KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 345
CRIV 52 COM 345
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
INNENLANDSE
Z
AKEN
,
DE ALGEMENE
Z
AKEN EN HET
O
PENBAAR
A
MBT
C
OMMISSION DE L
'I
NTERIEUR
,
DES
A
FFAIRES
GENERALES ET DE LA
F
ONCTION PUBLIQUE
woensdag
mercredi
22-10-2008
22-10-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Samengevoegde vragen en interpellaties van
1
Questions et interpellations jointes de
1
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de schorsing van politiebaas Closset" (nr. 7972)
1
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la suspension du patron
de la police, M. Closset" (n° 7972)
1
- de heer Jan Jambon tot de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "de
voortdurende malaise aan de politietop" (nr. 166)
1
- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "le malaise persistant au
sommet de la police" (n° 166)
1
- de heer Jean Marie Dedecker tot de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de voortgang van de maatregelen die hij eerder
trof naar aanleiding van het verslag van het
Comité P en de wenselijkheid van nieuwe
maatregelen om de integriteit van het politiekorps
te vrijwaren" (nr. 169)
1
- M. Jean Marie
Dedecker
au
vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'état
d'avancement des mesures prises précédemment
à la suite du rapport du Comité P et l'opportunité
de prendre de nouvelles mesures afin de garantir
l'intégrité de la police" (n° 169)
1
- de heer Filip De Man tot de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "de
malaise aan de top van de federale politie"
(nr. 170)
1
- M. Filip De Man au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "le malaise au sommet
de la police fédérale" (n° 170)
2
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "het
arrest van de Raad van State houdende schorsing
van de beslissing om de heer Closset uit de
dienst te verwijderen" (nr. 8005)
1
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'arrêt du Conseil d'État
visant à suspendre la décision d'écartement de
M. Closset" (n° 8005)
2
- de heer Ludwig Vandenhove tot de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de laatste ontwikkelingen in de onderzoeken van
het Comité P naar onregelmatigheden binnen de
politiek en over de tuchtmaatregelen en het intern
onderzoek zoals aangekondigd door de minister"
(nr. 171)
1
- M. Ludwig Vandenhove au vice-premier ministre
et ministre de l'Intérieur sur "les derniers
développements dans les enquêtes du Comité P
sur les irrégularités commises au niveau politique
et sur les mesures disciplinaires et l'enquête
interne telles qu'elles ont été annoncées par le
ministre" (n° 171)
2
Sprekers: Michel Doomst, Jean Marie
Dedecker, voorzitter van de LDD-fractie, Filip
De Man, Ludwig Vandenhove, Jan Jambon,
Patrick Dewael, vice-eerste minister en
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Jean Marie
Dedecker, président du groupe LDD, Filip De
Man, Ludwig Vandenhove, Jan Jambon,
Patrick Dewael, vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur
Moties
20
Motions
20
Vraag van de heer Bruno Stevenheydens aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de inzet van oproerpolitie in het
polderdorp Doel" (nr. 7188)
21
Question de M. Bruno Stevenheydens au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'intervention de la police anti-émeute dans le
village de polder Doel" (n° 7188)
21
Sprekers: Bruno Stevenheydens, Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bruno Stevenheydens, Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Peter Luykx aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de klaarblijkelijke eentaligheid van bepaalde
noodoproepdiensten" (nr. 7234)
24
Question de M. Peter Luykx au vice-premier
ministre
et
ministre
de
l'Intérieur
sur
"l'unilinguisme manifeste de certains services
d'appel d'urgence" (n° 7234)
24
Sprekers: Peter Luykx, Patrick Dewael, vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Peter Luykx, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer David Clarinval aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het ontbreken
van
bemiddelaars
in
het
gerechtelijk
arrondissement Dinant" (nr. 7360)
25
Question de M. David Clarinval au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'absence de médiateurs
dans l'arrondissement judiciaire de Dinant"
(n° 7360)
25
Sprekers: David Clarinval, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Orateurs: David Clarinval, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Binnenlandse Zaken
Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de politiesamenwerking tussen
België en Italië" (nr. 7610)
27
Question de Mme Jacqueline Galant au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
coopération policière entre la Belgique et l'Italie"
(n° 7610)
27
Sprekers:
Jacqueline
Galant,
Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs:
Jacqueline
Galant,
Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de Europese topontmoetingen en de
door
de
gemeenten
ingestelde
beroepsprocedures" (nr. 7779)
29
Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les sommets
européens et les procédures de recours
engagées par les communes" (n° 7779)
29
Sprekers: Xavier Baeselen, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Xavier Baeselen, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde interpellaties en vragen van
30
Interpellations et questions jointes de
30
- de heer André Frédéric aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de financiële balans van de politiehervorming op
lokaal vlak" (nr. 7390)
30
- M. André Frédéric au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "le bilan financier de la
réforme des polices au niveau local" (n° 7390)
30
- de heer Filip De Man tot de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "de
federale politiedotatie" (nr. 159)
30
- M. Filip De Man au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la dotation de la police
fédérale" (n° 159)
30
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de financiering van politiezones" (nr. 7878)
30
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "le financement des
zones de police" (n° 7878)
30
Sprekers: André Frédéric, Filip De Man,
Michel Doomst, Patrick Dewael, vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: André Frédéric, Filip De Man,
Michel Doomst, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Moties
35
Motions
35
Samengevoegde vragen van
36
Questions jointes de
35
- mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de termijnen die in de provincie
Henegouwen zijn vereist om de aanvragen te
behandelen die moeten leiden tot een toelating
om een vuurwapen te bezitten" (nr. 7611)
36
- Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre
et ministre de l'Intérieur sur "les délais de
traitement des demandes d'autorisation de
détention d'une arme à feu en province du
Hainaut" (n° 7611)
35
- de heer André Frédéric aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de nieuwe wetgeving betreffende het
wapenbezit en het beheer van de vergunningen
door de provincies" (nr. 7698)
36
- M. André Frédéric au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la nouvelle législation
sur les armes et sur la gestion des autorisations
par les provinces" (n° 7698)
35
Sprekers:
Jacqueline
Galant,
André
Frédéric,
Patrick
Dewael,
vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs:
Jacqueline
Galant,
André
Frédéric, Patrick Dewael, vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
40
Questions jointes de
40
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister
van Klimaat en Energie over "de kakofonie van de
verschillende
actoren
van
de
gas-
en
elektriciteitsvoorziening bij brand of andere
rampen" (nr. 7307)
40
- M. Jean-Jacques Flahaux au ministre du Climat
et de l'Énergie sur "la cacophonie entre les
différents acteurs de l'approvisionnement en gaz
et en électricité en cas de sinistre" (n° 7307)
40
- de heer Olivier Destrebecq aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
over
"de
gasleidingen
en
de
hoogspanningskabels" (nr. 7583)
40
- M. Olivier Destrebecq au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "les conduites de gaz et
les câbles à haute tension" (n° 7583)
40
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Binnenlandse Zaken
l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de wijziging van de wet met
betrekking tot het gebruik der talen in de
gemeentelijke administraties" (nr. 7308)
42
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
modification de la loi sur l'emploi des langues
dans l'administration communale" (n° 7308)
42
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de positie van de wijkagenten bij de
politie" (nr. 7437)
44
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
situation des agents de proximité dans la police"
(n° 7437)
44
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de compatibiliteitsproblemen van het
informaticamaterieel bij de politie" (nr. 7440)
45
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
problèmes
de
compatibilité
des
outils
informatiques dans la police" (n° 7440)
45
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst
voor Brandbestrijding en Dringende Medische
Hulp (DBDMH)" (nr. 7712)
47
Question de Mme Karine Lalieux au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le Service
d'Incendie et d'Aide Médicale Urgente de la
Région de Bruxelles-Capitale (SIAMU)" (n° 7712)
47
Sprekers: Karine Lalieux, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Karine Lalieux, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het nieuw opleidingsplan voor de
politiescholen" (nr. 7692)
49
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le nouveau
plan de formation pour les écoles de police"
(n° 7692)
49
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Éric Thiébaut aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de moord op een supporter van
Charleroi voor de voetbalwedstrijd Bergen-
Charleroi" (nr. 7757)
50
Question de M. Éric Thiébaut au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le meurtre
d'un supporter carolo avant le match de football
Mons-Charleroi" (n° 7757)
50
Sprekers: Eric Thiébaut, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Eric Thiébaut, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het 'niet-optreden' van de politie
tijdens de staking van 6 oktober 2008" (nr. 7762)
52
Question de M. Jan Jambon au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'absence
d'intervention de la police lors de la grève du
6 octobre 2008" (n° 7762)
52
Sprekers: Jan Jambon, Patrick Dewael, vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Jan Jambon, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
54
Questions jointes de
54
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste 54
- M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et 54
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de wet van 15 mei 2007 betreffende de
gemeenschapswachten" (nr. 7848)
ministre de l'Intérieur sur "la loi du 15 mai 2007
sur les gardiens de la paix" (n° 7848)
- de heer Éric Thiébaut aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de gemeenschapswachten" (nr. 8026)
54
- M. Éric Thiébaut au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "les gardiens de la paix"
(n° 8026)
54
Sprekers: Xavier Baeselen, Eric Thiébaut,
Patrick Dewael, vice-eerste minister en
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Xavier Baeselen, Eric Thiébaut,
Patrick Dewael, vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over over "de radar op politiewagens die
gestolen wagens opspoort" (nr. 7876)
56
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le radar
équipant les voitures de police qui détecte les
véhicules volés" (n° 7876)
56
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de verplichte schietoefeningen voor
agenten" (nr. 7877)
57
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les exercices
de tir obligatoires pour les agents" (n° 7877)
57
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het concert van de neonazi-
organisatie Blood and Honour" (nr. 8032)
58
Question de M. Fouad Lahssaini au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le concert de
l'organisation néonazie Blood and Honour"
(n° 8032)
58
Sprekers: Fouad Lahssaini, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Fouad Lahssaini, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Juliette Boulet aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het incident in de fabriek Kemira
GrowHow/Yara" (nr. 7889)
60
Question de Mme Juliette Boulet au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'incident à
l'usine Kemira GrowHow/Yara" (n° 7889)
60
Sprekers: Juliette Boulet, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken, Bert Schoofs
Orateurs: Juliette Boulet, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur,
Bert Schoofs
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de massale vechtpartij die zich
voorgedaan heeft in de zaal Laila te Genk in het
weekend van 4 en 5 oktober jongstleden"
(nr. 7925)
62
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la grosse
bagarre qui a eu lieu dans la salle Laila à Genk au
cours du week-end des 4 et 5 octobre dernier"
(n° 7925)
62
Sprekers: Bert Schoofs, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bert Schoofs, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de haalbaarheid in België van een
door de Nederlandse politie gesuggereerde
gebiedsontzegging voor auto's van drugsrunners"
(nr. 7952)
64
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la possibilité,
suggérée par la police néerlandaise, d'interdire la
présence de voitures de trafiquants de drogues
dans une zone particulière en Belgique" (n° 7952)
64
Sprekers: Bert Schoofs, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bert Schoofs, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
66
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier 66
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
v
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het incident inzake beeld- en
geluidsfragmenten opgenomen tijdens het proces
voor het Luikse Hof van Assisen" (nr. 7957)
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'incident
relatif aux enregistrements sonores et visuels
effectués lors du procès devant la Cour d'assises
de Liège" (n° 7957)
Sprekers: Bert Schoofs, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bert Schoofs, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de gebreken aan en het gebruik van
de elektronische identiteitskaart" (nr. 8021)
68
Question de M. Stefaan Vercamer au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'utilisation et
les défaillances de la carte d'identité électronique"
(n° 8021)
68
Sprekers:
Stefaan
Vercamer,
Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs:
Stefaan
Vercamer,
Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het fenomeen stadsbendes"
(nr. 8037)
69
Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le
phénomène des bandes urbaines" (n° 8037)
69
Sprekers: Xavier Baeselen, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Xavier Baeselen, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BINNENLANDSE ZAKEN, DE
ALGEMENE ZAKEN EN HET
OPENBAAR AMBT
COMMISSION DE L'INTERIEUR,
DES AFFAIRES GENERALES ET
DE LA FONCTION PUBLIQUE
van
WOENSDAG
22
OKTOBER
2008
Namiddag
______
du
MERCREDI
22
OCTOBRE
2008
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.15 heures et présidée par M. André Frédéric.
De vergadering wordt geopend om 14.15 uur en voorgezeten door de heer André Frédéric.
Le président: Chers collègues, conformément à la décision prise par la Conférence des présidents ce
matin, des modifications ont été apportées à l'ordre du jour de notre commission; en effet, un certain
nombre de questions et d'interpellations ont été placées en début de réunion.
Sans vouloir vous ennuyer, ni vous perturber, je vous rappelle que j'entends appliquer strictement le
Règlement. Pour les questions, même si elles sont jointes, un temps de parole de cinq minutes est prévu; il
couvre la question et la réplique. Le premier interpellateur, c'est-à-dire M. Jambon, a un temps de parole de
dix minutes; pour les autres interpellateurs, il s'agira de cinq minutes.
Je fais toujours preuve de beaucoup de largesse dans la gestion du temps mais j'essaie de faire en sorte
que l'on travaille de façon raisonnable, et si possible, raisonnée.
01 Samengevoegde vragen en interpellaties van
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
schorsing van politiebaas Closset" (nr. 7972)
- de heer Jan Jambon tot de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
voortdurende malaise aan de politietop" (nr. 166)
- de heer Jean Marie Dedecker tot de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de voortgang van de maatregelen die hij eerder trof naar aanleiding van het verslag van het Comité P
en de wenselijkheid van nieuwe maatregelen om de integriteit van het politiekorps te vrijwaren"
(nr. 169)
- de heer Filip De Man tot de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
malaise aan de top van de federale politie" (nr. 170)
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het arrest
van de Raad van State houdende schorsing van de beslissing om de heer Closset uit de dienst te
verwijderen" (nr. 8005)
- de heer Ludwig Vandenhove tot de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de laatste ontwikkelingen in de onderzoeken van het Comité P naar onregelmatigheden binnen de
politiek en over de tuchtmaatregelen en het intern onderzoek zoals aangekondigd door de minister"
(nr. 171)
01 Questions et interpellations jointes de
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la suspension du patron de
la police, M. Closset" (n° 7972)<br>- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le malaise persistant au
sommet de la police" (n° 166)
- M. Jean Marie Dedecker au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'état d'avancement
des mesures prises précédemment à la suite du rapport du Comité P et l'opportunité de prendre de
nouvelles mesures afin de garantir l'intégrité de la police" (n° 169)b>
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
- M. Filip De Man au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le malaise au sommet de la
police fédérale" (n° 170)
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'arrêt du Conseil d'État visant à
suspendre la décision d'écartement de M. Closset" (n° 8005)<br>- M. Ludwig Vandenhove au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les derniers
développements dans les enquêtes du Comité P sur les irrégularités commises au niveau politique et
sur les mesures disciplinaires et l'enquête interne telles qu'elles ont été annoncées par le ministre"
(n° 171)b>
01.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, als behoeder
van de orde in het politiehuishouden maar tegelijkertijd ook van de
rechtsstaat moet u uiteraard heel behoedzaam omgaan met de
gegevens in politiedossiers die aanhangig zijn gemaakt, zeker ook in
het dossier waarover deze vraag gaat, dat van de heer Closset. Tot
nog toe hebt u dat ook zorgvuldig gedaan. Ik ben het dus niet eens
met de scenarioschrijvers die nu al een misdaadverhaal aan het
uitschrijven zijn zonder dat er bewijzen voor zijn. Ik denk ook niet dat
dit een blijspel is want het feit dat bepaalde maatregelen van orde nu
blijkbaar worden teruggefloten is eigenlijk niet goed voor de
geloofwaardigheid van de politietop. We moeten opletten dat dit niet
afstraalt op de geloofwaardigheid van het beleid in het algemeen.
Op dinsdag 23 september hebt u politiebaas Closset van de
Algemene Inspectie voor vier maanden geschorst. Vanuit het Comité
was hij immers beschuldigd van schriftvervalsing bij de benoeming
van mevrouw Christa Debeck. De Raad van State heeft geoordeeld
dat die schorsing eigenlijk onterecht was zonder bewijs van schuld.
Het probleem is, net als voor een aantal andere dossiers, dat de teller
daardoor weer op nul komt.
Het is een beetje zoals bij een occasiewagen. Men zet de teller op nul,
maar men blijft natuurlijk wel met de slijtage op het betrokken voertuig
zitten.
Ik wou u vragen, mijnheer de minister, hoe u die evolutie nu inschat,
want er wordt blijkbaar ook in andere dossiers door de betrokkenen
naar wegen gezocht om alles opnieuw naar het oude te krijgen. Ik
vind het ook een beetje vreemd dat de betrokkenen zelf niet beseffen
dat een beetje terughoudendheid in deze dossiers voor hun eigen
functioneren ook geen slechte zaak zou zijn. Ik denk dat ook andere
instanties ik hoor dat ook de heer Van Wymersch in het dossier
komt zoals de stad Brussel en de betrokken burgemeester hun
verantwoordelijkheid moeten opnemen. Ik denk dat iedereen zijn
verantwoordelijkheid moet zoeken.
Hoe ver staat het met de tuchtdossiers waarop wij nu wachten? Ik
neem aan dat er stilaan een datum in zicht komt. Ik vermoed dat dit
parallel loopt met het gerechtelijk onderzoek. Deze commissie staat
voor een evaluatie van 10 jaar politiehervorming. Ik denk dat het
moeilijk is om de patiënt te onderzoeken wanneer de dokter zich zelf
niet goed voelt. Ik denk dat wij absoluut moeten vermijden dat wij daar
nog met fricties zouden zitten, voor we de evaluatie maken.
01.01 Michel Doomst (CD&V):
Le ministre est le gardien de la
police et de l'État de droit. Dans
l'ensemble du dossier Closset, il
faut donc se garder de porter des
jugements à la légère. Il y va de la
crédibilité de la police et de la
politique mise en oeuvre.
Le 23 septembre, le ministre a
infligé une suspension de quatre
mois à un dirigeant de la police
fédérale, M. Luc Closset, après
que
celui-ci
a
été
l'objet
d'accusations de faux en écritures
dans le cadre de la nomination de
Mme Debeck. Le Conseil d'État
estime que cette suspension est
abusive parce que la culpabilité de
M. Closset ne serait pas prouvée.
Mais le mal est fait et ne peut plus
être réparé. Que pense le ministre
de toute cette affaire? Je pense
qu'il serait préférable que toutes
les parties concernées fassent
preuve d'une certaine réserve.
J'apprécierais en outre que les
autres autorités, comme la Ville de
Bruxelles et son bourgmestre,
assument leurs responsabilités.
Où
en
sont
les
dossiers
disciplinaires? Nous ne pourrons
évaluer dix années de réforme des
polices si nous ne mettons pas un
terme à toutes les frictions entre
certains membres du personnel
des services de police.
01.02 Jean Marie Dedecker (LDD): Mijnheer de voorzitter, het is niet
gemakkelijk om het in vijf minuten uit te leggen maar ik zal mijn
betoog beperken.
Mijnheer de minister, ik vraag mij af hoelang de kruik nog te water zal
01.02 Jean Marie Dedecker
(LDD): Pendant combien de temps
encore la cruche ira-t-elle à l'eau?
Le Comité P fait état de faux en
écriture et de faux. Ce sont des
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
gaan? Zij is niet alleen al gebarsten, zij is ook al gezonken. Ik zal mij
beperken tot de heer Van Wymersch, want dat is in feite de
beschermeling van uw kabinet, waarmee u de zaak-Christa Debeck
geregeld hebt en waardoor het Comité P tot de conclusie kwam dat
de vastgestelde feiten een misdrijf zouden kunnen zijn, meer bepaald
valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken.
U bent inderdaad op de hoogte van de e-mail die gestuurd is vanuit
het kabinet van de heer Van Tigchelt om de zaak van Christa Debeck
te regelen. Die werd geregeld door de heer Guido Van Wymersch. U
weet dat ontzettend goed, maar u ontkent dat u daarvan op de hoogte
was. Nu, dat heb ik al dikwijls betwijfeld. Ik ben er zeker van dat u wel
degelijk op de hoogte was. Maar ik zal het daar nu niet over hebben.
Wij hebben een eerste zaak, de heer Van Wymersch, die valsheid in
geschrifte gepleegd zou hebben bij het examen voor de benoeming
van Christa Debeck. Wat komt er nu nog bij? Hij heeft niet alleen de
selectiecommissie misleid of valsheid in geschrifte gepleegd voor
Christa Debeck, hij heeft dat ook voor zichzelf gedaan.
We zijn in het bezit van e-mails waarin de heer Van Wymersch klaar
en duidelijk zijn eigen rapport maakt voor de selectiecommissie. Hij
geeft zichzelf punten. Hij schrijft over zichzelf dat men hem op de
eerste plaats moet zetten, hij spreekt een lofrede uit over zichzelf en
laat zich denigrerend uit ten opzichte van de anderen. Een adjunct-
inspecteur-generaal bij de Algemene Inspectie, uw pretoriaanse
wacht mensen die rechtstreeks onder u staan - mijnheer de
minister, waartegen reeds een onderzoek loopt, wordt tot korpschef
van Brussel gepromoveerd en mag zijn eigen rapport samenstellen.
In wezen is dit een heel dominospel waarin de een door de ander
benoemd wordt en vriendendiensten worden uitgedeeld. De heer van
Wymersch is beschermd door de VLD. Mevrouw Christa Debeck ook.
Anderen worden beschermd door de cdH. Weer anderen dragen een
PS-signatuur. De graaicultuur vindt plaats tussen de betrokkenen
onderling.
Uiteindelijk komen we terecht bij de uitvoerder, de heer Branckaute. U
zal hem wellicht wel kennen, mijnheer de minister vermits hij deel uit
maakt van de SAT. Misschien zeg ik beter dat u hem vermoedelijk
niet zult kennen. Uw naam is immers haas. Dat weten we
ondertussen. De SAT is het administratief technisch secretariaat, de
verbinding tussen uw kabinet en de commissaris-generaal. Er wordt
een heel circuit opgezet om die man nummer 1 te laten worden. De
commissaris die korpschef wil worden, schrijft zijn eigen rapport voor
het eigen examen. Van het selectiecomité maakt de heer Closset deel
uit, zijn eigen baas en ook reeds genoemd en in verdenking gesteld
wegens valsheid in geschriften. Andere leden zijn onder meer de heer
Brice De Ruyver en de burgemeester van Brussel, de heer
Thielemans. Dit wordt zelfs bekokstoofd met een advocaat. Ik ben in
het bezit van al die e-mails, zelfs de e-mails van de advocaat die
aanraadt op welke manier de selectiecommissie moet misleid worden.
Il sera étoffé selon vos conseils. Dat is allemaal in mijn bezit.
Ander interessant element over de heer van Wymersch dat ik in het
bezit heb, is het volgende. De heer van Wymersch is de man die in de
zaak-Ricour en Savonet is opgetreden. Ik ben in het bezit van een
proces-verbaal van mevrouw Ricour en mevrouw Savonet dat
infractions sérieuses.
Un courriel a été envoyé depuis le
cabinet
Vantigchtelt
par
l'intervention
de
Guido
Van
Wymersch pour régler le cas de
Christa Debeck. Le ministre le
savait, même s'il continue de le
démentir. M. Van Wymersch a
donc commis un faux en écriture
dans le cadre de l'examen pour la
nomination de Mme Debeck. Il l'a
aussi fait pour lui-même. Je
possède des courriels dans
lesquels il fait son propre éloge
auprès de la commission de
sélection. Voilà donc comment un
inspecteur général adjoint est
promu au titre de chef de corps de
la police de Bruxelles. Voilà
comment on se rend service entre
amis. De toute façon, les uns et
les autres bénéficient de l'une ou
l'autre protection politique.
L'exécutant est M. Branckaute, du
secrétariat
administratif
et
technique. Ou le ministre ne le
connaît-il pas non plus? Cette
personne assure le lien entre le
cabinet et le commissaire général.
Toute une construction est mise
en place pour permettre à
quelqu'un de devenir chef de
corps. L'intéressé a même rédigé
son propre rapport pour son
propre examen. M. Closset, qui
n'est pas irréprochable non plus,
fait partie de la commission de
sélection, tout comme Brice
De Ruyver et le bourgmestre de
Bruxelles. Je suis même en
possession
d'e-mails
dans
lesquels un avocat recommande
de mystifier la commission de
sélection.
M. Van Wymersch a également
escamoté un procès-verbal du 13
novembre 2007 de Mmes Ricour
et Savonet, mais je suis en
possession de ce document.
Trois accusations graves pèsent
donc sur M Van Wymersch mais
le ministre reste les bras croisés. Il
se décharge du problème sur le
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
weggemoffeld is door de heer Van Wymersch. U zal dit niet weten,
mijnheer de minister, want het is weggemoffeld. Desnoods kan ik dit
document van 13 november 2007 voorlezen. Toen hebben mevrouw
Ricour en mevrouw Savonet een verklaring afgelegd. Op last van de
heer Van Wymersch werden deze processen-verbaal niet
doorgezonden aan het parket. Erger nog, de nummers ervan werden
overgeschreven op een ander proces-verbaal.
Mocht een of andere kleine agent dit doen, zou hij volgens mij stante
pede aan de voor- of achterdeur staan. Hier gaat het om drie zaken.
De man regelt het examen, wordt in verdenking gesteld voor valsheid
in geschrifte voor de zaak Christa Debeck, hij regelt zijn eigen
examen en doet pv's verdwijnen. En u doet niets, u doet absoluut
niets. U houdt uw handen daar van af want dit is volgens u de
bevoegdheid van de heer Thielemans, burgemeester van Brussel. De
heer Thielemans zat trouwens ook in die selectiecommissie. U doet
niets. U kunt niet optreden. De heer Thielemans zegt net hetzelfde.
Hij kan niet optreden want die feiten zijn gebeurd in de tijd dat het AIG
ressorteerde onder minister Dewael.
Op die manier bent u andermaal kampioen in het doorspelen van de
zwarte piet. Ik vraag mij eigenlijk af hoelang dit nog zal blijven duren.
Wij zijn nu al weken bezig om uw onbekwaamheid te bewijzen in dit
dossier. Het gaat echter niet alleen om dit dossier. Collega Doomst
heeft het hier al aangehaald. Wat kunt u doen met Fernand
Koekelberg? Niets! De tuchtprocedure is blijkbaar nog niet opgestart.
Ik zou graag horen van u of dit klopt. Christa Debeck? Niets! Het
inleidend verslag moet nog worden verstuurd. Sylvia Ricour en Anja
Savonet gaan terug in dienst. Zij beginnen er terug aan. Luc Closet,
die zelf op het examen van de heer Van Wymersch zat want hij was
inspecteur-generaal, is geschorst maar hij komt terug. U bent in het
ongelijk gesteld. En dan is er nog heel de zaak Van Wymersch zelf.
In feite is dat een stinkende pot van wanbeleid. U zegt altijd dat u er
niets mee te maken hebt. Als u er niets mee te maken hebt, mijnheer
Dewael, dan bent u onbekwaam en als u er wel iets van weet, bent u
medeplichtig en zou u beter opstappen. Nu blijft u zitten als een sitting
duck, een eend zonder vleugels die blijft ronddobberen terwijl rond u
allerhande postjes worden ingenomen en dit wordt allemaal
toegedekt. Wat moet de burger daarvan denken? Wat moet de
gewone agent daarvan denken die wel op een normale wijze zijn
examen moet afleggen? Dit alles terwijl er gesjoemeld en gefoefeld
wordt, schriftvervalsing wordt gepleegd aan de top van de politie. Dit
gebeurt niet in een afdeling maar bij meerdere: de Brusselse politie,
de Algemene Inspectie, het commissariaat-generaal, de SAT, op uw
kabinet, ... Dit is een stinkende pot waarvan we het deksel eindelijk
eens zouden moeten oplichten. Het is absoluut tijd om hiervoor een
parlementaire onderzoekscommissie op te richten. Op die manier kan
ook eens gesnuffeld worden op uw kabinet, mijnheer de minister.
bourgmestre, M. Thielemans, qui
le renvoie à son tour au ministre.
Combien de temps cette situation
va-t-elle encore durer?
Le ministre semble tout aussi
impuissant
dans
le
dossier
Koekelberg:
la
procédure
disciplinaire n'a toujours pas
démarré. Et dans l'affaire Debeck,
le rapport introductif doit encore
être envoyé. Mmes Ricour et
Savonet vont reprendre leurs
fonctions. Même M. Closset,
suspendu, va revenir.
Cette
situation
écoeurante
témoigne
d'une
gestion
catastrophique. Mais le ministre
n'y est prétendument pour rien.
Dans ce cas, il est incompétent. Et
s'il était et est au courant, il est
complice. Dans les deux cas, il
ferait mieux de démissionner. Que
doit en effet penser le citoyen de
ce spectacle? Et le simple agent
qui passe sagement son examen
et qui est sanctionné pour le
moindre faux pas, que pense-t-il
de tout ce qui se passe au
sommet de la hiérarchie? Un
grand nettoyage s'impose de toute
urgence.
Une
commission
d'enquête parlementaire constitue
à cet effet l'option appropriée et
permettra également d'aller voir ce
qui se passe au cabinet.
01.03 Filip De Man (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, collega's, de mails waarover er vandaag zo veel
te doen is, vormen maar een detail in heel de geschiedenis. Die
geschiedenis omvat heel wat zaken en bevat zeer veel details, heel
wat smeuïge details ook.
De grond van de zaak is natuurlijk dat er niet wordt opgetreden zoals
men denkt dat een voogdijminister zou moeten optreden. Het
01.03 Filip De Man (Vlaams
Belang): De nombreux détails
croustillants
surgissent
mais
fondamentalement, il n'en reste
pas moins que le ministre de
tutelle
n'intervient
pas.
La
confiance dans sa politique et
dans la police se réduit dès lors
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
vertrouwen van de bevolking neemt zienderogen af, niet alleen in uw
beleid, maar ook in de politie, aangezien de top besmet zo al niet rot
blijkt te zijn.
Aangezien de zaak eigenlijk een jaar geleden begonnen is, en wij
vandaag eigenlijk nog geen stap verder staan, zegt de publieke opinie
dat ze het niet begrijpt. Misschien ligt u daar niet van wakker, maar
het is wel heel schadelijk, ook trouwens voor de ongeveer 40.000
politiemensen in dit land die daar de gevolgen van dragen,
bijvoorbeeld op straat verwijten moeten aanhoren.
Zoals gezegd, normaal gezien zou een voogdijminister doortastend
moeten optreden. Echter, blijkbaar kon dat niet zomaar, want de
minister had zelf boter op het hoofd. Dat is de reden waarom een en
ander zo schokt en hapert. De situatie bij de politietop, bij de minister
en zijn kabinetsleden, is een situatie die in het Frans zo mooi
genoemd wordt: "Je me tiens, tu me tiens par la barbichette." Dat is in
feite het verhaal. Om die reden heeft deze minister van Binnenlandse
Zaken pas een onderzoek bevolen toen hij niet anders meer kon en
pas toen het rapport van het Comité P eraan kwam, voorlopige
maatregelen heeft genomen.
Wij vragen ons af waarom er geen definitieve maatregelen zijn
genomen, en dan wel tijdig. Want, wat is momenteel het geval?
Tegen de commissaris-generaal is er een tuchtprocedure
aangekondigd, onder meer omwille van de zogenaamde
canapébenoemingen. Wij hebben van de twee bevoegde ministers
het gaat wel degelijk om minister Dewael én minister Vandeurzen
sedertdien echter niets meer mogen vernemen. Is er misschien
sprake van onenigheid tussen Dewael en Vandeurzen? In elk geval,
de tuchtprocedure blijkt nog niet eens te zijn opgestart.
Van de twee secretaresses, Ricour en Savonet, zegt iedereen dat zij
onmogelijk op een dergelijk hoge post konden worden benoemd.
Zij zijn benoemd als gespecialiseerd assistent. Welnu, de juridische
dienst van de federale politie, de inspecteur van Financiën, professor
Renders, die een specialist is in statutair politierecht, en het Comité P,
waarin toch ook minstens juristen zitten, zo niet magistraten, zeggen
dat dit niet kon. Maar, wat ziet de bevolking en wat zien de
politiemensen in dit land? Zij moeten zien, horen en lezen dat de
beide dames volgende maand terugkeren alsof er niets gebeurd is.
Mijnheer de minister, uw partijgenote Christa Debeck is, zoals
bekend, geparachuteerd in een voorheen onbestaande job, en
uiteraard met een hoge wedde. Iedereen spreekt daar schande van,
maar toch: ook daarover is er geen nieuws. Ook in die zaak is de
tuchtprocedure blijkbaar nog niet begonnen.
Het tuchtonderzoek tegen de baas van de algemene inspectie, tegen
Luc Closset, is opgestart, maar door de Raad van State werd die
schorsing vernietigd. Daar hebt u misschien een punt. U hebt
proberen te handelen. Misschien is de wetgeving ter zake niet goed,
maar feit is dat de heer Closset, die verdacht wordt van
schriftvervalsing en die voor het gerecht moet verschijnen, nu nog
altijd ongelooflijk maar waar de baas is van de controledienst van
de politie. Hij moet erop toezien dat de politie degelijk werk levert en
binnen de lijntjes kleurt, en blijft dus de hoge baas van de
comme peau de chagrin. L'affaire
traîne depuis un an déjà et nous
n'avons nullement avancé.
Le ministre ne peut bien entendu
intervenir avec fermeté parce qu'il
a lui-même des choses à se
reprocher. Lorsque le Comité P a
fait ses révélations, le ministre a
évidemment été contraint de
prendre des mesures. Mais il s'est
limité à des mesures provisoires.
Pourquoi en fait? Et pourquoi si
tard?
Nous n'en savons pas davantage
sur la procédure disciplinaire à
l'encontre de M. Koekelberg. MM.
Vandeurzen et Dewael seraient-ils
en désaccord? Il semblerait que la
procédure
n'ait
pas
même
commencé.
Comment
les
secrétaires,
mesdames Ricour et Savonet, ont-
elles pu être nommées à un
niveau aussi élevé? Toutes les
personnes qui connaissent un tant
soit peu les procédures affirment
que c'est impossible. Pourtant les
secrétaires
retournent
tout
simplement à leur fonction.
Mme Christa Debeck a été
parachutée à une fonction qui
n'existait pas par le passé. Aucune
information n'a été communiquée
sur ce dossier. La procédure
disciplinaire n'a pas encore été
entamée.
La suspension de M. Closset a été
annulée par le Conseil d'État.
N'est-il pas choquant qu'un tel
personnage puisse continuer à
diriger le service de contrôle de la
police?
Le chef de corps de Bruxelles, M.
Wymersch, fait l'objet d'une
enquête
judiciaire.
Dans
l'intervalle,
son
bourgmestre
refuse de prendre une mesure
d'ordre. Le ministre de tutelle ne
pourrait-il
intervenir
avec
davantage de détermination?
Tout comme l'opinion publique, le
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
inspectiedienst. Eerlijk gezegd, men zou van minder opkijken.
Tegen Guido Van Wymersch dan, de korpschef van de Brusselse
politie, loopt een gerechtelijk onderzoek. In afwachting daarvan
weigert de bevoegde burgemeester Thielemans blijkbaar u moet mij
tegenspreken als het niet waar is een ordemaatregel te nemen. Dat
is natuurlijk niet verwonderlijk. Tussen haakjes, Thielemans wilde Van
Wymersch als korpschef. Hij heeft via Vanreusel druk laten zetten op
de hiërarchie binnen de politie van Brussel om het dossier voort te
helpen. Er is een zekere mijnheer Calicis die dat dossier naar zich
heeft getrokken en die er samen met Van Wymersch de nodige
aanpassingen lees: verbeteringen aan heeft aangebracht.
Al dat soort van zaken is nu op het publieke forum gegooid. Iedereen
weet ervan. Wat stellen we vast? Ook inzake de heer Van Wymersch
mogen we toch wat meer doortastendheid verwachten van de
voogdijminister en/of de bevoegde burgemeester.
Ik wil afsluiten met te zeggen dat het Vlaams Belang nogal geschokt
is door al die schandalen. Vooral, niet de schandalen zijn het ergste.
Het ergste is dat dit kan blijven voortkabbelen alsof er eigenlijk niets
ernstigs aan de hand is. Wij roepen dan ook de ministers Dewael en
Vandeurzen op om veel kordater op te treden.
Vlaams Belang est choqué par
cette situation. L'indécision et le
laxisme sont sans doute, pour
autant que ce soit possible, plus
graves que les scandales eux-
mêmes. Nous attendons une
intervention
énergique
des
ministres Dewael et Vandeurzen.
Le président: La question 8005 de M. Arens est retirée.
De voorzitter: Vraag nr. 8005 van
de heer Arens werd ingetrokken.
01.04 Ludwig Vandenhove (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, beste collega's, ik ga niet herhalen wat de
voorgaande collega's al gezegd hebben. Ik moet u eerlijk zeggen dat
dit stilaan een vervolgverhaal begint te worden natuurlijk. Ik zal het
vandaag minder dan de voorgaande sprekers hebben over uw
persoonlijke verantwoordelijkheid omdat ik net een aantal dingen heb
gehoord waarin die volgens mij niet in het gedrang is.
Ik kom uit de begeleidingscommissie van het Comité P en ik sta
perplex. Als rechtgeaard democraat heb ik ook een beetje schrik. Ik
kan mij inbeelden dat de gewone burger dit nog meer heeft dan ik. Ik
heb schrik als ik hoor wat daar tussen mensen van de federale
politietop is afgesproken en gefoefeld. Ik kan mij niet van de indruk
ontdoen dat een aantal mensen via een aantal opgebouwde
contacten en al dan niet via uw kabinet u zult daar hopelijk op
antwoorden geprobeerd heeft heel goed voor zichzelf te zorgen.
In die zin wil ik eerst een aantal vragen stellen met betrekking tot
zaken die lopen. Daarnaast zou ik u ook een aantal vragen willen
stellen over het toekomstige beleid en hoe wij die problemen zullen
proberen aan te pakken. Ik kom tot mijn concrete vragen. Een, het
rapport over de bewuste secretaresses is nu afgeleverd door het
Comité P. De specialisten zijn het oneens. Volgens de enen kon het,
volgens de anderen niet. Laten wij zeggen dat iedereen het eens is
over een zaak: als het wettelijk al in orde is, heeft men toch vrij ruim
en vrijelijk van de wet gebruikgemaakt. Ik zou heel graag uw reactie
hierop horen, te meer daar de Raad van State geoordeeld heeft dat
die secretaresses naar hun job kunnen terugkeren. U moet begrijpen
dat dit voor de publieke opinie compleet onbegrijpelijk overkomt en
zeker en vast ook bij de lokale politiediensten. Ik kom hier straks op
terug.
01.04 Ludwig Vandenhove
(sp.a+Vl.Pro): À mon estime, la
responsabilité
personnelle
du
ministre n'est pas engagée. En
revanche, je me suis senti
particulièrement mal à l'aise en ma
qualité
de
membre
de
la
commission
d'accompagnement
du Comité P: il y a eu beaucoup
de manigances à la tête de la
police, peut-être même avec l'aide
de collaborateurs de cabinet, et
c'est ce qui m'angoisse.
Le Comité P est partagé en ce qui
concerne
la
question
des
secrétaires. La loi a peut-être bien
été respectée mais alors elle a été
interprétée au sens très large et
très librement. Le Conseil d'État
autorise même aujourd'hui les
secrétaires à reprendre leur
travail. L'opinion publique et les
autres policiers ne comprennent
pas ce genre de décisions. Le
Conseil
d'État
a
également
rappelé à l'ordre le ministre dans
l'affaire Closset, cette fois en
raison de fautes de procédure sur
le
plan
administratif.
Les
informations publiées dans les
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Tweede zaak, de schorsing van de heer Closset. Wij hebben in de
media kunnen vernemen dat u daar bent teruggefloten door de Raad
van State. Door de slechte werking van onze diensten moeten wij het
in de media lezen vooraleer wij het in het Parlement vernemen. U
bent daar teruggefloten. In die administratieve procedure zijn een
aantal fouten gemaakt. Ik zou graag uw reactie daarop willen krijgen.
Ik kom dan bij het derde dossier, dat van de hoofdcommissaris van
de Brusselse politie. Wat ik daarvan zojuist heb gehoord en ik hou
mij ter zake aan de code, namelijk dat wij niet spreken over wat wij
horen in de begeleidingscommissie van het Comité P , bevestigt wat
ik daarvan heb gelezen in de media. Met andere woorden, de
informatie in de media is correct. Welnu, als dat allemaal kan dan stel
ik mij toch heel wat vragen. Ik zou ook graag uw visie daarover
kennen. Met andere woorden, wat denkt u over de diverse
tuchtonderzoeken en de benoeming van de hoofdcommissaris?
Ten vierde, is het correct dat u intussen nog geen tuchtprocedure
tegen de heer Koekelberg hebt opgestart? U zou kunnen antwoorden
dat u dat nog niet hebt gedaan, omdat u anders vreest
procedurefouten te maken, wat achteraf tegen u zou kunnen worden
gebruikt. Om op dat antwoord vooruit te lopen, heb ik het volgende
voorstel. Los van persoonlijke verantwoordelijkheden dat slaat op u
en ik heb daar vandaag geen vragen over gesteld, in tegenstelling tot
andere collega's , moet er niet in het Parlement binnen de maand
een procedure ik heb het niet over onderzoekscommissies
worden afgesproken om in de story, die bijna een soap wordt en
waarvan de gemiddelde burger zich afvraagt waarmee men bezig is
en waarvan de politieman en vrouw in Tongeren en Sint-Truiden zich
afvragen wat men allemaal aan het regelen is daarboven, conclusies
te trekken en voorstellen te formuleren?
Voor mij moeten die conclusies zijn dat, ten eerste, de loodzware
procedures om op te treden tegen politiemensen niet meer kunnen.
Inderdaad, dat is onbegrijpelijk. Het kan niet dat er meer dan een
maand nadat de heer Koekelberg met de voeten van heel het land
heeft gespeeld, eerst zeggend dat hij geen fouten heeft gemaakt om
nadien toch toe te geven, nog altijd niet is opgetreden. Zal er voortaan
dus sneller kunnen worden opgetreden?
Ten tweede, ik ben niet de man om te tornen aan de autonomie van
een gemeente of een stad, maar dergelijke zaken kunnen niet door
de beugel.
Ten derde, ik ben vragende partij voor een grotere democratische
controle op de federale politie en de satellieten errond. Al wat gebeurd
is, is, als u het mij vraagt, bekokstoofd aan de top en de satellieten
errond.
Ten vierde, ik heb altijd het Comité P verdedigd en zal dat blijven
doen. Vandaag heb ik meer dan ooit respect voor de leden ervan: zij
moeten via verhoren van alles uit de doofpot halen. Gaat u met mij
akkoord om op relatief korte termijn een antwoord te zoeken op de
vraag hoe we een wezenlijke democratische controle van de
politiewerking tot stand kunnen brengen. Ik heb stellig de indruk dat
men met afrekeningen bezig is. Als we niet opletten, zullen de
foefelaars overblijven en door allerlei procedureslagen met punten en
médias à propos de M. Wymersch
et elles sont exactes soulèvent
des questions. Je suis impatient
de connaître la réaction du
ministre à propos de tous ces
dossiers.
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
komma's hun slag thuis halen, terwijl degenen die de zaken aan het
licht hebben gebracht en proberen de echte waarheid zowel over u
daar heb ik de nadruk niet op gelegd als over de politiewerking te
achterhalen, het slachtoffer worden. Echt waar, de burger en vooral
de goedwerkende politieman en -vrouw begrijpen dat niet.
01.05 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik ben nog maar
zeer kort op de hoogte van het feit dat deze interpellatie hier
geprogrammeerd werd. Ik zal dan ook zeer kort zijn. De feiten zijn
waarschijnlijk door mijn voorgangers al uit de doeken gedaan.
Mijnheer de minister, graag vernam ik uw reactie op die nieuwe
aantijgingen die geformuleerd zijn tegen Van Wymersch. Welke
maatregelen zult u nemen om orde op zaken te stellen in deze
materie? Wie moeten wij in deze nog geloven? Het kabinet, de top
van de politie? Het is een zootje.
Afhankelijk van de voorstellen die u ter zake doet en hoe u orde op
zaken zult stellen, zullen wij ons standpunt bepalen. Ik denk dat het
aangewezen is, een beetje in tegenspraak met wat de vorige collega
heeft gezegd, dat ook in deze materie een parlementaire
onderzoekscommissie wordt opgericht die tot op het bot gaat om na
te gaan waar de oorzaak van de problemen liggen.
Weer een onderzoekscommissie zult u zeggen. Ik kan er ook niets
aan doen dat er zo'n zootje van een aantal dossiers wordt gemaakt en
dat het Parlement continu achter de feiten moet aanlopen.
Mijnheer de minister, twee concrete vragen. Wat is uw reactie op de
nieuwe aantijgingen tegen Van Wymersch en, belangrijke vraag, hoe
zult u het aanpakken om zo snel mogelijk orde op zaken te stellen?
Afhankelijk daarvan zullen wij al dan niet het initiatief nemen een
parlementaire onderzoekscommissie te vragen.
01.05 Jan Jambon (N-VA):
Comment le ministre réagit-il aux
nouvelles accusations portées
contre le chef de corps, M. Van
Wymersch?
Quelles
mesures
prendra-t-il pour mettre bon ordre
en la matière? Qui pouvons-nous
encore croire en l'espèce? Nous
déciderons de notre position en
fonction de la réaction du ministre.
Une
commission
d'enquête
parlementaire pourrait s'avérer
très utile car, pour le moment,
nous en sommes réduits, en tant
que parlementaires, à réagir a
posteriori.
01.06 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, ik zou bij wijze
van inleiding nog eens willen benadrukken dat ik in mijn antwoorden
op vroegere interpellaties in deze commissie over dezelfde
aangelegenheid, al heb aangegeven dat ik het tot een punt van eer
maak dat ik de aanbevelingen van het Comité P inderdaad
consciëntieus uitvoer. Het Comité P is voor mij wat dat betreft
misschien niet het evangelie, maar inderdaad een rots in de branding.
Het is uw controlecomité. Het onderzoekt de zaken dat het denkt te
moeten onderzoeken uit eigen initiatief of op aangeven of klachten
van anderen. Het komt tot een serie van aanbevelingen en ik heb in
het verleden, bij vorige interpellaties, gezegd dat ik de aanbevelingen
van dat comité - dat reken ik tot mijn politieke verantwoordelijkheid
effectief wil uitvoeren.
Wat ik in het verleden over een aantal andere zaken heb gezegd, kunt
u lezen in de verslagen van de commissies van 17 en 26 september.
Ik zal dat vandaag niet in extenso herhalen. Ik wil in deze
aangelegenheid ook een strikt reglementaire en legalistische weg
volgen. Collega Vandenhove, u hebt misschien een punt dat die
tuchtprocedures complex zijn, misschien te complex zijn. Ze dateren
van een stuk in het verleden, ik ben dan ook graag bereid daarover te
praten om dat allemaal te vereenvoudigen.
Zolang die bestaan en zolang de regels voorschrijven wat ze
01.06 Patrick Dewael, ministre:
Je me fais un point d'honneur de
mettre
consciencieusement
à
exécution les recommandations du
Comité P. Celles-ci ne sont pas
parole d'évangile, certes, mais le
Comité P constitue un dernier
bastion: il examine des dossiers
de sa propre initiative ou sur la
base de plaintes de tiers. Il relève
de ma responsabilité politique
d'exécuter les recommandations
de ce Comité.
Je ne répèterai pas ici ce qu'on a
déjà pu lire dans le compte rendu
des commissions des 17 et
26 septembre 2008.
Tant
que
les
procédures
disciplinaires existent, je suis tenu
de m'y conformer, en dépit de leur
complexité et même si elles
représentent un héritage du
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
voorschrijven, ook in verband - ik zal daar dadelijk nog iets meer over
zeggen - met de rechten van de verdediging, moet ik dat volgen en
respecteren. Het kan voor u misschien al een beetje afgezaagd
klinken, maar ik zal het toch herhalen. Opgejaagd door wie dan ook,
zeggen "we gaan een paar fouten maken, we gaan wat sneller gaan
en we gaan een paar steken laten vallen" en dat nadien in uw gezicht
krijgen, dat is niet de weg die ik ga volgen. Het is ook niet wat u vraagt
en evenmin wat u wenst.
Voor mij betekent het implementeren van de aanbevelingen van het
Comité P dat we, als er rapporten uitkomen, die ook minutieus
moeten bestuderen. Ik heb begrepen dat er een nieuw rapport is
uitgekomen en dat de begeleidingscommissie daarvan vandaag
kennis heeft genomen. Ik wil in detail kunnen bestuderen wat daarin
staat en daaraan ook de nodige conclusies verbinden. Dat betekent
dat we procedures moeten volgen, dat termijnen moeten
gerespecteerd worden zodat de rechten van verdediging niet kunnen
worden geschonden. Er zijn documenten, zoals al de bijlagen bij het
verslag van het Comité P, honderden pagina's en verslagen. Als men
een tuchtprocedure voert, is het niet alleen van belang een inleidende
acte te maken, maar moet men al die bijlagen vertalen. Het gaat hier
over honderden pagina's. Het betekent ook dat tuchtoverheden -
ikzelf, maar ook collega Vandeurzen die in deze, wat de commissaris-
generaal aangaat, samen met mij die procedure moet voeren -,
voorzichtig moeten zijn met uitspraken die wij in de pers zouden doen,
maar ook in de commissie.
Samenvattend: procedures die personen betreffen, moeten correct en
in alle sereniteit worden gevoerd. Ook de pers nodigt mij regelmatig
uit naar de studio om het allemaal eens te komen uitleggen. Welnu,
met alle begrip voor de pers, maar als wij de indruk zouden laten
ontstaan dat wij met een aantal uitspraken gaan prejugeren, dat wij
partijdig zouden zijn, dan riskeren wij nadien die hele procedure
kaduuk te verklaren, met alle gevolgen van dien.
Ik denk dat u dan, de verenigde interpellanten, de eersten zullen zijn
om mij dat in de commissie te verwijten. Zo is dat. Dat is het politieke
spel en ik denk dat u mij op dat vlak niet veel zult kunnen leren. Hoe
dan ook, de dag dat er effectief zoiets gebeurt, dan sta ik hier
opnieuw om te antwoorden op andere interpellaties.
U vroeg mij naar de stand van zaken in de verschillende dossiers. Ik
wil ze een voor een met u overlopen.
Er is mevrouw Savonet, een van de twee stafleden van de
commissaris-generaal. Zoals ik in de commissie heb aangekondigd,
is zij sinds 15 september teruggezet in de loonschaal van niveau C.
Men heeft schande gesproken over de schandalige promotie. Ik heb
haar teruggeplaatst in de loonschaal van niveau C. De Raad van
State werd door haar gevat. De Raad van State heeft haar niet
gevolgd in de procedure voor uiterst dringende noodzakelijkheid. De
Raad heeft namelijk geoordeeld dat er geen hoogdringendheid was.
Ik verwijs naar het arrest van 9 oktober.
Ook mevrouw Ricour is op dezelfde datum, 15 september,
teruggeplaatst in de loonschaal van niveau C. Ook zij heeft geen gelijk
gekregen van de Raad van State, die ook oordeelde dat er geen
hoogdringendheid was en zelfs geen moeilijk te herstellen nadeel. Ik
passé. Je pense que personne ne
désire que je les bafoue.
Nous
devons
examiner
minutieusement les rapports du
Comité P si nous voulons
appliquer les recommandations
qu'il formule. La commission de
suivi a reçu aujourd'hui un
nouveau rapport que je désire
examiner de façon circonstanciée
en vue d'en tirer les conclusions
utiles. Les procédures doivent être
respectées de façon à ne pas
violer les droits de la défense. Ce
principe implique également la
traduction de l'ensemble des
annexes.
Il en découle également que les
autorités disciplinaires doivent
faire preuve de prudence dans
leurs déclarations à la presse et
en commission. Les procédures
qui ont trait à des personnes
doivent être correctes et menées
en toute sérénité. Nous ne devons
en aucun cas donner une
quelconque
impression
de
partialité, car les interpellateurs
seraient les premiers à me la
reprocher en commission.
Depuis le 15 septembre, Mme
Savonet a réintégré l'échelle
barémique de niveau C. Elle a
cherché à obtenir gain de cause
devant le Conseil d'État qui a
estimé
qu'il
n'y
avait
pas
d'urgence. Je renvoie à l'arrêt du 9
octobre. À la même date, Mme
Ricour
a
réintégré
l'échelle
barémique de niveau C. Dans ce
dossier aussi, le Conseil d'État a
estimé qu'il n'y avait pas urgence
et même qu'il n'y avait pas de
préjudice difficilement réparable.
Je renvoie à l'arrêt du 16 octobre.
L'avocat des intéressées présente
ces arrêts comme une grande
victoire mais il témoigne ainsi de
son
habilité
en
tant
que
communicateur. Il faut percer à
jour les avocats qui recourent à de
telles ficelles. Je sais de quoi je
parle.
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
verwijs naar het arrest van 16 oktober.
Ik heb een zeer merkwaardige communicatie gezien van de advocaat
van de betrokkenen, die in het verwerpingsarrest een grote
overwinning heeft gezien. Dat is wellicht een heel grote
communicatieve handigheid. Hij wordt afgewezen, maar zegt dat hij
gewonnen heeft. Advocatentrucs zijn altijd toegelaten, maar wij
moeten ze kunnen doorprikken. Ik weet waarover ik spreek.
Mij ging het over de hogere loonschaal, niets meer of niets minder. Er
wordt gemakkelijk gezegd en geschreven dat zij doodleuk teruggaan
naar hun vroegere functie, maar daarover is het mij nooit te doen
geweest. Mij werd verweten dat zij op vraag van de commissaris-
generaal een promotie zouden hebben gekregen die niet legaal was.
Het Comité P zei dat dat niet kon en ik heb dat ongedaan gemaakt.
Het is niet aan de minister van Binnenlandse Zaken te beslissen welk
hun functie binnen de organisatiestructuur van de federale politie
moet zijn. Ik lees wel dat afgevaardigden van vakbonden en de
betrokkenen zelf de laatste dagen nogal wat verklaringen daarover
afleggen. Dus niet de commissaris-generaal, maar wel de
betrokkenen zelf. Ik verwijs naar interviews door Paris-Match, de
kranten van het vorige weekend en de RTBF, overgenomen door de
VRT, zonder dat er daarover bij mijn weten door de commissaris-
generaal al een beslissing zou zijn genomen.
Ik weet wel wat ik zelf heb beslist. Ik heb die promotie ongedaan
gemaakt. Waar zij nu zullen worden tewerkgesteld en in welke dienst
binnen de federale politie is geen aangelegenheid van de minister van
Binnenlandse Zaken. Dat is de uitsluitende verantwoordelijkheid van
de commissaris-generaal, die bij mijn weten daarover nog niets heeft
beslist. Maar u en ik zien ook dat in de media de betrokkenen en
vakbondsmensen hun licht laten schijnen en zeggen dat zij weten wat
er gaat gebeuren.
Ik heb de commissaris-generaal eergisteren een brief geschreven en
ik heb hem in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk gemaakt
dat dit soort praktijken, waarbij personeelsleden communiceren in zijn
plaats mijns inziens allesbehalve opportuun is.
Ik kom, ten derde, na mevrouw Savonet en mevrouw Ricour, tot de
commissaris-generaal zelf. Wat de tuchtprocedure aangaat, is de
juridische analyse volledig klaar. Ik kan u trouwens zeggen dat die al
enige tijd klaar is. Dat was ook niet zo moeilijk. Er bestaat over die
juridische analyse inzake de tuchtprocedure ten aanzien van de
commissaris-generaal een consensus tussen collega Vandeurzen en
mijzelf. Het aantal bijlagen bij het verslag van het Comité, dat aan de
commissaris in zijn taal, dus in het Frans, moet worden bezorgd, is
aanzienlijk. Het gaat u zult dat met mij kunnen vaststellen over
honderden pagina's bijlagen bij het verslag van het Comité P, die
allemaal moeten worden vertaald.
Ik zeg het voor de zoveelste keer: heel snel willen gaan en zeggen: wij
gaan dat niet vertalen, of wij gaan die stukken eruitlaten, enzovoort,
en dan fouten maken en struikelen over een administratieve
taalkwestie, is voor mij geen optie. Dat wordt immers in de kortst
mogelijke tijd afgestraft door andere jurisdictionele instanties, dat
weten wij. Daarmee heb ik ook voldoende ervaring.
En ce qui me concerne, il ne
s'agissait que de l'octroi d'un
barème supérieur. On m'a fait le
reproche que les intéressées
avaient bénéficié à la demande du
commissaire
général
une
promotion illégale. Le Comité
ayant
estimé
la
chose
inappropriée, j'ai annulé les
nominations.
Il ne m'appartient toutefois pas de
me prononcer sur la fonction qui
doit à présent être attribuée aux
intéressées au sein de la structure
organisationnelle de la police
fédérale. Des délégués syndicaux
et les intéressées ont fait des
déclarations à ce sujet ces
derniers jours, notamment dans
"Paris-Match", dans les journaux
du week-end dernier et à la RTBF
alors qu'à ma connaissance, le
commissaire
général,
à
qui
appartient cette compétence, n'a
pas encore pris de décisions. J'ai
d'ailleurs adressé avant-hier un
courrier au commissaire général
pour lui faire savoir que j'estime
inopportun que des membres du
personnel se substituent à lui pour
faire des communications à ce
sujet.
L'analyse juridique de la procédure
disciplinaire
à
l'encontre
du
commissaire
général
M.
Wymersch
est prête depuis
quelque
temps
déjà.
M.
Vandeurzen
et
moi-même
sommes d'accord à ce sujet. Le
nombre d'annexes au rapport du
Comité, qui doit être fourni au
commissaire en français, est
considérable. Des centaines de
pages doivent être traduites. S'il le
faut, ce sera fait. Tout cela n'a rien
à voir avec quelque considération
politique que ce soit: comme
chacun
sait,
les
erreurs
administratives sont finalement
toujours
sanctionnées.
Cela
n'empêche que le document de
base, le rapport introductif pour
ouvrir la procédure disciplinaire,
est prêt à être signé par
M. Vandeurzen et moi-même.
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
Dat neemt niet weg dat het basisdocument, het inleidende verslag,
waarmee de eigenlijke tuchtprocedure zal worden geopend klaar ligt
om te worden ondertekend door collega Vandeurzen en door mijzelf.
U kunt nu van alles afleiden uit het feit dat die bijlagen vertaald
moeten worden en zeggen dat ik dat niet wil doen, niet zal doen of
niet mag doen. Dat zijn allemaal politieke overwegingen. Ik zeg u in
alle duidelijkheid: dit is de kwestie niet. De kwestie is dat het hele
document en bonne et due forme betekend moet kunnen worden aan
de betrokken instantie.
Ten vierde, inzake de heer Closset, heeft de Raad van State
inderdaad een arrest geveld en gezegd dat de schorsing die ik heb
opgelegd bij wijze van ordemaatregel ongedaan wordt gemaakt. U
zult het arrest misschien al geanalyseerd hebben. Het arrest verwijst
onder meer naar het Comité P, collega Vandenhove, en gewaagt van
een grote lichtzinnigheid. U moet hier allemaal eens goed over
nadenken. Het Comité P is uw controle-instantie. Het Comité P is
enerzijds, zoals ik daarjuist gezegd heb, het evangelie niet, want ik
heb geen evangelie, maar anderzijds heb ik daar alle vertrouwen in.
Ik heb alle vertrouwen in hetgeen het Comité P heeft ondernomen.
Het Comité P stelt een rapport op en zegt, ik citeer: "te moeten
besluiten tot het bestaan van ernstige aanwijzingen die het misdrijf
van valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken zou kunnen
aantonen waaraan, in de mate dat uiteraard door het gerecht moet
worden bepaald, de heren Closset en Van Wymersch zouden kunnen
hebben deelgenomen".
U krijgt dat verslag. Ik krijg dat verslag. Het is nogal evident dat ik een
ordemaatregel neem wanneer ik een dergelijk verslag krijg vanwege
uw controleorgaan. A contrario, als ik dat niet zou hebben gedaan,
zou men mij ongetwijfeld lichtzinnigheid, passiviteit en een gebrek aan
bekommernis over de goede werking van de betrokken diensten
hebben verweten.
Ik treed wel degelijk op in uitvoering van dat verslag. Wetende dat er
aangifte werd gedaan bij het parket van feiten die ernstige
aanwijzingen in verband met valsheid aan het licht hebben gebracht
en dat intussen een onderzoeksrechter met het dossier werd belast,
neem ik dus een ordemaatregel.
De Raad van State, met het respect dat wij aan het hoogste
administratief rechtscollege verschuldigd zijn, zegt dat er misschien
sprake is van lichtzinnigheid bij het Comité P.
Eerlijk gezegd, ik weet het niet goed meer. Niets doen is geen optie,
terwijl iets doen leidt tot een uitspraak van de Raad van State
waarover men zich nu vrolijk maakt en zegt dat de Raad van State mij
terugfluit. In zo'n sfeer zijn we terechtgekomen. Ik moet de uitspraken
van de Raad van State respecteren.
Wat het gerechtelijk onderzoek betreft, de onderzoeksrechter is bezig.
Dat onderzoek is lopende. Ik onthoud mij dus van verder
commentaar. Ik reken erop dat het gerecht - de onderzoeksrechter -
binnen de kortst mogelijke tijd klaarheid kan brengen in dat dossier.
En ce qui concerne M. Closset, le
Conseil d'État a en effet rendu un
arrêt. La suspension que j'ai
imposée à titre de mesure d'ordre
est annulée. L'arrêt se réfère entre
autres au Comité P et témoigne
d'une grande légèreté. Tout le
monde doit bien y réfléchir: cette
décision concerne assurément
une instance parlementaire de
contrôle, en laquelle j'ai toute
confiance.
Le rapport du Comité P faisait
clairement
état
d'indications
sérieuses que MM. Closset et Van
Wymersch avaient pu se rendre
coupables du délit de faux en
écriture et d'utilisation de faux.
Dans ce contexte, il était tout de
même normal que je prenne une
mesure d'ordre. Si je ne l'avais
pas
fait,
l'on
m'aurait
immanquablement
taxé
de
légèreté et de passivité.
Le dossier ayant été transmis au
parquet et un juge d'instruction
ayant été désigné, j'ai dès lors pris
une mesure d'ordre. Le Conseil
d'État estime à présent que le
Comité P a peut-être fait preuve
de légèreté. A dire vrai, je ne sais
plus quoi penser. D'aucuns disent
à présent que j'ai été rappelé à
l'ordre par le Conseil d'État dont je
suis
évidemment
tenu
de
respecter les décisions.
En tout état de cause, l'instruction
judiciaire est en cours. Je
m'abstiendrai
donc
de
tout
commentaire. Je compte bien que
le juge d'instruction fera, dans les
meilleurs délais, la clarté dans
cette affaire. Pour ma part,
j'examine actuellement quelle est
la situation de M. Closset après la
décision du Conseil d'État.
La dernière fois, j'ai annoncé mon
intention
de
demander
une
analyse juridique complémentaire
à propos du dossier de Mme
Debeck. Je faisais ainsi droit à une
recommandation formulée par le
Comité P. J'ai fait faire une
nouvelle enquête à propos de
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
Ik onderzoek op dit ogenblik de nieuwe situatie die daardoor is
ontstaan in hoofde van de heer Closset.
Ten vijfde, wat mevrouw Debeck betreft, heb ik de vorige keer
aangekondigd dat ik een bijkomende juridische analyse zou laten
doorvoeren. U kunt de verslagen erop nalezen. Dat was ook een
aanbeveling van het Comité P dat zei dat het misschien goed zou zijn
om de zaak opnieuw juridisch te laten onderzoeken.
Ik heb inzake de toekenning van die loonschaal een nieuw onderzoek
laten uitvoeren. Die analyse bevestigt min of meer de besluiten van
het Comité P ter zake. Ik verwijs ook naar de studie van professor
Renders.
Ik heb die analyse vorige week ontvangen. Gisteren heb ik de
beslissing genomen om de verdere toekenning van de loonschaal
A41 onmiddellijk stop te zetten, niet alleen de hare maar ook die van
alle andere betrokken personeelsleden.
Het sociaal secretariaat, het SSGPI, heeft ondertussen in dat verband
de nodige instructies van mij ontvangen.
U hebt ook vragen gesteld over het tuchtrechtelijke aspect. Ook wat
het disciplinaire betreft, is het dossier helemaal rond. Ook daar is er
natuurlijk de noodzaak om een aantal stukken te laten vertalen en dat
vraagt enige tijd. Dit gaat niet over honderden pagina's maar toch
makkelijk over tientallen pagina's. Ik herhaal dat de tijd die wij nemen,
ingegeven is door de zorg om fouten te vermijden. Ook hier zijn wij
evenwel rond met de juridische analyse en ook hier zal naast de
"terugschaling", die ik reeds beslist heb, de tuchtprocedure worden
opgestart.
Ik kom dan tot het geval dat vandaag de begeleidingscommissie heeft
beziggehouden, namelijk de heer Van Wymersch. Wat de
tuchtprocedure betreft in verband met de rol die hij gespeeld heeft in
de selectie van mevrouw Debeck, ben ik verplicht om het resultaat
van het strafrechtelijke dossier af te wachten. Ik verwijs gewoon naar
artikel 56 van de politietuchtwet. Ik kan en mag niet anders! De wet
regelt dit op die manier.
Zoals u vernam ik dat bij het Comité P een nieuw dossier klaar is. Uit
dit dossier zou blijken dat de betrokkene de hand zou hebben gehad
in zijn eigen selectieverslag voor de functie van korpschef in Brussel.
Sta mij toe dat verslag af te wachten om dit grondig te kunnen
analyseren. Op dat ogenblik zal ik daaruit de besluiten trekken die
zich opdringen. Ik moet u wel meedelen dat ordemaatregelen in
verband met de heer Van Wymersch niet de minister van
Binnenlandse Zaken toekomen, maar wel de lokale overheid. Statutair
kan en mag ik daar niet in tussenbeide komen. Ik zal het volledige
verslag lezen, nagaan wie juist welke rol kan hebben gespeeld en dan
zal ik daaruit de conclusies trekken die zich opdringen. Vermits de
feiten zouden zijn gepleegd in zijn hoedanigheid van lid van de
Algemene Inspectie blijven zowel collega Vandeurzen als ikzelf
gezamenlijk
verantwoordelijk
als
tuchtoverheid.
Voor
een
ordemaatregel ben ik niet bevoegd maar wij blijven eventueel wel
bevoegd als disciplinaire instantie.
Mijnheer de voorzitter, collega's, ik denk dat uit dit overzicht ten
l'insertion
barémique
de
l'intéressée. Cette analyse, qui m'a
été communiquée la semaine
dernière,
confirme
dans
les
grandes lignes les conclusions du
Comité P. Je me réfère également
à l'étude du professeur Renders.
C'est pourquoi j'ai décidé hier
d'interrompre
immédiatement
l'octroi plus avant de l'échelle
barémique A41 non seulement à
l'intéressée, mais également à
toutes les personnes concernées.
Ce dossier est tout à fait bouclé
pour ce qui est de l'aspect
disciplinaire également. Mais pour
traiter cet aspect-là aussi, il est
nécessaire de faire traduire des
dizaines de pages, ce qui
demande malgré tout un certain
temps. Au risque de me répéter, je
rappelle
que
nous
faisons
procéder à ce travail de traduction
pour éviter les vices de procédure.
Mais ici aussi, la procédure
disciplinaire sera bien entamée.
En ce qui concerne le rôle joué par
M. Van Wymersch dans la
procédure de sélection de Mme
Debeck, je dois attendre le résultat
du traitement du dossier pénal, et
cela en application de l'article 56
du
statut
disciplinaire
des
membres des services de police.
Le Comité P a manifestement
constitué un nouveau dossier qui
ferait apparaître que l'intéressé est
intervenu dans son propre dossier
de sélection pour la fonction de
chef de corps à Bruxelles.
J'attends le rapport et en tirerai les
conclusions qui s'imposent.
Du point de vue statutaire, les
mesures d'ordre à l'encontre de M.
Van Wymersch ne sont pas de ma
compétence mais relèvent des
autorités locales. Etant donné qu'il
aurait commis les faits qui lui sont
reprochés en sa qualité de
membre de l'Inspection générale,
tant M. Vandeurzen que moi-
même sommes conjointement
investis de l'autorité disciplinaire.
Je ne suis pas compétent pour
prendre une éventuelle mesure
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
overvloede blijkt dat ik consciëntieus en minutieus alle aanbevelingen
van het Comité P uitvoer.
Ik heb al vroeger geargumenteerd dat ik uitgerekend dat beschouw
als het invullen van mijn politieke verantwoordelijkheid. Ik moet mij
dan ook verzetten tegen de voorstelling of de perceptie dat er niets
zou gebeuren en alles bij het oude zou blijven. Integendeel, ik wil die
procedures zo snel mogelijk voeren, met bekwame spoed, maar op
een correcte wijze.
Collega Vandenhove, u vraagt om op de kortst mogelijke termijn een
afspraak te maken hier in het Parlement, in overleg met de ministers,
om na te gaan hoe we een en ander efficiënter kunnen maken, hoe
we de democratische controles kunnen aanscherpen en hoe we
ervoor kunnen zorgen dat we misschien minder gehinderd door
wettelijke en reglementaire bepalingen sneller op de bal zouden
kunnen spelen. Ik ben het daarmee volledig eens en ik wacht alle
voorstellen af die u in dat verband zou willen ondernemen. Ik reik de
hand aan het Parlement om ervoor te zorgen dat we daadwerkelijk
een politie hebben in ons land die boven alle verdenking verheven
kan staan. Het is niet omdat er een aantal fouten gebeuren, omdat er
misstappen worden begaan en er misschien bij een aantal mensen
zelfs onvergeeflijke dingen gebeuren, dat we het dagelijkse werk van
de vele duizenden politiemensen mogen laten besmeuren. Uit de pers
blijkt dagelijks dat die mensen hun werk doen en dat de politie
vandaag in zovele dossiers nog altijd datgene doet wat de bevolking
van de politie verwacht. Ik vind het vreselijk dat uitgerekend die
mensen de indruk krijgen dat het bij de politie allemaal verkeerd zou
lopen. Dat is niet het geval. Ik denk dat het onze gezamenlijke
verantwoordelijkheid is om ervoor te zorgen dat we zo snel mogelijk
door deze episode heen geraken, in het belang van de politieman en
politievrouw aan de basis, die dagelijks het beste van zichzelf geeft.
d'ordre à l'encontre de l'intéressé
mais le cas échéant, nous
demeurons bien compétents en
tant qu'autorité disciplinaire.
Je pense que l'exposé que je
viens de vous présenter démontre
amplement
que
j'exécute
consciencieusement
et
minutieusement
toutes
les
recommandations du Comité P.
Il est donc inexact que tout sera
comme avant. Je suis déterminé à
mener le plus rapidement possible
à leur terme toutes les procédures
entamées. Mais je veux le faire
dans les règles de l'art.
M. Vandenhove demande qu'à
brève échéance, le Parlement
puisse se pencher sur la question
de savoir comment nous pourrions
rendre plus efficaces et précis les
contrôles
démocratiques
et
comment nous pourrions réagir
plus rapidement à ce type de
dérives. Je souscris totalement à
cette
requête.
Toutes
les
propositions sont bienvenues car
nous devons veiller ensemble à ce
que notre police soit irréprochable.
Ce n'est pas parce que certains
commettent
des
erreurs
impardonnables
que
nous
devrions tolérer que soit ternie la
réputation de milliers de policiers
et de policières qui chaque jour
remplissent impeccablement leur
fonction. Dans d'innombrables
dossiers, les services de police
répondent pleinement aux attentes
de la population. Il est de notre
responsabilité
collective
de
surmonter le plus vite possible
cette épreuve dans l'intérêt des
policiers et des policières de base
qui chaque jour donnent le
meilleur d'eux-mêmes.
01.07 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, bedankt voor het overzicht en de heel duidelijke en concrete
stand van zaken, waaruit ik toch leer dat u voor een aantal stappen
klaarstaat en dat een aantal dossiers dusdanig in voorbereiding is, dat
we daar snel resultaat mogen van verwachten. Ik denk dat u gelijk
hebt dat u niet zoals Anderlecht op de winterstop zal wachten om een
transfer te doen, maar dat u best nu inderdaad het dossier in de spits
trekt. We moeten hier geen paniek zaaien, maar moeten in dit dossier
01.07 Michel Doomst (CD&V):
Le ministre a raison lorsqu'il dit
que les procédures judiciaires
doivent suivre leur cours. J'espère
en tout cas que nous disposerons
de résultats tangibles dans le
courant de la semaine prochaine.
Nous devons éliminer plusieurs
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
absoluut vooruitgang boeken.
U hebt gelijk wanneer u zegt dat de procedure correct moet verlopen
en dat we moeten wachten op een aantal gerechtelijke procedures. Ik
wil toch vragen dat we de volgende weken een aantal concrete
stappen vooruit zetten en echt resultaat halen. Ik weet dat het
gevaarlijk is om met deadlines te werken, maar ik denk dat we ze ons
hier toch een beetje moeten opleggen om te zorgen dat we tot
concrete gevolgen komen. Ik herhaal: ik denk dat men moeilijk tot een
röntgenfoto van de politiehervorming kan komen, als men moet
blijven merken dat de machine nog een beetje sputtert. Wij raken hier
aan een aantal dingen, ook bij de evaluatie. Wij hebben dat hier in
onverdachte tijden met onze fractie ook gezegd: hoe verhoudt de
algemene inspectie zich tot het Comité P? Hoe gaan het intern en
extern controlemechanisme met elkaar om? We hebben hier ook
gezegd dat de tuchtprocedures toch wat eenvoudiger zouden moeten,
zodat we sneller tot resultaten komen. Daar hebben we al twee
punten waar we echt werk van moeten maken. Ik stel voor dit de
volgende weken uit te klaren. We weten dat een perfect systeem niet
bestaat, maar dat streven naar perfectie, zeker voor politiewerk, een
deugd is die niet alleen christelijk is en die we dus met alle fracties
zouden moeten kunnen beoefenen.
problèmes dans le fonctionnement
des services de police, notamment
les rapports entre l'Inspection
générale et le Comité P, donc
entre des mécanismes de contrôle
interne
et
externe,
et
la
simplification
des
procédures
disciplinaires.
01.08 Jean Marie Dedecker (LDD): Mijnheer de voorzitter, ik hoor
de heer Doomst graag bezig in de katholieke traditie van te biechten
gaan en berouw tonen waarna alles vergeven is. Ik ben te lang naar
het college geweest om van die ziekte nog last te hebben.
Mijnheer de minister, als ik u hoor, weet u weer nergens iets van af. U
verstopt zich weer achter de Raad van State, het Comité P en achter
alle onderzoeken. Die zaken aan de top van de politie etteren al twee
jaar als een zweer. Nu zegt u dat we iets moeten doen. Intussen is er
niets gebeurd. Als ik u bezig hoor, dan kunt u er enkel in geslaagd zijn
om de wedden van die drie secretaresses omlaag te krijgen. Voor de
rest is er niets. Iedereen zit op zijn plaats en blijft er zitten, net als u,
als een verlamde eend. Iedereen blijft rustig zitten en doet zijn job
verder. Ten andere, laat mij toe te zeggen dat het Comité P pas in
gang is geschoten nadat wij hier in het Parlement nogal wat lawaai
over gemaakt hebben. Dan heeft men eindelijk gezegd dat er iets
stonk bij de top van de politie.
Ik begrijp uw houding niet, totaal niet. Een normale politieagent die
iets mispeutert krijgt een ordemaatregel aan zijn broek binnen de 24
uur. Hij wordt binnen 24 uur overgeplaatst of op non-actief gezet. Als
het over de mensen aan de top gaat die moeten beschermd worden
geldt dat blijkbaar niet. Een normale politieagent kan ook de hulp niet
inroepen van een advocaat die tegelijk de echtgenoot is van een
minister in functie. Dat is redelijk duur en het heeft ook allerhande
politieke consequenties. Die man zal zich dan moeten behelpen met
de middelen die voorhanden zijn.
Wat de zaak Van Wymersch betreft, zijn er toch een aantal zaken die
mij tegen de borst stoten. U zegt dat u er niets aan kan doen maar dat
is niet waar. Er zijn drie verschillende onderzoeken. Ten eerste is er
het strafonderzoek naar de schriftvervalsing van Christa Debeck. Dat
is vanuit uw kabinet georkestreerd. Ik herhaal dat dit vanuit uw
kabinet is gebeurd want daardoor bent u schatplichtig aan de heer
Van Wymersch. Dat is het begin van het verhaal. De bewijzen zijn er,
01.08 Jean Marie Dedecker
(LDD): Une fois de plus, le
ministre se retranche derrière le
Conseil d'État, le Comité P et les
enquêtes en cours. Alors que
chacun sait que des problèmes se
posent au sommet de la hiérarchie
de la police depuis deux ans déjà,
le ministre attend aujourd'hui pour
prendre une initiative. Le seul
résultat qu'il parvient à obtenir,
c'est de diminuer le traitement des
deux secrétaires. Pour le reste,
chacun
continue
sans
plus
d'occuper son poste! Quelle
différence d'attitude par rapport à
celle que l'on adopte à l'égard d'un
agent de police qui a commis une
faute et qui se voit infliger une
mesure d'ordre dans les 24
heures. Evidemment, un simple
agent ne peut invoquer l'aide, ni
payer les honoraires d'un avocat
qui est l'époux d'un ministre en
fonction.
Pas moins de trois enquêtes ont
été ouvertes concernant M. Van
Wymersch: une instruction pénale
pour faux en écriture dans l'affaire
Debeck,
une
enquête
déontologique à propos de son
intervention dans son propre
résultat d'examen dans les deux
cas l'intéressé travaillait encore
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
het Comité P heeft dat gezegd. De mails liggen er. Van Wymersch
was toen onder uw bevoegdheid bij de AIG. Toen dit gebeurd is,
stond Van Wymersch onder uw bevoegdheid. Dan is er nog een
deontologisch onderzoek omdat de heer Van Wymersch geen enkele
gêne vertoonde om zijn eigen examenresultaat uit te schrijven. Ook
toen stond Van Wymersch nog onder uw bevoegdheid, mijnheer
Dewael. Hij werkte op dat moment nog altijd voor de AIG. Nu stuurt u
natuurlijk de zwarte piet door naar de heer Thielemans. Er is nog een
derde onderzoek. Er is een strafonderzoek, een deontologisch
onderzoek en ook een disciplinair onderzoek. Ik heb u daar niets over
horen zeggen maar de heer Van Wymersch heeft twee pv's doen
verdwijnen.
Ik herhaal dat ik u deze processen-verbaal kan overhandigen.
Betrokkene heeft pv's doen verdwijnen.
Met dat alles kan niets worden aangevangen. De man blijft korpschef
in Brussel. Hij kan een agent bij hem roepen om hem te berispen dat
hij een proces-verbaal zou hebben vervalst terwijl tegen hemzelf 3
verschillende onderzoeken lopen. Ik vraag me af hoeveel
stommiteiten en wetsovertredingen men moet begaan....
auprès de l'Inspection générale et
ressortissait donc à la compétence
du ministre Dewael et une
enquête disciplinaire à propos de
laquelle le ministre renvoie la
patate chaude au bourgmestre de
Bruxelles, M. Thielemans. Nous
ne pouvons oublier que M. Van
Wymersch a fait disparaître deux
procès-verbaux! Dans l'intervalle,
il conserve son poste de chef de
corps de Bruxelles.
01.09 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, ik wens de
heer Dedecker even te onderbreken.
Wat het strafonderzoek betreft, bent u het met me eens. Een eerste
consensus tussen ons beiden, is reeds een eerste stap in de goede
richting.
Wat het disciplinaire onderzoek in verband met de vermeende
schriftvervalsing betreft, loopt een klacht bij het parket. Een
onderzoeksrechter is aangesteld. Op dit ogenblik kan ik niet
disciplinair optreden.
Wat de nieuwe feiten betreft die het Comité P vandaag heeft
toegelicht aan de begeleidingscommissie, in casu de hand hebben in
zijn eigen advies, hebt u gelijk. Na het rapport ontvangen en gelezen
te hebben, bestaat daar desgevallend wel de mogelijkheid om er een
disciplinaire consequentie aan te verbinden. Dit gaat niet voor het
vorige. U oppert deze mogelijkheid en die mogelijkheid bestaat.
Indien het Comité Dedecker, niet ik, noch het Comité P, kennis heeft
van de verdwijning van een aantal processen-verbaal, dring ik erop
aan deze te bezorgen aan het Comité P, het parket of de minister van
Binnenlandse Zaken hoewel, in deze laatste hebt u niet veel
vertrouwen en zorg ervoor dat deze gegevens zo snel als mogelijk
aan de oppervlakte kunnen komen.
Als ik u op uw woord neem, gaat het over 2 processen-verbaal die te
maken hebben met de dames Savonet en Ricour. Speel geen
spelletjes en poker niet maar breng dit aan het licht zodat ook deze
feiten kunnen onderzocht worden en de nodige consequenties
kunnen volgen. Stel u constructief op. Laat ons samen zoeken naar
de waarheid.
01.09 Patrick Dewael, ministre:
À propos de l'enquête disciplinaire,
une plainte a été déposée au
parquet et un juge d'instruction a
été désigné entre-temps. Je ne
puis pas entreprendre d'action
disciplinaire pour l'instant. À
propos de l'accusation selon
laquelle M. Van Wymersch aurait
influencé l'avis le concernant, il est
possible de lui réserver une suite
disciplinaire.
J'invite M. Dedecker à fournir dans
les
meilleurs
délais
ses
informations relatives aux procès-
verbaux disparus. Il lui incombe
d'adopter
une
attitude
constructive.
01.10 Jean Marie Dedecker (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, het is hoogst eigenaardig dat u die over 47.000 agenten
beschikt, met een volledig kabinet werkt, over het Comité P beschikt
01.10 Jean Marie Dedecker
(LDD): N'est-il pas étrange que le
ministre qui peut faire appel à
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
en over de Algemene Inspectiedienst niet over gegevens beschikt en
ik wel. Uw naam is haas en u weet van niks.
Mijnheer de minister, ik zal u de nummers van de processen-verbaal
bezorgen. Mijnheer De Mesmaeker, neem nota: nr. 102.958/2007.
Zoek het uit. Ze liggen er reeds van november 2007.
Het zijn twee PV's, als u het niet weet met al uw diensten, hoe komt
het dan dat ik het weet?
47.000 agents, à un cabinet entier,
à l'Inspection générale et au
Comité P ignore tout de ces
procès-verbaux dont j'ai moi
connaissance?
Je
vous
communique les numéros des
procès-verbaux, ils datent de
novembre 2007.
01.11 Minister Patrick Dewael: Ja waarom? Beantwoord die vraag
eens. Dat kan misschien wel een licht werpen op de bedoelingen van
sommigen. Want als die mensen dat weten, als die mensen kennis
hebben van bepaalde zaken die niet kunnen, en die brengen dat niet
bij degenen die de controle moeten verzekeren op de politie - u zegt
het zelf, 47.000 mensen, daar kan hier en daar wel iets fout lopen -
wat is dan de plicht van eenieder? Als men iets weet, dat men het
naar voren brengt, dat men het rapporteert, bij het parket, bij het
Comité P, bij de Algemene Inspectie of bij de minister. Men kan ook
naar u gaan, maar dan is het uw plicht om daarmee geen politieke
spelletjes te spelen, maar om kenbaar te maken wat in uw bezit is en
om mee te helpen om de waarheid naar boven te halen. U mag
daarvan geen politiek spel maken van oppositie tegenover
meerderheid. Ik reken het tot uw plicht dat u uw rol speel als
"verantwoordelijk parlementslid".
01.11 Patrick Dewael, ministre:
Mais je vous invite à répondre
vous-même à cette question! Cela
permettrait peut-être de nous
éclairer sur les intentions de
certains. Pourquoi ces choses
n'ont-elles jamais été signalées
aux services compétents? Et si on
s'adresse à M. Dedecker, il ne
peut, en tant que parlementaire
responsable, se livrer à de petits
jeux politiques!
01.12 Jean Marie Dedecker (LDD): Mijnheer de voorzitter, ik werd
onderbroken en ik ga daarop antwoorden.
Daar zit precies het probleem, mijnheer Dewael. Door uw beleid kan
men nergens meer terecht als er dergelijke zaken plaatsvinden.
Men is daarmee naar de Algemene Inspectie gegaan. Wie is de baas
bij Algemene Inspectie? De heer Closset; ik zal het zelf zeggen, want
misschien weet u dat ook niet. Wie is adjunct-inspecteur-generaal bij
de AIG? De heer Van Wymersch. Ze kunnen bij de duivel te biechten
gaan zodat het in de vuilnisbak verdwijnt. Dan komen die mensen
elders terecht.
Mijnheer Dewael, ik ga eventjes voortspreken. U weet nooit van iets.
Ik kan u de notulen tonen van de vergadering van het Hoog
Overlegcomité van de politiediensten. Het is aan u gericht, uw adjunct
zat erbij, maar u weet van niets. De data zijn zelfs bekend waarop
men klaar en duidelijk zegt: " ... bij de AIG is een georganiseerde
misdaad". Ik zal het u ook geven. Het zijn mijn woorden niet, het zijn
interne nota's en u weet nooit van iets. Het is uw probleem dat u nooit
van iets weet. U wil van niets weten. Want dan moet u niets doen en
dan kan u vast houden aan uw stoeltje. Ondertussen wordt dit een
olievlek, want inmiddels is er niets gebeurd in verband met al de
namen die ik u heb genoemd. Ondertussen komen er terug namen
bij. Wat zult u doen met de heer Calicis, die ook baas is van de
inspectie in Brussel, die meegewerkt heeft aan het vervalsen van het
examen van mijnheer Van Wymersch? Wat gaat u doen met de man
van het SAT, dat rechtstreeks de verbinding is tussen uw kabinet en
tussen de politiediensten. Wat zult u doen met de personen die
daarachter schuilen? Wat gaat u zelf doen daarmee?
Ik kan u de namen geven. Gaat u die man dan ook onmiddellijk
01.12 Jean Marie Dedecker
(LDD):
C'est
justement
en
conséquence de la politique
menée par le ministre qu'on
n'avait personne vers qui se
tourner: M. Van Wymersch était
inspecteur général adjoint de
l'Inspection générale. On pouvait
tout de même difficilement se
confesser au diable!
Les procès-verbaux du Comité
supérieur de concertation pour les
services de police font clairement
état de criminalité organisée au
sein de l'AIG. Alors que son
représentant était présent à cette
réunion, le ministre affirme ne rien
savoir. Il préfère évidemment
rester dans l'ignorance pour mieux
s'accrocher
à
son
poste
ministériel! Dans l'intervalle, les
dossiers
à
problèmes
s'accumulent. Quel sera le sort de
M. Calicis qui a collaboré à la
falsification de l'examen de M. Van
Wymersch? Quel sera celui du
membre du SAT, le service de
liaison entre le cabinet et la
police?
Le
ministre
va-t-il
également
se
retrancher
ici
derrière le Comité P et le Conseil
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
schorsen, of gaat u niets doen? Gaat u zich opnieuw wegsteken
achter de Raad van State, achter het Comité P? Er is geen enkele
kleine agent die zich daarachter kan verschuilen.
d'État?
01.13 Minister Patrick Dewael: Ik wil een antwoord geven, want ik
vind dit erg belangrijk. Ik wil u het verslag van het Comté P bezorgen
of u kunt het opvragen.
Hoe dan ook, wat het geval Van Wymersch betreft, zal ik het verslag
lezen. Ik heb u zonet geantwoord wat ik in voorkomend geval op
disciplinair vlak nog kan doen, los van het strafrechtelijke. De heer
Calicis behoort tot de Brusselse politie en daar heb ik geen
bevoegdheid en omtrent de heer Branckaute zal ik een verslag
neerleggen uitgaande van de lokale politie, het vast comité. Niet ik,
maar zij hebben de heer Branckaute aangewezen om
verbindingsofficier te zijn op het SAT, wat, in tegenstelling tot wat u
wellicht zult zeggen, niet mijn kabinet is.
Ik wil in het verslag van het Comité P nagaan wat zijn aandeel zou
kunnen geweest zijn, maar ik ben er nogal gerust in. Ik wil de zaken
echter goed onderzoeken. Ik zal de conclusie trekken die zich
opdringt. Nogmaals, ik zal in alles alle aanbevelingen van het
Comité P uitvoeren. Ik denk dat het Parlement niet meer of niet
minder van een minister van Binnenlandse Zaken of van Justitie mag
verwachten.
01.13 Patrick Dewael, ministre:
M. Calicis fait partie de la police de
Bruxelles, laquelle ne ressortit pas
à ma compétence. Et ce n'est pas
moi qui ai désigné M. Branckaute
comme officier de liaison au SAT.
Ce service ne fait d'ailleurs pas
partie de mon cabinet. Je
consulterai le rapport du Comité P
en ce qui le concerne mais je ne
me fais guère de souci.
01.14 Jean Marie Dedecker (LDD): Mijnheer de minister, ik kan u de
e-mails en de documenten bezorgen. U moet ze zelfs niet meer ter
plaatse gaan opvragen. Het is toch eigenaardig dat wij ze terugvinden.
Ik wil nog een vraag stellen, mijnheer de minister. Hebt u
evocatierecht als hogere tuchtoverheid? Kunt u bijvoorbeeld optreden
bij de heer Van Thielen?
01.14 Jean Marie Dedecker
(LDD): Le ministre dispose-t-il du
droit d'évocation pour intervenir
auprès de M. Van Thielen?
01.15 Minister Patrick Dewael: Theoretisch wel.
01.15 Patrick Dewael, ministre:
Oui, en théorie.
01.16 Jean Marie Dedecker (LDD): Waarom doet u het dan niet,
bijvoorbeeld in de zaak Van Wymersch?
01.16 Jean Marie Dedecker
(LDD): Recourez-y alors dans
l'affaire Van Wymersch!
01.17 Minister Patrick Dewael: Ik zei u toch dat ik in de zaak Van
Wymersch de mogelijkheid heb op basis van het verslag van het
Comité P. De heer Vandenhove is naar de begeleidingscommissie
geweest, waar vandaag het verslag werd toegelicht. Ik heb u gezegd
wat er op dit ogenblik gebeurt met de heer Van Wymersch, op
strafrechtelijk vlak. Ik zeg u duidelijk dat ik tuchtrechtelijk, wat betreft
zijn vermeende schriftvervalsing, niets kan doen, omdat er een
onderzoek loopt bij de onderzoeksrechter. In voorkomend geval zal ik
op basis van het nieuwe verslag van het Comité P een tuchtprocedure
starten.
01.17 Patrick Dewael, ministre:
Je peux entamer une procédure
disciplinaire sur la base du
nouveau rapport du comité P.
01.18 Jean Marie Dedecker (LDD): U zult zich dus niet wegsteken
achter de heer Thielemans. Dat is al een vooruitgang.
01.19 Minister Patrick Dewael: Ik vind ook - en dat is misschien een
tweede consensus tussen ons beiden - dat ook een lokale overheid
hierin haar verantwoordelijkheid moet opnemen. Men kan mij hier
01.19 Patrick Dewael, ministre:
Mais les autorités policières
locales doivent également prendre
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
proberen verantwoordelijk te stellen voor de federale politie, wat ook
mijn verantwoordelijkheid is. Men kan mij ook proberen
verantwoordelijk te stellen voor alles wat verkeerd zou kunnen gaan
bij een zonale politie. Op dat punt zeg ik dat ieder zijn
verantwoordelijkheid moet opnemen, ook een lokaal college of een
lokale politieraad.
leurs
responsabilités
si
nécessaire.
01.20 Filip De Man (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik heb het daarstraks gezegd: u hebt natuurlijk
een punt inzake Closset. U hebt wel degelijk maatregelen genomen.
Het is een beetje onbegrijpelijk dat de Raad van State dat ongedaan
heeft gemaakt. Het Comité P en de Raad van State staan daar
lijnrecht tegenover mekaar. Dat is op zijn minst een spijtige
vaststelling. Het kan gebeuren. Anderzijds, mijnheer de minister, is
het toch zo dat ik de indruk heb dat het pas is wanneer de grond te
warm wordt onder uw voeten, dat u optreedt. Wij horen nu net dat u
gisteren een eerste maatregel genomen hebt in de zaak Debeck.
Waarom moet dat zo lang duren?
01.20 Filip De Man (Vlaams
Belang): Il est incompréhensible
que le Conseil d'État ait annulé la
décision du ministre à l'encontre
de M. Closset. Le Comité P et le
Conseil d'État ont des vues
diamétralement opposées dans ce
dossier.
Pourquoi le ministre a-t-il attendu
aussi longtemps pour prendre une
mesure dans l'affaire Debeck?
01.21 Minister Patrick Dewael: Het is pas vrijdag, vorige week, dat
wij van de juridische dienst van de federale politie het advies
gekregen hebben dat mij door het Comité P was opgevraagd. Ik
kreeg het vrijdag en ik nam de beslissing gisteren. Sneller kan
moeilijk, mijnheer De Man.
01.21 Patrick Dewael, ministre:
Je n'ai reçu l'avis du service
juridique de la police fédérale que
vendredi dernier et j'ai pris une
décision hier. Difficile de faire plus
vite!
01.22 Filip De Man (Vlaams Belang): Dan is dat toch wel heel traag,
de wijze waarop die juridische dienst van de federale politie werkt. Dit
verhaal beroert de geesten nu toch al langer dan van vorige week,
dacht ik. Hetzelfde doet zich voor in de zaak Koekelberg, ik vraag mij
eigenlijk af waarom u daar niet doortastender optreedt. U kan
bijvoorbeeld een inspecteur-generaal schorsen omdat hij verdacht
wordt van iets. Blijkbaar wenst u niet op te treden. Ik weet niet of u
schrik hebt van mijnheer Koekelberg, maar blijkbaar wenst u niet op
te treden tegen mijnheer Koekelberg. U laat het in alle geval
aanslepen, want daar neemt u geen maatregelen. Ook hij wordt
verdacht van een en ander, van canapébenoemingen zegt men, het
onderzoek moet dat uitwijzen, maar daar treedt u toch niet op. Eerlijk
gezegd, mijnheer de voorzitter, hebben wij de indruk dat deze minister
nogal in de rug moet geduwd worden om te handelen. Wij gaan
daarom een motie indienen om de beide ministers, minister
Vandeurzen en minister Dewael, aan te zetten tot enige spoed in deze
zaak.
01.22 Filip De Man (Vlaams
Belang): Dans ce cas, le service
juridique de la police fédérale est
particulièrement lent.
J'ai la ferme impression que le
ministre ne veut pas réellement
intervenir contre M. Koekelbergs.
Pourquoi donc? Il a manifestement
toujours besoin d'un coup de
pouce du Parlement.
01.23 Ludwig Vandenhove (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, collega's, ik ga heel kort repliceren. Mijnheer de
minister: u hebt een probleem. Ik denk dat iedereen die met politie
begaan is, een probleem heeft. U bent minister en ik ben
parlementslid. Dat wil dus zeggen dat ik hoe dan ook denk dat wij los
van procedures want ik had u voorspeld dat ik dat zou antwoorden,
ik ga er niet meer op terugkomen een ongelooflijk imagoprobleem
hebben wat de politie betreft. Misschien heeft het imagoprobleem van
de politie ook nog consequenties voor het imagoprobleem van België
voor andere zaken, zodanig dat het zeker en vast niet goed is. Ik zou
toch willen aandringen en vragen om daar terdege rekening mee te
houden en u ook werkelijk te vragen dat u op relatief korte termijn
misschien niet volgende week, maar ten laatste binnen veertien
01.23 Ludwig Vandenhove
(sp.a+Vl.Pro):
Ces
dossiers
nuisent à l'image de la police.
Plusieurs
questions
doivent
vraiment
être
réglées
très
rapidement.
Par le passé, le SAT a assurément
été très lié au cabinet du ministre.
Le Comité P est très clair à ce
sujet.
Je propose que la Chambre
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
dagen in het parlement uitleg geeft hoe u denkt daarvan werk te
maken, want wij hebben een imagoprobleem, laat ons daar duidelijk
in zijn.
Omdat u dat nominatief hebt gezegd, zal ik er, voor zij die geen
specialist zijn, ook nominatief op reageren.
U zegt dat het SAT geen deel van uw kabinet uitmaakt. Dat is op dit
moment ook zo. In de oorspronkelijke fase was dat natuurlijk niet het
geval. Er staat ook nominatief in het rapport van het Comité P dat het
SAT op dat ogenblik om tijd te winnen, zal ik het niet letterlijk
voorlezen wel degelijk heel dicht aanleunde bij en zelfs een
onderdeel van het kabinet was.
Ten tweede, mijnheer de minister, ik ben parlementslid.
Het staat er duidelijk in. Ik zal het voorlezen. Ik ben niet het Comité P.
Ik lees enkel wat het Comité schrijft. U zegt dat u met het SAT niks te
maken heb. Daarom lees ik voor wat in het rapport van het Comité P
staat.
"Ook kan niet voorbijgegaan worden aan het feit dat het SAT in die tijd
een kleine groep was die niet veel wijzigingen heeft gekend en
bestond uit de pilootgroep Politiehervorming van het toenmalige
kabinet Binnenlandse Zaken en bestaande uit:". Daarna volgen alle
namen.
Ik kom daarmee terug op wat ik daarstraks heb gezegd. Daarom
koppel ik het ook aan het imago. Wij komen altijd bij dezelfde kleine
groep mensen uit. Voor het opnieuw opbouwen van het imago van de
politie is het goed dat op dat punt klaarheid wordt geschapen.
Ten tweede, ik ben parlementslid; u bent minister. Ik herhaal dus mijn
vraag. Ik wil vandaag niet zover gaan dat wil niet zeggen dat ik dat
over veertien dagen of drie weken niet wil doen om voor een
onderzoekscommissie te pleiten. In mijn hoedanigheid van
parlementslid kan ik echter slechts doen wat ik kan doen. Ik kan aan u
vragen dat wij zo snel mogelijk een procedure afspreken om na te
gaan hoe wij in alle openheid een aantal beleidsvoorstellen kunnen
formuleren waarmee wij de bestaande situatie kunnen wijzigen.
Ik vraag u uitdrukkelijk om zulks te doen. Ik zal in mijn hoedanigheid
van parlementslid elke keer op de zaak terugkomen.
Mijnheer de voorzitter, ik prefereer dat wij over veertien dagen in de
commissie voor de Binnenlandse Zaken over de kwestie een debat
hebben, niet op basis van de negatieve zaken die verkeerd zijn
gelopen, maar op basis van wat wij positief kunnen verbeteren.
Mijnheer de minister, een laatste zaak die ik nog wil vermelden, is een
punt dat mij heel zwaar op de lever ligt. U weet dat. Wij moeten het
echter meenemen in het hele debat over de manier waarop wij in de
toekomst de werking van de politiediensten en de controle erop
kunnen verbeteren. Ik blijf immers in het Comité P geloven.
Ik voel mij echter voor de aap gehouden. Sinds zaterdag lees ik zaken
in de media die ik hier daarnet pas heb gehoord. Ik voel mij voor de
aap gehouden.
débatte
régulièrement
de
propositions qui empêcheront à
l'avenir que les incidents survenus
dans ces dossiers se reproduisent.
Je trouve particulièrement étrange
qu'en tant que parlementaires,
nous ne soyons pas suffisamment
informés des conclusions du
Comité P. Nous ne pouvons pas
consulter les documents de peur
qu'une fuite soit organisée mais
les rapports paraissent dans la
presse.
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
Voor alle duidelijkheid, het rapport over Van Wymersch* de media
mogen dat weten werd ons daarnet voorgelezen. Wij hebben het
rapport dus niet. Het is dus opnieuw een rapport "for your eyes only".
Men zou er beter een Nederlandse term voor bedenken.
Wij, parlementsleden, krijgen documenten van het Comité P, dat bij
uitstek een parlementair orgaan is, niet ter beschikking, opdat wij ze
zogezegd niet zouden lekken. Zij verschijnen echter wel in de pers.
Het feit dat wij, parlementsleden ze niet ter beschikking krijgen, terwijl
u, de minister, ze wel hebt, moet uitdrukkelijk daarmee rond ik af
een onderwerp zijn van de eventuele beleidsaanbevelingen die wij
zeker en vast moet maken over wat is gebeurd.
Nogmaals, mijn conclusie is dat wij heel snel moeten zijn. Indien wij
een aantal positieve signalen kunnen geven, kan zulks alleen maar
goed voor het imago van de politie zijn, vooral dan voor de
gemiddelde politieman en politievrouw, die wel goed werk leveren,
niet foefelen en niet met hun eigen benoeming en carrière bezig zijn.
01.24 Jean Marie Dedecker (LDD): (...). (Zonder micro.)
Le président: M. Jambon, c'est moi qui dirige, pas vous et M. Dedecker non plus. C'est donc vous qui
parlez.
01.25 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de vice-
eerste minister, bij dit schouwspel maak ik mij de bedenking wat dat
in mijn vorige leven, in het bedrijfsleven, zou betekenen. Het gaat over
een organisatie met vele tienduizenden personeelsleden die dagelijks
goed hun werk doen, naar wie het vertrouwen van heel de bevolking
moet uitgaan, en die dan worden geleid door... Neen, mijnheer
Doomst, ik heb het niet noodzakelijk over de banksector, maar ook
over andere bedrijven. Als men dit meemaakt, flitst mij de volgende
bedenking door het hoofd: de vis begint te rotten aan de kop. Ik denk
dat wij hier een voorbeeld hebben van zoiets.
(...): N-VA heeft toch iets met vissen.
01.25 Jan Jambon (N-VA) : Il est
incroyable de voir comment une
organisation qui compte plusieurs
dizaines
de
milliers
de
collaborateurs est dirigée. La
pyramide s'écroule toujours par
son sommet!
01.26 Jan Jambon (N-VA): Ik heb niet gesproken van de vette vis,
maar van elke vis. Een organisatie met vele tienduizenden personen
zou men een vette vis kunnen noemen. Hij begint te rotten aan de
kop, en ik denk dat wij dat hier meemaken. Ik denk dat wij het aan de
gemiddelde politieman en -vrouw verplicht zijn hierin doortastend op
te treden en die smet weg te halen. Ik denk dat dat uw eerste
verantwoordelijkheid is de komende dagen en weken.
01.26 Jan Jambon (N-VA): Le
moment est venu d'intervenir
énergiquement de sorte que
l'image de la police ne soit pas
salie davantage.
Moties
Motions
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heren Filip De Man en Bruno Stevenheydens en luidt
als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellaties van de heren Jan Jambon, Jean Marie Dedecker, Filip De Man en Ludwig
Vandenhove
en het antwoord van de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken,
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
dringt er bij de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken en bij de vice-eerste minister en
minister van Justitie en Institutionele Hervormingen op aan zo snel mogelijk te handelen in de zaak
"Koekelberg" en gelieerde dossiers."
Une motion de recommandation a été déposée par MM. Filip De Man et Bruno Stevenheydens et est
libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de MM. Jan Jambon, Jean Marie Dedecker, Filip De Man et Ludwig
Vandenhove
et la réponse du vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur,
demande instamment au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur et au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles de traiter l'affaire "Koekelberg" et les dossiers y
afférents dans les meilleurs délais."
Een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Eric Thiébaut, Jean-Jacques Flahaux, François-
Xavier de Donnea, Josy Arens, Michel Doomst, Bruno Steegen en Servais Verherstraeten.
Une motion pure et simple a été déposée par MM. Eric Thiébaut, Jean-Jacques Flahaux, François-Xavier
de Donnea, Josy Arens, Michel Doomst, Bruno Steegen et Servais Verherstraeten.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
02 Vraag van de heer Bruno Stevenheydens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de inzet van oproerpolitie in het polderdorp Doel" (nr. 7188)
02 Question de M. Bruno Stevenheydens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'intervention de la police anti-émeute dans le village de polder Doel" (n° 7188)</b>
02.01 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, ik zal het tijdsbestek van de
problematiek in mijn vraag kort situeren.
In 1998, reeds tien jaar geleden, werd beslist dat het dorp Doel
onleefbaar zou zijn naast het containerdok. Er werd voorzien in een
sociaal begeleidingsplan, maar er werd niet geluisterd naar de
mensen die het dorp wensten te behouden en er wilden blijven
wonen.
In 2000 besliste een andere Vlaamse regering, waarvan u op dat
ogenblik minister-president was, dat er een woonrecht zou komen dat
gegarandeerd zou blijven tot het ogenblik dat er een bouwvergunning
voor een tweede containerdok zou komen.
Dit woonrecht gold zowel voor nieuwe inwoners als voor inwoners die
hun woning in der minne aan de overheid verkochten. Er kwam een
sociaal
begeleidingsplan
met
tal
van
premies
en
herhuisvestingsmogelijkheden. Dat liep af in december 2003 om tal
van inwoners ertoe aan te zetten toch maar voortijdig te verhuizen.
Tot op vandaag werd niemand in het centrum van Doel onteigend
omdat men omwille van het ontbreken van een openbaar nut
eenvoudigweg niet kan onteigenen. Een twaalftal eigenaars weigert
dan ook hun huis in der minne te verkopen. Daarnaast huren er nog
ongeveer 200 mensen een huis.
Het woonrecht klonk in theorie goed, maar werd vanaf het begin
geboycot door de overheid. Het overgrote deel van de vrijgekomen
woningen werd met tal van smoesjes niet verhuurd aan ernstige
02.01 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Lorsque, voici
dix ans, il a été considéré que le
village
de
Doel
deviendrait
inhabitable à cause de la proximité
du terminal à conteneurs, un plan
d'accompagnement social a été
arrêté. Plus tard, un droit au
logement a été garanti en
attendant l'octroi d'un permis de
bâtir pour un deuxième terminal à
conteneurs. Ce droit au logement
semblait en théorie constituer une
bonne chose mais, dans la
pratique, il a été boycotté par les
autorités.
La
plupart
des
habitations libérées n'ont pas été
louées mais laissées à l'abandon
et vouées au délabrement et au
vandalisme
avant
que
l'administration n'établisse elle-
même un dossier de démolition.
Ces derniers mois, des militants
ont essayé de s'opposer à la
démolition inutile de plusieurs
dizaines d'habitations, à la suite de
quoi le bourgmestre de Beveren a
mobilisé la police fédérale. Le 18
août, grâce à la présence de
dizaines
de
policiers,
un
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
kandidaten, maar overgeleverd aan leegstand, verkrotting en
vandalisme.
Ik
wil
ter
illustratie
meegeven
hoe
de
maatschappij
Linkerscheldeoever, die wordt bestuurd door politici, te werk gaat.
Wanneer bewoners na verkoop in der minne of beëindiging van hun
huurcontract hun sleutel inleveren, zorgt de maatschappij ervoor dat
de nutsvoorzieningen zo snel mogelijk worden afgesloten en dat een
aannemer de woning onbewoonbaar maakt.
Vervolgens maakt zij op basis van de zelf aangebrachte
beschadigingen een sloopdossier op. We hebben het hier over
praktijken van een overheidsinstantie, met medeweten van de
gemeente Beveren en van de Vlaamse overheid.
Zeer begrijpelijk wordt er tegen deze gang van zaken geprotesteerd,
zowel door de oorspronkelijke bewoners als door sympathisanten van
buiten het Scheldedorp.
De afgelopen maanden hebben verschillende actievoerders
geprobeerd de onnodige sloop van enkele tientallen woningen te
beletten, waarna de burgemeester van Beveren de hulp van de
federale politie heeft ingeroepen.
Ik kom bij uw bevoegdheid. Op maandag 18 augustus waren enkele
tientallen politieagenten van de oproerpolitie vanaf 's morgens vroeg
aanwezig in het Polderdorp Doel. De week voordien hadden
actievoerders belet dat een aantal huizen zou worden afgebroken.
Vanaf de ochtend van 18 augustus leek Doel een omsingeld dorp en
na de afbraak van meer dan tien woningen leek het meer op een
oorlogsgebied.
Op 18 augustus kon de aannemer die met de afbraak was belast,
dankzij de aanwezigheid van enkele tientallen agenten, een flink
aantal woningen afbreken. Op televisiebeelden kon worden
vastgesteld dat een huis werd afgebroken terwijl in de daarnaast
gelegen woning verbaasde kinderen, nog in pyjama, uit het raam
keken.
Heel wat aanwezigen, en ook televisiekijkers, waren verbaasd dat de
politie toestond dat de woning werd gesloopt terwijl er geen enkele
veiligheidsmaatregel werd genomen voor de woning ernaast of zonder
de bewoners ervan te evacueren.
Ik heb nadien vernomen dat de politie de bewoners gevraagd zou
hebben om zich naar de andere kant van de woning te begeven
tijdens de afbraakwerken. Ik vind dat een zeer bedenkelijke
veiligheidsmaatregel.
Mijnheer de minister, mijn vragen zijn de volgende. Wanneer heeft de
burgemeester van Beveren zijn vraag gesteld tot inzet van de
oproerpolitie? Hoeveel federale politiemensen werden daarbij
ingezet? Hoeveel heeft dit gekost, zowel wat het aantal manuren
betreft, als het vervoer, de inzet van het materiaal en de Friese ruiters.
Kan ik hiervan eventueel nog een schriftelijk gedetailleerd overzicht
ontvangen?
Mijnheer de minister, bent u ervan op de hoogte dat omwonenden in
entrepreneur a pu procéder à la
démolition d'un bon nombre de
maisons. Aucune mesure de
sécurité n'a été prise pour
protéger les maisons avoisinantes
et les riverains n'ont pas été
évacués. Le tout s'est déroulé
sous l'oeil attentif de la police
fédérale.
Quand le bourgmestre de Beveren
a-t-il sollicité l'intervention de la
police
anti-émeute?
Combien
d'agents
de
police
a-t-on
mobilisés? Quel est le coût de
cette opération? Est-il exact que
les riverains n'ont pas été évacués
ni même avertis? L'opération
menée par la police anti-émeute a-
t-elle ensuite été évaluée? Existe-
t-il
de
nouveaux
accords
concernant l'intervention de la
police
fédérale
lors
de
la
démolition
d'habitations?
Le
ministre juge-t-il l'intervention de la
police fédérale opportune dans le
cadre de telles actions?
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
de straat waar meer dan tien huizen werden afgebroken,
voorafgaandelijk niet verwittigd werden en ook niet geëvacueerd
werden? Bent u op de hoogte van de gevaarlijke situatie waarin de
bewoners verkeerden, wanneer de woning naast hun woning werd
gesloopt? Werd de inzet van de oproerpolitie nadien geëvalueerd?
Zijn er reeds nieuwe afspraken gemaakt inzake inzet van
manschappen op het ogenblik dat men een aantal andere woningen
wil afbreken? Vindt u de inzet van de reserve van de federale politie te
verantwoorden wanneer men door het afbreken van huizen opzettelijk
zorgt voor onleefbaarheid voor de overgebleven inwoners?
02.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, u weet
ongetwijfeld dat het slopen van een aantal woningen in Doel het
gevolg is van de besluitvorming binnen de Vlaamse regering. De
burgemeester heeft op 13 augustus besloten om extra politiemensen
in te zetten en dat om te waarborgen dat de geplande werken op een
veilige manier konden worden voortgezet aangezien de actievoerders
de dagen voordien woningen hadden bezet en op de daken van die
woningen waren gekropen. Ze zijn ook voor de machines van de
aannemer gaan staan. Op 18 augustus werden in totaal 53
politiemensen ingezet: 10 mensen van de lokale politie Beveren, 9
mensen van de omliggende Wase politiezones, 9 mensen van het
interventiekorps Oost-Vlaanderen en tenslotte ook 25 mensen van de
algemene reserve.
De totale kostprijs van die inzet bedroeg 17.439 euro. Ik kan u een
heel gedetailleerde kostprijsberekening bezorgen.
De bewoners werden de week voor de actie erover ingelicht dat een
aantal woningen, waarvoor een sloopvergunning werd afgeleverd,
zouden worden afgebroken. Die verwittiging gebeurde door de
maatschappij voor het haven-, grond- en industrialisatiebeleid van het
Linkerscheldeoevergebied. Toen de aannemer aan de afbraakwerken
wilde beginnen, werden de bedoelde woningen bezet en klommen
actievoerders op de daken, hetgeen voor een zeer onveilige situatie
zorgde. De aannemer heeft dan enkel, zonder gevaar voor de
actievoerders, een paar leegstaande woningen gesloopt waarvoor
een vergunning was afgeleverd. De politieactie van maandag 18
augustus werd niet meer aangekondigd om een zelfde onveilige
toestand voor de actievoerders en de omwonenden te voorkomen en
om toe te laten dat de werken konden worden voortgezet.
Zowel de aannemer als de politie heeft al het mogelijke gedaan om de
werken zo veilig mogelijk te laten verlopen. Zo werd onder meer een
aanpalende woning preventief beschermd. Er hebben zich dus geen
gevaarlijke situaties voorgedaan. De politieoperatie werd door de
lokale autoriteiten gunstig geëvalueerd. De werken konden tijdens de
actie veilig worden uitgevoerd en er werden slechts twee bestuurlijke
aanhoudingen verricht. De aangehouden personen werden bijna
onmiddellijk weer vrijgelaten.
Er zijn momenteel nog geen nieuwe afspraken gemaakt. Het is de
taak van het lokale bestuur om toe te zien op de uitvoering van de
richtlijnen en directieven van de gewestelijke en federale overheden.
Daarbij moeten de veiligheid van en de leefbaarheid voor de
bevolking altijd worden gewaarborgd, desnoods door het inzetten van
het interventiekorps of de algemene reserve van de federale politie.
02.02 Patrick Dewael, ministre:
La démolition des logements à
Doel résulte de décisions prises
au sein du gouvernement flamand.
Le 13 août, le bourgmestre a
sollicité l'intervention d'agents de
police
supplémentaires
pour
garantir le déroulement des
travaux prévus en toute sécurité.
Le 18 août, 53 agents de police au
total ont été mobilisés. Le coût
total de cette intervention s'est
élevé à 17.439 euros. Je fournirai
le détail de ce montant à la
commission.
Les habitants ont été informés une
semaine
à
l'avance
de la
démolition d'un certain nombre
d'habitations.
Lorsque
l'entrepreneur a voulu démarrer
les
travaux
de
démolition,
plusieurs habitations ont été
occupées, ce qui a engendré une
situation
d'insécurité.
L'intervention policière du 18 août
n'a plus été annoncée pour éviter
que
cette
situation
ne
se
reproduise. L'entrepreneur comme
la police ont tout mis en oeuvre
pour assurer le déroulement des
travaux de démolition en toute
sécurité.
Par ailleurs, aucune situation
dangereuse n'a été observée, et
seules deux personnes ont fait
l'objet
d'une
arrestation
administrative
avant
d'être
immédiatement
relâchées.
L'évaluation de l'opération de
police est positive. Aucun autre
déploiement de la police fédérale
n'a actuellement été convenu dans
le cadre de telles opérations,
même si la sécurité et la qualité de
vie des citoyens constitue toujours
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
la priorité absolue.
02.03 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
minister, u hebt twee cruciale elementen opgenoemd: veiligheid en
leefbaarheid. Daar gaat het om. Maar daar is het politieoptreden wel
tegen ingedruisd. Immers, u zegt dat dankzij het politieoptreden
gevaarlijke situaties konden worden vermeden. U kent de situatie
daar blijkbaar niet; u hebt onjuiste antwoorden gekregen. Toen de
oproerpolitie aanwezig was, zijn er ook woningen waarvoor er geen
sloopvergunning was afgeleverd, beschadigd en bevond een aantal
mensen zich in een onveilige situatie. U geeft het zelf toe: men heeft
niet voorafgaandelijk meer willen verwittigen om zo acties te beletten.
Dat heeft er wel voor gezorgd dat een aantal mensen zich nog in hun
woning bevond, terwijl ernaast een woning werd afgebroken.
U hebt op het ogenblik nog geen nieuwe vraag gekregen. Ik duid er
nogmaals op dat u weet dat als voormalig minister-president van
Vlaanderen de leefbaarheid op papier nog altijd is gegarandeerd
voor de overgebleven inwoners. De plaatselijke overheid, de
gemeente Beveren, is zich daar, jammer genoeg, niet altijd van
bewust en beziet een en ander als een soort pesterij om zoveel
mogelijk woningen vroegtijdig af te breken, terwijl daartoe geen
enkele noodzaak bestaat. Dat zorgt er precies voor dat de
woonkwaliteit van de overgebleven bewoners fors geschaad wordt.
Ik vind het bijzonder spijtig dat u zich voor die kar laat spannen en dat
u er bewust aan meedoet om voor de veiligheid van een aannemer te
zorgen, terwijl hij woningen die de overheid bewust heeft laten
verkrotten, afbreekt.
02.03 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): L'intervention de
la police a précisément fait fi de la
sécurité et de la qualité de vie des
citoyens.
Le
ministre
n'a
manifestement
pas
été
correctement
informé,
car
certaines situations étaient bel et
bien dangereuses. Il s'est laissé
influencer
par
l'entrepreneur
concerné.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 7214 de M. Van Noppen est transformée en question écrite. Sage décision.
03 Vraag van de heer Peter Luykx aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de klaarblijkelijke eentaligheid van bepaalde noodoproepdiensten" (nr. 7234)
03 Question de M. Peter Luykx au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'unilinguisme
manifeste de certains services d'appel d'urgence" (n° 7234)</b>
03.01 Peter Luykx (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, niet alleen in de politiek ontstaan er af en toe brandjes die
moeten geblust worden. Het volgende deed zich voor en werd door
een van onze sympathisanten opgemerkt toen hij op de E25 reed
richting Bertogne. Hij werd geconfronteerd met een brandende wagen
die richting Luik reed. De brand bracht een hevige rookontwikkeling
met zich mee. De man in kwestie leidde daaruit af dat het ongeluk in
kwestie net had plaatsgevonden en belde onmiddellijk het nummer
112. In zijn beste Frans legde de man de toestand uit aan de
Nederlandsonkundige aan de andere kant van de lijn. De man in
kwestie begreep hem niet. Hij vroeg of de beller Duits sprak. In de
taalkundige kakafonie die daar op volgde, schakelde de dispatcher
hem vervolgens door naar een Duitstalige persoon in de noodcentrale
van Aarlen. Dit nam toch wat tijd in beslag. Onze sympathisant moest
zijn verhaal nog eens herhalen in het Duits. De lijdensweg van onze
barmhartige samaritaan heeft geleid tot de vraag die ik vandaag aan u
stel.
03.01 Peter Luykx (N-VA): L'un
de
nos
sympathisants
a
récemment appelé le numéro
d'urgence 112 pour signaler un
véhicule en feu, alors qu'il circulait
sur la E25 en direction de
Bertogne. Il a expliqué la situation
dans un français approximatif,
mais le dispatcheur ne l'a pas
compris et l'a finalement transféré
vers une personne germanophone
du central d'urgence d'Arlon.
Comment se peut-il que le central
d'urgence concerné n'ait pu
confier l'appel d'urgence à une
personne multilingue?
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Hoe is het mogelijk dat de betrokken noodcentrale geen meertalige
persoon kon inzetten om die noodoproep te behandelen?
03.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, de
taal die wordt gevoerd door het hulpcentrum 100/112 is de taal van de
provincie waarop het hulpcentrum zich bevindt. U weet dat de
provincie Luik zich uitstrekt over een Franstalig en een Duitstalig
gebied. Bijgevolg is de taal die kan gevoerd worden door het
hulpcentrum van Luik ofwel Frans ofwel Duits. Dat is de toepassing
van de wetten van 18 juni 1666 op het gebruik van de talen in
bestuurszaken.
De FOD Binnenlandse Zaken heeft taalcursussen gefinancierd
waaraan de aangestelden op vrijwillige basis konden deelnemen om
de andere landstaal te leren. Belangrijk lijkt me dat de wet op de
hervorming van de civiele veiligheid op dit ogenblik in uitvoering is,
erin voorziet dat de hulpcentra 100 gefederaliseerd zullen worden. De
federalisering wordt thans voorbereid. Op termijn zal worden
nagegaan hoe een passend antwoord kan worden verstrekt op de
taalproblematiek, dit in het licht van de vermelde wetgeving op het
gebruik van talen in bestuurszaken.
03.02 Patrick Dewael, ministre:
La loi de 1966 sur l'emploi des
langues en matière administrative
prévoit que la langue du centre de
secours 100/112 est celle de la
province dans laquelle il se situe.
Dans la province de Liège, il s'agit
du français ou de l'allemand.
Mon SPF organise des cours de
langues qui peuvent être suivis sur
une base volontaire. Dans le cadre
de la réforme de la loi sur la
sécurité civile à laquelle nous nous
attelons actuellement, les centres
de
secours
100/112
seront
fédéralisés. Nous examinerons
comment remédier à ce problème
linguistique.
03.03 Peter Luykx (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik dank de
minister voor het antwoord.
Nooddiensten moeten, mijns inziens, onderscheiden worden in hun
rol die zij spelen in de veiligheid van de maatschappij. In deze tijden
van vlotte elektronische verbindingen en de mogelijkheden die
bestaan om door te schakelen, moet het mogelijk zijn op een
eenvoudige wijze een noodoproep door te schakelen naar een derde
die de taal machtig is.
03.03 Peter Luykx (N-VA): À
l'ère électronique, il doit tout de
même être possible de transférer
un appel vers une personne
linguistiquement apte à répondre.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Question de M. David Clarinval au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'absence de médiateurs dans l'arrondissement judiciaire de Dinant" (n° 7360)</b>
04 Vraag van de heer David Clarinval aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het ontbreken van bemiddelaars in het gerechtelijk arrondissement
Dinant" (nr. 7360)
04.01 David Clarinval (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, la loi du 17 juin 2004 a introduit un article 119ter dans la
nouvelle loi communale, permettant au conseil communal de prévoir
une procédure de médiation dans le cadre des compétences
attribuées par l'article 119bis de cette même loi.
Si les communes peuvent prévoir une procédure de médiation pour
les personnes majeures, elles doivent le faire pour les personnes
mineures ayant 16 ans accomplis au moment des faits.
Cependant, deux problèmes sont constatés.
1. La loi est muette quant aux modalités de la médiation. Une
procédure stricte et rigoureuse en matière d'amendes administratives
est bien établie mais la mise en place d'un processus de médiation
est beaucoup moins explicite. Ainsi, par exemple, est-il envisageable
04.01 David Clarinval (MR): De
wet van 17 juni 2004 heeft in de
nieuwe gemeentewet een artikel
gevoegd
waardoor
de
gemeenteraad kan voorzien in een
bemiddelingsprocedure. Indien de
gemeenten erin voorzien voor
volwassenen,
moet dat ook
gebeuren voor minderjarigen die
zestien jaar oud waren op het
ogenblik van de feiten.
De wet zegt niets over de
bemiddelingsmodaliteiten.
Bij-
voorbeeld,
is
het
denkbaar
partnerschappen op te zetten met
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
de mettre en place des partenariats avec des équipes spécialisées
qui pourraient accompagner une personne mineure dans ses
réflexions par rapport à son comportement fautif. Jusqu'où les
communes peuvent-elles aller? Qu'en est-il des médiations
réparatrices évoquées dans l'article 119bis de la nouvelle loi
communale? La loi n'est pas très claire. Monsieur le ministre, de
nombreuses communes de la province de Namur n'ont dès lors pas
mis en application ce système de la médiation, ce que je trouve
regrettable.
2. Pour renforcer la politique de lutte contre la délinquance juvénile et
aider les villes et communes à mettre en oeuvre une lutte efficace
contre les incivilités, l'État fédéral offre la possibilité aux villes et
communes de recruter un médiateur par arrondissement judiciaire.
Pour ce faire, un courrier a été adressé à toutes les communes chef-
lieu d'un arrondissement judiciaire qui seraient désireuses de mettre
en place ce système. À défaut d'accord, l'État fédéral s'adresse à la
seconde ville la plus peuplée. La province de Namur compte deux
arrondissements judiciaires situés à Namur et à Dinant. Celui de
Namur n'a pas marqué son accord. Un courrier a alors été envoyé à
Sambreville qui a signé une convention avec l'État fédéral et un
médiateur a donc pu être désigné. Pour Dinant, aujourd'hui, il n'y a
pas de médiateur, faute d'accord. Dinant, ville chef-lieu de
l'arrondissement judiciaire de Dinant qui a adhéré au système des
amendes administratives, a cependant refusé de signer la convention
avec l'État fédéral. Un courrier a alors été adressé à la seconde ville
la plus peuplée, Walcourt, qui a également refusé. Le ministère de la
Politique des grandes villes a ensuite indiqué qu'il n'était pas possible
de proposer la candidature d'un médiateur à une troisième commune
de l'arrondissement judiciaire de Dinant. Cette situation est tout à fait
discriminatoire: l'arrondissement judiciaire de Namur peut effectuer
une médiation, tant pour les personnes majeures que pour les
mineurs, alors que rien n'est mis en place dans l'arrondissement
judiciaire de Dinant.
Monsieur le ministre, pourquoi n'est-il pas possible de proposer
l'accueil d'un médiateur dans une troisième commune? Le fédéral a-t-
il prévu un nouveau projet afin de résorber ce problème? Monsieur le
ministre, j'espère que vous pourrez rapidement prendre des mesures
afin que cette situation puisse changer.
gespecialiseerde teams die een
minderjarige zouden begeleiden in
zijn bezinning over zijn foutief
gedrag? Hoe ver mogen de
gemeenten gaan? De wet is niet
heel duidelijk. Tal van gemeenten
in de provincie Namen hebben
bijgevolg de stap niet gezet om het
systeem toe te passen, wat
betreurenswaardig is.
Om de jeugddelinquentie te
bestrijden, moet de federale Staat
de steden en gemeenten de
mogelijkheid bieden om een
bemiddelaar aan te werven per
gerechtelijk arrondissement. Er
werd een schrijven gericht aan alle
gemeenten die hoofdplaats zijn
van
een
gerechtelijk
arrondissement
en
die
het
systeem willen invoeren. Bij
gebrek aan akkoord, richt de
federale Staat zich tot de tweede
meest bevolkte stad. Indien die
weigert, is het niet mogelijk de
kandidatuur van een bemiddelaar
voor te stellen aan een derde
gemeente. Die situatie is echt
discriminerend.
Waarom is het niet mogelijk een
bemiddelaar voor te stellen in een
derde gemeente? Heeft het
federaal niveau een nieuw ontwerp
klaar om dat probleem op te
lossen? Ik hoop dat er snel
maatregelen worden genomen.
04.02 Patrick Dewael, ministre: La question a été posée au ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles, et ce domaine relève
de mes compétences. L'article 119 ter de la nouvelle loi communale a
donné naissance à une procédure de médiation dans le cadre de la
réglementation relative aux sanctions administratives communales. Il
est correct de dire que le législateur n'a pas mis en oeuvre de
procédure spécifique en la matière, ni posé de conditions précises y
relative, que les communes devraient observer.
Il est donc loisible aux communes de déterminer dans le cadre de
l'autonomie communale de quelle manière elles entendent donner
forme à ladite procédure de médiation. Celles-ci peuvent le faire en
interne par le biais d'un de leurs propres fonctionnaires communaux,
également compétent ou non pour infliger l'amende administrative. Le
cas échéant, elles peuvent également faire appel à un service de
médiation externe, ce que certaines ont par ailleurs fait jusqu'à
présent.
04.02 Minister Patrick Dewael:
Er dient te worden opgemerkt dat
de vraag is gesteld aan de
minister
van
Justitie
en
Institutionele Hervormingen.
Het klopt dat de wetgever
hieromtrent
geen
specifieke
procedure is begonnen, noch een
duidelijke
voorwaarde
heeft
gesteld waaraan de gemeentes
moeten voldoen. Het staat de
gemeenten dus vrij om te bepalen
hoe ze gestalte willen geven aan
de ombudsprocedure. Ze kunnen
het intern doen of ze kunnen een
beroep doen op een externe
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
Pour une commune, il suffit d'avoir un entretien avec le contrevenant
qui peut faire connaître sa version des faits, tandis que d'autres
communes ont recours à un service de médiation externe agréé, ce
qui implique que l'on fait appel à un cadre plus professionnel pour la
communication entre les parties concernées. Le fait que le législateur
ne pose aucune condition spécifique offre l'avantage que l'on crée
ainsi de la marge pour ce qui relève du novateur, du spontané et de
l'unique.
La plupart des communes qui ont déjà appliqué la médiation
considèrent celle-ci comme un instrument utile pour rendre le citoyen
conscient des nuisances qu'il a occasionnées. Les mesures prises
dans le cadre de la médiation ont trait à la réparation en nature, à la
présentation des excuses et à la réparation symbolique.
En ce qui concerne les médiateurs fédéraux qui sont désignés par
arrondissement judiciaire, il convient d'en référer à la ministre chargée
de la Politique des grandes villes, Mme Marie Arena.
ombudsdienst. Het feit dat de
wetgever hieraan geen enkele
specifieke voorwaarde verbindt,
heeft het voordeel dat er op die
manier ruimte is voor alles wat
vernieuwend, spontaan en uniek
is. Het merendeel van de
gemeenten die al van bemiddeling
gebruik
hebben
gemaakt,
beschouwen het als een nuttig
instrument om de burger bewuster
te maken wanneer hij van iets
hinder ondervindt.
De maatregelen die in het kader
van de bemiddeling worden
genomen zijn herstel in natura, het
aanbieden
van
excuses
en
symbolisch eerherstel. Wat de
federale ombudsmannen aangaat
die
per
gerechtelijk
arrondissement
worden
aangewezen, volstaat het om te
verwijzen naar mevrouw Arena.
04.03 David Clarinval (MR): Je remercie le ministre pour sa
réponse, pour la première partie de la question. Je prends bonne note
du fait que la liberté est de mise en la matière, ce qui ne me déplaît
pas en tant que libéral. J'en ferai part aux autorités de
l'arrondissement de Dinant. En ce qui concerne les médiateurs qui
sont désignés par arrondissement, je poserai la question à votre
collègue Mme Arena.
04.03 David Clarinval (MR): Ik
neem er nota van dat er is voor
vrijheid. Voor het overige zal ik mij
tot mevrouw Arena wenden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
coopération policière entre la Belgique et l'Italie" (n° 7610)</b>
05 Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de politiesamenwerking tussen België en Italië" (nr. 7610)
05.01 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le ministre, voici quelques
temps, la presse francophone avait fait paraître un article relatif aux
difficultés rencontrées dans le cadre de la coopération policière entre
la Belgique et l'Italie. Il en ressortait que la collaboration entre les
deux pays était particulièrement affectée, voire paralysée, alors
qu'une telle coopération avait permis de localiser et d'arrêter l'un des
responsables de la mort de Joe Van Holsbeeck. En effet, ce serait
grâce à l'efficacité de l'officier de liaison en place à Varsovie que les
autorités polonaises auraient accepté d'intervenir.
Selon les informations du journaliste, la coopération policière entre la
Belgique et l'Italie serait mise en péril en raison du refus de l'officier
en place depuis 2002 de rentrer à Bruxelles. Par son comportement, il
empêche son successeur d'entrer en fonction et d'intégrer ses
bureaux puisqu'il a refusé de lui remettre les clefs.
La désignation des officiers de liaison est loin d'avoir fait l'unanimité. Il
05.01 Jacqueline Galant (MR):
De Franstalige pers gewaagde van
moeilijkheden in het kader van de
politionele samenwerking tussen
België en Italië. Door de weigering
van de officier die sinds 2002 ter
plaatse is om terug te keren naar
Brussel, kan zijn opvolger niet in
dienst treden. Naar verluidt zou er
beroep zijn aangetekend bij de
Raad van State. Klopt dat? Werd
het nodige gedaan teneinde de
politiesamenwerking tussen België
en Italië opnieuw operationeel te
maken? Welke beroepschriften
werden er ten slotte ingediend
tegen de aanstelling van die
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
est vrai que cette fonction est convoitée en raison des avantages qui
en résultent. Cette désignation opérée par les ministres de l'Intérieur
et de la Justice a été contestée pour diverses raisons, dont la
disproportion linguistique. Sur les quinze bénéficiaires, quatre
seulement sont francophones. Un recours a d'ailleurs été introduit au
Conseil d'État qui contestait son absence de désignation. Le Conseil
d'État lui a donné raison en suspendant en extrême urgence la
désignation au motif de l'invalidité de la procédure de sélection.
Le problème ne semble pas réglé quant au fond. Il semblerait que
d'autres recours aient été introduits auprès du Conseil d'État.
Monsieur le ministre, les informations relayées dans la presse
francophone sont-elles correctes? Elles auraient été portées à la
connaissance des ministres de l'Intérieur, de la Justice et des Affaires
étrangères.
Ensuite, les mesures nécessaires ont-elles été prises afin de rendre
de nouveau opérationnelle la coopération policière entre la Belgique
et l'Italie?
Enfin, quels sont les recours introduits à l'encontre de ces quinze
désignations? Quelle est la portée des décisions éventuellement
rendue par le Conseil d'État? Le ministre pourrait-il nous dire ce qu'il
en est de ces désignations et nous préciser les mesures prises afin
de répondre aux objections du Conseil d'État?
verbindingsofficieren?
05.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, un contentieux a bien été déposé auprès du Conseil d'État à
propos de l'attribution du poste d'officier de liaison à Rome. Toutefois,
mon collègue de la Justice et moi-même avons pris des mesures qui
permettront, à très court terme, de rendre de nouveau opérationnelle
la collaboration policière entre la Belgique et l'Italie. Le nouveau
titulaire du poste d'officier de liaison à Rome sera ainsi désigné dans
les jours qui suivent.
Enfin, en ce domaine, seule l'attribution du poste d'officier de liaison
en Allemagne fait également l'objet d'un recours. À cet égard, compte
tenu des objections émises par le Conseil d'État, j'ai enjoint mes
services à prendre les dispositions réglementaires nécessaires à la
résolution des problèmes de procédure relativement à l'attribution des
postes d'officier de liaison. Donc, le dossier sera entièrement réglé
dans les jours à venir.
05.02 Minister Patrick Dewael:
Er is wel degelijk een geschil
hangende bij de Raad van State
met betrekking tot de toewijzing
van
de
functie
van
verbindingsofficier in Rome. Mijn
collega van Justitie en ik hebben
niettemin maatregelen genomen
waardoor
de
politionele
samenwerking tussen België en
Italië op zeer korte termijn weer
operationeel zou moeten zijn. Zo
zal de nieuwe titularis van de
functie van verbindingsofficier in
Rome de komende dagen worden
aangesteld. Alleen tegen de
toewijzing van de post van
verbindingsofficier in Duitsland
werd
eveneens
bezwaar
aangetekend. Ik heb mijn diensten
gelast de nodige reglementaire
maatregelen te treffen.
05.03 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie de vos bonnes nouvelles. J'espère que, pour l'Allemagne, le
problème sera également résolu dans les plus brefs délais.
05.03 Jacqueline Galant (MR):
Ook wat Duitsland betreft, hoop ik
dat het probleem zo spoedig
mogelijk van de baan zal zijn.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
06 Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les sommets
européens et les procédures de recours engagées par les communes" (n° 7779)</b>
06 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de Europese topontmoetingen en de door de gemeenten ingestelde beroepsprocedures"
(nr. 7779)
06.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, je suis persuadé que vous allez également me faire plaisir
en m'annonçant de bonnes nouvelles en matière de recours des
différentes communes sur les fonds "Sommet européen".
Comme vous le savez, je vous ai déjà interrogé deux fois à ce sujet.
La dernière fois, c'était le 18 juin 2008. À cette occasion, vous aviez
confirmé que sur le décompte provisoire 2005, 19 communes sur 19
avaient introduit un recours concernant les justificatifs. Vous aviez
également indiqué que les recours écrits relatifs aux décomptes de
l'année 2004 étaient examinés par votre administration et que vous
seriez en mesure de rendre vos décisions, en tout cas pour une partie
des années concernées, très bientôt. J'espère donc que le "très
bientôt" est arrivé. Ce faisant, je voudrais simplement vous interroger
sur l'état d'avancement de ces recours. Je voudrais également vous
demander si, dans le cadre du budget de l'année prochaine, les fonds
"Sommet européen" sont garantis. En effet, cette question suscite
l'inquiétude d'un certain nombre de communes bruxelloises.
Si ces fonds ne sont pas garantis, il faut que nous en soyons informés
rapidement afin de pouvoir "détricoter" un certain nombre de contrats
de personnel en place dans les communes. Vous savez, en effet,
combien la situation financière des communes bruxelloises peut être
difficile.
06.01 Xavier Baeselen (MR): Ik
heb u reeds ondervraagd over de
bezwaarschriften die door de 19
Brusselse
gemeenten
werden
ingediend in verband met het
fonds
voor
de
Europese
topontmoetingen. Hoever staat het
met de behandeling van die
bezwaarschriften?
Bevat
de
begroting van het volgende jaar
voldoende waarborgen dat de
gemeenten over middelen uit dat
Fonds kunnen beschikken? Als
dat niet het geval is, moeten de
gemeenten daar snel van op de
hoogte worden gebracht. Er staan
immers
arbeidsovereenkomsten
op het spel.
06.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, pour ce qui concerne votre dernière question, je me réfère
d'ores et déjà au débat budgétaire que nous aurons, dans les
prochaines semaines.
Cela dit, mon administration m'a récemment communiqué le dossier
complet des comptes définitifs pour l'année 2004. Elle m'a également
fait part de sa proposition de décision concernant les recours qui ont
été déposés par les communes. Une décision à ce sujet sera prise
dans les jours à venir.
Pour ce qui est de l'examen des recours pour l'année 2005, il s'agit
d'une procédure de décompte intermédiaire pour laquelle les
communes avaient, comme vous le savez, la possibilité de se
prononcer.
06.02 Minister Patrick Dewael:
Het antwoord op uw laatste vraag
zal
afhangen
van
de
begrotingsbesprekingen van de
komende weken.
Wat de bezwaarschriften van de
gemeenten betreft, heeft mijn
administratie me het dossier van
de eindrekeningen van 2004 en
een
voorstel
van
beslissing
bezorgd. Die beslissing zal de
komende dagen genomen worden.
06.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, pouvez-vous me
dire précisément quand la décision pour 2004 sera prise?
06.04 Patrick Dewael, ministre: Monsieur Baeselen, vous savez qu'il
est toujours dangereux de donner une date exacte.
06.05 Xavier Baeselen (MR): En tout cas, ce sera très bientôt!
06.06 Patrick Dewael, ministre: Exactement.
Présidente: Jacqueline Galant.
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
Voorzitter: Jacqueline Galant.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Interpellations et questions jointes de
- M. André Frédéric au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le bilan financier de la
réforme des polices au niveau local" (n° 7390)<br>- M. Filip De Man au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la dotation de la police
fédérale" (n° 159)
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le financement des zones de
police" (n° 7878)</b>
07 Samengevoegde interpellaties en vragen van
- de heer André Frédéric aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
financiële balans van de politiehervorming op lokaal vlak" (nr. 7390)
- de heer Filip De Man tot de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
federale politiedotatie" (nr. 159)
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
financiering van politiezones" (nr. 7878)
07.01 André Frédéric (PS): Madame la présidente, monsieur le
ministre, en septembre dernier, l'Union des Villes et Communes de
Wallonie a organisé un colloque-bilan du dixième anniversaire de la
réforme des polices. Même si celui-ci était globalement positif, un
volet, et non des moindres, apparaît préoccupant: c'est le volet
financier de la réforme des polices dans sa dimension locale et plus
particulièrement la situation budgétaire des zones de police,
notamment en Wallonie.
S'appuyant sur une étude de la banque Dexia, que je suppose
sérieuse, l'Union des Villes et des Communes a mis en exergue les
difficultés financières que rencontrent les petites zones rurales de
police, et ce pratiquement depuis le début de la réforme. En effet,
l'équilibre budgétaire n'est plus du tout assuré et certaines de ces
zones se trouvent dans une situation dramatique. À ce propos, je
tiens à attirer votre attention sur le fait que même les zones de police
urbaines commencent elles aussi à connaître des difficultés
budgétaires sans que cela puisse être comparé aux plus petites
zones. Il serait utile d'avoir la même analyse pour toutes les zones de
police du Royaume.
Les causes semblent se trouver dans le financement même des
zones. La part du budget des communes consacrée aux zones de
police est trop importante. L'intervention du fédéral en revanche est
beaucoup trop maigre. Il faudrait aussi tenir compte de l'effet des
indexations successives des traitements des fonctionnaires de police.
Dans ses commentaires sur le budget 2008, la Cour des comptes a
estimé que le budget initial ne tenait pas compte suffisamment de
l'effet de l'indexation des traitements qui aura lieu en 2008. Les
mandataires locaux souhaiteraient une meilleure indexation des
dotations fédérales aux zones de police afin de mieux tenir compte de
l'évolution des traitements, poste principal des dépenses des zones.
L'accord de gouvernement stipule que le gouvernement prêterait une
attention particulière aux zones de police qui suite à des
circonstances particulières, pour des raisons qui ne leur sont pas
imputables, sont structurellement déficitaires. La norme fédérale de
financement des zones de police, la norme KUL, serait évaluée et
07.01 André Frédéric (PS): Tien
jaar na de politiehervorming is de
balans globaal positief, met de
opmerkelijke uitzondering van het
financiële
onderdeel.
De
politiezones kennen moeilijkheden
die te maken hebben met de
eigenlijke
financiering.
Het
aandeel van de begroting van de
gemeenten voor de politiezones is
te
aanzienlijk,
de
federale
interventie te laag. De indexering
van de federale dotaties volgt de
evolutie niet van de bezoldigingen
van de politieambtenaren.
Het regeerakkoord bepaalt dat de
regering bijzondere aandacht zal
schenken aan de structureel
deficitaire politiezones en dat de
financieringsnorm
(KUL-norm)
wordt geëvalueerd en aangepast.
Wat denkt u momenteel over de
structureel deficitaire politiezones?
Hoe denkt u hun budget te
verbeteren in afwachting van de
herziening van de KUL-norm?
Wanneer verschijnt het universitair
rapport over de financiering van de
zones? Wat is uw werkschema
voor een structurele hervorming
van de federale financiering van
de politiezones?
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
adaptée le cas échéant, en fonction de paramètres objectifs.
Monsieur le ministre, mes questions sont donc les suivantes. Où en
est votre réflexion sur les zones de police structurellement
déficitaires? Quelles mesures comptez-vous proposer afin d'améliorer
le budget des zones de police déficitaires dans l'attente de la révision
de la norme KUL? Pour ce qui est de la réforme structurelle du
financement fédéral des zones de police, pouvez-vous donner des
indications quant à la parution du rapport des universités sur le
financement des zones de police? Quel est votre calendrier en la
matière?
07.02 Filip De Man (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik heb hierover al een eerste keer
geïnterpelleerd in 2001. Ik weet ook wel dat dit toen niet uw
verantwoordelijkheid
was,
maar
ondertussen
blijven
de
scheeftrekkingen inzake de federale politiedotatie op communautair
vlak, die ik toen al aankaartte, gewoon bestaan. Ten overstaan van
uw voorganger, de heer Duquesne, heb ik vruchteloos aangedrongen
op een herziening en een wat evenwichtiger verdeling van de gelden
over de drie Gewesten. Dit gebeurde uiteraard vruchteloos want de
heer Duquesne zag het niet zitten om Vlaanderen zijn rechtmatige
aandeel ter zake te geven.
Ik heb u hierover ook al vragen gesteld en u hebt laten weten dat er
een studie werd uitbesteed aan een conglomeraat van drie
onderzoeksinstellingen. Zij moeten eens bekijken hoe het zit met een
eventuele herziening van de federale politiedotatie. Misschien is het
niet de eerste bedoeling om dat communautaire onevenwicht wat te
herstellen, maar ik neem toch aan dat dit een luik vormt van dit
onderzoek.
Er werd eerst gemeld dat dit rapport medio september 2008 klaar zou
zijn. Naderhand bleek het dan oktober 2008 te zijn. Wij zijn stilaan
eind oktober en ik had graag van u geweten of dat rapport al
beschikbaar is. Het is immers geweten dat de Vlaamse politiezones
nu al vele jaren financieel zwaar benadeeld worden. Ik zou willen
weten of daarover wordt gesproken in dat rapport. Wat zijn de
adviezen van het rapport? Wordt er geremedieerd aan die
communautaire scheeftrekking? Kan de minister een overzicht geven
van de bestaande verdeling van de federale dotatie en dit voor de drie
Gewesten in de voorbije vijf jaar?
Ik heb die oefening zelf ook gedaan. Als ik de cijfers voor 2005, 2006
en 2007 bekijk, stel ik vast dat de basistoelage van meer dan een half
miljard euro maar voor 48,18% toekomt aan Vlaanderen. Voor
Wallonië gaat het om 35,19% en 16,63% voor Brussel. Ik wil daar
direct bij zeggen dat het begrijpelijk is dat de hoofdstad, omwille van
zijn hoofdstedelijke functies, meer geld krijgt. De wanverhouding
tussen Vlaanderen en Wallonië steekt echter de ogen uit.
Mijnheer de minister, hetzelfde geldt trouwens voor de toelage voor
de uitrusting voor de handhaving van de openbare orde. Ook daar
krijgt Vlaanderen slechts 49,65%. De aanvullende dotatie is natuurlijk
een wat kleiner bedrag maar ook daar krijgt Vlaanderen slechts
46,39%. Voor het aanvullend contract is het 29,77%. Bij de sociale
toelage ten slotte krijgt Vlaanderen 50,72%. Tot nader order is het
nog steeds zo dat Vlaanderen meer dan 60% van de bevolking
07.02 Filip De Man (Vlaams
Belang):
La
répartition
à
connotation communautaire de la
dotation de la police fédérale entre
les trois Régions est déséquilibrée
depuis
des
années.
Le
prédécesseur
du
ministre
rechignait à accorder à la Flandre
sa part légitime de la dotation.
L'actuel ministre a confié une
étude sur la dotation à trois
instituts de recherche. Un premier
délai est écoulé et un second est
en vue. Le rapport est-il déjà
disponible?
La
question
du
déséquilibre communautaire y est-
elle abordée? Un avis est-il donné
en vue de le corriger? Le ministre
peut-il fournir les chiffres de la
répartition de la dotation pour les
cinq dernières années?
Il
ressort
d'une
analyse
personnelle des chiffres des
dernières années que la Flandre
n'obtient même pas la moitié de la
dotation de plus d'un demi-milliard
d'euros, bien que plus de 60% de
la population habite en Flandre. Il
en va de même pour l'allocation
destinée aux équipements pour le
maintien de l'ordre public et pour
la dotation complémentaire.
Outre les chiffres de la dotation, je
souhaiterais également obtenir
ceux concernant les enveloppes
financières supplémentaires qui
ont été octroyées annuellement
depuis 2002 et concernant les
versements provenant du fonds
des amendes.
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
uitmaakt. U begrijpt dus mijn ongenoegen terzake.
Ik heb in mijn interpellatieverzoek gevraagd om een aantal cijfers te
geven, niet alleen over de grote federale dotatie maar ook over de
bijkomende financiële enveloppes die sedert 2002 jaarlijks zijn
uitgekeerd en tevens voor de betalingen uit het Boetefonds, nu
Verkeersveiligheidsfonds.
07.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, niets is
natuurlijk zo moeilijk als voor gretige liefhebbers die middelen willen,
een norm te vinden. De KUL-norm is in die zin natuurlijk de
achillespees van de lokale financiering en de manier waarop wij in de
toekomst de nodige geldelijke middelen voor de diverse zones bij
elkaar zullen halen. Sinds november 2007 hebt u een aantal serieuze
mensen aan het werk gezet, namelijk drie onderzoeksinstellingen die
de huidige financiering van de politiezones moesten onderzoeken.
Daarin is ook het element van de KUL-norm opgenomen. Het was de
bedoeling de resultaten van dat wetenschappelijk onderzoek tegen
oktober 2008 te verzamelen, deze maand dus.
Ik wou dus vragen of u onverwijld aan de eindresultaten van dat
wetenschappelijk onderzoek kunt komen. Behoort de actualisering
van de KUL-norm tot de eindconclusies of zal er een alternatief
worden gevonden?
07.03 Michel Doomst (CD&V):
La norme KUL est le talon
d'Achille du financement local.
Depuis novembre 2007, trois
instituts de recherche se penchent
sur le financement actuel des
zones de police et, par la même
occasion, ils analysent la norme
KUL. Ils devraient faire part du fruit
de leur réflexion avant la fin du
mois. L'actualisation de la norme
KUL
sera-t-elle
l'une
des
conclusions
finales
de
ces
chercheurs
ou
ceux-ci
recommanderont-ils une solution
de rechange?
07.04 Minister Patrick Dewael: Ten eerste, het conglomeraat van
drie onderzoeksinstellingen heeft uitstel gevraagd en gekregen om de
resultaten van het onderzoek openbaar te maken. Het laatste
begeleidingscomité zal half november plaatsvinden. De eindresultaten
van het onderzoek worden dan ook verwacht tegen eind november
van dit jaar. De scoop van het onderzoek is echter ruimer dan enkel
de analyse van de KUL-norm. Er wordt eveneens gezocht naar
andere wetenschappelijk verantwoorde verdeelsleutels.
07.04 Patrick Dewael, ministre:
Le consortium constitué de ces
trois organismes de recherche a
demandé et obtenu un délai
supplémentaire pour la publication
des résultats de leurs cogitations.
Ils n'ont pas seulement étudié la
norme KUL, ils ont également
tenté de définir d'autres clés de
répartition. Ils devraient remettre
leur rapport fin novembre.
En ce qui concerne la situation financière des zones de police, je suis
le dernier à prétendre qu'elle est partout florissante, mais je ne peux
accepter qu'on en impute la responsabilité au seul niveau fédéral.
L'intervention, selon l'étude Dexia que vous évoquez, cher collègue, a
en effet mis en exergue un statu quo durant les trois dernières
années des dotations communales aux zones de police en Région
wallonne. Leur évolution serait même négative de 2007 à 2008, avec
une diminution de 1,2%. Pour la période 2004-2007, la dotation
fédérale a, selon Dexia, connu une croissance annuelle de 3,6%.
Comme vous le savez, chaque année, après terme, la dotation
fédérale est recalculée en fonction de l'index réellement réalisé. Cette
adaptation des chiffres 2008, dont Dexia n'a pas tenu compte dans sa
comparaison, se fera en 2009 lors du contrôle budgétaire. De plus, on
ne tient pas compte ici des aides fédérales en nature, qui sont
intervenues pour soulager la tâche des zones de police.
J'entends donc bien qu'on réclame une augmentation de la dotation
fédérale qui représente déjà pratiquement 55% du budget des zones
rurales par rapport à une moyenne de 43% toutes zones confondues.
De financiële toestand van de
politiezones
is
niet
overal
florissant,
maar
de
verantwoordelijkheid daarvoor ligt
niet uitsluitend bij het federale
niveau. Zo zijn de Waalse
gemeentedotaties
aan
de
politiezones de jongste drie jaar
onveranderd gebleven.
De federale dotatie wordt elk jaar
opnieuw berekend op grond van
het reële indexcijfer. De bedragen
voor 2008 zullen dus in 2009
worden aangepast. Daarenboven
werd er federale hulp in natura
toegekend.
Wat
betreft
de
deficitaire
politiezones, kan de federale
overheid het falen van de lokale
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
Mais je ne suis pas d'accord que ce soit là la solution ou le prétexte
pour un désinvestissement du niveau local dans la police.
Pour en revenir à votre question sur la réflexion à tenir sur les zones
de police déficitaires, il doit être clair qu'il ne s'agit pas d'attendre que
le niveau fédéral se substitue toujours et partout aux carences du
niveau local. Mais le niveau local assume pleinement ses
responsabilités dans le financement de la police et je suis bien
évidemment disposé à examiner avec lui d'éventuelles pistes de
résolution des problèmes qui persisteraient malgré les efforts
consentis en commun.
J'ai d'ailleurs pour cela convenu d'une réorientation de la recherche
scientifique en cours en vue d'identifier, sur base des dotations tant
communales que fédérales, les problèmes de financement
persistants, d'en identifier l'origine et de formuler des pistes de
remédiation chiffrées dans l'attente d'une modification structurelle du
financement.
Par rapport à cette modification structurelle, je pense qu'une certaine
unanimité se dégage en faveur d'un financement fonctionnel qui se
fonderait sur le coût de la satisfaction de la fonction de police de
base. Un tel financement permet de tenir compte au plus près de la
réalité sur le terrain et des contextes variables selon les zones. Il
permet par ailleurs un ajustement des moyens financiers en fonction
des activités qui y sont conduites.
Et sans présager de l'issue de la recherche en cours, il semblerait
toutefois qu'il ne soit pas possible d'élaborer à court terme une
nouvelle clé de financement de la police locale avec les garanties
scientifiques suffisantes parce que les données chiffrées nécessaires
font actuellement défaut pour ce faire.
Ceci reste toutefois à établir pleinement. Il incombe à la seule
recherche académique de préciser les perspectives d'avenir qui sont
techniquement offertes à court et moyen terme dans le dossier de
financement fédéral de la police. Il m'est donc impossible de dresser
un calendrier précis de la suite des opérations, qui continue à être
grandement tributaire de l'issue de cette recherche. Comme je l'ai
stipulé en début de réponse, les résultats du consortium universitaire
sont attendus pour la fin du mois prochain.
overheid niet goedmaken, al ben
ik wel bereid om te bekijken hoe
een
oplossing
kan
worden
gevonden voor de problemen
waarvoor de gemeenschappelijke
inspanningen ontoereikend zijn. Ik
heb gevraagd dat in het kader van
het lopende wetenschappelijke
onderzoek ook de hardnekkige
financieringsproblemen uitgezocht
en verklaard worden, en dat er
becijferd wordt hoe hier wat aan
gedaan kan worden.
De structurele wijziging van de
financieringswijze zou de vorm
kunnen
aannemen
van een
functionele financiering op grond
van
de
kosten
voor
de
basispolitiezorg. Bij gebrek aan
cijfergegevens lijkt het evenwel
onmogelijk om op korte termijn
een nieuwe financieringssleutel uit
te
werken
die
voldoende
wetenschappelijk onderbouwd is.
De evolutie van dit dossier en het
tijdpad van de operaties hangen af
van de resultaten van het lopend
academisch onderzoek.
Wat de interpellatie van collega De Man aangaat, kan ik meedelen dat
de bestaande verdeling van de federale dotaties voor de drie
Gewesten de volgende is: 37% voor het Waalse Gewest, 15% voor
het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 48% voor het Vlaamse
Gewest voor de jaren 2004 tot en met 2007. Voor de bijkomende
federale toelage, toegekend aan de politiezones die te maken hebben
met een objectieve probleemsituatie, is de bestaande verdeling al
volgt: 53% voor het Waalse Gewest, 1% voor het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest en 46% voor het Vlaamse Gewest. Deze
verdeling geldt voor de jaren 2002 tot en met 2007.
De bestaande verdeling voor de betalingen vanuit het
Verkeersveiligheidfonds is de volgende voor 2004. Dit zijn cijfers die
al bekend zijn. 34% voor het Waalse Gewest, 5% voor het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest en 61% voor het Vlaamse Gewest. In 2005
was die verdeling: 38% voor het Waalse, 5% voor het Brusselse en
De 2004 à 2007, 37% de la
dotation ont été alloués à la
Région wallonne tandis que 15%
ont été octroyés à la Région de
Bruxelles-Capitale et 48% à la
Région flamande. De 2002 à
2007, 53% du subside fédéral
supplémentaire destiné aux zones
de police à problème ont été
alloués à la Région wallonne
tandis qu'1% seulement a été
octroyé à la Région de Bruxelles-
Capitale, 46% étant versés à la
Région flamande. En 2004, les
paiements issus du Fonds de
sécurité routière se sont élevés
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
57% voor het Vlaamse Gewest. In 2006: 39% voor het Waalse, 4%
voor het Brusselse en 57% in het Vlaamse Gewest. In 2007 tenslotte
was de bestaande verdeling: 38% voor het Waalse, 4% voor het
Brusselse en 58% voor het Vlaamse Gewest.
Tot daar de cijfers. Ik neem aan, voorzitter, dat wij naar aanleiding
van de bespreking van de begroting deze boeiende discussie
ongetwijfeld zullen voortzetten.
respectivement à 34%, 5% et 61%
au bénéfice de la Région
wallonne, de la Région de
Bruxelles-Capitale et de la Région
flamande. En 2005, ces paiements
se sont chiffrés à 38%, 5% et
57%, en 2006 à 39%, 4% et 57%
et en 2007, à 38%, 4% et 58%.
07.05 André Frédéric (PS): Madame la présidente, je remercie
évidemment le ministre pour sa réponse.
Mon souci, monsieur le ministre, n'est pas de polémiquer de façon
stupide. Les résultats du consortium sont attendus. Nous les
attendons aussi avec beaucoup d'intérêt.
Je pense que nous organiserons d'ailleurs un groupe de travail autour
de ces conclusions. C'est la demande qui était encore formulée ce
matin par un certain nombre de membres de la commission de
l'Intérieur lorsque nous avons abordé le point "ordre des travaux".
Nous nous réjouissons de cela.
Dire que le fédéral assume ce qu'il doit assumer et que les
communes se plaignent toujours et n'assument pas toujours, cela
dépend si on veut voir le verre à moitié plein ou le verre à moitié vide.
Je ne dis pas que le fédéral ne fait pas d'efforts. Mais si on pouvait
dire qu'au début de la réforme, il y a plusieurs années, c'étaient
effectivement les communes qui n'investissaient pas assez, qui se
retrouvaient avec un investissement subit, qui devaient assumer les
erreurs du passé, aujourd'hui, il n'en est plus ainsi. Les nombreuses
zones, qu'elles soient en milieu rural ou en milieu urbain se retrouvent
dans un déséquilibre financier qui est dû principalement à l'indexation
des salaires. Ce que je ne conteste pas. C'est une réalité et l'effet de
ceci, c'est que les zones deviennent déficitaires.
Vous avez signé un accord sectoriel avec les organisations syndicales
en septembre dernier. Je ne le conteste pas non plus. Les
organisations syndicales sont satisfaites de cet accord. Il n'y a aucun
problème à titre personnel sauf l'incidence budgétaire qui va être
cumulée avec la situation financière dans laquelle nous sommes
maintenant.
J'entends un certain nombre de responsables de zone, un certain
nombre de bourgmestres dire qu'il y a déjà des interrogations sur un
certain nombre d'arrivées financières au budget prochain qui risquent
de ne pas être là. Si en plus, on continue à avoir des difficultés
financières sur la gestion de nos zones de police, il faut que cette
réflexion s'entame et que chacun y mette du sien tant du côté des
communes que du côté fédéral.
Mon souhait, c'est d'attirer votre attention sur le problème que vivent
quotidiennement ces zones.
07.05 André Frédéric (PS):
Volgens mij zullen we een
interessante bespreking kunnen
wijden aan de resultaten van het
onderzoek door de universiteiten.
Heel wat politiezones op het
platteland en in de steden kampen
met een financieel onevenwicht,
dat in de eerste plaats veroorzaakt
wordt door de loonindexering. Ik
wil het sectoraal akkoord dat u met
de vakbonden heeft gesloten,
geenszins aanvechten, maar ik
maak
me zorgen over de
budgettaire weerslag van dat
akkoord. Ik wil uw aandacht
vestigen op het probleem van de
deficitaire zones. Het is tijd voor
bezinning. Zowel de gemeenten
als de federale overheid moeten
blijk geven van goede wil.
07.06 Filip De Man (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik begrijp dat het dus niet meer voor dit jaar zal
zijn. Ik hoop dat het nog voor deze legislatuur zal zijn.
07.06 Filip De Man (Vlaams
Belang): Les zones de police
flamandes
sont
annuellement
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
Het gaat echter wel om tientallen miljoenen euro per jaar die aan de
Vlaamse politiezones worden ontzegd. Ik heb derhalve, zoals u kon
verwachten, een motie ingediend om u aan te zetten daaraan te
remediëren.
privées de dizaines de millions
d'euros. J'ai déposé une motion
pour inciter le ministre à remédier
à cette situation.
07.07 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, ik denk dat u inderdaad het document openbaar moet
maken op het goede moment. Ik meen dat wij eind dit jaar ongeveer
zo ver zullen zijn. Dit kan worden meegenomen in de evaluatie van de
politiehervorming zoals ze op dit ogenblik loopt.
Ik denk dat het goed is dat we in de richting van een functionele
subsidiëring gaan. We moeten de kwantitatieve elementen zeker
meten, maar in een nieuwe subsidiëring moeten we ook absoluut het
leveren van kwaliteit op het terrein als belangrijke invalshoek nemen.
Ik wil erop aandringen dat we tijdig de goede informatie krijgen en dat
we daarbij ook alle zones betrekken. Als ik het in N-VA-termen mag
uitdrukken, en u weet dat die mij heel dierbaar zijn, hoop ik dat niet
alleen de grote vissen, maar ook de kleine vissen betrokken zullen
worden bij wat voorligt.
07.07 Michel Doomst (CD&V):
J'espère que la question sera
abordée à la fin de l'année dans le
cadre de l'évaluation de la réforme
des polices. Je suis favorable à un
subventionnement
fonctionnel
dans le cadre duquel la qualité
joue un rôle. J'espère que nous
pourrons disposer à temps de
toutes les informations utiles et
qu'aucune zone ne sera oubliée.
Moties
Motions
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Filip De Man en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellatie van de heer Filip De Man
en het antwoord van de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken,
dringt er bij de regering op aan zo snel mogelijk te remediëren aan het groot onevenwicht tussen de
Gewesten inzake de verdeling van de federale politiedotatie."
Une motion de recommandation a été déposée par M. Filip De Man et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu l'interpellation de M. Filip De Man
et la réponse du vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur,
demande instamment au gouvernement de remédier dans les meilleurs délais à l'important déséquilibre qui
existe entre les Régions en ce qui concerne la répartition de la dotation de la police fédérale."
Een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Josy Arens, Michel Doomst en André Frédéric.
Une motion pure et simple a été déposée par MM. Josy Arens, Michel Doomst et André Frédéric.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
Président: Josy Arens.
Voorzitter: Josy Arens.
08 Questions jointes de
- Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les délais de traitement
des demandes d'autorisation de détention d'une arme à feu en province du Hainaut" (n° 7611)<br>- M. André Frédéric au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la nouvelle législation sur
les armes et sur la gestion des autorisations par les provinces" (n° 7698)</b>
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
08 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de termijnen die in de provincie Henegouwen zijn vereist om de aanvragen te behandelen die moeten
leiden tot een toelating om een vuurwapen te bezitten" (nr. 7611)
- de heer André Frédéric aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
nieuwe wetgeving betreffende het wapenbezit en het beheer van de vergunningen door de provincies"
(nr. 7698)
08.01 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le président, j'avais posé
cette question au ministre de la Justice qui m'a renvoyé vers vous. Je
repose donc la même question.
Je souhaite attirer votre attention sur les délais de traitement des
demandes d'autorisation d'une arme à feu par les services du
gouverneur de la province de Hainaut. L'article 31 de la loi du 8 juin
2006 réglant les activités économiques et individuelles avec les armes
prévoit explicitement que le gouverneur doit se prononcer sur les
demandes d'autorisation dans les 4 mois de la réception de celles-ci.
Une prolongation ne peut être accordée qu'une seule fois par
demande et sa durée ne peut excéder 6 mois. Cet article précise
encore que sous peine de nullité les délais dans lesquels les
gouverneurs sont tenus de prendre une décision ne peuvent être
prolongés que par une décision motivée.
J'illustre la situation de la province de Hainaut par un cas concret. Un
citoyen introduit une demande d'autorisation en mai 2007 et
aujourd'hui, en octobre 2008, il n'a toujours pas obtenu de réponse. Il
y a donc plus de 16 mois d'attente.
Force est de constater que nous sommes fort loin du délai des 4 mois
voire du délai des 10 mois en cas de renouvellement prévu à l'article
31 de la nouvelle loi sur les armes.
J'ai différentes questions à vous poser monsieur le ministre.
Quel est le délai moyen dans lequel le gouverneur de la province de
Hainaut rend ses décisions et quel est le délai le plus long? Quel est
l'état actuel de l'arriéré en province de Hainaut et quelles en sont les
raisons? À l'occasion du renouvellement prolongeant le délai dans
lequel le gouverneur doit rendre sa décision, un courrier est-il envoyé
au demandeur expliquant clairement les motivations de la
prolongation du délai? Ne conviendrait-il pas d'indiquer explicitement
dans ces courriers que le demandeur peut introduire un recours
auprès du ministre de la Justice en cas d'absence de décision du
gouverneur dans les délais visés à l'article 31?
En réponse à une question que j'avais adressée à votre collègue, il
m'a précisé que les zones ayant conservé les armes à feu qui leur ont
été confiées peuvent les remettre à leur propriétaire pour autant que
ces derniers aient obtenu une autorisation du gouverneur. Le ministre
de la Justice m'a également indiqué qu'il revenait au gouverneur de
répercuter cette information aux zones de police.
Monsieur le ministre, ne serait-il pas opportun que vous adressiez
vous-même une circulaire aux gouverneurs en les invitant à organiser
avec les chefs de corps de la police locale la remise des armes? Je
vous remercie.
08.01 Jacqueline Galant (MR):
Artikel 31 van de wet van 8 juni
2006
bepaalt
dat
de
provinciegouverneurs zich binnen
de vier maanden na ontvangst van
de
aanvragen
voor
vuurwapenvergunningen moeten
uitspreken. Een verlenging, die
niet meer dan zes maanden mag
bedragen, mag slechts een keer
verleend worden. De termijnen
kunnen, op straffe van nietigheid,
enkel verlengd worden door een
met redenen omklede beslissing.
Een burger van de provincie
Henegouwen heeft in mei 2007
een
vergunningsaanvraag
ingediend. Hij heeft tot vandaag
nog
steeds
geen
antwoord
ontvangen!
Wat is de gemiddelde termijn
binnen dewelke de gouverneur
van de provincie Henegouwen zijn
beslissingen
neemt?
Hoeveel
achterstand is er momenteel in de
provincie Henegouwen en wat zijn
er de redenen voor? Wordt er bij
vernieuwing waardoor de termijn
verlengd wordt, een schrijven
bezorgd aan de aanvrager met de
redenen voor de verlenging van de
termijn? Zou het niet beter zijn er
in die brieven op te wijzen dat de
aanvrager beroep kan aantekenen
bij de minister van Justitie in geval
er geen beslissing van de
gouverneur is binnen de termijn?
Er werd mij gezegd dat de zones
die
de
hun
toevertrouwde
vuurwapens bewaard hebben, ze
terug kunnen geven aan de
eigenaars
ervan
die
een
vergunning verkregen hebben van
de gouverneur. De minister van
Justitie heeft er mij ook op
gewezen
dat
het
aan
de
gouverneur IS om die informatie
door te geven aan de politiezones.
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
Zou het niet opportuun zijn een
omzendbrief te sturen naar de
gouverneurs en ze uit te nodigen
om de teruggave van de wapens
te organiseren?
08.02 André Frédéric (PS): Ma collègue a donné un maximum
d'indications sur cette loi de 2006 sur les armes. Cette loi, qui a fait
l'objet de modifications et de débats, a été votée quasiment à
l'unanimité à la veille des vacances d'été.
On sait que dans ces modifications les autorisations sont désormais à
durée indéterminée mais que tous les 5 ans le gouverneur doit vérifier
d'initiative si les personnes sont toujours dans les conditions
d'autorisation et s'ils remplissent toujours bien ces conditions.
On a noté, et on a abordé le sujet ce matin avec le ministre de la
Justice, qu'il y avait un retard important dans la province de Hainaut.
À votre avis, est-ce aussi le cas dans d'autres provinces? Suite à
l'adoption de la loi réparatrice, quelles sont les mesures
d'accompagnement qui ont été et qui seront mises en place par vos
services avant que les demandes d'autorisation soient traitées dans le
délai voulu par la loi?
Le département compte-t-il engager du personnel pour les fêtes de fin
d'année 2008-2009? Pourriez-vous déjà nous donner l'évaluation sur
l'application du nouveau système informatique de traitement des
demandes d'autorisation? En concertation avec votre collègue de la
Justice, une circulaire sera-t-elle envoyée aux services des
gouverneurs? Je persiste à dire que ceux-ci, en fonction des
provinces, et les zones de police, en fonction des zones de police,
adressent des messages à la population dans les sens les plus
divers.
Je ne suis pas un passionné des toutes-boîtes, mais j'ai pu remarquer
que dans chaque sous-zone les informations à l'égard de la
population sont complètement différentes. Un minimum de clarté est
nécessaire. Nous sommes à la veille de devoir statuer sur le fait de
pouvoir garder une arme à titre de détenteur passif. Des gens ont
déjà été méchamment floués en la matière. En effet, ceux qui ont
respecté la loi et qui ont remis leur arme se voient dans l'impossibilité
de récupérer leur(s) bien(s), alors que ceux qui l'ont "volontairement"
abandonnée, parfois sous la menace, peuvent récupérer les leur(s).
Le ministre de la Justice se disait, ce matin, intéressé par cette
possibilité de clarification. Voilà, monsieur le président, ma question
au ministre de l'Intérieur responsable!
08.02 André Frédéric (PS): Mijn
collega heeft een maximum aan
aanwijzingen over de wet van
2006 gegeven. De wet werd
zowat met eenparigheid van
stemmen goedgekeurd. De
vergunningen
zijn
nu
voor
onbepaalde duur, maar om de vijf
jaar moet de gouverneur nagaan
of de personen nog steeds de
vergunningsvoorwaarden
ver-
vullen. Er is een aanzienlijke
achterstand
in
de
provincie
Henegouwen. Is dat ook het geval
in de andere provincies? Welke
begeleidende maatregelen hebben
uw diensten ingevoerd naar
aanleiding van de herstelwet?
Kunt u ons zeggen hoe de
toepassing
van
het
nieuwe
computersysteem
voor
de
verwerking
van
de
vergunningsaanvragen
wordt
geëvalueerd?
Zal
er
een
rondzendbrief worden verstuurd
aan de gouverneursdiensten? Ik
heb gemerkt dat er in elke
subzone
andere
inlichtingen
worden
verstrekt
aan
de
bevolking. Er is een minimum aan
duidelijkheid nodig. De minister
van Justitie heeft gezegd wel heil
te zien in die mogelijkheid om
meer toelichting te geven.
08.03 Patrick Dewael, ministre: Je ne suis pas le seul responsable,
monsieur Frédéric! Ce sont les commissaires du gouvernement selon
les compétences de chacun!
Monsieur le président, sur la base des chiffres demandés aux
provinces, environ 27% des demandes introduites dans le cadre des
divers processus de base auraient été traités à la date du 1
er
août
2008. Je vous remets un aperçu de la situation arrêtée à cette date
pour l'ensemble des provinces.
La province du Hainaut est celle qui doit faire face au nombre le plus
er
08.03 Minister Patrick Dewael:
De verantwoordelijkheid ligt niet bij
mij alleen! Ongeveer 27 procent
van de aanvragen zou vóór 1
augustus 2008 zijn verwerkt. Ik
geef u een overzicht van de
situatie in alle provincies op dat
ogenblik.
De
provincie
Henegouwen moet het grootste
aantal aanvragen verwerken. Op 1
augustus was 12 procent van de
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
élevé de demandes. Au 1
er
août dernier, seul 12% des demandes ont
été traités par le Service provincial des armes.
En ce qui concerne les délais de traitement des dossiers, le Service
des armes de la province du Hainaut distingue les dossiers "nouvelles
acquisitions" qui sont traités en priorité. Le délai moyen est de dix
mois et le délai maximum est de 18 mois.
En ce qui concerne les dossiers "renouvellement", le délai se compte
en années, mais les intéressés n'en subissent pas de conséquences
négatives. Le Service des armes du Hainaut quantifie assez
difficilement l'arriéré des dossiers, mais relèvent notamment comme
raison l'insuffisance du personnel en place.
En effet, selon une étude réalisée par mon administration, des
personnes supplémentaires devraient être affectées à ce service.
Selon nos renseignements, aucun courrier n'est envoyé à l'occasion
du renouvellement prolongeant le délai. Pour de plus amples
informations, je vous invite à questionner le ministre de la Justice.
Je tiens à récapituler les démarches entreprises par le SPF Intérieur
depuis l'entrée en vigueur de la loi.
1. Les 50 agents (11 de niveau A, 39 de niveau C) octroyés par le
Conseil des ministres du 7 juillet 2006 sont tous entrés en service le
1
er
octobre 2006 auprès des gouvernements provinciaux.
2. Pendant les mois de vacances 2007 et 2008, environ 150 étudiants
jobistes ont été engagés et répartis dans les différentes provinces.
3. Le système de suivi concernant les permis en matière d'armes est
déjà installé dans les provinces du Limbourg et du Brabant flamand.
Dans les provinces du Brabant wallon, du Hainaut et d'Anvers, on s'y
attèle. Les autres provinces s'y consacreront plus tard dans l'année,
voire en 2009. Une évaluation serait donc prématurée.
Aucun étudiant jobiste n'est engagé pour la fin de l'année 2008/2009.
Le SPF Intérieur procède à l'engagement de jobistes uniquement
pendant les mois d'été. En outre, il convient d'évaluer si l'engagement
d'étudiants est souhaitable dans les services des armes provinciaux.
Les étudiants peuvent aider à encoder des dossiers mais non pas à
les traiter sur le plan du contenu.
Je tiens à souligner que la législation sur les armes concerne une
matière qui relève des compétences du ministre de la Justice. Pour
les directives de fond et circulaires données aux gouvernements
provinciaux, je renvoie à mon collègue de la Justice.
aanvragen verwerkt door de
provinciale
wapendienst.
Met
betrekking
tot
de
verwerkingstermijn
geeft
de
provinciale
wapendienst
van
Henegouwen de prioriteit aan de
dossiers met betrekking tot nieuw
aangekochte
wapens.
Daar
beloopt de termijn gemiddeld tien
maanden, en maximaal achttien
maanden. Voor de hernieuwingen
kan een en ander jaren duren,
maar de betrokkenen ondervinden
daar geen negatieve gevolgen
van.
De
wapendienst
van
Henegouwen kan de achterstand
moeilijk kwantificeren, maar wijst
het personeelsgebrek aan als
oorzaak. Er zou extra personeel
moeten worden ingezet. Er worden
geen brieven verstuurd bij de
hernieuwing
die
de
termijn
verlengt. Voor meer informatie
kunt u zich wenden tot de minister
van Justitie.
De vijftig personeelsleden die op 7
juli 2006 door de ministerraad
toegekend werden, zijn allen op 1
oktober 2006 in dienst getreden bij
de provinciale gouvernementen.
Tijdens de vakanties in 2007 en
2008 werden er 150 jobstudenten
ingezet
in
de
verschillende
provincies. De provincies Limburg
en Vlaams-Brabant hebben een
follow-upsysteem
voor
de
wapenvergunningen.
De
provincies
Waals-Brabant,
Henegouwen
en
Antwerpen
werken eraan en de andere
provincies zullen zich hier later op
toeleggen. Het zou voorbarig zijn
om nu al tot een evaluatie over te
gaan.
Er worden geen jobstudenten
aangeworven
voor
de
eindejaarsperiode
2008-2009;
jobstudenten worden enkel ingezet
tijdens
de
zomermaanden.
Bovendien moet er nagegaan
worden of het wenselijk is
studenten in te schakelen bij de
provinciale wapendiensten. Ze
mogen de dossiers invoeren, maar
niet inhoudelijk behandelen. De
wapenwetgeving behoort tot de
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
bevoegdheid van de minister van
Justitie. Voor de inhoudelijke
richtlijnen en de rondzendbrieven
voor provinciale gouvernementen
verwijs ik u naar de minister van
Justitie.
08.04 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le président, on se renvoie
la balle depuis des semaines. À chaque fois que j'interpelle le ministre
de l'Intérieur et le ministre de la Justice, ils se renvoient le dossier!
Monsieur le ministre, à un moment donné, il conviendrait que vous
vous mettiez d'accord avec votre collègue de la Justice pour voir qui
fait quoi en matière d'armes et en matière de directives qui doivent
être transmises aux zones de police. Les zones de police dans
lesquelles les armes n'ont pas été détruites ne veulent pas rendre ces
armes sans avoir reçu une information claire, soit de vous-même, soit
du ministre de la Justice.
C'est quelque peu compliqué à gérer sur le terrain. C'est surtout
regrettable car la date du 1
er
novembre approche à grands pas;
malheureusement, certaines personnes ne pourront pas récupérer
leurs armes faute de disposer de documents correctement rédigés.
08.04 Jacqueline Galant (MR):
Het is altijd hetzelfde liedje: als ik
de minister van Binnenlandse
Zaken en de minister van Justitie
ondervraag, schuiven ze de hete
aardappel naar elkaar door! Het
wordt tijd dat u het eens wordt
over
de
taakverdeling.
De
politiezones waar de wapens niet
vernietigd werden, willen die
wapens niet teruggeven zonder
duidelijke onderrichtingen van een
van beide ministers. Dat is
betreurenswaardig,
want
de
deadline van 1 november nadert
met rasse schreden. Sommige
mensen zullen hun wapens dus
niet terugkrijgen omdat er geen
correct opgestelde documenten
zijn.
08.05 André Frédéric (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour votre réponse. Certes, la matière relève principalement de la
compétence du ministre de la Justice mais le ministre de l'Intérieur a
quand même quelque chose à dire au niveau des gouverneurs.
J'ai demandé au ministre de la Justice que soit organisée une réunion
urgente avec les membres de son cabinet qui traitent ce dossier.
Partageant ce souci d'urgence, il a été proposé que cette réunion se
tienne peut-être demain déjà, voire dans quelques jours. Si cela
devait se confirmer, il me semble important qu'un membre du cabinet
de l'Intérieur soit présent de façon telle à coordonner le travail à
réaliser dans l'intérêt de nos concitoyens.
Pendant les négociations sur le budget, j'ai fait une demande de
renfort en personnel: 54 agents niveaux C et D. Il y a eu un avis
négatif du Budget qui m'a demandé de compenser leur engagement.
Je ne peux pas le faire. Si on vote des lois et qu'on demande aux
provinces de les exécuter, il faut prévoir du personnel
complémentaire. À ce moment-là, je peux faire ce qu'on attend de
nous avec les gouverneurs. Ces lois proviennent du ministre de la
Justice. Nous examinons à présent comment nous pouvons nous en
sortir mais il est trop facile d'attendre quelque chose des provinces en
comptant sur une compensation de l'Intérieur. C'est impossible sans
causer des préjudices dans d'autres domaines.
08.05 André Frédéric (PS): De
minister van Binnenlandse Zaken
heeft toch wel iets te zeggen over
de gouverneurs. Ik heb de minister
van Justitie verzocht dringend een
vergadering te beleggen. Er werd
voorgesteld om deze vergadering
eventueel morgen of de komende
dagen al te houden. Het is
belangrijk dat er een lid van het
kabinet van Binnenlandse Zaken
aanwezig
is
om
de
werkzaamheden te coördineren in
het belang van onze medeburgers.
Bij de begrotingsonderhandelingen
heb ik om meer personeel
gevraagd. Ik heb echter een
negatief advies gekregen van het
departement Begroting, dat mij
gevraagd heeft de indienstneming
van die mensen te compenseren.
Dat kan ik niet doen. Als men
wetten goedkeurt en de provincies
vervolgens vraagt die wetten uit te
voeren, dan moet men bijkomend
personeel ter beschikking stellen.
Die wetten komen van het
ministerie
van
Justitie.
Wij
onderzoeken hoe we een en ander
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
kunnen oplossen, maar het is al te
gemakkelijk om van de provincies
bepaalde zaken te verwachten en
daarbij te rekenen op een
compensatie van het departement
Binnenlandse Zaken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Président: André Frédéric.
Voorzitter: André Frédéric.
09 Questions jointes de
- M. Jean-Jacques Flahaux au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la cacophonie entre les différents
acteurs de l'approvisionnement en gaz et en électricité en cas de sinistre" (n° 7307)<br>- M. Olivier Destrebecq au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les conduites de gaz et
les câbles à haute tension" (n° 7583)</b>
09 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Klimaat en Energie over "de kakofonie van de
verschillende actoren van de gas- en elektriciteitsvoorziening bij brand of andere rampen" (nr. 7307)
- de heer Olivier Destrebecq aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
gasleidingen en de hoogspanningskabels" (nr. 7583)
09.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre de l'Intérieur, je tiens à préciser qu'au départ
cette question ne vous était pas adressée. Elle était destinée au
ministre Magnette.
Cette précision étant faite, la libéralisation du marché de l'électricité a
amené des entités distinctes à s'occuper de la production, du
transport, de la distribution et de la fourniture d'électricité et de gaz.
La gestion du réseau de transport de l'électricité a été confiée à Elia,
celle du gaz à Fluxys, celle des réseaux de distribution aux
intercommunales publiques ou mixtes.
Cette répartition pertinente sur le plan économique a cependant un
gros défaut pour ce qui est de la gestion des sinistres. En effet, lors
de l'incendie d'une partie de l'athénée royale de Braine-le-Comte, en
août dernier, nous avons été confrontés à une situation qui aurait pu
avoir des conséquences désastreuses.
Lorsque nous avons fait appel aux responsables de la distribution en
électricité pour pouvoir faire couper l'alimentation en électricité des
bâtiments en proie aux flammes, mais aussi de l'athénée, les
fournisseurs d'électricité et le gestionnaire de réseau se renvoyaient
la patate chaude, si je puis m'exprimer ainsi, en indiquant qu'ils
n'étaient pas responsables du dossier et qu'ils ne pouvaient intervenir
pour couper l'alimentation.
Heureusement qu'il n'y avait pas de chauffage au gaz dans ces
locaux car, le temps de trouver les responsables de la distribution en
gaz de l'athénée, le quartier tout entier aurait pu être soufflé.
Monsieur le ministre, la redéfinition des compétences entre les divers
acteurs ne peut se faire au mépris de la sécurité des usagers. Aussi,
il serait urgent de mettre en place un centre de gestion des sinistres
09.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR):
Als
gevolg
van
de
liberalisering
van
de
elektriciteitsmarkt houden aparte
ondernemingen zich bezig met de
productie, transmissie, distributie
en levering van gas en elektriciteit.
Economisch
gezien
is
die
taakverdeling zinvol, maar voor de
rampenbestrijding is het een
slechte zaak. Er zou dringend een
crisiscentrum
voor
rampenbestrijding moeten komen,
opdat
de
diverse
betrokken
actoren vlot en gecoördineerd
zouden kunnen optreden. Welke
maatregelen zal u onverwijld
nemen in dit dossier?
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
permettant une réponse rapide pertinente et coordonnée des
différents acteurs concernés afin de sécuriser au plus tôt les locaux et
abords de bâtiments, qu'ils soient publics ou privés, en proie aux
flammes.
Monsieur le ministre, à la lumière de la triste actualité dont les
pompiers font l'objet, je ne doute pas un instant que vous aurez le
souci de préserver la vie de nos soldats du feu. Aussi, j'aimerais
connaître quelles dispositions vous pouvez et comptez prendre
rapidement en la matière.
09.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, la coupure de l'alimentation des canalisations de gaz à
haute pression relève de la compétence de Fluxys. Cette dernière est
joignable 24 heures sur 24 via son numéro d'urgence.
La coupure de l'alimentation des canalisations de gaz à moyenne et à
basse pression relève des gestionnaires de réseaux de distribution de
la commune dans laquelle le sinistre s'est déclaré. Fluxys peut fournir
les coordonnées de ces gestionnaires.
Il appartient à chaque service d'incendie de prendre connaissance
des coordonnées du gestionnaire de réseau de sa zone
d'intervention.
Par ailleurs, mon administration a élaboré une fiche "gaz naturel".
Celle-ci permet aux services d'incendie de déterminer rapidement et
correctement les premiers périmètres de sécurité, en cas d'incident
impliquant des canalisations de gaz à haute pression.
Cette carte d'actions a été présentée lors du comité technique
d'incendie et de feu de l'Association des services d'incendie et de
secours.
Cette association internationale échange de l'information utile pour les
services de sécurité civile. Après cette présentation, divers pays
européens, ainsi que les États-Unis, ont demandé de pouvoir utiliser
ces fiches d'actions. Mon administration est également en
concertation avec les gestionnaires du réseau des canalisations à
moyenne et basse pression afin d'établir une fiche équivalente.
Enfin, un site Internet a été créé pour les services d'incendie. Une
version électronique de la cartographie des conduites souterraines à
haute pression s'y trouve. Ce site permet non seulement de visualiser
les conduites souterraines de l'ensemble du territoire belge, mais
également d'obtenir des informations complémentaires telles que les
exploitants, les coordonnées de la canalisation et les produits
transportés.
En outre, depuis septembre 2007 les centres provinciaux de
formation des services d'incendie permettent aux officiers et sous-
officiers des services d'incendie et de la protection civile de suivre un
cours relatif à la lutte contre les incidents de pipeline.
En ce qui concerne l'approvisionnement en électricité, la fermeture
des lignes à haute tension relève de la compétence d'Elia. Le numéro
de téléphone d'urgence d'Elia est joignable vingt-quatre heures sur
vingt-quatre. La fermeture des lignes à basse tension relève de la
09.02 Minister Patrick Dewael:
Fluxys is verantwoordelijk voor het
afsluiten
van
de
hogedrukgasleidingen.
De
distributienetbeheerders van de
gemeente waarin de ramp zich
voordoet, zijn verantwoordelijk
voor het afsluiten van de lage- en
middendrukgasleidingen.
Elke
brandweerdienst moet weten waar
hij de netbeheerder van zijn
interventiezone kan bereiken.
Daarnaast heeft mijn administratie
een
"aardgasvademecum"
opgesteld, aan de hand waarvan
de brandweer bij een incident met
hogedrukgasleidingen snel de
eerste
veiligheidszones
kan
afbakenen.
Mijn administratie pleegt overleg
met de beheerders van de
midden-en lagedrukleidingen om
tot een uniforme aansluiting te
komen. Er is ten slotte ook een
website
gemaakt
voor
de
brandweerdiensten. Daarop staat
een elektronische kaart met alle
ondergrondse hogedrukleidingen,
en de officieren en onderofficieren
van de brandweerdiensten en de
civiele bescherming kunnen een
cursus volgen over het bestrijden
van incidenten met pijpleidingen.
Wat de elektriciteitsvoorziening
betreft, behoort het afsluiten van
hogedrukleidingen
tot
de
bevoegdheid
van
Elia.
Het
afsluiten van lagedrukleidingen
valt onder de bevoegdheid van de
netbeheerder in het gewest waar
het onheil zich heeft voorgedaan.
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
compétence du gestionnaire de réseau présent dans la région dans
laquelle le sinistre s'est déclaré.
09.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Je remercie le ministre pour sa
réponse. Les plans de secours qui vont se mettre en place
permettront sans doute d'améliorer le mode de fonctionnement. Dans
la pratique, il y a encore du chemin à faire pour améliorer les circuits.
Je m'inscris dans votre logique, nous essayerons de faire en sorte
qu'il en soit ainsi dans nos différentes régions.
09.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): De noodplannen die eraan
komen zullen ongetwijfeld leiden
tot een betere werking.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
modification de la loi sur l'emploi des langues dans l'administration communale" (n° 7308)</b>
10 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de wijziging van de wet met betrekking tot het gebruik der talen in de gemeentelijke
administraties" (nr. 7308)
10.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, pour ce
sujet, j'ai beaucoup hésité entre présenter une question ou
directement une proposition de loi. J'ai décidé de commencer par une
question.
En effet, dans cette même salle lors d'une commission de l'Intérieur,
j'avais dit être prêt dans ma commune, en Wallonie, de répondre à la
proposition de Brigitte Grouwels: elle proposait que des communes du
Brabant wallon (je suis de Wallonie, mais à la limite) puissent se
déclarer officiellement bilingues.
Ma proposition va dans le même sens et fait suite à une décision
prise à l'unanimité du conseil communal de Braine-le-Comte où nous
avons des chrétiens humanistes, des socialistes, des MR et des
écologistes. Nous avons obtenu l'unanimité.
La Belgique a la chance de posséder en son sein des populations
parlant des langues différentes. Je pense bien sûr aux populations de
langue flamande, française et germanique, mais pas seulement.
Nombre d'entre eux, compte tenu du rôle de capitale de l'Europe que
remplit Bruxelles, parlent aussi l'anglais.
Ces populations, pour des raisons diverses d'emploi, de vie
amoureuse ou tout simplement de possibilités de logement, sont
amenées à s'installer dans des communes d'une autre langue que la
leur. L'évolution de la société a rendu les personnes de plus en plus
mobiles, ce qui est une richesse pour tous, de partage de cultures et
de modes de vie différents.
Aussi, il serait opportun à mes yeux, et aussi à ceux de nombre de
mes collègues bourgmestres wallons, de pouvoir fournir à ces
populations nouvellement arrivées dans nos communes, lorsqu'elles
le souhaitent, leurs documents administratifs dans la langue de leur
choix. Il est en effet matériellement possible à nos services de
satisfaire cette demande; j'ai d'ailleurs déjà sorti des documents, mais
tout à fait officieusement. Hélas, la loi nous l'interdit, nous
contraignant à délivrer les documents administratifs dans la seule
langue officielle.
10.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik heb lang getwijfeld of ik
hierover geen wetsvoorstel zou
indienen, maar ik heb uiteindelijk
besloten eerst een vraag te
stellen.
Ik heb me bereid verklaard om in
mijn Waals-Brabantse gemeente
in te gaan op het voorstel van
Brigitte Grouwels - volgens dat
voorstel zouden de gemeenten
van Waals-Brabant zich officieel
tweetalig verklaren. Mijn voorstel
ligt in dezelfde lijn en vloeit voort
uit een door de gemeenteraad van
's
Gravenbrakel
eenparig
genomen beslissing.
In België vestigen mensen zich
soms in gemeenten waar een
andere taal gesproken wordt dan
de hunne. Het zou dan ook
opportuun
zijn
om
die
nieuwkomers in onze gemeenten,
indien
zij
dat
wensen,
administratieve documenten in de
taal van hun keuze te verstrekken.
Jammer genoeg verbiedt de wet
ons dat.
Kan u de nodige stappen doen om
de wet te wijzigen en het mogelijk
te maken om administratieve
documenten
in
het
Frans,
Nederlands, Duits of Engels uit te
reiken? Om het positieve en open
karakter van dat voorstel te
onderstrepen, zou als voorwaarde
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
Monsieur le ministre, pouvez-vous oeuvrer afin de modifier la loi et
permettre, j'insiste sur permettre, à nos services communaux de
délivrer les documents administratifs, indifféremment en français,
néerlandais, allemand ou anglais, en respect de ce que demande
l'administré concerné? Afin que cette proposition ne soit perçue que
dans son objectif positif et d'ouverture, et non comme une contrainte
imposée, elle serait conditionnée à un vote positif de la majorité
(simple ou qualifiée) du conseil communal de chaque commune
candidate.
En clair, une commune de la périphérie autour de Bruxelles, une
commune flamande qui n'aurait pas envie de le faire n'y serait pas
obligée. Ce serait un acte positif que de le permettre aux communes
où la majorité du conseil communal le souhaite, même si c'est aux
deux tiers, aux trois quarts ou autre forme de majorité.
Monsieur le ministre, qu'en pensez-vous?
gesteld worden dat het door de
gemeenteraad van elke kandidaat-
gemeente
goedgekeurd
moet
worden.
Hoe staat u tegenover dat
voorstel?
10.02 Patrick Dewael, ministre: Cher collègue, vous préconisez de
permettre aux communes, sur décision de leur conseil communal, de
délivrer des documents administratifs établis selon la langue utilisée
par l'administré, que ce soit en français, en néerlandais, en allemand
ou en anglais. Une telle proposition implique une modification des lois
coordonnées sur l'emploi des langues en matière administrative dans
les services communaux.
À ce sujet, je veux attirer votre attention sur le fait qu'en vertu de
l'article 129 §1 de la Constitution, les Parlements de la Communauté
française et de la Communauté flamande règlent par décret, à
l'exclusion du législateur fédéral, l'emploi des langues pour les
matières administratives. Il se déduit toutefois a contrario du libellé de
l'article 129 §1 et 2 de la Constitution que le législateur fédéral est
demeuré compétent pour régler l'emploi des langues en matière
administrative tant pour les communes de la Région Bruxelles-
Capitale que pour celles de langue allemande. Il en va de même pour
les communes contiguës à une autre région linguistique, pour
lesquelles la loi prescrit ou permet l'emploi d'une autre langue que
celle de la région dans laquelle elles sont situées. Une modification
des règles sur l'emploi des langues en matière administrative dans
ces communes ne peut, en effet, être apportée par une loi adoptée à
la majorité prévue à l'article 4 alinéa 2 de la Constitution, à savoir: une
majorité des suffrages dans chaque groupe linguistique de chacune
des Chambres. Le total des votes positifs émis dans les deux groupes
linguistiques doit alors atteindre les deux tiers des suffrages
exprimés.
Compte tenu de la répartition des compétences que je viens de
décrire, il ne me paraît pas réaliste d'envisager dans les
circonstances actuelles une modification des lois linguistiques
coordonnées dans le sens que vous appelez de vos voeux. De toute
manière, comme vous le savez, un dialogue est en cours. La
proposition peut donc toujours être présentée durant les négociations
interinstitutionnelles.
10.02 Minister Patrick Dewael:
Zo'n voorstel impliceert een
wijziging van de gecoördineerde
wetten over het gebruik der talen
in
bestuurszaken
in
de
gemeentediensten.
Naargelang het geval zijn het de
parlementen
van
de
Gemeenschappen of de federale
wetgever die bevoegd zijn.
Gelet op de verdeling van de
bevoegdheden lijkt het me niet
realistisch rekening te houden met
een
wijziging
van
de
gecoördineerde taalwetten. Het
voorstel kan altijd voorgelegd
worden
tijdens
de
interinstitutionele
onderhandelingen.
10.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie. Je comprends que vous marchiez sur des oeufs; c'est bien
normal. Simplement, vous ne casseriez donc pas nécessairement les
décisions d'une commune qui aurait publié des documents? Ou alors,
10.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik begrijp dat u op eieren
loopt. Klopt het dat u niet
noodzakelijk de beslissingen van
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
considérez-vous que ceci dépend du ministre des Affaires intérieures
de la Région wallonne? En ce cas, je frapperai à cette porte.
L'objectif vise seulement à respecter la courtoisie linguistique, pas à
faire de la provocation, entendons-nous bien. De plus en plus de
néerlandophones vivent dans ma commune, et je trouverais normal
qu'ils puissent obtenir des documents officiels en néerlandais. De
même, j'ai une conseillère communale néerlandophone, et je ne
serais nullement dérangé si elle pouvait s'exprimer dans sa langue
pendant le conseil.
een gemeente die de documenten
zou
gepubliceerd
hebben,
verbreken? Of vindt u dat dit
afhangt van de minister van
Binnenlandse Zaken van het
Waals Gewest?
De
doelstelling
is
de
taalhoffelijkheid na te leven, niet
aan provocatie te doen.
Zo heb ik een Nederlandstalig
gemeenteraadslid en het zou mij
helemaal niet storen indien zij zich
in haar taal zou kunnen uitdrukken
op de gemeenteraad.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 7320 de Mme Schryvers est
transformée, à sa demande, en question écrite.
De voorzitter: Vraag nr. 7320 van
mevrouw Katrien Schryvers wordt
op haar verzoek omgezet in een
schriftelijke vraag.
11 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
situation des agents de proximité dans la police" (n° 7437)</b>
11 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de positie van de wijkagenten bij de politie" (nr. 7437)
11.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, vous
voyez que je m'intéresse à toutes sortes de sujets.
La réforme de la police a mené à une revalorisation des inspecteurs
d'intervention. Si cette évolution est louable, elle s'est réalisée au
détriment des agents de proximité qui, dès lors, veulent devenir très
rapidement inspecteur d'intervention, eu égard aux conditions de
travail et surtout de rémunération de ces derniers.
Monsieur le ministre, comment agir pour revaloriser ce poste et,
partant, arrêter le glissement de ces agents vers des postes
d'inspecteur d'intervention avec le risque de pénurie qui s'ensuit?
Quand on a dressé le bilan des 10 ans de la loi, des articles ont été
publiés dans tous les journaux. On a interrogé la population, les
bourgmestres. La plus grande insatisfaction de la réforme des polices
était la proximité. Selon moi, il faut résoudre ce problème.
Il est vrai que les zones de police tentent de faire cela par le biais de
ce qu'on appelle les nouveaux agents de police mais il subsiste un
problème de motivation lié à l'aspect financier.
11.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): In het kader van de
politiehervorming werd de functie
van de interventie-inspecteurs
geherwaardeerd. Die evolutie ging
ten koste van de wijkagenten. Wat
kan men doen om ook hun functie
op te waarderen en te voorkomen
dat zij voor een post van
interventie-inspecteur opteren, met
een
dreigend
tekort
aan
wijkagenten tot gevolg?
11.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, tout d'abord, je vous rappelle que le gouvernement s'est
engagé pour que la police dispose d'une plus grande marge de
manoeuvre pour se consacrer à ses tâches essentielles, parmi
lesquelles le travail de quartier, qui sera revalorisé.
11.02 Minister Patrick Dewael:
Uw
bezorgdheid
wordt
ook
gedeeld door de adviesraad van
burgmeesters.
De
vaste
commissie van de lokale politie
heeft geantwoord dat de lokale en
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
Votre préoccupation a également été exprimée par le conseil
consultatif des bourgmestres qui a demandé, le 8 mai dernier, à la
commission permanente de la police locale de mener une étude afin
de connaître la raison pour laquelle les policiers n'optent pas pour le
travail de quartier. Le 11 septembre, la commission permanente a
fourni les réponses suivantes.
1. Il faut accorder une attention particulière à l'image du policier de
quartier.
2. Il faut encourager la promotion de cette fonction.
3. Il faut poursuivre la réduction des tâches administratives.
Toujours selon la commission permanente, les intervenants locaux et
fédéraux devraient être impliqués dans cette revalorisation
fonctionnelle.
Très concrètement et pour répondre à ce besoin de soutien fédéral
pour une valorisation de cette fonction, j'ai le plaisir de vous indiquer
qu'un protocole d'accord a été signé le 24 septembre dernier dans
lequel la situation des policiers de quartier est traitée prioritairement.
Le point de départ est l'introduction du concept du traitement
fonctionnel. Mon intention est, tout en maintenant la charge salariale
globale actuelle, de réduire le nombre d'allocations et d'indemnités et
de les remplacer par un traitement principalement barémique axé sur
l'analyse de la fonction exercée.
Je suis conscient qu'il s'agit d'un exercice difficile qui demandera du
temps et de la prudence. Dans le cadre de ce concept de traitement
fonctionnel, ma volonté est de démarrer avec une proposition relative
au traitement fonctionnel du policier de quartier.
J'ai demandé aux organisations syndicales de se joindre à cette
approche, afin de rechercher ensemble de meilleurs mécanismes de
rémunération alternative. La majorité de ces organisations ont
marqué leur accord pour entamer ouvertement et rapidement la
discussion au sein d'un groupe de travail technique. Cependant et de
toute évidence, avant d'aborder l'aspect pécuniaire, il convient
d'examiner d'abord l'aspect fonctionnel. Dans ce cadre, je pourrais
adapter l'approche normative relative à la fonctionnalité de base
"travail de quartier".
Je reste confiant dans l'issue favorable de ces travaux.
federale
actoren
bij
een
herwaardering van die functie
zouden moeten worden betrokken.
Op 24 september jongstleden
werd
een
protocolakkoord
ondertekend waarin de situatie van
de wijkagenten prioritair wordt
behandeld. Ik wil de huidige
globale loonmassa behouden,
maar ben van plan het aantal
toelagen en vergoedingen te
verminderen en ze te vervangen
door een voornamelijk baremieke
bezoldiging die stoelt op een
analyse van de uitgeoefende
functie. In het kader van dat
concept
van
de
functionele
bezoldiging, wil ik starten met een
voorstel betreffende de functionele
bezoldiging van de wijkagent.
De
meeste
vakorganisaties
hebben zich akkoord verklaard om
snel een open discussie aan te
vatten binnen een technische
werkgroep. Voor men zich over
het geldelijke aspect buigt, moet
eerst de werking worden bekeken.
11.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, votre
réponse me satisfait pleinement. J'aurai l'occasion de la transmettre
dès ce soir au conseil de police que je présiderai. Nous suivrons votre
volonté qui, je n'en doute pas, aboutira.
11.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR):
Ik
zal uw antwoord
vanavond al meedelen aan de
politieraad die ik voorzit.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
problèmes de compatibilité des outils informatiques dans la police" (n° 7440)</b>
12 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de compatibiliteitsproblemen van het informaticamaterieel bij de politie" (nr. 7440)
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
12.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, je ne vous cache pas que c'est mon chef de
zone qui m'a tuyauté pour cette question. Nos services de police ont,
pour les aider dans leurs missions quotidiennes, recours aux outils
informatiques. Ils utilisent donc notamment, comme la plupart des
citoyens belges qui ont un équipement informatique, des logiciels
comme Word ou Excel.
La DST qui est responsable des programmes informatiques des
zones de police fait une veille informatique de ces dernières, leur
demandant d'actualiser leur équipement par l'acquisition de nouvelles
licences pour de nouvelles versions de ces logiciels. Le souci est que,
bien qu'ayant acquis ces nouvelles licences, ils ne reçoivent pas en
retour les nouvelles versions de ces logiciels, mais seulement des
macros qui doivent permettre une adaptation des anciennes versions,
ce qui entraîne inévitablement des problèmes de compatibilité réelle
avec des documents établis sur des versions plus récentes et
provenant d'autres sources.
Ainsi, outre le fait d'avoir donné l'argent du beurre sans avoir le
beurre, nos policiers ont souvent, d'une part, à doubler leur parc
informatique pour pouvoir travailler et, d'autre part, à passer un temps
non négligeable à récupérer des dossiers informatiques. Le temps
passé à ces manipulations n'est pas consacré, du coup, aux
véritables missions de la police.
Monsieur le ministre, ne serait-il pas normal que les zones de police
qui acquièrent ces licences sur leurs fonds propres, suite à la décision
de la DST, reçoivent les versions correspondant aux licences qu'elles
ont acquises, de manière à pouvoir travailler plus confortablement et
plus rapidement?
N'incombe-t-il pas à la DST de fournir une aide logistique, via
l'intervention d'informaticiens itinérants, de manière à mettre en phase
les anciennes bases de données des commissariats avec les
nouveaux outils demandés par la DST, plutôt que de demander aux
policiers de bidouiller avec d'anciennes versions, sur leur temps de
service, sachant qu'ils ne sont pas en effectifs suffisants pour mener
à bien ce travail?
Ne serait-il pas opportun de revoir tout le système et de mettre en
place un outil informatique rénové?
12.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR):
Onze
politiediensten
gebruiken programma's als Word
en Excel.
De
DST,
de
directie
die
verantwoordelijk
is
voor
de
computerprogramma's van de
politiezones,
vraagt
de
politiediensten hun applicaties te
updaten door nieuwe licenties voor
nieuwe versies van die software te
kopen. Dat is ook gebeurd, maar
de beloofde nieuwe versies laten
op zich wachten.
Onze agenten moeten daardoor
hun computerpark verdubbelen
om te kunnen werken en ze
besteden behoorlijk wat tijd aan
het recupereren van de dossiers.
Zou het niet maar normaal zijn dat
de politiezones de bij de gekochte
licenties behorende versies ook
geleverd krijgen? Zou de DST
geen logistieke steun kunnen
verlenen door informatici uit te
zenden die ter plaatse gaan
helpen? Zou het volledige systeem
niet herzien kunnen worden en
zouden er geen nieuwe hard- en
software
kunnen
worden
geïnstalleerd?
12.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, la Direction
générale de l'appui et de la gestion de la police fédérale assure la
préparation des normes techniques et des règles en matière de
gestion technique de la télématique de la police intégrée, ceci en
concertation avec la commission permanente de la police locale. Dès
lors, les programmes informatiques utilisés par les zones de police
sont basés sur des standards télématiques définis.
Concrètement, afin que les zones de police disposent d'un outil
informatique leur permettant d'exécuter leurs tâches opérationnelles,
la police fédérale a développé, en collaboration avec des
représentants des zones de police, l'application ISLP. Cette
application fait usage des logiciels bureautiques Word 6 et Excel 5.
Ainsi, vu l'interdépendance de ces applications et compte tenu de
12.02 Minister Patrick Dewael:
De computerprogramma's die de
politiezones
gebruiken,
zijn
gebaseerd
op
vastgelegde
telematicastandaarden.
De
federale politie heeft de applicatie
ISLP ontwikkeld, die gebruik
maakt van de programma's Word
6 en Excel 5. Het zou niet redelijk
zijn om voor ISLP op korte termijn
met andere kantoorsoftware te
gaan werken.
De politiezones moeten zelf
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
l'ampleur des modifications des logiciels bureautiques et du nombre
d'utilisateurs que cela concernerait, il ne serait pas raisonnable
d'envisager à court terme de changer la composante bureautique
d'ISLP.
(...)
L'installation de nouveaux logiciels bureautiques choisis par les zones
de police est à leur charge. Le personnel de la direction de la
Télématique n'intervient que pour l'installation des nouvelles versions
de la plate-forme ISLP, ainsi que pour les migrations qui en découlent
et pour l'appui en cas de difficulté technique.
Actuellement, la police fédérale effectue une conversion de
l'application ISLP afin qu'elle puisse fonctionner sur une plate-forme
plus moderne. Le remplacement de la composante bureautique sera
entrepris sur base d'un logiciel ouvert adapté aux besoins de la police,
sachant que pour garantir le bon fonctionnement des systèmes, la
compatibilité entre l'application ISLP et ces nouveaux logiciels devra
toujours être prise en considération.
zorgen voor de installatie van hun
zelfgekozen
nieuwe
kantoorautomatiseringssoftware.
Momenteel wordt de applicatie
ISLP door de federale politie
geconverteerd.
Voor
de
vervanging
van
de
kantoorsoftware
zal
worden
uitgegaan van open software,
aangepast aan de behoeften van
de politie. Er zal te allen tijde over
gewaakt moeten worden dat ISPL
en
de
nieuwe
programma's
compatibel zijn.
12.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): (...) raisonnable. Cela
permettra aussi d'améliorer le fonctionnement des zones de police.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Nous arrivons au point 15 de notre agenda, à savoir la
question n° 7672 de M. Schoofs. Je n'aperçois point ce dernier. Cette
question a déjà été reportée la fois dernière et étant donné que M.
Schoofs n'est pas excusé aujourd'hui, je considère donc cette
question comme étant retirée.
Point 16, questions jointes n
os
7673 et 7800 de M. Schoofs. Pour la
même raison, je les considère comme étant retirées.
M. Doomst a dû rejoindre la commission de la Justice, ce qui me
permet de passer la parole à Mme Lalieux.
De voorzitter: De vragen nr.
7672, nr. 7673 en nr. 7800 van de
heer Schoofs worden ingetrokken.
13 Question de Mme Karine Lalieux au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le Service
d'Incendie et d'Aide Médicale Urgente de la Région de Bruxelles-Capitale (SIAMU)" (n° 7712)</b>
13 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp
(DBDMH)" (nr. 7712)
13.01 Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, le SIAMU, que vous connaissez bien, est le service
d'incendie de la Région de Bruxelles-Capitale. Ce dernier est
principalement financé par la Région bruxelloise. Il couvre néanmoins
24 communes, dont 5 communes non bruxelloises.
Un récent incident a mis en lumière la situation particulière de ce
service, notamment en ce qui concerne son financement.
Monsieur le ministre, les services de pompiers ont été réformés par la
loi du 15 mai 2007.
En tant que Bruxelloise, je fais mon mea culpa, même si je n'étais pas
13.01 Karine Lalieux (PS): Een
recent incident heeft de bijzondere
situatie van de brandweerdienst
van het Gewest Brussel (DBDMH),
in het bijzonder wat de financiering
ervan betreft, voor iedereen
duidelijk gemaakt. Het Brussels
Gewest werd uitgesloten van de
financiering, die voortvloeit uit de
wet van 15 mei 2007, maar een
wetsartikel maakt het mogelijk af
te wijken van het basisprincipe van
niet-financiering door de federale
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
présente lors des débats qui ont précédé le vote de cette loi. Ce
faisant, et avec le vote d'un amendement déposé par des
parlementaires, la Région bruxelloise a été exclue du financement
résultant de la loi du 15 mai 2007. Vous n'êtes donc ici nullement visé.
À l'époque, le Conseil d'État s'était interrogé sur cette exclusion.
Par ailleurs, dans le cadre de l'article 66 du projet de loi du
gouvernement actuel article 70 , il est stipulé que le Roi peut
délibérer en Conseil des ministres dans la limite des lois budgétaires
et, aux conditions qu'il détermine, intervenir dans le financement de
l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale par l'octroi de
subsides ou une dotation spécifique. Un article de loi vous permet
donc de déroger au principe de base de non-financement par l'État
fédéral du service de pompiers de la Région bruxelloise, le fait étant
qu'en raison de la régionalisation, il n'appartient pas aux communes
de financer les services de pompiers.
Selon moi, la Région bruxelloise a commis une erreur fondamentale
tout comme les députés ont commis une erreur en votant cet article
de la réforme. Je répète que je ne vous accuse pas d'être
responsable de cette situation.
Cependant, j'imagine que vous êtes en train de concevoir l'arrêté
royal puisque vous disposiez de six mois pour ce faire.
À cette occasion, réfléchissez-vous à la problématique de la Région
bruxelloise? Sur base de quels critères le financement du fédéral
sera-t-il rendu possible?
Staat van de brandweerdienst van
het Brussels Gewest. Volgens mij
heeft het Brussels Gewest een
fundamentele fout begaan net
zoals de volksvertegenwoordigers
een fout gemaakt hebben door dit
artikel over de hervorming goed te
keuren. Maar ik stel me voor dat u
het passende koninklijk besluit aan
het uitdenken bent. Denkt u na
over de problematiek van het
Brussels Gewest?
13.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, la loi du 15 mai 2007 relative à la sécurité civile exclut de
l'essentiel de son champ d'application les services d'incendie et de
l'aide médicale de Bruxelles en raison de la spécificité pararégionale
des ses organes. Ainsi, par exemple, ni les structures prévues, ni la
tutelle, ni l'inspection ne sont applicables au SIAMU. Seules les
dispositions visées à l'article 17.1 de la loi du 15 mai 2007 lui sont
applicables. Toutefois, le législateur a entendu maintenir la possibilité
d'une intervention financière fédérale par le biais de l'article 70.
Un groupe de travail spécifique à Bruxelles a été mis en place. Il
réunit les partenaires concernés et a notamment pour mission de faire
les propositions nécessaires en ce qui concerne l'exécution de la loi
dans le cas particulier du SIAMU.
Il faut maintenant attendre les résultats des travaux de ce groupe de
travail. Mais j'ai pris bonne note de votre préoccupation, madame
Lalieux
13.02 Minister Patrick Dewael:
De wet van 15 mei 2007
betreffende de civiele veiligheid
sluit de diensten brandweer en
medische hulp van Brussel van de
essentie
van
haar
toepassingsgebied uit. In Brussel
werd een specifieke werkgroep
opgericht. De betrokken partners
komen in die werkgroep samen
die tot doel heeft de nodige
voorstellen te doen wat de
uitvoering van de wet in het
bijzondere geval van de DBDMH
betreft. Ik heb wel degelijk nota
genomen van uw bekommernis.
13.03 Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour vos réponses.
Il va de soi, monsieur le ministre, que s'il y a financement, on rentre
dans les catégories de contrôle, d'inspection et de généralisation.
Même s'il s'agissait d'un pararégional, comme vous l'indiquez, les
méthodes de financement se font aussi par le biais d'une certaine
fiscalité qui, chez nous, est consacrée à nos pompiers mais qui, dans
13.03 Karine Lalieux (PS): Het
spreekt vanzelf dat indien er
financiering is, men in de
categorieën controle, inspectie en
veralgemening belandt.
Het is niet duidelijk waarom
Brussel die discriminatie gewild
heeft. Het verheugt me dat een
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
d'autres provinces tant néerlandophones que francophones, est
dédicacée à d'autres politiques.
On ne comprend pas pourquoi Bruxelles a voulu cette discrimination.
Et c'est Bruxelles qui a voulu ceci: je crois que certains ministres
n'avaient pas compris le dossier.
Je suis donc contente qu'il y ait un groupe de travail qui réfléchisse à
nouveau sur la question.
werkgroep zich opnieuw over die
kwestie zal buigen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "het nieuw opleidingsplan voor de politiescholen" (nr. 7692)
14 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le nouveau
plan de formation pour les écoles de police" (n° 7692)</b>
14.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, op 16 april hadden wij het al over het feit dat er discussie
bestond over de manier waarop de opleiding in de toekomst moet
worden georganiseerd.
Uw
plan
zou
vijf
topprioriteiten
inhouden
omtrent
de
basisvaardigheden waarover jonge agenten nu nog onvoldoende
zouden beschikken, zoals trouwens blijkt in de praktijk.
In het voorjaar beloofde u de nieuwe regelgeving en u zei dat er
instrumenten zouden worden uitgewerkt om de coherentie en de
afstemming tussen de verschillende instanties goed in het oog te
houden.
Mijnheer de minister, zou u dit plan, nu of misschien liever bij een
andere gelegenheid, kunnen toelichten? Wanneer zal dit nieuw plan
worden geïmplementeerd, hetzij in de politiescholen, hetzij via het
onderwijs? Ik vind het overigens een goede piste om deze materie in
het hoger onderwijs te integreren. Verbreding en integratie is een
interessante denkpiste.
14.01 Michel Doomst (CD&V):
L'organisation
future
de
la
formation des policiers est à
l'examen. Le plan du ministre
serait fondé sur cinq grandes
priorités
relatives
aux
compétences de base des jeunes
agents. Il a promis d'élaborer des
instruments visant à assurer la
cohérence entre les différences
instances. Peut-il nous exposer ce
plan
d'une
façon
plus
circonstanciée? Quand sera-t-il
mis en oeuvre? L'idée d'un
élargissement et d'une intégration
constitue une piste intéressante à
cet égard.
14.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, in het jaarlijks
federaal opleidingsplan wordt het opleidingsaanbod vastgelegd dat
voor het komende jaar als prioritair moet worden beschouwd. Op
basis van dat plan worden de programma's van de interprovinciale
politiescholen opgesteld. Daarna beschikken de scholen over de
mogelijkheid om in te spelen op de lokale opleidingsbehoeften.
Het opleidingsplan 2009 houdt een aantal prioriteiten in die als volgt
kunnen worden samengevat.
Ten eerste, in het domein van de gerechtelijke politie, gaat het om het
afnemen van de verhoren, over het opstellen van de processen-
verbaal, over de kennis van de constitutieve elementen van de
misdrijven en over de techniek van het afstappen ter plaatse en van
de sporenbescherming.
Ten tweede, in het domein van de verkeerspolitie, gaat het over het
opstellen van de processen-verbaal en uiteraard over de kennis van
de verkeerswetgeving.
14.02 Patrick Dewael, ministre:
Le plan fédéral de formation 2009
comprend plusieurs priorités. Au
niveau de la police judiciaire, il
s'agit des interrogatoires, de la
rédaction des procès-verbaux, de
la connaissance des différents
éléments de délits, de la descente
sur les lieux et de la préservation
des traces. Pour la police de la
route, les priorités sont la
rédaction de procès-verbaux et la
connaissance du code de la route.
En ce qui concerne l'information
policière, l'accent sera mis sur le
fonctionnement de la banque de
données nationale et la rédaction
d'un avis urgent de recherche. Les
priorités mises en avant dans le
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
Ten derde, in het domein van de operationele politionele informatie,
gaat het over de basistheorie betreffende de werking van de
algemene nationale gegevensbank en over het opstellen van een
dringend opsporingsbericht.
Ten vierde, in het domein van de excellente politiezorg, gaat het over
de politionele deontologie, wat niet onbelangrijk is.
In het domein van geweldbeheersing ten slotte, gaat het over het
aanleren van interventietechnieken met of zonder vuurwapen, over de
kennis van het wettelijk kader voor het gebruik van geweld en dwang,
over de psychosociale competenties voor het oplossen van
probleemsituaties, over het omgaan met diversiteit en over de
interventies in het raam van intrafamiliaal geweld.
Het jaarlijks federaal opleidingsplan is derhalve de aanzet voor alle
betrokken partners om zich in te schrijven in wat ik zou willen noemen
een coherente globale opleidingspolitiek.
domaine de l'excellence dans la
fonction de police sont les
techniques d'intervention, le cadre
légal relatif à la violence et à la
contrainte,
les
compétences
psychosociales, la gestion de la
diversité et les interventions dans
le cadre des violences au sein des
ménages. Ce plan constitue dès
lors un premier pas vers une
stratégie cohérente en matière de
formation.
14.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor
uw gedetailleerd antwoord.
Leer ik daaruit dat men eigenlijk bijna jaarlijks, naar het volgende jaar
plannend, de zaken een beetje kan bijsturen in functie van wat
voorligt?
14.03 Michel Doomst (CD&V):
Peut-on dès lors adapter quelque
peu le plan d'année en année?
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
15 Question de M. Éric Thiébaut au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le meurtre d'un
supporter carolo avant le match de football Mons-Charleroi" (n° 7757)</b>
15 Vraag van de heer Éric Thiébaut aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de moord op een supporter van Charleroi voor de voetbalwedstrijd Bergen-Charleroi" (nr. 7757)
15.01 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, voici quelques semaines, la mort d'un supporter de
Charleroi, juste avant la rencontre de football qui opposait Mons et
Charleroi pose une nouvelle fois la question de la sécurité autour des
stades de football et surtout de l'encadrement des déplacements des
supporters lors des matchs.
Si les circonstances du drame excluent qu'une confrontation directe
entre plusieurs groupes de supporters rivaux ait eu lieu, puisque la
malheureuse victime a été poignardée lors d'une altercation avec un
gérant de snack en dehors du stade, ce fait confirme néanmoins que
tout n'est pas suffisamment entrepris par les autorités pour mieux
contrôler et encadrer les déplacements des supporters.
Ainsi, selon les informations publiées par les instances judiciaires, il
semble que la victime avait effectué le déplacement vers Mons,
malgré qu'elle soit interdite de stade pour des faits de violence
antécédents et qu'elle ne disposait donc d'aucun billet d'entrée pour
assister au match.
Face à ce constat, on peut légitimement se demander quelles sont les
raisons qui l'ont poussé à se rendre au stade et surtout pourquoi
aucun dispositif efficace n'est mis en oeuvre pour empêcher les
15.01 Eric Thiébaut (PS): De
dood van een Charleroisupporter
in Bergen doet opnieuw de vraag
rijzen of het rond voetbalstadions
wel veilig is. Blijkbaar was het
slachtoffer naar Bergen afgereisd
hoewel
betrokkene
een
stadionverbod
had
wegens
geweldpleging in het verleden en
geen geldig ticket had om de
wedstrijd bij te wonen. Kunnen
verplaatsingen
eventueel
verboden worden voor supporters
met stadionverbod zoals in Italië?
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
déplacements de supporters interdits de stade. C'était le cas ici pour
ce supporter carolo considéré pourtant comme un élément
perturbateur. Bien que des inspecteurs en civil, venus directement de
Charleroi, suivaient discrètement les supporters, rien n'a semble-t-il
été fait pour éviter ce drame.
Dès lors, monsieur le ministre, ne pensez-vous pas que des mesures
d'encadrement plus rigoureuses doivent être prises à l'avenir à l'égard
des supporters jugés dangereux lors des déplacements? Par
exemple, ces déplacements sont interdits en Italie. Est-ce
envisageable?
15.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, il s'agit d'un incident dramatique qui, malheureusement, ne
trouve pas nécessairement sa cause dans le football mais bien dans
un problème de société, un problème social où le recours aux armes
est de plus en plus fréquent. Je suis très préoccupé par cette violence
et je suis persuadé que nous devons tous l'être et ensemble
rechercher des solutions.
En ce qui concerne la question du football et le contexte du drame, je
puis vous confirmer que le groupe de supporters de Charleroi était
suivi de près par des "spotters" et que ce groupe n'avait créé aucun
incident avant d'arriver au snack.
S'agissant du déroulement des actes et des faits, je ne puis vous
fournir aucun élément, eu égard à l'enquête judiciaire actuellement en
cours.
Par contre, je puis vous assurer que, des éléments dont je dispose,
rien ne permet de prétendre que la police n'a pas pris les mesures
nécessaires pour l'encadrement de la rencontre de football.
L'encadrement des supporters visiteurs s'élabore avant chaque match
sur base d'une analyse dynamique de risques.
En plus de l'engagement de supporters, nous recourons à l'envoi de
policiers de la zone du club visiteur lorsqu'il est considéré à risque.
Grâce au travail des supporters et aux sanctions infligées aux
fauteurs de trouble, aucun affrontement entre deux groupes de
supporters n'a eu lieu depuis longtemps. L'incident dramatique de
samedi soir ne résultait pas d'une logique d'affrontement entre
hooligans, mais aurait malheureusement pu aussi se dérouler en
dehors de tout contexte footballistique.
Je vous rappelle cependant que, dans l'État démocratique où nous
vivons, nul ne peut entraver la libre circulation des personnes.
Actuellement, la seule possibilité légale est d'interdire l'accès du stade
à quelqu'un, mais cette interdiction n'empêche pas la personne de se
rendre dans la ville où se déroule la rencontre.
Pour le cas de l'Italie que vous avez évoqué, je vous précise qu'il
s'agit aussi d'une interdiction d'entrer dans le stade et non de se
rendre dans la ville où se joue le match. Je puis cependant ajouter
que, pour ceux qui ne respectent pas l'interdiction des stades, j'ai
introduit en 2007 dans la loi "football" la possibilité d'imposer
l'obligation de se présenter à un bureau de police durant les matchs. Il
est évidemment inenvisageable d'appliquer un tel système à toutes
les personnes sous le coup d'une interdiction de stade. En effet, d'une
15.02 Minister Patrick Dewael:
Het
gaat
hier
om
een
betreurenswaardig incident dat
jammer genoeg niet per se zijn
oorzaak vindt in het voetbal. De
groep Charleroisupporters werd
nauwlettend in het oog gehouden
en heeft geen enkel incident
veroorzaakt
alvorens
bij
de
snackbar aan te komen. In het
belang
van
het
gerechtelijk
onderzoek dat nu loopt, kan ik
geen informatie geven over feiten
en gebeurtenissen. Op basis van
de informatie waarover ik beschik,
wijst niets erop dat de politie niet
de nodige maatregelen heeft
genomen om de voetbalwedstrijd
in goede banen te leiden.
In de democratische staat waarin
we leven, mag niemand het vrije
verkeer
van
personen
belemmeren. Wat het door u
vermelde incident in Italië betreft,
kan ik u antwoorden dat het ook
om een stadionverbod gaat en niet
om een verbod om zich naar de
stad te begeven waar de wedstrijd
gespeeld wordt. Ik kan er echter
aan toevoegen dat ik in 2007 in de
voetbalwet de mogelijkheid heb
ingebouwd om wie zich niet aan
het
stadionverbod houdt,
te
verplichten zich gedurende de
wedstrijden bij een politiekantoor
aan te bieden, en om de ergste
amokmakers te verbieden zich
binnen een zone van maximaal vijf
kilometer rond het stadion te
begeven.
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
part, il s'agit d'une mesure grave qui ne doit être imposée que
lorsqu'elle se justifie et, de l'autre, le système doit rester gérable.
C'est pourquoi j'ai introduit, dans la même modification de la loi
"football", la possibilité d'infliger aux plus grands fauteurs de troubles
une interdiction de se trouver dans un périmètre d'au maximum cinq
kilomètres autour du stade.
15.03 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie de
votre réponse assez complète. Toutefois, je souhaite préciser un petit
détail, qui me semble très important dans ce cas. Selon mes
informations, la zone de police de Mons ne disposait pas de
renseignements sur les supporters à risque venant de la zone de
police de Charleroi. Vous pourriez donc peut-être donner des
directives plus précises afin d'imposer que des informations sur les
personnes à risque soient transmises entre les zones dès que se
déplace une équipe. Cela pourrait contribuer à mieux prévenir de tels
incidents à l'avenir.
15.03 Eric Thiébaut (PS):
Volgens mijn informatie beschikte
de politiezone van Bergen niet
over inlichtingen in verband met de
risicosupporters uit de politiezone
Charleroi. U zou dus misschien
nauwkeurigere richtlijnen kunnen
uitvaardigen, om de zones te
verplichten
informatie
over
risicopersonen uit te wisselen,
wanneer
een
ploeg
op
verplaatsing speelt.
15.04 Patrick Dewael, ministre: Je vais me renseigner.
15.04 Minister Patrick Dewael:
Ik zal nadere inlichtingen inwinnen.
15.05 Eric Thiébaut (PS): Merci, je n'en dirai pas plus.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "het 'niet-optreden' van de politie tijdens de staking van 6 oktober 2008" (nr. 7762)
16 Question de M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'absence
d'intervention de la police lors de la grève du 6 octobre 2008" (n° 7762)</b>
16.01 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, tijdens de staking van maandag 6 oktober werd aan het Huis
van Limburgse Ondernemer in Hasselt een ware ravage aangericht.
Het huis werd besmeurd, de omgeving werd bezaaid met rotzooi en
de kruispunten werden geblokkeerd en bezet. Maasmechelen-Village
was quasi onbereikbaar voor de vele mensen die een dagje wilden
shoppen. Als ze er al geraakten, werden ze gegijzeld en zelf
lastiggevallen.
Dit
alles
onder
het
mom
van
de
koopkrachtvermindering.
In een persmededeling stelde Voka-Limburg een hele reeks vragen
bij dit alles, zeker als men weet dat de baldadigheden niet door een
paar heethoofden maar wel door de vrijgestelden van de vakbond in
kwestie werden uitgevoerd. Als men in het dagelijks leven nog maar
een papiertje op de grond gooit of bij het invallen van de duisternis
geen verlichting op de fiets heeft, wordt men terecht beboet.
Eenmaal men een groene of rode of andere kleur van vuilniszak
aantrekt, een helm op het hoofd zet en al fluitend en tierend door de
straten trekt, krijgt men van de politie gegarandeerd een vrijgeleide.
De stakers van 6 oktober konden ongestoord en onder
politiebegeleiding hun gang gaan. Een paar uur na de doortocht van
de stakers werd de schade opgemeten. De inwoners van Limburg
zullen het geweten hebben. De schade kunnen zij niet terugvorderen
van de vakbonden, aangezien deze geen rechtspersoonlijkheid
16.01 Jan Jambon (N-VA): Lors
de la grève du 6 octobre, les
permanents du syndicat ont causé
des dégâts à la "maison de
l'entreprise" du Limbourg, à
Hasselt. À Maasmechelen, des
clients ont été séquestrés et
importunés. Les grévistes ont pu
agir
tranquillement
sous
la
surveillance de la police. Les
Limbourgeois ne pourront pas
obtenir de dédommagement des
syndicats, car ces derniers n'ont
pas de personnalité juridique.
Pourquoi la police ne s'est-elle pas
interposée? Le ministre a-t-il
donné au gouverneur et au
bourgmestre des consignes pour
que la police intervienne ou pour
qu'elle ne le fasse pas? Est-il
normal, à son estime, que les
entreprises et les autres victimes
doivent payer l'addition pour les
dégâts? Ne serait-il pas judicieux
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
bezitten en niet verantwoordelijk kunnen gesteld worden voor de
daden van hun leden.
Mijnheer de minister, ik kom tot mijn vragen.
Waarom zijn de politiediensten van Hasselt en Maasmechelen niet
opgetreden toen bleek dat de betogers schade aanrichtten aan
gebouwen, mensen lastigvielen en allerlei rommel en rotzooi
achterlieten in de straten?
Welke maatregelen hebt u genomen om deze feiten te voorkomen?
Hebt u de gouverneur en burgemeester onderrichtingen gegeven over
het al dan niet optreden van de politiediensten?
Vindt u het logisch dat de bedrijven en andere gedupeerden zelf
moeten opdraaien voor de schade die zij geleden hebben naar
aanleiding van de doortocht van de stakers?
Wordt het niet hoogtijd om de vakbonden rechtspersoonlijkheid te
geven waardoor ze kunnen verantwoordelijk worden gesteld voor hun
daden en de acties van hun vrijgestelden en leden zodat de
gedupeerden niet zelf voor de kosten moeten opdraaien?
de
conférer
la
personnalité
juridique aux syndicats, de sorte
qu'ils puissent être amenés à
répondre des actes de leurs
permanents et de leurs membres?
16.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, uit informatie
ingewonnen bij de korpschefs van de lokale politie van de zone
HAZO-Maasmechelen blijkt dat de hele situatie toch wat
genuanceerder is. De politiediensten waren wel present op het terrein
en hebben de gebeurtenissen correct opgevolgd volgens de principes
van het genegocieerd beheer van de openbare ruimte en de regels
van de wet op het politieambt.
In Hasselt is er geen blijvende schade aangericht aan gebouwen. Er
werden enkel eieren naar de gevel gegooid. In Maasmechelen is er
nooit sprake geweest van gijzelen. De toegangswegen tot het
shoppingcentrum bleven permanent toegankelijk. Nergens werd een
klacht ingediend voor opzettelijke beschadiging van openbare op
private eigendommen.
Onderrichtingen aan de gouverneurs en de burgemeesters waren niet
nodig.
De burgemeesters zijn betrokken partij in het genegocieerd beheer
van de openbare ruimte zodat zij perfect weten wat hen te wachten
staat en wat ze moeten doen. Het handhaven van de openbare orde
is hun bevoegdheid. Er werden geen schadeclaims ingediend naar
aanleiding van de betoging van 6 oktober.
Wat het toekennen van rechtspersoonlijkheid aan vakbonden betreft,
is het voorrecht van een ander debat.
In afwachting worden de bestaande wetten toegepast.
16.02 Patrick Dewael, ministre:
Le chef de corps de la police
locale
de
la
zone
Hazo-
Maasmechelen brosse un tableau
plus nuancé de la situation. Les
services de police étaient présents
sur les lieux et ont suivi
correctement les événements.
À Hasselt, il n'y a pas eu
de dégâts durables aux bâtiments.
Il
n'est
pas
question
de
séquestration à Maasmechelen.
Aucune plainte n'a été introduite et
aucune demande de dommages
et intérêts n'a été introduite.
Il était inutile de fournir des
instructions aux gouverneurs et
aux bourgmestres. Le maintien de
l'ordre public ressortit à la
compétence des bourgmestres et
ils savent ce qu'il y a lieu de faire.
Quant au fait de conférer la
personnalité
juridique
aux
syndicats, c'est un tout autre
débat. En attendant, les lois
actuelles sont d'application.
16.03 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, dit zijn aanleidingen om dat debat wel te openen.
U kan de zaak en de schade die werd aangericht, minimaliseren.
Naar aanleiding van het persbericht heb ik contact opgenomen met
16.03 Jan Jambon (N-VA) : C'est
l'occasion d'ouvrir ce débat.
Le ministre et la police peuvent
toujours minimiser l'importance du
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
de mensen van Voka-Limburg die de visu getuigen van de zaak
waren. Zij brengen een ander verhaal dan hetgeen u via de lokale
politiediensten hebt ontvangen. Het is begrijpelijk dat deze diensten
de zaken minimaliseren. U zou beter zelf contact zoeken met de
betrokken slachtoffers om een correct beeld van de zaak te krijgen.
problème. Le ministre ferait mieux
de contacter les victimes.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: Les questions n° 7766 et 7797 de M. Arens sont transformées en questions écrites.
Les questions n° 7778 et 7810 de M. Crucke sont également transformées en questions écrites.
17 Questions jointes de
- M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la loi du 15 mai 2007 sur les
gardiens de la paix" (n° 7848)<br>- M. Éric Thiébaut au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les gardiens de la paix"
(n° 8026)</b>
17 Samengevoegde vragen van
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
wet van 15 mei 2007 betreffende de gemeenschapswachten" (nr. 7848)
- de heer Éric Thiébaut aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
gemeenschapswachten" (nr. 8026)
17.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, en mai dernier, j'ai eu l'occasion de vous interroger sur
l'application de la loi du 15 mai 2007 relative aux gardiens de la paix.
Vous aviez, en effet, annoncé la nécessité de réévaluer cette loi en
vue de remédier à certaines difficultés d'application pratique,
notamment l'interdiction faite aux gardiens de la paix de verbaliser les
comportements incivils, dès lors qu'ils relèvent d'un règlement sur les
taxes plutôt que sur les redevances.
En juin dernier, un projet de loi portant des dispositions diverses
modifiait en ses articles 174 à 182 la loi sur les gardiens de la paix. Il
est désormais prévu que le conseil communal peut confier la
compétence de constatation d'infractions aux règlements communaux
en matière de redevances aux gardiens de la paix. Donc, le choix est
laissé aux communes de faire constater les infractions aux
règlements communaux en matière de redevances, qui sortent du
cadre des sanctions communales administratives et qui ne relèvent
pas obligatoirement du champ d'application de la loi précitée par les
fonctionnaires communaux.
En revanche, les gardiens de la paix ne reçoivent toujours pas la
compétence de procéder à des constatations en matière de
règlement de taxes communales. Nous avions postposé l'entrée en
vigueur de cette législation au 31 décembre prochain. À ce moment,
vous vous réserviez la possibilité de régler cette situation d'ici-là.
Aussi, je voudrais savoir si votre département a pu avancer sur des
adaptations en la matière avant l'entrée en vigueur de la loi prévue au
mois de décembre.
17.01 Xavier Baeselen (MR): In
mei jongstleden heb ik u vragen
gesteld over de toepassing van de
wet van 15 mei 2007 met
betrekking
tot
de
gemeenschapswachten. U was
van mening dat de wet opnieuw
moest geëvalueerd worden om
bepaalde
problemen
bij
de
praktische toepassing ervan te
verhelpen, met name het feit dat
gemeenschapswachten incivisme
niet mogen verbaliseren wanneer
het gaat om inbreuken op een
reglement betreffende belastingen
in plaats van retributies.
In juni jongstleden werd de wet op
de
gemeenschapswachten
gewijzigd bij een wetsontwerp
houdende diverse bepalingen. De
gemeenteraad kan de vaststelling
van
inbreuken
op
gemeentereglementen
inzake
retributies voortaan toevertrouwen
aan de gemeenschapswachten.
Die
kunnen
echter
geen
vaststellingen doen met betrekking
tot
reglementen
inzake
gemeentebelastingen. We hebben
de inwerkingtreding van die wet
uitgesteld tot 31 december, en u
behield zich voor de situatie tegen
dan
te
regelen.
Heeft
uw
departement intussen voortgang
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
gemaakt met de aanpassingen ter
zake, gelet op de geplande
inwerkingtreding van de wet in
december?
17.02 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le président, mes questions ne
portent pas vraiment sur le même thème.
Monsieur le ministre, en juin dernier, lorsque nous discutions du projet
de loi portant des dispositions diverses, qui modifie en ses articles
174 à 182 la loi sur les gardiens de la paix, vous nous aviez affirmé
vouloir prendre une série de nouvelles mesures qui amélioreraient le
travail des gardiens de la paix. À ce sujet, vous nous aviez annoncé
que vous prendriez deux arrêtés royaux, l'un portant sur les modalités
de formation de gardiens et l'autre portant sur l'uniformisation des
tenues que devraient porter ces derniers.
À ma connaissance, monsieur le ministre, ces deux arrêtés n'ont pas
été pris. Dès lors, quand votre administration préparera-t-elle l'arrêté
concernant les modalités de formation des gardiens de la paix?
Quand prendrez-vous l'arrêté relatif à la standardisation des tenues
des gardiens de la paix?
17.02 Eric Thiébaut (PS): Toen
we in juni jongstleden het
wetsontwerp houdende diverse
bepalingen bespraken, verklaarde
u nieuwe maatregelen te willen
treffen om het werk van de
gemeenschapswachten
te
verbeteren.
U
stelde
twee
koninklijke
besluiten
in
het
vooruitzicht, over de modaliteiten
voor de opleiding van de wachten
en over een eenvormig uniform.
Voor zover ik weet zijn die twee
koninklijke besluiten er nog steeds
niet. Wanneer zullen ze worden
gepubliceerd?
17.03 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, au cours des discussions au sujet du projet de loi
d'adaptation de la législation aux gardiens de la paix en commission
de l'Intérieur, j'ai en effet indiqué ma volonté de poursuivre l'évaluation
de cette législation plus en profondeur.
J'ai chargé mon administration de préparer une note de travail sur
base de son expertise et des nombreux contacts que celle-ci
entretient avec les villes et les communes, notamment via des visites
de terrain. J'entamerai sur base de cette note les consultations
d'évaluation politique dans les meilleurs délais.
En ce qui concerne le point que vous soulevez en particulier, je vous
rappelle un des éléments de ma réponse en commission lors des
discussions de la loi portant des dispositions diverses. La modification
apportée à la loi du 15 mai 2007 autorisant les villes et communes à
confier les constats des infractions au règlement des redevances à
d'autres agents que les gardiens de la paix leur permet déjà de
concentrer le constat des infractions au règlement des redevances et
au règlement des taxes aux mêmes agents, sans pour cela passer
par la création d'un service de gardiens de la paix.
En ce qui concerne les arrêtés d'exécution, je peux vous
communiquer que les deux projets suivent la procédure d'avis
administrative. L'arrêté relatif aux modalités de formation des
gardiens de la paix a été soumis en date du 15 octobre dernier au
conseil consultatif des bourgmestres et a reçu un avis favorable. En
respect de la procédure applicable aux textes réglementaires, celui-ci
va maintenant être transmis à la section législation du Conseil d'État.
Suite aux remarques du Conseil d'État, l'arrêté relatif à l'uniforme des
gardiens de la paix a été transmis en date du 12 septembre 2008 à la
Commission permanente du contrôle linguistique qui dispose de
quarante-cinq jours pour rendre son avis. Une fois que cet avis sera
connu, l'arrêté ministériel pourra être publié.
17.03 Minister Patrick Dewael:
Bij
de
analyse
van
het
wetsontwerp tot aanpassing van
de wetgeving heb ik erop gewezen
dat ik wenste door te gaan met
een grondige evaluatie van de
wetgeving.
Ik
heb
mijn
administratie ermee belast vanuit
haar deskundigheid en haar
talrijke contacten met de steden
en gemeenten, een nota voor te
bereiden. Ik zal de raadplegingen
met het oog op de politieke
evaluatie
zo
snel
mogelijk
aanvatten.
In verband met het punt dat u ter
sprake brengt, herinner ik eraan
dat de wijziging in de wet van 15
mei 2007, die de steden en
gemeenten toelating gaf om de
vaststelling van de inbreuken op
retributiereglementen
toe
te
vertrouwen aan andere personen
dan de gemeenschapswachten,
hun in staat stelt de vaststellingen
van
de
inbreuken
op
het
retributiereglement
en
het
belastingreglement bij diezelfde
personen onder te brengen,
zonder
een
dienst
gemeenschapswachten
op
te
richten.
De uitvoeringsbesluiten volgen de
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
procedure
van
administratief
advies. Het besluit betreffende de
modaliteiten voor de opleiding van
de gemeenschapswachten kreeg
een gunstig advies van de
adviesraad van de burgemeesters
van 15 oktober en wordt nu
bezorgd aan de afdeling wetgeving
van de Raad van State. Naar
aanleiding van de opmerkingen
van de Raad van State werd het
besluit betreffende het uniform van
de gemeenschapswachten op 12
september 2008 overgemaakt aan
de VCT die over vijfenveertig
dagen beschikt om een advies uit
te brengen. Eens het advies
gekend is, kan het koninklijk
besluit gepubliceerd worden.
17.04 Eric Thiébaut (PS): Je suis rassuré, merci.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over over "de radar op politiewagens die gestolen wagens opspoort" (nr. 7876)
18 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le radar
équipant les voitures de police qui détecte les véhicules volés" (n° 7876)</b>
18.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, de Brusselse
politie blijkt sinds midden juli een toch wel interessante nieuwe
radarinstallatie uit te testen waarmee ze veel gemakkelijker gestolen
voertuigen kan opsporen, een plaag die toch wel actueel is. Blijkbaar
is dit wat afgenomen maar toch vergt het opsporingsmethodes. Die
radar scant in een bijzonder beperkte tijd alle voertuigen die hij
tegenkomt en geeft ook een signaal een rood signaal, wat in dit
geval gepast kan zijn wanneer een voertuig geseind staat.
Mijnheer de minister, wat zijn de bevindingen na de testperiode van
dit toch wel interessante instrument? Heeft de minister weet van
andere politiekorpsen die ook geïnteresseerd zouden zijn in dit type
van radar? Wat is de kostprijs van het toestel? Is er ondersteuning in
het vooruitzicht om dit type radar in de toekomst vlotter te kunnen
aanschaffen?
18.01 Michel Doomst (CD&V):
Depuis juillet, la police de
Bruxelles
teste
un
nouveau
système de radar permettant
d'identifier des véhicules volés.
Quels sont les résultats de ces
tests? Ce type de radar suscite-t-il
l'intérêt d'autres corps de police?
Quel en est le coût? Son
acquisition pourrait-elle faire l'objet
d'une intervention à l'avenir?
18.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, de
radar werkt op basis van een databank ANPR, Automatische
Nummerplaat Registratie. In de periode van juli tot oktober loopt er
een testperiode met deelname van de centrale directie van de
operationele politionele informatie, de federale wegpolitie van Namen
en de politiezones Brussel Hoofdstad, Elsene, Ieper, Gent, Turnhout,
La Louvière en Braine-l'Alleud. De bevindingen zullen vervolgens door
de directie van de operationele politionele informatie worden
bestudeerd. De dienst staat voor het toezicht op de gebruikte
databank Veridas van niet-verzekerde voertuigen. Het systeem werkt
nog niet met de politionele gegevensbank ANG. In de politiezone
Brussel-Elsene die de radar 24 uur op 24 gebruikt worden dagelijks
18.02 Patrick Dewael, ministre:
Le fonctionnement du radar
repose sur une banque de
données
d'enregistrement
automatique
des
plaques
d'immatriculation. Il sera testé de
juillet à octobre par la police
fédérale de la route de Namur et
par les zones de police de
Bruxelles-Capitale,
d'Ixelles,
d'Ypres, de gand, de Turnhout, de
La louvière et de Braine-l'Alleud.
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
gemiddeld twee geseinde voertuigen gedetecteerd. Er loopt eveneens
een project in de provincie Vlaams-Brabant waarbij de gescande
nummerplaten via het arrondissementeel informatiekruispunt worden
gecontroleerd in de ANG. In functie van de resultaten van deze
projecten zal de opportuniteit worden nagegaan om een markt op te
starten ten voordelen van de geïntegreerde politie gestructureerd op
twee niveaus. De kostprijs van een ANPR-radar varieert naargelang
het merk en type en schommelt tussen 22.000 en 28.000 euro.
La
direction
centrale
de
l'information
policière
opérationnelle
examinera
les
résultats des tests. Le radar est
testé en continu dans la zone de
police d'Uccle où deux véhicules
signalés
sont
détectés
en
moyenne chaque jour. Un projet
est en cours dans la province du
Brabant flamand où des plaques
scannées sont contrôlées sur la
base de la banque de la BNG. Le
prix du radar varie de 22.000 à
28.000 euros.
18.03 Michel Doomst (CD&V): Ik dank de minister voor de zeer
concrete informatie. Ik denk dat het wel een piste is van vormen van
snel optreden en snel operationeel dingen detecteren die men zeker
op dit terrein maar ook op andere domeinen moet aanmoedigen. Ik
ben dus blij dat dit de richting is die u neemt.
18.03 Michel Doomst (CD&V):
Je crois qu'il faut encourager cette
méthode de travail.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de verplichte schietoefeningen voor agenten" (nr. 7877)
19 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les exercices
de tir obligatoires pour les agents" (n° 7877)</b>
19.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, het Comité P heeft een onderzoek ingesteld naar het gebruik
van wapens door politiemensen. Daaruit is geconcludeerd dat er geen
problemen te signaleren vallen over de opleiding aan de
politiescholen. Blijkbaar zijn er wel problemen met de controles van
de politiezones. Ondertussen zouden ook de procedures zijn
aangepast en elke zone zou nu voor elke agent individueel bijhouden
of hij deelneemt aan de opleiding. Momenteel zouden duizenden
agenten de norm minstens vier keer per jaar aanwezig zijn in de
schietstand niet halen.
Ik had daarom aan de minister willen vragen wat de reden is waarom
zoveel agenten die norm blijkbaar niet halen. Waarborgen de nieuwe
procedures dat dit systematisch wordt opgevolgd? Op welke manier is
een strengere controle op de agenten mogelijk? Met andere woorden,
voorziet u ter zake nog in bijkomende maatregelen?
19.01 Michel Doomst (CD&V):
D'après une étude relative à
l'utilisation d'armes par des agents
de police, aucun problème ne se
pose en ce qui concerne la
formation des agents, mais bien
concernant le contrôle opéré par
les zones de police. Dans
l'intervalle, chaque zone noterait
pour chaque agent s'il participe à
la formation. Actuellement, des
milliers d'agents n'atteindraient
pas la norme de quatre formations
par an.
Pour quelle raison tant d'agents
n'obtiennent-ils pas cette norme?
Les
nouvelles
procédures
garantissent-elles
un
suivi
systématique? Est-il possible de
renforcer
le
contrôle?
Des
mesures supplémentaires seront-
elles prises?
19.02 Minister Patrick Dewael: De redenen waarom sommige
politiebeambten er niet in slagen om de normen te halen, zoals zij zijn
vastgelegd in de omzendbrief GPI48 zijn van diverse aard. De
voornaamste hebben betrekking op de infrastructuur, de beschikbare
middelen, het gebrek aan omkadering en de onbeschikbaarheid van
19.02 Patrick Dewael, ministre:
Plusieurs raisons expliquent que
certains
agents
de
police
n'obtiennent pas cette norme: le
manque de structure, de moyens
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
sommige personeelsleden.
De omzendbrief waarborgt meer dan vroeger een meer
systematische opvolging. Het HRM-beleid, inclusief de schietoefening,
valt onder de bevoegdheid en het gezag van de korpschef en de
verantwoordelijke directeur van de federale politie. Deze personen
bepalen in samenwerking met de verantwoordelijken voor de training
de te nemen maatregelen ten overstaan van personeelsleden die zich
onttrekken aan de opleidings- of trainingssessies, of degenen die het
vereiste niveau niet halen. Deze maatregelen kunnen bestaan uit
verplichte, bijkomende trainingen en zelfs voortgezette opleidingen
om terug op niveau te komen. In uiterste gevallen kan de maatregel
gaan tot het ontnemen van de bewapening.
Om de training van de personeelsleden te verbeteren, volstaat het
niet enkel een betere controle uit te oefenen. Men moet vooral de
motivatie voor en de betrokkenheid bij de opleiding en de training
ontwikkelen. Iedere politiebeambte moet ook het initiatief nemen om
zijn of haar vaardigheden in geweldbeheersing te verbeteren of ten
minste te onderhouden. Dat impliceert een perfecte kennis van het
concept geweldbeheersing en een constante opvolging daarvan.
De omzendbrief GPI48 geeft daarvoor volgens mij een duidelijk
kader. Mogelijks moet die brief nog wat worden bijgestuurd op basis
van opmerkingen en bemerkingen. Dit laatste kan natuurlijk altijd.
et
d'encadrement,
et
l'indisponibilité
de
certains
membres du personnel.
La nouvelle circulaire garantit
davantage que par le passé un
suivi
systématique
de
ce
phénomène. Les agents qui ne
répondent pas aux conditions,
peuvent être obligés par le chef de
corps et le directeur responsable
de la police fédérale de suivre des
formations complémentaires ou
continues.
Dans
des
cas
exceptionnels, leur arme leur est
enlevée.
19.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor
het antwoord.
Ik heb de indruk dat de toegankelijkheid en beschikbaarheid van de
infrastructuur toch ook een probleem vormen. Wij moeten in de
toekomst eens bekijken hoe dat eventueel vlotter kan worden
geregeld, bijvoorbeeld via de diverse provincies.
19.03 Michel Doomst (CD&V):
J'ai le sentiment que l'accessibilité
et la disponibilité de l'infrastructure
constituent
également
un
problème qui doit être résolu.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
20 Question de M. Fouad Lahssaini au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le concert
de l'organisation néonazie Blood and Honour" (n° 8032)</b>
20 Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het concert van de neonazi-organisatie Blood and Honour" (nr. 8032)
20.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le ministre, le samedi 18 octobre dernier l'organisation
néonazie "Blood and Honour" a organisé à nouveau un concert en
Flandre.
Cette rencontre constitue le 14
ème
événement dans notre pays de
cette organisation nazi-skin internationale, qui se revendique
ouvertement de l'hitlérisme, et ce, depuis que les autorités des Pays-
Bas, quant à elles, ont empêché le 4 mars 2006 la cérémonie en
l'honneur de combattants de la SS de la Seconde Guerre mondiale,
qu'elle avait programmé dans le Limbourg néerlandais à l'époque.
Depuis lors, la Belgique, et la Région flamande en particulier, est
devenue terre d'accueil pour ces jeunes nostalgiques du Troisième
Reich hitlérien.
20.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Op 18 oktober heeft de
neonazi-organisatie "Blood and
Honour" opnieuw een concert
georganiseerd in Vlaanderen. Het
is het 14
e
evenement dat deze
organisatie
in
ons
land
organiseert.
Welke informatie heeft u van uw
inlichtingendiensten gekregen over
deze neonazi-organisatie? Denkt u
niet dat het wettelijk kader voor de
strijd
tegen
racisme
en
antisemitisme volstaat om dit soort
evenementen te verbieden? Sinds
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
Monsieur le ministre, quelles informations vos services de
renseignement vous ont-ils fournies au sujet de cette organisation
néonazie?
La législation, à travers les lois antiracistes, s'est dotée d'un dispositif
pour lutter contre le racisme et l'antisémitisme? Ne pensez-vous pas
que cette loi est suffisante pour interdire ce type d'événement?
Ne pensez-vous pas que l'arsenal juridique de notre pays dispose de
suffisamment d'outils pour interdire ce type d'organisation qui menace
l'ordre public?
J'en reviens à ma comparaison avec les Pays-Bas qui ont interdit tout
événement de ce genre depuis 2006. Pourquoi ne pas avoir pris la
même attitude?
2006
heeft
Nederland
alle
evenementen
van
die
aard
verboden. Waarom hebben wij niet
hetzelfde gedaan?
20.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, je ne sais pas
combien de fois j'ai déjà donné cette réponse mais je vais la répéter
encore une fois. J'ai, entre autres, donné une réponse durant la
commission du 28 mai dernier à Mme Almaci.
Dans son état actuel, la législation belge ne permet pas de restreindre
préventivement la liberté d'expression ni la liberté de réunion. Pour
interdire de telles réunions de manière structurelle, il convient donc de
prendre des initiatives législatives. J'ai fourni au Parlement un texte
martyr sur le sujet.
Ces réunions se déroulent le plus souvent dans des lieux privés qui
sont loués sous un prétexte fallacieux. Les participants veillent à ne
pas troubler l'ordre public et l'endroit exact n'est généralement connu
qu'au tout dernier moment.
Dans l'état actuel des choses, les services de police et de
renseignement surveillent ces groupes de très près, en collaboration
avec l'OCAM. Lorsque des délits sont constatés sur la voie publique, il
appartient à l'autorité judiciaire d'ouvrir une enquête.
En ce qui concerne le concert de "Blood and Honour" de samedi
dernier à Dixmude, l'endroit exact de ce concert a été connu avec
certitude le samedi matin. Le bourgmestre de Dixmude a
immédiatement fait appel à la police fédérale pour coordonner
l'organisation de contrôles d'envergure sur la voie publique. Le jour-
même, des pelotons de police locale, assistés par les services canins
et appui aérien de la police fédérale, ont été engagés sur le terrain. La
nuit, des effectifs supplémentaires ont été rappelés. Plusieurs
infractions à la loi sur le racisme y ont été constatées. Une instruction
judiciaire a été ouverte par le parquet fédéral.
Le mardi 21 octobre, la police fédérale judiciaire a effectué des visites
domiciliaires à Boechout (Anvers) et à Gullegem. Des documents et
du matériel informatique ont été saisis et trois personnes ont été
arrêtées.
Quant à une intervention préventive, il s'agit toujours actuellement
d'une prérogative du bourgmestre dans le cas où il constaterait que
l'ordre public est menacé. J'ai expliqué les raisons pour lesquelles
cela est difficile dans le cadre actuel de la législation. Mais je crois
qu'un groupe de travail prépare des textes; le parlement pourra
20.02 Minister Patrick Dewael: Ik
weet niet hoe vaak ik dit antwoord
al gegeven heb. De Belgische
wetgeving laat niet toe dat de
vrijheid van meningsuiting of
vergadering preventief worden
ingeperkt.
Het
is
daarom
raadzaam
om
wetgevende
initiatieven te nemen. Ik heb het
parlement een sneuveltekst over
het onderwerp bezorgd.
Dit soort bijeenkomsten wordt
meestal gehouden op privélocaties
die onder valse voorwendselen
worden afgehuurd. Wie erheen
gaat, probeert de openbare orde
niet te verstoren en de precieze
locatie wordt meestal tot op het
laatste moment geheim gehouden.
De politie-en inlichtingendiensten
houden
deze
groeperingen
momenteel nauwlettend in het
oog.
Wat het concert van "Blood and
Honour" van zaterdag jongstleden
in Diksmuide betreft, heeft de
burgemeester van Diksmuide een
beroep gedaan op de Federale
Politie om grootschalige controles
te houden op de openbare weg
zodra de exacte locatie met
zekerheid bekend was. Er werden
diverse
inbreuken
op
de
racismewetgeving vastgesteld en
er is een gerechtelijk onderzoek
geopend.
De
federale
politie
heeft
huiszoeking gedaan in Boechout
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
60
légiférer afin de renforcer cette dimension préventive.
en
Gullegem.
Er
werden
documenten
en
computermateriaal
in
beslag
genomen, en er werden drie
personen aangehouden.
Het is de bevoegdheid van de
burgemeester om preventief op te
treden, ingeval de openbare orde
in het gedrang komt.
20.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, je
remercie le ministre pour sa réponse à laquelle je m'attendais. Je
pense important que le parlement s'intéresse au problème et, en
attendant que le travail sur cette proposition aboutisse, que le
gouvernement et l'exécutif montrent que de tels événements sont
inadmissibles, qu'il faut les combattre de la manière la plus stricte et
la plus forte possible.
Je suis étonné que des perquisitions se produisent à divers endroits
après que la presse ait parlé de ces événements. C'est donc après
que les autorités se voient obligées de déployer un service important
alors que, préventivement, on pourrait s'attendre normalement à ce
que les services de renseignement disposent d'informations et, sans
attendre que le lieu soit ouvert, que les forces de l'ordre interdisent
l'événement et interviennent avant coup. Je regrette qu'ils soient
obligés de déployer tout cet arsenal avant et après l'événement, alors
que ces décisions incombent aussi au ministre de l'Intérieur et pas
seulement aux bourgmestres.
Je suis à la fois satisfait de la réponse du ministre, mais je voudrais
en même temps marquer ma crainte et mon malaise par rapport à
une certaine lâcheté, dans le sens où ce n'est ni fermement ni
autoritairement que les autorités locales et fédérales sont intervenues.
20.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Het is belangrijk dat het
Parlement belangstelling toont
voor het probleem en dat de
regering en de uitvoerende macht
in afwachting duidelijk aangeven
dat dergelijke evenementen niet
door de beugel kunnen.
Het
verbaast
me
dat
de
autoriteiten verplicht waren heel
dat arsenaal in te zetten na het
evenement, terwijl de manifestatie
op grond van de beschikbare
informatie best voorkomen had
kunnen worden.
Ik heb het moeilijk met het weinig
doortastende optreden van de
lokale overheden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
21 Question de Mme Juliette Boulet au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'incident à
21 Vraag van mevrouw Juliette Boulet aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het incident in de fabriek Kemira GrowHow/Yara" (nr. 7889)
21.01 Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le ministre, un incident s'est produit à l'ancienne usine
Kemira, aujourd'hui dénommée Yara.
Le samedi 27 septembre dernier, une conduite de gaz a explosé dans
un four de cette usine, usine par ailleurs classée Seveso. L'incident
provoqué par cette explosion a été maîtrisé par les pompiers de
Saint-Ghislain. Il n'y a eu ni blessés, ni dégâts matériels importants,
mais la chaîne de production a dû être arrêtée momentanément.
La protection civile de Ghlin s'est rendue sur place et a indiqué
qu'aucun produit toxique ne s'était répandu. Un organisme
indépendant a été désigné et sera chargé d'examiner la cause exacte
de l'incident.
21.01 Juliette Boulet (Ecolo-
Groen!): Eind september ontplofte
er een gasleiding in een oven van
het Sevesobedrijf Yara. Er vielen
geen gewonden en de materiële
schade
viel ook
mee. De
samenwerking
tussen
de
burgemeester, de brandweer- en
politiediensten verliep dan weer
problematischer. De politie heeft
op eigen initiatief gehandeld,
zonder dat iemand erom gevraagd
had, en zonder te weten wat er
precies aan de hand was. Ze kon
de bevolking al evenmin correct
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
61
En ce qui concerne la collaboration entre le bourgmestre, les services
des pompiers et la police - collaboration qui visiblement a eu de petits
problèmes, selon nos informations -, personne n'a demandé à la
police d'intervenir. Si elle a fort bien agi, elle l'a fait de sa propre
initiative, sans savoir ce qui se passait et sans pouvoir informer
correctement la population. Son intervention a consisté à barrer les
accès au zoning et empêcher les riverains d'accéder ou de partir de
chez eux.
Monsieur le ministre, quelles sont, en général, les règles de
communication obligatoires entre les services de sécurité de cette
usine, les pouvoirs communaux et les pompiers et la police? Dans ce
cas précis, avez-vous eu connaissance de ces problèmes de
communication? Des comptes rendus de ces communications
existent-ils? Sont-ils accessibles? Quelle est votre position face à ces
manquements et ces lacunes en termes de communication?
Cela étant, l'attitude de la police a été, je le répète, des plus
judicieuses. Il importe de le signaler. En effet, sans information
aucune, elle a mis en place les règles en vigueur en cas d'accident.
Mais il serait important de pouvoir informer au mieux la population
dans de tels cas. C'est peut-être là que la lacune réside.
informeren.
Volgens welke regels moet de
communicatie
tussen
de
veiligheidsdiensten van die fabriek,
het gemeentebestuur en de
brandweer-
en
politiediensten
verlopen? Was u in dit concreet
geval op de hoogte van die
communicatieproblemen?
Wat
denkt u van die gebrekkige
communicatie? De politie is zeer
oordeelkundig te werk gegaan.
Zonder
over
informatie
te
beschikken heeft ze de geldende
regels toegepast. Wel zou de
bevolking in dergelijke gevallen
beter
geïnformeerd
moeten
kunnen
worden.
Daar
knelt
misschien het schoentje.
21.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, la
communication entre les services d'intervention lors d'une situation
d'urgence fait partie des plans d'urgence et d'intervention. Il existe des
plans particuliers d'urgence et d'intervention propres aux entreprises
Seveso, établis par le bourgmestre ou le gouverneur. Chacun à son
niveau peut faire face aux situations d'urgence.
Ce plan d'urgence particulier doit aussi contenir des directives de
communication entre toutes les parties concernées. En Belgique, les
autorités concernées au niveau fédéral et régional ont également
conclu un accord de coopération pour l'application des règles établies
par l'Union européenne en matière de risques d'accident majeur de
certaines activités industrielles.
Cet accord de coopération stipule que le centre de crise du
gouvernement et le service 100 doivent être avertis par l'exploitant de
tout accident majeur dans une entreprise Seveso. Le service 100
préviendra les services de secours et le centre de crise du
gouvernement avertira les services fédéraux et régionaux concernés.
L'entreprise décide de manière autonome s'il s'agit d'un accident
majeur ou non. L'incident fera toujours l'objet d'un contrôle par le SPF
Emploi, Travail et Concertation sociale. Je ne dispose pour l'instant
pas d'information ou de rapport supplémentaire concernant l'incident
que vous évoquez. J'ai chargé mes services d'une enquête au cours
de laquelle les différentes parties concernées seront interrogées. Mon
administration vous transmettra les résultats de cette enquête
directement.
21.02 Minister Patrick Dewael:
De communicatie tussen de
interventiediensten maakt deel uit
van
de
nood-
en
interventieplannen. Er bestaan
bijzondere
nood-
en
interventieplannen
voor
de
Sevesobedrijven, die door de
burgemeester of de gouverneur
worden opgesteld. Zo een plan
moet richtlijnen bevatten voor de
communicatie
tussen
alle
betrokken actoren. In België
hebben de betrokken overheden
een
samenwerkingsakkoord
gesloten met het oog op de
toepassing van de regels die de
EU heeft opgesteld met betrekking
tot
de
ongevalrisico's
van
bepaalde industriële activiteiten.
Dat akkoord bepaalt dat het
crisiscentrum van de regering en
de dienst 100 moeten verwittigd
worden. De dienst 100 verwittigt
op zijn beurt de hulpdiensten, en
het crisiscentrum waarschuwt de
betrokken federale en gewestelijke
diensten.
Het bedrijf beslist of het al dan niet
gaat om een zwaar ongeval. De
FOD Werkgelegenheid, Arbeid en
Sociaal Overleg zal het incident
steeds
aan
een
controle
onderwerpen.
Ik
beschik
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
62
vooralsnog
niet
over
extra
informatie wat voornoemd incident
betreft. Er komt een onderzoek en
gedurende dat onderzoek zullen
de onderscheiden betrokken
partijen ondervraagd worden. Mijn
administratie zal u de resultaten
daarvan laten bezorgen.
21.03 Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je vous
remercie. Je n'ai aucune remarque à vous formuler. J'attendrai
néanmoins avec attention les résultats au sujet de ces diverses
communications et collaborations. Les personnes qui vivent à
proximité d'un site Seveso ont, à juste titre, parfois des craintes par
rapport à ce qui s'y passe. Connaissant plusieurs personnes qui
travaillent dans une entreprise Seveso, il arrive qu'elles-mêmes nous
relayent de mauvaises collaborations et communications au sein
même de l'entreprise.
21.03 Juliette Boulet (Ecolo-
Groen!): Ik wacht aandachtig de
resultaten af. Wij kennen mensen
die in een Sevesobedrijf werken
en het gebeurt wel eens dat zij ons
komen vertellen dat er binnen het
bedrijf een en ander spaak loopt in
de communicatie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 7909 de M. Crucke est transformée en
question écrite.
De voorzitter: Vraag nr. 7909 van
de heer Crucke wordt omgezet in
een schriftelijke vraag.
21.04 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik had
nog graag van u vernomen wat er gebeurd is met mijn vraag nr. 7672
en mijn samengevoegde vragen nr. 7673 en nr. 7800. Zijn die ook in
een schriftelijke vraag omgezet?
21.04 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Qu'est-il advenu de ma
question n° 7672 et de mes
questions jointes 7673 et 7800.
Ont-elles
également
été
transformées
en
questions
écrites?
Le président: Ces questions avaient déjà été reportées la fois dernière car vous étiez absent.
Je les avais donc supprimées mais si vous me dites maintenant que vous désirez les transformer en
questions écrites, je veux bien encore faire ce geste. Toutefois, je rappelle le Règlement qui prévoit qu'en
cas d'absence non excusée, on ne demande pas aux services de courir après vous et les questions sont
reportées ou supprimées.
Toutes les questions sont importantes.
Je le répète, je veux bien les transformer en questions écrites mais c'est exceptionnel.
21.05 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik dank
u voor deze uitzondering.
22 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de massale vechtpartij die zich voorgedaan heeft in de zaal Laila te Genk in het weekend van 4
en 5 oktober jongstleden" (nr. 7925)
22 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la grosse
bagarre qui a eu lieu dans la salle Laila à Genk au cours du week-end des 4 et 5 octobre dernier"
(n° 7925)</b>
22.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, dat is
een wederdienst voor vanmorgen, waar ik u uw vraag heb laten
stellen in de commissie voor de Justitie waardoor ik hier vanmiddag
22.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Le week-end des 4 et 5
octobre, une salle des fêtes de
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
63
mijn vragen voor een stuk gerateerd heb.
Mijnheer de minister, in het weekend van 4 op 5 oktober heeft er zich
een incident voorgedaan aan de feestzaal Laila in Genk. Daar werd
een man, ik meen van Turkse origine, belaagd door ongeveer 15
personen, ik meen ook van Turkse origine. De gemoederen moesten
bedaard worden door de politie van de zone GAOZ, Genk-As-
Opglabbeek-Zutendaal. Op de parking waren op dat ogenblik naar
verluidt 80 tot 100 mensen van Turkse origine samengetroept.
Ondanks de opgeroepen versterking, dat is toch wel enigszins
eigenaardig, konden in het tumult blijkbaar geen personen worden
geïdentificeerd. De grootste groep amokmakers was blijkbaar toch
afkomstig uit Beringen. Iemand moet dat hebben vernomen.
Mijn vragen zijn de volgende.
Vielen er bij de vechtpartijen gewonden?
Diende er iemand naar het ziekenhuis te worden afgevoerd?
Hoeveel manschappen van de respectievelijke zones moesten er
worden ingezet?
Zijn er meldingen gemaakt van bedreigingen of gewelddaden aan het
adres van de agenten?
Hebben zich ter plaatse strafbare feiten voorgedaan volgens de
agenten en zo ja, dewelke?
Waarom werd er niemand geïdentificeerd?
Uit welke aanwijzingen valt dan af te leiden dat heel wat amokmakers
blijkbaar afkomstig waren uit het Turkse milieu in Beringen?
Genk a été le théâtre d'un incident
lors duquel un homme d'origine
turque a été pris à partie par une
quinzaine de personnes qui,
d'après mes informations, étaient
aussi d'origine turque. La police a
dû intervenir pour calmer les
esprits. Mais dans le brouhaha,
elle n'a pu identifier aucun des
auteurs
malgré
les
renforts
appelés sur place.
Y a-t-il eu des blessés? À combien
d'hommes a-t-il fallu faire appel?
Des menaces proférées contre
des policiers ou des voies de fait
commises sur la personne de
policiers ont-elles été signalées ?
Des faits répréhensibles ont-ils été
commis à cette occasion, selon la
police? Pourquoi personne n'a-t-il
été
identifié?
Quels
indices
accréditent la thèse selon laquelle
les fauteurs de troubles seraient
originaires de Beringen?
22.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega
Schoofs, ik geef u de informatie gewoon door zoals ik ze heb
opgevraagd bij de betrokken zone.
Op 3 oktober vond er een fuif plaats met een optreden van een
Turkse muzikant in de zaal Laila. Op 4 oktober omstreeks 03.00 uur
gebeurde buiten de zaal een vechtpartij. Ter plaatse was er een
toeloop van 80 tot 100 mensen. Eén persoon werd belaagd door
ongeveer 15 personen.
Een ploeg die nog ter plaatse was ingevolge een oproep wegens
nachtlawaai merkt de feiten op. Ook het bijzondereopdrachtenteam
kwam onmiddellijk ter plaatse om de gemoederen te bedaren. Zij
slaagden erin de belaagde persoon te ontzetten. Hierbij keerden
enkele belagers zich tegen hen en werd er een politieman gekwetst.
De belaagde persoon evenals de betrokken politieman kon weg
geraken. Later deed zich nog een aantal schermutselingen voor.
Er werd niemand afgevoerd naar het ziekenhuis. De belaagde
persoon, die gekwetst was, deed tot op heden geen aangifte van de
feiten.
Gelet op een mogelijke escalatie werden alle ploegen van de
22.02 Patrick Dewael, ministre:
Lors de la bagarre du 4 octobre,
une personne a été attaquée par
environ quinze personnes. Des
policiers sont intervenus pour
calmer les esprits. Ils ont réussi à
secourir la victime mais à ce
moment-là, les agresseurs se sont
retournés contre eux et un agent a
été blessé. Plus tard, d'autres
échauffourées se sont encore
produites. Personne n'a dû être
emmené à l'hôpital et, à ce jour, la
victime n'a pas signalé les faits à
la police.
Compte tenu du risque d'escalade,
toutes les équipes de la zone de
police
Genk-As-Opglabeek-
Zutendaal ont été dépêchées sur
place et les zones environnantes
ont été invitées à leur prêter main-
forte. Au total, 31 personnes ont
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
64
politiezone Gent-As-Opglabbeek-Zutendaal ter plaatse gestuurd en
werd de bijstand van de omliggende zones gevraagd. In totaal betreft
het een personeelscapaciteit van 31 mensen waarvan 16 van de
omliggende zones, 3 ploegen uit Hasselt-Zonhoven-Diepenbeek, 1
ploeg uit Bilzen-Hoeselt-Riemst, 1 ploeg uit Maasmechelen, 1 ploeg
uit Dilsen-Stokkem-Maaseik en 2 ploegen uit Houthalen-Helchteren.
Er zijn geen meldingen van bedreigingen of gewelddaden aan het
adres van de politie. Er werden twee processen-verbaal opgesteld,
namelijk één voor het toebrengen van opzettelijke slagen en
verwondingen aan een agent en één voor wederzijdse slagen en
verwondingen ingevolge de vechtpartij.
Teneinde escalatie te vermijden en gelet op het tumult was het
volgens de verantwoordelijken ter plaatse niet opportuun en niet
mogelijk om over te gaan tot de identificatie van personen.
Wel konden enkele nummerplaten worden genoteerd. Aanleiding tot
de vechtpartij blijkt een discussie over een meisje te zijn tussen een
Turkse jongere uit Genk en een uit Beringen, waarna enkele jongeren
door de security werden buitengezet.
été sollicitées.
Aucune menace ni aucune voie de
faits contre des policiers n'a été
signalée. Deux procès-verbaux ont
été dressés, l'un pour coups et
blessures sur la personne d'un
agent, l'autre pour coups et
blessures mutuels à la suite d'une
bagarre.
Afin
d'éviter
toute
escalade, les responsables qui
étaient sur place n'ont pas estimé
opportun
de
procéder
à
l'identification des auteurs.
La bagarre aurait éclaté à la suite
d'une dispute à propos d'une
jeune fille entre un jeune homme
de Genk et un autre de Beringen,
à la suite de quoi la sécurité aurait
expulsé quelques jeunes.
22.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, het is
een klassiek verhaal. Bij dergelijke rellen moet de politie blijkbaar
altijd het onderspit delven. Hoogstens kan men sussen en vaak moet
men afdruipen omdat de menigte in overtal is. Ik vind het spijtig dat bij
dergelijke rellen niemand kan worden opgepakt. Eenendertig agenten
slagen er dus niet in enkele heefthoofden op te pakken, en misschien
zijn dat wel de aanstokers van het geweld. Op deze manier is het
echter moeilijk werkbaar. In de toekomst moeten andere middelen
worden ingezet. Ik denk aan pepperspray of iets dergelijks om die
kerels in bedwang te houden en er een paar in de combi te sleuren.
Dat zal anderen wel op andere gedachten brengen.
22.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): On a le sentiment qu'à
chaque fois, la police a le
dessous. Il me semble qu'à
l'avenir, il faudra durcir les
interventions
pour
pouvoir
appréhender les auteurs.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
23 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de haalbaarheid in België van een door de Nederlandse politie gesuggereerde
gebiedsontzegging voor auto's van drugsrunners" (nr. 7952)
23 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la possibilité,
suggérée par la police néerlandaise, d'interdire la présence de voitures de trafiquants de drogues
dans une zone particulière en Belgique" (n° 7952)</b>
23.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, in Nederland wordt door de politie de
mogelijkheid onderzocht auto's van gekende drugsrunners een
gebiedsverbod op te leggen, meer bepaald in en om de Nederlandse
stad Maastricht. Dat is toevallig ook de stad waar de coffeeshops zich
bevinden die men naar de grens wil verplaatsen. In het licht daarvan
is het misschien wenselijk zulke maatregelen ook te overwegen.
Hebt u zich geïnformeerd bij de Nederlandse politie met betrekking tot
die idee, de mogelijkheid een gebiedsverbod op te leggen voor auto's
van drugsrunners?
Kunt u eventueel details verschaffen met betrekking tot concrete
acties, zoals ook in Nederland? Ik geef het voorbeeld van het gebruik
23.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Aux Pays-Bas, on a
examiné la possibilité d'interdire
les voitures de rabatteurs drogue
connus sur le territoire de
Maastricht et aux alentours. Peut-
être devrait-on également y songer
chez nous. Le ministre s'est-il
informé auprès des Pays-Bas.
Que sait-il à propos d'actions
concrètes comme l'utilisation de
voitures appâts, la création de files
artificielles ou l'utilisation de
planches à clous? Envisage-t-il de
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
65
van lokauto's, kunstmatige files of eventueel spijkerplanken.
Kunt u eventueel dezelfde maatregelen op Belgisch grondgebied
overwegen? En zo niet, waarom niet?
prendre les mêmes mesures en
Belgique?
23.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, het
probleem van drugstoeristen, drugsrunners en dealpanden wordt
sterk aangevoeld in de Limburgse grensstreek, maar slaat ook toe in
andere regio's. Daders veranderen regelmatig en snel van
actieterrein. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan een rapport
van professoren De Ruyver en Fijnaut met het oog op een
Euregionaal veiligheidsplan.
Op 9 september hebben mijn collega van Justitie en ikzelf overleg
gepleegd met de gouverneur van Limburg als gevolg van diens
verzoek voor federale steun bij de organisatie van ontradende
politieacties tegen de drugsoverlast in de grensstreek. Daarnaast
vindt er geregeld overleg plaats tussen de Belgische en Nederlandse
parketten en politiediensten in het kader van het bureau voor
gerechtelijke samenwerking in de Euregio met het oog op een
efficiënte en coherente samenwerking op bestuurlijk en gerechtelijk
niveau.
Deze problematiek vergt inderdaad een geïntegreerd actieplan van de
betrokken Nederlandse en Belgische diensten waarbij zowel de
dealpanden, als de drugstoeristen en de drugsrunners moeten
worden aangepakt. In een eerste reactie op uw voorstel kan ik
meegeven dat een gebiedsverbod naar Belgisch recht niet kan
worden opgelegd door de politiediensten, maar enkel door de rechter
bij de veroordeling van een verdachte van een wanbedrijf of misdaad
of door een onderzoeksrechter als een van de maatregelen in het
kader van de voorwaarden bij vrijlating onder voorwaarden op
verdenking van een wanbedrijf of misdaad.
De inzet van lokauto's of het opzetten van kunstmatige files zijn
tactieken die heel wat mankracht en organisatie vergen. Zij lijken mij
dus niet zo efficiënt. Het plaatsen van spijkerplanken is een variant
van de door de Belgische politie gebruikte methode van een
spijkertapijt. Over dat laatste moet goed worden nagedacht voor het
gebruik, namelijk om ongevallen en het betrekken van onschuldige
bestuurders te voorkomen.
Wat de bestuurlijke politie betreft, zullen meer grootschalige acties
worden georganiseerd in samenwerking met de lokale korpsen, het
interventiekorps, gespecialiseerde teams van de algemene reserve en
de dienst luchtsteun van de federale politie.
Uw vraag betreffende een gebiedsverbod voor auto's van
drugsrunners, het inzetten van lokauto's of het creëren van
kunstmatige files zal aan bod komen op een gepland Nederlands
colloquium inzake de bestuurlijke handhaving van de georganiseerde
criminaliteit, waarna mijn diensten zullen nagaan in hoeverre
dergelijke maatregelen in ons land kunnen worden geïmplementeerd.
Daarnaast zullen mijn diensten een aantal initiatieven opzetten om de
bestuurlijke aanpak van deze criminaliteit en onveiligheid te
versterken, onder meer op basis van een wetenschappelijk onderzoek
dat begin volgende maand van start gaat.
23.02 Patrick Dewael, ministre:
Le problème de la drogue est très
fortement ressenti dans la région
frontalière du Limbourg mais il
touche aussi d'autres régions. Les
professeurs De Ruyver et Fijnaut
préparent un rapport à ce sujet en
vue de la confection d'un plan de
sécurité eurégional.
Une concertation a eu lieu le 9
septembre avec le ministre de la
Justice et le gouverneur du
Limbourg qui a sollicité l'aide du
fédéral
pour
le déploiement
d'actions de dissuasion contre les
nuisances dues à la drogue dans
la
région
frontalière.
Une
concertation
régulière
est
organisée entre les parquets et les
services de police belges et
néerlandais. Ce dossier requiert
en effet la mise en oeuvre par les
deux pays d'un plan intégré
concernant à la fois les bâtiments
on l'on deale et les narcotouristes
et les rabatteurs.
En droit belge, la police ne peut
décréter
une
interdiction de
circuler. Seul le juge, dans le cas
de la condamnation d'un suspect,
ou un juge d'instruction dans le
cadre
d'une
libération
conditionnelle,
en
a
la
compétence.
L'utilisation de véhicules appât ou
la création artificielle de files
requièrent des effectifs importants
et une organisation importante et
ne me paraissent pas très
efficaces. Quant au tapis à clous, il
doit être utilisé avec prudence
pour éviter les accidents et ne pas
impliquer
des
conducteurs
innocents.
En ce qui concerne la police
administrative,
davantage
d'actions de grande envergure
seront organisées en collaboration
avec les corps locaux, le corps
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
66
d'intervention,
des
équipes
spécialisées
de
la
réserve
générale et le service d'appui
aérien de la police fédérale.
L'interdiction de circuler sera
évoquée lors du colloque qui se
tiendra aux Pays-Bas sur le thème
de la répression administrative de
la criminalité organisée et nous
examinerons ensuite la possibilité
de la mettre en oeuvre en
Belgique.
Le
mois
prochain
débutera une étude scientifique
visant à renforcer l'approche
administrative de cette criminalité.
23.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, tussen
droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, heeft
Elsschot ons geleerd. Ik aanvaard uw antwoord dan ook: ik weet dat
het allemaal niet zo gemakkelijk is. Inventiviteit is inderdaad geboden
en de criminelen zullen altijd iets inventiever zijn dan de
politiediensten en ook iets sneller, dat neem ik er ook nog bij. In elk
geval hoop ik dan hard op het plan waarnaar u verwijst.
Ik wil er ook bijzeggen dat het vaak een doorn in het oog van de
bevolking is: de blitse wagens waarmee de drugsrunners rijden, dat
kan men alleen maar met een managerwedde wanneer die
uitgekeerd is door een of andere bank, wanneer de CEO ontslagen is.
Die gasten rijden daarmee rond en dat is een doorn in het oog van de
bevolking. Men zou het alleszins makkelijker moeten maken die
voertuigen in beslag te nemen en het gerecht zich daar te laten op
toespitsen.
23.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Ce n'est effectivement
pas facile et les criminels se
montreront toujours plus inventifs
et un peu plus rapides que la
police.
J'attends
pourtant
beaucoup de ce plan. Les
puissantes
voitures
à
bord
desquelles se déplacent les
"drugrunners"
sont
cause
d'exaspération.
Ces
voitures
devraient plus facilement pouvoir
être saisies par la justice.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
24 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "het incident inzake beeld- en geluidsfragmenten opgenomen tijdens het proces voor het Luikse
Hof van Assisen" (nr. 7957)
24 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'incident relatif
aux enregistrements sonores et visuels effectués lors du procès devant la Cour d'assises de Liège"
(n° 7957)</b>
24.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, er was
een incident tijdens het assisenproces-Habran in Luik, waar geluids-
en videofragmenten van de beveiligingscamera's in de rechtszaal
blijkbaar zijn terechtgekomen in de wagen of bij de eenheid van de
politiediensten die buiten de veiligheidsperimeter was opgesteld en
die tot doel had de veiligheid in het gerechtsgebouw te verzekeren.
Blijkbaar gebeurde de captatie van die beelden buiten de perimeter
buiten het medeweten van de voorzitter van het Hof. Ik vrees dat dit
misschien tot procedurele nietigheid leidt. Dat zou toch wel zeer
ernstig zijn in dit proces: het proces-Habran wordt door sommigen al
het proces van de eeuw genoemd wat maffiakringen betreft.
Bent u formeel op de hoogte gesteld van wat zich heeft afgespeeld op
24.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Lors du procès d'assises
de Marcel Habran à Liège,
certains extraits sonores et visuels
provenant
des
caméras
de
surveillance installées dans la
salle d'audience sont parvenus
aux services de police qui, étant
postés en dehors du périmètre de
sécurité, étaient chargés d'assurer
la sécurité à l'intérieur du palais de
justice. Cette captation d'images
en dehors du périmètre s'est faite
à l'insu du président de la Cour. Je
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
67
vrijdag 19 september jongstleden tijdens het proces-Habran? Hoeveel
agenten staan in voor de bediening van de audio- en videoapparatuur
die de beveiliging van het Luikse gerechtsgebouw moet waarborgen
tijdens het proces-Habran? Hoeveel agenten exact? Wie heeft de
machtiging om die controle-eenheid of dispatching die buiten het
gerechtsgebouw opgesteld is, te betreden? Hebt u onderzocht hoe
het mogelijk is dat een politieagent die diende te getuigen op het
proces-Habran blijkbaar op de hoogte was van het feit dat een andere
getuige eerder op die dag tegenstrijdige verklaringen had afgelegd?
Komt dat doordat die agent kennis heeft kunnen nemen van de beeld-
en
geluidsfragmenten
die
opgevangen
werden
door
de
veiligheidsdispatching? Welke conclusies hebt u uit het incident
kunnen trekken? Welke maatregelen neemt u opdat dergelijke feiten
zich in de toekomst niet meer voordoen, namelijk dat beelden buiten
de veiligheidsperimeter worden opgevangen, waarvan de voorzitter
van een gerechtshof dan niet eens op de hoogte is?
crains qu'il puisse en découler une
nullité procédurale.
Le ministre a-t-il été informé
officiellement de ce qu'il s'est
passé? Combien d'agents sont
chargés de la manipulation des
appareils dont la fonction est
d'assurer la sécurisation du palais
de justice de Liège? Qui est
autorisé à entrer dans le périmètre
où officie l'unité chargée de ce
contrôle?
Le
ministre
sait-il
comment il se peut qu'un policier
qui devait témoigner à ce procès
savait manifestement qu'un autre
témoin avait fait des déclarations
contradictoires plus tôt dans la
journée? Était-ce parce que cet
agent
avait
pu
prendre
connaissance des extraits sonores
et visuels incriminés? Quelles
mesures compte prendre le
ministre pour empêcher que des
faits de même nature ne se
reproduisent?
24.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, de volgende
informatie heb ik ontvangen van de federale politie.
Bij de aanvang van het proces werd met goedkeuring van de
voorzitter beslist om de pers en het publiek de mogelijkheid te bieden
het proces te kunnen volgen buiten de assisenzaal. Daarvoor werd
door een privébedrijf beeld- en geluidsapparatuur geplaatst in de
assisenzaal. Opgenomen beelden en geluid werden vervolgens
doorgezonden naar een perszaal en een zaal voor het publiek. Om de
veiligheid optimaal te kunnen verzekeren, was het voor de politie
interessant om ook over deze beelden en dit geluid te kunnen
beschikken in de commandopost die zich buiten de assisenzaal in de
mobiele stafcar bevindt. Wegens technische redenen kon enkel de
audio via het privébedrijf worden doorgestuurd naar de stafcar. Een
aparte camera werd geïnstalleerd in de assisenzaal en de beelden die
door deze camera werden verstuurd, werden enkel ontvangen in de
stafcar. Dat alles gebeurde met het akkoord van het openbaar
ministerie.
De ontvangst van de beelden en de audio in de commandowagen
was operationeel vanaf 15 september om 12 uur. De exploitatie van
de audio en de beelden gebeurde in reële tijd en er was geen
opname. Bij de aanvang van het proces moest dagelijks de
apparatuur worden heropgestart en afgesteld. Daarna werkte het
systeem autonoom, zonder verdere tussenkomst van een agent.
Na het incident op 19 september werd de overzending naar de
stafkamer stopgezet en werd het materiaal verwijderd. Toegang tot de
stafkamer is voorbehouden voor de politieagenten die belast zijn met
de veiligheid. Getuigen hebben geen toegang. Getuigen die nog
moeten verschijnen, mogen ook geen kennis nemen van de beeld- en
24.02 Patrick Dewael, ministre:
Avec l'accord du président, il a été
décidé de permettre à la presse et
au public de suivre le procès en
dehors de la salle des assises.
Les images, enregistrées par une
société
privée,
ont
été
retransmises dans une salle de
presse et dans une salle destinée
au public. Afin de garantir une
sécurité optimale, la police a jugé
utile de pouvoir disposer des
images et du son dans son poste
de commandement installé à
l'extérieur de la salle des assises.
Pour des raisons techniques, seul
le son a pu être retransmis. C'est
pour cette raison qu'une caméra
distincte a été placée dans la salle
des assises, tout cela avec
l'accord du Ministère public.
Le son et les images ont été
exploités en temps réel et aucun
enregistrement n'en a été réalisé.
Au début, il a fallu redémarrer les
appareils tous les jours. Ensuite, le
système a fonctionné de façon
autonome.
Après l'incident du 19 septembre,
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
68
geluidsfragmenten in de lokalen die voorzien zijn voor de pers en voor
het publiek.
De onderzoeker die op de hoogte was van het feit dat een andere
getuige eerder op de dag tegenstrijdige verklaringen had afgelegd,
heeft geen kennis kunnen nemen van de beeld- en geluidsfragmenten
die werden ontvangen in de stafkamer.
Hij heeft zijn getuigenis afgelegd op 19 september, terwijl de
tegenstrijdige getuigenis dateert van de dag voordien. De zittingen zijn
openbaar. Het is dus normaal dat de inhoud van een getuigenis
bekend raakt bij een onderzoeker-getuige. In dat geval is dat eerder
toevallig en, nogmaals, onafhankelijk van de gegevens afkomstig van
de camera en de audioapparatuur die er enkel om veiligheidsredenen
waren.
il a été mis un terme à la
retransmission et le matériel a été
enlevé. L'accès à l'endroit en
question est réservé aux agents
de police chargés de la sécurité.
Les témoins qui doivent encore
comparaître, ne peuvent pas
prendre connaissance des extraits
sonores et visuels.
L'enquêteur qui était informé des
déclarations contradictoires faites
plus tôt dans la journée par un
autre témoin, n'a pas pu voir les
extraits. Il a témoigné le 19
septembre ;
le
témoignage
contradictoire remonte au jour
précédent. Il n'est pas anormal
que le contenu d'un témoignage
parvienne à un enquêteur-témoin.
En effet, les audiences sont
publiques.
La présence de la caméra et du
dispositif audio s'explique par des
raisons de sécurité uniquement.
24.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 7984 van de heer Luk Van Biesen wordt
verdaagd.
Le président: La question n° 7984
de M. Luk Van Biesen est
reportée.
25 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de gebreken aan en het gebruik van de elektronische identiteitskaart" (nr. 8021)
25 Question de M. Stefaan Vercamer au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'utilisation
et les défaillances de la carte d'identité électronique" (n° 8021)</b>
25.01 Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, de elektronische identiteitskaart is intussen
veralgemeend uitgegeven.
De overheid heeft erop gewezen dat men die in de toekomst
veelvuldig zou kunnen gebruiken, zoals onder meer de elektronische
handtekening. Een groot aantal elektronische identiteitskaarten blijkt
gebreken te vertonen. Bij sommige kaarten zou de chip loskomen. Ik
veronderstel dat uw diensten daarvan op de hoogte zijn.
Hoeveel kaarten werden intussen reeds vervangen? Wat is de
kostprijs van de vervanging van die defecte kaarten? Dient de burger
daarvoor op te draaien? Men krijgt die kaart immers niet zomaar
gratis. Werd het probleem reeds besproken met de producent? Als er
problemen zijn, is het immers de bedoeling dat die worden opgelost.
25.01
Stefaan
Vercamer
(CD&V): De nombreuses cartes
d'identité électroniques présentent
des défauts. Souvent, la puce dont
elles sont dotées se détacherait.
Combien de cartes ont déjà été
remplacées? Quel est le coût de
ce remplacement et qui le prend
en charge? La question a-t-elle
déjà
été discutée
avec le
fabricant? Le citoyen utilise-t-il
effectivement les applications de
la puce électronique?
CRIV 52
COM 345
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
69
Men heeft het gebruik van de elektronische chip gepromoot. Hoeveel
toepassingen zijn er jaarlijks door de burgers?
25.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Vercamer, ik ben daarvan uiteraard op de hoogte. De vraag is immers
al een paar keer aan bod gekomen in deze commissie.
De oorzaak hiervan is het gebruik van verkeerde lijm. Dat wordt
trouwens ook door de producent erkend als productiefout. Een slechte
behandeling van de kaart door de houder ervan kan eveneens het
loskomen van de chip veroorzaken.
Bij de helpdesk Belpic van het rijksregister werden 32.023 gevallen
geregistreerd waarbij de burger zijn kaart moest vervangen omwille
van het loskomen van de chip. Die registratie heeft betrekking op de
periode van 1 maart 2006 tot 13 oktober 2008.
Uit een analyse van de schadegevallen blijkt dat de meeste kaarten
met een productiefout in 2005 werden geproduceerd.
De kostprijs van een nieuwe kaart ter vervanging van een kaart met
losgekomen chip bedraagt 10 euro. Indien uit het onderzoek van de
defecte kaart door de hulpdesk blijkt dat de chip is losgekomen door
een productiefout, krijgt de burger zijn nieuwe kaart gratis. Indien uit
het onderzoek van de defecte kaart blijkt dat de chip is losgekomen
door een slechte behandeling van de kaart, vallen de
vervangingskosten ten laste van de burger.
De helpdesk heeft een procedure uitgewerkt en gecommuniceerd aan
de gemeenten. Deze procedure moet worden gevolgd telkens een
burger een kaart met een losgekomen chip binnenbrengt. Er bestaan
reeds 400 beschikbare en bruikbare e-ID-toepassingen. Het gebruik
daarvan stijgt exponentieel. Een mooi voorbeeld daarvan is de
elektronische belastingaangifte, Tax-on-Web, waarvan steeds meer
gebruikgemaakt wordt. Zo gebeurde in 2008 reeds 20% van alle
elektronisch aangegeven belastingaangiften door middel van de
elektronische identiteitskaart, terwijl dat voor 2007 maar 8% was.
25.02 Patrick Dewael, ministre:
Je connais les problèmes. Il
semble qu'on ait utilisé une colle
inappropriée. Le fabricant admet
qu'il s'agit d'une faute à la
production. Certains titulaires des
cartes n'en prennent pas soin. Au
total, 32.000 cartes ont dû être
remplacées parce que la puce se
détachait. La plupart des cartes
défectueuses datent de 2005. Le
remplacement d'une carte coûte
10 euros. En cas d'erreur de
fabrication, le remplacement est
gratuit. En cas de négligence, les
frais sont à charge du titulaire.
Toutes les communes appliquent
en la matière la même procédure.
La carte d'identité électronique
connaît
déjà
quatre
cent
applications et elles sont de plus
en plus utilisées. Songez à la
déclaration fiscale électronique:
20% ont été introduites en 2008 au
moyen de la carte d'identité
électronique.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
26 Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le
26 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "het fenomeen stadsbendes" (nr. 8037)
26.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, la presse s'est fait récemment l'écho des préoccupations
des polices locales à Bruxelles par rapport au phénomène des
bandes de jeunes. Ces bandes de jeunes portent des noms très
intéressants, les Black Pits, les Bagdad, les Rott Boys. Il y a un
problème réel qui est celui de l'affrontement entre ces bandes dans
les quartiers à Ixelles ou à Bruxelles-ville. La semaine dernière, un
jeune a été plongé dans le coma suite à des agressions entre bandes
rivales.
Ces agressions semblent inquiéter de plus en plus les policiers qui
s'attendent à des affrontements violents et des représailles.
26.01 Xavier Baeselen (MR): De
lokale politiezones van Brussel
maken
zich
zorgen
over
jeugdbendes met veelzeggende
namen als "Black Pits", "Bagdad"
en "Rott Boys", die met elkaar op
de vuist gaan in de wijken van
Elsene en Brussel-stad. Vorige
week lag er zelfs een jongere in
coma.
Beschikt
u
over inlichtingen
22/10/2008
CRIV 52
COM 345
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
70
Monsieur le ministre, avez-vous des informations à propos des
craintes exactes des polices locales, et éventuellement de la police
fédérale, sur ces possibles affrontements?
Pouvez-vous nous indiquer si le nombre d'interventions policières
pour ce type de faits a augmenté au cours de ces derniers mois ou si
ce ne sont finalement que des faits divers qui sont relatés dans la
presse? Quelle est l'ampleur réelle du phénomène sur le terrain?
dienaangaande? Is het aantal
politie-interventies voor dergelijke
feiten
de
jongste
maanden
toegenomen?
26.02 Patrick Dewael, ministre: À la demande de la zone de police
de Bruxelles-Ixelles, un avis relatif à l'incident du 10 octobre dernier
opposant des membres de bandes rivales - les Bagdad, les Black Pits
et les Rott Boys - a donné lieu à un bulletin d'information diffusé par le
carrefour d'information de l'arrondissement de Bruxelles. L'attention
de toutes les zones de police était demandée quant à d'éventuelles
représailles. Toutefois, les polices locales et fédérales ne disposent
d'aucune information concrète.
Ce bulletin d'information doit être considéré comme une demande
d'attention particulière de manière préventive lors du contrôle de
jeunes originaires d'Afrique centrale. Le carrefour d'information de
Bruxelles se trouve actuellement dans l'impossibilité de livrer des
chiffres en raison des problèmes informatiques du sous-programme
"suivi des bandes urbaines". Le service informatique de la police
oeuvre en vue de trouver une solution à ce problème technique.
26.02 Minister Patrick Dewael:
Op verzoek van de politiezone
Brussel-Elsene heeft een bericht
met betrekking tot het incident van
10 oktober jongstleden waarbij
rivaliserende benden tegenover
elkaar stonden aanleiding gegeven
tot een informatiebrief. Daarin
werd de aandacht van alle
politiezones
gevraagd
met
betrekking
tot
eventuele
represailles. De lokale en de
federale politie beschikken echter
niet over concrete gegevens
dienaangaande.
Het
informatiekruispunt
van
Brussel kan momenteel geen
cijfers
bezorgen
omdat
er
computerproblemen zijn met het
subprogramma
"follow-up van
stadsbendes".
De
informaticadienst van de politie
doet er alles aan om een
oplossing te vinden.
26.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, pourriez-vous
me communiquer les informations dès que le problème aura été
résolu? Cela m'évitera de vous reposer une question à ce sujet. Je
compte sur vous pour me répondre par écrit.
26.03 Xavier Baeselen (MR):
Zou u me die gegevens kunnen
bezorgen zodra het probleem zal
zijn opgelost?
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 17.45 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.45 uur.