KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 324
CRIV 52 COM 324
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
V
OLKSGEZONDHEID
,
HET
L
EEFMILIEU EN DE MAATSCHAPPELIJKE
H
ERNIEUWING
C
OMMISSION DE LA
S
ANTE PUBLIQUE
,
DE
L
'E
NVIRONNEMENT ET DU
R
ENOUVEAU DE LA
S
OCIETE
dinsdag
mardi
07-10-2008
07-10-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams - Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "de eisen van de
vroedvrouwen" (nr. 7200)
1
Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les exigences des
sages-femmes" (n° 7200)
1
Sprekers: Yolande Avontroodt, Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs: Yolande Avontroodt, Jean-Marc
Delizée, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "het Federaal
Kenniscentrum
voor
de
Gezondheidszorg"
(nr. 7201)
3
Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "le Centre Fédéral
d'Expertise des Soins de Santé" (n° 7201)
3
Sprekers: Yolande Avontroodt, Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs: Yolande Avontroodt, Jean-Marc
Delizée, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "de plaatsing van
automatische externe defibrillatoren" (nr. 7202)
5
Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "l'installation de
défibrillateurs externes automatiques" (n° 7202)
5
Sprekers: Yolande Avontroodt, Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs: Yolande Avontroodt, Jean-Marc
Delizée, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
over
"een
hadroncentrum" (nr. 7203)
7
Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "un centre
d'hadronthérapie" (n° 7203)
7
Sprekers: Yolande Avontroodt, Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs: Yolande Avontroodt, Jean-Marc
Delizée, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
Vraag van de heer Koen Bultinck aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
over
"de
aanvullende
hospitalisatieverzekeringen van ziekenfondsen"
(nr. 7226)
8
Question de M. Koen Bultinck à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé
publique
sur
"les
assurances
hospitalisation complémentaires des mutualités"
(n° 7226)
9
Sprekers:
Koen
Bultinck,
Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs: Koen Bultinck, Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État à la Lutte contre la pauvreté
Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "palliatieve zorg
voor kinderen" (nr. 7250)
10
Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les soins palliatifs
pour enfants" (n° 7250)
10
Sprekers: Yolande Avontroodt, Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs: Yolande Avontroodt, Jean-Marc
Delizée, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
over
"verpleegkundigen
met
een
bijzondere
deskundigheid in de diabetologie" (nr. 7253)
12
Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "le personnel infirmier
ayant une spécialisation en diabétologie"
(n° 7253)
12
Sprekers: Yolande Avontroodt, Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs: Yolande Avontroodt, Jean-Marc
Delizée, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de 14
Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-
14
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "geneesmiddelen
voor kinderen" (nr. 7254)
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les médicaments
destinés aux enfants" (n° 7254)
Sprekers: Yolande Avontroodt, Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs: Yolande Avontroodt, Jean-Marc
Delizée, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "de risico's van
het kopen van geneesmiddelen via internet"
(nr. 7332)
16
Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les risques liés à
l'achat de médicaments en ligne" (n° 7332)
16
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Jean-Marc
Delizée, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
over
"de
gezondheidsrisico's verbonden aan het gebruik
van Viagra bij intensieve sportbeoefening"
(nr. 7439)
19
Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les risques de santé
liés à la consommation de Viagra en cas de
pratique sportive intense" (n° 7439)
19
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Jean-Marc
Delizée, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de niet-terugbetaling van
logopediekosten
voor
kinderen
die
voor
taalbadonderwijs hebben gekozen" (nr. 7483)
22
Question de M. Jean-Luc Crucke à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "le refus de prise en
charge des frais de logopédie pour les enfants
ayant fait choix de l'enseignement immersif"
(n° 7483)
22
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jean-Marc
Delizée, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
over
"het
tekort
van
1260 urgentieartsen
bij
de
Belgische
spoedgevallendiensten" (nr. 7484)
24
Question de M. Jean-Luc Crucke à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "la pénurie en
Belgique
de
1260 médecins
urgentistes"
(n° 7484)
23
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jean-Marc
Delizée, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "cosmetica voor baby's"
(nr. 7521)
26
Question de M. Jean-Luc Crucke à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les produits
cosmétiques pour bébés" (n° 7521)
26
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jean-Marc
Delizée, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "de persoonlijke
bijdrage in geval van ziekenhuisopname"
(nr. 7550)
28
Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "la quote-part
personnelle en cas d'hospitalisation" (n° 7550)
28
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Jean-Marc
Delizée, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de vice-
30
Question de Mme Sonja Becq à la vice-première 30
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid
over
"de
projecten
psychiatrische zorg in de thuissituatie (PZT)"
(nr. 7554)
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "les projets de soins
psychiatriques à domicile (SPAD)" (n° 7554)
Sprekers: Sonja Becq, Jean-Marc Delizée,
staatssecretaris voor Armoedebestrijding
Orateurs: Sonja Becq, Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État à la Lutte contre la pauvreté
Samengevoegde vragen van
32
Questions jointes de
32
- de heer Koen Bultinck aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de evaluatie van de
referentiecentra
voor
CVS
(Chronisch
Vermoeidheidssyndroom)" (nr. 7557)
32
- M. Koen Bultinck à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "l'évaluation des centres de
référence pour le SCF (Syndrome de Fatigue
Chronique)" (n° 7557)
32
- mevrouw Maggie De Block aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de referentiecentra voor
het chronisch vermoeidheidssyndroom" (nr. 7558)
32
- Mme Maggie De Block à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "les centres de référence pour
le syndrome de fatigue chronique" (n° 7558)
32
Sprekers:
Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding,
Koen Bultinck, Maggie De Block
Orateurs: Jean-Marc Delizée, secrétaire
d'État à la Lutte contre la pauvreté, Koen
Bultinck, Maggie De Block
Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "de bijzondere
beroepstitel in de medische oncologie" (nr. 7603)
37
Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "le titre professionnel
particulier en oncologie médicale" (n° 7603)
37
Sprekers: Yolande Avontroodt, Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs: Yolande Avontroodt, Jean-Marc
Delizée, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
Vraag van mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "een actieplan ter preventie
van asieldieren" (nr. 7604)
40
Question de Mme Hilde Vautmans à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "un plan d'action
tendant à réduire le nombre d'animaux placés
dans les refuges pour animaux" (n° 7604)
40
Sprekers: Hilde Vautmans, Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs:
Hilde Vautmans, Jean-Marc
Delizée, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
Vraag van de heer Hans Bonte aan de
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding,
toegevoegd aan de minister van Maatschappelijke
Integratie, Pensioenen en Grote Steden over "het
rapport Problematische schulden van de FOD
Sociale Zekerheid" (nr. 7442)
43
Question de M. Hans Bonte au secrétaire d'État à
la Lutte contre la pauvreté, adjoint à la ministre de
l'Intégration sociale, des Pensions et des Grandes
villes sur "le rapport relatif au surendettement du
SPF Sécurité sociale" (n° 7442)
43
Sprekers: Hans Bonte, Jean-Marc Delizée,
staatssecretaris voor Armoedebestrijding
Orateurs: Hans Bonte, Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État à la Lutte contre la pauvreté
Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding,
toegevoegd aan de minister van Maatschappelijke
Integratie, Pensioenen en Grote Steden over "het
uitblijven
van
de
realisatie
van
een
rechtsbijstandgids" (nr. 7590)
47
Question de Mme Rita De Bont au secrétaire
d'État à la Lutte contre la pauvreté, adjoint à la
ministre de l'Intégration sociale, des Pensions et
des Grandes villes sur "l'absence d'un guide en
matière de protection juridique" (n° 7590)
47
Sprekers: Rita De Bont, Jean-Marc Delizée,
staatssecretaris voor Armoedebestrijding
Orateurs: Rita De Bont, Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État à la Lutte contre la pauvreté
Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding,
toegevoegd aan de minister van Maatschappelijke
Integratie, Pensioenen en Grote Steden over "het
evalueren van de effecten van de liberalisering
van de gas- en elektriciteitsmarkten" (nr. 7591)
48
Question de Mme Rita De Bont au secrétaire
d'État à la Lutte contre la pauvreté, adjoint à la
ministre de l'Intégration sociale, des Pensions et
des Grandes villes sur "l'évaluation des effets de
la libéralisation des marchés du gaz et de
l'électricité" (n° 7591)
48
Sprekers: Rita De Bont, Jean-Marc Delizée,
Orateurs: Rita De Bont, Jean-Marc Delizée,
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
staatssecretaris voor Armoedebestrijding
secrétaire d'État à la Lutte contre la pauvreté
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
VOLKSGEZONDHEID, HET
LEEFMILIEU EN DE
MAATSCHAPPELIJKE
HERNIEUWING
COMMISSION DE LA SANTE
PUBLIQUE, DE
L'ENVIRONNEMENT ET DU
RENOUVEAU DE LA SOCIETE
van
DINSDAG
7
OKTOBER
2008
Namiddag
______
du
MARDI
7
OCTOBRE
2008
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.10 uur en voorgezeten door mevrouw Maggie De Block.
La séance est ouverte à 14.10 heures et présidée par Mme Maggie De Block.
De voorzitter: Collega's, zoals afgesproken, verwelkomen wij staatssecretaris Delizée ter vervanging van
zijn collega-minister, mevrouw Onkelinx, die waarschijnlijk wegens andere, delicate besprekingen afwezig
is.
01 Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "de eisen van de vroedvrouwen" (nr. 7200)
01 Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les exigences des sages-femmes" (n° 7200)</b>
01.01 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, het gaat hier om een steeds
weerkerende vraag van de vroedvrouwen. De voorganger van
mevrouw Onkelinx, minister Demotte, is daarmee ons inziens met
heel veel verstand omgegaan. Hij heeft ingezien dat wij iets wat goed
is niet op de helling mochten zetten. Wat is echt goed in ons land? De
lage perinatale mortaliteit is altijd een kwaliteitscriterium geweest voor
de goede geneeskundige zorgen en de goede opvolging van de
kwetsbare momenten, namelijk als een kind geboren wordt.
De Nederlandse cijfers zijn minder goed. Ik ben voorzichtig met
vergelijkingen met Nederland. Ik zal dat heel omzichtig doen. Wat wij
zeker weten, is dat er in Nederland veel meer thuisbevallingen onder
begeleiding van een vroedvrouw gebeuren. Wat wij ook weten, is dat
de cijfers van de perinatale mortaliteit en morbiditeit minder goed zijn
dan bij ons in België.
Ik heb in mijn toelichting verwezen naar de eerder gestelde vraag aan
minister Demotte en het resultaat van het overleg dat het gevolg was
van het aankaarten van die problematiek. Ik verwijs naar de
parlementaire documenten ter zake.
Vandaag lees ik dat de eisen van de vroedvrouwen opnieuw aan de
orde komen om, ten eerste, een nomenclatuurnummer te krijgen met
verstrekking rond het preconceptuele consult en, ten tweede, - en ik
citeer de zinsnede "eventuele interventies kunnen instellen, onder
andere de behandeling van ziektes en infecties bij aanstaande ouders
in het aanpassen van medicatie en behandeling van chronische
01.01 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Notre pays connaît un
faible taux de mortalité périnatale.
Aux Pays-Bas, où le nombre
d'accouchements à domicile sous
le contrôle d'une sage-femme est
beaucoup plus élevé, les chiffres
sont moins bons.
Les sages-femmes souhaitent
actuellement l'instauration d'un
numéro de nomenclature pour les
prestations effectuées dans le
cadre
de
la
consultation
préconceptuelle. Elles demandent
également à pouvoir effectuer des
interventions
occasionnelles,
notamment le traitement de
maladies et d'infections dont
souffrent les futurs parents, et à ce
que les médicaments et le
traitement
prévus
pour
les
affections
chroniques
soient
adaptés, afin de minimaliser l'effet
tératogène.
Cette matière relève de la
compétence des médecins. La
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
aandoeningen om het teratogene effect te minimaliseren". Dit is ons
inziens het terrein van de artsen.
Tot in den treure moeten wij herhalen dat kwaliteit geen monopolie is
van een of andere groep. Het is echter wel een monopolie en staat in
verhouding tot de opleiding die men heeft. Men moet een zwangere
vrouw benaderen in haar totaliteit en niet alleen de zwangerschap an
sich bekijken. De voorzitter, die nog heel duidelijk op het terrein actief
is, zal dit wel onderschrijven. Zoals ik zei heeft uw voorganger
ingezien dat de uitbreiding van de bevoegdheden niet verzoenbaar
was met KB 78. Hij heeft gesteld dat het aan de artsen toekwam om
diagnoses te stellen in verband met ziekten en infecties en die
uiteraard ook te behandelen. Mijnheer de minister, mijn vraag is heel
kort. Wat is het standpunt van de minister in dit dossier?
Voorzitter: Muriel Gerkens.
Présidente: Muriel Gerkens.
femme
enceinte
doit
être
considérée dans sa globalité, pas
uniquement la grossesse en tant
que telle.
Le prédécesseur de la ministre
s'est
rendu
compte
qu'un
élargissement des compétences
n'est pas conciliable avec l'arrêté
royal n° 78 qui dispose qu'il revient
aux médecins de poser le
diagnostic des maladies et des
infections et de les traiter.
Quel est le point de vue de la
ministre à ce sujet?
01.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Collega's, ik wil eerst en
vooral mevrouw Onkelinx verontschuldigen voor haar afwezigheid. Ik
zal haar antwoord voorlezen.
De autonome activiteiten en de activiteiten in samenwerking met een
geneesheer, die voorbehouden zijn aan de vroedvrouwen, zijn
gepreciseerd in artikel 21,1
e
van het koninklijk besluit nr. 78 inzake de
uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.
De handelingen die bij toepassing van deze bepaling kunnen worden
uitgevoerd zijn het voorwerp van het koninklijk besluit van 1 februari
1991, gewijzigd op 8 juni 2007, dat verscheen in het Belgisch
Staatsblad van 20 juli 2007.
Onder die autonome activiteiten worden de volgende vermeld.
Ten eerste, het stellen van de diagnose van zwangerschap. Ten
tweede, het verzekeren, tijdens de zwangerschap, de bevalling en de
periode post-partum, van het toezicht op de vrouw, de zorgen te
verlenen en haar raadgevingen te verstrekken. Ten derde, het
opvolgen van normale zwangerschappen, de praktijk van de normale
bevallingen, en het verlenen van zorgen aan de pasgeborene en aan
de gezonde zuigeling. Ten vierde, de preventieve maatregelen, het
opsporen van risico's bij moeder en kind. Ten vijfde, bij dringende
gevallen, de nodige handelingen uitvoeren in afwachting van
gespecialiseerde medische hulp. Ten zesde, informatie en opvoeding
inzake gezondheid ten aanzien van de vrouw, het gezin en ten
opzichte van de maatschappij.
In uw vraag maakt u er melding van dat de vroedvrouwen thans de
invoering wensen van twee nomenclatuurnummers voor verstrekking
bij het preconceptuele consult.
Artikel 21octies decies, §3, van het koninklijk besluit nr. 78 stelt dat de
Koning, na advies van de Federale Raad voor de Vroedvrouwen en
de Koninklijke Academie voor Geneeskunde, bepaalt welke
geneesmiddelen autonoom mogen worden voorgeschreven in het
kader van de opvolging van normale zwangerschappen, de praktijk
van normale bevallingen en de zorg aan gezonde pasgeborenen, in
en buiten het ziekenhuis.
01.02
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Les activités
autonomes réservées aux sages-
femmes comprennent la pose du
diagnostic
de
grossesse,
la
surveillance avant, pendant et
après l'accouchement, les soins
aux nouveaux-nés, les mesures
préventives, les actes à poser en
cas
d'urgence
en
attendant
l'arrivée de l'aide spécialisée et la
dispense
d'informations
en
matière de santé.
C'est le Roi qui détermine quels
médicaments
peuvent
être
prescrits de manière autonome.
Les interventions chez les parents
souffrant
de
maladies
et
d'infections
ne
sont
pas
considérées comme relevant de la
tâche des sages-femmes. Une
modification de leurs compétences
doit faire l'objet d'un débat au
Parlement.
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
De interventies ten voordele van de toekomstige ouders die lijden aan
ziekten of infecties en de aanpassing van de behandeling bij
chronische aandoeningen kunnen in het kader van de huidige
wetgeving niet worden beschouwd als toegelaten voor de
vroedvrouwen. Een wijziging van hun bevoegdheden moet het
voorwerp van een parlementair debat zijn. Bij wijziging van het
koninklijk besluit nr. 78 moet de inwerkingtreding voorwerp zijn van
werkzaamheden binnen de Federale Raad voor de Vroedvrouwen,
gevoegd bij de Koninklijke Academie voor Geneeskunde, wat de
geneesmiddelen betreft. Tot zover het antwoord van minister
Onkelinx.
01.03 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mijnheer de
staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord. Ik onthoud dat er
vooralsnog geen reden is artikel 21 van het koninklijk besluit nr. 78
niet te respecteren, tenzij een parlementair debat hiervoor een
meerderheid zou leveren.
01.03 Yolande Avontroodt
(Open Vld): L'arrêté royal n° 78
doit donc être respecté, à moins
que le débat parlementaire amène
à d'autres conclusions.
01.04 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Ik denk dat het een
goede samenvatting is van het antwoord van minister Onkelinx.
01.05 Yolande Avontroodt (Open Vld): Alle macht aan het
Parlement.
01.06 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Absoluut.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg" (nr. 7201)
02 Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "le Centre Fédéral d'Expertise des Soins de Santé" (n° 7201)</b>
02.01 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, deze vraag heb ik ingediend naar aanleiding van
het vertrek van de administrateur-generaal van het Federaal
Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg. Het Kenniscentrum, dat nu
reeds op volle toeren draait, dreigt daardoor in een vacuüm terecht te
komen. Om te verhinderen dat de expertise en de knowhow verloren
zouden gaan en dat wij geconfronteerd zouden worden met een
braindrain, wil ik als parlementslid mijn bezorgdheid uiten.
Er moet snel, en met voldoende ondersteuning, werk gemaakt
worden van de opvolging van de directeur. Ik hoef niet te herhalen wat
het Kenniscentrum is. Wij kennen het allemaal. Er werd een ruim
debat aan gewijd. Het werkt. Het heeft een goede expertise. Het is
ook internationaal gerenommeerd. Het is ook steeds meer nodig,
want het beleid zal steeds meer op kennis gestoeld moeten worden.
Het jaarverslag wordt sedert 2004 gepubliceerd. Ik richt mij nu tot de
voorzitter, voor de planning van de werkzaamheden, om, zoals in de
vorige legislatuur, de bespreking van het jaarverslag in de commissie
te laten plaatsvinden, omdat enkel op die manier de band met het
Parlement strikt gehouden kan worden.
Ik had de volgende vragen voor minister Onkelinx.
02.01 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Le Centre fédéral
d'expertise des soins de santé a
été créé en vertu de la loi-
programme du 24 décembre 2002.
Il a acquis depuis lors une
excellente réputation et a prouvé
qu'il revêt une grande valeur en
regard de la politique de santé
dans ce pays. Depuis 2004, il
publie chaque année un rapport
qui comprend un aperçu des
études publiées.
Depuis le départ du directeur
général, le personnel se fait du
souci pour la continuité du
fonctionnement. Quelle procédure
préside à la désignation d'un
nouveau directeur général et quel
délai est d'application en l'espèce?
Comment la continuité sera-t-elle
assurée dans l'intervalle?
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Ten eerste, welke procedure wordt er gevolgd om de nieuwe
algemene directeur aan te stellen? Welke termijn zal hierbij
gehanteerd worden?
Ten tweede, als logisch gevolg van de eerste vraag, op welke manier
wordt de continuïteit gewaarborgd? Mijn vraag is ingegeven door een
bezorgdheid die leeft bij de medewerkers van het Kenniscentrum.
02.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw Avontroodt, ik
ben het zeker met u eens dat het Kenniscentrum nodig is. Het moet
inderdaad goed kunnen werken.
U stelde in feite twee vragen, de eerste in verband met de procedure.
Het koninklijk besluit van 20 februari 2003 betreffende de aanduiding
en de beoefening van managementfuncties bij het Federaal
Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg regelt de wijze waarop de
algemeen directeur moet worden aangesteld. De bedoelde procedure
zal worden gevolgd.
Volgens voornoemde procedure moet Selor eerst een oproep tot
kandidaten doen en een vergelijkende selectieproef organiseren. Met
het oog daarop heeft mevrouw Onkelinx haar collega van Openbaar
Ambt gevraagd aan Selor de nodige instructies te geven om
voormelde oproep binnen de best mogelijke termijnen uit te voeren.
Uw tweede vraag ging over de continuïteit van de dienst. Op 30 april
2008 besloot mevrouw Onkelinx om de heer Jean-Pierre Closson,
adjunct-algemeen directeur, met het ad interim waarnemen van de
functie van algemeen directeur te belasten en de heer Gert Peeters,
directeur belast met de werkprogramma's, met het ad interim
waarnemen van de functie van adjunct-algemeen directeur. Zij zullen
beiden hun respectieve functie vanaf 1 juli 2008 waarnemen tot
wanneer een nieuwe algemeen directeur kan worden aangesteld.
02.02
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: La procédure de
désignation à des fonctions de
management au Centre fédéral
d'expertise des soins de santé a
été fixée par l'arrêté royal du 20
février 2003. C'est cette procédure
qui va être suivie pour la
désignation du nouveau directeur
général. Le Selor doit tout d'abord
faire un nouvel appel aux
candidats
et
organiser
une
épreuve comparative de sélection.
Mme Onkelinx a demandé à sa
collègue de la Fonction publique
de faire les démarches néces-
saires auprès du Selor pour que
l'appel
soit
lancé
le
plus
rapidement possible.
Le 30 avril 2008, M. Jean-Pierre
Closson, directeur général adjoint,
et M. Gert Peeters, directeur des
programmes de travail, ont été
invités à assurer temporairement
les fonctions de directeur général
et de directeur général adjoint.
Tous deux occuperont leurs
fonctions à partir du 1
er
juillet
2008, jusqu'à la désignation d'un
nouveau directeur général.
02.03 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, ik
dank de minister voor het antwoord, waaruit ik begrijp dat nu mevrouw
Vervotte in actie moet schieten om de procedure bij Selor effectief op
te starten en op te volgen.
Wij zullen ons dan ook, op basis van het antwoord van minister
Onkelinx, met onze vraag tot mevrouw Vervotte wenden.
02.03 Yolande Avontroodt
(Open Vld): J'interrogerai la
ministre de la Fonction publique à
ce sujet.
La présidente: J'ai fait joindre aux dossiers de la commission le
rapport annuel du Kenniscentrum, ce qui sera utile à nos travaux
prévus demain.
De voorzitter: Ik heb het
jaarverslag van het Kenniscentrum
bij de dossiers laten voegen,
omdat het van nut kan zijn voor
onze werkzaamheden morgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
03 Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "de plaatsing van automatische externe defibrillatoren" (nr. 7202)
03 Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "l'installation de défibrillateurs externes automatiques" (n° 7202)</b>
03.01 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris naar ik mij herinner, hebt u in het
verleden gemeentelijke ervaring gehad.
Op vandaag werden in verschillende gemeenten ten gevolge van de
nieuwe wetgeving, een aantal automatische externe defibrillatoren
AED's, om het eenvoudig uit te drukken geplaatst. Er is een
koninklijk besluit waarmee de voorwaarden nu gekend zijn.
Vandaar rijst bij mij de vraag in welke stand van zaken wij ons
vandaag bevinden. Die vraag is niet alleen ingegeven uit
nieuwsgierigheid. Het is ook enorm belangrijk dat het departement
een aandachtspunt, van hetgeen al dan niet geregistreerd wordt,
effectief te kunnen evalueren. Er zijn namelijk nogal wat problemen,
regelmatig, met de toelevering van die toestellen. Er zijn toestellen die
teruggetrokken worden. Er zijn toestellen waarvan de fabrikant zegt
dat ze terug ingeleverd moeten worden. De knowhow op het lokale
niveau is niet altijd even groot om die verantwoordelijkheden duidelijk
op te volgen.
Ook het Rode Kruis, waar het aanvankelijk ook leverancier was van
toestellen, heeft zich dienaangaande teruggetrokken, en doet op
vandaag enkel de opleidingen.
In een aantal gemeenten en plaatsen, zoals sportplaatsen en lokalen
waar wordt verwacht dat mensen mogelijk slachtoffer kunnen zijn van
een fibrillatie, werden die toestellen geplaatst.
Naar mijn informatie werden er reeds 240 toestellen geplaatst. In
Nederland is dat al gangbaar, en zijn er al 20.000 tot 30.000. Als wij
België hartsafe willen maken, dan zal het aantal van 240 natuurlijk
nog behoorlijk opgetrokken moeten worden. Vandaar dat die korte
opvolging van die problematiek toch een aandachtspunt zou moeten
of kunnen zijn van onze administratie van het ministerie van
Volksgezondheid.
Er is ook nog een pleidooi, gebaseerd op een advies zowel van de
beroepsvereniging en de wetenschappelijke vereniging van
cardiologen als van de internationale literatuur, dat zegt dat 80% van
de voorvallen zich thuis zou voordoen. Dat is natuurlijk de omgeving
die het dichtst bij de mogelijke patiënten is.
Mijnheer de staatssecretaris, vandaar heb ik twee vragen
geformuleerd.
Ten eerste, informatief, is het geweten hoeveel AED's er momenteel
werden geïnstalleerd, en op welke plaatsen?
Ten tweede, nog belangrijker, kunt u een houvast geven aan
diegenen die de AED's plaatsen, zowel de gemeenten als de
openbare besturen als de private ondernemingen? Die aanbevelingen
zouden toch wel welkom zijn. Misschien zijn er vandaag ook bepaalde
banken vragende partij om een AED te plaatsen.
03.01 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Les communes ont la
possibilité d'installer sur leur
territoire
des
défibrillateurs
externes automatiques (DEA). La
ministre sait-elle où de tels
appareils ont déjà été installés?
Des problèmes concernant un
certain
nombre
d'appareils
auraient déjà été signalés.
D'après les informations dont je
dispose, 240 appareils ont été
installés. Les Pays-Bas ont une
avance
considérable
en
la
matière, puisque 20.000 à 30.000
dispositifs y sont déjà installés.
Les cardiologues considèrent que
80% au moins des problèmes
cardiaques
surviennent
dans
l'environnement domestique. Ceci
signifie que les appareils devraient
être installés dans les zones
d'habitation.
Combien de DEA sont-ils déjà
installés chez nous et où le sont-
ils? La ministre envisage-t-elle de
formuler des avis concernant les
endroits les plus adéquats?
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
03.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw de voorzitter,
mevrouw Avontroodt, u stelt twee vragen over het aantal AED en over
de aanbevelingen.
Wat uw eerste vraag betreft, het koninklijk besluit van 21 april 2007
houdende de veiligheids- en andere voorwaarden inzake een
automatische externe defibrillator gebruikt in het kader van een
reanimatie voorziet in een registratie van het toestel bij de bevoegde
administratie door de eigenaar indien hij een AED op een publieke
plaats ter beschikking wil stellen. Er zijn vandaag 554 AED-toestellen
geregistreerd.
Wat uw tweede vraag inzake de aanbevelingen betreft, de meest
geregistreerde
AED-toestellen
zijn
bestemd
voor
ziekenwagendiensten en een beduidend aantal voor bedrijven.
De voorganger van mevrouw Onkelinx, de heer Demotte, heeft op uw
voorstel tevens het juridisch kader gerealiseerd om het gebruik van
een AED door het grote publiek mogelijk te maken en een registratie
in te voeren van de AED's die bestemd zijn voor publieke plaatsen.
Eigenlijk werd hiermee de toekomstige realisatie van projecten zoals
de plaatsing van AED's in woonwijken effectief voorbereid.
Daarnaast werd ervaring opgedaan via een tweetal pilootprojecten
door de koppeling van dergelijke toestellen aan een hulpcentrum 100-
112 via een automatische alarmmelding. Momenteel werkt de
administratie aan de realisatie van verdere richtlijnen op basis van de
verworven ervaring voor de koppeling van AED's aan een
hulpcentrum 100-112 om zodoende een minimale kwaliteits- en
bedrijfszekerheid te waarborgen aan de burgers die beroep doen op
dergelijke systemen.
03.02
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: L'arrêté royal du
21
avril
2007
prévoit
un
enregistrement des DEA auprès
de
l'administration
par
le
propriétaire de l'appareil s'il se
situe
dans
un
lieu
public.
Actuellement, 554 appareils sont
enregistrés officiellement.
La majorité des DEA sont destinés
aux services d'ambulances et aux
entreprises. L'installation de DEA
dans des zones d'habitation ne
pose aucun problème légal. Deux
projets pilotes visant à connecter
les DEA à un centre de secours
100-112 par le biais d'un signal
d'alarme automatique ont été mis
en oeuvre.
Actuellement,
l'administration
prépare d'autres directives en vue
de la connexion des DEA à un
centre de secours 100-112.
03.03 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor het antwoord.
Vooral het laatste is belangrijk. Het is misschien nuttig voor al
degenen die vandaag geregistreerd zijn maar geen automatische
koppeling hebben om te weten of al die toestellen nu moeten worden
vervangen. Het is zeker beter wanneer een automatische koppeling
mogelijk is. Het is voor de verschillende openbare besturen die reeds
toestellen hebben toch belangrijk te weten dat de nieuwe generatie
effectief die automatische koppeling zal kunnen aanbieden indien de
alarmcentrale volgt.
Dat de alarmcentrale zelf moet kunnen volgen, zit mijns inziens wel op
federaal niveau. U kunt natuurlijk niet antwoorden in welk stadium dit
dossier zich bevindt, maar het is toch een punt dat aandacht verdient.
03.03 Yolande Avontroodt
(Open
Vld):
La
connexion
automatique
constituera
très
certainement une amélioration.
03.04 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Ik neem akte van uw
repliek. Ik ben het met u eens.
03.04
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Je partage votre
point de vue.
03.05 Yolande Avontroodt (Open Vld): Dat is goed voor het verslag.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
04 Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "een hadroncentrum" (nr. 7203)
04 Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "un centre d'hadronthérapie" (n° 7203)</b>
04.01 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, dit is ook een steeds wederkerend
verhaal. Het gaat over de hadrontherapie en de studie die het
Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg hierover gedaan
heeft.
In 2006 werd daarover reeds een vraag gesteld, meer bepaald over
de haalbaarheid, aan de toenmalige minister van Sociale Zaken, de
heer Demotte. Het resultaat was logisch dat men een studie ging
vragen aan het Kenniscentrum. Nu is die studie er. In het rapport, dat
bekendgemaakt werd, heeft het Kenniscentrum heel duidelijk gesteld
dat het aantal kankerpatiënten dat geholpen zou kunnen worden met
hadrontherapie te klein is om de bouw van een centrum in België te
verantwoorden.
Ik begrijp dat minister Onkelinx met het kankerplan maximaal
mogelijkheden wil inbouwen, maar wij kunnen toch niet zomaar het
Kenniscentrum en de aanbevelingen terzijde schuiven. Het is immers
een gevalideerde studie. Uiteindelijk zou men daarop toch een beleid
moeten of kunnen afstemmen.
Het is natuurlijk zo, zegt het Kenniscentrum, dat idealiter dergelijke
centra in samenwerking met verschillende landen geëxploiteerd
worden of ter beschikking gesteld worden. Deze piste leg ik voor aan
de minister.
Mijn vraag is dus of de minister bereid is om te overleggen met de
omringende landen die over een hadroncentrum beschikken.
04.01 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Le Centre d'expertise
a indiqué dans une étude récente
que le nombre de patients
cancéreux
susceptibles
d'être
aidés par l'hadronthérapie est trop
réduit pour justifier la construction
d'un centre en Belgique. Il est
préférable d'exploiter de tels
centres en collaboration avec
d'autres pays.
La ministre se concertera-t-elle à
ce sujet avec les pays voisins qui
disposent
d'un
centre
d'hadronthérapie?
04.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw de voorzitter,
mevrouw Avontroodt, de stand van zaken in dit dossier is de
volgende.
Belgische kankerpatiënten, die in het buitenland met een
hadrontherapie moeten worden behandeld, krijgen de gemaakte
kosten terugbetaald via het Bijzonder Solidariteitsfonds van het RIZIV.
De dienst Gezondheidszorgen van het Instituut legt momenteel de
laatste hand aan een structureel financieringsmechanisme voor een
dergelijke behandeling van kanker in het buitenland. Daarvoor zal
jaarlijks een budget van 5,1 miljoen euro worden uitgetrokken.
Deze dekking door de verplichte ziekteverzekering, van Belgische
kankerpatiënten die in het buitenland worden behandeld, sluit volgens
mij echter de noodzaak niet uit om dieper in te gaan op de studie van
het Federaal Kenniscentrum via de cofinanciering van het
studieproject dat wordt gesteund door de stichting BHTC, Belgian
Hadrontherapy Consortium, waarin zich alle universiteiten van ons
land bevinden. Ik wijs er trouwens op dat de Europese ministerraad er
in juli mee akkoord is gegaan.
Het Verzekeringscomité ontving op 28 juli laatstleden het project van
overeenkomst waardoor het RIZIV het studieproject van de BHTC
mee zou kunnen financieren en besloot een werkgroep op te richten
04.02
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Le coût de
l'hadronthérapie
dispensée
à
l'étranger
à
des
patients
cancéreux
belges
sont
remboursés par le biais du Fonds
spécial de solidarité de l'INAMI. Le
service des Soins de santé
prépare
un
mécanisme
de
financement structurel pour les
besoins
duquel
5,1
millions
d'euros seront dégagés chaque
année. L'INAMI envisage de
cofinancer un projet d'étude du
"Belgian Hadrontherapy Consortium"
si un groupe d'étude en confirme
la validité. Le groupe de travail a
tenu une première réunion le 28
août dernier. Ses conclusions
seront connues en novembre.
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
die belast met de validiteit ervan, zowel uit wetenschappelijk
gezichtspunt als van dat van de rechtvaardiging van de
aangekondigde kost. Deze werkgroep vergaderde een eerste maal op
28 augustus jongstleden en er maken meerdere auteurs van de
studie van het Kenniscentrum deel van uit.
De werkgroep werkt verder en dit zou kunnen leiden tot het
herinschrijven van dit project voor studieovereenkomsten op de
agenda van het Verzekeringscomité in de komende maand
november. Wij zullen dan zien of de conclusies van de voornoemde
werkgroep het belang van de door de stichting BHTC voorgestelde
studie al dan niet bevestigen.
Tot zover, mevrouw Avontroodt, het antwoord van de minister.
04.03 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mijnheer de
staatssecretaris, van twee dingen een. Ofwel aanvaarden wij dat het
Kenniscentrum ons expertisecentrum is. Het gebeurt vaak dat de
minister en bepaalde groepen niet akkoord gaan met een
gevalideerde studie. Een dergelijke studie van een onafhankelijk
Kenniscentrum is nochtans een instrument waarop de minister kan
steunen.
Een nieuwe studie is natuurlijk een middel om aanvullende elementen
en informatie op te vragen, maar au fond is dat in mijn ogen een
terugfluiten van het Kenniscentrum, terwijl het Kenniscentrum er
uiteindelijk een heel ruime en dappere strijd van heeft gemaakt en er
een lange tijd over gedaan heeft, want dat is niet populair. De vijf
miljoen die wordt besteed binnen het Bijzonder Solidariteitsfonds is
zeker verantwoord en terecht, maar een nieuwe studie had mijns
inziens evengoed een eventuele aanvullende opdracht voor het
Kenniscentrum kunnen zijn, met een raadpleging van andere actoren.
Ik kan mij, zoals onze voorzitter zegt, natuurlijk niet tot u richten om
hierover het debat aan te gaan. Op 28 augustus is er een vergadering
geweest.
Mijnheer de minister, ik zou graag de namen krijgen van de
universiteitsprofessoren en van de leden van de nieuwe groep die de
nieuwe hadronstudie zal uitvoeren.
04.03 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Soit la ministre
reconnaît l'autorité du centre
d'expertise et elle tient compte de
la première étude, soit elle ne la
reconnaît pas. On aurait pu s'en
tenir à une étude complémentaire.
J'aimerais
connaître
la
composition du nouveau groupe
de travail.
04.04 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Het is altijd mogelijk om u
daarover later meer informatie te geven. Ik kan niet anders dan akte
nemen van uw repliek.
04.04
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: La ministre
communiquera la composition du
groupe de travail à la commission.
La présidente: Pour les positionnements, c'est différent mais nous
pourrions peut-être demander à la ministre de vous faire parvenir
cette information sans que vous deviez poser une nouvelle question.
Si la ministre estime qu'il ne s'agit pas seulement de la transmission
de la composition, elle le dira.
De
voorzitter:
Wat
de
standpunten
betreft,
ligt dat
enigszins anders, maar we kunnen
de minister vragen u die informatie
te bezorgen, zonder dat u daartoe
een nieuwe vraag hoeft te stellen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van de heer Koen Bultinck aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de aanvullende hospitalisatieverzekeringen van ziekenfondsen" (nr. 7226)
05 Question de M. Koen Bultinck à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Santé publique sur "les assurances hospitalisation complémentaires des mutualités" (n° 7226)</b>
05.01 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik zou deze vraag willen stellen als zijnde een
klassieke opvolgingsvraag.
Ik heb minister Onkelinx over die problematiek mogen ondervragen
op 8 mei en 8 juli van dit jaar. Uiteindelijk gaat de hele problematiek,
zoals u ongetwijfeld ook weet, mijnheer de minister, over het advies
van de Europese Commissie die destijds ons land twee maanden de
tijd
gaf
om
dezelfde
regeling
uit
te
werken
voor
hospitalisatieverzekeringen in de sector enerzijds zoals toegekend
door de ziekenfondsen en anderzijds door de privéverzekeringen.
Vlak voor het zomerreces wist mevrouw Onkelinx ons te antwoorden
dat de onderhandelingen met de betrokken actoren nog hangende
waren. Ik verwijs ook naar het antwoord dat minister Reynders in de
commissie voor de Financiën dienaangaande aan collega Peter
Logghe heeft gegeven en dit zeer recent, op 24 september van dit
jaar. Uiteindelijk verwijst ook minister Reynders naar nog lopende
onderhandelingen. Uiteraard blijven er daarbij concrete vragen,
mijnheer de minister.
Vermits de tijd, dus twee maanden, ruimschoots verstreken is, kunt u
mij een concrete stand van zaken geven in dit dossier op dit moment?
Is er ondertussen een concreet voorstel? Het wordt wel meer dan
dringend tijd om het advies van de Europese Commissie in dit dossier
concreet te volgen.
05.01 Koen Bultinck (Vlaams
Belang):
Avant
l'été,
la
Commission européenne avait
laissé deux mois à la Belgique
pour arrêter une même réglemen-
tation
pour
les
assurances
hospitalisation
complémentaires
offertes par les mutualités et par
les
assureurs
privés.
Les
négociations étaient toujours en
cours fin septembre. Quel est
aujourd'hui l'état du dossier?
05.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mijnheer Bultinck, ik weet
dat u dit dossier regelmatig en aandachtig volgt. Er zijn nieuwe
elementen. Ik geef u het antwoord van mevrouw Onkelinx.
De Belgische regering heeft zich ertoe verbonden om vóór 1
november 2008 alle elementen te verschaffen om te kunnen
antwoorden op de ingebrekestelling door de Europese Commissie.
Op vrijdag 24 september hebben Assuralia en het Nationaal
Intermutualistisch College een compromis ondertekend over de
manier van het integraal naar Belgisch recht omzetten van de
richtlijnen verzekeringen niet-leven, assurances non vie, met respect
voor de gelijke behandeling van de verzekeraars en de
ziekenfondsen. Als dit compromis in werking is, zullen alle facultatieve
diensten die de ziekenfondsen aanbieden aan hun leden en die een
verzekeringskarakter hebben, onderworpen worden aan alle
rechtsregels
die
van
toepassing
zijn
op
de
verzekeringsmaatschappijen. Daarentegen zullen alle diensten die
voor de leden verplicht zijn wegens de toepassing van de statuten van
het ziekenfonds, voor zover ze een bepaald aantal kenmerken
respecteren die het mogelijk maken om hun solidair en niet-
winstgevend karakter te waarborgen, zonder mogelijke uitsluiting van
een lid van de dekking, uit het toepassingsveld gehouden worden van
de wetgeving die van toepassing is op een verzekeringsmaatschappij.
Er zal bovendien een limiet bepaald worden voor het ontwikkelen van
dergelijke diensten door de ziekenfondsen. Er zijn nog steeds
gesprekken bezig tussen Assuralia aan de ene kant en het Nationaal
Intermutualistisch College aan de andere kant inzake bepaalde
concrete modaliteiten van het overzetten van dit compromis in onze
wetgeving.
05.02
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Le gouverne-
ment s'est engagé à prendre les
mesures utiles pour répondre à la
mise
en
demeure
de
la
Commission européenne avant le
1
er
novembre 2008.
Le 24 septembre, Assuralia et le
Collège intermutualiste national
ont signé un compromis relatif à la
transposition
des
directives
assurances non-vie. Lorsque ce
compromis sera d'application, les
services facultatifs proposés par
les mutualités seront soumis aux
mêmes règles de droit que les
services
proposés
par
les
compagnies d'assurances. Une
limite sera également fixée pour le
développement de tels services
par les mutualités.
En ce qui concerne les modalités
concrètes de la transposition, les
négociations sont encore en
cours.
Le Conseil des ministres du 3
octobre a adopté le compromis et
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
De Ministerraad van 3 oktober jongstleden heeft het compromis dat
bereikt werd tussen Assuralia en het Nationaal Intermutualistisch
College goedgekeurd en heeft de ministers van Financiën en Sociale
Zaken en Volksgezondheid belast met het omzetten ervan in een
antwoordbrief op de ingebrekestelling van de Europese Commissie
vóór 1 november eerstkomend. Tot hier het antwoord op uw vragen.
a chargé les ministres des
Finances, des Affaires sociales et
de la Santé publique de le
transposer dans une réponse à la
Commission européenne avant le
1
er
novembre.
05.03 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u uiteraard voor uw antwoord. Ik neem akte van het feit dat er een
compromis is tussen alle actoren. Dat moet vóór 1 november van dit
jaar aan de Europese Commissie worden meegedeeld om uiteindelijk
concreet resultaat te krijgen. Op die manier verplicht u mij bijna
moreel om kort vóór 1 november met een vraag in het kader van de
opvolging van dit dossier toch nog eens te kijken of wel degelijk de
ganse zaak omgezet wordt.
Mijnheer de minister, ik wil u toch meegeven dat er ook een bepaalde
sociale bezorgdheid uit onze vraagstelling blijkt. Wij moeten er wel
degelijk regeling mee houden dat die ganse omzetting niet als
eindresultaat kan hebben dat de hospitalisatieverzekering voor de
gewone patiënten, de zwakke actoren in het veld, een stuk duurder
zou worden. Dat is een belangrijk element en ik hoop dat het
compromis tussen alle actoren daar voldoende rekening mee zal
houden. Wat mij betreft zal dit ook voldoende beweegreden zijn om
dit dossier verder op te volgen en die bezorgdheid mee te geven aan
u, mijnheer de minister, en de eindverantwoordelijken, zijnde de
ministers Reynders en Onkelinx.
05.03 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): Je prends acte de
l'information selon laquelle il existe
un
compromis
qui
sera
communiqué à la Commission
européenne
avant
le
1
er
novembre. J'espère surtout que
grâce
à
ce
compromis,
l'assurance hospitalisation ne sera
pas plus onéreuse pour les
patients ordinaires.
05.04 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Het is inderdaad een
ingewikkeld maar zeer belangrijk dossier.
05.04
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Il s'agit d'un
dossier complexe, mais important.
05.05 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, voor
een stuk schieten wij allemaal een beetje te kort wat de tijd betreft.
Die twee maanden zijn reeds lang verstreken. Dus ook op dat vlak
zijn wij andermaal de slechte leerling van de klas.
05.05 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): Je tiens à souligner que
le délai de deux mois est déjà
passé de longue date.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "palliatieve zorg voor kinderen" (nr. 7250)
06 Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les soins palliatifs pour enfants" (n° 7250)</b>
06.01 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, ook
deze vraag keert steeds weer. Hopelijk vinden wij het antwoord heel
duidelijk in de uitvoering van het kankerplan terug.
Er zijn reeds een aantal palliatieve thuiszorgequipes voor kinderen
actief. Tussen 2004 en 2007 waren er zeven multidisciplinaire
verbindingsteams met een subsidie van de Federale Overheidsdienst
Volksgezondheid voor de financiering van voortgezette zorg voor
kinderen die zich in een fase van palliatieve zorg bevinden.
Het verbindingsteam staat effectief voor de link tussen het ziekenhuis
en de thuisomgeving. Het staat ook garant voor de juiste voortzetting
van de zorg en voor de globale opvang van ernstig zieke kinderen.
06.01 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Entre 2004 et 2007,
sept équipes multidisciplinaires de
soins palliatifs à domicile pour
enfants ont reçu un subside du
SPF
Santé
publique.
Elles
constituent
l'interface
entre
l'hôpital
et
le
domicile
et
garantissent la continuation des
soins. L'initiative 23 du Plan
national Cancer fait état du
doublement projeté du budget
annuel de ces sept équipes pour
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
Het nationaal kankerplan heeft aan voornoemd probleem een thema
gewijd, met name initiatief 23. Het plan wil het jaarlijks budget van de
zeven teams verdubbelen, zodat zij hun activiteiten kunnen uitbreiden.
Op het terrein heet een aantal betrokkenen voornoemd initiatief
welkom. Door de omstandigheden, met name omdat alles op de
lange baan wordt geschoven, hebben zij nu toch vragen bij de timing
van het initiatief.
Daarom heb ik heel concreet de volgende vragen.
Welke concrete stappen heeft de minister reeds kunnen zetten?
Komt er daadwerkelijk een structurele financiering van de palliatieve
thuiszorgequipes voor kinderen?
leur permettre d'élargir leurs
activités mais la mesure semble
aujourd'hui reportée aux calendes
grecques.
Qu'a déjà fait la ministre pour
réaliser l'initiative 23? Les soins
palliatifs à domicile pour enfants
feront-ils l'objet d'un financement
structurel?
06.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw Avontroodt, ik
dank u voor uw vraag.
De overeenkomsten voor de huidige proefprojecten lopen op 31
december 2008 af. Ik stel echter vast dat bepaalde centra het moeilijk
hebben om een voldoende aantal op te vangen patiënten te
rechtvaardigen.
Teneinde de continuïteit ten voordele van de betrokken, jonge
patiënten te verzekeren, werd bij B4 een budget van 400.000 euro
uitgetrokken voor een laatste verlenging van voornoemde
overeenkomsten in 2009. Inmiddels zal op basis van een recent,
consensueel voorstel van een programma van hermato-oncologisch-
pediatrische zorg van de bestaande centra door het directoraat-
generaal van de Verzorgingsinstellingen van de Federale
Overheidsdienst Volksgezondheid een ontwerp van koninklijk besluit
worden voorbereid. Voornoemd besluit zal aan de door de wet
vastgelegde
adviezen
en
goedkeuringsprocedures
worden
onderworpen.
Vanaf 2010 zou er een structurele financiering worden ingesteld op
basis van de normen voor een verbindingsfunctie ziekenhuis-
woonplaats voor de kinderen die in het koninklijk besluit zullen worden
opgelijst.
De palliatieve zorg voor kinderen heeft echter niet alleen betrekking
op de kankerpatiënten. De denkoefening moet snel worden uitgebreid
naar alle ziektebeelden die dergelijke zorg vereisen. Dat zal gebeuren
op basis van een uitgebreide studie, die nu aan de gang is, bij het
Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg. De resultaten van
de studie worden in april 2009 verwacht.
Dat is het antwoord van mevrouw Onkelinx.
06.02
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Les conventions
relatives aux projets actuels
expirent le 31 décembre 2008.
Plusieurs
centres
éprouvent
toutefois des difficultés à justifier
un nombre suffisant de patients.
Un montant de 400.000 euros sera
dégagé
pour
la
dernière
prolongation des conventions en
2009, de manière à garantir la
continuité. Un projet d'arrêté royal
est également en préparation et
sera soumis aux procédures d'avis
et d'approbation légales. Ces
équipes devraient être financées
structurellement à partir de 2010
mais la sphère d'activité serait
élargie à tous les tableaux
cliniques requérant de tels soins.
Nous attendons pour cela d'être
en possession d'une étude du
Centre fédéral d'expertise des
soins de santé dont les résultats
seront connus en avril 2009.
06.03 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mijnheer de minister, het
nationaal kankerplan ligt hier voor mij. De uitvoeringstermijn werd
gepland in 2008 - dat wordt al moeilijk - en 2009. Uit uw antwoord of
uit het antwoord van minister Onkelinx blijkt dat de structurele
financiering pas over een jaar gerealiseerd kan worden. Wanneer ik
het goed begrepen heb, wordt de overgangsmaatregel voortgezet,
maar niet uitgebreid?
06.03 Yolande Avontroodt
(Open Vld): J'espère, dès lors, que
la
mesure
transitoire
sera
prolongée jusqu'en 2009 ...
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
06.04 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Tot april 2009.
06.05 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mijnheer de minister, u hebt
geantwoord: een structurele financiering vanaf 2010. Er is mijns
inziens nog een periode die overbrugd zou moeten worden. Ik neem
aan dat uw antwoord even bindend is als dat van minister Onkelinx?
06.05 Yolande Avontroodt
(Open
Vld):
...
et
qu'un
financement structurel sera mis en
place à partir de 2010.
06.06 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Het is een antwoord van
mevrouw Onkelinx. Ik kan u niets meer of niets minder zeggen.
06.06
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: En effet. Je ne
puis que répondre par l'affirmative.
La présidente: C'est moi qui ai fait une confusion.
06.07 Yolande Avontroodt (Open Vld): Hier stond 2008-2009. Het
wordt 2010, maar als er een overgangsmaatregel is, kan er aan de
betrokken equipes een zekerheid worden gegeven.
06.07 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Ce serait une garantie
pour les équipes concernées.
06.08 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Het Parlement heeft het
laatste woord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "verpleegkundigen met een bijzondere deskundigheid in de diabetologie"
(nr. 7253)
07 Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "le personnel infirmier ayant une spécialisation en diabétologie" (n° 7253)</b>
07.01 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, al die vragen zijn natuurlijk een beetje
gecumuleerd. Het is mijn huiswerk van de recesperiode. Af en toe wil
ik die toch wel zinvol invullen.
De bijzondere deskundigheid in de diabetologie is ook een dossier dat
reeds heel veel jaren geschiedenis achter de rug heeft. Internationaal
bestaat er daarvoor toch een heel groot draagvlak. Een erkenning
dringt zich op, enerzijds omdat er een grote behoefte aan is en,
anderzijds omdat met de vergrijzing het aantal diabetespatiënten
alleen maar stijgt en zal blijven stijgen.
Op 9 mei heb ik de vraag betreffende de bijzondere
beroepsbekwaamheid van verpleegkundigen met een bijzondere
deskundigheid in de diabetologie schriftelijk gesteld aan de minister.
De minister heeft hierop een uitgebreid antwoord geformuleerd en
heeft gezegd alle titels en bijzondere beroepsbekwaamheden van het
KB van 27 september 2006 houdende de lijst van bijzondere
beroepstitels en bijzondere beroepsbekwaamheden voor de
beoefenaars van de verpleegkunde in te voeren en dat de lopende
vernieuwing van de samenstelling van de Nationale Raad voor de
Verpleegkunde zou toelaten dat deze spoedig zijn werkzaamheden
hervat.
Mijnheer de staatssecretaris, ten eerste, heeft die Nationale Raad zijn
werkzaamheden hervat?
Ten tweede, wanneer verwacht u de invoering van die bijzondere
07.01 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Le 9 mai 2008, j'ai
posé une question écrite sur la
reconnaissance de la qualification
professionnelle particulière en
diabétologie.
La
ministre
a
répondu qu'elle avait l'intention
d'instaurer tous les titres et
compétences
professionnelles
particulières visée par l'arrêté royal
du 27 septembre 2006 après le
renouvellement
du
Conseil
national de l'art infirmier.
Dans l'intervalle, le Conseil a-t-il
repris ses activités? Quand ces
titres et compétences profession-
nelles
particulières
seront-ils
instaurés?
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
beroepsbekwaamheden zoals vermeld in het KB van 27 september
2006?
07.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw de voorzitter,
mevrouw Avontroodt, collega's, ik kan inderdaad bevestigen dat het
de bedoeling van mevrouw Onkelinx is om progressief de bijzondere
beroepstitels
en
de
bijzondere
deskundigheden
van
de
verpleegkundigen te erkennen. Dit project maakt integraal deel uit van
het plan voor het verhogen van de aantrekkelijkheid van het
verpleegkundig beroep dat zij voorgesteld heeft aan de Nationale
Raad voor de Verpleegkunde die op 28 augustus jongstleden opnieuw
werd samengesteld.
De NRV is belast met het voorstellen van de titels en deskundigheden
die volgens de raad prioritair moeten erkend worden uit de lijst van het
koninklijk besluit van 27 september 2006.
Rekeninghoudend met het belang dat de minister aan dit plan hecht,
heeft zij aan de leden van deze raad gevraagd om haar snel een
advies te overhandigen. Begin oktober zal een eerste evaluatie
worden overhandigd. De minister weet dat werkgroepen ter zake
actief zijn.
Na de bijzondere beroepstitel in oncologie, die logischerwijze in het
Kankerplan werd geïntegreerd en binnenkort zal worden
gepubliceerd, voorziet de minister in de voorbereiding van de
progressieve erkenning van andere titels en deskundigheden. Zij zal
ook waken over de garantie van coherentie met de andere
maatregelen inzake gezondheid.
Het opstarten van de zorgtrajecten voor patiënten met diabetes in
2009 kan worden beschouwd als een opportuniteit voor de
deskundigheid in diabetologie.
07.02
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Mme Onkelinx
se propose de reconnaître ces
titres professionnels particuliers
ainsi que les compétences des
infirmiers dans le cadre du plan
visant à accroître l'attractivité de la
profession, présenté au Conseil
national de l'art infirmier. Ce
dernier a en effet été recomposé
le 28 août 2008 et doit à présent
sélectionner, sur la base de la liste
publiée dans l'arrêté royal du 27
septembre 2006, les titres et
compétences à reconnaître en
priorité.
Il a été convenu que le Conseil
remettrait une première évaluation
à la ministre début octobre.
Après
le
titre
professionnel
particulier en oncologie, intégré au
Plan national Cancer et dont la
publication interviendra prochaine-
ment, la ministre veut reconnaître
progressivement d'autres titres et
compétences pour autant qu'ils
s'inscrivent dans la ligne des
autres mesures prises en matière
de santé. Le lancement en 2009
de trajets de soins pour les
patients diabétiques peut être
considéré comme un événement
important pour la compétence en
diabétologie.
07.03 Yolande Avontroodt (Open Vld): Dit is een heel breed en
algemeen antwoord over de beroepstitels oncologie. Daarop kom ik
zo dadelijk terug. Ik heb nog een vraag daarover. In het antwoord
verneem ik 3 elementen: er komen zorgprogramma's voor diabetes,
in het raam daarvan zal eventueel de erkenning van de bijzondere
beroepstitels worden overwogen en de raad werd op 28 augustus
samengesteld. Uit het antwoord blijkt evenwel niet duidelijk de intentie
van de minister de beroepstitel diabetologie te erkennen.
07.03 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Des programmes de
soins pour les diabètes sont donc
prévus et la reconnaissance de
titres professionnels particuliers
sera éventuellement envisagée
dans le cadre de ces programmes.
Le Conseil a été constitué le 28
août mais je constate que la
ministre n'a apparemment pas
l'intention de reconnaître le titre
professionnel de diabétologue.
07.04 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: De intentie is wel
bevestigd.
07.04
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Détrompez-vous.
Je puis confirmer son intention à
cet égard.
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
07.05 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mijnheer de
staatssecretaris, dat is heel goed, dank u wel.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "geneesmiddelen voor kinderen" (nr. 7254)
08 Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les médicaments destinés aux enfants" (n° 7254)</b>
08.01 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, ook dit is een vraag die eerder door
collega's gesteld is en waarover meer dan één debat gevoerd zou
moeten kunnen worden. Deze vraag gaat over de uitvoering van een
Europese verordening inzake geneesmiddelen voor pediatrisch
gebruik.
Er zijn op Europees niveau wat dat betreft heel veel werkgroepen en
er gebeuren veel studies. Dat heeft uiteraard te maken met de andere
voorwaarden waaraan geneesmiddelen moeten voldoen alvorens zij
aan kinderen mogen worden toegediend, alsook aan het beperkte
aantal patiënten - gelukkig maar - om tests te doen. Heel de
researchfase tot en met de klinische studies is aan andere normen en
voorwaarden onderworpen. Ook op ethisch vlak vergt dit een ernstig
debat.
Ik ben ervan overtuigd dat u ervan op de hoogte bent welke
procedures voorafgaan aan het in de handel brengen van zo'n
geneesmiddel. Het gevolg van de regelgeving is evenwel dat tot op
heden nog steeds aangepaste geneesmiddelen voor kinderen
ontbreken, niet alleen wat de dosering betreft, maar ook bijvoorbeeld
wegens de wetgeving die voldoende grote stalen vraagt voor klinische
proeven, die men wegens voor de hand liggende redenen niet kan
leveren. Een volwassene die deelneemt aan een medische studie kan
daarvoor zijn toestemming geven, een kind kan dat natuurlijk niet op
dezelfde manier.
Europa heeft zich daarover gebogen en heeft verordening 1901/2006
van 12 december 2006 uitgevaardigd, waarin aandacht wordt
gevraagd voor de geneesmiddelen voor kinderen.
De bedoeling is vooral de beschikbaarheid ervan te verhogen en de
ontwikkeling ervan te stimuleren, hoewel er hogere kosten verbonden
zijn aan het ontwikkelen van geneesmiddelen voor kinderen.
Er
is
een
comité-Pediatrie
opgericht
in
het
Europees
Geneesmiddelenbureau. The European Academy of Pediatrics is
reeds samengekomen op 4 juni om de verordening te evalueren. Niet
alleen heeft men ingezien dat er goed werk kan worden geleverd,
maar ook dat er een grote deelname moet zijn van de verschillende
Europese landen en dat er steun moet zijn voor de expertise die wij
ook in ons land ter zake hebben.
Wij hebben een aantal succesvolle pediaters die daar al jaren mee
bezig zijn. Vandaar mijn vraag, die misschien uitzonderlijk is vanuit
onze banken. Mijn vraag gaat over meer middelen voor de
succesvolle uitvoering van de verordening inzake geneesmiddelen
08.01 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Les médicaments à
usage pédiatrique font l'objet de
nombreuses
études,
ce
qui
s'explique par les conditions
auxquelles ils doivent satisfaire
pour pouvoir être administrés à
des enfants ainsi que par le
nombre restreint de cobayes
humains. C'est à juste titre que la
commercialisation
d'un
tel
médicament
est
strictement
réglementée. La conséquence en
est toutefois un manque de
médicaments adaptés pour les
enfants.
Dans son règlement 1901/2006 du
12 décembre 2006 relatif aux
médicaments à usage pédiatrique,
l'Europe attire l'attention sur cette
matière. L'objectif est de stimuler
le
développement
et
la
disponibilité de ce type de
médicaments, malgré les coûts
élevés. Une première évaluation
de ce règlement par la "European
Academy of Pediatrics", le Comité
Pédiatrie au sein du Bureau
européen des médicaments, a
montré qu'une participation accrue
des différents pays européens est
nécessaire pour réaliser les
objectifs à long terme. Par ailleurs,
l'expertise existante doit être
soutenue.
La ministre évoquera-t-elle avec
ses
collègues européens la
question des moyens financiers?
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
voor pediatrisch gebruik. Misschien is het niet onbelangrijk dat onze
overheidsdiensten de werkgroep van eminente professoren die zich
daarover hebben gebogen, zouden ondersteunen.
08.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw de voorzitter,
mevrouw Avontroodt, zoals u zeer terecht opmerkt, is er buiten
Europa een zeer duidelijke trend om multicentra voor klinische studies
op te richten. Het van kracht worden van de pediatrische
reglementering in de Europese wetgeving voor elk nieuw
geneesmiddel dat op de markt komt, heeft eveneens bijgedragen tot
een toename van klinisch onderzoek bij kinderen. Het is echter
belangrijk er nota van te nemen dat dit klinisch onderzoek bij kinderen
zeer strikt opgevolgd wordt door de Europese Commissie. Hiervan
getuigen de werkgroepen die geïnstalleerd werden op het niveau van
het EMEA, het European Medicine Agency, om de wetenschappelijke
en ethische normen vast te leggen voor het pediatrisch klinisch
onderzoek. Er werd trouwens recent een richtlijn uitgewerkt door het
Pedriatisch Comité.
Het is nuttig om eraan te herinneren dat een van de taken van het
EMEA bestaat uit het accrediteren van netwerken voor onderzoek bij
kinderen. Het is evident dat mevrouw Onkelinx zeker bereid is aan
haar Europese collega's te vragen om voor de ondersteuning van
deze initiatieven de nodige middelen ter beschikking van het EMEA te
stellen. In verband hiermee kan ik u met genoegen meedelen dat op
nationaal niveau het Federaal Agentschap voor de Geneesmiddelen
en de Gezondheidsproducten besloten heeft om in samenwerking
met de Belgische Vereniging van Pediaters een specifieke werkgroep
op te richten.
Er moet ook onderstreept worden dat de inspectie en de controles
voor deze klinische studies, die voorafgaan aan de toelating om
nieuwe geneesmiddelen op de markt te brengen, op het niveau van
het EMEA via de inspecties Good Clinical Practice gecoördineerd zijn.
Deze inspectiegroepen werken daarenboven nauw samen met de
Wereldgezondheidsorganisatie teneinde een maximale veiligheid te
garanderen voor de deelnemers aan klinische studies, dit uiteraard
inclusief de kinderen, maar eveneens om de betrouwbaarheid en de
juistheid van de resultaten van deze klinische studies te garanderen.
Tot hier het antwoord van mevrouw de minister.
08.02
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Au-delà des
frontières européennes, il existe
en effet une tendance très claire à
créer des multicentres pour les
études cliniques. La réglemen-
tation pédiatrique européenne a
également stimulé les études
cliniques auprès des enfants. La
Commission européenne suit ces
études de très près, comme en
témoigne
la
constitution
de
groupes de travail à l'échelle de
l'EMEA (agence européenne du
médicament) pour la fixation de
normes scientifiques et éthiques
en la matière. L'une des missions
de l'EMEA concerne l'accréditation
de réseaux de recherche auprès
des enfants.
Mme
Onkelinx
demandera
certainement
l'aide
de
ses
collègues européens pour soutenir
ces initiatives. L'Agence fédérale
pour les Médicaments et les
Produits de Santé constituera
d'ailleurs un groupe de travail
spécifique en collaboration avec
l'Association belge des pédiatres.
L'inspection et les contrôles des
études cliniques sont également
coordonnés à l'échelle de l'EMEA
par le biais des inspections `Good
Clinical Practice', qui collaborent
par ailleurs étroitement avec
l'Organisation Mondiale de la
Santé pour garantir une sécurité
maximale aux participants et des
résultats fiables et corrects.
08.03 Yolande Avontroodt (Open Vld): Het is een positief antwoord
als de minister daaraan haar steun geeft. Er circuleren op Europees
niveau een aantal vragen om resoluties in te dienen in de
verschillende parlementen, precies om dit te ondersteunen. Als de
minister dit effectief steunt, dan kan dit als antwoord dienen!
Inderdaad, zij verwijst naar EMEA, terwijl het precies EMEA is dat wat
dat betreft een tekort aan middelen heeft en ook een tekort aan steun
van de lidstaten.
We zullen dat antwoord duidelijk en goed communiceren; dan moet
daar geen nieuwe resolutie voor gemaakt worden, maar kan het
worden uitgevoerd indien de minister daadwerkelijk haar steun
daaraan verleent.
08.03 Yolande Avontroodt
(Open Vld): Je me réjouis
d'entendre que la ministre soutient
ce projet et nous communiquerons
clairement sa position pour éviter
que de nouvelles résolutions
soient
déposées
à
l'échelle
européenne.
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
08.04 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: U kunt zeker op haar
determinatie rekenen.
08.04
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Mme Avontroodt
peut
être
assurée
de
la
détermination de la ministre.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les risques liés à l'achat de médicaments en ligne" (n° 7332)</b>
09 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "de risico's van het kopen van geneesmiddelen via internet" (nr. 7332)
09.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente, on
change à la fois de sexe linguistique et de sexe tout court mais pas de
famille!
Je suis particulièrement ravi que ce soit M. le secrétaire d'État Delizée
qui soit présent, d'autant plus qu'il ne m'a pas tiré dessus dans le
journal "Pan". C'était très positif. Vous constaterez, monsieur le
secrétaire d'État, qu'ici nous sommes trois à ne pas appartenir à une
espèce en voie de disparition!
Madame la présidente, je tiens à vous dire à quel point je suis content
que la commission puisse se tenir aujourd'hui. Par contre, je
souhaiterais vous faire part de ma frustration de voir qu'en
commission des Affaires sociales, la ministre a purement et
simplement annulé les réponses aux questions.
09.02 Jean-Marc Delizée, secrétaire d'État: Monsieur Flahaux, la
réunion aura lieu demain et je pense que j'aurai l'honneur de
remplacer Mme Milquet!
09.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Ce ne sera donc pas
M. Lebrun? Je plaisante, bien sûr!
J'en arrive à ma question relative aux risques liés à l'achat de
médicaments en ligne. La révolution internet joue dans de nombreux
domaines et certains ne sont pas encore connus aujourd'hui.
Comme pour tout, la liberté peut être la meilleure et la pire des
choses, selon les motifs et la manière dont on s'en sert. On le voit
pour l'instant en matière financière, notamment. Ainsi en est-il des
ventes de médicaments. Nombre de sites permettent aux internautes
de tous pays de se porter acquéreurs de traitements à des coûts bien
plus économiques qu'ils ne le pourraient en utilisant les canaux
pharmaceutiques conventionnels de leur pays. Cela peut bien sûr
s'avérer une économie financière directe pour nos systèmes de santé
mais c'est aussi source de problèmes très graves, y compris sur le
plan économique à moyen et long termes.
En effet, nombre de ces sites offrant des médicaments à prix certes
alléchants ne vérifient pas, en demandant une ordonnance à
l'intéressé, que cela lui a été réellement prescrit. Ils n'ont d'ailleurs
pour nombre d'entre eux pas de docteur en pharmacie et utilisent de
faux tampons de pharmacien agréé. Il y a donc un risque
d'automédication préjudiciable à l'utilisateur.
09.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Consumenten die genees-
middelen online aankopen, worden
blootgesteld aan ongecontroleerde
risico's, zoals zelfmedicatie en
namaak.
Beschikt
u
over
gegevens met betrekking tot het
aantal personen dat genees-
middelen via internet aankoopt?
Werden er gezondheidsproblemen
vastgesteld bij personen die online
aangekochte
geneesmiddelen
hadden genomen?
Wat kunnen wij ondernemen om
onze
medeburgers
te
beschermen?
Is het haalbaar om aan de
zoekmachines de opdracht te
geven de websites die vervalste
geneesmiddelen aanbieden, uit te
sluiten?
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
Ce risque est encore renforcé par le fait que les médicaments
commercialisés seraient, selon l'Alliance européenne pour l'accès aux
médicaments sains, authentiques pour seulement 38% d'entre eux,
les autres étant des contrefaçons à la qualité aléatoire. À ce propos,
la semaine dernière encore, les douanes ont saisi à Zaventem une
cargaison de médicaments destinés à l'Afrique.
Pour souligner encore le caractère prioritairement mercantile et peu
professionnel de ces sites, au regard du souci d'offrir des traitements
de qualité à un prix moindre, on peut noter que certains offriraient, en
cadeau d'accompagnement de traitements de pathologies
cardiovasculaires comme le Plavix, des comprimés de Viagra,
précisément
contre-indiqués
dans
le
cas
de
maladies
cardiovasculaires graves.
Monsieur le secrétaire d'État, avez-vous des informations concernant
le nombre de nos concitoyens ayant recours à ces sites? Des
problèmes de santé dus à l'ingurgitation de médicaments achetés en
ligne sont-ils intervenus dans notre pays? Comment pouvons-nous
agir, afin de protéger nos concitoyens des risques d'une
automédication à partir de produits à la possible toxicité, voire à
l'absence totale d'effet?
Il nous est proposé de demander aux moteurs de recherche
d'éliminer de manière systématique des résultats de recherche, les
pages web qui proposent des médicaments de contrefaçon. Cela est-
il réalisable? Comment peut-on distinguer les sites en question de
ceux qui affichent une pratique éthique et une déontologie de la vente
de produits pharmaceutiques? Vos services ont-ils dû se pencher sur
ce problème? Comment comptent-ils y faire face?
Hoe kan dit soort websites
onderscheiden worden van de
websites die er een zuivere
verkoopethiek op na houden?
Hoe denkt u dit probleem aan te
pakken?
09.04 Jean-Marc Delizée, secrétaire d'État: Madame la présidente,
chers collègues, je remercie M. Flahaux pour sa question. Nous
n'allons pas épiloguer sur la notion de liberté, à la fois la meilleure et
la pire des choses. Nous sommes tous attachés à la liberté mais,
dans certains cas, elle peut donner lieu à des dérives, notamment
dans les pratiques sur internet.
Mme Onkelinx partage vos réserves sur la fiabilité des médicaments
proposés et mis en vente sur internet et sur les dérives que vous
signalez, notamment l'automédication, qui n'est pas à promouvoir, sur
internet ou ailleurs. Mme Onkelinx répond en quatre points.
En premier lieu, elle n'a pas connaissance de données précises quant
au nombre de personnes qui achèteraient en Belgique des
médicaments via internet. Cela dit, pour l'année 2007, les douanes
déclarent avoir saisi environ 79.000 médicaments vendus via internet.
Par ailleurs, depuis mai 2006, dans son étroite collaboration avec le
service des douanes, l'Agence fédérale des médicaments et produits
de santé, au travers de son unité spéciale d'enquête, a ouvert
411 dossiers à l'encontre de citoyens qui s'étaient livrés à un achat
illégal de médicaments par internet et qui avaient pu être identifiés.
Deuxièmement, le Centre belge de pharmaco-vigilance n'a pas reçu
de communication d'effets indésirables indiquant que ces derniers
seraient liés à la prise de médicaments achetés sur internet. De son
côté, le Centre Antipoisons signale qu'il est interpellé de temps en
09.04 Staatssecretaris Jean-
Marc Delizée: Mevrouw Onkelinx
deelt uw terughoudendheid en
geeft een vierledig antwoord. Zij
beschikt
niet
over
precieze
gegevens betreffende het aantal
kopers, via internet, in België. Voor
2007 verklaren de douanediensten
ongeveer 79.000 via internet
verkochte
geneesmiddelen
in
beslag genomen te hebben. Sinds
mei 2006 heeft het Federaal
Agentschap voor Geneesmiddelen
en Gezondheidsproducten 411
dossiers geopend wegens illegale
aankoop van geneesmiddelen via
internet.
Het
Belgisch
Centrum
voor
Geneesmiddelenbewaking
heeft
geen meldingen binnengekregen
over ongewenste gevolgen van
geneesmiddelen die via internet
gekocht werden. Het Antigif-
centrum laat weten dat het af en
toe vragen krijgt over deze
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
temps sur des questions relatives à des médicaments achetés sur
internet mais il n'est pas en mesure de fournir des informations plus
précises à ce sujet.
Troisièmement, dans les cas que vous avez décrits, on peut parler
d'escroquerie. Par conséquent, la criminalité en matière de vente de
médicaments par internet constitue une priorité et nous concerne
tous. Aucun pays ne peut résoudre ce problème seul en raison de la
nature transfrontalière du phénomène. L'accent est donc mis sur une
meilleure collaboration au niveau national et international,
multidisciplinaire et multisectorielle, sur une approche plus détaillée
de la sensibilisation des patients, des consommateurs et des
fournisseurs de soins grâce à une communication améliorée et en
prenant toutes les initiatives législatives possibles, au niveau national
comme au niveau international, afin d'endiguer ces situations
dangereuses.
Cela se traduit vous allez me dire que c'est général concrètement
par différentes initiatives. Je vais vous en citer quatre.
1. Un projet de campagne de sensibilisation du public aux risques de
l'achat en ligne des médicaments et produits de santé est en cours de
préparation, étudié en concertation avec l'Agence fédérale des
médicaments et produits de santé (AFMPS).
2. Un nouvel arrêté royal a été examiné au Conseil des ministres de
ce vendredi 26 septembre, qui régit le fonctionnement des officines
ouvertes au public et qui prévoit notamment des conditions strictes
pour que les médicaments sans prescription puissent être vendus par
internet par les pharmacies. Il s'agit de bien encadrer la législation en
la matière.
3. La présence d'une unité spéciale d'enquêtes au sein de l'AFMPS
en 2007. Cette unité spéciale compte 5 agents.
4. Il est clair que pour s'attaquer à ce phénomène, une collaboration
avec les autres services est nécessaire. Nous allons donc soutenir, dit
Mme Onkelinx, encore davantage la collaboration existant entre
l'AFMPS, la douane et les services de police. Celle-ci consiste à
examiner les colis postaux contenant des médicaments qui sont le
résultat d'une transaction internet.
Une solide collaboration a été également développée au niveau
international, tant avec les États membres européens qu'avec le
Conseil de l'Europe, où la Belgique collabore activement à une
convention de lutte contre les médicaments contrefaits et la
criminalité pharmaceutique, et même au niveau mondial.
Par ailleurs, la proposition de l'instance européenne EAASM
("European Alliance for Acces to Safe Medecines") mérite d'être
examinée de façon concertée entre les différentes instances
nationales et internationales concernées. C'est une initiative
européenne qui consiste à demander aux moteurs de recherche
d'éliminer de manière systématique les résultats de recherche qui
proposent des médicaments contrefaits.
Monsieur Flahaux, il s'agissait de quelques éléments de réponse qui
indiquent que les services et l'administration fédérale s'investissent
geneesmiddelen, maar verstrekt
geen
specifiekere
gegevens
hieromtrent.
In de gevallen die u beschreven
heeft, kan er gesproken worden
van oplichting. De criminaliteit rond
de geneesmiddelenverkoop via
internet is een dringend probleem
dat geen enkel land alleen kan
oplossen. De nadruk moet dus
worden gelegd op een betere
samenwerking op nationaal en
internationaal, multidisciplinair en
multisectoraal niveau.
Er
werden
verschillende
initiatieven
genomen:
een
bewustmakingscampagne;
een
nieuw koninklijk besluit dat de
werking regelt van voor het publiek
opengestelde apotheken en in
strikte voorwaarden voorziet voor
de internetverkoop van voorschrift-
vrije geneesmiddelen door de
apothekers; de oprichting van een
speciale onderzoeksentiteit bij het
FAGG in 2007 en een verhoogde
samenwerking tussen het FAGG,
de douane en de politiediensten.
Op internationaal vlak werd een
hecht
samenwerkingsverband
gesmeed. België werkt in de Raad
van Europa actief mee aan een
verdrag
ter
bestrijding
van
namaakgeneesmiddelen en van
de farmaceutische criminaliteit.
Het voorstel dat de Europese
instantie
EAASM
("European
Alliance for Access to Safe
Medecines") doet, is dat de
zoekmotoren
wordt
gevraagd
pagina's
die
namaakgenees-
middelen aanbieden, systematisch
te verwijderen.
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
énormément dans différents groupes de travail, sur le plan national et
international, et sont prêts à s'investir également dans tout nouveau
projet qui permettrait de mettre un frein aux activités relevant de la
criminalité pharmaceutique.
09.05 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente, je
remercie M. le secrétaire d'État pour sa réponse très fouillée.
Je pense que le problème ne risque que de s'accroître dans l'avenir,
d'une part, en raison de l'élargissement de la diffusion d'internet et de
ces sites de vente en ligne et, d'autre part, parce que pour éviter le
coût des médecins, certains utilisent l'automédication.
Il ne faut pas oublier non plus qu'un des problèmes de ces faussaires
je rappelle le chiffre de 62% de faux médicaments est que cela a
des conséquences sur la recherche.
Autant je suis favorable et je trouve que nous sommes trop frileux à
ce sujet à la diffusion des médicaments génériques, autant je pense
qu'il faut lutter contre la contrefaçon.
Il faut également rappeler le rôle important de conseiller que joue le
pharmacien. Des campagnes pourraient être lancées à ce sujet par la
ministre de la Santé.
Je ne peux qu'abonder dans le sens du secrétaire d'État sur la
nécessaire coopération renforcée avec ses collègues de l'Intérieur et
des Finances pour lutter efficacement contre ce fléau. J'espère que la
ministre pourra influer sur le Conseil des ministres européens pour
qu'on puisse agir, dans ce domaine comme dans d'autres, à un
niveau supranational et non pas "infra national" comme le
souhaiteraient peut-être certains.
09.05 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Er is sprake van 62 procent
vervalste geneesmiddelen! De
handelingen van de vervalsers
hebben onder meer gevolgen voor
het wetenschappelijke onderzoek.
Het is van belang om namaak op
te sporen en te herinneren aan de
belangrijke raadgevende rol van
de apotheker.
Ik hoop dat de minister invloed zal
kunnen
uitoefenen
op
de
Europese Raad van Ministers,
opdat er op supranationaal niveau
gehandeld wordt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les risques de santé liés à la consommation de Viagra en cas de pratique
sportive intense" (n° 7439)</b>
10 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "de gezondheidsrisico's verbonden aan het gebruik van Viagra bij
intensieve sportbeoefening" (nr. 7439)
10.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente,
monsieur le secrétaire d'État, les dons de Viagra sur internet, en offre
gratuite ou à l'achat d'un certain nombre de médicaments, me
surprennent. D'ailleurs, j'avais déjà posé une question à ce sujet qui a
mené à un dialogue sympathique avec la ministre: cette petite pilule
bleue, si elle apporte une bouffée d'oxygène notable dans la vie intime
de nombreux couples, conduit à diverses autres conséquences.
Parmi elles, je relève un problème engendré à l'égard des sportifs de
haut niveau. En effet, l'Agence mondiale antidopage (AMA) a montré,
pour les cyclistes, une amélioration de 40% de leurs performances
avec des muscles plus chargés en oxygène.
J'ignore si cela fait des hommes qui en prennent pour leur vie intime
de grands performeurs, encore que cela leur ferait sans doute plaisir
10.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Het cadeau doen van Viagra
op
het
internet,
als
gratis
aanbieding of bij de aankoop van
sommige geneesmiddelen, verrast
mij.
Het kleine blauwe pilletje dat het
leven van talrijke paren opmontert,
heeft ook nog andere gevolgen. Ik
stel mij vragen bij de mogelijke
gevolgen voor de hartspier van
sportlui die Viagra gebruiken
tijdens de competities.
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
de l'apprendre, mais je m'interroge quant à ses conséquences
possibles sur le muscle cardiaque des sportifs qui utilisent ce Viagra
lors des compétitions. Heureusement, à Pékin, bien que le produit
n'ait pas été interdit aux athlètes, il ne semble pas y avoir eu de
problèmes particuliers.
Vos services, s'ils sont habilités à le faire, ont-ils diligenté une
enquête à ce sujet?
Avez-vous demandé qu'une étude plus aboutie soit menée quant à
savoir, tant en ce qui concerne le sportif de haut niveau que n'importe
quelle personne, si la prise de Viagra présente un danger à fournir un
effort sportif ou musculaire généralisé, alors que la molécule est
encore active dans son corps?
Si oui, pouvez-vous demander que cela soit mentionné dans les
notices d'utilisation de ce produit?
Pouvez-vous organiser une campagne d'information à ce sujet, tant
auprès des praticiens prescripteurs la prescription reste
indispensable pour s'en procurer, malgré les offres sur internet que
dans les médias?
Hebben uw diensten hierover met
bekwame spoed een onderzoek
ingesteld? Is het nemen van
Viagra een gevaar in het kader
van een sportieve of musculaire
inspanningen? Zo ja, kunt u
vragen dat dat vermeld wordt in de
bijsluiter van het product? Kunt u
er een informatiecampagne over
organiseren bij de voorschrijvende
artsen en in de media?
10.02 Jean-Marc Delizée, secrétaire d'État: Madame la présidente,
chers collègues, je remercie M. Flahaux pour sa question sur la petite
pilule bleue. Je vous livre la réponse de Mme la ministre sur le sujet.
Mme Onkelinx rappelle que ce médicament, comme n'importe quel
médicament, présente à la fois des bénéfices pour le patient mais
aussi des risques. Plusieurs études ont démontré que, outre son effet
sur les troubles de la fonction érectile, le Viagra facilite aussi la
dilatation des vaisseaux sanguins pulmonaires. En théorie, ce
phénomène pourrait donc permettre aux globules rouges de se
rendre plus efficacement jusqu'aux poumons, donc d'améliorer le taux
d'oxygène absorbé.
Pour autant, rien ne prouve avec certitude que le Viagra permette à
un athlète d'améliorer ses performances sportives. Le comité
d'experts de l'AMA n'a pas à ce jour décidé d'inscrire le Viagra sur la
liste des substances interdites, car il ne dispose pas d'éléments
objectifs démontrant que les critères d'inclusion sont remplis:
augmentation de la performance sportive et/ou risques chez le sujet
sain.
Au sein de l'Agence fédérale des médicaments et des produits de
santé, l'unité spéciale d'enquête est chargée de la lutte contre la
criminalité pharmaceutique en général. La criminalité pharmaceutique
concerne notamment le dopage humain et vétérinaire.
Aucun souci n'a, à ce jour, été constaté ou rapporté par cette unité
d'inspection concernant un usage de Viagra dans les milieux sportifs
autorisés. De plus, l'Agence n'a, jusqu'à présent, reçu aucune
notification d'effets indésirables cardiaques indiquant des problèmes
liés à l'usage de Viagra lors d'un effort sportif ou musculaire
important.
Le résumé des caractéristiques du produit et la notice du Syldenafil
mentionnent actuellement que la substance est contre-indiquée chez
10.02 Staatssecretaris Jean-
Marc Delizée: Mevrouw Onkelinx
herinnert eraan dat de patiënt baat
heeft bij dit geneesmiddel zoals bij
om
het
even
welk
ander
geneesmiddel, maar dat hij er ook
de risico's van ondergaat. Naast
de
inwerking
op
de
erectiestoornissen,
bevordert
Viagra ook de verwijding van de
longbloedvaten. Dat fenomeen
kan het de rode bloedlichaampjes
makkelijker maken om efficiënter
naar de longen te gaan en het
opgenomen zuurstofgehalte te
verbeteren.
Maar niets bewijst dat Viagra een
atleet in staat stelt om zijn
sportieve prestaties te verbeteren.
Het comité deskundigen van het
Wereld Anti-Doping Agentschap
heeft Viagra niet opgenomen op
de lijst van verboden stoffen, want
het
beschikt
niet
over
de
elementen die aantonen dat de
criteria om er op te staan, vervuld
zijn, namelijk verbetering van de
sportprestatie en/of risico's bij het
gezonde subject.
De speciale onderzoekseenheid bij
het Federaal Agentschap voor
Geneesmiddelen en Gezondheids-
producten is belast met de strijd
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
des patients ayant des troubles cardiovasculaires sévères comme un
angor instable ou une insuffisance cardiaque grave, patients pour qui
l'activité sexuelle est déconseillée.
Le Syldenafil, substance active du Viagra, est délivré uniquement sur
prescription médicale. Afin de prescrire cette substance, les médecins
doivent évaluer soigneusement les risques potentiels chez les
patients susceptibles de présenter certaines maladies sous-jacentes
ou d'être affectés par les effets vasodilatateurs du médicament.
Nous ne disposons actuellement d'aucune donnée permettant d'initier
une modification des caractéristiques du produit et de la notice du
Sydenafil au sujet de risques liés à l'utilisation du médicament chez
les sportifs.
Comme c'est le cas pour tous les médicaments commercialisés ou
enregistrés via la procédure centralisée européenne, l'Agence
fédérale des médicaments et l'Agence européenne des médicaments
continueront néanmoins à exercer un suivi permanent du Viagra et de
son potentiel "mésusage" ou de sa mauvaise utilisation en dehors de
l'unique indication enregistrée, notamment dans le cadre de la
pharmacovigilance.
Voilà, monsieur Flahaux, la réponse de Mme Onkelinx à vos
questions quelque peu techniques
tegen
de
farmaceutische
criminaliteit (onder meer doping
voor menselijk en voor dierlijk
gebruik). Tot op heden heeft die
eenheid nog niets verontrustends
vastgesteld wat het gebruik van
Viagra in sportmiddens betreft. Het
Agentschap ontving ook geen
meldingen met betrekking tot
hartproblemen als gevolg van het
gebruik van Viagra voor een
belangrijke sportieve of musculaire
inspanning.
Het gebruik van de stof wordt
ontraden aan patiënten die lijden
aan
ernstige
hart-
en
vaataandoeningen, die trouwens
beter niet seksueel actief zijn. Het
actieve bestanddeel van Viagra
wordt
enkel
op
voorschrift
afgeleverd, na een risico-evaluatie
door de arts van patiënten bij wie
een onderliggende ziekte wordt
vermoed
of
bij
wie
het
geneesmiddelen bijwerkingen kan
hebben.
Zoals voor alle geneesmiddelen
het geval is, zullen het Federaal
Agentschap voor Geneesmiddelen
en het Europees Geneesmid-
delenbureau Viagra permanent
blijven opvolgen, zeker wat betreft
het oneigenlijke of het verkeerde
gebruik van het geneesmiddel
voor andere doeleinden dan die
waarvoor het geregistreerd werd.
10.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente, je
remercie le ministre pour sa réponse.
Cela dit, aujourd'hui encore l'image du Viagra reste uniquement
positive. Il est vrai que sa consommation est associée à des activités
bien sympathiques. Toutefois, il me semble préférable de prévenir
que de guérir; évitons que, dans cinq ou dix ans, les générations qui
auront utilisé ce produit de manière importante soient victimes d'un
manque d'information.
Par ailleurs, outre le Viagra, il existe aussi toute une série de produits
équivalents comme le Syalis, le Levitra, le Camagra qui ont
exactement les mêmes effets. Mon souci ne concerne donc pas
seulement le Viagra, mais aussi l'ensemble de ces produits qui, au
demeurant, peuvent apporter une grande aide quand on a dépassé
50 ans.
10.03 Jean-Jacques Flahaux
(PS): Rond Viagra hangt vandaag
nog een positief beeld, omdat het
in verband wordt gebracht met
best
leuke
bezigheden.
Voorkomen is echter beter dan
genezen. We moeten ervoor
zorgen dat de generaties die het
geneesmiddel vaak gebruiken,
binnen vijf of tien jaar niet het
slachtoffer worden van een gebrek
aan informatie.
Naast Viagra bestaan er trouwens
nog
andere
producten
met
dezelfde werking. Ik maak me
zorgen
om
de
mogelijke
bijwerkingen van al die producten,
waarvan ik overigens het nut voor
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
vele 50-plussers niet in twijfel trek.
La présidente: Dont acte!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Question de M. Jean-Luc Crucke à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique sur "le refus de prise en charge des frais de logopédie pour les enfants ayant fait
choix de l'enseignement immersif" (n° 7483)</b>
11 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de niet-terugbetaling van logopediekosten voor kinderen die voor
taalbadonderwijs hebben gekozen" (nr. 7483)
11.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
secrétaire d'État, en Communauté française, il y a de plus en plus
d'enfants qui suivent ce qu'on appelle la pédagogie immersive. En
termes statistiques, il s'agit de plus de 750 écoles et on imagine bien
que cela représente une partie importante de la population scolaire.
Il se fait que ces enfants, comme d'autres, peuvent souffrir de
dyslexie. On m'a rapporté le cas d'une personne dont l'enfant qui
fréquente une école en immersion est atteint de dyslexie. Le médecin
lui a conseillé des séances de logopédie, qui sont habituellement
remboursées par la mutuelle. Mais dans ce cas, elles ne le sont pas
car la dyslexie serait due à l'apprentissage du néerlandais.
Dans ce genre d'écoles en immersion, on ne sait jamais quelle est la
seconde langue car, en fonction des pourcentages, on pourrait très
bien inverser cette priorité.
Cette personne se voit donc refuser toute intervention.
N'y a-t-il pas là une attitude purement discriminatoire entre les enfants
par rapport au handicap qu'est la dyslexie, et qui est corrigeable par la
logopédie?
Ne nous trouvons-nous pas là dans un discours totalement contraire à
tout ce qu'on tente de vanter, à savoir l'apprentissage des langues?
Ma question est extrêmement pratique car si c'est le cas, je pense
qu'il faudra prendre une initiative législative de sorte à modifier cette
situation.
11.01 Jean-Luc Crucke (MR):
De
logopediesessies
voorge-
schreven
aan
dyslectische
kinderen
die
naar
een
taalbadschool gaan worden niet
terugbetaald door het ziekenfonds
omdat de dyslexie te wijten zou
zijn aan het aanleren van een
andere taal.
Vormt dat geen discriminatie?
Leidt deze houding er niet toe dat
het aanleren van talen ontmoedigd
wordt? Zou er geen wetgevend
initiatief moeten worden genomen
om deze situatie recht te zetten?
11.02 Jean-Marc Delizée, secrétaire d'État: Madame la présidente,
cher collègue, Mme Onkelinx a été, dans le passé, ministre de
l'Enseignement. Elle est donc très attachée à l'apprentissage des
langues, notamment du néerlandais, et elle a essayé de faire avancer
les choses en la matière.
En Communauté française, et peut-être aussi en Communauté
flamande, il y a de plus en plus d'expériences d'immersion dans
l'enseignement fondamental. C'est une bonne chose et tant Mme
Onkelinx que moi-même souscrivons à cette volonté d'apprentissage
d'une autre langue de notre pays.
La réponse de Mme Onkelinx tient en quatre points.
11.02 Staatssecretaris Jean-
Marc Delizée: Eerst en vooral wil
ik verduidelijken dat mevrouw
Onkelinx en ikzelf de taalbad-
experimenten steunen.
De
nomenclatuur
van
de
logopedieverstrekkingen bepaalt
dat een tegemoetkoming van de
verplichte verzekering genees-
kundige verzorging uitgesloten is
in geval van een ogopedische
behandeling en stoornissen ten
gevolge van het aanleren van een
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
D'abord, elle considère que c'est moins un problème d'immersion
linguistique proprement dit que de traitement de troubles
logopédiques de l'enfant.
Quel est l'état de la législation en la matière? La nomenclature de
prestations de logopédie stipule explicitement que l'intervention de
l'assurance soins de santé obligatoire est exclue dans les traitements
logopédiques et de troubles secondaires dus à l'apprentissage d'une
autre langue que la langue maternelle ou à une éducation polyglotte.
La grande majorité des troubles pour lesquels la nomenclature prévoit
une intervention de l'assurance soins de santé obligatoire ne peuvent
pas être considérés comme dus à l'apprentissage d'une autre langue
que la langue maternelle ou à une éducation polyglotte.
Les troubles du développement du langage sont particulièrement
visés par cette exclusion.
Dernier élément. La Commission de convention entre les logopèdes,
les gens de métier, et les organismes assureurs a explicitement
déclaré que, si un problème logopédique se présente, le nombre de
langues parlées par un patient ne joue aucun rôle mais, si les troubles
sont liés à l'apprentissage d'une langue autre que la langue
maternelle, le traitement logopédique ne peut pas faire l'objet d'une
intervention de l'assurance. Cet élément émane de la Commission de
convention entre les logopèdes et les organismes assureurs.
Le caractère discriminatoire de ce refus de remboursement de la part
de la Commission de convention compétente mérite, selon Mme
Onkelinx, un débat et une motivation de la part des logopèdes. Au
stade actuel, on ne sait effectivement pas si ce refus est motivé par
des raisons budgétaires ou par les limites de la logopédie dans le
traitement dans ce type de dyslexie. Mme Onkelinx m'informe donc
qu'elle adressera un courrier reprenant votre questionnement à la
Commission de convention logopèdes-organismes assureurs en lui
demandant d'argumenter son refus d'envisager le remboursement de
traitements dans pareils cas. Il me semble donc qu'elle va dans le
sens que vous avez indiqué.
tweede taal of van een veeltalige
opvoeding.
Het discriminerend karakter van
die weigering tot terugbetaling
door
de
Overeenkomsten-
commissie
logopedisten-
verzekeringsinstellingen verdient
een debat. Is die weigering
ingegeven
door
budgettaire
redenen of door de beperkingen
van
de
logopedie
bij
de
behandeling van die vorm van
dyslexie? Mevrouw Onkelinx zal
de
Commissie
vragen
die
beslissing te motiveren.
11.03 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je remercie le
secrétaire d'État et, à travers lui, la ministre Onkelinx pour cette
réponse. À titre tout à fait anecdotique, je savais qu'elle encourageait
la pédagogie immersive. J'en ai pour simple preuve que la première
école à la fois francophone et flamande en Wallonie a été créée à
Frasnes-lez-Anvaing, alors qu'elle était ministre et sur la base d'une
dérogation qu'elle m'avait accordée à l'époque. C'est pour cette
raison que je puis vous dire que tout peut arriver dans ce monde. Je
suis heureux que cette réponse renvoie à la Commission car il faut
clarifier le pourquoi de cet élément de discrimination.
11.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Het verheugt mij dat er in dit
antwoord naar de Commissie
wordt verwezen, want er moet
klaarheid komen over de reden
van die discriminatie.
11.04 Jean-Marc Delizée, secrétaire d'État: Le sujet mérite
certainement débat!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Question de M. Jean-Luc Crucke à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique sur "la pénurie en Belgique de 1260 médecins urgentistes" (n° 7484)</b>
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
12 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het tekort van 1260 urgentieartsen bij de Belgische spoedgevallendiensten"
(nr. 7484)
12.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
secrétaire d'État, est-ce qu'il y a urgence au sein des urgences?
On peut se poser la question lorsqu'on lit le Dr Jan Stroobants, qui
n'est autre que le président de l'Association belge des médecins
urgentistes, qui signale un certain nombre de difficultés dont, et ce ne
sont pas les moindres, le vieillissement de la population et la pénurie
en médecins urgentistes.
Le lundi, on dénombrerait en urgence une population vieillissante plus
importante qui nécessite plus de soins ou en tout cas une attention
particulière, avec pour conséquence un encombrement des urgences.
Par ailleurs, la pénurie serait telle qu'il manquerait environ 1.200
médecins urgentistes (600 seraient au travail pour 1.800 qui devraient
l'être si le cadre était complet).
Dès lors mes questions sont les suivantes.
1. Confirmez-vous ce constat? Est-il conforme aux statistiques du
ministère de la Santé?
2. Comment détermine-t-on le nombre de médecins urgentistes
nécessaires aux soins à la santé et à la profession médicale?
3. S'il y a effectivement pénurie, est-elle généralisée sur tout le pays
ou présente-t-elle des différences régionales?
4. Pour autant qu'il y ait pénurie, prévoit-on des mesures radicales
pour la résorber?
5. Je reconnais que les éléments suivants n'ont pas été repris dans
ma question écrite mais j'ai été appelé par un médecin urgentiste
entre le moment du dépôt de ma question et aujourd'hui. Il m'indique
qu'à partir du mois de janvier, les médecins urgentistes devront se
retrouver dans les ambulances SMUR. Ils ne sont déjà pas assez
dans les services d'urgence, si on doit les placer dans les
ambulances, cela diminue encore le nombre.
Par ailleurs, je me suis laissé dire que les honoraires spécifiques
appliqués pour combattre l'utilisation abusive des services de
l'urgence ne seraient pas souvent appliqués en raison des lourdeurs
administratives qui encombreraient encore davantage les services.
Si vous ne disposez pas de réponse pour ces deux derniers
éléments, je reposerai une nouvelle question.
12.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Volgens dr. Stroobants, voorzitter
van de Belgische vereniging van
spoedartsen
(BeCEP, Belgian
College of Emergency Physicians),
zou er een tekort zijn aan
urgentieartsen.
Bevestigt u dat er ongeveer 1200
urgentieartsen te weinig zijn?
Stemt die vaststelling overeen met
de statistieken van het ministerie
van Volksgezondheid? Hoe wordt
het
benodigde
aantal
urgentieartsen bepaald? Indien er
een tekort bestaat, is het dan
algemeen of zijn er gewestelijke
verschillen?
Worden
er
maatregelen in het vooruitzicht
gesteld?
Deze vraag is des te meer
verontrustend omdat er vanaf
januari
ook
in
de
MUG-
ambulances (mobiele urgentie-
groep) een urgentiearts aanwezig
zal moeten zijn.
Bevestigt u
voorts
dat de
specifieke honoraria om het
overmatig
gebruik
van
de
spoeddiensten
te
bekampen
zelden worden toegepast wegens
de administratieve rompslomp?
12.02 Jean-Marc Delizée, secrétaire d'État: Madame la présidente,
chers collègues, le nombre d'urgentistes nécessaires au bon
fonctionnement des services d'urgence et des SMUR est estimé en
multipliant le nombre de permanences des services (une pour le
SMUR, une ou plus selon l'activité du service pour les services
d'urgence) par six (le nombre de médecins nécessaires pour assurer
une permanence) et par le nombre de ces services.
12.02 Staatssecretaris Jean-
Marc
Delizée:
Het
aantal
urgentieartsen dat nodig is voor de
goede
werking
van
de
spoeddiensten en van de MUG's
wordt geschat door het aantal
permanenties op de diensten te
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Le chiffre de 1.860 urgentistes cité par le Dr Stroobants est donc
assez proche des besoins réels en urgence.
Le déficit en urgentistes est moins important que celui qui est cité par
le BeCEP, qui ne tient pas compte des médecins porteurs du brevet
de médecine aiguë (le BMA). J'ai ici un tableau reprenant des chiffres.
Je vais vous les citer mais je propose de mettre ce tableau à la
disposition du secrétariat de la commission et de M. Crucke.
Pour les médecins urgentistes, il y a en Belgique, 244 spécialistes en
médecine aiguë, soit 58 néerlandophones et 186 francophones. Il y a
398 spécialistes en médecine d'urgence, soit 208 néerlandophones et
190 francophones et il y a 1.022 brevets de médecine aiguë, soit 600
néerlandophones et 422 francophones. Il y a ensuite les candidats
spécialistes: en médecine aiguë, 32; en médecine d'urgence, 56; titre
professionnel particulier en soins urgents, 20.
Il y a donc au total, en date du 29 septembre 2008, 244 spécialistes
en médecine aiguë, 398 spécialistes en médecine d'urgence et 1.022
brevets de médecine aiguë, soit 1.664 médecins entrant dans les
critères permettant d'exercer la médecine d'urgence. S'ajoutent à ces
médecins 108 candidats spécialistes en formation dans une des
filières de la médecine d'urgence. Même en tenant compte d'une
proportion non négligeable de BMA n'exerçant pas dans les services
d'urgences ou dans les SMUR, vous constaterez que la pénurie de
médecins urgentistes est donc moins importante qu'on le dit.
Compte tenu de ce constat, deux mesures ont été prises pour pallier
la pénurie d'urgentistes. La première est l'instauration de mesures
transitoires autorisant les spécialistes ou candidats spécialistes de
troisième année ou plus dans l'une des disciplines visées à l'article 2
de l'arrêté ministériel du 14 février 2005 à assurer la permanence
dans les services d'urgences et les SMUR. Un nouvel arrêté
prolongeant ces mesures est en préparation. La deuxième est
l'obligation, depuis juin 2008, de former au minimum dix spécialistes
en médecine aiguë et cinq spécialistes en médecine d'urgence par an
dans les quotas de médecins spécialistes.
Mme Onkelinx vous fait savoir par ailleurs qu'elle étudie la possibilité
d'augmenter, comme pour les autres spécialités déficitaires, les
quotas de médecins admis dans la spécialisation en médecine
d'urgence. Elle demande donc à la commission de planification
d'inclure le tableau récapitulatif des urgentistes et candidats
urgentistes tel que présenté ici dans son rapport annuel.
Quatrièmement, la situation n'est pas uniforme dans l'ensemble du
pays. Le déficit de médecins urgentistes est plus marqué dans les
régions frontalières du Nord du pays où nombre de médecins
choisissent d'exercer aux Pays-Bas. De l'autre côté, les zones rurales
et en particulier la province du Luxembourg concentrent les autres
déficits.
Monsieur Crucke, je transmettrai vos deux dernières questions à
Mme Onkelinx car je ne peux vérifier vos dires sur les urgentistes qui
seraient attachés aux ambulances SMUR en janvier prochain, de
même que pour la non-application des tarifs. Je vous propose de
vous faire parvenir la réponse de la ministre.
vermenigvuldigen met zes en met
het aantal diensten. Het door dr.
Stroobants aangehaalde aantal
van 1860 urgentieartsen ligt dus
dicht bij de werkelijke behoefte.
Het tekort aan urgentieartsen is
echter minder groot dan wat het
BeCEP beweert. Het BeCEP
houdt geen rekening met de
geneesheren die houder zijn van
het
brevet
in
de
acute
geneeskunde (BAG). Ik heb een
tabel voor u met de gedetailleerde
cijfers. Er zijn in België 244
specialisten
in
de
acute
geneeskunde, 398 specialisten in
urgentiegeneeskunde en 1.022
geneesheren die houder zijn van
het BAG, dus in totaal 1.664
geneesheren
die
urgentie-
geneeskunde mogen uitoefenen,
en 108 kandidaat-specialisten in
opleiding.
Om het tekort te verhelpen, zijn er
overgangsmaatregelen ingesteld
die
het
mogelijk
maken
geneesheer-specialisten
of
kandidaat-geneesheer-specialisten
uit het derde jaar of hoger in een
van de disciplines zoals bedoeld in
artikel 2 van het ministerieel
besluit van 14 februari 2005 voor
permanenties in te laten staan in
de spoedafdelingen en de MUG's,
en sinds juni 2008 moeten er in de
quota
voor
geneesheren-
specialisten elk jaar minstens tien
geneesheren-specialisten in de
acute
geneeskunde
en
vijf
geneesheren-specialisten in de
urgentiegeneeskunde
opgeleid
worden.
Mevrouw
Onkelinx
bestudeert tevens de mogelijkheid
om de quota voor de specialisatie
in
urgentiegeneeskunde
te
verhogen.
Het tekort aan geneesheren in de
urgentiegeneeskunde is groter in
de grensstreken in het noorden
van het land en in de Waalse
plattelandsgebieden,
in
het
bijzonder
in
de
provincie
Luxemburg.
Ik stel u voor het antwoord van
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
mevrouw Onkelinx op de twee
bijkomende vragen die u gesteld
heeft over de MUG-ambulances
en het niet toepassen van de
tarieven, later te bezorgen.
12.03 Jean-Luc Crucke (MR): Je remercie le ministre et je
comprends son attitude envers mes deux dernières observations que
je n'ai pas vérifiées moi-même et qu'il faut prendre avec toutes les
réserves d'usage. La différence entre les chiffres de l'Association
belge des médecins urgentistes et ceux que vous communiquez doit
se trouver essentiellement dans ce que vous appelez les BMA. Je
suppose que ce n'est pas le même diplôme que pour les urgentistes
qui font quatre à six ans d'études en sus de leurs sept ans. C'est bien
pour cela qu'ils sont reconnus comme urgentistes! Je ne sais pas si la
différence de qualité est importante.
12.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Het verschil tussen de cijfers van
het BeCEP en die van u is
blijkbaar te wijten aan de BAG's.
Dat is een andere opleiding. Is het
kwalitatieve verschil groot?
12.04 Jean-Marc Delizée, secrétaire d'État: Il existe une différence
mais les BMA répondent aux critères pour exercer la médecine
d'urgence.
12.04 Staatssecretaris Jean-
Marc Delizée: Er is een verschil,
maar de BAG's beantwoorden aan
de
criteria
om
urgentie-
geneeskunde uit te oefenen.
12.05 Jean-Luc Crucke (MR): Toujours est-il que cela mérite une
certaine attention. En tout cas, je constate une différence au niveau
des chiffres. Je vais donc investiguer en la matière. Par ailleurs, je
vous remercie pour les informations que vous m'avez communiquées.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Question de M. Jean-Luc Crucke à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique sur "les produits cosmétiques pour bébés" (n° 7521)</b>
13 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "cosmetica voor baby's" (nr. 7521)
13.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
secrétaire d'État, l'information provient du Comité pour le
développement durable en santé, organisme français patronné par le
ministère de la Santé et le ministère du Développement durable, qui a
sorti un communiqué au mois de septembre. Ce Comité est composé
de 200 professionnels de la santé. Son communiqué précise que les
mallettes distribuées aux parents en maternité contiennent
régulièrement des produits qui recèleraient potentiellement un
caractère cancérigène.
On sait que les enfants ont une peau plus fragile que celle des
adultes. Ce communiqué parle de fortes présomptions, ce qui n'est
pas rien. Il dit aussi que cela justifierait le taux de cancers chez les
enfants de moins de trois ans, qui augmenterait d'1% par an en
Europe.
Les produits dont il s'agit sont des produits basiques: des
shampooings, des crèmes, des gels, des couches.
Avez-vous pris connaissance de ce communiqué?
Ces produits sont-ils également distribués sur le marché belge et en
milieu hospitalier?
13.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Volgens een communiqué van de
Commissie voor de duurzame
ontwikkeling inzake volksgezond-
heid bevatten de pakketten die
jonge ouders in de kraamkliniek
ontvangen, vaak producten die
mogelijk kankerverwekkend zijn.
In het communiqué heeft men het
over sterke vermoedens, en dat
kan men niet zomaar naast zich
neerleggen. Voorts zou dat een
verklaring kunnen zijn voor de
kankercijfers bij kinderen jonger
dan drie jaar. Het gaat om
basisproducten:
shampoos,
zalven, gels, luiers.
Heeft u kennis genomen van dat
communiqué?
Worden
die
producten ook op de Belgische
markt verdeeld? Is er reden tot
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
Y a-t-il des craintes à avoir selon les informations dont vous
disposez?
Quid de la solution? Faut-il en revenir au fameux principe de
précaution: s'il y a le moindre doute, on s'abstient?
Y a-t-il une information complète ou faut-il conseiller aux gens d'en
revenir aux méthodes de grands-mères d'antan?
ongerustheid?
Is
het
niet
aangewezen die producten bij de
minste twijfel niet te gebruiken? Is
er
ter
zake
een
volledige
informatie beschikbaar?
13.02 Jean-Marc Delizée, secrétaire d'État: Madame la présidente,
cher collègue, Mme Onkelinx vous suit certainement sur la question
de la vigilance mais peut-être pas sur certaines des conclusions tirées
par les articles de presse.
Mme Onkelinx a donc bien pris connaissance des articles parus dans
la presse suite à une campagne menée par une association
française, le Comité pour le développement durable en santé, mettant
en cause les produits cosmétiques pour bébés, plus particulièrement
les échantillons distribués dans les maternités.
Il faut rappeler que la sécurité des produits cosmétiques est
strictement réglementée au niveau européen et fait l'objet de
contrôles spécifiques. Ces produits sont réglementés en Europe par
la directive 76/768 transposée en Belgique par l'arrêté royal du 15
octobre 1997.
La directive produits cosmétiques prévoit deux mécanismes qui se
superposent pour assurer la sécurité des cosmétiques mis sur le
marché. Premièrement, cette directive comporte des restrictions liées
à plus de 1.500 ingrédients, à savoir une liste d'ingrédients interdits,
une liste d'ingrédients assortis de limitations et une liste d'agents
conservateurs autorisés, de colorants autorisés et de filtres
ultraviolets autorisés.
Les substances qui sont classées CMR1 ou 2, c'est-à-dire
cancérogènes, mutagènes ou toxiques pour la reproduction, sont
interdites pour les produits cosmétiques. Pour les agents
conservateurs, les colorants et les filtres UV, seuls ceux repris dans
les listes positives peuvent être utilisés, et ce dans le respect des
limitations fixées. Ces listes ont été établies sur base des évaluations
de sécurité réalisées par le Comité scientifique européen des produits
de consommation et par les comités scientifiques antérieurs, en
prenant en compte l'ensemble des données toxicologiques
disponibles.
J'en viens au deuxième mécanisme. La directive produits
cosmétiques impose une évaluation de la sécurité pour la santé
humaine de chaque produit cosmétique fini mis sur le marché. Cette
évaluation doit prendre en compte le profil toxicologique de chaque
ingrédient, les interactions possibles et les caractéristiques
d'exposition. L'évaluation doit être réalisée par une personne
spécialement qualifiée et doit prendre en compte les données
scientifiques les plus récentes. Une évaluation de sécurité spécifique
est requise pour les cosmétiques destinés aux enfants de moins de
trois ans.
Les dossiers comportant les évaluations de sécurité des produits
13.02 Staatssecretaris Jean-
Marc Delizée: Minister Onkelinx is
het zeker met u eens wat de
waakzaamheid betreft, maar deelt
misschien niet alle besluiten die
door
de
kranten
worden
getrokken. Minister Onkelinx is
dus wel degelijk op de hoogte van
die artikels. Ik herinner eraan dat
de veiligheid van de schoonheids-
producten op Europees niveau
strikt gereglementeerd is en het
voorwerp is van gerichte controles.
De
richtlijn
"cosmetische
producten"
voorziet
in
twee
mechanismen om de veiligheid
van de cosmetica op de markt te
verzekeren. Ten eerste bevat die
richtlijn beperkingen voor meer
dan 1.500 bestanddelen, met
name een lijst van verboden
bestanddelen, een lijst van aan
beperkingen
onderworpen
bestanddelen en een lijst van
toegestane
bewaarmidddelen,
kleurstoffen en uv-filters. De als
CMR 1 en 2 ingedeelde stoffen
dus
de
kankerverwekkende,
mutagene en voor de voortplanting
giftige stoffen mogen niet in
cosmetica gebruikt worden. Wat
de
bewaarmiddelen,
de
kleurstoffen en de uv-filters betreft,
mogen enkel de stoffen die in de
positieve
lijsten
voorkomen,
gebruikt worden, en dan nog met
inachtneming van de vastgelegde
beperkingen. Die lijsten werden
opgesteld, rekening houdend met
alle beschikbare toxicologische
gegevens.
Ten tweede legt de richtlijn een
beoordeling op ten aanzien van de
veiligheid voor de menselijke
gezondheid van elk cosmetisch
eindproduct dat op de markt wordt
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
cosmétiques doivent être tenus à la disposition des autorités
compétentes dans le pays de fabrication ou de première mise sur le
marché en Europe. Le service d'inspection du SPF Santé publique
contrôle donc les dossiers des produits fabriqués en Belgique ou
importés pour la première fois dans l'Union européenne via notre
pays. Le service d'inspection contrôle également la composition des
produits cosmétiques au moyen d'analyses réalisées sur les produits
prélevés sur le marché belge. Une attention particulière est portée
aux produits destinés aux bébés et jeunes enfants.
Au vu des garanties de sécurité prévues par la réglementation
cosmétiques et des contrôles permettant d'assurer la conformité des
produits, l'arrêt de la distribution des mallettes comprenant des
produits cosmétiques dans les maternités ne paraît pas justifié sur
cette base au département. Nous n'envisageons pas de soumettre les
produits cosmétiques à un système d'autorisation de mise sur le
marché, la réglementation actuelle permettant de garantir la sécurité
des produits.
En résumé, monsieur Crucke, la vigilance est certes de mise. Notre
mécanisme est fortement réglementé et est suivi scientifiquement. Le
département belge concerné ne va donc pas aussi loin quant aux
conclusions tirées par l'association française,
gebracht. Er is een specifieke
veiligheidsbeoordeling vereist voor
cosmetica die bestemd zijn voor
kinderen van minder dan drie jaar.
Deze beoordelingen moeten ter
beschikking worden gehouden van
de bevoegde diensten in de
landen van de productie of eerste
invoer op de markt in Europa. De
inspectiedienst van de FOD
Volksgezondheid controleert dus
de beoordelingen van producten
die in België worden geproduceerd
of die via ons land voor de eerste
keer in de Europese Unie worden
ingevoerd. Deze dienst controleert
ook de samenstelling van de
cosmetische producten. Er wordt
speciale aandacht besteed aan
producten voor baby's en jonge
kinderen.
Gelet op de veiligheidswaarborgen
die de reglementering betreffende
cosmetica voorziet en op de
controles die de conformiteit van
de producten verzekeren, lijkt het
niet
gerechtvaardigd om
de
uitdeling van de koffers stop te
zetten. We denken er dus niet aan
om de cosmetische producten aan
een toelatingsysteem voor invoer
op de markt te onderwerpen. Ons
mechanisme is streng geregle-
menteerd en wetenschappelijk
opgevolgd.
Het
betrokken
Belgische departement trekt dus
niet dezelfde conclusies als de
Franse vereniging.
13.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le secrétaire d'État, je vous
remercie pour cette réponse. Vous avez rassuré et donné les
éléments qui permettent la vérification car il y a à la fois ce système
de listes et de dossiers de fabrication. Si un produit est incriminé, il
suffit d'en vérifier l'exactitude par rapport à ces deux éléments.
13.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Uw uitleg is geruststellend en u
voert elementen aan die controles
mogelijk maken. Indien een
product
ter
discussie
wordt
gesteld, kan de juistheid worden
nagegaan aan de hand van
beoordelingsdossiers en lijsten .
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "la quote-part personnelle en cas d'hospitalisation" (n° 7550)</b>
14 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "de persoonlijke bijdrage in geval van ziekenhuisopname" (nr. 7550)
14.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente, 14.01 Jean-Jacques Flahaux
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
monsieur le secrétaire d'État, les frais de séjour et d'honoraires en
milieu hospitalier sont fonction de l'hébergement en chambre simple
ou double. Si vous demandez une chambre particulière, le prix sera
plus élevé et la prise en charge peut être partielle, selon que vous
avez ou non une assurance hospitalisation, ou plusieurs, et que vous
dépassez ou non un certain plafond.
Il faut toutefois préciser que, pour les personnes à statut OMNIO,
VIPO et les malades chroniques, comme pour les malades mis
d'office en chambre individuelle suite à un manque de disponibilité en
chambres communes dans l'hôpital ou si leur pathologie l'exige, il n'y
a pas de changement de tarifs pour le séjour comme pour les
honoraires, conformément aux articles 90, §2 et 138, §1 et 2 de la
Réglementation générale.
Le souci est que ces différences d'honoraires, codifiées de manière
très restrictive et garantes du maintien d'une médecine libérale de
qualité, sont censées être mises à la connaissance du patient lors de
la déclaration d'admission. Or ce document est souvent proposé à la
signature d'un patient parfois amoindri comme une simple formalité
sans importance ni conséquence aucune. De même pendant
l'hospitalisation, un certain nombre d'actes médicaux ou
paramédicaux de confort sont proposés au patient sans qu'il lui soit
précisé au préalable qu'ils ne seront pas couverts par les mutuelles et
autres assurances et seront donc in fine à leur seule charge.
Dans le cas d'une hospitalisation longue, pour des personnes à
revenus modestes bien que hors du statut OMNIO, cette facture peut
atteindre des montants prohibitifs, à une époque où le pouvoir d'achat
des ménages se contracte. Très récemment d'ailleurs, les hôpitaux
ont tiré la sonnette d'alarme en évoquant la part importante de frais
hospitaliers non réglés.
Monsieur le secrétaire d'État, j'aimerais vous demander si la
déclaration d'admission mise en place rencontre bien son objectif.
Avez-vous eu connaissance de plaintes concernant des informations
non communiquées à des patients, entraînant ensuite des problèmes
de règlement de frais d'hospitalisation?
Quelles informations avez-vous sur une possible augmentation
d'impayés de ces frais?
Si le problème de règlement des frais d'hospitalisation se fait plus
prégnant, quelles mesures comptez-vous prendre pour assurer aux
malades une meilleure information sur les frais à venir en cas d'actes
non remboursés en totalité et éviter par la suite de grandes difficultés
financières? La transparence vaut bien cette publicité.
(MR): Behoudens reglementaire
uitzonderingen hangen de kosten
voor verblijf en honoraria in een
ziekenhuis af van het feit of men in
een
eenpersoons-
of
een
tweepersoonskamer verblijft.
Men gaat ervan uit dat de
informatie over die verschillende
honoraria aan de patiënt over-
handigd werd bij de opname-
verklaring. Dat document wordt
echter vaak ter ondertekening aan
de patiënt voorgelegd alsof het
onbetekenend was. Tijdens de
ziekenhuisopname wordt aan de
patiënt medische handelingen
voorgesteld zonder dat de kost
ervoor
vooraf
duidelijk
meegedeeld werd!
Strookt
de
ingevoerde
opnameverklaring
met
het
vooropgestelde doel?
Heeft u kennis van klachten
betreffende informatie die niet aan
de patiënten meegedeeld werd,
waardoor
problemen
bij
de
betaling van de kosten voor de
ziekenhuisopname ontstaan?
Over welke informatie beschikt u
met betrekking tot een mogelijke
toename
van
het
aantal
onbetaalde rekeningen?
Welke maatregelen overweegt u
om de patiënten betere informatie
te verstrekken?
14.02 Jean-Marc Delizée, secrétaire d'État: Madame la présidente,
chers collègues, la réponse de Mme Onkelinx tient en quatre points.
Premièrement, une évaluation de la déclaration d'admission est en
cours. Ce travail débouchera bientôt sur une modification de l'arrêté
royal du 17 juin 2004. Les hôpitaux seront obligés à l'avenir de
dresser une liste des prix des produits et des services les plus
courants qu'ils offrent. Cette liste devra être transmise en même
temps que la déclaration d'admission. En outre, la déclaration
d'admission devrait donner au patient une image plus complète des
coûts auxquels il doit s'attendre, sans cependant avoir l'intention
14.02 Staatssecretaris Jean-
Marc
Delizée:
Er
wordt
momenteel gewerkt aan een
evaluatie van de opnameverklaring
die zal leiden tot een wijziging van
het koninklijk besluit van 17 juni
2004. De ziekenhuizen zullen
verplicht zijn een lijst op te stellen
met de prijzen van de aangeboden
producten en diensten en die
samen met de opnameverklaring
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
d'être une estimation très précise du coût.
Deuxièmement, à la suite de la loi sur les droits du patient votée par
notre assemblée le 22 août 2002 et plus particulièrement l'article 8, §2
de cette loi, tout professionnel est tenu d'informer le patient sur les
conséquences financières des soins qu'il lui dispense.
Troisièmement, dans les services de médiation des hôpitaux
surgissent parfois des plaintes sur la facture des hôpitaux, sur le
manque d'information, sur l'imprécision ou le caractère incomplet des
informations données. Le dernier rapport annuel du service de
médiation fédéral "droits du patient" souligne cet aspect des choses.
Enfin, quatrièmement, les services de la ministre ont vérifié
récemment via les données comptables, à l'occasion d'une autre
question parlementaire, s'il y avait une évolution perceptible dans les
montants que les hôpitaux réservent pour les créances qu'ils doutent
percevoir ou dont ils déclarent qu'ils ne peuvent plus les percevoir,
bref, les irrécouvrables. Pour les années 2000 à 2005, ce montant
oscillait pour tous les hôpitaux entre 2,5 et 3% du chiffre d'affaires et
reste constant, sans hausse significative par rapport aux périodes de
référence antérieures.
Madame la présidente, chers collègues, voilà la réponse de Mme
Onkelinx à M. Flahaux.
aan de patiënt te overhandigen.
Ingevolge artikel 8, § 2, van de wet
betreffende de rechten van de
patiënt van 22 augustus 2002
moet de beroepsbeoefenaar de
patiënt op de hoogte stellen van
de financiële gevolgen van de
geneeskundige verzorging die hij
hem verstrekt.
In het jongste jaarverslag van de
Federale ombudsdienst "Rechten
van de patiënt" wordt benadrukt
dat
de
ziekenhuisfacturen
onnauwkeurige en onvolledige
informatie bevatten.
Ten slotte hebben de diensten van
de minister onlangs, via de
boekhoudkundige gegevens, de
niet-invorderbare
inkomsten
nagecheckt. Voor de periode
2000-2005
schommelde
dat
bedrag voor alle ziekenhuizen
samen tussen 2,5 en 3 procent
van het omzetcijfer en het blijft
constant.
14.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Je ne peux que me réjouir de la
réponse formulée par le secrétaire d'État au nom de la ministre.
L'évaluation de l'information donnée aux patients me semble
fondamentale. Je me réjouis donc de la prochaine mise à jour.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de projecten psychiatrische zorg in de thuissituatie (PZT)" (nr. 7554)
15 Question de Mme Sonja Becq à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "les projets de soins psychiatriques à domicile (SPAD)" (n° 7554)</b>
15.01 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, u
bent een andere verschijning dan de minister van Sociale Zaken.
Nochtans ga ik ervan uit dat u evenzeer ad rem zal antwoorden.
De vraag heeft te maken met de projecten in verband met
psychiatrische thuiszorg in het hele landschap van de psychiatrische
zorg. Er is de residentiële sector, waar er vrij recente ontwikkelingen
zijn, met name een trend om zoveel mogelijk te decentraliseren,
patiënten zoveel mogelijk thuis te laten wonen en tegelijkertijd ook de
nodige ondersteuning te geven.
Het is een trend die zich ook in de psychiatrie verder heeft ontwikkeld.
Er zijn tevens een paar pilootprojecten. Er werden met name 41
projecten inzake psychiatrische thuiszorg uitgebouwd.
In het advies dat door de Nationale Raad voor de
15.01 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): La situation est très floue en
ce qui concerne le financement
des
projets
de
soins
psychiatriques à domicile (SPAD).
La ministre prévoira-t-elle, dans le
cadre de la confection du budget
2009, les moyens de fonction-
nement nécessaires aux 41
projets de SPAD existants? Le
nombre de projets va-t-il être
accru, conformément à l'avis du
Conseil national de l'équipement
hospitalier?
Quels
moyens
supplémentaires seront dégagés à
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Ziekenhuisvoorzieningen werd geformuleerd, wordt, enerzijds, de
meerwaarde van voornoemde projecten vastgesteld. Anderzijds komt
ook de vraag naar ondersteuning sterker naar voren.
Voornoemde ondersteuning wordt, enerzijds, gevraagd met het oog
op een betere werking. Immers, behalve de psychische begeleiding is
het belangrijk dat mensen ook op het vlak van werk en huisvesting
worden begeleid en georiënteerd. Daarom is er ook de vraag naar
verdere ondersteuning, onder andere op het vlak van de
werkingsmiddelen.
Tegelijkertijd wordt ten bate van iedereen die in aanmerking komt
psychiatrische thuiszorg is immers geen oplossing voor alles en
iedereen , gevraagd of er ook een grotere spreiding zou kunnen
komen. Het advies van de Nationale Raad voor de
Ziekenhuisvoorzieningen stelde immers dat er per 200.000 inwoners
één entiteit psychiatrische thuiszorg zou moeten worden
geprogrammeerd. Derhalve was er ook de vraag naar uitbreiding van
de equipes voor psychiatrische thuiszorg.
Mijn vraag kadert in de opmaak van de begroting.
Ik kan mij voorstellen dat door decentralisatie en dus het opvangen
van mensen via thuiszorg ruimte in de psychiatrische instellingen kan
worden vrijgemaakt. Derhalve is het financieel niet noodzakelijk een
slechte operatie om psychiatrische thuiszorg te ondersteunen en
verder uit te bouwen.
Kan er dus naar aanleiding van de begrotingsopmaak worden
voorzien in een uitbreiding van de werkingsmiddelen voor psychische
thuiszorg?
cet effet?
15.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw Becq, ik dank u
voor uw vraag.
In antwoord op uw vraag wil ik de volgende elementen geven.
De projecten inzake psychiatrische zorg in de thuissituatie spelen een
belangrijke rol in de organisatie en de ondersteuning van de
geestelijke gezondheidszorg in de thuissituatie. Ze dragen in
belangrijke mate bij tot de re-integratie van de persoon in de
maatschappij.
Tot nu toe dekt de financiering van de projecten "psychiatrische zorg
in de thuissituatie" enkel de loonkosten van twee voltijds equivalenten.
De kosten van de werkingsmiddelen worden meestal verhaald op de
psychiatrische patiënt, die vaak van een vervangings- of
minimuminkomen leeft.
Om de betaalbaarheid en de toegankelijkheid van de projecten in de
thuissituatie te vergroten, werd in de begrotingsopmaak een budget
opgenomen van 0,5 miljoen euro voor de financiering van de
werkingsmiddelen en 1,341 miljoen euro voor de uitbreiding van het
aantal projecten. Wij moeten nog even wachten op het resultaat van
het begrotingsconclaaf, om te zien in welke mate de initiatieven ook
behouden blijven in het budget voor 2009, maar wij zullen toch het
voorstel steunen om in de budgetten te voorzien voor volgend jaar. Ik
vraag daarvoor de steun van alle fracties in de meerderheid.
15.02
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Pour l'instant, le
financement des projets SPAD ne
couvre que le traitement de deux
équivalents temps plein. Les frais
de
fonctionnement
sont
généralement récupérés auprès
des patients psychiatriques. Pour
que
ces
projets
restent
financièrement
abordables
et
accessibles, un budget de 0,5
millions d'euros a été inscrit pour
les frais de fonctionnement et un
autre de 1,341 millions d'euros
pour l'élargissement du nombre de
projets. Le ministre demandera
l'appui de tous les groupes pour
pouvoir maintenir ces budgets
pour 2009.
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
15.03 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Ik dank u voor uw antwoord. Ik
leid er ook uit af dat de bevoegde minister dat steunt en dat zij niet
alleen staat en dat ook haar collega's dat mee steunen.
15.03 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): J'observe une réaction
positive de la ministre qui s'efforce
de convaincre de nombreuses
personnes d'apporter leur soutien
à cette initiative.
15.04 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: (...) Inderdaad.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Samengevoegde vragen van
- de heer Koen Bultinck aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de evaluatie van de referentiecentra voor CVS (Chronisch Vermoeidheidssyndroom)" (nr. 7557)
- mevrouw Maggie De Block aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de referentiecentra voor het chronisch vermoeidheidssyndroom" (nr. 7558)
16 Questions jointes de
- M. Koen Bultinck à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "l'évaluation des centres de référence pour le SCF (Syndrome de Fatigue Chronique)" (n° 7557)<br>- Mme Maggie De Block à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "les centres de référence pour le syndrome de fatigue chronique" (n° 7558)</b>
16.01 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw de voorzitter,
was er ook niet een vraag van de heer Dallemagne voorzien,
aansluitend bij die vragen?
De voorzitter: Neen.
16.02 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, het Federaal Kenniscentrum, waarover wij het
daarnet reeds hadden, is bevallen van een belangrijke evaluatie in
verband met de CVS-centra. Iedereen die het dossier een beetje
opvolgt, weet dat reeds sinds 2002 het RIZIV een overeenkomst met
een vijftal dergelijke centra had, en dat uiteindelijk de conventie, zoals
ze nu bestaat, per 30 september zal vervallen. Ondertussen is er een
verlenging van zes maanden voorzien, in afwachting van een aantal
concrete beslissingen.
Als ik kernachtig de concrete bezwaren vermeld die in de evaluatie
van het Federaal Kenniscentrum gemaakt worden ten opzichte van de
centra, dan zijn die tot vijf grote lijnen te herleiden. Ten eerste, het
onvoldoende betrekken van de huisartsen. Ten tweede, de fysieke
revalidatie in die centra voldoet eigenlijk niet aan wat verwacht zou
mogen worden. Ten derde, de resultaten van de cognitieve
gedragstherapie voldoen ruimschoots niet. Ten vierde, men slaagt er
niet in de patiënten sociaal voldoende te re-integreren. Ten vijfde, de
wachtlijsten zijn veel te lang.
Kernachtig samengevat, stelt het Kenniscentrum zeer duidelijk daar
is niet veel onduidelijke interpretatie over mogelijk dat, als de
referentiecentra niet drastisch het roer omgooien, uiteindelijk de
geldkraan moet worden dichtgedraaid. Tenzij er een aantal
suggesties van het Kenniscentrum concreet worden omgezet, dan
zou er nog enige mogelijkheid zijn om te remediëren. Zeer duidelijk
wordt gesteld dat drastisch huisartsen, kinesisten en psychologen op
de eerstelijn ingeschakeld moeten worden, zodat de referentiecentra
16.02 Koen Bultinck (Vlaams
Belang):
Le
Centre
fédéral
d'expertise des soins de santé a
publié récemment une évaluation
négative des cinq centres SFC
actuels. Les objections qu'il
soulève concernent les points
suivants: le faible recours aux
généralistes dans le cadre de la
thérapie, l'insuffisance de la
rééducation physique, le manque
de résultats de la thérapie
comportementale
cognitive,
l'absence d'intégration sociale du
patient et la longueur excessive
des listes d'attente.
Il est clair que si les centres de
référence n'inversent pas la
vapeur, ils seront privés de tout
moyen de financement.
Comment la ministre réagit-elle à
cette
évaluation
négative?
Envisage-t-elle de corriger le tir?
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
wat efficiënter kunnen gaan werken. Ook moet iedere patiënt van bij
het prille begin begeleid worden. Tot slot moet er overgegaan worden
tot een systematische registratie van CVS-gegevens tout court.
Mijnheer de minister, daarover heb ik twee zeer duidelijke vragen.
Ten eerste vraag ik naar uw reactie op dat toch wel zeer
belangwekkend rapport inzake de betrokken referentiecentra.
Ten tweede, een logische vraag. Is er reeds nagedacht over een
bijsturing van het beleid? Als het Kenniscentrum toch wel een
belangrijke instelling adviseert om de geldkraan binnen afzienbare
tijd dicht te draaien, dan mogen wij toch verwachten dat u daarover
een concrete mening hebt.
16.03 Maggie De Block (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, ik vind het eveneens een heel belangrijk onderwerp. In
het verleden, reeds in 2002 bij de oprichting van die centra, hebben
wij met toenmalig minister Vandenbroucke daarover tal van
discussies gevoerd waarbij gevraagd werd of er, na de verwijsbrief,
nog wel voldoende contact wordt gehouden met de huisarts, of de
patiënt genoeg terugkoppelmogelijkheden heeft naar de huisarts,
enzovoort. Telkens werd er veel beloofd. Ook werd gezegd dat er
evaluaties zouden volgen.
Ondertussen heb ik een aantal vragen gesteld naar de moeilijkheid
om op de wachtlijsten terecht te komen, de moeilijkheid om die
wachtlijsten te zien opschieten. Het gaat toch om naar schatting
20.000 tot 25.000 mensen die aan een of andere vorm van het
chronisch vermoeidheidssyndroom lijden of die daarbij betrokken zijn.
Hun families zijn daarbij ook betrokken en het heeft ook tal van
financiële en sociale consequenties.
De feiten zijn gekend. Een aantal evaluaties in de loop der jaren is
allemaal negatief uitgevallen. Jaarlijks blijft er 1,7 miljoen euro van het
dierbare budget van Sociale Zaken naartoe gaan. Ik heb geen
probleem met het budget dat daar naartoe gaat. Ik heb er wel een
probleem mee dat hetzelfde budget daar naartoe blijft gaan als er
niets verandert aan de manier van werken van die centra.
Er is nu weer een zeer nefast rapport verschenen. De verschillende
items zijn hier opgenoemd. De huisartsen zijn nog altijd niet betrokken
in de behandeling en de resultaten zijn quasi nihil. Het minste dat men
kan zeggen is dat eraan gewerkt wordt, maar dat is dan ook het
enige.
De conclusie van het Kenniscentrum is misschien een beetje
choquerend: gooi het roer om, zoek andere methodes of draai de
kraan dicht. Toch denk ik dat zij na al die tijd gelijk hebben als zij
zeggen dat er iets moet gebeuren.
De verlenging van zes maanden is gebeurd. Nu moet er eindelijk
worden beslist. Men kan dat niet blijven vooruitschuiven en er zoveel
geld naartoe laten vloeien, zonder dat die mensen worden geholpen.
Ik vind dat een schandalige zaak.
Ik heb dan ook de volgende vragen.
16.03 Maggie De Block (Open
Vld): Dès la création des centres
SFC, nous avons mené avec le
ministre concerné les mêmes
discussions
en
mettant
systématiquement l'accent sur les
évaluations et les correctifs.
En dépit de toutes les évaluations
négatives, il apparaît que, chaque
année, 1,7 million d'euros sont
injectés dans ces centres sans
qu'il soit procédé à une adaptation.
Le permis octroyé par l'INAMI a
déjà été prorogé de six mois et
une décision doit à présent être
prise.
Le
ministre
adhère-t-il
aux
conclusions du Centre d'expertise
concernant
les
centres
de
référence
SFC?
Le
Centre
d'expertise conditionne leur futur
subventionnement à une série de
points. Quelle est la position du
ministre?
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
Onderschrijft de minister de conclusie van het Kenniscentrum? Erkent
zij de evaluatie dat de centra voor chronisch vermoeidheidssyndroom
tot nu toe tot niets hebben geleid? Het Kenniscentrum verbindt een
aantal voorwaarden aan een verdere subsidiëring. Wat gaat de
minister daarmee doen? Welke initiatieven en welk overleg zal zij
daarover plannen? Welke alternatieve methode zal zij eventueel
overwegen?
16.04 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw de voorzitter, ik
dank de twee collega's voor hun vragen. Ik zal hun het antwoord van
mevrouw Onkelinx voorlezen.
De twee vragen verwijzen allebei naar het evaluatierapport van het
Kenniscentrum
met
betrekking
tot
het
chronisch
vermoeidheidssyndroom. Dat rapport werd enkele dagen geleden
bekendgemaakt. Op basis van het rapport hebben de Hoge
Gezondheidsraad en het Kenniscentrum tegelijkertijd ook een
gezamenlijk advies uitgebracht over de zorgverlening voor CVS-
patiënten.
In hun gezamenlijk advies stellen het Kenniscentrum en de Hoge
Gezondheidsraad dat ik citeer "de klinische resultaten van de
referentiecentra slechts matig, maar vooral moeilijk te interpreteren
zijn." Toch wordt er geconcludeerd dat het experiment vruchtbaar is
geweest, dankzij de ontwikkeling van diagnostische en therapeutische
expertise in de referentiecentra.
Als positieve punten van de referentiecentra, worden onder meer
vermeld:
Ten eerste, het toepassen van behandelingen waarvan de
werkzaamheid in de wetenschappelijke literatuur vermeld staat.
Ten tweede, het bevestigen van de diagnose en de invaliditeitsgraad
door de experts van de referentiecentra, die aldus de adviserende
geneesheren te hulp komen.
Ten derde, het ter beschikking stellen van psycho-educatie voor de
naasten en de familie.
Ten vierde, het lage percentage behandelingsonderbrekingen.
De volgende aspecten in de werking van de referentiecentra zijn
volgens het advies van de Hoge Gezondheidsraad en het
Kenniscentrum problematisch: de grote geografische afstand voor
veel patiënten, de lange wachttijden, de geringe motivatie van een
aantal patiënten, die vooral gericht is op het krijgen van een uitkering,
geen
of
ontoereikende
individuele
therapie,
terwijl
de
wetenschappelijke kennis betreffende de groepstherapieën zeer
beperkt is, onvoldoende contact met huisartsen en kinesitherapeuten,
de ontoereikende opleiding van andere zorgactoren, te weinig banden
met de externe psychotherapeuten en een leemte in de
conceptualisering en het opzetten van zorgnetwerken voor de
toekomst.
De Hoge Gezondheidsraad en het Kenniscentrum concluderen
daarom dat de referentiecentra, ondanks de vele positieve punten, ik
16.04
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Le rapport
d'évaluation relatif aux centres de
référence SFC a été rendu public
voici quelques jours. Le Conseil
supérieur de la santé et le Centre
d'expertise ont formulé sur cette
base un avis commun à propos
des soins, dans lequel ils indiquent
que les résultats cliniques des
centres de référence ne se prêtent
que modérément, et surtout
difficilement, à l'interprétation. Ils
concluent
cependant
que
l'expérience était utile pour le
développement d'un savoir-faire
diagnostique et thérapeutique.
L'application de traitements dont
l'efficacité est mentionnée dans la
littérature
médicale,
la
confirmation du diagnostic et du
degré d'invalidité, la mise à
disposition
d'une
aide
psychologique pour les proches et
la famille et le faible pourcentage
d'interruption
du
traitement
constituent des éléments positifs.
Toutefois, l'obligation pour de
nombreux patients d'accomplir de
longues
distances,
la
faible
motivation des patients qui
cherchent avant tout à obtenir une
allocation
l'absence
ou
l'insuffisance
d'une
thérapie
individuelle, les contacts trop rares
avec les généralistes et les
kinésithérapeutes, la formation
insuffisante
des
autres
prestataires de soins, les liens trop
ténus avec les psychothérapeutes
externes et la lacune dans la
conceptualisation et la mise sur
pied de réseaux de soins
constituent des points faibles.
Conclusion:
les
centres
de
référence n'ont pas rempli leur
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
citeer, "hun belangrijkste missie niet hebben vervuld, namelijk het
ontwikkelen van een getrapte zorgorganisatie waarin zij de eerste lijn
zouden ondersteunen".
Voor de toekomst adviseren de Hoge Gezondheidsraad en het
Kenniscentrum de invoering van een meer gestructureerde
zorgorganisatie, waarbij de eerste lijn, namelijk de huisarts, de
kinesitherapeut of de psycholoog, een centrale rol dient te krijgen, in
samenwerking met nabijgelegen tweedelijnscentra en een
referentiecentrum.
Het uitbouwen van een dergelijke gestructureerde zorgorganisatie
dient in een eerste fase te gebeuren in de vorm van een experiment.
Alhoewel de Hoge Gezondheidsraad en het Kenniscentrum in hun
advies kritisch zijn voor de werking van de referentiecentra en, naast
een aantal positieve punten, ook op heel wat negatieve punten wijzen,
laat het advies toch duidelijk ruimte voor het voortbestaan van de
referentiecentra. Ook in een experimentele getrapte zorgorganisatie
hebben de derdelijnsreferentiecentra, volgens het advies, immers nog
een rol, ook al zouden in dat model de eerste en de tweede lijn een
veel belangrijkere rol moeten vervullen.
Dat de huidige financieringsregeling van de referentiecentra zal
moeten worden aangepast om een dergelijke getrapte zorgorganisatie
waar te maken, is onvermijdbaar.
Het komt de bevoegde organen van het RIZIV toe op dat vlak de
nodige initiatieven te nemen. Dat zou echter nog enige tijd in beslag
kunnen nemen omdat het advies ter zake geen pasklare recepten
bevat en omdat een nieuwe reglementering uitwerken altijd tijd vraagt.
Het zou hoe dan ook noodzakelijk kunnen zijn de bestaande
overeenkomsten met de referentiecentra die op 31 december 2008
aflopen in een eerste fase nog ongewijzigd te verlengen.
Bij dit alles rijst ook de vraag of alles waar het Kenniscentrum en de
Hoge Gezondheidsraad voor pleiten gerealiseerd zal kunnen worden
op basis van het huidige budget. Ter herinnering, er werd een
maximumbedrag van 1,6 miljoen euro in 2008 begroot voor de 5
centra, een bedrag dat sinds het begin van de overeenkomst elk jaar
wordt geïndexeerd.
De totale specifieke uitgaven van de werking van alle referentiecentra
samen bedroegen in 2006 en 2007 slechts respectievelijk 1,2 miljoen
en 1,1 miljoen euro.
In het advies wordt er echter voor gepleit verschillende uiteenlopende
doelstellingen te realiseren die ieder op zich bijkomende uitgaven met
zich kunnen brengen. Ik som drie punten op.
Ten eerste, men wil een ruimere toegankelijkheid van aangepaste
zorg realiseren door in de eerste en tweede lijn een
behandelingsaanbod uit te bouwen. Ten tweede, men wil veel meer
individuele behandelingen aanbieden in plaats van de goedkopere
groepstherapieën. Ten derde, men wil een onderzoeksproject
uitbouwen inzake klinische efficiëntie en kosten-batenanalyse.
Het is dus opnieuw een probleem van budget. Of het met hetzelfde
budget mogelijk is al deze doelstellingen te realiseren is nog de vraag.
mission, en particulier en ce qui
concerne la mise en place d'une
organisation de soins par paliers,
bénéficiant de l'appui de la
première
ligne.
Le
Conseil
supérieur de la santé et le Centre
d'expertise sont favorables à une
organisation des soins davantage
structurée et octroyant un rôle de
premier plan à la première ligne
soit
au
généraliste,
au
kinésithérapeute
ou
au
psychologue
et
ce,
en
collaboration avec les centres de
deuxième ligne situés à proximité
ainsi qu'avec un centre de
référence. L'avis ménage donc
clairement un espace pour le
maintien des centres de référence,
en dépit des nombreux points
négatifs. Une adaptation du
financement
actuel
afin
de
permettre la réalisation d'une
organisation des soins par paliers
se révèle toutefois inéluctable. Il
appartient à l'INAMI de prendre
des initiatives à cet égard. L'avis
ne propose pas de recettes toutes
faites
et
toute
nouvelle
réglementation
demande
du
temps.
C'est
pourquoi
la
prorogation
des
conventions
existantes s'indique pour l'instant.
À titre d'information: en 2008, un
montant maximum de 1,6 million
d'euros a été budgétisé pour les
cinq centres, dont les dépenses se
sont élevées à 1,2 million d'euros
en 2006 et à 1,1 million d'euros en
2007.
L'avis plaide en faveur de
plusieurs objectifs qui ont chacun
un coût: des soins adaptés dans la
première et la deuxième ligne, un
traitement plus individuel plutôt
qu'une
thérapie
de
groupe,
davantage d'examens quant à
l'efficacité clinique et une analyse
coûts-bénéfices. La question qui
se pose est évidemment de savoir
si tous ces objectifs peuvent être
réalisés dans le cadre de
l'enveloppe actuelle.
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
Dat blijft inderdaad een uitdaging bij de komende onderhandelingen
over het budget voor volgend jaar.
Tot daar het lange antwoord van mijn minister, mevrouw de voorzitter.
16.05 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mijnheer de staatssecretaris,
ik vind het toch een merkwaardig antwoord. Het advies en de
evaluaties van zowel het Federaal Kenniscentrum als de Hoge
Gezondheidsraad zijn vrij duidelijk. Tegen alle gewoontes in, moet ik
eerlijk zeggen, is mevrouw Onkelinx zowel in haar reactie als in haar
suggesties inzake de bijsturing van haar beleid, vrij vaag. Dat gaat
totaal tegen haar gewoontes in. Ik verheel u niet dat ik verwonderd
ben dat, nadat de financiering voor 6 maanden verlengd wordt, zoals
de minister nu in haar antwoord laat blijken, zij het ook na 31
december ongewijzigd zal blijven financieren. Dan is uiteraard de
logische bijkomende vraag: hoelang wil zij het verder financieren?
Ook rijst de vraag naar de concrete bijsturing van het beleid. De
minister zegt heel duidelijk: kijk, een nieuwe financiering uitvoeren zal
uiteraard enige tijd vragen want wij moeten een aantal adviesorganen
raadplegen. Wij kennen allemaal de problematiek van de enorme
hoeveelheid kastjes die bestaan binnen het RIZIV waarvan de
adviezen gerespecteerd moeten worden. Ook daar is uiteraard de
vraag: binnen welke timing gebeurt dat?
Ondanks het feit dat hier vandaag een zeer duidelijk advies van twee
belangrijke instellingen van de sector voorligt, heb ik de indruk dat wij
het probleem voor ons uitschuiven. Op dit moment zijn de budgetten
zeer krap en uit alle analyses blijkt dat de CVS-centra niet voldoen
aan onze verwachtingen, na het opstarten van de projecten in 2002.
Daarom ben ik toch verwonderd dat mevrouw de minister verkiest
rustig voort te doen alsof er eigenlijk geen fundamentele problemen
zijn.
16.05 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): Voilà bien une réponse
étonnante. L'avis et l'évaluation
ont
beau
être
clairs,
l'aménagement dont la politique
fait l'objet reste vague. Le
financement est prolongé mais
pour combien de temps? Vu les
différentes
procédures
à
respecter,
un
nouveau
financement demandera du temps
mais aucun échéancier n'a été
fixé. Ne va-t-on pas ainsi toujours
repousser le problème? Les
centres de référence ne satisfont
pas à l'attente mais la ministre se
comporte comme si tout allait pour
le mieux.
16.06 Maggie De Block (Open Vld): Mijnheer de minister, ik dank u
voor het voorlezen van dit uitvoerig antwoord. Wij blijven echter op
onze honger zitten. De inventaris is gemaakt. De operatie is mislukt.
Is zeg niet dat het haar soloproject is. Zij heeft daarin slechts een
beperkte verantwoordelijkheid. Zij heeft echter wel een zware
verantwoordelijkheid voor wat nu moet gebeuren. Nu moet het roer
worden omgegooid.
Er is een budget bepaald. Laten wij beginnen met de 1,7 miljoen euro
die er nu jaarlijks worden aan besteed en nagaan hoe wij het
daarmee beter kunnen doen voor de duizenden personen die lijden.
Men moet niet spreken over een verhoging van het budget, maar
laten wij nagaan hoe wij dat budget anders en beter kunnen
aanwenden.
Daarbij kunnen wij misschien tegemoetkomen aan de nadelige
punten uit beide rapporten. Zo moet de huisarts erbij worden
betrokken. Bij mijn weten zal dat niets kosten. Dat is een budgettair
neutrale zaak. U zegt dat de huisarts in de toekomst belangrijker moet
zijn, dat de CVS-centra niet goed werken, dat de 20.000 patiënten in
de kou zitten en dat er niet genoeg geld meer is. En nu zouden de
huisartsen het terugkrijgen. Welnu, als huisarts zeg ik dat ik daarvoor
pas. Ik pas ervoor dat wij nu de bal terug krijgen toegespeeld, terwijl
wij vanaf 2002 op een zijspoor werden gezet en tal van personen in
16.06 Maggie De Block (Open
Vld): L'ensemble de l'opération a
échoué. La ministre n'en est pas
responsable mais elle porterait
néanmoins une lourde part de
responsabilité si elle n'inversait
pas la tendance. Cette somme de
1,6 à 1,7 million d'euros peut par
ailleurs être utilisée pour aider les
vingt mille patients souffrant du
SFC. La manière de procéder
figure dans l'avis, entre autres en
faisant appel aux généralistes.
En 2002, les généralistes ont été
mis sur une voie de garage. Et il
n'appartenait pas aux centres de
référence d'aider les patients
souffrant du SFC à obtenir une
allocation mais bien de les assister
par le biais d'une thérapie
comportementale
cognitive
et
autre. La prolongation des accords
conclus avec les centres de
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
de kou bleven.
Het is niet de taak van de CVS-centra voor een tegemoetkoming te
zorgen. Het is de vraag of men de betrokkenen ermee helpt. Het was
de bedoeling betrokkenen te helpen beter te worden door de
cognitieve therapie en door andere therapieën, omdat het op dat
moment, in 2002, een "nieuwe ziekte" was. Er moest nog heel wat
onderzoek naar worden gedaan en er waren nog heel wat
vraagtekens. Ook op wetenschappelijk gebied was er nog niet veel
over geweten. Er was ook nog de strijd tussen de verschillende
wetenschappelijke richtingen, waarbij de ene dacht dat het meer een
immunologische lichamelijke aandoening was, terwijl de andere dacht
dat het zich meer bevond tussen de oren van de mensen. Daarover
heb ik nog een discussie gehad. Ik zei dat ik geloofde dat in de
toekomst nog zou moeten blijken hoe beide strekkingen elkaar
zouden ontmoeten. Minister Vandenbroucke zei dat hij mij niet
geloofde. In elk geval zal hij hier nog wel eens terugkomen en dan zal
ik hem opnieuw erover kunnen aanpakken.
Voor mij is het het belangrijkste dat de patiënten worden geholpen en
dat de huisartsen in de toekomst worden betrokken.
Ik ben het helemaal niet eens, en u mag dat met mijn groeten aan
mevrouw Onkelinx zeggen, dat men zegt dat de inventaris gemaakt
is, dat het op niets trekt, maar dat het een moeilijke beslissing is en
we het dus maar verlengen voor volgend jaar met het budget; dat
men immers toch onder het begrote budget blijft en dat het wel zal
moeten worden verlengd, aangezien er geen alternatief bestaat.
Ik vind dat de oefening moet worden gemaakt door mevrouw Onkelinx
om na te gaan wat we binnen dat budget beter kunnen doen voor
betrokkenen. Dit is echt beschamend. Dit is echt onvoldoende.
référence à défaut d'autre solution
est insuffisante et tout simplement
honteuse.
16.07 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw de voorzitter,
mevrouw De Block, ik kan niets anders doen dan akte te nemen van
de reacties van de leden, dat begrijpt u wellicht. Ik ben niet bevoegd
voor deze materie.
Er is een genuanceerd rapport met positieve en met veel negatieve
punten. Ik ben het eens met wat u zegt. We moeten het beter doen
met het huidige budget. Dit is een uitdaging voor de minister van
Volksgezondheid. Zij moet zich tot doel stellen dit systeem beter te
laten functioneren met het voorhanden zijnde budget.
16.07
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Ceci est un
rapport nuancé avec des points
positifs mais également beaucoup
de points négatifs. Nous devons
en effet faire mieux avec le budget
actuel. Le défi pour la ministre
consiste à améliorer le système
dans le cadre du budget existant.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid over "de bijzondere beroepstitel in de medische oncologie" (nr. 7603)
17 Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "le titre professionnel particulier en oncologie médicale" (n° 7603)</b>
17.01 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, daarstraks verwees u reeds naar de bijzondere
beroepstitels en naar de intentie van de minister om er werk van te
maken. U verwees zelfs naar de bijzondere beroepstitels inzake
medische oncologie. Ook daaraan ging een heel groot debat vooraf.
17.01 Yolande Avontroodt
(Open Vld): L'arrêté ministériel
relatif
au
titre
professionnel
particulier en oncologie médicale
et à la qualification professionnelle
particulière en oncologie a été
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
Reeds op 24 oktober 2007 werd het ministerieel besluit tot vaststelling
van de bijzondere criteria voor de erkenning van de bijzondere
beroepstitel in de medische oncologie en van de bijzondere
beroepsbekwaamheid in de oncologie gepubliceerd.
Het gevolg van voornoemd besluit was dat er een heel grote
rondetafel op het kabinet van toenmalig minister Demotte werd
georganiseerd. Bij die gelegenheid ging het hele veld dat wil zeggen
ook alle orgaanspecialisten en de medische oncologen rond de tafel
zitten om te vermijden dat de expertise en de knowhow die de
orgaanspecialisten hebben, verloren zouden gaan.
Ik maak het duidelijk voor u. Bijvoorbeeld, indien een uroloog niet
langer in staat zou zijn een prostaatcarcinoom te behandelen, zouden
wij eigenlijk een stap achteruitzetten.
Dat was de bezorgdheid die op dat moment leefde.
Niemand ontkent de expertise en de noodzaak van de medische
oncologie. Echter, het kan niet dat orgaanspecialisten die de term
zegt het zelf hun kennis en hun expertise op het domein van de
medische oncologie hebben gefocust, niet bij het proces worden
betrokken. Niemand ontkent immers dat voornoemde artsen hun
bijdrage kunnen leveren en dat zij dus bij de bijzondere beroepstitels
moeten worden betrokken. Zij zouden dus hun erkenning moeten
kunnen bewaren.
Een en ander heeft tot een consensus geleid. Het is echter heel bizar
dat het advies van de Hoge Raad van Geneesheren-Specialisten en
van Huisartsen werd gevraagd het advies werd tegen juni 2008
verwacht om samen de bijzondere erkenningcriteria te bepalen voor
elke basisspecialiteit die voor het verkrijgen van de bijzondere
beroepstitel in de oncologie in aanmerking komt.
De Hoge Raad sprak zich uit voor een erkenning door nu komt het
commissies van orgaanspecialisten.
Iedereen is gevat door wat nu gebeurd. Er werd een ministerieel
besluit gepubliceerd houdende de benoeming van de leden van de
Nederlandstalige en Franstalige kamer van de Erkenningcommissie
van Geneesheren-Specialisten in hun hoedanigheid van houders van
de bijzondere beroepstitel in de medische oncologie.
Mijnheer de minister, voornoemd advies hebben wij nu echt nodig.
Daarom heb ik de volgende vragen voor u.
Beschikt u reeds over het advies van de Hoge Raad van
Geneesheren-Specialisten en van Huisartsen inzake voornoemde
bijzondere erkenningcriteria?
Welk gevolg zal aan het advies worden gegeven?
Er heerst grote ongerustheid bij de orgaanspecialisten. Ik vermeldde
daarnet de urologen. De ongerustheid leeft echter zeker ook bij de
deelnemers aan de rondetafel, onder meer ook bij de pneumologen.
Ze wordt echter door alle orgaanspecialisten gedeeld.
publié le 24 octobre 2007. Cette
publication a été suivie d'une
importante concertation entre tous
les acteurs au cabinet de l'ancien
ministre, M. Demotte, afin d'éviter
la perte de l'expertise des
spécialistes d'organes en la
matière. La ministre s'est référée à
l'époque à l'avis relatif aux critères
spéciaux d'agrément pour chaque
spécialité de base qu'elle attendait
du
Conseil
supérieur
des
médecins spécialistes et des
médecins généralistes pour juin
2008.
Dispose-t-elle déjà de cet avis?
Dans l'affirmative, quelle suite y
réservera-t-elle?
Une
grande
inquiétude règne actuellement
parmi les spécialistes d'organes.
17.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw de voorzitter, 17.02
Jean-Marc Delizée,
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
mevrouw Avontroodt, ik zal u het antwoord van de minister van
Volksgezondheid voorlezen.
Als gevolg van de publicatie van het ministerieel besluit van
24 oktober 2007 betreffende de bijzondere beroepstitel in de
medische oncologie en de bijzondere beroepsbekwaamheid in de
oncologie werd inderdaad reeds een erkenningcommissie ingesteld
voor de medische oncologie, maar nog niet voor de bijzondere
beroepsbekwaamheid in de oncologie.
De bijzondere beroepsbekwaamheid in de oncologie is toegankelijk
voor 13 basisspecialismen zoals gastro-enterologie, pulmologie en
urologie. Ik herinner eraan dat het ministerieel besluit van 24 oktober
2007 alleen de algemene voorwaarden vastlegde waaraan moet
worden voldaan om erkenning te verkrijgen, maar dat deze specifieke
criteria nog moesten gepreciseerd worden voor elke basisspecialiteit
vooraleer de erkenningen kunnen worden toegekend.
Er werden voorstellen gedaan voor meerdere basisspecialiteiten. Die
worden thans voor advies geanalyseerd op het niveau van de Hoge
Raad van Geneesheren-Specialisten en van huisartsen. Er wordt op
deze adviezen gewacht vooraleer eender welke erkenningcommissie
voor oncologie kan beslissen over individuele dossiers.
Volgens het advies van de Hoge Raad inzake het type
erkenningcommissie dat moet ingesteld worden voor de oncologie
moet er geen specifieke commissie worden opgericht voor de
oncologie, maar moeten wel de bevoegdheden uitgebreid worden van
elke basisspecialiteit tot de erkenning in de oncologie op basis van het
advies van experts in dit domein.
Mevrouw Onkelinx heeft het verstrekte advies uiteraard aandachtig
bekeken. Ze is echter van mening dat het bepaalde vragen oproept. Is
het immers niet belangrijk dat het de geneesheren die bevoegd zijn in
het desbetreffende domein zijn die deze adviezen geven en die
stemmen over de individuele erkenningaanvragen?
Zouden wij, indien wij het advies van de Hoge Raad volgen, niet het
risico lopen dat wij uitkomen op verschillende eisen voor het
toekennen van eenzelfde bijzondere beroepsbekwaamheid in de
oncologie in functie van de beslissende commissie van de
basisspecialiteiten? Dat is een vraag.
Het is dus een complexe vraag. Er moet sereen over nagedacht
worden. Dit gezegd zijnde is mevrouw Onkelinx zich wel bewust dat
een eventuele achterstand bij de oprichting van deze
erkenningcommissie voor bepaalde geneesheren het risico zou doen
ontstaan dat ze de mogelijkheid zouden verliezen om een deel van
hun opleiding te laten erkennen om deze titel te verkrijgen. Het
spreekt voor zich dat er een wijziging van het basisbesluit zal
gepubliceerd worden zodat de termijnen voor het voorleggen en de
opleidingsperioden die kunnen erkend worden, kunnen aangepast
worden aan de situatie.
secrétaire
d'État:
Après
la
publication de l'arrêté ministériel
du 24 octobre 2007 relatif au titre
professionnel spécial en oncologie
médicale et à la qualification
professionnelle
spéciale
en
oncologie,
une
commission
d'agrément a été créée pour
l'oncologie médicale mais pas
encore
pour
la
qualification
spéciale en oncologie. Cette
dernière est accessible aux treize
spécialisations de base. L'arrêté
ministériel du 24 octobre 2007 ne
fait que définir les conditions
générales d'agrément. Les critères
spécifiques
pour
chaque
spécialisation de base devaient
encore l'être.
Le Conseil supérieur étudie
actuellement les propositions en la
matière et ses avis sont attendus
pour
que
les
commissions
d'agrément puissent se prononcer
dans des dossiers individuels. Le
Conseil supérieur considère qu'il
n'y a pas lieu de constituer une
commission spéciale pour les
agréments dans le cadre de
l'oncologie mais qu'il faut élargir
les compétences de chaque
spécialité
de
base
à
la
reconnaissance en oncologie en
fonction d'avis autorisés. Mme
Onkelinx craint toutefois qu'il en
résulterait
des
demandes
concernant des revendications
disparates pour l'octroi d'une
même qualification professionnelle
spéciale en oncologie, selon la
commission de la spécialité de
base appelée à se prononcer. Il
s'agit d'une question complexe à
laquelle
il
faut
réfléchir
sereinement.
Mme Onkelinx est par ailleurs
consciente des problèmes qui
naîtraient d'un retard éventuel
dans
la
création
de
cette
commission
d'agrément.
Une
modification de l'arrêté de base
sera publiée pour accorder les
délais et les périodes de formation
avec la situation réelle.
17.03 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, 17.03 Yolande Avontroodt
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
mijnheer de staatssecretaris, dit is een opening.
Als men echter vaststelt dat men nu nieuwe besluiten moet opstellen
om de termijnen mogelijk te maken, is er op het terrein toch wel een
probleem en is de ongerustheid die men uit terecht.
Ik had daarover graag overleg gepleegd met de minister om er zeker
van te zijn dat de piste die destijds beloofd was, die heel veel tijd heeft
gevergd en waaraan een rondetafel werd gewijd, niet opnieuw in
vraag wordt gesteld maar wel duidelijk wordt uitgevoerd. Dit moet niet
om de vrede te bewaren, maar wel omwille van de gefundeerde vraag
die was gesteund op het niet laten teloorgaan van de expertise
waarover men op het terrein beschikte.
Ik zal het antwoord van de minister met aandacht bekijken en nagaan
welke eventuele volgende stappen moeten worden ondernomen. Een
nieuw besluit om weer maar uit te stellen, is, mijns inziens, een
gevaarlijke piste.
(Open Vld): Si un nouvel arrêté
s'avère aujourd'hui nécessaire en
raison des délais, cela reflète un
problème sur le terrain. J'espère
en tout cas que ce qui a été
promis à l'époque ne sera pas
remis en cause, étant donné qu'il
s'agissait d'une demande fondée.
Un nouvel arrêté tendant à un
nouveau report constitue par
conséquent
une
option
hasardeuse.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "een actieplan ter preventie van asieldieren" (nr. 7604)
18 Question de Mme Hilde Vautmans à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique sur "un plan d'action tendant à réduire le nombre d'animaux placés dans les refuges
pour animaux" (n° 7604)</b>
18.01 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris, ik
stel u een vraag in het kader van de bevoegdheid inzake
dierenwelzijn.
Minister Onkelinx heeft de jaarcijfers voorgesteld van 92 erkende
Belgische asielen in 2007. Die cijfers geven weer hoeveel dieren er
werden opgevangen en wat er nadien met hen gebeurde. Men stelt in
de eerste plaats een lichte daling van het aantal asieldieren dat in
2007 werd opgevangen, vast. Het totaal bedraagt echter nog steeds
81.659 dieren die wij in onze asielen hebben opgevangen. Daaronder
waren er 34.944 honden en 33.696 katten. 35% van de opgevangen
katten en 18% van de opgevangen honden heeft men helaas moeten
doen inslapen. Mij lijkt dat toch wel een heel hoog aantal.
Op 1 januari van volgend jaar wordt een nieuwe wet van kracht, die
het houden en tentoonstellen van honden en katten in winkels zal
verbieden. Algemeen verwacht men daarvan dat dat het aantal
asieldieren zal doen afnemen. Het aantal gedumpte dieren ligt echter
nog zo hoog, mijnheer de staatssecretaris, dat er volgens mij echt
nood is aan een actieplan met een concrete langetermijndoelstelling
om het aantal drastisch terug te dringen.
Om die reden heb ik een paar vragen, mijnheer de staatssecretaris.
Ten eerste, honden moeten in de toekomst verplicht worden gechipt.
Zal de minister inspanningen leveren om de identificatieplicht te doen
naleven? Ik wil er toch nog eens op wijzen dat er op dit ogenblik
34.944 honden in onze asielen zitten.
Ten tweede, grootschalige sterilisaties en castraties van katten
18.01 Hilde Vautmans (Open
Vld): Même si les statistiques
annuelles 2007 relatives aux 92
refuges agréés de Belgique
indiquent une légère baisse du
nombre total d'animaux recueillis,
les chiffres restent impression-
nants, puisqu'il est question de
34.944 chiens et de 33.696 chats.
On peut supposer que l'interdiction
de détenir des chiens et des chats
dans les commerces, qui entrera
en vigueur le 1
er
janvier 2009,
entraînera une diminution du
nombre d'animaux dans les
refuges. Ceci étant, le nombre
d'animaux
abandonnés
reste
énorme.
La ministre va-t-elle veiller au
respect
de
l'obligation
d'identification? Comment va-t-elle
stimuler les stérilisations et les
castrations? Va-t-elle arrêter une
politique à long terme pour réduire
dans une large mesure le nombre
d'animaux dans les refuges?
Comment
envisage-t-elle
de
mener à bien cet objectif ou, dans
la négative, pourquoi n'est-ce pas
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
hebben het aantal opgevangen katten in asielen doen verminderen.
Welke maatregelen zal de minister nog nemen om die ingrepen
financieel aantrekkelijker te maken en het belang ervan kenbaar te
maken aan het grote publiek?
Ten derde, zal de minister een langetermijnvisie ontwikkelen om het
aantal asieldieren drastisch terug te dringen?
là son objectif?
18.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw de voorzitter, ik
dank mevrouw Vautmans voor haar vraag.
Mevrouw Vautmans, er staan drie elementen in uw vraag, ten eerste
de identificatieplicht, ten tweede de maatregelen en ten derde de
langetermijnvisie.
Wat uw eerste vraag betreft, telkens wanneer de dienst Inspectie
Dierenwelzijn een controle uitvoert op een plaats waar zich honden
bevinden, wordt tevens de identificatie en registratie van de dieren
nagegaan. Sinds drie jaar organiseert de dienst Inspectie
Dierenwelzijn in samenwerking met de lokale politie controleacties
omtrent de identificatie van honden. Ingeval van overtreding krijgt de
verantwoordelijke een waarschuwing en een termijn waarbinnen hij
zich in orde moet stellen. Doet hij dat niet, dan wordt een proces-
verbaal opgesteld dat aanleiding geeft tot een administratieve boete of
een gerechtelijke vervolging. Die controleacties blijken vruchten af te
werpen. In 2008 bleek immers slechts 6 procent van de
gecontroleerde honden niet in orde te zijn, tegenover respectievelijk
12 procent in 2006 en 8 procent in 2007. Ten slotte voert de Belgische
Vereniging voor Identificatie en Registratie van Honden ook
informatieve campagnes om het publiek op de hoogte te brengen van
de registratieplicht. Regelmatig wordt in samenwerking met de lokale
politie en de dienst Inspectie Dierenwelzijn na die informatieve fase
ook repressief opgetreden.
Wat de maatregelen betreft, om het grote publiek te sensibiliseren
voor de problematiek van de overbevolking van katten, heeft de dienst
Dierenwelzijn een folder aangaande de sterilisatie van de dieren
verdeeld. Bovendien is er overleg tussen de faculteiten
Diergeneeskunde van de universiteiten van Gent en Luik en de
asielen om een samenwerking op te starten voor de sterilisatie van
katten in die instellingen. Op federaal niveau is echter in geen budget
voorzien voor de financiering van sterilisatieprojecten.
Momenteel worden de meeste van die projecten gesteund door de
lokale overheden of vzw's.
Ik kom nu tot uw derde punt in verband met een langetermijnvisie. Er
werd reeds een hele reeks maatregelen genomen om het aantal
dieren in asielen te verminderen, waaronder het verbod tot verkoop
van honden en katten op markten, de verplichte identificatie en
registratie van honden, het opleggen van erkenningsvoorwaarden aan
fokkers van honden en katten en dierenhandelszaken.
Voorts gaat het ook om het verbod om publiciteit te maken voor de
verkoop van honden en katten teneinde zwartkweken en
impulsaankopen tegen te gaan. Enkel erkende fokkers, handelaars en
asielen mogen immers overal publiciteit maken. Particulieren moeten
zich beperken tot gespecialiseerde tijdschriften.
18.02
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Lors de chaque
contrôle local, le service Inspection
Bien-être
animal
contrôle
également
l'identification
et
l'enregistrement des animaux. De
plus, ce service organise depuis
trois ans des actions de contrôle
portant sur l'identification des
chiens en collaboration avec la
police locale. En cas d'infraction,
le responsable se voit adresser un
avertissement. S'il n'y donne pas
suite, un procès-verbal donnant
lieu à une amende administrative
ou à des poursuites judiciaires est
dressé.
Conséquence:
les
statistiques font apparaître une
nette diminution du nombre
d'infractions. Dans le même
temps,
l'Association
belge
d'identification et d'enregistrement
canins mène des campagnes
d'information pour rappeler au
grand public que l'enregistrement
des chiens est obligatoire. Des
opérations
répressives
sont
ensuite menées à intervalles
réguliers.
Le service Bien-être animal a
diffusé un dépliant consacré à la
stérilisation des chats.
En matière de stérilisation, les
refuges peuvent collaborer avec
les
facultés
de
médecine
vétérinaire de Gand et de Liège.
Au niveau fédéral, aucun budget
n'est prévu pour le financement de
projets de stérilisation. Cette
matière ressortit actuellement aux
autorités locales ou à des ASBL.
Une série de mesures ont déjà été
prises en vue de réduire le nombre
des animaux dans les refuges. Je
songe notamment à l'interdiction
de la vente de chiens et de chats
sur les marchés, l'identification
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
De volgende maatregel die in werking zal treden op 1 januari 2009 is
het verbod op de verkoop van honden en katten in handelszaken.
Momenteel is moeilijk in te schatten welk effect deze maatregel zal
hebben op het aantal dieren opgevangen in asielen.
Bovendien buigt een werkgroep van de Raad voor Dierenwelzijn zich
momenteel over de problematiek van de overbevolking bij katten.
Deze werkgroep onderzoekt tevens verschillende methodes om de
populatie zwerfkatten in te dijken.
Parallel hieraan heeft de dienst Dierenwelzijn in het kader van het
contractueel wetenschappelijk onderzoek een voorstel gelanceerd
voor een studie aangaande de vroegtijdige sterilisatie van katten.
Indien blijkt dat deze methode geen nadelige invloed heeft en het
welzijn van de kat niet aantast, zou deze in de praktijk kunnen worden
gebracht, waardoor het aantal ongewenste nestjes zou verminderen
en bijgevolg ook het aantal achtergelaten dieren en het aantal
gevallen van verwaarlozing.
Tot zover het antwoord van de minister van Volksgezondheid.
obligatoire
des
chiens
et
l'interdiction
de
publicité
concernant la vente de chiens et
de chats.
Le Conseil pour le bien-être des
animaux
entend de surcroît
s'attaquer au problème de la
surpopulation des chats. Le
service pour le Bien-être animal a
lancé une proposition tendant à la
stérilisation précoce des chats.
18.03 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris, ten
eerste, wat betreft het antwoord inzake identificatieplicht van honden
denk ik dat het zinvol zou zijn om ook de stadswachten daarbij te
betrekken. Dat is natuurlijk iets wat we op lokaal niveau moeten doen.
Ik heb dat voorstel al gelanceerd in de Hasseltse gemeenteraad. In
onze stad zullen ook de stadswachten een cursus krijgen rond
dierenwelzijn om de mensen attent te maken op hun plichten jegens
hun dieren. Dat is natuurlijk iets wat we elk in onze eigen stad of
gemeente kunnen doen. We kunnen de stadswachten die toch
rondlopen in de steden en gemeenten er attent op maken dat ze ook
aandacht moeten hebben voor de dieren in onze steden en dorpen.
Ten tweede, wat de grootschalige sterilisatie en castratie van katten
betreft, denk ik dat wij inderdaad de resultaten van de werkgroep
moeten afwachten. Een voorstel dat Gaia ter tafel legt is dat de btw
daarop zou worden verlaagd tot 6%. Dat is natuurlijk maar een kleine
stap maar ik meen dat men dit zeker moet meenemen om dit
financieel aantrekkelijk te maken. Ik weet dat in vele steden en
dorpen de lokale overheden hiervoor geld ter beschikking stellen. Ook
een aantal vzw's is daarin actief. Ik meen echter dat zij wel
ondersteuning kunnen gebruiken. Als men kijkt naar het aantal katten
dat momenteel wordt opgevangen en als men weet hoeveel keer per
jaar een kat kan jongen en hoeveel jongen ze op de wereld kan
zetten, dan weten we allemaal dat hier dringend tegen opgetreden
moet worden.
Ten derde, wat betreft de langetermijnvisie hoor ik weinig nieuws. Ik
hoor dat een aantal dingen op poten staat maar ik hoor heel weinig
nieuws. We moeten daar eens verder over nadenken en kijken welke
maatregelen er bijkomend in andere landen worden genomen. We
moeten over de grenzen durven kijken. Ik weet totaal niet hoe de
situatie in andere landen is maar we moeten durven kijken hoe men
daar het probleem aanpakt. Ook de buurlanden worden daarmee
immers geconfronteerd. Ik wacht alleszins de resultaten van de
werkgroep af en ik hoop dat u de minister zult zeggen dat we moeten
proberen om echt een gecoördineerd actieplan op poten te zetten.
18.03 Hilde Vautmans (Open
Vld): Ma proposition tend à
associer également les agents de
prévention et de sécurité aux
mesures visant à résoudre ce
problème. En ce qui concerne la
stérilisation et la castration, je
pense
qu'il
est
souhaitable
d'attendre les propositions des
groupes de travail. Néanmoins,
j'estime qu'il ne serait pas inutile
de leur apporter un soutien.
S'agissant des projets à long
terme, je n'ai pas appris grand-
chose de neuf. Il serait peut-être
intéressant de voir comment on
s'attaque à ce problème dans les
autres pays. Il est impératif de
mettre au point un plan d'action
coordonné.
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
La présidente: Monsieur le secrétaire d'État, nous en arrivons à
présent aux questions concernant vos compétences.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van de heer Hans Bonte aan de staatssecretaris voor Armoedebestrijding, toegevoegd aan
de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden over "het rapport
Problematische schulden van de FOD Sociale Zekerheid" (nr. 7442)
19 Question de M. Hans Bonte au secrétaire d'État à la Lutte contre la pauvreté, adjoint à la ministre
de l'Intégration sociale, des Pensions et des Grandes villes sur "le rapport relatif au surendettement
du SPF Sécurité sociale" (n° 7442)</b>
19.01 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter, eerst en
vooral mijn dank voor uw gastvrijheid. Wij hebben nog niet het
genoegen gehad om met de commissie voor de Sociale Zaken bijeen
te komen. Mijnheer de staatssecretaris, bedankt voor de souplesse
om in deze commissie op mijn vraag te antwoorden.
Mijnheer de staatssecretaris, het betreft hier in elk geval een thema
dat past in uw beleidsbrief en uw politieke acties als staatssecretaris
van Armoedebestrijding.
Ons land ziet vandaag een orkaan over zich gaan ten gevolge van de
kredietcrisis. Er zou minstens even veel aandacht in de samenleving
moeten gaan naar de hele problematiek van schulden, schuldeisers,
gerechtsdeurwaarders. In dat moeilijke werkveld situeert zich het
probleem van de consumentenkredieten. Eind juni 2008 hebben wij
opnieuw moeten vaststellen dat het aantal mensen met
consumentenkredieten fors stijgt. Er is voor 5,5 miljoen
consumentenkredieten bij de Nationale Bank geregistreerd. Ook het
aantal wanbetalers stijgt: we pieken nu op 340.000 mensen, die als
wanbetalers van kredieten geregistreerd zijn. Het aantal achterstallige
kredieten is nog groter.
Ik verwijs niet naar de groeiende cijfers van de collectieve
schuldenregeling. Ik hoop dat daarvoor meer mogelijkheden in het
budget zullen worden vrijgemaakt. Als voorzitter van het OCMW dit
geldt niet alleen voor Vilvoorde - kan ik wel getuigen dat de
koopkrachtproblematiek zich zeer sterk aan het vertalen is naar
armoedeproblematiek. Het aantal mensen met budgetbegeleiding,
budgetbeheer, collectieve schuldbemiddeling neemt alsmaar toe.
Ik was aangenaam verrast dat wij in de zomer op vraag van de FOD
Sociale Zekerheid een rapport op onze tafel kregen, working paper nr.
1, wat zeker het lezen waard is. In dat rapport, dat een weerslag van
een onderzoek van de universiteit van Antwerpen, van het Centrum
voor Sociaal Beleid wordt nagegaan wat de factor wanbetaling van
consumentenkredieten
betekent
als
een
hefboom
naar
bestaansonzekerheid en armoede. Ik heb de onderzoeksresultaten
een paar keer bekeken en de cijfers zijn zo schrijnend dat ze zouden
moeten kunnen aanzetten tot nieuwe initiatieven en acties.
Ik geef een paar cijfers. 8% van de bevolking leeft in een gezin dat
afbetalingen van de consumentenkredieten als een zware last
beschouwt. De universiteit is ook tot de vaststelling gekomen dat 5%
van de bevolking bestaansonzeker wordt door het afbetalen van
19.01 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro):
Alors que nous nous trouvons au
coeur de la tempête déchaînée par
la crise du crédit, il n'est pas inutile
de réfléchir à la question des
créanciers et des crédits à la
consommation. Les défauts de
paiement en matière de crédit se
multiplient, tout comme le volume
des crédits en souffrance.
Un rapport intéressant a été publié
sur le sujet l'été dernier: pour 8 %
de
la
population,
le
remboursement des crédits à la
consommation
constitue
une
lourde charge; dans 5% des cas,
ce remboursement menace la
sécurité
d'existence
des
intéressés; enfin, 6% des citoyens
vivent dans un ménage où au
moins deux factures sont en
souffrance pour l'électricité, l'eau
ou le gaz, le loyer ou le crédit
hypothécaire, ou les soins de
santé.
Le pourcentage de mauvais
payeurs soit 200.000 personnes
- qui sombrent dans la pauvreté en
raison
de
crédits
à
la
consommation est préoccupant.
Quelles conclusions le secrétaire
d'État tire-t-il du rapport?
Le secrétaire d'État a récemment
fustigé Citibank. Comment le
ministre de l'Économie compte-t-il
réagir à la demande d'intervenir
contre la politique commerciale de
Citibank?
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
consumentenkredieten. 6% van de bevolking leeft in gezinnen met
minstens twee achterstallige betalingen voor elektriciteit.
Wat ik in de schriftelijke weerslag van mijn vraag niet heb
geformuleerd, maar wat net zo duidelijk is, is dat de groep
wanbetalers die in armoede geraken door die consumentenkredieten
2% bedraagt. Het gaat met andere woorden om 200.000 mensen in
onze
samenleving
die
arm
worden
door
overmatige
consumentenkredieten.
De algemene vraag die ik ter zake heb, is welke conclusies u daaruit
trekt als eerste strijder tegen de armoede. In de lijn daarvan heb ik
deze zomer gemerkt dat u nogal fors hebt uitgehaald naar de
commerciële politiek van de marktleider in consumentenkredieten,
namelijk Citibank. Ik houd u daarbij niet tegen. U hebt inderdaad
vastgesteld - ik heb dit reeds jaren geleden aangekaart maar het
wordt er niet beter op - dat men op bijna elke hoek van de straat wordt
aangesproken door verkopers voor het sluiten van kredieten. Daarbij
loopt er nogal wat mank op het vlak van de informatieverstrekking.
Mijn twee vragen zijn eigenlijk eenvoudig. Welke conclusie trekt u uit
het rapport?
Ik heb ook zeer goed begrepen dat u uw collega van Economie zou
vragen om op te treden tegen de commerciële politiek van Citibank.
Wat was de reactie was van de minister van Economie? Heeft hij ter
zake al voorstellen geformuleerd? Heeft hij besluiten in de maak
enzovoort?
Ik had op die twee vragen graag een antwoord gekregen.
19.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw de voorzitter,
voorafgaandelijk over de orde van de werkzaamheden, wordt
morgenochtend het armoedeactieplan in de commissie voorgesteld,
waarna er een debat met de leden volgt, onder andere over de
schuldoverlast.
Ik kom tot de vraag. Collega Bonte, ik ben het ter zake helemaal eens
met u. U hebt ook verwezen naar mijn uitlatingen in verband met het
onderwerp. Ik heb ook uw opmerkingen gelezen in een inhoudelijk
zeer interessant artikel, ik citeer: "Elke dag 215 wanbetalers erbij."
Het rapport van de FOD Sociale Zekerheid over problematische
schulden in België is zeker waardevol. Het handelt met name over de
indicatoren op basis van SILC 2004 en het profiel van de bevolking
met schuldoverlast. Schulden kunnen inderdaad zowel oorzaak als
gevolg zijn van armoede. Daarom is het bijhouden van cijfergegevens
hierover bijzonder belangrijk voor het armoedebeleid.
De studie stelt voor om twee indicatoren te hanteren voor het meten
van problematische schuldsituaties, namelijk het percentage van
personen in huishoudens met minstens twee achterstallige betalingen
voor facturen van elektriciteit, water of gas, huur of hypotheek, of
gezondheidszorg; en het percentage van personen in huishoudens
die dieper onder de armoedegrens zakken door de afbetaling van
consumentenkredieten. Voor de SILC van 2008 gaat het
respectievelijk om 6 en 5% van de bevolking. U merkt terecht op dat
die cijfers waarschijnlijk een onderschatting zijn van de huidige
19.02
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Le rapport du
SPF Sécurité sociale est assuré-
ment précieux. Les dettes peuvent
constituer la cause comme la
conséquence de la pauvreté.
L'étude suggère deux indicateurs
pour
mesurer
les
situations
d'endettement problématiques: le
pourcentage de personnes issues
de ménages qui comptent au
moins deux retards de paiement
relatifs à des factures d'électricité,
de gaz, d'eau ou de soins de
santé, et le pourcentage qui
sombre en deçà du seuil de
pauvreté en raison de crédits à la
consommation.
Cela représente 5 à 6% de la
population,
ce
qui
constitue
probablement encore une sous-
estimation de la réalité.
J'intégrerai les deux indicateurs
dans le baromètre de la pauvreté,
qui sera opérationnel en 2009,
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
realiteit.
Zo stelde het Waalse Observatoire du Crédit et de l'Endettement dit
jaar vast dat het aantal procedures in verband met onvermogendheid
voortdurend in stijgende lijn gaat en maakte het Vlaams Centrum voor
Schuldbemiddeling bekend dat één op dertig Vlamingen momenteel
aan schuldbemiddeling doet. Ik ben dan ook van plan om beide
indicatoren, zoals voorgesteld door de studie, op te nemen in mijn
armoedebarometer, die in 2009 operationeel zou zijn, zodat de
evolutie van de schuldoverlast in België op de voet kan worden
gevolgd, niet alleen door de beleidmakers, maar ook door het grote
publiek.
Wat de schuldoverlast in ons land betreft, is er echter niet alleen de
stijgende levensduurte, maar moeten ook de agressieve
verkoopstechnieken van bepaalde kredietverstrekkers met de vinger
worden gewezen. Daarom heb ik zoals u reeds vermeldde een
brief geschreven aan mijn collega, de heer Van Quickenborne, de
minister van Ondernemen en Vereenvoudigen, om de wettelijkheid te
onderzoeken van bepaalde praktijken, zoals de verkoop van
kredietkaarten in stations, met name door Citibank.
In zijn antwoord van 10 september jongstleden verklaarde de minister
dat er al een onderzoek lopende was door de directie Controle en
Bemiddeling naar bepaalde praktijken van Citibank. De minister stelde
dat er ook een onderzoek zou worden geopend naar het gebruik van
stands in de publieke ruimte. Hij wijst er wel op dat alle firma's die
kredietopeningen promoten, moeten beschikken over een inschrijving
als kredietbemiddelaar, volgens artikel 1, 3° van de wet van 12 juni
1991 op het consumentenkrediet, en zij ook aan alle andere
voorwaarden van dezelfde wet moeten voldoen. Tot op heden werden
er bij de door de directie Controle en Bemiddeling gecontroleerde
firma's geen overtredingen vastgesteld, aldus de minister. Wel is er
volgens mijn collega al ingegrepen om de folders die op dergelijke
stands worden verspreid, aan te passen om te voldoen aan de
bepalingen van de wet van 14 juli 1991 op de handelspraktijken.
Ten slotte wil ik er nog op wijzen dat ik in het federaal plan
Armoedebestrijding ook een pakket maatregelen heb opgenomen met
betrekking tot schuldoverlast, onder andere de voldoende en
structurele financiering van het Fonds ter bestrijding van overmatige
schuldenlast, de optimalisering van de wet van 1991 op het
consumentenkrediet, meer bepaald met betrekking tot reclame en
kredietopeningen, de verbetering van de communicatie tussen
schuldbemiddelaar en schuldenaar in de wet op de collectieve
schuldenregeling en ook een onderzoek naar de praktijken van
sommige deurwaarders, zeker op het vlak van minnelijke
invorderingen.
Deze maatregelen worden momenteel besproken op de bevoegde
kabinetten van de ministers van Consumentenzaken, Ondernemen en
Justitie. Natuurlijk kan het Parlement hier ook zijn rol spelen. Er zijn
met name een reeks wetsvoorstellen ter zake die in de richting van
het armoedeplan gaan. Uiteraard steun ik ze helemaal.
In het licht van de actualiteit van de financiële crisis is het immers
meer dan noodzakelijk gebleken om op het vlak van kredietverlening
voldoende regulering in te bouwen om ervoor te zorgen dat de
pour permettre un suivi étroit de
l'évolution du surendettement.
Les
techniques
de
vente
agressives auxquelles recourent
certains
prêteurs
expliquent
indubitablement le surendettement
que nous connaissons dans notre
pays. J'ai invité le ministre pour
l'Entreprise à examiner la légalité
de certaines pratiques telles que la
vente par Citibank de cartes de
crédit dans les gares. Il m'a
répondu le 10 septembre que
certaines pratiques de Citibank
étaient en cours d'examen par la
direction générale Contrôle et
Médiation et qu'une enquête serait
ouverte pour utilisation de stands
dans des lieux publics. Tous les
dispensateurs de crédit doivent
satisfaire à des conditions légales
précises, telles que l'obligation
d'être
inscrits
comme
intermédiaire de crédit. Jusqu'à
présent, la direction générale
Contrôle et Médiation n'a constaté
aucune infraction à ce niveau. Les
services
concernés
sont
cependant déjà intervenus auprès
de la banque pour qu'elle modifie
le contenu des dépliants distribués
sur ces stands publics.
Le plan de lutte contre la pauvreté
comprend également un train de
mesures visant à combattre le
surendettement, parmi lesquelles
le financement structurel du Fonds
de Traitement du Surendettement,
l'amélioration de la communication
entre le médiateur de dettes et le
débiteur dans le cadre de la loi
relative au règlement collectif de
dettes et la réalisation d'une
enquête sur les pratiques de
certains huissiers en cas de
recouvrement
amiable.
Ces
mesures, qui ont déjà débouché
sur plusieurs propositions de loi,
sont en cours d'examen dans les
cabinets
des
ministres
compétents.
Je prévois la mise en oeuvre de
certains
éléments
avant
la
première évaluation du plan de
lutte contre la pauvreté qui aura
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
consumenten en zeker de zwaksten onder hen, niet het slachtoffer
worden van de "ongebreidelde winsthonger" van sommigen in de
financiële sector. Ik hoop op dit vlak reeds enige vooruitgang te
kunnen boeken voor de eerste kwartaalevaluatie van het federale
armoedeplan. Die evaluatie moet in december plaatsvinden.
Collega's, mijnheer Bonte, dit was mijn antwoord op uw opmerkingen
en vragen.
lieu au mois de décembre
prochain.
19.03 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, uit uw antwoord blijken een aantal initiatieven en
engagementen, waarvoor dank.
Ik begin met het eerste deel in verband met het rapport. U geeft
correct weer wat de conclusies zijn van het rapport. U doet echter een
beetje oneer aan aan een van de, volgens mij, belangrijkste
conclusies. Men is in dat onderzoek nagegaan wat de oorzaken
kunnen zijn die leiden tot armoede. Het is net het in de problemen
geraken door consumentenkredieten dat als indicator, als factor
aangeduid wordt bij 2% van onze gezinnen. Met andere woorden, de
cijfers zijn hier minder belangrijk. Het zijn ook cijfers uit 2004. U hebt
terecht verwezen naar recentere cijfers. De cijfers zijn minder
belangrijk, maar het is hier wel voor de eerste keer dat men duidelijk
de oorzaak van armoede terugvindt bij die consumentenkredieten.
Het is dus een probleem dat armoede creëert. Dat is volgens mij de
belangrijkste conclusie. Ik deel ook uw mening dat de cijfers wellicht
onder geraamd zijn, wetende wat wij weten.
Ik kom dan aan het antwoord dat u ontvangen hebt en waaruit u
citeert van de minister van Ondernemen en Vereenvoudigen. Als ik
het goed begrepen heb, loopt er een onderzoek omtrent een aantal
zaken, maar is er geen enkele inbreuk vastgesteld. Als het zo is dat er
geen inbreuk is op die wetgeving, op die reglementering, maar u weet
tegelijk dat ze zoveel ellende veroorzaakt, dan mankeert er iets aan
onze wetgeving. Het is dan misschien tijd dat wij, in het kader van de
strijd tegen de armoede, de wetgeving vernieuwen. Het is misschien
het beste moment, aangezien nu iedereen ervan overtuigd is dat de
bancaire sector veel meer controle en reglementering nodig heeft om
hetgeen wij vandaag tegenkomen te vermijden.
Dat neemt niet weg dat ik ervan overtuigd ben, en ik blijkbaar niet
alleen, dat de wetgeving die vandaag gehanteerd wordt niet nageleefd
wordt of niet altijd nageleefd wordt.
Het is niet voor niets dat Citibank door de Belgische rechtbank werd
gedagvaard. Het verbaast mij dat de minister daarnaar niet verwijst.
Citibank werd door het Brussels parket gedagvaard, precies wegens
het feit dat een aantal tekortkomingen werd vastgesteld op het vlak
van het commercieel beleid.
Het is in elk geval een thema waarop we morgen nog kunnen
doorgaan en waarop we in de toekomst zeker nog zullen doorgaan. Ik
wil de staatssecretaris aanmoedigen om op dat terrein verder te gaan.
19.03 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro):
D'après les conclusions du rapport
en question, dans 2% des cas, la
paupérisation d'un ménage est liée
à l'octroi d'un crédit. C'est la
première fois que cette cause est
mise en avant. Or il est
vraisemblable que ce pourcentage
est sous-estimé.
Je retiens que, selon le ministre
pour l'Entreprise, aucune infraction
à la réglementation n'a été
constatée. Il apparaît cependant
de plus en plus évident que les
pratiques
examinées
peuvent
conduire à la pauvreté et nous
devons dès lors nous demander si
la
législation
est
suffisante.
Personnellement,
je
suis
convaincu que la législation en
vigueur n'est pas respectée.
Sinon,
le
parquet
bruxellois
n'aurait pas cité la Citibank à
comparaître pour des infractions
aux pratiques de commerce.
La présidente: Nous approfondirons ce sujet demain.
19.04 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw de voorzitter,
mijnheer Bonte, misschien was ik niet duidelijk. In het onderzoek naar
19.04
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Peut-être ne me
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
Citibank werd geen beslissing genomen over de mogelijke
problemen. Over Citibank is er dus nog geen besluit over dat
onderzoek.
Wat ik wel heb gezegd, is dat de ondernemingen die
kredietopeningen
doen,
een
accreditatie
moeten
hebben.
Daaromtrent alleen is er geen overtreding vastgesteld.
Ik ben het eens met u dat de wetgeving gewijzigd en verbeterd moet
worden. Ik hoop dat wij daarover een debat zullen kunnen voeren in
het Parlement, over publiciteit, kredietopeningen, deurwaarders en
dergelijke. Dat is ingeschreven in het actieplan, dus hoop ik samen in
het Parlement dat debat te kunnen voeren. Dat is inderdaad belangrijk
om de armoede te kunnen voorkomen.
suis-je pas bien exprimé il y a un
instant. Aucune décision n'a
encore été prise dans le dossier
Citibank. C'est pour l'accréditation
obligatoire, et pour elle seulement,
qu'aucune infraction n'a été
constatée.
Cette question mérite en tout état
de
cause
un
large
débat
parlementaire.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de staatssecretaris voor Armoedebestrijding, toegevoegd
aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden over "het uitblijven van
de realisatie van een rechtsbijstandgids" (nr. 7590)
20 Question de Mme Rita De Bont au secrétaire d'État à la Lutte contre la pauvreté, adjoint à la
ministre de l'Intégration sociale, des Pensions et des Grandes villes sur "l'absence d'un guide en
matière de protection juridique" (n° 7590)</b>
20.01 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, ik heb nog twee korte vragen voor u.
In het verslag 2007 inzake de Strijd tegen de Armoede; Evoluties en
Perspectieven; Een bijdrage aan politiek debat en politieke actie van
het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en
sociale uitsluiting wordt inzake de toegang tot justitie voor een betere
informatie voor de gebruikers van justitie gepleit.
Om het voorgaande te verwezenlijken, werd, onder meer op verzoek
van de verenigingen waar armen het woord nemen, op de
samenstelling van een rechtsbijstandsgids aangedrongen.
In het verslag staat ook dat, hoewel het kabinet van de minister van
Justitie zijn engagement ter zake heeft uitgesproken, een dergelijke
gids nog niet is verschenen. Nochtans blijft een en ander een
prangende vraag van bedoelde verenigingen.
Zijn de werkzaamheden tot het samenstellen van een
rechtsbijstandsgids ondertussen verder gevorderd?
Ten tweede, tegen welke datum verwacht de minister dat een
dergelijke gids ter beschikking zou kunnen worden gesteld?
20.01 Rita De Bont (Vlaams
Belang): Dans son rapport 2007, le
Point d'appui pour la lutte contre la
pauvreté, la précarité et l'exclusion
sociale préconise une meilleure
communication des informations
aux justiciables. Les associations
actives dans le domaine de la lutte
contre la pauvreté, notamment,
demandent la publication d'un
guide en matière de protection
juridique. Le rapport constate qu'il
n'existe pas de guide de ce type,
même si le cabinet du ministre de
la Justice y était favorable.
Quand un guide en matière de
protection juridique verra-t-il le
jour?
20.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw de voorzitter,
collega, in antwoord op uw vraag over welke opvolging werd gegeven
aan de aanbevelingen van het Steunpunt tot bestrijding van armoede
om een rechtsbijstandsgids op te stellen, teneinde de toegang tot
justitie voor de armsten te verbeteren, kan ik u het volgende
mededelen.
Ten eerste, de vorige minister van Justitie stond inderdaad positief
tegenover het realiseren van een dergelijke rechtsbijstandsgids.
20.02
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: En sa qualité de
ministre de la Justice, Mme
Onkelinx
était
résolument
favorable à la publication d'un
guide en matière de protection
juridique. Il n'a toutefois plus été
possible de le faire sous la
précédente législature. Ce guide
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
Bedoelde gids kon jammer genoeg niet meer tijdens de vorige
legislatuur worden gerealiseerd. De nieuwe minister van Justitie heeft
de aanbeveling in kwestie niet in zijn jongste beleidsbrief opgenomen.
Hij heeft echter gekozen voor een aantal andere pistes tot verbetering
van de toegang tot justitie.
Ten tweede, in het Federaal Plan inzake Armoedebestrijding werden
een aantal voorstellen ter zake opgenomen. Zo verbindt de minister
van Justitie zich ertoe om één enkel loket voor rechtshulp en
rechtsbijstand op te richten, teneinde de administratieve stappen te
vereenvoudigen.
Bovendien werd in uitvoering van mijn armoedeplan een werkgroep
opgestart door mijn kabinet en dat van de minister van Justitie om de
rechtstaal te democratiseren en ervaringsdeskundigen te integreren in
het rechtsbestel.
Ten slotte, in gezamenlijk overleg komt er ook een doorlichting van de
commissies
voor
juridische
bijstand
in
elk
gerechtelijk
arrondissement. Zij hebben precies tot doel informatie te verspreiden
aan en de toegang te verbeteren voor de meest kwetsbare sociale
groepen.
en matière de protection juridique
ne figure pas dans la note de
politique générale de l'actuel
ministre qui préfère emprunter
d'autres
voies
pour
la
communication d'informations aux
justiciables.
En sa qualité de ministre des
Affaires sociales, Mme Onkelinx a
inscrit dans son Plan de lutte
contre la pauvreté des mesures
comme la mise en place d'un
guichet unique pour l'assistance et
la protection juridiques.
En outre, un groupe de travail a
été mis sur pied, en collaboration
avec la Justice, afin de simplifier la
langue juridique, tandis qu'une
radioscopie du fonctionnement
des commissions d'aide juridique
est
prévue
dans
tous
les
arrondissements judiciaires.
20.03 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mijnheer de staatssecretaris,
de projecten die u aankondigt, zijn natuurlijk ook interessant.
Natuurlijk kan niet alles in één dag worden verwezenlijkt. Ik ben van
mening dat zo'n gids informatief belangrijk kan zijn om de
betrokkenen preventief te informeren over hun rechten. Wanneer zij
naar een loket gaan, weten zij dat zij daar iets kunnen vertellen. In die
gids vinden zij echter misschien dat zij het recht hebben om iets aan
te klagen, zonder dat zij het weten. Misschien kan dat later nog
worden opgenomen in de doelstellingen.
20.03 Rita De Bont (Vlaams
Belang): Un guide de l'assistance
judiciaire serait un outil crucial
pour informer les justiciables.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
21 Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de staatssecretaris voor Armoedebestrijding, toegevoegd
aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden over "het evalueren van
de effecten van de liberalisering van de gas- en elektriciteitsmarkten" (nr. 7591)
21 Question de Mme Rita De Bont au secrétaire d'État à la Lutte contre la pauvreté, adjoint à la
ministre de l'Intégration sociale, des Pensions et des Grandes villes sur "l'évaluation des effets de la
libéralisation des marchés du gaz et de l'électricité" (n° 7591)</b>
21.01 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, voor deze laatste vraag heb ik mij laten
inspireren door hetzelfde verslag waarvan ik durf zeggen dat het
interessante lectuur is om mee te nemen op vakantie.
Deze vraag gaat over de liberalisering van de gas- en
elektriciteitsmarkten. Het functioneren van de geliberaliseerde gas- en
elektriciteitsmarkten zou het onderwerp moeten uitmaken van een
evaluatie op het niveau van de drie Gewesten en van het federale
niveau, en dat dan wel vanuit de invalshoek van de sociale gevolgen
die dat kan hebben. Daarbij zouden vertegenwoordigers van het
geheel van de actoren betrokken moeten worden.
21.01 Rita De Bont (Vlaams
Belang): Dans le rapport 2007 du
Service de lutte contre la pauvreté,
la précarité et l'exclusion sociale, il
est recommandé d'évaluer les
effets de la libéralisation des
marchés de l'énergie tant à
l'échelon fédéral que sur le plan
régional.
Quelles initiatives le ministre a-t-il
déjà prises afin de mettre en
pratique cette recommandation?
CRIV 52
COM 324
07/10/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
Het steunpunt zou aan een dergelijk initiatief kunnen meewerken, in
naam dan van de mensen of organisaties van mensen die in armoede
leven. Dat is ook een van de aanbevelingen van het steunpunt.
Mijnheer de staatssecretaris, mijn vragen zijn de volgende.
Welke initiatieven hebt u ondertussen reeds genomen om die
aanbeveling eventueel op te volgen?
Bent u er voorstander van om het steunpunt daarin te betrekken?
Associera-t-il le Service de lutte à
ces initiatives?
21.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw de voorzitter,
collega's, mevrouw De Bont, dat is inderdaad een zeer belangrijke
vraag.
In antwoord op uw vraag betreffende de aanbevelingen van het
Steunpunt tot bestrijding van armoede over de sociale gevolgen van
de liberalisering van de energiemarkt in België, kan ik u het volgende
antwoorden.
Een gewaarborgde toegang tot energie voor iedereen, ook voor de
meest kansarmen, is een van de zes doelstellingen die vervat zijn in
mijn federaal armoedeplan. In voorstel 47 van mijn federaal plan
verbindt de federale regering er zich toe, samen met alle overheden in
ons land, de toegang tot energie voor iedereen te waarborgen als
wezenlijk onderdeel van het recht om een leven te leiden dat
overeenstemt met de menselijke waardigheid.
Ik pleit er dus voor dat de toegang tot energie als basisrecht voor
iedereen wordt erkend en in de Grondwet wordt ingeschreven.
Meer concreet staan in het plan ook maatregelen om het sociaal tarief
te optimaliseren. Sinds de liberalisering waren er immers problemen
met de toepassing van het sociale energietarief, dat niet langer het
goedkoopste was dat op de markt werd aangeboden. Ondertussen
werden er maatregelen genomen door de federale regering om er
opnieuw voor te zorgen dat het sociaal tarief wel degelijk het
goedkoopste is. In het federaal plan werd bovendien opgenomen dat
de automatische toekenning van dit sociaal tarief nu zo snel mogelijk
moet gebeuren, om ervoor te zorgen dat iedereen die er recht op
heeft er ook daadwerkelijk van kan genieten. De departementen zijn
nu bezig met dit werk. Wij hopen dat de automatische toekenning in
de eerste helft van 2009 effectief zal worden.
Ondertussen zit ook de aanstelling van de federale ombudsman in de
laatste rechte lijn. Aangezien er zich geen valabele kandidaten
hebben aangeboden op de eerste oproep, moet een tweede oproep
gedaan worden. Bovendien werden er ondertussen nog een aantal
bijkomende maatregelen genomen door de regering, om de zwaksten
te ondersteunen, die het meest lijden onder de stijgende
energieprijzen, met name door het invoeren van extra
tegemoetkomingen voor stookolie, gas en elektriciteit en door de
versterking van het Fonds ter reductie van de globale energiekost.
Ook op het niveau van de Gewesten worden diverse maatregelen
genomen om de sociale gevolgen van de liberalisering te evalueren
en van nabij op te volgen. Zo is er in het Vlaams Parlement een
speciale subcommissie Energie en Armoede actief, die samen met
21.02
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: L'accès garanti à
l'énergie pour tous, y compris les
citoyens défavorisés, est un
objectif majeur du Plan fédéral
pauvreté. Il s'agit d'un droit
fondamental garant de la dignité
humaine et j'ai l'intention de le
faire inscrire dans la Constitution.
Nous avons également adopté des
mesures visant à optimiser les
tarifs sociaux. Nous voulons
garantir que le tarif social soit
toujours le tarif le moins cher et
qu'il soit accordé le plus vite
possible à celles et ceux qui en ont
besoin. Je pense que ces
dispositions
seront
déjà
d'application au cours de la
première moitié de 2009. En
attendant,
la
procédure
de
désignation du médiateur fédéral
est dans la dernière ligne droite. Et
nous
prendrons
aussi
des
mesures pour venir en aide aux
citoyens les plus vulnérables en
les
faisant
bénéficier
d'interventions supplémentaires en
matière d'énergie.
Sur le plan régional également,
une série d'initiatives sont prises.
C'est ainsi qu'un groupe de travail
analyse au sein du Parlement
flamand
les
répercussions
sociales de la libéralisation du
marché. Je préconise évidemment
une harmonisation maximale des
mesures fédérales et régionales.
07/10/2008
CRIV 52
COM 324
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
alle actoren, waaronder de armoedeorganisaties, de sociale gevolgen
van de liberalisering evalueert en opvolgt. Wat het Brussels Gewest
betreft, werd het steunpunt zopas gevraagd om een toelichting te
komen geven in de commissie Leefmilieu van het Brussels
Parlement.
Ook in het Waals Gewest worden acties ter zake ondernomen.
Tot besluit kan ik stellen dat de sociale gevolgen van de liberalisering
van de energiemarkt dus wel degelijk worden opgevolgd en dat het
steunpunt hierbij een belangrijke rol speelt. Nochtans zou het goed
zijn om alle genomen maatregelen op de diverse beleidsniveaus
samen te leggen op een interministeriële conferentie. Ik zal dat
voorleggen aan mijn collega's. Ik pleit ook voor een harmonisatie
tussen de federale maatregelen en de gewestelijke maatregelen ter
bescherming van de klanten. Er moet een harmonisatie komen
daaromtrent. Tot hier enkele elementen van antwoord op uw vraag
over een zeer grote uitdaging voor onze maatschappij.
21.03 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, dank u
voor uw initiatieven. Ik denk dat wij al een beetje vooroplopen op het
armoedeplan dat u morgen zult voorstellen. Het lijkt dat u er wel werk
van maakt: de liberalisering van de gas- en elektriciteitsmarkt brengt
niet zomaar uit zichzelf lagere tarieven met zich mee of
toegankelijkheid tot energie. Dank u dus voor de initiatieven die u hebt
genomen en voor het verdere onderzoek en de harmonisering die wij
in de toekomst nog kunnen verwachten.
21.03 Rita De Bont (Vlaams
Belang): La ministre se préoccupe
manifestement de cette matière
importante. L'harmonisation des
mesures fédérales et régionales
est également une bonne chose.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.05 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17.05 heures.