KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 266
CRIV 52 COM 266
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
V
OLKSGEZONDHEID
,
HET
L
EEFMILIEU EN DE MAATSCHAPPELIJKE
H
ERNIEUWING
C
OMMISSION DE LA
S
ANTE PUBLIQUE
,
DE
L
'E
NVIRONNEMENT ET DU
R
ENOUVEAU DE LA
S
OCIETE
woensdag
mercredi
18-06-2008
18-06-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Interpellatie
van
mevrouw
Thérèse
Snoy et d'Oppuers tot de vice-eerste minister en
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de preventiemaatregelen als aanvulling op
het Nationaal Kankerplan" (nr. 64)
1
Interpellation de Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers
à la vice-première ministre et ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique sur "les mesures
de prévention complémentaire au plan national
contre le cancer" (n° 64)
1
Sprekers: Thérèse Snoy et d'Oppuers,
Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Thérèse Snoy et d'Oppuers,
Laurette Onkelinx, vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Moties
4
Motions
4
Samengevoegde vragen van
5
Questions jointes de
5
- mevrouw Christine Van Broeckhoven aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "de verhoging
van het zorgforfait voor chronisch zieken"
(nr. 5180)
5
- Mme Christine Van Broeckhoven à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "le relèvement du
forfait de soins pour les malades chroniques"
(n° 5180)
5
- mevrouw Sonja Becq aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de terugbetaling voor een
verplaatsing naar het ziekenhuis voor kinderen
met een chronische ziekte en voor hun ouders"
(nr. 5246)
5
- Mme Sonja Becq à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "le remboursement des frais de
déplacement à l'hôpital des enfants atteints d'une
maladie chronique et de leurs parents" (n° 5246)
5
Sprekers: Christine Van Broeckhoven,
Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid, Sonja Becq
Orateurs: Christine Van Broeckhoven,
Laurette Onkelinx, vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, Sonja Becq
Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
over
"de
weesgeneesmiddelen" (nr. 5340)
9
Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les médicaments
orphelins" (n° 5340)
9
Sprekers: Yolande Avontroodt, Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Yolande Avontroodt, Laurette
Onkelinx, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique
Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "een verlaagd
btw-tarief voor medische hulpmiddelen" (nr. 5422)
13
Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "un taux réduit de TVA
applicable à des dispositifs médicaux" (n° 5422)
13
Sprekers: Yolande Avontroodt, Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Yolande Avontroodt, Laurette
Onkelinx, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique
Samengevoegde vragen van
15
Questions jointes de
15
- mevrouw Yolande Avontroodt aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het voorschrijven van
geneesmiddelen" (nr. 5443)
15
- Mme Yolande Avontroodt à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé
publique
sur
"la
prescription
de
médicaments" (n° 5443)
15
- mevrouw Maggie De Block aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de uitvoering van
herhaalvoorschriften voor chronische patiënten
door apothekers" (nr. 5772)
15
- Mme Maggie De Block à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "l'exécution par les
pharmaciens
des
prescriptions
avec
renouvellement pour les patients chroniques"
(n° 5772)
15
- de heer Koen Bultinck aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de herhaalvoorschriften
voor chronische patiënten" (nr. 6029)
15
- M. Koen Bultinck à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
sur
"les
prescriptions
avec
renouvellement pour les patients chroniques"
(n° 6029)
15
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Sprekers:
Yolande
Avontroodt,
Koen
Bultinck, Laurette Onkelinx, vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs:
Yolande
Avontroodt,
Koen
Bultinck, Laurette Onkelinx, vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
Samengevoegde vragen van
19
Questions jointes de
19
- de heer Yvan Mayeur aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "Google Health" (nr. 5517)
19
- M. Yvan Mayeur à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "Google Health" (n° 5517)
19
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "Google Health en de
beveiliging van de uitwisseling van medische
gegevens" (nr. 5691)
19
- M. Georges Gilkinet à la vice-première ministre
et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "Google Health et la sécurisation de
l'échange de données médicales" (n° 5691)
19
Sprekers: Yvan Mayeur, Georges Gilkinet,
Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Yvan Mayeur, Georges Gilkinet,
Laurette Onkelinx, vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van de heer Luc Goutry aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de aanwezigheid van
extern personeel
in
het operatiekwartier"
(nr. 5470)
23
Question de M. Luc Goutry à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "la présence de personnel
extérieur dans le quartier opératoire" (n° 5470)
23
Sprekers: Luc Goutry, Laurette Onkelinx,
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Luc Goutry, Laurette Onkelinx,
vice-première ministre et ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique
Samengevoegde vragen van
27
Questions jointes de
26
- mevrouw Marie-Martine Schyns aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de aanwezigheid van
bisfenol A in sommige zuigflessen" (nr. 5712)
27
- Mme Marie-Martine Schyns à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "le Bisphénol A présent dans
certains biberons" (n° 5712)
26
- mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
over
"de
schadelijkheid van plastic zuigflessen" (nr. 6253)
27
- Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "la toxicité des
biberons en plastique" (n° 6253)
26
Sprekers: Marie-Martine Schyns, Thérèse
Snoy et d'Oppuers, Laurette Onkelinx, vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid, Luc Goutry
Orateurs: Marie-Martine Schyns, Thérèse
Snoy et d'Oppuers, Laurette Onkelinx, vice-
première ministre et ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique, Luc Goutry
Vraag van mevrouw Colette Burgeon aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de polemiek rond het
rookstop geneesmiddel Champix" (nr. 5733)
29
Question de Mme Colette Burgeon à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "la polémique autour
du médicament pour arrêter de fumer Champix"
(n° 5733)
29
Sprekers:
Colette
Burgeon,
Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs:
Colette
Burgeon,
Laurette
Onkelinx, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique
Samengevoegde vragen van
33
Questions jointes de
33
- mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "zelfmoord" (nr. 5722)
33
- Mme Hilde Vautmans à la vice-première ministre
et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "le suicide" (n° 5722)
33
- mevrouw Rita De Bont aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de golf van zelfmoorden"
(nr. 5874)
33
- Mme Rita De Bont à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "la vague de suicides" (n° 5874)
33
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "een betere bestrijding van
zelfmoord bij jongeren" (nr. 6049)
33
- M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "l'amélioration de la lutte
contre le suicide des adolescents" (n° 6049)
33
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Sprekers: Rita De Bont, Jean-Jacques
Flahaux, Laurette Onkelinx, vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
Orateurs: Rita De Bont, Jean-Jacques
Flahaux, Laurette Onkelinx, vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "de steun om
bejaarden zo lang mogelijk thuis te laten wonen"
(nr. 5743)
39
Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les aides permettant
aux personnes âgées de rester le plus longtemps
possible chez elles" (n° 5743)
39
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Laurette
Onkelinx, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique
Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "de veiligheid
van bloedproducten" (nr. 5825)
41
Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "la sécurité des
produits sanguins" (n° 5825)
41
Sprekers: Yolande Avontroodt, Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Yolande Avontroodt, Laurette
Onkelinx, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique
Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "telemonitoring"
(nr. 5826)
42
Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "le télémonitoring"
(n° 5826)
42
Sprekers: Yolande Avontroodt, Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Yolande Avontroodt, Laurette
Onkelinx, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique
Vraag van mevrouw Valérie De Bue aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het Nationaal Alcoholplan"
(nr. 5849)
44
Question de Mme Valérie De Bue à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "le Plan d'Action
National Alcool" (n° 5849)
44
Sprekers:
Valérie
De
Bue,
Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Valérie De Bue, Laurette Onkelinx,
vice-première ministre et ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
VOLKSGEZONDHEID, HET
LEEFMILIEU EN DE
MAATSCHAPPELIJKE
HERNIEUWING
COMMISSION DE LA SANTE
PUBLIQUE, DE
L'ENVIRONNEMENT ET DU
RENOUVEAU DE LA SOCIETE
van
WOENSDAG
18
JUNI
2008
Namiddag
______
du
MERCREDI
18
JUIN
2008
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.28 heures et présidée par Mme Muriel Gerkens.
De vergadering wordt geopend om 14.28 uur en voorgezeten door mevrouw Muriel Gerkens.
01 Interpellation de Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers à la vice-première ministre et ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "les mesures de prévention complémentaire au plan
national contre le cancer" (n° 64)
01 Interpellatie van mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers tot de vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de preventiemaatregelen als aanvulling op het Nationaal
Kankerplan" (nr. 64)
01.01 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Madame la
présidente, madame la ministre, nous avons eu récemment à l'ordre
du jour de la commission un ensemble de résolutions qui étaient
complémentaires à votre plan cancer. Parmi celles-ci, il y avait une
proposition de résolution que Mme Gerkens et moi-même avions
déposée au sujet d'une politique globale de prévention et de
traitement du cancer. Cette résolution n'a pas pu être maintenue à
l'ordre du jour car les parlementaires de la majorité n'ont pas jugé
nécessaire de l'ajouter à nos discussions sur le plan cancer. J'en ai
été très étonnée puisque vous aviez dit que le plan cancer pouvait
être complété. Vous avez reconnu certains manquements,
notamment sur les risques professionnels. Il me semblait qu'il y avait,
de votre part, une ouverture tout à fait évidente à compléter ce plan
par des mesures qui concernent soit les entités fédérées, en matière
de prévention, soit le gouvernement fédéral.
Pour remplacer cette proposition de résolution qui n'a pas pu être
discutée, je vous adresse cette interpellation. Le cancer est une
maladie particulièrement développée dans les pays riches
occidentaux. Selon les scientifiques, 40% au moins des cancers
pourraient être évités par la lutte préventive contre le tabac, par une
bonne alimentation, par la lutte contre la pollution et la diminution de
notre exposition aux substances chimiques toxiques. Il nous semble
évident qu'un plan cancer doit absolument comporter un ensemble de
mesures de prévention touchant à ces différents facteurs.
Or le plan que vous nous avez présenté ne comporte pas de
dispositions de lutte contre ces facteurs déterminants. Il ne comporte
que des actions de dépistage. C'est effectivement ce que vous
pouvez maîtriser directement. Mais je me permets de vous rappeler
01.01 Thérèse Snoy et
d'Oppuers
(Ecolo-Groen!):
Mevrouw de minister, als aan-
vulling op uw Kankerplan hadden
mevrouw Gerkens en ikzelf een
voorstel van resolutie met betrek-
king tot een globaal beleid voor
kankerpreventie en behandeling
op de agenda van de commissie
geplaatst. De meerderheid vond
het niet opportuun ze te behouden,
wat mij verbaasde want u had
getoond dat u er open voor stond
door te zeggen dat het Kankerplan
kon worden aangevuld, met name
op het gebied van de beroeps-
risico's.
Ten minste 40 procent van de
kankers zouden kunnen voor-
komen worden door tabaks-
preventie, een gezonde voeding,
het terugdringen van de milieu-
verontreiniging en onze bloot-
stelling aan giftige stoffen. Het lijkt
vanzelfsprekend dat een dergelijk
plan een hele reeks preventieve
maatregelen tegen die factoren
moet bevatten. Uw plan beperkt
zich echter tot maatregelen in
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
que vous avez aussi des compétences en matière de réglementation
sur l'alimentation, dans sa dimension santé.
Vous avez reconnu la nécessité d'une concertation gouvernementale
pour intégrer les facteurs sociaux et environnementaux déterminants
dans l'occurrence du cancer.
Vous avez également dit que votre plan cancer était évolutif et vous
avez reconnu ne pas avoir intégré la prévention des risques dus à
l'exposition professionnelle, qualifiant ceci de manquement.
Je vous demande aujourd'hui si vous avez déjà entrepris cette
concertation, principalement avec le ministre Magnette qui est
compétent pour la politique de l'environnement, des produits et de la
protection des consommateurs et avec la ministre Laruelle qui est
compétente pour la sécurité alimentaire.
Quelles garanties pouvez-vous nous donner que le plan cancer sera
complété par des mesures de prévention, de diminution des risques
environnementaux, de politiques visant la qualité alimentaire? Dans
quel délai allez-vous mener cette concertation et compléter votre
plan?
verband met screening, wat
inderdaad onder uw bevoegdheid
valt. Maar u is tevens bevoegd om
de gezondheidsaspecten van de
voeding te reglementeren.
U heeft erkend dat er op
regeringsniveau overleg diende
gepleegd te worden om de sociale
en milieufactoren in uw plan op te
nemen.
Heeft u dat overleg thans reeds
aangeknoopt
met
minister
Magnette bevoegd voor Leef-
milieu,
Consumentenproducten-
en bescherming en met minister
Laruelle, die bevoegd is voor
voedselveiligheid?
Zal
uw
Kankerplan aangevuld worden met
preventiemaatregelen,
maat-
regelen om de milieurisico's in te
perken
en
een
voedsel-
veiligheidsbeleid, en binnen welke
termijn?
01.02 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, tout le
monde s'accorde à dire que la prévention est une dimension
essentielle de toute politique de santé. C'est vrai pour la lutte contre le
cancer mais aussi pour la lutte contre l'hépatite C, contre l'obésité,
contre le sida, etc. La répartition des compétences entre le pouvoir
fédéral et les entités fédérées a fait qu'aujourd'hui, ce sont les entités
fédérées qui disposent de l'essentiel des instruments de prévention
des risques de santé.
Un groupe de travail permanent de la Conférence interministérielle
Santé publique a été créé concernant la mise en oeuvre du plan
national cancer. Il s'est déjà réuni à deux reprises et l'état des lieux de
ses travaux a d'ailleurs été présenté hier lors de la Conférence
interministérielle.
Jusqu'ici, ce groupe s'est centré principalement sur la prévention et le
dépistage des cancers du sein, du col de l'utérus et du cancer
colorectal.
D'autres groupes de travail communs aux différents niveaux de
pouvoir existent également dans le domaine de la politique de
vaccination ou pour le suivi des plans nationaux nutrition santé, santé
environnement, lutte contre le tabagisme ou lutte contre l'alcoolisme.
Ces plans ont chacun leur cohérence propre et s'attaquent plus
globalement à l'ensemble des problèmes de santé liés à une
mauvaise alimentation, à un environnement dégradé ou aux
différentes formes d'assuétude. Parmi lesdits problèmes, on
répertorie les risques de développer certaines formes de cancer.
Je suis d'avis qu'il ne convient pas de mener des initiatives parallèles
dans les domaines pris en charge par ces plans dans le plan national
cancer. Il me paraît plus cohérent de développer des actions
01.02
Minister
Laurette
Onkelinx: Preventie vormt een
essentiële
dimensie
in
elk
gezondheidsbeleid.
Vandaag
hebben de deelgebieden de
belangrijkste
instrumenten
in
handen om gezondheidsrisico's te
voorkomen.
Er
werd
een
permanente werkgroep van de
Interministeriële
Conferentie
Volksgezondheid ingericht om het
Nationaal Kankerplan ten uitvoer
te brengen. Die werkgroep is
reeds twee maal samengekomen
en
de
voortgang
van
de
werkzaamheden werd overigens
gisteren tijdens de Interministeriële
Conferentie voorgesteld.
Tot dusver heeft die groep zich
hoofdzakelijk
toegespitst
op
preventie
en
screening
van
borstkanker,
baarmoederhals-
kanker en colorectale kanker.
Er
bestaan
ook
andere
werkgroepen
voor
het
vaccinatiebeleid, de follow-up van
nationale
voedings-
en
gezondheidslannen,
gezondheid
en milieu, anti-rook campagnes of
de strijd tegen alcoholmisbruik.
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
spécifiques contre le risque de cancer au sein de ces différents plans
si elles se justifient.
Si mes collaborateurs ont entamé intensivement la préparation de la
mise en oeuvre des différentes mesures du plan cancer, il est
impossible de mener tout de front. L'éventualité des actions
spécifiques que je viens d'évoquer sera cependant étudiée dans le
cadre de la préparation du budget 2009 de l'assurance obligatoire
soins de santé.
Die groepen houden zich elk
afzonderlijk bezig met één type
gezondheidsprobleem
waarvoor
een risico bestaat dat verband
houdt met een of andere vorm van
kanker
Ik denk niet dat het goed is
initiatieven door te voeren naast
datgene wat die groepen doen in
het kader van het nationaal
Kankerplan. Het zou coherenter
zijn specifieke acties te voeren
binnen die groepen.
Mijn medewerkers werken hard
aan de tenuitvoerlegging van de
verschillende maatregelen van het
Kankerplan,
maar
het
is
onmogelijk alles tegelijk te doen.
De eventuele specifieke acties die
ik net vermeldde zullen wel
bestudeerd worden in het kader
van de begroting 2009 voor de
verplichte
gezondheidszorgverzekering.
01.03 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Madame la
ministre, j'étais consciente de votre volonté de vous concerter avec
les entités fédérées, mais j'entends moins dans votre réponse votre
volonté de vous concerter avec vos propres collègues du
gouvernement fédéral. Je maintiens donc la demande, car je pense
que ce plan cancer aura beaucoup moins d'impact et de force s'il
n'est porté que par vous au sein du gouvernement.
01.03 Thérèse Snoy et
d'Oppuers
(Ecolo-Groen!):
U
pleegt overleg met de deelstaten,
maar ik heb geen bereidheid
kunnen merken om overleg te
plegen met uw collega's van de
federale regering. Dit Kankerplan
zal een veel minder grote impact
hebben wanneer u het als enige in
de regering moet dragen.
01.04 Laurette Onkelinx, ministre: Des concertations s'imposent sur
tout, mais on ne peut tout faire en même temps sous peine de ne rien
faire. J'essaie de travailler par étapes, de mener mes concertations
avec les Communautés, avec les Régions, avec mes collègues,
mener ce qui concerne mon propre département en négociation avec
l'INAMI, avec le SPF Santé publique, avec l'ISP, en collaboration avec
les recherches, en collaboration avec l'Union européenne puisqu'il en
est question aussi à ce niveau.
Donc, nous avançons sur tout, mais nous essayons aussi de parvenir
à des décisions. J'espère d'ailleurs que, dans le courant de ce mois,
nous aboutirons déjà aux premières exécutions. Ne me demandez
cependant pas de faire tout en même temps, de front; dans ce cas, il
n'y aura aucune exécution sur le plan cancer. Vous me le
reprocheriez par la suite.
J'essaie modestement, avec mon équipe, d'être efficace, bien
entendu avec l'ensemble de mes collègues. Vous en avez cité
quelques-uns, mais vous en avez oublié d'autres: vous auriez pu citer,
par exemple, Mme Milquet pour ce qui concerne le congé spécifique
01.04
Minister
Laurette
Onkelinx: Er is voor alles overleg
nodig, maar als men alles tegelijk
probeert te doen loopt men het
risico nergens wat van terecht te
brengen. Ik werk stapgewijs, door
overleg
te plegen met
de
Gemeenschappen, de Gewesten,
mijn collega's, het Riziv, de FOD
Volksgezondheid, het WIV, en dit
alles in samenwerking met de
Europese Unie! We gaan er dus
op vooruit. Ik hoop trouwens dat
we er in de loop van deze maand
in slagen de eerste punten uit te
voeren.
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
parents-enfants. Nous travaillons de cette manière, pas à pas; Rome
ne s'est pas faite en un jour!
01.05 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Mais je pense
qu'il aurait été intéressant de nous donner une programmation de ces
complémentarités à venir. Nous constatons toujours que la prévention
est le parent pauvre.
01.05 Thérèse Snoy et
d'Oppuers
(Ecolo-Groen!):
Preventie wordt stiefmoederlijk
behandeld.
01.06 Laurette Onkelinx, ministre: Que la prévention est le parent
pauvre, vous pourriez le dire à mes collègues des Communautés.
01.06
Minister
Laurette
Onkelinx: Dat moet u zeggen
tegen de collega's van de
Gemeenschappen!
01.07 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Vous allez
prendre des décisions sans travailler sur les causes. C'est ainsi,
malheureusement, que la société travaille depuis trop longtemps et la
décision politique aussi.
Je déposerai une motion de recommandation.
01.07 Thérèse Snoy et
d'Oppuers (Ecolo-Groen!):U gaat
beslissingen nemen zonder iets
aan de oorzaken te doen. Ik zal
een
motie
van
aanbeveling
indienen.
Motions
Moties
En conclusion de cette discussion les motions suivantes ont été déposées.
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
Une motion de recommandation a été déposée par Mmes Thérèse Snoy et d'Oppuers et Muriel Gerkens et
est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu l'interpellation de Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers
et la réponse de la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
demande au gouvernement
de présenter pour le 15 juillet un ensemble de mesures complémentaires au plan cancer, portant sur la
lutte contre des facteurs déterminants de cette maladie tels que l'exposition professionnelle des travailleurs
à des produits cancérigènes, l'exposition des consommateurs à des substances cancérigènes utilisées
dans la vie quotidienne, la pollution atmosphérique par les particules fines, l'exposition intensive aux
radiations non ionisantes et la présence excessive de certains composants de notre alimentation
susceptibles de favoriser l'apparition ou la récidive du cancer."
Een motie van aanbeveling werd ingediend door de dames Thérèse Snoy et d'Oppuers en Muriel Gerkens
en en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellatie van mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers
en het antwoord van de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
vraagt de regering
tegen 15 juli het Kankerplan aan te vullen met een pakket maatregelen ter bestrijding van de belangrijkste
oorzaken van die ziekte, zoals de beroepsmatige blootstelling van werknemers aan kankerverwekkende
stoffen, de blootstelling van de consumenten aan kankerverwekkende stoffen die in het dagelijks leven
worden gebruikt, de luchtverontreiniging door fijn stof, de intensieve blootstelling aan niet-ioniserende
stralingen en de te hoge concentratie van bepaalde stoffen in onze voeding die het ontstaan of een
terugkeer van kanker in de hand kunnen werken."
Une motion pure et simple a été déposée par Mme Colette Burgeon.
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Colette Burgeon.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
02 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Christine Van Broeckhoven aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de verhoging van het zorgforfait voor chronisch zieken" (nr. 5180)
- mevrouw Sonja Becq aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de terugbetaling voor een verplaatsing naar het ziekenhuis voor kinderen met een chronische
ziekte en voor hun ouders" (nr. 5246)
02 Questions jointes de
- Mme Christine Van Broeckhoven à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "le relèvement du forfait de soins pour les malades chroniques" (n° 5180)<br>- Mme Sonja Becq à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "le remboursement des frais de déplacement à l'hôpital des enfants atteints d'une maladie
chronique et de leurs parents" (n° 5246)</b>
02.01 Christine Van Broeckhoven (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de
voorzitter, mevrouw de minister, deze vraag is al een paar keer op de
agenda gekomen en weer verdwenen. Dat ligt ook aan mij natuurlijk.
Dat betekent ook dat het al een tijdje geleden is dat de vraag werd
ingediend en dat een aantal zaken ondertussen al uitgevoerd of
bekend zijn.
Mijn vragen van vandaag gaan vooral over de uitvoering van uw
voorstel tot verhoging van de bijdragen voor de zorgkosten voor
chronisch zieken. Zoals ik heb begrepen, was het uw voorstel om
daarvoor op jaarbasis 26 miljoen euro te investeren, waarvan
16 miljoen euro zou gaan naar een verhoging van het zorgforfait zelf.
Dat is ondertussen al goedgekeurd. De andere 10 miljoen zou worden
besteed aan een verbetering van de maximumfactuur voor chronisch
zieken.
Meteen hebt u ook aangegeven dat u ook aandacht zou hebben voor
de haalbaarheid van de betaalbaarheid van de kosten. Er zou een
vermindering van kosten zijn. Daarvoor wou u twee zaken doen. U
zou een definitie maken van een chronisch zieke; dus de chronisch
zieke terug in kaart brengen. U zou ook de niet-medische kosten in
kaart brengen die voor eventuele terugbetaling in aanmerking zouden
komen. U zou daarvoor externen en experts consulteren, zowel voor
de definitie van de chronisch zieke als voor het definiëren van de niet-
medische kosten, voor eventuele terugbetaling.
Ik meen te hebben begrepen dat wij in juni een antwoord zouden
krijgen op deze twee specifieke aspecten. In dat verband zou ik graag
een aantal vragen aan u stellen, mevrouw de minister.
Ten eerste, welke chronische ziekten zouden worden opgenomen in
de officiële lijsten van chronisch zieken? Mijn aandacht gaat dan ook
naar patiënten met dementie, bijvoorbeeld Alzheimer, naar
psychiatrische
patiënten
of
naar
patiënten
met
andere
neurodegeneratieve ziektes zoals de amyotrofe laterale sclerose,
ALS. Worden deze patiënten ook in deze lijsten van chronische
ziekten opgenomen? Welke criteria worden gebruikt om chronisch
zieken al dan niet op te nemen in de lijst van de pathologieën?
Ten tweede, zal de betaling in tijd worden beperkt? Zal ze afhankelijk
zijn van de ernst van de ziekte, of alleen van de zorgkosten van de
patiënt?
Ten derde, vergt het consulteren van experts voor het opstellen van
02.01
Christine
Van
Broeckhoven (sp.a+Vl.Pro): La
ministre a proposé d'augmenter
les interventions pour les frais de
soins des malades chroniques. Un
montant de 26 millions d'euros
serait investi sur base annuelle: 16
millions d'euros seraient affectés
au forfait de soins proprement dit
et les autres 10 millions seraient
consacrés à l'amélioration du
maximum à facturer pour les
malades chroniques. La ministre
avait également prévu de définir la
notion de malade chronique pour
le mois de juin et d'inventorier les
frais non médicaux susceptibles
de donner lieu à un éventuel
remboursement.
Quelles pathologies inclura-t-on
dans les listes officielles des
maladies chroniques? Sur quels
critères se base-t-on pour inclure
ou non des malades chroniques
dans la liste des pathologies? Le
paiement sera-t-il limité dans le
temps? Dépendra-t-il de la gravité
de la maladie ou uniquement des
frais de soins du patient?
La consultation d'experts ne
prend-elle pas trop de temps? Est-
il certain qu'une réglementation
légale sera mise en oeuvre avant
la fin de l'année? Un alignement
sur
l'assurance
dépendance
flamande est-il prévu? Comment
le développement du maximum à
facturer des malades chroniques
sera-t-il
poursuivi?
Quelles
mesures concrètes sont encore
prévues en 2008 et 2009?
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
officiële lijsten van chronisch ziekten u gebruikt daarvoor ook
informatie van patiëntenverenigingen niet veel tijd? Bestaat de
mogelijkheid dat er daardoor geen wettelijke regeling zal zijn voor het
einde van het jaar?
Ten vierde, is er voorzien in een afstemming met de Vlaamse
zorgverzekering, die eveneens niet-medische zorgkosten dekt?
Ten vijfde, hoe zult u de maximumfactuur van de chronisch zieken
verder uitbouwen. Welke concrete maatregelen plant u nog in 2008
en 2009, binnen de budgettaire mogelijkheden?
La présidente: Les questions étaient jointes mais Mme Becq n'est
pas là. Je suppose donc que la réponse est une réponse jointe. Elle
pourra ainsi la lire.
De voorzitter: Mevrouw Becq is
niet aanwezig en kan haar
samengevoegde vraag nr. 5246
dus niet stellen.
02.02 Laurette Onkelinx, ministre: Elle posait des questions plus
précises dans le prolongement de celle-ci. Mais il s'agit de la même
problématique. Je me permettrai donc de répondre aux deux et de
renvoyer Mme Becq à ma réponse.
02.02
Minister
Laurette
Onkelinx: Ik zal zo vrij zijn
Mevrouw Becq naar mijn antwoord
te verwijzen.
De werkgroep voor de chronisch zieken kwam op woensdag 14 mei
voor het eerst samen. De groep heeft een werkdocument ter
beschikking met daarin de verschillende definities van de chronische
ziekten en de zeldzame ziekten, afkomstig uit diverse bronnen. Men
moet de groep dus zijn werk laten doen.
Binnen de groep werden ernstige en unanieme bezwaren geopperd
inzake het idee van een namenlijst van chronische ziekten. Welke ook
de definitie zal zijn die men uiteindelijk zal aanhouden, ik verbind me
ertoe dat alle huidige genieters van de specifieke dekkingen in het
kader van de verplichte ziekteverzekering voor een chronische ziekte
hun huidige rechten minstens behouden. De doelstelling is duidelijk:
de hulp nog verbeteren voor hen en voor anderen die thans van geen
enkele tussenkomst genieten.
Mevrouw Becq, u komt nu pas de vergaderzaal binnen, maar ik zal
straks ook op uw vragen antwoorden. Ik zal ze als gesteld
beschouwen.
Mevrouw Van Broeckhoven, op uw tweede vraag kan ik u antwoorden
dat de vragenlijst op 23 mei aan 350 verenigingen van chronisch
zieke patiënten werd gestuurd. Ze zullen tot 30 juni de tijd krijgen om
hierop te antwoorden. Tijdens de maanden juli en augustus zullen de
ontvangen antwoorden op de vragenlijst worden bestudeerd en zal op
basis van de analyse van de antwoorden de laatste hand worden
gelegd aan het voorstel van het nieuwe dekkingsysteem van de
kosten voor de chronisch zieken. Ik kan in dit stadium dus niet
preciezer zijn.
De
planning,
opgemaakt
voor het raadplegen van de
patiëntenverenigingen en voor de werkzaamheden van de stuurgroep,
zal het mogelijk maken om tegen 15 september over concrete
voorstellen te beschikken. Ze zullen worden ingelast in de discussie
over de globale budgettaire doelstelling voor 2009 van de verplichte
ziekteverzekering. Wettelijk moet deze globale budgettaire
doelstelling voor 2009 vóór 18 oktober worden goedgekeurd in de
Le groupe de travail pour les
malades chroniques a formulé de
sérieuses
objections
contre
l'établissement
d'une
liste
nominative
de
maladies
chroniques. Je m'engage à ce que
tous les malades chroniques
conservent leurs droits actuels.
Notre seul objectif est d'améliorer
et d'élargir l'aide à d'autres
malades
qui
ne
bénéficient
d'aucune intervention aujourd'hui.
Le questionnaire a été envoyé à
350 associations de malades
chroniques le 23 mai. Celles-ci ont
jusqu'au 30 juin pour renvoyer la
liste et les réponses seront ensuite
examinées en juillet et en août. La
proposition relative à un nouveau
système de couverture des frais
des malades chroniques sera
ensuite finalisée.
Pour le 15 septembre, des
propositions
concrètes
seront
intégrées aux objectifs budgétaires
globaux de 2009 en ce qui
concerne
l'assurance
maladie
obligatoire. Le conseil général de
l'INAMI devra voter à ce sujet le 18
octobre 2008.
Le 15 mai, le groupe de travail de
l'INAMI s'est réuni à propos du
maximum à facturer pour les
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
algemene raad van het RIZIV.
Trouwens, wij vertrekken niet van niets. Enkele recente studies van
de ziekenfondsen, van de Ligue des Usagers des Services de Santé,
van het Vlaams Patiëntenforum en van de Koning Boudewijnstichting
en de expertise die beschikbaar is bij het RIZIV leveren reeds een
eerste werkbasis waarmee mijn medewerkers en de stuurgroep aan
de slag kunnen gaan.
Voor dit beleid ten voordele van de chronisch zieken ben ik, zoals bij
alles wat ik onderneem, zeer aandachtig om geen inbreuk te doen op
de bevoegdheden van mijn collega's bij de Gewesten en de
Gemeenschappen. Ik zal trouwens de interministeriële conferentie
Volksgezondheid op de hoogte houden van de evolutie van mijn
project voor de chronisch zieken.
Tot slot, wat het systeem van de maximumfactuur voor chronisch
zieken betreft, heeft de ad-hocwerkgroep van het RIZIV op donderdag
15 mei vergaderd en kennis genomen van de budgettaire simulatie
van het kenniscentrum over verschillende mogelijke formules. Er zal
voor allemaal een wetswijziging nodig zijn. Ik heb de dienst
Gezondheidszorg van het RIZIV er duidelijk op gewezen dat ik wens
dat het volgende ontwerp van gezondheidswet, dat binnen enkele
weken aan de regering zal worden voorgelegd, de noodzakelijke
wettelijke aanpassingen zou bevatten. Ik herinner eraan dat hiertoe in
het budget voor 2008 in een bedrag van 10 miljoen euro is voorzien.
In 2009 zal ik u informeren over mijn projecten en de manier waarop
ik ze zal aanwenden.
Ik kom tot de vraag over de onvoldoende dekking van de
verplaatsingskosten, vooral voor de chronisch zieken die zich vaak
tussen het ziekenhuis en thuis moeten verplaatsen, met hier de
bijzonderheid van de begeleider wanneer het kinderen betreft. Zoals
ik bij aanvang van dit antwoord heb gezegd, zullen er in september
eerstkomend een of meerdere maatregelen ten voordele van de
chronisch zieken worden voorgesteld in het kader van de vastlegging
en de toewijzing van de globale budgettaire doelstelling voor 2009 van
de verplichte ziekteverzekering. Indien de verplaatsing tussen het
ziekenhuis en het domicilie voor de chronische patiënten, kinderen
zowel als volwassenen tot hun prioriteiten behoort zullen ze gehoord
worden.
Naast dit initiatief baren de huidige lage tussenkomsten van de
verplichte ziekteverzekering voor de verplaatsingkosten van de
patiënten mij zorgen. Ik wens derhalve door te gaan met de
verbeteringen van de laatste jaren, en die er tot heel recent waren
voor welbepaalde gevallen, patiënten die ambulante chemo- en
radiotherapie krijgen, nierdialysepatiënten, herstellende patiënten in
het kader van de functionele revalidatie, vervoer per ziekenwagen met
geneesheer van pasgeboren of te vroeg geboren baby's tussen de
verschillende ziekenhuisdiensten, kinderen die aan kanker lijden en
hun ouders enzovoort.
In het kader van het budget 2008 van de verplichte ziekteverzekering
is in een aantal initiatieven voorzien voor de uitbreiding van de
terugbetaling van de verplaatsingskosten. Allereerst zal 7 miljoen euro
worden besteed aan de terugbetaling van het vervoer per
ziekenwagen in het kader van de dringende, medische hulpverlening.
maladies
chroniques
et
la
simulation budgétaire du Centre
d'expertise a été examinée pour
différentes formules possibles.
Une modification de la loi est
nécessaire pour l'ensemble des
formules. J'ai souligné clairement
auprès de l'INAMI que le nouveau
projet de loi sur la santé doit
comprendre
les
adaptations
légales indispensables. À cet effet,
un montant de dix millions d'euros
a été prévu dans le budget 2008.
La couverture insuffisante des
frais
de
déplacement
entre
l'hôpital et le domicile, surtout pour
les accompagnateurs d'enfants,
sera réglée en septembre, au
moment de la fixation des objectifs
budgétaires globaux pour 2009. Je
veux améliorer l'intervention pour
les autres frais de déplacement
des patients également.
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Hetzelfde bedrag is eveneens voorzien voor een tussenkomst in de
verplaatsingskosten van de patiënten van en naar een centrum voor
dagverzorging.
Tot slot is er een maatregel voor een bedrag van 156.000 euro voor
het uitbreiden van de tussenkomst van de verzekering voor de
verplaatsingkosten van andere verzekerden dan degenen die er thans
van genieten. Deze maatregelen zullen worden uitgevoerd in het
ontwerp van gezondheidswet waarover ik het had.
02.03 Christine Van Broeckhoven (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de
minister, ik dank u voor uw antwoorden. Ik noteer dat er voor het
einde van de maand juni een werkdocument beschikbaar zou zijn met
een lijst van pathologieën van chronische zieken. Er zijn ook
antwoorden op een uitgebreide vragenlijst van onder meer
patiëntenorganisaties, die in juli en augustus verder zullen worden
geanalyseerd. Op basis daarvan zal men in september tot concrete
voorstellen komen. Het lijkt mij nu wat prematuur om over deze zaak
verder te discussiëren.
Het is toch wel belangrijk dat men zich realiseert dat de kans bestaat
dat een aantal chronisch zieken niet zullen worden bereikt als men
gaat werken met een lijst van pathologieën. Het is dus heel belangrijk
om die lijst niet exhaustief te maken en duidelijk te maken dat
chronisch zieken niet per definitie aan één pathologie gekoppeld zijn.
Anderzijds denk ik dat het belangrijk is om eveneens in het oog te
houden dat men eventueel ook de maximumfactuur kan uitbreiden
zodat niet-medische kosten kunnen worden gedekt voor die
looncategorieën die daaraan het meeste behoefte hebben vanwege
de hoge kosten voor chronisch zieken.
02.03
Christine
Van
Broeckhoven (sp.a+Vl.Pro): Il faut
être conscient qu'un certain
nombre de malades chroniques ne
bénéficieront d'aucune aide si
nous
appliquons
une
liste
exhaustive de pathologies. Nous
pourrions par ailleurs envisager
d'élargir le maximum à facturer
aux frais non médicaux.
02.04 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, bedankt
dat u op mijn vraag hebt geantwoord. Het was inderdaad een vervolg
op een vraag die ik u vroeger al had gesteld over de
verplaatsingskosten. U hebt toen gezegd dat u hiervoor in een
wetswijziging zou voorzien, alhoewel die ons inziens niet echt nodig
was. U had via KB immers de volmacht om een aantal dingen uit te
breiden. Ik begrijp dat u dit nu voor een stuk verschuift naar de
gezondheidswet, zeker voor die groep.
U heeft ook al melding gemaakt van andere, extra middelen die er
zullen komen voor andere vervoersmogelijkheden zoals in
dagverzorging en voor het dringend vervoer met de ziekenwagen. Ik
blijf beklemtonen dat in de kosten die mensen moeten dragen, zeker
wanneer zij vaak heen en weer naar het ziekenhuis moeten omwille
van een behandeling die losstaat van de verschillende pathologieën,
meer moet worden gefocust op de frequentie en het feit dat mensen
vaak naar een ziekenhuis moeten terugkeren. Ik begrijp overigens de
vrees van mevrouw Van Broeckhoven heel goed dat bepaalde
groepen zullen worden vergeten. De hoogte van de kosten wordt
medebepaald door de frequentie en de duurtijd gedurende dewelke
deze frequentie nodig is.
Ik zal dit blijven opvolgen op het moment dat de gezondheidswet hier
zal worden ingediend en bij de verdere uitvoering want ik denk dat dit
net zo belangrijk is.
02.04 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): La ministre a déclaré par le
passé qu'elle souhaitait préparer
une modification de la loi en ce qui
concerne
les
frais
de
déplacement. Il semblerait donc à
présent qu'elle entend pour une
grande part régler cette matière
par le biais de la loi sur la santé
publique. Elle promet également
des moyens supplémentaires pour
les frais de transport dans le cadre
des soins de jour et pour le
transport urgent par ambulance.
J'estime qu'il faut accorder une
plus grande attention aux frais en
question exposés par les malades
chroniques, même si leur maladie
n'est pas liée aux différentes
pathologies. Je comprends les
craintes
de
Mme
Van
Broeckhoven concernant le fait
que certains groupes risquent
d'être oubliés. Je continuerai à
suivre ce dossier.
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "de weesgeneesmiddelen" (nr. 5340)
03 Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les médicaments orphelins" (n° 5340)</b>
03.01 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, mijn bezorgdheid inzake weesgeneesmiddelen
en zeldzame aandoeningen is niet nieuw. Ik was dan ook heel blij dat
in het regeerakkoord een paragraaf opgenomen werd over de orphan
diseases en de zeldzame ziekten.
Om daar een beetje structuur in te krijgen, acht ik het toch wel nodig
om nog eens mijn vraag te herhalen. Ik zal niet herhalen wat de
definitie is van zeldzame aandoeningen. Alle leden in de commissie
weten dat volgens mij nu wel.
Nu zijn er toch al zevenduizend zeldzame aandoeningen gekend, en
er komen er dagelijks bij. Het is volgens mij dan ook de taak van de
minister van Volksgezondheid om ook rond zeldzame aandoeningen
een apart beleid te voeren, zoals in andere landen, onder meer
Frankrijk en Nederland. Italië, Spanje en Zweden hebben nu ook een
apart, specifiek beleid ontwikkeld. Ook op Europees niveau is men
aangaande weesgeneesmiddelenbeleid, flink op weg om een apart
beleid te voeren. In ons land kunnen we echter niet zeggen dat we
reeds aparte maatregelen hebben, behoudens enkele fiscale
incentives om de toegankelijkheid van weesgeneesmiddelen toch te
garanderen.
Uiteraard is dat complex en heterogeen. Dat moet gebeuren in een
internationale context zodat er ook uitwisseling kan gebeuren.
Europa heeft een verordening uitgevaardigd aangaande het beleid.
De implementatie ter zake is, mijn inziens, nog niet gebeurd.
Toch gebeurt er al heel veel, hoewel het gesteund wordt door een
privaat initiatief. De Koning Boudewijnstichting heeft een fonds en
heeft binnen haar schoot een stuurgroep weesgeneesmiddelen waar
onder meer ook de administratie maar, niet het minst, ook de
patiëntenvereniging
actief
in
zijn,
uiteraard
naast
de
wetenschappelijke wereld, en dat onder het voorzitterschap van
professor Cassiman, die toch terecht gelauwerd is voor zijn
wetenschappelijk onderzoek en voor zijn inzet aangaande zeldzame
aandoeningen.
Ik heb een voorstel van resolutie ingediend. De voorzitter weet dat dit
een van de speerpunten is die ik graag in alle consensus in de
commissie zou willen behandelen zodra hiervoor tijd kan worden
vrijgemaakt.
Ik herhaal nogmaals dat ook het recent regeerakkoord dit element
heel duidelijk heeft opgenomen.
Op Europees niveau zijn 47 weesgeneesmiddelen geregistreerd. In
ons land worden er momenteel 22 terugbetaald. U hoeft er de pers
maar op na te lezen dat die groepen van patiënten en hun ouders
03.01 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Je me penche depuis
plusieurs
années
sur
les
médicaments orphelins et les
affections rares. C'est dès lors
avec une grande satisfaction que
j'ai constaté qu'une place leur était
consacrée
dans l'accord du
gouvernement.
On connaît actuellement déjà
7.000 affections rares. La ministre
doit mettre en oeuvre une politique
spécifique dans ce domaine, à
l'image de ce que font de
nombreux autres pays d'Europe.
Des responsables européens se
préoccupent également de cette
matière.
Aucune
mesure
spécifique n'a encore été prise
dans notre pays, mises à part
quelques mesures fiscales. Le
règlement européen n'a pas
encore été inscrit en droit belge.
Certaines initiatives privées ont
fort heureusement été prises,
telles que la création d'un fonds
spécial et d'un groupe pilote
" Médicaments orphelins " au sein
de la Fondation Roi Baudouin, où
siègent
les
associations
de
patients ainsi que le monde
scientifique.
J'ai déposé une proposition de
résolution en la matière.
À
l'échelon
européen,
47
médicaments
orphelins
sont
enregistrés,
dont
22
sont
remboursés dans notre pays.
Nous devrions utiliser l'expertise
ainsi
engrangée
à
l'échelle
internationale.
Un débat a été organisé au Sénat
mais celui-ci a quasiment accusé
les médicaments orphelins de
mettre
en
péril
l'assurance
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
het zijn heel vaak kinderen vaak de publieke opinie emotioneel
raken, maar daarmee is het probleem natuurlijk niet opgelost. Dit is
een mooi voorbeeld, mevrouw de minister, waarin we de knowhow
waarover we in ons land beschikken en de research die we daarvoor
kunnen ontwikkelen waarvoor we de expertise reeds in huis hebben
ook op internationaal niveau kunnen versterken.
Dan is er het colloquium in de Senaat geweest, waar men een debat
heeft gevoerd over innovatie en waar, jammer genoeg, een en ander
in een tendentieus daglicht werd gesteld, zodat weesgeneesmiddelen
bijna werden beschuldigd van een aanslag op het budget van de
ziekteverzekering, wat achteraf door professor Cassiman en de
wetenschappelijke wereld werd ontkracht.
Wil dat zeggen dat er geen probleem is? Integendeel, uiteraard
hebben de weesgeneesmiddelen slechts een kleine doelgroep maar
die patiënten hebben ook recht op therapie en recht op gezondheid.
Incentives zijn natuurlijk nodig om die geneesmiddelen te ontwikkelen
en betaalbaar ter beschikking te stellen. Men moet zelf het slachtoffer
van een weesziekte zijn om te weten hoe lang de weg kan zijn
alvorens men toegang krijgt tot die geneesmiddelen.
Mevrouw de minister, ik heb drie vragen.
Ten eerste, zult u, conform het regeerakkoord, zelf het initiatief
nemen om dat maatschappelijk debat te voeren met alle partners,
over de innovatie en research inzake weesgeneesmiddelen, zoals
men uiteindelijk doet in het plan dat daarvoor in Frankrijk werd
ontwikkeld? Uiteraard is daarvoor een alternatieve financiering toch
wel overweegbaar.
Mijn tweede punt heb ik daarjuist verschillende keren aangehaald.
Hoe denkt u uitvoering te geven aan het artikel ter zake in het
regeerakkoord?
Mijn derde vraag is misschien prioritair omdat u het in uw beleid zeker
zou kunnen ondersteunen. Op welke manier zult u de stuurgroep
Weesgeneesmiddelen die vandaag reeds werkt, met leden van alle
universiteiten en van de patiëntenverenigingen uit de betrokken
sectoren, onder leiding van professor Cassiman, aanspreken en
ondersteunen om uw beleid ter zake gestalte te geven?
maladie. Cette accusation a
ensuite été réfutée par le
professeur Cassiman. Il va de soi
que
ces
médicaments
ne
s'adressent qu'à un groupe cible
restreint mais ces patients ont
également droit à une thérapie et à
des
soins
de
santé.
Des
investissements sont nécessaires
pour fabriquer des médicaments
et les maintenir à un prix
abordable.
Conformément à l'accord de
gouvernement,
la
ministre
prendra-t-elle une initiative relative
à l'innovation et à la recherche en
matière de médicaments orphe-
lins? Envisagera-t-elle un finance-
ment alternatif? Comment soutien-
dra-t-elle le comité de pilotage des
médicaments orphelins?
03.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, het ten
laste nemen van de weesgeneesmiddelen voor zeldzame ziekten
verdient inderdaad al onze aandacht. Hoewel in Europa gemiddeld 47
weesgeneesmiddelen worden terugbetaald tegenover slechts 22 in
België, moet men vooraleer te beweren dat ons land achterloopt,
weten dat de bedrijven over de toelating beschikken producten op de
markt te brengen waarvoor de aanvragen voor terugbetaling bij de
Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen, de CTG, worden
ingediend.
De CTG ontving echter slechts 35 aanvragen voor terugbetaling,
waarvan er 23 werden aanvaard door de opeenvolgende ministers
van Sociale Zaken, soms zelfs tegen het advies van deze commissie
in, en dat wegens sociale redenen en ondanks de zeer hoge kosten
per patiënt en per jaar die de terugbetaling van deze geneesmiddelen
met zich meebrengen. Voor 8 dossiers loopt de procedure nog. Voor
03.02
Laurette
Onkelinx,
ministre:
Le
problème
du
remboursement des médicaments
orphelins pour les maladies rares
mérite toute notre attention. Les
compagnies
pharmaceutiques
peuvent introduire un dossier pour
tous les médicaments auprès de la
Commission de remboursement
des médicaments (CRM). Celle-ci
n'a reçu que 35 demandes, dont
23 ont été acceptées par les
ministres compétents successifs,
malgré les coûts élevés par patient
et les avis parfois négatifs de la
CRM. Une procédure est encore
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
de 3 weigeringen waren er voor de patiënt alternatieven beschikbaar.
Alvorens ons beslissingssysteem inzake de terugbetaling te
veroordelen, moet men zich ook vragen stellen bij de pertinentie van
beslissingen die in het buitenland worden genomen. De Belgische
procedure duurt misschien langer en is minder soepel dan elders. Ja,
maar dat komt ook doordat zij garandeert dat er een ernstige en
volledige studie voorafgaat inzake de therapeutische waarde van een
nieuw geneesmiddel dat voor de terugbetaling in aanmerking zou
willen komen.
In dat opzicht zal het debat dat u voorstelt ook over de
gezondheidsprioriteiten moeten gaan zodat de budgetten die ter
beschikking van alle burgers worden gesteld, niet te sterk worden
belast door de zeer hoge kosten die men voor enkelen moet maken.
U zult het wel met mij eens zijn dat het, als minister van Sociale
Zaken, mijn prioriteit is allereerst een zo groot mogelijk aantal
personen toegang tot kwalitatieve zorg te garanderen. Dat houdt in
dat men soms moeilijke keuzes moet maken.
Bovendien maakt het Bijzonder Solidariteitsfonds van het RIZIV het
onder bepaalde voorwaarden mogelijk ook in een terugbetaling te
voorzien
van
dure
verrichtingen
waarvoor
de
verplichte
ziekteverzekering niet tussenbeide komt.
Ten slotte, elke keer wanneer een weesgeneesmiddel wordt aanvaard
voor terugbetaling, wordt er een college van weesgeneesmiddelen
opgericht specifiek voor elk van de betrokken ziektebeelden. Deze
colleges zijn paritair samengesteld uit artsen die gespecialiseerd zijn
in het ziektebeeld en uit artsen aangewezen door de
verzekeringsorganismen.
Ze onderzoeken de individuele aanvragen voor toegang tot een
terugbetaling. De colleges zijn de bevoorrechte plaats voor discussies
tussen de betrokken partners teneinde de behoeften zo goed mogelijk
te evalueren en de CTG te adviseren inzake eventuele aanpassingen
van de terugbetalingmodaliteiten die werden vastgelegd bij de
procedure voor toegang tot terugbetaling.
en cours pour huit dossiers. Trois
dossiers ont été refusés, parce
que d'autres solutions étaient
disponibles.
Il est possible que la procédure de
remboursement dure un peu plus
longtemps dans notre pays et
qu'elle
soit
moins
souple
qu'ailleurs mais cette procédure
garantit en revanche la réalisation
d'une enquête approfondie. S'il
faut mener un débat de société, il
doit concerner la question de
savoir si le budget de l'assurance
maladie ne subit pas une pression
trop importante au seul bénéfice
de quelques patients. Ma priorité
consiste à offrir l'accès aux soins
de qualité à un maximum de
personnes.
Le Fonds spécial de solidarité de
l'Inami rembourse sous certaines
conditions des coûts élevés pour
lesquels
l'assurance
maladie
n'intervient pas.
Chaque fois qu'un médicament
orphelin est considéré comme
pouvant
donner
lieu
à
remboursement,
un
collège
paritaire est constitué. Ce collège
est
spécifiquement
chargé
d'étudier toutes les pathologies
concernées et d'examiner les
demandes
individuelles
de
remboursement. Au sein de ce
type de collèges, tous les
partenaires concernés dialoguent
et la CRM reçoit des avis relatifs à
des adaptations éventuellement
nécessaires.
Par ailleurs, fin 2007, nous avons demandé au Kenniscentrum une
étude spécifique pour prévoir l'évolution de ces médicaments et le
niveau de preuve qu'il convient de demander pour pouvoir les évaluer
valablement, étant donné le contexte difficile des études cliniques
liées au petit nombre de patients qu'il est possible d'étudier, pour en
tirer une analyse des implications économiques futures.
Je suis évidemment preneuse d'un large débat sociétal sur les efforts
à fournir afin d'améliorer la couverture des frais spécifiques à charge
des victimes de pathologies rares, les médicaments n'étant qu'une
partie des coûts auxquels ils sont exposés.
Je viens encore de le rappeler, j'ai lancé l'étude auprès des 350
associations de patients chroniques afin de connaître leurs priorités
Eind 2007 hebben we bij het
Kenniscentrum een specifieke
studie besteld met betrekking tot
die
geneesmiddelen
en
de
economische gevolgen voor de
toekomst. Ik ben voorstander van
een breed debat over een betere
dekking van de specifieke kosten
(de geneesmiddelen zijn daar
maar een aspect van) veroorzaakt
door zeldzame aandoeningen, die
in de meeste gevallen ook
chronisch zijn. Ik laat trouwens
een studie uitvoeren bij 350
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
en matière de soins de santé, notamment la couverture qui va au-delà
de la couverture médicamenteuse. La plupart des maladies
orphelines sont des maladies chroniques.
Je proposerai au gouvernement et à l'INAMI une ou plusieurs
mesures en septembre. Nous pourrons évidemment en parler au
Parlement. Le Parlement, avec le soutien du groupe de direction
médicaments orphelins de la Fondation Roi Baudouin, est l'endroit
idéal pour avoir ce débat avec l'ensemble des acteurs concernés. La
piste d'un financement spécifique pour les médicaments orphelins
pourrait y être débattue, j'y suis favorable.
La problématique des maladies rares est pour l'essentiel un sous-
ensemble des maladies chroniques, elle fait donc partie intégrante de
ma réflexion sur la prise en charge des malades chroniques et nous
attendons le budget 2009 pour prendre de nouvelles initiatives.
Enfin, je n'ai reçu, à ce jour, aucune demande de soutien de la part du
groupe de direction médicaments orphelins. Il me semble qu'il
convient que l'État laisse se développer la capacité créatrice et les
compétences du secteur associatif et celui du non-marchand là où ils
souhaitent prendre l'initiative. S'ils souhaitent me rencontrer, je les
accueillerai avec un grand plaisir.
verenigingen
van
chronische
patiënten om hun prioriteiten te
kennen.
Ik zal de regering en het Riziv in
september een reeks maatregelen
voorleggen. Het Parlement zou de
ideale plaats zijn om daarover te
debatteren, met de steun van de
stuurgroep weesgeneesmiddelen
van de Koning Boudewijnstichting.
Van die stuurgroep heb ik tot op
heden nog geen aanvraag tot
steun
ontvangen.
Indien
de
stuurgroep
me
wenst
te
ontmoeten, graag!
03.03 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de minister, ik
dank u voor uw antwoord en uw openheid tot dialoog.
Ten eerste, ik herhaal dat ik de procedure tot op vandaag niet heb
veroordeeld. Ik heb dat niet gedaan. Ik heb alleen opgemerkt dat wij
precies breder moeten gaan. Ik heb geen enkele vorm van kritiek op
de procedure geformuleerd. In uw antwoord staat "... alvorens te
veroordelen dat ...". Ik heb dat niet gedaan. Ik heb integendeel
gezegd dat het een aandachtspunt is dat een andere benadering
moet kennen.
Ik weet ook dat er een College van geneesheren voor
weesgeneesmiddelen is dat paritair is samengesteld. De leden van
voornoemd College doen ook ontzettend hun best. Ik zal de laatste
zijn om te betwijfelen dat daarvoor tijd en reflectie nodig is. Niettemin
is het niet door een kostefficiënte prijs naar voren te brengen dat
bedoelde, zeldzame zieken kunnen worden geholpen. Dat kan nooit.
Integendeel, heel vaak wordt de farmaceutische sector verweten dat
de sector zich enkel door winstbejag laat leiden en dat zulks enkel
met blockbusters gaat. De sector krijgt ook het verwijt enkel te
investeren in geneesmiddelen waarvoor er veel klanten of een hele
grote groep patiënten zijn.
Het is precies daardoor dat research mogelijk is. Ik weet dat ik het
niet mag zeggen, maar het is precies door onderzoekers zoals
professor Van Broeckhoven dat wij weten dat voor een bepaald
gendefect of voor een bepaalde aandoening wel een oplossing kan
worden gegeven. Het kan echter niet zijn dat zulks volledig wordt
gefinancierd. Dat is onmogelijk.
De farmaceutische sector is net een sector waar de return on
investment nooit kan zijn wat ze is, zoals dat in de andere sectoren
wel het geval is. Dat is de reden waarom ik voor het dossier aandacht
vraag.
03.03 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Je n'ai jamais
condamné la procédure actuelle.
J'ai seulement fait observer que
son champ d'application pourrait
être légèrement élargi. Je suis
parfaitement consciente que le
collège chargé des médicaments
orphelins fournit suffisamment
d'efforts et doit disposer à cette fin
de délais suffisants. Toutefois, les
patients atteints d'une maladie
rare ne recevront aucune aide du
secteur pharmaceutique auquel on
reproche
souvent
de
ne
s'intéresser qu'au profit. Il faut
mener
des
recherches
en
suffisance
mais
il
n'est
évidemment pas possible d'en
faire intégralement supporter le
poids financier par les pouvoirs
publics.
Des représentants du groupe
d'experts Médicaments orphelins
et de l'association des maladies
orphelines RaDiOrg pourraient-ils
venir exposer leurs points de vue
dans
notre
commission
à
l'automne 2008?
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Ik besluit met twee vragen.
Ten eerste, ik hoor dat mevrouw de minister bereid is om de
betrokkenen te ontvangen. Mevrouw de voorzitter, ik weet dat het ook
uw zorg is. Ik zou willen vragen om in het najaar 2008 de stuurgroep
met de voorzitter uit te nodigen, zodat zij een en ander kan toelichten.
Het is geen schande. Ik wist enkele jaren geleden ook niet wat
zeldzame aandoeningen waren.
Ten tweede, wij hebben gisteren even gediscussieerd over de vraag
wie de patiënt vertegenwoordigt. Ik kan u één voorbeeld geven. De
weeszieken worden door de mutualiteit niet vertegenwoordigd. Zij
worden vertegenwoordigd door hun eigen organisatie, met name
RaDiOrg. Net omdat zij met zo weinig zijn, proberen zij de expertise
en dezelfde zorgen te delen en elkaar te steunen en te versterken.
Mevrouw de voorzitter, ik hoop dus dat u op onze oproep kunt ingaan
en in het najaar 2008 ook mevrouw de minister mee wil betrekken bij
een soort rondetafel.
La présidente: Nous inscrirons cette matière à l'agenda de la rentrée puisqu'elle anticipe sur les budgets
2009.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "een verlaagd btw-tarief voor medische hulpmiddelen" (nr. 5422)
04 Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "un taux réduit de TVA applicable à des dispositifs médicaux" (n° 5422)</b>
04.01 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, deze vraag zal korter zijn.
Er is een voorbeeld dat mij heeft getroffen. Vroeger reeds werd een
debat gevoerd rond de mogelijkheden tot verlaging van btw voor
medische hulpmiddelen. Hier gaat het echter om een specifiek
verhaal, vooral omdat het hier geen kleine groep patiënten betreft,
maar om honderdduizenden Belgen gaat die een antistollingstherapie
volgen. Zij moeten regelmatig worden opgevolgd, hun bloed moet
worden nagekeken op de stollingsfactoren en de stollingstijd. Dat
wordt uitgedrukt in INR. Er bestaan apparaten waarmee zij dat zelf
kunnen registreren en meten. Het is goed dat patiënten die autonomie
kunnen beleven.
Ik heb de vergelijking gemaakt met de eigen glucosemetingen voor
diabetespatiënten en precies daar wringt het schoentje. Zij vormen
ook een belangrijke groep en voor hen geldt wel een verlaagd btw-
tarief van 6%.
Dit geldt niet voor de honderdduizenden Belgen die zelf hun
stollingsfactor en stollingstijd kunnen meten. Vandaar dat ik hier een
lans wil breken voor die mensen die ook behoren tot de groep van
chronisch zieken. Men geneest er immers niet van.
Wij hebben onderzoek gedaan en het kan. Heel vaak zegt men dat
04.01 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Des centaines de
milliers de Belges suivent un
traitement
anticoagulant.
De
nouveaux appareils de mesure de
l'INR leur permettent de mesurer
leur facteur de coagulation et leur
temps de coagulation. Toutefois,
le taux réduit de TVA de 6% qui
est applicable aux diabétiques qui
mesurent eux-mêmes leur taux de
glucose n'est pas applicable aux
malades chroniques appartenant à
cette
catégorie
quoique
la
réglementation
européenne
l'autorise.
Le
ministre
des
Finances a déjà dressé une
première
liste
de
dispositifs
médicaux auxquels s'appliquerait
le taux réduit de TVA mais les
appareils de mesure de l'INR n'y
figurent pas. Ce taux réduit ne
pourrait-il pas être appliqué à ces
appareils?
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
het niet mag van Europa. In dit geval mag het wel. De Europese
regelgeving laat toe om een verlaagd tarief van 6% toe te passen voor
bepaalde medische hulpmiddelen.
De goederen die krachtens die regelgeving momenteel in ons land
een verlaagd btw-tarief kennen werden zelfs opgenomen in het
koninklijk besluit nr. 20.
Op een vraag van collega Daems op 5 mei 2008 over een mogelijk
verlaagd btw-tarief antwoordde de minister van Financiën dat zijn
administratie een eerste lijst heeft samengesteld met betrekking tot
een aantal medische hulpmiddelen en dat deze lijst werd
overgemaakt aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.
De draagbare INR-toestellen werden nog niet opgenomen in de lijst.
Vandaar dat wij alleen maar bij u terechtkunnen om oog te hebben
voor de honderdduizenden patiënten die ook chronische patiënten zijn
en u te vragen of ook hier geen verlaagd btw-tarief zou kunnen
gelden.
04.02 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, on me
communique que l'appareil INR est un dispositif médical qui n'est pas
remboursé parce que non inscrit dans la nomenclature. Dès lors, je
dois demander à mon collègue le ministre des Finances d'examiner si
les appareils INR peuvent être ajoutés à la liste des dispositifs
médicaux pour lesquels un taux de TVA diminué de 6% est
d'application. C'est ce que je me propose de faire.
04.02
Minister Laurette
Onkelinx: Het INR-toestel wordt
niet terugbetaald, omdat het niet in
de nomenclatuur voorkomt. Ik zal
de minister van Financiën vragen
of het mogelijk is om er een btw-
tarief van 6 procent op toe te
passen.
04.03 Yolande Avontroodt (Open Vld): Espérons que vous recevrez
un oui au lieu du non reçu par le Parlement.
C'est de 100.000 patients qu'il s'agit, madame la ministre, ce qui
prouve l'importance du problème. Et cela ne dépend pas de votre
budget.
Mais j'ai déjà posé la question au ministre des Finances qui a répondu
par la négative.
04.03 Yolande Avontroodt
(Open Vld): We hebben het hier
over 100.000 patiënten. Ik heb
deze vraag al aan de minister van
Financiën gesteld, die afwijzend
antwoordde.
04.04 Laurette Onkelinx, ministre: S'il me répond non, je viendrai
vous faire rapport ici. Avec plaisir.
04.05 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mais c'est formidable. Je le
retiendrai. Mais pourquoi ne pas reprendre ce dispositif dans la
nomenclature?
04.05 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Waarom wordt dit
medisch
hulpmiddel
niet
opgenomen in de nomenclatuur?
La présidente: Peut-être le fait qu'il ne soit pas remboursé? C'est ce
qui doit poser problème, même au niveau européen.
De voorzitter: Misschien omdat
het niet terugbetaald wordt? Dat
moet een probleem zijn, zelfs op
het Europese niveau.
04.06 Yolande Avontroodt (Open Vld): Madame la ministre, il faudra
donc que je vous repose une question pour vous demander d'inclure
ces appareils INR au sein de la nomenclature.
04.06 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Ik zal dus opnieuw
een vraag moeten stellen om die
INR-toestellen in de nomenclatuur
op te nemen.
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
La présidente: Le problème doit être plus large que la simple détermination d'un taux de TVA.
04.07 Yolande Avontroodt (Open Vld): En tout cas, je vous
remercie pour votre réponse, madame la ministre.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Yolande Avontroodt aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het voorschrijven van geneesmiddelen" (nr. 5443)
- mevrouw Maggie De Block aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de uitvoering van herhaalvoorschriften voor chronische patiënten door
apothekers" (nr. 5772)
- de heer Koen Bultinck aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de herhaalvoorschriften voor chronische patiënten" (nr. 6029)
05 Questions jointes de
- Mme Yolande Avontroodt à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "la prescription de médicaments" (n° 5443)<br>- Mme Maggie De Block à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "l'exécution par les pharmaciens des prescriptions avec renouvellement pour les
patients chroniques" (n° 5772)<br>- M. Koen Bultinck à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "les prescriptions avec renouvellement pour les patients chroniques" (n° 6029)</b>
05.01 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, er is een heel geëmotioneerd debat gevoerd
over de vereenvoudiging van het aantal voorschriften en de
administratieve belasting, zowel van de patiënt als van de
voorschrijver.
Ik ben er geen pleitbezorger van om te zeggen dat men ineens voor
een heel jaar zou moeten kunnen voorschrijven, waardoor de patiënt
nog maar één keer moet komen. Ik ben echter niet blind voor het feit,
mevrouw de minister, dat het in bepaalde omstandigheden ik heb
het ooit zelf gedaan wel een beetje gek is dat men op elk briefje
hetzelfde woord moet schrijven. Men moet dan een stapel briefjes
schrijven en men mag geen herhalingsvoorschrift gebruiken. Dat is de
context waarin ik u deze vraag stel.
Ik moet u niet overtuigen van de administratieve overlast. Ik ben ooit
op een vergadering geweest en de huisarts in kwestie had zijn rugzak
bij. In die rugzak zaten honderden boekjes die hij moest meesleuren.
Als teken van administratieve rompslomp kan dat wel tellen.
Ik kom hier weer uit bij die patiënten die levenslang dagelijks
hetzelfde medicament moeten innemen. Men heeft daarvoor,
bijvoorbeeld, dertig verpakkingen nodig. Dat komt erop neer dat die
patiënten om de veertien dagen een nieuw voorschrift moeten halen
om bij de apotheker hun medicatie te kopen. Dat is de realiteit op het
terrein. De arts mag die voorschriften niet in één keer afleveren, maar
dat gebeurt wel, uit respect voor de patiënt, zodat hij niet telkens moet
terugkomen. Dat heeft natuurlijk ook een praktische consequentie,
want de arts moet dan zelf x-aantal briefjes schrijven, zonder dat men
een herhalingsvoorschrift mag gebruiken waarmee de patiënt zich
een aantal keer bij de apotheker kan aanbieden. Uiteraard gaat het
dan om de gevallen waarin de arts er zelf mee akkoord is en hij het
nuttig en veilig vindt om die patiënt niet telkenmale op controle te
05.01 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Patients et médecins
sont victimes d'une surcharge
administrative.
Est-il
vraiment
nécessaire qu'une personne qui
doit prendre le même médicament
pendant toute sa vie soit obligée
d'aller chercher une nouvelle
ordonnance chez son médecin
toutes
les
deux
semaines?
D'autant que pour les médecins
eux-mêmes, il s'agit là d'une
formalité pesante. N'y a-t-il pas
moyen de simplifier les choses?
Pourquoi ne pas prévoir, dans le
cas de certains diagnostics, une
ordonnance valable pour une
année?
La
ministre
est-elle
disposée à se concerter à ce
propos avec les associations de
généralistes et de spécialistes?
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
roepen. Uiteraard geldt dat niet voor alles, want mensen moeten wel
worden gevolgd en op controle komen als zij geneesmiddelen
innemen.
In duidelijk omschreven gevallen, in overleg met arts en patiënt, zou
het toch te overwegen zijn om het systeem eenvoudiger te maken en
een aantal geneesmiddelen voor één jaar voor te schrijven.
Ik moet er niet bij vertellen dat de levenskwaliteit van de patiënt, maar
ook van de arts, erop vooruit zou gaan indien dat mogelijk zou zijn.
Als de apotheker dan die aankoop op één attest zou mogen
bevestigen, realiseren ook de apothekers en de mutualiteiten een
voordeel, want dan is ook hun administratieve belasting minder.
Mevrouw de minister, ik herhaal het, het is niet de bedoeling om te
veralgemenen, maar wel om dit in bepaalde goedomkaderde
diagnoses mogelijk te maken.
Hoe staat u daartegenover? Ik weet wat u daarover in de pers gezegd
hebt. Ik zou het echter ook graag hier in het Parlement horen.
Mevrouw de minister, ik heb alweer de vraag of u in overleg met de
wetenschappelijke verenigingen van huisartsen en specialisten voor
een aantal behandelingen de administratieve vereenvoudiging
mogelijk zou willen maken om gelijktijdig op één voorschrift het
voorschrijven van een aantal verpakkingen toe te laten. Het is de
meest eenvoudige administratieve vereenvoudiging die men zich kan
voorstellen.
05.02 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, er is de voorbije weken nogal wat onrust
ontstaan bij het medisch korps over die fameuze herhaalvoorschriften
voor chronische patiënten.
Een deel van de misvattingen is voor een deel ontstaan door een
fameus interview van u in het fameuze apothekersblad. Daarop zijn
een aantal reacties gekomen. Via de medische pers hebt u ook reeds
een aantal correcties gedaan.
Bij het RIZIV en de Medicomut onderzoekt een werkgroep de
mogelijkheden tot het veralgemenen van herhaalvoorschriften voor
chronische patiënten, zodat niet telkenmale een nieuw voorschrift
door de arts moet voorgeschreven worden.
De apothekers vrezen echter dat dit zou kunnen impliceren dat het
fameuze KB nr. 78, dat de bevoegdheden tussen artsen en
apothekers voor een stuk regelt, wordt bijgestuurd.
Mevrouw de minister, daarom heb ik een aantal zeer concrete vragen.
Is bij de Medicomut de discussie dienaangaande aan de gang? Het
principe van de administratieve vereenvoudiging wordt door iedereen
onderschreven. Iedereen kent de vrij gevoelige verhouding tussen
een aantal medische beroepen. In dit concreet dossier gaat het over
de verhouding tussen artsen en apothekers. Dit ligt zeer gevoelig en
iedereen van ons moet rekening houden met een zeker evenwicht. Is
deze discussie aan de gang?
05.02 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): Pour les médicaments
des
patients
chroniques,
le
médecin doit chaque fois établir
une nouvelle prescription. Si on
veut appliquer ici la simplification
administrative, on risque de
toucher à la délicate relation entre
médecins et pharmaciens. Quelles
sont les intentions de la ministre
en la matière? Des discussions
concrètes sont-elles déjà en cours
au sein de l'INAMI ou dans le
cadre de la concertation médico-
mutualiste?
Comment
préservera-t-on
les
délicats équilibres? Prévoit-on de
revoir l'arrêté royal n° 78 réglant le
rapport
entre
médecins
et
pharmaciens?
Limitera-t-on un régime plus
souple aux patients chroniques et
aux prescriptions au nom de la
molécule active? Dans ce cas, il
ne s'agirait que d'un petit segment
des patients et des médicaments.
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
Wat is de finaliteit van het debat? Het zou goed zijn dat u vandaag als
minister eens blijk geeft van wat volgens u de finaliteit is van dit debat.
Er zijn echter restricties. In de medische pers wordt gemeld dat het
alleen zou gaan over medicijnen voor chronische patiënten. Alleen de
medicijnen van personen die onderworpen zouden zijn aan een a
priori controle zouden onder de mogelijke nieuwe regeling vallen. Een
bijkomende voorwaarde in dat geval zou zijn dat het alleen gaat over
voorschriften op stofnaam. Iedereen weet, en ik verwijs naar een
aantal vragen van onder anderen mijzelf, dat dit een heel beperkt
element is. Medicijnen op stofnaam vormen inderdaad slechts een
heel beperkt deel van de uitgeschreven voorschriften. Het zou dus
over een klein element gaan.
Een slotvraag betreft de fameuze verhouding apothekers-artsen. Is er
in de intentie sprake van het al of niet herschrijven van het beruchte
koninklijk besluit nr. 78? Ik denk dat de onrust die is ontstaan binnen
het medisch korps en het apothekerskorps daartoe te herleiden is. Dit
zal zorgen voor een heel gevoelige evenwichtsoefening tussen beide
beroepscategorieën, die niet graag zien dat aan hun bestaande
bevoegdheden wordt getornd.
05.03 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, chère
collègue, on reparlera sans doute encore beaucoup de cette question
à l'avenir. En effet, à l'heure actuelle, on est au stade de la réflexion.
05.03
Minister Laurette
Onkelinx: We zullen in de
toekomst wellicht nog uitvoerig op
deze
kwestie
terugkomen.
Momenteel zitten we in het
stadium van de reflectie.
Mevrouw Avontroodt, ik deel u mede dat er in het kader van de
Overeenkomstencommissie Apothekers-Verzekeringinstellingen en bij
de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen van het
Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, besprekingen
aan de gang zijn om het geneesmiddelenvoorschrift aan te passen.
Indien de voorgestelde aanpassing door de desbetreffende organen
wordt aanvaard, zal het voor de voorschrijver mogelijk zijn om voor
een korte of lange periode geneesmiddelen voor te schrijven, indien
dat noodzakelijk is.
De termijnen, die nuttig zijn om een rationele therapie in te stellen,
moeten door voornoemde organen eerst nog verder worden
besproken.
Ik kan u ook meedelen dat een voorstel om meerdere verpakkingen
van een vergoedbaar geneesmiddel op één voorschrift mogelijk te
maken, ter studie bij de Nationale Commissie Geneesheren-
Ziekenfondsen voorligt. Ik wacht op de officiële ontvangst van de
resultaten.
Des négociations en vue d'adapter
la prescription de médicaments
ont lieu au sein de l'INAMI entre
les médecins, les pharmaciens et
les mutuelles. Si les modifications
proposées sont acceptées, le
médecin sera en mesure de
prescrire des médicaments pour
une période plus longue. On
souhaite également donner la
possibilité
d'inscrire
plusieurs
boîtes d'un médicament sur une
seule
prescription.
J'attends
comme tout un chacun les
résultats des négociations.
Je voudrais ajouter l'une ou l'autre précision à la suite des questions
subséquentes.
La discussion qui se tient à la Commission nationale Medicomut
intervient dans le cadre de l'exécution du point de l'accord national
2008 qui prévoit, dans le cadre de la simplification administrative, tant
l'introduction d'une procédure de prolongation automatique des
autorisations de type D concernant par nature le traitement des
In de Nationale Commissie Artsen-
Ziekenfondsen wordt er momen-
teel gepraat in het kader van het
nationaal akkoord 2008, dat
voorziet in de invoering van een
procedure voor de automatische
verlenging van de toelatingen voor
de behandeling van chronische
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
infections chroniques, qu'une analyse de l'extension du multiplicateur
facilitant la prescription de la médication pour les maladies
chroniques.
Ce débat est consécutif je l'ai déjà dit aux travaux qui ont été
entrepris dans le cadre d'une plate-forme de concertation Medicomut
et la Commission de remboursement des médicaments et qui ont
abouti au dépôt de certaines propositions. Elles visent je le répète ,
notamment la suppression de l'obligation de formuler une demande
de renouvellement ou de prolongation des autorisations de type D
pour les spécialités visées par ce type d'autorisation, le maintien de la
possibilité d'appliquer le multiplicateur pour des spécialités ou des
thérapies bien déterminées et un élargissement de l'application de la
prescription en DCI.
Il ne s'agit pas uniquement de médicaments soumis au contrôle a
priori, mais également d'autres médicaments. Il est évident que le
médecin reste responsable pour la prescription des médicaments
auprès des patients chroniques. Il n'est donc absolument pas
question de modifier l'arrêté royal 78.
Comme je vous l'ai dit, cette question est actuellement examinée un
peu partout. J'attends toutes les conclusions avant de prendre une
décision.
aandoeningen, en in een analyse
van de uitbreiding van het principe
van de multiplicator met het oog
op het vereenvoudigen van het
voorschrijven van medicatie voor
de chronisch zieken. Het gaat niet
alleen om geneesmiddelen die a
priori onderworpen zijn aan een
controle.
Uiteraard blijft de arts verant-
woordelijk voor het voorschrijven
van geneesmiddelen. Er is dus
geen sprake van een wijziging van
het koninklijk besluit nr. 78.
Deze kwestie wordt momenteel zo
een beetje overal onder de loep
genomen. Ik wacht tot ik alle
conclusies ontvangen heb, en zal
pas daarna een beslissing nemen.
05.04 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de minister, nog
een korte vraag in de repliek. U houdt toch niet vast aan de stelling
dat u die voorwaarde zou koppelen aan het voorschrijven op
stofnaam? Dat is toch van de baan?
05.04 Yolande Avontroodt
(Open Vld): La ministre maintient-
elle les conditions limitatives?
05.05 Laurette Onkelinx, ministre: Je n'ai pas dit cela. Je ne me
suis pas "enfermée" dans ce cadre.
05.05
Minister
Laurette
Onkelinx: Dat heb ik niet gezegd.
Ik heb mij niet in dat kader
"opgesloten".
05.06 Yolande Avontroodt (Open Vld): Vous avez parlé
d'élargissement.
Maar hoe is het verschenen!
05.06 Yolande Avontroodt
(Open Vld): U had het over een
uitbreiding.
Mais sous quelle forme a eu lieu la
publication?
05.07 Laurette Onkelinx, ministre: Pour le moment je ne prends pas
position, j'explique les débats qui sont en cours.
05.07
Minister
Laurette
Onkelinx: Momenteel neem ik
geen standpunt in, ik geef uitleg
over de discussie die aan de gang
is.
05.08 Yolande Avontroodt (Open Vld): Oui mais vous avez
apparemment pris une position dans la presse.
05.08 Yolande Avontroodt
(Open Vld): U heeft kennelijk wel
een standpunt ingenomen in de
pers.
05.09 Laurette Onkelinx, ministre: Si c'est le "Journal des
médecins"...
05.09
Minister
Laurette
Onkelinx: U verwijst wellicht naar
"De Artsenkrant", ...
05.10 Yolande Avontroodt (Open Vld): En effet.
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
05.11 Laurette Onkelinx, ministre: "Le Journal des médecins" est un
journal qui est de temps en temps certainement visionnaire. C'est un
journal qui souvent présuppose mes cadres, mes décisions, etc., et
parfois il tombe dans le mille et parfois, il tombe juste à côté. C'est un
journal d'anticipation. Je ne le critique pas: je n'oserais pas!
05.11
Minister
Laurette
Onkelinx: ... die vaak vooruitloopt
op mijn beslissingen. Soms
hebben ze goed gegokt, maar
andere keren zitten ze ernaast. Ik
beweer niets, ik wacht af.
05.12 Yolande Avontroodt (Open Vld): C'est positif que vous
n'affirmiez rien, madame la ministre. C'est très bien.
05.13 Laurette Onkelinx, ministre: Je n'affirme rien, j'attends.
05.14 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik meen dat wij het
erover eens zijn dat er geen probleem kan zijn met betrekking tot de
administratieve vereenvoudiging.
Ik stel wel vast dat er andermaal in respectievelijke werkgroepen van
het RIZIV zeer veel studies gemaakt worden. Ik heb geen enkel
probleem met studies, maar het zou uiteraard goed zijn indien wij
zouden weten binnen welk tijdskader men eventueel denkt te kunnen
landen. Wat is de finaliteit van het hele debat? Wanneer wil men
eventueel het debat tot conclusies laten leiden en concrete
beleidsgevolgen trekken uit de debatten die op dit ogenblik hangende
zijn in een aantal RIZIV-werkgroepen?
05.14 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): Over het principe van de
vereenvoudiging is iedereen het
eens. De werkgroepen van het
Riziv maken veel studies, maar
wanneer wordt er eindelijk geland?
Wanneer komen er concrete
beleidsmaatregelen uit al die
discussies in de werkgroepen?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 5509 de Mme Musin est transformée en question écrite. La question n° 5511
de Mme Jadin est reportée.
06 Questions jointes de
- M. Yvan Mayeur à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "Google Health" (n° 5517)<br>- M. Georges Gilkinet à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "Google Health et la sécurisation de l'échange de données médicales" (n° 5691)</b>
06 Samengevoegde vragen van
- de heer Yvan Mayeur aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "Google Health" (nr. 5517)
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "Google Health en de beveiliging van de uitwisseling van medische gegevens"
(nr. 5691)
06.01 Yvan Mayeur (PS): Madame la présidente, madame la
ministre, le groupe internet Google a lancé un système de gestion de
dossier médical personnel. Concrètement, il est proposé de stocker et
de gérer en ligne ses propres données médicales. Ainsi, après avoir
indiqué sa taille, son poids, son âge, son passif médical, ses allergies,
le système permet, en fonction des symptômes enregistrés de
diagnostiquer une maladie, de proposer différents traitements,
d'informer sur les médications alternatives, d'alerter en cas
d'éventuelle interaction médicamenteuse ou encore de permettre aux
hôpitaux d'accéder au dossier du patient en cas d'urgence.
Outre la crainte de dérives mercantiles, puisqu'il s'agit d'un groupe
commercial qui inclut évidemment sur les pages de ce système des
06.01 Yvan Mayeur (PS): Google
is van start gegaan met een
systeem
waarmee
men zijn
persoonlijk medisch dossier kan
beheren. Via dat systeem kan men
online
medische
gegevens
opslaan en beheren. Op basis van
de geregistreerde gegevens stelt
het systeem ook diagnoses, stelt
het behandelingen voor, geeft het
informatie
over
alternatieve
geneeswijzen of waarschuwt het
voor mogelijke wisselwerkingen
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
liens publicitaires vers certaines chaînes américaines de pharmacie,
vers certains hôpitaux et médecins, on peut s'interroger sur la
protection de l'utilisation de ces données qui sont pour le moins
personnelles et sensibles.
Qu'adviendrait-il si le dossier médical d'un patient venait à circuler sur
le net? Qu'adviendrait-il si un employeur, une banque, une compagnie
d'assurances accédaient à ces données?
En France, le vice-président de l'Ordre des médecins a pourtant
souligné l'aspect positif de ce système.
Madame la ministre, quelle est votre réaction quant au
développement de ce nouveau système?
Quid de la pertinence et de la justesse des traitements qui pourraient
être conseillés en résultant d'un simple croisement informatique de
données sans consultation médicale du patient. Une information claire
énonçant les risques que ce genre de système peut intrinsèquement
contenir ne serait-elle pas utile?
En ce qui concerne l'utilisation des données personnelles, notre
législation permet-elle l'encadrement strict et le contrôle des
hébergeurs de données de santé?
Outre mes questions, je ferai trois petites remarques.
Premièrement, je constate une certaine émotion quant au "eHealth":
nous sommes loin du compte!
Deuxièmement, je suis convaincu de l'acte intellectuel du médecin,
lequel passe par un contact privilégié entre le médecin et son patient.
Troisièmement, nous vivons dans un système où la publicité pour
l'acte médical n'est pas autorisée. Or ici, cette publicité est permise.
Cela pose donc le problème de la concurrence pour les praticiens de
l'art de guérir dans notre pays et en Europe face à ce genre de
pratiques.
tussen geneesmiddelen. In nood-
gevallen zouden de patiënt-
gegevens ook door een ziekenhuis
kunnen worden geraadpleegd.
Aangezien het systeem met
publicitaire
links
werkt,
kan
enerzijds worden gevreesd voor
door winstbejag ingegeven mis-
bruiken. Anderzijds rijzen ook
vragen bij de bescherming van die
gevoelige informatie. Wat zou er
gebeuren indien zo'n medisch
dossier de ronde zou doen op
internet?
Wat
indien
een
werkgever,
een
bank,
een
verzekeringsmaatschappij toegang
zouden krijgen tot die gegevens?
Wat is uw reactie daarop? Kan
men louter op basis van gegevens
die in een informaticasysteem met
elkaar in verband worden gebracht
een
passende
behandeling
verwachten? Zou het niet goed zijn
de
bevolking
duidelijk
te
informeren over de gevaren van zo
een systeem? Volstaat onze
wetgeving om toe te zien op het
gebruik van persoonsgegevens
door systemen die medische
gegevens hosten?
Ik wil nog drie opmerkingen
formuleren. Ten eerste lijkt de
beroering die het eHealthplatform
heeft gewekt, mij voorbarig. Ten
tweede ben ik ervan overtuigd dat
de bevoorrechte relatie tussen arts
en patiënt zijn nut zeker blijft
hebben. En ten derde doet dat
systeem waarbij reclame voor
medische handelingen toegestaan
wordt, vragen rijzen omtrent de
concurrentie
tegenover
de
Europese artsen.
06.02 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, la
firme Google, qui s'est installée en Wallonie avec l'aide de la Région
wallonne, a annoncé récemment le lancement de ce nouveau produit,
le "facebook" de la santé. Il est possible d'y échanger des avis sur ses
ennuis de santé.
Cela pose un problème éthique évident, car on imagine aisément le
type d'exploitation commerciale qui pourrait être développé au départ
d'un tel outil, notamment du marketing ciblé vers les malades,
poussant à la surconsommation de médicaments, ce qui coûte cher à
la sécurité sociale. On peut au moins craindre une rupture du secret
médical et du respect de la vie privée. Cela pose plus globalement la
06.02 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Google, dat zich met
steun van het Waals Gewest in
Wallonië is komen vestigen, heeft
de komst van een 'facebook' van
de
gezondheidszorg
aange-
kondigd.
Hiermee kan aan direct marketing
worden gedaan, waarbij zieke
mensen worden benaderd en
ertoe aangezet worden om te veel
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
question de la sécurisation des données médicales, qui à nos yeux
doit être maximale.
Avez-vous été contactée, vous ou vos services du SPF Santé
publique, par cette société au sujet de ce produit? Quelle est votre
appréciation personnelle quant à ce nouveau produit? Que comptez-
vous entreprendre vis-à-vis des citoyens belges, de Google, de vos
collègues européens en charge de la Santé pour remettre en cause
cette offre et empêcher les dérives qui ont été pointées par mon
collègue et moi-même? Quelles sont vos options en matière de
protection des données médicales? Ne pensez-vous pas qu'il
convient de veiller à ce qu'elle soit maximale?
geneesmiddelen te slikken. Ook
dreigen het medisch geheim en de
privacy te worden geschonden,
terwijl medische gegevens in onze
ogen net maximaal beveiligd
zouden moeten zijn.
Heeft dat bedrijf u of de FOD
Volksgezondheid in verband met
dat product gecontacteerd? Wat is
uw persoonlijke mening over dat
product? Wat zal u ondernemen
ten aanzien van de Belgen,
Google en uw Europese collega's
van Volksgezondheid om die
offerte in vraag te stellen en de
uitwassen waar we bang voor zijn,
te voorkomen? Hoe goed moeten
medische gegevens volgens u
beveiligd zijn?
06.03 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, chers
collègues, j'ai effectivement pris connaissance de l'existence des
développements de "Google-Health". Cela fait partie des nouvelles
applications que les géants de l'informatique tentent de mettre sur le
marché.
Ce projet n'est, à l'heure actuelle, disponible qu'aux États-Unis. Je
crois d'ailleurs à cet égard que les firmes comme Google ou
Microsoft, qui développent ce genre de projet, sont assez conscientes
de la différence d'approche qui existe de part et d'autre de l'Atlantique
au sujet de la protection des données médicales et surtout de la
mercantilisation du secteur de la Santé. Un projet comme "Google-
Health"" ou comme son concurrent "HealthVault" de Microsoft n'est
évidemment pas applicable mutatis mutandis en Europe.
Sur le fond du dossier, mon opinion est nuancée. Je pense que, tant
que ces applications restent à l'usage exclusif du patient, leur
développement peut constituer une plus-value. À ce jour, l'information
médicale qui circule sur internet est totalement incontrôlable et
invérifiable. Le fait d'inciter les patients à utiliser des outils qui
structurent et valident les informations médicales peut être un progrès
considérable. En outre, l'idée de transposer le carnet de santé sur un
support numérique me semble un progrès intéressant.
Je suis cependant d'accord avec vous pour estimer qu'une
information aux patients concernant les dangers inhérents à
l'utilisation d'un tel support est importante. Il rentre d'ailleurs dans mes
intentions de me concerter avec les mutuelles pour voir dans quelle
mesure elles ne pourraient pas jouer un rôle dans cette information.
Bien entendu, mon approche est tout à fait différente, dès lors que
des tierces personnes peuvent avoir accès aux données contenues
dans ces dossiers et ce, d'autant plus que les données médicales
sont des données particulièrement sensibles qui font l'objet de
dispositions particulières de protection dans la loi "Privacy" de 1992.
Cela implique que ces nouvelles applications entrent dans le champ
de la relation entre patients et praticiens ou institutions de soins, en
06.03
Minister
Laurette
Onkelinx: Google Health is
momenteel enkel beschikbaar in
de Verenigde Staten, en ik denk
wel dat de grote IT-bedrijven zich
ervan
bewust
zijn
dat
de
opvattingen over de bescherming
van medische gegevens en vooral
over het mercantiliseren van de
gezondheidszorg heel anders zijn
aan deze en gene zijde van de
Atlantische Oceaan.
Over de grond van het dossier is
mijn mening genuanceerd. Zolang
die toepassingen bestemd zijn
voor exclusief gebruik door de
patiënt,
kunnen
ze
een
meerwaarde bieden, doordat ze de
patiënt officiële en betrouwbare
informatie aanreiken, terwijl de
medische informatie die op het
internet terug te vinden is, totaal
oncontroleerbaar is.
De
digitalisering
van
het
gezondheidsboekje lijkt me een
interessante optie. Wel moeten de
patiënten
dan
geïnformeerd
worden over de mogelijke gevaren
van het gebruik van een digitaal
boekje. Ik zal hierover trouwens
overleg
plegen
met
de
ziekenfondsen.
Wanneer echter ook derden
toegang krijgen tot die gegevens,
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
clair, qu'elles servent de support à des dossiers médicaux
informatisés.
À ce jour, mes services ont effectué un important travail
d'homologation des logiciels médicaux. Cette homologation offre
toutes les garanties nécessaires aux patients et aux praticiens en
termes de sécurité et de confidentialité des données. Cette procédure
de labellisation est utilisée pour l'octroi aux praticiens de primes pour
l'utilisation de ces supports numériques.
Il me semble évident que le développement de produits gratuits ou
financés par la publicité pose évidemment problème et ouvre le débat
d'une possible obligation d'homologation pour les logiciels utilisés
dans le cadre de la gestion des données médicales qui exclurait toute
application informatique ne répondant pas à des critères de sécurité,
d'absence de publicité et de confidentialité.
L'autre dimension du problème est celle du transfert de ces données
médicales.
Comme vous le savez, nous sommes actuellement dans un
processus de mise en place de la plate-forme eHealth. La discussion
du texte de loi commencera la semaine prochaine dans cette
commission, par des auditions.
Cette plate-forme a pour objectif de constituer le noeud de toutes les
communications de données médicales dans le pays. eHealth ayant
pour ambition première d'offrir une interface sécurisée entre les
différents acteurs du monde de la santé, il est évident que toute
application ne répondant pas à ces exigences en matière de sécurité
des données serait irrémédiablement exclue du champ de la plate-
forme.
is
mijn
zienswijze
helemaal
anders. Mijn diensten hebben al
heel wat werk verricht op het stuk
van de homologatie van medische
software, opdat die patiënten en
artsen alle nodige garanties zou
bieden inzake de beveiliging en
betrouwbaarheid
van
de
gegevens. Dat label wordt ook
gebruikt bij de toekenning aan
artsen van premies voor het
gebruik van digitale informatie-
dragers. Door de ontwikkeling van
gratis
of
door
reclame
gefinancierde producten wordt het
debat geopend over een mogelijke
verplichte homologatie van de
software die gebruikt wordt in het
kader van het beheer van de
medische gegevens.
Wat de overdracht van medische
gegevens
betreft,
zou
het
eHealthplatform op termijn een
beveiligde interface moeten bieden
met het oog op de bekendmaking
van medische gegevens. Het ligt
voor de hand dat elke toepassing
die
niet
aan
de
veiligheidsvereisten beantwoordt
van dat platform zal worden
uitgesloten.
06.04 Yvan Mayeur (PS): Madame la présidente, j'entends bien la
réponse de Mme la ministre.
Le danger avec ce genre de question, c'est que quand on ose
interpeller internet, on passe pour un ringard! Il n'est donc pas
question qu'il en soit ainsi.
Pour ma part, j'ai soutenu des développements de projets
informatiques entre des médecins et des hôpitaux en faveur des
patients de ma ville. Cela me semblait indispensable. Cela marche
bien. Je soutiens le projet eHealth dans son intention. Il s'agit
évidemment d'une évolution positive.
Ce qui me dérange je le répète c'est l'autodiagnostic et
l'autotraitement, phénomènes qui vont à l'encontre de l'acte
intellectuel posé par le médecin auquel il faut rester attacher.
Par ailleurs, il y a la question de la dérive commerciale au profit de
produits pharmaceutiques ou médicaux fabriqués aux États-Unis.
Selon moi, la santé, même si elle est devenue un marché, ne doit pas
pour autant s'étendre à ce niveau.
La santé comme l'éducation doivent rester des éléments essentiels
qui doivent échapper à la sphère marchande dans la mesure du
06.04 Yvan Mayeur (PS): Ik heb
de ontwikkeling van informatica-
projecten
tussen
artsen
en
ziekenhuizen gesteund en ik steun
de opzet van het eHealthproject. Ik
verzet mij evenwel tegen de
mogelijkheid van zelfdiagnose en
zelfbehandeling. Ik vrees tevens
voor een commerciële ontsporing.
Gezondheid, net als opvoeding,
moet in de mate van het mogelijke
aan het commerciële circuit
ontsnappen.
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
possible. C'est à ce niveau que se situe ma crainte par rapport à
Google Health. Ce n'est pas le modèle technique informatique qui me
gêne, mais plutôt l'utilisation que l'on peut en faire.
06.05 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Il est vrai qu'internet peut
nous apporter le meilleur et le pire. Une des caractéristiques d'internet
est qu'il n'a pas de frontière. Quand on dit que c'est destiné au public
américain, je pense que des interconnexions peuvent se faire et que
cela doit nous engager à la plus grande prudence.
J'ai d'abord été étonné d'entendre votre ouverture concernant l'aide à
la constitution d'un dossier médical personnel. La difficulté est
effectivement de poser des balises pour éviter les dérives que
M. Mayeur et moi-même avons décrites. On pourrait donc faire un
choix et interdire ce contenu sur internet mais, dans le même temps,
j'entends positivement votre appréciation. Vous avez parlé des
mutuelles et des signaux qu'elles pourraient donner aux patients et
aux citoyens. On pourrait se demander également pourquoi elles
n'aideraient pas leurs affiliés à encoder, stocker et analyser leurs
données personnelles de santé. On sait que cela peut jouer un rôle
en matière de prévention. Mais il s'agit d'être particulièrement
prudent.
En posant cette question sur "Google Health", je connaissais aussi le
projet "eHealth" dont je savais qu'il allait venir en commission à un
moment ou à un autre. Nous reviendrons à ce débat la semaine
prochaine, mais je pense qu'il y a des choses sur lesquelles on ne
peut pas transiger en matière de protection des données personnelles
de santé et nous devons nous donner une obligation de sécurité
maximale.
Pour "Google Health", on voit que c'est une initiative commerciale
dont on a dit tout le mal que nous en pensions. Avec eHealth, on doit
se donner, a contrario, un objectif de sécurité maximale. Nous
pourrons y revenir dès la semaine prochaine, notamment dans le
cadre des auditions qui auront lieu en commission de la Santé.
06.05 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Internet heeft zowel het
beste als het slechtste te bieden,
en heeft geen grenzen. We
moeten dus voorzichtig zijn ten
aanzien
van
mogelijke
interconnecties met de Verenigde
Staten.
"Google
health"
is
een
commercieel project, waarover we
ons gal gretig gespuwd hebben,
maar 'eHealth' is dat niet en wij
zijn het aan onszelf verplicht
maximale veiligheid na te streven.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van de heer Luc Goutry aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de aanwezigheid van extern personeel in het operatiekwartier" (nr. 5470)
07 Question de M. Luc Goutry à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "la présence de personnel extérieur dans le quartier opératoire" (n° 5470)</b>
07.01 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, collega's, het gebeurt steeds meer dat extern personeel,
verbonden aan firma's die medisch materiaal leveren aan
ziekenhuizen, aanwezig is in het operatiekwartier. De bedoeling
daarvan is een ziekenhuisarts bij te staan wanneer hij bepaalde
producten of nieuwe moderne technieken zoals implantaten moet
gebruiken en er zogezegd technisch advies moet worden verstrekt
door personeelsleden van die firma's.
Aangezien dit steeds meer voorkomt, vrijwel bij elke belangrijke
operatie, rijzen er steeds meer juridische vragen. Welke handelingen
kan een dergelijk iemand stellen? Wie is aansprakelijk wanneer er
iets verkeerd loopt? Hoe moet worden omgesprongen met de regels
07.01 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): Il arrive de plus en plus
souvent que du personnel externe
de
fournisseurs
de
matériel
médical soit présent dans le bloc
opératoire.
L'objectif
est
de
conseiller le médecin lors de
l'utilisation de certains produits ou
de l'application de nouvelles
techniques. Cette manière de
procéder soulève toutefois des
questions juridiques en matière de
responsabilité,
de
secret,
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
voor geheimhouding? Moet het ziekenhuis op de hoogte zijn van het
feit dat een beoefenaar in de gezondheidszorg een beroep doet op
externen? Wie draagt de kosten voor de assistentie van dit extern
personeel?
In principe is de zelfstandige ziekenhuisarts verantwoordelijk voor de
ingreep en zou hij aansprakelijk zijn voor de fouten van de
hulppersonen die hij onder zijn verantwoordelijkheid heeft
ingeschakeld bij een ingreep.
Artikel 10 van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, dat
ook van toepassing is op de medische hulpmiddelen, verbiedt om in
het kader van het leveren, voorschrijven, afleveren of toedienen van
geneesmiddelen rechtstreeks of onrechtstreeks premies of voordelen
in geld of in natura in het vooruitzicht te stellen, aan te bieden of toe te
kennen aan groothandelaars, personen die geneesmiddelen mogen
voorschrijven, afleveren of toedienen, alsook aan instellingen waar het
voorschrijven, het afleveren of het toedienen van de geneesmiddelen
plaatsvindt.
Indien een firma systematisch extern personeel ter beschikking stelt
van een arts om hem te helpen bij een ingreep zonder dat de arts
hiervoor de kosten moet dragen, kan er dus sprake zijn van een
inbreuk op artikel 10 van de wet op de geneesmiddelen. De arts
ontvangt dan immers een voordeel waarvoor hij niet moet betalen.
De situatie is evenwel anders wanneer het optreden van het extern
personeel kadert in het verschaffen van informatie over nieuw
materiaal of verband houdt met de studie en het extern personeelslid
bijvoorbeeld betrokken is bij de inzameling van gegevens.
Externe personeelsleden die aanwezig zijn in een operatiekwartier
krijgen vaak heel gevoelige informatie te zien over patiënten. Het
spreekt voor zich dat zij het vertrouwelijk karakter van die gegevens
moeten respecteren. Het is dus van belang dat er transparantie is bij
de firma, de arts, het ziekenhuis en bij de patiënt over de rol die deze
externe personeelsleden in de toekomst meer en meer zullen spelen
in operatiekwartieren. Dit vermijdt problemen inzake aansprakelijkheid
en geheimhouding. Afhankelijk van de taken die door het extern
personeelslid worden verricht, zal dit personeelslid bovendien aan
bepaalde diplomavereisten moeten voldoen.
Kortom, al deze vragen en bemerkingen wijzen erop, mevrouw de
minister, dat er een grijze zone is op dit vlak. Het lijkt mij derhalve
noodzakelijk en zelfs dringend dat de Nationale Raad voor
Ziekenhuisvoorzieningen zich hierover buigt en ter zake een advies
aan u uitbrengt, zodat de wettelijke regelingen desgevallend sluitend
kunnen worden gemaakt.
Ik zou met andere woorden graag uw standpunt ter zake vernemen. Ik
zou ook graag te weten komen of u overweegt om hierover advies te
vragen aan de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen.
Tot daar deze wat lange, maar toch belangrijke vraag.
d'indemnisations, etc. Si une firme
devait systématiquement et sans
frais supplémentaires mettre du
personnel à la disposition d'un
médecin hospitalier pour l'aider
dans le cadre d'une intervention,
cette manière de procéder pourrait
être contraire à l'article 10 de la loi
sur les médicaments du 25 mars
1964. Il n'en est pas ainsi lorsqu'il
est question de fournir des
informations sur du nouveau
matériel ou si la présence des
personnes en question se justifie
dans le cadre d'une mission
d'études. Il est donc indispensable
de conclure des accords clairs
entre
toutes
les
parties
concernées de manière à éviter
tout problème de responsabilité ou
de violation du secret. Le cas
échéant, le membre du personnel
externe doit également disposer
des diplômes requis.
Il existe donc une zone grise. C'est
la raison pour laquelle le Conseil
national
des
établissements
hospitaliers doit rendre d'urgence
un avis sur la question à l'intention
de la ministre, de sorte qu'une
réglementation légale adéquate
puisse
éventuellement
être
élaborée. La ministre demandera-
t-elle cet avis?
Présidente: Colette Burgeon.
Voorzitter: Colette Burgeon.
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
07.02 Minister Laurette Onkelinx: Ik kwam inderdaad recent in
kennis van deze problematiek. Ik ben mij bewust van de verschillende
problemen die door deze situatie kunnen ontstaan.
Dit dossier werd geanalyseerd door mijn kabinet, samen met de
bevoegde administraties - de FOD Volksgezondheid, DG2 en het
Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten.
Er kunnen inderdaad op meerdere vlakken vragen worden gesteld.
Ten eerste, over de illegale uitoefening van de geneeskunde of de
verpleegkunde naargelang het soort activiteit dat effectief wordt
toegepast. In dat geval zouden de professionelen, zowel artsen als
verpleegkundigen, verantwoordelijk kunnen worden gesteld.
Een dergelijk probleem bestaat niet wanneer de externe
medewerkers hun interventies beperken tot technische raadgevingen
inzake het goede gebruik van het gebruikte materiaal. Het gaat hierbij
om zeer complex materiaal en de goede kennis ervan door het
personeel van het bedrijf dat het maakt, helpt de arts bij het gebruik
ervan tijdens een ingreep. Zij moeten eveneens het huishoudelijke
reglement respecteren van elk operatiekwartier waar men hen om
raad vraagt.
C'est délicat. Je suis très précise.
Ten tweede, over de verantwoordelijkheid in geval van een incident,
het volgende. De professionelen - artsen en verpleegkundigen
blijven uiteraard, naargelang het geval, volledig verantwoordelijk voor
de uitgevoerde handelingen.
Het beroepsgeheim moet door elke persoon worden gerespecteerd
die wegens zijn beroepsactiviteit kennis krijgt van informatie over een
patiënt.
Ten vierde, met betrekking tot het eventueel niet respecteren van
artikel 10 van de geneesmiddelenwet, de bedrijven mogen hun
personeel alleen gratis ter beschikking stellen als het over nieuw
materiaal of over een complexe procedure gaat, wat de raad van het
personeel dat dit perfect beheerst, rechtvaardigt.
Ik ben van plan om deze regels in herinnering te brengen in een
rondzendbrief. Indien nodig zal ik adequate maatregelen nemen die
nodig zijn voor het garanderen van een maximale veiligheid van de
patiënten.
07.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Mon administration a
analysé ce dossier avec le SPF
Santé publique, la DG2 et
l'Agence des médicaments et des
produits de santé. Des questions
peuvent en effet se poser sur le
plan d'un éventuel exercice illégal
de la médecine et de l'art infirmier,
et par conséquent sur le plan de la
responsabilité. Si le personnel
extérieur limite son intervention à
un avis technique lors de
l'utilisation de matériel médical
complexe, aucun problème ne se
pose. En cas d'incident, les
médecins et les praticiens de l'art
infirmier
restent
entièrement
responsables.
Tout qui, de par son activité
professionnelle, a accès à des
informations sur un patient est lié
par le secret professionnel.
Les entreprises ne peuvent mettre
du personnel gratuitement à
disposition qu'en cas d'utilisation
de nouveau matériel ou de
procédure
complexe.
Leurs
conseils peuvent alors parfaite-
ment se justifier. Je diffuserai une
circulaire à ce sujet et, si
nécessaire,
je
prendrai
des
mesures
pour
garantir
au
maximum la sécurité des patients.
07.03 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, ik dank u omdat uw antwoord even uitvoerig was als de
vraag en uw inging op alle facetten ervan.
Het gaat om een groeiend probleem. Ik heb mij daarover laten
informeren. Heupprothesen bijvoorbeeld, kunnen bestaan uit 7.000
verschillende onderdelen, naargelang de situatie. Dokters weten dat
het materiaal op de markt is, maar kunnen het niet altijd zelf
toepassen, ook al omdat het soms nieuwe materialen zijn. Zij krijgen
technische assistentie.
Ik voel dat u een strikte afbakening maakt, in navolging van artikel 10.
Wanneer men strikt binnen zijn taak blijft, mag men geen voordelen in
07.03 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): Le problème s'accroît en
raison de la complexité croissante
du matériel médical, qui requiert
une assistance technique. On
constate parfois que les membres
du personnel externe deviennent
en quelque sorte les valets de
médecins, parce que cela permet
d'économiser sur le personnel
propre et que c'est la solution la
plus facile. Un problème de
responsabilité se pose dans ce
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
natura bieden bij het afleveren van medische hulpmiddelen of
geneesmiddelen. In een aantal gevallen wordt vastgesteld dat die
mensen soms echt wel de knechtjes van dokters worden. Zij komen
telkens helpen bij een operatie omdat het gemakkelijk is. Zo spaart
men meteen een instrumentalist uit. Daardoor rijst dan wel een
probleem van aansprakelijkheid. Deze vraag is gebaseerd op situaties
die zich in de praktijk voordoen.
Ik denk dat het inderdaad noodzakelijk is om een rondzendbrief op te
stellen, zodat men weet waaraan men zich moet houden, ook qua
aansprakelijkheid, met betrekking tot artikel 10 van de
geneesmiddelenwet.
Mevrouw de minister, u hebt op een vraag nog niet geantwoord.
Overweegt u om ter zake een advies te vragen aan de Nationale
Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen?
cas. Une circulaire s'impose
effectivement pour faire la clarté
sur l'article 10 de la loi sur les
médicaments.
La
ministre
recueillera-t-elle l'avis du Conseil
national
des
établissements
hospitaliers?
07.04 Laurette Onkelinx, ministre: On y a réfléchi avec tout le
monde, nous nous sommes tous concertés longuement. Faut-il
encore solliciter le Conseil supérieur des établissements hospitaliers?
Je vais y réfléchir. Je peux effectivement demander un avis, mais un
avis, c'est une consultation.
07.04
Minister Laurette
Onkelinx: Moet de Nationale
Raad
voor
Ziekenhuisvoorzieningen
nog
geraadpleegd worden? Ik kan een
advies vragen, maar een advies is
een raadpleging.
07.05 Luc Goutry (CD&V - N-VA): U kunt een adviesopdracht
uitschrijven. Dan moet de nationale raad zich daarover buigen en,
zoals bij veel dergelijke materies, een advies aan u voorleggen.
Begrijp ik het goed dat u verder zult onderzoeken of u al dan niet een
advies zult vragen?
07.05 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): À la demande de la ministre,
le Conseil national doit lui
soumettre un avis. La ministre est-
elle disposée à demander un tel
avis?
07.06 Laurette Onkelinx, ministre: Cela veut dire que je vais
examiner l'intérêt de le faire. Je ne sais pas encore si je le ferai, mais
je travaille à une solution. Je vous ai répondu précisément.
07.06
Minister
Laurette
Onkelinx: Dat wil zeggen dat ik
zal onderzoeken of het de moeite
waard is om dat te doen.
07.07 Luc Goutry (CD&V - N-VA): U zal verder onderzoeken of er
een advies al dan niet moet gegeven worden. Wij stellen precieze
vragen, wij moeten precieze antwoorden krijgen.
07.08 Laurette Onkelinx, ministre: Je vous ai répondu précisément.
07.08
Minister
Laurette
Onkelinx: Ik heb een precies
antwoord gegeven.
07.09 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Précisément, avec un point
d'interrogation!
07.09 Luc Goutry (CD&V - N-
VA): Precies, maar met een
vraagteken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Questions jointes de
- Mme Marie-Martine Schyns à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "le Bisphénol A présent dans certains biberons" (n° 5712)<br>- Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "la toxicité des biberons en plastique" (n° 6253)</b>
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
08 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Marie-Martine Schyns aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de aanwezigheid van bisfenol A in sommige zuigflessen" (nr. 5712)
- mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de schadelijkheid van plastic zuigflessen" (nr. 6253)
08.01 Marie-Martine Schyns (cdH): Madame la ministre, j'ai été
récemment interpellée par de jeunes parents, dont je fais partie, à
propos des biberons en polycarbonate. Ils sont susceptibles d'être
dangereux pour la santé des bébés à un moment particulier: lors de
leur réchauffement.
Le Bisphénol A (BPA), présent dans le polycarbonate, migrerait lors
d'un réchauffement, par exemple, dans un micro-ondes. Le
phénomène pourrait entraîner des perturbations neurales et
endocriniennes. Certains conseilleraient donc d'éviter d'utiliser ces
biberons contenant le composant en question.
Au Canada, suite à une étude de l'incidence du BPA sur les
nourrissons jusqu'à 18 mois, réalisée par Santé Canada, le
gouvernement fédéral est sur le point d'interdire ces fameux biberons.
Madame la ministre, des études ont-elles été réalisées ou sont-elles
en cours dans notre pays, sur cette matière?
N'y a-t-il pas lieu d'appliquer chez nous le principe de précaution et de
déconseiller l'usage de biberons en polycarbonate? Quel est, à ce
sujet, l'information donnée aux jeunes parents?
Doit-on mettre en garde vis-à-vis d'autres contenants en
polycarbonate, susceptibles de recevoir de la nourriture et surtout
d'être réchauffés?
08.01 Marie-Martine Schyns
(cdH): Het polycarbonaat waaruit
sommige zuigflessen gemaakt
zijn, bevat bisfenol A (BPA), een
stof die mogelijkerwijs stoornissen
van het zenuwstelsel en van het
endocriene
klierstelsel
veroorzaakt. Canada staat op het
punt BPA te verbieden.
Werden er al studies in ons land
verricht? Moet het gebruik van dat
soort flessen uit voorzorg niet
worden ontraden? Welke informa-
tie wordt aan de jonge ouders
gegeven? Moet eveneens worden
gewaarschuwd tegen het gebruik
van andere verpakkingen en
opbergmiddelen voor voedings-
middelen
die
polycarbonaten
bevatten?
08.02 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Madame la
ministre, ce matin, je parlais des pyjamas d'enfant avec M. Magnette
et nous parlons à présent de biberons: nous restons donc dans la
politique de protection du consommateur et de la santé.
Je me suis inquiétée, comme Mme Schyns, de l'écho de certaines
recherches scientifiques qui démontrent que les bouteilles ou
biberons libèrent du BPA et jusqu'à 55 fois plus rapidement quand ils
sont en contact avec de l'eau bouillante.
Le problème du BPA est qu'il limite les oestrogènes, hormones
sexuelles féminines, et est donc capable de perturber le système
hormonal du corps humain, une propriété qu'il a en commun avec
beaucoup de polluants présents dans les produits de consommation
courante et qui s'appellent les "perturbateurs endocriniens".
Sur les rats et souris, le BPA provoque un grand nombre d'effets très
déplaisants comme des tumeurs, des cancers de la prostate, la
puberté précoce, des fausses couches, des anomalies de
spermatozoïdes, des diabètes de type 2, tout un programme que
chacun tient à épargner surtout à ses enfants.
La question est donc d'affiner les connaissances sur la concentration
exacte de cette substance et sur le niveau à partir duquel elle devient
néfaste pour l'être humain. De façon générale, il convient de protéger
08.02 Thérèse Snoy et
d'Oppuers (Ecolo-Groen!): BPA,
dat tot 55 keer sneller vrijkomt
wanneer flessen of zuigflessen in
contact komen met kokend water,
is een van de stoffen die het
endocriene klierstelsel verstoren.
Het gaat om polluenten die
aanwezig zijn in heel wat gewone
consumptieartikelen. BPA heeft
een remmende werking op de
aanmaak van oestrogenen. Bij
ratten en muizen veroorzaakt die
stof onder meer prostaatkanker en
diabetes.
We moeten dus precies nagaan
welke concentratie schadelijk is
voor de mens en we moeten het
nodige doen om de allerzwaksten,
en zeker de zuigelingen, te
beschermen. Het gebruik van
plastic zuigflessen wordt door
sommige regeringen én door de
auteurs van een aantal studies
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
les plus faibles et surtout les nouveau-nés.
D'autres gouvernements et les auteurs de ces études scientifiques
proposent aux consommateurs d'éviter les biberons en plastique au
profit des bouteilles en verre, d'utiliser de l'eau tiède, d'éviter le micro-
ondes, le lave-vaisselle et de jeter les bouteilles usagées.
Je poserai donc les mêmes questions que Mme Schyns. Existe-t-il
une étude sur les quantités de Bisphénol A contenues dans les
biberons en plastique vendus en Belgique? Par ailleurs, êtes-vous en
train de mettre en place une campagne de sensibilisation de la
population, et plus précisément auprès des mères afin qu'elles évitent
certaines pratiques considérées comme risquées?
afgeraden.
Bestaat er een studie over de
hoeveelheden Bisfenol A in plastic
babyflesjes die in België worden
verkocht?
Bent
u
een
sensibiliseringscampagne op touw
aan het zetten die erop gericht is
bepaalde
als
gevaarlijk
aangemerkte
praktijken
te
voorkomen?
08.03 Laurette Onkelinx, ministre: Mesdames, je vais vous
répondre à toutes les deux, même si j'ai déjà répondu précédemment
à cette question. Je demanderai aux services de se montrer
particulièrement vigilants: plus de cinquante questions sont posées
cet après-midi et ce sont parfois les mêmes que l'on repose!
08.03
Minister Laurette
Onkelinx: Beide vragen zal ik
beantwoorden, al werden zij reeds
gesteld.
08.04 Luc Goutry (CD&V - N-VA): Cela signifie aussi que vous êtes
un ministre très important! Certains de vos collègues ne doivent
jamais répondre à des questions, et c'est aussi frustrant.
08.05 Laurette Onkelinx, ministre: Certains ont des secrétaires
d'État pour répondre à leur place.
La question de l'utilisation du Bisphénol A dans la fabrication de
matériaux en polycarbonate destinés au contact alimentaire, et
particulièrement des biberons, est bien connue. Cette question est
réglementée en Belgique par l'arrêté royal du 3 juillet 2005 relatif aux
matériaux et objets en matière plastique destinés à entrer en contact
avec les denrées alimentaires. Cet arrêté transpose la directive
européenne 2002/72 et ses modifications et fixe une limite de
migration spécifique stricte pour le Bisphénol A.
Cette limite a été déterminée en tenant compte de l'avis de l'Autorité
européenne de la Sécurité des Aliments (l'EFSA). Les contrôles dans
le secteur des matériaux destinés au contact alimentaire sont opérés
par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
Dans le cadre des programmations d'échantillons, des contrôles sur
la migration de Bisphénol A dans les biberons et gobelets en
polycarbonate ont conclu que toutes les concentrations mesurées
étaient inférieures à la limite spécifique de migration.
La question de l'interdiction envisagée par le Canada a été abordée
lors de la réunion des 5 et 6 mai du Comité d'experts pour les
matériaux destinés au contact alimentaire de la Commission
européenne; un représentant de l'EFSA y assistait d'ailleurs. À la
demande de la Commission européenne, l'EFSA a décidé de
procéder à la réévaluation du Bisphénol A à la lumière des nouvelles
informations disponibles, et notamment des données canadiennes et
américaines. Cette réévaluation se déroulera dans des délais très
brefs.
En attendant les résultats de cette réévaluation, il n'est pas envisagé
actuellement, au niveau européen, de modifier la situation
08.05 Minister Laurette
Onkelinx: De kwestie is in België
geregeld bij koninklijk besluit van 3
juli 2005 betreffende materialen en
voorwerpen
van
kunststof
bestemd
om
met voedings-
middelen in aanraking te komen.
Het KB zet de Europese richtlijn
220/72
om
en
stelt
een
migratielimiet voor bisfenol A vast.
Controles op zuigflessen en
drinkbekers
in
polycarbonaat
hebben
uitgewezen
dat alle
gemeten concentraties onder de
specifieke migratielimiet lagen.
In
het
licht
van
nieuwe
Amerikaanse
en
Canadese
gegevens, heeft de Europese
Commissie recentelijk aan de
Europese Autoriteit voor voedsel-
veiligheid
(EFSA)
gevraagd
opnieuw
een
evaluatie
van
bisfenol A uit te voeren.
In afwachting zijn er geen plannen
om de Europese regelgeving te
wijzigen.
Bij zuigflessen wordt de migratie
van stoffen altijd gemeten in de
meest extreme gebruiksomstan-
digheden. Er komen voorlopig
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
réglementaire existante. Nous évaluerons la nécessité de revoir les
restrictions actuelles en fonction des résultats de la réévaluation de
l'EFSA.
En ce qui concerne les conditions d'utilisation des biberons, il y a lieu
de noter que les tests menés pour déterminer les taux de migration
sont effectués en prenant en compte les conditions d'utilisation réelles
de l'objet. En cas de doute, on choisit les conditions de température et
de temps les plus sévères. Les migrations sont toujours mesurées
dans les conditions les plus dures.
Il n'est donc pas prévu, dans l'état actuel des choses, de mettre en
place de nouveaux outils de sensibilisation. Nous le ferons si l'étude
de réévaluation amène des éléments nouveaux.
geen extra maatregelen voor een
sensibilisering, maar dat kan wel
veranderen
als
de
nieuwe
evaluatie nieuwe gegevens zou
aanbrengen.
08.06 Marie-Martine Schyns (cdH): Madame la présidente,
madame la ministre, merci pour votre réponse. Je tiens à m'excuser
si la question a déjà été posée. Il s'agit d'un domaine en constante
évolution puisque les études au Canada le montrent. Je suis
heureuse d'apprendre que l'EFSA réalise une réévaluation; cela me
paraît important.
Nous resterons attentifs aux conclusions. Je vous remercie d'avance
de l'attention que vous consacrez à ce problème.
08.06 Marie-Martine Schyns
(cdH): Ik verontschuldig me als de
vraag al eerder werd gesteld. Ik
ben blij dat de EFSA een en ander
opnieuw zal evalueren.
08.07 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Madame la
présidente, madame la ministre, je dirai la même chose: mes excuses
pour la répétition.
La seule chose que j'ajouterai, c'est que j'estime important d'informer
les publics les plus défavorisés et d'obtenir que l'information leur
parvienne aussi. Sinon, la sensibilisation reste au niveau d'une classe
de citoyens suffisamment informés. Toutes les mères doivent avoir
accès à cette information.
La présidente: Surtout que le biberon en plastique est d'un usage
plus facile.
08.07 Thérèse Snoy et
d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Ook ik
verontschuldig me voor het feit dat
we kennelijk in herhaling vallen.
Het is belangrijk dat ook de
kansarme
bevolkingsgroepen
geïnformeerd worden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de Mme Colette Burgeon à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et
de la Santé publique sur "la polémique autour du médicament pour arrêter de fumer Champix"
(n° 5733)</b>
09 Vraag van mevrouw Colette Burgeon aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de polemiek rond het rookstop geneesmiddel Champix" (nr. 5733)
09.01 Colette Burgeon (PS): Madame la vice-première ministre, les
responsables européens de la pharmacovigilance doivent se réunir
très prochainement pour examiner le cas du Champix.
Ce médicament, dont le principe actif est la varénicline, une
substance qui se fixe sur les cellules du cerveau sensibles à l'action
de la nicotine, est l'objet d'une vive polémique depuis quelques
semaines. Selon le magazine en ligne e-Santé.be, il aura suffi d'une
recommandation de prudence de l'Agence française de Sécurité
sanitaire des Produits de Santé (l'AFSSAPS) quant aux risques
accrus d'envie suicidaire dans le chef de certains utilisateurs pour que
09.01 Colette Burgeon (PS): De
Europese autoriteiten die over
geneesmiddelenbewaking
gaan
moeten zeer binnenkort samen-
komen om zich te buigen over het
geval "Champix".
Tegen
dat
geneesmiddel
waarvan varenicline het actieve
bestanddeel is; een stof die zich
vastzet op de nicotinereceptoren,
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
beaucoup s'affolent. Ce magazine semble relativiser cette mise en
garde, estimant qu'elle ne mérite pas de créer une telle panique. Il est
vrai que le nombre d'incidents relevés en France est très faible: sur
200.000 patients traités, on dénombre 15 cas qui vont de l'anxiété aux
troubles de l'humeur, mais aussi jusqu'à la tentative de suicide.
Cependant, la polémique fait également rage aux États-Unis où, selon
le "Wall Street Journal", près de 1.000 incidents sérieux, cardiaques
et diabétiques, ont été répertoriés en un seul trimestre, constituant
ainsi un record jamais atteint par un médicament sur un laps de
temps aussi réduit.
Chez nous, suivant la presse écrite, neuf plaintes auraient été
enregistrées depuis le lancement du produit sur le marché belge en
septembre 2006 jusqu'à la fin de l'année dernière: trois cas pour des
problèmes de système nerveux, trois autres pour des réactions
dermatologiques, un infarctus; un saignement, et un cas de trouble
dans le fonctionnement de la thyroïde.
J'en viens à mes questions, madame la vice-première ministre.
Le taux particulièrement élevé de réussite de ce traitement 44% le
rend très attrayant auprès des fumeurs qui désirent arrêter la
consommation de tabac et a conduit les autorités à autoriser son
remboursement depuis le début de cette année. Les services de la
Santé publique valident-ils les chiffres relatifs au nombre de plaintes
incriminant le Champix qui ont été publiés dans la presse? Si oui, ces
chiffres restent-ils dans la norme?
Ensuite, les services de la Santé publique partagent-ils l'opinion de
l'Agence française de Sécurité sanitaire des Produits de Santé selon
laquelle, d'une part, l'existence d'un lien entre la varénicline et les
envies suicidaires est très plausible et, de l'autre, le risque d'une
tentative de suicide qui réussirait serait trop important pour être
ignoré? Dans ce cas, quelles sont les mesures préconisées pour
mettre en garde médecins et patients?
Enfin, qu'attendez-vous de la rencontre des responsables européens
de la pharmacovigilance sur le sujet? Pouvons-nous espérer de leur
part des réponses claires qui éteignent la polémique et permettent
aux acteurs de la santé et aux patients d'agir en toute connaissance
de cause?
Je vous remercie de vos réponses.
waardoor de gevoeligheid van de
hersenen voor nicotine vermindert
wordt sinds enkele weken hevig
gepolemiseerd.
Bij ons zouden er, sinds het
product in september 2006 tot eind
vorig jaar op de Belgische markt
werd gebracht, negen klachten
geregistreerd zijn.
Het
bijzonder
hoge
slaagpercentage
van
die
behandeling maakt het product
zeer interessant voor rokers die
willen stoppen met roken. Dat
heeft er bovendien toe geleid dat
de overheid heeft ingestemd met
de
terugbetaling
van
het
geneesmiddel sinds begin dit jaar.
Bekrachtigen de diensten van
Volksgezondheid de cijfers met
betrekking tot het aantal in de pers
bekendgemaakte klachten waarbij
Champix afgekraakt wordt? Zo ja,
blijven die cijfers binnen de
perken?
Delen
de
Volksgezondheids-
diensten vervolgens de mening
van het "Agence française de
Sécurité sanitaire des Produits de
Santé"? Volgens die instelling is
het enerzijds zeer aannemelijk dat
er een verband bestaat tussen
varenicline en zelfmoordgedachten
en anderzijds zou het gevaar voor
een geslaagde zelfmoordpoging te
groot zijn om de ogen te sluiten
voor
het
probleem.
Welke
maatregelen
worden
in
voorkomend geval voorgestaan
teneinde artsen en patiënten te
waarschuwen voor dat gevaar?
Wat verwacht u ten slotte van de
bijeenkomst in dat verband van de
Europese verantwoordelijken van
de
geneesmiddelenbewaking?
Kunnen we van hen duidelijke
antwoorden verwachten die aan
de polemiek een einde maken en
de gezondheidswerkers en de
patiënten in staat te stellen met
volledige kennis van zaken een en
ander te beslissen?
09.02 Laurette Onkelinx, ministre: Mme Lejeune me pose une 09.02
Minister
Laurette
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
question sur les risques liés à l'utilisation de la Varinicline.
Onkelinx: Mevrouw Lejeune stelt
mij een vraag over de risico's van
het gebruik van varenicline.
La présidente: Je l'ai contactée mais elle n'est pas dans la maison.
Elle a demandé que sa question n
o
5739 soit transformée en question
écrite.
De voorzitter: Zij heeft gevraagd
om haar vraag nr. 5739 om te
zetten in een schriftelijke vraag.
09.03 Laurette Onkelinx, ministre: Très bien.
Les effets indésirables du Champix sur le système nerveux central
sont bien connus de l'Agence fédérale des médicaments et des
produits de santé ainsi que de l'Agence européenne des
médicaments puisque ce médicament a été autorisé selon la
procédure européenne centralisée. La gestion coordonnée des
risques est assurée par l'Agence européenne des médicaments.
Depuis la commercialisation du Champix en Belgique en septembre
2006, l'Agence fédérale des médicaments a reçu 16 notifications
d'effets indésirables relatives au système nerveux central dont des
cas d'idées suicidaires, tentatives de suicide, d'agressivité, de
troubles du sommeil et de la personnalité, sur un total de 32 cas
notifiés. Les chiffres publiés dans la presse qui font état de 9 cas
d'effets indésirables de tous types portent sur la période comprise
entre la commercialisation du médicament en Belgique et décembre
2007.
Ces chiffres sont communiqués à l'EMEA et entrent dans la base de
données européenne Eudra-Vigilance. Ils sont dès lors pris en
compte avec l'ensemble des effets indésirables rapportés par les
autres pays de l'Union européenne pour l'évaluation de la balance
bénéfice-risque du médicament. Tant que cette balance reste
positive, ces chiffres relatifs aux risques du médicament peuvent être
considérés comme acceptables eu égard à son bénéfice.
Rappelons que la Belgique participe bien entendu à cette évaluation
puisqu'elle est représentée aussi bien dans le groupe de travail
européen de pharmacovigilance qu'au comité des médicaments à
usage humain.
Une évaluation des effets indésirables du Champix avait déjà eu lieu
à l'EMEA en décembre 2007 et elle a conduit à une révision du
résumé des caractéristiques du produit (la notice réservée aux
professionnels) et de la notice destinée aux patients du Champix avec
l'introduction d'un avertissement quant aux risques d'idées suicidaires
et de tentatives de suicide.
En complément à la pharmacovigilance de routine, le plan de gestion
des risques dont j'ai fait mention prévoit de collecter des données
relatives aux populations à risque non étudiées initialement, avec la
mise en place d'études cliniques dans la phase suivant la mise sur le
marché. Les populations concernées sont les sujets de moins de 18
ans, les patients présentant une pathologie cardiovasculaire, les
patients présentant une broncho-pneumopathie obstructive et les
patients présentant une psychose.
En outre, en décembre 2007, à la suite des données de
pharmacovigilance relatives au risque de suicide, l'EMEA a demandé
09.03
Minister
Laurette
Onkelinx:
De
ongewenste
bijwerkingen van Champix op het
centrale
zenuwstelsel
zijn
welbekend
bij
het
Federaal
Agentschap voor Geneesmiddelen
en
Gezondheidsproducten
(FAGG) en bij het Europees
Geneesmiddelenbureau (EMEA),
aangezien dit middel tot de markt
werd toegelaten volgens de
gecentraliseerde
Europese
procedure. Het EMEA verzekert
het gecoördineerde risicobeheer.
Sinds Champix in België in de
handel
werd
gebracht,
in
september 2006, heeft het FAGG
16 notificaties van ongewenste
nevenwerkingen op het centrale
zenuwstelsel ontvangen, op een
totaal van 32 genotificeerde
gevallen.
Die cijfers worden aan het EMEA
meegedeeld en in de Europese
Eudra
Vigilance-databank
ingevoerd. Zij worden dan ook
mee in aanmerking genomen in
het geheel van de klachten over
ongewenste nevenwerkingen die
door de andere EU-lidstaten
worden gemeld, voor de evaluatie
van de risico-batenbalans van het
geneesmiddel. Zolang die balans
positief uitvalt, kunnen de cijfers
met betrekking tot de risico's van
het
geneesmiddel
als
aanvaardbaar beschouwd worden
ten opzichte van de baat van het
middel.
Ons land werkt uiteraard mee aan
die evaluatie, want België is zowel
in
de
Europese
Werkgroep
Geneesmiddelenbewaking als in
het CHMP (het Comité voor
geneesmiddelen voor menselijk
gebruik) vertegenwoordigd.
Boven
op
de
gewone
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
à Pfizer, détenteur de la molécule du Champix, de procéder à une
étude clinique spécifique destinée à étudier le problème des suicides
et des tendances suicidaires afin de lui trouver le plus rapidement
possible une explication objective.
L'Agence fédérale du médicament au même titre que l'Agence
française de Sécurité sanitaire des Produits de Santé participent au
même groupe de travail de pharmacovigilance européen et ont, par
conséquent, un avis similaire sur la question. Outre l'adaptation des
notices effectuée fin 2007, un communiqué a été publié par l'EMEA et
l'Agence fédérale du médicament le 17 décembre 2007, informant les
professionnels de la santé et le public de l'ajout de cet avertissement
dans les notices.
Par ailleurs, le numéro du mois de mai 2008 des "Folia
Pharmacotherapeutica", édités par le Centre belge d'Information
pharmacothérapeutique (CBIP) et envoyé à tous les médecins du
pays, a repris, dans sa rubrique "Communiqués du centre de
pharmacovigilance", le Champix parmi les médicaments qui peuvent
induire des dépressions et idées suicidaires.
Le CBIP, ASBL financée par l'Agence fédérale des médicaments,
diffuse gratuitement aux professionnels de la santé certaines
publications dont les "Folia Pharmacotherapeutica".
Les experts du groupe de pharmacovigilance européen et ceux du
comité des médicaments à usage humain de l'Agence européenne
examinent les risques relatés par rapport au bénéfice du Champix.
Les résultats de cette évaluation iraient vers un renforcement
supplémentaire des notices concernant le risque de suicide.
Enfin, étant donné que le Champix n'est remboursé que depuis peu, il
faudra attendre janvier 2009 pour que l'INAMI, via son suivi de
programmes Pharmanet, puisse donner les chiffres concernant le
nombre de patients à qui le Champix à été remboursé. Sur la base
des données de vente fournies par la firme, plus ou moins 59.000
patients ont au moins commencé un traitement avec un petit
conditionnement de Champix. De ce nombre, sur base des grands
conditionnements vendus, et étant donné qu'un traitement complet
est de douze semaines, on peut estimer que plus ou moins 30.000
patients ont pris un traitement complet de Champix en 2007.
geneesmiddelenbewaking voorziet
het risicobeheersplan in een
inzameling van gegevens met
betrekking tot de risicogroepen die
oorspronkelijk niet onderzocht
werden, en in klinische studies in
de fase na de vermarkting.
In december 2007 vroeg het
EMEA Pfizer bovendien om een
specifieke klinische studie uit te
voeren over het probleem van de
zelfmoorden
en
zelfmoordneigingen, teneinde zo
snel mogelijk een objectieve
verklaring voor dit fenomeen te
vinden.
Zowel
het
Federaal
Geneesmiddelenagentschap
als
het "Agence française de sécurité
sanitaire des produits de santé",
het Franse agentschap dat toeziet
op
de
veiligheid
van
de
gezondheidsproducten,
nemen
deel aan de Europese werkgroep
geneesmiddelenbewaking.
Eind
2007 werd de bijsluiter aangepast
en het Europees Bureau voor de
Geneesmiddelenbeoordeling
(EMEA)
en
het
Federaal
Geneesmiddelenagentschap
publiceerden een mededeling om
de gezondheidssector en het
publiek op de hoogte te brengen
van de toevoeging van die
waarschuwing in de bijsluiter.
Daarnaast werd Champix in het
nummer van mei 2008 van "Folia
Pharmacotherapeutica"
opge-
nomen in de lijst van genees-
middelen die tot depressies en
zelfmoordneigingen kunnen leiden.
De deskundigen van de Europese
groep geneesmiddelenbewaking
en
van
het
Comité
voor
geneesmiddelen voor menselijk
gebruik van het Europees Bureau
maken een afweging van de
risico's en de voordelen van
Champix. Wellicht wordt gekozen
voor een nog uitdrukkelijker
verwijzing
naar
mogelijke
zelfmoordneigingen in de bijsluiter.
Het Riviz zal pas in januari 2009
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
de cijfers met betrekking tot het
aantal patiënten aan wie Champix
werd
terugbetaald,
kunnen
bezorgen. Uit de verkoopcijfers
van de firma blijkt dat zo'n 59.000
patiënten op zijn minst gestart zijn
met een behandeling met een
kleine verpakking Champix. Het
aantal patiënten dat in 2007 een
volledige behandeling volgde, kan
op grond van dat cijfer op zo'n
30.000 worden geschat.
09.04 Colette Burgeon (PS): Madame la ministre, je vous remercie
pour vos réponses.
Il est bien de prévenir les effets secondaires éventuels. Il s'agit d'un
nombre assez réduit par rapport aux annonces faites. Ce médicament
a énormément de succès car il est très efficace pour arrêter de fumer.
En janvier 2009, si nous sommes encore là, je reviendrai sur cette
question.
09.04 Colette Burgeon (PS): Het
is goed dat eventuele neven-
werkingen worden voorkomen. Dat
geneesmiddel kent een enorm
succes,
want
het
is
zeer
doeltreffend wanneer men wil
stoppen met roken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "zelfmoord" (nr. 5722)
- mevrouw Rita De Bont aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de golf van zelfmoorden" (nr. 5874)
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "een betere bestrijding van zelfmoord bij jongeren" (nr. 6049)
10 Questions jointes de
- Mme Hilde Vautmans à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "le suicide" (n° 5722)<br>- Mme Rita De Bont à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "la vague de suicides" (n° 5874)<br>- M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "l'amélioration de la lutte contre le suicide des adolescents" (n° 6049)</b>
10.01 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, mijn
vraag dateert van een tweetal weken geleden, toen wij met een golf
van zelfmoorden bij jongeren werden geconfronteerd. Sommigen,
zoals ikzelf, spraken in paniek zelfs van een zelfmoordepidemie.
Op 23 mei 2008 was er het geval van een jongen in het Koninklijk
Atheneum in Denderleeuw en op dezelfde dag het geval van een 14-
jarig meisje in Antwerpen. Op 29 mei 2008 ondernamen twee meisjes
van 15 en 16 jaar in een school in Zaventem een poging tot
zelfmoord. Op 30 mei pleegden in het Waalse Gosselies twee nichtjes
van 15 en 16 jaar zelfmoord. Hier stopt, gelukkig, voorlopig mijn lijstje.
Voornoemde opeenvolging van telkens twee zelfmoorden of pogingen
tot zelfmoord bij jongeren kan misschien puur toeval zijn. Evenwel kan
niet worden ontkend dat België het in de zelfmoordstatistieken
absoluut niet goed doet. Op wereldvlak staan wij voor de mannen op
de dertiende plaats en voor de vrouwen op de negende plaats.
10.01 Rita De Bont (Vlaams
Belang): Il y a deux semaines
environ,
nous
avons
été
confrontés à une vague de
suicides
de
jeunes.
Cette
succession de cas pourrait certes
êtres le fait du hasard mais nous
ne pouvons nier que le nombre
particulièrement élevé de suicides
dans notre pays est inquiétant.
Même en comparaison avec les
Pays-Bas, le nombre de suicides
de jeunes est plus élevé chez
nous. La difficulté d'expression de
nos jeunes, qui seraient alors plus
souvent tentés par la boisson et
les drogues, pourrait constituer
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
Jaarlijks benemen zich in Vlaanderen alleen al 25 à 30 jongeren van
het leven, wat een heel stuk hoger ligt dan het aantal zelfmoorden bij
jongeren in bijvoorbeeld Nederland.
Een van de verklaringen die op het fenomeen worden geplakt, is dat
de jongeren in Vlaanderen zich moeilijker en minder zouden
uitdrukken, waardoor zij gemakkelijker naar drank of drugs zouden
grijpen. Dat is een van de verklaringen, maar wij hebben eigenlijk
geen juiste verklaring.
Heeft het te maken met natuurlijke fenomenen of met sociale
omstandigheden? Gaat het gewoon om kopieergedrag? Hadden de
zelfmoorden met examenstress te maken of hadden ze, zoals daarnet
ook al naar werd verwezen tijdens de vraag over het gebruik van
Shampix, met illegaal of legaal druggebruik te maken? Immers, ook
op het vlak van legaal druggebruik medicatie en psychofarmaca
staat België aan de top.
In dezelfde periode dat de zelfmoorden zich voordeden, kreeg
mevrouw Vautmans de aandacht van de media met cijfers in verband
met zelfdoding in de Belgische ziekenhuizen. Volgens de cijfers die de
minister haar in antwoord op een schriftelijke vraag had bezorgd, gaat
het over 300 zelfmoorden per jaar, waarvan 200 in algemene
ziekenhuizen.
Mevrouw de minister, eind 2007 informeerde ik ook bij u naar het
aantal niet-natuurlijke sterfgevallen in de psychiatrische ziekenhuizen
en op de psychiatrische afdelingen van de algemene ziekenhuizen in
België tussen 1998 en 2007. Maar eind vorig jaar, dus eind 2007, kon
ik spijtig genoeg slechts cijfers tot en met 2004 ontvangen. Daarom
heb ik de volgende vragen.
Beschikt u ondertussen ook over de correcte cijfers van niet-
natuurlijke sterfgevallen voor het jaar 2005 en het jaar 2006?
Ten tweede, is er geen instituut dat de statistieken in verband met
niet-natuurlijke sterfgevallen, niet-natuurlijke sterfgevallen bij jongeren
en niet-natuurlijke sterfgevallen in psychiatrische ziekenhuizen of in
algemene ziekenhuizen systematisch bijhoudt? Zo niet, op welke
instantie kunt u dan wel een beroep doen?
Ten derde, hebt u naar aanleiding van de recente oproepen en de
recente gebeurtenissen op het vlak van zelfdoding al enig initiatief
genomen om genoemd fenomeen en de mogelijke oorzaken ervan
ernstig te onderzoeken?
Ten vierde, hoe staat u tegenover de vraag naar een nationaal
actieplan inzake zelfdoding en de mogelijke invulling van bedoeld plan
op federaal niveau?
une explication. En réalité, nous
ne pouvons que tenter de deviner
l'explication correcte. La vague de
suicides
est-elle
liée
aux
conditions sociales ou à un
comportement de mimétisme?
S'explique-t-elle
par
la
consommation de drogues ou de
médicaments?
Fin 2007, alors que je lui avais
demandé des données relatives
au nombre de décès non naturels
dans les sections psychiatriques et
les hôpitaux entre 1998 et 2007, la
ministre avait uniquement été en
mesure de me communiquer les
chiffres pour 2004. Dispose-t-elle
aujourd'hui des chiffres pour
2005? Existe-t-il un institut qui
collecte systématiquement toutes
les données? La ministre a-t-elle
déjà préparé, à la suite des
événements récents, une initiative
en vue d'étudier les causes du
phénomène? Quelle est son
opinion à propos d'un plan d'action
national contre le suicide et
comment
une
telle
initiative
pourrait-elle être organisée au
niveau fédéral?
10.02 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente,
madame la ministre, la problématique du suicide est un élément qui
nous perturbe énormément. Différents faits nous interpellent: deux
jeunes filles de Gosselies ont été retrouvées mortes à la suite d'un
suicide commun; le même jour à Anvers, une adolescente qui s'était
suicidée à été inhumée et la veille, deux jeunes filles de l'athénée de
Zaventem ont été sauvées in extremis après avoir ingurgité des doses
massives de médicaments. Cela pose évidemment problème.
10.02 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Zelfmoord bij jongeren is
een probleem dat ons ontzettend
aangrijpt. Volgens mevrouw Lekeu
van het "Centre de Prévention du
Suicide",
het
centrum
voor
zelfmoordpreventie, blijft het aantal
jongeren dat zelfmoord pleegt
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
Selon Béatrice Lekeu, thérapeute au centre de prévention du suicide,
le nombre de jeunes se donnant volontairement la mort reste stable,
mais il n'en demeure pas moins vrai que le suicide à l'adolescence
représente la deuxième cause de décès chez les garçons de 15 à 24
ans et la troisième chez les filles du même âge.
Seule la vigilance de l'entourage doit permettre d'éviter ces drames.
En effet, certains signes avant-coureurs peuvent indiquer une
tentative de suicide à venir: un changement brusque de
comportement, un mutisme soudain, un isolement, l'arrêt de la
fréquentation de ses amis, l'agressivité. Les périodes d'examen sont
en outre des périodes de forte recrudescence du phénomène.
Madame la ministre, ne serait-il pas opportun de communiquer plus
avant, afin que ces signes précurseurs soient mieux portés à la
connaissance des parents, notamment à l'approche des examens de
fin d'année, de manière qu'un nombre de plus en plus réduit de nos
jeunes concitoyens ne commettent cet acte funeste, tellement horrible
et qui est quand même un échec de notre société? Vos services ont-
ils les moyens d'intervenir rapidement et de manière récurrente en la
matière?
stabiel, maar zelfmoord is wel de
op
een
na
belangrijkste
doodsoorzaak bij jongens van 15
tot 24 jaar, en de op twee na
belangrijkste doodsoorzaak bij
meisjes in die leeftijdsklasse.
Dergelijke drama's kunnen alleen
voorkomen
worden
als
de
omgeving waakzaam is en oog
heeft voor de signalen die aan zo
een wanhoopsdaad voorafgaan,
zoals een plotse gedragswijziging,
teruggetrokkenheid
en
het
verbreken van het contact met
vrienden,
of
agressiviteit.
Examenperiodes zijn bovendien
altijd meer kritieke momenten.
Moet er geen informatiecampagne
worden opgezet om ouders alerter
te maken op de signalen, vooral
dan tijdens de examenperiode op
het einde van het jaar?
10.03 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, chers
collègues, le suicide est évidemment quelque chose de tout à fait
bouleversant. Je vous prie déjà de m'excuser car je vais parler de
chiffres, de budgets et de pourcentages, alors qu'on a envie de parler
d'une réalité qui fait mal à tous ceux qui sont concernés. Votre
question m'incite cependant à être précise et à citer des chiffres.
Je répondrai aussi à la question de Mme Vautmans, même si celle-ci
est absente. Elle pourra ainsi lire ma réponse dans le compte rendu
intégral.
Je voudrais notamment lui rappeler que les données chiffrées sur les
suicides en général dans les hôpitaux psychiatriques, qui ont été
fournies à une question déjà posée, doivent être correctement
interprétées. J'ajouterai à la réponse de la question écrite posée
préalablement qu'une série de points doivent être rectifiés.
Les chiffres sur le suicide dans les hôpitaux psychiatriques provenant
des données psychiatriques minimales sont ceux des décès causés
par suicide dans les hôpitaux psychiatriques, les sections
psychiatriques des hôpitaux généraux, les maisons de repos
psychiatriques et les initiatives des habitations protégées.
Les chiffres sur le suicide dans les hôpitaux généraux venant des
données cliniques minimales concernent des séjours pour lesquels le
suicide a été mentionné dans le diagnostic secondaire. Il est
important d'insister sur le fait qu'on ne peut se prononcer sur le lieu où
la tentative de suicide s'est passée, dans ou en dehors de l'hôpital.
Les personnes qui font une tentative à domicile et décèdent ensuite à
l'hôpital sont aussi reprises dans ces chiffres. Il était évidemment
important de le souligner!
En outre, les chiffres doivent être vus en rapport avec le nombre total
10.03
Minister
Laurette
Onkelinx: Een zelfmoord is
uiteraard altijd erg schokkend. U
moet me dus verontschuldigen,
want ik zal nu ingaan op een
aantal cijfers over dit verschijnsel,
dat al wie ermee te maken krijgt,
verweesd
en
vol
verdriet
achterlaat.
De cijfers over het aantal
zelfmoorden in de psychiatrische
ziekenhuizen in de Minimale
Psychiatrische
Gegevens
betreffen het aantal sterfgevallen
door
zelfmoord
in
de
psychiatrische ziekenhuizen, de
psychiatrische afdelingen van de
algemene
ziekenhuizen,
de
psychiatrische rusthuizen en de
initiatieven voor beschut wonen.
De cijfers over het aantal
zelfmoorden in de algemene
ziekenhuizen in de Minimale
Klinische Gegevens betreffen de
ziekenhuisopnames
waarvoor
zelfmoord vermeld werd in de
secundaire diagnose. Er moet
benadrukt worden dat men zich
niet kan uitspreken over de plaats
waar
de
zelfmoordpoging
ondernomen werd, in of buiten het
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
d'hospitalisations. Le pourcentage de décès avec diagnostic
secondaire suicide dans les hôpitaux généraux par rapport au nombre
total d'hospitalisations s'élève à 0,00639% en 2004 et 0,00657% en
2005. Le pourcentage de suicides dans les hôpitaux psychiatriques
par rapport au nombre total d'hospitalisations dans ces institutions
s'élève à 0,103% en 2004, à 0,086% en 2005 et à 0,091% en 2006.
Si l'on examine ces données par rapport au nombre total des
hospitalisations, le nombre de suicides dans les hôpitaux généraux
paraît avoir un facteur 13 à 16 fois inférieur à celui dans les hôpitaux
psychiatriques. Si, dans des cas de décès avec diagnostic suicidaire
dans les hôpitaux généraux, la tentative de suicide se fait en grande
partie à domicile, on a alors une toute autre image.
En ce qui concerne les RPM (résumés psychiatriques minimums), les
chiffres les plus récents datent de 2006. Ceux des RCM (résumés
cliniques minimums) datent de 2005. Les données RCM pour 2006
sont attendues à la fin de ce mois.
ziekenhuis.
Wie
thuis
een
zelfmoordpoging
doet
en
vervolgens in het ziekenhuis
overlijdt,
komt
ook
in
die
statistieken terecht.
Bovendien moeten de cijfers
bekeken worden in het licht van
het
totale
aantal
ziekenhuisopnames.
Het
percentage
sterfgevallen
met
zelfmoord als secundaire diagnose
in de algemene ziekenhuizen ten
opzichte van het totale aantal
ziekenhuisopnames
bedroeg
0,00639 in 2004 en 0,00657 in
2005. Het percentage zelfmoorden
in de psychiatrische ziekenhuizen
ten opzichte van het totale aantal
opnames
in die inrichtingen
bedroeg 0,103 in 2004, 0,086 in
2005 en 0,091 in 2006.
Op het eerste gezicht zijn er dus
dertien tot zestien keer minder
zelfmoorden
in
algemene
ziekenhuizen dan in psychiatrische
ziekenhuizen, maar bij mensen die
in het ziekenhuis overlijden aan de
gevolgen
van
een
zelfmoordpoging, werd die poging
in de meeste gevallen thuis
ondernomen, en dat werpt een
heel ander licht op de zaak.
De meest recente cijfers in
verband
met
de
Minimale
Psychiatrische Gegevens dateren
van 2006, voor de Minimale
Klinische Gegevens is dat 2005.
De Minimale Klinische Gegevens
over 2006 zouden eind deze
maand beschikbaar moeten zijn.
Wat de vraag van mevrouw De Bont betreft, dient opgemerkt te
worden dat zij de cijfers heeft opgevraagd van de niet-natuurlijke
overlijdens, specifiek in de psychiatrische ziekenhuizen en de
psychiatrische afdelingen van de algemene ziekenhuizen. In het
antwoord op die vraag zijn de psychiatrische verzorgingstehuizen en
initiatieven voor beschut wonen dus niet opgenomen.
Eind 2007 werden reeds de cijfers tot en met 2004 bezorgd.
Ondertussen zijn ook die van 2005 en 2006 beschikbaar.
Uit de registratie van de minimale psychiatrische gegevens blijkt dat in
2005 en 2006 respectievelijk 93 en 95 mensen een onnatuurlijke dood
stierven tijdens hun opname in psychiatrische ziekenhuizen of
psychiatrische afdelingen in algemene ziekenhuizen. Uitgesplitst
Mme De Bont m'a demandé des
données chiffrées relatives aux
décès non naturels dans les
hôpitaux psychiatriques et dans
les sections psychiatriques des
hôpitaux généraux. C'est la raison
pour laquelle je n'ai pas inclus
dans ma réponse les données
chiffrées ayant trait aux maisons
de soins psychiatriques et aux
habitations protégées. En 2005, 93
patients y sont décédés d'une mort
non naturelle dont 79 par suicide,
13 à la suite d'accidents et 1 par
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
volgens doodsoorzaak blijkt het in 2005 te gaan om 79 zelfmoorden,
13 accidentele overlijdens en 1 geval van doodslag. In 2006 waren er
82 zelfmoorden, 12 accidentele overlijdens en opnieuw 1 geval van
doodslag. De cijfers liggen dus iets lager dan in 2003 en 2004, toen er
nog telkens 98 niet-natuurlijke overlijdens werden geregistreerd,
waarvan respectievelijk in 2003 en 2004 86 en 89 zelfmoorden.
Mevrouw De Bont vraagt ook of er geen instituut bestaat dat
systematisch de cijfers over niet-natuurlijke overlijdens, niet-
natuurlijke overlijdens bij jongeren en niet-natuurlijke overlijdens in de
psychiatrische en algemene ziekenhuizen bijhoudt. Ik wil er haar op
wijzen dat de overlijdens, met de doodsoorzaken, in de algemene
bevolking terug te vinden zijn in de overlijdensstatistieken, die echter
tot de bevoegdheid van de Gemeenschappen behoren en dus tot de
bevoegdheid van mijn collega's aldaar. De overlijdens in de algemene
en psychiatrische ziekenhuizen worden bijgehouden in de minimale
klinische gegevens en de minimale psychiatrische gegevens, die
onder mijn bevoegdheid vallen en waaruit bovenstaande cijfers
afkomstig zijn. Voor zover ik weet, bestaat er echter geen instituut dat
de beide soorten gegevens centraliseert.
homicide. En 2006, 95 décès y ont
été recensés dont 82 par suicide,
12 à la suite d'accidents et 1 par
homicide. En 2003 et 2004, 98
décès non naturels y ont été à
chaque
fois
recensés
dont,
respectivement, 86 et 89 suicides.
Tous les décès et leurs causes
sont repris dans les statistiques
relatives aux décès. Il s'agit là
d'une compétence des Commu-
nautés. Les décès survenus dans
les hôpitaux généraux et les
hôpitaux
psychiatriques
sont
enregistrés
dans
le
résumé
clinique ou psychiatrique minimum
qui, lui, est de ma compétence. Il
n'existe pas d'organisme où ces
deux types de données sont
centralisés.
En mai 2006, une étude-pilote a été lancée dans trois hôpitaux belges
par le ministre Demotte. Ce projet avait pour objectif de fixer les
meilleures pratiques pour l'approche triangulaire du Plan fédéral en
vue de lutter contre les suicides, à savoir prévoir un meilleur
traitement médicamenteux, assurer une meilleure hospitalisation
thérapeutique des patients suicidaires dans les services d'urgence et
garantir un suivi plus intensif où la collaboration entre les services
d'urgence et les médecins traitants est centrale.
À partir des résultats de cette étude, un guide pratique a été rédigé
avec des recommandations concrètes pour aider les urgentistes et
leurs collaborateurs et les médecins traitants à reconnaître les
patients suicidaires et à les accompagner. Des recommandations ont
aussi été faites pour la prescription de médicaments à des patients à
tendance suicidaire on ne fait pas le Champix. Ce guide pratique a
été remis à tous les médecins généralistes et les services d'urgence
en Belgique.
Les compétences en matière de suicide sont en effet réparties entre
le niveau national et les entités fédérées. L'accent doit être mis sur les
signes avant-coureurs. La prévention est donc un élément crucial: les
Communautés et les Régions doivent organiser des campagnes de
sensibilisation et d'information à l'intention des parents.
La prise de mesures adéquates et concrètes dans la lutte contre le
suicide est une des priorités. En raison du besoin de coordonner
l'interaction et la dépendance mutuelle des compétences à chaque
niveau, un sous-groupe "suicide" a été mis sur pied au sein de la
Conférence interministérielle Santé publique. Ce sous-groupe a entre
autres pour mission de rédiger si nécessaire un protocole entre l'État
fédéral et les entités fédérées en vue de faire baisser le nombre de
tentatives de suicide et de suicides et d'améliorer la prévention
tertiaire.
Ce point sera à nouveau mis à l'agenda de la "task force" pour vérifier
quelles initiatives supplémentaires devront être entreprises,
In 2006 ging in drie Belgische
ziekenhuizen een proefstudie van
start, ten einde de "best practices"
inzake zelfmoordpreventie vast te
stellen. Het gaat met name om
een
verbetering
van
de
medicamenteuze behandeling en
van de therapeutische ziekenhuis-
opname in de spoeddiensten na
een zelfmoordpoging, en om een
betere samenwerking tussen de
spoeddiensten
en
de
behandelende artsen.
Op grond van de resultaten van
die studie werd een praktische
gids opgesteld met aanbevelingen
om de spoedartsen en de
behandelende artsen te helpen
suïcidaal gedrag te herkennen en
die personen te begeleiden. Er
werden
ook
aanbevelingen
geformuleerd
inzake
het
voorschrijven
van
genees-
middelen. Die praktische gids
werd aan alle huisartsen en
spoeddiensten bezorgd.
De bevoegdheden met betrekking
tot de zelfmoordproblematiek zijn
verdeeld tussen het federale
niveau en de deelstaten. De
nadruk moet worden gelegd op het
herkennen van de voortekenen.
De preventie is dan ook cruciaal:
de
Gemeenschappen
en
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
notamment le développement d'une aide psychiatrique urgente. Dans
le budget des moyens financiers, un montant a en effet été prévu en
2008 de 3.679.000 euros pour le développement de celle-ci, comme
faisant partie d'un trajet de soins. Les modalités concernant
l'utilisation de ces moyens sont en préparation et pourront jouer un
rôle important dans le cas de la problématique du suicide.
Gewesten moeten campagnes op
gang brengen om de ouders beter
te informeren.
Het nemen van maatregelen ter
bestrijding van zelfmoord is een
prioriteit. Om de bevoegdheden
van de verschillende niveaus te
coördineren, werd binnen de inter-
ministeriële
conferentie
Volksgezondheid een subwerk-
groep "zelfmoord" opgericht. Een
van de opdrachten van die
werkgroep bestaat erin zo nodig
een protocol uit te werken tussen
de federale Staat en de deelstaten
om het aantal zelfmoorden terug
te dringen. Dit punt zal op de
agenda van de taskforce worden
ingeschreven, ten einde na te
gaan welke initiatieven kunnen
worden genomen. Ik denk met
name aan de ontwikkeling van de
dringende psychiatrische hulp,
waarvoor in 2008 een bedrag van
3.679.000 euro werd uitgetrokken.
10.04 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, ik dank
u voor uw antwoord. Ik denk dat zelfdoding bij jongeren en
psychiatrische patiënten een probleem is, dat iedereen van ons moet
beroeren. Er zijn ook verschillende vragen gesteld over andere
aspecten. Als het op cijfers aankomt, kan men uiteraard geen appelen
met peren vergelijken. Ik zal ook cijfers opvragen bij onze collega's bij
de Vlaamse overheid. Misschien kan men dat ook bij de Waalse
overheid doen, waar wij niet direct een evenknie hebben.
Gisteren verscheen in de krant dat wij heel veel psychofarmaca
gebruiken. In Wallonië is dat nog hoger dan in Vlaanderen. Ik weet
niet of dat ergens in de cijfers wordt weerspiegeld. Ik denk dat het de
verantwoordelijkheid van ons allemaal is om naar een oorzaak van de
hoge zelfmoordcijfers te zoeken.
10.04 Rita De Bont (Vlaams
Belang): Les cas de suicide chez
les patients psychiatriques nous
concernent tous. Je vais égale-
ment demander des chiffres aux
autorités flamandes. J'ai lu hier
dans la presse que l'on prescrit
encore plus de produits de
psychopharmacologie en Wallonie
qu'en Flandre. Je ne sais pas si
cela
se
traduit
dans
les
statistiques de suicides. Je crois
que l'identification des causes du
nombre élevé de suicides relève
de notre responsabilité à tous.
10.05 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente, je
remercie Mme la ministre pour sa réponse. Cette dernière me satisfait
totalement car j'estime que, quand il s'agit d'un problème aussi grave
et aigu que celui-là, il ne doit pas y avoir de frontière ni mentale, ni
psychologique, ni politique ou linguistique. Ce qui doit primer, c'est le
résultat à atteindre. Tous les opérateurs appartenant à ce domaine
doivent donc s'unir.
Je tiens donc à remercier Mme la ministre, notamment pour ce qu'elle
a dit en ce qui concerne la convocation d'un sous-groupe de travail de
la Conférence interministérielle.
10.05 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Het antwoord van de
minister
geeft
me
volledig
voldoening want ik ben van
mening dat, in het licht van zo'n
ernstig probleem, alle betrokken
operatoren de handen in elkaar
moeten slaan.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
10.06 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, puis-je
vous rappeler que je dois participer à une autre réunion à partir de 17
heures? Je serai donc obligée de vous quitter un peu avant 17
heures.
La présidente: Mme Lejeune a transformé sa question n° 5739 en
question écrite.
11 Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les aides permettant aux personnes âgées de rester le plus longtemps
possible chez elles" (n° 5743)</b>
11 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "de steun om bejaarden zo lang mogelijk thuis te laten wonen" (nr. 5743)
11.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente, suite à
ce que vient de dire Mme la ministre, j'imagine que je ne pourrai pas
poser mes autres questions inscrites à l'ordre du jour. Je suppose
donc qu'elles seront reportées. Ce faisant, je pourrai participer à la
commission Climat et Développement durable sans être sanctionné.
Cela dit, madame la ministre, la population belge vieillit, comme le
démontrent les études récentes du Bureau du Plan.
En 2030, un quart de la population aura plus de 65 ans. Le
phénomène est encore plus important en Flandre qu'en Wallonie
puisque, depuis l'an passé, la moyenne d'âge est supérieure dans
cette région. Cette situation est due notamment au développement de
la richesse qui y est plus importante.
L'accessibilité des bâtiments aux personnes âgées et moins valides
doit donc être prise en compte dans la politique à conduire. Les
besoins en équipements facilitant la vie de ces personnes vont
croître. Il va falloir, comme c'est déjà le cas dans les pays
scandinaves, doter les bâtiments publics d'ascenseurs, d'escaliers
mécaniques, portes automatiques, de mains courantes, de systèmes
motorisés d'ouverture des fenêtres et volets. Mais il va aussi falloir
aider les personnes à équiper leur logement afin de leur permettre de
rester le plus longtemps possible chez elles. Il faut savoir que la
plupart du temps, les personnes âgées sont des femmes. Il faudra
leur offrir le plus grand confort et leur éviter de devoir payer cher une
place en maison de retraite.
Madame la ministre, quelles actions comptez-vous mener pour aider
les personnes âgées au revenu souvent réduit à acquérir ces outils.
D'ailleurs, il faudra également un jour prévoir des incitants fiscaux en
la matière.
Mais pour l'heure, je voudrais savoir quelle est votre position en la
matière.
11.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): In 2030 zal een vierde van
de bevolking uit vijfenzestig-
plussers bestaan. Het verschijnsel
zal nog meer uitgesproken zijn in
Vlaanderen dan in Wallonië.
In dat perspectief wordt de
toegankelijkheid van de gebouwen
voor senioren en mindervaliden
almaar belangrijker. Er moeten
niet alleen betere voorzieningen
komen in de overheidsgebouwen,
maar men zal de mensen ook
moeten helpen om hun eigen
woning te voorzien van liften,
trapliften,
handgrepen,
automatische deuren, motoren
voor het openen van duren en
ramen,
zodat
ze
langer
zelfredzaam blijven.
Zal u acties opzetten om de
senioren te helpen zich die
voorzieningen aan te schaffen?
Zou men daartoe niet in fiscale
incentives moeten voorzien?
11.02 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, le logement, vous le savez, ne relève pas de ma
compétence.
Cependant, comme vous l'avez souligné, il est impératif d'aider les
personnes âgées à équiper leur logement afin de leur permettre de
rester le plus longtemps possible chez elles, ce qui correspond au
souhait de la majorité.
11.02
Minister
Laurette
Onkelinx: Huisvesting valt niet
onder mijn bevoegdheid. Maar
zoals u gezegd heeft, zullen
mensen langer thuis kunnen
blijven wonen als men ze helpt
hun woning aan te passen.
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
Le protocole III du 13 juin 2005, conclu entre l'autorité fédérale et les
entités fédérés en ce qui concerne la politique de la santé à mener
envers les personnes âgées, a dans ses objectifs de favoriser au
maximum le maintien à domicile de ce groupe cible.
C'est la raison pour laquelle durant la période couverte par ce
protocole, soit du 1
er
octobre 2005 au 1
er
octobre 2010, il est prévu
qu'en collaboration avec l'État fédéral, les Communautés et les
Régions, 20% des moyens disponibles seraient affectés à la création
de formes alternatives de soins et de soutien aux soins.
Lorsque l'on parle de formes alternatives de soins et de soutien aux
soins, on vise la création d'une offre pour les personnes âgées
vulnérables vivant à domicile, notamment par le biais de nouvelles
fonctions et activités de soins et de soutien aux soins. Un exemple est
l'ergothérapeute à domicile qui va pouvoir guider la personne âgée et
son entourage dans les aménagements nécessaires à son maintien à
domicile. En effet, l'action de l'ergothérapeute à domicile se traduit par
l'adaptation de l'environnement physique et social à la personne
dépendante et ce, afin d'optimaliser ses fonctions résiduelles et de
pallier ses incapacités par des aides extérieures tout en diminuant le
stress créé par une situation d'échec.
En tenant compte des caractéristiques du logement, du tissu
relationnel, l'ergothérapeute va agir sur les fonctions motrices,
sensorielles, psychiques, cognitives et sociales de la personne âgée
dépendante.
Celui-ci va lui restituer la plus large autonomie possible, et donc une
estime de soi accrue. Une intervention rapide de l'ergothérapeute à
domicile peut retarder le déclin fonctionnel de la personne âgée
dépendante, démente ou non, voire permettre de réintroduire des
activités et, par conséquent, de postposer ou d'éviter une
institutionnalisation. Ce rôle sera particulièrement important pour les
personnes atteintes de démence, car l'ergothérapeute, agissant à
domicile, pourra déterminer le niveau de stimulation adéquat
nécessaire à la maximalisation de l'autonomie de la personne. Il
aidera les familles à comprendre l'origine et le sens de l'agressivité de
la personne atteinte. Il peut s'agir, notamment, d'un environnement
non adapté. Il aidera les familles en leur procurant des ressources
pour adapter leurs relations avec la personne démente. Par son
action, l'ergothérapeute aidera donc à promouvoir la qualité de vie de
la personne atteinte, mais également celle des aidants proches.
C'était un exemple, évidemment, mais voilà notamment ce sur quoi
nous travaillons.
Een van de doelstellingen van het
protocol III van 13 juni 2005
betreffende
het
te
voeren
ouderenzorgbeleid dat tussen de
federale
overheid
en
de
deelgebieden
werd
gesloten,
bestaat erin ervoor te zorgen dat
die bevolkingsgroep langer thuis
kan blijven wonen. Dat is de reden
waarom voor de looptijd van dat
protocol, namelijk van 1 oktober
2005 tot 1 oktober 2010, in
samenwerking met de Federale
overheid, de Gemeenschappen en
Gewesten, 20 procent van de
middelen zal worden uitgetrokken
voor alternatieve vormen van
ouderenzorg
en
ouderenzorgondersteuning.
Men beoogt in casu een aanbod
voor
kwetsbare
thuiswonende
ouderen, met name via nieuwe
activiteiten op het stuk van zorg en
zorgondersteuning.
Ik
denk
bijvoorbeeld aan het inschakelen
van ergotherapeuten, die de
senioren en hun omgeving kunnen
begeleiden bij het aanbrengen van
de nodige aanpassingen zodat ze
thuis kunnen blijven wonen.
Dat zal tot een zo groot mogelijke
zelfredzaamheid leiden. Een snel
optreden van de ergotherapeut
thuis
kan
de
functionele
achteruitgang van de afhankelijke
bejaarde vertragen, en kan zelfs
tot
een
hervatting van de
activiteiten leiden en bijgevolg
voorkomen dat betrokkene in een
instelling moet woren geplaatst.Bij
dementie zal hij de gezinnen
helpen de oorsprong en de zin van
de agressivteit van de persoon in
kwestie
te
begrijpen.
De
ergotherapeut zal de kwaliteit van
het leven van betrokkene en van
de mensen in zijn omgeving
verbeteren. Dat is een voorbeeld,
maar dat is hetgeen waaraan we
werken.
11.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Je vous remercie vraiment pour
votre réponse, cette fois-ci encore. Effectivement, il s'agira d'une
politique transversale à mener aussi dans le cadre des attributions de
votre secrétaire d'État et, d'autre part, avec les Finances. Ce point est
extrêmement important et nous aurons l'occasion d'y revenir.
11.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Het gaat hier om een
transversaal beleid dat samen met
de staatscretaris en de minister
van
Financiën
moet
woren
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
gevoerd.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "de veiligheid van bloedproducten" (nr. 5825)
12 Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "la sécurité des produits sanguins" (n° 5825)</b>
12.01 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, de veiligheid van bloedproducten is al vaak een
voorwerp van discussie in deze commissie geweest. Ik kom op de
problematiek terug omdat recente onderzoekresultaten hebben
uitgewezen dat er dringend aandacht nodig is voor de risico's die
bacteriële besmetting van plaatjes bij bloedtransfusie opleveren voor
de veiligheid van patiënten. Bacteriële besmetting van bloedproducten
wordt nu als het grootste risico op besmetting door transfusie
beschouwd.
Wat is de situatie op het terrein? Er is een standaard screening die
onvoldoende gevoelig is voor deze bacteriële besmetting. Er zijn
methodes die veiliger en reeds beproefd zijn, met name de
inactivering van de pathogenen is een veilige, goedgekeurde methode
om de risico's van bacteriële besmetting tegen te gaan.
Dokter Richard Benjamin, de Chief Medical Officer van het
Amerikaanse Rode Kruis heeft onlangs in de commissie voor de
Volksgezondheid de recente onderzoeken en resultaten toegelicht. Hij
heeft ons opgeroepen om met alle mensen die met volksgezondheid
zijn begaan het probleem nader te bekijken.
De technologie is niet nieuw. Ze bestaat sedert 2003. Dat is de
technologie van de pathogene inactivatie. Het gebruik van deze
technologie bij bloedplasma werd reeds op 11 juli 2007 met een
ministerieel besluit goedgekeurd. Voor plaatjes werd het wetgevend
kader echter nog niet geconcipieerd. Het budget voor de volledige
inactivatie van bloedplaatjes in België werd daarentegen wel
goedgekeurd door het RIZIV in 2007.
Mevrouw de minister, hebt u kennis van de studies waarnaar dokter
Benjamin heeft verwezen inzake de kans op bacteriële besmetting
door transfusie van plaatjes? Welke gevolgen verbindt u aan deze
resultaten voor de veiligheid van de patiënten? Welke initiatieven zult
u nemen om het voorziene budget toch te benutten?
12.01 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Le screening standard
des produits dérivés du sang est
insuffisamment sensible que pour
permettre de déceler les infections
bactériennes au niveau des
plaquettes. Il existe pourtant
depuis 2003 une technologie, celle
de l'inactivité pathogène, qui le
permet. Le recours à l'inactivité
pathogène dans le cas du plasma
sanguin a été approuvé dès le 11
juillet 2007 par arrêté ministériel.
Et bien que l'Inami ait approuvé le
budget pour l'inactivation complète
des plaquettes en 2007, le cadre
légal se fait attendre.
Le ministre est-il au courant des
études sur les risques de
contamination bactérienne lors de
la transfusion de plaquettes?
Quelles initiatives prendra-t-il dans
ce cadre?
12.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, het
verbeteren van de veiligheid van bloedproducten is voor mij van groot
belang. Recent zijn er verschillende producten en procedures voor de
uitvoering van de pathogene inactivatie op de bloedplaatjes
verschenen.
Ik kom tot uw eerste vraag. Na lezing van de recente literatuur, onder
meer de artikels waar u naar verwijst, heeft het Federaal Agentschap
voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten reeds sinds enkele
weken een advies over de efficiëntie en de toepasbaarheid van al
deze producten aan de Hoge Gezondheidsraad gevraagd. Dit advies
wordt in juli verwacht.
12.02
Laurette
Onkelinx,
ministre:
Plusieurs
articles
concernant les produits et les
procédures pour l'exécution de
l'inactivation
pathogène
ont
effectivement
été
publiés
récemment. L'Agence fédérale
des médicaments et des produits
de santé (AFMPS) a demandé
l'avis du Conseil supérieur de la
santé sur l'efficacité de ces
produits.
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
Ik kom tot uw tweede en derde vraag. Ingeval van een gunstig advies
van de Hoge Gezondheidsraad zal het Federaal Agentschap van mij
de instructie krijgen om een ontwerp van KB op te stellen met het doel
de pathogene inactivatie van virussen te verplichten.
In afwachting is het FAGG ook bezig met een herziening van de prijs
van het bloed en de bloedproducten om de kosten van deze
pathogene inactivatie in rekening te brengen en te compenseren. Na
de vaststelling van de prijs zal het RIZIV daarmee rekening kunnen
houden voor terugbetaling.
Cet avis est attendu pour juillet.
S'il est favorable, je demanderai à
l'AFMPS de rédiger un projet
d'arrêté royal rendant obligatoire
l'inactivation pathogène. Dans
l'intervalle, l'AFMPS prépare une
révision du prix des produits
sanguins pour compenser les
coûts de l'inactivation pathogène.
L'Inami fixera le remboursement
sur la base de ces prix.
12.03 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, begin juli verwacht u het advies. Dan kunnen wij
die zekerheid verhogen. Dat zal een heel belangrijke en, ook voor u,
veilige situatie zijn.
12.03 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Je me félicite de ce
que nous soyons en mesure
d'améliorer
la
sécurité
des
transfusions sanguines.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "telemonitoring" (nr. 5826)
13 Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "le télémonitoring" (n° 5826)</b>
13.01 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, ook deze vraag is vroeger al eens gesteld,
maar ook hier is er nog weinig vooruitgang. Vandaar dat ik de vraag
opnieuw stel.
Mijn vraag gaat over de COPD-patiënten, alweer een groep
chronische patiënten. We doen niets anders dan over de chronische
patiënten spreken. Van deze groep, patiënten die lijden aan chronisch
obstructief longlijden, zijn er 680.000 in België. Daarvan lijdt een
aanzienlijk aandeel, namelijk 104.000, aan een ernstige vorm van
COPD. Het grootste deel van de uitgaven wordt gedaan voor een
minderheid van patiënten. Dat is een constante die u waarschijnlijk
ook nog zult tegenkomen bij de doorlichting van de verschillende
uitgaven. De grootste uitgaven zijn voor de meest ernstige
aandoeningen, uiteraard vanwege de hospitalisatie.
COPD is nog altijd een van de meest belangrijke redenen van
hospitalisatie. Nu is er een instrument dat dit kan verhelpen en
waarvan de gezondheidseconomische effecten reeds werden
bestudeerd en in kaart gebracht. Het gaat om de telemonitoring. De
heer Mayeur heeft over Google Health gesproken. Dit gaat over
telegeneeskunde, ook een van de instrumenten die u in de toekomst
zal moeten toelaten om het budget te managen en beheersbaar te
houden. Dat wil zeggen dat men, hoewel er een fysieke scheiding is,
toch onder toezicht van de behandelend arts staat en dat het contact
tussen behandelend arts en patiënt, waarover de heer Mayeur het
had, wel gestand blijft en wel nog mogelijk blijft.
Vandaar dat wij ervoor willen pleiten om samen te werken met de
twee universitaire centra, met name Luik en Brussel, die een
pilootstudie voorbereiden om de invloed te testen van de coaching
13.01 Yolande Avontroodt
(Open Vld): La Belgique compte
680.000 personnes souffrant d'une
maladie pulmonaire chronique
obstructive, ce que l'on appelle les
patients COPD. Plus de 100.000
patients souffrent d'une forme
aiguë de COPD. En raison de
leurs nombreuses hospitalisations,
ils génèrent la plus grande partie
des dépenses. Or, ces patients
pourraient utilement bénéficier du
système de télémonitoring, à
savoir un contrôle à domicile par le
médecin généraliste par le biais de
la télémétrie. L'application d'un tel
système permettrait en outre de
réaliser une économie de 197
millions d'euros par an au niveau
de
l'Inami.
Les
centres
universitaires de Liège et de
Bruxelles
se
penchent
actuellement sur la possibilité de
mener un projet pilote en la
matière. Qu'en pense la ministre?
Dans quelle mesure soutiendra-t-
elle les initiatives en matière de
télémonitoring?
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
door de huisarts met behulp van thuisbewaking door telemetrie, voor
ernstige COPD-patiënten die frequente aandoeningen hebben of
frequente exacerbaties van hun aandoening. Het gaat er dan vooral
om de invloed op de hospitalisatiefrequentie en hospitalisatieduur in
kaart brengen, en niet het minst, mevrouw de minister, de invloed op
de levenskwaliteit, het inspanningsvermogen, de longfunctie en de
mortaliteit van deze patiënten.
De telemonitoring bij COPD-patiënten komt uiteraard niet alleen de
patiënt ten goede maar betekent ook een besparing voor het RIZIV
die wordt geraamd op 197 miljoen euro per jaar.
Vandaar, mevrouw de minister, de volgende vragen. Wat is uw
houding ten aanzien van die pilootstudie? En in welke mate zult u
initiatieven als deze inzake telemonitoring verder ondersteunen?
13.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de minister, collega's, in
de toekomst kan medische telematica in belangrijke mate bijdragen
tot het uitoefenen van de geneeskunde, de rol van de patiënt en de
organisatie van het systeem van de zorgverstrekking.
De overheid moet bijgevolg de reglementering op zodanige wijze
aanpassen dat de nieuwe technologieën eerst nuttig gebruikt kunnen
worden en nadien worden aangemoedigd, waarbij tegelijk een hoog
beschermingsniveau voor de bevolking gegarandeerd wordt en
rekening gehouden wordt met de financiering van de specifieke
prestaties.
De FOD Volksgezondheid is rechtstreeks betrokken bij de
voorbereiding van de toekomstige aanbeveling van de Europese
Commissie in verband met de acties die moeten gevoerd worden om
het afremmen te vermijden bij het gebruik van telegeneeskunde, in
het bijzonder de toepassingen inzake telemonitoring en teleradiologie.
In het raam van de werkgroep Telegeneeskunde, die onder het
mandaat van de commissie Telematica werkte, werd trouwens een
eerste Belgisch voorstel van advies uitgewerkt. Deze tekst spitst zich
toe op de minimale criteria die gerespecteerd moeten worden, maar
moet nog herzien worden binnen een meer operationele optiek.
De vragen inzake de interoperabiliteit de mogelijkheid voor
elektronische informatiesystemen die gezondheidsgegevens beheren
om onder elkaar eenduidig te kunnen communiceren door precieze
standaarden te gebruiken vinden hier een bijzonder interessant
toepassingsgeval, in de mate dat het project waarnaar u verwijst
deelneemt aan deze dynamiek en de uitdagingen naar voren kan
brengen inzake de ontwikkeling van een oplossing. Zo is er de
technische interoperativiteit van de infrastructuur.
Andere aandachtspunten zijn van organisatorische aard zoals
opleiding, aanvaarding door de actoren, kwaliteitsprocedures,
accreditatie en noodzakelijke kwalificaties, aangepaste financiële
modellen en wettelijke en reglementaire verantwoordelijkheid zoals
onder meer rechten en plichten van de verschillende betrokken
actoren, bescherming en vertrouwelijkheid van de gegevens. Een
rechtstreeks samenwerking met het proefproject is ter zake dan ook
zeer goed te overwegen.
13.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: La télématique médicale
occupe une place de plus en plus
importante dans l'exercice de la
médecine. Les pouvoirs publics
doivent adapter la réglementation
de manière telle que ces nouvelles
technologies puissent être utilisées
efficacement.
L'utilisation
est
également encouragée. Le SPF
Santé publique est directement
concerné par la préparation de la
future recommandation de la
Commission européenne en la
matière. Une première proposition
d'avis de la Belgique relative aux
critères minimaux à respecter a
été élaborée au sein du groupe de
travail Télémédecine. Le projet
auquel il est fait référence peut
aider à répondre à un certain
nombre de questions concernant
l'interopérabilité
et
une
collaboration directe doit donc
certainement
être
envisagée.
Enfin, nous souhaitons également
mettre à disposition plusieurs
services de base, tels que
l'identification
sécurisée
et
l'authenticité des prestataires de
soins ou le cryptage des données
électroniques.
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
Tot slot beoogt het wetsontwerp e-health ook het beschikbaar stellen
van een bepaald aantal basisdiensten, bijvoorbeeld de beveiligde
identificatie en authenticiteit van de zorgverstrekkers of het
versleutelen van de gegevens die de beveiligde, elektronische
overdracht van gezondheidsgegevens mogelijk moet maken tussen
alle gezondheidsactoren.
13.03 Yolande Avontroodt (Open Vld): Dank u, mevrouw de
minister. Ik hoor bij u toch een positieve noot. U staat hier blijkbaar
voor open. Het is evident dat er uiteraard garanties moeten zijn voor
de privacy en de certificatie van de gegevens.
Ik zou alleen mijn vraag willen herhalen hoe u concreet staat ten
aanzien van de ondersteuning van de pilootstudies die momenteel
aan de gang zijn. Zou het niet nuttig zijn om dit ook mee te nemen? U
bent ook niet ingegaan op de gezondheidseconomische aspecten.
13.03 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Je constate que la
ministre adopte une attitude
positive mais je voudrais savoir ce
qu'elle pense du soutien à
apporter
aux
projets
pilotes
concrets. La ministre n'a par
ailleurs pas abordé les aspects
liés à l'économie de la santé.
13.04 Laurette Onkelinx, ministre: Non, puisque nous sommes
occupés à tout examiner. Je trouve cela intéressant, mais nous
verrons.
13.04
Minister
Laurette
Onkelinx: Neen, aangezien wij
bezig zijn alles te onderzoeken.
Dat is interessant, maar we zullen
zien.
13.05 Yolande Avontroodt (Open Vld): Oui, mais ceci est assez
concret. Très concret pour le confort des patients en premier lieu.
13.05 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Ja, maar dit is vrij
concreet. Het is in de eerste plaats
zeer concreet voor het comfort van
de patiënten.
13.06 Laurette Onkelinx, ministre: Oui, oui, certainement. Je suis
d'accord.
13.06
Minister
Laurette
Onkelinx: Ik ben het met u eens.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de Mme Valérie De Bue à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique sur "le Plan d'Action National Alcool" (n° 5849)</b>
14 Vraag van mevrouw Valérie De Bue aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het Nationaal Alcoholplan" (nr. 5849)
14.01 Valérie De Bue (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, en effet, j'avais déposé la question avant les propositions
des différents ministres de la Santé concernés. Vous avez présenté
vos propositions hier et nous aurons l'occasion d'y revenir et d'en
débattre. Voilà une dizaine de jours que j'avais déposé cette question
qui concernait l'implication de divers secteurs.
Bien sûr, pour ce qui concerne les objectifs globaux du plan: la
prévention des dommages liés à l'alcool, le combat contre la
consommation inadaptée, donc abusive, et la création d'une politique
intégrée, tout le monde peut s'y rallier.
Par contre, par rapport à la méthode, je vous poserai quelques
questions.
Le groupe de travail a effectivement rassemblé beaucoup de monde,
comme des ministres, des administrations, des experts du monde
médical, du monde scientifique et des associations. Cependant, il
14.01 Valérie De Bue (MR): Over
de globale doelstellingen van het
Nationaal Alcoholplan, d.z. het
voorkomen van de schadelijke
gevolgen van alcoholgebruik, het
tegengaan
van
onaangepast
alcoholgebruik en het uitstippelen
van een geïntegreerd beleid, lijkt
eensgezindheid te bestaan.
De methode die men daarbij
hanteert, roept evenwel een aantal
vragen op.
Naar verluidt is er een deel van de
stakeholders
niet
betrokken
geweest bij de uitwerking van
voornoemd plan, terwijl heel wat
CRIV 52
COM 266
18/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
semble qu'une partie des acteurs n'ait pas été impliquée dans
l'élaboration de ce plan. Ainsi, les secteurs de la production et de la
distribution, n'ont pas été associés à la préparation du plan. Pourtant,
une grande partie des mesures contenues dans ce plan les
impliqueront et provoqueront la modification de la réglementation de
ce secteur et certains de ses comportements.
J'ajouterai que le secteur horeca n'a pas non plus été consulté alors
qu'il est aussi concerné par certaines orientations du plan.
Je ne sais si l'on peut déjà évoquer un plan à proprement parler ou s'il
ne s'agit encore que de propositions. En effet, nous ne sommes pas
encore parvenus à la phase de concrétisation.
Madame la ministre, comment comptez-vous associer tout le secteur
industriel et horeca aux débats sur le Plan national alcool?
maatregelen
hen
zullen
aanbelangen en zullen leiden tot
een wijziging van de regelgeving
van die sector en de manier
waarop die sector zal handelen.
Zal u bijgevolg ook heel de
industriële
sector
en
de
horecasector bij de besprekingen
van het Nationaal Alcoholplan
betrekken?
14.02 Laurette Onkelinx, ministre: Chère collègue, nous aurons
l'occasion de discuter dans cette commission du Plan national alcool.
Les ministres de la Santé de l'ensemble du pays, sur la base de
recommandations d'experts, ont voulu donner quelques directions
dans lesquelles il convient d'avancer en termes d'interdits, de
sensibilisation, de sécurité routière, etc.
Il faut maintenant négocier certaines de ces mesures avec les autres
ministres du gouvernement en charge des Finances, des Affaires
économiques, de la Sécurité routière. Les secteurs concernés seront
bien évidemment intégrés dans les négociations.
En matière de santé, je peux vous dire que l'alcoolisme est très
néfaste. L'alcoolisme est très important chez les jeunes dans notre
pays, selon les chiffres dont nous disposons. Nous avons par
exemple prévu une mesure visant à interdire la vente de bière et de
vin dans les grandes surfaces.
Je ne demanderai pas son avis au secteur horeca. En matière de
santé publique, il est évident qu'il faut avancer. Nous sommes un des
rares pays de l'Union européenne où il n'existe pas ce genre
d'interdiction. Pour mettre en oeuvre cette mesure, il va falloir négocier
avec le secteur et les ministres compétents.
Autre exemple, il faut séparer les alcools et les boissons non
alcoolisées dans les commerces. Pour mettre en oeuvre cette
mesure, il est nécessaire de négocier avec le ministre des Affaires
économiques et avec le secteur.
14.02
Minister
Laurette
Onkelinx: Alle ministers van
Volksgezondheid van het land
hebben enkele richtsnoeren willen
geven
in
verband
met
verbodsbepalingen,
sensibili-
sering, verkeersveiligheid, enz.
Nu moet er over sommige van die
maatregelen nog onderhandeld
worden met de overige ministers
van de regering die bevoegd zijn
voor
Financiën,
Economie,
Verkeersveiligheid. De desbetref-
fende sectoren zullen uiteraard bij
die
onderhandelingen
worden
betrokken.
Alcoholisme is vandaag de dag
een belangrijk verschijnsel bij de
jongeren in ons land. Ik zal de
horecasector niet om een advies
ter
zake
vragen.
Inzake
volksgezondheid zijn wij een van
de weinige EU-landen waar er zo
geen verbod bestaat. Het is dus
tijd dat wij vooruitgang boeken op
dat gebied.
14.03 Valérie De Bue (MR): Nous sommes tous d'accord sur les
objectifs globaux, le secteur y compris. C'est aussi dans son intérêt.
Pour avancer dans ce débat et concrétiser ces mesures, il faut éviter
de diaboliser un secteur ou d'opposer un secteur à un autre. Il est
plus intéressant d'avancer ensemble. Un groupe brassicole a déjà mis
en place la campagne de prévention "Respect sixteen". On peut
évaluer le degré d'intérêt de cette campagne, mais elle a le mérite
d'avoir été lancée.
Je pense que nous avons tout intérêt à associer le plus de monde
possible afin de réussir ce projet. Il semblerait que l'OMS elle-même a
incité les pays à travailler en concertation avec le secteur industriel.
14.03 Valérie De Bue (MR): Wij
zijn het allen eens over de globale
doelstellingen, ook de sector zelf.
Ik denk dat wij er alle belang bij
hebben om
zoveel mogelijk
actoren bij een en ander te
betrekken zodat het plan kan
slagen. Blijkbaar heeft de WGO
zelf er de landen toe aangezet
daarover met de bedrijfssector
overleg te plegen.
18/06/2008
CRIV 52
COM 266
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 16.57 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.57 uur.