Commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt

Commission de l'Intérieur, des Affaires générales et de la Fonction publique

 

van

 

Dinsdag 26 februari 2019

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 26 février 2019

 

Matin

 

______

 

 


La réunion publique de commission est ouverte à 10.05 heures et présidée par M. Philippe Pivin.

De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.05 uur en voorgezeten door de heer Philippe Pivin.

 

Le président: Nous n'avons pas de nouvelles de M. Luykx en ce qui concerne sa question n° 25679. La question n° 25690 de Mme Fernandez Fernandez est transformée en question écrite. Nous n'avons pas davantage de nouvelles de Mme Fonck en ce qui concerne sa question n° 26842.

 

01 Questions jointes de

- Mme Catherine Fonck au premier ministre sur "le Pacte national pour les investissements stratégiques" (n° 26842)

- M. Kristof Calvo au premier ministre sur "la situation en ce qui concerne le pacte d'investissement" (n° 28939)

01 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Catherine Fonck aan de eerste minister over "het Nationaal Pact voor Strategische Investeringen" (nr. 26842)

- de heer Kristof Calvo aan de eerste minister over "de stand van zaken met betrekking tot het investeringspact" (nr. 28939)

 

01.01  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de eerste minister, ik heb een aantal vragen vandaag, maar ik begin met wat mij misschien het meest na aan het hart ligt, met name het interfederaal investeringspact. U weet dat het een stokpaardje is van onze fractie.

 

Dit land snakt naar toekomstprojecten en zeker naar toekomstprojecten waar de verschillende beleidsniveaus rond samenwerken. Dat is niet altijd eenvoudig, maar u hebt tenminste de verdienste gehad om het te proberen. U hebt daartoe ook een strategisch comité geactiveerd, dat een tijd geleden een aantal aanbevelingen heeft geformuleerd.

 

Sindsdien is het echter vrij stil gebleven. Ik begrijp dat het einde van de legislatuur nadert en een regering in lopende zaken een en ander bemoeilijkt, maar het zou jammer zijn, mocht dat project een stille dood sterven. Het zou jammer zijn dat daarmee ook een belangrijke belofte – ik druk mij voorzichtig uit – niet helemaal ingelost zou worden.

 

Ik wil van deze gelegenheid gebruikmaken om bij u te polsen naar een stand van zaken.

 

Ik heb de persconferentie over het eindrapport gezien, maar een persconferentie is natuurlijk nog geen investerings­plan. Hoe verloopt de samenwerking met de deelstaten? Ik weet dat het Overlegcomité zou samen­komen over verschillende deelprojecten zoals mobiliteit, digitale agenda en de energietransitie. Ik zie dat de Vlaamse regering weigert om het Energiepact formeel goed te keuren. Niet alles loopt dus zoals het zou moeten lopen. Hoe verloopt de samenwerking met de deelstaten? Welke stappen zijn er wel en niet gezet? Wat is volgens u de toekomst van de aanbevelingen van het strategisch comité? Hoe ziet u de verdere uitrol?

 

Er is misschien ook een update van de samenstelling aan de orde. U weet dat onze fractie vragende partij was om dat comité wat inclusiever te maken. Misschien is er wel een doorstart mogelijk. Misschien is er een mogelijkheid om in de komende jaren het werk, enerzijds, te valoriseren en, anderzijds, te verdiepen en te verbeteren.

 

Ik ben heel benieuwd naar uw ideeën daaromtrent. Onze fractie hoopt dat het investeringspact verder uitgerold kan worden voor en hopelijk ook na de verkiezingen.

 

01.02 Eerste minister Charles Michel: Mijnheer de voorzitter, beste collega's, ik heb een volledig schriftelijk antwoord klaar, met alle details, maar ik wil daarnaast toch een paar punten aanhalen.

 

Iedereen hier in de commissie kent de geschiedenis van dit dossier. Op 11 september vond inderdaad de presen­tatie plaats van de aanbevelingen van het strategisch comité. Wat is er daarna nog gebeurd? Welke stappen zijn er nog gezet, afgezien van de val van de regering eind december?

 

Ten eerste, er is een nieuwe cel opgericht binnen de Kanselarij, die als taak heeft een analyse van de aanbevelin­gen te maken en na te gaan welke concrete stappen gerealiseerd kunnen worden voor de implemen­tatie van de verschillende aanbevelingen. Uit de eerste analyse van die cel blijkt dat veel punten interfederaal zijn. Voor veel punten is het nodig – dit is een bevestiging van wat we dachten – een versterking van de samenwerking op het interfederale niveau te ontwikkelen.

 

Ten tweede, na de presentatie van het rapport heb ik dat punt opnieuw laten agenderen in het Overlegcomité. Het Overlegcomité heeft op 7 november 2018 de samenstelling van een interministeriële conferentie bevestigd, met een mandaat voor die interministeriële conferentie, wat de investeringen betreft, en een mandaat om op vier werven te werken. Die werven zijn de volgende; het zijn ook prioriteiten in het rapport van het strategisch comité.

 

Ten eerste, het versterken van de governance voor de grote investeringen die interfederale samenwerking vereisen.

 

Ten tweede, het versterken van het regelgevende en administratief kader voor die investeringen, in het bijzonder de invoering van een uniek loket.

 

Ten derde, het mobiliseren van publiek en privékapitaal.

 

Ten vierde, het versterken en bevestigen van het Belgische standpunt voor de in de loop van 2019 geplande herziening van de Europese begrotingsregels.

 

De werkgroepen hebben hard gewerkt voor de voorbereiding van de interministeriële conferentie, die eind maart moet plaatsvinden. Eind maart is er dus een belangrijke vergadering gepland van het interministeriële comité voor de strategische investeringen. Ik hoop dat het mogelijk zal zijn om met de deelstaten zo ver mogelijk te kunnen in het nemen van principiële beslissingen in het kader van de vier werven.

 

Een belangrijk element daarbij is dat wij aan de deelstaten gevraagd hebben om bijkomende voorstellen in het Overlegcomité in te dienen. Verder heeft het strategisch comité op verzoek van de regering bijkomende gesprek­ken gevoerd, na de presentatie van het rapport, met het Parlement, op 6 november 2018, maar ook met andere actoren, in het bijzonder met de Groep van Tien. Er heeft dus ook een vergadering plaatsgevonden met de Groep van Tien, om die te sensibiliseren en ook om te luisteren, teneinde na te gaan welke steun of welke bijdrage de Groep van Tien mogelijk kan leveren. Er is ook een vergadering gepland met de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling.

 

Daarnaast hebben onze diplomaten en ambassadeurs op het Europese niveau een mandaat gegeven om hun homologen in andere Europese landen te sensibliseren en om ons pleidooi op het Europese niveau voort te zetten. U kent onze redenering, we werken op basis van een nota met de steun van de deelstaten en de federale regering, in verband met de flexibiliteitsclausule voor de strategische investeringen. Wij hebben samen met de deelstaten een duidelijke keuze gemaakt. Wij hebben dezelfde positie en dezelfde visie. Dat is de basis van ons pleidooi op het Europese niveau. Ik heb zelf ook geregeld de kans gekregen, in de Raad of in bilaterale gesprekken met mijn homologen, om dat pleidooi te houden.

 

Ik hoop dat de Europese verkiezingen in mei 2019 ook een kans zullen zijn voor een strategische visie van de volgende Europese Commissie. Ik hoop dat er een stap gezet kan worden in de richting van meer investeringen, rekening houdend met de noodzakelijke investeringen in het kader van de budgettaire analyse van de verschillende lidstaten.

 

Ik heb een beetje afstand genomen van mijn schriftelijke voorbereiding, maar ik kan u nog meer informatie daarover bezorgen.

 

01.03  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de eerste minister.

 

Ik kijk uit naar het schriftelijke antwoord, dat nog vollediger zal zijn.

 

Het is inderdaad pragmatisch om de mondelinge bespreking te beperken tot de kernpunten. Mocht dat kunnen, dan zou ik ook graag de analyse van de aanbevelingen van de cel in de Kanselarij krijgen. Die analyse interesseert mij wel, net als uw uitgebreider schriftelijk antwoord.

 

Er zijn evident beperkingen, door de periode van lopende zaken, maar ik vind het wel positief dat er nog een interministeriële conferentie is gepland. Het zou ook goed zijn, mijnheer de eerste minister, om voor aanvang van de interministeriële conferentie een gedachtewisseling met het Parlement in te plannen over de federale stand­punten en uw ideeën, om na te gaan of u in deze periode van lopende zaken al dan niet op parlemen­taire steun daarvoor kunt rekenen. Ook in het Parlement kunnen er heel wat ideeën zijn over de vier werven die u beschrijft: governance, een uniek loket, het mobiliseren van kapitaal en de Europese begrotings­regels. Ik kijk daarvoor ook naar de voorzitter. Het lijkt mij interessant om zo'n sessie in te plannen, want het is inderdaad een verhaal van samenwerking. Laten wij op dit niveau beginnen, met een samenwerking tussen het Parlement en de regering.

 

Verder zie ik dat er, op het institutionele vlak, voor de vier werven heel hard wordt nagedacht over het instrumen­tarium. Wat ik op dit moment mis, is een meer strategische keuze op het vlak van toekomstsectoren. Ik geef een concreet voorbeeld. U kent het verhaal van de batterijproductie. Ik heb daarover vorige week nog de minister van Energie ondervraagd. Wat is ons engagement in het kader van de European Battery Alliance? Dat is vrij pover. Naast het institutionele kader moet zo'n investeringspact echt ook wel richting geven aan een aantal keuzes. Ik gebruik dit beeld wel vaker: in welke sectoren willen wij in de champions league spelen, in welke in de europa league en in welke in de eerste klasse? Laten wij in elk geval geen genoegen nemen met de tweede en derde klasse.

 

Ten slotte, als het gaat over samenwerking, dan moeten wij naar een nieuwe fase gaan. Interministeriële conferen­ties en overlegcomités zijn allemaal goed en wel, maar het blijft gemorrel in de marge, zeker met partijen die eigenlijk niet houden van samenwerking. Ik meen dat er fundamentelere voorstellen op tafel moeten komen in de regionale regering, bijvoorbeeld wat de cluster van de bevoegdheden energie en huisvesting betreft. Er moet één minister van Klimaat en Energie komen. Er is een interfederaal investeringplan nodig, expliciet onder leiding van de premier, met een interfederaal investeringsbudget. Op het vlak van samenwerking is het tijd voor een nieuw hoofdstuk. Met alle respect voor de zaken die voorlopig op tafel liggen, maar die  zullen niet volstaan om de huidige problemen te remediëren.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: M. Blanchart n'est pas présent. La question n° 27313 de Mme Fernandez Fernandez est transformée en question écrite.

 

02 Question de Mme Gwenaëlle Grovonius au premier ministre sur "la rencontre du premier ministre Charles Michel avec le président colombien" (n° 27466)

02 Vraag van mevrouw Gwenaëlle Grovonius aan de eerste minister over "de ontmoeting van eerste minister Charles Michel met de Colombiaanse president" (nr. 27466)

 

02.01  Gwenaëlle Grovonius (PS): Monsieur le premier ministre, il s'agit d'une question qui date de fin octobre, néanmoins les faits sont dramatiquement actuels. Vous aviez eu une rencontre, fin octobre, avec le président colombien, M. Iván Duque, et j'aurais aimé savoir quels avaient été le contenu de vos échanges et les positions que vous aviez défendues lors de cette rencontre. Avez-vous pu aborder avec lui la question très préoccupante des accords de paix, de leur avenir et leur mise en œuvre, et surtout la question de l'augmentation des agressions et assassinats des défenseurs des droits humains en Colombie?

 

J'ai encore sous les yeux un fait d'actualité récent: le 5 février, le syndicaliste Brian Ceballos Torres, employé par Nestlé de Colombia, a été assassiné dans la Vallée del Cauca. Ce drame s'ajoute malheureusement à nombre d'homicides ayant visé des travailleurs de la même entreprise ainsi qu'aux assassinats de 400 leaders sociaux commis depuis l'année dernière, sans que l'État colombien prenne des mesures efficaces pour garantir leur sécurité.

 

J'aimerais savoir si vous avez pu vous entretenir avec le président colombien au sujet des assassinats de défenseurs des droits humains et de syndicalistes. Celui-ci a-t-il pu vous assurer qu'il prendrait des mesures?

 

02.02  Charles Michel, premier ministre: Madame Grovonius, vous m'interrogez à propos de ma rencontre avec le président colombien Duque, le 24 octobre dernier, à l'occasion de son premier déplacement en Europe en qualité de président. Il se trouvait alors à Bruxelles pour rencontrer des décideurs européens, mais également pour nouer un dialogue bilatéral avec votre serviteur.

 

Notre échange fut long et approfondi et s'est intéressé principalement à la situation politique en Colombie et dans les pays voisins. Depuis, nous nous sommes revus en marge de la Conférence de Davos, mais ce deuxième entretien fut plus bref que le premier.

 

La partie la plus importante de notre discussion fut consacrée au processus de paix en Colombie, à propos duquel il m'a très longuement détaillé sa vision. Il m'a assuré en particulier que l'accord de paix avec le mouvement marxiste terroriste des FARC serait complètement mis en oeuvre. Il importe à ses yeux que les anciens guérilleros l'appliquent loyalement, en effectuant une réelle reconversion vers la vie civile.

 

Je l'ai assuré du soutien de notre pays au processus de paix ainsi qu'à l'approche politique qu'il m'a exposée. Il convient également que le processus enclenché par Juan Manuel Santos – que j'avais rencontré à plusieurs reprises – soit poursuivi pour que la Colombie sorte enfin d'un conflit qui dure depuis 1964.

 

En ce qui concerne les négociations avec l'autre guérilla marxiste, à savoir l'ELN, le président m'a indiqué être prêt à un cessez-le-feu et à reprendre le fil du dialogue à la condition que l'ELN arrête de commettre des crimes et libère tous les otages.

 

Depuis cet entretien, il y a eu l'attentat commis contre l'école de police à Bogota, le 17 janvier dernier, qui a fait 21 morts et des dizaines de blessés. Cet attentat a été revendiqué par l'ELN, ce qui a changé la donne. Le gouvernement colombien a donc décidé de stopper le processus de négociation avec l'ELN puisqu'ils n'ont pas respecté les conditions imposées. Il s'agit, d'ailleurs, de l'attentat le plus meurtrier commis en Colombie, depuis 2003.

 

Le président colombien a également longuement abordé avec moi la situation dramatique au Venezuela voisin. Son pays est en effet aux premières loges et subit directement les conséquences de ce qui s'y passe. Il accueille actuellement un million de réfugiés vénézuéliens. Il s'agit de la plus grande crise migratoire jamais connue en Amérique latine.

 

Le président Duque m'a affirmé que la Colombie continuerait à tout mettre en œuvre pour assurer ses obligations internationales en accueillant les réfugiés vénézuéliens.

 

Par ailleurs, il s'est exprimé clairement en faveur d'une isolation complète du régime du président Maduro. De mon côté, j'ai affirmé la nécessité d'une mobilisation internationale maximale pour mettre un terme à cette dictature.

 

Entre-temps, le gouvernement belge a joint The Like Minded-Group européen et latino-américain pour soutenir le président du Parlement vénézuélien, Juan Guaido, qui s'est proclamé président ad interim et surtout pour l'inviter à organiser, dans les plus brefs délais, de nouvelles élections présidentielles répondant aux critères de transparence et d'honnêteté. Nous suivons aussi la situation humanitaire depuis ces dernières heures et ces derniers jours.

 

La défense des droits humains a aussi été abordée, notamment les violations commises au détriment des populations rurales par les mouvements terroristes des FARC et de l'ELN.

 

Enfin, nous avons abordé un point également important, à savoir le développement économique d'une Colombie post-conflit. Sa conviction, comme la mienne, est que le développement économique et la paix vont de pair. Il souhaite donc renforcer les initiatives pour tenter d'éradiquer la culture de la coca et surtout la remplacer par des stratégies économiques alternatives, notamment par des cultures alternatives. Il a aussi manifesté un vif intérêt pour le renforcement des liens économiques entre nos deux pays dans ce cadre, en particulier en ce qui concerne les infrastructures de l'énergie et de la santé, et il a exprimé le vœu qu'une mission économique belge puisse venir prochainement en Colombie dans le cadre de prospections. Il a aussi invité le gouvernement à participer à cette mission.

 

02.03  Gwenaëlle Grovonius (PS): Monsieur le premier ministre, je vous remercie.

 

Les meurtres des leaders de protection des droits humains et des syndicalistes vont bien au-delà des problèmes liés à la démilitarisation ou démobilisation des FARC et des membres de l'ELN.

 

Si l'État colombien n'utilise pas les accords de paix pour faire toute la lumière et rendre la justice au regard des agissements de certaines multinationales dans le pays, je pense qu'ils ne parviendront pas à mettre en œuvre ces accords de paix.

 

Je regrette que cet aspect n'ait pas été approfondi. En tout cas, j'entends que ce n'est pas une priorité pour le président colombien. J'estime que la Belgique devrait continuer à mettre la pression pour faire avancer ces accords. Il faut que la justice puisse être rendue. Dans le cas contraire, je le répète, on n'arrivera pas à mettre en œuvre le processus de paix.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Barbara Pas aan de eerste minister over "het eerherstel van de tijdens de Eerste Wereldoorlog geëxecuteerde personen" (nr. 27652)

- de heer Hendrik Bogaert aan de eerste minister over "de tijdens de Eerste Wereldoorlog geëxecuteerde Belgische soldaten" (nr. 28084)

03 Questions jointes de

- Mme Barbara Pas au premier ministre sur "la réhabilitation des personnes exécutées pendant la Première Guerre mondiale" (n° 27652)

- M. Hendrik Bogaert au premier ministre sur "les soldats belges exécutés pendant la Première Guerre mondiale" (n° 28084)

 

03.01  Barbara Pas (VB): Mijnheer de premier, ik kan verwijzen naar mijn vele mondelinge en schriftelijke vragen over het eventuele eerherstel van de geëxecuteerden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ik heb u daarover al verscheidene keren ondervraagd en u verwees dan naar het rapport dat daarover door professor Horvat zou worden opgemaakt en dat enige vertraging heeft opgelopen.

 

In uw antwoorden heeft u meermaals gesteld dat u "…dit moeilijke vraagstuk zal onderzoeken zonder taboes, zodra ik me hiervoor kan steunen op een volledige en objectieve wetenschappelijke studie." Deze vraag dateert van half november en toen was de definitieve versie van het eindrapport al enkele weken beschikbaar. Ondertussen zijn we bijna vier maanden verder en is er tijd genoeg geweest om dit rapport te bezorgen aan het wetenschappelijk comité. Ik hoop dat het wetenschappelijk comité ondertussen al zijn advies heeft overgemaakt aan de federale regering.

 

Mijnheer de premier, ten eerste, wat zijn de voornaamste bevindingen van dat rapport? Zullen de parlementsleden over dit rapport kunnen beschikken?

 

Ten tweede, welk gevolg zal de regering geven aan dit document, inzonderheid wat betreft het eventuele eerherstel voor de geëxecuteerden van de Eerste Wereldoorlog?

 

03.02  Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, begin dit jaar vroeg ik naar de stand van zaken omtrent het onderzoek dat werd gevoerd naar de executie van soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog, omwille van desertie en insubordinatie. De nabestaanden vroegen in een open brief namelijk verontschuldigingen van de federale regering omdat wetenschappelijke literatuur aantoont dat het krijgsgerecht ten tijde van de Eerste Wereldoorlog een gebrekkige werking kende, zeker op het vlak van taal.

 

In uw antwoord in de commissie op 16 januari 2018 gaf u te kennen dat het onderzoek, gevoerd door het wetenschappelijk comité, ingesteld bij het Organisatiecomité ter herdenking van de Eerste Wereldoorlog, meermaals werd uitgesteld. Dat is ook het antwoord dat premier Di Rupo heeft gegeven op vragen hierover. We zijn dus al even bezig over deze zaak die steeds maar wordt uitgesteld.

 

Wat is de stand van zaken van het onderzoek, uitgevoerd door het wetenschappelijk comité? Kunt u formeel bevestigen dat het advies van het wetenschappelijk comité werd bezorgd aan de regering en het federale organisatiecomité ter herdenking?

 

Welke conclusie zal de regering verbinden aan het advies van het wetenschappelijk comité, in het bijzonder wat betreft verontschuldigingen voor de soldaten die in verdachte taalomstandigheden tot de dood werden veroordeeld en terechtgesteld, voor desertie en subordinatie? Zult u de resultaten van het onderzoek ook voorleggen aan het Parlement?

 

Ik stel die vraag in de volgende bijzondere context.

 

Wij zijn aan het bekijken wat we moeten doen, of wij al dan niet onze verontschuldigingen moeten aanbieden voor de genocide die het Belgisch Franstalig regime in de 19de eeuw heeft begaan in Congo. Ik meen dat deze vraag ook een verlengstuk heeft, namelijk de etnocide die datzelfde Belgisch regime op hetzelfde ogenblik in de 19de eeuw heeft proberen uitvoeren ten aanzien van de Vlaamse Nederlandstalige cultuur in België. Een genocide is natuurlijk geen etnocide, maar het gaat hier wel duidelijk over het systematisch proberen uitroeien van een cultuur, een taal van een andere gemeenschap. Ik denk dat deze zaak het verlengstuk daarvan is. Wij zijn niet meer in de 19de eeuw, maar bij het begin van de 20ste eeuw, waar soldaten werden veroordeeld, terwijl zij zich niet hadden kunnen uitdrukken in hun eigen taal.

 

Ook in die context wil ik graag het standpunt van de regering kennen over deze poging tot etnocide ten aanzien van de Nederlandse cultuur en taal in de 19de eeuw en weten wat dit verlengstuk tot op vandaag betekent. Zal de regering ook hiervoor haar verontschuldigingen aanbieden?

 

03.03 Eerste minister Charles Michel: Mijnheer de voorzitter, collega's, in oktober 2013 werd een open brief, met als titel Oproep aan de regering, gepubliceerd en ondertekend door familieleden van gefusilleerde soldaten in de oorlog 1914-1918.

 

De federale overheid heeft beslist om het wetenschappelijk comité, opgericht door de federale commissaris voor de herdenkingsperiode 2014-2018, hierover te ondervragen.

 

Dat wetenschappelijk comité, samengesteld uit historici – meestal professoren of emeritus hoogleraars van onze universiteiten in Vlaanderen, Brussel en Wallonië – heeft een studie aangevraagd bij de Leerstoel recht van de Koninklijke Militaire School.

 

De resultaten van deze studie, die werd toevertrouwd aan professor Stanislas Horvat, hoofd van de Leerstoel recht, werden vastgesteld in een tussentijds verslag van 22 mei 2018 dat aan het wetenschappelijk comité werd voorgelegd.

 

Intussen werd de definitieve studie van professor Horvat in september afgerond en heeft het wetenschappelijk comité zijn advies uitgebracht. Het eindrapport van professor Horvat en de conclusies en aanbevelingen van het wetenschappelijk comité werden vandaag bezorgd aan de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers.

 

Ik heb vandaag de brief voor de communicatie aan het Parlement opgesteld. Gezien de situatie van lopende zaken is de regering bereid om samen te werken met het Parlement in het kader van de conclusies en aanbevelingen van dit rapport.

 

03.04  Barbara Pas (VB): Ik dank de eerste minister voor het antwoord.

 

Ik ben blij dat er na zo veel jaren uitstel van het rapport, door omstandigheden, het rapport en het advies er eindelijk zijn, maar de premier houdt de spanning er wel in want hij heeft nog geen tip van de sluier opgelicht over wat er in het rapport en het advies staat of wat de eventuele aanbevelingen zijn.

 

Ik hoop dat wij het rapport en het advies zo snel mogelijk kunnen bekijken zodat hieraan gevolg kan worden gegeven en er excuses en eerherstel kunnen komen. Die open brief toont alleen maar aan dat dit bij de nabestaanden nog heel hard leeft. Wij zullen erop toezien dat hieraan snel een vervolg komt.

 

03.05  Hendrik Bogaert (CD&V): Ik dank de eerste minister voor zijn antwoord.

 

Het is goed dat na hardnekkige vraagstelling vandaag het rapport aan het Parlement zal worden bezorgd. Wij zullen dat met veel aandacht zo snel mogelijk lezen. Ik had gehoopt dat u hier een aantal grote krachtlijnen in het rapport had geschetst, maar we zullen het zelf lezen en de conclusies bekijken. Dit is in elk geval een gevoelig thema en context. Wij komen hier zeker op terug.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: Monsieur Dallemagne vous aviez demandé que votre question n° 28025 soit transformée en question écrite. Le souhaitez-vous encore?

 

03.06  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le président, elle date. Je souhaite la transformer en question écrite.

 

Le président: Il en sera donc ainsi.

 

La question n° 28058 de Mme Caprasse est transformée en question écrite.

 

04 Questions jointes de

- M. Jean-Jacques Flahaux au ministre de l'Agenda numérique, des Télécommunications et de la Poste, chargé de la Simplification administrative, de la Lutte contre la fraude sociale, de la Protection de la vie privée et de la Mer du Nord, sur "le bannissement de Huawei en Belgique" (n° 28126)

- M. Stefaan Van Hecke au premier ministre sur "l'enquête du CCB concernant Huawei" (n° 28329)

- M. Brecht Vermeulen au premier ministre sur "l'enquête du CCB concernant Huawei" (n° 28928)

04 Samengevoegde vragen van

- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post, belast met Administratieve Vereenvoudiging, Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, over "de uitsluiting van Huawei van de Belgische markt" (nr. 28126)

- de heer Stefaan Van Hecke aan de eerste minister over "het onderzoek van het CCB naar Huawei" (nr. 28329)

- de heer Brecht Vermeulen aan de eerste minister over "het onderzoek van het CCB naar Huawei" (nr. 28928)

 

04.01  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, je suis ravi de voir que la question qui était adressée au ministre de l'Agenda numérique est reprise par le premier ministre. Cela montre l'importance que l'on accorde à cette question.

 

Monsieur le premier ministre, la firme chinoise Huawei pourrait être bannie en Belgique, selon le Centre pour la Cybersécurité Belgique (CCB). De plus en plus de pays se montrent critiques envers le géant chinois des réseaux et de la téléphonie mobile dont l'infrastructure pourrait être une porte ouverte pour l'espionnage de la part de l'État chinois et de son armée. En Belgique, le CCB envisage d'interdire toute activité au fournisseur de Proximus et d'Orange Belgium.

 

Monsieur le premier ministre, de quelles informations disposez-vous quant au risque d'espionnage dans le chef de la Chine, à travers la société Huawei? La Belgique est-elle suffisamment protégée contre ce type d'attaques? Qu'en est-il du géant américain Apple et du sud-coréen Samsung? Existe-t-il des risques pour la protection des données des personnes possédant un téléphone Huawei en Belgique? Quelle est la position de l'Union européenne quant à ces risques dénoncés par le Centre pour la Cybersécurité Belgique?

 

04.02  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de eerste minister, eind vorig jaar werd bekend dat het Centrum voor Cybersecurity België een onderzoek voerde naar eventuele veiligheidsrisico's verbonden aan het Huaweisysteem. Volgens de krant De Standaard heeft het CCB via partners in andere landen onafhankelijke studies en evaluaties opgevraagd over eventuele veiligheids­risico's. Op 30 januari 2019 zouden er reeds enkele antwoorden zijn ontvangen, maar zonder indicaties van technische veiligheidsrisico's.

 

De commotie rond Huawei ontstond, nadat de Verenigde Staten, Canada, Nieuw-Zeeland en Australië het bedrijf aan banden legden. Die landen deden dat naar eigen zeggen om redenen van nationale veiligheid. Het BIPT is van mening dat er tot op heden geen concrete informatie over feitelijke elementen is die dergelijke beslissing zou rechtvaardigen. Daarnaast wijst het erop dat geen enkel Europees land tot op heden soortgelijke maatregelen heeft genomen, al lopen er wel nog enkele onderzoeken.

 

Ook de Poolse regering overweegt om Huaweitechnologie uit te sluiten voor het toekomstig 5G-netwerk. In januari 2019 arresteerde Polen zelfs een medewerker van Huawei op verdenking van spionage. Het Tsjechische cybersecurityagentschap Nukib liet enkele weken geleden ook horen dat Huawei een potentieel gevaar vormt voor de nationale veiligheid.

 

Op 18 februari 2019 meldde de Britse krant The Financial Times dan weer dat het Britse National Cyber Security Center van mening is dat Huawei een beheersbaar risico is voor het land. Groot-Brittannië kan de risico's die voortvloeien uit het gebruik van Huaweiapparatuur voor een 5G-netwerk zelf beperken. Die uitspraak zou de beslissingen in andere Europese landen kunnen beïnvloeden aldus The Financial Times.

 

Kunt u de scope van het onderzoek van het CCB toelichten? Zijn er naast Huawei nog andere bedrijven waarbij wordt onderzocht of ze de nationale veiligheid in gevaar kunnen brengen? Zijn er naast het CCB nog andere overheidsinstanties betrokken bij het onderzoek?

 

Is het huidige onderzoek naar Huawei afgerond? Zo ja, wat is de conclusie van het onderzoek? Zo neen, wanneer denkt het CCB dat te kunnen afronden?

 

Welke onafhankelijke studies en evaluaties werden er door het CCB opgevraagd? Uit welke landen komen de studies? Wanneer zijn de documenten ontvangen?

 

Heeft het CCB rechtstreeks contact gehad met Huawei? Zo ja, wanneer vond het gesprek plaats? Welke conclusies trok het CCB uit het gesprek?

 

Beschikt het CCB over de evaluaties die andere Europese landen hebben uitgevoerd? Zo ja, over welke landen gaat het? Is het onderzoek van het Britse National Cyber Security Center een van de ontvangen onderzoeken? Wat zijn de conclusies van de beschikbare documenten?

 

04.03 Eerste minister Charles Michel: In het najaar 2018 rapporteerde de internationale media over de beslissing van meerdere landen zoals de Verenigde Staten, Australië, Nieuw-Zeeland en Japan om ICT-systemen van de firma Huawei uit overheidsnetwerken of bij de uitrol van mobiele netwerken 5G te bannen. De kwestie verdient dus bijzondere aandacht en maakt momenteel het onderwerp uit van een diepgaande analyse zowel op Europees als op Belgisch niveau.

 

De Europese Commissie en het Europees Agentschap voor Netwerk- en Informatie­beveiliging, ENISA, maken samen werk van de vaststelling van een veiligheidsnorm en certificering. België heeft in dit stadium nog geen specifieke aanbevelingen van die instanties ontvangen.

 

Op Belgisch niveau werken verscheidene departementen samen om zo veel mogelijk informatie te verzamelen.

 

Ainsi, le Comité de coordination du renseignement et de la sécurité a donné pour mission à l'une de ses plates-formes, chargée des questions de cybersécurité, de réaliser l'analyse la plus complète possible. Celle-ci est toujours en cours. Nous insistons pour qu'elle soit disponible le plus rapidement possible. Le CCB est également impliqué dans ce travail. Nous espérons que cette analyse sera disponible en avril prochain.

 

Ensuite, nous en attendons évidemment les résultats et nous verrons, sur cette base, quelle attitude pourrait être adoptée et quelles mesures pourraient être prises si nécessaire. 

 

Les questions relatives aux conséquences éventuelles pour les opérateurs, parmi lesquels Proximus, sont – à ce stade – prématurées. Il en va de même pour les aspects relatifs à la protection des données. Nous devons d'abord attendre le résultat des analyses pour nous prononcer plus définitivement.

 

Huawei heeft ook gevraagd om het CCB te mogen briefen met betrekking tot hun veiligheids­initiatieven. Deze briefing vond plaats op 7 januari 2019.

 

Et les informations transmises à cette occasion ont en réalité davantage porté sur la place de Huawei sur le marché.

 

Enfin, depuis décembre 2018, le CCB consulte régulièrement les évaluations et études issues de sources ouvertes ou menées par certains partenaires en matière de cybersécurité. Et selon les informations dont dispose le CCB, l'analyse de cette question faite par d'autres pays européens provient surtout de sources ouvertes.

 

Ainsi, l'étude du National Cybersecurity Center britannique n'est actuellement pas publique.

 

Voilà quelle est la situation à ce stade. Nous allons donc, semaine après semaine, suivre l'évolution.

 

Nog een laatste bemerking.

 

Dit betreft een Europese uitdaging. We moeten meer en meer overgaan tot een screening van de buitenlandse strategische investeringen in de Europese Unie. Dat gaat van de problematiek van het internet en de digitale agenda tot de energiesector. Het is belangrijk dat we hier op het Europese niveau een strategische visie ontwikkelen, en daarin vooruitgang boeken.

 

04.04  Jean-Jacques Flahaux (MR): Je remercie monsieur le premier ministre pour sa réponse.

 

Il est vrai que cette question s'insère aussi dans un contexte plus global des investissements actuels des sociétés chinoises dans l'économie européenne, et américaine aussi d'ailleurs.

 

La question se pose ici particulièrement en raison des liens que l'on connaît entre la firme Huawei, le ministère de la Défense et le parti communiste chinois. On n'a évidemment pas l'habitude de ce genre de choses dans nos pays. Mais en même temps, je pense qu'il faut avoir une attitude différente de celle des États-Unis, très fermés par rapport à cette problématique.

 

Il faut également tenir compte de l'évolution du numérique, qui doit être prioritaire par rapport à la problématique des conséquences géopolitiques.

 

04.05  Brecht Vermeulen (N-VA): Dank u, mijnheer de eerste minister, voor het antwoord dat mij blij stemt.

 

Hoe dan ook zijn er volgens mijn informatie, die vanochtend nog werd bevestigd in de krant, maar drie grote leveranciers voor dergelijke 5G-netwerken, met name Huawei, Ericsson en Nokia. Als er daarvan een bant, valt wel een topspeler weg. Nic Read, topman van Vodafone, drukte er zijn vrees over uit dat, indien Huawei niet meer tot de markt wordt toegelaten, dat automatisch twee jaar vertraging voor de uitrol van het 5G-netwerk in België en Europea tot gevolg zal hebben.

 

Wij moeten dus de afweging maken tussen technologische vooruitgang met allerhande digitale toepassingen, waarop wij onze hele economie stutten, en de nationale veiligheid. Dat is geen eenvoudige oefening. Volgens de heer Flahaux zijn wij niet gewend aan verwevenheid tussen een overheidsdepartement Defensie en een privébedrijf, zoals dat het geval is bij de Chinezen. Dat klopt niet helemaal, want wij stellen hetzelfde vast in andere landen, zoals de Verenigde Staten. Wij moeten eerlijk bekennen dat, als we met Google of Facebook werken, NSA en andere Amerikaanse inlichtingendiensten ook mee zullen luisteren. Ik hoef u niet te herinneren aan bijvoorbeeld de verantwoordelijke voor de hack bij Angela Merkel of die voor de hack bij Belgacom. Men beweert wel vaker dat Chinezen onze vijanden zijn. Ik zeg dat ze niet altijd automatisch onze vrienden zijn en dat wij toch ook beducht moeten zijn voor onze partners in het veiligheidsbeleid.

 

Ik hoop dat de regering een evenwichtige beslissing neemt en oog heeft voor de technologische vooruitgang, enerzijds, en de nationale veiligheid, anderzijds.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Questions jointes de

- M. Georges Dallemagne au premier ministre sur "la déclaration solennelle et mémorielle au nom de la Belgique du premier ministre" (n° 28663)

- M. Michel Corthouts au premier ministre sur "le suivi donné par le gouvernement à la résolution relative à la ségrégation subie par les métis issus de la colonisation belge en Afrique" (n° 28820)

- Mme Gwenaëlle Grovonius au premier ministre sur "la ségrégation subie par les métis issus de la colonisation belge en Afrique" (n° 28912)

05 Samengevoegde vragen van

- de heer Georges Dallemagne aan de eerste minister over "de plechtige herdenkingsverklaring van de eerste minister namens België" (nr. 28663)

- de heer Michel Corthouts aan de eerste minister over "de manier waarop de regering gevolg zal geven aan de resolutie over de segregatie waarvan de metissen uit de periode van de Belgische kolonisatie in Afrika het slachtoffer zijn geweest" (nr. 28820)

- mevrouw Gwenaëlle Grovonius aan de eerste minister over "de segregatie waarvan de metissen uit de periode van de Belgische kolonisatie in Afrika het slachtoffer zijn geweest" (nr. 28912)

 

05.01  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le premier ministre, le 29 mars 2018, la Chambre des représentants a adopté à l’unanimité la résolution 2952 relative à la ségrégation subie par les métis issus de la colonisation belge en Afrique.

 

Le 15 janvier dernier, au cours d'une réunion de la commission des Relations extérieures, le ministre Reynders a présenté les avancées concrètes enregistrées en ce domaine, tenant compte des deux recommandations principales que renferme la résolution. Il s’agit, d’une part, de tout ce qui a trait à la documentation et à la recherche historique quant aux responsabilités et, d’autre part, des questions relatives à l’état civil et à l’octroi de la nationalité belge.

 

Monsieur le premier ministre, si nous nous réjouissons évidemment de ces avancées, certaines demandes faites au gouvernement restent sans réponse de votre part. En effet, la résolution demande notamment au gouvernement "que soit prononcée, sur la base de la présente résolution, une déclaration solennelle et mémorielle au nom de la Belgique". Il m’apparaît important que, symboliquement, elle soit prononcée par le premier ministre.

 

Monsieur le premier ministre, avez-vous l’intention de prononcer cette déclaration solennelle et mémorielle? Une date a-t-elle déjà été arrêtée à cet effet? Si tel n’est pas le cas, la date du jeudi 7 février pourrait se montrer particulièrement adéquate. En effet, c’est le 7 février 1831 qu’a été adoptée la Constitution belge, reconnaissant l’égalité de tous devant la loi.

 

05.02  Gwenaëlle Grovonius (PS): Monsieur le premier ministre, je ne répèterai pas les propos de mon excellent collègue. Je vous demanderai seulement si vous comptez donner suite à notre résolution, qui demandait que "soit prononcée une déclaration solennelle et mémorielle au nom de la Belgique". Elle souhaitait aussi que "soit érigée une stèle ou toute autre marque mémorielle physique permettant de perpétuer le souvenir des faits reconnus par la présente résolution".

 

Monsieur le premier ministre, je me joins donc à M. Dallemagne pour vous demander quand le gouvernement donnera suite à ce texte important que nous avons voté unanimement.

 

05.03  Charles Michel, premier ministre: Monsieur Dallemagne, madame Grovonius, le ministre Reynders a déjà eu l'occasion de rappeler les initiatives qui avaient été prises, que je ne passerai pas en revue puisque vous les connaissez.

 

À titre d'exemple, je peux vous indiquer qu'un budget de 400 000 euros a été débloqué pour que soient satisfaites les préoccupations portant sur l'accès aux bases de données et à l'information ainsi que sur leur délivrance. De plus, des consignes ont été données aux postes diplomatiques et aux ambassades en vue d'établir une coopération maximale avec les personnes concernées.

 

Par ailleurs, depuis l'adoption de cette résolution, aussi bien mon cabinet que d'autres cabinets ont participé à différentes rencontres et réunions avec l'association des métis de Belgique.

 

En outre, voici quelques semaines, j'ai informé – certes, de manière informelle – le président du Parlement de ma disponibilité  pour prononcer ici une déclaration solennelle. C'est pourquoi je forme le vœu que la Conférence des présidents puisse élaborer une proposition en ce sens. Je me soumettrai volontiers à l'agenda qu'elle aura défini. En effet, ce n'est pas – malheureusement, peut-être – le gouvernement en affaires courantes qui définit l'agenda. Nous avions pensé à fixer la date au mois de mars, puisque la semaine du 28 correspond au premier anniversaire du vote de la résolution au Parlement. C'est l'une des hypothèses auxquelles nous avions songé. J'entends qu'une autre proposition a été formulée, monsieur Dallemagne, et j'y suis tout à fait ouvert.

 

05.04  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le premier ministre, je parlais en effet du mois de février, mais…

 

05.05  Charles Michel, premier ministre: Oui, c'est impossible, puisqu'on ne peut pas revenir en arrière. Cela dit, si d'autres dates sont proposées, nous y sommes ouverts. En tout cas, la réponse est absolument claire.

 

De même, la suggestion d'une stèle nous convient. Il est certain que le gouvernement veillera à exécuter loyalement les propositions exprimées par une majorité parlementaire. Je vous remercie de votre attention.

 

05.06  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le premier ministre, je vous remercie du sérieux avec lequel vous suivez cette résolution. Ce texte est important pour notre mémoire, notre Histoire et les blessures subies par les métis.

 

Je veillerai à ce que votre proposition informelle puisse être suivie d'effets. À cette fin, je m'adresserai au président de la Chambre.

 

05.07  Gwenaëlle Grovonius (PS): Monsieur le premier ministre, je vous remercie de votre réponse.

 

Nous allons donc nous assurer que ce sujet sera bien abordé lors des prochaines Conférences des présidents.      

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

06 Questions jointes de

- Mme Gwenaëlle Grovonius au premier ministre sur "le passé colonial belge" (n° 28819)

- M. Michel Corthouts au premier ministre sur "le suivi donné par le gouvernement à la résolution relative à la ségrégation subie par les métis issus de la colonisation belge en Afrique" (n° 28820)

- Mme Véronique Waterschoot au premier ministre sur "la mémoire coloniale et les restes humains dans les collections des établissements scientifiques fédéraux" (n° 28848)

06 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Gwenaëlle Grovonius aan de eerste minister over "het koloniale verleden van België" (nr. 28819)

- de heer Michel Corthouts aan de eerste minister over "de manier waarop de regering gevolg zal geven aan de resolutie over de segregatie waarvan de metissen uit de periode van de Belgische kolonisatie in Afrika het slachtoffer zijn geweest" (nr. 28820)

- mevrouw Véronique Waterschoot aan de eerste minister over "de herinnering van het koloniale verleden en de menselijke resten in de collecties van de federale wetenschappelijke instellingen" (nr. 28848)

 

06.01  Gwenaëlle Grovonius (PS): Monsieur le président, monsieur le premier ministre, nous restons sur cette importante question de mémoire et sur notre passé colonial avec un aspect un peu plus spécifique, à savoir le rapport intermédiaire des experts de l'ONU sur la période coloniale belge qui a été commenté par vos soins et que vous avez qualifié de "très étrange". Ces cinq experts des Nations Unies demandent aux autorités belges de présenter des excuses pour la colonisation et les atrocités commises sur le continent africain.

 

En ce qui me concerne, c'est votre réaction qui m'a quelque peu semblé étrange. Je pense en effet que les autorités de notre pays se doivent de reconnaître leurs responsabilités vis-à-vis de notre passé colonial. Je n'en doute plus, compte tenu des discussions que nous venons d'avoir sur la question précédente. À l’instar de la France, nous nous devons d’ouvrir un dialogue interculturel adulte et serein sur ces questions centrales qui font partie intégrante de notre travail de mémoire.

 

Je suis bien consciente que cette question devra être tranchée sur le plan politique et diplomatique entre la Belgique et les pays concernés. Au PS, nous pensons que si nous voulons agir, il faudra s'appuyer sur des éléments tangibles. C'est pourquoi nous plaidons pour la mise en place d’un groupe de travail paritaire constitué d’experts pluridisciplinaires, afin de mener ce travail de fond sur notre passé colonial et notamment sur la question des biens culturels et patrimoniaux africains appartenant aux musées belges. Notre pays pourrait sortir grandi si nous lancions sans attendre un tel travail de mémoire avec l’aide de scientifiques et d’experts belges mais aussi africains et/ou issus de la diaspora africaine.

 

Monsieur le premier ministre, quel est votre sentiment sur ce rapport intermédiaire du  groupe d’experts de l’ONU? Quelles suites comptez-vous y apporter? Pourriez-vous soutenir l'idée de lancer cette étude scientifique interfédérale, comme le demande le PS? Selon nous, celle-ci permettra de poser des actes politiques forts en termes de travail de mémoire en se reposant sur des faits établis. Elle nous permettra aussi de reconnaître les responsabilités belges envers notre passé colonial.

 

06.02  Véronique Waterschoot (Ecolo-Groen): Monsieur le président, monsieur le premier ministre, depuis le dépôt de ma question, la question de la mémoire coloniale est revenue un peu plus sur l'avant-scène et je me réjouis de vous entendre aujourd'hui. Voici quelques rétroactes.

 

En février 2017, les verts déposaient une proposition de résolution visant à mettre un œuvre un travail de mémoire relatif à notre passé colonial au Congo, ceci par la création d'un groupe de travail international chargé d'effectuer un travail de recherche concernant les phénomènes structurels liés au colonialisme. Cette proposition a d'ailleurs été cosignée par le groupe PS. Nous nous rejoignons donc sur l'objectif.

 

En mars 2018, une enquête fouillée du journaliste Michel Bouffioux mettait en lumière la présence de restes humains dans les collections de nos établissements scientifiques fédéraux. À l'époque, la directrice de l'Institut royal s'était montrée favorable à l'organisation du retour des restes humains correspondant à des individus identifiés et réclamés par des personnes apparentées.

 

En septembre 2018, la secrétaire d'État en charge avait, pour sa part, annoncé la création d'un groupe de travail composé uniquement de représentants des établissements scientifiques concernés, afin d'identifier les pistes de solution et d'évolution du cadre légal permettant le rapatriement éventuel des restes humains, en lien également avec la politique européenne en la matière. Elle avait, par ailleurs, estimé que, si une telle restitution avait lieu, elle devrait se faire dans le cadre d'une cérémonie officielle pour que la Belgique d'aujourd'hui puisse témoigner d'une "attitude respectueuse" à l'égard des familles concernées et que notre pays prenne clairement ses distances par rapport aux faits commis à l'époque.

 

Ce vendredi 15 février 2019, l'ULB organisait un colloque très intéressant consacré à ces mêmes restes humains. À cette occasion, certaines tensions entre les descendants congolais relatives au passé colonial de la Belgique, et de l'ULB, se sont exprimées. La demande d'un ample travail de mémoire ainsi que d'excuses officielles de la Belgique refait surface dans l'actualité.

 

Monsieur le premier ministre, le gouvernement est-il favorable à la restitution de ces restes humains? Envisagez-vous de faire évoluer le cadre légal à cet effet? Selon quel agenda? Où en est la création du groupe de travail annoncé par Mme Demir? Quelles sont ses missions? Des représentants de la diaspora africaine, des experts et des universitaires belges et internationaux seront-ils invités à y participer? Enfin, êtes-vous favorable à l'organisation d'une cérémonie officielle d'excuses relatives aux faits douloureux perpétrés par nos représentants dans cette ancienne colonie?

 

06.03  Charles Michel, premier ministre: Madame Grovonius, j'ai en effet utilisé les termes "très étrange". Je persiste dans leur utilisation!

 

Je souhaite vous donner quelques rétroactes factuels. Du 4 au 11 février 2019, une délégation du groupe de travail d'experts sur les personnes d'ascendance africaine s'est rendue en Belgique. Ce groupe d'experts constitue une des 56 procédures spéciales de conseil des droits de l'homme à Genève et est indépendant du système des droits de l'homme des Nations Unies. Ce groupe d'experts a été créé en 2002 dans la foulée de la Conférence internationale de Durban contre le racisme en 2001, à laquelle la Belgique avait contribué de manière très active. 

 

La Belgique a par ailleurs une invitation ouverte pour ces procédures dites spéciales. Ces visites sont donc régulières. Il s'agit de la quatrième visite de ces commissions spéciales depuis 2015. Le groupe d'experts sur les personnes d'ascendance africaine a pour mandat d'enquêter sur le racisme, la discrimination raciale, l'afrophobie touchant des personnes d'ascendance africaine en Belgique et ailleurs. Il s'agit de la deuxième visite de ce groupe de travail en Belgique et, à cette occasion, les cinq experts devaient également examiner l'évolution de la situation depuis leur dernière mission dans le pays en 2005.

 

D'autres pays ont également fait l'objet de ce type de visites: les Pays-Bas, l'Espagne ou le Royaume-Uni. Ce n'est donc pas la Belgique qui est particulièrement visée.

 

Je réaffirme de façon solennelle qu'il va de soi que nous sommes toujours ouverts au débat et à la discussion. Preuve en est que cette délégation a été reçue, pour son volet public, à différents niveaux: fédéral, régional, communautaire, communal, prison de Saint-Gilles, police fédérale, Centre pour l'égalité des chances, musée de Tervuren. Ce groupe d'experts aussi rencontré des ONG et des associations de la société civile. Nous ne savons pas lesquelles car cette partie de leur mission est confidentielle, ce qui est normal. Je note au passage que, selon nos informations – ce qui est curieux et même étrange –, aucune instance académique n'aurait été rencontrée durant leur mission. Si c'est exact, vous admettrez que c'est très étrange! Ce serait même dommage, car nous ne manquons pas de spécialistes académiques sur les questions de racisme ou sur la question de l'histoire coloniale de la Belgique.

 

Ce groupe d'experts a publié le lundi 11 février 2019 un communiqué de presse et une déclaration, dont nous avons pris note. Le contenu de ce résumé pour la presse m'a laissé pour le moins perplexe, notamment le ton particulièrement agressif et offensif envers notre pays.

 

J'attends bien sûr de prendre connaissance du rapport final, puisqu'il s'agit d'un rapport intermédiaire. Nous aurons encore l'occasion d'exprimer, sur base de cette version provisoire, nos commentaires et nos remarques formelles; nous ne manquerons pas de le faire.

 

Sur le fond, la Belgique, et pas seulement ce gouvernement et cette législature, a essayé de mener en permanence le combat contre les différentes formes de discrimination. Nous devons continuer à le faire. C'est un combat sans cesse inachevé. Récemment encore, le gouvernement a pris des arrêtés royaux en lien avec la lutte contre les discriminations à l'embauche, dans le cadre de ce que l'on appelle les actions positives. Nous sommes bien entendu conscients, comme l'est le Parlement, qu'encore beaucoup de travail doit être réalisé pour faire reculer toutes les formes de discriminations et de racisme.

 

S'agissant du travail de mémoire, nous sommes aussi étonnés de la présentation des choses, qui nous semble trop unilatérale. La Belgique, à différents moments, a ouvert des chapitres pour le travail de mémoire. Par exemple, il y a plusieurs années, une commission d'enquête parlementaire a été chargée de déterminer les circonstances exactes de la mort de Patrice Lumumba et le rôle joué par la Belgique dans cet assassinat. Autre exemple, la coopération de la Belgique dans le cadre de l'enquête menée sur les circonstances de la mort du secrétaire général des Nations Unies Dag Hammarskjöld.

 

La rénovation du musée de l'Afrique, récemment inauguré, a été l'occasion de mener ce travail équilibré, tourné vers notre passé. D'ailleurs, des experts du monde entier viennent visiter ce musée de Tervuren pour visualiser les réformes qui ont été entreprises dans le cadre de cette institution scientifique, dont la renommée est internationale.

 

Concernant la restitution, nous n'avons pas attendu le rapport pour prendre des initiatives, puisque la précédente secrétaire d'État, Mme Demir, a institué un groupe de travail précisément sur la restitution des restes humains conservés. Des analyses sont en cours pour vérifier quel cadre juridique s'applique et quelles pistes nous pouvons explorer pour faire évoluer des principes juridiques qui, aujourd'hui, sont des contraintes.

 

Par ailleurs, la restitution des œuvres est un débat qui dépasse le cadre de la Belgique; il se déroule aussi dans d'autres pays européens. Un certain nombre d'initiatives ont été prises par différents départements. Une distinction est faite entre la question des archives et celle des œuvres d'art. La ministre nouvellement en charge des Établissements scientifiques fédéraux a récemment eu des premières rencontres avec son département pour envisager la poursuite de ce débat.

 

Enfin, je rejoins vos propos sur un sujet en tout cas. C'est cette idée que l'époque coloniale de la Belgique fait partie de notre histoire comme l'époque coloniale fait partie de l'histoire d'autres pays, y compris en Europe. Il va de soi que cette histoire doit être replacée dans un contexte historique international plus large.

 

Nous considérons effectivement que les scientifiques doivent jouer un rôle de premier plan avec objectivité, rigueur et sérénité, pour analyser cette partie de notre histoire.

 

Il appartient, dans ces circonstances politiques, au Parlement, s'il le souhaite, de prendre des initiatives sur le sujet.

 

06.04  Gwenaëlle Grovonius (PS): Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour ces éléments de réponse.

 

Le Parlement a pris des initiatives puisque la semaine dernière, nous avons voté une proposition de résolution de mon excellent collègue, M. Miller, sur cette question importante de la restitution des œuvres coloniales.

 

J'entends votre intérêt pour le travail scientifique sur cette question. Je fais donc appel à vous. En effet, le groupe socialiste a déposé un amendement qui vise à mettre sur pied un groupe de travail scientifique qui permettrait que des experts belges et africains examinent cette question dans le but de faire évoluer notre débat politique et diplomatique en la matière.

 

Cet amendement n'a pu recueillir l'assentiment de la commission; j'en ignore les raisons. Or, je sens qu'il va clairement dans le sens de ce que vous demandez. Dès lors, j'espère que vous pourrez convaincre mes collègues de soutenir cette démarche visant à faire en sorte que les autorités académiques et scientifiques, belges et africaines, nous permettent d'avoir des éléments tangibles pour avancer sur cette question importante.

 

06.05  Véronique Waterschoot (Ecolo-Groen): Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour ces éléments de réponse.

 

Je constate que vous accordez de l'intérêt à cette question et que nous partageons l'objectif de ce travail d'analyse et de mémoire. Par contre, je ne vous ai pas entendu dire si vous étiez ouvert ou non à des excuses publiques, comme vous venez d'en confirmer pour la question des métis.

 

La question de la mémoire coloniale revient vraiment dans l'actualité par différentes portes, y compris par l'amendement de mon excellente collègue socialiste, dans l'excellent texte de votre collègue Miller. La proposition  des verts ne se prononce pas sur le fond ni sur la manière dont il faudra interpréter ce passé colonial, ni sur le type de réparation, mais offre une vraie méthode consensuelle en proposant un plan rassembleur. Celui-ci permettra une reconnaissance globale.

 

Je vous invite donc, en tant que premier ministre mais surtout en tant que président de parti, à soutenir l'examen de ce texte qui est à l'ordre du jour de la commission le 13 mars prochain. Avec cinq minutes de courage politique, le Parlement peut, avant la fin de la législature, adopter ce texte de manière à ce que le prochain gouvernement puisse tout de suite se mettre au travail. Je compte donc sur votre soutien à ce propos, monsieur le président de parti et premier ministre.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

07 Question de M. Paul-Olivier Delannois au premier ministre sur "le soutien de votre gouvernement au projet du canal Seine-Nord Europe" (n° 28937)

07 Vraag van de heer Paul-Olivier Delannois aan de eerste minister over "de steun van uw regering voor het geplande kanaal Seine-Nord Europe" (nr. 28937)

 

07.01  Paul-Olivier Delannois (PS): Monsieur le président, monsieur le premier ministre, je vous ai interrogé à deux reprises, en 2017 et en 2018, concernant le soutien de votre gouvernement au projet du canal Seine-Nord Europe, un projet aux enjeux économiques, sociaux et écologiques importants pour la Belgique et la France. Pour la réalisation de ce canal, des travaux d'aménagement et de modernisation du fleuve de l'Escaut dans sa traversée de Tournai sont nécessaires.

 

Soutenir ce projet signifie en clair qu'en soutenant le canal Seine-Nord, on accepte de facto de toucher au Pont des Trous. Ce dossier est initié par la Région wallonne car ce pont n'appartient pas à la Ville de Tournai mais bien au SpW Voies hydrauliques. De votre côté, vous avez systématiquement affirmé que l'ensemble de votre gouvernement était favorable et soutenait ce projet, ce qui implique - je le répète - la démolition du pont dont question.

 

Les premières phases de travaux du canal sont en cours à Tournai et la phase 4, qui consiste à modifier le Pont des Trous et ses abords, sera prochainement exécutée. L'esquisse du futur Pont des trous a été réalisée dans le cadre d'un processus participatif et adoptée à l'unanimité du conseil communal de Tournai, le 27 juin 2016. Elle a été, par la suite, adressée à la Région wallonne, propriétaire du pont.

 

Le 13 février dernier, sur son compte Twitter, Stéphane Bern, le célèbre journaliste et animateur français, a signé la pétition contre la destruction du Pont des Trous et vous interpellait personnellement pour éviter la destruction du pont et pour que soient revues les ambitions du canal Seine-Nord. Par ailleurs, à travers une interview par téléphone diffusée sur la télévision locale Notélé, l'animateur explique avoir été contacté par la ministre Marghem qui est "sur la même longueur d'onde". Cette intervention de la part de la ministre n'a d'autre objectif que de faire énormément de bruit pour faire perdre le label UNESCO de la cathédrale et du beffroi.

 

Monsieur le premier ministre, je souhaiterais que vous me fassiez part de votre réaction, suite à l'interpellation de Stéphane Bern. Lui avez-vous répondu? Continuez-vous à soutenir le projet du canal Seine-Nord et les travaux d'aménagement inhérents à ce projet? Étiez-vous au courant qu'un membre de votre gouvernement avait contacté l'animateur français contre votre propre ligne politique? Puis-je avoir votre soutien auprès de l'UNESCO pour défendre le patrimoine tournaisien?

 

07.02  Charles Michel, premier ministre: Monsieur le président, je regrette de ne pas être membre du conseil communal de Tournai pour mener le débat sur ce sujet.

 

Monsieur Delannois, j'ai eu l'habitude de réagir de temps à autre aux tweets de l'un de nos secrétaires d'État mais je ne m'attendais pas à devoir réagir également aux tweets d'un animateur de télévision français.

 

Je ne peux que vous confirmer ce que j'ai déjà exprimé de manière constante depuis quelque temps: nous soutenons ce projet. Nous avons eu des contacts avec les autorités françaises sur le sujet. Au moment où nous nous parlons, la balle est encore dans le camp français s'agissant des mécanismes de financement. En marge d'une réception à Namur, j'ai eu l'occasion de m'entretenir avec le président de la région des Hauts-de-France, Xavier Bertrand, qui nous a confirmé sa mobilisation pour tenter d'arriver à des accords avec l'État central français quant aux mécanismes de financement.

 

Je vous confirme que le gouvernement soutient ce projet important pour le développement de l'ensemble de la zone, dans notre intérêt et celui d'une partie du territoire français.

 

07.03  Paul-Olivier Delannois (PS): Monsieur le premier ministre, il est vrai que vous nous avez toujours soutenu. Vous venez de dire "nous soutenons", je présume que le gouvernement Michel-Marghem soutient le projet Seine-Nord et, par conséquent, la restauration du pont des Trous. Le problème est qu'on ne peut être pour l'un et contre l'autre! Vous l'avez bien compris.

 

Très honnêtement, je vous plains vraiment de travailler avec certaines personnes! J'ai connu cela avant vous. Il n'est pas facile de travailler avec quelqu'un qui dit blanc le matin et qui fait noir toute la journée. Bon courage!

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Vraag van de heer Kristof Calvo aan de eerste minister over "de medewerking van de regering inzake de maatregelen betreffende politieke vernieuwing" (nr. 28938)

08 Question de M. Kristof Calvo au premier ministre sur "la coopération du gouvernement en ce qui concerne les mesures relatives au renouveau politique" (n° 28938)

 

08.01  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de eerste minister, dit is geen vraag over Doornik, wel over politieke vernieuwing, een thema waarover wij de voorbije jaren geregeld van gedachte hebben gewisseld.

 

Er is een hele reeks conclusies opgemaakt in het Parlement. De werkgroep Politieke Vernieuwing heeft een aantal resultaten geboekt, niet alle resultaten die wij wensten, maar toch een aantal relevante doorbraken. Soms komen die in het Parlement tot stand, soms in de Conferentie van voorzitters of in het Bureau, maar zij moeten soms ook in de regering tot stand komen.

 

Op onze vraag is een kleine maand geleden door de werkgroep een update gemaakt van de stand van zaken van de verschillende aanbevelingen. Daarbij bleek dat een aantal aanbevelingen nog niet of nog niet helemaal geïmplementeerd is.

 

Hoewel de regering maar in een aantal zaken een rol speelt, blijkt dat net die zaken vaak bleven liggen en nog niet werden uitgevoerd.

 

Zo moet het protocol omtrent de samenstelling van de kabinetten nog worden afgesloten. Er was een afspraak dat dit zou gebeuren naar het model van Vlaanderen. Ik verwijs niet vaak naar Vlaanderen, maar in deze is Vlaanderen wel een goed voorbeeld. Er bestaat een protocol tussen het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering over de regelmatige publicatie van de samenstelling van de kabinetten. Een gelijkaardig idee was opgenomen in het pakket van de werkgroep Politieke Vernieuwing.

 

Eerder is het idee van een lobbyregister inzake de werkzaamheden van de uitvoerende macht al gestoten op een gebrek aan medewerking. Er is nu een lobbyregister, met heel veel mitsen en maren, in het Parlement, maar nog relevanter zou de transparantie op het niveau van de uitvoerende macht zijn. De regering was daarvoor echter niet meteen de meest constructieve partner. Ik druk mij hiermee voorzichtig uit.

 

Mijnheer de eerste minister, ik wil toch polsen naar de stand van zaken. Ik weet dat afgesproken is dat collega Vermeulen u namens de werkgroep Politieke Vernieuwing een brief zou schrijven om u te polsen naar een aantal maatregelen. Die afspraak is gemaakt in de werkgroep, maar ik wou niet wachten op uw antwoord op die brief om bij u toch al te polsen welke initiatieven u als regeringsleider zult nemen om alle aanbevelingen, ook die waar de regering haar medewerking aan zou verlenen, uitgevoerd te krijgen vóór het einde van de legislatuur.

 

Ik weet dat u voor de samenstelling van de kabinetten misschien zult verwijzen naar de websites van de verschillende kabinetten, maar de afspraak is dat er een structureel en formeel rapport komt over de samenstelling van de verschillende kabinetten.

 

Dat is trouwens ook heel belangrijk met het oog op het einde van de kabinetsperiode. Ik breng in herinnering dat er ook debatten zijn geweest bijvoorbeeld over een afkoelingsperiode. Daar hebben wij geen akkoord over bereikt, maar het is wel belangrijk dat wij weten wie er nu op een kabinet werkt om later te kunnen oordelen of mensen al dan niet rare transfers maken naar de private sector. Ik ben heel benieuwd naar uw antwoord hieromtrent.

 

08.02 Eerste minister Charles Michel: Mijnheer Calvo, de commissie voor de Politieke Vernieuwing heeft inderdaad vooruitgang geboekt en veel van haar beslissingen zijn nu geïmplementeerd, bijvoorbeeld inzake meer transparantie over de vergoedingen, ook voor de kabinetmedewerkers. Die beslissing is in werking getreden in januari 2019 en de implementatiemaatregel ter zake is goedgekeurd. De controle van het Rekenhof op de aangifte en de lijst met mandaten en bezittingen werd bijvoorbeeld versterkt en de sancties zullen beter worden toegepast. Daarnaast werd de bezoldiging van de parlementsleden en de Kamervoorzitter eveneens herzien op basis van striktere of redelijkere regels.

 

Op basis van uw vraag heb ik aan de Kanselarij gevraagd om, zoals bij de onderzoekscommissie voor de terroristische aanslagen, een tabel aan het Parlement te bezorgen met een stand van zaken, punt per punt, en de aanbevelingen aan de regering. Zo krijgt het Parlement precieze informatie over waar wij staan met de implementatie van de maatregelen die door de regering moeten worden genomen.

 

Ik heb nog een paar opmerkingen. Tenzij ik mij vergis, was het lobbyregister geen aanbeveling van de commissie. Ik heb daarover al een paar keer duidelijk gezegd dat ik bereid was een analyse aan de Kanselarij te vragen, wat ik heb gedaan, om de zaak volledig te kunnen bekijken en te zien welke mogelijke initiatieven desgevallend zouden kunnen worden genomen om een evenwicht te vinden. Ik heb immers ook voorbeelden gegeven waarbij discrete contacten om economische redenen nodig zijn, bijvoorbeeld in het kader van de brexit, maar ik denk aan nog veel andere voorbeelden. Een lobbyregister zou in dat verband een rem zijn op de investeringen in België. Men moet dus een evenwicht vinden en dat is een belangrijk aandachtspunt voor ons.

 

Er zijn nog andere punten. Bijvoorbeeld, in aanbeveling nr. 48 van de commissie vraagt u dat de regering de wetsontwerpen met een grote impact en waarvan de omvang een langere voorbereiding vereist, ten minste 48 uur van tevoren ter beschikking stelt van de afgevaardigden. Dat is een van de voorstellen. De facto stellen wij vast dat dit eerder een reglementair initiatief is voor het Parlement en de regering. Op basis van de praktijk in de afgelopen vijf jaar kan ik zeggen dat er zich op dat vlak slechts eenmaal een probleem heeft voorgedaan. Wij houden in de praktijk dus al rekening met een goede verstandhouding en redeneren op basis van gezond verstand.

 

Tevens werden voorstellen geformuleerd omtrent de kabinetsmedewerkers voor ministers geformuleerd. Ik heb de Kanselarij gevraagd daarover een vergelijking te maken tussen de deelstaten en het federaal niveau. Er zijn inderdaad verschillen en ik heb er geen problemen mee om dat transparant te bekijken.

 

Daarmee geef ik u een paar elementen van antwoord, maar om concreter op uw vragen in te gaan, heb ik een tabel gevraagd, daarbij dezelfde redenering volgend als in de commissie Terrorisme, om een duidelijke stand van zaken publiek te maken over de implementatie van het luik van de regering op het vlak van hernieuwing.

 

08.03  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de eerste minister, het lag helemaal niet in mijn uitgangspunt aan te klagen dat de aanbevelingen niet worden uitgevoerd. Verschillende aan­bevelingen zijn namelijk formeel uitgevoerd en een aantal aanbevelingen wordt in de praktijk al gerespecteerd, zoals de aanbeveling in verband met de 48 uur. Als wij dat laatste willen formaliseren, dan wordt dat inderdaad een initiatief van de commissie Reglement en daartoe hebben we de regering niet nodig.

 

Enkele andere aanbevelingen zijn echter wel blijven liggen, waarbij ik meer bepaald aan twee aanbevelingen denk, al zal dat nog nader moeten blijken uit uw tabel. Ik vernoem de regeling voor kabinetsmedewerkers van ontslagnemende ministers, met de vraag hoe lang die loopt, waarnaar u zelf ook al verwezen hebt. Ook vernoem ik de transparantie over de huidige samenstelling van kabinetten. Ik kijk dus uit naar uw tabel. Ik weet ook dat uw medewerkster de Conferentie van voorzitters volgt en ik zou het wel appreciëren als u die tabel vrij snel bij de Conferentie van voorzitters kunt laten voorleggen, ook omdat er in deze legislatuur nog maar weinig tijd rest om initiatieven te nemen.

 

Ik meen dat die tabel vrij snel naar de conferentie kan komen, dat hoeft geen probleem te zijn.

 

08.04 Eerste minister Charles Michel : (…)

 

08.05  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Er is een werkgroep gepland, maar het was veeleer de bedoeling om de werkgroep te laten samenkomen op het moment waarop alles geregeld zal zijn. Voor de werkzaamheden is het dus interes­santer dat u de tabel zo snel mogelijk deelt.

 

08.06 Eerste minister Charles Michel: Het Parlement regelt zijn werkzaamheden autonoom. (…)

 

08.07  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Goed. Er is ook een brief van de voorzitter op komst.

 

08.08 Eerste minister Charles Michel: (…) Alles staat op de website. Er is volledige transparantie, want iedereen heeft toegang tot de informatie via de website. Ik ben dus zeer verbaasd over die opmerking.

 

08.09  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Op dat punt is er de afspraak om een formeel protocol te sluiten tussen het Parlement en de regering. Dat is een van de aanbevelingen, die ook in onze tabel nog open stonden. Ik kijk alvast uit naar de tabel. Voor mij is het belangrijkste dat alle aanbevelingen worden uitgevoerd, het was immers al een fragiel evenwicht. Laten wij kijken wat er in de komende weken nog moet gebeuren. Ik kijk uit naar uw oefening inzake de uitvoering en er is ook een oefening gemaakt in de werkgroep. Misschien is het voor uw kabinet interessant om die ook eens op te vragen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van de heer Kristof Calvo aan de eerste minister over "de cumulatie van het mandaat van premier en van partijvoorzitter" (nr. 28940)

09 Question de M. Kristof Calvo au premier ministre sur "le cumul des mandats de premier ministre et de président de parti" (n° 28940)

 

09.01  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Het is natuurlijk de bedoeling van elke eerste minister om een beetje geschiedenis te schrijven, maar vorige week hebt u voor een bijzonder precedent gezorgd, mijnheer de eerste minister.

 

In België is er geen traditie om het premierschap en het partijvoorzitterschap te combineren. Een van uw voorgangers heeft het 48 uur of 24 uur volgehouden en zag vrij snel in dat het geen ideale combinatie betreft. Guy Verhofstadt staat bekend als een grote voluntarist. Wanneer hij na 24 uur of 48 uur zelf erkent dat het geen evidente combinatie is, is dat veelzeggend.

 

Het was niet alleen voor heel veel landgenoten maar ook voor ons een opmerkelijke keuze dat u de komende maanden het mandaat van eerste minister met het partijvoorzitterschap zult combineren.

 

Ik meng mij niet in de interne keuken van de MR. Dat is voor het partijbestuur van de MR. Voor de Kamer rijst echter wel een vraag. Mijnheer de eerste minister, hoewel wij ons in een periode van lopende zaken bevinden, is de combinatie enigszins vreemd en niet erg gezond. Wij zouden zelfs kunnen stellen dat in een periode van lopende zaken een eerste minister nog meer boven de mêlée moet staan en nog meer vooral het belang van het land veeleer dan de belangen van een partij moet dienen.

 

Er kan worden opgeworpen dat zij met elkaar te verzoenen zijn of altijd met elkaar moeten worden verzoend. De combinatie maakt de zaken echter heel erg moeilijk, omdat het om twee opdrachten gaat met een verschillende finaliteit en dynamiek.

 

Onze fractie is sowieso geen ongelooflijke fan van cumuls en dus evenmin van de aangehaalde cumul. Wij hebben een bepaalde kijk op een periode van lopende zaken, namelijk dat wij ze zo veel mogelijk moeten benutten. Bovendien is er misschien ook een periode van lopende zaken na de verkiezingen, waarin die cumul u ook parten kan spelen.

 

Laten wij hopen dat de periode van lopende zaken na de verkiezingen niet erg lang is. Ook tijdens die periode kunnen beide functies elkaar ontmoeten, en niet altijd op de beste manier. Dat is het politieke probleem, dat ik wou aankaarten.

 

Er wordt hier en daar bovendien een formeel probleem gesignaleerd. Doordat u partijvoorzitter bent, kiest u echt kamp. Ook al gebruikt u de twee belangrijkste landstalen Nederlands en Frans, u bent Franstalig van geboorte. U wordt dus bij een bepaalde taalaanhorigheid ingedeeld. Maar wat betekent dat dan voor de pariteit in de regering. Ik ben geen grondwetspecialist en ik vind het toch interessant u op dat vlak te bevragen.

 

Mijnheer de eerste minister, ik maak mij geen illusies, de kans dat u vandaag uw ontslag zult aanbieden als partijvoorzitter van de MR, lijkt mij vrij klein. Ik vind de huidige situatie echter niet gezond. Wat zijn nu eigenlijk uw argumenten ter zake? Die abimeert volgens mij toch wel uw mogelijkheden als eerste minister. Zult u die combinatie ook voortzetten in een al dan niet lange periode van lopende zaken na de verkiezingen? Ik meen dat het logisch is dat ik daarover vragen stel.

 

Heeft de cumul een impact op de pariteit van de regering? Hebt u daarover een juridisch advies ingewonnen?

 

09.02 Eerste minister Charles Michel: Beste collega, ten eerste, het is mijn intentie vanaf dag 1 om mij te engageren voor de algemene belangen van ons land. Daarover bestaat geen twijfel.

 

Ten tweede, in veel Europese landen is de premier ook de baas van zijn politieke familie. Dat is onder meer zo in het Verenigd Koninkrijk, in Duitsland, in Finland.

 

Ten derde, ik heb duidelijk gezegd dat deze keuze beperkt is in de tijd en gebaseerd op uitzonderlijke omstandig­heden. U weet dat ik eind december ontslag heb genomen, na de vaststelling dat er in het Parlement geen meerderheid was om lopende zaken te vermijden, wat ik betreur. Ik heb dat wel geprobeerd. Ik heb daarvoor gepleit. Ik ben naar de Koning gegaan en hij heeft eind december mijn ontslag aanvaard.

 

Ten vierde, het is voorts ook mijn keuze om volledig transparant te zijn. Het is de keuze om niet hypocriet te zijn. Ik ben niet alleen premier in lopende zaken, ik ben ook een politieke leider met een ambitie voor de toekomst van ons land. Ik kan begrijpen dat een premier in uw ogen niet actief mag zijn in een verkiezingscampagne, maar dat is niet mijn visie. Ik denk net dat een premier in de verkiezingscampagne een duidelijke boodschap moet geven over hoe hij de toekomst van het land ziet.

 

In deze dynamiek wens ik niet mee te doen aan de hypocrisie en wil ik volledig transparant zijn. Ik zal dit mandaat opnemen tot de vorming van de regeringen.

 

Een laatste punt. In ons federaal model, met een federale regering en deelstaten, is het ook belangrijk dat maximale coördinatie mogelijk blijft.

 

09.03  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de eerste minister, uw antwoord verbaast mij niet helemaal, want ik ging er wel van uit dat u die piste zou verdedigen. Het tegendeel zou mij verbaasd hebben.

 

Ik herken mij echter toch niet in de argumentatie. U verwijst naar andere Europese landen, maar ik vind het Belgisch model op dat vlak veel beter. Ons land is al een politiek systeem dat enorm in de ban is – ik denk zelfs aan de omschrijving 'geteisterd door' – van de particratie en te weinig een politiek systeem waarin regering en Parlement hun eigen dynamiek kennen. Uw keuze versterkt de Belgische particratie alleen maar en dat vind ik jammer. U zegt terecht dat er in ons land heel veel gecoördineerd en samengewerkt moet worden. Dat klopt, maar ik verkies dan een premier die coördineert tussen beleidsniveaus, eerder dan een premier die zijn eigen partij moet coördineren en daarin op zoek is naar evenwichten, want dat laatste heeft zeker ook meegespeeld.

 

U zegt dat een premier een toekomstvisie mag hebben voor het land, wat ik beaam. U hebt echter heel lang bestuurd met een partij die er alles aan doet om het premierschap, de uitstraling van het federale niveau en de uitstraling van die functie, naar beneden te praten. Die partij schuift nu zelfs een kandidaat-premier naar voren die het land haat en hekelt. Nochtans hebt u heel lang bestuurd met die partij, die neerkijkt op het premierschap.

 

Onze kijk op het federaal niveau is helemaal anders, want het premierschap gaat over de toekomst van het land. Door de keuze die u maakt, geeft u eigenlijk voorrang aan de toekomst van uw eigen partij en uw eigen persoonlijke toekomst.

 

Een premier die geen partijvoorzitter is, is iemand die veel meer bezig is met de toekomst van het land. Een premier die wel partijvoorzitter is, heeft onvermijdelijk de uitstraling dat vooral de partijbelangen en de persoonlijke belangen primeren.

 

Ik vind dat jammer, zeker in een politieke context waar er partijen zijn die het federale niveau willen onderuithalen, willen tackelen, willen naar beneden praten.

 

Ik denk dat een premier sterk kan zijn, zelfs in lopende zaken, maar dan best een voltijdse premier.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

La réunion publique de commission est levée à 11.29 heures.

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.29 uur.