Commissie voor de Volksgezondheid, het Leefmilieu en de Maatschappelijke Hernieuwing

Commission de la Santé publique, de l'Environnement et du Renouveau de la Société

 

van

 

Dinsdag 19 september 2017

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 19 septembre 2017

 

Matin

 

______

 

 


La réunion publique de commission est ouverte à 10.05 heures et présidée par Mme Muriel Gerkens.

De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.05 uur en voorgezeten door mevrouw Muriel Gerkens.

 

01 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Annick Lambrecht aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "afval in de Noordzee en op het strand" (nr. 20017)

- mevrouw Anne Dedry aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de plasticsoep" (nr. 20500)

01 Questions jointes de

- Mme Annick Lambrecht au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "les déchets en mer du Nord et sur la plage" (n° 20017)

- Mme Anne Dedry au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "la quantité importante de déchets plastiques dans la mer" (n° 20500)

 

01.01  Annick Lambrecht (sp.a): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, ik las in een artikel in Le Soir van 15 juli dat in het kader van de recente OSPAR-bijeenkomst enorme vragen worden gesteld over de blijvende toename van de vervuiling in de zeeën en meer bepaald in onze eigen Noordzee. Onze zee is onderhevig aan hoge druk door ons hoge bevolkingscijfer, enerzijds, en onze hoge graad van industrialisering, anderzijds.

 

Niet enkel onze zee is zwaar vervuild, ook onze stranden zijn helemaal niet proper. Het betreft vooral de massale aanwezigheid van plastic en piepschuim, zowel in het water als op het strand. Ter voorbeeld: 1 kg zand zou niet minder dan 150 stukjes plastiek bevatten. Dit heeft ernstige gevolgen voor de gezondheid van mens en omgeving en vergt actie.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ten eerste, welke maatregelen zult u nemen om dit prangend probleem van onze Noordzee aan te pakken, zowel in de zee als op onze stranden?

 

Ten tweede, bestaat er nu reeds een plan van aanpak? Kunt u dit toelichten en timing van acties geven ?

 

01.02  Anne Dedry (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitter, ik sluit mij aan bij mijn collega.

 

In 2050 zal er meer plastic in zee zijn dan vis. Vooral het probleem van de kleinere partikels, de zogenaamde microplastics, in vele producten die wij dagelijks gebruiken, zijn helemaal niet zo onschuldig als ze lijken. Ik was heel tevreden te vernemen dat u begin september internationale engagementen bent aangegaan in Lissabon, met 49 andere Noordzeeministers of hun vertegenwoordigers.

 

Vorig jaar hebt u in de commissie gezegd dat de bestrijding van marien afval voor u een belangrijke prioriteit zou zijn.

 

Daarom stel ik u de volgende vragen.

 

Welke acties en initiatieven hebt u ondertussen al ondernomen om de hoeveelheid plastic in zeeën terug te dringen?

 

Welke acties en initiatieven zult u nog ondernemen, al dan niet in samenwerking met uw collega’s uit de Gewesten?

 

Hoeveel steun krijgt het project Fishing For Litter dit jaar? In hoeveel steun wordt er voorzien in 2018 en in 2019?

 

Kunnen wij inzage krijgen in het nationaal actieplan ter bestrijding van marien afval? Bent u al gestart met dat plan?

 

Welke internationale samenwerkingsverbanden zijn er?

 

Hebt u good practices uit andere landen meegenomen, zaken die u opgepikt hebt in Lissabon? Zo ja, welke?

 

Zult u met uw collega’s uit de regering initiatieven nemen om de hoeveelheid microplastics in producten te verminderen of, beter nog, ze te verbieden?

 

01.03 Staatssecretaris Philippe De Backer: Mevrouw de voorzitter, het klopt inderdaad dat ik van de strijd tegen marien afval een van de prioriteiten heb gemaakt in mijn beleid, weergegeven in mijn beleidsnota.

 

U weet allen dat afval op verschillende manieren in de Noordzee terechtkomt. Er vinden activiteiten op zee plaats, zoals zeevaart, visserij, de aquacultuur en offshoreprojecten. Daarnaast komt er zwerfvuil van land via de rioleringen, via waterzuiveringsinstallaties en eenvoudigweg via de wind, omdat mensen nog altijd vuil gewoon op straat gooien dat uiteindelijk in de zee terechtkomt. Ik vernoem ook strandafval, het afval rond vuurwerkfestivals en sportactiviteiten, want er vinden zoveel activiteiten plaats en elk van die activiteiten heeft ook een impact op wat er uiteindelijk in onze Noordzee terechtkomt.

 

Daar komt bovenop dat wij maar een heel klein stukje van de zee beheren en als België in eigendom hebben. Het probleem is echter internationaal gelinkt. Al wat er in de wereld gebeurt, komt voor een stuk aan onze deur voorbij.

 

Ik ben er wel van overtuigd dat marien afval absoluut een specifieke aanpak vraagt. Op verschillende vlakken hebben wij geprobeerd om zelf initiatieven te nemen. Wij zijn inderdaad internationaal actief. Wij proberen allianties te maken en te leren van wat er in andere landen gebeurt, al moet ik zeggen dat ik op veel van die internationale conferenties vooral zelf aangesproken word op onze initiatieven, met de vraag wat wij doen, aangezien wij op veel vlakken op dat gebied koploper zijn. Ik pleit echt voor een totaalaanpak die niveauoverschrijdend en ook multidimensionaal moet zijn.

 

De voorbije maanden heb ik zelf een aantal initiatieven nieuw leven ingeblazen en heb ik ook nieuwe initiatieven genomen. Het meest in het oog springende is het project Fishing For Litter, dat wij opnieuw hebben opgestart. In 2017 wordt daarvoor 6 000 euro vrijgemaakt. Daarbij worden zakken ter beschikking gesteld, wordt alles opgehaald en verwerkt. Er is ook in een rapportage voorzien, zodat wij de impact kunnen nagaan. In 2018 zou het budget naar 8 000 euro worden opgetrokken. Afhankelijk van het aantal gebruikers kunnen wij het bedrag stelselmatig blijven opdrijven. Het betreft hier een systeem, waarbij de diensten en de vissers grote zakken krijgen, om het afval dat zij vinden of zelf produceren, mee aan land te brengen en niet in zee te dumpen.

 

Wij hebben de voorbije maanden ook heel hard op sensibilisering ingezet. De federal truck heeft de voorbije zomer opnieuw de kust afgereden, om mensen, waaronder jongeren te sensibiliseren. In 2017 was daaraan gekoppeld dat mensen aan een beach clean-up konden deelnemen, wat heel wat impact heeft gehad. Meer dan 1 000 mensen werden met dat initiatief bereikt. Het is ook belangrijk om vooral jongeren met de directe impact van vervuiling op onze stranden in contact te brengen.

 

Ook is een opleiding bij het Maritiem Instituut in Oostende voorgesteld om jonge vissers van bij de start bij te brengen dat zij op een bezorgde manier met het maritieme milieu moeten omgaan en hen bij te brengen hoe zij hun steentje kunnen bijdragen in de strijd tegen afval.

 

Er is door de dienst Marien Milieu van de FOD Volksgezondheid ook een nationale werkgroep omtrent marien zwerfafval opgericht, waarbij samen met de Gewesten, de provincie en de kustburgemeesters wordt bekeken wat samen kan worden gedaan, om het mariene afval te pakken te krijgen.

 

Voor mij is ook belangrijk dat ook experts en wetenschappers tijdens discussies actief hebben bijgedragen, teneinde evidence-based voorstellen te kunnen doen.

 

Overigens kijken wij al heel streng toe op de naleving van de milieuvergunningsprocedure die voor alle activiteiten op de Noordzee geldt.

 

Zoals u al vermeldde, zijn wij ook op internationaal, Europees niveau bezig met acties en zijn wij ter zake zelfs voortrekker. Er was de Oceans Meeting in Lissabon. Voordien is minister Reynders naar de Verenigde Naties gegaan, om, ook op internationaal niveau, een aantal commitments te ondertekenen, die heel hard aan de gezondheid van onze oceanen zijn gelinkt. Er bestaat, ook vandaag al, op Europees niveau bijvoorbeeld een actieplan rond de circular economy, waarvan ook een plastics strategy deel uitmaakt. Er is een Europese kaderrichtlijn Mariene Strategie, waaraan wij meewerken. Er is een Europese kaderrichtlijn Water, waarbij België ook de Europese richtlijnen ter zake zal opvolgen, om microplastics uit water te zuiveren.

 

Op regionaal niveau is België lid van de OSPAR-commissie, waarover u ook sprak. Wij zullen in 2017 en in 2018 het ondervoorzitterschap van die commissie waarnemen, wat opnieuw bewijst dat wij ook op dat vlak een heel actieve rol spelen. Wij nemen ook deel aan de Intersessional Correspondence Group Marine Litter en het Regional Action Plan Marine Litter. Wij zullen op dat vlak dus actief blijven en OSPAR ondersteunen met onze kennis en met onze initiatieven.

 

U ziet dat wij heel wat verschillende zaken doen. Wij zijn zowel lokaal als regionaal, federaal en internationaal actief. Wij proberen de good practices, die wij zelf ontwikkeld hebben, door te geven. Wij hebben er bijvoorbeeld in Lissabon met verschillende mensen over gesproken hoe renovatie een rol kan spelen. Ik heb een informeel onderhoud gehad met commissaris Moedas om te kijken hoe wij kunnen samenwerken. Samen met minister Marghem nemen wij ook initiatieven om het probleem van de microplastics aan de bron aan te pakken. Wij kijken hoe wij over de grenzen van de gewestelijke en federale bevoegdheden heen een goede afstemming kunnen vinden om macro-, micro- en nanoplastics aan de bron aan te pakken. Dat zal ook een element vormen van het actieplan, waaraan wij nu de laatste hand aan het leggen zijn.

 

Ik heb daar al vaak over gesproken en het wordt inderdaad tijd dat het actieplan inzake plastic opgeleverd wordt. Ik hoop er in de komende weken de laatste hand aan te leggen, zodat de overheid eindelijk beschikt over een actieplan en met de verschillende stakeholders van de uitvoering ervan werk kan maken. Dat wetenschappelijk onderbouwd plan kan op het terrein effectief een verschil maken.

 

Ik meen dat ik hiermee het grootste deel van uw vragen beantwoord heb. Als er nog specifieke dingen zijn waarover u iets wil weten, hoor ik dat graag.

 

01.04  Annick Lambrecht (sp.a): Dank u wel, mijnheer De Backer.

 

U somde heel wat initiatieven op, die wij toejuichen. Ik hoor wel veel over de zee en minder over het strand. Ik kan het fout hebben, maar misschien hoort het strand erbij? Dat is een eerste extra vraag.

 

Zullen er ook metingen komen, zodat wij kunnen controleren of al die initiatieven leiden tot verbetering?

 

Ik hoor dat het actieplan inzake plastic in opmaak is. Kunt u ons daarvan de timing meegeven? Wanneer wordt dat voltooid? Wordt dat enkel in België opgemaakt? Plastic bevindt zich natuurlijk overal in de zee en de zee stopt niet aan de grens van België.

 

01.05  Anne Dedry (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, dank u voor uw antwoorden.

 

Ik vraag mij alleen af of u ons het actieplan ter bestrijding van marien afval kunt bezorgen? Ik heb het niet gevonden.

 

Voorts sluit ik mij aan bij de vraag van mijn collega. Het actieplan inzake plastic is zeer interessant. Wanneer dat ter beschikking is, krijgen wij dat graag.

 

Ten slotte, u doet heel veel aan sensibilisering en u overlegt met alle niveaus. U spreekt steeds over sensibiliseren om afval te verminderen, maar de vraag is toch of u geen stap verder moet gaan en samen met uw collega Marghem ook verbiedende maatregelen moet opleggen.

 

01.06 Staatssecretaris Philippe De Backer: Voor alle duidelijkheid, het actieplan inzake marien afval en het actieplan inzake plastic zijn hetzelfde, dat is één plan. Het is er nog niet, omdat het nog niet af is. Wij zijn daaraan nu de laatste hand aan het leggen, ook in overleg met een aantal wetenschappers en experts, opdat het plan aan de hand van de lijst ook effectief het verschil maakt op het terrein.

 

Ook internationaal wordt daarnaar gekeken. Wij hebben internationaal afspraken gemaakt; ik verwijs bijvoorbeeld naar de ondertekening door minister Reynders, in samenspraak met mij, bij de Verenigde Naties van een aantal actiepunten. Wij nemen deel aan de uitvoering ervan en het actieplan wordt ook ingeschreven in die actiepunten van de Verenigde Naties. Ik heb het dan over the global campaign on marine litter The Clean Seas, die enkele weken geleden is gelanceerd en vijf jaar duurt. Aangezien het actieplan daarin past, zullen wij de doelstellingen die wij daar hebben onderschreven, dus ook in de realiteit kunnen omzetten.

 

Het actieplan vraagt natuurlijk ook coördinatie. Uw opmerking is terecht. Waarom spreek ik niet over stranden? Dat is omdat de stranden een bevoegdheid zijn van ofwel lokale ofwel regionale autoriteiten. Wij proberen natuurlijk overleg te plegen. Daarom heb ik in de werkgroep die het actieplan heeft voorbereid, ook heel vaak overlegd met kustburgemeesters en de regionale autoriteiten, om ervoor te zorgen dat iedereen op dezelfde lijn zit en dat de expertise en kennis bij die personen en diensten kan meegenomen worden bij de opmaak van het actieplan. Wij proberen daarover zo breed mogelijk te consulteren om dat te implementeren samen met hen.

 

De voorzitter: Welke timing is daarvoor opgesteld?

 

01.07 Staatssecretaris Philippe De Backer: Ik ben van plan dit in de komende weken aan de regering voor te leggen. Dan zal daarover natuurlijk ook een discussie hier in het Parlement kunnen worden gevoerd.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Vraag van mevrouw Anne Dedry aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "het herstellen van grindbanken en oesterbedden in de Noordzee" (nr. 20499)

02 Question de Mme Anne Dedry au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "la restauration de lits de gravier et de bancs d'huîtres en mer du Nord" (n° 20499)

 

02.01  Anne Dedry (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, u weet dat overbevissing in het verleden, zandwinning en verstorende visserijtechnieken leidden tot een afname van de biodiversiteit in onze Noordzee. In uw beleidsnota van vorig jaar schreef u het volgende: "Bij het uitvoeren van de verschillende bijkomende maatregelen onder de eerste beheerperiode 2016-2021 wordt in 2017 gestart met de acties omtrent het behoud en herstel van grindbedden. Dit heeft tot doel om de specifieke habitat, gekenmerkt door een hoge soortenrijkdom, meer te laten voorkomen in het Belgische deel van de Noordzee."

 

Onder andere oesters en mossels hechten zich graag vast aan de grindbedden in onze Noordzee en de grindbanken zijn eveneens onmisbaar voor het voortbestaan van de haring. Door zandwinning en bodemverstorende visserijtechnieken in de Noordzee ontstaan er enorme stofwolken die neerdalen op de bedreigde oesterbanken. Gelukkig hebt u al initiatieven genomen om deze waardevolle gebieden beter te beschermen, maar buitenlandse vissers dreigen roet in het eten, of moet ik zeggen: zand in het water, te gooien. Bij de bespreking van uw beleidsnota zei u dat de onderhandelingen over de visserijmaatregelen in 2017 zouden worden voortgezet in nauw overleg met onze buurlanden en de Europese Commissie. Eind dit jaar zouden deze onderhandelingen moeten afgerond zijn.

 

Ten eerste, wat is de stand van zaken van de onderhandelingen met de Europese Commissie?

 

Ten tweede, welke houding nemen de andere landen aan inzake zandwinning en visserijtechnieken?

 

Ten derde, zullen de maatregelen die u voorstelt, gevolgd worden door andere lidstaten of de Europese Commissie?

 

Ten vierde, wat is de stand van zaken van het herstel van de grindbanken in de Noordzee? Gaan ze erop vooruit of achteruit?

 

Ten vijfde, lopen er wetenschappelijke onderzoeksprojecten om de biodiversiteitsgraad van de grindbanken en oesterbedden in kaart te brengen?

 

02.02 Staatssecretaris Philippe De Backer: Mevrouw de voorzitter, over de stand van zaken met betrekking tot de onderhandelingen met de Europese Commissie kan ik duidelijk zijn. Wij hebben zes maanden onderhandeld met Nederland, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken. Wij hebben dan op 28 februari een joint recommendation ingediend bij de Europese Commissie. Deze heeft normaliter drie maanden om dat om te zetten in een delegated act, maar die termijn is jammer genoeg overschreden. Het laatste bericht dat ik van de Europese Commissie heb ontvangen, is dat wij eind september normaliter uitsluitsel zouden krijgen met betrekking tot de delegated act. Maar het contact blijft natuurlijk nauw.

 

Met betrekking tot de houding van andere landen inzake zandwinning en visserijtechnieken, kan ik het volgende zeggen. De concessies die wij geven voor zandwinning, zijn een nationale bevoegdheid. Als u daarvan de internationale context wilt weten, verwijs ik graag naar minister Kris Peeters, die de bevoegdheid heeft met betrekking tot de zandontginning.

 

In verband met de visserij, ik meen dat in elk land dezelfde strijd en discussie speelt tussen leefmilieu, enerzijds, en visserij, anderzijds. Men moet ook bekijken welke technieken bijvoorbeeld kunnen worden gebruikt. Komt er veel of weinig bodemberoering bij kijken? Wat is de bodemschade? Op welke manier kan dat beperkt worden? Al die discussies spelen denk ik in elk land. Dat wordt natuurlijk ook meegenomen in discussies op Europees niveau.

 

Zal de Europese Commissie de Belgische maatregelen volgen? Ik vermoed van wel. Aangezien wij toch een akkoord hebben bekomen met alle lidstaten, vermoed ik dat de Europese Commissie daarover positief zal oordelen. Natuurlijk behoudt zij het recht om dat niet te doen. Ik hoop en ik denk van wel, maar 100 % zekerheid kan ik daarover natuurlijk niet geven.

 

In verband met het herstel van de grindbanken, wij zijn op dit moment bezig met een test naar restauratie van één hectare grindbed binnen beschermingszone 3 van het marien ruimtelijk plan. Dat maakt deel uit van een aantal maatregelen die wij nemen in het kader van het programma voor de Belgische mariene wateren, dat loopt nog tot 2020, om te bekijken hoe wij daar voor een stuk restauratie kunnen doen. Het gaat in deze over het afdekken met harde substraten. Wij hebben reeds een voorstudie afgerond. Een aanbesteding voor het uitvoeren van de test is nu lopende en de test wordt gepland voor begin volgend jaar. Natuurlijk is de uitvoering van de test ook afhankelijk van andere beperkende maatregelen, die ook gelden in het marien ruimtelijk plan.

 

In verband met wetenschappelijke onderzoeks­projecten, er is natuurlijk sowieso de verplichte monitoring en rapportering in het kader van de kaderrichtlijn Mariene Strategie en Natura 2000. In 2008 is er ook een specifiek onderzoek gedaan naar twee resterende grindbedden op de Hinderbank. Toen heeft men daar juveniele oesters in kleine getale vastgesteld, er kwam dus toch terug voor een stukje opnieuw leven. Dat duidt voor een stuk ook op de aanwezigheid van volwassen oesters, maar dat was op dat moment niet heel duidelijk, want op dit moment worden er eigenlijk geen volwassen exemplaren waargenomen.

 

In verband met het habitattype 1170, dus de twee types van riffen die in de Belgische Noordzee voorkomen, daar is het natuurlijk zo dat de grindbedden grotendeels verdwenen zijn. Dat is de vaststelling die men daar heeft gedaan. Een uitzondering daarop waren twee resterende zones ter hoogte van de Hinderbanken die wel een rijkere fauna vertoonden. Dat zijn de conclusies van de laatste studie ik heb teruggevonden.

 

Dat wordt constant gemonitord en opgevolgd. De recentste grondige wetenschappelijke studie dateert echter al van 2008.

 

02.03  Anne Dedry (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, bedankt voor uw uitgebreid en duidelijk antwoord.

 

Ik kan alleen maar de hoop uitspreken dat uw veronderstelling dat de Europese Commissie zal volgen, bewaarheid wordt. Eind september zullen we dat wel vernemen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Le président: Mme Dumery n’est pas présente pour sa question n° 19726 et elle n’a pas laissé de message. La règle dit qu’on scratche la question.

 

De behandeling van de vragen en interpellaties eindigt om 10.26 uur.

Le développement des questions et interpellations se termine à 10.26 heures.