Commissie voor het Bedrijfsleven, het Wetenschapsbeleid, het Onderwijs, de Nationale wetenschappelijke en culturele Instellingen, de Middenstand en de Landbouw

Commission de l'Économie, de la Politique scientifique, de l'Éducation, des Institutions scientifiques et culturelles nationales, des Classes moyennes et de l'Agriculture

 

van

 

Woensdag 6 februari 2019

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 6 février 2019

 

Après-midi

 

______

 

 


Le développement des questions et interpellations commence à 14.28 heures. La réunion est présidée par M. Jean-Marc Delizée.

De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 14.28 uur. De vergadering wordt voorgezeten door de heer Jean-Marc Delizée.

 

De voorzitter: Vraag nr. 26069 van de heer Thiéry zal behandeld worden in de commissie voor de Volksgezondheid.

 

01 Vraag van de heer Kristof Calvo aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, Armoedebestrijding, Gelijke Kansen en Personen met een beperking, over "de CREG-studie over groepsaankopen" (nr. 27637)

01 Question de M. Kristof Calvo au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, de la Lutte contre la pauvreté, de l'Égalité des chances et des Personnes handicapées, sur "l'étude de la CREG relative aux achats groupés" (n° 27637)

 

01.01  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, de CREG publiceerde in oktober 2018 een opvolgingsstudie over de organisatie van groepsaankopen in de energiemarkt. Uit die studie bleek dat er toch nog wat verbeterpunten zijn. Zo heeft de energieregulator momenteel geen of onvoldoende informatie over dergelijke groepsaankopen. Ze kunnen ook niet worden opgenomen in de CREG Scan, waardoor het voor consumenten moeilijk is om het aanbod van de groepsaankoop te vergelijken met het reguliere aanbod, wat toch een behoorlijk groot manco betekent als wij willen dat de consument de nodige vergelijkingen kan maken, des te meer aangezien het aandeel van groepsaankopen op de markt niet onbelangrijk is.

 

Naar aanleiding van die vaststellingen en andere manco's vraagt de CREG dat haar bevoegdheden worden uitgebreid en formuleert zij daartoe enkele aanbevelingen, onder andere de invoering van de mogelijkheid voor de CREG om informatie bij de organisatoren van groepsaankopen op te vragen. Dat zou kunnen gebeuren door een uitbreiding van of toevoeging bij de definitie van tussenpersoon in de elektriciteits- en gaswet. In de ingediende tekst van mijn vraag heb ik opgenomen hoe een dergelijke toevoeging er kan uitzien.

 

In een nieuwe versie van het charter voor een goede informatieverschaffing bij de prijs­vergelijking van elektriciteit en gas kan ook een duidelijke definitie van de term besparings­potentieel worden ingeschreven.

 

Mevrouw de minister, bent u op de hoogte van de studie? Ik vermoed van wel. Welke acties hebt u daaromtrent in gedachten?

 

Bent u bereid om samen met ons nog een aanpassing van de elektriciteits- en gaswet te overwegen omtrent de definitie van tussenpersoon en die van besparingspotentieel?

 

01.02 Minister Marie-Christine Marghem: Mijnheer Calvo, in haar recente studie over groepsaankopen in de kleinhandelsmarkt voor elektriciteit en aardgas maakte de CREG inderdaad opnieuw duidelijk dat het opvragen van informatie bij onder andere de organisatoren van groepsaankopen op het moment niet binnen de bevoegdheden van de CREG valt, zoals zij zijn opgenomen in de elektriciteits- en gaswet. In de studie is de CREG voorstander van een uitbreiding van haar bevoegdheden tot het opvragen van informatie bij onder andere organisatoren van groepsaankopen door een uitbreiding van de definitie van tussenpersoon in de elektriciteitswet en de invoeging van de definitie van tussenpersoon in de gaswet.

 

Wat is een tussenpersoon? Ik citeer: "Elke natuurlijke of rechtspersoon die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken is bij: het analyseren van contracten, het uitvoeren van prijsvergelijkingen met al dan niet mogelijkheid tot switchen, het samenbrengen van leveranciers en eindafnemers, het organiseren van groeps­aankopen, het toewijzen van energieleveringen aan leveranciers en/of het afsluiten van energiecontracten voor eindafnemers." Dat impliceert een uitbreiding van de bevoegdheden van de CREG, die de mogelijkheid moet krijgen om informatie ter zake op te vragen, en een aanpassing van de elektriciteits- en gaswet.

 

Eind 2018 heeft de VREG een studie over hetzelfde thema gepubliceerd. De VREG pleit ook op gewestelijk niveau voor een uitbreiding van de regelgeving om de organisatie van groepsaankopen beter te kunnen opvolgen. In juli 2018 keurde de CREG een nieuwe versie goed van het charter voor een goede informatieverschaffing bij de prijsvergelijking van elektriciteit en gas. De nieuwe tekst van dat charter, dat in werking trad op 1 oktober 2018, richt zich tot de dienstverleners van prijsvergelijkingen, waartoe ook de organisatoren van groepsaankopen behoren. Er werd een nieuwe bepaling toegevoegd aan het charter voor een goede informatieverschaffing bij de prijsvergelijking van elektriciteit en gas, namelijk § 2, 8, omdat de CREG de terminologie over de vergelijking van producten en het besparingspotentieel duidelijk wil definiëren.

 

De leveranciers hebben de mogelijkheid om de productportefeuille en de prijzen of prijsformules aan te passen. Daarnaast hebben bepaalde leveranciers specifieke vergelijkingscontracten voor bepaalde producten die in het verleden werden aangeboden.

 

Uit de monitoring van de CREG blijkt dat leveranciers meermaals een productportefeuille hebben gewijzigd, zodat een gebruiker zijn product niet terugvindt in de lijst van de bestaande producten, en/of een product met dezelfde naam, prijs of prijsformule hebben aangepast, zodat een gebruiker niet weet welke versie van het product werd onderschreven.

 

In het consumentenakkoord wordt bepaald dat elke tariefkaart beschikbaar blijft, zolang er contracten lopen die steunen op de tariefkaart.

 

Op eenvoudige vraag van de consument wordt de op zijn contract toepasselijke tariefkaart onmiddellijk door de energieleverancier aan hem verstrekt. Die is ook permanent beschikbaar op zijn digitale klantenzone, zolang zijn contract loopt.

 

De CREG wenst een duidelijk onderscheid te maken tussen een vergelijking van de producten van het bestaande aanbod en de vergelijking van het bestaande aanbod met het lopend contract.

 

De CREG stelt vast dat over mogelijke besparingen voor de gebruiker vaak foutief wordt gecommuniceerd en een besparingspotentieel wordt meegedeeld dat niet overeenstemt met de werkelijkheid.

 

De CREG Scan is hierbij een aanzet en geeft voor een standaardverbruik aan of het contract dat vroeger werd gesloten, een actief of ander contract is en hoe het zich verhoudt ten opzichte van het goedkoopste en het duurste product op de actuele markt.

 

Bovendien doen de bepalingen van het charter op geen enkele wijze afbreuk aan de wettelijke bepalingen die op onlineprijsvergelijkingen van toepassing kunnen zijn, zoals de regelgeving inzake oneerlijke handelspraktijken en inzake misleidende en vergelijkende reclame. Mogelijk kan met de minister van Economie worden bekeken of het inderdaad opportuun is om een definitie van het besparingspotentieel te verankeren in de economische wetgeving, dan wel in de energieregelgeving.

 

01.03  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik dank de minister voor haar uitgebreid antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Samengevoegde vragen van

- de heer Kristof Calvo aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de toespraak van staatssecretaris en speciaal gezant MYRRHA De Crem bij de IAEA" (nr. 27638)

- de heer Frank Wilrycx aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de financiering van MYRRHA" (nr. 28633)

- de heer Kristof Calvo aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de stand van zaken met betrekking tot de financiering van MYRRHA" (nr. 28672)

02 Questions jointes de

- M. Kristof Calvo à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "l'allocution du secrétaire d'État et envoyé spécial pour le projet MYRRHA Pieter De Crem à l'AIEA" (n° 27638)

- M. Frank Wilrycx à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "le financement de MYRRHA" (n° 28633)

- M. Kristof Calvo à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "la situation en ce qui concerne le financement de MYRRHA" (n° 28672)

 

02.01  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, het gaat hier om twee vragen van een andere orde, dus de samenvoeging ervan was niet meteen het allerbeste idee in de geschiedenis van onze commissie.

 

Dat gezegd zijnde, mevrouw de minister, gaat de eerste vraag over de toespraak van staatssecretaris Pieter De Crem bij het Internationaal Atoomenergieagentschap en de rol die hem werd toegedicht als speciaal gezant voor het project-MYRRHA. Die toespraak vond plaats op 18 september 2018. Hij heeft zich daar verbonden  tot een financiering door de Belgische regering in de periode 2019-2038, voor maar liefst 558 miljoen euro. Tegen 2026 zou een eerste installatie opgeleverd moeten worden.

 

De staatssecretaris kondigde ook aan dat de Belgische regering een structuur zal oprichten om het project te promoten en geïnteresseerde partnerlanden te laten participeren aan het project.

 

Ik heb daarover de volgende vragen.

 

Als ik mij niet vergis, werd de oprichting van die vzw-structuur al in oktober 2017 aangekondigd, bij de aanstelling van de staatssecretaris als speciaal gezant. Is die ondertussen opgericht? Waarom heeft de oprichting zolang geduurd?

 

Een van de opdrachten van de speciaal gezant was het zoeken van externe financiering. Wat heeft die zoektocht ondertussen  opgeleverd?

 

Welke impact heeft de functie van speciaal gezant op de begroting? Zijn er extra vergoedingen, middelen, personeelsinzet en onkosten verbonden aan dat mandaat?

 

Aan wie en met welke frequentie legt de speciaal gezant verantwoording af?

 

Tot wanneer loopt het mandaat van de heer De Crem als speciaal gezant? Zal hij worden opgevolgd? Is er ondertussen een einde gekomen aan zijn mandaat, aangezien hij als minister van Binnenlandse Zaken toch iets meer omhanden heeft?

 

Mijn tweede reeks vragen gaat over de stand van zaken van de financiering van MYRRHA. Dit is ook behoorlijk actueel omdat sommige partijvoorzitters er hun stokpaardje van hebben gemaakt.

 

Naast de vragen over de rol van de speciaal gezant en de heer De Crem, wil ik graag meer vernemen over de algemene stand van zaken, in het bijzonder van de financiering, mevrouw de minister.

 

Wat is de projectstatus van MYRRHA? Er is een regelmatige projectevaluatie. Wat zijn de belangrijkste bevindingen uit de projectevaluatie? Welke investeerders, al dan niet onder impuls van Pieter De Crem, hebben ondertussen concrete toezeggingen gedaan om in MYRRHA te investeren? Ik verneem graag de concrete bedragen.

 

Gaat naast de projectfinanciering ook een deel van de basisdotatie van het SCK-CEN naar het MYRRHA-project? Zo ja, welk aandeel? Waaraan worden deze middelen precies besteed?

 

In hoeveel bijkomende dotatie wordt de komende jaren exact voorzien voor het MYRRHA-project? Hoe verantwoordt u deze dotatie in een tijd van schaarse middelen, waarin alle middelen voor de echte energietransitie moeten worden verzameld?

 

02.02  Frank Wilrycx (Open Vld): Mevrouw de minister, het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol behoort tot de absolute wereldtop op het vlak van onderzoek naar nucleaire toepassingen en is een van de grootste producenten ter wereld van radio-isotopen. Om deze toonaangevende positie te behouden ontwikkelt het SCK momenteel een nieuw type van kernreactor MYRRHA.

 

Het SCK wil de ontwikkeling van deze reactor inbedden in een internationaal samenwerkingsverband waarvoor men ook andere landen over de streep wil trekken. Men kijkt ook naar de deelstaten, waaronder Vlaanderen.

 

Voor de medische toepassingen bestaat reeds een samenwerkingsverband met Nederland. De reactor in Petten en de BR2-reactor in België voorzien in bijna 100 % van de Europese behoefte aan medische isotopen. Beide reactoren dateren van de jaren 60 en dus is ook daarvoor een nieuwe infrastructuur wenselijk.

 

De Ministerraad heeft op 7 september 2018 daarom ook besloten om in de periode 2019-2038 meer dan 550 miljoen euro vrij te maken voor structurele financiering, dit om het project alle kans op slagen te geven.

 

Door de regeringscrisis is de begroting echter in twaalfden gegaan. Welke impact heeft dit op de middelen, de financiering en de uitvoering van het MYRRHA-project? Is er reeds interesse of zijn er al afspraken met andere landen, Vlaanderen of andere deelstaten om mee te participeren in MYRRHA?

 

In Nederland is men bezig met de PALLAS-reactor, in België kijken we naar het MYRRHA-project. Is er vanuit Nederland eventueel interesse om in het MYRRHA-project te investeren? Wordt er eventueel gekeken naar andere samenwerkingsvormen met Nederland op dat vlak?

 

02.03 Minister Marie-Christine Marghem: Mijnheer de voorzitter, beste collega's, als inleidende opmerking moet ik erop wijzen dat de heer De Crem de verklaringen op de algemene conferentie van de IAEA, waarnaar u verwijst, niet als speciaal gezant van MYRRHA heeft afgelegd maar als hoofd van de Belgische delegatie. Bovendien bevatte de verklaring van België op de algemene conferentie ook een reeks andere thema's, onder andere veiligheid, proliferatie en internationale geopolitiek. Hij maakte trouwens van de gelegenheid gebruik om in Wenen verschillende contacten te leggen, zoals dat hoort.

 

In het kader van de geleidelijke kernuitstap beschouwt de Belgische regering het als een prioriteit om de Belgische kennis en expertise op nucleair gebied op peil te houden en een speler van wereldklasse te blijven op het vlak van innovatie in belangrijke domeinen als de nucleaire geneeskunde, de productie van medische radio-isotopen, het onderzoek naar nieuwe materialen, deeltjesversnellers en de studie van transmutatie van langlevend radioactief afval. Dat laatste is een van de belangrijkste en is erop gericht om via wetenschappelijke ontwikkelingen vooruitgang te boeken op het gebied van nieuwe en complementaire oplossingen voor een verantwoord beheer van radioactief afval, een onderwerp van gemeenschappelijk internationaal belang.

 

Om die reden en om die doelstelling te verwezenlijken, heeft de regering op 7 september 2018 de beslissing genomen om in België een nieuwe, grote onderzoeksinfrastructuur te bouwen, de enige die de Europese Commissie via haar ESFRI-programma heeft geïdentificeerd, met name MYRRHA. Om elke kans op succes van het project te garanderen, heeft de Ministerraad besloten om voor de periode 2019-2038 een structurele financiering van 558 miljoen euro uit te trekken om, enerzijds, de investeringen te dekken in de MINERVA-installatie tegen 2026 en, anderzijds, de toekomstige exploitatiekosten na 2027 en de studies en ontwikkelingen van de MYRRHA-installatie.

 

De regering wilde zoveel mogelijk beslissingen nemen als technisch, wetenschappelijk en financieel mogelijk was in dit stadium. Het is de bedoeling dat de beslissing structureel is en het project maximaal zelfvoorzienend is. Ik hoef niet te onderstrepen hoe groot de interesse is in de technologie van deeltjesversnellers op dat vlak. De beslissing was alvast het resultaat van een echte teaminspanning, namelijk van mezelf en mijn collega's, minister Peeters en staatssecretaris De Crem.

 

U begrijpt dat een beslissing van 558 miljoen euro gewogen moet worden en moet rijpen. De financiering is als volgt verdeeld. Ten eerste wordt er voor de investeringen met betrekking tot de bouw en de inbedrijfstelling van fase 1 van MINERVA voor de periode 2018-2026 een bedrag ten belope van 287,3 miljoen euro uitgetrokken. Voor de exploitatiekosten van MINERVA voor de periode 2027-2038 is dat een bedrag van 156 miljoen euro. Voor de ontwerpkosten voor de voorbereiding van de fases 2 en 3, met betrekking tot een vergunningsaanvraag, voor de periode 2019-2026, ten slotte, gaat het om een bedrag van 115 miljoen euro.

 

Het project werd in de periode waarin het project nog geen speciale dotatie van de Belgische regering ontving, gefinancierd door SCK-CEN, hoofdzakelijk uit de gewone dotatie, voor een totaalbedrag van 22,6 miljoen euro. Van 2010 tot 2017 ontving het MYRRHA-project daarenboven een speciale dotatie van de federale regering, die ook het grootste aandeel van de financiering uitmaakte, voor een totaalbedrag van 101,9 miljoen euro.

 

Gedurende die periode werd het project gefinancierd door SCK-CEN, uit de gewone dotatie en eigen middelen, voor een totaalbedrag van 39,7 miljoen euro. Inclusief de middelen uit Europese subsidies of contractonderzoek bedroeg het totale bedrag van de financiering van het MYRRHA-project tussen 1995 en 2017 dus 178,2 miljoen euro.

 

Door middel van het regeerakkoord heeft de federale regering zich ertoe verbonden het MYRRHA-project te steunen. Om de promotie op het internationaal niveau zo doeltreffend mogelijk tegen zo laag mogelijke kosten te verzekeren, hebben de toezichthoudende ministers van SCK-CEN, namelijk ikzelf, als minister van Energie, en Kris Peeters, als minister van Economie, eveneens verantwoordelijk voor Buitenlandse Handel, op 6 september 2017 besloten om de staatssecretaris voor Buitenlandse Handel te vragen het MYRRHA-project te steunen in het kader van zijn bevoegdheden.

 

Wat zijn de mogelijke gevolgen voor de begroting? De Ministerraad oordeelde op 11 oktober 2015 dat "die benoeming geen verzoek om extra begrotingsmiddelen inhoudt". Hij kan vertrouwen op SCK-CEN en de MYRRHA-ad-hocgroep. De Ministerraad van 7 september 2018 besloot de bestaande inspanningen om het project internationaal te promoten, zoals overeengekomen tussen de ministers van Economie en Energie, voort te zetten.

 

De heer De Crem bekleedde die moeilijke positie sinds oktober 2017. Waarom is het een moeilijke positie? Hoewel het waar is dat het MYRRHA-project buitenlandse partners blijft interesseren, was de belangrijkste vraag van die partners dat België eerst het risico zou nemen en zou beslissen om zelf in het project te investeren. Dat is een van de redenen waarom er nog geen overeenkomst is gesloten met een ander land voor de deelname aan de uitvoering van het project.

 

De betrokken ministers overleggen onderling hoe er verslag wordt uitgebracht over de ondernomen en de toekomstige acties; de betrokken kabinetten wisselen de nodige informatie uit.

 

Om partners aan te trekken en hen ervan te overtuigen om in het project te stappen, besloot de regering op 7 september 2018 om in 2019 een internationale vereniging zonder winstoogmerk op te richten als opvolgstructuur, met als doel het project te promoten en de deelname van geïnteresseerde internationale partners te stimuleren.

 

De ivzw zal, zodra zij operationeel is, eigenaar zijn van de installaties, verantwoordelijk zijn voor de internationale promotie van het MYRRHA-project en de deelnames van andere partnerstaten samenbrengen.

 

Om de synergieën te versterken, in het bijzonder op het niveau van de internationale actie, heeft de Ministerraad van 7 september 2018 de toekomstige ivzw in oprichting, bijgestaan door SCK-CEN, in overleg met de AD Energie van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie, en in samenwerking met de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelings­samenwerking, verzocht een inter­nationale outreach strategy te ontwikkelen.

 

Er zal ook een vertegenwoordiger van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zitting hebben in het orgaan.

 

Cet exposé vous aura donné l'état du projet MYRRHA, un aperçu financier tant sur le passé que les aspects budgétaires pour le futur de la décision importante qui fut prise par le Conseil des ministres, le 7 septembre 2018.

 

En ce qui concerne l'impact des moyens budgétaires en douzièmes pour l'année 2019, il faut bien évidemment regretter une telle situation. La question est à l'heure actuelle en discussion entre les équipes budgétaires des cabinets concernés, c'est-à-dire le cabinet de la ministre du Budget et le SCK-CEN.

 

En ce qui concerne vos autres questions, il me semble, monsieur Calvo, que j'ai déjà eu l'occasion d'y apporter une réponse détaillée lors de la commission du 7 mars 2018 (question n° 23405). En ce qui concerne mes constations sur ce sujet, question que vous me posiez déjà, je fais miennes celles que le gouvernement a faites le 7 septembre 2018 et notamment, comme je l'ai expliqué, qu'"il convenait que la Belgique reste un acteur majeur dans les domaines des accélérateurs de particules, des nouveaux matériaux, des tests de matériaux avancés, etc.".

 

Les scientifiques et chercheurs ont insisté sur le besoin de maintenir la connaissance dans le domaine nucléaire dans le contexte de notre sortie progressive de l'énergie nucléaire, afin de permettre une gestion responsable du combustible usé issu de nos centrales nucléaires et ainsi respecter notre obligation légale et morale de garantir, de manière graduée, un haut niveau de sûreté dans la gestion à long terme de ces matières afin d'éviter de laisser aux générations futures des charges indues. Cet intervalle de temps et cette infrastructure vont également permettre aux scientifiques de développer des solutions utiles pour la gestion des déchets radioactifs.

 

D'un point de vue socioéconomique, l'impact socioéconomique de MYRRHA en termes de création de valeur ajoutée, en totalité du projet, est estimé à 6,4 milliards d'euros sur sa durée de vie jusqu'en 2065. Cet impact se répartit entre la construction, pour un total de 1,5 milliard d'euros (23 %), et l'impact généré d'un total de 4,9 milliards d'euros (77 %).

 

Par ailleurs, il a été constaté que de nombreuses collaborations ont déjà eu lieu depuis l'origine du projet MYRRHA entre le SCK-CEN et les universités, les centres de recherche et organisations sœurs belges, comme par exemple l'UCL, l'IRMM, le VKI, la KU Leuven, l'UGent, l'ULB, l'ULg, la VUB, l'UZ Leuven, ou des instances étrangères. Plus de cent thèses de PhD ou de master ont été faites sur le projet MYRRHA entre 1998 et 2018.

 

In onderhavig dossier, net als in andere dossiers, plaatst de regering innovatie en engagementen in strategische en structurele investeringen centraal in haar actie.

 

02.04  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Ik heb nog een kleine technische vraag, aansluitend bij de vraag die collega Wilrycx stelde. Doordat de regering in lopende zaken is, is de nieuwe structurele subsidiëring van MYRRHA nog niet op gang gebracht is, als ik mij niet vergis?

 

02.05  Marie-Christine Marghem, ministre: Le financement structurel est garanti par la décision dont je vous ai parlé. Bien entendu, sa concrétisation, dans un système de douzièmes provisoires, dans lequel les fonds sont libérés par trimestre, nécessite des accords avec la ministre du Budget. Nous sommes en train d'en discuter. Je vous tiendrai évidemment informés de la décision qui sera prise, puisque nous sommes dans le premier trimestre.

 

02.06  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, ik dank u voor de toelichting. In dezen moeten wij de lopende zaken misschien eerder als een opportuniteit beschouwen, want ik ben behoorlijk sceptisch over de nieuwe subsidiëring.

 

Het is sowieso politiek niet evident om in lopende zaken het startschot te geven voor een dergelijke megasubsidiëring. Bovendien zijn er vandaag een aantal ernstige inhoudelijke redenen om daaraan te twijfelen.

 

U hebt zelf gezegd hoeveel MYRRHA ondertussen al heeft gekost voor de basiswerking van het SCK, terwijl er misschien wel andere zaken konden gebeuren met die basiswerking, zoals het centrum verder uitbouwen tot een key player en tot een topper op het vlak van kernveiligheid en ontmanteling.

 

Ik zal het Verslag nog eens doornemen, maar er is al een aardig bedrag van de eigen middelen naar MYRRHA gegaan. Belangrijker is dat er tot nu toe al heel wat publieke middelen naar MYRRHA zijn gegaan en niet met het verhoopte succes.

 

U vertelt vandaag immers een heel ander verhaal dan wat ons tot nu toe werd verteld. U zegt dat er nog geen buitenlandse middelen zijn omdat de buitenlandse partners wachten op een structureel engagement van België en dat u nu hoopt dat dit structureel engagement zorgt voor die buitenlandse partners.

 

Dat is uw verhaal nu, terwijl eerder het verhaal was dat de subsidiëring van de voorbije jaren ertoe diende om internationale samenwerking en financiële partnerships op gang te brengen. Dat was het idee. Collega Wilrycx kan dat bevestigen.

 

Dat is de reden waarom de Belgische overheid MYRRHA gedurende een aantal jaren heeft gesubsidieerd, maar zelfs die meerjarige subsidiëring heeft nog geen enkele financiële overeenkomst opgeleverd. U bevestigt dat vandaag. Er werd geen enkele financiële overeenkomst rond MYRRHA gesloten, nadat wij al meer dan 150 miljoen euro – middelen van het SCK en publieke middelen – in dat project hebben geïnvesteerd.

 

Welk project kan er in België op een dergelijke behandeling rekenen? En dan zegt u nu dat u zelfs in lopende zaken uw chequeboek wil opentrekken voor de komende tien, vijftien, zelfs twintig jaar, als ik mij niet vergis.

 

Dat is volgens mij noch een daad van goed bestuur, noch een doordacht energiebeleid. Wij zullen dit onderzoeken. Ik zal de minister van Begroting hierover ondervragen om ervoor te zorgen dat de financiering niet kan plaatsvinden. Op die manier wordt dit een beslissing die toekomt aan de volgende regering. Dit heeft niet alleen te maken met onze inhoudelijke bekommernissen, maar het heeft ook te maken met fatsoenlijk bestuur. Volgens mij is het niet aan deze regering van lopende zaken om voor lange tijd een chequeboek te openen.

 

02.07  Frank Wilrycx (Open Vld): Mevrouw de minister, bedankt voor uw uitvoerig antwoord.

 

Het zal u niet verbazen dat ik het niet eens ben met de uiteenzetting van de heer Calvo. U hebt duidelijk het belang van het onderzoek en de toepassingen op nucleair vlak in België beschreven. U hebt verschillende toepassingen opgesomd en het lijkt mij belangrijk om ook in de toekomst ter zake een leidersrol te blijven spelen. Wij zijn wereldleider op dat vlak. Het is belangrijk om dat ook te blijven.

 

Wij zijn ook zeer tevreden dat de minister in september een structurele financiering heeft goedgekeurd. Het is jammer dat de regering is gevallen en wij op voorlopige twaalfden zijn moeten overgaan. Ik hoop dat u eruit geraakt met de minister van Begroting, mevrouw Wilmès, en dat u de structurele financiering van MYRRHA kunt garanderen. Dit kan andere spelers in het buitenland over de meet trekken.

 

Wij zijn tevreden met deze beslissing van de Ministerraad.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: Les questions n° 27981 de M. Daniel Senesael et n° 27999 de Mme Karin Temmerman sont transformées en questions écrites.

 

03 Questions jointes de

- Mme Karine Lalieux à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "les provisions nucléaires" (n° 28340)

- M. Kristof Calvo à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "les provisions nucléaires" (n° 28665)

03 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de nucleaire voorzieningen" (nr. 28340)

- de heer Kristof Calvo aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de nucleaire voorzieningen" (nr. 28665)

 

03.01  Karine Lalieux (PS): Madame la ministre, je ne serai pas longue puisque nous faisons le point à chaque fois que vous venez en commission. Nous savons qu'un avant-projet de loi a été envoyé au Conseil d'État. Ce dernier a remis un avis sur cet avant-projet de loi au début du mois de novembre. En complément, le Conseil des ministres vous a demandé de faire des propositions pour renforcer le premier texte. Comme vous l’avez indiqué lors de la commission de l'Économie du 18 décembre dernier, la Commission des provisions nucléaires (CPN) a remis un avis à la mi-décembre sur le second projet de loi que vous avez rédigé.

 

Mes questions concernent le timing parce qu'on sait qu'il faut absolument faire passer quelque chose sous cette législature par rapport à la garantie de ces provisions nucléaires. Madame la ministre, allez-vous faire passer le premier texte en seconde lecture au Conseil des ministres pour que la Chambre puisse l’examiner et l'amender? Je pense que si nous disposons déjà de l'avis du Conseil d'État, autant avancer, quitte à ce que le gouvernement ou le Parlement ajoute des amendements en commission. Nous pouvons travailler en dialogue et en partenariat sur ces projets de loi.

 

En ce qui concerne le second projet de loi, la dernière fois que vous avez été interrogée, les avocats étaient encore en pleine rédaction. Pouvez-vous maintenant nous fournir le contenu détaillé de l’avis de la CPN? Pouvez-vous aussi nous détailler le timing, madame la ministre, parce qu'il ne reste plus que huit semaines et donc huit séances plénières avant la fin de la législature?

 

03.02  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, collega Lalieux heeft de geschiedenis geschetst en het belang aangegeven van een snelle samenwerking in dit dossier. Daarnet zei u dat u graag nog groen licht zou krijgen voor de middelen voor MYRRHA. Het dossier van de nucleaire voorzieningen is echter nog veel urgenter. Daar moeten we niet alleen een budgettaire maar vooral ook een wetgevende doorbraak realiseren.

 

Ik wil dus van deze gelegenheid gebruikmaken om bij u te polsen naar de exacte stand van zaken. Hoe ziet u die samenwerking met het Parlement? Wil u daar echt nog werk van maken? Verder wil ik polsen naar de onderhandelingen die daarover zijn gevoerd met de exploitanten. Welke afspraken zijn er eventueel gemaakt?

 

Mevrouw de minister, ik hoop vooral dat u de ernst van de situatie correct inschat. Misschien kan een tijdelijke werkgroep binnen deze commissie daarover beslissen. Wij hebben de hand kunnen leggen op het voorstel van de Commissie voor nucleaire voorzieningen. We hebben het bij de Kamer ingediend met een aantal aanpassingen die we menen te moeten doorvoeren. Als er op dat vlak samengewerkt kan worden, dan doen wij dat graag. Het is echter iets dat we absoluut nog vóór de ontbinding van het Parlement moeten doen.

 

03.03  Marie-Christine Marghem, ministre: Monsieur le président, chers collègues, Mme Lalieux connaît bien les rétroactes, M. Calvo peut-être un peu moins. Je vais donc les rappeler pour bien situer le contexte et, de la sorte, répondre à vos questions.

 

Tout d'abord, comme vous l'avez dit, j'ai déposé la proposition de loi établie par la Commission des provisions nucléaires, que j'avais mandatée à cette fin et qui avait désigné un cabinet d'avocats - le cabinet Stibbe - pour mener à bien ce projet, sous la forme d'un avant-projet lors du Conseil des ministres du 26 juillet 2018. À cette occasion, celui-ci a pris plusieurs décisions importantes. La première était la nécessité d'approuver cet avant-projet, pour que nul n'en ignore la teneur.

 

La deuxième a consisté à me charger de le soumettre pour avis au Conseil d'État et, ensuite, de le soumettre à nouveau au Conseil des ministres; de me confier la tâche de présenter en IKW le résultat des propositions d'ENGIE; de fournir un mécanisme de cautionnement garantissant que cette dernière couvrira les provisions nucléaires en cas de défaut de l'exploitant; de présenter - entre les première et deuxième lectures de cet avant-projet - une modification de nature à le renforcer. Bref, mon mandat visait à consolider l'avant-projet de loi CPN.

 

Dans ce cadre, au moyen d'un marché public qui a désigné l'avocat Xavier Dieu, qui est également professeur à l'ULB, j'ai examiné trois points à la demande du Conseil des ministres. Je reprends le cahier des charges qui avait été élaboré:

1. Les mesures juridiques et financières que l'État belge peut prendre pour responsabiliser davantage la maison-mère ENGIE aux provisions nucléaires - et non l'exploitant seul.

2. La manière de renforcer le contrôle sur l'usage, le périmètre, les garanties et la récupération des moyens et assets prêtés - les fameux 75 %.

3. Une comparaison internationale des modes de provisionnement - par exemple, avec la Suisse, l'Espagne, la Finlande ou le Royaume-Uni -, tant comme fonds internes qu'externes, de leur gouvernance et de leur contrôle. En outre, cette comparaison pourrait servir à renforcer l'avant-projet.

 

Le même Conseil des ministres a marqué son accord sur la désignation d'un cabinet externe pour m'assister, je viens d'en parler. Il s'agissait d'examiner les possibilités légales d'élargir l'assiette des garanties à l'ensemble du groupe ENGIE et de permettre à l'État belge de faire face, par toutes voies de droit, à toutes actions qui seraient menées par le groupe ENGIE en cas d'action de celui-ci visant à s'organiser pour échapper aux obligations légales qui pèsent sur sa filiale, dans le cadre de la loi du 11 avril 2003.

 

L'avis du Conseil d'État a été demandé pour l'avant-projet CPN le 27 juillet 2018, avec un délai de trente jours prorogé de plein droit jusqu'au 12 septembre. Finalement, vous vous souviendrez que le Conseil d'État a mis un peu plus de temps à nous renvoyer son avis, que nous avons reçu le 8 novembre dans sa version provisoire et le 20 novembre dans sa version définitive.

 

De manière globale, l'avis contient un petit nombre de remarques de forme et des précisions complémentaires, ce qui n'a rien de rédhibitoire. Conformément à la décision du Conseil des ministres, le cabinet externe a été désigné, ce qui a permis d'identifier plusieurs modifications législatives de nature à renforcer, tel que cela m'a été demandé, l'avant-projet de loi CPN et qui ont été intégrées dans un nouveau texte alternatif. La CPN, à qui je l'ai demandé, a remis un avis sur ce texte alternatif le 21 novembre 2018. De manière générale, elle relève que le travail ayant mené à l'élaboration de l'avant-projet de loi de février - c'est-à-dire leur propre projet -, est pour l'essentiel repris et renforcé dans le texte.

 

Bien sûr, la lettre complète vous parviendra, ce que vous demandez.

 

Ensuite, vous savez très bien ce qui est arrivé au niveau du gouvernement, mais nous avons poursuivi notre travail et une réunion en IKW a eu lieu la semaine passée pour examiner les deux textes.

 

Un prochain kern va se pencher sur la marche à suivre permettant d'avancer dans ce dossier. Mon cabinet est en train de finaliser la note à ce sujet, le but étant évidemment d'arriver au Parlement avec une proposition de loi puisque c'est le moteur que nous devons utiliser pour que ce texte vienne au niveau du Parlement. Je suggère qu'il y ait une proposition de loi dite CPN avec des amendements issus du deuxième texte, afin de permettre le traitement le plus rapide de cette problématique.

 

Chers collègues, c'est ma proposition au kern. Je n'en ai pas encore discuté au niveau du kern. Par conséquent, je ne peux pas préjuger qu'il ira nécessairement dans ce sens-là. Mais c'est ce que j'ai imaginé être le moyen le plus efficace et le plus rapide pour progresser dans ce dossier.

 

Comme je l'ai déjà indiqué début juillet et en septembre, surtout à vous, madame Lalieux, l'exploitant a eu l'occasion d'échanger avec la CPN et avec moi-même sur le sujet, indifféremment sur l'un et l'autre texte. Je vous invite d'ailleurs à relire notre échange et ma réponse au point 10.05 du rapport du 4 juillet 2018 de cette commission. J'y insistais notamment sur le fait que le principe de base était que les générations futures n'avaient pas à payer le moindre cent d'euro pour les coûts de démantèlement et de l'aval du cycle du combustible, mais que ce coût devait être pris en totalité en charge par l'exploitant, dans le respect du principe pollueur-payeur.

 

Les échanges avec ENGIE n'ont mené à aucun résultat probant invitant à modifier le texte - aucun des deux d'ailleurs - sauf à le renforcer encore davantage. C'est finalement ce qui est arrivé.

 

Vous le savez car je l'ai déjà dit plusieurs fois. En ce qui me concerne, dans cette question que j'estime être une question régalienne, il n'est pas question de brader quoi que ce soit ou d'aller dans une autre direction que celle d'un renforcement, tant sur le fond - dans les moyens et outils de contrôle prudentiel accordés à la CPN -, que sur la forme - dans la sécurité juridique -, de manière à anticiper tout recours et à faire en sorte que l'assiette sur laquelle nous pourrions compter en termes de répondant soit l'assiette la plus large possible avec la garantie d'ENGIE.

 

03.04  Karine Lalieux (PS): Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je vous soutiens. Je ne suis pas membre du kern - pas encore. En tout cas, le CD&V et l'Open Vld sont vos seuls partenaires au kern. Je soutiens votre proposition de déposer le projet de loi ainsi que les amendements, afin que nous puissions avoir rapidement une vraie discussion ici en commission, pour pouvoir avancer sur ces provisions nucléaires.

 

Il ne faudrait pas que nous terminions cette législature sans avoir des lignes et des balises claires, pour que les générations futures n'aient pas à payer le démantèlement des centrales. Il faut aussi donner un signal clair à ENGIE. J'espère que cela figurera à l'ordre du jour du prochain kern, et que cela sera déposé vraiment rapidement au Parlement.

 

03.05  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, mijn repliek ligt in dezelfde lijn als die van collega Lalieux en ik wil ingaan op uw voorstel van werkwijze. Stel dat deze werkwijze een draagvlak vindt in het kernkabinet, dan zou het interessant zijn dat de tekst via het secretariaat reeds aan ons wordt bezorgd.

 

De agenda van de commissie is immers redelijk vol. Op de plank liggen ook nog het capaciteitsmechanisme en zaken met betrekking tot economie en zelfstandigen. Misschien is het een piste om het zo snel mogelijk te bezorgen en om een technische werkgroep samen te roepen. Op die manier kunnen wij reeds zoveel mogelijk doen in afwachting van de eigenlijke bespreking in de commissie.

 

Wij moeten met betrekking tot dit thema inderdaad landen. Onze fractie heeft op dat vlak een aantal ideeën en wil die graag met de andere fracties delen en bespreken.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

04 Questions jointes de

- M. Michel de Lamotte à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "les conséquences d'un Brexit dur pour les interconnexions de la Belgique avec la Grande-Bretagne" (n° 28397)

- M. Frank Wilrycx à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "les conséquences du Brexit pour Nemo Link" (n° 28635)

04 Samengevoegde vragen van

- de heer Michel de Lamotte aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de gevolgen van een harde brexit voor de interconnecties tussen België en Groot-Brittannië" (nr. 28397)

- de heer Frank Wilrycx aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de gevolgen voor Nemo Link bij een brexit" (nr. 28635)

 

04.01  Michel de Lamotte (cdH): Madame la ministre,  la capacité de la nouvelle interconnexion entre la Grande-Bretagne et la Belgique, Nemo Link, sera disponible à partir du 30 janvier 2019 par le biais de la vente aux enchères d’énergie Day-Ahead. La première quantité d'énergie pourra donc être livrée le 31 janvier. J'imagine que c'est fait puisque ma question est antérieure à cette date.

 

Cette bonne nouvelle arrive dans le contexte un peu particulier qu’est celui du Brexit. En effet la probabilité d’une sortie du Royaume-Uni de l’Union européenne sans accord devient de plus en plus grande. Pouvez-vous dès lors exposer devant cette commission quelles seraient les conséquences sur les échanges d’électricité via cette interconnexion si nos amis britanniques devaient filer à l’anglaise?

 

En outre, un autre projet d’interconnexion avec la Grande-Bretagne, Nautilus, est actuellement à l’étude. Un Brexit dur en sonnerait-il le glas?

 

Le président: "Cela sonnera-t-il le glas?" comme disait Hemingway.

 

04.02  Frank Wilrycx (Open Vld): Mevrouw de minister, de nieuwe kabel tussen België en Groot-Brittannië zal dit kwartaal in gebruik worden genomen en voor een interconnectie van 1000 megawatt extra export of import kunnen zorgen. Maar op 29 maart 2019 verlaat het Verenigd Koninkrijk in principe de Europese Unie. Het lijkt er inderdaad op dat het een harde brexit zou kunnen worden. Dan loeren er toch een aantal risico's om de hoek, ook voor de energiemarkt.

 

Dat maakte de CREG onlangs ook nog eens duidelijk bij de bespreking van de begroting van 2019. Indien de Britse energieproductie niet langer tot de geïntegreerde markt behoort, kunnen de prijzen in het Verenigd Koninkrijk inderdaad aanzienlijk stijgen, wat de rentabiliteit van de interconnectie kan verlagen.

 

Mevrouw de minister, is er een impact van de brexit op de prijzen van de energie die door de Nemo Linkconnectie stroomt? Zijn er extra heffingen van toepassingen die door de Wereldhandelsorganisatie bij een harde brexit kunnen worden opgelegd? Wat is de impact dan op de rentabiliteit van de kabel?

 

Wat zal de impact zijn op de Belgische energiemarkt als het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie eind maart verlaat? Welke gevolgen zal de uitstap specifiek hebben op de nieuwe interconnectie Nemo Link? Wat is de kostprijs van de verschillende mogelijke scenario's?

 

Bij de inhuldiging van de interconnectie zei de topman van Elia, Chris Peeters, dat een tweede verbinding met de Britten reeds op de tekentafel ligt. Hoe concreet zijn de plannen? Welke stappen moeten hierin nog worden genomen?

 

04.03  Marie-Christine Marghem, ministre: Cher collègue, Nemo Link est le premier inter­connecteur raccordant notre pays directement au Royaume-Uni. Depuis la fin janvier, cette infrastructure nous permet de réaliser un échange physique d'énergie avec lui.

 

Sur la base des signaux de prix, il est déterminé heure par heure si l'électricité sera exportée ou importée. Ceci est un complément à la connexion du marché Day-Ahead, déjà existante entre le continent et le Royaume-Uni qui se déroulait auparavant par le biais des interconnecteurs entre le Royaume-Uni et la France et le Royaume-Uni et les Pays-Bas. Ce qui offre une plus-value pour limiter le prix de l'énergie et augmenter la sécurité d'approvisionnement dans les deux pays. (Nemo Link)

 

À défaut d'un accord final sur le Brexit, l'impact sur cette interconnexion est difficile à estimer. Je peux, néanmoins, vous rassurer dans la mesure où, même dans le cas d'un Brexit dur, l'échange d'électricité entre la Belgique et le Royaume-Uni reste possible. En avril 2018, la Commission européenne a publié une note aux parties prenantes, dans laquelle elle commentait les répercussions d'un Brexit sur le marché intérieur de l'énergie et dans laquelle les parties concernées étaient encouragées à prendre les mesures de préparation nécessaires. En général, je peux vous dire que l'intégration prévue de Nemo Link sera, dans le pire des cas, remplacée, dans la connexion implicite du marché européen, par une attribution explicite de capacités d'interconnexion.

 

Elia, avec le soutien de la DG Énergie et la CREG, et en étroite concertation avec les contreparties britanniques, prépare actuellement les mesures et méthodes nécessaires devant permettre ce passage: entre autres, les IT tools, les règles du marché, etc.

 

Dans ce cadre, une concertation publique a déjà eu lieu en novembre dernier.

 

Dès lors, dans le pire des cas, nous nous préparons afin de garantir les avantages que cette infrastructure pourrait offrir aux pays. Autrement dit, si je dois aller plus avant dans la description de ces mesures - et si cela vous intéresse -, il faudra me réinterroger, car je devrai d'abord m'informer de l'état d'avancement des travaux menés par Elia, la DG Énergie, la CREG et savoir ce qu'il en est des contreparties britanniques. Cela dit, a priori, aucune difficulté ne se pose à ce que cet échange physique d'électricité se poursuive, même en cas de Brexit dur.

 

Ensuite, le projet Nautilus a été repris par Elia - à titre indicatif - dans le plan de développement fédéral, lequel se situe au stade final de son adoption. Lors de l'établissement du prochain plan quadriennal, ce projet sera davantage examiné dans le détail, puisque les conséquences du Brexit seront alors plus claires. Tout comme les autres programmes d'investissement, celui-ci fera l'objet d'une évaluation en vue d'une décision finale relative aux investissements.

 

04.04  Michel de Lamotte (cdH): Madame la ministre, je prends acte de vos décisions relatives à la possibilité d'un Brexit dur. J'entends que cela ne devrait pas changer.

 

Cependant, des garanties en termes de prix ont-elles été données quant aux livraisons? En effet, si le prix augmente, la rentabilité du processus sera mise en cause. Vous n'avez pas répondu à cette question.

 

04.05  Marie-Christine Marghem, ministre: C'est pourquoi je vous ai indiqué que, si vous souhaitiez de plus amples précisions, je reviendrais volontiers vous en apporter lors d'une commission ultérieure.

 

04.06  Michel de Lamotte (cdH): Très bien!

 

04.07  Frank Wilrycx (Open Vld): Mevrouw de minister, het dossier moet inderdaad van zeer nabij worden gevolgd. Belangrijk is die interconnectie. Aangezien de bevoorradingszekerheid hier wel eens in twijfel wordt getrokken, is het zeer goed dat wij kunnen rekenen op de extra interconnectie.

 

In verband met de prijs zal ik zeker nog een vervolgvraag indienen, zoals u zelf aangaf.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Questions jointes de

- M. Michel de Lamotte à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "la probable pénurie d'électricité pour l'hiver 2019-2020" (n° 28398)

- Mme Leen Dierick à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "la réserve stratégique" (n° 28453)

- Mme Karine Lalieux à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "la réserve stratégique pour l'hiver 2019-2020" (n° 28580)

- M. Frank Wilrycx à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "la réserve stratégique 2019-2020" (n° 28636)

05 Samengevoegde vragen van

- de heer Michel de Lamotte aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "het te verwachten elektriciteitstekort voor de winter 2019-2020" (nr. 28398)

- mevrouw Leen Dierick aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de strategische reserve" (nr. 28453)

- mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de strategische reserve voor de winter 2019-2020" (nr. 28580)

- de heer Frank Wilrycx aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de strategische reserve 2019-2020" (nr. 28636)

 

05.01  Michel de Lamotte (cdH): Madame la ministre, nous avons appris, à la lecture du journal Le Soir du vendredi 18 janvier, que l'exploitant ENGIE Electrabel vous avait adressé un courrier le 11 janvier dernier vous annonçant qu'il craignait de devoir se passer d'au moins trois réacteurs pour l'hiver prochain: Doel 1, Doel 2, Tihange 1. L'expérience nous aura appris qu'aux indisponibilités prévues, s'ajoutaient souvent des défaillances imprévues. Or, l'histoire se répétant jusqu'au bout, vous avez à nouveau pris la décision de ne pas prévoir de réserve stratégique pour l'hiver 2019-2020.

 

La lettre adressée par Electrabel est-elle de nature à vous faire revoir votre décision de ne pas contracter de réserve stratégique pour l'hiver prochain? En cas de constitution d'une réserve stratégique, sur quelles capacités pourriez-vous compter? En dehors de la réserve stratégique, prendrez-vous des mesures afin d'anticiper cette probable pénurie?

 

05.02  Leen Dierick (CD&V): Mevrouw de minister, op 15 januari hebt u beslist om geen strategische reserve aan te leggen voor de periode van 1 november 2019 tot en met 31 maart 2020. Enkele dagen na die beslissing werd aangekondigd dat Doel 1, Doel 2 en Tihange 1 in de tweede helft van dit jaar zullen worden stilgelegd in het kader van de levensduurverlenging.

 

Ik heb hierover een aantal vragen, mevrouw de minister.

 

Wanneer werd u op de hoogte gebracht van de onbeschikbaarheid van die drie kernreactoren?

 

Heeft de uitbater ook de precieze periode meegedeeld wanneer de drie kernreactoren zullen worden stilgelegd? Indien ja, wat is die periode?

 

U zou pas na uw beslissing om geen strategische reserve aan te leggen kennis hebben genomen van de aankondiging van de uitbater. Klopt dat? Zijn er vóór de beslissing contacten geweest met de uitbater over de beschikbaarheid van het nucleair park? Zo ja, waarom is de onbeschikbaarheid toen niet meegedeeld?

 

Het vereiste volume van de strategische reserve kan nog tot 1 september worden herzien. Hebt u aan de netbeheerder al een nieuwe analyse gevraagd? Zo ja, wat zijn de conclusies over de noodzaak om al dan niet een strategische reserve aan te leggen?

 

Zal volgens u een herziening van de strategische reserve nodig zijn? Waarom wel of niet?

 

05.03  Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, je ne répéterai pas les propos de mes collègues. Il y a donc une incertitude relative à la disponibilité de 2000 MW de capacité nucléaire pour la période hivernale 2019-2020. Madame la ministre, au regard de ces éléments, comptez-vous revoir votre décision de ne pas contracter de réserve stratégique pour l'hiver 2019-2020?

 

05.04  Frank Wilrycx (Open Vld): Mevrouw de minister, mijn vragen liggen in dezelfde lijn. Op 15 januari was er een beslissing om geen strategische reserve aan te leggen, maar achteraf kwam het bericht dat de centrales Doel 1 en 2 en Tihange 1 in de winter niet beschikbaar zouden zijn, waardoor heel wat nucleaire capaciteit wegvalt. Dat was nog niet bekend toen u de beslissing van 15 januari hebt genomen.

 

U hebt een nieuwe studie besteld, waarin de nieuwe gegevens werden doorgerekend. Hebt u daar al meer zicht op?

 

Ligt het tijdstip van onderhoud voor de drie centrales die ik opnoemde, vast? Of is er een mogelijkheid om daar wat te schuiven, zoals ook dit jaar is gebeurd?

 

Hebt u de nieuwe situatie besproken in de taskforce die u hebt opgericht?

 

05.05 Minister Marie-Christine Marghem: De vertrouwelijke brief van ENGIE betreffende de vermelde niet-beschikbaarheden dateert van 11 januari 2019. Die brief bevestigt de reeds bekende niet-beschikbaarheden van Tihange 1, tot 27 november 2019, van Doel 1 tot 27 december 2019 en van Doel 2 tot 20 december 2019, conform de publicaties van ENGIE in het kader van REMIT.

 

De niet-beschikbaarheden werden reeds in rekening gebracht in de analyse van Elia die werd gepubliceerd in november 2018. In de brief wordt bovendien gewezen op het risico dat de in het kader van REMIT gepubliceerde niet-beschikbaarheden zullen moeten worden verlengd voorbij de overgang van 2019 naar 2020.

 

La lettre d'ENGIE est datée du 11 janvier et l'arrêté ministériel du 15 janvier. Il tombe donc sous le sens que j'avais connaissance des éléments nécessaires, après avoir fait faire une réévaluation par Elia, afin de fixer la réserve stratégique. Il s'agit en effet bien de dire que nous l'avons fixée. En réalité, nous l'avons fixée à zéro, ce qui n'est pas la même chose que de ne pas en constituer du tout. La fixer à zéro nous permet, dans la nouvelle législation, de la modifier en fonction de l'évolution de la situation. Nous pensons réévaluer la situation au mois de septembre.

 

Nous avons donc demandé à ENGIE de vérifier ses possibilités de déplacer les maintenances en dehors de la période hivernale, et nous verrons au moment voulu. Je tiens à rappeler que je maintiens les travaux de la task force depuis maintenant jusqu'à l'hiver prochain, pour pouvoir évaluer pas à pas la situation, afin d'avoir une vue complète en septembre, et de décider si la réserve stratégique doit rester à zéro comme actuellement.

 

J'ai demandé à la DG Énergie, en collaboration avec Elia et la CREG, de déterminer l'impact de la prolongation de ces indisponibilités sur le volume requis de réserves stratégiques 2019-2020.

 

05.06  Michel de Lamotte (cdH): Madame la ministre, je vous remercie. Vous commencez votre réponse en disant que vous avez reçu une lettre confidentielle. Elle est restée confidentielle deux jours!

 

05.07  Marie-Christine Marghem, ministre: C'est toujours comme ça. C'est pour cela que j'insiste.

 

05.08  Michel de Lamotte (cdH): C'était une remarque gratuite. Par contre, je prends note de votre réponse, qui mentionne la constitution d'une réserve stratégique à zéro, réévaluable. Mais vous ne m'avez pas répondu quant à la question des capacités que l'on pourrait encore éventuellement ajouter à cette réserve stratégique fixée à zéro. Où aller chercher cette énergie, si nous devions augmenter la réserve stratégique pour 2019-2020? Il me semble que vous avez déjà fait appel à beaucoup d'acteurs pour cet hiver-ci. Y a-t-il des réserves cachées que l'on pourrait actionner?

 

Vous m'avez répondu sur le fait que vous alliez anticiper cette probable pénurie et que vous mainteniez la task force. Où irez-vous chercher la capacité de production?

 

05.09  Marie-Christine Marghem, ministre: Monsieur le président, j'ai effectivement répondu de manière lapidaire. Je vais aller plus dans le détail. Il y a deux problèmes. Il y a d'abord l'évolution de la situation du côté d'ENGIE. Ensuite, avec les évaluations de la DG, de la CREG et d'Elia – travail en progression sur lequel nous voulons avoir une vue précise en septembre –, il y a l'état du marché. Bien entendu, ce qui est dans le marché va y rester parce que cela coûtera moins cher au consommateur. Nous allons faire cette évaluation. En fonction des calculs réalisés par ces trois institutions et du conseil qu'elles me donneront, nous verrons les capacités hors marché appelables dans une réserve stratégique qui serait supérieure à zéro.

 

Une fois qu'on est allé au bout de ce qui existe, du moment que tout fonctionne, on y arrive. On l'a prouvé cet hiver. On a mis en œuvre tout ce qui pouvait fonctionner sous l'égide d'ENGIE. Ces capacités ont été mobilisées dans le marché puisque la réserve était égale à zéro.

 

05.10  Michel de Lamotte (cdH): Je vous remercie mais je reviendrai sur le sujet.

 

05.11  Leen Dierick (CD&V): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik ben wel even in de war. Op 15 januari 2019 is de strategische reserve officieel op 0 bepaald, maar er was op 11 januari een brief van ENGIE. Had u die dan al ontvangen op 15 januari of niet?

 

05.12  Marie-Christine Marghem, ministre: Oui, je l'avais.

 

05.13  Leen Dierick (CD&V): U had die brief op 15 januari, maar er is nog geen rekening gehouden met die nieuwe gegevens?

 

05.14  Marie-Christine Marghem, ministre: Si, on en a tenu compte. J'ai demandé une réévaluation sur base de cette lettre et j'en ai tenu compte.

 

05.15  Leen Dierick (CD&V): Dank u.

 

05.16  Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, je remercie la  ministre pour sa réponse mais il faudra tenir cela à l'œil.

 

05.17  Frank Wilrycx (Open Vld): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Nog een punt. Het is belangrijk dat de communicatie die van elke partner verschijnt correct is en afgesproken is binnen de taskforce, want vaak heeft wat een van de partners zegt een geweldige impact op de energiemarkt. Wij zien die prijzen vaak omhoog of omlaag gaan, afhankelijk van wat de partners zeggen.

 

Het is dus belangrijk dat er een goede samenwerking blijft binnen de taskforce.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

06 Question de Mme Karine Lalieux à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "le mécanisme de rémunération de capacité" (n° 28568)

06 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "het capaciteitsvergoedingsmechanisme" (nr. 28568)

 

06.01  Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, madame la ministre, l'avant-projet de loi instaurant un mécanisme de rémunération de capacité a été approuvé lors du Conseil des ministres du 11 janvier dernier. Avez-vous reçu l'avis du Conseil d'État et quand allez-vous présenter ce projet devant le Parlement? Tout comme pour les provisions nucléaires, il y a urgence et nous sommes prêts à travailler avec vous.

 

06.02  Marie-Christine Marghem, ministre: Madame Lalieux, le Conseil des ministres en affaires courantes a approuvé l'envoi de l'avant-projet de loi au Conseil d'État, dont l'avis est attendu pour le 12 février. J'envisage toujours de présenter ce projet dès qu'il reviendra du Conseil d'État et de le faire adopter avant la fin de la législature. Nous le proposerons évidemment au Parlement sous la forme d'une proposition de loi.

 

06.03  Karine Lalieux (PS): Nous serons là pour travailler, madame la ministre.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

07 Question de Mme Karine Lalieux à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "la responsabilité d'Electrabel dans la hausse des prix de l'électricité" (n° 28569)

07 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "het aandeel van Electrabel aan de stijging van de elektriciteitsprijzen" (nr. 28569)

 

07.01  Karine Lalieux (PS): Madame la ministre, la CREG a mis en évidence que les indisponibilités des réacteurs nucléaires ont un impact sur les prix et que c’est in fine les consommateurs qui paieront les pots cassés. Je voudrais savoir si le gouvernement va respecter sa parole et obtenir une indemnité pour les consommateurs ou s'il s'agit simplement d’une promesse en l’air faite par le premier ministre. Où en est-on dans ces négociations avec Electrabel?

 

07.02  Marie-Christine Marghem, ministre: Madame Lalieux, il n'y a pas de négociation possible dans des questions comme celles-là puisque nous sommes en train de rechercher les moyens d'actionner la responsabilité de la partie débitrice. Je vous ai dit que, sur le plan technique, il y avait plusieurs solutions envisagées sur lesquelles travaille un cabinet d'avocats. Sur le plan pratique, à savoir la hauteur du dommage, la CREG nous a dit qu'il fallait attendre d'avoir une vue complète sur l'entièreté de l'hiver, c'est-à-dire deux exercices, sachant que nous avons déjà reçu un avis de la CREG qui est déjà visible sur son site. Il s'agit d'une étude du 24 janvier sur les prix de 2018 et leur évolution. Il faudra évidemment faire le même exercice en 2019. C'est cette comparaison-là qui nous donnera le résultat.

 

07.03  Karine Lalieux (PS): Madame la ministre, cela va durer longtemps. Je crains que, de toute façon, ce soit les consommateurs qui paient en attendant deux ans, trois ans, six ans.

 

07.04  Marie-Christine Marghem, ministre: Madame Lalieux, c'est tout le dommage et rien que le dommage. Vous connaissez la loi. Elle est accessible à tout le monde. C'est la théorie de la responsabilité. Nous n'allons donc pas enlever de manière exagérée à l'un pour donner de manière exagérée à l'autre. Rien que le dommage!

 

07.05  Karine Lalieux (PS): Vous connaissez ma position sur la diminution de la TVA. Nous avons été remballés! Donc, l'affaire est close ici au Parlement.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

08 Question de Mme Karine Lalieux à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "le projet de loi relatif à l'éolien offshore" (n° 28570)

08 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "het wetsontwerp betreffende offshorewindenergie" (nr. 28570)

 

 

08.01  Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, voici encore une question de timing.

 

Le 7 décembre dernier, le Conseil des ministres a approuvé un avant-projet de loi ayant pour objectif de lancer la procédure permettant la construction de nouveaux parcs éoliens offshore à partir de 2020.

 

Madame la ministre, avez-vous reçu l'avis du Conseil d'État?

 

Dans quel délai allez-vous le déposer au Parlement?

 

08.02  Marie-Christine Marghem, ministre: Madame la députée, l'avant-projet de loi concerne non pas la construction de nouveaux parcs en tant que telle mais plus précisément l'organisation d'une procédure de mise en concurrence ou tendering pour l'attribution des concessions aux futurs parcs éoliens offshore devant être construits dans la nouvelle zone de 221 kilomètres carrés en Mer du Nord et devant permettre d'atteindre une capacité installée de 4 GW en 2030.

 

Vu la formulation du tendering, il vise surtout à mettre en place une meilleure concurrence, donc un meilleur prix pour le consommateur qui doit lui aussi tirer le bénéfice de l'évolution de cette technologie désormais mature.

 

Cet avant-projet de loi qui est un projet de loi-cadre résulte de l'implémentation de la stratégie énergétique décidée le 20 avril 2018.

 

L'avis du Conseil d'État dans sa version préliminaire a été délivré le 30 janvier 2019 et sa version finale traduite a été reçue, hier, en fin de journée (soit le 5 février). Elle est désormais à l'examen au sein de mon cabinet ainsi que de celui de mon collègue, le ministre chargé de la mer du Nord, et par l'administration.

 

L'avant-projet a été discuté pas plus tard que ce matin en comité de concertation. Il est passé comme une lettre à la poste. Et après la prise en compte de l'avis du Conseil d'État, il sera examiné en réunion intercabinets, puis deuxième lecture afin d'obtenir l'habilitation pour l'introduire au Parlement et le soumettre à vos débats.

 

08.03  Karine Lalieux (PS): Madame la ministre, je vous remercie.

 

J'imagine qu'il en est comme pour les trois autres projets qu'on a cités et que vous voulez œuvrer pour celui-ci le plus rapidement possible, afin qu'il soit concrétisé d'ici la fin de la législature.

 

08.04  Marie-Christine Marghem, ministre: La réponse est oui!

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de energienorm" (nr. 28625)

09 Question de Mme Leen Dierick à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "la norme énergétique" (n° 28625)

 

09.01  Leen Dierick (CD&V): Mevrouw de minister, in het regeerakkoord staat de afspraak om de energienorm in te voeren. Dat voornemen werd opgenomen in federale energiestrategie van 30 maart 2018.

 

Vóór de val van de regering was u volop aan het werken aan een voorontwerp om de energienorm in te voeren. Mijn vragen zijn eigenlijk heel simpel. Hoever staat u met de voorbereiding van het wetsontwerp? ls de tekst bijna klaar? Mogen wij die tekst in het Parlement verwachten? Wij kijken er alvast naar uit, want wij willen hier echt wel werk van maken.

 

09.02 Minister Marie-Christine Marghem: Mevrouw Dierick, ik heb geen antwoord in het Nederlands, enkel in het Frans.

 

Wij kunnen zorgen voor een Nederlands antwoord, maar nu kan ik het antwoord enkel in het Frans geven.

 

Tout d'abord, il convient de rappeler que l'accord de gouvernement, lorsqu'il évoque la norme énergétique, commence par indiquer la nécessité d'une collaboration avec les entités fédérées. La première phrase de l'accord qui parle de la norme dit en effet: "Le gouvernement établira une norme énergétique en coopération autant que possible avec les entités fédérées." Soulignons qu'une norme qui ne serait que fédérale n'a aucun sens. La baisse d'une composante de la facture d'électricité pourrait être compensée par la hausse d'une autre composante et rendrait donc l'opération inutile.

 

Au risque de répéter ce que j'ai déjà dit à de nombreuses reprises, en ce qui concerne le moyen d'agir sur les prix, lorsqu'un problème est détecté (ce qui est la vertu d'une norme), le fédéral a identifié quatre postes: le coût de l'électricité, le coût du transport, la surcharge offshore et la cotisation fédérale.

 

Par rapport à chacune de ces composantes, nous avons examiné ce qu'il est possible de faire. Pour le prix de l'électricité, nous sommes impuissants puisqu'il est fixé par le marché. Il nous est donc, a priori, très difficile d'agir mais pas impossible puisqu'en développant notre projet d'un mécanisme de rémunération de la capacité, nous entendons non seulement faire face à la sortie du nucléaire mais aussi amener de la capacité en suffisance. Cette offre, plus adéquate avec la demande, jouera sur le prix de la commodity.

 

En ce qui concerne la surcharge offshore, une réforme du mécanisme de la dégressivité pour l'adapter aux guidelines de la Commission européenne est, vous le savez, en cours. L'objectif est ici aussi de préserver le pouvoir d'achat et la compétitivité des entreprises électro-intensives. En ce qui concerne la cotisation fédérale, nous n'avons pas souhaité agir pour la diminuer car, en réalité, elle finance les fonds servant à soutenir les clients résidentiels protégés.

 

C'est ce qu'on appelle communément le tarif social. Nous avons donc privilégié le coût du transport en vue d'instaurer une norme au moyen d'une modification de la loi.

 

En juillet dernier, un texte fut discuté en groupe de travail afin de proposer un avant-projet de loi dans le but de mettre en place, d'une part, un suivi des prix de l'électricité et, de l'autre, une comparaison de ceux qui sont pratiqués dans les pays voisins. C'est donc sous l'angle de la protection du pouvoir d'achat et de la défense de la compétitivité que nous avons abordé la question. Ensuite, le texte prévoyait - en cas de problème de prix ou de compétitivité - de confier au régulateur, à savoir la CREG, les moyens, avec une ligne directrice, d'intervenir sur les coûts de transport.

 

Comme vous le savez, une étude commune à tous les régulateurs devrait permettre ce suivi et cette comparaison tarifaire. Leur objectif était, à notre demande, de fixer un planning et de déterminer le rôle de chacun. Ces actions sont en cours au sein de FORBEG, l'organisme informel accueillant la concertation des régulateurs.

 

Le texte dont je vous parle n'a pas été approuvé, car il accroît la charge sur certaines entreprises qui sont de gros consommateurs. Depuis le 21 décembre, le gouvernement se trouve en affaires courantes. Dès lors, il ne dispose plus de la majorité nécessaire pour parachever l'élaboration d'une norme énergétique. La seule initiative que nous ayons prise a consisté à commander des études de monitoring des prix et de benchmarking tarifaire relativement aux pays voisins. Voilà l'état de la question!

 

09.03  Leen Dierick (CD&V): Mevrouw de minister, dank u wel voor uw uitgebreide antwoord.

 

Er zijn al heel wat stappen gezet en ik besef ook dat de overheid niet in alle componenten van de energieprijs kan ingrijpen. U hebt dat goed uitgelegd.

 

Het is natuurlijk wel jammer dat door de val van de regering niet kan worden voortgewerkt. Het Parlement kan wel voortwerken. We kunnen dus gerust samenwerken. Ik meen dat er een grote bereidheid bestaat in het Parlement om initiatieven te nemen. De energienorm is een belangrijk aspect voor zowel de bedrijven als de gezinnen. Wij hebben nog een aantal weken waarin wij aan de slag kunnen gaan. Ik ben als Parlementslid zeker bereid om hieraan voort te werken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Vraag van de heer Frank Wilrycx aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "BOFAS" (nr. 28634)

10 Question de M. Frank Wilrycx à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "BOFAS" (n° 28634)

 

10.01  Frank Wilrycx (Open Vld): Wie te maken krijgt met een lekkende stookolietank en moet opdraaien voor de saneringskosten van de grond, valt zwaar in de kosten. De Ministerraad heeft een samenwerkingsakkoord met de Gewesten goedgekeurd voor de uitvoering en financiering van de bodemsanering van tankstations en gasolietanks voor verwarmingsdoeleinden. De zware kosten zouden zo eventueel op dat fonds verhaald kunnen worden.

 

Wat is de stand van zaken?

 

Hoeveel van de resterende middelen uit BOFAS zullen worden overgeheveld naar het nieuwe PREMAZ Stookoliefonds? Zullen die middelen volstaan om te voldoen aan de vraag?

 

Welke stappen moeten de verschillende overheden, de Gewesten dus, nog nemen om tot een overeenkomst te komen?

 

Vanaf wanneer zullen particulieren gebruik kunnen maken van dat fonds? Kunnen ook rechtspersonen gebruikmaken  van die steun?

 

10.02 Minister Marie-Christine Marghem: Mijnheer Wilrycx, wat uw eerste vraag betreft, wordt er nog een derde oproep aan benzinestations gelanceerd via BOFAS. Daardoor worden de beschikbare middelen maximaal aangewend voor de bodemsanering van de benzinestations. Het maximumscenario voor die oproep wordt geëvalueerd op 62 526 800 euro.

 

De reservemiddelen van BOFAS, verminderd met dat bedrag, kunnen worden getransfereerd naar het nieuwe op te richten bodemsaneringsfonds voor gasolietanks. Het saldo wordt momenteel geraamd op 96 945 000 euro. Dat beschikbaar saldo bij BOFAS, met uitzondering van de bedragen nodig voor de vereffening, kunnen worden getransfereerd naar het nieuwe PREMAZ-fonds, nadat BOFAS de laatste betalingen gelinkt aan de derde oproep, heeft gedaan.

 

De beschikbare middelen zullen niet volstaan om het PREMAZ-fonds helemaal te financieren. Bijgevolg zal er na een zekere periode opnieuw een bijdrage moeten worden betaald door de consument en/of producent.

 

Wat uw tweede vraag betreft, de tekst werd zopas in de respectieve parlementen van de drie Gewesten ingediend en ik verwacht de goedkeuring ervan in maart of april.

 

Wat uw derde vraag betreft, zodra het samenwerkingsakkoord is gepubliceerd en in werking treedt, is er een aanmeldingsperiode van drie jaar.

 

Wat uw laatste vraag betreft, het is inderdaad de eigenaar en dus de verantwoordelijke voor de gasolietank, die de aanvraag doet om een tussenkomst te krijgen.

 

10.03  Frank Wilrycx (Open Vld): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Het is goed dat er eindelijk een oplossing komt voor de al jaren aanslepende problematiek van lekkende gasolietanks. Voor sommige mensen lopen de kosten immers heel hoog op.

 

De tekst zal in de drie Gewesten worden behandeld. Ik hoop dat het dossier nog deze legislatuur kan worden afgerond, zodat de betrokken burgers hun aanvraag kunnen indienen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van de heer Kristof Calvo aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de levensduuraanpassingen van de kerncentrales in Doel en Tihange" (nr. 28662)

11 Question de M. Kristof Calvo à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "les adaptations de la durée de vie des centrales nucléaires de Doel et Tihange" (n° 28662)

 

11.01  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, ik probeer al enige tijd wat meer zicht te krijgen op de levensduuraanpassingen en daarmee verbonden investeringen voor Doel en Tihange.

 

Op 18 januari 2019 liet ENGIE u per brief weten dat er in de loop van de volgende winter mogelijk drie kernreactoren niet actief zullen zijn. ENGIE stelt dat er een onderhoud is gepland van Doel 1 en 2 en Tihange 1 om de levensduur van de kerncentrales te verlengen.

 

Via zijn woordvoerster Hellen Smeets liet de elektriciteitsproducent het volgende weten: "Tot nu toe is voorzien dat de drie kernreactoren in kwestie, de oudste reactoren van het land, tot in de tweede helft van dit jaar zullen stilliggen, maar we willen de minister erop wijzen dat de werken mogelijk langer kunnen duren." ENGIE Electrabel laat voorts nog weten dat het bedrijf er met de brief op wil wijzen dat het langer stilliggen van de kerncentrales elementen zijn waarmee rekening moet worden gehouden. Voorlopig zou u nog geen maatregelen hebben genomen.

 

Hierover heb ik de volgende vragen, mevrouw de minister.

 

Kunt u mij een overzicht geven van de onbeschikbaarheid van Doel 1 en 2 en Tihange 1 door de levensduurinvesteringen en door ongeplande stilleggingen sinds de tienjarige levensduurverlengingstermijn van de centrales startte?

 

Wanneer zullen de kerncentrales stilliggen voor de LTO-investeringen? Waarom werden de investeringen niet eerder uitgevoerd? Waarom worden de LTO-werken niet uitgevoerd in de zomer wanneer de kans op bevoorradingsproblemen veel kleiner is?

 

Kunt u mij ondertussen wel een overzicht geven van alle LTO-investeringen die tot heden werden uitgevoerd, inclusief de kostprijs?

 

Kunt u mij een overzicht geven van alle LTO-investeringen die nog moeten worden uitgevoerd en de planning daaromtrent?

 

Welke maatregelen neemt u of zult u nemen om de kans op stroomtekorten in de komende winter uit te sluiten?

 

11.02  Marie-Christine Marghem, ministre: Monsieur le président, monsieur Calvo, dans vos deux premières questions, vous souhaitez obtenir un aperçu des indisponibilités de Doel 1 et 2 et de Tihange 1.

 

La plate-forme ENGIE pour la transparence au marché REMIT contient toutes les informations relatives aux arrêts planifiés jusque 2022 inclus.

 

Selon les informations communiquées par Electrabel, les derniers projets LTO seront réalisés dans la révision qui commencera en 2019.

 

Volgens Electrabel kunnen deze investeringen niet eerder worden uitgevoerd omwille van de volgende redenen.

 

Ten eerste, de exploitant heeft de LTO-projecten steeds optimaal gepland, rekening houdend met de wettelijke randvoorwaarden en vereisten, opgelegd door de autoriteit.

 

Ten tweede, de modaliteiten voor LTO-projecten werden bovendien in een KB vastgelegd.

 

Ten derde, de realisatie van de LTO-programma's gebeurt onder toezicht van het FANC.

 

Quatrièmement, dans le contexte de la sécurité d'approvisionnement de cet hiver, nous avions par ailleurs, en accord avec l'Agence fédérale de contrôle nucléaire, limité le champ d'application de la précédente révision de Tihange 1 aux travaux les plus importants en matière de sûreté. Dès lors, ce sont les travaux de moindre importance qui sont reportés à la prochaine révision.

 

Voor meer technische details verwijs ik u naar mijn collega, bevoegd voor de nucleaire veiligheid.

 

Ten vierde, in België zijn er zeven kerncentrales die allemaal minimum een jaarlijks of 18-maandelijks onderhoud dienen te krijgen. De modaliteiten ter zake zijn wettelijk vastgelegd. Dat maakt het niet evident om al die onderhoudsstilstanden in een jaar in te passen, zeker als een lange stilstand nodig is in het kader van LTO-investeringen, zoals in 2019 nog het geval is.

 

De stilstanden van de centrales in Tihange 2, Doel 3 en Tihange 1 vallen allemaal ergens in de zomermaanden. Het is dus niet zo dat er tijdens de zomermaanden geen onderhoudswerken zijn gepland.

 

Les plannings des travaux dépendent également des livraisons des pièces et de la disponibilité des services des sous-traitants expérimentés pour certains travaux.

 

Conform de koninklijke besluiten in het kader van de LTO van de centrales dienen de projecten in de drie betrokken centrales in principe tegen eind 2019 uitgevoerd te zijn. Daarom zullen de onderhoudsstilstanden volgend jaar nog langer duren.

 

Op uw vragen vijf en zes in verband met de reeds uitgevoerde of nog uit te voeren investeringen, de investeringen in het kader van de LTO Tihange 1 bedragen ongeveer 600 miljoen euro en 700 miljoen euro voor Doel 1 en 2.

 

In Doel 1 en 2 werd 85 % van die investeringen reeds volbracht en 70 % in Tihange 1.

 

Enfin, en ce qui concerne votre septième question relative aux mesures mises en place pour éviter une pénurie l'hiver prochain, comme je l'ai dit tout à l'heure en répondant à un autre intervenant, une task force "security of supply" s'est réunie le 31 janvier 2019. Nous avons convenu que la structure et la composition de cette task force seraient maintenues d'ici à l'hiver prochain et pendant l'hiver prochain pour monitorer cette situation.

 

11.03  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Vraag van de heer Kristof Calvo aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de CANVEK in 2018" (nr. 28666)

12 Question de M. Kristof Calvo à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "la CANPAN en 2018" (n° 28666)

 

12.01  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, dit is een jaarlijks weerkerende vraag wat mij betreft. Ze gaat over de export van kernmateriaal, waarvoor de Commissie van Advies voor de niet-verspreiding van kernwapens, in de volksmond CANVEK, een advies moet verlenen.

 

Ten eerste, kunt u voor 2018 een overzicht geven van de toegekende machtigingen voor de uitvoer van nucleaire goederen en technologie, met vermelding van het tijdstip, het land en de aard van de goederen?

 

Ten tweede, kunt u voor die periode ook een overzicht geven van de geweigerde dossiers, met vermelding van dezelfde gegevens?

 

Ten derde, kunt u de evolutie schetsen van het aantal toegekende machtigingen en het aantal geweigerde dossiers voor de voorbije vijf jaar?

 

Ten vierde, zijn er de afgelopen vijf jaar inbreuken vastgesteld op de wet van 9 februari 1981? Wat is de afloop van het gerechtelijk onderzoek naar de export van gammagrafietoestellen met verarmd uranium naar Iran, een dossier uit 2010? Welke lessen zijn hieruit getrokken voor de werking van de CANVEK?

 

Ten vijfde, is er ondertussen al een ontwerp van samenwerkingsakkoord in verband met nucleaire export? Hebt u al overleg gehad met de Gewesten over de problematiek? Wanneer verwacht u het samenwerkingsakkoord te kunnen formaliseren?

 

Ten zesde, welke andere initiatieven ter verbetering van de CANVEK zitten in de pijplijn?

 

12.02 Minister Marie-Christine Marghem: Mijnheer de voorzitter, ook nu heb ik het antwoord slechts in het Frans.

 

Pour répondre à la première question, dans le courant de l'année 2018, vingt-neuf autorisations pour les exportations de biens nucléaires et de biens à double usage dans le domaine nucléaire ont été signées. Elles ont porté en particulier sur les demandes suivantes:

1. dix exportations d'éléments de presse rotative (deux vers la Chine, trois vers la Russie, une vers les États-Unis, une vers l'Argentine, une vers le Canada, une vers le Kazakhstan et une vers la Corée du Sud);

2. une exportation de presse isostatique à chaud vers l'Inde;

3. une exportation de diuranate de sodium vers les États-Unis;

4. deux exportations de matériel de référence (une vers la Chine et une vers la Corée du Sud);

5. quatorze exportations d'aluminium soumises à licence (six vers l'Inde, quatre vers Israël, et quatre vers la Chine);

6. un transfert de technologies vers la Chine.

 

Dans le courant de l'année 2018, trois refus d'autorisation concernant les demandes relatives aux exportations de biens nucléaires et de biens à double usage dans le domaine nucléaire ont été signés. Ils ont porté sur les demandes suivantes:

- une exportation de presse isostatique à chaud vers l'Inde;

- deux exportations de presses isostatiques à chaud vers la Chine.

 

L'évolution du nombre d'autorisations accordées et du nombre de refus au cours des cinq années précédentes se présente comme suit:

- en 2014, huit autorisations ont été accordées et aucune n'a été refusée;

- en 2015, seize autorisations ont été accordées et aucune n'a été refusée;

- en 2016, quinze autorisations ont été accordées et trois ont été refusées;

- en 2017, quatorze autorisations ont été accordées et deux ont été refusées;

- en 2018, vingt-neuf autorisations ont été accordées et trois ont été refusées.

 

En ce qui concerne l'exportation irrégulière mentionnée dans ma réponse à vos questions n° 15690 et n° 23140, il a été communiqué que les douanes ont conclu une transaction.

 

Une analyse de la situation en ce qui concerne l'exportation d'aluminium de haute qualité a conduit à inclure ces exportations dans la procédure d'autorisation fédérale, ce qui explique aussi la croissance du nombre d'autorisations en 2018.

 

En ce qui concerne l'exportation frauduleuse d'appareils de gammagraphie vers l'Iran, l'instruction est toujours en cours. Je me réfère à ma réponse à votre question n° 15690 concernant l'approche de la CANPAN, pour éviter cette situation à l'avenir.

 

Durant l'année 2018, une discussion en conférence interministérielle de la politique étrangère s'est tenue. Aucun problème n'a été connu en ce qui concerne la coopération entre les différentes Régions et l'autorité fédérale. L'analyse du cadre réglementaire par des juristes externes spécialisés a été achevée en 2018. La traduction de celle-ci dans une proposition de loi concrète et ses arrêtés d'exécution n'a pas encore été entamée. Au vu de la technicité de ce processus, cette initiative sera préparée pour la législature suivante.

 

12.03  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Ik dank de minister voor haar antwoord en zou graag een schriftelijke versie van haar antwoord krijgen, om op die manier over alle gegevens te beschikken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

13 Vraag van de heer Kristof Calvo aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de stand van zaken met betrekking tot de EU Battery Alliance" (nr. 28671)

13 Question de M. Kristof Calvo à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Dévelop­pement durable, sur "la situation en ce qui concerne l'Alliance européenne pour les batteries" (n° 28671)

 

13.01  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, het is een stokpaardje van onze fractie om de regering te ondervragen over haar initiatieven inzake batterijtechnologie en batterijproductie in eigen land. Voor een systeem van hernieuwbare energie is dat immers zeer belangrijk. De productie zal wereldwijd een hoge vlucht nemen en de vraag rijst waar ze plaats zal vinden, hier of elders. De Europese Commissie is zich alvast zeer goed bewust van die uitdaging/opportuniteit en lanceerde daarom in oktober 2017 de EU Battery Alliance, een plan van de Commissie om ook in Europa de batterijproductie verder uit te bouwen.

 

In mijn gedachtewisselingen met de eerste minister over het investeringsplan heb ik daar regelmatig aandacht voor gevraagd. Wat ons betreft, is het aantrekken van batterijproductie een absoluut speerpunt van een verstandige investeringsstrategie. Het is alleen wachten op initiatieven van de regering om dat concreet te maken. Er zijn nochtans Belgische spelers die op dat vlak de nodige adelbrieven kunnen voorleggen. Er zijn dus wel bouwstenen, maar voorlopig ontbreken de nodige politieke initiatieven om hiermee aan de slag te gaan.

 

Mevrouw de minister, wat was tot nu toe de Belgische inbreng bij de opmaak van dit plan voor de EU Battery Alliance? Welke zijn de prioriteiten van de regering op dit vlak?

 

Welke inspanningen zijn er de voorbije maanden geleverd om ook in eigen land grootschalige batterijproductie mogelijk te maken?

 

Acht u het niet noodzakelijk om de ambities ter zake te verdiepen en te concretiseren?

 

13.02 Minister Marie-Christine Marghem: Mijnheer Calvo, de Europese alliantie voor batterijen werd in oktober 2017 opgericht door vicepresident Sefcovic van de Europese Commissie, samen met enkele EU-lidstaten – naast België ook Duitsland, Frankrijk, Finland enzovoort –, de Europese Investeringsbank en vertegenwoordigers van de industrie. Voor België zijn dat onder andere Solvay en Umicore.

 

De insteek is dat de ontwikkeling van een batterij-industrie voor de Europese Unie een strategische prioriteit moet zijn, zowel op industrieel vlak als vanuit klimaatperspectief. Enkel de Europese schaal kan ons laten concurreren met internationale spelers als China.

 

Ik heb mijn steun betuigd aan de Europese Commissie met betrekking tot dit initiatief. De ministers van Economie van Frankrijk, Duitsland, Italië en Polen hebben op hun beurt een gezamenlijke brief gericht aan de Commissie met concrete actiepunten waarrond zij willen werken. Minister van Economie Peeters en ikzelf hebben deze landen aangeschreven om hen mee te delen dat België het initiatief mee ondersteunt.

 

Begin februari 2018 organiseerde de Belgische Permanente Vertegenwoordiging bij de Europese Unie een high-level stakeholdersoverleg met betrekking tot het stappenplan voor een Europese alliantie voor batterijen. In juni 2018 werd een rondetafel georganiseerd door de Federale Overheidsdienst Economie. De bedoeling van deze rondetafel was een inzicht te krijgen in de wijze waarop de Belgische bedrijven meer kunnen worden betrokken bij het initiatief.

 

Bedrijven werd specifiek gevraagd problemen en acties aan te brengen inzake diverse gerelateerde thema's zoals grondstof, recyclage, productie, infrastructuur, financiering enzovoort.

 

Op initiatief van de vicevoorzitter van de Europese Commissie, Maros Sefcovic, zijn de landen van de EU Battery Alliance, waaronder België, en vertegenwoordigers van hun industrie op 15 oktober 2018 samengekomen in Brussel om de wave forward in de ontwikkelingen van een Europese batterij-industrie te bespreken. In december 2018 werd nog een rondetafel georganiseerd door de FOD Economie met de betrokken Belgische gewestelijke en federale administraties van Economie, Innovatie, Leefmilieu en Energie. De bedoeling van die rondetafel was om inzicht te krijgen in de acties en maatregelen die momenteel door de verschillende administraties worden genomen en in de wijze waarop samengewerkt kan worden. Een schriftelijke consultatie daaromtrent loopt momenteel nog. De Belgische coördinatie van dat transversaal dossier werd gewaarborgd door de diensten van de minister van Economie, de heer Peeters.

 

Op uw tweede en derde vraag kan ik antwoorden dat er op 17 mei 2018 een strategisch actieplan voor batterijen werd gelanceerd door de Europese Commissie. Dat plan bevat de volgende zes strategische actiedomeinen. Ten eerste, het garanderen van duurzame grondstof­voorzieningen. Ten tweede, het verlenen van steun voor Europese projecten die betrekking hebben op diverse segmenten van de batterijwaardeketen, waaronder de productie van cellen. Ten derde, het versterken van industrieel leiderschap door meer EU-steun voor onderzoek en innovatie te bieden doorheen de volledige waardeketen. Ten vierde, het zorgen voor hoogopgeleide werknemers in alle delen van de batterijwaardeketen. Ten vijfde, het ondersteunen van een duurzame batterijwaardeketen, wat wil zeggen: eisen voor een veilige en duurzame batterijproductie als belangrijke motor achter het concurrentievermogen van de EU. Ten zesde, zorgen voor samenhang met het breder ondersteunend en regelgevend kader.

 

Zoals reeds gemeld, loopt er momenteel een schriftelijke consultatie bij alle betrokken administraties, zowel federaal als gewestelijk, om inzicht te krijgen in de verscheidene bevoegdheden, lopende acties en geplande maatregelen in België inzake de zes strategische actiedomeinen. Op dit moment kan ik hierover niet meer informatie geven.

 

Als federaal minister van Energie kan ik melden dat het betrokken Europees Strategic Action Plan on Batteries geen specifiek strategisch actiedomein bevat met betrekking tot federale energieaspecten, maar mijn diensten volgen het onderwerp wel op, vooral gezien de interessante beleidsopportuniteiten die performante batterijen en gerelateerde batterijtoepassingen kunnen inhouden in het kader van de gewenste transitie van de Belgische energiesector.

 

Ik denk dan vooral aan het belang van batterijen voor de verdere doorbraak van elektrische voertuigen en de uitbouw van grootschalige energieopslag, zoals thuisbatterijen en batterijparken, in het kader van de flexibilisering van ons energiesysteem. Hiertoe zijn er ook twee ENOVER-werkgroepen actief, namelijk ENOVER-Transport en ENOVER-Waterstofenergieopslag, die deze thema's opvolgen en waarbij overleg plaatsvindt met de gewestelijke energie­administraties.

 

Daarnaast is de Algemene Directie Energie ook verantwoordelijk voor het Energietransitiefonds, dat beoogt om onderzoek en ontwikkeling op het vlak van energie aan te moedigen en te ondersteunen.

 

In het kader van het Energietransitiefonds organiseert de Algemene Directie Energie elk jaar een oproep tot voorstellen, die vooral beogen om innoverende onderzoeksprojecten te ondersteunen binnen de federale energiebevoegdheden, zoals hernieuwbare energie in de Belgische exclusieve economische zone in de Noordzee, biobrandstof, kernenergie, bevoorradingszekerheid en netevenwicht.

 

Het budget van het Energietransitiefonds voor het jaar 2019 bedraagt 30 miljoen euro. Dat budget kan als subsidie worden toegekend aan projecten, waaronder projecten gerelateerd aan batterijen, in het kader van de bevoorradingszekerheid en het netevenwicht. In de voorbije projectoproepen werden reeds projecten geselecteerd waarin batterijtoepassingen een rol spelen, zoals de projecten METIS en BREGILAB.

 

Ten slotte kan ik ook nog melden dat er momenteel besprekingen lopen met onder andere Frankrijk en Duitsland, om onze grensover­schrijdende samenwerking met betrekking tot batterijen op korte termijn, nog verder te concretiseren en te versterken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.14 uur.

La réunion publique de commission est levée à 16.14 heures.