Commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt

Commission de l'Intérieur, des Affaires générales et de la Fonction publique

 

van

 

Dinsdag 12 maart 2019

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 12 mars 2019

 

Après-midi

 

______

 

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.07 uur en voorgezeten door de heer Brecht Vermeulen.

La réunion publique de commission est ouverte à 14 h 07 et présidée par M. Brecht Vermeulen.

 

01 De problematiek van de uitreiking van humanitaire visa - hoorzitting met:

- de heer Fehmi Tony Vergili, voorzitter van de European Syriac Union;

- de heer Konstantin Al Chammas, woordvoerder van de Syrische gemeenschap in Aalst;

- de heer Karim Van Overmeire, schepen van de stad Aalst;

- mevrouw Sally Cnudde en de heren Sjaak van Leijenhorst, Jelle Rijkeboer en Everhard van Dalen, respectievelijk voorzitster, directeur en medewerkers van de vzw Gave Veste.

01 La problématique de la délivrance des visas humanitaires - audition de:

- M. Fehmi Tony Vergili, président du European Syriac Union;

- M. Konstantin Al Chammas, porte-parole de la Communauté syrienne d'Alost;

- M. Karim Van Overmeire, échevin de la ville d'Alost;

- Mme Sally Cnudde et MM. Sjaak van Leijenhorst, Jelle Rijkeboer et Everhard van Dalen, respectivement présidente, directeur et collaborateurs de l'ASBL Gave Veste.

 

De voorzitter: Collega's, ik stel voor dat we met onze commissievergadering starten. Ik breng in herinnering dat vandaag om 16.30 u ook de bespreking van een wetsvoorstel geagendeerd staat, waarbij de bevoegde minister aanwezig zal zijn.

 

Wij zetten deze middag de hoorzittingen voort in het kader van de problematiek van de uitreiking van humanitaire visa. De volgende sprekers brengen vandaag een toelichting: de heer Konstantin Al Chammas, woordvoerder van de Syrische gemeenschap in Aalst, de heer Karim Van Overmeire, schepen van de stad Aalst en Vlaams parlementslid, mevrouw Sally Cnudde en de heren Sjaak Van Leijenhorst, Jelle Rijkeboer en Everhard van Dalen, respectievelijk voorzitster, directeur en medewerkers van de vzw Gave Veste.

 

De heer Van Overmeire heeft mij uitdrukkelijk gevraagd om als eerste spreker aan het woord te mogen komen, samen met de heer Al Chammas. Eerst zal de heer Van Overmeire zijn toelichting geven, waarna er vragen aan hem kunnen worden gesteld, waarop hij zal antwoorden, zodat hij na de antwoorden onze vergadering kan verlaten. Daarna zullen de andere sprekers aan het woord komen.

 

Ondertussen is ook de heer Fehmi Tony Vergili, voorzitter van de European Syriac Union, toegekomen.

 

Ik geef het woord aan de heer Van Overmeire.

 

01.01  Karim Van Overmeire: Mijnheer de voorzitter, geachte leden van de commissie, dames en heren, mijn parlementaire carrière is 28 jaar geleden in de Kamer begonnen. Helemaal op het einde – u weet dat ik geen kandidaat meer ben in mei – kom ik hier terug. De cirkel is dus rond op een bepaalde manier.

 

Ik moet toegeven, mijnheer de voorzitter, dat het een ietwat aparte ervaring is om naar een hoorzitting te komen, niet als parlementslid, maar als gastspreker.

 

Ik heb gedurende die 28 jaar heel wat hoorzittingen meegemaakt. Ik weet dat die hoorzittingen een belangrijke bron van informatie zijn voor de parlementsleden. Toen ik hier werd uitgenodigd, ben ik dan ook vanzelfsprekend ingegaan op die uitnodiging om hier toelichting te geven over de vraag welke rol de heer Al Chammas – naast mij – en ikzelf wel en niet hebben gespeeld in het kader van de humanitaire visa.

 

Ik wil u daarbij graag correct en zo volledig mogelijk informeren. Ik heb dan ook de voorbije dagen de moeite gedaan om een aantal data en cijfers na te kijken. De tekst van mijn uiteenzetting, mijnheer de voorzitter, geachte leden, is ter beschikking van de leden. Vanzelfsprekend ben ik ook graag bereid om eventuele vragen te beantwoorden.

 

Dames en heren, de eerste ontmoeting die ik had met een delegatie van de christelijke Syrische gemeenschap in Aalst dateert van 23 januari 2016. Dat gebeurde in mijn hoedanigheid van schepen van de stad Aalst, onder meer bevoegd voor vreemdelingenzaken en integratie.

 

Die ontmoeting vond plaats omdat de leden van deze gemeenschap op zoek waren naar een geschikte locatie voor hun misvieringen. Ik heb zes weken later, op 7 maart 2016, een tweede vergadering belegd waarbij ik die mensen in contact heb gebracht met de deken en een pastoor. Uit die contacten is een overeenkomst gegroeid waarbij de Syrische gemeenschap voor hun erediensten gebruik kon maken van een katholieke kerk op Aalsters grondgebied, met name de Heilig Hartkerk. Voor de voetballiefhebbers onder u, mijnheer de voorzitter, dat is de kerk vlakbij het stadion van Eendracht Aalst.

 

De Syrische christenen zijn niet de enigen die op die manier geholpen zijn. Er is in Aalst bijvoorbeeld ook een kerk die ter beschikking gesteld is van de Roemeens-orthodoxe gemeenschap, met wie ik recent nog rond de tafel heb gezeten om te bekijken hoe de restauratie van die kerk kan worden aangepakt. Dit is wat buiten de kwestie, maar ik meen dat dit een goede manier is om kerken te herbestemmen of mede te bestemmen.

 

In de marge van die gesprekken werd mij vanuit de Syrische gemeenschap de vraag gesteld naar de werkwijze van de humanitaire visa, waarover op dat moment ook in de media werd bericht. Ik heb toen gezegd dat ik mij daarover zou informeren.

 

Ik heb een tijd later, op 14 april 2016, in de marge van een bijeenkomst, de toenmalige staatssecretaris Theo Francken daarover aangesproken. Omdat het in de omstandigheden van die avond niet het juiste moment was – de tijd ontbrak en er waren veel mensen aanwezig – heeft de staatssecretaris voorgesteld dat ik daarover contact zou opnemen met zijn kabinet.

 

Ik heb kort daarna een bezoek gebracht aan het kabinet van de staatssecretaris, dat zich op dat moment nog op de hoek van de Hertogstraat en dus op wandelafstand van het Vlaams Parlement bevond. Ik ben daar ontvangen door een medewerker, die mij de procedure van een D-visum in het kader van artikel 9 van de Vreemdelingenwet heeft uitgelegd.

 

Het kwam erop neer dat – u weet dit echter al uit de vorige hoorzittingen – eventuele kandidaten na een screening een uitnodiging zouden krijgen, om vervolgens vanuit Syrië de grens naar Libanon over te steken en via de Belgische ambassade in Beiroet de kans te krijgen naar België te reizen, waar zij binnen het jaar asiel konden aanvragen. Die asielaanvragen worden dan zoals alle andere asielaanvragen behandeld.

 

Tijdens het gesprek werd mij ook duidelijk gemaakt dat deze procedure specifiek bedoeld was voor kwetsbare personen.

 

Ik heb vervolgens in Aalst een aantal vergaderingen met verschillende mensen van de Syrische gemeenschap belegd, waarbij ik hun de procedure heb toegelicht. Door verschillende mensen van de Syrische kerkgemeenschap zijn daarbij na onderlinge deliberatie, waarop ik niet aanwezig was, omdat ik er geen meerwaarde kon bieden, een aantal namen naar voren geschoven.

 

Uit de lijsten en uit persoonlijk contact dat ik achteraf met een aantal betrokkenen had, blijkt dat het in hoofdzaak om oudere mensen en om gezinnen met jonge kinderen afkomstig uit de regio Hasaka-Kamishli gaat. Het betreft een gebied ten noordoosten van Syrië, waar de mensen ingeklemd zaten tussen, enerzijds, de gesloten Turkse grens en, anderzijds, de oprukkende milities van IS, die trouwens een deel van dat gebied hebben veroverd, er een aantal mensen hebben vermoord en duizenden mensen op de vlucht hebben gedreven.

 

Ik heb natuurlijk noch in mijn hoedanigheid van schepen noch in mijn hoedanigheid van Vlaams Parlementslid niet de mogelijkheid om mij ter plaatse van de situatie te vergewissen. Ik heb echter op iphones filmpjes van bombardementen gezien. Ik heb littekens gezien van mensen die door granaatscherven werden gewond. Ik heb foto's gezien van mensen die zijn omgekomen en van verwoeste gebouwen. Wij spreken daarbij over de situatie in 2015-2016.

 

Het ging dus om mensen die uit Syrië zelf kwamen, niet zomaar uit Syrië maar uit een ingesloten frontlijngebied. Het ging voornamelijk om oudere mensen en om gezinnen met jonge kinderen.

 

Collega's, ik heb in een verslag van een vorige hoorzitting gelezen dat de Syrische christenen volgens sommigen een op materieel vlak bevoorrechte groep in Syrië zouden vormen. Die rijkere families zullen ongetwijfeld wel bestaan. De mensen die ik heb ontmoet, zijn evenwel mensen die in sobere en soms precaire omstandigheden leven.

 

Ik had en heb nog altijd alle redenen om aan te nemen dat het inderdaad om kwetsbare mensen ging.

 

Hoe is het dan verder verlopen? Om te verhinderen dat er bij wijze van spreken elke dag iemand bij mij langskwam met een of twee namen, om dubbele aanvragen te vermijden, om erop toe te zien dat de juiste documenten werden aangeleverd, om de taalbarrière die er natuurlijk was te overstijgen, is er in consensus beslist om de heer Konstantin Al Chammas als coördinator aan te duiden.

 

Zodra een aantal dossiers was samengesteld en op hun volledigheid was gecheckt, zijn ze naar het kabinet-Francken verzonden. Over de hele periode gaat het in totaal over 100 tot 103 mensen, afhankelijk van de vraag of u een pasgeboren baby meetelt met de moeder dan wel als een aparte persoon telt.

 

Het bezorgen van de namen en het afhandelen van de dossiers is niet in één keer gebeurd, niet met één enkele lijst, maar in verschillende fases van november 2016 tot maart 2018. Het grootste aantal aanvragen situeerde zich in de beginperiode. Dat aantal is dan vrij snel en voortdurend verminderd.

 

Op de aldus ingediende dossiers zijn een aantal correcties moeten gebeuren. Ik herinner mij het geval van een dame die ondertussen bevallen was en waar voor het kind ook een dossier moest worden samengesteld. Ik herinner mij het geval van iemand die ondertussen overleden was. Ik herinner mij ook een situatie waarbij iemand ondertussen gehuwd was en zijn echtgenote mee wou laten overkomen.

 

Over het verder verloop kan ik u niet informeren omdat ik daarbij op geen enkele manier betrokken was. Als ik goed ben ingelicht, hebben die mensen de reis volledig op eigen kracht gemaakt. Er is dus bij mijn weten niemand vanuit Aalst naar Beiroet gegaan om daar als tussenpersoon op te treden.

 

Uiteindelijk zijn er van de 100 tot 103 mensen 89 naar België gekomen. Dat getal heb ik enkele dagen geleden vernomen, bij de voorbereiding van deze hoorzitting. Elf tot 14 mensen zijn niet uit het gebied weggeraakt. Iemand is ondertussen door de militie gevangen genomen. Sommigen hebben een andere weg gevonden om het gebied te verlaten. Ook een aantal mensen heeft omwille van allerlei omstandigheden beslist om ter plaatse te blijven.

 

Hoewel ik het verdere verloop van de 103 dossiers niet heb opgevolgd, heb ik natuurlijk ondertussen wel contact gehad met de Syrische mensen die in Aalst verbleven. Zo is op 8 februari 2017 de heer Al Chammas op mijn kabinet in Aalst langsgekomen met monseigneur George Kourieh, de bisschop voor de Syrische orthodoxe kerk voor België, Frankrijk en Luxemburg, waarbij de bisschop mij bedankte voor de in mijn ogen bescheiden bijdrage.

 

Voor mij waren de aanwezigheid en de dankwoorden van de bisschop toch een aanwijzing dat de operatie steun genoot binnen de gemeenschap en dat de betrokkenen bonafide gehandeld hebben. Meer dan een jaar later ben ik door de heer Al Chammas uitgenodigd om op 10 april 2018 aanwezig te zijn op een misviering, gevolgd door een maaltijd, die doorging in Aalst en waarbij opnieuw diezelfde bisschop en een aantal andere priesters van de Syrisch-orthodoxe kerk aanwezig waren, samen met enkele tientallen mensen uit die honderd dossiers, die ik dan eigenlijk voor de eerste keer gezien heb. Het is bij die gelegenheid dat ik ook voor de eerste en enige keer de heer Melikan Kucam heb ontmoet, met wie ik enkele woorden heb gewisseld. Dit is het enige contact dat ik met de heer Kucam ooit gehad heb.

 

Mijnheer de voorzitter, geachte leden, veel meer kan ik u eigenlijk niet vertellen, maar misschien nog drie opmerkingen of verduidelijkingen tot slot. Wanneer ik spreek over de christelijke Syrische gemeenschap van Aalst, dan gaat het niet enkel om mensen die in 9300 Aalst gedomicilieerd zijn. Een aantal mensen woont ook in buurgemeenten of zelfs wat verder weg, maar het zijn wel allemaal mensen die aangesloten zijn bij de kerkgemeenschap die haar misvieringen houdt in de Heilig Hartkerk, waaraan ik daarnet heb gerefereerd.

 

Tweede opmerking en toch wel belangrijk: ik vind het absoluut niet correct om over een soort partijfilière te spreken. Natuurlijk is de heer Theo Francken N-VA'er en ben ik dat ook, maar indien de Syrische christenen in een andere stad hadden gewoond, hadden zij zich tot een schepen van een andere signatuur gewend. Als parlementslid, en ik neem van u hetzelfde aan, kom ik toch geregeld in contact met kabinetten en ministers met een heel andere partijkaart. Ik denk dat het tot het normale politieke werk behoort, dat men over de partijgrenzen heen samenwerkt in bepaalde dossiers. Als die minister dan van dezelfde partij is, dan is dat maar zo. Het is ook niet zo dat die Syrische christenen nu ineens allemaal N-VA'ers zijn geworden. Bij de gemeenteraadsverkiezingen heb ik bij sommigen affiches van Groen en sp.a zien hangen. Er was zelfs sprake van iemand die kandidaat zou zijn op een andere lijst, maar dat is uiteindelijk niet doorgegaan. Om maar te zeggen dat het aantrekkelijk is om te zeggen dat het N-VA'ers zijn onder elkaar, maar dat dit helemaal niet strookt met de waarheid.

 

Tot slot, en ik neem aan dat dit overbodig is, nog dit voor de volledigheid en voor alle duidelijkheid. Ikzelf noch één van mijn medewerkers hebben in dit dossier ooit één euro gevraagd of gekregen. Ik heb ook nooit verhalen gehoord over bedragen die onrechtmatig zouden gevraagd zijn of over financiële malversaties.

 

Mijnheer de voorzitter, geachte commissieleden, dames en heren, ik hoop u op die manier wat helderheid te hebben kunnen verschaffen over de gevolgde werkwijze en de rol die de heer Al Chammas en ikzelf in Aalst hebben gespeeld. Ik dank u voor uw aandacht.

 

De voorzitter: Dank u, mijnheer Van Overmeire. Ik geef het woord aan de heer Al Chammas.

 

01.02  Konstantin Al Chammas: Mijnheer de voorzitter, geachte leden van de commissie, dames en heren, mijn Nederlands is niet erg goed maar ik zal proberen de situatie duidelijk te maken. Ik dank u voor de uitnodiging om hier iets te komen zeggen over de humanitaire actie. Ik zal ook iets zeggen over de geschiedenis van de christenen in het Midden-Oosten, vooral in ons gebied van Mesopotamië.

 

Sinds 1915 krijgen wij om de twintig of vijftig jaar een oorlog. Nu was het Islamitische Staat, vroeger ging het om het Ottomaanse Rijk. (…) genocide (… ) (?)

 

Zes of zeven jaar geleden hebben wij een tweede genocide gekregen door IS in het Midden-Oosten, in Syrië en Irak. Miljoenen mensen uit Irak en Syrië zijn op de vlucht voor de barbaarse daden van Islamitische Staat. Egyptische christenen zijn onthoofd in Libië. Er was geen lichtpunt in het Midden-Oosten tegen de dreiging van de moslimfundamentalisten en dan vooral in de provincie Al-Hasakah, in Al Qamishli en Ra's al-'Ayn en Syrische dorpen aan de rivier Khabur.

 

De mensen die hebben geprobeerd te vluchten via de Turkse grens werden ter plaatse vermoord. Wie werd gered via de grens met Turkije werd gevonden aan de zee tussen Turkije en Griekenland, maar zonder organen. Waarschijnlijk werden hun organen doorverkocht aan smokkelaars. De steden zijn omsingeld door IS en het is voor deze mensen niet mogelijk om te vluchten naar het buitenland, naar Libanon of Jordanië. Libanon en Jordanië liggen ver van onze provincie, meer dan 1 400 kilometer.

 

De enige oplossing voor de christenen in de provincie Al-Hasakah was te vluchten naar het buitenland. Naar Turkije was dat niet mogelijk. De enige oplossing was een humanitair visum via de heer Theo Francken. Op 22 april 2013 werden twee bisschoppen uit Aleppo door terroristen ontvoerd.

 

Het ging om bisschop Yohanna Ibrahim van de Syrisch-orthodoxe kerk in Aleppo en om bisschop Paul Yazigi van de Grieks-orthodoxe kerk. Beide bisschoppen werden ontvoerd op de terugweg van de grensovergang Bab Al-Hawa aan de Turkse grens naar Aleppo. De chauffeur van de heer Yohanna Ibrahim werd ter plekke vermoord door terroristen. Tot op heden ontbreekt verder elk spoor. Beide Syrische kerken tasten in het duister met betrekking tot deze ontvoering. Er is tot op heden helemaal geen nieuws met betrekking tot deze twee bisschoppen, die het hoofd en het symbool zijn van de christenen in Syrië. Tot op vandaag weet niemand waar die mensen zijn en of zij vermoord werden of nog in leven zijn. Dat blijft een vraagteken.

 

De ochtend van 23 september 2015 executeerde IS drie Assyrische christenen in Syrië. Op die datum vierden de moslims het Offerfeest. De drie Assyriërs droegen oranje kleren en zaten geknield. Zij werden gedood door geweerschoten in het achterhoofd. Zij werden later geïdentificeerd als de arts Abdulmasih Enwiya, Ashur Abraham en Basam Michael uit een van Assyrische dorpen in Al-Hasakah.

 

De drie Assyriërs maakten deel uit van een groep van 253 Assyriërs die werden ontvoerd door IS op 23 februari 2015. Toen werden 35 Assyrische dorpen aan de rivier Nahr Al-Khabur in de provincie Al-Hasakah ingenomen. Ongeveer 15 000 mensen zijn gevlucht na de kidnapping van de christenen door IS, naar Kamishli of elders.

 

Sommige mensen hadden gif in hun huizen staan om in te nemen wanneer IS hun huis zou binnenvallen en zij nergens heen konden. Zij wilden de erge dingen die IS met de christenen deed, niet meemaken. Oudere mensen bleven ter plaatse, omdat hun kinderen gevlucht waren, vermoord waren of ontvoerd waren. Heel zieke mensen bleven ook daar.

 

Onze kerk in Aalst heeft veel contact gehad, en de mensen in Syrië hebben ook zelf contact gezocht met ons, met Assyriërs in Duitsland, Zweden en België. Wij hebben steeds gezocht naar een oplossing.

 

De gemeenschap van onze kerk in Aalst heeft vijf mensen geselecteerd om mensen uit Syrië te helpen. Later werd ik gekozen als coördinator van de Syrische gemeenschap in Aalst. Wij hebben alle paspoorten verzameld en doorgegeven aan Karim Van Overmeire, schepen van de stad Aalst.

 

Ik heb niet zo veel opgeschreven, want de heer Van Overmeire heeft de situatie al helemaal uitgelegd. Onze mensen zeggen echter dat IS nog altijd aanwezig is: zij hebben misschien hun baard afgeschoren, maar zij zijn er nog altijd en wachten het moment af om weer te beginnen moorden. Er waren in Syrië vroeger ruim twee miljoen christenen, nu zijn er misschien nog 2 à 300 000 over. Ook zij zijn allemaal klaar om Syrië te ontvluchten. Ik hoop dat in de toekomst alle partijen stoppen met ruziën over de Syrische christenen. Laat die mensen met rust, want zij zijn gevlucht om een nieuw leven aan hun familie te kunnen geven. Mijn familie is bijvoorbeeld verspreid over 15 landen: een deel in Nederland en Duitsland, anderen in Zweden en Australië.

 

Ik herhaal dat de beste oplossing voor ons werd gevonden door de heer Theo Francken. In de voorbije 100 jaar heeft niemand ooit aan de christenen gedacht om ze hulp te geven. De heer Francken was de enige persoon die aan ons heeft gedacht en alles voor ons heeft gedaan. Ik heb zelf geen ervaring met dit soort zaken, maar ik was voor de eerste keer uitgenodigd om mijn mensen te helpen. Ik heb mijn best gedaan voor alle families. Alle mensen die in Aalst en Brussel zijn terechtgekomen, zijn België dankbaar, vooral de heer Theo Francken.

 

De voorzitter: Zoals afgesproken, zullen wij nu eerst de vragen stellen gericht aan de heren Van Overmeire en Al Chammas.

 

01.03  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, niemand in deze ruimte betwist het belang van humanitaire visa. Wat wel problematisch is, is het systeem-Francken waarbij visa werden uitgedeeld zonder dat daar ook maar iemand, zelfs binnen de regering, controle over had en dat er werd gewerkt met niet-officiële tussenpersonen, waar ook niemand controle over had.

 

Er werd dus een bijzonder fraudegevoelig systeem op poten gezet, wat uiteindelijk tot regelrechte fraude, corruptie en zelfverrijking heeft geleid. Daarover gaat het.

 

Mijnheer Al Chammas, u hebt op het einde van uw betoog Theo Francken bedankt en volgens u zou die redding zonder hem nooit gebeurd zijn. Een lid van de regering is echter geen wilde weldoener die aan bepaalde geprefereerde tussenpersonen privileges geeft en rechtstreeks, zonder officiële controle en met een zeer snelle administratieve procedure, officiële documenten kan afgeven. Zo werkt het niet in ons land. Zo hoort dat ook niet te werken in ons land. Zowel uzelf als de heer Van Overmeire hebben gezegd dat het de enige oplossing was.

 

Er is mij echter iets opgevallen in wat u hebt gezegd, mijnheer Van Overmeire. U zei dat meer dan 100 mensen uit de regio Kamishli kwamen. Wij hebben enkele weken geleden een document gekregen van de VN-Vluchtelingenorganisatie. In dat document staat dat de VN al sinds 2015, voor de reddingsoperaties via u als tussenpersoon, 6 kantoren heeft in Syrië, onder meer in Kamishli, in de regio waar die mensen vandaan komen.

 

U hebt beiden gezegd dat het de enige oplossing was, maar de VN, een erkende organisatie, waren daar dus al jaren actief. Bovendien heeft de VN-Vluchtelingenorganisatie gezegd dat zij expertise heeft, niet alleen in het begeleiden van landen die humanitaire visa willen uitreiken, maar ook in het opzetten van corridors en, met andere woorden, in het wegleiden van mensen vanuit een conflictzone naar een veilig gebied. De VN-Vluchtelingenorganisatie had daar zelf ook al expertise in en was daar ter plaatse. Wij hebben trouwens geen enkele uitleg gekregen over de procedure, maar de VN-Vluchtelingenorganisatie was al aanwezig op de plaatsen waar met uw hulp mensen zijn weggehaald.

 

Ik meen dat het een fout was van Theo Francken om blindelings twee contactpersonen te vertrouwen. Ik heb het over Melikan Kucam, maar ook over het kanaal via de heer Al Chammas en de heer Van Overmeire. Het is een bewuste keuze geweest om een belangrijk facet van het asielbeleid, met name de humanitaire visa, uit te besteden aan tussenpersonen, die toevallig beiden een N-VA-partijlidkaart hebben.

 

Het is mij iets te veel toeval. Als wij de lijst bekijken van tussenorganisaties en tussenpersonen met wie Theo Francken heeft samengewerkt, dan zien wij enkel u, samen met Melican Kucam, als individuele tussenpersoon, zonder controle, zonder protocolovereenkomst, zonder dat dit bekend was in de regering. Toevallig zijn die twee kanalen, twee individuele tussenpersonen met een N-VA-partijlidkaart. Dat is mij iets te toevallig.

 

Mijnheer Van Overmeire, u verklaart bovendien dat u vanuit uw hoedanigheid als schepen contact hebt gehad met het kabinet. Ik wil erop wijzen dat u de enige schepen bent die in dezen als tussenpersoon heeft gefungeerd. Dat is mij allemaal iets te toevallig.

 

De analyse is volgens mij zeer helder en zeer duidelijk. Mensen met een partijlidkaart hadden een toegangsticket tot het kabinet van Theo Francken en werden door hem blindelings vertrouwd. De gevolgen kennen wij tot vandaag.

 

Mijnheer Van Overmeire, ik heb nog de volgende vragen voor u. Wij hebben geen informatie gekregen over het verloop van de selectie. U zegt dat er lijsten opgesteld werden door de Syrische gemeenschap in Aalst, maar op die vergaderingen was u zelf niet aanwezig. Hebt u zelf ooit een controle uitgevoerd op de personen op die lijst? Hebt u een en ander proberen na te gaan? Hebt u de mate van kwetsbaarheid proberen te checken? Binnen de veronderstelling dat alle betrokkenen kwetsbare mensen zijn, hoe kwam men tot de selectie van honderd mensen in totaal? Er zijn immers veel kwetsbare mensen in Syrië, waaronder ook veel kwetsbare Syrische christenen. Op basis waarvan worden die honderd mensen, de honderd gelukkigen, eruit gelicht en op die lijst gezet? Dat is een belangrijke vraag, die u niet hebt beantwoord.

 

Mijnheer Al Chammas, u hebt die vraag evenmin beantwoord. Nochtans was u wel de contactpersoon, aangezien een en ander verder aan u werd uitbesteed. Kunt u verklaren hoe de selectie van de honderd mensen op die lijsten tot stand gekomen is in die twee jaar? Wie besliste erover wie er op dat lijstje kwam? Werden er daarbij organisaties of expertise – de VN was aanwezig in dat gebied – betrokken? Met welke lokale tussenpersonen werd er gewerkt in Syrië zelf, op wie werd er daar een beroep gedaan, wie waren aldaar de contactpersonen? In welke mate was religie werkelijk de onderscheidende factor, het onderscheidende criterium?

 

Mijnheer Van Overmeire en mijnheer Al Chammas, ik heb ook vragen aan u beiden over de steun vanuit het kabinet.

 

Hebt u ooit kritische vragen gekregen vanuit het kabinet? Hebt u bijvoorbeeld een vraag tot controle gekregen, wie daarop kwam, manier van selectie, kwetsbaarheid?

 

Via welke kabinetsmedewerker is dat in uw geval verlopen?

 

Mijnheer Al Chammas, u hebt daarnet gezegd dat u op een bepaald moment paspoorten hebt doorgegeven aan Karim Van Overmeire. Dat is mij niet zo duidelijk. Kunt u straks verduidelijken waarover dat precies ging?

 

Als ik het goed begrepen heb, zijn die personen op eigen houtje in Libanon of Turkije geraakt. Zij hebben zichzelf gered uit Syrië en zijn tot in Libanon of Turkije geraakt, waar ze door het consulaat werden opgevangen en met papieren over de grens zijn geraakt en zo is de hele procedure begonnen.

 

Hebt u geruchten gehoord over fraude in andere filières, in andere collectieve reddingsoperaties of procedures?

 

Mijnheer Van Overmeire, u hebt gezegd dat u zelf nooit in Libanon of Turkije bent geweest voor de betreffende procedure. Mijneer Al Chammas, bent u naar Libanon of Turkije geweest om daar mee te helpen bij die procedure?

 

Hoe werden de personen die op uw lijsten staan, aan het consulaat in Beiroet bezorgd? Op welke manier bent u beiden al dan niet geïntroduceerd in het consulaat in Beiroet?

 

Is er op de een of andere manier een protocolovereenkomst opgesteld met het kabinet voor uw procedure? Zijn daar afspraken op papier gezet?

 

Ten slotte, heeft het kabinet desgevallend beslist om aan personen op de lijsten die aan het kabinet werden bezorgd, geen visum te verlenen?

 

01.04  Monica De Coninck (sp.a): Ik wil de heer Van Overmeire en de heer Al Chammas danken voor hun getuigenis, eerlijk en rechtuit, denk ik, maar ik heb toch een aantal vragen.

 

Ik stel eerst mijn vragen aan de heer Van Overmeire. Mijnheer Van Overmeire, ik ben zelf ooit schepen geweest. Ik ben ook met veel van die problemen in contact gekomen. Ik vind het verdienstelijk dat u pogingen doet om voor religieuze groepen een geschikte locatie te vinden en daarvoor partners te zoeken. Ik hoop alleen dat u dat voor alle geloofsgemeenschappen doet en niet alleen voor bepaalde gemeenschappen. Het is immers een mensenrecht om die ruimte te krijgen, waar men ook woont.

 

Een aantal vragen is al gesteld door mijn collega's. ik wil nog weten wie wanneer heeft beslist om de heer Al Chammas aan te stellen als de selectiepersoon, die de dossiers verder moest opvolgen? Op basis van welke criteria is de heer Al Chammas geselecteerd om de lijsten op te stellen van de mensen die een visum konden krijgen om naar België te komen? Hoe werden die lijsten dus opgemaakt? Ging dat via de Syrische gemeenschap die er al was? Ging dat vooral over familieleden? Ging dat over hun ouders, omdat u zegt dat er veel ouderen bij waren? Ging dat over hun kinderen en kleinkinderen? Hoe zit dat precies in elkaar? Hoe werd dan contact opgenomen met de mensen die informatie konden geven over de levenssituatie van mensen in Syrië?

 

Als die personen namen opgaven, hoe werd dan gecontroleerd of de genoemde perosonen echt in een kwetsbare positie zaten, of die mensen te vertrouwen waren?

 

U zegt dat het ging over een arme bevolking. Er zijn ook arme Syriërs, zei u. Ik heb nooit gezegd dat ze allemaal rijk waren, mijnheer Van Overmeire. Er zijn zoals in alle landen steden met rijke inwoners en landelijke gebieden met armere inwoners. Wij zien dat ze vanuit het noordoosten naar Libanon gingen. Dat is bijna horizontaal het land door. Dat lijkt mij niet gemakkelijk voor zeer kwetsbare mensen in een oorlogsgebied.

 

Hoe werd dat georganiseerd? Wie heeft dat betaald? Is dat via de christelijke gemeenschap gebeurd? Soms lees ik: via kloosters. Kunt u daar meer uitleg bij geven?

 

Wat mij ook opvalt, is dat er ongeveer honderd personen zijn. Is dat quotum van honderd op voorhand afgesproken, of is dat puur toeval? Behalve dat er ondertussen een aantal geboortes en huwelijken waren, valt dat toch wel op.

 

Als laatste vraag, is er ooit vanuit het kabinet een wijziging gebeurt aan de lijsten? Dus als u er bijvoorbeeld honderd gaf, heeft het kabinet of iemand anders dan ooit gezegd dat er, bijvoorbeeld, twee waren die echt niet konden passeren? Waarom was dat dan? Of is dat nooit gebeurd?

 

Ten slotte – ik wil dit sterk beklemtonen ten aanzien van de heer Chammas, want ik kan best begrijpen dat dit zeer verwonderlijk en raar is -, parlementsleden moeten ervoor zorgen dat mensen in bepaalde situaties steeds gelijk worden behandeld. Ik kan best begrijpen dat u over staatssecretaris Francken spreekt als een verlosser van alle problemen en ik vermoed, vanuit uw perspectief, dat dat waarschijnlijk ook zo zal zijn. Maar ik wil wel getuigen dat bijna alle parlementsleden hier in de commissie er vooral om bekommerd zijn dat mensen correct worden behandeld en dat dus niet de mensen met veel geld, of met veel macht, of met de juiste partijkaart, of behorend tot de religieuze groepering die het best in de smaak valt, de kansen krijgen, terwijl andere mensen die kansen niet krijgen, hoewel ze in gelijkaardige situaties zitten of soms zelfs in meer kwetsbare situaties. Het is aan de parlementaire commissie om te controleren – ministers en staatssecretarissen kunnen en moeten ook gecontroleerd worden – of zij hun job goed gedaan hebben. Voor alle duidelijkheid, wij stellen niet ter discussie of mensen naar hier moeten worden overgebracht. Integendeel, ik denk dat de mensen die hier de meest kritische vragen stellen, dikwijls al jarenlang ervoor pleiten om ook de meest kwetsbare mensen uit de VN-vluchtelingenkampen naar hier te halen. De belangen zijn geenszins tegengesteld.

 

We willen alleen dat de procedures en de vigerende wetgeving correct gevolgd worden. Dat is de finaliteit. Als kan worden aangetoond dat bepaalde mensen in moeilijke situaties zeer kwetsbaar waren, dat ze weinig middelen hadden en dat er speciale acties moesten komen voor hen, dan hebben wij daar geen probleem mee. We hebben er wel een probleem mee als mensen tegen zware betaling visa konden krijgen. Indien dat gebeurd is – ik zeg niet dat dat zo is; het onderzoek loopt –, dan is dat fundamenteel oneerlijk. Dat is alles wat ik daarover wil zeggen.

 

01.05  Georges Dallemagne (cdH): Je vous remercie, monsieur le président. Messieurs Van Overmeire et Al Chammas, mon groupe est extrêmement sensible à la situation.

 

01.06  Karim Van Overmeire: Mijnheer de voorzitter, we zoeken nog even de vertaling, want de heer Al Chammas spreekt geen Frans.

 

De voorzitter: De Nederlandse vertaling krijgt u via kanaal 2.

 

01.07  Georges Dallemagne (cdH): Messieurs, je désirais vous dire que je suis particulièrement sensible à la situation des chrétiens d'Orient. Je me suis déplacé plusieurs fois sur le terrain, notamment au mois d'août 2014 lors de la prise de Mossoul. Je suis allé à la rencontre des personnes fuyant l'État islamique en Irak. J'ai aussi eu l'occasion d'aller à plusieurs reprises en Syrie.

 

La question n'est pas de savoir s'il fallait aider ou non ces communautés qui, dans certaines situations et à certaines occasions, ont été des cibles particulières de l'EI comme d'autres communautés l'ont été, par exemple, les Yézidis. Ce qui choque et surprend, c'est la manière avec laquelle le secrétaire d'Etat s'y est pris et le fait que certaines de ces personnes (même si vous nous dites que cela n'a pas été le cas chez vous) ont été ciblées en fonction de leur solvabilité et non en raison de leur vulnérabilité. Ces deux éléments-là nous choquent, à savoir le fait qu'il n'était pas certain qu'elles étaient les plus vulnérables et que certaines d'entre elles ont payé de très fortes sommes.

 

Vous nous avez parlé de la situation à Qamichli en 2015 et 2016 en nous relatant que vous y aviez vu des scènes horribles. J'y suis allé en décembre 2015. Je peux vous dire que la situation de Qamichli n'était certainement pas une des pires de Syrie et d'Irak. Je tiens à votre disposition des photos de la Saint-Nicolas des enfants, si cela vous intéresse.

 

Nous sommes allés dans des églises à la rencontre de la communauté chrétienne, sous le choc de ce qui s'était passé plusieurs mois auparavant, dans la vallée de Kabour. Mais nous avons aussi pu nous déplacer dans cette vallée.

 

La demande des communautés sur place était d'être protégées tout en restant vivre sur place et de recevoir une assistance. Je ne pense pas que le secrétaire d'État ait réalisé beaucoup de choses en ce sens. C'était leur première demande et cela reste leur première demande. Aujourd'hui, ces communautés continuent à crier au secours pour recevoir protection et assistance sur place.

 

Je regrette les nombreux amalgames faits par le secrétaire d'Etat et son parti à propos de l'urgence à aider les chrétiens d'Orient: tout était, d'une certaine manière, permis, c'est-à-dire organiser des filières sans critères, faire venir ici des personnes qui auraient peut-être préféré être aidées et protégées là-bas, et leur extorquer des fonds.

 

Pour une partie d'entre eux, en tout cas, cela a été démontré.

 

Mes questions rejoignent donc celles de mes collègues. Monsieur Al Chammas, quelles sont vos qualités particulières par rapport à la vulnérabilité de certaines personnes? Comment avez-vous été choisi? Pour quelles raisons? Selon quels critères?

 

Monsieur Van Overmeire, monsieur Al Chammas, pourquoi ne pas avoir travaillé avec des organisations professionnelles spécialisées dans ces questions de vulnérabilité, d'aide? Pourquoi ne pas avoir objectivé les critères de vulnérabilité? Pourquoi Qamichli a-t-elle été choisie? J'ai été surpris de constater qu'aucun chrétien d'Irak n'a jamais reçu de visa humanitaire alors qu'ils ont subi les pires sévices dans la vallée de Mossoul ainsi qu'à Mossoul? Quels étaient les critères? Pourquoi n'a t-on pas fait appel à des organisations professionnelles?

 

Pourquoi un maximum de visas ont-ils été délivrés en 2017 et en 2018 alors que les exactions ont eu lieu en 2014 et en 2015 et qu'à partir de 2015, les populations ont surtout cherché à rentrer chez elles? Pourquoi avoir délivré massivement des visas - c'est sans doute un hasard - à la veille de la campagne électorale? En effet, en septembre 2018, on enregistre un pic en termes de visas accordés, d'après les chiffres qui nous ont été donnés à l'occasion des précédentes réunions de commission. C'est à ce moment-là que le plus grand nombre de visas a été accordé. Il est ici, en tout cas, question de ceux directement octroyés par le cabinet de M. Francken. Voilà les questions que nous nous posons.

 

Monsieur Al Chammas, comment faisiez-vous? Choisissiez-vous en fonction des personnes que vous connaissiez? S'agissait-il de parents, d'amis? Une procédure avait-elle été mise en place pour l'obtention d'un visa humanitaire? Il serait intéressant que nous puissions obtenir des réponses à ces questions et comprendre sur quelle base les personnes étaient choisies.

 

Pour ce qui concerne l'extorsion de fonds, vous avez déclaré n'avoir été ni l'un ni l'autre impliqués dans cette affaire. Mais pourriez-vous nous nous dire quand vous avez été mis au courant du fait que de l'argent avait été demandé? De quelle manière avez-vous été avertis? Par qui? Monsieur Al Chammas, avez-vous été alerté? En effet, cela se savait, depuis un certain temps, dans la communauté syrienne. Il y avait eu des alertes en Belgique, mais aussi dans d'autres pays européens où des rumeurs circulaient, suivant lesquelles des choses se passaient en Belgique.

 

Monsieur Al Chammas, n'avez-vous pas été alerté du fait qu'en Allemagne et en Suède, on s'interrogeait sur ce qu'il se passait en Belgique étant donné qu'on était informé qu'il y avait des demandes de fortes sommes? Certaines personnes vous ont-elles proposé de l'argent? Comme cela se savait qu'il fallait donner de l'argent, des personnes vous ont-elles proposé de l'argent pour pouvoir venir en Belgique? Si tel est le cas, qu'avez-vous fait à ce moment-là?

 

01.08  Hendrik Vuye (Vuye&Wouters): Mijnheer de voorzitter, ik heb een aantal vragen voor de heer Al Chammas.

 

Voor ik ze stel, wil ik even toelichten hoe het komt dat zoveel collega's hierover vragen stellen. Dat is natuurlijk omdat in de commissie heel wat parlementsleden vragen hebben gesteld aan gewezen staatssecretaris Francken over de criteria die werden gehanteerd bij de toekenning van die humanitaire visa, en dat er daarop nooit antwoorden zijn gekomen. Dat is hier in de Wetstraat altijd een groot geheim geweest.

 

Vandaar de eerste specifieke vraag voor u, ook omdat de heer Francken er prat op gaat dat hij in 2011 de regels op gezinshereniging heeft aangescherpt, zodat die beperkt zijn tot het kerngezin, de kernfamilie. Hoe hebt u die namen geselecteerd? Waren het mensen, Aalstenaars van de Syrische gemeenschap die u namen doorgaven of waren dat namen die u werden gesuggereerd vanuit Syrië?

 

Indien het gaat over namen die u werden gesuggereerd vanuit Syrië, dan zult u daar contactpersonen hebben gehad. Wie waren die contactpersonen dan? Indien dergelijke contactpersonen bestonden, zijn de namen van die contactpersonen ooit doorgegeven aan het kabinet van de staatssecretaris? Is daaromtrent een of andere screening gebeurd?

 

Ten tweede, u bent aangesteld als tussenpersoon. Dat is een belangrijke rol. Ik wil graag van u vernemen of er van u een screening is gebeurd? Heeft men nagegaan wie u was? Een screening heeft niets te maken met wantrouwen, maar is een standaardprocedure. Ik zou het heel speciaal vinden mocht iemand die in deze zo'n belangrijke functie als tussenpersoon vervult, zelf niet gescreend zou zijn.

 

Mijn volgende vraag sluit een beetje aan bij mijn eerste vraag. De staatssecretaris heeft altijd gezegd dat het over kwetsbaarheid gaat. Op welke manier hebt u, of andere tussenpersonen mochten zij er zijn geweest, die kwetsbaarheid nagegaan? Samengevat, wie kwam op die lijst? Wie waren dat? Waren dat namen die u in België werden gesuggereerd door andere personen hier aanwezig of door Aalstenaars of waren dat namen die uit Syrië kwamen? Hoe kwamen die namen vanuit Syrië dan naar hier?

 

Bent u zelf gescreend omdat, zoals achteraf is gebleken, u toch wel een zeer belangrijke functie hebt uitgeoefend?

 

De voorzitter: Als niemand nog het woord vraagt, dan geef ik opnieuw het woord aan de heren Van Overmeire en Al Chammas.

 

01.09  Karim Van Overmeire: Mijnheer de voorzitter, heel wat vragen, waaronder een paar dubbele, maar ik zal proberen om ze alle correct te beantwoorden. Mocht ik een vraag vergeten, dan zult u mij daarop wijzen.

 

Ten eerste, ik laat alle commissieleden opmerken dat ik in een bijzondere positie zit. Ik ben natuurlijk niet de spreekbuis van de heer Theo Francken. U hebt al een hoorzitting met hem gehad. Ik kan u vertellen over mijn ervaringen in Aalst en over wat in Aalst is gebeurd. Ik begrijp ook, wanneer ik de verslagen van de hoorzitting lees, dat er een heel debat is over het D-visum volgens artikel 9 en de vraag of daaraan al dan niet criteria moeten worden gekoppeld en tot wat dat leidt alsook de vraag of, indien de criteria te strikt zijn, het nog wel … Dat is een discussie die hier onder de parlementsleden in de commissie en in het federaal Parlement moet worden gevoerd. In zoverre ik daar een mening over heb, is die eigenlijk niet …

 

Het is een instrument dat in het verleden is gebruikt. Nu merkt u op dat het toch niet wordt gebruikt op de manier waarop u dat wil. Dat is een politiek debat onder de parlementsleden in de commissie maar niet met Karim Van Overmeire, die hier naar een hoorzitting komt.

 

Het is natuurlijk mijn overtuiging dat voormalig staatssecretaris Theo Francken met de beste bedoelingen en helemaal te goeder trouw heeft geantwoord.

 

Mevrouw De Coninck, u hebt gezegd dat het de bekommernis van de parlementsleden is dat iedereen gelijk wordt behandeld. Ook voor mij is dat een belangrijk principe. In een rechtsstaat is dat eveneens een belangrijk principe.

Echter, indien bij het D-visum volgens artikel 9 gelijke behandeling op de rest van de wereld wordt toegepast, dan spreken wij niet over tientallen of over honderden maar over tienduizenden en honderdduizenden mensen. Ik laat het aan de geachte leden van deze commissie, om daarover tijdens de huidige of de komende legislatuur van gedachten te wisselen en een oplossing voor het probleem te vinden.

 

Mijnheer De Vriendt, u gelooft niet dat de partijaanhorigheid en het feit dat wij dezelfde partijkaart hebben, toeval zijn. Ik kan u denkelijk niet van het tegendeel overtuigen. Ik kan u alleen maar zeggen dat de vraag van de Syrische mensen komt die in Aalst al aanwezig waren en die mij hebben gecontacteerd. Het is niet zo dat staatssecretaris Francken de N-VA-schepenen heeft opgezocht, om wat Syriërs op te zoeken. Zo is het niet. U gelooft dat of u gelooft dat niet. Hadden die mensen vijftien kilometer zuidelijker in Ninove of vijftien kilometer noordelijker in Dendermonde – horresco referens, collega Pas – gewoond, dan hadden zij daar wellicht een andere schepen aangesproken, die dan waarschijnlijk contact zou hebben opgenomen. U hebt de lijst gezien. Er staan mensen van verschillende partijsignatuur op. Ik kan u er niet van overtuigen, maar u moet mij op mijn woord geloven dat de partijaanhorigheid eigenlijk niet zo speelde.

 

Hoe is de selectie gebeurd? Die vraag werd terecht herhaaldelijk gesteld.

 

Ik heb geprobeerd om u daarop een antwoord te geven. Heb ik dat vanuit Aalst kunnen controleren? Nee. Als iemand mij een filmpje op YouTube toont van bijvoorbeeld een dame op kantoor die toont hoe de bommen en granaten links en rechts van dat kantoorgebouw vallen en die dan een panoramabeeld van de gebombardeerde stad toont, dan ga ik ervan uit dat het terecht is. Als iemand mij een litteken toont en zegt dat het van een granaatscherf is, ga ik ervan uit dat het terecht is. Ik heb die honderd mensen niet individueel kunnen controleren. Ik denk dat niemand dat kon. Toen die lijsten werden opgemaakt, hebben wij wel telkens de lijsten overlopen, gekeken naar wie die mensen zijn en gevraagd om wat uitleg over die mensen.

 

Ja, dat waren in mijn ogen kwetsbare mensen. Waren dat de kwetsbaarste mensen van alle twintig miljoen Syriërs? Waarschijnlijk niet. Maar het waren in mijn ogen wel kwetsbare mensen in een heel precaire situatie, gewrongen tussen de Turkse grens en, anno 2015, de oprukkende Islamitische Staat. En er werden mensen gegijzeld, er werden mensen terechtgesteld, er werden mensen op de vlucht gejaagd, met duizenden, er zijn mensen die zelfmoordpillen klaar hadden liggen. Dat lijkt mij toch wel een situatie waarbij men ervan kan uitgaan dat de mensen die daar wonen, in nood zijn.

 

Dan kom ik aan de vraag welke medewerker op het kabinet mij te woord heeft gestaan. Dat waren er twee. In een eerste fase was dat de heer Thomas Moens. Dat is ook de man die mij als eerste de procedure heeft uitgelegd. Later was dat mevrouw Lies Verlinden. In een later stadium heeft zij de taken van de heer Moens op dat vlak overgenomen.

 

Dan kom ik tot het doorgeven van de paspoorten. Even voor alle duidelijkheid, wij hebben helemaal geen paspoorten doorgegeven. Het is zo dat bij het opmaken van die lijst, die mensen moesten geïdentificeerd worden. Die mensen moesten dus vanuit Syrië een kopie van hun paspoort sturen of van de identificatiepagina op dat paspoort. Die fotokopieën werden dan doorgegeven. De paspoorten als dusdanig heb ik op geen enkel moment in mijn handen gehad. Op het moment dat het dossier werd samengesteld, nog voor het naar het kabinet-Francken ging, moest men natuurlijk die mensen kunnen identificeren en dus had men een fotokopie nodig van die mensen, die in Syrië verbleven. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad om die informatie van al die mensen te krijgen, maar uiteindelijk is dat toch wel gelukt.

 

Een vraag was ook of die mensen zichzelf hebben gered. Nee, zo gaat het natuurlijk niet. Men moet daar correct zijn. Die mensen zaten vast in Syrië. De regering-Assad, het Syrische regime, vindt dat de mensen in het land moeten blijven, en werkt daaraan dus niet mee.

 

De enige manier waarop je de grens over geraakt, is met een officieel document, een laissez-passer, die aan die mensen wordt verstrekt. Het komt er eigenlijk op neer dat je een uitnodiging krijgt voor de Belgische ambassade in Beiroet en dat je met die uitnodiging de grens over geraakt. Heb je die uitnodiging niet dan geraken die mensen de grens niet over.

 

Hoe zijn die mensen vanuit de enclave tot in – eerste stap – Damascus geraakt. De heer Al Chammas zal dit wel kunnen verduidelijken. Ik heb gehoord van mensen die bijvoorbeeld met militaire vliegtuigen van het Syrische leger - rechtopstaand in het transporttoestel - uit die enclave zijn geraakt, richting Damascus, en zo verder konden reizen. Hoe die dat gefinancierd hebben, elk van die 100 gevallen, weet ik niet. Ik was daar niet bij betrokken. Misschien kan de heer Al Chammas daar wat toelichting bij geven. Ik kan u daar niet meer over vertellen.

 

Geruchten over andere filières, ik moet zeggen dat ik daar op geen enkel moment iets over heb gehoord. Wij werkten met de dossiers die wij hadden. Er is op geen enkel moment een vergadering geweest met andere mensen. Ik heb ook maar gehoord over de andere kanalen en andere mensen die op andere manieren namen naar voren hebben geschoven, naarmate deze problematiek in de media kwam. Er is nooit contact geweest tussen ons en de 7, 8 of 9 andere contactpersonen of kanalen.

 

Om het heel duidelijk te stellen, na het uitbreken van de Syrische burgeroorlog ben ik nooit in Libanon, noch in Syrië geweest. Daarvoor wel. Een jaar vóór de Syrische burgeroorlog ben ik nog in beide landen geweest. Mijn vrouw heeft mij daar in Damascus trouwens voor mijn verjaardag deze das gekocht, die ik nu voor de gelegenheid heb aangetrokken. Een jaar vóór de burgeroorlog was Damascus eigenlijk een fantastische stad.

 

Het is nog altijd een grote verrassing voor mij, maar niemand – ik toch niet, als Westerling die daar als toerist was – kon vermoeden dat op nauwelijks een jaar tijd de situatie daar compleet zou veranderen in dramatische zin. Als je dat vergeleek met Libanon, dan zou ik veel meer op Libanon gegokt hebben als land van instabiliteit waar het leger overal aanwezig was. Vanuit Syrië kreeg ik eigenlijk vooral positieve berichten. Zo zie je maar dat je van buitenaf de situatie moeilijk kan inschatten.

 

Wij zijn zelf nooit –de heer Al Chammas, noch ikzelf – op een of andere manier geïntroduceerd in het consulaat of de Belgische ambassade in Beiroet. Wij hebben daar nooit enige rol gespeeld. De enige rol die wij hebben gespeeld, is het doorgeven van de namen aan het kabinet-Francken.

 

De protocolovereenkomst is niet ondertekend, maar ik heb in mijn uiteenzetting gezegd dat men mij, toen men mij de procedure van artikel 9 voor het verkrijgen van een visum D heeft uitgelegd, duidelijk heeft gemaakt dat het over kwetsbare personen moest gaan. Dat verhaal hebben wij ook altijd verder verteld. De mensen hebben dat meegenomen in hun evaluatie.

 

Zijn er namen geweigerd? Bij mijn weten niet. Ik heb geen kennis van mensen die op die lijst stonden en uiteindelijk geweigerd werden.

 

Mevrouw De Coninck, u hebt mij gevraagd of ik mij voor alle geloofsgemeenschappen even hard inzet. Voor alle duidelijkheid, ik ben atheïst, nogal hardnekkig zelfs. Mevrouw Smeyers, die met mij in het college van Aalst zit, weet dat. Ik wedijver wel eens met Jean-Jacques De Gucht in het handhaven van het klassieke standpunt, bijvoorbeeld als het over de neutraliteit van de overheid gaat. Voor het overige tracht ik mijn schepenmandaat naar behoren te vervullen, wat betekent dat ik met iedereen contacten heb en iedereen op een correcte manier tracht te behandelen. Dat geldt voor de Syrische christenen, maar evengoed voor de Roemeens-orthodoxe gemeenschap of voor de mensen van de Turkse moskee. U mag hen contacteren. Ik meen dat wij een goede verstandhouding hebben. Hetzelfde gaat ook op voor de derwisjgemeenschap of mensen van de verschillende Afrikaanse gemeenschappen. Ik zeg niet dat alle contacten even hartelijk zijn. Het moet soms ook klikken tussen mensen, maar u zult geen enkele klacht horen over de manier waarop mensen of gemeenschappen door mij behandeld worden.

 

Hoe werd de heer Al Chammas geselecteerd? Laat daarover geen misverstand bestaan. Het woord coördinator is hier gevallen. Dat is een nogal zwaar woord. Wat was de realiteit? Wij hebben een paar vergaderingen gehad, waarop vijf of zes mensen aanwezig waren.

 

01.10  Konstantin Al Chammas: (…)

 

01.11  Karim Van Overmeire: Je legt die procedure uit. De volgende dag kwam iemand met twee namen. De dag erna kwam nog iemand met drie namen. Daarna kwam er nog iemand die iemand van de lijst wou schrappen of toevoegen. Toen heb ik gezegd dat dat geen manier van werken was. Ik heb gevraagd dat zij het samen zouden bekijken. De heer Al Chammas was de contactpersoon met de kerkelijke overheid, als ik het zo mag uitdrukken. Als ik het fout heb mag hij mij tegenspreken. Binnen zijn gemeenschap heeft hij aanzien en een draagvlak. Hij verontschuldigde zich voor zijn niet-perfect Nederlands, maar andere mensen spraken nog een stuk minder goed Nederlands. Daarom hebben wij in onderling overleg beslist om, als er namen waren, die samen te bespreken. De heer Al Chammas – er zijn vaak mensen mee geweest – zou dan die namen aan ons bezorgen.

 

Ik moet u het antwoord schuldig blijven op de vraag hoe die reizen uiteindelijk gebeurd zijn. De namen zijn doorgegeven en die mensen zijn vervolgens verwittigd, maar ik kan u niet vertellen hoe zij dan precies die reis hebben betaald.

 

U gelooft het of niet, maar het cijfer 100 of 103 is een toevallig cijfer. Het is niet zo dat wij in 2016 begonnen zijn en dat het kabinet of voormalig staatssecretaris Francken heeft gezegd dat wij 100 mensen konden laten overkomen. Er kwamen namen, vervolgens kwamen er nog wat namen bij en verdwenen er andere. Na een tijdje viel dat stil, omdat de gemeenschap de namen heeft voorgedragen die zij wil voordragen. Na een tijdje is dat dus stilgevallen. Wij hebben dat de voorbije dagen berekend en wij zijn daarbij op 100 uitgekomen, maar dat kon evengoed een ander getal zijn.

 

Mijnheer Dallemagne, u bent gechoqueerd mochten de beschuldigingen waar blijken. Zo ziet het er inderdaad naar uit, maar laat ons natuurlijk het lopende gerechtelijk onderzoek afwachten, want zolang iemand niet veroordeeld is, is hij onschuldig. Laten wij daarvan uitgaan. Indien het echter zo blijkt, ben ik even gechoqueerd als u. Ik heb dit gedaan met de allerbeste bedoelingen, op een correcte manier, net zoals de heer Al Chammas, maar op het einde van het verhaal worden wij weggezet als een soort handlangers van mensensmokkelaars. Dat is natuurlijk het allerlaatste wat ik wil en is absoluut niet mijn bedoeling geweest. Het was absoluut niet de bedoeling dat er mensen werden geselecteerd op basis van hun financiële draagkracht, zodat alleen de rijkere mensen die de duizenden of tienduizenden euro's kunnen betalen, mochten overkomen en de anderen niet. Ik ben daarover even gedegouteerd en gechoqueerd als u. Laat dat duidelijk zijn.

 

U zegt dat u ter plaatse bent geweest en dat er plaatsen waren waar het erger was. Ik ontken dat ook niet, maar de situatie ter plaatse was helemaal niet oké: die mensen waren ingesloten in een enclave, er was daar nog een Syrische basis, IS was vlakbij. Men kan wel zeggen dat IS Hasakah uiteindelijk nooit heeft veroverd, maar dat weten wij nu. Achteraf is het altijd gemakkelijk om de toekomst te voorspellen. Een gezin met kleine kinderen in die buurt, met IS op een paar kilometer afstand, tracht natuurlijk te ontkomen, want als IS de stad inneemt, heeft men niet veel tijd meer om er weg te raken.

 

01.12  Konstantin Al Chammas: Er waren Syrische dorpen waar het veilig was, maar op één nacht was daar alles weg.

 

01.13  Karim Van Overmeire: Ja, het kan dus heel snel gaan.

 

Ik ken het debat natuurlijk, want ik ben – dat zult u misschien ook wel weten – ook begaan met de christenen in het Midden-Oosten en ook in Armenië, Nagorno-Karabach enzovoort. Elke christen die naar Europa komt, is natuurlijk een christen die niet meer in het Midden-Oosten leeft, waardoor hun aantal daar daalt.

 

Men maakt daar deels ook het einde van die gemeenschappen mee, het einde van een geschiedenis van 2000 jaar. De christenen vormden in 1920 nog een kwart van de Syrische bevolking. Nu is dat minder dan 10 %. Hetzelfde geldt voor Libanon en Egypte. Men ziet die gemeenschappen wegkwijnen door emigratie, een lager geboortecijfer enzovoort.

 

Dat is dramatisch en ik kan begrijpen dat heel veel mensen, ook een groot deel van de kerk, zeggen dat men zoveel mogelijk mensen daar moet houden. Dat is een begrijpelijk standpunt maar het is nogal comfortabel om dat vanuit Brussel of Parijs te vertellen of van een veilige plek in Damascus. Als men in het dorp zit en weet dat ISIS daar binnen 24 uur kan staan om de kinderen te vermoorden, dan kijkt men daar toch enigszins anders tegen aan.

 

U zegt dat die visa net voor de kiescampagne zijn uitgedeeld. Goed, dat laat ik voor uw rekening. Iemand die hier asiel aanvraagt heeft immers geen stemrecht. Of dat nu zo sterk het kiesresultaat beïnvloed heeft… Maar goed, dat is een politieke beschouwing.

 

De laatste vraag was wanneer ik dat vernomen heb. Ik heb dat vernomen toen dat in het nieuws kwam, vrij laat op de dag. Ik weet nog heel goed dat ik thuis aan de tafel in de woonkamer zat. Het was toen negen uur 's avonds. Mijn vrouw kwam binnen en zei dat een gemeenteraadslid van N-VA in Mechelen in de problemen was gekomen met die visa. Dat heb ik naar het nieuws gekeken om zien wat daar precies aan de hand was. Dat was het eerste moment waarop ik daar iets van vernomen heb.

 

Mijnheer Dallemagne, ik weet dat u bij een vorige gelegenheid gesuggereerd hebt dat ik op voorhand contact met de heer Kucam over zou hebben gehad, in juli of augustus. Ik zou daar graag meer details over krijgen want ik heb die man een keer ontmoet en we hebben daar nooit over gesproken. Ik heb nooit enig contact gehad met die hele filière. Als u daar concreet over bent kan ik u daar meer over vertellen. Ik kan u echter met de hand op het hart zeggen dat ik dat pas wist toen het in de media kwam.

 

Mijnheer de voorzitter, ik heb getracht hiermee zo correct en uitvoerig mogelijk te antwoorden op alle vragen.

 

De voorzitter: Mijnheer Al Chammas, wenst u hier nog iets aan toe te voegen?

 

01.14  Konstantin Al Chammas: Mijnheer de voorzitter, de meeste vragen zijn al beantwoord door de heer Van Overmeire. Er werden echter ook vragen rechtstreeks aan mij gesteld.

 

De heer De Vriendt heeft gezegd dat er vier of vijf kantoren van de VN in Syrië bestonden. Dat heb ik nooit gehoord. Vooral in Kamishli heb ik dat veel van onze vrienden gevraagd. Ik heb nooit gehoord dat er een bureau of kantoor van de VN was.

 

Evenmin heb ik ooit vernomen dat de VN christenen uit Syrië naar hier heeft gebracht.

 

Er werd ook een vraag gesteld over het N-VA-lidmaatschap. Ik was echter van geen enkele politieke partij lid. In december 2018 ben ik lid van N-VA geworden en daar ben ik blij om.

 

Ik ben nooit naar Beiroet of Turkije gereisd en heb de ambassades aldaar dus ook nooit bezocht.

 

Er werd gevraagd hoe ik verkozen werd als voorzitter van onze gemeenschap. Welnu, dat gebeurt door de leden van onze gemeenschap, die mij hebben verkozen. Elke dag vonden er met de heer Van Overmeire contacten plaats in verband met paspoorten of kopieën ervan. Daarom werd er gezocht naar een persoon die een beetje Nederlands kan spreken en er werd voor geopteerd om één persoon uit te kiezen in plaats van vijf of zes personen. Zo is de beslissing op mij gevallen en tot op vandaag ben ik voorzitter van de kerkgemeenschap. Ik ben blij dat mij het vertrouwen gegeven wordt.

 

Onder welke financiële voorwaarden zijn de mensen naar hier gekomen? Welnu, wij hebben nooit geld gevraagd van betrokkenen. Er is namelijk geen geld nodig om een visum te verkrijgen. Wel moest er een vliegticket gekocht worden voor de vlucht van Kamishli naar Damascus, van waaruit met de auto naar Libanon werd gereden, en vervolgens van Libanon naar Brussel werd gevlogen. Wij hebben dus nooit geld gevraagd. Er was wel geld nodig voor het vliegticket en voor de administratiekosten voor het visum in de ambassade.

 

Vorig jaar in oktober hebben enkele mensen mij en ook onze pastoor gebeld die hadden vernomen dat men in België een verblijfsvergunning kan verkrijgen voor 2 500 euro. Dergelijke verhalen konden wij uiteraard niet bevestigen; ik had er nog nooit van gehoord. Als wij ernaar vroegen wie die informatie verstrekt had, dan werd slechts gezegd dat men het van horen zeggen had.

 

Ik heb de heer Kucam gecontacteerd en hem gevraagd of hij iets gehoord had over de situatie. Hij zei: ik heb niets gehoord over die geruchten. Later zegden mensen dat ze wel betaald hadden, maar ze wisten niet aan wie. Niemand weet het. Is dat waar of niet? Niemand weet het. Dat blijft de vraag.

 

De voorzitter: Wie vraagt nog het woord? Ik herinner er wel aan dat er nog sprekers zijn en dat we om 16u30 nog een wetsontwerp te bespreken hebben. Ik reken op uw verantwoordelijkheidszin om ervoor te zorgen dat de zaak vooruit kan gaan in de tijd die we hebben.

 

01.15  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, Ik vind dit vrij ontstellend. Geen van beiden kan ons een antwoord geven op de vraag hoe de lijst tot stand is gekomen en wie heeft beslist wie daarop kwam en wie niet. Veel collega's hebben deze vraag gesteld en daar komt geen antwoord op. De reden is vrij eenvoudig. Omdat u het niet weet.

 

Mijnheer Van Overmeire, u moet toch ook beseffen dat die hele procedure geen goed bestuur is. Dit rammelt aan alle kanten. U moet uzelf horen: een persoon gaf mij twee namen door en dan iemand anders nog een naam. Dat werd te veel en dan hebben wij de heer Al Chammas aangeduid en zo kwamen wij op de duur aan die 100 namen. Waren die kwetsbaar? Ik denk het wel want ik heb filmpjes gezien en ik heb littekens gezien, dus ik denk dat ze wel kwetsbaar waren. Al die paspoorten kwamen dan bij mij terecht.

 

U bent schepen in Aalst. U hebt geen speciale functie in het asiel- en migratiebeleid in ons land. U hebt daarin geen speciale expertise en toch bent u een belangrijk figuur geweest in het toekennen van 100 humanitaire visa door het kabinet van Theo Francken.

 

Dit is een procedure die rammelt. Dit is niet de zorgvuldigheid en de betrouwbaarheid die van een regeringsbeleid mag worden verwacht. Wie weet werd er in Syrië betaald om op die lijst van 100 mensen te komen. U weet het niet. U weet niet hoe de selectie is gebeurd, met welke mensen in Syrië werd samengewerkt. Wij hebben daar geen enkel antwoord op gekregen. Er was geen enkele protocolovereenkomst. Er stond niets op papier. U hebt gezegd dat er bij uw weten geen namen door het kabinet werden geweigerd.

 

Dat is immers de volgende stap? U weet eigenlijk niet over welke mensen het gaat. Het kabinet vertrouwt u blindelings en neemt alle namen over. Dat is toch geen normale manier van werken? Dat is toch geen zorgvuldige betrouwbare procedure?

 

Als men zo'n onbetrouwbare procedure in gang zet en het loopt fout, is dat geen accident de parcours. Dat is toch belangrijk, meen ik. Als de voormalige staatssecretaris dat allemaal op een dergelijke manier op touw gezet heeft, moet men niet verwonderd zijn dat het fout liep.

 

Dat men dat allemaal toeliet, daar sta ik werkelijk paf van. 100 mensen, en u kunt mij niet zeggen hoe de selectie gebeurd is. U kunt ook niet zeggen dat er samengewerkt is met een officiële organisatie. Dat is niet gebeurd. De VN waren daar nochtans actief, mijnheer Al Chammas. Het feit dat u dat niet weet, is…

 

01.16  Karim Van Overmeire: Was u daar?

 

01.17  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer Van Overmeire, de VN Vluchtelingenorganisatie zegt in het officiële advies dat zij onze commissie bezorgde dat zij daar actief is.

 

Ik verwijt u eerlijk gezegd niet dat u dat niet weet. U hoeft dat ook niet te weten. U bent geen expert. Maar ik verwijt de voormalige staatssecretaris dat hij twee mensen die geen expert zijn op dat vlak, een spilfunctie in het toekennen van humanitaire visa heeft toebedeeld. Dat verwijt ik de voormalige staatssecretaris.

 

U zegt dat u zelfs niet weet dat de VN daar waren. Als u een dergelijke rol vervult, zou u dat eigenlijk moeten weten.

 

U hebt uw ding gedaan, maar het is de staatssecretaris, die u daarvoor vrijgeleide heeft gegeven. Dat is compleet onaanvaardbaar.

 

01.18  Monica De Coninck (sp.a): Als ik het zo hoor, hebt u redelijk op zijn Vlaams gereageerd, om het zo te zeggen. U hebt contact gehad met enkele mensen uit uw gemeenschap die bekommerd waren om hun familieleden en eventueel om vrienden. Het gaat dikwijls om grote families.

 

Er is een signaal gegeven dat zij die mensen in het raam van gezinshereniging, in brede vorm, graag naar hier zouden brengen. Die mensen waren waarschijnlijk in gevaar, maar eigenlijk wist u dat niet zeker. U had een bepaalde sympathie voor een groep mensen. Dat verwijt ik, voor alle duidelijkheid, niemand.

 

Toen is er gezegd, waarschijnlijk vanuit het kabinet, dat men contact zou opnemen, dat men een lijstje moest opmaken.

 

Mijnheer Van Overmeire, u hebt zelf in uw verklaring gezegd: wij hebben dat lijstje overlopen.

 

Het was dus niet doorgeven. U hebt met een groep mensen het lijstje overlopen, zoals u daarnet hebt verklaard. Sommige zijn van het lijstje weggevallen; sommige zijn erbij gekomen, zoals u hebt verklaard. Er is daar dan toch een vorm van bespreking of selectie geweest. Jullie hebben dat in eer en geweten gedaan. Ik weet alleen niet welke criteria daarvoor zijn gehanteerd. Het feit is dat op het kabinet het lijstje gewoon is overgenomen en dat niemand is geweigerd. Er is geen nader onderzoek gedaan. De facto was u dus het selectiecomité.

 

Misschien had u dat niet verwacht en had u verwacht, toen u het lijstje aan het kabinet gaf, dat het kabinet eventueel een controle zou doen. U was misschien de mening toegedaan dat u gewoon de vragen had doorgestuurd, maar eigenlijk was het zo niet.

 

Wat mij als praktisch ingesteld mens heel erg verwondert, is de hele affaire rond de papieren. U hebt een lijstje. U moet een kopie van een paspoort hebben. De betrokkenen bevinden zich in een oorlogsgebied. Zijn er daar fotokopiemachines? Hoe worden die papieren verstuurd? Hoe lang duurt een en ander? Hoe worden de papieren gecontroleerd? Er moeten tickets en vliegtuigen worden besteld. De betrokkenen moeten op het vliegtuig geraken en moeten de papieren hebben. Zij moeten al dan niet via Damascus naar Libanon geraken. Dat is toch een ongelooflijke organisatie, waarbij veel mensen of erg gespecialiseerde mensen betrokken moeten zijn geweest. Ik krijg echter geen antwoord op mijn bedenkingen.

 

Over de kosten heb ik ook enige vragen. Wie heeft bijvoorbeeld de kosten aan de DVZ betaald? Om een visum te krijgen, moet immers worden betaald. Wie heeft betaald? Waar komt het geld vandaan?

 

Dat immers een lijstje wordt opgesteld van 100 of 103 mensen, die allemaal de mogelijkheden hebben om financieel en organisatorisch hier te geraken, is voor mij niet evident. U hebt blijkbaar heel veel geluk gehad.

 

Ten slotte, hoe verloopt de integratie? Wie zorgt daarvoor? Krijgen zij leefloon en kindergeld? Worden zij nader opgevolgd door de religieuze gemeenschappen of door de overheid?

 

Mijnheer Van Overmeire, voor alle duidelijkheid, ik ben ook een atheïst. Ik wou echter meegeven dat u inzake de moskeeën misschien eens op de schouder van uw N-VA-collega op Vlaams niveau, mevrouw Homans, moet kloppen.

 

Mensen betalen belastingen. Mensen hebben rechten. Zij hebben plichten maar ook rechten. Een en ander is dus best een discussie waard.

 

Mevrouw Homans kan waarschijnlijk van u veel leren.

 

01.19  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur Van Overmeire, on a envie de dire: "Quel amateurisme!". En réalité, cela n'en est pas. C'est vraiment du clientélisme. C'est ce que vous avez toujours reproché à d'autres partis francophones, par rapport à certains types de population. C'est même bien pire, parce qu'étant avec des personnes vulnérables, vous n'avez pas cherché à les aider vraiment. Ce n'est pas ce que demandaient ces populations de Qamichli. Et d'autres, qui étaient déjà en route sur le chemin de l'exil, n'ont pas reçu de visas. Pourtant, elles étaient sur chemin de l'exil et souhaitaient être protégées dans notre pays. Malheureusement, ces visas ont été attribués à leur détriment.

 

Vous n'avez pas répondu de manière précise à nos questions et c'est malheureusement en raison du fait que ce n'est pas une commission d'enquête parlementaire. Sinon, vous pourriez, et devriez, répondre de manière plus précise. Monsieur Al Chammas, vous n'avez répondu à aucune de nos questions. J'aimerais savoir sur quelle base et sur quels critères vous avez choisi ces personnes. Comment cela s'est-il passé concrètement? Les personnes vous contactaient-elles de Syrie? Les contactiez-vous vous-même? Étaient-ce les familles? Aucune de ces personnes ne s'est vu refuser un visa. Comment se faisait la présélection? Comment choisissiez-vous ces personnes? Vous nous dites que la situation était très grave. Je suis désolé, mais encore une fois, la situation a été très grave en 2014 et au début de 2015. Après, les gens ont surtout essayé de reconstruire, et c'est aujourd'hui encore le cas. Vous avez continué à donner des visas en 2016, 2017 et 2018. Ce sont surtout durant ces années-là que le nombre de ces visas a été très important. C'est à contre-courant de ce que la communauté et l'immense majorité des chrétiens d'Orient cherchaient. C'est à ce moment-là qu'on les protège et qu'on les aide là-bas.

 

Vous dites, monsieur Van Overmeire, que vous n'avez pas agi parce que vous étiez N-VA et que cela aurait été pareil pour n'importe quel parti. Vous savez, je m'occupe de cette question depuis cinq ans. Jamais je ne suis intervenu auprès du cabinet de M. Francken, parce que j'ai fait confiance aux procédures de l'État et à l'administration. Savez-vous aussi pourquoi je ne l'ai pas fait? Parce que j'avais très bien en mémoire les faits suivants. Il y a quelques années, Mme Lanjri et d'autres parlementaires avaient osé s'adresser au cabinet de M. Francken, et celui-ci l'avait signalé à la presse en disant: "Voyez la pression qu'exercent certains parlementaires sur l'administration de l'État et sur mon cabinet." Nous n'avons pas fait cela. Nous avons préféré faire confiance aux organisations internationales là-bas sur place. Le HCR s'y trouvait, ainsi que des ONG.

 

Nous avons préféré leur faire confiance pour que les personnes les plus vulnérables, qui sont en Jordanie ou au Liban et qui attendent de pouvoir éventuellement être aidées ou protégées dans notre pays, puissent recevoir les visas humanitaires qu'elles ne reçoivent jamais. Jamais! C'est ce qui nous choque aujourd'hui. À travers vos procédures, vous avez préféré agir avec certaines personnes qui ont aujourd'hui la carte de votre parti. Nous n'avons d'ailleurs toujours pas reçu d'informations précises sur la manière dont cela se passait.

 

Pour ce qui est du coût de ce voyage, cela ne coûte effectivement pas rien de prendre l'avion à Qamichli pour Damas. Cela ne coûte pas rien de passer à travers les autorités de Bachar el-Assad. Cela a un prix, de même que passer au poste-frontière au Liban, arriver à Beyrouth, payer son visa et les formalités et prendre l'avion jusqu'en Belgique. Cela a également un prix. Ce sont des coûts qui ont été subis par ces familles. Pouvez-vous nous dire combien cela a coûté à ces familles pour pouvoir arriver ici, en Belgique? Voici quelques-unes des questions auxquelles nous n'avons toujours pas reçu de réponse.

 

01.20  Hendrik Vuye (Vuye&Wouters): Mijnheer de voorzitter, ik zal zeer kort zijn.

 

Ik sta versteld van de grote ophef die werd gemaakt rond het Syrisch gezin uit Aleppo, dat absoluut geen humanitair visum mocht krijgen. Zoals u weet, heb ik in die zaak trouwens altijd de kaart van de staatssecretaris getrokken, in tegenstelling tot andere collega's. Ik sta ook versteld als ik het verschil zie met de manier waarop elders in België wel humanitaire visa werden uitgedeeld, op welke amateuristische manier dat gebeurde. Collega's De Coninck en De Vriendt hebben heel vaak vragen gesteld over de criteria bij het toekennen van humanitaire visa. De staatssecretaris heeft daarop nooit geantwoord. Hij kon niet antwoorden, want er waren blijkbaar geen criteria.

 

Ik wil nog eens aan de heer Al Chammas vragen wat die selectiecriteria waren. Hoe kwam men op die lijst terecht? De heer Van Overmeire heeft op een bepaald moment gezegd dat sommige mensen erop en eraf gingen. Hoe waren die mensen erop gekomen en waarom gingen ze eraf? Welke criteria werden gehanteerd?

 

In tussentijd heb ik wel al begrepen dat wat mevrouw Wouters en ikzelf in september vorig jaar, toen het boek van de heer Francken uitkwam, in de column van Knack hebben geschreven, namelijk dat de staatssecretaris via humanitaire visa zijn eigen wet van 2011 op de strengere regels inzake gezinshereniging aan het omzeilen was, inderdaad juist is. U hebt in feite aan een soort gezinshereniging gedaan via de humanitaire visa. Wat waren die criteria? De heer Van Overmeire zei dat hij er niet bij zat, dus richt ik mijn vraag duidelijk niet aan hem, maar wel aan u, mijnheer Al Chammas. Wat waren de criteria? Met wie besprak u dat en hoe kwam men al dan niet op die lijst terecht? Dat is de kern van de zaak en daarop zou ik graag een antwoord krijgen.

 

01.21  Georges Dallemagne (cdH): Je souhaiterais un complément de réponse de la part de M. Al Chammas qui nous a dit qu'en octobre, il avait été informé de rumeurs selon lesquelles des pays membres auraient été payés de l'ordre de 2 500 euros.

 

Monsieur, pourriez-vous être plus précis? Qu'avez-vous eu comme information? D'où venait-elle? Avez-vous reçu cette information à plusieurs reprises? Qu'en avez-vous fait?

 

Visiblement, cette information vous a alerté puisque vous avez vous-même appelé Melikan Kucam pour vérifier qu'il avait l'information. Avez-vous eu d'autres contacts? Avez-vous par exemple appelé l'échevin Van Overmeire puisque vous étiez en contact permanent avec lui sur cette question? Cette information est quand même très sérieuse. Pourquoi ne l'avez-vous pas transmise notamment au cabinet de M. Francken – peut-être l'avez-vous fait? – ou aux autorités judiciaires?

 

De voorzitter: Een aantal vragen werd opnieuw gesteld en er kwamen bijkomende vragen bij. Het is aan u om te bekijken of u deze nog kunt beantwoorden en zo ja, bondig. Hopelijk kunnen wij ons dan richten tot de volgende sprekers.

 

01.22  Karim Van Overmeire: Mijnheer de voorzitter, ik zal nog kort antwoorden. Er werden vragen opnieuw gesteld en er is een aantal bijkomende vragen. Er werd natuurlijk ook een aantal statements gemaakt. Ik ben niet naar hier gekomen met de illusie dat men op het einde zou zeggen: goed werk geleverd in Aalst. Op het einde draait iedereen zijn riedeltje nog eens af.

 

Nogmaals, commissieleden, het debat over het beleid moet u niet met mij voeren, niet met een schepen van Aalst of een Vlaams parlementslid. U bent verontwaardigd, maar ik mag ook een beetje verontwaardigd zijn. Als u zegt dat het hier over amateurisme gaat, dames en heren van deze commissie, als aan artikel 9 van de Vreemdelingenwet geen criteria gekoppeld zijn, wie kan daar dan iets aan doen? Een schepen in Aalst? Een Vlaams parlementslid? Of dit Parlement? Als u wil dat er aan artikel 9 criteria gekoppeld worden, koppel daar dan criteria aan, voer het debat in uw parlement en stem over die wet in plenaire vergadering. Dat moet u aan mij toch niet verwijten!

 

Ik stel vast in de media dat de federale regering zegt iets speciaals te doen voor de Syrische christenen. Syrische christenen komen naar mij om te vragen hoe die procedure verloopt. Ik informeer mij over die procedure. Ik leg dat uit aan die mensen. Ik zeg dat het over kwetsbare mensen moet gaan. Die mensen hebben dat nagekeken, want die zijn van de streek. Ik heb dat misschien nog niet gezegd, maar de Syrische gemeenschap in Aalst bestaat uit mensen die uit diezelfde streek komen. Die kennen daar mensen ter plaatse. Zit daar familie tussen? Ja. Zitten daar vrienden tussen? Ja, natuurlijk. Kleine, agrarische gemeenschappen, wat denkt u? Iedereen kent iedereen, kleine dorpjes met dertig, veertig tot vijftig mensen. Ja. Zijn dat de meest kwetsbare mensen? Ik mag het hopen, dat was mijn vraag. Heb ik dat persoonlijk kunnen nakijken? Nee, ik ben daar niet geweest en de Verenigde Naties hebben mij niet gecontacteerd. Al degenen die het vandaag zoveel beter weten, hebben mij ook niet gezegd dat ik moest opletten met wat ik daar deed of moest opletten met die procedure. U wist het niet? Ik kan dat begrijpen, maar niemand is bij mij geweest.

 

(…): (…)

 

01.23  Karim Van Overmeire: Maar er zijn geen criteria!

 

Er zijn geen criteria. Ik heb mijn best gedaan en gezegd dat men moest zorgen voor kwetsbare mensen. Maar hier is de plek waar de criteria moeten bepaald worden. Het is toch niet aan de schepen van Aalst om te zeggen: leg nu eens de criteria vast.

 

Rustig, rustig, ik mag ook eens verontwaardigd zijn als u allemaal verontwaardigd bent. U bent een praktisch mens? Wel, ook een praktisch mens, mevrouw De Coninck, zou moeten weten dat er ook vandaag, zelfs in oorlogsgebied, nog altijd internetverbindingen bestaan en dat men nog altijd met gsm kan werken. Men kan dus bijvoorbeeld van de voorkant van een paspoort een foto maken en via internet versturen, waarna dat enkele seconden later bij ons terechtkomt. Men kan dat afprinten en in een dossier steken als bewijs dat iemand effectief bestaat, dat dit effectief zijn adres is, dat die geboortedatum klopt, dat er een foto bij is. Dat kan men perfect doen.

 

Velen stelden de vraag naar de kosten. Dames en heren, ik weet het niet. Ik heb die namen doorgegeven. Hoe die mensen hier dan geraakt zijn …Ik ben niet naar Beiroet gegaan. Ik heb die mensen niet individueel opgevolgd. Ik heb later een aantal van die mensen nog één keer ontmoet en dat was het.

 

Hoe verloopt hun integratie? Wat de mensen in Aalst betreft, heel goed. Maar niet al die mensen zijn naar Aalst gekomen. Veel van die mensen zijn, zoals dat gaat, in Brussel of andere Vlaamse steden en gemeenten terechtgekomen. Ik volg hen niet allemaal op. In verband met gemeenschap in Aalst, wij hebben een goede verstandhouding en als er problemen zijn, trachten wij die op te lossen.

 

Mijnheer Dallemagne, u zegt dat ik niet heb gedaan wat de mensen ter plaatse vragen. Wel, wat ik ook niet gedaan heb en waaraan ik ook niet meegewerkt heb, is mensen tegen hun zin naar hier halen. Niemand is tegen zijn zin naar hier gehaald. De mogelijkheid bestond via de federale regering, de aanvraag werd ingediend en uiteindelijk hebben die mensen de reis kunnen maken.

 

Over hoe de christenen in het Midden-Oosten gered moeten worden en wat het beste is voor die gemeenschappen, kunnen verschillende meningen bestaan, maar ook in dat verband moet u niet aan een schepen uit Aalst vragen hoe men de gemeenschappen in het Midden-Oosten moet redden. Ik weet dat er verschillende strategieën zijn. Maar ik zit niet in een positie om veel te doen om het lot van die mensen te verbeteren. Ik zit wel in de positie om, als iemand mij concrete vragen stelt, te zien wat de procedure is en om die mensen voor een stukje te helpen met het doorlopen van die procedure, zodat zij hun dossier kunnen indienen. Ik doe dat trouwens voor heel veel mensen in heel veel verschillende situaties en ik hoop van u hetzelfde, collega's.

 

01.24  Konstantin Al Chammas: Onze mensen in Syrië hebben vanaf het begin van de oorlog in Syrië contact gelegd met hun vrienden en familie in Europa, in België, vooral in Aalst en in Brussel, om hulp te krijgen voor hun vlucht naar Europa of elders naar een veilige plaats.

 

In 2015 begonnen veel mensen naar ons te bellen om hulp te vragen. Zij zeiden dat zij gehoord hadden van een humanitaire actie in België. Op dat moment had ik daarvan nog nooit gehoord. Onze kerk is dan beginnen te zoeken naar informatie over de humanitaire actie van de Belgische regering. Wij zijn dan ook aan de verantwoordelijke voor inburgering in Aalst gaan vragen om informatie. In 2015 kwam een groep mensen uit Aleppo naar hier. Wij hebben hem ook gesproken over een groep mensen uit onze provincie, uit Al Hassakah, die slachtoffer waren van IS.

 

Wij hebben daar de heer Van Overmeire over aangesproken. Hij is politicus, kent de situatie en kan vragen stellen in het Parlement. Wij hebben de persoon gevonden en die heeft die actie uitgevoerd.

 

Onze Kerk is toen begonnen. Wij hebben enkel namen doorgegeven. Iemand zijn moeder was daar achtergebleven. Een andere persoon had zijn vrouw en twee kindjes nog daar. Wij hebben lijsten aan hem gegeven.

 

Er werd gezegd dat bij die lijst ook kopies van de paspoorten moesten worden gevoegd. Alles moest dus officieel zijn. Het was niet genoeg te zeggen dat men die personen kende. Sommigen hebben het in het Arabisch ingevuld. Later hebben wij dit met Van Overmeire besproken en kopies van de paspoorten gevraagd. De mensen hebben dit verzameld via familie en vrienden, en via WhatsApp doorgestuurd. Vervolgens hebben wij dit uitgeprint.

 

Wij hebben samengezeten met vijf personen, waaronder de pastoor. Wij zijn daar niet een, twee of drie dagen gebleven, maar misschien wel een maand om die lijst samen te stellen. Wij hebben die lijst opgesteld, met kopies van de paspoorten, en dit doorgegeven aan de heer Karim Van Overmeire. Wij hebben later gevraagd hoe de procedure verliep. Hij heeft zelf de weg gevonden en contact opgenomen met de toenmalige staatssecretaris. Blijkbaar was dit in orde.

 

01.25  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Nog een zin.

 

Ik wil gewoon wijzen op wat de heer Van Overmeire daarnet heeft gezegd. Hij stelde zichzelf de vraag of het om kwetsbare mensen ging. Zijn antwoord daarop was: "Ik mag het hopen." Dat is de kern van het probleem.

 

Voor de staatssecretaris was dat blijkbaar voldoende om zijn handtekening te zetten, mijnheer Van Overmeire.

 

Een kleine newsflash: na u, en in heel de beslissingsketen na u, heeft niemand anders zich nog de vraag gesteld hoe die mensen werden geselecteerd en of het wel ging om kwetsbare mensen. Niemand anders! Noch DVZ, noch het kabinet, noch het Commissariaat-generaal. Niemand anders heeft zich die vraag gesteld. U wel en u antwoordt er zelf op "Ik mag het hopen". Dat is de kern van het probleem.

 

De voorzitter: Dat waren al acht zinnen, mijnheer De Vriendt.

 

01.26  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer Van Overmeire, ten eerste, u hebt in de pers gezegd dat u zelf geen lijsten opgesteld of mensen geselecteerd hebt. Mensen die bij u kwamen hebt u doorverwezen. U volgde de dossiers niet op. Ik meen dat dat niet klopt, want u hebt gezegd dat u de lijsten overlopen hebt en dat sommigen eraf zijn gevallen en anderen erbij zijn gekomen. Dat is volgens mij een selectie maken.

 

Ten tweede, hebt u er enig idee van hoeveel mensen van die 100 uiteindelijk asiel hebben aangevraagd in België?

 

Ten derde, misschien heb ik u niet goed begrepen, mijnheer Al Chammas, maar op een bepaald moment hebt u gehoord dat België bezig was met een humanitaire actie. Op basis daarvan bent u op zoek gegaan naar iemand van de N-VA die dicht bij jullie stond. Dat was schepen Van Overmeire. U hebt hem aangesproken om te zien of hij u verder kon helpen. Heb ik dat goed begrepen? Zo niet, kunt u het mij eens uitleggen?

 

01.27  Karim Van Overmeire: Ik zal het u uitleggen. Hij heeft gezegd dat zij de lokale schepen van Vreemdelingenzaken en Inburgering hebben gecontacteerd. Hij heeft niet gezegd dat hij op zoek is gegaan naar een schepen van de N-VA. U moet niet knippen en plakken.

 

Hetzelfde geldt voor uw eerste opmerking. Ik heb niet geselecteerd. Ik heb de procedure uitgelegd aan de mensen. De kerkgemeenschap heeft samen gezeten en heeft de selectie gemaakt, op basis van het criterium kwetsbaarheid, dat echter niet gedefinieerd is. Het is niet onze schuld dat het niet gedefinieerd is. Er is een lijst aan mij bezorgd. Ik heb gevraagd wie al die mensen waren. Waarom hebben wij het zo georganiseerd? Omdat in de periode daarvoor bij wijze van spreken twee keer per dag mensen met lijstjes bij mij kwamen. Ieder apart, met een eigen lijstje, dat zou amateurisme geweest zijn.

 

Ik wil mij excuseren als ik niet voldoe aan uw hoge standaarden, maar ik meen dat wij in de context van dat moment zo professioneel mogelijk hebben gewerkt.

 

01.28  Monica De Coninck (sp.a): Waar heeft men dan gehoord dat België humanitaire acties aan het organiseren was?

 

01.29  Karim Van Overmeire: Voordien was de reddingsoperatie-Aleppo in het nieuws gekomen.

 

01.30  Monica De Coninck (sp.a): Het was een aanzuigeffect?

 

01.31  Karim Van Overmeire: Dat was natuurlijk de trigger. Dat was de eerste stap in het hele verhaal.

 

01.32  Monica De Coninck (sp.a): Men heeft dus een aanzuigeffect gecreëerd in België.

 

01.33  Karim Van Overmeire: Ik hoop dat ik een klein beetje helderheid heb gebracht in het debat, mijnheer de voorzitter. De leden mogen mij nog altijd telefoneren of mailen. Ik zal proberen op hun vragen te antwoorden. Ik wens u nog een prettige voortzetting van uw commissievergadering.

 

De voorzitter: Mijnheer Dallemagne, u hebt het woord.

 

01.34  Georges Dallemagne (cdH): M. Van Overmeire confond visiblement arbitraire et absence de critères.

 

Monsieur le président, je voudrais encore interroger M. Al Chammas. Je souhaite que vous lui demandiez de revenir car il n'a toujours pas répondu à la question que je lui ai posée…

 

De voorzitter: Mijnheer Dallemagne, u hebt niet goed gelezen wat er in de teksten van de Conferentie van voorzitters staat en wat ik hier al meerdere keren heb herhaald: mensen kunnen worden uitgenodigd op een hoorzitting en zij beslissen zelf of zij al dan niet willen komen. Zij zeggen ook wat zij willen zeggen en zij gaan weg wanneer zij willen.

 

Het is geen hoorzitting in het kader van een verhoor door een rechter of een parket. Wij hebben die bevoegdheid niet. Die mensen zijn in alle vrijheid naar hier gekomen en gaan in alle vrijheid weer weg. Als u zelf denkt dat u meer moet doen, dan stel ik alleen maar vast dat er nog andere mensen zijn uitgenodigd en dat zij nog altijd niet aan het woord zijn kunnen komen.

 

01.35  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le président, je constate que des personnes qui ont été invitées et qui prétendent répondre à nos questions n'ont pas répondu à nos questions. J'avais une question très importante, à savoir à partir de quand M. Al Chammas était au courant de ces trafics. Il a répondu très vaguement. Je lui ai demandé de préciser mais il n'a pas voulu préciser. Il n'a toujours pas précisé et il est parti avant de préciser.

 

C'est une des questions centrales de nos travaux: à partir de quand et pourquoi cette information n'a pas été transmise? Je trouve tout à fait inacceptable que ces responsables politiques traitent le Parlement de cette manière. Il faut leur demander de revenir pour répondre à cette question. Je n'ai pas eu de réponse à cette question.

 

De voorzitter: Mijnheer Dallemagne, toen u hier in het verleden mondelinge vragen stelde aan een lid van de regering hebt u ook vaak een zeer omslachtig antwoord gekregen. Er werd dus niet altijd rechtstreeks op de vraag geantwoord. We gaan nu verder met de werkzaamheden zoals die gepland waren.

 

We gaan verder met de andere sprekers. Ik meen dat u een filmpje had voorbereid. Is dat het allereerste wat aan bod komt? Het komt later? Goed.

 

Nu komen de mensen van de vzw Gave Veste en de voorzitter van de European Syriac Union aan bod. Mevrouw Cnudde zal de spits afbijten.

 

01.36  Sally Cnudde: Mijnheer de voorzitter, geachte commissieleden, wij willen u hartelijk danken voor de mogelijkheid om deze namiddag een toelichting te geven op wat wij bij Gave Veste het humanitair project noemen. We zijn dankbaar dat we de afgelopen jaren 278 zeer kwetsbare Syrische vluchtelingen hebben mogen helpen. Zij hebben de gevaarlijke smokkelroute in bootjes via de Middellandse Zee niet hoeven te nemen. Wij, maar vooral ook deze mensen zijn ontzettend dankbaar. We zijn de Belgische overheid dankbaar dat deze mensen de kans hebben gekregen om te ontsnappen uit een hopeloze en uitzichtloze situatie, waar ze vaak de dood recht in de ogen hebben gekeken.

 

Wij zijn vandaag met vier mensen aanwezig. Naast mij zit Sjaak van Leijenhorst, directeur en dagelijks bestuurder van Gave Veste en coördinator van het humanitair project. Naast hem Jelle Rijkeboer, medewerker bij Gave Veste. Samen met Sjaak heeft hij het humanitair project gecoördineerd. Helemaal aan het einde zit Everhard Van Dalen, lid van de raad van bestuur en betrokken bij het interlevensbeschouwelijk overleg.

 

Gave Veste vzw is opgericht in 2009 met als doel om lokale kerken te mobiliseren en te activeren in het werk onder vluchtelingen.

 

01.37  Sjaak van Leijenhorst: Geachte voorzitter, in 2015 bereikte ons een noodkreet vanuit de Syrische gemeenschap. Verschillende Syrische gezinnen zaten vast in Syrië en konden niet vluchten. Deze noodkreet bleef constant in ons achterhoofd. Vervolgens vernamen we via de media van de reddingsactie in Aleppo. We waren blij verrast dat dit mogelijk was. We wisten echter ook dat er nog velen in dezelfde hachelijke situatie zaten.

 

Begin 2016 werden wij uitgenodigd op het kabinet om met een twaalftal vertegenwoordigers van diverse protestants-evangelische kerken, onder wie Everhard van Dalen namens VILT, na te denken over wat kerken konden betekenen, daar op dat moment de instroom van vluchtelingen zo erg was gestegen. Blijkbaar waren wij bekend als vzw die werkt onder vluchtelingen. Als deel van het maatschappelijk middenveld zijn wij toen uitgenodigd.

 

Met de noodkreet nog altijd in ons achterhoofd, hebben we na afloop van dat overleg de stoute schoenen aangetrokken en gevraagd of een gesprek mogelijk was over humanitaire visa voor de meest kwetsbare Syrische christenvluchtelingen. Wij mochten later nog eens langskomen om daarover voort te spreken op het kabinet. Enige tijd later, begin 2016, hadden we daarover al een gesprek op het kabinet en hebben wij de vraag gesteld naar humanitaire visa.

 

In het najaar van 2015 (?) hadden we al concrete dossiers met heftige verhalen gedocumenteerd. We hebben die dossiers met heftige verhalen in het voorjaar van 2016 aan het kabinet gegeven en na meerdere maanden kregen we de toestemming om een aantal gezinnen over te laten komen.

 

In totaal zijn er 278 humanitaire visa afgegeven. Die kwamen niet in één keer. Dat verliep gestructureerd en gedoseerd, in groepen verdeeld, over de jaren 2016, 2017 en 2018. In 2016 kwamen er 71 mensen, verdeeld over vijf groepjes. In 2017 kwamen er 45 mensen; dat was één groep. In 2018 kwamen er 162 mensen, verdeeld over drie groepen. In 2017 en 2018 werd zo’n groep vaak opgedeeld in kleinere groepjes, zodat niet meer dan elf tot zeventien personen tegelijk een afspraak hadden op de ambassade.

 

Hoe komt Gave Veste aan die dossiers? Welnu, toen wij groen licht kregen, hebben wij binnen ons netwerk gevraagd naar meer dossiers. We hebben bij de diverse protestantse Arabische kerken gevraagd of zij dossiers konden verzamelen. In eerste instantie hebben we 2 500 dossiers gekregen. We hebben altijd direct contact gehad met de naaste familieleden, nooit met tussenpersonen. We hebben de meest kwetsbare mensen op een soort groslijst gezet. Die lijst is in de loop van de jaren aangevuld met nieuwe dossiers die we aangeleverd kregen, aangezien de situatie in Syrië ook voortdurend verandert. Uiteindelijk hebben we in totaal ruim 3 000 dossiers ontvangen. Van daaruit hebben we een groslijst van 800 namen gemaakt met heftige verhalen. Van daaruit hebben we verder geselecteerd en is er een shortlist opgesteld.

 

Van die shortlist hebben wij uiteindelijk mensen op een lijst gezet, die naar het kabinet werd gestuurd.

 

Ik zal nu iets meer vertellen over onze selectie en screening. Om op een lijst terecht te komen, moet een persoon aan enkele criteria voldoen. Wij hanteren vijf criteria en wij delen punten uit per criterium. Hoe meer punten, hoe eerder men op de lijst komt.

 

Er is het criterium inzake wonen in gevaarlijk gebied. Het gaat om gebieden waar terroristen aan de macht zijn, waar recent nog gevochten werd, waar bombardementen zijn, waar veel aanslagen zijn, waar de kans op ontvoering erg groot is enzovoort. Zo was er een aantal mensen met de scherven van granaten nog in hun lichaam, met littekens op hun lichaam, met verwondingen van bomaanslagen en beschietingen, mensen die niet goed konden stappen enzovoort.

 

Er is een criterium betreffende mensen die al gevlucht zijn in Syrië, bijvoorbeeld omdat hun huis is verwoest of ingenomen of dat het er dermate gevaarlijk was dat men er wel weg moest trekken. Als men al een keer is gevlucht en alles heeft verloren, is men vaak niet in staat om nogmaals te vluchten. De enige uitweg is dan een humanitair visum.

 

Het derde criterium betreft de aanwezigheid van kwetsbare personen. Het gaat hier om alleenstaande moeders die hun man in de oorlog hebben verloren en vaak afhankelijk zijn van voedselhulp van de Kerk. Denk ook aan jonge vrouwen die gevaar lopen ontvoerd te worden of erger, aan bekende gezinnen waarvan een of meerdere personen op verschrikkelijke wijze om het leven zijn gekomen of waarvan mensen een tijd ontvoerd zijn geweest en erge dingen hebben meegemaakt. Kwetsbare personen zijn ook jonge mannen afkomstig uit gezinnen die in legerdienst moeten bij Assad of de Koerden en als christen vooraan in de frontlinie worden gezet om een zeer, zeer vuile oorlog te voeren. Als men eenmaal in legerdienst is, komt men niet zomaar uit het leger, zolang het conflict duurt. De enige uitweg is dan de dood.

 

Het vierde criterium betreft medische noden. Het gaat om mensen die niet meer de noodzakelijke medische zorgen kunnen krijgen omdat het ziekenhuis er niet meer is of er geen artsen meer zijn – die zijn al gevlucht – of omdat de weg ernaartoe levensgevaarlijk is. Deze mensen in Syrië hebben heftige medische noden, zoals kanker, en moeten worden geholpen. Zo is er een aantal gezinnen overgekomen waarvan een kind van het gezin een zeer ernstige handicap heeft en veel verzorging nodig heeft.

 

Het vijfde criterium betreft een slechte financiële situatie. Voor mensen die veel geld hebben, is het vaak nog mogelijk om eerst binnen Syrië te vluchten, maar juist arme gezinnen kunnen vaak geen kant op en voor hen is een humanitair visum de enige uitweg.

 

Men hoort wel eens dat de meeste christenen in Syrië welvarend en rijk zouden zijn. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het gaat om een kleine groep christenen in Syrië vóór de oorlog. Met name in steden als Raqqa, Aleppo en Idlib gold dat wel. Veel mensen hebben alles verloren. Wij kennen veel verhalen van mensen die alles hebben verloren. Wij herkennen ons dus absoluut niet in het beeld dat de christelijke gemeenschap welgestelde mensen zouden zijn.

 

Hoe dan ook, in principe is het niet mogelijk om met rijkdom op onze lijsten terecht te komen. Wij controleren hier streng op.

 

01.38  Jelle Rijkeboer: Mijnheer de voorzitter, er wordt vandaag veel over de techniek gesproken, maar wij willen ook een aantal verhalen met u delen.

 

Een van de verhalen is dat van mevrouw Lina Ajoub. Zij woonde met haar man en twee kinderen van veertien en vijf jaar oud in Oost-Ghouta. De rebellen hebben de macht overgenomen en als christenen werden zij gedwongen om hun huis te verlaten. Tijdens dat proces is haar man vermist geraakt, nooit meer teruggevonden en is naar alle waarschijnlijkheid omgebracht door rebellen. Daarna leefde zij met haar kinderen in erbarmelijke omstandigheden in een kleine kamer zonder venster, zonder verwarming en zonder inkomen. Zij was afhankelijk van hulp van de Kerk en had ook nog eens een nierziekte. Het huis waarin ze ooit heeft gewoond, is waarschijnlijk aan flarden geschoten. Ze is in 2018 veilig in België aangekomen en bouwt nu met haar kinderen een leven op in dit land.

 

We zullen nu naar haar luisteren.

 

(Er wordt een filmpje afgespeeld gedurende een tweetal minuten)

 

01.39  Sjaak van Leijenhorst: Mijnheer de voorzitter, criteria hebben is belangrijk, maar ze moeten wel worden getoetst.

 

Een van de zwaarste taken van het werk dat wij de afgelopen jaren hebben geleverd, was de selectie van de lijsten. Onder andere mijn collega, de heer Rijkeboer, en ikzelf zijn hierbij intensief betrokken geweest.

 

Uit de vele namen werd grondig geselecteerd. Welk verhaal voldoet aan meerdere criteria? U hebt zonet de vijf punten gehoord. De dossiers die aan minstens drie criteria voldeden, zijn van de  groslijst op een shortlist geplaatst. Vervolgens werden deze verhalen nog eens grondig gescreend door Gave Veste.

 

Kloppen de verhalen. Soms bleek dat ze waren aangedikt. Dan werden die mensen alsnog van de shortlist afgehaald, omdat zij niet aan de criteria voldeden. Maar het is ook vaak voorgekomen dat de schrijnendheid uit schaamte afgezwakt was en dat de situatie in werkelijkheid nog erger bleek te zijn.

 

Wij hebben de verhalen op meerdere manieren gecontroleerd. Ten eerste hebben wij de Belgische familieleden van de mensen op de shortlist op controlegesprek gevraagd. Wij hebben kritisch doorgevraagd. Wij hebben intensieve gesprekken gehouden met hun Belgische familie hier in België, en wij hebben gevraagd om foto's. Het kwam regelmatig voor dat wij via WhatsApp, via video, gebeld hebben met de betrokkenen om te horen en vooral te zien hoe de situatie daar was. Die gesprekken werden ondersteund door onafhankelijke tolken. Door goed door te vragen, konden wij al veel te weten komen.

 

Ten tweede hebben wij als leden van Gave Veste al lange tijd goede contacten binnen de christelijke Syrische gemeenschap in België. Wij hebben voor de controle de hulp ingeroepen van enkele zeer betrouwbare mensen, die wij al jaren persoonlijk kennen. Zij hebben vele contacten in Syrië zelf en zij hebben contact opgenomen met de familieleden van de mensen die bij ons een aanvraag hadden ingediend.

 

U moet weten dat de christelijke gemeenschap in Syrië een heel hechte gemeenschap is. Vanuit België is aan mensen in Syrië, bijvoorbeeld aan een oom van de familie, de vraag gesteld: hoe gaat het met die persoon.; waar woont die nu, uit pure belangstelling. Er kon iemand tegen ons gezegd hebben: mijn huis is beschadigd. Dan werd er gecheckt of dit wel klopte. Na die check kon blijken dat ofwel alleen de ruiten kapot waren gegaan of dat het huis echt platgebombardeerd was.

 

Deze controlestap is natuurlijk niet 100 % waterdicht maar dat is geen enkele methode. Wij hebben echter ervaren dat het wel een goede methode is. Wij hebben vele details ontvangen van de familie in Syrië. Bij navragen wist men niet dat die vragen gesteld werden voor de screening. Die mensen gaven dus onbevangen antwoorden.

 

Er werd uit belangstelling gevraagd naar hun situatie. Zij hadden de echte reden niet door. Zij zagen het echt als belangstelling en bezorgdheid van christenen onderling. Dat heeft goede detailinformatie opgeleverd.

 

Ten derde hebben wij het nieuws over Syrië goed in de gaten gehouden. Als iemand beweerde dat hij of zij omsingeld was door IS of door al-Nusra of een andere groep, namen wij dat niet zomaar aan. Dan gingen wij echt onderzoeken of IS daar wel in de buurt was. Of iemand sprak over verplichte legerdienst in Koerdisch gebied, waar andere leeftijden gelden voor oproeping voor het leger dan in een gebied dat onder controle van Assad was. Als men bijvoorbeeld de enige zoon van het gezin was, hoefde men in het gebied onder Assad niets te vrezen wat legerdienst betrof.

 

01.40  Everhard van Dalen: Mijnheer de voorzitter, u hebt mij gevraagd om ook een deel toe te lichten. Waarom alleen christenen? In de vorige hoorzittingen is meermaals gevraagd waarom christenen. Wij willen daar graag ook iets over zeggen. We kunnen daarbij uiteraard alleen spreken voor onze vzw, die daarbij betrokken was.

 

We wilden de meest kwetsbare Syrische vluchtelingen helpen, ongeacht religie. Wij hebben bij Gave Veste echter vooral goede en betrouwbare contacten in christelijke kerken. Binnen die kerken kunnen we ook daadwerkelijk de kwetsbaarheid controleren en bespreken.

 

Op de lijsten stonden christenen uit diverse christelijke stromingen: oosters-orthodoxen, katholieken, protestanten, Armeens-apostolischen, baptisten, evangelischen, ook mensen uit Pinkstergemeenten.

 

We sluiten niet de ogen voor de realiteit in Syrië en het Midden-Oosten. Christenen zijn daar een kwetsbare minderheid. Het is dan ook niet voor niets geweest dat uw Parlement ooit een resolutie heeft aangenomen om kwetsbare minderheden te helpen, waaronder ook de christenen.

 

Graag zouden we christenen uit andere landen helpen, omdat een op de negen christenen met vervolging te maken krijgt, of ruim 245 miljoen christenen, volgens een rapport dat Open Doors heeft gepubliceerd op 16 januari 2019. Dat is een realiteit, die we vaak over het hoofd zien. Het is wereldwijd, dus niet alleen in Syrië, de grootste groep van mensen die wordt vervolgd wegens hun levensbeschouwing.

 

Ik ben zelf graag betrokken in de Vlaamse interlevensbeschouwelijke dialoog, iets dat ingericht is vanuit de overheid. Ik heb daar namens de Federale Synode van Protestantse en Evangelische kerken - er zijn een honderdtal protestantse kerken en een zeshonderdtal evangelische kerken - ook deelgenomen aan het project van Sant'Egidio, waarbij 150 mensen zijn overgekomen en waarover Jan De Volder hier ook is gehoord.

 

In de Vlaamse interlevensbeschouwelijke dialoog zitten rooms-katholieken, protestanten, orthodoxen, anglicanen maar ook de Moslimexecutieve, waarmee we uitstekende contacten hebben, de joodse gemeenschap en de vrijzinnigen.

 

Persoonlijk en ook in de Federale Synode staat men echt open voor een brede dialoog en samenwerking. Zo zit ik zelf in een werkgroep Armoede en Vluchtelingen vanuit de Vlaamse interlevensbeschouwelijke dialoog.

 

Ik heb uitstekende contacten met mensen van de Moslimexecutieve, maar ook met vrijzinnigen, zoals professor Remi Baekelmans.

 

Gave Veste heeft ook meegeholpen aan de humanitaire corridor van Sant’Egidio, naar het voorbeeld van katholieken en protestanten die al eerder samenwerkten binnen Sant’Egidio Italië om vluchtelingen over te brengen naar Italië. Dat waren er eerst een duizendtal. Dat gebeurde daarna ook in Frankrijk. Ik ben er een sterke voorstander van om de verschillende levensbeschouwingen nader te betrekken bij het asielbeleid, maar wel alle levensbeschouwingen. Ieder kan met zijn achterban, zijn eigen mensen, het best instaan voor opvang en integratie. Dat is een uitnodiging aan iedereen.

 

Eenieder heeft binnen zijn eigen levensbeschouwing een netwerk, dikwijls een sterk netwerk. Ieder kan het beste van zichzelf geven om vanuit zijn overtuiging rechtvaardigheid en vrede in ons land te bewerkstelligen. Laten we de kracht van de diverse levensbeschouwingen bundelen en positief aanwenden. Ik geloof daarin, ervaar dat zoiets mogelijk is, en hoop van harte dat men ook inzake asiel spoedig een dialoog en samenwerking met de overheid kan opstarten en dat wij in gesprek kunnen gaan.

 

Ik heb ook een enorme passie voor de vele mensen zonder papieren. Ik wil ook vragen om eens te kijken naar de situaties in Libië. Kijk eens naar de kampen in Griekenland. Er is heel veel te doen.

 

01.41  Sjaak van Leijenhorst: Mijnheer de voorzitter, hoe verloopt het proces van Syrië naar België? Hoe komt iemand vanuit Syrië terecht in België? Voor sommige mensen is dat inderdaad een hele uitdaging. Bij de grens tussen Syrië en Libanon kunnen er allerlei problemen zijn. Het is onveilig om te reizen binnen Syrië. Zo hebben we eens een gezin uit Maharda op de lijst gehad. Twee dagen voor het vertrek naar Libanon hebben zij een nonkel verloren. Hij kwam op bezoek in Mahardah om afscheid te nemen. Op de terugweg is zijn auto geraakt door een mortier, met vier doden als gevolg.

 

Het dorp Maharda was omsingeld door terroristen, die het dorp wekelijks bestookten. Het gezin moest vroeg in de ochtend en in het donker vertrekken naar Libanon, in de hoop dat de beschietingen nog niet zouden beginnen. Wij waren op de hoogte van dat probleem en daarom hebben wij aan onze achterban gevraagd om te bidden voor het gezin. Gelukkig, want ze zijn veilig in Libanon aangekomen. Het waren voor ons, en zeker voor hen, heel spannende uren. In de stad Mahardah zijn bij een raketaanval door terroristen op 9 september 2018 nog 9 christenen omgekomen. Er waren ook 30 gewonden. Tijdens het hele proces is er een directe communicatie geweest met de naaste familie.

 

We hebben nooit via tussenpersonen mensen op een lijst geplaatst. Zodra een lijst werd goedgekeurd, ontvingen wij van het kabinet een datum waarop de mensen werden verwacht op de ambassade in Libanon. Ook ontvingen wij via het kabinet een persoonlijke uitnodiging van de ambassade in Beiroet met de datum en het tijdstip waarop de persoon werd verwacht. Dit digitaal document hebben wij doorgestuurd naar de mensen in Syrië. Alleen met deze uitnodiging van de ambassade en hun paspoort konden zij de grens Syrië-Libanon oversteken. Hierin hebben wij ook uitgebreid gecommuniceerd naar de Belgische familie met duidelijke instructies, die zij doorgaven aan hun familie in Syrië, zodat het proces van Syrië naar Libanon en van Libanon naar België goed zou verlopen. Zodra ze hun visum konden afhalen in Beiroet, verzorgde Gave Veste vzw de verdere begeleiding.

 

We hebben de volgende dingen geregeld in Libanon. Eén, begeleiding naar de ambassade en het invullen van de Schengenformulieren. Twee, tijdelijk onderdak geven in Beiroet voor twee dagen. Drie, alle vliegtickets regelen en vervoer naar de luchthaven.

 

In Libanon werd alles geregeld door de Amerikaanse missionarissen en de Christian Life Centre. We leveren aan hen altijd op voorhand de juiste informatie, dat alles gestroomlijnd liep op de ambassade. Ikzelf, de heer Rijkeboer en diverse collega's waren altijd aanwezig op Brussels Airport om kennis te maken met de mensen uit Syrië en nadere afspraken te maken met hun Belgische familie. In de week van de asielaanvraag gaven we de mensen meer uitleg hierover. Op dezelfde dag inventariseerden we ook de noden die er waren, vaak medische noden. We gingen altijd met hen mee op pad om bij DVZ asiel aan te vragen. Mijn collega, de heer Rijkeboer, en ik begeleidden hen vervolgens van DVZ naar de asielcentra. Een deel van hen werd opgevangen bij het opvangnetwerk van Fedasil, maar vooral de laatste tijd werd een groot deel privaat opgevangen in appartementen, die op kosten van de vzw werden gehuurd. Deze groep van private opvang wordt tijdens de asielprocedure volledig door Gave Veste begeleidt en na de erkenning worden ze begeleid naar een woonst. Je zou bijna kunnen zeggen: met de aankomst in België begon het werk voor ons pas echt. Denk aan het opvolgen van de dossiers, mensen privaat opvangen, het regelen van alle medische zaken, aanvraag requisitorium, maar ook het koppelen van de eerder genoemde buddies aan de mensen.

 

In de communicatie met het kabinet hebben we ons regelmatig verantwoord over het hele proces, over de komst van Syrië naar Libanon, van Libanon naar België, en dat iedereen ook echt asiel aanvroeg bij DVZ. Wij gaven daarvan regelmatig een update aan het kabinet. Tot nu toe hebben deze Syriërs zonder problemen hun papieren gekregen om een nieuw leven in België op te bouwen.

 

Tot nu toe is bij geen van hen een negatieve beslissing van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen geweest. Bijna iedereen is als vluchteling erkend. Enkele personen hebben subsidiaire bescherming gekregen.

 

Gave Veste heeft goede contacten met de christelijke minderheid in Syrië, waardoor de screening via dat netwerk goed verloopt. Gave Veste vzw heeft een goede samenwerking met Sant'Egidio gehad. Die organisatie was namens de Federale Synode een van de partners die aan het project Humanitaire Corridor hebben meegewerkt.

 

De financiën. Gave Veste is dankbaar dat alle genoemde kosten door private sponsors werden gefinancierd. Dankzij kerken in België en Nederland en vele christenen hebben wij alles kunnen financieren.

 

Wij hebben het project nooit geheim willen houden. Vanwege een aanzuigende werking hebben wij echter nooit openbaar over het project gecommuniceerd. Wij kregen al met veel mails en telefoontjes te maken. Als wij het openbaar zouden hebben gemaakt, zou een onwerkbare situatie zijn ontstaan.

 

Binnen onze achterban hebben wij wel over het werk gecommuniceerd. Het gaat om 700 individuele personen en ruim 200 kerken. De mensen van die achterban hebben ons geweldig geholpen met financiën, vervoer, het beschikbaar stellen van huizen, het buddy-zijn, het gastvrij ontvangen in de kerken en op vele andere praktische manieren.

 

Gave Veste heeft dankzij giften een groot deel van de kosten voor haar rekening genomen. Aan de familieleden in België hebben wij wel gevraagd om, indien mogelijk, in de kosten bij te dragen. Er moet bijvoorbeeld 350 euro voor elke volwassene aan rolrecht voor een visum worden betaald. De overnachting en het vervoer in Libanon kosten ook geld. Een grote kost zijn de vliegtuigtickets. Gave Veste heeft al die kosten op voorhand betaald.

 

Wij hebben per persoon de kosten berekend. Wij hebben per familie bekeken wat de Belgische familie redelijkerwijze in de daadwerkelijke kosten kon bijdragen. Wij hebben aan de Belgische families gevraagd hoeveel van die werkelijk gemaakte kosten zij eventueel zouden kunnen terugbetalen en hoeveel zij niet kan terugbetalen.

Wij merkten dat de Belgische families die konden terugbetalen, uit zichzelf graag wilden terugbetalen. Wij gaven hen de vrijheid. Vervolgens heeft een aantal families het volledige bedrag terugbetaald. Een aantal families heeft een gedeelte van het bedrag terugbetaald. En een aantal families heeft helemaal niets betaald. Het tekort werd aangevuld door giften en privésponsors.

 

De betalingen zijn altijd gedaan door het handtekenen van in tweevoud opgestelde betalingsbewijzen. Die betalingsbewijzen zijn op onze kantoren nog altijd in te zien en zijn in onze boekhouding opgenomen.

 

Wanneer wij merken dat families echt niet in de kosten kunnen delen, wordt het bedrag volledig kwijtgescholden.

 

Heel wat mensen werden privaat opgevangen, vooral bij de laatste groep vorig najaar. Gave Veste heeft daartoe appartementen gehuurd op kosten van de vzw. Er werden energiekosten en dergelijke betaald. Ook hebben wij deze vluchtelingen voorzien van leefgeld voor levensonderhoud en een Buzzy Pazz. Alles aan deze private opvang was volledig gratis voor degenen die wij hebben opgevangen. Daarvan hoeft niets worden terugbetaald, helemaal niets. Dit is bekostigd door private sponsors.

 

Mijnheer de voorzitter, ik ga afronden. Christenen in Syrië zaten, en zitten vaak nog steeds tussen hamer en aanbeeld, niemand staat aan hun kant. Zij worden gebruikt en misbruikt voor de belangen van anderen. Van nature willen zij zich afzijdig houden van het hele conflict en dat maakt hen extra kwetsbaar. Zij zitten tussen alle vuren in. Zij zijn door niemand echt gewild.

 

Christenen in Syrië delen dit lot met 245 miljoen andere christenen die wereldwijd met vervolging te maken hebben. Wij zouden graag ook voor hen iets betekenen. Ik denk dan aan christenen in Pakistan, Afghanistan en Eritrea, die zeer kwetsbaar zijn en ernstig gevaar lopen. Het humanitair visum is hiervoor een uitermate geschikt middel, mits het goed wordt gebruikt en de kwetsbaarste mensen bereikt worden.

 

Aanvullend zou er bijvoorbeeld, zoals de voorgaande spreker ook zei, voor de kwetsbaarste mensen uit landen als Syrië, Pakistan, Afghanistan en Eritrea een mogelijkheid in het leven kunnen worden geroepen om via gezinshereniging de meest kwetsbaren te laten overkomen. Een deel van deze Syriërs had immers al familie in België, maar kwam niet in aanmerking voor gezinshereniging. Mogelijks zou er een versoepeling van de gezinshereniging kunnen komen voor bepaalde groepen met de kwetsbaarste vluchtelingen, om te worden herenigd met familie in België. Bijvoorbeeld in Pakistan en Afghanistan is het leven voor christenen en andere minderheden extreem zwaar. Ik spreek ook over andere minderheden. Wij zouden hier graag verder met u over in gesprek willen gaan.

 

Wij danken God namens de 278 Syriërs die wij hebben mogen en kunnen helpen. Wij danken de staatssecretaris en alle anderen die hebben meegewerkt aan het humanitair project. Wij danken u voor de uitnodiging om toelichting te komen geven over het werk dat wij de afgelopen jaren hebben mogen doen. Wij zijn steeds bereid om samen met u na te denken over een manier om werkingen als deze te verbeteren.

 

De humanitaire situatie in Syrië is nog steeds erg dramatisch, is heel slecht, zoals u kunt lezen in het rapport van Unicef dat op 31 januari verscheen.

 

Evenals de heer Jan De Volder van Sant'Egidio in eerdere hoorzitting, spreken ook wij de hoop uit dat dit humanitaire project nog kan worden voortgezet. Wij hebben nog een heel aantal namen op onze shortlist staan, mensen die heel erg kwetsbaar zijn en allen aan die criteria voldoen. Ik dank u voor uw aandacht.

 

De voorzitter: Ik geef het woord aan de heer Vergili van the European Syriac Union.

 

01.42  Fehmi Tony Vergili: Monsieur le président, mesdames, messieurs, je vais tout d'abord me présenter très brièvement car le débat a déjà été long. Je suis Tony Vergili. Cela fait vingt ans que je suis en Belgique. J'ai été souvent actif dans les centres culturels syriaques en Belgique.

 

Nous avons créé en 2004 l'European Syriac Union dont je suis le co-président depuis un an et demi. Notre organisation propose des activités dans tous les pays d'Europe (Pays-Bas, Allemagne, Suède, Suisse), activités culturelles et sociales pour notre peuple. Nous essayons de les aider là-bas en nous faisant la voix de notre peuple en Orient. Nous avons donné des dizaines de conférences au Parlement européen sur le sujet des chrétiens d'Orient, en Irak, en Syrie, en Turquie et au Liban. Nous travaillons avec des associations syriaques en Syrie et en Irak.

 

Je voudrais maintenant parler de ces associations présentes en Syrie. Ce sont elles qui nous ont indiqué que le cabinet de l'Asile de l'État belge donnait facilement des visas humanitaires aux chrétiens d'Orient actuellement en Syrie. Elles nous ont dit que si cela continuait ainsi, il n'y aurait plus de chrétiens d'Orient en Syrie.

 

Pour nous, ce fait était dangereux. Elles nous ont demandé de faire quelque chose ici en Belgique pour laisser les chrétiens dans leur pays. Nous ne pouvions malheureusement pas faire grand-chose. Nous connaissons ce problème des visas humanitaires. Cela fait huit ans, depuis le début de la guerre en Orient, que dans les pays d'Europe, il y a un genre de visas humanitaires.

 

C'est pour cela que, le 11 octobre 2018, nous avons envoyé une lettre au Parlement européen, car nous avons pas mal de parlementaires européens au Parlement. Nous les connaissons très bien. Nous avons écrit au Parlement européen et aux parlementaires belges qui sont au Parlement européen, pour qu'ils fassent quelque chose contre ces visas humanitaires.

 

Nous ne sommes pas contre l'humanitaire, mais nous sommes contre le fait de vider l'Orient de chrétiens. C'est pour cette raison que nous avons envoyé cette lettre, mais malheureusement, personne ne nous a répondu. Je pense que c'est après l'arrestation de Melikan Kucam, après quelques jours – je ne me souviens plus de la date, je pense que c'était le 17 janvier, ou le 16 –, que cette lettre a été distribuée aux parlementaires belges. De là, tout a éclaté vers nous, les médias, etc.

 

Nous, ce que nous avons fait, c'était une simple lettre que nous avons envoyée au Parlement européen et aux parlementaires belges qui sont au Parlement européen. Comme je l'ai dit, personne n'a répondu à cette lettre.

 

Pourquoi avons-nous envoyé cette lettre? Premièrement, nous, comme European Syriac Union, avec les associations qui sont en Orient, comme tout le monde a parlé des dangers, nous savons que les chrétiens ont beaucoup souffert, pas seulement avec Daech. Cela fait des centaines d'années que les chrétiens souffrent beaucoup en Orient.

 

Le problème des chrétiens d'Orient n'est pas un problème humanitaire. Nous ne sommes pas contre l'humanitaire. Moi aussi, en 2015, je suis allé en Syrie et en Irak. Nous avons essayé de les aider à rester là-bas. Nous sommes contre l'envoi systématique de notre peuple d'Orient.

 

Deuxièmement, ces gens-là, cela fait huit ans qu'ils ont beaucoup de difficultés, de pauvreté. Nous avons dit: si c'est un visa humanitaire, alors pourquoi ces gens payent-ils de l'argent? Nous ne savons pas s'ils ont payé ou pas, mais nous avons envoyé cette lettre pour qu'il y ait une enquête.

 

Troisièmement, nous ne pouvons pas tolérer de telles tromperies de la part de l'État belge. Comme je l'ai déjà dit, je suis ici depuis vingt ans, j'ai la nationalité belge, je vis ici et ne pouvais pas accepter cela.

 

Je veux simplement vous dire que s'il n'y a plus de chrétiens en Orient ce ne sera pas seulement mauvais pour eux mais pour tous les peuples de là-bas. Car la richesse des chrétiens est une richesse pour tout le monde en Orient. Sans chrétiens en Orient, ce sera la catastrophe pour le monde entier parce que cela va cristalliser deux blocs: un Orient musulman et un Occident chrétien. C'est pourquoi les chrétiens d'Orient doivent y rester.

 

Nous voulons aujourd'hui que l'État belge et tous les États européens nous apportent leur aide là-bas. Notre problème n'est pas humanitaire. C'est un problème de statut et d'identité. Les chrétiens doivent être protégés là-bas.

 

De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Wie heeft vragen?

 

01.43  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Ik wil alle sprekers bedanken in ieder geval voor de toelichting. Ik heb enkele vragen aan de heer Vergili over de brief die zijn vereniging heeft gestuurd naar een aantal Europese parlementsleden op 11 oktober vorig jaar.

 

In die brief schrijft u, ik citeer: "We know 6 persons from Belgium which are behind this transportation. They take for their service 3 000 euros/14 000 euros from the Syrian Christians."

 

In die brief zegt u dus dat er zes personen vanuit België zijn die blijkbaar meewerken aan die fraude, die zelfverrijking. Wie zijn die zes personen? Dat is mijn eerste vraag.

 

Mijn tweede vraag. In de brief zegt u dat een van die personen samenwerkt met een lid van het Belgische Parlement en dat u weet over wie het gaat. Mijn vraag is uiteraard over wie het gaat. Welk lid van het Belgische Parlement?

 

01.44  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik wil ook de sprekers bedanken, allemaal. Ik vind het eigenlijk wel spijtig dat de heer Van Overmeire hier niet meer is om jullie werkwijze te aanhoren. Het is volgens het boekje, zoals het zou moeten, binnen een bepaald wettelijk kader.

 

Ik sluit mij ook volledig aan bij de oproep van de heer Van Dalen. Wij hebben voor alle duidelijkheid met verschillende parlementariërs hierover dikwijls vragen gesteld. Denk bijvoorbeeld maar aan de situatie in de Griekse kampen. Ik ben daar zelf geweest. Naar aanleiding daarvan hebben wij aan de staatssecretaris voorstellen gedaan. Wij hebben eigenlijk gezien dat door de reddingsactie van Aleppo het contingent dat men had toegezegd aan Europa nog zelfs is verminderd en werd gecompenseerd door die actie in Aleppo. Wij wilden dat bespreekbaar maken.

 

Een aantal van ons wil ook dat er een wettelijk kader komt dat bepaalt dat maatschappelijke groepen - of die nu religieus zijn of niet - die verantwoordelijkheid willen nemen voor zeer kwetsbare groepen dat ook kunnen doen. Dat wordt dan natuurlijk wel op kwaliteit gecontroleerd. Vervolgens wordt ook bekeken hoe de opvolging en de integratie van de overgebrachte mensen verloopt.

 

Daar kunnen dan quota voor worden afgesproken want men is daar heel bang voor. Omdat men er bang voor is wordt het niet besproken. Als het niet besproken wordt, krijgt men ook geen kader. Dan krijgt men de uitspattingen die er nu geweest zijn. Er zijn groepen die dat goed gedaan hebben, er zijn groepen die dat niet goed gedaan hebben. Als men daar niet op een fatsoenlijke bestuurlijke manier mee omgaat, dan krijgt men natuurlijk die resultaten.

 

Ik wil u in ieder geval feliciteren met uw manier van werken. Voor alle duidelijkheid wil ik nog eens vragen of u die criteria hebt opgesteld op vraag van staatssecretaris Francken. Hebt u dat soms op eigen initiatief gedaan? Criteria zijn criteria en men moet daar balansen tussen zoeken en ze beoordelen. Hoe gaat u daarmee om? Dat is immers niet altijd evident, ook menselijk niet.

 

01.45  Georges Dallemagne (cdH): Je voudrais à mon tour remercier l'ensemble des intervenants. J'avais juste quelques questions pour M. Vergili. Dans son courrier du 11 octobre, il mentionne effectivement la phrase qu'a lue mon collègue De Vriendt. J'aurais voulu savoir dans quelles circonstances il avait appris ces rumeurs de paiements. Qui lui en a parlé? Comment ces informations sont-elles arrivées jusqu'à lui?

 

Quel type de personne, cela concernait-il? S'agissait-il de personnes encore en Syrie ou en Belgique? Comment les choses se sont-elles passées avec cette information sur laquelle il a donné l'alerte? Cette alerte n'a visiblement pas été entendue à ce moment-là. Connaissait-il aussi Melikan Kucam? Savait-il que ce personnage était mêlé à cette histoire-là? Avait-il connaissance des liens entre celui-ci et Theo Francken?

 

De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

Dan geef ik het woord aan de sprekers die zich aangesproken voelen voor de vragen.

 

01.46  Fehmi Tony Vergili: Monsieur le président, je respecte la procédure judiciaire. Après la diffusion de notre lettre, j'ai reçu une convocation de la police. J'ai donné le nom des six personnes à la police. Je respecte la justice. Je ne vous donnerai pas ces noms. Je les ai donnés à la police. Il y a procès.

 

Par ailleurs, dans la lettre, c'était une erreur de notre part. Normalement, ce n'était pas un parlementaire. C'était le cabinet Asile. C'était une erreur.

 

Pour répondre à la question de M. Dallemagne, comme je l'ai dit, on travaille avec des associations en Syrie. Comme des familles voulaient venir, ce sont sûrement elles qui ont donné l'information là-bas en Syrie, à Dayrik (?). Nous avons été informés par notre association en Syrie.

 

01.47  Jelle Rijkeboer: Mevrouw De Coninck, u vroeg ons of het enkel de kwetsbare mensen betrof. Wij hebben voor onszelf gezegd dat wij alleen de meest kwetsbare mensen naar hier wilden halen. Wij hebben dat dan ook gedefinieerd op de manier die net werd uitgelegd. In de beginfase hebben wij de dossiers doorgestuurd naar het kabinet en later het projectplan. Het verhaal dat wij vandaag hebben verteld, stond immers in een projectplan waarmee wij te werk zijn gegaan en dat ook door onze achterban, met name de algemene vergadering en de raad van bestuur, is gezien. Bij het vervolg van het project hebben wij met enige regelmaat, per mail, nogmaals de criteria gedeeld met het kabinet en uitgelegd hoe wij te werk gingen.

 

Wij vonden het belangrijk om enkel de meest kwetsbare mensen naar hier te halen, omdat wij de zorg die de andere spreker heeft, delen. Wij willen ook niet dat de christenen wegtrekken uit het Midden-Oosten. Misschien om die reden zou ik de vraag willen terugkaatsen naar de commissie: wat kan men doen om ervoor te zorgen dat de christenen in het Midden-Oosten daadwerkelijk een goed, veilig en duurzaam leven kunnen hebben?

 

Misschien moeten wij dan niet in een soort doorgeslagen seculier denken, zou ik bijna zeggen, iedereen gelijktrekken, maar moeten wij ook kijken hoe wij, voor de christenen in Syrië en meer bepaald de zeer kwetsbare mensen daaronder, een organisatie als Syriac Aid, die op het veld werkt – er zijn er nog vele andere – kunnen ondersteunen. Dat zou een oproep aan u zijn, omdat wij die zorg delen. Wij willen de gemeenschap in Syrië niet leegtrekken en om die reden hebben wij alleen de kwetsbaarste mensen naar hier gehaald, geen voorgangers, geen pastors, geen herders van de gemeente. Het waren echter vaak mensen die in Syrië geen toekomst meer hadden, die er waarschijnlijk nu niet meer geweest waren of in een ontzettend moeilijke situatie geleefd hadden, die – het klinkt gek – een last waren voor de kerk, omdat zij financieel en met voedsel ondersteund werden. Het was dus een opluchting dat de kerk enigszins werd ontlast.

 

01.48  Everhard van Dalen: Mijnheer de voorzitter, staat u me toe om te reageren op de uitspraken van mevrouw De Coninck. Ik ben blij dat u enigszins meegaat.

 

Ik ben vrijwilliger, ik ben niet in dienst. Ik heb het onrecht gezien dat plaatsvindt, bijvoorbeeld op de Griekse eilanden. Vandaag las ik weer dat er mensen aanspoelden in Lesbos. Duizenden mensen verdrinken in de Middellandse Zee. Dat is een ongelooflijke ongerechtigheid, het is inhumaan. Ik vind dat een parlement de verantwoordelijkheid draagt om daaraan iets te doen. Iedereen – niet alleen christenen, maar ook vrijzinnigen en islamieten – vormt samen een maatschappij.

 

Ook in België zijn er enorm veel vreemdelingen toegekomen, zoals in veel Europese landen. Er werden mensen opgevangen en welkom geheten. Soms zitten er ook mensen op straat, zonder papieren, maar ook zonder terugkeermogelijkheden. Daarover moet gesproken worden in een rustige dialoog, al ben ik zelf niet steeds rustig. Ik vind het een uitdaging voor ieder van ons om tot een consensus te komen, ongeacht de verschillende visies. Ik vernoem als voorbeeld de erkenning van de erediensten, waarbij er vragen rijzen over moskeeën of over het ritueel slachten. Er zijn heel veel thema's. Van de rondetafelgesprekken verwacht ik geen louter politieke karikatuur, maar wel een gesprek waarvan de inhoud de mensen ter hulp komt. Dat is mijn suggestie. De dialoog, over alle politieke partijen heen en met de mensen die daartoe bereid zijn, lijkt mij daarvoor de enige weg.

 

01.49  Monica De Coninck (sp.a): Ter aanvulling een verduidelijking, ik denk dat dialoog belangrijk is, maar ook samen zaken doen, is ontzettend belangrijk. Dat is een van de redenen waarom ik ook bij de vorige spreker, Karim Van Overmeire, heb gezegd dat men iedereen respectvol ruimte om hun geloof te beleven, moet garanderen.

 

Dat betekent dat als wij dat hier op een fatsoenlijke manier zouden kunnen organiseren, wij een voorbeeld kunnen zijn voor landen in het Midden-Oosten, landen waar oorlog is. Op die manier kunnen wij tonen dat vreedzaam samenleven voor personen van verschillende religies en levensbeschouwingen, waaronder ook het atheïsme, mogelijk is.

 

De opmerking is dus niet zo vrijblijvend. Als men duurzame oplossingen wil, moet men inderdaad de discussie aangaan, vrij van machtsdenken. Ik weet dat dat redelijk idealistisch is, maar ik vrees dat er geen andere weg is.

 

In het Parlement, en zeker in onze commissie, zijn daarover veel discussies geweest. Het Parlement heeft een verantwoordelijkheid, maar ook de oppositie en de meerheid en de regering en de betreffende staatssecretaris hebben daarin een heel zware verantwoordelijkheid.

 

01.50  Everhard van Dalen: Ik wil nog zeggen dat die levensbeschouwelijke dialoog niet alleen tussen christenen gevoerd wordt, maar ook met islamieten, joden en vrijzinnigen. Eerlijk gezegd, men komt daar tot consensus. Men bespreekt daar dingen, maar het belangrijkste is dat men daar dingen samen doet.

 

Samen doen, dat betekent dan men niet in vijandschap handelt maar dat men elkaar de hand reikt over de verschillen heen en dat men zich wil focussen op datgene wat onaanvaardbaar is of wat onrechtvaardig is.

 

Ik ben blij dat ik vanmorgen kon lezen dat Portugal duizend mensen laat overkomen uit Griekenland. Daar ben ik enorm blij om.

 

Er zijn hier zoveel gevluchte mensen die een gebrek aan bewijs hebben en hier op straat leven. Het zijn mensen die uit landen komen waar zij, als zij ernaar teruggaan, dikwijls repercussies moeten ondergaan. Dat is iets waarvoor wij elkaar in de ogen moeten durven te kijken en als maatschappij gezamenlijk tot resultaten moeten komen.

 

De voorzitter: Ik bedank iedereen voor zijn aanwezigheid en vooral voor het volhardend wachten tot men aan het woord kwam.

 

De openbare hoorzitting wordt gesloten om 16.45 uur.

L'audition publique de commission est levée à 16 h 45.