KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 301
CRIV 52 COM 301
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
INNENLANDSE
Z
AKEN
,
DE ALGEMENE
Z
AKEN EN HET
O
PENBAAR
A
MBT
C
OMMISSION DE L
'I
NTERIEUR
,
DES
A
FFAIRES
GENERALES ET DE LA
F
ONCTION PUBLIQUE
woensdag
mercredi
09-07-2008
09-07-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de voortgang van een aantal
dossiers die recentelijk in de pers verschenen"
(nr. 6569)
2
Question de M. Robert Van de Velde au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'état
d'avancement d'un certain nombre de dossiers
récemment évoqués dans la presse" (n° 6569)
2
Sprekers: Robert Van de Velde, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Robert Van de Velde, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
5
Questions jointes de
5
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het 'verlof' van de woordvoerster van de federale
politie" (nr. 6881)
5
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "le 'congé' de la porte-
parole de la police fédérale" (n° 6881)
5
- de heer Gerolf Annemans aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het op non-actief zetten van de woordvoerster
van de federale politie, mevrouw Cleemput"
(nr. 6886)
5
- M. Gerolf Annemans au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la mise en disponibilité
de la porte-parole de la police fédérale,
Mme Cleemput" (n° 6886)
5
- de heer Ludwig Vandenhove aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het
op
non-actief
zetten
van
de
politiewoordvoerster" (nr. 6904)
5
- M. Ludwig Vandenhove au vice-premier ministre
et ministre de l'Intérieur sur "la mise à l'écart de la
porte-parole de la police" (n° 6904)
5
- de heer Stefaan Van Hecke aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de
detachering
van
politiewoordvoerster
mevrouw Cleemput" (nr. 6964)
5
- M. Stefaan Van Hecke au vice-premier ministre
et ministre de l'Intérieur sur "le détachement de la
porte-parole de la police Mme Cleemput"
(n° 6964)
5
- de heer Jean Marie Dedecker aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de promotie van de secretaresse van het hoofd
van de federale politie en het imago van de
federale politie" (nr. 7013)
5
- M. Jean Marie Dedecker au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la promotion
de la secrétaire du chef de la police fédérale et
l'image de la police fédérale" (n° 7013)
5
Sprekers:
Michel
Doomst,
Gerolf
Annemans, voorzitter van de Vlaams Belang-
fractie, Ludwig Vandenhove, Stefaan Van
Hecke, Jean Marie Dedecker
, voorzitter van
de LDD-fractie, Patrick Dewael, vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Gerolf Annemans,
président du groupe Vlaams Belang, Ludwig
Vandenhove, Stefaan Van Hecke, Jean
Marie Dedecker
, président du groupe LDD,
Patrick Dewael
, vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Éric Thiébaut aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de verkrachting van een jonge vrouw
in het Zuidstation" (nr. 6623)
18
Question de M. Éric Thiébaut au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le viol d'une
jeune femme à la gare du Midi" (n° 6623)
18
Sprekers: Eric Thiébaut, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Eric Thiébaut, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
20
Questions jointes de
20
- mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"een verslag van de Comités P en I over de
terreurdreiging van eind 2007" (nr. 6678)
20
- Mme Josée Lejeune au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "un rapport des
Comités P et R relatif aux menaces terroristes de
la fin 2007" (n° 6678)
20
- de heer Éric Thiébaut aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het verslag van de Comités P en I met betrekking
tot het terreuralarm in december 2007" (nr. 6760)
20
- M. Éric Thiébaut au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "le rapport des
Comités P et R concernant les alertes terroristes
de décembre 2007" (n° 6760)
20
Sprekers: Eric Thiébaut, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Eric Thiébaut, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Samengevoegde vragen van
22
Questions jointes de
22
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de ontoegankelijkheid van de dienst 100 tijdens
het recente noodweer in Henegouwen" (nr. 6715)
22
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'inaccessibilité du
service 100 lors des dernières intempéries en
Hainaut" (n° 6715)
22
- de heer Joseph George aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de organisatie van de hulpverlening na het zware
onweer in de regio Hoei-Borgworm" (nr. 6892)
22
- M. Joseph George au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'organisation des
secours suite aux violents orages dans la région
de Huy-Waremme" (n° 6892)
22
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
24
Questions jointes de
24
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de gemeentelijke administratieve sancties"
(nr. 6723)
24
- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "les sanctions
administratives communales" (n° 6723)
24
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de gemeentelijke administratieve
sancties" (nr. 6937)
24
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les sanctions
administratives communales" (n° 6937)
24
Sprekers: Peter Logghe, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Peter Logghe, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Bruno Van Grootenbrulle aan
de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "het geïntegreerd
actieplan van de gerechtelijke politie inzake
verdovende middelen" (nr. 6736)
26
Question de M. Bruno Van Grootenbrulle au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le
Plan d'action intégré de police judiciaire en
matière de stupéfiants" (n° 6736)
26
Sprekers: Bruno Van Grootenbrulle, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bruno Van Grootenbrulle, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Ludwig Vandenhove aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
over
"gehoorproblemen
bij
het
brandweerpersoneel" (nr. 6737)
28
Question de M. Ludwig Vandenhove au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
troubles de l'ouïe au sein du personnel des
services d'incendie" (n° 6737)
28
Sprekers: Ludwig Vandenhove, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Ludwig Vandenhove, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Josy Arens aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de om budgettaire redenen aan de directie van
de spoorwegpolitie (SPC) opgelegde verplichting
om haar personeel niet langer toe te staan
overuren te maken en over de gevolgen voor de
veiligheid van onze burgers" (nr. 6739)
29
Question de M. Josy Arens au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'obligation
faite, pour raisons budgétaires, à la Direction de
la Police des Chemins de fer (SPC) de ne plus
autoriser son personnel à prester des heures
supplémentaires et sur les conséquences pour la
sécurité de nos concitoyens" (n° 6739)
29
Sprekers: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de met een camera uitgeruste
migratiecontrolehond bij de scheepvaartpolitie"
(nr. 6745)
31
Question de Mme Leen Dierick au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le chien de
contrôle de la migration équipé d'une caméra
utilisé par la police de la navigation" (n° 6745)
31
Sprekers: Leen Dierick, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Leen Dierick, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Vraag van mevrouw Juliette Boulet aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
over
"het
inzetten
van
een
privépolitiedienst door de stad Thuin tijdens
festiviteiten" (nr. 6757)
33
Question de Mme Juliette Boulet au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la mise en
place d'une police privée par la Ville de Thuin lors
de festivités" (n° 6757)
33
Sprekers: Juliette Boulet, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Juliette Boulet, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Interpellatie van de heer Koen Bultinck tot de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de brandweerhervorming in West-
Vlaanderen" (nr. 69)
34
Interpellation de M. Koen Bultinck au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la réforme
des services d'incendie en Flandre occidentale"
(n° 69)
35
Sprekers: Koen Bultinck, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Koen Bultinck, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Moties
38
Motions
38
Spreker: Koen Bultinck
Orateur: Koen Bultinck
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "Franse nummerplaten in de
grensstreek met Frankrijk" (nr. 6781)
39
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les plaques
d'immatriculation françaises dans la zone
frontalière avec la France" (n° 6781)
39
Sprekers: Peter Logghe, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Peter Logghe, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "diefstallen in schoolgebouwen"
(nr. 6782)
40
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les vols dans
les bâtiments scolaires" (n° 6782)
40
Sprekers: Peter Logghe, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Peter Logghe, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
42
Questions jointes de
42
- de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de inzet van politieambtenaren op parketten"
(nr. 6792)
42
- M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre
et ministre de l'Intérieur sur "les fonctionnaires de
police actifs dans des parquets" (n° 6792)
42
- de heer Ludwig Vandenhove aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"politiepersoneel bij het parket" (nr. 6809)
42
- M. Ludwig Vandenhove au vice-premier ministre
et ministre de l'Intérieur sur "le détachement de
personnel de police auprès du parquet" (n° 6809)
42
Sprekers: Robert Van de Velde, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Robert Van de Velde, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
44
Questions jointes de
44
- de heer Philippe Henry aan de minister van
Klimaat en Energie over "het gevolg dat het FANC
aan telefoonoproepen geeft" (nr. 6799)
44
- M. Philippe Henry au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "le suivi donné par l'AFCN aux
appels téléphoniques" (n° 6799)
44
- de heer Philippe Henry aan de minister van
Klimaat en Energie over "de kwaliteitscontrole van
de containers voor de opslag van kernafval"
(nr. 6800)
44
- M. Philippe Henry au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "le contrôle qualité des containers
destinés à stocker les déchets nucléaires"
(n° 6800)
44
Sprekers: Philippe Henry, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Philippe Henry, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
48
Questions jointes de
48
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
48
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'agression dont ont été
48
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
"de raid op vijf Brusselse politieagenten"
(nr. 6816)
victimes cinq policiers bruxellois" (n° 6816)
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"een aanval op agenten die geen dienst hadden"
(nr. 6830)
48
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "une agression à
l'encontre d'agents de police qui n'étaient pas de
service" (n° 6830)
48
Sprekers: Bart Laeremans, Michel Doomst,
Patrick Dewael
, vice-eerste minister en
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bart Laeremans, Michel Doomst,
Patrick Dewael
, vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Josy Arens aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de opleiding van de gemeenschapswachten"
(nr. 6859)
51
Question de M. Josy Arens au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la formation
des gardiens de la paix" (n° 6859)
51
Sprekers: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het eventuele plan om een
kerncentrale van het type EPR te bouwen in
Chooz" (nr. 6866)
52
Question de M. Georges Gilkinet au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le potentiel
projet de construction d'une centrale nucléaire de
type EPR à Chooz" (n° 6866)
52
Sprekers: Georges Gilkinet, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Georges Gilkinet, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het tekort aan Belgisch personeel in
het
Centrum
voor
politie-
en
douanesamenwerking van Doornik" (nr. 6871)
55
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le manque
d'effectifs belges au Centre de coopération
policière et douanière de Tournai" (n° 6871)
55
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de aanwezigheid van Belgische
politieagenten in Parijs" (nr. 6900)
57
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la présence
de policiers belges à Paris" (n° 6900)
57
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
58
Questions jointes de
58
- de heer Maxime Prévot aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de toestand van de gewestelijke brandweerdienst
van Sambreville" (nr. 6978)
58
- M. Maxime Prévot au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la situation du service
régional d'incendie de Sambreville" (n° 6978)
58
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de problematische situatie bij de regionale
brandweerdienst van Sambreville" (nr. 7008)
58
- M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et
ministre
de
l'Intérieur
sur
"la
situation
problématique au service régional d'incendie de
Sambreville" (n° 7008)
58
Sprekers: Georges Gilkinet, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Georges Gilkinet, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Josy Arens aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de betaling van bepaalde vergoedingen"
(nr. 6999)
61
Question de M. Josy Arens au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le paiement
de certaines indemnités" (n° 6999)
61
Sprekers: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Orateurs: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
v
Zaken
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BINNENLANDSE ZAKEN, DE
ALGEMENE ZAKEN EN HET
OPENBAAR AMBT
COMMISSION DE L'INTERIEUR,
DES AFFAIRES GENERALES ET
DE LA FONCTION PUBLIQUE
van
WOENSDAG
9
JULI
2008
Namiddag
______
du
MERCREDI
9
JUILLET
2008
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.25 uur en voorgezeten door de heer Michel Doomst.
La séance est ouverte à 14.25 heures et présidée par M. Michel Doomst.
De voorzitter: Collega's, ik denk dat wij kwantitatief en kwalitatief in aantal zijn om geldig te vergaderen. Er
is een vraag, vanwege de actualiteitswaarde en omdat wij anders een aantal mensen van de media hier
lang moeten laten wachten, of wij de voorrang mogen geven aan agendapunt 25, een aantal
samengevoegde vragen omtrent een aantal personeelsdossiers bij de federale politie die vanuit het
Parlement zijn aangekaart. De minister heeft gevraagd daarvoor nog even de tijd te krijgen.
Mijnheer Van de Velde, u hebt meer vooraan op de agenda een vraag over de voortgang van een aantal
dossiers die recent in de pers zijn verschenen. Misschien kunt u die vraag als eerste stellen.
Collega's, gaat u akkoord met die werkwijze?
Josée Lejeune (MR): Monsieur le président, je regrette cette
modification de l'ordre du jour car les commissaires qui devaient
passer en premier lieu sont présents. Il n'y a aucune raison de faire
passer le point 25 avant les autres! Je ne vois pas pour quelle raison
on modifie l'ordre du jour. En outre, nous aurions pu en être informés
au préalable. Je viens de quitter la commission de Droit commercial
pour être à l'heure en commission de l'Intérieur et j'apprends qu'il y a
une modification dans l'ordre des questions. Je regrette cette
méthode, monsieur le président!
De voorzitter: Ik weet niet wat de andere fracties daarover denken?
(...): Même opinion, monsieur le président.
Gerolf Annemans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik vond
uw voorstel verstandig; ingegeven door het gezond verstand, maar wij
weten al lang dat dit in deze commissie en in dit Parlement natuurlijk
niet aan de orde is.
Jean Marie Dedecker (LDD): (...)
De voorzitter: Het gaat over de realiteit en de actualiteit. Mag ik vragen om die lijn te volgen? Anders laten
wij de mensen van de pers hier eigenlijk drie uur wachten, voor een actueel onderwerp.
De heer Van de Velde heeft het woord.
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
01 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de voortgang van een aantal dossiers die recentelijk in de pers verschenen" (nr. 6569)
01 Question de M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'état
d'avancement d'un certain nombre de dossiers récemment évoqués dans la presse" (n° 6569)</b>
01.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, in de pers,
meer bepaald in De Morgen, is recent een en ander verschenen over
problemen met betrekking tot het Comité P naar aanleiding van
gebeurtenissen bij zowel de federale als de lokale politie. In bepaalde
gevallen zijn er zelfs door de geïnterviewde betrokkenen
tegenstrijdige verklaringen afgelegd aan de journalisten.
Een week of drie geleden ­ de vraag dateert al van een paar weken
geleden ­ heeft de parlementaire begeleidingscommissie in besloten
vergadering hierover het Comité P gehoord. De conclusie van deze
vergadering zou geweest zijn, naar wij uit verklaringen van bepaalde
leden van die parlementaire begeleidingscommissie hebben mogen
vernemen in de pers, dat er eigenlijk geen vuiltje aan de lucht zou zijn.
Daarom hadden wij nu toch wel graag geweten wat er nu uiteindelijk
concreet met de volgende vernoemde politieambtenaren is gebeurd
op zowel strafrechtelijk als tuchtrechtelijk vlak.
Wanneer zijn er beslissingen genomen? Wanneer zijn er eventuele
sancties genomen? Liefst kreeg ik ook de motivering van de
eventuele beslissing op zowel strafrechtelijk als tuchtrechtelijk vlak,
evenals de datum van de eventuele promoties die ieder van de
vernoemden heeft verkregen. Ik overloop eventjes het lijstje.
Adjunct-directeur-generaal Hans D. die bij de dienst Enquêtes van het
Comité P was, over een zaak van valse aangifte van diefstal;
commissaris Geert D. en Roger B. van de dienst Criminele Informatie
van de federale te Brugge; hoofdcommissaris Peter V. van de dienst
Criminele Informatie van de federale te Brugge; commissaris D. van
de lokale politie Brussel-Hoofdstad;inspecteurs Q. en J. van pz
Brussel-Hoofdstad, hoofdcommissaris Yves C. van pz Brussel en
hoofdinspecteur Ronny J. van dezelfde afdeling.
Ik had daarover van u graag de juiste informatie verkregen.
01.01 Robert Van de Velde
(LDD): Des articles faisant état de
difficultés concernant le comité P
et ayant trait plus exactement à la
manière dont certains dossiers
relatifs au personnel ont été traités
à la police fédérale et à la police
locale ont paru récemment dans la
presse. Certains intéressés ont
tenu des propos contradictoires
dans des interviews et la commis-
sion parlementaire d'accompagne-
ment a déclaré de son côté ­
après avoir entendu le Comité P ­
qu'il n'y avait aucun problème.
Quelles mesures pénales et
disciplinaires avez-vous prises
concrètement
à
l'égard
des
fonctionnaires de police impliqués
dans sept dossiers spécifiques?
01.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, de vraagsteller
heeft verwezen naar een bepaalde krant waar effectief artikelen in zijn
verschenen over het functioneren van het Comité P. De parlementaire
begeleidingscommissie heeft zich over deze zaak gebogen en heeft
een perscommuniqué uitgegeven op 4 juni. In dat communiqué heeft
het zijn vertrouwen in het Comité P uitgesproken.
Als lid van de regering, van de uitvoerende macht, neem ik daar
gewoon akte van. U weet, collega Van de Velde, dat het Comité P
een orgaan is dat rechtstreeks ressorteert onder de bevoegdheid van
het Parlement.
Op basis van diezelfde krantenartikelen vraagt u mij welke gevolgen
zijn gegeven op disciplinair en strafrechtelijk vlak ten aanzien van een
aantal politieambtenaren. U geeft mij telkens de voornaam en de
eerste letter van de achternaam. Ten eerste kan ik op basis daarvan
onmogelijk nagaan welke gevolgen op tuchtrechtelijk vlak zouden zijn
gegeven.
01.02 Patrick Dewael, ministre:
Dans un journal que je ne citerai
pas ont été publiés des articles
consacrés au fonctionnement du
Comité
P.
La
commission
parlementaire d'accompagnement
s'est penchée sur cette affaire et
dans un communiqué de presse
diffusé le 4 juin dernier, elle a
réaffirmé sa confiance dans le
Comité P. J'en prends acte en tant
que membre du pouvoir exécutif.
Le Comité P relève en effet
directement du Parlement.
Sur la base des informations
communiquées par l'auteur de la
question, je ne puis déterminer
quelles
suites
disciplinaires
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
Dat buiten beschouwing gelaten, maar inzake het feit dat ik als
minister van Binnenlandse Zaken überhaupt in deze zaken zou
gefungeerd hebben als tuchtoverheid, laat ik nogmaals opmerken dat
ik als lid van de regering niet werd betrokken bij de bespreking van
deze dossiers in de parlementaire begeleidingscommissie. Ik heb
daar dus zelfs geen inzage van gehad. Wat het strafrechtelijk aspect
aangaat, weet u dat de gerechtelijke autoriteiten en dus ook de
minister van Justitie ter zake bevoegd zijn. Ik voeg er nogmaals aan
toe dat er in disciplinaire of strafrechtelijke onderzoeken
onderzoeksdaden worden gesteld door de dienst Enquêtes van het
Comité P. De minister van Binnenlandse Zaken wordt van het
resultaat daarvan niet op de hoogte gesteld. Als die processen-
verbaal worden opgemaakt gaan ze rechtstreeks naar het parket of
de tuchtoverheid. Dat is echter niet uw dienaar.
Met andere woorden, het is een orgaan ­ ik herhaal het ­ dat
functioneert in de schoot van het Parlement om de parlementaire
controle op de werking van de politie mogelijk te maken. U
ondervraagt echter de uitvoerende macht om de resultaten te kennen
van een orgaan dat eigenlijk onder uw bevoegdheid ressorteert. Dat is
toch een beetje de wereld op zijn kop.
auraient été réservées à cette
affaire. En tant que membre du
gouvernement, je n'ai pas été
associé à l'examen de ces
dossiers dans le cadre de la com-
mission parlementaire d'accompa-
gnement. Par conséquent, je n'ai
même pas pu en prendre
connaissance.
Sur le plan pénal, ce sont les
autorités judiciaires et le ministre
de la Justice qui sont compétents.
Dans
le
cadre
d'enquêtes
disciplinaires ou pénales, le
service Enquêtes du Comité P
accomplit des devoirs d'enquête.
Le ministre de l'Intérieur n'est pas
informé du résultat de ces devoirs.
Les procès-verbaux dressés sont
envoyés directement au parquet
ou à l'autorité investie du pouvoir
disciplinaire. Je pense que c'est le
monde à l'envers si on commence
à interroger le pouvoir exécutif sur
un organe qui est de la
compétence du Parlement.
01.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, u kunt niet
ontkennen dat hier zaken naar boven zijn gekomen die niet alleen
onderzoek vereisen maar die dat ook met zich mee moeten brengen.
Op een bepaald moment kan men zo'n kluwen van mystiek rond een
dossier creëren dat men zich kan verbergen achter allerlei feiten en
mogelijke drempels. Ik denk dat de verantwoordelijkheid bij
Binnenlandse Zaken ligt om ervoor te zorgen dat dit wordt uitgeklaard
en dat wij niet in een situatie verzeild raken waarin men zich gaat
verschuilen achter het Comité P of een begeleidingscommissie die
misschien een aantal aanduidingen kan geven, terwijl u zwart op wit
op basis van gegevens kunt vaststellen dat er dingen zijn die moeten
onderzocht worden. Dat laat u dan zonder meer passeren onder het
mom van de verschillende commissies en instituten.
01.03 Robert Van de Velde
(LDD): L'Intérieur se doit de faire
toute la lumière sur cette affaire
afin d'éviter que d'aucuns se
retranchent derrière le Comité P
ou
une
commission
d'accompagnement
quand
le
ministre constate, sur la base
d'éléments dont la matérialité n'est
pas sujette à caution, que
certaines choses méritent d'être
investiguées.
01.04 Minister Patrick Dewael: Mijnheer Van de Velde, op dit
ogenblik vergadert ook de parlementaire begeleidingscommissie. Wat
wil het Parlement? Destijds werden de Comités P en I opgericht om
een parlementaire controle mogelijk te maken op de werking van de
politiediensten. Heel belangrijk was de onafhankelijkheid van die
werking. Men zei dus eigenlijk dat de uitvoerende macht, de regering,
zich daarmee niet te bemoeien had. Het zijn organen die eigenlijk
functioneren onder auspiciën en controle van het Parlement zelf. Ik
vind het uitermate belangrijk ­ ik zeg dit als minister van
Binnenlandse Zaken ­ dat men die onafhankelijke werking zou
respecteren. U vraagt nu eigenlijk dat ik zou interfereren in de werking
van een parlementair controleorgaan.
Ik doe dat niet. Als dat parlementair controleorgaan immers zou
stuiten op bepaalde disfuncties, daarom moet het die controle
uiteraard ernstig doen, tot op het bot, heeft het de mogelijkheid om
01.04 Patrick Dewael, ministre:
Les Comités P et R ont été créés
pour permettre d'exercer un
contrôle parlementaire sur le
fonctionnement des services de
police. Il a été souligné à l'époque
combien l'indépendance de ce
fonctionnement était capitale. Le
gouvernement devait s'abstenir de
toute immixtion. En tant que
ministre, j'estime qu'il est extrême-
ment important de respecter ce
fonctionnement indépendant. Il
n'entre pas dans mes intentions
de m'ingérer dans le fonction-
nement d'un organe de contrôle
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
disciplinair en strafrechtelijk in te grijpen. De dienst Enquêtes kan zich
rechtstreeks richten tot de bevoegde tuchtoverheid van de politie en
kan zich rechtstreeks richten tot het parket als er eventuele
strafrechtelijke zaken in het geding zouden zijn.
Als u nu vraagt aan mij als minister van Binnenlandse Zaken dat ik uw
controleorgaan, zijnde de parlementaire controlecommissie, ga
depanneren, dan is dat de wereld op zijn kop.
parlementaire.
01.05 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ten eerste, het is niet mijn controleorgaan. Wij zijn
geprivilegieerd om daar niet aanwezig te zijn. Wij mogen daar niet
aanwezig zijn. En dus ben ik wel verplicht om mij tot u te richten.
Sowieso denk ik dat wij zowel de functionering van de parlementaire
begeleidingscommissie als van het Comité P moeten bekijken tegen
de achtergrond van de voorliggende feiten in deze zaak. U draait het
nu om door te zeggen dat wij ons moeten richten tot die parlementaire
commissie en tot het Comité P. Uiteindelijk heeft het gewoon te
maken met het feit dat er misschien welbepaalde zaken worden
weggemoffeld.
01.05 Robert Van de Velde
(LDD): Je me vois contraint de
m'adresser au ministre, car notre
présence n'y est pas admise.
Nous devons examiner tant le
fonctionnement de la commission
parlementaire d'accompagnement
que celui du Comité P dans le
contexte des faits qui se sont
produits dans cette affaire. Le
ministre inverse les choses en
nous renvoyant aux organes de
contrôle. Des éléments pourraient
bien être escamotés.
01.06 Minister Patrick Dewael: Ik heb zelfs geen inzagerecht bij dat
orgaan. Ik heb als lid van de uitvoerende macht, en zo heeft men het
destijds willen concipiëren, zelfs geen inzagerecht. Dat is een beetje
zoals in financiële kwesties het Rekenhof. Het Rekenhof is ook een
orgaan dat ten behoeve van het Parlement functioneert en dat het
Parlement moet toelaten om zijn financiële controle uit te oefenen.
Hier is de controlecommissie, het orgaan dat te uwen dienste, te
uwen behoeve moet functioneren.
U vraagt mij nogmaals dat ik daar ga interfereren. Als ik dat zou doen,
als ik een brief zou schrijven en zeggen dat men mij al dossiers eens
moet geven, dan zou u mij mogen ondervragen en zeggen dat ik mij
daar niet mee moet bemoeien en dat dit het controleorgaan van het
Parlement is.
U bent een nieuwe collega. Ik geef u het voordeel van de goede
intentie, maar dat moet ik u toch wel duidelijk maken.
01.06 Patrick Dewael, ministre:
Je n'ai même pas de droit de
regard en ce qui concerne cet
organe. La Cour des comptes est
également
un
organe
qui
fonctionne
au
service
du
Parlement et qui doit permettre à
ce dernier d'exercer sa mission de
contrôle financier.
01.07 Robert Van de Velde (LDD): Binnen uw eigen organisatie,
wanneer u manifest op de hoogte bent van dingen die mislopen, laat u
dat zomaar gebeuren en verbergt u zich achter een aantal schermen,
een aantal mechanismen, zonder de verantwoordelijkheid te nemen
om het te onderzoeken. Dat is hetgeen ik heb vernomen.
01.07 Robert Van de Velde
(LDD): Le ministre se cache
derrière des mécanismes.
01.08 Minister Patrick Dewael: (...) hun orgaan heeft gezegd dat het
vertrouwen uitspreekt. Het controleorgaan van het Parlement heeft
gezegd dat het voor hem goed was.
01.08 Patrick Dewael, ministre:
L'organe de contrôle a marqué sa
confiance.
01.09 Robert Van de Velde (LDD): (...) Toen ik daarnet sprak over
de problemen hebt u ook ja geknikt. U was dus goed genoeg op de
hoogte van hetgeen speelde.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
02 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het
'verlof' van de woordvoerster van de federale politie" (nr. 6881)
- de heer Gerolf Annemans aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het
op non-actief zetten van de woordvoerster van de federale politie, mevrouw Cleemput" (nr. 6886)
- de heer Ludwig Vandenhove aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het op non-actief zetten van de politiewoordvoerster" (nr. 6904)
- de heer Stefaan Van Hecke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
detachering van politiewoordvoerster mevrouw Cleemput" (nr. 6964)
- de heer Jean Marie Dedecker aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de promotie van de secretaresse van het hoofd van de federale politie en het imago van de federale
politie" (nr. 7013)
02 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le 'congé' de la porte-parole
de la police fédérale" (n° 6881)<br>- M. Gerolf Annemans au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la mise en disponibilité de
la porte-parole de la police fédérale, Mme Cleemput" (n° 6886)<br>- M. Ludwig Vandenhove au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la mise à l'écart de la
porte-parole de la police" (n° 6904)<br>- M. Stefaan Van Hecke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le détachement de la
porte-parole de la police Mme Cleemput" (n° 6964)<br>- M. Jean Marie Dedecker au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la promotion de la
secrétaire du chef de la police fédérale et l'image de la police fédérale" (n° 7013)</b>
02.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister,
mevrouw Els Cleemput is al sinds twaalf jaar woordvoerster van de
federale politie. Dat is een serieuze staat van dienst. Na drie termijnen
in het Parlement zou men al als een ervaren parlementslid worden
beschouwd. Zij zou ook het beeld van het korps in het post-
Dutrouxtijdperk goed hebben verzorgd. De vaststelling is dat er,
volgens onze informatie, geen negatieve evaluatie was gedurende
meer dan tien jaar. Nu zou er tegen haar wel een intern onderzoek
lopen.
Ik wou een verband leggen met een vraag die ik vorig jaar, naar
aanleiding van elementen uit dit dossier, in het Parlement heb gesteld.
Het gaat met name over de promotie van mevrouw Ricour. Toen is
hier verklaard dat we begrip moeten opbrengen voor het feit dat de
commissaris-generaal graag terugvalt op vertrouwensfiguren. Ik denk
dat dit standpunt te verdedigen is. Bovendien werd het toen uitgelegd
als een tijdelijke toelage aan de betrokken persoon. U hebt toen
daarop het volgende geantwoord: "Dit is een interne personeelszaak.
Ik vertrouw de administratie van de federale politie. Ik zal het Comité
P vragen een onderzoek in te richten op basis van die klacht. Het is
op basis van het KB van november 2006 dat de commissaris-
generaal en de drie directeurs-generaal autonoom een beperkt aantal
medewerkers
kunnen
kiezen
voor
de
dienst
voor
de
politieondersteuning."
Het is een beetje verbazend dat er nog een tweede promotie van
dezelfde aard is gebeurd bij de directeur-generaal, ik neem aan in
dezelfde logica. De creativiteit groeit daar natuurlijk wel. De kritiek die
daaruit voortvloeit, is dan ook normaal. Is hier geen sprake van
favoritisme? Bovendien vraagt men zich af of er nog andere "tia
hellebautsprongen" zijn gebeurd. Zo ja, is het dan niet best dat die op
dit ogenblik zouden worden bekendgemaakt?
02.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Mme Cleemput est porte-
parole de la police fédérale depuis
douze ans déjà et n'a jamais fait
l'objet d'une évaluation négative.
Elle a bien défendu l'image du
corps au cours de la période qui a
suivi l'affaire Dutroux. Elle ferait
aujourd'hui l'objet d'une enquête
interne.
L'an passé, à l'occasion de la
promotion de Mme Ricour, on
nous a demandé de comprendre
que le commissaire général
préférait
travailler
avec
des
personnes de confiance. Cela se
défend et il a été question à
l'époque
de
l'octroi
d'une
subvention temporaire en faveur
de la personne concernée. Selon
le ministre, il s'agissait d'un
dossier de personnel interne. Il
avait annoncé son intention de
demander au Comité P de mener
une enquête à la suite d'une
plainte. Il avait déclaré aussi que
l'arrêté royal de novembre 2006
permet au commissaire général et
aux trois directeurs généraux de
choisir en toute autonomie un
nombre limité de collaborateurs
pour le service de soutien policier.
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Alles geraakt nog in een meer persoonlijke sfeer omdat mevrouw
Ricour blijkbaar ook officiële representaties doet en bepaalde
samenwerkingsverbanden patroneert voor de school waar de eigen
kinderen schoollopen.
Ik zou de minister om duidelijkheid en snelheid willen vragen, samen
met ons in dit dossier. Het verslag van het Comité P aangaande de
eerste zaak zou klaar zijn. Ik zal dus ook zelf vanuit het Parlement
vragen om daarover duidelijkheid te krijgen. Ik denk dat men daarvoor
de tijd heeft gehad en dat dit verslag mag komen.
Ook in de situatie van mevrouw Cleemput kan het eigenlijk niet
ingewikkeld zijn om de reden voor die verwijdering duidelijk te maken.
Mocht dit gebeuren in een lokaal korps, dan denk ik dat men met een
beperkt onderzoek toch te weten zou kunnen komen wat daarvan de
redenen zijn, want die lijken mij toch vooral van organisatorische aard
te zijn.
Ik vrees ervoor dat we het imago van de politie, dat we met deze
personeelsleden willen opkrikken, schade zullen berokkenen.
Ik wil u vandaag dus om duidelijkheid vragen omtrent deze
organisatorische situatie.
Nous nous étonnons à présent
qu'il y ait une deuxième promotion
de même nature. Il est dès lors
légitime de se demander s'il n'y a
pas là des manifestations de
favoritisme.
Y a-t-il encore d'autres promotions
de cette nature? Celle-ci revêt un
caractère d'autant plus personnel
que
Mme
Ricour
assure
apparemment
aussi
des
représentations
officielles
et
supervise certains accords de
coopération avec l'école de ses
propres enfants.
Je demande au ministre de faire
preuve dans ce dossier de rapidité
et de célérité. Il ne devrait pas être
difficile
d'expliquer
clairement
l'éloignement de Mme Cleemput.
Cette affaire nuit à l'image de la
police, alors que les membres du
personnel
concernés
avaient
précisément pour mission de
revaloriser cette image.
02.02 Gerolf Annemans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik
wil aan uw vragen nog een aantal andere aspecten toevoegen om het
hele plaatje duidelijk te maken.
Mijnheer de minister, sinds de heer Koekelberg mevrouw Ricour heeft
aangesteld als de verantwoordelijke voor zijn imago, is zijn imago nog
nooit zo slecht geweest. Vervolgens zakt de hele politietop weg in een
verhaal dat allesbehalve ordentelijk en goed bestuur suggereert.
De roddels blijven maar aandikken. U hebt daarnet verwezen naar het
ontstaan van het concept van het Comité P, met name de zaak-
Dutroux, zaak die u heel goed kent. Van die tijd kennen zowel u als ik
mevrouw Cleemput, die toen woordvoerster van de rijkswacht was en
nadien van de federale politie. Daar is niets op aan te merken. Als
consumenten van het communicatiebeleid van de federale politie
hebben wij nooit opmerkingen moeten formuleren, integendeel. Er
schijnen nu helemaal geen opmerkingen te zijn wat haar betreft. Er
schijnt alleen een mededeling van de federale politie te zijn dat er een
onderzoek tegen haar loopt.
In de pers gaat men intussen verder door met speculaties. Het is
omdat ze een vrouw is, het is omdat ze Vlaams is, en dies meer. Wij
willen weten wat er precies aan de hand is. Blijft u staan achter
Koekelberg en zijn beleid, nu gebleken is, minstens wat de pers en de
roddelrubrieken betreft, dat er een verband zou bestaan tussen het
opzijzetten van Cleemput en het bevorderen van een en nadien een
tweede secretaresse van of rond de heer Koekelberg?
Als dat soort zaken gebeurt aan de top van het politieapparaat, en de
chef niet in staat blijkt om dat te beheersen ­ integendeel, hij geeft
02.02 Gerolf Annemans (Vlaams
Belang):
Depuis
que
M.
Koekelberg a nommé Mme Ricour
en tant que responsable de
l'image, la sienne n'a jamais été
aussi
mauvaise.
Toute
la
hiérarchie policière s'enlise dans
une histoire dont la bonne
gouvernance est exclue. Entre-
temps, les ragots vont bon train.
Le ministre et moi avons connu
Mme Cleemput à l'époque de
l'affaire Dutroux. Son travail
n'appelle aucune observation. Il y
aurait seulement un communiqué
de la police fédérale annonçant
qu'une enquête est en cours à son
sujet. La presse fait état des
spéculations les plus diverses.
Nous voulons tous savoir ce qui se
passe exactement.
Le ministre continue-t-il à soutenir
M. Koekelberg et sa politique, à
présent qu'il existerait un lien entre
la mise à l'écart de Mme Cleemput
et la promotion d'une, puis d'une
deuxième
secrétaire
de
M.
Koekelberg ou de son entourage?
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
nog wat gas bij en zegt dat die mevrouw voor zijn imago zorgt en hij
haar daarom moet bijbetalen ­ en als hij niet beseft dat zijn imago
alleen al daardoor helemaal verdwenen is, dan lijkt het mij in het
belang van het veiligheidsbeleid van dit land een daad van goed
bestuur om die man aan het hoofd van de politie ­ zoals hij met
mevrouw Cleemput heeft gedaan ­ tijdelijk opzij te zetten en te
vervangen door iemand die onberispelijk is en een deftig imago heeft.
Het veiligheidsbeleid van ons land heeft daaraan absoluut nood.
Mijn vraag, de enige vraag van vandaag trouwens, is of u verder staat
achter de heer Koekelberg en heel zijn uitleg, die mij heel ingewikkeld
begint te lijken, of bent u genuanceerd? Hebt u reeds inzage kunnen
krijgen in het rapport van het Comité P? Bent u van oordeel dat de
heer Koekelberg minstens tijdelijk een stapje opzij moet zetten?
Dans l'intérêt de la politique de
sécurité de ce pays, j'estime
qu'une mise à l'écart temporaire
de
cet
homme
et
son
remplacement par une personne
irréprochable serait un acte de
bonne gouvernance. Le ministre a-
t-il déjà eu connaissance du
rapport du comité P? Le ministre
trouve-t-il que M. Koekelberg
devrait, à tout le moins, faire un
pas de côté?
02.03 Ludwig Vandenhove (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter, ik
wil mij graag aansluiten bij de twee eerste sprekers. Ik ga niet in
herhaling vallen.
Mijn vraag is ook hoe u op dit ogenblik tegenover de top van de
federale politie staat?
Het gaat volgens mij om twee elementen. Het gaat natuurlijk ten
eerste, over de inhoud van het dossier, waarover de twee topmensen
eergisteren uitleg hebben gegeven, maar het gaat ten tweede, ook
over het feit dat door alles wat is gebeurd, de federale politie of de
politie in het algemeen in een negatief daglicht komt te staan. Mijn
vraag is: wat is uw houding op dit ogenblik ten opzichte van de twee
personen waarover het gaat?
Ik heb nog een aanvullende vraag. In tegenstelling tot de collega's
van Lijst Dedecker heb ik wel het volste vertrouwen in de werking van
het Comité P, dat een instantie is van het Parlement. Ik ga daar straks
trouwens naartoe, want er is een extra vergadering om 16 uur van het
Comité P. Ik hoop daar meer uitleg te krijgen ­ want zij zijn bezig met
een onderzoek ­ over die hele aangelegenheid.
Als
ik
hoor
dat
wij
volgende
week
nauwelijks
nog
commissievergaderingen zullen hebben, vraag ik mij het volgende af.
Stel dat straks uit het rapport van het Comité P blijkt dat er iets aan de
hand is. Krijgen wij dan volgende week als Parlement nog de
gelegenheid u daarover te ondervragen?
De vraag naar wat men nu weet, is gesteld. Maar stel dat uit het
rapport P ­ ik wil daar niet op vooruitlopen, wij zullen dat straks horen
­ toch bepaalde dingen naar voren komen, dan moeten wij, volgens
mij alleszins, toch in het Parlement, in deze commissie voor de
Binnenlandse Zaken u daarover kunnen ondervragen en te kijken wat
u erover denkt?
Het is correct dat u zelf geen lid bent van het toezichtcomité bij het
Comité P. Er is een strikte scheiding tussen wetgevende en
uitvoerende macht. Maar stel dat uit het rapport bepaalde dingen
zouden blijken, dan zouden wij toch de mogelijkheid moeten hebben
als Parlement, ook in de moeilijke omstandigheden die er volgende
week waarschijnlijk komen naar aanleiding van 15 juli, ons
parlementair werk te doen.
02.03 Ludwig Vandenhove
(sp.a+Vl.Pro): Ma question a trait
au même sujet que les deux
précédentes. Avant-hier, deux
hauts dirigeants de la police ont
fourni des explications sur le
contenu du dossier. Les faits qui
se sont déroulés présentent la
police sous un jour négatif.
Quelle est actuellement la position
du ministre à l'égard des deux
personnes concernées? Contraire-
ment à la Liste Dedecker, j'ai
entièrement confiance dans le
fonctionnement du Comité P.
Si le rapport devait révéler qu'il y a
effectivement un problème, le
Parlement aura-t-il encore la
possibilité d'interroger le ministre à
ce sujet la semaine prochaine? Je
suis conscient du fait que le
ministre n'est pas lui-même
membre du comité permanent de
contrôle.
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
02.04 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
meen dat in dit dossier het vooral belangrijk is dat mevrouw Cleemput
plots wordt gedetacheerd, maar eigenlijk zijn de redenen waarom dat
gebeurt vrij onduidelijk. Wij krijgen daar tegenstrijdige gegevens over.
Ik meen dat het belangrijk is dat wij vandaag duidelijkheid krijgen wat
nu precies het mogelijke probleem is en wat de specifieke reden is
waarom mevrouw Cleemput, die inderdaad al 12 jaar die functie
uitoefent, van de ene op de andere dag wordt gedetacheerd?
Er is een intern onderzoek aan de gang. Ik meen dat het belangrijk is
dat wij weten waartoe dat zal leiden. In ieder geval is een ding
duidelijk: er wordt gesuggereerd dat het te maken heeft met het feit
dat zij loslippig zou zijn geweest over alles wat te maken heeft met de
imagoadviseur, mevrouw Ricour. De vraag is dan ook heel duidelijk: is
er inderdaad een link tussen wat er ondernomen is ten aanzien van
mevrouw Cleemput en de plotse promotie van de imagoadviseur, die
inderdaad niet heeft geleid tot een beter imago van de politietop?
Ondertussen hebben wij gezien wat de reactie was van de politietop,
stellende dat de verhalen die worden verteld manifest foutief en
leugenachtig zijn.
Dat wordt gezegd.
Het is eigenlijk een zwart-witverhaal. Er is het witte verhaal en er is
het zwarte verhaal. Mijnheer de minister, vandaag bent u de enige die
kan zeggen of het verhaal wit, zwart of grijs is. U bent de enige die
kan zeggen of het nu effectief om zware leugens gaat dan wel of het
verhaal juist is. Dat is heel belangrijk.
Als het verhaal niet juist is en er worden dus leugens verteld, dan is er
geen probleem. Is het verhaal wel juist en zijn het geen leugens, dan
is er wel een probleem.
Mijnheer de minister, dat is ook mijn vraag aan u.
Indien het verhaal klopt, wat is dan uw reactie op het verhaal?
Hebt u nog vertrouwen in de politietop?
Ik stelde in mijn vraag ook heel veel concrete vragen over alles wat is
verschenen. Ik zal ze niet herhalen. In uw antwoord zal het verhaal
waarschijnlijk wel voldoende worden geschetst.
Mijnheer de minister, het belangrijkste is de vraag of het verhaal al
dan niet correct is.
Wat zijn de politieke conclusies die u uit het hele verhaal kunt
trekken?
02.04 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Les raisons pour
lesquelles Mme Cleemput est
écartée restent floues. Quel est
précisément le problème? Est-ce
en effet parce que Mme Cleemput
aurait été trop bavarde à propos
de la promotion de Mme Ricour?
Le commissaire général qualifie
ces allégations de mensongères.
Seul le ministre peut nous dire la
vérité. Si les accusations devaient
se
révéler
fondées,
le
commissaire
général
aura-t-il
encore la confiance du ministre?
02.05 Jean Marie Dedecker (LDD): Mijnheer de voorzitter, ik dank u,
omdat u toestemde om de vraag eerst te behandelen.
In tegenstelling tot mijn collega's heb ik mij meer in het bewuste
dossier verdiept. Het dossier is immers niet nieuw, wat de minister wel
zal weten. Het dossier was al in november 2007 hangende.
Ik zal even het geheugen opfrissen van mijn collega's, die misschien
02.05 Jean Marie Dedecker
(LDD): Cette affaire, qui n'est en
fait pas du tout neuve, suscite un
regain d'intérêt en raison de
l'écartement de Mme Cleemput.
Les actuels numéros un et deux
de la police fédérale, MM.
Koekelberg et Van Branteghem,
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
niet voldoende op de hoogte zijn van de werking en hoe de zaak in
een soort mata harisubcultuur is beland.
Het is niet alleen met het ontslag of het opzijschuiven van mevrouw
Cleemput dat de zaken opnieuw naar boven zijn gekomen. Er is veel
meer aan de gang.
Mijnheer de voorzitter, u moet even de historie bekijken.
De heer Fernand Koekelberg en de heer Jean-Marie Van Branteghem
zijn de top twee van de federale politie. Zij werkten vroeger op het
administratief-technisch secretariaat van het ministerie van
Binnenlandse Zaken, dat door u, mijnheer de minister, wordt geleid.
Zij hadden beiden een secretaresse, mevrouw Ricour en mevrouw
Savonet.
Uit het nagaan van de historie blijkt nu het volgende. Ik heb de
maidenspeech van de heer Koekelberg, die hij tijdens zijn
eedaflegging op 27 februari 2007 hield, erbij gehaald. Ik zal even een
passage voorlezen, omdat zij nogal typisch is voor de cultuur.
"Mijn dank gaat ook uit naar de leden van het SAT die mij tijdens de
voorbije zes jaar, toen de hervorming nog in de startblokken stond,
hebben vergezeld: vooreerst minister Antoine Duquesne, die de ploeg
heeft samengesteld en aan wie ik vandaag in het bijzonder denk,
vervolgens Benoît Rutten, Jean-Marie Van Branteghem, Bernard Ista,
die veel te vroeg van ons is heengegaan, Sylvie Ricour en Anja
Savonet."
Hij was inderdaad ontzettend dankbaar. Al die personen gingen
immers in zijn kielzog mee naar boven, naar de top van de politie.
Ik heb er niets op tegen dat men vertrouwde medewerkers meeneemt
maar er bestaan ook wetten. Er is de befaamde wet op de structuren
bij de politie, in de wandelgangen de RP Pol genoemd. Ik heb die wet
meegebracht. Ik heb wat toelichting gekregen van de heer Axel Poels
die u wellicht zult kennen. Ik heb hem zelfs toelichting horen geven op
tv. Ik mag hier dus duidelijk voorlezen wat er daar gezegd is. "We
vinden hier nergens de sprong terug van mevrouw Ricour. De sprong
van niveau C naar niveau A21 is onmogelijk en onwettelijk." Dat staat
er letterlijk in. Dit document komt intern van bij u, van bij de federale
politie.
Wat heeft de heer Koekelberg gedaan? In navolging - in een
vrouwenkwestie gaat dat dikwijls zo ­ moest ook de secretaresse van
de heer Van Branteghem mee die op niveau C is ingeschaald. Men
speelt met die woorden en men speelt met die premies, als men er
niet mee wil spelen leg mij dan eens de loonfiche voor, dan zullen we
dat kunnen zien in de tijd. Is het ingeschaald, is het benoemd, is het
als expert aanvaard? Wat die expertencommissies betreft, daar
hebben we al ervaring mee. Denk maar aan minister Moerman
indertijd. Ze is dus meegenomen naar boven en ze heeft ­ ik heb me
bij de beide vakbonden geïnformeerd ­ ongeveer 1.000 euro meer
per maand.
Merkwaardig is dat het advies om die mensen daar te benoemen
aanvankelijk negatief was. Ik zal zeggen wie dat advies heeft
gegeven. Het was de directeur juridische zaken van de
ont travaillé précédemment au
secrétariat
administratif
et
technique du ministre. Lors de leur
nomination aux postes respectifs
de commissaire général et de
directeur général, ils ont, dans leur
sillage, hissé au sommet un
certain
nombre
de
fidèles
collaborateurs, ce qui ne pose en
soi aucun problème tant que la loi
est respectée. Les secrétaires des
deux messieurs ont toutefois fait
un bond du niveau C au
niveau A21,
ce
qui
n'est
légalement pas possible. Cette
promotion s'est accompagnée
d'une augmentation de traitement
de pas moins de 1.000 euros.
L'avis initial négatif du service
juridique a été transformé en avis
positif sous la pression de la
hiérarchie.
L'enquête menée par le Comité P
dans cette affaire a été clôturée
dès février 2007 mais est restée
depuis dans les tiroirs du directeur
général du Service d'enquêtes.
Comment se fait-il que nous ne
disposions toujours pas de ce
rapport
aujourd'hui?
Combien
d'actes d'instruction ont encore été
posés depuis le mois de février?
Est-il exact que le chef du Service
d'enquêtes du Comité P retienne
le dossier? Est-il exact que
Mme Ricour a été insérée dans
l'échelle barémique du niveau A,
alors qu'elle ne dispose pas du
diplôme universitaire requis à cet
effet?
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
personeelsdienst, de heer Marc De Mesmaeker, die ten andere ook
op uw kabinet werkt, mijnheer de minister. U hoeft maar een deur
verder te gaan en te informeren. Achteraf is dat omgezet door de heer
Duchatelet, het hoofd van personeelszaken, zodanig dat dit
aanvaardbaar was. Dat dit voor enige commotie heeft gezorgd is
normaal, collega's. Er zijn 270 universitairen die komen van de
vroegere gerechtelijke politie die nog altijd op een job op hun niveau
wachten om die te kunnen invullen. Die mensen beschikken over een
universitair diploma.
Toen dit in november ter sprake kwam heeft men een onderzoek
beloofd door het Comité P. Mijnheer de minister, het is hoogst
eigenaardig dat u nu zegt dat u wacht op het rapport van het
Comité P. Tegen mijn collega hebt u immers zojuist gezegd dat u
geen inzage hebt in die rapporten. Deze jeugdzonde zij u echter
vergeven. Dat rapport was al klaar in de maand februari. Dat rapport
was klaar. De onderzoekers waren de heren Bosmans en Strobbe. Zij
hebben dat onderzocht en zij hebben zelfs op 30 december de heer
Koekelberg ondervraagd, daags voor Nieuwjaar. We hebben er niets
meer van gehoord, dat rapport is in de schuif van de heer Berckmoes
verdwenen. De heer Berckmoes is directeur-generaal, hij is
verantwoordelijk bij het Comité P. Om een intern rapport op te vragen
zijn we nu al acht maanden bezig, voor een onderzoek dat in een paar
dagen is afgesloten.
Wat de uitslag van dat rapport zal zijn, kan ik al raden: het is in functie
van de bescherming die er op dit moment zal moeten gebeuren, wat
het ook zal zijn. Ik stel er vragen bij dat een intern rapport 8 maanden
moet duren, dat dit is gedaan door die onderzoekers, dat dit is
afgegeven in de maand februari en dat we het vandaag nog niet
hebben.
De voorzitter: De spreektijd die u gebruikt is niet fair tegenover uw collega's, mijnheer Dedecker.
02.06 Jean Marie Dedecker (LDD): Laat me even voortdoen,
mijnheer de voorzitter, zoveel kom ik niet. Ik vind dat het wel
belangrijk is. We praten hier over de veiligheid van dit land. Ik ga
afsluiten.
Over mevrouw Ricour ook nog dit. Ik vraag me af wie de werkelijke
chef is bij de federale politie. Mijnheer de minister, ik zal mijn vragen
klaar en duidelijk stellen. Het gaat ook over een project dat werd
uitgevoerd: waarom alleen maar die school waar het kindje van
mevrouw Ricour gaat?
Mijnheer de minister, ik wens u een aantal heel duidelijke vragen te
stellen. Wanneer is het dossier in feite gestart? Hoeveel en welke
onderzoekshandelingen werden gesteld in de periode van februari tot
vandaag? Klopt het dat het dossier tijdens de hiervoor vermelde
periode bij het hoofd van de dienst Enquêtes van het Comité P is
blijven liggen? Dat is de heer Berckmoes. Klopt het dat er
aanvankelijk een negatief advies werd geformuleerd met betrekking
tot de promotie? Klopt het dat de secretaresse effectief is ingeschaald
in de loonschaal van niveau A, A21, om correct te zijn? Is het niet zo
dat er voor dergelijke inschaling een universitair diploma is vereist? Is
het niet zo dat voor dergelijke vacature een plaats vacant dient te
worden gesteld? Wat is de actuele stand van zaken in dat dossier?
Betreffende het project "De politie van morgen", de dada van
02.06 Jean Marie Dedecker
(LDD): Le projet "La police de
demain" initié par Mme Ricour ne
concernerait que l'école de ses
propres enfants. Est-ce exact?
Quel budget la police fédérale a-t-
elle affecté à ce projet? Quels
effectifs et combien de véhicules
de police ont été mobilisés pour ce
projet? Sur quelle base la
secrétaire du commissaire général
a-t-elle été affectée à la direction
de ce projet?
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
mevrouw Ricour: wat is het budget dat de federale politie tijdens het
schooljaar 2007-2008 heeft vrijgemaakt voor dit project? Hoeveel
manschappen werden er voor dit project ingezet, hoeveel voertuigen,
lucht- of scheepvaartuigen? Op basis van welke grond en capaciteiten
werd de secretaresse van het hoofd van de federale politie uitgekozen
om dit project te leiden?
Nog een voorname vraag, mijnheer de voorzitter. Klopt het dat slechts
één school uit alle middelbare scholen in België werd uitgekozen voor
dit project? Klopt het dat dit de school betreft waar minstens een van
de kinderen van de secretaresse van het hoofd van de federale politie
school loopt? Ik zal het hierbij laten en wachten op het antwoord van
de minister.
02.07 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, misschien
eerst en vooral een aantal elementen van antwoord in verband met de
maatregel ten aanzien van mevrouw Cleemput. Daar werden nogal
wat vragen bij gesteld, ook in de media. Ik kan daar op dit ogenblik, bij
de huidige stand van zaken, het volgende over meedelen aan uw
commissie.
Eerst en vooral meldt de commissaris-generaal mij dat hij op 30 april
2008 op basis van elementen samengesteld uit verklaringen van
vroegere en ook huidige leden van de dienst van mevrouw Cleemput
een intern onderzoek heeft bevolen naar het functioneren van
mevrouw Cleemput. In afwachting van de resultaten van dit
onderzoek heeft de commissaris-generaal beslist om mevrouw
Cleemput bij wijze van interne ordemaatregel te detacheren naar de
algemene directie van de ondersteuning en het beheer. Zij werd dus
als woordvoerster vervangen.
Dat is een intern onderzoek bij de federale politie. Dat kent bij mijn
weten zijn normale verloop. Mevrouw Cleemput is daar uiteraard
uitgenodigd om haar verweer te laten kennen.
Wat ik niet kan doen, is mij daarover ten gronde uitlaten tijdens de
loop van het onderzoek. Ik mag dat trouwens ook niet. Ten eerste,
omdat het gaat om een interne procedure. De regels schrijven dat zo
voor. Als minister van Binnenlandse Zaken ben ik geen betrokken
partij. Hic et nunc. Ten tweede, zelfs al was ik erbij betrokken, dan
mag ik niet vooruitlopen, prejugeren, in een lopend onderzoek en dat
in het belang van de rechten van de verdediging.
Er werden ook een aantal vragen gesteld door de heer Dedecker over
het project "De politie van morgen". Ook daar zou ik kunnen verwijzen
naar een vroeger antwoord dat ik in de commissie al heb gegeven op
vragen die door de heer Crucke werden gesteld. Ik zou ook kunnen
verwijzen naar de reactie die de commissaris-generaal daarop zelf
heeft gegeven.
Het gaat om een pilootproject dat het licht heeft gezien op 9 oktober
en dat door de federale politie ook naar andere scholen in Vlaanderen
en het Brusselse Gewest zal worden uitgebreid. Het was mij niet
bekend dat de kinderen van mevrouw Ricour daar school lopen of
liepen. Wat ik wel weet, is dat in september vorig jaar de cel Opleiding
en Preventie van de Wegpolitie de bewuste school heeft bezocht om
les te geven aan alle scholieren over verkeersveiligheid. Op 17
september heeft de commissaris-generaal en de directeur-generaal
02.07 Patrick Dewael, ministre:
Le
commissaire
général
a
ordonné,
sur
la
base
de
déclarations d'anciens membres
du personnel et de collaborateurs
actuels de Mme Cleemput, une
enquête
interne
sur
le
fonctionnement
de
Mme
Cleemput. Dans l'attente des
résultats de cette enquête, il a
décidé
de
détacher
Mme
Cleemput à la direction générale
de l'appui et de la gestion. Elle a
été remplacée en qualité de porte-
parole.
À ma connaissance, l'enquête
interne se déroule normalement et
Mme Cleemput aura bien entendu
l'occasion de se défendre. Il va de
soi qu'en ma qualité de ministre de
l'Intérieur, je
ne
peux
me
prononcer sur le fond d'une affaire
en cours.
J'ai déjà commenté en détail le
projet `La police de demain' en
réponse à une question de
M. Jean-Luc Crucke. Il s'agit d'un
projet pilote, qui sera élargi à
d'autres écoles. J'ignorais que les
enfants de Mme Ricour suivent ou
suivaient les cours de l'école
sélectionnée. Je sais seulement
que le commissaire général s'est
rendu dans cette école et s'est
adressé aux élèves pour leur
expliquer le fonctionnement de la
police. Le projet a vu le jour à la
suite de cette visite.
En vertu d'un arrêté royal du
16 mai
2004,
le
secrétariat
administratif et technique (SAT)
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
Bestuurlijke Politie die school en de opleiding bezocht en heeft de
commissaris-generaal voor de scholieren gesproken over de
politiewerking. Dat heeft concreet geleid tot het project "Politie voor
morgen".
Ingevolge het KB van 16 mei 2004 werd het SAT ­ die vraag hoorde
ik hier niet stellen maar ik ontving ze wel schriftelijk ­ belast met het
secretariaat van de federale politieraad. Het is ingevolge die
bepalingen dat twee leden van het SAT, waaronder mevrouw Ricour,
het secretariaat van die raad waarnamen.
Ik maak even een sprong in het verleden naar november 2007. De
heer Dedecker was er toen niet bij, maar ik denk dat u de vraagsteller
was, mijnheer de voorzitter. U hebt mij op 14 november 2007 vragen
gesteld over de aanstelling van mevrouw Ricour in een hogere
functie. Alles wat ik u toen heb geantwoord, ga ik niet herhalen, maar
beschouw ik integraal wel belangrijk voor dit verslag. Ik vat het even
kort samen.
Er is een herstructurering van de federale politie gebeurd. Er is op dat
ogenblik in de wet, die eenparig in dit Parlement werd goedgekeurd
en nadien werd uitgewerkt in een KB, bepaald dat de commissaris-
generaal en de drie directeurs-generaal, ik citeer: "een beperkt aantal
medewerkers kiezen die zijn dienst voor beleidsondersteuning
vormen en uitmaken".
De keuze voor die medewerkers is inherent aan de constructie die
werd opgezet. Die wordt gemaakt door de mandatarissen zelf. De
commissaris-generaal heeft geoordeeld, in het kader van zijn
bevoegdheden en verantwoordelijkheden, dat het nodig was om een
imagoadviseur in die ploeg op te nemen. Dat is dus iemand die het
imago van de federale politie intern maar ook extern moest verzorgen.
Mijnheer Dedecker, u zegt dat een negatief advies werd uitgebracht.
Ik heb geen weet van een negatief advies dat onder druk tot een
positief advies zou zijn omgevormd.
U zegt dat de heer De Mesmaeker onder druk zou zijn gezet. De heer
De Mesmaeker maakt op dit ogenblik deel uit van mijn kabinet, maar
hij zegt dat hij nooit een advies heeft gegeven in dit dossier, laat staan
dat hij onder druk zou zijn gezet om een advies te veranderen.
Ik weet wel dat het dossier betreffende de aanstelling in een hogere
functie van mevrouw Ricour aan mij is voorgelegd, zoals ik al zei, door
de commissaris-generaal zelf. Ik vertrouw op diens administratie, die
mij dagelijks heel wat personeelsdossiers voorlegt. Hij heeft mij dit
dossier persoonlijk voorgelegd en ik heb die tekst ook nog eens laten
nakijken, om niets aan het toeval over te laten. Ik heb die tekst laten
nakijken door de directeur-generaal die bevoegd is in deze materie
zelf. De heer Duchatelet heeft dat nagekeken en heeft een aantal
opmerkingen gemaakt. Ik heb u dat toen ook meegedeeld. Hij heeft
een aantal amendementen aangebracht in die tekst, die ik heb
opgenomen in het besluit.
Mijnheer de voorzitter, ik heb destijds ook gezegd dat ik mij op de
vorm
heb
gebaseerd,
maar
dat
ik
natuurlijk
geen
opportuniteitsbeoordeling heb gemaakt over de keuze van de
persoon, wat mij overigens ook niet toekomt. Nogmaals, de wet
bepaalt dat de betrokken commissaris-generaal een keuze kan
est responsable de la gestion
administrative du Conseil fédéral
de police. Deux membres du SAT,
dont Mme Ricour, ont assuré le
secrétariat du Conseil de police
fédéral à ce titre.
Je renvoie aussi à la réponse que
j'ai fournie en novembre 2007 à
une question de M. Dedecker sur
la nomination de Mme Ricour.
J'avais alors déclaré que, dans le
cadre de la restructuration de la
police fédérale, il était prévu que le
commissaire général et les trois
directeurs
généraux
puissent
choisir un certain nombre de
collaborateurs pour les épauler.
En vertu de cette disposition
légale, le commissaire général a
nommé Mme Ricour en qualité de
conseillère en image. Je n'ai pas
connaissance à ce sujet d'un avis
négatif qui aurait été mué en avis
positif à la suite de pressions. Je
renvoie à cet égard à M. De
Mesmaeker, qui fait actuellement
partie de mon cabinet et qui dit
n'avoir lui-même jamais rendu
d'avis à ce sujet.
Le dossier de la nomination de
Mme Ricour m'a été transmis par
le
commissaire
général
en
personne. J'ai fait relire le texte
par
le
directeur
général
compétent, M. Duchatelet, qui a
formulé un certain nombre de
remarques et a amendé le texte. À
l'époque, je n'ai donc contrôlé que
la forme du texte et jamais je n'ai
émis de jugement sur le choix de
la personne, ce qui ne relève du
reste pas de mes compétences.
J'ai observé les dispositions
légales et pris toutes les mesures
de précaution qui s'imposaient.
Indépendamment de tout cela, je
suis soucieux de l'image de la
police et du travail du commissaire
général. Il l'a d'ailleurs bien
compris puisqu'il m'a fait savoir cet
après-midi que les personnes
concernées avaient été détachées
dans l'attente des conclusions de
l'enquête du Comité P et que leur
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
maken en een aantal mensen mag kiezen en aanduiden. Als het
besluit dat hij mij te dien einde voorlegt klopt, als het aan een
legaliteitstoetsing wordt onderworpen door de bevoegde directeur-
generaal en als ik bovendien de door hem gemaakte opmerkingen en
voorgestelde aanpassingen vertaal in het ministerieel besluit, dan
denk ik dat ik de voorzichtigheidsregel meer dan geëerbiedigd heb.
Los van de juridische, statutaire kant van de zaak is er ook nog een
ander aspect, namelijk het functioneren van de commissaris-generaal
van de federale politie zelf.
Mijnheer de voorzitter, collega's, ik kan u meedelen dat ik bezorgd
ben om het imago van de federale politie, bij uitbreiding van de hele
geïntegreerde politie, in die mate dat ik mij afvraag of dit hele
gebeuren het functioneren van de commissaris-generaal effectief niet
bemoeilijkt. Een commissaris-generaal van een belangrijke dienst als
de federale politie moet onbesproken zijn. Dat is cruciaal voor de
goede werking van de dienst waarover hij de leiding heeft.
De commissaris-generaal heeft dat ook begrepen, want hij heeft mij
deze voormiddag laten weten dat mevrouw Ricour en mevrouw
Savonet worden gedetacheerd. Zij worden dus voorlopig ontzet uit
hun functies die zij bekleedden als directe medewerkers in de dienst
Beleidsondersteuning van de commissaris-generaal. Daarmee hoopt
hij, in afwachting van de resultaten van het onderzoek, de sereniteit te
kunnen herstellen.
Daarmee kom ik terug op het functioneren van het Comité P, want
ook daarover vraagt u mij hoe het zit met het onderzoek, of er nog
onderzoeksdaden zijn gesteld, enzovoort.
Ik herhaal in mijn antwoord op deze vragen dat het Comité P onder de
rechtstreekse bevoegdheid van het Parlement functioneert. Dat
controleorgaan is dus geen instantie van de uitvoerende macht,
precies om een onafhankelijke parlementaire controle op de politie en
de uitvoerende macht mogelijk te maken.
U weet dat het onderzoek van het Comité P in november, toen ik hier
in het Parlement werd ondervraagd, werd opgestart onder meer op
basis van een anonieme klacht. Ik heb nog deze week aan het
Comité P gevraagd ­ en vragen is het enige wat de minister van
Binnenlandse Zaken kan doen ten aanzien van het Comité P ­, mij de
resultaten van dat onderzoek zo snel mogelijk te laten geworden.
U dringt daarop aan. Ik dring daar ook op aan. Ik heb er zelfs nog iets
aan toegevoegd. Ik heb destijds gevraagd, en ik ondersteun die
vraag, om de legalistisch statutaire kwestie te onderzoeken. Ik heb
dus in een recent schrijven melding gemaakt van een aantal
verwikkelingen die ik in de pers heb gelezen, onder meer over
mevrouw Cleemput, en aan de voorzitter van het Comité P gezegd
dat het mij toch wel opportuun leek om die kwestie mee te nemen in
het onderzoek.
Mijnheer Dedecker, u zegt dat het verslag helemaal klaar is. Dan weet
u meer dan ik. Ik dring samen met u en met de commissie erop aan
dat het volledig onderzoek zo snel mogelijk zou worden afgerond.
Voor mij is dat een kwestie van weken. Ik denk, samen met u, dat de
recente verwikkelingen waarover u mij allemaal vragen stelt, mee
nomination avait été annulée dans
le souci de rétablir la sérénité.
Le Comité P ressortit à la
compétence du Parlement et est
donc un organe indépendant. Une
enquête a débuté en novembre
2007, à la suite d'une plainte
anonyme. J'ai demandé au Comité
de publier les résultats de cette
enquête dans les meilleurs délais.
C'est tout ce que je puis faire dans
les limites de mes compétences.
J'ai aussi demandé, dans un
courrier adressé au Comité,
d'inclure également le problème
concernant Mme Cleemput dans
l'enquête. Selon M. Dedecker,
l'enquête du Comité serait déjà
clôturée mais il est apparemment
mieux informé que moi.
Je
suis
scrupuleusement
la
situation et je veille à ce qu'il ne
soit pas nui au fonctionnement de
la police fédérale. Je ne tirerai
toutefois pas de conclusions
prématurées, sur la base de
rumeurs parues dans les médias,
qui
nuiraient
également
au
fonctionnement de la police
fédérale. Lorsque les résultats de
l'enquête du Comité P seront
disponibles,
je
serai
à
la
disposition du Parlement pour
fournir
des
explications
complémentaires à ce sujet.
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
zullen worden opgenomen in het verslag.
Tot slot, ik volg de situatie nauwgezet op. Ik kan niet dulden dat de
werking van de federale politie wordt geschaad. Ik zal daarop toezien.
Ik zou echter zelf de werking van de federale politie schaden indien ik
nu op basis van berichten in de media, zelf bepaalde voorbarige
beslissingen zou nemen. Ik zeg dit in antwoord op de vragen gesteld
door collega Van Hecke. Nogmaals, daarvoor wacht ik de resultaten
van het onderzoek af.
Aan collega Vandenhove wil ik zeggen dat, als de resultaten de
komende uren ­ wat ik niet denk ­ maar de komende dagen of weken
beschikbaar zijn, ik ter beschikking ben en blijf van uw commissie om
daarbij tekst en uitleg te geven.
02.08 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik dank
u voor de alerte reactie op een wrevel die bij heel wat
parlementsleden leeft.
In het licht van een evaluatie van de politiewerking die wij ook in dit
Parlement zullen doen, is het heel belangrijk dat snel op dergelijke
negatieve berichten wordt gereageerd.
Ik denk dat het niet goed is dat persoonlijke rivaliteit de werking van
de top van de politie in het gedrang brengt, wetende dat wij hier
wellicht in een wettelijk correcte context werken. U hebt dat vorig jaar
in antwoord op mijn parlementaire vraag ook zo gesteld.
We moeten daaruit besluiten trekken. Misschien kunnen wij namens
de hele commissie bij de mensen van het Comité P erop aandringen
om op korte termijn resultaten voor te leggen zodat wij hieruit
eventueel structurele conclusies kunnen trekken.
02.08 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Le ministre réagit avec
célérité
face
à
l'amertume
exprimée par bon nombre de
parlementaires,
ce
qui
est
également important à la lumière
de la prochaine évaluation au
Parlement du fonctionnement de
la police. De telles rivalités ne sont
évidemment jamais bénéfiques. Il
est toutefois important que le
ministre déclare que la législation
a été suivie. Avec lui et au nom de
cette commission, j'insiste pour
que le Comité P publie les
résultats de l'enquête dans les
meilleurs délais.
02.09 Gerolf Annemans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, de
inleiding van het antwoord van de minister gaf een beetje de indruk
dat hij zich in de rol van Manuel uit Fawlty Towers wou verstoppen: "I
know nothing." Hij is in een tweede versnelling dan toch een beetje de
logica gaan volgen die ik ook in verband met de efficiëntie van de top
van de politie had geformuleerd.
Ik denk dat de principes die hij daar formuleert, de zorg die hij daar
bevestigt en de consequenties die de heer Koekelbergs daar zelf ook
tijdelijk uit trekt ons voorlopig alleen maar met tevredenheid naar huis
kunnen sturen. Wij doen dit onder zeer uitdrukkelijk voorbehoud dat
er ook helderheid komt in de zaak van mevrouw Cleemput. Zij zegt
zelf dat zij hoopt dat zij nog zal kunnen terugkeren omdat zij blijkbaar
nog altijd bereid is om te blijven functioneren.
Ik blijf met een vraag zitten, voorzitter. Het begeleidingscomité P is
momenteel samengeroepen? Wij werden daarvoor opgeroepen. De
agenda die mondeling aan mijn secretaris werd meegedeeld, is "de
toestand rond de secretaresses". Ik hoop dat wij vandaag nog
duidelijkheid krijgen. De minister hoopt het, ik hoop het en wij hopen
het allemaal zodat wij snel terug een deftig politieapparaat hebben, of
op zijn minst voldoende duidelijkheid hebben over de top zodat we
een deftig politieapparaat kunnen garanderen.
02.09 Gerolf Annemans (Vlaams
Belang): Le ministre a commencé
à répondre de manière évasive,
cherchant
à
éluder
sa
responsabilité.
J'ai
davantage
apprécié la suite, lorsqu'il a
exprimé
l'inquiétude
que
lui
inspirent
l'image
et
le
fonctionnement du sommet de la
police fédérale ainsi que la
réaction
de
M.
Koekelberg.
J'espère aussi que la clarté sera
faite rapidement à propos du
dossier de Mme Cleemput, cette
dernière
ayant
manifesté
la
volonté
de
reprendre
ses
fonctions.
La
commission
d'accompagnement du Comité P
se réunit aujourd'hui et cette
question figure à son ordre du
jour. J'espère dès lors que des
réponses nous seront fournies très
rapidement.
02.10 Ludwig Vandenhove (sp.a+Vl.Pro): (...) het Comité P 02.10
Ludwig Vandenhove
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
inderdaad snel werkt zodat wij binnen een uur misschien iets meer te
weten komen. Wat mij natuurlijk een beetje verbaasd is dat men aan
mijn rechterzijde blijkbaar heel veel weet over dat rapport terwijl de
minister mij zegt dat we het de komende dagen of weken niet moeten
verwachten. Hij zegt wel dat hij ter beschikking is op het ogenblik dat
het er zal zijn.
In het belang van de federale politie en de politie in het algemeen lijkt
het mij belangrijk dat hierover snel duidelijkheid komt. Afhankelijk van
wat wij straks in de begeleidingscommissie van het Comité P te horen
krijgen, moet het Comité P zijn werkzaamheden snel voortzetten
zodat er duidelijkheid komt over wat al dan niet waar is.
Wat wij kunnen missen als de pest, zeker als het over de politie gaat
omdat zij in onze democratie een ongelooflijk belangrijke rol speelt, is
dat er losse flodders de wereld worden ingestuurd. Ik denk dat wij
daarover snel duidelijkheid moeten krijgen van het Comité P.
(sp.a+Vl.Pro): J'espère moi aussi
que le Comité P clôturera
rapidement
ses
travaux.
Je
m'étonne toutefois de constater
que certains parlementaires en
savent déjà long sur l`avancement
de l'enquête. La situation doit être
clarifiée rapidement, dans l'intérêt
de
la
police.
Certaines
informations publiées dans la
presse et qui sont peut-être sans
fondement, nuisent à l'image de la
police.
02.11 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): (...) Ik denk dat er een
belangrijk antwoord is gegeven, mijnheer de minister. U zegt dat u
destijds een legaliteitstoets hebt gedaan. U heeft dit beoordeeld en
bent van mening dat dit juridisch eigenlijk wel kan. Toch zien wij
vandaag dat er iets beweegt en dat de twee betrokkenen worden
gedetacheerd in afwachting van het verdere onderzoek. Ik denk dat
dit een belangrijk feit is.
Ten tweede, ik denk dat het in het belang is van de werking van de
federale politie, de veiligheid en de organisatie van de veiligheid in
ons land, zeker in deze zomerperiode waar de parlementaire controle
altijd wat minder is, dat er heel snel duidelijkheid komt in zowel het
interne onderzoek als het onderzoek dat door het Comité P wordt
gevoerd. Nadat wij alle elementen hebben, kunnen wij dan de juiste
conclusies trekken.
02.11
Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Le ministre a
déclaré qu'il a été procédé à une
vérification de la légalité, ce qui
me
paraît
important.
Nous
apprenons à présent que les
personnes
concernées
vont
malgré tout être détachées. Dans
l'intérêt de la police fédérale, il
conviendrait que la clarté soit faite
rapidement à propos de l'enquête
interne et de celle du Comité P, de
préférence encore avant les
vacances parlementaires.
02.12 Jean Marie Dedecker (LDD): Mijnheer de voorzitter, collega,
ik moet u melden dat er inderdaad nog parlementsleden zijn die een
dossier uitspitten. Jammer genoeg krijgen wij dan echter geen
toegang tot het Comité P. Dat is blijkbaar het democratische gehalte
van ons land. Ik laat mij niet, door geen enkel Comité, voorliegen.
Ik had de indruk dat de P in het Comité P voor Pontius Pilatus staat.
Ik kan niet begrijpen dat het voeren van een onderzoek acht maanden
duurt, wanneer dat in opdracht van de minister wordt gevraagd.
Het onderzoek werd weliswaar uitgevoerd. Ik gaf de namen van de
politiemensen die het onderzoek uitvoerden. Ga dat na, bekijk het
intern en bekijk de dag waarop het onderzoek werd gesloten.
Ondertussen ligt het verslag van het onderzoek vijf maanden in de
lade van de heer Berckmoes.
Er liggen nog wel meer zaken in de lade. Het Comité P, of liever de
begeleidingscommissie, zou beter ook een onderzoek daarnaar doen,
maar wij weten wel hoe in ons land de top van de politie wordt
benoemd.
Ten eerste, mijnheer de minister, u hebt niet geantwoord op mijn
vragen over "Samen op weg naar de toekomst". Ik heb gevraagd
hoeveel voornoemd project heeft gekost. Hoeveel personeel werd
02.12 Jean Marie Dedecker
(LDD): Il existe en effet encore des
parlementaires qui épluchent les
dossiers mais nous n'avons
malheureusement pas accès au
Comité P. Je ne m'en laisserai
toutefois pas conter. Je ne
comprends pas que le Comité P
ait besoin de huit mois pour
réaliser une enquête demandée
par le ministre. Je suis certain que
l'enquête est déjà terminée et
cette information peut être vérifiée.
Le rapport de l'enquête est depuis
cinq mois déjà dans le tiroir de
M. Berkmoes.
La
commission
d'accompagnement ferait bien de
le vérifier également.
Le ministre ne répond pas à ma
question relative aux coûts du
projet "Ensemble vers l'avenir" et
au nombre de membres du
personnel qui y ont été associés.
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
ingeschakeld? Werden andere scholen aangesproken?
U hebt daarop niet geantwoord. U hebt in het algemeen geantwoord.
Ik zal niet eerbiediger zijn. Ik zal de uitspraak "I know nothing" niet
gebruiken. Ik vraag u hoeveel het project heeft gekost.
D'autres écoles ont-elles été
contactées?
02.13 Minister Patrick Dewael: Ik verwijs naar het omstandige
antwoord dat ik aan de heer Crucke gaf. De gegevens van bedoeld
antwoord zijn ook een antwoord op uw vraag.
02.13 Patrick Dewael, ministre:
J'ai renvoyé à la réponse que j'ai
donnée il y a quelques semaines
au sein de cette commission à
M. Crucke.
02.14 Jean Marie Dedecker (LDD): Wanneer gaf u dat antwoord?
02.15 Minister Patrick Dewael: Ik gaf het een aantal weken geleden
in de commissie voor Binnenlandse Zaken. Ik heb toen ook
geantwoord dat het project niet tot de bewuste school beperkt blijft,
maar dat de politie ook naar andere scholen op zoek is, onder meer in
het Vlaams en het Brussels Gewest.
Indien u het Integraal Verslag van het Parlement of van de commissie
voor Binnenlandse Zaken nakijkt, zal u een antwoord op al uw vragen
krijgen.
02.15 Patrick Dewael, ministre:
M. Dedecker peut retrouver toutes
ces informations dans le rapport.
J'ai
notamment
répondu
à
l'époque que le projet ne se limite
pas à l'école en question mais
sera également étendu à d'autres
écoles des Régions flamande et
bruxelloise.
02.16 Jean Marie Dedecker (LDD): Ik hoop dat het antwoord erin
staat.
U antwoordde ook niet op mijn vraag over de rol van mevrouw
Savonet. Ik weet niet of er veel meer dan één imagoadviseuse nodig
is. Ik hoor nu echter wel dat de betrokkenen omwille van het
onderzoek op non-actief zullen worden gezet, wat mij verheugt. Dat
kan alleen maar het imago van de politie ten goede komen.
Mijnheer de minister, wat mij het meeste stoort, is dat u de
legaliteitstoets hebt gedaan. U hebt de legaliteitstoets door de heer
Duchatelet laten doen. Het is trouwens ook de heer Duchatelet die in
zijn hoedanigheid van hoofd van Personeelszaken het advies over
mevrouw Ricour gaf.
Ik raad u aan om de wet erbij te nemen en de artikelen VI.II.77 tot en
met VI.II.84 van RPPol te lezen. Indien u wil, kan ik ze hier letterlijk
voorlezen. In voornoemde artikelen staat klaar en duidelijk het
volgende. Ik zal één klein zinnetje voorlezen, zodat de collega's ook
weten waar de bepaling te vinden is.
"Alleen een officier of een personeelslid van het niveau A kan worden
aangesteld in een hoger ambt van respectievelijk hoger officier of van
niveau A. Een personeelslid van niveau B kan evenwel worden
aangesteld voor de uitoefening van een hoger ambt van klasse 1 of
A2."
Nergens gaat het over een niveau C.
Men moet die Pontius Pilatus-houding daarover stoppen, want dat is
een minachting voor al die andere mensen. Het gaat niet alleen over
270 oud-universitairen van de gerechtelijke politie, ook van de
rijkswacht worden er mensen over het hoofd gezien, op basis van de
mata hari-subcultuur.
02.16 Jean Marie Dedecker
(LDD):
Je
vérifierai
cette
information et j'espère dès lors
que
ces
réponses
ont
effectivement été données.
Je n'ai par ailleurs pas obtenu de
réponse en ce qui concerne le rôle
de Mme Savonet; je ne pense en
effet pas que le commissaire
général ait besoin de plus d'un
conseiller en image. Je me réjouis
en tout cas que les deux
personnes soient à présent mises
en disponibilité.
Je
suis
contrarié
par
les
affirmations
du
ministre
qui
prétend qu'un contrôle de légalité
a été réalisé. La législation prévoit
toutefois que seul un officier ou
une personne de niveau A peuvent
être désignés dans la fonction
supérieure,
soit
d'officier
supérieur, soit de niveau A. Il n'est
indiqué nulle part qu'un membre
du personnel de niveau C peut
être nommé dans cette fonction.
Les événements qui se produisent
aujourd'hui à la police fédérale
sont un camouflet pour les
nombreux membres du personnel
disposant du diplôme requis et qui
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
Ik zou heel graag hebben dat ook dit klaar en duidelijk wordt uitgespit
en dat niet alleen de zondebokken worden gevonden, maar dat de
mensen die ervoor verantwoordelijk zijn uit deze zaak dan ook de
nodige conclusies trekken.
sont à présent méprisés par cette
expression d'une sous-culture
digne de Mata-Hari. Dans cette
affaire, il faut aller jusqu'au fond
des choses et les responsables
devront en tirer les conclusions.
02.17 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, ik wil hierop
repliceren. Het kan natuurlijk zijn dat het Comité P in dezen traag
werkt, zoals de heer Dedecker zegt. Dat is dan een punt van
overeenstemming tussen hem en mij. Ik vind dat ook, maar ik herhaal
wat ik daarjuist ook aan de heer Van de Velde heb gezegd. Het komt
niet aan de uitvoerende macht toe om te zeggen hoe een
controleorgaan van het Parlement moet functioneren. Ik heb op dit
ogenblik dus nog altijd geen inzage in welk dossier dan ook. Het enige
wat ik u kan zeggen is dat ik heb gevraagd om het
legaliteitsonderzoek uit te breiden tot de elementen die de jongste
dagen in de media zijn verschenen. Het kan zijn dat het Comité P
traag werkt.
Het staat voor mij echter ook vast, mijnheer de voorzitter, dat collega
Dedecker dan toch ook traag functioneert. In november heb ik
ongeveer dezelfde elementen van antwoord gegeven. Ik heb toen
geantwoord, op vragen van u, dat in de mogelijkheid voor de
samenstelling van de beperkte staf in de wet is voorzien. Het werd
uitgewerkt in een KB. De commissaris-generaal heeft zijn keuze
gemaakt en mij een ontwerp van ministerieel besluit voorgelegd. Ik
heb dat teruggestuurd naar de bevoegde directeur-generaal die aan
het hoofd staat van het personeel. Ik heb hem gevraagd of dat besluit
volgens hem kon. Per mail heb ik een aantal amendementen en
opmerkingen gekregen. Ik heb al die amendementen in het ontwerp
van besluit vertaald en ik heb het besluit getekend.
Ik kan u zeggen, collega Dedecker, ik krijg wekelijks, dagelijks,
tientallen dossiers van aanstellingen, benoemingen en disciplinaire
maatregelen. Ik vertrouw daarvoor ­ ik kan ook niet anders ­ op de
top van de federale politie. Als zou blijken dat mijn vertrouwen
beschaamd is, is dat het voorwerp van het onderzoek dat nu onder
meer loopt bij het Comité P. Het lijkt mij echter iets te gemakkelijk om
hier nu vandaag te komen zeggen dat ik iets heb gedaan wat niet kan.
Ik heb u in november vorig jaar een antwoord gegeven. Ik ben, met u
en met het hele Parlement, vragende partij voor een zo snel mogelijke
aflevering van het rapport van het Comité P.
02.17 Patrick Dewael, ministre:
M. Dedecker
affirme
que
le
Comité P travaille trop lentement
et je lui donne raison. Je rappelle
toutefois que l'exécutif ne doit pas
chercher à faire la leçon à un
organe de contrôle du législatif.
J'ai demandé au comité P de ne
pas se limiter à une simple
enquête de légalité mais de tenir
compte aussi des éléments parus
dans la presse ces derniers jours.
J'ai déjà répondu en novembre
2007 à une question posée en
commission que la possibilité de
constituer une équipe limitée a été
prévue par la loi et traduite dans
un arrêté royal. Le commissaire
général a fait son choix et m'a
soumis
un
projet
d'arrêté
ministériel. Je l'ai renvoyé au
directeur général compétent en
matière de personnel, en lui
demandant si tout était bien
correct. J'ai alors reçu un certain
nombre
de
remarques
et
d'amendements, que j'ai intégrés
dans le projet d'arrêté. J'ai ensuite
signé l'arrêté de nomination,
comme je le fais des dizaines de
fois par semaine. Bien entendu, je
fais confiance à la hiérarchie de la
police fédérale mais si jamais
cette confiance a été trahie, il
faudra agir.
De voorzitter: (...)
02.18 Jean Marie Dedecker (LDD): Neen, het Parlement heeft het
laatste woord.
De voorzitter: Ik stel voor dat wij vanuit deze commissie stellen dat
wij aan het Comité P vragen dat het verslag, volgens de P, prompt
publiek publiceerbaar zou zijn. Onverwijld. Akkoord?
Le président: Puis-je, au nom de
cette commission, adresser une
demande au Comité P en l'invitant
à ne pas tarder à enquêter sur
cette affaire?
02.19 Minister Patrick Dewael: Dat is een term u goed bekend
mijnheer de voorzitter.
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
02.20 Gerolf Annemans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
onverwijld is gelogen.
02.21 Jean Marie Dedecker (LDD): Mijnheer de voorzitter, ik wil nog
even beëindigen. Ik wil klaar en duidelijk zeggen dat de minister wel
de politieke verantwoordelijkheid draagt. Daarvoor is hij minister van
Binnenlandse Zaken. Het zou immers ontzettend gemakkelijk zijn om
alle netelige dossiers door te schuiven naar het Comité P en te
zeggen ich habe es nicht gewusst. Dat neem ik ook niet.
02.21 Jean Marie Dedecker
(LDD): Le ministre ne peut éluder
sa responsabilité politique. Il serait
trop facile de se débarrasser des
dossiers épineux sur le Comité P
et de déclarer ensuite, lorsqu'un
problème se pose, qu'on n'était au
courant de rien.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de M. Éric Thiébaut au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le viol d'une
jeune femme à la gare du Midi" (n° 6623)</b>
03 Vraag van de heer Éric Thiébaut aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de verkrachting van een jonge vrouw in het Zuidstation" (nr. 6623)
03.01 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, voilà le genre de
questions que je voudrais ne pas devoir poser dans cette
commission. Quelques journaux ont relaté, le 20 mai dernier, une
sordide agression qui serait survenue à la gare du Midi. Sans
souhaiter entrer dans le détail de cette affaire, certains quotidiens s'en
étant chargés avec plus ou moins de professionnalisme et de rigueur
déontologique, retenons l'essentiel, c'est-à-dire le viol d'une jeune fille
en gare du Midi par deux hommes non cagoulés et, selon le père de
la malheureuse victime, devant de nombreux usagers qui ne lui ont
pas porté secours.
Monsieur le ministre, je ne reviendrai pas sur la vague d'émotion qui a
traversé le pays après l'agression mortelle de Jo Van Holsbeeck. Par
contre, il convient de revenir sur la promesse qui avait suivi ce
meurtre: plus de sécurité dans les gares et les lieux publics. Si je me
refuse à verser dans le populisme, comme certains de mes collègues
viennent de le faire, je me refuse également à sombrer dans
l'indifférence. C'est pourquoi je souhaite vous interroger sur ce drame
qui vous révulse certainement autant que moi, j'en suis certain. La
ministre des Entreprises publiques a également été interrogée à ce
sujet en commission de l'Infrastructure.
Monsieur le ministre, avant toute chose, confirmez-vous les faits? Si
l'information est exacte, comment une telle agression a-t-elle été
possible? La police a-t-elle été informée par la SNCB via son numéro
d'urgence ou par un navetteur? Quel est le dispositif de sécurité en
vigueur dans cette gare? Je veux parler de la collaboration entre la
police et Securail dans cette zone et des caméras installées en gare
du Midi, une des gares les plus importantes du pays. Comment
expliquer l'échec absolu de ces mesures? Rappelons que nous ne
parlons pas de l'arrachage d'un sac à main qui prend quelques
secondes mais d'un viol.
De manière générale, comment évaluez-vous la collaboration entre la
police et le service de sécurité des chemins de fer? Les nouveaux
contrats de gestion du groupe SNCB annoncent une meilleure
collaboration entre la police et leur service de sécurité. Qu'est-ce que
cela implique pour la police en termes humains et matériels?
03.01 Eric Thiébaut (PS): In het
Zuidstation
zou
een
laffe
aanranding
hebben
plaats-
gevonden: een jonge vrouw zou er
door
twee
niet-gemaskerde
mannen zijn verkracht. Volgens de
vader van het slachtoffer gebeurde
een en ander voor de ogen van
talrijke reizigers, die het meisje
echter niet ter hulp kwamen. Naar
aanleiding van de moord op Joe
Van Holsbeeck werd nochtans
beloofd dat de veiligheid op de
openbare plaatsen zou worden
verhoogd.
Bevestigt u die feiten? Over welke
veiligheidsuitrusting beschikt dat
station, onder meer wat de
camera's betreft? Waarom waren
de veiligheidsmaatregelen niet
afdoende? Hoe evalueert u de
samenwerking tussen de politie en
de
veiligheidsdienst
van
de
spoorwegen?
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
Enfin, monsieur le ministre, au-delà de ce viol en gare du Midi, il est
urgent d'entamer une réflexion globale sur l'adéquation des mesures
de sécurité en vigueur dans les gares et dans l'ensemble des lieux
publics.
03.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, d'après mes renseignements, une plainte a été déposée
pour viol auprès de la police locale de Bruxelles-Capitale; l'enquête
est dirigée par le parquet de Bruxelles. La victime serait retournée
chez elle; elle serait allée porter plainte par la suite. J'attends les
résultats de l'enquête judiciaire.
La police fédérale des chemins de fer (SPC) assure la fonction
d'accueil dans la gare de Bruxelles-Midi. Cet accueil est assuré
7 jours sur 7 entre 6 h et 22 h. Le poste SPC Centre, ouvert
24 heures sur 24, se trouve dans les locaux situés sous les voies de
la gare de Bruxelles-Midi. La police des chemins de fer SPC organise
des patrouilles dans la gare avec des équipes des différents postes
Centre, Métro et aussi Eurostar.
De plus, il existe un protocole d'accord entre la SPC et la zone de
police couvrant Bruxelles-Midi qui stipule que "la police locale oriente
ses équipes dans les environs de la gare et, si nécessaire, assiste la
SPC lors d'interventions dans la gare".
Pour ce qui concerne la collaboration entre la police et Securail, un
protocole d'accord entre la police fédérale des chemins de fer et
Securail a été signé le 30 novembre 2005. Pour plus d'informations, je
me réfère à ma réponse lors de la commission du 7 mai dernier aux
questions des députés Flahaux et Perpète.
Sur le terrain, la collaboration entre les membres de la SPC et
Securail est bonne. Les équipes de patrouille des deux services
tentent d'assurer une présence maximale dans l'infrastructure d'une
gare aussi vaste. Les caméras installées dans la gare du Midi
appartiennent au Security Operations Center (SOC) de Securail.
Outre une centrale d'appels, ce service dispose d'opérateurs qui
visionnent en permanence les images des caméras disposées dans
des gares sur tout le territoire national. Ces images sont mises à la
disposition de la police si cela s'avère utile pour l'exécution de ses
missions. Pour plus d'informations concernant les caméras de
surveillance dans les gares bruxelloises, je me réfère à la réponse de
la ministre Vervotte à la question déposée par M. Laeremans.
J'espère que l'enquête judiciaire aura vite des résultats. Je partage
votre souci concernant la sécurité dans et aux alentours des
transports publics. Cependant, à part le rôle que jouent les services
de sécurité en la matière, on peut évidemment attendre, sans pour
autant me prononcer sur les faits que vous évoquez, que les citoyens
assument aussi leur responsabilité.
03.02 Minister Patrick Dewael:
Er werd bij de lokale politie van de
politiezone
Brussel
Hoofdstad
Elsene een klacht ingediend
wegens verkrachting. Ik wacht de
resultaten van het gerechtelijk
onderzoek af.
De
spoorwegpolitie
(SPC)
organiseert patrouilles in het
station. Bovendien bestaat er
tussen de SPC en de politiezone
waarin Brussel-Zuid zich bevindt,
een overeenkomst waarin staat
dat de lokale politie haar teams in
de buurt van het station opstelt en
indien nodig de SPC bijstaat bij
interventies in het station.
Wat betreft de samenwerking
tussen de SPC en Securail, werd
er op 30 november 2005 een
akkoord ondertekend. Voor meer
informatie verwijs ik naar het
antwoord dat ik tijdens de
commissie van 7 mei jongstleden
gaf op de vragen van de heren
Flahaux en Perpète. Op het terrein
verloopt de samenwerking goed.
De patrouilles van de twee
diensten proberen een maximale
aanwezigheid te garanderen in wat
toch wel een groot station is.
De camera's die in het Zuidstation
zijn geïnstalleerd, zijn van het
Security Operations Center (SOC)
van
Securail.
Naast
een
oproepcentrale
beschikt
deze
dienst over operatoren die de
beelden van de camera's die in
alle stations over het hele
grondgebied hangen, permanent
bekijken. Indien nodig worden
deze beelden ter beschikking
gesteld van de politie.
Ik ben net als u bezorgd over de
veiligheid in en rond het openbaar
vervoer. Toch mogen we van de
burgers verwachten dat ook zij hun
verantwoordelijkheid opnemen, al
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
wil ik me hier niet uitspreken over
de feiten.
03.03 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse assez complète. Nous attendrons
évidemment le résultat de l'enquête du parquet de Bruxelles.
Simplement, je suis surpris qu'un tel drame ait pu se passer malgré la
présence de caméras de surveillance dans la gare. Par rapport à
cette problématique, j'estime qu'il faudrait creuser davantage pour
savoir comment il est possible que, malgré ces caméras, cette
agression n'ait pu être arrêtée et qu'une intervention n'ait pas suivi
dans les minutes après le drame.
03.03 Eric Thiébaut (PS): Men
zou dit verder moeten uitzoeken
om na te gaan hoe het komt dat
deze gewelddaad ondanks de
camera's
niet
kon
worden
verhinderd, en waarom er niet
onmiddellijk na het drama werd
ingegrepen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 6623 de M. Peter Vanvelthoven est reportée vu son absence.
La question n° 6668 de Mme Kattrin Jadin est transformée en question écrite.
04 Questions jointes de
- Mme Josée Lejeune au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "un rapport des Comités P
et R relatif aux menaces terroristes de la fin 2007" (n° 6678)<br>- M. Éric Thiébaut au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le rapport des Comités P et R
concernant les alertes terroristes de décembre 2007" (n° 6760)</b>
04 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "een
verslag van de Comités P en I over de terreurdreiging van eind 2007" (nr. 6678)
- de heer Éric Thiébaut aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het
verslag van de Comités P en I met betrekking tot het terreuralarm in december 2007" (nr. 6760)
La question n° 6678 de Mme Lejeune est transformée en question écrite.
In afwezigheid van mevrouw Lejeune wordt haar samengevoegde vraag nr. 6678 omgezet in schriftelijke
vraag.
04.01 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, en décembre 2007, pendant les fêtes de fin d'année, la
population bruxelloise a été avertie, sans trop d'explications, d'une
probable attaque terroriste sur la capitale et une alerte de niveau 4 (le
niveau d'alerte maximale) a été décrétée sur l'ensemble du territoire
bruxellois.
J'avoue qu'à l'époque, je m'étais félicité des mesures qui avaient été
prises.
Cependant, en même temps, un bruit provenant de différents services
oeuvrant dans l'anti-terrorisme circulait sur la différence de point de
vue entre la police et la Sûreté de l'État concernant ladite menace. En
effet, cette dernière n'avait pas la même perception que la police
quant au degré de dangerosité de cette possible attaque et s'était,
dès le début, montrée sceptique à ce sujet.
À ce propos, a été rendu public, au travers de différents journaux tant
du Nord que du Sud du pays, le rapport des Comités P et R qui
avaient été chargés d'enquêter sur cette différence de point de vue
entre les services de police et les services de renseignement.
Ce rapport met en lumière qu'apparemment, la police aurait
04.01 Eric Thiébaut (PS): In
december 2007 werd de Brusselse
bevolking gewaarschuwd dat er
mogelijk een terreuraanslag zou
worden gepleegd op de hoofdstad,
en de hoogste staat van alarm
werd afgekondigd. Maar volgens
een
gerucht,
afkomstig
uit
verschillende diensten, hadden de
politie en de Staatsveiligheid een
verschillende kijk op het gevaar
van die bedreiging. Sommige
kranten hadden het over het
rapport van de comités P en I die
belast werden met het onderzoek
naar de verschillende zienswijzen
tussen
politiediensten
en
inlichtingendiensten.
Dat rapport toont aan dat de politie
haar werk blijkbaar correct gedaan
heeft, in tegenstelling tot de
Staatsveiligheid. In het verslag
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
correctement fait son travail, contrairement à la Sûreté de l'État. En
tout cas, c'est ce qui ressort du rapport dont question.
Ce rapport met en exergue un manque de collaboration, voire même
un problème de rétention d'informations dans le chef des services de
renseignement. Ces derniers affirment pourtant qu'ils n'ont jamais rien
caché, qu'ils n'ont jamais disposé d'éléments quant à l'origine de la
menace et qu'ils ont joué un rôle actif comme experts techniques
dans le cadre de l'enquête judiciaire.
Selon la police, la coordination avec le parquet aurait eu lieu dans les
règles de l'art et toutes les informations auraient été mises en
commun conformément aux critères légaux.
Monsieur le ministre, un manque de volonté de coordination
provenant des services de renseignement est-il réellement à
déplorer? À ce propos, comptez-vous prendre des mesures afin de
remédier au manque de coordination et/ou au problème de rétention
d'informations entre les différents services?
wordt de aandacht gevestigd op
een gebrek aan samenwerking,
zelfs op het achterhouden van
informatie
door
de
inlichtingendiensten.
Valt er werkelijk een gebrek aan
wil
tot
coördinatie
van
de
inlichtingendiensten te betreuren?
Zo ja, bent u van plan maatregelen
te nemen?
04.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, j'ai effectivement reçu le rapport auquel vous faites
référence.
Si
mes
informations
sont
correctes,
les
commissions
d'accompagnement P et R discutent actuellement pour la première
fois de ce rapport. Vous comprendrez que je veuille attendre la fin de
ces discussions avant de tirer des conclusions définitives.
Apparemment, seule une partie de ce rapport a paru dans la presse
voici quelques semaines. Ce rapport étant nuancé et motivé, il me
semble difficile de mener un débat serein.
Cela dit, je tiens à attirer l'attention sur le fait que la loi relative à
l'OCAM vise l'échange d'informations entre tous les services
impliqués.
En cas de menace simultanée et déconcentrée, l'approche intégrée
permet d'appliquer ces mêmes procédures. Je vous rappelle que c'est
le centre de crise du gouvernement qui se base sur l'évaluation de la
menace, réalisée par l'OCAM, pour décider quelles sont les mesures
adéquates de précaution et de protection à prendre.
04.02 Minister Patrick Dewael: Ik
heb
dat
rapport
inderdaad
gekregen. Het is genuanceerd.
Blijkbaar zijn er slechts enkele
fragmenten in de pers verschenen.
Indien mijn informatie correct is,
bespreken
de
begeleidingscommissies P en I dit
momenteel. Ik wil het einde van de
besprekingen in de parlementaire
begeleidingscommissies
afwachten vooraleer conclusies te
trekken. Dit gezegd zijnde, de wet
betreffende de OCAD beoogt een
informatie-uitwisseling onder alle
betrokken diensten.
Wanneer zich gelijktijdig op
verschillende
plaatsen
een
dreiging voordoet, kunnen dankzij
die geïntegreerde aanpak die-
zelfde
procedures
worden
toegepast. Het crisiscentrum van
de regering baseert zich op de
evaluatie van de dreiging door
OCAD om te beslissen welke
voorzorgs-
en
beschermings-
maatregelen er moeten worden
genomen.
04.03 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie.
Nous attendrons les résultats de ces discussions. Ma réplique sera
brève, car nous avons pris du retard à cause du changement d'ordre
des questions, et je dois aller assister à mon cours de néerlandais.
Je vous souhaite un bon après-midi.
L'incident est clos.
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 6702 de M. Jean-Jacques Flahaux est reportée au mois de septembre.
05 Questions jointes de
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'inaccessibilité du
service 100 lors des dernières intempéries en Hainaut" (n° 6715)<br>- M. Joseph George au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'organisation des secours
suite aux violents orages dans la région de Huy-Waremme" (n° 6892)</b>
05 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
ontoegankelijkheid van de dienst 100 tijdens het recente noodweer in Henegouwen" (nr. 6715)
- de heer Joseph George aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
organisatie van de hulpverlening na het zware onweer in de regio Hoei-Borgworm" (nr. 6892)
05.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, le 25 juin, la
province de Hainaut, comme d'autres endroits de ce pays, a subi un
certain nombre de dégâts liés à des orages assez virulents. Dans ce
cas-là, le premier réflexe, c'est l'appel au numéro 100. Il se fait que ce
numéro d'urgence a été totalement inaccessible pendant une
vingtaine de minutes dans la province de Hainaut. Des défaillances
techniques peuvent arriver, nul n'est infaillible. Mais il peut être utile
d'analyser les raisons de celles-ci.
Que s'est-il réellement passé? Connaît-on l'origine technique de la
défaillance en question? Si oui, des aménagements ont-ils été faits de
manière à éviter que cet événement ne se répète?
05.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Op 25 juni hebben hevige
onweders veel schade veroorzaakt
in de provincie Henegouwen. Het
noodnummer 100 was echter een
twintigtal minuten onbereikbaar.
Technische defecten zijn nu
eenmaal onvermijdelijk, maar het
kan nuttig zijn om de oorzaken
ervan te onderzoeken.
Wat is er precies gebeurd? Welk
technisch probleem heeft dat
defect veroorzaakt? Werden er
maatregelen getroffen om dit in de
toekomst te voorkomen?
Le président: Comme nous n'avons pas réussi à joindre M. George, la parole est au ministre pour sa
réponse.
05.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, je donnerai
une réponse complète puisqu'il s'agit de tempêtes en province de
Hainaut, mais également à Liège, Huy et Waremme.
Un avis d'orage de niveau d'avertissement orange a bien été émis par
l'IRM pour le 2 juillet 2008 à 14.00 heures jusqu'au 3 juillet 2008 à
8.00 heures. Il concernait l'ensemble du pays. Une première vague
d'orages s'est déclenchée vers 16.45 heures, touchant plus
particulièrement l'est de la région liégeoise, notamment Beyne-
Heusay et Fléron. Aucun blessé n'a été déploré et les services
d'incendie et la police ont pu faire face avec leurs moyens propres.
Aucune phase communale n'a été déclenchée.
Vers 19.00 heures, une deuxième vague d'orages a touché l'ouest de
la province, en remontant du sud vers le nord, touchant
respectivement le Condroz et la Hesbaye. Compte tenu de l'évolution
de la situation, les autorités communales confrontées à des situations
d'urgence ont rapidement organisé à leur niveau la coordination des
divers services engagés pour évacuer une centaine de personnes.
Les autorités communales de Hamoir ont déclenché vers
19.50 heures une phase communale.
Après un état de la situation fait par les services de planification
05.02 Minister Patrick Dewael: Ik
zal een volledig antwoord geven,
omdat de onweders niet alleen in
de provincie Henegouwen, maar
ook in Luik, Hoei en Borgworm
lelijk hebben huisgehouden.
Het KMI had een onweers-
waarschuwing voor het hele land
verspreid, van 2 juli 2008 om 14
uur tot 3 juli 2008 om 8 uur. De
eerste onweders zijn losgebarsten
rond 16.45 uur. Vooral het oosten
van de regio Luik werd getroffen.
Er vielen geen gewonden en de
brandweer had geen versterking
nodig. Er werd geen gemeentelijke
fase afgekondigd.
Rond 19 uur bereikte een tweede
onweersgolf het westen van de
provincie. Rekening houdend met
de evolutie van de toestand
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
d'urgence du gouverneur de la province sur la base des informations
provenant des différents services, la phase provinciale a été
déclenchée par le gouverneur de la province à 20.23 heures.
Le comité de coordination provincial a examiné la problématique de la
potabilité de l'eau après qu'un état des lieux des inondations ait été
effectué. Les diverses sociétés distributrices ont été contactées afin
d'obtenir les renseignements souhaités. Le comité de coordination a
dépêché un officier de la protection civile afin de s'enquérir
directement de la situation. À 23.50 heures, cet officier précisait qu'il y
avait un risque de pollution du réseau de distribution d'eau potable de
la Compagnie Intercommunale Liégeoise des Eaux. Compte tenu de
ce risque et du fait que d'autres sociétés de distribution ont également
été concernées, les eaux de certaines communes ont été déclarées
non consommables, en application du principe de précaution.
Dès le lendemain des intempéries, le gouverneur de la province de
Liège a commencé à rassembler les informations nécessaires au
lancement d'une procédure de reconnaissance en tant que calamité
publique. Aussitôt en possession de celle-ci, l'IRM pourra effectuer
une analyse ciblée des données disponibles et définir, avec précision,
les zones touchées par un phénomène exceptionnel, au sens de la
circulaire du 20 septembre 2006 qui fixe les critères de
reconnaissance d'application.
Mes services procéderont alors à la rédaction d'un projet d'arrêté
royal à soumettre au Conseil des ministres, après signature par le Roi
et publication au Moniteur belge. Les sinistrés disposent d'un délai de
trois mois, à dater du mois qui suit celui de la publication pour
introduire une demande d'intervention financière auprès du
gouverneur de la province.
Les mesures requises de sauvetage et de protection de la population
ont été prises localement à l'intervention des services de secours,
essentiellement les services d'incendie et les services de police.
En ce qui concerne la question de M. Crucke concernant
l'inaccessibilité du service 100 de Mons, je peux vous dire que le
centre 100 de Mons est resté injoignable le 25 juin 2008 entre
05.04 heures et 05.14 heures. La raison de cette coupure est
imputable à un champ électromagnétique dû à la foudre tombée non
loin du centre 100 et qui a provoqué une instabilité globale des
équipements électroniques, ce qui a entraîné une perturbation des
lignes Belgacom.
Les services de police qui utilisent déjà la technologie ASTRID ont un
système de sécurité pour de telles situations. En cas de panne, la
province avoisinante peut toujours aider. Le 101 reste toujours
joignable.
Pour les services d'incendie, nous prévoyons également la transition
graduelle des centres 100 à la technologie ASTRID. Ainsi, à l'avenir
sera-t-il possible d'avoir un même système de sécurité. Il va sans dire
que le centre 100 doit alors disposer de la technologie ASTRID.
Voici une réponse complète qui satisfera aussi les questions qui n'ont
pas été posées en séance mais par écrit.
hebben de gemeentebesturen de
diensten gecoördineerd om een
honderdtal personen te evacueren.
Het gemeentebestuur van Hamoir
heeft omstreeks 19.15 uur de
gemeentelijke fase afgekondigd.
Nadat door de diensten van de
provinciegouverneur een stand
van zaken werd opgemaakt, werd
de provinciale fase om 20.23 uur
afgekondigd door de gouverneur.
Het provinciale coördinatiecomité
heeft het probleem betreffende de
drinkbaarheid van het water onder-
zocht, nadat de overstromingen in
kaart werden gebracht. Om 23.50
uur deelde de officier van de
civiele bescherming die door het
comité was afgevaardigd, mee dat
het risico bestond dat het netwerk
van de "Compagnie intercom-
munale liégeoise des eaux"
vervuild was. Op grond van het
voorzorgsprincipe werd het water
van een aantal gemeenten dan
ondrinkbaar verklaard.
Daags nadien is de provincie-
gouverneur begonnen met het
aanleggen van het aanvraag-
dossier voor de erkenning als
openbare ramp. Op grond daarvan
zal het KMI de beschikbare
gegevens kunnen analyseren en
de getroffen zones afbakenen, in
de zin van de omzendbrief van 20
september
2006,
die
de
erkenningscriteria vastlegt. Mijn
diensten zullen een ontwerp van
koninklijk besluit opstellen dat aan
de
ministerraad
zal
worden
voorgelegd. Na de publicatie
daarvan
beschikken
de
getroffenen over drie maanden om
een aanvraag tot schadeloos-
stelling in te dienen bij de
provinciegouverneur.
De hulpdiensten hebben de
vereiste reddings- en bescher-
mingsmaatregelen ten gunste van
de bevolking genomen.
Wat de onbereikbaarheid van de
dienst 100 betreft, was het 100-
centrum van Bergen op 25 juni
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
2008 onbereikbaar van 5.04 tot
5.14 uur. Een en ander was te
wijten aan een elektromagnetisch
veld veroorzaakt door de bliksem,
waardoor
de
elektronische
uitrusting onstabiel werd en de
lijnen van Belgacom gestoord
werden.
De politiediensten die reeds
gebruik maken van de ASTRID-
technologie beschikken over een
veiligheidssysteem voor dergelijke
situaties.
De
aangrenzende
provincie kan in voorkomend geval
hulp bieden en het 101-nummer
blijft steeds bereikbaar.
Wat de brandweerdiensten betreft,
voorzien wij in de geleidelijke
overgang van de 100-centra naar
de ASTRID-technologie.
05.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, j'ai reçu la
réponse à la question que j'ai posée.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Samengevoegde vragen van
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
gemeentelijke administratieve sancties" (nr. 6723)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de gemeentelijke administratieve sancties" (nr. 6937)
06 Questions jointes de
- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les sanctions administratives
communales" (n° 6723)<br>- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les sanctions
administratives communales" (n° 6937)</b>
De voorzitter: Mevrouw Sabien Lahaye-Battheu kan ik spijtig genoeg niet ontwaren. Mijnheer Logghe, u
zult het gewicht op uw eigen schouders moeten nemen.
06.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik zal mijn vraag dus alleen stellen.
De gerechtelijke molen draait in ons land blijkbaar vrij traag. Een
gevolg daarvan zijn de gemeentelijke administratieve sancties, die
zowat overal in het land in veel gemeenten en steden werden
ingevoerd. Ondertussen, zo verneem ik, worden die op heel wat
plaatsen toegepast. Ze moeten zorgen voor een snellere afhandeling
van de overtredingen en ze moeten er ook voor zorgen dat de
sancties sneller worden geïnd. Kortom, de zaak moet sneller worden
gesloten, zonder welkdanige gerechtelijke interventie dan ook.
Mijnheer de minister, daarover heb ik de volgende concrete vragen.
Hebt u al enig idee hoeveel gemeentelijke administratieve sancties er
06.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): La possibilité d'infliger
des
sanctions
administratives
communales
(SAC)
a
été
instaurée en raison de la lenteur
de l'administration de la justice.
Aujourd'hui, de nombreuses villes
et communes font usage de cette
possibilité,
ces
sanctions
permettant
d'accélérer
le
traitement des infractions légères.
Le ministre sait-il combien de
sanctions de ce type ont été
infligées à ce jour? Pourrait-il dire
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
ondertussen werden opgelegd? U mag mij dat antwoord ook
schriftelijk bezorgen. Kunt u mij een idee geven in welke gemeenten
en/of steden die GAS werden toegepast?
Als u mij nog geen cijfers kunt geven, kunt u mij dan laten weten
wanneer die cijfers verwacht mogen worden? Wanneer zou u mij dan
wel cijfers kunnen geven?
Kunt u mij een idee geven welke overtredingen over het algemeen
door de gemeentelijke administratieve sancties ­ ik zal niet meer die
afkorting uitspreken, want met mijn West-Vlaams leidt dat ertoe dat
het er anders uitkomt dan het er staat ­ worden gesanctioneerd? Kunt
u mij een procent geven?
Kunt u mij meedelen ­ ik stelde daarover ook een vraag aan de
minister van Justitie, van wie ik al een stuk van het antwoord heb
gekregen ­ hoe veel minderjarige daders betrokken waren in die
gemeentelijke administratieve sancties?
Tot slot, mijn vijfde vraag werd eigenlijk al beantwoord door de
minister van Justitie, maar ik wil ze graag toch nog eens stellen. Klopt
het, als men in de toepassing van de gemeentelijke administratieve
sancties wordt geconfronteerd met een minderjarige dader, dat dan
automatisch een advocaat pro Deo moet worden aangesteld, zoals
mij werd verteld? Dat leidde er natuurlijk toe dat de zaak toch wel
weer wordt uitgesteld. Zo komt men tot de contradictie dat de
gemeentelijke administratieve sanctie de zaak sneller moet doen
verlopen, terwijl de zaak met de advocaat pro Deo in een
vertragingsfase terechtkomt.
dans quelles villes et communes
ces sanctions sont infligées ou me
faire savoir, le cas échéant, quand
il sera en mesure de me fournir
ces données chiffrées? Quelles
infractions les SAC sanctionnent-
elles? Le ministre pourrait-il
préciser quel pourcentage du total
des infractions représente chaque
type de sanction? Sait-il combien
de mineurs d'âge ont déjà été
sanctionnés? Est-il exact que,
pour les auteurs mineurs d'âge, il
soit nécessaire de désigner un
avocat pro deo, ce qui va
évidemment à l'encontre de
l'objectif d'un traitement rapide?
Pourquoi en est-il ainsi?
06.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, de diensten
beschikken niet over de gevraagde actuele cijfergegevens. Het
behoort tot de lokale autonomie van de gemeenten om te beslissen of
zij al dan niet in het systeem van de gemeentelijke administratieve
sancties willen instappen en ook voor welke overtredingen zij dat
systeem wensen toe te passen. De gemeenten moeten daarvan geen
kennis geven aan de federale overheid.
Uit een wetenschappelijke studie, uitgevoerd begin 2006, bleek dat op
31 december 2006 al 40% van de Belgische gemeenten het systeem
van gemeentelijke administratieve sancties hadden geïmplementeerd.
We kunnen er dus van uitgaan dat, gezien vele gemeenten de
toepassing ervan toen in het vooruitzicht stelden in afwachting van
nieuw verkozen lokale besturen, dit aantal nog is gestegen. Ik zal mijn
diensten opdracht geven om deze evaluatie nogmaals te laten
uitvoeren, maar dan voor het jaar 2009.
Ik wens te benadrukken dat mijn administratie van bij het in werking
treden van deze bepaling via een rondzendbrief en infosessies de
nodige inhoudelijke begeleiding en ondersteuning heeft geboden aan
de gemeenten om een echt overlastbeleid met een heuse
reglementering te kunnen ontwikkelen. Het is echter aan de lokale
autonomie om een gemeentereglement hiervoor uit te werken en ook
goed te keuren in de gemeenteraad. We kunnen bij mogelijke
struikelblokken of toepassingsmoeilijkheden wel de verder nodige
ondersteuning en informatie geven.
Ik wens er ook nog op te wijzen dat voor procedureproblemen ook
06.02 Patrick Dewael, ministre:
Mes services ne disposent pas
des chiffres demandés étant
donné que les communes peuvent
décider elles-mêmes d'entrer dans
ce système et pour quelles
infractions elles y entrent. Une
étude scientifique a montré que,
fin 2006, 40% des communes
belges avaient déjà instauré ce
système. Selon toute vraisem-
blance, ce pourcentage a encore
augmenté.
Une
nouvelle
évaluation sera effectuée en 2009.
Dès le départ, mon administration
a assuré le suivi et l'appui
nécessaires mais la confection
d'un règlement communal en la
matière relève de l'autonomie
locale, même si en cas de
problème, nous continuerons à
fournir cet appui. Pour les
problèmes de procédure, un
fonctionnaire provincial désigné à
cette fin pourra également fournir
une aide comme c'est déjà le cas
en Flandre orientale et dans le
Brabant flamand. Lorsque l'auteur
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
vanuit de provincies de nodige ondersteuning kan worden geboden
via de aanstelling van de verantwoordelijke provincieambtenaar. In de
provincies Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant is deze aangesteld.
Ik kan ook nog aan collega Logghe bevestigen dat indien de
overtreder een minderjarige is, bijstand van een advocaat inderdaad
verplicht is. De wetgever heeft hiervoor geopteerd om de waarborgen
uit het jeugdbeschermingsrecht te laten gelden voor deze
minderjarige overtreders.
des faits est un mineur d'âge, il
doit en effet se faire assister
obligatoirement par un avocat.
06.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik sluit
af met een zeer korte repliek.
Ten eerste, ik vraag mij af hoe u een beleid kunt uittekenen als er
geen cijfers zijn. Ik durf toch aandringen op het opvragen bij steden
en gemeenten van cijfers over die gemeentelijke administratieve
sancties. Het is inderdaad bedoeld ­ ik zie dat in mijn eigen stad ­ om
die overlast heel snel en efficiënt te sanctioneren. Dat is de bedoeling
van iedereen die in dat systeem stapt. Ik denk dat het voor een
overheid toch wel nuttig is om te weten of dit lukt, of het in die richting
gaat. Zo niet, waar moet men bijsturen?
Ten tweede, ik denk dat het nuttig zou zijn om bij te sturen, ook op het
vlak van overtredingen die eigenlijk worden bedoeld met deze
gemeentelijke administratieve sancties. Als dit lukt, waarom zou dit
dan niet worden uitgebreid? Ik denk dat elke stad of gemeente eigen
overtredingen neemt om in dat gemeentelijk administratief
sanctiesysteem te steken. Het zou niet slecht zijn dat er vanuit de
overheid gestroomlijnd wordt opgetreden. Dat is wel mijn overtuiging.
Voor de rest dank ik u voor uw antwoord. Ik hoop toch dat er
cijfermateriaal wordt aangelegd, dat is mijn grootste zorg.
06.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Comment peut-on définir
une politique si on ne dispose pas
de données chiffrées? À mon avis,
le ministre devrait inviter les villes
et les communes à les lui
procurer. L'on pourrait alors
vérifier si l'objectif fixé est atteint
et, s'il l'est, envisager une
extension du système.
06.04 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, de
gemeentelijke autonomie heeft ook nog haar rechten. Het
subsidiariteitsprincipe impliceert nu eenmaal dat men niet verplicht is
overal hetzelfde te doen. Als we een kader creëren, is het de
gemeentelijke vrijheid en autonomie om uit te maken in welke mate
men daar op een offensieve manier al dan niet wil inspelen.
06.04 Patrick Dewael, ministre:
L'autonomie communale a ses
droits.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Question de M. Bruno Van Grootenbrulle au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le
Plan d'action intégré de police judiciaire en matière de stupéfiants" (n° 6736)</b>
07 Vraag van de heer Bruno Van Grootenbrulle aan de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "het geïntegreerd actieplan van de gerechtelijke politie inzake verdovende
middelen" (nr. 6736)
07.01 Bruno Van Grootenbrulle (PS): Monsieur le président,
monsieur le ministre, la Wallonie picarde est particulièrement touchée
par la problématique des mégadancings et la consommation de
produits stupéfiants en ses établissements. Avant la réforme des
polices, la gendarmerie dégageait par ailleurs un budget spécifique
pour la lutte contre ce phénomène.
Depuis 2001, une nouvelle répartition des tâches au niveau policier
s'est opérée. Les seules zones de police concernées par la présence
d'un établissement de ce type ne sont pas en mesure de faire face à
07.01 Bruno Van Grootenbrulle
(PS): Om het drugsgebruik in de
dancings te bestrijden, hebben de
politiezones en de federale politie
van het arrondissement Doornik
een
geïntegreerd
actieplan
opgezet. Dat project valt voor een
groot deel ten laste van de
gemeenten
en
zonder
de
solidariteit tussen de zones, zou
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
cette problématique. Ainsi, un "Plan d'action intégré de police
judiciaire en matière de stupéfiants" a été mis en oeuvre l'an dernier
par toutes les zones et la police fédérale de l'arrondissement judiciaire
de Tournai.
Si ce plan d'action a eu des résultats très positifs et encourageants,
on peut s'inquiéter de l'ampleur de la problématique lors de l'analyse
des chiffres. Au-delà, la mise en oeuvre de ce plan n'en demeure pas
moins en grande partie à charge des communes, lesquelles
connaissent pourtant certaines difficultés financières. Sans la
solidarité des zones non concernées par la présence d'un
mégadancing, ce projet ne pourrait être poursuivi.
Ainsi, on observe que le poids financier à charge des communes est
tel qu'elles doivent supporter la totalité des frais (heures de week-end
et heures supplémentaires), alors que l'autorité fédérale devrait
prendre en compte l'aspect frontalier pour insuffler plus de moyens et
que, si des résultats sont enregistrés, ils le sont grâce à l'effort
financier des petites zones. Cet effort, eu égard aux résultats et à la
problématique des stupéfiants, doit être maintenu.
En effet, la lutte contre le trafic ou la consommation de stupéfiants est
une priorité du plan national de sécurité tant pour le niveau local que
fédéral. En rapport à l'aspect judiciaire du plan intégré, l'augmentation
des moyens réclamés est justifiée. Il importe de prendre en
considération le fait que les communes concernées mettent
régulièrement des policiers sur le terrain le week-end et qu'un
problème de capacité au niveau du service local de recherche justifie
certains manquements par rapport aux engagements initiaux.
Monsieur le ministre, le pouvoir fédéral envisage-t-il de soutenir, en
termes de capacité, les efforts fournis par les entités locales? Si oui,
de quelle manière? Peut-on envisager un soutien fédéral quant aux
coûts et actions de la police administrative, notamment par l'allocation
d'une enveloppe budgétaire (heures supplémentaires et heures de
week-end) gérée, par exemple, via le niveau déconcentré de la police
fédérale à Tournai?
Dans le cas plus précis du Tournaisis, est-il envisageable, en sa
qualité de zone frontalière, que le fédéral puisse dégager des moyens
financiers et humains en adéquation avec la réalité plus particulière
de son environnement géographique et judiciaire?
het
niet
voortgezet
kunnen
worden. Gelet op de grens-
overschrijdende aard van de
problematiek, zou de federale
overheid meer middelen in dit plan
moeten pompen, temeer daar de
strijd tegen drugs een prioriteit is
van het nationaal veiligheidsplan.
Is de federale overheid van plan
om de inspanningen van de lokale
entiteiten te ondersteunen? Kan
ze een budget uittrekken om de
administratieve
politie
te
ondersteunen? Zal ze menselijke
en financiële middelen vrijmaken
die inspelen op de geografische en
gerechtelijke realiteit van de zone
die aan het Doornikse grenst?
07.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, tout d'abord je fais référence aux réponses que j'ai
formulées les dernières semaines aux questions du collègue Crucke.
07.02 Minister Patrick Dewael:
Allereerst verwijs ik naar mijn
recente antwoorden op vragen van
de heer Crucke.
07.03 Bruno Van Grootenbrulle (PS): M. Crucke pose des
questions sur tous les sujets!
07.04 Patrick Dewael, ministre: C'est son droit et c'est notre devoir
d'y répondre!
Le pouvoir fédéral, par le biais de la police fédérale, maintiendra son
engagement en 2008, non seulement en gérant le plan d'action
judiciaire intégré mais aussi en maintenant l'effort entrepris en 2007.
Ceci concernera tant l'organisation sur base régulière d'opérations
07.04 Minister Patrick Dewael:
De federale overheid zal haar
engagement in 2008 via de
federale politie handhaven. De
problematiek met betrekking tot
verdovende middelen wordt op
geïntegreerde wijze aangepakt
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
judiciaires que l'investissement en capacité ou encore la reprise des
dossiers mis à l'instruction.
On aborde cette problématique de manière intégrée en collaboration
avec la police locale et fédérale et le parquet local, via un plan
d'action coordonné par la police judiciaire fédérale de Tournai. Des
efforts sont prévus par le niveau fédéral, non seulement de la part de
la police judiciaire fédérale mais également du corps d'intervention de
la police routière fédérale et de la police fédérale des chemins de fer
de Mons.
Il est donc inexact d'affirmer que la totalité des frais est supportée par
le niveau local. La police fédérale a pris en charge la gestion du plan
d'action et une grande partie de son exécution. C'est bien la base du
fonctionnement intégré.
Le niveau fédéral doit appuyer le niveau local en fonction de
problèmes et de phénomènes locaux mais cela ne veut pas dire qu'on
doit prévoir en sus de la dotation fédérale prévue pour les zones de
police des moyens financiers supplémentaires en faveur des zones
de police. En tout cas, l'investissement de la police fédérale sera
maintenu en 2008.
door de lokale en federale politie
en door het lokaal parket. Zij
werken via een actieplan dat
gecoördineerd wordt door de
federale gerechtelijke politie van
Doornik. Ook het federale niveau
levert
inspanningen
via
het
interventiekorps van de weg- en
spoorwegpolitie van Bergen. De
steun vanuit de federale overheid
aan het lokale niveau mag
evenwel niet gelijkstaan met het
aan de politiezones toestoppen
van extra financiële middelen.
07.05 Bruno Van Grootenbrulle (PS): Monsieur le président, je
remercie le ministre pour l'attention qu'il a eu dans le cadre de ce
dosser et pour celle qu'il continuera à avoir, ainsi que pour le respect
de ses engagements.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van de heer Ludwig Vandenhove aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "gehoorproblemen bij het brandweerpersoneel" (nr. 6737)
08 Question de M. Ludwig Vandenhove au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
troubles de l'ouïe au sein du personnel des services d'incendie" (n° 6737)</b>
08.01 Ludwig Vandenhove (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, zoals u wellicht weet, klagen brandweermensen,
en ook de federaties, steeds meer over het feit dat men de sirenes
harder moet zetten om gehoord te worden, onder andere door
wagens die te luide muziek voortbrengen. Dat heeft eventuele
gehoorproblemen bij het brandweerpersoneel tot gevolg. Er gaan nu
stemmen op om eventueel zo ver te gaan dat de brandweer in staat
zou zijn om de radiofrequentie te storen van de auto's die te veel
geluid maken. U zult ongetwijfeld op de hoogte zijn van het probleem.
Hebt u op korte of halflange termijn plannen om daar al dan niet iets
aan te doen?
08.01 Ludwig Vandenhove
(sp.a+Vl.Pro): Les pompiers sont
de plus en plus souvent confrontés
à des problèmes d'audition, parce
que le niveau d'intensité des
sirènes doit être constamment
augmenté, pour que celles-ci
puissent être entendues malgré la
présence des installations audio
dans les véhicules automobiles.
Le ministre est-il au courant de ce
problème? A-t-il l'intention de
prendre une initiative en vue d'y
remédier? Que pense-t-il de la
proposition d'équiper les services
d'incendie et de secours d'un
système
leur
permettant
d'annoncer leur passage sur
l'autoradio?
08.02 Minister Patrick Dewael: Collega's, het feit dat 08.02 Patrick Dewael, ministre:
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
brandweerlieden of andere hulpverleners hun sirenes steeds luider
moeten zetten om gehoord te worden, is mij inderdaad bekend. Mijn
diensten hebben reeds in het verleden mogelijke oplossingen
bestudeerd. Binnenlandse Zaken werkt aan het project "Mute on
request", dat wil zeggen het tijdelijk onderbreken van een
radioprogramma door het uitzenden van een stiltesignaal op de RDS.
Gesprekken om de nodige knelpunten uit de weg te ruimen, werden
ook gevoerd met het BIPT. Er blijft echter nog een belangrijke
hindernis te nemen. Het BIPT bevestigt dat overleg wordt gevoerd of
moet worden gevoerd tussen de federale overheid en de drie
Gemeenschappen, door de hele zendvergunningsproblematiek. Elk
brandweervoertuig dat het systeem hanteert, is namelijk een
radiozender, die, volgens het decreet van de Gemeenschappen,
vergunningsplichtig is. Zodra het overleg tussen de betrokken partijen
een meer gevorderd stadium heeft bereikt, zal ik uiteraard niet nalaten
verdere stappen te nemen. Ik zal u daarvan ook op de hoogte
houden, collega Vandenhove,.
Mon
département
planche
actuellement sur le projet "Mute on
request" ou l'interruption tempo-
raire de programmes radio par
l'émission d'un signal de silence
sur le RDS. Une concertation à ce
propos avec l'IBPT a déjà eu lieu,
mais les trois Communautés
doivent encore être consultées en
raison des problèmes d'agrément
d'émission. Un véhicule des
services d'incendie équipé de ce
système constitue en effet un
émetteur radio et doit dès lors
obtenir un agrément. J'informerai
la commission de l'avancement de
cette concertation.
08.03 Ludwig Vandenhove (sp.a+Vl.Pro): Als ik het goed begrijp,
gaat het echt in de richting van het storen van de frequenties.
08.03 Ludwig Vandenhove
(sp.a+Vl.Pro): L'on réfléchit donc
dans le sens d'une perturbation de
fréquence. Voilà qui me réjouit.
08.04 Minister Patrick Dewael: Ja.
08.05 Ludwig Vandenhove (sp.a+Vl.Pro): Ik dank u voor uw
antwoord.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'obligation faite,
pour raisons budgétaires, à la Direction de la Police des Chemins de fer (SPC) de ne plus autoriser
son personnel à prester des heures supplémentaires et sur les conséquences pour la sécurité de nos
concitoyens" (n° 6739)</b>
09 Vraag van de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de om budgettaire redenen aan de directie van de spoorwegpolitie (SPC) opgelegde verplichting
om haar personeel niet langer toe te staan overuren te maken en over de gevolgen voor de veiligheid
van onze burgers" (nr. 6739)
09.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, à plusieurs reprises, vous avez été interpellé sous la
précédente législature sur l'insuffisance des effectifs déployés par la
police fédérale dans les gares et métro bruxellois. Si j'en crois mes
informations, ces carences, vivement dénoncées à cette même
tribune lors du drame d'il y a deux ans à la gare Centrale, vont encore
s'aggraver.
Après son refus, notifié au 1
er
avril 2008, de payer 400 heures
supplémentaires au personnel policier occupé dans les gares et
métro bruxellois, la Direction générale de la Police administrative
(DGA) vient d'interdire purement et simplement par note officielle à la
Direction de la Police des Chemins de fer (SPC) d'autoriser encore ce
personnel à prester des heures supplémentaires dans le réseau des
69 stations du métro bruxellois, la gare Centrale, la gare du Nord, la
gare du Midi et toutes les gares de la ligne Ostende-Bruxelles, jusqu'à
Gand et Louvain, non compris.
09.01 Josy Arens (cdH): Nadat
de Algemene directie van de
bestuurlijke
politie
(DGA)
geweigerd had 400 overuren uit te
betalen aan het politiepersoneel
dat opereert in de Brusselse trein-
en metrostations, heeft ze nu ook
de directie van de spoorwegpolitie
verboden om die personeelsleden
nog toe te staan overuren te
maken.
Die
beslissing
zou
genomen
zijn
om
zuiver
budgettaire redenen. Kort geleden
oordeelde u anders nog dat er te
weinig
politieagenten
in
de
Brusselse trein- en metrostations
patrouilleren.
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
La raison de cette aberrante décision serait purement budgétaire. En
effet, selon les chiffres en ma possession, les policiers occupés dans
les gares et métro bruxellois auraient déjà presté trop d'heures
supplémentaires, 4.086 heures pour être exact, durant le premier
trimestre 2008.
Monsieur le ministre, je me permets de vous rappeler que les effectifs
déployés par la police fédérale pour la surveillance de la sécurité des
usagers des gares et métro bruxellois ne sont que de sept équipes de
deux hommes ou femmes et que dans les faits, les patrouilles
disponibles sont bien en deçà de ce chiffre. Or, vous estimiez à cette
tribune, il y a peu, que ce nombre de sept équipes était vraiment un
minimum et devait être revu à la hausse.
L'obligation faite par la Direction générale de la Police administrative à
la Direction de la Police des Chemins de fer de ne plus autoriser le
personnel occupé dans les gares et métro bruxellois à prester des
heures supplémentaires pour des raisons budgétaires ne se fera-t-
elle pas, in fine, au détriment de la sécurité des usagers?
Cette obligation ne va-t-elle pas à contre-courant de la politique du
gouvernement et de votre politique personnelle qui est d'avoir plus de
bleu dans les rues et, a fortiori, dans les gares et métro de la
capitale?
Comptez-vous prendre des mesures pour pallier le manque récurrent
d'effectifs déployés par la police fédérale dans les gares et métro
bruxellois?
Staat de beslissing van de DGA
niet haaks op de wil van de
regering om te zorgen voor meer
blauw op straat? Komt de
veiligheid van de gebruikers
daardoor niet in het gedrang? Zal
u maatregelen treffen om het
tekort aan federale politieagenten
in
de
Brusselse
trein-
en
metrostations op te vangen?
09.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, il n'est pas correct de dire que la police fédérale vient
d'interdire la prestation d'heures supplémentaires. Mais il est vrai que
la règle générale en vigueur au sein de la police intégrée est d'éviter
la prestation d'heures supplémentaires.
Dans cette optique, une note de la DGA invite le cadre officiers à
montrer l'exemple et demande aux membres du cadre moyen et du
cadre de base de ne pas prolonger leur service sans raison valable.
Il n'empêche que la prestation d'heures supplémentaires est toujours
autorisée en cas de nécessité et que toutes les heures
supplémentaires prestées par le personnel de la Police des Chemins
de fer sont payées.
L'opérationnalité de l'unité est garantie en tout temps comme, par
exemple, en cas d'alerte terroriste ou en cas d'émeute, comme ce fut
le cas à Anderlecht récemment. Le personnel a toujours été
disponible en nombre suffisant.
Pour ce qui est des 4.086 heures supplémentaires évoquées dans la
question, je signale que ce chiffre correspond aux heures
supplémentaires prestées par des officiers de la DGA et non par des
membres de la SPC Bruxelles.
À la Police fédérale des Chemins de fer comme dans tous les corps
de police du royaume, le plan de "CALogisation" se poursuit et de plus
en plus de tâches administratives sont reprises par du personnel civil,
09.02 Minister Patrick Dewael:
De DGA heeft de overuren niet
verboden, maar de agenten
gevraagd om hun dienst niet
zonder geldige reden te verlengen.
De overuren die de spoorweg-
politie heeft gemaakt, werden altijd
betaald. De operationaliteit van de
eenheid is verzekerd en er is
steeds
voldoende
personeel
geweest. Net als bij alle politie-
diensten worden administratieve
taken aan het burgerpersoneel
overgelaten,
zodat
het
politiepersoneel beschikbaar is
voor operationele taken.
Er is geen sprake van een
verminderde inspanning voor de
veiligheid van spoorweg- en
metrostations. De spoorwegpolitie
van
Brussel
werd
trouwens
versterkt
met
gedetacheerd
personeel
en
er
werden
bijkomende
middelen
voor
vijfendertig voltijdse equivalente
betrekkingen toegekend.
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
libérant ainsi le personnel policier pour les tâches opérationnelles.
Il n'est aucunement question de diminuer les efforts fournis pour
garantir la sécurité des gares et des stations de métro. La Police des
Chemins de fer de Bruxelles a d'ailleurs été renforcée par du
personnel détaché, ce qui permet de fonctionner en assurant toutes
les missions. Le gouvernement m'a d'ailleurs accordé, lors du budget
2007, des moyens supplémentaires pour renforcer la Police des
Chemins de fer de 35 équivalents temps plein.
Des mesures supplémentaires ont également été prises pour
renforcer la présence policière dans les gares. Je pense notamment
aux patrouilles du corps d'intervention et de réserve générale de la
police fédérale.
09.03 Josy Arens (cdH): Monsieur le ministre, d'abord, j'ai été
surpris d'apprendre qu'il n'y avait pas de refus de payer les
400 heures supplémentaires aux personnes occupées dans les gares
et métro de Bruxelles.
Deuxièmement, sur la question d'heures supplémentaires, je fais
partie de ceux qui s'y opposent, simplement du fait que cela révèle un
manque d'effectifs à certains endroits et que, inévitablement, il
conviendrait d'accroître le nombre de personnes sur le terrain.
Je suivrai donc de près ce dossier parce que votre réponse me
surprend un peu par rapport aux informations que j'ai obtenues.
09.03 Josy Arens (cdH): Het
verwondert mij dat u de informatie
die ik gekregen heb niet bevestigt.
Ik zal dat dossier in ieder geval
van nabij blijven volgen.
Ik verzet mij tegen de kwestie van
de overuren, want zij wijzen op
een gebrek aan personeelsleden.
09.04 Patrick Dewael, ministre: Comme vous le savez, le nombre de
recrutements en 2008 a été augmenté pour atteindre 1.350. Et il ne
s'agit que de ceux formés par la police fédérale.
09.04 Minister Patrick Dewael:
Zoals u weet, werd het aantal
aanwervingen bij de federale
politie in 2008 op 1.350 gebracht.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de met een camera uitgeruste migratiecontrolehond bij de scheepvaartpolitie" (nr. 6745)
10 Question de Mme Leen Dierick au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le chien de
contrôle de la migration équipé d'une caméra utilisé par la police de la navigation" (n° 6745)</b>
10.01 Leen Dierick (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, bij de scheepvaartpolitie van Zeebrugge werkt momenteel
de enige migratiecontrolehond in Europa die uitgerust is met een
camera. Het voordeel van deze hond is dat hij kan kruipen op plekken
waar politiemensen net niet geraken. Vaak blijkt dat er in een
schijnbaar lege container toch illegalen aan boord zijn. Door de
beelden van de camera, die op de kop van de hond is bevestigd,
kunnen de agenten de illegalen zien.
Vanuit de haven van Zeebrugge vertrekken elke dag ongeveer dertig
vrachtschepen naar Engeland. Zij worden zoveel mogelijk
gecontroleerd op illegalen, die de oversteek willen maken. Enerzijds
gebeurt dat met scanners, anderzijds met migratiecontrolehonden. De
honden controleren zo'n honderd containers in een half uur. Een
scanner werkt uiteraard niet zo snel; die doet er slechts veertig op een
hele dag. Omdat de hond met de camera dit werk uiteraard niet alleen
aankan, wordt hij ook bijgestaan door andere honden, maar hij is wel
10.01 Leen Dierick (CD&V - N-
VA): La police maritime de
Zeebrugge utilise actuellement le
seul chien spécialisé dans les
contrôles d'immigration et qui est
équipé d'une caméra. Ce chien est
plus rapide qu'un scanographe
puisqu'il
peut
contrôler
une
centaine de conteneurs en une
demi-heure pour détecter la
présence éventuelle d'illégaux,
Combien de chiens seront dressés
pour ce type de travail? Quelle est
l'incidence budgétaire de telles
formations spécifiques et quel est
le coût des caméras? L'initiative
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
de enige met een camera.
Momenteel is er een internationale vraag naar dergelijke camera's.
Graag verneem ik dan ook van de minister hoeveel honden er
momenteel worden opgeleid voor dit soort opzoekingswerk. Wat is de
budgettaire impact van een dergelijke specifieke opleiding? Wat is de
budgettaire impact van het invoeren van dergelijke camera's? Plant u,
mijnheer de minister, een uitbreiding van dit initiatief?
sera-t-elle étendue?
10.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, eerst
en vooral wil ik een aantal inleidende bemerkingen geven.
Aan onze maritieme buitengrens, in dit verband richting het Verenigd
Koninkrijk, worden ­ zoals u weet ­ de controles geïntegreerd
aangepakt. Dat betekent dat de private terminaloperators, de politie
en de Britse immigratiediensten elk met hun technische middelen een
inspanning of bijdrage leveren. Voor de scheepvaartpolitie behelst dat
voornamelijk de volgende middelen die elk voor- en nadelen hebben.
Ten eerste maken CO
2
-meters het speuren in een oplegger naar de
uitademing van mensen mogelijk. De scheepvaartpolitie beschikt
eveneens over een mobiele X-rayscanner, het enige toestel dat een
maximaal zicht en de beste zekerheid geeft over de inhoud van
hetgeen er wordt gescand. In de praktijk worden de vrachten bijna
steeds een na een tot bij de scanner gereden, tot twaalf
gecontroleerde voertuigen per uur. Illegale reizigers komen er gewoon
niet voorbij. Ook voor het zoeken naar gestolen voertuigen in
dichtgelaste containers werkt dat middel volgens mij zeer goed.
Ten derde, momenteel kunnen we ook twee migratiecontrolehonden
inzetten. Een hond controleert tot maximum 100 trailers in een half
uur. Honden zijn bijzonder performant in die zin dat ze bijna overal
inzetbaar zijn. Ze zijn zeer betrouwbaar en verstoren de
verkeersstroom in de haven nauwelijks. Daartegenover staat dat de
controle van afgesloten metalen containers met honden quasi
onmogelijk is. De honden detecteren alleen de aanwezigheid van
mensen. Voor de goede concentratie moeten er dus frequente
rustpauzes worden ingelast.
Ik kom dan bij de vragen die u hebt gesteld. Een van de twee
migratiecontrolehonden bij de scheepvaartpolitie is opgeleid om te
werken met een camera. Het betreft een experiment dat momenteel
nog lopend is en er worden voorlopig geen andere honden bij
betrokken. Een opleiding camera werd door de geleider ingepast in de
normale training van een reeds afgerichte migratiecontrolehond. Er is
geen budgettaire meerkost. De kostprijs van de camera zelf bedraagt
zowat 3.600 euro. Bij de federale politie loopt op dit ogenblik de
selectie van twee bijkomende migratiecontrolehonden. Wat de
camera's betreft, wachten we de resultaten af van dit project dat ik
toch wel erg belovend vind.
10.02 Patrick Dewael, ministre:
À la frontière maritime de notre
pays avec le Royaume-Uni, les
contrôles
font
l'objet
d'une
approche intégrée, c'est-à-dire
d'une
coopération
entre
les
opérateurs privés du terminal, la
police et les services britanniques
de l'immigration.
La
police
maritime
dispose
d'appareils
de
mesure
qui
détectent
la
respiration
de
personnes,
d'un
scanographe
mobile à rayons X qui permet de
détecter les clandestins et qui
fonctionne très bien aussi pour la
détection de véhicules volés dans
des conteneurs scellés et, enfin,
de deux chiens pour le contrôle de
l'immigration. Ces chiens peuvent
être utilisés pour ainsi dire partout,
sont rapides et fiables et ne
perturbent guère le flux de
circulation. Par contre, ils ne
peuvent
pas
contrôler
des
conteneurs métalliques fermés, ils
détectent uniquement la présence
de personnes et il leur faut
régulièrement des moments de
repos
pour
conserver
leur
concentration.
L'un des deux chiens est formé
pour travailler avec une caméra. Il
s'agit d'une expérience qui ne
concerne aucun autre chien pour
l'instant. La formation spécifique
aux contrôles avec caméra a été
intégrée sans coût budgétaire
complémentaire au programme
d'entraînement normal du chien
qui a déjà été dressé pour les
contrôles d'immigration. Le coût
de la caméra est de 3.600 euros.
La sélection de deux chiens
supplémentaires
pour
les
contrôles d'immigration est en
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
cours. Concernant les caméras,
nous attendons les résultats de ce
projet prometteur.
10.03 Leen Dierick (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, dank u
voor uw zeer uitgebreid antwoord. Ik ben verheugd dat u dit ook een
waardevol project vindt en ik hoop dat er bijkomende mogelijkheden
worden gecreëerd om dit meer te gebruiken.
10.03 Leen Dierick (CD&V - N-
VA): Je me félicite de l'intérêt que
le ministre manifeste pour cette
piste de réflexion intéressante.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Question de Mme Juliette Boulet au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la mise en
place d'une police privée par la Ville de Thuin lors de festivités" (n° 6757)</b>
11 Vraag van mevrouw Juliette Boulet aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het inzetten van een privépolitiedienst door de stad Thuin tijdens festiviteiten" (nr. 6757)
11.01 Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, ma
question concerne la mise en place par la ville de Thuin d'une police
privée, lors des festivités bien connues de la Saint-Roch. Chaque
garde de sécurité engagé accompagnait un policier. La commune a
dépensé 5.000 euros pour ces gardes privés. La police s'est ainsi
concentrée sur les interpellations et les auditions tandis que le reste
du travail était pris en charge par cette police privée.
Monsieur le ministre, quelle est votre opinion quant au fait qu'une
commune doive renforcer sa police pour des événements comme
celui de la Saint-Roch? Cela provient-il d'une nécessité de la ville de
Thuin? S'agit-il d'une pratique courante? D'autres communes de la
province du Hainaut ont-elles souvent recours à ce genre de
services? La ville de Mons, par exemple, fait-elle aussi appel à ces
services pour les festivités du Doudou qui durent quasiment une
semaine?
Des outils sont-ils mis en place pour évaluer les besoins réels des
communes lors des festivités locales? Existe-t-il des plans de mobilité
de policiers, afin d'éviter ce genre de recours? Ces gardes privés
sont-ils soumis au ministère des Affaires intérieures? Dans le cas
contraire, quel genre de contrôle peut-on effectuer sur ce service de
gardes privés?
Enfin, sachez que cette police privée avait également disposé des
calicots publicitaires à de nombreux endroits sur le parcours des
festivités. N'y avait-il dès lors pas une certaine confusion d'intérêts?
11.01 Juliette Boulet (Ecolo-
Groen!): Op het Sint-Rochusfeest
in
Thuin
begeleidde
elke
veiligheidsbewaker die voor de
gelegenheid aangeworven was,
een politieagent. Is het inzetten
van privé-agenten echt nodig?
Maken andere gemeenten van de
provincie Henegouwen gebruik
van dergeljke diensten? Doet de
stad Bergen ook een beroep op
die
diensten
voor
de
Doudoufestiviteiten. Maakt men
gebruik van bepaalde tools om de
reële
behoeften
van
de
gemeenten tijdens de lokale
festiviteiten
in
te
schatten?
Bestaan
er
plannen
inzake
mobiliteit van de politiemensen om
dergelijke situaties te voorkomen?
Welke controle kan worden
uitgeoefend
op
die
privé-
bewakers? Ten slotte, die privé-
politie had op veel plaatsen van
het feesttraject spandoeken met
reclame aangebracht, kan hier niet
van
een
zekere
belangen-
vermenging worden gewaagd?
11.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, les fêtes de la Saint-Roch ont eu lieu à Thuin les 17 et
18 mai 2008. Le bourgmestre de Thuin comme la police locale sont
entrés en contact avec mon administration préalablement à cet
événement, dans le but d'utiliser les agents de gardiennage de la
manière la plus correcte possible. Cet événement est organisé par un
comité privé notamment subsidié par la ville de Thuin. C'est ce comité
qui a signé le contrat avec l'entreprise de gardiennage et non la ville
de Thuin.
Comme il s'agissait d'une instance privée, ma permission spéciale
pour le recours aux agents de gardiennage n'était pas nécessaire.
11.02 Minister Patrick Dewael:
De burgemeester van Thuin en de
lokale politie hebben contact
opgenomen met mijn administratie
om de bewakingsagenten die in
dienst waren genomen door het
privécomité dat belast was met de
organisatie
van
het
Sint-
Rochusfeest, zo correct mogelijk
in te zetten. Mijn bijzondere
toelating was niet nodig. Het
comité wilde die agenten inzetten
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
Dans ce cas, il revient aux organisateurs et au bourgmestre qui doit
autoriser un tel événement de juger de l'opportunité de recourir à des
agents de gardiennage. Le recours à ces agents par le comité
répondait à deux objectifs: la surveillance des biens mobiliers ou
immobiliers, entre autres la surveillance des parkings, et aussi
l'accompagnement de groupes de personnes en vue d'assurer la
sécurité routière, entre autres l'accompagnement du cortège.
Ces deux activités respectent totalement la loi réglant la sécurité
privée particulière. Selon les informations de la police locale, aucun
agent de gardiennage n'a été chargé d'effectuer des missions de
surveillance et de contrôle de personnes sur la voie publique lors de
cet événement, ces tâches étant réservées à la police. Bien sûr, ceci
doit se dérouler dans le respect du cadre légal qui garantit que les
agents de gardiennage n'effectuent pas des tâches relevant des
services de police. Le contrôle des activités des entreprises de
gardiennage est effectué par les services de police et par une cellule
de contrôle spécialisée faisant partie de mon administration. Vu la
concertation préalable, cette dernière n'a pas contrôlé le gardiennage
de cet événement.
Le sponsoring de l'événement par des entreprises de gardiennage et
la publicité qui en découle ne sont pas réglés par la loi.
Enfin, je vous transmets un aperçu des instances publiques de la
province du Hainaut qui ont fait appel à des entreprises de
gardiennage dans le courant 2008. La ville de Mons n'a pas fait appel
à une entreprise de gardiennage pour le Doudou.
voor
twee
opdrachten:
het
bewaken van de roerende en
onroerende goederen, en de
begeleiding van groepen van
personen
teneinde
de
verkeersveiligheid te verzekeren.
Die twee activiteiten zijn volledig
conform de wet tot regeling van de
private en bijzondere veiligheid.
Volgens de informatie van de
lokale politie kreeg geen enkele
bewakingsagent de opdracht om
tijdens dat evenement personen
op de openbare weg te controleren
en te surveilleren. Het toezicht op
de activiteiten van de bewakings-
ondernemingen gebeurt door de
politiediensten en een gespeciali-
seerde controlecel die tot mijn
administratie behoort. Gelet op het
voorafgaand overleg heeft die cel
de bewakingsopdrachten tijdens
dat evenement niet gecontroleerd.
De sponsoring van het evenement
door bewakingsfirma's en de
bijbehorende reclame zijn niet
wettelijk geregeld.
Ik overhandig u een overzicht van
de overheidsdiensten van de
provincie Henegouwen die in 2008
een beroep hebben gedaan op
bewakingsondernemingen.
Het
feest van de Doudou komt daar
niet op voor.
11.03 Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour vos précisions.
Un élément m'avait cependant interpellée: en fait, personne ne s'est
plaint, même pas le personnel de la police, mais le côté étrange était
que chaque membre de la police privée accompagnait un membre de
la police locale, comme s'ils travaillaient par paire durant les festivités.
Les gens aussi se demandaient s'il fallait une forme de contrôle sur la
police locale ou dans ce sens.
Si vous détaillez le fait qu'elle était engagée pour la surveillance de
biens mobiliers, notamment les parkings, pour l'accompagnement et
pour réglementer la mobilité, ce fonctionnement par paire me semble
bizarre.
11.03 Juliette Boulet (Ecolo-
Groen!): Niemand heeft geklaagd.
Het viel wel op dat elk lid van de
privépolitiedienst een agent van de
lokale politie vergezelde, alsof ze
per twee werkten.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Interpellatie van de heer Koen Bultinck tot de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de brandweerhervorming in West-Vlaanderen" (nr. 69)
12 Interpellation de M. Koen Bultinck au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la réforme
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
des services d'incendie en Flandre occidentale" (n° 69)
12.01 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ongetwijfeld zult u nog weten dat in de vorige
legislatuur de brandweerhervorming en ook de hervorming van de
civiele bescherming hier in het Parlement gepasseerd is en dat we nu
in een fase zitten waarbij een aantal zaken concreet moet worden
ingevuld.
Vandaag ben ik even ten volle woordvoerder van mijn eigen provincie.
Af en toe moet dat kunnen. Hopelijk zult u mij dat niet kwalijk nemen.
Op maandag 23 juni hebt u een onderhoud gehad in de ambtswoning
van de West-Vlaamse gouverneur met een aantal burgemeesters
enerzijds en een aantal brandweercommandanten anderzijds. Dit zal
een vrij korte interpellatie zijn, waarmee ook ik de bedoeling heb om
een deel van de onrust in West-Vlaanderen te kunnen wegnemen. Na
die vergadering bleek immers de onrust veel groter dan voor de
vergadering. Daarmee bedoel ik het volgende.
Er circuleren een aantal simulaties. Een ervan luidt dat de
brandweerhervorming ervoor zou zorgen dat er uiteindelijk
overgegaan wordt tot een schaalvergroting waarbij er in West-
Vlaanderen maar vier brandweerzones zouden overblijven: Brugge-
Oostende, Veurne-Ieper, Roeselare en Kortrijk. Daarnaast circuleren
er een aantal geruchten als zou er een brief circuleren onder een
aantal brandweerlieden waarin er sprake zou zijn van het eventueel
overhouden van zeven brandweerzones in West-Vlaanderen. Ook op
dat vlak zou het dus goed zijn dat wij vandaag duidelijkheid krijgen.
In dezelfde simulaties blijkt zeer duidelijk dat er wordt gevreesd voor
de sluiting van aardig wat kazernes. In West-Vlaanderen zou het gaan
over een mogelijke sluiting van dertig van de tachtig
brandweerkazernes. In mijn eigen regio Veurne-Ieper bijvoorbeeld,
zouden er slechts zeven van de vijfendertig kazernes overblijven. De
vrees circuleert van het terugbrengen van het aantal vrijwilligers van
tweeduizendachthonderd naar achttienhonderd.
In slotsom zien we het verzet van de burgemeesters die, net als bij de
politiehervorming, vrezen dat de hervorming van brandweer en civiele
bescherming voor het lokale niveau terug een enorm prijskaartje zou
krijgen, met andere woorden, dat heel de hervorming voor de lokale
besturen duur zou uitvallen.
Voor zover wij nu de chronologie kunnen volgen, behoort het tot de
intenties van de regering om met een definitief voorstel via de
nationale commissie naar de Ministerraad van september te komen.
Mijnheer de minister, ik hoop een aantal concrete antwoorden op mijn
concrete vragen te krijgen.
Ten eerste, het zou goed zijn, mocht u wat duidelijkheid geven aan
het Parlement over het resultaat van die vergadering met de West-
Vlaamse provinciegouverneur, de brandweercommandanten en een
aantal lokale burgemeesters. Dat kan misschien al een deel van de
onrust op het terrein wegnemen.
Ten tweede, een zeer duidelijke vraag. Kloppen de geruchten dat
12.01 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): La réforme des services
d'incendie et de la protection civile
a été approuvée sous la précé-
dente législature. Il reste à présent
à traduire concrètement certains
points. Le 23 juin 2008, le ministre
s'est entretenu avec des bourg-
mestres et des commandants de
services d'incendie de Flandre
occidentale.
Cette réunion a eu pour effet de
renforcer encore l'inquiétude en
Flandre
occidentale
et
mon
interpellation vise à dissiper en
partie cette inquiétude. Selon
certaines simulations, la réforme
des services d'incendie conduirait
à un accroissement d'échelle,
avec la constitution de quatre
zones de services d'incendie. Il
semble aussi que circule un
courrier faisant état de la possible
création de sept zones. Trente des
quatre-vingts casernes d'incendie
seraient fermées. Sur les 35
casernes de la région de Furnes-
Ypres, il n'en resterait que 3. Le
nombre de volontaires passerait
de 2.800 à 1.800. On craint que la
réforme des services d'incendie et
de la protection civile, comme
celle de la police, aura de lourdes
conséquences pour les pouvoirs
locaux.
Le ministre pourrait-il préciser les
résultats de la réunion? Qu'en est-
il des simulations et des rumeurs
que je viens d'évoquer? Les
bourgmestres pourront-ils encore
affiner
les
simulations
qui
circulent? Est-il toujours prévu de
saisir le Conseil des ministres
d'une proposition définitive de la
commission
nationale en
septembre?
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
slechts vier brandweerzones zouden overblijven? Daarnaast zijn er
een aantal geruchten over de mogelijkheid van zeven
brandweerzones in West-Vlaanderen. Het gaat om simulaties.
Kloppen de geruchten dat in West-Vlaanderen dertig van de tachtig
brandweerkazernes zouden moeten sluiten?
Idem dito in verband met de vrijwilligers. Is het inderdaad de
bedoeling om het aantal vrijwilligers zeer drastisch af te bouwen? In
West-Vlaanderen spreekt men over het afbouwen van 2.800 naar
1.800. De cruciale vraag handelt over de subsidiariteit van het
overleg. Mijnheer de minister, bestaat er voor de burgemeesters de
mogelijkheid om de simulaties die circuleren te verfijnen? Is het de
bedoeling dat men met een definitief voorstel van de nationale
commissie naar de Ministerraad zou trekken in september?
Tot daar, mijnheer de voorzitter, een aantal zeer concrete vragen, het
is de bedoeling van mijn interpellatie om veel onrust in West-
Vlaanderen weg te kunnen nemen.
12.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, in
het raam van de brandweerhervorming heb ik een aantal maanden
geleden aan alle gouverneurs van ons land gevraagd om hun
burgemeesters samen te brengen in een provinciaal raadgevend
comité met als doel een advies uit te brengen betreffende het aantal
zones dat in hun provincie zou worden gevormd. Het advies dat het
provinciaal comité in West-Vlaanderen uitbracht, betrof inderdaad vier
zones. Dit advies wordt overgezonden aan een nationaal raadgevend
comité dat mij een voorstel betreffende de zonevorming zal bezorgen.
Daarna kan ik de regering vatten met een voorstel van koninklijk
besluit. Dat is de procedure.
Ik heb het initiatief genomen om persoonlijk alle provincies te
bezoeken
om
een
aantal
burgemeesters
en
brandweercommandanten te ontmoeten, hun vragen en opmerkingen
te beluisteren en een korte toelichting te geven omtrent het financiële
aspect van de hervorming. De ontmoeting waaraan u refereert in uw
provincie vond effectief plaats op 23 juni jongstleden. Net zoals in de
overige provincies werd in West-Vlaanderen een presentatie gegeven
die een eerste idee geeft over de kosten van de hervorming voor de
provincie, specifiek voor de dekkingsgraad. Dat is het percentage van
de bevolking dat bij brand kan worden bereikt binnen de termijn die
door de commissie-Paulus werd vooropgesteld, 12 à 15 minuten.
In de eerste plaats werd daarbij een beeld geschetst van de huidige
situatie in de zones zoals deze werden vastgesteld in het advies van
het provinciaal raadgevend comité. Het ging om een tabel met de
bestaande posten, het aanwezige materiaal, het personeel,
enzovoort. Ook de financiële gegevens werden daarin opgenomen ­
de werkingskosten en de afschrijvingskosten. Voorts werden drie
simulaties naar voren gebracht: een dekking van 85% met een
aanrijtijd van 8 minuten, een dekking van 85% met een aanrijtijd
tussen de 8 en 12 minuten en ten slotte ook een dekking van 75%
met een aanrijtijd tussen 8 en 12 minuten.
Voor elke provincie werden dezelfde simulaties gemaakt om een
objectieve vergelijking tussen de verschillende provincies mogelijk te
maken. Een simulatie heeft als doel aan te geven hoeveel kosten,
12.02 Patrick Dewael, ministre:
Dans le cadre de la réforme des
services d'incendie, j'ai demandé,
il y a quelques mois, à tous les
gouverneurs de réunir leurs bourg-
mestres en comité consultatif
provincial, pour qu'ils formulent un
avis sur le nombre de zones qui
seraient constituées dans leur
province. Le comité provincial de
Flandre occidentale a effective-
ment suggéré de créer quatre
zones. Cet avis sera transmis à un
comité consultatif national qui me
fera une proposition sur la création
des zones. Je pourrai ensuite
soumettre une proposition d'arrêté
royal au gouvernement.
J'ai pris l'initiative de me rendre
personnellement dans toutes les
provinces pour y rencontrer des
bourgmestres et des comman-
dants de services d'incendie et
commenter brièvement l'aspect
financier de la réforme.
Lors d'une présentation que j'ai
faite le 23 juin 2008 en Flandre
occidentale, comme dans les
autres provinces, j'ai avancé une
première évaluation des coûts de
la réforme dans la province, plus
spécifiquement en ce qui concerne
le degré de couverture. J'ai
d'abord esquissé la situation
actuelle dans les zones à la
lumière de l'avis du comité
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
personeel en welk materieel noodzakelijk is om in de provincie de
basisbrandweerzorg te kunnen garanderen, rekening houdend met
het resultaat van de risicoanalyse die werd opgemaakt.
Voor West-Vlaanderen bleek dat deze basisbrandweerzorg
gegarandeerd zou kunnen worden met minder kazernes en minder
materieel dan momenteel aanwezig. Ik moet u zeggen dat in andere
provincies de vrees leefde dat men bijkomend zou moeten investeren
om te kunnen beantwoorden aan de norm. Daar was het dus eerder
een omgekeerde vaststelling die kon worden gedaan. Dat betekent
natuurlijk niet ­ en dat heb ik ook op de vergadering gezegd ­ dat er
kazernes moeten verdwijnen of dat er vrijwilligers moeten worden
afgedankt. Er werd immers alleen rekening gehouden ­ dat is op de
vergadering ook duidelijk gezegd ­ met het verschaffen van de
basisbrandweerzorg. Het gaat dus niet om de bestaande specifieke
risico's en ook andere opdrachten zoals preventie en proactie werden
niet in rekening gebracht. Ook dit zijn zaken die voorzien zijn in de
wet.
Volledigheidshalve moet ik vermelden dat in andere provincies om het
vooropgestelde niveau van basisbrandweerzorg te kunnen realiseren
bijkomende investeringen in personeel en materieel noodzakelijk
waren. Dat betekent dus dat de gemeenten in de provincie West-
Vlaanderen erg goed geïnvesteerd hebben in civiele veiligheid en dat
de meerkost van de hervorming daar dus in eerste instantie beperkt
zal blijven. Ondanks de heel constructieve, serene sfeer die er in al
deze vergaderingen bestond heeft er in West-Vlaanderen één
burgemeester ­ die trouwens niet de hele vergadering heeft
bijgewoond ­ gemeend de pers te moeten contacteren met een
interpretatie van mijn nota die totaal onjuist is. Ik betreur dat omdat
een goede samenwerking met de lokale besturen een conditio sine
qua non is om tot een goede hervorming te komen. Er was dus één
valse noot, jammer genoeg in West-Vlaanderen. Die valse noot betrof
echter slechts één burgemeester. Ik ga dus zeker geen intentieproces
maken inzake uw mooie provincie.
consultatif provincial. Les données
financières y figuraient également.
Par ailleurs, trois simulations ont
été réalisées pour un degré de
couverture et un délai d'interven-
tion donnés. Des simulations
identiques ont été réalisées pour
chaque province afin de permettre
une comparaison objective. Une
simulation tend à préciser le coût
et les besoins en personnel et en
matériel requis pour garantir les
missions de base des services
d'incendie dans la province,
compte tenu du résultat de
l'analyse des risques.
Pour la Flandre occidentale, il s'est
avéré que les missions de base
des services d'incendie pourraient
être assurées avec moins de
casernes et moins de matériel
qu'actuellement. Cela ne signifie
évidemment
pas
que
des
casernes doivent disparaître ou
que des volontaires doivent être
congédiés. Il n'a en effet été tenu
compte que des missions de base
des services d'incendie et non des
risques spécifiques et autres
missions, comme la prévention,
prévus par la loi.
Dans d'autres provinces, des
investissements supplémentaires
en matériel et en personnel restent
nécessaires pour atteindre le
niveau préconisé en termes de
missions de base. Les communes
de
Flandre
occidentale
et
l'administration provinciale ayant
investi de manière appropriée
dans la sécurité civile ces
dernières années, le surcoût de la
réforme sera limité.
Alors que la réunion s'est déroulée
dans une atmosphère construc-
tive, un bourgmestre a estimé
devoir contacter la presse pour lui
livrer une interprétation totalement
inexacte de ma note, ce que je
déplore vivement.
12.03 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, dank u
voor de appreciatie van mijn provincie. Mijnheer de minister, het zal u
geruststellen dat de burgemeester die in deze wat averechts was een
collega is van de commissievoorzitter maar geenszins een
12.03 Koen Bultinck (Vlaams
Belang):
Il
s'agissait
d'un
bourgmestre du CD&V, donc
théoriquement d'un représentant
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
partijgenoot van mij. Het gaat over de CD&V-burgemeester van de
stad Veurne. Het ging wel degelijk om een burgemeester van CD&V,
iemand die naar het schijnt momenteel theoretisch tot uw eigen
meerderheid behoort.
Het essentiële van dit verhaal is dat u zeer duidelijk zegt dat het voor
u niet de essentie is om over te gaan tot een drastische sluiting van
kazernes of een drastische afbouw van het vrijwilligerskorps. Voor mij
moet het vrij duidelijk zijn dat er minimaal voldoende ruimte moet
blijven om overleg te plegen met het lokale niveau en dit nog niet
definitief te gaan beperken tot bijvoorbeeld concreet vier
brandweerzones in de provincie West-Vlaanderen. Uit uw antwoord
leid ik zeer duidelijk af dat er minimaal nog wat ruimte is om daarover
te praten. Uiteindelijk zijn vier brandweerzones in de provincie West-
Vlaanderen wat mij betreft te beperkt om de aanrijtijd te beperken en
voldoende mogelijkheden qua preventie en brandbestrijding te
voorzien voor de provincie. Ik zal dan ook een motie indienen, al was
het maar om de minister te steunen zodat dit verder de goede richting
uitgaat. Mijnheer de minister, als West-Vlaming voel ik mij uiteraard
moreel verplicht om dit dossier constructief te benaderen, dit in
tegenstelling tot een van mijn West-Vlaamse collega's.
de la majorité. Je suis heureux de
constater que le ministre n'envi-
sage pas une réduction drastique
du nombre de casernes ou de
volontaires et qu'une concertation
demeure possible avec le niveau
local.
Quatre
zones
pour
l'ensemble de la province de
Flandre occidentale me paraissent
toutefois insuffisantes. Je vais
malgré tout déposer une motion
que je veux toutefois constructive.
Je resterai très attentif à ce
dossier.
12.04 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, u kunt moties
ter ondersteuning indienen, mij niet gelaten, maar de vier zones
maken wel degelijk deel uit van het advies dat door het provinciaal
comité werd uitgebracht. Dat wordt misschien niet door heel West-
Vlaanderen gesteund, maar toch door een democratische
meerderheid.
Al die adviezen worden nu voorgelegd aan het nationaal raadgevend
comité, dat mij een finaal advies zal bezorgen. Daarna neem ik mijn
politieke verantwoordelijkheid op. Dat neemt niet weg dat de
procedure van advies toch een beetje ernstig moet worden genomen.
Als wij een advies vragen om er dan zelf een slag in te slaan, zou dat
niet van veel respect getuigen tegenover de burgemeesters, en zeker
tegenover hen die hun taak voortreffelijk hebben waargenomen.
12.04 Patrick Dewael, ministre:
C'est le comité provincial qui a
conseillé de s'en tenir à quatre
zones. Cette proposition n'est
peut-être pas soutenue par toute
la province, mais elle l'est en tout
cas par une majorité démo-
cratique. Le dossier doit encore
être soumis au Comité consultatif
national, lequel devra, lui aussi,
rendre un avis. Je prendrai ensuite
mes responsabilités au plan
politique. Cela me semble être la
méthode de travail normale, du
moins si l'on veut prendre la
procédure consultative un tant soit
peu au sérieux.
12.05 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik zal
de minister in de toekomst verder ondervragen over de evolutie in dit
dossier. Ik denk dat de minister daarmee geen problemen heeft.
Zeker als er kritische stemmen komen vanuit de meerderheid door
CD&V-burgemeesters, ben ik als Vlaams Belanger goed geplaatst om
te zorgen voor een geruststelling binnen mijn provincie West-
Vlaanderen.
Moties
Motions
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heren Koen Bultinck en Peter Logghe en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellatie van de heer Koen Bultinck
en het antwoord van de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken,
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
vraagt de regering
- niet over te gaan tot een afbouw van de brandweerkazernes;
- niet over te gaan tot de afbouw van het aantal vrijwilligers."
Une motion de recommandation a été déposée par MM. Koen Bultinck et Peter Logghe et est libellée
comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu l'interpellation de M. Koen Bultinck
et la réponse du vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur,
demande au gouvernement
- de ne pas procéder au démantèlement des casernes des services d'incendie;
- de ne pas réduire le nombre de volontaires."
Een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Josy Arens en Jean-Luc Crucke.
Une motion pure et simple a été déposée par MM. Josy Arens et Jean-Luc Crucke.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
De voorzitter: La question n° 6776 de Mme Gerkens est reportée.
13 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "Franse nummerplaten in de grensstreek met Frankrijk" (nr. 6781)
13 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les plaques
d'immatriculation françaises dans la zone frontalière avec la France" (n° 6781)</b>
13.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, in de streek rond Ieper, Menen en Kortrijk ­ ik
ken de streek een beetje ­ wordt meer dan gewoon rondgereden met
Franse nummerplaten, zo laat ik mij vertellen door mensen die het
kunnen weten, door mensen die de Belgische nationaliteit hebben of
gedomicilieerd zijn in onze provincie, op ons grondgebied. Door een
aantal politiemensen heb ik mij laten vertellen dat dit misschien wel
voor een stuk te maken kan hebben met de quasi straffeloosheid of
de vermeende straffeloosheid van die bestuurders bij verkeersboetes
of inbreuken. Daarvoor is men nu blijkbaar in de Europese Commissie
regelgeving aan het voorbereiden.
Vooraleer die regelgeving ook in ons land van kracht wordt, mijnheer
de minister, heb ik de volgende vragen voor u.
Worden in de grensstreken ­ ik heb het vooral over de streek rond
Ieper, Menen en Kortrijk, maar het kan ook slaan op andere
grensstreken, want Wallonië heeft natuurlijk ook een aantal
grensgebieden met Frankrijk ­ met Frankrijk auto's met Franse
nummerplaten regelmatig gecontroleerd? Wordt er geverbaliseerd?
Werden er in het verleden speciale opsporingsacties georganiseerd?
Zo ja, met welk resultaat? Wordt in de toekomst in speciale
opsporingsacties voorzien? Wordt er aan die acties ook een vervolg
gebreid door het parket in de streek? Is het rijden met een Franse
nummerplaat door een Belgische ingezetene een strafbaar feit? Is het
rijden met een Franse nummerplaat door een vreemdeling met een
domiciliëring in België een strafbaar feit? Wordt dit ontmoedigd? Ik
zou graag uw zienswijze krijgen op dit bijzonder fenomeen in onze
grensstreek.
13.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Dans la région frontalière
d'Ypres, Menin et Courtrai, de
nombreux automobilistes circulent
avec une plaque française alors
qu'ils ont la nationalité belge et
qu'ils sont domiciliés en Belgique.
Les voitures munies de plaques
françaises et qui circulent dans la
région
frontalière
sont-elles
régulièrement contrôlées? Des
actions policières ciblées ont-elles
déjà été menées à ce sujet par le
passé? Cela se produira-t-il
encore à l'avenir? Un résident
belge a-t-il le droit de circuler avec
une plaque française?
13.02 Minister Patrick Dewael: Collega's, er wordt geen jacht 13.02 Patrick Dewael, ministre:
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
gemaakt op Franse nummerplaten. Auto's met Franse nummerplaten
worden normaal gecontroleerd. Er wordt geverbaliseerd volgens de
richtlijnen die vervat zijn in de nationale en lokale veiligheidsplannen ­
er zijn ook acties in het kader van het Verkeersveiligheidsfonds ­ en
de instructies van de gerechtelijke overheid. Er worden natuurlijk wel
op geregelde tijdstippen zogenaamde FIPA-acties georganiseerd. Bij
deze full integrated police actions werken de federale en lokale politie,
de bestuurlijke en de gerechtelijke overheden en andere
overheidsdiensten samen om de prioritaire veiligheidsfenomenen aan
te pakken.
Deze acties vertalen zich in de zichtbare, buitengewone en
geïntegreerde ontplooiing van lokale en federale politie. Zo hebben er
in 2007 in het arrondissement Dinant 19 plaatsgevonden en in het
arrondissement Doornik 18. De vraag naar de resultaten is te
algemeen gesteld om in het korte tijdbestek dat ik had resultaten in te
zamelen, maar ik kan daar als u het wilt nog op terugkomen.
Op de vraag of er in de toekomst speciale opsporingsacties worden
gepland, wil ik bevestigend antwoorden. Verder kan en mag iedereen
occasioneel met een auto met een Franse nummerplaat rijden. Ik
denk aan bruikleen en aan huur. Anders is het wel natuurlijk wanneer
een Belg of een vreemdeling die in België is gevestigd zich permanent
zou verplaatsen met een dergelijk voertuig. Het is een taak van de
wijkpolitie om die gevallen te detecteren.
Om daaraan in de rechtbanken wel of niet prioriteit te geven, moet ik
u doorverwijzen naar collega Vandeurzen van Justitie.
Nous ne faisons pas la chasse aux
plaques françaises. Ces voitures
sont contrôlées normalement. Des
"Full Integrated Police Actions"
(FIPA), auxquelles participent la
police fédérale, la police locale, les
autorités
administratives
et
judiciaires et les autres services
publics
sont
organisées
à
intervalles
réguliers
pour
s'attaquer aux problèmes de
sécurité prioritaires. Ces actions
se traduisent par un déploiement
visible et exceptionnel de la police
locale et fédérale. Le délai
disponible était cependant trop
court pour pouvoir rassembler les
résultats de ces actions.
Il va de soi que de telles actions
seront
encore
organisées
à
l'avenir.
Tout
le
monde
peut
occasionnellement conduire une
voiture pourvue d'une plaque
minéralogique française, mais les
Belges ou les étrangers qui sont
établis en Belgique ne peuvent le
faire de façon permanente. Il
incombe aux agents de quartier de
détecter ce genre de cas.
13.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw uitgebreide antwoord. Ik ben wel degelijk geïnteresseerd in
verder cijfermateriaal in verband met deze problematiek. Ik voel toch
wel bij de politiemensen in de streek een nood aan verdere opvolging
en aan verdere acties op dat vlak. Ik zal dat dus verder opvolgen. Ik
dank u al voor het cijfermateriaal dat u ons zult bezorgen als u erover
beschikt.
13.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Je suis toujours intéressé
par des chiffres supplémentaires
si le ministre en dispose. Dans les
zones de police situées dans les
régions limitrophes, on a tout de
même
l'impression
que
ce
phénomène devrait faire l'objet
d'un suivi plus attentif.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "diefstallen in schoolgebouwen" (nr. 6782)
14 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les vols dans
les bâtiments scolaires" (n° 6782)</b>
14.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, het aantal schooldiefstallen op jaarbasis zou de
jongste drie jaar gemiddeld 10.000 gevallen per jaar bedragen. Dat is
goed voor 27 diefstallen per dag. In 2000 waren er nog 12.000
gevallen. Er is dus sprake van een lichte daling van het aantal
geregistreerde diefstallen, maar daarom nog niet van het aantal
werkelijk gebeurde diefstallen.
14.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Au cours des trois
dernières années, dix mille vols en
moyenne auraient été commis
chaque année dans des bâtiments
scolaires. Si la situation s'est donc
légèrement améliorée par rapport
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
Het aantal geregistreerde inbraken daalt een beetje, maar het
probleem blijft toch belangrijk genoeg om er een blijvend
aandachtspunt van te maken.
Ik zou u dan ook graag de volgende vragen willen voorleggen.
Kunt u mij een overzicht geven ­ dat mag uiteraard schriftelijk ­ van
het aantal geregistreerde diefstallen en inbraken per Gewest?
Een moeilijk moment blijven de zomermaanden. Daarom stel ik mijn
vraag ook niet toevallig in deze periode, nu de schoolvakanties zijn
begonnen. U hebt hierover een draaiboek op internet laten plaatsen.
Ik heb geprobeerd het draaiboek op internet te openen, maar ik ben
er niet in geslaagd, mijnheer de minister. Kunt u mij misschien de
hoofdlijnen van dit draaiboek meedelen? Waaruit bestaan de
vooropgestelde preventiemaatregelen?
Ik weet dat bedragen en cijfers een Belgisch zeer blijven, maar zou u
mij toch een idee kunnen geven van de verliezen die jaarlijks door de
scholen worden geleden door deze inbraken?
Er moeten toch scholen bij zijn die meermaals het mikpunt zijn van
inbraken of inbraakpogingen. Wordt eraan gedacht om die
risicoscholen uit te rusten met camerabewaking?
Kunt u mij ook een idee geven van de ophelderingsgraad van
schooldiefstallen en schoolinbraken?
à 2000, où on en avait enregistré
douze
mille,
elle
reste
préoccupante.
Le ministre peut-il fournir pour
chaque région un aperçu du
nombre de vols et d'infractions
commis dans des bâtiments
scolaires?
Le ministre a publié sur l'internet
un manuel de prévention des vols
pendant les vacances d'été. A-t-il
une idée des pertes financières
que représentent chaque année
les vols pour les écoles?
Envisage-t-il d'équiper les écoles à
risques
de
caméras
de
surveillance?
14.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, in de
tabel die ik u kan bezorgen, wordt het aantal door de politiediensten
geregistreerde feiten weergegeven inzake diefstal en afpersing,
gepleegd in een onderwijsinstelling. Die gegevens zijn afkomstig uit
de politiële criminaliteitsstatistieken, die in juni vorig jaar werden
gepubliceerd.
Het draaiboek "Beveiliging van scholen: preventie inbraak, diefstal en
vandalisme" is het resultaat van een pilootproject in vijf scholen, in
samenwerking met een groep van experts. In dit praktisch instrument
kan men algemene informatie vinden over het opstellen van een
beveiligingsbeleid, aangevuld met een concreet advies over de
manier waarop de verschillende ruimtes binnen en buiten de school
kunnen worden beveiligd en richtlijnen voor het uitwerken van
procedures.
De
vele
organisatorische,
mechanische,
bouwkundige
en
elektronische maatregelen die zijn beschreven in die concrete fiches,
bieden richtlijnen om een goede beveiliging van een school in de
praktijk om te zetten.
In die fiches komen thema's aan bod zoals toegangscontroles,
sleutelbeheer, sensibilisering, waardebeheer, verlichting, openings-
en sluitingsprocedures en veilig hang- en sluitwerk.
Mijn diensten beschikken niet over gegevens omtrent de geleden
schade door de scholen.
Camerabewaking kan een instrument zijn, naast organisatorische,
14.02 Patrick Dewael, ministre:
Je transmettrai à l'auteur de la
question un tableau comportant un
aperçu du nombre de faits
enregistrés dans chaque Région.
Le manuel relatif à la prévention
des infractions, des vols et du
vandalisme dans les écoles est le
fruit d'un projet pilote mené dans
cinq écoles en collaboration avec
un groupe d'experts. Des fiches
accompagnées
de
directives
précises décrivent les nombreuses
mesures
organisationnelles,
mécaniques, architecturales et
électroniques que peuvent prendre
les écoles.
Mes
services
ne
disposent
d'aucune information sur les
dommages financiers subis par les
écoles.
La surveillance par caméra peut
également être un instrument utile
pour les écoles qui sont la cible
répétée d'infractions ou de tenta-
tives d'infractions. Cette mesure
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
mechanische en bouwkundige maatregelen, voor scholen die
meermaals het mikpunt zijn van inbraken of inbraakpogingen. Deze
maatregel wordt dan ook opgenomen in het draaiboek beveiliging van
scholen. Het is echter belangrijk om te benadrukken dat dit niet de
enige maatregel kan of mag zijn.
Cijfers aangaande de graad van opheldering van misdrijven zijn er
niet. Het is maar de vraag wat er precies wordt bedoeld met
opheldering. Die cijfers zouden in eerste instantie door Justitie
moeten worden aangeleverd. Dat spreekt voor zich.
figure dès lors également dans le
manuel. Il est néanmoins impor-
tant de souligner qu'elle ne peut
être mise en oeuvre isolément.
Je ne dispose d'aucun chiffre
relatif au taux d'élucidation. Je
vous renvoie au ministre de la
Justice pour obtenir de tels
chiffres.
14.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, mijn echtgenote is computerspecialist. Wij
hebben tevergeefs geprobeerd om het draaiboek te openen op
internet. Dat is ons niet gelukt. Wij hebben geen enkele informatie
kunnen opvragen. Wij zullen het samen nog eens proberen. Ik hoop
dat dit draaiboek voldoende uitgetest is om effectief werkzaam te zijn.
Ik heb daar een klein beetje twijfels bij. Ik krijg het niet open, maar ik
ben geen specialist. Mijn echtgenote krijgt het echter evenmin open,
terwijl zij wel een specialist ter zake is. Er moet daaraan toch iets
schorten.
Ik laat het haar nog eens nakijken. Ik contacteer u of uw diensten
zeker als het niet mocht lukken, want ik vind het toch wel cruciaal. Er
staat daarin heel wat informatie. Als dit niet kan worden geopend, is
dit toch wel een ernstig mankement.
14.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Je voudrais encore
signaler qu'on ne peut pas ouvrir
le manuel sur le site internet.
14.04 Minister Patrick Dewael: Ik zal het zelf straks ook eens
nakijken.
14.04 Patrick Dewael, ministre:
Je vais faire vérifier la chose.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Samengevoegde vragen van
- de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de inzet van politieambtenaren op parketten" (nr. 6792)
- de heer Ludwig Vandenhove aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"politiepersoneel bij het parket" (nr. 6809)
15 Questions jointes de
- M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les fonctionnaires de
police actifs dans des parquets" (n° 6792)<br>- M. Ludwig Vandenhove au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le détachement de
personnel de police auprès du parquet" (n° 6809)</b>
De voorzitter: De heer Vandenhove vraagt zijn vraag uit te stellen.
15.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik ga even terug uit de privésfeer komen. We vernemen
dat er sinds kort een aantal politieambtenaren wordt ingezet om
personeelstekorten op te vangen op het parket, afdeling Verkeer, te
Gent en te Dendermonde. Het zou gaan om deeltijdse jobs.
In een recente brief van procureur Dufour van Dendermonde is er
zelfs sprake van inspraak in het vervolgingsbeleid betreffende
politieambtenaren. Met andere woorden, er worden politieambtenaren
ingezet die twee petjes opzetten: enerzijds hebben zij deeltijds een
taak als politieambtenaar, dus kunnen ze processen-verbaal voor
verkeer opstellen, en anderzijds kan diezelfde politieambtenaar dan
15.01 Robert Van de Velde
(LDD): Depuis peu, il est fait appel
à des fonctionnaires de police
pour
pallier la
pénurie de
personnel à la section "circulation"
des parquets de Gand et de
Termonde. Le procureur de
Termonde a même indiqué dans
un courrier que ces fonctionnaires
de police pourraient intervenir
dans la politique de poursuite, ce
qui ouvre bien évidemment la
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
deeltijds als parketmagistraat optreden. Een stuk inspraak in het
vervolgingsbeleid
impliceert
mogelijke
beïnvloeding
en
belangenvermenging, seponeringen, aanbevelingen voor strafmaat,
viseren van overtreders enzovoort. Jaren geleden werd van deze
praktijk al afgestapt, niet het minst om de scheiding der machten te
garanderen.
Bent u als minister op de hoogte van deze praktijken? Druist dat niet
lijnrecht in tegen het beleid dat u beweert of tracht te voeren? Is het
logisch dat de politie, die zelf kampt met personeelstekort, mankracht
gaat leveren aan andere onderbemande overheidsdiensten als
Justitie? Kunt u ook toelichten waarom in casu een welbepaalde
groep wordt geviseerd? Zijn dat de zogenaamde rode lopers of
Vesaliusbenoemingen?
Zijn
er
nog
andere
gerechtelijke
arrondissementen waar deze of gelijkaardige detacheringen worden
toegepast? Kunt u ook nog eens kort specificeren over hoeveel
ambtenaren het hier gaat?
porte à des pratiques d'influence
et à des confusions d'intérêts de
nature à mettre gravement en péril
le principe de la séparation des
pouvoirs.
Le ministre est-il au courant de
cette situation? Ces pratiques ne
sont-elles pas fondamentalement
en contradiction avec la politique
qu'il entend mettre en oeuvre?
Pourquoi
la
police
doit-elle
suppléer le manque d'effectifs
dans d'autres services publics
alors
qu'elle
est
elle-même
confrontée à une pénurie de
personnel? De telles pratiques ont-
elles également cours dans
d'autres
arrondissements
et
combien de fonctionnaires sont
concernés?
15.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, ten
eerste werd ik niet betrokken bij deze lokale initiatieven in Gent. Ik
ben wel op de hoogte van het feit dat er met het akkoord van het
politiecollege van Gent tijdelijk een CALog-medewerker en twee
commissarissen rode loper ter beschikking worden gesteld aan het
parket.
De CALog-medewerker wordt ingeschakeld voor het verwerken van
processen-verbaal van flitspalen op het grondgebied van het
gerechtelijk arrondissement. Het initieel voorstel ging overigens uit
van de korpschef van de politiezone Gent, die daarmee een bijdrage
wil leveren om de vooropgestelde verwerkingscapaciteit van 80.000
pv's van flitspalen mogelijk te maken.
Wat de tewerkstelling van de twee commissarissen rode loper betreft,
is het de bedoeling hen een analyse te laten maken van de
afhandeling van bepaalde daderdossiers bij het parket, zodat het
recherchebeleid beter kan worden georiënteerd, tot daar wat ik kan
zeggen over het Gentse project.
Ik ben uiteraard voorstander van een maximale synergie tussen politie
en parket, want hoe beter de werking van politie en parket op elkaar is
afgestemd, des te efficiënter het werk van beide kan worden. Het is in
dat opzicht dat het Gentse project tot stand is gekomen. Ik blijf toch
wel kritisch en op mijn hoede. Het kan niet de bedoeling zijn dat de
politie wordt ingeschakeld louter en alleen om een overbelast parket
uit de nood te helpen.
Dat is trouwens een van de betrachtingen van mijn rondzendbrief van
2006. Wij stellen nog al te vaak vast dat het parket de politie
inschakelt voor wat ik oneigenlijke taken noem. Om het met een
boutade te zeggen: de politie als loopjongen van het parket.
Vergaande samenwerking en afspraken tussen de politie en het
parket dragen mijn voorkeur weg als zij in het belang zijn van de
werking van beide diensten. Het tegendeel is echter waar als dat
15.02 Patrick Dewael, ministre:
Je n'ai pas été associé à ces
initiatives mais je sais qu'avec
l'accord du collège de police de
Gand, deux commissaires et un
collaborateur CALOG ­ chargé de
traiter les PV relatifs à des
constats effectués au moyen de
caméras automatiques ­ ont été
mis
temporairement
à
la
disposition
du
parquet.
La
proposition initiale émanait du chef
de corps de la zone de police de
Gand. Les deux commissaires
sont
chargés
d'analyser
le
traitement de certains dossiers
d'auteurs de délits dans le souci
d'une meilleure orientation de la
politique de recherche. Je suis
partisan
d'une
collaboration
maximale entre la police et le
parquet.
Je reste toutefois prudent. L'un
des objectifs de ma circulaire de
2006 consiste à limiter les tâches
policières impropres. Le parquet
se sert encore trop souvent de la
police comme d'un service de
courrier. Toute collaboration entre
la police et le parquet est positive
lorsqu'elle sert les intérêts des
deux parties. Elle cesse de l'être si
elle ne vise qu'à délester le
parquet car la police a déjà
suffisamment de travail. C'est
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
alleen gebeurt om het parket te ontlasten. De politie heeft immers zelf
al werk genoeg. In die zin heb ik mijn twijfels bij de oproep van de
procureur van Dendermonde. Het spreekt voor zich dat het
vervolgingsbeleid altijd onder leiding van het openbaar ministerie
moet gebeuren. De minister van justitie heeft echter een evaluatie en
een algemeen standpunt van de politiediensten gevraagd. Samen met
hem wacht ik die evaluatie af, evenals de voorziene evaluatie van de
projecten in Gent.
Het is vanuit die invalshoek dat ik het dossier verder zal benaderen. Ik
neem aan dat u dat ook zo verder zult volgen.
pourquoi l'appel lancé par le
procureur de Termonde me laisse
sceptique.
La politique de poursuites doit
naturellement toujours être placée
sous la direction du ministère
public. Le ministre de la Justice a
sollicité le point de vue des
services de police, que j'attends
avec lui, tout comme l'évaluation
des projets à Gand.
15.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, ik zal dat
zeker doen. Hebt u een idee wanneer u dat evaluatierapport zult
ontvangen?
15.03 Robert Van de Velde
(LDD): Quand cette évaluation
sera-t-elle clôturée?
15.04 Minister Patrick Dewael: Ik kan er geen precieze datum
daarvoor geven. Ik weet hoe gevaarlijk het is om een datum naar
voren te schuiven die dan niet kan worden ingelost.
15.04 Patrick Dewael, ministre:
Je n'ose pas encore avancer de
date.
15.05 Robert Van de Velde (LDD): Management by objectives
betekent ook dat men weet waar men naartoe gaat.
Ik heb nog een vraag over de garantie van de onafhankelijkheid en
het feit dat er niet aan belangenvermenging kan worden gedaan.
Wordt in extra controle voorzien? Als men de twee bij elkaar zet,
wordt het risico immers heel groot.
15.05 Robert Van de Velde
(LDD): L'indépendance est-elle
bien garantie? Un contrôle externe
est-il prévu? Le rapprochement de
ces deux services accroît bien sûr
le risque de confusion d'intérêts.
15.06 Minister Patrick Dewael: Ik denk dat het geen kwaad kan dat
men ze samen zet, maar dat moet altijd gebeuren onder leiding van
het openbaar ministerie, van het parket. Dat principe moet wel in de
gaten worden gehouden. Op zich is dat niet verkeerd, zoals dat al
gebeurt voor het autonoom politioneel onderzoek.
15.06 Patrick Dewael, ministre:
Ce rapprochement ne pose en soi
aucun problème mais doit toujours
se réaliser sous la direction du
ministère public.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
16 Questions jointes de
- M. Philippe Henry au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le suivi donné par l'AFCN aux appels
téléphoniques" (n° 6799)<br>- M. Philippe Henry au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le contrôle qualité des containers
destinés à stocker les déchets nucléaires" (n° 6800)</b>
16 Samengevoegde vragen van
- de heer Philippe Henry aan de minister van Klimaat en Energie over "het gevolg dat het FANC aan
telefoonoproepen geeft" (nr. 6799)
- de heer Philippe Henry aan de minister van Klimaat en Energie over "de kwaliteitscontrole van de
containers voor de opslag van kernafval" (nr. 6800)
16.01 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
permettez-moi de m'étonner que mes deux questions soient jointes
car elles ne portent pas tout à fait sur le même sujet. Je les aborderai
donc successivement. Ce doit être une erreur de ma part.
Monsieur le ministre, je ne sais pas si vous connaissez la rubrique
"J'ai testé pour vous" d'une célèbre émission humoristique de radio
francophone, mais je peux vous dire que j'ai testé pour vous le
contact téléphonique avec l'AFCN. En effet, je souhaitais entrer en
16.01 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Om zijn toezichtopdracht
te vervullen is het Federaal
Agentschap
voor
Nucleaire
Controle
(FANC)
telefonisch
bereikbaar, met een wachtlijn die
in theorie operationeel is. Op
donderdag 26 juni om 8.27 uur
heb ik tevergeefs naar die
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
contact avec ladite agence pour lui transmettre certaines
informations. Et j'ai été assez surpris de constater que c'était
relativement difficile.
Je me suis donc renseigné et j'ai appris que l'Agence mettait à
disposition deux lignes d'appel: l'une valable durant les heures de
bureau et l'autre valable durant les heures dites de garde. Je rappelle
que l'Agence est chargée d'une mission très sensible puisqu'il s'agit
d'une mission de contrôle et de surveillance.
Je vous rappelle les faits: le 26 juin dernier, à 08.27 heures, j'ai
composé le numéro de téléphone de la ligne de garde. En l'absence
de réponse, j'ai rappelé 15 minutes plus tard. Une personne m'a
répondu en me disant qu'elle assurait effectivement la garde tout en
me signalant qu'elle se trouvait dans le train et qu'elle me rappellerait
un peu plus tard. Je dois vous dire que cette personne ne m'a jamais
rappelé. Cela dit, je ne me suis pas arrêté là et j'ai composé, vers
09.30 heures, le numéro de la ligne normale. Je peux d'ailleurs vous
communiquer ces deux numéros si vous le souhaitez. Une personne
m'a répondu pour me dire qu'elle ne pouvait pas me passer
quelqu'un, mais que l'on me rappellerait. Cela se déroulait, il y a
environ deux semaines, et j'attends toujours.
C'est la raison pour laquelle je voulais vous interroger spécifiquement
à ce sujet. En effet, je suis d'autant plus stupéfait que, lors de mes
appels, j'ai précisé qu'il s'agissait d'un problème important et urgent.
Pourtant, mes appels sont restés sans suite.
Monsieur le ministre, j'en viens à mes questions.
Quelle est la responsabilité de l'Agence en termes de disponibilité
pour répondre aux appels téléphoniques? En effet, il s'agit de
numéros que l'on est susceptible de composer pour communiquer
des informations ou pour obtenir des renseignements en cas
d'inquiétude en matière de sécurité nucléaire, de déchets, etc.
Est-il normal qu'une prise de contact annoncée comme visant à
transmettre une information ne soit pas traitée?
Une évaluation plus globale du service rendu par l'Agence est-elle
prévue? Des mesures sont-elles envisagées?
J'en arrive à ma deuxième question, qui n'est pas sans lien avec la
première.
Comme vous, j'imagine, en date du 27 juin, j'ai pu lire sur le site de
l'Agence fédérale que "la police de l'environnement de Bruxelles a
reçu une plainte au sujet de certains contrôles de qualité actuellement
effectués sur un container utilisé pour le stockage de combustible
irradié de la centrale nucléaire de Doel. Ces contrôles ne
respecteraient pas les prescriptions en vigueur. Nous prenons cette
affaire très au sérieux et les démarches nécessaires ont déjà été
entreprises pour examiner la situation".
Ce communiqué, relativement bref, est cependant assez interpellant;
il peut être lu sur le site de l'AFCN selon son obligation à
communiquer un tel problème qu'elle subit.
wachtlijn gebeld, en niemand heeft
teruggebeld. Om 9.30 uur heb ik
het gewone nummer gebeld, heb
geen antwoord gekregen, en
niemand heeft teruggebeld. We
zijn nu twee weken verder en ik
wacht nog steeds.
In hoeverre is het FANC verant-
woordelijk voor de beschikbaar-
heid van een operator om op mee-
gedeelde informatie of klachten te
reageren? Is het normaal dat een
oproep die bestemd is om
gevoelige informatie mee te delen,
niet behandeld wordt? Wordt de
dienstverlening van het FANC
globaal beoordeeld? Overweegt u
maatregelen?
Op vrijdag 27 juni deelde het
FANC mee dat de Brusselse
milieupolitie
een
klacht
had
ontvangen
inzake
bepaalde
kwaliteitscontroles
op
een
container die gebruikt wordt voor
de
opslag
van
bestraalde
brandstof van de kerncentrale van
Doel. Ik verneem vandaag dat het
communiqué
intussen
werd
gewijzigd en dat het dossier nu
door het Luikse parket wordt
behandeld.
Waarop heeft de klacht betrekking
en hoe luidt de kritiek op de
kwaliteitscontroles?
Op
welke
manier wordt de kwaliteitscontrole
op die containers georganiseerd?
Wat zijn de veiligheidsrisico's op
korte en op lange termijn? Welke
maatregelen neemt de regering,
gelet op die risico's? Hoe zal ze
ervoor
zorgen
dat
de
kwaliteitscontroles in de toekomst
vlekkeloos verlopen?
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
Je viens d'apprendre qu'aujourd'hui, sur le site de l'AFCN, le
communiqué avait été modifié. À présent, il est indiqué que "les
contrôles ne respecteraient pas les prescriptions en vigueur. Le
dossier est actuellement traité par le parquet de Liège et a été placé
sous embargo judiciaire".
Monsieur le ministre, sur quoi porte la plainte en question et quelles
sont les mises en cause du contrôle de qualité?
Comment est organisée de manière générale le contrôle qualité de
tels containers?
Quels sont les risques au point de vue de la sécurité à court et long
terme, si ces affirmations étaient fondées?
Quelles mesures sont-elles prises par le gouvernement pour faire
face à ces risques?
Quelles mesures seront-elles prises par le gouvernement pour
garantir qu'à l'avenir, le contrôle qualité sera irréprochable, s'il s'agit
bien d'un problème de contrôle qualité de ces containers?
16.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, avant tout, la
plainte concerne la remise en question de l'assurance de qualité de
certaines actions entreprises lors de l'assemblage et de la finition de
containers destinés au transport et au stockage de combustibles
irradiés de centrales nucléaires.
La plainte a été déposée par un ex-employé d'une entreprise belge
qui fabrique ces containers pour le compte de TN International, filiale
de AREVA. Il s'agit de containers destinés au stockage à sec du
combustible des réacteurs de Doel. Après chargement du
combustible, ces containers subissent divers contrôles de conformité,
notamment en ce qui concerne l'étanchéité requise, les débits de
doses à l'extérieur et l'absence de contamination sur les surfaces
extérieures. Ils sont ensuite transférés dans le bâtiment
d'entreposage du site. Ces containers sont chacun équipés d'un
système permanent et continu de contrôle d'étanchéité. Ils subissent
des inspections régulières.
Chaque entreprise qui participe à la construction d'un tel container est
soumise aux spécifications imposées et au système de qualité repris
dans le dossier de sûreté du modèle de colis approuvé par l'Agence.
Ce système d'assurance qualité comprend des audits et le suivi des
travaux sur place, mais aussi des tests et contrôles par des
organismes spécialisés. Finalement, le client réceptionne le conteneur
sur la base d'un dossier de construction qui comprend l'ensemble des
documents produits lors de la fabrication, y compris les PV et
comptes rendus des tests et contrôles. Ce dossier de construction
découle de l'application du système de qualité et c'est sur cette base
que la conformité du conteneur avec le concept approuvé est justifiée.
Les services de police et l'Agence ont entendu la personne qui
avance ces problèmes. Le dossier a été transféré par la Police
fédérale de l'Environnement au parquet de Liège. La nature des
éléments connus aujourd'hui ne remet pas en cause la sûreté et la
protection offertes par ces conteneurs en stockage sur le site de Doel.
Les conclusions de l'enquête permettront de vérifier s'il y a lieu de
prendre des mesures complémentaires afin d'améliorer le contrôle
qualité lors de la fabrication des emballages de matières radioactives.
Comme les conteneurs destinés à l'étranger sont également couverts
16.02 Minister Patrick Dewael:
De klacht werd ingediend door een
gewezen werknemer van een
bedrijf dat containers fabriceert
voor rekening van TN Interna-
tional, een dochteronderneming
van AREVA. Die containers
worden aan een aantal overeen-
stemmingscontroles onderworpen,
en elke container is uitgerust met
een systeem voor permanente
dichtheidscontrole en lekdetectie.
Elk bedrijf dat meewerkt aan de
bouw moet beantwoorden aan een
door het Agentschap goedgekeurd
systeem van kwaliteitsborging.
De container wordt aan de
uiteindelijke klant opgeleverd met
een bouwdossier dat alle controle-
tests bevat. De conformiteit van de
container wordt op grond hiervan
goedgekeurd en bewezen.
Het dossier werd overgezonden
aan het parket van Luik. Op grond
van de gegevens die momenteel
bekend zijn, wordt de veiligheid
van de containers van Doel niet ter
discussie gesteld. De betrokken
buitenlandse autoriteiten werden
ingelicht.
Wat de oproep betreft, ontving het
Agentschap een oproep op 26 juni
om 8.31 uur. Het was onmogelijk
om de persoon terug te bellen,
kennelijk als gevolg van een
technisch
probleem
bij
de
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
par l'enquête, les autorités étrangères ont été informées.
L'Agence a reçu un appel téléphonique le 26 juin à 08.31 heures au
sujet de cette affaire. Elle a essayé à trois reprises, mais en vain, de
recontacter cette personne. Il est apparu par la suite qu'à cet instant,
un problème technique devait s'être produit chez l'opérateur
téléphonique. L'Agence dispose de plusieurs rôles de garde qui sont
accessibles vingt-quatre heures sur vingt-quatre. Elle est toujours
joignable par des services de secours, ainsi que le centre de crise du
gouvernement, les parquets judiciaires et les services policiers. En
2007, l'Agence a traité avec succès 82 appels qu'elle a reçus sur son
numéro de garde.
operator. Het agentschap is altijd
bereikbaar, 24 uur per dag. Het
heeft in 2007 met succes 82
oproepen op het wachtnummer
behandeld.
16.03 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour cette réponse mais je ne suis pas satisfait de deux
choses. Au sujet du dernier point que vous avez évoqué, je suis
carrément choqué! J'ai personnellement contacté l'Agence sur ses
deux numéros de téléphone ­ le 289.23.00 pour la garde et le
289.21.11 pour la ligne normale. J'ai téléphoné en tout trois fois, avec
mon gsm et avec le téléphone de la Chambre. Je ne suis pas au
courant de problèmes techniques particuliers. J'ai donné mon identité,
ma qualité de parlementaire. Il devrait être facile de retrouver mon
appel. Il semble qu'il y ait un problème assez grave de communication
qui pourrait prêter à rire s'il ne s'agissait d'un sujet aussi sensible.
Le sujet de mon autre question a été traité par l'Agence, puisqu'elle a
effectivement diffusé un communiqué. Selon vous, il n'y aurait pas de
problème de sécurité par rapport aux défauts constatés. Je ne
demande qu'à vous croire, mais dans ce cas pourquoi l'Agence met-
elle en évidence qu'il s'agit d'un sérieux problème de contrôle de
qualité? Si cela ne pose pas de problème de sécurité, quel type de
problème cela pose-t-il? Je ne suis pas rassuré.
J'entends qu'une action judiciaire est en cours. J'imagine qu'il faudra
attendre les éléments suivants. Je voudrais aussi vous demander où
s'arrête le rôle de l'Agence. Il y a un traitement judiciaire en cours
quant à des risques de sécurité ou de non-respect du cahier de
charges, du côté économique.
L'Agence en elle-même est chargée du suivi de la sécurité. À partir du
moment où elle a eu des contacts avec la personne dont vous avez
parlé, qui a relaté certains éléments bien précis, j'imagine que
l'Agence instruit elle-même le dossier et qu'il n'est pas simplement
transféré à la justice. Ce n'est pas à la justice de veiller à la sécurité
nucléaire. Dans votre réponse, je n'ai pas entendu d'éléments précis
quant au suivi qui serait donné au dossier par l'Agence.
16.03 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Ik ben ronduit geschokt
wat
mijn
vraag
over
de
telefonische permanentie betreft!
Ik heb het Agentschap op de twee
nummers gebeld: 289.23.00 voor
de wachtlijn en 289.21.11 voor de
normale lijn. Ik heb mijn identiteit
opgegeven en mijn hoedanigheid
van parlementslid vermeld. Ze
hadden mijn oproep probleemloos
moeten kunnen terugvinden.
Ik wil u maar al te graag geloven
wat de veiligheidsproblemen in het
kader van mijn tweede vraag
betreft.
Waarom
wijst
het
Agentschap dan op een ernstig
probleem inzake de kwaliteits-
controle?
Ik zou ook graag weten hoe ver de
rol van het Agentschap reikt. Ik
veronderstel dat het FANC het
dossier ook onderzoekt. Het is niet
de taak van de justitie om te
waken
over
de
nucleaire
veiligheid!
Ik veronderstel dat ook het
Agentschap
het
dossier
onderzoekt, aangezien het zelf
met de veiligheid is belast, en het
niet louter aan het gerecht
doorspeelt. In uw antwoord heb ik
niets gehoord over de follow-up
van
het
dossier
door
het
Agentschap.
16.04 Patrick Dewael, ministre: J'ai dit que l'Agence a entrepris elle-
même des démarches. J'ai ajouté qu'une enquête était en cours et
qu'il faut en attendre les résultats. Ce sera peut-être utile pour voir si
d'autres mesures doivent être prises.
L'action de l'Agence est une chose et l'enquête qui est en cours en
16.04 Minister Patrick Dewael: Ik
heb gezegd dat het Agentschap
zelf demarches heeft gedaan. Ik
heb eraan toegevoegd dat er een
onderzoek aan de gang is en dat
de resultaten ervan moeten
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
est une autre. Je n'ai pas dit qu'il ne fallait rien faire et attendre la fin
de l'enquête judiciaire, mais elle peut apporter des éléments utiles.
worden afgewacht. Het optreden
van het Agentschap is een zaak,
en het aan de gang zijnde
onderzoek is een andere zaak.
16.05 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Oui tout à fait, c'est
complémentaire.
Nous attendrons la suite. Je reste très surpris quant au problème du
contact téléphonique. Je suppose que vous le relaierez.
Pour le reste, nous vous interpellerons à nouveau plus tard. En effet,
nous avons besoin de garanties absolues en matière de sécurité
nucléaire par rapport aux enjeux face auxquels nous nous trouvons et
par rapport aux différents incidents qui ont été relayés ces jours-ci en
France et en Allemagne, qui mettent en doute la question de la
fiabilité nucléaire.
16.05 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Wat het probleem van het
telefonisch
contact
betreft,
veronderstel ik dat u dat zal
aankaarten.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Samengevoegde vragen van
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
raid op vijf Brusselse politieagenten" (nr. 6816)
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "een
aanval op agenten die geen dienst hadden" (nr. 6830)
17 Questions jointes de
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'agression dont ont été
victimes cinq policiers bruxellois" (n° 6816)<br>- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "une agression à l'encontre
d'agents de police qui n'étaient pas de service" (n° 6830)</b>
17.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, volgens de krant De Morgen van vorige week
werden de zondag daarvoor in de vroege ochtend vijf agenten van de
Brusselse politie in burger en buiten dienst in het fameuze Brupark op
de Heizel opgewacht en afgeranseld door niet minder dan 30
jongeren. Zij werden zo hard aangepakt dat vier van hen een tijd
werkonbekwaam waren. Ook hun auto's werden beschadigd. Alleen
al dat ze daar werden opgewacht, maakt duidelijk dat dit geen
toevallige confrontatie was.
Enkele belagers werden door de agenten herkend van vorige
confrontaties. Het was dus een soort van wraakoefening. Alles wijst
op een koelbloedige afrekening. Dit is bijzonder zorgwekkend. Ik hoop
dat u alvast dit standpunt met mij kunt delen.
Mijnheer de minister, ten eerste, kan u de feiten bevestigen? Wat is
de toestand van de vijf politiemensen ondertussen?
Ten tweede, is de identiteit van de daders inmiddels gekend? Werden
zij gefilmd? Werden er inmiddels enkele of een groot aantal van die
daders aangehouden? Over wat voor bende ging het hier? Waren er
minderjarigen bij? Is de nationaliteit van de bendeleden gekend?
Ten derde, hebt u zicht op de strafregisters? Werden de opgelegde
straffen uitgevoerd?
17.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): À Bruxelles, cinq agents
en civil ­ qui, de surcroît, n'étaient
pas de service ­ ont récemment
été roués de coups par une bande
de jeunes qui les attendaient pour
commettre leur méfait. Quatre des
cinq agents ont même été en
incapacité de travail pendant
quelque temps et leurs véhicules
ont également été endommagés.
Les agents ont identifié plusieurs
auteurs auxquels ils avaient eu
affaire
dans
le
cadre
de
confrontations
organisées
antérieurement.
Le
ministre
dispose-t-il
de
davantage d'informations à propos
des circonstances dans lesquelles
cet incident s'est déroulé? Les
faits ont-ils été filmés et des
arrestations ont-elles déjà eu lieu?
Quels sont les motifs de ce raid?
Quel est le sentiment du ministre à
propos de ce règlement de
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
Ten vierde, tot welke zone behoren deze vijf mensen? Gaat het hier
om inspecteurs of agenten? De krant spreekt over agenten, maar dat
wil niet altijd zeggen dat het gewone agenten zijn. Hadden zij
misschien een speciale functie, behoorden zij tot een speciale vleugel
van de politie wat kan verklaren waarom zij werden belaagd? Waren
er reeds confrontaties met deze bendeleden?
Ten vijfde, wat zijn de motieven van deze raid? Werden de
politiemensen gevolgd?
Ten zesde, hoe reageert u zelf als minister op dit soort van belaging?
Het is immers toch een zeer merkwaardig, verontrustend en
onrustwekkend gebeuren.
comptes inacceptable?
17.02 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, het is
een zorgwekkend gebeuren. Dat kan door omstandigheden worden
verantwoord. Bij mijn weten zijn er ook reeds een aantal gegevens
duidelijk, zoals uit welke zone de betrokken agenten kwamen en in
welke omstandigheden het voorval zich heeft voorgedaan.
Ik denk echter toch ook dat dit soort van incidenten onaanvaardbaar
is. Binnen het raam waarin deze mensen hun beroep moeten
uitoefenen, moet aan dit soort incidenten toch wel serieuze gevolgen
worden gegeven.
Ik denk dat het privéleven van deze mensen gescheiden moet kunnen
blijven van de uitoefening van hun beroep. Als wij tot een
nabijheidspolitie willen komen, en mensen niet meer kunnen
functioneren in privéomstandigheden, dan creëren we ernstige
problemen.
Ik neem aan dat u op de hoogte bent van de feiten. Stelt u
maatregelen in het vooruitzicht om de veiligheid beter te garanderen?
Hebt u weet van soortgelijke feiten uit het verleden waaruit we
eventueel conclusies zouden kunnen trekken om daaraan een
sluitende oplossing te geven? Dit is immers allemaal niet gemakkelijk.
17.02 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Cet événement inaccep-
table ne manque en effet pas de
susciter l'inquiétude. Pour les
agents de police également, vie
privée et vie professionnelle
doivent pouvoir être dissociées, en
particulier si l'on souhaite évoluer
vers une police de proximité.
Quelles mesures le ministre
prendra-t-il en vue d'éviter de tels
faits à l'avenir? Sait-il si des faits
analogues se sont produits dans le
passé?
17.03 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, u
weet dat de feiten het voorwerp uitmaken van een gerechtelijk
onderzoek en ik dus karig moet zijn met commentaar.
Het betrof inderdaad een vechtpartij tussen vijf politiemensen en
dertig tot veertig jonge allochtonen. De politiemensen waren op dat
ogenblik niet in dienst en hadden net een filmvoorstelling bijgewoond.
Een politieman heeft een gebroken elleboog en drie andere
mannelijke agenten liepen kneuzingen op. Een vrouwelijke agente
werd ongemoeid gelaten.
De aanstoker van de feiten is meerderjarig. Hij had de agenten
herkend en de aanwezige jongeren aangespoord om hen aan te
vallen. Hij werd door de onderzoeksrechter aangehouden maar is
intussen vrijgelaten.
Bij mijn weten werden de feiten niet gefilmd. Voor verdere gegevens
omtrent het gerechtelijk onderzoek moet ik u verwijzen naar mijn
collega voor Justitie, zo hij al bij machte zou zijn om op dit ogenblik
meer commentaar te geven.
17.03 Patrick Dewael, ministre:
Ces faits font actuellement l'objet
d'une enquête judiciaire, de sorte
que je ne puis fournir qu'une
réponse
laconique.
L'affaire
concerne une bagarre entre cinq
agents de police ­ qui n'étaient
pas de service et qui venaient
d'assister à une séance de cinéma
­ et une bande de trente à
quarante jeunes allochtones. Les
quatre agents masculins ont été
blessés et l'agent féminin n'a pas
été inquiété. L'instigateur de
l'incident est majeur. Il avait
reconnu les agents et incité les
autres allochtones à les agresser.
L'intéressé a été arrêté par le juge
d'instruction mais a entre-temps
été relâché. Les faits n'ont pas été
filmés.
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
De vijf politiemensen, een hoofdinspecteur en vier inspecteurs,
behoren tot de politiezone Brussel-Zuid. Zij oefenen binnen het korps
geen gespecialiseerde taak uit. Zij maken deel uit van de wachtdienst
en van de gewone interventieploegen.
De aangehouden persoon is niet woonachtig op het grondgebied van
deze politiezone. De politiemensen werden gevolgd van de uitgang
van de bioscoop tot aan de geparkeerde voertuigen.
Bij mijn weten zijn degelijke feiten nog niet voorgevallen.
Het gerechtelijk onderzoek zal aan het licht moeten brengen wat de
precieze motieven van de betrokken jongeren waren.
Zonder mij concreet over deze feiten uit te laten, kent u mijn
standpunt, namelijk dat politieambtenaren maximaal moeten tegen
gewelddaden worden beschermd. Zo niet, tast dit hun gezag aan, wat
demotiverend werkt voor het hele korps. Het is dus aan het gerecht
om nu een passend signaal te geven.
Pour toute information complé-
mentaire, je vous prierais de vous
adresser au ministre de la Justice.
Il s'agit d'un inspecteur principal et
de quatre inspecteurs de la zone
de police de Bruxelles-Midi. Ils n'y
exercent pas de tâche spécialisée.
L'instigateur ne réside pas sur le
territoire de la zone de Bruxelles-
Midi.
Les agents ont été suivis depuis la
sortie du cinéma jusqu'à leurs
véhicules. De tels faits ne se sont
pas encore produits auparavant.
L'enquête judiciaire doit mettre en
évidence le motif de l'agression.
Il est essentiel que les fonction-
naires de police bénéficient, en
tant que gardiens de l'ordre public,
d'une protection maximale contre
les actes de violence. Sinon, leur
autorité s'en trouve amoindrie, ce
qui est de nature à démotiver le
corps de police. La justice doit
aujourd'hui adresser un signal
adéquat.
17.04 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik ben blij met dit antwoord. Nu weten we wat
meer. Ik ben blij dat de belangrijkste dader, de aanstoker, gekend en
aangehouden is.
Ik val echter opnieuw van mijn stoel als blijkt dat bij een dergelijke
belaging met tientallen mensen, waarbij politieagenten werden
verwond, wij opnieuw moeten meemaken dat het Brussels parket zich
bezondigt aan grove laksheid. Het is de zoveelste keer. Ik denk aan
de debatten over de incidenten in Anderlecht. Ook toen hebben wij
moeten meemaken dat het Brussels parket daders van ernstige
gewelddadige feiten liet gaan. Dat is nu opnieuw het geval.
De mensen durven al niet meer alleen naar Kinepolis gaan. Met twee
is dat al op het randje. Wanneer vijf politiemensen in burger naar
Kinepolis gaan, kan men toch veronderstellen dat zij zich enigszins
veilig wanen. Zelfs dat is niet meer het geval. Zelfs mensen die
getraind zijn om voor de veiligheid te zorgen, worden belaagd. Dat is
hallucinant.
Ik hoop dat u opnieuw uw ongenoegen laat blijken ten aanzien van het
Brussels parket, want tot nu toe heb ik dat nog niet gehoord. Ik zal de
minister van Justitie hierover in elk geval ondervragen. Dit is immers
weeral eens een feit waarin het Brussels parket in de fout gaat, en
weeral ten aanzien van de zone Zuid. Ik vraag mij af hoe men de
mensen daar op termijn gaat blijven motiveren om daar te blijven
werken, als men op die manier ongehinderd kan worden belaagd en
17.04 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le fait que l'instigateur ait
été identifié et arrêté est un point
positif mais comment se peut-il
qu'il ait déjà été relâché? Il s'agit
pourtant de faits très graves! C'est
une fois de plus le parquet de
Bruxelles qui adresse un mauvais
signal et c'est une fois de plus la
zone de police de Bruxelles-Midi
qui est victime de ce laxisme
inadmissible.
Comment en est-on arrivé à une
situation où des gens entraînés
comme des agents de police ne
sont plus en sécurité quand ils
passent une soirée au cinéma?
J'aborderai cette énième négli-
gence du parquet de Bruxelles
avec le ministre de la Justice.
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
zelfs aangemoedigd door het parket.
17.05 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik denk
dat we de juridische opvolging inderdaad toch wel in het oog moeten
blijven houden. Het is duidelijk dat het Brussels parket moeilijk
functioneert binnen die aartsmoeilijke context. Het zal wel niet
toevallig zijn dat we dat signaal opnieuw vanuit Brussel-Zuid krijgen,
waar er blijkbaar op dit ogenblik toch een totaal gedestabiliseerde
context heerst.
We zullen aan de minister van Justitie naar de stand van zaken
vragen.
Ik denk dat ook voor de politiezorg, waar we volgens mij terecht in de
richting van een brede maatschappelijke zorg evolueren, dergelijke
wraakacties buiten de professionele sfeer absoluut moet worden
vermeden. Dat moeten we bekijken. Ook de juridische opvolging
zullen we nauwlettend in de gaten houden.
17.05 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Il est manifestement
question d'un contexte social
totalement déstabilisé dans la
zone de police Bruxelles-Midi. Il
faut absolument éviter qu'un tel
incident se reproduise.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
18 Question de M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la formation des
gardiens de la paix" (n° 6859)</b>
18 Vraag van de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de opleiding van de gemeenschapswachten" (nr. 6859)
18.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, la loi du 15 mai 2007 relative à la création de la fonction de
gardien de la paix et à la modification de l'article 119bis de la nouvelle
loi communale a permis à de nombreuses communes d'engager des
agents dans la fonction de gardien de la paix.
Pour que les gardiens de la paix puissent exercer leurs missions dans
les meilleures conditions, il était absolument nécessaire d'organiser
une formation de base, commune à tous les agents, en fonction des
tâches qu'ils sont amenés à exercer. De même, une formation doit
également être suivie pour l'exercice de constatations dans le cadre
des sanctions administratives communales.
Lors des travaux parlementaires, il a été précisé que la formation des
gardiens de la paix serait effectuée par les écoles de police
reconnues ainsi que par les instituts de sécurité privés et que ces
points seraient précisés dans un arrêté royal d'exécution. Dans la
pratique, certaines communes ont engagé des gardiens de la paix
mais aucune information ne leur a été communiquée concernant ces
formations. On leur a même répondu qu'il était probable qu'aucune
formation ne voit le jour.
Monsieur le ministre, pouvez-vous me confirmer cette situation?
Pensez-vous pouvoir concrétiser la mise en place de ces formations?
Si des formations ont déjà eu lieu à certains endroits, pourriez-vous
me donner le nombre d'agents de la paix qui les ont suivies?
Qu'en est-il de l'arrêté royal qui devait être pris en application de cette
loi?
18.01 Josy Arens (cdH): Op
grond van de wet van 15 mei 2007
hebben vele gemeenten gemeen-
schapswachten in dienst kunnen
nemen. Opdat laatstgenoemden
hun taak optimaal zouden kunnen
uitoefenen, is het noodzakelijk dat
er een opleiding wordt georga-
niseerd. Dat punt moest nader
uitgewerkt
worden
via
een
koninklijk besluit tot uitvoering van
de wet. De gemeenten kregen
evenwel geen informatie met
betrekking tot die opleiding. Denkt
u die opleiding concreet gestalte te
kunnen geven? Hoe staat het met
het uitvoeringsbesluit?
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
18.02 Patrick Dewael, ministre: Cher collègue, je puis vous rassurer
sur le fait que l'arrêté royal déterminant les conditions de formation
auxquelles doivent répondre les gardiens de la paix est toujours
d'actualité. Comme vous le savez, le projet de loi portant des
dispositions diverses est sur le point d'être voté en séance plénière.
Cette loi modifiera la loi du 15 mai 2007 relative à la création du
service des gardiens de la paix.
Ces modifications affectent notamment les modalités de formation de
base de ces agents. Il était donc tout à fait naturel d'attendre la
modification de la loi du 15 mai avant de publier l'arrêté d'exécution
détaillant ces formations. Dans l'attente de la publication de cet arrêté
et l'indication des instituts de formation, l'obligation de suivre une
formation de base pour les gardiens de la paix est bien évidemment
suspendue.
18.02 Minister Patrick Dewael:
Dat koninklijk besluit zit nog
steeds in de pijplijn. Zoals u weet,
zal het wetsontwerp houdende
diverse bepalingen de wet van 15
mei 2007 wijzigen, inzonderheid
de modaliteiten van de basis-
opleiding van die ambtenaren. Het
was dus maar normaal dat we de
wijziging van de wet van 15 mei
afwachtten,
alvorens
het
uitvoeringsbesluit te publiceren. In
afwachting van de publicatie van
dat besluit, wordt de verplichting
om een opleiding te volgen
uiteraard opgeschort.
18.03 Josy Arens (cdH): Ces formations vont donc bien être mises
en place et les écoles de police sont effectivement reconnues pour
ces formations. J'en prends note.
Je remercie le ministre pour les précisions qu'il vient de me
communiquer.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
19 Question de M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le potentiel
projet de construction d'une centrale nucléaire de type EPR à Chooz" (n° 6866)</b>
19 Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het eventuele plan om een kerncentrale van het type EPR te bouwen in Chooz" (nr. 6866)
19.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, par
courrier du 27 juin, différents élus du département des Ardennes, en
France, et non des moindres, notamment le maire de Givet, ont fait
savoir à leur premier ministre, M. François Fillon, qu'ils souhaitaient
que leur département dépose dans les prochaines semaines un
véritable dossier de candidature à l'accueil du deuxième site EPR
français. Selon leurs voeux, cette centrale nucléaire de nouvelle
génération serait installée sur le site de Chooz, en bord de Meuse et
de notre frontière, Chooz étant pratiquement enclavé en Belgique.
À leur initiative, une réunion des élus concernés s'est tenue ce
vendredi 4 juillet à Charleville-Mézières, le chef-lieu du département,
pendant laquelle ils ont confirmé leur intérêt pour cette candidature.
J'ajouterai que cette information figure sur le portail officiel du
département. Leur initiative fait suite à un appel officiel de M. Fillon
qui porte pour le gouvernement français le projet de construire une
nouvelle centrale nucléaire de type EPR.
À nos yeux, monsieur le ministre, il est inconcevable que de telles
initiatives se prennent sans concertation aucune avec les autorités et
la population belges, pourtant directement concernées par un
développement nucléaire aussi proche de nos frontières, dès lors que
les vents dominants soufflent vers la Belgique, que la Meuse coule en
Belgique ­ et je ne dois pas vous parler de l'incident de Tricastin sur
le Rhône où la matière nucléaire a été transportée par le fleuve avec
un grand risque de contamination. En outre, la zone de qualification
19.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Met hun schrijven van 27
juni hebben parlementsleden uit
het Franse departement Ardennes
aan hun eerste minister laten
weten dat ze in de komende
weken een dossier wensten in te
dienen om zich kandidaat te
stellen voor de plaatsing op hun
grondgebied van de tweede
Franse EPR-site. Die kerncentrale
van de nieuwe generatie zou op de
site Chooz, op de oever van de
Maas en aan onze grens gebouwd
worden. Op 4 juli werd een
vergadering van de betrokken
parlementsleden
gehouden
in
Charleville-Mézières
om
die
kandidatuur te steunen. Hun
initiatief volgt op de oproep van de
heer Fillon om een nieuwe EPR-
kerncentrale te bouwen.
Het
is
onvoorstelbaar
dat
dergelijke initiatieven genomen
worden zonder overleg met de
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
de dix kilomètres s'étend essentiellement dans notre pays, zone dans
laquelle on distribue des pastilles d'iode jusque Dinant.
Le dossier récent du démantèlement de la centrale de Chooz A sur
lequel je vous avais interpellé a montré l'existence de lacunes
importantes, d'un manque d'information mutuelle et de prise en
compte des intérêts belges. Il est important à nos yeux de voir
corriger cet état de faits.
Monsieur le ministre, des contacts ont-ils eu lieu avec des autorités
françaises à propos de leur projet d'installer de nouvelles centrales de
type EPR? Que pensez-vous de la volonté des mandataires des
Ardennes françaises de faire installer une telle centrale sur le site de
Chooz? Et surtout, pouvez-vous vous engager à prendre contact le
plus rapidement possible avec les autorités françaises pour demander
une concertation sur le sujet, une information complète des autorités
et de la population belges concernées, notamment dans le cadre de
l'enquête publique qui aura lieu le cas échéant dans ce dossier?
Pouvez-vous demander un processus de codécision avec possibilité
de veto sur le sujet?
Belgische autoriteiten en bevolking
die
nochtans
rechtstreeks
betrokken partij zijn, aangezien de
wind vooral in de richting van
België waait, de Maas door België
stroomt en de gecontroleerde
zone
van
tien
kilometer
hoofdzakelijk in ons land ligt.
Het dossier over de ontmanteling
van de centrale van Chooz A heeft
aanzienlijke lacunes aan het licht
gebracht, heeft gewezen op een
gebrek aan informatie en heeft
aangetoond dat er onvoldoende
rekening wordt gehouden met de
Belgische belangen.
Zijn er contacten geweest met de
Franse autoriteiten over hun
plannen
voor
nieuwe
EPR-
centrales? Wat vindt u ervan dat
men een dergelijke centrale in
Chooz wil bouwen? Zal u vragen
dat overleg wordt gepleegd over
de
aangelegenheid,
dat
er
informatie gegeven wordt aan de
Belgische
autoriteiten
en
bevolking, met name in het kader
van het openbaar onderzoek in dit
dossier, en indien mogelijk, dat er
eventueel voor medebeslissing
wordt gezorgd?
19.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, la France envisage la construction d'une nouvelle centrale
nucléaire pour l'implantation de laquelle la presse française a
mentionné plusieurs sites. Chooz n'en faisait pas partie. Des élus de
cette zone ont adressé une lettre au premier ministre français, M.
Fillon, pour lui recommander chaudement une installation à Chooz.
En tant que ministre de l'Intérieur exerçant la tutelle sur l'Agence
nucléaire, je peux vous rassurer, car je n'ai pas été contacté à ce
sujet. L'Agence n'a pas non plus eu connaissance d'un plan
d'installation d'une nouvelle centrale nucléaire à cet endroit.
Lors de la dernière réunion du groupe franco-belge qui a eu lieu ce 17
juin, cette possibilité n'a pas été évoquée. Sans prétention, je dois
aussi signaler que l'Agence ne sera sans doute pas la première à être
contactée s'il existait des plans de groupes industriels et financiers
pour un projet aussi important.
Ensuite, comme ministre de l'Intérieur, je ne suis absolument pas
compétent pour me prononcer sur le bien-fondé d'initiatives de
parlementaires français ou de représentants locaux qui se mobilisent
pour le développement socio-économique de leur région. La Belgique
respecte la souveraineté de l'État français pour la création
d'installations à l'origine de nuisances environnementales sur son
19.02 Minister Patrick Dewael:
Frankrijk heeft plannen voor de
bouw
van
een
nieuwe
kerncentrale. In de Franse pers
werden
verscheidene
sites
genoemd, maar Chooz was daar
niet bij. Verkozenen uit die zone
hebben de Franse premier een
brief geschreven om de inplanting
in Chooz aan te bevelen. Als
toezichthoudend minister van het
Federaal
Agentschap
voor
Nucleaire Controle kan ik u
geruststellen: ik werd hierover niet
gecontacteerd. Het Agentschap
draagt evenmin kennis van een
dergelijk project op die plaats.
Tijdens de jongste bijeenkomst
van de Frans-Belgische groep, op
17 juni, is die mogelijkheid niet ter
sprake gekomen. Wanneer er
echter plannen zouden bestaan
voor zo een project, zal het
Agentschap waarschijnlijk wel niet
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
territoire, dans la mesure où sont respectées toutes les procédures
européennes de consultation qui sont prévues.
Enfin, vu les missions légales de l'Agence, il ne semble pas non plus
que celle-ci ni son ministre de tutelle soient, en dehors du contexte
strict de la sûreté, les instances les plus appropriées pour lancer une
consultation transfrontalière sur l'opportunité d'une telle implantation.
Lors de la prochaine réunion du groupe franco-belge prévue en
novembre 2008, les représentants belges insisteront auprès de leurs
collègues français pour être informés à un stade aussi précoce que
possible, si un projet concret à Chooz devait se confirmer.
als eerste daarover ingelicht
worden.
Als minister van Binnenlandse
Zaken ben ik niet bevoegd om me
uit
te
spreken
over
de
rechtmatigheid van initiatieven van
Franse parlementsleden. België
respecteert de soevereiniteit van
de Franse Staat, voor zover de
Europese raadplegingsprocedures
waarin voorzien wordt in acht
worden genomen.
Gelet op de wettelijke opdrachten
van het Agentschap, zijn noch die
instantie,
noch
haar
toezichthoudend minister buiten
het domein van de nucleaire
veiligheid de meest aangewezen
aanspreekpunten
om
het
grensoverschrijdend overleg over
een dergelijke inplanting op te
starten.
Tijdens de volgende vergadering
van de Frans-Belgische groep die
in november 2008 is gepland,
zullen onze vertegenwoordigers
met aandrang vragen dat we zo
snel mogelijk op de hoogte worden
gebracht indien er effectief een
bouwproject zou komen in Chooz.
19.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, vous
dites que je devrais être rassuré du fait que vous n'avez pas reçu
d'information officielle à ce propos lors de la précédente réunion de
coordination. Cela ne me rassure évidemment pas! Que du contraire!
Je vous rejoins cependant lorsque vous dites que la Belgique et le
ministre de l'Intérieur belge n'ont pas à remettre un avis sur les
options de développement socio-économique d'un pays voisin. Ce
n'est pas de cela qu'il s'agit mais bien d'un projet avec impact
environnemental et de sécurité potentiel important dans une zone qui
se situe davantage en Belgique qu'en France.
J'entends que la question sera portée à l'ordre du jour en novembre,
lors de la prochaine réunion du comité de concertation ad hoc. Je
vous demande de faire oeuvre d'une démarche proactive et prudente
à l'égard de vos équivalents français, en leur faisant part de ces
échos relatifs à un projet qui n'est certainement pas très avancé et en
leur rappelant notre préoccupation de sécurité et de consultation. En
l'occurrence, il faut faire preuve de proactivité et tuer dans l'oeuf une
mauvaise hypothèse.
C'est dans les années 60 ou 70 qu'on se permettait d'implanter, à la
frontière d'un autre pays, une industrie aussi dangereuse qu'une
centrale nucléaire, surtout de type EPR qui est une technologie qui
19.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!):
U
zegt
dat
ik
gerustgesteld zou moeten zijn
omdat u daaromtrent geen officiële
informatie heeft ontvangen, maar
dat
vind
ik
allerminst
geruststellend!
U zegt voorts dat België en de
minister van Binnenlandse Zaken
zich niet dienen uit te spreken over
de keuzen die in een buurland
worden gemaakt. Het gaat hier
echter om een project met
aanzienlijke gevolgen voor het
milieu en voor de veiligheid, in een
zone die meer op Belgisch
grondgebied dan in Frankrijk ligt.
Ik vraag u proactief en voorzichtig
demarches te ondernemen bij uw
Franse ambtgenoten, hen op de
hoogte te brengen van wat u heeft
vernomen en hen te wijzen op
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
n'est pas tout à fait maîtrisée à ce stade! Monsieur le ministre, je vous
demande fermement de faire preuve de proactivité dans ce dossier,
de manière à rassurer le plus rapidement possible les populations
concernées, notamment dans l'arrondissement de Dinant-
Philippeville.
onze
bekommernis
om
de
veiligheid en op onze vraag om in
deze te worden geraadpleegd.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
20 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le manque
d'effectifs belges au Centre de coopération policière et douanière de Tournai" (n° 6871)</b>
20 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het tekort aan Belgisch personeel in het Centrum voor politie- en douanesamenwerking
van Doornik" (nr. 6871)
20.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, depuis 2002, le
Centre de coopération policière et douanière a été mis en place à
Tournai. Aux dires des principaux intéressés, il fonctionne bien et
constitue même une réussite de ce qu'on appelle la politique
transfrontalière de l'Europe. Ce centre, s'il vise à mieux poursuivre les
délinquants, est aussi une mine d'informations sur cette délinquance
transfrontalière.
Néanmoins, un bémol par rapport à cette réussite est relevé par le
commissaire De Winter: la carence en personnel. Sur le plan des
effectifs, on retrouve un équilibre de 13 Belges, Flamands et
francophones, et 24 Français. Je cite les propos du commissaire qui
ont été relayés dans le "Nord Eclair" français du 27 juin dernier: "Le
gros point noir, en revanche, réside dans "l'analyse", ce fameux recul
qui était un des objectifs lors de sa création et qui ne peut être rempli
faute d'effectifs suffisants. On brasse une quotité d'informations
incroyable venant des deux pays. On aimerait davantage se servir de
cette mine d'or pour faire des recoupements et dégager des
conclusions sur les phénomènes transfrontaliers comme les
cambriolages ou les vols de voiture. Les Français ont des soucis, car
nous ne sommes pas aussi nombreux qu'eux au service "analyse".
Du coup, il n'est pas possible d'avancer aussi vite qu'on pourrait, mais
des effectifs supplémentaires pourraient arriver à la faveur d'un
changement de direction." Patience donc! Mais j'ignore de quel
changement de direction le commissaire De Winter parle.
Monsieur le ministre, êtes-vous informé d'une éventuelle carence en
personnel? Dans l'affirmative, peut-on définir les causes de ce
manque d'effectifs? Éventuellement, quels sont les remèdes qui
permettraient d'y trouver une solution d'autant que ce service semble
pour le reste extrêmement bien fonctionner?
20.01 Jean-Luc Crucke (MR): In
2002 werd een centrum voor
politie- en douanesamenwerking
opgericht in Doornik. Volgens de
betrokkenen werkt het prima en
reikt het een schat aan informatie
aan over de grensoverschrijdende
criminaliteit.
Commissaris De Winter wijst
evenwel op een aantal pijnpunten:
er is te weinig Belgisch personeel,
met name bij de dienst `analyse'.
Wat
de
personeelsbezetting
betreft, zijn er 13 Belgen en 24
Fransen.
Is u op de hoogte van een
eventueel personeelstekort? Wat
zijn de oorzaken daarvan? Welke
oplossingen kunnen er worden
gevonden, temeer daar deze
dienst voor het overige goed
draait.
20.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, dans le cadre
de la relance de la collaboration dans la région frontalière franco-
belge, une réunion a eu lieu le 23 juin 2008. Un comité stratégique
réunissant les parties belges et françaises a convenu de la mise en
place d'une nouvelle structure et d'une nouvelle méthode de travail
qui vise, au départ de la détermination d'objectifs communs franco-
belges, à mettre l'accent sur l'opérationnalité et la résolution des
problèmes opérationnels tant sur le plan juridique que sur celui des
procédures de travail.
La nouvelle structure est basée sur cinq groupes de travail chargés
20.02 Minister Patrick Dewael:
In het kader van de samenwerking
in de Frans-Belgische grensstreek,
werd op 23 juni 2008 een
vergadering
gehouden.
Een
strategisch comité besliste over de
invoering van een nieuwe structuur
en werkmethode.
De nieuwe structuur gaat uit van
vijf specifieke werkgroepen, waar-
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
chacun de traiter une matière spécifique, dont un groupe chargé du
positionnement du Centre de coopération policière et douanière
(CCPD). Ces cinq groupes de travail doivent, à terme, présenter un
rapport commun franco-belge reprenant leurs conclusions, c'est-à-
dire les solutions envisagées et les propositions en suspens dont la
résolution nécessite l'intervention des autorités. La question du
manque d'effectifs sera soulevée et examinée dans le cadre des
travaux de ce groupe de travail et sera intégrée dans le rapport final
qui sera soumis aux autorités belges et françaises.
Lors de la création du CCPD de Tournai, une analyse des besoins
avait été effectuée en fonction des missions conférées à ce centre.
Cette analyse a abouti à une estimation pour la Belgique de seize
personnes nécessaires afin de remplir ses missions. Le CCPD n'a
jusqu'à présent pu obtenir qu'un personnel constitué de onze
fonctionnaires.
L'allocation des ressources humaines au sein de la police fédérale
repose sur un cadre dénommé "formation du personnel" qui attribue à
chaque unité et service des moyens déterminés. Les propositions
d'adaptation de cette formation du personnel, pour ce qui concerne le
CCPD de Tournai, viennent d'être introduites. Elles retiennent un
effectif de quelque dix-neuf membres belges au lieu des onze actuels,
en incluant une cellule d'analyse de la criminalité.
Le commissaire général de la police fédérale devra, en première
analyse, apprécier l'importance des effectifs à allouer à la lumière des
autres besoins qui lui seront connus. Je réserve, à mon niveau, un
intérêt particulier pour la problématique du CCPD de Tournai et de la
collaboration policière au sein de sa région frontalière.
Quand je serai saisi du dossier de la formation du personnel de la
police fédérale, je ne manquerai pas d'examiner avec attention son
profil d'encadrement. Quant à la motivation du personnel du CCPD,
elle est réelle; malgré le nombre réduit de ses membres, le CCPD
met toujours tout en oeuvre pour fournir un travail de qualité, alliant
précision et rapidité.
onder een groep belast is met de
positionerng van het Centrum voor
Politie en Douanesamenwerking
(CPDS). Die vijf groepen moeten
op termijn een verslag met hun
conclusies voorstellen. De kwestie
over het tekort aan personeels-
leden zal worden onderzocht in het
kader van de werkzaamheden van
de groep en zal in het eindverslag
worden opgenomen.
Bij de oprichting van het CPDS
van Doornik had een analyse van
de behoeften geleid tot de raming
dat er voor België zestien
personen nodig waren. Het CPDS
kreeg tot dusver slechts elf
ambtenaren toegewezen.
Het
toekennen
van
human
resources bij de federale politie
berust
op
een
kader,
"personeelsformatie"
genoemd.
De voorstellen voor de aanpassing
van die personeelsformatie voor
het CPDS van Doornik, werden
net
ingediend.
Zij
omvatten
negentien Belgische personeels-
leden in plaats van de huidige elf,
met een cel voor criminaliteits-
analyse.
De commissaris-generaal van de
federale politie zal het gewicht van
de in te zetten personeelsleden
moeten afwegen tegen de andere
behoeften. Ik blijf bijzondere
aandacht
besteden
aan
de
problematiek van het CPDS van
Doornik en de politiesamen-
werking in de grensstreek.
Wanneer het dossier betreffende
de opleiding van het personeel van
de federale politie mij zal worden
voorgelegd, zal ik de omkadering
met de nodige aandacht bekijken.
Het personeel van het CPDS is
echt gemotiveerd, en er wordt
kwaliteitswerk geleverd.
20.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse mais aussi pour l'intérêt manifeste qu'il porte
au CCPD de Tournai. J'ai bien entendu l'intention d'augmenter le
volume du personnel. C'est rendre justice à un travail de terrain de
qualité et qui nous satisfait. Une analyse en amont peut rendre
beaucoup de services pour améliorer encore son travail.
20.03 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
dank u voor het belang dat u in het
CPDS van Doornik stelt. Ik neem
nota van uw intentie om het
personeelsbestand te versterken.
Zodoende erkent u het kwaliteits-
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
werk dat tot ons aller tevredenheid
geleverd wordt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
21 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de aanwezigheid van Belgische politieagenten in Parijs" (nr. 6900)
21 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la présence
de policiers belges à Paris" (n° 6900)</b>
21.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister,
blijkbaar patrouilleren op vraag van Frankrijk ook deze zomer
Belgische agenten in Parijs. Dat zou gebeuren op basis van een
overeenkomst die bepaalt dat wij in juli en augustus twee Belgische
agenten ter beschikking stellen. Ik verneem dat ook Nederland,
Duitsland en Spanje dergelijke bijstand verlenen.
Kan u wat meer uitleg geven over de zin van bedoelde
overeenkomst? Wat is het doel van het initiatief?
Hoe wordt een en ander financieel uitgeklaard?
Is in een evaluatie van dat soort overeenkomsten voorzien?
21.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Dans le cadre d'une
convention, la Belgique affecterait
aux mois de juillet et d'août 2008
deux agents belges à des
missions de patrouille à Paris. Les
Pays-Bas,
l'Allemagne
et
l'Espagne octroieraient une aide
analogue. Le ministre peut-il nous
en dire davantage à propos de
cette
convention?
Quel
est
l'objectif
poursuivi?
Comment
l'aspect financier est-il réglé?
Cette
convention
fera-t-elle
également
l'objet
d'une
évaluation?
21.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, het betreft een
initiatief dat van het programma van het Franse voorzitterschap van
de Europese Unie deel uitmaakt.
Het Franse voorzitterschap vertrekt van de vaststelling dat er zich bij
het onthaal van inwoners van andere lidstaten tijdens het toeristische
seizoen en ook bij de organisatie van grote evenementen
moeilijkheden
voordoen.
Frankrijk
stelt
voor
voornoemde
moeilijkheden te ontwijken door voor de duur van het evenement of
van het toeristische seizoen politieambtenaren van de verschillende
betrokken nationaliteiten te detacheren naar de politiediensten van de
gaststaat die de detachering verzoekt. De betrokken ambtenaren
zullen in de Franse structuren worden geïntegreerd. Zij zullen hun
nationaal uniform en hun dienstwapen dragen.
Bedoeld eerste experiment wordt op basis van het verdrag van Prüm
georganiseerd.
De vraag werd rechtstreeks door de directeur-generaal van de
Nationale Politie van Frankrijk aan de commissaris-generaal van de
Belgische federale politie gericht. De Europese Unie steunt het
initiatief. Aan België werd gevraagd om aan het project bij te dragen
door twee politieambtenaren voor een periode van een maand, dus
van 1 tot 31 juli 2008, te sturen. De betrokken ambtenaren worden ten
laatste op 12 juli 2008 in Frankrijk verwacht.
Voor het ogenblik werden nog geen politieambtenaren aangeduid.
Twee plaatsaanbiedingen zijn binnen de geïntegreerde politie
verschenen.
21.02 Patrick Dewael, ministre:
Cette initiative s'inscrit dans le
cadre de la présidence française
de l'UE. La France souhaite en
effet offrir pendant la saison
touristique un accueil de qualité
aux ressortissants des autres
États membres. Des fonction-
naires de police des autres États
membres sont détachés vers l'État
hôte, en l'occurrence la France.
L'Union européenne appuie cette
initiative. La Belgique a été invitée
à détacher deux fonctionnaires de
police pour le mois de juillet 2008.
À cet effet, deux offres d'emploi
ont été lancées récemment au
sein de la police intégrée. L'État
d'origine prend en charge les frais
de transport et le traitement, les
frais de séjour et de repas étant
pris en charge par l'État hôte.
Les projets de ce genre sont
certainement de nature à apporter
une plus-value dans le cadre de la
coopération internationale. À cet
égard, n'oublions pas que la
Belgique assurera la présidence
de l'Union européenne en 2010.
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
Het doel is gedurende het toeristische seizoen of bij de organisatie
van een groot evenement een kwaliteitsvolle ontvangst van de
inwoners van andere lidstaten te verzekeren.
De transportkosten van het land van oorsprong naar de standplaats
zijn ten laste van de zendstaat. De kosten voor het logement en de
maaltijden zullen door Frankrijk worden gedragen. Ook de salarissen,
ten slotte, blijven gedurende de volledige uitzendperiode ten laste van
de zendstaat.
In het raam van de internationale samenwerking kunnen dergelijke
projecten hun meerwaarde zeker aantonen, uiteraard op voorwaarde
dat dergelijke initiatieven wederzijds kunnen.
De ervaring kan zeker de samenwerking tussen de politie van de twee
landen bevorderen. Tot nu toe moest ik vaststellen dat Frankrijk
tamelijk terughoudend was tegenover samenwerkingsoperaties met
Belgische geüniformeerde en gewapende politiemensen op haar
grondgebied. In dat opzicht kan het Franse initiatief een opstap zijn
naar een betere samenwerking op dat vlak. Laat ons in dat opzicht
niet vergeten dat België in 2010 het voorzitterschap van de Unie zal
waarnemen.
21.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik leer
daaruit dat het experiment, want dat is het, na verloop van een jaar
zal worden geëvalueerd.
21.03 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Je prends acte du fait que
ce projet pilote sera soumis à une
évaluation après un an.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: De vragen nr. 6921 van mevrouw Galant, nr. 6936 van mevrouw Dierick en nr. 6941 van
mevrouw Van Broeckhoven worden uitgesteld. Vraag nr. 6946 van de heer Van Grootenbrulle wordt
omgezet in een schriftelijke vraag.
Les questions n° 6921 de Mme Galant, n° 6936, de Mme Dierick et n° 6941 de Mme Van Broeckhoven
sont reportées. La question n° 6946 de M. Van Grootenbrulle est transformée en question écrite.
22 Questions jointes de
- M. Maxime Prévot au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la situation du service
régional d'incendie de Sambreville" (n° 6978)<br>- M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la situation problématique
au service régional d'incendie de Sambreville" (n° 7008)</b>
22 Samengevoegde vragen van
- de heer Maxime Prévot aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
toestand van de gewestelijke brandweerdienst van Sambreville" (nr. 6978)
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
problematische situatie bij de regionale brandweerdienst van Sambreville" (nr. 7008)
22.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le ministre, le service régional d'incendie de Sambreville
couvre les communes de Sambreville, Jemeppe et Sombreffe.
Comme tous les services d'incendie, il joue un rôle très important en
matière de sécurité, particulièrement dans une région qui se
caractérise non seulement par une forte densité de population, mais
également par la présence d'industries importantes comme Saint-
Gobain et Glaverbel, et induisant pour certaines d'entre elles comme
l'usine Solvay des risques de type Seveso.
22.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): De onderbezetting van de
gewestelijke brandweerdienst van
Sambreville en het onderlinge
geruzie binnen deze dienst zijn
dermate problematisch dat de
veiligheid van de burgers niet
meer
optimaal
kan
worden
verzekerd,
en
dit
in
een
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
Or la situation y est particulièrement problématique suite à un sous-
effectif en personnel et à des querelles intestines qui perdurent depuis
des mois, tel que cela a été confirmé très récemment par les résultats
d'un audit communiqué au conseil communal de Sambreville. La
sécurité des familles concernées ne peut plus être garantie de façon
optimale.
Je vous cite des extraits de cet audit. Les auditeurs notent entre
autres que "faute d'un recadrage immédiat, il existe de fortes
présomptions pour considérer que la sécurité optimale des citoyens
secourus par le SRI de Sambreville risque de ne plus être garantie.
Les raisons majeures sont un conflit ouvert altérant la disponibilité des
effectifs, la rupture de la chaîne de commandement, une structure
hiérarchique professionnelle inadaptée, des formations insuffisantes
du personnel et des sabotages présumés du matériel d'intervention".
Vous conviendrez qu'il s'agit d'une situation assez grave.
D'après les informations complémentaires que j'ai pu glaner, un seul
officier gère ce SRI et doit donc assurer 24 heures sur 24. Le cadre
théorique de 47 professionnels n'est composé dans les faits que de
26 hommes; c'est totalement insuffisant tel que l'aurait établi un
rapport du ministère de l'Intérieur.
Monsieur le ministre, malgré le principe de l'autonomie communale,
cette situation ne peut vous laisser indifférent en tant que ministre en
charge des questions de sécurité dans notre pays.
Monsieur le ministre, êtes-vous informé de la situation problématique
que vit le SRI de Sambreville? Quel regard portez-vous sur la
situation qui y est vécue?
Un contact a-t-il été pris ou est-il programmé entre le ministère de
l'Intérieur et les responsables communaux? Le cas échéant, sur
quelles conclusions a-t-il débouché?
Que comptez-vous entreprendre pour remédier à la situation ou
contribuer à sa remédiation?
L'envoi d'un commissaire spécial ou une mise sous tutelle provisoire
sont-elles imaginables?
D'une façon générale, quelle est votre capacité d'intervention à l'égard
de telles situations? Par exemple, êtes-vous en contact avec le
gouverneur de la province de Namur sur le sujet?
dichtbevolkte
streek
waar
risicobedrijven zijn gevestigd. Dit
wordt bevestigd in een aan de
gemeenteraad van Sambreville
bezorgde doorlichting, waarin er
zelfs sprake is van sabotage van
het interventiematerieel.
Niettegenstaande het principe van
de gemeentelijke autonomie kan
deze
wantoestand
u
niet
onverschillig laten. Bent u op de
hoogte van deze situatie bij de
gewestelijke brandweerdienst van
Sambreville? Werd er contact
opgenomen of zal er contact
opgenomen worden met het
gemeentebestuur?
Welke
maatregelen zal u nemen? Kan er
een
speciale
commissaris
gestuurd worden of kan die dienst
tijdelijk onder toezicht worden
geplaatst? Over welke speelruimte
beschikt u in dergelijke situaties?
Bent u in verband met deze zaak
in contact getreden met de
provinciegouverneur van Namen?
22.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, l'inspection des services d'incendie de la Direction générale
de la sécurité civile est informée de l'existence de l'audit, mais elle ne
dispose pas encore du rapport des auditeurs. Dès réception du
rapport, celui-ci sera examiné par l'inspection en collaboration avec le
service juridique de la même direction générale. Les contacts
nécessaires seront pris avec les autorités communales et les services
du gouverneur de la province afin de mettre au point un plan d'action.
Si des actes de sabotage sont avérés, j'inviterai les autorités
communales à déposer plainte, avec constitution de partie civile,
entre les mains du juge d'instruction et à prendre ­ le cas échéant ­
22.02 Minister Patrick Dewael:
De inspectie van de brandweer-
diensten en de juridische dienst
van de Algemene Directie van de
Civiele
Veiligheid
zullen
het
auditverslag onderzoeken zodra
ze het ontvangen.
Indien blijkt dat er sprake is van
sabotage, zal het gemeente-
bestuur
een
klacht
kunnen
indienen en, in voorkomend geval,
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
60
les mesures temporaires d'écartement du service qui s'imposent. À
l'issue de la procédure pénale, les autorités communales pourront
engager une procédure disciplinaire. L'auteur d'un acte de sabotage
s'expose aux sanctions disciplinaires prévues dans le statut qui lui est
applicable. La sanction disciplinaire la plus élevée est la révocation
pour un membre professionnel du service d'incendie et le
licenciement pour un membre volontaire.
C'est au bourgmestre qu'il appartient en premier lieu de garantir la
sécurité sur le territoire de sa commune en application conjointe des
articles 133 et 135 de la nouvelle loi communale. Au niveau de la
province, c'est au gouverneur qu'il incombe, en application conjointe
des articles 124 et 128 de la loi provinciale, de veiller à la sécurité sur
le territoire de sa province. Enfin, en exécution des dispositions de
l'article 11 de la loi du 31 décembre 1963 sur la protection civile, le
gouverneur de la province peut, lorsqu'une commune reste en défaut
de satisfaire à ses obligations en la matière, arrêter d'office les
mesures nécessaires et charger un commissaire spécial de se rendre
sur les lieux afin de faire procéder à leur exécution.
De façon générale, l'inspection des services d'incendie ne peut que
formuler des recommandations mais ne jouit d'aucun pouvoir
d'injonction à l'égard des autorités communales.
En bref, un rapport d'inspection est transmis au bourgmestre, au
gouverneur et au commandant du service d'incendie. C'est ainsi que
la procédure se déroule.
maatregelen kunnen nemen om
de betrokkenen tijdelijk uit de
dienst te verwijderen. Na afloop
van de strafrechtelijke procedure
zal de gemeente een tucht-
procedure kunnen instellen.
Het staat in de eerste plaats aan
de burgemeester om de veiligheid
in zijn gemeente te waarborgen.
Op provinciaal niveau ligt die
verantwoordelijkheid
bij
de
gouverneur en de wet van
31 december 1963 betreffende de
civiele bescherming bepaalt dat
wanneer een gemeente in gebreke
blijft aan haar verplichtingen in dat
verband
te
voldoen,
de
provinciegouverneur
van
ambtswege
de
nodige
maatregelen kan vaststellen. De
inspectie
van
de
brandweerdiensten kan slechts
aanbevelingen formuleren.
22.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je
vous remercie pour ces précisions.
Je m'étonne que cet audit dont les meilleurs morceaux ont été
dévoilés à la presse ne soit pas encore parvenu à votre service
d'inspection du ministère de l'Intérieur. Cela me semble être pourtant
la suite logique.
Je vous encourage à prendre contact avec les communes
concernées pour qu'elles vous le transmettent.
Vous avez mis en évidence la responsabilité de l'autorité communale
et notamment du bourgmestre de Sambreville dans ce dossier. C'est
ce que j'ai retenu.
J'ai par ailleurs identifié un manque d'investissement dans ce service
d'incendie et ce dans le contexte de la réforme des services
d'incendie et des promesses fédérales d'un réinvestissement et d'un
financement de ces services qui se font toujours attendre.
J'ai également noté la responsabilité du gouverneur de la province et
la possibilité d'envoyer sur place un commissaire spécial. J'espère
qu'on ne devra pas en arriver là.
Néanmoins, dans une région présentant des risques industriels
importants, je ne sais pas si on peut attendre un accident pour agir.
Je ne sais pas si vous devez attendre ce fameux rapport d'audit pour
réagir et conseiller les communes. Vous avez en effet rappelé que
vous n'aviez pas autorité d'action mais vous pouvez leur donner un
signal clair et leur dire qu'on ne peut pas laisser une situation pourrir
22.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Het verwondert mij dat
het ministerie van Binnenlandse
Zaken nog niet over die audit
beschikt.
U wees op de verantwoordelijkheid
van het gemeentebestuur. Ik stel
echter vast dat er onvoldoende
geïnvesteerd
wordt
in
deze
gewestelijke
brandweerdienst,
terwijl voor deze diensten een
federale
financiering
in
het
vooruitzicht gesteld werd. Daar
werd echter nooit concreet werk
van gemaakt. Ik noteer dat ook de
provinciegouverneur
in
deze
verantwoordelijkheid draagt, en
dat de mogelijkheid bestaat om
een speciale commissaris te
sturen. Ik hoop dat het niet zo ver
hoeft te komen, maar rekening
houdend met de belangrijke
industriële risico's in deze streek
nodig ik u uit om zonder dralen
een duidelijk signaal te geven.
CRIV 52
COM 301
09/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
61
de telle façon. J'espère qu'il ne se passera rien de dommageable à
quoi les services régionaux d'incendie concernés ne pourraient
répondre faute d'investissements ou de recadrage nécessaire.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
23 Question de M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le paiement de
certaines indemnités" (n° 6999)</b>
23 Vraag van de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de betaling van bepaalde vergoedingen" (nr. 6999)
23.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le ministre, à l'heure où le
personnel policier fait état d'une série de revendications financières,
alors que la marge budgétaire pour y répondre semble des plus
étroites, je suis déconcerté par les indemnités que perçoivent certains
officiers. Celles-ci entraînent bien sûr une augmentation de salaire
non négligeable.
Par exemple, la zone de Bruxelles-Ouest a récemment adapté la liste
du personnel contactable et rappelable en y ajoutant un officier par
division, cette zone comptant cinq divisions. Ceux-ci seront
indemnisés en semaine entre 18.00 et 08.00 heures le lendemain
matin, ainsi que les week-ends vingt-quatre heures sur vingt-quatre.
Or, un officier de semaine OPJ-OPA à même de remplir toutes les
tâches de la fonction de police prévue légalement est également
repris sur cette liste comme contactable et rappelable. Monsieur le
ministre, cette adaptation reflète-t-elle un besoin opérationnel réel? Le
cas échéant, entreprenez-vous des démarches nécessaires en vue
de faire modifier cette situation?
23.01 Josy Arens (cdH): Nu de
budgettaire ruimte blijkbaar te krap
is om in te gaan op de financiële
eisen van de politieagenten, zet ik
toch wel grote ogen op als ik
bepaalde uitgaven zie. Zo heeft de
zone Brussel-West per afdeling
een officier toegevoegd aan de lijst
van personeel dat bereikbaar en
terugroepbaar is en daarvoor
nacht- en weekendvergoedingen
ontvangt. Er is bovendien een
weekofficier die alle wettelijk
vastgelegde taken kan vervullen.
Weerspiegelt
die
aanpassing
werkelijk
een
operationele
behoefte?
23.02 Patrick Dewael, ministre: Cher collègue, je voudrais tout
d'abord préciser que l'octroi d'indemnités et d'allocations est soumis à
des conditions reprises dans les dispositions statutaires. Il n'est donc
pas possible de déroger à ces principes. Les principes de
"contactable" et "rappelable" ont été explicités dans une note de
service du 26 avril 2007 de la police fédérale, relative à l'organisation
du temps de travail.
Une liste exhaustive et restreinte des fonctionnalités qui entrent en
considération pour la mise en situation de "contactable" et
"rappelable" a été déterminée. Toutefois, il est prévu qu'en cas de
besoin d'une opération ponctuelle et temporaire, d'autres membres du
personnel peuvent, à titre strictement provisoire, être désignés
comme tels par l'autorité responsable.
Dans ce cas, la zone de police de Bruxelles-Ouest est l'autorité
responsable. C'est ainsi que, par décision du collège de police du
26 mars 2008, les directeurs des cinq divisions ont effectivement été
désignés "contactables" et "rappelables". Dans cette zone, chaque
division correspond à un territoire communal. Ces divisions sont
dirigées par un directeur ayant le grade soit de commissaire
divisionnaire, soit de commissaire de police. Ce dernier est la
personne de référence pour l'administration communale. Il peut
répondre à toute question de police administrative.
Dans une zone pluricommunale, il est impossible de confier ce genre
23.02 Minister Patrick Dewael:
De begrippen "bereikbaar" en
"terugroepbaar"
en
de
vergoedingen en toelagen in dat
verband worden geregeld door
statutaire bepalingen. De functies
waarop die regeling betrekking
heeft, worden nader omschreven
in een dienstnota van 26 april
2007. Zo nodig kunnen echter ook
andere personeelsleden tijdelijk
onder
die
regeling
worden
geplaatst.
In het onderhavige geval werden
de
directeurs
van
de
vijf
afdelingen, die elk overeen-
stemmen met een gemeente, bij
beslissing van het politiecollege
van
de
zone
Brussel-West
aangewezen als bereikbaar en
terugroepbaar.
Zij
zijn
de
referentiepersonen
voor
het
gemeentebestuur
en
kunnen
antwoorden op elke vraag met
09/07/2008
CRIV 52
COM 301
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
62
de tâche à un officier de semaine qui est chargé de la coordination
des missions judiciaires et opérationnelles et qui n'est pas
nécessairement familiarisé avec les spécificités communales.
betrekking tot de bestuurlijke
politie.
In een meergemeentezone kan
dat soort opdrachten niet worden
toevertrouwd aan een week-
officier, die niet vertrouwd is met
de plaatselijke situatie.
23.03 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, je rappelle que j'attends beaucoup de l'évaluation de la
réforme des polices prévue pour cet automne. J'espère que nous
l'aurons et que nous pourrons discuter des différents problèmes à
cette occasion!
23.03 Josy Arens (cdH): Ik
koester
hooggespannen
verwachtingen
omtrent
de
evaluatie van de politiehervorming
die in het najaar zal plaatsvinden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 17.27 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.27 uur.