KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 481
CRIV 52 COM 481
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
INNENLANDSE
Z
AKEN
,
DE ALGEMENE
Z
AKEN EN HET
O
PENBAAR
A
MBT
C
OMMISSION DE L
'I
NTERIEUR
,
DES
A
FFAIRES
GENERALES ET DE LA
F
ONCTION PUBLIQUE
woensdag
mercredi
04-03-2009
04-03-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-
eerste
minister
en
minister
van
Ambtenarenzaken,
Overheidsbedrijven
en
Institutionele Hervormingen over "het verslag van
het Rekenhof over de contractuele tewerkstelling
in de federale openbare dienst" (nr. 11000)
1
Question de M. Georges Gilkinet au vice-premier
ministre et ministre de la Fonction publique, des
Entreprises
publiques
et
des
Réformes
institutionnelles sur "le rapport de la Cour des
comptes sur l'emploi contractuel dans la fonction
publique fédérale" (n° 11000)
1
Sprekers:
Georges
Gilkinet,
Steven
Vanackere, vice-eerste minister en minister
van Ambtenarenzaken, Overheidsbedrijven en
Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Georges
Gilkinet,
Steven
Vanackere, vice-premier ministre et ministre
de la Fonction publique, des Entreprises
publiques et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-
eerste
minister
en
minister
van
Ambtenarenzaken,
Overheidsbedrijven
en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
werkverzuim" (nr. 9949)
4
Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier
ministre et ministre de la Fonction publique, des
Entreprises
publiques
et
des
Réformes
institutionnelles sur "l'absentéisme au travail"
(n° 9949)
4
Sprekers:
Xavier
Baeselen,
Steven
Vanackere, vice-eerste minister en minister
van Ambtenarenzaken, Overheidsbedrijven en
Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Xavier
Baeselen,
Steven
Vanackere, vice-premier ministre et ministre
de la Fonction publique, des Entreprises
publiques et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-
eerste
minister
en
minister
van
Ambtenarenzaken,
Overheidsbedrijven
en
Institutionele
Hervormingen
en
aan
de
staatssecretaris
voor
Personen
met
een
handicap, toegevoegd aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
doelstelling van 3 procent voor de tewerkstelling
van
personen
met
een
handicap
in
overheidsdienst" (nr. 10901)
6
Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier
ministre et ministre de la Fonction publique, des
Entreprises
publiques
et
des
Réformes
institutionnelles et à la secrétaire d'État aux
Personnes handicapées, adjointe à la ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"l'objectif de 3% d'emploi pour les personnes
handicapées
dans
la
fonction
publique"
(n° 10901)
6
Sprekers:
Xavier
Baeselen,
Steven
Vanackere, vice-eerste minister en minister
van Ambtenarenzaken, Overheidsbedrijven en
Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Xavier
Baeselen,
Steven
Vanackere, vice-premier ministre et ministre
de la Fonction publique, des Entreprises
publiques et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde interpellaties van
9
Interpellations jointes de
9
- de heer Ben Weyts tot de vice-eerste minister en
minister
van
Ambtenarenzaken,
Overheidsbedrijven
en
Institutionele
Hervormingen over "het arrest 190241 van de
Raad van State, uitgesproken op 5 februari 2009,
inzake de taalwetgeving" (nr. 283)
- M. Ben Weyts au vice-premier ministre et
ministre de la Fonction publique, des Entreprises
publiques et des Réformes institutionnelles sur
"l'arrêt 190241 du 5 février 2009 du Conseil d'État
concernant la législation relative à l'emploi des
langues" (n° 283)
- de heer Bart Laeremans tot de vice-eerste
minister en minister van Ambtenarenzaken,
Overheidsbedrijven
en
Institutionele
Hervormingen over "de mogelijke aanpassing van
de taalexamens voor de lokale ambtenaren in het
Brussels gewest" (nr. 284)
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre de la Fonction publique, des Entreprises
publiques et des Réformes institutionnelles sur
"l'adaptation
éventuelle
des
examens
linguistiques pour les fonctionnaires locaux de la
Région de Bruxelles-Capitale" (n° 284)
Sprekers: Ben Weyts, Bart Laeremans,
Steven Vanackere
, vice-eerste minister en
minister
van
Ambtenarenzaken,
Overheidsbedrijven
en
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Ben Weyts, Bart Laeremans,
Steven Vanackere
, vice-premier ministre et
ministre de la Fonction publique, des
Entreprises publiques et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Ben Weyts aan de vice-eerste
minister en minister van Ambtenarenzaken,
Overheidsbedrijven
en
Institutionele
Hervormingen over "de werving en selectie van
contractueel personeel" (nr. 11071)
16
Question de M. Ben Weyts au vice-premier
ministre et ministre de la Fonction publique, des
Entreprises
publiques
et
des
Réformes
institutionnelles sur "le recrutement et la sélection
du personnel contractuel" (n° 11071)
16
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Sprekers: Ben Weyts, Steven Vanackere,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Ambtenarenzaken, Overheidsbedrijven en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Ben Weyts, Steven Vanackere,
vice-premier ministre et ministre de la
Fonction publique, des Entreprises publiques
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de vice-
eerste
minister
en
minister
van
Ambtenarenzaken,
Overheidsbedrijven
en
Institutionele Hervormingen over "het tekort aan
geneesheren-ambtenaren bij de verschillende
overheidsdiensten" (nr. 11314)
21
Question de Mme Leen Dierick au vice-premier
ministre et ministre de la Fonction publique, des
Entreprises
publiques
et
des
Réformes
institutionnelles sur "la pénurie de médecins-
fonctionnaires au sein des différents services
publics" (n° 11314)
21
Sprekers: Leen Dierick, Steven Vanackere,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Ambtenarenzaken, Overheidsbedrijven en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Leen Dierick, Steven Vanackere,
vice-premier ministre et ministre de la
Fonction publique, des Entreprises publiques
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
23
Questions jointes de
23
- de heer Josy Arens aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de overvallen op kleine
handelszaken" (nr. 11055)
23
- M. Josy Arens au ministre de l'Intérieur sur "les
braquages dans les petits commerces" (n° 11055)
23
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de overvallen op
handelaars" (nr. 11326)
23
- M. Xavier Baeselen au ministre de l'Intérieur sur
"les attaques commises contre les commerçants"
(n° 11326)
23
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de gewapende
overvallen op winkels" (nr. 11365)
23
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur
"les attaques à main armée dans des magasins"
(n° 11365)
23
Sprekers: Josy Arens, Michel Doomst,
Guido De Padt
, minister van Binnenlandse
Zaken, Xavier Baeselen
Orateurs: Josy Arens, Michel Doomst,
Guido De Padt
, ministre de l'Intérieur, Xavier
Baeselen
Vraag van de heer Josy Arens aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de statutarisering
van het CALog-personeel" (nr. 11056)
26
Question de M. Josy Arens au ministre de
l'Intérieur sur "la statutarisation du personnel
CALog" (n° 11056)
26
Sprekers: Josy Arens, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Josy Arens, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
27
Questions jointes de
28
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de opschorting van de
tuchtprocedure
tegen
commissaris-generaal
Koekelberg" (nr. 11067)
27
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur
"la suspension de la procédure disciplinaire à
l'encontre du commissaire général Koekelberg"
(n° 11067)
28
- de heer Ben Weyts aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de opschorting van de
tuchtprocedure
tegen
commissaris-generaal
Koekelberg" (nr. 11090)
28
- M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "la
suspension de la procédure disciplinaire à
l'encontre du commissaire général Koekelberg"
(n° 11090)
28
Sprekers: Michel Doomst, Ben Weyts, Guido
De Padt
, minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Ben Weyts, Guido
De Padt
, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
explosieve stijging in 2008 van de drugsverkoop
in België" (nr. 11072)
29
Question de M. Xavier Baeselen au ministre de
l'Intérieur sur "l'explosion de la vente de drogue
en 2008 en Belgique" (n° 11072)
29
Sprekers: Xavier Baeselen, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Xavier Baeselen, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
31
Questions jointes de
31
- mevrouw Valérie Déom aan de minister voor
Ondernemen
en
Vereenvoudigen
over
"cyberpesten
en
de
bescherming
van
minderjarigen op sociale sites" (nr. 11076)
31
- Mme Valérie Déom au ministre pour l'Entreprise
et la Simplification sur "le cyberharcèlement et la
protection des mineurs sur les sites de
socialisation" (n° 11076)
31
- mevrouw Valérie Déom aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "cyberpesten en de
bescherming van minderjarigen op sociale sites"
31
- Mme Valérie Déom au ministre de l'Intérieur sur
"le cyberharcèlement et la protection des mineurs
sur les sites de socialisation" (n° 11077)
31
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
(nr. 11077)
Sprekers: Valérie Déom, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Valérie Déom, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
35
Questions jointes de
35
- de heer Denis Ducarme aan de minister van
Binnenlandse
Zaken
over
"de
aanwervingsprocedure
voor
het
politiedirectiebrevet (PDB)" (nr. 11091)
35
- M. Denis Ducarme au ministre de l'Intérieur sur
"la procédure de recrutement pour le brevet de
direction de police (BDP)" (n° 11091)
35
- de heer Éric Thiébaut aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de procedure voor en
de toekenning van het politiedirectiebrevet"
(nr. 11328)
35
- M. Éric Thiébaut au ministre de l'Intérieur sur "la
procédure et l'octroi du brevet de direction de
police" (n° 11328)
35
Sprekers: Denis Ducarme, Eric Thiébaut,
Guido De Padt
, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Denis Ducarme, Eric Thiébaut,
Guido De Padt
, ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
37
Questions jointes de
37
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de oprichting van een
beleidsraad" (nr. 11109)
37
- M. Jean-Luc Crucke au ministre de l'Intérieur sur
"un conseil des fonctionnaires" (n° 11109)
37
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de oprichting van een
beleidsraad" (nr. 11364)
37
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur
"la création d'un conseil des fonctionnaires
généraux" (n° 11364)
37
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Michel Doomst,
Guido De Padt
, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Michel Doomst,
Guido De Padt
, ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
39
Questions jointes de
39
- mevrouw Maya Detiège aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "jodiumtabletten"
(nr. 11118)
39
- Mme Maya Detiège au ministre de l'Intérieur sur
"les comprimés d'iode" (n° 11118)
39
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de verdeling van
jodiumtabletten" (nr. 11140)
39
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de
l'Intérieur sur "la distribution de tablettes d'iode"
(n° 11140)
39
Sprekers:
Maya
Detiège,
Bruno
Stevenheydens, Guido De Padt, minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs:
Maya
Detiège,
Bruno
Stevenheydens, Guido De Padt, ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Ludwig Vandenhove aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
wijziging van de wetgeving tot regeling van de
private en bijzondere veiligheid" (nr. 11129)
44
Question de M. Ludwig Vandenhove au ministre
de l'Intérieur sur "la modification de la législation
réglementant la sécurité privée et particulière"
(n° 11129)
44
Sprekers: Ludwig Vandenhove, Guido De
Padt
, minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Ludwig Vandenhove, Guido De
Padt
, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Ludwig Vandenhove aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
Limburgse
vrijwilligers
van
de
civiele
bescherming" (nr. 11130)
45
Question de M. Ludwig Vandenhove au ministre
de l'Intérieur sur "les volontaires limbourgeois de
la protection civile" (n° 11130)
45
Sprekers: Ludwig Vandenhove, Guido De
Padt
, minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Ludwig Vandenhove, Guido De
Padt
, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
erbarmelijke toestand van de politiepost in het
Zuidstation" (nr. 11143)
46
Question de M. Xavier Baeselen au ministre de
l'Intérieur sur "l'insalubrité du commissariat de la
gare du Midi" (n° 11143)
46
Sprekers: Xavier Baeselen, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Xavier Baeselen, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
definitieve beslissing van de minister betreffende
48
Question de M. Xavier Baeselen au ministre de
l'Intérieur sur "la décision définitive du ministre
concernant
les
recours
des
communes
48
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
het beroep van de Brusselse gemeenten"
(nr. 11169)
bruxelloises" (n° 11169)
Sprekers: Xavier Baeselen, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Xavier Baeselen, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "het ophalen en
bewaren van gevonden dieren door de
politiediensten" (nr. 11171)
49
Question de Mme Leen Dierick au ministre de
l'Intérieur sur "la capture et la garde des animaux
trouvés par les services de police" (n° 11171)
49
Sprekers: Leen Dierick, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Leen Dierick, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Denis Ducarme aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
dossiers inzake landbouwrampen die al bijna een
jaar op behandeling wachten bij de gouverneur
van de provincie Henegouwen" (nr. 11198)
51
Question de M. Denis Ducarme au ministre de
l'Intérieur sur "l'absence de traitement des
dossiers liés aux calamités agricoles par le
gouverneur de la province de Hainaut durant près
d'un an" (n° 11198)
51
Sprekers: Denis Ducarme, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Denis Ducarme, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
53
Questions jointes de
53
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "bepaalde gemeentes
die
ermee
dreigen
burgers
uit
het
bevolkingsregister te schrappen" (nr. 11211)
53
- M. Jean-Luc Crucke au ministre de l'Intérieur sur
"les menaces de radiation par certaines
communes" (n° 11211)
53
- de heer Fouad Lahssaini aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "burgers die uit het
bevolkingsregister dreigen te worden geschrapt"
(nr. 11216)
53
- M. Fouad Lahssaini au ministre de l'Intérieur sur
"des citoyens menacés de radiation du registre de
la population" (n° 11216)
53
- de heer Josy Arens aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de elektronische
identiteitskaarten" (nr. 11217)
53
- M. Josy Arens au ministre de l'Intérieur sur "les
cartes d'identité électroniques" (n° 11217)
53
- mevrouw Josée Lejeune aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de handelwijze van
bepaalde gemeenten inzake de vernieuwing van
de elektronische identiteitskaart" (nr. 11290)
53
- Mme Josée Lejeune au ministre de l'Intérieur sur
"la pratique de certaines communes quant au
renouvellement de la carte d'identité électronique"
(n° 11290)
53
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Josy Arens,
Guido De Padt
, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Josy Arens,
Guido De Padt
, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Ben Weyts aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "politiepersoneel
dat werd ingezet als chauffeur" (nr. 11227)
56
Question de M. Ben Weyts au ministre de
l'Intérieur sur "le recours aux membres de la
police pour effectuer des missions de chauffeur"
(n° 11227)
56
Sprekers: Ben Weyts, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Ben Weyts, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "het verbod op
systemen
van
het
type
'Mosquito'
om
hangjongeren te verjagen" (nr. 11274)
58
Question de Mme Kattrin Jadin au ministre de
l'Intérieur sur "l'interdiction de dispositifs anti-
jeunes de type 'Mosquito'" (n° 11274)
58
Sprekers: Kattrin Jadin, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Kattrin Jadin, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Philippe Henry aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de botsing van
twee onderzeeërs met kernwapens aan boord"
(nr. 11284)
60
Question de M. Philippe Henry au ministre de
l'Intérieur sur "la collision de deux sous-marins
nucléaires" (n° 11284)
60
Sprekers: Philippe Henry, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Philippe Henry, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister
van
Binnenlandse
Zaken
over
62
Question de M. Xavier Baeselen au ministre de
l'Intérieur
sur
"les
violences
conjugales"
62
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
v
"partnergeweld" (nr. 11323)
(n° 11323)
Sprekers: Xavier Baeselen, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Xavier Baeselen, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
64
Questions jointes de
64
- de heer Ben Weyts aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de samenwerking
tussen de politiezones Montgomery en Wokra"
(nr. 11332)
64
- M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "la
collaboration entre les zones de police
Montgomery et Wokra" (n° 11332)
64
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de samenwerking
tussen Brusselse en Vlaamse politiezones"
(nr. 11520)
64
- M. Bart Laeremans au ministre de l'Intérieur sur
"la collaboration entre des zones de police de
Bruxelles et de Flandre" (n° 11520)
64
Sprekers: Ben Weyts, Bart Laeremans,
Guido De Padt
, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Ben Weyts, Bart Laeremans,
Guido De Padt
, ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen en interpellatie van
67
Questions et interpellation jointes de
67
- de heer Georges Gilkinet aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "provocerende slogans
in voetbalstadions" (nr. 11361)
67
- M. Georges Gilkinet au ministre de l'Intérieur sur
"les slogans provocateurs dans les stades de
football" (n° 11361)
67
- de heer Eric Thiébaut tot de minister van
Binnenlandse Zaken over "de beledigende
uitlatingen
van
supporters
tijdens
voetbalwedstrijden" (nr. 291)
67
- M. Eric Thiébaut au ministre de l'Intérieur sur
"les insultes proférées par des supporters lors de
rencontres footballistique" (n° 291)
67
- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "scheldgezang tijdens
voetbalwedstrijden" (nr. 11362)
67
- M. Wouter De Vriendt au ministre de l'Intérieur
sur "les chants injurieux pendant les matchs de
football" (n° 11362)
67
- de heer Ben Weyts aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de spreekkoren tijdens
voetbalmatchen" (nr. 11421)
68
- M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "les
slogans scandés pendant les matches de football"
(n° 11421)
67
- de heer Denis Ducarme aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de toepassing van de
voetbalwet" (nr. 11425)
68
- M. Denis Ducarme au ministre de l'Intérieur sur
"l'application de la loi football" (n° 11425)
67
- de heer Denis Ducarme aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "het initiatief van de
minister met betrekking tot de racistische
spreekkoren
tijdens
voetbalwedstrijden"
(nr. 11426)
68
- M. Denis Ducarme au ministre de l'Intérieur sur
"l'initiative du ministre relative aux chants racistes
durant des matchs de football" (n° 11426)
67
- de heer Francis Van den Eynde aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "zijn reactie op de
uitlatingen
van
spreekkoren
tijdens
voetbalwedstrijden" (nr. 11438)
68
- M. Francis Van den Eynde au ministre de
l'Intérieur sur "sa réaction aux propos scandés en
choeur à l'occasion de matches de football"
(n° 11438)
67
Sprekers: Georges Gilkinet, Eric Thiébaut,
Wouter De Vriendt, Ben Weyts, Denis
Ducarme, Guido De Padt
, minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Georges Gilkinet, Eric Thiébaut,
Wouter De Vriendt, Ben Weyts, Denis
Ducarme, Guido De Padt
, ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de criminaliteit in
ziekenhuizen" (nr. 11363)
77
Question de M. Michel Doomst au ministre de
l'Intérieur sur "la criminalité dans les hôpitaux"
(n° 11363)
77
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de diversiteit op de
werkvloer" (nr. 11366)
79
Question de M. Michel Doomst au ministre de
l'Intérieur sur "la diversité sur le lieu de travail"
(n° 11366)
79
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de minister
van
Binnenlandse
Zaken
over
"de
selectiecommissie voor de benoeming van een
81
Question de Mme Leen Dierick au ministre de
l'Intérieur sur "la commission de sélection pour la
désignation d'un chef de corps" (n° 11387)
81
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
vi
korpschef" (nr. 11387)
Sprekers: Leen Dierick, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Leen Dierick, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
samenwerking tussen de civiele-veiligheidszones"
(nr. 11495)
83
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de
l'Intérieur sur "la collaboration entre les zones de
sécurité civile" (n° 11495)
83
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
arbeidstijdregeling van de brandweerlieden en de
Europese richtlijnen" (nr. 11496)
85
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de
l'Intérieur sur "le régime de travail des sapeurs-
pompiers
et
les
directives
européennes"
(n° 11496)
84
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "het
optimaliseren van de aanrijtijden" (nr. 11500)
86
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de
l'Intérieur
sur
"l'optimalisation
des
délais
d'intervention" (n° 11500)
86
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BINNENLANDSE ZAKEN, DE
ALGEMENE ZAKEN EN HET
OPENBAAR AMBT
COMMISSION DE L'INTERIEUR,
DES AFFAIRES GENERALES ET
DE LA FONCTION PUBLIQUE
van
WOENSDAG
4
MAART
2009
Namiddag
______
du
MERCREDI
4
MARS
2009
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.24 heures et présidée par M. André Frédéric.
De vergadering wordt geopend om 14.24 uur en voorgezeten door de heer André Frédéric.
Le président: Chers collègues, monsieur le ministre, soyez les bienvenus dans notre commission très
fréquentée en fonction des moments.
Les collègues ont toujours des questions extrêmement importantes à poser. Elles sont tellement
importantes qu'ils ne viennent pas les poser. Je vais donc faire avec ce que j'ai. J'informe les éventuels
collaborateurs présents que si leurs députés ne sont pas présents, leurs questions seront reportées. Je n'ai
pas l'intention d'attendre deux heures dans la mesure où il y a 60 questions.
On travaillera donc avec les éminents collègues présents.
01 Question de M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et ministre de la Fonction publique, des
Entreprises publiques et des Réformes institutionnelles sur "le rapport de la Cour des comptes sur
l'emploi contractuel dans la fonction publique fédérale" (n° 11000)
01 Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Ambtenarenzaken,
Overheidsbedrijven en Institutionele Hervormingen over "het verslag van het Rekenhof over de
contractuele tewerkstelling in de federale openbare dienst" (nr. 11000)
01.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le ministre, j'ai l'habitude de vous interroger en commission
de l'Infrastructure. Vous avez sans doute découvert avec attention le
récent rapport de la Cour des comptes sur l'emploi contractuel dans la
fonction publique fédérale.
La Cour des comptes a effectivement examiné la manière dont les
pouvoirs publics fédéraux recrutent et sélectionnent le personnel
contractuel. Elle a vérifié la légalité des engagements des
contractuels auprès de douze administrations fédérales et a examiné
si la sélection et le recrutement de ces agents avaient été effectués
de manière objective et réglementaire. Dans son rapport d'audit
transmis au parlement, la Cour des comptes conclut de cet examen
que le recrutement ne répond pas toujours au critère d'exception légal
autorisant le recrutement de contractuels; par ailleurs, l'objectivité des
engagements n'est, selon la Cour des comptes, pas suffisamment
garantie. Celle-ci relève un nombre trop important de contractuels
dans nos administrations, alors que ceux-ci sont censés être recrutés
de façon uniquement temporaire et pour des fonctions liées à un
surcroît de travail. Elle indique également que les procédures de
sélection et les réserves de recrutement ne sont ni uniformes ni
01.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Mijnheer de minister, u
nam
ongetwijfeld
met
veel
interesse kennis van het verslag
van het Rekenhof over de
contractuele tewerkstelling in de
federale openbare dienst.
Het Rekenhof heeft onderzocht
hoe
de
federale
overheid
contractuele
personeelsleden
werft
en
selecteert.
Het
concludeert in zijn verslag dat de
rekrutering niet altijd beantwoordt
aan
de
wettelijke
uitzonderingsgevallen
waarin
contractueel personeel in dienst
kan worden genomen en dat de
objectiviteit
van
contractuele
indienstnemingen niet voldoende
gegarandeerd
wordt.
Het
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
objectives et ne sont, en outre, pas toujours respectées, créant une
inégalité entre les candidats.
Monsieur le ministre, ceci pose diverses questions. Avez-vous pris
connaissance du rapport de la Cour des comptes? Partagez-vous ses
conclusions? Souhaitez-vous les nuancer? Quelles sont les règles
générales
de
recrutement
des
contractuels
dans
l'administration publique fédérale? Est-il possible de réaliser des
recrutements sans épreuves de sélection, sans publicité et sans
respect du classement du Selor? Qu'allez-vous entreprendre pour
améliorer le recrutement des statutaires et des contractuels dans la
fonction publique fédérale?
Rekenhof constateert dat er te
veel contractueel personeel in
onze administraties tewerkgesteld
wordt, terwijl die personeelsleden
enkel tijdelijk in dienst mogen
worden genomen en voor functies
waarvoor er een buitengewone
toename
van
het
werk
is
vastgesteld. Het vermeldt dat de
selectieprocedures
en
de
wervingsreserves noch uniform
noch objectief zijn en dat ze niet
altijd in acht genomen worden.
Heeft u kennis genomen van dat
verslag?
Onderschrijft
u
de
conclusies of wenst u ze te
nuanceren?
Welke
algemene
regels gelden voor de werving van
contractueel personeel bij de
federale
overheid?
Kan
er
aangeworven
worden
zonder
selectieproeven,
zonder
bekendmaking
en
zonder
inachtneming van het door Selor
opgestelde klassement? Welke
maatregelen denkt u te nemen om
de werving van statutair en
contractueel personeel beter te
laten verlopen?
01.02 Steven Vanackere, ministre: Monsieur le président, monsieur
Gilkinet, je vous confirme que j'ai reçu le rapport de la Cour des
comptes ce lundi 9 février. J'ai alors demandé à mon administration
de me faire part de ses réactions. En outre, ma cellule stratégique
procède également à une analyse fouillée du rapport.
La gestion du personnel est abordée dans le rapport sous l'angle non
seulement de la régularité des engagements de personnel contractuel
mais aussi de la politique de recrutement du personnel statutaire ainsi
que, d'une façon plus générale, sous l'angle de la prévision des
besoins en ressources humaines.
Sur ce dernier point, je vous informe que j'ai adressé, avec mon
collègue le secrétaire d'État au Budget, une circulaire traitant du plan
de personnel stratégique 2009-2011. Le plan du personnel doit être
plus que jamais un outil stratégique de planification des besoins.
J'ai constaté que la Cour des comptes formule un certain nombre de
critiques par rapport à des pratiques au sein de diverses
organisations. Il convient d'examiner avec soin les justifications
invoquées par celles-ci. La Cour plaide en faveur d'une
réglementation plus contraignante pour les organisations. Il va de soi
que la règle constitutionnelle de l'accès égal aux emplois publics doit
être respectée. Cette règle doit être appliquée en tenant compte du
service que les diverses organisations doivent rendre aux citoyens. Il
ne faudrait pas que de nouvelles exigences réglementaires mettent
en péril la qualité et la permanence du service offert.
01.02 Minister Steven Vanackere:
Ik heb het rapport van het
Rekenhof wel degelijk ontvangen
op maandag 9 februari. Het
behandelt het beheer van het
personeel, meer bepaald de
regelmatigheid van de rekrutering
van contractueel personeel, het
beleid aangaande de rekrutering
van statutair personeel en de
voorspellingen van de behoeften
inzake human resources. Wat dat
laatste punt betreft, heb ik een
circulaire over het strategisch plan
2009-2011 rondgestuurd.
Het Rekenhof heeft kritiek op de
praktijken
van
een
aantal
organisaties. De redenen die
daarvoor aangehaald
worden,
moeten zorgvuldig onderzocht
worden. Het Hof pleit ervoor dat de
organisaties aan een strengere
reglementering
onderworpen
worden. Uiteraard moet de regel
nageleefd worden, maar nieuwe
reglementaire eisen mogen de
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
L'engagement des contractuels est régi actuellement par les
dispositions de l'arrêté royal du 25 avril 2005, fixant les conditions
d'engagement par contrat de travail dans certains services publics.
Cette réglementation prévoit que les organisations doivent engager
prioritairement des contractuels dont le profil correspond au profil de
fonction exigé. Ces organisations sont tenues de puiser en priorité
parmi les lauréats du Selor soit d'une sélection comparative, soit d'un
test de sélection. À défaut de candidats correspondant au profil
souhaité, les organisations doivent consulter la banque des données
du Selor.
Si cette consultation demeure infructueuse, les services peuvent
prendre eux-mêmes les initiatives nécessaires pour trouver des
candidats.
À juste titre, votre dernière question établit un rapport entre les
engagements de contractuels et le recrutement de statutaires. Je
rappelle que, dans la fonction publique, le recrutement statutaire
demeure la règle. La pyramide des âges va induire inéluctablement
l'organisation de nombreuses sélections comparatives au cours des
prochaines années. Ces sélections devront être ciblées sur des profils
de fonction précis et réalisés dans des délais raisonnables.
Dans ce contexte, j'attire votre attention sur le fait que, sur l'initiative
de mon prédécesseur, le statut des agents de l'État a été modifié
récemment afin de permettre à l'administrateur délégué du Selor de
certifier des fonctionnaires extérieurs à Selor et de leur confier, sous
sa surveillance bien sûr, la présidence des commissions de sélection.
Cette réforme devrait aboutir à réduire les délais nécessaires à
finaliser des recrutements et à empêcher certaines organisations
d'invoquer la lenteur des procédures de recrutement pour justifier
l'engagement de contractuels.
kwaliteit van de dienstverlening
niet in het gedrang brengen.
De rekrutering van contractuele
personeelsleden wordt geregeld
door de bepalingen van het
koninklijk besluit van 25 april 2005.
Die regels bepalen dat bij voorrang
contractuele
medewerkers
aangeworven moeten worden.
Daartoe moeten eerst de mensen
aangesproken
worden
die
geslaagd zijn voor hun examen bij
Selor. Als er geen kandidaten zijn,
moeten
de
organisaties
de
gegevensbank
van
Selor
aanspreken. Als dat niets oplevert,
mogen de diensten initiatieven
nemen.
In uw laatste vraag legt u een
verband tussen de werving van
contractuele personeelsleden en
de
werving
van
statutaire
personeelsleden.
De
huidige
leeftijdsopbouw zal binnenkort
leiden tot de organisatie van tal
van
vergelijkende
selectieprocedures. Die selecties
zullen specifieke functie-eisen in
aanmerking moeten nemen en
binnen een redelijke termijn
moeten worden afgerond.
Onlangs werd het statuut van het
Rijkspersoneel gewijzigd om de
afgevaardigd bestuurder van Selor
de
mogelijkheid
te
bieden
ambtenaren van buiten Selor aan
te
stellen
en
hen
het
voorzitterschap
van
selectiecommissies
toe
te
vertrouwen. Deze hervorming zou
moeten
leiden
tot
kortere
wervingstermijnen en voorkomen
dat
de
traagheid
van
de
procedures wordt aangevoerd om
contractuele personeelsleden in
dienst te nemen.
01.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, il
s'agit là d'un vaste chantier que vous découvrez. Je ne vais ni vous
considérer comme responsable du résultat de l'enquête de la Cour
des comptes, puisqu'elle se base sur des choix qui ont été posés
avant vous, ni vous demander, alors que vous n'êtes là que depuis
deux mois ou depuis la réception de ce rapport le 9 février 2009,
d'avoir toutes les réponses aux questions qui sont posées.
Cependant, pour avoir lu attentivement ce rapport, il s'agit d'un
01.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): U bent hier op een
omvangrijke taak gestoten. Ik hou
u niet verantwoordelijk voor het
resultaat van het onderzoek van
het Rekenhof en eis evenmin dat u
op alle vragen kan antwoorden.
Toch kan van een ernstige
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
avertissement sévère.
De la théorie de l'arrêté du 25 avril 2005 à la pratique, une grande
marge, une grande liberté a été prise dans les différents SPF avec
l'engagement de contractuels. Il faut pouvoir réagir. C'est une
question d'égalité des candidats.
Le rapport souligne également que le nombre de personnes d'origine
allochtone engagées dans les administrations est insuffisant par
rapport à leur proportion au sein de notre société. Une série de
questions précises nécessitent ainsi des réponses précises.
J'espère que nous pourrons analyser ce rapport plus en détail avec
les représentants de la Cour des comptes en sous-commission Cour
des comptes, comme nous le faisons parfois. On l'a fait récemment
sur la question des titres-services avec la représentante de la ministre
Milquet. Cela a permis un bon débat, d'identifier des pistes
d'amélioration et d'entendre aussi des engagements de la part du
gouvernement et du ministre de la Fonction publique que vous êtes,
afin d'améliorer la situation. Laisser un tel rapport sans réponse serait
une erreur! J'ai toutefois bien compris que cela n'était pas dans vos
intentions.
waarschuwing worden gewaagd.
Met de theorie van het besluit van
25 april 2005 werd door de FOD's
in de praktijk op het vlak van
contractuele indienstnemingen erg
vrij
omgesprongen.
Er
zijn
maatregelen nodig. Het gaat om
de gelijke behandeling van de
kandidaten. In het verslag wordt
ook onderstreept dat er te weinig
allochtonen bij de overheid werken
in verhouding tot hun aantal in
onze samenleving. Ik hoop dat we
in de subcommissie 'Rekenhof',
samen met de vertegenwoordigers
van het Rekenhof dit verslag in
detail zullen analyseren. Dit
rapport zomaar laten voorbijgaan
zou een gemiste kans zijn!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Les questions n
os
9894 et 10374 de M. Brotcorne sont transformées en questions écrites.
Toutefois, si vous aviez copie de vos réponses, notre collaborateur cdH se ferait un plaisir de les emporter,
ce qui nous ferait gagner du temps.
02 Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et ministre de la Fonction publique, des
Entreprises publiques et des Réformes institutionnelles sur "l'absentéisme au travail" (n° 9949)</b>
02 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Ambtenarenzaken,
Overheidsbedrijven en Institutionele Hervormingen over "het werkverzuim" (nr. 9949)
02.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, depuis que les
fonctionnaires fédéraux sont contrôlés au niveau des absences pour
maladie, le nombre de jours d'absence au travail a fortement
régressé. Jusqu'en 2006, les 85.000 fonctionnaires fédéraux n'étaient
contrôlés que par un seul médecin-contrôle.
Depuis 2006, le nombre de médecins contrôleurs a augmenté avec
par exemple pour résultat que les deux milliers de fonctionnaires de
l'Office national des pensions ont vu baisser la moyenne de leurs
jours de maladie de 19 à 14 jours. Je ne sais pas s'il y a un lien de
cause à effet entre l'arrivée des médecins-contrôle et la baisse du
nombre de jours de maladie. C'est en tout cas un constat.
Des éléments troublants restent toutefois d'actualité. Ainsi, à titre
anecdotique, le lendemain de la Saint-Valentin, l'absentéisme a connu
une hausse de 40% dans la fonction publique. Les causes de maladie
les plus fréquemment mentionnées sont d'ordre psychologique,
dépression ou "burn-out" et épuisement professionnel.
À l'échelle mondiale, la Belgique présente des statistiques qui
semblent peu flatteuses concernant l'absentéisme dans la fonction
publique. Le "Wall Street Journal", un journal assez sérieux, indiquait
que seuls les pays scandinaves, la Tchéquie et l'Espagne faisaient
02.01 Xavier Baeselen (MR):
Sinds het ziekteverzuim van de
federale ambtenaren scherper
wordt gecontroleerd, is het aantal
ziektedagen
fors
afgenomen.
Daarnaast zijn een aantal andere
gegevens verontrustend. Zo lag
het ziekteverzuim bij het federaal
ambt de dag na Sint-Valentijn 40
procent hoger.
Hoeveel artsen worden er ingezet
voor
de
controle
van
het
ziekteverzuim bij de federale
ambtenaren?
Hoeveel
dagen
waren de ambtenaren die onder
uw bevoegdheid vallen in 2007 en
2008 gemiddeld afwezig wegens
ziekte?
Hoe
evolueert
dat
gemiddelde? Bevestigt u de
zwakke score van ons land op dat
gebied? Wat zijn de oorzaken van
die slechte resultaten?
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
pire que notre pays.
Pouvez-vous me dire combien de médecins sont affectés au contrôle
de l'absentéisme des fonctionnaires fédéraux à ce jour? Quelle est la
moyenne des jours d'absence des fonctionnaires fédéraux qui
relèvent de vos compétences pour les années 2007 et 2008?
Quelle est la tendance de cette moyenne par rapport aux années
précédentes? Confirmez-vous les tristes performances de notre pays
au niveau européen et même mondial en la matière? Qu'est-ce qui
selon vous explique ces piètres résultats?
02.02 Steven Vanackere, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, je peux en effet vous confirmer que par rapport à la situation
antérieure à 2006 que vous décrivez, on constate une nette
progression. MEDEX, du SPF SPC CAE, a conclu un contrat avec
145 médecins à l'heure actuelle afin d'effectuer des contrôles. Une
moyenne de 112 d'entre eux effectue des missions de contrôle
quotidiennes.
En 2007, quand tous les services n'étaient pas encore intégrés dans
le système, 36.199 contrôles ont été effectués. En 2008, le nombre de
contrôles est monté à 64.702.
En ce qui concerne la moyenne des jours d'absence en 2007 et en
2008, j'ai des chiffres. Je vais essayer de les rendre aussi
compréhensibles que possible. Il faut tenir compte du fait que les
chiffres de 2007 concernent cinq services de l'autorité fédérale, soit
les cinq premiers à entrer dans le schéma. Tandis que les chiffres de
2008 concernent déjà 40 services et il n'est pas aisé de faire des
comparaisons.
En ce qui concerne l'année 2007, le taux d'absentéisme était de
4,71%; en moyenne, l'agent fédéral était malade 1,52 fois. La durée
moyenne de l'absence pour cause de maladie était de 7,17 jours.
En ce qui concerne les chiffres de 2008 et je vous rappelle qu'il s'agit
d'un volume plus important, l'absentéisme était de 5,16%. En
moyenne, l'agent fédéral était malade 1,64 fois et la durée moyenne
de l'absence était de 7,34 jours, donc un chiffre à la hausse.
Pour vous donner une idée de l'évolution, j'ai fait réexaminer les
chiffres des cinq projets pilotes, ce qui nous permettait de faire une
comparaison dans le temps. Nous sommes plutôt là dans une logique
de stabilisation. Le taux d'absentéisme passait de 4,87% à 4,90%
donc une quasi-égalité. La fréquence moyenne est passé de 1,54 à
1,46. La durée moyenne est passée de 7,14 jours à 7,71 jours.
Nous ne pouvons pas en tirer trop de conclusions sauf nous féliciter
d'avoir des chiffres. Cela va nous rendre certainement plus informés à
l'avenir mais il n'est pas facile d'établir des comparaisons dans le
temps actuellement.
Pour compléter l'image, je vais vous donner les chiffres pour le
secteur privé que vous m'avez demandés. Pour 2007, le taux
d'absentéisme dans le secteur privé, selon les chiffres dont je
dispose, était de 5,23% donc au-dessus de celui de la fonction
publique. On était en moyenne 1,9 fois malade pour une durée
02.02 Minister Steven Vanackere:
Ik bevestig de evolutie die u
beschrijft.
De
FOD
Volksgezondheid, Veiligheid van
de Voedselketen en Leefmilieu
heeft een overeenkomst gesloten
met 145 artsen. In 2007, toen nog
niet alle diensten in het systeem
opgenomen waren, werden er
36.199 controles uitgevoerd. In
2008 waren er dat 64.702.
In 2007 bedroeg het ziekteverzuim
in de vijf diensten waare het
project
loopt,
4,71 procent.
Gemiddeld was een ambtenaar
1,52 keer ziek voor gemiddeld
7,17 dagen. In 2008 bleven de
cijfers
in
die
vijf
diensten
nagenoeg gelijk. In de veertig
diensten waarvoor de cijfers
betreffende 2008 beschikbaar zijn,
bedroeg het verzuim 5,16 procent.
Gemiddeld was een ambtenaar
1,64 keer ziek en gemiddeld 7,34
dagen afwezig.
We mogen tevreden zijn over die
cijfers te kunnen beschikken maar
het is te vroeg om er conclusies uit
te trekken. Ter informatie, ik hoed
er
mij
voor
overhaaste
vergelijkingen te maken, maar in
de privé-sector bedroeg het
ziekteverzuim
5,23 procent
in
2007. De werknemers waren
gemiddeld
1,9
maal
ziek
gedurende 12,89 dagen.
Het bestuur medische expertise
(MEDEX)
heeft
nog
geen
internationale
benchmarking
doorgevoerd, maar dat werk werd
aangevat.
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
moyenne de 12,89 jours, c'est-à-dire moins fréquemment mais plus
longtemps.
Je dois aussi vous mettre en garde sur des comparaisons hâtives
avec le secteur privé. Soyons prudents: il y a plus d'ouvriers parmi les
travailleurs du privé que parmi les fonctionnaires fédéraux, à 90% des
employés.
Malheureusement, je dois répondre à votre dernière question que
MEDEX ne s'est pas encore livré à un benchmarking international.
Nous sommes au début d'une démarche de comptage. Nous aurons
l'occasion à l'avenir de comparer ces chiffres de manière plus fine
mais le travail a démarré.
02.03 Xavier Baeselen (MR): Je remercie le ministre pour sa
réponse détaillée. Il n'est pas évident de tirer des conclusions à ce
stade. En tout cas, depuis qu'on a renforcé les équipes de médecins-
contrôleurs et qu'on tient des statistiques en la matière, on observe
une diminution de l'absentéisme dans la fonction publique.
J'encouragerai donc le ministre à poursuivre dans ce sens.
02.03 Xavier Baeselen (MR):
Aangezien de versterking van de
teams van controleartsen en het
bijhouden van statistieken gepaard
gaan met een vermindering van
het ziekteverzuim, moedig ik de
minister aan om in die richting
verder te werken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et ministre de la Fonction publique, des
Entreprises publiques et des Réformes institutionnelles et à la secrétaire d'État aux Personnes
handicapées, adjointe à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "l'objectif de 3%
d'emploi pour les personnes handicapées dans la fonction publique" (n° 10901)
03 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Ambtenarenzaken,
Overheidsbedrijven en Institutionele Hervormingen en aan de staatssecretaris voor Personen met een
handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de doelstelling
van 3 procent voor de tewerkstelling van personen met een handicap in overheidsdienst" (nr. 10901)
03.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, j'ai déposé
cette question chez plusieurs ministres. Elle concerne le fameux
objectif de 3% d'emploi pour les personnes handicapées dans la
Fonction publique. Vous vous souviendrez que, sur proposition de
M. Dupont, alors ministre de la Fonction publique, de M. Demotte,
ministre des Affaires sociales et de la Santé et de Mme Mandaila,
secrétaire d'État à la Famille et aux Personnes handicapées, le
Conseil des ministres avait pris en 2006 quelques décisions
importantes dans le but de faciliter l'engagement et l'insertion de
personnes handicapées, notamment dans la Fonction publique.
À l'heure actuelle, la Fonction publique emploie toujours trop peu de
personnes handicapées. En 2004, l'ensemble des services publics
fédéraux comptait seulement 0,8% de fonctionnaires handicapés,
selon les chiffres que j'ai pu relever. Il était temps d'agir. Un plan
d'action a été défini qui couvrait la période de 2005 à 2007,
notamment en matière de diversité au sein de la Fonction publique.
Ce plan contenait plus de 80 mesures destinées à favoriser la
diversité, à offrir à chacun la possibilité de développer ses talents en
luttant par exemple contre les discriminations envers certains groupes
défavorisés comme les allochtones ou les personnes handicapées.
Le Conseil des ministres avait augmenté l'objectif d'emploi de
personnes handicapées dans la Fonction publique fédérale, qui relève
03.01 Xavier Baeselen (MR): Er
werken nog steeds veel te weinig
personen met een handicap in de
federale overheidsdiensten. Het
actieplan 2005-2007 bevatte meer
dan
80 maatregelen
om
de
diversiteit
te
bevorderen
en
iedereen de kans te bieden om
zijn talenten te ontwikkelen. Om
die doelstellingen te bereiken werd
in dat plan bijvoorbeeld de strijd
aangebonden met de discriminatie
van
bepaalde
achtergestelde
bevolkingsgroepen,
zoals
de
allochtonen en de personen met
een handicap. De ministerraad
had zich ten doel gesteld om het
aantal werknemers met een
handicap
in
de
federale
overheidsdiensten
over
een
periode van drie jaar van 2 tot
3 procent op te trekken.
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
de vos compétences, de 2 à 3%, et ce dans un délai de trois ans.
Monsieur le ministre, quel bilan peut-on tirer de ce plan visant à
l'emploi de personnes handicapées dans la Fonction publique
fédérale qui relève de vos compétences? Quel est l'objectif atteint? La
mesure prévoyant l'interdiction de remplacement d'une personne en
départ dans l'administration par l'engagement d'une personne non
handicapée lorsque le taux de 3% n'est pas atteint dans le service
concerné ou le département concerné est-elle applicable et
appliquée?
Welke balans kan er van dat
actieplan worden opgemaakt?
Welke
doelstelling
werd
er
bereikt? Een van de maatregelen
houdt in dat een persoon die de
administratie verlaat, niet mag
vervangen worden door een niet-
gehandicapte persoon, zolang die
doelstelling van drie procent in de
betrokken dienst of het betrokken
departement niet bereikt is. Is die
maatregel in de praktijk werkbaar
en wordt hij ook toegepast?
03.02 Steven Vanackere, ministre: Monsieur le président, nous nous
trouvons ici aussi dans une situation extrêmement importante, pour
laquelle, nous ne disposons pas de toutes les statistiques voulues,
mais nous nous efforcerons d'y remédier.
Toutefois, je vais tenter de répondre aux questions.
Je voudrais préciser que la mise au travail de personnes handicapées
dans la fonction publique fait l'objet d'une attention toute particulière
de ma part. Dans ce cadre, hier, j'ai participé pendant quelques
heures à un événement organisé par le SPF P&O à propos de la
diversité. J'ai pu voir les stands de l'armée belge, du Selor, de
l'administration fédérale ou des administrations fédérées échangeant
des bonnes pratiques à propos de la diversité et de l'accessibilité à la
fonction publique pour les personnes handicapées.
L'arrêté royal du 5 mars 2007 organisant le recrutement des
personnes handicapées dans la fonction publique administrative
fédérale prévoit que chaque service public est tenu de mettre au
travail des personnes handicapées à concurrence de trois pour-cent
de son effectif et qu'une commission d'accompagnement évaluera
annuellement les efforts fournis par les services, établira ensuite un
rapport et formulera, le cas échéant, des recommandations. En outre,
une procédure commune sera implémentée pour la collecte de
données sur les personnes handicapées au sein du personnel fédéral
afin d'assurer le suivi de la réalisation du quota, sur base de cette
information.
Je rappelle qu'une personne handicapée peut se faire connaître
auprès du Selor lors de son inscription à une sélection comparative
de recrutement ou lors de sa demande d'inscription dans la banque
de données pour contractuels. Elle peut à cette occasion, demander
au Selor de bénéficier d'aménagements raisonnables lors de sa
participation à la sélection comparative de recrutement ou aux tests
de sélection.
Pour chaque sélection comparative de recrutement, il est établi une
liste spécifique des personnes handicapées lauréates. Celles-ci n'y
figurent qu'à leur demande et pour autant qu'elles aient produit une
attestation leur conférant la qualité de personne handicapée.
Actuellement, 60 personnes handicapées lauréates figurent sur de
telles listes. Par ailleurs, il ne s'agit pas uniquement d'attirer des
candidats mais il faut aussi insister pour qu'ils restent au sein de
03.02 Minister Steven Vanackere:
Iedere openbare dienst moet
gehandicapten in dienst nemen,
drie
procent
van
zijn
personeelsbezetting
moet
uit
gehandicapten
bestaan.
Een
begeleidingscommissie zal de
inspanningen die de diensten
leveren,
jaarlijks
evalueren.
Bovendien
zal
een
gemeenschappelijke
procedure
ingevoerd worden om gegevens in
te zamelen over gehandicapten
die bij de federale diensten
werken, en om aan de hand van
die informatie te kunnen nagaan in
welke mate de quota gehaald
worden.
Bij hun inschrijving bij Selor voor
een vergelijkende wervingselectie
of
bij
hun
verzoek
om
ingeschreven te worden in de
gegevensbank voor contractuele
personeelsleden,
kunnen
gehandicapten
zich
kenbaar
maken.
Vandaag staan er op de specifieke
lijsten
van
vergelijkende
wervingselecties
60
gehandicapten die geslaagd zijn.
Anderzijds moet er in het kader
van het retentiebeleid op toegezien
worden dat ze bij de organisatie
blijven.
De FOD P&O moet er trouwens
voor zorgen dat de ontvangst en
de integratie van medewerkers
met een handicap in optimale
omstandigheden verloopt.
In november 2008 werden er
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
l'organisation dans le cadre de la politique de rétention.
Il est nécessaire de veiller à ce que leur accueil et leur intégration se
déroulent dans des conditions optimales. C'est pourquoi, un projet
visant l'amélioration de l'accueil et l'intégration des collaborateurs
avec un handicap a été lancé par le SPF P&O.
En novembre 2008, des focus groups ont été organisés afin de
connaître les expériences des collaborateurs souffrant d'un
handicap ainsi que celles des dirigeants responsables de l'accueil et
de l'intégration sur le lieu de travail.
Ces focus groups ont permis d'identifier les bonnes pratiques et les
éléments qui doivent encore être améliorés.
Les résultats permettront de définir les actions prioritaires à mener en
ce domaine.
S'agissant de l'objectif, un outil de récolte des données relatives aux
handicaps sera mis à la disposition des organisations fédérales.
Comme je l'ai déjà précisé, les chiffres globaux concernant l'emploi
de collaborateurs avec un handicap dans les organisations seront
centralisés par la commission d'accompagnement chargée de
l'évaluation annuelle des efforts fournis et du respect de l'obligation en
matière de recrutement de personnes avec un handicap.
Cette commission d'accompagnement s'est constituée et s'est réunie
une première fois le 16 février 2009. À défaut de disposer de données
globales, je ne puis vous livrer que des informations portant sur le
SPF Personnel & Organisation. Sur un effectif total de 540 agents
(situation au 10 février 2009), le nombre de personnes handicapées
s'élève à treize, soit 2,41%.
Pour l'application de la mesure prévoyant l'interdiction de
remplacement d'une personne en départ dans l'administration par
l'engagement d'une personne non handicapée lorsque le taux de 3%
n'est pas encore atteint dans le département, je dois vous signaler
que les articles 3 ­ à savoir l'obligation pour chaque service public de
mettre au travail des personnes handicapées à concurrence de 3% de
son effectif et, en cas de non-respect, après avis conforme de la
commission d'accompagnement, le refus de recourir à des
recrutements ­ et 4 ­ évaluation annuelle par cette commission des
efforts fournis par chaque service public ­ entreront en vigueur le
1
er
janvier 2010. Aucune mesure n'est donc actuellement appliquée
lorsque le taux de 3% n'est pas encore atteint.
focus groups gehouden om de
ervaringen van medewerkers met
een handicap te kennen, samen
met
de
ervaringen
van
leidinggevenden die instaan voor
de ontvangst en de integratie op
de werkplek. Die focus groups
hebben de goede praktijken en de
elementen die voor verbetering
vatbaar zijn, aan het licht gebracht.
Wat de doelstelling betreft, zullen
we een instrument voor de
gegevensinzameling
met
betrekking tot de handicaps ter
beschikking
stellen
van
de
federale instellingen. De totalen
betreffende de tewerkstelling van
medewerkers met een handicap
zullen
centraal
worden
bijgehouden
door
de
begeleidingscommissie belast met
de jaarlijkse evaluatie van de
inspanningen die geleverd worden
op stuk van de werving van
personen met een handicap, en
van
de
naleving
van
die
verplichting.
In de FOD P&O werken er op een
totaal van 540 ambtenaren 13
personen met een handicap, wat
neerkomt op 2,41 procent.
Er
worden
geen
bijzondere
maatregelen getroffen wanneer
die grens van 3 procent nog niet
bereikt is.
03.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, je tiens tout
d'abord à féliciter le ministre de ses réponses très concrètes. C'est
toujours agréable d'interroger un ministre qui répond aux questions
qui lui sont posées. Je le remercie donc des chiffres qu'il nous a
détaillés.
J'entends que nous en sommes au stade de la récolte de données.
La faute ne vous en incombe pas. Ceci étant, j'estime que l'on tarde
un petit peu trop au vu de l'objectif. Le plan et la prise de conscience
d'un effort à fournir datent quand même de 2005. Je ne saurais trop
vous encourager à accélérer la collecte des données dans les
départements qui dépendent de la fonction publique fédérale, car ce
03.03 Xavier Baeselen (MR): De
gegevensinzameling
in
de
departementen die onder het
federaal openbaar ambt vallen,
moet aangemoedigd en versneld
worden.
Als minister van Ambtenarenzaken
zou u het voorbeeld kunnen geven
door te trachten zo snel mogelijk
de doelstelling van 3 procent te
halen.
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
ne doit pas être trop difficile.
En tant que ministre de la Fonction publique, il serait judicieux que
vous montriez l'exemple en essayant d'atteindre le plus rapidement
possible l'objectif des 3%. Alors que la prise de conscience remonte à
2005 et que le premier plan d'action s'étalait de 2005 à 2007,
j'entends que toutes les informations ne sont pas encore recueillies.
Je regrette cette situation, mais je répète qu'elle ne vous incombe pas
à titre personnel.
03.04 Steven Vanackere, ministre: Monsieur le président, je tiens à
ajouter un élément à ce propos. En ce qui concerne la récolte des
données, il ne faut pas oublier qu'un certain nombre de personnes qui
sont actuellement en service ne tiennent pas nécessairement à
s'afficher comme personnes handicapées.
La politique réussie d'intégration fait souvent en sorte que des
personnes qui travaillent au sein d'une administration et qui ont fait
l'effort d'être parfaitement intégrées dans leur fonction, sans avoir fait
appliquer une quelconque mesure de protection, n'ont pas
nécessairement envie de "réclamer" un statut de personne
handicapée. Il faut donc garder à l'esprit que la récolte des données
n'est pas évidente, dans la mesure où tous ne souhaitent pas
nécessairement faire appel à cette protection.
03.04 Minister Steven Vanackere:
Het is niet altijd gemakkelijk om
gegevens
te
verzamelen.
Sommige mensen die in dienst zijn
en die zich perfect in hun functie
geïntegreerd hebben zonder zich
op een beschermingsmaatregel te
beroepen, willen namelijk niet altijd
een statuut van gehandicapte
'opeisen'.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Samengevoegde interpellaties van
- de heer Ben Weyts tot de vice-eerste minister en minister van Ambtenarenzaken, Overheidsbedrijven
en Institutionele Hervormingen over "het arrest 190241 van de Raad van State, uitgesproken op
5 februari 2009, inzake de taalwetgeving" (nr. 283)
- de heer Bart Laeremans tot de vice-eerste minister en minister van Ambtenarenzaken,
Overheidsbedrijven en Institutionele Hervormingen over "de mogelijke aanpassing van de
taalexamens voor de lokale ambtenaren in het Brussels gewest" (nr. 284)
04 Interpellations jointes de
- M. Ben Weyts au vice-premier ministre et ministre de la Fonction publique, des Entreprises
publiques et des Réformes institutionnelles sur "l'arrêt 190241 du 5 février 2009 du Conseil d'État
concernant la législation relative à l'emploi des langues" (n° 283)
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de la Fonction publique, des Entreprises
publiques et des Réformes institutionnelles sur "l'adaptation éventuelle des examens linguistiques
pour les fonctionnaires locaux de la Région de Bruxelles-Capitale" (n° 284)b>
04.01 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, het gaat over een arrest van de Raad van State,
uitgesproken op 5 februari, inzake de taalwetgeving.
In de pers, op gezag van enkele Franstalige tenoren ­ onder wie
Olivier Maingain, naar ik dacht ­ luidde de boodschap dat de Raad
van State zou hebben geoordeeld dat de taalwetgeving te strikt is en
dat de taalexamens, meer bepaald de taalexamens zoals uitgewerkt
in een betrokken koninklijk besluit, te moeilijk zouden zijn, zodat de
Raad van State heeft geoordeeld dat die examens moeten worden
versoeped, moeten worden vereenvoudigd. Dat was alleszins de
communicatie van twee Franstalige tenoren uit Brussel, welke
communicatie vervolgens spijtig genoeg ten dele in de
Nederlandstalige media is overgenomen.
04.01 Ben Weyts (N-VA): Si l'on
en croit la presse francophone et
en particulier M. Maingain, notre
législation linguistique est trop
stricte et les examens linguistiques
sont trop difficiles. Ils interprètent
tous deux l'arrêt du 5 février 2009
en
matière
de
législation
linguistique dans un sens très
particulier, à savoir que selon eux,
le Conseil d'État estimerait que les
examens linguistiques doivent être
plus faciles. Cette interprétation
est partiellement relayée par la
presse flamande. Pourtant, l'arrêt
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Het arrest zegt natuurlijk niet dat er sprake moet zijn van een
versoepeling of een vereenvoudiging van de examens. Straks mag u
ook dieper ingaan op de inhoud van het arrest zelf. Ik verwijs
bijvoorbeeld dat inzake artikel 8 wordt gezegd dat er wettelijk geen
onderscheid kan worden gemaakt in moeilijkheidsgraad naargelang
het niveau.
Om een lang verhaal kort te maken, uiteindelijk kan, op basis van het
arrest van de Raad van State, zelfs worden overgegaan tot
moeilijkere taalexamens.
Nu hebt u al aangekondigd dat u samen zou gaan zitten met onder
andere de heer Picqué. Aan Vlaamse kant heerst vanzelfsprekend de
bezorgdheid of u effectief een Franstalige droom zult realiseren door
werk te maken van een vereenvoudiging, van een versoepeling.
Wij stellen spijtig genoeg vast dat de taalwetgeving nog steeds niet
wordt gerespecteerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vooral bij
de gemeentelijke ambtenaren, maar ook bij de gewestelijke
ambtenaren kan het principe van de tweetaligheid van de dienst niet
worden gegarandeerd. Ook in hoofde van de Brusselse gemeentelijke
ambtenaren stellen wij vast dat de tweetaligheid van de ambtenaren
niet kan worden verzekerd, nog steeds niet.
Ik vraag u om alstublieft niet het kind met het badwater weg te gooien,
dus om niet te raken aan het principe van de tweetaligheid van de
ambtenaren, om niet het principe van de tweetaligheid van de dienst
in vraag te stellen.
Mijnheer de minister, wat is uw uitgangspunt in uw gesprekken met de
heer Picqué?
Wat is uw visie en analyse van het arrest van de Raad van State?
Wat leert u dat?
Wat draagt de Raad van State u op?
Welke oplossing meent u te kunnen koppelen aan dat arrest?
du Conseil n'évoque absolument
pas
une
simplification
des
examens et on pourrait même
utiliser cet arrêt pour organiser des
examens plus difficiles. Une
concertation avec le ministre-
président Picqué devrait être
consacrée à cette question.
Certains Flamands craignent que
le ministre fasse preuve d'une trop
grande souplesse et tente de
rendre ces examens plus faciles
alors que la législation linguistique
dans la Région de Bruxelles-
Capitale
n'est
toujours
pas
respectée et que le bilinguisme du
service ne peut encore être
assuré.
Quelle sera la priorité du ministre
dans le cadre de ces entretiens
avec M. Picqué? Quelles mesures
estime-t-il devoir prendre après
l'arrêt du 5 février 2009?
04.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, nogal wat Brusselse Vlamingen hebben de
neiging om zich op te stellen als een soort Flamand de service. Zij
gedragen zich erg dienstvaardig als er Franstalige oekazes of
Franstalige desiderata zijn. Ik zie dat meer dan ooit bij Guy
Vanhengel. Ik zie dat bij Pascal Smet die zelfs pleit voor de uitbreiding
van Brussel of in die zin zeer dwaze uitspraken heeft gedaan. Ik zie
dat gelukkig iets minder, vooral inzake perceptie, bij Brigitte Grouwels.
Ons is laatst de mare bereikt dat Brigitte Grouwels, ondanks dat zij nu
de kopvrouw van CD&V in Brussel is, niet meer de Brusselse lijst zal
trekken, maar dat u dat zult doen. Zij zal genoegen moeten nemen
met de Vlaamse lijst. Als u de beste resultaten haalt, wordt u
misschien de belangrijkste Vlaamse minister in Brussel en hebben wij
opnieuw een nieuwe Chabert in Brussel.
Ik zie u knikken. Met het oog op de macht kan ik dat begrijpen, maar
als referentie naar Chabert die altijd een deemoedige en zeer brave
Vlaming was die zich altijd door de Franstaligen liet rollen, houd ik
04.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang):
Les
responsables
politiques flamands de Bruxelles
ont trop tendance à faire les
quatre volontés des francophones.
La preuve en est que la liste
CD&V pour Bruxelles sera tirée
par le ministre Vanackere et non
par Brigitte Grouwels. Si M.
Vanackere obtient un bon score
électoral en juin, il n'est pas
impossible qu'il devienne le
ministre flamand le plus important
de Bruxelles, comme M. Chabert
l'était autrefois. Dans l'optique
d'une conquête du pouvoir, je
trouve que c'est positif mais
le ministre Chabert s'est fait
souvent rouler dans la farine par
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
mijn hart vast als ik nu kijk naar de verkiezingen van 7 juni. Ik durf
bijna hopen dat dit heel anders zal uitdraaien en dat u viceminister op
federaal vlak kunt blijven om niet in die Brusselse slangenkuil te
moeten terechtkomen.
Ik stel vast dat de Vlamingen in Brussel een knipmesmentaliteit
hebben. Zij buigen heel gewillig en deemoedig voor de Franstaligen.
Ik hoop dat daaraan ooit eens een einde komt, zeker wanneer wij het
recht
aan
onze
kant
hebben.
Ik
verwijs
naar
het
taalhoffelijkheidsakkoord, u niet onbekend, dat bij herhaling werd
vernietigd door de Raad van State, onder andere op onze vraag en de
partij van de heer Weyts.
Dat wordt gewoon genegeerd. De Raad van State bestaat daar
eigenlijk niet. De Raad van State heeft de ongeldigheid van dat
akkoord vastgesteld. Toch wordt het nog altijd toegepast en worden
zeer massaal mensen in Brussel tewerkgesteld die absoluut niet aan
de taalvereisten voldoen.
Nu is er blijkbaar een ander arrest dat blijkbaar in de richting van de
Franstaligen gaat, dat minder zware eisen aan de tweetaligheid stelt.
Ik zie u neen schudden. U zult dat straks kunnen toelichten. U was
meteen bereid om zeer verregaand in te gaan op de Franstalige eisen
en de taalexamens aan te passen.
Voor ons kan over het niveau en de gradaties van de taalexamens
worden gesproken. Ik wil dat hele debat gerust eens voeren, maar
dan het volledige debat, ook over het naleven van de taalwetgeving
en de verplichte tweetaligheid op lokaal niveau die nu niet wordt
nageleefd.
Het is voor u als Brussels politicus een zeer belangrijk dossier. Ik zou
graag hebben dat u zich ter zake eens durft te engageren. Dat u wilt
praten over het niveau en verschillende gradaties van de examens.
Daar kan ik zelfs inkomen.
U zou er ook moeten op aandringen dat de wet wordt nageleefd en
dat men op het lokale niveau, in de OCMW's, in de ziekenhuizen van
de OCMW's, in de gemeentehuizen en in alle lokale diensten, ook in
het Nederlands terechtkan en dat dit wordt gegarandeerd en dat elk
personeelslid vanaf een bepaald bediendeniveau ook Nederlands
kent, net zoals men ook Frans moet kennen. Ik had ter zake een
bredere kijk van u verwacht.
Mijnheer de minister, ik heb hierover een aantal vragen.
Ten eerste, kunt u de draagwijdte van het betrokken arrest schetsen?
Op welke personeelscategorie is het van toepassing? Tot nu toe
hebben wij het arrest immers nog niet gevonden. Tot welke
conclusies heeft uw onderzoek naar het arrest geleid?
Ten tweede, bent u van oordeel dat de taalexamens inderdaad aan de
precieze functie moeten worden aangepast? Moeten de examens ook
worden versoepeld? Welke wijzigingen wil u precies doorvoeren?
Ten derde, hoe reageert u op de massale niet-toepassing van de
tweetaligheidvereiste door de lokale Brusselse besturen, openbare
ziekenhuizen en politiezones? Welke initiatieven neemt u om die
les francophones. J'espère donc
que le ministre Vanackere restera
vice-premier ministre dans le
gouvernement fédéral.
Je constate que les Flamands de
Bruxelles ont une mentalité de
caniche dans la mesure où ils se
couchent facilement et docilement
aux pieds des francophones.
J'espère que ça ne durera pas, à
plus forte raison si nous sommes
dans notre bon droit. Je me
référerai à cet égard à l'accord de
courtoisie linguistique que le
Conseil d'État a mis plusieurs fois
à néant mais qui est toujours
appliqué.
À
Bruxelles,
on
embauche toujours à la pelle des
gens qui ne satisfont pas aux
conditions linguistiques.
Il y a donc à présent un nouvel
arrêt du Conseil d'État. Le
ministre, M. Vanackere, semble
immédiatement disposé à se
montrer accommodant envers les
francophones et à adapter le
niveau et les gradations des
examens
linguistiques.
Nous
voulons
mener
ce
débat,
sereinement, mais qu'il s'agisse
alors d'un vrai débat global portant
également sur le respect de la
législation linguistique et du
bilinguisme obligatoire au niveau
local.
Quelle est la portée de cet arrêt? À
quelles catégories de personnel
s'applique-t-il?
Les
examens
linguistiques
doivent-ils
être
adaptés à la fonction précise?
Doivent-ils être assouplis? Quelles
modifications concrètes le ministre
souhaite-t-il apporter? Quelle est
la réaction du ministre quant à la
non-application
massive
des
exigences de bilinguisme dans les
administrations
locales
bruxelloises,
les
CPAS,
les
hôpitaux publics et les zones de
police? Quelles initiatives prend-il
pour assurer l'application de la
législation linguistique? Quelles
assurances a-t-il obtenues des
instances
bruxelloises
pour
garantir
que
la
législation
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
toepassing van de taalwetgeving te verzekeren?
Ten vierde, welke garanties hebt u gekregen van de Brusselse
instanties dat de taalwetgeving in de toekomst wel strikt wordt
nageleefd, zowel in de gemeenten- en OCMW-diensten als in de
openbare ziekenhuizen en politiezones?
Als u inderdaad met Piqué hebt gepraat, hoop ik dat u ook daarover
hebt gepraat en dat men op een of andere manier wil afdwingen dat
die taalwetgeving wordt nageleefd.
Ik ben benieuwd naar uw antwoord, mijnheer de minister.
linguistique
serait
à
l'avenir
respectée à la lettre par toutes les
instances?
04.03 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, in ieder
geval wil ik aanstippen dat deze interpellatie mij de kans geeft om
alvast een aantal misverstanden, en dan een in het bijzonder, officieel
weg te werken. Het betreft vooral de bewering van sommigen dat de
Raad van State iets zou gezegd hebben over de moeilijkheid van de
examens. De Raad van State heeft daar namelijk niets over gezegd.
Wanneer het gaat om de analyse van de taalexamens ­ ze zijn te
moeilijk, te gemakkelijk of net zwaar genoeg ­ is het belangrijk om te
onderlijnen dat we geen enkele conclusie kunnen trekken uit datgene
wat de Raad van State vandaag vertelt. Elke evaluatie die in de
richting gaat van een kwalitatief oordeel met betrekking tot de
lastigheidsgraad van het examen, is een verklaring die geen hout
snijdt. Dat zeg ik met grote overtuiging, maar ik vind het belangrijk om
dat in deze parlementaire assemblee nog eens te bevestigen. De
draagwijdte van het arrest van de Raad van State heeft niets te
maken met de moeilijkheidsgraad van de examens.
Wat heeft de Raad van State dan wel gedaan? Ik neem wel wat
reserve ten opzichte van een aantal overwegingen van de oekazes
links en rechts. Iedereen moet zich op dezelfde manier aan de
arresten van de Raad van State houden. Ik weet dat u dat argument
straks in uw repliek nog zult gebruiken, maar het is een algemeen
beginsel dat een Raad van State geen uitspraak doet voor de een of
andere Gemeenschap; die vertelt in rechte datgene waarmee een
overheid rekening hoeft te houden.
De Raad van State heeft artikel 9, §1, van het koninklijk besluit dat de
taalproeven regelt, vernietigd en ook de passage over de schriftelijke
proef in artikel 8. Artikel 9, §1, heeft betrekking op twee soorten
proeven, namelijk de proef "voldoende mondelinge kennis bestemd
voor functies of betrekkingen van niveau 1" en de proef "elementaire
mondelinge kennis bestemd voor functies en betrekkingen van de
niveaus 2+, 2, 3 en 4".
Door de vernietiging van artikel 9, §1, is er dus vandaag niet langer
een correcte reglementaire basis om het bewijs van voldoende of
elementaire kennis uit te reiken dat vereist is om benoemd te worden
binnen een plaatselijke of gewestelijke dienst, gevestigd in het
arrondissement Brussel Hoofdstad, in een functie of een betrekking
waarvan de titularis omgang heeft met het publiek.
Wat artikel 8 betreft heeft de Raad van State de schriftelijke proef
vernietigd. Ik wil toch nog even aanstippen dat in de praktijk 99
proeven van de proeven voor artikel 8 computergestuurd zijn. We
bekijken wat de gevolgen daarvan zijn.
04.03
Steven
Vanackere,
ministre: Le Conseil d'État ne s'est
absolument pas prononcé à
propos de la difficulté des
examens linguistiques et n'a pas
formulé de jugement qualitatif. Par
contre, le Conseil a dit ne pas
vouloir se prononcer pour l'une ou
l'autre Communauté. Le Conseil
d'État dit en droit ce dont une
instance doit tenir compte. La
portée de l'arrêt du Conseil d'État
est donc sans rapport avec le
degré de difficulté des examens.
Le Conseil d'État a annulé l'article
9, § 1er de l'arrêté royal organisant
les examens linguistiques. De ce
fait, il n'y a plus de base
réglementaire correcte pour les
nominations,
dans
l'arrondissement de Bruxelles-
Capitale, pour des fonctions qui
supposent un contact avec les
citoyens.
Concernant l'article 8, le Conseil
d'État a annulé l'épreuve écrite.
Dans la pratique, toutefois, 99 %
des épreuves de l'article 8 sont
informatisées. Nous examinerons
quelles
en
seront
les
conséquences.
Les dispositions de l'arrêt portent
exclusivement sur l'épreuve écrite.
L'arrêt ne concerne donc pas le
degré de difficulté mais dispose
qu'un arrêté royal ne peut pas
établir de distinction au niveau du
degré
de
difficulté
de
la
connaissance linguistique exigée
en fonction du niveau ou du grade.
En effet, cette distinction est
insuffisamment justifiée sur la
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
De bepalingen van het arrest van de Raad van State betreffen enkel
de schriftelijke proef. Ik herhaal dat het arrest zich niet uitspreekt over
de moeilijkheidsgraad; het arrest stelt dat het niet mogelijk is om bij
koninklijk besluit een onderscheid, een gradatieverschil te maken
inzake moeilijkheidsgraad van de vereiste taalkennis volgens niveau
of graden.
Dat is de kern van wat de Raad van State zegt. De Raad van State
zegt dat, lezend wat de wet voorschrijft, de regering, die het koninklijk
besluit maakt, geen voldoende grond vindt om een onderscheid te
maken in het soort examens, zich alleen baserend op de graad of het
niveau van de ambtenaar die betrokken is.
Conform de wet kan men wel degelijk onderscheiden maken en kan
men ambtenaren en kandidaat-ambtenaren aan verschillende soorten
examens onderwerpen, maar dan wel op basis van de aard van de
functie. Volgens de Raad van State volstaat het niet voor de aard van
de functie te zeggen hoe het is voor iemand van niveau 1 en hoe het
is voor iemand van niveau 3. Dat onderscheid is onvoldoende
verantwoord op basis van de wettelijke teksten.
Met andere woorden, de Raad van State zegt niet dat het toetsen van
de taalkennis op basis van de huidige wetgeving niet verschillend zou
kunnen zijn voor ­ louter bij wijze van voorbeeld ­ een verpleegster in
een urgentiedienst en voor een documentalist. Dat zegt de Raad van
State niet. Hij zegt alleen dat men geen onderscheid kan maken op
basis van de graad.
(...): Via KB?
base des textes légaux.
04.04 Minister Steven Vanackere: Ja, mocht de wetgever hebben
gezegd dat men examens mag variëren naargelang de graad van de
ambtenaar, dan was er geen probleem. Stricto sensu zou een
onderscheid op basis van graden, toegestaan volgens de wet, niet
problematisch zijn in een KB. In dit concrete geval vindt men echter
onvoldoende grondslag in de wet om dat soort onderscheid te maken.
Dat is het tweede wat de Raad van State niet zegt. Hij heeft niet
gezegd dat het te moeilijk of te gemakkelijk is. Hij heeft ook niet
gezegd dat men geen onderscheid mag maken en dat men iedereen
aan hetzelfde examen moet onderwerpen. Hij heeft gezegd dat, als
men een onderscheid maakt, men dat niet mag doen volgens de te
brute of te weinig genuanceerde onderscheiden van het niveau van
de ambtenaar.
Er is een kleine insinuatie geweest dat ik snel heb gereageerd na de
uitspraak van de Raad van State om te zeggen dat ik het zou
aanpassen. Wel, dat heb ik niet gezegd. Ik heb toen meteen gezegd
dat mijn voorgangster en ikzelf ­ in de korte periode dat ik al aan de
slag was voor de uitspraak van de Raad van State ­ hoe dan ook
bezig waren de examens aan te passen. Wij wensen dat ook voor
een aantal goede redenen te doen. De uitspraak van de Raad van
State staat ook niet haaks op hetgeen reeds was voorbereid door mijn
voorgangster. Dat heb ik gezegd.
Mijn voorgangster in ikzelf waren bezig een koninklijk besluit voor te
bereiden dat rekening houdt met het beginsel van gezond verstand,
04.04
Steven
Vanackere,
ministre: Lorsque l'arrêté royal
établit une distinction en termes de
degré de difficulté, il ne faut donc
pas se baser sur le niveau de
l'emploi mais sur la nature de
l'emploi à exercer. Le contrôle des
connaissances linguistiques peut
donc différer fondamentalement
suivant la nature de la fonction, et
non pas sur la base du grade.
Après l'arrêt, j'ai tout de suite
indiqué clairement que mon
prédécesseur
avait
déjà
commencé à adapter les examens
linguistiques et que le jugement du
Conseil d'État n'était nullement
contraire
à
ses
travaux
préparatoires
en
vue
de
l'adaptation de l'arrêté royal relatif
aux examens linguistiques. Les
examens linguistiques doivent
donc contrôler les connaissances
dont le fonctionnaire en question a
véritablement besoin. Je souhaite
tirer profit de l'arrêt pour adapter
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
met name de aanpassing van de examens aan datgene waarvoor de
ambtenaar de taalkennis nodig heeft. Trouwens, ik geloof dat velen
het met mij eens zullen zijn dat het draagvlak voor dat soort examens
sterker is naarmate men aanneemt dat het soort examens een goede
band heeft met datgene waarvoor de ambtenaar de taal zal moeten
gebruiken.
De eeuwige voorbeelden van onderdelen van een schip die worden
gevraagd aan een verpleegster of, omgekeerd, vragen over
medicijnen, die men aan een boekhouder zou stellen, komen te talrijk
terug, weliswaar als anekdotische voorbeelden, om geen rekening te
willen houden met examens die in het belang zijn van iedereen en in
het bijzonder van de burger die een beroep wil doen op een
ambtenaar die hem in de eigen taal te woord kan staan; men moet
ervoor zorgen dat de examens toetsen wat een ambtenaar echt nodig
heeft.
Wij waren dat dus reeds aan het voorbereiden. Ik wil dit arrest dan
ook aangrijpen om de taalexamens relatief grondig aan te passen. Ik
hoop zo snel mogelijk een ontwerp bij de Ministerraad te kunnen
indienen, niet a priori over de moeilijkheidsgraad van de examens en
evenmin omdat men zou vinden dat het vandaag te moeilijk is, maar
om ervoor te zorgen dat er een correct onderscheid kan worden
gemaakt op basis van een koninklijk besluit dat de wet respecteert en
dat rekening houdt met de manier waarop de Raad van State die
interpreteert.
Ten slotte, er zijn een aantal overwegingen geweest, en ik begrijp ze
heel goed, met betrekking tot de afdwingbaarheid van de regel in de
taalwet, met betrekking tot de aanwerving van ambtenaren in de
lokale besturen. Ik begrijp heel goed het discours dat daar naar voren
wordt gebracht. Sta mij evenwel toe in dat verband een onderscheid
te maken. In het ene geval spreken wij over een KB dat wordt
vernietigd door de Raad van State omdat de Raad van State zegt dat
er onvoldoende draagvlak is in de federale wet om te verantwoorden
wat wij doen. In het andere geval spreekt men over een situatie, die u
mij beschrijft, waarbij de regels met betrekking tot de aanwerving van
personeel in de lokale besturen niet voldoende wordt gehandhaafd op
basis van een voogdijregeling waarvan u weet dat ze enerzijds wel
ingeschreven is in een federale regelgeving, maar anderzijds,
overeenkomstig de bijzondere wet, is overgedragen aan de
gewestelijke overheid. U kent dat beter dan eenieder.
Ik wil daar toch wel een groot onderscheid tussen de twee aspecten
maken. In het federale België moet men hoe dan ook met iedereen,
welke ook zijn taal is, overeenkomen dat wetten er zijn om
gerespecteerd te worden, om afgedwongen te worden. De manier
waarop dit gebeurt en de voogdij die daarbij wordt gehanteerd, maakt
het voorwerp uit van een regeling waarbij verdere perfectioneringen
moeten gebeuren met de instemming van iedereen die betrokken is
geweest bij de opmaak van de regeling. Vandaag bestaat er een
voogdij, u kent dat, die maakt dat wanneer de vicegouverneur een
probleem aankaart, dat beroep niet leidt tot een vernietiging, tenzij in
unanimiteit de voltallige Brusselse regering akkoord gaat met de
analyse van de vicegouverneur.
Dat is vandaag, de lege, de situatie. Een wijziging daarvan dient te
gebeuren in overeenstemming met alle betrokken partijen. U weet
les examens le plus rapidement
possible, mais donc absolument
pas parce qu'ils seraient trop
difficiles.
En
ce
qui
concerne
les
recrutements
dans
les
administrations
locales,
nous
devons établir une distinction entre
l'arrêté royal fédéral, en partie
annulé par le Conseil d'État parce
qu'il ne disposait pas d'une assise
suffisante dans la loi fédérale, et le
régime de tutelle qui est bien
ancré dans la réglementation
fédérale mais qui, d'autre part ­
conformément à la loi spéciale ­ a
été transféré à la Région. Au sein
de la Belgique fédérale, il doit être
convenu que les lois sont faites
pour être respectées et rendues
contraignantes. La manière de
procéder à cet effet et la tutelle
appliquée à cet égard peuvent être
améliorées en concertation avec
toutes les parties associées à leur
élaboration.
Aujourd'hui, le vice-gouverneur
peut soulever un problème mais
ce recours ne conduit pas à une
annulation, sauf s'il y a unanimité
au sein de l'ensemble du
gouvernement bruxellois. Cette
réglementation est examinée en
d'autres lieux afin d'y apporter des
améliorations.
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
heel goed dat dat het voorwerp uitmaakt van gesprekken die verder
reiken dan alleen maar dit onderwerp en dat men mag zeggen dat wij
in dit land in de nabije toekomst daarop betere vooruitgang kunnen
boeken dan in de voorbije maanden mogelijk is gebleken.
04.05 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de minister, ten eerste, het
verheugt mij dat u bevestigt ­ ik heb dat ook trachten te
communiceren ­ dat de Raad van State zich niet heeft uitgesproken
over de moeilijkheidsgraad. Uiteindelijk kan dat zelfs resulteren in
moeilijkere taalexamens voor eenieder.
Ten tweede, u zegt dat u in maart zult spreken met de heer Picqué. U
geeft daarbij de indruk dat op basis van dat gesprek de inzichten met
betrekking tot de wijziging van de taalwetgeving of van het betrokken
KB zullen groeien. Ik wil absoluut vragen om, als er een aanpassing
komt, dit momentum te gebruiken, niet tegen ons of de Brusselse
Vlamingen, maar voor de Brusselse Vlamingen, en om een groot
gesprek te organiseren.
Ik stel vast ­ ik weet niet of u daarop kunt ingaan ­ dat er concrete
wettelijke problemen zijn door de vernietiging van artikel 9 en de
afwezigheid van een basis voor het verstrekken van bewijzen van
taalkennis, die vereist zijn voor ambtenaren die contact hebben met
het publiek. Er is een zekere urgentie mee gemoeid. Alles moet op
tafel komen, wanneer u gaat spreken met Picqué. De bestaande
situatie is onwettelijk. Ik verwijs niet alleen naar het
taalhoffelijkheidsakkoord en de vernietiging door de Raad van State.
U zegt dat de vernietiging van dit KB, enerzijds, en het
taalhoffelijkheidsakkoord, anderzijds, andere zaken zijn, hoewel het
allebei administratieve rechtshandelingen of praktijken zijn die de
Raad van State heeft vernietigd.
Dat moet allemaal ter sprake komen, inclusief de omkering ­ wat u
suggereert ­ van de afkeuringsvoogdij naar een goedkeuringsvoogdij
door de vicegouverneur van Brussel, ten opzichte van alle
benoemingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Al die zaken
zullen op tafel moeten komen, wanneer u een grondige en
omvattende regelgeving tot stand wilt brengen. Het uitgangspunt zal
moeten zijn dat vanaf dat moment de bestaande taalwetgeving
eindelijk gerespecteerd zal moeten worden door eenieder. In het
andere geval zal er geen aanpassing komen van welke regelgeving of
wetgeving dan ook.
04.05 Ben Weyts (N-VA): Le
ministre confirme que le degré de
difficulté
des
examens
linguistiques n'a pas été examiné
par le Conseil d'Etat. J'espère que
dans le cadre de la concertation
avec le ministre-président Picqué il
défendra
les
intérêts
des
Flamands de Bruxelles et que la
discussion portera sur tous les
sujets. La situation actuelle étant
illégale, il convient de s'y atteler
d'urgence. L'accord de courtoisie
linguistique et le régime de tutelle
doivent également faire l'objet de
discussions.
04.06 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Ik vond het een interessant
debat. U hebt een goede en heldere analyse van het arrest gemaakt,
waarbij niet zozeer de moeilijkheid van het examen, maar wel de
indeling in verschillende gradaties werd bekritiseerd, terwijl daar op dit
moment geen wettelijke basis voor is.
Ik heb er in principe geen probleem mee dat die er wettelijk zou
komen. Er mag inderdaad een niveauverschil mogelijk zijn tussen een
klerk op het laagste niveau en een directeur-generaal bij wijze van
spreken. Op dat hogere niveau stelt men soms vast dat mensen met
een tweetaligheidsbewijs uiteindelijk niet aan de eisen voldoen, waar
men toch hogere eisen zou kunnen stellen. Dat zou voor bepaalde
niveaus zeker mogen leiden tot een verhoging van de normen en,
anderzijds, op het laagste niveau misschien een versoepeling. Daar
ken ik zelfs te weinig van om daar uitspraken over te doen. Het lijkt
04.06 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): L'arrêt du Conseil d'État
ne vise pas le degré de difficulté,
mais bien les gradations. Il devrait
en effet être possible d'opérer une
distinction en fonction de la nature
de l'emploi. Cette méthode, non
dénuée
de
logique,
serait
également
bénéfique
aux
Flamands,
même
s'il
est
nécessaire, pour les examens
linguistiques, de toujours se fonder
sur un minimum requis de façon à
maintenir un certain niveau de
bilinguisme.
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
mij logisch dat er verschillende gradaties zouden bestaan.
Daar is zeker op termijn wetgevend werk voor nodig, waar trouwens
ook de Vlamingen baat bij zouden hebben. Ook Nederlandstaligen
hebben niet altijd het hoogste niveau van kennis van de andere
landstaal, steeds minder zelfs. Een gradatie lijkt mij verdedigbaar. Het
moet wel altijd vanaf een absoluut minimum zijn, dat verdedigbaar is
en waarbij men zich goed uit de slag kan trekken aan een loket of
waar dan ook, in de twee talen. Het kan er niet op neerkomen dat
men het uiteindelijk zodanig uitholt dat de tweetaligheid er echt onder
zal lijden.
Maar wat u dan daarna zegt over de afdwingbaarheid en de
goedkeuringsvoogdij en dergelijke meer, daar heb ik toch wel wat
meer bedenkingen bij. Ik weet ook wel dat op dit moment het systeem
niet goed is. Wij hebben een wetsvoorstel ingediend in het verleden
om dat om te keren. Niet wij alleen, Annemie Vandecasteele heeft dat
in het verleden nog gedaan. Op dit moment is de wet wel duidelijk: de
wet zegt dat men tweetalig moet zijn, dat men de twee talen moet
kennen vooraleer in dienst te treden, niet alleen als statutair, maar
zelfs als contractueel ambtenaar. Het wordt gewoon niet nageleefd,
men doet alsof dat niet bestaat, men negeert dat.
U zegt dat we daarover opnieuw moeten onderhandelen. Neen, men
moet in Brussel gewoon de wet toepassen. Men mag geen nieuwe
mensen meer aanstellen die niet over de taalvereisten beschikken.
Men moet dan ook de mensen aanmoedigen om die taalexamens af
te leggen en dat doet men niet. Men negeert gewoon de verplichte
taalwetgeving, die van openbare orde is. Daar betreur ik, mijnheer de
minister, dat uw partij die in Brussel altijd in de meerderheid is
gebleven, ook al was er federaal een paarse meerderheid, altijd de
taalhoffelijkheidsakkoorden heeft gesteund. Wij hebben iedere keer
opnieuw kunnen aantonen met de Raad van State als ultieme
toetssteen, dat ze onwettelijk waren. Toch zegt u nu opnieuw dat we
ze in de praktijk eigenlijk niet kunnen afdwingen of handhaven. Ik sta
versteld wanneer ik dat hoor. U zou moeten zeggen: het arrest van de
Raad van State moet worden nageleefd en dus moet het beleid in
Brussel veranderen en hoeven we niet te wachten op nieuwe
akkoorden.
Le régime de tutelle actuel étant
inapproprié, nous avons déposé
une proposition de loi tendant à le
modifier. La loi exigeant le
bilinguisme doit être appliquée à
Bruxelles. Il convient de ne plus
engager de candidats qui ne
réussissent pas les examens
linguistiques. Le CD&V, qui a
toujours soutenu les accords de
courtoisie linguistique à Bruxelles,
affirme à présent qu'ils ne sont
pas contraignants. Le ministre
devrait se contenter de déclarer
qu'il convient de respecter l'arrêt
du Conseil d'État sans attendre de
nouveaux accords.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: M. Otlet transforme sa question n° 11051 en question écrite.
05 Vraag van de heer Ben Weyts aan de vice-eerste minister en minister van Ambtenarenzaken,
Overheidsbedrijven en Institutionele Hervormingen over "de werving en selectie van contractueel
personeel" (nr. 11071)
05 Question de M. Ben Weyts au vice-premier ministre et ministre de la Fonction publique, des
Entreprises publiques et des Réformes institutionnelles sur "le recrutement et la sélection du
personnel contractuel" (n° 11071)
05.01 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de minister, mijn vraag is
gebaseerd op een rapport van het Rekenhof, dat onderzocht hoe de
federale overheid haar contractuele personeelsleden aanwerft. Dat is
een thema dat hier al herhaaldelijk inzake één departement ­
Financiën, om het niet te noemen ­ naar voren is gekomen. Maar ook
de analyse van het Rekenhof over de hele federale
05.01 Ben Weyts (N-VA): La Cour
des comptes a examiné la
manière dont le pouvoir fédéral
recrute son personnel contractuel.
On parle d'arbitraire et de
favoritisme. Les conditions légales
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
overheidsadministratie is nogal ontnuchterend. Er is sprake van
willekeur en favoritisme. Uit het onderzoek blijkt ook dat het
conceptpersoneelsplan eigenlijk amper is uitgewerkt. De wettelijke
voorwaarden worden niet gerespecteerd en de contractuele
aanwervingen zijn niet altijd ­ dat is een eufemisme ­ voldoende
gemotiveerd.
Ook blijkt dat de selectietests uitsluitend door de administraties
worden uitgevoerd, die zich dikwijls beperken tot louter een interview,
waardoor de gelijke behandeling van de kandidaten vanzelfsprekend
volledig is geschonden. Er is een verschillende behandeling
naargelang van de overheidsdienst waarvoor men solliciteert en zelfs
naargelang de afdeling waarvoor men solliciteert.
Het Rekenhof spreekt over niet-toegestane selectiestappen, het
afwijken van selectiecriteria en het opstellen van competentieprofielen
op maat van de kandidaat die vooraf werd gewenst en beoogd. Het is
kortom een weinig flatterend rapport.
Ik heb de volgende vragen daarover.
Ten eerste, wat is uw standpunt, mijnheer de minister, inzake de
aanpassing van het conceptpersoneelsplan, zodat de werkelijke
personeelsbehoeften in kaart kunnen worden gebracht en er een echt
duidelijk overzicht is van de permanente organieke functies? Bij vele
van de onderzochte administraties blijken de personeelplannen ofwel
totaal afwezig ofwel totaal ontoereikend te zijn.
Ten tweede, in de begroting werd een lineaire besparing van 1
procent aangekondigd op de totale loonmassa van de federale
overheid. Nu is het zeer gemakkelijk om in een begroting een
besparing van 1 procent aan te kondigen terwijl men heel goed weet
dat op het eind van de rit de overheidsdiensten zich daar niet aan
houden. Lonen moeten nu eenmaal worden uitbetaald en de
begrotingsdoelstelling wordt dan niet gehaald.
Immers, hoe kan die doelstelling worden gerealiseerd wanneer er niet
eens personeelsplannen zijn? Hoe kan die personeelsafslanking dan
worden gerealiseerd?
Ten derde, mijnheer de minister, gaat u optreden tegen de
tegenstrijdigheden en de gaten in het koninklijk besluit van 25 april
2005, zoals aangemerkt door het Rekenhof?
Ten vierde, het rapport spreekt over talloze mistoestanden bij de
aanwerving van contractuelen. Welke acties onderneemt u ter zake?
In welke mate geeft u gevolg aan de visie en de opmerkingen van het
Rekenhof?
Ten vijfde, zullen de selectieproeven effectief worden aangepakt?
Worden zij bijvoorbeeld uitgevoerd door Selor?
Ten zesde en ten laatste, recent werd artikel 6 van het koninklijk
besluit van 6 oktober 2005, houdende diverse bepalingen met
betrekking tot de vergelijkende aanwervingselectie en de stage,
vernietigd door de Raad van State omdat het gerechtelijk beginsel van
gelijke toegang tot het openbaar ambt werd geschonden.
ne sont pas respectées et les
recrutements contractuels ne sont
pas
toujours
motivés.
Les
candidats ne sont pas traités sur
un pied d'égalité puisque les
épreuves de sélection ne sont
organisées
que
par
l'administration elle-même. Il est
dérogé aux critères de sélection et
les profils de compétences taillés
sur mesure pour les candidats.
Bref, le rapport n'est guère
flatteur.
À quand un véritable plan de
personnel adapté permettant de
cerner précisément les besoins
réels en personnel?
D'après le budget, il est prévu
d'économiser 1 % de la masse
salariale totale de l'administration
fédérale. Comment pourra-t-on
réaliser cet objectif s'il n'existe pas
même un plan de personnel?
Le
ministre
prendra-t-il
des
mesures
pour
lever
les
contradictions
que
comporte
l'arrêté royal du 25 avril 2005?
Que pense le ministre du rapport
de la Cour des comptes? Les
épreuves
de
sélection
des
contractuels seront-elles confiées
au Selor?
Le Conseil d'État a récemment
annulé l'article 6 de l'arrêté royal
du 6 octobre 2005 portant diverses
mesures en matière de sélection
comparative de recrutement et en
matière de stage pour violation du
principe juridique d'égalité d'accès
à la fonction publique. Comment le
ministre compte-t-il réagir à cette
annulation?
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Zult u ook dit meenemen in de oefening en de taken die voor u staan?
05.02 Minister Steven Vanackere: U hebt mij een hele reeks vragen
gesteld, collega Weyts. Wij hebben daarnet met een vraag van
collega Gilkinet al de kans gehad om even op het rapport van het
Rekenhof in te gaan. Ik ga voor een stuk van mijn antwoord trouwens
verwijzen naar wat ik zonet aan uw collega heb gezegd.
Ik wil nog eens opnieuw bevestigen dat ik vind dat het rapport van het
Rekenhof uiteraard een belangrijk document is. Ik heb het op
9 februari 2009 ontvangen. Ik heb er onmiddellijk kennis van
genomen. Ik heb mijn administratie om reacties verzocht en mijn
beleidscel voert op dit ogenblik ook een nauwkeurige analyse uit van
dat rapport.
Het concept van personeelsplan is het instrument bij uitstek om de
operationele en strategische evolutie van de human resources te
plannen, te beheren en op te volgen. In die zin deel ik ook de
bezorgdheid van het Rekenhof. In het verlengde van de filosofie van
mijn voorgangster, heb ik samen met de staatssecretaris voor
Begroting de omzendbrief nr. 593 bekendgemaakt ­ het is een
omzendbrief die gepubliceerd is in het Belgisch Staatsblad van 6
februari jongstleden ­ die de rol van het personeelsplan als
strategisch beleidsinstrument aanzienlijk versterkt.
In een van uw deelvragen gaat u in op de vraag hoe dit kan worden
gerealiseerd als er geen personeelsplan is. Ik moet u melden dat er
personeelsplannen zullen zijn, overeenkomstig deze omzendbrief. De
overheidsdiensten worden uitgenodigd een eerste strategisch
personeelsplan op te maken over een horizon van drie jaar, daarbij
steunend op de strategische oriëntaties van het management en de
opportuniteiten die een selectief vervangingsbeleid kan bieden om de
human resources te heroriënteren overeenkomstig de reële noden
voor de toekomst. De jaarlijkse operationele personeelsplannen
moeten hieraan progressief uitvoering geven.
Ik denk dat wij onvoldoende stilstaan, collega's, bij het feit dat de
komende tien jaar 40 procent van de federale ambtenaren hun
pensioen gaan nemen. Wanneer men spreekt over het afslanken van
het overheidsapparaat legt men volgens mij ten onrechte veel te veel
de nadruk op de vraag hoe men erin kan slagen om mensen te zien
vertrekken. Zij zullen vanzelf vertrekken. Zij zullen dat zelfs niet eens
speciaal aan u komen vragen om te mogen vertrekken want zij zullen
de pensioengerechtigde leeftijd hebben. Een van onze grote
opdrachten bestaat precies in het goed rekruteren van talentvolle
mensen die ervoor kunnen zorgen dat het kader voldoende wordt
bemand. Die personeelsplannen zijn daar een essentieel element
van.
Om de realisatie van die plannen te ondersteunen, is een task force
opgericht waarin medewerkers van de beleidscellen van de beide
ministers ­ ikzelf en de minister van Begroting ­ en
vertegenwoordigers van de FOD Personeel en Organisatie en de
FOD Budget en Beheerscontrole zitting hebben. Via een gerichte
ondersteuning en feedback willen wij de aanzet geven tot en meer
klemtoon leggen op een meer strategisch beheer van de human
resources. De besparingen op de personeelskredieten zijn duidelijk
vastgelegd. De besparing voor 2009 is geïntegreerd in de
05.02
Steven
Vanackere,
ministre: Le rapport de la Cour des
comptes que j'ai reçu le 9 février
2009 est un document important.
Ma cellule stratégique est en train
de l'analyser minutieusement.
Je partage l'inquiétude la Cour des
comptes à propos du plan de
personnel. C'est la raison pour
laquelle j'ai, avec le secrétaire
d'État
au
Budget,
renforcé
considérablement le plan de
personnel en tant qu'instrument
stratégique par le biais de la
circulaire n° 593, qui a été publiée
au Moniteur belge le 6 février.
Il y aura certainement des plans
de personnel : les services publics
fédéraux sont en effet invités à
arrêter un premier plan de
personnel stratégique pour une
durée de trois ans. Ils peuvent
s'appuyer
à
cet
effet
sur
l'orientation
stratégique
du
management
et
sur
les
perspectives d'avenir que peut
offrir une politique sélective de
remplacement. Au cours des dix
prochaines années, pas moins de
40 % des fonctionnaires fédéraux
partiront à la retraite. L'appareil de
l'État va donc subir une cure
d'amaigrissement sans que nous
ne devions faire le moindre effort.
Il s'agira dès lors de recruter des
gens de talent. Les plans de
personnel jouent un rôle essentiel
à cet égard.
Dans cette perspective, il a été
procédé à la création d'une
taskforce au sein de laquelle sont
représentés ma cellule stratégique
et celle du ministre du Budget, les
SPF Personnel et Organisation et
Budget et Contrôle de la Gestion.
Cette taskforce est destinée à
favoriser la gestion stratégique
des ressources humaines en
fournissant un appui et un
feedback ciblés.
Les économies sur les crédits de
personnel pour 2009 ont entre-
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
goedgekeurde kredieten.
Dat is een percentage van 0,91 procent. U zegt dat we dat niet gaan
halen. Wel, laten we dat dan maar afspreken bij de uitvoering van de
begroting. Ik zeg u dat ik ervan uitga dat dit wel zal worden gehaald,
onder andere ook omdat het budgettair carcan wel degelijk
geïntegreerd is in het verhaal van die strategische personeelsplannen.
Voor 2010 en 2011 zal er telkens 0,7 procent worden bespaard. Als
men dat optelt, cumulatief 0,91 + 0,7 + 0 7, dan gaat het in drie jaar
tijd toch over een aanzienlijke inspanning.
We koppelen hier geen soort lineair vervangingsbeleid aan dat
mathematisch zou zeggen een op twee of iets anders, het gaat over
het feit dat de diensten zelf in functie van hun strategisch beleid
bepalen welke medewerkers ze wensen aan te trekken met de
middelen die via de uitstroom vrijkomen. In dit verband werd aan de
federale organisaties een raming per niveau van de pensioneringen
tot in 2014 bezorgd.
De personeelsplannen bevatten de behoeften inzake statutair en
contractueel personeel om de opdrachten van de dienst te kunnen
realiseren, gedekt door de personeelskredieten opgenomen in de
personeelsenveloppe. Ter beschikking gestelde personen zoals
medewerkers van Smals en Egov die bijdragen tot de realisatie van
de strategische en operationele doelstellingen van de organisatie
vallen niet onder de reglementaire omschrijving van het
personeelsplan. Zoals in het antwoord dat mijn voorganger al eens
heeft gegeven is aangegeven, zal ik onderzoeken hoe de
personeelsplannen rekening kunnen houden met de inzet van deze
personen om zo een correcter en vollediger beeld te kunnen geven.
Wat uw derde en vierde vraag betreft, hoop ik dat u zult begrijpen dat
ik het dossier in grote sereniteit maar ook in groot detail wil bekijken
en dat ik ook de gevraagde reacties van de administraties en hun
analyses wil afwachten om daarover een aantal conclusies te trekken.
Ik zie toch een aantal denkpistes waarvan ik toch voel, met groot
respect voor wat het Rekenhof vanuit zijn opdracht vertelt, dat we hier
en daar een evenwicht zullen moeten vinden. Wanneer bijvoorbeeld
het Rekenhof meent dat een aflopende arbeidsovereenkomst van een
contractueel over wie de werkgever uiterst tevreden is niet kan
worden verlengd maar dat de contractuele betrekking opnieuw vacant
moet worden verklaard, dan wil ik dat toch in balans brengen,
overigens voor het overige met groot respect voor een aantal
overwegingen van het Rekenhof, met de doelstelling om binnen de
overheidsdiensten een efficiënt beheer mogelijk te maken dat de
burger zo goed mogelijk dient.
Ik wil geen voorbarige aankondigingen doen. Wat betreft vraag vier, ik
neem ze serieus, mijnheer Weyts, maar ik ga zorgen dat ik de
conclusies trek op basis van een coherente inbreng die uiteraard is
gebaseerd op het verslag van het Rekenhof maar ook op de reacties
die daarop zullen worden gegeven.
Wat uw vijfde vraag betreft, het Rekenhof vindt dat Selor alle
contractuele selecties zou moeten realiseren. Ik ben het daar niet
mee eens.
De normale werkrelatie in het openbaar ambt is de statutaire relatie.
temps été fixées à 0,91 %. Je
suppose que nous pourrons
atteindre ce pourcentage qui a
également été intégré dans les
plans stratégiques de personnel.
Une économie de 0,7 % sera
réalisée en 2010 et 2011. Il s'agit
donc d'un effort important réparti
sur une période de trois ans.
Il n'est pas question d'une
politique
de
remplacement
linéaire. Les services déterminent
eux-mêmes, dans le cadre de leur
politique
stratégique,
quels
collaborateurs
ils
souhaitent
engager avec les moyens libérés
par les départs. C'est pourquoi les
organisations fédérales ont reçu
une évaluation, par niveau, du
nombre de personnes qui partiront
à la retraite jusqu'en 2014.
Les plans de personnel donnent
un aperçu des besoins en
personnel couverts par les crédits
de l'enveloppe du personnel. Les
personnes mises à disposition
n'entrent pas dans le champ
d'application de la définition
réglementaire
du
plan
de
personnel.
J'examinerai
la
possibilité de tenir compte de
l'engagement de ces personnes
dans le cadre des plans de
personnel.
Je souhaite analyser ce dossier en
toute sérénité mais je le ferai en
détail et j'attendrai de prendre
connaissance des réactions des
administrations avant de tirer des
conclusions. Nous devons veiller à
ce que les services publics
assurent une gestion efficace du
personnel offrant le meilleur
service possible au citoyen tout en
respectant la position de la Cour
des
comptes.
Je
songe
notamment au point de vue de la
Cour des comptes qui estime que
le poste d'un contractuel dont le
contrat de travail expire doit être
déclaré
vacant,
même
si
l'employeur
est
satisfait
du
membre du personnel.
Selon la Cour des comptes, le
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
Daarop perfectioneert Selor zich terecht. Als we met het oog op de
pensioneringen waarover ik het daarnet had, die 40 procent die zal
vertrekken, voor de duizenden ambtenaren die we zullen moeten
aanwerven een logica hanteren dat, naast de selectie van de
statutairen, Selor zou moeten instaan voor de selecties van alle
contractuelen, dan komt men in een vreemde paradox.
Men vindt vandaag in sommige administraties al vaak dat men beroep
zou moeten doen op contractuelen omdat het aanwervingsproces van
statutairen niet snel genoeg gaat. Als men in die bottleneck Selor ook
nog de contractuelen aan de selecties moet onderwerpen, riskeert
men dat men op een bepaald moment geen tijd meer heeft voor
selecties van datgene dat in het openbaar ambt uiteindelijk de regel
moeten blijven, namelijk de statutairen, omdat men zo druk bezig is
met het selecteren van contractuelen.
Selor doit procéder à toutes les
sélections des contractuels. Je ne
partage pas cet avis. La relation
de travail normale dans la fonction
publique est l'emploi statutaire et
s'est à juste titre que le Selor s'y
spécialise.
Certaines
administrations
font
déjà
actuellement
appel
à
des
contractuels dans la mesure où le
recrutement de statutaires prend
trop de temps. Si le Selor doit
également à présent s'occuper du
recrutement
de
milliers
de
contractuels, il ne fait aucun doute
que le recrutement de membres
du personnel statutaires sera
encore plus laborieux.
Le président: Monsieur le ministre, vos réponses sont très
complètes, tout le monde s'en félicite. Mais la question, la réponse et
la réplique doivent tenir en cinq minutes. Il faudrait peut-être le
rappeler à vos collaborateurs car si chaque ministre répond de cette
façon, avec soixante questions à l'ordre du jour, nous serons encore
là à trois heures du matin!
De
voorzitter:
Mijnheer
de
minister, uw antwoorden zijn zeer
volledig, maar de vraag, het
antwoord en de repliek samen
mogen slechts vijf minuten in
beslag nemen. Indien elke minister
zou antwoorden als u, dan zaten
we om drie uur 's ochtends nog
hier!
05.03 Steven Vanackere, ministre: Monsieur le président, M. Weyts
m'a posé six questions. Je ne vais pas dire que j'ai besoins de cinq
minutes par question mais je ne suis pas capable de répondre à six
questions en cinq minutes.
Nous pouvons revenir à une logique selon laquelle les parlementaires
posent leurs questions une par une. Je souhaite néanmoins que le
débat soit politique et soit réel.
Je vais conclure, monsieur le président.
05.03 Minister Steven Vanackere:
Mijnheer de voorzitter, de heer
Weyts heeft me zes vragen
gesteld. Ik kan onmogelijk zes
vragen beantwoorden in een
tijdspanne van vijf minuten.
Misschien zouden we opnieuw
voor een logica kunnen kiezen
waarbij de parlementsleden hun
vragen één voor één stellen.
Ik ben aan de zesde vraag en ik kan u vertellen dat ik het aantal
personen dat in dienst is genomen en dat de vrijstelling waarvan u
spreekt, heeft genoten, niet kan meedelen. Ik kan u wel een overzicht
geven van het aantal personen die de vrijstelling heeft verkregen in de
periode tussen de datum van inwerkingtreding van de maatregelen en
de vernietiging door de Raad van State. Het gaat in totaal om 5.732
betrokkenen: 407 van niveau A, 389 van niveau B en, de overgrote
meerderheid, 4.936 van niveau C.
Bij arrest van 24 oktober 2008 heeft de Raad van State artikel 6 van
dat KB vernietigd, omdat de vrijstelling van de voorafgaande proef ten
gunste van contractuelen niet op een redelijke wijze kon worden
gewettigd. Mijn voorgangster heeft door de publicatie in het Belgisch
Staatsblad van 19 november 2008 alle betrokken overheden reeds in
kennis gesteld. Er kan dus geen sprake meer zijn van een schending
van het grondwettelijk beginsel van de gelijke toegang tot het
openbaar ambt.
Passons, enfin, à la dernière
question. Je puis seulement
communiquer le nombre de
personnes qui ont été dispensées
entre la date d'entrée en vigueur
des mesures et l'annulation par le
Conseil d'État. Il s'agit de
5.732 intéressés : 407 de niveau
A, 389 de niveau B et 4.936 de
niveau C. Par son arrêt du 24
octobre 2008, le Conseil d'État a
annulé l'article 6 de l'arrêté royal
parce
qu'aucun
élément
raisonnable
ne
légitimait
la
dispense. Toutes les autorités
concernées ont été averties par
une publication au Moniteur belge
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
du 19 novembre 2008.
05.04 Ben Weyts (N-VA): Ik toon mij volledig solidair met de
minister. Het is inderdaad mijn fout met mijn zes vragen; zij bleven
maar aandikken, mijn excuses daarvoor.
Mijnheer de minister, u zegt dat er personeelsplannen zullen zijn. Ze
moesten er al zijn. Ik stel vast dat ze eigenlijk nog niet zijn. Als u een
goede werking wilt en een beetje vooruit wilt kijken naar heel het jaar,
moet u personeelsplannen hebben. Zoveel is duidelijk.
Ik vind de ambities met betrekking tot de inkrimping van het
overheidsapparaat, namelijk met 1 procent dit jaar en 0,7 procent
voor 2010/2011, veel beperkter dan de plannen die bepaalde
coalitiepartners naar voren hebben geschoven. Sindsdien is het daar
enigszins stil rond gebleven. Ik stel vast dat die toch eerder beperkt
zijn, zeker wanneer u kijkt naar de grootte van uitstroom. U hebt zelf
gewezen op de 40 procent. Dan vind ik tweemaal 0,7 procent en
eenmaal 1 procent eerder beperkt.
U zegt het niet eens te zijn met Selor inzake de organisatie van de
selectieproeven. Dat is natuurlijk het kind met het badwater
weggooien. U bent overigens niet de enige die zegt dat Selor veel te
traag en niet goed werkt en u concludeert dat u de contractuele
aanwervingen zeker niet zult toevertrouwen aan Selor. Ik moet u gelijk
geven, maar dan moet u ingrijpen in Selor. Het Rekenhof maakt de
correcte analyse dat kandidaat-sollicitanten, zelfs naargelang de
afdeling zelf, ongelijk worden behandeld. Gelet op dat kwaad is de
toewijzing van de aanwerving van de contractuelen aan Selor en het
verstrekken van enige uniformiteit bij die sollicitaties wel aangewezen.
Maar ik zal u nog verdere schriftelijke vragen stellen.
05.04 Ben Weyts (N-VA): Les
plans en matière de personnel
devaient être prêts mais ils ne le
sont toujours pas. Les économies
sont nettement moindres que ce
que certains partenaires de la
coalition laissent entendre.
Pour le ministre, le Selor ne doit
pas recruter tous les contractuels
car, dit en réalité le ministre, le
Selor travaille trop lentement et
mal. Faut-il dès lors intervenir
auprès de cette organisation? La
Cour des comptes signale à juste
titre que les candidats ne sont pas
traités équitablement. Nous avons
besoin d'uniformité.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de vice-eerste minister en minister van Ambtenarenzaken,
Overheidsbedrijven en Institutionele Hervormingen over "het tekort aan geneesheren-ambtenaren bij
de verschillende overheidsdiensten" (nr. 11314)
06 Question de Mme Leen Dierick au vice-premier ministre et ministre de la Fonction publique, des
Entreprises publiques et des Réformes institutionnelles sur "la pénurie de médecins-fonctionnaires au
sein des différents services publics" (n° 11314)
06.01 Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de vicepremier, in het kader
van de regularisatie van de vreemdelingen voorziet de
vreemdelingenwet in het advies van een ambtenaar-geneesheer. Uw
collega van Asiel en Migratiebeleid antwoordde eerder op een
parlementaire vraag van mij dat er zich inderdaad een probleem
voordoet. De achterstand van de behandeling van de dossiers neemt
toe, omdat het zeer moeilijk is voor DVZ om geneesheren aan te
werven binnen het kader van het openbaar ambt. Ook bij andere
overheidsdiensten zou zich al een gelijkaardig probleem voordoen.
Door de invoering van de numerus clausus in de geneeskunde is er
ook een beperking van het aantal artsen dat jaarlijks afstudeert.
Daarnaast is het onmiskenbaar dat de mogelijkheden die het
ambtenarenstatuut bieden, toch veeleer een belemmering vormen
voor het aanwerven van geneesheren binnen het openbaar ambt.
Ik had graag vernomen of er mogelijkheden zijn binnen het
06.01 Leen Dierick (CD&V): Il me
revient que le retard dans le
traitement des dossiers des
étrangers s'accroît en raison du
fait que l'Office des étrangers
éprouve des difficultés à recruter
des médecins dans le cadre de la
fonction
publique.
D'autres
services publics sont confrontés
au même problème. Le numerus
clausus limite en outre le nombre
de médecins qui obtiennent leur
diplôme
et
le
statut
de
fonctionnaire lui-même constitue
une entrave au recrutement de
médecins. Existe-t-il dans le cadre
de ce statut des possibilités de
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
ambtenarenstatuut om een betrekking van ambtenaar-geneesheer
aantrekkelijker te maken. Voorziet u als vicepremier in enige wijziging
om de problematiek van het tekort aan ambtenaren-geneesheer op te
lossen? In welke mate is de combinatie tussen een privépraktijk als
geneesheer en een aanstelling als ambtenaar-geneesheer mogelijk?
rendre plus attrayante la fonction
de
médecin-fonctionnaire?
Comment le ministre pense-t-il
pouvoir résoudre le problème?
Dans quelle mesure est-il possible
de combiner une pratique privée et
une désignation à la fonction de
médecin-fonctionnaire?
06.02 Minister Steven Vanackere:
Mevrouw Dierick, de
aantrekkelijkheid van het federaal openbaar ambt met betrekking tot
medische beroepen is een oude en steeds terugkerende kwestie. Ik
kan trouwens als voormalig minister van Volksgezondheid in de
Vlaamse regering bevestigen dat ook de andere overheden enorme
problemen ondervinden met het aantrekken van artsen voor de taken
die vanuit de overheid worden opgenomen.
In 2007 was die problematiek het onderwerp van een grondige studie
van marktconformiteit. Het loon is natuurlijk belangrijk, maar het is
zeker niet het enige element en in vele motivaties is het zelfs niet
doorslaggevend. De inhoud van de functie, de context waarin ze
wordt uitgeoefend, de mate van autonomie, de sociale impact, de
balans privé- en beroepsleven, en perspectieven inzake persoonlijke
ontwikkeling en carrière zijn minstens even belangrijk.
Wat het eigenlijke loon betreft, is het niet gemakkelijk om het
marktgemiddelde te evalueren in een sector waarin het zelfstandig
statuut overheerst. Na een grootschalig onderzoek, dat in nauwe
samenwerking met de diensten is gebeurd die in de komende jaren
geneesheren zouden willen aanwerven, heeft Selor een grote
wervingscampagne gelanceerd. 227 kandidaten met de vereiste titels
hebben zich ingeschreven voor een of meerdere selecties. 143
kandidaten hebben de examens ook effectief afgelegd. Na de
examens werden er 90 geslaagden geselecteerd. Sindsdien hebben
er 26 effectief hun functie opgenomen. Er kunnen dus nog
geslaagden van die reserves worden geworven. Momenteel zijn er
twee selectieaanvragen voor andere, specifieke functies van
geneesheer ingediend bij Selor.
Krachtens artikel 12 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937
houdende het statuut van het rijkspersoneel, mag een rijksambtenaar
geen, op welke wijze ook, bezoldigde activiteit uitoefenen buiten zijn
ambt dan, tenzij hij een machtiging heeft verkregen, en nadat hij een
machtiging heeft verkregen tot cumulatie. De machtiging kan enkel
door de voorzitter van het directiecomité worden verleend als de
activiteit wordt uitgeoefend buiten de uren waarop de ambtenaar zijn
dienst vervult en de activiteit dient in elk geval volledig bijkomstig te
blijven ten opzichte van het uitgeoefend ambt en mag geen aanleiding
geven tot een belangenconflict.
06.02
Steven
Vanackere,
ministre: Il s'agit d'un problème
récurrent. En tant qu'ancien
ministre de la Santé publique au
sein du gouvernement flamand, je
puis affirmer que le problème
existe également auprès d'autres
pouvoirs publics. Le problème a
été examiné en profondeur en
2007. Le salaire est important
mais il ne s'agit pas d'un élément
déterminant. Le contenu du travail,
le contexte dans lequel il est
mené, le degré d'autonomie,
l'impact social, l'équilibre entre vie
privée et vie professionnelle ainsi
que les perspectives en matière
d'épanouissement personnel et de
carrière sont au moins aussi
importants. En ce qui concerne le
salaire, il n'est pas aisé d'évaluer
la moyenne du marché dans un
secteur comptant essentiellement
des indépendants.
À l'issue d'une étude approfondie,
le Selor a mené une grande
campagne de recrutement. Il y a
eu 227 inscriptions et 143
candidats
ont
effectivement
présenté
les
examens.
Les
lauréats étaient au nombre de 90
et 26 d'entre eux sont entrés en
fonction. Il reste donc encore des
lauréats dans la réserve. Deux
demandes de sélection pour des
fonctions spécifiques de médecin
ont également été introduites
auprès du Selor.
L'arrêté royal du 2 octobre 1937
sur le statut des agents de l'État
ne permet pas à un fonctionnaire
d'exercer une activité rémunérée
en dehors de sa fonction, sauf s'il
y est autorisé par le président du
comité
de
direction.
Cette
autorisation ne peut être accordée
que si l'activité en question est
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
exercée en dehors des heures de
travail de la fonction, si elle
demeure accessoire et si elle ne
donne pas lieu à un conflit
d'intérêts.
06.03 Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de minister, bedankt voor uw
antwoord. Wij moeten blijvend aandacht hebben voor het beroep van
ambtenaargeneesheer want het dreigt een knelpuntberoep te worden,
en streven naar flexibele oplossingen om de concurrentie die er
bestaat met de privésector zoveel mogelijk te verhinderen of te
vermijden.
06.03 Leen Dierick (CD&V): Il est
de notre devoir de continuer à
prêter attention à la profession de
médecin-fonctionnaire car elle
risque fort de devenir une
profession en pénurie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n
o
11164 de M. Raf Terwingen est
transformée en question écrite. Pendant que le ministre de l'Intérieur
s'installe, j'ai le temps de vous dire que la question n
o
10558 de
M. Daniel Bacquelaine est transformée en question écrite et que la
question n
o
10894 de M. Renaat Landuyt est reportée à sa demande.
Il en va de même pour la question n° 10903 de Mme Schyns et la
question n° 10920 de Mme Galant.
De
voorzitter:
De
vragen
nrs. 11164 van de heer Raf
Terwingen en 10558 van de heer
Daniel Bacquelaine worden in
schriftelijke vragen omgezet. Op
verzoek van de heer Renaat
Landuyt wordt zijn vraag nr. 10894
uitgesteld.
07 Questions jointes de
- M. Josy Arens au ministre de l'Intérieur sur "les braquages dans les petits commerces" (n° 11055)
- M. Xavier Baeselen au ministre de l'Intérieur sur "les attaques commises contre les commerçants"
(n° 11326)
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "les attaques à main armée dans des magasins"
(n° 11365)
07 Samengevoegde vragen van
- de heer Josy Arens aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de overvallen op kleine
handelszaken" (nr. 11055)
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de overvallen op handelaars"
(nr. 11326)
- de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de gewapende overvallen op
winkels" (nr. 11365)
07.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, la France est actuellement confrontée à une vague de
braquages visant tout particulièrement les commerces de proximité
(bureaux de poste, restaurants, stations-service, supérettes, etc.)
Voici quelques jours, en une seule soirée, trois vols à main armée ont
été perpétrés dans le même département en Val de Marne. La
situation est telle que votre homologue français a annoncé le
lancement d'un plan antibraquage qui implique notamment un
renforcement de la présence policière et la mise en place d'une
campagne de prévention.
En Belgique, nous avons aussi été confrontés ces dernières
semaines à plusieurs braquages de petits commerces (salons de
coiffure, etc.) À chaque reprise, le butin des malfaiteurs est assez
maigre ou au moins inversement proportionnel aux dégâts
émotionnels et psychologiques subis par les victimes.
Monsieur le ministre, vos services préparent actuellement une
07.01 Josy Arens (cdH): Zoals
Frankrijk had België de jongste
jaren
af
te
rekenen
met
verscheidene overvallen op kleine
handelszaken. De buit was telkens
omgekeerd evenredig met de
emotionele
schade
die
de
overvallers aanrichtten bij de
slachtoffers.
Uw diensten werken momenteel
aan een preventiebrochure voor
de verantwoordelijken van kleine
handelszaken. Wanneer werd dat
initiatief genomen? Steekt de
kleine criminaliteit weer de kop op
in België? Is de situatie sinds de
aankondiging van de crisis in
oktober vorig jaar geëvolueerd?
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
brochure de prévention à l'intention des responsables de petits
commerces exposés au risque d'attaques à main armée. Quand cette
initiative a-t-elle été prise? Faut-il constater une recrudescence
inquiétante de la petite criminalité en Belgique? Constate-t-on une
évolution du nombre de hold-up dans les petits commerces depuis
l'annonce de la crise en octobre dernier? Ces deux derniers
phénomènes sont-ils liés selon vous? Envisagez-vous un plan plus
sévère à l'instar de celui mis en place en France pour résorber les
attaques des petits commerces dans notre pays?
Overweegt u een strenger plan
dan het plan dat in Frankrijk werd
ingevoerd om een eind te maken
aan de overvallen op kleine
handelszaken?
07.02 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, wij hebben in
de commissie al verschillende keren gesproken over dit fenomeen,
dat zich blijft herhalen en vrij frequent in het nieuws komt. Er gaat
bijna geen week voorbij of wij horen, lezen of zien meldingen van een
aantal gewapende overvallen in winkels.
De maatregelen die de overheid neemt, zijn blijkbaar ­ dat bleek ook
uit een aantal contacten die ik in de voorbije weken met
zelfstandigenorganisaties heb gehad ­ nog altijd weinig bekend. Uw
voorganger heeft gezegd dat wij er een sensibiliseringscampagne aan
moeten koppelen. Die campagne was aangekondigd voor de
afgelopen maand februari. Het overlegplatform "veiligheid voor
zelfstandige ondernemers" heeft ook een aantal mogelijke nieuwe
maatregelen onderzocht die tot oplossingen zouden kunnen leiden.
Kunt u wat meer zeggen over de sensibiliseringscampagne? In welke
mate wordt er daarvoor samengewerkt met zelfstandige organisaties?
Zijn er binnen dat overlegplatform al nieuwe maatregelen in het
vooruitzicht gesteld?
07.02 Michel Doomst (CD&V):
Un commerçant est victime d'une
attaque à main armée presque
chaque semaine. Manifestement,
les mesures prises par le
gouvernement
sont
toujours
méconnues du grand public. Une
campagne de sensibilisation avait
été annoncée pour le mois de
février.
La
plate-forme
de
concertation
«Sécurité
des
entrepreneurs indépendants» s'est
notamment penchée sur une
batterie de nouvelles mesures
envisageables.
Une
coopération
avec
les
organisations
d'indépendants
sera-t-elle mise en place dans
l'optique de cette campagne? De
nouvelles mesures ont-elles déjà
été présentées dans le cadre de
cette plate-forme de concertation?
07.03 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, je vous
remercie.
Il faut continuer d'investir fortement dans la prévention en étroite
collaboration avec nos partenaires, les indépendants et leurs
organisations ­ et ce, en nous basant sur le principe "mieux vaut
prévenir que guérir".
De nombreuses mesures sont déjà réalisables, et le gouvernement
fait de son mieux pour sensibiliser et stimuler les indépendants à
prendre des dispositions préventives. Il est même prêt à offrir un
soutien financier. Je me réfère aux initiatives suivantes.
- La campagne de communication lancée actuellement à l'occasion
de Batibouw. Elle comprend des brochures, des dépliants, des
affiches, des slogans internet, etc., qui insistent sur l'exonération
fiscale pour les dépenses de sécurité.
- Les brochures sur les réseaux d'information de quartier pour les
indépendants et les PME.
07.03 Minister Guido De Padt:
We moeten blijven investeren in
preventie. Daartoe is de regering
zelfs bereid een financiële bijdrage
te
leveren.
Er
werden
sensibilisatiecampagnes gestart,
onder meer om ruchtbaarheid te
geven
aan
de
belastingvermindering voor wie
investeert in beveiliging en aan de
wijkinformatienetwerken
voor
zelfstandigen en KMO's.
Ten derde, ook wordt gerichte info verspreid naar bepaalde
risicosectoren die een specifieke veiligheidsaanpak vereisen. Zo is er
de realisatie van een newsletter voor de apothekers en juweliers,
Des informations ciblées sont
également diffusées en direction
des secteurs à risque tels que les
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
wordt momenteel een toolbox uitgewerkt voor de veiligheid van de
geneesheren en is er de uitwerking van een draaiboek voor de
restaurants. Mijn diensten monitoren de diverse fenomenen die zich
voordoen voor de zelfstandige ondernemers en volgen de
risicocategorieën nauw op. De preventiemaatregelen worden steeds
uitgewerkt in overleg met de zelfstandigenorganisaties en de
specifieke beroepsorganisaties.
pharmaciens, les médecins, les
restaurateurs et les bijoutiers. Les
mesures préventives sont toujours
mises au point en concertation
avec
les
organisations
d'indépendants.
Les chiffres provisoires disponibles pour 2008 n'indiquent pas
d'augmentation du nombre de faits. Le total des vols à main armée
dans les petits commerces durant les mois d'octobre à décembre
2008 est même en diminution par rapport à la même période en 2007.
Je remettrai à tous les collègues les chiffres des derniers mois de
2007 et de 2008. Des plans pour résorber les attaques des petits
commerces existent au niveau des arrondissements judiciaires,
comme le plan Charlequint à Charleroi.
L'évaluation des dispositifs mis en place afin de lutter contre ces
phénomènes est dès lors une mission qui doit être menée en
permanence dans le cadre des différents plans d'action au niveau
local et fédéral. Un plan fédéral spécifique pour le secteur des
librairies ne me semble pas opportun à ce stade.
Uit de voorlopige cijfers voor 2008
blijkt dat er geen toename is van
het aantal gewapende overvallen
op kleine handelszaken.
Er bestaan plannen ter bestrijding
van die vorm van criminaliteit op
het niveau van de gerechtelijke
arrondissementen. De bestaande
maatregelen moeten dus worden
geëvalueerd in het kader van de
lokale en federale actieplannen.
Momenteel acht ik een specifiek
federaal plan dat zich toespitst op
de overvallen op boekhandels niet
opportuun.
07.04 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse
07.05 Michel Doomst (CD&V): Ik dank de minister. Ik heb evenwel
nog geen antwoord gekregen op de vraag over de extra
sensibiliseringscampagne die was aangekondigd voor februari.
07.05 Michel Doomst (CD&V): Je
n'ai rien appris de nouveau en ce
qui concerne la campagne de
sensibilisation annoncée pour le
mois de février.
07.06 Minister Guido De Padt: Dat is waarschijnlijk de
sensibiliseringscampagne die momenteel loopt in Batibouw.
07.06 Guido De Padt, ministre: Il
s'agit sans doute de la campagne
en cours à Batibouw.
07.07 Michel Doomst (CD&V): Ja, waarschijnlijk zal het die wel zijn.
Op het lokale niveau moeten we de weke plaatsen zoeken en in
overleg met diegenen die op lokaal niveau verantwoordelijk zijn zou in
die richting moeten worden gewerkt, met steun van de hogere
overheid. Er moet op de juiste plaats een duwtje worden gegeven
naar meer informatie en hopelijk ook opvolging voor het te laat is.
07.07 Michel Doomst (CD&V):
Nous nous devons de fournir ces
informations dans les endroits
sensibles, en concertation avec
les responsables locaux.
07.08 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je me réjouis du
fait que les chiffres ne sont pas en augmentation en ce qui concerne
les petits commerces. Je vous avais interrogé sur la problématique
plus spécifique des pharmacies où les chiffres étaient plus
inquiétants. Je pense que vous avez déjà eu une réunion avec le
secteur des pharmaciens au mois de janvier, suite à l'augmentation
importante des attaques à main armée contre ce type de commerces.
Manifestement, la tendance ne touche pas les autres commerçants.
Je suis rassuré, même s'il faut rester vigilant et accentuer les plans de
sensibilisation des différents commerçants à la techno-prévention.
07.08 Xavier Baeselen (MR): Het
verheugt me dat er geen stijging is
in
de
cijfers
voor
de
kleinhandelszaken.
De
cijfers
waren meer dan verontrustend
voor de apothekers. Ik ben
gerustgesteld, zelfs al moeten we
waakzaam blijven en de plannen
voor
sensibilisering
van
de
handelaars
inzake
technische
preventie aanscherpen.
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
07.09 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, les chiffres
sont disponibles.
07.09 Minister Guido De Padt: De
cijfers zijn beschikbaar.
Le président: Nous allons les faire distribuer.
De voorzitter: We laten ze
ronddelen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de M. Josy Arens au ministre de l'Intérieur sur "la statutarisation du personnel CALog"
(n° 11056)
08 Vraag van de heer Josy Arens aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de statutarisering
van het CALog-personeel" (nr. 11056)
08.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le ministre, la mesure transitoire
concernant les examens de statutarisation du personnel civil CALog
travaillant au sein de la police arrive à échéance le 31 mars 2009.
Après cette date, le recrutement du personnel CALog devrait se faire
sur la base d'un régime statutaire, et ce au regard de la loi. D'ici là, un
dernier examen devrait être organisé pour permettre au personnel
CALog sous contrat de travail de passer sous régime statutaire.
Monsieur le ministre, en quoi consistera cet examen? Le personnel
concerné sera-t-il prévenu assez longtemps à l'avance de la date de
cet examen? Qu'adviendra-t-il du personnel CALog sous contrat de
travail qui n'aura pas eu l'occasion de passer l'examen ou qui aura
échoué à celui-ci? À partir de quand le recrutement d'agents CALog
se fera-t-il de manière statutaire? Des contractuels seront-ils encore
engagés après le 31 mars 2009? Dans l'affirmative, envisagez-vous
de prolonger la mesure transitoire concernant les examens de
statutarisation? Toutes ces questions m'ont été soumises par la CSC
Police. Je sais que vous consultez régulièrement les syndicats et
j'espère que vous apporterez des réponses à ces différentes
questions.
08.01 Josy Arens (cdH): De
overgangsmaatregel
met
betrekking tot de examens met het
oog op de statutarisering van het
burgerpersoneel van de politie
(CALog,
Logistiek
en
Administratief Kader) loopt af op
31 maart 2009. Na die datum zou
de
aanwerving
van
CALog-
personeel
in
statutair
dienstverband moeten gebeuren.
In afwachting zou er nog een
laatste examen moeten worden
georganiseerd om de contractuele
personeelsleden in staat te stellen
in de statutaire regeling te
stappen.
Waarin zal dat examen bestaan?
Zal het betrokken personeel vooraf
worden verwittigd van de datum
van het examen? Wat zal er
gebeuren met de contractuelen die
het examen niet afleggen of er niet
voor slagen? Vanaf wanneer
worden de betrekkingen volgens
het statutair regime ingevuld?
Zullen er na 31 maart nog
contractuelen in dienst worden
genomen? Zo ja, zal de maatregel
met
betrekking
tot
de
statutariseringsexamens worden
verlengd?
08.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur Arens, pour ce qui est de
l'organisation de l'examen de statutarisation du personnel appartenant
au cadre administratif et logistique, l'édition 2009 sera identique aux
précédentes. À cet égard, des réunions de concertation entre les
services concernés ont déjà eu lieu afin de garantir la communication
préalable des modalités d'inscription aux membres du personnel
concerné et d'en assurer l'inscription en temps voulu. Par ailleurs, le
projet d'arrêté royal relatif à la nouvelle procédure d'engagement des
membres du personnel du cadre administratif et logistique des
08.02 Minister Guido De Padt:
Het statutariseringsexamen 2009
voor het CALog-personeel zal
hetzelfde zijn als de vorige
examens.
Over
de
inschrijvingsvoorwaarden
werd
overleg gepleegd.
Het ontwerp van koninklijk besluit
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
services de police sera soumise très prochainement à l'avis du
Conseil d'État. L'objectif est de faire coïncider l'entrée en vigueur de la
nouvelle loi avec l'organisation de l'examen de statutarisation 2009.
Aucune lacune ne pourrait être décelée entre les deux procédures.
Aussi, pour les membres du personnel qui échoueraient à l'examen,
un engagement statutaire sera possible via la nouvelle procédure.
À l'avenir, la nouvelle réglementation impliquera que le personnel du
cadre administratif et logistique sera recruté statutairement.
Concrètement, un emploi statutaire vacant sera d'abord pourvu via la
mobilité. S'il n'est pas ainsi pourvu, il donnera lieu à un recrutement
statutaire externe. Toutefois, avant toute procédure de mobilité en cas
de besoin urgent, un contrat de travail à durée déterminée de
maximum 12 mois pourra être attribué avec l'obligation d'ouvrir ce
poste lors du prochain cycle de mobilité. Le personnel engagé
contractuellement dans ce cadre passera les mêmes épreuves de
sélection que pour le recrutement statutaire externe et pourra donc
être nommé suite à une désignation subséquente par mobilité.
Enfin, les catégories de personnel visées à l'article 26 de la loi du
26 avril 2002, notamment le personnel à temps partiel et le personnel
d'entretien, seront toujours, comme aujourd'hui, engagées sur base
d'un contrat de travail.
over de nieuwe procedure voor de
aanwerving van CALog-personeel
zal eerstdaags aan de Raad van
State worden voorgelegd. Het is
de bedoeling de inwerkingtreding
van de nieuwe wet te laten
samenvallen
met
het
statutariseringsexamen
2009.
Contractuele personeelsleden die
niet slagen voor het examen,
zullen via de nieuwe procedure in
statutaire dienst kunnen treden.
Volgens de nieuwe reglementering
wordt het administratief CALog-
personeel statutair aangeworven.
In dringende gevallen kan een
arbeidsovereenkomst voor een
beperkte duur van maximum
twaalf
maanden
worden
toegekend. Het personeel dat in
dat kader contractueel in dienst
wordt genomen, zal dezelfde
selectieproeven moeten afleggen
als voor de externe statutaire
aanwerving en kan dus benoemd
worden na een daaropvolgende
aanwijzing via mobiliteit.
Ten slotte blijft het in artikel 26 van
de wet van 26 april 2002 bedoelde
personeel, met name het deeltijds
personeel
en
het
onderhoudspersoneel,
werken
onder arbeidsovereenkomst.
08.03 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, est-ce que la date
d'examen est déjà connue? En tout cas, j'espère qu'elle sera connue
suffisamment tôt pour ne pas nous retrouver dans des situations que
nous avons connues les années précédentes, lorsque plusieurs
examens se déroulaient le même jour, ce qui ne permettait pas à
certains agents de se présenter.
La nouvelle procédure a-t-elle déjà été soumise à une concertation
avec les syndicats?
08.03 Josy Arens (cdH): Is de
datum voor het examen bekend?
In het verleden konden beambten
sommige examens niet afleggen
omdat die allemaal op dezelfde
dag plaatshadden.
Werd over de nieuwe procedure
overleg
gepleegd
met
de
vakbonden?
08.04 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, je ne suis pas
en possession des documents mais je communiquerai par écrit la
date des examens. Je répondrai également par écrit à la deuxième
question de M. Arens.
08.04 Minister Guido De Padt: Ik
bezorg u een schriftelijk antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de opschorting van de
tuchtprocedure tegen commissaris-generaal Koekelberg" (nr. 11067)
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
- de heer Ben Weyts aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de opschorting van de
tuchtprocedure tegen commissaris-generaal Koekelberg" (nr. 11090)
09 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "la suspension de la procédure disciplinaire à
l'encontre du commissaire général Koekelberg" (n° 11067)
- M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "la suspension de la procédure disciplinaire à l'encontre
du commissaire général Koekelberg" (n° 11090)
09.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik wil niet de persoon zelf, ook niet vanuit het Parlement,
blijven viseren. Niettemin is het belangrijk voor de algemene werking
van de politiediensten en in het vooruitzicht van de evaluatie van de
politiehervorming dat wij duidelijkheid krijgen over de administratieve
procedure tegen commissaris-generaal Koekelberg.
Volgens de ene bron zou de procedure zijn opgeschort. Anderen
beweren dan weer dat zulks niet het geval is. Omdat er discussie was,
moet men echter eerst de uitslag van de gerechtelijke procedure ­ die
wellicht lang zal lopen ­ worden afgewacht. Indien daarmee zou
worden ingestemd, zou de zaak aldus een aantal maanden worden
vooruitgeschoven.
Er zijn verschillende berichten over de administratieve procedure. Hoe
mogen wij de toekomstige evolutie van het dossier zien?
09.01 Michel Doomst (CD&V):
En vue de l'évaluation de la
réforme des polices, il importe de
faire la clarté sur la procédure
administrative à l'encontre du
commissaire général Koekelberg.
La
procédure
a-t-elle
été
suspendue? Comment ce dossier
évoluera-t-il?
09.02 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, de minister van Justitie, Stefaan De Clerck, heeft eerst
verklaard dat de administratieve procedure tegen de heer Koekelberg
zou zijn opgeschort om vervolgens de informatie daags nadien te
corrigeren en recht te zetten.
Bestaat er nu juridische duidelijkheid en consensus binnen de
regering over de relatie tussen een tuchtprocedure enerzijds en
lopende gerechtelijke procedures anderzijds?
09.02 Ben Weyts (N-VA): Le
ministre De Clerck a tout d'abord
déclaré
que
la
procédure
administrative
contre
M.
Koekelberg avait été suspendue,
mais a rectifié cette information le
lendemain. Le gouvernement est-il
entre-temps parvenu à faire la
clarté sur le plan juridique et à
atteindre un consensus sur la
relation entre une procédure
disciplinaire, d'une part, et une
procédure judiciaire en cours,
d'autre part?
09.03 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, ik neem aan
dat de twee collega's al weten welk antwoord ik zal geven. Ik heb het
vroeger immers al gegeven.
In de procedures ten aanzien van Fernand Koekelberg heb ik mezelf
gewraakt. U kent de reden daarvoor. Ik kan u dus hoegenaamd niet
antwoorden. Ik moet mij baseren op hetgeen in de pers is
verschenen. Ik heb de persberichten gelezen, maar voor het overige
bemoei ik mij daar niet mee.
Dat zijn vragen die u aan de minister van Justitie of van Binnenlandse
Zaken moet stellen die mij in deze vervangt.
09.03 Guido De Padt, ministre:
J'ai déjà répondu à cette question.
Comme le savent les auteurs de
celle-ci, je me suis récusé dans les
procédures concernant Fernand
Koekelberg. Je dois donc, moi
aussi, me baser sur les articles de
presse et je ne peux pas intervenir
dans cette affaire. Ces questions
doivent être posées au ministre de
la Justice.
09.04 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, de ervaring leert inderdaad steeds meer dat men heel
voorzichtig moet zijn met uitspraken in dit soort dossiers.
We zullen de vraag dan ook stellen aan de betrokken minister van
09.04 Michel Doomst (CD&V):
L'expérience montre qu'en effet, le
ministre de tutelle doit faire preuve
d'une grande prudence lorsqu'il
s'exprime sur ce genre de
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
Justitie.
dossiers. Je m'adresserai donc au
ministre de la Justice.
09.05 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, mijn vraag betrof niet langer het specifieke dossier van de
heer Koekelberg, maar was of er binnen de regering een consensus
bestaat over de manier waarop wordt gewerkt in tuchtprocedures
wanneer er lopende gerechtelijke procedures zijn.
Minister De Clerck heeft daaromtrent verwarring doen ontstaan. Mijn
vraag is wat nu uiteindelijk het standpunt van de regering is.
09.05 Ben Weyts (N-VA): Quelle
est la position du gouvernement
sur la relation entre les procédures
disciplinaire et judiciaire? Le
ministre De Clerck a suscité une
certaine confusion à ce sujet.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Question de M. Xavier Baeselen au ministre de l'Intérieur sur "l'explosion de la vente de drogue en
2008 en Belgique" (n° 11072)
10 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de explosieve
stijging in 2008 van de drugsverkoop in België" (nr. 11072)
10.01 Xavier Baeselen (MR): Les informations parues récemment
concernant les données relatives aux saisies de stupéfiants dans
notre pays sont particulièrement alarmantes. On signale qu'au moins
3.400 kilos de cocaïne ont été saisis en 2008 en Belgique, c'est-à-dire
plus de 40% de plus que l'année précédente. La police fédérale
affirme elle-même dans l'analyse qu'elle dresse du phénomène des
drogues en Belgique en 2008 que "le marché de la cocaïne y est
développé de manière plus importante qu'il y a dix ans". Le service
central des drogues n'hésite plus à classer la Belgique parmi les
principaux producteurs mondiaux de drogues de synthèse. S'agissant
du commerce des rues, la police fédérale le décrit comme "en plein
boom".
Ces données sont officielles, elles proviennent du Bureau d'analyse
stratégique du service central Drogues. Le port d'Anvers est un
élément de cette problématique. La police admet que celui-ci a
constitué en 2008 un point d'entrée important pour la cocaïne qui
arrive principalement par mer en provenance d'Amérique du Sud, via
l'Afrique. L'ampleur de la tâche paraît telle au port d'Anvers que la
police a déjà prévenu qu'à l'avenir elle enquêterait moins de sa propre
initiative parce que les enquêtes mobilisent des hommes et qu'à
chaque fois qu'on cherche, on trouve. C'est assez inquiétant.
Monsieur le ministre, confirmez-vous ces informations? Est-il exact
que la police fédérale est dépassée par l'ampleur de la tâche et
qu'elle va restreindre ses contrôles d'initiative au port d'Anvers?
Quelles sont les mesures que vous comptez prendre soit pour
renforcer ces effectifs soit pour réagir à cette volonté de la police de
restreindre ses contrôles?
10.01 Xavier Baeselen (MR): De
informatie over de hoeveelheid in
beslag genomen drugs in België is
verontrustend. Er werd 3.400 kilo
cocaïne in beslag genomen, dit wil
zeggen 40 procent meer dan in
2007. De centrale drugsdienst
aarzelt niet langer om België
wereldwijd in de categorie van de
belangrijkste producenten van
synthetische drugs te plaatsen. De
federale politie beschrijft de
straathandel als een sector die
een "grote boom" kent.
Dat zijn de officiële gegevens. De
haven van Antwerpen is een
schakel in die problematiek. De
omvang van de taak is zodanig
groot
dat
de
politie
al
gewaarschuwd heeft dat ze in de
toekomst minder onderzoek op
eigen initiatief zou verrichten
omdat
het
onderzoek
haar
personeel mobiliseert en dat het
volstaat te zoeken om te vinden.
Bevestigt u die informatie? Welke
maatregelen overweegt u om het
aantal personeelsleden van de
politie te verhogen en op te treden
tegen het voornemen om de
controles te beperken?
10.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, monsieur
Baeselen, d'emblée, je me dois de préciser que l'article paru dans le
journal "La Dernière Heure" du 11 février est rédigé au départ d'un
document non classifié, interne à la police et non sur la base
d'informations communiquées par la police au rédacteur de l'article.
10.02 Minister Guido De Padt: In
2008 werd er ongeveer 3.800 kilo
cocaïne in beslag genomen, d.i.
een stijging met 50 procent ten
opzichte van 2007. Wat de
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
De plus, force est de constater que ces informations ont partiellement
été isolées de leur contexte.
L'article diffusé en interne dans un bulletin d'informations de la police
portait sur le plan national de sécurité 2008-2011 et s'inscrivait dans
le cadre d'une campagne de sensibilisation aux priorités définies dans
ce plan. Partant, je confirme la plupart des données communiquées
par l'article du journal.
Plus précisément, les saisies de cocaïne en 2008 avoisinent (bilan
provisoire) les 3.800 kilos, ce qui constitue ­ comme le souligne le
journaliste ­ une augmentation de près de 50% par rapport au volume
des quantités saisies en 2007. Ce que le journaliste ne précise pas,
c'est que ces chiffres sont quasi identiques aux 3.946 kilos saisis en
2006. Une mauvaise lecture ou perception de l'action dans les ports
amène le journaliste à écrire que "devant l'ampleur de la tâche" ­ je
cite ­, "la police enquêtera moins de sa propre initiative et comptera
davantage sur les renseignements communiqués par l'étranger". Fin
de citation.
Dans l'article diffusé en interne à la police, il est précisé que ­ je cite à
nouveau ­ "l'importance du port d'Anvers dans l'importation de
cocaïne ne signifie pas pour autant que les organisations criminelles à
la tête de ces importations sont sur le sol belge." C'est donc très
logiquement que, dans le cadre de l'exécution du plan national de
sécurité, les efforts supplémentaires consentis dans la lutte contre le
trafic international visent davantage l'interception des drogues que le
démantèlement des organisations basées à l'étranger, notamment
dans les pays voisins.
En vue du démantèlement de ces organisations criminelles situées à
l'étranger, c'est surtout la collaboration policière internationale qui est
privilégiée. Rappelons en outre que le port d'Anvers est
essentiellement un port de marchandises et que les contrôles y sont
principalement effectués par l'administration des Douanes et non par
la police.
Dire ou découvrir en 2009 que la police fédérale n'hésite plus à
classer la Belgique parmi les principaux producteurs de drogues de
synthèse revient à évoquer une évidence connue de tous nos
concitoyens. En effet, la lutte contre la production des drogues de
synthèse est une priorité de la police depuis le premier plan national
de sécurité rédigé en 2001.
La place de la Belgique et des Pays-Bas dans la production des
drogues de synthèse est régulièrement mentionnée dans les rapports
internationaux et a déjà donné lieu à de multiples interventions au
Parlement.
Rappelons cependant que les efforts entrepris ces dernières années
par la police et ses partenaires ont conduit les organisations
criminelles à modifier leur mode d'action. On constate en effet que les
criminels ont dû morceler leurs activités pour diminuer les risques. Ils
ont été contraints de choisir de nouveaux itinéraires pour
l'acheminement des produits précurseurs. Une partie de la production
tend à se délocaliser vers d'autres régions comme l'Europe centrale.
journalist er niet bij vertelt, is dat
het om ongeveer dezelfde orde
van grootte gaat als de 3.946 kilo
die in 2006 in beslag werd
genomen. Het werd hem wellicht
ingegeven door een verkeerde
interpretatie of perceptie, maar de
journalist schrijft voorts dat de
politie, gelet op de omvang van die
taak, minder op eigen initiatief
onderzoeken zal instellen en zich
meer zal verlaten op inlichtingen
uit het buitenland.
Het artikel stelt dat de haven van
Antwerpen een belangrijke rol
speelt bij de invoer van cocaïne,
maar dat betekent niet dat de
criminele organisaties die de
import controleren, zich ook op
Belgische bodem bevinden. De
inspanningen
zijn
dus
logischerwijze veeleer gericht op
het onderscheppen van drugs dan
op de ontmanteling van in het
buitenland
gebaseerde
organisaties.
Het bestrijden van de productie
van synthetische drugs is sinds het
eerste nationaal veiligheidsplan
van 2001 een prioriteit voor de
politie. De inspanningen die de
politie de jongste jaren geleverd
heeft,
hebben
de
misdaadorganisaties
ertoe
gebracht hun aanpak te wijzigen.
Ze hebben hun activiteiten moeten
opdelen en werden verplicht
nieuwe routes te kiezen. Een deel
van
de
productie
wordt
overgeplaatst naar andere regio's,
zoals Centraal-Europa.
Er
worden
nieuwe
acties
ontwikkeld. Wat de straathandel
betreft, is er in het artikel van de
politie
geen
sprake
van
coffeeshops, maar wel van illegale
verkooppunten. De instandhouding
van de verwarring tussen die twee
begrippen werkt de polemiek
omtrent de verplaatsing van de
Nederlandse coffeeshops in de
buurt van Maastricht in de hand. In
België is er geen enkele plaats
waar de verkoop van cannabis
gedoogd wordt. Ook in verband
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Cela étant, le niveau de priorité est maintenu et de nouvelles actions
sont développées, notamment en coopération étroite avec les Pays-
Bas et Europol.
En ce qui concerne le commerce de rue, contrairement au terme
utilisé par le journaliste, l'article de la police ne parle pas de, je cite,
"coffee-shops" mais bien de points de vente illégaux. La nuance n'est
pas simplement une question de rhétorique. Entretenir la confusion
entre ces deux termes, coffee-shops et points de vente illégaux,
renforce la polémique liée au déplacement des coffee-shops
néerlandais dans la région de Maastricht. En Belgique, il n'y a aucun
endroit où la vente de cannabis est tolérée. Cet aspect du commerce
illégal de drogue fait lui aussi l'objet de nombreuses initiatives de
notre police.
Outre un renforcement des actions sur le territoire des provinces du
Limbourg et de Liège, la police belge est parvenue à convaincre ses
collègues français, luxembourgeois et néerlandais d'encore renforcer
la coopération policière internationale, notamment en vue d'identifier
plus rapidement les organisateurs de ces points de vente liés au
phénomène du tourisme de la drogue.
met dat aspect van de illegale
drugshandel
namen
onze
politiediensten tal van initiatieven.
De Belgische politie is erin
geslaagd
haar
Franse,
Luxemburgse en Nederlandse
collega's tot een nog nauwere
internationale
politionele
samenwerking te bewegen.
10.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je ne suis pas
rassuré par ce que j'entends. Je pensais être rassuré au début de
votre réponse, lorsque vous m'avez dit que les données publiées
dans la presse n'avaient pas été recoupées et que ces informations
ne provenaient pas nécessairement de documents officiels. Selon les
chiffres que vous nous communiquez, l'ampleur du phénomène est
quand même considérable.
Je constate donc que la Belgique reste malheureusement une plaque
tournante de la drogue en Europe.
J'ai peut-être été inattentif en ce qui concerne l'information selon
laquelle la police fédérale allait réduire ses contrôles par manque
d'effectif et de temps. Vont-ils poursuivre de la même manière?
10.03 Xavier Baeselen (MR): Uw
antwoord stelt me niet gerust. Uit
de door u meegedeelde cijfers
blijkt immers dat dit probleem
aanzienlijke proporties aanneemt.
België blijft dus ­ jammer genoeg
­ een Europese draaischijf voor
drugs. Zal de federale politie
controles blijven uitvoeren?
10.04 Guido De Padt, ministre: Absolument!
10.04 Minister Guido De Padt:
Ja.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Questions jointes de
- Mme Valérie Déom au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "le cyberharcèlement et la
protection des mineurs sur les sites de socialisation" (n° 11076)
- Mme Valérie Déom au ministre de l'Intérieur sur "le cyberharcèlement et la protection des mineurs
sur les sites de socialisation" (n° 11077)
11 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Valérie Déom aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "cyberpesten en
de bescherming van minderjarigen op sociale sites" (nr. 11076)
- mevrouw Valérie Déom aan de minister van Binnenlandse Zaken over "cyberpesten en de
bescherming van minderjarigen op sociale sites" (nr. 11077)
11.01 Valérie Déom (PS): Monsieur le ministre, l'une de ces
questions vous était adressée et l'autre était adressée à votre
collègue M. Van Quickenborne. Il a été considéré que les deux
questions vous étaient adressées. Celles-ci sont quasiment similaires:
11.01
Valérie
Déom
(PS):
Volgens een verslag van het
Observatorium van de Rechten op
het Internet zou een jongere op
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
je ne vous poserai donc qu'une seule et même question.
Selon un rapport de l'Observatoire des droits de l'internet publié à
l'occasion du "Safer Internet Day", un jeune sur trois a déjà été
victime de cyberharcèlement et un jeune sur cinq déclare en avoir été
l'auteur. Le phénomène du cyberharcèlement concernerait de plus en
plus de jeunes. Selon l'article de presse, les formes sont diverses:
photos sur un blog, courriels d'insultes anonymes, envois de
menaces, introductions dans les messageries privées et modifications
des mots de passe. Cette année, le "Safer Internet Day", campagne
menée depuis 2004 et soutenue par la Commission européenne et
par Child Focus en Belgique, s'intéresse à ce phénomène. Dans ce
cadre, une vidéo visant à sensibiliser les jeunes à cette question sera
diffusée à la télévision et sur internet.
Par ailleurs, dans un souci d'assurer la protection des mineurs sur les
sites de socialisation, dix-sept de ces sites actifs en Europe, tels que
Facebook et MySpace, ont signé un accord le mardi 10 février, visant
à protéger les mineurs contre les risques de harcèlement en ligne, les
sollicitations d'adultes à des fins sexuelles et la diffusion involontaire
d'infirmations personnelles. Ces sites se sont engagés à empêcher
les enfants "trop jeunes" d'utiliser leurs services. Ils mettront
également en évidence, de façon plus accessible, un bouton "signaler
un abus" et rendront plus visibles les options permettant de protéger
la vie privée à différents degrés.
Enfin, ils prévoient de rendre les profils des mineurs automatiquement
privés et accessibles aux seuls "amis" reconnus directement par le
jeune.
Monsieur le ministre, je vous serais reconnaissante de m'éclairer sur
les points suivants. Existe-t-il une définition claire et légale du
cyberharcèlement? Quels sont les chiffres du cyberharcèlement en
Belgique? Quelle est la part des agressions subies par des mineurs
sur le net? Quelles sont les peines encourues? Vos services
participent-ils à la campagne "Safer Internet Day", et de quelle
manière? Nous connaissons les moyens actuels de lutte contre la
cybercriminalité. La Federal Computer Crime Unit (FCCU) dispose en
ce moment de 35 personnes, dont trois se consacrent à plein temps à
la fraude sur internet. Les 22 sections régionales de l'unité
comprennent un total de 133 personnes. Est-ce suffisant ou
envisagez-vous d'augmenter ces effectifs? Enfin, comment les sites
de socialisation s'y prendront-ils concrètement pour empêcher les
enfants "trop jeunes" d'utiliser leurs services? À partir de quand un
enfant est-il considéré comme étant en âge d'utiliser de tels services?
drie reeds het slachtoffer zijn
geweest van cyberpesten en zou
een jongere op vijf naar eigen
zeggen zelf al gepest hebben,
door foto's op een blog te
plaatsen,
het
slachtoffer
in
anonieme e-mails te beledigen of
te bedreigen, in private message
services
binnen te dringen en
paswoorden te wijzigen.
In het kader van de Safer Internet
Day
(een campagne die door de
Europese Commissie en Child
Focus gesteund wordt) zal er via
televisie
en
internet
een
videofilmpje verspreid worden. Op
10 februari
ondertekenden
17 socialenetwerksites
die
in
Europa
actief
zijn,
een
overeenkomst met het oog op de
bescherming van minderjarigen.
Die sites hebben zich ertoe
verbonden te beletten dat `al te
jonge' kinderen van hun diensten
zouden gebruik maken. Voorts
zullen ze de aandacht vestigen op
een knop waarmee misbruiken
kunnen gemeld worden, en zullen
ze de opties die toelaten om de
privacy
te
beschermen,
zichtbaarder maken. Ze zullen de
profielen
van
minderjarigen
automatisch privé maken en de
toegang
ertoe
beperken
tot
personen die door de jongere
rechtstreeks
als
`vrienden'
aangemerkt werden.
Bestaat er een wettelijke definitie
van het begrip cyberpesten? Hoe
zien de cijfers voor België eruit? In
hoeveel procent van de gevallen is
de agressie op het internet gericht
tegen
minderjarigen?
Welke
straffen worden er opgelegd?
Nemen uw diensten deel aan de
Safer Internet Day-campagne?
Beschikken de Federal Computer
Crime Unit
en de gewestelijke
afdelingen van de Unit over
voldoende personeel volgens u?
Wat
ondernemen
de
socialenetwerksites concreet om
te voorkomen dat `te jonge'
kinderen van hun diensten gebruik
maken? Wat moeten we trouwens
verstaan onder `te jong'?
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
11.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, madame
Déom, le cyberharcèlement est le harcèlement via internet. Le
harcèlement a été décrit à l'article 442bis du Code pénal et le
harcèlement via les communications électroniques est décrit à l'article
145 chapitre 3 de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications
électroniques. Le cyberharcèlement ne peut pas être qualifié en tant
que tel dans la base de données policière. Une recherche sur la base
de la qualification "harcèlement", où le modus internet chatroom,
newsgroup ou menaces via mail, internet ou sms a été indiqué, a
toutefois donné les chiffres suivants: en 2005, 2.355 faits semblables
ont été enregistrés contre 3.312 en 2006 et 3.970 en 2007. Les
chiffres de l'année 2008 ne sont pas encore disponibles. Il n'a pas été
possible de faire une recherche sur la base de l'âge de la victime.
La Federal Computer Crime Unit a participé au "Safer Internet Day"
par une présentation "Protection of youngsters on the internet" au
Parlement européen. La FCCU coopère également au programme
"Safer Internet plus" avec, entre autres, le projet FIVES (Forensic
image and video examination support). Ce projet s'occupe du
développement d'un outil pour une utilisation policière qui permet de
rechercher si des images ou vidéos pédopornographiques se trouvent
sur un certain pc. Cet outil permet de le faire de manière rapide et
avec un impact minimal sur l'investissement humain.
La FCCU est actuellement composée de 36 membres du personnel
parmi lesquels 4 membres sont occupés à temps plein par la fraude
internet. Les 25 computer crime units régionales comptent au total
150 membres. En 2006, une étude de capacité des CCU a été
réalisée sur la base de laquelle il a été conclu que l'effectif devait être
renforcé de 156 personnes durant la période 2007-2011. Entre-temps,
le budget complémentaire pour 44 personnes a déjà été prévu et elles
ont déjà été engagées. Aujourd'hui, une nouvelle étude de capacité
est sur les rails afin de réaliser une nouvelle évaluation de la situation.
Ceci dit, vous connaissez les possibilités budgétaires actuelles.
Comme on peut le voir sur le site "Safe Internet", ces sites ont signé
un accord qui contient les prérogatives suivantes:
- prévoir un bouton "report abuse";
- s'assurer que le profil et la liste de contacts des utilisateurs de moins
de 18 ans sont automatiquement mis en mode privé;
- s'assurer que le profil et la liste de contacts privés des utilisateurs de
moins de 18 ans ne puissent pas être recherchés;
- garantir que les options pour la protection de la vie privée sont
disponibles à tout moment et mis en avant-plan;
- prévenir les jeunes qui font usage de leurs services: si le réseau
social vise des jeunes de plus de 13 ans, il doit être difficile pour les
personnes plus jeunes de s'enregistrer.
Enfin, d'une part, l'âge est déterminé par le réseau de socialisation lui-
même et, d'autre part, il revient aux parents de surveiller leurs enfants
et de voir s'ils sont déjà aptes à faire usage de tels services.
11.02 Minister Guido De Padt:
Cyberpesten is pesten via internet.
Artikel
442bis
van
het
Strafwetboek
handelt
over
belaging en artikel 145, § 3, van
de wet van 13 juni 2005
betreffende
de
elektronische
communicatie
handelt
over
pesterijen
via
elektronische
communicatiemiddelen.
De
kwalificatie "cyberpesten" is niet
als dusdanig terug te vinden in de
databank
van
de
politie.
Onderzoek wijst echter uit dat er in
2005 2.355 dergelijke feiten
werden geregistreerd, in 2006
3.312 en in 2007 3.970. De cijfers
voor
2008
zijn
nog
niet
beschikbaar. Het is niet mogelijk
een en ander na te trekken op
grond van de leeftijd van het
slachtoffer.
De Federal Computer Crime Unit
(FCCU) nam deel aan de Safer
Internet Day
via een presentatie in
het Europees Parlement. De
FCCU verleent daarnaast zijn
medewerking aan het programma
Safer Internet Plus. In dat kader
wordt er onder meer gewerkt aan
de
ontwikkeling
van
een
instrument voor politiegebruik aan
de hand waarvan kan worden
nagegaan
of
een
pc
pedopornografisch beeldmateriaal
bevat.
Momenteel werken er bij de FCCU
36 personen, van wie er vier
voltijds belast zijn met onderzoek
naar internetfraude. Bij de 25
regionale eenheden werken er in
totaal 150 personeelsleden. In
2006 kwam men, op grond van
een studie, tot het besluit dat de
personeelsformatie
tijdens
de
periode 2007-2011 met 156
personen
moest
worden
uitgebreid.
Er
werden
al
bijkomende kredieten uitgetrokken
voor 44 personen, die intussen in
dienst werden genomen. Er wordt
momenteel een nieuwe studie
uitgevoerd met betrekking tot de
nodige capaciteit, maar zoals u
weet is de budgettaire toestand
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
niet rooskleurig.
De sites die hun medewerking
verlenen,
onderschreven
een
overeenkomst waarin ze zich ertoe
verbinden de bezoekers volgende
voordelen te bieden: aanwezigheid
van
een
misbruikknop,
automatische toepassing van de
privacy mode voor gebruikers
jonger dan achttien, beveiliging
van het profiel en van de lijst met
privécontacten van de gebruikers
jonger dan achttien, voortdurende
terbeschikkingstelling
van
de
opties voor de bescherming van
de
persoonlijke
levenssfeer,
verhoogde drempel voor de
registratie van kinderen jonger dan
dertien.
De leeftijd wordt bepaald door de
sociale netwerken zelf. Het is aan
de ouders om toezicht te houden
op hun kinderen en na te gaan of
ze over de nodige maturiteit
beschikken om van dergelijke
diensten gebruik te maken.
11.03 Valérie Déom (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, je vous remercie. Le nombre de cas de cyberharcèlement
entre 2006 et 2007 démontre-t-il une augmentation de ce phénomène
ou une meilleure répression, donc une meilleure identification des
délits? Dans quel sens?
Néanmoins, manifestement, la demande pour renforcer la FCC est
sur les rails. Il semblerait donc que 44 personnes aient déjà été
engagées en plus. En fonction des disponibilités budgétaires, on
aimerait pouvoir en engager davantage. Malheureusement,
l'augmentation du nombre de délits et de cas de cyberharcèlement
n'est pas due à un meilleur contrôle, mais bien à une augmentation
du phénomène par la multiplication des sites de socialisation qui ont
signé cette charte.
Cependant, quand vous nous donnez les garanties de l'utilisation de
ces sites par les mineurs de moins de 18 ans ou encore plus jeunes,
je m'interroge sur la façon dont ils pourront vérifier l'âge réel de la
personne. Il est évident qu'on indique le profil qu'on veut sur ce type
de site de socialisation; dès lors, aucune vérification n'est possible,
sauf le fait de croire que l'enfant n'indique que la vérité et de renforcer
le contrôle parental.
N'y a-t-il donc pas moyen à ce sujet de chercher des formules pour
arriver à des numéros d'identification, par exemple? Ou d'autres
formules techniques permettant de garantir davantage la protection
des mineurs dans ce domaine? Les intentions me semblent bonnes,
mais les solutions proposées peu efficaces.
11.03 Valérie Déom (PS): Is het
aantal gevallen van cyberpesten
tussen 2006 en 2007 een indicatie
van het feit dat het verschijnsel in
opmars is, of dat het beter
bestreden wordt?
Het is wenselijk dat er, voor zover
de begroting dat toelaat, meer
personeel wordt aangeworven.
Ik vraag me af hoe men de leeftijd
van de persoon wil controleren,
want op dat soort sites kan men
om
het
even
welk
profiel
aanmaken.
Kan er niet gezocht worden naar
methoden
om
identificatienummers
toe
te
kennen,
bijvoorbeeld?
De
aangedragen oplossingen lijken
mij niet erg doeltreffend.
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Questions jointes de
- M. Denis Ducarme au ministre de l'Intérieur sur "la procédure de recrutement pour le brevet de
direction de police (BDP)" (n° 11091)
- M. Éric Thiébaut au ministre de l'Intérieur sur "la procédure et l'octroi du brevet de direction de
police" (n° 11328)
12 Samengevoegde vragen van
- de heer Denis Ducarme aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de aanwervingsprocedure
voor het politiedirectiebrevet (PDB)" (nr. 11091)
- de heer Éric Thiébaut aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de procedure voor en de
toekenning van het politiedirectiebrevet" (nr. 11328)
12.01 Denis Ducarme (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, mon attention a été récemment attirée sur la procédure de
recrutement pour le brevet de direction de police. Comme vous le
savez, cette procédure de recrutement est organisée par l'arrêté royal
du 12 octobre 2006 déterminant le brevet de direction requis pour la
promotion au grade de commissaire divisionnaire de police. Les
résultats de la première promotion de ce brevet sont connus depuis la
fin 2008.
La formation pour l'octroi du brevet de direction est longue et
intensive. Durant deux ans, les candidats ont dû fournir de sérieux
efforts afin que chacun puisse être hissé à un niveau de compétences
plus élevé. D'après mes informations, au vu des multiples épreuves
préalables complexes, dont des stages, qu'ils avaient déjà réussi
avant d'être admis dans la procédure de sélection, il semble qu'il n'ait
jamais été question que des candidats puissent être éliminés. C'était
en tout cas, semble-t-il, le discours de l'Ecole Nationale des Officiers,
en charge de l'organisation de ce brevet. Pourtant, au terme de cette
formation de deux ans, sept candidats (quatre néerlandophones et
trois francophones) n'ont pas été retenus.
Ce qui surprend, c'est le fait que ces sept candidats malheureux ont
visiblement reçu des évaluations positives, voire très positives,
jusqu'à la toute dernière ligne droite. En effet, ce n'est que lors de la
dernière épreuve, un examen oral qui avait lieu devant le jury du
brevet de direction présidé par l'Inspecteur général de l'AIG, que les
espoirs de ces candidats se sont évanouis. Cette épreuve orale
consistant à défendre l'examen écrit précédent, qui avait quant à lui
été réussi par ces candidats, il semble que le jury se soit uniquement
basé sur la dernière épreuve orale pour prendre sa décision.
Or, à la lecture des articles 35 et 39 de l'arrêté royal de 2006, l'on
constate que le jury est supposé rendre une appréciation globale sur
base de trois critères: stage, examen écrit et examen oral. Cela n'a
pas été le cas.
Comment expliquer, dans ces circonstances, que l'on fasse échouer
des candidats sur base de l'unique examen oral, pour une formation
qui dure deux ans, sans tenir compte de stages et des examens
écrits? Monsieur le ministre peut-il nous éclairer sur les critères
d'appréciation qui ont été pris en compte en l'espèce?
Au demeurant, on peut aussi s'interroger sur d'éventuelles lacunes de
l'arrêté royal de 2006. En effet, est-il normal qu'aucune seconde
12.01 Denis Ducarme (MR): Om
het directiebrevet bij de politie te
behalen moet men een lange en
intensieve opleiding volgen. Op
het einde van de twee jaar
durende selectieprocedure werden
zeven kandidaten afgewezen na
de laatste proef, een mondelinge
proef
die
bestond
in
de
verdediging van de voorafgaande
schriftelijke proef, waarvoor die
kandidaten wel geslaagd waren.
Overeenkomstig de artikelen 35
en 39 van het koninklijk besluit van
2006 dient de jury een globale
beoordeling uit te spreken, die
gebaseerd is op het stageverslag
en de schriftelijke en mondelinge
proeven.
Hoe
verklaart
u
dat
men
kandidaten enkel op grond van de
mondelinge proef laat zakken? Op
grond
van
welke
beoordelingscriteria
werd
die
beslissing
getroffen?
Is
het
normaal dat er niet in de
mogelijkheid van een tweede zittijd
op het einde van die tweejarige
opleiding werd voorzien? Zou het
koninklijk besluit niet kunnen
gewijzigd
worden
om
een
dergelijke
ontgoocheling
bij
gezakte
kandidaten
te
voorkomen?
Zou die kandidaten niet de
mogelijkheid kunnen geboden
worden om de proeven met
terugwerkende kracht opnieuw af
te leggen, indien het koninklijk
besluit nu zou gewijzigd worden?
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
session ne soit prévue au terme d'un parcours de deux ans alors que
de telles sessions de rattrapage existent partout ailleurs? Monsieur le
ministre ne pourrait-il pas envisager de modifier cet arrêté royal afin
d'éviter de nouvelles désillusions de l'ordre de celles que viennent de
connaître les sept candidats malheureux précités?
On pourrait peut être prévoir la possibilité pour ces candidats de
passer une seconde session, avec un effet rétroactif, si l'arrêté royal
était modifié maintenant.
12.02 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, je vais passer la
description de la procédure de l'arrêté royal du 12 octobre 2006 qui
vient d'être faite par mon collègue, afin de ne pas lasser l'assemblée.
Comme lui, j'ai été surpris que, lors du premier et seul recrutement
qui a été fait sur base de cet arrêté royal, sept candidats ont été
recalés lors de la défense orale du dernier travail, alors que le stage
et le travail en question avaient été réussis assez brillamment.
L'évaluation finale, d'après les articles 35 et 39 de l'arrêté royal en
question se fait de manière globale, en tenant compte du stage, de
l'examen écrit et de la défense orale. Comment peut-on expliquer
qu'après deux ans de formation qui leur a coûté en temps et en
travail, ces candidats aient été recalés lors de la dernière épreuve, qui
ne devait être qu'une formalité, surtout que l'évaluation finale se fait
sur base du triptyque susmentionné?
Quels ont été les critères retenus par le jury lors de l'examen oral?
N'envisageriez-vous pas une évaluation de cet arrêté royal? Si cette
évaluation a déjà eu lieu, pourrions-nous en débattre en commission
ou au moins en connaître les conclusions? Ne pensez-vous pas qu'il
serait sage de prévoir une seconde session pour l'évaluation finale de
manière globale?
12.02 Eric Thiébaut (PS): Mij
heeft het ook verbaasd dat zeven
kandidaten bij de eerste en enige
aanwervingsprocedure afgewezen
werden voor de mondelinge
verdediging van het laatste werk,
terwijl ze schitterende resultaten
behaald hadden voor de stage en
het werk in kwestie.
Welke criteria hanteert de jury
voor de mondelinge proef? Zou u
het koninklijk besluit niet beter aan
een
evaluatie
onderwerpen?
Mocht dat al gebeurd zijn, kunnen
we die evaluatie dan bespreken in
de commissie of ten minste op de
hoogte worden gebracht van de
conclusies ervan? Denkt u niet dat
het verstandig zou zijn een tweede
zitting te organiseren voor de
globale eindevaluatie?
12.03 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, il est
effectivement exact que conformément à l'arrêté royal du 12 octobre
2006, le jury se fonde sur une évaluation globale portant sur les
épreuves écrites et orales ainsi que sur les rapports d'activité et des
stages.
Étant donné que certains candidats en situation d'échec ont introduit
un recours en suspension et en annulation devant le Conseil d'État,
vous comprendrez aisément que je ne peux à cet instant me
prononcer plus avant sur le contenu de ce dossier tant que ces
recours sont pendants.
En ce qui concerne l'évaluation de la réglementation relative aux
brevets de direction, je dois vous renvoyer à la question n° 10629 du
29 janvier 2009 de Mme Leen Dierick.
En bref, l'évaluation est toujours en cours. Je peux, si vous le voulez,
vous transmettre la réponse que j'ai fournie à Mme Dierick, le
29 janvier 2009.
12.03 Minister Guido De Padt: De
jury baseert zich, conform het
koninklijk besluit van 12 oktober
2006, op een globale evaluatie van
de schriftelijke en mondelinge
proeven en van de activiteits- en
stageverslagen.
Gelet op het feit dat sommige
kandidaten bij de Raad van State
een vordering tot schorsing en een
beroep tot nietigverklaring hebben
ingesteld, kan ik mij hierover
vandaag niet uitspreken.
Wat
de
evaluatie
van
de
reglementering betreffende de
directiebrevetten betreft, verwijs ik
naar mijn antwoord van 4 februari
2009 op vraag nr. 10629 van
mevrouw Dierick.
12.04 Denis Ducarme (MR): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse.
12.04 Denis Ducarme (MR): Het
is duidelijk dat we, afgezien van
die evaluatie, uw aandacht ook
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
Ce recours est en effet déposé et pendant. Il n'empêche que cette
situation nous interpelle pour ces cas particuliers mais aussi pour
l'avenir.
Vous évoquez cette évaluation. Il est clair qu'au-delà de celle-ci, nous
tenons toutefois à attirer votre attention sur la nécessité, dans le
cadre d'un cursus qui dure ainsi deux ans, de prévoir aussitôt que
possible mais peut-être parallèlement à l'évaluation, la nécessité
évidente d'un examen de seconde session.
Est-ce que moi je vais me prononcer même si ce recours est
pendant? Il ne faut pas répéter des erreurs qui, en ce qui me
concerne, semblent avoir été commises.
On attendra donc le recours et l'évaluation, ce qui mettra sans doute
en avant le fait que, comme me le disait mon collègue, l'évaluation de
l'inspecteur général de l'AIG ne porte que sur cet examen oral et non
pas sur le stage, l'examen écrit et l'examen oral. Il semblerait qu'il y
ait là un problème. J'espère que ce qui est en cours le démontrera
dans les mois à venir.
willen vestigen op de noodzaak
om in de mogelijkheid van een
tweede zittijd te voorzien.
Ik hoop dat wat nu gebeurt het
probleem met die evaluatie in het
licht zal stellen.
12.05 Eric Thiébaut (PS): Je comprends votre discrétion au sujet
des recours sur les décisions mais je réitère ma demande d'une
discussion sur l'évaluation de cet arrêté royal. C'est vraiment
nécessaire. Je vous invite à revenir vers nous avec les conclusions de
cette analyse.
12.05 Eric Thiébaut (PS): Ik
begrijp dat u niet nader wenst in te
gaan op de beroepschriften die
tegen de beslissingen werden
ingediend, maar ik herhaal mijn
verzoek om een bespreking te
wijden aan de evaluatie van dat
koninklijk besluit.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Questions jointes de
- M. Jean-Luc Crucke au ministre de l'Intérieur sur "un conseil des fonctionnaires" (n° 11109)
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "la création d'un conseil des fonctionnaires
généraux" (n° 11364)
13 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de oprichting van een
beleidsraad" (nr. 11109)
- de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de oprichting van een
beleidsraad" (nr. 11364)
13.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, le "Standaard" a
annoncé que vous aviez décidé de mettre sur pied un conseil des
fonctionnaires, qui rassemblerait les hauts fonctionnaires de votre
administration et qui permettrait de préparer, mais aussi d'évaluer les
différentes politiques à mener. Ce faisant, il s'agirait d'une première.
Mes questions sont assez simples, car cette initiative me semble fort
judicieuse.
Quand ce conseil sera-t-il officiellement institué? Quelle en sera la
composition? Y trouvera-t-on uniquement des hauts fonctionnaires ou
bien des experts extérieurs y participeront-ils également? Une prime à
la participation est-elle prévue? Quelle en sera la fréquence? Enfin,
vous êtes-vous inspiré de ce qu'il se passait à l'étranger en ce
domaine?
13.01 Jean-Luc Crucke (MR): De
krant De Standaard maakte uw
voornemen bekend om een
beleidsraad op te richten met
topambtenaren
van
uw
administratie. Die zou het beleid
mee voorbereiden en toetsen.
Wanneer komt die raad er? Hoe
zal hij worden samengesteld? Zal
hij uitsluitend uit topambtenaren
bestaan of zullen er ook externe
deskundigen zitting in hebben?
Zullen die ambtenaren recht
hebben op een premie? Hoe vaak
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
zal die raad vergaderen? Vond u
de inspiratie voor dit initiatief in het
buitenland?
13.02 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, ik was ook een
beetje geïntrigeerd door de manier en het opzet van een beleidsraad,
wat blijkbaar toch een primeur is en voor een deel bewijst dat u de
scharnierfunctie tussen de minister en de ambtenarij wil verbeteren.
De beleidsraad zou de bedoeling hebben dat u met uw
topambtenaren regelmatig overleg pleegt om het beleid uit te
stippelen. Ik wou u ook vragen om eventueel wat meer uitleg te geven
over de bedoeling van het initiatief. Wat wil u daarmee eigenlijk
bereiken?
13.02 Michel Doomst (CD&V) :
Le projet de mettre en place un
conseil stratégique prouve que le
ministre souhaite améliorer la
collaboration entre lui-même et les
fonctionnaires. Cet organe devrait
permettre
une
concertation
régulière sur la stratégie du SPF
avec les fonctionnaires supérieurs
concernés. Quel est le but précis
du conseil stratégique?
13.03 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, l'arrêté royal du 7 novembre 2000 prévoit que le ministre
exerçant l'autorité sur un service public fédéral peut décider de créer
un conseil stratégique au sein de ce service public. Le conseil
stratégique sert de relais entre l'autorité politique et l'administration et
assure la cohésion en créant un climat de confiance et de
communication entre elles.
13.03 Minister Guido De Padt: In
het koninklijk besluit van 7
november 2000 wordt bepaald dat
de minister die het gezag uitoefent
over de federale overheidsdienst,
kan beslissen tot de oprichting van
een
beleidsraad
binnen
de
overheidsdienst. De beleidsraad is
het verbindingsorgaan tussen de
politieke
overheid
en
de
administratie.
Ik ben inderdaad van plan om zeer binnenkort een beleidsraad in te
stellen bij de FOD Binnenlandse Zaken. Ik heb mijn administratie
verzocht om de modaliteiten na te gaan waaronder de beleidsraad
kan worden opgestart. Ik heb haar tevens gevraagd om mij een aantal
voorstellen te bezorgen van externe deskundigen die van de
beleidsraad deel zouden kunnen uitmaken. De externe deskundigen,
die dus niet verbonden zijn aan de FOD Binnenlandse Zaken, zouden
op permanente basis in de beleidsraad kunnen zetelen of zij zouden
belast kunnen worden met een bijzondere opdracht.
Ik heb daarover gisteren nog met mensen van de administratie
vergaderd. Het ontwerp is al uitgetekend. Ik zal heel binnenkort die
beleidsraad installeren.
Je vais bientôt mettre en place un
conseil stratégique au sein du SPF
Intérieur. Mes services examient
en ce moment les modalités de
son installation. Ils vont également
me soumettre une liste d'experts
externes susceptibles de siéger en
son sein, que ce soit à titre
permanent ou pour des missions
spécifiques. Le projet de conseil
stratégique est prêt.
Je vais désigner les experts dans les limites des moyens budgétaires
octroyés. Il s'agit de 273.000 euros maximum, comme prévu par
l'arrêté royal à cet effet, au début de la législature, sans préjudice de
leur révision au cours de celle-ci.
Ik zal de experts aanstellen voor
zover het maximumbedrag van
273.000 euro dat daartoe op de
begroting is ingeschreven, niet
wordt overschreden.
13.04 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse et je pense que nous voyons là tout l'intérêt,
avant d'être ministre, d'avoir été parlementaire. En effet, je constate
qu'un arrêté royal datant de neuf ans est enfin activé et j'en suis fort
gré. C'est parce que le président connaît sa matière qu'il a trouvé de
l'inspiration dans cet arrêté royal.
Ma curiosité va même plus loin et j'espère que nous aurons, comme
parlementaires, l'occasion de lire les procès-verbaux de ce type de
réunion, source supplémentaire de questions pour notre commission.
13.04 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
stel vast dat er nu eindelijk werk
gemaakt wordt van een koninklijk
besluit dat al negen jaar geleden
werd uitgevaardigd, en daar ben ik
blij om.
Ik zou er zelfs graag nog meer
over willen weten, en daarom hoop
ik dat wij, als parlementsleden,
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
inzage zullen krijgen in de notulen
van die vergaderingen, die nog
meer vragen doen rijzen bij onze
commissie.
13.05 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, ik denk
inderdaad ook dat het voor een stuk innoverend is. Mag ik er ook uit
afleiden dat de agenda van de beleidsraad niet formeel zal zijn, maar
dat die meer zal fungeren als een antenne en niet gestuurd door een
strikte agenda?
13.05 Michel Doomst (CD&V): Si
je comprends bien, le conseil
stratégique n'agira pas selon un
agenda formel mais jouera plutôt
le rôle d'antenne. Est-ce bien
cela?
13.06 Minister Guido De Padt: Men kan moeilijk een vergadering
organiseren of leiden zonder agenda. Zo niet wordt het een
praatbarak, wat ik niet nastreef. Wat ik wel nastreef, is dat er vanuit
de beleidsraad wat meer strategisch wordt gedacht over bepaalde
aspecten van wat ons beleid moet betekenen. Ik noem maar als
voorbeeld: moet de beleidsraad niet mee invulling geven aan onze
visie op de politie.
Nu hebben wij grote beleidsplannen die volgestouwd staan met
actieplannen van wat de politie en de brandweer allemaal moeten
doen, zonder dat wij in feite een kapstok hebben waar wij alles aan
kunnen ophangen. Moeten wij niet eens nadenken over wat
bijvoorbeeld de politie in onze samenleving allemaal moet betekenen?
Wat is onze maatschappelijke visie op de werking van de politie? Ik
meen dat die punten door de beleidsraad kunnen worden ontwikkeld,
samen met andere beleidsitems. Die kunnen dan in een out of the
box view worden bekeken door experts. Ik denk dan aan mensen uit
het bedrijfsleven en mensen uit de wetenschappelijke sector, die van
op afstand wat meer invulling kunnen geven aan wat wij waarschijnlijk
van te dichtbij bekijken.
13.06 Guido De Padt, ministre:
Une réunion sans ordre du jour
tourne au palabre alors qu'il s'agit
de faire en sorte que le comité
mène
une
réflexion
plus
stratégique sur certains aspects
de la politique, comme une
conception approfondie de la
police. Le conseil doit offrir un
repère pour la politique à mettre
en oeuvre. Il est intéressant pour
les
acteurs
du
secteur
économique
et
des
milieux
scientifiques de pouvoir observer
les choses avec recul. C'est
quelque chose qui nous manque
parfois, à nous hommes et
femmes politiques.
13.07 Michel Doomst (CD&V): Dank u mijnheer de minister. Ik zal
trouwens via een schriftelijke vraag aan uw collega's vragen of zij
hetzelfde "pad" willen volgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Maya Detiège aan de minister van Binnenlandse Zaken over "jodiumtabletten" (nr. 11118)
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de verdeling van
jodiumtabletten" (nr. 11140)
14 Questions jointes de
- Mme Maya Detiège au ministre de l'Intérieur sur "les comprimés d'iode" (n° 11118)
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de l'Intérieur sur "la distribution de tablettes d'iode" (n° 11140)
14.01 Maya Detiège (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, dit is reeds een oud verhaal. Ik zou het toch opnieuw heel
kort willen trachten te situeren. Uw voorganger minister Dewael heeft
het dossier volledig opgevolgd. Ik heb toen benadrukt wat het belang
is om jodiumtabletten te geven aan de bevolking. Ik ga dat heel kort
even terug naar voren brengen ter herinnering.
Ik heb in het verleden reeds een aantal vragen gesteld over de
veiligheid van de kerncentrales en de beveiliging van de inwoners
ingeval van een kernramp. Er waren twee grote aanleidingen.
14.01 Maya Detiège (sp.a): La
distribution de comprimés d'iode
aux citoyens est importante,
comme l'ont montré l'incident
survenu à Fleurus en 2008 et
l'inquiétude des riverains de
centrales nucléaires. La demande
de
nouvelles
tablettes
était
assurément prévisible, compte
tenu
des
réactions
à
une
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
Enerzijds was er het lek in Fleurus. Ik geloof dat dit in september
2008 was. Anderzijds was er de bezorgdheid van de inwoners in de
buurt van kerncentrales die met vervallen jodiumtabletten naar hun
apotheker stapten. Zij vroegen zich terecht af wanneer ze hun nieuwe
tabletten konden afhalen.
Die vraag was absoluut te verwachten. In het verleden was er immers
een preventiecampagne, in 1997. In de provincie Antwerpen kwam 80
tot 90 procent van de mensen hun tabletten afhalen. De mensen
werden echt heel goed ingelicht over het belang van de inname van
de jodiumtabletten met stabiel jodium bij een eventuele kernramp of
een ernstig lek.
De radioactieve isotopen van jodium maken in onze kerncentrales, als
wij ook kijken naar Tsjernobyl, een belangrijke fractie uit van de
splijtstoffen. Als men de tabletten inneemt, en dat is belangrijk om te
weten, voorkomt men echt dat de radioactieve isotopen worden
opgenomen in de schildklier.
Als de mensen de tabletten tijdig innemen ­ want het tijstip van de
inname heeft ook heel veel belang, wij hebben dat ook gezien bij een
lek in Polen ­ dan zijn er geen gevallen van schildklierkanker. Ten
tijde van Tsjernobyl was men hierop niet voorzien, waardoor er op het
ogenblik van het ongeval bij kinderen jonger dan 18 jaar alleen al
sprake was van 4000 gevallen van schildklierkanker.
De tabletten die de Belgische bevolking tijdens de laatste
preventiecampagne in 2002 gratis konden afhalen bij de apotheker
vervielen vorig jaar. Op een aantal dozen staat 1 maart. Op de
meeste dozen staat 1 april 2008. Dat was geen grap.
Om de bezorgdheid bij de burgers en voornamelijk de scholen in de
buurt van kerncentrales ­ omdat kinderen gevoeliger zijn dan
volwassenen ­ weg te nemen, heeft het Wetenschappelijk Instituut
voor de Volksgezondheid een analyse gedaan op de stabiliteit van de
tabletten die de bevolking had. De tabletten zouden blijkbaar
houdbaar zijn tot 10 juli 2009. Op zich is er dus geen reden tot paniek.
De apothekers werden verwittigd en die verwittigden ook de mensen
die naar de apotheken kwamen.
De minister, uw voorganger dus, gaf toe dat er problemen waren bij
de openbare aanbesteding, maar beloofde tegelijk dat er snel werk
zou worden gemaakt van een nieuwe preventiecampagne. Vanaf
oktober 2008 zou de campagne in gang worden gestoken. Het gaat
dan over de informatie naar de bevolking, de apothekers, de levering
van de tabletten enzovoort.
Wij zijn nu reeds maart ­ in mijn tekst staat nog februari. Overal in de
straten ziet men campagnes opduiken voor kernenergie, maar over
de campagne om de burgers te beschermen hoort men niets.
Ik stond perplex toen ik vernam dat er na lange tijd vergaderstilte ­
ondertussen was het drie of vier weken geleden ­ opnieuw overleg
werd gepleegd met de mensen die betrokken zijn bij de opstart van
een nieuwe campagne.
De conclusie van het overleg, en daarover wil ik meer informatie, zou
zijn geweest dat de preventiecampagne die minister Dewael voor
campagne de prévention menée
en
1997
pour
souligner
l'importance de ces comprimés.
Ceux-ci ont pour effet d'empêcher
que les isotopes radioactifs se
concentrent
dans
la
glande
thyroïde et, lorsqu'ils sont pris à
temps, ils préviennent le cancer de
la
glande
thyroïde.
Ces
précautions n'avaient pas été
prises à Tchernobyl et c'est
pourquoi,
au
moment
de
l'accident, il était déjà question
pour les enfants de moins de
18 ans de quatre mille cas de ce
cancer.
Les tablettes mises à la disposition
de la population belge lors de la
dernière campagne de prévention
en 2002 ont atteint leur date de
péremption l'an dernier. Une
analyse de l'Institut scientifique de
la Santé publique a montré
qu'elles seraient apparemment
utilisables jusqu'au 10 juillet 2009
et les habitants ont donc pu être
rassurés. À ma grande surprise, je
viens d'apprendre qu'à l'issue
d'une
nouvelle
concertation
organisée
avec
les
parties
concernées par le lancement
d'une nouvelle campagne, il a été
décidé de repousser d'un an la
campagne de prévention que le
ministre Dewael avait programmée
en
octobre
2008.
L'Institut
scientifique de la Santé publique
aurait été chargé de procéder à
une nouvelle analyse de la stabilité
des tablettes.
Où en est la production des
nouveaux comprimés d'iode? Le
ministre est-il convaincu que le
délai qui court jusqu'au mois
d'octobre
2009
pourra
être
respecté? Comment compte-t-il
expliquer à la population que la
date de validité qui a été
communiquée aux pharmaciens
lors de la première analyse ne
sera sans doute pas non plus la
bonne? Si l'Institut scientifique de
la santé publique confirme cette
date, le ministre perdra la face
puisque, dans cette hypothèse, les
citoyens
ne
seraient
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
oktober 2008 had gepland gewoon met een jaar wordt uitgesteld. Aan
het Wetenschappelijk Instituut voor de Volksgezondheid zou opnieuw
de vraag worden gesteld om de stabiliteit van de tabletten nogmaals
te analyseren.
Vandaar dus mijn eerste vraag: hoe ver staat u nu met het opstarten
van die productie van de nieuwe jodiumtabletten? Ik heb in het
verleden aan de campagne van 1997 meegewerkt en dat heeft toen
jaren in beslag genomen. Gelooft u zelf eigenlijk in de haalbaarheid
van de nieuw vooropgestelde datum, dus oktober dit jaar?
Mijn tweede vraag. De bevolking begreep waarschijnlijk nog dat de
vervaldatum die op de doosjes stond, waarschijnlijk niet de goede
was, nadat er opnieuw een onderzoek naar de stabiliteit was geweest
en een nieuwe datum werd gezegd. Ik vraag mij af hoe u aan die
mensen gaat uitleggen dat de datum die bij de eerste analyse werd
gecommuniceerd aan de apothekers, waarschijnlijk weer niet de juiste
vervaldatum zal zijn. Wil het Wetenschappelijk Instituut voor
Volksgezondheid geen gezichtsverlies lijden, dan blijven ze bij de
datum van hun eerste analyse. In dat geval lijdt u dan weer
gezichtsverlies, want dan zijn onze burgers niet meer beschermd bij
een eventueel lek gezien de tabletten in juli 2009 vervallen en de
campagne ten vroegste in oktober 2009 zou kunnen starten. Ik heb
toch wel heel veel vragen en ik hoop dat u inziet dat het toch over een
heel belangrijk onderwerp gaat voor de mensen die in de buurt van de
kerncentrales wonen.
temporairement plus protégés en
cas de fuite éventuelle. Je
m'interroge malgré tout encore
abondamment sur cette matière
importante.
14.02 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Dank u mijnheer de
voorzitter. Mijnheer de minister, ik ben voorstander van kernenergie
maar ik meen dat met alle facetten, ook het voeren van een goede
campagne en het tijdig beschikbaar stellen van jodiumtabletten, op
een verantwoorde manier moet worden omgesprongen.
Op vraag gesteld in commissie in januari dit jaar antwoordde u dat de
diensten van de minister eraan denken om ofwel een nieuwe
overheidsopdracht voor jodiumtabletten op te starten, ofwel na te
gaan in hoeverre de Staat zelf kan instaan voor de productie. U zou er
alles aan doen om deze tabletten voor juli ter beschikking te stellen.
En indien deze tabletten niet tijdig ter beschikking zouden zijn, dus
voor de zomervakantie, zou de houdbaarheidstermijn van de huidige
tabletten ­ die zoals de vorige spreker al heeft aangehaald, reeds
lang overschreden is ­ opnieuw een kwaliteitsonderzoek ondergaan
om te zien of die datum, weer maar eens, kan worden verlengd. En
tenslotte hebt u meegedeeld dat de informatiecampagne van start zou
gaan eenmaal de tabletten voorradig zijn.
Op eerdere vragen aan de vorige bevoegde minister, werd
meegedeeld dat een steekproef had uitgewezen dat in 2002 slechts
57 procent van de omwonenden rond de nucleaire installatie, de
tabletten effectief was gaan ophalen bij de apotheek. Ik heb u mijn
vorige vraag dan ook gesteld om aan te duiden dat men er alles moet
aan doen om een nog betere informatiecampagne te voeren om dat
cijfer op te drijven.
Mijnheer de minister, kan u op volgende nieuwe vragen een antwoord
geven? Waarom heeft de federale overheid zolang gewacht met het
opstarten van een nieuwe overheidsopdracht of productie in eigen
beheer? Welke indicatie had u om eind januari in commissie mee te
14.02 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Je suis certes
partisan de l'énergie nucléaire,
mails
il
convient
d'informer
correctement le public et de mettre
des
comprimés
d'iode
à
disposition en temps voulu ! En
janvier 2008, le ministre a déclaré
que
ses
services
soit
envisageraient
un
nouveau
marché public pour la fourniture de
comprimés d'iode, soit vérifieraient
dans quelle mesure les pouvoirs
publics pourraient y veiller eux-
mêmes. Il avait dit qu'il ferait de
son mieux pour fournir ces
comprimés pour juillet 2009. À
défaut, il ferait réexaminer la durée
de validité des comprimés actuels
en vue d'une nouvelle prolongation
éventuelle. Enfin, la campagne
d'information devait débuter dès
que les comprimés seraient
disponibles.
J'insiste une fois de plus sur la
nécessité d'encore améliorer la
campagne d'information, étant
donné qu'un sondage aurait
démontré que très peu de
personnes étaient effectivement
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
delen dat een nieuwe campagne voor de zomer nog tot de
mogelijkheden behoorde, terwijl ondertussen data van ten vroegste
oktober dit jaar worden genoemd.
Werd er reeds met het wetenschappelijk instituut voor
volksgezondheid contact opgenomen?
Wanneer wordt het resultaat van het nieuwe kwaliteitsonderzoek
verwacht omtrent de verlenging van de houdbaarheidsdatum?
En welke initiatieven bereidt men eventueel voor in samenwerking
met onder meer de lokale besturen en de apothekers, om zoveel
mogelijk omwonenden aan te zetten om de tabletten effectief in huis
te halen?
Ik dank u voor uw antwoord.
venues chercher les comprimés.
Pourquoi les autorités fédérales
ont-elles attendu si longtemps
pour lancer un nouveau marché
public ou organiser la production
en gestion propre? Pourquoi le
ministre considérait-il encore fin
janvier une nouvelle campagne
comme une possibilité? L'Institut
scientifique de santé publique a-t-il
été contacté? Dans quel délai
escompte-t-on les résultats de la
nouvelle enquête de qualité?
Quelles initiatives prépare-t-on
éventuellement pour inciter un
maximum de riverains à venir
chercher les comprimés?
14.03 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega's, de
lancering van een nieuwe overheidsopdracht zit momenteel in de
finale fase binnen mijn administratie en zal zeer binnenkort worden
voorgelegd aan de Ministerraad. Gezien de gerechtelijke procedure
die werd aangespannen tijdens de eerste intentie tot gunning werd
verkozen om alle bevoegde instellingen opnieuw te raadplegen, zowel
voor de technische als voor de juridische aspecten. Ik denk dan aan
het
Federaal
Agentschap
voor
de
Geneesmiddelen
en
Gezondheidsproducten, het Federaal Agentschap voor Nucleaire
Controle, het Wetenschappelijk Instituut voor de Volksgezondheid, de
kanselarij van de eerste minister alsook andere diensten die
gespecialiseerd zijn in overheidsopdrachten. Deze raadplegingen zijn
enkel nuttig als iedereen de nodige tijd krijgt voor de analyse.
Het is nog wat te vroeg om de exacte datum van de campagne vast te
leggen aangezien wij de offertes van de firma's nog niet hebben
ontvangen. Een dergelijke datum hangt immers af van de
leveringstermijnen die worden voorgesteld. Er is uiteraard voorzien
dat de uitvoeringstermijn een van de belangrijkste gunningscriteria is.
De conformiteit van de tabletten wordt sinds de eerste distributie in
1999 jaarlijks gecontroleerd door het Wetenschappelijk Instituut voor
de Volksgezondheid. De tabletten worden onderworpen aan strenge
laboratoriumanalyses volgens de Europese normen die ook van
toepassing zijn op alle nieuwe medicaties. De conformiteit kan telkens
slechts voor één bijkomend jaar worden bevestigd en dient dus
jaarlijks herhaald te worden.
Dat is natuurlijk een probleem dat zich hier stelt omdat men telkens
per jaar de conformiteit bevestigt en de mensen dus de indruk hebben
dat na afloop van een bepaald jaar er een conformiteit meer zou zijn.
Dat is overigens volledig in overeenstemming met de Europese
praktijken. De laatste analyses bevestigen dat de conformiteit van de
huidige tabletten gegarandeerd is tot juli 2009 indien aan de
bewaarvoorwaarden wordt voldaan. Dit betekent uiteraard niet
automatisch dat de pillen op dat moment werkelijk vervallen, het duidt
slechts op de timing van de volgende nieuwe analyse. Hoewel een
nieuwe conformiteitsanalyse op dit ogenblik niet noodzakelijk is
gezien de garantie tot juli 2009 heb ik desalniettemin besloten om
niets aan het toeval over te laten en enkele weken...
14.03 Guido De Padt, ministre:
Un nouveau marché public sera
soumis très prochainement au
Conseil des ministres. Pour des
raisons à la fois juridiques et
techniques, il a été décidé de
consulter à nouveau toutes les
instances
compétentes.
Ces
consultations n'ont de sens que si
toutes les parties disposent du
temps nécessaire à l'analyse du
dossier. Il est encore trop tôt pour
fixer la date précise de la
campagne, étant donné que nous
attendons encore les offres, dans
lesquelles figureront également les
délais de livraison. Le délai
d'exécution est, bien entendu, un
des
critères
majeurs
pour
l'attribution du marché.
Depuis 1999, la conformité des
comprimés
est
contrôlée
annuellement par l'ISP (Institut
scientifique de santé publique), et
ce,
selon
des
normes
européennes strictes. De plus,
cette conformité n'est confirmée
que pour une durée d'un an. Les
dernières analyses confirment la
conformité des comprimés actuels
jusqu'en juillet 2009, à condition
que les conditions de conservation
soient respectées. Cela ne veut
évidemment pas dire que les
pilules
seront
effectivement
périmées à cette date. Avec la
nouvelle
analyse
que
j'ai
commandée à l'ISP, nous ne
laissons toutefois rien au hasard.
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
Er was hier wat verwarring in de tekst, daarom heb ik even uitleg
gevraagd. Het is zo dat ik niets aan het toeval heb overgelaten. Ik heb
het WIV opdracht gegeven om bijkomende testen uit te voeren
waarvan de uitslag wordt verwacht na enkele weken, zeer snel dus.
Net zoals bij de vorige testen zal het resultaat niet enkel in een
perscommuniqué worden toegelicht maar worden bovendien de
apothekers geïnformeerd en zullen de betrokken burgemeesters
persoonlijk op de hoogte worden gebracht.
De communicatie inzake de nucleaire risico's en de nieuwe distributie
van de jodiumtabletten behelst een veelvoud aan initiatieven. Zo is er
niet enkel een campagne met tv-spots gepland op de nationale
zenders maar tevens een advertentiecampagne in de geschreven
pers, een nationale brochure die ter beschikking zal worden gesteld
van alle inwoners en een website die alle nuttige informatie zal
bundelen. Daarnaast is er een bijkomend informatieluik voorzien voor
de burgers, collectiviteiten, apothekers en andere belanghebbenden
die zijn gevestigd in de risicozones. Zij krijgen elk een specifieke
zonale brochure met daarin bijkomende achtergrondinformatie en
extra uitleg aangaande het afhalen van de gratis jodiumtabletten. Het
spreekt voor zich dat dit in overleg zal gebeuren met de
vertegenwoordigers van alle actoren.
Les résultats de cette analyse
seront connus dans les prochaines
semaines.
Les résultats de l'analyse seront
présentés et commentés dans un
communiqué de presse, et tant les
pharmaciens
que
les
bourgmestres concernés seront
tenus au courant personnellement.
La communication sur les risques
de radioactivité et sur la nouvelle
distribution de comprimés d'iode
prendra la forme de spots télé,
d'une campagne d'information
dans la presse écrite, d'une
brochure destinée aux habitants et
d'un site internet. Des informations
supplémentaires sont également
prévues pour les citoyens, les
institutions, les pharmaciens et
d'autres acteurs concernés établis
dans les zones à risques.
14.04 Maya Detiège (sp.a): Dank u voor het antwoord. Uit uw reactie
kan ik enkel opmaken dat u er blijkbaar heel gerust in bent dat de
vooropgesteld datum zal worden gehaald. Ik wil er echt op hameren.
In het verleden heeft dat enorm veel tijd in beslag genomen. Wat ik
heel spijtig vind in heel deze zaak is dat men al van 1997 wist wat de
vervaldatum was, tien jaar. Vanuit het ministerie heeft men dus tien
jaar de tijd gehad om dit goed voor te bereiden. Blijkbaar is dat niet
gelukt.
Ik spreek nu meer als apotheker. We hebben de mensen al eens
moeten uitleggen dat die vervaldatum niet klopt. Nu moeten we
opnieuw een campagne doen waarbij de overheid zegt dat ze het nog
eens heeft onderzocht en dat het nog goed is. Dat komt echt
ongeloofwaardig over, let daarmee op. Maak er alstublieft werk van.
De mensen zijn ongerust en ik begrijp dat ook. Gezien het lek in
Fleurus kwamen er heel veel vragen binnen. De mensen beseffen
echt wel dat dit impact heeft. Jodiumtabletten werken echt, stabiel
jodium. Ik kan er dus alleen op hameren dat u ervoor moet zorgen dat
die offertes heel snel in orde zijn. U moet erop aandringen dat die
tabletten er op tijd zijn.
14.04 Maya Detiège (sp.a): Je
déduis de la réaction du ministre
qu'il ne doute guère de la capacité
du gouvernement à boucler ce
dossier pour la date prévue, alors
que l'on sait d'expérience qu'une
telle opération peut prendre
énormément de temps. La date de
péremption
des
comprimés
actuels est connue depuis dix ans,
et pourtant, l'Intérieur n'est pas
parvenu
à
préparer
convenablement cette opération. Il
a déjà fallu expliquer aux gens que
la date de péremption n'était pas
exacte, et voilà qu'on lance à
présent une campagne visant
quand même à rassurer la
population. Tout cela manque
cruellement de crédibilité. J'insiste
donc,
vu
l'importance
des
comprimés d'iode, pour que les
offres des fournisseurs soient
traitées dans les plus brefs délais.
14.05 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
minister, het is de vierde keer dat ik een vraag stel over dit onderwerp
en daarop wordt even vaak geantwoord dat het dossier in een finale
fase zit. Daar kan u niets aan doen want u hebt nog maar net die
verantwoordelijkheid. Zoals de vorige spreker heeft aangehaald, heeft
men dit dossier jarenlang laten liggen en pas in laatste instantie wordt
men met de problemen geconfronteerd. Het is ook een ongelukkige
manier van werken, met die houdbaarheidsdatum die men jaarlijks
14.05 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): On a ignoré ce
dossier pendant des années
jusqu'à ce que surviennent des
problèmes
aigus.
L'évaluation
annuelle de la date de péremption
constitue également une manière
navrante de travailler. J'espère
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
kan evalueren.
Mijnheer de minister, hopelijk heeft u binnen enkele weken een
positief antwoord, maar wat gebeurt er als de resultaten van het
onderzoek van het WIV negatief zijn, de datum niet kan verlengd
worden en de tabletten dus niet voor de zomer beschikbaar zijn?
que le ministre nous apportera une
réponse positive dans quelques
semaines mais qu'adviendra-t-il si
les résultats de l'étude de l'ISP
sont négatifs, si la date ne peut
être prolongée et si les nouveaux
comprimés
ne
sont
pas
disponibles pour l'été?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van de heer Ludwig Vandenhove aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de wijziging
van de wetgeving tot regeling van de private en bijzondere veiligheid" (nr. 11129)
15 Question de M. Ludwig Vandenhove au ministre de l'Intérieur sur "la modification de la législation
réglementant la sécurité privée et particulière" (n° 11129)
15.01 Ludwig Vandenhove (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, mijn eerste vraag handelt over de wet tot regeling van het
beroep van privédetective, die natuurlijk betrekking heeft op mensen
die echt privédetective zijn, maar die onrechtstreeks ook verband
houden met een aantal andere beroepscategorieën, onder andere in
de verzekeringssector. Ik heb uit de sector vernomen ­ ik wil die
informatie ook verifiëren bij u als bevoegd minister ­ dat op een
bepaald ogenblik de vorige minister tijdens de vorige legislatuur de
bedoeling had om de wet te herzien. Het gaat over de wet van 10 april
1990.
Ten eerste, is de informatie correct dat u de intentie hebt om deze wet
te herzien?
Ten tweede, de vorige minister heeft dat een paar keer laten liggen,
zelfs na aandringen van de administratie. Als het correct is dat u van
plan bent om de wet te wijzigen, waarom gebeurt dat dan nu? Is er
een specifieke reden voor?
Ten derde, worden de betrokken sectoren nog geraadpleegd?
Ten vierde, en dit gedeelte van mijn vraag sluit aan bij het eerste
gedeelte ervan, in welke fase zit het voorontwerp op dit ogenblik? Ik
hoor informeel dat er daar interkabinettenwerkgroepen over zouden
zijn doorgegaan, maar die nu weer stilligen. Is de informatie correct
dat de wet wordt herzien? Wat is de stand van zaken en in welke
richting gaat het? Is er nog overleg gepland met de diverse sectoren?
15.01
Ludwig
Vandenhove
(sp.a): Outre les vrais détectives
privés, la loi du 10 avril 1990
organisant
la
profession
de
détective
privé
touche
indirectement d'autres catégories
professionnelles, notamment dans
le secteur des assurances.
Est-il exact que le ministre
envisage une révision de cette loi?
Pourquoi avoir choisi ce moment
précis? Les secteurs concernés
seront-ils consultés? Où en est
actuellement l'avant-projet?
15.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, de
detectivewet dateert van 1991 en uit een aantal elementen uit de
evaluatie blijkt dat het passend is deze wet te moderniseren. Zo bevat
de huidige wet nauwelijks bepalingen over de middelen en de
methodes die privédetectives mogen aanwenden, terwijl deze in het
kader van publieke opsporing de afgelopen 15 jaar fijnmazig zijn
geregeld. Vooral naar de onderzochte persoon dient de wetgever te
voorzien in beschermende wettelijke maatregelen. Dit is onvoldoende
het geval in de huidige wet. De beoogde modernisering houdt ook in
dat deze wet in overeenstemming moet worden gebracht met de
hedendaagse opvattingen over de bescherming van de grondrechten
van de medeburgers, inzonderheid het recht op privacy.
15.02 Guido De Padt, ministre:
La loi organisant la profession de
détective privé date de 1991. Une
évaluation a révélé l'opportunité de
la moderniser. Ainsi, la loi actuelle
ne
comprend
guère
de
dispositions
relatives
aux
méthodes et moyens autorisés. Il
convient surtout de prendre des
mesures légales visant à la
protection
de
la
personne
surveillée,
un
souci
insuffisamment
pris
en
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
De werkzaamheden van de detectives moeten in de mate van het
mogelijke transparant zijn en niet alleen ten aanzien van de
onderzochte persoon, maar ook ten aanzien van de overheid. Zowel
de toezichtorganen en de rechters aan wie de bevindingen van de
privédetectives worden voorgelegd, moeten voldoende mogelijkheden
krijgen om hun controlefunctie uit te oefenen.
Deze werkzaamheden werden reeds door mijn voorganger in zijn
beleidsnota aangekondigd en aangevat en gedurende zes sessies
werden de beroepsverenigingen uitvoerig geconsulteerd. Hun
meningen over alle grote opties voor deze vernieuwing zijn alle
afdoende gekend.
Momenteel wordt inderdaad een ontwerp voorbereid in een
interkabinettenwerkgroep en ik wens hier nog aan toe te voegen dat
er vorige week een vergadering heeft plaatsgevonden tussen de
vertegenwoordigers
van
de
verzekeringssector
en
mijn
kabinetsmedewerkers en volgende week is er een vergadering
gepland met de vertegenwoordigers van het VBO.
considération dans la loi actuelle.
Par ailleurs, la loi doit respecter les
conceptions actuelles relatives à la
protection
des
droits
fondamentaux du citoyen, en
particulier le droit à la protection
de la vie privée. Les activités des
détectives doivent être aussi
transparentes que possible, non
seulement vis-à-vis de la personne
surveillée, mais également envers
les
pouvoirs
publics.
Les
fédérations professionnelles ont
été largement consultées. Un
projet est en préparation au sein
d'un
groupe
de
travail
intercabinets. Mon cabinet s'est
réuni la semaine passée avec des
représentants du secteur des
assurances et une réunion est
prévue la semaine prochaine avec
des représentants de la FEB.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Ludwig Vandenhove aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
Limburgse vrijwilligers van de civiele bescherming" (nr. 11130)
16 Question de M. Ludwig Vandenhove au ministre de l'Intérieur sur "les volontaires limbourgeois de
la protection civile" (n° 11130)
16.01 Ludwig Vandenhove (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik kan deze vraag heel gedetailleerd stellen, maar ik kan
ze ook in één zin formuleren: wat is op dit ogenblik de stand van
zaken met betrekking tot de civiele bescherming in Limburg? Hierbij
heb ik het zowel over de vrijwilligers omdat inderdaad de jongste vijf
jaar in Limburg er geen vrijwilligers meer zijn aangenomen. Er is ook
het feit dat de vaste post in Limburg die beloofd is en principieel
vastligt telkens wordt uitgesteld. Het feit dat onze mensen in Limburg
nog altijd onder de bevoegdheid van de civiele bescherming van
Brasschaat vallen, wil natuurlijk zeggen dat het grote gevolgen heeft
inzake verplaatsing en vergoeding. De voorposten Lommel en
Houthalen zijn niet meer erkend en zullen in de feiten binnen
afzienbare tijd verdwijnen.
Hoe zit het met de toekomst van de civiele bescherming in Limburg,
zowel wat de reeds zolang beloofde vaste post betreft, maar ook wat
de vrijwilligers betreft want op deze manier, als wij niets doen,
verdwijnen de vrijwilligers automatisch, al is het maar omdat ze
telkens een verre verplaatsing moeten maken en omdat het aspect
van de vergoeding meespeelt.
16.01
Ludwig
Vandenhove
(sp.a): Au cours des cinq
dernières années, plus aucun
volontaire n'aurait été recruté
auprès de la protection civile du
Limbourg. Le mise en place du
poste fixe est à chaque fois
reportée.
Pour
l'heure,
nos
hommes relèvent de la protection
civile de Brasschaat, ce qui a des
conséquences au niveau des
déplacements et des indemnités.
Les postes avancés de Lommel et
de Houthalen devraient disparaître
bientôt. Comment se présente la
situation pour la protection civile
dans le Limbourg?
16.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, wat het
aantrekken van nieuwe vrijwilligers betreft, is het zo dat er tot op
heden nog geen nieuwe vrijwilligers werden aangeworven omdat het
huidige contingent vrijwilligers werd hervormd naar een beter
opgeleide groep van kernvrijwilligers die rechtstreeks aan de
operationele eenheid zijn verbonden en een groep van reservisten die
16.02 Guido De Padt, ministre: Il
n'y pas eu de recrutement de
nouveaux volontaires dans la
mesure où le contingent actuel de
volontaires subit une réforme.
Cette réforme devrait être achevée
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
nog verder opereren vanuit de voorposten.
Het is belangrijk eerst deze hervorming tot een goed einde te brengen
vooraleer tot nieuwe wervingen van vrijwilligers over te gaan. De
nieuwe rekrutering staat trouwens gepland voor de komende weken
en maanden.
De nieuwe kandidaten die zich inmiddels hebben aangemeld zullen in
de eerstkomende weken een uitnodiging ontvangen om de opleiding
volgens de nieuwe modaliteiten aan te vatten.
Wat de verplaatsingsvergoeding betreft is het zo dat elke vrijwilliger in
Vlaanderen en Wallonië die zich in opdracht verplaatst voor een
interventie of opleiding, een vergoeding ontvangt voor de verplaatsing
met persoonlijk vervoer van zijn woonplaats naar de voorpost. Vanuit
de voorpost worden de vrijwilligers met het voertuig van de civiele
bescherming naar de operationele eenheid gebracht en voor die
verplaatsing ontvangen zij uiteraard geen vergoeding.
Ten slotte wat de operationele eenheid in Limburg betreft, de
oorspronkelijke plannen voor de gemeenschappelijke gebouwen van
de brandweer en een operationele eenheid van de civiele
bescherming in Hasselt werden uitgebreid met een centrum voor het
eenvormig oproepstelsel CIC en een provinciaal crisiscentrum. Dit
betekent een aanzienlijke meerprijs, waardoor de gewijzigde plannen
opnieuw moeten worden voorgelegd aan de Ministerraad. Momenteel
bevindt het dossier zich bij de inspecteur van Financiën van de Regie
der Gebouwen en ondertussen is wel al een aanbesteding lopende
voor de vrijmaking van het terrein.
dans les semaines ou mois à venir
et de nouveaux volontaires seront
alors recrutés. Les personnes
ayant déjà posé leur candidature
recevront dans les semaines qui
viennent une invitation à débuter la
formation.
Tout volontaire qui doit se
déplacer pour une intervention ou
une formation avec son véhicule
personnel de son domicile au
poste avancé reçoit une indemnité
à cet effet.
Les
plans
initiaux
pour
la
construction
de
bâtiments
communs au service d'incendie et
à l'unité opérationnelle de la
protection civile à Hasselt ont été
élargis à un centre pour le
système d'appel unique CIC et à
un centre de crise provincial. Les
plans ainsi modifiés doivent à
nouveau être approuvés par le
Conseil des ministres. Le dossier
se trouve actuellement entre les
mains de l'inspection des finances
de la Régie des bâtiments.
L'adjudication pour la préparation
du terrain a déjà eu lieu.
16.03 Ludwig Vandenhove (sp.a): Kan er een timing worden
geplakt op wat die vaste post betreft?
16.03
Ludwig
Vandenhove
(sp.a): Existe-t-il déjà un calendrier
pour la mise en place de ce poste
fixe?
16.04 Minister Guido De Padt: Neen, dat kan ik u momenteel niet
geven. Ik kan het u wel schriftelijk medelen als u dat wenst.
16.04 Guido De Padt, ministre:
Non, mais dès que cela sera le
cas je le communiquerai par écrit
à M. Vandenhove.
16.05 Ludwig Vandenhove (sp.a): Graag, dank u.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
17 Question de M. Xavier Baeselen au ministre de l'Intérieur sur "l'insalubrité du commissariat de la
gare du Midi" (n° 11143)
17 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de erbarmelijke
toestand van de politiepost in het Zuidstation" (nr. 11143)
17.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je reviens sur un
dossier que j'avais eu l'occasion d'évoquer avec votre prédécesseur
portant sur la situation du commissariat de la gare du Midi,
commissariat relativement important car un grand nombre de
voyageurs et de personnes transitent par cette gare et qu'il doit
assurer également la sécurité du personnel de la SNCB. J'avais
17.01 Xavier Baeselen (MR): In
oktober
2008 ondervroeg ik
toenmalig minister Dewael al over
de erbarmelijke arbeidsomstan-
digheden
van
de
federale
politieambtenaren in het station
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
interrogé M. Dewael en octobre 2008 à ce propos et sur les conditions
de travail déplorables des policiers fédéraux de la gare du Midi, les
problèmes d'insalubrité, d'amiante, de cellules, du manque de PC à
disposition pour traiter les procès-verbaux et les faits constatés. En
outre, les locaux se trouvent sous le lieu de passage principal des
trains, ce qui entraîne des problèmes de santé importants pour les
personnes qui y travaillent.
Le ministre avait répondu qu'un déménagement de ce commissariat
était prévu, qu'il allait intervenir sous peu, que le problème était connu
depuis des années. Manifestement, rien n'a bougé. La seule
nouveauté, c'est un reportage télévisé et dans la presse écrite
consacré à la situation déplorable de ce commissariat et qui fait que
nous revenons une nouvelle fois sur ce dossier.
Un rapport d'un médecin du travail conforte les agents de police du
commissariat en question: "Il est incontestable que ces conditions de
travail très mauvaises ont une influence néfaste sur la santé du
personnel de la police des chemins de fer au Midi. J'avais déjà conclu
l'an passé qu'un déménagement pour motifs sanitaires était
nécessaire. La situation n'a pas été modifiée. Il faut trouver une
solution rapide pour prévenir les plaintes médicales encore plus
graves".
Vous conviendrez, monsieur le ministre, que cette situation est
scandaleuse et doit être réglée au plus vite. Quelles mesures
comptez-vous prendre pour que ces agents en charge de la sécurité
de milliers de voyageurs transitant par cette gare bénéficient de
locaux dans lesquels ils puissent effectuer leur travail de manière
décente? Que comptez-vous faire pour que cette promesse d'un
déménagement soit suivie d'effets? Dans quels délais?
Voilà pour mes questions qui, je l'espère, entraîneront une réponse et
un engagement ferme de votre part sur le déménagement de ce
commissariat.
Brussel-Zuid.
Welke maatregelen zal u nemen
opdat deze agenten, die de
veiligheid moeten verzekeren van
de duizenden reizigers die via dat
station reizen, over lokalen kunnen
beschikken
waarin
ze
in
behoorlijke
omstandigheden
kunnen werken? Er werd in het
verleden al een verhuizing in het
vooruitzicht
gesteld.
Wanneer
zullen deze agenten effectief
kunnen verhuizen, en wat zal u
doen om daar concreet werk van
te maken?
17.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, cher collègue,
je suis au courant du problème des locaux administratifs qu'occupe la
police fédérale des chemins de fer à la Gare du Midi, notamment
dans la rue Couverte.
En 2008, quelques services ont déjà été déménagés vers les locaux
de la section de Bruxelles, dans la tour IBM.
En décembre 2008, la SNCB a marqué son accord envers la police
fédérale pour mettre des locaux le long du quai 22 à la disposition du
SPC. Plus de 1.000 m² devront être rénovés et adaptés aux besoins
de la police des chemins de fer. L'objectif est de déménager tout le
personnel de la rue Couverte dans le courant du mois de mai 2009.
17.02 Minister Guido De Padt: Ik
ben op de hoogte van de
problemen in verband met de
administratieve lokalen van de
federale
spoorwegpolitie
in
Brussel-Zuid. In de loop van 2008
verhuisde een aantal diensten al
naar de IBM-toren. Het is de
bedoeling
dat
het
voltallige
personeel in de loop van de
maand mei uit de zogenaamde
overdekte straat verhuist.
17.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, le problème est
effectivement connu et je remercie le ministre pour sa réponse.
Voilà au moins un engagement précis. J'espère que ce
déménagement aura lieu à la date prévue ­ ce que je vérifierai - et
que les policiers pourront enfin travailler dans des conditions
décentes.
17.03 Xavier Baeselen (MR): Ik
hoop dat de verhuizing op het
geplande tijdstip zal doorgaan.
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
18 Question de M. Xavier Baeselen au ministre de l'Intérieur sur "la décision définitive du ministre
concernant les recours des communes bruxelloises" (n° 11169)
18 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de definitieve
beslissing van de minister betreffende het beroep van de Brusselse gemeenten" (nr. 11169)
18.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, voilà encore un
dossier au sujet duquel je suis intervenu à plusieurs reprises déjà, à
savoir des recours toujours pendants sur les fonds "sommets
européens" à destination des communes, et ce pour les années 2004
et 2005.
Je vous interrogeais le 4 février dernier sur ce dossier spécifique et
vous m'aviez annoncé, tout comme l'avait fait M. Dewael lorsque je
l'interrogeais à cet égard, que les décisions tomberaient dans un futur
proche.
Plusieurs semaines s'étant écoulées, avez-vous pu prendre une
décision au sujet des 19 recours qui ont été introduits par les 19
communes de la Région de Bruxelles-Capitale en ce qui concerne les
justificatifs des dépenses 2004 et 2005 dans le cadre des fonds
"sommets européens"?
18.01 Xavier Baeselen (MR):
Heeft u een beslissing kunnen
nemen
betreffende
de
19
beroepschriften die de gemeenten
van het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest ingediend hebben in
verband met de verantwoording
van de uitgaven voor 2004 en
2005 in het kader van de fondsen
voor de organisatie van de
Europese toppen?
18.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, mon
administration a effectivement procédé à la révision des dossiers de
l'année 2004, et ce conformément à la procédure d'appel portant sur
le décompte définitif tel que défini par l'arrêté royal du 6 décembre
2007 relatif aux conventions "Eurotop". Cette procédure prévoit la
possibilité pour les communes d'introduire un recours auprès du
ministre de l'Intérieur dans les trente jours suivant la notification du
décompte définitif.
Les dossiers ont donc été révisés, dans le cas présent, dans le sens
d'une interprétation plus large que celle initialement retenue par mon
administration sur la base de l'absence de règles concrètes. Ces
dossiers révisés sont actuellement soumis pour avis à l'Inspection des
Finances. En me fondant sur cet avis, je prendrai une décision
définitive.
J'ai également sollicité le comité de coopération en la personne de sa
présidente afin que puisse être entamée la réflexion sur l'avenir du
Fonds "Sommets européens". En effet, pour l'heure, aucune décision
y relative n'a été prise pour l'année 2009. Le Conseil des ministres de
décembre 2008 a conditionné cette décision à l'analyse de divers
audits réalisés en 2008 et à réaliser en 2009.
Pour rappel, mon administration a réalisé un audit en 2008, consistant
en un état des lieux de la situation de ce fonds: historique, objectifs
poursuivis, mise en place des mesures, leçons à tirer, propositions
d'amélioration, etc. De son côté, l'Inspection des Finances s'est livrée
au même exercice en se focalisant davantage sur les mesures
policières et les difficultés d'évaluer leur impact.
Enfin, le Conseil des ministres du 19 décembre 2008 a, pour sa part,
demandé qu'un audit de l'ASBL Transit soit effectué. Les résultats en
sont attendus pour le 31 mars 2009.
18.02 Minister Guido De Padt:
Mijn
administratie
heeft
de
dossiers voor het jaar 2004
herzien,
overeenkomstig
de
beroepsprocedure met betrekking
tot
de
eindafrekening
zoals
bepaald bij het koninklijk besluit
van 6 december 2007 betreffende
de
overeenkomsten
inzake
Europese toppen.
De herziene dossiers worden
momenteel voor advies aan de
inspectie
van
Financiën
voorgelegd. Ik zal mij op dat
advies baseren om een definitieve
beslissing te treffen.
Ik heb de voorzitter van het
samenwerkingscomité
ook
gevraagd dat er een reflectie over
de toekomst van het fonds
"Europese topontmoetingen" zou
plaatsvinden. Voor het jaar 2009
werd
er
nog geen enkele
beslissing genomen.
Mijn administratie heeft in 2008
een
audit
doorgevoerd.
De
inspectie van Financiën heeft
eveneens een doorlichting verricht
en de Ministerraad van 19
december 2008 heeft een audit
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
van de vzw Transit gevraagd. De
resultaten worden tegen 31 maart
2009 verwacht.
18.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie.
En février dernier, je vous interrogeais sur le sujet, et vous m'aviez
répondu que vous prendriez une décision définitive quelques jours
après. Si j'ai bien compris, vous avez révisé les décomptes 2004 et
2005 dans un sens plus large que l'interprétation restrictive qu'en
avait livrée l'administration. Les montants révisés sont connus et
transmis à l'Inspection des Finances.
Dans quel délai pouvons-nous espérer une communication aux
communes? Est-ce de l'ordre de quinze jours, un mois, deux mois?
18.03 Xavier Baeselen (MR):
Tegen wanneer mogen we een
kennisgeving aan de gemeenten
verwachten?
18.04 Guido De Padt, ministre: L'inspecteur des Finances a été
absent durant deux semaines. Il est en train d'étudier les dossiers que
nous lui avons transmis.
18.04 Minister Guido De Padt: De
inspecteur van Financiën is de
overgezonden dossiers aan het
bestuderen.
18.05 Xavier Baeselen (MR): Je vous remercie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het ophalen en
bewaren van gevonden dieren door de politiediensten" (nr. 11171)
19 Question de Mme Leen Dierick au ministre de l'Intérieur sur "la capture et la garde des animaux
trouvés par les services de police" (n° 11171)
19.01 Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, de ministeriële circulaire van 1 december 2006 kondigde in
hoofdstuk 5.4 aan dat sommige taken van de politie, zoals onder
meer het vangen en onderbrengen van verwaarloosde en gevaarlijke
dieren, niet meer door de politie zelf mochten worden uitgevoerd. Er
zou voor deze specifieke taken een beroep moeten worden gedaan
op gespecialiseerde firma's.
In sommige steden loopt de samenwerking met die firma's echter niet
van een leien dakje. Het probleem in sommige gevallen is een zeer
onveilige situatie door deze verwaarloosde dieren. In bepaalde
gevallen leidt dit tot gerechtelijke vervolging. In dergelijke gevallen is
de tussenkomst van de politiediensten dan toch nog vaak vereist.
Graag had ik een aantal vragen hierover gesteld.
Mijnheer de minister, kunt u aangeven welke de precieze werklast
was voor de politiediensten om deze taken uit te voeren voor de
inwerkingtreding van de circulaire van 1 december 2006?
Waarop baseerde men zich destijds om deze taken te verwijderen bij
de politiediensten?
Stelt er zich hier geen probleem indien men dan toch een pv moet
laten opmaken voor verdere juridische opvolging?
Mijnheer de minister, hebt u ook weet van de manier waarop de
19.01 Leen Dierick (CD&V): La
circulaire ministérielle du 1
er
décembre
2006
stipule
que
certaines tâches policières, telles
que la capture et l'hébergement
d'animaux négligés et dangereux,
ne peuvent plus être effectuées
par la police elle-même mais
doivent l'être par des firmes
spécialisées. Dans certaines villes,
la collaboration avec ces firmes ne
se déroule pas sans difficultés.
Quelle était la charge de travail
exacte de la police avant l'entrée
en vigueur de la circulaire?
Pourquoi la police ne doit-elle plus
effectuer ces tâches? Ne se pose-
t-il pas un problème lorsqu'un
procès-verbal doit malgré tout être
dressé pour le suivi juridique
ultérieur? Comment se déroule la
collaboration avec les firmes?
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
samenwerking met dergelijke gespecialiseerde firma's verloopt in de
diverse steden?
19.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega Dierick,
om uw vraag over de precieze werklast voor de politiediensten inzake
het vangen en onderbrengen van verwaarloosde en gevaarlijke dieren
te kunnen beantwoorden, zou ik ze eigenlijk moeten stellen aan de
196 politiezones. Dat is natuurlijk onmogelijk binnen het mij
toegemeten tijdsbestek. Het is absoluut niet doenbaar om binnen een
aantal weken die gegevens te verkrijgen. Misschien kunt u ze
eventueel via een schriftelijke vraag opvragen.
Zoals u ongetwijfeld wel weet is het sinds enkele jaren nagestreefde
doel met betrekking tot de inzet van de politie, zoals overigens
bevestigd in het regeerakkoord, het herstellen van de
personeelsleden in de uitvoering van hun kerntaken die het meeste
nut voor de bevolking hebben.
De circulaire van 1 december 2006 over de oneigenlijke taken van de
politiediensten is een van de maatregelen die werden genomen om
de operationele inzetbaarheid van de politie te verhogen. Dit
veronderstelt onder andere dat de politie zoveel mogelijk wordt ontlast
van taken die niet noodzakelijk door een politieagent zelf moeten
worden uitgevoerd.
Het is in dit kader gebleken dat een beroep doen op de politiediensten
voor het vangen en onderbrengen van verwaarloosde en gevaarlijke
dieren niet steeds noodzakelijk of gepast was. De politiediensten
moeten een beroep kunnen doen op gespecialiseerde diensten omdat
deze qua technische uitvoering ter zake en qua materiaal beter zijn
uitgerust. Het is aan de gemeenten om overeenkomsten af te sluiten
met dergelijke gespecialiseerde diensten.
Krachtens artikel 135, §2, lid 6, van de nieuwe gemeentewet wordt
aan de gemeenten de waakzaamheid en het gezag toevertrouwd
inzake het helpen van hinderlijke voorvallen waartoe rondzwervende,
kwaadaardige of woeste dieren aanleiding kunnen geven.
Dat is een punt. Er rust een verantwoordelijkheid op de schouders
van de gemeentelijke overheden zelf om ter zake hun
verantwoordelijkheid te nemen.
Ik wil er niettemin heel duidelijk aan herinneren dat de ministeriële
richtlijn van 1 december 2006 niets afdoet aan de plicht van de politie
om de uitvoerbare handelingen van bestuurlijke of gerechtelijke
politie, waartoe zij door de wet op het politieambt is gemachtigd, te
vervullen.
De handhaving van de openbare orde blijft een kerntaak van de
politiediensten, wat maakt dat zij voor de bescherming van personen
en goederen instaan. Indien de situatie zich voordoet en met het oog
op een grotere efficiëntie, kan een interventieploeg dan ook beslissen
om gevaarlijke of rondzwervende dieren zelf te vangen of om voor de
eerste, tijdelijke opvang in te staan. Een en ander wordt bepaald in
artikel 24 van de wet op het politieambt.
Dezelfde redenering geldt voor het opmaken van een proces-verbaal
ten laste van de eigenaar van de betrokken dieren.
19.02 Guido De Padt, ministre: Il
me faut davantage de temps pour
récolter les données relatives à la
charge de travail exacte pour les
196 zones
de
police.
Elles
pourraient être demandées par le
biais d'une question écrite.
Depuis quelques années, l'objectif
est de faire en sorte que la police
exécute ses tâches essentielles.
La circulaire constitue une des
mesures destinées à augmenter la
capacité
de
déploiement
opérationnel de la police. Il n'était
pas
toujours
nécessaire
ou
approprié de faire appel à la police
pour capturer et héberger des
animaux négligés et dangereux.
Les services spécialisés sont
mieux équipés techniquement
pour effectuer cette tâche.
La nouvelle loi communale confère
aux communes l'autorité requise
pour
assumer
leurs
responsabilités en cette matière.
La directive ministérielle du 1
er
décembre 2006 ne modifie en rien
le devoir qu'a la police d'accomplir
les actes de police administrative
ou judiciaire qui lui incombent en
vertu de la loi sur la fonction de
police. Le maintien de l'ordre
public reste l'une des tâches
principales des services de police.
L'article 24 de la loi sur la fonction
de police dispose que l'équipe
d'intervention peut décider elle-
même de capturer les animaux
dangereux ou abandonnés et de
les prendre temporairement en
charge. Il en va de même pour la
rédaction des procès-verbaux.
Je n'ai pas connaissance de tous
les accords de collaboration
conclus par les administrations
communales avec des chenils ou
les refuges pour animaux locaux.
Je ne puis donc me prononcer sur
les
modalités
de
cette
collaboration.
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
Ten slotte, u zal wel begrijpen dat ik niet op de hoogte kan zijn van
alle samenwerkingsverbanden die door gemeentebesturen met een
hondenvanger of het plaatselijke dierenasiel zijn gesloten. Ik kan dus
ook niet op de hoogte zijn van de manier waarop de samenwerking
met dergelijke instellingen verloopt.
19.03 Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, wij zijn volledig voorstander van het ontdubbelen van de
politiefuncties, zodat zij zich op hun kerntaken kunnen concentreren.
Wij moeten er echter ook rekening mee houden dat bepaalde
politietaken, waarvoor ook de bevolking in aanmerking komt, niet te
onderschatten en belangrijk zijn. Bovendien is het in sommige
gevallen toch noodzakelijk dat een proces-verbaal wordt opgesteld en
door de politie moet worden opgetreden.
Dat geeft dus een dubbel gevoel. Enerzijds doet de politie bepaalde
taken niet, maar moet zij toch een interventie doen. Daarom zitten wij
met een dubbel gevoel over de toepassing van de bewuste
omzendbrief van 1 december 2006.
19.03 Leen Dierick (CD&V): Nous
sommes pour le dédoublement
des fonctions de la police, mais il
arrive qu'il faille dresser procès-
verbal et que la police doive
intervenir. L'application de cette
circulaire suscite chez nous des
sentiments mitigés.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 11181 de M. De Man est retirée.
20 Question de M. Denis Ducarme au ministre de l'Intérieur sur "l'absence de traitement des dossiers
liés aux calamités agricoles par le gouverneur de la province de Hainaut durant près d'un an"
(n° 11198)
20 Vraag van de heer Denis Ducarme aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de dossiers
inzake landbouwrampen die al bijna een jaar op behandeling wachten bij de gouverneur van de
provincie Henegouwen" (nr. 11198)
20.01 Denis Ducarme (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, je me permets de vous interroger en ce qui concerne
l'absence de traitement de 650 dossiers reconnus au Fonds des
calamités par le gouvernement fédéral, le 8 septembre 2006, pour le
secteur agricole.
En effet, à la suite de la sécheresse des mois de juin et juillet 2006,
suivie des précipitations du mois d'août 2006, phénomènes qui ont
été reconnus par l'IRM comme exceptionnels, le gouvernement
fédéral avait décidé d'activer le Fonds des calamités. Sur la base des
procès-verbaux de constats de dégâts traités à ce jour, les cultures
les plus touchées par la sécheresse des mois de juin et juillet 2006 et
par les pluies abondantes d'août seraient les prairies, les céréales, le
maïs, le lin, les pommes de terre, les pois, les haricots, les choux-
fleurs, les épinards, tout cela sur plus de 100.000 hectares.
Les dégâts occasionnés étaient alors estimés à 15,678 millions
d'euros et les dégâts moyens par dossier à 5.599 euros. Cette
estimation avait été acceptée et visée par l'Inspection des Finances.
Pour ce qui concerne le Hainaut, les dossiers ont été entrés au plus
tard au cabinet du gouverneur provincial en mars 2008. Le total de
ceux-ci s'élève à 650 pour l'ensemble de la province. Sur ces 650
dossiers, plus de 500 concerneraient directement l'arrondissement de
20.01 Denis Ducarme (MR): Naar
aanleiding van de droogte in juni
en juli 2006 en de daaropvolgende
hevige neerslag in augustus 2006,
had de regering beslist dat er een
beroep kon worden gedaan op het
Rampenfonds. De totale schade
werd geraamd op 15,678 miljoen
euro
en
de
gemiddelde
schadeclaim per dossier op 5.599
euro.
Voor
de
provincie
Henegouwen werden er 650
dossiers ingediend. Meer dan 500
van die dossiers betroffen het
arrondissement Thuin. Tot op
heden zou er nog geen enkel
dossier
door
de
provinciegouverneur
van
Henegouwen behandeld zijn.
Er verliep bijna een jaar voor de
gouverneur liet weten dat hij zijn
opdracht
niet
kon
vervullen
wegens personeelsgebrek. Kan u
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
Thuin. De mars 2008 à ce jour, aucun dossier n'aurait été traité par le
gouverneur du Hainaut.
Un an s'est donc écoulé avant que le gouverneur ne signifie un déficit
de personnel l'empêchant de rencontrer ses missions. Il est à noter
que l'ensemble des provinces belges dans le secteur agricole
touchées par les phénomènes climatiques a pu commencer, sinon
pour certaines d'entre elles clôturer, certaines instructions de dossiers
de calamité rentrés auprès des gouverneurs sans qu'il y ait renfort de
personnel.
Il semble dès lors, monsieur le ministre, que les services du
gouverneur de la province du Hainaut, aient sans doute été quelque
peu négligents en la matière. Il semble que nous n'ayons pas pu
compter sur une forme d'exigence de continuité des missions de
service public aux agriculteurs.
Pouvez-vous me confirmer les retards en question si vous disposez
de l'information? Le gouverneur du Hainaut a-t-il pu vous informer des
causes de ceux-ci? J'ai pu interpeller hier la ministre Laruelle qui a pu
organiser le détachement de deux unités de personnel
supplémentaire afin d'essayer de rattraper le retard accumulé par les
services du gouverneur.
Pouvez-vous m'informer des engagements éventuels pris par le
gouverneur du Hainaut pour ce qui concerne les délais nécessaires
au traitement de ces dossiers? En d'autres mots, quand l'instruction
liée à ces dossiers sera-t-elle clôturée par les services du gouverneur
et quand les agriculteurs pourront-ils compter sur le versement de
leur indemnisation?
Il semble que la province de Hainaut ait enfin décidé du détachement
de personnel supplémentaire affecté à ces missions. Il n'en demeure
pas moins que, pour une reconnaissance au 8 septembre 2006 par le
Fonds des calamités, nous en sommes toujours au point zéro en
termes de suivi administratif de ces dossiers en Hainaut.
die vertraging bevestigen? Werd u
in kennis gesteld van de oorzaken
van die vertraging? Minister
Laruelle heeft twee bijkomende
personeelsleden
kunnen
detacheren om de opgelopen
vertraging in te halen. Wanneer
zal het onderzoek van die dossiers
afgerond zijn?
Het Rampenfonds is nog altijd niet
begonnen met de administratieve
behandeling van de dossiers uit de
provincie Henegouwen.
20.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, je voudrais
signaler que les services du SPF Intérieur supervisent les procédures
d'indemnisation relatives aux calamités publiques. Dans ce cadre, ils
veillent à ce que le gouverneur dispose du personnel adéquat en vue
du traitement rapide des dossiers.
En l'occurrence, nous avons affaire à une calamité agricole et non à
une calamité publique.
C'est la ministre en charge de l'Agriculture, Mme Laruelle, qui est
chargée de superviser ce type de procédure.
En tant que ministre de l'Intérieur, je suis responsable du personnel
fédéral mis à la disposition des gouverneurs. Si du personnel
supplémentaire pour le traitement des dossiers relatifs au permis de
port d'arme n'a pas été prévu, le Conseil des ministres a, par contre,
décidé de recruter du personnel supplémentaire pour assurer le
règlement du dossier des calamités agricoles. Les sélections
nécessaires sont en cours et elles se termineront vers la mi-mars.
En ce qui concerne la province du Hainaut, deux recrutements
20.02 Minister Guido De Padt: De
diensten
van
de
FOD
Binnenlandse Zaken hebben de
supervisie
over
de
vergoedingsprocedures
inzake
algemene rampen. Hier gaat het
om een landbouwramp en is de
minister van Landbouw dus
bevoegd voor de supervisie over
die procedure. Als minister van
Binnenlandse
Zaken
ben
ik
verantwoordelijk voor het federale
personeel dat ter beschikking
wordt gesteld van de gouverneurs.
De ministerraad heeft beslist extra
personeel in dienst te nemen voor
de afwikkeling van het dossier
betreffende de schade veroorzaakt
door
de
landbouwramp.
De
selectieprocedure zal tegen half
maart afgerond worden. Er zullen
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
supplémentaires ont été prévus, ce qui activera, sans aucun doute, le
traitement du dossier.
twee extra personeelsleden voor
de provincie Henegouwen worden
aangeworven.
20.03 Denis Ducarme (MR): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour ses informations concernant le renfort de personnel aux
services du gouverneur pour le traitement des dossiers des calamités
agricoles.
Cependant, je désirerais, même si je dois consulter à nouveau la
ministre Laruelle et compte tenu des délais importants depuis la
reconnaissance de cette calamité agricole, recevoir l'engagement du
gouverneur du Hainaut de respecter les délais, suite à l'engagement
du personnel supplémentaire vers la mi-mars. Je désirerais connaître
les délais qu'il estime nécessaires pour boucler le dossier.
Monsieur le ministre, je note que vous me conseillez de revoir Mme
Laruelle et qu'il ne vous incombe pas de demander au gouverneur du
Hainaut de vous informer des délais nécessaires pour conclure les
dossiers. Je reverrai donc Mme Laruelle pour obtenir une date
précise.
20.03 Denis Ducarme (MR): Ik wil
de
toezegging
van
de
provinciegouverneur
van
Henegouwen dat hij de termijnen
zal
respecteren
nadat
de
bijkomende personeelsleden half
maart aangeworven zullen zijn.
Hoeveel tijd zal men nog nodig
hebben om het dossier af te
wikkelen? Ik zal mij tot mevrouw
Laruelle
wenden
voor
een
precieze datum.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
21 Questions jointes de
- M. Jean-Luc Crucke au ministre de l'Intérieur sur "les menaces de radiation par certaines
communes" (n° 11211)
- M. Fouad Lahssaini au ministre de l'Intérieur sur "des citoyens menacés de radiation du registre de
la population" (n° 11216)
- M. Josy Arens au ministre de l'Intérieur sur "les cartes d'identité électroniques" (n° 11217)
- Mme Josée Lejeune au ministre de l'Intérieur sur "la pratique de certaines communes quant au
renouvellement de la carte d'identité électronique" (n° 11290)
21 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Binnenlandse Zaken over "bepaalde gemeentes die
ermee dreigen burgers uit het bevolkingsregister te schrappen" (nr. 11211)
- de heer Fouad Lahssaini aan de minister van Binnenlandse Zaken over "burgers die uit het
bevolkingsregister dreigen te worden geschrapt" (nr. 11216)
- de heer Josy Arens aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de elektronische
identiteitskaarten" (nr. 11217)
- mevrouw Josée Lejeune aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de handelwijze van bepaalde
gemeenten inzake de vernieuwing van de elektronische identiteitskaart" (nr. 11290)
Le président: La question n° 11216 de M. Fouad Lahssaini est
retirée. La question n° 11290 de Mme Josée Lejeune est transformée
en question écrite.
De voorzitter: Vraag nr. 11216
van de heer Fouad Lahssaini
wordt
ingetrokken
en
vraag
nr. 11290 van mevrouw Josée
Lejeune wordt in een schriftelijke
vraag omgezet.
21.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, le CRIOC
dénonçait récemment l'attitude d'une commune ­ ou plusieurs
communes, mais vous me le préciserez ­ qui avait entamé une
procédure sévère relativement au renouvellement des cartes
d'identité électroniques, puisque les citoyens étaient menacés
purement et simplement d'être rayés d'office du registre de la
population s'ils ne se présentaient pas dans un délai de sept jours.
21.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Volgens
het
OIVO
zouden
sommige
gemeenten
ermee
gedreigd
hebben
burgers
ambtshalve
uit
het
bevolkingsregister te schrappen
als ze zich niet binnen zeven
dagen aanmeldden om hun
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
Je peux comprendre sans toutefois les accepter les excès de certains
citoyens. Je comprends aussi que certaines administrations puissent
en avoir marre de devoir envoyer de nombreux rappels avant qu'on
ne réponde à leurs demandes. J'y suis aussi confronté. Mais vous
connaissez mieux que moi, monsieur le ministre, l'importance du
registre de population. Menacer de radier quelqu'un qui ne répondrait
pas dans les sept jours me semble un comportement largement
excessif.
Monsieur le ministre, je sais que vous avez pris connaissance de
cette information, puisque j'ai vu votre réaction dans la presse.
Pouvez-vous me confirmer que cela s'est bien passé dans une seule
commune et que donc le phénomène a été rapidement circonscrit dès
que vous en avez été informé?
Une sanction quelconque est-elle prévue à l'encontre des communes
qui ont agi illégalement? Même si la date du 15 septembre approche,
je crois qu'il faut garder la tête sur les épaules.
elektronische identiteitskaart te
verlengen.
Werd het fenomeen intussen in
kaart gebracht, sinds u ervan op
de hoogte werd gebracht? Kan
gemeenten die illegaal hebben
gehandeld, een sanctie opgelegd
worden?
21.02 Josy Arens (cdH): Monsieur le ministre, comme le collègue
Crucke, je voudrais savoir combien de communes ont enfreint la loi?
Ensuite, de combien de temps ces communes disposent-elles pour
se mettre en ordre? Enfin, quelles sont les démarches à suivre par les
communes si les convocations ne sont pas respectées par les
administrés? Car il est vrai que certains d'entre eux exagèrent et que
des cartes d'identité traînent pendant des mois, ce qui n'est pas
logique non plus.
21.02 Josy Arens (cdH): Hoeveel
gemeenten
hebben
de
wet
overtreden, en over hoeveel tijd
beschikken ze om zich in orde te
brengen met de voorschriften?
Welke
procedure
moet
een
gemeente volgen als de burger
geen gevolg geeft aan de
oproeping? Het moet gezegd:
soms blijven de identiteitskaarten
maanden liggen, wat ook niet
logisch is.
21.03 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, une investigation a été menée par le Registre national
concernant le message de radiation d'office présent sur certaines
convocations en vue de renouveler la carte d'identité.
Le message mentionnait à tort la menace d'une radiation d'office
après sept jours, alors qu'il aurait dû mentionner l'annulation de la
carte après trois mois en cas de non-présentation du citoyen. La
radiation d'office est et doit rester une mesure exceptionnelle, qui est
totalement inadaptée à ce cas. Je tiens à rappeler que l'octroi de
nombreux avantages, notamment d'ordre social, est lié à l'inscription
au registre de la population. Autrement dit, une telle mesure ne peut
être prise à la légère et ne peut, du reste, être ordonnée par la
commune que dans des circonstances précisées par la
réglementation.
Il s'agit d'une erreur d'ordre technique et à l'impact très limité. La
convocation erronée n'a été envoyée que par la commune de Saint-
Gilles et seulement à des citoyens ayant déjà été convoqués plus de
six mois auparavant et n'ayant pas répondu à la convocation.
En effet, à la fin de 2009, chaque citoyen belge de plus de 12 ans
devra être en possession d'une carte d'identité électronique. Un arrêté
ministériel mettra fin à ce moment à la validité des cartes ancien
modèle. C'est pourquoi les communes ont été autorisées à convoquer
21.03 Minister Guido De Padt:
Het
Rijksregister
heeft
een
onderzoek ingesteld naar de
vermelding
aangaande
de
ambtshalve
schrapping
op
sommige oproepingen om de
identiteitskaart te verlengen.
Er werd onterecht gedreigd met
een ambtshalve schrapping na
zeven dagen. Men had moeten
vermelden dat de identiteitskaart
na drie maanden zou worden
ingetrokken, als de burger zich
niet
zou
aanmelden.
De
ambtshalve schrapping is een
uitzonderlijke
maatregel
en
helemaal niet op zijn plaats in dit
geval. Er zijn tal van voordelen,
met name van sociale aard,
verbonden aan de inschrijving in
het bevolkingsregister.
Enkel de gemeente Sint-Gillis
verstuurde
zo
een
foutieve
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
leurs citoyens anticipativement, en vue de ce remplacement. Comme
le prévoit la circulaire du 28 février 2008, si le citoyen ne répond pas à
sa convocation, la commune lui envoie un ou plusieurs rappels et
peut faire annuler sa carte d'identité ancien modèle après trois mois.
C'est dans la deuxième lettre de rappel de la commune que s'est
glissée l'erreur que je viens de mentionner. En outre, la menace de
radiation d'office indiquée dans la lettre n'a jamais été appliquée. Il
s'agit d'une erreur administrative qui n'a pas dépassé le stade de la
lettre et n'est en aucun cas représentative de la politique des
communes.
Par ailleurs, j'aimerais remercier vivement les communes pour leur
attitude constructive qui a permis au projet d'aboutir dans les délais
prévus. Je tiens à préciser que de nombreuses communes atteindront
cet objectif avant l'échéance de ce délai.
Quant à la question relative aux radiations d'office, on constate qu'en
2003, il y a eu environ 60.000 radiations d'office réparties comme suit:
28.000 dans les registres de la population (pratiquement une sur
deux), 2.000 dans le registre des étrangers et près de 19.000 dans le
registre d'attente. Cinq ans plus tard, on constate que plus ou moins
la moitié des radiés le sont toujours: 38.621 personnes. Cela signifie
que près de la moitié des personnes radiées en 2003 ont réapparu.
Parmi les personnes radiées d'office pour l'année 2008, 6.475 d'entre
elles le sont dans les registres de population, 7.896 personnes dans
le registre des étrangers et 17.545 personnes dans le registre
d'attente.
On constate qui si seulement 20% des personnes sont toujours
radiées des services de population, 80% sont radiées dans le registre
des étrangers et 92% dans le registre d'attente.
Mon administration est consciente du nombre élevé de radiations
d'office dans les registres. Une série de mesures ont été prises afin
d'en réduire le nombre. C'est ainsi qu'une circulaire a été envoyée
aux administrations communales afin de leur rappeler leurs
obligations relatives à la tenue des registres de population. L'objectif
est de réduire, autant que possible, le nombre de radiations d'office.
En outre, un texte d'information à destination de la population a été
joint à cette circulaire. Les communes ont reçu comme instruction
d'afficher cet avis dans les locaux de leur administration ou de le
diffuser sur leur site internet.
En vue de résorber les nombreux cas de radiations d'office, des
efforts ont également été entrepris pour améliorer la synchronisation
entre les différents registres, notamment entre le registre de
population et le registre de la Banque-Carrefour de la sécurité sociale.
Des consultations ont également eu lieu avec l'Office des étrangers.
Le nombre initial de radiés d'office qui était de 58.139 en 2003 a
progressivement diminué jusqu'à 49.243 en 2008.
Il va de soi que les différentes actions qui ont été entreprises seront
poursuivies par mon administration.
oproeping en enkel aan burgers
die al zes maanden eerder werden
opgeroepen en niet hadden
gereageerd.
Tegen eind dit jaar zal elke
Belgische burger vanaf 12 jaar in
het bezit moeten zijn van een
elektronische identiteitskaart. Bij
ministerieel besluit zal er een eind
worden
gemaakt
aan
de
geldigheid
van
de
vroegere
identiteitskaarten. Daarom kregen
de gemeenten de toelating hun
burgers voortijdig op te roepen.
Indien de burger niet reageert, kan
de
gemeente
herinneringen
versturen
en
de
oude
identiteitskaart na drie maanden
annuleren. De foute informatie
stond in het tweede rappel van de
gemeente. Het dreigement werd
echter nooit ten uitvoer gebracht.
Die administratieve vergissing
stond dus enkel in een rappel en is
niet
representatief
voor
het
gemeentebeleid.
In 2003 werden er 60.000
ambtshalve schrappingen verricht
(28.000 uit het bevolkingsregister,
2.000
uit
het
vreemdelingenregister en 19.000
uit het wachtregister). Vijf jaar later
blijkt dat ongeveer de helft van die
personen nog steeds geschrapt is,
wat ook wil zeggen dat bijna de
helft van de personen die in 2003
uit de registers werden geschrapt,
intussen opnieuw is opgedoken.
In 2008 werden er 6.500 personen
ambtshalve
uit
het
bevolkingsregister
geschrapt,
7.800
uit
het
vreemdelingenregister en 17.500
uit het wachtregister.
Uit het bevolkingsregister blijft
slechts 20 procent geschrapt,
maar uit het vreemdelingenregister
wordt nog altijd 80 procent
geschrapt en uit het wachtregister
92 procent.
Er worden maatregelen getroffen
om het aantal schrappingen van
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
ambtswege tot een minimum te
beperken. Zo werd er een
omzendbrief
naar
de
gemeentebesturen verstuurd om
ze op hun verplichtingen te wijzen.
Als bijlage werd een informatieve
tekst
voor
de
bevolking
toegevoegd,
die
in
de
gemeentelokalen
kan
worden
geafficheerd of op de website van
de
gemeente
kan
worden
geplaatst.
Er
zijn
tevens
inspanningen geleverd om de
verschillende registers beter op
elkaar af te stemmen. De Dienst
Vreemdelingenzaken
werd
eveneens geraadpleegd.
Het aantal schrappingen van
ambtswege bedroeg in 2003
58.000
en
was
in
2008
teruggelopen tot 49.000.
21.04 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour son rappel aux principes et pour les chiffres intéressants
qu'il nous a communiqués.
21.05 Josy Arens (cdH): Monsieur le ministre, je vous remercie pour
votre réponse. Il faut toujours prendre un certain temps et même
procéder à des vérifications auprès de la police pour être sûr de ce
que l'on fait. Je suis cependant surpris de la réapparition de 50% de
gens dans le registre d'attente.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
22 Vraag van de heer Ben Weyts aan de minister van Binnenlandse Zaken over "politiepersoneel dat
werd ingezet als chauffeur" (nr. 11227)
22 Question de M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "le recours aux membres de la police pour
effectuer des missions de chauffeur" (n° 11227)
22.01 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de minister, het betreft eigenlijk
een vraag rond een relletje in het kader van de politie die de chauffeur
zou hebben betaald van Anne-Marie Lizin. De hoofdcommissaris van
Huy gaf in de pers toe dat mevrouw Lizin als burgemeester tussen
1 januari 2002 en 1 december 2006 gebruik maakte van een
chauffeur betaald door de lokale politie. Dat zou niet meer zijn
gebeurd na 1 december 2006, het moment van het versturen van een
omzendbrief genaamd "betreffende de richtlijnen tot het verlichten en
vereenvoudigen van sommige administratieve taken van de lokale
politie". Die omzendbrief verbiedt het administratief politiepersoneel
bepaalde taken uit te voeren. De wet op het politieambt verwoordt dat
mijns inziens al in artikel 25.
Ik had de minister hieromtrent graag een paar vragen gesteld.
Kan de minister bevestigen dat het geval van mevrouw Lizin
inderdaad gestopt is na 1 december 2006?
22.01 Ben Weyts (N-VA): Le
commissaire en chef de Huy a
reconnu que Mme Anne-Marie
Lizin
avait
en
tant
que
bourgmestre entre début 2002 et
fin 2006 utilisé les services d'un
chauffeur payé par la police locale.
Après la circulaire du 1
er
décembre
2006 ­ qui interdit au personnel
administratif d'effectuer certaines
tâches ­ il aurait été mis fin à cette
pratique. Selon moi, cette pratique
était toutefois déjà interdite par
l'article 25 de la loi sur la fonction
de police. Cette pratique a-t-elle
effectivement
cessé
après
décembre
2006?
A-t-on
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
Zijn er nog gevallen bekend waarbij na het uitvaardigen van de
rondzendbrief van 1 december 2006 nog politiepersoneel werd
ingezet als chauffeur? Zo ja, welke?
Hoe staat het met de evaluatie van de rondzendbrief? In de
rondzendbrief zelf stond dat hij na twee jaar zou worden geëvalueerd.
Wat zijn de resultaten daarvan? Gaat u desgevallend bijkomende
maatregelen treffen?
connaissance
de
cas
dans
lesquels
des
membres
du
personnel de la police auraient
encore
été
utilisés
comme
chauffeur après la diffusion de la
circulaire? Où en est l'évaluation
de cette circulaire? Le ministre
prendra-t-il éventuellement des
mesures supplémentaires?
22.02 Minister Guido De Padt: Collega Weyts, om op uw eerste
vraag te antwoorden, vanuit de politiezone heeft men ons bevestigd ­
op het ogenblik waarop uw vraag werd gesteld maar er zijn nadien
nog wel wat verwikkelingen tussengekomen met betrekking tot de
politica waarover u het heeft ­ dat deze praktijk op dat moment
onherroepelijk is stopgezet. Men heeft geen echt historisch onderzoek
gedaan maar op het ogenblik waarop er werd geïnformeerd was de
praktijk niet meer van toepassing.
Wat uw tweede vraag betreft, mijn voorganger heeft in een
parlementair antwoord met betrekking tot de burgemeester van
Brussel aangegeven dat die praktijk ­ het is een antwoord van 16
januari 2009, dus van mij en niet van mijn voorganger ­ uitzonderlijk
kan worden overwogen, namelijk het vervoer of het begeleiden door
de politie. Ik heb evenwel tegelijkertijd die gemeentelijke overheid fel
aangemoedigd om een alternatieve oplossing te vinden waarbij
minder een beroep moet worden gedaan op de politiecapaciteit. Ik
kan dat alleen bevestigen.
De eerste conclusies van de implementatie van de ministeriële richtlijn
van 1 december 2006 werden in april 2008 voorgelegd aan de
federale politieraad. Deze werden getrokken uit de 178
stappenplannen die in de loop van het tweede semester van 2007 aan
mijn administratie werden bezorgd. Een tweede analyse voor het
College van procureurs-generaal heeft tot doel de moeilijkheden die
aanwezig zijn in de administratieve taken verbonden aan de
gerechtelijke opdrachten te gaan bestuderen.
Thans is het de taak van de federale politieraad om de gehele
problematiek te bekijken in het kader van haar opdracht tot evaluatie
van tien jaar politiehervorming, ik hoop dat ik heel binnenkort de
conclusies daarvan krijg, en om in voorkomend geval bepaalde
actiepistes voor te stellen om de verlichting van de administratieve
taken nog verder bij te sturen al naargelang de nagestreefde
doelstellingen.
22.02 Guido De Padt, ministre:
La zone de police m'a confirmé
que cette pratique n'avait plus
cours au moment où la question
de M. Weyts a été introduite. Rien
ne m'a été communiqué à propos
de ce qui s'est précisément fait
dans le passé.
Le ministre précédent a affirmé,
dans le cadre d'une réponse
fournie le 16 janvier 2009 à propos
du bourgmestre de Bruxelles, que
le transport ou l'accompagnement
par la police peut être envisagé
dans
des
circonstances
exceptionnelles. Dans le même
temps, il convient d'encourager les
autorités communales à trouver
une solution de rechange. Je
partage le même point de vue que
mon prédécesseur.
Les premières conclusions de la
mise en oeuvre de la directive
ministérielle du 1
er
décembre 2006
ont été soumises au Conseil
fédéral de police et se basaient
sur le plan en 178 étapes qui a été
transmis à mon administration
dans le courant du deuxième
semestre 2007. Le Conseil fédéral
de police doit réexaminer la
question dans le cadre de
l'évaluation des dix ans de la
réforme des services de police.
J'espère recevoir ses conclusions
prochainement,
ce
qui
me
permettra de formuler quelques
propositions pour alléger encore
les tâches administratives.
22.03 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, u verwijst naar een antwoord dat u hebt gegeven in januari.
U zegt dat het kan worden overwogen dat politiepersoneel toch nog
zou optreden als chauffeur van het gemeentepersoneel. Heb ik dat
goed begrepen?
22.03 Ben Weyts (N-VA): On peut
donc envisager le recours à du
personnel
policier
comme
chauffeur
du
personnel
communal?
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
22.04 Minister Guido De Padt: Ik lees er eens mijn antwoord van
januari 2009 op na: "De burgemeester kan zich bij zijn talrijke
verplaatsingen in het raam van zijn opdrachten van bestuurlijke politie
in goed overleg met de korpschef laten vergezellen door
politiemensen. Deze kunnen hem bijstaan als verbinding met de
operationele leiding van het lokale korps, hem technische inlichtingen
of hem beschermen. Niets belet dat zij in het kader van die
opdrachten het besturen van de wagen waarmee de burgemeester
zich verplaatst op zich nemen."
22.04 Guido De Padt, ministre:
On peut lire dans la réponse de
mon prédécesseur que lors de ses
déplacements dans le cadre de
ses
missions
de
police
administrative, le bourgmestre
peut, en concertation avec le chef
de corps, se faire accompagner
par des policiers qui peuvent
l'assister en tant que liaison avec
la direction opérationnelle du corps
local,
lui
fournir
des
renseignements techniques ou le
protéger. Dans le cadre de ces
missions, les policiers peuvent
aussi conduire la voiture.
22.05 Ben Weyts (N-VA): Ter verduidelijking, omdat in de circulaire
zelf zeer duidelijk staat gestipuleerd onder het hoofdstuk Opdrachten
die niet door een politieambtenaar, een agent van politie of een
Calogmedewerker mogen worden uitgevoerd ten 19
de
: "Optreden als
autobestuurder ten behoeve van de gemeentebestuurder,
burgemeesters of andere publieke personen."
U spreekt over het kader van een beveiligingsopdracht. Ik
veronderstel dat er dan ook een reëel en potentieel gevaar moet zijn.
In het geval van Anne-Marie Lizin was er, afgezien van partijgenoten,
toch geen onmiddellijk gevaar voor de fysieke integriteit van haar
persoon.
Ik neem toch aan, want u hebt er niet duidelijk op geantwoord, dat er
effectief, zoals in de circulaire staat aangegeven, geen
politiepersoneel of Calogpersoneel meer wordt ingezet als chauffeur.
Dat zou, zeker in deze tijden, een verschrikkelijk oneigenlijk gebruik
zijn van de inzet van deze mensen.
22.05 Ben Weyts (N-VA): Par
contre, la circulaire dit très
clairement qu'un agent de police
ou un collaborateur Calog ne
peuvent pas travailler comme
chauffeur pour un membre du
conseil
communal,
pour
le
bourgmestre ou pour une autre
personnalité publique. Quand bien
même cette possibilité existerait
dans le cadre d'une mission de
protection, je me demande à quel
danger Mme Lizin s'exposait. À la
lumière de la circulaire, le recours
au personnel de police comme
chauffeur s'apparente bien à un
usage impropre.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 11249 de Mme Galant est reportée à sa demande.
23 Question de Mme Kattrin Jadin au ministre de l'Intérieur sur "l'interdiction de dispositifs anti-
jeunes de type 'Mosquito'" (n° 11274)
23 Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het verbod op
systemen van het type 'Mosquito' om hangjongeren te verjagen" (nr. 11274)
23.01 Kattrin Jadin (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, l'ensemble des partis démocratiques représentés à la
Chambre ont déposé une proposition de résolution adoptée le 26 juin
2008, laquelle invite le gouvernement fédéral à commanditer une
étude sur les effets de l'exposition à des dispositifs répulsifs anti-
jeunes, communément appelés les Mosquitos, et à en interdire la
commercialisation et l'utilisation en Belgique.
Le lundi 16 janvier, j'ai interrogé la vice-première ministre Laurette
Onkelinx, ministre de la Santé publique, afin de connaître les résultats
de cette étude commandée par son département au Conseil
supérieur de la Santé.
23.01 Kattrin Jadin (MR): In een
op 26 juni 2008 goedgekeurd
voorstel van resolutie werd de
regering gevraagd opdracht te
geven tot een studie omtrent de
gevolgen van de blootstelling aan
systemen van het type `Mosquito'
om hangjongeren te verjagen
enerzijds, en de verkoop en het
gebruik van die toestellen België te
verbieden anderzijds.
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
Quel ne fut pas mon étonnement à la lecture de cet avis! En effet, au
vu des données disponibles, le Conseil supérieur de la Santé estime
qu'il n'existe aucun danger de dommages auditifs chez les adultes et
les adolescents suite à l'exposition au son émis par le Mosquito.
En discutant avec votre collègue, nous avons estimé qu'il pouvait être
utile de vous interroger. Suite à cet avis, la Santé publique n'avait plus
de marge de manoeuvre quant à la transposition de cette résolution
puisque cette étude ne va pas dans le sens de celles menées dans
d'autres pays. Je le regrette parce qu'on ne connaît toujours pas les
répercussions du Mosquito sur les foetus et sur les bébés.
Pourtant, comme le soulignait votre collègue, le caractère
discriminatoire de cet appareil va à l'encontre de l'éthique qu'une
société démocratique se doit de défendre. C'est la raison pour
laquelle, monsieur le ministre, je me tourne désormais vers vous.
Dans l'avis du Conseil supérieur de la Santé, les aspects sociaux sont
analysés et il est dit que "dans l'espace privé, un Mosquito pourrait
être envisagé au même titre qu'une alarme ou qu'une barrière, mais
l'espace public, lui, appartient à tout le monde, y compris aux jeunes."
Monsieur le ministre, quelle est votre marge de manoeuvre suite à
cette résolution? Je pense notamment à votre pouvoir d'impulsion en
ce qui concerne les interdictions qui pourraient être prises au niveau
communal sur l'utilisation et la commercialisation de ce type de
dispositifs.
Pouvez-vous examiner les possibilités d'établir une circulaire qui
pourrait être coercitive pour l'ensemble du territoire belge?
Die studie is intussen klaar en de
Hoge Gezondheidsraad is tot het
besluit gekomen dat blootstelling
aan de Mosquito geen risico op
gehoorschade
inhoudt.
Die
besluiten sporen evenwel niet met
de conclusies van buitenlandse
studies.
Bovendien
zijn
de
gevolgen van het gebruik van de
Mosquito voor foetussen en baby's
niet bekend.
Het
gebruik
van
Mosquitotoestellen leidt tot een
onaanvaardbare discriminatie. De
Hoge Gezondheidsraad wijst er
overigens op dat zo een toestel
eventueel in een privéruimte zou
kunnen worden gebruikt, maar dat
de openbare ruimte van iedereen
is.
Over welke armslag beschikt u om
uitvoering te geven aan die
resolutie? Kan u een dwingende
omzendbrief opstellen?
23.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, madame
Jadin, suite à la résolution adoptée par cette assemblée le 26 juin
dernier, mes services ont réalisé en concertation avec d'autres
administrations ­ SPF Économie, SPF Santé publique, Union des
villes et communes ­ une analyse juridique relative aux mesures à
prendre pour réglementer de la manière la mieux adaptée l'utilisation
des appareils de type Mosquito. Au-delà des mesures qui pourraient
être prises sous l'angle de la protection de la santé, il peut être
envisagé d'agir dans un but de maintien de l'ordre public en ce sens
qu'il n'appartient pas aux particuliers d'installer dans l'espace public
un dispositif visant à réagir face à un trouble de l'ordre public.
Dans plusieurs communes, des mesures ont déjà été prises
complétant le règlement de police pour y insérer une interdiction de ce
type d'appareil. Une circulaire pourrait être rédigée pour donner des
directives aux villes et communes à ce sujet. Outre cette solution, il
pourrait également être envisagé d'adopter une législation fédérale
permettant d'interdire ou de soumettre à certaines conditions
l'utilisation d'appareils de type Mosquito et également d'autres
appareils dont l'effet est incommodant pour la libre circulation des
personnes dans les lieux publics et accessibles au public, ou
susceptibles de causer des lésions aux personnes exposées à leur
fonctionnement.
De cette manière, nous disposerions d'une réglementation uniforme
permettant non seulement d'interdire le Mosquito mais aussi de réagir
23.02 Minister Guido De Padt: Er
werd
een
juridische
studie
uitgevoerd om na te gaan op
welke manier het gebruik van
toestellen zoals de Mosquito moet
worden geregeld. Zo kan de
handhaving van de openbare orde
als insteek worden gekozen,
aangezien
particulieren
niet
bevoegd zijn om in de openbare
ruimte een toestel te installeren
met de bedoeling het verstoren
van de openbare orde tegen te
gaan.
In verscheidene gemeenten werd
een verbod op dergelijke toestellen
in
het
politiereglement
opgenomen.
Er
zou
een
omzendbrief
kunnen
worden
opgesteld om de steden en
gemeenten
in
dat
verband
richtlijnen
te
verstrekken.
Daarnaast zou een federale wet
het
gebruik
van
ongemak
veroorzakende
of
gevaarlijke
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
60
à l'apparition d'appareils du même type. Je tiens d'ailleurs à attirer
votre attention sur le principe européen de la libre circulation des
biens. Il faudra en tenir compte au moment de prendre des mesures
concernant des appareils comme le Mosquito. Les mesures en
question doivent être raisonnables et proportionnelles. Peut-on
interdire un produit que nos pays voisins considèrent comme
inoffensif? Le projet de loi-cadre fédéral repris ci-dessus devra être
notifié en premier lieu à la Commission européenne.
toestellen op openbare plaatsen
kunnen verbieden of aan bepaalde
voorwaarden
kunnen
onderwerpen. Er zal evenwel
rekening
moeten
worden
gehouden met het Europese
beginsel van het vrije verkeer van
goederen. Vraag is of wij een
product dat door de buurlanden als
onschadelijk wordt aangemerkt,
kunnen verbieden. De Europese
Commissie zal van het ontwerp
van kaderwet moeten worden
kennisgegeven.
23.03 Kattrin Jadin (MR): La Commission européenne s'est déjà
penchée sur le sujet. Elle a estimé que l'initiative d'interdiction
appartenait aux États membres. Votre proposition d'adopter une
législation est intéressante. Je peux préparer une proposition de loi.
J'avais déposé une proposition de résolution, qui a été suivie. Nous
avons eu l'occasion de trouver un consensus en moins de trois
semaines. L'intérêt était vif ainsi que la volonté de mettre fin à cela.
Évidemment, remettre ceci sur le tapis par une proposition de loi peut
être une piste. J'estime que d'autres pistes sont possibles, telles
qu'elles ont été envisagées: par exemple, la prise d'une circulaire
puisque l'essentiel est bien d'être efficace et ce à court terme; voilà
déjà un certain temps que nous attendons cette transposition.
Je vais également interpeller le ministre de l'Économie en ce qui
concerne notamment l'interdiction de la commercialisation. En effet, à
l'époque, si je suis bien informée, cela pouvait se faire via un arrêté
royal. Si votre département va dans le sens d'examiner les possibilités
d'interdiction via une circulaire et que, de manière concomitante, avec
votre collègue des Entreprises publiques, M. Van Quickenborne, nous
pouvons avoir aussi un geste fort par rapport à cela, nous aurons
atteint le but qui est simplement l'interdiction. Nul besoin à ce moment
de revenir avec une nouvelle proposition de loi qui, je le rappelle,
viendrait seulement renforcer ce que nous avons déjà décidé.
La piste de la prise d'une circulaire, tout comme celle d'une
interdiction par arrêté royal, est celle sur laquelle je resterai
particulièrement attentive.
23.03 Kattrin Jadin (MR): De
Commissie oordeelde al dat het
aan de lidstaten is om eventueel
verbodsbepalingen
uit
te
vaardigen.
Ik
kan
een
wetsvoorstel
voorbereiden ter versterking van
wat we beslist hebben, maar het
zou misschien efficiënter en
sneller zijn een andere weg te
bewandelen,
zoals
een
omzendbrief of een verbod op
commercialisering via koninklijk
besluit. Ik zal de minister van
Ondernemen
hierover
interpelleren.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 11277 de Mme Valérie De Bue est
reportée à sa demande.
De voorzitter: Op verzoek van
mevrouw Valérie De Bue wordt
haar vraag nr. 11277 uitgesteld.
24 Question de M. Philippe Henry au ministre de l'Intérieur sur "la collision de deux sous-marins
nucléaires" (n° 11284)
24 Vraag van de heer Philippe Henry aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de botsing van
twee onderzeeërs met kernwapens aan boord" (nr. 11284)
24.01 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le ministre, ce n'est pas une question banale que je vais
24.01 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): De pers berichtte enkele
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
61
vous poser puisqu'elle concerne la collision de deux sous-marins
nucléaires. La presse a rapporté les faits voici quelques semaines,
mais l'incident n'a pas été énormément discuté.
Le lieu où s'est produit l'accident n'était pas non plus très clair. Mais
j'ai interrogé ce matin le ministre de la Défense, et ce n'était
apparemment pas en eaux belges, contrairement à ce qui avait été
affirmé pendant un moment. J'imagine que c'est également ce que
vous allez me répondre.
Il s'agit d'un incident inédit, mais grave, qui n'aurait pas causé de
blessés ni mis en danger la sécurité nucléaire. Les autorités militaires
ont confirmé les informations de la presse britannique qui avait
annoncé, le 4 février, une collision entre deux submersibles, long de
140 mètres pour le français et de 150 pour l'autre, armés chacun de
16 missiles balistiques à tête multiple et qui embarquent à eux deux
quelque 250 marins. C'est donc loin d'être symbolique.
Ce n'est que 12 jours après l'incident que nous en avons été
informés. Fort heureusement, la collision n'a pas eu de
conséquences, mais elle aurait pu en entraîner de graves. La marine
nationale avait annoncé, le 6 février, que "Le Triomphant" avait heurté
en plongée un objet immergé, endommageant le dôme sonar situé à
l'avant, mais qu'il avait pu regagner la base de l'Ile Longue, à l'ouest
de la France, par ses propres moyens. La marine avait alors privilégié
l'hypothèse d'une collision avec un conteneur en train de couler.
Ces informations sont dignes d'un James Bond, mais elles restent
inquiétantes quant à la gravité de l'incident, son danger potentiel ainsi
que sur le plan de l'information qui était fautive dans un premier
temps et a, de toute façon, été diffusée fort tardivement.
Cette collision a-t-elle eu lieu dans les eaux territoriales belges? Le
ministre de la Défense m'a répondu négativement.
Comment expliquer qu'un tel incident soit possible et, surtout, quels
sont les risques pour notre territoire?
À quel moment le gouvernement en a-t-il été averti?
Comment peut-on justifier le délai d'information à ce propos?
Quelles initiatives ont-elles été prises par le gouvernement?
weken geleden over de feiten,
maar het incident werd niet
grondig besproken.
Volgens het antwoord dat de
minister van Landsverdediging
vanochtend gegeven heeft, ligt de
plek waar het ongeval gebeurde
klaarblijkelijk niet in Belgische
wateren.
Het gaat om een nooit gezien
incident waarbij geen gewonden
vielen en de nucleaire veiligheid
niet in het gedrang kwam. Het is
pas twaalf dagen na het incident
dat we ervan op de hoogte
gebracht werden. De botsing had
geen gevolgen, maar de gevolgen
hadden ernstig kunnen zijn. Het
incident is verontrustend wegens
het potentieel gevaar en de
informatie die aanvankelijk fout
was en die in ieder geval heel laat
verspreid werd.
Hoe is een dergelijk incident
mogelijk en vooral, wat zijn de
risico's voor ons grondgebied?
Wanneer werd de regering op de
hoogte gebracht? Hoe kan de
laattijdige
informatie
worden
gerechtvaardigd?
24.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, je dois
m'excuser de devoir répondre que je ne suis pas compétent, en tant
que ministre de l'Intérieur, pour des incidents d'une telle importance.
Si vous avez déjà posé la question au ministre de la Défense, peut-
être pouvez-vous aussi vous adresser au ministre des Affaires
étrangères?
24.02 Minister Guido De Padt: De
minister van Binnenlandse Zaken
is niet bevoegd met betrekking tot
dergelijke incidenten.
Le président: Monsieur le ministre, c'était une promotion de vos compétences!
24.03 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je
prends acte de votre réponse. Mon problème est que j'ai l'impression
qu'il n'y aura pas de répondant au niveau du gouvernement. Cela
m'inquiète beaucoup.
Je sais depuis ce matin que cela ne s'est pas passé en territoire
belge, je comprends donc que vous ne soyez pas directement
compétent. Je ne le savais pas au moment où j'ai introduit ma
24.03 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Ik neem daar nota van,
maar ik vrees dat er geen
antwoord zal komen vanwege de
regering. Afgezien daarvan zou ik
willen dat we op de hoogte zouden
worden gebracht van de risico's
die een dergelijk incident inhoudt.
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
62
question.
Au-delà de cela, je souhaiterais qu'on puisse avoir l'information quant
aux risques qu'un tel incident implique. Ces risques sont-ils évalués
quelque part? Notre pays était exposé aux risques et je n'ai eu
aucune réponse ce matin. Vous ne me donnez aucune réponse non
plus et je pense que cela pourrait être une compétence du ministère
de l'Intérieur, comme la sécurité nucléaire prise dans un sens large.
Peut-être le ministre Magnette est-il compétent?
Je ne sais donc pas si quelqu'un va pouvoir répondre à cette question
et c'est assez préoccupant.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 11295 de M. Crucke est transformée en question écrite à sa demande.
25 Question de M. Xavier Baeselen au ministre de l'Intérieur sur "les violences conjugales" (n° 11323)
25 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister van Binnenlandse Zaken over "partnergeweld"
(nr. 11323)
25.01 Xavier Baeselen (MR): Voilà une matière qui relève à la fois
des compétences du ministre de l'Intérieur et de celles du ministre de
la Justice.
Je dois vous dire, monsieur le ministre, que j'ai interrogé le ministre
de la Justice cet après-midi même sur la même problématique des
violences conjugales et de l'enregistrement des faits de violence
conjugale. Cette initiative a été prise, notamment, par une police en
Brabant wallon. Celle-ci a voulu sensibiliser les médecins, qui sont
souvent amenés à recueillir des preuves de ces faits. La police de la
zone de Mazerine a établi un formulaire standardisé à destination des
médecins qui recueillent des données et des preuves, afin de lutter
contre la perdition de celles-ci. Ces preuves sont souvent des
éléments essentiels pour la suite du dossier, en termes
d'enregistrement par la police et par les parquets pour les poursuites.
Ce type de pratiques - les procès-verbaux standardisés mis en place
dans cette zone - sont-ils généralisés à l'ensemble du territoire ou
constituent-ils une expérience pilote pouvant éventuellement servir à
d'autres zones de police du pays? Je souhaite vous interroger sur
l'augmentation du nombre constats, de procès-verbaux établis par les
services de police pour des faits de violence conjugale ou
intrafamiliales pour les années 2006, 2007 et 2008. Y a-t-il des
différences notables entre les Régions et provinces du pays? Je sais
maintenant, puisque le ministre de la Justice me l'a remise cet après-
midi, qu'il existe une évaluation des circulaires de 2006, réalisée par
le service du Collège des procureurs généraux. Ce rapport a d'ailleurs
été transmis en commission de la Justice cet après-midi suite à ma
question. On y constate une évolution particulièrement importante des
faits de violence intra-familiale et en particulier de violence conjugale
dans notre pays depuis 2004. Ceci est en partie dû à l'entrée en
vigueur des nouvelles circulaires, qui ont focalisé l'attention des
services de police et des parquets sur l'enregistrement de ce type de
faits, et sur la tolérance zéro qui, bien heureusement, a été mise en
place dans notre pays.
25.01 Xavier Baeselen (MR):
Deze aangelegenheid valt onder
de bevoegdheid van de minister
van Binnenlandse Zaken en van
de minister van Justitie.
Ik heb de minister van Justitie
vanmiddag ondervraagd over de
problematiek
van
het
partnergeweld en de registratie
van
de
feiten
betreffende
partnergeweld. Een politiedienst in
Waals-Brabant heeft ter zake het
voortouw genomen. De politiezone
La Mazerine heeft namelijk een
standaardformulier opgesteld ten
behoeve van de artsen die
gegevens registreren en bewijzen
verzamelen, om te voorkomen dat
die gegevens verloren gaan. Die
bewijzen zijn vaak van essentieel
belang voor de behandeling van
het
dossier
en
eventuele
vervolging.
Wordt die werkwijze op landelijke
schaal toegepast? De dienst van
het College van procureurs-
generaal heeft de omzendbrieven
uit 2006 geëvalueerd. Daaruit blijkt
dat de feiten in verband met
intrafamiliaal geweld en in het
bijzonder
partnergeweld
sinds
2004 fors toegenomen zijn in
België. Dat is ten dele toe te
schrijven aan de inwerkingtreding
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
63
van de nieuwe omzendbrieven,
waarmee de aandacht van de
politiediensten en de parketten
gevestigd werd op de registratie
van dergelijke feiten en op het
huidige zerotolerancebeleid.
25.02 Guido De Padt, ministre: Je tiens à faire référence à l'avis de
l'Ordre des médecins du 19 janvier 2008 au sujet du certificat médical
pour la déclaration de violence conjugale. Je cite: "Si le patient
réclame un certificat médical lors d'une consultation dans le cadre de
violence familiale, le conseil national est d'avis qu'il n'est pas indiqué
de remplir un formulaire standardisé. Toutefois, celui-ci pourrait servir
d'aide-mémoire pour le médecin dans la rédaction du certificat, lequel
doit rester objectif et se limiter à une description détaillée des lésions
constatées." Je tends à faire mienne cette position.
Au niveau national, la banque de données nationale fournit les
données suivantes pour le domaine "coups et blessures volontaires
en sphère familiale entre partenaires ou ex-partenaires". Pour 2006,
on dénombre 13.646 cas. Pour 2007, on dénombre 13.989 cas, soit
une augmentation de 343 cas ou 2,5%. Pour le premier semestre
2008, on dénombre 7.377 cas. Par extrapolation, cela donnerait
14.754 cas pour l'année, soit une augmentation de 5,18%. Je peux
vous remettre des chiffres plus détaillés au niveau des provinces et
des Régions. Mais il n'y a pas de zone qui soit plus particulièrement
touchée.
Ces chiffres en augmentation traduisent l'accroissement des dossiers
enregistrés. Les fluctuations observées peuvent avoir pour origine
une augmentation ou une diminution réelle de certaines formes de
criminalité, mais peuvent aussi être le reflet d'autres éléments
comme:
- les modifications de la nomenclature sur différentes années;
- les modifications de la politique de sécurité au niveau fédéral et
local;
- la disposition à signaler spontanément les faits de la part de la
population;
- la disposition à enregistrer de la part de la police;
- les politiques d'autres instances.
En d'autres termes, les statistiques de criminalité ne nous permettent
d'appréhender que partiellement la réalité criminelle. Toute
interprétation de ces chiffres concernant l'évolution de la criminalité
doit toujours se faire en tenant compte du contexte dans lequel ces
chiffres ont été collectés.
25.02 Minister Guido De Padt: In
het advies van de Orde van
geneesheren van 19 januari 2008
luidt het dat de Nationale Raad
van mening is "dat, wanneer de
patiënt een certificaat vraagt aan
de arts tijdens een raadpleging in
het kader van partnergeweld, het
niet
aangewezen
is
een
standaardformulier in te vullen. Dit
formulier
kan
echter
als
geheugensteun dienen om de arts
te helpen bij het opstellen van het
certificaat, dat objectief moet
blijven en zich dient te beperken
tot een gedetailleerde beschrijving
van de vastgestelde letsels." Ik
sluit mij aan bij dat standpunt.
Op het vlak van opzettelijke slagen
en verwondingen binnen de gezin
tussen partners of ex-partners
blijkt
uit
de
nationale
gegevensbank dat er 13.646
gevallen werden geregistreerd in
2006 en 13.989 gevallen in 2007.
Tijdens het eerste halfjaar van
2008 werden er 7.377 gevallen
geteld. Indien we dat cijfer
extrapoleren, komen we uit op
14.754 gevallen voor het hele jaar,
d.i. een toename met 5,18
procent.
De
geografische
spreiding van de gevallen is vrij
gelijk.
Die stijging correleert met de
toename
van
het
aantal
geregistreerde
dossiers.
De
schommelingen
kunnen
het
resultaat zijn van een reële stijging
of daling van bepaalde vormen
van criminaliteit, of van andere
factoren.
De
criminaliteitsstatistieken geven ons
slechts een gedeeltelijk beeld van
de werkelijke criminaliteit.
25.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, j'ai pu prendre
connaissance du rapport qui a été transmis par le Collège des
procureurs généraux. Il se penche aussi sur les constats chiffrés des
25.03 Xavier Baeselen (MR): Ik
heb kennis genomen van het
verslag dat door het College van
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
64
polices fédérale et locale. Le nombre de faits enregistrés augmente
incontestablement. Cette hausse est notable en comparaison des
années 2004 et 2005, puisque depuis lors est entrée en vigueur la
nouvelle circulaire sur les violences intrafamiliales, qu'elles soient
commises au sein du couple, vis-à-vis d'un ascendant ou d'un
descendant. Une plus grande attention est donc portée à ce
phénomène. L'augmentation est due à une série de facteurs que vous
avez cités.
Je vous remercie de votre réponse.
procureurs-generaal
werd
overgezonden. Daarin wordt ook
aandacht
besteed
aan
de
cijfermatige vaststellingen door de
federale en de lokale politie. Het
aantal geregistreerde feiten neemt
toe. Het gaat om een forse stijging
in vergelijking met 2004 en 2005,
aangezien de nieuwe circulaire
over het intrafamiliaal geweld
intussen van kracht is geworden.
Men heeft dus meer oog voor het
fenomeen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
26 Samengevoegde vragen van
- de heer Ben Weyts aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de samenwerking tussen de
politiezones Montgomery en Wokra" (nr. 11332)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de samenwerking tussen
Brusselse en Vlaamse politiezones" (nr. 11520)
26 Questions jointes de
- M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "la collaboration entre les zones de police Montgomery et
Wokra" (n° 11332)
- M. Bart Laeremans au ministre de l'Intérieur sur "la collaboration entre des zones de police de
Bruxelles et de Flandre" (n° 11520)
26.01 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, mijn vraag gaat over de communicatie, meer bepaald over
een samenwerking tussen de politiezones van Montgomery en
Wokra, bekendgemaakt door een collega die ook voorzitter is van de
politieraad van de Brusselse politiezone Montgomery, de heer
Maingain. Via het weekblad Vlan maakte hij bekend dat hij samen
met zijn collega-burgemeesters van Wezenbeek-Oppem en Kraainem
een akkoord had bereikt over een verregaande samenwerking tussen
de twee politiezones. Het zou gaan om logistieke ondersteuning en
ondersteuning met betrekking tot de handhaving van de openbare
orde. De voorzitter, de heer Maingain, was zo vriendelijk te
verduidelijken dat de hoofdreden voor die samenwerking het
aanpakken van Vlaamse manifestaties was en van aanwezigheden
op gemeenteraden. De heer Maingain ging er ook prat op dat er een
akkoord was gekomen omdat de betrokken burgemeesters allemaal
van dezelfde partijpolitieke aanhorigheid waren, wat het dus
gemakkelijk maakte om tot een politionele samenwerking te komen
op basis van politieke motieven.
Ik had u graag enkele vragen gesteld.
Ten eerste, wat is uw standpunt inzake een samenwerking tussen
politiezones van twee Gewesten, waarbij men blijkbaar uitdrukkelijk
de politieke bedoeling heeft om vanuit het ene Gewest activiteiten met
een politiek karakter in het andere Gewest te onderdrukken?
Ten tweede, een samenwerking tussen de politiezones, gestoeld op
zuiver politieke motieven, gericht tegen politieke manifestanten, kan
zelfs als een provocatie worden beschouwd, zeker in voornoemd
kader. Vreest u niet dat dergelijke samenwerking aanleiding kan
26.01 Ben Weyts (N-VA): M.
Maingain a fait savoir dans
l'hebdomadaire Vlan qu'il avait
conclu
avec
ses
collègues
bourgmestres de Wezembeek-
Oppem et Kraainem un accord
portant
sur
une
étroite
collaboration
en
matière
de
soutien logistique, notamment
dans le domaine du maintien de
l'ordre, entre les zones de police
Montgomery et Wokra, précisant
que cette collaboration serait
essentiellement utile dans le cadre
des mesures à prendre lors des
manifestations flamandes et à
l'égard de la présence de
Flamands
lors
des
conseils
communaux. Il a en outre mis
l'accent sur le fait que les
bourgmestres
concernés
appartiennent tous au même
mouvement politique, ce qui
facilite une coopération policière
fondée sur des motifs politiques.
Que pense le ministre de cette
coopération à connotation politique
entre zones de police de deux
Régions, coopération dont la
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
65
geven tot provocaties of escalaties, veeleer dan te zorgen voor een
mindere verstoring van de openbare orde?
Ten slotte, acht de minister een samenwerking tussen beide zones
wettelijk en wenselijk? Dat zijn misschien twee vragen in één. Zal hij
ter zake, desgevallend via de gouverneur, actie ondernemen?
finalité manifeste est d'opprimer
certaines activités politiques? Ne
craint-il pas que cette coopération
puisse
déboucher
sur
des
provocations et entraîner des
escalades au lieu de contribuer au
maintien de l'ordre? Compte-t-il
agir?
26.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, het is
niet de eerste keer dat Olivier Maingain zich interessant probeert te
maken met grootspraak die uiteindelijk op weinig stoelt en die vooral
bedoeld is als propaganda voor de achterban. Er is in elk geval een
zeer merkwaardig samenwerkingsverband tussen zijn politiezone
Montgomery
en
de
Vlaamse
politiezone
Wezembeek-
Oppem/Kraainem, Wokra genoemd. Die zou specifiek gericht zijn op
de gezamenlijke aanpak van Vlaamse militanten in de beide
faciliteitengemeenten.
Die militanten, waarvan ik er een ben, komen trouwens niet zo
frequent af. Ik ben ook vaak geweest op die gemeenteraden in de
faciliteitengemeenten, maar dat is allemaal heel braaf en zonder enig
probleem. Er is ook geen tekort aan ordehandhavers. Integendeel, er
is een overvloed aan ordehandhavers. Ik zie dan ook niet echt het
probleem, tenzij men wil dat er specifiek Franstalige agenten worden
gestuurd om veel agressiever te gaan uithalen wat compleet
irrationeel is. Die manifestanten vormen bovendien ook helemaal
geen gevaar voor de openbare orde. In vergelijking met wat er
allemaal in Brussel gebeurt, denk ik dat dit gewoon totaal onzinnig is.
Het lijkt dus eerder om een provocatie te gaan van Maingain. Ik lees
trouwens in een van de artikelen die daarover in Het Laatste Nieuws
is verschenen dat de politie de beweringen van Maingain ontkracht. Er
is geen sprake van een samenwerkingsovereenkomst, zo zegt
commissaris Ronny Van P. Ik citeer verder: "Wij hebben wel losse
gesprekken gehad over een eventuele kleinere samenwerking, meer
niet." Dat is al zeer sterk relativerend.
Ik heb dan ook een aantal vragen. Kan u de concrete inhoud van het
betrokken akkoord, voor zover dit bestaat, meedelen? Zijn er
precedenten van dergelijke politionele samenwerking over de
gewestgrenzen heen en zijn die eigenlijk geldig, mijnheer de minister?
Vindt u dit soort samenwerking, dat is gebaseerd op propaganda en
partijpolitieke belangen, verantwoord? Werden er instructies gegeven
aan de gouverneur om hiertegen in te gaan en eventueel het
samenwerkingsakkoord te vernietigen?
26.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Il est question d'un
accord de coopération très curieux
entre
la
zone
de
police
Montgomery d'Olivier Maingain et
la zone de police flamande
Wezembeek-Oppem/Kraainem.
Cette coopération a clairement
pour finalité de museler les
militants flamands dans ces deux
communes. Pourtant, les séances
des conseils communaux de ces
communes à facilités se déroulent
sans anicroche, en présence de
nombreux policiers. Quant aux
manifestants, ils ne menacent en
aucune façon l'ordre public. Je ne
vois donc pas où est le problème.
Dès lors, il semble plutôt s'agir
d'une provocation de M. Maingain.
En outre, la police nie dans un
article de presse qu'un tel accord
de coopération ait été conclu.
Selon elle, il n'y aurait eu que
quelques conversations anodines.
Le ministre peut-il nous révéler le
contenu concret d'un accord
éventuel?
Existe-t-il
des
précédents en la matière et ces
précédents revêtent-ils la moindre
valeur? Estime-t-il judicieuse cette
forme de coopération axée sur la
défense des intérêts de certains
partis politiques? A-t-il donné à la
gouverneure des instructions lui
enjoignant
de
prendre
des
mesures
contre
de
cette
coopération?
26.03 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega's, ik zal
een globaal antwoord geven op de twee vragen. Ik wil even
herinneren aan het feit dat evenementen en criminaliteit niet stoppen
aan gemeente-, provincie-, Gewest- of landsgrenzen. Samenwerking
tussen de verschillende politiediensten werd van bij de aanvang van
de politiehervorming van 1990 gepromoot. Reeds bij de vorming van
de interpolitiezones werd de samenwerkingsvorm bepaald binnen de
provinciegrenzen en binnen de grenzen van de gerechtelijke
arrondissementen. De wet op de geïntegreerde politie van 1998 heeft
26.03 Guido De Padt, ministre:
Les incidents et la criminalité ne
s'arrêtent pas aux frontières des
communes, des provinces, des
Régions ou des Etats. La
collaboration entre les différents
services de police est dès lors
encouragée depuis la réforme des
polices de 1990. Il existe de
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
66
dit concept bewaard.
Voorbeelden van de samenwerking tussen politiezones binnen
eenzelfde provincie en eenzelfde gerechtelijk arrondissement zijn
legio. Wat Vlaams-Brabant betreft, verwijs ik naar de samenwerking
tussen de politiezones Halle, Sint-Pieters-Leeuw en Beersel.
Daarnaast zijn er ook gevallen bekend van operationele
samenwerking tussen politiezones die deel uitmaken van
verschillende provincies. Ik verwijs naar de recente ­ begin februari
2009 ­ gezamenlijke politieactie, in het kader van de
verkeersveiligheid, tussen de politiezones AMOW, Asse-Merchtem-
Opwijk-Wemmel, en Brussel-Hoofdstad-Elsene.
Ik heb vernomen dat de samenwerking tussen de politiezones
Montgomery en Wokra zowel operationele als niet-operationele steun
betreft. De samenwerking reikt dus verder dan alleen maar de
ordehandhaving. Dat de samenwerking bepaalde politieke belangen
of andere propaganda zou dienen, is voor mij op dit ogenblik niet voor
de hand liggend. Ik zie dus ook niet direct redenen om actie te
ondernemen tegen deze vorm van samenwerking en synergie.
Het protocolakkoord, waarvan ik een ontwerp van tekst in mijn bezit
heb, zal voor de duur van een jaar, verlengbaar met een jaar, in
werking treden, op de datum van de ondertekening, maar werd tot nu
toe nog niet gevalideerd door de betrokken politiecolleges. Het is dus
een protocolakkoord, dat nog moet worden gevalideerd door de
politiecolleges.
De algemene principes die in het protocolakkoord zijn opgenomen,
zijn de volgende. De geleverde steun mag geen afbreuk doen aan de
uitvoering van de wettelijke opdrachten van de partijen. Ze wordt
slechts verleend tot beloop van de beschikbare middelen. Elk van de
betrokken partijen blijft verantwoordelijk voor de inzet van haar eigen
personeel, materieel of infrastructuur.
multiples
exemples
de
collaboration entre les zones de
police d'une même province ou
d'un
même
arrondissement
judiciaire et aussi entre zones de
police de provinces différentes.
Selon les informations dont je
dispose, la collaboration entre les
zones de police de Montgomery et
de Wokra porte sur une aide
opérationnelle
et
non-
opérationnelle et dépasse donc le
cadre du simple maintien de
l'ordre. Dans la mesure où il ne
semble pas y avoir d'intérêts
politiques sous-jacents, il n'y a a
priori aucune raison de s'opposer
à une telle collaboration. Le
protocole d'accord entrera en
vigueur pour une durée d'un an,
mais il n'a pas encore été validé
par les collèges de police
concernés. Ce protocole prévoit
que l'aide fournie ne peut porter
atteinte à l'exécution des missions
légales des partes concernées et
que cette aide ne peut être fournie
qu'en
fonction
des
moyens
disponibles.
Chaque
partie
continue à porter la responsabilité
pour l'utilisation de son propre
personnel et matériel ou de sa
propre infrastructure.
26.04 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de minister, dank u voor uw
antwoord dat ik toch enigszins betreur. U ziet geen politieke redenen.
Ik heb verwezen naar het artikel in kwestie en u hebt ook de
persverklaringen kunnen lezen. Het is duidelijk dat de politie wordt
misbruikt voor politieke doeleinden. U verwijst onder andere naar het
opzet van de federale overheid om politionele samenwerking te
promoten. Ik verwijs toch ook naar uw voorganger. Minister Duquesne
heeft daaromtrent nog een omzendbrief uitgevaardigd waarin hij de
burgemeesters en de voorzitters van de politiecolleges verzoekt om
zich te bezinnen over hoe en voor welke zaken ze interzonale
samenwerkingsakkoorden zouden kunnen afsluiten. Het zou nuttig
zijn als u iets gelijkaardigs laat horen aan de voorzitters van de zones
Montgomery en Wokra. Misschien kunt u de heer Maingain
voorstellen, als hij dan toch echt overtallig politioneel personeel en
materieel heeft, om dat in te zetten waar het nodig is, waar men
schreeuwt om extra manschappen en materieel, namelijk in de
andere politiezones van Brussel waar de criminaliteit toch van een
heel andere orde is dan begot in Kraainem of in Wezembeek-Oppem.
26.04 Ben Weyts (N-VA): Le
ministre n'y voit aucun motif
politique, alors même que les
déclarations publiées dans la
presse montrent clairement qu'on
abuse de la police à des fins
politiques. M. Duquesne, ancien
ministre, a invité en son temps les
bourgmestres et présidents des
collèges de police à réfléchir aux
moyens à mettre en oeuvre dans
le cadre d'éventuels accords de
coopération interzonaux et aux
aspects que pourraient concerner
de
telles
collaborations.
Le
ministre pourrait recommander ce
type de réflexion aux présidents
des zones Montgomery et Wokra
et proposer à M. Maingain de
déployer les policiers et le matériel
manifestement
surnuméraires
dont il dispose dans des zones de
police
bruxelloises
qui
sont
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
67
confrontées à une criminalité d'un
tout autre ordre que celle
rencontrée à Kraainem ou à
Wezembeek-Oppem.
26.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
kan de vorige spreker zeker bijtreden. U zei zonet dat dit meer is dan
zomaar operationele samenwerking, er is wel degelijk een akkoord. U
citeerde uit dat akkoord. Het is toch een vrij ongebruikelijk iets. U zei
dat allerlei samenwerking mogelijk is maar dit gaat precies toch heel
wat verder, veel verder dan de korpschef van Wokra, Ronny Van Pee,
heeft verkondigd. Ik stel mij hier heel wat vragen bij, vooral ook over
de opportuniteit. Er is heel veel nood aan de bestrijding van de
criminaliteit in Brussel. Als men zich dan dit soort luxeacties kan
veroorloven, om vanuit Brussel te gaan ageren tegen Vlaamse
militanten die nauwelijks komen in de faciliteitengemeenten... Als ze
al komen, worden ze met zoveel politie geconfronteerd dat extra
manschappen inzetten gewoon hilarisch is. Ik vraag me dan toch af
waar men mee bezig is.
Ik zou u willen vragen om dit van heel nabij te volgen. U hebt uw
contacten, ook partijpolitieke. U kunt gerust aan iedereen, ook over de
liberale taalgrenzen heen, melden dat men hier aan verspilling doet,
dat men hier werkelijk zaken doet die absoluut overbodig zijn en puur
bedoeld zijn voor politieke propaganda.
Mijnheer de minister, ik zou willen vragen dat u die samenwerking met
heel veel argwaan bekijkt. Van zodra u merkt dat men ergens zijn
boekje te buiten gaat, moet u ook optreden en die samenwerking
vernietigen.
26.05 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): À mon avis, cette
collaboration dépasse de loin ce
que décrit le chef de corps de la
zone Wokra dans l'article en
question. Alors que la lutte contre
la criminalité à Bruxelles nécessite
des
moyens
considérables,
certains vont intervenir, depuis
Bruxelles, contre des militants
flamands qui se font pourtant très
discrets dans les communes à
facilités. Où va-t-on? Je demande
au ministre de surveiller de très
près ce dossier et de faire
comprendre à tout un chacun qu'il
s'agit d'un gaspillage de moyens
trouvant son origine dans des
manoeuvres
de
propagande
politique. Le ministre doit intervenir
et faire cesser la collaboration dès
lors qu'il constate des abus.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: À sa demande, la question n° 11354 de M. Van de Velde est retirée. À la demande de M.
Landuyt, sa question n° 11356 est reportée
27 Questions et interpellation jointes de
- M. Georges Gilkinet au ministre de l'Intérieur sur "les slogans provocateurs dans les stades de
football" (n° 11361)
- M. Eric Thiébaut au ministre de l'Intérieur sur "les insultes proférées par des supporters lors de
rencontres footballistique" (n° 291)
- M. Wouter De Vriendt au ministre de l'Intérieur sur "les chants injurieux pendant les matchs de
football" (n° 11362)
- M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "les slogans scandés pendant les matches de football"
(n° 11421)
- M. Denis Ducarme au ministre de l'Intérieur sur "l'application de la loi football" (n° 11425)
- M. Denis Ducarme au ministre de l'Intérieur sur "l'initiative du ministre relative aux chants racistes
durant des matchs de football" (n° 11426)
- M. Francis Van den Eynde au ministre de l'Intérieur sur "sa réaction aux propos scandés en choeur à
l'occasion de matches de football" (n° 11438)
27 Samengevoegde vragen en interpellatie van
- de heer Georges Gilkinet aan de minister van Binnenlandse Zaken over "provocerende slogans in
voetbalstadions" (nr. 11361)
- de heer Eric Thiébaut tot de minister van Binnenlandse Zaken over "de beledigende uitlatingen van
supporters tijdens voetbalwedstrijden" (nr. 291)
- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van Binnenlandse Zaken over "scheldgezang tijdens
voetbalwedstrijden" (nr. 11362)
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
68
- de heer Ben Weyts aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de spreekkoren tijdens
voetbalmatchen" (nr. 11421)
- de heer Denis Ducarme aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de toepassing van de
voetbalwet" (nr. 11425)
- de heer Denis Ducarme aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het initiatief van de minister
met betrekking tot de racistische spreekkoren tijdens voetbalwedstrijden" (nr. 11426)
- de heer Francis Van den Eynde aan de minister van Binnenlandse Zaken over "zijn reactie op de
uitlatingen van spreekkoren tijdens voetbalwedstrijden" (nr. 11438)
Je vous rappelle que le temps de parole est limité.
27.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le ministre, il y a quelques semaines à Tubize et ce
dimanche 22 février, à Anvers, des "supporters" se sont distingués
par leur bêtise en criant des slogans provocateurs voire racistes.
Je ne veux pas y voir un problème communautaire mais de respect.
Quelle que soit la personne visée, flamand, wallon, arabe, africain,
européen, pour sa langue ou son origine, une telle attitude est
intolérable et incompatible avec les valeurs positives que devrait
véhiculer le sport, à commencer par le sport de haut niveau qui est
particulièrement médiatisé et qui a de ce fait une influence sociétale
importante.
Cette escalade verbale doit susciter une réponse claire de la part des
autorités tant sportives que civiles.
Dans ce cadre, j'ai été personnellement choqué par la tiédeur de la
réaction de l'Union belge après les premiers incidents, ceux survenus
lors du match de Tubize face à Genk. Là où une attitude tranchée et
des sanctions sportives claires, par exemple l'obligation de matchs à
huis clos ou du moins la menace de cette obligation, auraient pu
marquer la réprobation de l'autorité sportive face à de tels
agissements et dissuader d'autres spectateurs d'agir de la même
façon.
Les dirigeants du football belge ont préféré tenter de minimiser
l'événement considérant qu'il s'agissait d'une attitude ludique taquine.
Ces choix manquant de courage ne pouvaient que favoriser d'autres
incidents tels qu'on en a connu depuis.
Votre initiative de convoquer les dirigeants de l'Union belge à une
rencontre de concertation nous apparaît bienvenue. On ne peut
transiger par rapport à des événements aussi regrettables. Toutes les
possibilités de notre droit doivent être utilisées pour empêcher de tels
faits de se reproduire ou, pire, de se propager à d'autres stades ou à
d'autres sports.
Monsieur le ministre, pouvez-vous me dire si vous avez effectivement
rencontré les représentants de l'Union belge?
Sur quelles conclusions a pu déboucher cette rencontre?
L'Union belge de football a-t-elle pris des engagements précis pour
éviter à de tels faits de se reproduire?
Quelle est par ailleurs votre évaluation de l'efficacité de la loi football
27.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!):
Zogenaamde
voetbalsupporters
scandeerden
enkele weken geleden in Tubeke
en op zondag 22 februari in
Antwerpen provocerende en zelfs
racistische
slogans.
De
sportbonden en de burgerlijke
overheden moeten een duidelijk
antwoord formuleren op dat
toenemend verbaal geweld. Ik heb
aanstoot genomen aan de lauwe
reactie
van
de
Belgische
Voetbalbond
na
de
eerste
incidenten. Die omschreef de
spreekkoren als ludiek, spottend
en plagerig. Die houding getuigde
van een gebrek aan moed en kon
alleen maar nieuwe gelijksoortige
incidenten uitlokken.
Heeft u de vertegenwoordigers
van de Belgische Voetbalbond
gesproken? Tot welke besluiten is
men op dat overleg gekomen? Is
de
Belgische
Voetbalbond
specifieke
verbintenissen
aangegaan om een herhaling van
die feiten te voorkomen? Is de
voetbalwet van 21 december 1998
volgens u een geschikt instrument
om dergelijke incidenten tegen te
gaan? Werd die wet naar uw
aanvoelen correct toegepast naar
aanleiding van de incidenten in
Tubeke en Antwerpen? Moeten de
politiediensten
geen
concrete
richtlijnen krijgen met het oog op
de systematische toepassing van
die wet, en in het bijzonder van het
artikel dat toelaat om supporters
die provocerende spreekkoren in
een
stadion
aanheffen,
te
bestraffen,
voor
zover
een
politieagent een proces-verbaal
heeft opgemaakt? Hoe vaak werd
dat artikel reeds ingeroepen? Op
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
69
du 21 décembre 1998 par rapport à de tels incidents? A-t-elle été
correctement appliquée à votre sens lors des incidents de Tubize et
d'Anvers? Ne convient-il pas de l'adapter ou de donner des consignes
concrètes aux services de police afin qu'elle soit systématiquement
appliquée, notamment l'article de la loi qui peut permettre de
sanctionner les chants provocateurs de supporters dans un stade
pour autant qu'un procès-verbal ait été dressé par un policier?
Combien de fois cet article a-t-il déjà été utilisé depuis son entrée en
application? Je crois que cet élément nous permettra d'évaluer
l'efficacité de cette loi football.
grond van die gegevens zullen we
de efficiëntie van de voetbalwet
kunnen evalueren.
27.02 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, comme l'a rappelé mon collègue, il y a quelques semaines,
lors d'un match de football entre Tubize et Genk, des supporters de
Genk avaient proféré des insultes envers les Wallons. Peu après les
faits, l'Union belge de football avait considéré que ces propos
n'étaient pas blessants ou injurieux mais devaient être replacés dans
un contexte ludique, moqueur et taquin ­ un mot qu'on n'entend plus
guère, pourtant.
Monsieur le ministre, un autre incident a eu lieu il y a quelques jours,
lors de la rencontre entre Anvers et Virton. Encore une fois, des
insultes ont été proférées à l'encontre des Wallons. Sans entrer dans
une polémique stérile, il est plus sage de parler d'une spirale de la
bêtise dans les stades qu'il convient de juguler avant qu'elle ne se
transforme en spirale de la haine.
Comme le rappelle un membre de la cellule football interrogé par la
presse, les chants provocateurs peuvent être punis sur la base de
l'article 23 de la loi football, si et seulement s'ils sont constatés par la
police et consignés dans un PV. À partir de là, monsieur le ministre,
combien de PV relatifs à de tels faits ont été dressés pour la saison
2007-2008? Comparativement aux saisons précédentes, peut-on
parler d'augmentation, de stabilisation ou de diminution? Existe-t-il
une cartographie des PV dressés qui permettrait de déceler les clubs
les plus problématiques? Quelles sanctions ont suivi ces PV?
Des PV ont-ils été dressés lors de la rencontre Virton-Antwerp? Le
cas échéant, où en est-on? Si le parquet renvoie à la cellule football,
quelles sanctions comptez-vous prendre? À l'inverse, si aucun PV n'a
été dressé, comment justifier cette inaction alors que les images
diffusées, vues par tous et les chants entendus ne laissent planer
aucun doute sur le fait que des insultes ont été proférées? Enfin, de
manière générale, les faits commis lors de Virton-Antwerp sont
emblématiques du pouvoir de nuisance de certains groupes de
pseudo-supporters qui ne sont rien d'autre que des hooligans hostiles
au sport et aux valeurs qu'il véhicule.
Si les faits de violence commis dans les stades ont diminué, nous
devons faire en sorte que les violences verbales diminuent
également. C'est pourquoi ma dernière question portera sur la loi
football. Estimez-vous que cette loi est encore adaptée aux
problèmes rencontrés aujourd'hui dans les stades? Estimez-vous que
les clubs et l'Union belge se montrent désireux d'enrayer le fléau du
hooliganisme?
Enfin, je rappellerai que mon intention est que le football puisse rester
27.02
Eric
Thiébaut
(PS):
Provocerende
spreekkoren
kunnen bestraft worden op grond
van artikel 23 van de voetbalwet,
zij het enkel als ze door de politie
worden vastgesteld en er proces-
verbaal wordt opgemaakt. Hoeveel
processen-verbaal werden er met
betrekking tot dergelijke feiten
opgesteld in het seizoen 2007-
2008? Is dat aantal gestegen,
gelijk gebleven of gedaald in
vergelijking met de voorgaande
seizoenen? Bestaan er statistieken
waaruit men zou kunnen afleiden
bij welke clubs zich de meeste
problemen
voordoen?
Welke
sancties werden er opgelegd naar
aanleiding van die processen-
verbaal?
Werden
er
processen-verbaal
opgemaakt tijdens de wedstrijd
Virton-Antwerp? Welke sancties
denkt u op te leggen? Als er geen
enkel
proces-verbaal
werd
opgesteld, hoe verklaart u die
passiviteit dan? Het geweld in de
stadions mag dan afgenomen zijn,
we moeten er evengoed voor
zorgen dat het verbale geweld ook
vermindert. Denkt u dat de
voetbalwet nog toegesneden is op
de problemen waarmee men
vandaag
in
de
stadions
geconfronteerd wordt? Vindt u dat
de clubs en de Belgische
Voetbalbond zich bereidvaardig
opstellen om het hooliganisme in
te dammen? Voor mij moet het
voetbal waarden als diversiteit en
aandacht voor de ander blijven
uitdragen; het voetbal mag geen
uitlaatklep voor haatgevoelens
zijn.
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
70
un promoteur des valeurs de diversité et d'écoute de l'autre et pas un
vecteur de haine.
27.03 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, de afgelopen weken hebben sommige
voetbalsupporters gemeend zich te moeten onderscheiden door het
scanderen
van
kwetsende
slogans
tegen
bepaalde
bevolkingsgroepen.
We hebben al de apengeluiden gehad in de stadia, en nu hebben we
de kwetsende scheldgezangen ten opzichte van de Walen. Ik verwijs
meer specifiek naar de voetbalmatchen in Tubeke en Antwerpen.
Discriminerende en kwetsende gezangen zijn volgens mij
onverenigbaar met wat sport, wat voetbal moet zijn. Net als ik, weet u
ongetwijfeld dat wel degelijk kan worden opgetreden tegen racisme
en apengeluiden tijdens voetbalmatchen. U weet dat voetbalmatchen
kunnen worden stilgelegd als zulke feiten zich voordoen.
Mijn vraag is dan ook wat een mogelijke reactie kan zijn, gezien de
scheldgezangen van de voorbije weken. We moeten hier niet spreken
van een drama, maar wel van een risico op escalatie waardoor de
voetbal als sport in het gedrang komt, alsmede alle waarden die
daarmee te maken hebben.
Volgens mij heeft ook de Voetbalbond daarin een slechte rol gespeeld
omdat men heeft gesproken over ludieke toestanden en gezangen.
Men heeft het echt wel geminimaliseerd. Dit getuigt van een zekere
wereldvreemdheid. Men had vastberaden moeten zijn en moeten
optreden. Net zoals men moet optreden tegen racisme en
apengeluiden, had men ook moeten optreden tegen kwetsende
gezangen ten opzichte van de Walen, te meer omdat er sprake was
van een herhaling van de feiten.
Wat betreft uw initiatief om te komen tot een overleg met de
Voetbalbond, heeft dit overleg al plaatsgevonden? Wat zijn de laatste
gegevens? Wat is de stand van zaken? Welke maatregelen kunnen
worden genomen om discriminerende scheldgezangen te vermijden?
Of het nu om racisme of discriminatie ten aanzien van de Walen gaat,
maakt voor mij niets uit. Het is echter mijn overtuiging dat dit niet
hoort tijdens een voetbalmatch.
Hoe beoordeelt u de efficiëntie van de wet van 21 december 1998
over de veiligheid tijdens voetbalmatchen met betrekking tot dergelijke
incidenten? Werd deze wet correct toegepast bij de incidenten in
Tubeke en Antwerpen? Moet de wet worden aangepast of moeten er
meer specifieke richtlijnen worden gegeven aan de politiediensten om
de wet uit te voeren, meer bepaald wat betreft het artikel gericht op
het sanctioneren?
Tot slot, hoeveel keer werd dit wetsartikel reeds toegepast sinds de
inwerkingtreding van de wet?
27.03 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Ces dernières semaines,
des supporters de football ont
scandé des slogans blessants à
l'égard de certains groupes de
population. Après les cris de singe,
nous avons eu droit à des chants
insultants envers les Wallons lors
de plusieurs matchs de football
contre des clubs wallons. De tels
chants
blessants
et
discriminatoires sont, selon moi,
inconciliables avec ce que devrait
être le football. Contrairement à ce
qu'estiment certains, il est bel et
bien possible d'intervenir dans
pareil cas, notamment en arrêtant
la rencontre. Il ne faut certes pas
dramatiser les faits, mais, d'autre
part, nous devons agir afin
d'empêcher que de tels faits ne
s'aggravent, ce qui mettrait le
football en péril en tant que sport.
En qualifiant les chants en
question de « ludiques », l'Union
belge de football a joué un
mauvais rôle dans ce dossier. Elle
aurait dû en effet intervenir avec
détermination
plutôt
que de
minimiser les faits. Tout comme
pour le racisme, il faut intervenir
lorsque des supporters entonnent
des chants blessants envers les
Wallons, surtout lorsque les faits
se répètent.
Le ministre s'est-il déjà concerté à
ce sujet avec l'Union belge de
football? Où en est-on dans ce
dossier?
Quelles
mesures
peuvent-elles être prises afin
d'éviter les chants insultants?
Dans quelle mesure la loi du 21
décembre 1998 relative à la
sécurité lors des matchs de
football est-elle efficace? Cette loi
est-elle correctement appliquée?
Doit-elle être modifiée ou devrait-
on
donner
des
consignes
spécifiques à la police concernant
la mise en oeuvre de cette loi?
Combien de fois l'article relatif aux
sanctions a-t-il déjà été appliqué?
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
71
27.04 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik wil een iets
afwijkend geluid laten horen. Wie de afgelopen jaren een
voetbalstadion heeft bezocht, pakweg in de afgelopen twee decennia,
weet dat spreekkoren hoegenaamd geen nieuwe fenomenen zijn. Ik
verbaas me erover dat men er al jaren geen probleem van maakt dat
supporters van Standard scanderen: "Et Charleroi, c'est du caca". Het
is zo dat die slogan is ontstaan. Daarmee heeft men geen probleem,
maar wanneer Vlamingen domweg "les Wallons, c"est du caca"
beginnen scanderen, dan is er wel een megaprobleem.
Ik kan u als voetbalsupporter een bloemlezing geven. Al jaren zijn er
chants ­ zo noemt men dat ­ van Franstaligen tegen Vlamingen. Een
evergreen is natuurlijk "Sales Flamands", maar ik kan nog andere
voorbeelden geven: "Je préfère être singe que Flamand."
Is dat racisme? Als u dat brandmerkt als racisme, denk ik dat u dat
begrip echt banaliseert. Dat zijn inderdaad harde en beledigende
woorden. Dat valt niet te ontkennen en ook niet goed te praten, maar
ze zijn in die zin ludiek dat ze er enkel op gericht zijn om bij
supporters van de tegenpartij een reactie los te weken. Dat is,
gelukkig, alleen verbaal duw- en trekwerk, dat geen betekenis heeft
buiten de context van het stadion, noch politiek noch sociaal.
Tot wat heeft de huidige ophef uiteindelijk geleid? Tot twee zaken, ten
eerste tot veel na-aapgedrag en veel reclame voor zulke idiote chants
en spreekkoren en, ten tweede, tot het opjagen van de Voetbalbond.
De Voetbalbond had aanvankelijk gezegd dat het nogal ludiek was en
dat men het niet erger moest maken dan het is. Nu heeft de
Voetbalbond, onder Franstalige politieke druk, toch besloten om met
een kanon op een mug te gaan schieten, waarbij men het doel dan
nog gemist heeft ook. Het heeft ertoe geleid dat er nu een regeling
door de Voetbalbond wordt gesuggereerd waarvan iedereen weet dat
ze in de praktijk absoluut niet toepasbaar is, waarbij mensen moeten
worden geïdentificeerd die zogezegd die spreekkoren opstarten. Als
die regeling wordt afgedwongen, kan dat enkel aanleiding geven tot
meer problemen of meer rellen. De remedie dreigt erger te worden
dan de kwaal die u wenst te bestrijden.
Mijnheer de minister, ik heb enkele vragen.
Hebt u al in concreto overleg gepleegd met de Belgische
Voetbalbond, ook na de stellingname van afgelopen vrijdag, toen men
is bevallen van een nieuwe, volstrekt utopische regeling?
Ten tweede, hebt u ook advies ingewonnen bij de voetbalcel van de
federale politie? Wat is dan haar standpunt?
Ten slotte, meent u dat de strengere regelgeving die wordt ontworpen,
eigenlijk moet worden ontworpen voor de toekomst?
27.04 Ben Weyts (N-VA): Tout qui
s'est déjà rendu dans un stade de
football au cours des vingt
dernières années sait que les
slogans scandés en choeur y sont
monnaie courante. Le fait que les
supporters du Standard scandent
déjà depuis plusieurs années
"Charleroi, c'est du caca" n'a
encore jamais posé problème.
Mais lorsque des Flamands y
substituent "les Wallons", cela
pose soudainement un gros
problème. Cela fait plusieurs
années déjà que des supporters
francophones
scandent
des
chants anti-Flamands. Ceux qui
qualifient cette attitude de racisme
banalisent cette notion. Nous ne
pouvons nier que ces chants sont
blessants, mais ils sont toutefois
ludiques en ce sens qu'ils visent à
déclencher une réaction dans le
camp adverse. Tout cela n'a
aucune signification politique ou
sociale à l'extérieur du stade.
Tout le bruit fait aujourd'hui a
entraîné un comportement de
mimétisme chez les supporters et
une réaction de panique à l'Union
belge de football, qui a dans un
premier temps également affirmé
qu'il s'agissait de chants ludiques.
Sous la pression francophone,
l'Union belge de football a à
présent décidé de monter l'affaire
en
épingle et propose
un
règlement inapplicable dans la
pratique, comme l'identification
des "instigateurs" des slogans. Ce
règlement ne fera que créer des
problèmes
et
des
bagarres
supplémentaires. Le remède est
pire que le mal.
Le ministre s'est-il concerté à ce
sujet avec l'Union belge de
football? A-t-il recueilli l'avis de la
cellule football de la police
fédérale? Juge-t-il un règlement
plus strict nécessaire?
27.05 Denis Ducarme (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, par facilité, je vais poser mes deux questions d'une traite.
Les collègues en ont déjà beaucoup parlé. En effet, la réaction de
l'Union belge n'a pas été à la hauteur en qualifiant de "taquins",
27.05 Denis Ducarme (MR): De
Belgische Voetbalbond bestempelt
gedragingen die in mijn ogen
racistisch zijn, als ludiek, spottend
en plagerig. De Bond ontloopt zijn
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
72
"ludiques" et "moqueurs" ces comportements que je considère
personnellement comme racistes. Elle n'a pas été à la hauteur de ses
responsabilités pour ce qui concerne les matches de Tubize et
d'Anvers. Tout le monde s'accordera à donner une "carte rouge" à
l'Union belge, en lui demandant de réfléchir un peu aux vestiaires.
Assez rapidement, vous avez indiqué ­ et je vous en remercie ­ avoir
demandé à l'Union belge de réfléchir. Il était d'ailleurs prévu que vous
ayez un contact avec elle. Je voulais dès lors connaître les résultats
concrets de ce contact. L'Union belge aurait-elle choisi de changer sa
stratégie, en décidant de s'exprimer de manière plus proportionnée
par rapport aux faits? Quels éléments ou objectifs compte-t-elle
mettre sur la table face à ces problèmes?
Ma deuxième question ne porte pas sur l'Union belge. Il est clair que
celle-ci n'a pas pris ses responsabilités à l'occasion de ces matches
de football, alors qu'une population était comparée à des excréments
et à des pédophiles. Monsieur le ministre, il ne s'agit pas ici de vous
demander si vous considérez ces propos comme étant racistes. Dans
un sens, ce n'est pas votre travail. Pour ma part, c'est du racisme!
J'ai eu l'occasion d'interroger hier le ministre de l'Égalité des chances,
Mme Milquet, sur la réaction du Centre pour l'égalité des chances qui
s'est dit non compétent à cet égard, indiquant qu'il s'agissait plutôt
d'un conflit d'ordre linguistique. Il est pourtant clair que ce n'est pas
une langue qui est visée mais bien un peuple avec une origine
géographique, tels que les Africains, les Ardennais, les Arabes et
autres. Nous avons donc affaire à du racisme. La ministre Milquet
compte d'ailleurs demander au Centre pour l'égalité des chances, sur
la base de la proposition que le MR lui a faite hier, de revoir la
possibilité d'examiner sa compétence, afin qu'il puisse se déclarer
compétent dans un dossier tel que celui-ci.
En quelque sorte, l'Union belge démissionne tout comme le Centre
pour l'égalité des chances. Il serait dès lors utile qu'à l'inverse, l'État
prenne pleinement ses responsabilités afin de veiller à assumer ses
missions et son combat contre ces manifestations qui sont tout de
même assez viles.
Voir assimilés les habitants d'une Région du pays à des excréments
ou à des pédophiles... Imaginons un peu que, dans les stades, on
entende des supporters wallons, bruxellois ou liégeois dire que les
Flamands sont tous des fascistes ou tous des infanticides. Je pense
qu'un certain nombre de responsables flamands le prendraient mal et
ce serait tout à leur honneur de "remettre l'église au milieu du village".
La loi football nous dote de moyens légaux permettant d'entamer un
certain nombre de procédures et d'agir à l'inverse des deux
organismes précités et d'être présents sur le terrain dans le cadre de
ces problématiques.
Je vous donne lecture de l'article 23: "Pourra encourir une ou
plusieurs sanctions prévues à l'article 24, quiconque, seul ou en
groupe, trouble par son comportement le déroulement d'un match
national de football ou d'un match international de football, en incitant
à porter des coups et blessures, en incitant à la haine, en incitant à
l'emportement à l'égard d'une ou plusieurs personnes se trouvant
dans le stade".
verantwoordelijkheid. U heeft de
Voetbalbond
gevraagd
zich
opnieuw over dat standpunt te
beraden. Is hij intussen van
strategie veranderd?
Het Centrum voor gelijkheid van
kansen heeft zich onbevoegd
verklaard omdat het veeleer om
een taalkundig incident zou gaan.
Het is echter niet met een taal dat
de draak werd gestoken, maar wel
met een volk met een welbepaalde
geografische afkomst. Er is dus
wel degelijk sprake van racisme.
Minister Milquet wil het Centrum
voor
gelijkheid
van
kansen
trouwens vragen zich opnieuw
over zijn onbevoegdverklaring te
buigen.
Nu de Voetbalbond en het
Centrum hun handen van de zaak
hebben afgetrokken, lijkt het
aangewezen dat de Staat zijn
verantwoordelijkheid ten volle zou
opnemen.
De voetbalwet voorziet ons van
wettelijke middelen om procedures
op te starten. Dankzij de camera's
kunnen politieagenten de feiten
vaststellen en processen-verbaal
opmaken, zelfs achteraf.
De MR verwacht een reactie van
de Staat. Er moet komaf worden
gemaakt met die aanzetting tot
haat. Welke procedures heeft uw
departement gelanceerd?
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
73
Nous sommes dans ce cadre-là. On sait que des policiers peuvent
constater des faits grâce aux caméras et dresser des PV. En effet,
l'ensemble de ces clubs, pour obtenir une licence, doit disposer des
caméras dans les stades.
Ces procédures peuvent être lancées a postériori. Naturellement,
monsieur le ministre, le MR attend une réaction de l'État. Cela ne peut
plus se produire. Il faut donner un coup d'arrêt à ce genre de
manifestation qui pousse à la haine, emporte un groupe à l'égard
d'une ou plusieurs personnes se trouvant dans un stade.
Ce n'est pas le problème des Wallons. C'est un groupe qui est visé
de manière très dure et donc il faut réagir. Je vous demande quelles
sont les procédures qui ont pu être lancées par votre département à
cet égard?
Le président: M. Van den Eynde n'étant pas présent, sa question est retirée.
27.06 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, s'agissant du problème de la violence verbale dans les
stades de football belges, je tiens à dire ceci. Selon mon point de vue,
les supporters doivent encourager positivement leur équipe au lieu de
se retourner contre les joueurs ou les supporters de l'équipe adverse.
Le fair-play, la tolérance et le respect sont des valeurs qui doivent
occuper une place prépondérante. Par le passé, ce message a déjà
été communiqué à la Fédération nationale des supporters de clubs
professionnels, qui l'a approuvé.
Ensuite, traiter de hooligans toutes les personnes qui contribuent à la
violence verbale et qualifier tous ces chants d'actes de racisme ne
sont pas du tout conformes à la réalité. Les slogans blessants
commencent souvent par être scandés par des individus seuls dont le
comportement est ensuite imité de manière irréfléchie par des
groupes étendus de supporters d'âges, d'origines et de professions
variables. La majorité d'entre eux n'ont jamais eu affaire à la police et
n'ont a fortiori jamais été impliqués dans des actes de vandalisme ou
de violence physique, qui sont le fait de véritables hooligans.
Comme dans d'autres pays européens, la violence verbale est, en
Belgique, un phénomène de groupe particulièrement complexe et
dynamique pour lequel il n'existe pas de solution unique, intégrale et
radicale.
27.06 Minister Guido De Padt:
Supporters moeten hun elftal
aanmoedigen in plaats van zich te
buiten te gaan aan verbaal geweld
ten aanzien van spelers of
supporters van de tegenpartij. In
het
verleden
werd
dat
al
meegedeeld aan de Nationale
Supportersfederatie Profclubs, die
daarmee heeft ingestemd.
Het gaat echter niet op om dat
verbaal geweld gelijk te schakelen
met
hooliganisme
en
die
spreekkoren als racistisch te
bestempelen.
Bovendien
is
verbaal geweld een complex
groepsverschijnsel waarvoor er
geen radicale oplossing bestaat.
De problematiek van het verbaal geweld is allerminst een nieuw
fenomeen. Er is geen sprake van een stijging van het verbaal geweld
in of rond onze stadions. Het is wel zo dat door het verminderen van
het fysiek geweld in en rond onze stadions er veel meer aandacht is
gekomen voor dit verbaal geweld. Enkele jaren geleden was er vooral
sprake van racistisch getinte spreekkoren, hetgeen heden, na een vrij
harde aanpak hiervan, lijkt te verschuiven naar wat kan worden
gedefinieerd als kwetsende spreekkoren.
Ik zou er tevens willen op wijzen dat bij de overgrote meerderheid van
wedstrijden er zich geen problemen voordoen op dat vlak, hetgeen
nog niet zo lang geleden wel anders was. Ik moet objectief gezien ook
vaststellen dat hoe meer aandacht men in de media aan dit probleem
besteedt en dit gedrag publiekelijk wordt afgekeurd, hoe meer
La violence verbale ne constitue
absolument pas un nouveau
phénomène et il n'est aucunement
question d'une augmentation de
cette violence. On y accorde
actuellement davantage d'attention
à présent qu'il y a moins de
violences physiques. Il y a
quelques années, les chants
avaient surtout un caractère
raciste. Ils ont été sévèrement
réprimés et actuellement, il semble
y avoir une évolution vers les
chants blessants. Ce problème ne
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
74
sommige supportersgroepen zich er blijkbaar in vergenoegen verder
te gaan met dergelijke spreekkoren.
Ik wil in de rand toch wel opmerken dat ik vanuit mijn eigen invalshoek
toch wel bezorgd ben over de mogelijke voorbeeldfunctie die van die
spreekkoren zou kunnen uitgaan ten aanzien van kinderen. Ik denk
dat sportwedstrijden een feest moeten zijn, een familiefeest moeten
zijn, en ik vrees een beetje dat wanneer jonge kinderen kijken naar
hun vader of naar hun moeder die zich schuldig maken aan dergelijke
soms beledigende uitspraken of uitroepen, het volgens mij niet is
uitgesloten dat ze dit gaan overnemen wanneer ze iets volwassener
zijn geworden of het als dusdanig ook voor een stukje als normaal
gaan beschouwen, als deel uitmakend van een sportwedstrijd.
Voor de aanpak van dit fenomeen is het volgens mij van belang dat
ieder zijn verantwoordelijkheid opneemt: de supporters zelf, de
scheidsrechters, de clubs, de KBVB en de politie. De
verantwoordelijkheden worden trouwens duidelijk omschreven in de
rondzendbrief OOP40 omtrent kwetsende, discriminerende en
racistische spreekkoren. Die rondzendbrief dateert van 2006. Deze
werd geschreven op basis van goede praktijken in onze buurlanden
en op basis van de richtlijnen van de FIFA en van de UEFA. Alle
partners hebben hun input kunnen geven, ook de supporters.
Trouwens, dat de Nederlandse aanpak een negatieve impact zou
hebben gehad op de veiligheid in hun stadions, wordt met klem
tegengesproken door hun centraal invalspunt voetbalvandalisme.
De wereldvoetbalbond FIFA heeft al haar leden, waaronder de KBVB,
opgedragen om artikel 58 van hun disciplinaire code over te nemen in
hun nationale reglementen. De inhoud van dit artikel en het reglement
van de KBVB zelf geven aan de KBVB een bijzonder duidelijke en
ruime basis om te ageren tegen supporters en clubs in geval van
verbaal geweld.
Kortweg, de mogelijkheden om te ageren tegen dergelijke
spreekkoren zijn aanwezig. Ik verwijs naar artikel 58 van de
disciplinaire code van FIFA, de reglementen van de KBVB, artikel 23
van de voetbalwet en de omzendbrief OOP40, waarnaar ik al heb
verwezen. De regelgeving moet volgens mij niet worden aangepast of
verstrakt, het komt er enkel op neer om deze daadwerkelijk en
consequent toe te passen en dit door alle partners, in het bijzonder de
voetbalwereld zelf.
Op 13 maart 2009 aanstaande heb ik een onderhoud met de
voorzitter van de KBVB waarbij het onderwerp van het verbaal geweld
in de stadions en de resultaten van het hierover speciaal
georganiseerde Uitvoerend Comité van de Belgische Voetbalbond op
de agenda zal staan.
se pose d'ailleurs pas pour la
grande majorité des rencontres.
Le plaisir que certains groupes de
supporters éprouvent à chanter
ces slogans est proportionnel à
l'attention qui y est consacrée
dans les médias. Je m'inquiète de
l'influence que de tels chants
pourraient avoir sur les enfants.
Les rencontres sportives doivent
être une fête pour toute la famille.
En ce qui concerne la lutte contre
ce phénomène, chacun doit
prendre ses responsabilités, à
savoir les supporters, les arbitres,
les clubs, l'URBSFA et la police.
Les responsables sont clairement
définis dans la circulaire de 2006
relative aux chants blessants,
discriminatoires et racistes, qui a
été rédigée sur la base des
bonnes pratiques dans les pays
voisins et des directives de la FIFA
et de l'UEFA. Les Pays-Bas
démentent catégoriquement que
leur approche aurait eu une
incidence négative.
La FIFA a demandé à tous ses
membres de reprendre à leur
compte l'article 58 du code
disciplinaire. L'Union belge de
football
dispose
dans
ses
règlements de tout un arsenal de
possibilités pour réagir contre les
violences verbales. Il n'y donc pas
lieu de renforcer la réglementation
mais elle doit être appliquée à
chaque
fois
que
cela
est
nécessaire. Je dois avoir le 13
mars 2009 un entretien avec le
président de l'Union belge sur la
question des violences verbales et
sur les résultats de la réunion du
comité exécutif consacrée à ce
problème.
Dans l'ensemble, mes services reçoivent en moyenne quelque 1.000
à 1.200 procès-verbaux par an pour infraction à la loi football, 65 à
70% des procès-verbaux concernant des infractions à l'article 23 ou
23bis qui traite de l'incitation à la haine ou à l'emportement dans le
stade ou aux alentours. Ce phénomène se répand dans environ 60%
des clubs de 1
e
et 2
e
division et les faits verbalisés ont trait à diverses
formes de provocation par des mots, gestes ou actes ou une
combinaison de l'ensemble, individuellement ou en groupe.
Globaal genomen krijgen mijn
diensten gemiddeld zo'n 1.000 tot
1.200 processen-verbaal per jaar
wegens
overtreding
van
de
Voetbalwet, 65 tot 70% van de
pv's betreft inbreuken op artikel 23
of 23bis dat gaat over aanzetting
tot haat of woede in of buiten de
perimeter van het stadion.
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
75
Les sanctions infligées vont de trois mois d'interdiction de stade et/ou
250 euros d'amende à cinq ans d'interdiction de stade et/ou
5.000 euros d'amende.
Au sujet du match Antwerp-Virton, on attend le rapport détaillé de la
police d'Anvers. En tant que ministre de l'Intérieur, je ne peux en
aucune façon intervenir dans une procédure judiciaire ou
administrative. En outre, conformément à la loi football, mes services
peuvent uniquement agir sur la base de procès-verbaux dressés par
les services de police.
De opgelegde sancties gaan van
drie maanden stadionverbod en/of
250 euro boete tot vijf jaar
stadionverbod en/of 5.000 euro
boete.
Wat de wedstrijd Antwerp-Virton
betreft,
wachten
we
het
gedetailleerde verslag van de
politie
van
Antwerpen
af.
Bovendien kunnen mijn diensten
enkel optreden op grond van door
de politiediensten opgemaakte
processen-verbaal.
27.07 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je
vous remercie. Je suis moi-même assez souvent présent dans les
stades ou dans les salles de sport, je sais donc ce qui s'y passe.
Effectivement, des supporters peuvent s'emballer, supporter leur
équipe voire tourner leur énergie contre l'équipe adverse. Ce n'est pas
pour autant qu'un stade ou une salle est une zone de non-droit. Il y a
des limites à ne pas dépasser, et lorsqu'elles le sont, les autorités
concernées doivent jouer leur rôle.
En l'occurrence, l'Union belge de football n'a pas joué son rôle. Elle
n'a pas utilisé l'arsenal des possibilités qui lui sont données pour agir
sur le plan sportif, que ce soit en arrêtant un match, en menaçant un
club de devoir jouer à huis clos. Il était nécessaire de lui rappeler sa
responsabilité à ce niveau vu le rôle éducatif du sport, y compris de
haut niveau.
Vous avez fait référence aux possibilités du droit, à cette circulaire, à
la loi football. Vous nous avez donné des statistiques intéressantes
par rapport au nombre de procès-verbaux dressés et à la proportion
de faits de violence verbale qui sont commis.
Je me pose néanmoins la question de l'efficacité de la loi en termes
de garde-fous par rapport à ce type d'attitude. On ne fait peut-être pas
assez de publicité des mesures de sanctions qui sont prises à l'égard
de certains supporters. J'ai toujours en tête cet exemple où des
supporters interdits de stade sont obligés de se présenter au
commissariat de leur quartier pendant le match. Pour des gens qui
sont très attachés à leur sport ­ et je pense que c'est le cas de ceux
qui étaient dans les tribunes de l'Antwerp ­, c'est une sanction qui est
difficile à vivre et qui peut amener à réfléchir et à agir différemment
dès lors que le sport doit sa médiatisation à une influence sociétale
très forte.
Je vous invite vraiment à suivre cette affaire de près, à rester en
dialogue avec l'Union belge et à être attentif en espérant que de tels
incidents ne se reproduiront plus. Il faut bien marquer la loi et
éventuellement l'évaluer pour la rendre plus efficace.
27.07 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Het gebeurt inderdaad
dat supporters zich opwinden en
zich zelfs tegen de tegenpartij
keren. Wanneer ze echter te ver
gaan, moeten de bevoegde
overheden hun rol spelen.
De Belgische Voetbalbond heeft
echter geen gebruik gemaakt van
alle mogelijkheden waarover hij
beschikt om maatregelen op
sportief vlak te nemen. Het was
nodig dat de Voetbalbond aan zijn
verantwoordelijkheden
werd
herinnerd.
Ik plaats vraagtekens bij de
doeltreffendheid van de wet met
betrekking
tot
dergelijke
gedragingen. Misschien moeten
de sancties die ten aanzien van
sommige
supporters
kunnen
worden genomen, beter kenbaar
worden gemaakt.
De wet moet goed worden
toegepast en ze moet worden
geëvalueerd met het oog op een
grotere doeltreffendheid ervan.
27.08 Eric Thiébaut (PS): Je suis persuadé que si le même
phénomène s'était passé dans des stades en Wallonie avec des
chants anti-Flamands certains groupes de ce parlement n'auraient
pas trouvé cela ludique. Je suis certain que vous auriez reçu des tas
27.08 Eric Thiébaut (PS): Indien
dergelijke feiten zich in Waalse
stadions
zouden
hebben
voorgedaan, zouden bepaalde
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
76
de questions. Je n'aurais pas trouvé cela ludique non plus et vous
aurais questionné de la même façon. Ce n'est pas vous que je vise,
M. le ministre.
Ceci étant dit, il existe des instruments dans la législation. Vous avez
parlé de la loi football et de la circulaire OOP 40, qui donne des outils
pour agir dans ces circonstances-là. Vous avez parlé de plus de
1.000 PV par an. Ce n'est pas négligeable. Vous avez aussi parlé des
sanctions que l'on risquait lors de ces infractions à la loi. Mais par
contre, vous n'avez pas dit combien de personnes avaient été
condamnées suite aux PV. Cela manque à votre réponse qui était
relativement complète.
Si on se contente de dresser des PV qui sont sans conséquence, cela
ne donne pas le même effet. Il faut s'attacher à appliquer très
sévèrement cette loi. Si elle n'est pas applicable, il faut la changer. Le
problème n'est ni désuet, ni mineur. Il peut dégénérer en des faits
beaucoup plus graves. Il faut réagir très fermement.
parlementaire
fracties
dat
helemaal niet ludiek hebben
gevonden en zouden ze u even
scherp hebben geïnterpelleerd.
U verwees naar de bestaande
wettelijke instrumenten en naar de
mogelijke sancties wanneer er
inbreuken op de wet worden
vastgesteld. U zei echter niet
hoeveel personen er op grond van
de pv's werden veroordeeld.
Wanneer men enkel een pv
opmaakt en daar achteraf niets
meer mee doet, zet dat geen
zoden aan de dijk. Er moet worden
toegezien op een zeer strikte
toepassing van de wet. Indien ze
niet toepasbaar is, moet ze
worden gewijzigd. Tegen dit soort
praktijken moet streng worden
opgetreden.
27.09 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
ben tevreden met uw genuanceerde antwoord. Toch heb ik drie
opmerkingen.
Ten eerste, het zijn inderdaad geen racistische spreekkoren maar wel
kwetsende, provocerende slogans die zich bovendien ook hebben
herhaald. Er was daar toch wel een risico op escalatie. Vandaar mijn
overtuiging dat er moest worden opgetreden al is het maar omwille
van de voorbeeldfunctie van voetbal, zoals u het zelf hebt genoemd.
Ten tweede, de reactie van de voetbalbond was niet verstandig.
Ten derde,een mogelijk zinvolle reactie op die spreekkoren is
misschien wel het stilleggen van matchen dan overdreven juridisering
en het maken van burchten van onze stadions met camerabewaking
en mensen die worden opgepakt. Ik denk niet dat wij moeten
vervallen in een extreme juridisering van het probleem. Het stilleggen
kan volgens mij zeer effectief zijn. Wij hebben dat ook gezien bij de
meer racistische spreekkoren, de apengeluiden en dergelijke meer,
die zich een aantal jaren geleden voordeden in onze stadions. Het
stilleggen van een match was toen echt wel een methode om de zaak
te doen kalmeren. Eerder dan een overdreven juridisering denk ik dat
wij misschien naar een dergelijke aanpak moeten gaan.
27.09 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Il ne s'agit en effet pas de
choeurs racistes mais de slogans
blessants et provoquants risquant
de conduire à une escalade.
J'estime donc qu'il aurait fallu
intervenir, ne fût-ce qu'en raison
de la fonction d'exemple du
football. La réaction de l'Union
belge n'était pas très réfléchie. Il
serait
peut-être
préférable
d'arrêter le match dans de telles
circonstances. Cette mesure a
prouvé son utilité par le passé et
donne probablement de meilleurs
résultats
qu'une
approche
exagérément
juridique
du
problème.
27.10 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw
antwoord. Het gaat inderdaad niet over racistische spreekkoren,
anders zou men dat begrip banaliseren. Hoe meer media-aandacht,
hoe meer spreekkoren. Ik wil u vragen om u niet te laten opjagen,
zoals de bond wel heeft gedaan.
Zoals de heer De Vriendt reeds zei, is de reactie van de bond
onverstandig. Ik vind vooral de tweede reactie van de bond
onverstandig. Men heeft even snel ad hoc, zelfs zonder supporters te
consulteren, een regeling uitgedokterd waarbij men personen moet
27.10 Ben Weyts (N-VA): Il ne
s'agit en effet pas de slogans
racistes. J'espère que le ministre
ne se laissera pas mettre sous
pression comme cela a été le cas
de l'URBSFA. Celle-ci a en effet
réagi de manière malhabile : tout
règlement visant à identifier et à
éloigner les responsables ne peut
que
déboucher
sur
une
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
77
identificeren en uit een groep halen. Dat zal uiteindelijk tot meer
problemen en rellen leiden.
Het stilleggen van matchen heeft men in Nederland ook geprobeerd,
met als gevolg dat er dikwijls misbruik van werd gemaakt. Als de
ploeg op achterstand staat, worden er racistische spreekkoren
aangeheven, om de match te doen stilleggen. Daarvan is men ook
afgestapt.
Laat u niet opjagen, mijnheer de minister. Overleg met
supportersclubs, indien nodig, maar geef dit niet meer aandacht dan
het verdient en laat de karavaan voorbijtrekken.
multiplication des problèmes et
des incidents. Aux Pays-Bas,
certains
matchs
ont
été
interrompus, mais cela a conduit à
des abus une fois qu'une équipe
était à la traîne. Le ministre peut,
le cas échéant, engager une
concertation avec les clubs de
supporters, mais il ne doit pas
accorder à cette affaire plus
d'attention qu'elle n'en mérite.
27.11 Denis Ducarme (MR): Je rejoindrai mon collègue du PS sur
ce point. Si cela avait été dans l`autre sens, le collègue de la N-VA qui
plaide pour l'impunité aurait été l'un des premiers à s'exciter ici. Ce
collègue et le collègue De Vriendt ont dit que ce n'était pas du
racisme. Mais si l'on avait dit "les Africains c'est du caca", là, vous
seriez vous aussi montés sur la table en criant au racisme. C'est du
racisme pour nous. Pour en revenir à votre réponse, monsieur le
ministre, vous rencontrez l'Union belge le 13 mars; j'en suis ravi et
j'espère que vous pourrez les convaincre d'être plus fermes et moins
légers dans les termes qu'ils utilisent, ou encore de consulter un
dictionnaire, pour savoir ce qu'ils disent. Dans ces cas-là, les mots
sont des actes. Ils ont agi de manière extrêmement légère.
Je vois que nous attendons le rapport détaillé de la police d'Anvers.
J'espère que nous ne l'attendrons pas trop longtemps. L'Union belge
dérape ou ne fait rien, le Centre pour l'égalité des chances passe à
côté de ses compétences et vous, monsieur le ministre - je sais que
vous avez communiqué par voie de presse -, vous ne les voyez que le
13 mars, et nous attendons toujours le rapport de la police d'Anvers.
Quid du rapport de police concernant le match de Tubize? Je n'en ai
pas entendu parler, mais les faits méritent sans doute, étant
comparables, des explications sur les PV qui auraient été dressés à la
suite de ce match. Pour le moment, nous devons constater une chose
au sujet de ces faits visés par la loi football: il est rassurant, comme
vous l'avez dit, de constater que 1.200 PV ont été dressés. Cette loi
est donc applicable et appliquée. Les situations constatées à Anvers
et à Tubize en permettent l'application.
Nous demandons l'application de la loi rapidement. En effet, à ce
stade, les trois organismes susceptibles d'agir ne l'ont pas fait. Nous
sommes toujours dans l'attente, plusieurs semaines après des faits
graves. Je reviendrai sur ce sujet en commission au nom du
Mouvement réformateur, sur les résultats de l'application de cette loi
football, sur le match d'Anvers et sur les résultats de votre rencontre
avec l'Union belge.
27.11 Denis Ducarme (MR): Ik
sluit mij op dat punt aan bij mijn
collega van de PS.
Ik ben verheugd dat er op 13
maart een ontmoeting is met de
Belgische voetbalbond. Ik hoop
dat u ze er kunt van overtuigen
minder lichte bewoordingen te
gebruiken en dat we niet te lang
moeten
wachten
op
het
politieverslag.
Hoe ver staat het met het
politieverslag over de wedstrijd
tegen Tubeke? Hoe dan ook, wij
vragen een snelle toepassing van
de wet.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
28 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de criminaliteit in
ziekenhuizen" (nr. 11363)
28 Question de M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "la criminalité dans les hôpitaux"
(n° 11363)
28.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de 28.01 Michel Doomst (CD&V):
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
78
minister, om een meer precieze beeldvorming te krijgen van de
criminaliteit in de ziekenhuizen, was het de bedoeling dat de FOD
Binnenlandse Zaken samen met Volksgezondheid tot een monitoring
zou komen die daarna op regelmatige tijdstippen zou worden
uitgevoerd in de ziekenhuizen.
De gegevens die daaruit zouden voortkomen, zouden ook een
belangrijke aanwijzing kunnen zijn om het beleid optimaal op de
noden en behoeftes van het ziekenhuizen af te stemmen.
Het was de bedoeling dat die monitoring, na een testfase, in het
najaar van 2008 zou worden gelanceerd. De administratie zou
bovendien, gezien haar expertise inzake deze problematiek, helpen
om een website op te starten waar ziekenhuizen criminele feiten
kunnen melden, dit allemaal om de integrale en geïntegreerde aanpak
van ziekenhuiscriminaliteit zo goed mogelijk op te bouwen.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen. Wat is de stand van
zaken inzake de uitbouw en het gebruik van die monitoring? Hoe
verloopt de samenwerking met de ziekenhuizen? Zijn er al gegevens
bekend wat de noden en behoeftes betreft? Hebt u al zicht op de
stand van zaken met betrekking tot de uitbouw van de website?
Pour pouvoir se faire une idée plus
précise de la criminalité dans les
hôpitaux, les SPF Intérieur et
Santé publique avaient voulu
mettre ensemble en place un
monitorage auquel les hôpitaux
seraient régulièrement soumis par
la suite. Ce monitorage devait être
lancé à l'automne 2008, à l'issue
d'une phase de test. Il était
également
prévu
que
l'administration
contribue
au
lancement d'un site internet par
l'intermédiaire duquel les hôpitaux
pourraient signaler des faits
criminels.
Où en sont actuellement le
développement et la mise en
oeuvre
de
ce
monitorage?
Comment
se
passe
la
collaboration avec les hôpitaux?
Quels sont les besoins en la
matière?
en
est
le
développement du site internet
annoncé?
28.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Doomst, om een accuraat beeld te vormen van de problematiek van
de criminaliteit in ziekenhuizen heb ik in samenwerking met mijn
collega, de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, een
monitor uitgebouwd die op geregelde tijdstippen wordt afgenomen bij
de ziekenhuizen.
De gegevens die hieruit voortvloeien, vormen een belangrijk
aanwijsinstrument om het beleid bij te sturen en maatregelen te
nemen die rechtstreeks inspelen op de problematiek.
De eerste ziekenhuismonitor werd afgenomen in oktober en
november 2008. Deze enquête peilde naar het aantal feiten met
betrekking tot diefstal, vandalisme en agressie in 2007 in
ziekenhuizen en naar het preventiebeleid dat door de ziekenhuizen
werd uitgebouwd.
De resultaten hiervan zullen worden voorgesteld tijdens de tweede
informatievergadering voor de leden van het federaal netwerk
Veiligheid en Criminaliteitspreventie in de Ziekenhuizen die op
5 maart zal plaatsvinden.
Hoewel ik al over de cijfers beschik, zou het niet echt collegiaal zijn
van mij om er nu al mee uit te pakken. Ik kan u wel al melden dat uit
deze monitor blijkt dat verbaal en fysiek geweld en diefstal een groot
knelpunt blijven voor de ziekenhuizen.
Om de ziekenhuizen verder te ondersteunen, zal er die dag, in
navolging van de campagne "Geef diefstal geen kans", een preventie-
en sensibiliseringscampagne rond agressie in de ziekenhuizen
worden gelanceerd. Deze campagne is zowel gericht naar het
28.02 Guido De Padt, ministre:
Le premier exercice de monitorage
dans les hôpitaux s'est déroulé
aux mois d'octobre et novembre
2008. Il s'agissait de déterminer le
nombre de faits de vol, de
vandalisme
et
d'agression
perpétrés dans des hôpitaux en
2007 et d'évaluer la politique de
prévention mise en place par les
hôpitaux. Les résultats de cette
enquête seront présentés le 5
mars 2009 lors de la deuxième
réunion d'information du réseau
fédéral « Sécurité et prévention de
la criminalité dans les hôpitaux ».
Je puis déjà indiquer que la
violence verbale et physique et les
vols demeurent pour les hôpitaux
des problèmes de taille.
Dans le sillage de la campagne
«NON aux voleurs» et dans le
souci de continuer à soutenir les
hôpitaux, une nouvelle campagne
de prévention et de sensibilisation
sera menée sur le thème des
agressions dans les hôpitaux.
L'approche intégrée de cette
question sera poursuivie et ajustée
en collaboration avec le SFP
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
79
management en het personeel van ziekenhuizen als naar de
patiënten en de bezoekers. Tevens wordt aandacht geschonken aan
het melden van incidenten van verbale en fysieke agressie.
Op basis van de resultaten van de ziekenhuismonitor zal in
samenwerking met de FOD Volksgezondheid de integrale en
geïntegreerde aanpak van voornoemde problematiek worden
voortgezet en bijgestuurd. Genoemde samenwerking betekent een
absolute meerwaarde, mits iedere partner vanuit zijn eigen expertise,
vanuit zijn eigen perspectief en met zijn eigen netwerk een bijdrage
kan leveren aan het uitbouwen van een preventie- en veiligheidsbeleid
in de ziekenhuizen.
Santé publique.
Je ne dispose pas ici des
informations
concernant
le
lancement du site internet. Je
répondrai par écrit à cette
question.
28.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, kan de lancering van voormelde website in het vooruitzicht
worden gesteld? Kan u ook meer details geven over wat er morgen
zal gebeuren?
28.04 Minister Guido De Padt: Op uw vraag over de website moet ik
u het antwoord schuldig blijven. Wij zullen noteren om schriftelijk op
uw vraag te antwoorden. Ik heb het antwoord hier niet bij me.
Mijnheer Doomst, ik begrijp uw nieuwsgierigheid naar de resultaten
van morgen. U had de vraag overigens ook niet uitdrukkelijk gesteld.
Ik zal dus niet onder de duiven van mijn collega van Volksgezondheid
schieten.
28.05 Michel Doomst (CD&V): Ik wou het alleen maar even
proberen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
29 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de diversiteit op
de werkvloer" (nr. 11366)
29 Question de M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "la diversité sur le lieu de travail"
(n° 11366)
29.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, de dienst gelijkheid en diversiteit van de federale politie heeft
de voorbije maanden geprobeerd een aantal initiatieven te lanceren
om ook de diversiteit binnen de politie te bevorderen. Ik denk ook dat
het respect voor diversiteit betekent: meer welzijn op de werkvloer, en
eigenlijk ook een betere politieorganisatie.
In november vorig jaar ondertekenden de commissaris-generaal en
ook de drie directeurs-generaal van de federale politie dat handvest
voor de diversiteit.
In 2007 werd een netwerk van contactpersonen opgericht om dat
diversiteitbeleid op alle niveaus te bevorderen, met als bedoeling
kennis en informatie uit te wisselen en ook de resultaten daarvan aan
de korpsen ter beschikking te stellen via de gegevensbank Mosaic.
Mijnheer de minister, ik wil u meer uitleg vragen over de genomen
initiatieven.
Hoe verloopt de werking van dat netwerk?
29.01 Michel Doomst (CD&V): Le
Service Égalité et Diversité de la
police fédérale s'est efforcé, ces
derniers mois, de lancer une série
d'initiatives
pour
également
promouvoir la diversité au sein de
la police. Le commissaire général
et les trois directeurs généraux de
la police fédérale ont signé la
charte de la diversité en novembre
dernier. Un réseau de personnes
de contact a été créé en 2007
pour soutenir la politique de
diversité à tous les niveaux.
Comment fonctionne le réseau?
Des
résultats
sont-ils
déjà
disponibles? Dans quelle mesure
la banque de donnée a-t-elle déjà
été développée?
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
80
Kunnen er al resultaten van worden bekendgemaakt?
In welke mate is de databank reeds uitgebouwd?
29.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer Doomst, door het groot
aantal acties dat werd ondernomen en door de verscheidenheid aan
onderwerpen, zou het een onbegonnen zaak zijn om alle dossiers aan
u voor te stellen. Ik zal me bijgevolg beperken tot het netwerk en de
gegevensbank Mosaic. Uitleg bij andere acties kan ik eventueel in
een schriftelijk document aan u bezorgen.
Hoe verloopt de werking van dat netwerk? Welnu, de dienst gelijkheid
en diversiteit van de federale politie is de beheerder van het netwerk
van contactpersonen diversiteit binnen de geïntegreerde politie. Het
doel is inderdaad een middel te creëren waarbij ervaring en kennis
kunnen worden uitgewisseld tussen personen die elk actief zijn of een
ruime ervaring hebben op het vlak van diversiteit. Verschillende lokale
politiezones en diensten van de federale politie zijn vertegenwoordigd
in dat netwerk, dat bestaat uit een zestigtal politiemannen en -
vrouwen, maar ook uit burgerpersoneelsleden, die elk vrijwillig en met
goedkeuring van hun oversten deelnemen aan de bijeenkomsten.
Sinds november 2005 komt het netwerk op geregelde tijdstippen
samen.
Grosso modo heeft dat netwerk zes functies.
Ten eerste, de bevordering van de integratie van het personeel van
de politiediensten en de verbetering van de dienstverlening aan de
bevolking.
Ten tweede, de informatie-uitwisseling stimuleren over ervaringen op
het terrein van de diversiteit.
Ten derde, nieuwe kennis ontwikkelen over het thema.
Ten vierde, de behoeften en verwachtingen van het personeel en de
politiediensten ten aanzien van diversiteit analyseren.
Ten vijfde een niet-operationele steun verlenen aan collega's en/of
politiediensten die op zoek zijn naar informatie rond diversiteit en
gelijke kansen.
Ten slotte, ten dienste van al het personeel een niet-operationele
informatiebank voeden over het beheer van diversiteit.
Wat betreft uw derde vraag over de resultaten tot nu toe kan ik u
melden dat ze als volgt kunnen worden samengevat: er gebeurt een
voeding van de informatiebank inzake diversiteit, mozaïek dus, het
productief maken en valoriseren van diversiteitspraktijken, aan de
basis van het netwerk ligt het objectief om het diversiteitsbeheer in
zijn verschillende dimensies te ontdekken. Drie, de uitbreiding van de
expertise van de leden van het netwerk, waarbij specifieke
opleidingen worden verstrekt door het Centrum voor Gelijkheid van
Kansen en Racismebestrijding, ook door het Instituut voor Gelijkheid
van Vrouwen en Mannen, door academische middens enzovoort
zodat men beter kan interveniëren in zijn omgeving en tewerkstelling.
Vier, geïnitieerde en gerealiseerde acties op basis van reflecties van
29.02 Guido De Padt, ministre:
Vu le grand nombre d'actions et la
diversité des sujets, il me serait
impossible de présenter ici tous
les dossiers. Je me limiterai donc
au réseau et à la banque de
données Mosaic. Je pourrai
éventuellement fournir par écrit
des
précisions
sur
d'autres
actions.
Le Service Égalité et Diversité de
la police fédérale gère le réseau
des
personnes
de
contact
`Diversité' au sein de la police
intégrée. L'objectif consiste à
mettre en place un système qui
permette d'échanger le fruit
d'expériences
et
des
connaissances entre toutes les
personnes
actives
dans
le
domaine de la diversité. Les
différents services et zones de la
police fédérale y sont représentés.
Le réseau se compose d'une
soixantaine de policiers, hommes
et femmes, mais également de
membres du personnel civil qui
participent aux réunions sur une
base volontaire et avec l'accord de
leur hiérarchie. Le réseau se réunit
régulièrement depuis novembre
2005.
Depuis juillet 2007, toutes les
informations recueillies par le biais
du réseau sont mises à la
disposition de tous les membres
du personnel par l'entremise de la
banque de données Mosaic. Ces
informations
peuvent
être
consultées
sur
le
site
www.hrpol.be qui est actuellement
encore en plein développement et
mis
à
jour
presque
quotidiennement.
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
81
het netwerk zijn het handvest en het sensibiliseren van
leidinggevenden. Vijf, er worden ook nieuwe praktijken uitgeprobeerd
in de eigen politie-eenheid. Ten zesde, er is ondersteuning voor
verwachtingen van het personeel. We denken daarbij aan de
precisering van behoeften aan opleidingen, beantwoorden van vragen
van het personeel enzovoort Ten slotte, er wordt gewerkt aan de
ontwikkeling van een specifieke diversiteitskrant. Dat is een project
voor dit jaar, 2009.
Wat betreft uw laatste vraag in welke mate de databank reeds is
uitgebouwd en in welke mate ze wordt gebruikt, sinds juli 2007 wordt
alle informatie die via het netwerk wordt verkregen ter beschikking
gesteld van alle personeelsleden door middel van de databank
Mozaïek. Men kan deze raadplegen op de intussen bekende site
www.hrpol.be. Momenteel is de site nog in volle ontwikkeling en is de
beschikbare informatie zeker nog niet exhaustief.
Naast de diversiteitspraktijken vinden de bezoekers in de andere
rubrieken van de website verschillende soorten informatie met
betrekking tot het diversiteitsbeleid. Ik denk aan documentatie,
namelijk webteksten en dergelijke meer, opleidingen, links naar
interessante websites, praktische informatie en nieuwigheden
enzovoort. Deze website wordt vrijwel dagelijks geüpdatet en bevat
informatie over conferenties, colloquia, studiedagen, opleidingen,
beurzen, stands, workshops enzovoort die op dit ogenblik worden
gehouden.
29.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, dank u voor uw
uitgebreid antwoord. We zullen dit blijven opvolgen omdat ik denk dat
we, naargelang de maatschappelijke functie van de politie evolueert,
ook dat diversiteitsprofiel op de voet moeten volgen. In die zin is het
goed dat we de initiatieven verder blijven uitbouwen en we zullen ze
ook verder blijven opvolgen vanuit het Parlement.
29.03 Michel Doomst (CD&V):
Nous resterons attentifs. À mesure
que la fonction sociale de la police
évolue, il faut également suivre de
près le profil de diversité.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
30 Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
selectiecommissie voor de benoeming van een korpschef" (nr. 11387)
30 Question de Mme Leen Dierick au ministre de l'Intérieur sur "la commission de sélection pour la
désignation d'un chef de corps" (n° 11387)
30.01 Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, artikel VII.II.58 van de RPPOL bepaalt de samenstelling van
de plaatselijke selectiecommissie voor het ambt van korpschef. Hierin
heeft ook de inspecteur-generaal of de door hem aangewezen
adjunct-inspecteur-generaal
zitting.
Onlangs
werd
bij
de
selectieprocedure van de korpschef van de zone Mechelen de
inspecteur-generaal inderdaad vervangen door een adjunct-
inspecteur-generaal. Daarbij bleek dat de adjunct-inspecteur-generaal
Franstalig was en in zijn taak werd bijgestaan door een tweede
persoon.
Werd deze tweede persoon officieel aangesteld als taaladjunct bij de
adjunct-inspecteur-generaal? Waarom werd precies een eentalig
Franstalig adjunct afgevaardigd door de inspecteur-generaal?
Worden immers de inspecteurs-generaal en zijn adjuncten niet
verondersteld tweetalig te zijn?
30.01 Leen Dierick (CD&V): La
composition de la commission de
sélection locale pour la fonction de
chef de corps a été fixée par
arrêté royal. L'inspecteur général
ou l'inspecteur général adjoint
désigné par lui y siège. Dans le
cadre de la récente procédure de
sélection du chef de corps de la
zone de Malines, l'inspecteur
général a été remplacé par un
inspecteur
général
adjoint
francophone qui était assisté par
une deuxième personne. Quelle
était exactement la finalité de cette
assistance? Pourquoi un adjoint
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
82
unilingue francophone a-t-il été
délégué? Le bilinguisme n'est-il
pas une exigence pour de tels
grades?
30.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, mevrouw
Dierick, overeenkomstig artikel VII.III.58 RPPOL zetelt de inspecteur-
generaal of de door hem aangewezen adjunct-inspecteur-generaal in
de plaatselijke selectiecommissie voor het ambt van korpschef. Daar
de inspecteur-generaal zelf verhinderd was op het ogenblik van de
zitting van de selectiecommissie en er momenteel slechts een
adjunct-inspecteur-generaal aanwezig was, zetelde deze Franstalige
adjunct-inspecteur-generaal om een rechtsgeldig samengestelde
selectiecommissie te hebben.
Op basis van het koninklijk besluit van 16 februari 2007 dat de
taalkaders van onder andere de algemene inspectie vaststelt is het,
gelet op de verdeling in een Nederlands en een Frans kader, niet
wettelijk vereist dat de inspecteur-generaal en zijn adjuncten tweetalig
zijn.
Gelet op het voorgaande, namelijk dat bij verlet van de inspecteur-
generaal een adjunct-inspecteur-generaal in de plaatselijke
selectiecommissie voor het ambt van korpschef moet zetelen en de
niet-vereiste tweetaligheid van deze adjunct werd, omdat het een
selectie voor een Nederlandstalige betrekking betrof, beslist om een
taaladjunct bij deze adjunct-generaal te voegen.
Ik kan u meedelen dat dit in het verleden reeds werd toegepast bij de
selecties van de korpschefs van de lokale politiezones, gelegen op
het grondgebied van de Duitstalige Gemeenschap. In dat geval werd
immers ook een taaladjunct bij de adjunct-inspecteur-generaal
aangesteld voor wat de Duitse taal aangaat. Dat alles was
rechtsconform.
30.02 Guido De Padt, ministre:
Dans ce cas de figure, l'inspecteur
général était lui-même empêché et
son remplacement par l'inspecteur
général
adjoint
francophone
concerné était la seule possibilité
d'avoir
une
commission
de
sélection valablement constituée.
La loi ne requiert pas que
l'inspecteur général et ses adjoints
soient bilingues. En l'occurrence, il
a été décidé d'ajouter un adjoint
linguistique à l'inspecteur général
adjoint parce qu'il s'agissait d'une
sélection en vue de conférer un
emploi
réservé
à
un
néerlandophone.
Dans le passé, ce principe
conforme au droit a déjà été
appliqué lors de la sélection des
chefs de corps des zones de
police locales de la Communauté
germanophone.
30.03 Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de minister, het is mij juist nog
niet echt duidelijk, in verband met mijn eerste vraag, of die taaladjunct
bij de adjunct-inspecteur-generaal officieel is aangesteld. Volgens
onze informatie was dat niet het geval.
30.03 Leen Dierick (CD&V):
D'après nos informations, cet
adjoint linguistique de l'inspecteur
général adjoint n'avait pas été
désigné officiellement.
30.04 Minister Guido De Padt: Ik neem aan dat men een niet-
officieel aangestelde taaladjunct zou durven afvaardigen, maar ik heb
dat niet laten nagaan. Was dat ook een van uw vragen?
30.05 Leen Dierick (CD&V): Ja, mijn eerste vraag.
30.06 Minister Guido De Padt: Ik neem aan van wel, hoor, maar ik
zal het toch nog eens laten aftoetsen. In de Duitstalige Gemeenschap
zijn er namelijk voorbeelden. Gelet op dat feit, zal het een officiële
taaladjunct zijn, neem ik aan.
Twijfelt u daaraan, misschien?
30.06 Guido De Padt, ministre: À
mon avis, seuls des adjoints
linguistiques
officiels
sont
délégués mais je vérifierai puis je
vous ferai parvenir une réponse
écrite.
30.07 Leen Dierick (CD&V): Ja, vandaar mijn vraag. Zou u dat nog
eens kunnen checken?
30.08 Minister Guido De Padt: Ik zal u schriftelijk antwoorden. Als u
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
83
dat antwoord niet hebt binnen dit en veertien dagen, mag u met uw
vraag terugkomen.
30.09 Leen Dierick (CD&V): Dat is wel een aandachtspunt, omdat
we het toch een beetje raar vinden: eentalig Franstalige mensen in
een Nederlandstalige politiecel. Dat lijkt ons raar omdat de
selectieprocedure toch wel vrij gevoelig is. Mogelijk voelden bepaalde
kandidaten zich al dan niet misdeeld. De indiening van een klacht bij
de Raad van State moeten we toch te allen tijde trachten te
vermijden.
30.09 Leen Dierick (CD&V): Il
n'en demeure pas moins qu'il est
curieux de voir apparaître des
francophones unilingues dans une
cellule de police néerlandophone.
De plus, une procédure de
sélection est une matière très
sensible et il n'est pas du tout
inconcevable que des recours
soient introduits au Conseil d'État
dans l'hypothèse où certains
candidats se sentiraient lésés.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 13392 de Mme Dierick est transformée en question écrite à sa demande.
La question n° 11395 de Mme Partyka est reportée vu son absence.
La question n° 11511 de M. Baeselen est reportée à sa demande.
31 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de l'Intérieur sur "la collaboration entre les zones de
sécurité civile" (n° 11495)
31 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
samenwerking tussen de civiele-veiligheidszones" (nr. 11495)
31.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, en ce qui concerne les zones d'incendie, le Moniteur a publié
très récemment la nouvelle répartition de ces zones. Depuis
décembre 2008 jusqu'au 1
er
juin 2009, nous vivons un principe
expérimental de l'intervention conjointe de l'aide la plus adéquate et
de l'aide territoriale. Après le 1
er
juin 2009, un des deux critères sera
maintenu; on peut imaginer qu'il s'agira du plus adéquat.
Mes questions visent les territoires en zone frontalière. Dans un tel
cas, on pourrait avoir comme intervenante une zone linguistiquement
différente.
Comment s'effectuera la communication entre le service d'incendie et
la population?
N'est-il pas obligatoire pour les officiers des services d'incendie d'être
bilingues?
Ces services seront-ils facturés à la zone géographique dans laquelle
seront intervenues les zones voisines?
31.01 Jean-Luc Crucke (MR): De
nieuwe
indeling
van
de
brandweerzones werd onlangs in
het
Belgisch
Staatsblad
gepubliceerd. Van december 2008
tot 1 juni 2009 loopt er een
experiment waarbij zowel het
brandweerkorps dat de snelste
adequate hulp kan bieden, als het
territoriaal
bevoegde
korps
uitrukken. Na 1 juni zal voor een
van die twee criteria worden
gekozen.
Hoe zal de communicatie tussen
de
brandweerdienst
en
de
bevolking
verlopen
in
grensgebieden, wanneer men tot
een
verschillende
taalzone
behoort?
Moeten
de
brandweerofficieren niet tweetalig
zijn? Zullen die diensten worden
gefactureerd aan de geografische
zone
waarin
de
brandweerdiensten
van
de
aangrenzende
zones
hulp
verleend hebben?
31.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, la problématique de l'emploi des langues dans le cadre de
31.02 Minister Guido De Padt:
Het probleem betreffende het
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
84
l'application du principe de l'aide adéquate la plus rapide est
actuellement examinée par un groupe de travail spécifique dans le
cadre de la réforme. Mes services y sont particulièrement attentifs.
Les questions relatives à la facturation des interventions hors territoire
zonal sont également à l'étude dans un groupe de travail.
Les règles actuellement en vigueur continueront à s'appliquer jusqu'à
l'entrée en vigueur des zones de secours au sens de l'article 220 de la
loi du 15 mai 2007 relative à la sécurité civile, sans que la date du
1
er
juin 2009, mentionnée dans votre question, n'y mette un terme. En
effet, la loi sur l'emploi des langues s'applique aux services
d'incendie. Elle prévoit qu'en ce qui concerne les communes de la
frontière linguistique, les services publics s'adressent aux particuliers
dans celle des deux langues, français ou néerlandais, dont ils font
usage. Dans les communes unilingues, les services publics
s'adressent aux particuliers dans la langue de la région.
Dans le cas où le service d'incendie le plus rapide n'est pas celui qui
est territorialement compétent, les circulaires ministérielles du 9 août
2007 et du 2 février 2008 relatives à l'organisation des secours selon
le principe de l'aide adéquate la plus rapide imposent qu'une
convention expresse entre les communes concernées est en effet
prioritaire sur le double départ à condition que cette convention
garantisse des secours efficaces, efficients et conformes aux
principes de l'aide adéquate la plus rapide.
Une telle convention peut également régler l'aspect financier.
Celle-ci peut stipuler que les appels réciproques soient gratuits ou
réglés par facturation ou montant forfaitaire annuel. Lors de
l'évaluation de l'aide adéquate la plus rapide, aucun problème n'a
surgi en matière d'emploi des langues par le personnel des services
d'incendie.
gebruik van de talen in het kader
van de toepassing van het
beginsel van de snelste adequate
hulp wordt door een werkgroep
bestudeerd. Ook de facturering
van diensten die buiten het
grondgebied van de zone worden
verleend, wordt onderzocht.
De huidige regels blijven van
toepassing
tot
de
hulpverleningszones in werking
treden. De door u aangehaalde
datum van 1 juni 2009 is dus geen
einddatum. De wet op het gebruik
van de talen bepaalt dat de
overheidsdiensten zich in de
taalgrensgemeenten
tot
de
particulieren wenden in die van
beide talen waarvan betrokkenen
zich hebben bediend. In de
eentalige gemeenten wenden de
overheidsdiensten zich tot de
particulieren in de taal van het
gebied.
Daar
waar
de
snelste
brandweerdienst niet de territoriaal
bevoegde
is,
moet
een
overeenkomst worden gesloten
tussen de betrokken gemeenten,
die voorrang heeft op het uitrukken
van beide diensten, met het oog
op een doeltreffende hulpverlening
in overeenstemming met de
beginselen
van
de
snelste
adequate
hulp.
In
zo een
overeenkomst
kan
ook
het
financiële aspect worden geregeld.
Daarin
kan
staan
dat
de
wederzijdse oproepen gratis zijn of
verrekend worden via een factuur
of een jaarlijks vast bedrag. Bij de
evaluatie van de snelste adequate
hulp, is er geen enkel probleem
inzake het gebruik van de talen
gerezen.
31.03 Jean-Luc Crucke (MR): Je remercie le ministre pour sa
réponse. Je note que les deux questions principales sont à l'étude
dans un groupe de travail.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
32 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de l'Intérieur sur "le régime de travail des sapeurs-
pompiers et les directives européennes" (n° 11496)
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
85
32 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
arbeidstijdregeling van de brandweerlieden en de Europese richtlijnen" (nr. 11496)
32.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, le régime de
travail des sapeurs-pompiers n'est actuellement pas conforme aux
règles européennes en matière de droit du travail, réglementation
transposée en droit belge.
En ce qui concerne les sapeurs-pompiers volontaires, entrent dans le
champ d'application de la loi les heures de travail prestées au titre de
profession principale et celles qui le sont au titre de sapeur-pompier.
Cette application a pour conséquence que les sapeurs-pompiers
volontaires ne pourraient plus accomplir leur mission si l'on tient
compte du nombre d'heures légal ­ 48 heures, selon la
réglementation européenne.
M. le ministre est certainement informé de cette question. Considère-
t-il qu'il convienne, comme aux Pays-Bas ou en France, d'exclure les
volontaires du champ d'application de la réglementation du temps de
travail? Cette solution est-elle avalisée par la Commission
européenne? Une éventuelle modification de la directive est-elle à
l'ordre du jour? Faut-il, au contraire, autoriser les pompiers volontaires
à prester en qualité de travailleurs 48 heures par semaine? Ou est-il
envisageable de les intégrer à un statut de volontariat comme en
Allemagne ou à un statut d'indépendant?
Quelle est la position du ministre en ce domaine?
32.01 Jean-Luc Crucke (MR): De
arbeidstijdregeling
van
de
brandweerlieden is momenteel
niet in overeenstemming met de
Europese regelgeving inzake het
arbeidsrecht zoals die in het
Belgische recht is omgezet.
Voor de vrijwillige brandweerlieden
vallen
de
arbeidsuren
die
gepresteerd werden in het kader
van het hoofdberoep, en de
arbeidsuren als brandweerman
onder de toepassing van de wet.
Dat heeft tot gevolg dat de
vrijwillige brandweerlieden hun
taak niet langer kunnen vervullen
als er rekening wordt gehouden
met het wettelijk toegestane aantal
arbeidsuren.
Moeten de vrijwilligers uitgesloten
worden van de arbeidstijdregeling?
Vindt de Europese Commissie die
oplossing goed? Is een eventuele
wijziging van de richtlijn aan de
orde? Kan er met een specifiek
vrijwilligersstatuut worden gewerkt,
zoals in Duitsland, of met een
zelfstandigenstatuut?
32.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, monsieur
Crucke, mes services et moi-même sommes pleinement conscients
de la problématique. Celle-ci est posée par l'application aux sapeurs-
pompiers professionnels et volontaires des différentes normes
européennes et nationales relatives au temps de travail. Cette
question a déjà été soulevée lors de l'élaboration des grandes lignes
du nouveau statut des sapeurs-pompiers dans les différents groupes
de travail chargés de la réforme concernée.
Les représentants des SPF Emploi et Fonction publique procèdent
actuellement à une évaluation de la problématique du temps de
travail. Afin d'aboutir à une solution harmonieuse et tenant compte
des implications respectives des différentes autorités concernées,
une collaboration sera mise en place entre mes services et ceux des
SPF Emploi et Fonction publique dans le cadre de la réalisation du
nouveau statut des sapeurs-pompiers professionnels et volontaires.
Dans ce contexte, une étude comparative avec les autres États
membres européens constituera une source d'inspiration. De plus, il
faudra tenir compte des jugements de la Cour européenne de Justice
à ce sujet.
32.02 Minister Guido De Padt:
Wij zijn ons bewust van het
probleem dat rijst door de
toepassing op de vrijwillige en
beroepsbrandweerlieden van de
verschillende
Europese
en
nationale normen op het stuk van
de
arbeidstijd.
De
vertegenwoordigers van de FOD's
Werkgelegenheid en Personeel en
Organisatie verrichten momenteel
een evaluatie. In die context zal er
een vergelijkende studie worden
uitgevoerd aangaande de situatie
in de overige EU-lidstaten. Er zal
ook rekening moeten worden
gehouden met de arresten van het
Europese Hof van Justitie in dat
verband.
32.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, j'ai beaucoup
de chance aujourd'hui car toutes mes questions sont traitées par des
groupes de travail. Cela signifie que c'est à l'étude. Néanmoins, il
04/03/2009
CRIV 52
COM 481
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
86
serait intéressant que l'on puisse avancer dans ce dossier car nous
sommes en contravention avec la législation européenne en la
matière.
32.04 Guido De Padt, ministre: J'étudie beaucoup.
32.05 Jean-Luc Crucke (MR): Manifestement!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
33 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het
optimaliseren van de aanrijtijden" (nr. 11500)
33 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de l'Intérieur sur "l'optimalisation des délais
d'intervention" (n° 11500)
33.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, le "Journal de la police" de février 2009 consacre un article
fort intéressant à l'optimisation des interventions. On y parle d'un
modèle utilisé dans la zone VLAS. Il s'agit d'un modèle mathématique
mis au point par le professeur Moonen.
Je suppose que vous connaissez cette méthode. Le SPF Intérieur a-t-
il été mêlé à cette expérimentation et quelles sont les conclusions du
SPF Intérieur par rapport à la méthode? Afin d'optimaliser les délais,
ne convient-il pas de connaître les paramètres qui permettent de
déterminer un délai raisonnable en matière d'intervention?
Si oui, comment est-il défini? Engage-t-il la responsabilité des
zones dans l'hypothèse où ce délai n'est pas celui dans lequel on
intervient?
Pour les zones qui sont fort étendues, on peut imaginer qu'il n'y a
qu'une seule équipe d'intervention centralisée. Lorsqu'on ne répond,
pas pour autant qu'il y ait un délai raisonnable d'intervention, est-ce
qu'il y a obligation de négocier une convention avec des zones
voisines?
33.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Het mathematisch model van
professor Moonen werd in de
politiezone
Vlas
(Kortrijk/Kuurne/Lendele) gebruikt
om
de
interventietijden
te
optimaliseren.
Werd de FOD Binnenlandse
Zaken
bij
dat
experiment
betrokken? Tot welke conclusies
komt hij? Dienen we niet eerst de
parameters te kennen om een
redelijke interventietijd te kunnen
bepalen? Hoe wordt een dergelijke
tijd
bepaald?
Staat
de
verantwoordelijkheid van de zones
op het spel? Zijn de zones die
wegens geografische omvang de
redelijke interventietijd niet kunnen
halen, verplicht conventies op te
stellen met de naburige zones?
33.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, pour vous
faire plaisir, ce sera une réponse très courte.
Monsieur Crucke, je suis en effet au courant de la thématique.
Primo, l'intéressé a eu l'occasion de s'entretenir avec les conseillers
de mon prédécesseur.
Secundo, une étude en la matière est en cours à l'inspection
générale.
Pour le surplus, qu'il me soit permis de me référer à ma réponse, que
je vais vous transmettre, lors de la commission de l'Intérieur du 4
février dernier, à la question parlementaire de M. Ludwig
Vandenhove.
33.02 Minister Guido De Padt: De
algemene
inspectie
verricht
momenteel
een
studie
dienaangaande. Voor het overige
verwijs ik naar mijn antwoord van
4 februari op een soortgelijke
parlementaire vraag van de heer
Vandenhove.
33.03 Jean-Luc Crucke (MR): Manifestement, toutes mes questions
sont à l'étude. Je reviendrai à la fin des études si je suis encore là.
CRIV 52
COM 481
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
87
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 18.57 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.57 uur.