Commissie voor de Financiën en de Begroting

Commission des Finances et du Budget

 

van

 

Dinsdag 3 oktober 2017

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 3 octobre 2017

 

Après-midi

 

______

 

 


De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 14.10 uur. De vergadering wordt voorgezeten door de heer Eric Van Rompuy.

Le développement des questions et interpellations commence à 14.10 heures. La réunion est présidée par M. Eric Van Rompuy.

 

01 Vraag van de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de algemene antimisbruikbepaling in de anti-ontwijkingsrichtlijn" (nr. 20586)

01 Question de M. Peter Vanvelthoven au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la disposition générale anti-abus dans la directive sur la lutte contre la fraude fiscale" (n° 20586)

 

01.01  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, de anti-ontwijkingsrichtlijn van 12 juli 2016 bevat een algemene antimisbruikregel, meer bepaald in artikel 6 van de richtlijn. Voor de berekening van de verschuldigde belasting moet een constructie of een reeks van constructies worden opgezet met als een van de hoofddoelen een belastingvoordeel te verkrijgen dat het doel of de toepassing van het toepasselijk belastingrecht ondermijnt en die kunstmatig is.

 

In de preambule van de richtlijn wordt gesteld dat het belangrijk is te waarborgen dat de algemene antimisbruikregels op uniforme wijze toepassing vinden in binnenlandse situaties binnen de Unie en ten aanzien van derde landen, zodat de reikwijdte ervan en de toepassingsresultaten in binnenlandse en grensoverschrijdende situaties niet uiteenlopen.

 

Mijnheer de minister, bent u het met mij eens dat dit vereist dat de algemene antimisbruikbepaling in artikel 344 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen wordt aangepast en zo in lijn wordt gebracht met de richtlijn van 12 juli 2016? Zo ja, hoe zal artikel 344 dan concreet worden aangepast? Zo neen, waarom niet?

 

01.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer Vanvelthoven, de termijn voor het omzetten van de anti-ontwijkingsrichtlijn verstrijkt op 31 december 2018. Wij zullen dit uiteraard invoeren. Momenteel wordt nog onderzocht of, en zo ja, hoe, de antimisbruikbepaling van het wetboek effectief moet worden aangepast.

 

01.03  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, wij zullen even afwachten. Het lijkt me ook goed dat deze commissie hieromtrent een gedachtewisseling kan hebben vooraleer ons land of de regering daarover een standpunt inneemt.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Le président: M. Paul-Olivier Delannois nous rejoindra vers 15 h 00.

 

02 Vraag van de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de aangiften van de personenbelasting die melding maken van juridische constructies" (nr. 20671)

02 Question de M. Peter Vanvelthoven au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "les déclarations à l'impôt des personnes physiques faisant état de constructions juridiques" (n° 20671)

 

02.01  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de aangifte van de personenbelasting werd in 2016 uitgebreid met de juridische constructies. Ook de rechtsvorm en het adres van de juridische constructie moeten sinds het aanslagjaar 2016 worden opgegeven door de belastingplichtige. Uit uw antwoord op parlementaire vraag nr. 1475 van 6 februari 2017 blijkt dat voor het aanslagjaar 2016 1 567 aangiften werden ingediend die melding maken van een juridische constructie.

 

De gegevens over de indeling, enerzijds naar rechtsvorm en anderzijds naar jurisdictie, waren begin februari nog niet beschikbaar omdat de operationele diensten deze gegevens nog aan het analyseren waren. Ik veronderstel dat deze analyse ondertussen afgerond is en dat deze gegevens beschikbaar zijn.

 

Daarom had ik graag een antwoord gekregen op de volgende vraag.

 

Kan u ons de analyse van de operationele diensten toelichten omtrent de aangiften voor het aanslagjaar 2016 die melding maken van een juridische constructie en dit opgedeeld naar, enerzijds, de rechtsvorm en, anderzijds, de jurisdictie waar de juridische constructie is gevestigd?

 

02.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer Vanvelthoven, ik moet u melden dat die analyse waarover u het al had in februari, vandaag nog steeds aan de gang is. Er komen namelijk voortdurend bijkomende gegevens ter beschikking. Zodra er een zinvolle afsluiting is die toelaat zinvolle conclusies te trekken, zal ik die met plezier voorleggen.

 

02.03  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, als de analyse niet klaar is, is ze niet klaar. Ik kan daar weinig aan toevoegen. Het gaat over de kaaimantaks. Ik denk dat het belangrijk is dat we daar de nodige analyses van krijgen en hier kunnen bespreken. Er is al veel gezegd en geschreven over die kaaimantaks. Ik denk dat een analyse ons alleen maar kan helpen om na te gaan of hiermee op een correcte manier wordt omgegaan door de belastingplichtigen. Ik hoop dat u dat verder opvolgt bij uw administratie en dat u deze wat achter de veren zit om de analyse toch eerstdaags of in de komende weken af te ronden.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

03 Question de M. Benoît Piedboeuf au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la quotité exemptée pour charge de famille" (n° 20727)

03 Vraag van de heer Benoît Piedboeuf aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de belastingvrije som wegens personen ten laste" (nr. 20727)

 

03.01  Benoît Piedboeuf (MR): Monsieur le président, monsieur le ministre, ma question concerne essentiellement les frontaliers, en particulier les frontaliers luxembourgeois.

 

D'après plusieurs comptables et experts-comptables, il semble que le programme de calcul d'impôt Tax-on-web relatif à l'exercice d'imposition 2017 n'applique pas correctement l'imputation des suppléments de quotité exemptée pour charge de famille lorsque l'un des conjoints perçoit des revenus étrangers plus importants. Cela est étonnant d'autant qu'il semblerait que le programme pour les exercices antérieurs est disponible et fonctionnel.

 

Il était prévu que le programme serait adapté pour l'exercice 2017 de telle sorte que, lorsque l'imposition commune est établie, les suppléments de la quotité exemptée visés à l'article 132 du Code sont imputés dans le chef du conjoint qui a le revenu le plus élevé, sauf si l'imputation de ces suppléments dans le chef de l'autre conjoint leur est plus favorable.

 

Suite à la circulaire qui a été prise, le calcul risque de générer des réclamations, et donc un surcroît de travail inutile pour l'administration et les contribuables.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous clarifier la situation? Qu'en est-il du programme pour l'exercice 2017?

 

03.02  Johan Van Overtveldt, ministre: Monsieur le président, monsieur Piedboeuf, le programme de calcul 2017 est en cours d'adaptation afin de tenir compte des directives contenues dans la circulaire 2017/C/31 du 18 mai dernier. Il sera d'application fin octobre de cette année au plus tard. L'enrôlement des déclarations visées débutera à ce moment. Les contribuables ne devront donc pas introduire de réclamation.

 

La priorité a été donnée à l'adaptation des programmes de calcul des exercices d'imposition antérieurs afin de traiter au plus vite les réclamations pendantes.

 

L'adaptation du programme de calcul 2017 est nettement plus complexe car il s'agit de déterminer, de manière automatisée, le calcul le plus favorable au contribuable alors que les programmes des années précédentes se limitent à une optimalisation manuelle, uniquement possible en cas de réclamation.

 

03.03  Benoît Piedboeuf (MR): Cela est parfait, monsieur le ministre. Lorsque nous nous y mettons tous, nous allons dans le bon sens et tout va bien. Je vous remercie.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van mevrouw Griet Smaers aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de stand van zaken van de uniformisering van de fiscale procedures" (nr. 20733)

04 Question de Mme Griet Smaers au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "l'état d'avancement de l'uniformisation des procédures fiscales" (n° 20733)

 

04.01  Griet Smaers (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, u hebt zowel in het regeerakkoord als in uw vorige beleidsnota’s en in uw grote antifraudeplan van 2015 opgenomen dat u werk zou maken van de volledige codificatie, harmonisatie en vereenvoudiging van alle invorderingsregels en –procedures met betrekking tot alle fiscale of publiekrechtelijke schuldvorderingen.

 

Wij hebben dat idee altijd gesteund en toegejuicht. Ik meen dat het effectief heel wat kan toevoegen aan de administratieve vereenvoudiging en de vereenvoudiging van de fiscaliteit als men de regels en de procedures eenvoudiger en de verschillende fiscale maatregelen uniform maakt.

 

Volgens de studies zou dit bovendien het enorme bedrag van 18 miljard euro aan uitstaande belastingschulden kunnen reduceren. Dat is een extra voordeel, naast de algemene vereenvoudiging. Wij kunnen dat geld zeker gebruiken voor onze begroting.

 

Vandaar mijn vragen.

 

Ten eerste, quid met het voornemen om de fiscale procedures te uniformiseren? Kunt u verduidelijken hoe de werkzaamheden inzake het Wetboek Invordering verlopen? Is er volgens u al veel vooruitgang geboekt? Wat is de precieze stand van zaken? Voor wanneer is de eindfase gepland? En wanneer kunnen de teksten naar het Parlement komen?

 

Ten tweede, worden ook de btw-procedures geüniformiseerd? Het is belangrijk dat er ook op dat vlak een bijkomende vereenvoudiging plaatsvindt, vooral van de procedures inzake inning en invordering.

 

Ten derde en tot slot, welke timing is vooropgesteld voor de behandeling door de regering en vervolgens in het Parlement?

 

04.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Smaers, 18 miljard is inderdaad een mooi bedrag.

 

De administratie van Financiën heeft samen met het kabinet een aantal ontwerpteksten voorbereid, die letterlijk de komende weken via de geijkte procedures zullen worden besproken.

 

De voorbereidende teksten, waarop ik daarnet alludeerde, vertrekken van het principe van het harmoniseren van de bepalingen in de verschillende wetboeken alsook van de bepalingen over de inning en de invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, toevertrouwd aan de FOD Financiën, met de regels die gelden voor de inning en de invordering van de inkomstenbelastingen, de btw en, zoals dat heet, de diverse taken.

 

04.03  Griet Smaers (CD&V): Mijnheer de minister, ik begrijp dat men er volop mee bezig is en dat een en ander, naar ik aanneem, eerstdaags binnen de regering en in IKW’s wordt besproken. Dan nog zal het echter enkele maanden duren vooraleer de teksten effectief in het Parlement kunnen worden ingediend. Ik hoop dat ze niettemin nog vóór 2018 hier kunnen worden behandeld. Wij moeten er met zijn allen werk van maken, temeer omdat het een grote opbrengst zou kunnen genereren en wij allen de mond vol hebben over de vereenvoudiging van de fiscaliteit. Het dossier zou echt wel iets aan de vereenvoudiging van de fiscaliteit kunnen bijdragen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de aangifte van de vennootschapsbelasting en de toelichting 275F" (nr. 20740)

05 Question de Mme Carina Van Cauter au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la déclaration à l'impôt des sociétés et la note explicative 275F" (n° 20740)

 

05.01  Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, bij de aangifte van de vennootschapsinkomsten kan het gebeuren dat er een toelichting 275F opgesteld dient te worden. Die toelichting is een aangifte van gedane betalingen naar staten die niet effectief en substantieel de OESO-standaard op het gebied van uitwisseling van inlichtingen toepassen of naar staten zonder of met een lage belasting.

 

Als voorbeeld heb ik in mijn vraag verwezen naar aankopen of betalingen in Hongkong. Voor die aankopen of diensten dient men bijhorende facturen te ontvangen met alle nodige gegevens. Die worden dan opgenomen in de toelichting 275F.

 

Wanneer een vennootschap ter plaatse kosten maakt en die met een kredietkaart betaalt, bijvoorbeeld hotelkosten, verplaatsingskosten of andere verblijfskosten, ontstaat er echter een probleem bij het al dan niet invullen van die toelichting 275F. De vennootschap heeft dan namelijk geen gegevens van de betaling, aangezien het geld door de uitgever van de kredietkaart van de rekening wordt gehaald. Men betaalt dus als het ware niet rechtstreeks aan degene die recht heeft op de betaling van de geleverde dienst of het verkochte goed. De vennootschap heeft er dus geen zicht op naar welke rekening, welke bank of welk land dat geld precies gaat. Van de eigenlijke leverancier heeft de vennootschap dan ook geen of beperkte informatie, vaak in een taal die niet altijd leesbaar is.

 

Uit de wetgeving over de toelichting 275F blijkt dat die aangifte tot doel heeft belastingcontroles op betalingen naar belastingparadijzen efficiënter te maken en, voornamelijk, kunstmatige constructies op te sporen die bedoeld zijn om in België belastingen te ontwijken.

 

Met respect voor die doelstelling heb ik toch nog een aantal vragen.

 

Wat kunnen vennootschappen doen om ter plaatse gemaakte kosten die betaald werden met een kredietkaart correct op te nemen in de toelichting 275F? Is er enige tolerantie indien die uitgaven niet of onvolledig worden opgenomen in de toelichting 275F? Is de wetgeving met betrekking tot die uitgaven en de aangifteplicht met toelichting 275F voldoende duidelijk of bent u van mening dat er mogelijkerwijs aanpassingen aan de circulaire moeten komen?

 

05.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mevrouw Van Cauter, indien het totaal van de betalingen tijdens het belastbaar tijdperk, rechtstreeks of onrechtstreeks gedaan aan personen gevestigd in bepaalde staten (de staten waarop uzelf alludeert), een bedrag van 100 000 euro bereikt, moeten die betalingen inderdaad door de vennootschap worden opgenomen in het formulier 275F. Voor de betalingen die gebeuren via een kredietkaart, is de uitgavenstaat die door de uitgever van de kredietkaart aan de vennootschap periodiek wordt bezorgd, ongetwijfeld een nuttige informatiebron voor een correcte invulling van dat formulier.

 

Aangezien de wetgeving met betrekking tot de door u aangehaalde problematiek een ruim toepassingsgebied heeft, is er inderdaad niet in enige tolerantie voorzien. Ik meen dat de wetgeving duidelijk genoeg is om niet meteen te moeten denken aan een wijziging. Ik meen dat een wijziging niet meteen noodzakelijk is.

 

05.03  Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik denk dat de toelichting die u vandaag geeft het in de praktijk mogelijk zal maken om de formulieren correct in te vullen. Men zou de woorden in de circulaire zodanig kunnen interpreteren dat de uitgavenstaat ontoereikend zou zijn om te voldoen aan die inlichtingenplicht, maar u bevestigt dat dit wel toereikend is. Ik denk dat dit in de praktijk voor de nodige klaarheid en hanteerbaarheid zal zorgen bij het invullen van het formulier. Dat was ook de bedoeling van mijn vraag.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

06 Question de M. Paul-Olivier Delannois au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "les déclarations d'impôts pour les personnes disparues" (n° 20668)

06 Vraag van de heer Paul-Olivier Delannois aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "belastingaangiftes van vermiste personen" (nr. 20668)

 

06.01  Paul-Olivier Delannois (PS): Monsieur le ministre, je me permets de vous interroger concernant une situation relevée dans la presse et qui m'interpelle fortement. Il s'agit de l'histoire vécue par une femme âgée de 80 ans et dont la fille est portée disparue depuis 23 ans. L'enquête judiciaire de l'époque n'ayant pu aboutir à des conclusions permettant de confirmer ou d'infirmer que la jeune fille disparue était décédée, sa maman reçoit chaque année un avertissement-extrait de rôle de l'administration fiscale à compléter à l'attention de sa fille. Pourtant, chaque année, elle renvoie à l'administration les documents attestant de cette disparition. Une amende lui a même été envoyée car la déclaration n'avait pas été signée par la personne disparue! Vous comprendrez que ce rappel annuel de la part de l'administration fiscale n'a pas de sens et pèse sur le moral d'une mère en deuil.

 

Monsieur le ministre, cette situation surréaliste m'amène à vos poser les questions suivantes. Est-il normal qu'une personne disparue depuis plus de 20 ans et pour laquelle l'enquête judiciaire n'a rien donné reçoive chaque année une déclaration d'impôt à remplir? Quelle est la règle en la matière? Quelles sont les démarches à effectuer pour que l'administration fiscale cesse cette procédure?

 

06.02  Johan Van Overtveldt, ministre: Monsieur Delannois, les personnes dont la disparition a été signalée font normalement l'objet d'une mention spécifique au registre de la population. Cette information est reprise dans les signalétiques de mon administration et a pour effet de suspendre les envois de courrier vers la personne concernée.

 

Dans le cas que vous évoquez, il est probable que le statut de personne disparue ne soit pas mentionné au registre national. Mon administration ne pouvant se substituer aux autorités compétentes en cette matière, il convient de prendre contact avec la commune dans laquelle la personne disparue est inscrite au registre de la population afin de faire porter la mention de sa disparition au dossier.

 

06.03  Paul-Olivier Delannois (PS): Monsieur le ministre, je tiens à préciser qu'il ne s'agit pas d'une personne qui est inscrite auprès de ma commune. Je ne peux donc pas vous dire si elle est mentionnée au registre de la population en tant que personne disparue. Je vais me renseigner auprès de l'administration. Je suis rassuré d'entendre qu'il y a moyen d'éviter ce type de situation. Avouez qu'il s'agit là de quelque chose de très difficile à vivre pour la maman. S'il existe une solution, je ferai en sorte qu'elle soit appliquée. Socialement parlant, il se peut que cette dame n'ait pas fait certaines démarches.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de minister van Begroting, belast met de Nationale Loterij, over "’quantitative easing’" (nr. 20807)

07 Question de M. Hendrik Bogaert à la ministre du Budget, chargée de la Loterie Nationale, sur "le ‘quantitative easing’" (n° 20807)

 

07.01  Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de minister, de Europese Centrale Bank houdt volgens sommige waarnemers een koers aan die te breed, te laks is. Onder andere mijn goede collega Sander Loones heeft zich herhaaldelijk tegen te veel quantitative easing uitgesproken.

 

Het opkopen van obligaties holt via een kunstmatig lage rente de reële waarde van het spaargeld uit. Wat is de impact geweest op de rentelasten van de Belgische begroting? Stel dat de Europese Centrale Bank geen of veel minder quantitative easing had gedaan, hoeveel meer interestlasten zou de federale overheid, Entiteit I, sinds het begin van de legislatuur dan hebben betaald? Wat is uw politieke houding hiertegenover?

 

07.02 Minister Johan Van Overtveldt: Het staat buiten kijf dat de interventies van de monetaire autoriteiten – ik denk dat we het daarover allemaal eens zijn – cruciaal waren in het bedwingen van wat we in 2007 tot 2009 hebben meegemaakt, wat er op een bepaald moment bijzonder angstaanjagend uitzag, en in het bevechten van de daaropvolgende zware recessie, om nog maar te zwijgen van de sovereign debt crisis in Europa.

 

Alleen de geschiedenis zal uitmaken of het accommoderende monetair beleid tijdig zal kunnen worden teruggeschroefd. Wat ik observeer, is dat de waarderingen van vele financiële activa maar tevens van vastgoed opnieuw redelijke hoogtes bereiken.

 

Wat de impact op de begroting betreft, dat is een heel complexe oefening. Men moet immers uiteenrafelen wat de evolutie zou zijn geweest als dit beleid er niet zou zijn geweest, wat niet zo evident is.

 

07.03  Hendrik Bogaert (CD&V): Hogere interestlasten.

 

07.04 Minister Johan Van Overtveldt: Hoeveel hogere interestlasten zouden wij gehad hebben als dit type van monetair beleid er niet zou zijn geweest? Dan moet men eerst assumpties maken over wat het vervangende monetair beleid zou kunnen geweest zijn en wat de impact daarvan op de rentevoeten zou kunnen geweest zijn. Dat zijn twee nuances die moeten worden gemaakt.

 

Ik heb aan de Nationale Bank gevraagd om die analyse te maken, maar ik heb de resultaten daarvan nog niet ontvangen. Dat zal ons veel leren, maar als men dat ernstig wil doen is dat een zeer delicate analyse.

 

07.05  Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de minister, ik noteer dat u geen groot supporter bent van quantitative easing, toch niet na de crisisjaren. Voor de reële impact op de begroting wachten wij het antwoord van de Nationale Bank af. Hopelijk komt dat binnen een redelijke termijn.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de hoge invorderingsinteresten" (nr. 20858)

08 Question de M. Hendrik Bogaert au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "les taux de recouvrement élevés" (n° 20858)

 

08.01  Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de minister, heel wat bedrijven hadden een faillissement kunnen vermijden als ze niet in een schuldspiraal zouden zijn terechtgekomen. Die spiraal komt er niet alleen door hoge gerechtsdeurwaarders­kosten, maar soms ook door de fiscus, die nog steeds bijzonder hoge interesten toepast wanneer een bedrijf in moeilijkheden zijn btw, fiscale en sociale lasten laattijdig betaalt of niet kan betalen. Uiteraard moet de fiscus kunnen innen wat hem toekomt, maar ik vraag mij af welk beleid er gevoerd wordt ten aanzien van bedrijven die wel nog uit de moeilijkheden zouden kunnen geraken of geraakt zouden zijn indien zij niet volledig in een schuldenspiraal zouden terechtkomen.

 

In Nederland, zo lees ik, zou een invorderingsrente van 4 % toegepast worden. Waarom is dat percentage bij ons dan, al naargelang, 7 % of 9,6 %, bijna het dubbele van het percentage in Nederland? Onze rentevoeten lijken uit de jaren zeventig of tachtig te stammen.

 

Mijnheer de minister, is het mogelijk niet beter om de nalatigheidsintresten meer in verhouding te brengen met de huidige rente, of minstens in verhouding tot de rente in onze buurlanden, wat ook op andere vlakken af en toe gebeurt?

 

08.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer Bogaert, u wijst zeer terecht op de problematiek van de interesten. Het is natuurlijk een tweesnijdend zwaard. Het zwaard snijdt anders, afhankelijk van aan welke zijde van de barrière men zit.

 

We worden met een vergelijkbare problematiek geconfronteerd als het over de voorafbetalingen gaat. Inzake de voorafbetalingen hebben wij orde op zaken gesteld door de formule die wordt toegepast te wijzigen.

 

De nalatigheids- en moratoriumintresten zijn vervat in de hervorming van de vennootschaps­belasting, die nu gefinaliseerd wordt. Ik wil u dan ook vragen, kwestie van geen onnodige prealabele discussies te voeren, of wij dit onderwerp kunnen bespreken op het moment dat wij de hervorming van de vennootschapsbelasting bespreken. Ik zal u dan concreet kunnen zeggen hoe de aanpassing van zowel de nalatigheids- als de moratoriuminteresten er zal uitzien.

 

08.03  Hendrik Bogaert (CD&V): Die interesten gaan omlaag, zo heb ik begrepen.

 

08.04 Minister Johan Van Overtveldt: Ze worden aangepast aan de realiteit van vandaag. Maar het blijft een tweesnijdend zwaard.

 

08.05  Hendrik Bogaert (CD&V): Omdat u dan minder int?

 

08.06 Minister Johan Van Overtveldt: Ja, er wordt minder gepenaliseerd en ook minder geïnd.

 

08.07  Hendrik Bogaert (CD&V): Inderdaad. Het klopt dat de staatskas in het oog moet worden gehouden.

 

08.08 Minister Johan Van Overtveldt: Inderdaad.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de definitie van structureel tekort" (nr. 20859)

09 Question de M. Hendrik Bogaert au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la définition du déficit stucturel" (n° 20859)

 

De voorzitter: Dit zou een examenvraag kunnen zijn. Wat is volgens u een structureel begrotings­tekort, mijnheer Bogaert?

 

09.01  Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs ernaar in mijn vraag. Ik heb een keer minister Reynders boos gekregen toen ik hem een mondelinge multiplechoicevraag stelde. Dat zal ik dus nooit meer doen.

 

09.02 Minister Johan Van Overtveldt: Ik word nooit kwaad.

 

09.03  Hendrik Bogaert (CD&V): Hij was toen écht boos. Wij zaten toen in de oppositie en dat was natuurlijk ook een enigszins andere positie.

 

Mijnheer de minister, graag wil ik vragen wat uw opinie is over de definitie van structureel tekort. Sommigen bedoelen hiermee dat wij eenmalige effecten en effecten van de conjunctuur weglaten, zodat wij een meer zuivere en meer faire definitie van evenwicht op de begroting krijgen.

 

Het is hierbij natuurlijk wel belangrijk te bepalen wat een normale conjunctuur is. Als ik mij niet vergis, wordt hierbij een economische groei van 2,5 % als referentiepunt genomen. Steeds vaker is het voor neutrale waarnemers evenwel duidelijk dat de trendgroei niet meer 2,5 % is, maar zich helaas veeleer in de buurt van 1,5 %, 1,8 % of 2 % bevindt.

 

De impact is natuurlijk wel groot. Hoe hoger men de trendgroei veronderstelt, hoe lager de lat op begrotingsvlak zal worden gelegd. Hoe lager men de trendgroei veronderstelt, hoe hoger men de lat legt voor het betreffende land. Stel dat de trendgroei op 1 % wordt geraamd, dan zitten wij er nu al boven en zouden wij al strenger moeten zijn. Zolang de trendgroei echter op 2,5 % zit, is men wat lakser en toegeeflijker omdat de lat structureel lager ligt.

 

Dit is, naast een vraag om informatie, uiteraard ook een politieke vraag, want al dan niet lakser zijn, heeft uiteraard heel wat implicaties.

 

Wat is volgens u nu de relevante trendgroei, die Europa in ogenschouw zou moeten nemen voor België? Ik heb het in deze vraag over de trendgroei voor België, maar uitweidingen over andere landen interesseren mij uiteraard ook.

 

09.04 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Bogaert, in een structurele benadering van het saldo wordt het te observeren vorderingssaldo enerzijds gecorrigeerd voor de impact van de economische conjunctuur en anderzijds voor de budgettaire impact van eenmalige en tijdelijke factoren. De correctie voor de impact van de economische conjunctuur wordt doorgevoerd aan de hand van een indicator voor de positie van de Belgische economie in de cyclus en een indicator voor de gevoeligheid van het begrotingssaldo uitgedrukt als procent van het bbp voor deze cyclus, vastgelegd door de Europese Commissie in 2014 op 0,61 voor België.

 

De cyclische positie van de economie wordt uitgedrukt – dat is cruciaal – via de zogenaamde output gap, wat gelijk is aan het verschil tussen het in dat jaar geobserveerde outputniveau en het potentiële outputniveau, uitgedrukt in procent van het potentiële outputniveau. Het concept potentiële output vat wat het outputniveau is indien alle productiefactoren in de economie zich op hun potentieel niveau bevinden, bijvoorbeeld wanneer inzake tewerkstelling alle mensen die voldoen aan wat de arbeidsmarkt vraagt, ook effectief tewerkgesteld zouden zijn. Aangezien dit per definitie een onmogelijk te observeren variabele vormt, is het belangrijk op te merken dat het potentiële outputniveau en de groei daarvan steeds een raming inhouden.

 

Ik kan u, tussen haakjes, verzekeren dat daarover op Europees vlak geweldige discussies zijn, waarbij jongere economieën, bijvoorbeeld Slovenië als concreet geval, vaak heel grote schommelingen vertonen bij de raming van de output gap. De definitie van een jonge economie is immers dat er nog veel zaken veranderen en als dat dan nog een kleine economie is, zijn soms een paar investeringen voldoende om daar allerhande verschuivingen te veroorzaken. Daardoor kunnen bijvoorbeeld de afleidingen naar het structureel deficit van zo’n land cijferreeksen geven die, zeker als politiek gegeven, nogal vervelend over en weer gaan.

 

Binnen de Belgische context wordt veelal gebruikgemaakt van de ramingen van de potentiële groei door het Federaal Planbureau, de basis ook voor de begrotingen. Het Federaal Planbureau maakt daarbij gebruik van een heel vergelijkbare methodologie, nagenoeg dezelfde als de Europese Commissie, maar hanteert eigen datareeksen en projecties als input. Zowel het Federaal Planbureau als de Europese Commissie ramen momenteel de potentiële groei tussen 1,3 % en 1,4 %. Zij zitten ook heel dicht bij elkaar en u zat er vrij dicht bij.

 

09.05  Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, dat betekent dat wij er in principe boven zitten, dat we in een goede conjunctuur zitten ten opzichte van het referentiepunt 1,3 of 1,4 %.

 

Het referentiepunt van de groei ligt lager dan ik had gedacht, namelijk tussen 1,3 en 1,4 %.

 

Het lijkt mij dat wij in de huidige economische omstandigheden in België een en ander structureel of nominaal kunnen bekijken. Op dit ogenblik zouden we het evengoed nominaal kunnen bekijken. Dat zou ons meer helpen dan wanneer wij het structureel bekijken. Ik bedoel het omgekeerde. Het zou helpen dat wij de definities laten samenvoegen.

 

Persoonlijk ben ik van mening dat het vanaf een bepaald ogenblik beter is naar het nominaal tekort te kijken. Men kan immers schulden maken en toch structureel nog altijd een evenwicht hebben. Dat is vreemd, omdat altijd maar miljarden euro bij de schuld worden gevoegd die ooit zullen moeten worden afbetaald.

 

In de huidige conjunctuur kunnen wij, ook politiek, beter op nominaal overschakelen. Dat communiceert beter tegenover de bevolking. Wat is het gat? Structureel komt dan in tweede orde.

 

09.06 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Bogaert, ik kan u in uw redenering gedeeltelijk volgen, ook omdat, wanneer de regering zoals nu een aantal hervormingen doorvoert, de kans groot is dat er een opwaartse punctie van de potentiële groei ontstaat. Bijvoorbeeld, door wat op de arbeidsmarkt gebeurt, kunnen mensen die vóór de hervormingen min of meer voor de arbeidsmarkt verloren waren, nu hun plaats op de arbeidsmarkt krijgen. Aldus ontstaat er een effect op de potentiële groei en op de output gap.

 

Het zou mij dus niet verbazen, hoewel ik ter zake geen voorafname kan doen, dat wij op basis van de hervormingen over afzienbare tijd een potentieel groeicijfer krijgen dat opnieuw hoger is dan de genoemde 1,3 of 1,4 %.

 

09.07  Hendrik Bogaert (CD&V): In dat geval straft u zichzelf enigszins. (…) dat cijfer en hoe strenger Europa is op structureel vlak.

 

09.08 Minister Johan Van Overtveldt: Dat klopt, maar dat is niet het enige wat telt bij het doorvoeren van hervormingen.

 

09.09  Hendrik Bogaert (CD&V): Hier stop ik.

 

De voorzitter: Ik herinner mij nog de discussie in de jaren zeventig. Minister Geens was toen nog minister van Begroting. Ik werkte toen op zijn kabinet als speechschrijver. Elke week ging hij spreken.

 

Het begrotingstekort moest als een full employment budget worden berekend. Hij verantwoordde toen eigenlijk wat in 1975 of 1976 is ontploft, namelijk dat het door de werkloosheid, de werkloosheidsuitkeringen, de lagere groei en de mindere ontvangsten kwam, maar dat de begroting eigenlijk in evenwicht was.

 

Hij heeft dat verhaal een aantal jaar verkocht, tot het moment waarop dat alles niet langer te verantwoorden was.

 

09.10 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, die aanpak was de voorloper van de huidige aanpak. Dat was toegespitst op de tewerkstelling (…). Wat wij nu doen, is eigenlijk een uitbreiding van die aanpak.

 

De voorzitter: Indertijd heette dat een full employment budget, wat een heel gevaarlijke route is. Indien het budget op die manier wordt berekend, kan nooit worden gesaneerd. Er kan dan alleen nog in een toestand van hoogconjunctuur worden gesaneerd, wat dan waarschijnlijk niet wordt gedaan.

 

Dat is echter een kanttekening.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de impact van effectisering" (nr. 20860)

10 Question de M. Hendrik Bogaert au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "l'incidence de la titrisation" (n° 20860)

 

De voorzitter: U blijft met uw vragen nog een beetje in de sfeer van de regering-Verhofstadt?

 

10.01  Hendrik Bogaert (CD&V): Ik hoop dat ik niet plots op een landmijn rijd.

 

De voorzitter: U zit nog een beetje in de oppositie?

 

10.02  Hendrik Bogaert (CD&V): Ik ben de teneur van de vragen verbaal een beetje aan het compenseren.

 

Mijnheer de minister, tijdens de regering-Verhofstadt werd ernaar gestreefd het begrotingsevenwicht te bereiken door een aantal belastingschulden te effectiseren en daarna te verkopen aan grote financiële instellingen. Het was vaak typisch dat de invordering door de Belgische fiscus gewoon voortliep.

 

Wat zijn de resultaten van die invorderingen tot nu toe? Waren die resultaten beter dan verwacht of slechter dan gepland en doorgegeven aan de financiële instellingen waarmee men toen onder contract lag? Ik heb die grote contracten indertijd nog gezien. Het waren vuistdikke contracten.

 

Wat zijn de contractuele gevolgen van de effectieve inning voor de twee of meerdere contractuele partijen? Heeft de federale overheid globaal een goede zaak daaraan gedaan? Wat is uw politieke houding ten opzichte van het gebruik van de effectisering en specifiek het verkopen van de geëffectiseerde belastingschulden? Doet de federale overheid daar vandaag nog aan mee?

 

10.03 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer Bogaert, de resultaten van de invordering op de geëffectiseerde schuldvorderingen werden eerder meegedeeld in antwoord op uw eigen mondelinge parlementaire vraag van 8 juni 2011. Inmiddels moet worden opgemerkt dat de drie effectiseringsoperaties die hebben plaats­gevonden, definitief werden afgesloten door het Agentschap van de Schuld, conform de geldende procedure en regelgeving.

 

De laatste officiële afsluitingsoperatie vond plaats in 2015. Dit betekent dat alle schuldvorderingen die het voorwerp hebben uitgemaakt van de drie effectiseringsoperaties, op dat moment werden ingevorderd door de bevoegde diensten van de FOD Financiën.

 

10.04  Hendrik Bogaert (CD&V): Wat zijn de financiële gevolgen?

 

10.05 Minister Johan Van Overtveldt: Vermits de invordering volledig is, meen ik dat het uiteindelijke netto-effect nul is.

 

10.06  Hendrik Bogaert (CD&V): Als ze ingevorderd zijn, is het mogelijk dat de contractuele partijen een deel van de opbrengst kregen. Dit leidt ons nu misschien te ver. Misschien moet ik daarop later nog maar eens terugkomen.

 

10.07 Minister Johan Van Overtveldt: Ik kan altijd meer details vragen over wat de invordering nominaal heeft opgeleverd.

 

10.08  Hendrik Bogaert (CD&V): Doordat de invordering gewoon doorliep, vraag ik mij af of de fiscus er dan wel belang bij had om hardnekkig door te gaan met die invordering. Op een bepaald moment werd een afrekening gemaakt. Alles kan contractueel zijn afgesloten, maar ons interesseert uiteraard hoe dit is afgelopen en wie welk deel van de koek heeft gekregen.

 

10.09 Minister Johan Van Overtveldt: Ik zal meer details opvragen. Dit kan misschien wel even duren, want dit zal heel wat opzoekwerk vragen, vrees ik.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 20882 van de heer Verherstraeten wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

 

11 Vraag van de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de ATAD-intrestaftrek" (nr. 20926)

11 Question de M. Peter Vanvelthoven au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la déductibilité des intérêts prévue par l'ATAD" (n° 20926)

 

11.01  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, in antwoord op vraag nr. 20584 zei u dat ons land met betrekking tot artikel 4 van de anti-ontwijkingsrichtlijn van 12 juli 2016 een verzoek tot verlenging heeft ingediend.

 

Dat betekent dat u argumenteert dat ons land met betrekking tot de beperking van de aftrekbaarheid van rente over nationale regels beschikt die even doeltreffend zijn als de in de richtlijn vervatte regel inzake renteaftrekbeperking. Dat betekent ook dat het uitgesteld omzetten van artikel 4 van de voormelde richtlijn geen significante budgettaire impact kan opleveren.

 

Bevestigt u dat voor de omzetting van de richtlijn inzake de beperking van de renteaftrek geen budgettaire impact wordt vooropgesteld? Zo neen, welke impact op korte termijn en op kruissnelheid hebt u ter zake opgenomen in de tabel waarmee u deze zomer aan uw collega's hebt aangetoond dat de hervorming van de vennootschapsbelasting budgettair neutraal is?

 

11.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer Vanvelthoven, u stelt een vraag over de wijze waarop we de richtlijn van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt, in ons intern recht zullen omzetten.

 

De beperking van de aftrekbaarheid van de rente is een belangrijke maatregel in het geheel van de hervorming van de vennootschapsbelasting, die op dit moment wordt afgerond. Ik zou u dan ook willen vragen om deze discussie, die zeer legitiem is, te voeren op het moment dat heel het project van de vennootschapsbelasting voorligt, wat in de komende weken zal gebeuren.

 

11.03  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, ik vind het iets te gemakkelijk om nu alles voor u uit te schuiven. Ik heb toch begrepen dat die beslissing gevallen is, met name dat u een verzoek tot verlenging hebt ingediend. Dat betekent dat u van oordeel bent dat wij al over een doeltreffende regel ter zake beschikken. Als die beslissing genomen is, moet de impact daarvan op budgettair vlak toch al gekend zijn? Dat is precies mijn vraag. Wat is de budgettaire impact daarvan?

 

11.04 Minister Johan Van Overtveldt: De budgettaire impact zal blijken uit de financieringstabel van de hervorming van de vennootschapsbelasting omdat deze maatregel daar is ingeschoven. De budgettaire impact zit in de hervorming van de vennootschapsbelasting, waar uiteraard elke maatregel een impact op het uiteindelijke budgettaire resultaat heeft.

 

Omdat dit allemaal duidelijk thuishoort in de sfeer van de vennootschapsbelasting, zit het gegroepeerd in de hervorming.

 

11.05  Peter Vanvelthoven (sp.a): Ik begrijp dat de hervorming van de vennootschapsbelasting nog niet tot in de details is uitgewerkt, dat er nog teksten moeten worden gefinetuned. Daar heb ik begrip voor, maar u hebt wel een beslissing genomen die u aan Europa hebt gecommuniceerd. Op het moment dat u dat beslist, is geweten wat de consequentie daarvan is.

 

Ik zal daarop moeten terugkomen, want u wilt het antwoord daarop vandaag blijkbaar niet geven, maar ik vind het niet correct dat u dit opschuift omdat die beslissing hier is genomen. Ik begrijp dat de vennootschapsbelasting nog moet worden gefinetuned maar hier is een beslissing genomen.

 

11.06 Minister Johan Van Overtveldt: Dat is een beslissing die met een bepaalde timing in het begrotingsdebat komt, met name de timing waarmee deze maatregel in heel de financieringstabel van de vennootschapsbelasting wordt ingeschoven.

 

11.07  Peter Vanvelthoven (sp.a): Ik kan niet geloven dat u een beslissing neemt als u niet weet wat het financiële gevolg daarvan is.

 

11.08 Minister Johan Van Overtveldt: Natuurlijk weet ik dat.

 

11.09  Peter Vanvelthoven (sp.a): U zegt het ons niet, vandaar mijn vraag.

 

11.10 Minister Johan Van Overtveldt: Omdat het deel uitmaakt van de vennootschapsbelasting.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Vraag van de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de betalingen aan belastingparadijzen" (nr. 20927)

12 Question de M. Peter Vanvelthoven au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "les paiements effectués vers des paradis fiscaux" (n° 20927)

 

De voorzitter: De vraag gaat over betalingen aan belastingparadijzen, onder meer Dubai, en over de discussie inzake dubbelbelastingverdragen.

 

12.01  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de voorzitter, u hebt over dit onderwerp in de plenaire vergadering van afgelopen donderdag in algemene termen al een vraag gesteld. Ik wil nu meer specifieke vragen stellen.

 

Mijnheer de minister, mijn vraag gaat inderdaad over de 82 miljard euro aan betalingen aan belastingparadijzen, die vorig jaar werden aangegeven. Zowat 62 miljard daarvan ging naar belastingparadijs Dubai, althans volgens De Standaard. Het grootste deel van de betalingen aan personen in Dubai zou van één bedrijf komen. De fiscus zou dat aan de krant hebben bevestigd.

 

Mijnheer de minister, kunt u deze informatie bevestigen?

 

Heeft deze informatie aanleiding gegeven tot een fiscale controle? Zo ja, wat was het gevolg ervan? Indien er bij het betrokken bedrijf geen controle heeft plaatsgevonden, zult u er alsnog de opdracht toe geven?

 

Bent u bereid om het dubbelbelastingverdrag met de Verenigde Arabische Emiraten te heronderhandelen om dubbele niet-belasting — daar gaat het blijkbaar over — tegen te gaan?

 

Bent u het met mij eens, als er geen effectieve belasting betaald wordt in een ander land, dat er geen goede reden is om de winst in België vrij te stellen?

 

Bent u bereid om alle verdragen te evalueren en om deze, in de gevallen waarin het risico van dubbele niet-belasting bestaat, te heronder­handelen?

 

12.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Vanvelthoven, in verband met uw eerste vraag, ik kan u inderdaad bevestigen dat uw informatie overeenstemt met de realiteit. Ik wil wel even benadrukken dat het hier gaat om betalingen en dus niet om winsten of iets dergelijks. Ik bevestig echter wat u net zei.

 

Wat uw tweede vraag betreft, er heeft momenteel nog geen controle plaatsgevonden van de aangifte van deze grote betaling met bestemming Dubai, maar ik merk heel uitdrukkelijk op, mijnheer Vanvelthoven, dat de controletermijn ter zake nog lang niet is afgelopen, en dus met andere woorden nog steeds loopt.

 

Dan kom ik aan uw derde vraag. De bevoegdheid om een controle te voeren bij een bepaalde onderneming, komt toe aan de fiscale administratie. Het is de dienst CAF die op basis van het risicoprofiel van de onderneming ter zake een beoordeling maakt. De hoogte van het bedrag van de betaling is een factor die meespeelt in de eindbeoordeling van de administratie — daar ga ik althans van uit — of een controle in het betrokken dossier opportuun is, al lijkt mij de aard van de betaling belangrijker te zijn dan het loutere bedrag.

 

Op uw laatste drie vragen kan ik het volgende antwoorden. Een nadere analyse van de betalingen vanuit België naar Dubai zal moeten uitwijzen of en in welke mate het dubbelbelastingverdrag tussen België en de Verenigde Arabische Emiraten van september 1996 effectief wordt gebruikt om belastingen te ontwijken of te ontduiken en wat de beste manier is om hiertegen te handelen: gebruikmaken van reeds bestaande nationale maatregelen, het nationaal recht aanpassen of het dubbelbelastingverdrag onderhandelen.

 

Los daarvan zal België alle relevante partnerlanden contacteren met het oog op de aanpassing van de dubbelbelastingverdragen aan de minimale standaarden zoals bepaald in het BEPS-verdrag, in het bijzonder door de opname van een algemene antimisbruikbepaling. Dit moet België toelaten gevallen van dubbele niet-belasting of verminderde belasting via fiscale ontwijkings- of ontduikingsconstructies efficiënt en effectief te bestrijden.

 

Aangezien de dubbelbelastingverdragen met de staten die, net als België, het multilateraal BEPS-verdrag ondertekenden automatisch aan deze minimale standaarden worden aangepast, zal België alle landen contacteren die dit multilateraal verdrag niet hebben ondertekend, waaronder uiteraard ook de Verenigde Arabische Emiraten.

 

Bovendien vestig ik de aandacht op het feit dat België de maatregelen inzake de zogenaamde CFC, Controlled Foreign Company, zoals opgenomen in de Europese anti-ontwijkingsrichtlijn, meeneemt in de hervorming van de vennootschapsbelasting. Ik heb er donderdag ook op gewezen, dit zal België toelaten de winst van onbelaste of te laag belaste — 12,5 % — entiteiten te betrekken in de Belgische belastingheffing.

 

12.03  Peter Vanvelthoven (sp.a): Bedankt voor uw antwoord, mijnheer de minister. Het is inderdaad belangrijk dat er wordt overgegaan tot een analyse van het dubbelbelastingverdrag met de Verenigde Arabische Emiraten, maar ook van verdragen met de andere partnerlanden. Dat is trouwens een aanbeveling die ongetwijfeld in de conclusies van de Panamacommissie zal staan. Wij zullen u steunen op dat vlak, mijnheer de minister.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

13 Vraag van de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "cash for car" (nr. 20928)

13 Question de M. Peter Vanvelthoven au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "l'échange de la voiture de société contre du cash" (n° 20928)

 

13.01  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, de regering stelt dat de invoering van het mobiliteitsbudget neutraal is voor de begroting omdat het mobiliteitsbudget fiscaal en parafiscaal op dezelfde manier zal worden behandeld als de bedrijfswagen.

 

Aangezien het stelsel alleen kan worden toegepast door werknemers die hun huidige bedrijfswagen inleveren, kan het aantal begunstigden in principe niet toenemen. Toch zijn er een aantal situaties denkbaar waarbij er wel budgettaire kosten zijn voor de overheid.

 

Ik denk bijvoorbeeld aan een werknemer die over een bedrijfswagen beschikte bij zijn vorige werkgever, maar niet meer bij zijn nieuwe werkgever, die ze wel aanbiedt aan andere werknemers bijvoorbeeld. Ik geef ook het voorbeeld van de werknemer die over meerdere bedrijfswagens beschikt, bijvoorbeeld een kleine en een grote, waarbij hij de grote bedrijfswagen omzet in een mobiliteitsbudget en vervolgens de kleine bedrijfswagen inwisselt voor een grote, zonder impact op het mobiliteitsbudget.

 

Mijnheer de minister, ik verneem graag van u of u beschikt over gegevens die een inschatting toelaten van bovenvermelde voorbeelden. Kan dat een budgettaire impact hebben? Zal het mobiliteitsbudget uitgesloten zijn voor personen die over meer dan één bedrijfswagen beschikken?

 

13.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer Vanvelthoven, ik zal met uw tweede vraag beginnen, want daarop kan ik concreter antwoorden. Het mobiliteitsbudget zal niet per definitie uitgesloten zijn voor werknemers die over meer dan één bedrijfswagen beschikken.

 

Wat uw eerste vraag betreft, wij hebben vorige week een en ander definitief goedgekeurd in de regering. Alles is nu heel snel op weg naar hier, zodat wij binnenkort de bespreking van de budgettaire impact daarvan kunnen hebben.

 

13.03  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord en kijk uit naar de teksten.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

14 Vraag van de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de fairness tax" (nr. 20929)

14 Question de M. Peter Vanvelthoven au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la fairness tax" (n° 20929)

 

14.01  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, u hebt al meermaals te kennen gegeven geen voorstander te zijn van de fairness tax. Naar aanleiding van mijn eerdere vraag nr. 19664 over de uitspraak van het Europees Hof van Justitie over de fairness tax bevestigde u voorzichtig dat een reparatie in opvolging van dat arrest mogelijk is, maar dat u de uitspraak van het Grondwettelijk Hof wenste af te wachten vooraleer wetswijzigingen voor te stellen.

 

In het akkoord over de hervorming van de vennootschapsbelasting wordt niet gesproken over de fairness tax, althans niet in de notificaties die bekendgemaakt zijn. De voorzitter van het VBO liet recent in een interview verstaan dat dit een van de constructiefouten in het akkoord was. In antwoord op mijn vraag nr. 20670 stelde u nog niet te kunnen antwoorden op detailvragen inzake de hervorming van de vennootschapsbelasting. Ik kom erop terug, mijnheer de minister, omdat de vraag of de fairness tax al dan niet behouden blijft naar mijn mening geen detail is. Het is iets wat weerhouden is of niet. Vandaar dat ik u de simpele vraag stel of de fairness tax nu wordt afgeschaft of niet. Het is ook mogelijk dat de regering nog geen beslissing heeft genomen.

 

Wat de cijfers betreft, vroeg ik u hoeveel de afzonderlijke aanslag voor de fairness tax in de afgelopen aanslagjaren bedroeg.

 

14.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer Vanvelthoven, de fairness tax zit inderdaad nog altijd in het geheel van de hervorming van de vennootschapsbelasting. Ik hoef u er uiteraard niet aan te herinneren dat we daar een juridisch probleem hebben gekregen dat moet opgelost worden en dat waarschijnlijk ook kan opgelost worden. Ik kan dus bevestigen dat de fairness tax in de hervorming van de vennootschapsbelasting zit. Eens te meer moet ik u vragen om de meer concrete, inhoudelijke discussie daarover op dat moment te voeren. Ik geef de voorzitter nogmaals gelijk als hij stelt dat de discussie over de hervorming van de vennootschapsbelasting een heel interessante discussie zal worden.

 

14.03  Peter Vanvelthoven (sp.a): Dank u wel, mijnheer de minister. De cijfers die ik vroeg moet u mij bij gelegenheid toch eens bezorgen.

 

14.04 Minister Johan Van Overtveldt: Zodra ik die heb, zal ik ze u bezorgen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

15 Vraag van de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de invoering van CFC-regels zoals voorzien in de anti-ontwijkingsrichtlijn" (nr. 20930)

15 Question de M. Peter Vanvelthoven au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "l'instauration des règles CFC prévues dans la directive sur la lutte contre la fraude fiscale" (n° 20930)

 

15.01  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, de anti-ontwijkingsrichtlijn van 12 juli 2016 bevat bepalingen inzake de CFC-regels. De richtlijn voorziet niet in een uitzondering voor de omzetting van artikel 5 inzake de CFC-regels. De richtlijn bepaalt dat de lidstaten uiterlijk op 31 december 2018 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen moeten vaststellen om aan de richtlijn te voldoen en dat die bepalingen moeten worden toegepast vanaf 1 januari 2019. Toch communiceerde de regering in het kader van het Zomerakkoord dat de CFC-regels pas in 2020 van toepassing zullen zijn. Naar mijn bescheiden oordeel is dat toch een schending van de bepalingen van de richtlijn. Ook hier wil ik zeggen dat deze vraag losstaat van de details van het Zomerakkoord.

 

Ik wil van u graag vernemen, mijnheer de minister, of de regering inderdaad heeft beslist dat de CFC-regels pas in 2020 van toepassing zijn en niet, zoals bepaald in de richtlijn, vanaf 1 januari 2019. Wat is de reden voor dat uitstel? Heeft u de Europese Commissie daarvan al concreet en formeel in kennis gesteld?

 

15.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer Vanvelthoven, ik heb u inderdaad horen zeggen dat u weet dat het in de hervorming van de vennootschapsbelasting zit. Dat is ook zo, dat bevestig ik nogmaals. Er zijn goede redenen geweest om dat in 2020 te doen. Die zal ik bij die gelegenheid ook met plezier uitgebreid toelichten.

 

15.03  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, het lijkt of u de spanning wilt opdrijven!

 

15.04 Minister Johan Van Overtveldt: Ik heb ooit voor de media gewerkt.

 

15.05  Peter Vanvelthoven (sp.a): Met enige goede wil zou u hierop vandaag al kunnen antwoorden. We hebben het daar uiteraard nog over.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Wij verwelkomen twee gasten, de heer Dirk Van der Maelen en de heer Kristof Calvo, die een budgettair-technische vraag willen stellen, ofwel een meer politieke vraag over de zaak-Marc Stockbroekx.

 

16 Samengevoegde vragen van

- de heer Dirk Van der Maelen aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "Marc Stockbroekx" (nr. 20955)

- de heer Kristof Calvo aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de samenwerking tussen het kabinet en de lobbyist" (nr. 20958)

16 Questions jointes de

- M. Dirk Van der Maelen au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "Marc Stockbroekx" (n° 20955)

- M. Kristof Calvo au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la collaboration entre le cabinet et le lobbyiste" (n° 20958)

 

16.01  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, via het programma Terzake werd onze aandacht gevestigd op het feit dat bij een beslissing van u de fiscale controle op het gebruik van de btw-vrijstelling door diplomaten werd uitbesteed aan een figuur waarover toch een en ander te zeggen valt. Het parket zei bijvoorbeeld over hem dat hij bovenaan zijn lijst staat voor inbreuken op de boekhoudwetgeving en het faillissementsrecht. Diezelfde persoon werd door het hof van beroep te Brussel omschreven als een gevaarlijk asociale persoonlijkheid. Hij werd daar veroordeeld voor misbruik van vertrouwen. Dat roept natuurlijk vragen op. Hoe is het mogelijk dat zo’n persoon een vertrouwenspositie krijgt om de controle uit te oefenen op de btw-vrijstelling voor diplomaten?

 

Daarom heb ik nu in eerste orde – ik zal in de repliek misschien nog wat nader op een en ander ingaan – een aantal vragen voor u, waarop ik graag een gedetailleerd antwoord zou krijgen.

 

Ten eerste, hoeveel contacten zijn er geweest met uzelf en/of uw kabinet? Graag had ik details gekregen. Waren dat persoonlijke contacten? Op welke dag? Was dat via e-mail of via telefoon?

 

Ten tweede, hoeveel contacten zijn er geweest tussen de administratie en de heer Stockbroekx?

 

Ten derde, bij hoeveel vergaderingen inzake de nieuwe btw-regeling voor diplomaten, met leden van uw kabinet en/of de administratie, was de heer Stockbroekx aanwezig?

 

Ten vierde, u stelt, zo heb ik vernomen via de media, dat u niet wist dat betrokkene veroordeeld was. Binnen uw partij moet hij nochtans heel goed gekend zijn. Er is immers een artikel uit Trends, een weekblad dat u voldoende goed bekend is – ik neem aan dat u een trouwe lezer bent – waarin melding gemaakt werd van problemen. De betrokken persoon was toen voorzitter van de N-VA-afdeling Borgerhout en moest daar toen ontslag nemen. U hebt een kabinet waarin veel N-VA-mensen zitten, wat ik u niet verwijt. Het zou ons ten zeerste verwonderen dat niemand de voorgeschiedenis van die heer Stockbroekx kende. Is het juist dat de man naar u werd doorverwezen door uw collega, minister Jan Jambon?

 

Ten vijfde, aan welke screening werd betrokkene onderworpen vooraleer hij een machtiging kreeg inzake de btw-regeling voor diplomaten?

 

Ten slotte, het volgende moet ik u toch zeggen, mijnheer de minister. Ik heb u eerder dit jaar reeds vragen gesteld over Practicali. Ik heb gezien dat vorige week of de week daarvoor mijn collega Vanvelthoven u een vraag heeft gesteld over het bezoek dat u aanvaard had van iemand die in een belangrijke fiscale betwisting met de BBI zat, namelijk de heer Sarens. Nu stellen wij dit hier vast.

 

Ik vraag mij het volgende af. Legt u aan uw kabinetsmedewerkers bepaalde deontologische regels, ethische regels of regels van goed bestuur op? Een van die regels lijkt mij dat men alleen bij zeer betrouwbare mensen de mogelijkheid overweegt om fiscale controleopdrachten uit te besteden. Een andere regel is dat een minister en een kabinet – dit is een regel van goed bestuur – geen contact hebben met mensen die in betwisting liggen met de BBI.

 

Hebt u regels van goed bestuur, deontologie of ethiek die u op uzelf en uw kabinet toepast?

 

16.02  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, het verbaast mij enigszins dat collega Van der Maelen en ik de enigen zijn die daarover vragen stellen, want ik vermoed dat wij niet de enigen zijn die de reportage in kwestie hebben gezien. Die reportage roept toch heel wat vragen op.

 

De man in kwestie heeft een aardig palmares bijeengescharreld. Dat palmares is bovendien al enige tijd gekend. Dit is meteen ook mijn eerste vraag, mijnheer de minister. Hoe komt zo’n man met u in contact? Collega Van der Maelen heeft al verwezen naar Trends in 2010. Ik weet niet of u toen nog hoofdredacteur was. Als N-VA-minister beweren dat u en uw kabinet niet op de hoogte waren van het profiel van de betrokkene lijkt mij twijfelachtig. Ik meen dat het profiel van de man genoegzaam bekend was, zeker in N-VA-kringen.

 

U hebt er alles aan gedaan om de contacten te minimaliseren als reactie op de reportage van Terzake. Nochtans zijn er ondertussen elementen die aantonen dat er een intensieve samenwerking is geweest. Ik heb een mailconversatie – die is ook gepubliceerd op het internet – uit oktober 2016 tussen een kabinetsmedewerker en de persoon in kwestie. Daaruit blijkt dat er werd samengewerkt rond het bewuste thema en ontwerp. In die mail is ook sprake van een persoonlijke ontmoeting. Heeft die ontmoeting plaatsgevonden? Hebt u als minister persoonlijk contact gehad met de man in kwestie? Ik heb daarover een aantal hypotheses, maar ik wil u uitnodigen om daarover zelf transparant te zijn.

 

Het systeem zelf dan. Het gaat over de btw-vrijstelling voor diplomaten. Als ik mij niet vergis, hebben ondertussen een drietal bedrijven een dergelijke machtiging of toelating gekregen. U hebt gezegd dat het nieuwe systeem efficiënter en fraudebestendiger is. Ik stel vast dat het bedrijf van de heer Stockbroekx, als enige van de drie bedrijven die deze toelating heeft gekregen, op zijn website een dienst aanbiedt waarbij de btw onmiddellijk kan worden vrijgesteld op het moment van de aankoop. Als ik mij niet vergis, druist dit voor een stuk in tegen de nieuwe regels. Wat is uw houding ter zake? De persoon waarmee u samenwerkte, zou nu een systeem opzetten dat net ingaat tegen die nieuwe regels.

 

Ik moet toch zeker een thema aansnijden met u als voormalig journalist, namelijk de aanval die u en uw kabinet hebben geopend tegen de reportage, door het tendentieuze berichtgeving te noemen. Dit past in de huisstijl van de N-VA: ofwel is het de schuld van links, ofwel van de media. Voor eigen deur vegen is daarentegen veel zeldzamer. Op wat baseert u die verdachtmaking van tendentieuze berichtgeving? Uiteindelijk is die reportage gebaseerd op feiten, cijfers, mails, ontmoetingen en op het profiel van de man in kwestie. Graag ook daarover wat uitleg.

 

Ten slotte, ik meen dat het zeker niet de laatste keer zal zijn dat wij hierop terugkomen. Ik zou u dan ook willen vragen, mijnheer de minister, om al uw contacten te delen met het Parlement, net als alle briefwisseling en mails. Wellicht zullen wij hierop later moeten terugkomen.

 

In het laatste deel van mijn vraag zou ik toch al willen vooruitkijken. Ik heb eerder al opgeroepen om een algemeen kader in te voeren inzake een transparantieregister. Het gaat erover dat men transparant is over de contacten die een kabinet en een minister heeft met de civiele samenleving. Dat hoeven niet altijd negatieve contacten te zijn. Ik neem aan dat contacten met oplichters eerder uitzondering zijn dan regel.

 

Ik heb hiervoor trouwens ook specifiek gepleit voor uw kabinet. De case Practicali, waarover heel wat vragen te stellen zijn, is al vermeld. Naar aanleiding van het Zomerakkoord vond ik het ook heel opmerkelijk dat heel veel fiscale adviesbureaus heel snel over de informatie beschikten.

 

Officieel hebben wij nog geen enkele tekst gekregen over de vennootschapsbelasting. Twee dagen na het Zomerakkoord stond de informatie echter van a tot z op minstens drie websites van fiscale adviesbureaus. Hier is dus sprake van een samenwerking die mij niet helemaal bevalt. Ik ben dan ook zeer stellig in mijn vraag. Als er in de regering geen algemeen transparantieregister komt, waarover ik de eerste minister al een aantal keer ondervroeg, dan zou ik u absoluut willen vragen dat u dat ten minste voor uw kabinet invoert. Het kabinet Financiën behandelt zeer gevoelige materie. Naar aanleiding van de recente gebeurtenissen in een aantal dossiers kan dat minstens het begin van een oplossing zijn in uw kabinet.

 

Ik hoop hierover vandaag wat meer te vernemen, al vermoed ik dat we, uiteraard afhankelijk van uw antwoord, hierop later zullen moeten terugkomen. Ik zou u willen uitnodigen om in deze fase volledig en correct te zijn, aangezien er altijd nieuwe elementen kunnen opduiken.

 

16.03 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, collega’s, sta mij toe mijn omstandig antwoord te beginnen met een toelichting bij de inhoud van de zaak.

 

Waarover gaat het hier eigenlijk? U weet dat diplomaten aan een specifieke btw-regeling zijn onderworpen. Zij genieten onder bepaalde voorwaarden van een vrijstelling op hun aankopen voor persoonlijk of officieel gebruik. In de praktijk verloopt de vrijstelling via een elektronische verificatie door erkende tussenpersonen, die een e-certificaat uitreiken. Het gebruik van een dergelijk e-certificaat wordt reeds sedert 2012 toegepast.

 

Er wordt bij de administratieve afhandeling van de procedure voor het verkrijgen van de btw-vrijstelling met de zogenaamde gemachtigde ondernemingen gewerkt. Dat is ook in andere lidstaten het geval. Het is dus niet juist dat wij een of ander nieuw systeem hebben ingevoerd of de enige lidstaat zouden zijn die een dergelijk systeem zou hanteren.

 

Bij ons zijn de eerste dergelijke gemachtigde ondernemingen, waaronder ook de onderneming die hier wordt geviseerd, al erkend en actief sedert 29 juni 2012.

 

In de media werd de voorbije dagen de indruk gewekt dat de fiscus belastingcontroles zou uitbesteden en dat zulks een schande is. Als dat een schande is, is dat al jarenlang en in heel Europa het geval.

 

Feit is dat alvast de desbetreffende ondernemingen, zacht uitgedrukt, niet zomaar een machtiging krijgen. Zij moeten precies omschreven procedures volgen en aan strikte voorwaarden voldoen.

 

Wat echter wel klopt, is dat het bestaande systeem, dat wij hebben geërfd, te fraudegevoelig was, dat te weinig verificatiemomenten waren ingebouwd en dat de monitoring bij de fiscale administratie te wensen overliet.

 

Wij hebben daarin verandering gebracht, door die specifieke beperkte markt voor andere, nieuwe spelers open te stellen en door voor de toekenning en het behoud van de machtigingen strengere regels op te leggen. Mijn administratie heeft daartoe in 2015 een aanzet gegeven, die vervolgens in samenspraak tussen de beleidscel en de administratie concreet nader is uitgewerkt.

 

De nieuwe regeling die wij hebben uitgewerkt, is fraudebestendiger gemaakt. De Inspectie van Financiën geeft zelf aan dat zulks absoluut noodzakelijk was. Daarover heb ik in de pers echter geen woord vernomen.

 

Bij de uitwerking van de verscherpte regeling hebben wij op regelmatige tijdstippen alle betrokken actoren, in casu de drie gemachtigde ondernemingen, zijnde de bvba Red All Belgium, de bvba Diplomatic Card Services Belgium en de nv Forax, alsook Comeos, de overkoepelende sectororganisatie, geïnformeerd.

 

Het lijkt mij niet enkel logisch maar ook heel wenselijk dat wij bij wijzigende regelgeving de betrokken actoren en sectoren informeren, wat wij trouwens in alle dossiers doen.

 

In de media is er dan het beeld gecreëerd dat iemand de pen vastgehouden zou hebben bij de wijziging van de regelgeving, met het oog op het verwerven van een monopoliepositie. Dat is regelrechte onzin. Ik herhaal dat ik deze tendentieuze berichtgeving betreur.

 

Ik vraag maar één ding: kijk naar het eindresultaat. Kijk naar de nieuwe procedure. Die is transparanter. Ze maakt de markt open. Ze is fraudebestendiger. Ze laat toe om in te grijpen in geval van fraude of veroordelingen enzovoort. Als het echt zo zou zijn dat iemand de pen zou hebben vastgehouden, zou dit nieuwe systeem dan het resultaat geweest zijn? Ik denk het niet. 

 

Er moet me nog iets van het hart. Op een bepaald moment heeft een journalist van het programma Terzake een schermafbeelding gedeeld via sociale media, namelijk een afbeelding van een mail tussen een van mijn medewerkers en de heer Stockbroekx. Dat beeld wekt de indruk dat mijn kabinet een exclusieve communicatie zou voeren met een van de gemachtigde ondernemingen. Ik vind dat u moet weten dat dit beeld gemanipuleerd werd. De andere gemachtigde ondernemingen, in dit geval Red All Belgium en Forax, alsook Comeos, stonden immers ook bij de geadresseerden van die mail. De journalist in kwestie heeft die geadresseerden verwijderd en erkent ook dat hij dat gedaan heeft. Mijn woordvoerder heeft hem gevraagd om dat recht te zetten. Ik kan enkel vaststellen dat dit niet is gebeurd en ik beklemtoon nogmaals deze manier van berichtgeving ten zeerste te betreuren.

 

Ik wil ook nogmaals benadrukken dat elk van de betrokken gemachtigde ondernemingen in het kader van de wijzigende regelgeving op initiatief van mijn kabinet werd onderworpen aan een grondige doorlichting door de BBI. De conclusie van dat rapport van de BBI is dat elk van de betrokken gemachtigde ondernemingen in regel is met de fiscale wetgeving. Er wordt eveneens gemeld dat elk van de betrokken ondernemingen nog een aantal wijzigingen moet doorvoeren om conform de nieuwe regelgeving te zijn. Dat gaat echter in geen van de gevallen om grote, maar veeleer om procedurele, technische aanpassingen.

 

Kortom, de audit van de BBI heeft er, samen met de nieuwe regelgeving, voor gezorgd dat er veel meer transparantie is, dat de inbreuken kunnen worden aangepakt en dat er een gelijk speelveld is. Voor deze legislatuur werd deze machtiging zonder voorafgaand onderzoek gegeven.

 

Dan wil ik even ingaan op de contacten met de heer Stockbroekx zelf. Ja, ik heb hem inderdaad kort ontvangen, in aanwezigheid van mijn adviseurs, op 14 januari 2015. Voor zijn vragen en verzuchtingen aangaande de eventuele fraude in de sector, de op dat moment op til zijnde wijziging in de wetgeving en de verhouding tussen de gemachtigde ondernemingen, heb ik hem doorverwezen naar mijn adviseurs en naar de betrokken diensten van de administratie. Nadien zijn er nog vier contacten geweest met de adviseurs van mijn beleidscel. In twee gevallen ging het om bijeenkomsten waarop de administratie aanwezig was: eenmaal om zijn visie over de fraude bij de toepassing van de vrijstelling toe te lichten en eenmaal om uitleg te verkrijgen over de toepassing van de bestaande regeling.

 

Er vond ook een IT-technisch overleg plaats met twee programmeurs van DCS om de implicaties van de nieuwe regeling toe te lichten. Een van de andere ondernemingen, met name Forax, had eveneens om een dergelijk technisch onderhoud gevraagd, dat dan ook heeft plaatsgevonden. DCS was ook aanwezig bij de presentatie van de nieuwe regeling, waar onder meer ook Comeos aanwezig was.

 

Zoals ik eerder al heb gezegd, spreekt het voor zich dat er informatie-uitwisseling met de betrokken actoren was en is, maar dat gebeurde met elk van de betrokken actoren.

 

Ik wil ten slotte nog terugkomen op de audit door de BBI. Daarin staat onder andere een verwijzing, en niet meer dan een verwijzing, naar een strafrechtelijke veroordeling van de heer Stockbroekx die dateert van 2016. Hiertegen zou hoger beroep zijn ingesteld. Meer gegevens hieromtrent zijn mij op dit moment niet bekend.

 

Alhoewel dat voor de beoordeling van de gemachtigde onderneming verder niet relevant is omdat DCS op heden een andere zaakvoerder heeft, wil ik er toch op wijzen dat die veroordeling dateert van na mijn ontmoeting met hem.

 

Uit verdere navraag blijkt dat er ook sprake is van bepaalde veroordelingen in 1998 en 2006, maar die waren zelfs voor de BBI in haar audit niet meer zichtbaar in het strafregister en dus niet opgenomen in dit rapport.

 

Ik wil ook aangeven dat het onmogelijk is om elke bezoeker op het kabinet exhaustief te screenen. De feiten zijn wat ze zijn. Ik heb mij duidelijk gedistantieerd van de betrokkene en herhaal dat vandaag nogmaals. Mijn kabinet en ikzelf hebben op elk moment deontologisch correct gehandeld.

 

Ik wil nog vermelden dat er reeds jarenlange gerechtelijke procedures lopen tussen de gemachtigde ondernemingen onderling. Ik heb daar verder geen zaken mee. Het gerecht zal zijn werk doen. Ik denk dat men in bepaalde berichtgeving ook deze context niet genoeg mee in rekening heeft gebracht.

 

Ik heb vragen gehoord richting een lobbyregister, vragen naar afschriften van e-mails enzovoort. Ik meen te weten dat deze onderwerpen exhaustief werden besproken in de werkgroep Politieke Vernieuwing, waaruit bepaalde conclusies zijn gekomen.

 

Ik verwijs ter zake naar de standpunten en de antwoorden die de eerste minister daarop heeft gegeven namens de gehele regering.

 

Ik denk dat ik u met mijn antwoord meer dan voldoende heb geïnformeerd. Zo heeft mijn kabinet de pers ook de afgelopen dagen ruim geïnformeerd. Ik betreur de manier waarop met bepaalde aspecten daarvan werd omgegaan.

 

16.04  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, ik moet bekennen, u hebt de grote twijfels bij mij niet weggenomen. Jan Jambon wist heel goed wie de heer Stockbroekx was. Hij heeft die man naar u doorverwezen. Ik kan mij niet inbeelden dat u of uw kabinet niet wist wie de heer Stockbroekx was.

 

Ik vind het niet kunnen dat regelgeving wordt voorbereid waarbij een zeer belangrijke rol aan gemachtigde bedrijven wordt gegeven waarmee de fiscus een vertrouwensrelatie moet hebben. Ik kan niet geloven dat u noch uw kabinet wist wie de heer Stockbroekx was.

 

U hebt gezegd dat het eerste contact dateert van januari 2015. Ik heb u in de media horen zeggen: “Zodra wij wisten wie deze heer was, hebben we hem kaltgestellt.” Ik kan mij niet inbeelden dat u dit in januari 2015 niet wist, dat dit pas na de mail in oktober gebeurde. U hebt gezegd dat er na uw contact nog vier contacten plaatsvonden. Men is dus met die man blijven doorwerken.

 

Wat u zegt, klopt al niet met de eerste reactie die u hebt gegeven. Ik wil graag een schriftelijk overzicht van u ontvangen van alle contacten die er tussen uzelf, de heer Stockbroekx, uw kabinet en de administratie zijn geweest, mijnheer de minister.

 

U zegt dat u niet alleen met de heer Stockbroekx contact hebt gehad. Ik ben geneigd om dat te geloven. Ik geloof dat u ook met Comeos en de andere firma’s contact hebt gehad, maar dat neemt niet weg dat bij de N-VA, met hun kennis over die persoon, alle alarmbellen zouden moeten zijn gaan rinkelen. Deze man had men geen vertrouwenspositie mogen geven.

 

Ik wil een oproep doen. In de nieuwe regelgeving is er een mogelijkheid om de machtiging in te trekken. De heer Calvo heeft al verwezen naar het feit dat hij als enige een onmiddellijke vrijstelling van de btw geeft. Er doen ook geruchten de ronde dat hij samen met bepaalde bedrijven avonden organiseert waarop ook anderen, niet-diplomaten, op het conto van diplomaten, met een btw-vrijstelling goederen kunnen kopen.

 

Ik vind dat u daarnaar een onderzoek moet instellen, mijnheer de minister. Als wat de heer Calvo heeft gezegd juist is, als wat ik zeg juist is, dan is er maar één piste, met name dat de machtiging van dat bedrijf wordt ingetrokken.

 

16.05  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Hebt u een reactie op de vraag die ik u heb gesteld en die nu wordt hernomen door collega Van der Maelen?

 

De voorzitter: De minister heeft een antwoord gegeven.

 

16.06  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Ja, maar het gebeurt wel dat een vraag kan worden hernomen als…

 

De voorzitter: Dat is het Reglement, mijnheer Calvo. U moet niet proberen om bijkomende… U hebt vragen gesteld en de minister heeft geantwoord. Nu krijgt u nog een repliek.

 

16.07  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Het concept van vragen is dat daarop dan ook meestal een antwoord komt.

 

De voorzitter: U moet zeggen wat u van het antwoord vindt…

 

16.08  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): …onmiddellijke vrijstelling… Ik stel een reeks politieke vragen, ik stel een technische vraag…

 

De voorzitter: Als u vindt dat het antwoord niet goed is, dan kunt u die vragen hernemen. Maar bij de huidige stand van het antwoord, wat is uw repliek?

 

16.09  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Het feit dat de minister niet antwoordt op die ene technische vraag maakt het dossier natuurlijk niet aantrekkelijker en fraaier. Ik zou u willen uitnodigen om na te kijken hoe die nieuwe regelgeving vandaag door het bedrijf in kwestie wordt gehanteerd en geïmplementeerd. Ik vind dat dit wel het minste is wat we mogen vragen. Ik vind het jammer dat u daarop niet…

 

16.10 Minister Johan Van Overtveldt: Ik heb in mijn antwoord duidelijk verwezen naar het feit dat de BBI in haar audit – als ik u daarmee kan plezieren, wil ik u en de heer Van der Maelen die audit van de BBI gerust bezorgen – stelde dat er op die website inderdaad nog een aantal aanpassingen dienden te gebeuren. Dat zal dus ook gebeuren en dat zal opgevolgd worden. Zeg dus niet dat ik daarop niet geantwoord heb, ik heb daarop wel geantwoord.

 

16.11  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Dan wil ik u danken voor de verduidelijking. Ik vind het wel heel vervelend dat zelfs iemand die actief meewerkt aan nieuwe regelgeving het blijkbaar niet de moeite waard vindt om zijn site aan te passen. Ik hoop dat de BBI niet gewoon akte heeft genomen van het feit dat die problemen er zijn, maar dat dit ook actief wordt opgevolgd. De audit ontvang ik graag.

 

Ten tweede, ik heb het toch wel heel moeilijk met uw antwoord dat u pas na 2015, na die ontmoetingen, hebt ontdekt over wie het ging. U gaat niet in op de vraag of die persoon al dan niet geïntroduceerd is door Jan Jambon, maar reeds in 2010 was bekend over wie het ging. U als kopman van de N-VA nota bene in uw eigen provincie, u als fervent lezer van Trends, had dat moeten weten of u wist dat. Ik ga niet zeggen dat u het per definitie wist, maar ondanks iedereen die het eigenlijk wist hebt u die man nog ontmoet en zijn er meerdere contacten geweest in het kader van regelgeving. Ik heb het daar heel moeilijk mee.

 

Wat ik vooral vervelend vind, mijnheer Van Overtveldt, is dat wij als oppositie eigenlijk een oplossing aandragen om gelijkaardige kwesties in de toekomst minstens deels te tackelen en dat u die oplossing gewoon naast zich neerlegt. Ik heb het voordeel dat ik heel actief heb deelgenomen aan de werkgroep Politieke Vernieuwing. De enige reden waarom er niets over een transparantieregister in de conclusies van de werkgroep Politieke Vernieuwing staat, is dat de regering gewoon niet geantwoord heeft op die vraag. Ook binnen het Parlement, ook binnen de meerderheid was er immers eigenlijk een heel groot draagvlak om de regering te dwingen tot stappen. Michel heeft daarin echter altijd een heel hypocriete houding aangenomen. Hij zei dat hij dat wel wilde, maar hij antwoordde niet op de brief en kwam ook niet met voorstellen om een aantal concrete aandachtspunten te remediëren.

 

Op het kabinet Financiën, na Practicali, nadat – wat ik nog altijd heel vervelend vind – advieskantoren besluitvorming delen, uitdragen en er zelfs vorming over organiseren vooraleer wij er in het Parlement over beschikken en na deze kwestie, zegt u niet dat u dat vrijwillig in uw kabinet gaat introduceren. U bent de baas over uw eigen kabinet, u kunt dat vandaag invoeren. U zou daarmee een heel duidelijke stap vooruitzetten. U doet dat niet en ik vind dat heel jammer. Eerlijk gezegd begrijp ik dat eigenlijk niet. Dat maakt de rest van uw antwoord ook een stuk minder geloofwaardig.

 

16.12 Minister Johan Van Overtveldt: Ik kan misschien nog een bijkomende toelichting geven.

 

Ten eerste, inzake de praktijken waarop u alludeert, mijnheer Van der Maelen, er wordt opvolging en controle gedaan. Als die praktijken zouden kloppen – ik weet dat niet, ik kan op dit moment noch bevestigend, noch ontkennend daarop antwoorden – dan zal er uiteraard worden ingegrepen. De betrokkenheid van de BBI bij dit dossier is heel duidelijk.

 

Ten tweede, de heer Jambon heeft, bij monde van zijn woordvoerder, zelf gezegd dat hij die introductie inderdaad gedaan heeft. Ik kan dat dus alleen maar bevestigen, maar ik dacht dat u, vermits u aandachtig Trends leest, ook andere media aandachtig leest en daarvan al op de hoogte was.

 

Ten derde, kaltgestellt”, ik heb nadien inderdaad geen enkele vorm van persoonlijk contact meer gehad met de man in kwestie. Dat de besprekingen gelopen zijn zoals ze gelopen zijn, heb ik in het kader van de firma waarover het gaat voldoende toegelicht.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.36 uur.

La réunion publique de commission est levée à 15.36 heures.