Commissie voor het Bedrijfsleven, het Wetenschapsbeleid, het Onderwijs, de Nationale wetenschappelijke en culturele Instellingen, de Middenstand en de Landbouw

Commission de l'Économie, de la Politique scientifique, de l'Éducation, des Institutions scientifiques et culturelles nationales, des Classes moyennes et de l'Agriculture

 

van

 

Woensdag 5 juli 2017

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 5 juillet 2017

 

Après-midi

 

______

 

 


De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 16.46 uur. De vergadering wordt voorgezeten door mevrouw Ann Vanheste.

Le développement des questions et interpellations commence à 16.46 heures. La réunion est présidée par Mme Ann Vanheste.

 

01 Vraag van mevrouw Renate Hufkens aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "het misbruik van maaltijdcheques" (nr. 17573)

01 Question de Mme Renate Hufkens au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "les abus en matière de chèques-repas" (n° 17573)

 

01.01  Renate Hufkens (N-VA): Mevrouw de minister, ik hoef u uiteraard niet te vertellen dat maaltijdcheques nog steeds tot de ruimst verspreide extralegale voordelen behoren. Vanzelfsprekend is de vrijstelling van RSZ of inkomensbelasting een aantrekkelijk voordeel en een manier om een werknemer een hoger nettoloon te geven zonder een buitenproportionele stijging van de loonkosten.

 

De maaltijdcheque is in principe bedoeld om maaltijden of gebruiksklare voedingswaren te kopen. Er bestaat ook een analoog systeem van ecocheques voor de aankoop van energiezuinige en energiebezuinigende investeringen, een systeem dat later in het leven werd geroepen. Eveneens analoog aan de ecocheques worden maaltijdcheques niet altijd gebruikt zoals ze voorgeschreven werden.

 

Op sommige plaatsen worden maaltijdcheques aanvaard zonder een onderscheid te maken naar de aard van de aankopen. Dat heeft tot gevolg dat er blijkbaar ook maaltijdcheques gebruikt kunnen worden om tabaksproducten te kopen. Het is natuurlijk enigszins contraproductief dat mensen op die manier belastingkortingen krijgen om een verslaving te handhaven die nefast is voor de eigen gezondheid en de gezondheid van hun omgeving. Dat ondermijnt natuurlijk ook wel de initiatieven die wij in de commissie voor de Volksgezondheid proberen te nemen om het roken te ontmoedigen.

 

Mijnheer de minister, daarom heb ik de volgende vragen voor u.

 

De wet stipuleert dat de maaltijdcheques de vermelding moeten dragen dat ze enkel bedoeld zijn voor de aankoop van maaltijden of gebruiksklare voedingswaren. Op welke manier dwingt de wetgever af dat handelaars de maaltijdcheques ook effectief enkel voor maaltijden en gebruiksklare voedingswaren aannemen?

 

Wie draagt de eindverantwoordelijkheid daarin, de uitgevers van de maaltijdcheques of de handelaars zelf? Is de wetgeving daaromtrent duidelijk en voldoende sluitend?

 

Welke gegevens worden er geregistreerd bij een controle en een eventuele inbreuk? Wordt er geregistreerd of een inbreuk te maken heeft met de verkoop van tabaksproducten?

 

In welke sancties is er voorzien bij inbreuken? Kan het gebruik van maaltijdcheques voor de aankoop van tabaksproducten al dan niet in rekening worden gebracht als verzwarend element in de beoordeling van een inbreuk?

 

01.02 Minister Kris Peeters: Mevrouw Hufkens, maaltijdcheques worden geregeld in het koninklijk besluit van 28 november 1969 over de maatschappelijke zekerheid en dat valt tot mijn grote spijt buiten mijn bevoegdheid. Ik moet u dus doorverwijzen naar de minister van Sociale Zaken. Ik wil mij er niet snel van afmaken, want ik zal u nog wel deels antwoorden, maar het valt niet onder mijn bevoegdheid, waarvan ik niet weet of u dat betreurt dan wel toejuicht.

 

Samen met de ministers van Sociale Zaken en van Middenstand ben ik wel bevoegd voor de erkenning van de uitgevers van elektronische maaltijdcheques op grond van het koninklijk besluit van 12 oktober 2010 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden en erkenningsprocedure voor uitgevers van maaltijdcheques in een elektronische vorm.

 

Een van de erkenningsvoorwaarden is dat maaltijdcheques in elektronische vorm enkel mogen worden gebruikt ter betaling van maaltijden of voor de aankoop van gebruiksklare voeding.

 

Ten tweede, op grond van de genoemde erkenningsvoorwaarden hebben de uitgevers van elektronische maaltijdcheques dan ook een verantwoordelijkheid voor het juiste gebruik ervan. Ik ga ervan uit dat de uitgevers van elektronische maaltijdcheques die in het verleden werden erkend de nodige voorzieningen hebben getroffen om de naleving van de eisen die de regelgeving stelt door detailhandelaren te waarborgen.

 

Naar aanleiding van uw vraag heb ik aan de diensten van de FOD Economie de opdracht gegeven om dit punt grondig te analyseren. Welke voorzieningen hebben ze getroffen? Waarin voorzien de contractuele bepalingen precies? In welke acties is voorzien wanneer aan een uitgever misbruiken worden gesignaleerd? Gaat hij in dat geval na of de betrokken handelaar de betaling van andere goederen met maaltijdcheques aanvaardt en gaat hij desgevallend over tot het stopzetten van de overeenkomst met de betrokken handelaar?

 

Ten derde, de wetgeving voorziet in controlebevoegdheden voor de Sociale Inspectie, de inspecteurs van het Toezicht op de Sociale Wetten van de FOD WASO en de controle­agenten van de Economische Inspectie.

 

De Economische Inspectie heeft in dit kader geen klachten of meldingen ontvangen. Ze heeft dan ook nog geen onderzoeken ingesteld over het gebruik van de elektronische maaltijdcheques.

 

Ten vierde, de regelgeving bevat geen strafrechtelijke sancties bij overtreding van de voorwaarden van het erkenningsbesluit. Mochten bij het onderzoek overtredingen worden vastgesteld, dan zal dit worden gemeld aan het advies- en controlecomité, zoals bepaald in het genoemde koninklijk besluit van 2010. Dit comité zal de bevoegde ministers adviseren over het geven van een waarschuwing of de intrekking van de erkenning van de uitgever van de elektronische maaltijdcheques.

 

01.03  Renate Hufkens (N-VA): Mijnheer de minister, veel vragen, weinig antwoorden. Als ik het goed begrijp, zijn de papieren maaltijdcheques een bevoegdheid van minister Borsus en de elektronische maaltijdcheques van u.

 

Mijn vraag was ingegeven door de vaststelling dat dit effectief gebeurt. Dat is ook gebeurd met elektronische maaltijdcheques. In dezen kan ik u meedelen dat die overtredingen evenzeer gebeuren met elektronische maaltijdcheques.

 

Ik vind het een heel goed idee dat u de FOD Economie de opdracht geeft om daarvan een analyse te maken. Ik heb daarover cijfers opgevraagd, maar ik vermoed dat die er nog niet zullen zijn, dus ik kom daarop zeker terug na het reces.

 

01.04 Minister Kris Peeters: Voor alle duidelijkheid, ik ben bevoegd voor de erkenning van de uitgevers van papieren en elektronische maaltijdcheques. Ik ben bevoegd voor de Sociale Inspectie, dus ook voor het intrekken van de erkenning.

 

Als u specifieke klachten hebt, mag u mij die bezorgen. Dan zal ik die meteen aan de betrokken dienst bezorgen, die dat dan verder kunnen bekijken.

 

01.05  Renate Hufkens (N-VA): Ik zal dat zeker doen, want er zijn winkels die de voorwaarden schenden. Ik vind het willekeur wanneer men ziet dat men in bepaalde winkels 10 cent moet betalen voor een plastiek zakje, terwijl men in andere winkels zomaar tabaksproducten kan kopen met maaltijdcheques. Dat kan niet.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

02 Question de M. Gautier Calomne au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "l'entrée payante des centres commerciaux" (n° 18724)

02 Vraag van de heer Gautier Calomne aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "het betalen van toegangsgeld in winkelcentra" (nr. 18724)

 

02.01  Gautier Calomne (MR): Monsieur le vice-premier ministre, une réflexion a été ouverte auprès des propriétaires de centres commerciaux concernant la mise sur pied d'un accès payant à leurs installations. Je cite à ce propos un entrepreneur: "De nombreuses personnes se rendent au shopping sans effectuer le moindre achat dans une boutique. Pour elles, fréquenter le centre commercial s'assimile à un moment de détente. Quand on va dans un parc d'attractions, un zoo, un musée ou visiter une exposition, on paie un droit d'entrée sans sourciller. Alors si un shopping propose un rassemblement de boutiques et de concepts horeca exclusifs, des animations, des pop-up stores, des expositions temporaires et d'autres événements, pourquoi ne pourrions-nous pas envisager un droit d'entrée? Il ne faut pas oublier que l'ensemble de ces services représentent une expérience, un bon moment".

 

À l'aune de ce qui précède, je souhaiterais vous poser les questions suivantes. Le scénario d'une entrée payante des centres commerciaux est-il pleinement compatible avec la législation actuelle en matière économique, mais aussi en termes de protection des consommateurs? Par ailleurs, pouvez-vous nous indiquer si vos services ont été approchés par des opérateurs économiques ou commerciaux qui seraient intéressés par la mise en œuvre d'un tel système dans le cadre de leurs activités?

 

02.02  Kris Peeters, ministre: Monsieur Calomne, il ne me semble pas que les législations économiques et en matière de protection des consommateurs contiennent des règles encadrant ou interdisant le scénario que vous avez décrit. Quant à une approche économique, je suis d'avis qu'un tel droit d'entrée aux centres commerciaux n'est pas comparable au droit d'entrée aux parcs d'attractions ou à un musée, où le consommateur paie pour obtenir un service bien précis.

 

Je suis d'avis que cette idée n'a pas de sens. Que va-t-on faire payer au citoyen qui flâne dans une rue commerciale? Va-t-on rendre moins attractif le commerce physique par rapport au commerce électronique? Je peux en tout cas vous affirmer que ni mes services ni moi-même n'avons été approchés à ce sujet. Si vous avez des informations concrètes, je veux bien les communiquer aux services pour examiner la problématique.

 

02.03  Gautier Calomne (MR): Je vous remercie le ministre pour votre réponse, monsieur le ministre.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

03 Question de M. Gautier Calomne au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "les offres frauduleuses à l'investissement alternatif" (n° 18734)

03 Vraag van de heer Gautier Calomne aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "frauduleuze aanbiedingen van alternatieve beleggingsproducten" (nr. 18734)

 

03.01  Gautier Calomne (MR): Monsieur le vice-premier ministre, l'Autorité des services et marchés financiers (FSMA) a récemment publié sur son site internet un avertissement relatif aux offres frauduleuses d'investissement dans des biens physiques tels que des terres rares ou des métaux précieux. Ces produits sont proposés au grand public comme des titres alternatifs aux produits d'épargne considérés comme plus classiques. Ces tromperies prennent fréquemment la forme d'appels directs ou de mails proposant d'investir dans un actif matériel. Les publicités sur internet sont également possibles. De nombreuses autres zones d'ombre se manifestent dans ces offres. Ainsi, les propositions de souscription laissent par exemple miroiter des perspectives de rendements élevés sans pour autant mentionner les risques tout aussi importants de pertes.

 

En outre, le marché et les prix annoncés ne sont par ailleurs pas clairement exprimés. Enfin, ces propositions énoncent que les biens en question seront conservés dans des entrepôts étrangers sans aucune possibilité pour l'investisseur de vérifier leur existence réelle. Les risques pour les investisseurs sont malheureusement nombreux. Dans la plupart des cas, ces derniers ont été trompés sur la valeur du bien acquis. Ils peuvent également être dans l'incapacité de récupérer leur mise initiale. Le dépôt de plainte auprès des autorités judiciaires compétentes demeure la seule option possible.

 

Quelles sont les mesures actuellement mises en œuvre pour lutter contre ce phénomène? Des pistes d'amélioration sont-elles retenues? Les autorités compétentes dans le secteur des activités de commerce relatives aux biens physiques peuvent-elles également, aux côtés de la FSMA, assurer un contrôle à l'égard de ces offres? Enfin, avez-vous lancé des pistes de réflexion pour mieux avertir le public investisseur sur les risques auxquels il s'expose? Une concertation avec les acteurs traditionnels du secteur financier est-elle possible?

 

03.02  Kris Peeters, ministre: Chers collègues, monsieur Calomne, le commerce des biens physiques tels que les terres rares ou métaux précieux relève de l'activité économique. Cette activité est régulée par le Code de droit économique et par le Code pénal. Le contrôle des infractions à la législation économique relève des autorités judiciaires. Toutefois, lorsque des biens physiques sont présentés au public sous la forme d'instruments de placement, ces produits d'investissement alternatifs peuvent, sous certaines conditions, tomber sous le champ d'application de la réglementation financière dont la FSMA contrôle le respect et notamment sous la loi-prospectus prévoyant à titre principal la communication obligatoire sous la forme d'un prospectus d'informations adéquates et complètes sur les instruments offerts et sur les émetteurs.

 

La FSMA a récemment constaté une hausse des offres frauduleuses d'investissement dans des biens physiques divers. Par conséquent, elle a publié une mise en garde sur son site web le 8 mai 2017. Dans cette mise en garde, la FSMA fournit des informations afin d'aider l'investisseur à reconnaître les cas de fraude. Elle invite les investisseurs à signaler leurs soupçons de fraude soit à la FSMA, soit aux autorités judiciaires compétentes.

 

Sur base des informations qui lui sont transmises, si la FSMA constate qu'une entreprise ou une personne soumise à son contrôle est impliquée dans une offre frauduleuse ou qu'il existe des indices d'infraction à la réglementation financière au respect de laquelle elle doit veiller, la FSMA peut prendre des mesures et par exemple, transmettre le dossier au parquet ou publier une mise en garde. Chaque année, la FSMA publie plusieurs dizaines de mises en garde au sujet d'appels irréguliers à l'épargne. Je vous remercie.

 

03.03  Gautier Calomne (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Samengevoegde vragen van

- de heer Werner Janssen aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de omzetting van de Europese richtlijn betreffende pakketreizen in de Belgische wetgeving" (nr. 18800)

- de heer Emir Kir aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de aanpassing aan het internettijdperk van de wet van 16 februari 1994 tot regeling van het contract tot reisorganisatie en reisbemiddeling" (nr. 19492)

- de heer Emir Kir aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de omzetting van richtlijn (EU) 2015/2302 van 25 november 2015 betreffende pakketreizen" (nr. 19584)

04 Questions jointes de

- M. Werner Janssen au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la transposition en droit belge de la directive européenne relative aux voyages à forfait" (n° 18800)

- M. Emir Kir au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "l'adaptation à l'heure d'internet de la loi du 16 février 1994 régissant le contrat d'organisation de voyages et le contrat d'intermédiaire de voyages" (n° 19492)

- M. Emir Kir au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la transposition de la directive (UE) 2015/2302 du 25 novembre 2015 relative aux voyages à forfait" (n° 19584)

 

De voorzitter: De heer Kir is niet aanwezig en bijgevolg vervallen zijn vragen.

 

04.01  Werner Janssen (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, op 11 december 2015 werd de EU-richtlijn betreffende pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt. Deze zal de huidige richtlijn rond pakketreizen vervangen en moet ten laatste op 1 januari 2018 omgezet zijn in nationale wetgeving. Hieromtrent stelde ik u enkele weken geleden al enkele vragen.

 

Thans lezen wij dat de omzetting van de Europese richtlijn ook in Duitsland voor discussie zorgt. Zo zou de Duitse overheid gesteld hebben dat de richtlijn te weinig ruimte geeft aan de lidstaat om er een goede wet van te maken. Verschillende leden van de Duitse meerderheidspartijen zouden dan ook overwegen om tegen de omzettingswetten te stemmen.

 

Mijnheer de minister, ervaart u eveneens moeilijkheden om binnen de marges van de richtlijn tot een voorontwerp te komen?

 

Overlegt u met uw Duitse collega’s aangaande de problemen die zich voordoen?

 

Dringt een herziening van de richtlijnen zich op? Welke mogelijkheden ziet u hier?

 

Wat is de stand van zaken aangaande uw voorontwerp?

 

04.02 Minister Kris Peeters: Mevrouw de voorzitter, collega Janssen, de richtlijn betreffende pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen is grotendeels maximaal van aard. Lidstaten hebben dus weinig vrijheid bij de omzetting ervan. De mogelijke opties heb ik met de stakeholders besproken tijdens de voorbereiding van het wetsontwerp. Het wetsontwerp werd tijdens de Ministerraad van 9 juni 2017 goedgekeurd en op dit ogenblik wordt het voor advies voorgelegd aan de Raad van State. Dat advies werd verwacht omstreeks 14 juni, maar wij hebben het nog niet ontvangen.

 

Daarna zal alles in het werk worden gesteld om het ontwerp zo snel mogelijk voor te leggen aan de Kamer, zodat het uitgebreid kan worden besproken. Wij zullen dan de gelegenheid hebben om de inhoud van dit ontwerp in detail te bespreken en overeenkomstig de richtlijn zal de nieuwe wet in werking treden op 1 juli 2018.

 

Er zijn geen problemen rond de juridische omzetting van de richtlijn. Wel zal de praktische toepassing ervan vragen oproepen. Daarom heb ik de administratie nu reeds de opdracht gegeven om een werkgroep te starten die samen met de stakeholders guidelines kan uitwerken voor een correcte toepassing van de wet. Ik heb ook gevraagd een folder voor te bereiden ten behoeve van de consument.

 

Met mijn Duitse collega heb ik geen overleg gehad. Vanuit verschillende kanten komt kritiek op de richtlijn. Alvorens te beslissen of een herziening aan de orde is, lijkt het mij nodig om over te gaan tot een evaluatie. Er zijn twee evaluatierapporten gepland, namelijk één over onlinereserveringen, tegen 1 januari 2019, en één over de toepassing van de richtlijn in het algemeen, tegen 1 januari 2021.

 

Een negentigtal ambtenaren van de Economische Inspectie neemt deel aan de controle op de uitvoering van de wet. Ik benadruk dat deze ambtenaren ook toezien op het naleven van andere wetten en dus niet alleen hiermee bezig zijn. In 2016 werden 31 processen-verbaal opgemaakt, voornamelijk omdat het bedrijf geen insolvabiliteitsverzekering had. Het is niet mogelijk om het aantal processen-verbaal dat betrekking heeft op de verkoop van reizen via het internet te preciseren. Ik beschik niet over deze informatie. Ik heb deze informatie wel gevraagd maar niet gekregen; mogelijk bestaat ze niet.

 

In vergelijking met de huidige wet is er geen algemene interpretatie van het begrip "essentieel element van de overeenkomst". De analyse gebeurt geval per geval. In elk geval zijn er geen specifieke regels hieromtrent voor reserveringen via het internet. In vergelijking met de nieuwe wet is het de bedoeling meer duidelijkheid te scheppen rond het begrip "belangrijkste kenmerk" via de guidelines.

 

04.03  Werner Janssen (N-VA): Mijnheer de minister, wij zullen het advies van de Raad van State moeten afwachten. Wellicht zullen wij mekaar na het zomerreces terugzien in deze commissie.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 18814 van de heer de Lamotte wordt uitgesteld. Vraag nr. 18900 van mevrouw Gantois wordt eveneens uitgesteld. Op hun verzoek worden de samengevoegde vragen nr. 18903 van mevrouw Detiège en nr. 18953 van mevrouw Jadin omgezet in schriftelijke vragen.

 

Het volgende punt is vraag nr. 19008 van de heer Klaps.

 

04.04  Johan Klaps (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, met uw goedvinden zou ik een aantal van mijn vragen willen omzetten in schriftelijke vragen.

 

Als de minister mij het antwoord erop wil meegeven, besparen wij beiden tijd.

 

Het gaat om mijn vragen nrs 19008 en 19009.

 

Mijn vraag nr. 19113 is een samengevoegde vraag met de vraag nr. 19062 van mevrouw Dierick. Mevrouw Dierick kon sowieso niet aanwezig zijn en zij heeft mij een sms gestuurd, waarbij zij ermee akkoord gaat om haar vraag ook om te zetten in een schriftelijke vraag.

 

Ook mijn vragen nrs 19321 en 19705 kunnen worden omgezet in schriftelijke vragen.

 

De voorzitter: Vragen nrs 19008, 19009, 19321 en 19705 van de heer Klaps worden omgezet in schriftelijke vragen. Dat geldt eveneens voor de samengevoegde vragen nrs 19113 van de heer Klaps en 19062 van mevrouw Dierick.

 

05 Vraag van de heer Johan Klaps aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de portefeuilles van de Record Bankagenten" (nr. 19010)

05 Question de M. Johan Klaps au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "les portefeuilles des agents de Record Bank" (n° 19010)

 

05.01  Johan Klaps (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, bij Record Bank bevinden de agenten zich nog steeds in een moeilijke situatie naar aanleiding van het ING-verhaal.

 

Naar verluidt hebben bepaalde bankagenten vorig jaar onder druk van de maatschappij een portefeuille aangekocht. De betaling van deze portefeuilles was in twee delen gesplitst en moet dus ook dit jaar nog worden uitgevoerd Dat is voor betrokkenen een rare situatie, wetende dat zij toch nog zullen moeten betalen voor een portefeuille die zij terug zullen moeten afgeven ingevolge de opzegging.

 

De prijs van de portefeuilles was berekend op een rendement op lange termijn maar die portefeuilles zijn uiteraard niet rendabel, want net na de overname van de portefeuille is heel het verhaal in de pers gekomen en zijn de klanten aan het wegvloeien. Het is voor de betrokken agenten dan ook bang afwachten of de overnemer ook de portefeuille zal overnemen. Toch moeten zij de portefeuilles die zij recent hebben overgenomen nog blijven afbetalen. Dat is een heel pijnlijke situatie voor deze mensen.

 

Mijnheer de minister, vindt u het normaal dat Record Bank de vergoedingen van de portefeuilles nog aanrekent aan de agenten, terwijl ze al zijn opgezegd? Hebt u plannen om deze situatie te verhelpen?

 

05.02 Minister Kris Peeters: Mevrouw de voorzitter, mijnheer Klaps, wij hebben het hier vroeger al over gehad. Wij werken aan een gedragscode voor de tussenpersonen in de banksector. Hierbij zullen duidelijke afspraken worden gemaakt over de onderlinge relatie, bijvoorbeeld inzake de vergoedingsregeling voor gemaakte kosten voor infrastructuur door zelfstandige bankagenten bij stopzetting. Ik zal deze code samen met mijn collega, minister Borsus, Febelfin en de BZB midden juli ondertekenen.

 

In het concrete voorbeeld van Record Bank is het zo dat de betrokken partijen mij gemeld hebben dat ING België, Record Bank en de BZB een gedragscode hebben onderhandeld met betrekking tot de integratie van Record Bank in ING België.

 

Belangrijk daarbij is dat voor de meerderheid van de agenten een aanvaardbaar voorstel wordt voorgelegd en dat de bank erkent dat een bijkomende schadevergoeding kan zijn verschuldigd mits voldoende objectieve rechtvaardiging. Ook voor de agenten die meegaan in het integratieverhaal worden garanties gegeven met betrekking tot de berekening van de portefeuille.

 

Ik wil altijd problemen helpen oplossen als u ze mij signaleert, maar er is een akkoord tussen de partijen. Het geval dat u aanhaalt, is waarschijnlijk een concreet geval, dat dan niet conform de gedragscode is. Ik kan moeilijk interveniëren als er een gedragscode wordt gesloten tussen de drie partijen, en blijkbaar een of meer agenten toch niet conform de gedragscode worden behandeld. Als u mij de informatie geeft, wil ik dat wel even signaleren, maar dat is de situatie vandaag.

 

05.03  Johan Klaps (N-VA): Mijnheer de minister, ik heb alle begrip voor de complexiteit van dergelijke dossiers. Het klopt dat er afspraken zijn gemaakt tussen de directie en onder andere de BZB om een algemeen kader te scheppen. Hopelijk is dat kader voor het grootste deel van de agenten werkbaar. Voor een aantal zal dat duidelijk niet zo zijn, om verschillende redenen. Elk dossier is natuurlijk individueel. Dat is zo bij zelfstandigen. Dat is voor iedereen anders.

 

Het zou echter in de tussentijd van de directie wel een heel mooi signaal zijn als zij minstens dit soort van betalingen zou bevriezen, dat zij minstens zegt aan mensen met wie zij wilt stoppen en met wie zij nog moet onderhandelen over bepaalde eventuele extra schadevergoedingen, dat zij de geprogrammeerde afbetaling die verschuldigd is op pakweg 1 juli, 1 augustus of 1 september voorlopig niet debiteert, in afwachting van een sluitend akkoord. Dat is het minimum minimorum om in een ietwat serene sfeer met deze agenten te kunnen onderhandelen, want de mensen die zich in deze situatie bevinden, staan echt met de rug tegen de muur. Zij moeten vandaag een krediet gaan vragen bij een bank om een portefeuille over te nemen waarvan zij weten dat zij die niet mogen uitbaten. U kunt begrijpen dat een bank dergelijke kredietdossiers ook niet graag zal financieren. Dat zou ook nog terecht zijn. Ik zal er blijvend de aandacht op vestigen dat wij dat soort zaken proberen te verhelpen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 19161 van mevrouw Lalieux wordt omgezet in een schriftelijke vraag. De heer Hedebouw is niet aanwezig en bijgevolg vervalt zijn vraag nr. 19181. Mevrouw Winckel vraagt dat haar vraag nr. 19253 wordt uitgesteld. Vraag nr. 19311 van de heer Van der Donckt wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

 

06 Samengevoegde vragen van

- de heer Egbert Lachaert aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de ticketverkoop via Viagogo" (nr. 19148)

- de heer Werner Janssen aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie over "de doorverkoopsites voor concerttickets" (nr. 19200)

06 Questions jointes de

- M. Egbert Lachaert au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la vente de tickets par Viagogo" (n° 19148)

- M. Werner Janssen au ministre des Classes moyennes, des Indépendants, des PME, de l'Agriculture et de l'Intégration sociale, sur "les sites de revente de billets de concert" (n° 19200)

 

De heer Lachaert is niet aanwezig en bijgevolg vervalt zijn vraag nr. 19148.

 

06.01  Werner Janssen (N-VA): Mevrouw de minister, Test-Aankoop kondigde recent aan over te gaan tot dagvaarding van de website Viagogo. Deze online ticketverkoper staat al langer ter discussie, niet alleen bij ons, maar in elk land waar hij actief is.

 

De Belgische wet voorziet sinds 2013 in een verbod op georganiseerde doorverkoop van concerttickets. De consumenten bleken immers op veel vlakken schade te lijden bij bestellingen via de website. Ofwel werden de tickets aan veel te hoge prijzen verkocht, ofwel geraakte men met de aangekochte tickets het evenement zelfs niet binnen.

 

Ondanks de wetgeving ingevoerd in 2013 blijft de website Viagogo actief in België. Test-Aankoop stelt ondertussen ongeveer vijfhonderd klachten te hebben ontvangen en stelde eerder al een groeps­vordering in tegen een aantal Nederlandse doorverkoopsites.

 

Mijnheer de minister, mijn vragen zijn dan ook de volgende. Welke initiatieven neemt u ter bestrijding van de handelspraktijken van doorverkoopwebsites? Hebt u een verklaring voor de wijze waarop deze websites actief blijven in België, ondanks de wetgeving die de praktijk van doorverkoop van tickets verbiedt? Wordt er op internationaal niveau gewerkt aan een oplossing voor deze praktijken?

 

06.02 Minister Kris Peeters: Mijnheer Janssen, de Economische Inspectie stelde meerdere processen-verbaal op tegen buitenlandse doorverkoopsites van concerttickets.

 

Voor meerdere populaire doorverkoopsites werd de Europese IMI-procedure – International Market Information System – gevolgd omdat het gaat om ondernemingen in de Europese Economische Ruimte. Hierbij werden de betrokken lidstaat en de Europese Commissie vooraf genotificeerd, vooraleer België zelf maatregelen mocht nemen. Daarna besliste de Brusselse onderzoeksrechter om over te gaan tot de tijdelijke blokkering van een aantal websites.

 

Gelet op het feit dat Viagogo in Zwitserland is gevestigd, kan deze procedure niet worden toegepast. Daarom heb ik mij rechtstreeks gewend tot de bevoegde Zwitserse staatssecretaris. In een laatste briefwisseling van vorige maand heeft ze mij bevestigd dat Viagogo reeds in februari werd beboet door de bevoegde kantonrechter van Genève wegens inbreuk op de regels inzake prijsaanduiding.

 

Viagogo zou echter de praktijken verder zetten, zodat haar diensten nu het onderzoek voortzetten in het kader van de regels inzake oneerlijke praktijken.

 

Tegen een aantal Nederlandse doorverkoopwebsites werden ook vorderingen tot staking ingesteld bij de rechtbank van koophandel. Die procedures zijn nog hangende.

 

De Economische Inspectie stelde in 2016 en 2017 meerdere processen-verbaal op tegen de praktijken van Viagogo. De beslissing om in dat dossier te vervolgen en/of de website te blokkeren, ligt in de handen van het parket, van de procureur des Konings te Brussel. Zelf kan de Economische Inspectie immers niet overgaan tot het blokkeren van dergelijke websites.

 

Over Viagogo werden sinds begin 2017 en tot nu toe 150 meldingen ontvangen door de Economische Inspectie via haar meldpunt. Test-Aankoop heeft mij vorige maandag laten weten dat het sinds 7 februari nog 41 klachten heeft ontvangen.

 

De Economische Inspectie heeft de opdracht om ook dit jaar blijvend aandacht te besteden aan de problematiek van de illegale ticketdoorverkoop.

 

Op Europees vlak zijn er mij geen initiatieven bekend om de doorverkoop van concerttickets aan te pakken. Wel worden andere lidstaten gevoeliger voor die problematiek en nemen zij nationale initiatieven. Zo heeft bijvoorbeeld Italië in december 2016 de ticketdoorverkoop strafbaar gesteld, met uitsluiting van de occasionele doorverkoop door consumenten, wat met onze regelgeving vergelijkbaar is. In Ierland werd dit jaar dan weer een publieke consultatie gehouden over de ticketdoorverkoop.

 

De verklaring waarom websites die aan doorverkoop doen, actief blijven, is volgens mij meerledig.

 

Ten eerste, de doorverkopers zijn meestal actief vanuit het buitenland. Aangezien het om diensten van de informatiemaatschappij gaat, geldt op het vlak van toezicht het principe van het land van oorsprong. Dat betekent dat het recht van de lidstaat waar de betrokken onderneming is gevestigd, van toepassing is en het in principe aan de autoriteiten van die lidstaat toekomt om op te treden als hun regelgeving wordt overtreden.

 

Ten tweede, de Belgische wetgeving, die de doorverkoop van tickets verbiedt, is een nationale wetgeving. Andere lidstaten, zoals Nederland, delen die bezorgdheid niet en zijn van oordeel dat doorverkoop tegen gevoelig hogere prijzen mogelijk moet zijn, voor zover dat transparant en zonder misleiding gebeurt.

 

Ten derde, aangezien voor andere lidstaten de doorverkoop tegen hogere prijzen geen probleem vormt, willen die lidstaten dan ook niet optreden op die gronden.

 

06.03  Werner Janssen (N-VA): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik hoop dat u verder contact onderhoudt met uw collega in Zwitserland om te bekijken welke uitspraak er daar volgt.

 

Ik stel vast dat Europa niet eensgezind is in dezen. Misschien kunt u in dat verband een initiatief nemen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: De vragen nrs 19373 van de heer De Vriendt en 19376 van de heer Hellings zijn omgezet in schriftelijke vragen, alsook de vragen nrs 19443 en 19461 van de heer Flahaux. Mevrouw de Coster is afwezig voor haar vraag nr. 19475, dus die vraag vervalt.

 

07 Question de M. Emir Kir au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la nouvelle application dédiée aux entreprises" (n° 19491)

07 Vraag van de heer Emir Kir aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de nieuwe app voor bedrijven" (nr. 19491)

 

07.01  Emir Kir (PS): Madame la présidente, monsieur le vice-premier ministre, selon un article de presse, les entrepreneurs et indépendants pourront désormais plus facilement mettre à jour les données de leur entreprise ou de leur affaire dans la Banque-Carrefour des Entreprises (BCE).

 

En effet, l'application My Enterprise, un nouvel outil en ligne développé à votre demande, permet de modifier les données via PC, tablette ou smartphone. On parle ici de 250 000 entreprises qui pourraient faire l'objet chaque jour de recherches dans la BCE. Les clients y cherchent des informations sur une entreprise avec laquelle ils veulent travailler. De nombreux services publics y font aussi appel. Des données correctes et à jour sont importantes pour traiter rapidement des missions publiques, des dossiers de subsides ou d'impôts ou pour une inscription plus rapide des voitures de société. Un outil informatique existait déjà, mais il n'était utilisé que par une petite minorité (35 000 entreprises actives sur 1,7 million).

 

Monsieur le ministre, dans quelle mesure pouvez-vous garantir que l'application My Enterprise facilitera la mise à jour des données des entreprises? De manière générale, quelle est votre vision? Quelles sont les suites attendues? D'autres initiatives sont-elles prévues en matière de qualité des données de la BCE? Un rapport d'évaluation de l'application est-il prévu? Quels moyens ont-ils été alloués à cette mesure?

 

07.02  Kris Peeters, ministre: Monsieur Kir, l'application My Enterprise permet à l'entreprise d'inscrire, d'adapter et d'arrêter elle-même une série de données gratuitement de manière plus conviviale et intuitive qu'auparavant. De nouvelles fonctionnalités ont été intégrées à l'application. Ainsi, l'entreprise peut transmettre directement par voie électronique au service de gestion de la BCE des demandes de correction de données erronées, données qui proviennent du chargement initial de données. Un nouvel outil a également été créé. Il permet à l'entreprise de savoir quel est le service auquel elle doit s'adresser pour l'inscription ou l'adaptation de certaines données qui la concernent.

 

La campagne de publicité menée autour de My Enterprise va stimuler son utilisation. Plus les données seront consultées, plus elles pourront être vérifiées par l'entreprise et donc être adaptées en cas d'erreur. Cette application constitue un réel atout pour l'amélioration de la qualité des données de la BCE. Je souhaite pouvoir la développer et en faire un instrument incontournable pour l'inscription ou l'adaptation par l'entreprise des données qu'elle sera habilitée à gérer elle-même, par exemple les associés actifs.

 

Plusieurs projets permettant l'amélioration de la qualité des données de la BCE sont en cours. Le projet le plus important est le KBO +. Ses objectifs sont doubles. Dans une première phase, les processus de dépôt des actes des sociétés seront simplifiés et complètement digitalisés. Le contrôle des données inscrites au sein de la BCE sera amélioré. Dans une deuxième phase, les données reprises au sein de la BCE seront opposables aux tiers et les publications aux annexes du Moniteur belge seront remplacées par des publications via le site de la BCE. La BCE pourra alors se positionner comme étant la seule source authentique des données des entreprises.

 

Notez que, dans le cadre de ce projet, les montants payés par l'entreprise pour le dépôt des actes et l'inscription par les guichets d'entreprise au sein de la BCE sont également analysés. Le coût des formalités ne doit plus constituer un frein pour l'inscription et la mise à jour des données dans la BCE.

 

Le deuxième projet concerne l'inscription et la modification d'office des données de la BCE. Un arrêté royal est en cours de rédaction. Il vise à permettre aux services de gestion de la BCE d'inscrire d'office des données manquantes ou de modifier d'office des données erronées lorsque l'entreprise n'a pas effectué ses formalités légales.

 

Le troisième projet concerne l'interconnexion des registres de commerce européens, via la plate-forme européenne BRIS. La BCE pourra être informée quand les données d'une entreprise européenne qui a une succursale en Belgique seront modifiées. Le système mis en place est récemment devenu opérationnel.

 

Un monitoring de l'utilisation de My Enterprise est en cours. Il a pour objet de recueillir les données relatives au nombre d'utilisateurs et aux actions qu'ils effectuent. Un rapport d'évaluation sera rédigé sur cette base à la fin de l'année prochaine, une fois que l'application sera mieux connue.

 

Le développement de l'application a coûté 248 225 euros. Le budget prévu pour la campagne de communication s'élève à 120 000 euros.

 

07.03  Emir Kir (PS): Je remercie le ministre pour sa réponse complète à ma question.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Mijnheer de minister, kan de heer Klaps zijn vraag nog stellen?

 

07.04 Minister Kris Peeters: Goed, als dank voor het begrip dat ik vandaag wat sneller weg moet.

 

08 Vraag van de heer Johan Klaps aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de verwarring omtrent het begrip 'verbonden agent'" (nr. 19575)

08 Question de M. Johan Klaps au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la confusion entourant la notion d''agent lié'" (n° 19575)

 

08.01  Johan Klaps (N-VA): Mijnheer de minister, in 2014 werd de figuur van de verbonden agent in de Belgische rechtsorde geïntroduceerd in artikel 257, 5° van het Wetboek verzekeringen. Vanuit juridisch oogpunt lijkt er echter onzekerheid te bestaan of het nu gaat om een concept dan wel een volwaardig statuut.

 

Is de figuur van de verbonden verzekeringsagent volgens u een concept dan wel een volwaardig statuut en waarom? Zijn er andere EU-lidstaten die deze figuur in hun wetgeving hebben opgenomen?

 

08.02 Minister Kris Peeters: Het is bijna een filosofische, existentiële vraag die enige complexiteit met zich meebrengt en waarin we nog wel wat werk moeten verrichten.

 

Het huidige wetgevend kader, de verzekeringswet van 4 april 2014, maakt een onderscheid tussen twee categorieën van verzekerings­tussen­personen, de agenten en de makelaars. Onder deze categorie van agenten werd een specifieke subcategorie van verbonden agenten opgericht, met name de agenten die contractueel verbonden zijn met een of meerdere verzekerings­ondernemingen en die onder de verantwoordelijkheid van de principaal vallen. De categorie van de verbonden agenten wordt dus duidelijk gedefinieerd door de wet. Er werd eveneens in een specifiek aansprakelijk­heids­regime voorzien voor deze bijzondere categorie.

 

De sector is vragende partij om dit regime aan te passen en u misschien ook.

 

In antwoord op de vraag heb ik de FSMA gevraagd om gesprekken te starten met de verschillende stakeholders binnen de sector. Op basis van deze gesprekken die ruim een jaar duurden, heeft de FSMA een ontwerp opgesteld en mij bezorgd.

 

Dit ontwerp maakt momenteel het voorwerp uit van een consultatie op mijn kabinet. Op basis van deze consultatie zullen de teksten worden afgerond en aan de regering ter bespreking worden voorgelegd.

 

Op Europees vlak is de situatie divers, wat blijkt uit de tekst van de verzekeringsdistributierichtlijn IDD, die zich niet uitspreekt over de distributiemodellen.

 

Hoewel de figuur van verbonden agent ook in andere Europese lidstaten bestaat, moet voorzichtig met vergelijkingen worden omgesprongen omdat de figuur verschillende distributiemodellen kan omsluiten.

 

Ik herinner eraan dat België een zeer groot aantal tussenpersonen kent, wat reeds de aandacht van het IMF heeft getrokken. Bij de analyse van de toestand in België moet dan ook rekening worden gehouden met het distributiemodel dat wij kennen.

Mijnheer Klaps, wanneer wij op basis van dat ontwerp van de FSMA de consultatie op mijn kabinet hebben afgerond, zal ik deze problematiek op de tafel van de Ministerraad brengen. Er zal dan nog uitvoerig over gedebatteerd kunnen worden.

 

08.03  Johan Klaps (N-VA): Dank u, mijnheer de minister. Ik ben blij dat u met het thema bezig bent en blijft, want het is inderdaad complex. Ik vrees alleen dat het in 2014 gekozen concept telkens voor nieuwe problemen zorgt en bepaalde soorten tussenpersonen het werken min of meer belet of toch zeer moeilijk maakt. Het heeft voor een aantal tussenpersonen ook een heel zware impact op hun commissie-inkomsten en hun portefeuillewaarde. Ik meen dus dat we hierover nog eens goed moeten nadenken.

 

Om het u wat makkelijker te maken, zal ik deze week een wetsvoorstel indienen dat de problematiek volgens mij op een veel eenvoudiger manier kan oplossen en ervoor kan zorgen dat iedereen, met inachtneming van alle verplichtingen en de bescherming van de consument, zijn of haar job kan blijven uitvoeren.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.32 uur.

La réunion publique de commission est levée à 17.32 heures.