Commissie voor de Justitie

Commission de la Justice

 

van

 

Woensdag 6 februari 2019

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 6 février 2019

 

Après-midi

 

______

 

 


La réunion publique de commission est ouverte à 12.45 heures et présidée par M. Philippe Goffin.

De openbare commissievergadering wordt geopend om 12.45 uur en voorgezeten door de heer Philippe Goffin.

 

01 Question de Mme Laurette Onkelinx au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "la hiérarchie des normes et le secret professionnel" (n° 28344)

01 Vraag van mevrouw Laurette Onkelinx aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "de normenhiërarchie en het beroepsgeheim" (nr. 28344)

 

01.01  Laurette Onkelinx (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, cette question est intéressante et pourrait être traitée, surtout la réponse, dans pas mal de cursus universitaires, au vu des conséquences très importantes notamment pour la sécurité de victimes potentielles. Cette question concerne la distinction entre le secret de la confession et le secret professionnel.

 

Mon attention a été attirée par une information parue en décembre 2018. Un prêtre a été condamné à un mois de prison avec sursis par le tribunal correctionnel de Bruges à la suite du suicide d'un fidèle qui s'était confié à lui. Le prêtre avait invoqué le secret de la confession. Le tribunal lui a répondu que le secret de la confession s'apparentait au secret professionnel et qu'il n'était dès lors pas absolu en cas de danger grave.

 

S'en est suivi un débat public assez intéressant, avec des questions centrales: le secret de la confession et le secret professionnel, est-ce finalement du pareil au même? Le secret de la confession est-il supérieur au secret professionnel, en vertu du droit canonique?

 

Un communiqué de la Conférence épiscopale de Belgique est revenu sur ce jugement. Il avance que les informations personnelles partagées au cours d'un entretien entre un fidèle et un prêtre peuvent soit revêtir le caractère du secret professionnel, soit, selon le cas, le caractère du secret de la confession. La Conférence épiscopale de Belgique a aussi reconnu que le droit pénal (article 458bis du Code pénal) prévoit que les aumôniers sont dépositaires du secret professionnel. Par contre, la Conférence place le secret de la confession lié au sacrement de la pénitence au-dessus du droit pénal en alléguant que "selon le Code de droit canonique, le secret de la confession est inviolable. C'est pourquoi il est absolument interdit au confesseur de trahir en quoi que ce soit un pénitent par des paroles ou d'une autre manière, et pour quelque cause que ce soit". Il est également repris que "l'inviolabilité du secret de la confession s'applique également par rapport aux autorités civiles ou par rapport à la justice".

 

Cette déclaration n'est pas anodine, dans la mesure où elle me semble poser pas mal de problèmes.

 

Monsieur le ministre, j'en viens à mes questions. Dans la mesure où le droit canon ne fait pas partie de notre ordre juridique en droit positif, pourriez-vous préciser le caractère de l’intervention des dépositaires du secret professionnel dans un cadre liturgique ou religieux?

 

Ne serait-il pas utile de rappeler formellement aux autorités concernées la prééminence du droit civil sur tout autre droit, notamment religieux, afin d’éviter des drames semblables à celui qui a débouché sur la condamnation du prêtre brugeois?

 

01.02  Koen Geens, ministre: Madame Onkelinx, l'article 458 du Code pénal prévoit la protection du secret professionnel de manière assez générale. Le secret de la confession est expressément considéré par les autorités ecclésiastiques comme étant une forme particulière de secret professionnel, car il est lié au sacrement de la confession. À la différence du droit pénal, le droit ecclésiastique ne prévoit pas d'exception au secret de la confession.

 

Étant donné que le droit pénal est d'ordre public et qu'il vaut erga omnes, il prime sur le droit ecclésiastique et s'applique tout autant aux prêtres en question. En droit pénal, le secret professionnel est extrêmement important, mais n'est pas absolu.

 

Quant à votre deuxième question, j'aborderai le sujet lors de ma prochaine réunion avec les représentants des cultes et des convictions philosophiques.

 

01.03  Laurette Onkelinx (PS): Monsieur le ministre, je me trouve tout à fait sur la même longueur d'onde que vous.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Mevrouw Lambrecht is ziek.

 

02 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Annick Lambrecht aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "onbetaalde boetes" (nr. 28563)

- mevrouw Sophie De Wit aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "de laattijdige terugbetalingen van onterecht betaalde boetes via het platform verkeersboetes.be" (nr. 28650)

02 Questions jointes de

- Mme Annick Lambrecht au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "les amendes impayées" (n° 28563)

- Mme Sophie De Wit au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "les retards de remboursement des amendes payées indûment via la plateforme www.amendesroutieres.be" (n° 28650)

 

02.01  Sophie De Wit (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, door af en toe naar een consumentenprogramma te luisteren, leert men wel iets. Het programma De Inspecteur bracht onlangs aan het licht dat meer dan 50 000 mensen nog steeds wachten op de terugbetaling van een onterecht betaalde boete. Ook de federale Ombudsman trok aan de alarmbel.

 

Waarover gaat het? Het gaan om mensen die per ongeluk een te hoog bedrag hebben gestort en wachten op een terugbetaling. Het gaat echter ook om een aantal mensen die tengevolge van een fout van het platform Verkeersboeten.be twee keer betaald heeft omdat ze twee rekeningen ontvingen hoewel ze maar een overtreding hebben begaan.

 

Dat platform is operationeel sinds de zomer van 2017. Een procedure tot betwisting kan niet digitaal gebeuren en de telefonische helpdesk is betalend.

 

Vandaar mijn vragen.

 

Mijnheer de minister, hebt u er zicht op wanneer de meer dan 50 000 onterecht betaalde boetes zullen worden terugbetaald? Kan u daar al dan niet een deadline voor geven?

 

Wat is het totale bedrag van nog openstaande terug te betalen boetes? Wanneer zal het mogelijk zijn de boetes te betwisten of klachten op een digitale manier aan te kaarten, iets wat vandaag nog niet kan.

 

Zijn de kinderziektes van het systeem zoals het dubbel versturen van een boete voor eenzelfde overtreding ondertussen opgelost en uit het systeem gehaald?

 

Ten slotte, hoe evalueert u het platform? Merkt u dat de boetes beter betaald worden sinds de inwerkingtreding van het systeem of is dat niet het geval.

 

02.02 Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, mevrouw De Wit, zoals gemeld in een eerder antwoord zijn de resultaten van het crossborder-project zeer bevredigend. Een van de grote doelstellingen van dit project is de betere inning van alle strafrechtelijke boetes die verkeersgerelateerd zijn en dit op verschillende niveaus gaande van de onmiddellijke inningen, de minnelijke schikkingen, de bevelen tot betalen en de uitgesproken veroordeling.

 

De cijfers tonen een grote verbetering aan van de inning van de boetes. Zo worden sinds de opstart van het project 30 procent meer boetes verwerkt, werden bijna een half miljoen dossiers behandeld en wordt jaarlijks voor meer dan een half miljard euro aan boetes geïnd.

 

In het eerste semester van dit jaar zal ook de uitvoering van het bevel tot betalen bij Justitie volledig digitaal verlopen.

 

Zoals gemeld door de federale Ombudsman wacht een aantal burgers die foutieve betalingen had uitgevoerd op terugbetaling. Alvorens te kunnen overgaan tot terugbetaling moet een groot aantal controles worden uitgevoerd. Deze controles zijn bijna afgerond.

 

Ik kan u melden dat deze week 44 000 dossiers zullen worden terugbetaald. De resterende dossiers zullen nog voor het einde van de maand worden terugbetaald. In totaal zal het om 3 150 129 euro gaan.

 

Uiteraard blijft het nodig om het crossborder-platform aan te passen aan de noden van de toekomst. Gelet op het steeds groter wordend aantal dossiers dat moet worden verwerkt, zullen ook in 2019 de nodige investeringen worden gedaan om dit systeem verder te optimaliseren.

 

Justitie onderzoekt momenteel in nauw overleg met de verschillende ketenpartners wat kan worden gedaan om de procedure inzake betwistingen van feiten en personen maximaal te vereenvoudigen.

 

Voor de cijfers over de effectieve invordering van de gelden die op de uitgesproken straffen betrekking hebben, moet ik naar mijn collega van Financiën doorverwijzen. Ik kan u wel mededelen dat ik in nauw overleg met hem de nodige initiatieven neem om de digitale gegevensoverdracht tussen onze twee departementen te organiseren.

 

Zodra de automatisering en digitalisering een realiteit zijn, zullen wij veel makkelijker op cijfergerelateerde vragen kunnen antwoorden. Daartoe werd dan ook een specifiek business intelligence project gestart.

 

02.03  Sophie De Wit (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik ben erg verheugd te vernemen dat de terugbetaling voor bijna iedereen heel snel zal volgen. Het is evident dat u die terugbetaling ook controleert. Dat lijkt mij logisch.

 

Het is te hopen dat de kinderziektes worden opgelost en dat ze niet meer gebeuren.

 

Wat ook fijn om horen is, is dat 30  procent meer boetes dan voorheen worden geïnd. Die inning was voordien wel eens een achilleshiel. Indien wij dat probleem door informatisering en digitalisering kunnen verhelpen, is ook op dat vlak een stap vooruitgezet.

 

Ik dank u voor uw antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "de uitspraken van minister Schauvliege over de Staatsveiligheid" (nr. 28659)

03 Question de M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "les déclarations de la ministre Schauvliege relatives à la Sûreté de l'État" (n° 28659)

 

03.01  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik heb deze vraag gisterenmorgen ingediend. Ondertussen is er redelijk wat gebeurd, maar de essentie van mijn vraag blijft relevant.

 

Zoals wij weten, berichtte de pers op maandag 4 februari over enkele ophefmakende uitspraken van gewezen Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege tijdens een toespraak voor het Algemeen Boerensyndicaat. Zij zei daar dat zij vermoedde dat aan de klimaatbetogingen een wraakactie tegen haar persoon ten grondslag lag. Bovendien stelde zij dat zij daarover informatie had gekregen van de Veiligheid van de Staat.

 

De Veiligheid van de Staat heeft dat meteen ontkend, wat toch opmerkelijk is, want de Veiligheid van de Staat communiceert niet zo snel wat zij wel of niet doet en welke adviezen zij wel of niet geeft.

 

Gisteren heeft de minister zich publiekelijk geëxcuseerd voor haar uitspraken. Zij stelde dat zij geen rechtstreeks contact had gehad met de Veiligheid van de Staat. Zij stelde echter ook dat zij niet gelogen had maar zich slechts vergaloppeerd had. Gisteravond sprak zij ook over informatie die zij niet geverifieerd had.

 

Vandaar een aantal vragen, mijnheer de minister.

 

Ten eerste, kunt u bevestigen dat de Veiligheid van de Staat minister Schauvliege inderdaad niet gecontacteerd heeft over de beweerde bedoelingen van de mensen die achter de klimaatbetogingen staan?

 

Ten tweede, en dit is natuurlijk de essentie van mijn vraag, volgt de Veiligheid van de Staat de klimaatbetogingen en de organisatoren van de diverse klimaatbetogingen? Zo ja, om welke precieze reden, bepaald in de wet van 30 november 1998?

 

Ten derde, artikel 4 van de wet van 30 november 1998 houdende de regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bepaalt dat de Veiligheid van de Staat haar opdrachten vervult, ik citeer: "door tussenkomst van de minister van Justitie, overeenkomstig de richtlijnen van de Nationale Veiligheidsraad."

 

Mijn vraag is dan heel concreet: bent u tussenbeide gekomen in de zin van artikel 4 van deze wet? Zo ja, om welke precieze reden? Indien neen, ben ik alvast tevreden.

 

Is er door de Nationale Veiligheidsraad een richtlijn in de zin van artikel 4 van deze wet uitgevaardigd? Zo ja, om welke reden? Met andere woorden, is de Veiligheid van de Staat op dit moment bezig met alles wat met die klimaatbetogingen te maken heeft, om ze op te volgen, te ficheren, de organisatoren op te volgen, en dergelijke?

 

Ik dank u alvast voor uw antwoord.

 

03.02 Minister Koen Geens: Mijnheer Van Hecke, ik kan effectief bevestigen dat er geen communicatie is geweest tussen minister Schauvliege en de Veiligheid van de Staat. Minister Schauvliege heeft dit ondertussen trouwens zelf bevestigd en heeft zich verontschuldigd. U weet dat zij ondertussen ontslag genomen heeft.

 

De Veiligheid van de Staat volgt de klimaatbetogingen en de organisatoren ervan niet op. Mochten er echter op een bepaald moment infiltratiepogingen door extreemlinkse of extreemrechtse entiteiten worden vastgesteld in de organisatie van deze betogingen, dreigingen die de Veiligheid van de Staat wel geacht wordt op te volgen, zal de Veiligheid van de Staat die verder onderzoeken, maar daar is op dit moment geen sprake van.

 

Ik ben in deze zaak niet tussenbeide gekomen en er was geen richtlijn van de Nationale Veiligheidsraad.

 

03.03  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik ben heel tevreden met uw antwoord dat heel duidelijk was. Ik begrijp dat de Veiligheid van de Staat alles blijft monitoren, onder andere op bedreigingen van infiltratie door extreemrechts of extreemlinks. Men heeft dat blijkbaar geanalyseerd met betrekking tot de betogingen van de gele hesjes. In hun communicatie werd bevestigd dat zij dat opvolgen. Mocht dat gebeuren, kan ik uw antwoord wel begrijpen.

 

De boodschap moet echter duidelijk zijn. Het moet zeker geen prioriteit zijn van de Veiligheid van de Staat om betogingen georganiseerd door scholieren te gaan screenen en om te bekijken wie daar achter zit. De Veiligheid van de Staat heeft veel belangrijker prioriteiten dan dat.

 

Uw antwoord heeft mij echter alvast gerustgesteld.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Samengevoegde vragen van

- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "de herstructurering van de Staatsveiligheid" (nr. 28526)

- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "pesterijen en bedrijfscultuur bij de Staatsveiligheid" (nr. 28527)

- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "ontevredenheid en personeelsuitstroom bij de Staatsveiligheid" (nr. 28528)

- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "de werkingsmiddelen van de Staatsveiligheid" (nr. 28529)

- de heer Georges Dallemagne aan de minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, over "de situatie bij de Veiligheid van de Staat" (nr. 28658)

04 Questions jointes de

- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "la restructuration de la Sûreté de l'État" (n° 28526)

- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "les faits de harcèlement et la culture d'entreprise au sein de la Sûreté de l'État" (n° 28527)

- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "le mécontentement et les départs de personnel à la Sûreté de l'État" (n° 28528)

- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "les moyens de fonctionnement de la Sûreté de l'État" (n° 28529)

- M. Georges Dallemagne au ministre de la Justice, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "la situation à la Sûreté de l'État" (n° 28658)

 

04.01  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik had mijn vragen over de Veiligheid van de Staat als vier mondelinge vragen ingediend, maar ik stel vast dat de vragen nu toch onder één agendapunt zijn samengevoegd. Mijn vragen zijn gebaseerd op een belangrijke risicoanalyse naar psychosociaal welzijn die ongeveer een jaar geleden is uitgevoerd bij de Veiligheid van de Staat en waarvan de resultaten ondertussen bekend zijn geraakt.

 

Na de aanslagen in Parijs in 2015 besloot de Veiligheid van de Staat over te gaan tot een herstructurering, VSSE 2021 genaamd, die als doel had om een beter beheer van dreigingen te bewerkstelligen en te leiden tot een beter beheer van informatie en tot een hervorming van de informatie- en documentatietools. Uit de risicoanalyse psychosociaal welzijn, waarnaar ik daarnet verwees, blijkt dat die problemen inderdaad dringend moeten worden aangepakt. Het personeel van de Veiligheid van de Staat vindt de structuur van de organisatie ondoorzichtig en niet logisch en vindt dat de onderlinge samenwerking tussen de diensten niet vlot verloopt. 75 % vindt dat de informatiekanalen slecht werken, wat toch wel hallucinant is voor een dienst als de Veiligheid van de Staat, waar informatie-uitwisseling essentieel is. Het probleem is echter dat het personeel zich niet bij de geplande herstructureringen betrokken voelt. 90 % voelt zich niet voldoende betrokken bij de uitvoering van de herstructurering en meer dan 70 % vindt de doelstelling niet duidelijk. Dat is een ontnuchterende vaststelling: er wordt geherstructureerd, maar niet op basis van de zorgen van het personeel. We moeten nog maar afwachten of de werking van de Veiligheid van de Staat zal verbeteren.

 

Mijnheer de minister, daarover heb ik de volgende concrete vragen.

 

Hoe zijn de plannen voor de herstructurering tot stand gekomen? Werd het personeel ook geconsulteerd en betrokken? Zo neen, waarom niet? Wie heeft de plannen ontworpen en op welke basis is dat gebeurd?

 

Komen de plannen voor de herstructurering tegemoet aan de klachten van het personeel van de Veiligheid van de Staat? Zo ja, in welke mate of op welke manier? Zo neen, wilt u dat nog aanpassen?

 

Overweegt u een herziening van de herstructureringsplannen of zult u opdragen om ze te laten herzien op basis van de input van het personeel? Zo ja, hoe en wanneer zal dat worden aangepakt? Zo neen, waarom niet, en zal dat geen negatieve gevolgen hebben?

 

Een tweede vraag die ik ingediend heb, gaat over de bedrijfscultuur en de pesterijen, die uit het rapport blijken. Uit de risicoanalyse psychosociaal welzijn blijkt dat de Veiligheid van de Staat een probleem heeft met ongewenst grensoverschrijdend gedrag. De Veiligheid van de Staat scoort slechter op pesterijen, discriminatie en ongewenste intimiteiten dan de meeste Belgische bedrijven. Het behoeft geen uitleg dat dit grote gevolgen heeft voor de gezondheid en de veiligheid van de werknemers. Bovendien blijkt dat meer dan de helft van de werknemers van de Veiligheid van de Staat vindt dat de organisatie zich niet genoeg inzet om hun veiligheid en mentale gezondheid te waarborgen. Het achterhouden van informatie blijkt vaak tot de pesterijen te behoren, wat nefast is voor een dienst als de Veiligheid van de Staat. De bedrijfscultuur blijkt ook niet ideaal te zijn, want wie fouten maakt, wordt met de vinger gewezen, in plaats van de kans te krijgen om daaruit te leren.

 

Dat kan ervoor zorgen dat fouten niet gecorrigeerd worden, terwijl dat toch essentieel is. Ik heb daarover de volgende vragen.

 

Bent u op de hoogte van het grote aantal klachten over ongewenst grensoverschrijdend gedrag? Zo ja, wat hebt u ondernomen om daar iets aan te doen? Zo nee, wilt u dat onderzoeken en wilt u het aanpakken?

 

Uit de analyse blijkt dat er tientallen aanklachten zijn geweest. Daar moet streng tegen opgetreden worden. Is dat gebeurd? Waar werden die klachten neergelegd? Hoe worden de klachten verwerkt? Wat is er gebeurd met de personeelsleden tegen wie een klacht werd ingediend? Hoe worden slachtoffers opgevangen?

 

Personeelsleden van de Veiligheid van de Staat vinden dat de werkgever niet genoeg doet om hun veiligheid en gezondheid te waarborgen. Hebt u een plan om dat aan te pakken? Zo ja, waaruit bestaat dat plan? Heeft het ook aandacht voor de bedrijfscultuur? Zo nee, waarom niet? Welke alternatieven stelt u voor?

 

Uit de analyse blijkt dat weinigen de weg vinden naar de vertrouwenspersoon. Wilt u de vertrouwenspersoon toegankelijker maken? Zo ja, hoe wilt u dat doen? Zo nee, waarom niet? Welke alternatieve maatregelen kunnen worden voorgesteld?

 

Ik kom tot mijn derde vraag, over de ontevredenheid en de personeelsuitstroom, op basis van de risicoanalyse psychosociaal welzijn. Daaruit blijkt dat het personeel in het algemeen minder tevreden is, minder bevlogen is en minder de intentie heeft om te blijven dan de gemiddelde werknemer in doorsneebedrijven in België. Bovendien lijken de statistieken erop te wijzen dat wie pas bij de Veiligheid van de Staat werkt wel tevreden is en zin heeft om te blijven. Werknemers in de categorie met 10 tot 15 jaar anciënniteit echter laten erg lage scores optekenen en hebben erg weinig zin om bij de Veiligheid van de Staat te blijven. Zij ervaren ook minder steun van leidinggevenden en collega's en hebben meer last van stress en burn-outs. Dat is opmerkelijk en zorgwekkend.

 

Naast het algemeen welzijn van het personeel van de Veiligheid van de Staat is de ervaring die werknemers opdoen immers erg belangrijk voor de werking en efficiëntie van onze inlichtingendiensten. Als werknemers niet meer willen blijven, is dat een groot probleem. Daarover heb ik volgende vragen.

 

Bent u op de hoogte van de ontevredenheid bij de werknemers met meer anciënniteit? Zo ja, wat hebt u reeds ondernomen om daaraan tegemoet te komen? Zo nee, wilt u dat verder onderzoeken?

 

Hoeveel personeelsleden hebben de Veiligheid van de Staat verlaten in de afgelopen vijf jaar? Kunt u daarbij een overzicht geven met de vermelding van het aantal jaren anciënniteit op het ogenblik van het verlaten van de dienst en de precieze dienst waar zij tewerkgesteld waren op het moment dat zij de dienst hebben verlaten?

 

Houdt de Veiligheid van de Staat outtake-gesprekken? Zo ja, wat zijn de voornaamste redenen die aangehaald worden om de Veiligheid van de Staat te verlaten? Zo nee, wilt u vragen om dat te doen?

 

Wilt u investeren in een betere begeleiding van werknemers door een duidelijk beleid te ontwikkelen rond burn-out en stress? Zo ja, tegen wanneer wenst u dat te doen? Zo nee, waarom niet?

 

Mijn laatste vraag gaat over de werkingsmiddelen. Vorig jaar kondigde u aan dat de Veiligheid van de Staat voor 2018 een budget zou krijgen van 57 miljoen euro. Dat is een verhoging ten opzichte van het bedrag in 2014, toen het ongeveer 46 miljoen euro was, maar het is blijkbaar toch niet voldoende.

 

De top van de Veiligheid van de Staat gaf al aan dat het budget eigenlijk verdrievoudigd zou moeten worden en het personeel verdubbeld. Het is namelijk zo dat ook de werklast van de Veiligheid van de Staat stijgt en de beperkte stijging van het budget leidt daarom niet noodzakelijk tot een verbetering. Dat blijkt ook uit de risicoanalyse psychosociaal welzijn bij de Veiligheid van de Staat van maart 2018.

 

Bovendien is er een duidelijk tekort aan goede werkingsmiddelen. Uit het onderzoek blijkt dat 48 % van de medewerkers regelmatig of bijna altijd te weinig werkmiddelen heeft om zijn werk goed te kunnen uitvoeren. Veel personeelsleden klagen ook over de werkomstandigheden, in het bijzonder over de verlichting en de luchtkwaliteit.

 

Het is dus duidelijk dat de Veiligheid van de Staat structureel ondergefinancierd blijft. Daarover heb ik dan ook de volgende vragen, mijnheer de minister.

 

Bent u op de hoogte van de problemen die de risicoanalyse blootlegt? Zo ja, wat hebt u al ondernomen? Zo nee, wilt u de zaak verder onderzoeken en aanpakken?

 

Het rapport vraagt dat de resultaten van de analyse teruggekoppeld worden naar het personeel. Is dat gebeurd? Zo ja, wat zijn de resultaten van die terugkoppeling? Werden er prioriteiten vastgelegd? Zo nee, is die terugkoppeling gepland? Indien niet, waarom niet?

 

Wordt er gewerkt aan een plan om de problemen te remediëren? Zo ja, hoe ziet dat eruit? Welke problemen zullen eerst worden aangepakt en tegen wanneer zal dat gebeuren? Zo nee, waarom niet?

 

Tot slot, wilt u zorgen voor een groter budget voor de Veiligheid van de Staat? Ik begrijp wel dat dat met een regering in lopende zaken niet evident zal zijn en dus een oefening is voor de volgende legislatuur. Zo ja, in welke grootteorde? Zal dat voldoende zijn en is het op structurele basis? Zo nee, waarom niet en welke alternatieven stelt u voor? Tot daar een hele reeks vragen die eigenlijk voortvloeien uit een risicoanalyse die recent naar boven is gekomen.

 

04.02  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le président, monsieur le ministre, il me revient qu'une enquête IDEWE auprès du personnel de la Sûreté de l'État révèle des résultats accablants et démontre une situation très problématique au sein du personnel.

Voici certains chiffres particulièrement inquiétants concernant 51 % du personnel interrogé: ressources insuffisantes pour exercer les missions, démotivation (40 % des sondés déclarent ne pas vouloir rester à la Sûreté); structure de la Sûreté non optimale selon 7 employés sur 10; défaut total de communication sur la réforme selon 90 % du personnel; manque de clarté sur la réforme selon 70 % du personnel. Ainsi, par exemple, le chef du contre-espionnage russe - personne combien importante - considérant être mal payé, a quitté son poste en 2017, pour rejoindre la Région wallonne où il est, semble-t-il, beaucoup mieux rémunéré.

 

Selon cette enquête, le personnel de la Sûreté est démotivé et est peu considéré. De plus, il n'a pas de perspective d'avenir.

 

Malgré les groupes de travail qui ont été mis en place après l'enquête pour identifier les problèmes et proposer des solutions concrètes – ce qui fut considéré comme positif –, le personnel craint qu'il s'agisse d'une manœuvre "cosmétique" puisque les problèmes sont identifiés de longue date.

 

Cette situation est véritablement inquiétante alors que l'institution est fondamentale pour assurer la sécurité nationale et que des problèmes et difficultés avaient déjà été pointés du doigt. Je pense ici notamment au manque de réactivité pour assurer notre sécurité.

 

Actuellement, nous ne pouvons que constater les échecs pointés par cette enquête. La commission Attentats avait insisté sur cette problématique et recommandé de donner plus de moyens humains et financiers et, surtout, de définir un statut d'officier de renseignement avec une rémunération attractive.

 

Monsieur le ministre, quelles sont les informations dont vous disposez concernant la situation au sein de la Sûreté?

 

Comment allez-vous agir pour que cette institution tellement importante pour notre sécurité nationale se modernise, se professionnalise et soit réellement un outil performant doté de ressources adéquates?

 

Quand allez-vous enfin mettre en place ce statut d'officier de renseignement dont on parlait déjà, en 2016, dans le cadre de la commission Attentats?

 

04.03 Minister Koen Geens: Mijnheer Van Hecke, mijnheer Dallemagne, het onderzoek naar het welzijn moet worden gekaderd in een stappenplan. Het feit dat het werd besteld, getuigt voor alles van de wens om problemen te detecteren, wat een vereiste is om oplossingen te zoeken. De Veiligheid van de Staat heeft zich vanzelfsprekend niet beperkt tot de vragen van het onderzoek.

 

De resultaten werden begin september vorig jaar aan de personeelsleden voorgesteld. Vier werkgroepen werden bij de organisatie opgericht, met medewerking van een vijftigtal personeelsleden, die hadden aangegeven te willen deelnemen aan de evaluatie. Ik heb zelf over het onderzoek gesproken met de directie en met de personen in de Veiligheid van de Staat die de werkzaamheden opvolgen.

 

Het doel is te komen tot een meerjarenplan rond preventie tegen de herfst van 2019. Dat zal vervolgens worden omgezet in jaarlijkse actieplannen. De aspecten van welzijn en veiligheid zijn hierin vervat. Het stappenplan moet toelaten om de werking van de Veiligheid van de Staat en het welzijn van de agenten te verbeteren.

 

Wat de klachten, de ongepaste gedragingen en de vermelde klachten betreft, ik stel niet ter discussie dat het onderzoek een gevoel aantoont dat ernstig moet worden genomen. Tegelijkertijd moet echter worden vastgesteld dat er slechts een formele klacht is geweest, die dateert van 2015. Die werd behandeld overeenkomstig de toepasselijke procedures.

 

Met "de strategie van de Veiligheid van de Staat voor 2021", een interne oefening van de Veiligheid van de Staat, wordt beantwoord aan het mandaat dat de vorige regering bij de benoeming van de administrateur-generaal en zijn adjunct heeft gegeven. Er wordt ingespeeld op interne problemen die sinds een audit in 2008 bekend zijn of die door het Comité I naar voren zijn gebracht. Tevens moet men tegemoetkomen aan de verwachtingen van personeel en vakbonden die in werkgroepen tot uiting zijn gekomen.

 

De strategie is gebaseerd op een benchmarking die gerealiseerd is op basis van de drie buurlanden. Het is in het bijzonder de bedoeling het enquêtemodel te herzien en de werknemers te ondersteunen met krachtige ICT-argumenten. Er worden inspanningen op het vlak van communicatie geleverd met inbegrip van een nieuwsbrief en ad-hocinformatiebijeenkomsten. Gebruikersgroepen voor IT-projecten zullen worden geïnstitutionaliseerd. Na elk overlegcomité wordt voor de vakbondsvertegenwoordigers een verslag over het onderwerp opgesteld. In de verschillende stadia van de tenuitvoerlegging zal rekening worden gehouden met de inbreng van het personeel.

 

J'en viens aux départs et recrutements. S'agissant des départs, 62 personnes ont quitté le service sur les cinq dernières années. Quarante-cinq % de ces départs sont dus à la pension. Il y a donc eu moins de 35 départs pour d'autres raisons sur cinq ans, soit environ sept par ans. Cela signifie que 1 % du personnel part chaque année pour des raisons autres que la pension. Des entretiens de outtake sont bien organisés dans la mesure du possible depuis septembre 2016. Entre ce moment et décembre 2017, cinq agents ayant quitté la Sûreté ont accepté de se soumettre à cet exercice. Il y a eu une suspension en 2018 pour des raisons de capacité, mais aussi pour développer une approche plus systématique. Une décision récente a été prise en ce sens et les entretiens de outtake impliqueront dorénavant le service des ressources humaines, les psychologues et l'officier de sécurité.

 

In de afgelopen legislatuur werden 191 medewerkers aangeworven door de Veiligheid van de Staat, waarvan meer dan 140 na de aanslagen in 2016. Wanneer we rekening houden met het vertrek van 40 bewakingsassistenten naar de federale politie, kunnen we een nettostijging van het effectief van meer dan 10 % optekenen. Dat betekent uiteraard dat er een enorm organisationeel absorptievermogen vereist is, zeker aangezien het merendeel van de aanwervingen de voorbije jaren plaatsvond. Op 30 november werd bovendien een procedure bij Selor geopend om een extra wervingsreserve van 500 Nederlandstalige en 500 Franstalige inspecteurs aan te leggen. Dat moet de Veiligheid van de Staat toelaten om vlotter te werven in de toekomst.

 

Wat het budget betreft, de initiële begroting van de Veiligheid van de Staat is sinds de aanslagen in 2016 van 44,1 miljoen euro in 2016 naar 64,2 miljoen euro aan beschikbare middelen in 2018 gestegen. Dat is een stijging van 45 %. De verhoging berust in grote mate op extra middelen, die werden verkregen in het kader van de terrorismebestrijding. De extra middelen zijn bestemd enerzijds voor de versterking van de diensten en dus structureel, en anderzijds voor investeringen zoals de uitbouw van een nieuwe, operationele database.

 

Ik kom nu tot mijn opmerkingen in verband met het statuut.

 

Les travaux visant à revoir le statut des agents de la Sûreté pour tendre à l'unicité du statut se poursuivent, comme je l'ai annoncé précédemment. Les discussions sont en cours entre la direction et les syndicats. L'objectif reste d'avoir un projet d'arrêté royal pour la fin de la législature.

 

04.04  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, het antwoord is beknopter dan de vele vragen, waarvan u een aantal niet gedetailleerd hebt behandeld. Ik zal uw antwoord alvast nog even nalezen, antwoord waarvoor ik u trouwens bedank. Ik besef dat het inderdaad kort dag was om alles grondig voor te bereiden.

 

Mijnheer de minister, ik begrijp uit uw antwoord dat we het rapport zeer ernstig moeten nemen. Als de overheid vindt dat de Veiligheid van de Staat een heel belangrijke rol te spelen heeft, niet alleen in de bescherming tegen terreur en de bescherming van ons land – de dienst heeft ook veel andere taken zoals de strijd tegen proliferatie en economische spionage – als wij een performante dienst willen met gemotiveerde medewerkers die dag na dag een belangrijke opdracht op zich nemen, dan moeten wij de werkomstandigheden in al zijn aspecten verbeteren. Ik denk dan niet alleen aan de psychosociale omstandigheden, maar ook aan de werkingsmiddelen. Daaraan schort wel een en ander.

 

Ik heb in uw antwoord niet gehoord hoe de Veiligheid van de Staat dat echt zal aanpakken. Men heeft wel vier werkgroepen opgericht, waarin men aan de slag zal gaan. Het rapport bestaat wel al van in maart, het werd in september aan het personeel gecommuniceerd en we zijn nu begin februari. Het rapport is bijna een jaar oud.

 

Ik denk dat een organisatie in staat moet zijn om de belangrijkste knelpunten in het rapport echt aan te pakken. Men moet er bovendien een tijdspad op kunnen plakken wanneer men welk probleem zal aanpakken.

 

Ik mis een plan van aanpak om echte antwoorden te bieden op dat vrij vernietigende onderzoek, dat is gebeurd.

 

Het verwonderde mij bovendien ten zeerste dat het Comité I, dat toezicht houdt op de inlichtingendiensten, klaarblijkelijk niet op de hoogte was van het rapport. Als er zulke ernstige problemen zijn bij de interne organisatie, als er zelfs sprake is van "onwelzijn" van het personeel, veel erger dan doorsnee in andere bedrijven of organisaties, en het Comité I is daarvan niet op de hoogte, dan roept dat vragen op. Die vragen moeten dan op een andere plaats worden verwoord.

 

Ik hoop in elk geval dat u als bevoegd minister de kwestie in de gaten zult houden. Ik hoop dat de Veiligheid van de Staat een en ander echt als een prioriteit zal beschouwen en dat het Comité I het rapport tot het zijne zal maken en hieruit de nodige conclusies zal trekken en mogelijk een verder onderzoek zal opstarten.

 

Ik denk dat we echt moeten evolueren naar een performante Veiligheid van de Staat. Dat is een van de belangrijke werven, die voor ons liggen.

 

04.05  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le ministre de la Justice, je vous remercie pour votre réponse. Je dois aussi avouer que je m'attendais à ce qu'il y ait une forme de sursaut plus importante de votre part sur cette question. Vous nous décrivez et vous nous rappelez les processus en cours, mais c'est justement cela qui pose problème. Ces processus ne sont visiblement pas assez rapides et efficients. Ils ne répondent pas aux graves problèmes soulevés par cette enquête de IDEWE et par le personnel de la Sûreté de l'État en général. Il y a clairement un problème de motivation, de performance et de ressources.

 

Ces problèmes sont connus depuis longtemps. J'ai relu nos travaux de la commission Attentats terroristes. Il y est notamment indiqué qu'à l'époque déjà, vous aviez demandé, par exemple, qu'il y ait une évolution du statut du personnel qui travaille dans nos divers services de renseignement et que ce statut soit cohérent entre les différentes agences de renseignement. Nous en sommes malgré tout toujours au même point. Ce rapport remonte à trois ans! C'est très préoccupant.

 

La bonne nouvelle, c'est que vous semblez dire que vous pourrez aboutir avant la fin de la législature. Je l'espère vraiment, parce que cette revalorisation du personnel est un élément extrêmement important. Je n'ai pas vérifié les chiffres, mais personne n'a jamais contredit le fait que nos agents étaient nettement moins bien payés que d'autres agents du renseignement dans nos pays voisins puisque vous parlez de benchmarking avec ceux-ci. De même, nul ne conteste que les salaires ne sont pas du tout attractifs par rapport à toute une série d'agences de l'État, qu'il s'agisse de l'État fédéral ou des entités fédérées. Cela pose un problème par rapport à des services stratégiques pour notre pays.

 

Hier, les présidents de partis étaient convoqués par la Sûreté de l'État en vue des élections pour les mettre en garde au sujet des manipulations dont pourraient faire l'objet les processus électoraux. Si à l'intérieur de l'agence, il n'y a pas de personnel assez motivé, si en matière de contre-intelligence on n'a pas les meilleures personnes parce qu'elles ont quitté la Sûreté de l'État ou souhaitent le faire, cela pose un problème. Je dis cela aussi parce que des signaux d'alarme comme ceux-là, nous n'en avons pas seulement pour la Sûreté de l'État mais nous en avons aussi pour le SGRS (le Service général du renseignement et de la sécurité). En outre, j'ai vu que la DR3 (la section antiterroriste de la police fédérale) a également des difficultés aujourd'hui. Toute une série de voyants sont de nouveau au rouge par rapport à des agences qui sont extrêmement importantes pour notre sécurité, que ce soit en matière de terrorisme, de contre-intelligence, de cybersécurité ou autres. Cette alerte est très sérieuse.

 

Par ailleurs, vous avez indiqué qu'il y avait eu des efforts importants de la part du gouvernement ces derniers temps. De fait, on constate une augmentation du budget. Toutefois, il ne faut pas oublier – j'insiste sur ce point – que ces agences, et notamment la Sûreté de l'État, ont vu leur personnel et leurs budgets diminués par votre gouvernement en début de législature. Il y a une espèce de rattrapage mais vous savez bien que le benchmarking démontre qu'il ne faudrait pas augmenter nos effectifs de 10 %, comme c'est le cas aujourd'hui, mais qu'il faudrait les doubler pour avoir des ressources similaires à des pays de taille comparable ou voisins, comme les Pays-Bas par exemple.

 

Cela mérite une attention particulière. J'espère que l'on va enfin déboucher sur une organisation interne, une valorisation des statuts et une coordination de ces statuts avec les autres agences de renseignement et ce, pour avoir un service de renseignement totalement performant. On me dit qu'il y a une nouvelle génération de personnel. Ces personnes sont effectivement très motivées lorsqu'elles entrent à la Sûreté de l'État. Il ne faudrait pas qu'elles se découragent rapidement et qu'elles cherchent à partir en raison d'un cadre qui ne leur permet pas de se déployer de manière efficace.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: Les questions jointes n° 28439 de M. Koenraad Degroote et n° 28591 de Mme Annick Lambrecht sont reportées. Il en va de même pour la question n° 28513 de Mme Annick Lambrecht et n° 28534 de M. Philippe Pivin. La question n° 28536 de M. Koenraad Degroote est transformée en question écrite. La question n° 28555 de Mme Leen Dierick est retirée. Quant à la question n° 28627 de M. Philippe Pivin, elle est reportée, tout comme celle n° 28656 de M. Olivier Maingain.

 

La réunion publique de commission est levée à 13.24 heures.

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 13.24 uur.