Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen

Commission des Relations extérieures

 

van

 

Woensdag 27 februari 2019

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 27 février 2019

 

Après-midi

 

______

 

 


De behandeling van de vragen vangt aan om 15.55 uur. De vergadering wordt voorgezeten door de heer Dirk Van der Maelen.

Le développement des questions commence à 15 h 55. La réunion est présidée par M. Dirk Van der Maelen.

 

 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, je ne voudrais pas troubler la bonne humeur générale, mais j'entends régulièrement que les membres n'arrivent pas à poser toutes leurs questions. Vous savez que nous avons essayé régulièrement d'épuiser l'agenda. Toutefois, je ne peux pas répondre à des questions que l'on ne me pose pas. J'entends par là que, si les parlementaires sont absents, je veux bien que l'on reporte – même si ce n'est pas forcément la règle – mais si on vient me dire comme je l'ai entendu quelques fois, que des questions sont très anciennes, je vous proposerai alors de les poser moi-même. En tout cas, elles vont devenir de plus en plus anciennes si certains députés ne sont jamais là pour les poser. Je tenais quand même à le faire remarquer. Régulièrement, on donne le sentiment qu'elles ne sont pas posées, faute de temps.

 

Wie deze commissie heeft voorgezeten, zoals mevrouw Bellens, weet dat wij op het einde van de commissievergadering vaak slechts met twee personen aanwezig waren, met name de voorzitter en ikzelf als minister.

 

De voorzitter: Dank u voor die terechte opmer­king, mijnheer de minister.

 

Ik stel voor dat de vragen van zij die hier niet zijn en niets hebben laten weten gewoon vervallen. Dit geldt alvast voor de vragen nr. 28027 en nr. 28286 van de heer Luykx.

 

Vraag van de heer Vincent Van Peteghem aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse en Europese Zaken, en van Defensie, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "het Stockholm-akkoord voor Jemen" (nr. 28289)

Question de M. Vincent Van Peteghem au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, et de la Défense, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "l'accord de Stockholm sur le Yémen" (n° 28289)

 

 Vincent Van Peteghem (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik heb een eerste vraag over het Stockholm-akkoord voor Jemen.

 

Wij zijn bezorgd over de politieke en humanitaire situatie in Jemen. Er zijn een aantal stappen gezet met het akkoord van Stockholm en het aannemen van een nieuwe resolutie van de VN-Veiligheids­raad ter implementatie van dat akkoord dat een onmiddellijk staakt-het-vuren instelt in de zwaar getroffen stad Hodeida.

 

Het akkoord geldt als een noodzakelijke eerste stap naar het vinden van een oplossing voor het conflict. We stellen vandaag echter nog steeds een verslechtering vast van de humanitaire situatie in het land. Het blijft noodzakelijk verdere maatregelen te nemen om tot een staakt-het-vuren te komen voor het hele land en de humanitaire situatie te kunnen aanpakken.

 

Mijn vragen aan de minister zijn de volgende.

 

Wat is uw analyse van de resolutie van de VN-Veiligheids­raad? Welke punten dienen volgens u nog aangekaart te worden? Kunt u toelichting geven bij de implementatie van het Stockholm-akkoord? Welke uitdagingen moeten nog verder worden aangepakt? Welke punten zal ons land naar voren brengen in verband met de opvolging van de situatie in Jemen?

 

Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van Peteghem, België verheugt zich over de goedkeuring van VN-resolutie 2451 op 21 december 2018, die het Akkoord van Stockholm ondersteunt, en VN-resolutie 2452 op 16 januari 2019, die aan de VN-missie MINUAAH het mandaat geeft om resolutie 2451 uit te voeren. De resoluties zijn evenwichtig en geven de speciale gezant van de secretaris-generaal, Martin Griffiths, het benodigde mandaat om zijn bemiddeling voort te zetten. De resoluties dienen tevens als basis voor toekomstige onderhan­delingen over een inclusieve politieke oplossing.

 

Voor België is het van groot belang dat het Akkoord van Stockholm gerespecteerd en uitgevoerd wordt binnen realistische deadlines. Vooral het staakt-het-vuren in de haven van Hodeida en de terugtrekking van de troepen is van belang, gelet op de ernst van de humanitaire situatie. Deze haven is essentieel voor de toegang van humanitaire hulp en de import van commer­ciële goederen.

 

De conferentie van donoren van 26 februari was een cruciaal moment om de nodige fondsen te verzamelen om het hoofd te kunnen bieden aan de enorme noden van het land. Zoals ik heb gezegd, draagt België meer dan 8 miljoen euro rechtstreeks bij, maar er is ook de financiering van verschillende niet-geaffecteerde fondsen van Europese Unie, de Verenigde Naties en enkele ngo's, zoals het Rode Kruis. Ik heb een detail gevraagd van de affectatie van de verschillende fondsen aan Jemen. Het is niet enkel bilaterale steun. Met het bedrag van meer dan 8 miljoen euro zijn wij een van de belang­rijkste donoren, zoals ik gisteren heb gezegd op de Pledging conference in Genève.

 

Teneinde de VN in staat te stellen de uitvoering van het akkoord na te gaan, is het essentieel dat de partijen al  het mogelijke doen om een goed functioneren van de VN-missie te garanderen. Dit vereist het garanderen van toegang aan het Redeployment Coordination Committee voor het hele gebied van het directoraat van Hodeida. Deze toegang moet zonder beperkingen gebeuren. Daarnaast moeten de partijen de veiligheid van het VN-personeel garanderen.

 

Teneinde het huidig momentum niet te verliezen, is het ook essentieel dat de partijen blijk geven van terughoudendheid en dat zij zich concentreren op de uitvoering van het akkoord. Elke schending van dit laatste ondermijnt de inspanningen van de internationale gemeenschap en in het bijzonder het werk van de VN-speciaal gezant Griffiths, die de volledige steun van België geniet.

 

Vertrouwensmaatregelen zijn noodzakelijk om het proces op de sporen te houden. Op dat vlak verheug ik mij over de initiatieven die door beide partijen werden genomen, in het bijzonder de recente vooruitgang inzake de uitvoering van het akkoord over de vrijlating van gevangenen en de wil om verder te gaan met de uitvoering van het Akkoord van Stockholm, ondanks de recente incidenten. Wij moeten de positieve elementen verzilveren.

 

België legt ook de focus op de nood aan een significante en gelijke participatie van vrouwen in het politiek proces. In Taiz bijvoorbeeld spelen de vrouwen een belangrijke rol aangezien enkel zij de controleposten in de stad kunnen oversteken. Daarnaast kunnen zij bijdragen aan het toezicht op het akkoord over de uitwisseling van gevange­nen of op de controle van het staakt-het-vuren in Hodeida. Op termijn moet de participatie van de Jemenitische vrouwen niet de uitzondering zijn, maar de regel. Zij moeten op een systematische wijze betrokken worden bij de discussies en beslissingen over Jemen.

 

De rekrutering van kinderen in het conflict is ook een drama waarop wij onze aandacht moeten richten. Kinderen zijn de grootste slachtoffers van het conflict in Jemen. België roept alle partijen op om het internationaal humanitair recht te respec­teren en efficiënte en dringende maatregelen te nemen in die zin.

 

Tot slot moedigt België de partijen aan om onder begeleiding van VN-speciaal gezant Martin Griffiths de dialoog die moet leiden tot een inclusieve politieke oplossing verder te zetten. Alleen een inclusieve politieke oplossing kan een einde maken aan het conflict en aan de dramatische gevolgen die het conflict heeft voor de burgerbevolking.

 

 Vincent Van Peteghem (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Vraag van de heer Vincent Van Peteghem aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse en Europese Zaken, en van Defensie, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de zogenaamde slavenwet in Hongarije" (nr. 28292)

Question de M. Vincent Van Peteghem au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, et de la Défense, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la loi sur le temps de travail en Hongrie" (n° 28292)

 

 Vincent Van Peteghem (CD&V): Mijnheer de minister, Hongarije keurde vorige maand een wet goed die het voor werkgevers mogelijk maakt werknemers 400 overuren per jaar te doen maken en die pas drie jaar later uit te betalen. Deze wet zou ingegeven zijn door de wil het tekort op de arbeidsmarkt aan te pakken.

 

De bevolking trok daartegen dagenlang de straat op, vandaar een aantal vragen.

 

Kunt u wat meer uitleg geven over deze wet? Heeft ons land bilateraal of via de EU stappen ondernomen om de Hongaarse autoriteiten hierover aan te spreken? Welke standpunten werden daarbij ingenomen?

 

Minister Didier Reynders: Mijnheer Van Peteghem, de Hongaarse arbeidsmarkt kampt met nijpende tekorten. De Hongaarse regering heeft een wet aangenomen die het aantal overuren dat toegestaan is, verhoogd van 250 naar 400 uren per jaar. Van deze 150 extra uren kan men 50 uren presteren als er een collectieve arbeidsovereenkomst is, en op een puur individuele vrijwillige basis. Werknemers met een regelmatig werkschema worden aan het eind van de maand betaald voor al hun overuren. Werknemers die met een onregelmatig schema werken, kunnen in de situatie terechtkomen dat overwerk aan het eind van 36 maanden zal worden betaald. Dit is van toepassing voor zover er in het bedrijf een collectieve overeenkomst bestaat die dit uitstel van betaling toestaat. Het uitstel van betaling bedraagt op dit moment 12 maanden en is alleen mogelijk als er een collectieve overeenkomst is.

 

Het is niet aan een lidstaat een wettelijke bepaling van een andere lidstaat te interpreteren. Als deze voorgestelde arbeidstijdwet in strijd is met de Europese wetgeving is het aan de Europese Commissie, als hoedster van de Verdragen, tussenbeide te komen en indien nodig deze zaak voor het Europese Hof van Justitie te brengen.

 

U weet dat het Europees Parlement al een aantal opmerkingen gemaakt heeft in verband met enkele Hongaarse wetten. Misschien zal dit ook het geval zijn voor deze specifieke wet. Die wet is trouwens niet alleen aangenomen door de Hongaarse regering, maar ook door het Hongaarse Parlement.

 

 Vincent Van Peteghem (CD&V): Dank u voor uw toelichting.

 

Ik meen dat uw opmerking terecht is en dat deze wet een druppel te veel is. Mocht het om een alleen­staand feit gaan, zou er waarschijnlijk minder reactie zijn. Ik dank u in ieder geval voor uw antwoorden en kijk uit naar wat er nog zal gebeuren.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Vraag van mevrouw Rita Bellens aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse en Europese Zaken, en van Defensie, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "een Kosovaarse exodus" (nr. 28294)

Question de Mme Rita Bellens au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, et de la Défense, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "l'exode de Kosovars" (n° 28294)

 

 Rita Bellens (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, volgens de Duitse ambas­sade zouden in Kosovo 40 000 Kosovaren een werkvisum hebben aangevraagd.

 

De situatie in de regio ginds is ons uiteraard al lang bekend. Er zijn heel wat spanningen, die nog worden versterkt door het al dan niet oprichten van een eigen Kosovaars leger, door de moord op de Servisch-Kosovaarse leider, door uitspraken over een Groot-Albanië en door de economische malaise in de regio.

 

Daarom heb ik enkele vragen.

 

Heeft een Duits werkvisum vanwege de Schengen­zone effect op een eventuele instroom van Kosovaren in ons land?

 

Hoe ver staan de gesprekken tussen Kosovo en de Europese Unie over het visumvrij reizen tussen beide entiteiten?

 

Wat is het standpunt van de regering in lopende zaken over die onderhandelingen?

 

Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Bellens, volgens de informatie waarover ik beschik, bestaat er een bilaterale overeenkomst tussen Duitsland en Kosovo, waardoor Koso­vaarse burgers legaal in Duitsland kunnen werken.

 

Hoewel de precieze modaliteiten van de overeen­komst ons niet bekend zijn, lijkt het mij dat de afgifte door de Duitse autoriteiten van een werkvisum betekent dat de betrokken personen daadwerkelijk in Duitsland werkzaam zullen zijn. Als gevolg daarvan lijkt het risico van secundaire migratie naar België beperkt. Niettemin hebben de houders van een visum voor lang verblijf overeenkomstig verordening 265/2010 van het Europees Parlement en de Europese Raad van 25 maart 2010 het recht zich over het grondgebied van de lidstaat te verplaatsen. Dat betekent dat de houders van een nationaal visum, afgegeven door een Schengenlidstaat, het recht hebben zich gedurende 90 dagen op een periode van 180 dagen binnen het Schengengrondgebied te verplaatsen.

 

Na ratificatie door het Kosovaarse Parlement van het bilateraal verdrag met Montenegro inzake grensdemarcatie, op 21 maart 2018, zond de Europese Commissie een team van experts naar Kosovo, om het resterende criterium inzake anticorruptie en georganiseerde misdaad te evalueren. In haar rapport van 18 juli 2018 conclu­deerde de Europese Commissie dat Kosovo aan de criteria voldeed en aan de landen met visumvrijstelling kon worden toegevoegd. Het Europees Parlement stemde vervolgens eveneens met het voorstel van de Europese Commissie in. Het dossier is nu in handen van de Raad van de Europese Unie, waar formeel gezien een gekwalificeerde meerderheid vereist is. Er wordt een zo breed mogelijke consensus gezocht, die er momenteel evenwel nog niet is. De besprekingen gaan dan ook verder met de experts in de werkgroepen.

 

De regering steunt de visumliberalisering met Kosovo, als aan alle criteria van het actieplan is voldaan. De eigen analyse is evenwel dat de concrete resultaten van de maatregelen in de strijd tegen de georganiseerde misdaad en corruptie op het terrein nog moeten verbeteren. Los van de individuele criteria uit het actieplan zal ook de migratiedruk als algemeen principe in het uiteindelijke standpunt in rekening worden gebracht; u zult zich herinneren dat hiervoor recent ook een noodremprocedure in de Europese reglementering werd ingevoerd. Enerzijds, stellen we vandaag vast dat het aantal asielaanvragen uit Kosovo sterk is gedaald tegenover het piekjaar 2015. Anderzijds blijft het aantal geweigerde visa boven het gemiddelde.

 

Ons land stemde dan ook nog niet in met het Commissievoorstel en blijft de verdere implemen­tatie van de criteria in het actieplan door Kosovo opvolgen.

 

 Rita Bellens (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.

 

Het blijft een heel onstabiele regio. Wanneer de actieve bevolking wegtrekt, zorgt dat voor nog meer bezorgdheid. Ik denk dat het land zelf nood heeft aan mensen die actief blijven in hun eigen gemeenschap. Om de situatie te stabiliseren is het vooral belangrijk dat de betrokkenen dat zelf eerst doen, maar blijkbaar is daar geen grote vooruit­gang te verwachten.

 

Ik ben blij dat u zegt dat aan alle criteria moet worden voldaan vooraleer wij daarmee akkoord kunnen gaan. Dit steunt ons in het idee dat wij de uitbreiding van de EU nog altijd zien als een bekroning op het werk, wanneer men aan alle voorwaarden heeft voldaan. Dat is een standpunt dat wij moeten blijven verdedigen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Vraag van mevrouw Rita Bellens aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse en Europese Zaken, en van Defensie, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "Guatemala" (nr. 28295)

Question de Mme Rita Bellens au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, et de la Défense, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "le Guatemala" (n° 28295)

 

 Rita Bellens (N-VA): Mijnheer de minister, bij de jongste verkiezingen werd de heer Morales president van Guatemala. Al snel was er sprake van fraude. De CICIG-commissie, die al elf jaar actief is in het land, wilde de aantijgingen van fraude onderzoeken. Daarop heeft president Morales beslist om het mandaat van die commissie niet langer te verlengen, waardoor de commissieleden het land moesten verlaten. Die commissie is een belangrijk instrument van de VN-Veiligheidsraad, waarin ook ons land zeer actief is.

 

Mijnheer de minister, wat is het standpunt van ons land en van de EU binnen de Veiligheidsraad aangaande die demarche van president Morales?

 

Wat is de inschatting van onze bevoegde diplomatieke post inzake de beschuldigingen van fraude en corruptie aan het adres van de president en zijn entourage?

 

Welke initiatieven zal onze VN-vertegenwoor­diging in de Veiligheidsraad ontplooien om de CICIG haar werk te laten hervatten in Guatemala of eventueel sancties te laten nemen tegen de president en zijn entourage?

 

Minister Didier Reynders: Mevrouw Bellens, de recente ontwikkelingen in Guatemala aangaande de internationale Commissie voor de strijd tegen de straffeloosheid (CIGIC) zijn zonder meer zorgwekkend te noemen en destabiliseren het land. Aanvankelijk steunde president Morales, die in 2015 zelf werd verkozen op basis van anti­corruptie­beloftes, de werkzaamheden van de commissie. De commissie beschikt sedert 2006 over een mandaat om onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar criminele feiten en georganiseerde misdaad binnen het staatsapparaat.

 

Met dat man­daat en in samenwerking met de Guatemalteekse justitie boekte de commissie enkele belangrijke resultaten. Dat veranderde toen de commissie zich richtte op de president en zijn familieleden met een onder­zoek naar illegale financiering van zijn verkiezings­campagne in 2015.

 

In 2017 stelde de commissie de zoon en de broer van de president in verdenking van corruptie en opende samen met de Guatemalteekse justitie een onderzoek. Dat verslechterde aanzienlijk de relatie tussen president Morales en het hoofd van de commissie, de Colombiaanse magistraat Iván Velásquez. In augustus 2017 had president Morales de heer Iván Velásquez persona non grata verklaard, maar dat werd teruggedraaid door het Grondwettelijk Hof. In september 2018 heeft de nationale veiligheidsraad van Guatemala, voorgezeten door president Morales, verklaard dat de heer Velásquez een gevaar vormt voor de openbare orde en veiligheid en heeft hem daarom de toegang tot het grondgebied ontzegd.

 

Sindsdien bond president Morales een persoon­lijke strijd aan met de commissie, met als laatste feit de beslissing op 7 januari 2019 tot terug­trekking van zijn land uit het commissieakkoord met de VN, een mandaat dat normaal nog tot september 2019 liep. President Morales kan hierbij rekenen op de steun van een groot deel van de elite, die traditioneel kon rekenen op straffeloosheid bij onder meer corruptiezaken, maar die zich steeds meer bedreigd voelt.

 

Vanuit onze ambassade in Panama City, die tevens geaccrediteerd is in Guatemala, volgt ons land de situatie van nabij op. Dit gebeurt tevens in de verschillende multilaterale fora waar de situatie in het land aan bod komt, met inbegrip van de VN.

 

Zo kwam België op 12 september 2018 nog tussen­beide over Guatemala op de VN-Mensenrechtenraad in Genève. In overeen­stemming met de bevindingen van de verschillende VN-experts benadrukt ons land de cruciale rol die het middenveld speelt op het vlak van mensenrechten. We riepen Guatemala daarbij op om mensenrechtenverdedigers een betere bescherming te bieden en drukten onze teleurstelling uit over het feit dat de voorzitter van de commissie de toegang tot het grondgebied werd geweigerd.

 

Ook steunde ons land de verklaringen die de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor het Buitenlands beleid, mevrouw Mogherini, op 11 januari 2019 aflegde, waarin ze de recente terugtrekking van de Guatemalteekse regering uit het akkoord met de VN sterk betreurt.

 

In een schrijven van 16 januari 2019 verzekerde mevrouw Sandra Jovel, minister van Buitenlandse Zaken van Guatemala, mij dat het beëindigen van het akkoord met de commissie geen invloed zal hebben op het voortzetten door de Guatemal­teekse overheid van de gerechtszaken waarbij de commissie reeds betrokken was.

 

Op dit ogenblik werd de situatie in Guatemala evenwel nog niet geagendeerd op de VN-Veiligheidsraad. Vooraleer de voorzitter van de Veiligheidsraad de situatie in een bepaald land op de agenda van de Veiligheidsraad kan plaatsen, moet die een bedreiging vormen voor de internationale vrede en veiligheid. Bovendien dient hiertoe voldoende steun te zijn bij de andere leden van de VN-Veiligheidsraad, wat voor Guatemala momenteel wellicht niet het geval is.

 

Wij zullen dit dossier in New York met de nodige aandacht blijven volgen met het oog op mogelijke discussies in de toekomst, maar die discussie is er tot op heden in de Veiligheidsraad nog niet aan bod gekomen.

 

 Rita Bellens (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.

 

Het gaat natuurlijk niet om Guatemala alleen. In Midden- en Zuid-Amerika zijn er verschillende broeihaarden, landen met gemeenschappelijke kenmerken: het dictatoriaal vastklampen aan de macht, corruptie, fraude en drugshandel. Dat is verontrustend voor de ontwikkeling van die landen, maar vooral voor de bevolking.

 

Ik hoor dat u aan het werk bent en hier verder wilt op inzetten. De vraag vanuit onze fractie is om te blijven toekijken op de democratische waarden en basisprincipes die noodzakelijk zijn voor de verdere ontwikkeling van die landen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Ik wil toch nog even meedelen dat er een e-mail is opgedoken van collega Luyckx waarin hij vroeg om zijn twee vragen nrs.  28027 en 28286 uit te stellen. Deze e-mail was tijdig aan ons gericht, maar ik krijg hem nu pas te zien.

 

Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, et de la Défense, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur  "les pressions américaines sur les entreprises impliquées dans le projet du gazoduc Stream 2" (n° 28383)

Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse en Europese Zaken, en van Defensie, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de druk van de Amerikaanse overheid op bedrijven die betrokken zijn bij het project van de Nord Stream 2-gaspijpleiding" (nr. 28383)

 

 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le vice-premier ministre, par l'envoi d'un courrier, la Maison Blanche fait pression sur les entreprises impliquées dans le projet de gazoduc Stream 2. Selon le porte-parole de l’ambassade américaine à Berlin, cette lettre rappelle à toutes les entreprises impliquées dans le secteur des gazoducs d'exportation de l'énergie russe qu'elles s'exposent à des sanctions américaines.

 

Au centre de cette controverse figure le projet en cours de gazoduc Nord Stream 2, qui permet de livrer du gaz russe à l'Allemagne et au reste de l'Europe directement en passant par la mer Baltique et donc, en contournant notamment l'Ukraine, principal point de passage jusqu'ici. Ce gazoduc doit suivre le même parcours qu'une première conduite du même genre baptisée Nord Stream 1, via les eaux territoriales de cinq pays que sont la Russie, la Finlande, la Suède, le Danemark et l'Allemagne. L'enjeu est de doubler la capacité de gaz acheminée.

 

Monsieur le ministre, des entreprises belges sont-elles concernées par ces courriers? Quelle est la réaction de l’UE à ces pressions américaines? Peut-on parler d’ingérence américaine dans les choix économiques et stratégiques de l’approvisionnement en gaz russe? Quels sont les risques réels de sanctions américaines? Ce projet de gazoduc Stream 2 est-il cohérent dans le cadre des sanctions européennes envers la Russie à propos de la crise ukrainienne?

 

 Didier Reynders, ministre: Cher collègue, il n'y a pas d'entreprises belges directement impliquées dans le projet de gazoduc Nord Stream 2, de sorte que la Belgique et ses entreprises ne sont pas directement exposées à de possibles sanctions américaines. Le projet Nord Stream 2 ainsi que les positions américaines font l'objet d'un suivi attentif de la part des institutions européennes et des États membres.

 

Néanmoins, étant donné que, à ce stade, les sanctions américaines dont vous faites mention ne sont que des propositions de loi en gestation et encore sous débat au Congrès américain, l'Union européenne n'a pas réagi formellement à ce propos mais maintient un dialogue constructif avec les différentes instances concernées aux États-Unis sur leur politique de sanctions.

 

En revanche, si des sanctions américaines venaient à se concrétiser, il existe une réelle probabilité que les acteurs économiques européens impliqués dans le projet de gazoduc en subissent les conséquences, ce qui pourrait avoir pour effet d'intensifier les tensions dans les relations transatlantiques.

 

En ce qui concerne votre question sur la cohérence entre le projet Nord Stream 2 et le cadre des sanctions européennes, je vous rappelle que les sanctions européennes envers la Russie à propos de la crise ukrainienne ne s'appliquent qu'à l'exportation de produits et technologies russes relatifs à l'exploration et à la production énergétiques. Les sanctions actuelles n'ont d'impact ni sur l'approvisionnement énergétique, ni sur le projet Nord Stream 2.

 

 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui me satisfait.

 

Celle-ci s'insère dans le dossier sur l'indépen­dance énergétique. On sait que, pour l'ensemble de l'Europe, la Russie est de plus en plus importante en termes d'approvisionnement en gaz et en pétrole. C'est une matière passionnante qui peut donner lieu à de nombreuses discussions

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, je souhaiterais signaler que j'ai trans­formé ma question n° 28515 en question écrite.

 

Ensuite, comme le problème des djihadistes a déjà été évoqué en séance plénière la semaine dernière, mes collègues Waterschoot et Dallemagne proposent que nos questions à ce sujet reçoivent également une réponse écrite – si cela vous agrée, monsieur le ministre.

 

Le président: Monsieurle ministre, puis-je encore autoriser un membre à poser une dernière question? De la sorte, les collègues sauront qu'ils ne doivent pas attendre.

 

 Gwenaëlle Grovonius (PS): Monsieur le prési­dent, je souhaite aussi transformer mes ques­tions n°s 28524 et 28607 en questions écrites.

 

Le président: Oui, mais alors l'accord de Mme Bellens est nécessaire, comme ce sont des questions jointes.

 

 Gwenaëlle Grovonius (PS): Monsieur le président, Mme Van Hoof m'a demandé de trans­former nos questions jointes en questions écrites.

 

Le président: Est-ce également le cas pour la question n° 28733 de Mme Rita Bellens, jointe à la vôtre? (Assentiment)

 

Les questions n° 28732 et n° 28734 de cette dernière sont aussi transformées en questions écrites.

 

Monsieur le ministre, je suis trop heureux de ne pas vous soumettre à la torture des questions parlementaires!

 

Samengevoegde vragen van

- de heer Vincent Van Peteghem aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse en Europese Zaken, en van Defensie, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de gezamenlijke militaire oefening van Venezuela en Rusland" (nr. 28405)

- mevrouw Rita Bellens aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse en Europese Zaken, en van Defensie, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de situatie in Venezuela" (nr. 28474)

- de heer Michel Corthouts aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse en Europese Zaken, en van Defensie, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de situatie in Venezuela" (nr. 28561)

- de heer Vincent  Peteghem aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse en Europese Zaken, en van Defensie, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de situatie in Venezuela" (nr. 28979)

Questions jointes de

- M. Vincent Van Peteghem au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, et de la Défense, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "l'exercice militaire conjoint entre le Venezuela et la Russie" (n° 28405)

- Mme Rita Bellens au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, et de la Défense, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la situation au Venezuela" (n° 28474)

- M. Michel Corthouts au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, et de la Défense, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la situation au Venezuela" (n° 28561)

- M. Vincent Van Peteghem au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, et de la Défense, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la situation au Venezuela" (n° 28979)

 

 Vincent Van Peteghem (CD&V): De situatie in Venezuela wordt steeds grimmiger en escaleert. De situatie komt niet enkel op politiek vlak onder toenemende druk te staan, ook op humanitair vlak verslechtert de situatie zienderogen. De Venezolanen zijn op de vlucht en de bevolking heeft nood aan medicijnen en voedsel, maar de hulp wordt aan de grens tegengehouden.

 

Kan u een inschatting geven van de situatie ter plaatse? Wat is het standpunt van de regering ten aanzien van de zelfuitroeping tot president van parlementsvoorzitter Guaidó? Welk standpunt heeft België ingenomen binnen de VN-Veiligheidsraad.

 

 Rita Bellens (N-VA): U heeft ongetwijfeld de inleiding op de vraag gelezen, deze zal ik dus niet opnieuw geven. Enkele van mijn vragen lopen gelijk met die van collega Van Peteghem.

 

Wat is het standpunt van de regering met betrekking tot het zelfuitgeroepen presidentschap van Guaidó? Hoe strookt dit met de verklaring van mevrouw Mogherini, Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie?

 

Ook de vraag naar het standpunt in de VN-Veiligheids­raad en de inschatting van de Belgische diplomatieke post ter plaatse komt overeen met de vraag van collega Van Peteghem. Zal deze kwestie geagendeerd worden in de Veiligheidsraad? Welk standpunt zal België daar dan innemen?

 

 Michel Corthouts (PS): Monsieur le vice-premier ministre, je vais faire l'impasse sur l'exposé de la situation que tout le monde connaît et que vous avez sans doute sous les yeux.

 

J'en arrive donc directement aux questions que je souhaite vous poser.

 

Quelles sont les dernières informations dont vous disposez sur la situation au Venezuela? Alors que le président Maduro a rejeté l'ultimatum posé par plusieurs pays européens lui demandant de convoquer des élections et que de nouvelles manifestations sont prévues ces prochains jours, des réunions sont-elles prévues entre ministres européens des Affaires étrangères? Notre pays a-t-il été amené à prendre une position dans ce cadre au sein du Conseil de sécurité des Nations Unies? Pouvez-vous notamment me faire un débriefing sur la réunion tenue hier?

 

Selon plusieurs sources, il semblerait que le président par intérim Guaidó envoie des ambas­sadeurs dans les principaux pays européens. La Belgique est-elle concernée? Dans l'affirmative, quelle sera l'attitude du gouvernement face à cette double représentation? Si mes informations sont exactes, l'ambassadeur du régime de Maduro est toujours en poste.

 

Minister Didier Reynders: De situatie in Venezuela is bijzonder onrustwekkend. Het land verkeert in een zware humanitaire crisis waar­onder de bevolking steeds zwaarder te leiden heeft. Zoals blijkt uit de gebeurtenissen van de voorbije dagen, nemen de spanningen in het land en aan de grens zienderogen toe. Ondanks de grote noden van de bevolking weigeren de Venezolaanse autoriteiten immers om humanitaire hulpgoederen het land binnen te laten.

 

Als reactie op de meest recente gebeurtenissen riep de Europese Unie op om de hulpgoederen binnen te laten en af te zien van geweld tegen de bevolking. De Europese Unie herhaalde ook haar oproep om een politieke uitweg te zoeken uit de crisis door de organisatie van vrije en eerlijke verkiezingen. Er bestaat binnen de EU dus een stevige consensus over de aanpak van de crisis en België staat hier volledig achter.

 

Pour la plupart des pays de la région et d'Europe, y compris la Belgique, le président démocratique­ment élu du Parlement national du Venezuela, Juan Guaidó, est la personne désignée pour concrétiser la transition démocratique dans le pays grâce à l'organisation rapide d'élections. L'objectif ultime doit être de parvenir à une réconciliation au sein de la société vénézuélienne et à une reconstruction économique durable. Notre pays soutient la mise en place, à l'initiative de l'Union européenne, d'un groupe de contact international qui contribuerait à la création de conditions propices à une transition démocratique pacifique.

 

Al deze elementen worden ook door België naar voren gebracht in de VN-Veiligheidsraad in New York, waar de situatie in Venezuela al verschil­lende keren werd besproken, zoals gisteren nog.

 

Lors de ce débat à New York, la Belgique a notam­ment mis l'accent sur trois aspects: un appel à la retenue et à la désescalade, l'impor­tance d'un accès humanitaire complet et conforme aux principes humanitaires et la nécessité de lancer sans délai un processus politique pacifique qui ouvre la voie à des élections libres et transparentes permettant à la population de s'exprimer librement et menant à la réconciliation au Venezuela.

 

Ondertussen wordt in New York ook onderhandeld over een resolutie van de Veiligheidsraad. België neemt actief en in nauw overleg met de Europese bondgenoten deel aan die onderhandeling en benadrukt hierbij de eerder vermelde invals­hoeken.

 

Voor het aannemen van een resolutie moet er echter eensgezindheid zijn in de Veiligheidsraad. Gezien de positie van Rusland en China die de situatie in Venezuela als een interne aangelegen­heid aanzien, is het echter onwaarschijnlijk dat de VN-VR over deze resolutie tot een akkoord zal kunnen komen. Wat Rusland betreft, zien wij trouwens al enkele jaren een groeiende aanwezigheid in de regio, meestal inspelend op politieke of economische crises en steun verlenend aan regeringen die op minder goede voet staan met de Verenigde Staten. Militaire samenwerking en de verkoop van wapens zijn belangrijke hefbomen waarmee Rusland zijn invloed tracht te laten gelden. Sommigen zien de Russische aanwezigheid in Latijns-Amerika ook als onderdeel van een bredere politiek om zijn internationaal isolement ten gevolge van de annexatie van de Krim te doorbreken.

 

Hoe dan ook zal België de situatie in Venezuela nauwgezet blijven volgen en er samen met onze partners in de EU en de VN-VR over waken dat de situatie in het land hoog op de internationale agenda blijft staan en dat onze doelstelling, met name een vreedzame democratische transitie ten behoeve van de Venezolaanse bevolking, verder wordt nagestreefd.

 

J'ai eu l'occasion d'aborder longuement la crise au Venezuela lors de ma visite à Washington, tant au Pentagone qu'à la Maison Blanche ou au Département d'État, à la fin de la semaine dernière. La tension est particulièrement forte aux frontières du Venezuela, vous l'aurez remarqué. Nous tentons de maintenir une ligne commune des États de l'Union européenne et certainement des cinq membres de l'Union européenne qui siègent pour l'instant au Conseil de sécurité, c'est-à-dire les deux permanents, la France et la Grande-Bretagne, et les trois non-permanents, la Pologne, la Belgique et l'Allemagne. Nous allons continuer à suivre la situation de très près. 

 

Het is een zeer zware humanitaire crisis, niet alleen binnen het land maar ook erbuiten, met waarschijnlijk meer dan 3,5 miljoen vluchtelingen in de buurlanden.

 

De voorzitter: Wil nog iemand repliceren? (Nee)

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Ik noteer nog dat de vragen nrs. 28733, 28732 en 28734 van mevrouw Bellens worden omgezet in schriftelijke vragen. Daarmee is onze agenda volledig afgewerkt.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.33 uur.

La réunion publique de commission est levée à 16 h 33.