Commissie voor de Financiën en de Begroting

Commission des Finances et du Budget

 

van

 

Dinsdag 17 oktober 2017

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 17 octobre 2017

 

Après-midi

 

______

 

 


De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 14.48 uur. De vergadering wordt voorgezeten door de heer Eric Van Rompuy.

Le développement des questions et interpellations commence à 14.48 heures. La réunion est présidée par M. Eric Van Rompuy.

 

De voorzitter: La question n° 17293 de M. Crusnière est transformée en question écrite.

 

De heer Calvo is op komst voor het stellen van zijn vraag.

 

M. Flahaux nous rejoindra plus tard pour poser sa question n° 20768.

 

01 Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de minister van Begroting, belast met de Nationale Loterij, over "de politieke en economische argumenten om een groter deficit toe te staan" (nr. 20805)

01 Question de M. Hendrik Bogaert à la ministre du Budget, chargée de la Loterie Nationale, sur "les arguments politiques et économiques permettant d'admettre un déficit plus important" (n° 20805)

 

01.01  Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, volgens het stabiliteits­programma 2015-2018 van de Belgische overheid, goedgekeurd door de federale Ministerraad op 24 april 2015, zou België tegen 2018 een structureel evenwicht bereiken. Er zijn belangrijke afwijkingen op dat traject.

 

Mevrouw de minister, ten eerste, welke zijn de belangrijkste politieke en economische argumenten om het traject aan te houden?

 

Ten tweede, hoeveel extra schulden in miljard euro heeft de federale regering op vandaag gemaakt in vergelijking met het door de Ministerraad van 24 april 2015 goedgekeurde traject?

 

Ten derde, hoeveel extra schulden in miljard euro zal de federale regering gemaakt hebben tegen het einde van de legislatuur in vergelijking met het door de Ministerraad van 24 april 2015 goedgekeurd traject?

 

Met de federale regering bedoel ik telkens entiteit I.

 

01.02 Minister Sophie Wilmès: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Bogaert, ik dank u voor uw vraag.

 

Er werd inderdaad een stabiliteitsprogramma ingediend in 2015 maar ook in 2016 en 2017. De Europese Commissie vraagt precies dat de regeringen van de lidstaten elk jaar een geüpdatete versie van hun stabiliteitsplan indienen om hen de mogelijkheid te bieden het te actualiseren. Uw vraag verwijst dus naar een theoretische doelstelling die geactualiseerd wordt op basis van de evolutie van de conjunctuur en rekening houdend met uitzonderlijke gebeur­tenissen.

 

Aangezien u mij de vraag stelt zal ik de theoretische berekening maken. In het stabiliteitsprogamma 2015 hadden wij voor 2018 in een schuldgraad van 102 % voorzien. Volgens het draft budgetary plan voor 2018 zou deze in 2018 102,7 % moeten bedragen. Ondanks de uitzonderlijke gebeurtenissen in ons land in 2016 en rekening houdend met de grote structurele hervormingen die sinds het opstellen van het stabiliteitsplan 2015 werden doorgevoerd — waarvan sommige op korte termijn een kostprijs hebben en pas op lange termijn winst opleveren — moeten wij vaststellen dat het verschil tussen de schuldgraad die in 2015 werd gepland en de evolutie die wij verwachten voor 2018, globaal beperkt is.

 

Ik heb het al verschillende keren gezegd in deze commissie, de begrotingssanering is weliswaar essentieel om de komende generaties te beschermen maar alleen de instelling van een dynamische economie kan de leefbaarheid van onze sociale bescherming op lange termijn garanderen. Zonder groei en zonder jobcreatie kan een begroting niet lang in evenwicht blijven. In deze context heeft de regering beslist een progressief en evenwichtig budgettair saneringsbeleid van de overheidsfinanciën toe te voegen. Dankzij dit beleid gekoppeld aan ambitieuze beslissingen op het vlak van de structurele hervormingen kon de grondslag gelegd worden voor het economisch herstel van ons land, gestoeld op een nieuwe gezonde en stevige basis voor de toekomst.

 

In dit opzicht deel ik u mee dat wij in het draft budgetary plan dat wij gisteren naar de Europese Commissie hebben gestuurd voor 2018 uitgaan van een nominaal tekort van –1,1 % voor de gezamenlijke overheid. Ter herinnering, dit nominaal tekort bedroeg in 2014 –3,1 %. Het primair saldo zou in 2017 +1 % moeten bedragen en in 2018 +1,2 %.

 

Dit cijfer ligt beduidend hoger dan tijdens de jaren 2014/2016, die een veel beperkter overschot van het primair saldo vertoonden.

 

01.03  Hendrik Bogaert (CD&V): Mevrouw de minister, ik heb twee punten van repliek.

 

De totale schuldgraad vertoont objectief gesproken inderdaad geen groot verschil, al komt 0,7 % maal 4 toch neer op 2,8 miljard. Ik zal de cijfers verifiëren. Er zijn ook heel wat verkopen geweest in die periode en deze moeten volgens mij worden bijgeteld ten opzichte van de delta in de schuld.

 

Ten tweede, wat betreft het deficit zelf. Ik ben voorstander van het contractueel bekijken van het regeerakkoord. Ik bedoel daarmee dat de regering op een bepaald moment een contract sluit met het Parlement. Als er sprake is van belangrijke afwijkingen ten opzichte van het regeerakkoord dan moet er op een grotere schaal contact worden gezocht met het Parlement om te bekijken hoe het regeerakkoord op een of andere manier kan worden heronderhandeld.

 

U weet dat het begrotingsevenwicht tegen 2018 een van de kernpunten was van dat regeerakkoord. Met de term progressief beleid wordt daar nu van afgeweken. Ik meen dat er sinds enige tijd veeleer een Zuid-Europees begrotingsbeleid wordt gevoerd in plaats van een Noord-Europees. Ik ben intellectueel, noch politiek akkoord om daarvan af te wijken. U hebt gelijk dat er sindsdien andere, belangrijke hervormingen zijn doorgevoerd en dat alles met elkaar moet worden afgewogen. Ik ga er echter niet mee akkoord dat men zomaar kan overschakelen op een nieuwe term en zeggen dat er nu een progressief beleid wordt gevoerd. Ook in andere Europese landen kan men de sanering van de overheidsfinanciën wel combineren met een belangrijke groei van de economie. Het ene sluit het andere dus niet uit. Ik vind dit op zich dan ook geen juist argument. Hoe dan ook bedank ik u voor uw antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de minister van Begroting, belast met de Nationale Loterij, over "de afwijkingen van het stabiliteitsprogramma bij andere eurolanden" (nr. 20806)

02 Question de M. Hendrik Bogaert à la ministre du Budget, chargée de la Loterie Nationale, sur "les dérogations au programme de stabilité dans d'autres pays de la zone euro" (n° 20806)

 

02.01  Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, beste collega’s, volgens het stabiliteitsprogramma van België 2015-2018, goedgekeurd door de federale Ministerraad op 24 april 2015, zal België tegen 2018 een structureel evenwicht bereiken. Vandaag zijn er belangrijke afwijkingen op dit traject.

 

Zijn er andere eurolanden die ook belangrijke afwijkingen hebben ten opzichte van hun ingediende stabiliteitsprogramma’s?

 

Waar komen wij in de ranking van afwijking ten opzichte van die andere landen?

 

Wat is de motivatie van die landen en hoe verhoudt zich die ten opzichte van de argumenten die de federale regering in ons land gebruikt?

 

02.02 Minister Sophie Wilmès: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Bogaert, de Europese verordeningen voorzien erin dat de lidstaten jaarlijks hun stabiliteitsprogramma actualiseren, zoals net gezegd in antwoord op uw vorige vraag. Het doel van de actualisering is om impliciet rekening te houden met een eventuele verandering van de economische context, overeenkomstig de aanbevelingen van de Commissie om het stabiliteitsprogramma op te stellen op basis van de meest aannemelijke macro-economische vooruitzichten. Die actualisering kan leiden tot een herziening van het stabiliteitsprogramma en het traject in de loop der jaren. Die vaststelling geldt niet alleen voor België, maar ook voor andere EU-landen. Binnen de eurozone zijn er ook andere landen die belangrijke afwijkingen kennen ten opzichte van het door hen ingediende stabiliteitsprogramma.

 

In het stabiliteitsprogramma 2015-2018 van april 2015 had België inderdaad voorzien in een structureel evenwicht. In het huidige stabiliteits­programma dat de periode 2017-2020 beslaat, is de doelstelling voor het structureel saldo –0,4 % bbp. Dit betekent dat er een afwijking is van 0,4 % bbp op het in 2015 ingediende traject dat theoretisch is.

 

Binnen de eurozone komt België daarmee op de zesde plaats op zeventien landen. Griekenland en Cyprus waren in 2015 onderworpen aan een macro-economisch aanpassingsprogramma waar­door ze geen stabiliteitsprogramma indienden. De landen met een grotere afwijking voor het jaar 2018 tussen de stabiliteitsprogramma’s van 2015 en 2017 zijn, in volgorde van afwijking: Spanje 1,6 % bbp, Italië 1,3 % bbp, Estland en Luxemburg beide 1 % bbp, Letland 0,5 % bbp.

 

Deze puur rekenkundige vergelijking is echter onjuist en vooringenomen omdat ze niet toelaat om de cijfers in de context van het gevoerde structurele beleid in de verschillende landen en van de aard van de omvang van de doorgevoerde hervorming te plaatsen, zoals dit het geval is in België. Een volledige vergelijking vereist een oplijsting en een beschrijving van het geheel van de in elk land doorgevoerde hervorming zodat een duidelijk beeld kan worden verkregen.

 

Ik vestig uw aandacht erop dat deze informatie het resultaat is van een analyse van mijn administratie op basis van de gegevens die beschikbaar zijn op de website van de Europese Commissie. Voor een meer precieze en formele analyse verzoek ik u dan ook om de Europese Commissie te contacteren.

 

Voor België is de afwijking deels te verklaren door de kosten voor asiel en migratie en de oplopende kosten voor de veiligheid. Ook hebben wij moeten omgaan met de macro-economische gevolgen van de aanslagen die een grotere impact op onze economische dynamiek hebben gehad dan louter de directe budgettaire kosten ervan.

 

De federale overheid heeft er net als andere Europese landen voor gekozen om de groei niet te belemmeren en ervoor te zorgen dat de aantrekkende groei niet door een te strikt saneringsbeleid wordt gefnuikt. Daardoor is het oorspronkelijk traject van 2015 in beperkte mate aangepast.

 

Het is ook belangrijk te benadrukken dat het beheer van de begrotingsbeleid past in een dialectiek met het economische beleid dat door de regering wordt gevoerd en dat op zijn beurt past in een dynamiek die erop gericht is om het economisch herstel te ondersteunen en te consolideren, en dat sinds het aantreden van de huidige regering aanwezig is, waarbij er ook over wordt gewaakt om het structureel beleid te voeren dat noodzakelijk is voor de heropleving van ons land.

 

Dankzij deze heropleving kan onze economie op een duurzame en stevig manier worden verankerd zodat we de toekomstige uitdagingen kunnen aangaan en daarbij het behoud van ons systeem voor sociale bescherming kunnen garanderen.

 

Dit evenwicht tussen begrotingssanering en een herstelgericht beleid werpt zijn vruchten af, zoals blijkt uit de laatste vooruitzichten van het Federaal Planbureau. Zij tekenen een stijging op van de economische activiteiten van 1,7 % in 2017 en 1,7 % in 2018.

 

Bovendien werden tussen het laatste trimester van 2014 en het tweede semester van 2017 meer dan 133 000 banen gecreëerd.

 

Tijdens de periode van 2015-2018 zouden volgens de meest recente vooruitzichten van het Federaal Planbureau in totaal 205 000 banen moeten worden gecreëerd.

 

De begroting wordt jaarlijks geactualiseerd om dat juiste evenwicht te behouden.

 

02.03  Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik dank u voor uw omstandige antwoord.

 

Ik heb één punt niet goed begrepen. Staan wij op de zesde plaats op zeventien plaatsen met de minste afwijking of met de meeste afwijking van zeventien?

 

02.04 Minister Sophie Wilmès: Dat is met de minste afwijking. (Noot van de redactie: lees "met de meeste afwijking" op vraag van de minister)

 

02.05  Hendrik Bogaert (CD&V): Bij de vorige vraag merk ik dat ik de vraag had gesteld hoeveel extra schuld in miljarden euro de federale regering tot op vandaag heeft gemaakt. Uw antwoord was in percentages, wat natuurlijk iets anders kan zijn.

 

Ik kreeg dus ook graag het antwoord in miljarden euro, indien dat kan.

 

Dat is politiek belangrijk, omdat in percentage bij bijvoorbeeld een mogelijke hoge inflatie, wat in België zeker en vast het geval is geweest, de ratio lager zal zijn.

 

Ik had de vraag naar extra schuld in miljarden euro gesteld. Ik weet niet of u dat antwoord nu kan geven. Anders stel ik die vraag zonder enig probleem de volgende keer.

 

02.06 Minister Sophie Wilmès: Volgens mij is de enige relevante factor in percentage van het bruto binnenlands product. Het bbp verandert elk jaar. Het is het percentage ten opzichte van het bbp dat belangrijk is. Het gegeven antwoord is het meest aangepaste antwoord dat wij kunnen geven.

 

02.07  Hendrik Bogaert (CD&V): Ik ga daarmee niet akkoord. Ik vraag het antwoord in miljarden euro. Ik leg ook uit waarom ik dat in euro vraag.

 

Ik begrijp dat ook het percentage belangrijk kan zijn. Ik dring echter aan op een antwoord in euro. Dat is wat ik in mijn hoedanigheid van Parlementslid vraag, namelijk om het antwoord in euro te krijgen.

 

De voorzitter: Ik heb daarstraks het ontwerp­programma voor Europa gelezen. Daarin staat dat het in 2018, naar ik meen, iets meer dan 102 % is. Er staat ook een absoluut bedrag in, ongeveer 442 miljard euro. Dat cijfer kan gemakkelijk worden geverifieerd.

 

02.08  Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik dring toch aan dat ik in mijn hoedanigheid van Parlementslid het gevraagde antwoord krijg.

 

De voorzitter: Het is 102 %. Het was 106 en 104, nu 102.

 

02.09  Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de voorzitter, dat is 1,7 %. Het antwoord hoef ik nu niet te krijgen. Ik zal er volgende keer op terugkomen, om het bedrag in euro te weten. Het is belangrijk dat ik het cijfer officieel en niet uit een document krijg.

 

De voorzitter: Mevrouw de minister, misschien kan u het bezorgen.

 

02.10 Minister Sophie Wilmès: De schuld wordt altijd uitgedrukt in een percentage van het bbp. In absolute cijfers spreken heeft geen economische waarde voor de reële economie van ons land. Dat is de reden waarom ik dat zo gezegd heb.

 

Mijnheer Bogaert, als u absolute cijfers wil, moet u kiezen welk bbp u neemt, het bbp van 2014, het bbp van 2018, of dat van vandaag. Daarvoor zult u verschillende cijfers hebben.

 

02.11  Hendrik Bogaert (CD&V): U moet zich niet boos maken, maar ik ben het daar politiek niet mee eens. Ik vraag u, als Parlementslid, een antwoord in euro. Ik ben het er niet mee eens dat het percentage het enige relevante is. De reden is dat elke euro terugbetaald moet worden. De absolute cijfers hebben dus wel degelijk een sociaal-politiek-economische relevantie, om te weten hoeveel euro schuld erbij gekomen is.

 

Mijn vraag was hoeveel euro schuld er bijgekomen is ten opzichte van het traject dat beloofd was aan het Parlement, los van Europa. Ik meen dat het Parlement ook relevant is. Daarom dring ik erop aan die cijfers in euro te kennen. Als u die vandaag niet geeft, is dat geen probleem, maar ik blijf ze vragen tot ik ze officieel krijg.

 

Het is niet aan de regering politiek te moduleren wat ik vraag.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

03 Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la ministre du Budget, chargée de la Loterie Nationale, sur "les défis du budget de l'UE" (n° 20768)

03 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Begroting, belast met de Nationale Loterij, over "de uitdagingen voor de EU-begroting" (nr. 20768)

 

03.01  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, madame la ministre, dans le cadre du processus qui a débuté par la publication du document de réflexion sur l'avenir des finances de l'Union européenne, la Commission a organisé le 25 septembre dernier une conférence sur les défis qui se posent au budget de l'Union européenne et sur les moyens de les relever.

 

Les commissaires Günther Oettinger, chargé du Budget et des ressources humaines, Corina Cretu, responsable de la Politique régionale et Mariya Gabriel, chargée de l'Économie numérique ont contribué à la conférence.

 

Madame la ministre, Mme Corine Cretu et M. Günther Oettinger ont rencontré les parties intéressées. Quels ont été les résultats de ces réunions pour la Belgique?

 

Quelle est la contribution belge aux travaux du prochain cadre financier pluriannuel (CFP)? Quelles sont les éventuelles remarques de la Belgique afin que le prochain CFP réponde au mieux aux attentes des contributeurs au budget de l'Union européenne?

 

À ce stade des travaux, pouvez-vous déjà nous dévoiler les grands axes de la future politique budgétaire de l'UE?

 

03.02  Sophie Wilmès, ministre: Monsieur le président, monsieur Flahaux, une conférence a effectivement été organisée le 25 septembre dernier par les commissaires Cretu et Oettinger avec pour thème "L'avenir des finances de l'Union européenne". Cette conférence a été l'occasion d'échanger, entre autres, au sujet des défis actuels et à venir auxquels est confronté le budget de l'Union européenne.

 

À ce stade, il ne s'agissait toutefois pas pour les États membres de faire valoir une position officielle. Une telle prise de position serait d'ailleurs prématurée puisque nous sommes à un stade précoce des négociations dans la mesure où les propositions de la Commission elles-mêmes doivent encore être précisées. Les propositions concrètes de la Commission sont en effet attendues pour mai 2018.

 

Nous sommes néanmoins convaincus que nous ne devons pas attendre que les propositions soient sur la table pour prendre attitude. Nous pensons qu'il est important d'influencer en amont les négociations en faisant valoir certains points de vue. Dans cette optique, plusieurs réunions ont déjà été organisées par la direction des Affaires européennes du SPF Affaires étrangères dans un format qui réunit des représentants du gouvernement fédéral et des entités fédérées. Celles-ci ont permis d'initier de nouvelles réflexions et d'identifier certains domaines prioritaires.

 

Dans le cadre d'une rencontre bilatérale organisée entre le commissaire Oettinger et les autorités belges fin septembre, la Belgique a répété sa volonté de contribuer activement et de manière volontariste à la réflexion en cours afin de faire en sorte que l'Europe réponde davantage aux défis qui se posent, d'une part, et aux attentes des citoyens, d'autre part.

 

En ce qui concerne les ressources propres auxquelles vous faites référence, il a été convenu au niveau belge de poursuivre la réflexion sur ce sujet qui prend de l'importance dans un contexte budgétaire marqué par la sortie de la Grande-Bretagne de l'Union européenne et les contraintes budgétaires auxquelles nous sommes confrontés.

 

Ces deux éléments peuvent impacter le volume global du budget européen. Comme vous l'avez compris, nous entendons prendre une part active aux négociations sur le prochain cadre financier pluriannuel de l'Union européenne. Dans ce cadre, le travail de coordination des positions belges, initié au départ du ministère des Affaires étrangères, va se poursuivre et s'intensifier dans les prochains mois avec la participation de l'ensemble des départements concernés.

 

03.03  Jean-Jacques Flahaux (MR): Merci, madame la ministre, pour vos réponses. Je me doute bien que le Brexit et ses implications sur l'intervention financière de la Grande Bretagne auront beaucoup d'influence. On se serait attendu que l'Allemagne, en coordination avec la France, facilite une avancée. Angela Merkel étant empêtrée dans la constitution d'un gouvernement, les choses ne seront pas facilitées.

 

Quoi qu'il en soit, je prends note de votre résolution à faire en sorte que la Belgique reste un fervent défenseur de l'unité européenne.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

04 Question de M. Ahmed Laaouej à la ministre du Budget, chargée de la Loterie Nationale, sur "les paramètres macroéconomiques choisis pour l'élaboration du budget 2018" (n° 21231)

04 Vraag van de heer Ahmed Laaouej aan de minister van Begroting, belast met de Nationale Loterij, over "de macro-economische parameters voor de opmaak van de begroting 2018" (nr. 21231)

 

04.01  Ahmed Laaouej (PS): Madame la ministre, il apparaît que le gouvernement fédéral a décidé de choisir des paramètres différents de ceux déterminés par la Banque nationale et par le Bureau fédéral du Plan, qui sont ceux de l'Institut des Comptes Nationaux, pour l’élaboration de son budget 2018. Cela a lieu dans l'irrespect de la loi, qui prévoit que ce sont les paramètres de l'Institut des Comptes Nationaux qui doivent être choisis. Cette situation est pour le moins étrange, et ce d'autant plus qu'il apparaît que ces chiffres sont également ceux proposés par la FEB et par l'IRES. Je ne doute pas des qualités de l'IRES, mais l'institut affirme lui-même ne pas disposer des mêmes moyens techniques d'évaluation macroéconomiques que la Banque nationale ou que le Bureau du Plan. Ces deux problèmes ne me semblent pas anodins.

 

Par ailleurs, le gouvernement se base sur des chiffres différents au niveau des recettes et au niveau des dépenses liées aux transferts vers les entités fédérées, à savoir 1,8 % pour la croissance économique et 1,7 % (le taux de croissance estimé par le Bureau fédéral du Plan) pour les dépenses vers les entités fédérées. Avec ce procédé, qui me semble assez unique en son genre, le gouvernement fédéral parvient à flatter son budget.

 

Cependant, la loi spéciale de financement prévoit bien que le taux de croissance qui doit être pris en compte dans le calcul des dotations versées aux entités fédérées est celui qui est estimé par le Bureau fédéral du Plan, et qu'il n’est pas possible d’y déroger.

 

Bien entendu, le budget 2018 sera amené à connaître un ou plusieurs ajustements en fonction de diverses variations, notamment celles liées aux paramètres macroéconomiques. Si la croissance est revue à la hausse à 1,8 % en cours d’année par le Bureau fédéral du Plan, la question qui se pose est de savoir si le fédéral, qui a déjà pris en compte cette croissance majorée dans le calcul de ses recettes, aura encore les moyens d’ajuster ses dépenses vers les entités fédérées, comme le prévoit la loi spéciale de financement.

 

Avez-vous constitué ou envisagé de constituer une provision pour couvrir les augmentations des dotations liées à cette croissance majorée? Cela semble indispensable, puisque le gouvernement ne pourra compter sur aucune recette supplémentaire si la croissance augmente de 0,1 %, comme il semble le supposer.

 

Des concertations sont-elles en cours à ce sujet avec les ministres du Budget des entités fédérées? Vous comprendrez que nous avons été fortement surpris de vous voir considérer 1,8 % de croissance alors que le Bureau du Plan et la Banque nationale vous donnaient le chiffre de 1,7 %. Cela me semble complètement inattendu et irresponsable. Rien ne dit que nous connaîtrons en effet 1,8 % de croissance.

 

04.02  Sophie Wilmès, ministre: Monsieur le président, monsieur Laaouej, d'emblée, je voudrais vous indiquer qu'il est normal que les paramètres de croissance utilisés par le gouvernement diffèrent de ceux publiés par la Banque nationale de Belgique, dans la mesure où la loi impose au gouvernement de se baser effectivement sur le budget économique établi par le Bureau fédéral du Plan.

 

Sur ce point, le gouvernement a bien élaboré son budget en s'appuyant sur les prévisions établies en juin par le Bureau fédéral du Plan, prévisions les plus récentes au moment des travaux budgétaires de juillet. À cet égard, il est important de vous rappeler que le gouvernement, afin d'être en mesure d'envoyer à la Commission européenne le draft budgetary plan dans les délais prescrits mais surtout de déposer au parlement le budget 2018 dans les meilleurs délais, a fait le choix de clôturer ses travaux budgétaires en juillet. Une actualisation de l'ensemble des recettes et des dépenses sur la base du budget économique de septembre aurait fortement compromis ce double objectif.

 

Cette approche implique que, dans le budget des Voies et Moyens et le budget général des Dépenses, exception faite des postes concernés par les transferts, ont été calculées sur la base des paramètres de croissance établis en juin par le Bureau fédéral du Plan, à savoir une croissance économique de 1,6 % en 2017 et de 1,6 % en 2018.

 

Nonobstant, en juillet, le gouvernement a tablé effectivement sur une révision à terme à la hausse des paramètres de croissance, ce qui d'ailleurs s'est vérifié, en septembre, dans les nouvelles projections établies par le Bureau fédéral du Plan. Cette anticipation d'une révision des paramètres de croissance et son effet net sur le déficit sont pris en compte au travers d'une correction SEC globale utilisée dans le cadre du calcul final du déficit nominal de l'entité I. Cette correction SEC n'est donc pas ventilée au niveau des recettes ou des dépenses. Ce n'est qu'au contrôle budgétaire de début d'année qu'on pourra procéder à une actualisation de l'ensemble des recettes et des dépenses, tenant compte de l'impact exact de la révision à la hausse des paramètres de croissance. Dans la mesure où nous tenons compte d'un effet net, il n'y a donc pas lieu de prévoir une provision éventuelle pour faire face à l'impact sur les dépenses, notamment sur les transferts éventuels vers les Communautés et Régions.

 

En ce qui concerne les transferts, je tiens à vous signaler que, dans la mesure où les travaux budgétaires des Communautés et Régions ont débuté après la publication du budget économique de septembre, le fédéral a directement ajusté l'estimation des transferts vers les Communautés et Régions en se basant sur les paramètres de croissance de septembre. Cela a permis aux Communautés et Régions de disposer des informations les plus récentes compatibles avec leur approche. Un groupe de travail a d'ailleurs été organisé avec les administrations et également les cabinets des Communautés et Régions pour discuter des nouvelles estimations de transfert.

 

Comme vous le rappelez, le montant calculé des transferts n'est pas figé pour 2018. Il sera actualisé lors du premier contrôle budgétaire de 2018 et lors des autres contrôles prévus au cours de l'année. Les montants finaux reçus par les Communautés et Régions ne reflèteront que la réalité de l'évolution économique de 2018. Des corrections devront donc être apportées lors des décomptes.

 

En ce qui concerne les prévisions macro-économiques, je vous rappelle qu'elles font régulièrement l'objet d'une révision dans le courant de l'année. Ainsi, par exemple, les prévisions 2017 établies par le Bureau fédéral du Plan ont été révisées quatre fois entre septembre 2016 et septembre 2017, passant de 1,2 à 1,7 %.

 

04.03  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur le président, dont acte! Mais, madame la ministre, je ne comprends pas ce qui vous a permis de prendre 1,8 %, alors que l'Institut des Comptes Nationaux demandaient de prendre 1,7 %.

 

Pour le reste, comment expliquez-vous que votre homologue wallon, M. Crucke, ait établi son budget sur 1,7 % et non 1,8 %?

 

Comment allez-vous régler la cacophonie dans vos rapports avec la Commission européenne? Comment allez-vous lui présenter votre trajectoire? Elle va sans doute dire que vos problèmes avec les entités fédérées ne la regardent pas. Mais quand vous allez devoir répartir les efforts entre entités fédérées et entité I, comment allez-vous faire, dès lors que vos budgets n'ont pas été élaborés sur les mêmes bases macro-économiques?

 

Je me demande où vous allez. Je ne suis pas convaincu par vos explications. Il y aura évidemment des ajustements en 2018; peut-être même encore en 2017 pour le budget 2018. Mais avant cela, vous devrez vous tourner vers l'Union européenne. Quelle coordination allez-vous avoir, dans le cadre d'intérêts bien compris, avec des entités qui ont adopté des paramètres différents? Il y a là quelque chose qui m'échappe!

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Hiermee zijn wij aan het einde van onze werkzaamheden gekomen. Volgende week dinsdag is er de hele dag vergadering van de commissie voor de Panama Papers. Woensdag­voormiddag komt de Federale Ombudsman langs en woensdagnamiddag is er een plenaire vergadering met het verslag van de onderzoeks­commissie belast met het onderzoek naar de terroristische aanslagen.

 

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.20 uur.

La réunion publique de commission est levée à 15.20 heures.