Commissie voor de Financiën en de Begroting

Commission des Finances et du Budget

 

van

 

Vrijdag 14 juli 2017

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Vendredi 14 juillet 2017

 

Après-midi

 

______

 

 


De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 17.21 uur. De vergadering wordt voorgezeten door de heer Eric Van Rompuy.

Le développement des questions et interpellations commence à 17.21 heures. La réunion est présidée par M. Eric Van Rompuy.

 

De voorzitter: Mevrouw Smaers, u heeft het woord voor uw vraag nr. 18791 onder punt 5.

 

 Griet Smaers (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijn eerste twee vragen op de agenda mogen schriftelijk worden beantwoord.

 

De voorzitter: Vragen nrs 18791 en 18834 van mevrouw Smaers worden omgezet in schriftelijke vragen.

 

Mme Jadin n’est pas présente, ses questions n°s 18957 et 18958 sont annulées.

 

Vraag nr. 19197 van de heer Klaps wordt omgezet in een schriftelijke vraag. Vraag nr. 19218 van mevrouw Lijnen wordt omgezet in een schriftelijke vraag. Vraag nr. 19296 van de heer Pivin wordt uitgesteld.

 

Dan komen wij aan de samengevoegde vragen over de verzending van Franstalige aangifteformulieren voor de personenbelasting aan Brusselse Vlamingen.

 

01 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Barbara Pas aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de verzending van Franstalige aangifteformulieren voor de personenbelasting aan Brusselse Vlamingen" (nr. 19384)

- de heer Eric Van Rompuy aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de belastingaangiftes in Brussel" (nr. 19792)

- de heer Luk Van Biesen aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "het foutief verzenden van Franstalige aangifteformulieren voor Nederlandstalige belastingplichtigen in Brussel" (nr. 19826)

- de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "het foutief verzenden van Franstalige aangifteformulieren voor Nederlandstalige belastingplichtigen in Brussel" (nr. 19830)

01 Questions jointes de

- Mme Barbara Pas au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "l'envoi aux Bruxellois néerlandophones de formulaires de déclaration d'impôt des personnes physiques en français" (n° 19384)

- M. Eric Van Rompuy au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "les déclarations d'impôt à Bruxelles" (n° 19792)

- M. Luk Van Biesen au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "l'envoi erroné de formulaires de déclaration fiscale en français à des contribuables néerlandophones de Bruxelles" (n° 19826)

- M. Peter Vanvelthoven au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "l'envoi erroné de formulaires de déclaration fiscale en français à des contribuables néerlandophones de Bruxelles" (n° 19830)

 

01.01  Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, er zijn heel wat Brusselse Vlamingen die een aangifteformulier voor de personenbelasting in het Frans hebben ontvangen, wat uiteraard in strijd is met de taalwet in bestuurszaken.

 

Normaal gezien is de algemene regel dat de administratie in Brussel zich voor het bepalen van de taal van de betrokkene baseert op de gegevens in het Rijksregister, maar in dit geval is dit duidelijk niet gebeurd, want de verscheidene personen die mij van die taalverwisseling melding hebben gemaakt, zijn wel degelijk mensen die als Nederlandstaligen door het administratieve leven gaan, vermits zij ook een Nederlandstalige identiteitskaart hebben. Er mag dus worden aangenomen dat zij ook als Nederlandstaligen in het Rijksregister bekendstaan.

 

Naar aanleiding van die voorvallen heeft de betrokkene die mij het probleem heeft gemeld telefonisch zijn licht opgestoken bij de administratie, meer bepaald bij het contactcenter van Financiën in Brussel. Daar werd hem meegedeeld dat de nieuwe belastingplichtigen die dit jaar in het systeem werden ingebracht door de administratie automatisch in het Frans werden ingeschreven omdat er zich blijkbaar technische problemen zouden hebben voorgedaan met de computerprogramma's.

 

De uitleg die hem gegeven werd, was dat de technische dienst van Financiën daarvan op de hoogte zou zijn, maar niet van plan was om die zaak uit eigen beweging recht te zetten. De Nederlandstaligen die een Franstalig aangifteformulier hebben ontvangen, kunnen wel – zo werd alleszins door het contactcenter meegedeeld – bij hun plaatselijk kantoor de zaak aankaarten om op individuele basis een taalwijziging te vragen en alsnog een Nederlandstalig aangifteformulier te verkrijgen. Alleen bleek dat in het concrete geval van de betrokkene die het contactcenter telefoneerde diens lokaal kantoor tijdelijk gesloten was en dat hij zich dus moest wenden tot het contactcenter, waarmee hij in gesprek was en dat er uiteindelijk niets aan kon veranderen.

 

Mijnheer de minister, ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat de dienstverlening van de administratie Financiën, die bevoegd is voor de Brusselse Nederlandstaligen, absoluut niet is zoals die hoort te zijn. Deze situatie is alleszins in strijd met de taalwetgeving. Dat er fouten gebeuren tegen de taalwetgeving is niet nieuw. Ik kan verwijzen naar een schriftelijke vraag van collega Vanvelthoven. Ik verwijs ook graag naar mijn schriftelijke vraag nr. 1044, die daarop allicht ook betrekking heeft. Ik wacht al meer dan een jaar op het antwoord daarop. Misschien is de reden waarom ik er nog geen antwoord op heb gekregen wel gelijkaardig.

 

Zulke situaties zorgen er alleszins voor dat de Nederlandstaligen door die dienst als tweederangsburgers behandeld worden. Het kan niet dat zij zelf stappen moeten ondernemen om hun taalrechten te krijgen in plaats van dat deze hen automatisch worden toegekend, zoals het hoort.

 

Bevestigt u dat er een technisch probleem was met het versturen van de aangifteformulieren voor de personenbelasting? Over hoeveel mensen ging het? Klopt het dat alle nieuwe Brusselse belastingplichtigen die Franstalige aangifteformulieren hebben ontvangen? Werd het probleem al vastgesteld vóór de verzending van die aangifteformulieren? Zo ja, bent u dan niet van oordeel dat dit probleem eerst diende te worden opgelost in plaats van de Vlamingen dan maar Franstalige formulieren toe te sturen?

 

Een tweede vraag is of u het normaal vindt dat die Brusselse Vlamingen die een Franstalig aangifteformulier hebben ontvangen zelf op individuele basis een Nederlandstalig formulier moeten aanvragen, zoals door dat contactcenter werd meegedeeld? Kunt u meer uitleg geven waar de verantwoordelijkheid ligt? Bij welke dienst? Hoeveel Nederlandstaligen en Franstaligen zijn er werkzaam in die dienst?

 

Nadat we deze problematiek hebben aangekaart, heb ik een mededeling gelezen van de FOD Financiën dat men een nieuwe brief zou krijgen en een uitstel van indieningstermijn. Zal daaraan ook een brief met verontschuldigingen worden gekoppeld en zal het nodige uitstel voor het indienen van die aangifte worden toegestaan?

 

Tot slot, zult u nog maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat zulke toestanden in de toekomst worden vermeden?

 

01.02  Eric Van Rompuy (CD&V): Ik sluit mij aan bij deze vraag, het gaat om hetzelfde thema.

 

In 2017 zijn er blijkbaar voor het eerst aangifteformulieren in het Frans verstuurd aan personen die in het Rijksregister als Nederlandstalig genoteerd zijn.

 

Mevrouw Pas heeft erop gewezen dat men als uitleg geeft dat de technische dienst op de hoogte is. Wat is uiteindelijk de oplossing voor de betrokkenen?

 

Mijnheer de minister, ik zou dan ook de vragen van mevrouw Pas willen herhalen.

 

Bent u op de hoogte van deze problematiek? Zo ja, welke stappen kunnen worden ondernomen, zodat individuele belastingplichtigen in hun moedertaal worden aangeschreven?

 

De voorzitter: Ik meen dat de heren Van Biesen en Vanvelthoven soortgelijke vragen hebben.

 

01.03  Luk Van Biesen (Open Vld): Mijnheer de minister, mijn collega’s Pas en Van Rompuy hebben al de nodige uitleg gegeven. Volgens onze informatie zou het inderdaad gaan om een informaticafout. Ik kreeg hiervan graag een bevestiging.

 

Ik kom meteen tot mijn vragen, aangezien de problematiek reeds werd geschetst door de collega’s.

 

Kunt u inderdaad bevestigen dat Nederlandstalige belastingplichtigen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die voor het eerst een aangifte in de personenbelasting moeten indienen, geen Nederlandstalige maar een Franstalige aangifte hebben ontvangen? Kunt u ons informeren over hoeveel belastingplichtigen het gaat?

 

Kon het informaticaprobleem worden rechtgezet? Zo ja, wanneer?

 

Zult u maatregelen nemen om dit pijnlijk probleem op te lossen? Hoeveel kost deze operatie?

 

01.04  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik zal mij eveneens beperken tot mijn vragen, vermits het probleem al werd toegelicht.

 

Mijnheer de minister, zult u deze fout rechtzetten en aan alle nieuwe Nederlandstalige belastingplichtigen in Brussel automatisch een nieuwe, in het Nederlands opgestelde aangifte bezorgen?

 

Zult u in een begeleidend schrijven meteen ook uitstel verlenen voor het indienen van de belastingaangifte, aangezien de fout ligt bij de FOD Financiën?

 

01.05 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, de Algemene administratie van de Fiscaliteit kan zich voor het bepalen van de taal van de aangifte in de personenbelasting niet baseren op de gegevens van het Rijksregister. De bepaling van de taal van de belastingplichtige gebeurt op basis van de eigen databanken.

 

Deze werkwijze werd naar aanleiding van de aangehaalde gevallen reeds grondig geanalyseerd. Het ging inderdaad om een informaticafout die is gedetecteerd en waarvan de nodige analyses zijn gemaakt. Er zal dus een verdere verfijning en herwerking worden op punt gesteld, niet alleen van de databanken maar vooral van het gebruik ervan. Ikzelf en de administratie van Financiën zijn er ons zeer goed van bewust dat de taalwetgeving bijzonder secuur moet worden nageleefd.

 

De administratie stelt op de eerste plaats alles in het werk om de belastingplichtigen die ten onrechte een aangifte ontvingen in de verkeerde taal, te identificeren, hen een nieuwe aangifte toe te sturen en hen, gegeven de verwikkelingen, het geëigende uitstel te verlenen.

 

Het opnieuw verzenden van ongeveer 560 nieuwe aangiften in de juiste taal stemt overeen met een kostprijs van ongeveer 450 euro. De totale kostprijs van het herdrukken en verzenden van de ongeveer 1 900 voorstellen van vereenvoudigde aangifte bedraagt ongeveer 1 200 euro. In totaal is dat dus zowat 1 650 euro.

 

Op deze nieuw toegezonden aangiften worden natuurlijk de wettelijke bepalingen van het Wetboek toegepast. Zo zal de belastingplichtige overeenkomstig het WIB 92 opnieuw over een maand beschikken om zijn aangifte terug te sturen.

 

Tot slot, hoewel het niets is om fier over te zijn, wil ik voor de volledigheid van het dossier ook nog meedelen dat niet enkel Nederlandstalige Brusselaars een aangifte hebben ontvangen in de verkeerde taalrol, maar dat dit ook het geval was voor een aantal Franstalige Brusselaars die een aangifte of voorstel van vereenvoudigde aangifte in de verkeerde taal ontvangen hebben. Uiteraard zal iedereen in de aanpak, in de correctie en in de opvolging op dezelfde manier behandeld worden.

 

01.06  Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord en voor de verduidelijking.

 

Het is de logica zelve dat nieuwe aangiften in de juiste taal worden opgestuurd. Ik vind het wel bijzonder jammer dat er eerst anders werd gecommuniceerd vanuit de dienst van Financiën en vanuit het contactcenter, waarbij aan betrokkenen een soort tweederangsbehandeling werd gegeven door hen naar een lokale dienst te sturen om alsnog in hun eigen taal een aangifte te verkrijgen. Het is jammer dat er pas werd gereageerd nadat wij de zaak aanhangig hebben gemaakt. Een snellere reactie, zoals nu gebeurt, zou gepast zijn geweest, samen met verontschuldigingen.

 

01.07  Eric Van Rompuy (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

01.08  Luk Van Biesen (Open Vld): Mijnheer de minister, u zegt dat het gaat om een informaticaprobleem, enerzijds, maar dat het zeer moeilijk is om de taal te detecteren van de betrokken belastingplichtigen, anderzijds. Dat heeft aanleiding gegeven tot het versturen van 560 nieuwe aangiften en 1 900 vereenvoudigde aangiften.

 

Hoe kan het om een informaticaprobleem gaan, als u eigenlijk niet kunt detecteren welke de taal is van de belastingplichtigen? Waarop zult u zich in de toekomst baseren voor aangiften van nieuwe belastingplichtigen in Brussel, als u niet beschikt over informatie over hun moedertaal of over de taal die zij wensen te gebruiken bij hun administratieve stukken?

 

Hoe kunt u de informaticafout in de toekomst rechtzetten, als u niet over de nodige gegevens beschikt?

 

01.09 Minister Johan Van Overtveldt: De FOD beschikt over eigen databanken, waarin die gegevens correct zouden moeten zijn. Het is gebleken dat dit voor die gevallen niet zo was. Men heeft eigen databanken waarin de gegevens inzake de taal correct zouden moeten staan. In de meeste gevallen is dat gelukkig zo, maar dus niet in honderd procent van de gevallen, zoals nu is gebleken. Er wordt aan gewerkt om de honderd procent zo dicht mogelijk te benaderen.

 

01.10  Peter Vanvelthoven (sp.a): (…)

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 19399 van de heer de Lamotte wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

 

02 Vraag van mevrouw Griet Smaers aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de fiscale regeling voor zelfstandigen-natuurlijke personen" (nr. 19634)

02 Question de Mme Griet Smaers au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la réglementation fiscale pour indépendants-personnes physiques" (n° 19634)

 

02.01  Griet Smaers (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, om precies te zijn, mijn vraag gaat over het fiscale luik van de tweede pijler van het aanvullend pensioen, zijnde het pensioen voor zelfstandigen-natuurlijke personen. Door het departement van minister Borsus wordt daaraan al enige tijd gewerkt, ook uw kabinet verleent zijn medewerking.

 

Ik heb al enkele vragen over de materie gesteld, zoals de vraag wanneer de regeling rond zou zijn. Er is een aantal keer geantwoord dat het ontwerp vóór het reces klaar zou zijn. Daarom heb ik een evidente vraag. Ik vermoed immers dat het er vóór het reces niet meer zal komen. Nochtans had de regering aangegeven dat zulks wel zou gebeuren. Mijnheer de minister, wanneer verwacht u het dan wel?

 

Werd het fiscale luik van de nieuwe regeling al in de Ministerraad behandeld?

 

Heeft de Raad van State een advies uitgebracht? Wat is de eventuele inhoud van het advies?

 

Tot slot, kan u aangeven wanneer wij het ontwerp mogen verwachten?

 

02.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Smaers, u hebt zelf goed samengevat hoe de zaken tot nu toe zijn verlopen.

 

Het is ongelooflijk complex, dat weet u ook, om die zaken goed af te stemmen en om ervoor te zorgen dat wij geen reparatiewetgeving op tafel moeten leggen binnen de zes maanden. Die technische besprekingen zitten in de afrondingsfase. Wij gaan er alles aan doen om zo snel mogelijk een eerste lezing in de Ministerraad te kunnen doen, zodat het naar de Raad van State kan en vervolgens kan afgewikkeld worden. Ik behoed mij echter voor heel concrete tijdschema’s.

 

02.03  Griet Smaers (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik hoop dat het inderdaad zo snel mogelijk rond kan geraken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Vraag van mevrouw Griet Smaers aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de impact van federale maatregelen op lokale besturen" (nr. 19840)

03 Question de Mme Griet Smaers au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "l'incidence des mesures fédérales sur les administrations locales" (n° 19840)

 

03.01  Griet Smaers (CD&V): Mijnheer de minister, deze vraag houdt mij al even bezig, ik wil ze dan ook aan u voorleggen. Het is een belangrijke vraag voor de financiën van heel wat lokale besturen.

 

Onlangs kwam u met een heel goed wetsontwerp voor een systeem van voorschotten voor de doorstorting van de aanvullende personen­belasting, wat extra stabiliteit biedt voor de financiën van de gemeenten. Ik zou echter nog verder willen gaan. Ik verwijs naar de Belforttoets, die opgenomen is in het Vlaams regeerakkoord, maar niet in het federaal regeerakkoord. Wat houdt het Belfortprincipe in? Als er maatregelen worden genomen door een regering, in dit geval de federale regering, die een impact hebben op de lokale financiën, bijvoorbeeld de taxshift, dan houdt het Belfortprincipe in dat men eerst een lokale toetsing moet doen, alvorens men die maatregel ook neemt. Als bijvoorbeeld een federale maatregel een impact heeft op de lokale financiën, wat moeten wij dan doen om dat te remediëren of de impact te compenseren?

 

Naar aanleiding van de hervormingen die de taxshift met zich mee heeft gebracht, werd destijds aangekondigd dat er een evaluatie zou komen van de impact van die maatregelen op Entiteit II. Heeft die evaluatie al plaatsgevonden? Wat zijn de resultaten daarvan?

 

Hoe staat u tegenover een consequente evaluatie van de impact die federale regeringsbeslissingen op lokale besturen hebben? Hoe staat u tegenover het toepassen van het zogenaamde Belfortprincipe in het beleid van de federale regering?

 

03.02 Minister Johan Van Overtveldt: Over de taxshift zijn wij tegenover de gemeenten zeer transparant geweest. Elke gemeente heeft individueel een nota gekregen van mijn administratie waarin in detail en per jaar de impact is weergegeven van de verschillende lastenverlagingen, die werden doorgevoerd.

 

In 2018 komt er een nieuwe fase in de taxshift, die dan uiteraard voor de gemeenten voelbaar zal zijn in 2018.

 

We zijn nu dezelfde oefening aan het doen. Wij zullen op dezelfde manier communiceren, individueel met elke gemeente, en op dezelfde manier transparantie creëren.

 

Het Belfortprincipe lijkt mij een deugdelijk principe. U hebt zelf aangegeven dat het in het Vlaams regeerakkoord staat. Het is Vlaams beleid. Het werd niet in het federaal regeerakkoord opgenomen, maar het lijkt mij een zeer zinvol idee, gezien onze toch al zeer complexe staatsstructuur, om dat principe in een aantal beslissingen die duidelijk een impact zullen hebben op lokaal niveau, toe te passen.

 

03.03  Griet Smaers (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

We bekijken de verdere impact van de taxshift op de lokale besturen dan verder. We zien de bijkomende communicatie die u voor de tweede fase aankondigt, tegemoet.

 

Het is zeer goed om daarover zeer open en transparant te communiceren – men verwacht dat ook –, zodat men duidelijk weet wat de volgende fase van de taxshift betekent in de komende jaren voor het meerjareninvesterings- en meerjarenprogramma van de gemeenten.

 

Ik vind het goed dat u er wel iets voor voelt om het Belfortprincipe ook op federaal niveau mee te nemen als toets voor de federale maatregelen. Als wij beiden al partners kunnen zijn om het Belfortprincipe in het federale regeringsbeleid te respecteren, dan kunnen wij dat misschien in de komende jaren ook op federaal vlak werkelijk invoeren.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 19649 van mevrouw Dedry wordt geschrapt. De vragen nrs 19661 en 19662 van de heer Vanvelthoven worden omgezet in schriftelijke vragen.

 

04 Vraag van de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de brexit" (nr. 19663)

04 Question de M. Peter Vanvelthoven au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "le Brexit" (n° 19663)

 

04.01  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, u heeft al herhaaldelijk aangegeven of gepocht dat er enkele ondernemingen zijn die u vanuit het Verenigd Koninkrijk naar hier heeft kunnen lokken in de context van de brexit. Het zou echter maar gaan om enkele tientallen jobs. Opvallend is de berichtgeving dat er iemand is die voor de minister de onderhandelingen voert met het oog op het aantrekken van financiële ondernemingen uit Londen. Ik had daarover graag wat concrete info gekregen.

 

Mijnheer de minister, wat doet die onderhandelaar precies? Over wat valt er dan vooral te onderhandelen? Welk mandaat heeft hij?

 

04.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer Vanvelthoven, een medewerker van het kabinet Financiën – zo is trouwens de bal aan het rollen gegaan rond die verzekeringstoestand Lloyd’s of London en alles wat daaruit verder is voortgekomen – heeft op een bepaald moment deelgenomen aan een seminarie rond het verzekeringswezen, over verzekeringsondernemingen en dergelijke, waar – zoals dat wel meer gaat – heel de thematiek van de brexit en Londen aan bod kwam. Voor alle duidelijkheid, al die verzekeringsmaatschappijen gaan niet lopen uit Londen, die komen naar Brussel met een pied-à-terre, omdat ze ervan uitgaan dat er als gevolg van de brexit een toch enigszins duale aanpak moet komen. Het is dus niet meer of niet minder dan dat. Op dat seminarie zijn enkele maanden geleden een aantal contacten gelegd die de aanzet vormden om de situatie te krijgen die we vandaag hebben.

 

Ter informatie wil ik verder toelichten dat Lloyd’s of London een zeer complexe onderneming is. Het is een onderneming met 60 of 65 subondernemingen, verzekeringsmarkten en herverzekeringsmarkten.

 

Wat een bijzonder belangrijke rol gespeeld heeft in de beslissing van Lloyd’s of London om Brussel te kiezen als hun pied à terre in mainland Europe, is dat de Nationale Bank, die zoals u weet de regulator is van deze sector, een reguleringsmodel heeft uitgewerkt dat volledig in overeenstemming is met de wetgeving en de Europese richtlijnen ter zake en dat toch voldoende werkbaar is. Men kan zoiets immers in termen van efficiëntie van de controle doen en er zijn dan natuurlijk diverse wegen die naar Rome leiden.

 

De mensen van de Nationale Bank hebben daaraan heel hard gewerkt, ze hebben een reguleringsmodel uitgewerkt dat dicht aansluit bij de manier waarop Lloyd's al in Londen werkte, rekening houdend met de Belgische wetgeving. Ere wie ere toekomt. Het is niet de minister die de bedrijven naar hier lokt, maar wel een globaal geheel. Regulering moet er zijn en moet conform de wet zijn, maar ze moet tegelijkertijd toch op een efficiënte manier rekening houden met de specificiteiten van de bedrijven in kwestie.

 

Wat mijn medewerker betreft, die is op dat seminarie geweest en heeft een aantal contacten gelegd. Die contacten hebben mede geleid tot wat de situatie vandaag is.

 

Het tweede deel van uw vraag betreft de jobs. Dat is inderdaad beperkt in een eerste fase. Daarover is er geen discussie. Ik heb daar ook nooit een geheim van gemaakt. Daar zit zeker potentieel in. Wat vooral interessant is, is dat daarin heel wat knowhow zit, die men vandaag in Brussel misschien nog niet helemaal had.

 

04.03  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, als ik het goed begrijp, is er dus niet iemand van uw kabinet permanent op jacht in Londen. Er is toevallig meer gekomen uit een aantal contacten en onze regulator staat dan klaar om ze over de streep te trekken.

 

04.04 Minister Johan Van Overtveldt: Dat is een samenvatting waarin ik mij kan vinden.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Vraag van de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de fairness tax" (nr. 19664)

05 Question de M. Peter Vanvelthoven au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la fairness tax" (n° 19664)

 

05.01  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, het Europees Hof van Justitie heeft met betrekking tot de fairness tax geoordeeld dat er in een specifiek geval sprake is van strijdigheid met een bepaling van de moeder-dochterrichtlijn. Het gaat dan over door een Belgische tussenholding wederuitgekeerde dividenden. Het Hof heeft, zoals verwacht, met de uitspraak het advies van de advocaat-generaal gevolgd. U hebt ondertussen ruim de tijd gehad om een technische analyse te maken.

 

Graag had ik van u dan ook vernomen of u het met mijn lezing eens bent, die volgens mij ook de lezing is van anderen die ter zake meer expertise hebben, dat, om de tegenstrijdigheid van de fairness tax met de moeder-dochterrichtlijn ongedaan te maken, het volstaat om de belastbare grondslag van de fairness tax te beperken of te verminderen, overeenkomst artikel 4, lid 3 van de richtlijn 2011/96/EU, wanneer die vennootschap, binnen de werkingssfeer van dezelfde richtlijn, dividenden uitkeert die ze zelf heeft ontvangen en die ze dus herverdeelt.

 

Wij hebben ter zake een wetsvoorstel ingediend om dit zo snel mogelijk opgelost te krijgen. Ik had hierover graag uw mening gehoord.

 

05.02 Minister Johan Van Overtveldt: Wat heel de problematiek inzake de fairness tax betreft, wil ik eraan herinneren dat het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 17 mei 2017 als onderwerp een prejudiciële vraag heeft, ingediend door het Grondwettelijk Hof.

 

Eigenlijk zijn er drie prejudiciële vragen. Ik wil daarop toch even ingaan.

 

De eerste vraag ging over een mogelijke overtreding van de vrijheid van vestiging, naar aanleiding van een discriminerende behandeling van niet-ingezeten vennootschappen die een economische activiteit in België verrichten door middel van een vaste inrichting ten aanzien van een ingezeten Belgische vennootschap. De verzoeker en de Commissie hebben geoordeeld dat de berekeningswijze van de belastbare grondslag zou kunnen leiden tot een zwaardere belasting voor niet-ingezeten vennootschappen, aangezien de berekeningswijze ertoe leidt dat die niet-ingezeten vennootschap wordt belast op andere winsten dan die gegenereerd door de Belgische vaste inrichting.

 

De Commissie heeft ook uitgelicht dat een vaste inrichting onderworpen is aan de belasting, zelfs wanneer de winsten van die vaste inrichting geen deel uitmaken van de dividenden die worden uitgekeerd door de niet-ingezeten vennootschap.

 

Het Hof van Justitie heeft op die eerste vraag geantwoord dat het een verwijzende rechter, in dit geval het Grondwettelijk Hof, toekomt na te gaan of de berekeningswijze van de belastbare grondslag van de fairness tax ertoe leidt dat de fiscale behandeling van een niet-ingezeten vennootschap die haar activiteit in België verricht door middel van een vaste inrichting, niet minder voordelig zou zijn dan die waaraan een ingezeten vennootschap onderworpen is.

 

Op de tweede prejudiciële vraag, of de fairness tax een bronheffing uitmaakt in de zin van artikel 5 van de dochter-moederrichtlijn, werd door het Hof van Justitie, zoals u wellicht weet, negatief geantwoord.

 

Tot slot, oordeelde het Hof van Justitie met betrekking tot de derde prejudiciële vraag, en in navolging van de conclusie van de advocaat-generaal, dat artikel 4, lid 1a van de moeder-dochterrichtlijn, gelezen in samenhang met lid 3 van dat artikel, zich verzet tegen een nationale belastingregeling, zoals in dit geval, voor zover die regeling, in een geval waarin een moedermaatschappij de van haar dochteronderneming ontvangen winsten pas uitkeert na het jaar waarin zij die heeft ontvangen, tot gevolg heeft dat die winsten voor een groter gedeelte worden belast dan het in die bepaling vastgelegde plafond van 5 %.

 

Hetgeen voorafgaat, betreft het geval van wederuitkering van dividenden die in aanmerking komen voor de DBI-aftrek. Op basis daarvan lijkt artikel 219ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 alvast technisch te moeten worden gewijzigd, zodat het plafond van 5 % voor dergelijke dividenden die opnieuw zijn uitgekeerd onder de voorwaarden van de richtlijn niet wordt overschreden door toedoen van de fairness tax.

 

Het komt nu echter het Grondwettelijk Hof toe om zich uit te spreken over een eventuele nadelige behandeling van een niet-ingezeten vennootschap die haar activiteiten in België verricht door middel van een vaste inrichting, zoals opgeworpen door het Hof van Justitie in antwoord op de eerste prejudiciële vraag.

 

Naast die vraag inzake de overtreding van het Europees recht moet het Grondwettelijk Hof zich eveneens uitspreken over het grondwettelijk karakter van het regime van de fairness tax. In het beroep tot nietigverklaring van de fairness tax heeft de verzoeker ook een inbreuk op de grondwettelijke beginselen van legaliteit en gelijkheid ingeroepen.

 

In dit stadium, waarin de net aangegeven elementen spelen, lijkt het mij voorbarig om een wetswijziging voor te stellen zonder de inhoud van het arrest van het Grondwettelijk Hof te kennen. Zodra dat arrest wordt geveld, zal er uiteraard gevolg aan worden gegeven.

 

05.03  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik noteer dat de minister het arrest van het Grondwettelijk Hof afwacht. Dat kan natuurlijk nog even op zich laten wachten.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: De vragen nrs 19736, 19737 en 19738 van de heer Klaps worden omgezet in schriftelijke vragen. Vraag nr. 19764 van mevrouw Jadin wordt geschrapt. Vraag nr. 19764 van de heer Van Quickenborne wordt geschrapt. Vraag nr. 19783 van de heer Klaps wordt omgezet in een schriftelijke vraag. De vragen nrs 19665, 19666, 19667 en 19668 van de heer Vanvelthoven worden omgezet in schriftelijke vragen.

 

06 Vraag van de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de belastingvrije som voor kinderen ten laste van grensarbeiders" (nr. 19789)

06 Question de M. Peter Vanvelthoven au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la quotité exemptée d'impôt pour les enfants à charge des travailleurs frontaliers" (n° 19789)

 

06.01  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, Belgische gezinnen waarvan een van de partners als de grootste verdiener in Nederland als grensarbeider werkt, worden getroffen door een discriminerende fiscale maatregel. Zij hebben immers geen recht op de belastingvrije som voor kinderen ten laste in Belgische fiscale aangiften. U hebt reeds eerder te kennen gegeven dat er voor het inkomstenjaar 2016 een administratieve regeling zal gelden en dat in 2017 een wettelijke aanpassing zal volgen.

 

In verband met die problematiek lopen er vandaag heel wat bezwaarprocedures bij de Belgische belastingadministratie vanaf het jaar 2013. Die bezwaren worden op dit ogenblik echter gewoon aangehouden, zolang er nog geen aanpassing van de Belgische wetgeving heeft plaatsgevonden, ook al stelt een aantal gerechtelijke uitspraken – ik verwijs onder meer naar een arrest van het hof van beroep van 22 september 2015 – de belastingplichtige in het gelijk. Wanneer belastingplichtigen aan de administratie vragen waarom aan de diverse bezwaarschriften niet tegemoet wordt gekomen, ondanks de rechterlijke uitspraken, dan krijgt men als antwoord dat men wacht op nadere instructies van de FOD Financiën inzake de afhandeling van de bezwaarschriften en zegt men ook dat men niet gebonden is – dat klopt natuurlijk – aan een bepaalde termijn om die zaken af te handelen.

 

De bemiddelingsdienst is inmiddels ook al ingeschakeld. Ook hij beweert niets tegen die handelswijze te kunnen ondernemen.

 

Het bedrag loopt natuurlijk elk jaar op, waardoor het voor sommigen al over een bedrag van meer dan 10 000 euro gaat.

 

Mijnheer de minister, hoever staat het, ten eerste, met de door u eerder aangekondigde aanpassing van de Belgische wetgeving aan die problematiek?

 

Ten tweede, wanneer kunnen de belasting­plichtigen verwachten dat hun bezwaar wordt behandeld, gelet op het feit dat er al rechterlijke uitspraken in dat verband zijn gevallen?

 

06.02 Minister Johan Van Overtveldt: De regering bespreekt momenteel een wetsontwerp dat artikel 134 van het WIB 1992 vanaf aanslag­jaar 2018 wijzigt in de zin van de administratieve regeling die werd uiteengezet in een rondzendbrief van 18 mei 2017.

 

Het is de bedoeling om het wetsontwerp zo snel mogelijk op de Ministerraad te brengen, zodat het voor advies aan de Raad van State kan worden voorgelegd en vervolgens zo snel mogelijk na het zomerreces in het Parlement kan worden ingediend.

 

De rondzendbrief van 18 mei 2017 is terug te vinden op de website van Fisconetplus en bevat ook richtlijnen voor de behandeling van de administratieve en gerechtelijke geschillen, die hiermee helaas samengaan.

 

06.03  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, die circulaire zal ik even moeten nakijken. Hopelijk lost die circulaire de problemen op van heel wat grensarbeiders die dikwijls toch tussen wal en schip vallen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van de heer Eric Van Rompuy aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de giften via crowdfunding" (nr. 19793)

07 Question de M. Eric Van Rompuy au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "les dons effectués par le financement participatif" (n° 19793)

 

07.01  Eric Van Rompuy (CD&V): Mijnheer de minister, er wordt mij gemeld dat giften verkregen via een crowdfundingplatform niet in aanmerking komen voor een fiscaal attest, zelfs niet indien de organisatie een erkenning heeft om fiscale attesten uit te reiken.

 

Kunt u verduidelijken of giften via crowdfunding­platformen effectief zijn uitgesloten van de toepassing van de aftrekbaarheid van giften? Indien ja, is dit dan op basis van een te letterlijke interpretatie van de wetgeving?

 

Bent u bereid om naar oplossingen daarvoor te zoeken? Het is immers een belangrijk element dat giften via crowdfunding een fiscaal attest zouden kunnen krijgen.

 

07.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, giften die een erkende instelling via een crowdfundingplatform ontvangt, passen binnen de wettelijke bepalingen van de belastingvermindering voor giften in geld, wanneer de vastgelegde voorwaarden voor online giften worden nageleefd. Die voorwaarden zijn in de circulaire nr. 42/2014 van 16 oktober 2014 vermeld en toegelicht.

 

Zoals vermeld in het antwoord op de parlementaire vraag nr. 254 van de heer Dedecker van 23 juni 2015, is het niet duidelijk of aan die voorwaarden in een dergelijk geval steeds is voldaan.

 

Het is ook niet duidelijk of uw vraag een concreet geval beoogt. Indien dat het geval is, zou ik u willen vragen mij de gegevens te bezorgen, zodat de administratie kan onderzoeken wat er in voorkomend geval aan de hand is en ook of er eventueel iets schort.

 

07.03  Eric Van Rompuy (CD&V): Mijnheer de minister, ik heb die vraag gekregen via een federatie van crowdfundingplatforms. Een dame heeft mij dat opgestuurd met de mededeling dat er zich een groot probleem voordoet in de organisatie. Het gaat om een soort beroepsfederatie of een forum.

 

Ik zal u die brief bezorgen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 19808 van mevrouw Van Cauter, onder agendapunt 32, werd behandeld onder agendapunt 6. Vraag nr. 19825 van mevrouw Lahaye-Battheu wordt omgezet in een schriftelijke vraag. Vraag nr. 19849 van de heer Deseyn is ingetrokken, aangezien de heer Deseyn niet aanwezig is. Vraag nr. 19878 van de heer Pivin is uitgesteld. De vragen nrs 19914 en 19941 van de heer Flahaux worden geschrapt, aangezien wij niets hebben vernomen van de heer Flahaux. Vraag nr. 19960 van mevrouw Van Hoof wordt omgezet in een schriftelijke vraag. Vraag nr. 19963 van mevrouw Lanjri wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

 

Mijnheer de minister, daarmee hebben wij de agenda afgewerkt, nog net binnen de toegemeten tijd.

 

07.04 Minister Johan Van Overtveldt: Waarvoor dank.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.03 uur.

La réunion publique de commission est levée à 18.03 heures.