Commissie voor de Sociale Zaken

Commission des Affaires sociales

 

van

 

Dinsdag 3 oktober 2017

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 3 octobre 2017

 

Après-midi

 

______

 

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 15.30 uur en voorgezeten door de heer Vincent Van Quickenborne.

La réunion publique de commission est ouverte à 15.30 heures et présidée par M. Vincent Van Quickenborne.

 

01 Vraag van de heer Werner Janssen aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de problematiek van schijnzelfstandigheid" (nr. 20612)

01 Question de M. Werner Janssen au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "le problème de la fausse indépendance" (n° 20612)

 

01.01  Werner Janssen (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, uit een universitaire studie blijkt dat ons land vorig jaar ruim 500 000 schijnzelfstandigen telde. Hierbij zou het gaan om 427 600 personen die in hoofdberoep schijnzelfstandig zijn, een stijging van 14 % in de voorbije tien jaar. Ook zouden er ongeveer 104 000 personen schijnzelfstandig zijn in bijberoep.

 

De voorbije jaren werd reeds vastgesteld dat fraudeurs steeds vaker onterecht personen inschrijven in het zelfstandigenstatuut of hen vennoot maken, om op die manier de geldende arbeidsregulering te ontlopen. Vaak wordt tevens vastgesteld dat het hierbij om een vorm van mensenhandel gaat, waarbij de slachtoffers door mensenhandelaars in ons land aan het werk worden gezet. Zij dienen vaak in schrijnende leef- en werkomstandigheden te overleven.

 

In uw actieplan Sociale Fraude 2016 wordt de nodige aandacht besteed aan de strijd tegen die schijnstatuten. Hierbij stelde u dat de verscheidene inspectiediensten in 2017 ten minste honderd controles naar schijnzelfstandigheid zouden verrichten en zeventig procent hiervan zouden afhandelen binnen de twaalf maanden. Over die controles zou door de diensten trimestrieel gerapporteerd worden. Nadien zou een aanpassing van de wetgeving worden besproken door de bevoegde ministers.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ten eerste, welke cijfers kunt u omtrent de controles naar schijnzelfstandigheid meedelen voor het eerste half jaar van 2017?

 

Ten tweede, welke conclusies trekt u uit de cijfers?

 

Ten derde, hebt u reeds een initiatief genomen met het oog op een wetswijziging? Wanneer kan het Parlement hiervan kennisnemen?

 

Ten vierde, welke andere initiatieven neemt u om het probleem aan te pakken?

 

01.02 Staatssecretaris Philippe De Backer: Mijnheer Janssen, ik dank u voor uw vraag.

 

Ik wil, om te beginnen, de cijfers relativeren. De studie van de UCL spreekt over ongeveer 531 000 zelfstandigen in België, wat een heel sterke aangroei is. Het is echter onjuist te stellen dat het daarbij om allemaal schijnzelfstandigen zou gaan. De rectificatie daarvan is achteraf ook verschenen. In het oorspronkelijke artikel van La Libre Belgique was een en ander verkeerd weergegeven.

 

Het klopt wel dat er een aangroei van zelfstandigen is en dat wij kunnen vermoeden dat daar soms wel schijnzelfstandigen tussen zullen zitten.

 

Het is dus belangrijk dat wij in eerste instantie goed nagaan op welke wettelijke basis wij het onderscheid maken. Ik heb ook al meermaals opgemerkt dat de wet aan vernieuwing en modernisering toe is, wat ik op dit moment trouwens ook met mijn collega Ducarme bespreek.

 

Om nader op uw vragen in te gaan, wijs ik erop dat verschillende diensten controles op de zelfstandigheid en schijnzelfstandigheid hebben gedaan.

 

Het departement TSW heeft tot 30 juni 2017 bijvoorbeeld 24 controles uitgevoerd, wat tot 1 808 regularisaties heeft geleid.

 

De RSZ heeft van 1 januari 2017 tot 30 juni 2017 95 controles uitgevoerd, waarbij 65 verschillende ondernemingen en ongeveer 250 tewerkgestelde personen waren betrokken. Van die controles werd 81 % binnen een termijn van tien maanden afgesloten. In 46 gevallen werd een aanpassing van het statuut voorgesteld, waarvoor 14 processen-verbaal en 2 strafrapporten werden opgesteld. Een bedrag van sociale bijdragen ten belope van 721 000 euro is ter regularisatie voorgesteld.

 

Ook het RSVZ heeft 212 aansluitingen onderzocht. Tot op heden werden in dat verband 26 dossiers afgesloten, omdat de activiteit werd stopgezet of een fictieve aansluiting werd vastgesteld. Vijf dossiers werden voor nader onderzoek naar de RSZ doorverwezen. De overige dossiers zijn nog in onderzoek.

 

Dergelijke controles zijn enorm tijdrovend. Het is nu eenmaal zeer complex om te achterhalen hoe alles juist in mekaar zit. De inspectiediensten hebben daar vandaag natuurlijk de juiste focus voor. De capaciteit bij het RSVZ om dat soort zaken aan te pakken, is goed. De hervorming zorgt ervoor dat we harder en concreter optreden tegen schijnzelfstandigheid. Ook de evaluatie van de wet betreffende arbeidsrelaties, waar ik in het begin naar verwees, is in volle gang. De NAR stelt binnenkort een eindrapport voor. Ook daarover werd vandaag overleg gepleegd met collega Ducarme, die in het verhaal de lead heeft.

 

Wat tevens belangrijk is om mee te geven, is dat op dit moment het RSVZ en de RSZ allebei werken aan een protocol dat ervoor moet zorgen dat niemand, noch werknemer noch werkgever, nog door de mazen van het net kan glippen wanneer het erom gaat het statuut van zelfstandige dan wel werknemer te verliezen.

 

01.03  Werner Janssen (N-VA): Wij zien natuurlijk niets liever dan dat ministers en staatssecretarissen doen wat ze beloofd hebben. Ik stel vast dat u uw beloftes nakomt.

 

Wij zullen de kwestie voort blijven volgen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Samengevoegde vragen van

- de heer David Geerts aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de maatregelen inzake cabotage in het mobiliteitspakket van de Europese Commissie" (nr. 19048)

- de heer David Geerts aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "het invoeren van Europese quota in de transportsector in de strijd tegen postbusfirma's" (nr. 20850)

- de heer Frédéric Daerden aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de herziening van de detacheringsrichtlijn" (nr. 20959)

02 Questions jointes de

- M. David Geerts au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "les mesures relatives au cabotage dans le paquet mobilité de la Commission européenne" (n° 19048)

- M. David Geerts au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "l'instauration de quotas européens dans le secteur du transport pour combattre les sociétés-écrans" (n° 20850)

- M. Frédéric Daerden au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "la révision de la directive relative au détachement des travailleurs" (n° 20959)

 

02.01  David Geerts (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, ik heb twee vragen. De eerste dateert van juni en de tweede van september waardoor ze iets meer actualiteitswaarde heeft.

 

Mijn eerste vraag gaat over de cabotagerichtlijn en de mobility package. Ik heb jaren geleden ter zake in de commissie al een wetsvoorstel ter zake ingediend. Dit werd echter jammer genoeg weggestemd. Wij menen dat de regels inzake cabotage moeten worden verstrengd.

 

De Fransen hebben eenzelfde debat gevoerd. In Finland heeft men de maatregel al genomen. Ik heb ooit het voorstel gedaan om bij cabotage de trekker te laten terugkeren naar het land waar hij is ingeschreven. Nu stellen wij vast dat de trekker gewoon blijft staan zodat er eigenlijk niet kan worden gesproken van cabotage.

 

Ik heb mijn vraag in juni ingediend naar aanleiding van de discussies in de Europese Commissie. Deze discussie werd voorafgegaan door een consultatieronde. Dat is de reden waarom ik graag het standpunt had gekend van de Belgische regering. Welk standpunt werd ingenomen? Wat vindt u eigenlijk van ons naar mijn mening schitterende wetsvoorstel, dat helaas werd weggestemd? Van mij mag desnoods de meerderheid dit wetsvoorstel overnemen.

 

Mijn tweede vraag betreft de invoering van Europese quota inzake transportactiviteiten in de strijd tegen postbusfirma’s. Het klopt dat er enkele grote, spectaculaire acties werden gehouden bij bedrijven die ook postbusfirma’s hebben in Oost-Europa, om Slowakije niet te noemen. Dit was eigenlijk een groot succes, al is dit eigenlijk een eufemisme want we stelden helaas heel wat inbreuken vast.

 

We zien ook dat de manier van inbreuken plegen steeds geraffineerder wordt. Dit is enigszins logisch want de mazen in de wetgeving vallen steeds moeilijker te omzeilen. De amateurs onder de fraudeurs zijn er uitgehaald door de inspectiediensten.

 

Men krijgt dan eigenlijk consultancy over hoe men dat zal organiseren.

 

Ik denk dat u het ermee eens bent dat die strijd verder moet worden gevoerd. We zien dat ook op het terrein. U hebt ook gesproken over het invoeren van quota waardoor het moeilijker wordt een postbusfirma in Oost-Europa te hebben, omdat 25 % van de transportactiviteiten in het land van de hoofdzetel zelf zou moeten plaatsvinden. Daarom stel ik de vraag over die quota.

 

Hebt u daarover gepraat met onze buurlanden Frankrijk, Luxemburg en Duitsland? Zijn zij uw idee genegen? Ik denk dat het inderdaad te onderzoeken valt. Welke stappen zult u in ons land nemen?

 

Ik kijk uit naar uw antwoorden.

 

02.02  Frédéric Daerden (PS): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, ma question est plus générale. Elle porte sur la révision de la directive Détachement. C'est un thème préoccupant pour les PME, les travailleurs et leurs représentants. Les prochaines semaines vont être importantes: il y a le débat au sein du Parlement européen et en EPSCO, les votes en commission et en plénière.

 

Le président français souhaite une révision qui mette un terme aux abus. Il a notamment rencontré le premier ministre qui lui aurait répondu que la Belgique menait des discussions continues pour faire bouger les lignes. Je sais aussi que vous avez des réunions bilatérales avec certains collègues, notamment dans les pays de l'Est.

 

Pouvez-vous nous dire quels sont les pays qui ont été consultés par vous et le premier ministre? Quelles sont les positions que vous inspirent ces contacts? Avez-vous le sentiment qu'il y a une volonté de discuter et de parvenir à une révision? Quelle va être la position de la Belgique? Jusqu'à quel point envisageons-nous cette révision? Souhaitez-vous des avancées significatives? On parle de vingt-quatre mois de durée maximale de détachement; le président Macron parle, lui, de douze mois; votre prédécesseur avait plaidé pour six mois. Est-ce encore la position belge? Êtes-vous en faveur de l'élargissement de la base légale de la directive, ce qui permettrait aussi une avancée plus socialement significative? L'élargissement de la notion du salaire minimum est également envisageable. Voilà les quelques éléments au sujet desquels je souhaiterais connaître votre position.

 

02.03 Staatssecretaris Philippe De Backer: Mijnheer de voorzitter, ik begin met de vraag van de heer Geerts over cabotage en transport. De richtlijn gaat uit van mevrouw Bulc, maar men kan dit voor een stuk niet los zien van wat er in het voorstel tot detachering van mevrouw Thijssen staat.

 

Ten eerste, wij hebben natuurlijk ons actieplan tegen de strijd inzake sociale fraude rond het transport. Belangrijk is dat wij op basis daarvan initiële contacten hebben gehad enkele maanden geleden, toen het voorstel nog door de Europese Commissie werd voorbereid. Op basis daarvan hebben wij onze ervaringen, onze input en onze standpunten meegegeven aan mevrouw Bulc zelf. Zij weet wat wij aan het doen zijn en kent onze actieplannen en preoccupaties, bijvoorbeeld rond lange rusttijden en andere zaken. Het is goed om te zien dat een aantal van die zaken werden meegenomen in haar voorstel.

 

Ten tweede, het is voor mij een heel goede zaak dat er eindelijk een discussie op gang komt over duidelijke en uniforme regels voor heel Europa. Dit is belangrijk omdat wij op een interne markt spelen. Men kan moeilijk de geest terug in de fles duwen. Immers, er is de opengemaakte markt die enorm veel voordelen biedt, en men moet er dus voor zorgen dat de regels uniform en toepasbaar zijn. Daar knelde het schoentje, in die zin dat een aantal regels vaag was, niet werd gevolgd en niet werd gecontroleerd. Op dit moment laat het voorstel toe om op dat vlak vooruitgang te boeken. Een vereenvoudigde en realistische handhaving is de belangrijkste boodschap die wij hebben meegegeven aan mevrouw Bulc.

 

Ook belangrijk is dat ik vanuit de regering met collega Bellot de sociale partners van de transportsector en de bevoegde inspectiedienst hebben samengebracht op 5 september 2017. Wij hebben met hen van gedachten gewisseld en zijn heel concreet met hen door het road package van mevrouw Bulc gegaan om te zien wat de verschillende standpunten zijn van zowel de werknemers als de werkgevers als de inspectiediensten.

 

Deze informatie wordt nu verwerkt. Er is nog geen officieel standpunt omdat wij alles nog bij elkaar leggen, maar de betrokken DGE is al een eerste keer bijeengekomen op 18 juli. Een technische werkgroep is hiermee aan het werk, omdat wij in dit geval in de filosofie van de Commissie met een lex specialis zitten met betrekking tot detachering binnen de transportsector. De technische werkgroep moet nu al de informatie bepalen en heeft al een tweede keer vergaderd, op 15 september 2017.

 

Voor ons is het belangrijk dat er maatregelen en bijsturingen van het voorstel komen, die de controleerbaarheid van de wetgeving ten goede komen. Bijvoorbeeld het verplicht maken van een tachograaf met gps is een heel efficiënte manier om dit te doen, maar men moet er dan ook voor zorgen dat dit overal op dezelfde manier wordt gelezen, dat er data kunnen worden uitgewisseld en dergelijke. Een chauffeur verplichten om op een tachograafschijf aan te geven wanneer een landsgrens wordt overschreden is ook een element dat kan worden gebruikt om ervoor te zorgen dat inzake cabotage één en ander duidelijk naar voren komt.

 

Zoals u zelf ook al hebt aangehaald, is de strijd tegen sociale dumping in het transport één van mijn prioriteiten. U kunt zelf vaststellen dat de laatste maanden op het terrein de strijd werd opgevoerd. Wij nemen maatregelen. Ik denk bijvoorbeeld aan de bilaterale contacten. Toen het verhaal van Slowakije uitkwam, waren wij al aan het praten om na te gaan hoe wij de gegevensuitwisseling konden verbeteren. Ik hoop daar binnenkort goed nieuws over te krijgen, omdat wij op dat moment ook de bilaterale contacten zullen kunnen gebruiken om de gegevensuitwisseling te verbeteren.

 

Een ander aspect van het voorstel, ook gelinkt aan de vraag van de heer Daerden, is dat wij de twee pakketten samen bekijken. Eén van de zaken die men kan gebruiken om fictieve vennootschappen aan te duiden, is te bepalen dat er een minimale activiteit moet zijn. Die 25 % zit in het pakket dat de heer Macron naar voren had geschoven en waarbij wij ons hebben aangesloten.

 

Nous avons déjà eu des contacts avec le Benelux, l'Autriche, la France et l'Allemagne afin de présenter un point de vue commun fin octobre.

 

Il me semble évident que la Belgique doit se joindre à d'autres pays pour renforcer les différentes règles de détachement qui sont très importantes. Nous nous sommes d'abord alignés politiquement avec ces pays. Nous avons également fourni des avis techniques pour améliorer la situation et renforcer les contrôles sur le terrain. Ces deux points me semblent importants car nous donnons un signal politique très clair et parce que nous implémentons les règles techniques nécessaires donnant la possibilité à nos services d'inspection d'agir sur le terrain.

 

Ces différents pays se sont réunis et participent à l'EPSCO afin de déterminer quels sont les pays de l'Est qui peuvent collaborer avec nous.

 

Ces aspects sont importants lors de mes contacts bilatéraux car nous devons conclure des accords permettant aux services d'inspection d'effectuer leurs contrôles et d'avoir plus rapidement accès à certaines données.

Je reste convaincu que la fraude sociale transfrontalière et le dumping social constituent un problème important. Je relève également que les pays de l'Est constatent des changements sur leurs propres marchés car ils sont également confrontés à un détachement de personnel venant d'Ukraine ou de Serbie. Nous assistons à un changement des mentalités et j'espère que les pays de l'Est réalisent que, pour assurer la liberté et les échanges en Europe, nous avons besoin de ce renforcement des décisions - le package de Mme Thyssen et de Mme Buëch.

 

02.04  David Geerts (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik denk dat wij hier bijna op dezelfde lijn zitten. Een level playing field is essentieel, zowel voor het welzijn van de werknemers als voor de welvaart van de bedrijven. Er zijn bonafide bedrijven die het ter zake echt moeilijk hebben en die bijkomende maatregelen vragen. Ik hoop dat de bonafide werkgevers, ook in de belangenorganisaties, de overhand zullen houden.

 

Voorts meen ik dat wij moeten aansluiten bij de kopgroep, dus bij een aantal andere landen zoals onze buurlanden. U gaf het voorbeeld van Servië. Het klopt wat u daarover zegt. Ik was vorig jaar in Servië. Daar is een vrijhandelszone opgezet waarin een aantal activiteiten worden opgestart om alzo toegang te krijgen tot de Russische markt.

 

02.05  Frédéric Daerden (PS): Monsieur le secrétaire d’État, je vous remercie pour vos éléments de réponse. Indiscutablement, nos constats sont les mêmes. Je serais tenté de dire que nos espérances sont les mêmes mais vous êtes à la manœuvre avec vos collègues. J’espère que cela permettra d’aboutir à de réelles avancées. Vous n’avez pas précisé exactement votre feuille de route mais on aura l’occasion d’en reparler.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Aangezien mevrouw Jadin niet aanwezig is vervalt haar vraag nr. 19228.

 

Mevrouw Fonck is niet aanwezig.

 

Vraag nr. 19520 van de heer Raskin, die vandaag niet aanwezig kon zijn, wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

 

Dan zal ik snel mijn vraag stellen. Mijnheer de staatssecretaris, u hebt mijn tekst gelezen. Wij gaan niet aan het grote voorleesuurtje meedoen maar ik moet wel iets zeggen want anders komt het niet in het verslag. Wat ik net heb gezegd komt in het verslag.

 

03 Samengevoegde vragen van

- de heer Wouter Raskin aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de verscherpte regels voor detacheringen naar Luxemburg" (nr. 19802)

- de heer Vincent Van Quickenborne aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de nieuwe detacheringsregels in Luxemburg" (nr. 20968)

03 Questions jointes de

- M. Wouter Raskin au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "les règles renforcées pour un détachement vers le Luxembourg" (n° 19802)

- M. Vincent Van Quickenborne au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "les nouvelles règles en matière de détachement au Luxembourg" (n° 20968)

 

03.01  Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris, de nieuwe regels in het buurland Luxemburg kunnen op het eerste gezicht als vrij streng worden omschreven. Er is een systeem ingevoerd dat wel wat weg heeft van het Limosa-systeem. Er moeten evenwel heel wat formulieren worden opgeladen in het elektronische platform, formulieren die blijkbaar zowel naar het Frans als naar het Duits moeten worden vertaald.

 

Het is duidelijk dat de detachering van werknemers in heel wat landen van de Europese Unie tot bepaalde problemen leidt en dat regeringen maatregelen nemen om sociale fraude en sociale dumping te bestrijden. Onze regering zet daar ook heel sterk op in en dat is terecht. Maar we mogen natuurlijk ook niet vergeten dat een groot deel van de detacheringen wel degelijk correct verloopt en dat die detacheringen een belangrijke rol spelen in onze economie. Men pleit vaak voor minder detachering, maar vergeet daarbij dat ook heel wat Belgen naar het buitenland worden gedetacheerd. Als men knipt in de mogelijkheden van detachering, dan knipt men ook in de mogelijkheden voor de Belgen.

 

U krijgt wel vaker vragen over detachering naar België. Ik heb een vraag hoe kafkatoestanden het leven van een Belg zuur kunnen maken. Bent u het ermee eens dat de nieuwe detacheringsregels streng zijn of hebt u daar een andere visie op?

 

Heeft de Luxemburgse regering overleg gepleegd met de Belgische regering en dus met uzelf over de nieuwe maatregelen? Kunnen zij al dan niet tot problemen leiden voor bonafide Belgische werkgevers die personeel wensen te detacheren naar het Groothertogdom?

 

Hoeveel werknemers worden jaarlijks door Belgische werkgevers gedetacheerd naar Luxemburg?

 

03.02 Staatssecretaris Philippe De Backer: Mijnheer Van Quickenborne, ik stel enerzijds vast dat de nieuwe wetgeving in Luxemburg heel wat elementen bevat van wetgeving die wij in december 2016 al hebben goedgekeurd. Tot zover kan ik daarop geen kritiek hebben, omdat wij dezelfde wetgeving hebben. Ik heb daarmee dus ook geen problemen. Het betreft immers proportionele wetgeving, die ons in staat stelt fraude effectief te controleren, niet meer en niet minder.

 

Maar er mag natuurlijk geen wetgeving worden ingezet om kmo’s en zelfstandigen uit grensregio’s zoals Kortrijk of in Limburg van de markt te weren en net op dat vlak is er toch wel een en ander op te merken in verband met de de nieuwe wetgeving in Luxemburg.

 

Het is wel belangrijk mee te geven dat het aan de Europese Commissie is te beoordelen of alles al dan niet proportioneel gebeurt. De Europese Commissie blijft daarop toezien. Zoals u zelf terecht opmerkt, mag er geen excessieve wetgeving of mogen geen excessieve regels worden opgelegd die vooral tot doel hebben buitenlandse vennootschappen buiten te houden.

 

Ik heb daarom altijd gewerkt vanuit de heel simpele vaststelling dat, wanneer de sociale bescherming in een land hoger is dan in het land waarnaar wordt gedetacheerd, er de facto van sociale dumping geen sprake kan zijn. Dat betekent immers dat de minimumlonen, de sociale bescherming en de bijdragen hoger liggen dan in het land waarin de betrokkene wordt tewerkgesteld.

 

Aangezien België een van de beste sociale vangnetten heeft en tot de landen behoort met de hoogste sociale bescherming in Europa, heb ik bijvoorbeeld in de contacten met Franse en Luxemburgse collega’s erop gewezen dat, wanneer iemand van België naar Frankrijk, Duitsland of Luxemburg wordt gedetacheerd, wij altijd een hogere sociale bescherming en hogere minimumlonen dan in de genoemde landen hebben. Hoe kan er dan op dat moment van sociale dumping sprake zijn? Mijns inziens kan dat gewoon niet.

 

Dus zou het principe kunnen worden gehanteerd dat veel meer vrijheid en flexibiliteit en een vrijstelling van bepaalde paperassen en regels wordt gegeven, wanneer kan worden aangetoond dat in het eigen land de sociale wetgeving veel strenger en veel duidelijker is.

 

Dat leidt er volgens mij toe dat werknemers gemakkelijker gedetacheerd kunnen worden en dat tegelijkertijd sociale dumping absoluut niet mogelijk is.

 

03.03  Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

04 Question de M. Frédéric Daerden au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "la lutte contre le dumping social dans la construction" (n° 20042)

04 Vraag van de heer Frédéric Daerden aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de strijd tegen sociale dumping in de bouwsector" (nr. 20042)

 

04.01  Frédéric Daerden (PS): Sur le thème du dumping social dans la construction qui est l'un des secteurs les plus touchés, votre gouvernement s'est félicité des chiffres positifs d'emploi dans le secteur en 2016. Vous mettez en avant vos mesures de lutte contre le dumping social pour expliquer cette embellie. Néanmoins, les acteurs du secteur mettent en garde pour 2017, qui risque d'être une année noire en la matière. La Confédération de la construction rappelle une tendance lourde depuis plusieurs années, notamment en termes de diminution de l'emploi salarié dans le nombre total de travailleurs disponibles dans le secteur. Nous sommes déjà en octobre 2017. Disposez-vous de données par rapport à l'évolution que l'on risque de connaître sur l'ensemble de l'année 2017 et quelles mesures mettez-vous en œuvre pour anticiper ces prévisions négatives ou en tout cas pessimistes qui mettent en danger l'emploi dans la construction?

 

04.02  Philippe De Backer, secrétaire d'État: Monsieur Daerden, j’ai communiqué auparavant que l’emploi belge dans la construction était en train d’augmenter. Les chiffres de la Banque nationale le montrent aussi. Par exemple, entre 2015 et 2017, le nombre d’employés belges a augmenté de presque 5 000 personnes dans la construction.

 

En parallèle, le nombre d’employés détachés, uniquement dans le secteur de la construction, a diminué d’environ 7 000, en 2016. C’est aussi un chiffre important. Tout cela fait en sorte qu’il y a déjà une perspective dans le secteur de la construction, je pense. Il me semble aussi intéressant d’en tenir compte parce que cela apporte de l’espoir et un peu de perspectives à tous, non seulement aux employés mais également aux entreprises actives dans le secteur.

 

Pour encore renforcer la lutte contre le dumping social, le gouvernement a décidé, dans son accord estival, de diminuer les charges fiscales sur le travail effectué sur les biens immobiliers, dans la construction et l’électro. Pour moi, c’est également une mesure anti-fraude que de diminuer les charges et les taxes sur tout ce qui relève de la construction. C'est un atout dans les différences entre les entreprises des différents pays.

 

À partir du 1er janvier 2018, les charges salariales diminueront de 100 millions d’euros. Nous continuerons à diminuer jusqu’à 200 millions d’euros en 2019 et 600 millions en 2020. C’est à mon avis un élément très important.

 

Sur le plan européen, nous remarquerons aussi dans la semaine à venir la réforme des règles de détachement. On en a déjà discuté. Là aussi, je pense qu’il y a des choses à faire. On continue à faire des accords bilatéraux. Moi j’ai toujours insisté pour la création d’une base de données européenne. C’est selon moi la seule manière de lutter effectivement contre la fraude sociale au niveau européen. On doit parvenir à effectuer l’échange de données. Cela me paraît très important.

 

Un autre aspect important, c’est que pour le moment, il arrive encore trop souvent que les réglementations actuellement en vigueur ne soient pas appliquées dans les différents pays.

 

Il y a là aussi un effort à faire. J'ai plaidé avec Mme Thyssen pour que la Commission européenne aide les pays de l'Est et renforce leurs capacités de contrôle, leurs bases de données par exemple. Nous prenons différentes mesures pour poursuivre la lutte contre la fraude sociale dans la construction; cela reste pour moi un secteur économique très important pour notre pays.

 

04.03  Frédéric Daerden (PS): Merci, monsieur le secrétaire d'État. Je vous rejoins sur ce point: il s'agit d'un secteur important. Je suis content d'entendre que vous êtes optimiste quant à l'année 2017. Je suis surpris que le secteur le soit moins. Nous verrons à l'autopsie. J'espère que vous aurez raison et que cela leur donnera tort. Peu importe l'origine de cette embellie. Ce qui compte, c'est qu'elle suscite la création d'emplois. Qu'elle vienne d'une augmentation de l'activité en général, des règles européennes adaptées, ou de mesures internes prises, qu'importe. C'est par la conjonction des actions de tous, du niveau local à celui de l'Europe, que nous y arriverons.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Questions jointes de

- M. Jean-Jacques Flahaux au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "l'installation fictive d'entreprises belges de transport en Slovaquie" (n° 20367)

- M. Vincent Van Quickenborne au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "les sociétés boîtes aux lettres dans le domaine des transports" (n° 20967)

05 Samengevoegde vragen van

- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de fictieve vestiging van Belgische transportbedrijven in Slowakije" (nr. 20367)

- de heer Vincent Van Quickenborne aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de postbusfirma's in de transportsector" (nr. 20967)

 

05.01  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, dans le but d'employer des chauffeurs à bas salaire, de contourner la législation belge, d'éluder une part de l'impôt et des cotisations sociales en Belgique, de nombreuses entreprises de transport créent, de façon fictive, des entreprises en Slovaquie permettant d'engager des chauffeurs à bas prix pour les faire rouler en Belgique à des conditions salariales limitées.

 

Le système est parfaitement au point, avec l'utilisation d'hommes de paille, de boîtes aux lettres, etc., grâce à l'emploi de sociétés d'intermédiaires souvent fondées par des Belges qui gèrent chacun des aspects de la gestion de telles entreprises.

 

Un syndicat a enquêté sur place et a trouvé trente-trois boîtes de sociétés à une seule adresse. En se faisant passer pour des candidats éventuels à la création d'une entreprise fictive, les enquêteurs de ce syndicat ont obtenu tous les renseignements sur les mécanismes de cette fraude à grande échelle.

 

Les chauffeurs slovaques étant désormais "trop chers" et n'acceptant plus d'être sous-payés, ce sont des chauffeurs d'autres pays où les salaires sont encore inférieurs qui sont maintenant engagés pour rouler frauduleusement en Belgique.

 

Ce système mis en place crée un véritable dumping social qui aurait mis plus de 6 000 chauffeurs belges au chômage. Mais votre administration ne croise pas les bras; preuve en est qu'en mai dernier, trois membres de la plus importante société de transport en Wallonie qui emploie 2 700 personnes et qui compte 1 300 camions ont été arrêtés pour une série d'infractions allant de la traite d'êtres humains en passant au faux et usage de faux social, au non-paiement de cotisations à l'ONSS.

 

Monsieur le secrétaire d'État, quels sont les moyens mis en place afin de traquer ces entreprises fictives tant en Belgique qu'en Slovaquie? Quelles sont les réactions des autorités slovaques face à ce problème? Durant ce mois d'octobre, une réunion des ministres européens compétents se tiendra avec, à l'ordre du jour, le problème des travailleurs détachés. Quelles sont vos attentes à ce propos? Suite à l'arrestation des dirigeants de cette entreprise belge de transport, existe-t-il d'autres dossiers qui n'auraient pas été médiatisés? Disposez-vous de chiffres en la matière?

 

05.02  Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Mijnheer de staassecretaris, ik sluit mij aan bij de vraag van de heer Flahaux.

 

U stelt voor om een regel in te voeren om minstens 25 procent van de activiteiten te laten uitvoeren in het land van de hoofdzetel.

 

Mijn vragen zijn de volgende.

 

Hoe ziet u dat voorstel? Geldt dat enkel voor de fraudegevoelige sectoren of voor alle sectoren?

 

Gaat het dan over 25 procent van de werkuren, van de gerealiseerde omzet, of van het aantal personeelsleden? Welke maatstaf gebruikt u?

 

U bewandelt naast de piste van mogelijke nieuwe Europese maatregelen ook de piste van bilateraal overleg en bilaterale overeenkomsten. Hoe vordert uw overleg met de Slovaakse regering over de kwestie van de transportsector?

 

05.03  Philippe De Backer, secrétaire d'État: Chers collègues, comme je l'ai déjà dit, des dossiers d'une telle envergure ne peuvent pas être détectés comme moyen de coopération intensive entre les services de police, les services d'inspection, le SPF Mobilité, les services d'inspection sociale et le ministère public, côté Justice. Cela me semble fort utile. Là aussi, on est en train de renforcer les protocoles entre les différents services. Ensemble, on essaie de lutter contre ces différents phénomènes.

 

Une telle enquête demande vraiment de gros efforts, prend beaucoup de temps et nécessite une réelle coopération avec les différents services d'inspection et de la police, pas uniquement en Belgique. Je tiens à cet effet à optimaliser l'utilisation des moyens technologiques (réseau ANPR et caméras). On étudie actuellement  avec les différentes Régions si on peut avoir accès à de telles données pour focaliser dans le cadre d'un cabotage par exemple, détecter la présence de camions, leur passage aux frontières. Cela facilite les choses.

 

On rencontre parfois quelques difficultés pratiques mais, aujourd'hui, les différents services travaillent déjà très bien ensemble. J'ai visité à deux ou trois reprises les différents services d'inspection en opération sur la route. Cela fonctionne assez bien. On travaille aussi avec d'autres pays. Une action de la police fédérale a eu lieu à Bruxelles en collaboration avec d'autres pays pour déterminer quels camions arrêter dans le cadre de la fraude sociale. Là aussi, on essaie de collaborer.

 

Pour ce qui est de la Slovaquie, un gros problème a été détecté. Les syndicats l'ont indiqué mais ce problème était déjà connu depuis un certain temps. J'ai donc déjà entamé les négociations avec la Slovaquie. J'espère que, dans les semaines à venir, un accord sera signé pour avoir accès aux données qui nous permettront de lutter contre la problématique des boîtes aux lettres. C'est quelque chose de très difficile à détecter et qui mène à une concurrence déloyale entre les entreprises belges. C'est pourquoi nous avons introduit la règle des 25 %.

 

Datgene waarnaar de heer Van Quickenborne verweest, die 25 % op de omzet, leidt ertoe dat men een duidelijk criterium vastlegt. Vandaag moet men volgens de wetgeving een significante activiteit hebben. Wat betekent dat.

 

Il s'agit d'une activité significative. Pour améliorer l'application des règles, nous essayons de déterminer quels sont les paramètres. De la sorte, les contrôles sont meilleurs et beaucoup plus ciblés. En même temps, nous instaurons de la transparence. Certaines entreprises prétendent être en ordre parce qu'elles exercent une activité significative. Or, en réalité, ce n'est pas le cas.

 

Nous en avons aussi discuté avec la France, l'Allemagne, les Pays-Bas, le Luxembourg et l'Autriche pour voir si nous ne pouvions pas former un groupe de travail et piloter ce projet, avec l'aide de Mme Thyssen, mais aussi en suivant la proposition de Mme Bulc. Pour moi, nous devons travailler collectivement en vue d'avancer et de réussir en ce domaine.

 

Nous sommes en train de renforcer la coopération des services, pas seulement en Belgique, mais aussi avec d'autres États. La discussion n'est pas toujours aisée. Ainsi, certains pays de l'Est se montrent très ouverts à l'idée de collaborer avec nous et négocient des accords bilatéraux à cette fin, tandis que d'autres tergiversent. C'est donc toujours "deux pas en avant, un pas en arrière"! Surtout, plusieurs d'entre eux connaissent des problèmes.

 

Différentes étapes doivent être franchies, comme M. Daerden l'a expliqué. Nous agissons à l'échelle régionale, nationale et européenne. Tous ensemble, nous parviendrons à lutter contre le dumping social.

 

05.04  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie pour votre réponse.

 

Je pense que la véritable solution verra le jour quand les pays d'Europe centrale et de l'Est seront à notre niveau de développement. Les salaires ne seront alors plus un moyen incitatif.

 

En tout cas, je suis grandement satisfait car on sent votre volonté de lutter réellement contre ce phénomène.

 

05.05  Philippe De Backer, secrétaire d'État: Pour être clair, nous travaillons de concert avec M. Bellot en cette matière. La collaboration est excellente.

 

Président: David Geerts.

Voorzitter: David Geerts.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

06 Questions jointes de

- Mme Catherine Fonck au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "la réforme des inspections sociales et l'effectif dédié à la lutte contre le dumping social" (n° 20755)

- M. David Geerts au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "les 100 (96) inspecteurs supplémentaires et le taux d'occupation effectif des services d'inspection sociale" (n° 20847)

06 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Catherine Fonck aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de hervorming van de sociale inspectiediensten en het personeel dat wordt ingezet in de strijd tegen sociale dumping" (nr. 20755)

- de heer David Geerts aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de 100 (96) bijkomende inspecteurs en de effectieve bezettingsgraad van de sociale inspectiediensten" (nr. 20847)

 

De voorzitter: Mevrouw Fonck is niet aanwezig voor het stellen van haar vraag.

 

06.01  David Geerts (sp.a): Het gaat hier om een opvolgingsvraag aangaande de bijkomende inspecteurs en de effectieve bezettingsgraad van de inspectiediensten Ik heb deze vraag in het verleden reeds gesteld aan uw voorganger, de heer Bart Tommelein. Hij zei dat de aanwerving snel zou verlopen. Toen deze vraag opnieuw aan u werd gesteld, antwoordde u dat 71 van de 96 inspecteurs aangeworven werden en dat de 25 andere op komst waren.

 

Ik heb hierover de volgende vragen.

 

Wat is de stand van zake betreffende de aanwerving van de resterende 25 nog aan te werven inspecteurs?

 

Welke opleiding moeten deze mensen nog krijgen?

 

Worden de 100 nieuwe krachten integraal ingezet in de strijd tegen sociale dumping? Wat is hun functieomschrijving?

 

Is het totaal contingent van inspecteurs hiermee gestegen of werd hiermee het verloop en de pensioneringsgolf ondervangen?

 

06.02 Staatssecretaris Philippe De Backer: Tot nu toe zijn er 80 inspecteurs en controleurs aangeworven. De meest recente aanwervingen werden verricht bij het RSVZ en het TSW. Het gaat traag, maar ik wil dan ook enkel mensen met de goede kwaliteiten. De examens moeten plaatsvinden op het gepaste niveau.

 

Ik kan wel melden dat op dit moment de procedure lopende of afgerond is voor 14 bijkomende mensen, wat het totaal op 94 brengt. Zij kunnen in principe in de komende weken het contingent vervoegen. Dan zitten we heel dicht bij die 96, die door mijn voorganger aangekondigd werden. We zullen hen dan ook kunnen beginnen in te zetten.

 

Het is ook het vermelden waard dat bij het TSW sinds 1 juni 2017 10 inspecteurs aangeworven werden die uitsluitend zullen werken in de gespecialiseerde cel Netwerk en Vervoer. Er zijn ook 270 sociale inspecteurs die 20 % van hun arbeidstijd uitsluitend aan dossiers met betrekking tot de strijd tegen sociale dumping zullen besteden. Dat is ook niet insignificant. Ook inspecteurs van het RSVZ, die normaal gezien niet altijd rechtstreeks worden ingezet in de strijd tegen sociale dumping, zullen die acties extra ondersteunen.

 

U ziet dat we zowel inzake het prioriteren van een aantal mensen als qua het invullen van het kader, ondanks de vertraging, toch proberen het schema aan te houden.

 

06.03  David Geerts (sp.a): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de staatssecretaris.

 

Ik heb nog een vraag, die ik eventueel wel schriftelijk kan stellen. In welke mate wordt de nakende pensioneringsgolf ondervangen? Ik merk namelijk ook in andere administraties dat er een enorme pensioneringsgolf op komst is.

 

06.04 Staatssecretaris Philippe De Backer: Die vraag heb ik inderdaad nog niet beantwoord. Samen met de diensten monitoren we constant of die pensioneringsgolf hen hard treft of niet en of die via andere manieren ondervangen kan worden. Ook wat dat betreft is er dus een permanente opvolging om te bekijken of er bijkomende noden zijn.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van de heer David Geerts aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de controle op de rij- en rusttijden en het naleven van de verplichte weekendrust na een weekdienst" (nr. 20848)

07 Question de M. David Geerts au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "le contrôle des temps de conduite et de repos et le respect  du repos obligatoire en fin de semaine après une semaine de travail" (n° 20848)

 

07.01  David Geerts (sp.a): Mijn vraag betreft de verplichte weekendrust na een weekdienst. Elke twee weken moet een chauffeur 45 uur verplichte rust nemen na een weekdienst. De reglementering bepaalt dat dat niet mag gebeuren in de vrachtwagen zelf. Jammer genoeg stellen wij vast dat dat wel gebeurt waardoor er gevaarlijke situaties ontstaan. Ik denk aan mensen die zelf beginnen te koken op niet-uitgeruste vuurtjes en dergelijke.

 

Er is een grootschalige controle geweest in Zeebrugge. 56 politiemensen namen daaraan deel en 180 vrachtwagens werden aan een controle onderworpen. Indien men niet in orde was, moest er een boete betaald worden. Kon men dat niet dan werd de vrachtwagen getakeld.

 

Ik las in de media dat de inspectie dat soort operaties als prioritair aanziet maar door de enorme personeelsinzet die dat vraagt, kan dat niet te veel georganiseerd worden.

 

Wat is de stand van zaken van de controles op de wekelijks lange rust bij vrachtwagens?

 

Zijn er nog dergelijke controles zoals in Zeebrugge gepland?

 

07.02 Staatssecretaris Philippe De Backer: Ik dank u, mijnheer de voorzitter, voor deze vraag.

 

U werpt terecht op dat de wegcontroles prioriteit worden en dat dat inderdaad aanzienlijk wat inzet van middelen en mensen vergt. Het gebeurt regelmatig.

 

Vanuit de verschillende diensten viseren wij zowel Belgische als niet-Belgische bedrijven en dat brengt ook extra werk met zich mee. De buitenlandse nummerplaten en buitenlandse bedrijven worden gezien hun rij- en rusttijden, tachograaffraude en dergelijke mee perfect opgevolgd.

 

Ik heb er ook al voor gepleit dat ook andere informatiestromen kunnen meegepakt worden bijvoorbeeld de ANPR-camera’s die de controle op cabotage gemakkelijker zouden maken. Daardoor zouden wij ook gerichter kunnen controleren.

 

In het actieplan zijn er duidelijke afspraken gemaakt om via de SIOD gemeenschappelijke controles te gaan doen. Met de lokale en federale politiediensten, de FOD Mobiliteit, regionale inspectiediensten, ook Justitie die meer en meer aan boord komt, zetten wij daar verder op in.

 

Ik heb voorgesteld om voor 2018 het aantal gemeenschappelijke controles te verhogen naar 600. Dat heeft op het terrein wel duidelijk een impact.

 

Enkele ideeën en voorstellen die vandaag in België al gelden zijn ook meegenomen in het voorstel van mevrouw Bulc. Dat is belangrijk omdat men daarmee meer uniformiteit krijgt in de wetgeving, zoals u zelf reeds opmerkte.

 

Ik moet ook nog aanstippen dat België op het vlak van risk rating als een koploper kan beschouwd worden aangezien er verschillende systemen voor gegevensuitwisseling en ook behandelingstermijn in ons land zijn ingevoerd.

 

De specifieke controles behoren uiteraard tot de autonomie van de verschillende diensten maar in ons actieplan wordt er toch op aangedrongen om de gemeenschappelijke controles te versterken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Vraag van de heer David Geerts aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de controles in de taxisector" (nr. 20849)

08 Question de M. David Geerts au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "les contrôles dans le secteur des taxis" (n° 20849)

 

08.01  David Geerts (sp.a): Sinds januari 2016 is er een samenwerkingsakkoord tussen de sociale partners van de taxisector, de inspectiediensten, de minister van Financiën, de minister van Middenstand en uw voorganger als staatssecretaris voor Sociale Fraude. Daar werd afgesproken dat er jaarlijks een opvolgingsvergadering zou plaatsvinden. De laatste was op dinsdag 26 september. Verschillende inspectiediensten waren aanwezig. De partners rond de tafel betreurden dat er niemand van de verschillende ministeriële kabinetten aanwezig was maar dat kan agendatechnische geweest zijn.

 

Het vastgestelde probleem is dat men er niet in slaagt om gegevens te krijgen van de Uber Pop-chauffeurs. Eigenlijk stelt men dat deze in het bezit moeten zijn van de Belgische overheid of Justitie door het feit dat er een gegevensuitwisseling bestaat met de Nederlandse overheid. Destijds, in maart 2015, zou de lijst na een controle in Nederland ter beschikking gesteld  zijn aan de Belgische overheid. De RSZ stelt nu dat ze dat niet kunnen geven omwille van privacyredenen.

 

Mijn vraag is dan ook waar het onderzoek zich momenteel bevindt en welke stappen er moeten ondernomen worden zodat eenieder zijn werk kan doen? Kunnen die data beschikbaar worden zodat er iets mee kan worden gedaan?

 

08.02 Staatssecretaris Philippe De Backer: Dank u wel. Er is inderdaad een vergadering geweest op 26 september. Die vergadering kadert in de uitrol en de uitvoering van het protocol dat is ondertekend in januari 2016. Er werd toen een permanent contactpunt met 16 partners opgericht.

 

Die vergadering is op uitnodiging van de SIOD en die samenkomsten maken dus deel uit van de werking van de SIOD. Ik heb altijd gezegd dat indien de SIOD diensten samenbrengt daar geen politieke inmenging hoeft te zijn. Op dat  moment hebben wij ook gezegd dat dat de job is van de SIOD en de uitnodiging voor die samenkomst behoort tot hun bevoegdheid.

 

Voor het antwoord op uw vragen moet ik jammer genoeg kort zijn omdat het niet over het respecteren van de privacy gaat maar over het respecteren van het geheim van het onderzoek. Er is een onderzoek lopende met een link naar het buitenland dat zich momenteel bij de arbeidsauditeur van Brussel bevindt. Ik kan daar dus niks over kwijt vermits ik het geheim van het onderzoek niet wil schenden.

 

Het zal natuurlijk wel zo zijn dat de nodige informatie zal worden meegedeeld aan de betrokken diensten zodra dit noodzakelijk is. Ik wil wel nog meegeven dat langs onze kant wij ook een (…)controle zullen doen in de taxisector in november van dit jaar.

 

08.03  David Geerts (sp.a): Ik dank u voor uw antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: De vragen nrs. 20960 en 20961 van de heer Frédéric Daerden worden omgezet in een schriftelijke vragen.

 

De vraag nr. 20964 van de heer Jean-Marc Delizée wordt uitgesteld naar een volgende commissievergadering.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.17 uur.

La réunion publique de commission est levée à 16.17 heures.