Commissie voor de Landsverdediging

Commission de la Défense nationale

 

van

 

Woensdag 29 maart 2017

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 29 mars 2017

 

Matin

 

______

 

 


De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 11.13 uur. De vergadering wordt voorgezeten door mevrouw Karolien Grosemans.

Le développement des questions et interpellations commence à 11.13 heures. La réunion est présidée par Mme Karolien Grosemans.

 

01 Vraag van de heer Alain Top aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het gebruik van biologisch afbreekbare munities" (nr. 16471)

01 Question de M. Alain Top au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'utilisation de munitions biodégradables" (n° 16471)

 

01.01  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, het Amerikaanse leger wil kogels testen die blijkbaar biologisch afbreekbaar zijn. De huidige materialen die tijdens oefeningen worden gebruikt, hebben volgens het ministerie van Defensie honderden jaren nodig om volledig te verdwijnen. Sommige kogels kunnen bovendien verroesten en aldus zowel de grond als het water te vervuilen. Met die zaak in het achterhoofd wil het Amerikaanse leger zijn trainingsmateriaal milieuvriendelijker maken. Er is voor biologisch afbreekbare munitie, inclusief granaten en kogels voor tanks, reeds een opdracht uitgeschreven.

 

Behalve de biologisch afbreekbare munitie is het ook de bedoeling dat in de munitie zaden worden verwerkt die tot planten kunnen uitgroeien.

 

De Verenigde Staten van Amerika zijn door enkele geslaagde proeven van militaire wetenschappers overtuigd van de praktische haalbaarheid. Ook Canada en Zweden zijn reeds naar “groene” kogels overgeschakeld.

 

Onderzoek naar minder vervuilende munitie is reeds vijfentwintig jaar aan de gang. De Verenigde Staten van Amerika experimenteerden in het verleden, evenwel zonder succes, reeds met kogels zonder lood maar wel met wolfraam. Canada, Zweden en nu ook de Verenigde Staten van Amerika doen een beroep op minder vervuilende kogels.

 

Ten eerste, overwegen u en Defensie een overstap naar ‘groenere’ munitie?

 

Ten tweede, heeft onze Defensie reeds naar de mogelijkheden en de kostprijs van dergelijke munitie geïnformeerd?

 

Ten derde, heeft onze Defensie over die ontwikkelingen reeds contact met Canada, Zweden of de Verenigde Staten opgenomen?

 

Ten slotte, bent u, net zoals ik, van mening dat wij niet mogen achterblijven, wanneer het erop aankomt onze duurzaamheid te verbeteren?

 

01.02 Minister Steven Vandeput: Mijnheer Top, Defensie is inderdaad op de hoogte van de ontwikkelingen in dat domein en staat open voor elke mogelijkheid ten voordele van het milieu of in het domein van de duurzame ontwikkeling. Hoewel er in het kader van de marktprospecties vooral contacten zijn met fabrikanten, blijft Defensie mogelijke ontwikkelingen in dat domein volgen door deelname aan gespecialiseerde internationale fora. Op die fora wordt uiteraard met verschillende partners contact genomen en gehouden. De eventuele verwerving van dat type munitie zal steeds gekoppeld zijn aan de aan Defensie toegekende budgettaire middelen en zal geen afbreuk mogen doen aan de operationele vereisten en veiligheidsvereisten voor haar personeel.

 

Ik ben er, net als u, mijnheer Top, van overtuigd dat wij niet mogen achterblijven als het aankomt op de verbetering van onze duurzaamheid. De huidige toepassingen van biologisch afbreekbare munitie zijn momenteel vooral nog beperkt tot de trainingsmunitie. U hebt dat zelf trouwens ook aangehaald.

 

In die context wordt, waar mogelijk, door ons ook gekeken naar de verwerving van schietsimulatoren voor onze diverse wapensystemen. Op die manier hoeven wij geen kogels meer af te schieten, terwijl men wel kan trainen. Zodoende kan het munitieverbruik in zijn geheel op significante wijze worden verminderd.

 

01.03  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, bedankt voor het antwoord.

 

Ik ben blij te vernemen dat er al informatie is ingewonnen over de mogelijkheden. Men zou inderdaad moeten ingaan op een dergelijk aanbod en zelfs verdergaan met de aankoop van simulatoren, zodat er geen munitie meer hoeft te worden gebruikt voor de oefeningen.

 

Ik hoop alleen maar dat het geen werk van lange adem wordt. Als een en ander past binnen het financiële kader, hoop ik dat een dergelijke overstap binnen een redelijke termijn kan worden verwezenlijkt.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Vraag van de heer Alain Top aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de kritiek van de Syrische president Bashar al-Assad" (nr. 16561)

02 Question de M. Alain Top au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la critique du président syrien Bachar Al-Assad" (n° 16561)

 

02.01  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, deze vraag dateert reeds van begin februari.

 

"De Belgische F-16's hebben in Syrië niets te zoeken. België schendt met de militaire operatie het Syrische luchtruim omdat de internationale coalitie onder leiding van de Verenigde Staten daar geen toestemming voor heeft," aldus de Syrische president Assad tegen enkele Belgische journalisten. President Assad ziet ook geen rol weggelegd voor de Europese Unie of de NAVO bij de heropbouw van Syrië.

 

Onze tussenkomst in de strijd tegen Daesh of IS heeft mede tot doel voorwaarden te scheppen voor wederopbouw in de betrokken gebieden. Ons land hamert steeds, en terecht, op het belang van de 3D-benadering, waarbij meerdere departementen, Defence, Diplomacy & Development, gaan samenwerken om hetzelfde einddoel te bereiken. Het theoretisch concept achter deze benadering is dat een missie alleen succesvol kan worden afgerond als men de verschillende departementen hun rol laat spelen.

 

Onze tussenkomst in Syrië beperkt zich op dit ogenblik tot Defensie. Welke mogelijkheden ziet u om ook de andere departementen in de toekomst verder te betrekken? Bent u bereid om deze missie verder te zetten indien deze niet volgens een 3D-benadering zou verlopen?

 

02.02 Minister Steven Vandeput: Mijnheer Top, België heeft beslist om deel te nemen aan de strijd tegen Daesh in het kader van de internationale coalitie op vraag van en in nauwe samenwerking met de Iraakse autoriteiten.

 

De leden van de internationale coalitie tegen Daesh zijn er zich van bewust dat het zinloos is Daesh wel te bestrijden in Irak maar verder ongemoeid te laten in Syrië en zo de organisatie en safe haven in dat land te verzorgen. Daarom is men ook actief in Syrië.

 

De internationale coalitie is niet alleen actief op militair vlak, maar voert ook actie op het gebied van het opsporen van de financieringsbronnen van IS, het tegengaan van de propagandamachine van deze terroristische organisatie, het bestraffen en deradicaliseren van de terugkerende of potentieel vertrekkende Syriëstrijders, het nemen van maatregelen om bevrijde gebieden op korte en middellange termijn te stabiliseren. Voor elk van deze vijf taken bestaat er een internationaal samengestelde werkgroep waarin Belgische leden actief zijn. Het gaan om specialisten van de overheidsdepartementen Binnenlandse Zaken, Justitie, Financiën, Buitenlandse Zaken, Defensie en het OCAD. Zij zorgen er onder meer voor dat genomen beslissingen die in België van toepassing zijn geoperationaliseerd worden en dat er een uitwisseling plaatsvindt van goede praktijken.

 

Het is bijgevolg duidelijk dat België voor de strijd tegen Daesh nu al in de praktijk een 3D-aanpak – breder zelfs – toepast, in nauw overleg tussen alle betrokken departementen.

 

02.03  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, u hebt een antwoord gegeven op de vraag of de 3D-benadering uitgevoerd wordt. Het antwoord op dit ogenblik is: ja. U hebt immers de vijf taken opgesomd die momenteel worden uitgevoerd.

 

Ik blijf er echter op hameren dat er ook naar de toekomst gekeken moet worden. U hebt daarstraks in de commissie achter gesloten de evolutie geschetst. Wij zullen ook een toekomstgerichte nazorg moeten uitvoeren, in die zin dat wij zowel in Irak als in Syrië, en zelfs in de hele regio, die nazorg misschien niet op ons zullen moeten nemen, maar wel een partner zullen moeten zijn in de 3D-benadering, die heel belangrijk zal zijn. Doen wij dat niet, dan zullen de restanten van Daesh en andere splintergroepen opnieuw de kiemen zijn van een volgend verzet of een volgende opstand in die regio.

 

02.04 Minister Steven Vandeput: Mijnheer Top, de verschillende departementen dragen vandaag bij aan het overleg. De vraag is altijd wat wij zelf moeten doen en waar wij op andere manieren kunnen bijdragen. Ik doe Defensie in de 3D-benadering. Als u voorstellen hebt voor andere stappen die België kan zetten, dan verzoek ik u die vraag te richten tot de collega’s in de regering die daarvoor bevoegd zijn.

 

02.05  Alain Top (sp.a): Die aanvulling wou ik zelf nog geven. Uw aandeel of het aandeel van het departement betreft Defensie, maar ik wou de vraag stellen of Defensie ervan overtuigd is of een globale aanpak nodig is.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

03 Questions jointes de

- M. Sébastian Pirlot au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le potentiel futur transfert du quartier général de la Brigade légère de Marche-en-Famenne vers Heverlee" (n° 16572)

- Mme Véronique Caprasse au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le transfert du quartier général de la Brigade Légère de Marche-en-Famenne vers Heverlee et la mise en place du SOCOM" (n° 16861)

- M. Alain Top au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la caserne d'Ypres" (n° 17115)

- Mme Véronique Caprasse au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le transfert du QG de la composante Terre de Marche-en-Famenne vers Heverlee" (n° 17270)

- M. Gilles Vanden Burre au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'avenir de l'Institut géographique national à la Cambre" (n° 17288)

- M. Sébastian Pirlot au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le plan d'implantation géographique des quartiers militaires" (n° 17555)

03 Samengevoegde vragen van

- de heer Sébastian Pirlot aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de mogelijke verhuizing van het Hoofdkwartier Lichte Brigade in Marche-en-Famenne naar Heverlee" (nr. 16572)

- mevrouw Véronique Caprasse aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de verhuizing van het Hoofdkwartier Lichte Brigade van Marche en-Famenne naar Heverlee en de oprichting van het nationaal SOCOM" (nr. 16861)

- de heer Alain Top aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de kazerne in Ieper" (nr. 17115)

- mevrouw Véronique Caprasse aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de verhuizing van het Hoofdkwartier Lichte Brigade van de Landcomponent van Marche-en-Famenne naar Heverlee" (nr. 17270)

- de heer Gilles Vanden Burre aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de toekomst van het Nationaal Geografisch Instituut in de Abdij Ter Kameren" (nr. 17288)

- de heer Sébastian Pirlot aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het plan voor de geografische inplanting van de militaire kwartieren" (nr. 17555)

 

03.01  Véronique Caprasse (DéFI): Monsieur le ministre, la presse s'est fait l'écho d'un déménagement programmé de l'antenne de la composante Terre de I'armée belge basée à Marche-en-Famenne vers Heverlee. Manifestement, le flou artistique règne quant à ce projet, mais selon les informations, celui-ci se profilerait en droite ligne du plan stratégique 2030 de la Défense, approuvé récemment par le gouvernement.

 

En vertu de ce plan, l'armée belge doit se doter, dans le cadre d'un programme de coopération militaire OTAN, d'un commandement de forces spéciales (SOCOM). Étant donné que le SFG (Special Forces Group) se situe à Heverlee, ce transfert aurait pour objectif de constituer ce SOCOM.

 

Actuellement, la composante Terre est divisée en deux grandes antennes: l'une à Bourg-Léopold, en Flandre, quartier général de la Brigade médiane, et l'autre, en Wallonie, à Marche-en-Famenne, quartier général de la Brigade légère.

 

Vous conviendrez avec moi, monsieur le ministre, qu'il n'est guère heureux que les militaires basés à Marche apprennent ce potentiel déménagement par voie de presse, sans avoir été prévenus d'une quelconque manière, même via leurs représentants syndicaux. Cela signifie une absence totale de concertation dans votre chef, même si vous vous défendez qu'aucune décision formelle de déménagement de ce quartier général n'ait été prise à ce stade.

 

Par ailleurs, je ne peux manquer de souligner que si cette décision s'avérait effective, elle contribuerait encore davantage à déséquilibrer I'armée belge au profit de la Flandre. Transférer une unité de commandement, des capacités militaires en Flandre au détriment d'un équilibre historique de répartition territoriale de la composante Terre, c'est "flamandiser" la Défense de manière éhontée.

 

Le parti que je représente – et je suis sûre que d'autres partis nous suivent dans cette logique – déplore que votre vision stratégique de la Défense soit ainsi marquée de cette volonté de dépecer une compétence fédérale progressivement de sa substance, en servant les intérêts de votre communauté linguistique.

 

En conséquence, monsieur le ministre, pouvez-vous me faire savoir si vous confirmez le projet de mise en place du SOCOM et le déménagement du quartier général de la Brigade légère de Marche vers Heverlee? Si oui, des temps opératoires ont-ils déjà été fixés? Dans l'immédiat, une concertation avec le personnel militaire et civil concerné est-elle prévue?

 

03.02  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, het stadsbestuur van Ieper stelde tijdens de vergadering van de gemeenteraad van 6 maart jongstleden een herziening van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan voor. De reden waarom het plan pas na vier jaar op de agenda van de gemeenteraad staat, is, althans volgens hun inlichtingen, de toekomst van de kazerne.

 

Het Ieperse stadsbestuur wacht al twee jaar op een federale beslissing over wat er met de kazerne zal gebeuren. De bevoegde schepen Dominique Dehaene is van mening dat men niet kan blijven wachten op een signaal van boven. Om die reden geeft men reeds een hypothetische bestemming aan de gronden waarop de kazerne vandaag staat. Het vel van de beer is al verkocht, maar men zit tot nader order te speculeren met andermans eigendom. De kazerne is in de streek een belangrijke werkgever. 227 militairen zijn er op het ogenblik aan de slag.

 

Hoe ver staat het met uw implementatieplan voor de kazernes? Het uitstelgedrag van de regering in verband met het implementatieplan zorgt er niet alleen voor dat de toekomst van militairen erg onzeker is, maar ook dat de stadsbesturen worden gehinderd in hun taken. Hebt u in casu reeds contact gehad met het Ieperse stadsbestuur?

 

De voorzitter: De twee andere vraagstellers zijn afwezig.

 

03.03  Steven Vandeput, ministre: Madame la présidente, madame Caprasse, c'est la première fois que je vous rencontre. J'ai déjà dit plusieurs fois, devant la commission, que l'avenir des quartiers tiendra compte de l'équilibre Nord-Sud notamment dans les structures de commandement mais ne sera pas connu avant la décision définitive du gouvernement.

 

Toute conclusion est donc prématurée tant que le gouvernement n'aura pas marqué son accord sur l'implantation géographique de la Défense. Néanmoins et conformément à la vision stratégique, un Special Operations Command (SOCOM) sera créé. Ce n'est pas la même chose qu'une brigade légère! Si vous suiviez cette commission, vous sauriez que ce n'est pas la même chose!

 

Pour des raisons évidentes de synergie et d'efficience, le SOCOM sera co-localisé avec les Special Operations Forces (SOF) qui se trouvent actuellement à Heverlee et qui y resteront. La politique du personnel est de la responsabilité du chef de la Défense.

 

Mijnheer Top, ik moet steeds hetzelfde antwoord geven op uw vragen.

 

Zoals ik herhaaldelijk in commissie heb opgemerkt, ik heb de indruk dat sommige leden hier heel graag kazernes zouden sluiten. Nogmaals, het is niet mijn ambitie om dingen kapot te maken, kazernes te sluiten of mensen ongelukkig te maken. Laat ik daar eerst en vooral duidelijk over zijn.

 

Wat uw specifieke verwijzing naar de kazerne van Ieper betreft, ik heb nog geen contact gehad met het Ieperse stadsbestuur. U geeft nu echter aan dat het Ieperse stadsbestuur de kazerne dicht wil. Als het nodig blijkt, zal ik wel contact opnemen met elk stadsbestuur dat bij een dergelijk dossier betrokken zou zijn.

 

03.04  Véronique Caprasse (DéFI): Monsieur le ministre, je suis désolée de ne pas venir souvent dans votre commission mais quand je suis interpellée par certaines personnes, c'est mon rôle d'être un intermédiaire. Je suis sensible à tout cela, étant une fille d'officier de l'armée.

 

Je vous remercie pour vos réponses.

 

Il est inquiétant que certaines personnes apprennent par voie de presse qu'un déménagement pourrait être possible. Le plan humain m'interpelle en premier lieu. Vous dites que c'est le commandant de la Défense qui doit informer le personnel mais vous êtes le chef suprême de la Défense. Vous avez le devoir d'être très sensible à ce genre de situation.

 

Nous attendrons que la décision définitive soit prise avant de vous interpeller à nouveau sur les suites que vous donnerez à ce dossier.

 

03.05  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, zolang er geen definitief uitsluitsel is over de sluiting of niet van bepaalde kazernes, zullen de vragen ter zake in de commissie worden herhaald. Uw strategische visie werd reeds een hele tijd geleden gepresenteerd. Daarin stond een vervolgplan onder andere op het implementatieplan van de kazernes, dat is er vandaag nog steeds niet. U probeert mij opnieuw woorden in de mond te leggen alsof ik zou vragen om de sluiting van kazernes. Dat is helemaal niet het geval.

 

Ik wil u echter wel even het volgende meegeven. De gemeenteraad van Ieper heeft het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan op de agenda geplaatst. Dat structuurplan gaat niet alleen over de zone waar de kazerne gelegen is. Men wil ook werk maken van de rest van het grondgebied van Ieper en dus ook van dat stuk van de grond. Om die reden heeft men een tijd gewacht en men wil het dan nu uitvoeren. U laat dus eigenlijk speculatie toe over die grond. Dat is uw woord tegenover dat van het gemeentebestuur van Ieper. U hebt nog geen contact gehad met de meerderheid van het stadsbestuur van Ieper. In het stadsbestuur van Ieper zit bij mijn weten nog steeds een kartel van CD&V en de N-VA. Het zou misschien goed zijn om eens met die personen te gaan praten.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

04 Question de M. Stéphane Crusnière au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'outsourcing du support logistique en République centrafricaine" (n° 16716)

04 Vraag van de heer Stéphane Crusnière aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de outsourcing van de logistieke steun in de Centraal-Afrikaanse Republiek" (nr. 16716)

 

04.01  Stéphane Crusnière (PS): Madame la présidente, monsieur le ministre, je me permets de vous interroger au sujet de l’incident qui se serait produit il y a peu et qui concernerait un fret de marchandises qui aurait dû être acheminé à Bangui, où une dizaine de militaires belges sont détachés au sein de l’EUTM RCA. Selon certaines sources, la firme DHL, qui était chargée de transporter le matériel, a refusé de le faire, car la ligne budgétaire n’avait pas été libérée.

 

Monsieur le ministre, confirmez-vous cet incident? Si tel est le cas, pouvez-vous me donner les raisons pour lesquelles la ligne budgétaire n’a pas été dégagée dans les temps? À titre indicatif, pouvez-vous me dire ce que ce transport de matériel via une compagnie privée a coûté à l’État belge? Si cet incident est avéré, il remet sérieusement en cause le recours à la privatisation de certaines fonctions, que nous avons déjà dénoncé. Pouvez-vous m'indiquer si ce retard dans le fret de matériel a affecté la mission à Bangui ?

 

04.02  Steven Vandeput, ministre: Monsieur Crusnière, je confirme que du courrier destiné aux militaires belges déployés au sein de l'EUTM RCA n'a pas pu partir, comme prévu initialement. Cet incident que je qualifierais, si vous me le permettez, de "mineur" est dû au fait que la Défense n'a renouvelé le contrat avec DHL qu'après réception des directives du SPF Budget diffusées le 20 janvier. Ce contrat était donc en cours de renouvellement.

 

Entre-temps, ce dossier a été traité par le contrôleur des engagements. Le contrat a été renouvelé, et le courrier acheminé vers sa destination sans le moindre impact sur la mission.

 

Par ailleurs, la Défense recourt à d'autres moyens d'acheminement. Pour garantir l'approvisionnement logistique, elle fait ainsi régulièrement appel à l'EATC dans le transport de matériel, comme cela s'est encore pratiqué fin janvier pour des colis postaux et des pièces de rechange à destination de Bangui.

 

04.03  Stéphane Crusnière (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

 

Donc, si j'entends bien, c'était simplement du courrier, et non de la marchandise?

 

04.04  Steven Vandeput, ministre: Oui.

 

04.05  Stéphane Crusnière (PS): Très bien, je vous remercie pour votre réponse.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Questions jointes de

- Mme Julie Fernandez Fernandez au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "les séances d'information sur les pensions" (n° 16759)

- M. Wouter De Vriendt au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la vision stratégique pour la Défense et la réforme des pensions" (n° 16760)

- Mme Julie Fernandez Fernandez au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la rencontre du ministre avec les représentants syndicaux" (n° 17519)

05 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de infosessies betreffende de pensioenen" (nr. 16759)

- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de strategische visie voor Defensie en de pensioenhervorming" (nr. 16760)

- mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de ontmoeting van de minister met de vakbondsvertegenwoordigers" (nr. 17519)

 

05.01  Julie Fernandez Fernandez (PS): Madame la présidente, monsieur le ministre, l'annonce, par votre gouvernement, d'un projet unilatéral de relèvement de l'âge de la retraite de nos militaires n'en finit pas de susciter des inquiétudes. J'en veux pour preuves la manifestation inédite du 15 novembre dernier, le pic de départs anticipés constatés au mois d'octobre et les interventions récentes des représentants des quatre syndicats militaires qui ont également exprimé leurs craintes lors de leur audition en commission le 15 février dernier. Une quatrième preuve vient de s'ajouter: les militaires sont tellement nombreux à vouloir obtenir des précisions qu'il semblerait que certaines séances "Infos Pensions" qui leur sont destinées seraient saturées.

 

Voici donc mes premières questions, monsieur le ministre.

 

Comment expliquez-vous qu'il semble que tous les militaires, malgré leurs inquiétudes légitimes, ne puissent pas s'inscrire faute de place pour recevoir une information aussi essentielle que celle concernant la modification brutale de leur fin de carrière? Est-ce que cette situation est généralisée à l'ensemble des séances d'"Infos Pensions" programmées sur le territoire? Quelles mesures comptez-vous prendre afin de permettre à chaque militaire inquiet de participer, sans déplacement inconsidéré, à ce type de séances d'informations?

 

Voici ma deuxième question.

 

Comme je viens de le dire, en octobre dernier, le gouvernement annonçait unilatéralement vouloir allonger la carrière de nos militaires. Vous avez ensuite rencontré, à trois reprises, les syndicats et exigé, de leur part, un mémorandum pour janvier. Ceux-ci se sont exécutés et vous ont remis, à temps, leurs demandes par rapport à la réforme de leur régime de retraite.

 

Le 9 mars dernier, les quatre principaux syndicats militaires étaient reçus au cabinet du ministre Bacquelaine et vous y étiez également présent. Selon nos informations toujours, les réponses que les syndicats ont reçues sont pour le moins insatisfaisantes, tant le gouvernement semble vouloir maintenir sa réforme, en l'édulcorant grâce à quelques mesures d'atténuation, notamment au sujet de la pénibilité. Mais cela semble encore flou.

 

J'aimerais dès lors, monsieur le ministre, vous poser les questions suivantes.

 

Confirmez-vous toujours votre promesse d'adoucir l'impact de la réforme par le biais de la reconnaissance de la pénibilité du métier? Quelle est votre position sur la question de la "spécificité militaire"? Le syndicat CGPM annonce que, même si le métier est reconnu pénible, cela n'aurait qu'un impact de quelques mois sur l'âge final de la retraite: confirmez-vous ou infirmez-vous ces estimations? Soutiendrez-vous des mesures transitoires équitables pour tous les militaires qui se trouvent à sept ans ou moins de leur date actuelle de mise à la retraite? Lors de la réunion du 9 mars, vous auriez annoncé un paquet supplémentaire portant sur des décisions de principe: pouvez-vous nous donner davantage de détails à ce sujet?

 

05.02  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, in juni 2016 schaarde de regering zich achter uw voorstel voor een strategische visie voor Defensie tot 2030. Daarin wordt beschreven hoe de personeelsstructuur zal evolueren, welke capaciteiten ons leger zal behouden en welke investeringen er moeten gebeuren binnen welke budgettaire enveloppe. De strategische visie moet doorheen de jaren worden geconcretiseerd in implementatiedossiers, zoals het kazerneplan, het duurzaamheidsplan, de audit van het militair hospitaal en de capacitaire heroriëntaties.

 

Voorts besliste de regering in oktober om de pensioenleeftijd van de militairen te verhogen van 56 naar 63 jaar. Daarover is al veel inkt gevloeid. Op 15 november vorig jaar betoogden 10 000 militairen tegen die plannen, maar vooralsnog ontbreekt een duidelijk antwoord van u op de vraag hoe de verhoging van de pensioenleeftijd te verzoenen valt met uw strategische visie. De reductie van de gemiddelde leeftijd van 40 naar 34 jaar komt zo immers onder druk, net als de personeelskosten en uw voornemens om te outsourcen en gebruik te maken van natuurlijke afvloeiingen.

 

Ten eerste, hoe valt de verhoging van de pensioenleeftijd te verzoenen met uw strategische visie?

 

Ten tweede, houdt u vast aan de verjonging van het leger naar gemiddeld 34 jaar? Zullen de kosten van de verhoging van de pensioenleeftijd leiden tot een vermindering van het budget voor hoofdinvesteringen?

 

Ten derde, bent u van plan om uw strategische visie aan te passen aan de pensioenhervorming? Zo ja, wat is daarvoor de timing?

 

Ten vierde, is dat afhankelijk van de erkenning van het militair statuut als zwaar beroep? Wanneer verwacht u daarover uitsluitsel?

 

Ten vijfde, wat is de stand van zaken in de andere implementatiedossiers? Staan die on hold, zolang de strategische visie en het pensioendossier niet met elkaar zijn verzoend?

 

05.03  Steven Vandeput, ministre: Monsieur le président, madame Fernandez Fernandez, sachez que les journées d'information pension sont organisées annuellement pour les militaires partant à la pension entre juillet de l'année X et juillet de l'année X+1. En l'occurrence, ici, de juillet 2017 à juillet 2018. Les militaires concernés sont invités nominativement. Ils ont le choix de s'y rendre ou pas. Pour les militaires invités cette année, c'est le régime actuel des pensions qui s'applique.

 

Ces journées sont organisées sur cinq sites – Zeebrugge, Leopoldsburg, Marche, Peutie, en néerlandais et en français, et Florennes –, à raison de deux jours par site. L'afflux à ces journées n'est pas lié à la réforme des pensions mais au fait que les militaires situés dans la bosse de la pyramide des âges partent en pension.

 

Mijnheer De Vriendt, zoals ik reeds antwoordde op de interpellatie nr. 188 van mevrouw Julie Fernandez Fernandez, die een actief lid is van de commissie, en op de mondelinge vragen nrs 10857, 14567, 14683, 14695 en 14697 van de heren volksvertegenwoordigers Sébastian Pirlot, Alain Top, Tim Vandenput, uzelf en de heer Yüksel, werkt de regering aan een oplossing om de doelstellingen van de hervorming van de pensioenen en van de strategische visie met elkaar te verzoenen. Het budgettaire aspect maakt deel uit van die werkzaamheden.

 

De verjonging van Defensie heeft een belangrijke positieve impact op de operationaliteit van Defensie. Daarom is het belangrijk de verjonging maximaal te verwezenlijken. Ik kan u ook vertellen dat de investeringsprogramma’s in hun geheel uitgevoerd zullen moeten worden. Zoals ik heb aangegeven in mijn strategische visie, zal de verjonging gebeuren door de rekruteringsaantallen te verhogen, en door het BDL-statuut, dat voorziet in kortere loopbanen, maximaal toe te passen. Met beide aangelegenheden zijn we momenteel bezig.

 

Defensie zal ook meer inzetten op externe mobiliteit, ook voor oudere beroepsmilitairen. De regering is duidelijk over haar engagement voor zowel de 200 miljoen euro aan investeringen en hoofdmaterieel in deze legislatuur, als voor de 9,2 miljard euro aan investeringen in hoofdmaterieel voor de periode 2020-2030.

 

Zoals ik aangegeven heb in mijn strategische visie, zullen de gevolgen voor Defensie van beslissingen inzake zware beroepen bepaald worden, nadat de regering een algemeen standpunt heeft ingenomen over de materie, na voorstel van het Nationaal Pensioencomité. Dat is niet mijn bevoegdheid.

 

Madame Fernandez, une marge de négociation doit permettre de définir des dispositions transitoires visant à prendre en compte certaines situations spécifiques. Ces décisions doivent encore être approuvées par le gouvernement et négociées avec les organisations syndicales. C'est pourquoi aucune communication n'est encore à l'ordre du jour.

 

Ondertussen wordt er zowel op technisch als politiek niveau voortgewerkt aan de implementatie van de strategische visie. Twee weken geleden hebben wij het eerste grote dossier gelanceerd. Weldra zullen ook de andere dossiers volgen.

 

05.04  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le ministre, merci d'avoir dit que j'étais une membre active de votre commission. Nous posons beaucoup de questions mais nous avons peu de réponses.

 

Je n'ai pas eu de réponse à ma deuxième question.

 

En ce qui concerne ma première question, vous dites que le fait qu'il y ait des pics n'est pas dû aux inquiétudes par rapport à la pension. Vous dites que c'est le pic des âges. Si vous saviez qu'il y avait un pic des âges et des personnes qui partaient à la pension, il fallait prévoir des séances d'information plus élargies et plus importantes.

 

Vous dites que les choses ne sont pas encore claires et que des négociations sont en cours mais des informations circulent quand même. Je peux dès lors comprendre l'inquiétude des militaires qui vont prendre leur pension dans les mois qui viennent. Ils sont plus nombreux et plus inquiets que d'habitude et cette inquiétude mériterait une attention particulière!

 

05.05  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik dank u, omdat u mij eraan herinnert dat ik hier zelf al vragen over heb gesteld. Ik had u echter de gelegenheid willen geven om hier een oplossing voor te stellen. Het zal jammer genoeg voor een volgende keer zijn. Ik zal hierover dus over afzienbare tijd een nieuwe parlementaire vraag indienen.

 

U zegt dat de regering aan een oplossing werkt. Er is dus nog altijd geen witte rook. Onze fractie, de Ecolo-Groenfractie gaat niet akkoord met de verhoging van de pensioenleeftijd voor militairen, omdat het volgens ons een specifiek beroep is en een zwaar beroep. Dat is bovendien niet coherent met een aantal van uw andere doelstellingen. Daarvoor is er nog steeds geen oplossing. U wil de gemiddelde leeftijd reduceren; u wil de personeelskosten onder controle houden en u wil outsourcen door gebruik te maken van natuurlijke afvloeiingen. Die drie voornemens komen in conflict met de verhoging van de pensioenleeftijd.

 

Eigenlijk zegt u dat militair een zwaar beroep is en dat u op witte rook wacht vanuit de regering, het departement Pensioenen en de Nationale Pensioenconferentie. U had natuurlijk daarop moeten wachten alvorens de pensioenleeftijd van militairen te verhogen. Dat u dat niet hebt gedaan, is een kapitale fout geweest in het dossier, niet alleen puur voor de militairen zelf, maar – ik herhaal het – ook voor een aantal van uw andere doelstellingen, die vaak terecht zijn maar daarmee in conflict komen. Die knoop is in uw departement nog altijd niet ontward.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

06 Question de M. Stéphane Crusnière au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le renouvellement du mandat de la MONUSCO en RDC" (n° 16821)

06 Vraag van de heer Stéphane Crusnière aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de verlenging van het mandaat van MONUSCO in de DRC" (nr. 16821)

 

De voorzitter: Op vraag van mevrouw Van Hoof wordt vraag nr. 17356 van mevrouw Van Hoof losgekoppeld van vraag nr. 16821 van de heer Crusnière.

 

06.01  Stéphane Crusnière (PS): Monsieur le ministre, je me permets de vous interroger concernant le renouvellement du mandat de la MONUSCO en République démocratique du Congo.

 

En effet, le 30 mars 2016, les négociateurs avaient trouvé un accord pour une année. Ce mandat arrive donc bientôt à terme. En tenant compte de l'Accord de la Saint-Sylvestre, des élections présidentielles, espérons-le, seront programmées en 2017. Moyennant le respect de certains principes, la MONUSCO pourrait être appelée à fournir une assistance technique et une aide logistique en vue de l'organisation et du bon déroulement de ces élections présidentielles.

 

Monsieur le ministre, la Belgique participe-t-elle aux négociations dans le cadre du nouveau mandat potentiel pour la MONUSCO? Avez-vous évoqué ce point avec vos collègues en charge des Affaires étrangères et de la Coopération au développement dans le cadre de la stratégie des 3D? Pouvez-vous me dire si votre département a l'intention de proposer son assistance afin de contribuer d'un point de vue logistique à la mission onusienne en RDC, dans le cadre de l'organisation de ces élections et dans le respect, évidemment, de conditions claires et strictes telles que fixées par la Chambre notamment?

 

06.02  Steven Vandeput, ministre: Monsieur Crusnière, c'est une prérogative du seul Conseil de sécurité des Nations unies que de prolonger, par une résolution, le mandat de la MONUSCO. La Belgique n'est donc pas associée directement aux négociations. Cela veut dire que je vous invite à vous adresser à mon collègue, le vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, si vous souhaitez plus de précisions sur le rôle informel éventuel que pourrait jouer la diplomatie belge lors des négociations autour de cette résolution. Comme vous le savez, la diplomatie n'est pas dans mes compétences.

 

Un appui logistique de la Défense dans le cadre des élections n'est pas envisagé à ce stade mais fera l'objet, si l'ONU le demande, d'une évaluation en temps utile.

 

06.03  Stéphane Crusnière (PS): Vous vous doutez bien, monsieur le ministre de la Défense, que j'avais aussi interrogé le ministre des Affaires étrangères. Je voulais avoir votre avis – avec votre casquette de la Défense – parce que je pense, et je l'ai déjà dit à de multiples reprises, que notre pays a aussi un rôle à jouer pour permettre l'organisation d'élections démocratiques, transparentes et inclusives en RDC.

 

Vous me dites qu'une évaluation sera faite si un appui logistique est demandé. Nous verrons déjà si un accord peut être trouvé au sein de la RDC actuellement et puis au sein de la MONUSCO.

 

In fine, je reviendrai vers vous pour examiner la participation éventuelle de la Défense nationale.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

07 Questions jointes de

- M. Gautier Calomne au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le War Heritage Institute" (n° 16877)

- M. Gautier Calomne au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le War Heritage Institute" (n° 17073)

- Mme Julie Fernandez Fernandez au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le Musée royal de l'Armée" (n° 17557)

07 Samengevoegde vragen van

- de heer Gautier Calomne aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het War Heritage Institute" (nr. 16877)

- de heer Gautier Calomne aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het War Heritage Institute" (nr. 17073)

- mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het Koninklijk Legermuseum" (nr. 17557)

 

07.01  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le ministre, je vous ai interpellé à de nombreuses reprises sur l'avenir du Musée royal de l'Armée (MRA). Malgré votre projet de loi en la matière et la création du War Heritage lnstitute, la presse s'est fait l'écho de chiffres de fréquentation en constante baisse, notamment suite à la fin de la gratuité du musée décidée par le gouvernement.

 

Suite à l'adoption de votre projet de loi par la majorité, qu'allez-vous prendre comme initiatives pour redynamiser à court, moyen et long termes ce musée, dont les chiffres de fréquentation sont en berne? Comptez-vous réinstaurer la gratuité du site? Dans les faits, quels seront les signes visibles de vos réformes, notamment au niveau du nouveau nom en anglais et de la communication sur le site du Cinquantenaire?

 

07.02  Steven Vandeput, ministre: Madame Fernandez Fernandez, pour ce qui concerne la fréquentation du MRA, je vous renvoie aux réponses données à la question écrite n°1034 du 27 janvier 2017 de M. Georges Dallemagne.

 

La gratuité n'est pas prévue.

 

En ce qui concerne les mesures pour redynamiser le MRA, nous avons débattu au sein du projet de loi du War Heritage Institute et toutes les réponses s'y trouvent. Je répète que nous allons investir massivement dans le MRA.

 

07.03  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le ministre, j'irai voir la réponse à la question de mon collègue Dallemagne.

 

J'entends qu'il n'y aura pas de retour à la gratuité. Je vous accorde que, pour le reste, nous avons eu un débat mais les questions sont parfois déposées avec un certain décalage.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Madame la présidente, en ce qui concerne ma question n° 17260 à propos des canons, je vais faire preuve d'élégance et je souhaite la transformer en question écrite car le ministre y a déjà largement répondu.

 

De voorzitter: Vraag nr. 16962 van de heer Hedebouw vervalt aangezien hij niet heeft verwittigd. Agendapunt 10 is een reeks samengevoegde vragen, waarbij vraag nr. 17244 van mevrouw Jadin wordt omgezet in een schriftelijke vraag. Aangezien de andere indieners – vraag nr. 17383 van de heer Hedebouw en vraag nr. 17410 van de heer Ducarme – niet aanwezig zijn, vervallen hun vragen. Vraag nr. 17079 van mevrouw Jadin wordt omgezet in een schriftelijke vraag. Vraag nr. 17150 van de heer Yüksel vervalt aangezien hij niets heeft laten weten. Vraag nr. 17177 van de heer Vandenput wordt uitgesteld. Vraag nr. 17260 van mevrouw Fernandez-Fernandez wordt omgezet in een schriftelijke vraag. Vraag nr. 17401 van de heer Calomne vervalt aangezien hij niets heeft laten weten. Vragen nrs 17409, 17411, 17412 en 17413 van de heer Ducarme vervallen. Vraag nr. 17496 van mevrouw Jadin wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

 

08 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het militair domein Knaepen" (nr. 17533)

08 Question de M. Wouter De Vriendt au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le domaine militaire Knaepen" (n° 17533)

 

08.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, Elia heeft in Zeebrugge een dading afgesloten met de stad Brugge, waarbij de stad Brugge drie miljoen euro heeft gekregen voor de groene inrichting van het voormalig militair terrein Knaepen, dat in principe eerst moet worden verkocht aan de stad Brugge. Deze overdracht wordt bemoeilijkt omdat de gronden zwaar verontreinigd zijn.

 

Wat is de stand van zaken in verband met de bodemsanering van het militaire terrein Knaepen te Zeebrugge? Wat is de precieze aard van de verontreiniging? Is er gevaar voor de omgeving en voor het gebruik door de mens? Wanneer zal er worden gesaneerd en op kosten van wie kan deze sanering worden doorgevoerd? Ten slotte, zijn er besprekingen over de verkoop van het terrein door Defensie aan de stad Brugge?

 

08.02 Minister Steven Vandeput: Mevrouw de voorzitter, mijnheer De Vriendt, momenteel wordt het eindrapport van het bodemsaneringsplan opgesteld door een deskundige, waarna het zal worden voorgelegd aan de OVAM.

 

De vervuiling bestaat uit minerale olie die zich in het slib van de vijver bevindt. Er is geen risico voor de omgeving, maar het is uiteraard aan te raden om voorlopig uit de buurt van de vijver te blijven, ook wanneer het heel warm is.

 

De saneringswerken zijn gepland voor 2018 en de kosten zullen worden gedragen door Defensie.

 

Er zijn al contacten geweest tussen de stad Brugge en Defensie in verband met de te volgen procedure om de verkoop te realiseren. Zoals ik al heb uitgelegd, verkopen wij niet rechtstreeks. Wij dragen over aan het Aankoopcomité dat zorgt voor de afwikkeling van de eigenlijke verkoop.

 

08.03  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van de heer Alain Top aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "een Europees defensiefonds" (nr. 17488)

09 Question de M. Alain Top au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "un Fonds européen de la défense" (n° 17488)

 

09.01  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, de Europese Raad van 15 december 2016 heeft zich uitgesproken voor een versterking van de Europese defensiesamenwerking.

 

In dat kader wenst de Europese Unie een Europees defensiefonds op te richten. Dit fonds zou bestaan uit twee afzonderlijke financierings­structuren. Enerzijds, zou er een onderzoeks­onderdeel komen voor onderzoek naar innova­tieve defensietechnologieën. De lidstaten kunnen onder meer gebruik maken van middelen voor research and development van militaire capaciteiten, waarvoor de Europese Commissie vanaf 2020 500 miljoen euro per jaar zal reserveren. Anderzijds, zou er een capaciteits­onderdeel komen dat dient als financierings­instrument om de gezamenlijke ontwikkeling van gemeenschappelijk overeengekomen defensie­capaciteiten te ondersteunen. Dit onderdeel zou een bedrag van ongeveer vijf miljard euro per jaar moeten kunnen mobiliseren. Een coördinatieraad moet alles in goede banen leiden. De nationale kapitaalbijdragen aan het capaciteitsonderdeel en de garanties worden behandeld als eenmalige maatregelen, wat inhoudt dat zij worden afgetrokken van de structurele begrotings­inspanningen die van de lidstaten worden verwacht.

 

Ik zou graag een antwoord krijgen op de volgende vragen.

 

Wat is uw visie op het Europees defensiefonds? U heeft een strategische visie opgesteld tot 2030. Kunnen wij in het kader van deze visie een beroep doen op beide financieringsstructuren? Welke informatie is hierover reeds beschikbaar? Welke criteria zullen worden behouden?

 

09.02 Minister Steven Vandeput: Het Europees defensiefonds wordt door de Europese Commissie geïmplementeerd als bijdrage aan de EU global strategy voor het invullen van EU-capaciteiten met de nadruk op de domeinen waar de EU momenteel geconfronteerd wordt met een capacitaire tekortkoming of capability gap. Dit zou dan ook het overheersend criterium worden voor het bepalen van de prioriteiten voor de ondersteuning van projecten.

 

Zoals het momenteel bepaald is, zou het bovendien uitsluitend over multinationale samenwerkings­programma’s gaan. Na een eerste reeks meetings met de EU en de lidstaten zijn er volgens mij vandaag nog te veel onduidelijkheden inzake de criteria om in aanmerking te komen en – altijd een belangrijke vraag als het gaat over Europa – de manier waarop het fonds gefinancierd zal worden en het gebruik van de middelen. Indien de onduidelijkheden in de loop van de volgende maanden uitgeklaard worden, kunnen bepaalde investeringen in het kader van de strategische visie eventueel ingeschreven worden in dat kader.

 

Defensie neemt deel aan diverse gesprekken. Indien zich een mogelijkheid zou aandienen, dan zal een beroep op dat fonds in overweging genomen kunnen worden in functie van de gebruiksvoorwaarden.

 

Ter afronding wil ik zeggen dat ik het een geweldig concept vind, maar vandaag nog totaal onduidelijk.

 

09.03  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

 

U zegt dat u het een geweldig concept vindt en dat is ook het uitgangspunt van onze fractie, ook met het oog op de strategische visie. Het gaat erom dat er op Europees niveau samengewerkt wordt en om verbanden te vinden op Europees vlak. De tekorten aan capaciteit moeten daarbij gevonden en ingevuld worden.

 

U zegt nu dat er nog te veel onduidelijkheden zijn, zaken die u nog niet weet, waardoor u nu nog niet kunt beslissen om erop in te gaan. Die redenering kan ik volgen als u bedoelt dat daarover in de komende maanden verder gesprekken gevoerd moeten worden, waaraan u actief deelneemt.

 

In het voeren van die gesprekken zijn er twee mogelijkheden. Ofwel bent u een volger, waarbij u luistert en de resultaten afwacht, waarna u beslist om er eventueel uw karretje aan te hangen, ofwel zijn wij een van de trekkers om de Europese defensiestrategie mee te helpen ondersteunen.

 

Ik wil er dan ook op aandringen om als klein Europees land bij te dragen tot de Europese strategie en om een van de trekkers te worden in de Europese defensiestrategie. Hopelijk wordt dat in de komende maanden wat duidelijker.

 

09.04 Minister Steven Vandeput: Mijnheer Top, u mag zich niet vergissen inzake wat zich waar bevindt. Het fonds, waarover wij zonet spraken, valt niet onder de beslissingsbevoegdheid van de Raad van Defensieministers. Dat wordt bij ons zelfs niet op die manier besproken. Het is gewoon een mogelijkheid tot financiering; aan financiering moeten we wel denken. De Europese besluitvorming volgt soms, zoals u weet, vreemde wegen. Wat vandaag misschien nog flou is, kan morgen ineens realiteit zijn, en omgekeerd.

 

Wij wachten niet alleen af, wij volgen dat aandachtig. Wij nemen deel aan vergaderingen. U moet echter wel weten dat de beslissing daaromtrent door een van de grote landen geforceerd zal worden.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.03 uur.

La réunion publique de commission est levée à 12.03 heures.