Commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt

Commission de l'Intérieur, des Affaires générales et de la Fonction publique

 

van

 

Woensdag 22 februari 2017

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 22 février 2017

 

Matin

 

______

 

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 9.59 uur en voorgezeten door de heer Brecht Vermeulen.

La réunion publique de commission est ouverte à 9.59 heures et présidée par M. Brecht Vermeulen.

 

01 Vraag van mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het arrest van de RvV over een Dublin-transfer van een vrouw met kinderen richting Duitsland" (nr. 15906)

01 Question de Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'arrêt du CCE relatif au transfert Dublin d'une femme avec enfants vers l'Allemagne" (n° 15906)

 

01.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de voorzitter, het is spijtig dat de pers hier niet aanwezig is, om te zien wie hier nog werkt.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ik zal niet mijn hele vraag herhalen.

 

Op 10 oktober 2016 vernietigde de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de Dublintransfer van een moeder van vijf minderjarige kinderen, die zij voor alle duidelijkheid ook bij zich had. De vrouw had kort voor haar asielaanvraag in België, reeds asiel aangevraagd in Duitsland. België verzond daarom een Dublinverzoek, dat Duitsland aanvaardde. De vrouw vreesde dat de opvang voor haarzelf en haar vijf kinderen in Duitsland niet in orde zou zijn. Zij weigerde daarom de Dublinoverdracht. Zij tekende beroep aan bij de RvV. Op 10 oktober 2016 werd geoordeeld dat de DVZ de motiveringsplicht had geschonden. De RvV vernietigde daarom de asieloverdracht wegens gebrek aan zekerheid dat de opvang aan de noden van een kind aangepast zou zijn.

 

Daarna bleef het tweeënhalve maand oorverdovend stil. Er was een nieuwsluwe periode nodig, om de zaak opnieuw actief te maken. U reageerde daarop, zoals altijd, uw temperament kennende, door de zaak te benoemen als “het faillissement van het Europese asielsysteem”, “niet meer terugsturen naar Duitsland? Wat is het volgende?”, of nog “zo krijgen wij een omgekeerde gesloten grens: wie hier is, mag niet meer weggestuurd worden.”

 

Zo een vaart zal het voor alle duidelijkheid niet lopen. De RvV heeft niet geoordeeld dat een Dublintransfer richting Duitsland nooit of te nimmer meer mogelijk is, zoals sommigen dat nochtans doen uitschijnen. Wel oordeelde de RvV dat de DVZ in die zaak onvoldoende had onderzocht of de vrouw en haar minderjarige kinderen specifieke noden hadden en ook dat de DVZ niet had onderzocht of er sprake was van extreme kwetsbaarheid. Bijgevolg was er geen zekerheid dat de opvangstructuren waarin de vrouw en haar kinderen zouden belanden, voldoende zouden zijn aangepast. De DVZ lukte er niet in de RvV daarvan te overtuigen want hij bracht daarvoor geen enkel concreet element aan. De RvV oordeelde dat de DVZ de motiveringsplicht had geschonden.

 

Dat de RvV vervolgens van oordeel was dat de DVZ onvoldoende had gemotiveerd, pikte u niet. U verklaarde dat de DVZ duizenden zaken behandelt en ze bijna allemaal wint. Van twee zaken een. Ofwel zit die dekselse RvV inderdaad boordevol activistische rechters, maar dan valt moeilijk te verklaren hoe het komt dat de DVZ bijna alle zaken wint. Ofwel valt het met dat activisme mee en geeft de RvV duidelijke adviezen.

 

Toch is de situatie bijzonder ernstig, “totale waanzin” noemde u het. Het is daarom des te opvallender dat er geen cassatieberoep bij de Raad van State werd aangetekend. Als het u echt zo te doen is om het principe, dan had u dit arrest moeten aanvechten met alle mogelijke middelen om een precedent te voorkomen en om een principearrest in uw voordeel te bekomen. Waarschijnlijk zult u zeggen dat de Dublintermijn van zes maanden binnen dewelke de transfer had moeten worden gerealiseerd, toch al verstreken was, maar die termijn was ook al verstreken op het moment dat het arrest van de RvV er kwam.

 

De timing in deze zaak is nogal opvallend. Het arrest dateert van, wij kunnen het niet genoeg benadrukken, 10 oktober 2016. Het was vervolgens tweeënhalve maand wachten geblazen tot het in de pers verscheen. Pas na een mediarel waarbij zelfs het Europees asielbeleid alweer op het spel stond, zei u alsnog te zullen bekijken wat u kon doen.

 

Wanneer was u op de hoogte van dit arrest?

 

Waarom hebt u geen cassatieberoep bij de Raad van State aangetekend tegen een arrest dat u nochtans totale waanzin noemde?

 

Wat is de stand van zaken ondertussen? Hebt u ondertussen kunnen bekijken wat er kan gedaan worden?

 

Zullen in de toekomst Dublintransfers van gezinnen met kinderen beter worden gemotiveerd?

 

Welke lessen hebt u hieruit getrokken?

 

01.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, ik apprecieer het als de collega’s op tijd aanwezig zijn, zodat wij onze werkzaamheden stipt op tijd kunnen aanvangen. Ik zal deze vergadering omstreeks 12 u 15 moeten verlaten. Ik probeer evenwel altijd op tijd aanwezig te zijn.

 

Mevrouw De Coninck, u vroeg mij wanneer ik op de hoogte werd gebracht van het arrest.

 

Het arrest werd op 13 oktober 2016 betekend aan de dienst Geschillen van de DVZ. Deze dienst ontvangt jaarlijks 25 000 arresten en signaleert daarvan slechts de meest belangrijke, met name deze waarin een nieuw rechtspunt opduikt dat een cassatieberoep bij de Raad van State rechtvaardigt. De betrokken dienst heeft de bewuste arresten niet gesignaleerd aan de directeur-generaal noch aan het kabinet, aangezien een cassatieberoep in dezen geen praktisch nut zou hebben. Ons land heeft ingevolge de Dublinregelgeving immers slechts zes maanden de tijd om een Dublinasielzoeker terug te sturen, waarna ons land automatisch zelf verantwoordelijk wordt. De procedure voor de Raad van State duurt evenwel op zich al meer dan een jaar. Om die reden werden de directeur-generaal noch ikzelf ingelicht over dit arrest en hebben wij daar pas kennis van genomen eens het in de pers was verschenen, ruim twee maanden na de uitspraak.

 

Ik kom tot uw tweede vraag.

 

De beroepstermijn was al lang verstreken toen ik het arrest vernam, dus ik kon zelf onmogelijk opdracht geven tot het inleiden van een dergelijk beroep. Het is de dienst Geschillen die autonoom beslist heeft om geen cassatie aan te tekenen, niet omdat daartoe geen juridische grond was, maar louter omdat het winnen van het beroep de Staat geen voordeel zou kunnen opleveren. Ik kan met deze operationele overweging akkoord gaan, aangezien een cassatieberoep gepaard gaat met grote kosten voor de belastingbetaler.

 

Dit gezegd zijnde, blijf ik volledig bij mijn uitspraak dat dit een krankzinnig arrest betrof, wat u bij dezen mag noteren. Niet alleen werd het geldende vertrouwensbeginsel tussen de lidstaten onvoldoende in rekening genomen, de informatie waarop de rechter zich baseerde om de opvangsituatie in Duitsland als mensonterend te omschrijven was bovendien sterk gedateerd. De rechter heeft een beslissing van medio 2016 vernietigd op basis van informatie van medio 2015, toen de situatie in Duitsland uiteraard helemaal anders was.

 

Ik wens daarbij ook op te merken dat de Europese Commissie noch het Europees Hof van Justitie in Luxemburg noch het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg ooit bezwaren hebben geopperd bij Dublintransfers naar Duitsland, ongeacht de gezinssamenstelling. Blijkbaar moet de lat voor sommige magistraten in België altijd en per se hoger liggen dan in de rest van Europa. Waarvan akte.

 

Het dossier werd overgemaakt aan het CGVS, gezien dit onvermijdelijk werd door de zesmaandentermijn. Deze termijn is een ernstig hiaat in de Dublinregelgeving en ik ijver er dan ook op het Europese niveau voor om die termijn af te schaffen in de volgende Dublinverordening die momenteel voorbereid wordt en waarover de gesprekken aan de gang zijn.

 

Er komt geen wijziging van het beleid. Het bewuste arrest betreft immers geen vaste rechtspraak en ik mag hopen dat het geen vaste rechtspraak wordt.

 

01.03  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, ik merk dat heel wat geschillen — of u die graag hebt of niet laat ik in het midden — gebaseerd zijn op te weinig motivatie van de DVZ. Tijdens de hoorzitting van gisteren is dat ook zeer duidelijk gebleken. U moet daar toch een tandje bijsteken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Vraag van mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de relocatie uit Griekenland" (nr. 15907)

02 Question de Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la relocalisation au départ de la Grèce" (n° 15907)

 

02.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, ik heb deze vraag al een hele tijd geleden ingediend, op het moment dat het nog vroor in de Griekse vluchtelingenkampen. Het falen van de EU en van België om door middel van relocatie asielzoekers te spreiden over de EU, kwam onder andere door de extreme koude in Griekenland weer onder de aandacht.

 

Dat de EU op het vlak van relocatie een stuk beter zou kunnen doen, staat vast. In een rapport van 9 november over de voortgang stelde de Europese Commissie vast dat de EU-lidstaten het ritme waaraan Griekenland om relocatieplaatsen verzoekt, niet volgen en dat die kloof zelfs steeds groter wordt.

 

De Europese Unie doet het dus slecht op het gebied van relocatie, maar in de EU is België dan ook nog eens een slechte leerling. Op het einde van 2016 hadden de EU-lidstaten en onder andere ook Noorwegen en Zwitserland van de 63 000 beloofde relocaties slechts 7 000 personen effectief uit Griekenland gerelocaliseerd. Dat is nog geen 11 %. België had op dezelfde datum van de beloofde 2 415 plaatsen slechts 177 personen effectief onder zijn hoede genomen, ofwel 7 %. Dat is zowaar nog slechter.

 

Zult u de relocatie-inspanningen opdrijven? Aan welk ritme zal dat gebeuren? Hoeveel plaatsen worden thans beschikbaar gemaakt?

 

Ondertussen verscheen het negende rapport over de stand van zaken. Daarin wordt expliciet gevraagd om 1 000 maandelijkse relocaties uit te voeren uit Italië en 2 000 uit Griekenland. Wat wil België doen op dat vlak?

 

Zal de relocatie op het ogenblik dat de Dublintransfers kunnen worden hernomen, op 15 maart 2017, in een stroomversnelling terechtkomen? Zo ja, aan welk ritme zal dat gebeuren voor België?

 

Voor relocatie komen enkel asielzoekers in aanmerking uit landen die een drempel van 75 % erkenning behalen tijdens het laatste kwartaal volgens de Eurostatgegevens. Dat betekent op dit ogenblik dat bijna alleen Syriërs uit Griekenland gereloceerd kunnen worden. Het erkenningspercentage van de lrakezen is bijvoorbeeld onder de 75 % gezakt, waardoor zij niet meer in aanmerking komen voor relocatie, hoewel er zich nog zeer veel lrakezen in Griekenland bevinden. Bent u bereid te pleiten op het Europese niveau om andere nationaliteiten in aanmerking te nemen voor relocatie?

 

Tijdens de bespreking van de regeringsverklaring stelde u nog dat er voor 1 januari 2017 vanuit Griekenland een extra relocatie zou volgen voor niet-begeleide minderjarigen. Is dat ondertussen gebeurd? Zijn er ook nog bijkomende gepland? Voor hoeveel niet-begeleide minderjarigen voerde België reeds relocaties uit? Wat is bij deze geplande en verwezenlijkte relocaties de verhouding tussen niet-begeleide minderjarigen zonder enige verwanten en de zogenaamde separated children? Hoe verhoudt het aantal Belgische relocaties zich tegenover het aantal relocaties van niet-begeleide minderjarigen in de gehele Europese Unie? Is het voor u denkbaar een relocatie te overwegen voor niet-begeleide minderjarigen met een nationaliteit die thans niet in aanmerking komt voor relocatie?

 

Ik wil tevens weten of België bilaterale contacten heeft gehad met de Commissie en of er een planning is doorgeven ter verduidelijking van wat zal gebeuren. Daarnaast zie ik dat België niet in de lijst staat van good practices. Hoe komt dat? Heeft u bepaalde redenen om sommige good practices niet door te geven of te realiseren?

 

02.02 Staatssecretaris Theo Francken: De vraagstelling is nogal lang en uitgebreid, maar goed.

 

Het is inderdaad zo dat er een relocatiegebrek is voor nationaliteiten met een erkenningsgraad van 75%. Momenteel staat Irak niet meer op de meest recente lijst. Hierdoor zullen Irakezen die momenteel asiel aanvragen in Griekenland, niet meer voor relocatie in aanmerking komen. Irakezen die reeds eerder waren geregistreerd in Griekenland, maar waarvan de asielaanvraag nog niet kon worden afgerond, zullen echter nog steeds kans maken op relocatie.

 

België is, net als andere Europese lidstaten, gehouden aan het aangenomen relocatiebesluit. Op Europees vlak lopen er momenteel echter bredere discussies over het solidariteitsmechanisme, waar ook relocatie een onderdeel van uitmaakt. De discussies, ook over de eventuele invoering van een nieuw relocatiemechanisme, staan echter nog in een vroeg stadium. België blijft ervan overtuigd dat solidariteit en het opnemen van verantwoordelijkheid hand in hand gaan.

 

Nu de Griekse autoriteiten de registratiecampagne van de op het vaste land aanwezige asielzoekers hebben afgerond, zal er meer duidelijkheid komen over het totaal aantal personen dat voor relocatie naar andere lidstaten in aanmerking komt. Dat aantal is beduidend lager dan de initieel vooropgestelde aantallen in de relocatiebesluiten, waardoor ook het aandeel van België lager zal uitvallen. België zal zijn engagementen nakomen. Daarom heb ik ook aangekondigd een maandelijkse pledge te bezorgen van minstens 100 personen aan Griekenland en Italië, zodat België het geplande quotum tegen eind september 2017 bereikt.

 

Ik laat mevrouw De Coninck, de heer De Vriendt en andere collega’s die me veel vragen stellen over relocatie, uitdrukkelijk opmerken – ik blijf het herhalen – dat België al zijn engagementen zal nakomen. Dit zal hen als muziek in de oren klinken: ik heb altijd gezegd dat ik woord zou houden.

 

Er is op een bepaald moment een fictief cijfer genoemd van het aantal gereloceerden, dat nodig was, 120 000 tot 160 000. Er zijn echter ook regels gemaakt, het gaat namelijk om personen met een nationaliteit waarvoor de erkenningsgraad meer dan 75 % bedraagt. Waarom is dat? Wij zullen geen vluchtelingen met een nationaliteit waarvoor de erkenningsgraad maar 10 % bedraagt, reloceren, want dat zal een gigantische chaos creëren. Als men die personen naar België stuurt en ze worden hier niet erkend, krijg ze dan maar eens terug. Dat is echt een totaal verkeerd signaal. Dan pas zullen er miljoenen asielzoekers naar ons continent komen. Dit is de logica die in het Europees Parlement voor alle duidelijkheid een zeer brede consensus genoot: men wil niet iedereen reloceren, alleen de asielzoekers met een nationaliteit waarvoor een bepaalde erkenningsgraad wordt genoteerd. Dat is gewoon gezond verstand.

 

Finaal bleek dat het aantal van die asielzoekers in Italië en Griekenland gewoon veel lager lag dan 160 000 en dat er daar heel veel zwart-Afrikanen zitten, onder andere uit Nigeria, die niet in aanmerking komen voor asiel, met lage percentages van erkenning. Uiteindelijk bleek dat de asielzoekers die in aanmerking komen voor relocatie en waarvoor er dus een erkenningsgraad is van meer dan 75 %, met een 40 000-tal te zijn. Daarom is er een herberekening gekomen van wat elk land moet doen.

 

De oppositie vraagt wanneer ik in gang zal schieten met relocatie. Daar heb ik geen probleem mee; dat is haar opdracht. Ik heb altijd gezegd dat er twee voorwaarden zijn. Ten eerste, in Griekenland moet er een oplossing zijn voor de instroom. Ten tweede, de asielcrisis moet hier onder controle zijn. Er moeten plaatsen zijn. We zullen die asielzoekers niet massaal hierheen vliegen, als er in Brussel nog zo veel voor de deur van de DVZ staan. Dat was steeds mijn standpunt.

 

Er is een evaluatie gemaakt in december. Er is een pledge gedaan aan Griekenland en Italië voor minstens 100 personen per maand, zodat wij eind september rond zijn. Op dat moment zal België zijn quotum volledig hebben ingevuld. Er is een heel overleg geweest met Fedasil om die plaatsen te reserveren, want 100 aankomsten per maand hebben wij nog nooit meegemaakt. Dat is zeer veel. Ik heb reeds gezegd dat wij ons woord zullen houden, maar geef mij wat tijd.

 

Ik onderstreep nogmaals dat het inzake relocatie ook van de versturende staat afhangt. Wij hebben vorige week een vraag behandeld van de heer Crusnière. Ik heb toen het voorbeeld gegeven van een niet-begeleide minderjarige uit Italië. Ik meen dat het over een 60-tal dossiers ging, waarvan wij er uiteindelijk maar acht hebben gekregen van de Italianen. Daar kan ik natuurlijk niets aan doen. Laat ze maar komen; ik heb daar geen probleem mee. Echter, als de versturende staten hun zaak niet georganiseerd krijgen, dan ligt het probleem bij hen. Wij sturen al medewerkers. Wij helpen hen al.

 

02.03  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, mijn zeer grote bekommernis is dat u een deal heeft gemaakt met een aantal landen, ook met Turkije. Wij hebben ook een deal met een aantal EU-lidstaten. Ik vind het bijzonder belangrijk dat u, als u de deal met Turkije, die u volgens mij heel belangrijk vindt, in stand wil houden, uw deel van het contract nakomt. Ik vrees dat we anders opnieuw de grote chaos organiseren.

 

Ik heb een ander argument, dat u misschien zal verrassen. Ik wil ook trots zijn op mijn land. Ik wil dat wij een betrouwbare partner zijn en onze afspraken als Europese lidstaat nakomen. Wij moeten medemenselijk zijn en ons best doen om een aantal grote problemen gezamenlijk op te lossen.

 

02.04  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, de staatssecretaris heeft mijn naam genoemd, dus vraag ik het woord voor een persoonlijk feit.

 

De voorzitter: In het Reglement is een persoonlijk feit alleen mogelijk in het kader van de plenaire vergadering, niet in de commissievergaderingen. Het Reglement voorziet daar niet in.

 

02.05  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Ik wil geen incident creëren, maar ik vind dit een beetje flauw. We zouden hierover gerust gedurende één minuut van gedachten kunnen wisselen.

 

De voorzitter: Maar het Reglement voorziet niet in zoiets. Ik heb het Reglement niet gemaakt. In het kader van de politieke vernieuwing kunnen wij misschien straks voorstellen doen om dat ook aan te pakken.

 

(…) (…)

 

02.06  Monica De Coninck (sp.a): Jullie zijn een traditionele partij geworden, vandaar.

 

De voorzitter: Wij vertegenwoordigen zeer traditionele waarden, mevrouw De Coninck, maar wij zijn daarom nog geen traditionele partij.

 

02.07  Monica De Coninck (sp.a): Er is niemand van de pers aanwezig.

 

02.08 Staatssecretaris Theo Francken: Er is boven wel pers! (Hilariteit)

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Vraag van mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de visumzaak" (nr. 15915)

03 Question de Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'affaire des visas" (n° 15915)

 

03.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, in een individuele zaak zullen wij niet te snel zeggen of, volgens ons, een visum al dan niet moet worden uitgereikt. Evenwel, in de zogenaamde visumzaak van het Syrische gezin vonden wij dat u dit wel had moeten doen. Niet zozeer vanwege de feiten in die zaak, want die kennen we als buitenstaanders niet, maar wel omdat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zo geoordeeld had en omdat we verwachten dat een staatssecretaris een arrest van de RvV ook uitvoert. Niets verhindert u om daarnaast een RvV-arrest op alle mogelijke manieren aan te vechten.

 

Mijnheer de staatssecretaris, daarom willen u dan ook de volgende vragen voorleggen.

 

Onlangs verscheen in de pers dat de vader twee weken in de Verenigde Arabische Emiraten en in India verbleven zou hebben, al dan niet op zakenreis. Er werd gesteld dat de man een lid zou zijn van de kamer van koophandel, maar dat bleek niet waar te zijn; dit terzijde. Wel zou ik graag weten waar die informatie vandaag kwam. Komt die informatie van de diplomatieke diensten of van de Dienst Vreemdelingenzaken?

 

In wiens opdracht gebeurde dat? Werden die diensten aangezet om die informatie te verzamelen? Indien ja, met welk doel werd die informatie verzameld, aangezien de reizen dateren van na het RvV-arrest en het cassatieberoep bij de Raad van State daar bijgevolg geen rekening mee kan houden?

 

Op welke manier kwam die informatie vervolgens bij de burgemeester van Antwerpen terecht?

 

03.02 Staatssecretaris Theo Francken: Collega, die informatie werd niet verkregen via een Belgische diplomatieke post.

 

Zoals u ongetwijfeld uit de pers hebt vernomen via de advocate van die familie, is die familie niet ingegaan op een aanbod om in Libanon een veilig onderkomen te laten zoeken. Ik vind dat onbegrijpelijk. Dat heb ik meermaals gezegd en ik blijf dat onbegrijpelijk vinden.

 

03.03  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, een aantal van mijn vragen hebt u niet beantwoord.

 

Ik wil toch wel zeggen dat in Het Laatste Nieuws staat dat officiële documenten konden worden ingekeken. De inzage in officiële documenten werd ook op de website deredactie.be van de VRT aangehaald. Welke officiële documenten bedoelen die nieuwsbronnen dan?

 

03.04 Staatssecretaris Theo Francken: (…) (microfoon niet ingeschakeld)

 

De voorzitter: Hebt u geen verdere repliek, mevrouw De Coninck? (Nee)

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Les questions ns 15927 et 15928 de M. Stéphane Crusnière sont reportées pour cause de déplacement à l’étranger. La question n° 15930 de Mme Julie Fernandez Fernandez est reportée, pour raison de santé.

 

04 Question de M. Emir Kir au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la politique d'éloignement des étrangers en Belgique et plus particulièrement les missions du SEFOR" (n° 15932)

04 Vraag van de heer Emir Kir aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, "het Belgische verwijderingsbeleid ten aanzien van vreemdelingen en meer bepaald het SEFOR-project" (nr. 15932)

 

04.01  Emir Kir (PS): Monsieur le secrétaire d’État, selon l’Office des Étrangers, il importe de mettre la pression sur les personnes ayant reçu un ordre de quitter le territoire, car ces pressions augmentent le nombre de départs volontaires: "Les contrôles et les campagnes d’information du bureau SEFOR sont des facteurs incitatifs importants. Ainsi, nos fonctionnaires de liaison, le chaînon entre les communes et l’Office des Étrangers à Bruxelles, font de gros efforts vis-à-vis des partenaires de terrain. Le fait d’agir vite et avec fermeté à l’encontre des personnes qui ne donnent pas suite à leur ordre de quitter le territoire devrait les encourager à organiser plus rapidement leur retour volontaire. En outre, nous constatons que plus d’étrangers partent de leur propre initiative, après avoir reçu une information sur leurs droits et obligations. Ceux-ci sont expliqués dans une brochure qu’ils reçoivent dans le cadre du programme SEFOR lors de leur ordre d’expulsion".

 

Néanmoins, le rapport du CIRÉ de mars 2015 sur la politique d’éloignement des étrangers en Belgique recommande au gouvernement fédéral et aux parlementaires fédéraux d’évaluer l’activité du bureau SEFOR au regard de son impact sur les droits de l’homme (effectivité et proportionnalité).

 

Je profite de l'occasion pour vous rappeler que je vous en avais parlé lors d'une précédente réunion de cette commission. En décembre dernier dans ma commune, certaines arrestations ont eu lieu sans perquisition ni mandat judiciaire, de surcroît avant six heures du matin. Ces opérations ont provoqué un vif émoi, à tel point qu'un comité s'est mobilisé pour faire libérer deux personnes. À la suite de plusieurs actions juridiques, l'une d'entre elles a finalement pu quitter le centre fermé où elle avait été détenue.

 

Monsieur le ministre, les méthodes employées par l'Office des Étrangers doivent respecter la légalité, incarnée en l'occurrence par le SEFOR. Il faut informer au préalable le bourgmestre de la commune où les opérations sont souhaitées.

 

Or, au mois de décembre, le bourgmestre de la commune dont je parle, à savoir moi-même, n'a pas été mis au courant. Je profite de l'occasion aujourd'hui pour vous demander d’insister auprès de votre administration pour que l'on respecte de manière scrupuleuse les règles en matière d'expulsion dans le cadre de cette procédure du SEFOR.

 

Monsieur le ministre, quelles sont les suites données aux recommandations du CIRE qui avait déjà parlé de l'impact de cette politique sur les personnes concernées? Une évaluation est-elle prévue? Dans l'affirmative, à qui cette évaluation sera-t-elle confiée et quand sera-t-elle réalisée? Quelles sont les relations entre le bureau SEFOR et les autorités administratives locales, à savoir les bourgmestres? Les autorités administratives reçoivent-elles la liste des arrestations qui auront lieu sur leur territoire? Ce n'était pas le cas au mois de décembre. Je vous le dis d'emblée, monsieur le ministre, lorsque cela s'est passé dans ma commune, je n'ai rien reçu. Rien! Dans vos réponses, vous pourrez me dire que c'est le cas mais, en l'occurrence, je n'ai rien reçu. S'il le faut, je reviendrai sur ce cas précis lors d'une prochaine interpellation.

 

Comment les contrôles s'organisent-ils dans les communes? Quels sont les pouvoirs des fonctionnaires de l'Office des Étrangers lors des contrôles? Quand peuvent-ils avoir lieu, autrement dit sur quelle plage horaire sont-ils autorisés? Ces contrôles nécessitent-ils un mandat du juge ou d'un tribunal de police? Que se passe-t-il en cas de refus d'obtempérer des individus contrôlés à leur domicile? Lorsque des étrangers en séjour illégal sont contrôlés ou arrêtés par la police à la suite d'un délit, pourquoi ces derniers sont-ils relâchés faute de place de détention? Et parallèlement, pourquoi des étrangers en séjour illégal dont la seule infraction est un défaut de titre de séjour sont-ils interpellés à l'aube par des agents de l'Office des Étrangers et des forces de l'ordre présentes en nombre? C'est incompréhensible! D'un côté, on relâche des gens poursuivis pour des actes de délinquance, des délits et, de l'autre, des gens en défaut de titre de séjour sont cueillis à l'aube lors d'opérations. Cette politique n'est-elle pas contradictoire, dans la mesure où la priorité devrait être donnée aux étrangers en séjour illégal commettant des actes de délinquance?

 

04.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Dans son fonctionnement quotidien, le bureau du SEFOR mise sur l'effectivité et la proportionnalité. Ainsi, il est tenu compte du contexte législatif et de l'encadrement. Chaque dossier est unique et doit être regardé comme tel.

 

Le rapport est connu de l'Office des Étrangers. Si une correction était nécessaire, il sera tenu compte des autres remarques du CIRÉ.

 

Selon la circulaire relative à la procédure SEFOR, l'administration locale notifie la décision d'éloignement du territoire. Elle fournit ainsi toutes les informations sur la notification de l'ordre de quitter le territoire et tire les conséquences qui pourraient résulter du non-respect de cet ordre.

 

Par la même occasion, l'administration locale complète le formulaire d'identification qui contient un maximum d'informations sur l'identité de l'intéressé. En outre, le SEFOR sensibilise au retour volontaire et invite l'intéressé à se rendre à l'administration communale, afin de l'informer sur la préparation du retour. Pour chaque dossier, l'administration locale contacte le bureau SEFOR pour obtenir des informations sur la note d'identification, le formulaire d'identification et la volonté de retourner volontairement. Au début de la procédure SEFOR, une concertation a été organisée pour l'ensemble des administrations locales. À présent, des réunions de concertation ad hoc ont lieu avec les administrations locales à propos de certains dossiers individuels, lorsqu'il y a des imprécisions au niveau de la collaboration ou lorsqu'un problème spécifique survient.

 

Ce sont les services de police qui reçoivent la mission. La police locale effectue les contrôles à l'adresse des intéressés, à la demande du SEFOR. Les membres du personnel du SEFOR peuvent leur prêter main forte. Ils contrôlent les documents d'identité et les nouveaux éléments éventuels figurant dans le dossier administratif. Les contrôles à l'adresse des intéressés ont lieu à partir de cinq heures du matin. Il s'agit de visites domiciliaires avec autorisation. Un mandat n'est pas nécessaire. Si la visite est refusée, le contrôle à l'adresse est suspendu.

 

Nous privilégions l'interception, le maintien et le rapatriement des criminels illégaux. Des illégaux n'ayant pas d'antécédents judiciaires peuvent également faire l'objet d'une procédure d'éloignement. Lorsqu'un criminel illégal est intercepté, des places ne sont pas toujours disponibles dans les centres fermés. Les actions du SEFOR sont préparées, des places sont réservées dans les centres fermés. Lors des contrôles, la priorité est accordée aux illégaux ayant commis des infractions à l'ordre public. De façon générale, parmi les personnes placées en détention, celles qui ont commis des faits d'ordre public sont plus nombreuses que celles qui n'en ont pas commis.

 

04.03  Emir Kir (PS): Monsieur le président, j'aimerais réagir aux propos de M. Francken.

 

Monsieur le secrétaire d’État, d'après vos propos, les visites domiciliaires sont permises dès 5 heures du matin. Cela ne ressemblait en tout cas pas à une visite domiciliaire, cela a été vécu dans le quartier comme une rafle. Les gens se sont très vite mobilisés. Ils n'ont pas compris ce qui se passait. Il s'agissait de deux personnes ayant introduit des dossiers pour lesquels des décisions sont tombées, pour lesquels on peut parler de cas. Ce sont des personnes fort bien intégrées dans notre pays, leurs dossiers sont étoffés de nombreuses preuves en ce sens. Ce qui est choquant, c’est la manière dont cela s'est passé, à l'aube, sans explication, sans avoir jamais informé le bourgmestre de la commune. J'ai été averti de l’opération le 27 décembre alors que la procédure d'expulsion via le SEFOR avait été décidée le 16 décembre par l'Office des Étrangers qui en a informé l'intéressé le 19 décembre. Le bourgmestre n'est prévenu que le 27! Je me suis retrouvé sans information, alors que la procédure SEFOR prévoit que le bourgmestre doit être prévenu et que cela doit se passer en partenariat avec la commune.

 

Quel impact sur les habitants! L'image est catastrophique puisque les gens ne comprennent pas pourquoi ces personnes sont traitées de la sorte alors que d'autres, en séjour illégal et vivant sur le même territoire, commettent des crimes et des délits, sont des délinquants reconnus et ne sont pas l’objet du même empressement. Sur qui la pression est-elle mise? Sur ceux qui donnent leur adresse, qui introduisent des dossiers de régularisation alors que les autres qui vivent dans la plus grande clandestinité et commettent des infractions graves, ne subissent pas la même pression? Cela pose un problème dans le quartier.

 

Dans ma commune et nos quartiers, les gens se disent que si c'est comme cela que les choses se passent, ils n'ouvriront plus la porte. La manière dont cela a été vécu dans ma commune est insupportable. On était à la place Saint-Josse, dans une manifestation de plusieurs centaines de personnes qui ont vécu cela comme une véritable rafle. La manière dont cela s'est passé était choquante. Pendant plusieurs jours, je n'étais pas capable d'expliquer ce qui s'était passé parce que je ne disposais d'aucune information. À force de demander et d’obtenir des informations, j’ai enfin cru comprendre

 

Monsieur le ministre, vous avez la responsabilité de l'Office des Étrangers. Nous écoutions hier, à l'occasion de la procédure sur la régularisation médicale, le directeur de l'Office des Étrangers. Vous partagez la responsabilité avec ce directeur. Vous devez mettre la pression sur votre administration pour qu'elle respecte, elle aussi, les règles qui prévalent dans notre État. La procédure s'applique à tout le monde, et pas uniquement à la personne visée. Elle s'applique également à l'administration. J'attends de vous que vous appliquiez la loi, rien que la loi.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: De heer Maingain is voorlopig niet aanwezig om zijn vragen te stellen.

 

Mevrouw De Coninck, u hebt het woord voor uw vraag nr. 16066 over de terugkeercijfers.

 

04.04  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, u communiceerde over de terugkeercijfers van 2016. Die communicatie vond plaats op een bijzonder ontransparante manier, wat u in het verleden als Parlementslid zelf aanklaagde.

 

Daarom heb ik een aantal vragen voor u.

 

Ik weet dat u zult antwoorden dat dit een vraag is met vele ondervragen, met vooral vragen naar cijfers. Dat is waar. Waarom stel ik ze dan? Omdat ik deze vraag al een paar keer schriftelijk gesteld heb, maar er geen antwoord op krijg. U loopt 70 of 80 vragen achter, meen ik. Daarom ben ik nu wel verplicht mijn vragen mondeling te stellen.

 

Voor alle duidelijkheid, als u mij de schriftelijke antwoorden kunt meegeven, wil ik deze mondelinge vraag zelfs intrekken. Het is bijna wegens een noodsituatie dat ik ze op deze manier moet stellen.

 

04.05 Staatssecretaris Theo Francken: Ik meende dat ik voor de schriftelijke vragen bijna bij was?

 

04.06  Monica De Coninck (sp.a): Wij hebben ze deze week opgelijst, er zijn nog zo’n 70 vragen onbeantwoord.

 

04.07 Staatssecretaris Theo Francken: Zeventig schriftelijke vragen van u?

 

04.08  Monica De Coninck (sp.a): Niet alleen van mij, sorry. In het totaal, volgens de site.

 

04.09 Staatssecretaris Theo Francken: Niet alleen vragen van u, dat zou kunnen, maar ik meen dat wij daar de laatste dagen toch hard aan gewerkt hebben.

 

Maar goed, ik heb het antwoord bij mij. U kunt het krijgen, geen probleem.

 

Ik zal het nog eens bekijken, maar ik meende dat ik bij was.

 

De voorzitter: Betekent dit, mijnheer de staatssecretaris, dat u…

 

04.10  Monica De Coninck (sp.a): Ik besef dat het om vele vragen naar cijfers gaat. Er zijn cijfers gegeven voor 2016, maar wij weten niet wat de cijfers voor 2015 zijn. Die zou ik ook graag krijgen. Als u ze mij nu kunt geven, bespaar ik u de moeite ze voor te lezen.

 

04.11 Staatssecretaris Theo Francken: (…)

 

04.12  Monica De Coninck (sp.a): Goed. Dank u wel.

 

De voorzitter: Vraag nr. 16066 van mevrouw De Coninck wordt dus omgezet in een schriftelijke vraag, zoals voorgesteld.

 

05 Vraag van mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de wijze van toewijzing van repatriëringsopdrachten" (nr. 16092)

05 Question de Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le mode d'attribution des missions de rapatriement" (n° 16092)

 

05.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, de laatste tijd is er heel veel verschenen rond de repatriëringen en het terugkeerbeleid. Uit uw beleidsnota van 2017 blijkt duidelijk dat dit uw prioritair beleid is, met onder andere een stijging van het budget met 17,7 %.

 

Ik had graag volgende vragen gesteld.

 

Wie voert de lijnvluchten in het kader van repatriëringen uit? Is dit één touroperator, of wordt deze opdracht toevertrouwd aan verschillende operatoren? Hoe gebeurt de toewijzing? Wie schrijft de opdracht uit? Is dit de Dienst Vreemdelingenzaken, de federale politie of eventueel nog een andere dienst? Wat is de kostprijs per passagier? Wat gebeurt er met de toegekende airmiles? Wordt de opdracht van de repatriëring uitbesteed of uitgevoerd door Belgische agenten?

 

05.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mevrouw De Coninck, de lijnvluchten kunnen in principe door eender welke luchtvaartmaatschappij worden uitgevoerd, maar dit is uiteraard gelinkt aan de bestemming. Er wordt momenteel met twee boekingskantoren gewerkt. Voor sommige bestemmingen wordt rechtstreeks bij de vervoerder geboekt.

 

Zoals eerder gesteld, hangt de boeking af van de bestemming. Naargelang de bestemming zijn er meerdere mogelijkheden. In geval van verwijdering zonder escorte doet de DVZ de boeking. In geval van verwijdering met escorte is het de federale politie die zijn voorkeur kenbaar maakt en de boeking doet.

 

Er is geen vaste kostprijs per passagier per traject. Ik heb vorige week in antwoord op een vraag van de heer De Vriendt wel een aantal cijfers gegeven over de geschatte prijs. Er zijn evenwel geen vaste kosten want vliegtuigtickets zijn onderhevig aan schommelingen. DVZ beschikt niet over deze informatie. Deze vraag dient dan ook te worden gericht aan de federale politie. Dit laatste is een antwoord op uw vijfde vraag.

 

Wat uw zesde vraag betreft, de repatriëring van personen die moeten worden begeleid, gebeurt in regel door de federale politie. Wanneer het wenselijk en in het belang van de te verwijderen persoon is, kan DVZ ook beslissen om een vertrouwenspersoon – verpleegkundige, arts of een andere begeleider – mee te sturen. Dwang wordt uitsluitend uitgeoefend door de politie.

 

Bij een terugdrijving wordt de federale politie ingezet als ze wordt uitgevoerd door een Belgische vervoerder. De buitenlandse vervoerders staan zelf volledig in voor de veiligheid en de begeleiding van hun passagiers. Dat is al jaren zo en daar wordt niets aan gewijzigd.

 

05.03  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, u hebt het over twee boekingskantoren. Wordt daar dan op voorhand een soort agreement mee gemaakt inzake service en kortingen? Waarom die twee boekingskantoren?

 

05.04 Staatssecretaris Theo Francken: Dat staat hier niet bij. Er zijn twee boekingskantoren. Ik wil ze u geven. Dat zijn AB Tours en Carlson Wagonlit Travel. Ik heb ze nog nooit in mijn leven gezien. Ik zal mij verder informeren over hoe dat juist verloopt, maar ik neem aan dat alle regels sowieso moeten worden gevolgd. Het gaat over grote bedragen, over veel tickets. Er wordt ook vaak rechtstreeks bij de vervoerder geboekt, gewoon online. Soms gebeurt het bij moeilijke vluchten dat er via een boekingskantoor moet worden gewerkt, maar ik kan niet zeggen hoe dat juist gebeurt. Ook daar is niets veranderd. Ik denk dat dat hetzelfde is als altijd. Ik kan mij niets anders indenken dan dat alle regels worden gevolgd. Het moet ook, zoals u weet, naar de Inspecteur van Financiën. Ik heb nog nooit iets anders gehoord, maar ik zal mij erover informeren.

 

05.05  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de voorzitter, het is daarom dat ik de vragen stel. Uw gezond verstand zegt dat alle regels moeten worden gevolgd, maar het is misschien wel interessant om het eens te controleren en ook eens te kijken of er misschien wijzigingen kunnen gebeuren, waardoor het optimaler en goedkoper kan.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Vraag van mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de inhoud van het rapport van de Algemene Inspectie van de federale en lokale politie over de politiedienst die de vluchtelingen repatrieert" (nr. 16096)

06 Question de Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le contenu du rapport de l'Inspection générale de la police fédérale et de la police locale relatif au service de police chargé du rapatriement des réfugiés" (n° 16096)

 

06.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, ik was aanwezig in de commissievergadering met minister Jambon. Voor alle duidelijkheid, ik ben een zeer grote voorstander van audits; en niet vanuit negatieve zin. Ik vind dat er regelmatig audits moeten gebeuren van alles wat wij doen om te kijken wat wij goed doen, wat wij beter kunnen doen en ook wat wij niet goed doen.

 

Er is op vraag van Catherine De Bolle een audit uitgevoerd van de politiedienst die vluchtelingen repatrieert. Er staan heel veel zaken in dat verslag en er staan een paar lijntjes in over de zogenaamde graaicultuur. Het zijn wel maar een paar lijntjes, maar daar wordt uiteraard weer de aandacht op gelegd, voor een stuk terecht. Ik denk echter dat er in het auditrapport veel belangrijkere zaken staan die eigenlijk wel eens van dichterbij zouden moeten worden bekeken.

 

Ik heb daarnet al een vraag gesteld over de airmiles en punten, maar u zegt dat u daar niet op kunt antwoorden en dat ik dat aan uw collega moet vragen. Wij zien echter toch of er al of niet aangepast gedrag is geweest.

 

Ik heb dan ook de volgende vragen voor u.

 

Was u op de hoogte van het onderzoek, van het resultaat van het rapport en de impact die het heeft op de Dienst Vreemdelingenzaken? Indien ja, welke maatregelen hebt u genomen? Welke maatregelen zullen worden genomen om graaicultuur in de toekomst te vermijden?

 

Wat is de kostprijs van een repatriëring? Welke kosten werden verrekend aan de Dienst Vreemdelingenzaken? Over welke bedragen gaat het? Worden deze uitspattingen ook verrekend bij de repatriëringskosten die uitgewezenen dienen terug te betalen?

 

06.02 Staatssecretaris Theo Francken: De Dienst Vreemdelingenzaken was op de hoogte dat er een audit werd uitgevoerd van de federale politie van de luchthaven van Zaventem. Ikzelf noch mijn diensten waren op de hoogte dat die audit ondertussen is afgerond. Wij waren bijgevolg niet op de hoogte van het resultaat.

 

De Dienst Vreemdelingenzaken draait hoe dan ook geenszins op voor de kosten van de vermeende uitspattingen. Als het al waar zou zijn, zullen we de ingediende bonnetjes zeker niet terugbetalen. Er zijn afspraken vervat in een bestaand protocol tussen de Dienst Vreemdelingenzaken en de federale politie van de luchthaven van Zaventem over de uitvoering van de verwijderingen. De kostprijs van de repatriëring is afhankelijk van de bestemming en of er al dan niet een escorte nodig is, evenals van het aantal escorteurs of begeleiders. Dat wordt beslist door de politie. Ook daar blijft het beleid hetzelfde.

 

De kosten van de verwijdering bestaan uit de vliegtuigtickets van de betrokken vreemdeling, de vliegtuigtickets van de escorteurs in voorkomend geval, de overnachtingskosten en dagvergoedingen van de escorteurs, de reisdocumenten, de medische begeleiding in voorkomend geval, de kosten van de special flights die in sommige gevallen kunnen verhaald worden op Frontex, en de kosten gemaakt door gemeente- en politiediensten voor maaltijden.

 

De dagvergoedingen zijn nauwgezet vastgelegd in een ministerieel besluit houdende vaststellingen van verblijfsvergoedingen toegekend aan afgevaardigden en ambtenaren afhangend van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die zich in een officiële opdracht naar het buitenland begeven.

 

Heel lang geleden was er een onkostenregeling, die is al vele jaren afgeschaft. Nu gaat het gewoon om forfaits die gegeven worden aan ambtenaren, diplomaten, mensen die op missie zijn voor de FOD Buitenlandse Zaken. Dat is volgens mij een hele tijd geleden ingevoerd door iemand van uw obediëntie. Ik vind dat correct. Ik denk eerlijk gezegd dat dit de goeie manier is. Ik ben ook niet van plan om dat te veranderen. De dagvergoedingen wijken niet af van de vergoeding die elke afgevaardigde of ambtenaar ontvangt bij een officiële opdracht in het buitenland.

 

De kosten van verwijdering die teruggevorderd worden betreffen het vliegtuigticket van de betrokken vreemdeling, het vliegtuigticket van de escorteurs in geval van een begeleide uitwijzing en de kosten van het verblijf in het gesloten centrum. Dat laatste komt neer op zo’n 180 euro per dag, als ik me niet vergis.

 

06.03  Monica De Coninck (sp.a): Ik zou toch bij mijn collega’s en de diensten bepleiten dat men het recht heeft om gebrieft te worden over de resultaten, als er een audit gebeurt in de dienst waarbij men betrokken is. Het is namelijk belangrijk om vertrouwen in audits te hebben en een correcte opvolging te kunnen garanderen. Ik denk dat dit een belangrijk punt is.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: De samengevoegde vragen nr. 16139 van de heer Kir en nr. 16262 van de heer Van der Maelen worden uitgesteld op vraag van de heer Van der Maelen die momenteel aanwezig moet zijn in de commissie Kazakhgate.

 

Vraag nr. 16141 van de heer Flahaux wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

 

Mevrouw De Coninck, de heer De Vriendt heeft me gevraagd zijn vraag nog even uit te stellen omdat hij net werd weggeroepen. U hebt toch nog een aantal andere vragen op de agenda staan. Ik stel voor om de samengevoegde vraag met de heer De Vriendt later deze voormiddag te behandelen, als hij terug hier is.

 

Vraag nr. 16397 van mevrouw Willaert wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

 

Mevrouw Smeyers is nog niet aanwezig, dus pas ik dezelfde procedure toe als bij de anderen.

 

07 Question de M. Emir Kir au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les contrôles de police à la gare du Nord dans le cadre de la lutte contre le terrorisme" (n° 16450)

07 Vraag van de heer Emir Kir aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de politiecontroles in het Noordstation in het kader van de strijd tegen het terrorisme" (nr. 16450)

 

07.01  Emir Kir (PS): Monsieur le secrétaire d'État, la presse s'est fait l'écho d'une action de contrôle à la gare de Bruxelles-Nord, menée par l'Office des Étrangers, en collaboration avec la zone de police Bruxelles-Nord, la police fédérale et la police de Bruxelles-Capitale/Ixelles. Selon le porte-parole de la zone de police bruxelloise: "Il s'agissait d'une opération de contrôle de l'Office des Étrangers qui ciblait la gare de Bruxelles-Nord et ses alentours, dans le cadre de la dernière analyse de l'OCAM, afin notamment de contrôler les gares ferroviaires. Quatre-vingt-six personnes ont été emmenées pour un contrôle plus approfondi."

 

Comme à votre habitude, vous vous êtes fendu d'un tweet évoquant 81 personnes, principalement des Soudanais et des Roumains.

 

Sur la base de ces informations, je voudrais vous poser quelques questions.

 

Quel est le nombre exact de personnes appréhendées lors de ce contrôle? Combien de personnes ont-elles reçu un ordre de quitter le territoire? Combien ont-elles été placées en centre fermé? Combien d'agents de l'Office des Étrangers ont-ils été mobilisés pour cette opération? Quel est le coût des moyens utilisés? Quelles sont les procédures pour ce type d'opération avec l'Office des Étrangers?

 

D'avance, je vous remercie pour vos réponses.

 

07.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Cher collègue, lors des contrôles effectués à la gare de Bruxelles-Nord, 86 personnes ont été emmenées par la police. Trois d'entre elles ont immédiatement pu disposer après vérification de leur identité, 83 rapports d'inspection administrative ont été transmis à l'Office des Étrangers, 21 personnes ont reçu un ordre de quitter le territoire, 20 personnes ont reçu une confirmation d'un ordre de quitter le territoire et enfin, quatre personnes ont été placées en centre fermé en vue de leur éloignement. Le service des tutelles a dû être contacté pour quatre mineurs. Les autres personnes ont pu disposer car après vérification dans les fichiers de l'Office, il s'est avéré qu'elles étaient en ordre de séjour.

 

Outre les unités de police, cinq agents de l'Office des Étrangers ont été mobilisés pour cette opération entre 01 h 00 et 08 h 00. Pour ce type de contrôle, la section judiciaire de l'Office des Étrangers peut intervenir. Les membres du personnel préparent l'opération. Ils se rendent également sur le terrain et assurent le suivi des dossiers. Ils sont spécialisés dans la reconnaissance des documents et doivent éventuellement vérifier la légalité du séjour des étrangers afin de faciliter le contrôle et de prendre la décision la plus appropriée dans les meilleurs délais. La décision proprement dite est prise par les collaborateurs des bureaux de l'Office des Étrangers. Ceux-ci peuvent en effet contrôler le dossier des intéressés et rédiger les décisions.

 

Au besoin, il est également fait appel au service chargé de la vérification des empreintes digitales. En cas de problème sérieux avec les étrangers sans droit de séjour, la police peut demander l'assistance de la section judiciaire de l'Office. Un soutien sera alors apporté en fonction des possibilités et des priorités.

 

Je vous indique aussi que l'opération est menée en concertation avec la police locale et avec l'accord du bourgmestre de la Ville de Bruxelles. La première fois, le bourgmestre a demandé, et obtenu, un report de l'opération de quelques jours en raison du froid.

 

07.03  Emir Kir (PS): Quel est le coût de l'opération? Ces missions sont-elles prévues dans le budget général de l'Office des Étrangers?

 

07.04  Theo Francken, secrétaire d'État: Je pense qu'ils reçoivent un budget supplémentaire pour le travail de nuit. Je dois me renseigner.

 

07.05  Emir Kir (PS): Ce n'est pas un budget spécifique.

 

07.06  Theo Francken, secrétaire d'État: Non.

 

07.07  Emir Kir (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie pour vos réponses.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: De vragen nrs 16459 en 16460 van de heer Crusnière worden uitgesteld. De heer Calomme is nog niet aanwezig en kan zijn vraag dus nog niet stellen.

 

08 Vraag van mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de leegstand in de LOI's" (nr. 16679)

08 Question de Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'inoccupation des ILA" (n° 16679)

 

08.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, op dit moment staan heel wat bedden leeg in lokale opvanginitiatieven van OCMW’s. Op vraag van de federale overheid hebben de OCMW’s extra LOl-plaatsen geopend. Toen het aantal asielaanvragen plots sterk daalde, werd in juni afgesproken deze LOl-plaatsen niet te sluiten maar zo snel mogelijk in te vullen door het nieuwe opvangmodel in te voeren. Vier maanden later zou echter nog steeds zo'n 35 % van de LOI-plaatsen leegstaan.

 

Begin augustus startte Fedasil met het toewijzen van bewoners met een positieve beslissing aan de LOI’s. Er was geen gebrek aan kandidaten met meer dan 1 000 positieve beslissingen per maand. Sinds 13 oktober 2016 worden op basis van een nieuwe Fedasil-instructie ook asielzoekers met een hoge kans op een positieve beslissing aan de LOI’s toegewezen, maar enkel op voorwaarde dat ze al vier maanden in een collectief opvangcentrum verbleven. Ook hier is er geen gebrek aan kandidaten want er verblijven ruim 1 200 asielzoekers met een hoge beschermingsgraad in het opvangnetwerk.

 

Ondertussen gaan de OCMW’s er financieel op achteruit. Voor een lege LOl-plaats krijgt het OCMW 40 % van de subsidie om de vaste kosten te betalen. Concreet betekent dat 15 euro in de plaats van 37 euro voor een volwassenenplaats.

 

De VVSG formuleert verschillende voorstellen om de leegstand aan te pakken. Volgens de VVSG staat de vereiste minimale verblijfsduur van vier maanden in een collectief opvangcentrum haaks op de doelstelling. Zo zouden asielzoekers met een hoge kans op een positieve beslissing na een verblijf van vier weken in plaats van na vier maanden in een collectief opvangcentrum aan een LOI toegewezen kunnen worden. De komende weken worden bovendien heel wat plaatsen in de collectieve opvangcentra gesloten terwijl de bezettingsgraad van die centra al erg hoog is. Ook hier kan volgens de VVSG worden nagegaan of er geen asielzoekers aan de LOI toegewezen kunnen worden. Uw suggestie om lege LOI’s om te zetten in gewone huurwoningen kan volgens de VVSG dan weer niet zonder een degelijk en concreet plan van aanpak.

 

Ik heb hierover de volgende vragen.

 

Welk effect hebben de recente maatregelen gehad, namelijk de transitie-opvang vanaf 29 augustus en de vervroegde opvang van asielzoekers sinds 13 oktober 2016? Hoeveel bedden zijn er nu nog bij LOl's? Hoeveel staan er leeg? Stijgt voor u de bezettingsgraad voldoende snel?

 

Uit het antwoord op een eerdere vraag bleek dat in een eerste fase zou worden vastgehouden aan de beslissing om pas na vier maanden te gaan toewijzen wat de begeleiding betreft van mensen die veel kans maken om erkend te worden. Zit die fase er nu op? Zal dit worden bijgesteld naar bijvoorbeeld vier weken zoals de VVSG vraagt?

 

Waarom worden er in de instructie van 13 oktober 2016 enkel transfers toegestaan voor bewoners met een nationaliteit waarvoor de beschermingsgraad 90 % is, waardoor enkel personen uit Syrië, Libië en Burundi in aanmerking komen? Hoe wordt die 90 % berekend? Blijven bepaalde nationaliteiten hierdoor niet te lang in de collectieve opvang? Zal de vereiste beschermingsgraad alsnog verlaagd worden? Zo ja, wanneer?

 

08.02 Staatssecretaris Theo Francken: Onder toepassing van de instructie “Transitie”, van toepassing sinds 20 juli, zijn er tot en met 13 februari 2 959 asielzoekers toegewezen aan LOI’s. Onder toepassing van de instructie “Hoge Beschermingsgraad”, van toepassing sinds 13 oktober, zijn er 703 asielzoekers toegewezen aan opvangplaatsen in LOI’s. In totaal zijn er dus in zes maanden tijd 3 662 asielzoekers kunnen doorstromen naar de individuele opvang. Momenteel zijn er 9 264 opvangplaatsen voor de LOI’s waarvan 7 481 bezet. Dat wil zeggen dat de huidige bezettingsgraad 80,175 of 81 % bedraagt. Ter vergelijking, eind juli was het 65 % en half oktober 64 %. De bezettingsgraad is dus zeer fors gestegen door het beleid dat we hebben gevoerd. Dat was ook de bedoeling.

 

Het regeerakkoord bepaalt dat asielzoekers collectief zullen worden opgevangen en dat de individuele opvangplaatsen voorbehouden blijven voor kwetsbare personen en erkende vluchtelingen conform het nieuwe opvangmodel. Momenteel wordt er vastgehouden aan een termijn van vier maanden. Het is immers aangewezen om toch in een ruim voldoende periode van collectieve opvang te voorzien zodat de persoon in deze centra net die kwetsbaarheid in kaart kan brengen. Een voorbeeld daarvan zijn de slachtoffers van intrafamiliaal geweld die sneller in een centrum worden gedetecteerd dan in een eigen individuele woning. Daarnaast blijft het ook noodzakelijk om asielzoekers niet te snel over een eigen woning te laten beschikken daar dit een enorm aanzuigend effect genereert. Een treffend voorbeeld daarvan is Zweden. Dit gezegd zijnde blijf ik hierover permanent in overleg met mijn collega van Maatschappelijke Integratie, de heer Borsus.

 

Het percentage van 90 % wordt berekend op basis van cijfers van het commissariaat-generaal, rekening houdend met de uitkomst van de beslissingen inzake erkenning en subsidiaire bescherming. Andere nationaliteiten dienen het vaste traject te volgen.

 

Mevrouw De Coninck, u moet weten dat ik de laatste maanden de nodige soepelheid aan de dag heb gelegd omdat we een aantal centra moesten sluiten en er niet echt plaatsen waren. Omdat onze collectieve centra heel vol zaten ben ik daar bijzonder coulant in geweest de afgelopen weken en maanden, vanuit pragmatisch oogpunt, na overleg met de collega’s in de regering en de premier. Het is op zich niet meteen mijn principe om bijzonder coulant te zijn in dergelijke zaken, maar nood breekt wet. Er zitten een aantal Afghanen en andere nationaliteiten in de LOI's, wat de sterke stijging van de bezettingsgraad verklaart.

 

Wij proberen, zoals met de asielcrisis, ook dit afbouwplan met de nodige realiteitszin en pragmatisme te managen.

 

08.03  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor deze intentie, met het oog op de realiteit.

 

Om de kwetsbaarheid van iemand te detecteren, heeft men niet altijd vier maanden nodig. Ik stel dus voor dat u zou nagaan of we heel kwetsbare mensen niet sneller uit de collectieve opvang kunnen halen. Dat is voor hen immers niet evident.

 

08.04 Staatssecretaris Theo Francken: Heel kwetsbare personen hebben meteen recht op een LOI. Zij gaan niet naar de collectieve opvang, maar kunnen meteen naar een LOI. Dat is een van de uitzonderingen. Hoge erkenningsgraad en hoge kwetsbaarheid is een van de criteria.

 

08.05  Monica De Coninck (sp.a): Hoe wordt dat dan gedaan?

 

08.06 Staatssecretaris Theo Francken: Zij gaan na ongeveer tien dagen naar de LOI. Er is altijd een korte observatieperiode, waarin wordt nagegaan wat het trauma is en hoe de persoon zich voelt. Dat is noodzakelijk omdat de Dublincheck moet worden gedaan enzovoort.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de uitzetting van een gevaarlijke Algerijn zonder wettig verblijf" (nr. 16686)

09 Question de Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'expulsion d'un Algérien dangereux en séjour illégal" (n° 16686)

 

09.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, via de pers vernamen wij dat een rechter voorkwam dat een Algerijn zonder wettig verblijf werd uitgewezen, hoewel hij banden zou hebben met terrorisme. De man in kwestie werd door de inlichtingendiensten in de gaten gehouden voor banden met terrorisme. Hij werd enkele maanden geleden naar het gesloten centrum van Vottem meegenomen, met het oog op zijn uitwijzing naar Algerije.

 

De man had een eenzijdig verzoekschrift ingediend en kon de rechter ervan overtuigen te ziek te zijn geweest om te worden gerepatrieerd, met vrijlating tot gevolg. De arts van de Dienst Vreemdelingenzaken had hem nochtans fit to fly verklaard.

 

Via de pers vernamen wij dat u het derdenverzet ondertussen won. Betrokkene wordt ondertussen ook opgespoord.

 

Mijnheer de staatssecretaris, wat is de stand van zaken? U noemde de man een gevaarlijk individu. Waarom werd hij dan, na zijn vrijlating uit het gesloten centrum, niet meteen weer aangehouden als hij effectief een bedreiging vormde?

 

Wij begrepen dat er een dwangsom werd uitgesproken, maar dat die alleen zou worden toegepast indien de man langer in het gesloten centrum moest verblijven. Wat verhinderde dat de man werd aangehouden en op een andere plek werd vastgehouden dan in een gesloten centrum? Kunt u de situatie schetsen?

 

Aangezien het hier gaat om een gevaarlijke man, vraag ik mij af waarom er geen gebruik wordt gemaakt van de normale procedure, met name de uitleveringsprocedure?

 

Zal de Belgische ambassade ter zake met een opvolgingsopdracht belast worden, zodat de man kan worden opgespoord en uitgezet?

 

Welke specifieke afspraken worden er gemaakt met Algerije voor situaties als deze? Zal na opsporing en uitzetting de onmiddellijke aanhouding bij aankomst in Algerije door de Algerijnse autoriteiten verzekerd zijn? Op welke wijze zal dan de berechtiging van deze gevaarlijke man verzekerd worden? Welke garanties zijn er?

 

09.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, mevrouw De Coninck, betrokkene werd intussen opnieuw opgepakt. Hij zal zo snel mogelijk verwijderd worden. Hij heeft ook een nieuwe asielaanvraag ingediend. Dit is zeker niet zijn eerste. Het is een klassieke truc in een gesloten centrum. Wij zullen zien.

 

De Algerijnse autoriteiten zullen op de hoogte zijn van zijn komst en kunnen dus, indien zij dat nodig achten, de nodige maatregelen nemen. Wij zullen dus opnieuw een laissez passer moeten aanvragen, maar dat zou normaal gezien geen probleem mogen zijn. De vragen over het onderzoek naar betrokkene en zijn eventuele vervolging moet u aan de minister van Justitie stellen.

 

Als u mij vraagt waarom ik die man een gevaarlijk individu noem, dan heb ik die motivering er ook bij vermeld. Die man wordt gevolgd. Hij is bekend in het salafistische milieu in Verviers en omstreken, waar een harde kern van salafisten heel wat schade aanricht, zoals u weet. Het is niet evident. Hij heeft verschillende pv’s gekregen en volgens mij ook enkele veroordelingen opgelopen voor drugshandel en drugsbezit. Het gaat dus niet enkel om dat salafistische element. Het gaat om iemand die bekend is in het milieu als zijnde geen doetje. Ik meen aldus dat het mijn goed recht is om die man te bestempelen als gevaarlijk.

 

Ik vermeld er ook even bij dat de man ook vastzat in het gesloten centrum van Vottem, in een speciale vleugel voor zware gevallen. Er is daar een vleugel met 11 aparte cellen, waar alleen echt gevaarlijke mensen zitten, zoals salafisten, radicalen, maar ook andere gevaarlijke individuen. Daar zat hij, en nu zit hij daar opnieuw. Ik ben dus ook tevreden dat wij zo snel hebben kunnen werken. Ik dank dan ook onze speurders en ons politieteam omdat zij hem zo snel opnieuw hebben kunnen vatten.

 

09.03  Monica De Coninck (sp.a): Mij is het niet duidelijk of hij veroordeeld is of niet. Als iemand veroordeeld is, zou hij toch in de gevangenis moeten zitten.

 

09.04 Staatssecretaris Theo Francken: Volgens mij wel, maar ik laat het u zo dadelijk met zekerheid weten.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: De heer De Vriendt zei dat hij hier over vijf minuten opnieuw zou zijn. Wij wachten af. Anders moet mevrouw De Coninck haar vraag alleen stellen. Collega Hellings heeft laten weten dat hij op dit moment in de commissie voor de Landsverdediging vragen stelt. Hij zou over acht minuten naar hier komen.

 

Vraag nr. 16724 van mevrouw Jadin wordt beantwoord door de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken bevoegd voor Beliris en federale culturele instellingen.

 

10 Question de M. Emir Kir au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le niveau d'instruction des immigrés en Belgique" (n° 16795)

10 Vraag van de heer Emir Kir aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het opleidingsniveau van de migranten in België" (nr. 16795)

 

10.01  Emir Kir (PS): Monsieur le secrétaire d'État, le 14 février dernier, un chercheur de l'Institut national d'études démographiques (INED), situé en France, a publié une enquête démontrant que les pays d'accueil sont loin de recevoir toute la misère du monde lorsqu'ils octroient un titre de séjour. En effet, il y a beaucoup de mythes autour de l'immigration. Certains soulignent le coût de cette dernière, d'autres parlent de véritable invasion, deux arguments discutables et déjà démontés à de nombreuses reprises.

 

Cependant, l'étude intitulée "Le niveau d'instruction des immigrés: varié et souvent plus élevé que dans les pays d'origine" nous apprend qu'une bonne partie des personnes s'installant en France sont parfois plus diplômées que la plupart des Français. Tout d'abord, il faut savoir que la population française compte 27 % de diplômés de l'enseignement supérieur. Partant de ce constat, le chercheur s'est concentré sur l'immigration en provenance de 16 pays: Royaume-Uni, Chine, Belgique, Allemagne, Roumanie, Vietnam, Pologne, Sénégal, Tunisie, Maroc, Algérie, Espagne, Italie, Serbie, Turquie et Portugal. En observant les groupes de populations immigrées en France, nous constatons que la diaspora chinoise dans l'Hexagone est la plus diplômée avec 43 %, les Roumains avec 37 %, les Vietnamiens 35 %, les Polonais 32 % et les Sénégalais 27 %, soit la moyenne française. D'autres sont en dessous de ce pourcentage, comme les groupes en provenance de Tunisie (21 %), du Maroc (19 %) ou de l'Algérie (18 %).

 

Pour appuyer son propos, l'étude exploite également les travaux d'une chercheuse de l'Institut de démographie de Vienne, sur le niveau d'instruction des réfugiés arrivés en Autriche en 2015. Se penchant sur les groupes en provenance de Syrie, d'Irak ou d'Afghanistan, la chercheuse a ainsi mesuré que 27 % des Syriens arrivés de ce pays sont diplômés du supérieur, contre 10 % de ceux qui sont restés en Syrie. Même observation chez les Afghans (11 % contre 3 %).

 

Avez-vous pris connaissance de cette étude? Pourriez-vous nous faire part de votre sentiment? Dans le cas de la Belgique, le secrétaire d'État dispose-t-il d'informations relatives au niveau d'instruction des réfugiés arrivés en 2015 et en 2016? Combien y a-t-il de demandeurs d'asile, ayant obtenu le statut de réfugié depuis 2015 à aujourd'hui, possédant un contrat de travail et occupant actuellement un emploi? Quel est le taux d'emploi des réfugiés reconnus?

 

10.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Il est toujours positif de mener des études dans le but de visualiser la problématique de la migration, car il est très important de connaître la réalité sous tous ses aspects et sans tabou. L'étude en question ne concerne toutefois qu'un seul aspect, à savoir, le niveau d'instruction. Il importe cependant de visualiser l'ensemble des aspects liés à la migration, tant dans son impact positif que des problèmes qu'elle peut engendrer.

 

Il est également important de relever que la détention d'un diplôme ne constitue qu'un des éléments en rapport avec la participation au marché de l'emploi. Bien que cela accroisse les chances d'intégration de l'intéressé, d'autres conditions s'ajoutent, notamment la connaissance de la langue, l'équivalence de diplôme, les formations complémentaires etc. Il appartient aux entités fédérées de faire le maximum pour que les personnes ayant reçu un statut de protection puissent assez rapidement participer au marché de l'emploi.

 

Sur la formation des demandeurs d'asile arrivés en 2015/2016, nous ne disposons pas de statistiques globales précises. Le CGRA dispose toutefois de données recueillies sur la base des déclarations dans le cadre du traitement des demandes d'asile mais ces données ne sont pas collectées de manière scientifique. Ce sont des informations recueillies auprès des personnes concernées, mais sans avoir été vérifiées. La mission du CGRA ne consiste pas à rassembler des données sur le niveau d'instruction ou la situation professionnelle des demandeurs d'asile. La prudence sur l'interprétation de ces données est donc de mise.

 

Les données à notre disposition permettent de constater une grande disparité dans le niveau d'instruction, selon le pays d'origine. Pour certains pays, il est constaté un nombre relativement plus élevé de diplômes, par exemple la RDC ou la Palestine. Pour d'autres pays d'origine, le niveau de scolarisation est très bas, comme la Somalie ou l'Afghanistan. Les personnes originaires d'Iraq ou de Syrie présentent un niveau d'instruction similaire: on recense entre 70 et 75 % de diplômés de l'enseignement supérieur ou secondaire parmi les personnes de ces deux pays, ayant obtenu un statut de protection en Belgique, ce qui, en la matière, les place au-dessus de la moyenne.

 

Mes services ne disposent pas de statistiques sur le degré de participation professionnelle des réfugiés reconnus. Cette matière a déjà fait l'objet d'une étude du Centre fédéral de Migration que vous pouvez consulter sur le site Myria (Careers / The long and winding Road to employment). Vous étiez, je pense, également présent lors de sa présentation. C'est une étude très intéressante réalisée avec l'ULB.

 

10.03  Emir Kir (PS): Monsieur le secrétaire d'État, même si j'apprécie certaines de vos réponses, je ne suis pas totalement satisfait.

 

Il conviendrait de prendre en compte les aspects positifs de l'immigration, comme le fait l'étude du Centre fédéral Migration, puisqu'elle nous renseigne sur l'apport des réfugiés à notre économie. Au départ, ils sont passifs mais, après cinq ans, ils deviennent des actifs pour une courte majorité d'entre eux. Autrement dit, ils sont moins consommateurs de la sécurité sociale et deviennent davantage producteurs de richesses dans notre pays. Il faut se préoccuper de cette question, comme l’ont fait les Français. Ce serait bien que nous puissions bénéficier en Belgique aussi d'un éclairage sur le niveau de scolarité des intéressés, en établissant notamment une comparaison avec les Belges.

 

Ces indicateurs peuvent nous aider à démystifier les mythes autour de l'immigration. Très souvent, on entend certains évoquer le coût de l'immigration et parler d’invasion. En réalité, les étrangers débarquent souvent avec un bon bagage d’instruction, avec des bagages culturels. Ils enrichissent ainsi notre pays en termes économiques et culturels.

 

Monsieur le secrétaire d’État, je vous invite à vous inspirer du travail réalisé en France pour le reproduire chez nous.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10.04 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, nog even een verduidelijking aan mevrouw De Coninck over die aanbesteding.

 

De aanbesteding wordt voorbereid, de publicatie zal klaar zijn binnen enkele weken. Het gaat hier over de touroperators. Ik heb de afspraak met de Inspectie van Financiën om zo te werk te gaan. Oorspronkelijk en gedurende vele jaren werd dit door niemand nodig geacht, ook niet door het Rekenhof en de toenmalige inspecteurs van Financiën. Het individuele bedrag per operatie was immers te klein. Met de huidige Inspectie van Financiën hebben we de afspraak gemaakt om dit in de toekomst via een aanbesteding te doen. Nu werken we dus met AB Tours en Carson Wagonlit Travel, en individuele luchtvaartmaatschappijen, bijvoorbeeld Tui, waar wij rechtstreeks tickets kopen. Wij gaan dat proberen goedkoper te maken door dit aan te besteden. Dat zou een goede zaak zijn.

 

In verband met de vraag van de Algerijn, zijn we nog verdere informatie aan het verzamelen. Daar kom ik later op terug.

 

De voorzitter: De vragen nrs 16057, 16058, 16345, 16540 en 16550 van mevrouw Lanjri worden omgezet in schriftelijke vragen. De vragen nrs 16404 en 16524 van mevrouw Smeyers worden uitgesteld.

 

11 Questions jointes de

- M. Emir Kir au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le rapatriement à Bagdad d'un suspect de terrorisme" (n° 16139)

- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "le rapatriement d'un Irakien" (n° 16262)

11 Samengevoegde vragen van

- de heer Emir Kir aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de repatriëring van een terreurverdachte naar Bagdad" (nr. 16139)

- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de repatriëring van een Irakees" (nr. 16262)

 

11.01  Emir Kir (PS): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, vous avez annoncé dans la presse, le renvoi à Bagdad d'un Irakien sympathisant de Daech.

 

L'homme aurait eu des contacts avec des suspects de terrorisme en Allemagne. Des renvois de Belgique vers l'Irak ont déjà eu lieu par le passé, mais uniquement sur base volontaire, tandis que cette expulsion est forcée. Par ailleurs, les négociations pour mener à bien ce dossier ont duré plusieurs mois.

 

Ainsi, le premier ministre, M. Michel, en avait touché un mot à son homologue irakien, M. al-Abadi en septembre dernier en marge d'une conférence de l'ONU à New York.

 

Ce dossier vient évidemment illustrer une série de questions soulevées lors des débats sur la proposition de loi modifiant la loi de 1980 pour la protection de l'ordre public et de la sécurité nationale.

 

Quelles sont les garanties obtenues par le premier ministre auprès de son homologue irakien en termes de sécurité et d'éventuelles poursuites à l'encontre de cette personne? Quel suivi sera assuré sur place? Des contacts ont-ils eu lieu avec les autorités allemandes, puisque cet individu a été en relation avec des suspects de terrorisme là-bas? A-t-on pu obtenir, dans le cadre de ce dossier, des informations utiles quant à d'éventuels réseaux terroristes en Union européenne et en Belgique?

 

Nous sommes évidemment soucieux comme vous de la sécurité nationale et de celle de tous nos concitoyens, mais au vu des éléments avancés dans la presse, on parle d'un individu qui a eu des contacts avec des personnes suspectes. Quels sont les éléments concrets qui permettent de déterminer si cette personne constituait effectivement une menace pour la sécurité nationale?

 

Par ailleurs, notre pays dispose désormais de toute une série d'instruments judiciaires visant à lutter contre le terrorisme, mais c'est au final l'option "expulsion" qui a été retenue ici. Pouvez-vous nous expliquer pourquoi ?

 

11.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Monsieur le président, monsieur Kir, chers collègues, ce cas individuel n'a pas été abordé au cours de l'entretien entre notre premier ministre et son homologue irakien auquel j'assistais.

 

Nous avons discuté avec le premier ministre irakien de la politique de retour et de la migration en général.

 

Ces questions ne font pas partie de mes compétences et de celles de l'Office des Étrangers et doivent être adressées au ministre en charge de la Justice et de l'Intérieur.

 

Je ne souhaite pas m'exprimer sur des questions portant sur des cas individuels.

 

La justice, la police et les services de sûreté sont très attentifs au problème de radicalisme et du terrorisme.

 

Si les instances judiciaires ne prennent pas de mesures et que la personne est en séjour illégal sur le territoire, l'éloignement me semble être la mesure la plus appropriée.

 

En ce qui concerne les compétences et les possibilités offertes par la Justice, je vous prie de vous adresser au ministre compétent.

 

Sans entrer dans les détails de ce cas individuel et en ma qualité de secrétaire d'État, je suis compétent pour la prise de mesures que relèvent de mes attributions.

 

Si une personne se trouve en séjour illégal sur le territoire national et, de surcroît, représente un danger pour l'ordre public et la sécurité nationale, il semble tout à fait indiqué que je recoure à toutes les possibilités que la loi met à ma disposition pour que ce genre de criminels soient rapatriés vers leur pays d'origine.

 

11.03  Emir Kir (PS): Monsieur le secrétaire d'État, vos réponses, évidemment, ne m'étonnent pas. Elles confirment ce que je vous avais dit en séance plénière: vous n'avez pas la compétence de l'Intérieur, ni celle de la Justice, et pourtant vous avez déposé un projet de loi qui modifie la loi de 1980 sur la base des éléments qui relèvent des compétences de la Justice et de l'Intérieur. Dois-je rappeler que, dans une volonté de bien travailler avec efficacité pour atteindre des objectifs, c'est au niveau de la commission Terrorisme que ces textes auraient dû être travaillés? Si nous l'avions fait, nous n'en serions probablement pas arrivés à l'approbation de ce texte comme tel. Je l'ai dit en séance plénière, et je ne vais pas recommencer ici le débat avec vous; nous y reviendrons à un autre moment, mais ce texte ne permet pas du tout la lutte contre le terrorisme. En réalité, il porte atteinte aux droits des étrangers, et j'y reviendrai plus tard.

 

Je vais évidemment poser des questions aux ministres Jambon et Geens.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het sluiten van het tijdelijk opvangcentrum Reno te Gent" (nr. 16352)

- de heer Wouter De Vriendt aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het opvangponton Reno en het afbouwplan" (nr. 16652)

12 Questions jointes de

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la fermeture du centre d'accueil temporaire Reno à Gand" (n° 16352)

- M. Wouter De Vriendt au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le ponton Reno et le plan de démantèlement" (n° 16652)

 

12.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, binnenkort vertrekt de Renoboot terug naar Nederland. Het is bijna zoals bij Sinterklaas. De reguliere opvang was reeds volledig bezet, waardoor men naar alternatieven moest zoeken. Iedereen wist van bij aanvang dat de opvang op de boot tijdelijk was. Ik stel mij echter vragen over de manier waarop de sluiting van het centrum in Gent gebeurt.

 

Een 30-tal asielzoekers zou bericht hebben ontvangen – deze vraag is enigszins gedateerd – dat zij naar een centrum in Wallonië moesten verhuizen. Na het volgen van een paar maanden Nederlandse les moeten zij nu opnieuw vanaf nul beginnen, alles wederom opbouwen en opnieuw integreren. Het feit dat de procedure zo lang duurt is problematisch. De asielzoekers hebben geen enkele zekerheid over hun status en ondertussen moeten zij steeds verhuizen, wat in ons complex land niet evident is. Betrokkenen hebben al heel wat verlieservaringen achter de rug, waarna zij ook dit nog eens krijgen te verduren. Zij trachten een leven op te bouwen, en goede contacten en vriendschapsbanden te ontwikkelen. Dergelijke verhuizen werken aldus zeer ontwrichtend en demotiverend. Bovendien is het bijzonder weinig efficiënt.

 

Vandaar een aantal vragen.

 

Wij vinden het allen belangrijk dat nieuwkomers zich integreren in onze samenleving. Wij willen dat zij onze taal leren, onze gewoontes overnemen en zich aanpassen aan onze waarden en normen. Daartoe moeten zij echter ook de kans krijgen, in plaats van telkens opnieuw ontmoedigd te worden. Verhuizen naar opvangcentra in Wallonië bemoeilijkt het integratieproces. Zijn er geen betere oplossingen? Is er geen opvang mogelijk in de buurt van Gent?

 

Waarom wordt er ter zake gepuzzeld? Om welke redenen is er geen plaats in de omliggende centra? Hoe komt het dat de bezitting zo hoog is/was?

 

Hoelang duurt momenteel de asielprocedure? Na hoeveel tijd wordt een besluit tot erkenning genomen?

 

12.02  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, ik heb uiteraard soortgelijke vragen.

 

Het afbouwplan voor de opvang treft dus ook een opvangponton Reno in Gent. Daar kregen een 32-tal asielzoekers het bericht dat zij zullen moeten verhuizen naar een opvangfaciliteit in het Franstalige landsgedeelde. Er zouden drie personen naar Malmedy worden overgeplaatst. Slechts zes personen blijven in Vlaanderen.

 

U ontving een open brief van het Gentse middenveld met de vraag om de asielzoekers min of meer in de regio te houden. Het ponton moet op 5 maart gesloten zijn. De beste garantie voor een vlotte inburgering van nieuwkomers steunt, zoals mevrouw De Coninck ook opmerkt, op een duidelijk traject dat vanaf dag één, en meteen op een welbepaalde plaats, in werking treedt. Mensen wegrukken uit een omgeving waar zij zich net aan het inburgeren zijn en hen verplichten opnieuw een andere taal te leren, staat volledig haaks op dit standpunt.

 

In december stelde ik een schriftelijke vraag over de afbouw van het opvangnetwerk. Ik wacht nog steeds op een antwoord van u, tenzij ik dat de voorbije dagen zou hebben ontvangen. Ik zal het verifiëren, maar half februari had ik in elk geval nog niets ontvangen.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ik heb vier vragen.

 

Ten eerste, welke redenen zijn er eigenlijk voor de overplaatsing van tientallen asielzoekers uit Gent naar het Franstalige landsgedeelde? Kunnen deze redenen het tenietdoen van het integratieparcours van deze mensen rechtvaardigen? Integratie moet toch een gemeenschappelijke doelstelling zijn.

 

Ten tweede, hoeveel asielzoekers werden in 2016 overgeplaatst naar een andere opvangfaciliteit in het kader van het afbouwplan of van een andere herstructurering? Hoeveel hiervan werden overgeplaatst naar een ander taalgebied? Graag ook uitgesplitste cijfers voor de mannen, vrouwen en gezinnen met kinderen.

 

Ten derde, worden er criteria gehanteerd wanneer wordt beslist een persoon naar een ander taalgebied over te plaatsen? Zo ja, welke?

 

Ten slotte, wordt er bij het toewijzen van een opvangplaats rekening gehouden met de taalkennis van een asielzoeker, bijvoorbeeld of hij al Frans of Nederlands kent?

 

12.03 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, ik heb dat gelezen en heb per brief geantwoord. Mijn kabinet heeft die brief al bezorgd en ook online gezet. Misschien hebt u hem gelezen.

 

Volgens mij is hier much ado about nothing, want ik denk dat Fedasil deze zaak, zoals steeds, zeer correct en zeer humaan heeft proberen op te lossen. Elk jaar veranderen ook vele duizenden Belgische kinderen van plaats, ingevolge een gewijzigde werk- of relatiesituatie van hun ouders. Dat gebeurt ook soms tijdens het schooljaar. Ik sta soms te kijken wat de ongelooflijke emotionele reacties die hiermee gepaard gaan, terwijl men weet dat het eigenlijk over bijna niemand gaat. En als het dan toch een aantal personen betreft, zijn daar vaak zeer goede redenen voor. Maar goed, die discussie hebben wij al gevoerd.

 

Maandag zal er nog een betoging plaatsvinden met een sit-in voor mijn kabinet — ik ben er nochtans niet want ik zal enkele dagen in het buitenland zijn — terwijl er volgens mij niemand meer verhuisd is Er zullen nog zes personen worden verhuisd tijdens de krokusvakantie. Het opvangcentrum Reno gaat dicht en ik begrijp dat sommigen het spijtig vinden dat opvangcentra sluiten maar ik vind dat een goede zaak.

 

Zowel de enorme instroom van asielzoekers in 2015 als de snelle terugval van deze instroom in 2016 heeft de regering voor een enorme uitdaging geplaatst. Een gevolg hiervan zijn de onvermijdelijke bewegingen binnen het opvangnetwerk. In de mate van het mogelijke wordt er toegewezen naar opvangplaatsen in de omgeving van het af te bouwen opvangcentrum. Hierbij wordt voorrang gegeven aan gezinnen met schoolgaande kinderen. Aangezien de bezettingsgraad in de opvangcentra in de omgeving momenteel zeer hoog ligt, zijn er niet voldoende plaatsen om dat voor alle bewoners te doen. Zij worden dan verwezen naar andere opvangcentra in Vlaanderen. Wanneer alle beschikbare plaatsen in Vlaamse opvangcentra bezet zijn, wordt er een opvangplaats in Wallonië toegewezen. Een deel van de bewoners van de Renoboot dat toegewezen werd aan Wallonië, betrof trouwens Franssprekenden of asielzoekers met een asielprocedure op de Franse taalrol of bewoners die samen wensten te blijven met een bepaalde groep bewoners en die er dus zelf voor kozen om naar het Franse taalgebied te worden verhuisd.

 

Het is merkwaardig dat u de vraag stelt vanuit de veronderstelling dat elke asielzoeker erkend wordt en dat voor elke asielzoeker, van bij het begin van de asielprocedure, moet worden ingezet op integratie. Ik vind dat vreemd en bekijk dat enigszins anders.

 

Ik ben zo vrij u eraan te herinneren dat de asielprocedure, om niet te zeggen heel het asielsysteem, in eerste instantie erop gericht is om na te gaan of een persoon of een familie al dan niet bescherming nodig heeft tegen een gegronde vrees op vervolging of een reëel risico op ernstige schade. Dit veronderstelt een grondige, kwaliteitsvolle beoordeling van elke individuele situatie. Dat vergt tijd. Met de asielinstanties blijf ik ernaar streven om een beslissing te nemen binnen de zes maanden voor het geheel van de procedure, inclusief de beroepsprocedure bij de RvV. Ik wens dit te doen omdat ik mij, samen met de asielinstanties, ervan bewust ben dat langere wachttijden zorgen voor onzekerheid in hoofde van elke asielzoeker. Het zal u echter bekend zijn dat België, zoals veel andere landen in de Europese Unie, werd geconfronteerd met een zeer hoge instroom van asielzoekers in de tweede helft van 2015 en begin 2016. Zo was het niet langer mogelijk om alle asielaanvragen binnen een korte termijn te behandelen. Wij wensen dat de behandeling kwaliteitsvol gebeurt, en ik neem aan dat ook u daarvoor pleit.

 

In die context wordt België, zoals de EU in zijn geheel, geconfronteerd met een achterstand in de behandeling. Voor de EU+, dit zijn de 28 lidstaten met inbegrip van Noorwegen en Zwitserland, bedraagt de totale werkvoorraad op dit ogenblik 876 000 asielaanvragen, waarvan ongeveer de helft in Duitsland. Net zoals in veel andere landen van de EU wordt de achterstand in België sterk ingehaald. Er werden interne maatregelen genomen om de efficiëntie te verhogen en er werd ook bijkomend personeel aangeworven, meer dan 200 personen, voor de asieldiensten. Bij de DVZ is er niet langer een asielachterstand. Op het CGVS is de werkvoorraad in 2016 gedaald van meer dan 18 000 dossiers tot 14 800 dossiers. De achterstand is zelfs gedaald tot minder dan 10 000 dossiers, wanneer men de normale werkvoorraad van 5 000 dossiers in mindering brengt. Het CGVS zet zich in om die achterstand weg te werken tegen eind 2017. Zo zal de achterstand met deze regering, ondanks de zeer hoge instroom in de tweede helft van 2015 en begin 2016, op relatief korte termijn worden weggewerkt. Het zal u bekend zijn dat onder vorige regeringen het wegwerken van de achterstand veel langer duurde.

 

Het regeerakkoord bepaalt dat asielzoekers collectief zullen worden opgevangen en dat de individuele opvangplaatsen voorbehouden blijven aan kwetsbare personen en erkende vluchtelingen, conform het nieuwe opvangmodel.

 

De enorme instroom van asielzoekers in 2015 en de snelle terugval van de instroom in 2016 heeft voor zeer veel bewegingen in het opvangnetwerk gezorgd. De regering nam de beslissing om het netwerk af te bouwen met 10 000 plaatsen. Het goedgekeurde afbouwplan heeft tot gevolg dat er centra gesloten moeten worden en dat verhuizingen onvermijdelijk zijn. Het is dus niet zo dat de sluiting van de Renoboot een recente beslissing is. Men weet al van begin juli van vorig jaar dat de opvanglocatie te Gent van tijdelijke aard was en dus gesloten zou worden.

 

In eerste instantie werd bij deze afbouw uitgegaan van een natuurlijke uitstroom om de capaciteit in het centrum te verminderen. Pas daarna volgde de doorstroming naar andere collectieve centra of naar individuele plaatsen. In de mate van het mogelijke wordt er toegewezen aan een opvangplaats in de omgeving. Hierbij wordt voorrang gegeven aan gezinnen met schoolgaande kinderen. Vermits in de omgeving bijna alle centra vol zitten, zijn er niet voldoende plaatsen. Betrokkenen worden dan aan andere opvangcentra in Vlaanderen toegewezen. Enkel wanneer alle beschikbare plaatsen in de Vlaamse opvangcentra bezet zijn, wordt er gekeken naar opvangplaatsen in Wallonië.

 

Fedasil voert momenteel geen transfers uit van families met minderjarige schoolgaande kinderen met het doel het centrum leeg te maken. Deze transfers zijn gepland tijdens de krokusvakantie, volgende week dus. Het gaat hier om zes families met zes schoolgaande kinderen. Er hebben zich wel enkele transfers buiten de schoolvakanties voorgedaan, omwille van de erkenning die de asielzoekers ontvingen. Als zij erkend worden, voorziet het opvangmodel voor hen in een doorstroming naar individuele opvang. Er waren ook transfers van asielzoekers die uitgeprocedeerd waren. In één geval betrof het een disciplinaire transfer.

 

Ik las vorige week een artikel in De Standaard waarop ik later nogal werd aangesproken. De Standaard was vergeten te bellen naar het kabinet voor een reactie. Het is toch vreemd dat men niet belt om te horen hoe de vork echt in de steel zit. De mensen van de Renoboot hadden gezegd dat het een schande was dat ik vorige week een minderjarige had doen verhuizen naar Arendonk. Nadat ik dat las, ging ik na wat er misgelopen was omdat dit inging tegen de afspraken. Toen bleek echter dat de betrokkenen uitgewezen waren. De ouders waren uitgeprocedeerd en moesten verhuizen naar een OTP, een open terugkeerplaats, in Arendonk. Dat is de standaardprocedure die al jaren wordt toegepast. Wij gaan geen mensen die uitgeprocedeerd zijn gedurende maanden in die opvangcentra houden; zij moeten inderdaad onmiddellijk, of binnen enkele dagen, vertrekken uit het opvangcentrum. Dat is nooit gewijzigd. Ik heb dat niet gezien in dat artikel. Bij dezen zet ik dat met heel veel plezier recht, mocht de journalist ooit geïnteresseerd zijn om dit antwoord te lezen in het verslag. Ik vind het alleszins bijzonder betreurenswaardig dat er niet wordt gebeld om te vragen wat er precies aan de hand is. Er was immers een correcte reden.

 

Er gebeuren geen transfers buiten de schoolvakantie. Er zijn er een paar gebeurd, maar dat waren mensen die erkend zijn, die gaan naar een LOI. Dat is de standaardprocedure. Zij vragen ook zelf om naar een LOI te gaan. Als ze uitgeprocedeerd zijn, gaan ze naar een OTP. Dat is ook de standaardprocedure. En als er een disciplinaire transfer is, wordt dat ook gedaan.

 

De reden waarom bewoners alsnog naar Wallonië werden getransfereerd, is omdat ze de Franse taal al machtig waren, omdat de taal van de procedure Frans is, omwille van een arbeidscontract in Brussel of omdat ze zelf hadden gevraagd om mee te verhuizen met hun vrienden. Het betrof in totaal 32 personen die bij uitzondering waren vertrokken naar een ander Gewest, dus niet alleen uit Reno. In totaal ging het om 28 alleenstaande mannen en vrouwen en vier personen van een gezin die omwille van disciplinaire redenen naar Brussel zijn vertrokken. Aangezien de schoolgaande minderjarige van dat gezin verder Nederlandstalig onderwijs kon volgen in Brussel, is er voor Brussel geopteerd. Die kinderen volgen dus nog altijd les in het Nederlands. Het gaat hier dus om 32 gevallen waarvoor er allemaal heel goede redenen waren. Bij een verhuis van schoolgaande minderjarigen is het recht op onderwijs steeds verzekerd, alsook een schoolopvolging van de ene opvangstructuur naar de andere.

 

Specifieke statistieken over transfers tussen opvangstructuren gelegen in verschillende Gewesten zijn niet beschikbaar. Het gaat hier om 32 gevallen in de Reno.

 

Het individueel dossier, in het bijzonder wat betreft gezinnen, wordt steeds in acht genomen bij elke verhuis. Net omdat veel van de bewoners die naar Wallonië moesten verhuizen reeds Frans spraken of omdat hun procedure in het Frans verloopt, werd een overplaatsing naar daar goedgekeurd. Er wordt verder onder andere rekening gehouden met de schoolsituatie van de schoolgaande kinderen. Dit gebeurt zo goed mogelijk in overleg met de betrokken scholen, rekening houdend met de opgelegde sluitingsdata. Daarnaast bepaalt de beschikbare capaciteit waar een bewoner kan worden toegewezen.

 

Ik denk nogmaals dat wij dit op een zeer consciëntieuze manier proberen te doen. Dat gebeurt in mijn ogen op een correcte en rechtvaardige manier. Dat wil ik daarover kwijt.

 

Ik verwacht mij aan meer vragen, want wij gaan verder afbouwen en sluiten.

 

12.04  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, het is niet omdat wij vragen stellen dat wij direct veroordelen.

 

U begint met te zeggen: much ado about nothing: waar maken ze problemen over, er zijn zo veel kinderen en families die verhuizen in de loop van het schooljaar, denk maar aan gescheiden ouders. Ik denk niet dat dit zo plezant is. Ik zeg niet dat het altijd te vermijden is, maar ik denk dat dit voor die kinderen niet zo oké is.

 

Ik begrijp ook uw uitspraak niet, gezien de algemene context. U vraagt zich af waarom wij beginnen over integratie als het over asielzoekers gaat van wie de procedure nog niet positief is geëindigd. Ik denk dat wij echt inspanningen moeten doen om asielzoekers en zeker de kinderen van asielzoekers zo snel mogelijk te laten integreren.

 

De procedure die hun uitsluitsel moet geven, moet zo kort mogelijk worden gehouden. Ik denk dat dit de meest efficiënte manier is om problemen te vermijden.

 

Na deze opmerkingen zegt u dat u eigenlijk een haute couturebeleid hebt gevoerd voor iedereen die van die boot moest. U bent gaan kijken welke taal ze kennen, of ze kinderen hadden, in welke taalrol de kinderen school liepen, waar ze dat in de toekomst nog kunnen doen. Ik vind het zeer positief dat men mensen verhuist in de krokusvakantie, dat men meer ruimte geeft aan de kinderen om zich aan te passen enzovoort. Ik denk dat uw diensten beter werken dan u denkt dat ze zouden moeten werken. We gaan erop vooruit.

 

12.05  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer Francken, ik vind uw vergelijking met kinderen in een normale Belgische situatie die soms moeten verhuizen, totaal ongepast. Hier gaat het om kinderen van asielzoekers, om gezinnen, die vluchteling zijn en die er vaak een traumatiserende tocht op hebben zitten. Dat is wel de realiteit. Die mensen zijn meer dan gemiddeld op zoek naar veiligheid en zekerheid. Die vergelijking slaat, wat mij betreft, nergens op.

 

Ik heb ook geen probleem met een opvangcentrum dat sluit. Als het leeg komt te staan, als er geen vraag meer is, sluit het. Wanneer iemand uitgeprocedeerd is en moet verhuizen, is er ook geen probleem. Maar, mijnheer Francken, hier gaat het om 32 personen in Reno, zegt u zelf, waarvan een aantal is overgeplaatst naar het Franstalige landsgedeelte. Ik vind dat niet ideaal. Als uw afbouwplan zo dwingend wordt uitgevoerd dat u mensen moet verhuizen van het ene landsgedeelte naar het andere, wil ik u toch aanraden om niet zo straf en snel te sluiten. Het belang van het kind moet voorop staan.

 

U hebt zelf toegegeven dat gezinnen met kinderen bij sluiting eerst worden opgevangen in de regio. Als dat niet gaat, gebeurt het in Vlaanderen. Als dat niet gaat, gebeurt het in het Franstalige landsgedeelte. U geeft toe dat dit hier is moeten gebeuren voor een aantal mensen. Dat is bewijs te over dat u in uw sluitingsplannen te ver gaat.

 

Bovendien hebt u volgens mij niet geantwoord op mijn vraag hoeveel asielzoekers in het jaar 2016 werden overgeplaatst naar een andere opvangfaciliteit in het kader van het afbouwplan of een andere herstructurering.

 

12.06 Staatssecretaris Theo Francken: (…)

 

12.07  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): U hebt die cijfers niet. U weet dus niet hoeveel asielzoekers in 2016 zijn overgeplaatst naar een andere faciliteit in het kader van het afbouwplan?

 

12.08 Staatssecretaris Theo Francken: (…) Statistieken over transfers tussen opvangstructuren in het kader van afbouw zijn niet beschikbaar.

 

12.09  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Tussen Gewesten. Mijn eerste vraag was algemeen. Mijn eerste vraag ging niet over overplaatsen naar een ander taalgebied.

 

12.10 Staatssecretaris Theo Francken: (…) We kunnen natuurlijk ook maar voortgaan op de vragen die u indient.

 

12.11  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Dat is de ingediende vraag.

 

Ik lees voor: “Hoeveel asielzoekers werden in 2016 overgeplaatst naar een andere opvangfaciliteit in het kader van het afbouwplan of van een andere herstructurering?”

 

12.12 Staatssecretaris Theo Francken: Dat moet ik navragen.

 

Het antwoord op uw tweede vraag luidt: “Specifieke statistieken over transfers tussen opvangstructuren gelegen in verschillende Gewesten in het kader van de afbouw zijn niet beschikbaar.”

 

U vraagt gewoon naar transfers. Ik zal dat navragen.

 

12.13  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Kunt u dat dan bezorgen?

 

12.14 Staatssecretaris Theo Francken: Absoluut.

 

12.15  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Dank u.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

13 Samengevoegde vragen van

- de heer Wouter De Vriendt aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de kost voor de opvang van asielzoekers door private opvangbedrijven" (nr. 16687)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de opvang van asielzoekers door private opvangbedrijven" (nr. 16692)

13 Questions jointes de

- M. Wouter De Vriendt au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le coût de l'accueil de demandeurs d'asile dans les établissements d'accueil privé" (n° 16687)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'accueil de demandeurs d'asile dans des établissements d'accueil privé" (n° 16692)

 

13.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, volgens de Duitse pers rekent één van de private opvangbedrijven in Essen ongeveer 3 800 euro per maand aan voor de opvang van een asielzoeker. Contractueel zouden de prijzen zelfs kunnen oplopen tot 9 400 euro. Die zaak heeft de kwestie van de kwaliteitsnormen voor de privéopvang van asielzoekers in de kijker gezet. Ook in België wordt er voorzien in opvang door privébedrijven. Hiervoor bestaat een lastenboek en er zijn ook al audits van de private opvang geweest.

 

Ik vroeg u in oktober om de auditverslagen te krijgen, maar ik wacht nog steeds op een antwoord.

 

Ik wil u ondertussen drie mondelinge vragen stellen.

 

Ten eerste, hoe is het gesteld met de kwaliteit van de private opvang in België? Zijn de auditverslagen beschikbaar en bent u van plan om ze vrij te geven? Zo neen, waarom niet?

 

Ten tweede, is het lastenboek voor de private opvang vrij beschikbaar? Zo ja, waar? Zo neen, waarom niet?

 

Ten derde, kloppen de cijfers die in de pers zijn verschenen als zouden privéfirma’s 40 euro per asielzoeker per dag mogen aanrekenen, ongeveer 1 200 euro per maand?

 

13.02  Monica De Coninck (sp.a): De stad Essen in Duitsland moest na een lange rechtszaak haar contract met European Homecare vrijgeven aan de Duitse krant Bild. Daaruit bleek dat European Homecare, het grootste bedrijf in de opvangsector, de stad vanaf augustus 2015 tussen 1 900 en 9 400 euro per asielzoeker per maand kon aanrekenen. De prijs was afhankelijk van de bezetting. Aangezien in 2016 sprake was van een volledige bezetting kwam de effectieve kostprijs uit op 3 800 euro per maand.

 

Ook België werkt samen met privébedrijven. Fedasil hanteert de norm van minimaal 40 euro per volwassene per dag, of ruwweg 1 200 euro per maand.

 

Ik heb volgende vragen.

 

Wat is de kostprijs voor verblijf in collectieve opvangstructuren? Graag kreeg ik een overzicht naargelang de opvangpartner, Fedasil zelf, het Rode Kruis of eventueel andere opvangpartners, graag met het onderscheid naargelang het gaat om volwassenen, kinderen en niet-begeleide minderjarigen.

 

Hoe wordt deze kostprijs berekend? In welke mate beantwoorden de tarieven aan de werkelijke kosten?

 

Wat is de aard van de contracten met privépartners? Kunnen deze contracten worden opgezegd en binnen welke termijn? Moet er een opzegvergoeding worden betaald?

 

13.03 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, er zijn heel veel cijfers, ze staan in drie tabellen. Ik wil ze u geven, dat is voor mij geen probleem.

 

De voorzitter: We hebben in de commissie al een paar keer de werkwijze gehanteerd om uw cijfers aan het secretariaat te bezorgen dat ze dan onder de commissieleden verspreidt. Dat voorkomt dat u alle cijfers moet voorlezen voor het schriftelijk verslag. Ze worden dan wel niet opgenomen in het verslag maar ze worden wel aan alle commissieleden bedeeld.

 

Gaat u daarmee akkoord?

 

13.04 Staatssecretaris Theo Francken: Goed, ik zal de cijfers niet allemaal voorlezen.

 

De reële gemiddelde kostprijs exclusief medische kosten in 2015 voor de opvang in collectieve opvangstructuren bij Fedasil is 42,3 euro. De kostprijs is bepaald via een conventie. Voor elke partner die in 2016 een nieuwe collectieve opvangstructuur opstartte was er ook in een eenmalige subsidie voorzien om de opstartkosten te bekostigen. Aangezien het agentschap nog geen definitieve cijfers kan voorleggen met betrekking tot het boekjaar 2016 kunnen we nog niet bevestigen of de partners al dan niet binnen het voorziene budget zijn gebleven exclusief de eenmalige subsidies voor opstartkosten.

 

Contracten met privépartners zijn overheidsopdrachten. Die contracten zijn opzegbaar door Fedasil of de opdrachtnemer mits een opzegtermijn van 180 kalenderdagen. Onder die voorwaarden geeft de opzegging geen aanleiding tot schadevergoeding voor elk van de beide partijen. Alle contracten met privépartners zijn opgezegd. De laatste centra van de privé sluiten hun deuren op 6 maart in Gent – dat is de Renoboot – en op 4 april in Spa en Jalhay.

 

Wat de tarieven, prijzen en zo verder betreft, de private opvangoperatoren moeten voldoen aan de vereisten van het lastenboek en net als de andere opvangoperatoren aan de door Fedasil bepaalde kwaliteitsnormen. Auditverslagen worden opgesteld en gedeeld met de opvangoperator. Op dit moment worden zij niet publiek gemaakt.

 

Het lastenboek is vrij beschikbaar wanneer de overheidsopdracht wordt uitgeschreven en wordt gepubliceerd op de portaalsite e-Notification – Public Procurement. Als u googelt, kunt u het lastenboek vinden, interessant om te lezen. De inschrijvers werden uitgenodigd hun prijs voor te stellen, rekening houdend met het bestek en de specifieke technische bepalingen, waardoor een vast en gelijkaardig niveau van prestaties voor alle centra werd verzekerd. Naast de prijs is ook een tweede gunningscriterium van toepassing, namelijk de kwaliteit: het naleven van de kwaliteitsnormen, termijn van de operationalisering van de site enzovoort. U kunt de prijzen die werden bepaald aan de privépartners bekijken. Er is een verschil tussen een centrum voor niet-begeleide minderjarigen en een gewoon centrum. Die prijzen springen volgens mij totaal niet uit de band. Ik heb ook de prijzen van het Rode Kruis en de LOI's, dus u kunt die allemaal inkijken. Er is volledige transparantie.

 

De voorzitter: Dus ofwel bezorgt u ze op papier en scannen wij ze in, ofwel zult u ze mailen en zullen wij ze ronddelen.

 

13.05  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, ik vroeg u om de auditverslagen te krijgen. Kan dat worden afgesproken?

 

13.06 Staatssecretaris Theo Francken: Dat weet ik niet. De auditverslagen van de private partners? Dat moet ik navragen. Ik denk het wel.

 

13.07  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Ik heb u dat nu gevraagd en had de vraag al in oktober schriftelijk gesteld. Ik heb daarop nog geen antwoord gekregen, ook nu niet. Dat is mee de reden waarom ik de vraag vandaag mondeling heb gesteld.

 

13.08 Staatssecretaris Theo Francken: Ik zal dat navragen.

 

13.09  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Kan ik dat antwoord snel krijgen?

 

13.10 Staatssecretaris Theo Francken: Vandaag krijgt u antwoord. Ik wil benadrukken dat alles al dicht is of dichtgaat.

 

13.11  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, ik zal het verslag erop nalezen, want ik vind het nu vrij onduidelijk.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

14 Question de M. Benoit Hellings au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le fonctionnement de l'inscription des demandes d'asile et du système d'accueil" (n° 16710)

14 Vraag van de heer Benoit Hellings aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de registratie van de asielaanvragen en de werking van het opvangsysteem" (nr. 16710)

 

14.01  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Monsieur le président, chers collègues, je vous remercie pour votre souplesse dans l'organisation des questions.

 

Monsieur le secrétaire d'État, le centre d'accueil Béjar de Neder-Over-Heembeek, géré par le Samu social pour le compte de Fedasil, est un centre de pré-accueil où sont logés les demandeurs d'asile en attente d'inscription de leur demande d'asile et de désignation d'un centre d'accueil. Il s'agit d'une grande pièce dans laquelle sont disposés des lits séparés les uns des autres par un drap. Le sol est en béton, les lieux sont poussiéreux et les personnes qui y logent n'ont aucune intimité.

 

À la fin août 2015, le nombre de demandes d'asile par jour était très important: l'Office des Étrangers enregistrait 250 demandes d'asile par jour. Ce nombre a diminué à 150 par jour maximum. En février 2016, l'Office des Étrangers n'en enregistrait plus qu'une soixantaine par jour, en raison de la saturation du réseau d'accueil. Les demandeurs d'asile qui n'avaient pas vu leur demande d'asile enregistrée se retrouvaient à la rue ou étaient accueillis au WTC3. Par la suite, le centre Béjar a pris le relais, ce qui était une bonne chose.

 

Depuis lors, le nombre de demandes d'asile est moins important. Le site du CGRA mentionne qu'en octobre 2016, l'Office des Étrangers a enregistré 1 705 demandeurs d'asile en Belgique, ce qui signifie une moyenne de 142 demandeurs d'asile par jour. Or, aujourd'hui, le système n'a pas changé. Le centre de pré-accueil de Neder-Over-Heembeek existe toujours et les demandeurs d'asile qui se présentent pour introduire une demande d'asile ne voient pas leur demande d'asile inscrite le jour-même et sont obligés de résider quelques jours, parfois jusqu'à trois semaines, dans ce centre de pré-accueil.

 

Monsieur le secrétaire d'État, pourquoi l'enregistrement des demandes d'asile ne se fait-il désormais pas le jour où le demandeur d'asile se présente à l'Office des Étrangers, mais quelques jours, voire quelques semaines, plus tard? Combien de demandes d'asile l'Office des Étrangers enregistre-t-il par jour actuellement? Est-ce que le nombre de demandes d'asile inscrites par jour par l'Office des Étrangers est lié à la saturation ou non du réseau d'accueil? Combien de places de pré-accueil sont-elles actuellement disponibles? Comptez-vous conserver de manière structurelle les centres de pré-accueil, censés au départ accueillir en urgence les demandeurs d'asile lorsque, en raison de l'afflux, les centres sont saturés? Dans la négative, quand comptez-vous mettre fin à ce type d'accueil? Pour quelle raison des demandeurs d'asile sont-ils actuellement encore hébergés dans ce centre de pré-accueil de Neder-Over-Heembeek?

 

14.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Monsieur Hellings, on procède tout d'abord au contrôle de sécurité et au screening par le biais de la prise des empreintes digitales. Environ 70 personnes sont invitées chaque jour. Ce nombre n'est pas dû à la saturation du réseau mais il s'agit simplement du flux moyen quotidien au niveau du pré-enregistrement. C'est en effet un des paramètres du centre de pré-accueil Béjar géré par le Samusocial. Il compte 250 places d'accueil: 95 places y sont actuellement occupées et 155 sont donc disponibles.

 

En date du 14 février, le réseau disposait de 25 607 places d'accueil dont 21 744 sont occupées. Le taux d'occupation est donc de 85 %. Il n'est pas prévu de mettre fin au pré-accueil puisque Fedasil n'octroie d'aide matérielle qu'une fois la demande d'asile enregistrée par l'Office des Étrangers.

 

14.03  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Monsieur le secrétaire d'État, la raison pour laquelle les centres de pré-accueil ont été créés était qu'il fallait faire face à un afflux massif. M De Vriendt, moi-même et d'autres membres de partis d'opposition avions été compréhensifs quant à leur établissement, puisque c'était la seule façon d'éviter que les demandeurs d'asile ne se retrouvent à la rue. On se souvient de l'épisode humanitairement catastrophique du parc Maximilien. C'est pourquoi, il est normal, en cas d'afflux massif, comme ce fut le cas à la fin de l'été et à l'automne 2015, que des demandeurs d'asile soient pré-enregistrés et envoyés ensuite dans un centre de pré-accueil.

 

Aujourd'hui, le flux a notoirement diminué. Le centre de pré-accueil ne se justifie plus. J'entends que la raison pour laquelle vous maintenez le système où le demandeur d'asile se retrouve dans les limbes, c'est la sécurité; c'est-à-dire la nécessité pour vous de prévoir une durée intermédiaire entre le pré-accueil et l'accueil, le contrôle des empreintes digitales et l'introduction officielle d'une demande d'asile. C'est la première fois que nous en discutons. Je ne suis pas certain que cette raison sécuritaire corresponde à une application correcte des conventions internationales auxquelles la Belgique adhère et des lois appliquées en Belgique en vertu de ces mêmes conventions. Il s'agira de le vérifier.

 

En tout cas, puisque la situation a changé, il serait logique que tous les demandeurs d'asile qui s'adressent à l'Office des Étrangers pour demander l'asile puissent être enregistrés le jour même où ils y mettent les pieds.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

15 Question de M. Gautier Calomne au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les mesures de la simplification administrative" (n° 16498)

15 Vraag van de heer Gautier Calomne aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de maatregelen inzake administratieve vereenvoudiging" (nr. 16498)

 

15.01  Gautier Calomne (MR): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, il me revient que vous avez récemment annoncé la mise en place de nouvelles réformes dans le cadre de vos compétences relatives à la simplification administrative.

 

En Belgique, les formalités que les administrés, citoyens et entreprises sont tenus d'exécuter en vue de satisfaire aux règles imposées par les autorités sont en effet importantes. Je me réjouis dès lors de cet ensemble de réformes, qui devrait rendre l'administration moins lourde et, de facto, devrait, à terme, diminuer les charges administratives. Certes, celles-ci se sont sensiblement allégées ces dernières années, mais elles représentaient toujours plus de 5 milliards d'euros, soit à peu près 1,3 % du PIB, en 2015.

 

Monsieur le secrétaire d'État, quelles sont les mesures concernées par cette nouvelle réforme de la simplification administrative? Pouvez-vous nous en exposer les grandes lignes? Quel calendrier général a-t-il été défini quant à la mise en place des dispositifs en projet? Enfin, quel est le budget mobilisé pour remplir les objectifs du gouvernement?

 

15.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Monsieur Calomne, je vous renvoie au Plan d'action fédéral de simplification administrative qui était joint à ma note de politique générale. Ce Plan d'action comprend un aperçu des dossiers horizontaux les plus importants ainsi qu'une description du statut actuel et un planning concret. De plus, un aperçu des projets déjà réalisés au cours de cette législature y a été joint.

 

En ce qui concerne les budgets prévus pour la politique de simplification, pour ce qui est de mes compétences, je vous renvoie aux moyens approuvés dans le budget relatif aux fonctions de l'Agence pour la Simplification administrative (ASA) (programme 2.32.1 du SPF Chancellerie du premier ministre). Pour l'année 2017, l'ASA dispose d'un budget global de 3,5 millions d'euros, dont 1,1 million est attribué au traitement des membres du personnel, 150 000 euros aux frais de fonctionnement et 2,2 millions pour coordonner et réaliser les actions mentionnées dans le plan en question.

 

En plus de ce budget, des moyens sont prévus dans d'autres départements pour la réalisation des objectifs de simplification repris dans l'accord de gouvernement.

 

15.03  Gautier Calomne (MR): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie pour vos réponses. Je prendrai connaissance du rapport et de la note auxquels vous avez fait référence.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

16 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de disciplinaire overplaatsing van minderjarigen" (nr. 16814)

16 Question de M. Wouter De Vriendt au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le transfert de mineurs d'âge pour raisons disciplinaires" (n° 16814)

 

16.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, dit is een vrij korte vraag.

 

Ik ben geschrokken van uw reactie in de pers. Uit een aantal eerdere debatten in onze commissie bleek dat minderjarigen in asielcentra soms verplicht worden te verhuizen, als strafmaatregel, als disciplinaire maatregel.Ik heb u daar vorige keer in de commissie over ondervraagd. U hebt toen gezegd dat u schrok van het hoge aantal, namelijk meer dan 800 minderjarigen, zowel niet-begeleide minderjarigen als kinderen met ouders, op iets minder dan een jaar tijd, en u gaf de indruk dat u dat wel wilde aanpakken. Ik lees nu in de pers weer zo’n straffe uitspraak van u, namelijk dat u geen knuffel- en pamperbeleid wil. Sta mij toe daar ontgoocheld over te zijn. Ik meende dat wij hier een gemeenschappelijke doelstelling hadden, namelijk het aantal disciplinaire maatregelen terug te dringen.

 

Vandaar mijn vragen.

 

Waarom gebruikt u dergelijke woorden, terwijl het toch een breed gedragen bekommernis moet zijn zo weinig mogelijk kinderen te doen verhuizen? Welke maatregelen zult u nemen om te vermijden dat het zo ver moet komen?

 

16.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer De Vriendt, wanneer asielzoekers aankomen in een opvangstructuur, wordt hen duidelijk uitgelegd dat er regels gelden in het opvangcentrum, om de leefbaarheid en de veiligheid van de persoon zelf maar ook van zijn medebewoners te garanderen. De persoon die opvang wenst in een opvangcentrum, moet zich akkoord verklaren met het huishoudelijk reglement en ondertekent het huishoudelijk reglement, waarbij ook wordt vermeld wat de gevolgen kunnen zijn indien hij of zij het niet naleeft.

 

Het fenomeen van sancties is geenszins een nieuw fenomeen. Het maakt deel uit van de dagelijkse pedagogische omkadering van de niet-begeleide minderjarigen of andere kinderen. In afstemming met de opvangpartners Croix Rouge en Rode Kruis werden eind 2014 gemeenschappelijke richtlijnen geformuleerd inzake de disciplinaire aanpak van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. De beslissing dat een sanctie opgelegd wordt, wordt op objectieve en onpartijdige wijze genomen en wordt gemotiveerd. Zij is daarenboven een beslissing van het team, gevalideerd door de directie. Vooraf werden al tal van proportionele en herstellende maatregelen genomen.

 

Wat betreft bijvoorbeeld de time-out in Sint-Truiden en Sugny, bij iedere aanvraag tot overplaatsing wordt naast deze collectieve en locale evaluatie de vraag ook voorgelegd aan de respectieve hoofdzetels van Fedasil of andere opvanginstanties.

 

Het overgaan tot een disciplinaire overplaatsing van niet-begeleide minderjarigen wordt nooit lichtzinnig genomen door een opvangstructuur. Het is een beslissing in de begeleiding van niet-begeleide minderjarigen na talrijke proportionele en herstellende maatregelen en cascadesysteemsancties.

 

16.03  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, ik begrijp het niet goed.

 

Wij constateren hier een probleem, waarover u in de pers straf uithaalt. Is dat om te scoren bij een bepaald publiek? Gelukkig herhaalt u hier in de commissie de woorden “knuffel- en pamperbeleid” niet. Dat deed u echter wel in de pers. Bij mij veroorzaakt dit onbegrip.

 

Ik denk dat alle partners, waaronder Fedasil en uw kabinet, gewoon eens moeten samen zitten om te bekijken of het stappenplan wel in alle gevallen gevolgd wordt, waar het hoge aantal vandaan komt, en of er effectief sprake is van wangedrag. Misschien kan dit laatste geremedieerd worden met bijvoorbeeld meer psychosociale begeleiding. Ik kan mij namelijk voorstellen dat het als kind niet eenvoudig is om in een asielcentrum te verblijven. Daar kan een zeker wangedrag uit voortvloeien. Dat moet echter gewoon door ons bekeken worden. Als het gaat om hardnekkig wangedrag, moet dat uiteraard zelfs bestraft worden.

 

Ik ben in feite ontgoocheld over de teneur van dit debat. Ik dacht dat wij hier op een constructieve manier konden samenwerken.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

17 Question de M. Éric Massin au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'octroi automatique des aides sociales" (n° 16803)

17 Vraag van de heer Éric Massin aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het automatisch toekennen van maatschappelijke bijstand" (nr. 16803)

 

17.01  Éric Massin (PS): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, des propos vous ont été prêtés par le journal Le Soir sur l'attribution automatique de certains droits sociaux. Dans ce cadre, vous semblez dire qu'il devrait y avoir une attribution automatique du revenu d'intégration.

 

Le problème est que la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale s'est vue confier par le gouvernement un projet visant à l'automatisation de l'octroi de certains droits sociaux. Cependant, le revenu d'intégration n'est pas un droit dérivé. Or les droits sociaux dont vous faisiez état sont des droits dérivés. De plus, l'octroi du revenu d'intégration fait l'objet d'une enquête qui doit être menée par les assistants sociaux. J'ose supposer que vous voulez que cette enquête soit maintenue car elle permet de vérifier que les conditions légalement prévues sont bien rencontrées par les demandeurs.

 

Monsieur le secrétaire d'État, pouvez-vous me confirmer que le revenu d'intégration n'est pas un droit dérivé et qu'il ne sera pas octroyé de manière automatique via la base de données qui sera constituée?

 

17.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Monsieur le président, monsieur Massin, mon intention n'est pas de toucher aux principes et aux procédures prévues par l'article 19, §1, de la loi du 26 mai 2002.

 

Le droit à la prime à l'intégration se fonde sur une enquête sociale effectuée par un assistant social. Cependant, les assistants sociaux peuvent recourir aux données sociales disponibles dans les réseaux de la sécurité sociale pour la conduite de leur enquête et ainsi, ne plus interroger personnellement les personnes concernées.

 

Il est clair que nous ne toucherons pas aux principes et aux procédures prévues.

 

17.03  Éric Massin (PS): Monsieur le président, je remercie le ministre pour sa réponse.

 

Cela signifie que les journalistes ne comprennent pas toujours bien vos propos.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

17.04 Staatssecretaris Theo Francken: Mevrouw De Coninck, in verband met die Algerijn.

 

Hij is gekend voor drugsfeiten, niet veroordeeld voor drugsfeiten. Maar die man is illegaal in het land, hij hoeft niet veroordeeld te zijn. Bovendien is hij slechts nadat hij 12 jaar oud was naar België gekomen.

 

De voorzitter: Met deze laatste verduidelijking kunnen wij de vergadering sluiten.

 

La réunion publique de commission est levée à 12.06 heures.

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.06 uur.