Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen

Commission des Relations extérieures

 

van

 

Woensdag 21 juni 2017

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 21 juin 2017

 

Après-midi

 

______

 

 


Le développement des questions et interpellations commence à 16.09 heures. La réunion est présidée par Mme Kattrin Jadin.

De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 16.09 uur. De vergadering wordt voorgezeten door mevrouw Kattrin Jadin.

 

01 Questions jointes de

- M. Stéphane Crusnière au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la situation actuelle au Venezuela" (n° 17986)

- Mme Kattrin Jadin au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la situation au Venezuela" (n° 18184)

- Mme Rita Bellens au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la situation au Venezuela" (n° 18717)

- M. Gilles Vanden Burre au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la crise au Venezuela" (n° 19051)

01 Samengevoegde vragen van

- de heer Stéphane Crusnière aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de huidige toestand in Venezuela" (nr. 17986)

- mevrouw Kattrin Jadin aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de toestand in Venezuela" (nr. 18184)

- mevrouw Rita Bellens aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de situatie in Venezuela" (nr. 18717)

- de heer Gilles Vanden Burre aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de crisis in Venezuela" (nr. 19051)

 

01.01  Stéphane Crusnière (PS): Madame la présidente, monsieur le ministre, je me permets de vous interroger concernant la situation actuelle au Venezuela.

 

Le pays doit en effet faire face à une crise économique profonde. De nombreux produits de base tels que des médicaments ne sont plus disponibles. À cette crise économique, il s'est greffé une crise politique et institutionnelle.

 

Élu en avril 2014, le président Maduro a très vite vu sa cote de popularité s'effondrer. À la fin de l'année 2015, l'opposition est devenue majoritaire au parlement. Depuis lors, la légitimité du président est remise en question. Un regain de tensions a pu être observé ces dernières semaines. Plusieurs manifestations organisées par les partis d'opposition en vue de la destitution du président ont toutes été très durement réprimées. De nombreuses arrestations arbitraires de membres de l'opposition ont pu être dénombrées.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous tout d'abord me donner les derniers éléments en votre possession concernant la situation au Venezuela? Une aide humanitaire, notamment concernant les produits de base, est-elle envisagée au niveau européen?

 

01.02  Kattrin Jadin (MR): Monsieur le ministre, j'ai déposé une question sur le même sujet.

 

La situation ayant déjà été résumée, j'aurais aimé connaître la position de notre pays la concernant. Quels sont nos partenaires dans la région? La sécurité de nos concitoyens est-elle compromise?

 

01.03  Rita Bellens (N-VA): Mevrouw de voorzitter, ik zal niet de hele context herhalen, de andere vraagstellers vóór mij hebben dat al gedaan.

 

Mijnheer de minister, ik heb gewoon enkele vragen naar het standpunt van de regering over de situatie in Venezuela, de situatie van onze landgenoten op dit moment en de manier waarop wij hen ter plaatse kunnen ondersteunen.

 

Op welke manier kan ons land een aantal organisaties die in het land actief zijn, bijstaan?

 

Zijn wij al dan niet in samenwerking met Europa van plan humanitaire hulp te sturen?

 

Venezuela heeft wel wat schulden, ook bij ons. Weet u over hoeveel schulden het gaat? Wat doen wij om onze positie te verzekeren? Het is immers niet onmogelijk dat Venezuela een soort uitverkoop houdt, om zijn schulden af te betalen.

 

01.04  Didier Reynders, ministre: Madame la présidente, je vous remercie.

 

Je partage la préoccupation des membres de la commission quant à la situation du Venezuela, dont j'ai fait part au travers d'un communiqué publié le 24 avril dernier.

 

Les rapports dont je dispose confirment que la situation continue à se détériorer aux niveaux politique et socio-économique. Les manifestations de protestation menées par l'opposition depuis le 1er avril dernier ont fait, à ce jour, au moins 67 morts et des centaines de personnes ont été arrêtées. Mes services suivent la situation de près tant sur place à Caracas que dans les enceintes multilatérales. Le pays est en récession pour la quatrième année consécutive. On parle d'une récession de 12 %. L'inflation avoisine 700 % par an. Le déficit budgétaire atteint plus de 20 % (par rapport au PIB) et les salaires ne cessent de baisser. La majorité de la population est frappée par une grave crise humanitaire et le taux de pauvreté a doublé en un an, passant de 48 à 82 %. La part d'extrême pauvreté est quant à elle passée à 49 %.

 

Une aide humanitaire est rendue difficile par le refus du gouvernement de reconnaître l'existence d'une crise humanitaire. Néanmoins, l'Union européenne a soutenu l'ONG Caritas à hauteur de 300 000 euros pour fournir de la nourriture aux personnes les plus vulnérables de la population dans quatre États du Venezuela. Par ailleurs, treize projets subsistant de la coopération bilatérale entre l'Union européenne et le Venezuela ayant pris fin en 2013 sont toujours en cours à hauteur de 6,5 millions d'euros - soutien aux autorités locales, aux universités et à la société civile.

 

La Belgique soutient pleinement les conclusions du Conseil des Affaires étrangères de l'Union européenne du 15 mai 2017 au travers desquelles l'Union constate qu'au cours des dix derniers mois, les efforts de médiation n'ont pas produit les résultats escomptés. L'Union européenne attend de tous les acteurs et de toutes les institutions politiques du Venezuela qu'ils oeuvrent dans un esprit constructif à la recherche d'une solution à la crise que connaît le pays, dans le plein respect de l'État de droit, des droits de l'homme et de la séparation des pouvoirs qui permettent d'établir un calendrier électoral afin que le peuple vénézuélien puisse exprimer sa volonté de manière démocratique.

 

La libération des opposants politiques emprisonnés et le respect des droits constitutionnels de tous les acteurs politiques de voter et de participer aux élections constituent également des mesures déterminantes pour instaurer la confiance et aider le pays à restaurer sa stabilité politique. L'UE appelle résolument à ce que la coopération extérieure soit facilitée afin de répondre aux besoins les plus urgents de la population.

 

Via de Europese Unie hebben we partnerschappen in het gebied met Mercosur en met CELAG. Die organisaties kunnen wellicht een matigende invloed uitoefenen, maar ze zijn ook afhankelijk van de goodwill aan Venezolaanse kant. Ik heb contact gehad met enkele collega’s in de regio om daarover van gedachten te wisselen en ze hebben dezelfde bekommernis.

 

Bij mijn weten werd de veiligheid van Belgische onderdanen in Venezuela niet rechtstreeks bedreigd. Het reisadvies dat wordt gepubliceerd op de website van mijn departement, raadt alle niet-essentiële reizen naar Venezuela af. Het aantal Belgen dat in Venezuela verblijft en ingeschreven is in het consulair register, is binnen een periode van zes maanden sterk gedaald van 539 in november 2016 naar 239 op dit ogenblik. Hoewel geen van hen zich bij het diplomatiek bureau in Caracas heeft gemeld, wordt de situatie van nabij gevolgd door dat bureau en ook door de Belgische ambassadeur die Venezuela binnen zijn rechtsgebied heeft en in Bogota verblijft, dit in coördinatie met andere EU-lidstaten die in Caracas zijn vertegenwoordigd.

 

De vraag of Venezuela al dan niet schulden heeft bij België, behoort tot de bevoegdheid van het departement van Financiën. Ik denk niet dat dit het geval is, maar ik zal de minister van Financiën vragen om u daarover rechtstreeks een antwoord te geven, mevrouw Bellens.

 

01.05  Stéphane Crusnière (PS): Je remercie monsieur le ministre pour ces réponses.

 

01.06  Kattrin Jadin (MR): Moi aussi.

 

01.07  Rita Bellens (N-VA): Mijnheer de minister, de protesten tegen president Maduro zijn een binnenlandse aangelegenheid, waarmee wij ons niet te bemoeien hebben. Wat wij ons wel moeten afvragen, is wat er na de heer Maduro zal gebeuren. De problemen in Colombia raken stilaan opgelost, de regio kan zich niet permitteren om opnieuw een aantal decennia een onstabiele en vervallen staat te kennen.

 

Wat de risico's op uitverkoop van de zwaar genationaliseerde economie betreft, er bestaan vermoedens dat de mislukte legale coup van het hooggerechtshof eigenlijk een manier zou zijn geweest om controle te krijgen over het parlement om op die manier schuldeisers te kunnen uitbetalen. Onder meer de Russische energiereus Rosneft wordt in dat verband genoemd als een grote schuldeiser.

 

Dus niet alleen de vrijwaring van de democratie en het respect voor de rechtsstaat staan daar op het spel, ook het economisch overleven van het land. Als al het potentieel van het land wordt uitgedeeld aan mogelijke schuldeisers, staat de welvaart van de burgers in Venezuela immers op de helling. Dat is iets wat ons toch zorgen moet baren.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Vraag van mevrouw Rita Bellens aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "Moldavië en de EEU" (nr. 18035)

02 Question de Mme Rita Bellens au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la Moldavie et l'UEEA" (n° 18035)

 

02.01  Rita Bellens (N-VA): Mijnheer de minister, Moldavië begint onder president Dodon een steeds meer pro-Russische koers te varen. Niet elke partij in Moldavië is het daarmee eens en de president botst geregeld met zijn premier.

 

Onlangs heeft Moldavië op vraag van de president de status van waarnemer gekregen op de vergaderingen van Euraziatische Economische Unie (EEU), eigenlijk de Russische tegenhanger van de EU. Dat lijkt een beetje te wijzen op toenadering tussen Moldavië en Rusland. Tegelijkertijd heeft Moldavië ook het associatieverdrag met de EU getekend. Dat zou Dodon dan blijkbaar liever opgezegd zien.

 

Mijnheer de minister, ik heb een paar vragen voor u.

 

Wat is momenteel de status van Moldavië ten opzichte van de EU? Onder welke voorwaarden kan Moldavië kandidaat zijn om tot de EU toe te treden?

 

Wat is het standpunt van onze regering ten opzichte van het waarnemersstatuut dat Moldavië in de EEU heeft gekregen? Acht de minister en uiteraard ook de Europese Unie het wenselijk dat Moldavië lid wordt van die EEU? Waarom wel of niet?

 

Is het mogelijk voor een land om een associatieverdrag te hebben met de twee? Is dat geen vrij grote spreidstand? Acht u het mogelijk dat zij moeten kiezen voor een van beide organisaties? Wat is uw mening daarover?

 

02.02 Minister Didier Reynders: Mevrouw Bellens, de status van Moldavië is dat van een partnerland van de Europese Unie in het kader van het nabuurschapsbeleid. De voorwaarden voor het lidmaatschap zijn dezelfde als voor alle andere landen; zij zijn bevestigd in de artikels 2 en 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

 

Zoals u zelf al zei, staat niet iedereen in Moldavië – verre daarvan – gunstig tegenover een toenadering tot Rusland. In de afgelopen maanden hebben de Moldavische autoriteiten herhaaldelijk hun voortdurende inzet voor een toenadering tot de Europese Unie herhaald.

 

De beslissing om waarnemer bij de EEU te worden, moet door de regering en door het Moldavische parlement worden goedgekeurd. Volgens mijn informatie is de overheid noch het parlement klaar om het politieke manoeuvre van president Dodon goed te keuren. Het zal dode letter blijven.

 

Voor zover ik weet, heeft Moldavië nooit de wens geuit om volwaardig lid te worden van de EEU, dus ik antwoord liever niet op een op dit moment zuiver hypothetische vraag.

 

Volledige deelname aan de EEU is niet verenigbaar met de ondertekening van een associatieovereenkomst, laat staan met het EU-lidmaatschap. Dat wordt ook weerspiegeld in het feit dat de associatieovereenkomsten ook een diepgaande en brede vrijhandelsovereenkomst bevatten. De ondertekenaars moeten zich dus aanpassen aan de economische normen van de EU, die niet verenigbaar zijn met de regels van de EEU. Voor een EU-lidstaat maken de strenge eisen van de interne markt en de douane-unie elk gelijktijdig lidmaatschap van de EEU-douane-unie onmogelijk.

 

Ik herhaal dat de Europese Commissie heeft beslist om geen nieuwe uitbreidingen toe te staan gedurende de huidige legislatuur, dus het zal ten vroegste voor de volgende legislatuur zijn.

 

02.03  Rita Bellens (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

La présidente: Les questions jointes n° 18096 de M. Maingain et n° s18115 et 18123 de M. Hedebouw sont transformées en questions écrites. Les questions jointes n° s18159 et 18912 de M. Blanchart et n° 19447 de M. Flahaux sont reportées. La question n° 18161 de M. Blanchart est reportée.

 

03 Question de Mme Kattrin Jadin au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la participation de la Belgique à la protection et à la restauration du patrimoine culturel" (n° 18186)

03 Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de medewerking van België aan de bescherming en de restauratie van cultureel erfgoed" (nr. 18186)

 

03.01  Kattrin Jadin (MR): Monsieur le ministre, à l'image de Mossoul ou de Nimroud, la cité d'Hatra, récemment libérée de l'organisation terroriste État islamique par les forces irakiennes, a subi de nombreuses destructions. Ces atteintes délibérées ont conduit à un éveil collectif sur la nécessité de préserver le patrimoine culturel menacé. La presse en a d'ailleurs fait l'écho assez abondamment.

 

La résolution 2347 du Conseil de sécurité des Nations Unies sur la lutte contre la destruction et le pillage des trésors archéologiques ou encore la récente création de l'Alliance internationale pour la protection du patrimoine dans les zones de conflits, témoigne de ce nouvel intérêt commun.

 

Mes questions sont donc doubles.

 

J'aurais voulu connaître la position de notre pays quant à cette politique de protection et de restauration du patrimoine culturel dans ces zones de conflits, et savoir si, le cas échéant, notre pays participera à des initiatives qui tenteraient de se mettre en place.

 

03.02  Didier Reynders, ministre: Madame Jadin, je me suis exprimé à de nombreuses reprises et dans différentes enceintes en faveur de la préservation du patrimoine culturel menacé.

 

Comme vous l'indiquez, dans les territoires en proie aux conflits armés et au terrorisme, les attaques illégales contre le patrimoine culturel sont en constante augmentation et participent d'une stratégie globale visant à atteindre et à détruire l'identité des populations touchées par ces violences.

 

Pour lutter contre ces pertes irrémédiables, la Belgique n'a de cesse d'apporter un soutien actif aux différentes enceintes en charge de la défense et de la protection du patrimoine culturel mondial. La Belgique a notamment parrainé la résolution 2199 du Conseil de sécurité des Nations Unies, sur le trafic illicite, ainsi que la résolution 2347, concernant la lutte contre la destruction et le pillage des trésors archéologiques.

 

S'agissant des travaux de l'Unesco, une commission interministérielle de Droit humanitaire, où les Régions et les Communautés sont parties prenantes, a été mise sur pied en juin 2016. Celle-ci dispose d'un groupe de travail qui a pour objet la mise en œuvre de la convention de La Haye de 1954, sur la protection des biens culturels en cas de conflit armé. Elle travaille avec toutes les autorités et associations afin d'atteindre cet objectif.

 

La Belgique est en effet particulièrement attentive à cette thématique. Elle siège depuis 2011, au sein du Comité intergouvernemental pour la protection des biens culturels en cas de conflit armé, institué par la convention de la La Haye de 1954, et elle en a d'ailleurs exercé la présidence entre 2012 et 2014.

 

Grâce à un partenariat existant entre la Défense et la Croix-Rouge de Belgique, une première formation Hostile Environment Awareness Training (HEAT) à destination des experts en matière de protection des biens culturels (architectes, spécialistes techniques, archéologues, notamment) a été donnée fin mai 2017, avec exercices de mise en situation. Des actions sur le terrain pourraient être ensuite envisagées.

 

Finalement, la Belgique a cosigné, le 27 avril 2017, la résolution de l'Unesco concernant la participation de celle-ci au Conseil de fondation de l'Alliance internationale pour la protection du patrimoine dans des zones de conflit (ALIPH). Cela permettra à l'Unesco de siéger au Conseil de la fondation et également de bénéficier de ses financements. Nous allons bien entendu continuer à travailler dans ce cadre.

 

03.03  Kattrin Jadin (MR): Je vous y encourage évidemment !

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

04 Question de Mme Kattrin Jadin au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "les frappes aériennes turques à Sinjar" (n° 18196)

04 Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de Turkse luchtaanvallen in Sinjar" (nr. 18196)

 

04.01  Kattrin Jadin (MR): Monsieur le ministre, dans la nuit du lundi au mardi 25 avril 2017, l'armée de l'air turque a procédé à des bombardements dans la région irakienne de Sinjar ainsi que dans le nord-est de la Syrie. Le journal Le Monde rapporte, dans un article paru le 25 avril 2017, qu'aurait ainsi été visée une milice yézidie alliée au Parti des travailleurs du Kurdistan (PKK).

 

Les autorités turques ont affirmé que l'objectif de cette opération était d'empêcher le PKK d'acheminer des armes et des explosifs vers le territoire turc. Le président Erdogan avait déjà laissé entendre qu'il ne laisserait pas l'organisation du PKK étendre ses activités dans cette région.

 

Monsieur le ministre, que pouvez-vous nous dire sur la situation actuelle dans la région de Sinjar? Quelles relations sont-elles actuellement entretenues entre le PKK et la communauté des Yézidis? Des frappes ciblées à l'encontre de cette communauté sont-elles de nouveau à craindre?

 

04.02  Didier Reynders, ministre: Madame la présidente, madame Jadin, à propos de la situation et des combats à Sinjar et environs, nous avons obtenu de nos sources les informations suivantes.

 

La situation à Sinjar continue d'être tendue. Début mars, des incidents ont eu lieu entre les Yazidi Sinjar Resistance Units soutenus par le PKK, d'une part, et les éléments Peshmergas Rojava, Kurdes syriens réfugiés en Irak affiliés au Conseil national kurde proche du gouvernement kurde irakien et de la Turquie, d'autre part.

 

Les combats se sont déroulés près de la ville de Khanassor à une vingtaine de kilomètres de Sinjar. Dans le cadre de ces tensions, le matin du 25 avril 2017, la force aérienne turque est entrée en action en attaquant plusieurs fois des positions du PKK et des milices yézidies qu'il soutient dans les montagnes du Sinjar. Ces attaques turques ont été condamnées par Bagdad et par les différentes factions kurdes en Irak. Même le Parti démocratique kurde allié à Ankara s’est joint à ces condamnations, ajoutant néanmoins que la présence du PKK dans le Sinjar était inacceptable.

 

Sur le plan diplomatique, la situation s’est compliquée considérablement. L’alliance entre Kurdes irakiens et Turcs est soutenue par les Russes qui mettent à disposition des Kurdes, des ressources et de l’assistance économique. Les Iraniens soutiennent dans une certaine mesure le PKK. Les États-Unis ont quant à eux demandé que cette force du PKK quitte la région de Sinjar dès que les combats contre Daech seront finis.

 

À cela, s’ajoute qu’à la suite des avancées des forces irakiennes contre Daech dans le nord de l’Irak, les Unités de mobilisation populaire, milices principalement chiites, ont fait leur apparition dans le sud de cette région. Récemment, les combats inter-kurdes semblent avoir cessé. C’est à nouveau la lutte commune contre Daech qui était la priorité ces dernières semaines.

 

L’organisation terroriste continue de reculer et vient d’être chassée de plusieurs localités dans le Sinjar, comme la ville yézidie de Kocho. Les tensions restent néanmoins vives et illustrent l’instabilité qui règne dans les territoires libérés où les acteurs non étatiques se livrent à des luttes d’influence pour les contrôler.

 

En ce qui concerne la communauté des Yézidis, aucun des groupes de la région ne lui semble spécifiquement hostile. Au contraire, tous tentent de recruter ses membres au sein de leurs milices respectives mais la situation politico-militaire dans la région rend très incertaine la perspective d’un retour des personnes actuellement réfugiées dans divers camps, principalement au Kurdistan irakien. Plusieurs membres éminents de la communauté des Yézidis ont appelé à cesser ces combats fratricides et à se concentrer sur la lutte commune contre Daech.

 

Nous continuons à suivre cette situation et ses aspects militaires, humanitaires et diplomatiques de près, bien entendu, dans le cadre aussi d’un examen qui est fait par nos collègues au sein de l’Union européenne.

 

04.03  Kattrin Jadin (MR): Je vous remercie, monsieur le ministre.

 

Nous tenons donc cela à l’œil.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Questions jointes de

- Mme Gwenaëlle Grovonius au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "l'attaque au Parlement macédonien" (n° 18237)

- Mme Rita Bellens au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "l'agression au Parlement macédonien" (n° 18680)

05 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Gwenaëlle Grovonius aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de bestorming van het Macedonische Parlement door actievoerders" (nr. 18237)

- mevrouw Rita Bellens aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de aanval op het Macedonische Parlement" (nr. 18680)

 

La présidente: Mme Grovonius étant absente, la parole est à Mme Bellens.

 

05.01  Rita Bellens (N-VA): Mijnheer de minister, op 27 april is een groep gemaskerde mannen het Macedonische parlement binnengedrongen. Enkele journalisten en parlementsleden werden daarbij zwaar toegetakeld.

 

Na de verkiezingen in december 2016 in Macedonië is er geen duidelijke winnaar uit de bus gekomen. De voormalige regeringspartij heeft het daar blijkbaar zeer moeilijk mee en ziet het niet zitten dat de oppositie onder leiding van de heer Zoran Zaev een coalitie wil vormen.

 

Kunt u ons toelichten wat daar exact is voorgevallen? Wat is het standpunt van de Belgische regering ter zake? Op welke manier zullen ons land en de EU de democratie en de rechten van de minderheden in Macedonië ondersteunen?

 

Wat is uw standpunt inzake een mogelijk ingrijpen door de EU in Macedonië, in de geest van EUFOR Concordia, EUPOL en dergelijke? Wat is de kans op slagen van zo’n missie?

 

05.02 Minister Didier Reynders: Mevrouw Bellens, ik zie dat hieraan ook een vraag van mevrouw Grovonius is toegevoegd. Ik heb een antwoord dat hoofdzakelijk in het Frans is opgesteld. Het is niet erg dat we met zo weinig leden zijn, we zijn nog voldoende in aantal om te kaarten. Wij zijn nog met vier, de voorzitter inbegrepen. Mijn antwoord is in het Frans, dat is niet zo erg, meen ik?

 

Le 27 avril 2017, une foule de manifestants a effectivement envahi le Parlement macédonien et s'en est prise physiquement à plusieurs parlementaires, parmi lesquels le leader du principal parti d'opposition, M. Zoran Zaev. L'élément déclencheur de cette attaque a été l'élection d'un président du parlement issu de l'opposition. La police a éprouvé des difficultés à rétablir l'ordre. Il aura fallu un certain temps avant que les blessés et les parlementaires bloqués dans le bâtiment soient évacués. Ces faits sont d'une extrême gravité et le recours à la violence inacceptable. C'est en substance le message que la Haute-Représentante et le Commissaire à l'Élargissement ont formulé au nom de l'Union européenne et de ses États membres.

 

Je me réjouis néanmoins que la justice ait lancé des poursuites contre une trentaine de personnes ayant participé à ces incidents. Afin d'éviter que de tels faits se reproduisent, il est essentiel que tous les responsables soient identifiés et amenés à répondre de leurs actes. Entre-temps, M. Zaev a été nommé premier ministre le 1er juin 2017, ce qui a apaisé en quelque sorte l'atmosphère politique dans le pays. Étant donné la normalisation de la situation, aucune réunion sur l'ancienne République yougoslave de Macédoine n'est actuellement programmée au niveau européen.

 

La priorité pour l'Union européenne est maintenant d'accompagner ce pays dans les réformes nécessaires pour rétablir l'État de droit et, à terme, joindre l'Union européenne. En ce qui concerne le rôle de l'Organisation pour la sécurité et la coopération en Europe (OSCE), celle-ci a organisé l'observation des élections législatives de décembre 2016. Au niveau politique, la situation sur place a fait l'objet d'une attention particulière au sein du Conseil de l'Organisation.

 

We hebben een aantal besprekingen gehad op Europees vlak over de hele Balkan.

 

Tot nu toe stellen we een zekere negatieve evolutie vast, niet alleen in Macedonië maar ook in andere landen. We proberen dus om verder te gaan met het partnerschap, maar de laatste maanden hebben we in verschillende landen geen positieve elementen gezien. We zullen proberen om nog terug te komen op het dossier.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

La présidente: Les questions nos 18258 de M. Van Hees, 18331 de M. Van der Maelen et 18394 de Mme Grovonius sont transformées en questions écrites. La question n° 18265 de M. De Vriendt l'est également. La question n° 18279 de M. Blanchart est reportée.

 

Nous en venons maintenant aux questions jointes au point 26. Je propose de reporter ce point à la semaine prochaine.

 

05.03  Didier Reynders, ministre: Madame la présidente, je ne vois pas de difficultés à ce que l'on reporte, mais je ne peux vraiment pas m'engager à traiter tout ce qui sera reporté avant les vacances. Je veux venir passer des heures en commission, mais si les parlementaires ne viennent pas, je ne pourrai pas trouver dans mon agenda des occasions de venir parce qu'il reste des questions pendantes.

 

La présidente: Vous avez raison, monsieur le ministre.

 

06 Samengevoegde vragen van

- de heer Wouter De Vriendt aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "vermoorde experts in Kasaï" (nr. 18317)

- mevrouw Catherine Fonck aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de bescherming van dokter Mukwege" (nr. 18615)

- mevrouw Gwenaëlle Grovonius aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de bescherming van dokter Mukwege" (nr. 18643)

- mevrouw Els Van Hoof aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de opvolging van de veiligheidssituatie in de DRC" (nr. 18743)

- mevrouw Els Van Hoof aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de humanitaire situatie in de Congolese regio Kasaï" (nr. 18744)

- mevrouw Kattrin Jadin aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "het Congolese verkiezingsproces sinds 19 december" (nr. 18952)

- mevrouw Kattrin Jadin aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de mensenrechtenschendingen in Kasaï" (nr. 18985)

- de heer Peter Luykx aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de situatie in Kasaï" (nr. 19043)

- de heer Stéphane Crusnière aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de reactie van de Congolese autoriteiten op de bijkomende sancties van de EU" (nr. 19487)

- mevrouw Els Van Hoof aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de mogelijke sancties van de DRC tegen België en de internationale samenwerking" (nr. 19506)

- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "het geweld in Kasaï" (nr. 19516)

06 Questions jointes de

- M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "les experts assassinés au Kasaï" (n° 18317)

- Mme Catherine Fonck au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la protection du Dr Mukwege" (n° 18615)

- Mme Gwenaëlle Grovonius au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la protection du docteur Mukwege" (n° 18643)

- Mme Els Van Hoof au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "le suivi de la situation sécuritaire en RDC" (n° 18743)

- Mme Els Van Hoof au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la situation humanitaire dans la région congolaise du Kasaï" (n° 18744)

- Mme Kattrin Jadin au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "le processus électoral congolais depuis le 19 décembre" (n° 18952)

- Mme Kattrin Jadin au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "les violations des droits de l'homme dans le Kasaï" (n° 18985)

- M. Peter Luykx au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la situation au Kasaï" (n° 19043)

- M. Stéphane Crusnière au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la réaction des autorités congolaises vis-à-vis des sanctions additionnelles de l'UE" (n° 19487)

- Mme Els Van Hoof au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "les éventuelles sanctions de la RDC à l'égard de la Belgique et l'entraide internationale" (n° 19506)

- M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la violence au Kasaï" (n° 19516)

 

06.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitter, het gaat sneller dan verwacht.

 

Mijnheer de minister, op 12 maart 2017 werden de Zweedse Zaida Catalan en de Amerikaan Michael Sharp ontvoerd in de Congolese provincie Kasaï. Twee weken later werden ze vermoord teruggevonden.

 

Ze verrichtten daar onderzoeken naar de massamoorden in de provincie bij een conflict tussen de Congolese regering en de traditionele clans. Die clans zijn een macht en worden door de Congolese grondwet erkend als zogenaamde autorités coutumières.

 

De dood van beide experts raakt ons diep. Zaida Catalan maakte deel uit van de groene familie. Haar vader was een politiek vluchteling uit Chili. Zelf was zij ook bij de jonge Zweedse groenen actief. Zij was kandidaat-europarlementslid en zetelde in de gemeenteraad van Stockholm. Zij werkte lang als advocate voor onze fractie in het Europees Parlement. Sinds 2010 was zij als expert seksueel geweld echter werkzaam in Goma.

 

Ook Michael Sharp had vele jaren ervaring in Congo. Hij geloofde rotsvast in de nood aan dialoog met rebellen van allerlei slag.

 

Wat is de stand van zaken in het onderzoek? Is duidelijk wie achter de moorden zit? Zijn er diplomatieke contacten geweest over deze kwestie?

 

Hoe is de situatie momenteel in Kasaï? Lokale stammen worden door de overheid in Kananga en Kinshasa niet zelden ten onrechte als milities afgeschilderd. Is volgens u het evenwicht tussen de staat en de traditionele machtsstructuur in gevaar?

 

06.02  Els Van Hoof (CD&V): Mijnheer de minister, op 31 maart keurde de VN-Veiligheidsraad een resolutie goed over de situatie in Congo inzake het mandaat van de MONUSCO. De MONUSCO zou ook een evaluatie maken van de veiligheidssituatie in het land en op basis daarvan een analyse van haar werking uitvoeren. Het is nieuw dat de MONUSCO een evaluatie van de toestand in het land maakt.

 

Is de evaluatie van de veiligheidssituatie door de MONUSCO reeds beschikbaar? Wat is uw analyse van het rapport, in het bijzonder met betrekking tot de te organiseren presidentsverkiezingen en de veiligheidssituatie in de regio’s Kasaï en Oost-Congo?

 

Een maand geleden bereikten ons berichten dat de bescherming van dokter Mukwege door de MONUSO zou worden opgeheven. De VN gaf evenwel te kennen dat de bescherming werd aangehouden, maar vorige maand werd een dokter uit het team van dokter Mukwege vermoord. Welke analyse maakt het MONUSCO-rapport over de noodzakelijkheid om de bescherming van dokter Mukwege aan te houden? Zult u nog bijkomende demarches ondernemen op VN-echelon en eventueel binnen de EU om aan te dringen op de verdere bescherming?

 

Ik kom tot de andere vragen.

 

De situatie in de regio Kasaï blijft verslechteren. Het geweld escaleert. Mijn collega heeft reeds gesproken over de VN-experts die het leven lieten. Westerse ngo’s hebben geen toegang tot het gebied.

 

De dienst Ontwikkelingshulp van de Europese Commissie heeft net de financiering voor Centraal-Afrika verminderd van 38,5 miljoen euro naar 32 miljoen euro. Dit budget is echter noodzakelijk om de verschillende veiligheids- en vluchtelingencrisissen in de regio te kunnen aanpakken.

 

Mijn vragen aan de minister zijn de volgende.

 

Wat is de stand van zaken in de Kasaï? Wat is de analyse van de minister dat net deze regio gedestabiliseerd wordt? Welke invloed hebben de Congolese autoriteiten hierop? Welke demarches werden reeds genomen?

 

Wij hebben in het Parlement altijd gepleit voor een onafhankelijk internationaal onderzoek in de regio Kasaï. Op 23 maart heeft de Congolese minister voor Mensenrechten, tijdens de interactieve dialoog in de VN-Mensenrechtenraad de deur opengezet voor een mogelijk onderzoek door de MONUSCO, het VN-bureau in Congo en de Afrikaanse Unie. Wat is de stand van zaken op dit vlak? Zal de minister pleiten voor een verhoging van de middelen voor de ECHO?

 

Een belangrijke rol in de aanpak van de veiligheidscrisis speelt de VN-interventiebrigade. Deze wordt echter onvoldoende ingezet. Wat is de oorzaak hiervan? Wat is de analyse van de minister over een mogelijke verhoogde inzet van deze brigade? Welke nieuwe stappen stelt u voor in de Kasaïregio?

 

Ik kom dan tot mijn laatste en meest actuele vraag.

 

De individuele sancties werden vergroot naar een totaal van zestien. Wij hebben daarvoor gepleit in onze eigen resolutie. De Europese Unie heeft deze demarche gevolgd en heeft het aantal sancties vergroot tot de zestien leidinggevenden in de Congolese veiligheidstroepen. Het gaat om personen die mee verantwoordelijk zijn voor de vertraging van het verkiezingsproces, voor schendingen van de mensenrechten en voor het escalerend geweld in Congo, in het bijzonder in de provincie Kasaï.

 

Deze sancties werden genomen, mede dankzij de druk van België.

 

Sinds vorige week moeten wij ook vaststellen dat er een soort van tegenmaatregelen zouden komen vanuit Congo. Er worden zeven Belgen geviseerd, waaronder u en een aantal collega’s. We komen hierbij terecht in een soort van sanctiewedloop met Congo. Dit zou de belangrijke rol die België moet spelen in de bilaterale en multilaterale besprekingen en samenwerkingen om tot vreedzame, vrije en eerlijke verkiezingen te komen in het gedrang kunnen brengen.

 

Daarom had ik u graag de volgende vragen gesteld.

 

Hoe kijkt u naar deze dreiging? Welke sancties verwacht u vanwege de autoriteiten? Wat zult u doen om een dergelijke sanctiewedloop te voorkomen? Met welke internationale partners uit de regio wilt u ook samenwerken om de situatie duurzaam op te lossen? Hoe ziet u het verloop van de samenwerking met Angola, bijvoorbeeld, als politieke broker? Dat land toont zich een betrouwbare en belangrijke speler met betrekking tot de escalatie van het geweld in Congo, alsook met betrekking tot de vluchtelingen.

 

06.03  Kattrin Jadin (MR): Monsieur le ministre, la situation au Kasaï est inquiétante. Les sanctions de l'Union européenne n'ont probablement pas été prises suffisamment au sérieux par ceux qu'elles visaient.

 

Monsieur le ministre, quel en est l'impact? Plus largement, ces sanctions peuvent-elles amener Kinshasa à discuter de la situation des droits de l'homme dans le pays? Quelles sont les conséquences des attaques contre les prisons sur les atteintes aux droits de l'homme dans la région? Quelles sont les conséquences sur la situation sécuritaire d'une manière générale?

 

Par ailleurs, en s'interrogeant sur les avancées du processus électoral congolais sous cet aspect, il serait intéressant de connaître les dernières avancées. Quel est l'impact de la situation sécuritaire dans d'autres provinces, y compris dans le Kasaï, concernant l'avancée du processus électoral congolais?

 

06.04  Peter Luykx (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, ik verkeer blijkbaar in goed gezelschap. Ik kreeg te horen dat wij niet meer naar Congo mogen reizen en dat er een inreisverbod zou uitgevaardigd zijn. Wellicht is het een reactie – het is nog niet bevestigd – van de Congolese overheid als gevolg van de sancties die de Europese Unie nam ten aanzien van de Congolese autoriteiten, waarbij negen personen concreet genoemd werden. Ik zou graag uw reactie krijgen op de geruchten of communicatie betreffende het niet mogen inreizen van de heer Ouvry, de heer de Crombrugghe, u en ik.

 

Verder werden de meeste elementen reeds opgesomd en de vragen gesteld. Toch zou ik graag uw bijzondere reactie krijgen over de humanitaire situatie in Kasaï. Op welke manier zou de MONUSCO deze kwetsbare bevolkingsgroep beter kunnen beschermen? Er is sprake van een nieuwe hongersnood. Hoe gaat men daarmee om? Zijn er ook concrete vragen aan de Belgische regering gesteld over humanitaire hulp?

 

Ik zou u ook willen vragen naar de stand van zaken in het internationaal onafhankelijk onderzoek om de verantwoordelijken van dat extreme geweld te berechten. Hoever staat dat? Hebt u daarover meer informatie?

 

Mijnheer de minister, dat zijn de drie elementen die ik graag in uw antwoord zou horen.

 

06.05  Stéphane Crusnière (PS): Monsieur le ministre, je me permets de vous interroger concernant cette réaction des dirigeants congolais, à la suite des récentes sanctions prises par l'Union européenne à l'encontre de plusieurs personnalités impliquées dans les massacres et multiples répressions au Kasaï, dont nous avons déjà beaucoup parlé. La réaction des autorités congolaises ne s'est pas fait attendre. Elles annoncent vouloir prendre des mesures à l'encontre de plusieurs ambassadeurs belges, contre vous et contre d'autres responsables politiques belges. Selon les autorités congolaises, la Belgique a influencé les autorités européennes dans leur décision de prendre des sanctions à l'égard de ces responsables congolais.

 

Dès lors, sans en ajouter dans le débat, je voudrais vous poser plusieurs questions, monsieur le ministre.

 

Avez-vous eu des contacts récents avec les autorités de la RDC, après ces dernières déclarations et l'annonce de probables sanctions? Avez-vous eu un échange récent, au niveau européen, sur la situation en RDC et les probables sanctions congolaises qui auraient pu être prises à l'encontre des responsables belges?

 

Madame la présidente, pour ma collègue qui est en mission à l’étranger, je demanderai également au ministre de nous dire un mot sur la protection du Dr Mukwege.

 

La présidente: Absolument.

 

06.06  Didier Reynders, ministre: Je déplore fortement la dégradation générale de la situation sécuritaire et des droits de l'homme en République démocratique du Congo. La situation actuelle dans les Kasaï est très préoccupante, même si la situation à l'est, dans les provinces du Kivu et le Tanganyika, n'est pas encore pacifiée. D'autres parties semblent également fragiles, comme en témoigne la situation du Bas-Congo.

 

Voorzitter: Rita Bellens.

Présidente: Rita Bellens.

 

Près de trois millions de personnes sont désormais affectées par le conflit au Kasaï. Près de 1,2 million de personnes auront besoin d'aide humanitaire au cours des six prochains mois, la majorité d'entre elles étant des personnes déplacées internes ou étant retournées dans leur village d'origine.

 

Selon la MONUSCO, au moins 369 personnes ont été tuées au cours de la période avril-mai 2017. L'Église catholique évoque déjà plus de 3 000 victimes depuis le début du conflit.

 

Momenteel zijn 9 van de 26 provincies getroffen door de crisis in de Grand Kasaï. In totaal zijn er nu ongeveer 1,3 miljoen verplaatste personen. Na Syrië komt de DRC zo met 2,4 miljoen IDP’s mondiaal op de tweede plaats. Centraal Kasaï heeft het meest te lijden: 90 % van het gebied blijft vrijwel ontoegankelijk.

 

De Belgische humanitaire inspanningen voor de DRC en de regio zijn aanzienlijk. Collega De Croo heeft voor Centraal-Afrika meer dan 20 miljoen euro humanitaire hulp uitgetrokken. Daarnaast pleiten wij ook voor een verhoging van de humanitaire bijdrage van de Europese Unie in deze regio.

 

Het is inderdaad zo dat deze vluchtelingenstroom Angola verontrust, waar op korte tijd, volgens de UNHCR, ongeveer vijftigduizend vluchtelingen zijn aangekomen, waaronder ook een deel van het Congolese leger en politie.

 

Elke dag komen zo’n tweehonderd tot duizend nieuwe personen aan in het noorden van Angola, vaak ook onbegeleide kinderen.

 

Ons land staat, onder meer via onze ambassade in Luanda, in nauw contact met de Angolese autoriteiten.

 

Ik heb op 29 maart in een persbericht mijn verontwaardiging geuit over het overlijden van twee leden van de VN-expertengroep in de provincie Centraal Kasaï, Michael Sharp en Zaïda Catalan. Ze zijn er samen met hun Congolese begeleiders verdwenen. Ik heb mijn medeleven betuigd en hulde gebracht aan hun strijd voor de verdediging van de waarden van de Verenigde Naties.

 

J'insiste sur le fait qu'il est primordial pour la Belgique que les responsables soient jugés et que de tels actes ne puissent rester impunis. Il revient aux autorités de deux pays dont sont issues les victimes, les États-Unis et la Suède, de définir les modalités d'instruction qu'elles privilégient.

 

Le 20 mai dernier, l'auditorat général de la RDC a fait savoir que l'instruction préliminaire concernant la mort des deux experts était terminée. Le juge d'instruction suédois en charge du dossier aurait précisé que cela ne mettait pas fin à l'enquête suédoise.

 

J'ai demandé à notre ambassade à Stockholm et à notre ambassade à Washington d'indiquer à ces pays notre disponibilité pour coopérer. Par ailleurs, j'ai demandé à notre mission à New York de suivre l'évolution du dossier avec attention. Au niveau onusien, une enquête administrative, Board of Inquiry, créée par le Secrétariat a été mise sur pied.

 

Nous sommes fortement préoccupés par l'impunité actuelle. La Belgique soutient fortement la demande du Haut-Commissaire faite le 9 juin pour établir une enquête internationale sur les violations graves des droits de l'homme survenues dans les Kasaï. La fin de l'impunité est d'ailleurs une des conditions importantes pour une transition apaisée du pays. Cela s'ajouterait aux enquêtes en cours menées par la RDC. Notre pays soutient les efforts de l'Union européenne à Genève afin de créer une telle commission et suit cette question avec une très grande attention.

 

Je rappelle d'ailleurs que je plaide depuis des mois pour un mécanisme d'enquête international sur les massacres aux Kasaï. Toute initiative pour la résolution de la crise dans les Kasaï passe d'abord par le respect de l'État de droit. C'est en ce sens que nous agissons.

 

Seul un petit nombre de Belges seraient encore présents dans les Kasaï. Il s'agit principalement de religieux. D'autres personnes ont spontanément quitté la zone de conflit. Malgré les difficultés de communication, notre ambassade à Kinshasa a tenté de maintenir un contact téléphonique avec les Belges sur place.

 

Bien évidemment, nous déconseillons tous les voyages vers les Kasaï, d'autant plus vu les difficultés d'accès.

 

Voor de individuele maatregelen die de Europese Unie heeft aangenomen op 29 mei, kan ik verwijzen naar de begeleidende verklaring van de EU en haar lidstaten. Hierin wordt aangegeven dat de verslechterende mensenrechtensituatie de hoofdreden is om tot dergelijke maatregelen over te gaan, met de bedoeling deze mensenrechten­schendingen een halt toe te roepen. Ons land werd betrokken bij de uitwerking van deze maatregelen, net zoals de andere EU-lidstaten. Ik kan u verzekeren dat hierover binnen de EU een ruime consensus bestond. Indien het gedrag van personen op de lijst in de toekomst zou wijzigen, of indien een internationaal onderzoek naar de betrokkenheid van deze persoon dit bewijst, is het volgens mij een goede reden om de persoon van de sanctielijst te halen.

 

Ik wens niet verder in te gaan op wat de Belgische en Europese houding zou moeten zijn indien de DRC op deze sanctie zou reageren met tegenmaatregelen. Voorlopig werden er nog geen maatregelen getroffen. De lijst die neergelegd werd bij de pers is alleen bedoeld als vorm van dreiging, evenals sommige provocerende uitspraken van leden van de Congolese regering. Ik wil hier bewust niet aan meedoen. Ik kan u enkel melden dat de oorzaak van de crisis niet in België ligt. De verontwaardiging hierover is zeer groot. Tevens zie ik niet in hoe het nemen van maatregelen tegen Belgische en Europese politici of diplomaten kan bijdragen aan een oplossing voor de politieke crisis en mensenrechtencrisis in de DRC, integendeel.

 

Ons land schrijft zich in in een ambitieuze Europese en multilaterale aanpak en bespreekt deze aangelegenheid met de EU-partners. Wij blijven tevens een kanaal openhouden om het uit de hand lopen van de spanningen met de DRC te kunnen vermijden. Zowel bij mij, als bij mijn medewerkers en bij de ambassade vinden regelmatig contacten plaats met alle betrokken partijen.

 

We voeren ook gesprekken met landen uit de regio, onlangs nog met mijn Zambiaanse en Tanzaniaanse ambtsgenoten.

 

La crise institutionnelle, socio-économique, sécuritaire et des droits de l'Homme que traverse le pays ne peut être maîtrisée que par une mise en œuvre intégrale de l'accord du 31 décembre 2016 et, donc, par plus de transparence et d'inclusivité.

 

La communauté internationale attend un engagement clair des autorités, que l'on inscrit bel et bien dans un processus électoral crédible. Je rappelle ici l'importance de l'organisation d'élections présidentielles et parlementaires ouvertes et crédibles, cette année. La mise en œuvre de mesures de décrispation en période pré-électorale, le respect des libertés d'expression et d'association, sont par ailleurs essentiels. Dans ce contexte, il faut que l'ensemble des électeurs, y compris ceux dans les Kasaï, puissent être enrôlés et participer clairement au processus électoral.

 

Comme vous le savez, il n'y a, à ce stade, ni budget réaliste, ni calendrier précis pour l'organisation des élections. Ils sont indispensables pour restaurer la crédibilité du processus. Les conséquences des attaques contre les prisons sur les atteintes aux droits de l'Homme dans la région ne sont pas encore connues. Il est clair que les évasions de prisonniers ne contribuent pas à l'amélioration de la situation sécuritaire et au respect de l'État de droit.

 

En ce qui concerne la question sur le rapportage par les Nations unies, le premier rapport du secrétaire général concernant les progrès réalisés et les obstacles pouvant survenir aux niveaux politique et technique dans la mise en œuvre de l'accord du 31 décembre 2016 et la préparation des élections, a été rendu public le 17 mai. Il reste assez général. Je plaide pour que ces rapports mentionnent à l'avenir, en détail, les évolutions et les obstacles en matière de situation politique intérieure et de préparation des élections.

 

Plusieurs collègues sont revenus sur la situation de protection du docteur Mukwege. Je partage votre analyse quant à l'augmentation du risque sécuritaire et les nécessités d'assurer une protection permanente et pérenne du docteur Mukwege. Je souhaiterais rendre hommage au travail remarquable qu'il réalise avec son équipe à l'hôpital Panzi. À l'Est de la RDC, il y a, hélas, une tradition de l'utilisation des violences sexuelles comme arme de guerre. L'hôpital donne accès à des soins médicaux et psychosociaux, mais met également des avocats à disposition des victimes. L'hôpital et les patients sont souvent victimes de menaces et d'actes de vengeance de la part des auteurs de violences sexuelles. La MONUSCO a retiré sa protection permanente au docteur en septembre 2015, en maintenant des escortes pour les déplacements et en travaillant en partenariat avec des gardes de sécurité de l'hôpital et de la police nationale.

 

La Belgique a toujours plaidé pour une protection permanente du Dr Mukwege par la MONUSCO. Parmi les démarches récentes que nous avons entreprises, permettez-moi de citer nos initiatives à New York et à Kinshasa auprès du directeur du Département du maintien de la paix et du chef de sécurité de la MONUSCO.

 

Le 15 mai, lors d'un débat au Conseil de sécurité sur les femmes en zones de conflits, j'ai demandé à notre représentant permanent à New York de soulever la question de la sécurité du docteur, avec lequel j'ai eu personnellement des contacts pour aborder la pérennisation de sa sécurité et de celle de l'hôpital de Panzi par la MONUSCO. Je me félicite que celle-ci ait pris la décision de renforcer la protection du Dr Mukwege et d'évaluer les risques sécuritaires. Sur la base des préoccupations exprimées, la MONUSCO organisera une évaluation afin de déterminer le niveau de protection adéquat. Elle a déjà déployé, de manière préventive, du personnel en uniforme à l'hôpital de Panzi pour garantir une protection vingt-quatre heures sur vingt-quatre. En outre, elle augmentera le nombre de patrouilles dans la zone, et ce, jusqu'à ce que l'évaluation de sécurité soit terminée.

 

Je continuerai de suivre cette question de très près. Je vous assure que la Belgique reste à la disposition de Denis Mukwege, que j'ai eu plusieurs fois au téléphone, mais que j'ai également vu à New York lors de ma participation à la conférence sur les océans. Je puis vous dire qu'il était rassuré par les mesures de sécurité prises à l'hôpital et dans ses déplacements. Je lui ai dit de ne pas hésiter à reprendre contact s’il souhaitait que nous intervenions à nouveau.

 

Ik wil nog twee elementen meegeven.

 

Ten eerste, ik heb vandaag contact gehad met de vertegenwoordigers van de overheid in Congo, bevoegd voor het Virungapark. Het is een heel belangrijke zaak, maar in het oosten van Congo is er een slechte evolutie wat veiligheid betreft. Er is een versterking van de veiligheidsmaatregelen voor het park. Ik heb Emmanuel de Merode gezien die bevoegd is voor de bescherming van dat natuurpark. De situatie is niet alleen heel slecht in de Kasaï en andere provincies, maar ook in het oosten van Congo.

 

Ten tweede, wij proberen een correct bilateraal contact te hebben met de Congolese overheid, maar ook met alle partners. Wij zullen verdergaan in die richting, met de meerderheid en de oppositie en met de regering en de leden van het parlement.

 

Het is volgens mij heel nuttig om alle mogelijke contacten te hebben om te proberen tot een oplossing te komen, maar tot nu toe hebben wij geen efficiënte uitvoering van het akkoord van eind 2016 gezien. Wij zullen verder werken, maar ik herhaal dat er een heel slechte evolutie is inzake veiligheid in veel verschillende delen van Congo.

 

06.07  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw heel uitgebreide antwoord.

 

U hebt de vluchtelingenproblematiek in Congo geschetst. België en Europa moeten daarin op een gegeven moment hun verantwoordelijkheid nemen.

 

Het is heel treffend te moeten vaststellen dat VN-medewerkers nu ook al het doel zijn in Kasaï. De dood van de twee experts valt bijzonder te betreuren. Ik vraag mij af wie of wat de Congolese autoriteiten in toom kan houden. De grenzen schuiven op, als wij nu ook merken dat er bedreigingen worden geuit en er een toegangsverbod is voor leden van Buitenlandse Zaken en zelfs voor leden van het Parlement.

 

Het toont toch aan dat men om weinig verlegen zit, weinig remmingen voelt en toch bereid is om zeer ver te gaan. Toch wel zeer opmerkelijk, vind ik.

 

Ik dank u voor uw inspanningen bij het onderzoek naar het overlijden van de twee VN-experts in Kasaï. Ik wil u vragen om blijvend uw gewicht in de schaal te leggen voor een geweldloze oplossing van de politieke, maar wellicht ook economische conflicten die spelen in Congo. De dialoog openhouden met alle partijen, inclusief de Congolese overheid, is inderdaad belangrijk. Het is iets waartoe ons land een bijdrage kan leveren. Ik denk dat u daarin op een consensus kunt rekenen vanuit het Belgische Parlement.

 

06.08  Els Van Hoof (CD&V): Mijnheer de minister, dank u voor uw uitgebreide antwoord.

 

Het scenario van chaos en geweld dat we destijds hadden voorspeld, wordt jammer genoeg meer en meer bewaarheid. Ik hoop dat het houden van verkiezingen niet behoort tot de mirakels, maar dat ze ooit wel zullen plaatsvinden, aangezien er nog niet veel aanzetten gegeven zijn tot het uitvoeren van het Sylvesterakkoord.

 

De lijn die België aanhoudt, is zeer goed. Binnen het verband van de Europese Unie en in multilateraal verband is het onze houding om er met andere lidstaten voor te zorgen dat we aan hetzelfde zeel trekken. De Congolezen proberen duidelijk om ons uit elkaar te spelen door specifiek België als sterke partner en als broker naar voren te schuiven, om op die manier het internationaal samenwerkingsverband, dat op dit niveau zeer hecht is, te proberen doorbreken. Ik vind het goed dat u daaraan niet meedoet en dat we niet terechtkomen in een soort van sanctiewedloop.

 

Het is goed dat u de lijn aanhoudt van het Sylvesterakkoord, het enige akkoord dat een goede basis is om op verder te werken, en dat u daaraan steeds vasthoudt. We moeten ons ook houden aan de deadlines die daarin worden vooropgesteld. Belangrijk ook zijn de internationale onafhankelijke onderzoeken die maar niet op gang komen. Het blijft belangrijk dat u er op internationaal vlak op blijft aandringen om daarvan werk te maken. Daarbij hoort ook de bescherming van dokter Mukwege, die fantastisch werk levert in het Panzi-ziekenhuis. We zijn tevreden met de lijn die u aanhoudt. België neemt ter zake een goede positie in.

 

06.09  Kattrin Jadin (MR): Monsieur le ministre, à mon tour de vous témoigner tout mon soutien.

 

Comme nous le craignions, il y a un an déjà, nous constatons malheureusement le chaos, non seulement dans la région du Kasaï mais aussi, comme vous l'avez bien expliqué, dans beaucoup d'autres régions de la République démocratique du Congo.

 

Je voudrais aussi vous féliciter, monsieur le ministre, pour vos efforts pour que débute l'enquête sur la mort des deux experts. Je vous encourage dans la voie que vous prenez de privilégier une autre approche multilatérale pour essayer d'aider dans les conflits.

 

Enfin, je tiens aussi à souligner l'importance d’un dialogue avec tous les partis présents en République démocratique du Congo. Je continue à insister pour que les enquêtes internationales puissent être menées.

 

06.10  Peter Luykx (N-VA): Mijnheer de minister, twintig jaar Kabila heeft de Congolees absoluut niet gebracht wat hem was beloofd. Van die vijf werven van Kabila is niet veel in huis gekomen. De twee verkiezingen waren ook vrij frustrerend. Op de Human Development Index van de Verenigde Naties bengelt Congo helemaal onderaan inzake levensverwachting, scholing en inkomen. Op het vlak van de veiligheid is het dweilen met de kraan open. Dat blijkt uit de situatie in Kasaï met ongeveer vier miljoen mensen op de vlucht. Congo is een failed state.

 

Ik volg uw redenering dat wij niet moeten meegaan in een opbod van sancties of pseudosancties die louter een dreigement zouden zijn. Wij moeten echter wel een kritische stem blijven laten horen. Dat moeten wij doen met Europa als hefboom om via een multilaterale aanpak concrete resultaten te boeken. Het wordt vervolgd.

 

06.11  Stéphane Crusnière (PS): Merci monsieur le ministre pour votre réponse très complète.

 

J'en appelle à la plus grande prudence de tout un chacun et à ne pas céder aux provocations du pouvoir en place. Je sais que vous le faites, monsieur le ministre, nous sommes tout à fait d'accord à ce propos, mais j'appelle à la prudence car je pense que l'objectif du pouvoir en place est de nous provoquer et de susciter des réactions qui risquent d'envenimer les choses. Nous n'avons nullement intérêt à tomber dans ce piège. Même au sein de la majorité présidentielle, j'ai le sentiment qu'il y a des divisions. J'ai récemment rencontré un ministre que vos services ont vu aussi la semaine dernière. Je lui ai tenu le même discours: la seule solution pour éviter les sanctions au niveau européen, c'est qu'ils définissent le calendrier électoral.

 

Ne tombons pas dans le piège de la provocation. Je continue de croire en la diplomatie, que ce soit la vôtre ou celle des parlementaires. Je poursuivrai mon travail dans ce sens, sereinement, sans répondre aux provocations. Je ne pense pas qu'on ait intérêt à ce que le pays se retrouve dans l'isolement, comme au Burundi. Tant qu'il y a des possibilités d'apaisement, nous devons garder la tête froide en la matière. Tous les parlementaires qui prennent position sont bien écoutés et relayés en République démocratique du Congo. C'est pour cela que j'en appelle à la plus grande prudence.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Collega’s, nu collega Hellings terug is, stel ik voor dat wij terugkeren naar punt 21 van onze agenda.

 

07 Question de M. Benoit Hellings au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la situation d'un citoyen belge actuellement incarcéré au Maroc au regard d'une mesure provisoire adoptée à l'égard de ce pays et pour cette affaire par une instance de l'ONU" (n° 18210)

07 Vraag van de heer Benoit Hellings aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de situatie van een in Marokko opgesloten Belg in het licht van een door een VN-instantie tegen dat land en in de betrokken zaak genomen voorlopige maatregel" (nr. 18210)

 

07.01  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Madame la ministre, je remercie M. le ministre et mes collègues de faire preuve de souplesse.

 

Monsieur le ministre, le 21 mars dernier, j’évoquais une nouvelle fois avec vous le sort dramatique du ressortissant belge Ali Aarrass, dont Amnesty International nous avait appris qu'il était incarcéré et torturé au Maroc. Or, sept jours plus tard, et à la suite d'une requête introduite par ses avocats auprès du Comité contre la torture du Haut Commissariat aux droits de l'homme des Nations unies (CAT), celui-ci a adopté tout à fait exceptionnellement une mesure provisoire à l’égard du Maroc. Je la cite: "Conformément à l'article 114(1-3) de son Règlement intérieur, le Comité a exhorté l’État-partie à alléger le régime pénitentiaire du requérant, et à garantir ses droits en tant que détenu, de sorte à éviter tout dommage irréversible à l'intéressé sans préjudice de la décision que prendra le Comité sur le fond de l'affaire".

 

Cette mesure a été prise en raison de la persistance des actes de torture, des traitements cruels, inhumains et dégradants à l’égard de notre concitoyen, alors même que le CAT constate que le Maroc a été condamné pour violation du principe d’interdiction absolue d’user en justice de preuves obtenues sous la torture. M. Aarrass serait actuellement détenu en isolement total depuis plus de six mois, sans matelas ni soins médicaux ni nourriture en suffisance - ce qui est manifestement contraire aux Mandela Rules. D'après sa famille, il a perdu près de 20 kilos depuis l’instauration de ce régime de détention particulier.

 

Concernant la mesure provisoire ordonnée par le CAT, la famille de M. Aarrass m’informe qu’elle n’a toujours pas été mise en œuvre par le Maroc – du moins au moment où j'ai introduit ma question, à savoir le 4 mai dernier.

 

D'où mes deux questions, monsieur le ministre. Cette mesure provisoire du CAT à l'égard du Maroc ne constitue-t-elle pas pour vous un moyen supplémentaire d'exercer les pressions diplomatiques nécessaires afin de mettre un terme aux maltraitances actuellement subies par notre concitoyen?

 

Dans votre réponse du 21 mars, vous m'avez indiqué que vous ne disposiez d'aucune possibilité d’action vis-à-vis du Maroc afin d'exercer une quelconque forme d'assistance consulaire. Vous pourriez cependant avancer aux autorités marocaines les conclusions des arrêts Nottebohm portant sur la nationalité prépondérante. Ainsi, vous auriez la possibilité de vous appuyer sur la jurisprudence de la Cour Internationale de justice pour pouvoir apporter l'assistance consulaire idoine à M. Aarrass, qui est incontestablement de nationalité belge, même s'il est également marocain. Vous pourriez dès lors, en cas de maintien du refus marocain, saisir la Cour internationale de justice. L'envisagez-vous?

 

07.02  Didier Reynders, ministre: Je voudrais tout d'abord bien préciser, monsieur Hellings, que dans tous les contacts que nous avons avec les autorités marocaines, il nous est chaque fois répondu que nous intervenons pour une personne considérée comme impliquée dans des affaires de terrorisme. Je tiens à le préciser parce que, y compris dans les contacts directs que j'ai eus avec les collègues marocains, c'est évidemment la première réponse que nous recevons.

 

Mes services continuent pourtant de suivre attentivement le sort de ce ressortissant belge incarcéré au Maroc. Le 19 avril dernier, la Cour de cassation du royaume du Maroc a rendu son verdict et a rejeté le pourvoi en cassation introduit par le détenu. Elle a donc validé la condamnation à douze années de prison. Vu ce verdict de la plus haute juridiction marocaine, les pourparlers se concentrent sur le régime de détention du concerné.

 

Comme vous venez de le souligner, le Comité contre la torture des Nations unies a demandé d'alléger son régime pénitentiaire. Aussi, le Conseil national des droits de l'homme marocain a-t-il effectué une visite d'investigation fin de l'année passée, en émettant des observations et des recommandations sur ce régime de détention. Les autorités marocaines continuent de rejeter l'activation de la protection consulaire et, donc, une visite à titre consulaire, se basant sur les dispositions de l'article 36 de la Convention de Vienne.

 

Nos contacts se concentrent, pour l'instant, sur la possibilité d'une visite par un représentant diplomatique du pays de la deuxième nationalité dans un cadre humanitaire. L'éventualité d'une telle visite humanitaire nous offrirait la possibilité d'un contact direct avec ce concitoyen, ainsi qu'une analyse des éléments de son régime d'incarcération.

 

Jusqu'à présent, je répète que nous n'avons pas obtenu ce type d'accès. Les autorités marocaines, dans un contexte international que vous connaissez, nous répondent bien entendu systématiquement que cette personne a également la nationalité marocaine et qu'elle fait l'objet d'une condamnation dans un cadre d'activités terroristes.

 

07.03  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.

 

Je tiens à rappeler que bien que les affaires de terrorisme soient très importantes, ce terme n'a pas la même signification dans nos démocraties, en Europe occidentale, et au Maroc. Même s'il s'agit d'être très prudent, on sait que dans certains cas, certains régimes, dont le régime marocain, on regroupe sous le vocable "terrorisme" des comportements qui sont tout autres. Il s'agit parfois d'opposants politiques, qui sont catégorisés de "terroristes".

 

Ensuite, vous n'avez pas répondu à la question de la jurisprudence de la Cour internationale de justice, à savoir l'arrêt Nottebohm sur la nationalité prépondérante. Je pense que ce serait une manière d'agir, parallèlement aux initiatives que vous prenez systématiquement dans les relations bilatérales et vos relations avec votre collègue ou les services des Affaires étrangères marocaines. Je ne nie pas l'initiative que vous prenez. Mais, si jamais la situation s'aggrave – ce qui semble être le cas puisque la situation humanitaire de l'intéressé semble catastrophique  –, vous pourriez envisager ce recours devant la Cour internationale de justice en vous basant sur l'arrêt Nottebohm, qui constitue une jurisprudence importante. Il s'agit là d'un élément neuf dans cette affaire.

 

Je vous invite donc à la fois à maintenir la pression, comme vous le faites, mais de façon très stricte vis-à-vis du Maroc pour faire en sorte que la situation sanitaire de ce ressortissant belge ne se dégrade pas trop et, d'un autre côté, envisager éventuellement un recours comme moyen de pression politique devant la Cour internationale de justice afin d'amplifier les initiatives prises, même si on sait que le Maroc considère qu'un bi-national marocain est avant tout marocain. Et cela, nous le déplorons, comme tous les démocrates.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 18320 van de heer De Vriendt wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

 

08 Question de M. Stéphane Crusnière au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "l'action de l'UE pour atteindre les ODD en 2030" (n° 18594)

08 Vraag van de heer Stéphane Crusnière aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de aanpak van de EU om de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling te bereiken in 2030" (nr. 18594)

 

08.01  Stéphane Crusnière (PS): Madame la présidente, monsieur le ministre, je me permets de vous interroger concernant le courrier que vous avez adressé, avec quelques collègues européens, à la commissaire Malmström en charge du Commerce, afin de demander à l’Union européenne de mieux prendre en compte les objectifs de développement durable.

 

Sachez que j'ai déposé, avec mon groupe, une résolution demandant une plus grande implication du Parlement pour atteindre ces objectifs de développement durable.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous me donner davantage de détails sur le courrier que vous avez adressé, avec vos collègues européens, à la commissaire européenne en charge du Commerce? Avez-vous pris connaissance de la résolution que j'ai déposée avec mon groupe? Qu'en pensez-vous? 

 

08.02  Didier Reynders, ministre: Madame la présidente, le 11 mai, j'ai en effet pris l'initiative d'adresser, avec mes collègues finlandais, luxembourgeois, néerlandais et suédois, un courrier à la commissaire  Malmström en charge du Commerce afin de demander à l'Union européenne de prendre mieux en compte les objectifs pour le développement durable dans la politique commerciale de l'Union européenne.

 

En préparation du Conseil Affaires étrangères-Commerce du 11 mai, nous avons approché cinq États membres  proches de la Belgique, pour un plaidoyer sur l'importance des normes sociales et environnementales que contiennent les chapitres Développement durable des accords commerciaux de l'Union européenne. La lettre s'intègre dans les réflexions belges plus larges et repose sur des éléments consolidés avec les niveaux de pouvoir belges compétents. Elle a permis de profiter du débat programmé sur la mise en oeuvre transversale des accords de libre-échange de l'Union européenne pour, notamment, confirmer l'attention spécifique de la Belgique et de ses partenaires sur la mise en oeuvre des chapitres Développement durable.

 

Cette initiative cadre avec la politique du gouvernement fédéral, pour un libre-échange inclusif et équitable, et s'inscrit dans mon engagement personnel visant à renforcer l'efficacité des dispositions de développement durable dans les accords européens.

 

En réponse à une question de Mme Grovonius, j'ai déjà pu informer le Parlement de ma participation à une discussion publique fin février à Genève, avec MM. Ryder et Azevedo, les directeurs généraux respectifs de l'Organisation internationale du Travail et de l'Organisation mondiale du Commerce. La lettre identifie des pistes d'action concrètes, qui pourraient déjà être mises en oeuvre dans le cadre existant. Pour le détail, je vous renvoie à la copie de cette lettre jointe en annexe au rapport du Conseil Affaires étrangères-Commerce, que mes services ont transmis au Parlement.

 

Mes collègues et moi y plaidons notamment pour un renforcement de la coopération avec les organisations multilatérales compétentes et de la complémentarité des efforts des délégations européennes et des ambassades des États membres présents. Nous plaidons aussi pour une cohérence maximale entre la politique commerciale de l'Union européenne et les autres domaines politiques de l'Union européenne, en particulier les politiques de coopération au développement.

 

À ce propos, je rappelle que mon collègue Alexander De Croo et ses homologues en charge du Développement ont aussi mis l'accent sur le lien entre le développement et les autres politiques extérieures de l'Union européenne, y compris la politique commerciale, lorsqu'ils ont adopté le 18 mai une déclaration conjointe concernant le nouveau consensus européen pour le développement.

 

Ce message de la Belgique arrive d'autant plus opportunément que la Commission a invité les experts des États membres à travailler sur la même thématique début juin. J'ai cru comprendre, à l'occasion des réunions du Conseil Commerce, que nous étions rejoints par d'autres partenaires dans le sens du courrier que nous avons adressé à la commissaire.

 

08.03  Stéphane Crusnière (PS): Monsieur le ministre, vous n'avez pas donné d'avis sur la résolution que nous avons déposée. Peut-être n'avez-vous pas encore eu le temps d'en prendre connaissance?

 

08.04  Didier Reynders, ministre: Nous allons y venir.

 

08.05  Stéphane Crusnière (PS): Je vous remercie. 

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "het Arabisch als officiële taal in Israël" (nr. 18658)

09 Question de M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "l'arabe en tant que langue officielle en Israël" (n° 18658)

 

09.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, op 8 mei stemde de Israëlische ministerraad ermee in om het Arabisch, de officiële taal naast het Hebreeuws in Israël, te degraderen. De taal heeft echter een bijzondere status in de staat. De sprekers van het Arabisch zouden wel nog de toegang tot de staatsdiensten in hun taal kunnen behouden, maar de officiële tweetaligheid van het staatsapparaat wordt dan wel afgeschaft. Het Arabisch is nochtans de moedertaal van ongeveer 20 % van de staatsburgers in Israël.

 

Een en ander past duidelijk in de verdere juridische verankering van het Joodse karakter van de Staat Israël. Dit is een kwestie waarmee sinds Ben-Gurion nogal pragmatisch werd omgegaan, tenminste de theoretische gelijkwaardigheid van alle onderdanen, ongeacht geloof, taal of afkomst. De laatste decennia is er een duidelijke evolutie naar een meer exclusief ingevuld burgerschap waarbij niet-joden, en vooral Arabieren, niet alleen feitelijk maar ook juridisch opschuiven naar een tweederangs burgerschap. De degradatie van het Arabisch moet dan ook in die context worden gezien. Het voornemen van de Israëlische regering om dit door te voeren, moet op zich al tot bezorgdheid leiden.

 

Wat vindt u van deze evolutie? Zult u aan de Israëlische regering uw bezorgdheid uiten over het afschaffen van het Arabisch als officiële taal in Israël? Zult u de Israëlische ambassadeur interpelleren over deze zaak en duidelijk maken dat dit voornemen voor België absoluut een stap te ver is?

 

09.02 Minister Didier Reynders: Mevrouw de voorzitter, mijnheer De Vriendt, om te beginnen wens ik erop te wijzen dat Israël een verdragspartij is bij verschillende VN-mensenrechtenverdragen die bepaalde verplichtingen met zich meebrengen op het vlak van de bevordering en bescherming van de rechten van minderheden.

 

België heeft de situatie van minderheden in Israël aangekaart tijdens de UPR van Israël in oktober 2013. Een van de Belgische aanbevelingen ging over de gelijkheid tussen burgers en vroeg het daadwerkelijk genieten op voet van gelijkheid, van economische, sociale en culturele rechten. In het bijzonder werd gewezen op het recht op arbeid en onderwijs. Deze aanbevelingen werden door Israël aanvaard.

 

De tekst over Israël als “the Nation-State of the Jewish People”, die aan het Arabisch een speciale status gaf, ter vergelijking met het Hebreeuws, werd bij een preliminaire lezing door een ministerieel comité op 10 mei goedgekeurd.

 

Nadien heeft de Israëlische regering echter aangegeven dat zij zelf aan een nieuwe tekst zou werken. Het is dus niet uitgesloten dat deze tekst heel verschillend zal zijn van de eerste versie en dat de rechten van alle burgers in Israël in de tweede versie gewaarborgd zullen blijven. Ons standpunt zal afhangen van de definitieve versie van de tekst. Wij hebben in België veel experts inzake taalgebruik, voor wie het mogelijk is om een advies te formuleren over de tweede versie.

 

09.03  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, wij kunnen, wat het verstrekken van een advies betreft, zeker het goede voorbeeld geven, misschien niet in eigen land, maar dan toch in het buitenland.

 

Het feit dat de Israëlische regering de eerste versie van de tekst heeft ingetrokken en nu blijkbaar werkt aan een volgend ontwerp, geeft aan dat zij misschien zelf beseft dat er tegenstand is. Dat creëert ruimte om een signaal te geven, als de opportuniteit bestaat om dat te doen.

 

De context aldaar is vrij explosief. Ik denk niet dat het in het belang van Israël zelf is en ook niet van het Arabisch deel van de bevolking in Israël om naar nog meer conflicten en spanningen te gaan. Dit soort wetgeving zou effectief nog meer olie op het vuur gooien. Ik meen dat wij ons daartegen moeten verzetten en dat moeten proberen duidelijk te maken aan onze Israëlische partners.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de situatie in de Gazastrook" (nr. 18659)

10 Question de M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la situation dans la bande de Gaza" (n° 18659)

 

10.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, de lsraëlische blokkade van de Gazastrook is deze maand tien jaar oud.

 

ln die periode zijn de leefomstandigheden van de bevolking erop achteruitgegaan en is het drie keer tot een ernstig conflict met Israël gekomen, waarbij vele Palestijnse burgerdoden vielen. Er is geen onmiddellijk uitzicht op verbetering. Zo zijn er acute problemen met de watervoorziening en met de bevoorrading op het vlak van elektriciteit. Onlangs zijn er nog enkele maatregelen genomen door de Israëlische overheid.

 

lk wil u de volgende vragen stellen.

 

Ten eerste, is er op Europees vlak voldoende aandacht voor de situatie in Gaza? Zal u de humanitaire situatie in Gaza opnieuw op de agenda zetten? Zal u de politieke context van de situatie in Gaza opnieuw ter sprake brengen? Zal u bilateraal en via het Europese niveau bij Israël blijven pleiten voor de afschaffing van de illegale blokkade van Gaza?

 

Ten tweede, het Gaza Reconstruction Mechanism schiet tekort. Het is nu drie jaar in voege maar resultaten blijven uit, onder meer door de logge administratie en doordat Israël nog steeds de eindbeslissing heeft inzake de invoer van goederen in de Gazastrook. Zal u op het niveau van de Verenigde Naties, maar ook bilateraal met Israël en de Palestijnse Autoriteit, bepleiten dat het Gaza Reconstruction Mechanism wordt herzien?

 

Ten derde, het ligt politiek moeilijk om voor humanitaire projecten contacten te hebben met de autoriteiten de facto op het terrein in de Gazastrook, onder andere Hamas. Welke richtlijnen zijn er ter zake voor de Belgische diplomatie en voor ngo’s die met Belgisch geld actief zijn in Gaza? Mogen zij bijvoorbeeld functionele contacten hebben met functionarissen van Hamas, zolang het geen politieke contacten zijn? Welke richtlijnen hanteren andere landen omtrent contacten met Hamas? Verandert het nieuwe charter van Hamas, van twee weken geleden, wat u betreft iets op dit vlak?

 

10.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer De Vriendt, bedankt voor uw vraag. Zij laat mij toe de aandacht te vestigen op de situatie in Gaza.

 

Ik deel uw bezorgdheid. Het is trouwens een van de redenen waarom ik vorig jaar tijdens mijn laatste missie in Israel en Palestina ter plaatse ben geweest.

 

De Europese Unie is eveneens bezorgd over de situatie in de Gazastrook en blijft investeren in projecten om de humanitaire situatie daar te verbeteren. Zo kon dankzij een Europese investering van 10 miljoen euro in januari 2017 een ontziltingsinstallatie geopend worden. Ons land wil hier ook aan bijdragen. Tijdens mijn verblijf bracht ik een bezoek aan een school die met onze steun werd gerenoveerd.

 

Ons standpunt aangaande dit onderwerp is duidelijk en blijft ongewijzigd, ik zal het telkens opnieuw verdedigen. Wij roepen alle partijen op om snel maatregelen te nemen om te komen tot een fundamentele wijziging van de politieke, economische en veiligheidssituatie in de Gazastrook. Wij eisen het beëindigen van de afsluiting, het volledig openstellen van de grensovergangen en tegelijkertijd het aanpakken van de legitieme veiligheidszorgen van Israël. Wij roepen ook alle partijen op om onbelemmerde humanitaire toegang tot Gaza te garanderen, zoals voorgeschreven in het internationaal humanitair recht voor nationale, lokale en internationale humanitaire organisaties.

 

De voorbije weken is de energiecrisis in de Gazastrook bijzonder onrustwekkend geworden. Ik wil hier dus benadrukken dat Israël erop moet toezien dat de burgerbevolking gebruik kan blijven maken van basisdiensten. De Israëlische autoriteiten zouden de levering van elektriciteit mogelijk moeten maken, maar wij willen ook wijzen op de verantwoordelijkheid van de Palestijnse Autoriteit, die haar verantwoordelijkheid moet nemen ten aanzien van de Palestijnse burgers en de donorgemeenschap.

 

Het Gaza Reconstruction Mechanism vormt niet het probleem, maar eerder het feit dat de toegelaten hoeveelheden te laag zijn en sommige goederen niet toegelaten worden.

 

In het document dat recent door Hamas werd goedgekeurd, is er geen erkenning van Israël en wordt geen afstand gedaan van geweld. Dit document verwerpt ook uitdrukkelijk de Oslo-akkoorden. Het verandert dus niets aan ons standpunt en onze aanpak ten aanzien van Hamas. Het blijft een terroristische organisatie waarmee we geen contact onderhouden.

 

Wij pleiten wel voor een echt contact tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit. Ik heb in het bilateraal contact met president Trump ook gehoord dat er misschien een initiatief van de VS komt met betrekking tot een direct contact tussen de twee partijen. Dat is een goede oplossing, maar wij pleiten ook voor een zekere rol van de Europese Unie als lid van het kwartet. Die directe dialoog tussen de twee partijen hebben wij tot nu toe nog niet gezien.

 

10.03  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord en voor uw erkenning van het feit dat het Gaza Reconstruction Mechanism eigenlijk niet bijdraagt tot de heropbouw en de ontwikkeling van Gaza. De humanitaire situatie is daar slechter dan ooit, 70 % van de materialen die nodig zijn voor de constructie van water- en sanitaire infrastructuur staan blijkbaar op de dual uselijst.

 

Ik heb de indruk dat Gaza van de internationale agenda aan het verdwijnen is. Ik denk dat wij dit moeten tegenhouden en de situatie in Gaza opnieuw duidelijk op de Europese politieke agenda moeten plaatsen. Er zijn dialogen in Europa over zone C, over de settlements en dergelijke, maar met betrekking tot Gaza moet er nog een tandje bijgestoken worden. Het is ook aan België om te blijven investeren in humanitaire projecten in Gaza. Men moet politieke druk uitoefenen op Israël om een einde te maken aan de illegale blokkade rond Gaza.

 

Wat Hamas betreft, wilde ik u nog het volgende vragen.

 

Is het mogelijk voor de Belgische diplomatie om een functioneel – geen politiek maar een functioneel – contact te hebben met Hamas? Of met ngo’s die betaald worden met Belgisch geld? Als wij aan ontwikkeling willen doen in Gaza, kan het zijn dat wij een functioneel contact nodig hebben met Hamas. Wat is daar de lijn van uw diplomatie?

 

10.04 Minister Didier Reynders: Hamas staat op een lijst van de Europese Unie als terroristische organisatie. U kunt vragen om een functioneel contact met een terroristische organisatie, maar wat mij betreft is dat niet zo evident.

 

10.05  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Het is zeker niet evident, maar tegelijk is het wel een politieke autoriteit in Gaza.

 

10.06 Minister Didier Reynders: In een andere streek met een andere autoriteit, bijvoorbeeld Daesh, zal ik geen functioneel contact opnemen.

 

10.07  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Het is toch een beetje moeilijk.

 

Wat is de situatie in andere Europese landen? Hoe staan zij ten opzichte van Hamas? Weet u dat? Hebben zij soms functionele contacten?

 

10.08 Minister Didier Reynders: Binnen de Europese Unie, denk ik, geldt dezelfde redenering. Ik heb geen rechtstreeks contact gezien bij mijn collega’s.

 

10.09  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Heeft u meer details over het mogelijke initiatief van Donald Trump?

 

We hebben allemaal gelezen dat hij daar naar een doorbraak wil gaan en een grote deal wil maken tussen Israël en Palestina. Zien we daar al iets van op het terrein? Zijn er al zaken in gang gezet?

 

10.10 Minister Didier Reynders: Nog niet, we wachten nog op een echt initiatief.

 

Ik zal uw positieve boodschap sturen aan de heer Trump.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de schadevergoeding voor de Israëlische vernielingen" (nr. 18660)

11 Question de M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "le dédommagement pour les destructions israéliennes" (n° 18660)

 

11.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, het gaat inderdaad over de schadevergoeding. Op 24 november 2016 keurde de Kamer de resolutie goed over de steun van België aan een hervatting van het vredesproces in het Nabije Oosten.

 

Ook mijn fractie heeft de resolutie gesteund, onder meer omdat aan u werd gevraagd samen met de Europese partners of desnoods alleen op bilateraal vlak van Israël compensaties te vragen voor de vernieling van projecten met een Belgische financiering.

 

Wij zijn nu zes maanden later. Ik heb voor u de hiernavolgende vragen.

 

Ten eerste, hebt u Europese partners gevonden om een gezamenlijke demarche bij Israël te ondernemen, teneinde compensaties voor de vernielingen te verkrijgen?

 

Indien ja, wie zijn die partners? Welke concrete stappen heeft België met die partners al ondernomen?

 

Indien niet, heeft België al zelf de Israëlische autoriteiten gecontacteerd over de kwestie van de compensaties of wanneer zal dat gebeuren?

 

Hebt u in elk geval al signalen van de Israëlische autoriteiten opgevangen omtrent uw voornemen om met Europese partners of desnoods alleen compensaties te vragen?

 

Ten slotte, de kans is groot dat in Khan  al-Ahmar, ten oosten van Jeruzalem, binnenkort een Belgisch project met zonnepanelen zal worden vernield.

 

Anticiperen u en uw diplomatie op eventuele nieuwe vernielingen door Israël? Hebt u een plan klaarliggen om in een dergelijk geval gepast te reageren?

 

11.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer De Vriendt, onze positie ten aanzien van de humanitaire hulp in Zone C blijft ongewijzigd. De humanitaire interventies werden in overeenstemming met het internationaal humanitair recht uitgevoerd.

 

De vernielingen in Zone C druisen dus wel degelijk in tegen het internationaal humanitair recht en zijn onaanvaardbaar.

 

Samen met mijn collega, minister De Croo, hebben wij die situatie in het verleden al verschillende keren veroordeeld. Het is niet onze bedoeling onze houding te veranderen.

 

Wij zijn ons in het bijzonder bewust van het gevaar dat dreigt voor de door ons gefinancierde zonnepanelen te Khan Al-Ahmar. Deze zonnepanelen zijn uiteraard niet het enige bedreigde goed, aangezien er meer dan veertig vernietigingsbevelen werden uitgevaardigd. Zowel België als de ambassadeurs van de Europese Unie in Tel Aviv hebben reeds verschillende stappen ondernomen. Wij proberen dus preventief te werken. De partners waarnaar u verwijst in uw vraag waren in dit geval de ambassadeurs van de EU in Israël, alsook het delegatiehoofd van de EU.

 

Het verheugt mij dan ook om te kunnen vaststellen dat de Europese Unie met één stem spreekt, hetgeen haar ook sterker maakt. De vernietigingen te Khan Al-Ahmar werden tot nu toe nog niet uitgevoerd, maar het risico blijft bestaan. Wij zullen dan ook nog contact opnemen met de autoriteiten ter plaatse om een preventieve aanpak te bespreken.

 

Sinds de resolutie van de Kamer van november 2016 zijn er geen vernielingen meer geweest van goederen of projecten die door de Belgische Ontwikkelingssamenwerking werden gefinancierd. Wij blijven overleggen met de Europese lidstaten teneinde onze houding te kunnen bepalen indien er zich vernietigingen in Khan Al-Ahmar zouden voordoen.

 

Onafhankelijk van dit Europees overleg en de veroordeling staat België eveneens klaar om eventueel bilaterale stappen te ondernemen, indien de door haar gefinancierde projecten opnieuw zouden worden getroffen. In dat geval zal er zeker en vast rekening worden gehouden met de artikelen 9 en 10 van de resolutie van de Kamer van volksvertegenwoordigers.

 

Sinds de resolutie van de Kamer van november 2016 zijn er geen nieuwe vernielingen meer geweest. Dit is misschien het resultaat van die resolutie.

 

11.03  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, de dialoog tussen Europa en Israël over de vernielingen in zone C, afgesloten in september 2015, zorgden toch voor bitter weinig resultaat. De dialoog lag stil en werd vervolgens verlengd, hoewel er eigelijk geen resultaat zichtbaar is op het terrein. De Europese Unie en de betrokken lidstaten, waaronder België, zouden toch wel recht hebben op financiële compensaties. Nog geen enkele lidstaat verkreeg van Israël een compensatie voor de vernieling van de infrastructuur.

 

Ik denk dat het conform de resolutie effectief de bedoeling moet zijn om bilateraal druk te zetten op de Israëlische regering. Tevens is een concreet voorstel tot het effectief verkrijgen van compensatie voor vernielde projecten nodig.

 

U zegt dat u klaarstaat wanneer er, in de komende weken of maanden, een vernieling zou plaatsvinden. Er zijn echter ook nog steeds de vernielingen die in het verleden werden uitgevoerd. Ook daarvoor is een bilaterale compensatie nodig. Wij gaan toch niet zomaar over ons heen laten lopen? Het is een puur zakelijk conflict, geen politiek conflict. Het is de normaalste zaak van de wereld om de centen die wij hebben geinvesteerd op z’n minst ten dele terug te krijgen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Vraag van mevrouw Rita Bellens aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "het bezoek van de Minsk Group aan Nagorno-Karabach" (nr. 18678)

12 Question de Mme Rita Bellens au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la visite du Groupe de Minsk au Haut-Karabagh" (n° 18678)

 

12.01  Rita Bellens (N-VA): Mijnheer de minister, de Minsk Group van de OVSE heeft eind maart een bezoek gebracht aan Nagorno-Karabach in het kader van het bemiddelingsproces tussen Armenië en Azerbeidzjan. De laatste tijd zijn er geregeld schermutselingen op de zogenaamde line of contact. Ook is het OVSE-kantoor in Erevan gesloten. Op dit moment ziet het er dus allemaal niet zo gunstig uit voor het vredesproces.

 

Ik heb hierover de volgende vragen aan u.

 

Wat zijn de laatste ontwikkelingen in dat proces?

Wat zijn de oorzaken en gevolgen voor het vredesproces van de sluiting van het OVSE-kantoor in Erevan?

 

Wat is de inschatting van de Minsk Group betreffende een termijn voor een mogelijke oplossing van het probleem in Nagorno-Karabach?

 

12.02 Minister Didier Reynders: Sinds de zware opflakkering van geweld in april vorig jaar blijft de toestand langs de bestandslijn volatiel. Na hevige schermutselingen op 24 en 25 februari jongst­leden waren er andermaal schermutselingen in de periode tussen 15 en 17 mei jongstleden. Beide strijdende partijen beschuldigen elkaar van schendingen van het staakt-het-vuren. Wel hoopt Azerbeidzjan dat de aanhoudende spanning ook de aanzet zal geven om uiteindelijk een akkoord over de teruggave van het territorium in ruil voor vrede te kunnen bereiken, doch het wantrouwen aan Armeense kant blijft torenhoog.

 

Bij de recente parlementsverkiezingen in Armenië op 2 april jongstleden wist de regerende coalitie, en in het bijzonder de republikeinse partij van president Sargsyan, zijn macht te behouden, hetgeen door Azerbeidzjan als slecht nieuws werd ontvangen. Sargsyan, zelf afkomstig uit Nagorno-Karabach, wordt door de Azeri’s als een hardliner beschouwd. De Minsk Group blijft actief zoeken naar een oplossing, doch het antagonisme tussen beide landen maakt het een bijzonder zware opdracht. Azerbeidzjan verwijt de Minsk Groep enkel belangstelling te hebben voor het behoud van het status quo.

 

Op 28 april jongstleden vond te Moskou een trilaterale bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken plaats, waarbij andermaal moest worden vastgesteld dat de standpunten van beide landen te veel uit elkaar liggen. De vertegenwoordiger van het huidige Oostenrijkse OVSE-voorzitterschap, ambassadeur Andrzej Kasprzyk, woonde die bijeenkomst bij. Een bezoek van covoorzitters Frankrijk, Rusland en de Verenigde Staten van de Minsk Group wordt in de loop van volgende maand in het vooruitzicht gesteld. De ingezette sluiting van het OVSE-bureau te Erevan is uiteraard slecht nieuws voor zowel het vredesproces als voor de OVSE-bijstand in het ondersteunen van Armeense instellingen die de OVSE-waarden mee moeten helpen uitdragen.

 

De controverse ontstond in een protest dat Azerbeidzjan eind vorig jaar betekende inzake de door het OVSE-bureau ondersteunde humanitaire ontmijningsprogramma’s die deels ook op de omstreden zones rond Nagorno-Karabach betrekking zouden hebben. Op verzoek van het Oostenrijkse OVSE-voorzitterschap bleek Armenië bereid om die programma’s te schrappen, maar Azerbeidzjan wilde bovendien dat Armenië dat officieel ook aan de deelnemende landen van de OVSE zou notificeren. Dat bleek voor Armenië uiteindelijk een afknapper te zijn.

 

Het Oostenrijkse voorzitterschap had als ultieme poging om tot een overeenkomst te komen voormalig president Fischer naar Erevan en Bakoe gestuurd, maar ook die missie leidde niet tot een doorbraak. In de huidige ongunstige conjunctuur lijken er helaas weinig kansen te zijn om een doorbraak in het vredesproces te bereiken. De toenemende onzekerheid en het potentieel voor een nieuwe escalatie van het geweld zijn voor de Europese Unie, en dus ook voor België, een bijkomende aansporing om de inspanning van de Minks Group in de geëigende OVSE-fora te ondersteunen.

 

De EU speelt evenwel geen rechtstreekse rol bij de bemiddelingsinspanningen, maar steunt volledig de acties van de Minsk Group en meer bepaald van de heer Herbert Salber, speciaal vertegenwoordiger van de EU voor Zuid-Kaukasus. België probeert de Minsk Groep eveneens te ondersteunen, bijvoorbeeld ter gelegenheid van occasionele bilaterale contacten met vertegenwoordigers van beide landen. Er is niet zoveel positief nieuws over een mogelijke vooruitgang van de situatie tussen de twee landen.

 

12.03  Rita Bellens (N-VA): Mijnheer de minister, ik had ook niet verwacht dat u heel positief nieuws zou brengen.

 

Het probleem bemoeilijkt de werking van de OVSE enorm door de sluiting van kantoren in Erevan, maar er worden ook constant beslissingen geblokkeerd. Ook de financiering van de OVSE staat onder druk. De OVSE is immers een neutraal en onafhankelijk orgaan en zou een heel grote bijdrage kunnen leveren.

 

Wij appreciëren de steun aan de Minsk Group en hopen dat u ook de OVSE in die mate blijft ondersteunen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

13 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Rita Bellens aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "corruptieschandalen in Brazilië" (nr. 18712)

- mevrouw Rita Bellens aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "het Odebrecht-schandaal" (nr. 18713)

13 Questions jointes de

- Mme Rita Bellens au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "les scandales de corruption au Brésil" (n° 18712)

- Mme Rita Bellens au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "le scandale Odebrecht" (n° 18713)

 

13.01  Rita Bellens (N-VA): Mijnheer de minister, mijn vragen gaan over het corruptieschandaal in Brazilië en het Odebrechtschandaal.

 

Omkoopschandalen lijken in Brazilië een doodnormale zaak. Het omkoopschandaal rond Petrobras heeft het presidentschap gekost aan mevrouw Dilma Rousseff. Recent komt nu ook president Temer in het vizier naar aanleiding van een onderzoek naar corruptie rond het bouwbedrijf Odebrecht. Dat bedrijf bekende onlangs grote bedragen aan smeergeld te hebben betaald. Blijkbaar blijft de affaire niet beperkt tot Brazilië, maar spreidt ze zich uit over Latijns-Amerika en worden landen als Peru en Colombia ook in het schandaal genoemd.

 

Vandaar de volgende vragen.

 

Wat is de situatie in Brazilië volgens de informatie van uw diensten? Wat is het standpunt van de regering over deze situatie en over de positie van onder anderen president Temer?

 

Worden er Belgische bedrijven genoemd in het schandaal rond het bouwbedrijf Odebrecht?

 

Welke verdragen bestaan er tussen ons land en Brazilië inzake de uitwisseling van informatie in het kader van gerechtelijke onderzoeken?

 

13.02 Minister Didier Reynders: Mevrouw de voorzitter, zoals u wellicht weet, is het Lava Jato-corruptieonderzoek dat aan de gang is in Brazilië een nieuwe fase ingegaan. Op vraag van de federale procureur-generaal werd een rechter van het hooggerechtshof belast met het dossier. Deze rechter, de heer Edson Fachin, heeft een onderzoek geopend naar acht ministers van de huidige regering, twintig senatoren inclusief de senaatsvoorzitter, veertig kamerleden inclusief de kamervoorzitter en verschillende gouverneurs.

 

De dossiers van ongeveer tweehonderd andere personen werden door de betrokken rechter naar lagere rechtbanken doorverwezen, daar betrokkenen geen onschendbaarheid meer genieten. Het gaat onder anderen over de oud-presidenten Fernando Henrique Cardoso, Dilma Rousseff en Luis Inacio Lula da Silva.

 

Deze escalatie is het gevolg van de bekentenissen die de kaderleden van het constructiebedrijf Odebrecht aflegden in ruil voor strafvermindering. Het gaat om beschuldigingen van corruptie met illegale campagnefinanciering en witwaspraktijken. Ik benadruk dat de onderzoeken pas van start zijn gegaan. De personen zijn dus nog niet in beschuldiging gesteld noch veroordeeld.

 

Op 17 mei werd bekend dat de eigenaar van het vleesverwerkingsbedrijf JBS, de heer Batista, in maart van dit jaar een gesprek opnam met president Temer waarin deze laatste zou aangedrongen hebben op het blijven afkopen van het stilzwijgen van oud-kamervoorzitter Eduardo Cunha, die momenteel in de cel zit wegens Petrobras-corruptieschandalen. Ook de heer Batista sloot een strafverminderingsdeal met Justitie. Als onderdeel van de deal werkt hij samen met de politie om bewijsmateriaal te verzamelen. President Temer ontkende de aantijgingen en stelde dat hij niet zal opstappen. Hij vroeg aan het hooggerechtshof toegang tot de in zijn ogen clandestiene opnames en wenst een snel onderzoek.

 

De onthullingen in het onderzoek naar Odebrecht hebben ook hun weerslag in de buurlanden, namelijk in Peru en Colombia.

 

Voor zover bekend worden er geen bedrijven uit ons land in verband gebracht met het schandaal. Ik wijs echter nogmaals op het principe van de scheiding der machten en de onafhankelijkheid van het gerecht, evenals op de plicht tot terughoudendheid, die eruit voortvloeit.

 

Uit respect voor de scheiding der machten, en de onafhankelijkheid van het Braziliaanse gerecht indachtig, is het niet aan mij, noch aan de Belgische regering of de EU om uitspraken te doen over lopende onderzoeken in Brazilië en in andere landen van de regio. Dat dergelijke gerechtelijke onderzoeken worden gevoerd, toont naar mijn mening wel aan dat de rechtsstaat in de betrokken landen functioneert en dat er geen sprake is van straffeloosheid.

 

België zal medewerking verlenen aan het onderzoek indien dat gevraagd wordt. Het Verdrag tussen het Koninkrijk België en de Federatieve Republiek Brazilië betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken, ondertekend te Brasilia op 7 mei 2009, is op 12 mei 2017 in werking getreden.

 

Daarnaast bieden onze geregelde politieke consultaties de gelegenheid om te dialogeren en informatie te verstrekken. Deze consultaties worden zowel op het niveau van de EU als op Belgisch niveau georganiseerd.

 

Wij zullen dus verder gaan. Op vraag van Brazilië is het misschien nuttig om meer te doen.

 

13.03  Rita Bellens (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

14 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "les exactions meurtrières à Bangassou en Centrafrique" (n° 18740)

14 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "het moorddadige geweld in Bangassou in de Centraal-Afrikaanse Republiek" (nr. 18740)

 

14.01  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le vice-premier ministre, la presse internationale a relayé ce mercredi 17 mai une information de I'agence Reuters, selon laquelle des employés de la Croix-Rouge ont retrouvé 115 morts dans la ville centrafricaine de Bangassou. Au cours des derniers jours, des miliciens chrétiens auraient attaqué la communauté musulmane. Ce bilan serait quatre à cinq fois plus élevé que celui qui avait été jusqu'alors avancé par l'ONU et par les organisations humanitaires sur place. L'ONU déplore d'ailleurs la perte de six de ses Casques bleus.

 

Monsieur le vice-premier ministre, malgré le fait que nous n'avons pas d'ambassade en République centrafricaine,   de quelles informations disposez-vous? Avez-vous connaissance de la présence de citoyens belges à Bangassou? Dans l'affirmative, ces personnes sont-elles en sécurité?

 

14.02  Didier Reynders, ministre: Monsieur Flahaux, des informations préoccupantes nous parviennent au sujet d'une nouvelle dégradation de la situation sécuritaire en République centrafricaine. Alors que la situation semble assez stable dans la capitale Bangui, nous constatons une résurgence des violences dans d'autres parties du pays, notamment dans la zone comprise entre Bria, Bambari et Bangassou, toujours contrôlée par des rebelles.

 

Le 8 mai dernier, des groupes armés ont effectivement lancé des attaques contre les casques bleus de la MINUSCA dans le village de Yogofongo, à une vingtaine de kilomètres de Bangassou, capitale de la province de Mbomou.

 

L'attaque du 8 mai a été suivie d'une deuxième attaque qui visait cette fois-ci les populations civiles et qui a fait des dizaines de victimes. Selon les enquêtes menées par la division des droits de l'homme de la MINUSCA, plus de 121 civils auraient été tués entre mars et mai 2017, sans compter les derniers incidents à Bangassou, ainsi que six militaires de la MINUSCA.

 

N'ayant pas d'ambassade à Bangui, c'est par notre ambassade à Yaoundé au Cameroun que la Belgique continue à suivre la situation en République centrafricaine, par des contacts avec notre consul honoraire sur place mais également avec des militaires belges qui participent à la mission européenne EUTM. Selon notre ambassade, il n'y a actuellement pas de Belge et quasiment plus d'expatriés dans la zone de Bangassou. Même les équipes des ONG humanitaires se sont retirées de cette zone.

 

La Commission de consolidation de la paix à New York a récemment consacré plusieurs sessions à la situation en République centrafricaine. La Belgique est intervenue pour s'inquiéter de l'évolution de la situation sécuritaire et humanitaire et lancer une action plus poussée afin que les forces armées régulières puissent occuper le terrain et contrôler la situation, en coopération étroite avec EUTM et la MINUSCA. Il sera en effet très difficile d'avancer sur les questions de démobilisation, de justice transitionnelle et de l'exercice des missions de l'État tant que des groupes armés occuperont le terrain.

 

Nous marquons également notre soutien aux différentes initiatives de médiation menées en concertation avec les Nations unies, qu'elles soient menées par l'Union africaine ou à l'initiative de la Communauté catholique de Sant'Egidio, qui a d'ailleurs abouti à la signature d'un accord avec les groupes armés ce 19 juin.

 

14.03  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie pour vos réponses.

 

C'est une zone particulièrement difficile, proche du Nigeria et du Mali. Certaines communautés islamistes essaient de pousser leur avantage dans un pays aussi faible et fragile que la République centrafricaine.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Collega’s, wij hadden afgesproken dat wij tot 18 u 00 zouden doorgaan, dus bij deze sluit ik de commissievergadering.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.02 uur.

La réunion publique de commission est levée à 18.02 heures.