Commissie voor de Justitie

Commission de la Justice

 

van

 

Woensdag 16 januari 2019

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 16 janvier 2019

 

Après-midi

 

______

 

 


La réunion publique de commission est ouverte à 14.35 heures et présidée par M. Philippe Goffin.

De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.35 uur en voorgezeten door de heer Philippe Goffin.

 

01 Questions jointes de

- M. Marco Van Hees au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "l'absence de poursuites à l'encontre des gros bonnets de Fortis" (n° 28142)

- M. Raoul Hedebouw au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "l'absence de poursuites à l'encontre des gros bonnets de Fortis" (n° 28143)

- Mme Annick Lambrecht au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "Fortis" (n° 28161)

- M. Georges Gilkinet au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "le non-lieu prononcé dans le dossier Fortis" (n° 28319)

01 Samengevoegde vragen van

- de heer Marco Van Hees aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "het niet-vervolgen van de Fortis­kopstukken" (nr. 28142)

- de heer Raoul Hedebouw aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "het niet-vervolgen van de Fortiskopstukken" (nr. 28143)

- mevrouw Annick Lambrecht aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "Fortis" (nr. 28161)

- de heer Georges Gilkinet aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "de buitenvervolgingstelling in het Fortisdossier" (nr. 28319)

 

01.01  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, in 2008 werd beloofd kosten noch middelen te sparen om te onderzoeken of de toplui van Fortis misdrijven hadden gepleegd. In 2013 was de eindvordering van het parket klaar, zodat de raadkamer de beklaagden kon doorverwijzen naar de correctionele rechtbank. Uiteindelijk werd bijkomend onderzoek gevraagd. Dat bijkomend onderzoek was afgerond in 2016. Vervolgens is er in het strafdossier twee jaar niets meer gebeurd en stelt het parket nu dat er niet meer vervolgd zal kunnen worden, omdat voor een deel van de tenlasteleggingen onvoldoende bezwaren kunnen worden opgeworpen en een ander deel van de tenlasteleggingen dreigt te verjaren. Dat is absoluut onaanvaardbaar.

 

Ten eerste, waarom heeft men sinds 2016 twee jaar stilgezeten? Kan dat zomaar? Wie is daarvoor verantwoordelijk?

 

Ten tweede, in welke mate is er werkelijk een dreiging voor een verjaring? Over welke verjaring spreken wij?

 

Ten derde, als de verjaring dreigt, waarom heeft men dan niet gebruikgemaakt van de minnelijke schikking in strafzaken?

 

Ten vierde, overweegt u om gebruik te maken van uw positief injunctierecht om het parket alsnog te verplichten de beklaagden te vervolgen?

 

01.02  Georges Gilkinet (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, il est toujours délicat de commenter des décisions de justice mais je ne peux pas m'empêcher de vous interpeller sur certaines d'entre elles. En l'occurrence, il s'agit du dossier Fortis, l'un des dossiers financiers qui a coûté à la collectivité quelques milliards d'euros à la suite de la crise financière. Je vous ai interrogé à plusieurs reprises sur ce dossier, vous demandant que des moyens soient dégagés pour permettre à un moment une vérité judiciaire.

 

Ce que nous avons appris au mois de décembre est ce que nous craignions. Dans ce dossier, comme dans trop d'autres en lien avec la criminalité financière, un non-lieu a été prononcé faute de décision dans des délais raisonnables avec un abandon des poursuites par crainte de prescription des faits. Ce n'est pas satisfaisant.

 

Je voulais vous interroger de manière générale sur les moyens qui sont dégagés par notre justice en matière de lutte contre la criminalité financière. Il faut bien constater que, dans trop de dossiers, nous ne parvenons pas à aboutir à une décision judiciaire. Quels sont les moyens qu'en tant que ministre de la Justice, vous comptez dégager sur base de ce constat?

 

Par rapport au dossier particulier, comptez-vous utiliser votre droit d'injonction positive pour demander que le parquet renonce à l'abandon des poursuites?

 

01.03  Koen Geens: ministre: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Lambrecht, monsieur Gilkinet, en ce qui concerne le contenu et l'état d'avancement du dossier, je vous renvoie au communiqué de presse publié par le parquet de Bruxelles. Il correspond au rapport que le procureur général de Bruxelles m'a transmis. Si vous le désirez, j'ai des copies du communiqué de presse avec moi.

 

En outre, je ne peux pas réagir sur le contenu, afin d'éviter toute ingérence ou d'exercer une pression sur les décisions prises par le pouvoir judiciaire chargé de l'affaire en cours.

 

Hoe gaat de zaak nu verder? Ik wil onderstrepen dat de procedure en de vervolging nog niet zijn stopgezet. Een eindvordering van het parket is geen beslissing met een definitief karakter, een definitief gevolg of een definitief resultaat over de strafzaak. Ze vertolkt enkel de zienswijze van het parket op het einde van het gerechtelijke onderzoek, dat werd geleid door de onderzoeks­rechter. Het komt de raadkamer toe, dus de rechterlijke macht, om een rechterlijke beslissing te nemen over de verwijzing van de zaak naar de correctionele rechtbank, over de buitenvervol­gingstelling of over het verval van de straf­vordering door, bijvoorbeeld, de verjaring.

 

Tijdens de raadkamer is er niet alleen het parket dat zijn vordering uitlegt. Tevens brengt de onderzoeksrechter als leider van het onderzoek verslag uit over het onderzoek en deelt daarbij zijn bevindingen mee. Ook de burgerlijke partijen krijgen het woord met betrekking tot de bezwaren aangaande de schuld van de betrokken inverdenkinggestelde. Op basis van het dossier, de debatten zoals ik hier zopas heb omschreven en, uiteraard, de verdediging door de inverdenkinggestelden, neemt de raadkamer haar beschikking tot al dan niet vervolging. Tegen een vonnis van de raadkamer waarbij tot buitenvervolgingstelling en/of het verval van de strafvordering, geheel of gedeeltelijk, wordt beslist, kunnen de burgerlijke partijen en het parket hoger beroep instellen bij de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep, die dan bij arrest beslist. Bij een verwijzing is het uiteindelijk de rechter ten gronde, zijnde de correctionele rechtbank of het hof van beroep, die beslist over de schuld en over de strafmaat.

 

En ce qui concerne l'application du droit d'injonction positive, je vous informe que cette compétence du ministre de la Justice n'est plus d'application à cette étape de l'action publique et de la procédure.

 

Artikel 151, § 1, van de Grondwet bepaalt dat het openbaar ministerie onafhankelijk is in de individuele opsporing en vervolging, onverminderd het recht van de bevoegde minister om de vervolging te bevelen en de bindende richtlijnen van het strafrechtelijke beleid, inclusief de richtlijnen van het opsporings- en vervolgings­beleid, vast te leggen.

 

Uit de parlementaire voorbereidingen in verband met artikel 151 van de Grondwet blijkt dat de minister van Justitie krachtens die bepaling over de primauteit bij het vervolgingsbeleid beschikt. Het College van procureurs-generaal staat daarbij onder zijn gezag. Hij neemt de noodzakelijke maatregelen om de toepassing van zijn richtlijnen inzake het strafrechtelijke beleid te waarborgen, wanneer het college daaromtrent geen consensus bereikt, zonder evenwel vanzelfsprekend zelf de strafvordering te kunnen uitoefenen.

 

Uit de parlementaire voorbereidingen blijkt ook dat onafhankelijkheid er, ten eerste, in bestaat dat geen enkele macht het openbaar ministerie kan verbieden een opsporing of vervolging in te stellen. Er is dus geen negatief injunctierecht. Dat is hier echter niet aan de orde. De minister kan wel via zijn injunctierecht bevelen om feiten te onderzoeken en te vervolgen. In casu is de zaak echter in onderzoek en loopt de procedure van vervolging.

 

Belangrijk is dat de onafhankelijkheid bovendien veronderstelt dat de leden van het openbaar ministerie bij de individuele opsporing en vervolging van een zaak ter zitting van een rechtscollege zelf over een appreciatiemarge beschikken.

 

Voorts werd tijdens de parlementaire voor­bereidingen ook nog uitdrukkelijk beklemtoond dat de parketmagistraten volledig vrij zijn in de beoordeling van de individuele dossiers.

 

Le droit d'injonction ne s'applique donc pas à une éventuelle ingérence dans les faits de poser les actes d'instruction, d'utiliser des voies de recours, d'engager des actions ou de déterminer le contenu des réquisitoires durant les séances dans des affaires individuelles.

 

En ce qui concerne votre question sur les moyens du parquet de Bruxelles, je peux vous informer que sept postes sont actuellement vacants.

 

01.04  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, ik dank u voor de zeer technische uitleg. Ik heb echter geen antwoord gekregen op mijn vraag of er hier sprake is van verjaring en welke de termijn daarvoor is. Als die dreiging van verjaring er is, waarom heeft men hier dan niet gebruikgemaakt van de procedure van de minnelijke schikking in strafzaken?

 

01.05  Georges Gilkinet (Ecolo-Groen): Monsieur le président, monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.

 

Comme je l'ai dit, il est toujours délicat d'interroger le ministre de la Justice sur une affaire en cours. En effet, il se réfère systématiquement au principe de la séparation des pouvoirs, ce que nous acceptons.

 

Monsieur le ministre, laissez-moi toutefois constater avec vous que, d'un point de vue sociétal, la situation n'est pas satisfaisante. Le parquet est le représentant de l'intérêt général. Le fait de déclarer forfait, de constater qu'on n'a pas suffisamment de moyens et de temps pour tenter d'aboutir à une vérité judiciaire dans des dossiers aussi importants est symptomatique de l'état de notre justice, notamment en matière de lutte contre la criminalité financière.

 

Je vous engage, comme je l'ai déjà fait à plusieurs reprises, même si le gouvernement est aujourd'hui en affaires courantes, à considérer que la lutte contre ce type de criminalité financière, compte tenu des soupçons qui ont été formulés à l'égard des dirigeants de Fortis, doit être une priorité pour notre appareil judiciaire et pour le ministre de la Justice que vous êtes. Dans le cas contraire, le risque existe de désespérer nos concitoyens quant à la capacité de la justice d'agir pour protéger les plus faibles et sanctionner ceux qui doivent l'être et qui ont parfois coûté beaucoup d'argent à la collectivité.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: Les questions jointes n° 28144 de M. Marco Van Hees et n° 28145 de M. Raoul Hedebouw sont transformées en questions écrites.

 

02 Questions jointes de

- M. Gautier Calomne au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "les chants antisémites scandés lors d'une rencontre sportive" (n° 28151)

- M. Brecht Vermeulen au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "les chants antisémites lors de rencontres sportives" (n° 28297)

02 Samengevoegde vragen van

- de heer Gautier Calomne aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "de antisemitische gezangen tijdens een sportwedstrijd" (nr. 28151)

- de heer Brecht Vermeulen aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "antisemitische gezangen tijdens sportwedstrijden" (nr. 28297)

 

02.01  Gautier Calomne (MR): Monsieur le ministre, à l'occasion d'un match de football qui a opposé les équipes de Bruges et d'Anderlecht au mois d'août dernier, des supporters ont scandé des chants antisémites.

 

Sans m'attarder sur les paroles indignes et inqualifiables – qui ne peuvent susciter que dégoût et réprobation –, je souhaiterais surtout prendre connaissance du suivi de ce dossier par les pouvoirs publics. Le club de Bruges a tenu à réagir sur cet incident et je cite l'un de ses communiqués de presse: "Quelques jours après la rencontre, le Club Bruges a été avisé de ces faits par ses propres supporters et par ses stewards. Le Club a réussi à identifier ces personnes et les a exclues de son stade avant d'entamer contre elles des poursuites judiciaires."

 

De facto, il semblerait qu'un certain nombre d'auteurs des faits ont été clairement identifiés et pourraient dès lors être poursuivis.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous confirmer que les services judiciaires se sont saisis de ce dossier? Nonobstant le secret de l'instruction et le strict respect de la séparation des pouvoirs, que pouvez-vous nous communiquer sur ce dossier? Des auteurs présumés ont-ils été identifiés et interrogés par la justice? Quelles mesures ont été décidées pour renforcer les collaborations avec les clubs de football pour lutter contre toutes les formes de racisme et d'antisémitisme au sein des tribunes?

 

02.02  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de minister, in december 2018 verschenen er op de website van La Dernière Heure beelden van supporters van Club Brugge na de wedstrijd tegen Anderlecht van 26 augustus. Daarin werden er door enkele supporters antisemitische gezangen ingezet. Zij zongen onder andere: "Mijn vader zat bij de commando's, mijn moeder zat bij de SS en samen verbrandden zij Joden, want Joden branden het best."

 

Op aangeven van stewards had Club Brugge daags na de wedstrijd al personen die meezongen geïdentificeerd en hun een burgerrechtelijk stadionverbod opgelegd. Daarnaast liet het parket in een reactie op de feiten weten het proces-verbaal van de politie af te wachten.

 

Dergelijke feiten zijn geen alleenstaand geval. Zowel in binnen- als buitenland zijn voorbeelden te vinden van antisemitische gezangen tijdens voetbalwedstrijden. Tijdens een wedstrijd tussen Antwerp en Beerschot-Wilrijk in april vorig jaar waren spreekkoren tegen de Joodse gemeenschap te horen en was er ook een spandoek te zien met een anti-Joodse boodschap. In Nederland zijn er onder meer problemen geweest in 2017 naar aanleiding van de wedstrijd tussen AZ Alkmaar en Ajax, waarbij supporters van AZ dezelfde antisemitische liederen zongen die na de wedstrijd Club Brugge-Anderlecht te horen waren. Ook supporters van het Engelse Chelsea zongen vorige maand nog antisemitische liederen tijdens de Europese wedstrijd tegen het Hongaarse Vidi.

 

Om foutief supportersgedrag sneller te kunnen bestraffen werd eind 1998 een administratieve sanctieprocedure goedgekeurd, ook wel gekend als de voetbalwet. Die wet voorziet in de mogelijkheid om eenieder die alleen of in groep in het stadion of zelfs daarbuiten aanzet tot slagen en verwondingen, haat of woede ten opzichte van een of meerdere personen, te veroordelen. Daarnaast kan de voetbalclub of de voetbalbond ook steeds optreden en een burgerrechtelijk stadionverbod opleggen, zoals werd gedaan door Club Brugge. Tot slot kan het uiteraard nog steeds personen te vervolgen op basis van de strafwet. Dat kan zelfs parallel met een administratieve sanctie op basis van de voetbalwet.

 

De voetbalwet en de politie zijn bevoegdheden van de minister van Binnenlandse Zaken en ik heb daarom ook een vraag gesteld aan minister De Crem. Voor u heb ik echter de volgende vragen, mijnheer de minister.

 

Beschikt het parket momenteel reeds over een proces-verbaal omtrent de geciteerde incidenten na de wedstrijd Club Brugge-Anderlecht? Zo ja, kunt u meedelen welk gevolg het parket hieraan gegeven heeft, uiteraard rekening houdend met de scheiding der machten?

 

Hoe vaak heeft het parket naar aanleiding van incidenten voor, tijdens of na voetbalwedstrijden al beslist om tot vervolging over te gaan? Zijn er tendensen in die aantallen die u kunt verklaren? In hoeveel gevallen werden de supporters ook effectief gestraft? Is het parket in het verleden al tot vervolging overgegaan specifiek voor antisemitisch gedrag naar aanleiding van een voetbalwedstrijd?

 

02.03  Koen Geens, ministre: Monsieur le président, monsieur Calomne, monsieur Vermeulen, le parquet m'autorise à vous communiquer qu'une information judiciaire est ouverte depuis le 20 décembre 2018, date à laquelle la zone de police de Bruges a dressé un procès-verbal sur la base d'un précédent rapport administratif. Jusqu'à cette date, les faits concernant le match contre le Royal Sporting Club Anderlecht n'étaient pas connus des services de police.

 

Individuele betrokkenen zijn voor de feiten van 26 augustus 2018 nog niet geïdentificeerd en bijgevolg ook nog niet verhoord. In elk geval heeft KV Club Brugge zijn volledige medewerking tot identificatie toegezegd.

 

Concernant les mesures de renforcement de la coopération avec les clubs de football, une réunion est prévue le 4 février 2019 entre le ministère public et les représentants d'Unia, afin d'inclure ces faits dans un projet de football positif, visant à lutter contre le racisme.

 

De nombreuses questions ont déjà été résolues et d'autres initiatives sont entreprises. Je renvoie en premier lieu à la circulaire du ministre de l'Intérieur de 2006, qui vise à sensibiliser tous les partenaires de terrain et à les inciter à entreprendre des actions préventives, mais aussi à lutter efficacement contre ces phénomènes.

 

En 2018, la Pro League a présenté un plan d'action sur les slogans blessants et discriminatoires, et elle se penche actuellement sur la création d'une boîte à outils visant l'encadrement et la formation à la diversité au sein des clubs sportifs. Une subvention fédérale pour l'égalité des chances a été accordée pour ce projet.

 

Je voudrais, pour conclure, mentionner aussi le Fonds Jo Vanhecke, créé avec le soutien de la cellule Football du Service public fédéral Intérieur, de l'Union de football et de la Pro League, qui soutient des projets visant à améliorer la sécurité et le fonctionnement social du football.

 

Tot slot kan het College van procureurs-generaal mij de gevraagde statistische gegevens helaas niet meedelen.

 

02.04  Gautier Calomne (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour les différents éléments communiqués, entre autres concernant le match de football dont il a été question, mais aussi pour les mesures que vous nous indiquez, notamment cette réunion qui se tiendra le 4 février 2019.

 

Il est important que les pouvoirs publics prennent conscience de cela et accentuent leurs démarches à ce niveau car la jeune génération suit le sport, le football en particulier. De ce fait, nous voudrions promouvoir davantage les valeurs d'esprit d'équipe, de fair-play plutôt que de voir ce type de comportements qui promeuvent le racisme ou l'antisémitisme. Monsieur le ministre, je vous remercie pour ces éléments de réponse. Nous resterons attentifs à l'évolution de la situation car le chantier n'est certainement pas terminé.

 

02.05  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de minister, ook ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik vind het wel heel vreemd dat Club Brugge zijn eigen supporters kan identificeren, terwijl het parket of de politie daarin nog niet eens slaagt na zoveel weken. Het lijkt wel of er twee verschillende identificatiewerelden bestaan, waarbij de zwakst uitgeruste het beste kan identificeren.

 

Het is ook spijtig dat er geen cijfers gegeven kunnen worden door het College van procureurs-generaal. Misschien kan daaraan in de toekomst meer aandacht gegeven worden met het oog op beter beleidswerk.

 

In verband met racisme, en meer specifiek antisemitisme, wijs ik op een groot onderzoek uit 2013 waaruit bleek dat negen op de tien ondervraagden meenden dat het antisemitisme in de voorgaande vijf jaar sterk was toegenomen. Recent, in december 2018, vond een gelijkaardige studie plaats waarbij 16 400 joodse mensen ondervraagd werden doorheen heel Europa. Na die eerste vijf jaar zeggen negen op de tien ondervraagden nu opnieuw een verdergaande graad van antisemitisme waar te nemen.

 

Welnu, ik denk dat wij tot het punt moeten komen waarbij noch lokale besturen, noch organisatoren van evenementen, noch Binnenlandse Zaken, noch Justitie, antisemitisme in eender welke vorm mogen aanvaarden. Een beleid tegen antisemitisme wordt naar mijn mening ook het best geïntegreerd in de toekomstige kadernota Integrale Veiligheid en in het Nationaal Veiligheidsplan.

 

Op kortere termijn kan er best een omzendbrief uitgebracht worden die het strafrechtelijk beleid verduidelijkt, waardoor feiten van negationisme en antisemitisme beter aangepakt worden. Daartoe heb ik samen met mijn collega's Metsu en Klaps ooit een resolutie ingediend.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Le président: La question n° 28153 de Mme Matz est reportée.

 

02.06  Koenraad Degroote (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik denk dat mevrouw Lambrecht nog een aanvullende vraag heeft. Ik ben natuurlijk niet degene die de agenda bepaalt, maar uit beleefdheid voor mijn collega, haal ik dit even aan.

 

02.07  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik wil even wijzen op het feit dat ik daarnet geen enkel antwoord heb gekregen op mijn derde vraag over Fortis. Het antwoord kan ook zijn dat u niet wil antwoorden, maar misschien hebt u erover gezien. Mijn vraag was waarom men geen beroep heeft gedaan op een minnelijke schikking.

 

02.08 Minister Koen Geens: Mevrouw Lambrecht, uw vraag van daarnet was dubbel, u informeerde ook naar de verjaring. Ik heb u verwezen naar het persbericht waarin op pagina 3 staat: "Na een nieuwe grondige analyse van alle stukken van het strafdossier is het thans naar de inschatting van het parket niet mogelijk om met voldoende zekerheid te kunnen stellen dat alle vereiste constitutieve elementen voor een misdrijf van valsheid in jaarrekeningen kunnen worden aangetoond. Daarbij werd rekening gehouden met de strafrechtelijke omschrijving van de tenlastelegging, juridische en economische gegevens van de zaak en met eerdere gerechtelijke beslissingen in binnen- en buitenland. Door het wegvallen van deze tenlastelegging zijn volgens het parket van Brussel de andere feiten verjaard. Minstens treedt de verjaring op korte termijn in." Dat staat in het persbericht.

 

In verband met de minnelijke schikking, de minister komt niet tussen in de motieven waarom het parket wel of niet een minnelijke schikking overweegt. Het parket heeft mij daarover geen informatie meegedeeld en ik kan u daarop dus ook niet antwoorden.

 

03 Samengevoegde vragen van

- de heer Koenraad Degroote aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "het aantal in beslag genomen laders" (nr. 28158)

- de heer Koenraad Degroote aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "de balans van de amnestieperiode" (nr. 28311)

- de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "de aankoop van laders voor vuurwapens" (nr. 28324)

03 Questions jointes de

- M. Koenraad Degroote au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "le nombre de chargeurs saisis" (n° 28158)

- M. Koenraad Degroote au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "le bilan de la période d'amnistie" (n° 28311)

- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "l'achat de chargeurs d'armes à feu" (n° 28324)

 

03.01  Koenraad Degroote (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, mijn eerste vraag was een schriftelijke vraag die werd omgezet in een mondelinge vraag omdat de termijn verstreken was. Deze gaat over de laders. Mijn tweede vraag diende ik nadien in en gaat over de amnestie.

 

Samen met de nieuwe verplichting tot een vergunning voor laders van munitie werd er ook een overgangsregeling aangekondigd, voor de vergunningsplicht. Die zou gemakkelijk en gratis zijn. Maar toch blijkt in de praktijk niet alles zo vlot te verlopen. Om een volledig beeld hiervan te krijgen, had ik graag een aantal vragen beantwoord gezien.

 

Over hoeveel aanvragen tot vergunning en erken­ning van laders gaat het sinds de afkondiging van de nieuw wet?

 

Kunt u mij vertellen hoeveel beroepen er zijn ingediend en hoeveel daarvan al dan niet positief werden behandeld?

 

Mijn tweede vraag gaat algemener over het resultaat van de amnestie.

 

De amnestieperiode, ingevoerd bij wet van 7 januari 2018, liep eind vorig jaar af. Midden september gaf u ter zake nog een stand van zaken. Op dat moment was het aantal aangiftes van illegale wapens eerder teleurstellend. Het ging over 8 687 illegale laders, wapens en munitie. Dit is maar een kleine fractie van het grote aantal – minstens 200 000 – illegale wapens die in ons land circuleren.

 

Kunt u mij de complete resultaten geven van deze actie? Hoeveel illegale wapens, munitie en laders werden er afgestaan? Hoeveel aanvragen tot vergunning en erkenning van laders hebt u ontvangen? Kunt u mij ook meer uitleg geven over de beroepen, zoals ook in de eerste vraag vermeld stond?

 

Ik dank u voor uw antwoord.

 

03.02 Minister Koen Geens: Mijnheer de Degroote, wat de statistieken betreft van de voorbije aangifteperiode - zowel voor vuurwapens, laders als munitie - moet ik u het antwoord nog even schuldig blijven. Het relevante uitvoeringsbesluit bepaalt dat de gouverneurs aan de minister van Justitie een verslag moeten uitbrengen. Op hun beurt moeten zij hiervoor eerst alle aangiftebewijzen van de lokale politiediensten verwerken. Dat zal wat tijd vergen.

 

Ook het aantal ingediende administratieve beroepen is nog niet gekend aangezien er de komende maanden nog nieuwe beroepen zullen volgen. Niettemin heb ik mij voorgenomen om nog dit voorjaar op eigen initiatief een rapport over de aangifteperiode aan het Parlement te bezorgen.

 

Mijnheer Degroote, ik moet de cijfers die u vermeldt wel wat nuanceren. Het aantal niet-vergunde vuurwapens in ons land kan niet geloofwaardig worden ingeschat. Tijdens de aangifteperiode van 2006 tot 2008 werden ongeveer 200 000 vuurwapens aangegeven. Daarom kunnen wij deze keer niet dezelfde aantallen verwachten, maar toch nog vele duizenden.

 

Specifiek met betrekking tot kogelladers wil ik erop wijzen dat de verstrengde wetgeving voor het gros van de wapenbezitters geen enkel gevolg met zich meebracht omdat zij automatisch de laders mogen blijven bezitten die horen bij hun vergunning, jachtverlof of sportschutterslicentie. Enkel wie laders verzamelt of er handel in drijft, diende daarvoor kosteloos aangifte te doen. Volgens voorlopige cijfers, waarbij nog niet alle provincies zijn meegeteld, ging het over slechts 414 aanvragen voor het hele land.

 

De controletaak van politiediensten en gouverneurs wordt niet sterk beïnvloed door de nieuwe regels over laders. Alleen personen die uitsluitend laders en geen vuurwapens verzamelen, moeten nu ook vijfjaarlijks worden gecontroleerd. Het betreft hoogstens enkele honderden personen. Een verstrenging van de wetgeving inzake laders deed dus absoluut geen grote administratieve werklast ontstaan - noch voor de wapenbezitters, noch voor de provincies of veiligheidsdiensten.

 

In het licht van die vaststellingen is de kritiek vanuit een bepaalde hoek van de wapenlobby des te onbegrijpelijker. De wetgeving heeft een belangrijke lacune gedicht die problemen stelde voor de openbare veiligheid.

 

Dat laders op zich ongevaarlijk zijn, zou men ook kunnen zeggen over vuurwapens of munitie. Ik stap niet mee in dergelijke redeneringen. Zonder laders zijn wapens onbruikbaar, dus lijkt het mij evident dat hun bezit moest worden gereguleerd. De nieuwe regels volgen trouwens grotendeels deze die al bestonden voor munitie.

 

Het was nodig om naast de verkoop ook het bezit van laders te omkaderen. Anders zouden we niet kunnen optreden tegen bevoorrading in het buitenland of tegen personen die beweren dat ze de laders al bezaten van voor de wetswijziging. Dankzij die beleidskeuze is een Belg die in het buitenland fysiek of via een webwinkel laders aankoopt, zonder dat hij daarvoor een wettige titel heeft, in ons land strafbaar.

 

Het is wel zorgwekkend dat er nu wordt beweerd dat Belgen laders via buitenlandse websites kunnen kopen zonder enige voorafgaande controle. We moeten absoluut vermijden dat de nieuwe regels op die manier gemakkelijker kunnen worden omzeild. Daarom wil ik samen met het College van de PG's bekijken op welke manier deze situatie kan worden verholpen.

 

Mijnheer Degroote, ik heb misschien voor een stuk geantwoord op vragen die u niet heeft gesteld omdat collega Terwingen ook nog vragen had gesteld. Het leek mij zuiverder om meteen heel mijn verhaal te vertellen eerder dan bepaalde dingen te vergeten.

 

03.03  Koenraad Degroote (N-VA): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. Ik betreur een beetje dat het cijfermateriaal nog niet voorhanden is. U zegt dat dat nog enige tijd zal vergen. Naar mijn oordeel zou dat toch tamelijk snel moeten kunnen. U kunt daar misschien zelf niet veel aan verhelpen, maar ik zou toch aandringen op enige spoed.

 

Het komt mij daardoor voor dat bepaalde elementen of bepaalde omstandigheden een soort rem inhouden. Men wordt tegengehouden om aangifte te doen. U spreekt over de wapenlobby, maar ik denk dat er met de sector van de vreedzame wapenbezitters misschien nog eens aan tafel moet worden gezeten om te kijken om een dergelijke amnestieperiode succesvoller te maken. Ik denk tussen de lijnen uit uw antwoord te mogen opmaken dat de amnestieperiode geen succes zal geweest zijn.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: Les questions nos 28206 et 28207 de M. Olivier Maingain et la question n° 28256 de Mme Barbara Pas sont reportées.

 

04 Vraag van mevrouw Annick Lambrecht aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "de toekenning van een compenserende tegemoetkoming voor de achterstand in de levering van uniformkledij voor het gevangenispersoneel" (nr. 28283)

04 Question de Mme Annick Lambrecht au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "l'octroi d'une indemnité compensatoire pour le retard de livraison des uniformes du personnel pénitentiaire" (n° 28283)

 

04.01  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, vorige week ondervroeg ik u over de achterstand bij de levering van uniformkledij voor het gevangenispersoneel. U bevestigde toen dat er inderdaad een achterstand is op het vlak van de levering van uniformkledij voor het bewakingspersoneel en het technisch personeel, en dat het gemiddeld om drie stuks per rechthebbende gaat.

 

U antwoordde toen ook dat er reglementair geen vergoeding of compensatie mogelijk is voor eigen aankopen. Ik beloofde dat ik u hierover opnieuw zou ondervragen. Als mensen hun werk moeten doen maar daarvoor geen aangepaste kledij hebben omdat de leverancier in vereffening is en een nieuwe leverancier nog moet worden aangesteld, lijkt het mij niet meer dan logisch dat zij een compenserende tegemoetkoming krijgen wanneer zij in eigen kledij komen werken. Zij hebben immers recht op uniformkledij van de dienst waarvoor zij werken.

 

Mijnheer de minister, bent u het, ten eerste, met mij eens dat mensen die voor hun werk een uniform moeten dragen, een compenserende tegemoetkoming moeten krijgen wanneer zij in eigen kledij komen werken, omdat de uniformkledij waar zij recht op hebben, niet voorhanden is?

 

Ten tweede, wanneer zullen de getroffen personeelsleden krijgen wat hun toekomt?

 

04.02 Minister Koen Geens: Mevrouw Lambrecht, uniformartikelen worden door de rechthebbenden besteld op basis van een puntensysteem. De huidige reglementering inzake de verstrekking van uniformkledij voorziet niet in een financiële vergoeding van de aangewende punten voor kledij waarvoor geen levering plaatsvond.

 

Er wordt onderstreept dat de meest prioritaire artikelen die noodzakelijk geacht worden voor de goede uitoefening van de opdrachten, met andere woorden de artikelen die op de werkvloer het uniformdragend personeel onderscheiden van de gedetineerden, zoals hemden, poloshirts en schouderkentekens, wel degelijk integraal en tijdig worden geleverd.

 

Op basis van die elementen is een compensatie, in welke vorm dan ook, niet aan de orde.

 

De achterstand in de levering van andere belangrijke kledijartikelen als broeken en jassen zal dit jaar worden weggewerkt.

 

04.03  Annick Lambrecht (sp.a): Met alle respect, mijnheer de minister, u kunt het toch niet eens zijn met wat de diensten u nu doen zeggen? Cipiers zijn mensen met een zeer lage wedde, die een van de moeilijkste beroepen die er zijn, uitoefenen. Dankzij hun uniform krijgen zij een beetje gezag. Nu zij geen kledij krijgen om dat gezag te kunnen uitoefenen, in ondermaatse gevangenisgebouwen, wordt er eindelijk aan de alarmbel getrokken wat broeken en jassen betreft, en u werpt op dat zij wel hemden en poloshirts hebben.

 

U had mij ook gelijk kunnen geven en, ook al is de regering in lopende zaken, een regeling uitwerken en die voorleggen.

 

U zou daar zeker steun voor krijgen. Immers, cipiers oefenen een van de moeilijkste beroepen uit, in bovendien zeer moeilijke omstandigheden. Beeldt u zich in dat men verpleegkundigen niet eens kledij zou geven om hun beroep uit te oefenen!

 

U stuurt mij naar huis met een antwoord waarmee niemand akkoord kan gaan. Ik ben ervan overtuigd dat u over de partijgrenzen steun zou vinden voor een compensatieregeling voor de cipiers die in eigen kleding in moeilijke omstandigheden hun job moeten doen. U mist hier een kans.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Question de M. Gautier Calomne au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "la sécurisation des locaux des services de la justice" (n° 28305)

05 Vraag van de heer Gautier Calomne aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "de beveiliging van de lokalen van de gerechtelijke diensten" (nr. 28305)

 

05.01  Gautier Calomne (MR): Monsieur le ministre, il n'aura échappé à personne que l'actualité a été émaillée par l'annonce du vol de plusieurs objets au sein du parquet de Bruxelles, situé dans l'édifice Portalis. Parmi les pièces subtilisées figuraient un disque dur contenant des données d'autopsie de victimes des attentats du 22 mars ainsi que des informations relatives à l'attaque terroriste commise au Musée juif - dont le procès vient de s'ouvrir.

 

Nous sommes toutes et tous profondément choqués par ce vol. Notre première pensée va évidemment aux victimes ainsi qu'à leurs familles et leurs proches, auxquels il est infligé un chagrin supplémentaire.

 

Cette affaire nous préoccupe aussi quant à la sécurisation des locaux des services de justice.

 

Aussi, monsieur le ministre, je souhaiterais obtenir des réponses aux questions suivantes. Selon les informations à votre disposition - et dans le respect évident de la confidentialité de la procédure d'enquête en cours -, comment peut-on expliquer le vol commis au parquet? Comment les mesures de sécurité en vigueur ont-elles pu être déjouées? Des failles ont-elles été identifiées et, partant, colmatées?

 

Quelles sont les mesures décidées pour sécuriser l'accès aux locaux des services de justice, en particulier ceux des parquets, mais aussi soutenir les bonnes pratiques dans l'utilisation des supports de données? À ce propos, n'est-il pas envisageable de crypter les disques durs et autres supports informatiques?

 

05.02  Koen Geens, ministre: Monsieur Calomne, la semaine dernière, j'ai déjà abordé en ces lieux la question des bâtiments judiciaires. À cette occasion, j'ai indiqué que certains étaient en très bon état, tandis que d'autres se révélaient défaillants. Le Portalis relève de la première catégorie.

 

Une politique de sécurité a été élaborée pour tous les bâtiments judiciaires sur la base d'une analyse de risque. Portalis est un édifice relevant de la catégorie de sécurisation la plus élevée. Outre le parquet, ces locaux abritent les juges d'instruction, les tribunaux de la jeunesse et la commission de probation.

 

Le dispositif de sécurité prévoit un contrôle d'accès par le biais d'une vérification des identités et d'un scan, ainsi qu'une permanence effectuée vingt-quatre heures sur vingt-quatre et sept jours sur sept par les collaborateurs "surveillance & gestion". La présence d'une entreprise de gardiennage privée et de la police est également de mise en journée.

 

Le bâtiment Portalis est subdivisé en une partie accessible au public, une partie privative - zone de travail - et enfin des locaux hautement sécurisés. Les axes de circulation sont adaptés en conséquence, de même que le système global relatif aux badges. La zone de travail des médecins légistes se trouve au rez-de-chaussée.

 

Après avoir passé le contrôle d'accès, quiconque pénètre dans le bâtiment a aussi accès au bureau du médecin légiste. Une demande de travaux supplémentaires n'a jamais été introduite. Ce n'est guère illogique, puisque ces locaux doivent rester accessibles au public, par exemple pour le constat d'incapacité de travail des victimes.

 

En outre, chaque porte doit être fermée à clef séparément en cas d'absence. En effet, le matériel informatique partagé avec le SPF Justice est sécurisé. Toutefois, le disque dur externe n'était pas la propriété de la justice mais celle du médecin légiste; il était donc conservé sous sa responsabilité.

 

05.03  Gautier Calomne (MR): Je remercie le ministre pour les réponses qu'il nous a communiquées.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: Les questions n°s 28318 et 28320 de M. Georges Gilkinet sont reportées.

 

La réunion publique de commission est levée à 15.12 heures.

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.12 uur.