moniteur belge le 7 avril 2008.
Il avait été prévu par le gouvernement précédent que la réforme
pécuniaire opérerait avec effet rétroactif au 1
er
décembre 2006 pour
combler, comme vous l'avez souligné, le retard pris pour ce personnel
dans le cadre de la réforme Copernic.
La provision interdépartementale dégagée par le ministre de la
Fonction publique précédent concerne le personnel scientifique
statutaire des 15 établissements scientifiques fédéraux. Aucun moyen
n'a été dégagé par ce gouvernement-là pour le personnel scientifique
contractuel, ceci étant en partie dû au fait qu'il n'a pas encore été
04.02 Minister Sabine Laruelle:
De nieuwe statuten van het
federaal
wetenschappelijk
personeel zijn op 1 mei 2008 in
werking getreden ingevolge de op
25
februari
jongstleden
ondertekende koninklijke besluiten
(zie Belgisch Staatsblad van 7
april 2008, blz. 18462 en 18492).
De vorige regering had bepaald
dat de hervorming van de
bezoldigingen met terugwerkende
kracht zou worden doorgevoerd
per 1 december 2006 om de
achterstand bij te benen die de
13/05/2008
CRIV 52
COM 207
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
possible de répondre à l'objection de la Cour des comptes quant au
fait que cette catégorie de personnel n'est pas encore dotée d'un
régime juridique propre.
Mon administration a préparé un avant-projet d'arrêté royal établissant
un régime complet sur le plan administratif et pécuniaire qui
impliquera une révision des barèmes, à déterminer lors du prochain
contrôle budgétaire. Le projet est actuellement soumis à l'avis de
l'Inspection des Finances.
En ce qui concerne votre coût estimé, il ne concerne que le personnel
des dix établissements scientifiques qui sont sous ma responsabilité,
alors qu'il y en a 15, et sans effet rétroactif.
J'attire également votre attention sur le fait qu'une grande partie du
personnel contractuel scientifique est engagé directement par les
établissements concernés au titre de leurs ressources propres
comme services de l'État à gestion séparée, et ceci n'est sans doute
pas sans influence sur la gestion du dossier. Les établissements
scientifiques ne disposent en effet pas de marge budgétaire pour
pouvoir assumer les conséquences financières d'une telle
revalorisation et c'est bien pourquoi il faudra en parler lors des
budgets. Il n'est pas réaliste ni possible sans un refinancement
complémentaire des ces établissements scientifiques.
Il est bien évident que je mettrai tout en oeuvre auprès de mes
collègues du Budget et de la Fonction publique pour rechercher la
meilleure solution salariale et barémique pour ces agents.
betrokkenen in het kader van de
zogenaamde
Copernicus-
hervorming hadden opgelopen.
Deze regering heeft echter geen
middelen uitgetrokken voor het
contractueel
wetenschappelijk
personeel omdat het tot dusver
niet mogelijk was te antwoorden
op het bezwaar van het Rekenhof
dat
er
voor
die
personeelscategorie nog niet in
een specifieke juridische regeling
is voorzien.
Mijn administratie heeft een
voorontwerp van koninklijk besluit
voorbereid ­ het ligt momenteel
voor bij de Inspectie van Financiën
­ waarin een volledige regeling
wordt
uitgewerkt,
die
een
herziening zou inhouden van de
weddeschalen die bij de volgende
begrotingscontrole zou worden
vastgelegd. De kostenraming
slaat enkel op het personeel van
de
tien
wetenschappelijke
instellingen (op vijftien) waarvoor
ik bevoegd ben, en daarbij wordt
geen rekening gehouden met de
terugwerking.
Een
groot
deel
van
het
contractueel
personeel
wordt
rechtstreeks in dienst genomen
door
de
wetenschappelijke
instellingen. Ze putten daarvoor uit
hun
eigen
middelen
als
Staatsdiensten met afzonderlijk
beheer, wat ongetwijfeld een
invloed heeft op het beheer van
het dossier. De wetenschappelijke
instellingen kunnen onmogelijk
opdraaien voor de financiële
gevolgen van een dergelijke
herwaardering en daarom moet er
tijdens de begrotingsbesprekingen
over worden gepraat.
Ik zal er bij mijn collega's van
Begroting en Openbaar Ambt sterk
op aandringen om naar de best
mogelijke oplossing te streven met
betrekking tot de lonen en
weddeschalen van de betrokken
ambtenaren.
04.03 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, je vous
remercie. J'entends bien qu'un projet est en cours.
04.03 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Het zou nadelig zijn de
CRIV 52
COM 207
13/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
Vous avez dit que les établissements ne disposaient pas des moyens
budgétaires afin de gérer cela de façon autonome; c'est une des
données du problème. C'est certainement une des choses sur
lesquelles il faudra revenir.
Si on trouve une solution à ce dossier, je ne pourrai que m'en réjouir,
même si nous attendons de voir les décisions qui seront prises et les
montants qui seront concernés.
Je pense que ce serait une erreur de faire des économies dans le
domaine de la recherche. Le financement de la recherche est un gros
problème et il serait dommageable de ne pas le considérer comme
une priorité.
financiering van onderzoek niet als
een prioriteit te beschouwen. We
zullen
zien
welke
bedragen
daartoe
zullen
worden
uitgetrokken.
04.04 Sabine Laruelle, ministre: Tout à fait. J'espère que vous
réitérerez vos propos auprès de mes collègues.
04.04 Minister Sabine Laruelle:
We zijn het eens. Ik hoop dat u
mijn standpunt zal vertolken bij
mijn collega's.
04.05 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Je n'y manquerai pas.
04.05 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Dat zal ik doen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 14.51 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.51 uur.