KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 450
CRIV 52 COM 450
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR HET
B
EDRIJFSLEVEN
,
HET
W
ETENSCHAPSBELEID
,
HET
O
NDERWIJS
,
DE
N
ATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE
I
NSTELLINGEN
,
DE
M
IDDENSTAND
EN DE
L
ANDBOUW
C
OMMISSION DE L
'E
CONOMIE
,
DE LA
P
OLITIQUE
SCIENTIFIQUE
,
DE L
'E
DUCATION
,
DES
I
NSTITUTIONS SCIENTIFIQUES ET CULTURELLES
NATIONALES
,
DES
C
LASSES MOYENNES ET DE
L
'A
GRICULTURE
dinsdag
mardi
10-02-2009
10-02-2009
Voormiddag
Matin
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 450
10/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Samengevoegde vragen van
1
Questions jointes de
1
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
KMO's,
Zelfstandigen,
Landbouw
en
Wetenschapsbeleid over "het personeelsplan en
het nieuwe taalkader bij de Nationale Plantentuin
van Meise" (nr. 10740)
1
- M. Bart Laeremans à la ministre des PME, des
Indépendants, de l'Agriculture et de la Politique
scientifique sur "le plan de personnel et le
nouveau cadre linguistique au Jardin botanique
national de Meise" (n° 10740)
1
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de Nationale
Plantentuin van Meise" (nr. 10833)
1
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le Jardin botanique national
de Meise" (n° 10833)
1
- de heer Bruno Tobback aan de minister van
KMO's,
Zelfstandigen,
Landbouw
en
Wetenschapsbeleid over "de personeelssituatie in
de Nationale Plantentuin" (nr. 10865)
1
- M. Bruno Tobback à la ministre des PME, des
Indépendants, de l'Agriculture et de la Politique
scientifique sur "la situation du personnel du
Jardin botanique national" (n° 10865)
1
- de heer Luk Van Biesen aan de minister van
KMO's,
Zelfstandigen,
Landbouw
en
Wetenschapsbeleid over "de stand van zaken bij
de Nationale Plantentuin van Meise" (nr. 10956)
1
- M. Luk Van Biesen à la ministre des PME, des
Indépendants, de l'Agriculture et de la Politique
scientifique sur "l'état d'avancement du dossier
relatif au Jardin botanique de Meise" (n° 10956)
1
Sprekers: Bart Laeremans, Michel Doomst,
Bruno Tobback, Luk Van Biesen, Sabine
Laruelle
, minister van KMO's, Zelfstandigen,
Landbouw en Wetenschapsbeleid, Karine
Lalieux
Orateurs: Bart Laeremans, Michel Doomst,
Bruno Tobback, Luk Van Biesen, Sabine
Laruelle
,
ministre
des
PME,
des
Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique, Karine Lalieux
Vraag van mevrouw Liesbeth Van der Auwera aan
de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw
en Wetenschapsbeleid over "de benoeming van
de voorzitter van de Nederlandstalige uitvoerende
Kamer
van
het
Beroepsinstituut
van
Vastgoedmakelaars" (nr. 10786)
8
Question de Mme Liesbeth Van der Auwera à la
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique sur "la
nomination du président de la Chambre exécutive
d'expression
néerlandaise
de
l'Institut
Professionnel des Agents Immobiliers" (n° 10786)
9
Sprekers: Liesbeth Van der Auwera, Dalila
Douifi, Kattrin Jadin, Karine Lalieux, Jean-
Luc Crucke
Orateurs: Liesbeth Van der Auwera, Dalila
Douifi, Kattrin Jadin, Karine Lalieux, Jean-
Luc Crucke
Vraag van de heer Patrick De Groote aan de
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de verzekeringen van
het kunstpatrimonium van de Koninklijke Musea
voor Schone Kunsten van België" (nr. 10905)
10
Question de M. Patrick De Groote à la ministre
des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de
la Politique scientifique sur "les assurances
couvrant le patrimoine artistique des Musées
royaux des Beaux-Arts de Belgique" (n° 10905)
10
Sprekers: Patrick De Groote, Sabine
Laruelle
, minister van KMO's, Zelfstandigen,
Landbouw en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Patrick De Groote, Sabine
Laruelle
,
ministre
des
PME,
des
Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique
Vraag van de heer Patrick De Groote aan de
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "het kunstwerk 'Het
Laatste Oordeel' van Diest" (nr. 10906)
12
Question de M. Patrick De Groote à la ministre
des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de
la Politique scientifique sur "l'oeuvre d'art 'Le
dernier jugement' de Diest" (n° 10906)
12
Sprekers: Patrick De Groote, Sabine
Laruelle
, minister van KMO's, Zelfstandigen,
Landbouw en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Patrick De Groote, Sabine
Laruelle
,
ministre
des
PME,
des
Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de catalogus met
Belgische kunstwerken" (nr. 10877)
14
Question de M. Xavier Baeselen à la ministre des
PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "le catalogue d'oeuvres
d'art belge" (n° 10877)
14
Sprekers: Xavier Baeselen, Sabine Laruelle,
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw
en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Xavier Baeselen, Sabine Laruelle,
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique
10/02/2009
CRIV 52
COM 450
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de landbouwramp van
2006" (nr. 10952)
15
Question de M. Wouter De Vriendt à la ministre
des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de
la Politique scientifique sur "la calamité agricole
de 2006" (n° 10952)
15
Sprekers: Wouter De Vriendt, Sabine
Laruelle
, minister van KMO's, Zelfstandigen,
Landbouw en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Wouter De Vriendt, Sabine
Laruelle
,
ministre
des
PME,
des
Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique
Vraag van de heer Philippe Henry aan de minister
van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "het tot stand brengen
van een code voor de deontologie inzake het
onderzoek betreffende de nanotechnologieën"
(nr. 10988)
18
Question de M. Philippe Henry à la ministre des
PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "la mise en oeuvre d'un
code de déontologie en matière de recherche sur
les nanotechnologies" (n° 10988)
18
Sprekers: Philippe Henry, Sabine Laruelle,
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw
en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Philippe Henry, Sabine Laruelle,
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique
CRIV 52
COM 450
10/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR HET
BEDRIJFSLEVEN, HET
WETENSCHAPSBELEID, HET
ONDERWIJS, DE NATIONALE
WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE INSTELLINGEN, DE
MIDDENSTAND EN DE
LANDBOUW
COMMISSION DE L'ECONOMIE,
DE LA POLITIQUE SCIENTIFIQUE,
DE L'EDUCATION, DES
INSTITUTIONS SCIENTIFIQUES
ET CULTURELLES NATIONALES,
DES CLASSES MOYENNES ET DE
L'AGRICULTURE
van
DINSDAG
10
FEBRUARI
2009
Voormiddag
______
du
MARDI
10
FÉVRIER
2009
Matin
______
Le développement des questions et interpellations commence à 11.09 heures. La réunion est présidée par
Mme Kattrin Jadin.
De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 11.09 uur. De vergadering wordt voorgezeten
door mevrouw Kattrin Jadin.
01 Samengevoegde vragen van
- de heer Bart Laeremans aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid
over "het personeelsplan en het nieuwe taalkader bij de Nationale Plantentuin van Meise" (nr. 10740)
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de Nationale Plantentuin van Meise" (nr. 10833)
- de heer Bruno Tobback aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid
over "de personeelssituatie in de Nationale Plantentuin" (nr. 10865)
- de heer Luk Van Biesen aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid
over "de stand van zaken bij de Nationale Plantentuin van Meise" (nr. 10956)
01 Questions jointes de
- M. Bart Laeremans à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la Politique
scientifique sur "le plan de personnel et le nouveau cadre linguistique au Jardin botanique national de
Meise" (n° 10740)
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le Jardin botanique national de Meise" (n° 10833)
- M. Bruno Tobback à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la Politique
scientifique sur "la situation du personnel du Jardin botanique national" (n° 10865)
- M. Luk Van Biesen à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la Politique
scientifique sur "l'état d'avancement du dossier relatif au Jardin botanique de Meise" (n° 10956)
01.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, wij hebben u een tijdje geleden al vragen
gesteld over de problematiek van de Plantentuin van Meise. Op basis
van uw antwoord toen en van bijkomende informatie die ik inmiddels
heb ingewonnen, heb ik nog heel wat vragen.
U stelt onder meer dat ter voorbereiding van de realisatie van een
taalkader, een personeelsplan voor de Plantentuin zou bestaan. Het
plan zou momenteel ter goedkeuring bij de Inspectie van Financiën
voorliggen. Ik heb dat nagevraagd. Een dergelijk personeelsplan zou
gewoon niet bestaan en is bij de diensten van de Plantentuin ook niet
01.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang):
Dans
sa
réponse
précédente, la ministre a déclaré
qu'afin de préparer le cadre
linguistique
pour
le
Jardin
botanique de Meise, elle avait
arrêté un plan en matière de
personnel qu'elle avait soumis
pour approbation à l'Inspection
des Finances. Or ce plan est
inconnu au bataillon, que ce soit
10/02/2009
CRIV 52
COM 450
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
gekend. Nochtans hadden zij het plan in voorkomend geval moeten
opstellen.
Bovendien is ook het opleggen van een nieuw taalkader niet
opgenomen in de bijzondere wet die de overheveling van de
Plantentuin vastlegt.
Het is bijzonder vreemd dat de minister nu nog aan zo'n nieuw
taalkader werkt, terwijl die instelling al een paar jaar niet langer
federale materie had moeten zijn, indien er een akkoord was geweest.
Dat akkoord laat alsmaar op zich wachten. Het is eigenaardig dat men
daarop nu plots nog een taalkader wil plakken.
Ik heb een aantal vragen.
Kunt u mededelen wat wordt bedoeld met het personeelsplan dat
momenteel ter goedkeuring bij de Inspectie van Financiën zou
voorliggen? Wie heeft het plan opgesteld? Kunt een kopie van het
plan aan de commissie bezorgen?
Ten tweede, kunt u mededelen waarom er een nieuw federaal
taalkader zou moeten worden opgemaakt voor een instelling die
reeds lang had moeten zijn overgeheveld en waarvoor dus eigenlijk
nooit een nieuw kader nodig had moeten zijn? Wat zou voornoemd
taalkader moeten inhouden? Volgens welke principes zal het
taalkader worden opgesteld? Ik heb het onder meer over de centrale
dienst en de uitvoeringsdienst. Welke gevolgen zou het kader voor de
op dit moment bestaande taalverhoudingen hebben?
Ten derde, er werd tussen beide Gemeenschappen een integraal
akkoord voorbereid, waarin afspraken over het personeel werden
gemaakt. Enkel de handtekeningen ontbreken nog. Ik heb mij laten
vertellen dat voor het overige het akkoord rond was. Kunt u mij
mededelen wat de afspraken in kwestie zijn? Is het taalkader dat u nu
plant een uitvoering van het bewuste preakkoord? Wordt het
daarentegen in overleg met de Gemeenschappen voorbereid, of juist
niet?
Ten vierde, de directeur van de Plantentuin heeft u laten weten dat hij
in de onmogelijkheid verkeert u een ontwerp van taalkader te
bezorgen. Zijn argumenten werden door uw diensten, met name de
diensten van het departement Wetenschapsbeleid, onderzocht. Kunt
u mij de argumentatie van de directeur bezorgen? Wat is uw reactie
op zijn argumentatie?
Ten vijfde, in uw antwoord spreekt u over de hervorming van de
graden van de taalhiërarchie analoog aan de hervorming bij het
andere personeel van de wetenschappelijke instellingen. Kan u dit
toelichten? Welke concrete gevolgen zal dit hebben voor het
personeel van de Plantentuin?
Op welk probleem heeft de Vaste Commissie gewezen? Hoe zal dit
worden opgelost?
Mevrouw de minister, ten zesde, in uw antwoord stelde u ook dat er
steeds een federaal budget zou blijven bestaan voor het onderhoud
van de collecties. Dat staat echter helemaal niet zo in de wet. De
Vlaamse Gemeenschap zou de collecties in bruikleen krijgen en dus
aux Finances ou au Jardin
botanique même. Il aurait pourtant
dû être confectionné par le Jardin
botanique lui-même. Qui plus est,
la loi spéciale réglant le transfert à
la Région flamande du Jardin
botanique de Meise n'a pas prévu
d'imposer un nouveau cadre
linguistique. Ce transfert aurait
déjà dû avoir lieu il y a plusieurs
années mais un accord à ce sujet
tarde à être signé. Il est très
étrange que l'on veuille tout à coup
assortir ce transfert d'un cadre
linguistique.
À quel plan de personnel la
ministre faisait-elle allusion? Qui a
confectionné ce plan? Notre
commission
pourrait-elle
en
obtenir copie? Pourquoi est-il
indispensable
d'arrêter
un
nouveau cadre linguistique fédéral
pour une institution qui aurait déjà
dû être transférée à la Région
flamande depuis longtemps? Sur
quels principes reposera ce cadre
linguistique
et
quelles
répercussions aura-t-il sur les
rapports linguistiques existants?
Ce nouveau cadre linguistique fait-
il partie intégrante du préaccord
entre les Communautés, lequel n'a
toutefois jamais été signé? Sera-t-
il préparé ou non en concertation
avec les Communautés? Sur quoi
se fonde le directeur du Jardin
botanique pour affirmer qu'il se
trouve dans l'impossibilité de
fournir à la ministre un projet de
cadre linguistique?
La ministre a parlé de la réforme
des degrés de la hiérarchie
linguistique par analogie avec la
réforme auprès du reste du
personnel des
établissements
scientifiques. Que veut-elle dire
exactement et quelles seront les
conséquences pour le personnel
du
Jardin
botanique?
Quel
problème
la
Commission
permanente a-t-elle soulevé et
comment sera-t-il résolu?
La ministre a aussi parlé d'un
budget fédéral pour l'entretien des
collections
alors
que
la
CRIV 52
COM 450
10/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
zelf moeten instaan voor het onderhoud. Federaal zou men daarvoor
dus niet meer moeten gaan subsidiëren. Om welk budget zou dat
alsnog gaan? Kan u meedelen welk gedeelte van de financiering van
het afgelopen jaar, dat was bijna 8 miljoen euro, daarvoor werd
aangewend?
Ten slotte, in 2001 werd aangekondigd dat een te indexeren bedrag
van 5,6 miljoen zou worden overgedragen aan de Gemeenschappen
op basis van het personeelsbestand.
Welk bedrag zou dit zijn in 2009 als er nu een overheveling zou
plaatshebben?
Communauté flamande prendrait
celles-ci en prêt et doit assumer
elle-même l'entretien. De quel
budget s'agit-il et quel montant a
été utilisé à cet effet en 2008?
Enfin, il a été annoncé en 2001
qu'un
montant
indexé
de
5,6 millions serait transféré. À
combien s'élèverait ce montant
aujourd'hui?
01.02 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mevrouw de
minister, ik begreep daarnet uw ongeduld. Ik hoop dat u het onze nu
toch ook wel stilaan begrijpt naar aanleiding van de blijkbaar toch zo
moeilijk te nemen stappen om de overheveling van de Plantentuin van
Meise, die sinds 2000 is overgeheveld, nu in een concreet
stappenplan om te zetten.
Het lijkt wel een staat van onderontwikkeling. Wij zijn daarin in acht
jaar niet geslaagd. Vroeger stuurden wij missionarissen naar het
buitenland om iets geregeld te krijgen. Ik vraag mij af of wij nu in het
binnenland ook missionarissen moeten uitsturen. Op acht jaar tijd is
de Plantentuin niet op een deftige manier geregeld kunnen worden. Ik
vraag mij af hoe wij heel de staatshuishouding gaan rond krijgen als
dit nog niet lukt.
Zo lijkt de Plantentuin bijna een jungle te worden. Blijkbaar is nu de
Tarzan van dienst een college van internationale experts dat een
methode gaat vastleggen om de eigenaar te bepalen van de delen
van het wetenschappelijk patrimonium die moeten overgeheveld
worden. Zo kunnen wij hier nog jarenlang niet vooruitgaan in een
essentieel en eenvoudig dossier.
Wat is nu eigenlijk de bedoeling van nog eens een college van
experts om dat rond te krijgen. Ik heb ook geen geweldig groot
vertrouwen in Europese en internationale experts. Als die zich ermee
bemoeien, wordt het nog moeilijker.
Hoe, door wie en met wie is dat college van experts uiteindelijk samen
te stellen?
Is er nu eindelijk een termijn voor ogen tegen wanneer daarover
resultaten moeten worden verwacht?
Wat is de reden waarom er nog steeds geen inventaris werd
opgesteld? Wat waren de twistpunten binnen de wetenschappelijke
raad die de overheveling tot nu toe hebben tegengehouden?
01.02 Michel Doomst (CD&V):
Au bout de huit ans, il n'existe
toujours pas de plan par étapes
concret en vue du transfert du
Jardin botanique. Vivons-nous
dans un pays en développement?
En attendant, le Jardin botanique
est devenu une jungle. Un collège
d'experts internationaux doit à
présent établir une méthode
permettant de déterminer les
propriétaires
respectifs
des
différentes parties du patrimoine
scientifique à transférer. Quel est
exactement l'objectif poursuivi?
Quelle est la composition du
collège?
Quand
peut-on
escompter des résultats?
Pourquoi aucun inventaire n'a-t-il
encore été dressé? Quels étaient
les points d'achoppement qui ont
amené le conseil scientifique à
empêcher le transfert?
01.03 Bruno Tobback (sp.a): Mevrouw de voorzitter, mijn vraag
gaat ook eerder over de discussie rond de personeelssituatie en het
taalkader. Ik kan mij echter voor een deel bij de heer Doomst
aansluiten. Ik wil niemand ongerust maken. Met de splitsing van de
universiteit van Leuven werd de bibliotheek destijds gesplitst met de
even boeken aan de ene kant en de oneven boeken aan de andere
kant. Ik weet niet of dit met de Plantentuin haalbaar is. Ik denk het
eigenlijk niet.
01.03 Bruno Tobback (sp.a):
Selon l'avis de la Commission
permanente
de
contrôle
linguistique, le Jardin botanique
est un service d'exécution situé
dans une région unilingue, mais
dont l'activité s'étend à tout le
pays. Cette situation particulière a
10/02/2009
CRIV 52
COM 450
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
des conséquences au niveau de la
détermination
du
cadre
linguistique. Cette interprétation
semble toutefois être contestée.
D'aucuns prétendent qu'il s'agit en
l'occurrence d'un service central à
gestion autonome.
(...): (...).
01.04 Bruno Tobback (sp.a): Ik kom even terug op de discussie
over het taalkader.
Ik heb begrepen, mevrouw de minister, dat volgens een advies van de
Vaste
Commissie
voor
Taaltoezicht
de
Plantentuin
een
uitvoeringsdienst is die weliswaar in een eentalig gebied ligt maar
waarvan de werking het hele land bestrijkt. Dit heeft gevolgen voor het
opstellen van het taalkader. Die interpretatie van de Vaste Commissie
voor Taaltoezicht blijkt te worden betwist. Anderen beweren immers
dat het hier gaat om een centrale dienst met autonomie van beheer.
Ik had graag van u geweten wat uw standpunt is en wat volgens u het
concrete statuut is van de Nationale Plantentuin? Is die interpretatie
niet definitief duidelijk als u zegt dat er een personeelsplan is
voorgelegd aan de Inspectie van Financiën? Een personeelsplan is
immers verschillend naar gelang van het soort dienst. Er is een
verschillend soort personeelsplan voor een uitvoeringsdienst dan voor
een centrale dienst met autonomie van beheer. In dat laatste geval
wordt in een managementstructuur voorzien met functies voor
mandaathouders. Wat is de vorm waarin dat personeelsplan ter
goedkeuring is voorgelegd? Komt die overeen met uw interpretatie
van het statuut? Zo niet blijven wij rondhangen in een kluwen,
mijnheer Doomst, waarover uiteindelijk een of andere internationale
expert zich zal moeten komen buigen. Totnogtoe ben ik het met u
eens dat de stellingen en de evoluties onder de Belgische experts niet
geweldig vooruitgaan.
01.04 Bruno Tobback (sp.a):
Quel est le point de vue de la
ministre? Quel est le statut exact
du Jardin botanique national?
Étant donné que le plan de
personnel a été soumis à
l'Inspection des Finances, il ne
pourrait tout de même plus
subsister de doutes quant à son
interprétation. Il y a en effet des
différences entre le plan de
personnel d'un service d'exécution
et celui d'un service central à
gestion autonome. Sous quelle
forme le plan de personnel a-t-il
été soumis pour approbation?
01.05 Luk Van Biesen (Open Vld): Mevrouw de minister, ik heb mij
graag aangesloten bij deze reeks van vragen, omdat de zaak van de
Nationale Plantentuin een zielige processie geworden is.
Het geduld van menig rechtaard democraat is een beetje op. Er is nu
opnieuw een probleem over het taalkader. Er is nog altijd niets
definitief geregeld over de investeringen die moeten gebeuren om de
gebouwen in stand te houden. Er is een heel lange weg van acht of
negen jaar afgelegd, voor de finalisering. Ik zal de vragen over het
taalkader niet herhalen. Ze werden door de collega's al gesteld.
Ik heb een wetsvoorstel klaar. Indien wij vandaag geen vooruitgang
boeken in dit dossier, zal ik een wetsvoorstel indienen en vragen dat
alle Vlaamse partijen het mee ondertekenen, om de totale overdracht
van de Plantentuin naar Vlaanderen te regelen, zonder dat er
voorwaarden zijn om tot een akkoord te komen tussen de
Gemeenschappen. Zij zijn blijkbaar niet in staat om over een dergelijk
dossier tot een akkoord te komen.
Er zijn in het Overlegcomité al herhaaldelijke keren gesprekken
geweest, in 2001, 2004, 2006 en 2007. Er wordt geen enkele stap in
01.05 Luk Van Biesen (Open
Vld): Je me joins aux questions
relatives au cadre linguistique. Il
n'y a par ailleurs toujours pas
d'accord sur les investissements
nécessaires à la sauvegarde des
bâtiments. À moins d'enregistrer
des avancées dans ce dossier
aujourd'hui, je déposerai une
proposition de loi - pour laquelle je
sollicite le soutien de tous les
partis flamands - permettant de
transférer l'ensemble du Jardin
botanique à la Flandre, en dehors
de
tout
accord
entre
les
Communautés. Il semblerait en
effet que celles-ci ne soient pas
capables de conclure un tel
accord. Le Comité de concertation
n'a pas avancé depuis 2001. Je
suis curieux d'entendre la réponse
CRIV 52
COM 450
10/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
de goede richting gezet. Ik aanhoor graag uw antwoord op deze reeks
van vragen over het taalkader. Indien het antwoord niet voldoet, zal ik
aan de collega's vragen om mee een wetsvoorstel te tekenen, om de
definitieve overdracht van de Plantentuin te regelen. Dan hebben wij
geen akkoorden meer nodig tussen de Gemeenschappen.
de la ministre.
01.06 Sabine Laruelle, ministre: Madame la présidente, on ne peut
pas empêcher les parlementaires de déposer des propositions de loi.
Je vous invite donc, chers collègues, à y aller gaiement! Permettez-
moi quand même de vous renvoyer à l'accord de 2001 qui est
relativement clair, même si c'est peut-être ce qui contribue à créer la
difficulté; il prévoit que le patrimoine reste fédéral, que les bâtiments
sont transférés et qu'une convention entre les Communautés est
nécessaire pour régler le problème.
01.06 Minister Sabine Laruelle: U
heeft uiteraard het volste recht om
wetsvoorstellen in te dienen, maar
de
overeenkomst
van
2001
bepaalt dat het patrimonium
federaal blijft, dat de gebouwen
overgedragen worden en dat de
Gemeenschappen een akkoord
moeten sluiten om het probleem
op te lossen.
Zoals ik onlangs nog heb gedaan in mijn antwoord op een vorige
parlementaire vraag hierover, wil ik de bijzondere situatie schetsen
van de Nationale Plantentuin van België.
Sinds de bijzondere wet van 13 juli 2001 zou deze instelling in het
kader van een samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse
Gemeenschap - met minister Peeters, u welbekend - en de
Franstalige Gemeenschap naar de Vlaamse Gemeenschap worden
overgeheveld terwijl het wetenschappelijk patrimonium van de
instellingen eigendom zou moeten blijven van de federale overheid.
Hoewel hierover een of meer ontwerpen bestaan op het niveau van
de Gemeenschappen werd, voor zover ik weet, hierover nog geen
tekst ter goedkeuring voorgelegd aan de respectievelijke
Parlementen. Zolang de overdracht nog niet is gebeurd, blijft de
Nationale Plantentuin van België een federale wetenschappelijke
instelling die vandaag onder het gezamenlijk toezicht staat van de
vice-eersteminister en minister van Financiën en de minister voor
Wetenschapsbeleid.
Als federale wetenschappelijke instelling blijft de Nationale Plantentuin
van België onderworpen aan de regels die gelden voor dit soort
instellingen en in het bijzonder de bepalingen betreffende het
taalkader.
Ik ben dus inderdaad met vice-eersteminister Reynders bevoegd voor
het opstellen van het taalkader van de Nationale Plantentuin van
België. Het probleem van het taalkader binnen deze instelling is niet
nieuw. Door de herstructurering van het ministerie van Middenstand
en Landbouw in 1995 is het probleem van het taalkader prangend
geworden.
De recente uitspraken van de Raad van State en de herinnering van
het Vast Comité voor Taaltoezicht hebben de noodzaak van een
dergelijk taalkader voor de Plantentuin onderstreept, los van de vraag
tot overdracht.
Naar aanleiding van een schrijven van het Vast Comité voor
Taaltoezicht heb ik inderdaad in oktober 2008 de directeur van de
Plantentuin gevraagd mij zo snel mogelijk een voorstel over het
taalkader te doen. Hij heeft mij geantwoord dat de bijzondere situatie
En application de la loi spéciale du
13 juillet 2001, le Jardin botanique
national devait être transféré à la
Communauté
flamande,
l'État
fédéral restant propriétaire du
patrimoine
scientifique
des
institutions. Aucun texte en la
matière n'a été soumis jusqu'ici à
l'approbation
des
différents
parlements, ce qui signifie donc
que le transfert n'a pas encore été
réalisé. C'est pourquoi le Jardin
botanique national est toujours
sous la tutelle conjointe des
ministres des Finances et de la
Politique scientifique.
En tant qu'institution fédérale
scientifique, le Jardin botanique
national reste également soumis à
toutes les règles en vigueur pour
ces institutions, y compris celles
qui
concernent
le
cadre
linguistique. Les récents arrêts du
Conseil d'État et le rappel formulé
par la Commission permanente de
Contrôle linguistique ont souligné
la
nécessité
d'un
cadre
linguistique, indépendamment du
transfert. En octobre 2008, j'ai
demandé au directeur du Jardin
botanique de soumettre une
proposition concernant le cadre
linguistique ;
le
directeur
a
répondu qu'il ne pouvait répondre
à ma demande, vu la situation
particulière du Jardin botanique.
Le SPP Politique scientifique
examine
actuellement
son
argumentation.
10/02/2009
CRIV 52
COM 450
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
van de Plantentuin hem verhindert mijn verzoek in te willigen.
Hij voegde hierbij een heel lange argumentatie die momenteel wordt
bestudeerd door de POD Wetenschapsbeleid. Ik wacht nog steeds op
hun verslag, maar het lijkt erop dat we de bezwaren van de directeur
zullen moeten overwinnen.
Ik heb erop gehamerd dat we alles in het werk moeten stellen om tot
een taalkader te komen. Ik kan u reeds meedelen dat hiervoor twee
voorafgaande maatregelen nodig zijn. De eerste geldt voor alle
federale wetenschappelijke instellingen en betreft de herziening van
de graden van de taalhiërarchie ingevolge de recente hervormingen
van de loopbaan van het wetenschappelijk personeel van de federale
wetenschappelijke instellingen.
Het ontwerp van KB tot vaststelling van de nieuwe graad binnen de
taalhiërarchie is momenteel hangende bij het Vast Comité voor
Taaltoezicht.
Het tweede geldt alleen voor de Nationale Plantentuin en betreft de
invoering van een goedgekeurd personeelsplan. Het personeelsplan
is het document dat als basis dient voor een taalkader. Het
personeelsplan voor de Plantentuin ligt momenteel ter goedkeuring
voor bij de inspectie van Financiën.
Eens die verplichte voorafgaande maatregelen zijn genomen, kunnen
wij de uitbreiding van het taalkader overwegen. Ik hoop dat er snel
meer duidelijkheid zal komen. Dat is in ieder geval mijn wens.
Het aantal behandelde dossiers komt volgens de leiding van de
Plantentuin neer op 75% Nederlandstalige dossiers en 25%
Franstalige dossiers.
Wat de meer diepgaande vragen over de regels van het taalkader die
worden toegepast betreft, kan ik zeggen dat het moeilijk is die hier te
herhalen. Daarom verwijs ik liever naar de bestaande regelgeving ter
zake. Dat houdt in dat het personeelsbeleid van de Plantentuin moet
streven naar een evenwicht tussen Nederlandstalig en Franstalig
personeel.
U
stelt
mij
een
vraag
over
het
ontwerp
van
samenwerkingsovereenkomst en over de recente verklaring van de
minister-president van de Franse Gemeenschap, Rudy Demotte, over
de opmaak van een inventaris van de collectie van de Plantentuin
door een college van internationale deskundigen. Ik wens eraan te
herinneren dat het wetenschappelijk erfgoed van de Plantentuin deel
uitmaakt van het federaal erfgoed, wat het ook moet blijven, uit
respect voor al degenen die in de loop der tijden hebben bijgedragen
aan de opbouw van dat erfgoed en in het bijzonder de talrijke
wetenschappers en de vele Franstalige actoren en instellingen.
Het is alleen de federale overheid die eisen kan stellen over haar
eigen erfgoed. Ik kan dus alleen verbaasd zijn dat de minister-
president over een overeenkomst tracht te onderhandelen met de
minister-president van de Vlaamse Gemeenschap over iets dat zelfs
niet van haar is.
Aangezien ik niet werd uitgenodigd en betrokken bij de
La
confection
d'un
cadre
linguistique suppose la mise en
oeuvre
préalable
de
deux
mesures. Il s'agit, d'une part, de la
révision des grades de la
hiérarchie linguistique dans tous
les établissements scientifiques
fédéraux, qui fait l'objet d'un projet
d'arrêté royal qui est à l'examen à
la Commission permanente de
contrôle linguistique, et d'autre
part, de l'instauration d'un plan de
personnel
pour
le Jardin
botanique national. Ce dernier a
été soumis pour approbation à
l'Inspection des Finances. Le
cadre
linguistique
pourra
éventuellement être élargi dès que
ces deux mesures auront été
concrétisées.
En ce qui concerne les dossiers
traités, 75% concernent des
néerlandophones et 25% des
francophones.
J'invite les auteurs des questions
plus précises portant sur les règles
du cadre linguistique à prendre en
considération la réglementation en
vigueur, qui tend à maintenir un
équilibre
entre
le
personnel
néerlandophone et francophone.
Je voudrais également rappeler
que le patrimoine scientifique du
Jardin botanique national fait
partie du patrimoine fédéral et que
les pouvoirs publics fédéraux sont
les seuls habilités à poser des
exigences concernant leur propre
patrimoine. Je ne puis dès lors
que m'étonner de voir des
représentants des Communautés
négocier des éléments qui ne
relèvent pas de leur compétence.
Je veillerai en tout état de cause à
ce que les droits du fédéral soient
défendus.
CRIV 52
COM 450
10/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
onderhandelingen tussen de Gemeenschappen, heb ik geen
gegevens over de inhoud van die gesprekken, noch over de stand
van zaken van die onderhandelingen. Ik kan u wel meedelen dat ik als
minister voor Wetenschapsbeleid er samen met vice-eersteminister
Didier Reynders op zal toezien dat de rechten en eisen van de
federale overheid op haar wetenschappelijk erfgoed worden
verdedigd.
01.07 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Wat wij hier zien, is
natuurlijk op en top België, in al zijn kleurrijke en nefaste facetten. Er
is inderdaad een wet van 2001, met ook een politiek akkoord tot
overheveling, waarbij wordt gezegd dat de Gemeenschappen niet in
staat blijken te zijn om het te doen. Dat is niet juist, collega's. De
Vlaamse Gemeenschap heeft niet anders gedaan dan aangedrongen.
Het volstaat om de debatten te lezen uit het Vlaams Parlement, maar
er is een obstructie vanuit de Franstalige Gemeenschap. Dat is
natuurlijk het grote gevaar. Als men een overheveling laat afhangen
van een akkoord tussen de Gemeenschappen, volstaat het dat een
Gemeenschap op de rem staat en altijd nieuwe voorwaarden koppelt
aan de overheveling, om de overheveling onmogelijk te maken. Dat
gebeurt nu. Ik stel vast dat het hele verhaal van de Plantentuin
opnieuw is toegevoegd aan de communautaire onderhandelingen
over het komende akkoord, na de regionale verkiezingen. Daardoor
zullen wij uiteindelijk, als Vlamingen, twee keer moeten betalen voor
iets dat al lang had moeten overgeheveld zijn. Dat is onwaarschijnlijk.
Daar bestaan eigenlijk geen woorden voor.
Ten tweede, wat het patrimonium en het personeel betreft, blijven wij
het absurd vinden dat men nu, op een moment dat de instelling al had
moeten overgeheveld zijn, toch nog een federaal taalkader wil
opleggen. Ik heb gezocht naar de redenen. Zou het kunnen dat men
op de valreep een aantal Vlamingen weg wil uit de Plantentuin en wil
vervangen door Franstaligen? Het blijkt inderdaad die richting uit te
gaan. Wat nu gebeurt, mevrouw de minister, wordt bij het personeel
van de Plantentuin ervaren als een pesterij om nog snel de
taalverhoudingen te wijzigen. U bevestigt dat in feite. U zegt dat de
verhouding in het werkvolume 75/25 is, wat zich dus ook in de
taalverhoudingen moet vertalen. Op dit moment zijn de
taalverhoudingen 82/18. U wil dat blijkbaar nog snel wijzigen met een
taalkader. Dat is heel verregaand en dat zal natuurlijk op terechte en
grote weerstand botsen. Er zijn geen redenen voor om dat te doen,
tenzij puur vanuit een francofone strategie om alles zoveel mogelijk te
verhinderen.
U zegt dat er, gezien de Raad van State en gezien de Vaste
Commissie voor Taaltoezicht, een taalkader moet komen. Dat is niet
juist, want een instelling die moet worden overgeheveld, gaat volgens
andere normen werken dan met taalkaders. Die gaat werken op basis
van een akkoord tussen de twee Gemeenschappen. Dat akkoord
bestond, het was helemaal klaar en het behoefde alleen nog een
ondertekening door de twee ministers-presidenten. Het is dus absurd
om daar nu een taalkader op te leggen.
Als de directeur u een beargumenteerd schrijven stuurt waarom hij
geen voorbereidingen voor het taalkader kan treffen, begrijp ik niet dat
u vele weken nodig hebt om dat te beantwoorden. De directeur heeft
u slechts enkele bladzijden tekst bezorgd. Ik heb u een maand
geleden ondervraagd, op 13 januari. Toen hebt u gezegd dat het ter
01.07 Bart Laeremans (Vlaams
Belang):
La
Communauté
flamande a tout mis en oeuvre
pour que le transfert se réalise,
mais la Communauté française a
fait obstruction, voilà le noeud du
problème. Il est par ailleurs
absurde de vouloir imposer un
cadre linguistique à une institution
qui aurait dû être transférée
depuis longtemps. Quoi qu'il en
soit, la tentative de modifier les
rapports linguistiques est perçue
par le personnel du Jardin
botanique comme du harcèlement.
Finalement, je ne comprends pas
pourquoi il faut des semaines aux
services de la ministre pour
répondre à une lettre du directeur
du Jardin botanique. Je réitère dès
lors ma demande de transmettre
le plus rapidement possible la
lettre et la réponse à la
commission.
10/02/2009
CRIV 52
COM 450
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
onderzoek voorligt bij de dienst Wetenschappen. We zijn nu vier
weken verder en blijkbaar heeft men nog altijd geen antwoord
geformuleerd. Ofwel werken ze daar te traag, ofwel is er onwil bij de
dienst Wetenschappen. Ik begrijp het niet, mevrouw de minister. U
had uw eigen diensten moeten aanmanen om sneller te antwoorden.
Ik vraag nog altijd zowel het document van de directeur als het
antwoord van de dienst Wetenschappen.
La présidente: Chers collègues, je rappelle que, selon le Règlement,
les répliques ne doivent pas dépasser deux minutes, même si les
sujets passionnent certains!
01.08 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de voorzitter, ik zal het kort
houden in de hoop dat wat voor ons ligt, ook geen lang parcours meer
vergt. Ik blijf het onbegrijpelijk vinden dat wij er op 8 jaar tijd niet in
slagen wat wettelijk vastgelegd is uit te voeren. Ik wil wel opnieuw een
wet goedkeuren, maar het probleem is niet een wet goed te keuren,
maar ze uit te voeren. Het lijkt mij geen plantengriep, het lijkt mij een
chronische ziekte, als wij dat niet opgelost krijgen op 8 jaar tijd.
Ik wil erop aandringen, mevrouw de minister, dat er voor het taalkader
en het personeelsplan streefdata komen, limieten waarvoor wij
eindelijk een antwoord krijgen.
Inzake het patrimonium weet ik wel dat er federale claims zijn op het
geheel. Maar voer alstublieft de wet uit. Wij hebben er geen probleem
mee dat die correct wordt uitgevoerd. Wij vragen alleen dat er
eindelijk in plaats van plannen uitvoering komt.
01.08 Michel Doomst (CD&V): Il
est, et demeure, incompréhensible
que huit années ne suffisent pas
pour exécuter réellement ce qui a
été décidé légalement. C'est la
raison pour laquelle je demande
instamment à la ministre de fixer
des objectifs bien spécifiques en
termes de délais à respecter pour
le cadre linguistique et pour le plan
de personnel.
01.09 Luk Van Biesen (Open Vld): Mevrouw de minister, ik vind uw
antwoord niet echt bevredigend, in die zin dat u mijns inziens te veel
het accent legt op het feit dat de federale overheid nog veel
bevoegdheden heeft. Er is een overdracht geschied. Er moet alleen
nog een samenwerkingsakkoord komen. Het probleem is blijkbaar dat
de twee Gemeenschappen dat akkoord niet kunnen sluiten en dat de
federale overheid zich nog in de discussie meent te moeten moeien
om nieuwe taalkaders op te leggen.
Ik kan het met die zienswijze niet eens zijn. Wij zullen ons met onze
fractie erover bezinnen wat wij met het dossier verder doen.
01.09 Luk Van Biesen (Open
Vld): La ministre s'appesantit
beaucoup trop sur le fait que l'État
fédéral
détiendrait
encore
certaines compétences en la
matière.
Ce
transfert
est
aujourd'hui une réalité et il ne
reste plus qu'à élaborer un accord
de coopération. Le fédéral n'a pas
à s'immiscer dans ce débat en
essayant d'imposer des cadres
linguistiques.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
01.10 Karine Lalieux (PS): (...)
La présidente: C'est une excellente question, madame Lalieux. En
effet, une foulée de questions viennent de s'ajouter. Je crains
malheureusement que certains membres ne doivent nous quitter
puisque arrive l'heure de midi. Nous avons donc proposé au ministre
de déplacer ce point et de fixer un nouvel agenda avec lui. Nous
attendons sa réponse.
02 Vraag van mevrouw Liesbeth Van der Auwera aan de minister van KMO's, Zelfstandigen,
Landbouw en Wetenschapsbeleid over "de benoeming van de voorzitter van de Nederlandstalige
uitvoerende Kamer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars" (nr. 10786)
02 Question de Mme Liesbeth Van der Auwera à la ministre des PME, des Indépendants, de
CRIV 52
COM 450
10/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
l'Agriculture et de la Politique scientifique sur "la nomination du président de la Chambre exécutive
d'expression néerlandaise de l'Institut Professionnel des Agents Immobiliers" (n° 10786)
02.01 Liesbeth Van der Auwera (CD&V): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, ik heb mijn vraag vorige week ingediend, maar
heb ondertussen via de pers kunnen vernemen dat de voorzitter
opnieuw benoemd is. Ik neem dus aan dat de problemen daar zijn
weggewerkt. Ik trek mijn vraag dan ook in.
02.01 Liesbeth Van der Auwera
(CD&V): Depuis le dépôt de ma
question, j'ai appris par la presse
que le président a été renommé.
Je retire dès lors ma question.
De voorzitter: Waarvan akte.
Voorzitter: Bart Laeremans.
Président: Bart Laeremans.
02.02 Dalila Douifi (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik vraag het woord
in verband met de regeling van de werkzaamheden. Een collega zei
net dat er contact opgenomen werd met het kabinet van minister Van
Quickenborne om af te spreken wanneer hij komt om zijn artikelen uit
de wet houdende diverse bepalingen te behandelen.
Wij kunnen hier natuurlijk niet zomaar blijven wachten, met alle
respect voor de vraagstellers en de antwoorden van mevrouw de
minister. Het ziet er echter naar uit dat we deze middag de punten van
Van Quickenborne niet meer zullen behandelen. Ik wil dus vragen dat
wanneer er een voorstel komt van het kabinet en wanneer er
afspraken worden gemaakt, wij zo snel mogelijk op de hoogte zouden
worden gebracht. Dit is toch niet echt een manier van werken, ons
laten wachten en dan een mededeling doen over wanneer dat zal
behandeld worden.
De voorzitter: Mag ik even signaleren dat er nog een viertal vragen moeten worden behandeld? Dat duurt
maximaal twintig minuten.
02.03 Dalila Douifi (sp.a): Mijnheer de voorzitter, wij willen wel en wij
zijn ook voorbereid. Ik zou dan wel willen dat u de meerderheid vraagt
of zij straks nog in aantal zal zijn. Ik hoor allerlei dingen zeggen.
02.04 Kattrin Jadin (MR): Monsieur le président, comme l'a dit
Mme Douifi, et nous venons de l'exposer lorsque j'étais à votre place,
nous avons demandé s'il était possible de reporter ce point à une date
ultérieure.
Vous avez vu la question: elle a pris un certain temps et il reste une
série d'autres questions qui viennent de s'ajouter à l'agenda. Il est
vraisemblable que nous ne traiterons pas ce point avant midi et demi.
Étant donné que nous avons un agenda assez serré cet après-midi,
nous proposerons au ministre d'éventuellement venir traiter ce point à
une date ultérieure à sa meilleure convenance.
De voorzitter: U hebt gelijk wat de vragen betreft, maar niet inzake de timing. Vier vragen zijn normaal
gezien op 20 minuten wel behandeld. Om 11.50 uur, of ten laatste om 12.00 uur, kunnen wij aan het
ontwerp beginnen. Er staan nu nog vier vragen op de agenda: twee van de heer De Groote, een van de
heer De Vriendt en een van de heer Henry.
02.05 Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, une chose. Peu
importe combien de temps durent les questions. Quand on n'indique
pas sur l'agenda une heure pour un ministre, les parlementaires ne
savent pas organiser leur agenda. Vous vous plaigniez tout à l'heure,
10/02/2009
CRIV 52
COM 450
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
mais je suis désolée: l'agenda que vous avez fait pour ce matin et cet
après-midi est ingérable pour des parlementaires. Voilà le vrai
problème!
De voorzitter: Excuseer, de agenda voor deze namiddag is vastgelegd...
02.06 Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, il n'était pas
indiqué l'heure de présence du ministre. Partout, on indique à quelle
heure arrive le ministre dans les agendas.
De voorzitter: Dat is juist, ja. De volgende keer zullen we daarmee rekening houden.
02.07 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je rejoins
Mme Lalieux. On ne va pas commencer le débat avec le ministre à
midi. Nous avons tous des obligations. Ou bien on dit carrément qu'il
est prévu de poursuivre sur l'heure du midi, avec des sandwiches. Ce
n'est pas ce qui a été prévu.
Il me semble impossible de clôturer les questions en un quart d'heure.
Qu'on reporte à la meilleure convenance du ministre et de la
commission.
De voorzitter: Wij hebben aan de diensten van de minister gevraagd of de zaak uitgesteld kan worden tot
volgende week. We wachten het antwoord nu nog af. Waarschijnlijk zal het wel uitgesteld worden. We
zullen de commissieleden verwittigen als het voor de minister inderdaad een probleem is.
Ik ben het met u eens. Het was ook niet gemakkelijk. Het ontwerp houdende diverse bepalingen is
dringend. Wij moesten vandaag in principe de drie ministers zien.
02.08 Jean-Luc Crucke (MR): (...)
De voorzitter: Ja, dat is juist. Dat is een goede les voor de toekomst.
03 Vraag van de heer Patrick De Groote aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de verzekeringen van het kunstpatrimonium van de Koninklijke Musea voor
Schone Kunsten van België" (nr. 10905)
03 Question de M. Patrick De Groote à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "les assurances couvrant le patrimoine artistique des Musées royaux des
Beaux-Arts de Belgique" (n° 10905)
03.01 Patrick De Groote (N-VA): Mevrouw de minister, ik zal mij
beperken tot mijn vragen.
De voorzitter: Collega's, mag ik u verzoeken uw disputen buiten uit te vechten?
03.02 Patrick De Groote (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik had mijn
vraag al drie keer kunnen stellen. Blijkbaar werkt het hier echter zo.
Mevrouw de minister, ik heb een aantal vragen. Welke musea en
depots van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten worden
verzekerd?
Over hoeveel depots beschikt het Koninklijk Museum voor Schone
Kunsten?
Welk gedeelte van bedoeld kunstpatrimonium van het Koninklijk
Museum is tegen schade verzekerd? Is dat de permanente collectie?
Zijn dat de buitenlandse stukken in bruikleen of is dat het geheel?
03.02 Patrick De Groote (N-VA):
Quels musées et dépôts des
Musées royaux des Beaux-Arts de
Belgique sont couverts par une
assurance? Quelle partie du
patrimoine
culturel
est-elle
assurée contre les dégâts? S'agit-
il seulement de la collection
permanente,
uniquement
des
oeuvres étrangères en prêt ou des
deux?
S'agit-il
d'assurances
«omnium»
ou
d'assurances
distinctes contre l'incendie, le vol,
CRIV 52
COM 450
10/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
Gaat het om omniumverzekeringen of worden er afzonderlijke
verzekeringen tegen brand, diefstal, waterschade of vandalisme
gesloten? Kan u een overzicht van de eventuele polissen geven?
Hoe hoog liggen de verzekeringskosten voor de kunstwerken?
Wat is het aandeel van de verzekeringskosten van de kunstwerken in
het algemeen budget?
Waren de kunstwerken in het tijdelijk depot van het Koninklijk
Museum voor Schone Kunsten, dat onlangs enorme schade leed,
verzekerd?
Ten slotte, is er al een beter zicht op de omvang van de schade aan
de kunstwerken, zowel op financieel vlak als op het vlak van het
aantal kunstwerken? Zo niet, tegen welke datum zal de omvang
bekend zijn?
Ik stel mijn vragen in opvolging van een vorige week gestelde vraag.
les dégâts des eaux et le
vandalisme? La ministre peut-elle
nous fournir une liste des
différentes polices d'assurance? À
combien
s'élèvent
les
frais
d'assurance? Quelle est la part
des frais d'assurance dans le
budget général?
Les oeuvres qui, récemment, ont
été sévèrement endommagées
dans un dépôt temporaire étaient-
elles assurées? D'ici à quand
l'ampleur du dommage sera-t-elle
connue?
03.03 Minister Sabine Laruelle: De Koninklijke Musea voor Schone
Kunsten tellen in totaal 24 opslagplaatsen, 8 voor de verzameling
oude kunst en 16 voor de verzameling moderne kunst. Aangezien de
Staat zijn eigen verzekeraar is, is geen enkel museum ­ ik heb het
dan over het museum voor Oude Kunst, het museum voor Moderne
Kunst, het Wiertzmuseum en het Meuniermuseum ­, geen enkele
opslagplaats en geen enkel kunstwerk verzekerd.
Daartegenover staat dat elk kunstwerk dat extern wordt uitgeleend,
bijvoorbeeld in het kader van voorlopige tentoonstellingen, van bij het
begin tot het einde wordt verzekerd. Hierdoor worden alle risico's
gedekt, uiteraard op kosten van de ontlener. De premies hiervoor
schommelen tussen 0,5 en 3 promille, afhankelijk van de waarde van
een kunstwerk.
Tot nu toe werden 657 kunstwerken, op een totaal van 842
schilderijen op hout en doek, nagekeken. 152 schilderijen werden het
voorwerp van een tijdelijke consolidatie van de picturale laag.
03.03 Sabine Laruelle, ministre:
Les Musées royaux des Beaux-
Arts disposent en tout de 24 lieux
d'entreposage au total, huit pour
l'art ancien et seize pour l'art
moderne. Étant donné que l'État
est son propre assureur, aucun
musée, aucun lieu d'entreposage
et aucune oeuvre d'art ne sont
assurés. Une assurance est
souscrite seulement lorsque des
oeuvres sont empruntées pour des
expositions, à concurrence de 0,5
à 3 pour mille de la valeur estimée
de l'oeuvre.
En ce qui concerne l'incident relatif
au taux d'humidité, 657 oeuvres
d'art sur les 842 ont été
examinées. Pour 152 tableaux, la
couche picturale a dû être
provisoirement consolidée.
03.04 Patrick De Groote (N-VA): Mevrouw de minister, ik dank u
voor uw antwoord. Heb ik goed gehoord dat geen enkel museum echt
verzekerd is?
03.05 Minister Sabine Laruelle: De Staat is zijn eigen verzekeraar.
03.06 Patrick De Groote (N-VA): De Staat is de eigen verzekeraar?
03.07 Minister Sabine Laruelle: Ja, behalve voor tentoonstellingen
en zo. Daarvoor neemt men een verzekering, tussen 0,5 en 3 promille
van de waarde van het stuk.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10/02/2009
CRIV 52
COM 450
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
04 Vraag van de heer Patrick De Groote aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "het kunstwerk 'Het Laatste Oordeel' van Diest" (nr. 10906)
04 Question de M. Patrick De Groote à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "l'oeuvre d'art 'Le dernier jugement' de Diest" (n° 10906)
04.01 Patrick De Groote (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, mijn vraag gaat over het kunstwerk Het Laatste Oordeel van
Diest. Ik heb daarover de vorige keer ook al een vraag gesteld.
In 1927 verkocht de stad Diest aan het Koninklijk Museum voor
Schone Kunsten het vijftiende eeuwse kunstwerk op eik, Het Laatste
Oordeel, voor een bedrag van 300.000 Belgische frank. Het verhuisde
naar de reserve in Brussel. In 1957 kwam het naar aanleiding van de
inrichting van een nieuw museum en door tussenkomst van de
minister van Openbare Werken en burgemeester van Diest, Omer
Vanaudenhove, terug naar de stad Diest, zij het dan uiteraard in
bruikleen. Het kunstwerk werd intussen door de Leuvense professor,
Jan Karel Steppe, toegeschreven aan Gerard Brunen.
Onder het mom van opname in de boekenreeks The Flemish
Primitives werd het in 2007 teruggezonden naar het Koninklijk
Museum voor Schone Kunsten om het schilderij aan een
wetenschappelijk onderzoek te onderwerpen. Het maakt nu deel uit
van een tentoonstelling aldaar. Volgens u zou het werk evenwel zijn
teruggekeerd naar het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten met,
ik citeer u: "... met champignons op meerdere panelen".
Vandaar mijn vragen, mevrouw de minister. Kunt u mij een kopie van
het schaderapport met betrekking tot Het Laatste Oordeel
overhandigen? Hoeveel heeft de restauratie gekost? Hoelang heeft
die geduurd? Hoeveel tijd verliep er tussen de recuperatie van het
werk van het stedelijk museum van Diest en het hangen van het werk
in de permanente tentoonstelling? Wanneer wordt in een degelijke
restauratie van het werk voorzien? Zal het werk deel uitmaken van de
permanente tentoonstelling of bestaat de mogelijkheid dat het werk
terug in bruikleen wordt gegeven aan de stad Diest om in perfecte
klimatologische omstandigheden te worden tentoongesteld?
Zijn er nog soortgelijke gevallen waarbij het Koninklijk Museum voor
Schone Kunsten stukken zou willen terugkrijgen die in bruikleen
werden gegeven en die zich in een erbarmelijke toestand bevinden of
bevonden?
04.01 Patrick De Groote (N-VA):
En 1927, la ville de Diest a vendu
aux Musées royaux des Beaux-
Arts de Bruxelles, pour la somme
de 300.000 francs, Le Jugement
dernier
, une oeuvre du XV
e
siècle.
En 1957, cette oeuvre, qui a été
attribuée depuis à Gerard Brunen,
est retournée à Diest dans le
cadre d'un prêt. En 2007, elle a
été restituée à des fins d'étude
scientifique au musée bruxellois
où elle est actuellement exposée.
Or au retour de l'oeuvre à
Bruxelles, plusieurs panneaux
auraient présenté des dommages
mycosiques.
La ministre pourrait-elle nous
adresser une copie du rapport
attestant
cette
détérioration?
Combien a coûté la restauration?
Une restauration sérieuse a-t-elle
été prévue? Après combien de
temps cette oeuvre a-t-elle été
incluse
dans
l'exposition
permanente? Sera-t-elle encore
prêtée à Diest? Les Musées
royaux
des
Beaux-Arts
souhaiteraient-ils se voir restituer
d'autres oeuvres qu'ils ont prêtées
et qui se trouvent également en
piteux état?
04.02 Minister Sabine Laruelle: Mijnheer de voorzitter, zoals ik vorige
week reeds zei, de Koninklijke Musea hebben op 3 juli 2007 eindelijk
Het Laatste Oordeel kunnen recupereren. Het kunstwerk bevond zich
in slechte staat. Het verslag dat ik hierover heb ontvangen en dat ik
ter inzage bijhoud, maakt melding van opstuwingen van de verflaag
en schimmel op veelvuldige plaatsen.
Er werd onmiddellijk werk gemaakt van de restauratie. Deze werd
beëindigd in oktober 2007, drie maanden later, en kostte
5.892,58 euro. Ik wil u meedelen dat de musea dit nog niet hebben
doorgefactureerd aan de stad.
Het schilderij wordt sindsdien tentoongesteld in het Museum voor
Schone Kunsten. Het is niet uitgesloten dat het ooit opnieuw wordt
04.02 Sabine Laruelle, ministre:
Les Musées royaux bruxellois ont
pu récupérer, le 3 juillet 2007, Le
Dernier Jugement
, qui se trouvait
dans un état délabré. Le rapport
fait état de protubérances sur la
couche
de peinture et de
moisissures. La restauration a été
achevée en octobre 2007 et a
coûté 5.892 euros. Les musées
n'ont pas encore répercuté la
facture sur la ville.
Le tableau est exposé depuis lors
CRIV 52
COM 450
10/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
uitgeleend aan de stad Diest. U begrijpt allicht dat, vanwege de
aandacht die het toen heeft gekregen, zowel ikzelf als de directeur-
generaal van de Koninklijke Musea hiertoe weinig bereid zijn.
Het Laatste Oordeel is spijtig genoeg geen alleenstaand geval. Het
geldt ook voor andere schilderijen, zoals Treffen van een Ruiterij van
C. Breydel, eveneens uitgeleend aan de stad Diest, en Nicodemus
door Jezus Onderricht van Jacob Jordaens, uitgeleend aan de stad
Doornik. Deze zijn eveneens teruggehaald om ze te restaureren.
au Musée des Beaux-Arts. Il n'est
pas exclu qu'il soit à nouveau
prêté à la ville de Diest mais le
directeur général des Musées
royaux et moi-même n'y sommes
provisoirement pas favorables.
Le Dernier Jugement ne constitue
malheureusement pas un cas
isolé. On peut également citer
l'exemple des tableaux Choc de
cavalerie
de
Karel
Breydel,
également prêté à la ville de Diest,
et Jésus instruisant Nicodème de
Jacob Jordaens, prêté à la ville de
Tournai.
04.03 Patrick De Groote (N-VA): Mevrouw de minister, het laatste
oordeel daarover is nog niet geveld. Ik vond het vorige week echter
toch wel wat minnetjes. U gaf een aanmaning over het feit dat
Gemeenschappen en provincies het geenszins beter conserveerden
dan de Nationale Musea. U haalde het voorbeeld van Het Laatste
Oordeel van Diest aan. U vergelijkt hierbij een stedelijk museum met
de mogelijkheden en de budgetten die de Koninklijke Musea voor
Schone Kunsten van België hebben. Dan is het zeer dringend dat het
Koninklijk Museum zijn erfgoed gaat inperken en een beetje gaat
verdelen onder de cultuurgemeenschappen.
Gisteren raakte ook bekend dat de Gentse universiteit archeologische
stukken terugschenkt aan Griekenland, zonder dat de Griekse
autoriteiten op de hoogte waren van het bestaan van deze stukken.
Misschien kan dit u inspireren om een dergelijke geste te doen naar
onze cultuurgemeenschappen.
Een Koninklijk Museum kan eigenlijk wel overeenkomsten sluiten om
schilderijen te laten hangen, zoals bijvoorbeeld in Diest, uiteraard
tegen maximale voorwaarden op het vlak van veiligheid en
kwaliteitsbewaring. Het lijkt dat de band met de Gemeenschap waar
het thuishoort nog steeds beter is en het lijkt mij beter om
inspanningen te doen, mogelijke overeenkomsten te sluiten. Dat is
beter dan het zo te laten en te gaan stockeren.
04.03 Patrick De Groote (N-VA):
Les budgets des musées des
villes ne sont évidemment pas
comparables à ceux des Musées
royaux des Beaux-Arts. On a
appris hier que l'université de
Gand
restitue
des
pièces
archéologiques à la Grèce, ce qui
pourrait inspirer la ministre et
l'inciter à partager le patrimoine
entre les communautés culturelles.
Il va de soi qu'un Musée royal
pourra
alors
imposer
les
exigences nécessaires en matière
de sécurité et de qualité de
conservation.
04.04 Minister Sabine Laruelle: Ik maak geen vergelijking, ik
antwoord alleen op uw vraag.
04.05 Patrick De Groote (N-VA): Ja, maar u hebt de voorgaande
keer toch wel duidelijk een vergelijking gemaakt, mevrouw de
minister.
04.06 Minister Sabine Laruelle: Ik heb geen vergelijking gemaakt, ik
heb alleen gezegd ­ en u hebt dat herhaald ­ dat de kwaliteit van de
dienst Federaal Wetenschapsbeleid hoog is. Ik heb u daarvoor
bedankt.
04.06 Sabine Laruelle, ministre:
Je ne compare pas les budgets,
ce que je n'ai pas fait non plus la
dernière fois. Je me suis bornée à
indiquer que la qualité du service
de la Politique scientifique fédéral
est élevée.
04.07 Patrick De Groote (N-VA): U hebt mij inderdaad bedankt,
10/02/2009
CRIV 52
COM 450
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
maar dat staat nergens in mijn tussenkomst vermeld hoor.
04.08 Minister Sabine Laruelle: Ik heb geen vergelijking gemaakt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de M. Xavier Baeselen à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "le catalogue d'oeuvres d'art belge" (n° 10877)
05 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de catalogus met Belgische kunstwerken" (nr. 10877)
05.01 Xavier Baeselen (MR): Madame la ministre, mon intention
était d'évoquer les oeuvres d'art en général, que leur auteur soit
flamand ou francophone, la culture en général dans les musées
fédéraux. En France, un constat assez alarmant a été dressé au sujet
du nombre d'oeuvres d'art des musées nationaux. C'est plus simple
en France où la culture est toujours nationale, ce qui permet des
inventaires précis des oeuvres d'art prêtées par les musées français à
des administrations, des ambassades, parfois pour des expositions
temporaires. Cette étude a démontré que 3.400 pièces sur le total des
oeuvres prêtées ont été détruites, principalement par des guerres, 150
ont fait l'objet d'une plainte pour vol et 16.500 oeuvres ne sont pas
localisées et manquent à l'appel.
Ma question porte sur les musées sous tutelle fédérale: existe-t-il un
inventaire précis des oeuvres prêtées aux administrations, aux
ministères ou aux ambassades? Dans le cas contraire, faudrait-il
dresser un tel inventaire? S'il en existe un, fait-il état d'oeuvres
introuvables? Combien d'oeuvres seraient-elles dans ce cas? Quelle
serait leur importance? Que fait la Belgique pour les retrouver?
05.01 Xavier Baeselen (MR): In
Frankrijk werden 3.400 door de
rijksmusea
uitgeleende
kunstwerken vernield. Voor nog
eens 150 werken werd een klacht
ingediend wegens diefstal en
16.500 kunstwerken
zijn
spoorloos.
Bestaat er in ons land een
inventaris van de werken die door
de musea onder federaal toezicht
werden
uitgeleend
aan
de
administraties, de ministeries of de
ambassades? Zo niet, meent u dat
er
zo'n
lijst
moet
worden
opgesteld? Zo ja, bevat die
inventaris
ook
werken
die
onvindbaar blijken? Om hoeveel
werken gaat het? Gaat het om
belangrijke kunstwerken? Wat
doet ons land om ze terug te
vinden?
05.02 Sabine Laruelle, ministre: Monsieur le président, les musées
fédéraux tiennent depuis toujours des inventaires de leurs collections.
Ceux-ci mentionnent notamment la localisation des oeuvres.
En ce qui concerne les dépôts, seuls les Musées royaux des Beaux-
Arts étaient tenus, jusqu'il y a peu, de prêter ou de mettre en dépôt
des tableaux dans les différentes administrations et ambassades
belges. Cette obligation leur a occasionné beaucoup d'ennuis. On
vient par exemple de parler de la récupération du "Jugement dernier".
Lorsque mon administration a été certaine que toutes les oeuvres
prêtées étaient identifiées et localisées, j'ai abrogé l'arrêté qui les
obligeait à faire ces dépôts. Cette arrêté abrogatif date du 24 juillet
2008 et a été publié au Moniteur belge le 6 août 2008.
Dans les autres musées fédéraux, mon administration insiste depuis
2000 pour qu'il ne soit plus procédé à des dépôts mais uniquement à
des prêts pour un événement précis, généralement des expositions
temporaires, et moyennant, dans tous les cas, une convention.
Il reste évidemment des problèmes d'identification de certains biens
dans les réserves et j'espère y remédier par le dépôt prochain d'un
05.02 Minister Sabine Laruelle: In
de inventarissen van de federale
musea staat vermeld waar de
werken zich bevinden.
Alleen de Koninklijke Musea voor
Schone Kunsten waren tot voor
kort verplicht schilderijen aan de
Belgische
administraties
en
ambassades uit te lenen of in
bruikleen te geven. Zodra alle
uitgeleende
werken
konden
worden
geïdentificeerd
en
gelokaliseerd, heb ik het besluit
waarbij deze verplichting werd
opgelegd, opgeheven. Dat is in
2008 gebeurd. Bij de andere
federale musea dringt mijn bestuur
erop aan om geen werken meer in
bruikleen te geven, maar enkel
nog werken uit te lenen voor een
welbepaald evenement.
CRIV 52
COM 450
10/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
avant-projet de loi sur les trésors fédéraux.
Tot slot hoop ik het probleem van
de identificatie van bepaalde
werken in de opslagplaatsen te
verhelpen door binnenkort een
voorontwerp van wet in te dienen
betreffende
de
federale
kunstschatten.
05.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, je suis ravi de
la réponse de la ministre pour laquelle je la remercie. Si j'entends
bien, toutes les oeuvres sont donc rentrées au bercail. Il n'y a plus de
dépôt à durée illimitée au bénéfice des administrations, mais
uniquement des prêts sur base de conventions pour des expositions
spécifiques.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de landbouwramp van 2006" (nr. 10952)
06 Question de M. Wouter De Vriendt à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de
la Politique scientifique sur "la calamité agricole de 2006" (n° 10952)
06.01 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mevrouw de minister, de
zomer van 2006 was voor heel veel landbouwers een ramp, eerst
door de extreme droogte, daarna door wateroverlast. De gewassen
op veel akkers gingen stuk. Zeer snel na de zomer werden die
weersomstandigheden ook als een ramp erkend. Wij stellen echter
vast dat de administratieve afhandeling toch wel wat vertraging
oploopt.
Uit een recente vraag van een West-Vlaams provincieraadslid aan
gouverneur Paul Breyne blijkt dat slechts 6% van de West-Vlaamse
schadedossiers over de landbouwramp van 2006 werd afgewerkt. In
Antwerpen en Limburg werden volgens het raadslid wel al alle
dossiers afgerond. De West-Vlaamse administratie is volgens de
gouverneur klaar met haar werk.
Volgens de gouverneur blijkt dat de dossiers blijven liggen wegens het
ontbreken van een controle door een expert. De experts hebben een
nieuwe vergoedingsregeling afgewezen. Daardoor moest blijkbaar
een nieuw akkoord worden gesloten tussen de experts en de federale
overheid. Recent werd een alternatieve procedure ingevoerd,
waardoor de dossiers over drie maanden zouden zijn verwerkt.
Mevrouw de minister, u bent als minister van Landbouw volgens de
wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van schade veroorzaakt
aan private goederen door natuurrampen, bevoegd voor de
afhandeling van procedures inzake landbouwrampen. Kunt u een
toelichting geven over de afhandeling van de landbouwramp van de
zomer 2006? Kunt u specifiek de rol van de experts toelichten en de
problemen die er blijkbaar zouden zijn met de vergoedingsregeling?
Wanneer werden de problemen met de vergoedingsregeling
vastgesteld? Klopt het dat de experts niet akkoord gingen met de
vergoedingsregeling die door de federale overheid werd voorgesteld?
Werd een alternatief voorstel geformuleerd of niet?
06.01 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): En raison de la période
d'extrême sécheresse suivie de
pluies abondantes, l'été de 2008 a
été
catastrophique
pour
de
nombreux
agriculteurs.
Les
conditions météorologiques ont
par ailleurs été reconnues comme
calamité.
Le
traitement
administratif des dossiers en
Flandre
occidentale
accuse
toutefois un retard important. Pas
plus de 6% des dossiers de
dommages y ont été finalisés.
Selon
le
gouverneur,
l'administration aurait accompli
son travail et les dossiers seraient
restés en souffrance en attendant
le
contrôle
d'un
expert.
Il
semblerait que les experts mettent
en
cause
le
système
de
dédommagement
du
pouvoir
fédéral. Ces problèmes auraient
été résolus dans l'intervalle.
La ministre pourrait-elle me fournir
des précisions sur le traitement
administratif des dossiers de
dommages dans le cadre de la
catastrophe agricole de 2006?
Quelle solution a été arrêtée?
Qu'en est-il du rôle du pouvoir
fédéral?
D'autres
provinces
enregistrent-elles également du
10/02/2009
CRIV 52
COM 450
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Wat is de alternatieve procedure, waarvan sprake? Welke rol is hierbij
weggelegd voor de federale overheid? Loopt de afhandeling van de
dossiers alleen vertraging op in West-Vlaanderen of zijn er ook
problemen in andere provincies? Zijn de oorzaken daarvan alleen te
wijten aan problemen met de experts? Wanneer zullen de getroffen
landbouwers een antwoord krijgen op hun dossiers? Wanneer zullen
zij voor de geleden schade worden vergoed?
retard dans le traitement de ces
dossiers? Le retard n'est-il dû
qu'aux
problèmes
avec
les
experts? Quand les agriculteurs
concernés
seront-ils
dédommagés?
06.02 Sabine Laruelle, ministre: Monsieur le président, je tiens à
préciser qu'il y a moins de trois semaines, j'ai déjà répondu à une
question très similaire de Mme Muylle, een West-Vlaams
parlementslid, reprenant les mêmes sources. Je propose qu'à l'avenir
tous les parlementaires de la même province se joignent pour poser
une seule question. Cela facilitera et clarifiera les choses et je ne
serai ainsi pas obligée de les répéter tous les quinze jours!
06.02 Minister Sabine Laruelle: Ik
heb een tijdje geleden op een
soortgelijke vraag van mevrouw
Muylle geantwoord. Ik ben niet van
plan hier om de veertien dagen
hetzelfde te komen vertellen!
Ik deel u mee dat een aantal elementen van de vraag inzake de
experts al werd gegeven in een antwoord aan mevrouw Muylle tijdens
de commissievergadering van 13 januari 2009.
Het klopt dat de West-Vlaamse deskundigen momenteel weigeren te
werken volgens de voorwaarden die eind augustus 2008 werden
bepaald door de FOD Economie. Mijn diensten zijn sinds oktober op
de hoogte van het probleem.
Zoals al werd aangegeven, zorgen het repetitief karakter van het
dossier, het principe van de forfaitaire schadeloosstelling en de
onmogelijkheid de schade tweeënhalf jaar na de feiten vast te stellen
voor een vlottere afhandeling in vergelijking met andere
landbouwrampen.
De controle kan zich voor de meeste dossiers beperken tot een louter
administratieve controle, waarbij geen enkel onderzoek op het terrein
nodig is. Op de terreinen is immers niets meer te zien van de situatie
in juli en augustus 2006.
Er moet dan ook een rechtstreeks verband bestaan tussen het bedrag
van de schadeloosstelling en het werkelijke geleverde werk. Daarom
herhaal ik nogmaals dat ik weiger meer geld te betalen aan de
experts dan aan de landbouwers. Tot op heden werd maar liefst
46.000 euro uitgegeven aan experts.
Indien de experts hardnekkig blijven weigeren te werken volgens de
vastgelegde voorwaarden, zal ik daaruit mijn conclusies trekken. De
diensten van de gouverneurs en de FOD Economie zullen zich dan
zodanig organiseren dat de dossiers kunnen worden afgehandeld
zonder tussenkomst van experts.
Ik betreur sterk dat de landbouwers de dupe zijn van de houding van
de experts, des te meer aangezien het probleem zich niet voordoet in
de andere provincies. Ik neem mijn provincie als voorbeeld. We
hebben ongeveer hetzelfde aantal dossiers en in de provincie Namen
werd al meer dan 60% van de dossiers afgehandeld.
Op basis van de jongste stand van zaken, die eind januari werd
doorgegeven, is slechts 6% van de dossiers uit West-Vlaanderen - 30
van de 500 bij de FOD Economie ingediende dossiers - afgehandeld,
terwijl voor heel Vlaanderen meer dan 40% van de aanvragen tot
Les
experts
de
Flandre
occidentale refusent actuellement
de travailler selon les conditions
établies fin août 2008 par le SPF
Économie. Mes services ont
connaissance de cette situation
depuis le mois d'octobre.
Le traitement plus rapide de ces
dossiers par rapport à ceux relatifs
à d'autres calamités agricoles
s'explique notamment par le
système
d'indemnisation
forfaitaire. Dans la plupart des cas,
nous pouvons nous limiter à un
contrôle purement administratif. Il
n'est par ailleurs guère utile de
mener des investigations sur le
terrain étant donné qu'il n'est plus
possible de constater le dommage
deux ans et demi après les faits.
Je refuse en tout état de cause de
verser davantage d'argent aux
experts
qu'aux
agriculteurs.
L'indemnité
doit
être
proportionnelle au travail fourni.
Jusqu'à présent, pas moins de
46.000 euros ont été payés aux
experts. Si ces derniers s'obstinent
à refuser nos conditions, les
services des gouverneurs et le
SPF Économie veilleront à ce que
les dossiers puissent être traités
sans l'intervention des experts.
Je regrette que les agriculteurs
doivent
supporter
les
conséquences de cette situation.
Le problème ne se pose qu'en
Flandre occidentale. La province
de Namur comptait un nombre
CRIV 52
COM 450
10/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
schadeloosstelling al werd behandeld. Het is dus duidelijk dat de
houding van de experts hierin een beslissende rol speelt.
Ik wil ten slotte meedelen dat het mijn enige wens is dat de
landbouwers zo snel mogelijk schadeloos worden gesteld. Zoals ik al
herhaaldelijk meedeelde, hangt de vooruitgang echter hoofdzakelijk af
van het werkritme van de provinciebesturen.
équivalent de dossiers, or 60 ont
déjà été traités. Pour l'ensemble
de
la
Flandre,
40 %
des
demandes ont déjà donné lieu à
une décision.
J'espère que les agriculteurs
seront dédommagés le plus
rapidement possible, mais cela
dépend surtout du rythme de
travail
des
administrations
provinciales.
06.03 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mevrouw de minister, uw
antwoord bewijst dat mijn vraag wel degelijk nuttig is, vermits er nog
geen doorbraak is in het dossier en vermits de problemen nog altijd
aanslepen. U hebt nu net zelf gezegd dat er nog altijd geen doorbraak
is. U zegt dat u zelf zult optreden als de problemen met de experts
blijven aanslepen. Dan zult u voor een alternatief zorgen. Ik wil u toch
voorstellen om dat snel te doen. Het gaat om een ramp uit 2006,
terwijl we nu bijna aan de zomer van 2009 zijn. Die betrokken
landbouwers moeten nu al drie jaar wachten op een regeling voor hun
problemen.
Er is nog altijd geen doorbraak, dus vandaar mijn vraag. Als er over
een maand nog altijd geen doorbraak is en als het probleem dan nog
altijd hetzelfde is, dan zal ik opnieuw een vraag moeten indienen. Zo
simpel is het.
06.03 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Les problèmes ne sont
donc
toujours
pas
résolus.
J'espère que Mme la ministre
pourra rapidement mettre en place
une autre procédure, parce que
les agriculteurs attendent un
dédommagement depuis trois ans.
À situation inchangée, d'ici un
mois, je reviendrai sur cette
question.
06.04 Sabine Laruelle, ministre: Vous pouvez me poser la question
toutes les semaines, tous les quinze jours, toutes les trois semaines
et tous les mois! Je comprends qu'un parlementaire qui vient d'une
province s'attache uniquement à poser des questions relatives à cette
province, mais je vous dis qu'à regarder l'ensemble du pays, des
problèmes n'apparaissent que dans trois ou quatre provinces. Je suis
persuadée qu'ils proviennent non du mécanisme mis en place, mais
uniquement de la bonne volonté ou non du gouverneur et des
services provinciaux.
En province de Namur, sur 950 dossiers introduits, plus de 60% sont
traités. Pour l'ensemble de la Flandre, plus de 40% des dossiers sont
traités.
Une chose est vraie.
06.04 Minister Sabine Laruelle:
Er zijn slechts problemen in drie of
vier provincies. Die problemen zijn
niet
het
gevolg
van
het
mechanisme zelf; een en ander
hangt af van de bereidwillige
medewerking van de gouverneur
en de provinciale diensten. In de
provincie Namen is 60 procent van
de dossiers intussen afgehandeld,
in heel Vlaanderen 40 procent van
de dossiers.
Het klopt: West-Vlaanderen krijgt als enige 6%. Luik krijgt 0% en
Henegouwen krijgt 0%. Dat kan niet.
Il est exact qu'en Flandre
occidentale, seulement 6% des
demandes ont été traitées, mais
dans les provinces de Liège et du
Hainaut, aucun dossier n'a encore
été traité.
06.05 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mevrouw de minister, u
moet zich niet zo opwinden omdat ik u een parlementaire vraag stel
over een problematiek die tot uw bevoegdheid behoort en die u nog
altijd niet hebt opgelost.
06.05 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Je voulais simplement
poser une question au sujet d'un
problème qui relève de la
compétence de la ministre et pour
lequel on n'a toujours pas trouvé
10/02/2009
CRIV 52
COM 450
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
de solution.
06.06 Sabine Laruelle, ministre: Votre gouverneur n'a pas résolu le
problème. Voilà la vérité!
06.06 Minister Sabine Laruelle:
De waarheid is dat de gouverneur
van uw provincie het probleem niet
heeft opgelost.
De voorzitter: In elk geval zou het nuttig zijn om de gouverneur en de diensten op de hoogte te stellen dat
er een probleem is.
06.07 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Als de minister blijft
antwoorden, moet ik natuurlijk elke keer repliceren.
De voorzitter: U hebt dat recht.
06.08 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mevrouw de minister, ik
ga akkoord, het is een West-Vlaams probleem. U zegt echter zelf dat,
als het probleem met de experts blijft aanslepen u zelf zult moeten
optreden. Ik stel u voor om dat dan effectief te doen.
06.08 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Je suis d'accord pour dire
qu'il s'agit d'un problème propre à
la Flandre occidentale, mais dans
sa réponse, la ministre indique
elle-même qu'elle devra intervenir
si le problème persiste. Je lui
demande dès lors d'agir en
conséquence.
06.09 Sabine Laruelle, ministre: Je ne paierai pas plus cher les
experts que les agriculteurs. Pas besoin d'experts pour régler ces
problèmes!
06.09 Minister Sabine Laruelle:
We hebben geen deskundigen
nodig om die problemen te
regelen!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Question de M. Philippe Henry à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "la mise en oeuvre d'un code de déontologie en matière de recherche sur les
nanotechnologies" (n° 10988)
07 Vraag van de heer Philippe Henry aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "het tot stand brengen van een code voor de deontologie inzake het
onderzoek betreffende de nanotechnologieën" (nr. 10988)
07.01 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
madame la ministre, les nanotechnologies constituent un domaine de
développement et de recherche particulièrement énorme, qui pourrait
vraisemblablement amener dans les années qui viennent de
nombreux développements dans toutes sortes de secteurs à l'échelle
mondiale. Évidemment, ce sont aussi de nouvelles technologies qui
peuvent apporter beaucoup de changements et qui posent donc
beaucoup de questions, qui amènent un certain nombre de risques
pas toujours maîtrisés notamment en termes d'impact sur la santé et
l'environnement.
Dans ce sens-là, la Commission européenne a émis une
recommandation le 7 février 2008 concernant un code de bonne
conduite pour une recherche responsable en nanosciences et en
nanotechnologies, raison pour laquelle je vous adresse la question en
tant que ministre de la Recherche. Cette recommandation émet de
nombreux principes, en particulier celui d'établir à l'échelle nationale
un code de bonne conduite qui associe l'ensemble des acteurs
07.01 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): De nanotechnologieën
kunnen in allerhande sectoren
voor
heel
wat
nieuwe
ontwikkelingen zorgen. Ze kunnen
echter ook een bedreiging vormen
voor de gezondheid of het milieu.
Op 7 februari 2008 riep de
Europese Commissie de lidstaten
er in een aanbeveling toe op op
nationaal niveau een gedragscode
voor dat soort research op te
stellen en haar op de hoogte te
houden
van
de
getroffen
maatregelen, de resultaten en de
evaluatie ervan. Volgt ons land die
aanbevelingen?
CRIV 52
COM 450
10/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
concernés par la recherche en nanotechnologies et aussi d'informer
annuellement la Commission des mesures prises, des résultats et de
leur évaluation.
Madame
la
ministre,
avez-vous
connaissance
de
cette
recommandation de la Commission?
Notre pays a-t-il souscrit à ces recommandations? De quelle façon?
Un code de déontologie en termes de recherche sur les
nanotechnologies a-t-il été mis en place?
Quelles sont les informations qui ont été transmises à la
Commission?
07.02 Sabine Laruelle, ministre: Monsieur le président, avant toute
chose, je dois préciser que les principales activités de recherche en
ce domaine sont soutenues principalement par les Régions et les
Communautés, ces recherches étant bien souvent à la fois des
recherches fondamentales et appliquées. La limite entre ces deux
types de recherches n'est cependant pas toujours très pertinente en
matière de nanotechnologie.
Par ailleurs, il y a également lieu de souligner que d'autres
départements que la Politique scientifique sont concernés par les
nanotechnologies et les nanosciences; je pense évidemment à
l'Économie et l'Emploi, mais aussi à la Santé publique. Je ne peux
bien sûr pas m'engager au nom de mes collègues en charge de ces
départements.
En ce qui concerne la Politique scientifique, aucune mesure
particulière n'a été prise en la matière. En effet, après analyse du SPP
Politique scientifique, il appert que ce sont les Régions et les
Communautés qui sont concernées par le code de déontologie
envisagé par la recommandation européenne.
Néanmoins, en matière de nanotechnologies et de nanosciences, la
Politique scientifique, via la deuxième phase des pôles d'attraction
technologique, aussi connus sous le nom de Programmes de
stimulation au transfert de connaissance dans des domaines
d'importance stratégique, soutient actuellement deux projets en cours:
le projet FOMOS sur "les propriétés fonctionnelles des systèmes
mixtes nano-organiques/oxydes métalliques" et le projet NACER sur
"les nano-céramiques et leurs composites: élaboration par
technologie de frittage assisté par champ électrique".
Il est évident que les principes définis par la recommandation feront
l'objet d'une attention toute particulière de la part de mon
département.
07.02 Minister Sabine Laruelle:
De POD Wetenschapsbeleid is
niet het enige departement dat
over de nanotechnologieën gaat.
Die bevoegdheid wordt gedeeld
met
de
FOD's
Economie,
Werkgelegenheid
en
Volksgezondheid.
Wat
het
departement
Wetenschapsbeleid
betreft,
werden
er
geen
bijzondere
maatregelen getroffen. Het zijn
immers
de
Gewesten
en
Gemeenschappen
die
verantwoordelijk zijn voor het
opstellen van de in de Europese
aanbeveling
bedoelde
gedragscode.
Maar
mijn
departement zal de beginselen die
in de aanbeveling vervat staan,
zeker nauwkeurig bestuderen.
07.03 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
madame la ministre, quelques remarques. Bien entendu, je ne doute
pas que ce soient les Régions et les Communautés les premières
concernées, mais voilà qui pose un problème: qui prendra l'initiative?
On retombe sur les questions qui se posent à chaque
recommandation internationale.
Avez-vous parfois des discussions entre ministres de la Recherche?
Ici, il s'agit bien d'un code national qui est évoqué par la Commission.
Deuxièmement, ce domaine concerne également d'autres
07.03 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Ik betwijfel geenszins dat
de
Gewesten
en
de
Gemeenschappen in de eerste
plaats verantwoordelijk zijn voor
die gedragscode, maar wie zal het
initiatief nemen? De Commissie
heeft het wel degelijk over een
nationale code. Mijn vraag ging
specifiek over Wetenschapsbeleid,
omdat de code precies voor dat
10/02/2009
CRIV 52
COM 450
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
départements, tel l'Économie; vous avez raison. Cependant, ma
question ne concernait que la Recherche vu que le code porte sur ce
sujet. Il est évident que j'aurai d'autres questions pour le ministre de
l'Économie concernant; par exemple, le contrôle des produits mis sur
le marché; je songe particulièrement aux cosmétiques.
Le fédéral n'a donc finalement que peu d'implication et cela mérite
interrogation. En effet, c'est peut-être un sujet qui, à cause de
l'implication de différents domaines de recherche (santé, technologie,
etc.), pourrait engendrer des programmes de recherche, tant sous
l'aspect technologique que sous l'aspect de la maîtrise des risques, le
tout développé à partir du fédéral.
C'est un élément qui ressortait de notre discussion au Comité d'avis
sur les questions technologiques: le fédéral devrait s'impliquer
davantage. Je vous répercute cette conclusion.
Je ne suis pas satisfait par ce vide total du fait de la multiplication
d'entités compétentes: rien au niveau fédéral, rien au niveau des
Régions.
soort research bestemd is. De
minister die bevoegd is voor
economie, zal ik over andere
aspecten ondervragen, zoals de
controle op de producten die op de
markt worden gebracht.
De nanotechnologie is een domein
dat kan leiden tot de ontwikkeling
van
nieuwe
onderzoeksprogramma's, zowel uit
het oogpunt van de technologie als
uit
het
oogpunt
van
de
risicobeheersing.
De
federale
overheid
moet
daarbij
het
voortouw nemen en meer in die
sector investeren.
Ik kan geen genoegen nemen met
deze situatie. Er is een vacuüm: er
gebeurt niets op federaal niveau
en niets op het niveau van de
Gewesten.
07.04 Sabine Laruelle, ministre: Je ne peux pas vous parler de ce
qui se passe dans les Régions et les Communautés. Je peux vous
décrire ce qui se passe au niveau fédéral. Nous avons les pôles
d'attraction technologiques et il est évident qu'il faudrait les amplifier
et en consacrer un en totalité aux nanotechnologies. Le projet est
dans les cartons. Dès que nous aurons un budget disponible, la
priorité sera d'instituer un pôle d'attraction technologique dédié aux
nanotechnologies qui sont un domaine très particulier.
07.04 Minister Sabine Laruelle: Ik
kan u enkel meedelen wat er op
federaal niveau wordt gedaan.
07.05 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Il faudra examiner encore une
fois la coordination entre les niveaux de pouvoir.
07.05 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!):
We
moeten
de
coördinatie
tussen
de
beleidsniveaus opnieuw bekijken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 12.07 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.07 uur.