KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 392
CRIV 52 COM 392
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
S
OCIALE
Z
AKEN
C
OMMISSION DES
A
FFAIRES SOCIALES
dinsdag
mardi
09-12-2008
09-12-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 392
09/12/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de restricties inzake de toekenning
van anciënniteitstoeslagen aan oudere werklozen"
(nr. 8374)
1
Question de M. Stefaan Vercamer à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "les restrictions
concernant l'octroi d'un complément d'ancienneté
aux chômeurs âgés" (n° 8374)
1
Sprekers: Stefaan Vercamer, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Stefaan Vercamer, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Samengevoegde vragen van
3
Questions jointes de
3
- de heer Stefaan Vercamer aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de lage werkgelegenheidsgraad
van allochtonen in ons land" (nr. 8626)
3
- M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "le faible taux d'emploi des allochtones dans
notre pays" (n° 8626)
3
- mevrouw Zoé Genot aan de vice-eerste minister
en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
integratie van migranten op de arbeidsmarkt"
(nr. 8630)
3
- Mme Zoé Genot à la vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'intégration des immigrés dans le marché du
travail" (n° 8630)
3
Sprekers: Stefaan Vercamer, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Stefaan Vercamer, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de sensibiliseringscampagne rond
het Generatiepact" (nr. 8656)
5
Question de M. Michel Doomst à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "la campagne de sensibilisation
concernant le Pacte de solidarité entre les
générations" (n° 8656)
5
Sprekers: Michel Doomst, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Michel Doomst, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van mevrouw Meryame Kitir aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de compensatie van de sociale en
beschutte werkplaatsen voor de gevolgen van de
verhoging van het wettelijk minimumloon"
(nr. 8708)
7
Question de Mme Meryame Kitir à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "la compensation
accordée aux ateliers sociaux et protégés à la
suite de l'augmentation du salaire minimum légal"
(n° 8708)
7
Sprekers: Meryame Kitir, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Meryame Kitir, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Guy D'haeseleer aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de veroordeling van België door de
IAO wegens de criteria voor de erkenning van
vakbonden" (nr. 8749)
9
Question de M. Guy D'haeseleer à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "la condamnation de la
Belgique par l'OIT en raison des critères utilisés
pour la reconnaissance des syndicats" (n° 8749)
9
Sprekers: Guy D'haeseleer, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Guy D'haeseleer, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Samengevoegde vragen van
11
Questions jointes de
11
- de heer Hans Bonte aan de vice-eerste minister
en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
hervorming van de banenplannen en meer
specifiek de afschaffing van de lastenverlagende
maatregelen
voor
50-plussers
op
onze
arbeidsmarkt" (nr. 9068)
11
- M. Hans Bonte à la vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "la réforme des plans pour l'emploi et plus
particulièrement la suppression des mesures de
réduction de charges pour les plus de 50 ans sur
notre marché du travail" (n° 9068)
11
- de heer Guy D'haeseleer aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen over "de afschaffing van de
11
- M. Guy D'haeseleer à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "la suppression de la réduction des charges
11
09/12/2008
CRIV 52
COM 392
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
lastenverlaging ten voordele van 50-plussers"
(nr. 9113)
en faveur des plus de 50 ans" (n° 9113)
Sprekers: Hans Bonte, Guy D'haeseleer,
Joëlle Milquet
, vice-eerste minister en
minister van Werk en Gelijke Kansen
Orateurs: Hans Bonte, Guy D'haeseleer,
Joëlle Milquet
, vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances
Vraag van mevrouw Martine De Maght aan de
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen over "dienstencheques voor
kinderopvang" (nr. 8482)
14
Question de Mme Martine De Maght à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "les titres-services pour
l'accueil d'enfants" (n° 8482)
14
Sprekers: Martine De Maght, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Martine De Maght, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen over "het op elkaar afstemmen
van het tijdschema voor opleiding en de
dienstregeling van het openbaar vervoer"
(nr. 8537)
16
Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "la coordination des
horaires de formation avec les horaires des
transports en commun" (n° 8537)
16
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Joëlle
Milquet
, vice-eerste minister en minister van
Werk en Gelijke Kansen
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Joëlle
Milquet
, vice-première ministre et ministre de
l'Emploi et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen over "het aan werkzoekenden
opgelegde verbod om te werken tijdens de
onderbrekingsperiode
tussen
opleidingen"
(nr. 8538)
19
Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "l'interdiction aux
demandeurs d'emploi d'occuper un emploi
pendant les périodes d'interruption de leur
formation" (n° 8538)
19
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Joëlle
Milquet
, vice-eerste minister en minister van
Werk en Gelijke Kansen
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Joëlle
Milquet
, vice-première ministre et ministre de
l'Emploi et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Luc Goutry aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de aanwervingsvoorwaarden en de
regularisering
van
IBF-werknemers
in
ziekenhuizen" (nr. 9078)
21
Question de M. Luc Goutry à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "les conditions de recrutement et la
régularisation des travailleurs du FBI (Fonds
budgétaire interdépartemental) dans les hôpitaux"
(n° 9078)
21
Sprekers: Luc Goutry, Joëlle Milquet, vice-
eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Luc Goutry, Joëlle Milquet, vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances
Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "moslimfeestdagen" (nr. 9084)
24
Question de Mme Sarah Smeyers à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "les jours de fête
musulmans" (n° 9084)
24
Sprekers: Sarah Smeyers, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Sarah Smeyers, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen over "de betaling van de EGKS-
vergoedingen aan werknemers die werden
ontslagen in het kader van een herstructurering
van een staalbedrijf" (nr. 9097)
25
Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "le versement des
primes CECA aux salariés licenciés dans le cadre
de restructuration d'entreprises sidérurgiques"
(n° 9097)
25
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Joëlle
Milquet
, vice-eerste minister en minister van
Werk en Gelijke Kansen
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Joëlle
Milquet
, vice-première ministre et ministre de
l'Emploi et de l'Égalité des chances
CRIV 52
COM 392
09/12/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE SOCIALE
ZAKEN
COMMISSION DES AFFAIRES
SOCIALES
van
DINSDAG
9
DECEMBER
2008
Namiddag
______
du
MARDI
9
DECEMBRE
2008
Après-midi
______
La séance est ouverte à 15.09 heures et présidée par M. Yvan Mayeur.
De vergadering wordt geopend om 15.09 uur en voorgezeten door de heer Yvan Mayeur.
Le président: Les questions n° 8284 de Mme Burgeon et n° 8604 de Mme Lambert sont reportées, pour la
dernière fois.
01 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de restricties inzake de toekenning van anciënniteitstoeslagen aan oudere werklozen"
(nr. 8374)
01 Question de M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances sur "les restrictions concernant l'octroi d'un complément d'ancienneté aux chômeurs
âgés" (n° 8374)</b>
01.01 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de minister, mijn vraag
gaat over de anciënniteitstoeslagen voor oudere werklozen. In een
van de vorige commissies was daar wat spraakverwarring over toen
het ging over de werkhervattingspremie terwijl u het had over de
anciënniteitspremie. Nu gaat het over de anciënniteitstoeslagen voor
oudere werklozen.
Die toeslagen kunnen toegekend worden aan werklozen vanaf
50 jaar. De personen die geen recht hebben op een brugpensioen
komen in aanmerking voor zo'n toeslag. Zij moeten daarvoor 20 jaar
anciënniteit bewijzen. Bovendien is er een belangrijke restrictie
ingebouwd dat de anciënniteitstoeslag niet wordt toegekend wanneer
iemand minder dan 2 jaar van zijn brugpensioen staat. Deze restrictie
is ingebouwd om te voorkomen dat de werkgevers 50-plussers
dumpen in de werkloosheid omdat zij dan geen aanvullende
vergoeding moeten uitbetalen voor het brugpensioen.
In de praktijk blijkt dat deze restrictie heel vaak wordt omzeild door de
werkgevers. Vandaar mijn vragen.
Ten eerste, kunt u bevestigen dat die restrictie vaak ontweken wordt
in de praktijk? Kunt u concrete cijfers geven? Wij proberen te
detecteren hoeveel werkloze 50-plussers een anciënniteitstoeslag
ontvangen,
hoeveel
bruggepensioneerde
50-plussers
een
aanvullende vergoeding krijgen van de werkgever, en hoeveel
bruggepensioneerden geen aanvullende vergoeding krijgen van de
werkgever.
Belangrijker is te weten welke technieken werkgevers gebruiken om
aan die restrictie te ontsnappen.
01.01 Stefaan Vercamer (CD&V):
Le complément d'ancienneté pour
les chômeurs âgés peut être
octroyé
aux
chômeurs
de
cinquante
ans
ayant
une
ancienneté de plus de vingt ans,
mais pas aux chômeurs âgés qui
sont à moins de deux ans de leur
prépension. Le ministre peut-il
confirmer que cette restriction est
souvent
contournée
par
les
employeurs?
Dispose-t-on
de
matériel chiffré à cet égard?
Quelles sont les techniques
frauduleuses utilisées par les
employeurs? Le ministre est-il
favorable à la suppression de
cette restriction et cette éventuelle
suppression n'est-elle pas en
porte-à-faux avec l'objectif de
maintenir les plus de cinquante
ans au travail? a ministre serait-
elle favorable à l'idée de lier
l'éventuelle suppression de la
restriction à l'augmentation de
l'ancienneté exigée de vingt à
vingt-cinq ans?
09/12/2008
CRIV 52
COM 392
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Ten tweede, er gaan stemmen op om die restrictie af te schaffen. Mijn
vraag is of u daar ook voor gewonnen bent.
Ten derde, staat de eventuele afschaffing niet haaks op de
doelstelling de werkgelegenheidsgraad van de 50-plussers te
verhogen?
Ten vierde en tot slot, hoe staat u tegenover het idee om de eventuele
afschaffing van de restrictie gepaard te laten gaan met het optrekken
van de huidige anciënniteitsvoorwaarde van 20 jaar naar bijvoorbeeld
25 jaar? In het kader van de activering zou dat een stimulans kunnen
zijn voor mensen om langer te werken, zodat zij meer jaren gewerkt
hebben voor zij daarvoor in aanmerking komen.
01.02 Minister Joëlle Milquet: Mijnheer de voorzitter, in antwoord op
de gestelde vragen, kan ik het volgende cijfermateriaal meedelen.
Aantal werklozen vijftigplus, gerechtigd op de anciënniteitstoeslag,
gemiddeld aantal betalingen per maand, 112.466.
Aantal bruggepensioneerden vijftigplus, met aanvullende vergoeding
ten laste van de werkgever of een fonds: 113.617.
Aantal
bruggepensioneerden
vijftigplus,
zonder
aanvullende
vergoeding: nul. In principe ontvangen alle bruggepensioneerden een
aanvullende vergoeding.
De RVA beschikt niet over cijfermateriaal omtrent het aantal
werknemers dat ontslagen wordt in de twee jaar voor de
brugpensioenleeftijd met de intentie het brugpensioen te ontwijken.
De problematiek die u aanhaalt, betreft de werknemers die zijn
ontslagen binnen een periode van twee jaar voorafgaand aan het
brugpensioen. Deze werknemers hebben volgens de huidige
reglementering geen recht op een anciënniteitstoeslag. Deze bepaling
werd genomen om te vermijden dat de werkgever overgaat tot ontslag
van
de
werknemers
net
voor
het
bereiken
van
de
brugpensioenleeftijd. Deze bepaling is echter onrechtvaardig, vermits
de werknemer wordt gesanctioneerd voor een handeling van zijn
werkgever.
Tijdens het begrotingsconclaaf 2008 heeft mijn voorganger, de heer
Piette, reeds voorgesteld deze bepaling af te schaffen. De sociale
partners hebben dit voorstel overgenomen in het kader van het
dossier en de enveloppe van de welvaartskoppeling en de
uitkeringen. Ze stellen dus eveneens voor deze discriminatie op te
heffen. Ik sta volledig achter dit voorstel. Deze bepaling heeft
betrekking op een relatief kleine groep werklozen en het betreft hier
dus enkel het wegwerken van een discriminatie die niet tegenstrijdig
is aan de doelstelling om vijftigplussers langer aan het werk te
houden.
Het is niet mijn bedoeling het te bewijzen beroepsverleden te
verhogen om de anciënniteitstoeslag te verkrijgen.
01.02 Joëlle Milquet, ministre: Le
nombre des plus de cinquante ans
ayant
droit
au
complément
d'ancienneté s'élève à 112.466. Le
nombre
des
prépensionnés
bénéficiant
d'une
indemnité
complémentaire à charge de
l'employeur ou d'un fonds s'élève
à 113.617. Il n'y a pas de
prépensionnés ne bénéficiant pas
d'un tel complément. Le problème
soulevé concerne les travailleurs
licenciés dans les deux ans
précédant la prépension et qui,
pour le moment, n'ont pas droit à
ce complément. Je suis totalement
favorable à l'idée de supprimer
cette discrimination. Je n'ai pas
l'intention
de
subordonner
l'obtention du complément à un
durcissement de l'obligation de
rapporter la preuve du passé
professionnel.
01.03 Stefaan Vercamer (CD&V): Ik begrijp dat u de voorwaarde
van twintig jaar niet zult optrekken tot vijfentwintig jaar. Het voorstel is
dus de twintig jaar behouden en de restrictie afschaffen.
01.03 Stefaan Vercamer (CD&V):
La restriction sera donc supprimée
et la condition d'ancienneté ne
sera pas portée à vingt-cinq ans.
C'est une bonne chose.
CRIV 52
COM 392
09/12/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 8444 de Mme Déom est reportée, la question n° 8606 de Mme Lambert est
retirée et la question n° 8615 de M. Crucke est transformée en question écrite. Aangezien mevrouw Genot
niet aanwezig is, vervalt de samengevoegde vraag van de heer Vercamer en mevrouw Genot en wordt zij
omgezet in een vraag van de heer Vercamer.
02 Samengevoegde vragen van
- de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de lage werkgelegenheidsgraad van allochtonen in ons land" (nr. 8626)
- mevrouw Zoé Genot aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
integratie van migranten op de arbeidsmarkt" (nr. 8630)
02 Questions jointes de
- M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "le faible taux d'emploi des allochtones dans notre pays" (n° 8626)<br>- Mme Zoé Genot à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"l'intégration des immigrés dans le marché du travail" (n° 8630)</b>
02.01 Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, bij de bespreking van uw beleidsbrief heb ik in de
commissie al een suggestie hierover gedaan, maar mijn vraag werd
reeds vroeger ingediend.
In De Standaard werden de resultaten gepubliceerd van een OESO-
onderzoek betreffende de werkgelegenheidsgraad van allochtonen.
Daaruit blijkt dat wij het op dat vlak op de Belgische arbeidsmarkt niet
goed doen. De werkloosheidsgraad bij de allochtonen is 2,5 keer zo
hoog als bij de autochtone Belgen. Vooral de vrouwelijke migranten
scoren slecht. Slechts vier op tien hebben een betaalde baan. Uit de
cijfers blijkt ook ­ dat is opvallend ­ dat zelfs allochtonen van de
tweede generatie het slecht blijven doen, terwijl alle andere landen het
op dat vlak een stuk beter doen.
Uit de OESO-studie blijkt verder nog dat allochtone vrouwen
gehinderd zijn door een taalhandicap, niet alleen in het onderwijs,
maar ook op de arbeidsmarkt. In uw beleidsnota wordt voorgesteld
om een taalpremie ter bevordering van de mobiliteit op de
arbeidsmarkt, zowel professioneel als geografisch en interregionaal,
in te stellen. Ik zou daaraan graag een verlengstuk breien, maar ik
wacht uw antwoord af.
Kunt u de cijfers uit de OESO-studie bevestigen? Zijn dat correcte
cijfers?
Misschien zijn er verklaringen waarom wij in België slechter scoren op
dat vlak dan de andere OESO-landen? Dat intrigeert mij.
Gaat u ermee akkoord ­ dat is een van de redenen die soms
aangehaald worden ­ dat de lage werkgelegenheidsgraad bij
allochtone
vrouwen
mede
veroorzaakt
wordt
door
de
werkloosheidsval?
Bent u ervoor gewonnen ­ dat was ook mijn vraag bij de bespreking
van uw beleidsbrief in de commissie ­ om de taalpremie, zoals ze
voorgesteld wordt in uw beleidsnota, uit te breiden naar de
allochtonen? Nu is de taalpremie vooral voorzien om mensen de taal
02.01 Stefaan Vercamer (CD&V):
D'après des chiffres de l'OCDE, le
taux de chômage des allochtones
est deux fois et demi plus élevé,
en Belgique, que celui des
autochtones.
Le
problème
concerne surtout les femmes,
mais
aussi
la
deuxième
génération.
Les
femmes
allochtones
souffrent
d'un
handicap linguistique, auquel il
pourrait être remédié par le biais
de la prime linguistique proposée
par la ministre dans sa note de
politique générale.
Ces chiffres sont-ils exacts et
comment la ministre les explique-
t-elle? S'agit-il du fameux piège à
l'emploi? La ministre est-elle
favorable à une extension de la
prime
au
bénéfice
des
allochtones? Dispose-t-elle de
solutions de remplacement pour
lutter contre ce problème du faible
taux d'emploi des allochtones?
09/12/2008
CRIV 52
COM 392
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
aan te leren van de regio waar zij gaan werken. Voor die allochtonen
is het ook belangrijk dat zij de taal aanleren van de regio waar zij
wonen, zodat zij beter gewapend zouden zijn om werk te vinden in de
regio waar zij wonen. Bent u bereid om de taalpremie naar die
doelgroep uit te breiden? Misschien hebt u andere alternatieven om
de lage werkgelegenheidsgraad onder de allochtonen te bekampen?
02.02 Minister Joëlle Milquet: Mijnheer de voorzitter, de cijfers van
de OESO kloppen helemaal. Ze zijn gebaseerd op een studie van de
FOD
Werk
en
het
sociaal
overleg,
met
name
de
arbeidskrachtenenquête. De studie van de OESO heeft eveneens de
databank van de AD Statistiek geraadpleegd. Daarom moet worden
opgemerkt dat het verslag eveneens de nieuwe wettelijke bepalingen
met
betrekking
tot
antidiscriminatie
en
de
regionale
diversiteitsplannen erkent. Voor de OESO is er duidelijk een
bestrijdingsproces aan de gang. Het valt echter niet te ontkennen dat
discriminatie op de arbeidsmarkt werkelijkheid blijft.
Een van de verklaringen voor het feit dat België ten opzichte van zijn
buurlanden een minder hoge tewerkstellingsgraad kent bij vrouwen
en, in het bijzonder, bij allochtone vrouwen, is de lagere
kwalificatiegraad dan het nationaal gemiddelde. Dit verklaart de lagere
lonen en daardoor liggen deze dichter bij de eventuele
vervangingsinkomens. Ik ben dan ook van mening dat de
werkloosheidsvallen aan de oorsprong van deze situatie liggen. Zelfs
al is de situatie verbeterd dankzij de versterking van de werkbonus,
toch weten we dat ze nog steeds aanwezig is voor vrouwen die vaker
deeltijds werken en moeilijk opvang vinden voor hun kinderen.
Daarom heb ik hiervoor twee maatregelen genomen, namelijk de
hervorming van de inkomensgarantie-uitkering die het mogelijk maakt
om het netto-inkomen van deeltijdse werknemers te verhogen,
enerzijds, en de hervorming van de kinderopvangtoeslag, die
binnenkort van kracht zal worden, anderzijds.
Wat de premie voor taalopleidingen betreft, voorziet het voorontwerp
van koninklijk besluit dat momenteel op tafel ligt, de toekenning van
een premie wanneer een tweede landstaal wordt geleerd. Het is niet
voorzien dat dit van toepassing is wanneer Frans of Nederlands als
vreemde taal wordt aangeleerd. Er werd uiteraard ook niet gezegd dat
dit niet kan evolueren. Ik heb bovendien voorzien dat er een evaluatie
van de premie voor taalopleidingen kan worden uitgevoerd en dit een
jaar na het invoeren ervan.
Wat tot slot de versterking van de tewerkstellingsgraad van deze
werkneemsters betreft, moet de versterking van de sociale
bijdragevermindering voor de lage lonen van bijzonder belang zijn
voor lager gekwalificeerde personen en dit vooral in het kader van de
vereenvoudiging van de banenplannen. Dat is een actueel onderwerp.
In de vereenvoudiging van de banenplannen bestaan er een aantal
nieuwe maatregelen, zoals een vermindering van de sociale lasten op
de lage lonen. Dat zou een van de verschillende middelen zijn om de
werkgelegenheidsgraad van deze vrouwen te verhogen.
02.02 Joëlle Milquet, ministre:
Les chiffres de l'OCDE sont
effectivement
corrects.
La
discrimination sur le marché du
travail reste une donnée à prendre
en considération, bien que l'OCDE
reconnaisse qu'un processus de
lutte contre ce phénomène soit en
marche. Le taux d'emploi inférieur
à celui des pays voisins en ce qui
concerne les femmes, et en
particulier les femmes allochtones,
est notamment dû à leur faible
niveau
de
qualification.
Les
salaires sont dès lors faibles et les
pièges à l'emploi se referment. La
réforme de l'allocation de garantie
de revenus et du complément de
garde
d'enfants
sont
deux
mesures que j'ai prises pour
rendre le travail plus attractif.
L'arrêté royal prévoit une prime
linguistique
pour
ceux
qui
apprennent une seconde langue
nationale. Après une évaluation de
ce système, celui-ci sera peut-être
élargi
à
l'apprentissage
du
néerlandais ou du français comme
langue étrangère.
Dans le cadre de la simplification
des plans d'embauche, des
mesures sont en préparation pour
renforcer le niveau d'emploi des
travailleurs
peu
qualifiés
en
réduisant les cotisations sur les
bas salaires.
02.03 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de minister, ik dank u
voor uw antwoord.
Op het terrein heb ik begrepen dat, naast de lastenverlaging voor
werkgevers ­ een belangrijk gegeven ­, we verder zullen moeten
02.03 Stefaan Vercamer (CD&V):
Nous devons veiller à accroître
l'écart entre les revenus de
remplacement et ceux issus du
travail.
CRIV 52
COM 392
09/12/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
werken aan de bestrijding van de werkloosheidsval, zodat het verschil
tussen de vervangingsinkomens en het loon dat men verdient als men
gaat werken, nog groter wordt om de mensen te stimuleren de
overstap te maken naar een job.
U laat een opening voor de taalpremies die u voorziet in uw KB.
Ik blijf toch ook bepleiten dat wij, zeker voor die doelgroep, zouden
proberen de mensen te stimuleren om de taal te leren van de regio
waar ze werken, dat ze daar een stimulans toe krijgen en dat ook
daarvoor een soort van taalpremie zou gecreëerd worden.
La ministre est favorable aux
primes linguistiques. Je préconise
d'encourager
les
gens
à
apprendre la langue de la région
dans laquelle ils travaillent.
02.04 Minister Joëlle Milquet: Er is een aantal dagen geleden een
onderzoek gedaan waaruit blijkt dat het verschil tussen de uitkeringen
en de lage lonen groter is geworden. Dat betekent dat onze en andere
maatregelen tegen de werkloosheidsval positief zijn en een goed
effect hebben. In 2008 en in 2009 hebben wij met behulp van
verschillende fiscale maatregelen, met de versterking van de
werkbonus, de versterking van de uitkeringen een groter verschil
bekomen. Dat is een middel maar niet het enige middel om tegen de
werkloosheidsval te strijden.
02.04 Joëlle Milquet, ministre:
Une enquête récente a révélé que
l'écart entre les allocations et les
bas salaires a augmenté. Cela
signifie que nous sommes sur la
bonne voie.
02.05 Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik kan de
minister alleen maar aanmoedigen om dat te versterken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 8642 van de heer Vanvelthoven is uitgesteld.
03 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de sensibiliseringscampagne rond het Generatiepact" (nr. 8656)
03 Question de M. Michel Doomst à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "la campagne de sensibilisation concernant le Pacte de solidarité entre les générations"
(n° 8656)</b>
03.01 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de minister, via een
enquête van Plus Magazine is men nagegaan wat de ondervraagden
wisten over de maatregelen in het Generatiepact. U hebt daar
onmiddellijk op gereageerd door te zeggen dat u een
sensibiliseringscampagne zou opzetten om de vijftigplussers beter te
laten weten welke mogelijkheden zij hebben.
Hebt u zelf weet van onderzoeken naar de mate waarin mensen op de
hoogte zijn van die maatregelen? Kunt u de campagne daaromtrent al
een stukje toelichten? Wat zijn de concrete doeleinden? In welk
budget voorziet u daarvoor?
03.01 Michel Doomst (CD&V): À
la suite d'une enquête réalisée
récemment sur le Pacte de
solidarité entre les générations, la
ministre
entend
lancer
une
campagne de sensibilisation à
destination des plus de cinquante
ans.
La
ministre
a-t-elle
connaissance d'éventuelles études
sur le degré de connaissance de
ces mesures? Peut-elle déjà
révéler quelque peu la teneur de
cette campagne?
03.02 Minister Joëlle Milquet: Het gaat niet om een nieuw idee; het
betrof een van de maatregelen van het Generatiepact.
Er bestaat op dit ogenblik geen specifieke studie waarin bij het grote
publiek gepeild wordt naar de kennis van het Generatiepact en de
maatregelen. Het Generatiepact vermeldt in aanbeveling 13 expliciet
dat het nodig is om over de inhoud van het Generatiepact een grote
en langdurige campagne te voeren. Bovendien hebben veel studies
03.02 Joëlle Milquet, ministre:
Aucune étude spécifique n'a
jusqu'à ce jour tenté de tester les
connaissances du grand public sur
le Pacte de solidarité entre les
générations. La recommandation
numéro 13 du Pacte mentionne
explicitement la nécessité de
09/12/2008
CRIV 52
COM 392
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
onderstreept dat er nood is aan volledige informatie en aan
sensibilisering over het in dienst houden van werknemers ouder dan
50 jaar.
Ten slotte laat ik opmerken dat de tewerkstellingsgraad van ouderen
in België lager is dan het Europees gemiddelde, namelijk 34,4
tegenover 44,7, ook al neemt de tewerkstellingsgraad toe in België.
Het is dan ook evident dat de maatregelen van het Generatiepact
beter bekend moeten worden gemaakt, omdat de maatregelen een
fundamentele wijziging tot doel hebben, namelijk dat het aan het werk
houden van ouderen absoluut te verkiezen is boven de bevordering
van de vervroegde uittreding van oudere werknemers.
Het operationeel federaal programma van het Europees Sociaal
Fonds voor de periode 2007-2013 bevat expliciet de mogelijkheid om
een sensibiliseringscampagne op te zetten voor het behoud van de
oudere werknemers. In dat kader zal dus een nationale
meerjarencampagne worden opgezet, die enerzijds de maatregelen
zal communiceren, en anderzijds, tot doel heeft te sensibiliseren. De
campagne zal zich niet alleen op de oudere werknemers richten,
maar ook op het geheel van de sociale partners en het grote publiek.
Het doel van de campagne is het beeld van oudere werknemers dat
bij oudere werknemers en bij het brede publiek leeft, te wijzigen.
Teneinde een globale aanpak te creëren die tot doel heeft een beeld
te creëren van actief ouder worden, zal gewerkt worden aan de
mentaliteit die er momenteel nog heerst. Hiervoor zullen de voordelen
van het langer actief zijn op de arbeidsmarkt worden benadrukt en zal
er ook gewerkt worden aan het doorbreken van het vooroordeel dat
verbonden is aan het ouder worden.
De doelstellingen van de campagne zijn dan ook het laten toenemen
van de tewerkstellingsgraad van oudere werknemers en het verhogen
van de uittredingsleeftijd, om de doelstellingen van Lissabon te halen.
Met de mentaliteitswijziging willen we een beroep doen op het principe
van verantwoordelijkheid bij het leeftijdmanagement, en wel op drie
niveaus. Ten eerste, wat de werkgevers betreft, wordt verwacht dat ze
oudere werknemers of werkzoekenden alle kansen geven die ze
verdienen. Er is natuurlijk ook informatie over onder andere de
verschillende maatregelen.
De oudere werknemers en werkzoekenden moeten bewust worden
gemaakt van hun mogelijkheden en ze moeten ze de
verantwoordelijkheid nemen om geboden kansen op de arbeidsmarkt
te benutten. Hiervoor moeten de voordelen en de mogelijkheden om
een job voor een oudere werknemer te behouden, in de verf worden
gezet, en moeten de bestaande maatregelen om het menselijk
kapitaal te behouden en die betrekking hebben op het einde van de
carrière, worden verduidelijkt.
Ten tweede, ook moeten maatregelen inzake herinschakeling van
oudere werknemers worden uitgelegd en kenbaar gemaakt.
Ten derde, zowel het grote publiek als de oudere werknemers zelf
moeten worden overtuigd van de mogelijkheden van die oudere
werknemers.
Wat het budget betreft, het Europees Sociaal Fonds zal tot 2013
mettre en oeuvre une campagne
sérieuse et de longue durée sur le
contenu du texte. De nombreuses
études soulignent la nécessité
d'une information complète sur
l'opportunité de maintenir au
travail les plus de cinquante ans.
Le taux d'emploi des aînés en
Belgique atteint 34,4 % et est dès
lors inférieur à la moyenne
européenne de 44,7 %, même si
cette
proportion
s'accroît
lentement mais sûrement.
Le
programme
opérationnel
fédéral du Fonds social européen
pour la période 2007-2013 prévoit
explicitement la possibilité d'une
campagne de sensibilisation pour
le maintien des travailleurs âgés.
Une
campagne
nationale
pluriannuelle sera mise en oeuvre
en vue de modifier l'image de cette
catégorie de travailleurs, le but
ultime consistant à accroître leur
taux d'emploi et à relever l'âge de
la pension et partant, à atteindre
les objectifs de Lisbonne.
En matière de gestion de tous les
dossiers
liés
à
l'âge,
un
changement de mentalité est
indispensable à différents niveaux.
Le Fonds social européen prévoira
jusqu'en 2013 le financement de
l'organisation et de la réalisation
d'une campagne d'information et
de sensibilisation de grande
envergure. Pour cette campagne,
nous avons inscrit au budget
600.000
euros
de
crédits
d'engagement
annuels.
Pour
2008, une première tranche de
513.000 euros sera consacrée à la
réalisation d'un plan pluriannuel de
communication. Nous sommes en
train de sélectionner la firme qui
sera chargée de mener la grande
campagne pour le premier plan de
2009 et pour les plans des deux
années suivantes.
CRIV 52
COM 392
09/12/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
voorzien in de financiering van de organisatie en realisatie van een
brede informatie- en sensibiliseringscampagne die betrekking heeft
op het actief houden van vijftigplussers op de arbeidsmarkt.
Er werd vastgelegd om jaarlijks 600.000 euro te besteden aan die
campagne. Voor 2008 zal een eerste schijf van 513.000 euro worden
besteed aan de realisatie van het meerjarencommunicatieplan.
Nu zijn we bezig met de keuze van de firma om de grote campagne
voor het eerste plan in 2009 te voeren, en daarna in 2010 en 2011.
03.03 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de minister, ik dank u voor
uw duidelijk antwoord.
Ik ben heel blij dat die campagne snel van start zal gaan. Ik denk dat
het heel belangrijk is, zeker voor een arbeidsmarktbeleid op maat en
zeker voor Vlaanderen, dat alle maatregelen voor vijftigplussers zeer
goed zouden worden bekendgemaakt. Dat is immers een groep die
wij nodig zullen hebben voor de economische relance in de toekomst.
Ik ben blij dat de twee landsdelen mekaar op dat vlak stilaan beginnen
te vinden.
03.03 Michel Doomst (CD&V): Je
me réjouis que cette campagne
démarre rapidement. Pour que
nous puissions mettre en oeuvre
une politique du marché de
l'emploi adaptée à la Belgique et à
plus forte raison adaptée à la
Flandre, il importe que toutes les
mesures concernant les plus de
cinquante ans soient l'objet d'une
communication soigneuse. C'est
en effet nécessaire pour la future
relance économique. Je suis
heureux de constater que sur ce
plan,
les
deux
Régions
commencent progressivement à
trouver un terrain d'entente.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van mevrouw Meryame Kitir aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de compensatie van de sociale en beschutte werkplaatsen voor de gevolgen van de
verhoging van het wettelijk minimumloon" (nr. 8708)
04 Question de Mme Meryame Kitir à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances sur "la compensation accordée aux ateliers sociaux et protégés à la suite de
l'augmentation du salaire minimum légal" (n° 8708)</b>
04.01 Meryame Kitir (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, op 1 oktober 2008 is het gewaarborgd gemiddeld
minimum maandinkomen nogmaals verhoogd met 25 euro per
maand. De eerste verhoging dateert al van 1 april 2007. Beide
verhogingen zijn de uitvoering van het lopende interprofessioneel
akkoord voor de jaren 2007/2008. De federale regering had ook in
een budget voorzien om de loongrenzen van de werkbonus van de
lagelonencomponent binnen de structurele lastenverlaging aan te
passen ingevolge deze verhoging.
De eerste verhoging in 2007 heeft duidelijk gemaakt dat dit
belangrijke meerkosten impliceerde voor de beschutte en sociale
werkplaatsen. Voor Vlaanderen spreken we hier voor beide sectoren
over een kostprijs van 12,5 miljoen euro op kruissnelheid. Deze
meerkosten kunnen onmogelijk alleen worden gedragen door de
beide sectoren.
In 1999 is er een akkoord gesloten tussen de federale overheid en de
Gemeenschappen om de meerkosten voortvloeiend uit een verhoging
04.01
Meryame
Kitir
(sp.a+Vl.Pro): Le 1
er
octobre 2008,
le salaire minimum mensuel
garanti a été majoré de 25 euros,
après une première augmentation
au 1
er
avril 2007, et ce, en
application
de
l'accord
professionnel actuel. Les ateliers
protégés et sociaux n'étaient
cependant pas en mesure de
supporter
les
coûts
supplémentaires liés à la première
augmentation. À la suite d'un
accord intervenu en 1999 entre les
autorités
fédérales
et
les
Communautés,
les
gouvernements fédéral et flamand
avaient réservé des moyens
financiers pour compenser les
09/12/2008
CRIV 52
COM 392
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
van het minimumloon in de beschutte en sociale werkplaatsen solidair
te dragen. Daarom werden zowel vanuit de Vlaamse als de federale
regering middelen gereserveerd om deels tegemoet te komen aan de
kosten voortvloeiend uit de verhoging in 2007. De federale
tussenkomst bestond in een aanpassing van de werkbonus enerzijds,
en een aanpassing van de structurele lastenvermindering anderzijds.
In Vlaanderen werden voor de beschutte en sociale werkplaatsen de
resterende meerkosten door de Vlaamse regering gedragen.
Voor de tweede verhoging, die op 1 oktober jongstleden is ingegaan,
is er, tenzij ik me sterk vergis, nog steeds geen aanpassing gebeurd
aan de lagelonencomponenten van de structurele lastenverlaging
zoals voorzien in het KB van 16 mei 2003. De noodzakelijke
aanpassing aan de werkbonus is wel doorgevoerd met de
programmawet van juni 2008 en een recent verschenen
uitvoeringsbesluit.
In het advies van de NAR vraagt de NAR nog eens unaniem dat het
KB, dat deze lagelonencomponent aanpast, zeer dringend en
gelijktijdig met dat over de werkbonus zou worden gepubliceerd. Dit
moet vermijden dat bedrijven dit voordeel zien dalen ingevolge de
verhoging van het bruto maandloon met 25 euro. Dit moet ook een
vlotte en correcte toepassing van deze maatregel mogelijk maken,
zonder programmeringsproblemen zowel bij de sociale secretariaten
van de RVA en de RSZ vanaf het laatste kwartaal 2008.
Voor de sector van de Vlaamse beschutte en sociale werkplaatsen is
een snelle implementatie nodig omdat vanuit de tussenkomst waarin
federaal is voorzien, kan worden berekend welke de inspanning is
waarin de Vlaamse regering moet voorzien. Het is voor de beschutte
en sociale werkplaatsen van het grootste belang dat zo snel mogelijk
duidelijkheid wordt bekomen betreffende de inspanning die ter zake
vanuit de federale regering mag worden verwacht.
Graag had ik dan ook van u, mevrouw de minister, vernomen welke
problemen er zijn met de publicatie van het besluit tot aanpassing van
het koninklijk besluit van 16 mei 2003.
coûts liés à l'augmentation de
2007. En ce qui concerne
l'augmentation du 1
er
octobre
2008, les composantes bas
salaires au sein de la réduction
structurelle des charges n'ont
toujours
pas
été
adaptées,
conformément à l'arrêté royal du
16 mai 2003, alors que cela avait
été fait pour le bonus à l'emploi.
Dans son avis, le CNT a souligné
une fois de plus qu'il est urgent
d'adapter simultanément cette
composante bas salaires. Pour les
ateliers protégés et sociaux
flamands, il conviendra de faire
preuve de diligence, car ils ont
besoin
de
savoir
le
plus
rapidement possible à quels
efforts financiers ils peuvent
s'attendre de la part du niveau
fédéral.
Qu'est ce qui fait obstacle à la
publication de l'arrêté modifiant
l'arrêté royal du 16 mai 2003?
04.02 Minister Joëlle Milquet: Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
volksvertegenwoordiger, de Nationale Arbeidsraad heeft inderdaad op
10 oktober 2008 een advies gegeven in verband met de compensatie
op het niveau van de patronale en persoonlijke sociale bijdragen die
gebonden zijn aan de aanpassing van de cao nr. 43 inzake de
verhoging van het minimumloon.
Momenteel heeft de regering nog niet beslist wat ze met dit advies zal
doen. De eerste minister heeft op 21 november 2008 een brief
gestuurd naar de voorzitter van de Groep van Tien waarin staat dat de
regering geen bezwaren heeft tegen de kosten van een verhoging van
het minimumloon. De brief meldt echter ook dat de regering het
globaal kader waarbinnen een akkoord tussen de sociale partners
kan worden afgesloten wil kunnen beoordelen.
Als er een compensatiemaatregel wordt genomen op het niveau van
de patronale bijdragen, dan spreekt het voor zich dat deze ook van
toepassing zal zijn voor categorie 3 van de structurele vermindering,
namelijk voor de beschutte werkplaatsen.
04.02 Joëlle Milquet, ministre: Le
10 octobre 2008, le CNT a
effectivement rendu un avis sur la
compensation
des
cotisations
patronales et personnelles à la
suite de l'adaptation de la CCT n°
33 relative à l'augmentation du
salaire
minimum
légal.
Le
gouvernement a fait savoir par
courrier au président du Groupe
des Dix qu'il n'est pas opposé à
l'augmentation du coût lié au
salaire minimum mais qu'il veut
avoir la possibilité d'apprécier le
cadre global d'un accord éventuel.
Il va de soi que si une mesure
compensatoire liée aux cotisations
patronales est prise, elle sera
également applicable aux ateliers
protégés.
Toutefois,
nous
CRIV 52
COM 392
09/12/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Op dit moment is het echter niet duidelijk of de sociale partners nog
vragende partij zijn voor dat bedrag van 25 miljoen. Wij moeten meer
duidelijkheden hebben over dat bedrag.
souhaiterions
avoir
plus
d'éclaircissements en ce qui
concerne le montant de 25 millions
d'euros.
04.03 Meryame Kitir (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, hierover moet serieus nagedacht worden. De mensen die
hiervan het slachtoffer worden zijn immers de zwaksten op de
arbeidsmarkt.
04.03
Meryame
Kitir
(sp.a+Vl.Pro):
Cette
mesure
mérite une réflexion profonde
étant donné que ce sont les
acteurs les plus vulnérables du
marché de l'emploi qui en
pâtissent.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van de heer Guy D'haeseleer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de veroordeling van België door de IAO wegens de criteria voor de erkenning van
vakbonden" (nr. 8749)
05 Question de M. Guy D'haeseleer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances sur "la condamnation de la Belgique par l'OIT en raison des critères utilisés pour la
reconnaissance des syndicats" (n° 8749)</b>
05.01 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de vice-eerste minister, de Internationale Arbeidsorganisatie
heeft ons land al meermaals veroordeeld voor de criteria die het
hanteert om vakbonden als representatief te erkennen, omdat
bedoelde criteria niet objectief zijn. Het systeem is volgens de IAO
derhalve strijdig met de elementaire beginselen van syndicale vrijheid.
Om in België representatief te zijn, moet een vakbond 50.000 leden
tellen, voor het gehele land zijn opgericht en in de Nationale
Arbeidsraad zetelen. De minister van Werkgelegenheid beslist echter
discretionair en soeverein over wie in de Nationale Arbeidsraad zetelt.
Op die manier werd voor ABVV, ACV en ACLVB een syndicaal
monopolie gecreëerd. Zij verwerven door voornoemde bepaling het
recht om bindende cao's te sluiten, kandidaten voor de
ondernemingsraad voor te dragen en in paritaire comités en
arbeidsrechtbanken te zetelen. Zij worden bovendien door de
overheid en de werkgevers financieel gesteund.
De IAO roept ons land op zijn wetgeving aan te passen. Ik citeer uit
"the 349th Report of the Comittee on Freedom of Association". In het
licht van haar conclusies uit het verleden nodigt voornoemde
commissie de regering uit om de volgende aanbevelingen goed te
keuren.
Met betrekking tot de bepaling van de representatieve status van
vakbonden herhaalt de commissie in algemene termen dat zij de
regering al meerdere jaren vraagt om duidelijke, objectieve en vooraf
bepaalde criteria in wetgeving om te zetten en uit te voeren.
Zodoende kan zij elk risico van partijdigheid of misbruik voorkomen.
Dat de regering en de sociale partners de syndicale vrijheid, die een
van belangrijkste rechten van de werknemers is, aan hun laars blijven
lappen, is natuurlijk onaanvaardbaar.
05.01 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): L'Organisation Interna-
tionale du Travail (OIT) a déjà
condamné notre pays à plusieurs
reprises en raison des critères
utilisés pour la reconnaissance
des syndicats. D'après l'OIT, ces
critères ne sont pas objectifs et,
dès lors, notre système est
contraire au principe de la liberté
syndicale.
Pour
être
représentatif,
en
Belgique,
tout
syndicat
doit
compter cinquante mille membres
au
moins,
être
actif
dans
l'ensemble du pays et siéger au
CNT. Or, le ministre de l'Emploi
décide librement de l'attribution
des sièges au sein du CNT. La
FGTB, la CSC et la CGSLB
détiennent ainsi une position de
monopole.
L'OIT demande que la législation
soit modifiée. Elle rappelle que,
depuis plusieurs années déjà, elle
invite le gouvernement à énoncer
des critères clairs, objectifs et
préalablement
définis,
pour
empêcher
toute
utilisation
partisane ou abusive. Il est
inacceptable que le gouvernement
et
les
partenaires
sociaux
continuent de fouler aux pieds le
09/12/2008
CRIV 52
COM 392
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Hoe zal de minister de wetgeving aanpassen, zodat aan de vele
veroordelingen door de IAO wordt beantwoord en waardoor er
objectieve voorwaarden en criteria om als representatief te worden
beschouwd, worden ingevoerd?
Het wordt na twintig jaar tijd om op dit vlak orde op zaken te stellen.
principe de la liberté syndicale.
Comment la ministre compte-t-elle
modifier la loi et, ainsi, mettre un
terme
aux
nombreuses
condamnations prononcées par
l'OIT?
05.02 Minister Joëlle Milquet: Mijnheer de voorzitter, de heer
D'haeseleer gaat in zijn vraagstelling van een verkeerde vaststelling
uit. België werd door de IAO nooit omwille van een erkenning van
vakbonden veroordeeld.
De waarheid is dat in het rapport van een van de commissies van de
IAO, namelijk de commissie van experts voor de toepassing van
conventies en aanbevelingen, reeds meerdere jaren wordt
geadviseerd dat de Belgische overheid er goed aan zou doen haar
wetgeving die de samenstelling van de Nationale Arbeidsraad regelt,
te actualiseren. Dat is dus geen veroordeling.
Wat voornoemde commissie wenst, is dat de wet de criteria die
momenteel worden gehanteerd om de meest representatieve
organisaties te selecteren, zou formaliseren. De bemerkingen van de
deskundigen gaan dus niet over het feit dat slechts drie
werknemersorganisaties worden aangeduid als meest representatief
om in de Nationale Arbeidsraad te zetelen.
Een onderscheid tussen de meest representatieve en de andere
werknemersorganisaties mag volgens hen overigens perfect worden
gemaakt.
De deskundigen pleiten er enkel voor dat de door de overheid
gebruikte criteriaobjectieven vooraf worden vastgelegd en duidelijk in
de reglementering zouden worden opgenomen.
Deze vraag stelt de commissie trouwens permanent aan alle landen.
Deze opmerking van de expertencommissie maakt uiteraard niet de
hoofdbekommernis van de IAO uit. Dit dossier werd nog nooit
geagendeerd op de zitting van de commissie van de toepassing van
de normen tijdens de jaarlijkse Internationale Arbeidsconferentie te
Genève. Bovendien komt het niet voor in het verslagboek van deze
commissie.
Dit belet niet dat ik samen met mijn administratie en in overleg met de
deskundige van de IAO een oplossing zal uitwerken die
tegemoetkomt aan deze eerder formalistische opmerking.
05.02 Joëlle Milquet, ministre:
Notre pays n'a jamais été
condamné par l'OIT pour ces
motifs. Par contre, le rapport de la
commission
d'experts
pour
l'application des conventions et
des recommandations de l'OIT
conseille depuis plusieurs années
déjà d'actualiser la législation
belge concernant la composition
du
CNT.
Cette
commission
demande que les critères actuels
soient énoncés formellement dans
la loi ; elle ne critique donc pas le
fait que seules trois organisations
de travailleurs siègent au CNT.
Une distinction peut bel et bien
être opérée entre les organisations
de
travailleurs
les
plus
représentatives et les autres.
Tant
les
experts
que
la
commission compétente plaident
pour la détermination préalable
des critères dans le cadre de la
réglementation,
ce
qui
ne
constitue évidemment pas la
préoccupation principale de l'OIT.
Ce dossier n'a encore jamais été
inscrit à l'ordre du jour par la
commission de l'application des
normes et n'est pas davantage
mentionné dans son rapport.
Mon administration et moi nous
concerterons avec l'OIT pour
trouver une solution à cette
observation d'ordre formel.
05.03 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, ik ben het niet met u eens dat dit een
formalistische opmerking is. Het gaat over meer of minder
vakbondsvrijheid en de monopolies die in ons land bestaan.
U zegt dat het nog niet officieel geagendeerd of besproken is in het
comité van experts. De ondervoorzitter van dat comité is de heer
Cortebeeck, baas van het ACV. Hij is lid van een comité dat moet
oordelen over het niet-naleven van de verdragen door andere
lidstaten en ondertussen zorgt hij ervoor dat in zijn eigen lidstaat
België de regels worden overtreden of niet aangepast. Van
05.03 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): Cette observation n'est
pas purement formelle : il s'agit de
la liberté syndicale et de positions
monopolistiques.
Cette question n'a manifestement
pas encore été inscrite à l'ordre du
jour de la commission d'experts,
dont M. Cortebeeck, de la CSC,
est vice-président. Il doit donc
CRIV 52
COM 392
09/12/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
schijnheiligheid gesproken, de heer Cortebeeck kent er wat van.
U zegt dat u binnen uw administratie zult overleggen op welke manier
u aan de bekommernissen van de IAO zal kunnen tegemoetkomen.
Mijn vraag is of dit een loze belofte is of u effectief een timing hebt
opgesteld zodat we daarop te gepasten tijde kunnen terugkomen.
Ik denk dat het na twintig jaar wel tijd wordt dat dit voor eens en altijd
wordt geregeld.
contribuer
à
juger
de
l'inobservation des traités par les
autres États membres, alors qu'il
enfreint les dans son propre pays.
La concertation avec l'OIT n'est-
elle rien de plus qu'une promesse
gratuite ou a-t-on déjà fixé un
calendrier concret? Après vingt
ans, il est en effet grand temps de
régler la question.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Samengevoegde vragen van
- de heer Hans Bonte aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
hervorming van de banenplannen en meer specifiek de afschaffing van de lastenverlagende
maatregelen voor 50-plussers op onze arbeidsmarkt" (nr. 9068)
- de heer Guy D'haeseleer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de afschaffing van de lastenverlaging ten voordele van 50-plussers" (nr. 9113)
06 Questions jointes de
- M. Hans Bonte à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur "la
réforme des plans pour l'emploi et plus particulièrement la suppression des mesures de réduction de
charges pour les plus de 50 ans sur notre marché du travail" (n° 9068)<br>- M. Guy D'haeseleer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"la suppression de la réduction des charges en faveur des plus de 50 ans" (n° 9113)</b>
06.01 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, ik vind het een beetje spijtig dat collega Doomst niet meer
aanwezig is, want ik wil absoluut datgene beklemtonen waarmee hij
geëindigd is, met name de noodzaak om ervoor te zorgen dat op onze
arbeidsmarkt de 50-plussers niet in de verdrukking komen.
In die optiek maak ik mij bijzonder ongerust over wat vandaag en in
de toekomst uw volle aandacht zal vergen, te weten het ontwerp van
interprofessioneel akkoord en meer specifiek het luik over de
vereenvoudiging van de banenplannen in dat akkoord.
Als ik goed geïnformeerd ben - de eerste vraag is dan ook of ik goed
geïnformeerd ben en of deze stelling juist is -, zou in het
interprofessioneel akkoord een maatregel voorzien zijn waarbij de
bestaande lastenverlaging in hoofde van de 50-plussers wordt
afgeschaft om het budget van ongeveer 261 miljoen dat daarvoor
voorzien is te gebruiken ter versterking van de lineaire
lastenverlaging.
Mevrouw de minister, ik heb zelf nogal wat simulaties daarover
gemaakt, maar ik wil de voorzitter geen tweede keer vervelen met een
powerpointpresentatie. Als het zo zou zijn dat dit vandaag nog steeds
in dat ontwerpakkoord zit, dan moeten wij ons zeer goed bewust zijn
van het feit dat wij door die zogenaamde vereenvoudiging, de
kostprijs van 50-plussers op onze arbeidsmarkt in relatieve termen,
dus in verhouding tot andere groepen in die arbeidsmarkt, aanzienlijk
veel duurder maken, wetende dat die lasterverlaging toeneemt
naarmate mensen ouder worden. Er is het gekende fenomeen op
onze arbeidsmarkt dat bij ontslagen, bij collectief ontslag, het
doorgaans de oudere mensen zijn die doorgestuurd worden. Dat blijkt
06.01 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro):
Les personnes de plus de
cinquante ans ne peuvent pas être
laissées pour compte sur le
marché du travail. Je suis dès lors
très inquiet en ce qui concerne la
simplification prévue des plans
d'embauche
dans
l'accord
interprofessionnel.
Celui-ci
prévoirait en effet une mesure
visant à supprimer l'actuelle
réduction des charges pour les
plus de cinquante ans. Il faut
savoir
que
cette
prétendue
simplification
augmentera
considérablement
le
coût
représenté par les personnes de
plus de cinquante ans sur le
marché du travail, étant donné que
la
réduction
des
charges
augmente au fur et à mesure que
les travailleurs vieillissent. En cas
de licenciement, les personnes
âgées seront touchées.
Est-il exact que cette mesure soit
encore
sur
la
table
des
négociations? Quelles sont les
intentions du gouvernement à ce
sujet?
09/12/2008
CRIV 52
COM 392
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
ook uit de werkloosheidstatistieken van de voorbije jaren. Ook
wanneer het goed gaat is dat gebruikelijk. Wanneer het slecht gaat -
en wij horen elke dag op het nieuws hoeveel afvloeiingen er
geprogrammeerd worden in de bedrijven - zou dit uiteraard een
bijzonder dramatische maatregel zijn. Vorige week heb ik u daarvoor
gewaarschuwd en vandaag wil ik mijn bekommernis uitdrukken in dat
verband.
Ten eerste, is het juist dat die maatregel nog steeds op tafel ligt in dat
ontwerp van professioneel akkoord?
Ten tweede, voorziet de regering desgevallend in een reparatie van
dat deel van het interprofessioneel akkoord, precies om te vermijden
dat wij de komende weken, maanden en jaren mensen van boven de
50 systematisch in de structurele werkloosheid duwen? Laten wij
immers eerlijk zijn, het heractiveren van die leeftijdscategorie is heel
wat moeilijker dan het heractiveren van jongere groepen en dus
riskeren wij om betrokkenen effectief in structurele werkloosheid te
parkeren.
06.02 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, de regering is inderdaad al een tijdje bezig met
de vereenvoudiging van de banenplannen. In het licht daarvan zou
overwogen worden om de lastenverlaging voor werknemers ouder
dan vijftig jaar af te schaffen. Die lastenverlaging varieert momenteel
van 50 tot 800 euro per kwartaal, wat niet onaanzienlijk is, en
bedraagt op jaarbasis ongeveer 258 miljoen euro. Dat bedrag zou dan
worden overgeheveld naar de algemene lastenverlaging.
Uiteraard zijn wij vragende partij om zoveel mogelijk bevoegdheden
naar de Gewesten over te hevelen, inclusief het doelgroepenbeleid
waarover het hier gaat. Het is natuurlijk nog maar de vraag of dit
uiteindelijk de bedoeling is van hetgeen op tafel zou liggen.
Mijn vraag is wat de filosofie is achter deze toch wel bizarre
maatregel. Betekent het inderdaad dat het doelgroepenbeleid wordt
overgeheveld naar de Gewesten? Vreest u niet dat de oudere
werknemers nog meer uit de markt zullen geprijsd worden dan nu
reeds het geval is? Het is toch wel zeer merkwaardig dat nu in deze
barre economische tijden dit signaal wordt gegeven. De bedrijven zijn
volop bezig met herstructureren en iedereen weet dat de oudere
werknemers dan de meest kwetsbare groep vormen en dat zij
massaal worden uitgestoten; vaak moeten zij als eersten het schip
verlaten.
Het is tegenwoordig al niet zo simpel om de bedrijven ervan te
overtuigen om volop in te zetten op dat toch wel belangrijk menselijk
kapitaal dat die oudere werknemers vertegenwoordigen. Alleen
doorgedreven lastenverlagingen kunnen hier soelaas brengen.
Het is wat ons betreft dan ook een totaal verkeerd signaal dat we met
deze maatregel geven. Ik heb vandaag gelezen dat we, mocht deze
maatregel ingang vinden, daarmee de loonkosten voor de oudere
werknemers in een klap met 5% zouden verhogen omdat we
21.000 euro van de 36.000 euro lastenverlaging laten wegvallen.
Naar verluidt heeft uw goede vriend en collega, minister
Vandenbroucke, u een brief geschreven. Het zal waarschijnlijk niet de
06.02 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): La réduction des charges
pour les plus de 50 ans s'élève
actuellement
à
258
millions
d'euros sur une base annuelle et
serait transférée vers la réduction
générale des charges. On ignore
si cela signifie que la politique des
groupes cibles sera transférée aux
Régions. Les travailleurs âgés en
seront les victimes. À mon estime,
la seule solution consistera en une
forte réduction des charges.
Il me revient que le ministre
flamand
de
l'Emploi,
M. Vandenbroucke,
aurait
demandé à sa collègue fédérale
de ne pas mettre en oeuvre cette
mesure. Est-ce exact et quelle
sera la réaction de la ministre?
Des compensations sont-elles
prévues à un autre niveau?
CRIV 52
COM 392
09/12/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
eerste brief zijn die hij u geschreven heeft en wellicht ook niet de
laatste. Hij zou u een brief hebben geschreven met het verzoek om
deze geplande maatregel alvast niet door te voeren. Mijn vraag is niet
hoe u op deze brief zult reageren ­ dat kan ik ondertussen wel
vermoeden ­ maar of u inderdaad deze toch wel zeer bizarre
maatregel zult handhaven.
Misschien nog belangrijker is de vraag of er op een ander vlak in
compensatie wordt voorzien? Zo ja, hoe groot zal die enveloppe zijn?
Het is van belang dat we in deze tijd op dat vlak duidelijkheid krijgen.
06.03 Minister Joëlle Milquet: U stelt een aantal vragen over de
vereenvoudiging van de banenplannen. Hierover wordt momenteel
gediscussieerd door en met de sociale partners in het kader van het
IPA 2009-2010. Er liggen nu voorstellen ter tafel. We moeten nu
proberen iets te doen om meer aandacht voor de 50-plussers te
hebben. Als we een vereenvoudiging willen realiseren die ermee
rekening houdt dat de bijdrageverminderingen identiek blijven voor
alle betrokken werknemers, kunnen we maar beter hiervan afstappen.
Eerst moeten we een echte vereenvoudiging hebben. Tegelijkertijd
kunnen we sommige beperkte doelgroepen behouden. De vraag is
echter: welke?
De sociale partners hebben een voorstel gedaan dat een beetje
anders is. Momenteel proberen wij de verschillende voorstellen aan te
passen. Het gaat echter over een delicate materie, waarover ik niet
veel kan zeggen.
06.03 Joëlle Milquet, ministre:
Les partenaires sociaux discutent
actuellement entre eux et avec le
gouvernement de la simplification
des plans d'aide à l'embauche
dans le cadre de l'accord
interprofessionnel 2009-2010. Il
convient assurément d'accorder
davantage d'attention aux plus de
50 ans. Si nous voulons réaliser
une simplification qui tienne
compte d'une réduction identique
des cotisations pour tous les
travailleurs concernés, il vaut
mieux y renoncer. Il conviendra
d'abord
de
réaliser
une
simplification,
ce
qui
nous
permettra en même temps de
conserver certains groupes cibles.
Mais la question qui se pose est
de savoir lesquels.
Il s'agit là d'une matière très
délicate à propos de laquelle je ne
peux pas dire grand-chose à
l'heure qu'il est.
06.04 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de minister, ik dank u
voor uw antwoord. U hoeft inderdaad niet veel te zeggen om duidelijk
te zijn. Ik bedoel daarmee dat ik nota neem van uw bekommernis in
verband met een te veralgemeende vereenvoudiging van de
banenplannen. Ik weet ook dat het bijzonder delicaat is om tijdens
lopende onderhandelingen over het ontwerpakkoord versus het
regeringsbeleid duidelijker te zijn.
Ik wil twee zaken benadrukken. Ten eerste, niets is slechter voor het
beleid dan ­ het BHV-dossier is daarvan het beste voorbeeld ­
blindelings symbolen na te lopen. De vereenvoudiging van het
banenplan is een van die politieke symbolen. Men moet natuurlijk wel
opletten hoe en op welk moment men een vereenvoudiging doorvoert,
voor er ongelukken van komen.
Dat brengt mij tot mijn tweede punt. Als men vandaag, in de huidige
economische context, daadwerkelijk de lastenverlaging voor oudere
werknemers als doelgroepmaatregel schrapt, dan is het evident dat
de 50-plussers in de afdankinggolven die bezig zijn, zullen zitten. Daar
zullen wij dan nog zeer lang veel geld en tijd moeten insteken met
06.04 Hans Bonte (sp.a+Vl.Pro):
Rien n'est plus nuisible à une
bonne politique que prendre des
mesures symboliques par amour
des symboles, comme cela a été
le cas avec la simplification des
plans
d'embauche.
Si
nous
supprimons réellement aujourd'hui
la baisse des charges pour les
travailleurs âgés, cette baisse
étant une mesure axée sur un
groupe-cible, nous savons dès à
présent
quelle
en
sera
la
conséquence :
les
plus
de
cinquante
ans
seront
les
premières victimes des prochaines
vagues de licenciements. Le mot
d'ordre que je voudrais donc
lancer ici est: protégeons les
travailleurs âgés!
09/12/2008
CRIV 52
COM 392
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
relatief beperkte resultaten.
Mevrouw de minister, ik wil u absoluut aanmoedigen om te proberen
om in elk geval, ook in het delicate proces dat aan de gang is, de
groep van oudere werknemers te blijven beschermen en de
lastenverlaging waarvan die groep vandaag geniet ongemoeid te
laten. Ik vermoed dat wij zeer snel het resultaat van het overleg zullen
kennen. In die zin is onze waarschuwing op tijd gekomen.
06.05 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, u
zegt dat er voorstellen op tafel liggen en we iets moeten doen. U zegt
dus eigenlijk niet veel. U zegt dat men de bijdragevermindering voor
iedereen zo veel mogelijk gelijk probeert te krijgen. Ik weet niet of dat
de ultieme doelstelling van uw vereenvoudiging moet zijn. Ik denk dat
er
tussen
dat
en
het
verminderen
van
uw
104
tewerkstellingsmaatregelen, als ik mij niet vergis, nog een hele zone
ligt.
U zegt dat men misschien iets moet doen voor bepaalde doelgroepen.
De vraag is natuurlijk voor welke groepen. Ik denk dat het in deze
economische tijd duidelijk is welke de meest kwetsbare groep op de
arbeidsmarkt is. Dat is in het kader van de herstructurering nu
eenmaal de groep van de oudere werknemers.
U kunt vandaag dus nog niet veel zeggen. Ik hoop alleen dat u geen
verkeerde beslissingen neemt die heel ingrijpende gevolgen zullen
hebben voor de tewerkstellingsgraad, die al niet al te hoog ligt, van de
oudere werknemers. U moet ook weten dat men aan Vlaamse kant
klaar staat om zelf een doelgroepenbeleid voor de groep van 50-
plussers te voeren. U kunt niet zeggen dat alles federaal moet worden
gestuurd en tegelijkertijd een aantal doelgroepen in de kou laten
staan, enerzijds, en alle initiatieven ter zake uit de regio's afblokken,
anderzijds. Ik wil u waarschuwen voor het nemen van drastische
beslissingen ten aanzien van de oudere werknemers.
06.05 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): La ministre nous dit que
les réductions de cotisations
patronales devront, autant que
possible, être identiques pour tous.
J'ignore si cela doit être l'objectif
suprême de la simplification et je
crois qu'il y a toute une zone de
mesures potentielles entre ces
réductions et le dégraissage des
104 mesures pour l'emploi.
Du côté flamand, on est prêt à
mener
une
politique
spécifiquement
axée
sur
le
groupe-cible constitué des plus de
cinquante ans. La ministre ne peut
pas tout à la fois dire que tout doit
être piloté par le fédéral et freiner
toutes les initiatives qui émanent
des Régions.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van mevrouw Martine De Maght aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "dienstencheques voor kinderopvang" (nr. 8482)
07 Question de Mme Martine De Maght à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "les titres-services pour l'accueil d'enfants" (n° 8482)</b>
07.01 Martine De Maght (LDD): Mevrouw de minister, deze vraag
dateert al van een tijdje geleden. Tijdens de bespreking van het
wetsontwerp inzake de programmawet en de wet houdende diverse
bepalingen I, eind juni, hebt u aangekondigd dat er overleg zou
plaatsvinden tussen de federale regering en de deelregeringen inzake
het uitbreiden van het federale dienstenchequessysteem. Daar zijn
veel vragen over gesteld.
Met name inzake de sector van de kinderopvang ­ die uitgebreid werd
besproken naar aanleiding van de voorstelling van het verslag van
IDEA Consult ­ blijf ik met een aantal vragen zitten. Via het
persbericht van 25 juni 2008 konden wij vernemen dat u zich samen
met een werkgroep zou buigen over het gebruik van dienstencheques
in de kinderopvang.
07.01 Martine De Maght (LDD):
Fin juin, la ministre a annoncé une
concertation
entre
le
gouvernement fédéral et les
gouvernements
des
entités
fédérées
au
sujet
de
l'élargissement du système des
titres-services
pour
l'accueil
d'enfants. Selon le secteur, il est
toutefois plus urgent de créer de
nouvelles places d'accueil pour les
enfants que d'élargir le système
des titres-services.
Quelles étaient les conclusions de
CRIV 52
COM 392
09/12/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Wij vernemen dat er vandaag reeds door de Vlaamse Gemeenschap
initiatieven ontwikkeld zijn ­ proeftuinprojecten, zoals ze genoemd
worden ­ die toelaten dienstencheques te gebruiken voor
kinderopvang tot 10 jaar. Het zijn pilootprojecten om te testen of het
een haalbare kaart is op langere termijn te werken met
dienstencheques.
Volgens de sector is er echter eerder nood aan een eenduidig statuut
kinderopvang en aan extra kinderopvangplaatsen, meer dan er nood
is aan bijkomende systemen als dienstencheques, die het de
zelfstandige sector, met name de kinderdagverblijven, minicrèches,
onthaalouders, zelfstandigen, alleen maar financieel en fiscaal
moeilijker maken.
Bijkomende middelenstromen moeten vandaag fiscaal aangegeven
worden. Daar moeten, zoals het systeem vandaag bestaat, dan ook
extra belastingen op betaald te worden.
In dit verband heb ik een aantal vragen voor u. Wat waren de finale
conclusies die voortvloeiden uit het overleg met de verschillende
betrokken partners, zoals de Nationale Arbeidsraad, de
Gemeenschapsregering, en de sector zelf?
Dat overleg had u aangekondigd in juni van dit jaar. Bent u tot een
akkoord gekomen?
Is het Vlaamse initiatief in overleg met u en de federale regering
opgestart? Is dat nu een federale of een Vlaamse bevoegdheid? Komt
er in dat geval ook nog een federaal initiatief inzake kinderopvang via
dienstencheques?
la concertation avec le Conseil
national
du
Travail,
les
gouvernements
des
entités
fédérées et le secteur lui-même?
Un accord a-t-il été conclu? Le
projet pilote flamand concernant
les titres-services pour l'accueil
d'enfants de moins de dix ans a-t-il
été lancé en concertation avec le
gouvernement
fédéral?
Une
initiative similaire mais distincte
sera-t-elle également prise à
l'échelon fédéral?
07.02 Minister Joëlle Milquet: Over het dossier van de uitbreiding
van de dienstenchequesactiviteiten wordt nog steeds overlegd met de
sector, maar binnenkort zullen ook de Gemeenschappen erbij
betrokken worden. Ik van mijn kant zou de ouders en de opvang aan
huis tussen 17 uur en 19 uur willen verzekeren, ofwel na de
schooluren, teneinde hen te helpen bij de verzoening van werk en
gezin.
Bovendien zou deze maatregel aansluiten bij het doel meer banen te
creëren en zwartwerk te regulariseren. Ik heb de sector al
verschillende keren ontmoet, waarover ik trouwens al verslag
uitgebracht heb. Er liggen al verschillende mogelijkheden op tafel.
Binnenkort staat er nog een ontmoeting met de kabinetten van de
Gemeenschappen op het programma.
Niets is definitief. Wij zitten in een overlegfase en luisteren naar de
verschillende voorstellen. Toch moet ik ook benadrukken dat de
moeilijke budgettaire situatie waarin wij ons bevinden slechts een
beperkt aantal middelen overlaat voor nieuwe initiatieven in 2009.
De prioriteit werd gegeven aan de bestendiging van het huidige
systeem waarvoor ik een structurele financiering heb verzekerd,
hetgeen op zijn beurt de indexering van de werknemers en de
veiligheid voor de onderneming verzekert.
Binnenkort heb ik een aantal andere vergaderingen op mijn kabinet. Ik
zoek naar een specifieke oplossing voor de kinderopvang met het
07.02 Joëlle Milquet, ministre: La
concertation au sujet de ce dossier
est toujours en cours avec le
secteur et les Communautés y
seront bientôt associées. À ce
stade,
nous
écoutons
les
propositions, mais notre situation
budgétaire difficile ne nous laisse
que peu de marge de manoeuvre
pour
prendre
de
nouvelles
initiatives en 2009. J'ai accordé la
priorité
au
maintien
du
financement structurel du système
actuel.
09/12/2008
CRIV 52
COM 392
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
specifieke stelsel van de dienstencheques. Wij moeten specifieke
vorming en toezicht hebben en wij moeten daarvoor de betrokkenheid
hebben van de specifieke instellingen van de Gemeenschappen. Op
die manier kunnen wij zekerheid bieden.
Ik zal binnenkort nieuwe voorstellen doen. Deze voorstellen worden
op mijn kabinet uitgewerkt. Ik zal ze aan de verschillende leden van
de betrokken organisaties versturen. Op die basis hoop ik vooruitgang
te kunnen boeken. Misschien kan ik daarover een akkoord bereiken in
de regering.
07.03 Martine De Maght (LDD): Als ik het goed heb begrepen,
mevrouw de minister, is het overleg nog niet afgerond. Ik had enige
duidelijkheid gewenst over de vraag of dit nu al dan niet een federale
materie is. Moeten wij voorzien in een dienstenchequesysteem om
kinderopvang te organiseren? Ik ben er zelf geen voorstander van.
Moeten wij die gesprekken aangaan en organiseren? Van juni tot nu
zijn er Vlaamse initiatieven geweest. Die proeftuinen zijn er. Er zal via
dienstencheques kinderopvang worden gerealiseerd maar dan vanuit
Vlaanderen.
Ik heb mij onvoldoende geïnformeerd naar de toestand in Wallonië.
Het gebeurt vandaag vanuit Vlaanderen. Is er dan nog nood aan een
federaal initiatief? Is er nog geen duidelijkheid over de situatie in
Vlaanderen? Ik heb hierop in feite nog altijd geen antwoord gekregen.
07.03 Martine De Maght (LDD):
Nous ne savons toujours pas
exactement
s'il
s'agit
d'une
matière fédérale.
07.04 Minister Joëlle Milquet: Er is natuurlijk geen sprake van een
verplichting. Als de Vlaamse Gemeenschap haar eigen stelsel wil
organiseren, kan zij dat. Dit zal een mogelijkheid zijn en dat zal van de
verschillende
reacties
afhangen
van
de
verschillende
Gemeenschappen. Ik ben er zeker van dat wij met een goed,
specifiek stelsel een echte uitbreiding van ons federale stelsel kunnen
bekomen. Als de Vlaamse regering hierin geen nood ziet dan zal dit
minder duur worden voor de federale staat. De andere Gewesten
kunnen dat dan gebruiken. Dit zal afhangen van eenieders goede wil.
07.04 Joëlle Milquet, ministre: Si
la Communauté flamande entend
organiser son propre système, elle
peut le faire, mais mon intention
est d'étendre le système fédéral.
07.05 Martine De Maght (LDD): Als u er toch mee doorgaat, zou ik
ervoor willen pleiten om voor één systeem te kiezen zonder
versnippering. Op die manier krijgen de gebruikers ook duidelijkheid.
Het lijkt mij niet opportuun om een zelfde systeem zowel op federaal
als Vlaams niveau te organiseren. Ik ben daar al helemaal geen
voorstander van.
Ik zal hier zeker nog eens op terugkomen in de toekomst. Ik hoop dat
de gesprekken die u nog zult voeren, meer duidelijkheid zullen
brengen.
07.05 Martine De Maght (LDD):
L'organisation
de
systèmes
parallèles aux niveaux fédéral et
flamand n'aura pour seul résultat
qu'un éparpillement. Nous ne
sommes pas partisans de pareille
situation.
07.06 Minister Joëlle Milquet: Het federale systeem kan ook het
enige systeem worden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "la coordination des horaires de formation avec les horaires des transports
en commun" (n° 8537)</b>
08 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen over "het op elkaar afstemmen van het tijdschema voor opleiding en de dienstregeling
CRIV 52
COM 392
09/12/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
van het openbaar vervoer" (nr. 8537)
08.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, madame
la ministre, je voudrais d'abord remercier les collaborateurs de votre
cabinet qui connaissent très bien le dossier concernant l'égalité des
chances.
Madame la ministre, vous avez annoncé vouloir mettre en place une
politique de formation rénovée. Je ne peux que vous féliciter et pour
vous aider en la matière, j'aimerais porter à votre connaissance une
situation qui m'interpelle.
Un de mes administrés qui va suivre une formation à La Louvière m'a
fait part de sa surprise face à la manière dont est organisée la
formation en question. Le lieu de formation est situé dans la
périphérie de La Louvière. Un bus est donc nécessaire pour se rendre
de la gare de La Louvière au centre en question. Ce bus existe bel et
bien mais le souci est qu'il ne dessert le lieu de formation qu'une fois
par heure et y arrive à 07.54 heures, soit dix minutes après le début
de la session de formation. Il repasse le soir pour aller à la gare dix
minutes avant la fin de la session, ne permettant pas au stagiaire de
le prendre, sauf à moins de venir une heure à l'avance et à moins
d'attendre plus de trois quarts d'heure après la fin des cours. Du coup,
les stagiaires sont obligés de prendre leur véhicule, ce qui, en cette
période où le ministre Magnette prône une série de formules ­ que
nous devons soutenir ­ en matière de transport en commun pour
protéger notre planète, est quelque peu paradoxal.
Madame la ministre, pour favoriser l'emploi préférentiel des transports
en commun, les formations ne pourraient-elles, en allongeant la
période de formation d'un ou deux jours, calquer leurs horaires de
début et de fin de session sur les horaires des bus? Pouvez-vous
oeuvrer pour que cette préoccupation soit prise en compte dans
l'organisation des formations en général?
On pourrait aussi plaider pour que les horaires des transports en
commun changent; c'est votre collègue M. Antoine qui a cela dans
ses attributions. Je pense qu'il serait plus simple d'adapter les
horaires de formation aux horaires de bus. C'est un moyen très
concret pour contribuer à la promotion des transports en commun.
08.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Om naar de plaats te gaan
waar de opleiding wordt gegeven
moet een van de inwoners van
mijn gemeente een bus nemen.
Het probleem is dat er slechts een
bus per uur is en dat die om 7.54
uur aankomt, of tien minuten na
het begin van de opleiding.
Stagiairs worden zo verplicht hun
voertuig te nemen, wat op een
ogenblik dat minister Magnette
een hele reeks formules voor
openbaar vervoer aanbeveelt om
de
planeet
te
beschermen,
paradoxaal is. Kunnen de
opleidingen hun uurregeling niet
aanpassen aan de dienstregeling
van de bussen? Men zou ook
kunnen
pleiten
voor
een
verandering van de dienstregeling
van het openbaar vervoer. Dat is
een bevoegdheid van uw collega,
de heer Antoine.
08.02 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur Flahaux, j'espère que vous
allez être tête de liste à la Région et vous retrouver au Parlement
wallon pour poser les questions à qui de droit. En effet, pour vos deux
questions, il s'agit de compétences régionales.
En ce qui concerne la mobilité intra-wallonne, Dieu sait s'il y a eu des
investissements avec une augmentation de 44% du nombre de bus et
de trajets.
Quant aux formations, elles relèvent des compétences régionales, en
tout cas en ce qui concerne leur organisation. Il est vrai que je suis
attentive au fait que les partenaires sociaux, quod non sans doute,
fassent des avancées en matière de formations. Mais ici, nous
sommes vraiment dans l'organisation des formations au niveau
régional.
08.02 Minister Joëlle Milquet: Uw
twee
vragen
gaan
over
gewestbevoegdheden. Wat de
mobiliteit in Wallonië betreft, zijn er
investeringen geweest die geleid
hebben tot 44% meer bussen en
trajecten. De organisatie van de
opleidingen is een bevoegdheid
van het Gewest.
08.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): C'est ce qui est embêtant dans 08.03 Jean-Jacques Flahaux
09/12/2008
CRIV 52
COM 392
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
notre drôle de pays! En matière de santé particulièrement, il est
inacceptable de voir que parce que c'est l'autre, on ne fait rien!
Je ne vous mets pas en cause mais c'est à de tels problèmes que les
gens sont confrontés.
On dit toujours, ce n'est pas nous, ce sont les autres!
Je suis parlementaire fédéral et je compte le rester.
(MR): Dat is betreurenswaardig!
Vooral inzake gezondheidszorg is
het onaanvaardbaar dat men,
omdat het de bevoegdheid van de
andere is, niets doet.
Le président: La ministre fédérale ne sait pas vous répondre.
Adressez-vous à un ministre régional!
De
voorzitter:
De
federale
minister
kan
daarop
niet
antwoorden. U dient zich tot een
gewestminister te wenden!
08.04 Joëlle Milquet, ministre: Mais je peux vous donner d'autres
indications par rapport à la politique des transports wallons!
08.04 Minister Joëlle Milquet: Ik
kan u nog wel andere dingen
vertellen
over
het
Waalse
openbaarvervoerbeleid!
08.05 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, mais elle
siège dans la majorité au niveau régional aussi. Donc, j'imagine
qu'elle pourra relayer...
08.05 Jean-Jacques Flahaux
(MR): De partij van de minister
maakt deel uit van de meerderheid
op het niveau van het Gewest en
ik veronderstel dat zij een en
ander zal kunnen aankaarten...
08.06 Joëlle Milquet, ministre: Je pourrais aussi répondre en ma
qualité de présidente de parti!
Par ailleurs, reconnaissons que des efforts ont été consentis en ce qui
concerne la problématique des stagiaires et de l'emploi, en
collaboration avec les autres ministres régionaux. Des accords de
mobilité ont porté sur l'extension des lignes hors frontières. Une
augmentation énorme de l'offre a eu lieu en matière de transports en
commun. Elle est bien plus importante que sous l'ancienne
législature, où votre parti siégeait d'ailleurs. Mais nous n'allons pas
polémiquer ni mener des campagnes électorales régionales ici à
propos des bilans et autres! Je vous enverrai un petit prospectus.
08.06 Minister Joëlle Milquet: Ik
zou ook kunnen antwoorden in
mijn
hoedanigheid
van
partijvoorzitter! Laten we toegeven
dat er samen met de andere
gewestministers
inspanningen
werden geleverd met betrekking
tot de problematiek van de
stagiairs en de werkgelegenheid.
Het openbaarvervoeraanbod is
veel groter dan tijdens de vorige
regeerperiode, toen uw partij
trouwens deel uitmaakte van de
meerderheid.
Le président: En ce qui concerne les aspects techniques ­ je ne me
prononce pas sur le fond ­ cette question aurait dû être refusée.
De voorzitter: Wat de technische
aspecten betreft, had men deze
vraag moeten weigeren.
08.07 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, je ne
suis pas compétent pour refuser les questions!
Je serai vraiment soulagé quand toutes ces politiques seront
refédéralisées! Je tiens à le préciser. Je n'aurai de cesse de travailler
en ce sens tant en matière de santé qu'en matière de politique
d'emploi.
08.07 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik ben niet bevoegd om
vragen te weigeren, en ik zou echt
opgelucht zijn mochten al die
materies
geherfederaliseerd
worden!
Le président: En matière de santé, c'est peut-être vrai, mais en
matière de transports, nous sommes très contents d'avoir régionalisé
les transports, après qu'un ministre d'Audenaerde et un ministre
liégeois ont exercé la tutelle sur les transports en commun à
De voorzitter: Wij zijn zeer blij
dat het vervoer geregionaliseerd
werd, nadat een minister uit
Oudenaarde
en
een
Luikse
CRIV 52
COM 392
09/12/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
Bruxelles.
minister het toezicht hadden
uitgeoefend op het openbaar
vervoer in Brussel.
08.08 Jean-Jacques Flahaux (MR): Je ne parlais pas des
transports! Je le précise! Vive l'Europe!
08.09 Joëlle Milquet, ministre: (...)
08.10 Jean-Jacques Flahaux (MR): Tout à fait! Sinon, on aurait failli
avoir le franc flamand et le franc wallon! Quelle horreur!
Le président: Les Bruxellois et les Wallons auraient eu l'euro et les Flamands auraient fait ce qu'ils
désiraient!
08.11 Jean-Jacques Flahaux (MR): Je suis un bon Zinneke, en
partie wallon, en partie flamand!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "l'interdiction aux demandeurs d'emploi d'occuper un emploi pendant les
périodes d'interruption de leur formation" (n° 8538)</b>
09 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen over "het aan werkzoekenden opgelegde verbod om te werken tijdens de
onderbrekingsperiode tussen opleidingen" (nr. 8538)
09.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Je voulais aborder un autre
point, celui de la formation des demandeurs d'emploi stagiaires. On
va peut-être encore me rétorquer que ce n'est pas de la compétence
du fédéral. Ce sont souvent des sessions de formation assez
espacées, parfois plus d'un mois, périodes pendants lesquelles le
stagiaire redevient demandeur d'emploi. Il pourrait donc mettre à
profit ces interruptions pour travailler. Or le FOREM lui interdit de
travailler plus de deux jours pendant chaque intervalle. S'il va au-delà,
il perd son droit à la formation.
Madame la ministre, ne trouvez-vous pas choquant qu'un service de
l'emploi empêche un travailleur de prester des contrats à durée
déterminée ou en intérim, lui permettant par là même de ne pas
coûter à la collectivité et de se maintenir en dynamique
professionnelle? Y a-t-il une explication logique et recevable à cette
interdiction, à moins que ce soit encore régional? Dans le cas
contraire, qu'allez-vous faire pour la lever?
09.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR):
De
FOREM
(Waalse
werkgelegenheidsdienst) verbiedt
werkzoekende stagiaires meer
dan twee dagen te werken tussen
twee opleidingen. Vindt u dat
verbod niet choquerend? Bestaat
er een logische en ontvankelijke
verklaring voor dat verbod, tenzij
het van de gewestinstantie komt?
Wat doet u in het andere geval om
het verbod op te heffen?
09.02 Joëlle Milquet, ministre: En fait, il s'agit de stagiaires en
formation qui ont des offres d'emploi. Qui dit qu'ils ne peuvent
travailler plus de deux jours? Pendant la formation?
09.02 Minister Joëlle Milquet: Ik
ken die regel niet; het moet een
regel van het Gewest zijn.
09.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Non, entre deux formations.
Notre pays est tellement compliqué.
09.04 Joëlle Milquet, ministre: Je ne connais pas cette règle; ce doit
être une règle régionale... Ce n'est du tout fédéral et cela ne vient pas
de l'ONEM.
09/12/2008
CRIV 52
COM 392
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
09.05 Jean-Jacques Flahaux (MR): Vive la France!
09.05 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Leve Frankrijk !
09.06 Joëlle Milquet, ministre: Êtes-vous sûr de vous? Cela me
semble étrange. Par contre, qu'on demande à quelqu'un de suivre
une formation et de ne travailler que deux jours si celle-ci en prend
trois, c'est logique. Avez-vous vu une réglementation régionale qui
imposerait de ne travailler que deux jours?
09.07 Jean-Jacques Flahaux (MR): Si on pouvait enlever les
obstacles de ce style, ce serait positif.
09.08 Joëlle Milquet, ministre: C'est peut-être lié à l'implication dans
la formation qui exige une présence à mi-temps.
09.09 Jean-Jacques Flahaux (MR): Ce n'est pas pendant la période
de formation mais entre deux formations. C'est un point important.
Le président: Je voudrais ouvrir une parenthèse avant de vous
rendre la parole pour dire que nous sommes submergés de
questions. Je crois que les ministres ont autre chose à faire que de
venir passer des heures inutiles pour répondre à des questions
oiseuses. De temps en temps, il y a une question pertinente et
intelligente mais beaucoup d'autres sont écrites par d'autres, qui sont
ânonnées par le parlementaire qui ne sait même pas de quoi il parle.
La plus-value de la présence des ministres pour répondre à des
questions, c'est zéro!
En outre, nombre de questions sont redondantes, d'autres relèvent
d'autres autorités et il faudrait que les services législatifs opèrent un tri
et suppriment les questions qui n'ont pas lieu d'être. C'est hallucinant!
De voorzitter: De ministers
hebben wel andere dingen te doen
dan hier uren te verliezen met het
beantwoorden van vragen die
nergens toe dienen! Van tijd tot
tijd dient zich een relevante vraag
aan, maar veel vragen worden niet
door
de
parlementsledend
geschreven maar wel door hen
afgerammeld zonder dat ze weten
waarover
het
gaat.
De
meerwaarde van de aanwezigheid
van de ministers om op die vragen
te antwoorden is nihil! Bovendien
zijn tal van vragen overtollig. De
wetgevende diensten zouden ze
moeten selecteren!
09.10 Jean-Jacques Flahaux (MR): Quand on devient
parlementaire, on ne nous fournit pas un guide pour la traversée de la
jungle des institutions belges...
09.10 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Wanneer men parlementslid
wordt, krijgt men geen handleiding
om de weg te vinden in de doolhof
van Belgische instellingen.
Le président: Je ne vous jette pas la pierre, je parle des services
législatifs de la Chambre!
De voorzitter: Ik verwijt u niets, ik
heb het over de wetgevende
diensten van de Kamer.
09.11 Joëlle Milquet, ministre: Il serait intéressant de travailler sur un
ou deux thèmes. Un débat pourrait être organisé autour de ces
derniers et des suggestions pourraient être faites.
09.11 Minister Joëlle Milquet: Het
lijkt me interessant dat men zich
over een of twee thema's zou
buigen. Daaromtrent zou dan een
debat
kunnen
worden
georganiseerd en zouden er
suggesties
kunnen
worden
geformuleerd.
Le président: Cela serait beaucoup plus intéressant que cette
multitude de questions.
De voorzitter: Dat zou stukken
interessanter
zijn
dan
deze
stortvloed van vragen.
CRIV 52
COM 392
09/12/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
09.12 Jean-Jacques Flahaux (MR): Selon moi, une autre solution
existe. Je pense d'ailleurs qu'elle a déjà été abordée en Conférence
des présidents. Ainsi, dans un premier temps, toutes les questions
seraient écrites et, en l'absence de réponse dans les 15 jours, les
questions pourraient être posées oralement. Cela aurait le mérite
d'inciter le ministre à répondre rapidement.
09.12 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Volgens mij is er nog een
andere mogelijkheid, en dat is dat
alle
vragen
eerst
schriftelijk
zouden worden gesteld, en pas
mondeling worden gesteld als ze
niet binnen twee weken worden
beantwoord.
Le président: Il serait peut-être opportun que vous fassiez savoir à
quelques-uns de vos collègues qu'il faut regretter un hit-parade des
questions paru dans la presse à la veille des élections, avec l'octroi de
trois étoiles à un député X parce qu'il a posé 452 questions, et d'une
seule étoile à un député Y parce qu'il n'en a posé que 20. Il faudrait
arrêter cette course aux questions qui n'ont aucune consistance. Il est
préférable de poser 20 questions pertinentes que 400 questions
inutiles. Cela dit, en posant 400 questions, on se voit attribuer trois
étoiles dans "Le Soir"! Permettez-moi d'en rire.
De voorzitter: Misschien moet u
enkele van uw collega's ook eens
wijzen op de betreurenswaardige
praktijk waarbij vlak voor de
verkiezingen in de pers een soort
hitparade gepubliceerd wordt van
de vragen, waarin parlementslid X
dat 452 vragen heeft gesteld drie
sterren krijgt en parlementslid Y
dat er maar 20 stelde slechts één
ster. Beter 20 pertinente vragen
dan 400 nutteloze, al leveren die
400 vragen dan drie sterren op in
Le Soir. Dat is gewoon belachelijk.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Luc Goutry aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de aanwervingsvoorwaarden en de regularisering van IBF-werknemers in ziekenhuizen"
(nr. 9078)
10 Question de M. Luc Goutry à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "les conditions de recrutement et la régularisation des travailleurs du FBI (Fonds
budgétaire interdépartemental) dans les hôpitaux" (n° 9078)</b>
10.01 Luc Goutry (CD&V): Mevrouw de minister, zoals u weet, staat
IBF voor het Interdepartementaal Begrotingsfonds. Dat is een erfenis
van de jaren '80 toen wij met tewerkstellingsmaatregelen werden
geconfronteerd. Wij hebben toen een hele reeks nepstatuten
gemaakt, zoals het DAC en het BTK, omdat er toen veel geld was via
het Interdepartementaal Begrotingsfonds. Zoals met dat soort
statuten dikwijls gebeurt, beginnen zij een bepaald leven en worden zij
achteraf niet meer van hun tijdelijk statuut ontheven. Het worden
gewoon structurele werknemers.
Op dit ogenblik werken er zo ruim 5.500 fulltime equivalenten,
werknemers in ziekenhuizen, zowel psychiatrische als algemene
ziekenhuizen, nog altijd onder het IBF-statuut. Het probleem daarbij is
dat een ziekenhuis daarvoor subsidies krijgt, maar die zijn
ontoereikend, want de subsidies volgen de anciënniteit en de index
niet. Slechts een vijfde van die statuten is via de verpleegdagprijs
geïncorporeerd en dus mee gekoppeld aan de stijgende kosten voor
het ziekenhuis. De rest is min of meer forfaitair. Dat kost voor een
instelling, een ziekenhuis of een psychiatrische kliniek, ruwweg
ongeveer 7.000 euro per IBF'er. Het komt neer op een niet-vergoede
totaalkost van 11 miljoen euro. De ziekenhuizen ontlopen dus
11 miljoen euro. Ook vandaar komt het probleem van de
onderfinanciering van de ziekenhuizen.
10.01 Luc Goutry (CD&V): Dans
les années 80, une série de
statuts précaires ­ tels le TCT et le
CST - ont été mis en place dans le
cadre des mesures de mise au
travail, l'argent nécessaire étant
disponible
dans
le
Fonds
budgétaire
interdépartemental
(FBI). Ces statuts temporaires
n'ont
cependant
jamais
été
supprimés et, à ce jour, environ
5.500 équivalents temps plein sont
toujours
occupés
dans
les
hôpitaux dans le cadre du statut
FBI. À la suite de l'indexation et de
leur ancienneté, ce personnel est
devenu beaucoup plus coûteux
dans
l'intervalle.
Il
manque
globalement 11 millions d'euros
pour payer ces membres du
personnel, ce qui explique en
partie le sous-financement des
hôpitaux.
09/12/2008
CRIV 52
COM 392
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
De sector heeft natuurlijk veel moeite om dat te blijven dragen.
Daarom hebben wij in het regeerakkoord ­ wij hebben daarover nog
samen onderhandeld ­ een passus laten inschrijven waarbij de
zogenaamde nepstatuten - die wij natuurlijk anders genoemd hebben
- bij wijze van een soort overgangsmaatregel in volwaardige statuten
opgelost en geïncorporeerd worden. Dat zou in casu voor de IBF'ers
betekenen dat zij in de verpleegdagprijs werkelijk als volwaardige
personeelsleden geïntegreerd worden.
Mijn eerste vraag aan u is of u ondertussen, in afwachting van de
incorporatie, want dat stuk van het regeerakkoord is bij mijn weten
nog niet direct aan de orde, bij wijze van overgangsmaatregel ermee
akkoord kunt gaan de forfaitaire loonbijdrage gaandeweg aan te
passen, zodat die niet verder divergeert.
Er is echter nog een bijkomende complicatie. Om IBF'er te worden
moet men 12 maanden volledig werkloos zijn. Wij stellen vast dat
beroepen die te maken hebben met ziekenhuizen over het algemeen
knelpuntberoepen zijn.
Men vindt moeilijk mensen. Die IBF'ers moeten dus worden opgevuld
door nieuwe mensen die bovendien beantwoorden aan de
voorwaarden van de volledig uitkeringsgerechtigde werkloosheid
gedurende twaalf maanden voorafgaand aan de indiensttreding. Nu
blijkt dat die mensen niet gemakkelijk meer te vinden zijn. Men vindt
dus geen kandidaten. Dat heeft een dubbel nadeel: men is zijn IBF
dan ook kwijt. Dus, men heeft niet alleen in de plaats geen andere
werknemer ­ men heeft dus eigenlijk iemand te kort ­, men is
bovendien de subsidie kwijt van het interdepartementaal
begrotingsfonds.
Mevrouw de minister, vandaar heb ik de volgende twee vragen aan u.
Gaat u akkoord om die forfaitaire loontoelage aan te passen, in
afwachting van de uitvoering van het regeerakkoord?
Bent u het ermee eens om de aanwervingsvoorwaarde van twaalf
maanden werkloosheid te versoepelen? Eigenlijk is dat toch niet
nodig. Op het ogenblik dat iemand werkloos is, quid hoe lang, en hij
voldoet aan de voorwaarden om opgenomen te worden in het
personeelskader van een ziekenhuis, waarom zouden we die persoon
dan niet via dat IBF-statuut laten beginnen?
L'accord de gouvernement prévoit
que les statuts précaires seront
transformés en statuts à part
entière.
La
ministre
est-elle
disposée à adapter la cotisation
salariale dans l'intervalle, afin
d'éviter qu'un écart encore plus
important ne se creuse?
Pour devenir contractuel FBI, il
faut être chômeur complet depuis
douze mois. Dans les hôpitaux ­
avec souvent des métiers en
pénurie ­ il est très difficile de
trouver de tels contractuels, de
telle sorte que l'hôpital concerné
ne trouve pas de remplaçant et
perd en outre la subvention FBI.
La ministre est-elle disposée à
assouplir la condition des douze
mois de chômage préalable?
10.02 Minister Joëlle Milquet: Mijnheer Goutry, de eerste vraag van
uw vraagstelling valt onder de bevoegdheden van mijn collega
Laurette Onkelinx, omdat het een kwestie is van lonen.
10.02 Joëlle Milquet, ministre: La
question de M. Goutry sur les
salaires relève de la compétence
de la ministre Onkelinx.
10.03 Luc Goutry (CD&V): Ik heb de vraag ook aan haar gesteld.
Eigenlijk blijkt dat het nog meer uw bevoegdheid zou zijn, omdat het
gaat over een tewerkstellingsfonds.
10.04 Minister Joëlle Milquet: Ja, uw tweede vraag.
10.05 Luc Goutry (CD&V): Maar ook een beetje de eerste vraag,
over de loontoelage. Naar blijkt, is ook dat uw competentie. Minister
Onkelinx
beslist
over
de
erkenningsnormen,
over
de
10.05 Luc Goutry (CD&V): Ma
question
sur
la
subvention
salariale concerne également le
CRIV 52
COM 392
09/12/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
personeelsbezetting, enzovoort. De betaling van dat soort
tewerkstellingsmaatregelen
­
want
dat
is
het:
een
tewerkstellingsmaatregel ­ is uw bevoegdheid.
fonds pour l'emploi, qui relève tout
de même de la compétence de la
ministre Milquet.
10.06 Minister Joëlle Milquet: Zo? Ik heb in ieder geval wel een
antwoord.
10.07 Luc Goutry (CD&V): U hebt zeer veel bevoegdheden.
10.08 Minister Joëlle Milquet: Wat de werkloosheidsvoorwaarden
aangaat, kan ik het volgende stellen.
In het regeerakkoord wordt aangegeven dat de loonlasten voor die
werknemers geïntegreerd zullen worden in de ligdagprijs ­ en dat is
een bevoegdheid van minister Onkelinx ­ zodat die werknemers via
de subsidiëring zullen worden gefinancierd. Daardoor wordt het IBF
op een structurele wijze geïntegreerd in de financiering van de
ziekenhuizen.
Ik ben mij bewust van het feit dat de opgelegde verplichting inzake de
werkloosheidsduur om te kunnen worden aangeworven in het raam
van het IBF, voor problemen kan zorgen omwille van bepaalde
tekorten op de arbeidsmarkt. Daarom ben ik bereid ­ en ik zal dat ook
doen ­ om te onderzoeken of de werkloosheidsvoorwaarden kunnen
worden versoepeld, zodat er kan worden voorzien in de vervanging
van vrijgekomen IBF-plaatsen in de verschillende ziekenhuizen.
Ik zal dus de diensten van de FOD WASO en de RVA vragen hiertoe
een voorstel uit te werken dat rekening houdt met de beschikbare
arbeidskrachten op de arbeidsmarkt.
Uw vraag is dus heel doeltreffend.
10.08 Joëlle Milquet, ministre:
L'accord de gouvernement prévoit
que les charges salariales pour les
travailleurs en question seront
intégrées dans le prix de la
journée ­ une compétence de
Mme Onkelinx ­ de telle sorte que
la financement des travailleurs en
question se fait par subsidiation.
Pour ce qui est de l'obligation en
matière de durée du chômage, je
suis disposée à examiner la
possibilité d'un assouplissement
des conditions afin de pouvoir tout
de même pourvoir aux emplois
FBI libres.
J'inviterai le SPF ainsi que l'ONEm
à élaborer une proposition qui
tienne compte de la réalité du
marché du travail.
10.09 Luc Goutry (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, vooral uw antwoord is zeer doeltreffend. Dat zou werkelijk
een zeer goede zaak zijn. Die IBF's staan nu immers open. Men heeft
ze nodig maar men vindt geen mensen die voldoen aan die
voorwaarden. Wij zijn allemaal door hetzelfde gebeten. Wij moeten zo
snel mogelijk de mensen aan het werk krijgen. Dus waarom zouden
wij die voorwaarden niet versoepelen?
Ik wil toch vragen of u het volgende toch eventjes wil nakijken. U hebt
het geciteerd. In het regeerakkoord staat dat het de bedoeling is dat
wij dit volledig integreren in het verpleegdagprijsbudget. Daarom zou
het misschien nuttig zijn om binnen de regering even te bespreken of
men in afwachting niet reeds die subsidie kan verbeteren zodat
nadien de integratie in het verpleegdagprijsbudget beter zou kunnen
zijn. Het is misschien de bevoegdheid van mevrouw Onkelinx. Het
moet immers natuurlijk in het verpleegdagprijsdossier komen. Dat is
natuurlijk voor het RIZIV en Volksgezondheid.
Het is een dossier dat voortdurend tussen u beiden zal blijven
pendelen en ik zal het verder opvolgen.
10.09 Luc Goutry (CD&V): Cette
démarche serait très judicieuse.
Étant donné que l'accord du
gouvernement
prévoit
une
intégration complète au sein du
budget relatif au prix de la journée
d'hospitalisation, il est peut-être
conseillé,
dans
l'intervalle,
d'améliorer cette subvention, cette
dernière relevant sans doute de la
compétence de Mme Onkelinx.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
09/12/2008
CRIV 52
COM 392
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Kansen over "moslimfeestdagen" (nr. 9084)
11 Question de Mme Sarah Smeyers à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances sur "les jours de fête musulmans" (n° 9084)</b>
11.01 Sarah Smeyers (N-VA): Mevrouw de minister, de VOEM of
Vereniging voor Ontwikkeling en Emancipatie van Moslims pleit voor
een systeem waarbij iedere werknemer vrij zijn officiële feestdagen
kan kiezen. Moslims zouden zo zelf kunnen bepalen of ze tijdens het
Offerfeest gaan werken of niet. In ruil daarvoor kunnen ze dan op
Kerstmis of Pasen werken.
Is dat een officiële vraag vanuit de moslimgemeenschap, die ook door
de moslimexecutieve wordt ondersteund? Bent u voorstander van een
dergelijk flexibel systeem? Acht u het werkbaar in de praktijk? Heeft
de Nationale Arbeidsraad daarover al een advies verleend?
11.01 Sarah Smeyers (N-VA):
L'association flamande `Vereniging
voor
de
Ontwikkeling
en
Emancipatie
van
Moslims'
préconise un système dans le
cadre duquel chaque travailleur
peut choisir librement ses jours de
fête officiels. Les musulmans
pourraient alors décider eux-
mêmes s'ils vont travailleur le jour
de la fête du sacrifice par
exemple. S'agit-il d'une demande
officielle également soutenue par
l'Exécutif des musulmans? La
ministre la défend-elle? Quelle est
la position du CNT?
11.02 Minister Joëlle Milquet: Mevrouw Smeyers, gisteren heb ik
daaromtrent een voorstel geformuleerd. Er is inderdaad een vraag
van een moslimorganisatie. Het betreft een algemeen probleem.
In antwoord op uw vraag in verband met verlofdagen ter gelegenheid
van religieuze feesten, ben ik van mening dat het mogelijk zou zijn om
in een vlottende verlofdag te voorzien die door iedereen naar keuze
kan worden opgenomen, voor religieuze redenen of niet.
Dat biedt de kans om die dag eventueel voor een religieus feest van
een godsdienst op te nemen. De verlofdag zou het totaal aantal
verlofdagen echter niet wijzigen.
Het beste is volgens mij om een advies aan de NAR te vragen over
die problematiek. Het is niet zo eenvoudig, maar het mag geen echt
probleem creëren voor de ondernemingen.
We zullen ook geen extra dag inlassen. Misschien is het idee van een
vlottende dag een goed idee, maar we moeten daarover een advies
van de sociale partners krijgen. Dat was het voorstel dat ik gisteren
formuleerde.
11.02 Joëlle Milquet, ministre:
J'ai lancé une proposition hier à ce
sujet étant donné qu'il s'agit d'un
problème d'ordre général. Il doit
être possible d'instaurer un jour de
fête flottant puisque le nombre
total de jours de fête reste
inchangé. La mise en oeuvre d'un
tel jour flottant n'est toutefois pas
simple et ce système ne peut être
problématique
pour
les
entreprises.
Il
s'indique
de
demander l'avis du CNT à ce
sujet.
11.03 Sarah Smeyers (N-VA): Mevrouw de minister, het is dus een
piste die u bewandelt. Er is nog geen akkoord met de NAR.
11.03 Sarah Smeyers (N-VA): Il
n'y a donc manifestement pas
encore d'accord avec le CNT.
11.04 Minister Joëlle Milquet: Wij krijgen die vraag elk jaar en tot nu
toe heeft niemand iets ondernomen. Het is belangrijk dat de sociale
partners dat bekijken. In sommige ondernemingen vormt de
afwezigheid een groot probleem.
Het is een goed idee. In Frankrijk was er ook een debat daaromtrent
in het Parlement. Het is interessant om dat debat te voeren.
11.04 Joëlle Milquet, ministre: La
question est posée chaque année
mais aucune mesure n'a été prise
à ce jour. Les partenaires sociaux
doivent vraiment examiner cette
problématique. Dans certaines
entreprises, l'absence de certains
travailleurs pose de sérieux
problèmes.
Un
débat
parlementaire est mené à ce sujet
en France également.
CRIV 52
COM 392
09/12/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
11.05 Sarah Smeyers (N-VA): Ik vind het een minder goede piste. Ik
vrees immers voor een sneeuwbaleffect, waarbij andere religieuze
strekkingen ook een bepaalde feestdag zullen wensen.
11.05 Sarah Smeyers (N-VA): Je
crains l'effet boule de neige d'une
telle mesure : d'autres confessions
souhaiteront également un jour de
fête déterminé.
11.06 Minister Joëlle Milquet: Dat kan ook om andere redenen, zoals
bijvoorbeeld 11 juli.
11.06 Joëlle Milquet, ministre:
Mais des jours de fête peuvent
être fixés pour d'autres raisons
également, comme le 11 juillet par
exemple.
11.07 Sarah Smeyers (N-VA): Dat is niet bepaald een feestdag van
een religieuze strekking.
Ik denk dat van dat alles een officiële feestdag te maken voor een
sneeuwbaleffect zal zorgen. U haalt nu zelf 11 juli aan. De Vlaamse
partijen zijn daarvan al jaren voorstander en er kan daarover geen
akkoord worden bereikt.
Dergelijke pistes roepen bij mij vragen op omtrent de haalbaarheid
ervan. We denken dat het systeem van officiële feestdagen op die
manier zal worden onderuitgehaald. Ik vind het nu ook niet bepaald
een toonbeeld van integratie als we met al die andere feestdagen
rekening zullen houden. Ik vrees eerlijk gezegd dat de piste die dan
wordt bewandeld, waarbij die mensen wel zouden kunnen komen
werken op kerstdag of op een andere feestdag, irrealistisch is.
Immers, vele bedrijven en fabrieken sluiten op die dagen sowieso.
Zeker in de kerstperiode zal er geen werk zijn.
We zullen wel zien wat ervan komt. Ieder zijn idee, maar ik steun het
alleszins toch niet.
11.07 Sarah Smeyers (N-VA): Un
accord n'a encore jamais pu être
conclu en ce qui concerne le 11
juillet. Les partis flamands en sont
partisans depuis des années.
Je doute que de telles pistes de
réflexion aboutissent. Le système
des jours de fête officiels sera
enterré et il ne s'agit pas
précisément
d'un
exemple
d'intégration
de
devoir
tenir
compte de tous les autres jours de
fête. Que certains travailleurs
puissent décider de travailler le
jour de Noël par exemple n'est par
ailleurs pas réaliste étant donné
que de nombreuses entreprises
sont fermées ce jour-là.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "le versement des primes CECA aux salariés licenciés dans le cadre de
restructuration d'entreprises sidérurgiques" (n° 9097)</b>
12 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen over "de betaling van de EGKS-vergoedingen aan werknemers die werden ontslagen
in het kader van een herstructurering van een staalbedrijf" (nr. 9097)
12.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, il s'agit
d'une question qui, hélas, redeviendra certainement d'actualité
prochainement avec les annonces entendues ces jours derniers.
En effet, j'ai dû passer avec mon collaborateur à peu près 25 heures
à gérer cette problématique. En fait, suite au problème du plan de
restructuration chez Duferco Clabecq, une personne d'origine
italienne s'est vu mise en prépension par cette société. Dans ce
cadre, une première convention collective ­ encore d'un niveau
fédéral ­ a été signée, fin 2001, entre les syndicats de l'entreprise et
la société en question. Une annexe a ensuite été signée par les
salariés faisant référence à ladite convention collective.
12.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Naar aanleiding van het
herstructureringsplan bij Duferco
Clabecq werd een werknemer van
Italiaanse origine door dat bedrijf
met brugpensioen gestuurd. In
dat kader werd eind 2001 een
eerste
collectieve
arbeidsovereenkomst ondertekend
door de vakbonden van het bedrijf
en de maatschappij. Vervolgens
ondertekenden de werknemers
een bijlage omdat ze niet op de
09/12/2008
CRIV 52
COM 392
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
Cependant les salariés n'avaient pas pris connaissance de la CCT en
question. Quand bien même l'auraient-ils lue que la majorité ne
l'aurait pas comprise, à commencer par la personne en question,
étant comme beaucoup d'origine étrangère et maîtrisant donc mal le
français. On sait que Duferco à Clabecq engage une écrasante
majorité de travailleurs d'origine italienne.
Or celle-ci mentionnait que les salariés, pour faire valoir leur droit à la
prépension, conformément à la convention collective n° 17, conclue
au sein de la CNT le 19 décembre 1974, en application de l'arrêté
royal du 7 décembre 1992 relatif à l'octroi d'allocations de chômage
en cas de prépension conventionnelle, devaient, en échange d'une
avance faite par Duferco sur les primes CECA à venir, signer une
cession pour solde de tous comptes, de ces dernières ou autre(s)
aide(s) auxquelles ils auraient éventuellement droit, en faveur de la
société Duferco.
Ce qui semblait une mesure louable puisque les salariés, indemnisés
plus tôt, pouvaient ainsi faire face à leur changement de vie, devenait
une spoliation de fait: en effet, la société, arguant de l'article de la
CCT suscité, après avoir versé une somme bien en deçà du montant
des indemnités CECA dues au salarié, a gardé la différence.
Cela revient à dire que l'entreprise s'est servie de ces primes pour
renflouer sa trésorerie aux dépens des salariés licenciés. Il semblerait
d'ailleurs que ce ne soit pas son premier coup en la matière: lors du
rachat des Forges de Clabecq, les salariés licenciés par cette
dernière, dont mon administré faisait déjà partie, puis repris par
Duferco n'avaient déjà pas touché la même prime CECA, ce qui avait
permis à l'entreprise de payer pendant près d'un an les salariés avec
leur propre prime, soit sans débourser un cent. Les salariés n'avaient
alors rien dit par crainte de perdre leur emploi en cas de contestation.
Madame la ministre, je comprends bien que, pour sauver des
emplois, les entreprises en difficulté cherchent à minimiser leurs coûts
dans une telle période. Et, à mon avis, cela ne s'arrangera pas de
sitôt.
C'est d'ailleurs bien au nom du sauvetage financier de ces entreprises
que les accords de Namur de 1973 ont mis en place une règle anti-
cumul entre les indemnités de mutation versées par l'ONEM et la
prime CECA. Mais cela doit-il aller jusqu'au point de déposséder en
plus les salariés mis en prépension d'une partie de cette prime surtout
lorsqu'il s'agit de sauver l'emploi des salariés encore actifs? N'est-ce
pas demander une solidarité excessive à des gens qui ont travaillé
dur toute leur vie que de les priver d'une partie des droits reconnus
dans des textes européens?
Vous comprendrez, madame la ministre, qu'en cette période difficile,
cette question prenne une acuité toute particulière. Aussi, j'aimerais
que vous nous précisiez une nouvelle fois ce que la loi dit en matière
de règlement financier de ces indemnités avec avance, ce d'autant
plus que c'est l'ONEM qui a la charge du montage des dossiers de
demandes de prime CECA et qu'il serait donc préférable qu'il sache
clairement comment agir au mieux des intérêts financiers des
salariés.
La loi protège-t-elle les salariés quant au règlement en totalité du
hoogte waren van de CAO in
kwestie.
In die bijlage stond dat de
werknemers, om hun recht op
brugpensioen te laten gelden, in
ruil voor een voorschot van
Duferco op toekomstige EGKS-
premies, een kwijting voor saldo
van alle rekeningen, van die
premies
of
andere
steunmaatregelen
waarop
ze
eventueel recht zouden hebben,
ten voordele van de vennootschap
Duferco moesten ondertekenen.
Wat
een
lovenswaardige
maatregel leek werd regelrechte
afzetterij. Nadat ze een bedrag
betaald had dat aanzienlijk lager
lag dan de aan de werknemer
verschuldigde EGKS-vergoeding,
stak de maatschappij het verschil
immers op zak.
Bij de overname van de Forges De
Clabecq, hadden de door de
Forges ontslagen en daarna door
Duferco
overgenomen
werknemers de EGKS-premie al
niet ontvangen, waardoor het
bedrijf ze bijna een jaar lang kon
betalen met hun eigen premie. De
werknemers hadden niets gezegd
uit vrees dat ze hun baan zouden
verliezen.
Kan u verduidelijken wat er in de
wet staat in verband met de
uitbetaling van die voorschotten op
de vergoedingen, te meer daar de
RVA belast was met het opstellen
van de dossiers voor de aanvraag
van de EGKS-vergoeding? Biedt
de wet de werknemers voldoende
bescherming wat de volledige
uitbetaling
van
het
hun
verschuldigde
bedrag
betreft?
Heeft u informatie over andere
uitwassen in dit verband? Welke
maatregelen denkt u te nemen om
deze praktijken een halt toe te
roepen in het belang van de
betrokken werknemers? Bent u
van plan de akkoorden van
Namen te updaten om conflicten
tussen werknemers en hun bedrijf
te voorkomen? Hoe zal u ervoor
CRIV 52
COM 392
09/12/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
montant qui leur est dû? Pouvez-vous nous dire si vous avez eu des
informations concernant d'autres dérives en la matière? Si oui,
quelles mesures comptez-vous prendre pour moraliser de manière
rapide ces pratiques dans l'intérêt et la sauvegarde des intérêts des
salariés concernés? Comptez-vous actualiser et clarifier les accords
de Namur en question afin d'éviter tout conflit dommageable entre les
salariés et leur entreprise? Comment comptez-vous agir pour que les
salariés lésés recouvrent rapidement leurs droits?
zorgen
dat
de
benadeelde
werknemers snel krijgen waar ze
recht op hebben?
12.02 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur Flahaux, les aides CECA
sont la conséquence du Traité CECA. Il s'agit d'une vieille législation
et de réglementations qui ont été abrogées en 2002. La dernière
possibilité concrète d'indemnisation remonte à mars 2006.
Il est vrai que lorsque la demande d'intervention était acceptée par la
Commission, c'était l'ONEM qui était chargé de verser directement
aux travailleurs le montant des aides. Le montant était demandé
ultérieurement au niveau de la Commission. Le principe était que le
montant était directement versé aux travailleurs, mais il est arrivé que
les entreprises aient décidé de verser elles-mêmes une avance sur le
montant des aides octroyées aux travailleurs. Dans ce cas, elles
pouvaient récupérer les sommes versées auprès de l'ONEM pour
autant que les travailleurs concernés aient signé une cession de
créance. Cette dernière était jointe au dossier des travailleurs et le
montant des avances était alors versé aux entreprises, le solde
éventuel étant versé aux travailleurs. C'est ce qui s'est produit dans le
cas de la société Duferco puisque celle-ci avait conclu avec les
partenaires sociaux une convention collective prévoyant un
prélèvement d'un montant de 200.000 francs belges à l'époque à titre
d'avance sur les aides CECA.
Ces paiements ont été effectués en deux étapes: le premier, de
50.000, le 21 septembre 1999 et le solde, de 150.000, après le
21 décembre 1999. Les travailleurs n'ont pas été préjudiciés par cette
manière de procéder parce que la cession de créance signée par les
travailleurs n'était valable qu'à concurrence du montant de l'avance
versée par la société Duferco. Il en découle que dans les cas où les
travailleurs pouvaient bénéficier d'un montant d'aide supérieur à
200.000, seuls 200.000 francs belges ont été versés à la société
Duferco par l'ONEM. Tout ce qui dépassait ce montant a été versé
directement au travailleur.
Je ne pense pas qu'il y ait des cas où l'ONEM aurait versé à Duferco
plus que le montant prévu par la cession de créance, mais on peut
vérifier. Si votre administré souhaite poser des questions plus
précises sur le calcul exact des sommes qui lui ont été versées ou qui
auraient dû l'être, en fonction de sa situation personnelle, je l'invite à
se renseigner auprès de l'ONEM, à l'administration CECA (téléphone:
02/515.41.11). Ce service pourra l'informer de manière plus précise.
12.02 Minister Joëlle Milquet: De
EGKS-vergoeding vloeit voort uit
het EGKS-Verdrag, dat in 2002
werd opgeheven. De laatste
concrete
mogelijkheid
om
aanspraak te maken op een
vergoeding dateert van maart
2006.
De RVA had inderdaad de
opdracht de vergoedingen, die
naderhand pas bij de Commissie
werden aangevraagd, direct aan
de werknemers uit te keren. Het
uitgangspunt was dat het bedrag
rechtstreeks aan de werknemers
werd uitbetaald. In sommige
gevallen hebben de bedrijven een
voorschot op dat bedrag betaald.
De gestorte bedragen konden ze
dan bij de RVA terugvorderen,
voor
zover
de
betrokken
werknemers een overdracht van
schuldvordering
hadden
ondertekend. Die overdracht werd
bij het dossier van de werknemers
gevoegd;
het
voorgeschoten
bedrag werd dan aan de bedrijven
uitbetaald, en het eventuele saldo
aan de werknemers. Zo is dat ook
in zijn werk gegaan bij Duferco.
De betalingen werden in twee
fasen uitgevoerd: eerst werd er op
21
september
1999
50.000
Belgische frank uitbetaald en het
saldo van 150.000 Belgische frank
werd na 21 december 1999
uitbetaald. De werknemers werden
daardoor niet benadeeld. In de
gevallen waarin de werknemers
recht hadden op meer dan
200.000 Belgische frank, heeft de
RVA 200.000 Belgische frank
gestort aan het bedrijf Duferco en
de rest rechtstreeks aan de
werknemer uitbetaald.
Ik denk niet dat er gevallen zijn
09/12/2008
CRIV 52
COM 392
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
waarin de RVA aan Duferco een
hoger bedrag zou hebben gestort
dan datgene waarin de overdracht
van de schuldvordering voorziet,
maar we kunnen een en ander
natrekken.
12.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la ministre, je vous
remercie. Je pense qu'il y a eu des paiements plus importants que les
200.000 francs belges en question. Nous vous transmettrons les
documents et nous prendrons contact avec le service en question.
12.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik denk dat er grotere
bedragen uitbetaald werden dan
de 200.000 Belgische frank
waarvan sprake. Wij zullen u de
documenten bezorgen en zullen
contact
opnemen
met
de
desbetreffende dienst.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Madame la ministre, on a informé les parlementaires
du fait que vous pouviez rester parmi nous de 15.00 heures à 16.30
heures. Un certain nombre d'entre eux ne se sont pas présentés
puisqu'ils ont été prévenus que la réunion s'arrêtait à 16.30 heures.
Je ne peux dire à qui on répond et à qui on ne répond pas. À un
moment donné, il faut une règle. Je ne sais pas jusqu'à quelle heure
vous pouvez rester.
Peut-on encore faire quelques questions tout en sachant que des
parlementaires peuvent encore arriver? Je viens de dire à quelqu'un
de ne pas venir.
De voorzitter: Een aantal leden
zijn niet komen opdagen omdat ze
ervan in kennis werden gesteld dat
de vergadering om 16.30 uur zou
eindigen.
12.04 Joëlle Milquet, ministre: Je peux transmettre des réponses
écrites.
12.04 Minister Joëlle Milquet: Ik
kan
schriftelijke
antwoorden
bezorgen.
Le président: On peut transformer les questions en questions écrites, ce qui n'empêche pas de recevoir
maintenant le texte de la réponse. Les questions n
os
8857 et 8911 de Mme Camille Dieu ainsi que les
questions n
os
9098 et 9099 de M. Jean-Jacques Flahaux sont transformées en questions écrites.
12.05 Joëlle Milquet, ministre: J'ai demandé l'avis de la Commission
de la protection de la vie privée, au sujet de la question sur le GPS, et
en l'absence de réponse, nous avons réitéré notre demande. Je peux
cependant déjà donner mon texte.
12.05 Joëlle Milquet, ministre: Ik
het het advies gevraagd van de
Commissie voor de bescherming
van de persoonlijke levenssfeer in
verband met de kwestie van de
gps-systemen. We hebben nog
geen antwoord gekregen en
hebben onze vraag herhaald. Ik
kan u wel al mijn tekst geven.
La réunion publique de commission est levée à 16.35 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.35 uur.