KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 237
CRIV 52 COM 237
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR HET
B
EDRIJFSLEVEN
,
HET
W
ETENSCHAPSBELEID
,
HET
O
NDERWIJS
,
DE
N
ATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE
I
NSTELLINGEN
,
DE
M
IDDENSTAND
EN DE
L
ANDBOUW
C
OMMISSION DE L
'E
CONOMIE
,
DE LA
P
OLITIQUE
SCIENTIFIQUE
,
DE L
'E
DUCATION
,
DES
I
NSTITUTIONS SCIENTIFIQUES ET CULTURELLES
NATIONALES
,
DES
C
LASSES MOYENNES ET DE
L
'A
GRICULTURE
woensdag
mercredi
04-06-2008
04-06-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Samengevoegde vragen van
1
Questions jointes de
1
- de heer Mathias De Clercq aan de minister van
KMO,
Zelfstandigen,
Landbouw
en
Wetenschapsbeleid over "de schadevergoeding
voor zelfstandigen bij langdurige wegenwerken"
(nr. 5199)
1
- M. Mathias De Clercq à la ministre des PME,
des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "l'indemnisation des
indépendants lors de travaux de voierie de longue
durée" (n° 5199)
1
- de heer Jan Peeters aan de minister van KMO,
Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid
over "de manklopende regeling inzake de
schadevergoeding
voor
zelfstandigen
bij
wegenwerken" (nr. 5920)
1
- M. Jan Peeters à la ministre des PME, des
Indépendants, de l'Agriculture et de la Politique
scientifique sur "les manquements de la
réglementation relative au dédommagement des
indépendants lors de travaux de voirie" (n° 5920)
1
Sprekers: Mathias De Clercq, Jan Peeters,
Sabine Laruelle, minister van KMO's,
Zelfstandigen,
Landbouw
en
Wetenschapsbeleid
Orateurs: Mathias De Clercq, Jan Peeters,
Sabine Laruelle, ministre des PME, des
Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique
Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de
minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de goedkeuring door de
Belgische steden en gemeenten van een
gemeentelijk reglement met betrekking tot de
markt- en straathandel en de afwezigheid van
federaal toezicht op deze reglementen" (nr. 5297)
5
Question de Mme Valérie Déom à la ministre des
PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "l'approbation par les
villes et les communes belges d'un règlement
communal sur les marchés d'ambulants et
l'absence de tutelle fédérale sur lesdits
règlements" (n° 5297)
5
Sprekers: Valérie Déom, Sabine Laruelle,
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw
en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Valérie Déom, Sabine Laruelle,
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique
Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de toegang tot het dossier van de
joodse families die vóór de Tweede Wereldoorlog
naar België zijn geëmigreerd" (nr. 5466)
7
Question de M. Fouad Lahssaini au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'accès au
dossier des familles juives ayant émigré en
Belgique avant la Seconde Guerre mondiale"
(n° 5466)
7
Sprekers: Fouad Lahssaini, Sabine Laruelle,
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw
en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Fouad Lahssaini, Sabine Laruelle,
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique
Samengevoegde vragen van
11
Questions jointes de
11
- de heer Mathias De Clercq aan de minister van
KMO,
Zelfstandigen,
Landbouw
en
Wetenschapsbeleid over "de aangekondigde
hervorming van de Europese landbouwsubsidies"
(nr. 5599)
11
- M. Mathias De Clercq à la ministre des PME,
des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "la réforme annoncée du
système des subventions agricoles européennes"
(n° 5599)
11
- mevrouw Nathalie Muylle aan de minister van
KMO,
Zelfstandigen,
Landbouw
en
Wetenschapsbeleid over "de 'Health Check' van
het GLB" (nr. 5845)
11
- Mme Nathalie Muylle à la ministre des PME, des
Indépendants, de l'Agriculture et de la Politique
scientifique sur "le bilan de santé ou 'Health
Check' de la PAC" (n° 5845)
11
Sprekers: Mathias De Clercq, Nathalie
Muylle, Sabine Laruelle, minister van KMO's,
Zelfstandigen,
Landbouw
en
Wetenschapsbeleid
Orateurs: Mathias De Clercq, Nathalie
Muylle, Sabine Laruelle, ministre des PME,
des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique
Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de
minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de schorsing van de
betaling van de kinderbijslag van zelfstandigen"
(nr. 5686)
18
Question de M. Wouter De Vriendt à la ministre
des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de
la Politique scientifique sur "la suspension du
paiement
des
allocations
familiales
des
indépendants" (n° 5686)
18
Sprekers: Wouter De Vriendt, Sabine
Laruelle, minister van KMO's, Zelfstandigen,
Landbouw en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Wouter De Vriendt, Sabine
Laruelle,
ministre
des
PME,
des
Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de minister
van
KMO,
Zelfstandigen,
Landbouw
en
Wetenschapsbeleid over "de bestrijding van de
fiscale en sociale fraude" (nr. 5783)
20
Question de Mme Sonja Becq à la ministre des
PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "la lutte contre la fraude
fiscale et sociale" (n° 5783)
20
Sprekers: Sonja Becq, Sabine Laruelle,
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw
en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Sonja Becq, Sabine Laruelle,
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique
Vraag van de heer Philippe Henry aan de minister
van
KMO,
Zelfstandigen,
Landbouw
en
Wetenschapsbeleid en aan de minister van
Klimaat en Energie over "de overheidsmiddelen
voor
het
onderzoek
naar
hernieuwbare
energiebronnen" (nr. 5924)
23
Question de M. Philippe Henry à la ministre des
PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique et au ministre du Climat et
de l'Énergie sur "les moyens consacrés par les
pouvoirs publics à la recherche sur les énergies
renouvelables" (n° 5924)
23
Sprekers: Philippe Henry, Sabine Laruelle,
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw
en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Philippe Henry, Sabine Laruelle,
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique
Vraag van de heer Bruno Tobback aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "het vermoeden van prijsafspraken voor het
doorrekenen van de prijs van gratis CO2-
emissierechten in de elektriciteitsprijs" (nr. 5435)
27
Question de M. Bruno Tobback au ministre pour
l'Entreprise et la Simplification sur "la présomption
d'ententes sur les prix en vue de répercuter le prix
des droits d'émission de CO2 gratuits sur le prix
de l'électricité" (n° 5435)
27
Sprekers: Bruno Tobback, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie, Tinne Van
der Straeten
Orateurs: Bruno Tobback, Paul Magnette,
ministre du Climat et l'Énergie, Tinne Van der
Straeten
Samengevoegde vragen van
28
Questions jointes de
28
- de heer Bruno Tobback aan de minister voor
Ondernemen en Vereenvoudigen over "de
beslissing van de Ministerraad om de beslissing
van de CREG over de transittarieven te schorsen"
(nr. 5685)
28
- M. Bruno Tobback au ministre pour l'Entreprise
et la Simplification sur "la décision du Conseil des
ministres de suspendre la décision de la CREG
relative aux tarifs de transit" (n° 5685)
28
- de heer Dirk Vijnck aan de minister van Klimaat
en Energie over "de schorsing van de beslissing
van de CREG tot verlaging van de tarieven voor
gasdoorvoer in de Europese context" (nr. 5941)
28
- M. Dirk Vijnck au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "la suspension de la décision de la
CREG d'abaisser les tarifs de transit de gaz dans
le contexte européen" (n° 5941)
28
- mevrouw Tinne Van der Straeten aan de
minister van Klimaat en Energie over "de
beslissing van de Ministerraad tot schorsing van
de beslissing van de CREG inzake de
transittarieven voor gas" (nr. 5890)
28
- Mme Tinne Van der Straeten au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "la décision du Conseil
des ministres de suspendre la décision de la
CREG relative aux tarifs de transit du gas"
(n° 5890)
28
Sprekers: Bruno Tobback, Tinne Van der
Straeten, Paul Magnette, minister van
Klimaat en Energie, Freya Van den Bossche
Orateurs: Bruno Tobback, Tinne Van der
Straeten, Paul Magnette, ministre du Climat
et l'Énergie, Freya Van den Bossche
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Klimaat en Energie over "windmolens en
elektrische auto's" (nr. 5703)
33
Question de M. Peter Logghe au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "les éoliennes et les
voitures électriques" (n° 5703)
33
Sprekers: Peter Logghe, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Peter Logghe, Paul Magnette,
ministre du Climat et l'Énergie
Vraag van de heer Hagen Goyvaerts aan de
minister van Klimaat en Energie over "de stand
van zaken rond de toepassing van het AREI
aangaande keuring van particuliere elektrische
installaties" (nr. 5707)
35
Question de M. Hagen Goyvaerts au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "la situation relative à
l'application du RGIE en ce qui concerne le
contrôle
des
installations
électriques
domestiques" (n° 5707)
35
Sprekers: Hagen Goyvaerts, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Hagen Goyvaerts, Paul Magnette,
ministre du Climat et l'Énergie
Vraag van mevrouw Freya Van den Bossche aan
de minister van Klimaat en Energie over "het
37
Question de Mme Freya Van den Bossche au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'interdiction
37
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
verbod van gezamenlijk aanbod" (nr. 5726)
de l'offre conjointe" (n° 5726)
Sprekers: Freya Van den Bossche, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Freya Van den Bossche, Paul
Magnette, ministre du Climat et l'Énergie
Vraag van mevrouw Freya Van den Bossche aan
de minister van Klimaat en Energie over "de
aangekondigde verbetering of herziening van de
wetgeving betreffende de bescherming van de
consument" (nr. 5727)
38
Question de Mme Freya Van den Bossche au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'annonce
de l'amélioration ou de la révision de la législation
relative à la protection des consommateurs"
(n° 5727)
39
Sprekers: Freya Van den Bossche, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Freya Van den Bossche, Paul
Magnette, ministre du Climat et l'Énergie
Vraag van mevrouw Freya Van den Bossche aan
de minister van Klimaat en Energie over "de
uitvoering van de wet van 15 mei 2007
betreffende
de
consumentenakkoorden"
(nr. 5728)
40
Question de Mme Freya Van den Bossche au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'application
de la loi du 15 mai 2007 relative aux accords de
consommation" (n° 5728)
40
Sprekers: Freya Van den Bossche, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Freya Van den Bossche, Paul
Magnette, ministre du Climat et l'Énergie
Vraag van mevrouw Freya Van den Bossche aan
de minister van Klimaat en Energie over "de
coördinatie van de wet van 14 juli 1991
betreffende de handelspraktijken, de voorlichting
en de bescherming van de consument" (nr. 5729)
41
Question de Mme Freya Van den Bossche au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "la
coordination de la loi du 14 juillet 1991 sur les
pratiques du commerce et sur l'information et la
protection du consommateur" (n° 5729)
41
Sprekers: Freya Van den Bossche, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Freya Van den Bossche, Paul
Magnette, ministre du Climat et l'Énergie
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister van Klimaat en Energie over "de steun
voor het onderzoek naar en de ontwikkeling van
alternatieve energiebronnen" (nr. 5736)
42
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre
du Climat et de l'Énergie sur "l'aide à la recherche
et au développement des énergies alternatives"
(n° 5736)
42
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Paul
Magnette, ministre du Climat et l'Énergie
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister van Klimaat en Energie over "een grotere
rol voor het fundamenteel onderzoek in de
ontwikkelingen van de autoproductie" (nr. 5833)
43
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre
du Climat et de l'Énergie sur "une meilleure prise
en compte de la recherche fondamentale dans les
évolutions de la production automobile" (n° 5833)
43
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Paul
Magnette, ministre du Climat et l'Énergie
Samengevoegde vragen van
45
Questions jointes de
45
- de heer Peter Logghe aan de minister van
Klimaat en Energie over "de toekomst van de
LNG-terminal van Zeebrugge" (nr. 5926)
45
- M. Peter Logghe au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "l'avenir du terminal GNL à
Zeebrugge" (n° 5926)
45
- mevrouw Tinne Van der Straeten aan de
minister van Klimaat en Energie over "het
transitdossier" (nr. 5934)
45
- Mme Tinne Van der Straeten au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "le dossier du transit"
(n° 5934)
45
- de heer Bruno Tobback aan de minister van
Klimaat en Energie over "Fluxys" (nr. 5937)
45
- M. Bruno Tobback au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "Fluxys" (n° 5937)
45
Sprekers: Peter Logghe, Tinne Van der
Straeten, Bruno Tobback, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Peter Logghe, Tinne Van der
Straeten, Bruno Tobback, Paul Magnette,
ministre du Climat et l'Énergie
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR HET
BEDRIJFSLEVEN, HET
WETENSCHAPSBELEID, HET
ONDERWIJS, DE NATIONALE
WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE INSTELLINGEN, DE
MIDDENSTAND EN DE
LANDBOUW
COMMISSION DE L'ECONOMIE,
DE LA POLITIQUE SCIENTIFIQUE,
DE L'EDUCATION, DES
INSTITUTIONS SCIENTIFIQUES
ET CULTURELLES NATIONALES,
DES CLASSES MOYENNES ET DE
L'AGRICULTURE
van
WOENSDAG
4
JUNI
2008
Voormiddag
______
du
MERCREDI
4
JUIN
2008
Matin
______
Le développement des questions et interpellations commence à 10.46 heures. La réunion est présidée par
M. Olivier Hamal.
De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 10.46 uur. De vergadering wordt voorgezeten
door de heer Olivier Hamal.
De voorzitter: Vraag nr. 5167 van mevrouw De Bue werd omgezet in een schriftelijke vraag.
01 Samengevoegde vragen van
- de heer Mathias De Clercq aan de minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de schadevergoeding voor zelfstandigen bij langdurige wegenwerken"
(nr. 5199)
- de heer Jan Peeters aan de minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid over
"de manklopende regeling inzake de schadevergoeding voor zelfstandigen bij wegenwerken"
(nr. 5920)
01 Questions jointes de
- M. Mathias De Clercq à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la Politique
scientifique sur "l'indemnisation des indépendants lors de travaux de voierie de longue durée"
(n° 5199)<br>- M. Jan Peeters à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la Politique
scientifique sur "les manquements de la réglementation relative au dédommagement des
indépendants lors de travaux de voirie" (n° 5920)</b>
01.01 Mathias De Clercq (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, op 3 december 2005 werd de wet goedgekeurd
met betrekking tot de uitkering van een inkomenscompensatie-
vergoeding aan zelfstandigen die het slachtoffer zijn van hinder ten
gevolge van werken op het publieke domein, op het openbaar
domein, de wet-Dedecker.
Deze wet voorziet in een vergoeding voor alle belanghebbende
zelfstandigen binnen de zone van de werken en binnen een straal van
1 kilometer rond het uit te voeren werk. De zelfstandige heeft recht op
een vergoeding voor elke dag dat hij door hinder ten gevolge van de
werken zijn zaak minstens 14 dagen moet sluiten, wat toch zeer
restrictief is, als het kalf verdronken is.
01.01 Mathias De Clercq (Open
Vld): La loi instaurant une
indemnité
compensatoire
de
pertes de revenus en faveur des
travailleurs indépendants victimes
de nuisances dues à la réalisation
de travaux sur le domaine public a
été approuvée le 3 décembre
2005. Cette loi prévoit une
indemnité pour chaque jour de
toute période d'au moins quinze
jours
pendant
laquelle
l'indépendant doit fermer son
affaire. Cette disposition s'avère
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
In uw beleidsnota die u recent presenteerde, refereerde u aan deze
wet en beloofde u toen ook om ze te evalueren. U beloofde eveneens
om werk te maken van de vereenvoudiging van de procedures om
dergelijke vergoeding te bekomen.
Mevrouw de minister, er zijn toch heel wat problemen met deze wet.
Zelfstandigen zijn verplicht om hun zaak volledig te sluiten voor
minstens 14 dagen. Handelszaken die open blijven maar ook
omzetverlies hebben, worden niet vergoed. Bovendien is er slechts
een beperkte pecuniaire vergoeding van 44,5 euro per dag. Dat is
toch wel onvoldoende, zeker voor zaken die met veel personeel
werken. Ten slotte zijn er ook nog de administratieve obstakels die
moeten overwonnen worden teneinde het een en ander te kunnen
bekomen.
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, daarom heb ik toch een
aantal vragen voor u.
Wordt een eventuele verhoging van dergelijke schadevergoeding
overwogen? Vindt u het haalbaar om deze vergoeding ook, dat zou
mijn voorstel zijn, op een of andere manier variabel te maken,
bijvoorbeeld afhankelijk van de omvang van de geleden schade, of
om ze in verhouding met de omzet te brengen, met de oppervlakte en
eventueel zelfs de onroerende voorheffing?
Zijn er ook plannen om die restrictieve bepaling van minstens 14
dagen sluiting aan te passen of zelfs op te heffen?
Op welke manier wenst u de administratieve vereenvoudiging verder
te zetten om die rompslomp te vermijden?
Mevrouw de minister, hebt u ook een termijn voor ogen om eventueel
een wetsontwerp ter zake, dat volgens mij toch noodzakelijk is, voor
te stellen?
très restrictive. Elle oblige en effet
les
indépendants
à
fermer
totalement leur affaire pendant au
moins quinze jours. Les magasins
qui restent ouverts mais perdent
du chiffre d'affaires, ne sont donc
pas indemnisés. A cela s'ajoutent
encore la limitation de cette
indemnité pécuniaire et des
obstacles administratifs.
Une
augmentation
de
cette
indemnité est-elle envisagée? Est-
il possible de faire dépendre cette
indemnité de l'importance du
dommage subi ou de l'attribuer
proportionnellement
au chiffre
d'affaires, à la superficie et au
précompte
immobilier?
Est-il
éventuellement prévu d'adapter la
disposition relative à la période de
minimum
quinze
jours
de
fermeture? De quelle manière la
simplification administrative sera-t-
elle poursuivie? Avez-vous déjà
une idée de calendrier pour un
projet de loi en la matière?
01.02 Jan Peeters (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, voorgaande spreker is reeds uitvoerig ingegaan op de
praktische en principiële problemen die gepaard gaan met de
uitvoering van wat men gemeenzaam de wet-Dedecker noemt.
Uit de cijfers blijkt dat in de praktijk die wet-Dedecker een lege doos
is. Ik heb van u enkele weken geleden de cijfers gekregen omtrent het
effectief aantal uitbetaalde vergoedingen voor heel het land.
Het ging over 190 dossiers die goedgekeurd waren en een bedrag
van 197.000 euro dat sinds de wet-Dedecker, sedert 1 januari 2007,
uitbetaald werd als inkomenscompensatie aan zelfstandigen. Dat is
een klein bedrag, zeker als men dat vergelijkt met de administratieve
en personeelskosten die de administratie heeft moeten maken om het
mechanisme in gang te zetten. Het gaat zowel over de aanwervingen
die het fonds heeft moeten doen als om het informaticabeheer. U hebt
als cijfer voor de kost 278.000 gegeven. Het enige resultaat van de
wet-Dedecker is dus in feite dat er meer administratieve kosten
worden gemaakt dan het bedrag dat uiteindelijk wordt betaald als
inkomenscompensatie voor de zelfstandigen. Uit deze cijfers blijkt dat
er iets mankeert aan deze wetgeving en dat het in de praktijk een lege
doos is.
01.02 Jan Peeters (sp.a+Vl.Pro):
Sur le plan pratique, le nombre
d'indemnités effectivement payées
dans le cadre de ce qu'on appelle
la loi Dedecker reste très peu
élevé.
À l'heure actuelle, il s'agirait
d'environ 190 dossiers ayant
donné lieu, depuis le 1
er
janvier
2007, au versement de 197.000
euros au total. Ce montant est très
faible, surtout par rapport aux
coûts
de
lancement
du
mécanisme, qui s'élèveraient à
278.000 euros.
À quelles adaptations la ministre
procédera-t-elle pour aider plus
efficacement
un
plus
grand
nombre d'indépendants lorsqu'ils
voient
diminuer
leur
chiffre
d'affaires à la suite de travaux de
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
Welke maatregelen wenst u te nemen om meer zelfstandigen op een
meer efficiënte manier te helpen bij omzetverlies ten gevolge van
wegenwerken? Zeker de verplichting om het bedrijf, de winkel of de
handel te sluiten moet vervallen. Een zelfstandige zal pas in
allerlaatste instantie, als het echt niet anders meer kan, overgaan tot
het sluiten van de zaak. Iemand die wil overleven en zijn handel wil
verder zetten zal dat te allen prijze vermijden. Ik denk dat dit een zeer
grote drempel is voor mensen om een dossier aan te vragen in deze
regeling.
Er zijn niet alleen problemen aan de kant van de zelfstandige zelf
maar ook aan de kant van de bouwheren die moeten betalen aan het
fonds. Er is met name nogal wat wrevel bij veel bouwheren, vaak
lokale besturen uit de cijfers blijkt trouwens dat het in hoofdzaak
gaat om lokale besturen die op elk openbaar werk dat ze uitvoeren
bijdragen moeten betalen, zelfs als onomstotelijk vaststaat dat dit
openbaar werk geen enkele hinder veroorzaakt en dat er in de verste
verte geen zelfstandige in de buurt te bespeuren valt. Dit is dus een
bijkomende vraag. Kunt u er duidelijkheid over verschaffen want
daar is nogal wat discussie over of er een bijdrage van de bouwheer
verschuldigd is voor werken waarbij het onomstotelijk vaststaat dat er
geen hinder mee gepaard gaat? Beschikt u over gegevens dat nogal
wat bouwheren niet wensen te betalen en de verschuldigde bijdrage
niet doorstorten aan het fonds? Hoeveel betwiste zaken zijn er? Bij
welk soort bouwheren zijn die gesitueerd? Worden er vooral ook
maatregelen genomen ten aanzien van lokale besturen,
nutsmaatschappijen en Gewesten die weigeren voor bepaalde
bouwwerken of openbare werken de bijdrage te betalen? Welke
maatregelen neemt u daarbij? Wat is het effect daarvan?
Mevrouw de minister, ik denk dat er een vrij grote consensus aan het
groeien is om de oorspronkelijke wet die een lege doos blijkt te zijn,
aan te passen om ze efficiënt te maken. Dat is zelfs zo bij de
oorspronkelijke indiener. Ik heb immers gezien dat Lijst Dedecker de
eigen wetgeving wil wijzigen.
voirie? Il est nécessaire à mon
sens de supprimer l'obligation de
fermeture du commerce pendant
les travaux. En effet, cette
disposition constitue un frein trop
important pour la plupart des
indépendants.
De plus, le système suscite le
mécontentement
des
maîtres
d'ouvrage qui doivent cotiser au
fond. En effet, ils sont tenus de
payer une cotisation à chaque fois
qu'ils procèdent à des travaux
publics, même s'il est établi que
ceux-ci
n'entraînent
aucune
nuisance pour les commerçants.
Le
maître
d'ouvrage
doit-il
réellement verser une cotisation
dans ce cas? Dispose-t-on déjà de
données concernant des maîtres
d'ouvrage qui refuseraient de le
faire? Combien de dossiers sont
l'objet d'une contestation à l'heure
actuelle? De quel type de maîtres
d'ouvrage
s'agit-il?
Quelles
mesures la ministre prend-elle
dans ces cas et quels en sont les
résultats?
01.03 Minister Sabine Laruelle: Mijnheer de voorzitter, de dagelijkse
vergoeding van 44,2 euro vormt een eerste stap in de goede richting.
Vroeger was het 0 euro per dag. Ter herinnering, die vergoeding is
geijkt op de vergoeding die technisch werkloze arbeiders ontvangen.
Het is dus een compromis tussen verschillende posities.
Mijnheer Peeters, ik herinner u eraan dat uw partij tegen die lege doos
heeft gestemd. Dus is het nu een beetje gemakkelijk te zeggen dat
het een lege doos is. In de Senaat heeft uw partij tegen het ontwerp
gestemd.
De wachttijd van veertien dagen is ook het resultaat van een
compromis dat werd bereikt toen het wetsvoorstel op initiatief van
senator Dedecker in het Parlement werd besproken. Mijnheer De
Clercq, ik deel echter uw mening over de overdreven complexiteit van
deze wetgeving. Als u of iemand anders hier in de Kamer een voorstel
heeft, zal ik het met veel plezier analyseren.
Wij moeten de wet samen aanpassen. Ik wil immers met de
commissie samenwerken voor de aanpassing. Alles is dus mogelijk:
meer dan 44 euro per dag, geen veertien dagen verplichte wachttijd
en minder complexiteit in de administratieve lasten.
01.03 Sabine Laruelle, ministre:
L'indemnité journalière de 44,2
euros par rapport à zéro euro
antérieurement ! constitue un
premier pas dans la bonne
direction. J'estime toutefois moi
aussi que la législation est
excessivement compliquée. Je
souhaiterais
l'adapter
en
collaboration avec la commission.
Nous devons poursuivre trois
objectifs: une indemnisation des
commerçants qui sont contraints
de fermer leur commerce la plus
élevée possible ! pas de charges
administratives complexes et une
réduction des charges. J'ai déjà
formulé une proposition pour
résoudre ce problème spécifique,
à savoir un seul formulaire au lieu
de trois.
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Wij moeten echter drie doelstellingen hebben. Wij moeten een
vergoeding geven aan de handelaars die moeten sluiten. Le plus,
c'est le mieux; het meeste is het beste. Er mag geen complexiteit in
de administratieve lasten zijn. Wij moeten werken aan een
vermindering van de lasten, en dus aan een echte administratieve
vereenvoudiging. Voor die specifieke problematiek heb ik al een
voorstel. Nu zijn er drie formulieren. Wij werken eraan slechts één
formulier te hebben. Dat is één deel van de aanpassing.
Er moet dus een vergoeding zijn. Er moet ook een echte
administratieve vereenvoudiging komen. Maar ook de begroting moet
in evenwicht zijn, zonder meerkosten voor de openbare werken.
Anders zullen de gemeenten en ook andere bouwheren, zeggen dat
het niet mogelijk is zonder de kosten te verhogen. Het zijn immers de
burgers die uiteindelijk betalen.
Ik wil graag met de commissie samenwerken aan een echte
aanpassing. Vroeger was het niet gemakkelijk te werken aan die
aanpassing. In de vorige regering was het onmogelijk een aanpassing
te doen. Daarom hoop ik nu met u samen te werken om de
verschillende doelen te bereiken.
Ik kom dan bij de specifieke vraag van de heer Peeters. Ik zal de
bouwheren niet opsommen die de wetgeving niet naleven. Het enige
wat ik kan zeggen, is dat het Participatiefonds alles in het werk stelt
om de verschuldigde bedragen te recupereren.
Le budget doit toutefois être en
équilibre. Les travaux publics ne
peuvent être grevés de coûts
supplémentaires.
Je ne puis dresser ici la liste des
maîtres
d'ouvrage
qui
ne
respectent pas la législation. Le
Fonds de participation met tout en
oeuvre pour récupérer quand
même ces montants.
01.04 Mathias De Clercq (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik denk dat het inderdaad heel belangrijk is dat wij het engagement
aangaan in de schoot van de commissie om allen samen ik voel
inderdaad een consensus ontstaan over de meerderheidsgrenzen
heen een dergelijke wet die nu veel te restrictief is, aan te passen
overeenkomstig de desbetreffende handelaars. Ik denk dan aan een
hogere vergoeding, een meer variabele vergoeding, minder
complexiteit, minder last en minder restrictief. Laat ons daar samen
werk van maken. Wij zullen daarvoor de nodige initiatieven nemen.
01.04 Mathias De Clercq (Open
Vld):
Nous
sommes
manifestement d'accord sur le fait
que la loi doit impérativement être
adaptée. Nous y collaborerons dès
lors.
01.05 Jan Peeters (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de minister, u hebt goed
opgemerkt dat wij bij de totstandkoming van deze wet als Vlaamse
socialisten hebben tegengestemd. Wij voorzagen toen al dat dit een
lege doos zou worden. Ik ben blij dat u dit nu ook herkent en dat er
een aanpassing van de wetgeving in het vooruitzicht wordt gesteld.
Ik ben wel een beetje teleurgesteld in uw antwoord omtrent de
problematiek van bouwheren die niet wensen te betalen. Ik vraag
geen lijst van mensen, instellingen of organisaties die niet betalen.
Kunt u echter bevestigen dat er invorderingsproblemen zijn? Kunt u
bevestigen dat er met verschillende bouwheren discussie is over het
verschuldigd zijn van de bijdrage? Hoe stelt het fonds alles in het werk
om dat te recupereren? Worden er inderdaad invorderingsprocedures
gestart?
Op die vragen had ik toch graag een antwoord gekregen.
01.05 Jan Peeters (sp.a+Vl.Pro):
Les socialistes flamands ont voté
contre cette loi au moment de son
élaboration parce que nous avions
déjà prévu les problèmes qui se
poseraient pour son exécution.
La ministre peut-elle confirmer que
des problèmes de récupération se
posent et que des discussions
relatives à cette contribution sont
menées
avec
les
différents
maîtres d'oeuvre? De quelle
manière le fonds s'efforce-t-il de
récupérer ces montants? Des
procédures de récupération ont-
elles déjà été entamées?
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
01.06 Minister Sabine Laruelle: Ik wil iets meer zeggen. Voor mij is
het belangrijkste dat de handelaars nu vergoedingen ontvangen, daar
waar dit vroeger niet het geval was. Het is misschien een lege doos
voor de sp.a, maar voor de handelaars die hun winkels moeten
sluiten, is dat geen lege doos.
01.06 Sabine Laruelle, ministre:
Le plus important est que les
commerçants qui subissent des
dommages puissent bénéficier du
soutien nécessaire en vertu de
cette loi. Il ne faut pas sous-
estimer cette mesure.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Question de Mme Valérie Déom à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "l'approbation par les villes et les communes belges d'un règlement
communal sur les marchés d'ambulants et l'absence de tutelle fédérale sur lesdits règlements"
(n° 5297)</b>
02 Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de goedkeuring door de Belgische steden en gemeenten van een
gemeentelijk reglement met betrekking tot de markt- en straathandel en de afwezigheid van federaal
toezicht op deze reglementen" (nr. 5297)
02.01 Valérie Déom (PS): Monsieur le président, madame la
ministre, la loi du 4 juillet 2005 modifiant la loi du 25 juin 1993 sur
l'exercice d'activités ambulantes et l'organisation des marchés publics
prévoit en son article 8/1 que l'organisation des activités d'ambulants
et foraines sur les marchés et fêtes foraines publics est déterminée
par un règlement communal.
L'article 16 de cette même loi précise que, je cite: "La commune
dispose d'un délai d'un an à partir de la date d'entrée en vigueur de la
présente loi pour adopter les nouveaux règlements que celle-ci
prévoit et adapter les règlements existants, s'il y a lieu".
En l'occurrence, l'échéance théorique pour l'approbation par les
589 conseils communaux du pays était le 30 septembre 2007.
Madame la ministre, pouvez-vous me préciser combien de villes et
communes, parmi les 589 communes belges, ont-elles approuvé
leurs règlements communaux avant cette date d'échéance? Combien
de communes ont-elles rempli cette obligation au 31 décembre 2007
et/ou au 31 mars 2008? Quelle est la répartition régionale de ces
approbations?
Par ailleurs, le gouvernement fédéral n'étant pas compétent en
matière de tutelle sur les communes, qui est une compétence
régionale, pouvez-vous me confirmer que les interprétations suivantes
sont exactes?
1. Il n'existe aucun outil légal pour contraindre les communes à
approuver leur règlement sur les marchés publics.
2. Aucune sanction ne peut être appliquée et aucune conséquence
juridique ne peut être déduite d'une non-approbation par un conseil
communal.
3. Il n'y a aucun moyen légal au niveau fédéral pour "improuver" et
annuler un règlement communal litigieux. Tout au plus, des
modifications ou corrections peuvent être proposées au projet de
règlement communal qui doit, en principe, être soumis au ministre,
préalablement au vote du conseil communal.
4. De même, la non-transmission préalable par une commune de son
règlement communal n'est suivie d'aucune conséquence juridique
02.01 Valérie Déom (PS): De wet
bepaalt dat de organisatie van
ambulante en kermisactiviteiten op
openbare markten en kermissen
bij gemeentelijk reglement wordt
geregeld. Hoeveel steden en
gemeenten
hebben
hun
gemeentelijk reglement ter zake
goedgekeurd? Klopt het dat er
geen enkel wettelijk instrument
voorhanden is om de gemeenten
ertoe te verplichten hun reglement
betreffende de openbare markten
goed te keuren, noch om ze te
bestraffen of om een laattijdig of
betwistbaar
gemeentelijk
reglement te vernietigen?
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
pour la commune "en retard".
En outre, l'article 10/2 de la loi visant la communication du projet de
règlement préalablement à son approbation par le conseil communal
est contestable en droit sur trois points.
1. Aucune disposition légale à portée générale ne prévoit une tutelle a
priori.
2. Cette disposition est contraire au principe de l'autonomie
communale, notamment aux articles 1122-30 et 1122-32 du Code de
démocratie locale et de la décentralisation, qui stipule que "le conseil
règle tout ce qui est d'intérêt communal. Il fait les règlements
communaux d'administration intérieure".
3. La tutelle sur les communes est une compétence régionale. Le
gouvernement fédéral est donc incompétent à ce niveau et se trouve
dans l'impossibilité d'annuler une délibération qui lui serait transmise.
Madame la ministre, pouvez-vous me confirmer cette analyse?
02.02 Sabine Laruelle, ministre: Madame Déom, je vous citerai, tout
d'abord, le nombre de communes qui ont envoyé leurs règlements
communaux au 31 mars 2008. En ce qui concerne le règlement relatif
à l'exercice des activités ambulantes: 187 communes flamandes dont
118 se sont conformées aux remarques de l'administration; 114
communes wallonnes, dont 75 se sont conformées aux remarques;
12 communes bruxelloises dont 6 se sont conformées aux
remarques.
En ce qui concerne le règlement relatif à l'exercice des activités
foraines: 177 communes flamandes, dont 118 ont respecté les
remarques; 84 communes wallonnes, dont 51 se sont conformées
aux remarques; 7 communes bruxelloises, dont 6 se sont conformées
aux remarques.
À de très rares exceptions, les communes se conforment aux
remarques éventuellement formulées par l'administration. Celle-ci
envoie un rappel aux communes qui n'ont pas encore soumis leur
projet de règlement.
Le gouvernement fédéral n'a aucune compétence en matière de
tutelle pour faire annuler, improuver ou modifier un règlement
communal. Ce pouvoir est évidemment exercé par les Régions. Cela
dit, ce n'est pas parce que nous n'exerçons pas la compétence sur la
tutelle que nous ne disposons pas de moyens d'actions. Ceux-ci sont
conférés à mon département par la loi du 25 juin 1993 sur l'exercice
et l'organisation des activités ambulantes et foraines envers les
personnes qui, au niveau du pouvoir communal, sont en charge de
l'organisation, de la gestion de ces activités ambulantes et foraines,
notamment à l'article 13, §1
er
7°.
Cet article permet aux autorités de contrôle, et donc à l'administration
du Contrôle et de la Médiation du SPF Économie, de dresser procès-
verbal en cas de non-respect de la loi sur les activités ambulantes et
foraines et de le transmettre pour suite utile au parquet.
J'envisage bien évidemment d'utiliser cette faculté à l'égard des
communes qui ne donneraient pas suite au nouveau rappel lancé par
le SPF Économie. Je peux également saisir d'initiative la tutelle et
demander aux Régions d'exercer leur tutelle ou m'adresser au
02.02 Minister Sabine Laruelle:
Wat het reglement betreffende de
uitoefening
van
ambulante
activiteiten betreft, hadden op 31
maart 2008 187 Vlaamse, 114
Waalse
en
12
Brusselse
gemeenten
hun
gemeentelijk
reglement
overgezonden.
In
respectievelijk 118, 75 en 6
daarvan werd rekening gehouden
met de opmerkingen van de
administratie.
Wat
de
kermisactiviteiten betreft, hadden
177 Vlaamse, 84 Waalse en 7
Brusselse
gemeenten
hun
gemeentereglement
overgezonden; in respectievelijk
118, 51 en 6 daarvan werd
rekening
gehouden
met
de
opmerkingen.
Wat de reglementen inzake de
uitoefening van ambulante en
kermisactiviteiten betreft, houden
de gemeenten dus, een zeldzame
uitzondering niet te na gesproken,
rekening met de in voorkomend
geval
door
de
administratie
geformuleerde opmerkingen. De
administratie stuurt de gemeenten
die hun ontwerpreglement nog niet
hebben ingediend een maanbrief.
De federale regering heeft geen
enkele
toezichthoudende
bevoegdheid
om
een
gemeentereglement te vernietigen,
af te keuren of te wijzigen.
Overeenkomstig de wet kan de
administratie
Controle
en
Bemiddeling
van
de
FOD
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Conseil d'État pour obtenir l'annulation d'un règlement qui ne serait
pas conforme et ainsi obliger la commune à s'y conformer.
Un commerçant ambulant ou un forain qui s'estime lésé par un
règlement communal ou la non-existence d'un règlement communal
peut également saisir la tutelle ou le Conseil d'État, de même qu'un
juge peut refuser d'appliquer un règlement non conforme à la loi.
Bref, le dispositif se met en place, lentement certes, mais nous
n'avons jamais cru que les communes allaient faire ce qu'il fallait
endéans les délais. L'administration adresse les rappels nécessaires
avant de saisir, le cas échéant, la tutelle ou le Conseil d'État.
Economie wel een proces-verbaal
opmaken in geval van inbreuk en
dit voor nuttig gevolg aan het
parket overzenden. Ik overweeg
van die mogelijkheid gebruik te
maken
ten
aanzien
van
gemeenten die geen gevolg
zouden geven aan de nieuwe
rappel van de FOD Economie. Ik
kan ook op eigen initiatief een
dossier aanhangig maken bij de
toezichthoudende overheid of de
Raad van State om de vernietiging
te bekomen van een reglement dat
niet aan de voorwaarden voldoet.
Een ambulante handelaar of een
foorkramer die meent nadeel te
hebben
geleden
door
een
gemeentereglement of door de
afwezigheid ervan kan de zaak
ook aanhangig maken bij de
toezichthoudende overheid of de
Raad van State. Evenzo kan een
rechter de toepassing van een
reglement
dat
niet
in
overeenstemming is met de wet
weigeren.
02.03 Valérie Déom (PS): Monsieur le président, je remercie Mme la
ministre pour ses réponses tout à fait exhaustives.
02.03 Valérie Déom (PS): Ik wil u
bedanken voor uw omstandige
antwoord.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de M. Fouad Lahssaini au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'accès au
dossier des familles juives ayant émigré en Belgique avant la Seconde Guerre mondiale" (n° 5466)</b>
03 Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de toegang tot het dossier van de joodse families die vóór de Tweede Wereldoorlog naar
België zijn geëmigreerd" (nr. 5466)
03.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
madame la ministre, je suppose que c'est en tant que ministre
compétent pour les politiques scientifiques que vous me répondez, ce
qui me réjouit déjà.
Comme vous le savez, depuis plusieurs années, de nombreux
rescapés de la Shoah ou des enfants et petits-enfants de victimes
juives assassinées par les nazis ont l'occasion de retrouver des
documents relatifs à leur famille à l'Office des étrangers. Cette
administration conserve les dossiers des immigrés juifs qui avaient
cherché asile en Belgique avant la guerre, fuyant bien souvent
l'antisémitisme polonais, soviétique, autrichien ou allemand.
Cependant, cette situation risque de prendre fin prochainement.
En effet, sans aucune discussion préalable avec les associations des
rescapés de la Shoah, l'Office des étrangers a décidé de transférer
ses archives vers l'administration des Archives centrales du Royaume
03.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Tal van overlevenden van
de Shoah, hun kinderen en
kleinkinderen, kunnen al jaren
documenten over hun familie
terugvinden
bij
de
dienst
Vreemdelingenzaken. Zonder
overleg met de verenigingen van
overlevenden van de Shoah, heeft
de dienst Vreemdelingenzaken
beslist zijn archieven tegen eind
2008 over te brengen naar het
Algemeen
Rijksarchief.
De
beslissing zou genomen zonder
het akkoord van het departement
Archief van de dienst Logistiek van
de dienst Vreemdelingenzaken die
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
d'ici la fin de l'année 2008. Par ailleurs, cette décision aurait été prise
sans l'accord du département Archives des services logistiques de
l'Office des étrangers qui y voient un risque de privation pour les
citoyens désireux de mener des recherches sur l'histoire de leur
communauté et de leurs proches.
Si des considérations pratiques nécessitent la prise de décisions
adéquates, en particulier pour la bonne conservation de ces archives,
la manière dont l'Office des étrangers procède laisse par contre à
désirer. Le délai imposé pour ce déménagement risque d'entraver le
travail de mémoire et de recherche que mènent tous les citoyens, en
premier ceux qui ont souffert de la déportation et de la collaboration
des autorités belges de l'époque.
Comme le demande l'une des personnalités les plus actives en la
matière, ne faudrait-il pas leur laisser encore le temps nécessaire
pour que maintenant et dans un avenir limité, ils puissent s'approprier
leur histoire?
Madame la ministre, ma question était au départ adressée à
M. Dewael mais je suis curieux d'entendre votre réponse et ce que
vous comptez faire pour réagir à cette annonce.
er een risico op privatisering in
ziet.
Praktische overwegingen zoals de
goede bewaring vragen uiteraard
om bruikbare beslissingen, maar
de manier waarop de dienst
Vreemdelingenzaken te werk gaat,
laat te wensen over.
Dient men de burgers niet de tijd
te laten die nodig is om zich hun
geschiedenis eigen te maken?
Mijn vraag was aanvankelijk tot de
heer Dewael gericht. Ik ben
nieuwsgierig naar uw antwoord.
03.02 Sabine Laruelle, ministre: Monsieur Lahssaini, tout d'abord, je
ne peux que vous conseiller de lire les questions que vos collègues
posent et les réponses que je donne. En effet, la question que vous
posez l'a déjà été par Mme De Permentier et j'y ai déjà répondu. Je
vais donc vous faire le résumé de la réponse.
Premièrement, ce versement d'archives se fait en parfaite
collaboration entre l'Office des étrangers et les Archives générales du
Royaume. L'intitulé "Archives générales du Royaume" dit bien ce que
cela veut dire. Cela signifie que ce département, qui dépend de la
Politique scientifique c'est la raison pour laquelle je vous réponds ,
a un know how extraordinaire dans le maintien et la gestion des
archives.
Deuxièmement, l'ensemble des archives est disponible. Je ne sais
pas si vous avez eu l'occasion de vous rendre au département des
Archives du Royaume. Je vous conseille de le faire. Vous verrez que
l'accueil y est tout à fait adéquat par rapport à la possibilité qu'ont les
personnes de consulter ces archives. C'est le fondement même de ce
département de la Politique scientifique.
Troisièmement, les craintes qui ont vu le jour et qui ont été relayées
je suppose que c'est de là que vient votre question par le journal "Le
Soir" le lundi 17 mars et par l'Agence diasporique d'information
montrent la méconnaissance totale des missions qui sont conférées
aux Archives générales du Royaume.
Elles exercent un travail légal et quotidien de conservation des
documents dans les meilleures conditions possibles, qu'elles mettent
aussi à la disposition du public. Il s'agit vraiment de leur "core
business". Je vous invite cordialement à aller visiter les Archives
générales. Du reste, si la commission est intéressée, je peux bien
évidemment organiser une telle visite.
Les dossiers relatifs aux immigrés juifs pendant la guerre seront
03.02 Minister Sabine Laruelle:
Die vraag werd al gesteld door
mevrouw De Permentier. Ik zal
het antwoord dus samenvatten.
Voor het overbrengen van de
archieven is er een perfecte
samenwerking tussen de dienst
Vreemdelingenzaken
en
het
Algemeen Rijksarchief. Alle
archieven zijn beschikbaar. De
vrees waarover u het had en die
overgenomen werd door de krant
Le Soir van maandag 17 maart en
door het Agence diasporique
d'information, getuigt van een
totale miskenning van de taken die
aan het Algemeen Rijksarchief zijn
toebedeeld.
Het Archief heeft een wettelijke
opdracht: het zorgt dag na dag
voor
de
bewaring
van
de
documenten, die overigens ter
beschikking van het publiek
worden gesteld.
De dossiers met betrekking tot de
geïmmigreerde joden tijdens de
oorlog
zullen
in
betere
omstandigheden worden bewaard
dan vandaag het geval is. Ze
blijven toegankelijk voor iedereen
die ze wil raadplegen.
De eerste ontmoeting tussen de
Algemeen Rijksarchivaris en de
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
conservés dans de bien meilleures conditions matérielles et
environnementales qu'aujourd'hui, mais ils resteront naturellement
accessibles à toute personne qui souhaite les consulter pour en
savoir plus.
Ce dossier ne date pas d'hier ni du 17 mars, étant donné que la
première entrevue entre l'archiviste général du Royaume et le
directeur général de l'Office des étrangers remonte au mois de juillet
2007. Autrement dit, cette affaire délicate a reçu toute l'attention
voulue et est suivie quotidiennement.
directeur-generaal van de dienst
Vreemdelingenzaken dateert van
juli 2007.
03.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, je vous
remercie.
Je connais les Archives générales du Royaume par coeur, et cette
question m'est particulièrement chère. Je relaie une préoccupation
citoyenne, qui dépasse les personnes qui sont concernées par ces
dossiers en particulier. Le problème posé aux personnes qui
travaillent sur ces archives est non seulement le risque de perdre un
espace accueillant, mais aussi celui de perdre des personnes avec
lesquelles des relations ont été établies.
Si, comme vous le dites, vous avez visité ces Archives à maintes
reprises, vous avez probablement vu la manière dont les gens sont
accueillis et la bonne connaissance par le personnel des orientations
de recherche du public. Des personnes qui effectuent des recherches
depuis des années sont donc inquiètes de la manière dont le transfert
va s'opérer. Ne serait-il pas possible qu'il se déroule selon un rythme
moins accéléré? La limite de 2008 risque de projeter le service dans
une dynamique qu'il ne souhaite pas je suis désolé de vous le dire.
Qu'une divergence de vues existe entre le directeur de l'Office des
étrangers et la personne responsable des Archives générales, ce
n'est pas mon problème; mais c'est elle qui cause l'inquiétude des
gens qui en viennent à se demander comment ils pourront poursuivre
leur travail.
03.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): De mensen die met die
archieven werken dreigen niet
alleen een aangename ruimte te
verliezen, maar ook de contacten
met personen met wie ze een
band hadden opgebouwd. Is het
niet mogelijk de verhuizing van de
archieven wat minder snel te laten
verlopen? Door voorop te stellen
dat een en ander nog in 2008 rond
moet zijn, dreigt die dienst tegen
zijn zin in die dynamiek te worden
meegesleurd. De uiteenlopende
visies van de directeur van de
dienst Vreemdelingenzaken en de
verantwoordelijke
van
het
Algemeen Rijksarchief leiden tot
ongerustheid bij die personen, die
zich afvragen hoe ze hun werk nog
gaan kunnen voortzetten.
Le président: Ne sortez-vous pas quelque peu de l'objet de votre
question?
De voorzitter: Wijkt u niet
enigszins af van het onderwerp
van uw vraag?
03.04 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Non.
03.05 Sabine Laruelle, ministre: Monsieur Lahssaini, c'est bien
entendu votre rôle de relayer les préoccupations du citoyen.
Néanmoins, je vous prie simplement de regarder les questions qui ont
déjà été posées. Cela nous ferait gagner beaucoup de temps.
Ensuite, je ne peux pas vous laisser tenir de tels propos sur les
fonctionnaires habilités et les chercheurs qui travaillent aux Archives
générales du Royaume, qui disposent de toutes les compétences
requises. Vous faites donc un procès gratuit et inacceptable!
Que certains fonctionnaires de l'Office des étrangers ne se
réjouissent pas de cette situation, je le comprends parfaitement
puisqu'ils voient qu'une partie de leur boulot va partir ailleurs. Quant
au rythme, on ne peut pas reprocher tout et son contraire à la fonction
publique! On lui reproche d'être trop lente, alors que les contacts ont
03.05 Minister Sabine Laruelle:
Ik kan niet dulden dat u dergelijke
uitspraken
doet
over
de
gemachtigde ambtenaren en de
onderzoekers in dienst van het
Algemeen Rijksarchief, die over
alle
vereiste
bekwaamheden
beschikken. Uw uitspraken zijn
gratuit en onaanvaardbaar!
Dat sommige ambtenaren van de
dienst Vreemdelingenzaken niet
zo blij zijn met deze gang van
zaken, begrijp ik. Wat de snelheid
betreft, krijgt het openbaar ambt
doorgaans het verwijt te traag te
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
été pris depuis juillet 2007.
Un an et demi, cela ne me semble pas être un délai particulièrement
court!
zijn!
Le président: L'incident est clos. Je regrette, monsieur Lahssaini
mais c'est le règlement.
De voorzitter: Het incident is
gesloten. Het spijt mij, mijnheer
Lahssaini, maar aldus luidt het
reglement.
03.06 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, le
dernier mot appartient aux parlementaires. En outre, je ne peux
laisser Mme la ministre me répondre de la sorte. C'est mon droit le
plus élémentaire de poser cette question.
03.06 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Mijnheer de voorzitter,
het laatste woord komt toe aan de
parlementsleden. Ik kan het
bovendien niet laten gebeuren dat
mevrouw de minister mij een
dergelijk antwoord geeft. Het is
mijn elementair recht om die vraag
te stellen.
03.07 Sabine Laruelle, ministre: Critiquer des fonctionnaires, ce
n'est pas votre droit le plus élémentaire!
03.07 Minister Sabine Laruelle:
Het is niet uw elementair recht om
ambtenaren te bekritiseren!
03.08 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Je ne critique pas les
fonctionnaires, madame la ministre. Je relaie la crainte des personnes
qui accomplissent ce travail et qui ont peur de perdre un acquis et un
savoir-faire. Je ne m'occupe pas de cuisine interne. Je ne fais que
vous répéter ce que j'ai entendu, parfois même de la bouche des
responsables des services des archives qui se plaignent qu'on ne les
écoute pas. Si eux-mêmes rendent public ce débat, ce n'est pas de
ma faute. Vous avez le choix de l'entendre ou de ne pas l'entendre.
Dire que le délai est suffisant, c'est avouer que vous ignorez ce qu'est
une recherche historique, vous ne savez pas le temps que cela prend
ni l'investissement que cela représente.
03.08 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Ik
bekritiseer geen
ambtenaren.
Ik
geef
alleen
ruchtbaarheid aan de vrees van
mensen die dat werk uitvoeren en
bang zijn dat er een aantal
verworvenheden
en
knowhow
verloren zullen gaan. Wanneer u
zegt dat die termijn voldoende is,
geeft u toe dat u niet weet wat een
historisch onderzoek is. U weet
niet hoeveel tijd zoiets in beslag
neemt, noch wat voor een
investering dat betekent.
03.09 Sabine Laruelle, ministre: Mais les recherches pourront
continuer! Ce délai, c'est celui du transfert des archives. Elles seront
tout aussi accessibles à la recherche. Vous devriez visiter les
Archives!
03.09 Minister Sabine Laruelle:
Maar er zal onderzoek kunnen
blijven verricht worden! Die termijn
wordt
vooropgesteld
om
de
archieven over te brengen. Ze
zullen zal toegankelijk blijven voor
onderzoek. U zou eens een
bezoek moeten brengen aan de
archieven!
03.10 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Je les connais bien plus que
vous le croyez. Par contre, il y a certainement des choses que vous
devriez aller vérifier vous-même. Vous devriez aller voir comment on
s'en sert.
03.10 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Ik ken de archieven beter
dan u denkt. Er zijn daarentegen
ongetwijfeld een aantal zaken die
u zelf eens zou moeten gaan
checken. U zou moeten gaan
kijken
hoe
die
archieven
geraadpleegd worden.
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Samengevoegde vragen van
- de heer Mathias De Clercq aan de minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de aangekondigde hervorming van de Europese landbouwsubsidies"
(nr. 5599)
- mevrouw Nathalie Muylle aan de minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid
over "de 'Health Check' van het GLB" (nr. 5845)
04 Questions jointes de
- M. Mathias De Clercq à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la Politique
scientifique sur "la réforme annoncée du système des subventions agricoles européennes" (n° 5599)<br>- Mme Nathalie Muylle à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la Politique
scientifique sur "le bilan de santé ou 'Health Check' de la PAC" (n° 5845)</b>
04.01 Mathias De Clercq (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijn
vraag gaat over de aankondiging tot hervorming van het Europees
landbouwbeleid, een bijzonder essentieel thema, omdat het een van
de hefbomen is om tot een meer rechtvaardige wereld te komen.
Mevrouw de minister, dinsdag 20 mei presenteerde de Europese
Commissie
haar
blauwdruk
voor
een
modern,
actueel
landbouwbeleid. Het is de bedoeling van commissaris Fischer-Boel
om de boeren sneller en flexibeler te laten inspelen op evoluties en
andere nieuwe uitdagingen, zoals de klimaatproblematiek. De
commissaris wenst dat te bewerkstelligen door het mes te zetten in de
subsidies die de boeren ontvangen, waarbij vooral de grote
landbouwbedrijven het meeste zullen moeten inleveren. Eveneens wil
ze de subsidies die worden toegekend aan de boeren, loskoppelen
van de geproduceerde hoeveelheden. In plaats van een wirwar van
premies krijgt de boer dan één subsidie. Voorts wil de Commissie ook
de inkomenssteun aan de boeren verder inkorten. Nu moeten zij
reeds 5 procent van hun subsidies afstaan aan een fonds voor
plattelandsontwikkeling. De Commissie wil het huidige percentage
optrekken tot 13 procent in 2012. Bedrijven die 100.000 euro subsidie
krijgen, zullen daardoor 3 procent minder krijgen, bij 200.000 euro
wordt dat 6 procent en bij subsidies van 300.000 euro wordt het
toegekende bedrag met meer dan 9 procent ingekort. De
landbouwministers van de Europese lidstaten moeten nog wel hun fiat
geven aan deze plannen, wat meer bepaald rond november 2008 zal
gebeuren.
Ik juich deze hervormingen toe, maar ik ben wel absoluut de mening
toegedaan dat zij helemaal niet toereikend of verregaand genoeg zijn.
Uit tal van studies blijkt immers dat de gemeenschappelijke
landbouwpolitiek van de Europese Unie de ontwikkelingslanden
jaarlijks enorm veel welvaartsverlies doet lijden, voor om en bij de
40 miljard dollar. De Europese belastingbetalers en consumenten
hoesten miljoenen euro op aan belastingen en moeten bovendien ook
nog eens duurdere prijzen in de winkels betalen om dit systeem te
consolideren. Bepaalde producenten, waarvan men zich kan afvragen
of zij de steun nodig hebben, strijken gigantische winsten op. De
economische en vooral menselijke kosten zijn voor rekening van de
ontwikkelingslanden. Het is een protectionistisch, schandelijk beleid
dat miljoenen mensen tot armoede veroordeelt en het vormt een
obstakel
voor
een
meer
structurele
economische
ontwikkelingssamenwerking. Ontwikkelingssamenwerking is heel
goed, het moet ook meer gebeuren, maar men kan geen
04.01 Mathias De Clercq (Open
Vld): La Commission européenne
a présenté le 20 mai son projet
pour
une
politique
agricole
moderne. Il s'agit de veiller à ce
que les agriculteurs puissent
réagir plus vite et plus souplement
aux nouveaux défis, et ceci
principalement en sabrant dans
les nombreux subsides. De même,
la Commission entend dissocier
les subventions des quantités
produites. Au lieu de l'actuel
embrouillamini de primes, les
agriculteurs recevront désormais
une
subvention
unique.
La
Commission entend également
faire passer de 5 à 13 % la part
des subventions qui sont cédées
au Fonds de développement rural.
Cette mesure touchera surtout les
grandes entreprises agricoles.
Je me réjouis de ces réformes,
mais elles ne vont pas encore
assez loin à mon sens. En effet, la
politique agricole européenne est
à
l'origine
d'une
perte
de
prospérité annuelle, pour les pays
en développement, qui équivaut à
40 milliards environ tandis que
certains producteurs réalisent des
bénéfices
faramineux.
Cette
politique agricole européenne vient
aussi contrecarrer la coopération
au développement économique
structurelle. La meilleure stratégie,
pour favoriser la croissance
économique, c'est d'autoriser un
pays à commercer avec le reste
du monde. C'est pourquoi je
préconise la suppression totale
des subventions agricoles, des
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
ontwikkelingssamenwerkingsbeleid voeren als men langs de andere
kant via handel en via het Europees landbouwbeleid de boeren in het
Zuiden veroordeelt tot armoede. Dat protectionistisch gedrag van de
rijke landen, die tegelijkertijd vragen om de markten van
ontwikkelingslanden open te stellen, is immoreel. De beste strategie
om economische groei te bewerkstelligen, bestaat erin dat men een
land toelaat om handel te drijven met de rest van de wereld. Daarom
pleit ik resoluut voor een totale afschaffing van alle
landbouwsubsidies, exportsubsidies en importheffingen.
Mevrouw de minister, ik vernam graag twee zaken van u. Bent u ook
voorstander van een totale afschaffing van al die landbouwsubsidies,
exportsubsidies, importheffingen? Wat is uw persoonlijk standpunt
over de aangekondigde subsidiehervorming van de commissie?
subsides à l'exportation et des
taxes à l'importation.
Quelle est la position de la ministre
face
à
l'hypothèse
d'une
suppression intégrale et comment
réagit-elle à l'annonce d'une
réforme des subventions?
04.02 Nathalie Muylle (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, zoals de heer Clercq heeft gezegd liggen de
voorstellen van de commissie op tafel. Het zou een
gezondheidscheque moeten zijn. Het zal u niet verbazen dat mijn visie
enigszins anders is dan die van de heer De Clercq.
Ik vind dat het al zeer vergaand is. Het voorstel bevat drie grote
pijlers. In de eerste plaats gaat men de directe inkomenssteun, de
bedrijfstoeslagrechten, afromen. Dat is een eerste doelstelling die
verder gaat. Wij weten dat ons land op dat vlak al heel wat
inspanningen heeft gedaan. Heel wat andere Europese landen staan
daarin vandaag minder ver dan wij.
Een tweede pijler is dat men een deel van de middelen wil inzetten in
het kader van de nieuwe uitdagingen en de plattelandsontwikkeling.
Ook voor het marktbeheer en het risicobeheer zal in de nodige
middelen worden voorzien. Daarnaast zullen nog vier belangrijke
marktondersteunende instrumenten afgebouwd of afgeschaft worden,
zoals de braakligging en de melkquotaregeling die men tegen 2015
wil afbouwen. Een deel van deze elementen zit ook in de health
check.
Ten derde is het de bedoeling om het Europees landbouwbeleid af te
stemmen op de nieuwe uitdagingen die komen. Er is de hele
discussie inzake het klimaat, de biobrandstof, de hernieuwbare
energie, de biodiversiteit en ook het waterbeheer. Dat laatste is een
belangrijke punt, een gewestmaterie, maar het is op Europees niveau
een van de grote uitdagingen van de komende jaren.
Wat mij sterk opvalt, is dat in de voorstellen van de Europese
commissie vandaag zeer weinig rekening wordt gehouden met
voedselvoorziening en voedselzekerheid en het behouden van een
eigen Europese productiecapaciteit. Daarover had ik wel een aantal
vragen, mevrouw de minister.
In het voorstel heeft men het over een verplichte modulatie van 13%.
Vandaag is dat 5%. In het voorstel staat dat er om de vier jaar telkens
2% zou bijkomen. In totaal zou het gaan om een modulatie van 13%
die van de inkomenssteun zou wegvloeien.
Wij weten zeer goed welke inspanningen op het vlak van het
Europees landbouwbeleid en de ontkoppeling reeds zijn gebeurd. Wij
kennen ook de randvoorwaarden die daaraan terecht zijn gekoppeld
04.02 Nathalie Muylle (CD&V -
N-VA): La proposition comprend
trois grands piliers. Le premier,
l'écrémage des aides au revenu,
c.-à-d. des droits au paiement
unique, est une technique à
laquelle la Belgique recourt déjà
plus largement que la plupart de
ses voisins. Le deuxième consiste
à mobiliser une partie des moyens
dans le cadre des nouveaux défis,
du développement rural, de la
gestion du marché et de la gestion
des risques. Par ailleurs, quatre
instruments
de
soutien
des
marchés,
parmi
lesquels
notamment la mise en jachère et
le régime des quotas laitiers,
feront l'objet d'une extinction
progressive ou seront supprimés.
Le troisième pilier vise à adapter la
politique agricole européenne aux
nouveaux défis sur le plan du
climat, des biocarburants, des
énergies renouvelables, de la
biodiversité et de la gestion de
l'eau. Tous ces objectifs ne
prennent cependant guère en
considération la question de
l'approvisionnement et de la
sécurité alimentaires ni le maintien
d'une capacité de production
européenne. La proposition prévoit
de soustraire aux aides au revenu
un montant correspondant à une
modulation obligatoire de 13 %.
Le fait que les gros subsides
soient écrêtés ne me gêne pas.
Dans la proposition, les cas de ce
genre sont au nombre de 250.000.
En revanche, je suis opposée à
une diminution des subsides pour
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
op het vlak van arbeidsvoorwaarden en dierenwelzijn zeer goed. Dat
zijn allemaal elementen die vandaag voor een hogere productiekosten
zorgen.
De heer De Clercq had het over woekerwinsten. Ik heb geen
probleem met het feit dat grote subsidies zouden worden afgetopt. Ik
heb er in de commissie altijd voor gepleit dat, zelfs vanaf een bepaald
bedrag van 50.000 of 100.000 euro, men maximaal tot een degelijk
bedrag aftopt.
Ik zie nu dat het in het voorstel gaat over 200.000 of 300.000. Ik heb
geen enkel probleem met een aftopping, maar ik wil er mij wel tegen
verzetten dat het gros van de boeren dat in ons land die subsidies
krijgt, heel wat minder subsidies krijgt. Vaak gaat het van 7.000 à
8.000 tot 10.000 à 12.000 euro. Voor hen is dit een noodzakelijke
inkomensondersteuning. De hele energieproblematiek is er ook aan
gekoppeld. Wij zien vandaag dat heel wat sectoren met verlies
werken. Zij hebben het zeer moeilijk. Hoewel de voedselprijzen stijgen
in de supermarkten dat is ons allemaal heel duidelijk weten wij
ook heel goed dat de producent heel veel van die prijsstijgingen zeker
niet doorgerekend krijgt, wel integendeel. Wij kennen allemaal die
verhalen.
Ten tweede, mevrouw de minister, er is een vrijwillige modulatie, wat
de verschuiving naar het risicobeheer betreft. Ik heb vragen over het
vrijwillige karakter. Wij zijn daar voorstander van. Als de eerste fase
van de staatshervorming door het Parlement goedgekeurd wordt,
weten wij dat een deel van het Landbouwrampenfonds naar de
Gewesten gaat, precies om tegemoet te komen aan het risicobeheer.
Bepaalde landen zullen dat niet doen. Bepaalde landen hebben dit
voor ons al gedaan. Nederland en Frankrijk staan daarin al een stuk
verder. Vindt u het een goede zaak dat het vrijwillig gebeurt? Men
krijgt dan binnen het globaal landbouwbeleid namelijk opnieuw twee
snelheden.
Vindt u het goed dat de marktondersteunende maatregelen de
braakligging en de melkquota worden op termijn afgebouwd in een
keer zouden worden afgeschaft? Bent u geen voorstander van een
meer flexibel systeem waarbij in bepaalde marktomstandigheden
bijvoorbeeld de braakligging niet verder meer gesubsidieerd wordt? Ik
meen dat dit een terechte beslissing is. Ik kan mij inbeelden dat men
het op een bepaald ogenblik in bepaalde sectoren weer nodig vindt
om die mechanismen opnieuw in te voeren. Pleit u ter zake voor een
flexibel systeem?
Dat zijn de grote lijnen. De vraag is wat uw positie is. Ik weet dat u
daarover moet overleggen met de ministers van landbouw van de
Gewesten, maar u blijft nog altijd de spokeswoman op het Europese
niveau. Daarom zou ik graag weten, mevrouw de minister, wat u vindt
van het voorstel dat vandaag op tafel ligt en wat de verdere stappen
zijn. Collega De Clercq heeft verwezen naar de Europese
Ministerraad van Landbouw. Jullie zijn vorige week samen geweest. Ik
heb in de krant gezien dat daarover wel informeel wat contacten
geweest zijn. Wat zijn de volgende stappen? Ik heb ook begrepen dat,
om de procedure in het Europees Parlement vanaf 2009 niet te
moeten ondergaan, men graag dit jaar nog tot een beslissing zou
komen in de Raad. Wat is het standpunt van de Belgische regering?
la grande majorité des fermiers
car ils recevront un montant
nettement inférieur. De plus, ces
fermiers subissent de plein fouet la
hausse du prix des produits
énergétiques étant donné qu'ils ne
peuvent la répercuter sur leurs
clients.
Dans
la
proposition,
une
modulation volontaire dans le
cadre de la gestion des risques est
prévue.
La
ministre
est-elle
favorable
à
ce
caractère
volontaire?
Ce
système
n'engendrera-t-il pas, globalement,
une agriculture à deux vitesses?
La ministre estime-t-elle qu'il
convient
de
démanteler
les
mesures de soutien au marché
graduellement
ou
de
façon
abrupte? Pense-t-elle comme moi
qu'un
système
flexible
qui
permette de réagir facilement aux
fluctuations
du
marché
est
préférable?
Je comprends parfaitement que la
ministre doive se concerter avec
les ministres de l'Agriculture des
Régions mais la ministre fédérale
reste notre relais à l'échelon
européen. Que pense-t-elle de la
proposition
actuelle?
Quelles
démarches doivent encore être
entreprises selon elle? Quelle
position le gouvernement belge
adopte-t-il à l'égard de l'intention
affichée par le Conseil de parvenir
à une décision avant la fin de
l'année?
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Le président: Je voudrais rappeler aux députés que la question dure en principe cinq minutes y compris la
réponse. Je comprends Mme la députée mais vu le nombre de questions à l'ordre du jour, je dois veiller à
rendre possible l'audition de tous nos collègues, surtout avec le ministre suivant.
04.03 Minister Sabine Laruelle: Mijnheer de voorzitter, collega's, de
heer De Clercq spreekt over een Europese begroting voor
landbouwbeleid van 40 miljard. Het is minder dan 40 miljard. Het is
ongeveer 35 à 37 miljard euro. Weet u hoeveel procent dat is van de
openbare begroting? Dat mag alleen voor de openbare begrotingen
van de Europese Unie. Het landbouwbeleid zit op Europees niveau.
De lidstaten betalen minder voor de landbouw dan vroeger. Als u kijkt
naar de begroting van de Europese Unie, de begroting van de 27
Europese lidstaten en de begroting voor landbouwbeleid, dan ziet u
dat het landbouwbeleid ongeveer 2 tot 3% van de openbare
begrotingen uitmaakt. Het is dus een bijna verwaarloosbaar bedrag.
Als u kijkt naar het bedrag voor mobiliteit, dan is er bijna niets op
Europees niveau maar wel een hoog bedrag bij de lidstaten. Ik spreek
dus liever over een percentage van de openbare begroting.
Inkomenssteun,
invoerheffingen
en
restituties
samen
met
interventiemaatregelen of steunmaatregelen voor de afzet behoren tot
de eerste pijler van het Europees landbouwbeleid. In het raam van de
bespreking over de health check van een gemeen beleid heeft België
gepleit voor het behoud van een sterke en efficiënte eerste pijler om
borg te kunnen staan voor de realisatie van de doelstellingen
betreffende inkomenssteun en marktregulatie, rekeninghoudend met
de schommelingen op de landbouwmarkten. Het standpunt van België
is een met de Gewesten overlegd standpunt.
Vragen in verband met de toekomst van restituties en invoerheffingen
staan momenteel in het middelpunt van de belangstelling bij de
bespreking van de Wereldhandelsorganisatie. In dit verband heeft de
Europese Gemeenschap, dus de Europese Unie en de lidstaten,
toegezegd om de restitutie bij uitvoer in 2013 op te heffen om tot een
evenwicht te kunnen komen met het niveau van de andere
marktvervormingen die andere uitvoerlanden toepassen zoals
bijvoorbeeld het exportkrediet in de Verenigde Staten, de voedselhulp
en staatshandelsondernemingen, zowel in Canada als in Nieuw-
Zeeland, voor melk. In de huidige stand van zaken staan we nog ver
van
het
volledig
parallellisme
tussen
de
verschillende
concurrentievormen bij uitvoer. Het is volgens mij essentieel dat dit
parallellisme bereikt wordt. De Europese Unie wil wel de
uitvoerrestitutie afschaffen in 2013 maar we willen ook dat de andere
landen hetzelfde doen met de exportkredieten enz.
Wat de invoerheffing betreft, meen ik dat ze ook een belangrijke rol
speelt op het vlak van de stabiliteit van de binnenlandse markt. Wenst
men een bevoorrading die steeds meer afhankelijk is van het
buitenlands aanbod, met als gevolg minder vat op de traceerbaarheid
en de kwaliteit of hygiëne van de voedingsmiddelen enerzijds en op
de prijsschommelingen anderzijds? Dat denk ik niet. Om die redenen
ben ik voorstander van het behoud van een minimum van
bescherming aan de grenzen. Bij de Wereldhandelsorganisatie
spreken wij over de gevoelige producten. Voor bijvoorbeeld vlees en
melk is het belangrijk om enige bescherming te hebben in de
Europese Unie. Ik ben het met u eens dat het bijvoorbeeld ook voor
Afrika belangrijk is.
04.03 Sabine Laruelle, ministre:
Le budget européen alloué à la
politique agricole se situe entre 35
et 37 milliards, et non 40. La
politique agricole ne représente
que 2 à 3 % des budgets publics.
L'aide au revenu, les taxes à
l'importation et les restitutions
relèvent du premier pilier de la
politique agricole européenne, au
même titre que les mesures
d'intervention et d'aide en matière
de
débouchés.
La
Belgique
préconise le maintien d'un pilier
solide et efficace afin de garantir la
réalisation des objectifs liés à
l'aide au revenu et à la régulation
du marché, tout en tenant compte
des fluctuations sur les marchés
agricoles.
La Communauté européenne s'est
engagée à supprimer la restitution
à l'exportation dès 2013. L'objectif
est d'atteindre ainsi un nécessaire
équilibre avec le niveau des
transformations
du
marché
appliquées par d'autres pays
exportateurs. À ce jour, nous en
sommes encore très loin.
La taxe à l'importation joue un rôle
important pour la stabilité du
marché intérieur. Je suis favorable
au maintien d'un minimum de
protection
aux
frontières.
L'Organisation
mondiale
du
commerce évoque les produits
sensibles, notamment la viande et
le lait.
L'Afrique doit pouvoir définir plus
de produits sensibles que l'Union
européenne. Ainsi, il convient de
protéger
le
Sénégal
contre
l'importation de riz asiatique, par
exemple. L'Union européenne doit
quant à elle se prémunir contre
l'importation de poulets chlorés en
provenance des États-Unis ou de
viande aux hormones. Les non-
trade concerns revêtent une très
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Afrika moet meer gevoelige producten kunnen definiëren dan onder
meer de Europese Unie. Let wel, de zuidelijke landen zijn niet
allemaal dezelfde. Als u kijkt naar de biobrandstof in Brazilië en
Soedan is dat niet dezelfde. We moeten erkennen dat Senegal de
mogelijkheid moet hebben van bescherming tegen, bijvoorbeeld,
rijstinvoer uit Azië. Het is dus heel belangrijk dat de verschillende
landen een lijst met gevoelige producten hebben: een kleinere lijst
voor ontwikkelde landen in Noord en Zuid en een brede lijst voor de
andere landen.
We moeten oog hebben voor non-trade concerns. We hebben nu
bijvoorbeeld het voorstel van de Commissie voor invoering van kippen
met chloor uit de Verenigde Staten. Het is heel belangrijk dat de
Europese Unie en de andere landen een bescherming hebben tegen
de invoer hiervan. Dat is nu het geval met de kippen, maar ik kan ook
spreken over vlees met hormonen. Het is van kapitaal belang deze
non-trade concerns te behandelen in de Wereldhandelsorganisatie.
Sinds de hervorming in 2003 werd praktisch alle hulp losgekoppeld
van de productie, alleen de vache allaitante is nog gekoppeld. Er is
dus geen verband meer tussen het bedrag van de hulp en het volume
van de productie. Bovendien zijn de voordelen van die hulp verbonden
aan de naleving van voorschriften op het vlak van gezondheid,
dierenwelzijn en milieu waarvan de impact op de productiekosten niet
te onderschatten is. Ik ben van mening dat de belangrijkste
bestaansreden van die hulp in feite ligt in de compensatie van de
meerkost voor het respect van die normen die zeer verschillend zijn in
de concurrerende landen. De boeren in Europa moeten veel
maatregelen respecteren. Ze hebben veel normen: voedselveiligheid,
dierenwelzijn, milieu, enzovoort. Ze moeten werken op de
wereldmarkt. Het is dus heel belangrijk dat de Europese Commissie
onze boeren helpt om die verplichtingen te respecteren. Dat is dus de
situatie. De toestand in Europa verschilt heel veel met andere landen.
De voorstellen van de Commissie in het kader van de heath check
stellen het principe van deze directe hulp niet opnieuw in vraag. Ze
slaan op de uitkeringen, rechtstreekse inhouding op de nationale
enveloppe, modulering enzovoort. Ik ben er in elk geval voorstander
van om het vrijgekomen bedrag opnieuw toe te wijzen in het raam van
de eerste pijler ofwel via bijkomende betaling ten gunste van
duurzame productiemethoden zoals productie van grassoorten ofwel
door een ander systeem van risicobeheer zoals op het niveau van de
economie, het klimaat of de gezondheid.
In de informele raad heb ik het standpunt van België meegedeeld.
Wat hebben we gezegd? 13% modulering tussen de eerste en de
tweede pijler ligt te hoog voor België. Dat heb ik overlegd met mijn
gewestcollega's. Een van onze voorstellen is bijvoorbeeld dat we een
bedrag van die 13% in de eerste pijler willen behouden om een
verzekering voor een beter risicobeheer te hebben, bijvoorbeeld in de
plaats van een rampenfonds of iets anders.
Om af te sluiten, rekening houdend met de specificiteit in de
landbouw, denk ik niet dat de ontmanteling van de eerste pijler van
het Europees landbouwbeleid om nog alleen de maatregelen te laten
spelen, een gunstige optie is, noch voor de Europese landbouwers,
noch voor de landbouwers in de ontwikkelingslanden, zoals misschien
grande
importance
pour
l'Organisation
Mondiale
du
Commerce.
Depuis la réforme de 2003, toutes
les aides sont dissociées de la
quantité de production. De plus,
l'aide est conditionnée au respect
de prescriptions en matière de
santé, de bien-être des animaux et
d'environnement. La principale
raison d'être de l'aide réside dès
lors dans la compensation du
surcoût entraîné par ces normes
sévères. Les propositions de la
Commission ne remettent pas en
question le principe de l'aide
directe mais elles vont dans le
sens
d'une
modulation.
Je
préconise de ré-attribuer les
montants libérés dans le cadre du
premier pilier ou par le biais d'une
intervention supplémentaire pour
les méthodes de production
durables ou d'un système de
gestion des risques.
Lors du conseil informel et après
concertation avec les Régions, j'ai
communiqué la position de la
Belgique. Une modulation de 13 %
est exagérée, selon nous. Nous
voulons maintenir ces 13 % dans
le premier pilier pour garantir une
meilleure gestion des risques.
Le démantèlement du premier
pilier n'est favorable ni aux
agriculteurs européens ni à ceux
des
pays
en
voie
de
développement. Les pays en voie
de développement doivent être
encouragés
à
élaborer
une
politique
agricole
cohérente,
adaptée à leur spécificité.
En ce qui concerne l'avenir des
quotas
laitiers,
les
Régions
wallonne et flamande n'ont pas le
même point de vue. Tant que les
Régions ne se mettent pas
d'accord, je ne puis me prononcer.
Les propositions seront examinées
au sein du groupe de travail du
Conseil en vue d'obtenir un accord
politique en novembre 2008.
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
zou kunnen worden beweerd. Integendeel, de ontwikkelingslanden
moeten aangespoord worden om een coherent landbouwbeleid uit te
voeren dat aangepast is aan hun eigenheden, en niet om
economische bekommernissen te integreren in de wetgeving die de
uitwisseling op wereldvlak regelt.
Mevrouw Muylle heeft onder meer gesproken over de toekomst van
de melkquota. Ook de Commissie stelt voor om jaarlijks een
verhoging met 1% te hebben tot 2015. Met de huidige situatie in de
melksector ben ik er niet zeker van dat mijn twee collega's van de
Gewesten een gezamenlijk standpunt kunnen definiëren. Ik hoop van
wel, maar ik ben er niet zeker van. Bijvoorbeeld, in het Waals Gewest
wil men geen verhoging van de quota, maar de quota behouden na
2015. Ik denk dat in het noorden van het land de toestand een beetje
anders is. We moeten dus nagaan of het mogelijk is om in België een
gezamenlijk standpunt te definiëren. Als de Gewesten geen akkoord
hebben, kan ik niets zeggen. Donc, België doit s'abstenir.
De voorstellen zullen in de werkgroep van de Raad worden
onderzocht met het oog op het bereiken van een politiek akkoord in
november 2008 onder Frans voorzitterschap.
Le président: Je rappelle aux députés que la suite du débat est censée être limitée à deux minutes.
04.04 Mathias De Clercq (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, ik zou
eerst willen terugkomen op een argument van mevrouw Muylle.
Mevrouw Muylle, u haalt het argument van de voedselzekerheid aan.
Welnu, het beste middel om voedselzekerheid te bekomen, is toe te
laten dat er diversificatie is, dus dat er ook in andere werelddelen op
deze aardbol geproduceerd kan worden. Dat is nu helemaal niet het
geval. De exportsubsidies zijn van die aard dat wij middelen geven
waardoor de boeren in de ontwikkelingslanden zelfs hun eigen
producten niet in hun eigen winkels kwijt kunnen. Dat is totaal de
wereld op zijn kop. Nochtans hebben zij een comparatief voordeel
inzake de productie van landbouwproducten en dergelijke. De
importheffingen van de EU zorgen er dan ook nog eens voor deze
producten die normaal op onze markt moeten terechtkomen,
gehinderd worden, wat dus echt een enorm verlies is voor de
ontwikkeling van die landen, vooral inzake menselijke kost. Ik vind dat
echt wel dramatisch.
Mevrouw de minister, ik denk dat u mij niet goed had begrepen. De
40 miljard die ik aanhaalde, bedoelde ik niet als de kosten van het
Europees landbouwbudget, maar wel als de kosten die
ontwikkelingslanden mislopen dat blijkt uit studies , mochten zij wel
toegelaten kunnen worden om handel te drijven. Ik dacht inderdaad
dat het Europees landbouwbeleid nog altijd iets meer dan 40%
bedraagt van het totale Europese budget. Die 40 miljard zijn de
kosten die de ontwikkelingslanden mislopen. Toch zou dat wel een
echt goede vorm van welvaartscreatie zijn.
U haalt het argument aan dat het parallel zou moeten lopen met
andere actoren die een schandelijk landbouwbeleid voeren, zoals
Amerika, maar ook Japan. Ik vind het evenwel geen argument om te
wachten op die landen om zelf geen initiatief te nemen, om zelf komaf
te maken met een Europees beleid dat verhindert welvaartscreatie te
genereren in ontwikkelingslanden. Dat argument gaat volgens mij dus
04.04 Mathias De Clercq (Open
Vld): Mme Muylle a utilisé
l'argument
de
la
sécurité
alimentaire mais le meilleur moyen
d'obtenir la sécurité alimentaire est
de permettre la diversification sur
tous les continents. Pour l'instant,
étant donné les subventions à
l'exportation, les agriculteurs des
pays en voie de développement ne
peuvent pas même vendre leurs
produits dans leur propre pays.
Par ailleurs, la taxe à l'importation
de l'Union européenne contribue
également à ce qu'ils ne puissent
pas écouler leurs produits en
Europe. Des études ont montré
que les pays en voie de
développement sont ainsi privés
de 40 milliards d'euros.
La ministre souligne que l'Europe
doit attendre les autres pays qui
mènent également une politique
agricole défavorable, comme les
États-Unis et le Japon, mais je ne
suis pas d'accord. Selon moi, les
prélèvements aux importations
sont seulement acceptables pour
les
pays
en
voie
de
développement jusqu'à ce qu'ils
atteignent le même niveau que les
pays riches. À ce moment-là, le
marché peut être libéralisé. Je
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
niet op.
Ik kan met u akkoord gaan inzake de importheffingen, maar dan voor
de ontwikkelingslanden, niet voor rijke continenten zoals het onze of
Amerika, maar wel voor landen die nog niet klaar zijn om direct te
concurreren. Ik pleit ook voor een soort van infant industry, voor een
soort van importheffingen, maar dan wel voor de ontwikkelingslanden,
teneinde hen op hetzelfde niveau te laten komen, en om dan, in een
veel latere fase, de totale vrij markt ingang te doen laten vinden. Nu is
dat nog niet mogelijk.
De bepalingen inzake hygiëne, voedselveiligheid, dierenwelzijn zijn
fundamenteel. Ik sta daar ook volledig achter. Alleen mogen dat geen
nieuwe argumenten worden om protectionisme in stand te houden.
défends bien entendu également
les
dispositions
relatives
à
l'hygiène, à la sécurité alimentaire
et au bien-être animal mais il ne
peut s'agir de nouvelles entraves
visant
à
maintenir
le
protectionnisme.
04.05 Minister Sabine Laruelle: Bent u voor de invoering van kippen
met chloor?
04.05 Sabine Laruelle, ministre:
M. De Clercq serait-il favorable à
l'introduction chez nous de poulets
chlorés?
04.06 Mathias De Clercq (Open Vld): Neen, dat zeg ik niet. Ik zeg
dat er absoluut veiligheidsvoorschriften moeten zijn. Als er echter
nieuwe, zeer strenge regels bijkomen, dan is dat een nieuwe vorm
van protectionisme en daar wil ik voor waarschuwen. Dat mag niet het
argument worden om nog meer protectionisme dan er vandaag de
dag reeds is te realiseren.
Mijnheer de voorzitter, ik ga afsluiten, maar ik vind dat toch wel een
belangrijk punt. Ik betreur immers het standpunt van onze Belgische
regering.
04.06 Mathias De Clercq (Open
Vld): Non, il va de soi que
certaines règles de sécurité
doivent être respectées. Toutefois,
si de nouvelles règles strictes
devaient être instaurées, nous
devrions prendre garde à ce
qu'elles ne fassent pas naître une
nouvelle
forme
de
protectionnisme.
De voorzitter: Er is het Reglement en er zijn nog veel andere vragen.
04.07 Mathias De Clercq (Open Vld): Het is een interessant debat
en ik ben blij dat de zaken samengevoegd zijn.
Ik betreur in deze het standpunt van onze regering. Ik betreur dat men
niet de moed aan de dag legt om echt stappen te zetten in dit beleid,
in naam van een meer rechtvaardige wereld, om staten toe te laten
om handel te drijven, de beste motor om welvaart te creëren in heel
deze wereld. Dat wilde ik toch nog even kwijt.
04.07 Mathias De Clercq (Open
Vld):
Je
déplore
que
le
gouvernement belge n'ait pas le
courage de mettre en oeuvre une
politique
qui
rende
possible
l'avènement d'un monde plus
juste, ce qui permettrait aux pays
en voie de développement de faire
du commerce, le commerce étant
le meilleur moteur qui soit pour
créer de la prospérité.
04.08 Nathalie Muylle (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik ga
proberen om mij echt aan de tijd te houden.
Mevrouw de minister, ik heb heel veel positieve elementen in uw
antwoord gehoord.
Collega De Clercq, het gaat fundamenteel over twee zaken. Er zijn
vandaag twee visies. De ene visie hebt u bepleit, een volledige
liberalisering van de wereldhandel. U bent daarvoor pleitbezorger. Ik
heb heel goed naar u geluisterd. U stelt voedselzekerheid en eigen
productie in vraag. U verwijst dan naar het zuiden.
De minister heeft verwezen naar melkproductie. Als men alles gaat
04.08 Nathalie Muylle (CD&V -
N-VA): M. De Clercq prononce un
plaidoyer
en
faveur
de
la
libéralisation totale du commerce
mondial et ce faisant, il n'hésite
pas à remettre en question la
sécurité
alimentaire
et
la
production autonome de denrées
alimentaires. Il fait référence au
problème des rapports Nord-Sud.
Mais une libéralisation complète
pourrait avoir pour effet que la
production
laitière,
par
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
liberaliseren, gaat de melkproductie binnen een paar jaar misschien
volledig in Australië en Nieuw-Zeeland gebeuren. Als men dan één
ziekte heeft, MRSA of blauwtong, dan is er geen melk meer in de
wereld. Zulke situaties gaat men krijgen.
Neem het voorbeeld Haïti. Haïti heeft onder druk van de Wereldbank
de markt voor rijst volledig moeten openen. Het was een land dat
leefde van de rijstproductie. Vandaag is er bijna geen rijstproductie
meer in Haïti omdat rijst vandaag goedkoper wordt ingevoerd in het
land dan dat men het zelf kan produceren. Dat zijn de gevolgen. Men
kan kiezen voor dat model.
Ik kies niet voor dat model. Ik kies voor een model van
marktregulering,
waar
men
zowel
binnen
het
Europees
landbouwbeleid, maar ook in het raam van de WTO bepaalde, in het
licht van gevoelige producten, beperkingen gaat opleggen voor de
familiale landbouw. Dat gaat over familiale landbouw hier in het
noorden, maar ook over familiale landbouw in het zuiden.
Europa heeft daar reeds heel wat stappen gezet in het raam van de
MOL- en de ACP-landen. Vandaag zijn er daar reeds nultarieven voor
invoer van heel wat producten uit het Zuiden in Europa.
Collega's, wij zitten op dit ogenblik in een cruciale fase met de WTO.
Ik heb gelezen dat de Amerikanen de farm-bill goedgekeurd hebben.
Daarin gaan zij protectionistisch opnieuw landbouwsubsidies invoeren
in Amerika. Het is een schande dat dit gebeurt. Europa heeft reeds
heel wat maatregelen genomen. Ik wil alleen niet dat wij uitgekleed
opnieuw naar de definitieve fase van die onderhandelingen gaan.
Daarom pleit ik voor de nodige voorzichtigheid.
exemple, soit monopolisée par
l'Australie et la Nouvelle-Zélande.
Et si un problème de production se
posait dans ces pays, une pénurie
de lait dans le monde entier en
résulterait. Sous la pression de la
Banque Mondiale, Haïti a été
contraint d'ouvrir complètement le
marché du riz, ce qui a eu pour
conséquence qu'aujourd'hui, il n'y
a presque plus de production de
riz en Haïti parce que le riz importé
y est nettement meilleur marché.
J'opte quant à moi pour un modèle
de régulation du marché avec des
restrictions
bénéficiant
aux
produits sensibles et à l'agriculture
familiale dans le Nord et dans le
Sud. L'Europe a déjà entrepris des
démarches dans ce sens, ce qui a
permis l'application de tarifs nuls à
l'importation
de
produits
en
provenance des pays moins
avancés (PMA) et des pays ACP
(Afrique, Caraïbes, Pacifique).
Actuellement, nous nous trouvons
dans une phase capitale sur le
plan de nos relations avec l'OMC.
Les États-Unis ont adopté leur
« farm bill » qui leur permet de
réinstaurer des subsides agricoles.
Ces mesures protectionnistes sont
un véritable scandale. Quant à
l'Europe, elle a déjà pris quantité
de mesures mais nous devons
veiller à ne pas être « plumés »
quand
nous
aborderons
la
dernière phase des négociations.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Je remercie la ministre. Il faudrait que le débat se poursuive ailleurs, dans un cadre plus
utile.
La question n
o
5678 de Mme Josée Lejeune est reportée. Mme Lejeune s'est excusée de ne pouvoir être
parmi nous.
05 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de schorsing van de betaling van de kinderbijslag van zelfstandigen"
(nr. 5686)
05 Question de M. Wouter De Vriendt à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de
la Politique scientifique sur "la suspension du paiement des allocations familiales des indépendants"
(n° 5686)</b>
05.01 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, ik 05.01 Wouter De Vriendt (Ecolo-
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
betreur dat het Reglement niet toeliet om daarnet tijdens het debat
tussen drie leden van de meerderheid te spreken. Dat is jammer. Ik
zal mij dus tot mijn vraag beperken.
Mevrouw de minister, ik verneem met enige tevredenheid dat u
onlangs aan de Ministerraad een koninklijk besluit voorlegde,
teneinde de schorsing van de kinderbijslag van zelfstandigen wegens
achterstallige betalingen van hun sociale bijdragen te versoepelen. Ik
koester de illustere hoop dat het koninklijk besluit er in navolging van
een vraag die ik over het dossier stelde, is gekomen.
Mevrouw de minister, ik heb drie aanvullende vragen. Wat houdt
bedoelde versoepeling precies in? Is er sprake van een volledige
afschaffing van de schorsing?
Ten tweede, in welke eventuele, alternatieve sancties hebt u
voorzien?
Ten derde, mag door de goedgekeurde wijziging worden
aangenomen dat de kinderbijslag nu echt een recht van het kind
wordt? Zo ja, moeten kinderen van loontrekkenden en zelfstandigen
dan niet dezelfde kinderbijslag genieten als gevolg van een dergelijk
gelijkheidsbeginsel? Wat zouden de gevolgen op het vlak van de
financiering kunnen zijn?
Groen!):
J'apprends
avec
satisfaction que la ministre a
soumis au Conseil des ministres
un arrêté royal tendant à assouplir
les mesures de suspension des
allocations
familiales
des
indépendants prises lorsque ces
derniers accusent un retard dans
le
paiement
des
cotisations
sociales.
En
quoi
consiste
précisément cet assouplissement?
Prévoit-on
des
sanctions
alternatives?
Les
allocations
familiales font-elles désormais
réellement partie des droits de
l'enfant? Dans ce cas, les enfants
des salariés et des indépendants
ne devraient-ils pas bénéficier des
mêmes allocations familiales?
05.02 Minister Sabine Laruelle: Mijnheer de voorzitter,
voorafgaandelijk, ik heb niet het schriftelijke antwoord voorgelezen,
maar heb wel de elementen ervan meegegeven. Ik heb iets anders
geantwoord.
Wat nu de vraag van de heer De Vriendt betreft, het ontwerp van
koninklijk besluit, dat op vrijdag 23 mei 2008 door de Ministerraad
werd goedgekeurd, houdt een belangrijke versoepeling in van het
principe, dat maakt dat de gezinsbijslagen afhangen van de betaling
van de sociale bijdragen. Voor de gezinsbijslagen die vanaf juli 2008
aan kinderen van minder dan 18 jaar worden toegekend, valt de
mogelijkheid tot opschorting volledig weg. Geen enkele, nieuwe
sanctie wordt verwacht tegen zelfstandigen die hun sociale bijdragen
niet op tijd betalen.
Mijn actie op dat vlak is meer gericht op de rol van de
socialeverzekeringsfondsen voor de zelfstandigen en de begeleiding
van zelfstandigen met financiële moeilijkheden. Mijn actie is ook
gericht op de versterking van de inningsmiddelen tegen zelfstandigen
die zich aan de verplichte bijdragen willen onttrekken. Het dwangbevel
en de sociale notificatie zijn heel doeltreffende, nieuwe instrumenten
voor de socialezekerheidsfondsen.
Ik ben inderdaad van mening dat het principe van het recht van het
kind een fundamenteel beginsel is, wat het ontwerp van koninklijk
besluit dat ik indiende, volledig bekrachtigt.
Mijn doelstelling is ook om tegen 2011, dus op het einde van de
huidige legislatuur, de gezinsbijslagen voor het eerste kind volledig
gelijk te schakelen. Het is bovendien mijn doelstelling om de
verschillende behandeling van de leeftijdsbijslagen weg te werken.
Volgens het algemene principe van het recht van het kind moeten
05.02 Sabine Laruelle, ministre:
La règle sera assouplie dans une
large mesure. Ainsi, il ne sera plus
possible de suspendre le paiement
des
allocations
familiales
octroyées à partir de juillet 2008 à
des enfants de moins de 18 ans.
Aucune nouvelle sanction n'est
prévue à l'égard des indépendants
qui
paient
leurs
cotisations
sociales en retard.
Mon action vise à renforcer les
moyens de recouvrement à l'égard
des indépendants qui tentent de
se soustraire au paiement des
cotisations
obligatoires.
La
contrainte et la notification sociale
constituent
de
nouveaux
instruments très efficaces à la
disposition
des
caisses
d'assurances sociales.
D'ici 2011, j'entends uniformiser
intégralement
les
allocations
familiales accordées pour un
premier enfant et mettre fin à la
différence de traitement au niveau
des suppléments d'âge. Si l'on se
base sur les droits de l'enfant, qui
constituent en effet des principes
fondamentaux, ces améliorations
ne doivent pas être financées par
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
voornoemde verbeteringen, waarop de zelfstandigen en hun kinderen
recht hebben, niet door een verhoging van hun sociale bijdragen
worden gefinancierd.
Ik herinner er u ook aan dat wij voor de kinderbijslag al veel hebben
gedaan. Het werk is echter nog niet ten einde. Wij moeten het werk
voor het einde van de huidige legislatuur kunnen beëindigen.
le biais d'une augmentation des
cotisations sociales. Même si nous
avons déjà réalisé de nombreuses
avancées en matière d'allocations
familiales, il reste des efforts à
fournir.
05.03 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, ik
dank de minister voor haar antwoord en voor het initiatief dat zij heeft
genomen om die onrechtvaardigheid weg te werken. In brede lagen
van de bevolking leeft het cliché dat zelfstandigen per definitie rijk zijn.
Dat is niet het geval. Heel wat zelfstandigen hebben het moeilijk rond
te komen. Achterstal in de betaling van sociale bijdragen mag dan ook
niet leiden tot een opschorting van de kinderbijslag. Daarom denk ik
dat het een zeer goede maatregel is.
05.03 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): C'est une très bonne
mesure.
Une
idée
reçue
prédomine
dans
de
larges
couches de la population: les
indépendants
seraient,
par
définition, riches. Or nombre
d'entre eux ont du mal à joindre
les deux bouts. J'estime donc
inopportun de prévoir qu'un arriéré
sur le plan du paiement des
cotisations sociales doit être
sanctionné par une suspension
des allocations familiales.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 5758 de M. Flahaut et la question n° 5774 de M. De Clercq sont retirées.
06 Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de bestrijding van de fiscale en sociale fraude" (nr. 5783)
06 Question de Mme Sonja Becq à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "la lutte contre la fraude fiscale et sociale" (n° 5783)</b>
06.01 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, ik hoorde net zeggen dat niet alle zelfstandigen rijken zijn.
Ik wil met mijn vraag evenmin zeggen dat alle zelfstandigen fraudeurs
zijn.
Niettemin blijft het dat geldt voor alle groepen van mensen in deze
samenleving belangrijk dat mensen op een correcte manier
gebruikmaken van de dienstverlening die er is, anders wordt die
dienstverlening in diskrediet gebracht. Wij moeten, als overheid, ook
onze verantwoordelijkheid nemen. Dit thema is een tijdje geleden al
aan bod gekomen, maar ik meen dat het belangrijk is om het te
blijven opvolgen. Het zat ook mee in een aantal intenties van de
regering. Het is belangrijk dat een aantal fiscale en sociale luiken en
informaties daaraan gelinkt kunnen worden en dat daartoe de nodige
toegankelijkheid bestaat. Zo blijkt dat het niet altijd zo evident is om
vanuit de sociale inspectie van zelfstandigen inzage te krijgen in
fiscale gegevens. Vandaar heb ik een aantal vragen, mevrouw de
minister.
Ten eerste, op welke wijze wordt in de praktijk nagegaan of iemand
onderworpen is aan het sociaal statuut van de zelfstandigen?
Ten tweede, wat de link naar de fiscale gegevens betreft, er werd mij
gezegd dat de RSVZ-inspectie wettelijk toegang heeft tot fiscale
gegevens. Dat was geen probleem, toen men de informatie nog op
06.01 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): Les indépendants fraudeurs
discréditent leur profession. C'est
la raison pour laquelle les pouvoirs
publics doivent réprimer la fraude
et avoir un accès suffisant aux
informations nécessaires. Il n'est
apparemment pas toujours aisé
pour
l'inspection
sociale
de
pouvoir consulter les données
fiscales
des
indépendants.
Comment
vérifie-t-on
concrètement si une personne est
soumise au statut social des
indépendants?
Aux termes de la législation, les
services d'inspection de l'INASTI
sont habilités à avoir accès aux
informations
fiscales.
Quand
toutes les informations étaient
encore tenues à jour sur support
papier, cela ne posait pas le
moindre problème. Mais depuis
l'automatisation
de
ces
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
papier kon bekijken of overdragen. Ondertussen zou het wel
problemen scheppen. De informatie werd gelukkig
geautomatiseerd, maar tegelijkertijd blijkt het moeilijk te zijn om
toegang te krijgen. Klopt die informatie? In welke maatregelen
voorziet u om de bestaande praktische obstakels uit de weg te ruimen
en om de wettelijke plicht tot samenwerking in ere te herstellen, ook
met digitaal materiaal, zodat men niet moet zeggen dat het nog altijd
mogelijk is om het papieren dossier op te vragen? Ik meen dat dit
geen goed antwoord is.
Ten derde, zult u er bij uw collega van Financiën op aandringen om
op korte termijn de inspectie van de fiscale gegevens in een
onlineconsultatie mogelijk te maken? Ik denk dan niet alleen aan het
inkomen, maar bijvoorbeeld ook aan de btw-gegevens. Ik hoor
zeggen dat het interessant kan zijn om te weten of iemand effectief
een btw-nummer heeft, maar ook of er wel facturen binnenkomen
waarop btw betaald wordt enzovoort, teneinde een activiteit te kunnen
aantonen. Kan dit eventueel gebeuren via de sociale Kruispuntbank?
Ik zie hoe binnen het OCMW ook maatschappelijk werkers toegang
hebben tot die Kruispuntbank en van daaruit ook een aantal gegevens
kunnen halen om effectief inzicht te hebben in de sociale en de fiscale
situatie. Zult u daartoe iets ondernemen?
informations, il est devenu plus
malaisé d'y avoir encore accès.
Comment la ministre compte-t-elle
résoudre
ce
problème?
Demandera-t-elle instamment au
ministre
des
Finances
de
permettre à brève échéance
l'inspection d'informations fiscales
comme,
par
exemple, les
informations
concernant
la
TVA par une consultation en
ligne? Cela pourra-t-il se faire par
le truchement de la banque-
carrefour de la sécurité sociale?
06.02 Minister Sabine Laruelle: Mijnheer de voorzitter, mevrouw
Becq, de wettelijke criteria voor de onderwerping aan het sociaal
statuut van de zelfstandigen steunen eerst en vooral op een
sociologisch vermoeden afgeleid uit artikel 3, §1, 1
e
lid van het
koninklijk besluit 38 dat stelt dat "ieder natuurlijk persoon die in België
een beroepsbezigheid uitoefent uit hoofde waarvan hij niet door een
arbeidsovereenkomst of door een statuut verbonden is, zelfstandige
is".
Een fiscaal vermoeden van onderwerping bepaalt vervolgens dat
ieder persoon die in België een beroepsbezigheid uitoefent die
inkomsten kan opleveren bedoeld in artikel 23, §1, 1
e
en 2
e
lid of
artikel 30, 2
e
lid van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen wordt
geacht zich in de in het vorig lid bedoelde voorwaarden tot
onderwerping te bevinden, tenzij bewijs van het tegendeel.
Dit fiscaal vermoeden van onderwerping is van groot belang in het
kader van de controle op de naleving van de wettelijke verplichting tot
aansluiting en betaling van sociale bijdragen.
De wet verplicht de fiscale administratie om elektronisch alle belaste
inkomsten als zelfstandige door te geven aan het RSVZ. Dit vormt
meer bepaald de belangrijkste bron van opsporing, controle en
ambtshalve aansluiting van personen die belast werden als
zelfstandigen maar nog niet aangesloten zijn bij een sociaal
verzekeringsfonds.
Het regelmatig meedelen van de inkomsten van zelfstandigen sluit
niet uit dat de inspectiedienst van het RSVZ in sommige gevallen de
fiscale dossiers moet onderzoeken op de bevoegde controledienst
van de belastingen.
De invoering van het elektronisch dossier bij de fiscale administratie
zorgt inderdaad nog voor problemen van toegang tot de informatie
voor de sociale controleurs van het RSVZ. De fout ligt bij de
06.02 Sabine Laruelle, ministre:
Les critères légaux utilisés pour
déterminer l'assujettissement au
statut social des indépendants
sont basés en premier lieu sur la
présomption sociologique que l'on
est en présence d'un indépendant,
à défaut de contrat de travail ou de
statut. Il y a aussi une présomption
fiscale d'assujettissement qui revêt
une grande importance pour le
contrôle de l'affiliation à l'INASTI et
du
paiement
de
cotisations
sociales. L'administration fiscale
est
tenue
de
transmettre
électroniquement tous les revenus
imposés des indépendants à
l'INASTI car ils constituent la
source la plus importante de
détection et de contrôle. Les
contrôleurs sociaux de l'INASTI
éprouvent
quelquefois
des
difficultés
à
accéder
aux
informations en raison du fait que
les dossiers sont introduits sous
forme électronique auprès de
l'administration
fiscale.
L'administration fiscale et l'INASTI
continuent de rechercher une
solution
qui
réponde
aux
exigences de sécurité tout en
permettant
un
accès
aux
informations
nécessaires.
Un
nouveau projet de la banque-
carrefour de la Sécurité sociale et
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
algemene regels die de toelating en de toegang tot het fiscaal dossier
regelen voor derden die, hoewel ze daartoe wettelijk gemachtigd zijn,
toch geen deel uitmaken van het personeel van de controlediensten
van de belastingen in kwestie.
De fiscale administratie en het RSVZ zetten het onderzoek voort naar
oplossingen die rekening houden met de vereisten van zware
beveiliging van de toegang, de bepaling in verband met de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de noodzaak voor de
sociale controleurs van het Rijksinstituut om de fiscale gegevens die
nodig zijn voor de toepassing van het sociaal statuut te kunnen
ophalen.
Het project Taxi-AS van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid
en van de fiscale administratie waarvan het RSVZ deel uitmaakt zal
online consultatie van de nodige fiscale gegevens toelaten,
inzonderheid aan de sociale controleurs van het RSVZ. Er dient
echter op gewezen te worden dat de gegevens die beschikbaar zullen
zijn de personen betreffen waarvoor al een dossier sociale zekerheid
werd ingegeven in het repertorium van de referentie van de
Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.
de
l'administration
fiscale
permettra aux contrôleurs sociaux
de l'INASTI de consulter en ligne
les informations fiscales requises.
Toutefois, le champ d'application
de ce projet sera limité aux
personnes concernant lesquelles
un dossier en matière de sécurité
sociale a déjà été introduit.
06.03 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Dank u, mevrouw de minister,
voor uw antwoord. Ik begrijp dus dat er inderdaad een probleem is. Ik
denk dat dit probleem er niet van vandaag op morgen is gekomen
maar dat het er al eventjes is. Ik luister naar uw antwoord daar waar u
zegt dat u een oplossing onderzoekt. Ik vermoed dat dit ook een
stukje samenhangt met het project Taxi-AS. Of zijn dit twee dingen
die losstaan van mekaar? Ik hoop dat het los van mekaar staat omdat
ik mij kan voorstellen dat die mogelijkheid van consultatie van de
RSVZ naar de fiscale dossiers op een vrij korte termijn moet kunnen
worden opgelost. Ik versta dat u het heeft over beveiliging en privacy,
terecht. Ik dacht dat dit ook gold voor de gegevens op de
Kruispuntbank. Ook daar wordt toch gezorgd voor beveiliging en
bescherming van de privacy. Het mechanisme of het systeem moet
toch beschikbaar zijn? Mijn vraag is dan ook op welke termijn u dit
ziet. Ik hoop dat u niet over maanden en jaren zult spreken want dat
zou mij dan wel erg verwonderen.
06.03 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): Quand la consultation des
dossiers
fiscaux
par
les
inspecteurs sociaux devrait-elle
être envisageable?
06.04 Minister Sabine Laruelle: Het gaat om twee verschillende
problematieken. Het is misschien niet echt fraude maar het zijn wel
twee verschillende dossiers.
Voor de Kruispuntbank van de sociale zekerheid moeten wij werken
met de collega's van Financiën en Sociale Zaken. Wij kunnen slechts
een element krijgen voor de zelfstandigen die bij de Kruispuntbank
ingeschreven zijn.
Voor het andere probleem ligt het een beetje anders. Het gaat om het
maken van een link tussen de twee administraties. Ik ben het met u
eens als u zegt dat het probleem er niet vandaag is gekomen. Ik hoop
dat de oplossing voor morgen zal zijn.
06.04 Sabine Laruelle, ministre:
Si ça ne tenait qu'à moi, demain.
06.05 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Ik zal u blijven ondervragen
zolang ik hoor dat het niet is opgelost. Ik hoop dat u er werk van
maakt.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
Het incident is gesloten.
07 Question de M. Philippe Henry à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique et au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les moyens consacrés par les
pouvoirs publics à la recherche sur les énergies renouvelables" (n° 5924)</b>
07 Vraag van de heer Philippe Henry aan de minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid en aan de minister van Klimaat en Energie over "de overheidsmiddelen voor het
onderzoek naar hernieuwbare energiebronnen" (nr. 5924)
07.01 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le ministre, vu la crise pétrolière mais surtout le défi
climatique, il apparaît indispensable d'augmenter la part d'énergies
renouvelables dans l'énergie produite et consommée dans notre pays,
obligation européenne qui s'impose à nous d'ici 2020, à concurrence
de 13% de l'énergie consommée. Nous en sommes à 2,5%.
L'utilisation de ces nouvelles énergies implique des développements
technologiques très conséquents pour élaborer de nouveaux
systèmes de production, améliorer leur rendement, les rendre
économiquement plus attractives. Ce facteur n'avait peut-être pas été
suffisamment pris en considération. On considérait sans doute que
les énergies renouvelables étaient des technologies du passé, qui
étaient prêtes, etc. Or, c'est tout le contraire! Leur développement est
nécessaire.
Il est donc indispensable que les pouvoirs publics investissent
massivement dans la recherche liée à ces nouvelles énergies. On sait
pourtant que la Belgique reste un mauvais élève globalement en
matière de moyens publics investis dans la recherche. Cela nous
empêchera
vraisemblablement
de
respecter
notre
propre
engagement de consacrer 3% du PIB à la recherche.
L'examen plus précis du secteur de la recherche dans l'énergie fait
apparaître que si de nombreux investissements sont consacrés en
matière de recherche dans ce secteur, ils le sont davantage dans le
secteur nucléaire et ce tant à l'échelle belge qu'à l'échelle
européenne.
- Quelles sont les mesures prises par le gouvernement fédéral pour
encourager la recherche dans les énergies renouvelables?
- Quels sont les moyens consacrés globalement dans notre pays par
les pouvoirs publics à la recherche sur les énergies renouvelables?
- Quelle proportion cela représente-t-il par rapport à l'ensemble des
moyens affectés à la recherche?
- Quelle est, en comparaison, la proportion de moyens attribués à la
recherche dans le domaine de l'énergie nucléaire?
07.01 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): In het licht van de
oliecrisis en de klimaatuitdaging
moet
het aandeel van de
hernieuwbare
energie
in
de
energie
die
in
ons
land
geproduceerd en verbruikt wordt,
dringend opgetrokken worden. Op
Europees
niveau
geldt
de
verplichting om dat aandeel in het
energieverbruik tegen 2020 met
13 procent op te trekken.
Momenteel zitten we maar aan 2,5
procent.
Om dat doel te bereiken moet er
nog heel wat technologische
vooruitgang worden geboekt. Het
is dan ook onontbeerlijk dat de
overheid massaal in onderzoek
investeert. België scoort op dat
vlak bijzonder slecht. Daardoor
zullen we waarschijnlijk ons
engagement om 3 procent van het
bbp aan onderzoek te besteden,
niet eens halen.
Zowel op Belgisch als op
Europees niveau komen die
investeringen vooral de nucleaire
sector ten goede.
Welke maatregelen heeft de
federale regering genomen om het
onderzoek
naar hernieuwbare
energievormen aan te moedigen?
Welke middelen trekt de overheid
globaal uit voor onderzoek naar
hernieuwbare energie?
Welk aandeel vertegenwoordigt
dat van de totale middelen die
voor
onderzoek
worden
uitgetrokken?
Hoeveel middelen gaan er in
vergelijking
met
de
andere
sectoren naar onderzoek in de
sector van de kernenergie?
07.02 Sabine Laruelle, ministre: Monsieur le président, cher 07.02 Minister Sabine Laruelle:
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
collègue, je suis également convaincue que le défi de la lutte contre
les impacts humains sur les changements climatiques associés à la
raréfaction des énergies fossiles et à la flambée du cours du pétrole
doit, bien sûr, nous conduire à de nouveaux progrès technologiques
importants pour évoluer vers une économie de moins en moins
dépendante du pétrole.
Ma vision est cependant plus large et un peu plus globale que la vôtre
en ce qui concerne les options à développer. En effet, tout le monde
sait que les énergies renouvelables sont une solution, mais une
solution partielle seulement car elles ne permettront pas à elles
seules de résoudre le défi climatique. Je préfère parler de la nécessité
d'un effort de recherche important pour les énergies de demain: les
énergies durables. Il ne s'agit donc pas uniquement des énergies
renouvelables.
La Belgique est présente dans ce secteur et développe une expertise
reconnue. A côté de l'implication des pouvoirs publics dans le
domaine des énergies renouvelables, des programmes de recherche
comme ceux relatifs à la fusion et ceux envisagés par le CEN dans le
cadre international sont évidemment importants.
Il faut bien sûr accentuer les efforts dans le domaine de l'évolution
des comportements et dans l'organisation de nos sociétés pour
réduire notre dépendance énergétique et favoriser une intégration
transversale de la problématique climatique.
Je ne dois pas vous rappeler la réalité institutionnelle de notre pays.
Si l'État fédéral est exclusivement compétent en ce qui concerne le
nucléaire, il ne dispose plus que de compétences résiduelles dans le
domaine de l'énergie. J'ai d'ailleurs à côté de moi mon collègue de
l'Énergie à qui vous pourrez poser toutes les questions en la matière
et, en particulier, en ce qui concerne les énergies renouvelables qui
relèvent je le rappelle en grande partie des Régions. Il n'est donc
pas intellectuellement correct de comparer les dépenses de l'État
fédéral dans le nucléaire et celles qu'il effectue en matière d'énergies
renouvelables puisqu'une partie de la gestion de ces énergies est
dévolue aux Régions.
En ce qui concerne le Centre d'étude nucléaire, je rappelle que ce
dernier effectue aussi des recherches et des activités dans d'autres
domaines: gestion des déchets, radioprotection, radiobiologie, radio-
écologie, biologie spatiale, etc.
Quant à la recherche, la compétence est également partagée entre
l'État fédéral et les Régions, très largement en ce qui concerne la
recherche et le développement. L'État fédéral dispose de
compétences en matière de recherche fondamentale, de recherche
nécessaire à l'exercice de ses compétences propres, notamment en
matière aéronautique et spatiale. Il faut évidemment tenir compte de
ces différents éléments.
Je ne vous parlerai pas non plus des mesures prises par mon
collègue en charge des Finances, notamment en matière d'isolation,
d'utilisation rationnelle de l'énergie, etc.
En ce qui concerne le département de la Politique scientifique
fédérale, je peux vous assurer que mon département a développé
Ik ben ervan overtuigd dat de
huidige
situatie
tot
nieuwe
technologische vooruitgang zal
leiden zodat onze economie
minder afhankelijk wordt van
aardolie.
Hernieuwbare energie is een deel
van de oplossing. Ik heb het liever
over de noodzaak om verregaand
onderzoek te verrichten naar de
energiebronnen
van
morgen:
duurzame energiebronnen. België
speelt een rol in deze sector en
ontwikkelt
een
erkende
deskundigheid.
Onderzoeksprogramma's
zoals
dat betreffende de fusie en die van
het
Studiecentrum
voor
Kernenergie (SCK) zijn belangrijk.
Net als de inspanningen om het
gedrag en de organisatie van onze
maatschappij te veranderen en op
die
manier
onze
energieafhankelijkheid
te
beperken.
De federale Staat is als enige
bevoegd voor kernenergie, maar
beschikt slechts over residuaire
bevoegdheden wat energie betreft.
Hernieuwbare energie ressorteert
in grote mate onder de Gewesten.
Het is dus intellectueel incorrect
om de uitgaven van de federale
overheid voor kernenergie en voor
hernieuwbare energie met elkaar
te vergelijken.
Het
Studiecentrum
voor
Kernenergie
verricht
ook
onderzoek en activiteiten op het
gebied
van
afvalbeheer,
stralingsbescherming,
radiobiologie, ruimtebiologie, enz.
De federale Staat en de Gewesten
delen
de
bevoegdheid
voor
onderzoek. De federale Staat
heeft
bevoegdheden
inzake
fundamenteel
onderzoek
en
onderzoek in het kader van zijn
eigen
bevoegdheden,
meer
bepaald inzake luchtvaart en
ruimtevaart.
Mijn collega van Financiën heeft
maatregelen
genomen
inzake
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
des programmes de recherche dans le domaine des énergies
renouvelables alors que, par exemple, la recherche en matière
d'énergie nucléaire ne relève pas de ma compétence.
La Politique scientifique fédérale finance ainsi toute une série de
projets d'aide à la décision en matière d'énergies renouvelables en
contribuant activement à l'analyse de leur potentiel en Belgique, des
barrières à leur développement et à l'étude de leurs impacts,
notamment.
Le développement éolien en Mer du Nord, par exemple, nécessite
l'exploitation des connaissances de géologues en matière de
composition du sol, l'utilisation des modèles de prévision des vents
des météorologues, des économistes pour en étudier le coût, des
juristes pour l'encadrement réglementaire de ce développement. Ce
sont justement là les spécificités des recherches développées par la
Politique scientifique fédérale.
Deux exemples: le projet TEXBIAG dont l'objectif est de développer
une méthodologie de mise en application des critères de durabilité
pour les bio-énergies, et ce, afin d'appuyer scientifiquement la prise
de position belge dans le domaine notamment des biocarburants et
de leur durabilité, mais aussi d'autres bio-énergies, et le projet
WINDBALANCE qui étudie la question de la variabilité de l'énergie
éolienne, importante pour la gestion des réseaux électriques.
Enfin, la Politique scientifique fédérale est également très présente
dans la recherche climatique.
Je me fais un grand plaisir de vous remettre le numéro spécial de
"Science Connection" (n° 21) qui concerne justement tous les
changements climatiques. Vous pourrez en apprendre davantage sur
les deux projets que j'ai cités, ainsi que sur d'autres projets touchant,
entre autres, au spatial et à la géologie. Je vous invite à le lire avec
attention.
isolatie
en
rationeel
energieverbruik.
Voor
het
federaal
wetenschapsbeleid
heeft
mijn
departement
onderzoeksprogramma's
inzake
hernieuwbare energie uitgewerkt.
Ik ben niet bevoegd voor het
onderzoek naar kernenergie. Het
federaal
wetenschapsbeleid
financiert
ook
ondersteuningsprojecten voor de
besluitvorming
inzake
hernieuwbare energie.
De bouw van een windmolenpark
in de Noordzee vereist de
gezamenlijke
kennis
van
geologen,
meteorologen,
economen en juristen. Het zijn die
specifieke
onderzoeksdomeinen
die in het kader van het federale
Wetenschapsbeleid
worden
ontwikkeld.
De FOD Wetenschapsbeleid is
ook erg actief op het vlak van
klimaatonderzoek. Met veel plezier
kan ik u dan ook een exemplaar
van "Science Connection" (nr. 21)
overhandigen
dat
aan
dit
onderwerp is gewijd.
07.03 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, je vous
remercie. Cependant, vous ne répondez que fort partiellement à mes
questions, ce qui m'embête un peu.
D'abord, je ne partage pas tout ce que vous avez dit. Les initiatives
prises par votre administration et les parties de recherches
directement commandées par l'État fédéral sont très positives; bien
sûr, d'autres seraient également utiles.
Mon problème, c'est que vous ne répondez pas à la question des
moyens globalement consacrés par la Belgique. C'était cela ma
question: il ne s'agissait pas de l'État fédéral. Nous retombons donc
au même point: soit vous ne savez pas le faire, soit vous ne voulez
pas le faire, pour une question de répartition de compétences. Voilà
qui engendre une difficulté quant au monitoring global de la recherche
du pays, notamment à l'engagement des 3%.
07.03 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): De initiatieven van uw
administratie
en
van
de
onderzoeksinstellingen
die
rechtstreeks onder de federale
bevoegdheid vallen, mogen dan
wel positief zijn, er kunnen nog
andere nuttige acties worden
ondernomen.
U hebt geen antwoord gegeven op
de vraag betreffende het totale
budget dat België aan een en
ander besteedt. Het ging niet over
de federale staat! Ofwel kan u die
vraag niet beantwoorden, ofwel wil
u het niet, en is het een kwestie
van bevoegdheidsverdeling. Dat
doet evenwel problemen rijzen met
betrekking
tot
de
globale
monitoring van het onderzoek in
ons land, met name wat de
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
beloofde drie procent betreft.
07.04 Sabine Laruelle, ministre: Pour les 3%, un groupe de travail a
été mis en place suite au Conseil des ministres consacré aux
matières socio-économiques. En tant que ministre en charge de la
Politique scientifique fédérale, je ne puis amener des chiffres qui ne
dépendent pas de moi. Un monitoring sera mis en place pour les 3%,
sous la tutelle du premier ministre.
Je vous rappelle quand même que certains de mes collègues
régionaux sont tellement susceptibles de préserver leurs
compétences que ce n'est pas à moi d'intervenir. Je peux parler de
mes compétences. Je ne suis pas premier ministre et je n'ai pas de
responsabilité dans d'autres niveaux de pouvoir. Vous avez raison de
souligner que, pour définir les 3% de la Stratégie de Lisbonne, il
faudra une intervention. Nous mettons en place ce groupe de travail
qui englobera le tout.
Ceci dit, en matière de recherche, on dispose déjà de chiffres. On sait
que 49% des efforts sont faits par la Flandre, 27 à 28% par l'État
fédéral et le solde par ...
07.04 Minister Sabine Laruelle:
Voor de drie procent werd er naar
aanleiding
van
de
sociaaleconomische ministerraad
een werkgroep opgericht. Als
minister bevoegd voor het federale
Wetenschapsbeleid kan ik geen
cijfers meedelen die niet van mijn
eigen
departement
afhangen.
Onder het toezicht van de premier
zal er een monitoring op poten
worden gezet.
Dit gezegd zijnde, wat het
onderzoek betreft, beschikken we
al over cijfers. We weten dat 49
procent van de inspanningen door
Vlaanderen geleverd wordt, 27 à
28 procent door de federale staat
en het saldo door...
07.05 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Ce ne sont pas uniquement
les moyens budgétaires globalement de chaque entité qui
m'intéressent. Je vous interrogeais aussi sur la manière de consolider
les moyens par thématique. J'entends bien que vous ne pouvez pas
sortir de vos compétences mais si vous-même ne pouvez pas le faire,
cela signifie que personne ne peut le faire, ce qui est vraiment une
difficulté! Je conçois que ce soit le premier ministre qui prenne
l'initiative. Nous l'interrogerons probablement aussi à ce sujet. C'est
problématique car nous ne sommes pas capables d'avoir une image
globale officielle consolidée sur le pays.
En ce qui concerne le nucléaire, je ne partage pas ce que vous avez
dit. Vous avez énoncé des compétences uniquement fédérales. C'est
pour cette raison que ma question était globale. Lorsque vous parlez
d'énergies durables, on voit clairement où se situent les difficultés. Là
n'était pas ma question. D'autres questions sont possibles. J'aurais pu
aussi vous interroger sur la recherche dans l'isolation mais ma
question portait sur les énergies renouvelables. Malheureusement,
aujourd'hui, vous ne pouvez pas nous donner de chiffre globalisé.
07.05 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Het zijn niet enkel de
totale budgettaire middelen voor
elke entiteit die mij interesseren.
Ik ondervroeg u ook over de wijze
om middelen per thema te
consolideren. Indien u niet buiten
uw bevoegdheden mag treden, is
dat problematisch want we zijn niet
in
staat
om
een
officieel
geconsolideerd en globaal beeld
van het land te krijgen. We
ondervragen de eerste minister
hierover.
Wat het nucleaire betreft, deel ik
uw mening niet. U heeft
bevoegdheden vermeld die enkel
federaal zijn. Het is om die reden
dat mijn vraag het globale plaatje
betrof. Wanneer u het over
duurzame energie heeft, ziet men
duidelijk waar de moeilijkheden
zitten. Jammer genoeg kunt u ons
vandaag geen globale cijfers
geven.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Madame la ministre, je vous remercie.
Monsieur le ministre, je vous remercie de nous avoir rejoints. Nous allons, pour autant que cela vous agrée,
continuer nos activités jusqu'à 13.00 heures.
08 Vraag van de heer Bruno Tobback aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "het
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
vermoeden van prijsafspraken voor het doorrekenen van de prijs van gratis CO2-emissierechten in de
elektriciteitsprijs" (nr. 5435)
08 Question de M. Bruno Tobback au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "la
présomption d'ententes sur les prix en vue de répercuter le prix des droits d'émission de CO2 gratuits
sur le prix de l'électricité" (n° 5435)</b>
08.01 Bruno Tobback (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, het is mij onduidelijk wat er is misgelopen met
deze vraag. Ze is uiteindelijk gericht aan minister Van Quickenborne.
Ik weet dus niet of de minister hier nu het antwoord van minister Van
Quickenborne komt geven of zijn eigen antwoord.
08.01
Bruno
Tobback
(sp.a+Vl.Pro):
Cette
question
s'adresse
au
ministre
Van
Quickenborne. Est-ce lui qui y
répondra ou est-ce le ministre
Magnette qui, lui, est présent?
08.02 Minister Paul Magnette: Het is mijn antwoord.
08.02 Paul Magnette, ministre:
Je répondrai.
08.03 Bruno Tobback (sp.a+Vl.Pro): Dan heeft deze vraag niet veel
om het lijf, gezien het feit dat ik wat betreft uw bevoegdheden de
vraag al aan u heb gesteld in een andere commissie. Hier was het de
bedoeling om de vraag te stellen aan de minister van Ondernemen
naar aanleiding van de vaststellingen door de CREG in verband met
het doorrekenen van de CO
2
-emissierechten door de aanbieders op
de elektriciteitsmarkt, met name Electrabel en SPE. Ik heb u hierover
vorige week al ondervraagd in een andere commissie.
Ik wil graag van de minister van Ondernemen weten of hij in dezen
aanwijzingen heeft van prijsafspraken tussen de twee aanbieders en
of hij van plan was om ter zake de Raad voor de Mededinging een
onderzoek te laten uitvoeren om vast te stellen of er in het dossier van
de CO
2
-emissierechten prijsafspraken zijn gemaakt, en wat de timing
van een dergelijk onderzoek kan zijn.
Ik wil daar met heel veel plezier ook uw standpunt over horen, maar ik
weet dat er in deze regering evenveel standpunten als ministers zijn.
Op zichzelf is dat wel boeiend. Indien u aanwijzingen hebt over
prijsafspraken, omdat we uit het rapport van de CREG toch afleiden
dat alle aanbieders eigenlijk hetzelfde prijsbeleid hebben gevolgd
tegenover de bedrijven, wil ik die dan ook graag horen. Ik wil dan ook
graag weten van u of u het relevant vindt om hierover de Raad voor
de Mededinging aan te spreken.
Mijnheer de voorzitter, voor de rest stel ik tot mijn spijt vast dat de
minister van Ondernemen in deze, een beetje als de eerste minister,
zijn paraplu opentrekt en zich om het hoekje verstopt bij dossiers, die,
als het gaat over de elektriciteitsmarkt en dus ook de
concurrentiekracht van onze bedrijven, toch niet onbelangrijk zijn.
08.03
Bruno
Tobback
(sp.a+Vl.Pro): J'ai déjà posé mes
questions sur ce thème au
ministre Magnette la semaine
dernière. J'aurais voulu savoir si le
ministre pour l'Entreprise dispose
de son côté d'indications selon
lesquelles des accords sur les prix
auraient
été
conclus
entre
Electrabel et SPE dans le dossier
des droits d'émission CO
2
et
j'aurais voulu lui demander suivant
quel calendrier cette analyse
pourrait être effectuée?
J'aimerais aussi connaître la
position du ministre Magnette à ce
sujet. Estime-t-il pertinent de
demander au Conseil de la
Concurrence d'intervenir dans
cette affaire?
Je constate avec déplaisir que
jusqu'à ce jour, le ministre pour
l'Entreprise,
tout
comme
le
premier ministre d'ailleurs, n'a pas
fait connaître sa position dans ces
dossiers pourtant importants.
08.04 Minister Paul Magnette: Ik overweeg niet om de Raad voor
Mededinging te raadplegen. Voor mij is het geen probleem van
concurrentie. Het is een ander probleem. Ik zou het interessant
vinden dat de heer Van Quickenborne de vraag ook beantwoordt.
Voor de rest kan ik mijn antwoord herhalen, maar dat is wellicht niet
interessant.
08.04 Paul Magnette, ministre:
J'estime que le problème ne se
situe pas au niveau de la
concurrence. Je n'envisage donc
pas de consulter le Conseil de la
concurrence.
J'aimerais également connaître la
réponse de M. Van Quickenborne
à cette question.
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
08.05 Bruno Tobback (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter, ik wil er
dan toch in deze ook bij u op aandringen dat een regeringslid de
vraag beantwoordt wanneer een parlementslid vragen stelt aan een
regeringslid die duidelijk te maken hebben met de bevoegdheid van
dat regeringslid, want een vraag over de mededinging heeft niets te
maken met de bevoegdheden van de minister van Klimaat. Ik heb die
vragen niet gericht aan de heer Van Quickenborne zonder te weten
waarover het gaat.
Ik vind het niet kunnen dat het Parlement accepteert dat een minister
vragen die aan hem gericht zijn en die heel duidelijk en rechtstreeks
te maken hebben met zijn bevoegdheid, weigert te beantwoorden en
doorschuift naar een collega, die alleen maar kan komen zeggen dat
hij ter zake niet bevoegd is. Ik vind dat zo elke vorm van
parlementaire controle onmogelijk wordt gemaakt. Het is een flagrant
ontvluchten van verantwoordelijkheid
door
de heer
Van
Quickenborne.
Ik zal de vraag dus opnieuw indienen, want ik stel vast dat ik er geen
antwoord op gekregen heb. Ik reken erop dat onze commissie en
haar voorzitter erop aandringen dat de bevoegde minister antwoordt
op rechtstreeks aan hem gerichte vragen over zijn bevoegdheid in de
ter zake bevoegde commissie in het Parlement. Ik reken daarvoor ook
op u, als u tenminste parlementaire controle een taak vindt van het
Parlement.
08.05
Bruno
Tobback
(sp.a+Vl.Pro):
Je
trouve
inadmissible que le Parlement
accepte de la part d'un ministre
qu'il refuse de répondre aux
questions qui lui sont adressées et
qui relèvent directement de ses
compétences et qu'il les renvoie
purement et simplement à un
collègue non compétent en la
matière. Il est impossible, dans
ces
conditions,
d'exercer
correctement
le
contrôle
parlementaire.
Je poserai donc de nouveau cette
question et j'espère que la
présente commission et son
président insisteront auprès du
ministre compétent afin que, cette
fois, il y apporte une réponse.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08.06 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, de volgende twee vragen gaan over de beslissing van de
Ministerraad om de beslissing van de CREG te schorsen. Ik heb
terzake ook een vraag ingediend. Het lijkt mij dus logisch dat die
gevoegd wordt bij deze twee vragen. Ik wijs er alleen op dat het
onderwerp van de vraag hetzelfde is.
De voorzitter: Goed. De mondelinge vraag van de heer Vijnck over
hetzelfde onderwerp is omgezet in een schriftelijke vraag.
Le président: La question n° 5941
de M. Vijnck est transformée en
question écrite.
09 Samengevoegde vragen van
- de heer Bruno Tobback aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "de beslissing
van de Ministerraad om de beslissing van de CREG over de transittarieven te schorsen" (nr. 5685)
- de heer Dirk Vijnck aan de minister van Klimaat en Energie over "de schorsing van de beslissing van
de CREG tot verlaging van de tarieven voor gasdoorvoer in de Europese context" (nr. 5941)
- mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "de beslissing van de
Ministerraad tot schorsing van de beslissing van de CREG inzake de transittarieven voor gas"
(nr. 5890)
09 Questions jointes de
- M. Bruno Tobback au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "la décision du Conseil des
ministres de suspendre la décision de la CREG relative aux tarifs de transit" (n° 5685)<br>- M. Dirk Vijnck au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la suspension de la décision de la CREG
d'abaisser les tarifs de transit de gaz dans le contexte européen" (n° 5941)<br>- Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la décision du Conseil des
ministres de suspendre la décision de la CREG relative aux tarifs de transit du gas" (n° 5890)</b>
09.01 Bruno Tobback (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter, ten
eerste, ik heb dezelfde opmerking. Ook deze vraag was aan de heer
Van Quickenborne gericht. Ik stel vast dat minister Magnette om een
09.01
Bruno
Tobback
(sp.a+Vl.Pro):
Le
ministre
Magnette semble manifestement
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
of andere reden accepteert om de vragen aan de heer Van
Quickenborne te beantwoorden en dat hij dat ook voor de twee vorige
vragen heeft gedaan.
Mijnheer de minister, ter info, is dergelijke handelwijze een afspraak
binnen de regering? Dat is mijn eerste vraag. Zoniet, hoe zijn mijn
vragen bij u terechtgekomen?
Ik wil het nu over de grond van de zaak hebben.
Inzake de beslissing van de Ministerraad over de beslissing van de
CREG om de transittarieven te schorsen, is het nuttig om ook uw
standpunt ter zake te kennen. Wij hebben immers nog niet de kans
gehad om u over voornoemde kwestie te ondervragen.
Inzake de beslissing die op de superministerraad werd genomen,
hoewel het op zich al een farce is om over "superministerraad" te
blijven praten ik stel evenwel vast dat sommige leden van de
regering zulks blijven doen; ik zal het dan ook maar blijven doen, want
ook humor heeft zijn rechten , stellen wij vast dat bedoelde
beslissing in grote mate effecten heeft op de Belgische markt en op
de positie van niet alleen Fluxys maar ook van een aantal Belgische
bedrijven op de Belgische markt. Dat is ook de reden waarom ik mijn
vraag aan de minister van Ondernemen had gesteld.
prêt à répondre aux questions
adressées
à
Monsieur
Van
Quickenborne. Cette façon de
procéder fait-elle l'objet d'un
accord au sein du gouvernement
et si ce n'est pas le cas, comment
se fait-il que mes questions aient
abouti chez le ministre?
Quel est le point de vue du
ministre sur la décision de la
CREG de suspendre les tarifs de
transit?
La décision de ce qu'on a appellé
le super conseil des ministres a
d'importantes conséquences sur le
marché belge, non seulement au
niveau de Fluxys mais aussi au
niveau de toute une série
d'entreprises belges. Et c'est pour
cela que j'avais précisément posé
ma question au ministre pour
l'Entreprise.
Le président: Vous avez terminé, monsieur Tobback?
09.02 Bruno Tobback (sp.a+Vl.Pro): Monsieur le président, je ne
fais que commencer. Puisque je n'ai pas utilisé mes cinq minutes
pour les deux questions précédentes, j'ai au moins un quart d'heure
maintenant.
Mjinheer de minister, er wordt concreet nogal vaak gesuggereerd dat
de beslissing over de tariefbeslissing van de CREG enigszins verband
hield met de 250 miljoen euro die u in het kader van de droevige
begroting van de huidige regering van Suez wil krijgen.
Ik wil op het voorgaande niet al te diep ingaan, maar ik wil wel nog
even de parallel onderstrepen in de timing tussen de beslissing van
de Ministerraad, enerzijds, en uw aankondiging over het akkoord over
voornoemde 250 miljoen euro, anderzijds.
Vermits het over concurrentie gaat, wil ik de volgende, concrete
vragen stellen.
Werd er, behalve met voornoemde 250 miljoen euro, bij het nemen
van de beslissing inzake de transittarieven ook met de toekomst en
de positie van België als gasdraaischijf in West-Europa rekening
gehouden? Ik heb het dan met name over de LNG-terminal en over
het feit dat via voornoemde terminal en via de hub in Zeebrugge nogal
wat buitenlandse leidingen en pijpleidingen voor doorvoer door België
zorgen.
Worden de transittarieven, die verhoudingsgewijs heel hoog liggen
en, in tegenstelling tot wat de CREG had voorgesteld, door de
beslissing van de regering ook heel hoog blijven, inderdaad op een of
andere manier aan de consument doorgerekend of is zulks absoluut
onmogelijk? Heeft de regering ervoor gezorgd dat het doorrekenen
09.02
Bruno
Tobback
(sp.a+Vl.Pro): Un certain rapport
entre la décision tarifaire de la
CREG et les 250 millions d'euros
que le ministre veut récupérer
auprès de Suez est fréquemment
établi.
Il y a en effet un parallèle entre le
calendrier de la décision du
conseil des ministres et l'annonce
du ministre de l'accord concernant
ces 250 millions d'euros.
La décision sur les tarifs de transit
a-t-elle aussi tenu compte de la
position actuelle et future de la
Belgique en qualité de plaque
tournante de l'Europe occidentale
dans le domaine du gaz? Les
tarifs de transit élevés sont-ils
répercutés d'une manière ou d'une
autre sur le consommateur ou
cette
répercussion
est-elle
impossible?
Mon
collègue
Tommelein n'a de cesse de parler
d'un renforcement de la CREG
alors que le gouvernement n'a lui
de cesse de prendre des décisions
qui ont exactement l'effet inverse.
Le ministre n'estime-t-il pas que
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
aan de consument onmogelijk is en blijft?
Mijn derde vraag was concreet heel duidelijk een vraag aan de heer
Van Quickenborne.
Ik hoor de heer Tommelein, die hier vanmorgen was, elke week
opnieuw verklaren dat de bevoegdheden, de macht en de
mogelijkheden van de CREG moeten worden versterkt. Vervolgens
moet ik telkens opnieuw vaststellen dat de regering precies het
tegenovergestelde doet, met name een erg ingrijpende beslissing van
de CREG schorsen en dus de CREG ter zake de facto vleugellam
maken.
Dat is een heel interessante vraag naar het onderscheid in
standpunten binnen dezelfde partij. Ik wil echter ook graag uw
standpunt ter zake horen. De kwestie komt trouwens terug in een
latere vraag die ik aan u heb gesteld over de Belgische positie in het
Europese debat over de rol van de regulatoren.
Concreet, vindt u niet dat u met dat soort beslissingen de positie van
de regulator onnodig en heel verregaand inperkt?
Wat is volgens u de toekomstige rol van een regulator zoals de
CREG, als die op deze manier keer op keer door de regering wordt
onderuitgehaald?
cela
limite
inutilement
et
radicalement
la
position
du
régulateur?
Quel sera le rôle de la CREG dans
le futur, selon le ministre?
09.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag heeft ook betrekking op
het feit dat de Ministerraad de beslissing van de CREG geschorst
heeft. Wij hebben daarover in de commissie vorige week ook al
gepraat. U hebt toen uitleg gegeven over de redenen waarom de
superministerraad dit heeft gedaan. Ondertussen meldt de CREG op
haar website dat zij, bij brief van 28 mei, de beslissing heeft gekregen,
samen met het KB dat ondertekend werd op 27 mei 2008. Ik ben nog
eens gaan kijken in uw antwoord van vorige week. Ik heb vastgesteld
dat het redelijk vaag is. U hebt gezegd dat u bijkomende vragen zult
stellen aan de CREG over de motivaties van de CREG en de
mogelijke economische impact, maar u hebt eigenlijk niet concreet
gezegd wat er nu aan de CREG gevraagd wordt. Ik heb dus enkele
vragen ter precisering.
Ten eerste, welke concrete vragen zijn er aan de CREG bezorgd?
Ten tweede, in de wet wordt bepaald dat, om een beslissing te
schorsen, het besluit gemotiveerd en in de Ministerraad overlegd
moet zijn. Kunnen wij dat gemotiveerde besluit krijgen? Aangezien het
een besluit van individuele strekking is, moet het niet verplicht
gecommuniceerd worden in het Staatsblad, maar ik meen dat het
geen geheim is.
Ten derde, welke ontwerpen van wet liggen op dit moment voor
advies bij de Raad van State? Op welke termijn hebt u een advies
gevraagd? Wanneer zullen de ontwerpen ingediend worden in het
Parlement?
Ten slotte, wat is de invloed van die ontwerpen op de verkoop van
Distrigas?
09.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Le Conseil des
ministres a suspendu la décision
de la CREG. La réponse que le
ministre a donnée la semaine
dernière était parrticulièrement
vague.
Quelles questions concrètes ont
été posées à la CREG? Pouvons-
nous avoir connaissance de la
décision motivée du Conseil des
ministres? Quels projets sont
actuellement soumis pour avis au
Conseil d'État? Quand ces projets
seront-ils déposés au Parlement?
Dans quelle mesure ces projets
ont-ils une incidence sur la vente
de Distrigaz?
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
09.04 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Tobback, mevrouw Van der Straeten, het is precies omdat wij ons
vragen stellen over de gevolgen van de beslissing van de CREG over
de tarieven en het behoud en de versterking van België als
gasdraaischijf dat de beslissing van de CREG wordt geschorst. Die
beslissing heeft immers een impact op het gehele energiebeleid van
het land, meer specifiek met betrekking tot de doorvoeractiviteit van
aardgas die België wenst te promoten.
De talrijke doorvoerovereenkomsten, die een belangrijk onderdeel
vormen van de gasbevoorrading van de lidstaten van de Europese
Unie, worden geneutraliseerd door deze beslissing, die bovendien niet
alleen de marktstabiliteit kan aantasten, maar ook de projecten van
uitbreiding van de investering met betrekking tot de doorvoeractiviteit
van aardgas die België een centrale rol als doorvoerland op
internationaal niveau waarborgen.
De bevoegdheden van de CREG worden door deze beslissing
helemaal niet aangetast, wel integendeel. Niet alleen heeft de
regering de CREG gevraagd meer voordelige tarieven voor de
consument uit te werken, maar ook zeer snel een eenheidstarief aan
te nemen, zowel voor de bestaande transitleidingen als voor nieuwe
transitinstallaties
op
basis
van
coherente
en
uniforme
rentabiliteitsnormen.
Ik herinner u eraan dat de beslissing tot schorsing aan de CREG werd
medegedeeld, samen met een brief waarin de volgende vragen
werden gesteld.
Ten eerste, wat is het potentieel risico van delokalisatie van een
bedrijf dat de voorkeur geeft zich te vestigen in een buurland, eerder
dan de hoge transporttarieven te moeten betalen in België?
Ten tweede, wat is de incoherentie met betrekking tot het feit dat de
kosten voor de Belgische consument hoger zijn dan voor een shipper
die gebruikmaakt van de Belgische transitdiensten?
Ten derde, wat is de incoherentie twee verschillende transittarieven te
hebben, de ene voor de bestaande leidingen en de andere voor de
nieuwe leidingen? Hoe kan men immers op een geloofwaardige wijze
twee verschillende tarieven voorstellen aan een shipper?
Ten vierde, en daarmee gelijklopend, hoe kan men verklaren dat een
gemengd tarief, voor oude en nieuwe installaties, wordt aangeboden
aan een shipper in plaats van een gemiddeld eenheidstarief?
Ten vijfde, wat zijn de mogelijke directe financiële impacten op
Fluxys?
De transittarieven zijn gescheiden tarieven en zullen in geen geval
doorgerekend worden aan de consument. Bovendien heeft de
regering de CREG uitgenodigd om zo snel mogelijk de meest
voordelige tarieven ten gunste van de Belgische consument aan te
nemen.
De schorsing door de Ministerraad is ook niet in strijd met de
Europese richtlijn. De Europese richtlijn wordt in de Belgische
wetgeving onverkort uitgevoerd. De interpretatieve wet zal alleen
09.02 Paul Magnette, ministre:
C'est précisément parce que nous
nous
interrogeons
sur
les
conséquences éventuelles de la
décision de la CREG relative aux
tarifs ainsi que sur le maintien et le
renforcement de la Belgique en
tant que carrefour du secteur
gazier que cette décision a été
suspendue. Cette décision a
effectivement une incidence sur
l'activité de transit du gaz naturel,
que
la
Belgique
souhaite
promouvoir.
La décision prise ne porte
nullement
préjudice
aux
attributions de la CREG. La
décision de suspension a été
communiquée à la CREG, en
même temps qu'une lettre et une
liste comprenant les questions
suivantes.
Quel est le risque potentiel de
délocalisation d'une entreprise
vers un pays voisin en raison des
tarifs de transport élevés en
Belgique? Comment se fait-il que
les coûts pour le consommateur
belge sont plus élevés que pour un
"shipper", qui utilise les services
belges de transit? Pourquoi existe-
t-il deux tarifs de transit différents
pour les canalisations existantes
et les nouvelles canalisations?
Pourquoi propose-t-on un tarif
mixte au lieu d'un tarif unitaire
moyen à un "shipper" pour les
anciennes
et
les
nouvelles
installations? Quelles sont les
conséquences financières directes
éventuelles pour Fluxys?
Les tarifs de transit sont des tarifs
distincts et ne seront en aucun cas
répercutés sur le consommateur.
Le gouvernement a invité la CREG
à adopter le plus rapidement
possible les tarifs les plus
avantageux
pour
les
consommateurs belges.
Cette suspension n'est pas non
plus contraire à la Directive
européenne. L'arrêté motivé a été
transmis au Moniteur Belge et
sera publié le plus rapidement
possible.
Un
projet
de
loi
interprétative des modalités des
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
meer duidelijkheid verschaffen, maar volledig in de lijn blijven van de
Europese richtlijn.
Wat betreft de vragen van mevrouw Van der Straeten, het
gemotiveerde besluit is bezorgd aan het Belgisch Staatsblad en zal zo
snel mogelijk gepubliceerd worden. Momenteel ligt een ontwerp van
interpretatieve wet ter verduidelijking van de doorvoertarieven voor
advies bij de Raad van State, aan wie advies bij hoogdringendheid is
gevraagd. Dat ontwerp van wet staat volledig los van de verkoop van
Distrigas die ondertussen is doorgegaan.
tarifs de transit a été soumis pour
avis urgent au Conseil d'État. Ce
projet est tout à fait indépendant
de la vente de Distrigaz qui a été
conclue entre-temps.
09.05 Bruno Tobback (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister, in uw
antwoord zitten minstens een aantal dingen waarmee ik het eens kan
zijn. Ik blijf er echter bij dat het ontwerp van interpretatieve wet zoals
het er nu ligt, de facto een inperking van de bevoegdheden van de
CREG inhoudt, en dus met andere woorden nogal wat risico's met
zich meebrengt. Ik neem aan dat we die discussie nog verder ten
gronde zullen kunnen voeren wanneer dat ontwerp ooit in het
Parlement komt.
Ik blijf erbij dat het essentieel is, zeker met de huidige ontwikkelingen
op de Belgische energiemarkt, dat er een zo sterk mogelijke regulator
is die ook een zo sterk mogelijke bevoegdheid heeft. Ik heb de
grootste twijfels bij de inhoud van de interpretatieve wet zoals ze er nu
ligt.
09.05
Bruno
Tobback
(sp.a+Vl.Pro): Je suis d'accord
avec une série d'éléments de cette
réponse.
Le
projet
de
loi
interprétative contient cependant
de facto une limitation des
compétences de la CREG. Nous
pourrons rediscuter du fond du
problème lorsque ce projet sera
soumis au parlement. La présence
d'un régulateur le plus puissant
possible est essentielle, et ceci
très certainement au vu des
développements actuels sur le
marché belge de l'énergie.
09.06 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, ik heb het ontwerp van interpretatieve wet nog niet gezien.
Het is voor advies bezorgd aan de Raad van State. Deze regering
weigert echter om ontwerpen te bezorgen aan het Parlement op het
moment dat ze ingediend worden bij de Raad van State. De heer
Tobback heeft dus betere contacten dan ik.
09.06 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Je n'ai pas encore
vu le projet de loi interprétative.
J'espère
que
l'arrêté
sera
rapidement publié. La CREG ne
dispose en effet que de quelques
jours pour prendre une autre
décision.
09.07 Bruno Tobback (sp.a+Vl.Pro): Mag dat in het verslag,
mijnheer de voorzitter?
09.08 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Ja, als de heer
Tobback het ontwerp van interpretatieve wet mag zien, dan zou ik
graag hebben dat de andere leden van de commissie dat ook mogen
zien.
09.09 Freya Van den Bossche (sp.a+Vl.Pro): (...)
09.10 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Ja, dat is waar, een
telefoontje naar de Raad van State of zo, maar dat doet er nu niet toe.
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw concrete antwoorden op mijn
concrete vragen. Ik hoop wel dat dat besluit snel gepubliceerd wordt.
Ik houd het Staatsblad in het oog. Ook vandaag heb ik het er niet in
zien staan. Ik hoop dat het geen vijgen na Pasen worden de CREG
heeft maar een aantal dagen tijd om een andere beslissing te nemen
en dat wij pas nadien kunnen zien wat er in het besluit stond.
09.11 Paul Magnette, ministre: À propos des prix de transit, ce
projet de loi dit simplement qu'ils doivent être fixés selon une logique
09.11 Minister Paul Magnette:
Wat de transitprijzen betreft,
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
de prix de marché, rien de plus, contrairement à Ecolo et les libéraux
qui voulaient qu'on donne tous les paramètres et qu'il n'y ait
finalement plus aucune marge pour la CREG.
Je pense qu'en fixant un principe de prix de marché et en laissant à la
CREG toute la marge pour essayer de définir la façon de fixer les prix
de marché, on la renforce. Cela ne concerne que les prix de transit;
c'est totalement étanche par rapport aux prix de transport et cela va
permettre à la CREG non pas de calculer des coûts cost plus mais
des coûts un peu plus élevés qui permettent de dégager une marge
d'investissement pour Fluxys. Cela me paraît tout à fait défendable.
bepaalt dat ontwerp gewoon dat
die prijzen vastgesteld moeten
worden
overeenkomstig
de
marktprijs. De CREG behoudt een
zekere marge om iets hogere
kosten vast te leggen, waardoor er
een
investeringsmarge
kan
worden gecreëerd voor Fluxys.
Dat heeft niets uit te staan met de
transportprijzen.
09.12 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
dat zal wel, maar nu zijn wij over iets aan het discussiëren waarvan ik
de tekst niet heb gezien. Laten wij dat debat dan voeren op het
moment dat het ontwerp hier in het Parlement komt. Als u dat debat
eerder wilt voeren, dan moet u het ontwerp ter beschikking stellen van
het Parlement.
09.12 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Je propose de
mener ce débat lorsque le projet
sera déposé au Parlement. Si le
ministre veut ouvrir le débat plus
tôt, qu'il mette le projet à la
disposition du Parlement.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "windmolens en
elektrische auto's" (nr. 5703)
10 Question de M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les éoliennes et les voitures
10.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, de CO
2
-uitstoot moet ernstig verminderd
worden. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door het elektrisch rijden te
promoten. Het probleem bij elektrisch rijden is natuurlijk het
oplaadprobleem. Er is slechts een kleine capaciteit. Dit
oplaadprobleem kan alleen door een laadnetwerk worden
opgevangen.
Een bepaald Californisch bedrijf heeft al een aantal staten, ook in
Europa, overtuigd om in haar project te stappen. De klant koopt een
auto zonder accu's. Die worden gehuurd op basis van een
maandelijks bedrag. De stroom wordt per afname betaald. Analisten
van de Deutsche Bank hebben berekend dat een elektrorijder met
een gemiddelde afstand van 20.000 km per jaar maandelijks slechts
een bedrag van 345 euro zou moeten betalen, alles inbegrepen: de
aankoop van de auto, de huur van de accu's, de stroomvoorziening.
Israel en Denemarken zijn blijkbaar al zover dat zij zorgen voor een
landelijk verspreid laadnetwerk en daarenboven zorgen voor een
bijkomend belastingvoordeel voor de automobilisten die elektrisch
gaan rijden.
Mijnheer de minister, kent u dit systeem van Project Better Place?
Hebt u daarover een mening? Heeft de Belgische overheid interesse
voor dit systeem? Wij zullen er toch alles aan moeten doen om de
streefdoelen van propere en hernieuwbare energie te halen. Kan dit
daarin passen? Kunt u ons een idee geven, als daarvoor interesse
bestaat, in welke stadium de plannen voor België zich bevinden?
Bestaat er ook interesse om een belastingvoordeel te geven aan
automobilisten die elektrisch rijden? Zijn er momenteel andere pistes
10.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Une société californienne
a déjà convaincu plusieurs pays,
d'Europe également, d'acheter
des voitures sans accumulateurs,
de louer ensuite les accumulateurs
moyennant un paiement mensuel
et de payer l'électricité pour
chaque
chargement
de
l'accumulateur. L'ensemble du
système correspond à un montant
de 345 euros par mois seulement.
Israël et le Danemark fournissent
un réseau de chargement à
diffusion nationale et un avantage
fiscal complémentaire pour les
automobilistes qui rouleront à
l'électricité.
Le ministre a-t-il connaissance de
ce projet Better Place? Qu'en
pense-t-il? Des projets existent-ils
déjà pour notre pays? Un
avantage fiscal est-il envisagé
pour
les
automobilistes
qui
rouleront à l'électricité?
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
ter zake die worden bewandeld of onderzocht?
10.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, ik ken de ter
sprake gebrachte structuur niet, maar wel het principe om de
batterijen van een elektrisch voertuig te huren. Zoals elke
ondersteuning om voertuigen te gebruiken die minder verbruiken en
minder vervuilende stoffen uitstoten, is deze methode interessant.
Men moet evenwel voor ogen houden dat elektriciteit moet worden
geproduceerd en dat de milieukwaliteit ervan afhankelijk is van het
productieproces.
In België vertegenwoordigt groene elektriciteit die wordt geproduceerd
op basis van hernieuwbare energie momenteel slechts een klein deel
van de totaal geproduceerde elektriciteit. Bovendien wordt over de
uitstoot van vervuilende stoffen voor voertuigen op Europees vlak
beslist. Deze normen worden herzien op basis van de technologische
evoluties en de vereisten inzake luchtkwaliteit. De CO
2
-uitstoot die
rechtstreeks verband houdt met het brandstofgebruik wordt
momenteel niet gereglementeerd. Dat zal het geval zijn vanaf 2012.
Daarom hadden de momenteel genomen maatregelen als doel de
keuze voor voertuigen die weinig energie verbruiken, aan te moedigen
door middel van stimulansen die verband houden met CO
2
-uitstoot.
Momenteel bestaan er geen specifieke maatregelen voor elektrische
voertuigen. Het milieubeleid moet gebaseerd zijn op doelstellingen en
normen en niet op technologische ondersteuning. Een welbepaalde
technologie kan en moet worden ondersteund, maar deze
ondersteuning moet worden gerechtvaardigd door de resultaten die
hiermee worden bereikt. De incentives om voertuigen te gebruiken die
minder CO
2
uitstoten, liggen in deze optiek. De soort van
ondersteuning
voor
voertuigen
al
naargelang
van
hun
milieukenmerken, kan verschillende vormen aannemen. Voorheen
bestonden de stimulansen voor voertuigen die minder CO
2
uitstoten
uit een belastingvermindering. Momenteel gaat het om een
vermindering op de factuur. De incentive wordt onmiddellijk geïnd,
waardoor de uitgaven bij de aankoop verminderen.
Op Europees vlak wordt momenteel gewerkt aan de reglementering
van de energie-efficiëntie van voertuigen met een ontwerp van
verordening inzake de CO
2
-uitstoot van voertuigen. Het is wenselijk
dat de verschillende incentives voor schone wagens worden
geanalyseerd. Er wordt momenteel gediscussieerd over een
herziening van de fiscaliteit en de incentives betreffende de
voertuigen, ten einde alle soorten van uitstoot en vervuiling in
aanmerking te nemen.
10.02 Paul Magnette, ministre:
Je ne connais pas le projet en
question mais bien le principe de
la location de batteries destinées
aux voitures électriques. C'est
évidemment
une
piste
intéressante, à condition de ne pas
oublier que l'électricité doit être
produite et que la qualité de
l'environnement est fonction du
processus de production. En
Belgique, l'électricité verte produite
à partir d'énergies renouvelables
ne
représente
qu'un
petit
pourcentage du total. De plus,
l'émission
de
substances
polluantes par les véhicules est
l'objet de décisions prises à
l'échelon européen. Il ne sera
réglementé qu'à partir de 2012
pour ce qui est des émissions
liées
directement
à
la
consommation de carburants.
À l'heure actuelle, il n'existe pas
de mesures spécifiques pour les
voitures électriques. Il est possible
de soutenir une technologie en
particulier si ses effets positifs
pour
l'environnement
sont
démontrés. Autrefois, l'incitant
consistait en une diminution
d'impôt ; aujourd'hui, il s'agit d'une
réduction sur le prix d'achat.
La réglementation en matière
d'efficacité
énergétique
des
véhicules est en préparation au
niveau européen. La discussion
sur la réforme de la fiscalité et les
incitants possibles est l'objet de
discussions intenses.
10.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik wil nog een kleine aanvulling kwijt.
Ik hoor dat u op de hoogte bent van allerlei Europese plannen en
voorstellen ter zake en dat men aan het herberekenen is hier en aan
het reglementeren daar.
Het zou, mijns inziens, nuttig zijn dat de Belgische overheid haar licht
opsteekt in Israël en in Denemarken om na te gaan waarom men daar
tot dat systeem is overgegaan, waarom men kiest voor een landelijk
laadnetwerk voor elektrische wagens en bovendien kiest voor een
belastingvoordeel.
10.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Il serait utile que le
gouvernement
belge
aille
s'informer
en Israël et au
Danemark.
Pourquoi
attendre
2010 pour commencer à réduire
les émissions?
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
Ik denk dat dit alles te maken heeft met de CO
2
-uitstoot. U zegt dat
het vanaf 2012 wordt gereglementeerd. Waarom beginnen we daar
nu al niet mee?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Hagen Goyvaerts aan de minister van Klimaat en Energie over "de stand van
zaken rond de toepassing van het AREI aangaande keuring van particuliere elektrische installaties"
(nr. 5707)
11 Question de M. Hagen Goyvaerts au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la situation relative à
l'application du RGIE en ce qui concerne le contrôle des installations électriques domestiques"
(n° 5707)</b>
11.01 Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, collega's, ik heb een vraag met betrekking tot de
toepassing van het algemeen reglement op de elektrische installaties,
in het bijzonder bij de keuring van particuliere elektrische installaties.
Tijdens de vorige legislatuur is een aantal pogingen ondernomen om
eigenaars bij overdracht van de eigendom van een wooneenheid
een huis, een appartement of een studio een conformiteitsattest
aangaande de elektrische installatie van het betrokken pand te laten
voorleggen. Dat conformiteitsattest zou worden afgeleverd door een
erkend organisme. Daartoe werd op 20 april 2006 het KB van 1 april
2006 gepubliceerd, dat een wijziging aanbrengt aan het KB van
10 maart 1981 met betrekking tot het algemeen reglement op de
elektrische installaties. In dat reglement staat het belangrijk
artikel 271, dat vanaf 1 oktober 2006 van toepassing is op zowat
2 miljoen huishoudelijke installaties. Het voorziet erin dat particuliere
installaties om de 25 jaar moeten worden gekeurd op hun conformiteit
met het algemeen reglement, wat betekent dat de installaties die voor
1981 werden gebouwd, uiterlijk in oktober 2006 opnieuw gekeurd
hadden moeten worden. In het koninklijk besluit van 1 april 2006 staat
bovendien nog een artikel 276, waardoor de eigenaars een
conformiteitsattest dienen voor te leggen.
Het was ook de bedoeling dat vanuit uw departement Energie over de
wijzigingen een informatiecampagne zou worden gestart, met een
nieuwe website, nieuwe documenten, een lijst van erkende
organismen enzovoort.
Zoals ik al bij aanvang zei, mijnheer de minister, heeft uw voorganger,
minister Marc Verwilghen, een aantal pogingen ondernomen om de
zaak te klaren, maar hij heeft het geheel een aantal keren moeten
uitstellen. Alles bleef zonder resultaat, waardoor er tot op vandaag
een zekere onduidelijkheid over blijft bestaan. Daarom vond ik het
nuttig en opportuun om u een aantal vragen voor te leggen. Ik heb u
die tijdig bezorgd; voor de volledigheid van het verslag overloop ik ze
even.
Ten eerste, kunt u mij de actuele stand van zaken geven aangaande
het dossier? Hoever staat u daar nu mee?
Ten tweede, is daarover, sinds u in dienst bent als minister van
Energie, overleg gepleegd met de vertegenwoordigers van de
betrokken sectoren? Daarmee bedoel ik de notarissen, de
11.01 Hagen Goyvaerts (Vlaams
Belang): Sous la précédente
législature, une série de tentatives
ont été entreprises pour obliger les
propriétaires d'un logement à
soumettre une attestation de
conformité
de
l'installation
électrique en cas de transfert de
propriété de ce logement. En vertu
de l'article 271 du Règlement
général
sur
les
installations
électriques, la conformité des
installations
particulières
au
règlement
général
doit
être
contrôlée tous les 25 ans, ce qui
signifie
que
les
installations
construites avant 1981 auraient dû
faire l'objet d'un nouvel agrément
en octobre 2006 au plus tard.
L'article 276 du Règlement, tel que
modifié par l'arrêté royal du 1
er
avril 2006, prévoit en outre que les
propriétaires doivent soumettre
une attestation de conformité. Il
était prévu que le département
Énergie organise une campagne
d'information à ce sujet. Une
certaine
confusion
continue
toutefois à régner.
Où en est le dossier? Le ministre
s'est-il concerté avec les secteurs
concernés? A-t-on fait la clarté en
ce qui concerne l'application de
l'article 276? L'objectif consiste-t-il
toujours
à
instaurer
les
modifications avec effet rétroactif?
Quand la réglementation entrera-t-
elle en vigueur? Organisera-t-on
une
campagne
d'information?
Dans
l'affirmative,
en
quoi
consistera-t-elle?
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
eigenaarssyndicaten, de immobiliënsector, de keuringsorganismen
enzovoort. Zo ja, wat is daarvan het resultaat geweest?
Ten derde, is er ondertussen al duidelijkheid over de toepassing van
artikel 276, bijvoorbeeld bij openbare verkoop, maar vooral bij
afgeleiden, zoals schenking, bij erfenis of bij verkoop met de
bedoeling de betrokken wooneenheid te slopen? Dat was in het
verleden nog niet duidelijk, maar misschien is daarover intussen wel
wat helderheid geschapen.
Blijft het ook uw bedoeling om de wijzigingen in de reglementering op
de elektrische installaties met terugwerkende kracht in te voeren,
zoals aanvankelijk gepland?
Wanneer zal de regeling van kracht worden? Wat is het tijdskader?
Ten slotte, komt er alsnog een informatiecampagne? Hoe zal die
worden opgevat door uw diensten?
Ik ben benieuwd naar uw antwoord, mijnheer de minister.
11.02 Minister Paul Magnette: Ten eerste, het KB van 1 april 2006
zal worden vervangen door een nieuw KB. De datum van
inwerkingtreding blijft evenwel behouden op 1 juli 2008.
Ten tweede, wat het overleg met de betrokken sectoren betreft, ja, er
werd met de belangrijkste belanghebbers een nieuw ontwerp van KB
opgemaakt.
Ten derde, in het nieuwe ontwerp van KB werd rekening gehouden
met al die elementen.
Ten vierde, neen, behalve indien algemeen zou blijken dat de
veiligheid van personen en goederen in gevaar is.
Ten vijfde, het nodige wordt gedaan, opdat het nieuwe KB tegen
1 juli 2008 gepubliceerd zou zijn.
Ten zesde, wat de informatiecampagne betreft, neen, niet
onmiddellijk. Bij de algemene directie Energie bestaat er een website
met informatie over al de uit te voeren controles van huishoudelijke
elektrische
installaties.
Anderzijds
hebben
de
grootste
belanghebbende actoren, zoals de notarissen, de immobiliënsector en
de keuringsorganisaties de nieuwe controle reeds in 2006 en 2007
onder de aandacht van het publiek gebracht. Zij zullen dat nu opnieuw
doen.
11.02 Paul Magnette, ministre:
L'arrêté royal du 1er avril 2006 est
remplacé par un nouvel arrêté
royal, mais sa date d'entrée en
vigueur reste fixée au 1
er
juillet
2008. Une concertation a été
organisée avec les secteurs
concernés. Le nouvel arrêté royal
tient compte de tous les éléments.
Les modifications ne sont pas
introduites avec effet rétroactif,
sauf s'il s'avère que la sécurité des
personnes et des marchandises
est en danger. Le nécessaire est
fait pour que le nouvel arrêté royal
puisse être publié d'ici le 1
er
juillet
2008.
Aucune
campagne
d'information n'est prévue dans
l'immédiat. La direction générale
Energie a conçu un site web sur
lequel on trouve des informations
à ce sujet. Les principaux acteurs
concernés attireront à nouveau
l'attention du public sur le contrôle.
11.03 Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord. Wanneer ik het goed begrijp, wenst u het
KB gepubliceerd te zien tegen 1 juli, maar u wenst dat niet te doen
met terugwerkende kracht. Dat heb ik uit uw antwoord begrepen. Het
gaat dus niet in op 1 oktober 2006? U publiceert het op 1 juli 2008 en
vanaf dan wordt het conformiteitsattest verplicht, maar niet voor de
periode tussen 1 oktober 2006 en vandaag. U gaat dus niet terug in
de tijd? Dat was namelijk het aanvankelijke opzet.
U bent in elk geval ook wat kort geweest in uw antwoord op de andere
vragen. Wat de immobiliënsector en de keuringsorganisaties betreft,
kan ik wel begrijpen dat zij in het verleden daaraan al enige aandacht
11.03 Hagen Goyvaerts (Vlaams
Belang): Il n'y a donc pas d'effet
rétroactif. Je suis curieux de voir si
le secteur de l'immobilier et les
organismes
de
contrôle
s'intéresseront à l'information. Le
ministre ne répond pas à la
demande
du
secteur
qui
demandait que des attestations de
conformité soient remises en cas
de don, d'héritage et de vente
dans l'intention de démolir l'unité
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
hebben besteed. Ik ben zeer benieuwd of zij dat nu opnieuw zullen
doen.
U geeft er weinig details over, maar ik meen uit uw antwoord ook
begrepen te hebben dat zowel bij schenking, als bij erfenis, als bij
verkoop met de bedoeling de wooneenheid te slopen, de
conformiteitsattesten niet van toepassing zullen zijn. Dat was een
verzoek of een verzuchting van de sector. U gaat daar dus op in. Op
zichzelf is dat misschien niet slecht, want het maakte het voor de
notarissen zeer ingewikkeld om die zaken af te handelen.
Wat uw informatiecampagne betreft, ik hoop dat men de weg vindt
naar de webstek van uw departement Energie, want anders zal het
een heel circus worden om de verplichting af te dwingen bij de
verschillende eigenaars.
Ik dank u alvast voor de elementen van antwoord die u mij gegeven
hebt.
d'habitation. Cela rend les choses
très
compliquées
pour
les
notaires. J'espère, enfin, que la
campagne
d'information
sera
également menée sur le site web
du département de l'Energie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van mevrouw Freya Van den Bossche aan de minister van Klimaat en Energie over "het
verbod van gezamenlijk aanbod" (nr. 5726)
12 Question de Mme Freya Van den Bossche au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'interdiction
12.01 Freya Van den Bossche (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik sla de intro even over want die kent u
inmiddels. Ik stel u graag onmiddellijk de vragen.
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de door u
aangekondigde modernisering van de wet handelspraktijken, die
overigens al een tijdje komende is? Hetzelfde geldt voor het vermelde
rapport daarover.
Is er ondertussen advies uitgebracht door de Raad voor het Verbruik?
Zo ja, kunt u mij meer vertellen over dat advies? Zo nee, wanneer
wordt het verwacht?
Ten tweede, wat is uw standpunt betreffende het afschaffen van de
regels inzake koppelverkoop zoals het rapport suggereert? Niet enkel
het rapport doet deze suggestie maar ook een aantal organisaties
zoals FEDIS en een van uw collega's, de heer Van Quickenborne, die
minstens een mildering suggereert. Bent u daar voor of tegen? Vindt
u het noodzakelijk of aangewezen om dat verbod af te schaffen of
eventueel te milderen wanneer u die modernisering doorvoert?
12.01 Freya Van den Bossche
(sp.a+Vl.Pro): Où en est la
modernisation de la loi sur les
pratiques du commerce annoncée
par le ministre et le rapport y
afférent?
Le Conseil de la consommation a-
t-il déjà formulé un avis? Que
pense
le
ministre
de
la
suppression ou au moins de
l'assouplissement de l'interdiction
de la vente liée?
12.02 Minister Paul Magnette: Dank u, mevrouw Van den Bossche.
Een externe deskundige bij het departement Economie heeft een
voorontwerp van wet voorbereid. Ik heb dit voorontwerp van wet op 18
maart aan de Raad voor het Verbruik voorgelegd en ik heb een
advies gevraagd tegen eind juni 2008. Tot mijn spijt dien ik u aan te
kondigen dat de voorzitter van deze raad mij zojuist op de hoogte
heeft gebracht dat het hem onmogelijk zal zijn een advies binnen de
gevraagde termijn uit te brengen.
12.02 Paul Magnette, ministre:
Un expert externe a préparé un
avant-projet de loi. Celui-ci a été
soumis le 18 mars 2008 au
Conseil de la consommation qui
doit rendre son avis à la fin juin
2008.
Le
président
de
la
commission sur les pratiques du
commerce de ce Conseil vient
néanmoins de m'informer que
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
In dit stadium wil ik niet vooruitlopen op het werk van het
adviesorgaan dat een van pijlers is waarop de zoektocht naar de
beste oplossing steunt. Bijgevolg wacht ik dit advies af om mij een
definitieve mening over dit onderwerp te vormen.
Dit gezegd zijnde, er bestaan vandaag tal van uitzonderingen. Artikel
55 van de wet op de handelspraktijken voorziet onder meer in een
uitzondering voor het gezamenlijke aanbod voor een globale prijs van
verschillende producten of diensten die een geheel vormen, en dit
zonder dat het begrip van geheel bij wet is bepaald. Concreet kunnen
telefoondiensten, internet, televisie en/of intermediaire interactieve
producten, die door verkopers die actief zijn in het domein van de
telecommunicatietechnologie, via een geïntegreerde technologie
worden aangeboden, mits bepaalde voorwaarden, zoals deze
gedefinieerd in artikel 112 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de
elektronische communicatie, het voorwerp uitmaken van een
gezamenlijk aanbod.
In dit geval zijn de voornaamste voorwaarden de mogelijkheid om
deze diensten individueel, tegen een bepaalde prijs aan te kopen. Het
is eveneens nodig dat het gezamenlijke aanbod een financieel
voordeel oplevert voor de verbruiker. Men moet derhalve afstappen
van de schijnheiligheid die erin bestaat te beweren dat het
gezamenlijk aanbod totaal verboden zou zijn.
In afwachting van het advies van de raad denk ik dat wij zouden
moeten overgaan tot een versoepeling van het verbod, maar wel
geval per geval en onder bepaalde voorwaarden. Een alternatief voor
het algemene verbod is het beter omkaderen van de koppelverkoop
met het oog op een betere consumentenbescherming. Het past
bijvoorbeeld te vermijden dat het gezamenlijke aanbod het aanbod
zou verengen en dat de verbruiker verplicht wordt producten of
diensten aan te schaffen waarvan hij geen gebruikmaakt. Hiertoe lijkt
mij een veralgemening van de voorwaarden die voorzien zijn in artikel
112 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische
communicatie, voor het toegestane gezamenlijk aanbod een goede
piste.
l'avis ne serait pas prêt à temps.
Je ne veux pas anticiper l'avis et
ne me prononcerai dès lors pas
définitivement à ce sujet.
Il
existe
de
nombreuses
exceptions à l'interdiction de vente
liée. L'article 55 de la loi sur les
pratiques du commerce prévoit
notamment une exception en ce
qui concerne un prix global de
différents produits ou services qui
forment un tout, le concept `tout'
n'étant pas fixé par la loi. La
téléphonie, l'internet, la télévision
et
les
produits
interactifs
intermédiaires
peuvent
être
vendus conjointement, moyennant
certaines conditions définies à
l'article 112 de la loi du 13 juin
2005 relative aux communications
électroniques. Il est donc faux de
prétendre que l'offre conjointe est
totalement interdite.
En attendant l'avis, je préconise un
assouplissement de l'interdiction
mais au cas par cas et à certaines
conditions. Plutôt que l'interdiction
générale, un meilleur encadrement
de la vente liée pourrait être prévu
en vue d'une meilleure protection
des consommateurs, par exemple
en généralisant les conditions qui
figurent à l'article 112 relatif aux
communications électroniques.
12.03 Freya Van den Bossche (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, er bestaan inderdaad - ik heb ook niet het
omgekeerde beweerd - een aantal zinvolle uitzonderingen op het
principiële verbod dat in de wet staat.
Wij wachten dat advies af. Ik begrijp dat u dat afwacht. Ik vind het ook
niet onlogisch dat u wacht op het advies alvorens u een definitieve
mening te vormen.
Ik vroeg ook tegen wanneer de voorzitter van de commissie
Handelspraktijken verwachtte dat advies af te leveren als het niet op
30 juni is. Kent u de timing? U bent, hoop ik, van plan om een nieuwe
datum af te spreken. Kunt u mij die dan ook laten weten?
12.03 Freya Van den Bossche
(sp.a+Vl.Pro):
Il
existe
effectivement un certain nombre
d'exceptions
sensées
à
l'interdiction de principe. Il est
logique que le ministre attende
l'avis. Quel est le calendrier
prévu? J'espère que le ministre
nous avertira quand il rencontrera
à nouveau le président de la
commission sur les pratiques du
commerce.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van mevrouw Freya Van den Bossche aan de minister van Klimaat en Energie over "de
aangekondigde verbetering of herziening van de wetgeving betreffende de bescherming van de
consument" (nr. 5727)
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
13 Question de Mme Freya Van den Bossche au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'annonce de
l'amélioration ou de la révision de la législation relative à la protection des consommateurs" (n° 5727)</b>
13.01 Freya Van den Bossche (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister,
u zou niet enkel de wet betreffende de voorlichting en bescherming
van de consument van 1991 maar ook andere wetgeving binnen deze
legislatuur aanpassen en verbeteren. U verwijst in uw beleidsnota
naar de wetgeving op de reiscontracten. Ik ben daar heel blij mee en
ik denk dat het nodig is om die wetgeving aan te passen.
In welke zin wilt u de wetgeving aanpassen en binnen welke termijn?
Neemt u daarin zelf een initiatief of wil u liever wachten op Europa,
wat ik overigens niet zou aanraden in deze? Zult u bij het initiatief dat
u plant, optreden tegen de toch wel omstreden prijssupplementen die
de consument in de sector worden opgelegd?
13.01 Freya Van den Bossche
(sp.a+Vl.Pro): Dans sa note de
politique générale, le ministre
indique qu'il entend modifier et
améliorer non seulement la loi de
1991 sur l'information et la
protection du consommateur, mais
également,
par
exemple,
la
législation relative aux contrats
dans le secteur des voyages. En
quoi consisteront ces adaptations
et dans quel délai seront-elles
mises en oeuvre? J'espère qu'il ne
patientera pas jusqu'à l'élaboration
d'une
initiative
européenne.
Profitera-t-il de ces modifications
pour instaurer des mesures de
lutte contre les suppléments de
prix auxquels sont confrontés les
consommateurs dans ce secteur?
13.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw Van den Bossche, de wet
van 16 februari 1994 tot regeling van het contract tot reisorganisatie
en reisbemiddeling is meer dan tien jaar oud. De wet realiseerde de
omzetting van de richtlijn van de Raad van 13 juni 1990 betreffende
pakketreizen,
met
inbegrip
van
vakantiepakketten
en
rondreispakketten. De wet is echter toe aan actualisering, onder meer
gelet op de evolutie van de reismarkt en het ontstaan van nieuwe
toeristische producten. Er zal rekening moeten worden gehouden met
de interne markt, met de doelstelling van een betere
consumentenbescherming en met de noodzaak tot vereenvoudigen
en verbeteren van de regelgeving.
Tijdens de vorige legislatuur werd een studie toevertrouwd aan een
universitair centrum. In de studie worden onder meer de reismarkt, de
nieuwe toeristische producten en de nieuwe praktijken geanalyseerd
en worden problemen geïdentificeerd die voortvloeien uit de huidige
wetgeving. De studie werd vervoleindigd met een voorontwerp van
wet.
Vooraleer een tekst voor te leggen aan de regering wens ik eerst de
Raad voor het Verbruik te raadplegen over het voorontwerp van het
universitair centrum en een consumentenatelier in te richten waar van
gedachten kan worden gewisseld over de gevoelige problemen die
verbonden zijn met het reiscontract. Rekening houdend met de
huidige activiteiten in de commissie Handelspraktijken van de Raad
voor het Verbruik, die nu bezig is met de wet op de handelspraktijken,
zal ik waarschijnlijk het begin van volgend jaar moeten afwachten om
het wetsontwerp aan de regering voor te leggen.
In overeenstemming met de richtlijn wil de wet de transparantie van
de prijzen bevoordelen en staat ze prijssupplementen toe, voor zover
de methode alsook de berekeningswijze ervan worden vastgelegd in
de overeenkomst. Hoe dan ook is er geen enkele prijswijziging
mogelijk op minder dan twintig dagen van de startdatum.
13.02 Paul Magnette, ministre:
La législation relative aux contrats
de voyage date de plus de dix ans
et visait à transposer la directive
concernant les voyages à forfait.
Étant donné l'évolution du secteur,
cette loi doit être actualisée en vue
de
mieux
protéger
le
consommateur et de simplifier
ainsi
qu'améliorer
la
réglementation.
Durant
la
précédente législature, une étude
a été commandée auprès d'un
centre universitaire afin d'analyser
le secteur ainsi que les problèmes
inhérents à la législation actuelle.
Je désire dans un premier temps
consulter le Conseil de la
Consommation concernant l'avant-
projet du centre universitaire et
instituer
un
Atelier
de
la
consommation où seront discutés
les problèmes relatifs aux contrats
de voyage. En conséquence, je
serai probablement en mesure de
soumettre le projet de loi au
gouvernement
début
2009.
Conformément à la directive, la loi
tend à promouvoir une tarification
transparente
et autorise les
suppléments de prix pour autant
que leur mode d'élaboration soit
stipulé dans le contrat. En tout état
de cause, les prix ne peuvent plus
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
être modifiés à moins de 20 jours
de leur entrée en vigueur.
13.03 Freya Van den Bossche (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister,
ik vind het goed dat er een voorontwerp komt en dat dat ook nog
wordt besproken in een consumentenatelier. Dat is een goed idee.
Het is ook goed de commissie voor de Handelspraktijken te vragen
om een advies te formuleren maar toch dient men op te letten om niet
te veel adviezen te vragen aan een commissie die niet gemakkelijk
deadlines haalt. De commissie kreeg drie maanden om een ander
advies te formuleren en zei dat dat echt niet voldoende is. Ik zou dus
ook maar niet te fveel doorschuiven naar die commissie. Ik denk
overigens dat het redelijk voorspelbaar is wie voor en tegen zal zijn
wanneer het gaat om een aantal aanpassingen in de reissector.
Ik begrijp dat u begin volgend jaar ziet als het moment om uw ontwerp
daadwerkelijk in te dienen. Dat is over zes maanden. Ik denk dat u die
zes maanden hard zult nodig hebben om tot een akkoord te komen. Ik
zal dan over enkele maanden een nieuwe vraag indienen.
13.03 Freya Van den Bossche
(sp.a+Vl.Pro): Si j'applaudis à
l'idée d'un avant-projet, de mettre
en oeuvre un Atelier de la
consommation et de demander
l'avis de la Commission Pratiques
du commerce, je voudrais insister
pour que la commission rende son
avis dans un délai raisonnable, car
ce n'a pas toujours été le cas dans
le passé. Le ministre aura bien
besoin des six prochains moins
pour parvenir à un accord
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van mevrouw Freya Van den Bossche aan de minister van Klimaat en Energie over "de
uitvoering van de wet van 15 mei 2007 betreffende de consumentenakkoorden" (nr. 5728)
14 Question de Mme Freya Van den Bossche au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'application de
la loi du 15 mai 2007 relative aux accords de consommation" (n° 5728)</b>
14.01 Freya Van den Bossche (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, u weet dat de wet van 15 mei 2007 betreffende
de consumentenakkoorden in de mogelijkheid voorziet om
consumentenakkoorden af te sluiten binnen de Raad voor het
Verbruik tussen consumentenorganisaties en beroepsorganisaties.
Dat moet vooral uw leven vergemakkelijken, mijnheer de minister,
omdat zij dan zelf onderling kunnen onderhandelen.
De wet van 15 mei bepaalt wel dat er een procedure binnen de raad
moet worden gevolgd en dat deze in een huishoudelijk reglement
moet worden vastgelegd. Pas als dat huishoudelijk reglement er is en
in
een
KB
wordt
bekrachtigd,
kunnen
daadwerkelijk
consumentenakkoorden tot stand komen. De beide kanten van de
sector zijn blij met die wetgeving, met de mogelijkheid tot
zelfregulering en om onderling tot akkoorden te komen.
Mijnheer de minister, ik vroeg mij af u dat huishoudelijk reglement
inmiddels af had. Bestaat er al een KB? Zo ja, wanneer hebt u het bij
de Ministerraad ingediend, of moet u het nog indienen? Zult u ervoor
zorgen dat de mogelijkheid om consumentenakkoorden te sluiten snel
werkelijkheid zal worden?
14.01 Freya Van den Bossche
(sp.a+Vl.Pro): La loi du 15 mai
2007 relative aux accords de
consommation
prévoit
la
possibilité
de
conclure
des
accords au sein du Conseil de la
consommation
entre
les
organisations de consommateurs
et
les
organisations
professionnelles. Pour être en
mesure d'appliquer effectivement
cette réglementation, il convient
toutefois de définir une procédure
en la matière.
Les règles de cette procédure ont-
elles déjà été définies? Cette
possibilité
de
conclure
des
accords sera-t-elle concrétisée
rapidement?
14.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, ik heb aan de
Ministerraad van 18 april het ontwerp van KB voorgelegd houdende
de goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de Raad voor het
Verbruik met betrekking tot de consumentenakkoorden. De raad heeft
beslist zijn beslissing uit te stellen in afwachting van het protocol over
de bevoegdheidsverdeling tussen de ministers van Economie, KMO
en mijzelf. Dit protocol werd deze morgen gefinaliseerd. Bijgevolg
schrijf ik dit punt opnieuw in op de agenda van de volgende
14.02 Paul Magnette, ministre:
J'ai soumis le projet d'arrêté royal
en la matière au Conseil des
ministres du 18 avril 2008. Celui-ci
a reporté sa décision dans l'attente
d'un protocole sur la répartition
des
compétences
entre
les
ministres de l'Économie et des
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
Ministerraad.
PME et moi-même. Ce protocole a
été finalisé ce matin. Il en résulte
que ce point sera abordé lors du
prochain Conseil des ministres.
14.03 Freya Van den Bossche (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, dit is dus uw bevoegdheid? Een protocol van
akkoord over bevoegdheden, daar word ik blij van. Kunt u ons dat
protocol bezorgen, zodat het Parlement ook weet aan wie welke vraag
te stellen? Ik ben daarmee zo blij dat ik niet meer weet wat te
repliceren.
Misschien nog iets over de termijn. Bent u het met mij eens dat het
dringend is?
14.03 Freya Van den Bossche
(sp.a+Vl.Pro): Je me réjouis tout
particulièrement de ce que les
compétences aient finalement été
définies clairement. Le ministre
peut-il fournir ce protocole au
Parlement,
pour
que
nous
sachions à qui nous devons nous
adresser pour quelle matière?
14.04 Minister Paul Magnette: (...)
14.05 Freya Van den Bossche (sp.a+Vl.Pro): Prima.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van mevrouw Freya Van den Bossche aan de minister van Klimaat en Energie over "de
coördinatie van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken, de voorlichting en de
bescherming van de consument" (nr. 5729)
15 Question de Mme Freya Van den Bossche au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la coordination
de la loi du 14 juillet 1991 sur les pratiques du commerce et sur l'information et la protection du
consommateur" (n° 5729)</b>
15.01 Freya Van den Bossche (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, deze vraag betreft de coördinatie van de wet op
de handelspraktijken.
Er
is
de
afgelopen
jaren
zoveel
veranderd
in
consumentenreglementering dat de leesbaarheid van de wet, een
degelijke wet wat betreft bescherming van de consument, bijzonder
moeilijk is geworden.
Er staat een bijzonder zinvolle administratieve herziening van de wet
in de steigers, met onder andere de herziening en aanpassing van de
nummering van artikelen.
Er werd een ontwerp gemaakt van die gecoördineerde versie. Het
advies van de Raad van State over dat ontwerp dateert van
november 2007. Kunt u mij de stand van zaken geven? Hebt u al
stappen ondernomen om dat ontwerp voor te leggen aan de
Ministerraad en aan het Parlement?
15.01 Freya Van den Bossche
(sp.a+Vl.Pro):
Ces
dernières
années, tant de choses ont
changé dans la réglementation
relative à la protection des
consommateurs que la lecture de
la loi sur les pratiques du
commerce est aujourd'hui un
véritable tour de force. Un projet
de nouvelle version coordonnée
avec notamment une révision de
la numérotation des articles a déjà
été élaboré. L'avis du Conseil
d'Etat sur ce projet date de
novembre 2007. Où en est-on? Le
ministre a-t-il déjà entrepris des
démarches pour soumettre le
projet au Conseil des ministres et
au Parlement?
15.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, mevrouw
Van den Bossche, ik heb het coördinatiebesluit van de wet op de
handelspraktijken in februari ondertekend. Dit dossier kon echter niet
worden afgewerkt voor het einde van de voorlopige regering.
Ik heb bijgevolg een nieuwe versie van het besluit gevraagd aan mijn
administratie. Zodra ik dat had ontvangen, heb ik het ondertekend en
naar mijn collega belast met KMO gestuurd op 16 mei. Dit besluit
vereist tevens de ondertekening van de minister van Economie.
15.02 Paul Magnette, ministre:
J'ai signé en février l'arrêté de
coordination de la loi sur les
pratiques du commerce. Toutefois,
ce dossier n'a pu être finalisé
avant
la
démission
du
gouvernement
provisoire.
J'ai
demandé une nouvelle version à
mon administration, j'ai signé cette
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
version et je l'ai transmise à ma
collègue chargée des PME le 16
mai.
15.03 Freya Van den Bossche (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, het ligt dus nog bij minister Laruelle? De
ondertekening zal dus deze maand nog kunnen gebeuren.
Mijnheer de minister, een goede truc is uw koninklijke besluiten
meenemen naar de Ministerraad zelf en ze daar laten ondertekenen.
Dan hebt u twee handtekeningen op een dag. Dit kan u ooit nog van
pas komen.
15.03 Freya Van den Bossche
(sp.a+Vl.Pro): La signature pourra
donc avoir lieu avant la fin de ce
mois. À l'avenir, je conseille au
ministre d'emporter les arrêtés
royaux quand il se rend au conseil
des ministres car ainsi, il obtiendra
deux signatures en une seule
journée.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
16 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'aide à la
recherche et au développement des énergies alternatives" (n° 5736)</b>
16 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Klimaat en Energie over "de steun
voor het onderzoek naar en de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen" (nr. 5736)
16.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, vous avez annoncé le 26 mai qu'une
contribution de 250 millions d'euros serait versée au budget de l'État
par les producteurs d'électricité. Je ne reviendrai pas sur les
péripéties de cette affaire. Vous avez également indiqué que cette
somme servirait à soutenir les investissements dans les énergies
renouvelables et dans les économiseurs d'énergie. Si tout le monde
est désormais d'accord sur la nécessité de développer la recherche et
la mise en production de ces énergies renouvelables, certains
soulignent justement que le système de subsides et de prix garantis
assurant la compétitivité de ces énergies écologiques peut aussi
devenir contre-productif s'il n'est pas accompagné d'une veille
permettant de l'adapter à la réalité du marché et d'une montée en
compétitivité de ces énergies.
En effet, avec le temps, les progrès pour les fabriquer et la production
à plus grande échelle, certaines énergies vertes deviennent à faible
surcoût en regard des énergies fossiles. Aussi ne serait-il pas plus
approprié de réorienter au fur et à mesure les attributions de
financement de nouvelles initiatives porteuses d'un potentiel de
croissance et ayant recours aux technologies de pointe mais qui ne
pourront devenir rentables qu'à plus long terme, afin de les aider à
supporter les risques de leur développement et stimuler ainsi
l'innovation? Cela nous permettrait de diversifier et d'installer dans la
durée les moyens de rechercher et de développer des énergies
renouvelables.
Or, monsieur le ministre, si vous avez évoqué le versement annuel
d'une contribution par les producteurs d'électricité, ces derniers n'ont
pas confirmé vos propos. Pouvez-vous nous rassurer sur le
versement de cette contribution annuelle?
16.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Op 26 mei kondigde u aan
dat de elektriciteitsproducenten
een bijdrage van 250 miljoen euro
in de schatkist zouden storten en
dat die som zou gebruikt worden
om
de
investeringen
in
hernieuwbare
energie
en
energiebesparende maatregelen
mee te financieren. Volgens
sommigen
kan
die
regeling
contraproductief worden, als er
geen bijsturingsmechanisme komt.
Er moet immers rekening worden
gehouden
met
de
reële
marktsituatie en de stijgende
competitiviteit
van
die
energievormen.
Zou het niet beter zijn om met dat
geld
stelselmatig
nieuwe
initiatieven te financieren die
slechts op lange termijn rendabel
kunnen worden? Op die wijze
zouden we kunnen helpen om de
risico's
verbonden
aan
hun
ontwikkeling in te dekken.
U
stelde
dat
de
elektriciteitsproducenten
een
jaarlijkse bijdrage zouden storten,
maar een bevestiging van hun
kant is uitgebleven. Kan u ons
verzekeren dat die jaarlijkse
bijdrage er komt?
16.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur Flahaux, je ne reviendrai 16.02 Minister Paul Magnette:
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
pas sur la question des 250 millions d'euros à verser au budget de
l'État par les producteurs d'électricité nucléaire, étant donné que je
me suis longuement exprimé sur le sujet jeudi dernier en séance
plénière à la suite de la rétractation d'Electrabel.
Pour ce qui est de l'affectation des crédits, le débat n'a pas encore eu
lieu en Conseil des ministres mais je proposerai que cette somme soit
affectée à un fonds pluriannuel, soit un fonds pluriannuel existant,
comme le Fedesco et le FRCE permettant d'investir dans la réduction
de la consommation d'énergie, soit dans un fonds pluriannuel destiné
à la recherche et aux investissements en soutien aux énergies
renouvelables.
Vorige donderdag heb ik het in de
plenaire vergadering al uitvoerig
gehad over de kwestie van de 250
miljoen euro die de nucleaire
elektriciteitsproducenten
in
de
schatkist moeten storten. Ik kom
daar niet meer op terug.
Over de toewijzing van de
kredieten hebben we het in de
ministerraad nog niet gehad, maar
ik zal voorstellen om met die som
een meerjarenfonds te spijzen.
16.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Votre réponse me satisfait
totalement. Je suivrai les développements avec attention.
16.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Uw antwoord voldoet geheel
aan mijn verwachtingen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 5776 de M. Flor Van Noppen est retirée.
17 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre du Climat et de l'Énergie sur "une meilleure prise
en compte de la recherche fondamentale dans les évolutions de la production automobile" (n° 5833)</b>
17 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Klimaat en Energie over "een grotere
rol voor het fundamenteel onderzoek in de ontwikkelingen van de autoproductie" (nr. 5833)
17.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, à Nogaro, dans le sud-ouest de la France, lors
d'une compétition hors du commun entre automobiles futuristes qui a
duré quatre jours le Shell Éco-marathon -, les étudiants de la
Faculté polytechnique de Mons en UrbanConcept, ceux du lycée
technique provincial Stiévenart de Hornu et de l'école des arts et
métiers d'Erquelinnes, inscrits dans la catégorie prototype, ont tenté
de battre des records de distance avec un minimum de carburant
possible (essence, diesel, LPG).
Si l'objectif est identique, les UrbanConcept sont des voitures proches
de celles qui circulent sur nos routes, tandis que les prototypes
ressemblent à des cigares roulants. C'est la preuve qu'il est encore
possible de réduire la consommation de carburant par des moteurs
automobiles: 894 kilomètres, soit moins de 10 centilitres aux 100
kilomètres pour le prototype mis au point par le lycée Stiévenart.
Bien évidemment, les performances de ces véhicules d'éco-
conception, construits dans le meilleur respect de l'environnement,
transposées à nos véhicules habituels forcément plus lourds,
nécessiteraient une quantité plus importante de carburant.
Néanmoins, cette épreuve laisse à penser que, face à la montée en
puissance de la consommation d'énergies fossiles, de nombreuses
réponses sont possibles et même nécessaires en vue de la réduire et
donc d'en amoindrir les effets sur l'environnement tout comme sur le
budget des ménages.
Aussi, monsieur le ministre, pouvez-vous nous indiquer quelles aides
votre ministère apporte à cette recherche fondamentale dans le
domaine de l'énergie?
17.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Op een technische wedstrijd
in Nogaro, in het zuidwesten van
Frankrijk, heeft men geprobeerd
het afstandsrecord te verbreken
met een minimum aan brandstof
(benzine, diesel, LPG).
Welke steun geeft uw ministerie
aan het fundamenteel onderzoek
op het stuk van energie? Hoe
wordt dat vertaald in termen van
beleid
voor
de
automobielindustrie?
In
Europa
worden
steeds
strengere normen opgelegd met
betrekking tot de CO
2
-uitstoot.
Wordt het geen tijd dat de politiek
zich mengt in het debat opdat de
technologische vooruitgang beter
weerspiegeld zou worden in ons
dagelijks leven?
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
Quelle en est la traduction en termes de politique industrielle
automobile?
Des normes de plus en plus strictes sont imposées en Europe
relativement à l'émission en CO
2
, et c'est très bien. Même si des
progrès sont accomplis en ce domaine, les industriels se retranchent
souvent derrière la lenteur de la recherche et ses coûts pour ne pas
avancer plus vite. Ne pensez-vous pas qu'il est temps que le politique
s'implique de manière plus volontariste dans le débat afin de voir les
progrès technologiques se développer plus concrètement et plus
fortement dans notre vie quotidienne?
17.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur Flahaux, avant tout, je me
dois de vous préciser que la recherche fondamentale relève des
compétences de ma collègue Sabine Laruelle. Toutefois, je me
permets d'éclairer le débat en signalant que des expériences comme
le Shell Éco-marathon ne participent pas nécessairement de la seule
recherche fondamentale. L'innovation est essentielle à ce niveau et si
peu de PME développent des brevets, beaucoup en achètent dans ce
but
La volonté politique de coordonner les efforts doit être renforcée pour
assurer un véritable essor des "éco-innovations". Le Printemps de
l'environnement discute en ce moment de ce point et formulera des
propositions concrètes à cette fin.
S'agissant des performances des véhicules en termes d'émissions de
CO
2
, vous vous rappelez que l'industrie automobile s'était engagée,
conformément à la stratégie CO
2
des véhicules, à atteindre une
moyenne européenne d'émission des véhicules vendus égale à 140
grammes par kilomètre. En raison de l'absence de respect de ces
accords volontaires par ce secteur, une législation européenne est en
préparation pour pallier ce problème.
Les efforts des constructeurs en faveur de ces objectifs ont mené à
diverses évolutions technologiques intéressantes, telles que l'injection
de plus en plus précise, l'allégement des matériaux, les dispositifs
hybrides et de récupération d'énergie. Cependant, les gains de ce
développement ont plus souvent été utilisés pour améliorer des
performances autres qu'environnementales telles que la puissance ou
le confort des véhicules.
En tant qu'importatrice d'automobiles, la Belgique peut agir sur les
politiques de la demande. Les pouvoirs publics exercent un rôle
important d'exemple et d'impulsion via les marchés publics. Outre la
circulaire sur le parc des cabinets ministériels, qui a été récemment
renforcée à ma suggestion, la circulaire 307quater prévoit des
exigences notamment en termes de CO
2
- pour les achats des
véhicules des administrations. Elle sera très prochainement améliorée
par ma collègue de la Fonction publique afin de prendre également en
compte les émissions de polluants.
Il serait souhaitable d'influencer l'offre indirectement par le biais de
marchés publics de technologies, et non plus seulement de produits.
Les marchés publics actuels, dits "classiques", n'agissent que sur la
demande des produits. Dès que ceux-ci sont mis sur le marché, les
marchés publics dits "de technologies" engagent les pouvoirs publics
17.02 Minister Paul Magnette:
Het fundamenteel onderzoek is
een bevoegdheid van minister
Sabine Laruelle. Experimenten
zoals de Shell Eco-marathon
hebben niet noodzakelijk van doen
met
fundamenteel
onderzoek
alleen. Innovatie is essentieel en
te weinig kmo's ontwikkelen
octrooien, vele kopen ze.
De
politieke
wil
om
de
inspanningen te coördineren moet
worden versterkt. De Lente van
het Milieu gaat hierover en zal ter
zake
concrete
voorstellen
formuleren.
Wat de prestaties van de
voertuigen betreft in termen van
CO
2
-uitstoot,
had
de
automobielindustrie er zich toe
verbonden
een
Europees
uitstootgemiddelde te halen van
140 gram per kilometer. Omdat
de akkoorden door die sector niet
nageleefd worden, is er een
Europese wetgeving in de maak.
De
inspanningen
van
de
constructeurs
hebben
tot
verscheidene
interessante
technologische evoluties geleid,
maar niet op het stuk van het
milieu.
België, dat auto's invoert, kan
inwerken op het vraagbeleid. De
overheden
spelen
een
voorbeeldrol en geven impulsen
via overheidsopdrachten.
Het zou wenselijk zijn het aanbod
te
beïnvloeden
via
overheidsopdrachten
voor
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
comme partenaires à long terme avec l'industrie aux fins de
développement et de mise sur le marché d'une technologie de pointe
en phase précommerciale ou à l'état de niche, telle que les moteurs
électriques hybrides, à hydrogène, à air comprimé, etc.
Par le biais de commandes publiques garanties, l'État offre ainsi un
marché à ces technologies novatrices et assume une part du risque.
Plusieurs pays européens se sont regroupés pour créer des
partenariats dans le domaine susmentionné, ce qui permet de peser
sur l'ensemble du cycle de vie des procédés et des produits.
La Belgique est actuellement absente de cette démarche et les
résultats des débats en cours dans le cadre du Printemps de
l'environnement pourraient encourager notre pays à entrer dans le
peloton de tête européen.
Il est, en effet, indispensable, d'offrir à nos PME une compétitivité
structurelle à long terme, durable et qui réponde aux nouveaux
impératifs d'un marché globalisé. Il est également indispensable
d'inscrire le tissu industriel belge dans des modes de production et de
consommation plus durables, afin que notre pays reste compétitif à
l'horizon de la prochaine "économie de la connaissance".
technologie en niet enkel voor
producten zoals dat op dit ogenblik
het geval is.
Door middel van gewaarborgde
overheidsbestellingen biedt de
staat
een
markt
voor
die
vernieuwende technologieën en
neemt hij een deel van het risico
voor zijn rekening. Verscheidene
Europese landen hebben zich
gegroepeerd om partnerschappen
in dit domein op te zetten, maar
België doet daar niet aan mee; de
debatten, in het kader van de
Lente van het Milieu, zouden ons
land ertoe kunnen aanzetten mede
op Europees niveau mede het
voortouw te nemen.
Het is absoluut noodzakelijk dat
we onze kmo's een structurele
competitiviteit op lange termijn
bieden die duurzaam is en inspeelt
op de geglobaliseerde markt, en
dat de Belgische industrie meer
duurzame productiemethodes en
consumptiegedragingen voorstaat.
17.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je ne peux
qu'approuver votre réponse. Je sais que, grâce au Printemps de
l'environnement en cours, vous pourrez présenter de nombreux
projets, que nous suivrons d'ailleurs en commission également.
17.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Tijdens de aan de gang
zijnde Lente van het Milieu zult u
voorstellen doen, die we in de
commissie zullen volgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Samengevoegde vragen van
- de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "de toekomst van de LNG-
terminal van Zeebrugge" (nr. 5926)
- mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "het transitdossier"
(nr. 5934)
- de heer Bruno Tobback aan de minister van Klimaat en Energie over "Fluxys" (nr. 5937)
18 Questions jointes de
- M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'avenir du terminal GNL à Zeebrugge"
(n° 5926)<br>- Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le dossier du transit" (n° 5934)<br>- M. Bruno Tobback au ministre du Climat et de l'Énergie sur "Fluxys" (n° 5937)</b>
18.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, mijn vraag gaat over de LNG-terminal te
Zeebrugge. Ik ga onmiddellijk over tot de vraagstelling. Daar zit het
essentiële in.
In het Belgisch Staatsblad van 21 februari 2007 werden kandidaten
voor het beheer van het aardgasvervoersnet, het beheer van de
opslaginstallatie en het beheer van de LNG-terminal uitgenodigd om
18.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Un avis publié dans le
Moniteur belge du 21 février 2007
invitait les candidats gestionnaires
du réseau de transport du gaz, de
l'installation de stockage et du
terminal GNL à Zeebrugge à se
faire connaître. À l'heure actuelle,
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
zich bekend te maken. Zoals algemeen geweten oefent Fluxys
momenteel het feitelijk beheer uit over transport, transit en opslag van
de terminal.
Mijnheer de minister, ten eerste, kunt u meedelen hoeveel firma's zich
tot nog toe kandidaat hebben gesteld? Kunt u ons ook zeggen welke
firma's dit zijn?
Ten tweede, deze vraag is reeds voor een stuk beantwoord, want wij
hebben in De Tijd reeds kunnen lezen over een optreden van Fluxys
International. Kan u ons ook meedelen of Fluxys International, de
nieuw opgerichte vennootschap, haar kandidatuur voor het beheer
van de LNG-terminal te Zeebrugge reeds heeft ingediend?
Ten derde, hebben de CREG en de CBFA reeds hun advies
afgeleverd betreffende het beheer van het aardgasvervoersnet?
Kunnen wij dat inkijken? Is dat beschikbaar? Waar is dat
beschikbaar? Kan u ons dit ter beschikking stellen?
ces tâches sont exécutées par
Fluxys.
Combien d'entreprises se sont-
elles
portées
candidates?
Lesquelles? La nouvelle Fluxys
International figure-t-elle parmi les
candidats? La CREG et la CBFA
ont-elles déjà formulé un avis et,
dans l'affirmative, pouvons-nous le
consulter?
18.02 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, ik heb een aantal specifieke vragen over Fluxys in het
transitdossier.
Het regeerakkoord stipuleert heel duidelijk dat de regering voor
onafhankelijke netbeheerders en voor een autonoom beheer van de
vervoersnetten
kiest,
waarbij
het
aandeel
van
de
producentenleveranciers onder de grens van 25% moet zakken.
Vorige week stelde u tijdens de plenaire vergadering uw verklaring
werd nadien zowel door De Tijd als door Knack overgenomen dat
het aandeelhouderschap van Fluxys International geen zaak van de
regering maar van Suez en Publigas is.
Een dergelijke uitspraak is manifest in strijd met het regeerakkoord.
Het beheer van de terminal in Zeebrugge is volgens de gaswet
immers ook een deel van het netbeheer. Trouwens, in artikel 8 van de
gaswet koos de wetgever voor een wettelijk monopolie van een bedrijf
dat het beheer en alle activiteiten, gaande van transport en transit
over opslag, van de LNG-terminal moet uitoefenen. Artikel 8 stipuleert
natuurlijk niet dat Fluxys voornoemde activiteiten moet beheren. Op
het moment dat voornoemde bepaling werd geredigeerd, had
iedereen evenwel Fluxys in het achterhoofd en werd dus impliciet wel
degelijk Fluxys bedoeld.
De ontwikkeling en de commercialisering van de capaciteit van de
LNG-terminal aan een andere vennootschap dan Fluxys
toevertrouwen, is bijgevolg in strijd met de wet.
Er werd hier ook op gewezen dat de minister, na advies van de CREG
en de CBFA en na beraadslaging in de Ministerraad, de netbeheerder
binnen de negen maanden na de bekendmaking in het Belgisch
Staatsblad officieel aanduidt. Volgens mij zou het slecht zijn voor
Fluxys en voor de bevoorradingszekerheid van het land, indien een
deel van Fluxys, met name de LNG-terminal, in handen van het
Franse Suez komt, gezien de concurrentie met de andere LNG-
terminals. Ik verwijs in dat verband naar de twee LNG-terminals die
Gaz de France reeds bezit en naar een derde terminal die
voornoemde onderneming in Duinkerken wil bouwen. Op die manier
18.02 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
La
semaine
passée, le ministre a déclaré en
séance plénière que l'actionnariat
de
Fluxys
International
ne
concernait pas le gouvernement
mais Suez et Publigaz. Cette
déclaration est manifestement en
contradiction avec l'accord de
gouvernement. En effet, aux
termes de la loi sur le gaz, la
gestion du terminal de Zeebrugge
fait aussi partie intégrante de la
gestion du réseau. Confier à une
autre société que Fluxys le
développement
et
la
commercialisation de la capacité
du terminal GNL est contraire au
prescrit légal. Si une partie de
Fluxys, en l'occurrence le terminal
GNL, tombait dans l'escarcelle du
groupe français Suez, ce serait
une mauvaise chose pour Fluxys
et
pour
la
sécurité
d'approvisionnement
de
notre
pays, cela compte tenu du fait que
ce
terminal
entrerait
en
concurrence avec les autres
terminaux GNL de Suez. Il a été
fait référence également à l'arrêté
royal du 21 février 2007.
Est-il exact que le gouvernement a
consulté
la
Commission
européenne sur le dossier du
transit et que la Commission a
rendu un avis négatif? Le ministre
pourrait-il exposer la teneur de cet
avis? Qui a déposé sa candidature
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
wordt rechtstreeks de concurrentie met Zeebrugge aangegaan.
Er werd ook verwezen naar het koninklijk besluit van 21 februari 2007.
Ik heb een aantal concrete vragen.
Mijn eerste vraag is meer algemeen over het transitdossier in zijn
geheel. Klopt het dat de regering de Europese Commissie over het
transitdossier heeft geconsulteerd? Klopt het dat het advies dat de
regering aldus formeel of informeel bekwam, negatief is? Kan de
minister de inhoud van het advies toelichten?
Ten tweede, wie heeft wanneer kandidaturen voor beheerder van
aardgasvervoersnet, opslaginstallatie of LNG-installatie ingediend?
Werd door de CREG en de CBFA reeds een advies gegeven?
Wanneer werd het advies gegeven? Wat is hun advies ter zake?
Ten derde, is het correct dat Fluxys een leasingcontract voor de twee
transitpijpleidingen Troll en VTn heeft? Wanneer lopen bedoelde
contracten af? Hoeveel moet Fluxys op het einde van de contracten
bijbetalen om eigenaar van de contracten te worden?
à la fonction de gestionnaire du
réseau de transport de gaz
naturel,
de
l'installation
d'entreposage ou du terminal
GNL? Quand? La CREG et la
CBFA ont-elles déjà rendu un
avis? Est-il exact que Fluxys a un
contrat de leasing pour les deux
gazoducs de transit Troll et VTn?
Quand
les
contrats
visés
arriveront-ils
à
échéance?
Combien Fluxys devra-t-il suppléer
à l'échéance des contrats pour en
acquérir la propriété?
18.03 Bruno Tobback (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter, in grote
mate kan ik aansluiten bij de vorige vragen.
Kort wil ik citeren uit het regeerakkoord, waarin staat dat de regering
resoluut kiest voor de onafhankelijkheid van de netbeheerders en
voor een autonoom beheer van de vervoersnetten in België.
Dan hebben we het niet alleen over elektriciteit, maar evengoed over
gas. In het geval van gas is de transporteur op dit ogenblik Fluxys.
De gasinfrastructuur in België omvat niet alleen leidingen, maar ook
de terminal voor energie in Zeebrugge en de prachtig benoemde
Huberator, de gashub, eveneens gevestigd in Zeebrugge, die eigenlijk
de verdeling op het Belgisch net en de transit door België controleert.
Zonder die infrastructuur betekent het Belgische gasnet op zichzelf
niet veel, natuurlijk. In een krant omschreef iemand het deze week als
volgt: het heeft geen enkele zin om de leidingen te controleren als
iemand anders het bezit heeft van de kraan.
Het scenario waarbij bijvoorbeeld via Fluxys International al de
toegangen tot het Belgisch gasnet gecontroleerd zouden worden door
Suez-Gaz de France, is nefast voor de Belgische gasmarkt.
Mijnheer de minister, daarom heb ik twee concrete vragen.
In het kader van de interpretatie van uw regeerakkoord, beschouwt u
de LNG-terminal en de hub in Zeebrugge als behorend tot het
Belgisch transportsysteem voor aardgas?
Ten tweede, wat is de positie van uzelf en van de Belgische regering
in verband met het scenario waarbij die delen van de
aardgasinfrastructuur in handen van Suez-Gaz de France zouden
blijven of komen?
18.03
Bruno
Tobback
(sp.a+Vl.Pro):
L'accord
de
gouvernement stipule que le
gouvernement optera résolument
pour
l'indépendance
des
gestionnaires de réseaux et pour
une
gestion
autonome
des
réseaux de transport en Belgique.
Le
ministre
considère-t-il
le
terminal GNL et le hub gazier de
Zeebruges comme appartenant au
système belge de transport du gaz
naturel? Quelle est la position du
ministre et du gouvernement belge
si ces parties de l'infrastructure
gazière devaient se retrouver aux
mains de Suez-Gaz de France?
18.04 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, de NV Fluxys
diende als enige kandidaat op 21 mei 2007 zijn kandidatuur in voor de
18.04 Paul Magnette, ministre:
Le 21 mai 2007, la S.A. Fluxys
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
functie van de drie beheerders, zijnde als gecombineerd beheerder,
zoals mogelijk volgens de wet.
De CREG had een advies verleend op 28 juni 2007 over de
kandidatuur van de NV Fluxys en de NV Fluxys LNG als beheerders.
De commissie voor het Bank- Financie- en Assurantiewezen heeft
een advies verleend op 29 juni 2007. Op 18 september 2007 heeft
Fluxys haar reactie op deze adviezen aan mijn voorganger bezorgd.
De CREG heeft op 28 januari 2008 een advies gegeven op de
wijzigingen aangevoerd door Fluxys.
Fluxys dient nog aan een aantal voorwaarden te voldoen, voor zij kan
worden aangeduid als beheerder van het vervoersnetwerk en als
beheerder van de opslaginstallatie. Voor de functie van beheerder van
de LNG-installatie kan Fluxys niet worden aangeduid, omdat zij een
constructievoorstel voorbereidt dat in strijd is met de gaswet van
12 april 1965.
Overeenkomstig artikel 8 punt 1 van de wet van 12 april 1965 zijn de
NV Fluxys en de NV Fluxys LNG sinds 23 maart 2006 aangeduid als
voorlopige beheerders van respectievelijk het vervoersnet, de
opslaginstallatie en de LNG-terminal te Zeebrugge, tot een definitieve
aanduiding van de beheerders volgt.
De Europese Commissie is niet geraadpleegd in dit dossier, omdat
een consultatie niet nodig is en de Europese richtlijn helemaal wordt
nageleefd. Fluxys Internationaal is nog niet opgericht en een
definitieve beslissing over de LNG-terminal die uiteraard een
onderdeel van het netwerk vormt, is nog niet genomen. Het is dus
voorbarig hierover uitspraken te doen.
Fluxys least de Troll- en VTn-pijpleidingen van de NV Finpipe en heeft
een optie tot kopen die contractueel is vastgelegd bij het begin van de
leasingovereenkomst en waarvan de prijs uiteraard vertrouwelijk is.
était la seule à avoir soumis sa
candidature à la fonction de triple
gestionnaire,
c'est-à-dire
de
gestionnaire combiné.
Le 28 juin 2007, la CREG a rendu
un avis relatif à la candidature de
la SA Fluxys et de la SA Fluxys
LNG à la gestion du réseau. La
CBFA a rendu son avis le 29 juin
2007 et, le 18 septembre 2007,
Fluxys a communiqué à mon
prédécesseur sa réaction par
rapport à ces avis. Le 28 janvier
2008, la CREG a remis un avis
portant sur les modifications
apportées par Fluxys.
La société Fluxys doit encore
satisfaire à un certain nombre de
conditions avant de pouvoir être
désignée comme gestionnaire du
réseau de transport et de
l'installation de stockage. Fluxys
ne peut être désignée comme
gestionnaire de l'installation GNL
car elle prépare une proposition de
construction qui va à l'encontre de
la loi gaz du 1
er
avril 1965.
Depuis le 23 mars 2006, la SA
Fluxys et la SA Fluxys LNG font
fonction
de
gestionnaires
provisoires du réseau de transport,
de l'installation de stockage et du
terminal GNL de Zeebrugge
jusqu'à
la
désignation
de
gestionnaires définitifs.
La Commission européenne n'est
pas consultée dans le cadre de ce
dossier. La directive européenne
est
toutefois
parfaitement
respectée. Fluxys International n'a
pas encore vu le jour et aucune
décision définitive n'a encore été
prise concernant le terminal GNL.
La société Fluxys loue les
gazoducs Troll et RTR de la SA
Finpipe en crédit-bail et a fixé
contractuellement l'option d'achat
à
un
prix
naturellement
confidentiel.
18.05 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik zal
het heel kort houden.
Veel blijft blijkbaar nog open. Ik hoor dat Fluxys International nog niet
18.05 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Il a été répondu par "pas
encore"
à
de
nombreuses
questions et la crainte subsiste
CRIV 52
COM 237
04/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
is opgericht. Mijnheer de minister, veel vragen worden beantwoord
met "nog niet". U gaf al een aantal gegevens, maar toch blijft bij mij de
vrees van verlies van verankering en verlies van controle op de LNG-
terminal. Suez, en dus voor een stuk Frankrijk, zal een dikke vinger in
de pap krijgen en zal beslissen wie wel en wie niet met een schip naar
de terminal komt. Frankrijk zal op de duur beslissen over de
commercialisering van de capaciteit.
Wij zullen dat dossier in elk geval van zeer dicht blijven volgen. Als
parlementslid hebben wij trouwens de plicht dat dossier van zeer dicht
bij te volgen.
donc que la France décidera en fin
de compte quel navire aura ou
n'aura pas accès au terminal.
18.06 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
ik dank u voor uw antwoord. Ik wijs op een beslissing van de
Europese Commissie over de fusie van Gaz de France en Suez met
betrekking tot Zeebrugge. Na lezing van de punten 61, 62 en 51, denk
ik dat er voldoende marge is voor de politiek. Alle voorstellen waarbij
Suez-Gaz de France onder de 60% zit en Publigas boven de 40%,
zijn immers acceptabel voor Europa. Ik heb van u geen engagement
gehoord om effectief onder die 25% te blijven.
In de huidige discussie, waarin alles aan alles wordt gekoppeld,
inclusief de 250 miljoen, vraag ik mij af of er geen andere deal in de
maak is en of het toch niet de bedoeling is via een bepaalde
constructie Suez voldoende inspraak te geven over het beheer van
het net. U geeft braaf antwoord op de vragen, maar u laat niet het
achterste van uw tong zien. Ik denk dat het hier eens te meer gaat
over achterkamertjespolitiek.
Er is ook een onnauwkeurigheid van mijn kant. Mijn vraag was: "Klopt
het dat de regering de Europese Commissie heeft geconsulteerd voor
het transitdossier en dat dit advies negatief is?" U hebt daarop
geantwoord in het licht van mijn vraag. Het was echter onzorgvuldig
van mijn kant niet duidelijk te expliciteren dat het natuurlijk ging om
het globale dossier van de transittarieven. Ik zal die vraag echter
opnieuw en nauwkeuriger indienen.
18.06 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Lorsque je relis la
décision
de
la
Commission
européenne relative à la fusion de
Gaz de France et de Suez en ce
qui concerne
Zeebruges,
je
constate qu'il reste une marge
suffisante au niveau politique.
Toutes les propositions dans
lesquelles Suez-Gaz de France se
situent en dessous de 60 % et
Publigaz au-dessus de 40 % sont
en effet acceptables pour l'Europe.
Je pense par ailleurs que certains
agissent en cachette et qu'un
autre
"deal"
accordant
une
participation suffisante à Suez
dans la gestion du réseau est en
préparation.
Je redéposerai par ailleurs ma
question relative aux tarifs de
transit après l'avoir formulée avec
plus de précision.
18.07 Bruno Tobback (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw Van der Straeten is, zoals gewoonlijk, heel vriendelijk en ik
ben het niet met haar eens wanneer zij zegt dat de minister braaf
heeft geantwoord op de vragen.
Op de eerste vraag moet ik het regeerakkoord interpreteren dat
daar ook de terminal en de hub bijhoren en dat wij dus voor die
terminal en die hub volgens u daaronder dezelfde redenering van
autonoom beheer met substantiële vertegenwoordiging van de
publieke sector moeten verstaan heeft u helemaal niet geantwoord.
U heeft gezegd dat Fluxys International nog niet bestaat en dat al de
rest dus voorbarig is.
Mijn vraag was een vraag naar de principiële uitgangspunten. Wat zijn
in dezen uw principiële uitgangspunten? Het mijne is heel duidelijk, te
weten dat wanneer u de controle over de toegang tot het Belgische
net en tot de terminal en de hub uit handen geeft ik hoop dat u dat
niet zult doen voor 250 miljoen u eigenlijk de hele Belgische
energiemarkt verkoopt aan God weet wie ze zal mogen hebben; laten
wij hopen dat het niet Suez-Gaz de France is.
18.07
Bruno
Tobback
(sp.a+Vl.Pro): Le ministre n'a pas
répondu à la première question et
s'est contenté de dire que Fluxys
International n'existe pas encore et
que tout le reste est donc
prématuré. S'il en a, quels sont
donc les principes de base du
ministre? Abandonner le contrôle
sur l'accès au réseau belge, le
terminal et le hub revient en fait
carrément à procéder à la
liquidation de l'ensemble du
marché
belge
de
l'énergie.
J'espère que ce ne sera pas le
cas.
04/06/2008
CRIV 52
COM 237
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
Mijn vraag was er een naar uw principiële uitgangspunten en u heeft
daar eigenlijk totaal geen antwoord op gegeven. Moet ik daaruit
besluiten dat u in dezen geen principiële uitgangspunten heeft of dat u
ze mij niet wilt meedelen?
18.08 Paul Magnette, ministre: J'ai répondu quant au principe. Cela
en fait bien partie. Il faut donc en assurer l'indépendance.
Maintenant, je ne suis pas Publigaz. Je ne suis pas Daniel Termont.
Je ne suis pas en train de discuter avec Suez sur l'actionnariat et sur
l'échange qu'ils vont réaliser entre eux. Mon rôle sera de veiller à ce
que l'indépendance soit assurée. Pour ce faire, d'autres méthodes
existent, que j'examine à l'instant, quelle que soit la structure finale de
l'actionnariat dans le scénario de discussion entre Suez et Publigaz.
18.08 Minister Paul Magnette: Ik
kan niet spreken namens Daniel
Termont, noch namens Publigas.
Ik
voer
momenteel
geen
besprekingen met Suez over het
aandeelhouderschap
en
de
uitwisseling die zal plaatsvinden.
Mijn rol zal erin bestaan erop toe
te zien dat de onafhankelijkheid
gewaarborgd blijft.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 13.16 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 13.16 uur.