Commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt

Commission de l'Intérieur, des Affaires générales et de la Fonction publique

 

van

 

Dinsdag 14 februari 2017

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 14 février 2017

 

Après-midi

 

______

 

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.05 uur en voorgezeten door de heer Brecht Vermeulen.

La réunion publique de commission est ouverte à 14.05 heures et présidée par M. Brecht Vermeulen.

 

De voorzitter: Wij hebben de oproeping voor deze vergadering pas laat verstuurd, waarvoor onze verontschuldigingen. Alle vraagstellers werden apart per e-mail verwittigd zodat zij aanwezig konden zijn.

 

De vraag nr. 14857 van mevrouw Julie Fernandez Fernandez wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

 

01 Questions jointes de

- M. Olivier Maingain au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le bilinguisme fonctionnel dans la haute fonction publique fédérale" (n° 15017)

- M. Alain Top au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le bilinguisme chez les hauts fonctionnaires" (n° 15303)

- M. Olivier Maingain au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le bilinguisme fonctionnel dans la haute fonction publique fédérale" (n° 15895)

- Mme Barbara Pas au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le bilinguisme fonctionnel" (n° 15968)

01 Samengevoegde vragen van

- de heer Olivier Maingain aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de functionele tweetaligheid voor federale topambtenaren" (nr. 15017)

- de heer Alain Top aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de tweetaligheid bij topambtenaren" (nr. 15303)

- de heer Olivier Maingain aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de functionele tweetaligheid voor federale topambtenaren" (nr. 15895)

- mevrouw Barbara Pas aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de functionele tweetaligheid" (nr. 15968)

 

01.01  Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, uit de notulen van de Ministerraad van oktober konden wij vernemen dat er in de schoot van de regering een akkoord werd bereikt over de zogenaamde functionele tweetaligheid. Dit stond trouwens in het regeerakkoord.

 

Die functionele tweetaligheid is al in 2002 ingevoerd voor de hoogste ambtenaren. Helaas werd de lat toen al laag gelegd, omdat men geen grondige maar enkel een functionele tweetaligheid heeft geëist. Dit is dan ook een zwak afkooksel van een grondige tweetaligheid. Ik vind dat voor die hoge ambtenaren onaanvaardbaar, omdat lagere ambtenaren in een aantal gevallen een grondigere taalkennis moeten hebben dan hun oversten.

 

Hoe dan ook moet men, wat mij betreft, om iemand te kunnen evalueren de taal van de betrokkene grondig kunnen begrijpen, lezen en spreken. Men moet op zijn minst het niveau C2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen bereiken. Dit niveau bestaat bij ons trouwens niet eens want Selor organiseert slechts proeven tot op het niveau C1. Hetzelfde geldt trouwens voor personen met een managementfunctie en voor ambtenaren die instaan voor de eenheid van de rechtspraak.

 

De wet legt de lat dus al laag en de vraag is nu of de invulling die daaraan werd gegeven, via het KB dat in de Ministerraad werd goedgekeurd, de lat niet nog lager legt. Dit getuigt in elk geval van bescheiden ambities van deze regering op het vlak van de talenkennis van de hogere ambtenaren.

 

Ik heb daarover enkele vragen.

 

Ten eerste, hoeveel van de ambtenaren die de andere ambtenaren moeten evalueren, vallen onder die regeling? Over hoeveel Nederlandstaligen en over hoeveel Franstaligen gaat het? Hoeveel van die ambtenaren hebben al een taalbewijs dat voldoet aan de vereisten van dit KB?

 

Mijn tweede vraag is precies dezelfde, maar slaat op de ambtenaren die een managementfunctie uitoefenen.

 

Mijn derde vraag is ook dezelfde, maar slaat op de ambtenaren die de eenheid van rechtsspraak verzekeren.

 

Ten vierde, welk niveau van taalkennis moeten die ambtenaren behalen, uitgedrukt in het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. Waarom legt u de lat omtrent het talenkennisniveau van topambtenaren op dat niveau allicht een sport lager dan voor velen van hun ondergeschikten?

 

Ten vijfde, wij vernamen via de media dat u zou hebben gekozen voor een overgangsperiode van tweeënhalf jaar voor degenen die de functies nu al bekleden. Zij krijgen tweeënhalf jaar tijd om te voldoen aan de bepalingen van dit KB. Misschien kunt u motiveren waarom u voor dergelijke lange periode hebt gekozen? Dit is immers niet nieuw; men weet al heel lang dat men daaraan zal moeten voldoen en dat men zich erop moet voorbereiden om het nodige taalniveau te bereiken. Ik vind dat een bijzonder lange overgangsperiode, maar misschien kunt u uitleggen waarom dat zo moet zijn.

 

Ten zesde, wat gebeurt er met degenen die na de hele lange periode van tweeënhalf jaar niet voor de opgeleide taalexamens slagen? Krijgen zij een ontslagvergoeding? Zo ja, van welke orde en waarom krijgen zij die vergoeding nog?

 

Ten zevende, voor de eenheid van rechtspraak is er sprake van een syllabus, die door Selor ter beschikking zal worden gesteld, met alle juridische en administratieve woorden die de kandidaten in de andere taal onder de knie moeten krijgen. Kunt u uitleg geven bij de syllabus en hoe wij ons die moeten voorstellen?

 

Ten achtste, Selor neemt de proeven af. In welke taal communiceert Selor met de ambtenaren over de proeven?

 

Ten slotte, wanneer zal het koninklijk besluit in het Belgisch Staatsblad kunnen worden gepubliceerd? Wanneer gaat de regeling in voege?

 

Ik ben benieuwd naar uw antwoord.

 

01.02 Minister Steven Vandeput: Mevrouw Pas, ik hoop dat u mij vergeeft dat ik in twee talen antwoord. Het antwoord is immers in twee talen voorbereid.

 

Ik kan een poging doen tot simultaanvertaling. We lopen dan echter een risico, aangezien geweten is dat het steekt bij uw partij dat we vooruitgang maken daar waar er 15 jaar stilstand is geweest. Het is uiteraard belangrijk dat de zaken die ik verklaar dan ook technisch correct zijn.

 

Eerst en vooral wens ik te benadrukken dat de taalkennisvereisten waaraan ambtenaren die evalueren dienen te voldoen hun bestaansreden vinden in de bescherming van de ambtenaar zelf. Het evaluatieproces wordt immers gekenmerkt door verschillende gesprekken aan de hand waarvan de prestaties en de competentieontwikkeling van de ambtenaren wordt geëvalueerd. Zonder deze taalkennisvereisten kan de betrokken ambtenaar onvoldoende zijn recht om gehoord te worden en zijn recht op verdediging laten gelden. Het is dus duidelijk dat ingevolge de bestuurstaalwetgeving de procedure van de evaluatie, met inbegrip van alle gesprekken en alle documenten, integraal en zonder uitzondering in de taal van de betrokken ambtenaar moet gebeuren. Dat is dus de geëvalueerde.

 

Le projet d'arrêté royal qui exécute l'article 43ter ou, en d'autres termes, qui met en œuvre le bilinguisme fonctionnel ne vise que les évaluateurs et les mandataires des services publics fédéraux, c'est-à-dire environ 2 392 personnes. Parmi ces dernières, 838 sont déjà en possession du certificat linguistique article 12 ou article 7, attestant une connaissance suffisante d'autres langues ou une maîtrise de la langue comparable à celle qui est attendue des porteurs des diplômes correspondants, obtenus dans cette langue.

 

Dat wil dus zeggen dat van de 2 392 mensen er 838 reeds een attest hebben volgens het artikel 12 of het artikel 7.

 

Il en résulte que, conformément à l'article 43ter, § 8, des lois linguistiques, ces 838 membres du personnel seront dispensés de présenter de nouveaux examens linguistiques portant sur la connaissance fonctionnelle.

 

Die 838 mensen zijn dus vrijgesteld van bijkomende examens.

 

Voor de mandaathouders gaat het om een groep van 132 personen, waarvan een 30-tal vandaag is vrijgesteld omdat zij reeds beschikken over een taalcertificaat volgens artikel 12 of artikel 7.

 

L'article 43ter, § 7, des lois linguistiques prévoit deux sortes d'examens linguistiques se rapportant au bilinguisme fonctionnel.

 

Het gaat dus over de functionele tweetaligheid.

 

Le premier examen a trait au bilinguisme fonctionnel lié à la tâche d'unité de jurisprudence et comprend une seule épreuve. L'épreuve portera sur la compréhension et la capacité à restituer activement à l'oral, dans la deuxième langue, le vocabulaire administratif et juridique. Le vocabulaire administratif et juridique à connaître sera repris dans un syllabus que Selor mettra à disposition sur son site internet.

 

Deze syllabus bevat een lijst met 800 administratieve en juridische termen in beide landstalen. Mevrouw Pas, dit wil zeggen dat zo’n syllabus indien geprint, papier is met lettertjes op. Indien u verkiest om het digitaal te zien, zal het digitaal te verkrijgen zijn. Het gaat om 800 administratieve en juridische termen in beide landstalen.

 

Le deuxième examen porte sur le bilinguisme fonctionnel lié à la tâche d'évaluation et comprend deux épreuves. La première épreuve consistera en la simulation d'un entretien d'évaluation durant lequel le candidat assure le rôle de l'élève évaluateur.

 

Zij worden dus getest op hetgeen van hen wordt gevraagd.

 

Le niveau de cet examen sera comparable avec le niveau B2.

 

Dus B2 van het Europees kader.

 

La deuxième épreuve consistera en une compréhension de l'écrit et en la capacité de contrôler le contenu des textes usuels rédigés dans la deuxième langue. Le niveau de cet examen sera, quant à lui, comparable au niveau C1 du Cadre européen commun de référence pour les langues.

 

Kortom, voor de mondelinge evaluatie is dat B2, voor de geschreven evaluatie C1.

 

Le premier examen devra être présenté par tous les membres du personnel qui sont identifiés comme assurant l'unité de jurisprudence. Le deuxième examen devra être présenté par tous les membres du personnel qui exercent la tâche d'évaluation dans leur SPF ou SPP qu'ils soient ou non mandataires.

 

Er wordt dus geen onderscheid gemaakt tussen mandataris of niet. Het gaat erom of iemand effectief een evaluatietaak moet uitvoeren of niet.

 

Dans l'attente de l'exécution de l'article 43ter, § 7, des mesures transitoires ont été prises dans le passé. Elles ont pour but de désigner des adjoints bilingues lorsque la personne qui assurait l'unité de la jurisprudence administrative vis-à-vis de leur autorité dont il relève n'avait pas attesté de la connaissance suffisante de l'autre langue.

 

Wie beschouwd werd als zijnde onvoldoende tweetalig om een evaluatie uit te voeren, werd tot nu toe bijgestaan door iemand die dat wel kon.

 

Ces mesures transitoires avaient été prolongées d'année en année, mais ont toutefois pris fin définitivement le 31 décembre 2011.

 

Om ambtenaren van een andere taalrol te kunnen evalueren, moet de ambtenaar na de inwerkingtreding van het koninklijk besluit in het bezit zijn van een taalcertificaat volgens artikel 12 of artikel 7 of het nieuwe artikel 10bis, zijnde het certificaat van functionele kennis en evaluatie.

 

De ambtenaar die niet slaagt, kan dus niet meer rechtstreeks en in persoon evalueren. Hij kan dus een deel van zijn taken niet uitvoeren. In dat geval zal de evaluatie moeten gebeuren door een evaluator die wel aan de vereisten van artikel 43ter, § 7, van de wet op het gebruik van talen in bestuurszaken voldoet, bijvoorbeeld, de hiërarchische meerdere in plaats van de functionele chef.

 

Voor de overgangsperiode van tweeënhalf jaar verwijs ik naar de wet van 12 juni 2002, die als basis voor het koninklijk besluit diende en zelfs in een maximumovergangsperiode van vijf jaar voorziet.

 

Het klopt inderdaad dat de nieuwe mandaathouders zes maanden de tijd hebben om te slagen. Indien zij binnen die periode niet slagen, hebben zij recht op een beëindigingvergoeding die gelijk is aan twee twaalfden van een jaarlijkse bezoldiging.

 

De taaltests zullen inderdaad door Selor worden afgenomen. Kandidaten zullen zich via de website van Selor kunnen inschrijven. Die website is zowel in het Nederlands als in het Frans beschikbaar. Er zal ook over de nieuwe taaltests gecommuniceerd worden aan alle betrokken ambtenaren.

 

Over de inwerkingtreding van het koninklijk besluit kan ik u mededelen dat momenteel in de regering het advies van de Raad van State wordt besproken. Ik ga ervan uit dat het koninklijk besluit de komende weken aan de Koning zal kunnen worden voorgelegd.

 

Tot slot, wens ik te onderstrepen dat het de verantwoordelijkheid van het management van de betrokken federale overheidsdiensten is om hun diensten zo te organiseren dat de evaluatie in naleving van de bestuurstaalwetgeving kan plaatsvinden.

 

01.03  Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw verhelderende uitleg.

 

In verband met uw voorafgaande opmerking, u kent mij duidelijk niet wanneer u beweert dat het steekt dat er vooruitgang is; u kent mij en mijn partij helemaal niet. Als Vlaams-nationalist steekt het dat dit het enige communautaire dossier is, waarin een ietsepietsie vooruitgang is. Dat is zeer ontgoochelend en teleurstellend. Er is een beetje vooruitgang. Het is een Processie van Echternach, maar het gaat na 15 jaar eindelijk een beetje vooruit.

 

U hebt mij de cijfers gegeven – ik zal ze straks nog eens nalezen – met betrekking tot het aantal personen dat ondertussen reeds voldoet, dat geen examen meer moet doen; het zijn er 838. Het zou echter interessant zijn om de onderverdeling te kennen tussen Nederlandstaligen en Franstaligen. Hoeveel Nederlandstaligen moeten daaraan nog voldoen en hoeveel Franstaligen? Wij weten hoe die verhouding in het verleden was. Het is interessant om te weten of die verhouding nog steeds dezelfde is.

 

U spreekt over die lange overgangsperiode van tweeënhalf jaar. U verwijst naar de regeling die in 2002 is afgesproken, met een overgangstermijn van vijf jaar. Men weet het dus reeds meer dan 15 jaar, dus had men zich er deftig op kunnen voorbereiden. Ik heb geen argumenten gehoord waarom men nu nog tweeënhalf jaar krijgt. Het enige wat ik met mijn slecht karakter kan bedenken, is dat dit perfect overeenkomt met het einde van de legislatuur en dat, als het niet lukt, u de rotzooi kunt overlaten aan uw opvolgers.

 

Ik kijk alleszins uit naar het koninklijk besluit, waarvan u zegt dat het er over enkele weken zal komen.

 

Het was niet mijn eerste vraag hierover. U weet dat ik het dossier nauwgezet blijf opvolgen, net zoals alle andere communautaire dossiers.

 

De voorzitter: Mevrouw Pas, u weet dat minstens sommigen in de zaal een passie hebben voor mensen met een goed hart maar een slecht karakter.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

02 Question de M. David Clarinval au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la diversité dans les administrations publiques" (n° 15165)

02 Vraag van de heer David Clarinval aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "diversiteit in de overheidsdiensten" (nr. 15165)

 

02.01  David Clarinval (MR): Monsieur le président, monsieur le ministre, l'accord de gouvernement stipule que le gouvernement fédéral respectera et encouragera la diversité dans sa propre organisation et dans la prestation des services et définira un objectif chiffré applicable à l'administration fédérale au moyen de la méthode du monitoring socioéconomique, coordonnée par le SPF Emploi, Travail et Concertation sociale.

 

En matière de lutte contre la discrimination, il y a lieu d'accorder une attention particulière aux personnes issues de l'immigration. Dans cette optique a été mis en place le groupe de travail "Personnes avec un passé migratoire", composé de responsables en matière de diversité du Réseau fédéral et du Centre interfédéral pour l'égalité des chances.

 

Ce groupe s'est vu confier la mission de rédiger une note stratégique en matière de diversité. Dans le cadre de cette note, le groupe de travail devrait, entre autres, établir une définition applicable aux personnes ayant un passé migratoire et définir une approche basée sur un monitoring. Pour ce faire, il recourt à l'appui du SPF Emploi et d'experts.

 

Monsieur le ministre, où en est le groupe de travail "Personnes avec un passé migratoire"? S'est-il déjà réuni? Si oui, quel est l'état d'avancement de ses travaux? Des objectifs chiffrés ont-ils déjà été définis? Avez-vous déjà élaboré la méthode à suivre pour faire le monitoring socioéconomique de la diversité? Quels sont vos projets pour assurer une plus grande diversité au sein de l'administration fédérale?

 

02.02  Steven Vandeput, ministre: Monsieur le président, monsieur Clarinval, le groupe de travail Migration a commencé ses travaux en 2015. En 2016, il a transmis à mon cabinet une note de politique générale à laquelle vous faites référence. Cette note comprend une proposition de définition concrète et une première ébauche relative à la mise en oeuvre et au monitoring. Cette proposition de note de politique générale a été élaborée sur la base d'un benchmark concis auprès de différentes administrations belges, d'une analyse de la littérature scientifique ainsi que de divers contacts pris avec des acteurs importants dont le SPF Emploi, Travail et Concertation sociale.

 

Ces derniers mois, cette note a donné lieu à plusieurs séances de concertation constructives entre le cabinet de M. Peeters, le SPF Emploi, Travail et Concertation sociale et mon cabinet afin d'étudier les mesures préalables en vue d'une mesure initiale de référence. En collaboration avec le SPF Emploi, Travail et Concertation sociale, mon cabinet a étudié l'opportunité de l'intégration éventuelle de cette mesure initiale dans le monitoring socioéconomique existant.

 

En 2017, cette mesure initiale s'effectuera sur la base du monitoring socioéconomique (chiffres de 2016). Cette mesure permettra ensuite d'établir des objectifs chiffrés.

 

02.03  David Clarinval (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

 

Je voudrais savoir si la définition a déjà été établie. Pour être tout à fait clair, la question était adressée à M. Peeters. En effet, on sait qu'on reproche à d'aucuns de ne pas mettre en œuvre la définition. Dès lors, le ministre Peeters dispose-t-il de cette définition?

 

02.04  Steven Vandeput, ministre: Comme je viens de l'expliquer, la définition a été établie. Je vais vous la faire parvenir. Quand je dis que cette année-ci, la mesure initiale s'effectuera sur la base du monitoring socioéconomique, cela signifie que nous pouvons avancer.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 15703 van de heer Calomne wordt uitgesteld. De heer Gilkinet is niet aanwezig, hij heeft zich niet verontschuldigd en evenmin gevraagd om zijn vraag om te zetten in een schriftelijke vraag. Bij toepassing van artikel 127.10 van het Reglement wordt vraag nr. 15923 van de heer Gilkinet ingetrokken.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.26 uur.

La réunion publique de commission est levée à 14.26 heures.