KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 537
CRIV 52 COM 537
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR HET
B
EDRIJFSLEVEN
,
HET
W
ETENSCHAPSBELEID
,
HET
O
NDERWIJS
,
DE
N
ATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE
I
NSTELLINGEN
,
DE
M
IDDENSTAND
EN DE
L
ANDBOUW
C
OMMISSION DE L
'E
CONOMIE
,
DE LA
P
OLITIQUE
SCIENTIFIQUE
,
DE L
'E
DUCATION
,
DES
I
NSTITUTIONS SCIENTIFIQUES ET CULTURELLES
NATIONALES
,
DES
C
LASSES MOYENNES ET DE
L
'A
GRICULTURE
dinsdag
mardi
28-04-2009
28-04-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers
aan de minister van KMO's, Zelfstandigen,
Landbouw en Wetenschapsbeleid over "het
octrooi voor het kweken van varkens" (nr. 12544)
1
Question de Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers à la
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique sur "le
brevet pour l'élevage de porcs" (n° 12544)
1
Sprekers: Thérèse Snoy et d'Oppuers,
Vincent Van Quickenborne, minister voor
Ondernemen en Vereenvoudigen
Orateurs: Thérèse Snoy et d'Oppuers,
Vincent Van Quickenborne, ministre pour
l'Entreprise et la Simplification
Vraag van de heer David Geerts aan de minister
voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "een
onderzoek van de Dienst voor de Mededinging
naar InBev" (nr. 12736)
3
Question de M. David Geerts au ministre pour
l'Entreprise et la Simplification sur "une enquête
du Service de la concurrence concernant InBev"
(n° 12736)
3
Sprekers: David Geerts, Vincent Van
Quickenborne, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: David Geerts, Vincent Van
Quickenborne, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "de wet van 16 maart 2007 betreffende het
verbod op de fabricage en de commercialisering
van producten die afgeleid zijn van zeehonden"
(nr. 12930)
4
Question de M. Xavier Baeselen au ministre pour
l'Entreprise et la Simplification sur "la loi du
16 mars 2007 interdisant la fabrication et la
commercialisation des produits dérivés de
phoques" (n° 12930)
4
Sprekers: Xavier Baeselen, Vincent Van
Quickenborne, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Xavier Baeselen, Vincent Van
Quickenborne, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "de herfinanciering van het Fonds ter
Bestrijding van de Overmatige Schuldenlast"
(nr. 12936)
5
Question de Mme Karine Lalieux au ministre pour
l'Entreprise
et
la
Simplification
sur
"le
refinancement du Fonds de Traitement du
Surendettement" (n° 12936)
5
Sprekers: Karine Lalieux, Vincent Van
Quickenborne, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Karine Lalieux, Vincent Van
Quickenborne, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "het gebruik van de restaurantcheques"
(nr. 12468)
9
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre
pour l'Entreprise et la Simplification sur
"l'utilisation des chèques-restaurant" (n° 12468)
9
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Vincent
Van
Quickenborne,
minister
voor
Ondernemen en Vereenvoudigen
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Vincent
Van Quickenborne, ministre pour l'Entreprise
et la Simplification
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister van Klimaat en Energie over "dancings
die jonge meisjes gratis alcohol aanbieden"
(nr. 12139)
10
Question de M. Xavier Baeselen au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "les dancings qui offrent
de l'alcool gratuit aux jeunes filles" (n° 12139)
10
Sprekers: Xavier Baeselen, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Xavier Baeselen, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Klimaat en Energie over "het Stookoliefonds"
(nr. 12310)
11
Question de M. Peter Logghe au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "le Fonds mazout"
(n° 12310)
11
Sprekers: Peter Logghe, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Peter Logghe, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de
minister van Klimaat en Energie over "de
aardgasvoertuigen" (nr. 12617)
13
Question de M. Jef Van den Bergh au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "les véhicules roulant au
gaz naturel" (n° 12617)
13
Sprekers: Jef Van den Bergh, Paul
Orateurs: Jef Van den Bergh, Paul
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Klimaat en Energie over "de
werkingskosten van de CREG" (nr. 12376)
16
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "les frais de
fonctionnement de la CREG" (n° 12376)
16
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Klimaat en Energie over "het betwist
energielabel van de Europese Commissie"
(nr. 12650)
17
Question de M. Peter Logghe au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "l'étiquetage
énergétique
contesté
de
la
Commission
européenne" (n° 12650)
17
Sprekers: Peter Logghe, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Peter Logghe, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Samengevoegde vragen van
19
Questions jointes de
19
- de heer Maxime Prévot aan de minister van
Klimaat en Energie over "de mogelijke verkoop
van de participatie van Centrica in het bedrijf SPE
aan EDF" (nr. 12684)
19
- M. Maxime Prévot au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "la possible cession des parts de
Centrica dans la société SPE à EDF" (n° 12684)
19
- de heer Peter Logghe aan de minister van
Klimaat en Energie over "de Belgische
stroomproductie" (nr. 12688)
19
- M. Peter Logghe au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "la production d'électricité en
Belgique" (n° 12688)
19
- de heer Bruno Tobback aan de minister van
Klimaat en Energie over "de geruchten over de
overname van SPE door EDF" (nr. 12702)
19
- M. Bruno Tobback au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "les rumeurs concernant la reprise
de SPE par EDF" (n° 12702)
19
Sprekers: Peter Logghe, Bruno Tobback,
Maxime Prévot, Paul Magnette, minister van
Klimaat en Energie
Orateurs: Peter Logghe, Bruno Tobback,
Maxime Prévot, Paul Magnette, ministre du
Climat et de l'Énergie
Samengevoegde vragen van
24
Questions jointes de
24
- de heer Bruno Tobback aan de minister van
Klimaat en Energie over "de stand van zaken van
de bijdrage van 250 miljoen euro van de
energiesector
voor
een
publiek-private
samenwerking voor energiebesparing" (nr. 12701)
24
- M. Bruno Tobback au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "l'état du dossier de la contribution
de 250 millions d'euros demandée au secteur de
l'énergie dans le cadre d'un partenariat
public/privé pour les économies d'énergie"
(n° 12701)
24
- de heer Philippe Henry aan de minister van
Klimaat en Energie over "de twee heffingen van
250 miljoen euro op de winsten van de
afgeschreven kerncentrales" (nr. 12927)
24
- M. Philippe Henry au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "les deux prélèvements de
250 millions sur les bénéfices des centrales
amorties" (n° 12927)
24
Sprekers: Bruno Tobback, Philippe Henry,
Paul Magnette, minister van Klimaat en
Energie
Orateurs: Bruno Tobback, Philippe Henry,
Paul Magnette, ministre du Climat et de
l'Énergie
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Klimaat en Energie over "een Centrale voor
Kredieten aan Particulieren" (nr. 12718)
27
Question de M. Peter Logghe au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "une Centrale des
Crédits aux Particuliers" (n° 12718)
27
Sprekers: Peter Logghe, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Peter Logghe, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Philippe Henry aan de minister
van Klimaat en Energie over "de dringende
financiering van het Nationaal Instituut voor
Radio-elementen (IRE)" (nr. 12722)
29
Question de M. Philippe Henry au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "le financement urgent
de l'Institut National des Radioéléments (IRE)"
(n° 12722)
29
Sprekers: Philippe Henry, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Philippe Henry, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "de
promotiecampagne van het Belgisch Nucleair
Forum" (nr. 12727)
31
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "la
campagne de promotion du Forum nucléaire
belge" (n° 12727)
31
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "de stand
van
zaken
met
betrekking
tot
de
standaardfactuur" (nr. 12728)
33
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'état
d'avancement du modèle type de facture"
(n° 12728)
33
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Philippe Henry aan de minister
van Klimaat en Energie over "de blokkering van
de tarieven voor de distributie van elektriciteit"
(nr. 12863)
35
Question de M. Philippe Henry au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "le blocage des tarifs de
distribution d'électricité" (n° 12863)
35
Sprekers: Philippe Henry, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Philippe Henry, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Maxime Prévot aan de minister
van Klimaat en Energie over "het studieproject
betreffende
de
perspectieven
inzake
elektriciteitsvoorziening voor de periode 2008-
2017" (nr. 12887)
37
Question de M. Maxime Prévot au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "le projet d'étude sur les
perspectives d'approvisionnement en électricité
2008-2017" (n° 12887)
37
Sprekers: Maxime Prévot, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Maxime Prévot, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister van Klimaat en Energie over "het ter
discussie stellen van de wet betreffende de
handelspraktijken" (nr. 12899)
40
Question de M. Xavier Baeselen au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "la remise en cause de
la loi sur les pratiques du commerce" (n° 12899)
40
Sprekers: Xavier Baeselen, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Xavier Baeselen, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "het SET-
plan" (nr. 12909)
41
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "le plan
SET" (n° 12909)
41
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Klimaat en Energie over "het verbod op
koppelverkoop" (nr. 12924)
44
Question de M. Peter Logghe au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "l'interdiction de la vente
couplée" (n° 12924)
44
Sprekers: Peter Logghe, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Peter Logghe, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de
minister van Klimaat en Energie over "richtlijn
2007/45/EG tot vaststelling van regels betreffende
nominale
hoeveelheden
voor
voorverpakte
producten" (nr. 12817)
46
Question de Mme Karine Lalieux au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "la directive 2007/45/CE
fixant les règles relatives aux quantités nominales
des produits en préemballages" (n° 12817)
46
Sprekers: Karine Lalieux, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Karine Lalieux, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de
minister van Klimaat en Energie over "de
herfinanciering van het Fonds ter Bestrijding van
de Overmatige Schuldenlast" (nr. 12939)
49
Question de Mme Karine Lalieux au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "le refinancement du
Fonds de Traitement du Surendettement"
(n° 12939)
48
Sprekers: Karine Lalieux, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Karine Lalieux, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR HET
BEDRIJFSLEVEN, HET
WETENSCHAPSBELEID, HET
ONDERWIJS, DE NATIONALE
WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE INSTELLINGEN, DE
MIDDENSTAND EN DE
LANDBOUW
COMMISSION DE L'ECONOMIE,
DE LA POLITIQUE SCIENTIFIQUE,
DE L'EDUCATION, DES
INSTITUTIONS SCIENTIFIQUES
ET CULTURELLES NATIONALES,
DES CLASSES MOYENNES ET DE
L'AGRICULTURE
van
DINSDAG
28
APRIL
2009
Namiddag
______
du
MARDI
28
AVRIL
2009
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.22 uur en voorgezeten door de heer Peter Logghe.
La séance est ouverte à 14.22 heures et présidée par M. Peter Logghe.
01 Question de Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers à la ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique sur "le brevet pour l'élevage de porcs" (n° 12544)
01 Vraag van mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers aan de minister van KMO's, Zelfstandigen,
Landbouw en Wetenschapsbeleid over "het octrooi voor het kweken van varkens" (nr. 12544)
01.01 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Monsieur le
président, monsieur le ministre, je pensais adresser cette question
concernant le brevetage de l'élevage des porcs à Mme Laruelle mais
celle-ci a déclaré qu'elle n'était pas compétente pour les questions de
brevet.
Selon Naturland, l'association allemande de producteurs bio, l'Office
européen des brevets aurait octroyé, en juillet 2008, un brevet pour
l'élevage de porcs à la multinationale Monsanto.
L'association des paysans bio allemands a déjà fait opposition à ce
brevet et souhaite que d'autres acteurs de la filière bio fassent de
même. La date limite du dépôt des oppositions était le 15 avril 2009.
Le brevet en question se base sur l'utilisation de gènes présents dans
des races anciennes porcines et concernerait donc également les
races utilisées en agriculture biologique.
Cette association fait opposition pour des questions d'ordre éthique.
D'après elle, le brevet ne se base pas sur une invention mais vise, au
contraire, la maîtrise de la production des denrées alimentaires.
Naturland craint que ce brevet puisse avoir des conséquences
importantes en matière de dépendance des éleveurs et des
consommateurs. Je vous avoue que je partage également cette
inquiétude. J'ai effectivement l'impression qu'il faut laisser l'autonomie
aux éleveurs par rapport à l'élevage de races anciennes. Il n'y a pas
01.01 Thérèse Snoy et
d'Oppuers
(Ecolo-Groen!):
Volgens Naturland, de Duitse
vereniging van bioproducenten,
heeft het Europees Octrooibureau
een octrooi voor de kweek van
varkens
verleend
aan
de
multinational
Monsanto.
De
vereniging heeft om ethische
redenen verzet aangetekend tegen
dat octrooi. Het zou immers niet
op een uitvinding gebaseerd zijn,
maar
zou
integendeel
de
beheersing
van
de
voedselproductie tot doel hebben.
Er wordt gevreesd dat het octrooi
aanzienlijke gevolgen zal hebben
voor de afhankelijkheid van zowel
kwekers als consumenten. Ik deel
die ongerustheid.
Bevestigt u die informatie? Wat is
de
draagwijdte
van
zo'n
beslissing? Is de beslissing van
het Europees Octrooibureau ook
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
réellement de nouveauté ou d'invention mais c'est une utilisation de
certains gènes.
Monsieur le ministre, pouvez vous me confirmer cette information
concernant le brevetage de l'élevage des porcs? Quelle est la portée
d'une telle décision?
Cette décision de l'Office européen des brevets s'applique-t-elle à nos
élevages? En tant qu'habitante du Brabant wallon, je suis
particulièrement sensible à la race du porc piétrain. Cette race est très
intéressante en termes de patrimoine génétique car sa viande est
maigre et très résistante. Bref, cet animal est très intéressant sous de
nombreux aspects.
Cette race est d'ailleurs exportée dans beaucoup de pays.
La Belgique a-t-elle été consultée et a-t-elle pris position dans ce
dossier?
van
toepassing
op
onze
kwekerijen?
Werd
België
hierover
geraadpleegd en heeft ons land
een standpunt ingenomen?
01.02 Vincent Van Quickenborne, ministre: Monsieur le président,
chère collègue, le brevet européen n° 165/1777 a été délivré par
l'Office européen des brevets le 16 juillet 2008. Le titulaire du brevet
est l'entreprise "Newsham Choice Genetics" de Saint-Louis aux États-
Unis. Ce brevet désigne 28 des 35 États membres de l'Organisation
européenne des brevets dont la Belgique. Il a été validé dans un
nombre limité de pays, soit 18. À la date du 24 avril 2009, il ne
produisait pas ou plus d'effet dans 10 pays désignés dont la Belgique.
Les autres pays sont l'Autriche, le Danemark, la Finlande, les Pays-
Bas, la Slovénie, Monaco, la Bulgarie, l'Espagne et le Portugal.
Ce brevet fait actuellement l'objet de 18 procédures d'opposition
pendantes devant l'Office européen des brevets. Ces données
factuelles présentées sont accessibles au public et vous pouvez les
consulter sur notre site internet "epatras.mineco.fgov.be".
L'Office européen des brevets a publié le 9 avril 2009, sur son site
internet, un communiqué de presse concernant le dossier spécifique.
L'Office y précise que le brevet en question porte sur un procédé
d'élevage consistant à exploiter une variabilité, c'est-à-dire un
polymorphisme présent naturellement chez certains porcs, dans le but
d'identifier, au moyen d'une sélection ciblée, les porcs dont les
caractéristiques permettent d'améliorer la production en élevage.
À cette fin, une analyse génétique est procédée pour conduire à une
combinaison adéquate d'animaux reproducteurs. Selon l'Office, les
animaux, soit les porcs, les séquences des gènes et le kit d'essai ne
font pas partie du brevet délivré. La protection concerne uniquement
le procédé d'examen des animaux.
En Belgique, le titulaire du brevet ou son représentant n'a pas déposé
dans les délais requis, comme l'impose le droit belge, la traduction du
brevet.
Par conséquent, l'invention qui fait l'objet de ce brevet ne bénéficie
d'aucune protection dans notre pays. Dès le départ, ce brevet n'a
donc pas eu d'effet en Belgique. Il n'aura donc aucune conséquence
pour notre élevage national de porcs.
01.02 Minister Vincent Van
Quickenborne: Het octrooi heeft
betrekking op 28 van de 35
lidstaten
van
de
Europese
Octrooiorganisatie,
waaronder
België. Het werd in 18 landen
bekrachtigd. Op 24 april 2009 had
het geen uitwerking (meer) in tien
aangeduide landen, waaronder
België. Er lopen momenteel 18
verzetprocedures tegen het octrooi
bij het Europees Octrooibureau.
Die gegevens kunnen worden
geraadpleegd.
Op 9 april jongstleden heeft het
Europees
Octrooibureau
een
perscommuniqué verspreid waarin
het verduidelijkt dat het octrooi
betrekking
heeft
op
een
selectiemethode
waarbij
genvariaties in varkens worden
onderzocht om na te gaan welke
dieren in aanmerking komen voor
een verbetering van de kweek. Op
grond van een genetische analyse
komt men tot gepaste combinaties
van fokdieren. Volgens het bureau
maken
de
varkens,
de
gensequenties en de testkit geen
deel uit van het afgeleverde
octrooi. De bescherming betreft
uitsluitend
het
procedé
van
onderzoek van de dieren. In België
heeft de octrooihouder de vertaling
van het octrooi niet binnen de
vereiste termijn gedeponeerd.
Het octrooi heeft dus nooit
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
La Belgique n'a pas été consultée préalablement à la délivrance du
brevet parce que les divisions de recherche et d'examen et
d'opposition de l'Office européen de brevets prennent leurs décisions
de manière autonome, conformément à la convention sur le brevet
européen, à son règlement d'exécution et compte tenu de la
jurisprudence des chambres de recours de l'Office européen.
Le conseil d'administration de l'Office européen de brevets dans
lequel la Belgique est représentée supervise seulement le
fonctionnement. Il n'intervient jamais dans les dossiers particuliers
examinés par l'Office.
Néanmoins, toute personne (concurrents, etc.) peut faire opposition à
un brevet européen délivré par l'Office dans un délai de neuf mois à
compter de la publication de la mention de la délivrance du brevet au
bulletin, en invoquant un ou plusieurs des motifs d'opposition énoncés
à l'article 100 de la Convention sur le brevet européen (défaut de
brevetabilité, exposé insuffisamment clair, objet du brevet européen
s'étendant au-delà du contenu de l'exposé initial de l'invention, etc.)
En résumé, le brevet n'a pas d'effet dans notre pays.
uitwerking gehad in België en zal
dus nooit enige gevolgen hebben
voor onze varkenskweek.
01.03 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Monsieur le
président, je remercie le ministre pour sa réponse très complète. Je
suis heureuse d'apprendre que ce brevet n'a pas d'effet dans notre
pays.
Cela dit, il faudrait néanmoins faire preuve de vigilance non pas au
niveau de l'autorisation au cas par cas des brevets, mais au niveau
des règles générales appliquées par l'Office européen des brevets
afin que des organismes vivants "existants", dirais-je, ne soient pas
mis en cause et qu'ils ne deviennent pas brevetables. En effet, cela
pourrait avoir des conséquences économiques intéressantes pour
certaines firmes, mais pas pour les éleveurs et les petits producteurs.
01.03 Thérèse Snoy et
d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Men
moet
waakzaam
blijven ten
aanzien van de algemene regels
die
door
het
Europees
Octrooibureau worden toegepast,
opdat
`bestaande'
levende
organismen niet in gevaar zouden
komen en niet octrooieerbaar
zouden
worden.
Dat
zou
interessante
economische
gevolgen kunnen hebben voor
bepaalde bedrijven, maar niet voor
de
kwekers
of
de
kleine
producenten.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer David Geerts aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "een
onderzoek van de Dienst voor de Mededinging naar InBev" (nr. 12736)
02 Question de M. David Geerts au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "une enquête du
Service de la concurrence concernant InBev" (n° 12736)
02.01 David Geerts (sp.a): Mijnheer de minister, ik heb een zeer
korte vraag. Ik heb gelezen dat u aan de dienst voor de Mededinging
gevraagd hebt een onderzoek te doen naar InBev, omdat het bedrijf
aangekondigd heeft zijn leveranciers pas na 120 dagen te betalen.
Inzake de productketen van grondstofleverancier, producent, verdeler,
verkoper, heb ik een aantal vragen en bedenkingen gekregen.
Bijvoorbeeld, zal de onderste op de ladder ook 120 dagen krijgen?
Dat is een bezorgdheid en een vraag vanuit de sector.
Mijn vragen zijn de volgende. Ten eerste, wat zijn de
onderzoeksvragen? Ten tweede, wanneer zal het onderzoek afgerond
02.01 David Geerts (sp.a): À la
demande du ministre, le service
de
la
Concurrence
mène
actuellement une enquête à
propos d'InBev qui a annoncé
qu'elle ne paierait ses fournisseurs
qu'aux alentours du 120
ème
jour. À
quelles questions précises cette
enquête doit-elle répondre et
quand doit-elle être clôturée?
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
zijn?
02.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Collega, aan de
algemene directie Mededinging is gevraagd na te gaan of er sprake
kan zijn van een misbruik van machtspositie in de zin van artikel 3 van
de wet of artikel 82 van het Verdrag van Rome. Het opleggen van
onbillijke aankoopprijzen is volgens die artikelen namelijk niet
toegelaten. Het eenzijdig verlengen of het opleggen van langere
betaaltermijnen tot 120 dagen, waarnaar u verwijst, zou daaronder
kunnen vallen.
Er is tegelijk gevraagd over de zaak contact te nemen met de
Europese mededingingsautoriteit en Europees commissaris mevrouw
Kroes, daar niet kan worden uitgesloten dat er aan het dossier een
Europese dimensie verbonden is. Met name kan niet worden
uitgesloten dat de relevante markt voor leveranciers van AB InBev
niet beperkt is tot de Belgische markt.
Inzake de termijnen wil ik u wijzen op de interessante uiteenzetting die
directeur Steenbergen heeft gegeven aan de commissie, een tijd
geleden. Ik heb in elk geval gevraagd dat het dossier prioritair zou
worden behandeld. Men is daar op dit ogenblik druk mee bezig.
02.02
Vincent
Van
Quickenborne,
ministre:
La
direction
générale
de
la
Concurrence
a
été chargée
d'examiner
s'il
pouvait
être
question
d'abus
de
position
dominante,
conformément
à
l'article 3 de la loi ou à l'article 82
du Traité de Rome. Ces articles
interdisent l'imposition de prix
d'achat
inéquitables.
La
prorogation
unilatérale
ou
l'imposition de délais de paiement
de 120 jours est contraire à ces
articles. Il a également été
demandé de prendre contact avec
la commissaire européenne Kroes,
dans la mesure où ce dossier
revêt une dimension européenne
puisque tous les fournisseurs
d'InBev ne sont pas établis en
Belgique. Je renvoie par ailleurs à
l'exposé du directeur Steenbergen
devant votre commission. Le
dossier bénéficie en tout cas d'un
traitement prioritaire.
02.03 David Geerts (sp.a): Ik hoop dat die prioriteit zeer spoedig
weerslag zal hebben.
02.03 David Geerts (sp.a):
J'espère que cette approche
prioritaire débouchera rapidement
sur des resultats.
02.04 Minister Vincent Van Quickenborne: Daar kunt u op rekenen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de M. Xavier Baeselen au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "la loi du
16 mars 2007 interdisant la fabrication et la commercialisation des produits dérivés de phoques"
(n° 12930)
03 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "de
wet van 16 maart 2007 betreffende het verbod op de fabricage en de commercialisering van producten
die afgeleid zijn van zeehonden" (nr. 12930)
03.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je souhaiterais
intervenir dans un dossier sur lequel l'Europe semble encore
heureusement progresser, notamment suite à la campagne lancée au
Canada pour la chasse au phoque. Notre pays s'est doté d'une
législation avant-gardiste en la matière en 2007, puisqu'elle interdit la
fabrication et la commercialisation de produits dérivés de phoques.
On retrouve en effet dans de nombreux objets commercialisés des
produits dérivés du phoque, comme des housses de siège de voiture,
des doublures de gants, des huiles également.
Pourriez-vous me dire, monsieur le ministre, si, d'après les services
03.01 Xavier Baeselen (MR):
Ons land verbiedt de fabricage en
de
commercialisering
van
producten die afgeleid zijn van
zeehonden. Werden er sinds 2007
inbreuken op die wet vastgesteld?
Hoe is de situatie op Europees
niveau?
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
de l'Inspection économique, des infractions à cette loi ont été
constatées depuis 2007? Si oui, combien de procès-verbaux ont-ils
été dressés? Quelle était la nature des infractions? Des saisies ont-
elles été orchestrées en application de cette législation?
En ce qui concerne ma dernière question qui portait sur la législation
européenne, j'ai appris que l'Europe s'était mise d'accord au niveau
des ministres. Le Parlement doit encore se positionner en la matière.
Une interdiction européenne semble être envisagée.
03.02 Vincent Van Quickenborne, ministre: Monsieur le président,
cher collègue, la problématique de l'utilisation de produits dérivés de
phoques est mondiale. Comme il n'y a pas de phoques sur notre
territoire, les risques principaux se trouvent aux frontières. Les ports
et les aéroports sont les portes d'entrée principales pour l'importation
de produits dérivés de phoques.
La loi du 16 mars 2007 a introduit une interdiction pour la fabrication
et la commercialisation de produits dérivés, anticipant les effets d'une
adoption éventuelle de la proposition du règlement européen du
24 juillet 2008. Cette loi confère une compétence générale en la
matière aux officiers de la police judiciaire et désigne d'office des
fonctionnaires chargés du contrôle aux frontières pour rechercher et
constater les infractions aux dispositions de la loi.
La Direction générale Contrôle et Médiation, c'est-à-dire l'Inspection
économique, n'exige aujourd'hui aucune compétence en matière
d'interdiction de fabriquer et de commercialiser des produits dérivés et
ne dispose donc d'aucune information particulière à ce sujet. Bien
évidemment, ce dossier me tient à coeur, puisque c'était mon
prédécesseur, Marc Verwilghen, qui avait fait voter cette loi. Je vous
conseille de vous adresser au ministre de la Justice au sujet des
contrôles opérés par des officiers et à M. Reynders pour ce qui relève
des contrôles opérés aux frontières par les agents des douanes.
Comme cette question est assez récente, je n'ai pas pu apporter cette
réponse.
D'une manière subsidiaire, la loi de 2007 prévoyait que le ministre
compétent pour l'Économie pouvait, si nécessaire, désigner des
fonctionnaires pour exercer des contrôles. Dans le cadre d'une
première évaluation de cette loi, je vais analyser, en concertation avec
mes collègues de la Justice et des Finances, si l'utilisation de cette
possibilité est opportune. En effet, à cause d'un manque de phoques
sur notre territoire, le seul contrôle efficace semble se situer bien
évidemment aux frontières.
Selon les informations dont je dispose, la commission Marché
intérieur du Parlement européen s'est prononcée le 2 mars dernier en
faveur d'une interdiction. Cette position devrait être confirmée en
assemblée plénière avant les élections européennes du 7 juin 2009.
03.02 Minister Vincent Van
Quickenborne: De Algemene
Directie Controle en Bemiddeling
beschikt niet over specifieke
gegevens
betreffende
deze
materie. Ik stel voor dat u de
ministers van Justitie en van
Financiën ondervraagt.
De wet van 2007 bepaalt in
bijkomende orde dat de minister
die voor economie bevoegd is,
ambtenaren mag aanwijzen om
controle uit te oefenen. Of die
mogelijkheid opportuun is, zal
bestudeerd worden.
Volgens mijn informatie heeft de
commissie Interne Markt van het
Europese Parlement zich op 2
maart uitgesproken voor een
verbod. Dat standpunt zal wellicht
vóór de Europese verkiezingen
van 7 juni 2007 door de plenaire
vergadering bevestigd worden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Question de Mme Karine Lalieux au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "le
refinancement du Fonds de Traitement du Surendettement" (n° 12936)
04 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "de
herfinanciering van het Fonds ter Bestrijding van de Overmatige Schuldenlast" (nr. 12936)
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
04.01 Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, comme nous le savons tous, le Fonds de Traitement du
Surendettement est structurellement sous-financé. Si besoin en était
encore, la Cour des comptes nous l'a encore récemment confirmé: il
manque actuellement 2,6 millions d'euros au Fonds pour pouvoir
remplir ses missions. Pourtant des solutions existent et peuvent être
mises en place très rapidement.
D'une part, la Cour des comptes l'affirme haut et fort: exiger le
paiement des cotisations non versées de l'année 2003 ne pose
absolument aucun problème.
D'autre part, le cadre législatif actuel permet tout à fait un financement
structurel du Fonds en augmentant très significativement les
cotisations des prêteurs. En effet, ce Fonds est financé par les
établissements de crédit qui sont tenus légalement de payer une
cotisation calculée comme la loi le détermine: 0,02% du total des
arriérés de paiement en matière de crédits hypothécaires et 0,2% du
total des arriérés de paiement en matière de crédits à la
consommation.
En 2006, la nécessité de renflouer ce Fonds avait amené le
législateur à imposer aux établissements de crédit de payer une
cotisation complémentaire. Les pourcentages dus s'élevaient alors
respectivement à 0,03% et à 0,3%.
L'État peut donc très bien adapter la quote-part des établissements de
crédit en fonction de l'état du Fonds de Traitement du
Surendettement. Il ne serait donc absolument pas anormal que l'État
double ou triple les cotisations des banques étant donné qu'il a
massivement injecté des fonds publics afin de les refinancer. De plus,
les banques, en dépit de leurs promesses, continuent le système
scandaleux des bonus. La semaine dernière, Dexia annonçait des
bonus pour ses patrons de l'ordre de 8 millions d'euros. Dexia ne peut
pas payer une cotisation de 100.000 euros au Fonds mais donne
8 millions de bonus à son comité de direction, alors qu'elle vient d'être
refinancée. Le contrôle du gouvernement belge sur ces banques est
efficace! Je ne vois pas pourquoi ces banques, qui ont été
refinancées et les autres aussi d'ailleurs ne participeraient pas
plus à la solidarité envers les plus fragiles d'entre nous. Je vous
rappelle que le Fonds n'intervient que pour les personnes qui sont
dans une extrême pauvreté et qui ne sauraient pas payer autrement.
La crise libérale a, et aura, des conséquences dramatiques pour bon
nombre
de
familles;
certaines
d'entre
elles
passeront
irrémédiablement par la case du surendettement. Le gouvernement
doit agir immédiatement et refinancer le Fonds. Comme vous le
voyez, le cadre législatif actuel permet déjà de le financer
structurellement. L'État l'a déjà fait par le passé. C'est donc une
question de volonté politique et de priorité. Je vous rappelle que cela
faisait partie de votre note de politique générale.
Monsieur le ministre, ma question est simple: allez-vous enfin
permettre le refinancement structurel du Fonds en demandant aux
prêteurs de payer la cotisation? Je répète qu'il s'agit de 0,02% ce
n'est donc pas un montant exceptionnel par rapport aux crédits
hypothécaires, et de 0,2% par rapport aux crédits à la consommation.
04.01 Karine Lalieux (PS): Het
Fonds ter Bestrijding van de
Overmatige
Schuldenlast
is
structureel
ondergefinancierd.
Nochtans bestaan er oplossingen.
Enerzijds moet de betaling van de
voor 2003 niet gestorte bijdragen
opgeëist
worden.
Anderzijds
voorziet de huidige wetgeving in
een structurele financiering van
het Fonds via het optrekken van
de bijdragen van de kredietgevers.
De Staat kan het aandeel van de
kredietinstellingen aanpassen in
functie van de toestand van het
Fonds ter Bestrijding van de
Overmatige Schuldenlast, met
name door de bijdragen van de
banken te verdubbelen of te
verdrievoudigen.
De
overheid
heeft
immers
massaal
overheidsgeld in de banken
gepompt om ze te herfinancieren
en bovendien keren de banken
nog steeds schandalig hoge
bonussen uit.
Een en ander zou wel eens
dramatische gevolgen kunnen
hebben voor heel wat gezinnen, en
om dat te voorkomen moet de
regering de koe bij de hoorns
pakken
en
het
Fonds
herfinancieren.
De
wetgeving
voorziet in die mogelijkheid. Het is
dus een kwestie van politieke wil
en van prioriteiten.
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
04.02 Vincent Van Quickenborne, ministre: Monsieur le président,
chère collègue, nous devons éviter que le crédit soit octroyé
injustement de sorte qu'il pourrait causer de plus gros problèmes pour
le consommateur par la suite.
Afin d'éviter que le secteur financier ne soit une source de problèmes
financiers pour le consommateur, nous veillons strictement, via
l'administration de l'Inspection économique à ce que la législation
existante soit appliquée sur le crédit à la consommation. Comme je
l'ai déjà démontré dans d'autres dossiers, je n'hésiterai pas à prendre
des mesures si je constate des abus tant dans la publicité que dans
l'octroi des crédits. En outre, j'ai proposé le 16 mars 2009 des
mesures supplémentaires pour un octroi de crédit correct, sur lequel
je vous ai déjà donné des informations en réponse à une question
précédente. Ces propositions qui consistent notamment à interdire la
publicité pour le regroupement de crédits, à prévoir une information
claire, etc., constitueront un soutien supplémentaire pour éviter que
l'octroi non correct de crédit ne soit à l'origine de problèmes
financiers.
En ce qui concerne le rôle important du médiateur du crédit, il va de
soi qu'on ne peut affirmer que tous les problèmes financiers et liés
aux dettes sont uniquement causés par un octroi d'emprunts
démesuré ou peu judicieux.
Je peux vous renvoyer aux chiffres suivants. Le SPF Économie a
calculé qu'il y avait pour 400 millions d'euros de dettes de frais
hospitaliers. Il ressort des chiffres de 2007 de l'Observatoire du crédit
que la part des dettes non liées au crédit est passée de 35% en 2006
à 43% en 2007. Il ressort des données de 2007 que plus de 25% des
ménages en Wallonie qui s'adressent à un service de médiation de
dettes n'ont pas de crédit en cours. Le Centre flamand pour la
médiation de dettes a indiqué, sur base des chiffres de la fin 2008,
que des dettes d'énergie apparaissent dans 45% des dossiers (donc
plus que la part des dettes liées aux prêts à tempérament). On
constate aussi que 35% des dossiers correspondent à des dettes
envers des institutions de santé.
Il est clair que nous ne pouvons pas nous limiter au rôle des
institutions financières et que nous devons éviter que le débiteur ne
devienne un jouet dans la main des avocats, des bureaux
d'encaissement ou même des huissiers de créanciers puissants tels
que les hôpitaux, les compagnies d'assurance, le fisc, les compagnies
de téléphone, les institutions financières, les compagnies d'énergie.
C'est précisément dans la protection du consommateur plus faible
face à cet important groupe de créanciers que le rôle du médiateur de
dettes, en tant qu'intermédiaire, peut difficilement être sous-estimé.
Par ailleurs, il est important pour tous les créanciers que le médiateur
de dettes puisse effectuer son travail correctement. Ils peuvent ainsi
compter sur une politique de remboursement structurée et équilibrée,
qui se base sur les revenus du débiteur et qui ne tient pas compte du
rapport de force entre les créanciers.
Je partage aussi vos inquiétudes sur le financement du Fonds de
Traitement du Surendettement qui dédommage précisément le
médiateur de dettes si les moyens financiers du débiteur sont
04.02 Minister Vincent Van
Quickenborne: Via het bestuur
Economische Inspectie waken we
er nauwgezet over dat de
bestaande
wetgeving
inzake
consumentenkrediet
wordt
toegepast, teneinde ervoor te
zorgen dat de consument door de
kredietverstrekking
niet
in
financiële
moeilijkheden
zou
komen.
Met betrekking tot de rol van de
schuldbemiddelaar, mag men niet
beweren
dat
alle
financiële
moeilijkheden
en
schuldenproblemen alleen maar te
wijten zijn aan het overmatig of
onverstandig
toekennen
van
leningen. En net op het stuk van
de bescherming van de kwetsbare
consument tegen de machtige
schuldeisers (ziekenhuizen, ver-
zekeringsmaatschappijen, fiscus,
telefoonmaatschappijen, financiële
instellingen, energieleveranciers)
moet de cruciale rol van de
schuldbemiddelaar
als
tussenpersoon
beter
worden
ingeschat. Hij moet zijn rol immers
correct kunnen vervullen en, op
grond van het inkomen van de
schuldenaar, de schuldeisers een
overzichtelijk
en
evenwichtig
afbetalingsplan
kunnen
garanderen,
ongeacht
hun
onderlinge krachtsverhouding.
Momenteel is de financiering van
het Fonds ter Bestrijding van de
Overmatige Schuldenlast eenzijdig
gestructureerd. Dat beleid uit het
verleden leidde tot de huidige
problemen, meer bepaald een
structureel tekort in de financiering
van het Fonds, enerzijds, en
gecumuleerde tekorten uit het
verleden ten bedrage van vijf
miljoen euro, anderzijds. De
regering wil nog vóór de zomer
een structurele oplossing voor het
probleem vinden.
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
insuffisants. Comme il s'avère de votre question, le financement
actuel du Fonds est structuré unilatéralement, ce qui a non seulement
résulté dans le passé en des mesures uniques, mais a également
pour conséquence qu'une solution à long terme n'a jamais été
trouvée.
Cette politique du passé a mené aux problèmes que nous
connaissons aujourd'hui, c'est-à-dire, d'une part, un déficit structurel
dans le financement du Fonds et, d'autre part, des déficits cumulés du
passé qui s'élèvent à 5 millions d'euros. Le gouvernement cherche
actuellement, sous la présidence de mon collègue Paul Magnette,
une solution structurelle au problème de financement du Fonds. Deux
réunions ont déjà eu lieu au niveau gouvernemental afin de trouver
une solution au problème que vous citez. Des propositions qui doivent
soutenir une solution structurelle sont formulées tant du côté des
revenus que du côté des dépenses; j'espère mettre au point une
solution avant l'été.
04.03 Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie.
J'ai sous les yeux l'étude réalisée par l'Observatoire sur le
surendettement: 57% des endettements sont encore dus aux crédits.
Je me base sur ces chiffres. D'abord, on s'accorde à dire que
l'énergie reste indispensable aux personnes, riches ou pauvres:
chacun a droit à du chauffage et à l'électricité. Ces éléments ne
peuvent pas être placés sur la même ligne que des crédits à la
consommation. De plus, tout le monde a droit à des soins de santé.
Pourtant, si je vous comprends bien, vous dites que ce ne sont pas
que les banques, prêteurs et autres qui devraient payer une toute
petite cotisation supplémentaire. Ils distribuent des bonus de dizaines
de millions d'euros, mais payer annuellement plus de 150.000 euros,
comme ce serait le cas pour nos quatre grandes banques, c'est
beaucoup trop. C'est assez remarquable comme calcul!
En plus, vous contracterez les plus grosses dettes par ailleurs, en
dehors de chez les prêteurs: je parle de l'IPP. On demandera donc au
ministre des Finances de payer 9% du Fonds de surendettement et,
toujours si je vous comprends bien, on demandera aux soins de santé
de payer 5% du Fonds de surendettement? On demandera donc à
ces personnes de payer deux fois? Cela n'a aucun sens. On
demandera à la TVA et aux cotisations sociales de payer aussi pour
ce Fonds? Élargir à d'autres n'a aucun sens. Vous demanderez aux
intercommunales de Belgique de financer ce Fonds? À concurrence
de quoi? Comment? Quand?
Cela n'a aucun sens! Si elles payaient des millions et des millions
d'euros, mais les banques ne paient rien à ce Fonds! Quand elles
allaient bien, en 2007, elles ne voulaient déjà pas augmenter leurs
cotisations. Vous devez taper du poing sur la table et dire aux
banques et aux prêteurs, il n'y a pas que les banques qu'elles
doivent refinancer. On sait à quel point on donne facilement des
cartes de crédit dans les magasins. On voit que Citibank est partout,
avec des agents qui ressemblent aux personnes démarchées. On ne
peut même pas téléphoner à la Banque-Carrefour vu que ces
antennes volantes n'ont pas de numéro de téléphone. Monsieur le
ministre, il est temps de taper sur la table et d'arrêter de tenter
d'autres financements que le financement par les prêteurs.
04.03 Karine Lalieux (PS):
Volgens de studie van het Waalse
"Observatoire du Crédit et de
l'Endettement"
(Waarnemings-
centrum voor krediet en schuld) is
57 procent van de schulden nog
steeds toe te schrijven aan de
kredieten. Men is het er echter
over eens dat iedereen recht heeft
op energie en gezondheidszorg.
Die basisbehoeften kunnen echter
niet op één lijn gesteld worden met
consumentenkredieten. En toch
stelt u dat niet enkel de banken,
kredietverleners en andere, een
kleine bijkomende bijdrage zouden
moeten betalen. In het licht van de
forse bonussen die de banken
uitkeren, kan men echter niet
anders dan vaststellen dat het
geen zin heeft om ook andere
instellingen of personen een
bijdrage op te leggen. Bovendien
zal u via de personenbelasting
verantwoordelijk zijn voor de
grootste schulden naast de
schulden
die
door
de
kredietverleners
worden
veroorzaakt.
Men moet tegen de banken en de
kredietinstellingen zeggen dat ze
dat fonds moeten herfinancieren
en dat het gedaan moet zijn met al
die andere financieringsmethodes.
U zou vóór de zomer een
oplossing moeten vinden, temeer
daar de bemiddelaars vandaag
niet meer worden betaald en de
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Vous devriez trouver une solution avant l'été. Aujourd'hui, les
médiateurs ne sont plus payés. Là aussi, c'est un problème pour les
créanciers car en l'absence de médiation de dettes, les créanciers ne
reverront jamais leur argent!
schuldeisers zonder hen hun geld
nooit zullen terugzien!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur
05 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "het gebruik van de restaurantcheques" (nr. 12468)
05.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, votre collègue, M. Reynders, après un combat
mené depuis de longues années, a enfin obtenu, en plein accord avec
nos partenaires européens, l'abaissement du taux de TVA sur la
restauration à 6%.
Il a demandé à ce que cet abaissement soit profitable pour tous:
- pour les salariés, dont il demande la fin du travail 'gris' et la
disparition du travail au noir de certains employés;
- pour les restaurateurs dont on peut espérer que les établissements
seront plus visités et avec une consommation accrue par les clients;
- pour les consommateurs avec à la clé une baisse de l'ardoise, qui
serait une motivation supplémentaire pour venir se restaurer.
Dans ce deal 'win-win' pour tous, dans la négociation, se pose la
question d'une utilisation des chèques-restaurant, désormais
exclusivement réservée à la seule consommation de plats prêts à
consommer.
Je comprends bien l'objectif de soutenir le secteur horeca face à la
crise. La mise en oeuvre d'une baisse des prix, dont on peut espérer
une augmentation de la consommation dans les établissements
horeca, et donc un moyen de lutter efficacement contre la crise de ce
secteur, nécessite-t-elle ou non la réservation exclusive des chèques-
restaurant à la consommation dans ces derniers?
Monsieur le ministre, avez-vous fait réaliser une étude prospective
d'impact à ce sujet, d'une part, et sur la capacité de consommation
des salariés bénéficiaires de ces chèques-restaurant, notamment
pour les plus démunis, d'autre part?
En effet, en cette période difficile, la possibilité d'utiliser les chèques-
restaurant pour acheter des produits alimentaires en grande surface
permet à des salariés aux moyens limités de remplir leur panier pour
faire vivre leur famille. Pouvez-vous nous dire quelle position vous
comptez prendre en la matière?
05.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): De heer Reynders is er
eindelijk in geslaagd er de
verlaging van het btw-tarief tot 6
procent voor de restaurants door
te drukken. Die verlaging moet ten
goede komen aan de werknemers
teneinde zwartwerk te bestrijden,
aan de restaurateurs die hopen
dat ze zo meer klanten over de
vloer krijgen en aan de consument
die
een
lagere
rekening
voorgeschoteld krijgt.
Tijdens de onderhandelingen is de
vraag
gerezen
of
de
restaurantcheques alleen gebruikt
zouden mogen worden om bereide
maaltijden in horecagelegenheden
te nuttigen. Heeft u hieromtrent en
in
verband
met
de
consumptiecapaciteit
van
de
werknemers
die
restaurantcheques krijgen, in het
bijzonder degenen onderaan de
loonladder,
een
prospectieve
effectenstudie laten uitvoeren?
Sommige werknemers gebruiken
de restaurantcheques namelijk om
in de supermarkt levensmiddelen
te kopen voor hun gezin.
05.02 Vincent Van Quickenborne, ministre: Monsieur le président,
monsieur Flahaux, les titres-repas ont été introduits en 1965 comme
compensation pour les salariés qui travaillent dans des entreprises où
il n'y a pas de cantine ou de restaurant ou pour les salariés qui
doivent prendre la route. Ceux-ci peuvent alors utiliser les titres-repas
pour aller manger ailleurs ou acheter de la nourriture dans le
commerce.
05.02 Minister Vincent Van
Quickenborne:
De
maaltijd-
cheques
werden
in
1965
ingevoerd als vergoeding voor de
werknemers die in bedrijven
werken waar er geen kantine of
restaurant
is
of
voor
de
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Limiter l'utilisation des titres-repas au secteur horeca ne me semble
pas être une bonne idée. L'avantage des titres-repas pour les salariés
perdrait de son intérêt, puisque l'utilisation serait limitée et, en outre,
on toucherait ainsi le secteur de la distribution et, en particulier le
commerce de détail qui, je l'espère, est proche de votre coeur! En
d'autres termes, il y aurait davantage de perdants que de gagnants.
Comme vous le savez, j'ai d'autres plans relatifs au système des
titres-repas. En application de l'accord gouvernemental, nous
introduirons les titres-repas électroniques et simplifiés.
werknemers die veel op de baan
zijn.
Het lijkt me niet verstandig om het
gebruik van de maaltijdcheques te
beperken tot de horecasector. De
maaltijdcheques zouden minder
interessant
zijn
voor
de
werknemers
en
de
distributiesector zou er geen
voordeel meer bij hebben. Er
zouden meer verliezers dan
winnaars zijn.
Ik heb andere plannen met
betrekking tot het systeem van de
maaltijdcheques. Conform het
regeerakkoord
zullen
we
elektronische en vereenvoudigde
maaltijdcheques invoeren.
05.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour votre réponse car elle apaise mon angoisse.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de M. Xavier Baeselen au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les dancings qui offrent
06 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister van Klimaat en Energie over "dancings die
jonge meisjes gratis alcohol aanbieden" (nr. 12139)
06.01 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, je voudrais revenir sur une problématique souvent abordée
en commission de la Santé et en commission de l'Économie, eu
égard à la protection du consommateur. Je veux parler de la
problématique de l'alcool.
Cette problématique vise surtout les jeunes. En Région bruxelloise,
un certain nombre de publicités commerciales ont été faites autour
d'un ou plusieurs établissements (appelés dancings) qui offrent de
l'alcool gratuit et à volonté pour les jeunes filles, faisant de cela un
argument commercial pour attirer la clientèle. Au-delà de la
discrimination posée entre personnes de sexe masculin et féminin, un
problème de santé publique se profile, car ces dancings sont
également fréquentés par des mineurs âgés de 16 ans minimum.
Lorsqu'on connaît le nombre de tués sur nos routes chaque week-end
à cause des sorties, conjuguées à la consommation d'alcool et de ses
ravages sur la santé, nous sommes en droit de nous poser des
questions. La ministre Onkelinx a déjà exprimé sa volonté d'interdire
de servir gratuitement de l'alcool lors d'événements comme les
concerts ou les soirées dans les boîtes de nuit ce, pour les jeunes
âgés de moins de 18 ans.
Monsieur le ministre, la publicité de ces dancings qui essaient d'attirer
des jeunes en proposant de l'alcool gratuit pendant certaines tranches
horaires viole-t-elle éventuellement la loi sur les pratiques du
06.01 Xavier Baeselen (MR): Ik
wil het nogmaals hebben over een
probleem dat in de commissie
voor de Volksgezondheid en de
commissie voor het Bedrijfsleven
vaak aan bod komt, namelijk het
alcoholgebruik.
In het Brussels Gewest wordt er in
verscheidene
etablissementen
gratis en onbeperkt alcoholische
dranken aangeboden aan jonge
meisjes om klanten aan te
trekken. Er rijst een probleem op
het stuk van de volksgezondheid,
want die dancings worden ook
door
minderjarigen
bezocht.
Minister Onkelinx heeft al te
kennen gegeven dat ze dergelijke
praktijken
ten
aanzien
van
jongeren beneden de achttien jaar
wil verbieden.
Druist het schenken van gratis
alcoholhoudende dranken aan
jongeren beneden de achttien jaar
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
commerce? Avez-vous reçu des plaintes à ce sujet? La DG Contrôle
et Médiation a-t-elle été saisie d'une enquête? Ce genre de publicité
ne devrait-il pas faire l'objet d'une meilleure réglementation?
op bepaalde tijden in tegen de wet
op de handelspraktijken? Heeft u
klachten
dienaangaande
ontvangen? Hebben uw diensten
een onderzoek geopend? Zou
dergelijke reclame niet beter
moeten worden gereglementeerd?
Présidente: Tinne Van der Straeten.
Voorzitter: Tinne Van der Straeten.
06.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur Baeselen, la loi du 14 juillet
1991 sur les pratiques du commerce et sur l'information et la
protection des consommateurs réglemente, de façon assez générale,
les pratiques commerciales déloyales. À la suite des modifications
apportées par la loi du 5 juin 2007 transposant la directive
européenne 2005/29 relative aux pratiques commerciales déloyales,
la publicité dont vous parlez ne constitue pas au sens strict une
pratique déloyale.
La DG Contrôle et Médiation a été saisie d'une plainte du
bourgmestre d'Auderghem à ce sujet.
Cependant, puisqu'il ne s'agit pas d'une pratique déloyale au sens de
la loi et vu la convention Arnoldus de bonne conduite et de publicité
des boissons contenant de l'alcool, il est conseillé de dénoncer de tels
faits au Jury d'éthique publicitaire (JEP) habilité à émettre des
recommandations en vue d'interdire des publicités contrevenant à
cette convention. Cette convention ayant été modifiée en 2005 en
collaboration avec le ministre de la Santé publique et le problème
soulevé relevant exclusivement de sa compétence, je lui ai transmis
la plainte reçue en l'espèce.
06.02 Minister Paul Magnette:
De reclame waarover u het heeft,
vormt als dusdanig geen oneerlijke
handelspraktijk. De burgemeester
van Oudergem heeft in dat
verband bij de AD Controle en
Bemiddeling een klacht ingediend.
Het verdient echter aanbeveling
dergelijke praktijken te melden bij
de JEP (Jury voor Ethische
Praktijken inzake Reclame), die
gemachtigd is om aanbevelingen
te formuleren met het oog op het
verbieden van reclame die indruist
tegen
het
Arnoldusconvenant
inzake reclame met betrekking tot
alcoholhoudende
dranken.
Aangezien
het
aangehaalde
probleem onder de bevoegdheid
van
de
minister
voor
Volksgezondheid valt, heb ik haar
de klacht overgezonden.
06.03 Xavier Baeselen (MR): Je prends note qu'il n'y a pas de
problème particulier par rapport aux pratiques de commerce. J'ai
adressé de toute façon une question à la ministre de la Santé en lien
avec le Jury d'éthique publicitaire. Je vous remercie.
06.03 Xavier Baeselen (MR): Ik
heb ook een vraag gericht aan de
minister van Volksgezondheid.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "het Stookoliefonds"
(nr. 12310)
07 Question de M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le Fonds mazout"
07.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik heb u een paar weken geleden ondervraagd
over het Stookoliefonds en de termijn waarbinnen de overheid dacht
hiermee eindelijk van start te kunnen gaan. U liet onder andere
verstaan
dat
verzekeringsmaatschappijen
en
stookoliemaatschappijen samen moesten gaan zitten om een regeling
uit te werken. Ik begrijp dus dat het wachten blijft op een oplossing.
Ondertussen, maar dat is een gewestelijke materie, maakte BOFAS,
het fonds dat de vervuilde pompstations moet saneren, bekend dat
07.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): La création du Fonds
mazout se fait attendre. Il ressort
des données du BOFAS le
Fonds d'assainissement des sols
des stations-service que 4.000
des 12.000 stations-service sont
en attente d'un assainissement du
sol. Le ministre peut-il fournir un
aperçu du nombre de particuliers
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
van de ongeveer 12.000 pompstations in Vlaanderen er 4.000 aan
bodemsanering toe zijn en dat de klus zou moeten geklaard zijn in
2019. De gemiddelde kostprijs van het opruimen wordt geraamd op
125.000 euro.
Mijn vragen zijn de volgende. Hebt u er enig zicht op hoeveel
particulieren in België thuis een stookolietank hebben staan? Hebt u
enige zicht op het percentage particulieren bij wie een bodemsanering
zich zal opdringen? Zijn er nationale of internationale studies die
daarop enig licht kunnen werpen? Heeft men een idee van de
gemiddelde kostprijs van het opruimen van particuliere liggende
gronden? Hebt u al een zicht op het totaal bedrag waarin op nationaal
niveau zal moeten worden voorzien?
possédant une citerne à mazout et
combien d'entre eux devront
procéder à un assainissement du
sol? Des études nationales ou
internationales
ont-elles
été
menées en la matière? Quelle est
l'estimation
du
coût
par
assainissement? Quels montants
devront être prévus?
07.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw de voorzitter, tijdens de
onderhandelingen betreffende de oprichting van dit fonds wordt
steeds rekening gehouden met het feit dat er ongeveer 1,2 miljoen
opslagtanks voor gasolieverwarming in België staan waarvan er zich
min of meer 750.000 ondergronds bevinden.
Eind jaren '90 liep het proefproject Premaz. Dit project onderzocht in
het bijzonder de toestand van een groot aantal ondergrondse tanks,
dit in zes Belgische gemeenten waaronder bijvoorbeeld Bierbeek en
Jupille. Op het totaal aantal onderzochte tanks kwam uit dit project
naar voren dat 3,5% niet dicht was. Een niet-dichte tank betekent
echter niet noodzakelijk dat bodemsanering nodig is ten gevolge van
het weglekken van stookolie. Vaak zijn tanks bijvoorbeeld niet dicht
ter hoogte van het mangat. In 0,8% van de gevallen zou de kans op
bodemverontreiniging zeer groot zijn.
In de simulatieoefeningen die tijdens de voorbije maanden van
onderhandelen werden uitgevoerd werd steeds uitgegaan van een
kostprijs van 15.000 euro per saneringsdossier. De financiering van
dit fonds zal naar analogie van het BOFAS normalerwijze gebeuren
via een beperkte bijdrage in de prijsstructuur van de
gasolieverwarming, dit via de programmaovereenkomst.
Bijkomende of alternatieve pistes voor de financiering worden
momenteel onderzocht. Hoeveel de tegemoetkomingen zullen
bedragen die het fonds zal uitkeren, is op dit moment nog niet
vastgelegd.
07.02 Paul Magnette, ministre:
Environ 1,2 million de citernes à
mazout privées sont recensées en
Belgique, dont 750.000 sont
souterraines. Selon le projet pilote
Premaz réalisé à la fin des années
90, 3,5% des citernes ne sont pas
étanches, ce qui n'implique pas
automatiquement
qu'un
assainissement du sol s'impose.
Le risque de pollution du sol est
important dans 0,8% des cas. Le
coût
d'un
dossier
d'assainissement est estimé à
15.000 euros. Le financement du
fonds sera réalisé par le biais
d'une contribution limitée au
niveau de la structure du prix du
mazout
de
chauffage.
Des
solutions
de
rechange
sont
également examinées. Le montant
de l'intervention du fonds n'a pas
encore été fixé.
07.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw volledig antwoord. Ik zal die zaak natuurlijk blijven
opvolgen. Ik vraag mij af binnen welke termijn men eigenlijk met dat
fonds zou willen starten. Ik meen uit uw antwoord te kunnen opmaken
dat men daarop nog geen concrete datum kan plakken. Ik zal de zaak
in elk geval warm houden en na het zomerreces zal ik u opnieuw
ondervragen om te kijken hoe ver we ondertussen staan.
07.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Le ministre ne peut pas
encore avancer de date pour
l'entrée en vigueur du fonds
mazout. Je reviendrai sur ce
dossier après les vancances d'été.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Mijnheer de minister, de volgende vraag, met name vraag nr. 12358 over de Commissie van
advies voor de niet-verspreiding van kernwapens, en die een vraag is van mijzelf, werd, in samenspraak
met uw kabinet, omgezet in een schriftelijke vraag.
De vraag nr. 12359 over de biobrandstoffen in België en die eveneens een vraag is van mijzelf, kwam aan
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
bod tijdens de plenaire vergadering van 2 april.
08 Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de minister van Klimaat en Energie over "de
aardgasvoertuigen" (nr. 12617)
08 Question de M. Jef Van den Bergh au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les véhicules roulant
08.01 Jef Van den Bergh (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, collega's, op de website van de Lente van het leefmilieu
kunnen we lezen dat het gebruik van fossiele brandstoffen door de
transportsector
verantwoordelijk
is
voor
de
uitstoot
van
broeikasgassen, maar ook van andere stoffen zoals stikstofoxide en
zwavel, vluchtige organische stoffen en fijn stof, die zorgen voor
andere vormen van vervuiling en voor veel gezondheidsproblemen.
Niet alle hedendaagse evoluties zijn positief en de situatie blijft
onrustwekkend, bijvoorbeeld wat ozon en fijn stof betreft. Dat zijn
duidelijke uitspraken, die ook om goede maatregelen vragen, denken
we dan.
Er zijn uiteraard heel wat mogelijke maatregelen te bedenken, maar ik
zou met deze vraag vooral de focus willen leggen op aardgas als
mogelijke brandstof of als te stimuleren brandstof voor ons verkeer.
Aardgasvoertuigen stoten immers heel wat minder CO
2
uit dan
traditionele wagens en bovendien een zeer laag, bijna onbeduidend
aantal partikels. Aardgasaandrijving is bovendien geen heel nieuwe
techniek waar nog veel onderzoek en ontwikkeling voor moet
gebeuren: de technologie staat op punt en is in staat om te
concurreren met voertuigen op traditionele brandstof. Een door de
Europese Commissie opgerichte contactgroep voor alternatieve
brandstoffen komt in haar rapport zelfs tot de conclusie dat aardgas
de enige alternatieve brandstof is waarvan het marktaandeel in 2020
ruim boven de 5% kan liggen en die op een volwassen markt zou
kunnen concurreren met de traditionele brandstof. Dat is toch geen
onbelangrijk gegeven, denk ik.
In een aantal Europese landen, waaronder onze buurlanden, wordt er
momenteel volop actie ondernomen en gebeuren er investeringen en
stimuleringsmaatregelen om aardgas als een brandstof te
introduceren en te stimuleren voor het voertuigenpark. In ons land
ontbreekt evenwel voorlopig nog elk gecoördineerd initiatief. Er is wel
een aantal subsidies van de Gewesten, bijvoorbeeld voor
tankinfrastructuur, maar toch verloopt het nog niet erg gecoördineerd
of krachtig. Het feit dat er in ons land nog maar nauwelijks voertuigen
terug te vinden zijn die worden aangedreven door aardgas de
schattingen spreken van een honderdvijftigtal heeft een aantal
oorzaken.
Ten eerste, en dan zitten we in het verhaal van de kip en het ei, is er
de tankinfrastructuur. Zo lang er geen tankinfrastructuur is, zullen er
weinig wagens rondrijden op aardgas. Zo lang er geen wagens
rondrijden, zullen privé-investeerders natuurlijk niet investeren in die
tankinfrastructuur.
Deze
materie
met
betrekking
tot
de
tankinfrastructuur is grotendeels een gewestelijke bevoegdheid en zij
zullen daar maatregelen voor moeten nemen.
Ten tweede, en dat hangt er mee samen, is er ook de accijnsregeling.
Er bestaat vandaag geen specifieke accijnsregeling met betrekking tot
aardgas als brandstof voor voertuigen.
08.01 Jef Van den Bergh
(CD&V): Les véhicules au gaz
naturel émettent considérablement
moins de CO
2
que les voitures
traditionnelles. Si les pays voisins
investissent énormément dans ce
type de véhicules, il ne se passe
pratiquement rien en Belgique. Les
problèmes rencontrés chez nous
concernent
l'absence
d'infrastructure délivrant ce type
de carburant, de régime d'accise,
de
taskforce
chargée de
la
coordination des mesures de
même que l'accès difficile au
réseau de gaz naturel des pompes
à gaz naturel.
Le
ministre
Magnette
est-il
convaincu des avantages des
véhicules au gaz naturel? Pour
autant que cela relève de ses
compétences, éliminera-t-il les
obstacles à l'arrivée de ces
véhicules sur notre marché?
Constituera-t-il, en collaboration
avec
le
secrétaire
d'État
Schouppe, une taskforce chargée
de
favoriser
l'apparition
en
Belgique de véhicules au gaz
naturel et d'autres véhicules
écologiques? Le ministre compte-
t-il se concerter avec Fluxys sur
l'exigence de vente minimale de
manière à également éliminer cet
obstacle?
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Daardoor bestaan de accijnzen vandaag eigenlijk niet. Wanneer men
aardgas gaat gebruiken, is men dus voorlopig vrijgesteld van
accijnzen.
Volgens de Europese regelgeving kan dit echter niet. Als een
toenemend aantal voertuigen op aardgas zou gaan rondrijden, zullen
hierover ongetwijfeld opmerkingen van Europa komen en zal er toch
iets moeten worden uitgewerkt. Daardoor bestaat er onzekerheid over
de accijnzen. Gaat aardgas van accijnzen vrijgesteld blijven? Welke
accijnsregeling zal worden uitgewerkt?
Ik denk dat deze vraag vooral aan minister Reynders moet worden
gesteld. Gezien de complexiteit denk ik echter dat het goed is dat u dit
vanuit uw bevoegdheden mee opvolgt.
Ten derde, er bestaat geen coördinatie over de te nemen
maatregelen. Gezien de complexiteit van het onderwerp en de
overlapping van de verschillende bevoegdheden, zowel van de
Gewesten en het federale niveau als met betrekking tot de
bevoegdheidsdomeinen tussen de verschillende ministers onderling,
denken wij dat men er goed aan zou doen om een soort van taskforce
op te richten waarin overheden, diensten, specialisten maar ook de
privémarktspelers vertegenwoordigd kunnen zijn.
Ik denk dat hier een belangrijke rol voor u ligt, ook in het verlengde
van de Lente van het Leefmilieu, in samenwerking met de
staatssecretaris voor Mobiliteit, de heer Schouppe, die ik hierover ook
al heb ondervraagd.
Een dergelijke taskforce kan niet alleen de te nemen maatregelen
inzake aardgasvoertuigen uittekenen, maar ook een kans bieden om
een strategie uit te werken inzake het overheidsoptreden met
betrekking tot milieuvriendelijke voertuigtechnologie in het algemeen.
Ik zou ter zake naar Nederland willen verwijzen waar recent een
actieplan inzake elektrisch rijden is voorgesteld, een masterplan voor
een grootschalige introductie van elektrische auto's tegen 2020. In
België ontbreekt voorlopig elk initiatief. Het is jammer genoeg
wachten op dergelijke actieplannen voor verschillende nieuwe
aandrijftechnologieën.
Met mijn vierde punt richt ik mij specifiek tot u. Er is de moeilijke vraag
van aardgaspompen tot het net van de middelhoge drukken dat onder
het beheer van Fluxys staat. Een aansluiting is mogelijk maar er
worden garanties gevraagd met betrekking tot minimale afname. Die
vraag tot minimale afname ligt momenteel veel te hoog voor
beginnende aardgasstations. Gezien het beperkt aantal voertuigen op
onze wegen kan die minimale afname niet worden gehaald, zeker niet
in een opstartfase. Vandaar dat enige flexibiliteit nodig is om te komen
tot dergelijke aardgaspompen op het net van de middelhoge drukken.
Mijnheer de minister, ik heb een aantal vragen.
Ten
eerste, bent u overtuigd van de voordelen van
aardgasvoertuigen? Aardgas is uiteraard een traditionele brandstof,
maar het kan een opstap betekenen naar biogas en in een later
stadium ook naar waterstof als brandstof voor de voertuigen.
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Ten tweede, zult u binnen uw domein actie ondernemen om de
obstakels weg te nemen die de opkomst van deze voertuigen op onze
markt verhinderen?
Ten derde, zult u eventueel samen met de minister van Mobiliteit een
initiatief nemen om een taskforce op te starten om een korte- en
langetermijnstrategie uit te tekenen en voor aardgasvoertuigen in het
bijzonder en voor andere milieuvriendelijke technologieën in het
algemeen?
Trouwens, de heer Schouppe heeft daar al positief op geantwoord.
Mocht u dat samen kunnen aanpakken, dan zou dat mooi zijn.
Ten vierde, kunt u overleg plegen met Fluxys om het obstakel van de
eis van minimale afname weg te werken zodat er eindelijk meer
tankinfrastructuur en dus ook meer voertuigen kunnen komen?
Tot daar mijn vragen, mevrouw de voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van den Bergh voor uw lange uiteenzetting met op het einde toch
enkele vragen. Graag het antwoord van de minister.
08.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer Van den Bergh, niet alleen
aardgas maar ook LPG leveren voordelen op wat de uitstoot betreft
van broeikasgassen en vervuilende stoffen door voertuigen. Zij
kaderen binnen de mogelijke inspanningen die wij kunnen leveren om
de impact van deze uitstoot te bestrijden. Niettemin dienen zij te
worden ondersteund omwille van de voordelen die zij opleveren en
niet alleen als alternatieve technologie. Het blijven immers fossiele
brandstoffen en zij zijn niet de oplossing voor de milieuproblemen die
worden veroorzaakt door het transport. Zij vormen een van de
mogelijkheden om de impact van het transport te beperken. In dat
opzicht moeten zij uit milieuoogpunt vergeleken kunnen worden en in
dit geheel als gelijkwaardig worden behandeld.
Naast de praktische problemen zoals de bevoorrading en de toegang
tot parkeergarages rijzen dan ook vragen over de levenscyclus, de
beschikbaarheid van officiële emissiewaarden, belastingen en
accijnzen. Deze vragen vallen inderdaad onder verschillende
bevoegdheden. Zo willen mijn administratie en ikzelf de fiscaliteit voor
deze voertuigen aanpassen maar valt dit initiatief onder de
bevoegdheid van de minister van Financiën. De fiscaliteit is immers
de belangrijkste drijfveer die de keuze van de gebruikers van
voertuigen kan beïnvloeden. Mijn administratie werkt ook mee aan
een initiatief van de Gewesten waarbij men de milieuprestaties van de
voertuigen wil beoordelen op basis van de verschillende impacten en
in de gevallen waarbij officiële maatregelen ontbreken.
08.02 Paul Magnette, ministre:
Le grand avantage du gaz naturel
et du LPG réside dans les faibles
émissions de CO
2
qu'ils génèrent
mais ils n'en restent pas moins
des carburants fossiles. Ils ne sont
donc pas la solution idéale mais
seulement des possibilités parmi
d'autres de réduire l'impact du
transport sur l'environnement.
Outre des problèmes pratiques,
dont
l'approvisionnement
et
l'accès aux parkings, le cycle de
vie, la disponibilité de valeurs
d'émission officielles, les impôts et
les accises posent également
question. Je suis partisan d'une
adaptation de la fiscalité appliquée
à ces véhicules parce qu'elle est
notre meilleure arme pour influer
sur
le
comportement
des
consommateurs lors de l'achat.
Mais tout cela ressortit à la
compétence du ministre des
Finances.
Mes
services
participent
également à une initiative mise en
place par les Régions pour évaluer
les
performances
environnementales des véhicules
en fonction de leur impact.
De voorzitter: Mijnheer Van den Bergh, u heeft niet genoeg met de heer Schouppe?
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
08.03 Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw antwoord waaruit toch enig engagement blijkt. Ik hoop dat het
initiatief van uw collega Schouppe op uw bijval kan rekenen en dat er
toch tot een soort taskforce kan worden overgegaan.
U wijst er terecht op dat fiscaliteit een belangrijke drijfveer is voor de
gebruikers. Dat is zeker het geval. Aan de andere kant is het ook zo
dat die zekerheid met betrekking tot accijnzen - de bevoegdheid van
uw collega Reynders een belangrijke drijfveer kan zijn voor
mogelijke investeerders. Ik denk dat daar de sleutel ligt voor deze
technologie. Wij moeten ter zake het antwoord van minister Reynders
afwachten.
08.03 Jef Van den Bergh
(CD&V): Je suis heureux de tout
de même observer un certain
engagement. Un incitant fiscal est
important
mais,
pour
les
investisseurs, le plus important est
d'avoir des certitudes concernant
les accises.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les frais de
09 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Klimaat en Energie over "de
werkingskosten van de CREG" (nr. 12376)
09.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, pour les avoir
entendus entre autres dans cette commission, je ne m'attendais pas à
une déclaration d'amour de la part de Tecteo à l'égard de la CREG.
Sa dernière déclaration ne fait pas dans la dentelle, puisqu'elle n'a
pas hésité à viser le régulateur fédéral en disant que la CREG "se
permet de donner des leçons, alors qu'elle a des frais de
fonctionnement qui déraillent".
Donc, qui d'autre que le ministre pourrais-je interroger pour savoir ce
qui déraille au sein de la CREG, qui, généralement, ne se gêne pas
pour envoyer les pots de fleurs à ses différents interlocuteurs?
Monsieur le ministre, très benoîtement, je vous pose la question
suivante: avez-vous connaissance de difficultés liées aux frais de
fonctionnement de la CREG? Si oui, quelles sont-elles? Quelles
solutions sont-elles envisagées par la CREG ou par votre
administration?
Quel est le montant des frais de fonctionnement de la CREG? A-t-on
affaire à des dépenses exponentielles qui apparaîtraient anormales?
Avez-vous interpellé la CREG à ce sujet? Si oui, comment justifie-t-
elle ces éventuels déraillements? Quel est votre point de vue sur la
question?
09.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Hoeveel
bedragen
de
werkingskosten van de CREG?
Hebt u de CREG daarover
aangesproken? Hebt u weet van
problemen in verband met de
werkingskosten van de CREG?
Als dat zo is, welke maatregelen
overweegt de CREG of uw
bestuur?
09.02 Paul Magnette, ministre: Mais, monsieur Crucke, vos
questions ne sont jamais benoîtes. Les frais de fonctionnement de la
CREG s'élèveront pour l'année 2009 à 14.988.616 euros, soit une
augmentation de 13,3% par rapport au budget de l'année 2008. Cet
accroissement du budget de fonctionnement de la CREG résulte
principalement d'une hausse des frais de personnel, laquelle est
justifiée par l'accroissement des salaires du personnel en service
imputable aux indexations survenues ces derniers mois.
L'augmentation de ce budget s'explique également par l'attribution de
nouvelles compétences à la CREG. La loi du 8 juin 2008 portant des
09.02 Minister Paul Magnette:
Voor het jaar 2009 bedragen de
werkingskosten van de CREG
14.988.616 euro, een stijging met
13,3 procent in vergeleking met
het budget van 2008. Een stijging
van de personeelskosten door
recente indexaanpassingen en de
nieuwe bevoegdheden van de
CREG, verklaren grotendeels die
stijging.
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
dispositions diverses a confié à la CREG de nouvelles tâches de
surveillance et de contrôle des activités des entreprises d'électricité et
de gaz naturel qui sont soumises à la concurrence. Outre la
recherche de tout éventuel comportement anticoncurrentiel ou de
pratiques commerciales déloyales de la part de ces entreprises, la
CREG est tenue dorénavant de vérifier si les prix offerts par celles-ci
sont objectivement justifiés par rapport à leurs coûts.
L'exercice de ces missions implique le recrutement de nouveaux
membres du personnel. En conséquence, la hausse des frais de
fonctionnement de la CREG survenue en 2009 n'apparaît pas
disproportionnée par rapport au budget établi en 2008. C'est pourquoi
le Conseil des ministres a approuvé le projet de budget qui lui avait
été soumis par la CREG.
Die verhoging lijkt niet overdreven.
Daarom heeft de ministerraad het
ontwerp van begroting dat de
CREG had voorgelegd heeft,
goedgekeurd.
09.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, je prends acte
de votre réponse. En bref, je synthétiserais ce que vous dites à
Tecteo en: "sois belle et tais-toi" ou plutôt "tais-toi". Lorsqu'on dit des
choses non fondées, il vaut effectivement mieux s'occuper de ce qui
se passe chez soi que de ce qui se passe ailleurs.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "het betwist
energielabel van de Europese Commissie" (nr. 12650)
10 Question de M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'étiquetage énergétique
10.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, voor allerlei energiezuinige apparaten bestaat
nu al een Europees energielabel, dat met de categorieën A tot G
werkt. A staat voor zuinig apparaat en G voor minst zuinig apparaat.
Er is dus nood aan bijkomende labeling voor nog zuinigere toestellen.
Daarom besliste de Europese Commissie onlangs om voortaan met
de A-labels te werken, maar aan het label ook percentages min 10,
min 20, min 30 en min 40 toe te voegen. De Europese Commissie
zou er ook een ecodesign aan koppelen, dat bepaalt hoe zuinig een
toestel moet zijn om op de consumentenmarkt te mogen komen.
Mijnheer de minister, de reden voor mijn vraag is de volgende. Allerlei
consumentenorganisaties vinden de nieuwe labeling of indeling A
min 10, A min 20, A min 30 en A min 40 niet goed en te ingewikkeld.
Welk standpunt zal België in de voornoemde discussie aannemen?
Ik heb nog drie korte vragen.
Mijnheer de minister, u kent ongetwijfeld het voormelde voorstel voor
een nieuwe labeling. Ik vind het op het eerste zicht ook vrij moeilijk: A
min 10, A min 20, A min 30 en A min 40. Zou het niet gemakkelijker
zijn de oude indeling A tot G te hernemen en daaraan nieuwe
percentages of modaliteiten te koppelen?
Mijnheer de minister, het blijkt namelijk dat bij heel wat toestellen van
de categorie B tot G, dus van zuinig tot minder zuinig, vooral de
minder zuinige toestellen volledig uit de markt verdwijnen. Zij zullen er
10.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
Le
label
énergie
européen indiquant si les appareils
sont peu ou fort énergivores porte
les lettres A à G où A indique le
plus et G le moins économique.
Pour répondre à l'arrivée sur le
marché d'appareils encore moins
énergivores, l'Europe propose de
compléter ce label par les
catégories A-10, A-30 et A-40, un
système
particulièrement
compliqué.
Le
ministre
connaît-il
cette
nouvelle proposition de label
énergie? Ne vaudrait-il pas mieux,
pour conserver les catégories A à
G, les adapter aux nouveaux
critères? Le ministre partage-t-il
l'avis du BEUC, le Bureau
Européen
des
Unions
de
Consommateurs, qui juge ce
nouveau label bien trop complexe?
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
dus op een bepaald moment gewoonweg niet meer zijn. De labeling
tot G zal dus grotendeels verdwijnen. Dat is twee.
Ten derde, mijnheer de minister, wat is de houding van België in de
eventuele discussie met de Europese Commissie? Volgt u de
redenering van de Europese consumentenorganisatie BEUC dat de
nieuwe labeling A min 10, A min 20, A min 30 en A min 40 te
ingewikkeld en te moeilijk is en voor verwarring kan zorgen? Zal u ter
zake voorstellen doen?
10.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw de voorzitter, mijn
medewerkers hebben mij geïnformeerd over de moeizame
bespreking over de labeling van sommige producten, die bij de
Europese Commissie heeft plaatsgevonden. Ik ben tevens op de
hoogte van het voorstel van de Europese Commissie over de labeling
van koelkasten, televisies en wasmachines, dat tijdens de
vergadering van 30 en 31 maart 2009 in de Regulatory Committee bij
gekwalificeerde meerderheid werd goedgekeurd.
Die consensus is er slechts gekomen na tal van vergaderingen die
nodig waren om de impasse te doorbreken die in de loop van de
besprekingen ontstaan was en waarbij het steeds onmogelijk bleek
om een beslissing ter zake te nemen.
Het voorstel van de Europese Commissie was het best mogelijke
compromis waarachter een gekwalificeerde meerderheid zich heeft
kunnen scharen. In dat voorstel wordt de schade van A tot G
behouden. De enige nieuwigheid is de toevoeging onder de letter A,
van nieuwe categorieën die een besparing vermelden ten opzichte
van categorie A, namelijk: A min 10 en A min 20. In de loop van de tijd
zullen de lagere categorieën immers geleidelijk van de markt
verdwijnen.
België heeft er steeds voor geijverd dat er ter zake een beslissing
werd genomen om te vermijden dat de besprekingen zouden
vastlopen en dat de nodige bijwerkingen die in die richtlijn voorzien
zijn, in het gedrang zouden komen. Gelet op de moeilijkheden die
overwonnen moesten worden om te komen tot de uiteindelijke
consensus van de Commissie, meen ik dat het nu te laat is om terug
te komen op standpunten die weliswaar verdedigd zijn, maar die
jammer genoeg niet tot de nodige overeenstemming hebben geleid.
Wat het nieuwe etiket aangaat, ben ik van mening dat de presentatie
ervan niet fundamenteel gewijzigd is in vergelijking met de vroegere
versie en dat de consument dus niet in de war zal worden gebracht.
De nieuwe elementen zorgen voor bijkomende informatie voor de
consument over de gunstige evolutie van het energieverbruik van het
betrokken toestel.
10.02 Paul Magnette, ministre:
Je suis au courant de la nouvelle
proposition en matière de label
énergie. Le consensus n'a été
obtenu qu'au prix de nombreuses
et difficiles négociations. C'est la
raison
pour
laquelle il est
recommandé de pas revenir sur
les décisions prises. À mon avis,
le nouveau label risque, en effet,
de prêter à confusion.
10.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, uit uw
antwoord leer ik dat er geen nieuw voorstel komt van België voor een
aanpassing van die labeling. Het heeft al lang genoeg geduurd en het
is nu in het belang van de consument dat er een bruikbare labeling
komt.
Ik leer er ook uit dat, naar uw inschatting, de consument niet in de war
zal worden gebracht. Dat laatste zullen we natuurlijk maar kunnen
weten op het moment dat de nieuwe labeling van toepassing wordt.
10.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Je prends note du fait
qu'il n'y aura pas de nouvelle
proposition et que le ministre
estime que la labellisation ne peut
semer la confusion. Nous formons
des voeux dans le même sens.
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
Laat ons hopen dat het inderdaad wordt zoals u zegt en dat de
consument niet in de war wordt gebracht. Ik vrees een klein beetje
voor het tegendeel, maar we zullen wel zien.
In elk geval is het goed dat die nieuwe labeling er komt, zij het dat ze
wat onduidelijk is, denk ik, vrees ik.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Questions jointes de
- M. Maxime Prévot au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la possible cession des parts de Centrica
dans la société SPE à EDF" (n° 12684)
- M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la production d'électricité en Belgique"
(n° 12688)
- M. Bruno Tobback au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les rumeurs concernant la reprise de
SPE par EDF" (n° 12702)
11 Samengevoegde vragen van
- de heer Maxime Prévot aan de minister van Klimaat en Energie over "de mogelijke verkoop van de
participatie van Centrica in het bedrijf SPE aan EDF" (nr. 12684)
- de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "de Belgische stroomproductie"
(nr. 12688)
- de heer Bruno Tobback aan de minister van Klimaat en Energie over "de geruchten over de
overname van SPE door EDF" (nr. 12702)
11.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, de oppositie voorspelt reeds een tijdje dat de
volledige stroomproductie in Franse handen zal komen en dat zit er
nu wel aan te komen. Alles begon natuurlijk met de fusie van Suez
met GdF en het feit dat België, ondanks beloftes blijkbaar, geen
gouden aandeel kreeg voor de strategische beslissingen van de
nieuwe beheersorganen in GdF.
Mijnheer de minister, een tweede stap is nu dat de Britse eigenaar
van SPE Luminus, een bedrijf dat toch een vijfde van de Belgische
gezinnen bedient, momenteel met het Franse staatsenergiebedrijf
EDF spreekt over de overname van de aandelen van die Britse
eigenaar in SPE.
Ten eerste, stel dat de overname van SPE Luminus aan EDF
doorgaat, hoeveel aandeel van de Belgische elektriciteitsmarkt komt
dan in handen van bedrijven met de Franse staat als
hoofdaandeelhouder? Het gaat dan over Suez GdF en EDF.
Ten tweede, hoe staat de Belgische regering tegenover die
monopolievorming de facto? Welke mogelijkheden heeft de Belgische
overheid inzake prijszetting als de stroommarkt volledig in Franse
handen komt?
Ten derde, zal de overheid maatregelen nemen om nieuwe spelers op
de Belgische markt aan te trekken? Op welke manier wil of kan de
overheid vermijden dat men op vlak van elektriciteitslevering volledig
overgeleverd is aan Frankrijk?
Ten vierde, welke invloed op de elektriciteitsprijs op korte of
middellange termijn verwacht u na de verkoop van SPE Luminus aan
EDF?
11.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): La quasi-totalité de la
production belge d'électricité se
retrouve progressivement entre
des
mains
françaises.
Le
processus a débuté par la fusion
de Suez avec GDF et le fait que la
Belgique n'a pas obtenu de
"golden share" dans les décisions
stratégiques
des
nouveaux
organes de gestion. Actuellement,
le propriétaire britannique de la
SPE-Luminus négocie avec la
société française EDF à propos de
la reprise de la SPE. Si cette
opération a lieu, quelle part du
marché belge de l'électricité se
retrouvera-t-elle entre des mains
françaises? Quelle est l'attitude de
la
Belgique
face
à
cette
constitution de monopole de fait?
Quelle influence le gouvernement
belge peut-il encore exercer sur la
fixation des prix dans le cadre d'un
tel
scénario?
Les
autorités
tenteront-elles
d'attirer
de
nouveaux acteurs sur le marché
belge? Quelle influence la vente
de la SPE-Luminus à EDF aura-t-
elle sur les prix de l'électricité à
court et à moyen terme?
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
11.02 Bruno Tobback (sp.a): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, ik kan mij daarbij in grote mate aansluiten in verband met de
grond van de vragen. Wij maken toch wel een heel eigenaardige
cirkelbeweging mee. Oorspronkelijk werd de markt in België
geliberaliseerd. De regering zegt nog steeds dat concurrentie zal
leiden toch lagere prijzen voor consumenten op de energiemarkt.
De facto evolueren wij echter steeds meer naar een nog groter
monopolie dan voor de liberalisering van de markt. EDF en Suez
hebben allebei als hoofdaandeelhouder, in één geval zelfs als
meerderheidsaandeelhouder, de Franse Staat. Zij kunnen dus als
verbonden bedrijven beschouwd worden. België is stilaan een kleine
afdeling aan het worden van een groot Frans energieconglomeraat.
Op een of andere manier is Napoleon weer tot leven gekomen in
Parijs. Wij zijn zijn eerste kolonie aan het worden. Dat is trouwens niet
alleen zo voor de energiesector. Als men vandaag de stemming bij
Fortis en de overname door BNP bekijkt en wat er ondertussen
achterliggend door de Franse Staat is gebeurd, wat het
aandeelhoudersschap van BNP betreft, dan merkt men daar stilaan
hetzelfde. Ik heb nog niet zo heel lang geleden eens de opmerking
gemaakt dat de Belgische Staat hoe langer hoe meer een soort van
kolonie wordt, bestuurd door évolués, die hier en daar nog een keer
met Sarkozy op de foto mogen staan.
Als de huidige regering gelukkig is met de status van évolués, dan zal
ik dat niet aan mijn hart laten komen, maar de mate waarin een
Belgische regering op dat moment nog enige impact heeft op de
bescherming van de consumenten en de bescherming van de
belangen van consumenten, of het nu gezinnen of bedrijven zijn,
wordt wel zeer minimaal.
Ik zou minstens graag zien dat, nu het gerucht over de overname van
de Centrica-aandelen door EDF alsmaar luider wordt, de Belgische
regering daarover duidelijk een standpunt zou innemen. Zij is
daarmee te laat geweest toen het ging over de golden share in GDF,
maar op dit ogenblik is het toch nog wel mogelijk dat minstens de
Belgische Staat duidelijk positie neemt in wat hij daarin wil, wat voor
hem de prioriteiten zijn en hoe hij de risico's die zullen rijzen voor de
Belgische consumenten, zal tegengaan.
Mijnheer de minister, beschouwt u, zoals ik, EDF en SUEZ als
verbonden bedrijven, via hun aandeelhoudersschap? Welke
maatregelen zult u of zal België nemen ik neem aan dat u, als
minister van Energie, dat in de eerste plaats zult doen om een
eventuele overname van SPE door EDF te verhinderen of minstens te
omkaderen met de nodige garanties? Ik heb een heel duidelijke
voorkeur voor het verhinderen ervan.
11.02 Bruno Tobback (sp.a): Le
marché belge de l'électricité
évolue de plus en plus vers une
situation
monopolistique
plus
accentuée encore qu'avant la
libéralisation. La Belgique devient
progressivement
une
petite
section d'un vaste conglomérat de
l'énergie français. Plus fort encore:
l'État belge ressemble de plus en
plus à une colonie dirigée par des
évolués qui se montrent déjà
heureux lorsqu'ils peuvent figurer
sur une photographie aux côtés de
M. Sarkozy. Songez à ce propos
au dossier Fortis.
Le gouvernement belge devrait
s'accrocher à la dernière parcelle
de contrôle qu'il peut encore
exercer pour garantir la protection
des familles et des entreprises
belges. Nous sommes arrivés trop
tard pour la discussion concernant
la Golden Share, mais peut-être
est-il encore temps d'adopter un
point de vue explicite sur la reprise
des actions Centrica par EDF. Le
ministre considère-t-il EDF et Suez
comme des entreprises liées par
le biais de leur actionnariat? Le
ministre tentera-t-il d'empêcher la
reprise de SPE par EDF ou au
moins de l'assortir des garanties
indispensables?
11.03 Maxime Prévot (cdH): Monsieur le ministre, veuillez
m'excuser si certains éléments de ma question sont redondants par
rapport à l'intervention de mon collègue. La société britannique
Centrica a entamé des négociations avec EDF relatives à la possible
cession de sa participation de 51% dans la société belge SPE. Cette
cession aurait leu en échange d'une prise de participation de Centrica
dans British Energy, récemment acquise par le groupe français
d'électricité. Lors de la fusion GDF-Suez, l'Union européenne avait
imposé la cession de la participation de 25% de GDF dans SPE et, à
11.03 Maxime Prévot (cdH): De
Britse
vennootschap
Centrica
onderhandelt met EDF over de
overdracht van haar participatie
van 51 procent in SPE, in ruil voor
een participatie in British Energy.
De Europese Unie had de fusie
van GDF met Suez afhankelijk
gemaakt van de overdracht van de
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
l'époque, EDF s'était porté candidat mais finalement, Centrica qui
possédait déjà 25% des actions de SPE était devenu l'actionnaire
majoritaire.
Monsieur le ministre, comme vous le savez, SPE détient en Belgique
une capacité installée de 1,9 GW et un portefeuille de 1,6 million de
clients gaz et électricité. Elle gère environ 1,5 million de contrats et
détient 20% du marché domestique belge de l'électricité. Elle possède
aussi des parts de 4% dans les centrales nucléaires de Doel et
Tihange qui appartiennent à Electrabel ainsi que des droits sur la
centrale de Chooz en France. Par conséquent, ma question sera
triple.
Possédez-vous des informations complémentaires sur cette cession?
Quelle est votre position dans ce dossier? Enfin, pensez-vous
probable qu'EDF se positionne comme un réel concurrent pour GDF-
Suez avec lequel il partage un même actionnaire principal: l'État
français?
participatie van 25 procent van
GDF in SPE. Na die operatie werd
Centrica
de
meerderheids-
aandeelhouder.
SPE beschikt over een capaciteit
van 1,9 GW, een bestand van 1,6
miljoen klanten en heeft 20
procent van de binnenlandse
elektriciteitsmarkt in handen. Ze
bezit vier procent van de centrales
van Doel en Tihange, en heeft
rechten op de centrale van Chooz.
Heeft u bijkomende informatie
over die overdracht? Is er volgens
u een kans dat EDF zich tot een
echte concurrent van GDF-Suez -
waarmee
het
dezelfde
hoofdaandeelhouder, de Franse
Staat, deelt - zal ontpoppen?
11.04 Paul Magnette, ministre: En 2007, SPE-Luminus représentait
12,6% du marché belge de l'électricité, Electrabel (GDF-Suez) 74,7%.
L'État français est actionnaire à 35,6% de GDF-Suez et à 84,7% dans
EDF.
11.04 Minister Paul Magnette: In
2007, had SPE-Luminus 12,6
procent van de elektriciteitsmarkt
in handen en Electrabel (GDF-
Suez) 74,7 procent. De Franse
Staat is voor 35,6 procent
aandeelhouder van GDF-Suez en
voor 84,7 procent van EDF.
Indien EDF de aandelen van Centrica overneemt, gaat het om 51%
van de aandelen in SPE-Luminus. 49% van de aandelen blijft in
handen van Belgische aandeelhouders. Het feit dat de Franse Staat in
beide gevallen de referentieaandeelhouder is, betekent niet dat beide
vennootschappen verbonden ondernemingen zijn.
De bevoegdheden van de CREG zijn recent uitgebreid. Zo moet de
CREG nu de markt monitoren en elk anticoncurrentieel en
anticompetitief gedrag signaleren. Er kan dus onmiddellijk opgetreden
worden bij prijszetting.
Verscheidene maatregelen zijn reeds genomen of zullen genomen
worden door resoluut werk te maken van de concurrentie in de
productie, en dus van lagere prijzen, waarbij monopoliewinsten
worden uitgezuiverd. Bovendien neemt het aantal leveranciers toe dat
actief is op de Belgische markt en vermindert het aandeel van de
historische monopolisten.
Si EDF reprend les actions de
Centrica,
elle
deviendra
propriétaire de 51% des actions de
SPE-Luminus tandis que 49%
resteront aux mains d'actionnaires
belges. Le fait que l'État français
soit l'actionnaire de référence
dans les deux cas ne signifie pas,
pour autant, que les deux sociétés
sont liées.
La
CREG
est
désormais
compétente pour contrôler le
marché de l'énergie et pour
signaler tout acte de concurrence
déloyale. Par conséquent, elle
peut intervenir directement lors de
la fixation des prix.
Un train de mesures a déjà été
pris pour privilégier la concurrence
au niveau de la production et, par
conséquent, comprimer les prix.
Le nombre de fournisseurs actifs
sur le marché belge ne cesse de
croître et la part des monopoles
historiques diminue.
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
11.05 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
noteer met enige verbazing uw opmerking dat het aandeel van de
historische monopolisten afneemt. Ik meen dat wij, als de overname
van SPE-Luminus door EDF inderdaad doorgaat, mogen spreken van
een de facto vrij sterke monopolievorming.
U zegt dat het geen verbonden bedrijven zijn. Ik daar wel van uitgaan
en ik wil u ter zake ook volgen, maar ik wil toch de eerste beslissing
zien waarbij Frankrijk in het ene geval oordeelt dat er een
premieverlaging mag komen en in het andere geval het
tegenovergestelde beslist. Ik wil het eerst zien gebeuren.
Ik zal de zaak met nog meer aandacht opvolgen. Ik vrees dat wij naar
een de facto monopolievorming gaan waarbij België zonder meer
wordt leeggemolken. Dat valt te vrezen.
In elk geval, heb ik op de andere vragen weinig antwoorden gekregen
over concrete maatregelen om nieuwe spelers aan te trekken voor de
Belgische markt. U zegt dat de CREG het anticompetitief gedrag zal
opvolgen. Men zou een proactief beleid vanwege België kunnen
verwachten, om meer concurrenten op de markt aan te trekken. Dat
gebeurt niet en dat is spijtig.
11.05 Peter Logghe (Vlaams
Belang): J'ai écouté cette réponse
avec un étonnement croissant.
Comment le ministre peut-il
prétendre que la part des
monopoles historiques diminue?
La reprise, à elle seule, ne peut
que renforcer la formation de
monopoles et, plus que jamais, la
Belgique deviendra la vache à lait
d'entreprises
énergétiques
étrangères. Le ministre soutient
que, dans ce dossier, il ne s'agit
pas des mêmes entreprises.
Comme
compte-t-il empêcher
qu'elles développent une étroite
collaboration?
Je n'ai reçu aucune réponse à ma
question de savoir comment le
gouvernement s'y prendra pour
attirer de nouveaux acteurs sur le
marché belge de l'énergie. Il serait
bon, en tout cas, qu'il mène une
politique proactive en la matière.
11.06 Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer de minister, ik moet eerlijk
zeggen dat ik verwonderd ben door uw antwoord. Ik ben eigenlijk niet
verwonderd door uw antwoord, maar dat u op dit moment cijfers komt
geven die een realiteit beschrijven die alleen in de cijfers bestaat, en
vrolijk voorbijfietst aan iedere realiteit, blijft mij met verbazing slaan.
U zei dat het aantal leveranciers op de Belgische markt toeneemt. U
weet toch dat als dit gebeurt, het aantal producenten op de Belgische
markt bij wie al die leveranciers hun elektriciteit moeten aankopen,
wordt teruggebracht tot een? De enige concurrent voor de enige grote
elektriciteitsproducent op het Belgisch grondgebied is vandaag SPE.
Dat zal worden overgenomen en in grote mate in handen worden
genomen door een bedrijf dat dezelfde hoofdaandeelhouder heeft als
de voornaamste monopolist, met name Suez.
Sterker nog, als EDF een echte concurrent wil zijn voor Suez en
bijvoorbeeld gascentrales wil installeren op Belgisch grondgebied om
te concurreren met de elektriciteitsproductie van Suez-GDF, zal dit
bedrijf zijn aardgas om die elektriciteit mee te produceren, moeten
aankopen bij de enige leverancier van aardgas op de Belgische
markt, met name Suez-GDF.
De Belgische minister van Energie kijkt daarnaar, somt een aantal
cijfers over aandeelhouderschap op en zegt dat het allemaal in orde
komt. Mijnheer de minister, met alle sympathie, gelooft u nu echt zelf
dat dit allemaal geen relevantie heeft? Gelooft u dat dit allemaal
binnen tien jaar zal leiden tot een energielandschap in België waarbij
Belgische klanten meer keuze zullen hebben bij welke
elektriciteitsproducent zij te rade zullen gaan? Gelooft u dat dit de
Belgische overheden, zelfs al blijven ze een beetje aandeelhouder,
iets meer impact zal geven op de energieprijs in België, de
concurrentie op de markt in België en de investeringen op die markt in
11.06 Bruno Tobback (sp.a): Le
ministre ignore la réalité du
secteur de l'énergie. Il prétend que
le nombre de fournisseurs sur le
marché belge s'accroît. La reprise
de SPE-Luminus est opérée par
une entreprise qui a le même
actionnaire
que
son
grand
concurrent dans le domaine de la
production d'électricité, c'est-à-dire
GDF Suez. Comme, de plus, EDF
a
l'intention
d'implanter
des
centrales à gaz dans notre pays
pour entrer en concurrence avec
GDF Suez, EDF devra acheter
cette source d'énergie au seul
fournisseur de gaz naturel sur le
marché belge: GDF Suez!
En attendant, le ministre Magnette
continue à prétendre que tout va
rentrer dans l'ordre. Le ministre
croit-il
réellement
que
cette
construction va déboucher à
l'avenir
sur
un
paysage
énergétique où le consommateur
bénéficiera d'une plus grande
liberté de choix et où les autorités
auront prise sur les tarifs? Qu'il se
détrompe, ce scénario ne pourra
mener qu'à la domination de la
Belgique par deux grands acteurs
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
België?
Denkt u dat ook maar een iemand gek genoeg zal zijn om geld te
investeren in een land dat op een dergelijke manier wordt
gedomineerd door twee bedrijven die de hele markt reeds in handen
hebben en met een regering die zich daarvan geen barst aantrekt? Is
dat het energielandschap dat u als bevoegde minister wil achterlaten
op het moment dat al die bewegingen aan de gang zijn?
Ik weet het niet. Als u daarop ja antwoordt, is dat uiteraard uw
verantwoordelijkheid, maar zeg dan tenminste ja en doe niet alsof dit
allemaal irrelevant is, want dat is het niet. We zullen hiervoor allemaal
een prijs betalen, te beginnen met uw totaal ontbreken en verlies van
zeggenschap.
U
praat
over
monopoliewinsten
en
terugbrengen
van
monopoliewinsten. Ik merk nog steeds niets van het terugbrengen van
monopoliewinsten. Het enige wat u hebt gedaan, betreft die fameuze
250 miljoen - waarover bij mijn weten op dit ogenblik een geding
hangende is bij het Grondwettelijk Hof, nadat men een akkoord had
over het betalen ervan - en nog ergens 250 miljoen - dat is mijn
volgende vraag - die ik nog altijd niet heb zien opduiken.
Als het dat is, dan stelt u zich werkelijk tevreden met de kruimels,
mijnheer de minister.
qui auront la mainmise sur le
marché tandis que les autorités ne
seront
que
des
spectateurs
impuissants. Le ministre ne cesse
de parler de l'écrémage des
bénéfices
énergétiques
des
entreprises monopolistiques mais,
dans la pratique, il ne se passe
absolument rien.
11.07 Maxime Prévot (cdH): Monsieur le ministre, j'ai bien entendu
votre réponse. J'en prends acte mais je suis assez dubitatif sur
l'impact à plus long terme de ce jeu de poupées russes dans lequel
les actionnariats s'entremêlent.
Je pense avoir évoqué à suffisance l'impact que cela pouvait avoir sur
le marché domestique en termes de capacités, de centrales
nucléaires, de clients, de portefeuilles, de parts de marché. J'espère
que vous serez vigilant car ce dossier ne peut être traité avec
légèreté. Vous signalez que le fait qu'il y a un actionnaire principal
identique ne signifie pas que ce sont les mêmes sociétés. Dans les
faits, c'est vrai mais est-ce pour autant suffisant pour apaiser toute
crainte de distorsion de concurrence? C'est un pas que je ne
franchirais pas.
Je ne peux donc que plaider pour une vigilance maximale envers ce
dossier de sorte qu'on ne se réveille pas avec une sacrée gueule de
bois.
11.07 Maxime Prévot (cdH): Ik
heb zo mijn twijfels over het effect
van die onderlinge wisselingen,
waardoor de aandeelhouders-
structuren met elkaar vervlochten
raken. Het klopt dat bedrijven niet
per se samenvallen omdat ze
dezelfde
hoofdaandeelhouder
hebben, maar volstaat dat om elke
vrees voor een verstoring van de
concurrentieverhoudingen
te
ondervangen?
11.08 Paul Magnette, ministre: (...) Je voudrais qu'on m'explique
quelle solution on peut envisager pour modifier la structure de
l'actionnariat étranger de sociétés privées. Quel moyen pouvez-vous
trouver pour empêcher une société d'en acheter une autre? Si vous
en avez, cela m'intéresse beaucoup.
Par ailleurs, je vous rappelle que j'ai déposé un certain nombre de
propositions qui permettraient d'avancer dans le sens que vous
recommandez mais qui n'ont pas été soutenues par votre formation
politique. C'est là un double jeu qui est moins plaisant.
11.08 Minister Paul Magnette:
Hoe kunnen wij de buitenlandse
aandeelhoudersstructuur
van
privéondernemingen nu wijzigen?
Hoe kunnen wij een onderneming
beletten een andere onderneming
over te nemen?
Ik wijs erop dat ik voorstellen heb
ingediend teneinde vorderingen te
maken in de door u aanbevolen
richting, maar ze werden niet
gesteund door uw politieke familie.
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
11.09 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, (...)
Zijn repliek is geen echte repliek.
De discussie over het gouden aandeel bijvoorbeeld heeft jaren
aangesleept. Men heeft ons hier bijna voorgelogen over het bestaan
van dat gouden aandeel. Het zou er zeker komen; er zat ook een
soort van vetorecht in van België tegen beslissingen die ons
apparaat... Het is er niet gekomen, hoewel het ons ten stelligste werd
beloofd.
Ik herinner mij nog altijd de discussie, mijnheer de minister, tijdens
dewelke u beweerde dat er misschien bepaalde moeilijkheden waren
met de Franse wetgeving, maar dat dit zou worden opgelost en dat
het gouden aandeel er zou komen. Het is er niet. Het is altijd
hetzelfde. Ik vrees ter zake dus ook het ergste. Geef mij dan een
oplossing, zei u. Welnu, een aantal jaren geleden had u de
mogelijkheid om het gouden aandeel te realiseren, maar het is er niet.
Dit is onze verantwoordelijkheid niet, maar de uwe.
11.09 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
Le
ministre
invite
l'opposition
à
formuler
des
suggestions. Il y a quelque temps,
le Parlement a consacré un débat
approfondi à la "golden share"
dans le secteur de l'énergie. Le
ministre
avait
alors
formulé
diverses promesses dont aucune
n'a été mise en oeuvre. Je songe
notamment à cet égard à
l'instauration d'un droit de véto.
Dans ce dossier, le ministre ne
peut une fois de plus échapper à
ses responsabilités.
11.10 Maxime Prévot (cdH): Monsieur le ministre, je prends note de
votre commentaire. J'avais été particulièrement attentif aux termes
que j'employais. Je ne vous ai pas mis nommément en cause; j'ai
simplement évoqué le dossier. Vous n'êtes pas plus responsable que
quiconque de la capacité d'une société à entrer dans l'actionnariat
d'une autre. Seulement, cela ne signifie pas pour autant qu'il ne faille
pas être particulièrement vigilant dans ce dossier connaissant les
impacts possibles. C'est tout ce que je demande, rien que cela, ni
plus, ni moins.
11.10 Maxime Prévot (cdH): Ik
heb u niet persoonlijk op de korrel
genomen. Ik heb enkel een
dossier aangehaald waaromtrent
we uiterst waakzaam moeten zijn,
gezien de mogelijke repercussies.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Samengevoegde vragen van
- de heer Bruno Tobback aan de minister van Klimaat en Energie over "de stand van zaken van de
bijdrage van 250 miljoen euro van de energiesector voor een publiek-private samenwerking voor
energiebesparing" (nr. 12701)
- de heer Philippe Henry aan de minister van Klimaat en Energie over "de twee heffingen van
250 miljoen euro op de winsten van de afgeschreven kerncentrales" (nr. 12927)
12 Questions jointes de
- M. Bruno Tobback au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'état du dossier de la contribution de
250 millions d'euros demandée au secteur de l'énergie dans le cadre d'un partenariat public/privé pour
les économies d'énergie" (n° 12701)
- M. Philippe Henry au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les deux prélèvements de 250 millions
sur les bénéfices des centrales amorties" (n° 12927)
12.01 Bruno Tobback (sp.a): Ik heb een vraag over de bijdragen
van al die bereidwillige, goedmenende energieproducenten op onze
Belgische markt, van wier goodwill we ons lot voor de toekomst laten
afhangen. Ik heb al in mijn vorige vraag melding gemaakt van de
bijdrage van 250 miljoen euro vanwege de kernenergie. Ik zal daarop
nu niet ingaan. We komen daarop nog wel eens terug.
Naast de beslissing over die 250 miljoen, was er ook een beslissing
van de regering om nog eens 250 miljoen euro te vragen aan de
energiesector. Als ik uw beleidsbrief goed lees, mijnheer de minister
dat is ook de taak van de oppositie , is het de bedoeling een
begrotingsfonds op te richten dat aanzetten tot energiebesparingen
12.01 Bruno Tobback (sp.a):
Outre
la
contribution
de
250 millions d'euros imposée au
secteur de l'énergie nucléaire par
le gouvernement, celui-ci exige
une contribution complémentaire
identique du secteur de l'énergie.
Dans sa note de politique
générale, le ministre s'engage à
affecter ces moyens à la création
d'un fonds budgétaire dans le but
de
réaliser
des
économies
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
zou moeten geven. Ik heb het citaat in mijn vraag opgenomen, maar
ik zal het nu niet citeren.
Ondertussen zijn die beleidsbrief, die aankondiging en de
begrotingsopmaak enkele maanden oud. Daarom vond ik het de
juiste gelegenheid om nog eens een stand van zaken op te maken.
Ten eerste, wat is de stand van zaken met betrekking tot de bijdrage
van 250 miljoen? Wordt die opgelegd? Aan wie wordt die opgelegd?
Is die eventueel betaald, zonder dat we het hebben gemerkt? Wie
weet!
Ten tweede, hoe zit het met het fonds waarvan sprake is in de
beleidsbrief? Waar bevindt het zich? Waarvoor zal het worden
gebruikt? Wat is de reglementering voor de mogelijke bestedingen
ervan?
Ten derde, er was ook sprake van een publiek-private samenwerking
in het kader van dat fonds. Over welke private partners hebben we
het dan? Hoe groot is hun bijdrage in de PPS-structuur? Wat is de rol
van de Belgische overheid in die structuur, mijnheer de minister?
d'énergie.
Quel
est
l'état
d'avancement de ce dossier?
12.02 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Je tiens à faire le point sur les
contributions que vous souhaitez obtenir des producteurs d'électricité
utilisant les centrales amorties. En effet, un premier mécanisme de
250 millions a été opéré en 2008 via le fonds Synatom. Vous avez
annoncé le même mécanisme pour 2009.
Monsieur le ministre, où cela en est-il? Quel est le calendrier? S'agira-
t-il du même système qu'en 2008?
Par ailleurs, vous avez annoncé une seconde contribution de
250 millions via un fonds pour investissements dans le domaine de
l'énergie. En savez-vous plus à ce stade? Quels seraient les
modalités, le calendrier, l'utilisation effective de ce nouveau fonds?
12.02 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Hoe staat het met de
bijdragen
van
de
elektriciteitsproducenten
die
elektriciteit
winnen
uit
afgeschreven centrales? Via het
Synatomfonds werd er in 2008 een
eerste bedrag van 250 miljoen
euro geïnd. Zal er in 2009 op
dezelfde wijze te werk worden
gegaan?
Anderzijds had u het over een
tweede bijdrage van 250 miljoen
euro voor een investeringsfonds
inzake energie. Weet u daar al iets
meer over?
12.03 Paul Magnette, ministre: Monsieur Tobback, monsieur Henry,
le gouvernement a prévu dans son budget 2009, deux mesures pour
renforcer la concurrence dans la production d'électricité et écrémer
les profits de monopole. Il est envisagé de prolonger, pour le budget
2009, le montant de 250 millions d'euros provenant d'une contribution
du secteur de l'énergie pour le budget 2008. Ensuite, la création d'un
fonds budgétaire devant servir aux investissements et dépenses dans
le domaine de l'énergie au sens large est prévue. Il s'agira de
mesures entrant dans les compétences fédérales dans le domaine de
l'économie d'énergie, notamment dans le cadre d'une coopération
public/privé.
Ce fonds sera alimenté de 250 millions d'euros provenant d'une
contribution complémentaire du secteur de l'énergie. Afin d'être
certain qu'il soit efficace, le gouvernement décidera, après examen
approfondi, quels investissements devront bénéficier d'une priorité.
Ces mesures sont envisagées dans le cadre du budget 2009. Il est
donc logique qu'elles soient élaborées au cours de l'année 2009.
12.03 Minister Paul Magnette:
De regering heeft in de begroting
2009
twee
maatregelen
ingeschreven om de concurrentie
in de elektriciteitsproductie te
versterken
en
de
monopoliewinsten af te romen.
Het is de bedoeling om in 2009 de
energiesector
opnieuw
een
bijdrage van 250 miljoen euro te
vragen. Daarnaast zijn we van
plan om een fonds op te richten
voor
de
financiering
van
investeringen en uitgaven met
betrekking
tot
federale
energiebesparende maatregelen,
in het bijzonder in het kader van
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
En tenant compte de tous les développements dans le secteur et
notamment des événements juridiques car certaines actions sont en
cours devant la Cour constitutionnelle, j'y travaille assidûment. Je ne
peux vous en dire plus à ce stade mais je ne manquerai pas de vous
tenir informés en temps utile.
een publiekprivate samenwerking.
Dat fonds zal gespijsd worden met
een aanvullende bijdrage van 250
miljoen euro van de energiesector.
Na een grondig onderzoek zal de
regering beslissen aan welke
investeringen de voorrang zal
worden gegeven.
Wat die maatregelen betreft,
houden we onder meer rekening
met de uitkomst van de gedingen
die bij het Grondwettelijk Hof
aanhangig zijn gemaakt.
12.04 Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer de minister, ik noteer dat het
grootste deel van uw antwoord bestaat uit het voorlezen van de
beleidsbrief. Dat hebben we natuurlijk al eens gehad. We hebben die
een aantal maanden geleden besproken in onze commissie.
Voor de rest is de conclusie dat de maatregel van 250 miljoen
afroming van monopoliewinsten voor het Arbitragehof ligt en dat we
met de 250 miljoen bestedingen aan energiebesparing nog nergens
zijn. Die zijn nog in Parijs en de regering heeft geen haast om daar
snel iets aan te gaan doen. Als u van plan bent om nog in 2009 die
250 miljoen te innen, laat staan er iets mee te doen in het kader van
dat fonds, dan wil ik u er toch op wijzen dat we stilaan halverwege
2009 zijn. Er komt een verkiezing aan en de premier heeft
aangekondigd dat er tussendoor niets gebeurt.
Ik neem aan dat het na de zomer uw voornaamste prioriteit zal
moeten zijn om iets te maken dat lijkt op een menselijke,
geloofwaardige begroting voor 2010. Als u nu nog altijd niet de minste
aanwijzing kunt geven over hoe dat fonds er zal uitzien, hoe de
structuur zal zijn, hoe u het geld zult incasseren en wat u er dan mee
zult doen, dan is mijn conclusie dat het praat voor de vaak is. Het is
een lege doos. Zoals het er nu naar uitziet, zal het zelfs nooit een
doos worden.
12.04 Bruno Tobback (sp.a): Je
constate que la majeure partie de
la réponse du ministre consiste en
la lecture à voix haute de la note
de politique générale, dont nous
avons pourtant déjà débattu.
Conclusion: 250 millions d'euros
d'écrémage des bénéfices n'ont
servi à rien et il en va de même
des
250
millions
d'euros
d'investissements dans l'économie
d'énergie. Le premier dossier a été
transmis à la Cour d'arbitrage, le
second à Paris. Le gouvernement
n'est manifestement pas pressé.
S'il souhaite percevoir ces 250
millions d'euros en 2009, il peut le
faire dans le cadre du fonds pour
les économies d'énergie, dont
nous
ignorons
toujours
la
structure.
12.05 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Madame la présidente, je suis
assez surpris du peu d'empressement du gouvernement à avancer
sur ces deux dossiers, surtout au vu de la situation budgétaire
extrêmement difficile. On sait aussi combien ces contributions restent
insuffisantes par rapport au montant des bénéfices réalisés. Vous
avez dit que le gouvernement envisageait de prolonger la mesure de
2008. Cela veut-il dire que ce n'est pas certain? J'ai cru comprendre
que c'était acquis.
12.05 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Het verbaast me dat de
regering helemaal niet gehaast lijkt
om werk te maken van die twee
dossiers, vooral in het licht van de
moeilijke begrotingssituatie. Het is
bekend dat die bijdragen erg
ontoereikend zijn, gelet op de
gerealiseerde winsten. Is het nog
niet zeker dat de maatregel van
2008 zal worden verlengd?
12.06 Paul Magnette, ministre: La mesure de 2008 sera prolongée.
12.06 Minister Paul Magnette:
De maatregel van 2008 zal worden
verlengd.
12.07 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): C'est plus clair!
Pour le reste, je partage les craintes de M. Tobback. Je suis surpris
12.07 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Het verwondert me ook
dat de regering nog geen
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
du fait que cette mesure se soit opérée fort tard en 2008 et j'espère
qu'elle arrivera plus tôt en 2009.
En ce qui concerne l'autre mécanisme, on ne peut improviser en cette
matière et je suis également surpris du fait que le gouvernement n'ait
pas encore de projet plus concret.
concretere plannen ter zake heeft.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "een Centrale voor
Kredieten aan Particulieren" (nr. 12718)
13 Question de M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "une Centrale des Crédits
13.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, naar aanleiding van een pleidooi van de
beroepsvereniging van het krediet om een echte schuldencentrale op
te richten, wil ik u graag een paar vragen stellen over de Centrale voor
kredieten aan particulieren. Deze Centrale verzamelt nu al een aantal
gegevens betreffende allerlei kredieten, maar dat is verre van
volledig. Daardoor kunnen consumenten die reeds een zwaar krediet
hebben opgenomen soms door de mazen van het net glippen en nog
bijkomend krediet opnemen, dat de consument al helemaal niet kan
terugbetalen en waardoor hij nog zwaarder in de financiële problemen
geraakt.
Mijnheer de minister, hoeveel bijkomende schuldenaars werden door
de Centrale voor kredieten aan particulieren geregistreerd? Heeft u
een idee van de evolutie van het aantal schuldenaars in de loop van
de jaren? Die cijfers mogen gerust op papier gegeven worden, u moet
ze niet noodzakelijk voorlezen.
Ten tweede, welke schulden of kredieten worden door de Centrale
voor kredieten aan particulieren geregistreerd? Misschien nog
belangrijker: welke kredieten worden niet geregistreerd door die
Centrale voor kredieten?
De derde vraag is tevens de fundamenteelste. Neemt de regering
binnen een redelijke termijn initiatieven om een echte
schuldencentrale op te richten, waar alle kredieten kunnen/moeten in
opgenomen worden? Zal men ervoor opteren om die Centrale voor
kredieten aan particulieren te hervormen en uit te breiden? Of komt er
iets volledig nieuws?
13.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): L'Union Professionnelle
du Crédit souhaite créer une
nouvelle centrale de dettes. Il
existe déjà une Centrale des
Crédits aux Particuliers, mais elle
ne rassemble pas suffisamment
de données pour éviter que
certains débiteurs passent entre
les mailles du filet et obtiennent un
crédit supplémentaire qu'il leur
sera impossible de rembourser.
Combien de débiteurs ont déjà été
enregistrés et comment le chiffre
a-t-il évolué au fil des années?
Quels types de crédits sont
enregistrés par la centrale et
lesquels ne le sont pas? Le
gouvernement compte-t-il prendre
des initiatives dans un délai
raisonnable
pour
créer
une
véritable centrale de dettes ou
envisage-t-il
de
réformer
la
centrale existante?
13.02 Minister Paul Magnette: (...) statistieken met betrekking tot
aanvullende bijkomende kredieten. De economische crisis brengt de
versterking van het verschijnsel van schuldenlast mee. De cijfers van
de Nationale Bank van België voor 2008 tonen dat de weerslag van
de financiële en economische crisis waargenomen kan worden
doorheen de stakingen van betaling die in stijgende lijn gaan en
waarvan de stijging voornamelijk is gebeurd gedurende het laatste
kwartaal van het jaar.
Einde 2008 telde de Centrale meer dan 344.000 ontleners met ten
minste één staking van betaling of een stijging van 1,5%. Sedert de
invoering van de positieve centrale stelde men een vermindering vast
van het aantal mensen met buitensporige schuldenlast. We stellen
13.02 Paul Magnette, ministre: Il
n'existe
pas
de
statistiques
concernant
les
crédits
supplémentaires.
D'après
la
Banque
nationale,
la
crise
exerce un impact incontestable: le
nombre
de
cessations
de
paiement
a
augmenté,
en
particulier au cours du dernier
trimestre 2008. 344.000 débiteurs
en cessation de paiement ont été
enregistrés, ce qui représente une
augmentation de 1,5%.
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
dus een omkering vast van deze tendens. De betalingsmoeilijkheden
betreffen voornamelijk de kredietopeningen en de termijnleningen, die
ongeveer 74% van de 114.000 nieuwe manklopende kredieten
uitmaken. De kredietopening blijft de enige vorm van krediet waarvoor
van het ene jaar op het andere het aantal stakingen van betaling in
stijgende lijn gaat.
De Centrale voor kredieten aan particulieren registreert alle
consumentenkredieten en hypothecaire kredieten die in België door
natuurlijke personen worden aangegaan. Het gaat ter zake om
kredieten die voor privédoeleinden worden aangegaan. De centrale
registreert eveneens de eventuele betalingsachterstanden die uit de
voornoemde kredieten voortvloeien en onrechtstreeks ook de
berichten van collectieve schuldenregeling. De personen die aan een
collectieve schuldenregeling zijn onderworpen, worden geregistreerd.
De omvang of het voorwerp van de schulden die binnen de regeling
zouden
vallen,
worden
echter
niet
geregistreerd.
De
telefonieschulden, de energieschulden en de fiscale schulden zijn dus
niet geregistreerd.
Een eventuele uitbreiding van de in de kredietcentrale geregistreerde
gegevens tot sommige andere dan kredietschulden, zoals telefonie- of
energieschulden, zit momenteel nog steeds in de studiefase. Ik heb
de Nationale Bank van België verzocht de haalbaarheid van
voornoemde uitbreiding na te gaan, rekeninghoudend met de
technische en financiële implicaties.
Gelet op het delicate karakter van mijn verzoek, wens ik op dit
ogenblik geen nadere uitspraken te doen, laat staan over een
mogelijke uitbreiding tot deze of andere schulden. Eens de
bijkomende gegevens beschikbaar zullen zijn, zal er grondig en
voorafgaand overleg binnen de regering moeten worden gepleegd
over de vraag of er wel een noodzaak tot uitbreiding is.
Laten wij echter duidelijk zijn. Het is onaanvaardbaar om, zoals
sommigen zouden wensen, een big brother van het krediet in te
stellen, met name een centraal bestand dat het mogelijk zou maken
het potentieel aan goede en slechte klanten te identificeren, waardoor
zij bijgevolg van de verbruikerswereld zouden worden uitgesloten. Een
dergelijk bestand kan enkel worden overwogen in het raam van een
versterking van de strijd tegen de overmatige schuldenlast.
Wel zal er ingevolge de omzetting van de nieuwe richtlijn op het
consumentenkrediet mogelijkerwijs een aanpassing of uitbreiding
komen van kredietovereenkomsten die momenteel niet onder de
bestaande Belgische wet maar wel onder de nieuwe richtlijn vallen en
derhalve onder de omzettingswet zullen vallen.
Depuis la mise en place de la
centrale, moins de personnes se
retrouvent avec un endettement
excessif.
Les
difficultés
de
paiement
concernent
principalement les ouvertures de
crédit et les prêts à tempérament
qui représentent environ 74% des
114.000 nouveaux crédits à
problèmes. L'ouverture de crédit
reste la seule forme de crédit pour
laquelle le nombre de défauts de
paiement continue d'augmenter.
La centrale enregistre tous les
crédits à la consommation et les
crédits hypothécaires consentis
aux personnes physiques et à des
fins privées, ainsi que les
éventuels arriérés et les avis de
règlement collectif de dettes. Cela
signifie qu'on connaît le nom de
toutes les personnes qui sont sous
règlement collectif de dettes, mais
qu'on ne connaît pas le montant ni
la composition de leurs dettes. On
étudie actuellement la possibilité
d'éventuellement
élargir
les
données
enregistrées.
Une
concertation approfondie sur la
nécessité de cet élargissement est
nécessaire
au
niveau
du
gouvernement. Nous ne voulons
toutefois pas instaurer de "big
brother" du crédit qui identifierait
les bons et les mauvais clients et
exclurait ces derniers du secteur
de
la
consommation.
Cet
élargissement
ne
peut
être
envisagé que dans le cadre d'un
renforcement de la lutte contre
l'endettement excessif.
La transposition d'une nouvelle
directive sur le crédit à la
consommation entraînera toutefois
une
adaptation
ou
un
élargissement des contrats de
crédit qui ne tombent pas pour
l'instant
dans
le
champ
d'application de la loi belge mais
bien dans celui de la nouvelle
directive et donc dans celui de sa
loi de transposition.
13.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw duidelijke antwoord, hoewel heel wat in de schaduw blijft.
13.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Personne ne veut de
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
De Nationale Bank van België moet nog een en ander aftoetsen,
onder meer op de haalbaarheid.
U antwoordt dat u niet naar big brother-toestanden wil evolueren.
Niemand wil naar big brother-toestanden evolueren. Laat daarover
geen onduidelijkheid bestaan.
Mijnheer de minister, door de financiële en economische crisis is,
zoals u zelf hebt opgemerkt, het aantal stakers van betaling echter
fors toegenomen. Ook dat wil niemand. Indien er kredieten worden
aangegaan, is het de bedoeling dat zij worden afgelost, ingelost en
betaald en dat wie de koop doet, ook in het bezit komt en eigenaar
wordt van wat hij heeft gekocht.
Als er kredieten worden afgesloten, is het de bedoeling dat ze ook
worden afgelost en dat degene die de koop doet inderdaad in het
bezit komt van wat hij heeft gekocht. Iedereen heeft er belang bij dat
de kredieten binnen de bepaalde termijnen worden afbetaald. Ik durf
ervoor te pleiten om het aantal voorwaarden te verscherpen.
Ik heb geen antwoord gekregen op de vraag binnen welke termijn u
denkt dat de regering met een initiatief zal komen. Ik blijf daar wat op
mijn honger zitten. Ik hoop dat wij binnen niet al te lange tijd een
initiatief in de commissie mogen ontvangen.
situation du type "big brother"
mais, la crise aidant, le nombre de
défauts de paiement ne cesse
d'augmenter, ce que personne ne
veut non plus. Celui qui emprunte
doit rembourser et celui qui achète
doit pouvoir disposer du bien qu'il
a acheté. Nous sommes en faveur
d'un renforcement des conditions
du crédit. Dans quel délai le
gouvernement compte-t-il prendre
des initiatives?
De voorzitter: Hopen staat vrij, maar of dat wordt ingelost?
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de M. Philippe Henry au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le financement urgent de
l'Institut National des Radioéléments (IRE)" (n° 12722)
14 Vraag van de heer Philippe Henry aan de minister van Klimaat en Energie over "de dringende
financiering van het Nationaal Instituut voor Radio-elementen (IRE)" (nr. 12722)
Voorzitter: Peter Logghe.
Président: Peter Logghe.
14.01 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, j'ai
appris par communiqué de presse du Conseil des ministres du 20
février qu'une avance récupérable de 4.500.000 euros a été accordée
à l'IRE. Cette mesure permettrait de réaliser immédiatement des
investissements de modernisation auxquels l'IRE s'est engagé. Il
s'agirait d'une solution transitoire en attendant de finaliser les
modalités de l'augmentation de capital de 9.621.000 euros décidée
dans le cadre du budget 2009.
J'ai par la suite appris qu'il y avait eu une concertation entre le
ministre de l'Intérieur et vous-même et que le Conseil des ministres
du 13 mars avait ajouté une notification "annule et remplace" à ce
dossier. N'ayant pu obtenir plus d'informations sur cette notification,
j'aurais voulu avoir quelques précisions.
Le financement de 4.500.000 euros est-il maintenu? Sur quoi porte-t-
il? Sur quels points portait votre concertation avec le ministre de
l'Intérieur? Quelles modifications la notification du 13 mars a-t-elle
apportées? Quand seront finalisées les modalités de l'augmentation
de capital décidée dans le cadre du budget 2009? Quel est le
14.01 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): In het persbericht van de
Ministerraad van 20 februari stond
te
lezen
dat
er
een
terugvorderbaar voorschot van
4.500.000 euro was toegekend
aan het IRE. Er werd meegedeeld
dat het om een voorlopige
oplossing gaat, in afwachting van
de
kapitaalverhoging
van
9.621.000 euro waartoe beslist
werd tijdens de begrotingsopmaak
2009. De ministerraad van 13
maart zou daaraan een notificatie
toegevoegd
hebben
die
dat
dossier opheft en vervangt.
Wordt
de
financiering
van
4.500.000 euro gehandhaafd en
zo
ja,
waarop
heeft
die
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
calendrier de mise en oeuvre de ce financement pour les installations
de l'IRE?
betrekking?
Welke
punten
besprak u met de minister van
Binnenlandse
Zaken?
Welke
wijzigingen
werden
via
de
notificatie
van
13
maart
aangebracht? Wanneer zal de
laatste hand gelegd worden aan
de
modaliteiten
van
de
kapitaalverhoging waartoe beslist
werd tijdens de begrotingsopmaak
2009? Welk tijdpad werd er
vastgelegd voor die financiering?
14.02 Paul Magnette, ministre: Merci monsieur Henry. Je vous
confirme que le financement urgent de 4.500.000 euros est maintenu.
Il est repris dans l'ajustement du budget de l'année 2009 sous forme
d'avance récupérable. Cet ajustement doit encore être voté au
Parlement.
Le financement urgent doit permettre à l'IRE de réaliser une première
phase des investissements rendus nécessaires suite à l'incident
d'août 2008 et exigés par ailleurs par l'Agence fédérale de contrôle
nucléaire (AFCN). La première phase d'investissements peut être
résumée comme suit.
- D'abord, des modifications techniques des cellules de production
pour assurer le transfert des laboratoires CMO. Ces travaux ont
commencé en mars 2009.
- Ensuite, des travaux de "re-engineering" de la ventilation, dont le
cahier des charges est en cours d'élaboration.
- Une modification des alimentations électriques.
- Un système de collecte des effluents liquides dont l'étude a été
confiée aux experts du SCK/CEN (Centre d'étude de l'énergie
nucléaire).
- Divers autres investissements directement liés à l'incident d'août
2008, notamment des frais d'expertise, de consultance, des charges
extraordinaires.
Lors de sa décision de financement urgent de l'IRE, le Conseil des
ministres a pris la décision suivante: "Il est clairement convenu qu'en
cas d'investissement, une confirmation écrite, préalable et claire
devra être donnée par l'Agence fédérale de contrôle nucléaire que les
investissements proposés satisfont aux normes en matière de
protection physique. Sans l'approbation de l'AFCN et du ministre de
tutelle concerné, aucun investissement pouvant mener à une
augmentation de production ne sera permis."
C'est sur ce point que portait la concertation entre mon collègue de
l'Intérieur et moi-même. Ce point n'avait donc pas d'impact direct sur
le financement urgent de l'IRE. Après concertation, la décision que je
viens de citer a été modifiée comme suit: "Étant donné que la solution
définitive pour le financement de l'IRE, c'est-à-dire l'apport en capital,
ne sera pas mise en place avant l'approbation de la modification de la
loi et des arrêtés royaux relatifs à la protection physique, les actions
en matière de protection physique devront de toute façon satisfaire à
cette réglementation."
La modification de la loi et les arrêtés relatifs à la protection physique
seront adoptés en tenant compte d'un calendrier de mise en oeuvre
14.02 Minister Paul Magnette:
De dringende financiering van 4,5
miljoen euro wordt gehandhaafd
en
is
opgenomen
in
de
aanpassing van de begroting voor
het begrotingsjaar 2009 in de vorm
van
een
terugvorderbaar
voorschot. Daarover moet nog
gestemd worden in het Parlement.
De dringende financiering moet
het IRE in staat stellen om een
eerste reeks investeringen te doen
die noodzakelijk zijn gebleken na
het incident dat zich in augustus
2008 voordeed en die door het
Federaal
Agentschap
voor
Nucleaire Controle (FANC) worden
geëist.
In
de
beslissing
van
de
ministerraad stond dat er duidelijk
overeengekomen
is
dat
het
Federaal
Agentschap
voor
Nucleaire Controle in geval van
een
investering
schriftelijk,
voorafgaand en duidelijk moet
bevestigen dat de voorgestelde
investeringen beantwoorden aan
de
normen
inzake
fysieke
bescherming.
Zonder
de
goedkeuring van het FANC en de
betrokken
toezichthoudende
minister zal er geen enkele
investering worden toegestaan die
tot een productieverhoging zou
kunnen leiden. Daarover hebben
mijn collega van Binnenlandse
Zaken en ikzelf overleg gepleegd.
Na overleg werd die beslissing
gewijzigd in de zin dat de
definitieve
oplossing
met
betrekking tot de financiering van
het
IRE,
te
weten
een
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
financièrement tenable pour les installations concernées dont le
ministre de l'Énergie et le ministre pour l'Entreprise et la Simplification
ont la tutelle.
L'IRE est actuellement occupée à mener des négociations avec la
Société fédérale de participation pour obtenir un apport en capital de
9,6 millions d'euros dans une filiale à créer par l'institut. Ces
négociations prendront un certain temps, mais en tout cas, l'IRE doit
rembourser l'avance récupérable avant la fin de l'année 2009. Si
l'apport en capital n'a pas réussi avant cette date, il est prévu que
l'IRE obtienne un prêt bancaire pour le même montant avec garantie
de l'État.
Les investissements à financer soit par l'accord en capital soit par le
prêt bancaire doivent être réalisés dans le courant de l'année 2009.
kapitaalverhoging, niet zal worden
doorgevoerd vóór de goedkeuring
van de wijziging van de wet en de
koninklijke besluiten betreffende
de fysieke bescherming en dat de
acties
inzake
de
fysieke
bescherming bijgevolg in ieder
geval zullen moeten beantwoorden
aan die regelgeving.
Die
wijzigingen
zullen
goedgekeurd worden rekening
houdend met een financieel
houdbaar tijdschema voor de
tenuitvoerlegging.
Het IRE overhandelt momenteel
met
de
Federale
Participatiemaatschappij om een
kapitaalinbreng van 9,6 miljard
euro te verkrijgen. Het IRE moet
het terugvorderbare voorschot
terugbetalen vóór eind 2009.
Mocht de kapitaalinbreng tegen
dan niet geconcretiseerd zijn, dan
zal het IRE een lening met
staatswaarborg kunnen krijgen ten
belope van hetzelfde bedrag.
14.03 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour cette précision. Il est nécessaire de faire la clarté sur
ces dossiers sensibles, surtout depuis les incidents récents. Le
calendrier des investissements est évidemment important. Je prends
bonne note des différents points que vous avez abordés. Je suppose
que nous aurons l'occasion d'en débattre à nouveau dans le cadre de
l'ajustement budgétaire.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "de
promotiecampagne van het Belgisch Nucleair Forum" (nr. 12727)
15 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la campagne de
15.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
wij hebben in onze commissie al op 17 februari 2009 met
verschillende
collega's
uitgebreid
gediscussieerd
over
de
promotiecampagne van het Belgisch Nucleair Forum. Volgens uw
eigen woorden ging het zeker niet om een neutrale, informatieve
campagne maar veeleer om propaganda pro kernenergie.
Op het moment van die vergadering was er nog geen informatie over
de deelname van Belgoprocess aan die campagne. U hebt toen wel
heel duidelijk gezegd dat er een probleem was inzake de deelname
van Belgoprocess aan de campagne, gelet op het belang en de
noodzaak van neutraliteit en onafhankelijkheid voor het NIRAS, zeker
gezien de afvalconsultatie die het wil organiseren.
15.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Le ministre a
déclaré en commission que la
campagne
promotionnelle
du
Forum Nucléaire Belge (FNB) était
une campagne de propagande en
faveur de l'énergie nucléaire et
que
la
participation
de
Belgoprocess
(BP)
à
cette
campagne poserait problème. Or
BP y a participé.
Dans quelle mesure BP participe-
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
Ten eerste, wat is de bijdrage van Belgoprocess aan de campagne
van het Belgisch Nucleair Forum?
Ten tweede, wat is het standpunt van Belgoprocess over zijn
deelname aan de campagne en wat is de mening van het NIRAS ter
zake?
Ten derde, welke stappen hebt u sinds februari ondernomen inzake
de deelname van publieke instellingen of overheidsinstellingen aan de
campagne?
Ten vierde, zullen die instellingen niet deelnemen aan eventuele
volgende edities van de campagne?
Ten vijfde, zult u vragen dat die instellingen zich terugtrekken uit de
campagne, en desgevallend uit het Belgisch Nucleair Forum?
Ten zesde en ten slotte, zult u dat nadrukkelijk eisen van
Belgoprocess, gezien uw eigen verklaringen in de commissie op
17 februari 2009 en gezien het feit dat het NIRAS onafhankelijk en
neutraal moet zijn?
t-il au FNB? Qu'en pense
l'ONDRAF? De quelle nature a été
l'intervention du ministre dans ce
dossier ? Les organismes publics
ne seront-ils plus autorisés à
prendre part à cette campagne?
Le ministre demandera-t-il à ces
organismes de se retirer du FNB ?
Exigera-t-il de BP qu'elle s'en
retire?
15.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw Van der Straeten, als lid van
het Belgisch Nucleair Forum heeft Belgoprocess een jaarlijks
lidmaatschap van 3.800 euro betaald. Tevens heeft de firma een
eenmalige bijdrage van 100.000 euro betaald aan de campagne van
het Belgisch Nucleair Forum. Die betaling gebeurde in 2008 op
beslissing van de toenmalige directeur. De bijdragen zijn betaald met
de winsten van de firma uit haar commerciële activiteiten. Openbare
middelen werden hiervoor niet gebruikt.
Met het oog op het behoud van een neutrale positie in het
maatschappelijk debat over radioactief afval heeft de raad van
bestuur van Belgoprocess beslist geen lid meer te blijven van het
Belgisch Nucleair Forum. De beslissing werd gesteund door de leden
die het NIRAS vertegenwoordigen in de raad van bestuur van de
firma.
Aan de firma Belgoprocess heb ik een brief gericht met de vraag om
inlichtingen, en ook met de vraag of zij de campagne en haar
deelname aan het Forum verenigbaar acht met haar maatschappelijk
doel. Dat heeft aanleiding gegeven tot de daarnet vermelde beslissing
van de raad van bestuur. Belgoprocess zal dus geen lid meer zijn van
het Forum.
Aan het IRE en aan het SCK heb ik gevraagd uit het Forum te
stappen. Bovendien heb ik er bij de regeringscommissaris op
aangedrongen erop toe te zien dat het punt op de agenda van de raad
van bestuur gezet wordt.
De rol van de regeringscommissaris is wel beperkt tot de controle van
de instellingen. Hij heeft slechts een raadgevende stem.
Het centrum heeft geantwoord dat het over een groot deel eigen
inkomsten naast de dotatie beschikt, waarmee het zijn deelname aan
het Belgisch Nucleair Forum en aan de campagne kan betalen.
15.02 Paul Magnette, ministre:
En tant que membre du FNB,
Belgoprocess a payé une année
d'affiliation, ce qui équivaut à une
somme de 3.800 euros. En outre,
BP a acquitté une contribution
unique de 100.000 euros à la
campagne de promotion du FNB.
Ces sommes provenaient de
profits tirés de ses activités
commerciales.
BP a décidé de mettre fin à son
affiliation afin de pouvoir conserver
sa neutralité dans ce débat de
société. Les représentants de
l'ONDRAF
au
conseil
d'administration ont apporté leur
soutien à cette décision qui a fait
suite à un courrier dans lequel je
m'informais de la compatibilité
entre l'affiliation de BP au FNB et
sa raison sociale.
J'ai demandé à l'IRE et au CEN de
se retirer du Forum. En outre, j'ai
demandé
instamment
au
commissaire du gouvernement
d'inscrire ce point à l'ordre du jour
du
conseil
d'administration
quoiqu'il ne puisse faire entendre
qu'une voix consultative. Le centre
a répondu qu'il disposait, pour une
bonne part, de recettes propres en
sus de la dotation, recettes qui lui
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
Belgoprocess en het IRE zullen niet meer deelnemen aan eventuele
volgende edities van de campagne. Belgoprocess stapt zelfs uit het
Forum en zal volgend jaar zijn contributie niet meer betalen. Het SCK-
CEN zal nog wel aan de campagne deelnemen, maar binnen de
beperkingen die ik zonet heb geschetst.
permettent
de
financer
sa
participation au FNB et à sa
campagne promotionnelle.
Belgoprocess
et
l'IRE
ne
participeront plus à d'éventuelles
nouvelles
éditions
de
cette
campagne.
Certes,
le
CEN
prendra part à cette campagne-ci
mais dans un cadre strictement
défini.
15.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
ik wil u bedanken voor de krachtdadige opvolging van uw uitspraken
in de commissie van 17 februari. Toen hebt u inderdaad die belofte
gedaan. Ik ben heel blij vandaag te kunnen vaststellen dat uw belofte
van toen vandaag geen belofte meer is, maar een feit.
Het is heel belangrijk dat Belgoprocess daar inderdaad is uitgetreden.
Ik hoop dat u, maar ik twijfel daaraan niet, verder zult volgen dat die
afspraken van Belgoprocess effectief gehonoreerd worden.
15.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
Je
tiens
à
remercier le ministre pour son
intervention vigoureuse. Il a tenu
sa
promesse
puisque
Belgoprocess s'est retirée. Je ne
doute pas que le ministre veillera
également à ce que les accords
conclus soient respectés.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "de stand
van zaken met betrekking tot de standaardfactuur" (nr. 12728)
16 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'état
d'avancement du modèle type de facture" (n° 12728)
16.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, rond de standaardfactuur is vorig jaar
eigenlijk heel wat te doen geweest. Ik was benieuwd naar een stand
van zaken. Ik heb eigenlijk vastgesteld dat het bijzonder moeilijk is om
daarover enige informatie terug te vinden.
Op 11 juni 2008 werd de vrijwillige gedragscode ondertekend met een
aantal energieleveranciers, met betrekking tot die standaardfactuur.
Daartoe werd het akkoord "De consument in de vrijgemaakt
elektriciteits- en gasmarkt" aangevuld. Volgens de informatie die ik
heb, moesten de bepalingen uiterlijk tegen 15 december 2008 van
toepassing zijn.
Mijn vragen zijn de volgende. Door wie werd deze aanvulling
uiteindelijk ondertekend? Als er nieuwe energieleveranciers actief
worden op de Belgische markt, worden zij dan uitgenodigd om die
gedragscode te ondertekenen of hoe worden zij betrokken bij die
gedragscode? Zijn de bepalingen door de ondertekenaars
uitgevoerd? Door wie wel en door wie niet? Welke aspecten wel en
welke aspecten niet? Wie controleert dit? Ten slotte, hoeveel klachten
zijn er in 2008 ingediend bij de FOD Economie betreffende
onduidelijke facturen?
16.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Le 11 juin 2008,
un certain nombre de fournisseurs
ont signé le code de conduite
volontaire relatif au modèle type
de facture. À cette fin, a été
complété un accord existant dont
toutes les dispositions devaient
être d'application avant la mi-
décembre 2008 au plus tard.
Qui sont les signataires de ce
complément? Ce code sera-t-il
également soumis aux nouveaux
fournisseurs? Tous les signataires
en ont-ils exécuté les dispositions?
Qui exerce le contrôle à cet
égard? Combien de réclamations
ayant
trait
à
des
factures
manquant de clarté le SPF
Économie
a-t-il
reçues
l'an
dernier?
16.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, zoals het
akkoord "De consument in de vrijgemaakte elektriciteits- en
gasmarkt" zelf werd de tweede aanvulling eveneens door de volgende
energieleveranciers ondertekend: Belpower (afdeling van Reibel),
Ebem, Ecopower, Electrabel, Essent Belgium, Lampiris, Nuon
16.02 Paul Magnette, ministre:
Comme l'accord proprement dit, le
second complément a été signé
par Belpower, Ebem, Ecopower,
Electrabel,
Essent
Belgium,
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
Belgium, SPE en Wase Wind.
Volgens mij zal een nieuwe leverancier, die actief wordt op de
energiemarkt en die zich tot de consument richt, zelf het initiatief
nemen om zich aan te sluiten bij de gedragsregels die de andere
leveranciers zijn aangegaan. Mocht dit niet zo zijn dan zal het initiatief
worden genomen (...) (geluidsprobleem)
Zoals u zelf aangeeft, moesten de bepalingen van de tweede
aanvulling die op de factuuropmaak slaan, tegen half december 2008
zijn geïmplementeerd. De administratie heeft zojuist een verslag
gefinaliseerd waarin de stand van zaken werd opgemaakt. Globaal
kan worden gesteld dat de nieuwe regels goed werden uitgevoerd,
maar hier en daar zijn er nog enkele fouten of onvolledigheden
gedetecteerd.
De betrokken leveranciers zullen hier kortelings op worden
aangesproken. De algemene directie Controle en Bemiddeling is
belast met het toezicht op de naleving van de regels die in de
gedragscode zijn aangegaan. In geval van niet-naleving kunnen de
vaststellingen
en vervolgingen conform
de wet op de
handelspraktijken gebeuren. In 2008 hebben mijn diensten 4.129
nieuwe klachten ontvangen wat betreft energie. 38% van deze
klachten hadden betrekking op de facturatie. Er bestaan echter geen
cijfers met betrekking tot het aantal klachten over duidelijkheid van
facturen.
Lampiris, Nuon Belgium, SPE et
Wase Wind.
À mon avis, les nouveaux
fournisseurs
prendront
eux-
mêmes l'initiative de souscrire aux
règles de conduite que les autres
fournisseurs ont signées. Sinon,
nous ne manquerions pas d'attirer
leur attention sur le prescrit du
code de conduite.
Il devait être fait application des
dispositions
du
second
complément relatif à la confection
de la facture avant la mi-décembre
2008. L'administration vient de
préparer un rapport dans lequel
elle constate que les dispositions
du code de conduite ont en
général
été
bien
exécutées
exception faite de certaines
erreurs et lacunes.
La direction générale Contrôle et
Médiation contrôle le respect des
règles du code de conduite et les
fournisseurs seront sous peu
contrôlés et le cas échéant
sanctionnés.
En 2008, mes services ont reçu
4.129 nouvelles réclamations en
matière d'énergie. 38% d'entre
elles avaient trait à la facturation,
ce qui ne signifie pas qu'elles
portaient toutes sur un manque de
clarté.
16.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
ik ben eigenlijk wel geïnteresseerd in dat verslag. Kan het aan de
commissie bezorgd worden? Het frappeert mij dat de bepalingen
goed zouden zijn uitgevoerd want mijn energiefactuur is niet
veranderd. Ik heb het gevraagd aan mensen uit mijn omgeving die
een andere leverancier hebben, maar bij hen is er ook niets
veranderd. Daarom was mijn vraag of er überhaupt wel een
standaardfactuur is. Ik hoor nu van u dat het goed is uitgevoerd en ik
ben dus zeer geïnteresseerd in dat verslag.
We moeten toch tot de vaststelling komen dat zo'n los-vaste of
vrijwillige code die naargelang van wordt ondertekend, misschien niet
de goede weg is. Misschien moeten we nagaan of dat niet wettelijk
moet worden opgelegd, ook wat de vorm van de factuur betreft, zodat
de factuur duidelijk is. Als ik hoor dat er toch nog zoveel klachten zijn
en dat 38% - toch meer dan een derde betrekking heeft op de
facturen denk ik niet dat we kunnen stellen dat die vrijwillige
gedragscode per definitie leidt tot goede resultaten. Misschien was dit
toen nog niet helemaal in voege, we zullen dat volgend jaar zien. We
16.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
Le
ministre
pourrait-il me faire parvenir une
copie de ce
rapport?
Les
dispositions du code de conduite
auraient été bien exécutées mais
personnellement, je ne trouve
nulle trace d'un quelconque
changement sur ma facture. Dès
lors, un code volontaire n'est peut-
être pas la bonne stratégie et nous
devrions peut-être imposer les
modalités de confection des
factures d'énergie, entre autres
pour ce qui est de la forme.
Il importe d'assurer un suivi
rapproché de ce dossier. Si un
médiateur est nommé, il fera sans
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
moeten dit zeer goed opvolgen. Waarschijnlijk zal de ombudsman, als
die er ooit komt, daaromtrent ook enige suggesties hebben. Dat hoop
ik althans.
doute des suggestions concernant
cet aspect.
De voorzitter: Mijnheer de minister, het zou misschien nuttig zijn als alle leden van de commissie dat
zouden kunnen krijgen.
16.04 Paul Magnette, ministre: Monsieur le président, je le
demanderai à l'administration, mais il n'y a aucune raison que cela
soit confidentiel.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
17 Question de M. Philippe Henry au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le blocage des tarifs de
17 Vraag van de heer Philippe Henry aan de minister van Klimaat en Energie over "de blokkering van
de tarieven voor de distributie van elektriciteit" (nr. 12863)
17.01 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le ministre, nous avons déjà eu longuement et à maintes
reprises l'occasion de discuter des tarifs de distribution d'électricité
2009, qui ne sont pas entrés en vigueur à la suite du désaccord entre
certains gestionnaires de réseau (GRD) et la CREG, puis entre vous-
même et la CREG. Cette situation est évidemment problématique et
ne peut durer éternellement.
Un des problèmes résultant de ce blocage est l'impossibilité d'intégrer
les nouvelles obligations de service public adoptées par les Régions,
même si elles ne sont pas contestées. Elles ne peuvent forcément
pas s'appliquer puisqu'elles devraient être intégrées dans les
nouveaux tarifs à partir de 2009. Ces non-recettes sont perdues
définitivement pour les GRD dans la mesure où il n'y aura pas d'effet
rétroactif au 1
er
janvier 2009.
Étant donné cette situation, l'Union des villes et communes de
Wallonie (UVCW) avait proposé qu'à titre transitoire, le coût de
l'éclairage public soit ajouté aux tarifs 2008 dans l'attente d'un
règlement définitif du conflit au fond. Par ailleurs, certains GRD
envisageraient de facturer l'éclairage public aux communes,
contrairement au prescrit du législateur wallon, arguant du fait qu'ils
ne peuvent le répercuter dans les tarifs.
Monsieur le ministre, quelle issue entrevoyez-vous au blocage actuel
des tarifs?
La solution proposée par l'UVCW concernant l'éclairage public vous
paraît-elle praticable? Auquel cas qui pourrait en prendre l'initiative?
Si une telle hypothèse est envisagée, ne faut-il pas plutôt prendre en
compte l'ensemble des nouvelles obligations de service public? Dans
le cas contraire, d'autres possibilités de tarifs transitoires seraient-
elles envisageables?
Est-il admissible pour les GRD de répercuter le coût de l'éclairage
public dans la facture des communes dans l'attente de l'entrée en
vigueur des nouveaux tarifs alors que c'est contraire à la législation
wallonne?
17.01 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): Wij hebben al meermaals
de gelegenheid gehad om over de
tarieven voor de distributie van
elektriciteit met betrekking tot 2009
te discussiëren. Die tarieven zijn
immers niet in voege getreden
door een onenigheid tussen
bepaalde distributienetbeheerders
(DNB's) en de CREG, en
vervolgens tussen uzelf en de
CREG. Gelet op deze situatie had
de Union des villes et communes
de Wallonie (UVCW) bij wijze van
overgangsmaatregel voorgesteld
de kosten van de openbare
verlichting toe te voegen aan de
tarieven voor 2008 in afwachting
van een definitieve beslechting
van het geschil. Daarenboven
zouden
bepaalde
DNB's
overwegen de gemeenten te laten
betalen
voor
de
openbare
verlichting, hetgeen niet strookt
met de wil van de Waalse
wetgever, zolang zij die kosten niet
kunnen
doorrekenen
in
de
tarieven.
Op welke manier kan er volgens u
een einde worden gemaakt aan de
huidige
blokkering
van
de
tarieven? Bent u van mening dat
de door de UVCW voorgestelde
oplossing realiseerbaar is? Wie
zou daartoe het initiatief kunnen
nemen? Zou het niet te verkiezen
zijn, ingeval die hypothese in
overweging wordt genomen, het
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
geheel
van
de
nieuwe
verplichtingen in het kader van de
openbare
dienstverlening
in
aanmerking te nemen? Kunnen in
het tegenovergesteld geval andere
mogelijkheden met betrekking tot
overgangstarieven
in
het
vooruitzicht worden gesteld? Is het
aanvaardbaar dat de DNB's de
kosten van de openbare verlichting
doorrekenen in de factuur van de
gemeenten terwijl dit in strijd is
met de Waalse wetgeving?
17.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur Henry, en vue de
débloquer la situation, la CREG m'a informé qu'elle a invité, par
courrier daté du 2 mars 2009, l'ensemble des GRD à introduire un
dossier d'information tarifaire sur base d'un modèle de rapport établi
en concertation avec les GRD. La CREG a reçu plusieurs dossiers
flamands de GRD et est en attente des autres. Elle m'a garanti qu'elle
traitera de manière diligente les dossiers d'information tarifaire qui lui
seront transmis.
Il faut garder à l'esprit que l'arrêté royal tarifaire du 2 septembre 2008
prévoit une procédure précise d'approbation des tarifs devant être
respectée par la CREG et les GRD. Cette procédure suit son cours. Il
faut rappeler que la CREG a imposé des tarifs provisoires fixés à leur
niveau de 2008 sur base de l'article 17 alinéa 7 de cet arrêté royal.
Celui-ci précise: "Les tarifs provisoires sont d'application jusqu'à ce
que toutes les objections du gestionnaire de réseau ou de la
Commission soient épuisées ou qu'un accord soit trouvé entre la
Commission et le gestionnaire du réseau sur les points litigieux".
La CREG a pris le parti d'essayer de mettre en application la
deuxième branche de l'alternative prévue par l'article 17 alinéa 7 de
l'arrêté royal précité et vise à atteindre un accord avec les GRD sur
l'ensemble des points litigieux. Dans cette perspective, le débat doit
porter sur l'ensemble de ces points et ne peut se limiter aux coûts des
obligations de service public et en particulier à celui relatif à l'éclairage
public. L'introduction de nouveaux dossiers tarifaires par les GRD
peut mener à l'approbation par la CREG de nouveaux tarifs,
éventuellement pluriannuels.
En revanche, il ne m'appartient pas de prendre position sur votre
dernière question. L'admissibilité ou non de la mesure envisagée par
certains GRD en matière de facturation de l'éclairage public aux
communes relève de l'appréciation exclusive des gouvernements
régionaux.
17.02 Minister Paul Magnette:
De CREG heeft me laten weten
dat ze alle DNB's heeft verzocht
op basis van een modelrapport dat
in samenspraak met de DNB's
werd
opgesteld,
een
tariefgegevensdossier in te dienen
met het oog op de deblokkering
van de situatie.
Het koninklijk besluit van 2
september 2008 betreffende de
tarieven voorziet in een precieze
procedure voor de goedkeuring
van de tarieven, die de CREG en
de DNB's moeten naleven. Die
procedure is nog aan de gang. De
CREG heeft voorlopige tarieven
opgelegd volgens het tariefniveau
van 2008, op grond van artikel 17,
§ 7 van voornoemd koninklijk
besluit. Die bepaling luidt: "De
voorlopige tarieven zijn van kracht
tot alle rechtsmiddelen van de
netbeheerder of van de commissie
zijn uitgeput of totdat over de
twistpunten tussen de commissie
en de netbeheerder een akkoord
wordt bereikt."
De CREG heeft ervoor gekozen
het tweede lid van de in het
voornoemde
artikel
bepaalde
mogelijkheid
te
proberen
uitvoeren, en streeft naar een
akkoord met de DNB's over alle
twistpunten. In dat opzicht moet er
over
alle
punten
worden
gedebatteerd, en niet alleen over
de
kosten
voor
de
openbaredienstverplichtingen, met
name voor de straatverlichting.
Wanneer
de
DNB's
nieuwe
tariefvoorstellen indienen, zou de
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
CREG
nieuwe
tarieven,
die
eventueel
verscheidene
jaren
geldig zouden blijven, kunnen
goedkeuren.
Wat uw laatste vraag betreft, moet
u
zich
wenden
tot
de
gewestregeringen.
17.03 Philippe Henry (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour l'énumération des faits concernant les procédures en
cours. Mais je constate que nous sommes dans une situation
bloquée. Je ne puis qu'espérer qu'un accord aboutisse rapidement
mais je n'en suis pas certain. Les positions des uns et des autres
semblent difficiles à concilier. Vous avez dit qu'il y avait une
procédure précise à suivre. Vous avez vous-même mis un pied dans
cette procédure au moment où vous avez voulu modifier et publier la
proposition de la CREG. C'est suite à cela aussi que nous sommes
dans cette situation.
C'est ennuyeux qu'on ne puisse pas trouver de solution transitoire et
j'espère qu'on trouvera une solution définitive le plus vite possible.
Cette situation traduit une difficulté dans la manière d'organiser la
régulation, le cahier des charges précis de la CREG qui est mis en
cause dans son application par les GRD et par vous-même. Il faudra
en rediscuter. Je vous rappelle que nous avons déjà débattu du
cahier des charges précis de la CREG. On ne peut contester les
décisions ou les interprétations de la CREG qu'à partir du moment où
il existe une marge d'interprétation dans l'utilisation du cahier des
charges. Je vous invite à réexaminer cette proposition pour
déterminer comment éviter que cela se reproduise à l'avenir.
17.03 Philippe Henry (Ecolo-
Groen!): De situatie zit dus vast. Ik
kan slechts hopen dat er snel een
akkoord wordt gesloten, maar
zeker ben ik daar niet van. U zei
dat er een precieze procedure
moet worden gevolgd. U hebt die
procedure doorkruist toen u het
voorstel van de CREG wilde
aanpassen en publiceren. Mede
daardoor zijn we in die situatie
terechtgekomen.
Het is vervelend dat er geen
overgangsoplossing kan worden
gevonden en ik hoop dat er zo
vlug mogelijk een definitieve
oplossing komt. Uit de huidige
situatie blijkt dat er moeilijkheden
zijn met betrekking tot het precieze
lastenboek van de CREG. Dit zal
opnieuw
moeten
worden
besproken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
18 Question de M. Maxime Prévot au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le projet d'étude sur les
perspectives d'approvisionnement en électricité 2008-2017" (n° 12887)
18 Vraag van de heer Maxime Prévot aan de minister van Klimaat en Energie over "het studieproject
betreffende de perspectieven inzake elektriciteitsvoorziening voor de periode 2008-2017" (nr. 12887)
18.01 Maxime Prévot (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, il apparaît que l'étude relative aux perspectives
d'approvisionnement en électricité 2008-2017 aurait dû être finalisée
en décembre 2007. Cependant, la CREG n'a reçu la demande d'avis
qu'au début de l'année 2009 et cette étude ne devrait pas être
finalisée avant la fin de l'année 2009.
Par ailleurs, les données utilisées dans cette étude datent de 2006 et
ces données ne sont pas toujours d'actualité au vu de l'adoption du
paquet Énergie/Climat. En effet, il est prévu qu'en 2020, la Belgique
réduise ses émissions de gaz à effet de serre dans le secteur faisant
partie du système d'échange de quotas d'émissions, dans les
secteurs 'non-ETS' (Emission Trading System) (objectif de -15% par
rapport à 2005) et utilise des énergies renouvelables à concurrence
de 13% de la consommation finale d'énergie.
Monsieur le ministre, comment expliquez-vous ces deux années de
18.01 Maxime Prévot (cdH): Hoe
komt het dat de studie betreffende
de
perspectieven
inzake
elektriciteitsvoorziening
2008-
2017, die al in 2007 klaar moest
zijn, nog niet is afgerond?
Zal de studie niet achterhaald zijn
nog vóór ze wordt bekendgemaakt
doordat ze op gegevens van 2006
is gestoeld?
Moeten de resultaten van die
studie niet worden gecorreleerd
met de resultaten van de Working
Paper 21-08 van het Federaal
Planbureau, teneinde rekening te
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
retard? Elles ne vous sont certes pas imputables, mais des
explications doivent pouvoir être données.
L'utilisation de données datant de 2006 ne risque-t-elle pas de
produire une étude qui serait partiellement dépassée avant même
d'être publiée?
Ne faudrait-il pas corréler les résultats de cette étude aux résultats du
working paper 21-08 du Bureau fédéral du Plan (même si ces travaux
ne sont pas basés identiquement sur les mêmes hypothèses) afin que
l'étude sur les perspectives d'approvisionnement en électricité
puissent tenir compte des objectifs et engagements du paquet
Climat/Énergie?
Selon la loi, l'étude vise à donner, je cite: "un cadre de référence pour
la définition d'un parc de production électrique optimal en termes
économiques". Cependant, il faut constater que celle-ci ne fournit
aucune recommandation concrète. Comptez-vous apporter des
solutions à ce problème?
D'après cette étude, les importations d'électricité vont doubler entre
2012 et 2020. Selon la CREG, ces importations représentent
actuellement 12% de la consommation belge d'électricité. Ne devrait-
on pas s'interroger sur la capacité des pays voisins à couvrir nos
besoins en électricité? En outre, cette étude ne devrait-elle pas
envisager l'option selon laquelle la production belge couvrirait
l'entièreté de nos besoins en électricité?
houden met de doelstellingen en
de verbintenissen van het energie-
en klimaatpakket?
Volgens de wet moet de studie
een referentiekader bieden voor
de
ontwikkeling
van
een
economisch
optimaal
elektriciteitsproductiepark; daartoe
wordt echter geen enkele concrete
aanbeveling gedaan.
Volgens de studie zal de invoer
van elektriciteit tussen 2012 en
2020 verdubbelen. Volgens de
CREG
vertegenwoordigt
ingevoerde elektriciteit momenteel
twaalf procent van het Belgische
verbruik. Moet men zich niet
afvragen of de productiecapaciteit
van de ons omringende landen
aan onze behoefte kan blijven
voldoen? Moet de studie geen
aandacht
besteden
aan
de
mogelijkheid van een volledig
zelfvoorzienende
elektriciteits-
productie in ons land?
18.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur le président, monsieur
Prévot, ces études ont en effet pris du retard en raison de la très
longue période qui a présidé à la formation de l'actuel gouvernement.
Au départ, aucun budget supplémentaire n'avait été accordé à la DG
Énergie pour la réalisation de ces études. Un arrêté royal portant sur
les années 2007 et 2008 prévoyait un financement de 100.000 euros
par an et par étude. Vu l'impossibilité de prélever d'aussi faibles
montants unitaires par le biais de la cotisation fédérale, une nouvelle
répartition des budgets internes de l'administration de l'Énergie a
finalement permis le financement de ces études, principalement par le
paiement dû à l'utilisation du modèle Primes par le Bureau fédéral du
Plan et du recours à un consultant spécialisé pour l'étude d'impact
environnemental.
De ce fait, les données de base commencent déjà à dater, certes,
mais dans le domaine de la production d'électricité, les données ne
changent pas fondamentalement en un an et sont relativement
stables. Une telle étude est faite à partir de simulations portant sur
une période de vingt ans. Ce sont donc les tendances de long terme
qui sont ici analysées.
Ce qui varie le plus, ce sont finalement le contexte
macroéconomique, les prix des combustibles et les taux de
croissance économique, dans un sens comme dans l'autre. Par
exemple en 2008, lorsque les prix du pétrole et du gaz étaient au plus
haut sur les marchés internationaux, le scénario "high growth"
apparaissait insuffisant et trop timide en termes de prix élevés.
Actuellement, à l'inverse, en raison de la récession économique, le
scénario "low growth" apparaît trop optimiste. Il est donc nécessaire
de mettre en perspective les résultats de cette étude avec ceux du
18.02 Minister Paul Magnette:
Door
de
erg
lange
regeringsvorming
hebben
die
studies vertraging opgelopen. Een
koninklijk
besluit
dat
van
toepassing was op 2007 en 2008,
voorzag in een financiering van
100.000 euro per jaar en per
studie. Omdat het onmogelijk was
om zo kleine eenheidsbedragen af
te houden via de federale bijdrage,
werden de interne budgetten van
het Bestuur Energie herschikt om
die studies uiteindelijk toch te
kunnen financieren.
In
de
sector
van
de
elektriciteitsproductie veranderen
de gegevens op een jaar tijd niet
grondig en zijn ze relatief stabiel.
Het zijn de langetermijntendenzen
die onderzocht worden.
De macro-economische context,
de
brandstofprijzen
en
de
economische groeicijfers zijn het
meest
aan
schommelingen
onderhevig. De resultaten van
deze
studie
moeten
dus
vergeleken worden met die van de
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
working paper 21-08 pour tenir compte des nouveaux objectifs du
paquet Énergie/Climat, qui ont été approuvés par les États membres
au début 2009.
Au cours des présentations faites durant la période de consultation,
les auteurs de l'étude ont déjà montré les points de comparaison et
les divergences entre ces deux études. Cette comparaison sera
également incluse dans le rapport final.
Vu l'ouverture des marchés et les volumes croissants des échanges
d'électricité, il devient aussi indispensable de croiser les résultats de
ces travaux nationaux avec ceux des travaux menés dans les pays
voisins. Les auteurs de l'étude ont comparé les résultats avec les
prévisions de certains TSO des pays voisins. Il existe aussi une
volonté au niveau de la Commission européenne de pratiquer ce type
d'études prospectives dans tous les pays de l'Union.
En ce qui nous concerne, le Forum pentalatéral, c'est-à-dire le
Benelux, la France et l'Allemagne, offre déjà ce cadre d'échange
d'informations. Le GRT Elia, qui a activement participé à la
préparation de la présente étude, s'est livré à ce type de
comparaisons. Une analyse plus fine des échanges d'électricité dans
chaque scénario et des investissements à consentir si cette même
quantité d'électricité devait être produite en Belgique pourrait être
envisagée dans l'étude suivante.
"Working Paper 21-08" teneinde
rekening te houden met de nieuwe
doelstellingen van het Klimaat- en
Energiepakket.
Een vergelijking tussen die twee
studies zal in het eindverslag
worden opgenomen.
De auteurs hebben de resultaten
vergeleken met de prognoses van
bepaalde
"Transport
System
Operators"
(TSO)
uit
onze
buurlanden.
De
Europese
Commissie
wil
dergelijke
prospectieve studies ook in alle
EU-landen laten uitvoeren.
Het Pentalateraal Forum (Benelux,
Frankrijk, Duitsland) biedt reeds
een
dergelijk
kader
voor
informatie-uitwisseling. De TNB
Elia heeft dergelijke vergelijkingen
gemaakt. In de volgende studie
zouden
de
elektriciteitsuitwisselingen in elk
scenario en de investeringen voor
de
eventuele
productie
van
dezelfde hoeveelheid elektriciteit in
België
grondiger
onderzocht
kunnen worden.
18.03 Maxime Prévot (cdH): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse.
Il est vrai qu'il n'est pas si loin le temps où le gouvernement a connu
quelque peine à se former et à voir le jour. Je comprends aisément la
difficulté de mobiliser les ressources financières pour enclencher
rapidement l'étude.
Nonobstant ces considérations, cette étude porte sur des
perspectives à plus long terme. Disposer des données d'hier n'est pas
toujours possible. Quant aux données de 2006, elles dateront de
presque 4 ans lorsque l'étude verra le jour puisqu'on parle de fin
2009, début 2010. Ceci dit, ce seront des tendances importantes et
cela ne portera peut-être pas préjudice au modèle.
Je me réjouis surtout qu'on intègre les objectifs et engagements du
paquet Climat/Énergie. C'est particulièrement important. Par ailleurs,
je me réjouis que le ministre ait fait un lien concret avec le working
paper 21-08 du Bureau fédéral du Plan et qu'il ait lui-même évoqué
Elia, le Bureau fédéral du Plan, la CREG et les autres. Il faut
incontestablement insister sur la nécessaire collaboration de tous les
acteurs du secteur pour pouvoir sortir une étude présentant la plus
grande valeur ajoutée. L'enjeu est important.
J'attire donc l'attention sur le fait que la CREG puisque c'est aussi
d'elle dont j'ai parlé a un rôle qui n'a cessé de diminuer. Elle est
18.03 Maxime Prévot (cdH): De
nadruk dient gelegd te worden op
de noodzakelijke medewerking
van alle betrokkenen uit de sector
zodat de studie de grootste
toegevoegde waarde heeft.
De CREG boet voortdurend aan
belang in : van auteur van de
studie werd ze herleid tot gewone
adviseur. Straks wordt ze enkel
nog geraadpleegd!
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
passée d'auteur de l'étude à conseiller, en tout cas pour ce projet.
Prochainement, elle ne sera plus que consultée. Il faut être attentif à
ce que tous les acteurs aient leur plein rôle qui puisse être assumé
pour pouvoir contribuer positivement à cette étude importante.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
19 Question de M. Xavier Baeselen au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la remise en cause de la
19 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister van Klimaat en Energie over "het ter discussie
stellen van de wet betreffende de handelspraktijken" (nr. 12899)
19.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, je reviens sur un dossier dont on a déjà beaucoup parlé au
parlement et en particulier en commission de l'Économie: il s'agit de la
refonte de la loi sur les pratiques du commerce.
Ce dossier remonte à un certain temps au niveau européen. En outre,
une décision européenne est tombée jeudi dernier, si je ne m'abuse.
Cette décision oblige la Belgique à revoir une nouvelle fois la loi sur
les pratiques du commerce, notamment en ce qui concerne un certain
nombre de problématiques comme les ventes couplées et la période
des pré-soldes. Ce sont ces dernières qui me préoccupent aujourd'hui
plus particulièrement.
Monsieur le ministre, quel est actuellement l'état des lieux de la
question au niveau gouvernemental? Quelle sera l'influence au niveau
du timing de la décision rendue jeudi dernier par la Cour européenne
de justice? Où en êtes vous au niveau des intercabinets et du travail
de réécriture de la loi à laquelle vous travaillez avec vos collègues
Mme Laruelle et M. Van Quickenborne? Un calendrier est-il fixé pour
ce projet de loi en préparation?
19.01 Xavier Baeselen (MR):
Krachtens
een
Europese
beslissing moet België de wet op
de handelspraktijken en in het
bijzonder de bepalingen ervan die
de sperperiode voor de koopjes
regelen, herzien. Hoe staat het
daarmee op regeringsniveau? Hoe
wordt de timing beïnvloed door de
uitspraak van het Europees Hof
van Justitie van vorige donderdag?
In welk stadium bevinden zich de
werkzaamheden op het niveau van
de
interkabinetten?
Is
een
tijdschema vastgesteld voor het
wetsontwerp dat momenteel wordt
voorbereid?
19.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur le président, cher collègue,
en ce qui concerne la transposition de la directive relative aux
pratiques commerciales déloyales, la réponse de la Belgique à la
mise en demeure de la Commission est en cours d'élaboration, la
Commission ayant accepté de prolonger le délai de réponse jusqu'au
2 juin de cette année afin de pouvoir tenir compte de l'arrêt rendu par
la Cour de justice le 23 avril dernier concernant l'interdiction de l'offre
conjointe.
La Cour a jugé, suite aux questions préjudicielles posées par le
tribunal du commerce d'Anvers, qu'une réglementation nationale qui,
sauf certaines exceptions et sans tenir compte des circonstances
spécifiques aux cas d'espèce, interdit toute offre conjointe faite par un
vendeur à un consommateur, n'est pas compatible avec la directive
relative aux pratiques commerciales déloyales.
Le travail de la réforme de la loi sur les pratiques du commerce et sur
l'information et la protection du consommateur suit son cours.
Suite à l'avis du Conseil supérieur des indépendants et des PME
remis le 23 septembre 2008 et à l'avis du Conseil de la consommation
du 6 novembre 2008 concernant l'avant-projet de loi élaboré par M
e
Debouw dans le cadre d'une étude confiée par l'administration, des
réunions inter-cabinets ont eu lieu très régulièrement. Le texte de
19.02 Minister Paul Magnette:
Wij werken aan een antwoord van
België op de aanmaning van de
Commissie in verband met de
omzetting van de richtlijn over
oneerlijke
handelspraktijken
vermits de Commissie aanvaard
heeft de termijn waarbinnen wij
moeten antwoorden tot 2 juni
aanstaande te verlengen omdat zij
meent rekening te moeten houden
met het op 23 april uitgesproken
arrest van het Hof van Justitie in
verband met het verbod op de
koppelverkoop.
Aan
de
hervorming van de wet betreffende
de
handelspraktijken
en
de
voorlichting en bescherming van
de consument wordt gewerkt.
Naar aanleiding van het advies
van de Hoge Raad voor de
Zelfstandigen en de Kleine en
Middelgrote Ondernemingen en
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
l'avant-projet de loi est retravaillé pour l'instant par l'administration sur
la base des modifications faisant l'objet d'un accord entre les partis de
la majorité. Pour le reste, les négociations vont se poursuivre.
Il s'agit d'un travail délicat, à la fois pour des raisons techniques et
pour des raisons politiques. Il n'est pas possible à l'heure actuelle de
déterminer à quelle date le projet de loi pourra être adopté par le
Conseil des ministres et soumis au Parlement.
van het advies van de Raad voor
het
Verbruik
worden
zeer
regelmatig
interkabinetten-
vergaderingen georganiseerd. De
tekst van het voorontwerp van wet
wordt momenteel besproken maar
een datum waarop de tekst ter
goedkeuring zal kunnen worden
voorgelegd is er nog niet.
19.03 Xavier Baeselen (MR): Quand vous dites que le 2 juin est la
date-butoir européenne, cela signifie-t-il que le texte doit être adopté
par le Conseil des ministres avant cette date ou présenté au
Parlement? Quelle forme prend la contrainte?
19.03 Xavier Baeselen (MR):
Wanneer u zegt dat 2 juni de
Europese deadline is, betekent dit
dat de tekst vóór die datum door
de Ministerraad moet worden
goedgekeurd of bij het Parlement
moet worden ingediend?
19.04 Paul Magnette, ministre: C'est la réponse à la mise en
demeure. On répond. On donne nos arguments.
19.04 Minister Paul Magnette:
Dat is de vervaldag van de
ingebrekestelling.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "het SET-
plan" (nr. 12909)
20 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le plan SET"
20.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag gaat over het SET-plan,
het Strategic Energy Technologies-plan, eind 2007 aangekondigd
door de Europese Commissie. Het is eigenlijk een ambitieuze
onderzoeksagenda om het mogelijk te maken technologieën te
ontwikkelen om de politieke doelstellingen op vlak van energie te
halen. Er zitten een aantal concrete initiatieven in, zoals de oprichting
van een stuurgroep die de lidstaten moet toelaten om gezamenlijke
acties en beleid te ontwikkelen.
Het hoeft niet gezegd, gezien de uitdagingen waar wij in Europa voor
staan, dat elk initiatief, elk ambitieus project om nieuwe technologieën
te onderzoeken en slagkrachtig te maken, ten volle ondersteund moet
worden. Over het SET-plan blijft het echter redelijk stil, en zeker in
België is er nog niet zo veel over verschenen of publiciteit rond
gemaakt.
Mijnheer de minister, daarom heb ik de volgende vragen.
Ten eerste, wie stuurt het SET-plan voor België aan?
Ten tweede, hoeveel werkgroepen zijn er? Is België daarin
vertegenwoordigd? Zo ja, door wie?
Ten derde, op welke wijze worden die vergaderingen voorbereid en
het Belgische standpunt bepaald? Welke overlegstructuren bestaan
er hierover binnen België en tussen de diverse overheden bevoegd
voor energie?
20.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Fin 2007, la
Commission
européenne
a
présenté le plan SET, le plan
stratégique pour les technologies
énergétiques.
Il
s'agit
de
développer
de
nouvelles
technologies aux fins de réaliser
les objectifs politiques. Le plan
prévoit également la création d'un
groupe d'accompagnement pour
permettre aux États membres de
déployer des actions communes.
Qui accompagnera le plan SET
pour la Belgique? Combien y a-t-il
de groupes de travail? Qui y
représente la Belgique? Comment
les réunions sont-elles préparées
et comment est défini le point de
vue de la Belgique? Quelles
structures de concertation existent
entre les différentes autorités en
Belgique? Quelle est l'attitude de
la Belgique par rapport au plan
SET?
Quelles
technologies
méritent
d'être
considérées
comme prioritaires? Comment tout
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
Ten vierde, wat is het Belgische standpunt inzake het SET-plan?
Concreet, welke technologieën verdienen volgens België prioritaire
aandacht om onderzocht te worden, dus om veel geld naartoe te laten
gaan?
Ten slotte, waar zullen de fondsen gevonden worden voor de
financiering van die technologieën?
cela sera-t-il financé?
20.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van
der Straeten, het beheer van het SET-plan gebeurt in de high-level
steering group, voorgezeten door de Europese Commissie, waar de
lidstaten twee vertegenwoordigers hebben, een eerste voor het luik
energiebeleid en een tweede voor het wetenschappelijk luik, in dit
geval respectievelijk de directeur-generaal van het bestuur Energie en
de directeur van het onderzoek van het VITO.
Die high-level beheersgroep fixeert de ontwikkelingspistes die
voorafgaandelijk het voorwerp zijn van verkenning door de groep van
sherpa's waarin de Staten zetelen, met twee vertegenwoordigers voor
België.
Bovendien moeten andere permanente subgroepen vermeld worden:
SETIS, het information system van het SET-plan, en de Europese
alliantie voor energieonderzoek.
Men moet ook de Europese industriële initiatieven vermelden die in
vormingsfase zijn. Zij beogen de ontwikkeling op grote schaal in de
Europese Unie van technologieën. Voor SETIS, naast de sherpa's
komen er andere regeringsexperts tussen van federaal,
communautair en gewestelijk niveau. ERA verenigt ongeveer 14
onderzoekscentra met inbegrip van het VITO, vertegenwoordigd door
zijn directeur voor het onderzoek. De industriële initiatieven worden
opgericht door middel van workshops waarin ambtenaren van de
administraties tussenkomen in functie van de behandelde materies.
De vergaderingen worden voorbereid via de uitwisselingen van
informatie en standpunten van een netwerk van experts van het SET-
plan, gecentraliseerd door het secretariaat BELSET van het
departement Wetenschapsbeleid.
Het
Belgische
standpunt
wordt
voorbereid
door
twee
coördinatiegroepen. Ten eerste is er de werkgroep van de cel
Samenwerkingsakkoorden tussen federale Staat en de Gewesten. De
basisdeelnemers
hier
zijn
de
federale
en
gewestelijke
energieadministraties. Ten tweede, is er het comité Internationale
Samenwerking, waaraan de beheerders van de programma's van
R&D op communautaire, gewestelijke en federale niveau deelnemen.
Het Belgische standpunt ten opzichte van het SET-plan bestaat erin
om alle technologieën tegelijk te ondersteunen, rekening houdend
met het potentieel van R&D in België. De technieken bestaan
bijvoorbeeld uit zonne-energie, ontwikkeling van intelligente
elektrische netwerken, captatie en opslag van koolstof, kernsplitsing
bijvoorbeeld voor afval en voor medische applicaties.
De bronnen van openbare financiering op het Europees niveau zijn
het kaderprogramma van onderzoek en ontwikkeling van de
20.02 Paul Magnette, ministre:
La gestion du plan SET se fait au
sein du "high-level steering group",
présidé
par
la
Commission
européenne. Chaque État membre
compte deux représentants. La
Belgique est représentée par le
directeur
général
de
l'administration Energie et par le
directeur Recherche du VITO. Le
"high-level group" définit les
options
de
développement
examinées par le groupe des
sherpas.
Parmi les autres sous-groupes, il y
a
le
SETIS,
le
système
d'information du plan SET, et
l'Alliance européenne pour la
recherche
énergétique.
Par
ailleurs,
un
certain
nombre
d'initiatives
européennes
industrielles se trouvent dans la
phase de formation en vue du
développement à grande échelle
de
technologies
dans
l'UE.
D'autres
experts
des
gouvernements
des
différents
niveaux
de
gouvernement
interviennent au niveau du SETIS.
L'ERA regroupe quatorze centres
de recherche, dont le VITO. Les
initiatives industrielles sont créées
par le biais d'ateliers composés de
fonctionnaires des services publics
compétents.
Les réunions sont préparées dans
le
cadre
d'un
échange
d'informations des experts du plan
SET, centralisé par BELSET. Le
point de vue de la Belgique est
préparé au sein de deux groupes
de coordination: le groupe de
travail de la cellule Accords de
coopération entre l'État fédéral et
les
Régions
et
le
Comité
Coopération internationale. Dans
le cadre du plan SET, la Belgique
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
Europese Commissie en de programma's van R&D en innovatie in
België, het European Economic Recovery Plan en een gedeelte van
de emissierechten die moeten worden aangekocht door de
industrieën die een band hebben met het Emission Trading Scheme,
een recente maatregel die nog in bespreking is.
Bovendien dragen privé-initiatieven die uitgaan van de Belgische
industrieën bij tot het SET-plan. Men moet tevens de steun noteren
die werd verleend door de Europese investeringsbank.
préconise
de
soutenir
simultanément
toutes
les
Technologies, compte tenu du
potentiel présent en Belgique.
Le
programme-cadre
de
recherche et développement de la
Commission
européenne,
les
programmes
d'innovation
en
Belgique, le Plan de relance
économique européen et une
partie des droits d'émission qui
doivent encore être achetés par
les industries qui ont un lien avec
l'"Emission
Trading
Scheme"
constituent
les
sources
de
financement au niveau européen.
En outre, les initiatives prises par
l'industrie
belge
contribuent
également au plan SET et la
Banque
européenne
d'investissement
apporte
également son soutien.
20.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
ik maak mij toch wel een beetje zorgen. Ik heb hier een hele waslijst
gekregen. Op mijn vraag hoeveel werkgroepen er zijn, is er antwoord
gekomen. Op mijn vraag of België daar vertegenwoordigd is, is er een
half antwoord gekomen. Op de vraag door wie is er ook een half
antwoord gekomen.
Ik maak mij ernstige zorgen of er wel mensen deel uitmaken van die
werkgroepen en of dit als een belangrijke prioriteit wordt beschouwd
en opgevolgd door de administratie. Het gaat hier immers over een
belangrijk plan waartegenover ook belangrijke middelen zullen staan.
Als wij ergens geld moeten halen om die technologieën te
ondersteunen, is dit gewoon dé opportuniteit. Mij lijkt het niet dat wij
die opportuniteit met twee handen en met twee voeten grijpen,
integendeel. Ik merk toch dat we hier achterblijven.
Ik heb ook helemaal geen duidelijk antwoord gekregen over welke
technologieën prioritaire aandacht verdienen. U hebt het wel gehad
over wind en kernsplitsing, maar we moeten toch een duidelijke keuze
maken. Als we vanuit België een duidelijke keuze moeten maken,
moet dat volgens mij bij uitstek gaan naar hernieuwbare energie. We
zullen het wat dat betreft toch moeilijk hebben om onze doelstelling te
halen, gezien het feit dat wij een windmolenpark ver in zee bouwen,
dat dit een nieuwe technologie is en dat daar toch prioritaire aandacht
naar gaat.
Er is zeker een aantal zaken die ik na dit flauwe antwoord zelf verder
zal bekijken. Wat zal het totale bedrag zijn, welke middelen staan
hiertegenover en zal hiervoor genoeg geld worden uitgetrokken? U
hebt het wel over een deel van de inkomsten van de ETS, maar dat is
wishful thinking. Binnen het energiepakket 20-20-20 werd immers
afgesproken dat de veilingopbrengsten zullen terugvloeien naar de
lidstaten.
20.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Je n'ai reçu que
des demi-réponses et je suis donc
extrêmement inquiète de savoir s'il
s'agit véritablement d'une priorité
importante et si l'administration
assure un suivi sérieux de la
situation. Je n'ai pas l'impression
que tout soit mis en oeuvre pour
saisir cette occasion unique. Il n'a
pas non plus été décidé d'opter
résolument pour les énergies
renouvelables. Je considère plutôt
les recettes escomptées de
l'"Emission
Trade
Scheme"
comme l'expression d'un voeu pieu
et la question se pose donc
toujours de savoir quels fonds
seront utilisés à cet effet. Je
considère ce point comme devant
faire l'objet d'un suivi dans les
mois et les années à venir.
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
Ik denk niet dat onze collega's in de Ecofin, waarvan onze goede
collega Didier Reynders altijd zegt dat hij op tafel klopt, maar waarvan
ik nooit iets terugvind in de verslagen van die vergaderingen, ervoor
staan te springen dat de veilingopbrengsten van de ETS op Europees
niveau zouden blijven en dan nog zouden worden gebruikt voor iets
dat vooraf werd vastgelegd. Zij hebben zich daar altijd tegen verzet.
Dat is in bespreking, maar ik vraag mij af of dat een optie is die
mogelijk zal zijn.
De vraag blijft dus welke fondsen hiervoor zullen worden gebruikt. Ik
noteer dit als een op te volgen punt voor de volgende vergadering, de
komende maanden en jaren, gezien de ongelooflijke opportuniteiten
die er zijn maar die echter helemaal niet worden gegrepen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Mevrouw Van der Straeten, kunt u mij vervangen als voorzitter?
Voorzitter: Tinne Van der Straeten.
Présidente: Tinne Van der Straeten.
21 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "het verbod op
koppelverkoop" (nr. 12924)
21 Question de M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'interdiction de la vente
21.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik denk
dat deze vraag ook gedeeltelijk door de heer Baeselen is gesteld. Het
verbaast mij een beetje dat de vragen niet aan mekaar zijn
gekoppeld.
Het oordeel van het Europees Hof van Justitie van 23 april 2009 heeft
het Belgisch verbod op koppelverkoop op de helling gezet. De vraag
is natuurlijk, mijnheer de minister, of de wet op het verbod van
koppelverkoop volledig naar de prullenmand wordt verwezen of dat
men die kan bijsturen. In bepaalde Vlaamse kranten stond
bijvoorbeeld te lezen dat het verbod op koppelverkoop in België niet
meer overeind staat, gevallen is, dat met andere woorden
koppelverkoop voortaan mogelijk zou zijn. Men kan zich wel de vraag
stellen of dit inderdaad zo is. Ik heb enkele korte, concrete vragen
voor u.
Ten eerste, erkent de minister van Consumentenzaken dat er een
probleem rijst op het vlak van wetgeving en dat België dus zijn
wetgeving zal moeten bijsturen?
Ten tweede, uw collega, minister van Quickenborne, wil de
achterhaalde handelswetgeving volledig aanpassen aan de nieuwe
Europese normen. Dat heeft hij hier ook al een paar keren in de
commissievergadering
gezegd.
Volgens
hem
moet
een
consumentvriendelijke koppelverkoop worden ingevoerd. Hoe ver wilt
u gaan? Moet consumentvriendelijke koppelverkoop kunnen? Binnen
welke termijn moet dit worden ingevoerd, had ik willen vragen, maar ik
heb u al aan collega Baeselen horen antwoorden op de vraag
betreffende de termijn: die is er nog niet onmiddellijk.
21.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): La Cour européenne de
Justice a jugé que l'interdiction de
la vente couplée était contraire aux
règles européennes en matière de
commerce. Le ministre reconnaît-il
que la Belgique doit modifier
d'urgence sa législation en la
matière? Le ministre partage-t-il
l'avis de M. Van Quickenborne,
selon lequel une vente couplée
soucieuse
des
intérêts
du
consommateur doit être possible?
Quand peut-on attendre une
initiative législative des trois
ministres
concernés
en
la
matière? Pourquoi le ministre
veut-il maintenir l'interdiction de la
vente
couplée
pour
les
assurances?
Que
pense
le
ministre des objections de l'UNIZO
à l'égard de la suppression
éventuelle de l'interdiction de la
vente couplée? L'UNIZO craint
une guerre des prix dont les
petites et moyennes entreprises
commerciales feraient les frais.
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
Een vierde vraag, mijnheer de minister, heeft betrekking op de
verzekeringen. In een bepaalde pers kon men lezen dat u van oordeel
bent dat koppelverkoop zeker en absoluut niet kan in de tak
verzekeringen. Wat kan de reden zijn van dit absolute verbod? Zou
het niet beter zijn om koppelverkoop eventueel toch toe te staan,
zodat bepaalde minder of niet-verzekerbare categorieën van mensen
ik denk aan hospitalisatieverzekeringen bijvoorbeeld door een
transparante en consumentvriendelijke koppelverkoop toch aan een
betaalbare verzekering worden geholpen?
Ik kom tot de laatste vraag. Wat denkt u van het bezwaar van Unizo
tegen het eventueel wegvallen van het verbod op koppelverkoop?
Volgens Unizo gaan we hiermee linea recta naar een prijzenslag die
volledig ten koste zal gaan van de kleine handelaars en zelfstandigen.
21.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw de voorzitter, ten gevolge
van het arrest van het Hof van Justitie zal de wetgeving over de
koppelverkoop inderdaad worden aangepast. Zoals ik reeds aan het
Parlement heb verklaard, pleit ik voor de toelating van de
koppelverkoop, maar die moet wel gepaard gaan met voorwaarden
voor het garanderen van de transparantie van het aanbod en de vrije
keuze van de consument. De consument moet de mogelijkheid
hebben om elk product of elke dienst afzonderlijk aan te kopen en
moet duidelijk worden geïnformeerd over de prijs van elk product of
elke dienst, om zo het voordeel te kennen dat het gezamenlijk aanbod
inhoudt. In het geval van een gezamenlijk aanbod van producten en/of
diensten, kan de consument slechts gedurende een periode van één
jaar door een overeenkomst gebonden zijn.
De activiteiten in verband met de hervorming van de wet op de
handelspraktijken zijn aan de gang, maar het betreft hier een delicate
opdracht, zowel vanwege technische als politieke redenen. Het is
momenteel onmogelijk in te schatten op welke datum het
wetsontwerp door de Ministerraad zal kunnen worden aangenomen
en worden voorgelegd aan het Parlement.
Het lijkt me noodzakelijk om het verbod op koppelverkoop te
behouden voor financiële diensten en verzekeringen, vanwege de
complexiteit van die producten en de aanzienlijke risico's waartoe ze
kunnen leiden. Precies om die reden, kunnen lidstaten dankzij de
richtlijn inzake oneerlijke handelspraktijken meer beperkende eisen in
die materie opleggen. Koppelverkoop op het vlak van verzekeringen
kan leiden tot onrechtvaardige dubbele dekkingen, tot producten die
niet overeenstemmen met het profiel van de consument of tot een
overwaardering van de verzekeringspremies, en kan zo de
verzekeringnemer beletten om vrij zijn rechten uit te oefenen die hem
zijn toegekend in de wet op de landverzekeringsovereenkomst, onder
andere het recht om de overeenkomst na een jaar te verbreken,
rekening houdend met de gevolgen die dat zou kunnen hebben op de
gesloten overeenkomst. Een voorbeeld is het koppelen van een
hospitalisatieverzekering aan het openen van een bankrekening. Dat
kan leiden tot een dubbele verzekering, wanneer de consument,
bijvoorbeeld, al gedekt is via zijn werkgever.
Wanneer de toelating van de koppelverkoop wordt voorzien van
voorwaarden die de consument beschermen, kan dat eveneens een
oneerlijke concurrentie tussen handelaars vermijden.
21.02 Paul Magnette, ministre:
Les ventes couplées doivent être
permises mais si et seulement si
elles sont assorties de conditions
qui garantissent la transparence
de l'offre et le libre choix des
consommateurs, lesquels doivent
toujours, d'une part, avoir la
possibilité d'acheter séparément
chaque produit et chaque service,
et, d'autre part, être informés
clairement des prix et des
avantages. En outre, en cas
d'offre conjointe de produits ou de
services, les consommateurs ne
peuvent être tenus par le contrat
de vente que pendant une année
au maximum. J'ajoute que les
conditions prévues pour protéger
les consommateurs ont également
pour effet de lutter contre toute
concurrence déloyale au détriment
des commerçants.
La réforme de la loi sur les
pratiques du commerce est en
préparation mais je ne puis
pronostiquer la date à laquelle le
conseil des ministres adoptera le
projet y afférent.
Il me semble nécessaire de
maintenir l'interdiction des ventes
couplées
pour
les
services
financiers et les assurances en
raison de la complexité de ces
produits et des risques qu'ils
comportent, comme une double
couverture.
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
21.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw antwoord. Ik heb nog een paar opmerkingen. Wat betreft
het behoud van een verbod op koppelverkoop op het vlak van
financiële producten en verzekeringen, wegens dubbele dekkingen en
producten die de klant niet wenst, stel ik alleen vast dat er ook
verkeerde producten en dubbele dekkingen bestaan zonder
koppelverkoop. Dat lijkt mij dus niet helemaal voldoende als grond om
koppelverkoop in verzekeringen te behouden. Ik zal dit in elk geval
opvolgen.
Ik neem nota van uw opmerking dat u geen absoluut voorstander bent
van het behoud van het verbod op koppelverkoop en dat u zich, mits
randvoorwaarden, wel degelijk kunt vinden in bepaalde mogelijkheden
op het vlak van koppelverkoop. Als er geen termijn wordt gezet op het
afsluiten van het debat onder de drie ministers, dan vraag ik mij af of
onze wetgeving op een bepaald moment niet strijdig zal zijn met de
Europese wetgeving en of ons op dat moment geen sancties boven
het hoofd zullen hangen, die ons opnieuw een aardige cent zullen
kosten. Is het niet nodig om een termijn erop te kleven, af te sluiten
en met een initiatief naar de commissie te komen om het verbod op
koppelverkoop voor een stuk terug te schroeven?
Ik kijk met genoegen uit naar initiatieven van de regering.
21.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): La double couverture
d'assurance est possible aussi
sans vente couplée: ce n'est donc
pas une raison de maintenir
l'interdiction de la vente couplée
dans le secteur des assurances.
Je note par ailleurs que le ministre
est
disposé
à
supprimer
l'interdiction de la vente couplée
pour
autant
que
certaines
conditions soient remplies. Je
pense qu'il faut fixer un délai pour
le débat entre les trois ministres,
sans quoi nous nous exposons à
des
sanctions
européennes.
J'attends
une
initiative
du
gouvernement.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
22 Question de Mme Karine Lalieux au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la directive 2007/45/CE
fixant les règles relatives aux quantités nominales des produits en préemballages" (n° 12817)
22 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Klimaat en Energie over "richtlijn
2007/45/EG tot vaststelling van regels betreffende nominale hoeveelheden voor voorverpakte
producten" (nr. 12817)
22.01 Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, une de mes questions récentes concernait une étude
effectuée par Test-Achats à propos de la réglementation du pain.
Cette étude montrait, entre autres, que nombre de vendeurs ne
respectaient pas le poids obligatoire du pain.
Nous apprenons qu'une directive datant du 5 septembre 2007 est
complètement entrée en vigueur ce 11 avril 2009. Cette directive
"libéralise" la quantité de certaines denrées ou produits, quantité qui
était jusqu'ici réglementée par une directive datant de 1975 parce
qu'"il est nécessaire de réduire autant que possible le nombre de
volumes de contenants qui sont trop proches les uns des autres pour
le même produit et qui sont par conséquent susceptibles d'induire le
consommateur en erreur".
Ainsi, le souci du législateur européen de 1975 était de protéger les
consommateurs. Nous ne comprenons pas en quoi les impératifs de
1975 auraient changé depuis lors. Bien qu'en son article 2, la directive
octroie un certain répit (2012 ou 2013, selon les denrées) aux États
qui auraient réglementé le poids du sucre, du lait, du beurre, des
pâtes alimentaires sèches et du café, nous nous inquiétons de cette
déréglementation.
Cette directive a été adoptée sur base de sondages dont les résultats
ne reflètent pas la décision prise: en effet, près de 79% des
22.01 Karine Lalieux (PS): Een
richtlijn van 5 september 2007 tot
vrijmaking van de hoeveelheid van
bepaalde voedingsmiddelen is op
11 april 2009 in werking getreden.
Die hoeveelheden werden tot voor
kort gereguleerd door een richtlijn
van 1975 aangezien `voor een
bepaald product het aantal te dicht
bij elkaar liggende volumes zoveel
mogelijk dient te worden beperkt,
omdat het risico bestaat dat de
consument wordt misleid'. We zien
niet goed in hoe de vereisten van
1975
ondertussen
veranderd
zouden zijn.
Die richtlijn werd aangenomen op
grond van peilingen waarvan de
resultaten de genomen beslissing
niet weerspiegelen: bijna 79
procent van de ondervraagde
personen was immers voorstander
van een grotere standaardisatie
van de producten. Van alle
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
personnes interrogées réclamaient au contraire une standardisation
plus forte des produits. Sur les organisations de consommateurs de
25 États interrogées, 8 seulement ont répondu "pour la
déréglementation", sauf une. Ainsi, il y aurait une contradiction entre
ce que veulent les consommateurs et ce que répondent les
organisations censées les représenter, sans prendre en compte le
manque de représentativité des organisations qui ont effectivement
répondu.
Au-delà de ces chiffres, nous imaginons mal le consommateur devoir
faire des règles de trois au milieu de ses courses afin de pouvoir
comparer le prix de deux produits identiques, mais vendus dans des
emballages de poids différents. Par exemple, 250 g de beurre "X"
avec 230 g de beurre "Y". Sans parler des consommateurs les plus
vulnérables, vaguement évoqués par la directive, qui auront bien du
mal à faire un choix en toute connaissance de cause.
À l'heure où nous voyons combien les citoyens sont démunis face à
une libéralisation et une déréglementation à outrance de beaucoup de
secteurs, nous nous inquiétons de ce que le minimum de protection
acquis en Belgique soit à nouveau remis en question par des
législations européennes.
Monsieur le ministre, avez-vous pris connaissance de la prise de
position des organisations de consommateurs belges? Comment
comptez-vous mettre en place cette directive afin de minimiser
l'impact négatif de cette réglementation? Ce sujet a-t-il été abordé lors
d'un Conseil des ministres européens?
consumentenorganisaties die in de
25 lidstaten werden ondervraagd,
hebben er zich slechts acht voor
een deregulering uitgesproken.
We
kunnen
ons
moeilijk
voorstellen
dat
consumenten
tijdens het winkelen de regel van
drie zullen toepassen om de prijs
van een product dat in twee
verpakkingen met verschillend
gewicht
wordt
verkocht,
te
vergelijken. En dan heb ik het nog
niet eens over de kwetsbaarste
consumenten.
Hoe zal u die richtlijn ten uitvoer
brengen en daarbij de negatieve
uitwerking ervan trachten te
beperken?
Werd dit onderwerp al op een
Europese Raad van ministers
behandeld?
22.02 Paul Magnette, ministre: Madame Lalieux, j'ai pu prendre
connaissance de l'étude sur le pain parue dans le numéro de "Test-
Achats" du mois de mars. Il va de soi que l'application correcte des
réglementations me tient à coeur, certainement en ce qui concerne le
poids de produits aussi fondamentaux.
Sur ce point précis, mon administration vient de clore une enquête
générale dont j'attends les résultats pour la mi-mai. Les catégories de
poids obligatoires ont certainement été un instrument utile dans
l'information du consommateur. Mais depuis, d'autres règles, entre
autres celles en matière d'indication du poids des produits
conditionnés et d'indication du prix à l'unité de mesure, sont venues
garantir l'information du consommateur. Ces règles offrent la
possibilité de disposer de l'information exacte sur le poids d'un produit
et son prix, de faire des comparaisons de prix et de prendre des
décisions en connaissance de cause.
Je connais évidemment le point de vue des organisations de
consommateurs sur cette problématique. Le Conseil de la
consommation a été consulté sur le projet d'arrêté royal de
transposition de la directive préemballage en droit belge. L'avis 402 a
été émis en date du 6 novembre 2008. Je partage leurs
préoccupations en matière de transparence du marché, mais ils se
trompent là où ils disent plaider pour l'obligation d'indication lisible et
apparente du prix du pain au kilo, même pour les commerces dont la
surface nette de vente est égale ou inférieure à 150 m².
L'exemption de l'indication du prix à l'unité de mesure dans les petits
magasins jusqu'à 150 m² prévue par l'article 12bis de l'arrêté
22.02 Minister Paul Magnette:
De verplichting tot indeling in
gewichtsklassen is zeker nuttig
geweest
op
het
vlak
van
consumentenvoorlichting. Nader-
hand zijn er echter andere regels
uitgevaardigd met betrekking tot
de
gewichtsaanduiding,
de
voorverpakte producten en de
aanduiding van de prijs per
meeteenheid,
waardoor
de
consument informatie krijgt. Die
regels bieden de mogelijkheid de
prijzen onderling te vergelijken.
Ik ken het standpunt van de
consumentenorganisaties
over
deze kwestie. De Raad voor het
Verbruik werd geraadpleegd over
het ontwerp van koninklijk besluit
tot omzetting in Belgisch recht van
de
richtlijn
betreffende
de
voorverpakte producten. Net zoals
de Raad wil ik ook transparantie,
maar de Raad slaat de bal mis
wanneer hij ervoor pleit een
duidelijke en leesbare aanduiding
van de prijs per kilogram ook voor
handelszaken met een netto-
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
ministériel du 30 juin 1996 ne vaut, en effet, que pour les produits
préemballés. Un boulanger doit donc indiquer le prix à l'unité de
mesure pour tous les pains non préemballés qu'il offre en vente. Je
pense que les habitudes de consommation changent et les catégories
de poids pour les pains réglementés ne répondent plus aux nouveaux
besoins du consommateur. Le développement de l'offre, aussi bien
sur le plan de la variété que sur le plan du poids des pains, en
témoigne.
La directive 2007/45 est une directive récente. Le Conseil des
ministres européens n'envisage pas à ce stade de la remettre en
question. Les seules exceptions à cette dérégulation prévue jusqu'en
2012-2013 ne visent pas le pain, mais bien le sucre blanc, le lait, le
beurre, les pâtes alimentaires sèches et le café. Ces produits ne font
pas en Belgique l'objet d'une réglementation portant sur les poids
obligatoires de leur emballage.
Afin de garantir une bonne information des consommateurs, j'ai
demandé au service de contrôle du SPF Économie de rester très
attentif à l'indication correcte des quantités et des prix à l'unité de
mesure. Dès que l'arrêté royal transposant la directive sera adopté,
l'administration rappellera explicitement les règles concernées aux
boulangers.
En outre, je demande à l'administration d'examiner l'utilité de règles
plus précises en matière d'affichage dans ce secteur.
verkoopoppervlakte van minder
dan of gelijk aan 150 m² verplicht
te maken. De vrijstelling van de
aanduiding van de prijs per
meeteenheid voor kleine winkels
met een verkoopoppervlakte tot
150 m²
betreft
enkel
de
voorverpakte producten.
Ik
denk
dat
de
consumptiepatronen veranderen.
Dat blijkt uit de ontwikkeling van
het aanbod, zowel op het stuk van
de variëteiten als van het gewicht.
De Raad van de Europese
ministers
overweegt
op
dit
ogenblik niet de richtlijn 2007/45
ter discussie te stellen.
Om de consumenten goede
informatie te garanderen, heb ik
de controledienst van de FOD
Economie gevraagd er terdege
over te blijven waken dat de
hoeveelheden en de prijzen per
meeteenheid
juist
worden
aangeduid.
Bovendien vraag ik aan de
administratie het nut van nadere
regels inzake de affichering in de
bakkerijen te onderzoeken.
22.03 Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie.
Toute ma question ne portait pas sur le pain, évidemment. J'ai pris cet
exemple pour parler de la déréglementation sur tous les autres
produits. On sait que quand il y a déréglementation, effectivement il y
a confusion et en résulte un mauvais marquage émanant des
différents commerces.
C'est surtout la déréglementation des autres produits qui me pose
problème. Une directive réglemente ce domaine depuis 1975. Il
faudra bien informer les consommateurs. Ils se retrouveront peut-être
devant un paquet de pâtes de 110 g, qu'ils penseront être moins cher
qu'un paquet de 250 g, alors que ce ne sera pas le cas. Encore une
fois cela porte à confusion pour les consommateurs.
Il faudra exiger qu'il y ait au moins une unité de mesure par kilo, mais
cela risque de devenir illisible. Je suis pour qu'on applique cette
directive le plus tard possible et qu'on garde les quantités telles
quelles. Un paquet de beurre de 125 g ou 250 g, des paquets de
pâtes de 250 g, 500 g ou 1 kg. Mais ne commençons pas à découper
cela par 80 g ou 160 g, parce que la comparaison des prix deviendra
plus difficile, comme dans toutes les matières déréglementées et
libéralisées aujourd'hui.
22.03 Karine Lalieux (PS): De
consumenten
moeten
goed
worden ingelicht. Er moet worden
geëist dat er tenminste één
meeteenheid per kilo is. Ik pleit
ervoor dat deze richtlijn zo laat
mogelijk wordt toegepast en dat
men de hoeveelheden niet wijzigt,
want dan wordt het moeilijker om
prijzen te vergelijken, zoals dat het
geval is voor alle materies die
vandaag geliberaliseerd zijn.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
23 Question de Mme Karine Lalieux au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le refinancement du
23 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Klimaat en Energie over "de herfinanciering
van het Fonds ter Bestrijding van de Overmatige Schuldenlast" (nr. 12939)
23.01 Karine Lalieux (PS): Madame la présidente, monsieur le
ministre, j'ai posé la même question au ministre de l'Économie qui
est, selon sa note de politique générale, partie prenante au Fonds de
Surendettement.
Comme vous le savez, puisque je vous ai déjà interrogé à ce sujet, il
manque actuellement 2,6 millions d'euros au Fonds pour pouvoir
remplir ses missions. Il est structurellement sous-financé.
Vous avez exigé le paiement des cotisations non versées de 2003 et
je sais combien il est difficile de les obtenir. Cela permettrait de
boucher un trou mais cela ne permettrait pas de le financer
structurellement.
Aujourd'hui, selon la loi, ce fonds est financé par 0,02% du crédit
hypothécaire et 0,2% du crédit à la consommation. En 2006, il y avait
déjà eu une augmentation à respectivement 0,03% et à 0,3%.
Vu le déficit de ce fonds, vu la situation de surendettement de plus en
plus flagrante au sein de la population, vu le dispatching de crédits de
plus en plus importants au niveau des populations fragilisées, il ne
nous semblerait pas anormal qu'on augmente la cotisation, prévue
par la loi, des banques et des prêteurs pour le financement de ce
fonds.
On sait aussi que l'État a refinancé nos quatre grandes banques, dont
nous connaissons le sens de l'éthique. Quand on sait que Dexia a
distribué lundi 8 millions d'euros de bonus à son comité de direction et
quand on sait que sa quote-part à ce fonds est de 150.000 euros par
an, je pense que nous pouvons avoir des exigences vis-à-vis non
seulement des banques refinancées mais également de toutes les
banques. Le gouvernement devrait faire valoir cette exigence.
Nous savons aussi que le nombre de surendettés va augmenter.
Monsieur le ministre, quelles pistes envisagez-vous de suivre pour
financer ce fonds et pour que les médiateurs puissent être payés
correctement pour le travail efficace et indispensable qu'ils
fournissent?
23.01 Karine Lalieux (PS): Om
zijn
opdrachten
te
kunnen
vervullen, heeft het Fonds ter
Bestrijding van de Overmatige
Schuldenlast
een
bijkomend
bedrag van 2,6 miljoen euro nodig.
De gevraagde uitbetaling van de
niet-gestorte bijdragen voor 2003
zal niet volstaan. Er moet ook een
structurele financiering komen.
Momenteel wordt het Fonds
gefinancierd met 0,02 procent van
het hypothecair krediet en 0,2
procent
van
het
consumentenkrediet. Gelet op het
feit dat onze burgers steeds meer
het slachtoffer worden van een
overmatige schuldenlast, en ook in
het licht van de situatie van de
kansarmen, zou het ons niet meer
dan normaal lijken dat de
bijdragen van de banken en de
kredietverstrekkers
voor
de
financiering van het Fonds zouden
worden opgetrokken.
De Staat heeft onze grootbanken
geherfinancierd. We weten met
welk ethisch normbesef die te
werk gaan. Ik denk dat we die en
alle andere banken eisen kunnen
opleggen, temeer daar we weten
dat het aantal mensen met een
hoge
schuldenlast
nog
zal
toenemen.
Mijnheer de minister, hoe denkt u
dat Fonds te financieren en ervoor
te
zorgen
dat
de
schuldbemiddelaars
correct
betaald worden?
23.02 Paul Magnette, ministre: Madame Lalieux, comme vous l'avez
souligné, ce fonds est financé par les prêteurs et bien que des
mesures visant à réduire les demandes au Fonds aient été prises en
2005 et 2006, il fait actuellement face à un problème structurel de
financement.
Je ne comprends pas, et je le leur ai dit, l'opposition manifestée par
l'UPC, relayée par certains membres du gouvernement à l'idée
d'augmenter la contribution du secteur du crédit.
23.02 Minister Paul Magnette:
Dat Fonds wordt gefinancierd door
de kredietverstrekkers en hoewel
er in 2005 en 2006 maatregelen
getroffen werden om het aantal
aanvragen terug te dringen, is het
structureel ondergefinancierd.
De Beroepsvereniging van het
krediet
en
bepaalde
28/04/2009
CRIV 52
COM 537
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
La moyenne des contributions pour 2009 est de 5.300 euros. La
moyenne des cinq plus gros contributeurs est de 279.000 euros. Les
estimations que vous avez faites pour Dexia doivent donc être plus ou
moins correctes. Ces montants sont dérisoires pour ces institutions
alors que le système mis en place a permis de réduire très nettement
les coûts de recouvrement et la qualité des portefeuilles des prêteurs.
Bien sûr, un tiers des surendettés n'ont aucun crédit en défaut de
paiement enregistré dans la centrale de la BNB. C'est pourquoi le
gouvernement a décidé qu'il convenait, je cite, "d'assurer un
financement structurel suffisant du Fonds par le biais de
l'élargissement de l'assiette de financement".
Dans le cadre de l'accord de gouvernement, j'ai proposé plusieurs
alternatives de refinancement du Fonds. Ces projets visent à élargir
les contributeurs au Fonds aux intermédiaires de crédit. On constate
en effet que le pourcentage de défauts de paiement des crédits
accordés par les intermédiaires de crédit est trois fois supérieur à la
moyenne de tous les organismes qui offrent du crédit, comme le
souligne la banque.
Mon dernier avant-projet de loi vise la mise en place d'un système
identique à celui des prêteurs pour les intermédiaires de crédit, ce qui
permet de maintenir le principe, si j'ose dire, "pollueur-payeur", qui
nécessite l'enregistrement des intermédiaires de crédit dans la
centrale des crédits aux particuliers, gérée par la BNB.
Pour des raisons techniques, ces enregistrements pourraient
commencer six mois après l'entrée en vigueur de la loi. La BNB
estime cependant qu'il sera nécessaire d'attendre 2013 pour pouvoir
bénéficier des informations nécessaires au calcul des contributions
sur la base des arriérés de crédits.
En attendant, vu l'urgence, l'avant-projet propose une contribution
supplémentaire des contributeurs actuels.
Augmenter la contribution des prêteurs est la piste la plus aisée,
même si elle nécessite l'adoption d'une loi afin de modifier l'article 20,
alinéa 2 de la loi 5 juillet 1998 relative au règlement collectif de dettes.
Cet article fixe en effet le maximum des coefficients applicables aux
arriérés de paiement de crédits. La loi permet ensuite au Roi de
moduler le coefficient applicable.
regeringsleden
verzetten
zich
tegen de verhoging van de
bijdrage van de sector. Het gaat
echter
om
onbeduidende
bedragen voor die instellingen,
terwijl het systeem zijn nut
bewezen heeft.
Een derde van de consumenten
met te veel schulden hebben geen
enkel krediet uitstaan voor de
betaling waarvan ze in gebreke
blijven en dat geregistreerd is bij
de Verbruikskredietcentrale van de
Nationale Bank (NBB). Daarom
heeft de regering beslist dat een
voldoende structurele financiering
van het Fonds moest worden
gegarandeerd door middel van de
uitbreiding
van
de
financieringsgrondslag.
Ik heb voorgesteld een bijdrage te
vragen
aan
de
kredietbemiddelaars. Mijn jongste
voorontwerp van wet strekt ertoe
een zelfde systeem in te voeren
als voor de kredietgevers, met
registratie bij de Centrale voor
kredieten aan particulieren. De
NBB meent echter dat de
gegevens die nodig zijn voor de
berekening van de bijdragen niet
beschikbaar zullen zijn vóór 2013.
Gezien de dringendheid, wordt er
in afwachting van die gegevens in
het voorontwerp voorgesteld om
de huidige contribuanten een
aanvullende bijdrage te laten
leveren.
Daarvoor
is
een
wetswijziging noodzakelijk.
23.03 Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie.
Je crois qu'outre le fait d'élargir les paiements aux intermédiaires de
crédit, même si cela posera quelques problèmes puisque le Conseil
d'État et la Cour constitutionnelle avaient déjà réagi sur la question, il
faut trouver une solution dynamique.
Je vous soutiendrai pour demander l'augmentation de la contribution
des prêteurs et des banques. Il faut oublier la piste préconisée par
M. Van Quickenborne qui arguait du fait que certaines dettes ne se
trouvent pas chez les prêteurs mais dans les soins de santé ou du
gaz et de l'électricité. Comme je le lui ai dit, va-t-on demander à la
sécurité sociale de payer le Fonds de Surendettement ou même au
ministre des Finances, puisque la dette la plus importante en dehors
des prêteurs est la dette fiscale? On demandera alors au ministre des
23.03 Karine Lalieux (PS): De
uitbreiding
tot
de
kredietbemiddelaars
is
niet
voldoende. We kunnen niet
wachten tot 2013.
Ik steun uw voorstel om de
bijdrage van de geldschieters en
van de banken te verhogen.
Vergeet de denkpiste van de heer
Van Quickenborne. U moet de
regering bij de hand nemen en uw
wetsontwerp indienen.
CRIV 52
COM 537
28/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
Finances de prendre sur son budget pour alimenter le Fonds de
Surendettement. Il y a urgence: vous devriez faire un coup de force
au gouvernement pour déposer votre projet de loi et financer le Fonds
de Surendettement pour que les médiateurs puissent être payés
correctement.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 16.54 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.54 uur.