Commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt

Commission de l'Intérieur, des Affaires générales et de la Fonction publique

 

van

 

Woensdag 4 oktober 2017

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 4 octobre 2017

 

Matin

 

______

 

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.04 uur en voorgezeten door de heer Brecht Vermeulen.

La réunion publique de commission est ouverte à 10.04 heures et présidée par M. Brecht Vermeulen.

 

01 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het recht op opvang voor meervoudige asielaanvragers" (nr. 19724)

01 Question de M. Wouter De Vriendt au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le droit à l'accueil pour les personnes introduisant des demandes d'asile multiples" (n° 19724)

 

01.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, ik stel mijn vraag naar aanleiding van een vrij verrassend rapport dat in de zomer is gepubliceerd door Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Daaruit blijkt dat mensen die een volgende asielaanvraag indienen, dus na weigering van de eerste, meteen en systematisch uit de asielopvang worden gezet, tot de aanvraag in overweging wordt genomen.

 

Bij duidelijk misbruik van de asielprocedures vervalt inderdaad het recht op opvang. Maar deze evaluatie moet individueel gebeuren en individueel worden gemotiveerd. Het is immers niet zo dat bij elke meervoudige asielaanvraag, dus als iemand een tweede asielaanvraag indient op basis van eventuele nieuwe elementen, er de facto sprake is van misbruik. Immers, vier van de tien meervoudige opeenvolgende asielaanvragen worden door u in overweging genomen. In vier van de tien gevallen is er dus geen sprake van misbruik. Daarbij zitten trouwens ook mensen die uiteindelijk bescherming krijgen, onder wie ook gezinnen met kinderen.

 

Deze mensen uit de asielopvang zetten tot hun tweede asielaanvraag in overweging wordt genomen, wat in vele gevallen gebeurt, dat kan niet. Men kan mensen niet zomaar op straat zetten en elke asielopvang ontzeggen. Dat moet individueel beoordeeld worden, waarbij het belang van het kind voorop moet staan. Het kan dus niet dat dergelijke praktijk systematische wordt toegepast.

 

Daarom heb ik een aantal vragen.

 

Hoelang is deze praktijk al aan de gang en wat is de wettelijke basis voor dit beleid? Hoeveel mensen werden op deze manier op straat gezet in 2016? Hoeveel van hen werden uiteindelijk toch toegelaten tot de asielopvang omdat hun dossier in overweging werd genomen? Hoeveel kregen er uiteindelijk een erkenning als vluchteling of subsidiair beschermde?

 

Hoeveel tijd zat er in 2016 gemiddeld tussen het indienen van een volgende asielaanvraag en de beslissing over de inoverwegingname ervan?

 

Tot slot, wij zijn het erover eens dat misbruik moet worden tegengegaan, maar ik wil u toch vragen om die praktijk een halt toe te roepen en ervoor te zorgen dat er voortaan individueel wordt geoordeeld en gezinnen met kinderen niet zomaar op straat worden gezet, in afwachting dat hun volgende asielaanvraag in overweging wordt genomen. Uit de cijfers blijkt dat dit regelmatig gebeurt.

 

01.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, alvorens op deze vraag te antwoorden zou ik het even willen hebben over de regeling van de werkzaamheden.

 

De behandeling van de vragen wordt geschorst van 10.10 uur tot 10.16 uur.

Le développement des questions est suspendu de 10.10 heures à 10.16 heures.

 

De voorzitter: Mijnheer de staatssecretaris, gelieve thans de vraag van de heer De Vriendt te beantwoorden.

 

01.03 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, mijnheer De Vriendt, de opvangwet laat het volgens artikel 4 aan Fedasil toe om geen opvang te geven in geval van een meervoudige asielaanvraag totdat het CGVS de beslissing tot een inoverwegingneming heeft genomen. In de wet wordt wel gestipuleerd dat dit enkel kan door een gemotiveerde beslissing te nemen. Fedasil motiveert met een verwijzing naar het artikel in de wet.

 

Ik wijs erop dat deze situatie altijd al bestaan heeft. Ook onder andere regeringen werden beslissingen genomen tot beperking van de materiële hulp na een meervoudige asielaanvraag, sedert in deze mogelijkheid bij wet werd voorzien. Wat verschillende organisaties bepleiten, maar wat wij niet willen invoeren, is systematisch opvangrecht voor alle meervoudige asielaanvragers. In 2017 werden immers drie van de vier meervoudige asielaanvragen niet in overweging genomen door het CGVS, omdat er geen nieuwe elementen in het dossier werden aangebracht. Systematische opvang bij meer–voudige asielaanvragen holt het opvangsysteem compleet uit. Wij moeten dan ook vermijden dat er asielaanvragen worden ingediend enkel en alleen om het recht op opvang te verlengen.

 

Op uw tweede vraag kan ik antwoorden dat Fedasil niet over de gevraagde informatie beschikt.

 

Ik kom tot uw derde vraag. Tussen de indiening van een meervoudige asielaanvraag en de beslissing van het CGVS om deze aanvraag al dan niet in overweging te nemen, zaten in 2016 gemiddeld 68,7, dus bijna 69 kalenderdagen. Ik heb het dus over kalenderdagen, geen werkdagen.

 

Wat betreft uw laatste vraag, ik heb de problematiek besproken met de directeur-generaal van Fedasil, de heer Luxen, zoals beloofd in mijn antwoord op een vraag van u en van mevrouw Lanjri, enkele maanden geleden. Om tegemoet te komen aan de eisen van de motivering werd er geopteerd voor een meer geïndividualiseerde beslissing wanneer de materiële hulp beperkt wordt na een meervoudige asielaanvraag. Deze beslissing wordt voortaan, en al sinds een week of twee, door de administratie gehanteerd.

 

01.04  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, u zegt eigenlijk dat de gemiddelde termijn 69 dagen is. Asielaanvragers, onder wie ook gezinnen met kinderen, kunnen in die periode op straat worden gezet nadat zij een tweede asielaanvraag hebben ingediend. U zegt ook dat de situatie eigenlijk nog niet individueel wordt beoordeeld, bijvoorbeeld als het gaat om gezinnen met kinderen.

 

Ik wil u vragen om met een dergelijke praktijk te stoppen en om wel tot individuele beoordelingen over te gaan. Immers, in vier op de tien gevallen…

 

01.05 Staatssecretaris Theo Francken: (…)

 

01.06  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Ja, maar een meer geïndividualiseerde motivering, wat u zult doen, is nog niet hetzelfde als zeggen dat wij in een aantal gevallen zullen toelaten dat deze mensen nog altijd opvang krijgen.

 

Is het de bedoeling om deze mensen niet systematisch uit de asielopvang te zetten, maar om in individuele gevallen, afhankelijk van de situatie, toch toe te laten dat zij opvang krijgen?

 

01.07 Staatssecretaris Theo Francken: Dat gebeurt. Er wordt rekening gehouden met kwetsbaarheid. De gezinsituatie is een element dat mee in rekening kan worden genomen. Dat gebeurde vroeger ook. Het is niet zo dat er aan meervoudige asielaanvragers nooit opvang werd verleend in de periode tussen de meervoudige aanvraag en de inoverwegingneming, dat werd in bepaalde gevallen wel toegepast. Die praktijk wordt gehandhaafd en sinds twee weken hebben wij een meer geïndividualiseerde motivering waarom opvang wordt geweigerd of toegestaan.

 

Zoals ik vorige keer heb beloofd, zijn wij daarmee bezig. Wij hebben daarover al veel vergaderd.

 

01.08  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Uit de rapporten van Vluchtelingenwerk blijkt dat gezinnen met kinderen nog altijd op straat worden gezet na een meervoudige asielaanvraag. Ik zeg u dat dit niet kan, want in vier op de tien gevallen is er geen sprake van misbruik. Het risico bestaat dus dat gezinnen met kinderen die de procedure geenszins misbruiken, toch op straat worden gezet, enkel en alleen omdat zij een tweede asielaanvraag indienen.

 

Ik verzoek u om dit van nabij te bekijken, want voor ons kan zoiets niet. De asielprocedure moet worden doorlopen en als het verdict op het einde nee is, dan volgt uiteraard terugkeer voor betrokkenen, maar in de tussentijd is opvang wel nodig. Dat is een basisvoorwaarde van een humaan beleid.

 

01.09 Staatssecretaris Theo Francken: U wil bij alle meervoudige asielaanvragen van gezinnen met kinderen altijd opvang bieden? Is dat wat u voorstelt? Ik begrijp niet goed wat u zegt.

 

01.10  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): De ngo heeft het over rapporten waaruit blijkt dat kwetsbare mensen op straat worden gezet. Wel, als het bij een meervoudige asielaanvraag om kwetsbare mensen gaat, dan zet men die niet op straat. Dat is mijn boodschap.

 

Uit rapporten blijkt dat kwetsbare mensen, gezinnen met kinderen op straat worden gezet zonder dat zij een alternatief hebben. Dat kan niet. Dat is de duidelijke boodschap van mijn fractie ten aanzien van u.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

02 Question de Mme Julie Fernandez Fernandez au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la publication de notes et instructions par l'Office des Étrangers" (n° 19769)

02 Vraag van mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de publicatie van nota's en instructies door de Dienst Vreemdelingenzaken" (nr. 19769)

 

02.01  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, dans le cadre des missions des communes dans la politique d'asile et de migration, je suis interpellée - notamment, dans ma fonction d'officier d'état civil - par la multiplication des instructions, notes, formulaires et autres documents à usage interne que l'Office des Étrangers publie et met à disposition des agents communaux via l'application GEMCOM.

 

Ce n'est pas leur nombre qui m'inquiète particulièrement mais leur portée ce, à divers points de vue. Cette inquiétude semble être relayée par certains services et associations. En effet, I'ADDE indique dans sa newsletter de juin 2017: "Il est autorisé à l'administration qu'elle communique par voie de circulaire pour expliquer la loi aux autorités chargées de l'appliquer. Elle ne peut utiliser ce mode de communication pour adopter et imposer de nouvelles règles. Car, pour être valable, un texte réglementaire doit être pris par un auteur compétent- législateur, Roi, ministre, etc. et être assorti d'une série de formalités, dont la consultation de la section de législation du Conseil d'État et une publication officielle."

 

Il apparaît dès lors que certaines publications outrepassent les compétences dévolues aux communes et diminuent les droits des citoyens. Je cite, à titre d'exemple, la publication visant les indépendants citoyens de l'Union européenne datée du 28 octobre 2016, ainsi qu'une version ancienne de la note intitulée "Enfants nés en Belgique de parents non belges", modifiée le 31 août 2017, dans son contenu, mais pas dans la forme.

 

Monsieur Francken, quelle est votre position par rapport à ce type de publication? Émane-t-elle d'une instruction de votre part? À l'avenir, ne faudrait-il pas imposer à votre administration une forme plus adéquate et en conformité avec notre hiérarchie des normes?

 

02.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Premièrement, GEMCOM est un outil généralement très apprécié par les agents communaux en charge de la gestion du séjour de la population étrangère. Il est développé par l’Office des Étrangers dans le cadre de sa mission de soutien aux services des étrangers et de la population, lesquels ont un besoin constant de réponses concrètes aux questions posées aux guichets.

 

Les informations publiées sur GEMCOM ont le mérite de mettre une réglementation complexe et en perpétuelle évolution à la portée des agents communaux qui n’ont pas toujours l’occasion de participer à une formation ni le temps de se plonger dans les textes. Elles ont également le mérite d’assurer une certaine cohérence dans l’application de la réglementation sur les étrangers par les communes. Le but de ces publications n’est aucunement de légiférer à la place du législateur.

 

Cette note a été rédigée par l’Office des Étrangers pour plusieurs raisons, dont une forte demande de la part des communes motivée par un vide juridique, par l’absence de lignes claires, par des pratiques différentes mises à jour lors des contacts entre l’Office et les communes et par le triste constat que les enfants étaient instrumentalisés par un parent en quête d’un titre de séjour.

 

Depuis le 1er août, l’instruction a toutefois été modifiée dans le sens suivant: le(s) parent(s) n’est/ne sont pas/plus obligé(s) d’introduire une demande de regroupement familial auprès du bourgmestre du lieu de résidence principal de l’enfant, que cet enfant soit un citoyen de l’Union ou un ressortissant de pays tiers. Sur demande du parent, le bourgmestre ou son délégué établit un certificat d’identité attestant que l’enfant né en Belgique séjourne légalement en Belgique.

 

Comme je vous l'ai dit, GEMCOM s'inscrit dans le cadre de la mission de soutien de l'Office des Étrangers aux communes. Son objectif n'est en aucun cas de permettre à mon administration de légiférer à la place du législateur ou d'empiéter sur les compétences communales.

 

02.03  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur Francken, il n'était nullement question de remettre en cause l'outil GEMCOM, qui est utile et apprécié. Mon inquiétude repose sur le fait que nous parlons d'une réglementation devenant de plus en plus complexe, que nous mettons à disposition d'agents pas toujours formés, qui n'interprètent pas toujours celle-ci correctement ou qui la surinterprètent parfois, ce qui peut entraîner une diminution des droits des citoyens. Ainsi, vous parlez d'une circulaire et vous dites qu'il y a un vide juridique. Voilà qui génère une sous-question que je ne poserai pas maintenant, car tel n'est pas notre mode de fonctionnement!

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

03 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la publication du rapport annuel du Centre fédéral Migration (Myria)" (n° 19773)

03 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de publicatie van het jaarverslag van het Federaal Migratiecentrum (Myria)" (nr. 19773)

 

03.01  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le secrétaire d'État, le 15 juin 2017 était publié le rapport annuel du Centre fédéral Migration (Myria). Il apparaît une forte baisse des demandes d'asile en Belgique entre 2015 et 2016.

 

L'an dernier, 14 670 personnes ont déposé une première demande d'asile en Belgique, soit une diminution de 63 % par rapport à 2015, année où le nombre de demandes de protection avait connu un pic important (39 064), sans toutefois battre le record établi en 2000 et heureusement non encore dépassé depuis (46 855), ressort-il de ce rapport.

 

Ces chiffres en chute libre sont la conséquence directe de la décision européenne de fermer la route des Balkans et de l'accord conclu avec la Turquie sur la relocalisation des réfugiés, en mars 2016.

 

Monsieur le secrétaire d'État, dans l'éventualité où l'accord entre l'Union européenne et la Turquie serait rompu –puisqu'on sait à quel point les relations sont difficiles et la situation interne encore plus difficile – et qu'un nouvel afflux de réfugiés arrivait, avez-vous toujours la capacité technique pour assurer leur accueil? Avez-vous des informations selon lesquelles cet accord pourrait être remis en cause? On sait que M. Erdoğan accepte mal les critiques qui lui sont adressées.

 

Les routes des Balkans et de la Turquie étant fermées, demeure la route de la Libye à travers la Méditerranée. Quelles sont les autres voies, peut-être moins médiatisées, qu'empruntent les réfugiés? Je viens de lire aujourd'hui que l'Algérie est en train d'adopter une attitude très réservée à l'égard des réfugiés d'Afrique subsaharienne. Je vous remercie.

 

03.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Monsieur Flahaux, à ce jour, le taux d'occupation du réseau d'accueil permet de faire face à une augmentation mesurée du nombre d'arrivants dans le réseau. Fedasil a débuté l'identification et le conventionnement de 5 000 places tampons opérationnelles. Grâce à cette action en cours, nous améliorerons la flexibilité de notre réseau d'accueil.

 

Depuis la mise en place de l'accord EU-Turquie, le nombre de personnes arrivées en Grèce depuis la Turquie a diminué de plusieurs milliers par jour à une cinquantaine par jour au cours de ces derniers mois. Parallèlement, le nombre de décès sur cette route a également diminué de manière remarquable. Rien n'indique pour le moment que l'accord ne sera plus respecté. Les deux parties, soit l'Union européenne et la Turquie, se montrent loyales aux engagements pris et il n'y a pas d'indication selon laquelle ce ne serait plus le cas dans un futur proche.

 

Par ailleurs, la forte baisse des flux irréguliers via la Grèce n'est pas uniquement liée à l'accord entre l'Union et la Turquie; la fermeture de la route des Balkans joue aussi un rôle important.

 

À l'heure actuelle, l'afflux de loin le plus important dans l'Union européenne provient d'Italie. En concertation avec mes collègues européens, je suis dès lors à la recherche de solutions par analogie avec la déclaration entre l'Union européenne et la Turquie, pour mettre le plus rapidement possible un frein à cet afflux massif de migrants principalement économiques. Cette approche semble produire des résultats. En effet, le nombre d'arrivées en Italie s'élevait à plus de 23 000 au mois de juin et à moins de 4 000 au mois d'août. Nous continuons bien évidemment à suivre de près la situation aux frontières extérieures de l'Union européenne, du Nord au Sud et de l'Est vers l'Ouest. Nous réagirons de façon adéquate dès qu'une nouvelle route migratoire illégale fera son apparition.

 

03.03  Jean-Jacques Flahaux (MR): Merci pour votre réponse avec des éléments bien chiffrés, monsieur le secrétaire d'État.

 

Malheureusement, il est clair, et vous en êtes tout aussi conscient que moi, que c'est souvent aussi les situations non seulement économiques mais aussi climatiques et politiques qui créent les soucis et les réfugiés. Quand on sait que dans quelques années à peine, l'Afrique aura dépassé le milliard d'habitants, ce n'est pas sans susciter quelques questions que nous devrons aussi régler par le biais de la coopération au développement.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

04 Questions jointes de

- M. Benoit Hellings au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la création d'un centre unique et multifonctionnel pour les demandeurs d'asile dans le nord de Bruxelles" (n° 19815)

- Mme Sarah Smeyers au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le nouveau centre d'accueil pour demandeurs d'asile de Neder-Over-Heembeek" (n° 19837)

- Mme Kattrin Jadin au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la création d'un centre unique pour les demandeurs d'asile en Belgique" (n° 19919)

04 Samengevoegde vragen van

- de heer Benoit Hellings aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de oprichting van één enkel multifunctioneel asielzoekerscentrum in het noorden van Brussel" (nr. 19815)

- mevrouw Sarah Smeyers aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het nieuwe opvangcentrum voor asielzoekers in Neder-Over-Heembeek" (nr. 19837)

- mevrouw Kattrin Jadin aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de oprichting van één enkel asielzoekerscentrum in België" (nr. 19919)

 

04.01  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, le vendredi 30 juin dernier, vous avez obtenu en Conseil des ministres, le feu vert pour la création d'un centre unique pour les demandeurs d'asile à l'endroit de l'hôpital militaire Reine Elisabeth à Neder-Over-Heembeek, sur le territoire de la Ville de Bruxelles.

 

Ce centre, présenté comme multifonctionnel, devrait ouvrir en janvier 2019. Il disposerait, dans un premier temps, d'une capacité de 750 places. Vous avez ainsi déclaré à ce sujet: "Avant, les demandeurs d'asile étaient directement transférés vers un centre d'accueil quelque part dans le pays. À la lumière de la menace terroriste, ce n'était plus responsable. Dans le nouveau centre, toute personne sera directement contrôlée."

 

Le nouveau bourgmestre de la ville de Bruxelles, Philippe Close, a salué votre décision de réaffecter le Petit Château en un nouveau projet urbanistique, visiblement axé sur le logement de luxe. Il s'est par contre montré opposé à la création d'un centre unique dans le nord de notre capitale.

 

Monsieur le secrétaire d'État, pourriez-vous me préciser si des contacts ont déjà été pris avec la Défense, la Régie des Bâtiments, la Région et la Ville de Bruxelles au sujet de cet ambitieux projet urbanistique? Pourriez-vous me préciser la nature de ces contacts et l'ampleur des engagements déjà pris par les uns et les autres?

 

Confirmez-vous que les services en charge de l'accueil et de l'enregistrement des candidats réfugiés déménageront à terme vers ce centre multifonctionnel?

 

Enfin, vous invoquez des raisons sécuritaires pour justifier la concentration de l'accueil en un seul et même centre national. Pourriez-vous me préciser pour 2015, 2016 et les premiers mois de 2017 le nombre de candidats réfugiés répertoriés et confirmés comme radicalisés et donc source potentielle de danger terroriste pour notre pays et nos concitoyens?

 

04.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Monsieur le président, monsieur Hellings, oui, nos services ont déjà pris contact avec la Défense et la Régie des Bâtiments. La dernière note au Conseil des ministres du 7 juillet 2017 mentionne que la Régie finalisera le dossier d'achat des bâtiments de Neder-Over-Heembeek avec la Défense en 2017.

 

La Régie des Bâtiments a reçu le programme des besoins et est en train de finaliser les cahiers des charges avec l'objectif de publier le dossier d'adjudication début octobre.

 

Les travaux se poursuivent de manière à permettre le déménagement des services d'accueil et d'enregistrement des demandeurs d'asile dans le nouveau centre multifonctionnel de Neder-Over-Heembeek en janvier 2019 tel que prévu dans le planning initial.

 

L'Agence ne possède pas d'information sur le nombre de demandeurs d'asile répertoriés et confirmés comme radicalisés. Seul le nombre de signalements, c'est-à-dire le nombre de situations impliquant des signes éventuels de radicalisation, est enregistré depuis la mise en place de la procédure en mars 2016: 64 signalements des demandeurs d'asile radicalisés ont été recensés entre mars et décembre 2016 et 22 entre janvier et mai 2017. Veuillez noter que les données pour 2017 sont provisoires. Ce sont les chiffres et nous poursuivons ce magnifique projet.

 

04.03  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie pour vos réponses.

 

Tout d'abord, je pense être le parlementaire vivant le plus près du Petit Château. Je précise qu'en tant que riverain, alors que j'y vis depuis 20 ans, mes voisins du Petit Château n'ont causé aucun souci, absolument aucun.

 

Ensuite, il y avait jusqu'à présent une règle qui voulait que ne soit pas concentrée l'entièreté des demandeurs d'asile dans un seul et même endroit. Il y avait l'idée de partager avec les autres communes du pays cette expérience, l'accueil temporaire, puis définitif, de demandeurs d'asile dans des centres dispersés dans tout le pays.

 

En l'occurrence, il me semble que le paradigme est sur le point de changer pour aller vers un seul et même endroit concentré. Il m'apparaît que ce n'est pas de cette façon que nous ferons accepter le plus aisément aux habitants de Neder-Over-Heembeek le phénomène de la migration. C'est, selon moi, une façon de les effrayer. La dispersion au travers de centres d'accueil répartis sur l'ensemble du territoire a vu de belles histoires éclore: des enfants et parents d'enfants s'entretiennent et vivent avec les candidats réfugiés, puis réfugiés, pour former société. La concentration ne permettra pas cet épanouissement.

 

J'entends votre réponse sur les signalements de personnes en voie éventuelle de radicalisation. Il serait intéressant d'avoir le chiffre des cas confirmés de personnes représentant un danger. Quand on prend une décision aux conséquences aussi lourdes sur les plans stratégique et budgétaire, il faut se baser sur des statistiques certaines. Il faut donc que le danger terroriste soit avéré.

 

04.04  Theo Francken, secrétaire d'État: Monsieur Hellings, vous ne semblez pas vraiment comprendre le concept du centre unique de Neder-Over-Heembeek.

 

Il n'y a pas de concentration. Le nombre de places à Neder-Over-Heembeek ne sera pas supérieur au nombre de lits au Petit Château. Il n'est pas question de concentrer des milliers de demandeurs d'asile dans un seul centre à Bruxelles. Il y a environ 700 lits au Petit Château. Il y en aura à peu près autant à Neder-Over-Heembeek.

 

Pourquoi vendre le Petit Château? Parce que les efforts de rénovation à y déployer sont immenses si l'on veut respecter les critères d'accueil. C'est pourquoi une évaluation a été faite. C'est une opportunité.

 

Il n'y aura pas de concentration de demandeurs d'asile. On ouvre une première porte pour l'arrivée en Belgique. Mais après quelques jours ou quelques semaines, ils seront dispersés dans les communes qui ont des centres d'accueil. La situation est la même que celle qui prévaut aujourd'hui.

 

Il faudrait se donner l'occasion de discuter de ce concept. Il existe aussi aux Pays-Bas et ailleurs en Europe. J'ai pu visiter des infrastructures. C'est aussi dans l'intérêt des demandeurs d'asile. Fedasil est absolument favorable au projet parce qu'il devrait faciliter un enregistrement dans des conditions correctes, à taille humaine.

 

04.05  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Merci pour ces précisions.

 

Je me basais, en fait, sur vos affirmations. Je répète que vous avez dit: "Avant les demandeurs d'asile étaient directement transférés dans un centre d'accueil, quelque part dans le pays." J'en ai déduit que vous alliez appliquer cette concentration. Mais je suis tout à fait prêt à en débattre plus avant à un autre moment, par exemple lorsque vous présenterez vos notes budgétaires, puisque je présume qu'il en sera question.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Aan de orde zijn de samengevoegde vragen nr. 19838 van mevrouw Smeyers en nr. 19943 van de heer Maingain. Geen van beide vraagstellers is aanwezig. Mevrouw Smeyers heeft gevraagd om haar vraag nr. 19838 om te zetten in een schriftelijke vraag. De vragen nrs. 19876 en 19877 van de heer Pivin worden eveneens omgezet in schriftelijke vragen.

 

05 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "les propos de la première ministre polonaise à Auschwitz et l'attitude de certains pays de l'Est de l'UE face à la crise des migrants" (n° 19934)

05 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, over "de uitspraken van de Poolse premier in Auschwitz en de houding van sommige Oost-Europese EU-lidstaten over de migrantencrisis" (nr. 19934)

 

05.01  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le secrétaire d'État, les déclarations de la première ministre polonaise Beata Szydło tenues le mercredi 14 juin à Auschwitz ont suscité de vives critiques sur la scène politique polonaise, y compris de la part du président du Conseil européen Donald Tusk, qui y voit la défense de la politique anti-migratoire du gouvernement conservateur, au vu du lieu hautement symbolique dans lequel elle a été prononcée.

 

"Dans notre époque trouble, Auschwitz est une grande leçon nous enseignant qu'il faut tout faire pour défendre la sécurité et la vie de ses concitoyens", a déclaré Beata Szydło à l'occasion des commémorations du 77e anniversaire du premier transport de prisonniers polonais dans le camp de concentration et d'extermination nazi allemand d'Auschwitz-Birkenau.

 

La Pologne fait partie des quelques pays de l'Union européenne qui refusent obstinément d'accueillir des demandeurs d'asile depuis l'Italie et la Grèce. Au demeurant, Bruxelles a lancé à la mi-juin des procédures d'infraction contre Varsovie, Budapest et Prague.

 

Monsieur le secrétaire d'État, l’Europe a été fondée sur des principes de solidarité et d’entraide. Au-delà de ces procédures d’infraction contre certains États qui semblent les refuser, quelles sont les différentes mesures possibles afin de changer les mentalités et les pratiques contraires à ces principes?

 

Le 9 juin dernier à Luxembourg, le ministre de l'Intérieur a assisté à une réunion du Conseil des ministres de l’Intérieur européens à l'ordre du jour de laquelle la révision du Règlement de Dublin avait été inscrite. Les pays de l’Est de l’Union européenne éprouvent de fortes réticences à le réformer, puisqu’ils rejettent le caractère obligatoire des mécanismes de relocalisation des demandeurs d’asile. Pouvez-vous m'indiquer la position que le ministre Jambon a défendue au nom de la Belgique au cours de cette réunion, tant sur la révision du Règlement de Dublin que sur la nécessité de la séparer des autres textes du paquet "asile"?

 

Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie d'autant plus que vous devez répondre à la place du ministre de l'Intérieur.

 

05.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Monsieur le président, l'honorable membre trouvera ci-après la réponse à sa question. En 2015, le Conseil a pris une décision, dans laquelle il prévoit la relocalisation obligatoire des demandeurs d'asile provenant d'Italie et de Grèce. Chaque État membre a l'obligation de mettre cette décision à exécution et d'ainsi faire preuve de la solidarité attendue avec l'Italie et la Grèce.

 

La Pologne, la Hongrie et la République tchèque ont jusqu'à présent toujours refusé d'accueillir des demandeurs d'asile dans ce cadre, ce qui a amené la Commission européenne à engager, en juin 2016, une procédure d'infraction à l'encontre de ces pays. La Slovaquie et la Hongrie, soutenues par la Pologne, avaient entre-temps saisi la Cour de justice en la matière. Le 6 septembre 2017, la Cour s'est prononcée, et leur requête a été entièrement rejetée.

 

La Commission européenne a annoncé qu'elle poursuivrait la procédure d'infraction en cours si les pays en question ne se conformaient pas à l'arrêt de la Cour, et qu'elle porterait l'affaire devant la Cour de justice si nécessaire. La procédure prévue, qui vise à amener la Pologne et les autres pays concernés à respecter leurs engagements européens, est donc suivie.

 

Notre pays s'est déjà exprimé en faveur de la révision du mécanisme de Dublin, dans lequel deux éléments sont d'une importance cruciale, à savoir la responsabilité et la solidarité. À la lumière de ces deux éléments, notre pays adoptera une attitude constructive dans la discussion à venir.

 

Pour le moment, il n'y a pas de discussions sur la nouvelle directive Dublin, parce qu'à présent, c'est l'Estonie qui préside l'Union européenne. Les deux présidences précédentes n'ont pas été un grand succès, parce que la discussion au sujet de la directive Dublin a cassé certaines choses. Pour l'instant, on fait une pause. Le sujet est si sensible et si difficile qu'il est préférable de parler des autres directives, comme de la directive Retour qui va être révisée, de la directive Procédure d'asile, ou d'autres, qui rassemblent un peu plus de consensus au sein des pays européens. Je dois dire que j'étais moi-même fatigué des discussions sur Dublin. Il est préférable de parler des autres dossiers, où on constate un peu plus de congruence entre les États membres. En effet, la discussion sur Dublin était vraiment très fatigante. Les positions ne changeaient pas d'un millimètre. On peut argumenter pendant dix séances, voire cent, mais ensuite …

 

In het Nederlands gezegd: dan ben ik het beu. Ik weet niet hoe dat in het Frans het best wordt gezegd, tenzij met een woord…

 

(…): J’en ai marre.

 

05.03 Staatssecretaris Theo Francken: … dat ik niet in de commissievergadering wil uitspreken.

 

05.04  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie et je me réjouis que la Cour de justice se soit prononcée dans ce sens.

 

Tout comme dans la problématique du dumping social qui concerne également les pays d'Europe centrale et de l'Est, nous assisterons à une grande négociation où tout est dans tout.

 

Nous pouvons espérer qu'avec les dernières propositions du président Macron, nous pourrons progresser dans ce domaine comme dans d'autres.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Vraag van mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het recordaantal repatriëringen in juni 2017" (nr. 19961)

06 Question de Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le nombre record de rapatriements en juin 2017" (n° 19961)

 

06.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, tijdens de maand juni werd een groot aantal illegale vreemdelingen gedwongen het land uitgezet. In totaal gaat het over 447 individuen, waarvan 156 gedetineerden. Het aantal vrijwillige terugkeerders daarentegen is dit jaar sterk gedaald. Nochtans was dat een van de speerpunten van uw beleid. Het heeft ook heel wat financiële implicaties voor de staat.

 

Hoe verklaart u de daling bij de vrijwillige terugkeerders? Blijft de vrijwillige terugkeer een belangrijk speerpunt van uw beleid? U hebt namelijk aanspreekpunten geopend. Welke stappen zult u ondernemen om de vrijwillige terugkeer te bevorderen? Bijna een derde van de gerepatrieerden waren gevangenen. Wat was het profiel van de anderen?

 

06.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mevrouw De Coninck, de statistieken van Fedasil wijzen niet op een daling in de vrijwillige terugkeer. Er is, integendeel, een stijging sinds 2014 en, ondanks de daling van de instroom, een stabilisatie op een hoog niveau in 2017. In 2014 ging het om 3 587 personen, in 2015 4 053 personen, in 2016 4 267 personen en in het eerste semester van 2017 2 060 personen.

 

Mijn aanpak van het terugkeerbeleid blijft duidelijk: vrijwillig als het kan, gedwongen als het moet.

 

Een vrijwillige terugkeer is en blijft een prioriteit, aangezien die manier van terugkeer in het voordeel is van zowel de migrant als de overheid. Het is goedkoper en duurzamer. Hoewel de cijfers sinds 2014 een duidelijke stijging van het aantal vrijwillige vertrekkers aantonen, is er nog vooruitgang mogelijk voor bepaalde groepen en bepaalde regio’s. In dat kader heeft Fedasil al meerdere acties opgezet. Er wordt ook op lokaal niveau, met de steden, gemeenten en vzw’s, ingezet op de bevordering van vrijwillige terugkeer, door middel van infosessies en opleidingen. Ook vorige week heeft er nog een plaatsgevonden.

 

De overige twee derden zijn zowel zuivere illegalen, mensen die nooit een procedure hebben aangevraagd, als uitgeprocedeerde asielzoekers. Zij werden naar hun herkomstland verwijderd, via de Dublinprocedure of via een bilateraal akkoord. DVZ heeft geen cijfers over de eventuele problemen van openbare orde van die personen. Van januari tot en met juni 2017 werden er 2 359 personen gerepatrieerd. Van de 1 569 die niet vanuit de gevangenis werden verwijderd, werden er 916 naar hun herkomstland gerepatrieerd, 511 in het kader van de Dublinprocedure en 142 in het kader van een bilateraal akkoord.

 

06.03  Monica De Coninck (sp.a): Ik zal daar niet veel commentaar op geven. Met cijfers kan men alles bewijzen, zeker als men naar 2014 teruggaat.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

07 Questions jointes de

- M. Emir Kir au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les déclarations relatives au retrait de la frégate Louise-Marie des opérations de sauvetage en Méditerranée" (n° 20002)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la mission de la frégate belge Louise-Marie" (n° 20030)

07 Samengevoegde vragen van

- de heer Emir Kir aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de uitspraken in verband met de terugtrekking van het fregat Louise-Marie uit de reddingsoperaties in de Middellandse Zee" (nr. 20002)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de missie van het Belgische fregat Louise-Marie" (nr. 20030)

 

07.01  Emir Kir (PS): Monsieur le secrétaire d'État, la question avait été posée précédemment, mais il est toujours bien de revenir sur cette situation. Le 16 juillet dernier, vous avez manifesté votre désir de voir cesser la participation de la composante maritime de la Défense nationale aux opérations en mer Méditerranée, dans le cas où un accord ne serait pas trouvé pour ramener en Libye les naufragés repêchés dans les eaux internationales. Dans les faits, il s'agirait donc de permettre aux navires participants d'intervenir directement dans les eaux territoriales libyennes. Vous déclariez également que les opérations menées dans le respect du droit maritime, c'est-à-dire en sauvant de la noyade les migrants appelant à l'aide et en les ramenant dans les ports européens, créeraient "un appel d'air encourageant les gens à mettre leur vie en danger".

 

Monsieur Francken, c'est la deuxième fois que vous remettez en question le travail de ces personnes qui oeuvrent en Méditerranée pour sauver des vies. La première fois, vous visiez les organisations non gouvernementales. Cette fois, c'est le travail de nos propres militaires que vous mettez en doute, en considérant qu'ils encouragent des migrants à mettre leur vie en danger.

 

Détenez-vous des statistiques officielles qui vous permettent d'affirmer que les opérations de secours en mer ou du type de l'opération Sophia ont un impact sur le nombre de départs depuis la Libye ou la Tunisie ? Combien de personnes sont-elles décédées au cours de leur tentative de traversée de la Méditerranée depuis 2014? Combien de vies humaines ont-elles été sauvées par les forces navales européennes depuis le début de leur déploiement? Mais également par les frégates belges, puisque la Belgique y participe aussi? Si vous ne disposez pas de statistiques permettant d'établir clairement la réalité de vos déclarations, sur quoi vous fondez-vous? Par ailleurs, quels sont les éléments qui vous permettraient aujourd'hui de déclarer que la Libye est un pays sûr? À quel titre considéreriez-vous qu'il serait légitime de débarquer dans des ports libyens les naufragés sauvés en mer?

 

07.02  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, deze vraag dateert van een paar maanden geleden.

 

Ik zal niet alles herhalen wat onze collega gezegd heeft maar uw bedoeling was toen duidelijk te zeggen dat u de inzet van de Belgische marine in de Middellandse Zee wou stoppen. Ondertussen hebt u ook gezegd dat daar nog weinig trafiek is doordat er akkoorden zijn tussen Italië en de Libische mensensmokkelaars waardoor de routes Libië-Italië en Tunesië-Italië, niet meer zo sterk in trek zijn.

 

Ik las vandaag in de krant dat de stammen van de Libische groepen mensensmokkelaars opnieuw onderling aan het vechten zijn en dat zij druk willen zetten op het akkoord met Italië, en op Europa. Die Libische route zou nu dus opnieuw sterk in beeld zou komen.

 

Vandaar mijn vragen.

 

Wat zal de N-VA in de schoot van de Ministerraad doen inzake de missie van de Belgische marine? Zet u die verder? Legt u die stil? Of geeft u die opnieuw energie?

 

07.03 Staatssecretaris Theo Francken: In de eerste helft van 2017 leek de irreguliere stroom van migranten uit Libië naar Italië allerminst onder controle te zijn. Zowel inzake irreguliere overtochten als inzake slachtoffers op zee leken wij op weg te zijn naar een triest nieuw record. Ik stel daarbij vast dat meedogenloze smokkelaars steeds driester te werk gingen. Zij stemden hun acties immers af op de Europese inspanningen om zo maximale winst de boeken op de kap van de migranten. Hoe dichter de Europese schepen bij de Libische kust opereerden, en met name de ngo-schepen die zich op de grens van de Libische territoriale wateren hadden geposteerd, hoe groter de risico’s waren die de mensensmokkelaars namen. Honderden migranten werden in niet-zeewaardige rubberbootjes gepropt, vaak zonder het nodige proviand of brandstof, in de hoop dat zij al na enkele uren zouden worden opgepikt door Europese schepen. Was dit niet het geval, waren de gevolgen catastrofaal.

 

Depuis 2014, 13 000 migrants ont trouvé la mort durant leur traversée irrégulière de la Méditerranée à partir de la Libye et ce, sur un total de 600 000 arrivées en Italie. Ces chiffres sont impressionnants et honteux.

 

Au regard de ces chiffres, je pense que nous pouvons tous tomber d'accord sur le fait que le statu quo ne peut être une option.

 

Deze praktijk was en is volstrekt onaanvaardbaar en kan enkel tot een einde worden gebracht indien wij duidelijk maken dat op een bootje stappen aan de Libische kust niet automatisch een toegangsticket tot het Europees grondgebied betekent. Dat is nu bewerkstelligd door een geheel aan Europese en Italiaanse maatregelen, waaronder de opleiding en ondersteuning van de Libische kustwacht zodat die zelfreddingsmissies kan uitvoeren, de Italiaanse gedragscode voor ngo’s en ook samenwerking met landen van transit en herkomst om enerzijds illegale migratie aan te pakken en anderzijds de grondoorzaken weg te nemen. De stabilisering van Libië en de verbetering van de levensomstandigheden voor migranten in dat land is daarbij een van de Europese prioriteiten. Ik heb tijdens de meest recente Europese Raad van Justitie en Binnenlandse Zaken nogmaals het punt gemaakt dat daar ten volle op moet worden ingezet, ook op de verbetering van de opvangcondities van de mensen in Libië. Daar is echt veel werk aan de winkel.

 

Il ressort de ces chiffres que cette approche produit enfin des résultats. On constate ainsi, depuis juillet 2017, une nette chute du nombre d'arrivées illégales en Italie et du nombre de noyades en Méditerranée.

 

Wat de missie van het Belgische fregat Louise-Marie betreft, was en is, mijns inziens, het mandaat van de operatie Sophia die als primair doel de strijd tegen de mensensmokkel heeft, te beperkt om in haar opzet te slagen. Zonder toelating om in Libische territoriale wateren te opereren, is het immers zeer moeilijk om daadkrachtig en doeltreffend smokkelnetwerken aan te pakken. De missie van het Belgische fregat liep in juli ten einde.

 

Ik wil nog even herhalen – ik heb dat heel duidelijk gemaakt in die fameuze uitzending op VTM zondagmiddag – dat ik er nooit voor heb gepleit om die missie af te breken en het schip onmiddellijk naar Zeebrugge te laten terugkeren. Dat heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd dat die missie voor mij mocht worden afgewerkt, want zij zou maar twee weken meer duren. Ik heb echter wel vragen gesteld bij de effectiviteit en doelmatigheid van het mandaat van de operatie Sophia. Daar blijf ik bij. Het mandaat is twee weken later aangepast. Ik ben daar tevreden over, maar het is nog niet helemaal wat het moet zijn. Het gaat echter wel in de goede richting.

 

Daarnaast heb ik nooit gezegd dat mensen voor mijn part mogen verdrinken. Integendeel, ik heb tot driemaal toe – omdat ik wist dat hiermee weer zou worden gespeeld – in de studio herhaald dat de mensen gered moeten worden. Het internationaal zeerecht speelt. Mensen in nood worden gered, punt aan de lijn. Daar wordt niet over gediscussieerd. Ik heb dat nooit of nooit in twijfel getrokken. Mensen die dat zeggen of insinueren, zijn kwaadaardig. Ik kan het niet anders interpreteren. Hoe vaak kan ik het herhalen? Het internationaal zeerecht speelt, maar de discussie is waar die mensen worden afgezet nadat zij gered zijn. Moet iedereen per sé naar Europa of kunnen zij naar de Noord-Afrikaanse kustlijn, waar zij vertrokken zijn? Ik heb daar ook heel duidelijk over gezegd dat ik niet vind dat iedereen die een ticket voor een bootje koopt, moet worden afgezet in Europa, want dat zorgt voor een aanzuigeffect, meer verdrinkingen, meer miserie, meer chaos en problemen in Italië.

 

In Italië is het hele migratieverhaal zeer problematisch bij de publieke opinie. Ik heb gisteren een lang en interessant gesprek gehad met de Italiaanse ambassadrice en ik kan u zeggen dat de situatie in Italië allesbehalve evident is. Wie Italië kent of er misschien op vakantie is geweest in de voorbije maanden, zal dat wel kunnen beamen.

 

07.04  Emir Kir (PS): Monsieur le secrétaire d'État, tout d'abord, vos réponses ne me satisfont pas.

 

Plusieurs semaines se sont écoulées. Il y a eu depuis l'intervention du ministre des Affaires étrangères, qui a rappelé un certain nombre de règles. Aujourd'hui, vous vous inscrivez dans le respect du droit international, et c'est tant mieux! Mais il est regrettable que ce rappel ait dû être fait.

 

Ensuite, vous nous expliquez que cet "appel d'air" dont vous avez parlé a été mal compris et que, sur VTM, vous avez eu l'occasion de préciser vos propos. Cela arrive souvent avec vous! Il y a chaque fois une première déclaration incomprise par les journalistes et l'opinion publique et, dans un second temps, vous faites du rétropédalage!

 

Vous dites clairement que ceux qui prennent un bateau en Libye pensent obtenir un ticket d'entrée pour l'Europe! La question que vous ne vous posez jamais est celle de savoir pourquoi les gens quittent leur pays. Pourquoi quittent-ils leur pays? À cause de la détresse politique liée à la guerre, celle liée à la famine. Dans tous les cas, ces situations sont humaines et méritent notre attention. Vos réponses sont chaque fois dépourvues de cet aspect-là. Vous vous exprimez de manière factuelle à propos de "gens qui prennent un bateau". Mais pensez-vous réellement que n'importe quelle personne qui quitte son pays africain a envie d'être déracinée et émet soudainement l'envie de venir en France, en Allemagne, en Belgique ou ailleurs? Non! C'est parce qu'il y a des conflits. Il y des situations de détresse humaine dramatiques au point de rendre ces personnes capables de prendre des risques pour leur vie, de tenter la traversée de la Méditerranée. Je vous invite à considérer ces aspects des choses.

 

Pour conclure, rien sur la coopération! Si vous vous posiez la question de savoir pourquoi les gens quittent leur pays, vous devriez avoir des éléments de réponse comme ceux-ci: que pouvons-nous faire pour aider ces gens à rester dans leur pays et à vivre comme nous vivons dans un monde en paix, où l'on peut travailler et subvenir à ses besoins et ceux de sa famille?

 

Rien! Vos réponses sont simplement factuelles, n'évoquant que la répression. La réponse d'un gouvernement doit être globale. Si nous avons des rapports avec des pays d'Afrique, nous nous devons d'offrir des réponses globales. Lorsque se présente un problème avec un pays, il est nécessaire d'expliquer ce que l'on fait avec ce pays et d'offrir des alternatives à ces populations. Vos réponses ne me satisfont pas mais je retiens malgré tout que vous vous inscrivez dans le droit international, point très important pour nous.

 

07.05  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, het aantal vluchtelingen vanuit Libië op de Middellandse Zee is het afgelopen jaar inderdaad gedaald. In september werd echter opnieuw een stijging met de helft vastgesteld. Ik baseer mij daarvoor op de cijfers van de Internationale Organisatie voor Migratie. Dat zijn er 2 500 meer. Dit weekend zijn er 1 000 mensen op de Middellandse Zee gered.

 

Ik vermoed dat er opnieuw een stroom op gang zal komen waarop wij ons moeten voorbereiden. In uw antwoord was het mij niet duidelijk wat de aanpassing van het mandaat zal zijn om die effectiviteit die er niet was te verhogen. Ik zou dat heel graag weten.

 

07.06 Staatssecretaris Theo Francken: Het mandaat is aangepast. Eind juli was er een vergadering van de ministers van Defensie of Buitenlandse Zaken. De aanpassingen die er zijn gebeurd, strekken toch tot een verruiming van de van de operationaliteit van de operatie Sophia. Het kalf blijft echter gebonden bij het feit dat men nog altijd niet in Libische wateren kan opereren.

 

De Italianen hebben dat op de Italiaanse manier aangepakt, met als gevolg dat de Italianen nu onder Italiaanse vlag opereren in Libische wateren. Er is nu dus weldegelijk Europese controle in Libische wateren, weliswaar niet met een Sophia-mandaat, maar met een Italiaanse bilaterale overeenkomt met de Libische regering van al-Serraj.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Voorzitter: Monica De Coninck.

Présidente: Monica De Coninck.

 

08 Vraag van de heer Brecht Vermeulen aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "positieve migratie: maatregelen voor hoogopgeleiden, arbeidsmigranten en internationale investeerders" (nr. 20056)

08 Question de M. Brecht Vermeulen au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la migration positive: des mesures pour les personnes hautement qualifiées, les travailleurs migrants et les investisseurs internationaux" (n° 20056)

 

08.01  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, in De Tijd van 2 december 2014 stond een bijzonder artikel "Positieve migratie vergt een positieve migratiewetgeving". Het werd geschreven door Peter Vanham, een freelance journalist die werkt in Amerika en Zwitserland en zetelt in het uitvoerend comité van de Belgisch-Amerikaanse Kamer van Koophandel.

 

In zijn artikel heeft hij beschreven dat Belgen met een buitenlands paspoort en economische en maatschappelijke voorbeeldmigranten bij ons vaak niet meer welkom zouden zijn. We weten inderdaad van peilingen uit het verleden dat onze bevolking vrij negatief staat tegenover migranten. Sommige partijen spelen daar zelfs heel hard op in. Slechts 19 % van de bevolking zou volgens die peilingen geloven dat migratie positief is voor de economie en amper 12 % ziet een positief effect door migratie. Er zijn natuurlijk grote culturele verschillen en grote religieuze verschillen. Het heeft er natuurlijk ook mee te maken dat de instroom recent vooral bestaat uit ongeschoolden of laaggeschoolden die hier moeilijk aan werk kunnen geraken en het feit dat veel personen met illegaal verblijfsstatuut niet terug geraken naar hun land van herkomst.

 

Migratie mag natuurlijk niet enkel dat negatieve verhaal zijn zoals het door de bevolking gepercipieerd wordt, migratie moet ook een positief verhaal kunnen inhouden. Om tot een efficiënte positieve migratie te kunnen komen zouden er ook nieuwe beleidsmaatregelen kunnen komen die het gemakkelijker maken om buitenlanders met een bepaald profiel een legaal verblijf toe te kennen en op termijn zelfs de Belgische nationaliteit toe te kennen.

 

In Canada bijvoorbeeld werkt men sinds 1967 met een puntensysteem waarbij men onder andere rekening houdt met opleiding, competenties en ervaring. Zo worden jaarlijks 240 000 migranten Canada binnengelaten. Twee derde daarvan bestaat uit via economische criteria bepaalde arbeidsmigranten.

 

Verschillende landen in de Europese Unie hebben een programma om vermogende personen een visum of een paspoort toe te kennen. Het gaat bijvoorbeeld over Spanje, Portugal, Griekenland, Hongarije, Cyprus, Malta, Bulgarije en het Verenigd Koninkrijk. Daar kan men voor een bepaalde kostprijs en/of een bepaalde investering eventueel gekoppeld aan andere voorwaarden zoals taaltesten een legaal verblijf krijgen. Ook Luxemburg heeft begin dit jaar een wet goedgekeurd die de nationaliteitverwerving vergemakkelijkt. In februari heeft het Luxemburgse parlement ook een andere wet aangenomen die verblijfsrecht toekent aan investeerders uit de hele wereld die minstens 500 000 euro kapitaal inbrengen in een onderneming die in Luxemburg gevestigd is, drie miljoen euro investeren via Luxemburgse investerings­vennoot­schappen of 20 miljoen plaatsen bij een Luxemburgse bank.

 

Het is een hele uitleg om uiteindelijk tot de volgende vragen te komen, mijnheer de staatssecretaris.

 

Hoe staat u tegenover het invoeren van gelijkaardige maatregelen in België voor hoogopgeleide personen en arbeidsmigranten? Hoe staat u tegenover het gemakkelijker toestaan van een verblijfsrecht aan buitenlandse investeerders zoals dit nu reeds in andere landen van de Europese Unie gebeurt? Zal een dergelijk luik ook worden opgenomen in een toekomstig migratiewetboek?

 

08.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer Vermeulen, in uw vraag verwijst u naar het ‘gouden visum’ dat opgang heeft gemaakt in landen zoals Spanje, Portugal, Griekenland en Nederland. Voor de eerste drie landen werd dit aanzien als een middel om investeringen aan te trekken, gezien de slechte economische situatie waarin deze landen verkeerden.

 

Spanje koppelt investeringen van 500 000 euro aan het verwerven van een verblijfsvergunning van onbepaalde duur. In Portugal kunnen dergelijke investeringen leiden tot het verwerven van de Portugese nationaliteit. Portugal stelt echter vast dat er bij dergelijke visa een probleem ontstaat met het traceren van de herkomst van de geïnvesteerde gelden en is bezig met de invoering van een controle naar de herkomst van deze gelden.

 

Nederland kent de regeling van het gouden visum waarbij een grondig onderzoek gebeurt naar de herkomst van de te investeren fondsen, alsook naar de aard van de activiteiten waarin wordt geïnvesteerd. Een dergelijk visum is een opportuniteit om buitenlandse investeerders aan te trekken, maar waakzaamheid blijft geboden omwille van de geschetste problemen die ermee gepaard kunnen gaan.

 

Ik wijs er u wel op dat de concrete regeling van arbeidsmigratiestatuten sinds de zesde staatshervorming behoort tot de bevoegdheid van de deelstaten. Het verblijfsrecht resulteert onder mijn bevoegdheid.

 

Ik kan u wel meedelen dat mijn kabinet en administratie momenteel volop bezig zijn met de implementatie van de architectuur inzake arbeidsmigratie, zoals deze door Europa wordt uitgetekend in tal van richtlijnen. Vooreerst is er de richtlijn permis unique, zijnde de aanvraag tot toelating tot arbeid en verblijf in één document.

 

Na lange onderhandelingen tussen de federale overheden en de deelstaatregeringen werd het ontwerp van samenwerkingsakkoord goedgekeurd op de federale Ministerraad van 8 september 2017. Dit samenwerkingsakkoord wordt in oktober 2017 voorgelegd aan het Overlegcomité, waarna het naar de Raad van State zal worden verzonden. Ik hoop ermee naar het Parlement te komen in januari 2018.

 

Tegelijkertijd werken mijn diensten aan de omzetting van de richtlijnen ICT (Intra-Company Transfers), seizoensarbeid en de nieuwe Blue Cardrichtlijn. Al deze richtlijnen vallen onder de toepassing van de procedure permis unique. Deze richtlijnen zullen worden omgezet door middel van uitvoeringsakkoorden, wat minder tijdrovend is.

 

Tot slot, zal ik deze legislatuur ook nog zorgen voor de omzetting van de richtlijn die het statuut van stagiairs regelt, samen met het statuut van de vrijwilligers en de au pairs. Op die manier zullen tegen het einde van 2018 alle EU-richtlijnen inzake arbeidsmigratie zijn omgezet.

 

In het migratiewetboek zal een hoofdstuk worden gewijd aan het aspect “verblijf” dat samenhangt met de omzetting van die bepalingen. Hiermee zetten wij met deze regering volop in op actieve migratie.

 

08.03  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor het antwoord. Ik had ook niets anders verwacht dan inzetten op actieve migratie.

 

Ik herinner u aan praktijken die een aantal andere landen hanteren. Met grote investeringen kan men het toegangsrecht kopen. Nog niet zo heel lang geleden gaf professor Hendrik Vos van de UGent een interview op de radio. Hij was vrij kritisch. Hij wees erop dat de instroom voor een groot deel rijke Russen betrof die hun geld soms op een dubieuze manier zouden hebben verdiend. Ik ga geen uitspraken doen over anderen. Men moet elk dossier individueel bekijken, maar er bestaat wel een risico van onethisch gebruik van de paspoorten.

 

Midden september stond in Het Laatste Nieuws dat Cyprus vier miljard euro verdiende met het uitreiken van een paspoort aan rijke Russen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, maar het zou wel een mogelijkheid kunnen zijn om er iets mee te doen.

 

Ik heb voorts gehoord dat u in januari en in de loop van 2018 met een paar concrete punten naar het Parlement komt.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van de heer Brecht Vermeulen aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het principe van de eenmalige gegevensinzameling (only once)" (nr. 20057)

09 Question de M. Brecht Vermeulen au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le principe de la collecte unique des données (only once)" (n° 20057)

 

09.01  Brecht Vermeulen (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, deze vraag betreft een deel van uw bevoegdheden waarover zeer weinig vragen worden gesteld, met name de administratieve vereenvoudiging.

 

Artikel 14 van de wet van 5 mei 2014 houdende verankering van het principe van de unieke gegevensinzameling in de werking van de diensten en instanties die behoren tot of taken uitvoeren voor de overheid en tot vereenvoudiging en gelijkschakeling van elektronische en papieren formulieren, bepaalde dat elke federale overheidsdienst vanaf 1 januari 2016 rekening moet houden met de only-onceprincipes bij het opvragen van gegevens bij burgers en ondernemingen.

 

In een tussentijdse status van 11 december 2015 werd meegedeeld dat 52 federale overheids­instellingen werden gecontacteerd met de vraag om deel te nemen aan het only-onceprogramma en wat hun actieplannen zijn. Net geen twee derde van de actieplannen gaf aan dat alle geplande acties voltooid zouden zijn tegen de vooropgestelde streefdatum en dat de diensten bijgevolg in staat zouden zijn om een only-oncedienstverlening aan te bieden.

 

Ten eerste, kunt u bevestigen dat alle federale overheidsdiensten en alle federale overheids­instellingen op 1 januari 2016 klaar waren om een only-oncedienstverlening aan te bieden? Wij zijn ondertussen al wel anderhalf jaar later.

 

Ten tweede, bij welke diensten of instellingen zijn er eventueel nog problemen? Wat is de aard van deze problemen? Wat is de reden dat deze nog niet opgelost zijn?

 

Ten derde, was er in de zomer van 2017 opnieuw een vooruitgangsrapport, zoals het reeds aangehaalde rapport voor 2015, van de Dienst Administratieve Vereenvoudiging over de only-once-implementatie? Zo ja, wat waren de belangrijkste conclusies?

 

09.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mevrouw de voorzitter, mijnheer Vermeulen, sinds 1 januari 2016 zijn alle federale overheids­diensten in uitvoering van only once inderdaad verplicht de beschikbare gegevens te hergebruiken en om papieren en elektronische formulieren volledig gelijk te schakelen. Daartoe zijn er ICT-, technische, juridische en organisatorische acties noodzakelijk.

 

In 2014 werden door de DAV 52 federale overheidsdiensten gecontacteerd met de vraag om een inventaris van formulieren en wetgeving aan te leveren, samen met een actieplan. Zij dienden bovendien een only-oncecoördinator aan te stellen, die de implementatie beheert en optreedt als contactpunt voor de opvolging door de DAV. In 2015 en 2016 vonden meerdere overlegrondes plaats met die coördinator.

 

Door recente fusies is het aantal gecontacteerde federale instellingen teruggebracht van 52 tot 47. Hierna volgt een overzicht van de federale entiteiten waarvan de verplichting om te voldoen aan de only-oncewetgeving intensief wordt opgevolgd door de DAV.

 

Alle FOD’s en POD’s hebben een coördinator aangesteld verantwoordelijk voor het only-oncebeheer. De DAV heeft met alle coördinatoren een periodiek overleg. BELSPO heeft alle acties gerealiseerd op het vlak van only once, zeven FOD’s en POD’s hebben een volledige inventaris opgesteld inzake formulieren, negen FOD’s en POD’s hebben formulieren gedigitaliseerd of zullen dat op korte termijn doen, zes FOD’s en POD’s hebben een inventaris opgesteld met wetgevende bepalingen die strijdig zijn met de principes van de unieke gegevensverzameling en de gelijkschakeling van papieren en elektronische formulieren.

 

Wat betreft de instellingen van openbaar nut en andere federale instellingen, negen instellingen van openbaar nut en andere federale instellingen hebben een coördinator aangesteld, drie instellingen – het BIPT, het NGI en het Federaal Planbureau – hebben alle nodige acties onder–nomen, 12 instellingen hebben een inventaris opgesteld inzake formulieren, zes instellingen hebben formulieren gedigitaliseerd of zullen dat op korte termijn doen, negen instellingen hebben een inventaris opgesteld met wetgevende bepalingen die strijdig zijn met de principes van unieke gegevensinzameling en de gelijkschakeling van papieren en elektronische formulieren, en negen instellingen hebben een uitgewerkt only-onceactieplan aan de DAV overhandigd.

 

Daarnaast zijn er de sociale parastatalen, die gelet op hun historische oorsprong nagenoeg volledig in regel zijn met de only-oncewetgeving. De KSZ blijft zelf de toepassing van de only-oncewetgeving opvolgen voor alle sociale parastatalen. De DAV heeft hierover regelmatig overleg met de FOD BOSA, het DGDT, de KSZ en de federale dienstintegratoren.

 

Uit de actieplannen blijkt dat de meeste openstaande acties nog steeds zijn gericht op het voorbereiden van only-oncecompliancedienstverlening. Het gaat om het inventariseren van wetgeving en formulieren, het aanvragen van machtigingen, het opstellen van interne procedures en handelingen en het aansluiten op het netwerk van diensten­integratoren. De vele acties en hun actualisaties hebben een aanzienlijke doorlooptijd en investeringskosten. Om dat proces te versnellen, werd recent een intensievere samenwerking opgestart tussen de DAV en de dienstenintegratoren om de invoering van en de afstemming inzake only once te vergemakkelijken. De doelstellingen van deze samenwerking zijn de identificatie van versnellende elementen voor de invoering van only once en een deblokkering van het potentieel en van de mogelijkheden voor de invoering van nieuwe authentieke bronnen.

 

De tussentijdse status van de only-once-implementatie werd in 2015 en 2016 aan de Ministerraad gerapporteerd. Het volgende voortgangs­rapport is gepland voor begin 2018.

 

09.03  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, het is een feit dat er ondertussen zeer veel vooruitgang is geboekt. Mijn contacten op het terrein bevestigen dat allemaal. Het is een goede evolutie, maar het werk is uiteraard niet af en dat zal het ook nooit zijn.

 

U gaf zeer gedetailleerde cijfers en ik zal deze later bestuderen en proberen er een aantal conclusies uit te trekken.

 

Ik wil nog een anekdote vertellen.

 

Ik was voorzitter van de werkgroep Politieke Vernieuwing. Een van de belangrijkste punten daar was de mandatenlijst. De teksten worden ondertussen uitgewerkt. Ik herinner mij dat wij bij de interne discussies in mei of juni vaststelden dat veel mandaten al in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd maar dat deze telkens opnieuw moeten worden gemeld bij het Rekenhof. Een vereenvoudiging zou daar ook welkom zijn. De organisaties zelf zouden daarin misschien beter initiatieven nemen. Dat brengt ook met zich mee dat de only-once-implementatie op elk niveau wordt doorgetrokken.

 

De voorzitter: Bij dat laatste sluit ik mij volmondig aan. Het only-onceprincipe zou ook voor ons moeten gelden. Ik heb dat trouwens voorgesteld in de commissie, maar dat is blijkbaar niet zo evident.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Vraag van de heer Brecht Vermeulen aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de repatriëring van uitgeprocedeerde asielzoekers naar Afghanistan" (nr. 20090)

10 Question de M. Brecht Vermeulen au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le rapatriement des demandeurs d'asile déboutés vers l'Afghanistan" (n° 20090)

 

10.01  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, begin december 2015 hebben Zweden en Afghanistan beslist om onderhandelingen te starten over de readmissie van personen van wie het asiel geweigerd werd in Zweden. Een groot deel daarvan waren niet-begeleide minderjarige vluchtelingen. In 2015 waren er ongeveer 23 000 minder­jarige vluchtelingen uit Afghanistan die asiel zochten in Zweden.

 

Begin oktober 2016 heeft de Europese Unie een overeenkomst getekend met de Afghaanse regering onder de titel “The EU-Afghanistan Joint Way Forward on migration issues”. Deze overeenkomst moet de lidstaten toelaten om een onbeperkt aantal geweigerde asielzoekers zo humaan mogelijk terug te voeren naar Afghanistan, waarbij de Afghaanse regering verplicht is om hen ook te aanvaarden. Die terugkeer kan vrijwillig of gedwongen plaatsvinden, al dan niet met charters georganiseerd door Frontex. Per vlucht geldt een maximum van 50 personen, die tegen hun zin kunnen worden uitgezet. De kosten van de terugkeer zijn voor rekening van de Europese Unie.

 

In december 2016 werden de eerste groepen teruggestuurd vanuit Duitsland, Zweden en Noorwegen. Uit een recent interview met de Zweedse krant Dagens Nyheter lijkt de Afghaanse minister van Vluchtelingenzaken Sayed Hussain Balkhi, die in oktober 2016 ook zou geweigerd hebben om de overeenkomst met de Europese Unie te tekenen, te willen terugkomen op de eerder gemaakte afspraken met de Europese Unie. Hij zou nu aan Zweden voorgesteld hebben om een pauze in te lassen en geweigerde Afghaanse asielzoekers voorlopig niet meer terug te sturen naar Afghanistan. De Afghaanse minister vindt blijkbaar dat Afghanistan te weinig is uitgerust om zijn landgenoten die eerder het land waren ontvlucht, opnieuw op te vangen.

 

Tussen januari en juli 2017 keerden 2 060 personen vrijwillig terug naar hun land van herkomst. Afghanistan is niet bij de tien landen die de grootste groepen vertegenwoordigden. Van de 4 267 vrijwillige terugkeerders van 2016 stond Afghanistan nog op de zesde plaats, met 162 personen.

 

Daarover heb ik opnieuw drie vragen.

 

Maakt België geen gebruik van de Europese overeenkomst Joint Way Forward on migration issues van 2016? Zo neen, waar niet? Zo ja, waarom vertoont dat zich niet in de cijfers, toch niet in diegene die ik zie?

 

Welke andere Europese landen sturen Afghaanse afgewezen asielzoekers terug via die Joint Way Forward on migration issues behalve Duitsland, Noorwegen, Oostenrijk en Zweden? Over welke aantallen zou het dan gaan per land? Kunt u mij daar informatie over geven?

 

Tot slot, op welke manier kan België nog initiatieven nemen om de terugkeer van afgewezen asielzoekers uit Afghanistan nog meer te gaan stimuleren? Zijn er hiervoor concrete voorbereidingen gestart?

 

10.02 Staatssecretaris Theo Francken: België maakt gebruik van Joint Way Forward on migration issues om illegale Afghanen naar Afghanistan terug te sturen. De mogelijkheden die dit biedt zijn gelijkend aan de praktijk die we zelf al jaren hanteerden om repatriëringen uit te voeren voor de ondertekening van deze Joint Way Forward. Daarnaast kent België de specifieke situatie waarin heel veel geïntercepteerde Afghanen die in gesloten centra terechtkomen in het kader van de Dublin-richtlijn of in het kader van bilaterale akkoorden naar een ander EU-land kunnen terugkeren. In 2016 was dat ongeveer 90 % van alle verwijderde Afghanen. Een aantal EU-landen heeft ook bilaterale MOU's die dateren van voor of na de ondertekening van de Joint Way Forward. Via bilaterale MOU's of gelijkwaardige afspraken zijn dat volgende landen: Nederland, Duitsland, Zweden, UK, Noorwegen. Via Joint Way Forward zijn dat Frankrijk, Oostenrijk, België, Hongarije, Luxemburg, Tsjechië en Finland. Gedwongen terugkeer naar Afghanistan in 2017 van januari tot augustus: UK 54, Oostenrijk 68, Hongarije 1, Tsjechië 0, Duitsland 106, Zweden 73, Luxemburg 0, Finland 44, Nederland 55, Frankrijk 6 en België 23.

 

Voor de DVZ is de terugkeer van afgewezen Afghaanse asielzoekers prioritair. Daarnaast heb ik Fedasil de voorbije jaren een aantal concrete initiatieven laten nemen om Afghaanse asielzoekers te informeren over vrijwillige terugkeer en de mogelijkheden betreffende re-integratie in Afghanistan. Ik geef een opsomming: een uitgebreid re-integratieaanbod in Afghanistan via IOM, opleiding van terugkeerconsulenten in de opvangcentra om terugkeer bespreekbaar te maken en gerichte infocampagnes in de opvangcentra. Met deze initiatieven heb ik ervoor gezorgd dat de Afghaanse asielzoekers op de hoogte zijn van de mogelijkheden bij terugkeer en heb ik de terugkeer­consulenten van Fedasil tools gegeven en vaardigheden aangeleerd om terugkeer bespreekbaar te maken.

 

Terugkeer naar Afghanistan blijkt echter geen evidentie. Vaak verbleven Afghanen geruime tijd in transitlanden als Iran en Pakistan alvorens ze in België asiel aanvroegen. Hierdoor zijn de familiale contacten vaak verwaterd en is de band met het moederland heel zwak of minder sterk waardoor een terugkeer moeilijk wordt.

 

In 2016 was er wel een verdrievoudiging van het aantal vrijwillige Afghaanse terugkeerders ten opzichte van 2015, 162 in 2016 ten opzichte van 54 in 2015. In 2017 is er opnieuw een terugval met 41 in de eerste acht maanden.

 

Wij zijn volop bezig met Afghanistan, maar het is niet evident.

 

10.03  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, ik heb alle begrip voor de delicate situatie die bestaat inzake de terugkeer van mensen uit Afghanistan. Wij hebben in antwoord op eerdere vragen al vernomen dat het niet zo eenvoudig is om deze mensen daar terug te krijgen. Ik heb er evenwel het volste vertrouwen in dat wij de nodige inspanningen zullen blijven leveren voor deze groep.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van de heer Brecht Vermeulen aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de repatriëring van uitgeprocedeerde asielzoekers naar Irak" (nr. 20091)

11 Question de M. Brecht Vermeulen au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le rapatriement des demandeurs d'asile déboutés vers l'Irak" (n° 20091)

 

11.01  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, in april van dit jaar hebt u samen met minister Jambon en minister Vandeput een werkbezoek aan Irak gebracht. Daar hebt u een akkoord gesloten met de Iraakse en de Koerdische regering om Iraakse criminelen die in Belgische gevangenissen verblijven zonder geldige verblijfsvergunning terug te kunnen sturen. In de Belgische gevangenissen zou nog een vijftigtal Irakezen zonder papieren verblijven.

 

Hoeveel Iraakse criminelen zonder geldig verblijfstatuut werden sedert 2010 naar Irak teruggestuurd? Graag cijfers per jaar. Wat was de jaarlijkse kostprijs hiervoor? Hoeveel begeleiders waren er gemiddeld nodig om een dergelijke crimineel naar een land als Irak terug te sturen? Ik vermoed dat dit niet zo gemakkelijk gaat als naar andere landen.

 

Hoeveel Iraakse criminelen zonder geldige verblijfsvergunning zijn er in 2017 teruggestuurd, vooraleer de overeenkomst met de Iraakse overheid werd getekend en hoeveel erna? Zullen alle Iraakse personen die zonder geldige verblijfspapieren in de Belgische gevangenissen verblijven kunnen worden teruggestuurd? Zo neen, wat is de reden dat dit niet zou kunnen gebeuren? Op welke manier kunnen Iraakse criminelen die pas na de ondertekening van de overeenkomst in een Belgische gevangenis zitten daar zo kort mogelijk verblijven en zo snel mogelijk naar Irak worden teruggestuurd?

 

11.02 Staatssecretaris Theo Francken: Sedert 2010 tot en met augustus 2017 werden 87 personen naar Irak teruggestuurd. Hiervan werden 32 personen onmiddellijk na hun vrijstelling uit de gevangenis gerepatrieerd. De DVZ houdt voor de personen die worden gerepatrieerd niet systematisch statistieken bij over het al dan niet gekend zijn voor feiten van schending van de openbare orde. Het is dus mogelijk dat er ook tussen de 55 andere personen die niet onmiddellijk vanuit de gevangenis werden verwijderd mensen zitten die men onder de noemer crimineel kan plaatsen.

 

De tabellen ga ik niet voorlezen.

 

Mijn diensten werken al geruime tijd aan een verbetering van de relaties met de autoriteiten van Irak. In 2016 was er een bezoek aan Bagdad. In januari 2017 was er een delegatie van hooggeplaatste Irakese ambtenaren. Dan was er ook ons bezoek en de ondertekening en onderhandeling in april 2017.

 

In 2017 werden tot 24 april, dus vóór de ondertekening van de overeenkomst, twee personen gedwongen teruggestuurd. Tussen januari en april werd ook voor vier andere personen reeds een akkoord gesloten, maar zij konden nog niet terugkeren omdat zij nog in de gevangenis zitten. Van 25 april tot eind augustus, dus na de overeenkomst, werd één persoon teruggestuurd. Er werden echter ook nog akkoorden gesloten voor vier andere personen sinds eind april. Drie van hen zullen in de komende weken terugkeren. Één persoon zal worden teruggestuurd wanneer hij zijn straf heeft uitgezeten. In principe zal voor alle Irakezen die in een Belgische gevangenis zitten en geen verblijfsrecht hebben in België een identificatie worden gevraagd aan de Irakese overheden. De Irakese overheden hebben zich geëngageerd om hen te identificeren en hen terug te nemen, als het inderdaad gaat om Iraakse onderdanen. De terugkeer kan door allerhande factoren worden verhinderd, zoals het aanvragen of toekennen van een beschermings­status.

 

Het is belangrijk om te vermelden dat de overeenkomst die ik heb afgesloten handelt over de terugkeer van illegale Irakezen die hun gevangenisstraf hebben uitgezeten of vervroegd kunnen vrijkomen met het oog op repatriëring. Personen die nog een gevangenisstraf dienen uit te zitten in België, vallen niet onder mijn bevoegdheid, maar onder die van de minister van Justitie. De bevoegde diensten van de DVZ starten de identificatieprocedure voor gevangenen op enkele maanden vóór de betrokkenen daadwerkelijk kunnen vrijkomen. Op die manier kan de verwijdering onmiddellijk na de vrijlating worden georganiseerd. Zo zijn er dit jaar al vijf akkoorden gesloten voor personen die vanaf het najaar 2017 zullen vrijkomen.

 

Als wij weten dat iemand binnen twee maanden kan vrijkomen of vervroegd kan vrijkomen, vragen wij de identificatie dus al aan. Wij krijgen de laissez-passers nu ook allemaal, wat nieuw is. Tot nu toe hebben wij alles gekregen wat wij hebben gevraagd. Er is nog maar één persoon teruggestuurd, omdat wij natuurlijk moeten nagaan wie wanneer vrijkomt. Neem bijvoorbeeld het verhaal van de groepsverkrachting in Oostende. Dat ging over vier of vijf Irakezen, maar zij hebben natuurlijk een zware celstraf gekregen en zullen pas vrijkomen als zij die straf hebben uitgezeten. Als het de bedoeling is om ze hun straf in een Irakese gevangenis te laten uitzitten, is er een terugnameakkoord nodig en dat valt onder Justitie. Ik denk niet dat wij dergelijk akkoord hebben met Irak. Sowieso moet Justitie daarvoor zorgen. Dat is een tussenstatelijke overbrenging, wat iets anders is dan een repatriëring na het uitzitten van een celstraf, waarvoor ik bevoegd ben. Een tussenstatelijke overbrenging valt onder Justitie, maar dat weet u ondertussen wel.

 

11.03  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Voorzitter: Brecht Vermeulen.

Président: Brecht Vermeulen.

 

De voorzitter: Vraag nr. 20100 van mevrouw Pas wordt uitgesteld. Vraag nr. 20164 van de heer Crusnière wordt uitgesteld.

 

12 Samengevoegde vragen van

- de heer Wouter De Vriendt aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de situatie in het Maximiliaanpark en het Noordstation" (nr. 20407)

- de heer Marco Van Hees aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de situatie in het Maximiliaanpark" (nr. 20451)

- mevrouw Barbara Pas aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het gebrek aan daadkracht van deze regering met betrekking tot de ontruiming en de uitzetting van illegalen in het Maximiliaanpark" (nr. 20461)

- mevrouw Catherine Fonck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de situatie in het Maximiliaanpark" (nr. 20485)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de uitzetting van Sudanezen" (nr. 20511)

- de heer Benoit Hellings aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de problematische samenwerking tussen België en het Sudanese dictatoriale regime bij de identificatie van Sudanese migranten in het Brusselse Maximiliaanpark" (nr. 20561)

- de heer Wouter De Vriendt aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de samenwerking met Sudan in het Maximiliaanpark" (nr. 20563)

- mevrouw Nahima Lanjri aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de situatie in het Maximiliaanpark" (nr. 20564)

- mevrouw Sarah Smeyers aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de identificatiemissie uit Sudan" (nr. 20870)

- de heer Wouter De Vriendt aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de Sudanese identificatiemissie" (nr. 20906)

- de heer Wouter De Vriendt aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de informatie voor vluchtelingen in het Maximiliaanpark" (nr. 20907)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de opvolging van de Sudanezen na uitzetting" (nr. 20932)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de controle op de naleving van artikel 3 van het EVRM bij het terugsturen van Sudanese vluchtelingen" (nr. 20933)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de stand van zaken van de Sudanese identificatiemissie in Brussel" (nr. 20934)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de werking van de Sudanese identificatiemissie in Brussel" (nr. 20935)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de totstandkoming van de afspraken met Sudan met betrekking tot de Sudanese identificatiemissie in Brussel" (nr. 20936)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "mogelijke repatriëringen naar Zuid-Sudan" (nr. 20940)

- mevrouw Sarah Smeyers aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de situatie in het Maximiliaanpark en in de buurt van het Noordstation in Brussel" (nr. 20972)

- mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de situatie in het Maximiliaanpark" (nr. 20984)

12 Questions jointes de

- M. Wouter De Vriendt au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la situation dans le parc Maximilien et à la gare du Nord" (n° 20407)

- M. Marco Van Hees au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la situation au parc Maximilien" (n° 20451)

- Mme Barbara Pas au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le manque de fermeté de ce gouvernement relativement à l'évacuation et à l'expulsion des illégaux du parc Maximilien" (n° 20461)

- Mme Catherine Fonck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la situation au parc Maximilien" (n° 20485)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'expulsion de Soudanais" (n° 20511)

- M. Benoit Hellings au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la collaboration problématique entre la Belgique et le régime dictatorial soudanais pour l'identification des migrants soudanais du parc Maximilien de Bruxelles" (n° 20561)

- M. Wouter De Vriendt au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la collaboration avec le Soudan au parc Maximilien" (n° 20563)

- Mme Nahima Lanjri au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la situation au parc Maximilien" (n° 20564)

- Mme Sarah Smeyers au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la mission d'identification menée par le Soudan" (n° 20870)

- M. Wouter De Vriendt au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la mission d'identification menée par le Soudan" (n° 20906)

- M. Wouter De Vriendt au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les informations données aux réfugiés du parc Maximilien" (n° 20907)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le suivi des Soudanais après leur expulsion" (n° 20932)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le contrôle du respect de l'article 3 de la CEDH dans le cadre du renvoi de réfugiés soudanais" (n° 20933)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'état d'avancement de la mission d'identification menée par le Soudan à Bruxelles" (n° 20934)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le déroulement de la mission d'identification menée par le Soudan à Bruxelles" (n° 20935)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la conclusion d'accords avec le Soudan en ce qui concerne la mission d'identification menée par le Soudan à Bruxelles" (n° 20936)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "de possibles rapatriements vers le Soudan du Sud" (n° 20940)

- Mme Sarah Smeyers au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la situation dans le parc Maximilien et aux abords de la gare du Nord à Bruxelles" (n° 20972)

- Mme Julie Fernandez Fernandez au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la situation au parc Maximilien" (n° 20984)

 

12.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, ik heb een viertal vragen. Ik zal ze allemaal bundelen en ook wat samenvatten.

 

De situatie in het Maximiliaanpark is deze zomer ontploft. Door uw aanpak kregen we daar bijna te maken met een mini-Calais, dit wil zeggen vluchtelingen op straat, zonder onderdak of officiële opvang en met heel weinig informatie over de asielprocedures. Dit lijkt op Calais en het is het resultaat van uw beleid.

 

In het Maximiliaanpark zaten mensen met een lage kans op erkenning terwijl anderen, bijvoorbeeld zij uit Soedan, een vrij hoge kans hadden om te worden erkend als vluchteling. U hebt zich verzet tegen opvang, voedselbedeling en informatiestands van ngo’s over de asielprocedures in België.

 

Zeker de eerste weken hebt u kinderen zonder ouders in dat park laten zitten. Deze kinderen zijn zeer kwetsbaar, en men had hen eigenlijk vanaf dag 1 uit die groep moeten halen en bescherming bieden. De procedures hiervoor bestaan in België. Die kinderen moeten zelfs geen asiel aanvragen om in een beschermingsprocedure te kunnen stappen.

 

Kortom, het was één chaos in het Maximiliaanpark ten gevolge van uw aanpak.

 

Ik heb een aantal flyers in handen gekregen waaruit effectief blijkt dat er aan die mensen bijzonder weinig informatie wordt verstrekt over de mogelijkheden op asiel in België. In die flyers staat daarover geen letter, er wordt enkel gesproken over terugkeer – vrijwillige terugkeer, ambassades van andere landen, telefoonnummers –, er wordt met geen woord gerept over de asielprocedure terwijl er misschien politieke vluchtelingen of oorlogsvluchtelingen in die groep zitten. Zo hebben Soedanezen bijvoorbeeld 60 % kans op erkenning.

 

Waarom communiceert u niet beter met die groep vluchtelingen in dat park over de asielprocedures in ons land? Zij kunnen dan een ja of een nee krijgen, waarna kan worden gewerkt aan integratie of terugkeer. Dit is allemaal niet gebeurd. Men heeft hen laten zitten in dat park, zelfs kinderen zonder ouders.

 

Waarom is de overheid ook totaal afwezig als het gaat over eerstelijnshulp voor die mensen? Dan heb ik het over opvang, voedselbedeling of kledij. Sterker nog, de politie komt in Brussel tussenbeide, neemt daar de weinige kleren, slaapzakken en dekens af die ze hebben kunnen verzamelen dankzij de hulp van mensen uit de buurt, om alles daarna op een vuilnisbelt te dumpen.

 

Dat vind ik geen manier van aanpakken. We vergeten soms dat het hier gaat om mensen. Mensen behandelt men op een menselijke manier. U hebt zich ook verzet tegen vrijwilligers die in de bres springen voor deze mensen.

 

Graag verneem ik van u hoe de informatie over asielprocedures in België verspreid wordt in het Maximiliaanpark. Door wie gebeurt dat? Via welk medium? Hebt u exemplaren bij van de flyers met de informatie die daar wordt verspreid? Wanneer en hoe vaak werd deze informatie verspreid in het Maximiliaanpark? Door het gebrek aan informatie vanuit de bevoegde instanties nam het middenveld zelf de taak op zich om mensen aan te sporen asiel aan te vragen en hen te informeren. Naar verluidt stond u niet toe dat er een infostand met dit doel werd opgezet in het park. Klopt dit?

 

Ten slotte, nog iets over de samenwerking met Soedan.

 

Er is al veel over gezegd, ook in de plenaire vergadering. Dat België samenwerkt met een dictatuur, met een regime dat tegenstanders foltert, kan voor mij totaal niet door de beugel. U riskeert eigenlijk dat de agenten van het Soedanese regime naar België komen en uit de groep Soedanese vluchtelingen die mensen pikken die ze het liefst achter tralies zouden willen zien in Soedan zelf. Dat risico lopen deze mensen door uw beleid. Dat is uiteraard een brug te ver.

 

Ons alternatief is om die mensen tijdelijk opvang te geven en hen te informeren over asiel. Als ze dan nog weigeren asiel aan te vragen, dan moeten ze uiteraard terug. Willen ze dat wel doen, dan wordt de normale procedure gevolgd.

 

Die agenten laten overvliegen vanuit Soedan, er actief mee samenwerken en ze eigenlijk als het ware een blanco cheque geven om de Soedanezen te selecteren die ze uitgezet willen zien, dat is uiteraard onaanvaardbaar.

 

Wat is trouwens de rol van de Veiligheid van de Staat geweest in heel dit dossier? In de pers hebben we kunnen lezen dat de delegatie uit Soedan niet bekend is bij de Veiligheid van de Staat, maar dat betekent eerlijk gezegd helemaal niets. De Veiligheid van de Staat heeft geen databank van agenten van dictatoriale regimes over de hele wereld. Dat zij niet bekend zijn zegt dus eigenlijk helemaal niets. Dat is ook niet de taak van de Veiligheid van de Staat om wereldwijd alle agenten van dictaturen bij te houden. Mochten er rapporten bestaan bij de Veiligheid van de Staat – want we zijn ondertussen toch al een tijdje verder met het dossier – dan zou ik die als parlementslid graag kunnen inkijken omdat er hier een link is met uw bevoegdheid en uw dossier.

 

Tot daar een eerste reeks vragen aan u, mijnheer de staatssecretaris.

 

Jammer genoeg is de missie vanuit Soedan afgelopen. Wij hadden gevraagd om die missie onmiddellijk af te breken, stop te zetten, en die agenten uit Soedan met het eerste het beste vliegtuig terug te sturen richting Soedan zelf. Daar wordt immers toch wel een morele grens overschreden. Maar goed, ik kijk uit naar uw antwoorden.

 

De voorzitter: De heer Van Hees en mevrouw Pas zijn niet aanwezig. Mevrouw Fonck evenmin.

 

12.02  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik heb veel vragen gesteld op verschillende momenten. Die staan hier nu natuurlijk allemaal achter elkaar opgesomd. Ik zal proberen om de vragen te bundelen. Intussen is een aantal zaken ook uitgeklaard na de discussie die we in de plenaire vergadering gehad hebben en ook in de media. Een aantal vragen heeft betrekking op praktische dingen, op cijfers. Ik stel voor dat ik die dan terug indien omdat dit waarschijnlijk vandaag niet kan worden besproken.

 

Mijnheer de staatssecretaris, vanuit de Soenadese hoofdstad Khartoem is hier een identificatiemissie geweest bij de Dienst Vreemdelingenzaken om de Belgische instanties bij te staan bij de identificatie van personen in het Maximiliaanpark en het station Brussel-Noord. U zat daarvoor samen met de Soedanese ambassadeur in ons land. Naast de steun van een identificatieteam zou ook afgesproken zijn dat Soedan snel laissez-passers zal afleveren. Het is al een paar keer aangekaart dat u daarmee afspraken maakt met een uiterst bedenkelijk regime. De Soedanese president werd aangeklaagd door het Internationaal Strafhof in Den Haag wegens oorlogsmisdaden en ernstige mensenrechtenschendingen. We moeten op onze hoede zijn.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ik heb de volgende vragen.

 

Welke afspraken werden er exact gemaakt? Welke garanties hebt u gekregen dat de Soedanezen die uitgezet worden in een veilige situatie terechtkomen?

 

Hebt u laten onderzoeken of er sprake zou kunnen zijn van een mogelijke schending van artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, namelijk het verbod op foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of straf? Indien ja, wat was het resultaat?

 

Hoe zal via de Belgische ambassade worden opgevolgd wat er met deze personen na uitwijzing gebeurt? Wordt er voor die opvolging eventueel samengewerkt met internationale ngo's? Een akkoord over uitzettingen kan er nooit zomaar komen. Welke beloften hebt u namens België moeten geven ten aanzien van Soedan? Wat is de Belgische tegenprestatie?

 

Ik hoor dat er nu wordt gemotiveerd dat de veiligheidssituatie voor de potentieel gerepatrieerden in orde is. Kunt u mij daarover wat informatie geven? Hoe wordt dat precies gedaan? Kunt u de standard operating procedures toelichten? Worden degenen die zullen worden geïdentificeerd, geïnformeerd over deze procedures? Indien ja, op welke manier?

 

Wat wordt precies bedoeld met identificatie? Volstaat het dat land of regio vaststaat of moet de volledige identiteit vaststaan? Hoeveel identificaties gebeurden er al? Hoeveel daarvan bleken Soedanezen te zijn? Van hoeveel werd de volledige identiteit vastgesteld? Volstaat het dat Soedan weet dat het een Soedanees is om te repatriëren of moet de hele identiteit vaststaan? Wordt de identificatieprocedure nog verdergezet op Soedanees grondgebied, gesteld dat het volstaat om enkel de Soedanese nationaliteit vast te stellen opdat er zou worden gerepatrieerd? In welke omstandigheden zal de verdere identificatie dan gebeuren?

 

Controleert België? Wordt in terugkeer voorzien indien blijkt dat het alsnog niet om een Soedanees zou gaan?

 

Hoe verifieert en controleert ons land de vaststellingen van Soedan? Is de DVZ altijd aanwezig bij de identificatie? Begrijpt de DVZ altijd wat er gezegd wordt, kortom is er een tolk aanwezig? Hoe wordt de betrouwbaarheid van de identificatieprocedure gecontroleerd?

 

Wie draagt de reis- en verblijfkosten van deze Soedanese ambtenaren? Indien België de kosten hiervan draagt, hoeveel is dat bedrag? Welke uitgaven worden er gedaan en waarvoor? In de plenaire heeft minister Jambon geantwoord omdat u in New York was. Hij meldde toen dat alles in overeenstemming is met het nationaal, Europees en internationaal recht. Toen werd ook de vraag gesteld om het akkoord met de Soedanese overheid beschikbaar te stellen.

 

Tot zover mijn vragen.

 

Ik wil ook nog aanstippen dat een parlementaire delegatie een bezoek gebracht heeft aan de DVZ, waaronder ook de voorzitter van deze commissie. Toen is er gezegd dat de mensen die bij de DVZ werken regelmatig informatiesessies zouden organiseren voor de mensen in het Maximiliaan­park en dat men ook herhaaldelijk met hen gesproken zou hebben om toe te lichten hoe ze alsnog een asielprocedure bij ons konden indienen. Kunt u bevestigen of dat correct is? Dat zou namelijk heel wat uitklaren.

 

12.03  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, mes questions ne portent que sur la venue d'une délégation soudanaise pour identifier des migrants en provenance du Soudan.

 

Nous avons appris, en séance plénière, qu'il n'existait pas d'accord ou de protocole écrit entre la  Belgique et le Soudan concernant cette coopération. Mais pourriez-vous nous expliquer ici les termes du gentleman's agreement  qui vous lie, en tant que secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, à l'ambassadeur du Soudan?

 

Par ailleurs, le fait que le président el-Bechir soit sous le coup de deux mandats d'arrêt délivrés, le 4 mars 2009 et le 12 juillet 2010, par la Cour pénale internationale ne vous incite-t-il pas à la plus grande prudence dans ce genre de collaboration? Des contacts à ce sujet ont-ils été pris avec le ministre des Affaires étrangères avant que le gentleman's agreement ne soit conclu?

 

La collaboration avec un régime autocratique et antidémocratique dans l'identification de migrants fuyant ces contrées pour ces raisons précises vous semble-t-elle compatible avec le droit international, en général, et la Convention de Genève, en particulier? Je crois me rappeler qu'en avril, vous estimiez dans La Libre Belgique que renvoyer des migrants vers le Soudan impliquerait de devoir discuter avec une dictature, ce qui n'était pas acceptable. Pourquoi avoir changé d'avis? 

 

Enfin, combien de migrants ont-ils été renvoyés au Soudan depuis cette collaboration? Certains d'entre eux étaient-ils des opposants au président Omar el-Bechir.

 

Monsieur le président, monsieur le ministre, je vous prie ici de bien vouloir m'excuser car je dois m'en aller, mais je lirai attentivement le rapport et mon collègue, M. Wouter De Vriendt, m'expliquera les réponses que vous aurez données.

 

12.04  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le président, monsieur Francken, depuis plusieurs semaines, la population s'émeut de ce qui se passe au parc Maximilien, comme cela a déjà été le cas, en 2015, lors des premières crises cristallisées autour de ce lieu devenu symbolique de la situation humanitaire qui découle de la politique d'asile de ce gouvernement.

 

Pour faire court, plusieurs centaines de migrants, majoritairement des hommes seuls, mais également des femmes et des mineurs parfois non accompagnés se retrouvent dans ce parc dans des conditions humanitaires déplorables au point de devenir un véritable problème de santé publique pour les migrants, les riverains, les agents de la fonction publique et les citoyens qui viennent apporter un peu d'humanité sur le terrain.

 

Monsieur Francken, dans la capitale de l'Europe, sévissent, aujourd'hui, la gale et la tuberculose. Encore une fois, hélas, ce sont les autorités locales, les ONG et les simples citoyens qui doivent prendre la situation en main pour compenser l'inaction des autorités fédérales.

 

Qu'on en juge, c'est la ville de Bruxelles qui doit mettre à disposition gratuitement des locaux pour Médecins du Monde pour leurs consultations médicales et encore elle qui doit mettre gratuitement à disposition des WC et conteneurs dans le parc. C'est encore elle qui, quotidiennement, met sur le terrain des agents du CPAS, des gardiens de la paix et des espaces verts pour garantir une propreté publique et des conditions de vie acceptables pour de nombreux riverains dans ce quartier fort densément peuplé et le minimum de dignité aux personnes résidant dans le parc. C'est encore la ville de Bruxelles qui doit les orienter vers les services de Fedasil ou détecter les personnes les plus vulnérables et les mettre à l'abri.

 

Monsieur Francken, que font concrètement vos services pour la prise en charge de ces personnes? Vous vous réjouissez d'une chute du nombre de demandes. Comment ont-elles évolué ces derniers mois et comment sont-elles traitées? En ce qui concerne les personnes déférées devant vos services par les services de police, comment sont-elles traitées? Il me revient que la plupart sont envoyées en centre fermé. Comment sont-elles informées de leurs droits? Comment sont-elles informées de leurs droits avant d'être enfermées?

 

En ce qui concerne la santé, quelles mesures prenez-vous éventuellement en concertation avec vos collègues compétents en la matière pour agir sur le terrain?

 

On se souvient du grand renfort de publicité que vous avez donné aux efforts dans le but d'empêcher les migrants de Calais d'arriver sur les plages flamandes. Quels sont les moyens déployés contre les filières qui amènent ces personnes jusqu'à Bruxelles? Comment vos services sont-ils amenés à collaborer avec la police judiciaire en ce domaine? Quels réseaux avez-vous permis de démanteler depuis cet été? Dans combien de dossiers judiciaires vos services ont-ils collaboré? Combien ont-ils donné lieu à des condamnations? Je suis très impatiente d'entendre l'ensemble de vos réponses.

 

12.05  Theo Francken, secrétaire d'État: Monsieur le président, madame Fernandez Fernandez, le vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur Jambon, lors de la séance plénière du 21 septembre, le premier ministre, en commission de l'Intérieur du 26 septembre, et moi-même, au cours de la dernière séance plénière, avons déjà précisé la position générale du gouvernement en ce qui concerne les migrants en transit – et plus particulièrement son approche de la question du parc Maximilien et de la gare du Nord ainsi que de la collaboration avec le Soudan dans le cadre de notre politique du retour.

 

Deze regering doet er alles aan om een tweede Calais in Brussel te voorkomen. Laat het duidelijk zijn: ik wil geen Calais in onze hoofdstad.

 

Na de verwarring in de commissie wil ik nog eens verduidelijken dat er geen MOU met Soedan werd ondertekend en dat er geen praktische afspraken tussen mij en de Soedanese ambassadeur op papier werden gezet. Dat is ook helemaal niet zo uitzonderlijk. Volgens internationale verplichtingen dienen landen hun onderdanen die illegaal in een ander land verblijven terug te nemen. Identificatie, dus ook door een identificatieteam, is een normale praktijk van samenwerking tussen verschillende diensten binnen hun bevoegdheid van terugkeer.

 

Over de identificatieprocedure kan ik meegeven dat een gewone identificatie start met een brief aan de ambassade van het land waarvan de betrokkene afkomstig blijkt te zijn, zoals af te leiden valt uit zijn of haar dossier. Wat is de verklaarde nationaliteit, eventueel bij herhaling tijdens de verblijfsprocedures, de aanwezigheid van identiteits- of andere documenten waaruit de nationaliteit blijkt enzovoort. De DVZ geeft een zo volledig mogelijk beeld van wat men weet over de mogelijke identiteit en vraagt aan de ambassade om formeel de identiteit van de betrokkene te verifiëren, te bevestigen en een laissez-passer af te leveren.

 

Het hangt af van ambassade tot ambassade, van land tot land, hoe men deze identificatie wenst te doen. Soms is de ambassade niet bevoegd en wordt het dossier doorgestuurd naar de centrale overheid in het land. In zo’n geval is het uiteraard belangrijk dat kopieën van documenten kunnen worden voorgelegd.

 

Vaak vraagt de ambassade om een interview met de betrokkene. Tijdens zo’n interview wordt de betrokkene gehoord door een medewerker van de ambassade, in aanwezigheid van iemand van de DVZ. De ambassademedewerker peilt naar de identiteit, de nationaliteit van de betrokken. Soms wordt deze door de betrokkene bevestigd. Soms niet. Het is dan aan de ambassademedewerker om aan de hand van taal, dialect enzovoort vast te stellen of de betrokkene een onderdaan van zijn land is of om eventueel aan te geven van welk ander land de betrokkene zou kunnen zijn.

 

Vooral betrokkenen uit West-Afrikaanse landen geven zich vaak uit als onderdanen van hun buurland. De betreffende consulaire medewerkers kunnen de DVZ dan op het juiste pad zetten.

 

Voor sommige landen volstaat het de nationaliteit van de betrokkene te kunnen vaststellen. Anderen willen de specifieke identiteit van de betrokkene kennen alvorens een laissez-passer af te leveren.

 

La Belgique essaie de conclure des MoU (Memorandum of Understanding) avec autant de pays que possible pour convenir de la procédure et du déroulement de l'identification, en particulier afin de déterminer les délais de réponse. Ces MoU ne sont pas vraiment contraignants. Sur le plan européen, il existe de célèbres accords de réadmission dans lesquels un volet identification est toujours repris.

 

Met betrekking tot de organisatie en de kosten van de Soedanese identificatiemissie kan ik meedelen dat de kosten door de Belgische Staat en het Europees Asiel-, Migratie- en Integratiefonds werden gedragen. AMIF betaalt een deel van de Soedanese identificatiemissie in Europa. Identificatiemissies komen vaak vanuit minder vermogende landen. Zonder zelf de kosten voor ons te nemen, gebeuren dergelijke missies simpelweg niet.

 

Zoals reeds aangehaald door de eerste minister en minister Jambon werd voorafgaand aan het bezoek een rondvraag gedaan naar de verwijdering naar Soedan door andere Europese landen en zijn er contacten geweest met Groot-Brittannië en Frankrijk over hun ervaringen met de identificatie en terugkeer van Soedanezen.

 

De 2014 à 2016, la France – sous la présidence du socialiste François Hollande – a rapatrié 205 Soudanais. Chacun de ces rapatriements a été organisé avec la collaboration des autorités soudanaises, impliquant aussi l'identification en France des personnes concernées par des fonctionnaires soudanais. Ainsi que l'a confirmé le ministre de l'Intérieur, une telle mission s'est encore déroulée voici quelques mois.

 

Heel veel landen hebben een akkoord met Soedan en heel veel landen met zowel linkse, rechtse als groene regeringen in Europa doen repatriëringen naar Soedan. Daartoe wordt er samengewerkt met de ambassade, want repatriëringen naar Soedan worden niet gedaan zonder samenwerking met het ambassadepersoneel, dat toelating krijgt tot de gesloten centra en interviews afneemt van de betrokken illegale personen, personen die vermeend Soedanees zijn. Bijna iedereen doet dat. De Europese Unie heeft een comeback deal met Soedan gesloten en de Europese Unie betaalt de identificatiemissie via AMIF. Waar gaat het hier eigenlijk over?

 

Nu kom ik tot de resultaten van de politionele acties en de identificatie door de delegatie uit Soedan.

 

Tijdens 30 acties van de politie werden er door de Dienst Vreemdelingenzaken 99 personen vastgehouden die verklaarden van Soedan afkomstig te zijn. Voor 52 van hen is er een hit op EURODAC en wordt er dus een terugkeer naar een andere EU-lidstaat beoogd. Er werden reeds 29 personen verwijderd in het kader van de Dublin-akkoorden, dus 29 Soedanezen werden al naar een ander Europees land gestuurd in de afgelopen weken. Inzake de resterende dossiers met EURODAC werd er voor 15 personen reeds een Dublin-overnameakkoord verkregen, waarvan voor 13 de verwijdering in het kader van de Dublin-akkoorden gepland staat voor de komende dagen.

 

Er werden daarnaast 61 personen geïnterviewd door het Soedanees identificatieteam. Er werden tot op 2 oktober 43 reisdocumenten afgeleverd.

 

Er werd één persoon gerepatrieerd naar zijn land van herkomst, Soedan. Dat gebeurde zonder politie-escorte. Die persoon gaf aan vrijwillig terug te willen keren. Dat is, als ik het juist heb, zaterdag gebeurd en dat is goed verlopen, zonder incidenten.

 

Voor de personen die niet geïdentificeerd werden door het Soedanees identificatieteam, wordt het onderzoek voortgezet. Op basis van bijkomende interviews en info verkregen tijdens het interview met de identificatiemissie, zullen de ambassades van andere voor de hand liggende landen worden aangeschreven. Als blijkt dat er binnen redelijke termijn geen identificatie uit de bus komt, zullen de betrokkenen vrijgesteld worden, zoals dat overigens altijd gebeurt.

 

Van de Soedanezen voor wie een reisdocument werd afgeleverd, hebben er twee een beroep hangende bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen tegen het bevel om het grondgebied te verlaten en één persoon heeft een verzoek tot vrijstelling ingediend bij de raadkamer in Brussel.

 

Het is mij niet duidelijk waarom de vraag gesteld wordt naar de verhouding tot de conclusies van de commissie-Vermeersch. Elke verwijdering, of het nu om Soedanezen dan wel om anderen gaat, gebeurt met respect van de geldende wetgeving en richtlijnen van internationaal en nationaal belang.

 

En 2015 et 2016, aucun rapatriement vers le Soudan n'a été organisé. Cette année, une seule personne a été rapatriée vers ce pays.

 

Op de vraag over een mogelijke verwijdering naar Zuid-Soedan kan ik antwoorden dat die niet aan de orde is. Er wordt op dit moment niet verwijderd naar Zuid-Soedan.

 

Wat zijn nu de algemene resultaten van de politionele acties in en rond het Maximiliaanpark?

 

Er werden in totaal 653 personen in illegaal verblijf administratief aangehouden. De belangrijkste aangetroffen nationaliteiten zijn de Soedanese, de Eritrese en de Syrische. Ruim een derde deelde mee de Soedanese nationaliteit te hebben. Onder de 653 aangehoudenen bij de acties waren er 215 Soedanezen, 172 Eritreeërs en 59 Syriërs. Het zwaartepunt van de acties lag in september. Tijdens de verhoogde acties werden in totaal 275 personen zonder verblijfsrecht geïntercepteerd. Ongeveer de helft werd opgesloten in een gesloten centrum met het oog op terugkeer.

 

Wij blijven inzetten op een integrale en multidisciplinaire aanpak. Enerzijds, werpen de doorgedreven controles hun vruchten af. Het aantal aangetroffen transitmigranten in en rond het Maximiliaanpark en in de omgeving van het station Brussel-Noord is immers gedaald gedurende de acties. Wij blijven de situatie echter dagelijks opvolgen en monitoren en wij zullen, indien nodig, extra maatregelen nemen, die aangepast zijn aan de nieuwe situatie. Anderzijds, wordt de informatiecampagne van UNHCR, Fedasil en de DVZ – vanaf volgende week gaat UNHCR mee het veld op – voortgezet met verhoogde aandacht voor de meest kwetsbaren, waaronder de niet-begeleide minderjarigen.

 

De migranten worden wel degelijk geïnformeerd over de asielprocedure en de daaraan gekoppelde opvang bed-bad-brood; ook de mogelijkheid van vrijwillig vertrek en de mogelijke consequentie van illegaal verblijf, namelijk gedwongen terugkeer, worden aangekaart. Wekelijks gaan er teams op pad om de migranten te informeren. Vanaf volgende week zal er zelfs gebruikgemaakt worden van een nieuwe flyer, die uitgaat van de drie diensten samen, dus zowel van de DVZ, Fedasil als UNHCR. Die flyer gaat onder andere over de asielprocedure in België, over de Dublin-akkoorden, over terugkeer; daarin wordt het verhaal gebracht, zoals dat moet. Er wordt dus wel degelijk in eerstelijnsopvang en –hulp voorzien voor mensen die zich hier aanmelden voor asiel.

 

Personen die zich weigeren te registreren en enkel illegaal aanwezig zijn in Brussel als tussenstop om te allen prijze Groot-Brittannië te bereiken, zullen wij daarin echter niet faciliteren door het creëren van een migratiehub, waarvan de heer Vervoort blijkbaar nogal een voorstander is. Ik denk dat de heer Close er een andere mening op nahoudt, aangezien hij met zijn politiediensten zeer goed meewerkt. Vanuit een bepaalde hoek wordt er gezegd dat de politieacties een schande zijn. Welnu, die politie wordt aangestuurd door de burgemeester van Brussel. In mijn ogen is dat nog altijd iemand die geen lid is van mijn partij, maar wel van de Parti Socialiste.

 

Wat de niet-begeleide minderjarigen betreft, wordt sinds vorige week bovendien een wekelijkse actie opgezet waarbij de dienst Voogdij, verantwoordelijk voor de niet-begeleide minderjarigen, die valt onder de FOD Justitie, samen met verschillende ngo’s en in samenwerking met de Dienst Vreemdelingenzaken en Fedasil, de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen in de omgeving van het Maximiliaanpark tracht te bereiken, te informeren, door te sturen ter identificatie en te begeleiden naar een specifiek voor hen aangepaste opvang.

 

Ten slotte, wil ik nog ingaan op de bezorgdheden met betrekking tot het al dan niet toepassen van artikel 3 van het EVRM: non-refoulement.

 

Uiteraard wordt de toepassing van artikel 3 met de grootst mogelijke omzichtigheid benaderd. Alvorens men kan onderzoeken of men artikel 3 schendt bij de verwijdering, moet eerst en vooral iemands identiteit en nationaliteit vaststaan. Het begin van bewijs dat een verwijdering naar een derde land een mogelijke schending van artikel 3 inhoudt, ligt wel bij de betrokkene. Hij of zij dient dus zijn of haar medewerking te verlenen bij het onderzoek van DVZ naar de mogelijke schending. De vreemdeling wordt daarvoor gehoord. Indien hij verklaart niet terug te kunnen, zullen de elementen die hij aanbrengt, onderzocht worden en zal worden nagegaan of artikel 3 niet geschonden wordt in geval van terugkeer. Tot nu toe vragen de personen die bescherming nodig hebben, asiel aan. Dat is de normale procedure, maar dat gebeurt in dezen blijkbaar niet. Wat medische problemen betreft, wordt een beoordeling uitgewerkt door de medische dienst.

 

L'Office des Étrangers et Fedasil ont mené plusieurs campagnes d'information auprès des migrants installés à la gare du Nord et au parc Maximilien. Les fonctionnaires ont distribué des folders en vue de les informer au sujet de la question de la transmigration, des difficultés subies au cours du voyage, du séjour illégal au Royaume-Uni, des risques d'exploitation, etc. Ils ont également été informés des possibilités de retour volontaire et de l'aide éventuelle accordée à cette fin. Des prospectus ont aussi été distribués à ce sujet. Les fonctionnaires ont, par ailleurs, indiqué aux migrants qu'il leur était toujours possible d'introduire une demande d'asile en Belgique.

 

Dat wordt dus wel degelijk meegegeven, mijnheer De Vriendt. U hebt bijzonder weinig vertrouwen in de Dienst Vreemdelingenzaken. Vanuit uw hoek komt ter zake altijd hetzelfde verhaal. Ik kan u evenwel geruststellen want UNHCR zal vanaf volgende week mee op het terrein gaan. Wij hebben samen met hen een folder uitgewerkt over de asielprocedure, die wij samen met hen zullen uitdelen. Er werd eerder al een UNHCR-folder uitgedeeld over de Dublinprocedure, maar er zal over de asielprocedure ook een geïntegreerde folder worden uitgedeeld.

 

Ik ben benieuwd naar de resultaten en het aantal asielaanvragen dat wij dan ongetwijfeld massaal zullen ontvangen; daar twijfel ik niet aan. Ik heb het debat gevoerd met uw partijgenoot, de heer Calvo. Ik vond het vreemd dat u er zelf niet bij was. De heer Calvo moest blijkbaar met de honneurs gaan lopen. Ik heb vooral zijn oplossingen gehoord en dat kwam neer op meer asielaanvragen. Laten we daar nu net al een paar maanden mee bezig zijn. Vanaf volgende week gaat UNHCR mee en dan zullen de asielaanvragen massaal toestromen. Ik twijfel daar niet aan.

 

Ook in het gesloten centrum kan nog steeds asiel worden aangevraagd. Na aankomst in het centrum worden alle personen geïnformeerd over de mogelijkheden om asiel aan te vragen tijdens hun gesprek met de terugkeerfunctionaris. Zij worden eveneens op de hoogte gebracht van de verschillende beroepsmogelijkheden. De betrokkenen krijgen deze informatie ook ter beschikking in diverse talen, via informatiebrochures en audiocassettes.

 

De personen die verklaren uit Soedan afkomstig te zijn, verklaren expliciet geen asiel te zullen aanvragen omdat zij nog steeds naar het UK willen kunnen reizen. Zeker als zij door de Dublinprocedure het risico lopen te worden teruggestuurd naar Italië zullen zij geen asiel aanvragen want zij willen naar het noorden en niet naar het zuiden. Zelfs zij die dit risico van te worden teruggestuurd niet lopen, omdat bij hen nog nooit hun vingerafdrukken werden afgenomen bij hun binnenkomst op het Europese continent, vragen geen asiel aan. Op zich is dit wel wat vreemd want zij zullen niet worden teruggestuurd naar Italië of Hongarije en zouden gewoon in België kunnen blijven. Van deze grote groep van in totaal zowat 60 personen, die zich in de gesloten centra bevindt, heeft ondertussen 1 persoon asiel aangevraagd.

 

Er wordt hier gedaan alsof die mensen uit Soedan allemaal asiel zullen krijgen, alsof dat mensen zijn waarbij de erkenningsgraad als vluchteling of subsidiair beschermde persoon 80, 90 of 100 % is. De erkenningsgraad is in 2017 gemiddeld 55 %, wat betekent dat 45 % van hen sowieso moet terugkeren.

 

Men zegt altijd dat men geen tweede Calais wil, maar als men dan praat over de repercussies en wat men dan moet doen om dat te vermijden, dan komt opeens het vingertje met allerlei beperkingen.

 

Hoe moet de situatie dan worden opgelost? Stel dat wij geen tweede Calais zouden hebben, maar er zijn wel nog altijd Soedanese asielaanvragen, waarvan iets minder dan de helft wordt afgewezen, hoe kunnen die mensen dan in godsnaam terugkeren naar Soedan als ik niet met de ambassadeur mag praten? Die ambassadeur is hier aangesteld door de Belgische regering. Hij heeft zijn adelbrieven voorgelegd aan Buitenlandse Zaken en is bij de Koning geweest. Een ambassadeur is er toch om een gesprek mee te voeren, of is hij er om er niet mee te praten? Ik vind dat een vreemde redenering. Ambassadeurs in ons land worden net aangesteld om er gesprekken mee te voeren. Men wil dus wel dat ik aan de terugkeer werk, maar ik mag niet met de ambassadeur praten. Hoe moet dat in godsnaam gebeuren, gelet op het feit dat de betrokkenen geen papieren meer hebben? Sommigen zeggen dat die ambassadeur een wat louche figuur is. Ik wil dat zelfs geloven, maar hij is wel aangesteld, dus ik moet met hem zaken doen.

 

De identificatiemissie gaat er echter over, volgens sommigen. Dat mag niet. Er gebeuren echter al vele jaren identificatiemissies. Het concept van de identificatiemissie werd onder de paars-groene regering uitgewerkt en voor de eerste keer in praktijk gebracht met Rusland. Ik weet niet hoe het zit met de mensenrechten in Rusland, maar de enige reden waarom president Poetin nog niet voor het Internationaal Strafhof in Den Haag is gedaagd, is dat Rusland niet participeert in het Internationaal Strafhof, anders zou hij misschien ook al lang een aanhoudingsmandaat hebben gekregen. Maar goed, dat was toen onder paars-groen en dan was er geen probleem met de mensenrechten. Die delegaties zijn welkom, van harte. Sindsdien zijn er nog heel veel delegaties geweest onder andere regeringen. Dat was allemaal geen probleem.

 

We kunnen het ook eens hebben over de mensenrechten in China, en kijken wat de vrijheid van meningsuiting geeft in China voor journalisten, politieke opposanten, mensen uit Tibet en andere minderheden. Als wij echter een identificatiemissie doen met inderdaad een heel moeilijk regime zoals dat van Soedan – dat geef ik toe – dan staat de wereld op zijn kop, dan zijn wij mensenrechten­schenders, dan zijn wij collaborateurs, dan ben ik een nazi en een racist. Daar komt het eigenlijk op neer, dan ben ik een nazi met een geweer in de hand volgens de mensen van Ecolo-Groen, Ecolo jeunes. Ik heb gisteren die klacht ingediend, we zullen zien wat daar van komt.

 

Ik kan u zeggen dat ik in dezen mijn verantwoordelijkheid heb genomen. Ik zal mijn verantwoordelijkheid nemen, samen met de heer Jambon, met de burgemeester van Brussel, de heer Close van de PS en zijn politiediensten. Wij zullen onze verantwoordelijkheid niet ontlopen. Wij zullen elke dag opnieuw onze verantwoordelijkheid nemen om ervoor te zorgen dat er in het Maximiliaanpark effectief geen Calais ontstaat en om ervoor te zorgen dat er terug wat meer veiligheid is op onze snelwegparkings. Het ene wordt immers helemaal apart van het andere gezien.

 

Er is een zeer groot veiligheidsprobleem in Groot-Bijgaarden, in Haasrode in Vlaams-Brabant, maar ook in Drongen bijvoorbeeld. Een aantal parkings is gedurende een periode gesloten geweest omwille van het schrikbewind van transitmigranten in hun poging tot inklimming in vrachtwagens, trucks en internationaal transport, uiteraard vooral richting Groot-Brittannië. Dat zijn dezelfde mensen, dat zijn mensen die overdag in het Maximiliaanpark en het Noordstation slapen en 's nachts proberen in groepjes, met mensen­smokkelaars, in te klimmen om het UK te bereiken. Dat is een zeer groot veiligheids­probleem en ik vind dat dit ook wel eens genoemd mag worden. Dat is precies een heel andere wereld. Neen, dat gaat over hetzelfde probleem. Het gaat ook over het veiligheidsaspect voor onze truckchauffeurs. Ik vind dat dit ook mag gezegd worden. Ik hoor dat nooit vanuit een bepaalde hoek die opkomt voor de kleine man. Dat is eigenlijk bijzonder ironisch want veel van die truckchauffeurs zijn natuurlijk zelf ook migranten, hardwerkende Oost-Europese migranten heel vaak. Die hebben natuurlijk enorme angst. Er zijn al zware incidenten geweest op die snelwegparkings.

 

Nogmaals, minister Jambon, in overleg met minister Weyts, heeft beslist om een aantal parkings gewoon te sluiten. Dat is niet voor niets. Dat zijn heel zware maatregelen met grote repercussies. Ik zie dit als één verhaal. Minister Jambon en ikzelf zijn er bijzonder van overtuigd dat we er alles aan moeten doen om deze weg te blijven bewandelen.

 

De identificatiemissie van Soedan was niet evident maar het is the right thing to do. Dit moesten we doen omdat het overgrote deel of een zeer groot deel van die mensen nu eenmaal uit Soedan komt. Ze zijn binnengekomen via Libië en Italië. Ik doe hiermee wat zo goed als alle Europese landen die met dit probleem te kampen hebben ook doen, of het nu linkse of rechtse regeringen zijn. Het is soms zelfs een groene regering. Kijk naar wat Zweden doet met Soedan.

 

Hartelijk dank.

 

12.06  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, u laat drie maanden lang 700 vluchtelingen zitten in het Maximiliaanpark, zonder opvang, zonder voedsel, zonder goede informatie over de asielprocedure. Waarin verschilt dat nog van een mini-Calais? U zegt altijd dat u geen Calais wilt. Er was gedurende drie maanden een mini-Calais in Brussel. Er was een mini-Calais in de zomer van 2015, toen België zes weken lang geen opvang wilde geven aan mensen die asiel wilden aanvragen. Uw beleid zorgt ervoor dat er in Brussel drie maanden lang een mini-Calais was. Wij hadden dat anders kunnen doen, maar daar kom ik straks op terug.

 

U hebt een aantal nieuwe dingen gezegd, mijnheer de staatssecretaris. Zij zijn hallucinant. U zegt nu, op 4 oktober, drie maanden nadat de vluchtelingen zich in het Maximiliaanpark hebben gegroepeerd, dat er eindelijk een folder zal worden verspreid met correcte informatie over de asielprocedure. Waarom hebt u die mensen niet drie maanden geleden ingelicht over de asielprocedure? Dan hadden zij misschien asiel aangevraagd en waren zij misschien in een opvangnetwerk terechtgekomen. Als hun asiel geweigerd werd, waren zij nu misschien al teruggekeerd. U hebt het probleem laten aanslepen.

 

Er zitten kinderen zonder ouders in het Maximiliaanpark. Ik heb ze zelf gezien, ik ben er naartoe geweest. Ik citeer u: “Vanaf nu zal er verhoogde aandacht zijn voor kinderen zonder ouders.” Wat hebt u drie maanden lang…

 

12.07 Staatssecretaris Theo Francken: (…)

 

12.08  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): U hebt daarnet gezegd dat er nieuwe elementen zijn: de verhoogde aandacht voor kinderen zonder ouders, de verspreiding in het Maximiliaanpark van een pamflet met informatie over de asielprocedure. Nu de migranten uit het Maximiliaanpark weg zijn, gaat u eindelijk doen wat u moet doen. Dat is hallucinant. Nu het probleem daar weggedoken is, want nu zitten zij verspreid over Brussel – het probleem is helemaal niet opgelost –, nu gaat u eindelijk doen wat u moet doen.

 

Waarom hebt u dat drie maanden geleden niet gedaan? Dan had u het probleem immers kunnen beheren. Dat nieuws is werkelijk om van omver te vallen.

 

Wat hebt u al een paar weken gedaan? U hebt een politieacties, razzia’s uitgevoerd en mensen laten oppakken die niet over voldoende informatie beschikten over hun wettelijk recht om asiel aan te vragen. Het gaat over personen met nationaliteit van Soedan, Eritrea en Syrië, drie nationaliteiten met bijzonder hoge erkenningspercentages. In het geval van Syrië zitten we zelfs aan een erkenningspercentage van bijna 100 %. Er zitten dus Syriërs in Brussel die haast zeker recht hebben op asiel, maar toch pakt u hen op, terwijl die mensen niet de broodnodige informatie hebben verkregen. Dat is toch de wereld op zijn kop, mijnheer de staatssecretaris? Zo gaan wij toch niet om met oorlogsvluchtelingen uit Syrië, mag ik hopen?

 

Nu kom ik tot Soedan.

 

Dat er identificatiemissies plaatsvinden met buitenlandse ambassades, is op zich geen probleem. Dat gebeurt als het bijvoorbeeld gaat over de Balkan. Het inviteren van ambassade­personeel om aan de identificaties mee te werken, gebeurt niet voor de eerste keer. De overheden in de Balkan kunnen echter niet vergeleken worden met de Soedanese dictatuur. Soedan staat in het rijtje van Noord-Korea en Syrië als het gaat over schendingen van de mensenrechten. Zo is ook het Rusland van 2001 niet het Rusland van vandaag. Rusland is onder Poetin absoluut veranderd. Als u nu een missie vanuit Rusland naar België zou laten overkomen, dan zou ik ook daar de nodige vragen over stellen, gelet op het feit dat puur democratische opposanten van Poetin in Rusland ook met repressie te kampen hebben.

 

Als ik u goed begrijp, dan verloopt de procedure blijkbaar als volgt. Een ambassademedewerker van Soedan kan naar Brussel komen en kan iemand brandmerken als Soedanees, ongeacht of dat klopt. Met die informatie gaat de Dienst Vreemdelingenzaken en de Belgische overheid aan de slag. De kwaadwillige informatie kan verder gebruikt worden om iemand op het vliegtuig richting Soedan te zetten. In de Franse pers heb ik een artikel gelezen over een Soedanees, Mohammed, 30 jaar, die op 17 maart 2017 eveneens in het kader van zo’n identificatiemissie in Frankrijk teruggestuurd werd naar Soedan. Die man is daar opgepakt door de Soedanese overheid en in de gevangenis gezet. Dat risico loopt u ook door uw samenwerking met de Soedanese dictatuur. Dat risico wensen wij niet te lopen.

 

Wij hebben een alternatief. Geef die mensen correcte informatie over onze asielprocedure, niet via een politierazzia, maar misschien toch beter op een andere manier, met flyers die niet louter over terugkeer spreken en evenmin met flyers die eentalig in het Engels zijn opgesteld – ik zal u dadelijk een voorbeeld tonen.

 

De identificatie hoort voorzichtig en nauwkeurig te gebeuren. Dit zal traag gaan, maar Soedan is een land waarnaar wij mensen niet willen terugsturen als zij de kans lopen op vervolging. Dat is toch simpel? Dit zou de rode draad moeten zijn in uw beleid.

 

Wij gaan ons asielbeleid, zeker als het gaat over Soedanezen, toch niet laten sturen door agenten van een dictatoriaal regime? Wij gaan dit toch zelf  beheren, met de nodige voorzichtigheid? Wij zijn toch niet bereid om die risico’s te nemen?

 

Te uwer informatie, ik heb de pamfletten bij die blijkbaar gedurende drie maanden werden uitgedeeld in het Maximiliaanpark, zonder een woord over de asielprocedure, alleen maar over terugkeer. Nu, drie maanden later, gaat u dat veranderen en gaat u eindelijk met een goed pamflet op de proppen komen terwijl de situatie al volledig is veranderd.

 

Proficiat, u heeft gezorgd voor chaos in het Maximiliaanpark. Uw beleid heeft gezorgd voor een mini-Calais in het Maximiliaanpark. Als u uw beleid niet aanpast, zitten wij binnen x-aantal maanden misschien opnieuw met een mini-Calais in Brussel. Ik wil dat vermijden – opvang geven, basisnoden, asielprocedure uitleggen en dan mensen al dan niet asiel geven. Dat is mijn aanpak. Die aanpak is menselijk en realistisch, en verschilt duidelijk van de uwe.

 

12.09  Monica De Coninck (sp.a): Ik stoor mij een beetje aan de karikaturen die hier aan verschillende kanten worden gebruikt om het grote gelijk te halen.

 

Voor alle duidelijkheid, wij zijn niet tegen identificatie. Wij zijn ook niet tegen het feit dat er uit het buitenland soms teams komen om te helpen bij die identificatie en de eventuele terugkeer.

 

Mijnheer de staatssecretaris, Soedan is wel een speciaal land. Als men te maken heeft met een president die wordt veroordeeld voor het niet-respecteren van de mensenrechten, mag men ook aannemen dat mensen die op de vlucht slaan, daarvoor zeer goede redenen hebben. Als zij hier dan toekomen en zij worden geconfronteerd met ambtenaren uit hun thuisland om te controleren of zij wel degelijk uit Soedan komen, dan lijkt mij dit er toch wel wat over. Dat is de reden dat wij de procedures maximaal moeten respecteren.

 

Ik heb ook geen antwoord gekregen op de vraag of er al of niet een tolk aanwezig is als men met de DVZ en de betrokkene naar de ambassade gaat en daar, aan de hand van taal, dialect en andere elementen, controleert of die mensen uit Soedan afkomstig zijn.

 

De zaken die u aankondigt, komen waarschijnlijk te laat, maar zijn op zich goede initiatieven. Ik vrees er echter voor dat uw beleid erop gericht is om mensen en smokkelaars af te schrikken om nog mensen in het Maximilaanpark in Brussel achter te laten. De vraag is dan waar die mensen dan wel naartoe gaan.

 

Men moet erover waken dat het probleem door een dergelijke afhandeling en communicatie in de media niet ondergronds gaat, niet meer te beheersen wordt waardoor men geen resultaten kan boeken.

 

U hebt het over een veiligheidsprobleem op parkings en autosnelwegen. Door het sluiten van parkings is dit niet opgelost. Ik denk dat hiervoor andere oplossingen moeten worden gezocht.

 

Voorzitter: Wouter De Vriendt.

Président: Wouter De Vriendt.

 

12.10  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur Francken, vous répétez sans cesse que vous ne voulez pas d'un nouveau Calais à Bruxelles. Mais nous non plus! La jungle de Calais est un bidonville créé dans un cadre où les autorités locales, les ONG, les bénévoles et les migrants ont été livrés à eux-mêmes dans la gestion d'un véritable problème sans le soutien massif nécessaire du pouvoir central.

 

Nous non plus nous ne voulons pas d'une telle situation humanitaire. Pourtant, c'est bien votre politique du déni et du tout répressif qui créée les conditions d'un Calais à Bruxelles et ce sont les autorités de la ville, les ONG et les citoyens bruxellois – mais pas seulement parce que la solidarité s'étend – qui doivent mobiliser tout ce qui est en leur pouvoir pour compenser votre inaction et celle du gouvernement.

 

Il est ici question d'êtres humains, et non de statistiques et encore moins de communications chocs! Vous ne voulez pas de Calais bis mais dites la vérité alors! Affirmez que vous laissez la situation se détériorer pour, par la suite, dire "regardez ces étrangers, regardez ce bidonville à ciel ouvert dans la capitale de l'Europe". Peut-être qu'ainsi, cela vous permettra-t-il de dire que vous voulez nettoyer.

 

Laisser faire pour laisser dégénérer une situation puis débarquer et faire une démonstration de force, cela, monsieur Francken, c'est votre tactique.

 

Mais lorsque le premier ministre remercie les forces de police qui descendent au petit matin faire des opérations de contrôle, il oublie de remercier toutes celles et ceux qui s'attellent à résoudre cette crise humanitaire que vous provoquez en partie. Je nomme les bénévoles, les ONG, les simples citoyens et les riverains ainsi que les agents des services publics communaux.

 

Vous devez, dans un dossier comme celui-ci, collaborer avec la ville et la Région de Bruxelles-Capitale. Je ne peux accepter que vous sous-entendiez que le bourgmestre de Bruxelles, M. Philippe Close, soutient votre politique. Bien au contraire, je me permets de vous poser à nouveau ces questions puisque vous n'y avez pas répondu. Qui a mis à disposition des locaux pour Médecins du Monde? Qui met à disposition des sanitaires? Qui met à disposition quotidiennement des agents du CPAS, de la propreté publique, des gardiens de la paix, et même des agents pour orienter les personnes vers les services de Fedasil? Qui? Ce n'est pas vous, c'est bien la Ville de Bruxelles.

 

Présidente: Monica De Coninck.

Voorzitter: Monica De Coninck.

 

Vous n'apportez pas non plus d'élément de réponse à ma question sur les réseaux. Je ne pense pas qu'on démantèle des réseaux, simplement en fermant des parkings. C'est bien là aussi le cœur du mal.

 

Monsieur Francken, il est plus que temps que vous preniez les mesures d'accompagnement et de soutien aux autorités locales qui s'imposent et que vous preniez surtout vos responsabilités car nous non plus, nous ne voulons pas d'un Calais à Bruxelles, même si, comme l'a dit mon collègue, il est peut-être déjà trop tard.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 20443 van mevrouw Pas wordt uitgesteld. Vraag nr. 20453 van de heer Van Hees wordt omgezet in een schriftelijke vraag. Vraag nr. 20616 van de heer Vermeulen wordt uitgesteld. Vraag nr. 20644 van mevrouw Smeyers wordt omgezet in een schriftelijke vraag. Vraag nr. 20517 van mevrouw Pas wordt uitgesteld, net zoals vraag nr. 20809 van de heer Dallemagne.

 

13 Vraag van mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de mogelijke koppeling van legale arbeidsmigratie aan terugname van illegale migranten" (nr. 20937)

13 Question de Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la possibilité de lier la migration de travail légale à la réadmission de migrants en situation irrégulière" (n° 20937)

 

13.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, de Europese Commissie wil in 2018 pilootprojecten rond arbeidsmigratie financieren. Samen met het bedrijfsleven wordt in kaart gebracht aan welke werknemers in Europa een tekort is. Die werknemers worden dan legaal gerekruteerd in landen die meewerken aan gedwongen terugkeer van illegale migranten. De Europese Commissie wil zo een effectiever terugkeerbeleid realiseren. De Commissie stelt voor dat de Europese Grens- en Kustwacht bevoegdheden krijgt en met een nieuwe terugkeerafdeling een proactieve benadering kiest. Landen van herkomst moeten tot medewerking worden bewogen door hen te belonen met legale arbeidsmigratie via de tweede pijler.

 

Wat vindt u van die ideeën van de Europese Commissie? Wat is het standpunt van de Belgische regering?

 

Hoe zal België bijdragen tot de verwezenlijking ervan?

 

Strekt de aanpak waarbij terugnames gekoppeld worden aan legale migratie, ook tot navolging voor de Belgische bilaterale terugnameakkoorden?

 

13.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mevrouw De Coninck, zodra er concrete voorstellen zijn, zullen die door de regering worden beoordeeld. Arbeidsmigratie is wel geen federale bevoegdheid, maar een verantwoordelijkheid van de deelstaten.

 

Ik heb steeds de analyse gemaakt dat in ons land de verhouding tussen actieve en passieve migratie uit balans is. Het gebruiken van legale arbeidsmigratie in het kader van gesprekken met derde landen is voor mij geen taboe. Ik ben van mening dat alle hefbomen, zowel positieve als negatieve, op tafel moeten komen. Economische migratie beantwoordt ontegensprekelijk aan een economische logica. Eventuele voorstellen rond versterkte arbeidsmigratie moeten dus in verhouding staan tot de bestaande noden in onze economie en arbeidsmarkt en passen binnen een kader waarbij de eventuele migratierisico's afdoende zijn afgedekt.

 

13.03  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, ik zou toch rekening houden met de economische noden van het land van herkomst. Men moet ook oppassen dat men niet in een braindrain verzeilt door een dergelijke dynamiek.

 

Ik wacht af.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

14 Vraag van mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "search-and-rescuemissies voor de kust van Libië" (nr. 20938)

14 Question de Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les missions de recherche et de sauvetage au large de la Libye" (n° 20938)

 

14.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, de Libische kustwacht uitte dreigende taal tegenover ngo’s en trad ook op in de Middellandse Zee. De ngo’s zouden niet langer optreden in search-and-rescuemissies. De Libische overheid beweerde daarbij ook een search-and-rescuezone te zullen installeren. Aan de ngo’s werd duidelijk gemaakt dat zij niet welkom waren in deze zone, die zich zou uitstrekken tot 74 zeemijl van de kust. Nochtans gaat het om internationale wateren, waar het principe van de vrije vaart geldt.

 

Ten eerste, de Duitse regering liet alvast weten dat de oprichting van een Libische SAR-zone op geen enkele manier de reddingsoperaties van ngo’s mag beperken, te meer daar dit een schending zou betekenen van het internationaal recht. Bent u het hiermee eens? Wat zult u doen om de naleving van deze internationale verplichtingen te verzekeren?

 

Ten tweede, bepaalde ngo’s wensten ook niet langer SAR-operaties uit te voeren, aangezien zij vreesden dat het Libische commando hen uiteindelijk naar Tripoli zou instrueren. Bent u van oordeel dat Libië op dit ogenblik een zogenaamde place of safety is voor migranten, in de zin van de zogenaamde IMO-guidelines on the treatment of persons rescued at sea, wanneer ngo-schepen er zouden ontschepen?

 

Ten derde, wat zult u ondernemen opdat ngo’s minstens in de internationale wateren mensen kunnen redden zonder bedreigingen en zonder het risico in Libië te moeten ontschepen?

 

14.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mevrouw de vooriztter, Italië heeft de voorbije zomer een deontologische gedragscode opgesteld voor ngo’s die reddingsoperaties uitvoerden in de Middellandse Zee. Deze code kreeg ruime steun van de EU-lidstaten, waaronder België. De code werd opgesteld met respect voor de internationale rechten en de mensenrechten maar kadert in de strijd tegen de mensensmokkel en mensenhandel.

 

België heeft er steeds voor geijverd dat de Europese aanpak niet louter mag bestaan uit reddingsoperaties daar deze geen duurzame oplossing vormen. Integendeel, een dergelijke aanpak werkt de criminele activiteit van mensensmokkelaars in de hand, met een verdere negatieve impact op de veiligheidssituatie in de landen van vertrek en op de sterftecijfers op zee tot gevolg.

 

Binnen de EU worden tal van inspanningen geleverd voor het stabiliseren van de situatie in Libië. Zo zijn UNHCR en EUBAM actief op het terrein voor het voorzien in adequate opvang en asielcapaciteiten, alsook in het faciliteren van vrijwillige duurzame terugkeer naar en re-integratie in het land van herkomst. Voorts wordt er gewerkt aan het verbeteren van de leefomstandigheden en de veiligheidssituatie in de landen van herkomst en in de transitlanden in de regio, alsook aan een verbetering van het grensbeheer in landen die verder op de migratieroute liggen. Italië werkt momenteel met 14 Libische burgemeesters samen aan een project dat voorziet in economische alternatieven voor mensensmokkel.

 

Binnen dergelijke initiatieven is het voor België en de EU essentieel dat het respect voor de elementaire rechten en de internationale verplichtingen van de EU gegarandeerd zijn. Een dergelijke alomvattende aanpak heeft reeds vruchten afgeworpen. De illegale migratie en het sterfteaantal op de Middellandse Zee zijn de voorbije twee maanden sterk gedaald. Het komt er nu op aan deze aanpak te bestendigen en verder uit te diepen.

 

Ngo’s kunnen wel degelijk in internationale wateren opereren als zij de gedragscode respecteren. Het is vervolgens aan de bevoegde autoriteiten om te beslissen in welke haven de aangetroffen personen kunnen worden afgezet. Ik kan enkel vaststellen dat mijn eerdere bedenking over het feit dat ngo-schepen migranten bijna aan de Libische kust gingen oppikken, en daarmee op een zeer slappe koord balanceerden wat de directe samenwerking met smokkelaars, achteraf algemeen gedeeld werd door mijn Europese collega’s.

 

Ik kan vervolgens enkel constateren dat de Italiaanse gedragscode voor ngo’s en een versterkte ondersteuning van de Libische kustwacht hebben geresulteerd in een versterkte afname van het aantal verdrinkingen op zee, iets wat wij volgens mij enkel kunnen toejuichen.

 

14.03  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, zoals ik er daarjuist al op gewezen heb, stel ik voor dat u de cijfers van de jongste maand opvraagt. Die wijzen erop dat de situatie opnieuw aan het verslechteren is. Bovendien staat de winter voor de deur. Er is dus werk aan de winkel.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

15 Vraag van mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de spreidingsplannen voor asielzoekers en vluchtelingen" (nr. 20939)

15 Question de Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les plans de répartition des demandeurs d'asile et des réfugiés" (n° 20939)

 

15.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, onlangs besliste het Europees Hof van Justitie een beroep tot vernietiging van het mechanisme, ingesteld door Hongarije en Slovakije, niet in te willigen. Ook liep het huidige relocatiemechanisme af, wat in concreto betekent dat wie nu nog aankomt niet langer zal worden toegewezen.

 

Over dit spreidingsmechanisme heb ik de volgende vragen, mijnheer de staatssecretaris.

 

Regelmatig wordt gezegd dat er onvoldoende kandidaten voor relocatie zouden zijn. Nochtans zijn er zeer veel kandidaten op de Griekse eilanden. Waarom komen zij niet in aanmerking voor relocatie? Bent u voorstander van relocatie vanop de Griekse eilanden? Waarom wel of waarom niet?

 

Wat is het Belgisch standpunt over het toekomstige spreidingsmechanisme? Moet er onmiddellijk een nieuw relocatiemechanisme in werking treden? Vanuit welke landen? Volgens welke principes? Ik hoor dat men daaraan een bepaalde som geld zou verbinden.

 

Is België voorstander van het verdelen van alle asielaanvragen aan de buitengrenzen over de EU-lidstaten of alleen wanneer een bepaald quotum gehaald wordt? Of misschien nog iets anders? Welke vergoeding moet hiervoor bestaan?

 

Wat vindt u van het voorstel van Gerald Knaus om asielaanvragen op een snelle maar kwaliteitsvolle manier aan de Europese buitengrenzen te behandelen, in Italië, Griekenland enzovoort, waarna toewijzing aan de lidstaten volgt? Hier worden dus niet zozeer asielzoekers maar wel vluchtelingen aan de lidstaten toegewezen. Indien u dit voorstel kunt steunen, zal België hiervoor dan ook ijveren op Europees niveau?

 

15.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mevrouw De Coninck, in Griekenland zijn op dit ogenblik effectief geen of nauwelijks nog personen aanwezig die in aanmerking komen voor relocatie. Het gevolg is dat Griekenland nauwelijks nog personen kan voorstellen voor relocatie.

 

Er zijn nog steeds relatief veel personen aanwezig in de hotspots op de Griekse eilanden, maar velen daar aanwezig komen niet in aanmerking voor relocatie omdat hun land van herkomst niet boven de drempel van 75 % beschermingsgraad in de Europese Unie zit. Voor andere personen, bijvoorbeeld Syriërs, bestaat er eventueel wel een mogelijkheid tot relocatie, maar alleen wanneer de Griekse autoriteiten hebben besloten dat ze behoren tot de categorie kwetsbare personen en om die reden niet in aanmerking komen voor de terugkeer naar Turkije met toepassing van het concept ‘veilig derde land’.

 

Dan is er uw vraag over het standpunt inzake het toekomstig spreidings­mechanisme.

 

De onderhandelingen over het spreidings­mechanisme op Europees niveau verlopen momenteel moeizaam. Verschillende pistes zijn reeds gepasseerd. België heeft de verschillende voorstellen steeds grondig beoordeeld en heeft tot nu toe steeds de volgende principes gehanteerd: efficiënt en voorspelbaar mechanisme dat toelaat om snel te reageren in crisissituaties, verantwoordelijkheid en solidariteit zijn hierbij de sleutelwoorden. Ik heb daarop geantwoord in het Frans in antwoord op de vraag van de heer Flahaux ongeveer twee uur geleden.

 

Ik wil ook benadrukken dat de herziening van de Dublin-reglementering ruimer gaat dan alleen het al dan niet voorzien in een spreidings­mechanisme voor crisissituaties. Ook de procedures op zich moeten dringend efficiënter. Wij zien immers vandaag dat ook in de huidige vorm het Dublin-mechanisme in de praktijk vaak moeilijk toepasbaar is.

 

Dan kom ik aan het voorstel van de heer Knaus.

 

De snelle en kwaliteitsvolle beoordeling van asielaanvragen aan de buitengrenzen is ook in het huidige systeem een cruciaal element. In de praktijk blijkt het echter, zeker in situaties van grote toestroom, vaak niet evident om een zeer groot aantal asielaanvragen binnen een korte termijn te behandelen. Wij proberen nu reeds deze aanpak te ondersteunen via de detachering van nationale asielexperts, een solidariteits­mechanisme waartoe ook België steeds heeft bijgedragen, zoals u weet mevrouw De Coninck. De asielprocedure en dan vooral de beslissing over de al dan niet toekenning van een beschermingsstatus blijven vooralsnog ook een exclusief nationale bevoegdheid. Er zijn dus ook grenzen aan de mate waarin experts uit derde lidstaten in dit proces kunnen worden ingeschakeld. En Griekenland en Italië staan daar nogal op.

 

15.03  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, ik ben naar de vluchtelingen­kampen in Griekenland, meer bepaald in Athene, geweest en vorige week ben ik samen met een grote delegatie ook naar de vluchtelingenkampen aan de Syrische grens in Turkije geweest.

 

In Griekenland zitten al jaren heel veel vluchtelingen in een tentenkamp op een zanderige ondergrond op relocatie te wachten.

 

Ik heb heel duidelijk gevraagd hoe het komt dat die relocatie zo traag gaat. Daarvoor zijn er twee interne redenen.

 

Ten eerste, blijkbaar zijn in Griekenland 14 verschillende departementen en de daaraan verbonden politici bezig met asiel, waardoor heel ingewikkelde procedures en vooral vertragende manoeuvres ontstaan, waardoor de zaken heel traag vooruitgaan.

 

Ten tweede, de eisen die door het ontvangende land worden gesteld, zijn soms zo hoog dat de profielen om de relocatie te organiseren, niet meer worden gevonden. Ter zake moet dus een vorm van communicatie ontstaan, bijvoorbeeld over de vraag wat moet worden gedaan wanneer bepaalde groepen nooit aan bod komen en ook op welke manier flexibel met de criteria kan worden omgegaan.

 

Ik ben naar Turkije geweest. Voor alle duidelijkheid wijs ik erop dat slechts 10 % van alle vluchtelingen ginds in vluchtelingenkampen leeft. Die kampen zijn wel heel goed georganiseerd. Wij hebben echter ook gezien dat vluchtelingen met heel veel kinderen daar al zes of zeven jaar in een container wonen. Ook daar moeten wij bekijken op welke manier wij ervoor kunnen zorgen dat de relocatie veel sneller kan verlopen, zeker bij de kwetsbare personen.

 

Voor alle duidelijkheid wens ik op te merken dat zowel het sturende als het ontvangende land, indien wij dat zo kunnen noemen, op dat vlak zijn verantwoordelijkheid moet nemen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.45 uur.

La réunion publique de commission est levée à 12.45 heures.