KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 348
CRIV 52 COM 348
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
S
OCIALE
Z
AKEN
C
OMMISSION DES
A
FFAIRES SOCIALES
woensdag
mercredi
22-10-2008
22-10-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Samengevoegde vragen van
1
Questions jointes de
1
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de verschillende tarieven voor bepaalde
goederen en diensten naargelang het geslacht"
(nr. 7123)
1
- M. Xavier Baeselen à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les tarifs différenciés de certains biens et
services en fonction du sexe" (n° 7123)
1
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de problemen voor gehandicapte personen
om werk te vinden en hun baan ook te behouden"
(nr. 7133)
1
- M. Xavier Baeselen à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "la problématique de l'accès à l'emploi et le
maintien au travail des personnes handicapées"
(n° 7133)
1
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de implementatie van het diversiteitsbeleid"
(nr. 7141)
1
- M. Xavier Baeselen à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'implémentation d'une politique de diversité"
(n° 7141)
1
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van
Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote
Steden over "het Impulsfonds voor het
migrantenbeleid" (nr. 7555)
1
- M. Xavier Baeselen à la ministre de l'Intégration
sociale, des Pensions et des Grandes villes sur
"le Fonds d'Impulsion à la politique des immigrés"
(n° 7555)
1
Sprekers: Xavier Baeselen, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Xavier Baeselen, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Samengevoegde vragen van
6
Questions jointes de
6
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-
eersteminister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de uitbreiding van het systeem van
dienstencheques tot de vzw's, scholen en
gemeenten" (nr. 7168)
6
- M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "l'extension du système des chèques
services aux ASBL, écoles et communes"
(n° 7168)
6
- mevrouw Florence Reuter aan de vice-
eersteminister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de dienstencheques" (nr. 7205)
6
- Mme Florence Reuter à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les titres-services" (n° 7205)
6
- mevrouw Florence Reuter aan de vice-
eersteminister en minister van Werk en Gelijke
Kansen
over
"de
gebruikers
van
dienstencheques" (nr. 7265)
6
- Mme Florence Reuter à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les utilisateurs de titres-services" (n° 7265)
6
- mevrouw Maggie De Block aan de vice-
eersteminister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de doorstroming van PWA'ers naar
het systeem van dienstencheques" (nr. 7300)
6
- Mme Maggie De Block à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "la transition des travailleurs ALE
vers le système des titres-services" (n° 7300)
6
- mevrouw Martine De Maght aan de vice-
eersteminister en minister van Werk en Gelijke
Kansen
over
"de
dienstencheques
voor
kinderopvang" (nr. 7798)
6
- Mme Martine De Maght à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "les titres-services pour l'accueil
d'enfants" (n° 7798)
6
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-
eersteminister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de indexering van de lonen in de
sector van de dienstencheques" (nr. 8030)
6
- M. Georges Gilkinet à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'indexation des salaires dans le secteur des
titres-services" (n° 8030)
6
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Florence
Reuter, Maggie De Block, Joëlle Milquet
,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Florence
Reuter, Maggie De Block, Joëlle Milquet
,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen over "de evolutie in de Belgische
politiek met betrekking tot het geweld tegen
vrouwen" (nr. 7170)
14
Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "les évolutions de la
politique belge contre la violence faite aux
femmes" (n° 7170)
14
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Joëlle
Milquet
, vice-eerste minister en minister van
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Joëlle
Milquet
, vice-première ministre et ministre de
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Werk en Gelijke Kansen
l'Emploi et de l'Égalité des chances
Samengevoegde vragen van
17
Questions jointes de
17
- mevrouw Camille Dieu aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de gevolgen van het arrest van het
Arbeidshof van Antwerpen en de noodzakelijke
harmonisatie van het statuut van arbeiders en
bedienden" (nr. 7236)
17
- Mme Camille Dieu à la vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les conséquences de l'arrêt de la Cour du
travail
d'Anvers
et
la
nécessité
d'un
rapprochement entre les statuts d'ouvrier et
d'employé" (n° 7236)
17
- de heer Hans Bonte aan de vice-eerste minister
en minister van Werk en Gelijke Kansen over "het
statuut van arbeiders en bedienden" (nr. 7276)
17
- M. Hans Bonte à la vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les statuts d'ouvrier et d'employé" (n° 7276)
17
- de heer Guy D'haeseleer aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "het eenheidsstatuut" (nr. 7289)
17
- M. Guy D'haeseleer à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "le statut unique du travailleur" (n° 7289)
17
Sprekers: Camille Dieu, Hans Bonte, Guy
D'haeseleer, Joëlle Milquet
, vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen
Orateurs: Camille Dieu, Hans Bonte, Guy
D'haeseleer, Joëlle Milquet
, vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances
Vraag van mevrouw Florence Reuter aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de banenplannen" (nr. 7206)
22
Question de Mme Florence Reuter à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "les aides à l'emploi"
(n° 7206)
22
Sprekers: Florence Reuter, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Florence Reuter, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van mevrouw Florence Reuter aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de vierdagenweek" (nr. 7207)
24
Question de Mme Florence Reuter à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "la semaine des quatre
jours" (n° 7207)
24
Sprekers: Florence Reuter, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Florence Reuter, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Samengevoegde vragen van
26
Questions jointes de
26
- mevrouw Camille Dieu aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over
"de
mogelijke
verlenging
van
het
moederschapsverlof die aan de Europese
Commissie zal worden voorgelegd" (nr. 7237)
26
- Mme Camille Dieu à la vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "le projet d'allongement du congé de
maternité qui sera proposé à la Commission
européenne" (n° 7237)
26
- mevrouw Mia De Schamphelaere aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de voorstellen van de Europese
Commissie
inzake
moederschapsverlof"
(nr. 7891)
26
- Mme Mia De Schamphelaere à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "les propositions de la Commission
européenne en matière de congé de maternité"
(n° 7891)
26
Sprekers:
Camille
Dieu,
Mia
De
Schamphelaere, Joëlle Milquet, vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen
Orateurs:
Camille
Dieu,
Mia
De
Schamphelaere,
Joëlle
Milquet,
vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances
Vraag van mevrouw Colette Burgeon aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen
over
"het
sluiten
van
samenwerkingsakkoorden met het oog op de
uitbreiding van de opdrachten van het Instituut
voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen"
(nr. 7272)
28
Question de Mme Colette Burgeon à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "la conclusion d'accords
de coopération afin d'étendre les missions de
l'Institut pour l'Égalité des Femmes et des
Hommes" (n° 7272)
28
Sprekers: Colette Burgeon, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Colette Burgeon, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Samengevoegde vragen van
30
Questions jointes de
30
- mevrouw Hilâl Yalçin aan de vice-eerste minister
en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
vrij lage werkgelegenheidsgraad van migranten in
België" (nr. 7277)
30
- Mme Hilâl Yalçin à la vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "le taux d'emploi relativement faible des
immigrés en Belgique" (n° 7277)
30
- mevrouw Zoé Genot aan de vice-eerste minister
en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
nieuwe gegevens over de moeilijke toegang tot
werk voor werknemers afkomstig van buiten de
Europese Unie" (nr. 8007)
30
- Mme Zoé Genot à la vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les nouvelles données sur les difficultés
d'accès au travail pour les travailleurs d'origine
extra-européenne" (n° 8007)
30
Sprekers: Hilâl Yalçin, Joëlle Milquet, vice-
eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Hilâl Yalçin, Joëlle Milquet, vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances
Samengevoegde vragen van
32
Questions jointes de
32
- mevrouw Camille Dieu aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de onderhandelingen over de aanpassingen
van de regelgeving inzake uitzendarbeid"
(nr. 7312)
32
- Mme Camille Dieu à la vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les négociations portant sur la modernisation
de la réglementation sur le travail intérimaire"
(n° 7312)
32
- mevrouw Florence Reuter aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de wetgeving inzake uitzendarbeid"
(nr. 7361)
33
- Mme Florence Reuter à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "la législation de l'intérim" (n° 7361)
32
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de versoepeling van de uitzendarbeid"
(nr. 7387)
33
- M. Jean-Luc Crucke à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'assouplissement du travail intérimaire"
(n° 7387)
32
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de uitzendbedrijven die aanwerving in het
buitenland boven België verkiezen" (nr. 7433)
33
- M. Jean-Luc Crucke à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les sociétés intérimaires qui recrutent à
l'étranger plutôt qu'en Belgique" (n° 7433)
32
- mevrouw Meryame Kitir aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de besprekingen in de NAR inzake
uitzendarbeid" (nr. 7448)
33
- Mme Meryame Kitir à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les discussions au sein du CNT en matière
de travail intérimaire" (n° 7448)
32
- mevrouw Meryame Kitir aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "het uitblijven van de publicatie in het
Belgisch Staatsblad van twee koninklijke besluiten
die zouden bijdragen tot de reductie van het
aantal arbeidsongevallen bij uitzendkrachten"
(nr. 7449)
33
- Mme Meryame Kitir à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'absence de publication au Moniteur belge
de deux arrêtés royaux qui contribueraient à
réduire le nombre d'accidents du travail parmi les
travailleurs intérimaires" (n° 7449)
32
- mevrouw Maggie De Block aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over
"de
zogenaamde
misbruiken
bij
uitzendarbeid" (nr. 7834)
33
- Mme Maggie De Block à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "les éventuels abus dans le cadre du
travail intérimaire" (n° 7834)
32
- mevrouw Maggie De Block aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "het verbreden van de uitzendarbeid tot de
overheidsdiensten" (nr. 7893)
33
- Mme Maggie De Block à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "l'extension du travail intérimaire aux
services publics" (n° 7893)
32
Sprekers: Camille Dieu, Meryame Kitir,
Florence Reuter, Maggie De Block, Joëlle
Milquet
, vice-eerste minister en minister van
Werk en Gelijke Kansen
Orateurs: Camille Dieu, Meryame Kitir,
Florence Reuter, Maggie De Block, Joëlle
Milquet
, vice-première ministre et ministre de
l'Emploi et de l'Égalité des chances
Samengevoegde vragen van
43
Questions jointes de
43
- de heer Guy D'haeseleer aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "het invoeren van discriminatietesten"
(nr. 7337)
43
- M. Guy D'haeseleer à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'introduction des tests de situation comme
outil
pour
démontrer
l'existence
de
discriminations" (n° 7337)
43
- mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-eerste 43
- Mme Hilde Vautmans à la vice-première ministre 43
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "discriminatietesten" (nr. 7415)
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les tests de situation" (n° 7415)
- de heer Peter Luykx aan de vice-eerste minister
en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
geplande antidiscriminatiemaatregelen inzake
aanwervingen" (nr. 7425)
43
- M. Peter Luykx à la vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les mesures anti-discriminatoires en matière
de recrutements" (n° 7425)
44
- mevrouw Zoé Genot aan de vice-eerste minister
en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
antidiscriminatietest" (nr. 8006)
43
- Mme Zoé Genot à la vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "le test antidiscrimination" (n° 8006)
44
Sprekers: Guy D'haeseleer, Zoé Genot,
Joëlle Milquet
, vice-eerste minister en
minister van Werk en Gelijke Kansen
Orateurs: Guy D'haeseleer, Zoé Genot,
Joëlle Milquet
, vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances
Samengevoegde vragen van
49
Questions jointes de
49
- de heer Hans Bonte aan de vice-eerste minister
en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
blijvende onzekerheid bij de PWA-besturen en
hun werknemers" (nr. 7406)
49
- M. Hans Bonte à la vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur
"l'incertitude
persistante
auprès
des
administrations ALE et de leurs travailleurs"
(n° 7406)
49
- de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de wijze van terugvordering van lonen van
PWA-beambten en omkaderingspersoneel van de
afdeling Dienstencheques" (nr. 7419)
49
- M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "le mode de récupération des traitements des
agents des ALE et du personnel d'encadrement
de la section Titres-Services" (n° 7419)
49
- de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over
"de
toekomst
van
de
Plaatselijke
Werkgelegenheidsagentschappen
(PWA's)"
(nr. 7668)
49
- M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'avenir des Agences Locales pour l'Emploi
(ALE)" (n° 7668)
49
Sprekers: Hans Bonte, Stefaan Vercamer,
Joëlle Milquet
, vice-eerste minister en
minister van Werk en Gelijke Kansen
Orateurs: Hans Bonte, Stefaan Vercamer,
Joëlle Milquet
, vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances
Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de nieuwe Europese verordening
inzake het recht dat van toepassing is op
verbintenissen uit overeenkomst" (nr. 7497)
55
Question de Mme Valérie Déom à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "le nouveau règlement
européen sur la loi applicable aux obligations
contractuelles" (n° 7497)
55
Sprekers: Valérie Déom, Joëlle Milquet, vice-
eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Valérie Déom, Joëlle Milquet, vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances
Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de aantrekkelijkheid van de social-
profitsector als werkgever" (nr. 7524)
57
Question de M. Stefaan Vercamer à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "le caractère attrayant
du secteur non marchand en tant qu'employeur"
(n° 7524)
57
Sprekers: Stefaan Vercamer, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Stefaan Vercamer, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "het pleidooi van Unizo voor een
globaal plan voor de combinatie van werk en
gezin" (nr. 7525)
59
Question de M. Stefaan Vercamer à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "le plaidoyer tenu par
Unizo en faveur d'un plan global pour concilier le
travail et la vie de famille" (n° 7525)
59
Sprekers: Stefaan Vercamer, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Stefaan Vercamer, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Guy D'haeseleer aan de vice-
60
Question de M. Guy D'haeseleer à la vice-
60
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
v
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de cumul van presentiegelden als
vertrouwenspersoon
en
werkloosheidsuitkeringen" (nr. 7565)
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "le cumul de jetons de
présence reçus en qualité de personne de
confiance et d'allocations de chômage" (n° 7565)
Sprekers: Guy D'haeseleer, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Guy D'haeseleer, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Guy D'haeseleer aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de preventieve opsporing van
fraude door werklozen" (nr. 7566)
62
Question de M. Guy D'haeseleer à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "la détection préventive
de la fraude au chômage" (n° 7566)
62
Sprekers: Guy D'haeseleer, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Guy D'haeseleer, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "het vrijwilligerswerk verricht door
RVA-uitkeringsontvangers" (nr. 7572)
65
Question de Mme Sonja Becq à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "les activités bénévoles exercées par
les bénéficiaires d'une allocation de chômage"
(n° 7572)
65
Sprekers: Sonja Becq, Joëlle Milquet, vice-
eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Sonja Becq, Joëlle Milquet, vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances
Vraag van mevrouw Florence Reuter aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen
over
"de
beperkingen
voor de
onderdanen van de nieuwe lidstaten" (nr. 7845)
67
Question de Mme Florence Reuter à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "les restrictions à l'égard
des ressortissants des nouveaux États-membres"
(n° 7845)
67
Sprekers: Florence Reuter, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Florence Reuter, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE SOCIALE
ZAKEN
COMMISSION DES AFFAIRES
SOCIALES
van
WOENSDAG
22
OKTOBER
2008
Namiddag
______
du
MERCREDI
22
OCTOBRE
2008
Après-midi
______
La séance est ouverte à 15.14 heures et présidée par M. Yvan Mayeur.
De vergadering wordt geopend om 15.14 uur en voorgezeten door de heer Yvan Mayeur.
01 Questions jointes de
- M. Xavier Baeselen à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"les tarifs différenciés de certains biens et services en fonction du sexe" (n° 7123)<br>- M. Xavier Baeselen à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"la problématique de l'accès à l'emploi et le maintien au travail des personnes handicapées" (n° 7133)<br>- M. Xavier Baeselen à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"l'implémentation d'une politique de diversité" (n° 7141)<br>- M. Xavier Baeselen à la ministre de l'Intégration sociale, des Pensions et des Grandes villes sur "le
Fonds d'Impulsion à la politique des immigrés" (n° 7555)</b>
01 Samengevoegde vragen van
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
verschillende tarieven voor bepaalde goederen en diensten naargelang het geslacht" (nr. 7123)
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
problemen voor gehandicapte personen om werk te vinden en hun baan ook te behouden" (nr. 7133)
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
implementatie van het diversiteitsbeleid" (nr. 7141)
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote
Steden over "het Impulsfonds voor het migrantenbeleid" (nr. 7555)
01.01 Xavier Baeselen (MR): Madame la ministre, le rapport
d'activité de 2007 de l'Institut pour l'égalité des femmes et des
hommes souligne qu'il existe encore des tarifs différenciés en fonction
du sexe dans la sphère des biens et des services. De nombreuses
plaintes ont été déposées relativement à l'accès aux boîtes de nuit,
aux sites de rencontre, et même à des médicaments.
Il s'agit malheureusement de discriminations dont sont souvent
victimes les hommes en l'occurrence. Par exemple, ils doivent payer
des prix plus élevés que ceux demandés aux femmes pour un même
bien ou un même service.
Dans un premier temps, je voulais savoir si, au regard des législations
anti-discrimination, vous comptiez supprimer ces discriminations dont
nous sommes, nous les hommes, trop souvent victimes.
Ensuite, dans son rapport 2007 "Discrimination et diversité", le Centre
pour l'Égalité des chances et la lutte contre le racisme nous informe
que, sur 1.234 signalements traités par le service non racial, près d'un
tiers des dossiers concerne le problème du handicap. Le Centre
constate une augmentation de 74% des plaintes pour discrimination
contre les handicapés en comparaison de l'année 2006. Le motif du
01.01 Xavier Baeselen (MR): Het
activiteitenrapport 2007 van het
Instituut voor de gelijkheid van
vrouwen en mannen onderstreept
dat er voor bepaalde goederen of
diensten nog steeds verschillende
tarieven bestaan naar gelang het
geslacht. Een groot aantal
klachten gaat over de toegang tot
nachtclubs, datingsites, en zelfs
geneesmiddelen.
In dit geval zijn de mannen het
slachtoffer: ze moeten een hogere
prijs betalen dan de vrouwen. Bent
u van plan komaf te maken met
die discriminatie?
In
het
jaarverslag
2007
`Discriminatie/Diversiteit' van het
Centrum voor gelijkheid van
kansen en voor racismebestrijding
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
handicap est celui pour lequel le Centre est le plus souvent contacté,
après le motif du racisme. Selon moi, ce fait ne doit pas nous laisser
indifférents.
Madame la ministre, quelles mesures comptez-vous prendre pour
combattre ce phénomène, notamment en termes d'accès à l'emploi et
de maintien au travail des personnes handicapées?
Je poursuis avec ma troisième question, toujours relative au
rapport 2007 du Centre pour l'Égalité des chances. Celui-ci signale
que la Belgique doit s'inscrire de plain-pied dans une véritable
politique de diversité. En 2006, les services publics fédéraux ont signé
leur propre charte de diversité afin de s'engager à bannir la
discrimination, en particulier dans la gestion des ressources
humaines, pour refléter la diversité de la société. À cette fin, un
premier Plan de diversité 2005-2007 avait été développé.
Le gouvernement doit soutenir les efforts des partenaires sociaux en
la matière. Dans la foulée de la Conférence nationale pour l'emploi,
qui s'était déroulée en 2002, de leur déclaration commune du
27 mars 2006 et de l'année européenne de l'égalité des chances, ils
se sont engagés dans l'accord interprofessionnel 2007-2008 à
conclure des accords et à entreprendre des actions en faveur d'une
plus grande diversité sur le lieu de travail.
Ces différents engagements méritent une attention particulière à
l'heure où les trois Régions du pays construisent ou affinent, pour leur
part, des plans de gestion de la diversité à l'attention du monde du
travail.
Madame la ministre, existe-t-il une évaluation des actions menées par
les partenaires sociaux, telles que celles qu'ils se sont engagés à
développer dans l'accord interprofessionnel 2007-2008? Si c'est le
cas, quelle est-elle?
Disposez-vous également d'une évaluation du premier Plan de
diversité fédéral 2005-2007? Et pouvez-vous nous éclairer à ce
propos?
Enfin, je souhaitais vous poser une dernière question qui porte sur le
Fonds d'impulsion à la politique des immigrés, qui existe depuis 1991
et reçoit plus de 7.000.000 euros par an, à la suite de la répartition
des bénéfices de la Loterie Nationale. Le but de ce fonds est de
donner une impulsion aux nouveaux projets sous la forme d'un
soutien à une action d'une durée maximale d'un an. Le Centre pour
l'Égalité des chances estime qu'après quinze ans, une réflexion sur
les objectifs, les modes de fonctionnement et les perspectives du
Fonds s'impose.
Selon le Centre, il est souhaitable de remettre en question les
objectifs tels qu'ils ont été formulés voici quinze ans. Le cadre dans
lequel le Fonds travaille depuis 1991 a, en effet, fort évolué. Le
nombre d'acteurs jouant un rôle actif dans l'accueil des primo-
arrivants et dans l'intégration a fortement augmenté. Entre-temps,
nous avons pris conscience que l'intégration était un processus de
longue haleine. Devons-nous envisager d'opter partiellement pour une
approche à long terme, au détriment d'approches ciblées sur une
année?
wordt onderstreept dat het aantal
klachten wegens discriminatie van
gehandicapten met 74 procent
gestegen is ten opzichte van 2006.
Welke maatregelen denkt u te
nemen om dat verschijnsel tegen
te gaan?
In datzelfde jaarverslag 2007 wijst
het Centrum erop dat België werk
moet maken van een echt
diversiteitsbeleid. In 2006 hebben
de federale overheidsdiensten een
charter
voor
diversiteit
ondertekend, in het bijzonder voor
het personeelsbeleid, met de
bedoeling een afspiegeling te
vormen van de samenleving.
De regering moet de inspanningen
van de sociale partners, die er zich
in het interprofessioneel akkoord
2007-2008 toe verbonden hebben
akkoorden te sluiten ten gunste
van een grotere diversiteit op het
werk, in deze aangelegenheid
ondersteunen. De onderscheiden
engagementen
verdienen
bijzondere aandacht. Bestaat er
een evaluatie van de acties die de
sociale partners in dit domein
gevoerd hebben?
Beschikt u ook over een evaluatie
van
het
eerste
federaal
Diversiteitsplan 2005-2007?
Ten slotte, krijgt het impulsfonds
voor het migrantenbeleid dat in
1991 opgericht werd, meer dan
zeven miljoen euro per jaar. Het
doel ervan is nieuwe projecten te
ondersteunen
gedurende
het
eerste jaar. Het Centrum is van
oordeel dat men na vijftien jaar toe
is aan een bezinning over de
doelstellingen, de werking en de
perspectieven van het Fonds. Het
aantal actoren in de opvang van
nieuwkomers of de integratie, wat
een proces van lange adem is, is
sterk toegenomen. Moeten we
kiezen voor acties op lange termijn
ten koste van de doelgerichte
benadering op één jaar?
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
Madame la ministre, ne pensez-vous pas qu'il est temps d'entamer
une réflexion sur les objectifs, les modes de fonctionnement et les
perspectives précises du Fonds? Si c'est le cas, quand pensez-vous
développer cette réflexion, et de quelle façon?
01.02 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur le président, cher collègue,
je vais répondre à vos différentes questions dont le lien structurel
porte sur l'égalité des chances. Tout d'abord, pour les tarifs
différenciés de certains biens et services, le cadre légal est celui de la
loi du 10 mai 2007 visant à lutter contre les discriminations en
prévoyant une interdiction de principe de toutes les discriminations
directes ou indirectes, fondées sur le sexe, en termes d'accès à des
biens et services mis à la disposition du public et de leur fourniture.
Bien évidemment, il existe des capacités d'exception dans le cas où
la fourniture de biens et de services est exclusivement ou
essentiellement destinée aux membres d'un seul sexe. Dans une telle
situation, la distinction devrait être opérée et justifiée objectivement
par un but légitime. Les moyens pour atteindre ce but doivent être
appropriés et nécessaires, comme le veut la logique classique des
exceptions.
Un arrêté royal doit donc prévoir certains biens et services qui
pourraient être exceptés de ce principe pour des raisons objectives et
légitimes. Pour ne pas nous tromper, et travailler correctement,
objectivement et de manière détaillée, nous avons décidé avec
l'Insitut pour l'Égalité des femmes et des hommes de confier une
étude à l'Université d'Anvers, afin de vraiment préciser quels sont les
types de remboursement légitimes. Par exemple, la pilule n'est
évidemment pas remboursée pour les hommes, et ce pour quelques
raisons objectives.
Ce rapport doit nous être rendu au plus tard pour la fin de
l'année 2009. L'analyse sera bientôt terminée. Sur cette base, nous
préparerons un arrêté royal comprenant les exceptions et
déterminations possibles. Ainsi, nous savons bien que, pour
l'ostéoporose, le remboursement n'est actuellement accepté que pour
les femmes ménopausées. D'autres choix devront être opérés. Ce
type de problème entretient évidemment un rapport avec les soins de
santé. Je devrai donc m'accorder sur ce point avec ma collègue des
Affaires sociales et de la Santé.
Pour répondre à votre deuxième question sur l'accès au travail des
personnes handicapées, je confirme qu'il s'agit d'un objectif important
pour nous. La déclaration de politique générale en termes d'emploi
comporte quelques propositions destinées à combattre les pièges à
l'emploi dont sont victimes les personnes handicapées et à maintenir
un relatif cumul avec l'allocation d'intégration.
Je me réserve le soin de vous soumettre quelques propositions
destinées à renforcer le Fonds fédéral pour promouvoir l'emploi des
personnes handicapées, institué par la loi du 3 juillet 2005. Il reste de
l'argent qui n'a pas encore été utilisé. À ce stade, il n'existe pas
vraiment d'optimalisation des politiques qui pourraient être financées
par ce Fonds. Des groupes de travail ont été créés pour travailler sur
cette question. Nous sommes en train de vérifier dans quelle mesure
nous ne pourrions pas recourir à ce Fonds et prévoir un champ
01.02 Minister Joëlle Milquet:
Allereerst wordt het kader voor de
gedifferentieerde
prijzen
van
bepaalde goederen en diensten
bepaald door de wet van 10 mei
2007, die uitgaat van een
principieel verbod op discriminatie
op grond van het geslacht. Deze
wet
staat
uiteraard
ook
uitzonderingen toe indien een
goed of een dienst uitsluitend is
bedoeld
voor
een
bepaald
geslacht. In dat geval moet het
verschil in prijs objectief worden
bepaald en gerechtvaardigd, zoals
dit voor uitzonderingen op een wet
hoort. Deze uitzonderingen zullen
worden
verduidelijkt
in
een
koninklijk besluit. Daarom hebben
we samen methet instituut voor de
gelijkheid tussen man en vrouw
beslist een studie te bestellen bij
de Universiteit Antwerpen, die ons
uiterlijk eind 2009 verslag zal
uitbrengen. We zullen dit koninklijk
besluit
dus
voorbereiden.
Vervolgens is de toegang tot werk
voor personen met een handicap
belangrijk voor ons. In mijn
beleidsverklaring
inzake
arbeidsbeleid
staan
enkele
voorstellen
om
de
werkloosheidsvallen te bestrijden
waarvan personen
met een
handicap het slachtoffer worden
en
om
een
relatieve
verenigbaarheid
met
de
integratietegemoetkoming
te
behouden.
Ik zal u een aantal voorstellen
voorleggen die het federale Fonds
ter bevordering van de toegang tot
arbeid voor personen met een
handicap
meer
beleidsruimte
moeten bieden. Er is nog geld
beschikbaar, maar op dit ogenblik
zijn
er
niet
echt
beleidsmaatregelen
die
voor
financiering door dat Fonds in
aanmerking komen. Er werd een
aantal werkgroepen opgericht die
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
d'application plus complet afin de soutenir des politiques de maintien
à l'emploi, notamment pour encourager un employeur à garder une
personne handicapée. Voilà pour le secteur privé.
Pour le secteur public, certains objectifs ressortissent aux
compétences de ma collègue Inge Vervotte. Je pense à celui qui
consiste à atteindre les 3% d'engagements dans la fonction publique.
Nous avons un vrai devoir moral et légal à cet égard. Ma collègue
vous présentera plusieurs propositions en ce domaine. Pour ma part,
je me concentrerai sur le bon emploi du Fonds.
S'agissant de la politique de diversité, cette question représentera un
aspect très important dans le prochain accord interprofessionnel. Je
demanderai aux partenaires sociaux, non seulement d'y réfléchir,
mais également d'avancer encore plus en la matière. Dans l'accord
interprofessionnel 2007-2008, nous avions ­ conjointement avec les
partenaires sociaux ­ appelé les secteurs et les entreprises à
conclure des accords à cette fin. Énormément d'entreprises, en
particulier en Flandre, ont intégré des managers de la diversité. C'est
également en train de s'instituer en Région bruxelloise, et cela va
bientôt commencer en Région wallonne. Bien entendu, le cadre du
label diversité a déjà été élaboré et conforté au niveau fédéral.
En tout cas, l'évolution de la situation et son évaluation dépendent des
secteurs. Certaines conventions collectives ont été conclues dans
certains d'entre eux pour lutter contre la discrimination, tandis que
d'autres ont travaillé sur la question du recrutement. Ces différentes
initiatives ont été prises en relation avec les politiques régionales et
fédérales.
Pour la politique fédérale, trois grands projets sont en voie
d'élaboration par la cellule de diversité établie au sein de
l'administration de l'Emploi et qui va être confortée en 2009.
Tout d'abord, le label de la diversité va prendre sa deuxième vitesse
de croisière. Avec les différents services et gouvernements
régionaux, nous allons voir comment répartir clairement les tâches.
Pour les entreprises dont l'implantation dépasse le niveau régional, le
fédéral est évidemment compétent. Il en va de même avec le
processus volontaire dans les entreprises. De plus, un appel à
candidatures va être généralisé auprès de différentes entreprises.
Ensuite, il faut mentionner le monitoring socio-économique, qui est
réellement en phase opérationnelle. Nous avons dégagé les budgets
destinés à nous faire travailler avec les banques de données du
Registre national et de la Banque-Carrefour. De la sorte, en fin
d'année, nous pourrons croiser les données. De cette manière, nous
pourrons identifier les personnes d'origine étrangère dont, par
exemple, un parent a demandé un permis de séjour voici une ou deux
générations, afin que nous puissions obtenir une photographie par
secteur de la présence suffisante ou non de personnes d'origine
étrangère, notamment dans le secteur privé. Les trois Régions sont
volontaires pour obtenir l'accès à ces données, en vue d'axer leurs
politiques de diversité.
Et puis, mais j'y reviendrai en répondant à une autre question, il existe
les tests de situation, destinés à lutter contre les discriminations. Avec
le Centre, nous sommes en train de lancer l'appel d'offres pour la
zich daarover moeten buigen. We
zouden onder meer van dat Fonds
gebruik willen maken om een
werkgever ertoe aan te zetten een
gehandicapte persoon in dienst te
houden.
Tot
daar
wat
de
privésector betreft.
Wat de overheid betreft, valt de
doelstelling
om
3
procent
gehandicapte personen tewerk te
stellen onder de bevoegdheid van
mijn
collega,
minister
van
Ambtenarenzaken Inge Vervotte,
die u in dat verband een aantal
voorstellen zal voorleggen. Het
gaat hier om een morele plicht én
om een wettelijke verplichting.
Diversiteit wordt een belangrijk
aandachtspunt in het volgende
interprofessioneel akkoord. Ik zal
de sociale partners vragen daar de
schouders onder te zetten. In het
interprofessioneel akkoord 2007-
2008 werd de sectoren en de
bedrijven
gevraagd
daartoe
akkoorden
te
sluiten.
In
Vlaanderen hebben zeer veel
bedrijven dat ook gedaan. In het
Brussels Gewest wordt daar
intussen werk van gemaakt, en
binnenkort gaat men er ook in
Wallonië mee van start. Op
federaal niveau werd al een
diversiteitslabel in het leven
geroepen.
Hoe dan ook zijn de sectoren
verantwoordelijk voor de evaluatie.
In een aantal sectoren werden
collectieve
arbeidsovereen-
komsten gesloten, onder meer ter
bestrijding van discriminatie of met
betrekking tot de indienstneming.
Wat het federale beleid betreft,
werkt de cel Diversiteit bij de
administratie
Werkgelegenheid
drie grote projecten uit.
Op de eerste plaats zullen we, wat
het diversiteitslabel Gelijkheid &
Diversiteit betreft, een tandje bij
steken. We zullen een duidelijke
taakverdeling
met
de
gewestregeringen
uitwerken.
Vervolgens hebben we budgettaire
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
société qui va organiser les tests préalables. Il s'agit de voir les
réactions différenciées par secteur que suscite l'envoi de deux CV.
Nous pourrons ainsi mieux déterminer les composantes d'une
discrimination et agir positivement. Notre but ne consiste pas à
pénaliser les entreprises, mais à leur montrer comment éviter telle ou
telle politique de recrutement. Énormément d'entreprises sont
demanderesses d'un outil qui leur permette, le cas échéant, de
changer leurs pratiques.
Enfin, s'agissant du Fonds d'impulsion, comme je l'ai déjà dit, la
politique du FIPI constitue une bulle virtuelle, étant donné qu'aucune
loi ni aucun arrêté n'ont été pris. Il est donc impossible de le
raccrocher à un service. Nous sommes en train de préparer un arrêté
royal, dont la rédaction est déjà bien avancée, pour ramener le Fonds
vers la cellule diversité du SPF Emploi, de manière à stabiliser la
situation juridique et à en préciser les objectifs.
Je pense qu'après quinze ans les objectifs doivent évoluer et se
concentrer davantage sur les primo-arrivants et le soutien aux
politiques de diversité et de lutte contre les discriminations dont sont
notamment victimes les personnes d'origine étrangère. Nous vous
soumettrons prochainement des propositions à cet égard.
middelen uitgetrokken voor het
raadplegen van de databanken
van het Rijksregister en de
Kruispuntbank. Tegen het einde
van het jaar zullen we de
gegevens
kunnen
vergelijken,
zodat we per sector kunnen
nagaan of er al dan niet voldoende
allochtonen aan het werk zijn. De
drie Gewesten wensen toegang te
krijgen tot die gegevens.
Daarnaast schrijven we een
offerteaanvraag
uit
om
praktijktests te organiseren. Per
sector zal er worden nagegaan
hoe er op twee cv's wordt
gereageerd. Zo kunnen we een
beter
zicht
krijgen
op
de
discriminatie. Het is niet onze
bedoeling om de ondernemingen
te bestraffen, maar heel wat
bedrijven vragen zelf dat we hun
een instrument zouden aanreiken,
zodat ze indien nodig hun
handelwijze
zouden
kunnen
bijsturen.
Ten slotte wordt het Impulsfonds
niet bij een andere dienst
ondergebracht, aangezien er geen
wet of besluit in die zin werd
uitgevaardigd. We bereiden een
koninklijk besluit voor om het
Fonds bij de cel Diversiteit van de
FOD Werkgelegenheid onder te
brengen.
Na vijftien jaar moeten de
doelstellingen
zich
meer
toespitsen op de nieuwkomers,
steun voor diversiteit en de strijd
tegen discriminatie. Wij zullen u in
dat
verband
voorstellen
voorleggen.
01.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, je remercie la
ministre pour sa réponse très complète qui va apaiser ou rassurer
tous ceux qui se soucient de cette question.
Je répliquerai brièvement à propos des tarifs différenciés entre les
hommes et les femmes. Je considère que, dans certains secteurs ­
par exemple, la santé, dont vous avez parlé -, des raisons objectives
existent. En revanche, dans celui des services, un effort sérieux doit
être fourni. Je le dis sans intention de plaisanter: certains services
pratiquent des tarifs différenciés entre les hommes et les femmes.
Pour ne prendre que l'exemple de certains lieux tels que les
discothèques et les bars, il n'est pas plus ou moins légitime qu'une
01.03 Xavier Baeselen (MR):
Wat de verschillende tarieven voor
mannen en vrouwen betreft, wil ik
kort nog even zeggen dat er in
bepaalde sectoren, zoals in de
gezondheidszorg,
objectieve
redenen
bestaan
die
een
verschillend tarief rechtvaardigen.
In andere sectoren daarentegen
moeten er serieuze inspanningen
worden
geleverd,
zoals
bijvoorbeeld voor discotheken en
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
femme ou un homme puisse entrer dans un tel établissement.
bars.
01.04 Joëlle Milquet, ministre: ... Ou que l'entrée soit refusée aux
personnes de couleur.
01.04 Minister Joëlle Milquet: ...
het kan evenmin door de beugel
dat mensen met een andere
huidskleur de toegang tot die
plaatsen geweigerd wordt.
01.05 Xavier Baeselen (MR): C'est exact. Il y a donc du pain sur la
planche.
S'agissant des personnes handicapées, j'ai introduit une question
auprès de la ministre de la Fonction publique sur les quotas dans la
fonction publique fédérale. Si nous voulons conduire une politique
volontariste en ce domaine, nous devons montrer l'exemple et
respecter nos propres engagements en tant qu'administration
publique.
Enfin, pour la diversité, je suis heureux de vous entendre dire que les
tests de situation doivent être un outil destiné, non à pénaliser les
entreprises, mais à les sensibiliser et à mettre en oeuvre des outils qui
leur permettent de développer une politique d'accueil de travailleurs
issus de l'immigration ou de la diversité.
Je vous remercie pour vos réponses.
01.05 Xavier Baeselen (MR): Zo
is dat.
Wat quota voor gehandicapten
betreft, moet de overheid het
goede voorbeeld geven.
Ten slotte mogen de praktijktests
niet dienen om bedrijven te
bestraffen; wél is het de bedoeling
dat bedrijven zich bewust worden
van het probleem en dat er
instrumenten worden aangereikt
voor een daadwerkelijk beleid ter
zake.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Questions jointes de
- M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "l'extension du système des chèques services aux ASBL, écoles et communes" (n° 7168)<br>- Mme Florence Reuter à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les titres-services" (n° 7205)<br>- Mme Florence Reuter à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les utilisateurs de titres-services" (n° 7265)<br>- Mme Maggie De Block à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "la transition des travailleurs ALE vers le système des titres-services" (n° 7300)<br>- Mme Martine De Maght à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les titres-services pour l'accueil d'enfants" (n° 7798)<br>- M. Georges Gilkinet à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"l'indexation des salaires dans le secteur des titres-services" (n° 8030)</b>
02 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de uitbreiding van het systeem van dienstencheques tot de vzw's, scholen en gemeenten"
(nr. 7168)
- mevrouw Florence Reuter aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de dienstencheques" (nr. 7205)
- mevrouw Florence Reuter aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de gebruikers van dienstencheques" (nr. 7265)
- mevrouw Maggie De Block aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de doorstroming van PWA'ers naar het systeem van dienstencheques" (nr. 7300)
- mevrouw Martine De Maght aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de dienstencheques voor kinderopvang" (nr. 7798)
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
indexering van de lonen in de sector van de dienstencheques" (nr. 8030)
02.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, madame 02.01 Jean-Jacques Flahaux
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
la ministre, le succès du dispositif des titres-services fait que
87.152 personnes ont travaillé en 2007 pour 27.335 équivalents
temps plein. Cette évolution est heureuse et permet à 450.000
particuliers de bénéficier de ces services.
Elle pose cependant un gros problème pour les ASBL et aux
administrations communales, qui ne peuvent faire appel au système
des titres-services, mais bien aux contrats ALE, réservés en priorité
aux chômeurs de longue durée et aux bénéficiaires du revenu
d'intégration sociale qui ont des difficultés à trouver une place sur le
marché du travail. Le problème réside dans la recherche de
travailleurs, les plus compétents et motivés d'entre eux désertant les
possibilités de travail sous contrat ALE en faveur du système des
titres-services qui est bien plus intéressant et les concerne aussi.
De ce fait, les communes et les ASBL paracommunales ne trouvent
plus ou pas assez de travailleurs au profil adéquat afin d'assurer
l'accompagnement d'enfants lors d'activités scolaires en dehors des
établissements ou bien encore le gardiennage de certains biens
communaux.
Aussi, madame la ministre, pouvez-vous nous informer sur l'évolution
du nombre de travailleurs ALE depuis la mise en place des titres-
services?
Quelle est l'évolution de leur profil au regard de l'emploi?
Quel glissement des travailleurs du dispositif ALE vers les titres-
services a-t-il pu être constaté?
Dans la mesure où vous vous êtes prononcée en faveur de
l'extension du champ d'application des titres-services à la garde
d'enfants ou aux petits travaux de jardinage, en les étendant aux
écoles, pouvez-vous nous dire s'il est possible de faire évoluer le
régime de travail ALE et d'étendre de manière généralisée le système
des titres-services, notamment aux écoles mais aussi aux
communes, avec un montant maximal de titres à respecter par
exemple, dans la mesure où ces dernières sont aussi les pouvoirs
organisateurs de nombreux établissements scolaires d'enseignement
fondamental?
À défaut, pouvez-vous nous indiquer quelles solutions pourraient être
envisagées pour les communes qui ne trouvent plus assez de
travailleurs ALE pour assurer une série de tâches?
Par ailleurs, suite à la question posée par mon collègue François
Bellot en juin, avez-vous pu avancer sur la problématique de
l'annualisation du travail des contrats ALE en milieu scolaire, de la
simplification et l'amélioration des dispositions relatives aux contrats
de travail des ALE sur le plan social et administratif qui rendraient ce
type de contrat plus attractif? Pour l'instant, ce ne l'est pas du tout.
(MR): De positieve evolutie van de
dienstencheques is een groot
probleem voor de vzw's en de
gemeenten die er geen gebruik
kunnen van maken. Ze vinden
niet meer voldoende werknemers
met het geschikte profiel. Welke
verschuiving heeft men kunnen
vaststellen van het PWA-statuut
van
werknemers
naar
de
dienstencheques? Is het mogelijk
een evolutie te bewerkstelligen in
de PWA-arbeidsregeling en het
systeem van de dienstencheques
op veralgemeende wijze uit te
breiden naar de scholen maar ook
naar de gemeenten? Welke
oplossingen kan men bedenken
voor de gemeenten die niet meer
voldoende
PWA-werkkrachten
vinden? Heeft u vooruitgang
kunnen boeken in de problematiek
van de annualisering van de
arbeidstijd van de PWA-contracten
in de scholen en de verbeteringen
van de bepalingen betreffende de
PWA-arbeidsovereenkomsten op
sociaal en administratief vlak die
dit soort contract aantrekkelijker
maken?
02.02 Florence Reuter (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, j'embraie sur un thème qui m'intéresse, dont on parle depuis
longtemps; en effet, voilà un an, je déposais ma première proposition
de loi visant à l'extension du champ d'application des titres-services à
la garde extrascolaire des enfants. Et le débat est soutenu et toujours
d'actualité.
02.02 Florence Reuter (MR):
Ouders hebben nog altijd moeite
om buitenschoolse kinderopvang
te vinden. Met een uitbreiding van
het dienstenchequesysteem zou
de
werkgelegenheid
echter
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Il se fait qu'aujourd'hui, les parents sont toujours confrontés aux
mêmes difficultés et ne voient poindre aucune solution.
Par ailleurs, comme je le disais en septembre, l'article du directeur du
département des sciences économiques de l'UCL affirmait que le
développement des titres-services était également un moteur
économique; en l'étendant, cela boosterait l'emploi.
Cette question me tient à coeur et je viens aux nouvelles.
Ce problème fait-il toujours partie de vos priorités? Lorsque je vous ai
interrogée la dernière fois, j'évoquais une concertation que vous
meniez avec les Régions. Qu'en est-il? Quand pourrons-nous enfin
annoncer aux parents que ces titres-services étendus à la garde
extrascolaire deviennent réalité?
Voilà pour ma première question. J'enchaîne avec ma deuxième
question sur le sujet et au champ d'application des titres-services.
Ces services de proximité sont utilisés, et doivent l'être, par des
particuliers pour bénéficier d'une aide de nature ménagère à leur
domicile ou hors de leur domicile.
Dans le respect de ces conditions, une accueillante conventionnée qui
garde des enfants chez elle pourra en bénéficier, tandis qu'une
accueillante autonome, c'est-à-dire exerçant son activité à titre
indépendant, n'y a pas droit. Or l'une comme l'autre (sauf celles qui
exercent leur métier dans d'autres locaux, je pense notamment aux
co-accueillantes qui choisissent de travailler ensemble) travaillent à
domicile.
Les accueillantes conventionnées et les accueillantes autonomes
exercent le même métier, elles doivent répondre à des exigences de
qualité similaires, ce qui implique d'accueillir les enfants dans un
endroit parfaitement propre. Pourquoi, sous prétexte qu'elles
travaillent sous un statut d'indépendante, à cause de notre législation,
les accueillantes autonomes ne pourraient-elles bénéficier des titres-
services?
aangezwengeld kunnen worden.
Behoort dat probleem nog steeds
tot uw prioriteiten? Hoe ver is het
overleg
met
de
Gewesten
gevorderd?
Een erkende en gesubsidieerde
onthaalouder die thuis kinderen
opvangt, kan wel in het kader van
de
dienstenchequeregeling
werken, terwijl een zelfstandige
onthaalouder daar geen recht op
heeft. Hoe rechtvaardigt u die
ongelijke behandeling?
02.03 Maggie De Block (Open Vld): Mevrouw de minister, ik heb u
via een schriftelijke vraag om een aantal cijfers gevraagd. Het ging
om de doorstroming van PWA'ers naar het systeem van de
dienstencheques. U hebt die mooi overzichtelijk afgeleverd, waarvoor
mijn dank. Ik heb daar echter enkele vragen over. Sinds de invoering
van de dienstencheques is de instroom van PWA'ers voor poetshulp
ingeperkt. Zij worden nu aangemoedigd om door te stromen naar een
reguliere job in het kader van de dienstencheques. Zoals hier al
gezegd werd, is dit een aantrekkelijker statuut voor de werknemers.
Het is natuurlijk een win-winsituatie want het immense succes van de
dienstencheques bewijst dat er een grote vraag is naar
poetspersoneel. Dat is een welgekomen evolutie want we hebben de
vorige jaren gezien dat een groot aantal mensen in het PWA-statuut
bleven vastzitten, dat er nauwelijks doorstroming was en dat dit dus
eigenlijk een grote werkloosheidsval was voor een aantal mensen.
We hebben ook altijd gezegd dat we begrip hebben voor een aantal
mensen die geen ander werk aankunnen omdat het tempo te hoog
ligt of de arbeidsvoorwaarden niet zo goed zijn voor hen.
02.03 Maggie De Block (Open
Vld): Depuis l'instauration des
titres-services, les travailleurs ALE
sont encouragés à évoluer vers un
emploi régulier. Les chiffres
montrent que cette évolution est
une réalité. Fait remarquable
toutefois, quelque 1300 travailleurs
effectuent le chemin à l'envers par
le biais de la garantie de retour,
c'est-à-dire des chèques-services
vers l'ALE. En outre, on en
enregistré l'an dernier deux fois
plus de nouvelles entrées de
travailleurs ALE que de passages
aux titres-services. Or, il s'agissait
bien de réduire le nombre de
travailleurs ALE et, partant, les
risques du piège du chômage.
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Wanneer we nu de cijfers bekijken, moeten we tot de vaststelling
komen dat de uitstroom uit de PWA's naar de dienstencheques reeds
een feit is. We zien van 2004 tot 2005 ongeveer een verviervoudiging,
van 1.000 naar 4.900. Ook het jaar erna vonden nog meer werkloze
PWA'ers de weg naar een job als werknemer in het
dienstenchequecircuit. Het is dus goed dat er doorstroming is. We
zien echter dat er via de terugkeergarantie zo'n 1.300 werknemers uit
het dienstenchequecircuit terug naar de PWA's kwamen. Dat is toch
iets waarbij men zich vragen kan stellen. Waarom komen zoveel
mensen terug naar het vorige circuit? Verder blijkt nog dat de
instroom van PWA'ers tweemaal hoger is dan de totale uitstroom naar
de dienstencheques. Wat gaat er fout op het werkterrein? Dat wou ik
u graag vragen. Eigenlijk stroomden in de periode 2004-2006 nog
eens 27.000 werklozen in het PWA-systeem. Dat is een opmerkelijke
evolutie want men dacht aanvankelijk de instroom in de PWA's in te
perken en bijgevolg het risico van werkloosheidsvallen te verkleinen.
Mevrouw de minister, ik heb enkele vragen voor u.
Hebt u recentere cijfers dan die van het jaar 2000, ook aangaande het
aantal werkzoekenden dat vanuit de PWA doorstroomt naar een job
in het dienstenchequescircuit?
Hoeveel mensen hebben op de terugkeergarantie een beroep
gedaan?
Ik heb nu maar twee punten op de curve ter vergelijking. Ik zou willen
weten of het een stijgende curve is, dan wel of het een tijdelijke knik in
de curve is geweest doordat het dienstenchequescircuit nog niet
genoeg georganiseerd was, of omdat nog niet genoeg mensen wisten
hoe daarmee op te starten.
Hoe is de geringe uitstroom in vergelijking met de grote instroom,
waarbij ik dan telkens refereer naar de cijfers die ik heb van 2004-
2006, te verklaren, rekening houdend met het feit dat de instroom
voor poetspersoneel werd verstrengd?
Welke redenen halen de mensen aan die gebruikmaken van de
terugkeergarantie om terug te keren naar hun vroeger, nadeliger
statuur van PWA, terwijl zij een job hebben in het
dienstenchequescircuit? Waren er voldoende inspanningen vanuit
RVA om de PWA'ers in te lichten over het feit dat zij in het
dienstenchequescircuit een beter statuut hebben en dat zij daar
voordeel van hebben?
Zult u de instroom van de PWA'ers voort inperken? Zo ja, op welke
manier?
Zal er werk worden gemaakt van een uitdoving van het PWA-stelsel
voor de activiteiten die ook via het dienstenchequestelsel kunnen
worden ingevuld?
Le ministre dispose-t-il de chiffres
plus récents que ceux de 2000?
Comment explique-t-on les afflux
massifs dans le statut ALE alors
que les critères ont été renforcés?
Quelles raisons les intéressés
invoquent-ils pour retourner sous
le statut ALE? L'ONEm déploie-t-il
suffisamment d'efforts pour attirer
l'attention des travailleurs sur les
désavantages de cette situation?
Va-t-on s'employer à réaliser
l'extinction du statut ALE pour les
activités qui peuvent s'inscrire
dans le régime des titres-services?
Voorzitter: Camille Dieu.
Présidente: Camille Dieu.
02.04 Joëlle Milquet, ministre: Madame la présidente, chers
collègues, je réponds d'abord à M. Flahaux, mais c'est aussi un
élément d'information pour Mme De Block.
02.04 Minister Joëlle Milquet:
Sinds de invoering van de
dienstencheques is het aantal
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
En ce qui concerne l'évolution du nombre de travailleurs ALE depuis
la mise en place des titres-services, il est passé de 43.150 en mars
2004 à 20.504 travailleurs ALE à fin août 2008. Souvenons-nous
qu'en ce qui concerne le travail ménager et le jardinage, il ne peut y
avoir de nouveaux entrants; le stock se réduit donc. Avec les mesures
prises, qui seront mises en oeuvre à partir du 1
er
juillet 2009, après la
période transitoire de presque un an, nous savons que les moins de
50 ans, dans le secteur du travail ménager et du jardinage, ne
pourront plus sortir du travail ALE pour bénéficier des titres-services.
Le nombre de travailleurs ALE passés dans le système des titres-
services est passé de 1.708 en 2004 à 4.968 en 2005, à 3.091 en
2006, à 1.629 en 2007; je n'ai pas encore les chiffres officiels pour
2008, mais il y en aurait officieusement plus de 2.000 déjà selon les
premières estimations. C'est aussi lié à l'annonce des mesures
prévues. On remarque donc que le transfert se fait volontairement.
Pour Mme Reuter et l'extension, il faut savoir que nous avons
organisé de nombreuses consultations avec les milieux d'accueil du
côté des autorités régionales mais aussi des divers opérateurs
syndicaux et du secteur non marchand, qui ne voient pas toujours
cette solution d'un très bon oeil.
Les problèmes rencontrés sont divers: problème communautaire, que
vous connaissez, problème budgétaire, problème lié à la peur de la
privatisation des services par rapport au service de la petite enfance
alors que nous avons expliqué qu'il s'agissait bien de garde à domicile
après les heures d'école ou de lieux collectifs. Plusieurs pistes sont
donc possibles.
La première piste consisterait à recourir à ce qu'on pourrait appeler
une extension du Maribel social afin de permettre aux services
d'accueil (crèches et autres) de bénéficier au moindre coût de
personnel pouvant être mis à disposition des parents. Cela viendrait
des milieux d'accueil eux-mêmes.
La deuxième piste intéressante, proposée par mon cabinet, est de
voir dans quelle mesure créer un système sui generis pour l'accueil
des enfants à domicile. Ainsi, dans ce cadre, il s'agirait d'entreprises
agréées avec les Communautés soit comme opérateurs soit pour les
agréer; ce pourrait être l'équivalent des services de contrôle des
gardiennes encadrées, etc. En fait, dans ce cas, les conditions
d'agrément de ces entreprises imposeraient que l'ONE ou Kind en
Gezin soit l'opérateur, ou du moins qu'un tel organisme délègue ou
agrée l'opération à ses propres services. Ainsi ces entreprises titres-
services imposeraient elles-mêmes des conditions de formation et de
qualité pour s'assurer elles-mêmes, pour ne pas être en concurrence
puisqu'elles détiendraient le mode opératoire du système.
Cette piste me paraît une des plus intéressantes vu qu'elle laisse de
l'autonomie aux Communautés de pouvoir agir comme opérateur
dans le système et selon leur propre réglementation. Il faudra bien sûr
y adjoindre une discussion budgétaire: avec l'indexation, l'État
accorde plus de 20,5 euros par titre-service, mais devra-t-il y avoir
une participation des entités fédérées? Auquel cas, selon l'entité
fédérée, ce sera possible ou non en fonction de sa situation
budgétaire.
PWA'ers gedaald van 43.150 in
maart 2004 tot 20.504 eind
augustus
2008.
Met
de
maatregelen die we getroffen
hebben, zullen de PWA'ers die
jonger zijn dan 50 jaar en die
ingezet worden voor huishoudelijk
werk en tuinonderhoud, niet meer
kunnen overstappen naar het
stelsel van de dienstencheques. In
2004 zijn er 1.708 PWA'ers
overgestapt
in
de
dienstenchequeregeling, in 2005
waren dat er 4.968, in 2006 3.091
en in 2007 1.629. In 2008 zouden
er tot nog toe reeds meer dan
2.000
de
overstap
hebben
gemaakt.
We hebben uitgebreid overleg
gepleegd, niet alleen met de
opvangdiensten bij de gewestelijke
overheden, maar ook met de
vakbonden en de non-profitsector,
die niet altijd even warmlopen voor
een uitbreiding van de regeling.
Een eerste denkpiste zou erin
bestaan de opvangdiensten via
een soort uitgebreide sociale
Maribel de mogelijkheid te bieden
met goedkoper personeel te
werken, dat ze dan ter beschikking
van de ouders kunnen stellen.
De tweede interessante piste
bestaat erin dat er nagegaan wordt
in hoeverre het mogelijk is via
erkende bedrijven een systeem sui
generis
op
te
zetten voor
kinderopvang aan huis. Ik vind het
interessant
dat
de
Gemeenschappen daar ook bij
betrokken zouden worden, en dat
er specifieke voorwaarden zouden
worden opgelegd, maar dat het
toch om een gelijksoortig systeem
zou gaan. Men mag echter ook het
kostenplaatje en de bijbehorende
discussie
over
de
nodige
begrotingsmiddelen niet uit het
oog verliezen.
Wat de dienstencheques betreft, is
er geen verschil tussen erkende
en gesubsidieerde onthaalouders
enerzijds
en
zelfstandige
onthaalouders anderzijds. Maar
dienstencheques zijn bestemd
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
Tout cela nous promet quelques petits débats. Mon objectif est le
même que le vôtre, avec toutes les conditions et précautions que j'ai
toujours émises. Voilà pourquoi je trouve intéressant de pouvoir
impliquer les Communautés, via ONE ou Kind en Gezin dans les
entreprises agrées et d'avoir des conditions spécifiques, mais de
bénéficier d'un système de type équivalent.
Sur la différence entre les accueillantes conventionnées et les
accueillantes autonomes, il n'y en a aucune en ce qui concerne les
titres-services. Cependant, les titres-services sont prévus pour une
utilisation privée. En permettant une utilisation de type professionnel
par les indépendants, cela deviendrait intenable: nous en sommes
quasiment à un coût de 1 milliard avec la pérennisation du système
des titres-services. La différence réside dans le fait qu'on se trouve
dans le domicile pour un usage privé ou professionnel. Comment
expliquer que la cuisine est privée, sauf lorsqu'on nourrit les enfants?
C'est assez compliqué. Mais le système est identique pour les deux:
pas de discrimination.
voor privégebruik. Als we het
gebruik voor beroepsdoeleinden
door zelfstandigen toestaan, wordt
de regeling onhoudbaar. Er wordt
een onderscheid gemaakt tussen
de aanwezigheid in de woning
voor
privé-
dan
wel
voor
beroepsdoeleinden. Hoe kan men
uitleggen dat de keuken tot het
privédomein
behoort,
behalve
wanneer men de kinderen er te
eten geeft? Dat wordt vrij
ingewikkeld. Maar het systeem is
identiek voor beide gevallen.
Mevrouw De Block, wat uw eerste vraag betreft, we hebben 1.629
PWA-werknemers geteld die in 2007 tewerkgesteld werden in het
dienstenchequecircuit. Ik geef u de verdeling per Gewest waarin deze
werknemers gehuisvest zijn: Vlaanderen 706, Wallonië 843 en
Brussel 80. In Brussel is het stelsel een beetje minder succesvol.
Aangezien we nog geen gegevens hebben van de jaarlijkse telling van
de dienstencheques voor 2008 kunnen we u nog geen informatie
geven over het aantal PWA-werknemers dat tijdens het eerste
semester van 2008 in het dienstenchequesysteem beland is.
Wat
de
terugkeergarantie
betreft,
hebben
we
139
dienstenchequewerknemers geteld die uit de PWA's kwamen en die
tijdens het eerste semester van 2008 een beroep hebben gedaan op
de terugkeergarantie.
In verband met uw derde vraag moet ik toegeven dat ik niet zie waar u
deze cijfers vandaan haalt. Uit de cijfers van de RVA blijkt dat het
aantal betalingen voor PWA tussen maart 2004, bij de invoering van
het dienstenchequesysteem, en augustus 2008 is gedaald van 43.150
tot 20.504. Dat is dus meer dan een halvering. Wat betreft de redenen
voor de in- en uitstroom van PWA-werknemers in het
dienstenchequesysteem, die zijn mij niet bekend. In de evaluatie van
het stelsel van de dienstencheques voor buurtdiensten en -banen
2007, uitgevoerd door Idea Consult, blijkt dat enkele belangrijke
motieven van werknemers om uit het dienstenchequesysteem te
stappen zijn dat het werk fysiek te zwaar is, dat men ontevreden is
over het loon of het soort werk en dat de werkdruk te hoog is. Deze
motieven zullen zeker ook een rol spelen voor bepaalde PWA-
werknemers die daarom terugkeren naar het PWA-systeem.
De overgangsregeling van het KB van 16 februari 2004 voorziet dat
de werkloze kan terugkeren naar het PWA-systeem, activiteit
thuishulp met huishoudelijk karakter, indien hij deze activiteit
daadwerkelijk heeft uitgeoefend bij een gebruiker in de loop van de
voorgaande 18 kalendermaanden en indien de werkloze niet
onderbroken verbonden was met een arbeidsovereenkomst van
18 maanden
of
meer.
Men
kan
vermoeden
dat
korte
dienstenchequecontracten van bepaalde duur bepaalde PWA-
En 2007, 1.629 travailleurs ALE
sont passés dans le circuit des
titres-services. Les chiffres ne sont
pas encore connus pour 2008. Au
cours du premier semestre de
cette année, 139 personnes ont
fait usage de la garantie de retour.
Les paiements de l'ONEm dans le
cadre des ALE ont en tout cas
diminué de moitié de mars 2004 à
août 2008. Je ne comprends donc
pas d'où Mme De Block tire ses
chiffres.
J'ignore
les
raisons
pour
lesquelles de gens retournent du
circuit des titres-services aux ALE.
Il est souvent question dans une
évaluation à laquelle il a été
procédé par Idea Consult de la
pénibilité du travail, de la faiblesse
de la rémunération, de la nature
du travail ou encore de la pression
du travail. On peut supposer aussi
que des contrats titres-services de
courte durée permettent aux
travailleurs ALE de retourner par
intermittence vers le système ALE
pour conserver leurs droits.
L'ONEm rappelle aux ALE les
possibilités d'emploi offertes par le
système des titres-services. Les
ALE qui sont en même temps des
entreprises
de
titres-services
encouragent les travailleurs à
opter pour le régime le plus
favorable.
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
werknemers toelaten om tussendoor terug te keren naar het PWA-
stelsel zodat ze er hun rechten behouden.
U vroeg of er vanuit de RVA voldoende inspanningen worden gedaan
om PWA'ers aan te manen om door te stromen naar het stelsel van
de dienstencheques. De RVA wijst tijdens de procedure activering van
het zoekgedrag, DISPO, de werklozen die hiervoor in aanmerking
komen consequent op de tewerkstellingsmogelijkheden binnen het
systeem van de dienstencheques.
Bovendien zijn veel PWA's actief als dienstenchequesondernemingen
en moedigen zij op het werkterrein de PWA-werknemers aan om over
te stappen naar een tewerkstelling als dienstenchequewerknemer.
Wat uw laatste vraag betreft, aangezien er bij de dienstencheques
een systeem bestaat voor activiteiten van huishoudelijke aard en de
mogelijkheid voor de werknemers om over een echt arbeidscontract
te beschikken, heeft de regering beslist om de activiteit voor thuishulp
van huishoudelijke aard voor PWA-werknemers onder de 50 jaar die
niet voor meer dan 33% werkonbekwaam zijn, af te schaffen. Ik heb
dat reeds vaak uitgelegd.
Deze beslissing ligt in dezelfde lijn van de continuïteit van de
overgangsperiode die in 2004 van start ging bij de lancering van het
dienstenchequesysteem die het voor nieuwe personen mogelijk
maakt om terug te keren naar het PWA-systeem voor thuishulp van
huishoudelijke aard.
Deze maatregel zal op 1 juli 2009 in werking treden. Dit werd tijdens
het budgettair conclaaf bevestigd.
Tot dan zal een gepersonaliseerde en individuele begeleiding worden
georganiseerd voor alle betrokken PWA-werknemers om hen te
helpen bij hun terugkeer naar de klassieke arbeidsmarkt in het kader
van het dienstenchequessysteem.
Le gouvernement a décidé de
supprimer à partir du 1
er
juillet
2009 l'aide à domicile de nature
domestique pour les travailleurs
ALE de moins de 50 ans qui ne
sont pas inaptes au travail à plus
de 33%. Jusqu'à cette date, tous
les travailleurs ALE concernés
seront
accompagnés
pour
effectuer la transition vers le
marché de l'emploi classique dans
le cadre du système des titres-
services.
J'ai omis de répondre à M. Flahaux en ce qui concerne l'ouverture
aux communes et ASBL.
Si l'on se bat pour garder un système ALE, outre les modifications
opérées, c'est pour deux raisons: d'abord, cela permet de trouver des
solutions pour des personnes très éloignées du marché classique du
travail, même des titres-services, qui vivent une logique d'efficacité et
d'efficience plus forte; ensuite, les utilisateurs sont différents puisqu'il
s'agit des écoles et des communes au contraire du système des
titres-services, jusqu'à présent. Pour ces raisons, je compte maintenir
un système d'ALE: personnel le plus éloigné du travail et autres
utilisateurs. Bien sûr, les communes bénéficient également d'aides
que n'ont pas le privé avec les mesures SINE, non limitées dans le
temps.
Wat de openstelling van de
regeling voor de gemeenten en de
vzw's betreft, ben ik van plan de
PWA-regeling te behouden, omdat
die een oplossing biedt voor
personen die op de klassieke
arbeidsmarkt uit de boot vallen en
die
zelfs
in
de
dienstenchequeregeling kansloos
zijn. De gemeenten genieten
eveneens steunmaatregelen waar
privébedrijven geen toegang toe
hebben.
02.05 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente, je
remercie la ministre d'avoir complété: j'allais la réinterroger.
Je suis satisfait de sa réponse même si je reste sur ma faim en ce qui
concerne les gens qui resteront ALE. En effet, pour moi, un travailleur
reste un travailleur. Il ne doit pas exister des travailleurs et des
"undermensch".
C'est
important,
notamment
la
politique
02.05 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik blijf wat op mijn honger
wat de werknemers betreft die in
het kader van de PWA's blijven
werken. Ik begrijp dat u ook
mensen aan het werk wil krijgen
die niet in het plaatje van de
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
d'annualisation des contrats. Je comprends votre objectif de pouvoir
remettre au travail des personnes qui n'ont pas le même profil que
celles qui pratiquent le chèque-service; d'un autre côté, on le fait déjà
par le biais des engagements "article 60" qui correspondent
exactement au profil que vous évoquez, peut-être en situation plus
grave encore.
Je vous interpellerai éventuellement à ce sujet; je sais que ce dossier
vous motive. On essaiera encore d'avancer.
dienstencheques passen, maar
die worden nu ook al in dienst
genomen in het kader van artikel
60, dat hen op het lijf geschreven
is.
02.06 Florence Reuter (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je vois que le débat
avance même s'il est loin d'être clos. La loi viendra à un moment à
l'ordre du jour de cette commission et nous pourrons en reparler.
Notre objectif est identique: trouver une réponse pour les parents qui
travaillent et ne peuvent aller chercher leurs enfants à l'école:
aujourd'hui, il n'existe aucun système légal et officiel pour ce faire et
permettre aux enfants de se trouver à la maison en attendant le retour
des parents. La priorité est là et il faut apporter une réponse aux
parents.
De quelle façon? Je connais les critiques, les réticences, les craintes
du secteur de la petite enfance, même si l'on a réussi à expliquer qu'il
ne s'agissait que d'extrascolaire et ne présentait aucune concurrence.
Le système comprend des exigences de formation, de qualité; nous
sommes d'accord.
Vous avez parlé de deux solutions. La première, c'est l'essor de
Maribel, qui est très bien mais qui ne règlera pas, à mon avis, le
problème de la garde à domicile, ni l'accompagnement des enfants
chez eux. Quant à la deuxième solution ­ que les communautés et les
entités fédérées organisent cela ­,je suis pour puisque j'admets toute
solution qui apporte une solution aux parents; donc pourquoi pas? Ce
n'est pas simple, car les problèmes communautaires existent, les
problèmes budgétaires aussi: le fédéral interviendra-t-il ou pas?
Le débat n'est pas clos. Je rappelle à nouveau l'urgence. Encore
aujourd'hui, je suis interpellée par de nombreux parents qui n'ont pas
d'autre choix que de placer des petites annonces ou même mettre
des petits mots dans les boîtes aux lettres aux alentours des écoles
pour trouver quelqu'un qui puisse aller chercher leurs enfants. À
l'heure actuelle, au vu de l'évolution de la société, c'est vraiment
inacceptable!
Ma deuxième question relative à la différence entre les accueillantes
autonomes et les conventionnées en termes d'utilisation des titres-
services est motivée par des cas concrets. Comme vous le dites, une
accueillante conventionnée travaille à domicile mais du fait qu'elle n'a
pas de statut complet ­ c'est un autre débat! ­, à savoir qu'elle n'est
ni salariée, ni indépendante, elle n'a pas à justifier que l'aide qu'elle
demande aux titres-services est pour son domicile. À la limite, qu'elle
garde ou non des enfants, à partir du moment où elle en fait la
demande, c'est d'office à titre privé vu qu'elle n'a pas de statut.
En ce qui concerne les accueillantes indépendantes, si celles-ci
demandent des titres-services, cela pose problème, même à titre
privé, car elles sont inscrites comme indépendantes. C'est en tout cas
dans ce sens que vont les témoignages qui me sont parvenus et qui
02.06 Florence Reuter (MR): De
wet zal op een gegeven moment in
de commissie worden behandeld,
en dan zullen we hier zeker op
kunnen terugkomen. We hebben
dezelfde
doelstelling:
een
oplossing
aanreiken
voor
werkende ouders die hun kinderen
niet tijdig aan de schoolpoort
kunnen afhalen. Het succes van
Maribel zal geen antwoord bieden
op
het
probleem
van
de
thuisopvang of het thuisbrengen
van
de
kinderen.
Ik
ben
voorstander
van
de
tweede
oplossing,
indien
de
Gemeenschappen
en
de
deelgebieden de organisatie op
zich nemen.
Mijn tweede vraag betreft een
ingewikkeld probleem, want het is
niet
eenvoudig
om
een
onderscheid te maken tussen het
gebruik van dienstencheques voor
privé- en voor beroepsdoeleinden.
Die problematiek moet zeker
nader onderzocht worden.
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
ont inspiré ma question.
Un médecin, par exemple, qui a un cabinet à domicile pourra sans
problème recourir aux titres-services à titre privé car, dans son cas, le
cabinet est distinct de sa maison. Ce n'est pas le cas, vous l'avez dit
en tout bien tout honneur. L'accueillante indépendante qui souhaite
utiliser des titres-services pour son privé sera, quant à elle, confrontée
à des difficultés. En effet, si elle garde des enfants, on considère que
le recours au titre service est professionnel. Certaines se sont donc
vu refuser les titres-services pour cette raison.
Il y a là une certaine discrimination qui n'est pas simple à régler! J'en
conviens, ce n'est pas évident! Comment prouver que celles-ci font
appel aux titres-services pour un usage privé? C'est compliqué! Je
n'ai pas de solution toute faite mais le problème existe. Cela vaudrait
dès lors la peine de se pencher dessus.
02.07 Maggie De Block (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, ik dank u voor antwoord.
Ik ben blij dat u zegt dat er wordt gekeken naar de motivatie om terug
te keren. We hebben dat inderdaad gehoord van IDEA Consult. Wat
zult u daaraan doen? Is er dan zo'n groot verschil in werkdruk en
werkomstandigheden of werden de PWA-werknemers misschien wat
te veel gepamperd zodat zij graag in hun statuut blijven? Dat moet
toch worden bekeken.
U zegt dat u niet weet waar ik de cijfers haal over instroom en
uitstroom. U hebt mij die cijfers gegeven in antwoord op een
schriftelijke vraag. Als daar iets mis mee is, zal ik ze u opsturen en
kunt u bekijken waar de fout zich situeert. Ik heb uw cijfers goed
gelezen, maar als het de verkeerde cijfers zijn, dan hebt u ook op uw
kabinet een probleem. Dat zal wel nog niet te vergelijken zijn met
andere kabinetten.
Ik zal mijn vraag terugsturen naar uw kabinet en u kunt het eens laten
bekijken. Als u nu zegt dat de cijfers fout zijn, dan is enig intern
onderzoek van uw kabinet op zijn plaats vermits de cijfers van daar
kabinet.
02.07 Maggie De Block (Open
Vld): Que l'on s'interroge sur les
raison de revenir vers le système
ALE est une bonne chose. Il faut
peut-être se demander si les
travailleurs ALE ne sont pas trop
choyés.
Tous mes chiffres proviennent du
cabinet de la ministre. S'ils posent
problème, c'est un problème qui
concerne aussi le cabinet. Je vais
renvoyer la réponse à ma
question.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Présidente: Florence Reuter.
Voorzitter: Florence Reuter.
03 Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "les évolutions de la politique belge contre la violence faite aux femmes"
(n° 7170)</b>
03 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen over "de evolutie in de Belgische politiek met betrekking tot het geweld tegen
vrouwen" (nr. 7170)
03.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente,
madame la ministre, lors d'une conférence de bilan d'une campagne
de trois ans contre la violence domestique, le Conseil de l'Europe a
préconisé de généraliser sur tout le continent les bonnes pratiques de
certains pays pour éradiquer enfin les violences faites aux femmes.
03.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): De Raad van Europa wil de
good practices van sommige
landen algemeen ingang doen
vinden om het geweld tegen
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Outre les excellentes initiatives d'entreprises pour coudre ou imprimer
sur leurs produits l'inscription "Stop à la violence à l'égard des
femmes" ou les campagnes faisant appel à des équipes de football
pour distribuer des rubans blancs et imprimer une demi-page de
publicité sur les programmes de leurs matchs, le Conseil de l'Europe
voudrait voir s'étendre à tout le continent diverses initiatives, entre
autres:
- des tribunaux spécialisés pour juger les auteurs de ce type de
violence comme ceux instaurés en Espagne;
- la formation, comme en Autriche, des policiers pour expulser du
foyer les auteurs de violences ou bien encore, comme en Slovénie,
celle du personnel des hôpitaux au dépistage de la violence
domestique;
- la mise en oeuvre, comme en Suède, d'un plan d'action énonçant
clairement que la violence à l'égard des femmes ne peut se justifier
en invoquant des coutumes, traditions ou considérations d'ordre
religieux. À ce propos, récemment à l'hôpital Saint-Pierre, j'ai été
effaré de voir un être humain ­ j'ignore s'il s'agissait d'un homme ou
d'une femme ­ entièrement recouvert, même les yeux étaient cachés.
Après un siècle de lutte féminine en Belgique, c'est inacceptable!
- ou encore, comme aux Pays-Bas, une nouvelle mesure interdisant à
l'auteur des violences l'accès au domicile familial pendant dix jours
comme mesure immédiate;
- enfin, l'augmentation du nombre de foyers et places d'accueil pour
femmes, comme en Bulgarie, Géorgie, Turquie et Hongrie.
Mais le Conseil de l'Europe, qui s'étonne du taux incroyablement bas
de condamnations par comparaison avec d'autres crimes violents et
martèle que la violence domestique n'est pas une affaire privée,
souhaite aussi que le viol conjugal soit partout considéré comme un
crime ou un délit, tout comme le harcèlement sexuel au travail, sans
besoin qu'il soit associé à un autre acte criminel (agression, viol). Il
demande l'incrimination de la violence psychologique à l'égard du
conjoint et qu'outre la violence physique entre partenaires ou anciens
partenaires, le viol, les violences sexuelles et le harcèlement sexuel,
le champ soit élargi aux mutilations génitales féminines, aux mariages
forcés et aux crimes d'honneur.
Madame le ministre, notre pays a déjà beaucoup oeuvré en matière
d'égalité des chances, jusqu'à promulguer la loi "gender
mainstreaming" du 12 janvier 2007 pour que les femmes et les
hommes de notre pays en viennent à une véritable égalité en tous
domaines. Il reste, nous le savons tous, encore beaucoup de chemin
à parcourir, ne serait-ce que pour s'en approcher.
Madame la ministre, quelles mesures parmi celles souhaitées par le
Conseil de l'Europe ­ vous aurez certainement eu connaissance de la
liste ­ pensez-vous pouvoir mettre en application très rapidement
dans notre pays? En tant que ministre représentant la Belgique au
niveau européen, quelles autres propositions comptez-vous faire pour
faire avancer le droit des femmes tant en Belgique qu'à l'échelon
européen? Quelle part comptez-vous prendre à l'élaboration de la
Convention européenne sur les violences fondées sur le genre?
vrouwen
eindelijk
te
doen
ophouden. De Raad zou graag
meer
initiatieven
zien
zoals
gespecialiseerde
rechtbanken;
opleidingen voor politieagenten en
ziekenhuispersoneel;
een
actieplan waarmee duidelijk wordt
gesteld dat geweld tegen vrouwen
niet kan worden gerechtvaardigd
door
gebruiken,
tradities
of
geloofsovertuigingen, enz.
De Raad van Europa wil ook dat
verkrachting binnen het huwelijk
als misdaad of misdrijf wordt
erkend,
net
zoals
seksuele
intimidatie
of
ongewenste
intimiteiten op het werk. De Raad
wil dat psychologisch geweld
tegen
de
partner
als
tenlastelegging wordt aangemerkt,
en dat het toepassingsgebied,
naast
fysiek
geweld
tussen
partners
of
ex-partners,
verkrachting, seksueel geweld en
ongewenste intimiteiten, wordt
uitgebreid tot vrouwelijke genitale
verminking,
gedwongen
huwelijken en eerwraak.
Ons land heeft al heel wat gedaan
voor gelijke kansen, en heeft zelfs
de wet van 12 januari 2007 met
betrekking tot de integratie van de
genderdimensie in de federale
beleidslijnen
uitgevaardigd
("gender mainstreaming"). Maar
we hebben nog een lange weg te
gaan. Welke maatregelen op het
verlanglijstje van de Raad van
Europa kunnen op korte termijn
van toepassing worden in ons
land? Welke andere maatregelen
zal u op Europees niveau
voorstellen ten behoeve van de
vrouwenrechten? Welke rol zal u
spelen bij de uitwerking van de
Europese Overeenkomst inzake
geslachtsgerelateerd geweld?
03.02 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur Flahaux, je vous remercie
pour vos convictions et motivations dans ce dossier dont je partage
tout autant que vous les objectifs. Il s'agit d'un problème endémique,
03.02 Minister Joëlle Milquet:
Mijnheer Flahaux, in dit dossier
zijn uw doelstellingen de mijne.
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
négligé depuis trop longtemps et qui, toutes les semaines, figure dans
les rubriques des faits divers de tous les journaux. Le nombre de
femmes tuées ou blessées par semaine dans notre pays démontre
que la situation est urgente et quasi identique à celle de l'Espagne. La
situation est extrême!
Un plan d'action national (PAN), qui s'est épuisé en 2007, avait été
mis en place. Nous avons tenté de l'affiner pour déposer un tout
nouveau plan d'action contre la violence à l'égard des femmes pour la
période 2008-2011. Ce plan est prêt. Il a été élaboré en collaboration
avec le Centre pour l'Égalité des Hommes et des Femmes. En outre,
j'ai convoqué la Conférence interministérielle le 4 novembre 2008,
juste après la semaine de la Toussaint, pour entamer la discussion
relative à ce plan d'action, étant donné qu'il touche des compétences
à la fois régionales et communautaires, et pour faire avancer les
travaux.
Ce plan, au-delà de ce que nous avons déjà accompli cette année et
les années précédentes sur l'accueil des femmes et la lutte contre la
violence conjugale, s'étend à toutes les violences conjugales vis-à-vis
des femmes et assimilées dans la vie de couple ou autres mais aussi
aux mariages forcés, aux crimes d'honneur, aux mutilations génitales,
etc. Comme vous le souhaitiez, le spectre est donc beaucoup plus
important à ce niveau-là.
Les discussions débuteront le plus rapidement possible. Je
souhaiterais voir ce plan adopté pour la fin de l'année. Nous nous
inscrivons évidemment tout à fait activement dans le cadre européen.
L'Espagne compte, pour la première fois, un ministre de l'Égalité des
chances, qui en plus est une femme! J'ai eu l'occasion de la
rencontrer. Celle-ci se lance dans un combat très fort en la matière.
Comme nous faisons partie du trio qui devra préparer les
présidences, nous avons décidé de nous rencontrer fin novembre-
début décembre pour analyser cette problématique-là, au-delà des
problématiques de l'emploi.
Vous connaissez ainsi le calendrier. Dès que le plan sera présenté, je
pourrai vous transmettre une copie pour les membres de la
commission.
Het gaat om een endemisch
probleem,
dat
lange
tijd
stiefmoederlijk werd behandeld.
Het Nationaal Actieplan inzake de
strijd tegen het partnergeweld
2008-2011 is klaar. Het werd
uitgewerkt in samenwerking met
het Instituut voor de gelijkheid van
vrouwen en mannen en zal
worden
besproken
op
de
Interministeriële Conferentie van 4
november.
Het
plan
heeft
betrekking op elke vorm van
huiselijk geweld tegen vrouwen,
maar
ook
op
gedwongen
huwelijken, eerwraak, genitale
verminking, enz. Ik zou willen dat
het plan nog voor het einde van
het jaar wordt goedgekeurd. Zodra
het wordt voorgesteld, zal ik u een
kopie bezorgen.
Op het Europese niveau heb ik
eind dit jaar een ontmoeting met
de
Spaanse
minister
van
Gelijkekansenbeleid.
03.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la ministre, je me
réjouis évidemment de votre réponse. Dès que ce plan aura été
présenté, il serait peut-être intéressant de réunir à la fois la
commission mixte Affaires sociales et le Comité d'avis pour
l'émancipation sociale.
03.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Zodra het plan zal zijn
voorgesteld, zou het interessant
zijn om de commissie voor de
Sociale
Zaken
en
het
Adviescomité
voor
Maatschappelijke Emancipatie in
verenigde commissies bijeen te
roepen.
03.04 Joëlle Milquet, ministre: Et la commission de la Justice...
03.04 Minister Joëlle Milquet: En
de commissie voor de Justitie...
03.05 Jean-Jacques Flahaux (MR): Effectivement, c'est d'ailleurs
assez transversal!
03.05 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Inderdaad!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
04 Questions jointes de
- Mme Camille Dieu à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"les conséquences de l'arrêt de la Cour du travail d'Anvers et la nécessité d'un rapprochement entre
les statuts d'ouvrier et d'employé" (n° 7236)<br>- M. Hans Bonte à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur "les
statuts d'ouvrier et d'employé" (n° 7276)<br>- M. Guy D'haeseleer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"le statut unique du travailleur" (n° 7289)</b>
04 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Camille Dieu aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
gevolgen van het arrest van het Arbeidshof van Antwerpen en de noodzakelijke harmonisatie van het
statuut van arbeiders en bedienden" (nr. 7236)
- de heer Hans Bonte aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "het
statuut van arbeiders en bedienden" (nr. 7276)
- de heer Guy D'haeseleer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"het eenheidsstatuut" (nr. 7289)
04.01 Camille Dieu (PS): Madame la présidente, madame la
ministre, le 4 juin dernier, la Cour du travail d'Anvers rendait un arrêt
concernant l'octroi d'une pension complémentaire d'entreprise à un
ancien travailleur d'Alcatel qui était retraité depuis 1997. L'arrêt a été
abondamment commenté et, contrairement à ce que certains ont
prétendu, la Cour du travail n'a pas conclu que la distinction des
statuts d'ouvrier ou d'employé n'était plus valable en droit mais elle a
requalifié un contrat individuel en faisant valoir que, si le travail
intellectuel se trouve au coeur d'un emploi ­ et il n'est pas requis que
le travailleur y consacre l'entièreté de son activité ­ il s'agit d'un travail
d'employé. En définitive, c'est le critère qualitatif des fonctions
exercées qui doit primer sur le critère quantitatif.
Selon bon nombre de spécialistes du droit du travail, les attendus de
cet arrêt permettraient de considérer bon nombre de fonctions dans
une économie moderne comme du travail intellectuel, notamment
pour des emplois dits de techniciens. Jusqu'à la moitié des ouvriers
pourraient ainsi être "requalifiés" en employés en fonction de la nature
du travail. Cet arrêt pourrait donc faire jurisprudence.
Dans une économie de plus en plus tournée vers les services ­ tout le
monde le reconnaît depuis des années ­ la distinction plus que
centenaire entre les métiers manuels et intellectuels devient de plus
en plus artificielle. La Belgique est d'ailleurs un des derniers pays
européens à connaître une telle séparation.
Le dossier est historique et hautement complexe. Venant de
l'organisation syndicale, j'ai assisté moi-même à des débats épiques
entre les centrales du privé et employés, en l'occurrence la centrale
générale à la FGTB. Depuis plus de huit ans déjà, patrons et
syndicats tentent de s'accorder sur une harmonisation des statuts.
Malgré de timides avancées lors de plusieurs accords
interprofessionnels, de nombreux débats en groupe de travail au sein
du Conseil national du travail, un rapport d'expertise intermédiaire
d'un professeur de la KUL, on n'a guère avancé dans cette matière.
Il faudrait résoudre cette problématique d'une manière urgente car,
au-delà même des questions quant à savoir comment rapprocher les
statuts, cet arrêt de la Cour du travail d'Anvers crée cette fois une
véritable insécurité juridique dans la qualification d'un nombre
04.01 Camille Dieu (PS): Het
Arbeidshof van Antwerpen heeft
een arrest geveld betreffende de
toekenning van een aanvullend
bedrijfspensioen aan een ex-
werknemer van Alcatel die sinds
1997 met pensioen is. Het
Arbeidshof, heeft, op grond van
het argument dat kwaliteit de
overhand heeft op kwantiteit met
betrekking tot de vervulde functie,
een individuele arbeidsovereen-
komst een ander statuut gegeven
door aan te voeren dat als het
denkwerk bij een betrekking
vooropstaat, het dan om een
bediendecontract
gaat.
Niet
minder dan de helft van de
arbeiders
zou
bijgevolg
beschouwd kunnen worden als
bedienden. Er zou dringend een
oplossing voor deze problematiek
gevonden moeten worden, want
dit
arrest
creëert
een
onmiskenbare rechtsonzekerheid
voor de kwalificatie van een
aanzienlijk
aantal
arbeiderscontracten. Bent u het
met mij eens? Is de regering van
plan de sociale partners een
strikte termijn op te leggen om met
een evenwichtige oplossing voor
het probleem voor de dag te
komen?
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
considérable de contrats d'ouvrier.
On pourrait dès lors voir de nombreux ouvriers poser les mêmes
revendications au tribunal du travail.
Madame la ministre, partagez-vous mon analyse? Dans l'affirmative,
le gouvernement compte-t-il donner une échéance stricte aux
partenaires sociaux pour qu'enfin ils aboutissent à une solution
équilibrée en cette matière?
04.02 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, ik heb de laatste weken een aantal vragen ingediend. Het
is immers ongebruikelijk dat de commissie pas op dit moment van het
jaar bijkomt. Dat zal wel te maken hebben met de moeilijkheden
binnen de regering.
Ik wil uw aandacht nog eens vestigen op het arrest van het Antwerpse
arbeidshof van juni 2008 waardoor de discussie over het onderscheid
tussen arbeiders en bedienden opnieuw op scherp werd gesteld. Een
rechter heeft op basis van de taakinhoud van een specifieke
werknemer geoordeeld dat deze in het verkeerde hokje zat, dat hij
bediendewerk deed terwijl hij een arbeiderscontract had. Dat brengt
ons nog maar eens op het moeilijk dossier van het arbeiders- of
bediendestatuut.
De voorbeelden zijn gekend. Een kok in een sector of in een bedrijf
heeft volgens de regels van dat bedrijf of die sector doorgaans een
arbeiderscontract, terwijl hij in een grootkeuken van een ziekenhuis
een bediendecontract kan hebben.
De arbitraire situatie, die ook als onrechtvaardig wordt aangevoeld
door heel wat werknemers op onze arbeidsmarkt, blijft verder duren.
U kent ons ongeduld daaromtrent, maar ik heb begrepen dat het ook
de ambitie van de regering is om daarin zo snel mogelijk duidelijkheid
te brengen, samen met de sociale partners.
Ik wil wat dat betreft nogmaals de kritiek formuleren dat de sociale
partners dit dossier al jaren aan een stuk vakkundig in een goed
geïsoleerde diepvries steken en miskennen wat daarover in dit Huis,
de zogenaamde eerste macht in dit land, wordt gezegd en beslist. We
hebben immers al beslissingen genomen in resoluties.
Ten eerste, hebt u naar aanleiding van dit arrest een initiatief
genomen in de richting van de sociale partners om hen effectief te
herinneren aan hun engagement aangegaan in het laatste
interprofessioneel akkoord? Ik moet u dat engagement wellicht niet in
herinnering brengen. Er werd daarop ook een precieze timing geplakt.
Ten tweede, zult u of de regering een nieuw interprofessioneel
akkoord dat niet voorziet in een fundamentele doorbraak in dit dossier
aanvaarden? Zult u of de regering aanvaarden dat dit opnieuw in de
diepvries belandt?
Ten derde, indien de interprofessionele onderhandelingen tot niets
leiden, zult u dan werken aan een wetsontwerp dat moet leiden tot
een opheffing van de discriminatie tussen arbeiders en bedienden?
Dat was in elk geval het standpunt van de vorige regering. Ik hoop dat
de huidige regering ook van plan is om wetgevend op te treden
04.02 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro):
Un récent arrêt de la cour du
travail d'Anvers a une fois encore
mis le doigt sur la distinction qui
est opérée entre les ouvriers et les
employés. Un juge a en effet
estimé, se fondant sur la nature
des tâches effectuées par un
travailleur déterminé, que ce
dernier devait ressortir au statut
d'employé et non pas à celui
d'ouvrier. Il existe suffisamment
d'exemples
qui
illustrent
le
caractère arbitraire de l'attribution
du statut. Cette situation est
ressentie comme injuste mais elle
persiste.
Les partenaires sociaux bloquent
ce dossier depuis des années
déjà, ignorant les décisions qui ont
déjà été prises ici même, au
Parlement.
La
ministre
leur
rappellera-t-elle
l'engagement
qu'ils ont pris lors du dernier
accord
interprofessionnel?
Le
gouvernement acceptera-t-il un
nouvel accord s'il y a une avancée
dans
ce
dossier?
Si
les
négociations n'aboutissent pas,
s'attellera-t-elle à la rédaction d'un
projet de loi tendant à supprimer
cette discrimination?
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
wanneer er geen doorbraak komt.
04.03 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, het onderscheid tussen arbeiders en bedienden
is inderdaad een dossier waarin sinds vele jaren met de regelmaat
van de klok ronkende verklaringen worden afgelegd om nadien
opnieuw voor lange tijd in de koelkast te verdwijnen.
Er wordt dan steevast verwezen naar gesprekken met de sociale
partners die met voorstellen zouden komen. Ook in uw regeerakkoord
staat hierover een heel kleine passage, maar erg indrukwekkend is
het allemaal niet.
Ik denk dat het nu al vaststaat dat er van de opheffing van dat
achterlijk onderscheid, dat trouwens ongrondwettelijk wordt verklaard
door een arrest van 18 juli 1992 - bijna vijftien jaar geleden -, opnieuw
niets in huis komt.
In antwoord op mijn mondelinge vraag van 27 mei 2008 stelde u dat
er absoluut nieuwe stappen moeten worden gezet in deze
problematiek en dat het Parlement zal worden uitgenodigd om zijn
bevoegdheden ter zake ten volle uit te oefenen.
U zei ook dat de door deze problematiek betrokken domeinen zeer
breed zijn en dat het onder meer wijzigingen betreft inzake sociaal
overleg, paritaire comités, sociale verkiezingen, vakbondsdelegaties,
enzovoort. Ik had een beetje de indruk dat de impact op de structuren
en op de daaruit voortvloeiende macht van de vakbonden belangrijker
is dan de discriminatie zelf.
Mijnheer Bonte, tijdens het reces heb ik de open brief van uw
partijvoorzitter Caroline Gennez gelezen waarin zij het onderscheid op
haar beurt aankloeg. Die aanklacht kwam niet echt geloofwaardig
over. Mocht ik haar zijn, zou ik in het vervolg dergelijke open brieven
achterwege laten.
Sinds ik in het Parlement zetel, heb ik al tal van ministers van Werk
meegemaakt: Freya Van den Bossche, Frank Vandenbroucke en
Peter Vanvelthoven, allemaal sp.a'ers die op dat vlak bevoegd waren
maar die niets fundamenteels hebben teweeggebracht. Uiteraard
zaten zij allemaal in de tang van hun vakbond.
Ik denk dat het nu echt wel tijd is dat dit dossier een oplossing krijgt,
zeker in het licht van het arrest van het Arbeidshof van Antwerpen.
Mijn concrete vragen zijn de volgende.
Welk tijdspad hanteert u binnen hetwelke concrete oplossingen
moeten worden voorgesteld? Heel belangrijk, van wie worden die
oplossingen verwacht? Zult u zelf een initiatief nemen, wetende dat
het dossier bij de sociale partners muurvast zit? Op welke manier zal
het Parlement betrokken worden om tot een oplossing te komen
gezien het feit dat, zoals reeds gezegd, de sociale partners in dit
dossier hun manifeste onwil reeds ettelijke malen duidelijk hebben
gemaakt?
04.03 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): Les grandes déclarations
entendues depuis de nombreuses
années dans le cadre de ce
dossier n'ont toujours pas donné le
moindre résultat. Il est clair que
nous n'assisterons pas encore à
de grands changements cette fois-
ci, en dépit des nouvelles
démarches en ce sens évoquées
par la ministre en mai 2008. Elle
avait
également
souligné
l'incidence très large de ce
problème, ce dernier impliquant de
nombreuses modifications dans
un grand nombre de structures.
Aucun des ministres de l'Emploi
que j'ai connus n'est parvenu à
engranger des résultats concrets
dans ce dossier. Il est grand
temps d'aboutir à une solution.
Dans quel délai la ministre entend-
elle présenter des propositions
concrètes?
Qui
devra
les
élaborer? La ministre prendra-t-
elle elle-même une initiative pour
remettre ce dossier sur les rails,
sachant que les partenaires
sociaux sont opposés à cette
idée? Comment le Parlement
sera-t-il
impliqué
dans
ce
processus?
04.04 Joëlle Milquet, ministre: Madame la présidente, chers
collègues, la question du rapprochement du statut des ouvriers et des
employés est un vaste débat ancestral! On a l'impression qu'à chaque
04.04 Minister Joëlle Milquet:
Het arrest van het Arbeidshof van
Antwerpen heeft inderdaad al veel
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
déclaration gouvernementale, quelle que soit la majorité, il comporte
des objectifs réels mais les résultats sont toujours décevants parce
qu'il faut un accord des partenaires sociaux. Comme le sujet est
complexe, in fine, on se retrouve, plusieurs années après, dans la
même situation.
L'arrêt de la Cour du travail d'Anvers du 4 juin dernier a effectivement
fait couler beaucoup d'encre.
inkt doen vloeien.
Zonder al te veel juridische taal te gebruiken, wil ik toch verduidelijken
dat de jurisprudentie van het Antwerpse arbeidshof in de lijn ligt van
de traditionele jurisprudentie. Het Hof heeft, krachtens een diepgaand
onderzoek van het hoofdzakelijk manueel of intellectueel karakter van
het geleverde werk, net als talrijke andere arbeidsjurisdicties besloten
dat de betroffen werknemer in werkelijkheid de functie uitoefent van
een bediende. Het Hof concludeert niet dat het onderscheid
arbeider/bediende niet meer rechtsgeldig is, maar past de bepalingen
van de wet van 3 juli 1978 toe.
Ik wil er eveneens aan herinneren dat het Grondwettelijk Hof zich
nooit heeft uitgesproken over het ongrondwettelijke karakter van het
onderscheid tussen statuten. Dit besluit is belangrijk, maar men mag
niet overhaast besluiten dat de meeste arbeiders op basis van deze
jurisprudentie het statuut van bediende zouden kunnen inroepen. Ik
kan u alleen uitnodigen het arrest aandachtig te lezen. Hier wordt naar
de volgende intellectuele bezigheden verwezen: oordelen over en
interpreteren van meetresultaten, proberen om via redeneringen op
eigen initiatief fouten en problemen op te sporen en op te lossen,
resultaten noteren, zijn eigen bevindingen aan derden communiceren
zodat de nodige reparaties doorgevoerd of wijzigingen aan het
concept kunnen aangebracht worden, deelname aan ijktesten in het
kader van de contacten met klanten in een technische en meertalige
omgeving. Ik geef echter toe dat een beroep op de jurisdictie niet de
beste oplossing is.
Zoals u terecht aanhaalt, is dit debat al te lang aan de gang. Ik
herinner u eraan dat mijn algemene beleidsnota bepaalt dat de
kwestie van de toenadering van de statuten van arbeiders en
bedienden zich nog steeds stelt. We zullen bijzondere aandacht aan
dit dossier besteden en zullen de sociale partners aanmoedigen om
alles in het werk te stellen om de problemen op te lossen die zich
stellen en een einde te maken aan een onderscheid dat ondertussen
achterhaald is.
La jurisprudence de la cour du
travail d'Anvers s'inscrit dans la
droite ligne de la jurisprudence
traditionnelle. La cour ne conclut
pas
que
la
distinction
ouvrier/employé n'est plus valable
en droit mais applique les
dispositions de la loi du 3 juillet
1978.
La Cour constitutionnelle ne s'est
jamais prononcée sur le caractère
potentiellement anticonstitutionnel
de la distinction établie entre des
statuts. J'admets toutefois qu'un
recours à la juridiction ne constitue
pas la meilleure solution. Le débat
dure depuis trop longtemps. Ma
note de politique générale conclut
que la question du rapprochement
des statuts reste posée. Nous
encouragerons les partenaires
sociaux à tout mettre en oeuvre
pour résoudre les problèmes.
Du fait qu'il n'y a pas vraiment eu de solution dans l'accord
interprofessionnel ni antérieurement, je compte, dans le cadre du
futur accord interprofessionnel, demander très clairement, avec une
méthodologie à imaginer avec les partenaires sociaux, que l'on se
penche sur cette problématique dans un délai déterminé. À défaut de
solution, ce délai expiré, le gouvernement, en lien avec le parlement,
prendrait ses responsabilités point par point. C'est le seul moyen de
forcer à trouver des solutions. Une série de propositions de loi sont
déjà déposées.
Dans les deux cas, que ce soit sur la base d'un avis imaginé entre les
partenaires sociaux ou sur une décision du gouvernement, on
travaillerait évidemment en collaboration avec la présente commission
et le parlement en vue de trouver une solution à ce problème
In het raam van het toekomstig
interprofessioneel akkoord wil ik
zeer duidelijk vragen dat men zich
binnen een vastgestelde termijn
buigt over deze problematiek.
Wanneer die termijn is verstreken
en er geen oplossing uit de bus
komt, zou de regering dan, in
samenspraak met het Parlement,
op
elk
punt
haar
verantwoordelijkheid opnemen.
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
ancestral.
Tout d'abord, une concertation sociale est indispensable avec une
véritable demande volontariste pour avancer dans un délai déterminé.
Si une solution en ressort, elle sera discutée avec le parlement. À
défaut d'avoir une solution, le gouvernement, dans un débat à la fois
parlementaire et gouvernemental, pendra le cas échéant ses
responsabilités, en soutenant par exemple une proposition de loi ou
un projet de loi.
Pour ma part, j'espère évidemment que nous pourrons trouver une
solution consensuelle avec les partenaires sociaux. Sinon, ce sera
plus compliqué. Cependant, il faut un incitatif suffisant pour que l'on
résolve ce problème qui n'a plus de raison d'être et qu'on mette fin à
certains corporatismes présents au sein des syndicats et qui ne sont
pas toujours propices à la recherche d'une solution optimale.
Président: Yvan Mayeur.
Voorzitter: Yvan Mayeur.
04.05 Camille Dieu (PS): Madame la ministre je me réjouis de cette
prise de position. Nous souhaitions effectivement que le
gouvernement, à défaut d'accord entre les partenaires sociaux,
s'empare de la situation. Si je me souviens bien, lors de la législature
précédente, M. Bonte avait déposé une proposition de loi qui allait
dans ce sens. Je l'avais cosignée à l'époque. Il existait déjà tout un
travail élaboré au sein de la commission à cet égard.
Je tiens aussi à signaler que j'ai aussi de bonnes lectures du côté du
syndicat chrétien et de la CNE. Il est évident qu'il n'est pas question
d'abaisser aujourd'hui le niveau du statut des employés sous prétexte
qu'il faut un statut commun et encore moins d'aller vers une absence
de statut. C'est cette crainte, selon moi, qui pose problème entre les
partenaires sociaux. Au-delà du fait qu'ils doivent s'entendre entre eux
sur ce que l'on conserve des différents statuts, il y a toute la
problématique du maintien d'un statut de qualité.
Il est par exemple certain que les "cols blancs" ­ comme ils sont
encore appelés aujourd'hui ­ ne souhaitent pas que l'on touche à leur
préavis. Ils craignent d'avoir des préavis aussi courts que ceux des
ouvriers.
J'avais également déposé une proposition de loi pour supprimer le
jour de carence chez les ouvriers, ce qui était déjà un premier pas
vers le rapprochement des statuts. À notre sens, il y a moyen de faire
quelque chose en préservant la qualité des statuts et surtout l'idée
des statuts!
04.05 Camille Dieu (PS): Ik
verheug me over die stellingname.
Wij wensen inderdaad dat de
regering het dossier, bij gebrek
aan een akkoord tussen de sociale
partners, naar zich toe trekt. In de
commissie werd er al heel wat
werk verricht in dat verband.
Uiteraard kan er vandaag geen
sprake zijn van een verschraling
van
het
statuut
van
de
werknemers met als voorwendsel
dat er een gemeenschappelijk
statuut moet komen, en het is
zeker niet de bedoeling dat er
helemaal zonder statuut gewerkt
zou worden.
Er kan wel iets gedaan worden,
mét behoud van de kwaliteit van
de statuten en vooral van de idee
die daaraan ten grondslag ligt.
04.06 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro): Ik wil kort tussenkomen om de
minister te bedanken voor haar antwoord. Het is inderdaad correct om
erop te wijzen dat het arrest de wetgeving niet wijzigt. Het is niet zo
dat de wet veroordeeld wordt. Het is in dat specifieke geval dat men
oordeelt dat het een bediende is in plaats van een arbeider, daarin
heeft u overschot van gelijk.
Het plaatst natuurlijk wel nog eens de absurde discriminatie tussen
beide statuten in het voetlicht. In die optiek zult u op onze steun
kunnen rekenen. Wanneer de sociale partners er deze keer niet uit
04.06 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro):
L'arrêt
ne
modifie
pas
la
législation: il se prononce sur un
cas particulier. Cependant, il remet
clairement en lumière l'absurde
discrimination entre les deux
statuts. J'espère que, si les
partenaires
sociaux
n'y
parviennent pas, la ministre
tranchera le plus rapidement
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
geraken, hoop ik dat u inderdaad binnen het tijdscarcan dat u zelf nog
moet definiëren, knopen zult doorhakken. Wat ons betreft, kan dat
best zo snel mogelijk.
possible. Cette discrimination a
été dénoncée par les syndicats en
1977.
04.07 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, ik heb eigenlijk een déjà vu-gevoel. U spreekt
over "bijzondere aandacht aan het dossier te willen besteden" en "de
sociale partners aanmoedigen" enzovoort. Ik heb het daarstraks al
gezegd: ik heb dit al meermaals gehoord van de diverse voorgangers.
Ondertussen is de motie die in 2000, denk ik, werd goedgekeurd in de
Kamer, nu al acht jaar oud, mijnheer Bonte.
04.07 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): Une fois de plus,
j'entends dire ici que la ministre
veut consacrer une attention
particulière
au
dossier
et
encourager
les
partenaires
sociaux. Entre-temps, la motion
adoptée par la Chambre remonte
déjà à huit ans.
04.08 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro): In 1977 werd de discriminatie
aangeklaagd door de vakbonden.
04.09 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Uw motie dateert van
2000 en dat is acht jaar geleden, wat toch enige tijd is. Ondertussen
zijn we nog geen fundamentele stap verder geraakt. U zegt de
vakbonden nu een termijn te zullen opleggen. Ik weet niet welke
termijn u in gedachten heeft, maar ik ben benieuwd te vernemen wat
u in uw hoofd heeft als mogelijke maximumtermijn, want anders zijn
we weer voor een aantal jaren vertrokken.
Ik ben in ieder geval van oordeel dat het Parlement vanaf nu zijn
verantwoordelijkheid moet nemen, want de sociale partners zullen er
nooit uitgeraken. Alleen al uit puur machtsbesef willen de vakbonden
van geen wijken weten en de werkgevers vrezen terecht voor een
loonkostenverhoging, te meer omdat sommigen zeggen dat we van
alle arbeiders bedienden moeten maken en dat dan het probleem zou
opgelost zijn. Ik denk dat ze tijd genoeg hebben gehad en ik vraag
dan ook dat de hangende wetsvoorstellen worden geagendeerd. We
hebben met onze fractie de hoogdringendheid gevraagd en kijken uit
naar de agendering, waardoor de sociale partners ook op die manier
onder druk zullen komen te staan en misschien toch zullen willen
bewegen in dit dossier, want ze geven het uiteraard niet graag uit
handen.
Moest u kunnen duidelijk maken, mevrouw de minister, welke termijn
u in gedachten heeft, zou mij dat ten zeerste benieuwen.
04.09 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): La ministre imposera un
délai aux syndicats. Quel délai
envisage-t-elle? Le Parlement doit
prendre ses responsabilités, car
les
partenaires
sociaux
n'aboutiront jamais à rien ­ les
syndicats
parce
qu'ils
sont
conscients de leur pouvoir et les
employeurs parce qu'ils craignent
à juste titre une augmentation du
coût salarial. C'est pourquoi mon
groupe
politique
demande
l'urgence pour ces propositions de
loi. Peut-être cela incitera-t-il les
partenaires sociaux à agir.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Chers collègues, avant de passer à la question suivante, je voudrais vous faire savoir que
M. Bonte et moi-même venons de nous rendre en commission de la Santé publique pour demander que la
proposition de loi et les amendements visant à augmenter les allocations de handicapé, de chômage,
d'invalidité, de pension et la GRAPA soient débattus dans notre commission.
05 Question de Mme Florence Reuter à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances sur "les aides à l'emploi" (n° 7206)</b>
05 Vraag van mevrouw Florence Reuter aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de banenplannen" (nr. 7206)
05.01 Florence Reuter (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, vous savez qu'à l'heure actuelle, il existe une centaine de
plans d'embauche et autres aides à l'emploi. Ce nombre constitue
05.01 Florence Reuter (MR): Er
zijn wel honderd maatregelen voor
het
bevorderen
van
de
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
véritablement un frein à l'emploi, puisque c'est d'une complexité sans
nom; les employeurs ne s'y retrouvent plus d'ailleurs.
En outre, certains plans présentent des effets pervers. Je pense
notamment à l'utilisation du Plan Activa dans le cadre des titres-
services, qui engendre un turn-over des travailleurs anormalement
élevé.
L'intention de favoriser les personnes se trouvant depuis longtemps
au chômage est évidemment louable, mais si cela a pour effet d'y
garder d'autres personnes pour lesquelles l'employeur devrait payer
des charges sociales normales, on se rend aisément compte de
l'inefficacité de la mesure. C'est d'ailleurs un témoignage allant dans
ce sens que j'ai reçu récemment d'une dame qui me confiait son
indignation face à la situation de sa fille qui ne trouvait pas d'emploi
parce qu'elle ne se trouvait pas depuis suffisamment longtemps au
chômage. On a déjà parlé de ces effets pervers, mais on doit
constater que ceux-ci se répètent encore aujourd'hui.
Madame la ministre, tout le monde est d'accord pour simplifier et
harmoniser les nombreux dispositifs d'aide à l'emploi, respectant en
cela l'accord de gouvernement. J'ai lu dans un quotidien que les
consultations au sein du CNT avaient bien avancé et que l'heure était
à la concrétisation. Une des mesures qui a d'ailleurs été prise
consécutivement à un premier accord issu des négociations
interprofessionnelles, est l'augmentation du salaire brut de 25 .
J'aimerais en apprendre davantage. Quelles sont les modifications
envisagées en ce qui concerne précisément la simplification des
plans d'embauche? Quelles sont les propositions avancées par le
CNT et suivant quel calendrier?
werkgelegenheid. De werkgevers
raken er de tel bij kwijt. Bovendien
hebben sommige plannen kwalijke
neveneffecten
zoals
een
abnormaal hoge rotatie van het
personeel. De intentie mag dan
lovenswaardig
zijn,
die
maatregelen strekken er soms toe
dat werknemers voor wie de
werkgever normale sociale lasten
zou moeten betalen, werkloos
blijven.
Iedereen is het erover eens dat de
werkgelegenheidsmaatregelen
eenvoudiger
moeten
en
geharmoniseerd moeten worden,
zoals
bepaald
in
het
regeerakkoord. De raadplegingen
in de nationale Arbeidsraad (NAR)
zouden goed gevorderd zijn.
Welke
maatregelen
worden
overwogen
voor
de
vereenvoudiging?
Welke
voorstellen draagt de NAR aan?
Volgens welk tijdpad?
05.02 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur le président, madame,
comme vous le savez, la simplification des plans d'embauche
constitue un des grands objectifs en matière de politique d'emploi.
Cette simplification s'articulera de deux manières: premièrement, un
montant global de 700 millions d'euros sera consacré à tous les
systèmes de réduction des cotisations sociales et de coût du travail;
deuxièmement, 300 millions d'euros sont prévus pour les fameuses
enveloppes Activa et autres, qui constituent des subventions à
l'emploi par le biais de l'activation d'une partie de l'allocation de
chômage. Ces deux moyens sont donc bien distincts, bien que
participant du même objectif.
L'objectif était d'arriver à un accord final pour le 15 juillet, date à
laquelle nous devions présenter ­ au-delà des impératifs
institutionnels ­ une déclaration socio-économique dans laquelle nous
voulions déjà intégrer les décisions en la matière. Les partenaires
sociaux ont vraiment été très loin dans les négociations et ont
quasiment abouti à un accord visant à faire en sorte que 500 millions
d'euros, provenant des 700 millions, soient affectés de la manière
suivante: d'une part, 200 millions pour la logique d'un renforcement de
la diminution structurelle des charges sociales et, d'autre part,
300 millions pour une diminution spécifique de charges sur les bas
salaires.
200 millions resteraient ­ à mon avis, 100 millions de chaque côté ­
pour lesquels les politiques et les groupes cibles doivent encore être
05.02 Minister Joëlle Milquet:
De
vereenvoudiging van de
banenplannen is een van de grote
doelstellingen
inzake
het
werkgelegenheidsbeleid. Er zal
zevenhonderd
miljoen
euro
besteed worden aan systemen om
de sociale bijdragen en de
arbeidskosten te verminderen;
driehonderd miljoen voor de
tewerkstellingssubsidies via de
activering van een deel van de
werkloosheidsuitkering.
We wilden hierover een akkoord
bereiken tegen 15 juli. De
onderhandelingen met de sociale
partners waren ver gevorderd
maar
door
de
institutionele
verwikkelingen werd het dossier
bevroren.
Ik hoop dat wij binnenkort over het
technisch
verslag
zullen
beschikken en dat het overleg zal
kunnen worden hervat. Ik zou ­
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
déterminés. Cela me semble aller dans le bon sens. En tout cas, cela
permettrait une réduction du coût du travail pouvant aller, pour un bas
salaire, jusqu'à presque 12% en cotisation de personnel. Un effet sur
l'emploi serait très intéressant. Par les temps qui courent, cela est loin
d'être anodin!
Étant donné les péripéties institutionnelles, le dossier a été bloqué.
Cependant, il existe, selon moi, une volonté de l'aborder à nouveau
rapidement.
Entre-temps, les relations entre les partenaires sociaux ont, comme
vous le savez, évolué avec, notamment la journée d'action.
J'espère que nous disposerons bientôt du rapport technique. J'espère
que l'AIP va recommencer et que la concertation va pouvoir reprendre
rapidement.
Si on pouvait, d'un côté, aboutir à un accord sur les enveloppes
dégressives, c'est-à-dire des augmentations différenciées de la
première partie de l'allocation de chômage et, d'un autre côté, arriver
à un accord sur le plan de simplification des plans d'embauche,
même avant l'AIP, ce serait une très bonne chose. En effet, cela
aurait le mérite d'être très efficace et de donner à tout le monde un
bon signal.
En résumé, tout dépend dans une certaine mesure des partenaires
sociaux, mais, en tout cas, ce qui se trouve sur la table est intéressant
et va dans le bon sens.
zelfs nog voor er een centraal
akkoord wordt gesloten ­ tot een
akkoord willen komen, enerzijds
over
de
gedifferentieerde
verhogingen van het eerste deel
van de werkloosheidsuitkeringen
en
anderzijds
over
de
vereenvoudiging
van
de
banenplannen.
05.03 Florence Reuter (MR): Monsieur le président, je remercie
Mme la ministre pour sa réponse.
Madame la ministre, les informations que vous avez données sont
agréables à entendre. En effet, il est prioritaire d'apporter une
simplification en la matière.
Vu la situation actuelle, il est important de tenter de booster le marché
du travail et de continuer à lutter contre les pièges à l'emploi.
Comme vous j'attends le résultat des négociations qui je l'espère sera
positif et permettra de créer plus d'emplois.
05.03 Florence Reuter (MR): Ik
ben blij dat u voorrang verleent
aan dit dossier. Gelet op de
situatie, is het belangrijk dat de
arbeidsmarkt wordt ondersteund
en dat de werkloosheidsvallen
worden bestreden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de Mme Florence Reuter à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances sur "la semaine des quatre jours" (n° 7207)</b>
06 Vraag van mevrouw Florence Reuter aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de vierdagenweek" (nr. 7207)
06.01 Florence Reuter (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, à l'approche des discussions pour un nouvel accord
interprofessionnel 2009-2010, un syndicat a déjà fait connaître ses
revendications dans la presse par lesquelles la semaine des quatre
jours. Cette question a déjà été abordée à de multiples reprises. La
réaction patronale ne s'est pas fait attendre. En effet, les patrons
voient d'un très mauvais oeil cette éventualité. Je les rejoins sur ce
point. En effet, il suffit de voir les conséquences des 35 heures en
06.01 Florence Reuter (MR):
Een van de vakbonden eist een
vierdagenweek. Dat idee wordt
door de werkgevers heel slecht
onthaald. Ik sluit mij in deze bij hen
aan. Kijk maar naar de gevolgen
van de vijfendertigurenweek in
Frankrijk! Een vierdagenweek in
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
France! Leur application n'a pas été une réussite! En outre, on sait
qu'une semaine de quatre jours combinée à une réduction du temps
de travail nuirait considérablement à l'économie tout en ne contribuant
pas à diminuer le chômage.
Pour mieux concilier la vie familiale et la vie professionnelle, ­ tel était
l'argument avancé dans cet article de presse ­, il existe le crédit-
temps qui rencontre un certain succès, même si le système reste
complexe et qu'il serait opportun de le simplifier. On peut également
retenir la piste du télétravail et tenter de l'étendre, comme c'est déjà le
cas dans certains groupes à la Chambre. Il s'agit, selon moi, d'une
bonne solution, en tout cas dans certains cas.
Madame la ministre, pouvez-vous me donner votre avis sur la
question? On sait que la semaine de quatre jours est déjà prévue par
la loi, mais de façon non contraignante. Il s'agit, selon moi, d'une
bonne solution. Estimez-vous, pour votre part, que la semaine de
quatre jours est envisageable?
combinatie
met
arbeidsduurvermindering zou de
economie
schade
toebrengen
zonder
de
werkloosheid
te
verminderen.
Tijdskrediet
en
telewerk zijn betere keuzes met
het oog op de "work-life balance".
Wat is uw mening over deze
kwestie? De vierdagenweek is al
opgenomen in de wet, maar is niet
verplicht. Volgens mij is dat een
goede oplossing.
06.02 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, il est vrai que, quand on travaille sept jours sur sept, l'idée
de pouvoir travailler quatre jours sur sept constitue un rêve.
Cela dit, il est évident qu'il s'agit d'un sujet important qui doit
évidemment faire l'objet de discussions entre les partenaires sociaux.
En effet, on se situe là au coeur du débat portant sur une plus grande
souplesse et la flexi-sécurité.
Madame Reuter, vous avez associé la question des quatre jours à la
réduction du temps de travail. Tel n'est pas nécessairement l'objet
des propositions qui circulent.
Si la question ne porte pas nécessairement sur une réduction du
temps de travail, et que l'on se situe toujours dans une semaine de
plus ou moins 38 heures, si on réduit à quatre jours, on arrive à des
journées de 9.30 heures. Cela nécessiterait une modification de la loi
sur la durée du travail selon laquelle une journée de travail ne peut
dépasser 9 heures.
Tout dépend évidemment des secteurs. Dans certains secteurs, il est
effectivement possible de travailler quatre jours et d'étendre la durée
de production à six. Cela peut présenter certains avantages pour les
travailleurs en termes d'harmonisation de la vie familiale et
professionnelle. Cela peut également offrir des avantages en termes
de mobilité. Mais cela peut également présenter des désavantages
dans certains secteurs et provoquer une désorganisation. Il n'existe
donc pas de règle en la matière. Je désapprouve d'ailleurs les règles
uniformes et autres.
Toujours est-il qu'il s'agit d'une piste qui ne manque pas d'intérêt, qui
doit réellement être discutée entre les partenaires sociaux, pour
ensuite faire l'objet de discussions dans le cadre interprofessionnel, et
enfin, par secteur.
Certains secteurs se prêtent beaucoup mieux à cela. Je pense
notamment à la distribution. Cela n'est pas le cas pour les PME qui
pourraient rencontrer de vrais problèmes. Mais il s'agit d'un sujet qui
sera sans doute débattu dans le cadre de la négociation
06.02 Minister Joëlle Milquet:
Dat onderwerp, dat centraal staat
in het debat over soepelheid en
flexizekerheid, moet door de
sociale
partners
worden
besproken.
De vierdagenweek gaat niet per se
samen
met
een
arbeidsduurvermindering. Er is
een wetsvoorstel dat beoogt de
wet op de arbeidsduur te wijzigen
zodat een werkdag van 9u30
wordt toegelaten, wat mogelijk
maakt de achtendertig uur per
week anders te verdelen.
In bepaalde sectoren is een
dergelijke maatregel mogelijk en
zou hij de werknemers voordelen
kunnen bieden inzake mobiliteit en
een betere combinatie van arbeid
en
gezinsleven.
In
andere
sectoren zou hij tot moeilijkheden
op het stuk van de werkorganisatie
kunnen leiden.
Dit denkspoor moet met de sociale
partners worden besproken, op
het interprofessionele niveau, en
ten slotte op het sectorale niveau.
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
interprofessionnelle.
06.03 Florence Reuter (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, je vous remercie pour votre réponse qui me permet d'avoir
un aperçu des pistes qui peuvent être envisagées.
Vous savez sans doute que la conciliation entre le travail et la famille
est une de mes priorités. En effet, vous savez combien je milite pour
la qualité de la vie familiale et la nécessité de disposer de temps pour
s'occuper des enfants.
Cela dit, dans l'article de presse que j'ai évoqué, il était bien question
d'une semaine de quatre jours avec une réduction du temps de
travail. Je répète que, selon moi, ce n'est pas une solution. Dans la
situation de crise actuelle, il est, à mon avis, inconcevable de travailler
moins pour gagner la même chose.
Je veux bien admettre qu'il y ait des pistes dans certains secteurs,
mais il faut ­ je le répète ­ rester très prudent. On n'arrivera jamais à
améliorer la qualité de vie en travaillant moins.
Bien entendu, je suis ouverte à toute proposition en la matière.
06.03 Florence Reuter (MR):
Een goede combinatie van werk
en gezin is een van mijn
prioriteiten.
Alleen
is
het,
inzonderheid
in
de
huidige
crisissituatie, niet mogelijk de
levenskwaliteit te verbeteren en
tegelijk minder te werken, zoals
sommigen wel degelijk willen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Questions jointes de
- Mme Camille Dieu à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"le projet d'allongement du congé de maternité qui sera proposé à la Commission européenne"
(n° 7237)<br>- Mme Mia De Schamphelaere à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "les propositions de la Commission européenne en matière de congé de maternité"
(n° 7891)</b>
07 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Camille Dieu aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
mogelijke verlenging van het moederschapsverlof die aan de Europese Commissie zal worden
voorgelegd" (nr. 7237)
- mevrouw Mia De Schamphelaere aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de voorstellen van de Europese Commissie inzake moederschapsverlof" (nr. 7891)
07.01 Camille Dieu (PS): Monsieur le président, madame la
ministre, le commissaire européen à l'Emploi et aux Affaires sociales,
M. Vladimir Spidla, a déclaré vouloir augmenter la durée du congé de
maternité de 14 à 18 semaines.
Le projet de directive, qui devait être soumis le 8 octobre dernier,
prévoit, en outre, le paiement du salaire plein pendant toute la période
du congé de maternité. M. Spidla met en avant les effets positifs
d'une telle démarche: amélioration de la condition des femmes ainsi
que la relation mère-enfant, égalité des chances entre les hommes et
la femme en matière de congé de maternité.
Il s'agit ici ­ c'est une nouveauté ­ du maintien de salaire, notamment
dans le secteur privé ou pour les contractuels, le personnel
temporaire des services publics et de l'enseignement, plutôt que
d'une indemnité versée par la mutuelle.
Aujourd'hui, dans notre pays, six semaines peuvent être prises par la
07.01 Camille Dieu (PS):
Europees
commissaris
voor
Werkgelegenheid
en
Sociale
Zaken Vladimir Spidla heeft
verklaard dat hij de duur van het
zwangerschapsverlof
wil
optrekken van 14 tot 18 weken,
met behoud van het volledige loon.
Denkt u dat België de duur van het
zwangerschapsverlof
in
alle
bedrijfssectoren zal optrekken tot
18 weken, met behoud van het
volledige
loon,
zoals
dat
momenteel al het geval is voor het
statutair onderwijzend personeel?
Kan u een schatting maken van de
budgettaire impact van zo'n
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
future mère avant l'accouchement. Cette dernière est, en tout cas,
obligée d'arrêté ses activités, une semaine avant l'accouchement.
Après ce dernier, la mère dispose encore de neuf semaine.
En cas de naissances multiples, la future maman peut bénéficier de
huit semaines avant l'accouchement et le congé postnatal est
augmenté de deux semaines.
Dans le secteur privé ou pour les emplois temporaires dans
l'enseignement ­ secteur que je connais bien ­, une indemnité est
versée selon un pourcentage du dernier salaire. Après quoi, un forfait
est prévu.
Si la directive est adoptée, j'imagine qu'elle devra être appliquée.
Pensez-vous que la Belgique va passer de 15 à 18 semaines avec
l'octroi du salaire plein pour tous les secteurs professionnels
confondus, comme c'est le cas, aujourd'hui, pour les statutaires de
l'enseignement. En effet, les femmes nommées à titre définitif dans
ce secteur perçoivent leur salaire complet alors que les temporaires
tombent dans le système d'indemnisation par la mutuelle, même
lorsqu'ils ont beaucoup d'ancienneté.
Pouvez-vous me donner une estimation de l'impact financier d'une
telle mesure?
maatregel?
07.02 Mia De Schamphelaere (CD&V): (...) (micro niet
ingeschakeld) ... meer jonge vrouwen aan de slag moeten kunnen.
De participatiegraad op de arbeidsmarkt moet hoger. Daarom moet
een aantal voorzieningen ook beter op elkaar worden afgesteld en
moet toch een bepaald Europees minimum worden gehandhaafd.
Dan denken we aan het zwangerschapsverlof, waar het voorstel is om
het op minimum 18 weken te brengen in Europa. Wij zitten op
15 weken. De vraag voor ons land is natuurlijk hoe we dat in beleid
gaan omzetten, in realiteit voor de jonge moeders. De vraag zal dan
vooral zijn wat de budgettaire kosten daarvan zijn.
Kunnen wij dat op korte termijn of op iets langere termijn realiseren?
Wat zijn de vooruitzichten van uw beleid om de voorstellen al dan niet
goed te keuren?
Het eerste punt van de vraag moet natuurlijk zijn: wat is de houding
van ons land als lidstaat? Eens dit voorstel een Europese richtlijn
wordt, hoe gaan we dat dan budgettair verwerken? Op welke termijn?
07.02 Mia De Schamphelaere
(CD&V): Il faut que le taux de
participation des femmes sur le
marché du travail augmente. À
cette fin, il est nécessaire de revoir
certaines mesures et c'est dans ce
cadre que s'inscrit la proposition
visant à porter à dix-huit semaines
minimum le congé de maternité en
Europe. Comment pouvons-nous
convertir cette proposition en
mesures politiques et quel sera le
coût de cette opération? Pouvons-
nous mener ce chantier à bien à
brève échéance ou à plus long
terme? Quels sont les projets de la
ministre en la matière? Quelle est
la position de notre pays en tant
qu'État membre à l'égard de la
directive
européenne
en
la
matière?
07.03 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur le président, chères
collègues, il est évident que je ne peux que me réjouir ­ et je ne doute
pas que le gouvernement partagera mon avis à ce sujet ­ des
propositions qui ont été faites, il y a trois semaines, par la
Commission européenne et qui visent à étendre de 15 à 18 semaines
le congé de maternité. Pour toutes les raisons que Mme Dieu a
évoquées, cette mesure est opportune. Elle est d'ailleurs déjà
d'application dans de nombreux pays européens. Dès lors, je ne peux
que soutenir cette proposition.
07.03 Minister Joëlle Milquet: Ik
ben erg in mijn schik met de
voorstellen van de Europese
Commissie. Het is een goede
maatregel, die trouwens al in tal
van Europese landen wordt
toegepast.
Qua budgettaire kostprijs betekent een week verlenging voor Sur
le
plan
budgétaire,
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
loontrekkenden op jaarbasis een bijkomende kost van 23,5 miljoen
per jaar. Voor een week dus. Voor drie weken is dat dus maal drie.
Voor de zelfstandigen betekent dat 1,9 miljoen per jaar. Dat is tamelijk
duur en daarom hebben we tot nu toe geen beslissing genomen. We
zijn natuurlijk van plan het voorstel van de Commissie te steunen,
maar dat kost geld, dat moeten we wel beseffen.
l'allongement d'une semaine du
congé de maternité représente
23,5 millions d'euros de plus dans
le régime des salariés et 1,9
million
dans
celui
des
indépendants. La dépense étant
très élevée, nous n'avons pas
encore pris de décision. Nous
avons l'intention de soutenir le
projet de la Commission mais elle
aura donc un coût.
Maintenant, nous verrons bien quand la directive sera discutée et
prise. Nous connaissons la durée de vie des directives, qui est parfois
presque aussi longue que celle des centrales nucléaires! Nous avons
donc un peu de temps devant nous. En tout cas, nous devrons
amorcer et anticiper les décisions, comme je l'ai dit tout à l'heure au
Sénat.
Nous pourrions par exemple dire, pour la période allant de 2010 à
2012, que 25.000.000 seraient alloués annuellement pour atteindre
cet objectif. Mais il serait aussi possible d'en étendre la durée.
We zouden kunnen stellen dat er
voor de periode 2010-2012 jaar
jaarlijks 25.000.000 euro zal
worden
toegekend
om
die
doelstelling te bereiken. Maar die
periode zou ook nog verlengd
kunnen worden.
We kunnen dus een meerjarenplan hebben voor enkele dagen per
week. Dat is natuurlijk een heel goede doelstelling voor de regering en
mezelf.
07.04 Camille Dieu (PS): Madame la ministre, je vous remercie pour
votre réponse.
07.05 Mia De Schamphelaere (CD&V): Ik dank de minister voor
haar antwoord. (...) (micro niet ingeschakeld) (...) de kostprijs om bij
de collega-ministers het bewustwordingsproces op te bouwen dat die
kostprijs eraan komt en we dat zeker omgezet willen zien in onze
samenleving.
07.05 Mia De Schamphelaere
(CD&V):
L'Europe
veut
absolument prolonger le congé de
maternité. Faites donc en sorte
que tous nos concitoyens, et aussi
les autres ministres, en prennent
conscience: il faudra bientôt faire
face à un nouveau poste de
dépenses.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de Mme Colette Burgeon à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances sur "la conclusion d'accords de coopération afin d'étendre les missions de l'Institut pour
l'Égalité des Femmes et des Hommes" (n° 7272)</b>
08 Vraag van mevrouw Colette Burgeon aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "het sluiten van samenwerkingsakkoorden met het oog op de uitbreiding van de
opdrachten van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen" (nr. 7272)
08.01 Colette Burgeon (PS): Monsieur le président, madame la
ministre, créé par la loi du 16 décembre 2002, l'Institut pour l'Égalité
des Femmes et des Hommes est chargé de veiller au respect de
l'égalité des femmes et des hommes et ainsi combattre toutes formes
de discrimination et d'inégalité basées sur le sexe. Parmi ses
missions, l'Institut est amené à procurer une aide juridique à toute
personne qui en formule la demande et qui s'estime victime de
discrimination sur la base du sexe ou du genre dans le domaine du
08.01 Colette Burgeon (PS): Het
Instituut voor de gelijkheid van
vrouwen en mannen ziet toe op de
inachtneming van de gelijkheid
van vrouwen en mannen en
bestrijdt elke discriminatie en
ongelijkheid op grond van het
geslacht. Het Instituut biedt ook
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
travail, des biens ou des services.
S'agissant d'un organe fédéral, l'Institut ne peut donc intervenir que
dans des matières fédérales et non dans des matières relevant des
compétences des Communautés et des Régions, telles que
l'enseignement, la politique de santé, l'aménagement du territoire.
Il ressort notamment que les victimes de discriminations fondées sur
le sexe dans les domaines relevant des compétences des entités
fédérées ne peuvent bénéficier de l'assistance juridique de l'Institut.
Pourtant, pour se conformer aux obligations européennes,
notamment à la directive 2002/73, les missions de l'Institut devraient
pouvoir être mises en oeuvre dans tous les domaines liés à l'emploi et
au travail.
Il nous semble dès lors intéressant que des accords de coopération
puissent être conclus entre l'autorité fédérale et chaque entité
fédérée, conformément à l'article 92bis de la loi spéciale de réformes
institutionnelles du 8 août 1980 afin d'étendre le champ d'action de
l'Institut dans le cadre de ses missions de recherche, de
recommandation et d'assistance juridique indépendante.
Comme le souligne l'Institut lui-même, cette option garantirait une
cohérence, une efficacité et une indispensable rationalisation et
simplification pour les citoyens. L'Institut pour l'Égalité des Femmes et
des Hommes nous a indiqué avoir déjà été approché en ce sens par
la Région wallonne mais aussi par la Communauté française.
Madame la ministre, certaines entités fédérées ont-elles déjà pris
contact avec vous dans le cadre de cette problématique?
Quelle est votre position en la matière? Un accord de coopération
pourra-t-il être prochainement conclu?
rechtshulp aan elke persoon die
meent het slachtoffer te zijn van
discriminatie op grond van het
geslacht in arbeidsmiddens en met
betrekking tot de levering van
goederen of de verlening van
diensten.
Het Instituut is evenwel een
federaal orgaan en is dus niet
bevoegd voor gemeenschaps- en
gewestaangelegenheden
zoals
onderwijs, gezondheidsbeleid en
ruimtelijke ordening. Slachtoffers
van discriminatie op grond van het
geslacht in die domeinen kunnen
voor rechtsbijstand
dus niet
aankloppen bij het Instituut. Om te
voldoen
aan
de
Europese
verplichtingen zou het Instituut
echter moeten kunnen optreden in
alle domeinen die te maken
hebben
met
arbeid
en
werkgelegenheid.
Daarom lijkt het ons aangewezen
dat het federale niveau met de
deelstaten
samenwerkings-
akkoorden zou sluiten om het
actieterrein van het Instituut uit te
breiden. Een en ander zou de
coherentie en de efficiency ten
goede komen en zou leiden tot de
noodzakelijke rationalisering en
vereenvoudiging voor de burger.
Het Instituut ontving al zo'n
verzoek vanwege het Waals
Gewest
en
de
Franse
Gemeenschap.
Werd u zelf in dat verband al
gecontacteerd
door
bepaalde
deelstaten? Wat is uw standpunt
ter
zaken?
Behoort
een
samenwerkingsakkoord tot de
mogelijkheden?
08.02 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur le président, quand nous
avons repris ce dossier, il y avait déjà eu des tentatives de discussion
en matière d'accords de coopération afin d'essayer de faire de
l'Institut un organe interfédéral, lié à différents niveaux de pouvoir. Je
pense qu'il y a une vraie disponibilité du côté de la Région bruxelloise,
la Région wallonne et la Communauté française. J'espère qu'il y en a
une également du côté de la Région flamande.
J'ai demandé à l'Institut de ressortir les propositions d'accord car,
entre-temps, des propositions de protocoles ont été déposées,
notamment par la Communauté française.
08.02 Minister Joëlle Milquet: Er
zijn al pogingen ondernomen om
samenwerkingsakkoorden uit te
werken met als doel van het
Instituut een interfederaal orgaan
te maken. Het Brussels gewest,
het Waals gewest en de Franse
Gemeenschap zijn daartoe echt
bereid, en het Vlaams gewest ­
hoop ik ­ eveneens.
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
Je trouverais dommage d'avancer de manière déséquilibrée dans ce
dossier en ne concluant des protocoles qu'avec certains niveaux de
pouvoir. J'ai demandé qu'on puisse inscrire ce point au prochain
comité de concertation avec la volonté de redéposer l'accord de
coopération et de reprendre les discussions, peut-être en Conférence
interministérielle.
Je partage tout à fait votre volonté en la matière.
Ik heb het Instituut gevraagd om
die voorstellen tot akkoord uit de
kast te halen, want ondertussen
heeft met name de Franse
Gemeenschap protocolvoorstellen
ingediend. Ik zou het jammer
vinden indien, door enkel met
bepaalde
machtsniveaus
protocollen te sluiten, op een
onevenwichtige
manier
vooruitgang zou worden geboekt.
Ik heb gevraagd dit punt op de
agenda te plaatsen van het
volgende overlegcomité en ik zou
het
samenwerkingsakkoord
opnieuw willen indienen en de
besprekingen erover hervatten,
misschien op een interministeriële
conferentie.
08.03 Colette Burgeon (PS): Madame la ministre, je vous remercie.
Je suis d'accord avec vous, il serait utile que tout le monde avance en
même temps. Mais s'il y avait un blocage quelque part, il ne faut pas
non plus frustrer les parties qui sont d'accord d'avancer car,
finalement, c'est la population qui est lésée, et en particulier les
femmes.
Vous me dites que vous allez mettre ce point à l'ordre du jour du
comité de concertation, il nous serait agréable d'être tenus au courant
de ces discussions.
08.03 Colette Burgeon (PS): Het
zou inderdaad nuttig zijn mocht
iedereen
tegelijk
vooruitgang
boeken. Maar in geval van een
blokkering moeten we de partijen
die vorderingen nastreven niet
teleurstellen, want de bevolking en
met name de vrouwen zijn hiervan
uiteindelijk de dupe.
We zouden graag ingelicht worden
over de besprekingen in het
overlegcomité.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Les questions de Mme Pécriaux sont reportées.
09 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Hilâl Yalçin aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
vrij lage werkgelegenheidsgraad van migranten in België" (nr. 7277)
- mevrouw Zoé Genot aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
nieuwe gegevens over de moeilijke toegang tot werk voor werknemers afkomstig van buiten de
Europese Unie" (nr. 8007)
09 Questions jointes de
- Mme Hilâl Yalçin à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur "le
taux d'emploi relativement faible des immigrés en Belgique" (n° 7277)<br>- Mme Zoé Genot à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur "les
nouvelles données sur les difficultés d'accès au travail pour les travailleurs d'origine extra-
européenne" (n° 8007)</b>
09.01 Hilâl Yalçin (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, in de pers hebben we onlangs vernomen dat volgens het
OESO-verslag over migratie de Belgen in vergelijking met andere
OESO-landen helaas de laagste werkgelegenheidsgraad kennen
onder migranten. De werkloosheid onder migranten in België zou
tweeëneenhalve keer zo hoog zijn als bij de autochtone bevolking. De
09.01 Hilâl Yalçin (CD&V): Selon
le rapport de l'OCDE sur la
migration, c'est en Belgique que le
taux d'emploi parmi les migrants
est le moins élevé. Le chômage
parmi les migrants serait 2,5 fois
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
OESO vermeldt echter in dit jaarverslag niet wat de redenen zijn voor
dit povere resultaat. Graag kreeg ik daarom een antwoord op
volgende vragen.
Welke
zijn
volgens
u
de
redenen
van
deze
lage
werkgelegenheidsgraad voor migranten? Bent u het ook eens met mij
dat dit probleem een ernstige bedreiging vormt voor de
maatschappelijke cohesie in ons land? Denkt u ook dat de
maatregelen, voorzien in de algemene beleidsnota's "Werk en gelijke
kansen" waaronder de metingen op de arbeidsmarkt, de non-
discriminatie- en diversiteitsclausules en het diversiteitsbeleid zullen
volstaan om het probleem aan te pakken? Bewijst het slechte
resultaat helaas niet dat diversiteitslabels voor ondernemingen die
managementsplannen ontwikkelen inzake diversiteit, hun doel
voorbijschieten? Welke bijkomende acties zult u eventueel
ondernemen om dit werkgelegenheidsniveau op te kunnen krikken?
plus
élevé
que
parmi
les
autochtones.
L'OCDE
ne
mentionne
toutefois
pas
de
raisons à cette situation.
Quelles sont ces raisons? La
ministre ne pense-t-elle pas,
comme moi, qu'il s'agit-là d'une
grave menace pour la cohésion
sociale? Les mesures contenues
dans la note sur le travail et
l'égalité des chances suffiront-
elles? Les labels de diversification
pour les entreprises atteignent-ils
bien leur objectif? Quelles actions
supplémentaires entreprendra la
ministre?
09.02 Minister Joëlle Milquet: Als minister van Werk en van Gelijke
Kansen beschouw ik de sociale integratie en duurzame inschakeling
in de arbeidsmarkt van deze kwetsbare bevolkingsgroep als prioritair.
Het is heel belangrijk, en ik steun uw redenering.
In een van de rijkste landen ter wereld, dat bij de top hoort van het
klassement van de Verenigde Naties op het gebied van menselijke
ontwikkeling, mogen wij niet tolereren dat bepaalde categorieën van
mensen opzijgeschoven worden. Op economisch gebied gaat het ook
hier om verspilling. Hun bijdrage is onontbeerlijk om tegemoet te
komen aan het tekort aan kennis in onze maatschappij en in het raam
van de vergrijzing van de bevolking. Hun hogere tewerkstellingsgraad
zal voor meer fiscale en parafiscale inkomsten zorgen en zal onze
sociale zekerheid financieel ten goede komen, bovenop de
humanistische redenen natuurlijk.
Bovendien zullen hun vaardigheden de productiviteit stimuleren, en de
mensen die hun taal nog spreken en hun traditie nog kennen zijn een
troef in een geglobaliseerde economie, waarin onze bedrijven nieuwe
markten proberen te veroveren.
Het gedeelte Werk van de algemene beleidsnota wijdt een heel
hoofdstuk aan deze kwestie. Ik leg vooral de nadruk op de strijd tegen
discriminatie bij de aanwerving en bij de inwerkingstelling van een
versterkt plan inzake diversiteit. Ik heb de verschillende maatregelen
al uitgelegd in antwoord op vragen van de heer Baeselen.
Het diversiteitslabel zal geëvalueerd, geconsolideerd en uitgebreid
worden naar openbare en privébedrijven. Deze stap zal in overleg met
de deelstaten worden ondernomen.
Tijdens het jongste interprofessioneel akkoord hebben de sociale
onderhandelingspartners opgeroepen tot de verbetering van
werknemers ongeacht hun herkomst of geaardheid, in het bijzonder in
sectoren en bedrijven waar deze groepen weinig vertegenwoordigd
zijn, en tot de toepassing van acties om de eventuele
terughoudendheid van werkgevers en werknemers weg te nemen.
Vanaf 2009 zullen wij in staat zijn om via betrouwbare statistische
instrumenten de sectoren, subsectoren, en zelfs bedrijven te
identificeren waar vreemde werknemers systematisch worden
09.02 Joëlle Milquet, ministre: Je
considère l'intégration sociale et
l'insertion durable de ce groupe
vulnérable sur le marché de
l'emploi comme une priorité.
Nous
ne
pouvons
tolérer
l'exclusion de certaines catégories
de personnes dont la contribution
est également indispensable sur le
plan
économique.
Un
taux
d'emploi plus élevé permettra
également d'accroître les recettes
fiscales et parafiscales. Par leurs
aptitudes,
ces
personnes
stimuleront la productivité et elles
pourront en outre constituer un
atout dans la conquête de
nouveaux marchés.
Le volet Emploi de la note de
politique générale consacre un
chapitre à cette question. Je mets
principalement l'accent sur la lutte
contre les discriminations en
matière
de
recrutement
et
l'élaboration d'un plan renforcé en
matière de diversité. Le label de
diversité sera évalué, consolidé et
étendu en concertation avec les
entités fédérées.
Lors
du
dernier
accord
interprofessionnel,
tous
les
interlocuteurs sociaux ont appelé à
l'action. À partir de 2009, nous
disposerons
d'instruments
statistiques fiables. Nous pourrons
alors collecter des informations sur
la stratification du marché de
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
gediscrimineerd, zowel wat de toegang tot de werkgelegenheid als
wat promoties en opleidingen betreft.
Dit meetinstrument is in feite een sociaaleconomisch controlesysteem
dat informatie probeert te verzamelen over de stratificatie van de
arbeidsmarkt door gegevens van het Rijksregister, namelijk de
nationaliteit en herkomst van personen, te kruisen met klassieke
sociaaleconomische variabelen die het data warehouse van de
Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid zullen versterken.
De verwerking van deze gegevens zal het mogelijk maken indicatoren
te genereren in de vorm van tabellen die de informatie kruisen. Voor
de werknemer van vreemde herkomst die deel uitmaakt van de groep
van lageloontrekkenden worden eveneens alle maatregelen voor
verminderde sociale bijdragen toegepast. Bovendien genieten de
personen van vreemde herkomst ook van de integratiemaatregelen,
zoals dienstencheques of de sociale Maribel.
Zo zullen wij een echt actieplan hebben voor de strijd tegen de
discriminatie op het werk. Dat is heel belangrijk, vooral in de grote
steden.
l'emploi en associant les données
du Registre national à des
variables
socioéconomiques
classiques qui renforceront le
"data warehouse" de la Banque
Carrefour de la Sécurité Sociale.
En outre, pour les travailleurs à
bas salaire d'origine étrangère,
toutes les mesures de réduction
des cotisations sociales seront
appliquées.
Ces
travailleurs
pourront également bénéficier de
mesures d'intégration, telles que
les titres-services ou le Maribel
social.
09.03 Hilâl Yalçin (CD&V): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw
uitvoerig antwoord. Ik ben blij te vernemen dat wij op dezelfde
golflengte zitten inzake dit dossier. Ik ben er ook van overtuigd dat het
een heel groot verlies aan menselijk kapitaal is wanneer wij mensen
op basis van verschillende gronden zouden uitsluiten van de
arbeidsmarkt.
Ik kijk ook al uit naar de statistieken vanaf 2009, zodat het beleid
inderdaad
op
maat
kan
toegespitst
worden
op
deze
ondervertegenwoordigde groepen. Ik zal dit dossier ook in de
toekomst natuurlijk van dichtbij volgen.
09.03 Hilâl Yalçin (CD&V): Je
me réjouis que nous soyons sur la
même
longueur
d'onde.
En
excluant ces personnes, nous
perdrions un capital humain
important.
J'attends
avec
impatience les statistiques à partir
de 2009.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Questions jointes de
- Mme Camille Dieu à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"les négociations portant sur la modernisation de la réglementation sur le travail intérimaire" (n° 7312)<br>- Mme Florence Reuter à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "la législation de l'intérim" (n° 7361)<br>- M. Jean-Luc Crucke à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"l'assouplissement du travail intérimaire" (n° 7387)<br>- M. Jean-Luc Crucke à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"les sociétés intérimaires qui recrutent à l'étranger plutôt qu'en Belgique" (n° 7433)<br>- Mme Meryame Kitir à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"les discussions au sein du CNT en matière de travail intérimaire" (n° 7448)<br>- Mme Meryame Kitir à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"l'absence de publication au Moniteur belge de deux arrêtés royaux qui contribueraient à réduire le
nombre d'accidents du travail parmi les travailleurs intérimaires" (n° 7449)<br>- Mme Maggie De Block à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les éventuels abus dans le cadre du travail intérimaire" (n° 7834)<br>- Mme Maggie De Block à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'extension du travail intérimaire aux services publics" (n° 7893)</b>
10 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Camille Dieu aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
onderhandelingen over de aanpassingen van de regelgeving inzake uitzendarbeid" (nr. 7312)
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
- mevrouw Florence Reuter aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de wetgeving inzake uitzendarbeid" (nr. 7361)
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de versoepeling van de uitzendarbeid" (nr. 7387)
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de uitzendbedrijven die aanwerving in het buitenland boven België verkiezen" (nr. 7433)
- mevrouw Meryame Kitir aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
besprekingen in de NAR inzake uitzendarbeid" (nr. 7448)
- mevrouw Meryame Kitir aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"het uitblijven van de publicatie in het Belgisch Staatsblad van twee koninklijke besluiten die zouden
bijdragen tot de reductie van het aantal arbeidsongevallen bij uitzendkrachten" (nr. 7449)
- mevrouw Maggie De Block aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de zogenaamde misbruiken bij uitzendarbeid" (nr. 7834)
- mevrouw Maggie De Block aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"het verbreden van de uitzendarbeid tot de overheidsdiensten" (nr. 7893)
10.01 Camille Dieu (PS): Monsieur le président, madame la
ministre, nous avons appris que des discussions houleuses avaient
eu lieu au sein du CNT concernant des adaptations du cadre légal du
travail intérimaire. Déjà en juin dernier, les négociations avaient
échoué suite aux divergences d'opinions entre les organisations
syndicales et l'association patronale Federgon.
La question n'est pas de prendre parti pour l'une ou l'autre position,
notamment sur le quatrième motif ­ nous aurons l'occasion d'en
parler en long et en large dans les prochaines semaines ­ mais de
comprendre les objectifs du gouvernement fédéral dans ce dossier.
Le gouvernement a demandé aux partenaires sociaux du secteur
d'insérer dans la loi régissant le travail intérimaire un motif d'insertion
sur le marché du travail.
Comment doit-on comprendre cette notion d'insertion, alors même
que la loi du 12 août 2000, qui porte des dispositions sociales,
budgétaires et diverses, a déjà introduit, pour les publics fragilisés sur
le marché du travail, un intérim d'insertion qui déroge en partie aux
dispositions de la loi du 24 juillet 1987?
10.01 Camille Dieu (PS): Wij
hebben vernomen dat er in de
NAR gesprekken werden gevoerd
over de aanpassingen van het
wettelijk kader met betrekking tot
de uitzendarbeid. In juni waren de
onderhandelingen
afgesproken
omdat de vakbonden en de
werkgeversfederatie Federgon ter
zake van mening verschillen.
De regering vraagt de sociale
partners van de sector de
inschakeling op de arbeidsmarkt
als reden in de wet op de
uitzendarbeid op te nemen.
Hoe moet men dat begrip
"inschakeling" begrijpen, terwijl de
wet van 12 augustus 2000
houdende sociale, budgettaire en
andere bepalingen voorziet in een
invoeginterim
die
gedeeltelijk
afwijkt van de wet van 24 juli
1987?
10.02 Meryame Kitir (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de minister, er zijn
verschillende collega's die u willen ondervragen over uw houding naar
aanleiding van de besprekingen die her en der gaande zijn over het
statuut van de uitzendwerknemers en van de uitzendwerksector. Wat
mij vooral opvalt en mij ongerust maakt, is dat alle interpellerende
collega's eigenlijk nogal eenzijdig zijn en focussen op de rol van de
uitzendsector bij de werving en de selectie, waarbij sommigen een
nogal radicaal beeld schetsen van het ABVV als een ongenuanceerde
dwarsligger.
Een aantal collega's roept het recente akkoord binnen de Europese
Raad over het ontwerp van de uitzendrichtlijn als voorwendsel in om
alle voorwaarden en restricties in de Belgische regelgeving overboord
te gooien.
Aan het tweede luik dat in de NAR besproken wordt, namelijk de
10.02
Meryame
Kitir
(sp.a+Vl.Pro):
Je
m'inquiète
d'entendre
nos
collègues
s'exprimer aussi unilatéralement
dans le cadre de leurs questions
relatives au statut des travailleurs
intérimaires
et
du
secteur
intérimaire. Certains arguent du
récent accord obtenu au sein du
Conseil européen sur le projet de
directive
relative
au
travail
intérimaire pour prôner l'abandon
de l'ensemble des restrictions
contenues dans la réglementation
belge. On oublie souvent la
question de l'amélioration du statut
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
verbetering van het statuut van uitzendkrachten, wordt vaak
voorbijgegaan. Nochtans zeg ik dat dit minstens een even essentieel
onderdeel van het debat is, waarbij een evenwichtig akkoord over het
geheel misschien wel mogelijk is.
Vandaar mijn vragen, mevrouw de minister. Wat is uw mening over
de inhoud van de ontwerprichtlijn inzake uitzendarbeid? Heeft de
goedkeuring van die richtlijn een rechtstreekse of onrechtstreekse
impact op de Belgische regelgeving? Deelt u mijn mening dat het
statuut van de uitzendkrachten zeker nog voor verbetering vatbaar is?
Zo ja, op welke punten? Zult u ter zake zelf initiatief nemen, mevrouw
de minister, indien het overleg in de NAR zonder resultaat zou blijven?
Ik heb nog een andere vraag, over de koninklijke besluiten.
Mevrouw de minister, begin juli heb ik u in deze commissie gevraagd
naar de stand van zaken in twee dossiers. Enerzijds, is er het ontwerp
van koninklijk besluit inzake welzijn op het werk van uitzendkrachten,
en anderzijds is er het ontwerp van koninklijk besluit inzake
onevenredige verzwarende risico's.
Wat het ontwerp van koninklijk besluit inzake het welzijn van
uitzendkrachten betreft, blijf ik nog op mijn honger zitten. Er werd
onder de regering Verhofstadt II ­ dat is al geruime tijd geleden ­ door
minister Vanvelthoven een ontwerp voor een volledig nieuw besluit ter
zake uitgewerkt en administratief afgehandeld tot en met het advies
van de Raad van State. Dat besluit zou een veel efficiëntere
bescherming van de veiligheid en van de gezondheid van
uitzendkrachten waarborgen.
Dat is noodzakelijk omdat uitzendkrachten die handenarbeid
verrichten een hoger dan gemiddeld risico van arbeidsongevallen
lopen, wat verklaard kan worden door verschillende factoren.
Belangrijk in dat verband is dat zij telkens in een nieuwe
werkomgeving terechtkomen en dat zij arbeidstaken verrichten waarin
zij vaak onervaren zijn.
Wie de werkvloer een beetje kent, weet ook dat een aantal gebruikers
er een systeem van maken om gevaarlijk werk naar uitzendkrachten
door te schuiven.
In het ontwerp van koninklijk besluit dat door minister Vanvelthoven
werd uitgewerkt zat een reeks maatregelen voor een veel betere
bescherming van de uitzendkrachten, zoals een veel efficiëntere
aanpak voor het medisch toezicht, maar ook het invoeren van een
gestandaardiseerde werkpostfiche, waarvan de vorm en de inhoud
voortaan reglementair zouden worden vastgelegd. Zo'n modelfiche
voorzag in een zeer duidelijke omschrijving van de job en de daaraan
verbonden risico's, en van de vereiste preventiemaatregelen.
Tenslotte, voorzag het ontwerp erin dat iemand van de hiërarchische
leiding bij de gebruiker verantwoordelijk gesteld werd voor het helpen
van uitzendkrachten in de onderneming, waarbij die persoon aan de
uitzendkracht onder meer de organisatie van de eerstehulpverlening
toelicht en wijst op de gevaarlijke toegangszones en de toepasselijke
maatregelen bij spoedgevallen of ernstige gevaren.
De sociale partners hebben toen trouwens het idee aangebracht een
des intérimaires, en discussion au
sein du Conseil national du
Travail.
Quelle est la position de la ministre
quant au contenu du projet de
directive
relative
au
travail
intérimaire? L'adoption de cette
directive a-t-elle une incidence
directe ou indirecte sur la
législation belge? La ministre
estime-t-elle également que le
statut des intérimaires peut être
amélioré? Sur quels points? La
ministre prendra-t-elle elle-même
une initiative dans l'hypothèse où
la concertation au sein du CNT
devait rester sans lendemain?
Je reste sur ma faim en ce qui
concerne le projet d'arrêté royal
relatif
au
bien-être
des
intérimaires. Le projet élaboré par
M. Vanvelthoven, à l'époque
ministre en charge du dossier,
comprenait un train de mesures
tendant
à
une
protection
nettement plus étendue des
travailleurs intérimaires. Malgré un
avis positif du Conseil d'État, il n'a
cependant pu être signé ni par le
précédent ministre, ni par le Roi
étant donné la période des affaires
courantes.
Pourquoi
n'est-il
toujours pas publié après plus d'un
an de gestation?
De même, le projet d'arrêté royal
visant
spécifiquement
les
entreprises qui présentent un
risque d'accidents du travail
nettement plus élevé que la
moyenne est déjà en préparation
depuis longtemps. La ministre m'a
fait savoir en juillet que la
concertation sociale à propos de
ce projet d'arrêté royal était quasi
terminée.
Pourrons-nous, au 1
er
janvier
2009,
commencer
à
suivre
l'approche
spécifiquement
adaptée
aux
entreprises
présentant un risque aggravé, en
même
temps
que
nous
instaurerons le règlement bonus-
malus pour l'assurance accidents
du travail?
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
dergelijke werkpostfiche te veralgemenen voor alle werknemers. Uw
voorganger was dit idee zeer genegen. Door op elke werkpost in een
werkpostfiche te voorzien geeft men immers een concrete invulling
aan de zogenaamde risicoanalyse.
Hoewel dit ontwerp, zoals gezegd, reeds een gunstig advies van de
Raad van State kreeg en enkel nog de handtekening van de vorige
minister en van het Staatshoofd nodig had, was dat toen onmogelijk
omdat de periode van lopende zaken al was aangebroken. Ruim een
jaar later is het nog steeds niet gepubliceerd in het Staatsblad. Ik zou
dus graag van u de redenen vernemen waarom dit nog niet gebeurd
is.
Ook het ontwerp van koninklijk besluit dat specifiek bedrijven viseert
die een aanzienlijk hoger risico dan het gemiddelde hebben wat
arbeidsongevallen betreft, zit reeds lange tijd in de pijplijn. Het besluit
betreft de zogenaamde verhoogd risicobedrijven. Voor dat koninklijk
besluit had uw voorganger in het raam van het Faraoplan
1 januari 2009 als ingangsdatum voorzien. Daardoor zou het op
perfect hetzelfde ogenblik in werking treden als de bonus
malusregeling en de arbeidsongevallenverzekering. Het besluit dat de
bonus malusregeling installeert, is reeds op 8 mei 2007 gepubliceerd.
Het ontwerp van koninklijk besluit inzake verzwaard risico voorzag
eveneens in iets wat van zeer groot belang is voor de
uitzendkrachten, te weten dat de ongevallen die uitzendkrachten
overkomen meegerekend zullen worden bij die van de gebruiker om
te bepalen of er sprake is van een verhoogd risicobedrijf. Daardoor
worden bedrijven eigenlijk ontmoedigd om risicovolle taken naar
uitzendkrachten door te schuiven.
U hebt mij in juli gemeld dat het sociaal overleg over dit ontwerp van
koninklijk besluit vrijwel rond was.
Vandaar mijn vragen, mevrouw de minister. Zult u op korte termijn
overgaan tot het publiceren van het koninklijk besluit tot vaststelling
van maatregelen inzake het welzijn op het werk van uitzendkrachten,
zoals dat door de heer Vanvelthoven werd voorbereid? Indien niet,
wat zijn daarvoor uw redenen?
Zal er op 1 januari 2009 van start gegaan kunnen worden met de
specifieke aanpak van verzwaard risicobedrijven, en dat gelijktijdig
met
de
verplichte
bonus
malusregeling
voor
de
arbeidsongevallenverzekering? Ik dank u alvast voor uw antwoord.
10.03 Florence Reuter (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, la directive européenne sur le temps et les conditions de
travail des travailleurs intérimaires sera votée cet après-midi en
deuxième lecture par les Eurodéputés à Strasbourg. Pour les
employeurs, il s'agit d'un pas important et symbolique parce que cette
directive reconnaît le travail intérimaire comme acteur important de
l'économie et du marché du travail. C'est sur cette directive que se
base le patronat pour réclamer la levée des restrictions pour recourir
aux travailleurs intérimaires et, vous le savez, dans le cadre des
négociations en cours au sein du CNT qui doivent aboutir fin du mois,
patrons et syndicats s'opposent sur la législation sur l'intérim.
Actuellement, pour qu'une entreprise puisse recourir au travail
10.03 Florence Reuter (MR): De
Europarlementsleden
zullen
vanmiddag
in
Straatsburg
stemmen over de Europese
richtlijn betreffende de arbeidstijd
en de arbeidsvoorwaarden van de
uitzendkrachten.
De
richtlijn
onderkent de belangrijke rol die
uitzendwerk speelt in de economie
en op de arbeidsmarkt. De
werkgevers baseren zich op deze
richtlijn om te eisen dat de
beperkingen op het uitzendwerk
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
intérimaire, elle doit répondre à l'un des trois motifs suivants: le
remplacement d'un salarié absent, un surcroît temporaire d'activité ou
la réalisation d'un travail exceptionnel.
La fédération patronale du secteur souhaite assouplir ces conditions
et, faute de pouvoir demander la libéralisation complète du travail
intérimaire, la fédération souhaite davantage de souplesse et
demande de pouvoir recourir à l'intérim au nouveau motif d'insertion
sur le marché du travail, ce qui existe déjà puisque de nombreuses
entreprises font appel à des sociétés intérimaires pour recruter du
personnel. Le syndicat craint, pour sa part, que l'intérim ne devienne
un contrat de travail normal et veut lier ce motif avec une obligation de
résultat avec, au final, un emploi fixe.
Ce point n'est pas la seule pomme de discorde, il y en a d'autres,
comme par exemple le contrat à durée indéterminée liant l'intérimaire
à son agence ou les contrats d'un jour qui sont au coeur des
discussions.
Madame la ministre, quelle est votre position par rapport aux
revendications des patrons et des syndicats?
Une modernisation de la législation sur l'intérim est-elle en vue,
comme annoncé par le premier ministre?
worden opgeheven; in de huidige
onderhandelingen in het kader van
de NAR zijn de vakbonden het niet
met de werkgevers eens over de
wetgeving op uitzendwerk.
Nu is het zo dat als een bedrijf
gebruik
wil
maken
van
uitzendkrachten, een van de
volgende redenen moet worden
aangevoerd: de vervanging van
een afwezige werknemer, een
tijdelijke toename van het werk of
het verrichten van uitzonderlijk
werk.
De werkgeversfederatie wil die
voorwaarden
versoepelen
en
vraagt
om
van
uitzendwerk
gebruik te kunnen maken op
grond van een nieuwe reden:
instroom op de arbeidsmarkt. De
vakbonden vrezen echter dat het
uitzendwerk
een
normale
arbeidsovereenkomst zal worden
en wil voor deze instroom een
resultaatverbintenis
die
uiteindelijke in vast werk uitmondt.
Er
worden
ook
andere
tegenwerpingen
gemaakt,
bijvoorbeeld
voor
de
arbeidsovereenkomst
van
onbepaalde duur tussen een
uitzendkracht
en
zijn
uitzendbureau
of
de
dagcontracten.
Hoe denkt u over de eisen van de
werkgevers en de vakbonden? Zal
de wetgeving op uitzendwerk
binnen
afzienbare
tijd
gemoderniseerd worden?
10.04 Maggie De Block (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, naar jaarlijkse gewoonte vonden wij in de kranten een
verklaring van het ABVV over de problematiek van de uitzendarbeid.
In het bewuste artikel stond dat het nodig is om strijd te voeren tegen
de misbruiken bij de uitzendarbeid. Zo werd gesteld dat
uitzendkantoren vaak onvoldoende stipt uitvoering geven aan het
tijdig afleveren van C4's, het uitbetalen van correcte lonen of zelfs
bepaalde sociale voordelen waarop uitzendkrachten recht zouden
hebben gewoon niet uitbetalen.
Vermits onze fractie, zoals u overigens, het belang van de
uitzendarbeid als instroommechanisme voor werkzoekenden op de
arbeidsmarkt ten volle erkend, maar ook bekommerd is over een
correcte behandeling van de werknemers, is het van belang te weten
te komen in hoeverre deze verdachtmakingen effectief kloppen.
10.04 Maggie De Block (Open
Vld): On a pu lire récemment dans
un article de presse la déclaration
de la FGTB selon laquelle il est
nécessaire de lutter contre les
abus dans le secteur du travail
intérimaire.
Notre
groupe
reconnaît l'importance du travail
intérimaire pour l'insertion des
demandeurs d'emploi dans le
marché du travail mais il est
également soucieux du traitement
correct des travailleurs.
Il ressort des réponses de la
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
Daarom heb ik u ook schriftelijke vragen gesteld, vorig jaar in
november en dit jaar in april.
Uit uw schriftelijke antwoorden blijkt dat er geen cijfers of statistieken
zijn bij de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten die
toelaten, wat de uitzendkantoren betreft, een specifieke afsplitsing te
maken in het beschikbare cijfermateriaal betreffende de onderzoeken,
de klachten, de vastgestelde inbreuken inzake loon, sociale
voordelen, cao-voordelen en dergelijke.
Mijn hamvraag blijft waarom die beweringen dan elk jaar blijven
terugkomen. Waarop baseert het ABVV zich, als er geen officiële
cijfers en statistieken te vinden zijn? Hebt u kennis genomen van
deze beweringen met betrekking tot misbruiken bij de uitzendarbeid?
Kunt u die met feiten aantonen of met cijfermateriaal kracht bijzetten?
Zo niet, kan het zomaar dat de uitzendsector telkenmale als malafide
en als een niet-correcte werkgever wordt omschreven? Wegen de
feiten die het ABVV aanvoert tegen de uitzendarbeid voldoende door
om een onderzoek uit te voeren of te laten uitvoeren, of bent u van
mening dat dit niet nodig is omdat u tegenbewijzen hebt? Hoe schat u
de werkwijze en het belang van de uitzendsector in als
instroommechanisme voor de werkzoekenden, enerzijds, en als
werkgever, anderzijds? Zult u op lange termijn in de invoering van de
mogelijkheid tot het aanbieden van contracten van onbepaalde duur
aan sommige uitzendkrachten voorzien?
Ik kom tot mijn aanvullende vraag.
Met alle respect voor de inhaalbeweging, maar ik vind wel dat er heel
diverse vragen bij elkaar gevoegd werden. Inhoudelijk komen ze niet
altijd overeen. Uw antwoord zal wellicht ingewikkeld zijn, mevrouw de
minister. Wij gaan over van de omzetting van een nog goed te keuren
Europese richtlijn naar het ABVV en nu ineens naar de uitzendarbeid
bij de overheidsdiensten. Voor mij niet gelaten, wij walsen over de
arbeidsmarkt, maar ik meen dat dit niet de gemakkelijkste manier van
werken is.
Mijn volgende vraag, mevrouw de minister, gaat dus over het
verbreden van de uitzendarbeid tot de overheidsdiensten. In het
regeerakkoord staat dat de regering aan de sociale partners vraagt
om in specifieke bepalingen te voorzien voor interim-arbeid in
overheidsbesturen, in geval van uitzonderlijke en tijdelijke behoeften.
Uit een nieuwe studie van Federgon van augustus 2008, genaamd
uitzendarbeid in de openbare sector, blijkt andermaal de nood aan
een dringend wettelijk kader. Volgens de vigerende wetgeving is
uitzendarbeid in de openbare sector in erg beperkte mate toegelaten,
maar enkel voor de vervanging van contractueel personeel. De positie
van België is uitzonderlijk, in Europees opzicht, wegens de stringente
bepaling inzake uitzendarbeid bij de overheid. Buiten Spanje en
Griekenland verbiedt geen enkele lidstaat in Europa uitzendarbeid.
Zelfs de Europese Commissie doet er zelf een beroep op.
Uit het onderzoek van Federgon is gebleken dat de praktijk een heel
ander beeld laat zien dan de theorie. Het blijkt dat uitzendarbeid wordt
gebruikt op alle bestuursniveaus, in alle regio's, voor alle types
functies, op verschillende niveaus, voor een verschillende duur en in
een uitzonderlijk ruime waaier aan functionele domeinen. Tezelfdertijd
ministre à des questions écrites
que des statistiques permettant de
constater d'éventuelles infractions
ne sont pas disponibles. Pourquoi
entendons-nous
les
mêmes
affirmations chaque année? Sur
quoi la FGTB se fonde-t-elle? Est-
il possible de démontrer les abus
ou, dans la négative, peut-on
admettre que ce secteur soit
constamment accusé de pratiques
malhonnêtes? Que pense la
ministre du rôle du secteur du
travail intérimaire en tant que
levier d'insertion des travailleurs
dans le marché de l'emploi et en
tant qu'employeur? Instaurerez-
vous, à plus long terme, la
possibilité
pour
certains
travailleurs intérimaires de se voir
offrir des contrats à durée
indéterminée?
Une étude récente de Federgon
montre une fois de plus la
nécessité d'un cadre légal pour le
travail intérimaire dans le secteur
public. Aujourd'hui, la loi n'autorise
le travail intérimaire que pour
remplacer
du
personnel
contractuel. Notre législation fait
figure d'exception au sein de
l'Union européenne. Dans la
pratique, il s'avère que le travail
intérimaire est utilisé à tous les
niveaux de pouvoir, dans toutes
les régions, pour toutes sortes de
fonctions et pour des durées
variables dans un large éventail de
domaines fonctionnels.
La façon de recourir au travail
intérimaire diffère peu dans les
secteurs privé et public. Les
autorités font par ailleurs appel à
d'autres
prestataires
professionnels en matière de
ressources humaines.
Les
opposants
au
travail
intérimaire se retranchent souvent
derrière l'argument qu'il vaut
mieux recourir à des travailleurs
contractuels
mais
les
deux
systèmes peuvent aller de pair. Je
n'ai par ailleurs pas trouvé de
preuve directe que les intérimaires
coûtent plus cher que les
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
wordt aangetoond dat de wijze waarop uitzendarbeid wordt ingezet
door de overheidsdiensten een sterke parallel vertoont met de
privésector, namelijk voor het invullen van zowel punctuele,
occasionele als structurele behoeften, maar evenzeer in het kader
van human resources, outsourcingformules, bij herstructureringen,
enzovoort. Bovendien doet de overheid in een belangrijke mate een
beroep op andere professionele dienstverleners inzake human
resources voor werving en selectie, outplacement, opleiding,
enzovoort.
Het traditionele argument van de tegenstanders wordt hier eigenlijk
ontkracht. Zij schermen graag met de aanwerving van contractuelen
als alternatief voor de uitzendkrachten, maar ik meen dat dit geen of-
ofsituatie is. De twee kunnen samengaan. Bovendien wordt beweerd
dat de inschakeling van uitzendkrachten duurder is dan het
engageren van contractuelen. Ik heb daarvan geen directe bewijzen
gevonden. Bovendien meen ik dat de snelle inschakeling van
arbeidskrachten soms gerechtvaardigd is om de overheid toe te laten
efficiënter te werken.
Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de ambtenaren van Financiën. Ik heb
er een aantal als patiënt. Zij verdrinken in stapels belastingaangiftes,
terwijl het perfect mogelijk moet zijn, omdat het een jaarlijks
terugkomende hectische periode is, een aantal mensen daarbij in te
schakelen. Ik denk ook nog aan andere gevallen, zoals de
vreemdelingenproblematiek, klachtendossiers of schadedossiers bij
natuurrampen, enzovoort.
Volgens mij is uitzendarbeid bij de overheidsdiensten geen middel om
de werkgelegenheid van de statutaire ambtenaar te ondergraven. Het
is veeleer een complementaire methode. Ik verwijs daarvoor naar
hetgeen nu gaande is in de privésector.
Mevrouw de minister, ik heb de volgende vragen.
Waarom blijft België in de Europese context een uitzondering met
betrekking tot het toelaten ­ het gebeurt zeer fragmentair ­ van
uitzendarbeid in de overheidssector? Heeft de praktijk in landen waar
uitzendarbeid wel toegelaten is al wantoestanden of disfuncties aan
het licht gebracht? Welke initiatieven hebt u reeds genomen ter
uitvoering van het regeerakkoord inzake de introductie van de
uitzendarbeid in de overheidsdiensten? Zult u er bij de sociale
partners op aandringen om zo snel mogelijk een advies, en eventueel
een voorstel, ter zake te formuleren? Volgens welke modaliteiten en
wanneer wilt u, als minister van Werk, eventueel meer uitzendarbeid
in de overheidssector introduceren?
travailleurs
contractuels.
Ils
permettent
également
aux
pouvoirs publics de fonctionner
plus efficacement.
Je pense par exemple aux
fonctionnaires du département des
Finances qui sont submergés par
leur travail, alors qu'il pourrait être
remédié aux périodes d'activité
intense en faisant appel à des
travailleurs temporaires. Le travail
intérimaire
peut
être
complémentaire.
Pourquoi la Belgique reste-t-elle
l'exception en Europe en matière
de travail intérimaire dans le
secteur public? Les autres pays
seraient-ils confrontés à des
problèmes ou à des situations
intolérables? Quelles initiatives la
ministre envisage-t-elle de prendre
en la matière? Insistera-t-elle
auprès des partenaires sociaux
pour qu'ils rendent un avis ou
formulent une proposition dans les
meilleurs délais? Comment et
quand la ministre du Travail
compte-t-elle augmenter la part du
travail intérimaire dans le secteur
public?
De voorzitter: Mevrouw De Block, u hebt gelijk. Ik heb naar de
verschillende vragen geluisterd.
Ik vind wel dat het over dezelfde problematiek gaat, maar het is wel
een brede problematiek. Ook het antwoord zal natuurlijk ingewikkeld
zijn. Wij zullen proberen om het de volgende keer op een andere
manier te organiseren.
Le président: Il s'agit d'un vaste
problème qui appelle évidemment
une réponse complexe.
10.05 Minister Joëlle Milquet: Wat het voorstel van richtlijn voor
uitzendarbeid betreft, in het algemeen vind ik dat deze richtlijn een
stap in de goede richting is. Voor de eerste keer komt er een platform
van gemeenschappelijke regels voor uitzendarbeid. Dat is positief.
10.05 Joëlle Milquet, ministre:
La proposition de directive en
matière de travail intérimaire est
un pas dans la bonne direction.
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
Tijdens de debatten in de Europese Raad heb ik wel wat
terughoudendheid aan de dag gelegd. De reden daarvoor was mijn
bezorgdheid voor gelijke kansen en een gelijke reglementering. Ik wil
absoluut de uitzonderingen op deze principes beperken en vanaf de
eerste dag tot een zelfde reglementering komen. Tot nu toe was dat
niet het geval. Ik ben er echter van overtuigd dat men in het Europees
Parlement een aantal amendementen zal indienen. Ik ben dus
tamelijk optimistisch voor de oplossing van de laatste problemen
inzake deze beginselen.
Wat de veiligheid en de strijd tegen de ongevallen betreft, zal ik
binnen de drie weken de hele strategie voor een betere veiligheid op
het werk indienen. Het is een plan van meer dan 100 maatregelen,
met natuurlijk een groot hoofdstuk over de ongevallen in de
uitzendarbeidssector.
Wat het ontwerp van koninklijk besluit over de werkpostfiche betreft,
het is grotendeels klaar, maar de sociale partners willen eerst nog
enkele kleine punten bespreken. Die zullen binnenkort worden
behandeld.
Wat de verzwaarde risico's betreft, het ontwerp van koninklijk besluit
heeft op 15 september 2008 een unaniem positief advies gekregen
van het beheerscomité van het Fonds voor Arbeidsongevallen. Dat zal
ook een groot deel van ons plan en onze strategie zijn. Ik zal
binnenkort dat koninklijk besluit aan de Ministerraad voorleggen.
J'ai toutefois fait part de mes
préoccupations
en
matière
d'égalité des chances et d'égalité
sur le plan de la réglementation.
Les dérogations doivent être
limitées et la réglementation
appliquée doit être identique dès le
premier jour. Je suis persuadée
que des amendements déposés
au
Parlement
européen
permettront de régler les derniers
problèmes.
Dans trois semaines, je proposerai
une stratégie globale pour une
meilleure sécurité au travail. Il
s'agit d'un plan comportant plus de
cent mesures et où un chapitre
important est consacré au secteur
du travail intérimaire.
Quelques points précis de l'arrêté
royal concernant la fiche de poste
de travail doivent encore faire
l'objet d'une discussion avec les
partenaires sociaux.
Le projet d'arrêté royal sur les
risques aggravés a reçu le 15
septembre un avis positif du
comité de gestion du Fonds pour
les accidents du travail. Il sera
soumis sous peu au Conseil des
ministres.
La question du quatrième motif est un vieux débat. Il est vrai qu'il a
déjà été introduit quelque part par la loi du 24 juillet 1987 qui prévoit
certains cas d'intérim d'insertion pour les publics fragilisés. Les
discussions sont en cours au CNT et il faut voir dans quelle mesure et
jusqu'où il faut adapter cela. L'objectif est d'intégrer plus de
personnes qui se définissent de manière moins stricte par rapport à la
définition de la loi mais sans sombrer dans une sorte de
déréglementation totale qui aboutirait à devoir passer par un contrat
d'intérim pour obtenir un contrat d'emploi. Cela remettrait en cause
toute la logique du contrat de travail classique. Il faut faire très
attention à cela.
Je fais confiance aux partenaires sociaux pour trouver une solution,
ils sont en discussion. Je pense qu'il y a moyen d'élargir la loi du
24 juillet 1987 mais sans tomber dans des excès démesurés.
Je reconnais que l'intérim est un véritable vecteur d'insertion, surtout
pour des jeunes moins qualifiés, et que les liens qui sont noués
actuellement avec les services de placement régionaux peuvent être
vraiment intéressants. Le tout est de définir des limites acceptables.
Het debat over het vierde
argument is niet nieuw. Het dateert
al van de wet van 24 juli 1987 die
de mogelijkheid van bepaalde
vormen
van
instroomuitzend-
krachten invoert voor moeilijk te
plaatsen werknemers. Die regeling
wordt momenteel in de Nationale
Arbeidsraad besproken en we
zullen zien hoe we ze kunnen
bijsturen. Het is de bedoeling om
meer mensen in de arbeidsmarkt
te
integreren
dan
de
wet
momenteel toelaat, zonder echter
in een volledige deregulering te
vervallen, waarbij men, om een
arbeidsovereenkomst te kunnen
bekomen,
eerst
een
uitzendcontract
zou
moeten
afsluiten. We moeten hier zeer
omzichtig te werk gaan.
Ik heb er alle vertrouwen in dat de
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
sociale partners een oplossing
zullen vinden. Ik denk dat het
mogelijk
is
om
het
toepassingsgebied van de wet van
24 juli 1987 uit te breiden zonder
dat dit tot uitwassen leidt.
Uitzendarbeid vormt een echte
poort tot de arbeidsmarkt, vooral
voor laaggeschoolde jongeren, en
een symbiose met de gewestelijke
diensten voor arbeidsbemiddeling
kan interessante perspectieven
openen. Het komt er nu nog op
aan om aanvaardbare grenzen te
trekken.
Wat de verbreding van de uitzendarbeid tot de overheidssector
aangaat, moet ik u natuurlijk verwijzen naar minister Vervotte, die
bevoegd is voor Ambtenarenzaken. De reglementering inzake
uitzendarbeid is momenteel in de openbare sector slechts in beperkte
mate mogelijk.
Met name gaat het dan om de tijdelijke vervanging van een
werknemer, de tijdelijke vervanging van een werknemer die met
deeltijdse loopbaanonderbreking is, om artistieke prestaties, en zo
voort.
Om de wet op de uitzendarbeid volledig van toepassing te maken,
moeten er nog uitvoeringsbesluiten uitgevaardigd worden op basis
van artikel 44 van die wet. Om dat te doen, moet mijn collega een
onderhandeling met de overheidsvakbonden voeren. Met die
onderhandelingen is zij nu bezig. Ik moet dan ook naar haar
bevoegdheden verwijzen. Er wordt een echt debat gevoerd, dus het is
niet onmogelijk dat we binnenkort een oplossing kunnen vinden.
Wat de vraag over de zogenaamde misbruiken bij uitzendarbeid
aangaat, stel ik vast dat het in de eerste plaats de bedoeling van de
vakbonden was om informatie en praktische tips te geven aan
uitzendkrachten. Mijn arbeidsinspectie toezicht sociale wetten laat mij
weten dat zij geen officiële en algemene klachten van ABVV over
misbruiken bij uitzendarbeid heeft gekregen. Ook de RVA beschikt
niet over informatie over nalatigheden inzake de nakoming van de
sociale verplichtingen ten aanzien van de werknemers in die sector.
Ik kan enkel de cijfers weergeven die de inspectie me meedeelt.
In 2007 werden er 875 dossiers geopend tegen uitzendkantoren.
Daarbij gaat het niet alleen om controle, maar ook om administratieve
dossiers. Er kan geen echte opdeling worden gemaakt in de
statistieken. Inzake materies die mogelijk wijzen op inbreuken in de
lonen en premies, werden er door de inspectie 185 regularisaties en
12 processen-verbaal opgesteld. Het aantal vaststellingen van
inbreuken ligt daarmee zeker niet hoger dan in andere sectoren,
omdat de strenge Gewestelijke reglementering inzake erkenning van
de uitzendbureaus de malafide ondernemingen tegenhoudt.
Ik ben niet verantwoordelijk voor de uitspraken van een vakbond. Het
staat iedereen vrij om zelf te reageren tegen bepaalde uitspraken.
En ce qui concerne l'extension du
travail intérimaire aux pouvoirs
publics, je vous renvoie à Mme
Vervotte.
La
réglementation
relative au travail intérimaire ne
s'applique que dans une mesure
restreinte au secteur public et il
s'agit alors de remplacements
temporaires.
Pour faire en sorte que la loi sur le
travail
intérimaire
soit
complètement
d'application,
il
nous reste à prendre des arrêtés
d'exécution à l'article 44, ce qui est
actuellement
l'objet
de
négociations entre mon collègue
et les syndicats des services
publics. Il n'est pas impossible que
nous trouvions une solution dans
peu de temps.
Le service chargé de l'inspection
du travail, le Contrôle des Lois
sociales, n'a reçu officiellement
aucun grief de portée générale de
la FGTB concernant le travail
intérimaire. Quant à l'Onem, il ne
dispose pas non plus de données
relatives à des négligences.
En 2007, 875 dossiers ont été
ouverts à charge d'agences
d'interim. Parmi eux figurent aussi
des
dossiers
administratifs.
S'agissant
d'infractions
éventuellement
commises
en
matière de salaires et de primes,
185
régularisations
ont
été
effectuées et 12 procès-verbaux
ont été dressés. Le nombre de
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
constatations n'est pas plus élevé
dans ce secteur-là que dans les
autres secteurs. La sévérité de la
réglementation régionale dissuade
les entreprises malhonnêtes.
Je ne suis pas responsable des
déclarations de tel ou tel syndicat.
10.06 Camille Dieu (PS): Madame la ministre, ma crainte réside
dans ce fameux quatrième motif. C'est bien cela qui pose problème
entre les partenaires sociaux. Il y a des discussions au sein du CNT
mais, pour autant que je sache, il y a eu de nouveaux blocages
récemment. Les discussions du mois de juin étaient tout à fait
houleuses, et je crois que ces discussions sont actuellement
suspendues. C'est en tout cas ce que la presse a récemment relaté.
10.06 Camille Dieu (PS): Het
beruchte vierde motief inzake
uitzendarbeid draagt niet de
goedkeuring weg van de sociale
partners en dat baart me zorgen.
Het punt wordt besproken in de
NAR, maar er is ook sprake van
nieuwe
patstellingen.
De
besprekingen in juni liepen niet
van een leien dakje en bij mijn
weten werden ze opgeschort.
10.07 Joëlle Milquet, ministre: Je me demande si cela n'est pas lié,
et toutes les discussions ont été suspendues jusqu'à présent.
10.08 Camille Dieu (PS): Il y avait un blocage sur ce point. Le
problème est que si on considère qu'on étend le public cible, celui de
la loi de 2000 de Mme Onkelinx, à des personnes qui pourraient
s'insérer sur le marché du travail normalement, ou même après une
période d'intérim, et que c'est l'agence d'intérim qui conclut un contrat
à durée indéterminée avec le travailleur, cela ne va pas.
Vous savez, comme moi, qu'on passe d'un motif à un autre, que la
notion de besoin exceptionnel s'étend de plus en plus, tout comme le
remplacement temporaire. Même après des discussions au sein de la
délégation d'entreprise, il y a parfois des accords pour considérer
qu'après tout, c'est un travail comme un autre.
Ma crainte est qu'on arrive à dire qu'on va étendre le public cible et
que l'insertion en emploi durable se fera de la sorte. Ensuite, on ne
sait pas très bien si on aura un CDI avec l'agence d'intérim ou un CDI
avec le véritable employeur. Le patronat souhaite le CDI avec
l'agence d'intérim et les syndicats souhaitent le CDI avec le véritable
employeur. Il faut lever cette ambiguïté, sinon on ne s'en sortira pas.
10.08 Camille Dieu (PS): Het
probleem is dat de doelgroep
wordt uitgebreid tot mensen die
ook kansen hebben op de
reguliere arbeidsmarkt. Er wordt
op dit ogenblik al erg ruim
omgesprongen met het begrip
`uitzonderlijk werk', net als met de
tijdelijke vervanging van een vaste
werknemer. Na besprekingen in
de vakbondsafvaardiging in het
bedrijf raakt men het er soms zelfs
over eens dat uitzendarbeid werk
is als een ander.
Ook is het niet helemaal duidelijk
of de arbeidsovereenkomst van
onbeperkte
duur
met
het
uitzendkantoor wordt gesloten ­
wat
de
voorkeur
van
de
werkgevers geniet ­ dan wel met
de eigenlijke werkgever ­ zoals de
vakbonden
willen.
Die
dubbelzinnigheid moet worden
weggewerkt.
10.09 Florence Reuter (MR): Madame la ministre, je pense
effectivement que le blocage existe et que votre réponse est un
compromis entre les deux. Vous dites qu'on peut élargir parce que...
10.09 Florence Reuter (MR): Er
is wel degelijk sprake van een
patstelling. Uw antwoord berust op
een compromis.
10.10 Camille Dieu (PS): C'était dans le préaccord de l'orange
bleue.
10.10 Camille Dieu (PS): Een en
ander stond al in het voorakkoord
van oranje-blauw.
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
10.11 Joëlle Milquet, ministre: D'abord, il n'y avait pas de préaccord!
Et s'il y en avait eu un, il n'aurait certainement pas porté sur ce point!
10.11 Minister Joëlle Milquet: Er
bestond
helemaal
geen
voorakkoord. En als er een was
geweest, zou het niet hierover zijn
gegaan!
Le président: L'orange bleue n'a jamais existé.
10.12 Florence Reuter (MR): Madame la ministre, vous essayez de
trouver un compromis permettant de s'adapter à la réalité, c'était le
sens de ma question.
Même le patronat l'a reconnu, il a laissé tomber l'idée d'une
libéralisation complète du marché de l'intérim. Mais ce quatrième
motif d'insertion est une chose sur laquelle il faut se pencher et je
pense que le fait de l'élargir est une bonne solution.
Il faut adapter la législation à la réalité et, comme je le disais, de
nombreuses entreprises font déjà appel à des agences d'intérim pour
recruter du personnel. Aujourd'hui, la moitié des intérimaires finissent
par décrocher un emploi fixe. Un assouplissement des règles ne ferait
donc que traduire la réalité.
Je voudrais encore ajouter qu'aujourd'hui, l'intérim représente
100.000 équivalents temps-plein par jour, dont 60% ont moins de
trente ans.
Madame la ministre, vous parliez des jeunes peu qualifiés, ils
pourraient, par cette voie, décrocher un vrai emploi. L'intérim est donc
un acteur très important sur le marché du travail.
10.12 Florence Reuter (MR): U
bent op zoek naar een realistisch
compromis.
De werkgevers hebben de idee
van een volledige liberalisering van
de uitzendmarkt verlaten. Maar we
moeten voortbouwen op de vierde
reden
(inschakeling
op
de
arbeidsmarkt), en mij dunkt dat
een verruiming van die reden een
goede oplossing is.
De wetgeving moet aan de realiteit
worden aangepast, want nu al
doen vele bedrijven een beroep op
uitzendkantoren om personeel in
dienst te nemen. De helft van de
uitzendkrachten krijgt uiteindelijk
een
vaste
baan. Met een
versoepeling van de regels zou de
situatie dus eigenlijk alleen maar
afgestemd worden op de realiteit.
De uitzendsector is goed voor
100.000 voltijdequivalenten per
dag, en 60 procent van die
werkkrachten zijn jonger dan
dertig jaar.
Laaggeschoolde jongeren zouden
langs die weg een volwaardige
baan
kunnen
vinden.
De
uitzendsector is dan ook een zeer
belangrijke
speler
op
de
arbeidsmarkt.
10.13 Meryame Kitir (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de minister, ik ben wel
blij om, na heel lang wachten, te vernemen dat die twee dossiers nu
bijna in de finale fase zitten.
Toch zit ik nog met een vraagje. Wil dat dan zeggen dat het
verzwaard risico tegelijkertijd met de bonusmalus zal ingaan ­ die
twee dingen zijn toch wel zeer complementair met elkaar ­ op
1 januari 2009?
10.13
Meryame
Kitir
(sp.a+Vl.Pro): Le risqué aggravé
entrera-t-il en vigueur au 1
er
janvier 2009, en même temps que
le bonus-malus?
10.14 Minister Joëlle Milquet: Ik weet niet of het ook voor de
bonusmalus geldt. Ik zal dat laten nakijken.
10.14 Joëlle Milquet, ministre:
J'ignore si cela vaut également
pour le bonus-malus.
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
10.15 Maggie De Block (Open Vld): Mevrouw de minister, ik zal de
vraag aan uw collega, mevrouw Vervotte, stellen. In het verleden heb
ik echter ­ de waarheid heeft haar rechten ­ altijd mijn vragen inzake
de wet op de tijdelijke arbeid, die onder de minister van Werk valt,
aan uw voorganger voor Werk, minister Vanvelthoven, gesteld, en
daarvoor nog aan zijn voorgangster, mevrouw Van den Bossche. In
afwachting van mogelijke verschuivingen door de staatshervorming,
denk ik dat u toch nog altijd bevoegd blijft voor die wet. Ik neem wel
aan, als het gaat om de overheidssector, dat dit gebeurt in overleg
met minister Vervotte. Daarom zal ik aan haar ook mijn vraag stellen.
Daar heb ik geen problemen mee. Ik wilde maar even aangeven hoe
het hier historisch gegroeid is.
Inzake het ander deel van uw antwoord, ben ik blij dat u zegt dat het
aantal opgestelde processen-verbaal ­ waarvan we nog niet zeker
zijn of het allemaal echt om inbreuken op de arbeidsreglementering
gaat, want het kan ook gaan om administratieve sancties en
dergelijke, in hoofde van de uitzendkantoren ­ niet hoger ligt dan in
andere sectoren. Dat is een geruststelling.
U zegt dat het de bedoeling was van de vakbond om informatie te
geven aan de uitzendkrachten. Ik heb de artikels daarover gelezen en
de berichtgeving op tv goed gevolgd. Blijkbaar heeft de vakbond een
rare manier van informatie verstrekken. Laat het mij als volgt
uitdrukken. Als ik een patiënt op die manier over zijn
gezondheidstoestand zou inlichten, hem zeggend waarop hij moet
attenderen in de toekomst om geen misbruik van zijn gezondheid te
maken, dan denk ik dat de zelfmoordcijfers in mijn omgeving sterk
zouden stijgen. Er was berichtgeving als zou heel de uitzendsector op
voorhand malafide zijn. U zegt dat u niet verantwoordelijk bent.
Daarvan neem ik akte. Toch wil ik weten of er objectieve cijfers voor
bestaan, omdat dat soort van berichtgeving steeds terugkomt. We
weten allemaal dat het sociaal klimaat hier en daar een
stroomversnelling kent, gelet op de volgende verkiezingen.
Ik vind dat het een beetje onheus is ten opzichte van een sector
waarop wij in deze tijden moeten rekenen. In deze tijden van recessie
denk ik dat we zeker blij zullen zijn dat we de uitzendsector hebben
om aan onze tewerkstelling te kunnen voldoen.
10.15 Maggie De Block (Open
Vld): J'interrogerai la ministre
Vervotte à ce sujet mais, par le
passé, j'ai toujours adressé mes
questions relatives au travail
temporaire au ministre de l'Emploi.
Je suppose que cette loi continue
à ressortir à la compétence du
ministre de l'Emploi, même si en
ce qui concerne le secteur public,
cela se fait évidemment en
concertation avec la ministre
Vervotte.
Cela me rassure que le nombre de
procès-verbaux ne soit pas plus
élevé dans d'autres secteurs.
Les syndicats ont apparemment
une
curieuse
manière
de
communiquer. Selon certaines
informations qui circulaient, le
secteur intérimaire dans son
ensemble se livrerait à des
pratiques douteuses. La ministre
dit ne pas être compétente en la
matière. J'en prends acte. Des
chiffres
objectifs
sont-ils
disponibles? En des temps de
récession, nous pouvons être
heureux
de
l'existence d'un
secteur intérimaire.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Samengevoegde vragen van
- de heer Guy D'haeseleer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"het invoeren van discriminatietesten" (nr. 7337)
- mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"discriminatietesten" (nr. 7415)
- de heer Peter Luykx aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
geplande antidiscriminatiemaatregelen inzake aanwervingen" (nr. 7425)
- mevrouw Zoé Genot aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
antidiscriminatietest" (nr. 8006)
11 Questions jointes de
- M. Guy D'haeseleer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"l'introduction des tests de situation comme outil pour démontrer l'existence de discriminations"
(n° 7337)<br>- Mme Hilde Vautmans à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les tests de situation" (n° 7415)</b>
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
- M. Peter Luykx à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur "les
mesures anti-discriminatoires en matière de recrutements" (n° 7425)<br>- Mme Zoé Genot à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur "le
test antidiscrimination" (n° 8006)</b>
11.01 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, u lanceerde onlangs in de pers opnieuw het
voorstel tot invoering van discriminatietests vanaf 2009, om na te
gaan in welke sectoren bepaalde bevolkingsgroepen worden
gediscrimineerd. U wil het systeem van anonieme sollicitatietests
invoeren, alsook de zogenaamde koppeltests, waarbij twee dezelfde
cv's worden verstuurd en enkel de naam of het geslacht wordt
veranderd. De federale overheid, de Gewesten en het onvermijdelijke
Centrum voor Racismebestrijding zal met u samen daarvoor 500.000
euro uittrekken.
Wij, van het Vlaams Belang, zijn absoluut gekant tegen een dergelijke
politiek, waarbij bedrijfsleiders eigenlijk worden gestigmatiseerd en
gediaboliseerd alsof het allemaal racisten zijn die geen vreemdelingen
willen aanwerven, en waarbij op die manier ook de
sollicitatieprocedure wordt ondermijnd en de contractvrijheid van
bedrijfsleiders serieus wordt aangetast.
Daarstraks hebt u het er al even over gehad naar aanleiding van een
andere vraag. Toch zou ik wel eens willen weten wat de concrete
modaliteiten zijn van die tests.
Ten tweede, werden de sociale partners geconsulteerd in die
gevoelige materie?
Ten derde, misschien nog het belangrijkste, is dit al besproken in de
schoot van de regering? Ik heb niet de indruk dat alle
regeringspartijen dienaangaande echt op één lijn zitten. Misschien is
het niet toevallig dat de VLD-mandatarissen nu het pand verlaten. Als
VLD achter die manier van werken zou staan, dan zou dat toch een
bocht van 180° betekenen.
U hebt ook gesteld dat er momenteel een testfase lopende is waarbij
de Kruispuntbank en het Rijksregister aan elkaar worden gelinkt. Op
basis van welke parameters zal de conclusie getrokken kunnen
worden dat er in een bepaald bedrijf sprake is van discriminatie?
Een vraag die terecht wordt gesteld, ook vanuit het bedrijfsleven, als
reactie op die toch niet echt elegante oplossing, is het probleem van
de nepsollicitanten. Op welke manier wilt u dat aanpakken? Daarover
wordt zedig gezwegen, niettegenstaande dat het ook door de
werkgevers als een groot probleem wordt aangehaald.
Ten zesde, bent u niet van mening dat dergelijke initiatieven eerder
een omgekeerd effect zullen hebben en dat uiteindelijk alleen een
constructieve en sensibiliserende aanpak de nodige resultaten kan
opleveren?
11.01 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): La ministre a répété dans
la presse qu'elle avait l'intention
d'instaurer dès 2009 des tests de
situation
comme
outil
pour
démontrer
l'existence
de
discriminations.
Nous
nous
opposons à cette procédure qui
stigmatise les chefs d'entreprise et
restreint leur liberté contractuelle.
Quelle est exactement la finalité
de ces tests? Qu'en pensent les
partenaires
sociaux?
Une
discussion
leur
a-t-elle
été
consacrée
au
sein
du
gouvernement? Ne risque-t-on pas
de tirer des conclusions hâtives
des corrélations établies entre les
données de la banque-carrefour et
celles du Registre national des
personnes physiques? Quid des
faux candidats à un emploi?
Nous
craignons
que
cette
approche ne produise l'effet
inverse à celui recherché et nous
sommes convaincus que des
campagnes
de
sensibilisation
seraient beaucoup plus efficaces.
Voorzitter: Florence Reuter.
Présidente: Florence Reuter.
11.02 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Madame la présidente, madame la
ministre, au cours de la précédente législature, nous avons pas mal
11.02 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Onder de vorige zittingsperiode
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
travaillé sur la loi anti-discrimination. Pendant un certain temps, nous
n'avons pas eu l'occasion de la compléter parce que l'exécutif
souhaitait attendre l'issue des différentes procédures judiciaires en
cours. Ensuite, il y a eu une nouvelle mouture de la loi anti-
discrimination en 2007 mais on sait que pour que cette loi s'applique
pleinement, il faut d'autres outils. J'aurais donc voulu faire le point
avec vous.
Combien d'arrêtés royaux sont-ils nécessaires pour l'application totale
de cette loi? Quels sont-ils?
Combien d'entre eux ont-ils été adoptés et combien sont-ils encore
attendus?
On a évoqué un test via des CV pour vérifier le traitement non-
discriminatoire. Qu'est-il prévu à ce sujet? Quel sera le suivi?
hebben wij gewerkt aan de
antidiscriminatiewet,
maar
we
hebben
die
niet
kunnen
vervolledigen
aangezien
de
uitvoerende macht wenste te
wachten op de afloop van de
lopende gerechtelijke procedures.
Vervolgens kwam er EEN nieuwe
versie van de wet in 2007, maar
opdat die wet zou worden
toegepast, zijn er andere middelen
nodig.
Welke
koninklijke
besluiten
moeten er worden uitgevaardigd
om die wet toe te passen?
Hoeveel
werden
er
al
goedgekeurd en hoeveel komen er
nog?
Men sprak van een test via cv's
om
de
niet-discriminerende
behandeling na te gaan. Waaraan
mogen
we
ons
ter
zake
verwachten?
11.03 Minister Joëlle Milquet: Mevrouw de voorzitter, ik zal eerst de
vragen van de heer D'haeseleer beantwoorden inzake het opzetten
van tests om te strijden tegen discriminaties.
De discriminatietests maken het mogelijk om op basis van belangrijke
steekproeven discriminatie in kaart te brengen en het bestaan van
discriminatoir gedrag bloot te leggen dat vaak verborgen gaat achter
voorwendsels. Ik zou daaraan graag toevoegen dat het absoluut niet
de bedoeling is om tegen de ondernemingen in te gaan, maar wel om
duidelijk te preciseren welke problemen inzake discriminatie overeind
zijn gebleven. Dat is een soort van positieve hulp om die
gedragsvormen te veranderen. Diabolisering van of een negatief
imago toebrengen aan de ondernemingen, is helemaal niet de
bedoeling.
Die manier van verzameling van bewijzen, bestaat erin de
behandeling van zogenaamde referentiepersonen onderling te
vergelijken met die van personen die onderhevig zouden kunnen zijn
aan discriminatie naar hun reële of veronderstelde herkomst, hun
leeftijd, hun geslacht, hun handicap, of elk ander ongeoorloofde
criterium. Het gaat dus over elke discriminatiefactor, niet enkel de
vreemde herkomst, maar dus ook bijvoorbeeld geslacht of handicap.
Die discriminatietests zouden de methode-Bovenkerk kunnen volgen,
zoals in Frankrijk, of de methode voorgesteld door het internationaal
arbeidsbureau. Het internationaal arbeidsbureau heeft verschillende
ordemaatregelen genomen inzake die discriminatietests. Die
methodes, die onder meer in Frankrijk en Nederland worden
gehanteerd, maken het mogelijk om het onderzoek naar discriminatie
te verfijnen door bijvoorbeeld verschillende variabelen tegelijkertijd te
hanteren. De testmethode die momenteel het meest wordt gebruikt, is
een koppeltest, die erin bestaat twee CV's op te sturen in antwoord op
een of andere vacature. De ene is het CV van een zogenaamde
11.03 Joëlle Milquet, ministre:
Par le biais de sondages, nous
tenterons
d'identifier
et
de
recenser
les
comportements
discriminatoires. Cette démarche
ne vise pas les entreprises mais a
pour but de les aider à modifier
leur comportement.
Nous
souhaitons
vérifier
l'existence éventuelle de pratiques
discriminatoires
dans
les
entreprises sur la base de l'origine,
du sexe, de l'âge ou d'un
handicap. Le Bureau international
du travail propose un certain
nombre de méthodes d'enquête
très pointues dans ce domaine,
méthodes qui ont également fait
leurs preuves dans d'autres pays.
Le test doublé consistant à
envoyer
deux
C.V.
est
actuellement le plus utilisé.
Un groupe de travail, composé
notamment
du
Centre
pour
l'égalité des chances, a été mis
sur pied en vue d'examiner la
question. Ce groupe effectuera
une étude préalable et ensuite,
une organisation externe élaborera
un prétest et définira des thèmes
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
referentiekandidaat,
terwijl
de
andere
sociaaldemografische
kenmerken vertoont die aanleiding zouden kunnen geven tot
discriminatie. Daarna worden de succesratia gemeten op basis van
een uitnodiging van een van beiden voor een onderhoud.
Inzake de timing werd op initiatief van het Centrum voor gelijkheid van
kansen en voor racismebestrijding een werkgroep met de
vertegenwoordigers van de gefedereerde entiteit, met federale
vertegenwoordigers en met vertegenwoordigers van het Centrum voor
gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding en van het Instituut
voor de gelijkheid van vrouwen en mannen opgericht.
De werkgroep is belast met het voeren van een enquête met het oog
op het opzetten van discriminatietests. In oktober 2008 zal een
onderzoeksorganisatie via een openbare aanbesteding worden
aangesteld om een pretest uit te werken die het mogelijk moet maken
de prioritaire thema's en sectoren van de definitieve analyse te
bepalen. Bedoelde analyse wordt geacht van start te gaan na de
pretest; dat wil zeggen in 2009.
Ik ben echter ook van plan het advies van de sociale partners ter zake
in te winnen.
et des secteurs. Je recueillerai
également l'avis des partenaires
sociaux. Toute la procédure
devrait pouvoir débuter en 2009.
Des arrêtés doivent permettre d'exécuter cette loi très compliquée,
multiple puisque comprenant trois lois sur la discrimination. J'ai parlé
tout à l'heure d'un arrêté royal permettant de définir les exceptions à
la non-discrimination eu égard au sexe en ce qui concerne les biens
et les services. Une étude a été commandée à l'Université d'Anvers.
Elle doit nous parvenir dans quelques semaines et nous permettra de
rédiger cet arrêté et de le déposer.
Au-delà de tous les arrêtés qui sont quasiment prêts et qui
permettront de mettre en oeuvre le "gender mainstreaming"
(organisation des structures, etc.), toute une série de mesures sont
examinées avec le Centre pour l'égalité des chances; elles
permettront de lutter contre les discriminations, eu égard au handicap,
au sexe, à l'âge et aussi à l'origine étrangère. Je pense notamment au
"monitoring" qui sera prêt dans le mois à venir puisque nous
disposons du budget. Nous croisons les données avec les Régions,
suivant l'accord de coopération établi avec elles, ce qui permettra à
chacune d'en bénéficier et, pour chacun des secteurs, d'établir
géographiquement parlant ces discriminations.
Un autre débat important, qui n'a pas été évoqué ici, c'est la manière
dont nous allons tenter de sortir de la discrimination relative à l'âge au
sein des conventions collectives. Vous le savez, à partir du
1
er
janvier 2009, ce type de discrimination ne pourra plus y apparaître,
ce qui n'est pas le cas pour le moment.
Deux secteurs ont fait des propositions. Pour le moment, je m'entoure
de toutes les précautions pour m'assurer que les propositions mises
sur la table, qui remplacent notamment le critère de l'âge par un
critère d'expérience de vie ­ dont la définition est encore sujette à
caution -, ne mettent pas à mal l'objectif de la directive. Je m'entoure
donc de conseils juridiques et, le cas échéant, je demanderai un avis
au Conseil d'État et à la commission.
Nous devons nous assurer en effet qu'in fine, lorsque ces conventions
Die multipele wet - want het gaat
uiteindelijk
om
drie
antidiscriminatiewetten - moet bij
besluiten worden uitgevoerd. Ik
heb al gesproken over een
koninklijk besluit tot vaststelling
van de uitzonderingen op het
principe van non-discriminatie op
grond van het geslacht op het stuk
van goederen en diensten. We
hebben de Universiteit Antwerpen
gevraagd een studie te maken; op
grond van de resultaten van die
studie, die we over enkele weken
zouden moeten krijgen, zullen we
dat besluit kunnen opstellen.
Naast een aantal besluiten die
nagenoeg klaar zijn voor de
tenuitvoerlegging van de "gender
mainstreaming" (organisatie van
de voorzieningen, enz.), buigen we
ons samen met het Centrum voor
gelijkheid van kansen en voor
racismebestrijding over een reeks
maatregelen ter bestrijding van
discriminatie
op
grond
van
handicap,
sekse,
leeftijd
en
vreemde origine. Volgende maand
zullen we over de resultaten van
een
monitoring
kunnen
beschikken. We zullen onze
gegevens vergelijken met die van
de Gewesten, overeenkomstig het
met
de
Gewesten
gesloten
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
collectives seront apparemment en phase avec la directive, nous ne
nous retrouvions pas avec un problème au niveau européen. C'est un
sujet des plus délicats: au niveau des rémunérations, modifier le
critère de l'âge ne tombe pas sous le sens et les alternatives ne sont
pas toujours si simples. Mais le travail avance bien.
samenwerkingsakkoord, opdat elk
Gewest er gebruik van kan maken
en de discriminatie per sector in
kaart kan brengen.
Een ander belangrijk debat betreft
de manier waarop een einde
gemaakt
kan
worden
aan
leeftijdsdiscriminatie in collectieve
arbeidsovereenkomsten. Vanaf 1
januari
2009
zal
dit
soort
discriminatie niet meer mogen
spelen in de cao's. Nu kan dat nog
wel. Er zijn twee sectoren die
voorstellen gedaan hebben. Ik ga
nu na of die voorstellen wel sporen
met de doelstelling van de richtlijn.
Ik win het nodige juridische advies
in en zal
het dossier in
voorkomend geval om advies
voorleggen aan de Raad van State
en aan de commissie.
Wij
moeten
ons
ervan
vergewissen dat we niet met een
probleem zitten op Europees
niveau, wanneer die collectieve
arbeidsovereenkomsten
in
overstemming zullen zijn met de
richtlijn. Het is een heikel
onderwerp: het ligt niet echt voor
de
hand
om
aan
het
leeftijdscriterium
voor
de
bezoldiging te morrelen, en de
alternatieven
zijn
niet
altijd
eenvoudig. Maar het werk vordert.
11.04 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, u beweert dat u niet wil diaboliseren en dat de
actie niet tegen de bedrijven is gericht. Door de gebruikte methode,
met name de koppeltest, ondergraaft u echter de sollicitatieprocedure.
In de feiten doet u dus wel wat uiteindelijk niet de bedoeling is. U
creëert een soort van Big Brother die achter de veren van de
bedrijfsleiders moet zitten.
Ik heb ook vernomen dat u klaar bent met een aanbesteding om
in 2009 een soort pretest te bestellen. Een van mijn vragen was of
binnen de regering over de pretest was gesproken. Indien ik het goed
voorheb, is de Vld absoluut geen voorstander van de pretest.
Misschien kan u enige duidelijkheid verschaffen over de vraag of de
Vld intussen haar bocht heeft gemaakt dan wel of u op dat vlak
eigengereid zal optreden. Ik heb immers ook begrepen dat er nog
geen advies van de sociale partners was.
U antwoordde ook dat de tests niet alleen over allochtonen gaan.
Echter, wanneer u een koppeltest creëert om de voor- of familienaam
te veranderen, kunnen er geen andere bedoelingen achter de test
11.04 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): La ministre dit ne pas
vouloir "diaboliser" les entreprises,
mais son test "combiné" sape la
procédure
de
candidature
habituelle. Ici non plus, il ne s'agit
prétendument pas de l'origine,
mais ce test porte tout de même
sur la disposition à recruter des
allochtones?
La ministre parle déjà de "pré-test"
alors qu'au sein du gouvernement,
l'Open
Vld
s'y
opposerait
farouchement. À moins que les
libéraux se soient montrés plus
conciliants, entre-temps?
Les patrons veulent recruter les
meilleurs candidats et, pour ce
faire,
ils
s'intéressent
aux
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
zitten dan juist te proberen detecteren of er discriminatie van de
allochtonen is.
De tests zijn in ieder geval niet de goede methode. Ik ben ervan
overtuigd dat het overgrote deel van de bedrijfsleiders van mening is
dat zij, los van huidskleur of familienaam, de beste krachten moeten
aanwerven. Zij passen dat ook in de praktijk toe. Het gaat om
krachten waarvan zij denken dat zij het bedrijf kunnen vooruithelpen
en in hun bedrijfscultuur passen.
De contractvrijheid waarvan sprake, die toch eigen is aan het nemen
van een persoonlijk initiatief, moet zoveel mogelijk gewaarborgd
blijven.
Wat mij stoort in het debat over de koppeltests, waarbij voor- en
achternaam worden verwijderd, is de eenzijdige benadering. Ik hoor
immers nooit iets over de eigenlijke, grote reden waarom de
werkgelegenheidsgraad zo laag is, bijvoorbeeld het gebrek aan
talenkennis, het gebrek aan discipline en arbeidsattitude of soms zelfs
een totale desinteresse om aan de slag te gaan.
Beide zaken worden steeds gescheiden gehouden. Ik ben ervan
overtuigd dat op dat vlak nog een hele weg dient te worden afgelegd.
Wat mij ook stoort, is dat u nu de bedrijven achter de veren wil zitten.
Daarop komt het immers neer. U wil dat ­ terecht ­ ook op het vlak
van de gehandicapten doen. Voor hen moeten immers nog vele
inspanningen worden gedaan. Het zou echter goed zijn, mocht de
overheid eerst en vooral zelf haar eigen normen, die zij zelf heeft
opgelegd, respecteren.
Mevrouw de minister, op dat vlak is het immers ook binnen de
administratie ­ u zal mij waarschijnlijk gelijk geven ­ huilen met de pet
op. Ik hoop dat u binnen uw administratie, zeker voor de
tewerkstelling van de gehandicapten, een tandje zal bijsteken. De
voorbije jaren boeken wij op dat vlak immers geen spectaculaire
vorderingen.
compétences
et
non
au
patronyme.
Cette
liberté
de
contracter doit être préservée. Le
faible taux d'emploi dans certains
groupes s'explique peut-être par le
peu
de
connaissances
linguistiques ou d'intérêt?
L'administration sermonne les
entreprises, mais elle ne respecte
pas ses propres normes. En effet,
trop
peu
de
personnes
handicapées sont employées dans
l'administration. Il est urgent que la
ministre balaye devant sa porte.
11.05 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, madame la
ministre, toutes les études et les rencontres sur le terrain le prouvent:
les discriminations sont encore légion et les travailleurs sont en
premier lieu victimes de discriminations basées sur l'âge. Ensuite
viennent le handicap, l'origine, puis le sexe. Les dernières études y
ajoutent l'orientation sexuelle.
Madame la ministre, je suis heureuse de voir qu'on essaie d'avancer
dans ces matières, d'objectiver, de se doter d'outils qui permettront
d'appliquer ces lois anti-discrimination que le parlement a soutenues.
Nous allons suivre avec attention la mise en application de ce
calendrier. Ces lois resteront en effet des coquilles vides si on ne se
dote pas d'outils pour les faire vivre.
11.05 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Uit alle studies en gesprekken met
de betrokken actoren blijkt dat
discriminatie vaak voorkomt en dat
de werknemers in de eerste plaats
gediscrimineerd worden op grond
van hun leeftijd, en vervolgens
wegens een handicap, hun origine
en hun geslacht. Volgens de
meest recente studies komt daar
ook nog de seksuele geaardheid
bij.
Ik ben blij dat men vooruitgang
boekt in die kwestie, dat men
objectiveert, dat men instrumenten
ontwikkelt die het mogelijk maken
de
door
het
parlement
ondersteunde
antidiscriminatie-
wetten toe te passen, want als er
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
niet wordt opgetreden zullen zij
een dode letter blijven.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 7385 de M. Vanvelthoven est reportée. Mme De Maght n'est pas là pour
poser sa question n° 7397.
12 Samengevoegde vragen van
- de heer Hans Bonte aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
blijvende onzekerheid bij de PWA-besturen en hun werknemers" (nr. 7406)
- de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de wijze van terugvordering van lonen van PWA-beambten en omkaderingspersoneel van de afdeling
Dienstencheques" (nr. 7419)
- de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de toekomst van de Plaatselijke Werkgelegenheidsagentschappen (PWA's)" (nr. 7668)
12 Questions jointes de
- M. Hans Bonte à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"l'incertitude persistante auprès des administrations ALE et de leurs travailleurs" (n° 7406)<br>- M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "le mode de récupération des traitements des agents des ALE et du personnel d'encadrement de
la section Titres-Services" (n° 7419)<br>- M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'avenir des Agences Locales pour l'Emploi (ALE)" (n° 7668)</b>
12.01 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, mijn vraag dateert al van vóór de begrotingsbeslissingen
waarover wij vorige week discussieerden. Ik wil ze niettemin
hernemen.
Ze gaat over de effecten en de onzekerheden die voorvloeien uit de
besparingsmaatregelen die in de lopende begroting 2008 zijn vervat
en die op het PWA betrekking hadden.
Collega's, alles gaat snel en dus herinner ik eraan dat de beslissing
werd genomen om de min-50'ers uit het PWA-stelsel te halen,
tenminste de min-50'ers die zich op het vlak van huishoudelijke arbeid
actief tonen. Ook werd voor 2008 een besparingsbedrag van
15 miljoen euro aan uitkeringen en 2,5 miljoen euro aan
omkaderingskosten op het budget voor de PWA's gekleefd.
Het is precies over de omkaderingskosten dat ik het wil hebben.
Tijdens vorige besprekingen, met name tijdens de commissie van
9 april 2008, kondigde u aan dat de eerste maatregel, namelijk de
min-50'ers uit het PWA-stelsel halen, u nooit zou lukken. U zei ook
dat de maatregel nooit 15 miljoen euro besparingen zou opleveren. U
zou elders wel besparingen voor een bedrag van 15 miljoen euro
zoeken en vinden.
Mevrouw de minister, de besparing van 2,5 miljoen euro aan
omkaderingskosten zorgt er in de praktijk voor ­ het zou mij
verbazen, mocht u daaromtrent ook geen signalen krijgen ­ dat heel
wat zaken in een aantal PWA's stroef beginnen te lopen. Mensen die
vertrekken, worden niet vervangen; er is onduidelijkheid over de
taakinhoud van de PWA-beambten en over de vraag of zij na hun
vertrek zullen worden vervangen.
12.01 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro):
Le budget 2008 prévoit des
économies au niveau des ALE.
Les moins de cinquante ans actifs
dans le travail domestique sont
exclus
du
système.
Les
économies
sont
réalisées à
concurrence de 15 millions d'euros
dans les allocations et de 2,5
millions
dans
les
frais
d'encadrement.
La ministre pensait que la
première mesure ne pourrait pas
être mise en oeuvre et qu'il faudrait
chercher ailleurs les 15 millions
d'euros.
Les économies au niveau des frais
d'encadrement
posent
des
problèmes
de
fonctionnement
dans de nombreuses ALE.
La ministre estime-t-elle toujours
que
les
économies
seront
réalisées? Qu'en est-il du plan
d'action de l'ONEm? Comment
évolue le nombre d'agents ALE? Y
a-t-il un arrêt des recrutements?
Y'a-t-il une réduction au niveau du
cadre?
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
Daarom heb ik een reeks vragen. Ik heb het in dat verband over de
begroting 2008.
Bent u nog altijd van mening dat u voornoemde 15 miljoen euro en
2,5 miljoen euro besparingen zal realiseren?
Hoever staat het met het aangekondigde actieplan van de RVA ter
zake?
Mevrouw de minister, hoe ziet de evolutie van het aantal PWA-
beambten eruit? Is er een wervingsstop? Is er intussen een
vermindering van het kader?
Misschien is er tijdens de begrotingsbesprekingen 2009 een antwoord
op mijn vierde vraag gekomen. Hoe zit het namelijk met het nieuwe
takenpakket van de PWA-beambten? Hoe zit het met het idee om de
min-50'ers toch uit het PWA-stelsel te halen?
Qu'en
est-il
des
nouvelles
missions des agents ALE? Qu'en
est-il du plan visant à exclure les
moins de cinquante ans du
régime?
12.02 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, mijn vraag sluit bij de vraag van de heer Bonte aan.
In de beleidsbrief bij de begroting 2008 werd aangekondigd dat de
minvijftigjarigen uit het PWA-stelsel zouden worden gehaald.
Er heerst onduidelijkheid over het tijdspad dat dienaangaande zou
moeten worden gevolgd. Bij mijn weten werd in het beheerscomité
tussen de sociale partners geen overeenstemming over de afbouw
van het PWA-stelsel gevonden.
Wat is bijgevolg uw visie op de toekomst van de PWA's? Welke
acties werden inmiddels ondernomen om de PWA's voor
tewerkstelling in huishoudelijke hulp af te bouwen?
Ook de heer Bonte haalde het punt aan: hoe ziet u de toekomst voor
de
groep
PWA-werknemers
waarvoor het
systeem
van
thuishulpactiviteiten wordt afgesloten? Dat is een kwetsbare groep.
Wij hebben het tijdens vorige commissievergaderingen al over hen
gehad.
Na hun uitsluiting is hun probleem van tewerkstelling en begeleiding
nog niet opgelost. Moeten er dus geen initiatieven worden genomen
om de betrokkenen opnieuw aan andere vormen van tewerkstelling te
helpen?
Mijn tweede punt hangt samen met het vorige punt, maar handelt
veeleer over de concrete werking van de PWA's zelf.
Er leeft nogal wat onvrede bij de lokale PWA's over de terugvordering
van de lonen van de PWA-beambten door de RVA. Het gaat eigenlijk
om RVA-personeel dat ter beschikking wordt gesteld. Hun loon wordt
gedeeltelijk
teruggevorderd,
zeker
indien
dat
loon
met
dienstencheques wordt gecombineerd. Er wordt dezelfde weging aan
de PWA-cheques als aan de dienstencheques gegeven, terwijl het
werk van een PWA-beambte van een andere soort is. PWA-
beambten moeten immers ook uitleg, begeleiding en vorming geven
en cursussen organiseren.
12.02
Stefaan
Vercamer
(CD&V): La note politique relative
au budget 2008 annonçait que les
personnes de moins de cinquante
ans seraient retirées du régime
ALE. La confusion règne en ce qui
concerne le calendrier.
Quelle est la vision de la ministre
sur l'avenir des ALE? Quelles
actions
ont-elles
déjà
été
entreprises
pour
mettre
progressivement un terme aux
ALE pour les emplois relatifs à
l'aide ménagère? Quel est l'avenir
de cette catégorie vulnérable de
travailleurs? Une autre forme
d'emploi sera-t-elle instaurée?
Les ALE locales ne sont pas
satisfaites de la récupération des
salaires des agents ALE par
l'ONEM. Il s'agit en fait des agents
ONEM qui y travaillent. Leur
salaire est récupéré en partie,
surtout si le régime ALE est
combiné avec des titres-services.
L'inquiétude règne également en
ce qui concerne l'avenir de
l'emploi des agents ALE. En cas
de maladie ou de départ à la
retraite, ils ne sont en effet pas
remplacés.
Lorsque les travailleurs ALE
s'adressent
à
des
agences
d'intérim
et
des
entreprises
privées, ils sont licenciés ou
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
De tweede klacht die ons wordt gesignaleerd, is dat er enige onrust
over de toekomst van de job van de PWA-beambten bestaat. De
vaststelling is immers dat bij ziekte of pensionering vele PWA-
beambten niet meer worden vervangen. Vanuit de RVA sijpelt niet
overal alle info nog door. Dat geldt zelfs voor sommige documenten.
De derde klacht die ik opvang, is de vaststelling dat, wanneer PWA-
werknemers
naar
interimkantoren
en
privéondernemingen
doorstromen en de premies en tegemoetkomingen van de overheid
zijn uitgeput, de betrokken werknemers gewoon worden ontslagen en
terug naar af worden gestuurd.
Ten eerste, nu is het contraproductief voor de PWA's om mensen in
het dienstenchequesysteem op te nemen, omdat zij bij de verrekening
slechter af zijn.
Bent u niet van oordeel dat aan voornoemde situatie iets moet
wijzigen?
Ten tweede, inzake de concrete berekening wordt nu de wijziging in
de berekening van terugvordering bij aanneming van het
omkaderingspersoneel voor dienstencheques niet vanaf de maand
van wijziging toegepast. Dat zou nochtans beter zijn. Ik zou graag uw
mening dienaangaande willen weten.
Is het inzake de onrust bij de lokale PWA's over de niet-vervanging en
het niet langer verstrekken van informatie door de RVA aan de PWA's
niet mogelijk initiatieven ten opzichte van de RVA te nemen om het
probleem op te lossen?
Mijn laatste vraag is veeleer een politieke vraag over uw beleid. Hoe
staat u tegenover het feit dat werknemers die doorstromen, na
uitputting van de premies en tegemoetkomingen terug naar af worden
gestuurd? Moeten geen initiatieven worden genomen om dergelijke
praktijken, met name dat werkgevers enkel de premies en
tegemoetkomingen gebruiken en de tewerkstelling na uitputting ervan
opnieuw tenietdoen, tegen te gaan?
remerciés si les primes et les
interventions des autorités sont
épuisées.
À l'heure actuelle, il est contre-
productif pour les ALE d'engager
du personnel dans le cadre des
titres-services. Ne convient-il pas
de remédier à cette situation?
La modification du calcul du mode
de récupération dans le cadre de
l'engagement
du
personnel
d'encadrement de la section titres-
services n'est pas appliquée à
partir du mois de modification.
Qu'en pense la ministre?
Ne
pourrait-on
prendre
des
initiatives
pour
apaiser
les
inquiétudes dans les ALE?
La ministre peut-elle prendre une
initiative pour éviter que des
travailleurs qui ont emprunté la
passerelle, soient renvoyés à la
case "départ" lorsque les primes
sont épuisées?
12.03 Minister Joëlle Milquet: Mevrouw de voorzitter, zoals u weet,
werd tijdens het begrotingsconclaaf 2008 beslist om de huishoudelijke
taken voor PWA-werknemers die jonger dan 50 jaar zijn en niet
gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn, af te schaffen.
Voornoemde maatregel moest voor een besparing van 15 miljoen
euro op het gebied van werkloosheidsuitkeringen en van 2,5 miljoen
euro op het gebied van omkaderingskosten zorgen.
Conform de beslissingen van het conclaaf hebben wij een ontwerp
van koninklijk besluit voorgesteld dat de beslissing van de
Ministerraad van 25 april 2008 concretiseert. Vervolgens hebben wij
het advies van het Beheerscomité van de RVA en van de Raad van
State gevraagd.
Zoals u alludeert, hadden wij het Beheerscomité van de RVA
eveneens gevraagd om ons een actieplan, dat op de tijdelijke
begeleidingsmaatregelen voor de beoogde werknemers zou steunen,
voor te stellen. Het Beheerscomité van de RVA heeft zich echter nog
niet over het actieplan uitgesproken.
12.03 Joëlle Milquet, ministre:
Lors du conclave budgétaire 2008,
il a été décidé de supprimer les
tâches domestiques pour les
travailleurs ALE âgés de moins de
50 ans et qui ne sont pas en
incapacité de travail partielle.
Cette mesure représentait une
économie de 15 millions d'euros
en allocations de chômage et de
2,5
millions
en
frais
d'encadrement.
Nous avons matérialisé la décision
du Conseil des ministres du 25
avril par un projet d'arrêté royal qui
a été soumis pour avis au comité
de gestion de l'ONEm et au
Conseil d'État. Nous avons aussi
demandé au comité de gestion de
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
De Raad van State heeft dan weer een negatief advies over het
ontwerp van koninklijk besluit gegeven. Het advies van de Raad van
State luidt dat een dergelijke maatregel niet in het kader van een
koninklijk besluit mag worden getroffen, wat nochtans het standpunt
van de administratie was. Er moet vooraf een wettelijke bepaling
worden genomen.
Gezien het negatieve advies van de raad van State zullen wij
bedoelde, wettelijke bepaling opnemen in de programmawet die op
het begrotingsconclaaf 2009 volgt. Bedoelde maatregelen werden
tijdens voornoemd conclaaf nog gesteund. Daarna zullen wij het
koninklijk besluit goedkeuren.
De genoemde maatregelen zullen in elk geval nooit meteen worden
toegepast. Wij zijn immers van mening dat begeleiding en opleiding
van de PWA-werknemers nodig zijn om hen bij hun re-integratie in de
klassieke arbeidsmarkt te helpen.
De maatregel zal vanaf 1 juli 2009 van kracht worden.
Wat de impact op de begroting van 2008 betreft, werden de
2,5 miljoen euro besparingen op de omkaderingskosten ingeschreven
op de begroting van de RVA in 2008. De besparing werd dus begroot
en gerealiseerd. Ook de besparing van 15 miljoen euro op de
werkloosheidsuitkeringen werd gehaald.
Als wij naar de cijfers kijken, kunnen wij opmerken dat het aantal
werknemers in juli 2007 24.000 bedroeg en in juli 2008 20.000. Dit is
een vermindering met meer dan 4.000 werknemers in plaats van de
2.000 die in het conclaaf van 2008 werden gepland.
Inzake uw vraag over de evolutie van de PWA-beambten kan ik
zeggen dat wij einde 2006 252 statutaire beambten telden en
731 contractuelen. Eind augustus 2008 waren er 244 statutairen en
650 contractuelen. Ik heb hierover tabellen die ik u kan laten bezorgen
als u dit wilt.
Op de vraag inzake de human resources van de RVA herinner ik
eraan dat de daling van het aantal PWA-beambten natuurlijk is
geëvalueerd en dit is te wijten aan vertrekken en pensioenen. Ik kan u
ook deze cijfers geven.
Wat de andere activiteiten van de PWA-werknemers betreft, is er
geen enkele evolutie gepland. Wat de activiteiten voor thuishulp van
huishoudelijke aard betreft, wil ik eraan herinneren dat wij hebben
beslist om deze af te schaffen, maar dan alleen voor mensen van
minder dan 50 jaar. Er bestaat immers een completer
dienstenchequesysteem dat de werknemer bovendien een echte
arbeidsovereenkomst aanbiedt. Indien dit systeem er niet was
geweest, hadden wij nooit een dergelijke beslissing genomen.
Bovendien werd deze beslissing op een geleidelijke manier genomen
zodat PWA-werknemers vanaf 2004 geen activiteit voor thuishulp van
huishoudelijke aard meer mogen uitvoeren via het PWA-systeem.
Momenteel zijn er ongeveer 20.000 PWA-werknemers, waarvan er
meer dan 75 niet worden getroffen door de maatregel waarvan ik net
sprak.
l'ONEm d'élaborer un plan d'action
comportant
des
mesures
d'accompagnement. Ce plan n'a
pas encore été rédigé.
Le Conseil d'État a formulé un avis
négatif à propos du projet d'arrêté
royal, considérant qu'il convient de
prendre d'abord une initiative
législative. Ce sera fait dans la loi-
programme après le conclave
budgétaire 2009.
Cette mesure entrera en vigueur
au
1
er
juillet
2009.
L'accompagnement et la formation
des
travailleurs
ALE
sont
nécessaires pour permettre leur
réintégration
sur
le
marché
classique de l'emploi.
Les économies sur les frais
d'encadrement ont été inscrites au
budget 2008. Elles ont été
réalisées, tout comme l'économie
de 15 millions d'euros.
On comptait 24.000 travailleurs en
juillet 2007 et ils étaient 20.000 un
an plus tard.
On comptait 252 agents ALE
statutaires et 731 agents ALE
contractuels fin 2006. Leur nombre
s'élevait respectivement à 244 et
650 fin août 2008. La baisse
résulte de départs et de mises à la
retraite.
Le système des titres-services
offre un véritable contrat de travail
aux travailleurs. Sans ce système,
nous n'aurions jamais été en
mesure de réduire l'emploi en
tâches ménagères au sein des
ALE. Cette réduction est d'ailleurs
effectuée progressivement et ne
touche qu'un nombre limité de
travailleurs. Les autres activités se
poursuivent.
Le passage des travailleurs ALE
au système des titres-services
peut générer une légère perte de
revenus pour les ALE.
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
De PWA-werknemers zullen normaal kunnen doorgaan met alle
andere activiteiten, alsook met de activiteiten van huishoudelijke aard
bij verenigingen, scholen, enzovoort.
Er is misschien een klein verlies aan inkomen voor de PWA als
PWA'ers doorstromen naar de dienstencheque. De sui-
generisafdeling Dienstencheque maakt ook inkomsten door zijn
activiteiten. Bovendien krijgen de PWA'ers er een volledige en betere
structuur.
12.04 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro): Ik wil de minister danken voor haar
antwoord.
Ik ben uiteraard geïnteresseerd in de cijfers en de tabellen waarnaar u
verwijst. Ik vermoed dat dit zal worden geïntegreerd in het antwoord,
zodat de collega's dit kunnen nagaan.
Mevrouw de minister, u bent er blijkbaar achter gekomen dat u met
uw KB niet ver geraakt zonder een wettelijke basis. Wij konden dit in
het voorjaar al vermoeden. Als ik het allemaal goed heb begrepen,
keert u terug naar de initiële beslissing. Het resultaat van het conclaaf
is blijkbaar dat een beslissing van de vorige regering werd bevestigd.
In april heeft u zich nochtans afgezet tegen deze beslissing. De -50-
plussers, die niet gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn, zullen niet meer
worden toegelaten op de markt van de huishoudelijke activiteiten bij
gezinnen.
Dat is wat ik...
12.04 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro):
Les
chiffres
m'intéressent
évidemment.
Sans base légale, la ministre n'ira
pas très loin avec son arrêté royal.
Nous l'avions déjà pressenti au
printemps.
Apparemment, le conclave a déjà
entériné
la
décision
du
gouvernement précédent. Les
moins de cinquante ans ne seront
plus autorisés à offrir leurs
services sur le marché des travaux
ménagers.
12.05 Minister Joëlle Milquet: Vanaf juli van volgend jaar. Er komt
een overgangsperiode met begeleidende maatregelen en er zal aan
de mensen ook informatie worden verstrekt.
12.05 Joëlle Milquet, ministre: À
compter de juillet 2009. Une
période transitoire sera prévue.
12.06 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro): Dit was mijn laatste puntje in de
repliek. Ik ben het er absoluut mee eens dat er inspanningen moeten
gebeuren, los van de besparingsmaatregelen, om te vermijden dat
mensen gebetonneerd raken in het PWA-stelsel. De vraag die ik ter
zake heb, is wie wat opnieuw zal doen. Blijven wij in de huidige
schimmigheid zitten? Zullen de facilitatoren van de RVA mee
moeten? Zijn het de PWA-beambten vanuit het federale niveau?
Is het vanuit het Vlaamse of het lokale niveau? Mij is het eigenlijk
allemaal om het even maar ik merk vandaag dat ten gevolge van de
onduidelijkheden het hier en daar niet gebeurt dat PWA'ers worden
gestimuleerd, begeleid en opgeleid. Ook daar zit men in het moeilijke
debat van de bevoegdheidsverdeling. Ik hoop dat het resultaat is dat
elke langdurige werkloze in het PWA-systeem kan rekenen op steun,
begeleiding, opleiding en stimulans. Dat is precies wat in veel PWA's
als een probleem wordt ervaren, namelijk dat het voor een stuk een
valkuil is voor mensen in de structurele werkloosheid.
12.06 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro):
J'adhère à l'idée qu'il importe
d'éviter
que
les
travailleurs
s'enlisent dans le système des
ALE. La question est de savoir
quels
travailleurs
effectueront
quels types de prestations.
Étant donné que la confusion
règne, les travailleurs ALE ne sont
pas
toujours
stimulés,
accompagnés ou formés. Le débat
difficile de la répartition des
compétences se pose une fois
encore. Les ALE ne doivent pas
devenir un piège pour les
chômeurs structurels.
12.07 Stefaan Vercamer (CD&V): Ik blijf een beetje op mijn honger
zitten. Hoe zal men in de toekomst omgaan met die PWA-
werknemers? Het is niet omdat men ze uitsluit of niet meer toelaat dat
die mensen geen nood hebben aan een begeleiding naar werk. Dit is
een heel specifieke doelgroep. Hoe zal men daar in de toekomst mee
omgaan? Blijkbaar heeft dit te maken met het debat inzake
12.07
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Comment les travailleurs
ALE seront-ils pris en charge à
l'avenir?
Il
est
nécessaire
d'accompagner ces personnes
vers l'emploi. Un lien doit-il être
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
staatshervorming. Ik hoor van u niet meteen welke richting dit zal
uitgaan.
Ik hoor ook geen antwoord op mijn vragen betreffende berekening
van de lonen van de PWA-beambten. Misschien hebt u dat
overgeslagen?
établi avec la réforme de l'État?
Je n'ai pas obtenu de réponse à
ma question relative au calcul des
salaires des agents ALE.
12.08 Minister Joëlle Milquet: Dat is een technisch probleem. De
RVA heeft ter zake al een schriftelijke vraag beantwoord.
Ik kan die vraag nu niet uit het hoofd beantwoorden.
12.08 Joëlle Milquet, ministre: Il
s'agit d'une question technique;
l'ONEm a déjà fourni une réponse
à une question écrite.
12.09 Stefaan Vercamer (CD&V): Krijg ik hierop later dan een
antwoord?
12.09
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Me communiquerez-vous
une réponse ultérieurement?
12.10 Minister Joëlle Milquet: Er bestaat zoiets als schriftelijke
antwoorden.
12.10 Joëlle Milquet, ministre:
Des
réponses
écrites
sont
disponibles.
(...): Ik weet dat daarover schriftelijke vragen bestaan.
12.11 Stefaan Vercamer (CD&V): Ik wil dit ook onmiddellijk
omzetten in een schriftelijke vraag als ik er nu geen antwoord op kan
krijgen.
12.11
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Pour ma part, une
réponse écrite est suffisante.
De voorzitter: Bent u het eens met een schriftelijk antwoord?
12.12 Stefaan Vercamer (CD&V): Deze zorg leeft op lokaal vlak. Ik
zou graag weten hoe men daar in de toekomst zal mee omgaan. Zal
men al dan niet wijzigingen aanbrengen? Zoals het nu wordt
verrekend, is er geen sprake van een correcte verrekening. De heer
Bonte zal dit net zo goed weten als ik want in zijn gemeente zit hij ook
met dienstencheques en PWA. De berekening die men gebruikt, is
niet correct. Men moet de workload bekijken van de PWA ten
opzichte van dienstencheques. Het stelsel van de PWA is niet
hetzelfde als de dienstencheques. Bij de PWA zijn er nog heel wat
andere ...
12.12
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Il s'agit d'un problème
local. Comment sera-t-il abordé à
l'avenir? Le calcul appliqué est
inexact. Le régime des ALE est
différent du système des titres-
services.
12.13 Minister Joëlle Milquet: Dat weet ik ook.
Ik heb daarover binnenkort een vergadering met de RVA. Wij zullen
een
actieplan
opstellen
met
een
informatie-
en
sensibilisatiecampagne. Na deze vergadering zal ik naar de
commissie terugkomen en meer uitleg geven.
12.13 Joëlle Milquet, ministre: Je
le sais. J'ai prévu une réunion
avec l'ONEm à ce sujet dans les
prochains jours. Je pourrai ensuite
fournir davantage d'explications.
12.14 Stefaan Vercamer (CD&V): Ik ben daar zeer benieuwd naar.
De voorzitter: Wij wachten op een andere vraag, mijnheer Vercamer.
12.15 Stefaan Vercamer (CD&V): Ik kan ze wel niet blijven herhalen
tot ik eens een antwoord krijg.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Question de Mme Valérie Déom à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
des chances sur "le nouveau règlement européen sur la loi applicable aux obligations contractuelles"
(n° 7497)</b>
13 Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de nieuwe Europese verordening inzake het recht dat van toepassing is op
verbintenissen uit overeenkomst" (nr. 7497)
13.01 Valérie Déom (PS): Monsieur le président, madame la
ministre, d'aucuns croyaient la directive Bolkestein, la fameuse
"directive services", aux oubliettes. Pour rappel, elle a été fortement
critiquée sur son volet "application de la loi du pays d'origine". C'était
sans compter sur la directive 2006/123/CE et sur le nouveau
règlement européen adopté le 17 juin dernier, qui traite de la loi
applicable aux obligations contractuelles.
Comme il s'agit d'un règlement supplémentaire, il est directement
applicable par les tribunaux des États membres, à compter du
17 décembre 2009 dans le cas d'espèce.
Entre autres dispositions, ce règlement prévoit que, je cite:
"1. Le contrat individuel de travail est régi par la loi choisie par les
parties (...) Ce choix ne peut toutefois avoir pour résultat de priver le
travailleur de la protection que lui assurent les dispositions auxquelles
il ne peut être dérogé par accord en vertu de la loi qui, à défaut de
choix, aurait été applicable selon les paragraphes 2, 3 et 4 du présent
article.
2. À défaut de choix exercé par les parties, le contrat individuel de
travail est régi par la loi du pays dans lequel ou, à défaut, à partir
duquel le travailleur, en exécution du contrat, accomplit
habituellement son travail. Le pays dans lequel le travail est
habituellement accompli n'est pas réputé changer lorsque le
travailleur accomplit son travail de façon temporaire dans un autre
pays."
Notons le caractère universel du texte mentionné en son article 2: "La
loi désignée par le présent règlement s'applique même si cette loi
n'est pas celle d'un État membre".
Madame la ministre, comment comprendre le caractère universel de
cette loi? La législation du Nigeria pourrait-elle dès lors être
d'application pour un contrat de travail en Belgique?
Quel est l'intérêt réel de ce règlement si les parties peuvent choisir la
loi qui leur convient et que ceci ne prive pas le salarié de la loi qui
aurait dû être appliquée si le règlement n'existait pas? C'est quelque
peu ambigu.
Quelle est la position défendue par la Belgique lors des discussions
autour de la directive et principalement de ce règlement?
Comment être certain de l'interprétation qui sera donnée dans le futur
à l'expression "dispositions auxquelles il ne peut être dérogé par
accord"?
Quels sont les mécanismes mis en place pour garantir une protection
maximale, en tout temps, des travailleurs en Belgique?
13.01 Valérie Déom (PS):
Volgens
sommigen
was
de
Bolkestein-richtlijn
over
de
diensten dood en begraven.
Vooral het hoofdstuk over de
`toepassing van de wet van het
land van herkomst' kreeg zware
kritiek. Richtlijn 2006/123/EG en
de nieuwe verordening die op 17
juni
jongstleden
werd
aangenomen, handelen over het
recht dat van toepassing is op
verbintenissen uit overeenkomst.
Aangezien
het
om
een
aanvullende verordening gaat, is
ze rechtstreeks toepasbaar door
de rechtbanken, in dit geval vanaf
17 december 2009.
Deze verordening bepaalt onder
meer
dat
een
individuele
arbeidsovereenkomst
wordt
beheerst door het recht dat de
partijen hebben gekozen. Zoniet
wordt de overeenkomst beheerst
door het recht van het land waar of
van
waaruit
de
werknemer
gewoonlijk zijn arbeid verricht.
Artikel 2 van die verordening
bepaalt dat het door deze
verordening aangewezen recht
toepasselijk is, ongeacht de vraag
of het het recht van een lidstaat is.
Wat wordt daar precies mee
bedoeld?
Wat is het belang van die
verordening, indien de partijen het
recht kunnen kiezen dat hen het
meest schikt, zonder dat de
loontrekkende onttrokken wordt
aan het recht dat had moeten
toegepast worden, indien de
verordening niet had bestaan? Dat
is niet erg duidelijk.
Welk standpunt heeft België
verdedigd tijdens de bespreking
van de richtlijn en die verordening?
Hoe kunnen we, tot slot, weten
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
welke interpretatie er in de
toekomst zal worden gegeven aan
de woorden "bepalingen waarvan
niet bij overeenkomst kan worden
afgeweken"?
Voor
welk
mechanisme is er gezorgd opdat
de werknemers een maximale
bescherming zouden genieten?
13.02 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, si l'interprétation que vous donnez était réelle, je pense que
ce sont des cars entiers de manifestants que nous aurions vu déferler
sous nos fenêtres, sous les fenêtres de la Commission et du Conseil.
Cela aurait été encore pire que la directive Bolkestein. Or, nous
n'avons eu droit qu'à un grand silence parce que l'interprétation est
sans doute beaucoup moins dangereuse que celle que vous évoquez.
En effet, le choix de la législation applicable s'arrête là où il pourrait y
avoir un conflit avec des lois de police ou de sûreté du pays et,
notamment, tout ce qui relève des dispositions impératives de la loi
belge en matière de droit du travail. Autrement dit, le choix, le cas
échéant, de l'application d'une législation étrangère ne permet pas de
déroger par ailleurs aux règles impératives en matière de droit du
travail qui sont considérées comme telles au niveau du DIP (Droit
international privé) et eu égard aux termes de ce nouveau règlement
qui remplace la Convention de Rome du 19 juin 1980. Donc, à la fois,
cela ne peut pas être contraire à la législation belge et, à défaut du
choix des parties, toute une série d'applications en cascade sont
prévues, comme l'application de la loi du pays dans lequel ou à défaut
à partir duquel le travailleur accomplit son travail. Sinon, c'est la loi du
pays dans lequel est situé l'établissement qui a embauché le
travailleur qui prévaut. Il existe donc toute une série de dispositions
alternatives. De plus, le juge peut encore écarter la loi déterminée en
vertu des règles que je viens d'évoquer, au profit des lois de police et
de celles prévues à l'article 9 du règlement, c'est-à-dire toutes les
règles impératives en matière de droit du travail.
Par ailleurs, en ce qui concerne le conflit éventuel entre la liberté de
circulation des services et la protection des travailleurs, dans le cadre
de ce fameux débat sur la directive Bolkestein, on a choisi des
principes permettant que la loi choisie par les parties comme loi
régissant le contrat de travail soit respectée, sous réserve de
l'application, pour les activités exercées en Belgique, des lois
considérées comme d'ordre public, à savoir les dispositions assorties
de sanctions pénales, notamment les conventions collectives de
travail rendues obligatoires. Autrement dit, les dispositions du contrat
de travail d'origine sortent leurs effets pendant la période de
détachement en Belgique, sauf si elles sont contraires à une loi
sanctionnée pénalement.
On a exactement les mêmes réserves dans le cadre du règlement
que vous évoquez, comme en fait dans le cadre de ce qu'est devenue
cette directive Bolkestein. Je ne peux que vous rassurer, même si je
comprends la pertinence de votre question et vos craintes légitimes a
priori quand on lit le dispositif. Mais nous disposons de quelques
mesures de protection.
13.02 Minister Joëlle Milquet:
Indien er, zoals u aanvoert, zoveel
gevaar schuilt in de interpretatie,
zouden
hele
bussen
met
manifestanten voor de deur van de
Commissie en de Raad hebben
halt gehouden.
De keuze om een buitenlandse
wetgeving toe te passen maakt het
trouwens niet mogelijk dat wordt
afgeweken van de verplichte
regels inzake arbeidsrecht die als
dusdanig worden beschouwd in
het internationaal privaatrecht en
deze
verordening,
die
de
conventie van Rome van 19 juni
1980 vervangt, in acht genomen.
Indien de partijen niet kiezen,
zullen de toepasselijke bepalingen
worden vastgesteld volgens een
stelsel van prioriteiten. Krachtens
de regels die ik zojuist heb
vernoemd
kan
de
rechter
daarenboven deze wet nog naast
zich neerleggen, ten gunste van
de bepalingen van bijzonder
dwingend recht en de bepalingen
van artikel 9 van de verordening.
In verband met het eventuele
conflict tussen het vrije verkeer
van diensten en de bescherming
van de werknemers, laten de
gekozen principes voorts toe dat
de
bepalingen
uit
de
oorspronkelijke
arbeidsovereenkomst van kracht
worden tijdens de periode van
terbeschikkingstelling in België,
behoudens indien ze ingaan tegen
een strafrechtelijk bekrachtigde
wet, bijvoorbeeld een algemeen
bindend verklaarde collectieve
arbeidsovereenkomst.
Ik kan u volledig geruststellen: we
beschikken
over
beschermingsmaatregelen.
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
13.03 Valérie Déom (PS): Madame la ministre, je n'ai
malheureusement pas la possibilité de suivre le cheminement des
travaux qui se déroulent au niveau de la Commission. Je pense qu'il
était intéressant de clarifier les choses et de préciser que le principe
de la directive Bolkestein relatif à l'application du pays d'origine, sorti
par la porte, ne rentre pas par la fenêtre via ce nouveau règlement.
Dès le moment où les conventions collectives de travail sont
prioritaires, cela permet en Belgique de garantir les droits des
travailleurs et c'est une bonne chose. Il était intéressant de faire cette
mise au point en commission. Je vous en remercie.
13.03 Valérie Déom (PS): Het
verheugt mij dat het principe van
het land van oorsprong dat langs
de deur is verdwenen, via dit
nieuw reglement niet opnieuw via
het raam wordt binnengeloodst.
Aangezien
de
collectieve
arbeidsovereenkomsten prioritair
zijn, kunnen de rechten van de
werknemers in België worden
gwaarborgd.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de aantrekkelijkheid van de social-profitsector als werkgever" (nr. 7524)
14 Question de M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances sur "le caractère attrayant du secteur non marchand en tant qu'employeur" (n° 7524)</b>
14.01 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, Verso, de vereniging van de social-profitondernemingen,
heeft uit cijfers van het Planbureau afgeleid dat er tegen 2013 65.000
jobs zouden bijkomen in de non-profitsector. Dit heeft uiteraard te
maken met de toenemende vraag naar zorgverlening door de
vergrijzing en dergelijke meer. Twee derde van die banen zal er in
Vlaanderen bijkomen. Men hield echter geen rekening met zij die met
pensioen zullen gaan in de periode tot 2013.
Verso vreest dan ook dat heel wat van die bijkomende jobs niet zullen
kunnen worden ingevuld. Om die reden houden zij een pleidooi om
een extra inspanning te doen om het werken in de non-profit
aantrekkelijker te maken. Men denkt dan aan vorming, loon- en
arbeidsvoorwaarden verbeteren, kwaliteit van de arbeid en dergelijke
meer.
Mijn vragen zijn de volgende. Verso leidt dit alles af uit cijfers van het
Planbureau. Kunt u die cijfers bevestigen? Ik denk dat u het met mij
eens zult zijn als ik zeg dat dit een enorme uitdaging wordt voor deze
sector. De vraag stelt zich of deze regering zal ingaan op de
voorstellen
van
Verso
om
te
investeren
in
vorming,
arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden om zo de non-
profitsector aantrekkelijker te maken. Bent u ter zake van plan om
initiatieven te nemen? Zo ja, welke en binnen welke timing ziet u dat?
Een van de maatregelen zou bijvoorbeeld de sociale Maribel kunnen
zijn. De praktijk heeft ons immers al geleerd dat een lastenverlaging in
de non-profitsector het meest bijkomende tewerkstelling oplevert,
vooral in vergelijking met de private sector. Kunnen in de toekomst
middelen worden vrijgemaakt voor de versterking van de sociale
Maribel?
14.01
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Selon Verso, l'association
des entreprises du secteur non
marchand, les chiffres du Bureau
du Plan font apparaître que 65.000
emplois supplémentaires seront
créés dans ce secteur d'ici à 2013,
notamment
en
raison
du
vieillissement.
Aussi
Verso
préconise-t-elle de fournir des
efforts supplémentaires en matière
de formation, de conditions de
travail
et
d'environnement
professionnel de façon à accroître
le caractère attractif de l'emploi
dans ce secteur.
La ministre confirme-t-elle ces
chiffres? Le gouvernement suivra-
t-il les propositions de Verso?
Quelles mesures prendra la
ministre? Suivant quel calendrier?
Envisage-t-elle le cas échéant de
consacrer
certains
moyens
budgétaires à la consolidation du
Maribel social?
14.02 Minister Joëlle Milquet: Mijnheer Vercamer, we moeten ons er
inderdaad van verzekeren dat de non-profitsector aantrekkelijk
genoeg is om de nodige werknemers aan te trekken. Het is een
belangrijke sector met een groot reservoir van jobs. Ik deel daarom
uw mening dat we de opleidingen en arbeidsvoorwaarden moeten
stimuleren om de attractiviteit van de sector te waarborgen. Om die
14.02 Joëlle Milquet, ministre:
Le secteur non marchand doit en
effet garder suffisamment d'attrait
vis-à-vis
de
ses
travailleurs
potentiels. Dans le but de stimuler
les formations et les conditions de
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
reden hebben we het Project 600 opnieuw opgestart.
Het Project 600 zal 200 personeelsleden van de private
gezondheidssector en 163 personeelsleden van de openbare
gezondheidssector die niet over een diploma van verpleger
beschikken, de mogelijkheid geven om vanaf het jaar 2008-2009 hun
loon te behouden, terwijl ze de opleiding verpleegkunde volgen. Het
lijkt mij en de minister van Volksgezondheid, die het koninklijk besluit
voor de maatregel mee heeft ondertekend, daarom belangrijk om de
hulpmiddelen om meer verpleegkundigen op te leiden, te versterken,
aangezien het nog steeds een knelpuntberoep is.
Het gaat echter niet om het enige initiatief om de activiteiten van de
sector te verbeteren. Mijn kabinet werkt namelijk momenteel aan de
concretisering van het non-profitakkoord 2005-2010, waarvoor een
aantal maatregelen nog moet worden genomen. Het non-
profitakkoord heeft de verbetering van de attractiviteit van de sector
als doel.
Wat uw laatste vraag betreft, ik denk dat de sociale Maribel inderdaad
een belangrijke steun is bij de verbetering van de arbeidskwaliteit, bij
het verminderen van de schaarste aan werknemers en bij het
versterken van de werkgelegenheid in de sector. De vermindering van
de werkgeversbijdrage is volledig omgezet in extra banen. In
sommige sectoren is er expliciet in voorzien dat de extra banen die
dankzij de sociale Maribel worden gecreëerd, de schaarste aan
werknemers in de sector moet kunnen verminderen.
Zoals vastgelegd in het regeerakkoord, hoop ik de sociale Maribel te
kunnen verbeteren en versterken door met name de indexering van
de vermindering van de sociale lasten voor dit jaar. Dat kost voor dit
jaar ongeveer 13 miljoen. Ik moet daarvoor nog de nodige middelen
vinden, maar ik zal het doen, omdat ik het heel belangrijk vind.
De beschikbare middelen voor 2009 zijn erg beperkt, maar ik zal mijn
best doen om een oplossing te vinden. Als er een akkoord is in het
IPA over een daling van de sociale lasten voor de werkgevers, zal ik
hetzelfde voor de non-profitsector vragen.
travail, nous avons lancé le Projet
600, qui devrait permettre à un
certain nombre de travailleurs du
secteur des soins de santé de
suivre une formation d'infirmier ou
d'infirmière tout en gardant leur
salaire.
Par ailleurs, mon cabinet s'emploie
actuellement à concrétiser l'accord
du non marchand 2005-2010, dont
l'objectif est de renforcer l'attrait du
secteur. Je suis encore à la
recherche
de
moyens
pour
prendre des mesures visant à une
diminution des charges sociales
pour cette année en vue de
renforcer le Maribel social et
partant, l'emploi dans le secteur.
Si un consensus se dégage autour
d'une baisse des charges sociales
des employeurs dans le cadre de
l'AIP, je préconiserai une mesure
semblable pour le secteur non
marchand.
14.03 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de minister, ik kan u
alleen maar steunen in de versterking en verbetering van de sociale
Maribel, want het is inderdaad het beste instrument om
werkgelegenheid in de non-profitsector te creëren.
Ik wil daar nog een suggestie vanuit de sector aan toevoegen. Nu
verloopt de sociale Maribel via fondsen. Eigenlijk is men vragende
partij om het rechtstreeks te laten verrekenen, direct met de
werkgever, en niet meer via een fonds. Dat is misschien een
mogelijke administratieve vereenvoudiging. Misschien moeten we
daarover in een latere commissievergadering eens kunnen
discussiëren.
14.03
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Je ne puis que soutenir la
ministre dans sa volonté de
renforcer le Maribel social dans le
but de promouvoir l'emploi. A
l'heure actuelle, l'imputation du
Maribel social s'effectue par le
biais de fonds mais, dans un souci
de simplification administrative, il
faudrait
qu'elle
se
fasse
directement par le biais de
l'employeur.
14.04 Minister Joëlle Milquet: Ik hoop dat ik ook de steun van uw
partij zal krijgen.
14.04 Joëlle Milquet, ministre: Je
compte dans ce cadre sur l'appui
du parti de M. Vercamer.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
15 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "het pleidooi van Unizo voor een globaal plan voor de combinatie van werk en gezin"
(nr. 7525)
15 Question de M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances sur "le plaidoyer tenu par Unizo en faveur d'un plan global pour concilier le travail et la
vie de famille" (n° 7525)</b>
15.01 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de voorzitter, ik stel
deze vraag naar aanleiding van de evaluatie die Unizo heeft gemaakt
over de bestaande systemen van thematische verloven. Zij heeft er
geen probleem mee dat dergelijke systemen bestaan, maar vindt dat
er niet alleen rekening mag worden gehouden met de behoeften van
de werknemers; men moet ook rekening houden met die van de
betrokken werkgevers. Zo kunnen vrouwelijke zelfstandigen
nauwelijks gebruikmaken van zwangerschapsverlof vanwege de
continuïteit van hun eigen bedrijf. Zij moeten weer onmiddellijk
worden ingeschakeld.
Unizo pleit voor een combinatiemodel, waarin kinderopvang en een
soepele regeling van de arbeidstijd centraal moeten staan. Zij verzet
zich ook tegen het plan van Europees commissaris Spidla, maar u
hebt daarop al geantwoord dat u dat Europees voorstel steunt. Het
punt met betrekking tot de Europese regelgeving zullen we dus
terzijde laten.
Hoe staat u tegenover de evaluatie van Unizo dat er te weinig
rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden in de
kmo's? Als het verder wordt uitgebreid, zal dat volgens Unizo leiden
tot misbruiken en zelfs tot ontslagen.
Wat vindt u van het combinatiemodel dat zij voorstelt, waarbij
kinderopvang en een soepele arbeidswetgeving meer centraal worden
gesteld. Ik ben benieuwd om te vernemen wat u daarvan vindt.
15.01
Stefaan
Vercamer
(CD&V): L'UNIZO a procédé à une
évaluation des systèmes existants
de congés thématiques. De tels
systèmes emportent l'adhésion de
l'UNIZO mais l'union estime
toutefois qu'il est trop tenu compte
des besoins des travailleurs et pas
assez de ceux des employeurs.
L'UNIZO plaide pour un modèle
combiné axé sur la garde
d'enfants et un régime souple de
temps de travail. L'Union est
également opposée au plan du
Commissaire européen Spidla.
Que pense la ministre des plaintes
de l'UNIZO selon lesquelles il est
trop peu tenu compte de la
situation spécifique des PME?
Que pense la ministre du modèle
combiné prôné par l'UNIZO?
15.02 Minister Joëlle Milquet: Natuurlijk ga ik akkoord met de laatste
ideeën.
Wat de verschillende verloven betreft, er is het ouderschapsverlof, het
zwangerschapsverlof,
het
pleegverlof,
het
rouwverlof,
het
adoptieverlof, het vaderschapsverlof en het verlof voor medische
bijstand. Al die verloven zijn heel belangrijk. Natuurlijk moeten we ook
een beetje voorzichtig zijn met het oog op de competitiviteit van de
ondernemingen.
Op dit moment wordt er een evaluatie in de Senaatscommissie
behandeld. Ik heb vandaag een kleine toespraak in die commissie
gehouden. Voor de evaluatie zal ik ook sommige vragen aan de
sociale partners stellen. Wat het IPA betreft, hebben we in ons
regeerakkoord in de uitbreiding van sommige verloven voorzien. Het
is voor mij eerst een kwestie van sociaal overleg. Dat is eerst de
verantwoordelijkheid van de sociale partners. Hoe dan ook zullen we
binnenkort verschillende beslissingen nemen.
We hebben drie beslissingen tijdens ons conclaaf genomen. Het
betreft de verlenging van de periode van het ouderschapsverlof, de
omzetting van de twee laatste weken van het zwangerschapsverlof in
meer weken halftijds en dergelijke en ook een verlenging van de
15.02 Joëlle Milquet, ministre:
Tous les congés thématiques sont
importants mais nous devons
néanmoins rester attentifs à la
compétitivité des entreprises.
La commission du Sénat se
penche actuellement sur une
évaluation.
L'accord
de
gouvernement
prévoit
l'allongement d'un certain nombre
de congés thématiques. Cette
question doit en premier lieu être
examinée dans le cadre de la
concertation sociale.
Trois décisions ont déjà été prises:
l'allongement du congé parental, la
conversion des deux dernières
semaines du congé de maternité
en un plus grand nombre de
semaines de congé à temps
partiel et l'allongement du congé
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
60
periode van het vaderschapsverlof. Dat zijn drie beslissingen zonder
budgettaire gevolgen. Binnenkort zouden we graag vooruitgang
boeken inzake het rouwverlof, door in plaats van drie dagen ten
minste tien dagen te geven. Dat kost bijna niets ­ ongeveer drie
miljoen ­ en het is heel belangrijk voor de mensen.
We willen ook verschillende stappen zetten voor het adoptieverlof. Als
we, bijvoorbeeld, iedereen een verlof van acht weken geven, kost dat
ongeveer 400.000 euro. Dat is niet zo veel en het is ook heel
belangrijk voor de mensen. Voor sommige kleine verloven kunnen we
dus stappen zetten zonder de belangen van de ondernemingen in het
gedrang te brengen.
Eerst moet ik een onderhandeling voeren met mijn collega van
Sociale Zaken. We moeten ook de evaluatie van de
Senaatscommissie afwachten, we moeten een gesprek hebben met
de sociale partners en de resultaten van het IPA afwachten. Daarna
zullen we sommige beslissingen nemen.
Een week extra zwangerschapsverlof, bijvoorbeeld, kost 23 miljoen
per jaar. We moeten dus een beetje voorzichtig zijn vanwege de
moeilijkheden met de begroting.
parental. Ces décisions n'ont pas
d'incidence budgétaire. En outre,
nous souhaiterions allonger le
congé de deuil et le congé
d'adoption. Il s'agit de mesures
pas trop coûteuses qui sont
importantes pour les intéressés et
qui ne nuisent guère aux intérêts
des entreprises. Nous devons
examiner en détail toutes les
implications
des modifications
envisagées avant de prendre des
décisions.
15.03 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de minister, ik ben zeer
tevreden met uw antwoord, zeker wat het rouwverlof betreft. Ik ben blij
dat u aankondigt dat u daarvan werk zult maken. Ook onze partij heeft
een wetsvoorstel dienaangaande mee ondertekend. Is die verlenging
van het rouwverlof gepland voor 2009?
15.03
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Je me réjouis de la
réponse de la ministre, en
particulier en ce qui concerne le
congé
de
deuil. L'extension
envisagée sera-t-elle encore mise
en oeuvre en 2009?
15.04 Minister Joëlle Milquet: Tot nu toe is ter zake nog niets
definitief. De drie eerste beslissingen zijn vastgelegd, maar die
hebben geen budgettaire gevolgen. Ik ben ervan overtuigd dat we de
nodige middelen zullen vinden om de maatregelen inzake het
rouwverlof en het adoptieverlof in 2009 te nemen. Ik heb daarover
vrijdag een overleg met Laurette Onkelinx en we zijn van plan iets te
doen. We zullen de nodige middelen vinden.
15.04 Joëlle Milquet, ministre: Je
suis
convaincue
que
nous
trouverons en 2009 les moyens
nécessaires pour allonger les
congés de deuil et d'adoption.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La présidente: Les questions jointes n
os
7545 et 8008 de M. Bonte et de Mme Genot sont reportées, tout
comme leurs questions jointes n
os
7546 et 8009.
16 Vraag van de heer Guy D'haeseleer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de cumul van presentiegelden als vertrouwenspersoon en werkloosheidsuitkeringen"
(nr. 7565)
16 Question de M. Guy D'haeseleer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances sur "le cumul de jetons de présence reçus en qualité de personne de confiance et
d'allocations de chômage" (n° 7565)</b>
16.01 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, ik had deze vraag eerst ingediend als een
schriftelijke vraag. Het was beter geweest als de administratie daarop
had geantwoord, dan hadden wij hier vandaag onze tijd daar niet mee
hoeven te verspelen. Maar goed, ik zal de vraag dan mondeling
stellen. Het betreft een heel concreet dossier van een partijgenote van
16.01 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): Le décret flamand sur les
provinces et les communes stipule
qu'un conseiller provincial ayant un
handicap et qui ne peut exercer
son mandat en toute autonomie
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
61
mij.
Het zal u wellicht niet onbekend zijn dat in het Vlaamse
provinciedecreet, zoals ook vastgelegd was in de vroegere federale
provinciewet, is opgenomen dat een provincieraadslid dat wegens een
handicap niet zelfstandig zijn mandaat kan vervullen, zich voor de
uitoefening van zijn mandaat kan laten bijstaan door een
vertrouwenspersoon. Die bepaling is nu ook opgenomen in het
Vlaams gemeentedecreet.
Bij het verlenen van die bijstand krijgt de vertrouwenspersoon volgens
het decreet dezelfde middelen ter beschikking als het raadslid. Hij
heeft ook dezelfde verplichtingen. Hij heeft eveneens recht op
presentiegeld en een vergoeding voor reiskosten, onder dezelfde
voorwaarden als het raadslid.
In het diverse keren gewijzigde koninklijke besluit van
26 november 1991 is onder artikel 46 § 3 opgenomen dat de
inkomsten voortvloeiend uit een mandaat van provincie- of
gemeenteraadslid, niet beschouwd worden als loon, waardoor de
werkloosheidsuitkering, terecht, niet in gevaar komt door de
verkiezing tot provincie- of gemeenteraadslid.
Helaas is in dat koninklijk besluit niet dezelfde bepaling met
betrekking tot de vertrouwenspersoon opgenomen. Een persoon die
een werkloosheidsuitkering geniet, loopt dus het risico om vanwege
zijn inzet als vertrouwenspersoon voor een gehandicapt
provincieraadslid zijn werkloosheidsuitkering te verliezen.
Mevrouw de minister, ik heb u mijn vraag schriftelijk meegedeeld en
zal ze niet herhalen, om wat tijd te besparen. Ik hecht ook veel belang
aan de combinatie van arbeid en gezin.
Mijn vraag is of u en uw kabinet erkennen dat het een probleem is. Zo
ja, op welke manier denkt u daaraan een oplossing te geven?
peut se faire assister par une
personne
de
confiance.
La
personne de confiance bénéficie
alors des mêmes moyens que le
conseiller et elle est soumise aux
mêmes obligations.
L'article 46, §3, de l'arrêté royal du
26 novembre 1991 stipule que les
revenus découlant d'un mandat de
conseiller provincial ou communal
ne
peuvent
être
considérés
comme un salaire. L'arrêt royal
reste malheureusement muet en
ce qui concerne la personne de
confiance. Une personne de
confiance bénéficiant d'allocations
de chômage risque dès lors de les
perdre.
La
ministre
reconnaît-elle
l'existence de ce problème et
quelles initiatives prendra-t-elle
pour le résoudre?
16.02 Minister Joëlle Milquet: Mevrouw de voorzitter, ik heb
artikel 18 van het Vlaamse gemeentedecreet van 15 juli 2005
gelezen.
De formulering van de werkloosheid in de reglementering,
artikel 46 § 3, kan geïnterpreteerd worden dat de zitpenningen die
toegekend worden aan de vertrouwenspersoon die een gehandicapt
provincie- of gemeenteraadslid bijstaat, cumuleerbaar zijn met de
werkloosheidsuitkeringen. Een dergelijke interpretatie lijkt gepast en
wordt door de RVA reeds gevolgd gezien, ten eerste, de atypische
omstandigheden van de activiteit, die niet als een normale
beroepsactiviteit kan worden omschreven, maar veeleer als het
bijstaan bij de uitoefening van een politiek mandaat, en, ten tweede,
de beperktheid van de inkomsten uit presentiegelden.
De uitleg geldt op gelijke wijze voor de toepassing van artikel 18 van
het Vlaamse provinciedecreet van 9 december 2005. Dat is toch
tamelijk logisch.
16.02 Joëlle Milquet, ministre:
Selon
l'ONEm,
l'article
46
paragraphe 3 peut être interprété
en ce sens que les jetons de
présence octroyés à la personne
de confiance qui assiste un
conseiller communal ou provincial
handicapé, peuvent être cumulés
avec des allocations de chômage
en raison des circonstances
atypiques de l'activité, à savoir
l'assistance dans l'exercice d'un
mandat politique, et du caractère
limité des revenus tirés des jetons
de présence. Cette interprétation
s'applique au décret provincial et
communal flamand.
16.03 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Er is dus geen probleem?
16.03 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): Aucun problème ne se
pose donc?
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
62
16.04 Minister Joëlle Milquet: Neen.
16.04 Joëlle Milquet, ministre:
Aucun.
16.05 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): U verwijst naar artikel 18
van het ministerieel besluit. Normaal gezien moet er dan een akkoord
zijn van de directeur van het werkloosheidsbureau. Men moet op
voorhand aangifte doen van de inkomsten en een akkoord verkrijgen
van de directeur van het werkloosheidsbureau. A la limite zou men
kunnen zeggen dat het dan afhangt van de goodwill van de betrokken
directeur.
Mijn suggestie is om het ook in de wet of het KB zelf in te schrijven,
zodat het voor iedereen geldt en men niet op het akkoord hoeft te
wachten. Mocht een directeur dat voor zijn regio niet toepasbaar
vinden, dan is er natuurlijk een discriminatie en dat kan niet de
bedoeling zijn.
16.05 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): La ministre renvoie à
l'article 18 de l'arrêté ministériel.
Normalement,
l'accord
du
directeur du bureau de chômage
est nécessaire. Tout dépend donc
de sa bonne volonté. Je propose
dès lors d'inscrire les explications
de la ministre dans la loi ou l'arrêté
royal proprement dit pour éviter
tout arbitraire.
16.06 Minister Joëlle Milquet: Dat is waar. Ik zal het onmiddellijk in
een omzendbrief vragen. Wij kunnen de interpretatie inderdaad als
maatregel in een koninklijk besluit of omzendbrief schrijven.
16.06 Joëlle Milquet, ministre:
Vous avez raison, je transposerai
l'interprétation de l'ONEm dans un
arrêté royal ou une circulaire.
16.07 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Dat is het duidelijkst.
16.07 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): Il s'agit en effet de la
solution qui offre le plus de
transparence.
16.08 Minister Joëlle Milquet: Ik zal navragen welk juridisch middel
het beste is. Het betreft wel een brede interpretatie van de RVA, maar
het is ook een officiële.
16.08 Joëlle Milquet, ministre:
J'examinerai quel moyen juridique
convient le mieux.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Vraag van de heer Guy D'haeseleer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de preventieve opsporing van fraude door werklozen" (nr. 7566)
17 Question de M. Guy D'haeseleer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances sur "la détection préventive de la fraude au chômage" (n° 7566)</b>
17.01 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, deze
vraag gaat over de preventieve opsporing van fraude door werklozen.
U hebt in de pers aangekondigd dat de RVA binnenkort veel sneller in
staat zal zijn om de cumul van werkloosheidsuitkeringen en loon te
achterhalen. Hiervoor zal elke maand de Dimona-databank
geraadpleegd worden om te kijken of de betrokken steunaanvrager
ergens in een personeelsregister staat ingeschreven.
Door die werkwijze zou de RVA ook veel tijd en energie kunnen
besparen, door het kleinere aantallen terugvorderingen, zegt u, die in
vele gevallen slechts zeer moeizaam kunnen uitgevoerd worden. Wij
staan uiteraard positief tegenover dergelijke initiatieven die de sociale
fraude een halt moeten toeroepen.
Mevrouw de minister, ik begrijp echter niet goed uw mededeling dat er
voor de werklozen ook voordelen aan verbonden zouden zijn, zoals
het vermijden van sancties en terugvorderingen. Mijn vraag is dan ook
17.01 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): La ministre a annoncé
dans la presse que très bientôt
l'ONEm sera en mesure de
détecter
beaucoup
plus
rapidement les cas de cumul
d'allocations de chômage avec un
salaire
par
le
biais
d'une
consultation mensuelle de la
banque de données Dimona. Nous
soutenons
évidemment
les
initiatives visant à lutter contre la
fraude sociale mais je ne saisis
toutefois pas le sens des propos
de la ministre lorsqu'elle déclare
que les chômeurs y trouveront
également leur compte dans la
mesure où le système permettra
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
63
waarom hier geen sancties meer toegepast zouden worden? Het is
voor mij evengoed sociale fraude als iemand op een werf op
heterdaad betrapt wordt op werk en stempelen tegelijkertijd. Ik had
dan ook graag wat verduidelijkingen van u gekregen.
Ten eerste, vanaf welke datum zal het systeem operationeel zijn? Op
zichzelf is het een zeer goed systeem.
Ten tweede, op welke manier zal de behandeling en sanctionering
van de frauderende werklozen verschillen ten opzichte van de
werklozen die, bijvoorbeeld op een werf, op heterdaad worden
betrapt?
Ten derde, wat is de visie achter het feit dat werklozen die via de
nieuwe methode, het koppelen van databanken, worden betrapt een
sanctionering kunnen ontlopen?
Ten vierde, is er hier geen sprake van een schending van het
gelijkheidsbeginsel?
d'éviter sanctions et récupérations.
Quand le système en question
sera-t-il
opérationnel?
Quelle
différence y aurait-il entre le
traitement réservé et les sanctions
infligées
à
des
chômeurs
fraudeurs par rapport à des
chômeurs pris en flagrant délit, sur
un chantier par exemple? Que
faut-il penser du fait que des
chômeurs surpris à frauder, grâce
à
cette
nouvelle
méthode
d'interconnexion des banques de
données, peuvent éviter une
sanction? N'a-t-il pas ici violation
du principe d'égalité?
17.02 Minister Joëlle Milquet: Mevrouw de voorzitter, de nieuwe
regeling betreft een wijziging van de werkloosheidsreglementering.
Het besluit van 1 oktober is op 16 oktober 2008, enkele dagen
geleden dus, gepubliceerd.
Het koninklijk besluit voorziet erin dat de uitbetalingsinstelling vooraf
nagaat of de RSZ-Dimona-databank al dan niet melding maakt van
een tewerkstelling in de maand waarvoor men uitkering aanvraagt.
Als dat het geval is, zal voor de tewerkstellingsperiode geen uitkering
betaald worden.
Indien de arbeid niet vermeld was op de controlekaart, zal de
uitbetalinginstelling de betrokken werkloze om uitleg vragen omtrent
die anomalie. Zo kan vastgesteld worden of er werkelijk sprake is van
een niet-aangegeven tewerkstelling.
Het is inderdaad mogelijk dat de Dimona-databank foute gegevens
bevat, bijvoorbeeld wanneer de werkgever vergeet om de
uitdiensttreding tijdig te melden.
Na verduidelijking van de feitelijke situatie zal op grond van de
correcte gegevens al dan niet een uitbetaling worden gedaan.
De nieuwe werkwijze vraagt een ingrijpende aanpassing van de
computerprogramma's. De aanpassingen moeten eerst nog worden
getest. Er mag verwacht worden dat de regeling in het voorjaar
van 2009 operationeel wordt.
In verband met het gelijkheidsbeginsel kan opgemerkt worden dat
twee situaties onderscheiden kunnen worden. De eerste situatie is die
waarin een vergoede werkloze zwartwerk verricht, dat niet
aangegeven wordt aan de RSZ en aan de fiscus. De tweede situatie
is die waarin een vergoede werkloze legale arbeid verricht, doch de
arbeid niet aanduidt op zijn controlekaart.
In het eerste geval mag de werkloze verondersteld worden te kwader
trouw te handelen. In het tweede geval kan er ook sprake zijn van
kwade trouw, maar kan het evengoed gaan om een vergetelheid of
17.02 Joëlle Milquet, ministre:
Les
nouvelles
dispositions
modifient la réglementation en
matière de chômage. L'arrêté
royal du 1
er
octobre a été publié le
16 octobre 2008.
L'arrêté
royal
impose
à
l'organisme de paiement de
vérifier au préalable si la banque
de données Dimona mentionne ou
non un emploi pour le mois qui fait
l'objet d'une demande d'allocation.
Si un emploi y est mentionné,
aucune allocation ne sera versée
pour la période de travail en
question.
Si le travail n'était pas mentionné
sur
la
carte
de
contrôle,
l'organisme
de
paiement
demandera des explications au
demandeur d'emploi.
La banque de données Dimona
peut parfois contenir des données
erronées, par exemple lorsque
l'employeur omet de signaler un
départ en temps voulu.
Une fois que la situation de fait
aura été clarifiée, un versement
sera ou non effectué sur la base
des données correctes.
La nouvelle procédure requiert une
adaptation
importante
des
programmes informatiques. Le
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
64
slordigheid. De nieuwe procedure heeft alleen betrekking op de
tweede situatie. Het lijkt passend om die toch ook op een andere
wijze te behandelen.
Dat belet niet dat bij een vaststelling van inbreuk op het terrein de
controlediensten van de RVA verder optreden. Zij zullen dan nog
steeds de feiten vaststellen in een proces-verbaal. Dat kan steeds
leiden tot een administratieve sanctie.
Daarom moet men de nieuwe maatregel aanzien als een bijkomend
en preventief controlemiddel. Dat zal tamelijk doeltreffend zijn.
Wij hebben echter een overgangsperiode van een à twee maanden
nodig. Daarna zal een en ander efficiënter worden.
système devrait être opérationnel
au printemps de 2009.
En ce qui concerne le principe
d'égalité, on distingue deux cas de
figure : soit un chômeur indemnisé
effectue un travail au noir non
déclaré à l'ONSS et au fisc, soit il
effectue un travail légal mais ne le
mentionne pas sur la carte de
contrôle.
Dans le premier cas, il peut être
supposé que le chômeur agit de
mauvaise foi. Dans le second cas,
il peut aussi s'agir de mauvaise foi
mais également d'un oubli ou
d'une néglicence. La nouvelle
procédure ne concerne que les
situations relevant de ce second
cas.
S'ils constatent une infraction sur
le terrain, les services de contrôle
de l'Onem n'en poursuivront pas
moins
une
procédure
sanctionnelle.
Il convient de considérer cette
nouvelle mesure comme un
moyen de contrôle supplémentaire
et préventif qui devrait être
relativement
efficace.
Il
est
toutefois nécessaire de prévoir
une période transitoire d'un ou
deux mois.
17.03 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, ik
sta achter die maatregel. In een vorig leven heb ik die controles ook
nog mogen doen. Dat ging toen allemaal nog manueel.
Hetgeen mij vooral bezighoudt, is het volgende. Een werkloze wordt
betrapt op een werf waar hij de voorgaande dagen ook gewerkt heeft,
hoewel hij een kruisje op zijn stempelkaart heeft gezet. Welnu, die
krijgt onmiddellijk een pv aangesmeerd. Er wordt een proces-verbaal
opgesteld.
Nu volgt men bij de RVA echter een politiek waarbij, als uit koppeling
van databanken van onder andere Dimona ­ wat terecht is en een
efficiënte werkwijze waarmee ik volledig akkoord ga ­ blijkt dat
iemand een stempelkaart heeft ingediend zonder aangifte van werk bij
een uitzendkantoor voor bijvoorbeeld een week of twee tot drie dagen,
pas een pv wordt opgesteld wanneer die drie dagen zwartwerk heeft
verricht. Wie dus op heterdaad betrapt wordt, krijgt onmiddellijk een
pv aan zijn broek, terecht. Voor wie echter pas nadien betrapt wordt
door de koppeling van databanken en evengoed zwartwerk heeft
gepleegd, wordt een veel soepelere behandeling en sanctionering
gehanteerd en wordt er slechts zelden een pv opgesteld. Dat maakt
17.03 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): Je suis favorable à cette
mesure. J'insiste pour qu'on veille
à ce que le travail au noir soit
toujours sanctionné de façon
identique
et
cohérente,
que
l'intéressé soit pris en flagrant délit
ou non.
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
65
mij bezorgd.
Wij moeten daarmee opletten. Zwartwerk, of dat nu vandaag
vastgesteld wordt op heterdaad of pas een maand later, blijft
zwartwerk. Momenteel heeft men bij de RVA twee soorten van
sanctionering. Dat is geen goede zaak.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "het vrijwilligerswerk verricht door RVA-uitkeringsontvangers" (nr. 7572)
18 Question de Mme Sonja Becq à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "les activités bénévoles exercées par les bénéficiaires d'une allocation de chômage"
(n° 7572)</b>
18.01 Sonja Becq (CD&V): Mevrouw de minister, deze vraag is een
vraag om verduidelijking vanuit het vrijwilligerswerkveld. Blijkbaar zijn
er toch nog wel wat vragen naar de combinatiemogelijkheid van
vrijwilligerswerk met een of ander statuut bij de RVA.
Wanneer
iemand
werkloos
of
bruggepensioneerd
is
en
vrijwilligerswerk wil leveren, moet hij dat aangeven aan de RVA. Dat is
duidelijk. Blijkbaar zijn er toch nog vragen of is er wat onzekerheid bij
mensen die onder andere loopbaanonderbreking of zorgverlof nemen
en op dat moment ook nog vrijwilligerswerk uitoefenen. Moeten zij dat
op een of andere manier signaleren aan de RVA?
De definitie van vrijwilliger in de wet slaat ook op mensen die deel uit
maken van een vereniging of lid zijn van een raad van bestuur en
vergaderingen bijwonen en dergelijke meer. Zij beschouwen dat niet
altijd als echt vrijwilligerswerk, omdat het geen handenarbeid is.
Omdat de taken bestaan uit vergaderen, beschouwen sommige
mensen dat gewoon als een deelname aan een activiteit.
Is die interpretatie juist of niet? Mevrouw de minister, daarom heb ik
een vraag naar verduidelijking, ook om voor een stuk geruststelling te
kunnen geven of duidelijkheid te verschaffen aan mensen die
daarmee bezig zijn.
Tegelijkertijd, ik geef het toe, vraag ik ook naar wat cijfermateriaal
over de aanwezigheid van vrijwilligers en de combinatie met de RVA.
Moeten uitkeringstrekkers, niet alleen bruggepensioneerden en
werklozen, maar ook mensen met loopbaanonderbreking aangeven
aan de RVA dat zij vrijwilligerswerk uitoefenen?
Is die meldingsplicht ook van toepassing op bestuursvrijwilligers in
lokale verenigingen? Ik denk dan aan de KAV, de KWB, Unizo of
andere verenigingen?
Ik heb ook de vraag of u cijfers kunt geven, uitgesplitst per regio, in
verband met het aantal mensen dat zo'n toelating vraagt om
vrijwilligerswerk te kunnen verrichten.
Zijn er, ook uitgesplitst per regio, gegevens van de RVA over
eventuele weigeringen en eventuele beroepen op weigering?
18.01 Sonja Becq (CD&V): Il
règne une certaine confusion en
ce qui concerne les personnes qui
ont pris une interruption de
carrière ou un congé d'assistance
et effectuent du bénévolat au
cours de cette période. L'activité
bénévole doit-elle être signalée à
l'ONEm?
La
loi
considère
également comme bénévoles les
personnes
affiliées
à
une
association ou membres du
conseil
d'administration
d'une
association, mais les intéressés
n'en ont pas toujours conscience.
Ces
activités
doivent-elles
également
être
signalées
à
l'ONEm?
Dispose-t-on
de
statistiques,
si
possible
par
Région, sur les personnes qui
sollicitent
l'autorisation
de
l'ONEm? Dispose-t-on de chiffres
en ce qui concerne les refus?
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
66
Welke activiteiten die in de regel als vrijwilligerswerk beschouwd
worden, worden niet als dusdanig beschouwd door de RVA?
18.02 Minister Joëlle Milquet: Mevrouw de voorzitter, er bestaat voor
werknemers die onderbrekingsuitkeringen genieten ten gevolge van
loopbaanonderbreking en tijdskrediet geen verplichting om de RVA
voorafgaand in kennis te stellen van het vrijwilligerswerk.
Dat houdt verband met het feit dat de finaliteit van die regeling totaal
verschillend is van de regeling van de vergoede werklozen, aangezien
er in de eerste regeling nooit sprake is van een verplichting om
beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt.
De uitkeringsgerechtigde werkloze die vrijwilligerswerk verricht
overeenkomstig de vrijwilligerswet, moet dat in principe aangeven bij
het werkloosheidsbureau van de RVA. De niet-naleving van de
meldingsplicht leidt evenwel niet tot het verlies van uitkeringen, indien
de sociaalverzekerde, met toepassing van artikel 45 4
de
lid ten vijfde
van het werkloosheidsbesluit, kan aantonen dat de activiteit gezien
zijn aard en omvang niet ingeschakeld kan worden in het
economische ruilverkeer van goederen en diensten en dat de activiteit
geen commercieel karakter heeft.
De RVA beschikt slechts over cijfermateriaal betreffende het aantal
vergoede personen met volledige of tijdelijke werkloosheid,
brugpensioen of activeringsuitkering dat momenteel vrijwilligerswerk
verricht na aangifte bij het werkloosheidsbureau. De cijfers betreffen
slechts een deel van het vrijwilligerswerk. De regelgeving voorziet er
inderdaad in dat de rijksdienst een algemene toelating kan verlenen
met vrijstelling van aangifte. Een dergelijke toelating geldt bijvoorbeeld
voor de gewone activiteit als occasioneel vrijwilliger bij het Rode Kruis.
Die werklozen worden dus niet meegeteld in de vermelde cijfers.
Het aantal vergoede personen dat momenteel vrijwilligerswerk
verricht na aangifte bij het werkloosheidsbureau, is voor het Vlaamse
Gewest 7.036, voor het Waals Gewest 2.400 en voor het Brussels
Gewest 526. De gegevensbank bevat geen precieze gegevens over
het aantal weigeringen. Wel kan eruit afgeleid worden dat het aantal
weigeringen zeer beperkt is. Uit een bevraging van de dienst
verantwoordelijk voor gerechtelijke geschillen, blijkt voorts dat er
omtrent de materie vrijwel geen beroep bij de arbeidsrechtbank wordt
ingediend.
Op uw laatste vraag, overeenkomstig de vigerende regelgeving kan
de directeur de uitoefening van de activiteit verbieden of slechts
aanvaarden binnen bepaalde perken, indien hij vaststelt dat een of
meer van de volgende punten is vervuld. Ten eerste, de activiteit
vertoont niet of niet langer de kenmerken van vrijwilligerswerk, zoals
bedoeld in de vermelde wet. Ten tweede, de activiteit vertoont gezien
haar aard, omvang en frequentie of gezien het kader waarin ze wordt
uitgeoefend, niet of niet langer de kenmerken van een activiteit die in
het verenigingsleven gewoonlijk door vrijwilligers wordt verricht.
Er zijn nog andere bepalingen. Ik verwijs naar artikel 45bis van het
werkloosheidsbesluit.
18.02 Joëlle Milquet, ministre:
Les travailleurs qui perçoivent des
allocations d'interruption dans le
cadre
d'une
interruption
de
carrière et d'un crédit-temps ne
sont pas tenus d'informer au
préalable l'Onem de leur travail de
volontaire, ce qui est dû au fait que
la finalité de ce règlement est
totalement différente de celle du
règlement relatif aux chômeurs
indemnisés étant donné que dans
le premier règlement, il n'est nulle
part question d'une obligation
d'être disponible pour le marché
du travail.
Le
chômeur
indemnisé
qui
effectue un travail de volontaire
conformément à la loi relative aux
droits des volontaires a cependant
l'obligation de le déclarer à
l'ONEm mais le non-respect de
cette obligation n'aboutit pas à la
perte des allocations si l'intéressé
peut démontrer que son activité ne
peut être intégrée dans le courant
des échanges économiques de
biens et de services, et est dénuée
de caractère commercial.
L'ONEm ne dispose de chiffres
que pour les personnes au
chômage complet ou temporaire,
à la préretraite ou bénéficiant
d'une allocation d'activation, qui
effectuent un travail bénévole et
l'ont déclaré au bureau de
chômage. Il s'agit de 7.036
personnes en Flandre, de 2.400
en Wallonie et de 526 à Bruxelles.
L'ONEm peut en effet octroyer une
autorisation
assortie
d'une
exemption
de
déclaration,
notamment pour les bénévoles
occasionnels de la Croix Rouge.
Ils ne figurent pas dans les
chiffres. Le nombre de refus est
très limité, il n'existe pas de
chiffres précis et quasiment aucun
appel n'est interjeté devant le
tribunal du Travail. Le directeur
peut
interdire
ou
accepter
l'exercice d'une activité donnée à
certaines
conditions,
lorsque
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
67
l'activité ne présente par exemple
pas les caractéristiques du travail
bénévole.
18.03 Sonja Becq (CD&V): Mevrouw de minister, ik dank u voor het
antwoord. Ik denk dat het wel belangrijk is. Wij denken soms dat de
regelgeving evident is en dat iedereen ze begrijpt, maar ik kreeg toch
van een aantal verenigingen voor vrijwilligers vragen over de
loopbaanonderbreking en de aangifteplicht. Daarover bestond dus
blijkbaar nog enige onduidelijkheid.
U zegt dat een bestuursvrijwilliger niet onder de desbetreffende wet
ressorteert, omdat hij niet deelneemt aan het economisch ruilverkeer,
wat geen commerciële activiteit is. De bestuursvrijwilligers mogen dus
gerust zijn. Als zij werkloos zijn, zullen zich geen problemen voordoen.
Ik vraag het nog eens heel expliciet. Ik begrijp uw redenering van het
economisch ruilverkeer waaraan men niet deelneemt, maar blijkbaar
bestond daarover toch nog de bekommernis of bestuursvrijwilligers
die werkloos of bruggepensioneerd zijn, nog een aangifte moesten
doen. Ik leid uit uw antwoord af dat zij dat niet hoeven te doen. Ik
vraag het nog eens heel expliciet om zeker te zijn en de mensen niet
op een verkeerd been te zetten.
18.03 Sonja Becq (CD&V): La
législation n'est pas aussi claire
pour tout le monde. Ai-je bien
compris que les chômeurs ou
prépensionnés effectuant à titre
bénévole
des
tâches
administratives ne ressortissent
pas à la loi et ne doivent pas faire
de déclaration, parce qu'ils ne
participent
pas
au
circuit
économique?
18.04 Medewerker minister: In principe moeten zij een verklaring
afleggen, maar zij zullen geen sanctie krijgen. De verplichting bestaat,
maar als men niet deelneemt aan het economisch ruilverkeer, zal er
geen sanctie zijn.
18.04
Collaborateur
du
ministre: Ils sont tenus d'effectuer
une déclaration mais ils ne se
voient pas infliger de sanction
parce qu'ils ne participent pas au
circuit économique.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La présidente: Tous les points suivants sont reportés mais je voudrais poser ma question.
19 Question de Mme Florence Reuter à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances sur "les restrictions à l'égard des ressortissants des nouveaux États-membres" (n° 7845)</b>
19 Vraag van mevrouw Florence Reuter aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de beperkingen voor de onderdanen van de nieuwe lidstaten" (nr. 7845)
19.01 Florence Reuter (MR): Madame la ministre, les ressortissants
de nouveaux États membres, à l'exception de Malte et de Chypre,
subissent des restrictions à la libre circulation des travailleurs au sein
de l'Union européenne. En effet, ces travailleurs doivent disposer d'un
permis de travail pour venir travailler en Belgique.
Par arrêté royal du 12 avril 2004, la Belgique a décidé de prolonger
cette période transitoire jusqu'au 30 avril 2009. Nous devons lever les
restrictions pour le 1
er
mai 2009 sauf si nous constatons l'existence ou
un risque de graves perturbations sur notre marché de l'emploi. Pour
la Roumanie et la Bulgarie, la levée est prévue le 31 décembre 2008.
Je voudrais évoquer ici un aspect particulier de cette problématique.
Les fonctionnaires européens, ressortissants de ces huit nouveaux
États membres subissent directement les conséquences de ces
décisions. En effet, leurs conjoints ne peuvent venir travailler
librement en Belgique. Un permis de travail est nécessaire. De
nombreuses familles se trouvent dès lors séparées, les conjoints
19.01 Florence Reuter (MR):
Voor de ingezetenen van de
nieuwe EU-lidstaten gelden er
beperkingen
inzake
het
vrij
verkeer van werknemers in de
Europese Unie. In België werden
die beperkingen, die inhouden dat
de
betrokkenen
een
arbeidsvergunning
moeten
aanvragen, verlengd tot 30 april
2009.
De Europese ambtenaren uit de
nieuwe EU-lidstaten ondergaan
daar rechtstreeks de gevolgen
van: hun echtgenoten mogen niet
zomaar in ons land aan de slag
gaan.
Het
Groothertogdom
22/10/2008
CRIV 52
COM 348
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
68
préférant rester dans leur pays d'origine. Certains fonctionnaires
renoncent même à leur poste et aux efforts fournis pour l'obtenir afin
de retourner au pays.
Une solution a pu être trouvée au Luxembourg. Une loi spécifique
autorisant les conjoints des fonctionnaires européens à exercer leur
profession sur le territoire du Grand-Duché du Luxembourg a été
adoptée.
Madame la ministre, ce dossier est en discussion au sein du
gouvernement. Quel est son état d'avancement? Un accord va-t-il
être trouvé? Quelle est votre position et les solutions envisagées?
Luxemburg heeft een specifieke
wet aangenomen om die kwestie
te regelen. Hoe zit het met de
besprekingen dienaangaande in
de regering? Zal er een akkoord
worden bereikt? Wat is uw
standpunt ter zake? Aan welke
oplossingen wordt er gedacht?
19.02 Joëlle Milquet, ministre: Madame Reuter, il s'agit certes là
d'un problème mais ce n'est certainement pas le plus grave ni le plus
urgent! Néanmoins, je peux comprendre que cela puisse susciter
quelques interrogations.
Les levées de restriction auront lieu automatiquement en mai 2009.
Je vois mal un consensus se dégager pour les reporter à nouveau. Je
crois que le problème se règlera par lui-même. Il est vrai que, jusqu'à
présent, les gouvernements antérieurs - dans lesquels je n'étais pas -,
n'ont pas jugé opportun de prendre une mesure. Aujourd'hui, nous
avons d'autres urgences à traiter en matière d'immigration
économique et de régularisation.
S'il fallait intervenir, je n'ai pas d'objection majeure mais ce serait
tellement ponctuel et bref que je pense que cela n'en vaut plus la
peine. Cependant, n'exagérons pas, ce n'est pas parce que les levées
de restriction n'étaient pas faites que ces personnes n'avaient pas la
capacité de venir travailler. Les permis de travail pouvaient être
délivrés, tenant compte des exceptions que l'on connaît. Je peux
comprendre que la procédure sera grandement facilitée à partir du
mois de mai 2009.
19.02 Minister Joëlle Milquet:
Die beperkingen zullen in 2009
automatisch worden afgeschaft.
Vandaag hebben wij andere
prioriteiten inzake economische
immigratie en regularisatie, temeer
daar
de
echtgenoten
van
Europese ambtenaren mits enkele
demarches een arbeidsvergunning
kunnen bekomen
19.03 Florence Reuter (MR): Madame la ministre, je vous remercie
et je transmettrai votre réponse aux personnes concernées. La
séparation d'une famille due à la venue d'un des conjoints en
Belgique pour son travail reste problématique, même s'il s'agit d'une
minorité. Mais chaque cas est important et cela méritait donc de
poser la question, même s'il n'y a pas d'autre solution que d'attendre
mai 2009.
19.03 Florence Reuter (MR): Ik
zal
uw
antwoord
aan
de
betrokkenen doorspelen.
19.04 Joëlle Milquet, ministre: Pour être complète auprès de
certaines familles politiques, je voudrais dire que si on obtient un
accord sur l'immigration et l'asile, sachez que les levées de restriction
se feront immédiatement! Chaque fonctionnaire européen, homme ou
femme, serait ainsi satisfait! Peut-être arriverons-nous à décoincer les
choses de cette manière!
19.04 Minister Joëlle Milquet:
Indien wij een akkoord bereiken
over immigratie en asiel, dan
zullen de beperkingen onmiddellijk
worden opgeheven!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 18.52 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.52 uur.
CRIV 52
COM 348
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
69