Commissie voor de Justitie

Commission de la Justice

 

van

 

Woensdag 21 juni 2017

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 21 juin 2017

 

Après-midi

 

______

 

 


La réunion publique de commission est ouverte à 14.26 heures et présidée par M. Philippe Goffin.

De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.26 uur en voorgezeten door de heer Philippe Goffin.

 

01 Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie over "de onderzoeken naar asbestverwerking" (nr. 19350)

01 Question de M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice sur "les enquêtes relatives au désamiantage" (n° 19350)

 

01.01  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, verschillende media berichtten een paar weken geleden over wanpraktijken bij het verwijderen van asbest. Zowel bij de afbraakwerken zelf als bij het ruimen van het asbest werden klaarblijkelijk alle regels met voeten getreden. Twee getuigen, ex-werknemers van een bedrijf uit Zwevegem, zouden ongeveer een jaar geleden naar het gerecht gestapt zijn. Er zou onder meer een lijst overgemaakt zijn met de plaatsen waar het afval werd gedumpt. Er zouden nog maar weinig onderzoeksdaden gesteld zijn, onder meer door ziekte van de speurders.

 

Een ander onderzoek gaat over valse metingsrapporten. Een asbestverwijderaar zou rapporten gemaakt hebben in naam van een erkend lab en zo de metingen hebben vervalst.

 

Hoeveel overtredingen inzake het verwijderen en verwerken van asbest zijn er de laatste vijf jaar vastgesteld? Hoe vaak kwam het tot een veroordeling? Wat was de strafmaat?

 

Hoeveel onderzoeken lopen er momenteel naar misdrijven inzake asbestverwerking?

 

In welke mate zijn deze lopende onderzoeken prioritair voor de parketten?

 

Is het juist dat het onderzoek naar het Zwevegems bedrijf vertraging heeft opgelopen? Was dit inderdaad deels te wijten aan ziekte bij de speurders? Zo ja, kan er niet in vervanging worden voorzien in dit onderzoek?

 

Wanneer verwacht het parket dit onderzoek te kunnen afronden?

 

01.02 Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van Hecke, het blijkt niet mogelijk om statistisch relevante cijfers te verschaffen, omdat er geen specifieke preventiecode voor asbestverwijdering bestaat in het dossierregistratiesysteem van het openbaar ministerie. Het College van procureurs-generaal liet mij evenwel weten dat uit een korte bevraging van de parketten blijkt dat er in deze materie enkele dossiers hangende zijn.

 

Met betrekking tot de afhandeling van dergelijke inbreuken stelt het openbaar ministerie dat wanneer de feiten in lopende onderzoeken komen vast te staan, er in principe een gevolg aan zal worden verleend.

 

Aangezien het onderzoek naar het Zwevegems bedrijf een lopend strafrechtelijk onderzoek is, zult u begrijpen dat, gelet op het geheim van het strafonderzoek, daarover geen gegevens kunnen worden verstrekt.

 

01.03  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het laatste antwoord is natuurlijk het standaardantwoord dat wij krijgen. Ik begrijp dat ook wel, maar ik denk dat het toch wel belangrijk is. Wij hebben de reportage gezien. Het duurt reeds een jaar en na de reportage schiet iedereen in actie. Dat ligt daar reeds een jaar, opgeslagen zoals het niet hoort, met alle gevolgen van dien. En pas na een reportage gaat men over tot actie.

 

Misschien moeten we toch een signaal geven aan het College van procureurs-generaal. Als zulke misdrijven worden vastgesteld, waarbij wij weten dat het gaat over stoffen die een heel zware impact kunnen hebben op de volksgezondheid, moet men deze als een absolute prioriteit beschouwen en mag men die dossiers niet zomaar laten liggen, ook niet als toevallig eens een speurder ziek is.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie over "het raadplegen van de registers voor vertalers/tolken en gerechtsdeskundigen" (nr. 19355)

02 Question de M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice sur "la consultation des registres des traducteurs/interprètes et experts judiciaires" (n° 19355)

 

02.01  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, sinds 1 december 2016 zijn de nationale registers voor vertalers/tolken en gerechtsdeskundigen van kracht. In een eerste fase was er een tijdelijke registratie op basis van overgangsbepalingen. Sinds maart 2017 zou een definitief register zijn ingesteld. Geïnteresseerden registreren zich via eDeposit.

 

De wet die de modaliteiten hiervan bepaalt werd dit voorjaar nog gewijzigd. Hierin wordt uitdrukkelijk vermeld dat dit register vrij kan worden geraadpleegd op de website van de FOD Justitie.

 

Op het moment dat ik de vraag indiende was dit niet het geval. Ik heb nu niet gecheckt of dat nog steeds zo is, maar die openheid is er dus niet, ondanks het feit dat de wet dit uitdrukkelijk bepaalt.

 

Hoe verklaart u dat op dit moment het tijdelijk register niet vrij raad te plegen is op de website? Is er een andere manier voor burgers om momenteel het register te kunnen raadplegen? Wanneer zal het register op de website van de FOD Justitie worden geplaatst?

 

02.02 Minister Koen Geens: Het register voor vertalers/tolken en gerechtsdeskundigen wordt opgesteld en uitgerold voor de gebruikers in een stappenplan over verschillende jaren.

 

In 2016 hebben mijn diensten zich geconcentreerd op de ontwikkeling van de registratiemodule voor het overgangsregister. Deze functionaliteit is in productie gegaan in november 2016. Vanaf die datum kunnen de experts hun aanvraag voor opname in het register indienen.

 

In 2017 wordt de nadruk gelegd op de koppeling met het MaCH-systeem, de businessapplicatie van de rechterlijke orde. Zo kon het overgangsregister zeer recent, vanaf 15 juni 2017, voor de magistratuur worden opengesteld.

 

Om het gebruik te vergemakkelijken zal in het laatste kwartaal van 2017 worden gestart met de geavanceerde zoekfunctionaliteiten. Intussen worden de ingediende aanvragen progressief gecontroleerd op basis van de kwaliteitscriteria die in het definitieve register zijn ingebouwd. Deze overgangsperiode laat de deskundigen toe zich te conformeren aan de kwaliteitsvereisten.

 

Voor 2018 staat het verspreid gebruik van dit register naar de politie en daarna naar een breder publiek op de agenda, dit op voorwaarde dat tegen dan een significant aantal experts, tolken, vertalers en vertalers/tolken zijn opgenomen.

 

Wetende dat er vandaag al 1 586 gerechtsdeskundigen en 1 238 tolken, vertalers en vertalers/tolken hun aanvraag voor opname in het definitief register indienden en Justitie vandaag al op vele kwaliteitsvolle deskundigen kan rekenen, zal dat geen probleem zijn.

 

02.03  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, als we wetten goedkeuren, dan denken we dat die altijd in uitvoering gaan, tenzij in de wet uitdrukkelijk is bepaald dat zekere bepalingen later in werking zullen treden. Maar de wet was vrij duidelijk dat het register vrij te raadplegen is op de website van de federale overheidsdienst. Uit uw antwoord kan ik afleiden dat dit bijvoorbeeld nu het geval is of dat er een openbaarheid is wat de magistraten betreft, voor de politie zal dit maar toegankelijk zijn vanaf 2018 en pas nadien voor het bredere publiek. Ik denk niet dat dit conform de letter noch de geest is van de wet die wij in deze Kamer hebben goedgekeurd.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: De vragen nrs. 19360 en 19362 van mevrouw Uyttersprot worden uitgesteld alsook de samengevoegde vragen nrs. 19361 van mevrouw Uyttersprot en 19446 van mevrouw Van Cauter. Vraag nr. 19363 van mevrouw Uyttersprot wordt omgezet in een schriftelijke vraag. Vraag nr. 19364 van mevrouw Uyttersprot wordt uitgesteld.

 

03 Vraag van de heer Alain Top aan de minister van Justitie over "de interpretatie van het artikel 577-11, § 2 van het Burgerlijk Wetboek betreffende de verkoop van onroerende goederen" (nr. 19375)

03 Question de M. Alain Top au ministre de la Justice sur "l'interprétation de l'article 577-11, § 2 du Code civil concernant la vente de biens immobiliers" (n° 19375)

 

03.01  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, bij een verkoop van een onroerend goed in bijvoorbeeld een appartementsgebouw waar eveneens een gedeelte in de gemeenschappelijke delen van het gebouw mee wordt verkocht, bestaat de mogelijkheid dat er tussen de ondertekening van de verkoopsovereenkomst en het verlijden van de notariële akte van de aankoop van het onroerend goed een algemene vergadering wordt samengeroepen waarbij het reservefonds kan worden verhoogd.

 

Het zou kunnen dat de potentiële koper hiervan niet op de hoogte wordt gesteld en ook geen volmacht ontvangt voor die vergadering. Nochtans stelt de wet dat de koper moet worden geïnformeerd of uitgenodigd. Ik krijg dan ook graag een antwoord op de volgende vragen.

 

Welke interpretatie van de wet is de correcte? Zou de koper op de hoogte moeten worden gesteld of is dat niet noodzakelijk?

 

Spreken wij hier over een dode hoek in de wet, waardoor de interpretatie kan wijzigen?

 

Werd de interpretatie doorheen de jaren gewijzigd?

 

Hoe kan er een conforme interpretatie zijn zodoende dat de bovenstaande zaken niet meer voorvallen voor andere burgers in onze samenleving?

 

03.02 Minister Koen Geens: Mijnheer Top, artikel 577-11 §2.2 van het Burgerlijk Wetboek voorziet er expliciet in dat de notaris aan de syndicus een staat van oproepen tot kapitaalinbreng, die door de algemene vergadering van de mede-eigenaars is goedgekeurd vóór de vaste datum van de eigendomsoverdracht, alsook de kostprijs van de dringende werkzaamheden, waarvan de syndicus pas na die datum om betaling heeft verzocht, moet vragen en moet bezorgen aan de verkrijger. Het gaat in deze bepaling zowel om oproepen tot stijving van het reservefonds als om oproepingen tot stijving van het werkingsfonds.

 

De wet zelf bepaalt dat het moet gaan om kosten, goedgekeurd vóór de vaste datum van de eigendomsoverdracht. Dit gebeurt in de meeste gevallen door het verlijden van de authentieke akte. Het verkrijgen van vaste datum en het verlijden van de authentieke akte vallen dus meestal samen.

 

Voordat de overdracht vaste datum heeft verkregen, zal de nieuwe eigenaar meestal niet worden uitgenodigd voor  de algemene vergadering. Doch via de notaris, die de syndicus hiertoe heeft aangeschreven, zal hij wel worden geïnformeerd over de kosten die hem te wachten staan.

 

In geval nu een algemene vergadering zou plaatsgrijpen tussen het sluiten van de overeenkomst en het verlijden van de authentieke akte, en de verkrijger beschikte over een volmacht om deel te nemen aan die algemene vergadering – hij was derhalve reeds uitgenodigd -, zal hij verplicht zijn tot betaling van de buitengewone lasten en de oproepen tot kapitaalinbreng waartoe die algemene vergadering heeft besloten. Zie daarvoor hetzelfde artikel 577-11 §2, zesde lid van het Burgerlijk Wetboek.

 

Zo hij niet aan de algemene vergadering heeft deelgenomen, zal hij desgevallend toch gehouden zijn tot de kosten, die zijn goedgekeurd door de algemene vergadering vóór de vaste datum van de overdracht, maar die pas nadien – na de algemene vergadering – opeisbaar zijn geworden.

 

Derhalve is hier geen sprake van een dode hoek in de wet. De koper wordt immers op de hoogte gebracht van de kosten van vóór de overdracht, die hem te wachten staan, inclusief de kosten betreffende het reservefonds en het kapitaalfonds. Als hij op een algemene vergadering was uitgenodigd, die heeft plaatsgegrepen tussen de overeenkomst en het verlijden van de verkoopakte, zal hij moeten ingaan op de oproepen tot kapitaalinbreng.

 

Er is hier geen sprake van interpretatiewijzigingen door de jaren heen. Er zijn ons ook geen noemenswaardige gevallen bekend die aanleiding hebben gegeven tot meerdere interpretaties of discussies.

 

03.03  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, ik dank u voor de omstandige uitleg en beschrijving. Ik meen goed te hebben begrepen dat er geen interpretatieverschil is en er dan ook geen dode hoek is qua interpretatie tussen het onderschrijven van een verkoopsovereenkomst en het verlijden van de authentieke akte zelf.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: Les questions nos 19452 et 19453 de M. Jean-Jacques Flahaux sont transformées en questions écrites.

 

04 Question de M. Philippe Goffin au ministre de la Justice sur "l'investissement massif dans le matériel informatique et l'utilisation de la vidéoconférence" (n° 19454)

04 Vraag van de heer Philippe Goffin aan de minister van Justitie over "de massale investering in computermateriaal en het gebruik van videoconferencing" (nr. 19454)

 

04.01  Philippe Goffin (MR): Monsieur le ministre, vous avez récemment annoncé un investissement massif dans le matériel informatique pour la Justice: un budget de 750 000 euros a été débloqué pour l’achat de 6 000 ordinateurs portables à destination de la moitié des membres du personnel de l’ordre judiciaire. Certains disent que cet investissement n'a pas beaucoup d'importance; je considère que c'est l'inverse, et qu'au contraire, il est essentiel pour faire entrer la Justice dans le XXIe siècle.

 

La vidéoconférence pourra désormais être utilisée entre membres de l’ordre judiciaire, pour des réunions par exemple. L’objectif de cet investissement est également de concrétiser les audiences par vidéoconférence devant les juridictions d’instruction. Ce nouveau système de comparution des inculpés doit, je le rappelle, entrer en vigueur le 1er septembre 2017. Monsieur le ministre, je souhaiterais vous poser quelques questions concrètes sur cet investissement en matériel informatique.

 

L’achat de 6 000 nouveaux ordinateurs portables a-t-il déjà été effectué? À quelle échéance ce matériel est-il, serait-il ou sera-t-il déployé? Comment ce nouveau matériel a-t-il été ou sera-t-il réparti au sein du personnel judiciaire? Quelles perspectives cet investissement dans le matériel informatique doit-il ouvrir? Quels sont ses objectifs concrets, outre l’utilisation de la vidéoconférence? Comment les audiences par vidéoconférence devant les juridictions d’instruction seront-elles organisées en pratique? Quelles en seront les modalités, notamment concernant la place de l’avocat, la possibilité pour celui-ci de s’entretenir confidentiellement avec son client et la possibilité de consulter le dossier?

 

04.02  Koen Geens, ministre: Monsieur Goffin, l'achat de 6 037 nouveaux ordinateurs portables a été effectué fin novembre 2016. 60 % de ces ordinateurs ont déjà été distribués depuis lors. Ces nouveaux ordinateurs portables remplacent en premier lieu les anciennes machines, qui datent déjà de 2009-2011, des magistrats, greffiers en chef, greffiers, secrétaires, secrétaires en chef et secrétaires chefs de service. Ces nouveaux ordinateurs sont plus performants et garantissent la continuité du support technique. Cette opération de remplacement est prioritaire.

 

L'objectif concret du remplacement par des nouveaux portables est de permettre aux magistrats, greffiers en chef et greffiers d'être mieux aidés dans leur travail grâce à un outil plus efficace et rapide. Les nouveaux portables sont équipés, pour des communications interpersonnelles professionnelles, de l'application Skype for Business comme outil de vidéoconférence de base.

 

L'investissement de 750 000 euros n'est pas lié à l'achat de ces 6 000 ordinateurs portables dans le cadre du programme de modernisation des ordinateurs portables. Il concerne des investissements qui nous permettent d'étendre aux autres ressorts le projet pilote en matière de vidéoconférence dans des affaires civiles qui, depuis quelques années déjà, se déroule avec succès au niveau de la cour d'appel d'Anvers, en liaison avec les installations techniques du palais de justice de Hasselt. L'usage de cette vidéoconférence a lieu à la demande des parties.

 

Le projet d'utiliser la vidéoconférence pour les comparutions en chambre du conseil est provisoirement suspendu en attendant l'arrêt de la Cour constitutionnelle. Avocats.be a intenté une procédure contre la loi qui avait été adoptée après examen au sein de cette commission. J'attends l'arrêt de la Cour constitutionnelle avant de faire une quelconque déclaration sur l'exécution ultérieure de la loi.

 

04.03  Philippe Goffin (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie.

 

Comme je le disais, cet investissement important en matériel informatique est utile. Nous pouvons peut-être regretter, vu le climat ambiant, que cela n'ait pas été suffisamment diffusé. Nous veillerons à ce que ce soit rappelé lorsque nécessaire.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Question de M. Philippe Goffin au ministre de la Justice sur "l'impact de la réforme des cantons judiciaires sur la délimitation des arrondissements judiciaires et la répartition des affaires des tribunaux de première instance" (n° 19455)

05 Vraag van de heer Philippe Goffin aan de minister van Justitie over "de impact van de hervorming van de gerechtelijke kantons op de afbakening van de gerechtelijke arrondissementen en de verdeling van de rechtszaken van de rechtbanken van eerste aanleg" (nr. 19455)

 

05.01  Philippe Goffin (MR): Monsieur le ministre, la réforme annoncée des cantons judiciaires suscite de nombreuses questions, qui sont tout autant de preuves de l'intérêt porté à la juridiction de proximité qu'est la justice de paix. Sans revenir sur les raisons ou les modalités de la réforme, je souhaite souligner un de ses effets collatéraux.

 

En effet, les cantons judiciaires servent à définir les arrondissements judiciaires. Pour la province de Liège, par exemple, l'annexe du Code judiciaire concernant les limites territoriales et le siège des cours et tribunaux stipule que "les cantons judiciaires de la province de Liège, à l'exception des cantons de Saint-Vith et d'Eupen, forment un arrondissement judiciaire."

 

Par ailleurs, les cantons judiciaires servent à définir la compétence territoriale des divisions des tribunaux de première instance. Ainsi, à nouveau pour prendre l'exemple du tribunal de première instance de Liège, conformément à l'article 186 du Code judiciaire, un arrêté royal du 16 février 2016 fixe le règlement de répartition des affaires comme suit:

 

"Art. 1er. Le tribunal de première instance de Liège est réparti en trois divisions.

 

La première a son siège à Liège et exerce sa juridiction sur le territoire des cantons de Fléron, de Grâce-Hollogne, de Herstal, des quatre cantons de Liège, des cantons de Saint-Nicolas, de Seraing, de Sprimont, de Visé et de Waremme.

 

La deuxième a son siège à Huy et exerce sa juridiction sur les cantons de Hamoir, le premier canton de Huy et le second canton de Huy-Hannut.

 

La troisième a son siège à Verviers et exerce sa juridiction sur le territoire des cantons de Limbourg-Aubel, de Malmedy-Spa-Stavelot, du premier canton de Verviers-Herve et du second canton de Verviers."

 

La suppression de certains cantons et la redéfinition des cantons subsistants a donc des conséquences sur la définition des arrondissements judiciaires et la compétence territoriale des divisions des tribunaux de première instance. Ces deux aspects devront être adaptés selon la nouvelle carte des cantons judiciaires.

 

Dès lors, monsieur le ministre, je souhaite vous soumettre les questions suivantes.

 

La redéfinition des arrondissements judiciaires suite à la réforme des cantons a-t-elle déjà fait l'objet d'une réflexion au sein du gouvernement? Les cours et tribunaux ont-ils été consultés? Tous les arrondissements judiciaires doivent-ils être adaptés suite à la réforme des cantons? Quels critères seront-ils pris en compte à cet effet?

 

L'adaptation de la compétence territoriale des divisions des tribunaux de première instance suite à la réforme des cantons a-t-elle déjà fait l'objet d'une réflexion au sein du gouvernement? Les cours et tribunaux ont-ils été consultés? Dans quels tribunaux de première instance la répartition des affaires doit-elle faire l'objet d'une révision suite à la réforme des cantons? Sur quelle base cette révision est-elle opérée? Quels critères sont-ils pris en compte à cet effet?

 

05.02  Koen Geens, ministre: Monsieur Goffin, la réforme des cantons judiciaires n'apporte pas de modification des frontières des arrondissements judiciaires. Dès lors que le territoire des arrondissements est défini à l'annexe sur la base des cantons judiciaires, les adaptations d'appellations de ces derniers sont prévues dans l'article 4 de l'annexe du Code judiciaire. Le projet de loi relatif aux justices de paix sera incessamment soumis au Conseil des ministres et inclura ces adaptations.

 

En revanche, la suppression de certains cantons et le redécoupage d'autres cantons dans le cadre de la réforme peuvent avoir pour conséquence dans certains cas de faire passer certaines communes d'une division d'un tribunal de première instance à une autre. Les arrondissements judiciaires concernés par ces transferts de communes d'une division à une autre sont ceux d'Anvers, Flandre orientale, Flandre occidentale, Liège, Charleroi et Luxembourg.

 

Les transferts de communes d'une division à une autre ont un impact principalement sur la division du tribunal de première instance concernée qui sera compétente pour connaître de l'appel d'une décision d'une justice de paix.

 

Les modifications au projet des cantons judiciaires ont été arrêtées en concertation étroite avec les présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police ainsi qu'avec les présidents des tribunaux de première instance francophones et néerlandophones de Bruxelles et du tribunal de première instance d'Eupen.

 

On peut assumer que, les présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police ayant émis des propositions, ils se sont concertés avec leurs collègues des tribunaux de première instance.

 

Ces modifications impliqueront d'adapter l'arrêté royal du 14 mars 2014 relatif à la répartition des divisions des cours du travail, des tribunaux de première instance, des tribunaux de travail, des tribunaux de commerce et des tribunaux de police ainsi que l'article 1er de certains règlements de répartition à ce jour en vigueur.

 

Pour l'instant, seuls les tribunaux de première instance d'Anvers, de Liège, de Namur et de Flandre orientale ont un règlement de répartition des affaires. Il appartiendra, le cas échéant, aux présidents des différents tribunaux de première instance de faire une proposition de règlement de répartition des affaires tenant compte de ces changements de territoires et de divisions ou une proposition d'adaptation de leur règlement existant s'ils estiment que les changements précités ont un impact sur la répartition de leurs affaires.

 

05.03  Philippe Goffin (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour ces précisions bien utiles.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: La question n° 19496 de Mme Kristien Van Vaerenbergh est transformée en question écrite.

 

La réunion publique de commission est levée à 14.47 heures.

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.47 uur.