Commissie voor de Landsverdediging

Commission de la Défense nationale

 

van

 

Woensdag 19 april 2017

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 19 avril 2017

 

Après-midi

 

______

 

 


De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 15.21 uur. De vergadering wordt voorgezeten door mevrouw Karolien Grosemans.

Le développement des questions et interpellations commence à 15.21 heures. La réunion est présidée par Mme Karolien Grosemans.

 

De voorzitter: De eerste vraag is een samengevoegde vraag, maar als ik goed kijk, ben ik als enige vraagsteller aanwezig. Kan ik de vraag stellen op de voorzittersstoel of moet ik mij in de zaal begeven? (Instemming)

 

01 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de vervanging van de F-16-jachtvliegtuigen" (nr. 17007)

- mevrouw Kattrin Jadin aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de vervanging van de F-16's van de Luchtcomponent" (nr. 17244)

- de heer Raoul Hedebouw aan de eerste minister over "de vervanging van de F-16's door nieuwe vliegtuigen die onbetaalbaar zijn" (nr. 17383)

- de heer Denis Ducarme aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de industriële capaciteit van Dassault voor de productie van de Rafale" (nr. 17410)

- de heer Sébastian Pirlot aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de vervanging van de F-16" (nr. 17814)

01 Questions jointes de

- Mme Karolien Grosemans au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le remplacement des avions de chasse F-16" (n° 17007)

- Mme Kattrin Jadin au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le remplacement des F-16 de la force aérienne" (n° 17244)

- M. Raoul Hedebouw au premier ministre sur "le remplacement des F-16 par de nouveaux avions hors de prix" (n° 17383)

- M. Denis Ducarme au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "les capacités industrielles de production du Rafale par Dassault" (n° 17410)

- M. Sébastian Pirlot au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le remplacement des F-16" (n° 17814)

 

01.01  Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, mijn vraag dateert van 3 maart. Ik vraag daarin naar een stand van zaken in verband met het dossier van de vervanging van de F-16-jachtvliegtuigen.

 

Er zijn ondertussen al verschillende stappen gezet. We hebben de Request for Government Proposal al overlopen in de commissie. Die is ondertussen uitgestuurd en ook in alle transparantie op uw website gepubliceerd. Ik heb de vraag toch behouden omdat ik het een enorm belangrijk dossier vind en omdat ik ook zeer tevreden ben dat er zoveel stappen voorwaarts zijn gezet. Zoals collega Wouter De Vriendt daarnet al aanhaalde, verscheen er vanmiddag echter een Belgabericht met als titel “Misnoegd Boeing niet langer kandidaat”.

 

In verband met de stand van zaken in dit vervangingsdossier zou ik u graag uw mening willen vragen. Er staat te lezen dat de constructeur van de F-18 Super Hornet bekend heeft gemaakt dat hij niet meer wenst deel te nemen. De constructeur hekelt de bevooroordeelde spelregels. Hij zegt: “Na het bestuderen van de vraag betreuren we dat we geen mogelijkheid zien om met de extreem capabele en kostenefficiënte Super Hornet te wedijveren op een echt gelijk speelveld.”

 

Daarover zou ik graag uw mening kennen. Welke informatie heeft u hierover intussen?

 

Wat mij vreemd lijkt, is dat we toch een government to government overeenkomst hebben. We kopen van de regering en hier krijgen we de mening van de constructeur. Dat vind ik vreemd. Wij hebben het voorstel aan de regering gevraagd. Dan lijkt het mij dat de regering hierin een beslissing heeft genomen. Misschien kunt u daarover meer uitleg geven.

 

01.02 Minister Steven Vandeput: Collega’s, dit is een samengevoegde vraag, waarvan het antwoord uitgebreid werd voorbereid. Sta me toe wat meer tijd te nemen om een en ander te verduidelijken. Ik denk dat de collega’s daar niet boos om zullen zijn. Op die manier kan ik alvast antwoorden op eventuele vragen die anders straks nog zouden worden ingediend en pas over twee weken behandeld kunnen worden.

 

De regering gaf op 17 maart 2017 het groen licht om het proces voor de vervanging van de F-16’s van de Luchtcomponent op te starten. De Request for Government Proposal (RfGP) werd op 20 maart aan de vijf betrokken staatsagent­schappen overgemaakt. Zoals de vraagsteller al aanhaalde, handelen wij in principe met staatsagentschappen.

 

Le but de ce RfGP est justement d'obtenir des propositions gouvernementales contenant des informations telles que la version de l'appareil qui sera proposé à la Belgique, les caractéristiques liées à cette version et le planning de production et de livraison. C'est sur base des propositions gouvernementales que sera également réalisée une étude comparative des coûts et des performances de chacun des candidats, y compris de l'armement proposé. Ce n'est qu'une fois qu'on aura reçu, analysé et évalué les propositions gouvernementales qu'il sera possible de tirer des conclusions sur les possibilités de chacun.

 

Ik benadruk nogmaals dat we aan het begin staan van een Request for Government Proposal en dat we daarover geen enkele uitspraak kunnen doen. Iedereen mag zeggen wat hij wil, maar ik houd me aan de officiële informatie. Als die geanalyseerd is, zullen we die uitvoerig kunnen bespreken.

 

La procédure habituelle et légalement prévue a été suivie comme pour tout marché public, y compris les explications à la commission parlementaire des Achats militaires.

 

L'observation suivante s'adresse à M. Hedebouw mais il n'est pas là. On fait beaucoup de bruit mais on n'est pas là quand il faut.

 

De plus, j'ai décidé de rendre le RfGP, donc le cahier des charges, public, ce qui n'est pas toujours le cas et témoigne, encore une fois, de ma volonté d'être le plus transparent possible dans ce dossier. Puisque le RfGP est public, vous avez sans doute pu constater que le document comprend un calendrier indicatif reprenant toutes les étapes importantes qui seront suivies jusqu'à et y compris la remise de la proposition gouvernementale finale.

 

Dat wil dus zeggen dat wie vragen heeft over onder meer het tijdsverloop van de procedure, die informatie in de RfGP kan terugvinden. U weet waar u die kunt terugvinden. Indien niet, het is een website waar mijn naam in staat.

 

Le mot 'nucléaire' n'y apparaît pas. Toute conclusion à ce sujet appartient dès lors à ceux qui veulent utiliser cette expression.

 

De vijf staatsagentschappen hebben alle vijf gereageerd op de uitnodiging van 20 maart om hun dossier op te halen en op 21 maart hebben wij de RfGP bekendgemaakt. Tot gisteravond hebben wij van geen enkel agentschap opmerkingen gehoord met betrekking tot de RfGP.

 

De buitengebruikstelling van de F-16 zal worden gespreid over de periode 2023-2028, naarmate de vliegtuigen het einde van hun levensduur bereiken. De levering van de nieuwe toestellen is gewenst tussen 2023 en 2030, maar de gedetailleerde kalender zal worden vastgelegd in het af te sluiten intergouvernementeel akkoord.

 

Vorige week was er ook weer nieuws over een levensduurverlenging van de F-16. Ook daarover zullen uiteraard een heel pak vragen komen. Ik vond dat ook wel interessant om te lezen. Ik kom daar echter opnieuw bij de antwoorden die ik met betrekking tot de levensduurverlenging van de F-16 al eerder heb gegeven. De types waarvoor wordt aangegeven dat de States ze effectief langer zullen aanwenden of langer zullen blijven ondersteunen, zijn de types van Block 50 en 50+; dat zijn niet de types die door België worden gebruikt, want die zijn van type A/B, die dateren van de jaren 70 en 80. De aankondiging die door Lockheed is gedaan over de levensduurverlenging van de F-16 is dus jammer genoeg niet toepasselijk op onze eigen vloot.

 

Wat kan ik u vertellen over het nieuws dat wij allemaal via Belga hebben kunnen vernemen? Ik heb het daarnet al gezegd: gisteren hebben wij rond 19.15 uur het dossier van de beantwoording afgerond. Op dat ogenblik was de zin dat wij van geen enkel agentschap een opmerking hadden gehoord, nog altijd correct.

 

De gebeurtenissen hebben zich voorgedaan tussen 19.15 uur gisterenavond en vanochtend 10.00 uur of 10.30 uur. Is daar een aanleiding voor? Ja, want vandaag was een formele dag van het ACCaP-team, het vervangingsteam, met de verschillende staatsagentschappen. Mij werd juist bevestigd dat vanochtend vijf agentschappen aanwezig waren op die bijeenkomst (lees vier in plaats van vijf op vraag van de spreker, red.). Vijf agentschappen (lees vier in plaats van vijf op vraag van de spreker, red.), niet vijf constructeurs.

 

In eerste instantie hebben wij er kennis van kunnen nemen via Belga, eerst Franstalig en daarna in vertaling. Ik vind het niet fijn om dat te lezen, laat mij daar duidelijk over zijn: u heeft het voor zichzelf al kunnen nakijken, maar wij organiseren echt wel een wedstrijd in dit verhaal.

 

Het Belgabericht is gebaseerd op een mail van de heer henk.vervaeke@porternovelli.be, dus niet Boeing zelf, maar een vertegenwoordiger van Boeing in België. Gisterenavond is er uiteindelijk een telefoongesprek geweest tussen de mensen van het ACCaP-team, de Air Component Commander en de vicepresident van Boeing, die zelf het initiatief heeft genomen om rechtstreeks contact op te nemen en aan te kondigen dat ze zouden afzien van deelname. Van de inhoud van dat gesprek zal een transcriptie worden gemaakt en we zullen dat bespreken achter gesloten deuren, zo dat nodig is. De inhoud van dat gesprek komt niet overeen met de berichtgeving die daarover vandaag is gebeurd.

 

De heer Vervaeke schrijft een aantal dingen die formeel worden ontkend door de mensen die telefonisch met Boeing contact hebben gehad. Volgens hen zei Boeing effectief dat het niet meedeed omdat het zijn kansen te laag inschat. Bottomline was dat eigenlijk het verhaal. Het is hier belangrijk om de brontekst er even bij te nemen.

 

“Boeing informed the Belgian government that it will not participate in its bidders conference today, nor respond to the request for proposals for a new fighter aircraft. We regret that after reviewing of the request we do not see an opportunity to compete on a truly level playing field with the extremely capable and cost-effective F/A-18 Super Hornet. This decision allows Boeing to concentrate its efforts and resources on supporting our global customers, securing new orders and investing in technology and systems required to meet the threats of today and tomorrow. Where there is a full and open competition we look forward to bringing the full depth and breadth of the Boeing company to our offer, said Gene Cunningham, vice-president BDS Global Sales.”

 

Dat is eigenlijk het bericht op basis waarvan het Belgabericht geproduceerd is en dergelijke meer.

 

Komt het Frans helemaal overeen met de tonaliteit van de Engelse tekst? Ja en neen. In elk geval zitten hier twee verwijzingen in. Ze zeggen dat er geen level playing field is en dat er een full and open competition zou moeten zijn. Dat zijn ook woorden die ik niet graag hoor, laat mij daarover heel duidelijk zijn. Ook ik zal daarover dus wat tekst en uitleg vragen, wanneer ik daartoe de kans krijg. Ik wil weten wat zij kunnen aanbrengen om hun beweringen te staven.

 

Feit is – dat is mijn formele houding vandaag – dat, zoals ik al gezegd heb, wij handelen met vijf staatsagentschappen. Vanochtend zijn vijf staatsagentschappen aanwezig geweest bij de vragensessie in verband met de RfGP (lees vier in plaats van vijf op vraag van de spreker, red.). Voordat ik verder een positie kan innemen, wacht ik uiteraard op een formeel schrijven van het staatsagentschap wat aangekondigd is. Veel meer kan ik er vandaag niet over zeggen. Ik hoop ook dat ze daar hard zullen maken wat er juist achter de beweringen zit die hier gedaan worden, kennelijk door een vertegenwoordiger in ons land.

 

01.03  Karolien Grosemans (N-VA): Dank u wel, mijnheer de minister.

 

Dat antwoord had ik niet zien aankomen toen ik vanochtend opstond. Ik dacht dat ik een oubollige vraag zou stellen. De procedure is nog maar net begonnen en is tot nu toe correct verlopen. Ik denk dat het enorm belangrijk is dat we geen procedurefouten maken en dat we dit op deze manier verder aanpakken. Ik wil er nogmaals op wijzen dat we alle vijf staatsagentschappen uitgenodigd hebben in de commissie. Boeing hebben we toen niet gezien. Ze hebben de uitnodiging herhaaldelijk afgewimpeld.

 

We volgen dit verder op en we zullen hen opnieuw uitnodigen in deze commissie, maar dan achter gesloten deuren, zoals voor de andere staatsagentschappen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Wij komen thans tot de vraag nr. 17150 van de heer Veli Yüksel aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over de inzet van militairen in het kader van de operatie-Vigilant Guardian.

 

01.04  Veli Yüksel (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, afhankelijk van de duur van hun vorming, hebben de militairen een rendementsperiode waarin zij hun eventueel ontslag moeten voorleggen aan de minister van Defensie. Tijdens deze periode dat betrokken militairen worden ingezet, wordt als het ware de kost van hun opleiding, betaald en ondersteund door Defensie, terugbetaald.

 

Mijnheer de minister, naar aanleiding van een reeks weigeringen van ontslag door u die mij ter ore zijn gekomen, wil ik u de volgende vragen stellen.

 

Ten eerste, hoeveel ontslagen hebt u geweigerd in 2015 en 2016?

 

De voorzitter: Mijnheer Yüksel, dit is niet de vraag die daarnet werd ingeleid.

 

01.05  Veli Yüksel (CD&V): Ik kijk het even na, mevrouw de voorzitter, want ik merk het ook aan de reactie van de kabinetsmedewerker.

 

01.06 Minister Steven Vandeput: U stelt de vraag nr. 17559 onder agendapunt 7, terwijl u het woord kreeg voor de vraag nr. 17150 onder agendapunt 3.

 

01.07  Veli Yüksel (CD&V): Vóór deze vraag heb ik geen andere vragen op de agenda staan, mevrouw de voorzitter.

 

De voorzitter: Uw uiteenzetting betreft inderdaad de vraag nr. 17559 onder agendapunt 7, over ontslagen van militairen in de rendementsperiode, terwijl ik vraag nr. 17150 onder agendapunt 3 heb ingeleid, die handelt over de inzet van militairen in eigen land, en die u indiende op 9 maart.

 

01.08  Veli Yüksel (CD&V): Mevrouw de voorzitter, met uw goedvinden werk ik mijn vraag nr. 17559 onder agendapunt 7 verder af.

 

De voorzitter: Dat is goed, mijnheer Yüksel. Prima.

 

01.09 Minister Steven Vandeput: Mevrouw de voorzitter, agendapunt 7 zijn samengevoegde vragen.

 

De voorzitter: Dat klopt. De heer Top is nu echter net even weg.

 

Mijnheer Yüksel, u zult toch moeten overschakelen naar de vraag nr. 17150 onder agendapunt 3. Zal ik de vraag in uw plaats stellen? Ik heb hier de tekst van uw ingediende vraag.

 

Mijnheer Yüksel, zal ik even doorgaan met de vraag van de heer Vandenput, terwijl u rustig kunt zoeken?

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Vraag van de heer Tim Vandenput aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de externe mobiliteit van de militairen" (nr. 17177)

02 Question de M. Tim Vandenput au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la mobilité externe des militaires" (n° 17177)

 

02.01  Tim Vandenput (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, ik heb maar één vraag en kan mij dus niet vergissen.

 

Mijnheer de minister, de hervormingen binnen Defensie werden uitgebreid en duidelijk toegelicht in uw strategische visie van Defensie, die uitvoerig in de commissie voor de Lands­verdediging werd besproken. In die visie zien wij dat het Belgische leger slanker zal worden en dat de gemiddelde leeftijd drastisch naar beneden zal worden gehaald om ons leger operationeel te houden.

 

Sinds het najaar van 2016 is daaraan nog een derde parameter toegevoegd, namelijk de verhoging van de pensioenleeftijd binnen Defensie. Vele partners binnen en buiten Defensie ervaren die drie parameters als een volledige contradictie. De gemiddelde leeftijd verlagen en tegelijkertijd de pensioenleeftijd verhogen, zou blijkbaar onmogelijk uit te voeren zijn.

 

De oplossing voor dat schijnbaar complexe vraagstuk is nochtans eenvoudig. De enige structurele oplossing is dat een aantal heel ervaren mensen binnen Defensie een horizontale carrière naar andere overheidsinstellingen of naar de privésector kunnen maken. De overstap voor een militair naar een andere job in de openbare of in de privésector kent vandaag echter verschillende obstakels. Een daarvan heeft met diploma’s en brevetten te maken. Een militair met bijvoorbeeld een technische functie kan niet altijd zomaar in de bouwsector of de logistieke sector aan de slag. Hetzelfde geldt voor een erg ervaren kok die geen diploma kan krijgen om in de privésector aan de slag te gaan, bijvoorbeeld als kok in een school of in een bedrijf.

 

Mijnheer de minister, ik heb daarover de hiernavolgende vragen.

 

Klopt het dat er op het vlak van jobmobiliteit een probleem rijst voor onze huidige en toekomstige militairen die tijdens of na hun militaire carrière een overstap naar de openbare of de privésector willen maken?

 

Wat is uw visie op de problematiek? Is er op dat gebied een verschil tussen de privésector en de openbare sector?

 

Ziet u op dat vlak ruimte voor verbetering? Op welke manier ziet u die verbetering? Welke stappen hebt u ter zake al genomen of welke stappen zal u in de toekomst nog nemen?

 

Ten slotte, zal u maatregelen treffen om met de bevoegde Gemeenschappen in ons land samen te zitten teneinde mensen met de juiste ervaring binnen Defensie een diploma te verschaffen zodat zij die horizontale carrière wel kunnen maken?

 

02.02 Minister Steven Vandeput: Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen het statuut Beperkte Duur/Durée Limitée, het BDL-statuut, en de problematiek van iets oudere militairen die statutair militair zijn.

 

Eerst even over de BDL. Ter zake wordt in een professionele heroriëntatie voorzien op het einde van de verbintenis. De overheidsinstanties voor hulp aan werkzoekenden, de VDAB, FOREM, Actiris en Bruxelles Formation, hebben zich geëngageerd. Er bestaat protocolakkoorden om samen te werken met Defensie inzake de carrièrebegeleiding van militairen die in uitloop van hun carrière zijn. Voor de gewone beroepsmilitairen is een overstap van Defensie naar een andere overheidsdienst mogelijk, in toepassing van het KB van 12 juni 2006 tot regeling van het verwerven door de militair van de hoedanigheid van rijksambtenaar door overplaatsing, een KB waaraan ik in mijn bevoegdheid van minister van Ambtenarenzaken al een aantal wijzigingen heb aangebracht. Wij hebben vandaag vooral het toepassingsveld veel breder gemaakt waardoor die horizontale mobiliteit gemakkelijker zou moeten zijn.

 

Om de overstap van de militairen naar de burgersector te faciliteren, worden voor soldaten, onderofficieren en lagere officieren beroeps­kwalificatiedossiers opgesteld die een equivalentie in de burgersector mogelijk moeten maken. Dat is niet evident. Deze beroeps­kwalificatiedossiers moeten de beroepsmilitairen een extra ruggesteun bieden als zij een andere professionele uitdaging buiten Defensie en in de private sector willen aangaan.

 

Let wel, er moet een onderscheid worden gemaakt tussen diploma’s, enerzijds, en attesten, brevetten of certificaten, anderzijds. Dat is bij de opleiding van werklozen in de burgerij ook zo.

 

Diploma’s worden door Defensie alleen uitgevaardigd na het slagen voor de opleiding aan de Koninklijke Militaire School of de Koninklijke School voor Onderofficieren. Deze diploma’s zijn wettelijk erkend en worden als zodanig ook buiten Defensie aanvaard als diploma en zijn eenduidig voor de bepaling, hetzij in de ambtenarij van een bepaalde niveau, hetzij in de privé voor de aanvaarding van een bepaald kennisniveau.

 

Wat betreft attesten, brevetten of certificaten behaald tijdens de militaire loopbaan bestaan er voor de meeste daarvan equivalentietabellen van de VDAB waarbij het militair brevet, attest of certificaat ofwel zonder bijkomende voorwaarden kan worden omgezet naar een burgerequivalent – bijvoorbeeld een chauffeur van gevaarlijke transporten, een hulpkok en de meeste opleidingen op het gebied van de wegenbouw, horizontale constructie, dus bij de genie – ofwel kan worden omgezet in een burgerequivalent mits het volgen van een of meerdere bijkomende modules – bijvoorbeeld een lasser, een metaalbewerker, een chef-kok en dergelijke meer. Aan Franstalige kant bestaat er ook zoiets. Dat is een samenwerking met het consortium de validation des compétences waarbij de militair zijn behaalde attesten, brevetten of certificaten kan laten omzetten in een burgerequivalent mits het afleggen van een gratis test. Onderhandelingen zijn lopende om deze test in de toekomst overbodig te maken en dus een automatische aanvaarding te krijgen van de brevetten en attesten die wij zelf hebben uitgereikt.

 

Mijnheer Vandenput, laat mij heel duidelijk zeggen dat dit een problematiek is die mij zeer na aan het hart ligt. In het licht van de voorbereiding van wat we moeten doen voor de BDL zijn we gesprekken aangegaan met specialisten in de sector van het outplacement, zoals dat heet, om de mogelijkheden te verkennen. Wij hebben de directie HR en de directie Material Resources die de eigenlijke aanbestedingen doen, gevraagd op zeer korte termijn te komen met een aanbestedingsprocedure voor een begeleidings­traject in het kader van outplacement.

 

02.03  Tim Vandenput (Open Vld): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.

 

Ik ben blij dat het dossier u na aan het hart ligt en dat u ermee bezig bent. Dat is nodig om ons Defensieapparaat te hervormen.

 

Kunt u ook aantallen geven? Hoeveel hebben er een horizontale carrière gemaakt? Of moet ik daarover een schriftelijke vraag stellen?

 

02.04 Minister Steven Vandeput: Er zijn zeker al antwoorden gegeven op schriftelijke vragen daarover, maar misschien is het niet slecht om daarover nog een schriftelijke vraag te stellen, want wij hebben ook wel wat evaluaties van het verleden. Wat is succesvol en wat niet? Voor iemand die kan overgaan naar een betrekking dicht bij huis is het meer succesvol. Bepaalde sectoren zijn aantrekkelijker dan andere, maar dat is een moeilijke zaak. Als men begint te spreken over outplacement krijgt men altijd te maken met de behandeling van individuele dossiers. Dat is de enige manier om die zaken te doen slagen. Het is bijna onmogelijk om zoiets in groep te doen, want elk heeft zijn eigen verwachtingspatroon en behoeften als werknemer.

 

Ik nodig u uit om die vraag te stellen. Ik zal ze beantwoorden.

 

02.05  Tim Vandenput (Open Vld): Ik zal de vraag stellen.

 

Ik ben blij met uw antwoord. Voor mij verduidelijkt het heel veel. Ik hoop dat ook de vakorganisaties en vakbonden het antwoord zullen lezen, zodat zij weten dat u er echt mee bezig bent.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Vraag van de heer Veli Yüksel aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de inzet van militairen in het kader van de operatie-Vigilant Guardian" (nr. 17150)

03 Question de M. Veli Yüksel au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la mobilisation de militaires dans le cadre de l'opération Vigilant Guardian" (n° 17150)

 

03.01  Veli Yüksel (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, na een treffende operatie heb ik de juiste vraag teruggevonden. Deze vraag dateert van 9 maart, maar blijft zeer actueel. Zij gaat over de inzet van militairen in onze straten, nu al ruim twee jaar. Eind januari werd de operatie Vigilant Guardian nogmaals met een maand verlengd. Gezien de aanhoudende terreurdreiging is het denkbaar dat de militairen nog een tijd in het straatbeeld te zien zullen zijn.

 

Voor alle duidelijkheid, ik meen dat de inzet van militairen in de gegeven omstandigheden belangrijk is en ook een meerwaarde betekent voor dit land en voor de burgers, maar ook voor de militairen die daaraan willen meewerken. Ideaal is het voor hen natuurlijk niet, mijnheer de minister. Hun bewakingstaken gaan gepaard met grote professionele druk en daar zijn ook sociale aspecten aan verbonden, zoals de hoge uithuizigheid van betrokkenen. Bovendien hypothekeren de bewakingstaken vooral hun andere taken en/of hun training.

 

De vraag is of dit de beste manier is om hen voort in te zetten. De soldaten worden ingezet als een noodmiddel om de politiediensten te ontlasten, maar zij blijven in eerste instantie militairen in dienst van Defensie.

 

Mijnheer de minister, hoeveel militairen werden en worden ingezet in het kader van operatie Vigilant Guardian? Kunt u de evolutie weergeven van het aantal ingezette militairen sinds de start van de operatie? Welk percentage van het totaal aantal beschikbare beroepsmilitairen is dat?

 

Wat is de totale kostprijs van deze operatie tot nu toe?

 

Kunt u inschatten in hoeverre de inzet van het militair personeel voor deze bewakingsopdrachten een extra druk op hun normale taken is? Wordt daar kwalitatief onderzoek naar gedaan bij het leger en/of bij uw diensten?

 

03.02 Minister Steven Vandeput: Mevrouw de voorzitter, mijnheer Yüksel, de militairen verzekeren steun aan de geïntegreerde politie in het kader van de antiterreuroperaties sinds 17 januari 2015. Al een tijdje dus.

 

Na de verijdelde terreuraanslag in Verviers besliste de regering om een driehonderdtal militairen in te zetten, verspreid over de steden Brussel, Antwerpen, Luik en Verviers. Na de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs, werd Charleroi aan het dispositief toegevoegd en werd het aantal effectieven opgetrokken naar 1 300 militairen, inclusief een nationale reserve. Na een lichte daling van het aantal effectieven in december 2015 werd, na de aanslagen van 22 maart 2016, de grootste piek bereikt. De regering vroeg om 1 828 militairen ter beschikking te kunnen hebben. Zowel de nationale luchthaven van Zaventem als de regionale luchthavens van Bierset, Charleroi en Deurne, werden op dat moment aan het dispositief toegevoegd. Na een optimalisatie van de inzetmethodes werd het aantal ontplooide militairen in november 2016 verminderd tot 1 250. Dat aantal verandert dagelijks in functie van de te beschermen plaatsen en evenementen.

 

De totale kostprijs van de inzet over de periode van 17 januari 2015 tot en met 18 april 2017 bedraagt 100 289 000 euro.

 

Er nemen zowel gevechts- als steuneenheden van de land-, lucht- en medische component deel. Om een maximale training toe te laten in de uitvoering van de basisopdrachten, werd een beurtrol tussen de eenheden opgesteld. Naast het engagement van onze eenheden in het kader van de operatie Homeland, blijft Defensie voldoen aan de internationale verplichtingen. Daartoe is een rotatie tussen eenheden Homeland en eenheden buitenlandse inzet onontbeerlijk.

 

Op uw vraag of het gaat om extra druk op de taken, kan ik uiteraard bevestigend antwoorden. Het lijkt mij nogal evident dat een dergelijk aantal mandagen niet gepresteerd kan worden zonder dat dit extra druk veroorzaakt. Dat heb ik ook nooit ontkend. U vraagt of dat wordt onderzocht, opgevolgd en geëvalueerd en dat is uiteraard geval, niet dagelijks, maar wel op zeer regelmatige basis. Op basis van deze evaluaties zijn er al verschillende maatregelen genomen, eerst en vooral inzake de optimalisatie, door het terugbrengen van het aantal eenheden van meer dan 1 800 tot het huidig maximum van 1 250 militairen, door onder andere een meer dynamische aanpak van de bewakingsinzet en door de basis, waaruit wordt gerekruteerd om de bewakingsopdrachten te doen, te verbreden buiten de zuivere gevechtseenheden.

 

03.03  Veli Yüksel (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor het overzicht en voor de permanente evaluatie die gebeurt om in te spelen op de realiteit en op de vragen van militairen.

 

Het is goed dat wij een beroep kunnen doen op de militairen voor de beveiliging van onze burgers en bepaalde strategische plaatsen, maar op langere termijn — dat hebben wij al verschillende keren gezegd — moeten wij vooral bij de politie de capaciteit uitbreiden. Daar moeten wij zoeken naar extra manschappen en extra ruimte om deze taken te kunnen opnemen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Els Van Hoof aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de veiligheidssituatie in de Democratische Republiek Congo" (nr. 17356)

- de heer Benoit Hellings aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de opschorting van de Belgische militaire samenwerking op verzoek van Congo" (nr. 17781)

- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de militaire samenwerking met Congo" (nr. 17802)

- mevrouw Els Van Hoof aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de stopzetting van de militaire samenwerking met de DRC" (nr. 17847)

04 Questions jointes de

- Mme Els Van Hoof au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la situation sécuritaire en République démocratique du Congo" (n° 17356)

- M. Benoit Hellings au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la demande de suspension de la coopération militaire belge avec le Congo" (n° 17781)

- M. Wouter De Vriendt au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la coopération militaire avec le Congo" (n° 17802)

- Mme Els Van Hoof au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la fin de la coopération militaire avec la RDC" (n° 17847)

 

04.01  Els Van Hoof (CD&V): Mijnheer de minister, er heerst een gespannen sfeer in Congo door het uitblijven van de presidentsverkiezingen. Ook het feit dat president Kabila op eigen houtje een nieuwe premier Tshibala heeft aangesteld, was niet in overeenstemming met het Sylvester­akkoord van eind vorig jaar, waarin duidelijk stond dat de oppositie een nieuwe premier mocht aanduiden. Omdat dit op zich liet wachten, heeft Kabila de koe bij de horens gevat en zelf een premier aangeduid, tegen alle akkoorden in.

 

Dat had een aantal veroordelingen tot gevolg. Het regime in Congo heeft dan de eer aan zichzelf gehouden en heeft zelf de militaire samenwerking met ons land opgeschort. Dat was verbazingwekkend omdat wij al een heel lange samenwerking op militair vlak hebben met Congo, al sinds eind de jaren 90.

 

Mijnheer de minister, welke argumenten haalden de Congolese autoriteiten aan voor de stopzetting van de militaire samenwerking? Hoe schat u onze relatie met Congo nu in? De militaire samenwerking met Congo hield verschillende opdrachten in. Kunt u een overzicht geven van de opdrachten die worden stopgezet? Welke opdrachten worden nog voortgezet in het kader van een multilaterale samenwerking?

 

Ik denk bijvoorbeeld aan de MONUSCO. Het mandaat werd door de VN-Veiligheidsraad verlengd. Kunt u toelichten wat dat mandaat inhoudt? Welke ondersteuning zal België geven? Aan welke voorwaarden zal dit moeten voldoen?  Hoe verloopt de samenwerking met EUSEC vandaag?

 

Hoe schat u de veiligheidssituatie in Congo in? Kunt u een analyse geven van de positieve en negatieve elementen van de drie door ons opgeleide bataljons? Deze bataljons werden specifiek opgeleid tot snellereactie-eenheden om stabiliteit te brengen in het oosten van het land. Welke opdracht voeren deze bataljons nu uit?

 

04.02  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, selon l'hebdomadaire Jeune Afrique, le gouvernement congolais a décidé de suspendre la coopération militaire en cours avec la Défense au nom des légitimes critiques émises par votre collègue en charge des Affaires étrangères et de ses collègues représentants de l'Union européenne lors de la nomination de Bruno Tshibala au poste de premier ministre en République démocratique du Congo. Ce 13 avril, la porte-parole de votre département a déclaré: "Notre attaché de Défense à Kinshasa a reçu un courrier nous informant de la suspension de notre coopération militaire. Nous sommes en train de faire un inventaire de ce que cette coopération recouvrait".

 

Que contient le courrier en question? Pourriez-vous préciser quelles sont les demandes congolaises exactes? Combien de femmes et d'hommes de la Défense belge sont-ils concernés par la coopération militaire belge en RDC à l'heure actuelle? Troisièmement, un plan de rapatriement d'urgence de ceux-ci est-il prévu? Quatrièmement, comment évaluez-vous la situation sécuritaire en général, et en particulier des membres de la Défense actuellement présents sur le sol congolais suite à ce mouvement d'humeur particulièrement inquiétant? Enfin, l'éventuelle fin de la coopération militaire belge avec le Congo implique-t-elle des difficultés dans le renforcement, peut-être malheureusement nécessaire, de la protection militaire de nos divers postes diplomatiques au Congo?

 

Je vous remercie.

 

04.03  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik heb gelijkaardige vragen.

 

Op 11 april verklaarden de Congolese autoriteiten dat zij de militaire samenwerking met ons land wilden stopzetten. De Congolese regering nam deze stap nadat de benoeming van premier Tshibala door ons land – terecht – werd bekritiseerd als zijnde in strijd met de letter en de geest van het oudejaarsakkoord voor politieke transitie.

 

Kunt u bevestigen dat die samenwerking ondertussen is stopgezet? Welke samenwerkings­verbanden zijn precies betrokken?

 

Wat zal er gebeuren met de aanwezige Belgische militairen? Is er daar een verhoogd risico voor hun veiligheid?

 

Hebt u contact met de Congolese autoriteiten om de samenwerking eventueel te hervatten of te herzien? Is er daar perspectief? Hoe verlopen die contacten tot nu toe?

 

04.04 Minister Steven Vandeput: Mevrouw de voorzitter, collega's, het is duidelijk dat de veiligheidssituatie in de Democratische Republiek Congo vluchtiger is dan vroeger. Brandhaarden van geweld van vroeger zijn opnieuw opgelaaid enzovoort.

 

Mevrouw Van Hoof, wij nemen vandaag deel aan het programma MONUSCO met twee Belgische stafofficieren. Wij hebben tot op vandaag geen vraag gekregen vanuit de VN om onze bijdrage te verhogen in het kader van nog komende verkiezingen of wat dan ook. Ik heb altijd gezegd dat ik bereid ben om in het kader van de multilaterale samenwerking elke vraag in die zin welwillend te bekijken, maar er moet wel een vraag zijn opdat we de juiste antwoorden zouden kunnen geven.

 

Zo kom ik tot de laatste evoluties.

 

Le ministre de la Défense nationale de la République démocratique du Congo a transmis, le 11 avril dernier, par le biais de notre attaché de Défense à Kinshasa, une lettre annonçant la suspension immédiate de toutes les activités concernant la coopération militaire entre nos deux pays. Cette décision est unilatérale. Je cite: "le gouvernement de la RDC note que le gouvernement du Royaume de Belgique s'illustre depuis un temps dans des actions qui ne rencontrent nullement les intérêts de la RDC. Les multiples déclarations des membres du gouvernement belge tendent à s'immiscer dans les affaires intérieures de notre pays, ce qui est contraire aux règles qui président la coopération entre deux pays souverains et partenaires".

 

Dat is wat men ons heeft meegedeeld. De opschorting betreft zowel het domein van de academische ondersteuning alsook van de ondersteuning ten voordele van de door België gevormde snelle-interventiebrigade. Voor de drie opgeleide bataljons en hun opdracht, mevrouw Van Hoof, verwijs ik u naar het antwoord op de schriftelijke vraag nr. 1096 van de heer Luyckx.

 

Wat is de situatie vandaag? Vierentwintig Belgische militairen zijn momenteel ter plaatse in het kader van bilaterale militaire samenwerking. Zij bevinden zich in Kindu, in Lokandu en in Kalindi. Eén militair is actief als militaire raadgever van de commandant van de militaire scholen in Kinshasa. Er is vandaag geen specifieke dreiging ten aanzien van het aanwezige Belgische personeel. Er is bijgevolg ook, volgens de interne analyse van de Defensiestaf, geen noodzaak tot een hoogdringende evacuatie. Het is natuurlijk wel zo dat ACOS IS dag op dag, uur op uur, minuut op minuut de veiligheidssituatie volgt en men zich klaar houdt om in te grijpen wanneer dat nodig zou zijn.

 

De unilaterale beslissing tot opschorting noopt ons er evenwel toe onze aanwezigheid in totaal te herbekijken. De modaliteiten hiervan zijn nog ter analyse intern bij de Belgische Defensiestaf. Daaruit vloeien natuurlijk wel wat zaken voort. Evidenties die er voorheen waren met betrekking tot ingrepen voor evacuatie, worden een stuk minder eenvoudig als men niet permanent aanwezig kan zijn. Ik kan daar vandaag geen antwoord op geven, omdat de hele analyse nog moet worden gemaakt. De toekomst van de relatie tussen België en de Democratische Republiek Congo wordt niet door het departement Defensie bepaald. Het zou dan ook ongepast zijn voor mij om hiervan een inschatting te geven.

 

À ce jour, il n'est pas possible de s'exprimer ni sur le moment ni sur les modalités d'une reprise éventuelle de nos activités de coopération. Ce n'est pas la première fois que ça se passe, que le Congo décide unilatéralement qu'on ne travaille plus ensemble.

 

De bescherming van de Belgische diplomatieke posten staat evenwel los van deze militaire samenwerking en wordt verder uitgevoerd zoals gepland en voorzien.

 

04.05  Els Van Hoof (CD&V): Mijnheer de minister, net als collega Hellings had ik mij gebaseerd op Jeune Afrique. Blijkbaar is het in het verleden nog al gebeurd, maar wel een lange tijd geleden, want Jeune Afrique rapporteerde dat het al meer dan een decennium actief is, terwijl de gebeurtenis van daarvoor dateert, zo vermoed ik.

 

04.06 Minister Steven Vandeput: In internationale relaties is “lang” natuurlijk relatief. Tien jaar is eigenlijk niet lang. Volgens mij werd dat in 2006 hervat, na een opschorting.

 

04.07  Els Van Hoof (CD&V): Goed. Blijkbaar moet de analyse nog gebeuren van op het terrein.

 

04.08 Minister Steven Vandeput: Laat me duidelijk maken dat de analyse bezig is. Pas na een analyse kunnen er verschillende beslissingen voorgelegd worden, die eventueel doorgevoerd worden. Mijn departement en het departement Buitenlandse Zaken werken uiteraard nauw samen in dat dossier.

 

04.09  Els Van Hoof (CD&V): Ik stel u deze vraag omdat wij namens u nog geen reactie hadden vernomen, maar wel al van de minister van Buitenlandse Zaken, die het voor een stuk veroordeelde.

 

Diplomatiek gezien denk ik dat wij een goede houding aannemen ten aanzien van het Congolees regime. Wij zetten de puntjes op de i inzake de politieke situatie, de mensenrechten­situatie en ook de militaire situatie, waarover mijn jongste vraag in de plenaire vergadering aan u handelde. Ook in de plenaire vergadering vroeg ik u om de samenwerking stop te zetten, omdat het de spuigaten begon uit te lopen. Ook naar aanleiding van de moord op de twee VN-medewerkers vind ik het noodzakelijk en nuttig om die analyse op korte termijn te maken en er de nodige gevolgen aan te koppelen. Blijkbaar heeft Kabila niet echt de bedoeling om goed samen te werken met de oppositie en om voort te werken aan verkiezingen. Ik denk dat de militaire samenwerking ook een hefboom is in onze diplomatieke relaties, waarmee wij kunnen zeggen dat het een brug te ver is. Zodoende kunnen wij zeggen dat wij vinden dat er in Congo meer democratische waarden aan bod moeten komen.

 

04.10  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Merci pour votre réponse, monsieur le ministre.

 

D'un point de vue politique, le président Kabila ne respecte à l'évidence ni la lettre ni l'esprit des accords de la Saint-Sylvestre et le fait de la part du ministre Reynders de le faire remarquer n'est pas de l'ingérence de la Belgique dans les affaires congolaises. Les accords de la Saint-Sylvestre qui prévoyaient que le premier ministre soit issu du rassemblement de l'opposition sont intra-congolais. Ce sont les Congolais eux-mêmes qui sont parvenus à cet accord sous l'égide de l'Église catholique congolaise. Les Belges n'ont rien à voir avec ça et le faire remarquer ne relève pas de l'ingérence, que ce soit très clair! Je m'exprime ici depuis l'opposition. Donc, pour les Congolais qui nous entendent au Congo, que ce soit clair, les Belges ne sont pas divisés à ce sujet.

 

Les Congolais ont un besoin criant d'avoir une armée mieux formée et capable d'assurer la sécurité des Congolais. Nos militaires aident dans le respect de l'indépendance des Congolais et de façon non ingérente, ces personnes à avoir une meilleure sécurité, en particulier à l'Est. Je pense qu'il faut maintenant dépasser les sautes d'humeur du régime de M. Kabila et faire en sorte de penser aux Congolais qui ont besoin de stabilité politique, de démocratie et de sécurité. Les Belges veulent cette stabilité, cette sécurité et cette démocratie, et c'est seulement cela qu'ils veulent.

 

04.11  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Dit is een bijzonder nefaste ontwikkeling. Dit was een unilaterale maatregel door de Congolese autoriteiten.

 

Ik denk dat drie punten van belang zijn.

 

Ten eerste, met betrekking tot de spanningen in Oost-Congo had het Belgisch leger een belangrijke bijdrage in de pacificatie, het opleiden van het reguliere Congolese leger. Wij moeten proberen om die banden te herstellen, eventueel op een andere manier, misschien via de VN. Ik kom daar straks op terug.

 

Ten tweede, de bescherming van de Belgen in Congo is zeer belangrijk, zelfs in het worstcasescenario van de evacuatie. Dat zal moeten gebeuren vanuit andere landen, buurlanden wellicht. Ik ga ervan uit dat Defensie dit voorbereidt, ik vertrouw daarop.

 

Ten derde, als de vraag van de VN komt om MONUSCO te versterken, denk ik dat wij dat positief moeten evalueren.

 

04.12 Minister Steven Vandeput: Ik wil gewoon opmerken dat er nog nooit een evacuatieoperatie is gebeurd zonder instemming van het betreffende land. Dat is een heel belangrijk element, dat wij altijd moeten onthouden als wij hierover spreken. Dat is essentieel. Als u zegt dat die verhoudingen belangrijk zijn, deze zijn ook belangrijk.

 

Wat ik misschien niet genoeg heb benadrukt in mijn antwoord, is dat er in dit verhaal natuurlijk twee departementen samenwerken. Laat het mij zo zeggen dat het soms eenvoudiger is om militair een goede band te behouden dan diplomatiek, als u begrijpt wat ik bedoel. Als militair is men minder snel geneigd om een en ander te zeggen Daarom ook halen wij onze mensen niet echt hoogdringend weg.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Question de M. Gautier Calomne au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la privatisation de certaines fonctions de l'armée" (n° 17401)

05 Vraag van de heer Gautier Calomne aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de privatisering van bepaalde functies in het leger" (nr. 17401)

 

05.01  Gautier Calomne (MR): Monsieur le ministre, une cinquantaine de militaires affiliés au SLFP ont manifesté il y a quelques semaines à l'entrée du quartier de l'état-major de la Défense, à Evere. La raison de ce mouvement de protestation reposait sur la privatisation annoncée de certaines fonctions assurées par des militaires au sein de la Défense. À cette occasion, le SLFP a déploré que les diverses rencontres qui ont eu lieu n'avaient pas réellement consisté en "des concertations sur les dossiers tels que la vision stratégique, l'implémentation des quartiers, l'outsourcing et l'outplacement". Le syndicat a déclaré vouloir poursuivre la concertation avec vous et votre cabinet quant à l'avenir du personnel civil et militaire de la Défense.

 

En outre, en décembre dernier, vous avez annoncé vouloir évoluer vers une privatisation de plusieurs secteurs, comme ceux de l'horeca et de la logistique. Prochainement, la sécurité de la caserne d'Heverlee, la gestion du camp d'Elsenborn et le catering de l'école royale militaire devraient également être confiés à des acteurs privés pendant une période de test. Enfin, l'état-major serait également à la recherche de firmes privées afin d'assurer des missions de sauvetage en mer. Monsieur le ministre, je souhaiterais vous poser les questions suivantes. Pouvez-vous nous informer sur l'état actuel de vos contacts avec le syndicat qui s'est exprimé dans les médias, le SLFP? Quelles sont les revendications qui vous ont été exprimées et quelles réponses leur ont été apportées? Pouvez-vous nous donner davantage de détails au sujet des projets de privatisation évoqués? Qu'en est-il exactement à ce stade? Enfin, pouvez-vous nous communiquer de plus amples informations concernant le sauvetage en mer? Des changements sont-ils prévus et le cas échéant, de quel ordre sont-ils ? Je vous remercie pour les différents éléments de réponse que vous pourrez nous communiquer.

 

05.02  Steven Vandeput, ministre: J'étais à Evere ce matin et je n'ai pas eu de grand problème pour entrer dans le quartier. Néanmoins, il y a eu une manifestation.

 

Lors de deux briefings donnés les 2 et 10 décembre 2016, tous les syndicats représentatifs ont été informés de l'état d'avancement des projets pilotes dans les différents domaines de l'externalisation au sein de la Défense. Des réponses orales ont été fournies aux différentes questions posées. Comme vous le savez, les syndicats et mes représentants se rencontrent chaque vendredi ou presque.

 

Un nombre limité de projets pilotes a été identifié. Des procédures de marché public ont été lancées pour les projets de catering à l'école royale militaire et de gardiennage sur le site de Heverlee. Dans les semaines qui viennent, la procédure pour le projet de facility management sur le site de Heverlee sera aussi lancée. Fin 2017, un contrat similaire sera lancé pour le camp de Helsenborn. Conformément à la vision stratégique, le sauvetage en mer restera une mission de l'État et de la Défense. Mon département est en train d'évaluer toutes les options possibles pour réaliser cette mission le plus efficacement possible.

 

05.03  Gautier Calomne (MR): Je remercie monsieur le ministre pour ses réponses.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Samengevoegde vragen van

- de heer Veli Yüksel aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "ontslagen in de rendementsperiode" (nr. 17559)

- de heer Alain Top aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de militairen op straat" (nr. 17560)

06 Questions jointes de

- M. Veli Yüksel au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "les démissions en période de rendement" (n° 17559)

- M. Alain Top au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "les militaires dans les rues" (n° 17560)

 

06.01  Veli Yüksel (CD&V): Mijnheer de minister, militairen kennen afhankelijk van de duur van hun vorming een rendementsperiode, waarin zij hun eventueel ontslag moeten voorleggen aan de minister van Defensie. Op die manier betalen zij als het ware de kosten van hun opleiding, die gedragen zijn door Defensie voor de inzet van deze militairen, terug.

 

Naar aanleiding van enkele weigeringen van ontslag die mij ter ore gekomen zijn, wil ik u de volgende vragen stellen.

 

Hoeveel ontslagen hebt u geweigerd in 2015 en 2016? Is in dat aantal een verhoging te merken sinds de start van de operatie Vigilant Guardian, begin januari 2015?

 

Hebt u ontslagen tijdens de rendementsperiode geweigerd voor aanvragen inzake een overstap naar een andere staat van dienst, en in het bijzonder naar de politie? Daar gaat het over interne mobiliteit.

 

Welke impact hebben deze weigeringen op de aanwervingen van Defensie? Welke impact hebben deze weigeringen op het moreel van de betrokken militairen?

 

Ten slotte, overweegt u een herziening van de rendementsperiode, waarbij deze zou worden opgeheven indien de militair in dienst blijft van de Staat, in het bijzonder bij de politie of de brandweer, en voor beroepsvrijwilligers?

 

06.02  Alain Top (sp.a): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, onze militairen voeren intussen al ruim twee jaar bewakingsopdrachten uit op straat. Wat begon als een tijdelijke bewakingsopdracht blijkt nu een permanent karakter te krijgen. Sommige militairen worden hier blijkbaar door ontmoedigd, want de bewakingsopdrachten zijn helemaal niet de reden waarom men in het leger stapte. Op informatiedagen werd jonge militairen avontuur in het buitenland, een mooi loon en voldoende rust om een sociaal leven te behouden voorgespiegeld. Niets is echter minder waar.

 

De onvrede bij de militairen neemt toe. Wij hebben het hier al eerder aangekaart, zowel de verloning als de verlofregeling blijken niet optimaal te verlopen. Daarnaast kan een jonge militair niet zomaar ontslag nemen. Na hun opleiding kan Defensie de personen in kwestie drie jaar in dienst houden.

 

Graag had ik daarom een antwoord gekregen op de volgende vragen.

 

De bewakingsopdrachten door militairen krijgen een permanent karakter. Welke vooruitzichten zijn er? Welke afspraken werden er gemaakt?

 

Hoeveel militairen stuurden reeds een ontslagbrief? Hoeveel hebt u er geweigerd?

 

Zijn er daarnaast ook schriftelijke klachten ontvangen? Zo ja, hoeveel? Op welke wijze ging u in op deze klachten?

 

Bent u van mening dat de verloning en de verlofregeling herzien zouden moeten worden?

 

06.03 Minister Steven Vandeput: Mevrouw de voorzitter, ik zou de vraagsteller graag willen verwijzen naar het verslag van de vergadering van 30 maart 2017. Dat was een zeer heuglijke dag waarop ik een soortgelijke vraag van mevrouw Hufkens heb beantwoord.

 

Daarnaast wil ik meegeven dat de wet bepaalt dat het ontslag steeds strijdig is met het dienstbelang wanneer de betrokken militair minder dan drie jaar heeft gediend na zijn basisvorming of een vorming die aanleiding geeft tot het presteren van de rendementsperiode. Wanneer de betrokken militair zijn rendementsperiode heeft volbracht, wordt het ontslag enkel zeer uitzonderlijk geweigerd. Ook de vergoeding van militairen die ingezet worden, dit wil zeggen de wedden, de vergoedingen en de toelagen, is wettelijk geregeld in de wet van 20 mei 1994 en het KB van 18 maart 2003. Ik kan u enkel zeggen, geachte heren, dat wij, zowel wat de rendementsperiodes als de vergoedingen en toelagen betreft, de wet zeer nauwgezet naleven.

 

Militairen die op hun verzoek Defensie verlaten, buiten de opleidingsperiode — dat is een ander geval —, zijn niet verplicht om een reden van vertrek op te geven. In die zin is het ook niet mogelijk een cijfer te kleven op het aantal militairen dat Defensie heeft verlaten wegens het moeten uitvoeren van een bewakingsopdracht.

 

Een impact op de werving of recurrente klachten van militairen wordt niet in het bijzonder vastgesteld. Een aanpassing van voornoemde wettelijke teksten ligt momenteel dan ook niet ter studie. Er zijn wel een aantal maatregelen genomen om de impact op de dagelijkse werking te verlichten. In antwoord op een vorige vraag van de heer Yüksel heb ik er een aantal aangehaald. Ook hier wil ik nog vermelden dat de toekomstige werving van nieuwe rekruten een betere spreiding van de werklast mogelijk zal moeten maken.

 

06.04  Veli Yüksel (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.

 

U hebt ook de wettelijke regeling goed toegelicht. Als mensen minder dan drie jaar bij Defensie tewerkgesteld zijn, kunnen zij hun ontslag vragen en dan wordt dat zeer uitzonderlijk geweigerd. Dat bij vrijwillig ontslag de reden niet opgegeven of gevraagd wordt, kan ik uiteraard aannemen maar wellicht hebt u toch een idee op basis van de cijfers van vóór en na de operatie Homeland.

 

06.05 Minister Steven Vandeput: Mijnheer Yüksel, daarom verwijs ik naar het antwoord dat ik op 30 maart gegeven heb.

 

06.06  Veli Yüksel (CD&V): Ik heb het antwoord dat u toen aan collega Hufkens gegeven hebt hier bij mij. Ik heb het meermaals goed gelezen, maar ik vind er geen antwoorden in terug op mijn vragen.

 

Ik heb net gezegd in mijn repliek dat ik aanneem dat u zegt dat er bij vrijwillig ontslag geen reden wordt opgegeven. Dat wil ik aannemen. Maar wellicht zult u op basis van de grote getallen een idee hebben of er al dan niet meer ontslagen zijn sinds de operatie Homeland? Ik moet geen exacte cijfers hebben, maar ik ga ervan uit dat u op basis van de reële situatie wel een indruk kunt geven, of er meer dan wel minder ontslagen zijn.

 

Ik had ook graag antwoord gekregen op een aantal vragen rond de weigeringen van ontslag. U zegt dat het ontslag uitzonderlijk geweigerd wordt. Wel, ik had graag cijfers van u gekregen inzake die weigeringen.

 

06.07  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, de vraag is inderdaad ook in de plenaire vergadering gesteld, maar dat was niet volledig dezelfde.

 

Wat de cijfers betreft, verwijst u naar het feit dat u de reden niet kent als het over vrijwillig ontslag gaat. Ik zal nog een schriftelijke vraag stellen over het aantal ontslagen, maar in de privésector en ook soms in openbare diensten wordt er naar aanleiding van een ontslag, als men een goed HR-beleid wilt voeren, ook een ontslaggesprek gevoerd. Dat ontslaggesprek zorgt er niet voor dat degene die ontslag neemt, terugkomt op zijn beslissing. Daarover gaat het niet. De bedoeling ervan is om een algemeen gesprek te hebben over de reden waarom de werknemer zijn ontslag heeft gegeven, wat er kan worden verbeterd aan de werkomstandigheden enzovoort, zodat de werkgever hieruit kan leren en ervoor kan zorgen dat het aantal ontslagen en het personeelsverloop minder hoog worden in de toekomst.

 

Ik veronderstel en hoop dat er ook bij Defensie ontslaggesprekken worden gevoerd. Daarom moet niet met de naam erbij worden gezegd wie wat heeft gezegd, maar zo kunnen wel algemene cijfers worden gegeven over de redenen waarom iemand zijn ontslag geeft. Dat kan om familiale redenen zijn, dat kan met de werkomstandigheden te maken hebben of met de loonvoorwaarden enzovoort. Deze zaken zijn al in vorige vragen aangekaart geweest. Om van Defensie in de toekomst een aantrekkelijke werkgever te maken, moet hiervan werk worden gemaakt.

 

Wat betreft uw opmerking dat een ontslag binnen drie jaar strijdig is met het algemeen dienstbelang, kan ik u bijtreden. Defensie heeft een opleiding gegeven in algemene zin, en verwacht dus wel iets terug van degene die werd aangeworven. U maakt echter ook een verwijzing: er wordt enkel in uitzonderlijke omstandigheden eventueel van afgeweken en dan wordt het ontslag wel toegestaan.

 

06.08 Minister Steven Vandeput: Nee, nee, nee. Ik heb gezegd dat het in principe… Mijn intentie is om mijn HR-mensen, met andere woorden de staf, te volgen in dit soort dossiers. Ik pas de bestaande reglementen toe.

 

Misschien ter verduidelijking, mijnheer Top: in de rendementsperiode is in geval van heel uitzonderlijke sociale redenen en dergelijke meer altijd iets mogelijk, buiten de rendementsperiode is het slechts uitzonderlijk dat er geen ontslag wordt toegekend.

 

06.09  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, ik heb het over de rendementsperiode.

 

06.10 Minister Steven Vandeput: Daarover heb ik daarstraks niets gezegd.

 

06.11  Alain Top (sp.a): Dat klopt. De rendements­periode is de eerste drie jaar. In dat geval ben ik van mening dat het feit dat de militairen nu bewakingsopdrachten op straat uitvoeren een uitzonderlijke omstandigheid is. Het is niet de taak waarvoor zij in oorsprong hebben gekozen.

 

Het is een interpretatie. Voor alle duidelijkheid, het gaat hier niet om een zwart-witdiscussie. Het gaat over motivatie van de betrokken militairen, wat ook de reden is waarom hun ontslag wordt aanvaard.

 

06.12 Minister Steven Vandeput: Mijnheer Top, ik wil dadelijk met u tien militairen op straat aanspreken. Wij zullen met hen over motivatie spreken.

 

Ik ben het echt beu dat hier de indruk wordt gewekt dat de militairen allemaal tegen hun zin op straat staan. In plaats van met uw vakbonds­mensen te spreken, zou u beter eens spreken met de mensen die hier op straat staan. Ga met hen spreken en vraag hen wat hen bezighoudt. Wat hen bezighoudt, is dat zij zich ’s avonds goed kunnen ontspannen. Daaraan is hard gewerkt. Wat hen ook bezighoudt, is dat zij een fatsoenlijk bed hebben waarin zij ’s avonds kunnen slapen. Daaraan is hard gewerkt. Wat hen nog bezighoudt, is dat zij een goede regelmaat aangeboden krijgen in wat zij doen. Ook daaraan is hard gewerkt.

 

Stop echter met over Defensie, die vandaag een heel aantrekkelijke werkgever is, wat de rekruteringscijfers ook blijven bewijzen, de indruk te wekken dat mensen er niets kunnen komen doen. Straks komt u dan vertellen dat wij de rekruteringscijfers niet halen. Dat zal dan wel zijn.

 

06.13  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, u moet zich niet boos maken.

 

06.14 Minister Steven Vandeput: Ik maak mij wel boos.

 

06.15  Alain Top (sp.a): Ik stel gewoon een vraag.

 

Ik heb er zelf nog op gewezen dat het geen zwart-witdiscussie is. Ik heb u daar zelf op gewezen. Ik heb er ook op gewezen dat het alleen maar een verbetering voor Defensie en voor de werking van HR kan zijn, indien er aandacht is voor die punten. Er zijn blijkbaar militairen die op straat werken en dat werk niet leuk vinden. In het andere geval zou de vakbond, die hen vertegenwoordigt, die opmerkingen immers niet maken.

 

Op mijn vraag over het rapport dat de vakbonden over de verloning hebben gegeven – dit is mijn laatste punt –, hebt u niet geantwoord, behalve dat u daaraan niet zal raken.

 

Ik neem akte van uw antwoord dat u niet de intentie hebt aan de verloning en de werkwijze van verlofregelingen te raken. U hebt verwezen naar de wetgeving en naar de regels ter zake en hebt verklaard dat u ze niet zult veranderen.

 

Daarvan neem ik akte.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van de heer Veli Yüksel aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "Quick Reaction Alert" (nr. 17561)

07 Question de M. Veli Yüksel au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la Quick Reaction Alert" (n° 17561)

 

07.01  Veli Yüksel (CD&V): Mijnheer de minister, volgens een Belgabericht van 11 maart 2017 onderschepten Belgische F-16’s boven Nederland een Indisch passagiersvliegtuig dat niet meer op instructies van de luchtverkeersleiding reageerde. Het zogenaamde Quick Reaction Alert (QRA) trad in werking. Vanop de basis van Florennes stegen F-16’s op om visueel contact met het toestel te maken. Eerder die week onderschepten F-16's ook al een Hongaars vliegtuig. Gelukkig bleek van beide gevallen geen dreiging uit te gaan.

 

Sinds 1 januari 2017 is er een samenwerking tussen de Benelux-landen, die neerkomt op een beurtrol tussen België en Nederland. Die landen houden beurtelings vier maanden twee toestellen paraat voor mogelijke QRA-oproepen boven België, Luxemburg of Nederland. Mede dankzij dat akkoord sparen beide luchtmachten middelen en piloten uit, die zij dan elders kunnen inzetten.

 

Mijnheer de minister, hoeveel maal is het QRA in 2016 in werking moeten treden? Wat was de aard van de incidenten? Hoeveel maal was dat in 2017 het geval, sinds de start van de samenwerking? Wat was de aard van de incidenten?

 

Hoeveel maal was er een QRA in het Belgische luchtruim? Hoeveel Belgische F-16's werden daarvoor ingezet? Hoeveel maal was er een QRA in het Nederlandse of Luxemburgse luchtruim? Hoeveel maal werden daarvoor Belgische F-16's ingezet?

 

Zijn er gevallen bekend waarbij er sprake was van een terroristische dreiging? Wat is het scenario bij zo'n effectieve dreiging? Wie geeft het bevel, met name wanneer Nederlandse toestellen boven Belgisch grondgebied actief zijn of vice versa?

 

Hoeveel piloten zet België in voor de permanentie op de twee basissen in Florennes en Kleine Brogel? Hoeveel bedroeg dat aantal voor de inwerkingtreding van het Benelux-samenwerkingsakkoord?

 

07.02 Minister Steven Vandeput: Mijnheer Yüksel, in 2016 hebben QRA-toestellen vijf keer de opdracht gekregen om op te stijgen voor 22 luchtincidenten en een onderschepping uit te voeren. Het ging telkens om een verlies van radiocommunicatie tussen een burgervliegtuig en de burger­verkeersleiding.

 

In 2017 zijn de Belgische QRA-toestellen, naar aanleiding van zeven gemelde luchtincidenten, twee keer effectief opgestegen. Ook hier ging het telkens om een verlies van radiocommunicatie. Het eerste incident deed zich volledig voor in het Belgische luchtruim. Tijdens het tweede incident gebeurde de onderschepping ten oosten van Eindhoven in het Nederlandse luchtruim.

 

Er is tot op heden geen sprake geweest van een terroristische dreiging. Mocht een terroristische dreiging zich voordoen, dan mogen de QRA-toestellen worden gebruikt in het Benelux-luchtruim, onder het bevel van de NGA, de National Governmental Authority van het land waar de vliegtuigen zich op dat moment bevinden, met andere woorden, het land waarboven de interceptie plaatsvindt. Als men boven België vliegt, ben ik NGA. Bij een escalatie komen daar de eerste minister en de minister van Binnenlandse Zaken bij. Dat is onafhankelijk van het feit of die gevechtsvliegtuigen nu van de Nederlandse of de Belgische Defensie zijn.

 

Als de dreiging zich verplaatst, gebeurt aan de grens van elke natie een bevelsoverdracht. Een vliegtuig dat bijvoorbeeld vanuit Frankrijk komt, staat onder toezicht van de Franse NGA. In Frankrijk is dat mijn homoloog. Aan mij wordt gevraagd of ik klaar ben om de rol van NGA over te nemen. Ik neem dan over en als het vliegtuig naar Duitsland vliegt, wordt aan Duitsland gevraagd of men klaar is om over te nemen. Zo werkt dat.

 

Vóór januari 2017 bestond onze permanentie, die wij alleen uitvoerden, uit twee F-16’s en een reserve met in totaal twee piloten en al wat erbij hoort, die 24/7 operationeel zijn. Sinds 1 januari 2017 wordt de QRA doorlopend uitgevoerd op basis van een viermaandelijkse rotatie tussen België en Nederland. Wij hebben de eerste rotatie op ons genomen en Nederland zal vanaf 11 mei de tweede rotatie uitvoeren. Op die manier zal elke natie op jaarbasis zes maanden aan QRA-permanentie uitsparen. De verdeling tussen Florennes of Kleine Brogel is een puur operationele kwestie en dan ook totaal onbelangrijk, omdat de procedures 100 % gelijklopend zijn.

 

07.03  Veli Yüksel (CD&V): Dank u wel voor het antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Vraag van de heer Veli Yüksel aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de Prins Albert Club" (nr. 17562)

08 Question de M. Veli Yüksel au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le Club Prince Albert" (n° 17562)

 

08.01  Veli Yüksel (CD&V): Mijnheer de minister, eind 2014 werd het hotel van de Club Prins Albert gesloten. In mei 2015 werden ook de restauratiemogelijkheden beperkt waardoor het houden van banketten of grote diners niet meer mogelijk was. Een deel van het personeel werd ontslagen. Een ander deel werd binnen Defensie overgeplaatst. Indien men de restauratie­accommodatie wou gebruiken moest er een privéfirma ingeschakeld worden. Nu zouden in de club opnieuw enkele banketten gehouden zijn, en zou er zelfs opnieuw personeel aangeworven zijn.

 

Mijn vragen aan u zijn dan ook de volgende.

 

Bent u op de hoogte van deze situatie? Kunt u ze kort toelichten?

 

Kon u een blijvend gebruik van de Club Prins Albert niet voorzien voor de sluiting van het hotel en voor het terugschroeven van de restauratie­accommodatie?

 

Kunt u bevestigen dat er opnieuw personeel werd overgeplaatst naar de restauratie van de Club Prins Albert? Gaat het opnieuw om personeel van Defensie of om outsourcing? Meer specifiek, gaat het om personeel dat voor de sluiting van het hotel en van een deel van de horeca in de Club Prins Albert was aangesteld? Indien niet, waarom niet? Hoeveel personeelsleden van het totale aantal werden opnieuw in de club tewerkgesteld?

 

Wat is het huidige financiële plaatje van de restauratie binnen de Club Prins Albert ten opzichte van dat voor de sluiting van het hotel in 2014?

 

Ten slotte, heeft deze situatie een invloed op de lopende pilootprojecten inzake outsourcing van horeca en catering binnen Defensie?

 

08.02 Minister Steven Vandeput: Om te beginnen wil ik opmerken dat niemand ontslagen werd. Mensen die weg wilden, zijn weg mogen gaan. Alle anderen, inclusief de contractuelen, hebben een andere job gekregen. De operatie gebeurde dus zonder ontslagen.

 

Begin 2015 werden het werkingskader en de opdrachten van de Club Prins Albert (CPA) geherdefinieerd. Alle in de CPA gehouden activiteiten vallen binnen dit werkingskader en zijn beperkt tot het aanbieden van een zekere vergader- en restauratiecapaciteit. Het is zo dat er in 2015 financiële redenen waren om in te grijpen, maar dat het vooral omwille van veiligheids­redenen is geweest dat de totale activiteiten werden stopgezet. De brandveiligheid was van een dergelijk niveau dat ik als eindverantwoordelijke het advies van de brandweer niet naast me neer kon leggen.

 

Met de herschikking begin 2015 werd het personeelsbestand gehalveerd. Er vonden sindsdien geen nieuwe aanwervingen meer plaats. Het personeelsbeleid is integraal in handen van het DG Human Resources en beperkt zich tot de invulling van de voorziene posten. Het personeel dat in overtal was of wou vertrekken, heeft een nieuwe functie gekregen, met inbegrip van de contractuele personeelsleden. We hebben hierover ook sociaal overleg gepleegd. Samen met de vakbonden hebben we ervoor gekozen om te werken zonder ontslagen, wat ook gebeurde. Twee van deze contractuele personeelsleden bleven tewerkgesteld in de CPA.

 

De CPA functioneert momenteel met, binnen het soort boekhouding dat er gevoerd wordt, een beperkt batig saldo, dus een beter saldo dan destijds.

 

Deze situatie heeft geen invloed op en geen verband met de lopende pilootprojecten inzake de outsourcing van restauratiediensten binnen Defensie.

 

08.03  Veli Yüksel (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.

 

De CPA kan in dit geval gebruikt worden binnen de contouren van wat mogelijk is bij Defensie. Mij leek het alvast wat vreemd dat men er eerst voor gekozen heeft de zaak daar af te bouwen. U zegt dat dit vooral om veiligheidsredenen was. Dat is uiteraard zeer aannemelijk. Momenteel worden daar twee mensen tewerkgesteld en wordt de locatie gebruikt voor diners en andere ontvangst­mogelijkheden. Ik ben ook blij dat u zegt het gebruik van de CPA geen invloed heeft op lopende pilootprojecten inzake outsourcing binnen Defensie.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Samengevoegde vragen van

- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het onderzoek door het parket na de operaties in Syrië en Irak" (nr. 17565)

- mevrouw Kattrin Jadin aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de burgers die in de val zitten in het oude stadsgedeelte van Mosul" (nr. 17597)

- de heer Raoul Hedebouw aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de Amerikaanse aanval op een Syrische basis en de escalerende situatie" (nr. 17688)

- de heer Sébastian Pirlot aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de Belgische deelname aan de coalitie tegen Daesh" (nr. 17693)

- de heer Benoit Hellings aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de voortzetting van de operatie Desert Falcon in het licht van de mogelijke ongewilde burgerslachtoffers in Irak en het eenzijdig door de VS besliste bombardement in Syrië" (nr. 17776)

- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het incident in Mosul" (nr. 17801)

- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de operatie Desert Falcon" (nr. 17804)

- de heer Marco Van Hees aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de bombardementen door de Belgische F-16's in Irak en in Syrië" (nr. 17856)

- de heer Marco Van Hees aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de Amerikaanse aanval op een Syrische basis en de escalerende situatie" (nr. 17857)

09 Questions jointes de

- M. Wouter De Vriendt au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'enquête menée par le parquet à la suite des opérations en Syrie et en Irak" (n° 17565)

- Mme Kattrin Jadin au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "les civils piégés dans la vieille ville de Mossoul" (n° 17597)

- M. Raoul Hedebouw au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'attaque américaine d'une base syrienne et l'escalade dangereuse en cours" (n° 17688)

- M. Sébastian Pirlot au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la participation belge au sein de la coalition contre Daech" (n° 17693)

- M. Benoit Hellings au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la pérennité de l'opération Desert Falcon suite aux possibles victimes civiles collatérales en Irak et le bombardement unilatéral en Syrie par les États-Unis" (n° 17776)

- M. Wouter De Vriendt au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "les faits survenus à Mossoul" (n° 17801)

- M. Wouter De Vriendt au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'opération Desert Falcon" (n° 17804)

- M. Marco Van Hees au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "les bombardements des F-16 de l'armée belge en Irak et en Syrie" (n° 17856)

- M. Marco Van Hees au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'attaque américaine d'une base syrienne et l'escalade dangereuse en cours" (n° 17857)

 

09.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Het zijn inderdaad drie vragen, mijnheer de minister. De eerste dateert van 28 maart. Sindsdien zijn er natuurlijk heel wat discussies geweest.

 

Mijn eerste vraag gaat over wat er aan de gang is bij het parket.

 

Tijdens de hoorzittingen over meer transparantie bij legeroperaties werd vermeld dat in twee gevallen na een Belgisch bombardement het federaal parket werd ingeschakeld om een onderzoek te verrichten. Ook tijdens de persconferentie van Defensie een week voordien kwam dat ter sprake. Nu is al gebleken dat het federaal parket die zaken bekijkt, maar niet in alle gevallen een onderzoek voert.

 

Ik wil daar graag wat meer duidelijkheid over.

 

Wat was de aanleiding? Neemt het parket uit zichzelf dat initiatief of is dat op vraag van? Is er al een uitkomst van het proces bij het parket in de twee genoemde gevallen? Wanneer vonden eventuele onderzoeken plaats? Over welke soort incidenten ging het?

 

Ik heb dan een vraag waarop u zeker zult kunnen antwoorden. Hoe vaak heeft het parket in totaal al een onderzoek of vooronderzoek geopend tussen 2010 en nu inzake de luchtoperaties in Libië, Afghanistan, Irak en Syrië?

 

Kunt u toelichten in welke omstandigheden precies aan het parket wordt gevraagd om een bombardement te onderzoeken? Wat is de procedure in dat geval? Moeten er gerede twijfels zijn of er al dan niet burgerslachtoffers bij zo'n bombardement zijn gevallen? Hoe verloopt een dergelijk onderzoek? Welke informatie wordt er gebruikt?

 

Het is uiteraard zeer goed dat er kritisch wordt gekeken naar het effect en de mogelijke nevenschade en burgerslachtoffers van Belgische bombardementen. Wij weten dat Defensie dat nauwgezet in het oog houdt. Wij vertrouwen daar ook op, maar het feit dat in sommige gevallen onderzoeken door het parket moeten gebeuren, ontkracht de stelling die u altijd hebt verdedigd, namelijk: er zijn geen burgerslachtoffers gevallen door Belgische bombardementen.

 

Naar aanleiding van wat er rond Mosoel is gebeurd op 17 maart – België is betrokken bij een internationaal onderzoek – kunt u dat nu niet meer zeggen, aangezien het het resultaat van dat internationaal onderzoek nog niet gekend is. Bent u het ermee eens dat het, los van het onderzoek naar de gebeurtenissen op 17 maart, misschien beter is om niet meer zo stellig te zeggen dat er door onze bombardementen geen burger­slachtoffers zijn gevallen? Ik blijf overtuigd dat wij dat niet kunnen doen. Vanuit intellectueel oogpunt kunnen wij daar nooit zeker over zijn. In Nederland gaat men daar – ik heb dat al een paar keer gezegd – voorzichtiger mee om.

 

Mijn tweede vraag gaat over het incident in Mosul op 17 maart. Daar vond in een dichtbevolkte wijk een explosie plaats die mogelijk meer dan 100 burger­slachtoffers heeft gemaakt. De internationale coalitie tegen IS zou verantwoordelijk zijn. Hierover loopt er een onderzoek. U hebt zelf verklaard dat ook de eventuele betrokkenheid van Belgische vliegtuigen wordt onderzocht.

 

Wat kunt u zeggen over de stand van zaken van het onderzoek? Wanneer wordt er duidelijkheid verwacht?

 

Is ondertussen al duidelijk wat de explosie heeft veroorzaakt?

 

Wat is de situatie in Mosul? Hoe verloopt de herovering op IS? Welke moeilijkheden worden ondervonden?

 

Ik kom tot mijn derde parlementaire vraag.

 

Op 4 april vond in Syrië een aanval plaats met chemische wapens, mogelijk saringas. Dat is intussen bevestigd. De kans is groot dat het regime van Assad achter de aanval zit, ondanks het feit dat het regime heeft beweerd alle chemische wapens te hebben vernietigd in 2013 en 2014.

 

Op 6 april heeft de Amerikaanse luchtmacht de basis Shayrat van het Syrische leger gebombardeerd, als vergelding voor de chemische aanval. Die aanval was een ommekeer in de visie van president Trump op het conflict in Syrië. Dat heeft uiteraard ook voor diplomatieke wrevel gezorgd, met name met Rusland. Rusland heeft het akkoord opgeschort dat de operaties van de Verenigde Staten en Rusland coördineert. Luchtoperaties werden door beide partijen niet langer meer wederzijds aangekondigd. Na het bezoek van Tillerson aan Moskou werd verklaard dat het akkoord opnieuw zou worden gerespecteerd.

 

Welke impact had het opschorten van dat deconflictieakkoord op de operaties van de internationale coalitie? Heeft de coalitie haar operaties boven Syrië een tijdje opgeschort?

 

Op welke manier is de internationale coalitie betrokken partij bij het deconflictieakkoord?

 

Ik kom bij wat u en minister Reynders hebben gecommuniceerd. Heeft België op een gegeven ogenblik zelf unilateraal beslist om niet langer boven Syrië te opereren?

 

Hoe verklaart u dat minister Reynders op 10 april heeft meegedeeld dat er geen opschorting is van luchtoperaties, terwijl u het tegenovergestelde hebt gezegd?

 

Er wordt onderzocht of er Belgische F-16’s betrokken zijn bij een bombardement in de regio Mosul dat op 17 maart aan veel burgers het leven heeft gekost. In welke mate heeft dat onze operaties boven Irak veranderd? Wat is de stand van zaken?

 

09.02  Kattrin Jadin (MR): Madame la présidente, monsieur le ministre, dans le même sens, je me base sur un article paru le 23 mars 2017 dans Le Vif et qui rapportait notamment que 400 000 personnes seraient "piégées" dans la vieille ville de Mossoul, quartier sous le contrôle des djihadistes du groupe État islamique. Cette information aurait été donnée par un représentant du Haut Commissariat de l'ONU pour les réfugiés en Irak.

 

Pour rappel, une offensive avait été lancée le 17 octobre dernier par la coalition internationale et les forces pro-gouvernementales irakiennes. Le 19 février 2017, la reconquête de la rive droite, sous le contrôle des forces de l'État islamique, a été décidée par la coalition internationale.

 

Monsieur le ministre, le chiffre de 400 000 individus, tel que j'ai pu le lire, est-il confirmé par votre département? Êtes-vous en mesure de nous dire combien de civils seraient présents parmi ces 400 000 personnes? Comment la présence des civils est-elle prise en considération lors des opérations de reprise de la vieille ville de Mossoul? Des solutions pour l'évacuation des civils encore présents dans la vieille ville sont-elles envisagées?

 

09.03  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Madame la présidente, monsieur le ministre, le 7 avril dernier, les forces américaines ont unilatéralement bombardé une base aérienne syrienne en réponse très impulsive, on le reconnaît, et totalement inattendue à l'ignoble attaque chimique attribuée au régime de Bachar el-Assad en Syrie.

 

En réaction, la Russie a annoncé suspendre son accord de coopération avec Washington qui permet d'éviter des incidents entre la coalition et la Russie lors de leurs opérations respectives. Vendredi 7 et samedi 8 avril 2017, les F-16 belges n'auraient, d'après vous, pas décollé vers la Syrie. Vous avez ainsi déclaré que la coalition internationale a décidé de suspendre temporairement ses opérations vers ce pays: "C'est une sage décision du commandement allié au Qatar qui décide où se déroulent nos opérations aériennes. Il est plus sage d'attendre un peu avant de reprendre les missions. C'est ce qui va se passer".

 

Un certain flou régnera pendant plusieurs jours durant ces vacances de Pâques autour de la pérennité de la mission Desert Falcon elle-même. Votre collègue en charge des Affaires étrangères, M. Reynders, a affirmé qu'il n'a jamais été question de suspendre définitivement les opérations. Ces évènements interviennent dans un contexte qui a été expliqué en long et en large par mon collègue Wouter De Vriendt, où un journaliste du Guardian a sous-entendu dans un tweet, que les militaires belges "seraient" impliqués dans la mort involontaire d'une centaine de civils lors d'un bombardement de la coalition à la mi-mars en Irak.

 

Monsieur le ministre, sans entrer dans les détails, malheureusement réservés à la Commission spéciale chargée du suivi des missions à l'étranger se réunissant à huis clos, pourriez-vous me préciser si des F-16 belges ont survolé en mission d'observation et/ou bombardé les sols syrien et irakien depuis le 9 avril dernier?

 

Pourriez-vous me donner le statut actuel de la convention entre la Russie et la coalition internationale qui a été signée le 20 octobre 2015 par le général Austin, ancien commandant du commandement central des États-Unis et le colonel-général Bondarev, le commandant en chef de la force aérienne russe? Cette convention est-elle encore d'application? Un des partenaires l'a-t-il officiellement dénoncée?

 

Pourriez-vous préciser où en sont les devoirs d'enquête effectués au sujet des soupçons d'implication des F-16 belges dans la mort d'une centaine de civils? Je pense ici à l'enquête du parquet et à l'enquête menée par la coalition. Dans ce cadre, envisagez-vous de demander une vérification et une reformulation de la procédure dite du red card holder belge présent au quartier général de la coalition au Qatar, dans l'hypothèse où la Belgique serait impliquée? Ce n'est pas encore sûr à ce stade et il faut être prudent à ce sujet.

 

09.04  Marco Van Hees (PTB-GO!): Ma première question porte sur ces bombardements menés par les F-16 belges. Déjà en février dernier, je vous interpellais sur le rapport publié par l'ONG Airwars sur le manque de transparence des opérations menées par nos F-16 en Irak et en Syrie. À l'époque, vous prétendiez que la Belgique n'avait fait aucune victime civile au cours de ces opérations.

 

Depuis lors, en un mois, il y a plus de 400 nouvelles victimes civiles innocentes qui sont mortes en Syrie et en Irak sous les bombardements de la coalition occidentale. Et ce chiffre est celui qui date du moment où la question a été introduite puisque, depuis lors, encore plus de victimes civiles sont à déplorer.

 

Ce 25 mars, l'armée américaine reconnaissait la mort d'au moins 200 civils aux alentours de Mossoul suite au bombardement d'un des avions de la coalition internationale effectué le 17 mars dernier. Est-ce un avion belge qui a largué la bombe qui a provoqué ce massacre d'une ampleur inouïe? Nous sommes en droit de nous poser la question.

 

Presque quotidiennement, des victimes civiles tombent sous les bombes occidentales. Nous n'allons pas établir la liste qui serait interminable mais les seules statistiques que nous connaissons sur la participation belge ont été rappelées par Ludo De Brabander de l'ASBL Vrede dans une carte blanche publiée dans De Morgen ce 29 mars. Je cite ses chiffres: "45% des interventions des F-16 belges sont des interventions de bombardement." Nos F-16 ne font donc pas que de la reconnaissance. Par ailleurs, "70% des interventions de nos F-16 sont réalisées autour de la ville de Mossoul et 17% autour de la ville de Raqqa en Syrie".

 

Si 70% des opérations des F-16 belges ont lieu dans la région de Mossoul et que c'est dans celle-ci que le nombre de victimes civiles a été le plus élevé au cours des dernières semaines, comment pouvez-vous affirmer que les bombardements des F-16 belges ne font pas de victimes civiles? Est-ce qu'un avion belge est impliqué dans ce bombardement de Mossoul? Où en est la demande d'une enquête internationale publique à ce sujet? Tout comme pour l'attaque à l'arme chimique qui fait l'objet d'une autre question, il est essentiel que toute la lumière soit faite sur cette affaire lors d'une enquête indépendante menée sous l'égide de l'ONU. Les résultats doivent être intégralement publics. Enfin, pensez-vous qu'un nombre de morts d'une telle ampleur peut être encore qualifié de victimes collatérales?

 

Avec cette coalition, n'êtes-vous pas en train de semer les graines pour le chaos futur et d'éventuels nouveaux groupes terroristes dans la région, comme de nombreux spécialistes le prédisent déjà?

 

J'en arrive ainsi à ma deuxième question qui a trait à l'attaque chimique et à la réplique américaine. On ne sait pas exactement ce qui s'est passé.

 

09.05  Steven Vandeput, ministre: (…)

 

09.06  Marco Van Hees (PTB-GO!): Vous savez peut-être exactement ce qui s'est passé. C'est d'ailleurs pour avoir des éléments d'information que je vous interroge.

 

09.07  Steven Vandeput, ministre: (…)

 

09.08  Marco Van Hees (PTB-GO!): J'ai deux questions.

 

Je répète qu'on ne sait pas exactement ce qui s'est passé. Ce qui est clair, c'est que c'est très grave et qu'on veut ici aussi faire toute la lumière sur la question. L'Organisation pour l'interdiction des armes chimiques n'a accusé personne mais elle essaie de rassembler des données. Il faut l'aider dans ce sens. Pour l'instant, il n'y a pas de réelle enquête internationale indépendante sous l'égide de l'ONU. Cela devrait pourtant être une priorité comme cela devrait être le cas pour les éventuels bombardements de F-16 belges.

 

Toujours est-il que le président des États-Unis a décidé de riposter en envoyant plus de cinquante missiles sur une base de l'armée syrienne, le 6 avril dernier. C'est une première. Les États-Unis attaquent directement et délibérément le gouvernement syrien. Presque soixante missiles ont frappé cette base militaire syrienne. Le symbole est fort. Les États-Unis et leurs alliés, dont la Belgique, violent quotidiennement l'espace aérien syrien depuis des années. Officiellement, il s'agissait de s'en prendre à Daech. Aujourd'hui, Trump fait passer le message qu'il est prêt à changer cela et à s'en prendre aussi au régime syrien de Bashar Al-Assad.

 

Cette attaque a reçu le soutien enthousiaste des "alliés" saoudiens, israéliens et turcs de la coalition. Votre gouvernement, comme les autres gouvernements occidentaux, ont, me semble-t-il, également soutenu cette attaque, la qualifiant de "compréhensible" et "d'avertissement". Il s'agissait pourtant d'une nouvelle violation claire et dangereuse du droit international, comme l'a rappelé notamment très clairement le professeur de droit international Éric David.

 

Monsieur le ministre, le gouvernement belge considère-t-il qu'il s'agit effectivement d'une violation du droit international? Si oui, la condamne-t-il? La Russie menace de suspendre la coopération avec l'armée américaine en Syrie. Si tel était le cas, cela poserait-il un grand danger? Avec presque une vingtaine de pays impliqués dans les raids aériens en Syrie, un incident entre grandes puissances peut-il être exclu? N'existe-t-il pas un risque d'escalade important avec la Russie? Que comptez-vous faire pour éviter cette escalade? Les vols belges au-dessus de la Syrie ont-ils oui ou non été suspendus? En effet, des informations divergentes circulent à ce sujet. Ce n'est d'ailleurs pas la première fois que l'on constate des divergences entre votre collègue Didier Reynders et vous-même. Je me rappelle que sur la capacité nucléaire du successeur du F-16, vos versions étaient déjà divergentes.

 

Il serait donc intéressant que vous donniez cet éclaircissement.

 

09.09 Steven Vandeput, ministre: Monsieur Van Hees, je voudrais dire que vous avez mentionné tellement d'informations que je me demande vraiment pourquoi vous criez pour plus de transparence parce que vous en savez plus que moi!

 

Met betrekking tot het incident van 17 maart en de huidige situatie in Mosul, ik kan niet anders dan herhalen dat wij moeten wachten op het officiële rapport, dat duidelijkheid zal geven over wat er juist is gebeurd. U hebt met mij in de media verschillende veronderstellingen kunnen lezen, maar ik denk dat het niet gepast is dat ik hier inga op veronderstellingen. Het is voor mij gepast om te wachten op het officiële rapport, hoe moeilijk dat voor mij ook is. Als ik eenmaal dat rapport heb ontvangen, zullen wij zien welke classificatie de opstellers van dat rapport eraan zullen geven en daarover desgevallend publiek of in de commissie voor de Opvolging van de Buitenlandse Zendingen verslag uitbrengen.

 

Op het terrein hebben de Iraakse strijdkrachten tijdens het voorbije paasweekend nogmaals terrein gewonnen. Het mag duidelijk zijn, mevrouw Jadin, dat er inderdaad nog steeds 400 000 bewoners in Mosul aanwezig zijn. Dat is een kwart van het aantal bewoners van Mosul van voor de oorlog. Zij zitten vooral in wijken waar zich jihadisten bevinden. Zij worden geconfronteerd met een groot risico, niet alleen door het dichterbij komen van het front, waardoor het risico van collaterale schade veel groter wordt, maar vooral door de aanwezigheid van Daesh, IS, dat voor niets terugdeinst om zich te beschermen en burgers als levend schild gebruikt. Op Youtube vindt u tal van filmpjes – het zijn geen prettige beelden – waarop men ziet hoe IS mensen samendrijft op gevoelige plaatsen in de buurt van explosieven om zo een menselijk schild te bouwen.

 

Pour des raisons liées à la sécurité des opérations, je ne peux et je ne veux vous détailler ici l'ensemble des mesures de précaution prises pour éviter des pertes civiles. Cependant, ces mesures ont été exposées en détail lors de la commission de suivi des opérations, et ce à plusieurs reprises. Je vous invite à en parler à M. Thiéry qui pourra vous l'assurer, sans en dévoiler le contenu.

 

C'est nouveau pour vous, monsieur Van Hees mais c'est la Chambre qui décide de ces mesures; ce n'est pas moi qui décide. La coalition a pris les opérations à Mossoul, qui sont dirigées et exécutées par nos partenaires irakiens. Ceux-ci ont, tout autant que nous, la volonté de protéger leurs concitoyens et de permettre leur évacuation avec l'aide du Haut Commissariat aux réfugiés, en respectant le droit des conflits armés.

 

Comme déjà mentionné, l'enquête sur le drame du 17 mars est toujours en cours, mais les opérations belges ont repris comme avant. Les procédures et les règles établies sont destinées à éviter les victimes civiles et sont strictement appliquées par la coalition et par la Belgique en particulier. La Belgique a ses propres rules of engagement. Nous n'avons pas de raison de les modifier pour le moment.

 

Concernant l'attaque américaine du 7 avril 2017 sur la base aérienne syrienne, il s'agissait d'une action unilatéralement américaine. Cette action n'avait rien à voir avec la coalition. Actuellement, aucun élément n'indique un danger ou un risque d'escalade. Il faut d'ailleurs noter qu'à ce jour, la Russie et les États-Unis respectent leur engagement mutuel en matière de coordination ou de déconfliction des opérations menées dans la zone, afin d'éviter les incidents potentiels. La frappe américaine a cependant mené à suspendre temporairement les opérations de la coalition mais elles ont repris comme auparavant.

 

Ik zou nog eens willen aangeven wat er exact in de media is gezegd en in welke mate ik Didier Reynders al dan niet zou tegenspreken.

 

De heer Reynders heeft gezegd in zijn interview op de radio dat er geen politiek overleg is geweest over het opschorten van acties boven Syrië of Irak. Dat is ook zo. Dat heb ik ook gezegd. Ik heb gezegd dat er geen enkele unilaterale Belgische beslissing is geweest, in weerwil van wat journalisten daarvan op zondagmiddag willen maken. Er is geen enkele politieke beslissing geweest vanuit België om onze acties op te schorten. Feit is dat we niet alle dagen gevraagd worden om op deze of gene plaats te gaan vliegen en dat we op die specifieke dagen… Vrijdag, de dag na de aanval, heeft men ons niet gevraagd boven Syrië te vliegen.

 

Comme M. Hellings le sait aussi, le samedi est une journée dédiée à l'entretien. On ne vole pas. Des rapports mentionnent bien des survols de la Syrie le samedi et le dimanche dans la nuit mais comme je l'ai dit, la situation est suivie et évolue de minute en minute. C'est la coalition qui décide des actions. Vous pouvez chercher des contradictions au sein de ce gouvernement mais vous n'en trouverez pas sur cette question. On a dit exactement la même chose: aucune décision politique belge n'a été prise quant à la suspension de quoi que ce soit.

 

Wat het parket betreft, mijnheer De Vriendt, zal ik nogmaals proberen uit te leggen wat de procedure is. Vroeger had Defensie een eigen juridisch departement. Dat bestaat niet meer. Sindsdien zijn er andere procedures van toepassing. In de commissie achter gesloten deuren hebben we twee operaties toegelicht met behulp van beelden.

 

Het gaat hier niet om de explosie van 17 maart 2017. Daarvoor hebben we nog steeds geen bevestiging van betrokkenheid, noch een ontkenning. Het gaat om twee andere incidenten waarbij wij uit voorzorg gevraagd hebben aan de coalitie om even verder te kijken of er toch niet iets gebeurd zou kunnen zijn. Bovendien heeft Defensie de twee specifieke gevallen zelf gemeld aan het parket, dat uiteraard autonoom beslist om al dan niet een onderzoek te openen. Geen van beide dossiers die door Defensie aan het parket zijn gemeld en waarvan de bevindingen van de internationale coalitie aan het parket zijn overgelegd, hebben voor het parket aanleiding gegeven tot een nader onderzoek.

 

In essentie komt het erop neer dat de twee incidenten voor het parket geen incidenten meer zijn. De case is niet geopend, dus kan ze ook niet gesloten zijn. We zijn ook niet vrijgesproken. Er is geen onderzoek gebeurd, omdat het parket hiertoe geen aanleiding zag.

 

Tijdens de operaties boven Lybië en Afghanistan werden er geen klachten tegen onze militairen ingediend. Afgezien van het initiatiefrecht van het federale parket heeft Defensie in het verleden een beperkt aantal gevallen aan de gerechtelijke autoriteiten ter controle overgelegd. Het betreft hier incidenten van allerlei aard, zoals misdragingen van militairen tijdens hun operaties. Zoals in alle dossiers van het parket vallen de feiten zelf onder het geheim van het onderzoek, maar ik kan u bevestigen dat er bij ons weten tot op heden nog in geen enkel geval een vervolging werd ingesteld.

 

Dat soort onderzoek gebeurt trouwens niet alleen op initiatief van België, maar ook de coalitie kan op ieder moment een onafhankelijk onderzoek instellen.

 

Hoe dan ook, Defensie doet er alles aan om op een transparante wijze samen te werken met het federaal parket, volgens de procedure die al meermaals werd uiteengezet in de commissie voor de Opvolging van de Buitenlandse Zendingen. Ik heb u de procedure zopas nogmaals uitgelegd. Zij wordt door het federaal parket trouwens als dusdanig algemeen aanvaard. Mocht er ooit een onderzoek plaatsvinden, dan zal Defensie uiteraard alle informatie, al dan niet geheim, overleggen aan het parket.

 

Ik wil hierbij nogmaals onderstrepen dat de operaties van Defensie altijd worden uitgevoerd in overeenstemming met het operatieorder en het Belgische en internationale recht.

 

09.10  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik vind dat u meer publiek moet communiceren over de internationale operaties. Wij hebben die discussie al gevoerd. We kunnen daarbij discussiëren over wat wel en wat niet kan worden gecommuniceerd. Voor ons is de rode lijn de bescherming, de veiligheid van onze militairen, plus de effectiviteit van de operatie. Wanneer rekening wordt gehouden met die twee voorwaarden, kan veel meer publiek worden gezegd dan wat u vandaag doet. Ik meen dat u die stap moet zetten. Bijvoorbeeld, dat wij betrokken zijn bij een internationaal onderzoek naar mogelijke burgerslachtoffers, zouden wij eigenlijk van u als minister van Defensie moeten kunnen vernemen en niet van een journalist of via een of andere omweg als twitter.

 

Het staat buiten kijf voor mijn fractie dat de resultaten van het internationaal onderzoek publiek moeten worden gecommuniceerd, omdat het logisch is dat een land rekenschap aflegt over een bombardement of een militaire operatie. Als het misloopt of zelfs zwaar misloopt, meen ik dat dat de logica zelf is, al is het maar ter wille van de nabestaanden. Op die manier weten de nabestaanden op zijn minst welk land verantwoordelijk is voor het doden van hun familieleden.

 

Ten slotte, spreekt het voor zich dat we er alles aan moeten doen om burgerslachtoffers te vermijden. Groen is steeds zeer kritisch tegenover westerse militaire operaties. In sommige gevallen kan en moet het, maar in veel andere gevallen niet en is er veel meer politieke context nodig. Er is geen militaire quick fix voor complexe politieke problemen. Burgerslachtoffers verhogen alleen maar de kans op meer frustratie bij de bevolking, meer segregatie, meer afsplitsing en meer problemen in de toekomst. Na Al Qaeda kwam er IS en na IS misschien nog iets anders. U kent de redenering.

 

Mijn inschatting is dat de luchtmacht voorzichtig is. Laten we dat vooral zo houden.

 

09.11  Kattrin Jadin (MR): Monsieur le ministre, merci pour les informations détaillées que vous nous avez fournies aujourd'hui et pour avoir insisté sur certaines questions très importantes.

 

Il est difficile mais nécessaire de trouver le bon équilibre entre la protection de nos militaires sur place face aux opérations en cours. Il est également nécessaire de transmettre des informations et j'ai bien entendu que vous faites ce que vous estimez nécessaire dans la situation que nous connaissons. En ce qui concerne le contexte général, nous nous étonnons qu'à ce jour, nous devions toujours déplorer la situation à Mossoul pour laquelle nous devons trouver des solutions d'ordre militaire et humanitaire.

 

09.12  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Madame la présidente, monsieur le ministre, attendons de voir les résultats de l'enquête de la coalition pour en discuter à l'endroit adéquat pour revoir ou non les procédures. Je ne remets pas en cause à ce stade-ci la procédure en tant que telle et encore moins nos militaires tant que l'on ne connaît pas leur implication avec certitude.

 

Comme l'a dit M. De Vriendt, plus de transparence vous éviterait des mensonges et des propagandes des Russes, comme cela s'est vu il y a quelques mois, ou de Daech éventuellement, si dans ce cas-ci, la Belgique ne devait pas être impliquée.

 

Deuxièmement, hélas j'en viens au fond, les dommages collatéraux sont désastreux à plusieurs égards. Et ils seront de plus en plus nombreux à mesure que notre défense sera amenée à bombarder des zones densément peuplées comme l'est Mossoul, là où s'est produit le dommage collatéral de cent personnes touchées. C'est désastreux pour les personnes concernées et les personnes qui ont perdu les membres de leur famille dans les bombardements. C'est désastreux pour la légitimité politique des frappes au sol et encore pour l'efficacité politique de la mission des ordres Falcon elle-même. Pourquoi? Parce que comment expliquer aux sunnites de Mossoul qu'on les libère de Daech alors que la coalition est visiblement responsable de la mort de centaines de civils, ces mêmes sunnites que nous sommes censés libérer? L'enjeu stratégique doit faire l'objet d'une réflexion.

 

Vous savez que nous sommes totalement opposés à l'idée de cette convention entre la Russie et la coalition. Cela nous rend dépendant des Russes tout comme du régime de Bachar el-Assad, ce qui est, à mes yeux, inadmissible. Je rappellerais aux collègues que la principale force de Daech est politique. C'est une secte. Elle dispose de combattants extrêmement motivés, prêts à se faire exploser, en utilisant des armes y compris des armes de guerre et des explosifs. Mais Daech ne dispose pas d'une aviation, ni de missile ni d'arme chimique, du moins en grandes quantités, et n'a pas de barils de poudre à déverser par son aviation sur Alep, ville-martyre, par exemple.

 

Le régime de Bachar el-Assad les a. Donc si je pense qu'il faut pouvoir trouver une solution politique, la solution politique contre Daech ne passera pas sans mettre fin à un régime qui méprise les sunnites, qui les relègue au second plan et qui fait en sorte aujourd'hui que ces sunnites sont malheureusement tentés de rejoindre les rangs de l'État islamique. C'est ce processus-là qu'il faut qu'on puisse aider à combattre plutôt que de l'amplifier. Malheureusement, je pense que les bombardements aujourd'hui avec les victimes collatérales vont encore amplifier l'attractivité de Daech ou, comme l'a dit M. De Vriendt, de son successeur.

 

09.13  Marco Van Hees (PTB-GO!): Monsieur le ministre, merci pour vos différentes réponses et non-réponses.

 

Vous nous dites qu'il faut attendre le rapport officiel. Je me demande qui le rédige, ce rapport officiel. S'agira-t-il d'un rapport indépendant? Je pense que l'indépendance d'un rapport de ce genre serait souhaitable.

 

09.14  Steven Vandeput, ministre: Combien de fois dois-je répéter que c'est la coalition qui fera rapport? Monsieur Van Hees, je l'ai dit dans la presse au minimum vingt fois; je l'ai dit ici au parlement au minimum cinq fois. Je ne sais pas combien de fois vous devez l'entendre pour l'assimiler!

 

09.15  Marco Van Hees (PTB-GO!): J'entends ce que vous dites. C'est bien la coalition. Donc, ce ne sera pas un rapport indépendant! C'est cela la conclusion. Un rapport sous l'égide de l'ONU aurait été un rapport indépendant. Ici, on n'aura pas de rapport indépendant.

 

Concernant le délai, il faut attendre un mois. Ce genre d'enquête prend visiblement du temps. Cela fait déjà un mois qu'on attend ce rapport. Mais apparemment, quand il y a une attaque chimique, là, on sait directement, du jour au lendemain, qui l'a faite. Là, tout est directement clair. Par contre, dans un autre cas, ce n'est pas comme cela. Je m'étonne quand même de ces différences de traitement. Soit il y a un problème d'un côté, soit de l'autre.

 

Vous nous dites qu'il n'y a pas de risque d'escalade. J'aimerais vous croire, monsieur le ministre. Il n'y aurait pas de risque d'escalade avec les États-Unis et la Russie notamment. Malheureusement, moi, je suis un peu moins optimiste. C'est vrai que l'imprévisibilité du président américain qu'on voit dans plusieurs dossiers doit quand même nous inquiéter. Je suppose que cela vous inquiète aussi, monsieur le ministre, parfois, de temps en temps, quand vous y réfléchissez, si vous y réfléchissez.

 

Évidemment, le problème – et nous avons déjà eu l'occasion d'en débattre –, c'est votre absence de transparence. C'est un problème important.

 

Cette opacité n'est pas justifiée. Si c'est la sécurité qui la justifie, comment se fait-il que d'autres pays qui ont parfois un rôle plus important sont beaucoup plus transparents que la Belgique? C'est assez incompréhensible. Monsieur le ministre, on ne peut qu'en conclure que vous avez des choses à cacher!

 

09.16  Steven Vandeput, ministre: (…)

 

09.17  Marco Van Hees (PTB-GO!): Il y a plein de pays qui sont plus transparents. Je vous en ai un jour donné la liste, je peux vous la redonner s'il le faut.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 17615 van mevrouw Jadin en vraag nr. 17810 van mevrouw Fernandez Fernandez worden omgezet in schriftelijke vragen.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.15 uur.

La réunion publique de commission est levée à 17.15 heures.