Commissie voor de Landsverdediging

Commission de la Défense nationale

 

van

 

Woensdag 29 november 2017

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 29 novembre 2017

 

Matin

 

______

 

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.10 uur en voorgezeten door mevrouw Karolien Grosemans.

La réunion publique de commission est ouverte à 10.10 heures et présidée par Mme Karolien Grosemans.

 

01 Questions jointes de

- Mme Kattrin Jadin au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "les discussions autour d'une cyberarmée belge" (n° 21290)

- M. Peter Buysrogge au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le Cyber Security Operations Center du SGRS" (n° 21375)

01 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Kattrin Jadin aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de besprekingen over een Belgisch cyberleger" (nr. 21290)

- de heer Peter Buysrogge aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het Cyber Security Operations Center binnen ADIV" (nr. 21375)

 

De voorzitter: Mevrouw Jadin is er niet en zij heeft niets laten weten.

 

01.01  Peter Buysrogge (N-VA): Mijnheer de minister, in 2015 verklaarde u naar aanleiding van mijn vraag dat het Cyber Security Operations Center bij ADIV uitgebreid zou worden met 25 nieuwe personeelsleden. Tijdens de commissie van 22 februari 2017 antwoordde u dan weer dat er op dat moment 13 nieuwe personeelsleden aangeworven waren. Om het gebrek aan nieuwe aanwervingen proberen tegen te gaan, meldde u toen ook dat u zou nagaan in welke mate personeelsleden zouden kunnen doorschuiven naar de cyberactiviteiten.

 

Kunt u een stand van zaken geven met betrekking tot de invulling en de verdere operationalisering van het Cyber Security Operations Center?

Kunt u een stand van zaken geven met betrekking tot het onderzoek waarover u sprak in de commissie van februari?

 

01.02 Minister Steven Vandeput: Mijnheer Buysrogge, mijn antwoord is veel langer, omdat het oorspronkelijk samengevoegde vragen betrof.

 

Ik heb inderdaad meermaals aangekondigd dat vanaf 2014 en zeker vanaf 2015 de bestaande, embryonale cyberexpertise bij Defensie systematisch verder is uitgebouwd. In de eerste fase ligt de focus uiteraard op de ontwikkeling van defensieve capaciteiten om de territoriale militaire systemen en kwartieren optimaal te beschermen. Nadien zullen wij de focus kunnen verschuiven naar expeditionaire ondersteuning van operaties en offensieve expertise om uiteindelijk een volwaardige militaire cybercapaciteit te bereiken tegen 2030.

 

Wij hebben de acties versneld. Er werden meer plaatsen vacant verklaard. Ik heb tijdens de commissievergadering van 22 februari 2017 een specifiek resultaat gegeven, namelijk 25 mede­werkers. Daarvan zijn er momenteel een negental gerekruteerd. Een aantal kandidaten neemt vandaag nog deel aan testen. Wij hopen de vooropgestelde cijfers te kunnen halen of in elk geval een inhaalbeweging door te voeren.

 

Ik kan u melden dat wij blijven investeren en rekruteren in dat domein. Parallel aan de rekrutering van cyberspecialisten-burgers wordt ook de uitbouw van de cybercapaciteit ondersteund door een laterale instroom vanuit de bestaande interne militaire populatie. Wij werven dus extern via Selor, maar ook intern kijken wij in de richting van kandidaten op het niveau van commandant. Misschien kunnen wij sommigen die in een operationele omgeving aan het einde van hun doorgroeimogelijkheden zitten, mits omscholing inzetten in het cybercentrum.

 

01.03  Peter Buysrogge (N-VA): Mijnheer de minister, het is inderdaad van belang om verder in te zetten, zowel op de externe instroom als op de interne mobiliteit.

 

Kunt u even nog wat duidelijkheid geven over de externe instroom? U sprak daarnet over negen kandidaten van de 25. Betekent dit dat er in de loop van het aanwervingsproces nog zijn uitgevallen?

 

01.04 Minister Steven Vandeput: Ik verhul u niet dat de vraag op de markt naar IT-specialisten groot is en dat wij niet altijd de beste troeven hebben om heel concurrentieel te zijn op die markt. Een van de oorzaken daarvan is natuurlijk dat Defensie altijd valt onder statutaire bepalingen en loonbarema’s. Wij zoeken een specifiek profiel en dat is niet evident. Wie IT-personeel zoekt, bij de overheid of in de privésector, heeft vandaag moeite om ze te vinden. Daarom moeten wij hier ook op blijven inzetten en daarom benutten wij het interne kanaal ook meer.

 

01.05  Peter Buysrogge (N-VA): Ik wens u daar alleszins veel succes mee, want het is noodzakelijk. Vorige keer verwees u ook naar de mogelijkheid om flexibeler te werken met de loonbarema’s om te kunnen inspelen op de problematiek op de arbeidsmarkt. Ik kijk alvast uit naar concrete resultaten ter zake.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Samengevoegde vragen van

- de heer Alain Top aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het neerstorten van een UAV drone B-Hunter in Portugal" (nr. 21338)

- de heer Peter Buysrogge aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het droneongeval in Portugal" (nr. 21347)

02 Questions jointes de

- M. Alain Top au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le crash d'un drone UAV B-Hunter au Portugal" (n° 21338)

- M. Peter Buysrogge au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'accident de drone au Portugal" (n° 21347)

 

02.01  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, sinds 2011 ontplooit het 80e eskader zich elk jaar in de streek rond de Portugese stad Beja, om er onder andere met drones te trainen en op die manier het benodigde niveau te halen en te behouden.

 

Van die drones, Unmanned Aerial Vehicles (UAV) in militair jargon, zijn destijds 18 stuks aangekocht voor een bedrag van 52 miljoen euro. Het gaat om een drone die wordt gebruikt onder andere om observaties boven de Noordzee te doen, bij het tellen van wild te assisteren en ondersteuning bij branden te bieden. Het toestel bindt ook de strijd aan tegen de georganiseerde misdaad en beschermt onze landsgrenzen. Tot slot, doet het nog aan dataverzameling voor de diensten van Defensie en van de regering.

 

Volgens de website van Defensie is dat UAV uitermate geschikt en veilig genoeg om boven bewoonde gebieden te vliegen. L'Avenir bericht evenwel dat tijdens de oefening in Portugal een drone zou zijn neergestort. Gelukkig zijn er geen slachtoffers en is de schade beperkt. Behalve het verlies van twee drones in Congo in 2006 en het verlies van twee drones door problemen bij de landing is er nu ook dus een verlies in Portugal. De parachute, die in nood alsnog een zachte landing moet verzekeren, ging blijkbaar niet open.

 

Mijnheer de minister, de stelling dat het veilig is om over woonzones te vliegen en het alsnog neerstorten brachten mij tot het stellen van de hiernavolgende vragen.

 

Ten eerste, hoe frequent gebeuren de controles op de vliegwaardigheid van de drones?

 

Ten tweede, doet u nader onderzoek of laat u nader onderzoek doen naar het voorval, om in de toekomst erger te voorkomen?

 

Ten derde, hoeveel drones zijn reeds uitgevallen? Wij hebben weet van de twee incidenten in Congo alsook van de twee uitgevallen drones wegens problemen bij de landing. Zijn nog andere gevallen van attritie gekend?

 

Ten vierde, over hoeveel van de oorspronkelijk aangekochte 18 stuks beschikt Defensie vandaag nog?

 

Ten vijfde, werden de B-Hunters na de missies in Bosnië-Herzegovina in 2005 en in Congo in 2006 nog voor militaire missies ingezet?

 

Ten zesde, hoeveel bedragen of bedroegen de onderhoudskosten voor de toestellen in 2016?

 

Ten slotte, worden de toestellen vandaag nog voor andere doeleinden ingezet dan voor training en het toezicht op de vervuiling van de Noordzee?

 

02.02  Peter Buysrogge (N-VA): Mijnheer de minister, collega Top, ik dank u voor uw volledigheid, zowel in uw inleiding als in uw vraagstelling.

 

Daardoor kan ik mij beperken tot mijn vragen zoals ik ze ingediend heb.

 

Mijnheer de minister, over welk type drone gaat het? Hoeveel heeft Defensie er aangekocht van dat type en hoeveel zijn er nog over?

 

Worden deze drones ingezet in het buitenland? Voor welke soort van opdrachten? Worden ze ook in België ingezet?

 

Waar is het ongeval exact gebeurd? Wat was de oorzaak? Waren er gewonden of was er andere schade?

 

02.03 Minister Steven Vandeput: Mevrouw de voorzitter, Defensie heeft initieel 18 toestellen van het type B-Hunter aangekocht. Na het incident in Beja in Portugal beschikt Defensie nog over 11 luchtvaardige vliegtuigen.

 

Het onderhoud en de periodieke controles gebeuren conform de voorschriften van de fabrikant, in casu Israël Aerospace Industries Ltd. Naast de controles voorafgaand aan en volgend op elke vlucht, worden er door het technisch personeel van 80 UAV periodieke controles, die gebaseerd zijn op ofwel de kalender ofwel de vlieguren, uitgevoerd op de structuur van het toestel en op zijn verschillende onderdelen. Het groot onderhoud wordt verzekerd door een industriële partner. Zoals bij elk vliegongeval, voert het Aviation Safety Directorate van de Luchtcomponent ook nu een doorgedreven analyse en onderzoek uit om de oorzaken van het incident te bepalen en waar nodig voorstellen te doen om de bestaande procedures te verbeteren. Dat onderzoek is nog niet afgerond.

 

In verband met de inzet, werden ze in het verleden in het buitenland ingezet, onder andere bij het monitoren van bewegingen in het kader van verkiezingen in Congo. Ze werden ook ingezet op andere plaatsen in Afrika. Naar aanleiding van de aanslagen van 22 maart 2016 hebben wij vier toestellen B-Hunter ingezet van op de basis in Brasschaat om een doorgedreven bewaking van de haven van Antwerpen uit te voeren ten voordele van de Nationale Crisiscel.

 

In het kader van training worden de drones, naast de opdrachten boven de Noordzee, eveneens gebruikt om het wildbestand in de Ardennen op te volgen. Daarenboven wordt zeer regelmatig steun verleend aan de federale politie en de douane. Daarvoor kan ik specifiek de projecten rond de Franse grens aanduiden.

 

In 2016 bedroegen de onderhoudskosten van de toestellen B-Hunter in totaal drie miljoen euro.

 

Conform de geldende procedures is de defecte drone in een verlaten zone op ongeveer vijf kilometer van de luchthaven van Beja neergestort. Deze verlaten zone werd op voorhand verkend en geïdentificeerd. Dat heeft ertoe bijgedragen dat er geen menselijke schade was en dat verdere materiële schade werd voorkomen.

 

02.04  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden.

 

Dat er periodieke controles gebeuren, volgens de kalender of volgens de vlieguren, is uiteraard normaal. Ik hoop dat het verslag dat voortvloeit uit het diepergaand onderzoek na afloop bekend zal worden.

 

Inzake de nuttige inzet hebt u een opsomming gegeven van de taken die drones vandaag uitvoeren. De bezorgdheid blijft echter bestaan. In de afgelopen jaren is hun aantal door attritie van 18 tot 11 verminderd. Ik mis er ergens nog een, maar misschien was dat toestel gewoon afgeschreven.

 

Het aantal incidenten in ogenschouw genomen, moet een blijvend aandachtspunt toch de veiligheid van de toestellen zijn om boven bewoond gebied te vliegen.

 

02.05  Peter Buysrogge (N-VA): Mijnheer de minister, ik heb niet veel toe te voegen.

 

Net als collega Top ben ik een voorstander van de strategische visie van de minister van Defensie waarbij geïnvesteerd wordt in die drones. Ik meen dat investeren in de vernieuwing van dat soort apparatuur een goede zaak is.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: De heer Yüksel heeft via zijn medewerker laten weten dat wat hem betreft de vragen onder agendapunt 2 aan de orde kunnen komen. Wij zullen die nu behandelen.

 

03 Samengevoegde vragen van

- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de accommodatie in het kader van OVG" (nr. 21230)

- de heer Alain Top aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de gebrekkige infrastructuur bij operatie Homeland" (nr. 21239)

- de heer Veli Yüksel aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de accommodatie voor de militairen in het kader van operatie Vigilant Guardian" (nr. 21267)

- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de maaltijden voor de militairen die aan OVG deelnemen" (nr. 21349)

- de heer Gautier Calomne aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de huisvesting van de militairen die in het Brusselse Gewest patrouilleren" (nr. 21387)

- mevrouw Kattrin Jadin aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de huisvesting van de militairen die in Brussel patrouilleren" (nr. 21519)

- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de accomodatie in het kader van OVG in Zaventem" (nr. 21691)

- de heer Jacques Chabot aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de huisvesting van de militairen in het kader van operatie Vigilant Guardian" (nr. 22159)

03 Questions jointes de

- M. Wouter De Vriendt au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'hébergement dans le cadre de l'OVG" (n° 21230)

- M. Alain Top au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'infrastructure défaillante dans le cadre de l'opération Homeland" (n° 21239)

- M. Veli Yüksel au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'hébergement des militaires dans le cadre de l'opération Vigilant Guardian" (n° 21267)

- M. Wouter De Vriendt au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "les repas des militaires participant à l'OVG" (n° 21349)

- M. Gautier Calomne au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'hébergement des militaires en patrouille en Région bruxelloise" (n° 21387)

- Mme Kattrin Jadin au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le logement des militaires qui patrouillent à Bruxelles" (n° 21519)

- M. Wouter De Vriendt au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'hébergement des militaires dans le cadre de l'OVG à Zaventem" (n° 21691)

- M. Jacques Chabot au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'hébergement des militaires dans le cadre de l'opération Vigilant Guardian" (n° 22159)

 

Mijnheer De Vriendt, ik neem aan dat u uw drie vragen na elkaar zult stellen.

 

03.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, enkele van mijn vragen zijn misschien al enigszins achterhaald door de realiteit.

 

Mijnheer de minister, ik wilde bij u polsen naar de onaanvaardbare omstandigheden waarin een zeventigtal militairen moest verblijven in de KMS. Het gaat om militairen die deelnemen aan de operatie Vigilant Guardian. Er zijn foto's verschenen van overnachtingen in klaslokalen die in feite te klein zijn voor zoveel mensen, amper toiletten en verluchting. Ik heb vernomen dat de situatie ondertussen verbeterd is. Kunt u dat bevestigen?

 

Het is niet de eerste keer dat er klachten komen. Zo waren er ook klachten over de accommodatie in Peutie, bij het begin van de operatie, en later ook over de rustplekken in metro- en treinstations. Het blijft zich dus herhalen. Het dreigingsniveau 3 zal niet zo snel verdwijnen, de militairen uit het straatbeeld dus evenmin. Het getuigt volgens mij alleen van respect voor ons leger om dergelijke fouten niet te blijven opstapelen en om aan de militairen normale en deftige accommodatie en omkadering te geven. Wilt u zich ertoe engageren dat dergelijke zaken niet meer voorvallen en dat de resterende pijnpunten worden opgelost?

 

Ik wilde u ook polsen in verband met de maaltijden voor de militairen van de KMS die deelnemen aan de operatie Vigilant Guardian. Er kwamen klachten over de te kleine porties bij de maaltijden en over het moeten bijbetalen voor extra's, terwijl dat in de normale eenheden niet het geval is. Naar ik meen is ook dat probleem opgelost, maar toch had ik daarover graag bevestiging van u.

 

Tot slot, heb ik een vraag over het meest recent logement van de operatie Vigilant Guardian op de luchthaven in Zaventem. Dat probleem is nog niet opgelost, zo heb ik vernomen. Personeel moet in een tent onder een afdak slapen op de luchthaven van Zaventem. Een aantal van de rustperiodes wordt daar gesitueerd. Er zijn klachten over hinder door uitlaatgassen doordat de stelplaats van de bussen daar vlakbij is. Er is ook verkeerslawaai en dergelijke. Militairen zijn wel wat gewoon door trainingen in slechte omstandigheden, maar dit is een daadwerkelijke operatie. Niets verhindert ons om de omstandigheden en de accommodatie zo goed mogelijk te maken, waardoor zij voldoende fris hun bewakingsopdracht op de luchthaven kunnen uitvoeren, want dat belangt ons allen aan. Een uitgeruste militair is een alerte militair.

 

Ik wil het met u ook even hebben over de blokken qua patrouilles en de shiften die zij moeten doorlopen. Ik heb bijvoorbeeld bericht gekregen over een eenheid militairen die van de 15 dagen ter plaatse slechts vier keer in een bed heeft kunnen slapen in het logementsblok, dus niet in die tent. Er is wat verwarring omdat de patrouilleblokken en shiften niet daadwerkelijk vastliggen. Dat kan wat verschillen naargelang het moment. Mij bereiken echter verscheidene berichten waarin sprake is van te veel blokken van patrouilles – een patrouille is een blok van 12 uur – zonder voldoende rust- en slaapperiodes in goede omstandigheden. Daar komt het op neer.

 

Ik vraag u om dat nogmaals te onderzoeken. Men neemt die klachten ernstig bij het leger, maar ze zijn nog niet voldoende aangepakt en geremedieerd. Graag uw reactie.

 

03.02  Alain Top (sp.a): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag is gelijkaardig. Ik beperk mij in de uitleg, aangezien collega De Vriendt de kwestie al heeft ingeleid. Het betreft het artikel dat is verschenen op 13 oktober over de toestand waarin de militairen verbleven in de Koninklijke Militaire School.

 

Mijnheer de minister, militairen staan nooit op de eerste rij om te klagen over werkomstandigheden. Ze doen hun werk altijd met volle overgave in de omstandigheden die zijn wat ze zijn. Ze zijn altijd bereid om daarvoor een stuk van hun comfort en privacy op te geven. Dat zijn ze gewoon en dat doen ze al jaren. Zij zijn bereid om kamers te delen en op veldbedden te slapen, maar er zijn wel grenzen. We moeten er op toezien dat zij goed worden begeleid.

 

Ze klagen onder meer dat ze shifts van 12 uur moeten doen en dit verschillende dagen na elkaar. Klopt dit? Kunt u toelichten hoe die shifts in elkaar zitten? Welke oplossingen biedt u om het comfort van onze militairen specifiek op die missie te verhogen, niet alleen voor het verblijf op de KMS maar ook op andere plaatsen?

 

Dit is een terugkerende opmerking, zoals de heer De Vriendt ook al zei. Men zou de militairen het comfort moeten bieden dat ze verdienen zodat we goed uitgeruste militairen op straat krijgen.

 

03.03  Kattrin Jadin (MR): Madame la présidente, monsieur le ministre, mes questions sont du même ordre que celles de mes collègues. Je me base aussi sur un article que j'ai lu, il y plus d'un mois déjà. En effet, aux alentours du 19 octobre, le journal Het Laatste Nieuws se faisait l'écho du désarroi de certains militaires qui manifestaient leur mécontentement. Une télévision locale de ma région, Télévesdre, a également consacré toute une émission à ce sujet, à savoir que certains militaires qui effectuent leur travail de garde à Bruxelles, à notre plus grande satisfaction à tous, doivent parfois dormir jusqu'à 24 par local. Ils ne disposeraient que de trois toilettes pour 70 personnes au sein de l'École Royale Militaire, avec une accessibilité restreinte aux douches.

 

Bien que je comprenne les difficultés d'organiser et de remplir les missions d'une manière pratique, je m'interroge quand même.

 

Monsieur le ministre, comment peut-on remédier à cette situation? Mais d'abord, confirmez-vous cette situation? Depuis, puisque mes informations remontent à un mois, les choses se sont-elles améliorées? Les dispositifs nécessaires pour le déploiement dans la capitale doivent-ils être revus?

 

03.04  Jacques Chabot (PS): Madame la présidente, monsieur le ministre, mes préoccupations rejoignent évidemment celles des collègues qui m'ont précédé. Notre groupe a toujours salué le travail de nos militaires dans le cadre de cette mission temporaire, étant donné la situation exceptionnelle qu’a constitué le niveau de menace dans notre pays et à laquelle les autorités publiques, comme les communes, ont dû faire face. Comme les collèguesl'ont fait, nous les remercions donc pour leur travail.

 

Cependant, force est de constater que la presse se fait régulièrement l’écho du fait que les militaires patrouillant dans les rues de notre capitale se plaignent des conditions dans lesquelles ils sont logés, comme par exemple le manque de douches, de toilettes ou d’intimité.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous faire le point sur les conditions d’hébergement de nos militaires dans le cadre de l’Opération Vigilant Guardian (OVG)? Des aménagements, notamment au niveau des commodités, ont-ils été réalisés afin d’améliorer lesdites conditions? Qu’en est-il particulièrement au niveau de l’École Royale Militaire?

 

03.05 Minister Steven Vandeput: Geachte collega’s, eerst en vooral zou ik een en ander willen kaderen.

 

Het is niet zo dat de minister beslist dat er 20, 70 of 100 mensen zullen slapen in de Koninklijke Militaire School of op eender welke andere plaats. Dat zijn operationele aangelegenheden. Ik heb vanaf het begin gevraagd om ervoor te zorgen dat die zaken convenabel verlopen. In het verleden hebben we hier discussies gehad over de situatie en de keuken van Peutie. De problemen daar zijn ondertussen opgelost. Het is wel zo dat ikzelf onmogelijk elke verblijfplaats of elke maaltijd voor militairen kan controleren en verifiëren.

 

Mijnheer De Vriendt, het is niet omwille van de brandveiligheid maar omwille van operationele redenen dat een aantal militairen dichter bij de inzetzone Brussel logeren. Dat heeft te maken met de vernieuwde vorm van inzet en het sneller beschikbaar zijn. Op deze manier worden de reistijden beperkt tussen Brussel en Peutie. Het is correct dat de werktijd lang is maar als de reistijden dan nog eens lang zijn, duurt alles nog langer.

 

Les infrastructures de l'École Royale Militaire sont conçues pour héberger des élèves et dispenser des formations académiques.

 

Het is dus geen kazerne in de traditionele zin van het woord.

 

Ces infrastructures existantes doivent permettre de combler les besoins du détachement OVG.

 

Na het verschijnen van de artikelen ben ik zelf ter plaatse poolshoogte gaan nemen. Er is een aantal maatregelen genomen.

 

À court terme, les conditions de vie des militaires engagés dans l'OVG ont déjà été améliorées. Les améliorations consistent en une diminution du nombre de personnes par chambre et une augmentation du nombre d'installations sanitaires.

 

Les militaires participant à l'OVG sont répartis sur tout le territoire belge. Ils disposent d'endroits de repos à Peutie, Brasschaat, Amay, Florennes, Bruxelles et dans les aéroports de Zaventem et de Charleroi. Des contrôles de sécurité incendie ont été exécutés à tous ces endroits.

 

De werklast voor de militairen in opdracht kan in sommige gevallen 12 uur bedragen. Dat is niet voor alle opdrachten in het kader van Homeland-operaties het geval maar het is ook niet uitzonderlijk bij operationele inzet. U weet dat de militairen worden ingezet onder de betrokken deelstand, wat betekent dat zij voor een aantal dingen ook vergoed worden. Tijdens de uitrol van het nieuwe dispositief OVG werd het aspect werklast nauwkeurig gemonitord en werden waar nodig correcties uitgevoerd. Deze situatie wordt continu verder opgevolgd.

 

Sinds 16 augustus 2017 wordt de horecadienst van de Koninklijke Militaire School niet meer uitgebaat door Defensie zelf. Deze dienst werd uitbesteed. Bij het opstellen van het horeca­contract werd uitgegaan van de voedings­behoeften van leerlingen. Nog voor de media er melding van gemaakt hebben, waren er echter al besprekingen lopende met de horeca en de soldaten. Een aanpassing van het menu en de beschikbaarheid van maaltijden waren al door­gevoerd op het moment van publicatie van die artikelen.

 

Het ging inderdaad specifiek over porties. Het is niet zo dat er in eender welke kazerne extra's gratis te verkrijgen zijn. Mijnheer De Vriendt, men kan menu's bestellen zoals men wil, maar in het kader van de operatie wordt in een maaltijd voorzien. Het is niet zo dat de keuken vroeger bijvoorbeeld wel nog open was om half tien 's avonds. Toen kende men elkaar echter en men legde dan een broodje op de tafel en een pakje kaas in de koelkast. De mannen of de dames die terugkwamen konden dan een boterham smeren. Dat is intussen ook opgelost. Voor de late binnenkomers is er eten ter beschikking. Er zijn dus corrigerende maatregelen genomen.

 

Ik kan u zeggen dat ikzelf, net als de staf van Defensie, de bemerkingen van het personeel ernstig neem. We sturen bij waar dat nodig en mogelijk is.

 

Ik ga ook nog even in op Zaventem.

 

Onze mensen moeten daar niet in een tent onder een afdak slapen. Er is in speciaal uitgeruste containers voorzien, waar militairen die niet van dienst of wacht zijn, kunnen slapen. Daarnaast is er voor de militairen die wel van dienst zijn, een tent voorzien waar zij kort kunnen rusten tijdens de pauzes gedurende de uitvoering van hun opdracht. Het gaat daar dus opnieuw over het nieuwe dispositief waarin niet iedereen altijd en overal statisch aanwezig moet zijn, maar wel snel beschikbaar moet zijn. In dat kader zijn inderdaad ruimtes afgebakend met tenten waarin men eventjes kan rusten. Neem echter van mij aan dat wij de situatie verder blijven volgen. Iemand van het kabinet voert ondertussen ook op regelmatige basis semi-inspecties uit om te kijken of alles in orde is.

 

Tot slot, wil ik aangeven dat het voor mij in dit hele verhaal wel belangrijk is dat de commandoketen zoals die voor de militairen bestaat, ook werkt. Dat wil zeggen dat, als een soldaat een probleem heeft in verband met het sanitair, de voeding of wat dan ook, hij dat in principe meldt aan zijn directe overste. Zo vindt het dan zijn weg naar boven. Ik ga ervan uit dat dit systeem dat al eeuwenoud is, moet draaien zoals het hoort te draaien.

 

03.06  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, eerst en vooral, ook het operationele is uw bevoegdheid. U bent minister van Defensie, dus u bent daarvoor verantwoordelijk. U kunt uiteraard niet persoonlijk elke maaltijd checken, maar wij verwachten uiteraard wel dat, als u een signaal krijgt, u snel optreedt en dat de klachten over een gebrekkige accommodatie stoppen. Het is immers niet de eerste keer. Er zijn al dergelijke situaties geweest in Peutie, de KMS, Zaventem en een paar andere plaatsen. Er moet gewoon een screening gebeuren zodat alles overal in orde wordt gebracht. Ik kan u de situatie in Zaventem natuurlijk alleen maar signaleren. Het is aan u om daar verder iets mee te doen, maar als die klachten blijven binnenkomen dan zullen wij dat uiteraard niet laten rusten want wij zijn bekommerd om onze militairen die sowieso al in moeilijke omstandigheden moeten opereren. Zij waken over onze veiligheid en moeten dat op een uitgeruste manier kunnen doen.

 

Als er mij wordt gezegd dat een aantal militairen in Zaventem van de 15 dagen ter plaatse maar vier keer hebben kunnen slapen in een bed in het voorziene blok dan baart mij dat zorgen. Ik meen dat u dat ook zorgen baart. Dat is geen normale manier van werken.

 

Ik wil u echt vragen om dit allemaal nog eens te checken en uw gezond verstand te laten spelen. Er moet voldoende rust zijn in goede omstandig­heden voor militairen die bewakingsopdrachten uitvoeren.

 

03.07  Alain Top (sp.a): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord.

 

Mijn repliek gaat in dezelfde richting als die van de heer De Vriendt. U zegt terecht dat u geen controle kan doen op alle operationele zaken. U blijft echter de eindverantwoordelijke van Defensie. U draagt dus wel de verantwoordelijkheid.

 

Er werden oplossingen geboden en zaken aangepast, maar de herhaling van opmerkingen geeft aan dat er problemen zijn en blijven. Ik hoop dat die problemen deftig worden aangepakt zodat zij in de toekomst niet meer de kop opsteken.

 

Ik kom dan bij uw laatste opmerking over de commandoketen en dat de opmerkingen die weg horen te volgen. Dat is de normale gang van zaken, maar men moet zich de vraag stellen wat de oorzaak is als opmerkingen die normale weg van de commandoketen niet meer volgen. Waarschijnlijk heeft men het gevoel dat de problemen niet snel genoeg worden opgelost. Mensen raken dan wel eens misnoegd over hun situatie. U hebt gelijk als u zegt dat de commando­keten moet worden gevolgd en dat er zeer snel actie moet worden ondernomen zodat het probleem zich in de toekomst niet meer stelt. Neem van mij echt aan dat ik eventueel nieuwe opmerkingen en vragen opnieuw zal aankaarten want het is onze, maar ook uw plicht om onze militairen en Defensie te verdedigen.

 

03.08  Kattrin Jadin (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie beaucoup pour votre réponse.

 

J'entends que des dispositions ont été prises en réaction aux événements d'octobre. Comme vous, j'estime que nous devons tous veiller à ce que nos militaires accomplissent leurs missions dans un environnement adéquat et qu'ils puissent notamment bénéficier d'un hébergement approprié ainsi que de moments de repos.

 

C'est pourquoi nous continuerons à suivre très attentivement l'évolution de leur situation.

 

03.09  Jacques Chabot (PS): Monsieur le ministre, à l'instar de mes collègues, je salue les mesures correctives que vous venez de rappeler.

 

Il m'apparaît que vous êtes évidemment responsable du bien-être de nos militaires. Dès lors, il importe de consolider cette responsabilité.

 

S'agissant de la chaîne de commandement, je suis d'accord avec vous: il faut la respecter. Cependant, il conviendrait de se demander pourquoi elle ne fonctionne pas correctement pour l'instant. 

 

03.10 Minister Steven Vandeput: Mevrouw de voorzitter, in de replieken hoor ik dat mijn antwoord gepercipieerd wordt als zou ik menen dat de soldaten niet mogen klagen en dat zij de commandoketen moeten volgen. Dat heb ik niet gezegd. Ik heb wel gezegd dat iedereen in de commandoketen zijn verantwoordelijkheid moet nemen, of het is in ieder geval mijn intentie geweest om dat te antwoorden. Ik ben het ermee eens als gesteld wordt dat ik bovenaan sta en dat ik de eindverantwoordelijke ben. Ik ben er echter ook van overtuigd dat het systeem op zich op een bepaald moment zijn werk moet doen en als minister verwacht ik dat ook.

 

De voorzitter: Mijnheer Chabot, wenst u nog te repliceren?

 

03.11  Jacques Chabot (PS): Madame la présidente, je prends acte de la réponse du ministre.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de vervanging van het standaardwapen" (nr. 21350)

04 Question de M. Wouter De Vriendt au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le remplacement des armes standard" (n° 21350)

 

04.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, in de strategische visie wordt melding gemaakt van de vervanging van het standaardwapen vanaf de periode 2020. Het standaardwapen is voor de meeste eenheden nog steeds de FNC. De afgelopen jaren werden sommige eenheden wel al uitgerust met de FN SCAR. Het zou gaan om ongeveer 4 500 stuks.

 

Mijnheer de minister, bevestigt u dit aantal? Welke eenheden zijn momenteel met de FN SCAR uitgerust?

 

Ten tweede, hoeveel FNC's zijn er nog in gebruik als standaardwapen? Zijn er nog andere standaard­wapens in gebruik, zoals bijvoorbeeld de F 2000? Zo ja, hoeveel?

 

Ten derde, hoeveel standaardwapens zullen in het kader van het strategisch plan worden aan­gekocht? Welk wapen zal het nieuwe standaard­wapen zijn?

 

Ten vierde, wanneer zal in dit dossier een beslissing worden genomen?

 

04.02 Minister Steven Vandeput: Mevrouw de voorzitter, mijnheer De Vriendt, in 2012 werden 4 470 FN SCAR-wapens aangekocht in de verschillende versies. De FN SCAR LSTD 5.56 millimeter, de FN SCAR LCQC 5.56 millimeter en de FN SCAR 7.62 millimeter. Alleen het 5.56-kaliber wordt als standaardwapen beschouwd. Daarvan werden er 4 028 stuks aangekocht. Het patrimonium van FNC en F 2000 werd hiermee in 2012 gedeeltelijk vervangen door de SCAR en de P 90. Tot op heden zijn er nog 14 568 exemplaren van de FNC en 299 exemplaren van de F 2000 in gebruik in de eenheden. Het is de bedoeling om het resterende patrimonium te vervangen door de aankoop van 688 P90-wapens en 9 427 multifunctionele karabijnen van het kaliber 5.56. De aankoop­procedure zal uitwijzen welke multifunctionele karabijn 5.56 als nieuw standaardwapen zal worden aangekocht. De ondertekening van het contract is gepland in 2018 met een levering vanaf 2020.

 

04.03  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord en ik heb geen repliek.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Vraag van de heer Peter Buysrogge aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de ADIV" (nr. 21381)

05 Question de M. Peter Buysrogge au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le SGRS" (n° 21381)

 

05.01  Peter Buysrogge (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, eind van vorig jaar hebben een aantal personen van het departement Counter Intelligence van de ADIV een brief geschreven, waarin zij een aantal zaken aanklaagden die verkeerd lopen in de werking van de ADIV, onder meer interne concurrentiedrang, foutieve doorstroming van informatie, verwarrende communicatie met binnenlandse en buitenlandse partners en wantrouwen tussen de verschillende afdelingen onderling.

 

De inhoud van de brief alsook de oorzaken en gevolgen werden ondertussen hier in deze commissie voor de Landsverdediging maar ook elders al behoorlijk uitgebreid besproken, onder andere in de begeleidingscommissie van het Comité I. Ondertussen nam ook de toenmalige luitenant-generaal ontslag uit zijn functie van hoofd van de ADIV en werd een opvolger aangesteld.

 

In 2011 is door het Comité I een audit verricht. U hebt de brief waarvan sprake ook aan het Comité I bezorgd, om vervolgens een onderzoek te kunnen doen. Welke stappen zijn ondertussen gezet door het Comité I en door de ADIV, om de interne werking te verbeteren?

 

05.02 Minister Steven Vandeput: Mevrouw de voorzitter, mijnheer Buysrogge, op verschillende niveaus werden de hiernavolgende maatregelen getroffen.

 

Ten eerste, de commandostructuur van de ADIV werd herzien met het doel transparanter en efficiënter te zijn. De aansturing van het commando werd eveneens herzien.

 

Bovendien is een defence intelligence and security coordination centre in oprichting, dat de mooie afkorting DISCC zal krijgen. Dat coördinatiecentrum zal het enige punt zijn in en van de ADIV, teneinde op die manier de communicatieflux binnen de dienst te verbeteren en te vereenvoudigen.

 

De interne processen van de ADIV werden en worden voortdurend herbekeken, om efficiënter en meer coherent op crisissen of incidenten te kunnen inspelen. Er wordt ook grondig werk gemaakt van de intensifiëring van de coördinatie met de verschillende partners, zowel op nationaal niveau met de Veiligheid van de Staat als op internationaal niveau, door middel van deelname aan verschillende meetings alsook aan formele en informele gesprekken. De verschillende verant­woordelijken en de mogelijke samenwerkings­vormen werden duidelijk bepaald en beter op elkaar afgelijnd. Er wordt, ten slotte, op het niveau van de werving zowel intern als extern een grote inspanning geleverd, om ervoor te zorgen dat bijkomende medewerkers worden aangetrokken.

 

05.03  Peter Buysrogge (N-VA): Mijnheer de minister, dat zijn goede maatregelen. De problematiek is reeds jaren bekend en er werden voordien al voorstellen van verbetering geformuleerd. Het komt er nu op aan om de verbetervoorstellen die op tafel liggen, concreet uit te voeren.

 

De herziening van de commandostructuur is een goede zaak. De samenwerking op nationaal vlak kan nog veel beter. Het is ook een van de aanbevelingen van de terreurcommissie om de samenwerking met de Veiligheid van de Staat te verscherpen. Het zou alleszins interessant zijn – wij hebben het er in het verleden ook reeds over gehad – om de nieuwe topman van ADIV hier eens uit te nodigen, om eens te horen wat zijn visie ter zake is. Dat lijkt mij een goed voorstel, dat wij naar aanleiding van een regeling van de werkzaamheden concreet moeten inplannen. Dan kunnen wij zien wat de verbeteringen in de praktijk met zich brengen.

 

De voorzitter: We zullen de regeling van de werkzaamheden agenderen op 13 december.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De samengevoegde vragen nr. 21400 van de heer Calomne en nr. 21065 van mevrouw de Coster-Bauchau zijn ingetrokken.

 

06 Question de Mme Kattrin Jadin au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la mission Resolute Support en Afghanistan" (n° 21911)

06 Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de missie Resolute Support in Afghanistan" (nr. 21911)

 

06.01  Kattrin Jadin (MR): Madame la présidente, monsieur le ministre, récemment, l'OTAN a décidé de renforcer son soutien à l'Afghanistan. La Belgique s'est ainsi engagée à envoyer une trentaine de soldats supplémentaires en soutien à la mission de l'OTAN.

 

Actuellement, 62 hommes et femmes belges sont engagés dans la mission Resolute Support en Afghanistan.

 

Monsieur le ministre, quel est le dernier état de la situation en Afghanistan? Que représentent actuellement les coûts de la mission Resolute Support pour la Belgique? Quels seraient les coûts supplémentaires engendrés par l'envoi d'une trentaine de soldats supplémentaires?

 

06.02  Steven Vandeput, ministre: Madame la présidente, madame Jadin, la situation en Afghanistan est décrite régulièrement lors de la commission chargée du suivi des opérations. De manière générale, la situation sécuritaire dans ce pays reste fragile, y compris dans le nord où la majorité des troupes belges sont actives.

 

Les efforts supplémentaires des pays de l'OTAN se concentrent principalement sur la partie Train, Advise and Assist de la mission Resolute Support, afin de maintenir à niveau les capacités des forces de défense et de sécurité nationale afghanes. Les coûts de la mission Resolute Support représentent, pour l'année budgétaire 2017, un montant total de 7 475 000 euros nets pour la Belgique. Les coûts supplémentaires engendrés par l'envoi d'une trentaine de soldats supplémentaires pour une période de dix mois en 2018 sont estimés à un montant total de 4 599 000 euros nets.

 

06.03  Kattrin Jadin (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

07 Question de Mme Julie Fernandez Fernandez au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le plan Grand Froid" (n° 21185)

07 Vraag van mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het koudeplan" (nr. 21185)

 

07.01  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le ministre, je voudrais tout d'abord vous remercier, au nom du groupe socialiste, de nous avoir associés à la mission en Lituanie vendredi. C'était extrêmement intéressant. Nous avons reçu des informations et nous avons pu rencontrer nos militaires sur place.

 

Monsieur le ministre, comme chaque année, la Défense sera très certainement appelée à mettre à disposition à titre gratuit certaines de ses installations ou du matériel au profit des plus démunis dans le cadre du plan Grand Froid dans l'ensemble du royaume. Mon groupe a toujours soutenu avec force le principe d'aide à la nation qui se doit d'être une mission essentielle de l'armée. Pour rappel, pour la première fois, votre gouvernement avait remis en cause ce principe en envoyant des factures – qui ont été ensuite annulées –, suite aux restrictions budgétaires qui touchent votre département.

 

Monsieur le ministre, la Défense a-t-elle déjà été sollicitée dans le cadre de l'élaboration et de la mise en œuvre du plan Grand Froid 2017-2018? Quels seront les infrastructures ou le matériel que vous comptez mettre à disposition? La mise à disposition de ces ressources non utilisées par votre département actuellement se fera-t-elle à titre gracieux?

 

07.02  Steven Vandeput, ministre: Madame Fernandez Fernandez, les missions que vous mentionnez concernent le niveau local.

 

Cela dit, la Défense a déjà été sollicitée dans le cadre de l'élaboration du plan Grand Froid 2017-2018, tant pour la mise à disposition d'hébergements que pour le don d'équipements. Comme toujours, la Défense se tiendra prête si elle est sollicitée par les organismes sociaux pour la mise à disposition d'infrastructures d'accueil dans quatre provinces. Ces infrastructures sont le Quartier Médecin Lieutenant Joncker à Liège, le Camp Roi Albert à Marche-en-Famenne, le Quartier Général Bastin à Arlon, le Quartier de Wispelaere à Jambes et le Quartier Adjudant Aviateur Allaeys à Coxyde.

 

Comme l'an dernier, la prise en charge par les organismes sociaux se limite aux frais de nourriture et de nettoyage des couchages ainsi qu'aux éventuels frais anormaux, par exemple ceux liés à des détériorations.

 

Par ailleurs, la Défense se tiendra prête, à la demande des organismes sociaux, à céder, à titre gratuit et définitif, certains articles d'équipement, comme dans le passé. Il s'agit de pulls, de trainings, de gants, de sous-vêtements, de couvertures et de souliers dont mon département n'a plus l'usage.

 

Cependant, il convient de mentionner que les quantités disponibles sont limitées.

 

07.03  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.

 

Je n'ai pas dit que la Défense ne faisait rien! L'objectif de ma question était de m'assurer que les actions qu'elle mène le sont bien à titre gratuit.

 

Je suis d'accord avec vous lorsque vous dites que les missions que j'ai mentionnées relèvent des Régions; j'estime cependant que la Défense a un devoir d'aide à la nation. Je pense que nous n'aurons jamais la même vision des choses.

 

Je ne manquerai pas de vous questionner à nouveau, même si je sais déjà que votre réponse sera la même. Nous avons tous les deux de la suite dans les idées!

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

08 Interpellation de Mme Julie Fernandez Fernandez au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique sur "l'avenir de l'Hôpital royal militaire" (n° 237)

08 Interpellatie van mevrouw Julie Fernandez Fernandez tot de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken over "de toekomst van het Militair Hospitaal van Neder-Over-Heembeek" (nr. 237)

 

08.01  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le ministre, je vais encore vous énerver quelque peu!

 

C’est loin d’être la première fois que je vous interpelle sur la situation critique dans laquelle se trouve l’Hôpital royal militaire. Pour mon groupe, vous le savez, l’Hôpital royal militaire est un établissement qui joue un rôle crucial au sein de notre Défense nationale, mais également dans le secteur des soins aux civils de notre pays. Il rend des services essentiels que les hôpitaux civils auraient du mal à prendre en charge, comme le service des grands brûlés, ou la prise en charge de situations de catastrophe ou d’attentat telles que nous en avons, hélas, rencontrées voici peu de temps.

 

La remise en cause de cet hôpital, de même que la minimisation annoncée de la composante médicale, sont des choix qui semblent incompréhensibles alors que l’armée se veut plus orientée vers les opérations à l’étranger. Les risques médicaux pourraient donc augmenter. 

 

Vous tentiez, dans votre vision stratégique, de nous rassurer en affirmant qu’il est préférable de maintenir une structure de remise en condition largement centralisée et principalement militaire, tant le matériel que les procédures différant du matériel et des procédures dans le secteur des soins de santé civil. Les faits parlent d’eux-mêmes. L’état de vétusté du bâtiment et l’absence de considération du gouvernement quant à l’avenir de l’institution en sont des preuves inquiétantes.

 

Monsieur le ministre, votre vision stratégique indiquait: "Les études et analyses de risques en cours avec le SPF Santé publique sur ses capacités d’infrastructures doivent se clôturer à court terme." Dès lors, quelle est la position du gouvernement sur l’avenir de l’Hôpital royal militaire, plusieurs mois après ma première question à ce sujet? Où en sont les concertations intercabinets sur ce point? Pouvez-vous également nous donner une date plus précise de clôture de ces analyses et pour les conclusions que vous allez tirer de celles-ci? Comptez-vous déplacer certaines missions exercées par l’Hôpital royal militaire vers des hôpitaux civils, en dehors du site de Neder-Over-Heembeek, voire de la Région de Bruxelles-Capitale? Quelles nouvelles missions, militaires ou civiles, l’Hôpital royal militaire pourrait-il assurer à l’avenir? Quelles seront les conséquences de votre vision en dimensions plutôt qu’en composantes, d’où le médical est absent en tant que tel, sur l’avenir de cette institution? Enfin, quel bilan tirez-vous de l’état actuel du bâtiment de l’Hôpital royal militaire? Des investissements sur le site actuel sont-ils prévus prochainement?

 

08.02  Steven Vandeput, ministre: Madame la présidente, madame Fernandez Fernandez, je réfère tout d'abord à ma réponse à votre question n° 13884 du 26 septembre 2016 ainsi qu'à ma réponse à la question n° 19353 du 14 juin 2017 de Mme Jadin.

 

La traduction de la vision stratégique en dimensions n'a en tant que tel pas d'impact sur l'Hôpital militaire. Je l'ai déjà dit mille fois. L'appui aux militaires en opération et la mise en condition des militaires resteront toujours des priorités de la capacité médicale militaire. Celle-ci est basée sur trois piliers: un pilier opérationnel, un pilier de mise en condition et un pilier de support.

 

Le personnel médical du pilier opérationnel qui n'est pas déployé en opération ou en exercice entretient ses compétences au sein du pilier de mise en condition. Ce pilier est centralisé au sein de l'Hôpital militaire. La Défense a proposé des modes de gestion pour les différents modules du pilier de mise en condition. Ces propositions ont été soumises à un audit indépendant. Les conclusions et recommandations de ce dernier, ainsi que la composition et le mandat du groupe de travail technique intersectoriel et interdépartemental, qui doit concrétiser le travail, ont été présentés récemment au groupe de travail de politique générale, soit les intercabinets. Vous savez qu'il y a une différence entre les cabinets et les administrations.

 

Le groupe de travail technique intersectoriel et interdépartemental étudie les différentes options de collaboration avec des partenaires civils, tout en respectant les missions clés de la Défense, et prépare ainsi les conclusions définitives pouvant être soumises à décision.

 

En attendant les conclusions et décisions définitives préparées par ce groupe de travail intersectoriel et interdépartemental, les investissements indispensables et urgents se feront en fonction des budgets disponibles, y compris s'ils concernant l'infrastructure sur le site de Neder-Over-Heembeek.

 

08.03  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

 

Après vous avoir entendu, mon groupe et moi-même ne sommes pas plus rassurés, raison pour laquelle nous avons déposé trois motions, à savoir une motion visant à assurer l'avenir de la composante médicale et de l'Hôpital royal militaire, une motion demandant que soient réalisés d'urgence les travaux qui permettront la pérennité de l'Hôpital royal militaire, et une motion demandant une intégration de l'Hôpital royal militaire dans le réseau hospitalier en vue d'une harmonisation de l'offre médicale avec d'autres hôpitaux.

 

Madame la présidente, je tiens à terminer mon intervention en vous remerciant pour avoir bien voulu modifier l'organisation de notre ordre du jour et pour m'avoir permis de poser mes questions. 

 

Moties

Motions

 

La présidente: En conclusion de cette discussion les motions suivantes ont été déposées.

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

 

Une motion de recommandation a été déposée par Mmes Julie Fernandez Fernandez et Karine Lalieux et MM. Stéphane Crusnière, Jacques Chabot, Daniel Senesael et Alain Top et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu l'interpellation de Mme Julie Fernandez Fernandez

et la réponse du ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique,

demande au gouvernement

dans les suites qui seront données à la Vision stratégique et à l'audit réalisé cette année par des experts indépendants, d'assurer l'avenir de la composante médicale et de l'Hôpital royal militaire comme des prérequis indispensables à la projection à l'étranger de nos militaires, au bien-être et à la santé de ceux-ci, ainsi qu'au regard de plusieurs missions d'"aide à la nation" essentielles remplies actuellement par l'Hôpital royal militaire;

de réaliser d'urgence les travaux nécessaires à la pérennité des installations de l'Hôpital sur son site de Neder-over-Heembeek;

tout en préservant la nature "militaire" de l'Hôpital royal, de permettre, dans le cadre de la réforme du paysage hospitalier actuellement en cours, son intégration au sein d'un réseau hospitalier en vue d'une harmonisation de l'offre médicale avec d'autres hôpitaux."

 

Een motie van aanbeveling werd ingediend door de dames Julie Fernandez Fernandez en Karine Lalieux en de heren Stéphane Crusnière, Jacques Chabot, Daniel Senesael en Alain Top en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellatie van mevrouw Julie Fernandez Fernandez

en het antwoord van de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken,

verzoekt de regering

- in het kader van de implementatie van de strategische visie voor Defensie en van het gevolg dat zal worden gegeven aan de audit die dit jaar door onafhankelijke deskundigen werd gerealiseerd, te zorgen voor de toekomst van de Medische Component en van het Militair Hospitaal van Neder-Over-Heembeek; zonder die instanties is de inzet van onze militairen in buitenlandse operaties immers onmogelijk en ze zijn onmisbaar voor het verzekeren van hun welzijn en gezondheid; voorts moet ook rekening worden gehouden met de cruciale hulpverleningstaken aan de Natie die het Militair Hospitaal vandaag vervult;

dringend de nodige werken uit te voeren om het voortbestaan van de militaire ziekenhuisinfrastructuur in Neder-over-Heembeek te verzekeren;

het Militair Hospitaal, mét behoud van het militaire karakter ervan, in het kader van de lopende hervorming van het ziekenhuislandschap op te nemen in een ziekenhuisnetwerk en zijn medische aanbod zodoende op dat van andere ziekenhuizen af te stemmen."

 

Une motion pure et simple a été déposée par M. Peter Buysrogge.

Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Peter Buysrogge.

 

Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.

 

09 Question de M. Benoit Hellings au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "les collaborations de la Défense avec l'armée irakienne et les groupes armés kurdes en Irak" (n° 21619)

09 Vraag van de heer Benoit Hellings aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de samenwerking van Defensie met het Iraakse leger en met Koerdische gewapende groeperingen in Irak" (nr. 21619)

 

09.01  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Madame la présidente, je remercie M. le ministre et mes collègues de s'être montrés si souples.

 

09.02  Steven Vandeput, ministre: Je respire la flexibilité!

 

09.03  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): C'est vrai, mais c'est la fonction de l'exemple, monsieur le ministre!

 

Monsieur le ministre, la déroute militaire de l’organisation terroriste "État islamique" est de plus en plus évidente. Cependant, la situation dans la région n’en demeure pas moins préoccupante. Au-delà de la complexité immense de la situation en Syrie, l’Irak est une nouvelle fois au bord de la guerre civile consécutivement au référendum que le gouvernement régional kurde a organisé le 25 septembre dernier, afin de demander l’indépendance de cette région autonome ainsi que – c'est le plus important – des territoires que les troupes kurdes occupent en dehors de celle-ci. En octobre, ces territoires ont été le théâtre d’affrontements violents entre les troupes kurdes, les peshmergas, et les forces gouvernementales irakiennes, en particulier entre Kirkouk et Erbil, qui constituent une zone stratégique. De plus, il importe de souligner que les populations de la région sont très diverses. On y retrouve des Kurdes, des Turkmènes, des Arabes et, principalement, des sunnites. Or les troupes gouvernementales irakiennes sont essentielle­ment constituées d’Arabes chiites; nous en discutons ici depuis de nombreuses années. Bref, la situation est très complexe, malgré la disparition progressive des terroristes dans ces zones.

 

D’où, monsieur le ministre, mes trois questions.

 

La Défense collabore-t-elle toujours avec les troupes kurdes – les peshmergas – et avec les troupes fédérales irakiennes? Si oui, de quelle manière?

 

Dans cette situation originale où nous soutenons les deux camps qui s’affrontent, comment la Défense s'y prend-elle pour gérer ces antagonismes? Des exclusives des deux parties ont-elles été évoquées par l'une ou l'autre d'entre elles?

 

Enfin, si la situation militaire et politique ne s’améliore pas entre les peshmergas et les troupes gouvernementales, quelle sera la position de la Défense quant au soutien à apporter? En bref, qui allons-nous finir par soutenir si ces affrontements se poursuivent?

 

09.04  Steven Vandeput, ministre: Monsieur Hellings, comme cela fut expliqué au cours de la réunion de la commission de Suivi des opérations militaires à l'étranger du 18 octobre dernier, la position de la Défense vis-à-vis des partenaires kurdes et irakiens est tributaire de celle de la coalition internationale contre Daech. Tout changement sera décidé en concertation avec nos partenaires.

 

En tout cas, soyez assuré que nous ne prendrons pas d'initiative dans l'éventualité d'un conflit interne à l'Irak. Nous avons en effet pris des dispositions pour garantir notre indépendance à l'égard des différentes parties.

 

09.05  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, je comprends que vous deviez garder le secret et je le respecte. Même si, comme vous le savez, je ne suis pas en faveur du huis clos, je suis respectueux des règles quand elles s'appliquent à nous.

 

Il n'en demeure pas moins qu'il s'agit ici d'une question géostratégique. Au moment de l'entrée en guerre en Irak et en Syrie, autant nous avons été extrêmement critiques sur l'intérêt géo­stratégique des frappes aériennes, autant nous vous avons soutenu dans vos initiatives, à de nombreuses reprises, de former des militaires irakiens, d'abord à Bagdad et ensuite dans le nord aux côtés des troupes peshmergas, à une époque où celles-ci combattaient l'État islamique.

 

J'ai toujours insisté sur la nécessité de maintenir cette action, que je trouve positive, à long terme mais aussi de former des soldats sunnites. L'enjeu aujourd'hui est de pouvoir former une armée nationale irakienne composée au prorata des communautés qui composent ce pays, un peu comme le nôtre. Autant, on n'imagine pas une armée belge majoritairement composée de l'une ou l'autre communauté de Belgique, autant, on n'imagine pas une armée irakienne composée uniquement de l'une ou l'autre communauté. On est à un point de basculement.

 

J'espère que la Belgique continuera à soutenir cette formation au sein de l'armée nationale irakienne et qu'elle contribuera toujours à faire en sorte que cette armée irakienne puisse être à l'image du pays tout entier, c'est-à-dire composée de sunnites, de chiites, de Kurdes et de toutes les autres communautés de ce pays.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Samengevoegde vragen van

- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het plan voor de sluiting van kazernes" (nr. 21668)

- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de toekomst van de kazerne te Ieper" (nr. 21679)

- de heer Alain Top aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het plan voor de sluiting van kazernes" (nr. 21733)

- de heer Stéphane Crusnière aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de kazernes en de toekomstperspectieven van de militaire apotheek in Nijvel" (nr. 21736)

- de heer Alain Top aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de kazerne in Koksijde" (nr. 22157)

10 Questions jointes de

- M. Wouter De Vriendt au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le plan de fermeture des casernes" (n° 21668)

- Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'avenir de la caserne d'Ypres" (n° 21679)

- M. Alain Top au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le plan de fermeture des casernes" (n° 21733)

- M. Stéphane Crusnière au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "les casernes et les perspectives d'avenir de la pharmacie militaire de Nivelles" (n° 21736)

- M. Alain Top au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la caserne de Koksijde" (n° 22157)

 

10.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, de VRT heeft ongeveer een maand geleden duidelijk gemaakt wat velen al vermoedden, met name dat er een kazerneplan op tafel ligt. Volgens dat plan worden de volgende kazernes gesloten. Voor Vlaanderen: Koksijde, Oostende, Ieper, Gavere, Zutendaal, Tielen en Berlaar. Voor Wallonië: Glaaien, Nijvel, Jambes, Luik, Bastenaken, Doornik en Eupen. Dat plan is een concrete vertaling van het voornemen in uw strategisch plan om het aantal manschappen bij Defensie te doen dalen naar 25 000.

 

Zonder mij uit te spreken over de opportuniteit voor de sluiting van deze of gene kazerne, snakt het personeel van Defensie in ieder geval naar duidelijkheid over de mogelijke toekomstige plaatsen van tewerkstelling. Een regerings­beslissing blijft echter uit. In een reactie op het bericht van de VRT hebt u gezegd dat u tijdens deze legislatuur geen kazernes zult sluiten.

 

Mijnheer de minister, zal er tijdens deze legislatuur werkelijk geen beslissing worden genomen in dit dossier? Welke zijn de obstakels bij het nemen van een beslissing?

 

Wat is de status van het plan dat voorligt? Wie heeft dat plan opgesteld? Van wanneer dateert deze versie?

 

Is er overleg met de vakbonden over dat dossier? Voor ons is de aantrekkelijkheid van de tewerk­stelling bij Defensie belangrijk. Een van de elementen is wel de nabijheid van het werk bij de woonplaats. In het rationaliseren kan dus ook overdreven worden, waardoor het voor militairen lastig wordt om zich nog te verplaatsen naar hun kazerne, waardoor de aantrekkelijkheid van Defensie zeker niet verbetert. Daar kunnen wij niet achter staan.

 

10.02  Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag situeert zich in dezelfde context.

 

Mijnheer de minister, in uw strategische visie voor Defensie van meer dan een jaar geleden, hebt u enkele grote lijnen uitgezet voor de toekomst. Meer bepaald de sluiting van kazernes wordt daarin vermeld. U hebt gezegd dat uw plan klaar is, maar dat er tijdens deze legislatuur geen echte beslissing zou worden genomen.

 

De ongerustheid in de kazernes blijft ondertussen bestaan. De heer De Vriendt heeft wellicht al gesproken over West-Vlaanderen, dat hard getroffen zou worden door de mogelijke sluiting van de kazernes van Lombardsijde, Koksijde en Ieper.

 

Ik zou van u graag een stand van zaken krijgen van die dossiers. Dat geldt ook voor de Lemahieukazerne in Ieper. Ik vraag uw aandacht voor de symbolische waarde van die kazerne, pal in het frontgebied van Wereldoorlog I. In die kazerne zijn vandaag 270 militairen aan de slag, waarvan de meesten in de omgeving wonen.

 

Wat is de stand van zaken in het dossier? Wordt hierover nog onderhandeld? Zullen er beslissingen worden genomen tijdens deze legislatuur of met uitwerking in volgende legislatuur?

 

Er zouden mails circuleren over outsourcing. Hoe ver staat het daarmee?

 

10.03  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, mijn eerste vraag sluit aan bij de bekendmaking door de VRT dat er een sluitingsplan voor kazernes op de tafel ligt, met een mogelijke sluiting van 14 kazernes. De namen en plaatsen werden hier reeds vermeld. U reageerde meteen door te stellen dat er tijdens deze legislatuur geen kazernes zouden worden gesloten. Het personeel leeft sinds het begin van deze legislatuur in onzekerheid en het wordt dan ook ruim tijd om meer duidelijkheid te bieden aan de militairen.

 

Uit een interne bron vernemen we dat er in de praktijk reeds mutaties bezig zijn. De CHOD zou blijkbaar niet kunnen wachten op de politieke beslissing, want de operationaliteit zou in het gedrang kunnen komen. Om die reden zouden bepaalde eenheden reeds worden overgeplaatst naar andere kazernes. Kunt u dat bevestigen of ontkent u dat? Kunt u de situatie toelichten in verband met mogelijke mutaties?

 

Mijn tweede vraag vervalt, aangezien wij uit uw reactie al geleerd hebben dat u tijdens deze legislatuur geen kazernes sluit. Vorige week leerden we bij de bespreking van uw beleidsnota dat de beslissing pas in 2020 zou worden genomen. Mij lijkt het absoluut noodzakelijk dat hoe dan ook het personeel minstens een jaar op voorhand wordt ingelicht over de plaats en de datum van mutatie. Zal hiermee rekening worden gehouden?

 

Ten derde, werden de sociale partners reeds gecontacteerd? Wat is de stand van zaken van het sociaal overleg?

 

Mijn tweede vraag gaat specifiek over Koksijde.

 

Mijnheer de minister, u hebt gezegd dat er in deze legislatuur geen kazernes gesloten zullen worden. Parallel met deze aankondiging zegt de burgemeester van Koksijde echter het volgende – ik citeer: "De mogelijke sluiting is geen verrassing, dus hebben wij daar rekening mee gehouden in ons masterplan dat wij samen met de provincie zullen voorstellen op 19 december." Het gaat om 19 december 2017. "Met de sluiting zal een stuk geschiedenis verdwijnen. Het is met een vleugje nostalgie dat ik terugdenk aan de tijden waarin Koksijde de hoofdrol speelde in de serie Windkracht 10. Voor de ontwikkeling van de site heeft de sluiting geen gevolgen. Wij blijven inzetten op wonen en de herlocalisatie van een aantal gemeentelijke diensten. Een deel van het vliegveld zullen wij behouden zodat sportvlieg­tuigjes er kunnen landen. Daarnaast zullen wij voorstellen om met de gemeente één van de Seakings te kopen als blijvende herinnering".

 

Ik heb hierover de volgende vragen.

 

De burgemeester van Koksijde organiseert een informatievergadering, alsof de beslissing tot sluiting al een feit is. Is er contact geweest tussen u of uw diensten en de gemeente Koksijde? Zo ja, wat is het resultaat daarvan? Spreekt de burgemeester van Koksijde zich misschien te vroeg uit?

 

Zijn er al concrete plannen om de site te herlocaliseren? Zo ja, in welke mate bent u op de hoogte van deze plannen? Kunt u daar wat meer toelichting bij geven?

 

10.04  Stéphane Crusnière (PS): Monsieur le ministre, je vais me permettre de vous interroger une nouvelle fois concernant les perspectives d'avenir de la pharmacie militaire de Nivelles et plus globalement de votre plan d'implantation géographique des casernes, tel qu'il était promis dans votre Vision stratégique. En effet, mon collègue l'a dit, la VRT a fait état récemment d'une liste d'installations militaires appelées à fermer leurs portes. Cette liste circulerait depuis des mois dans les cabinets ministériels sans que le gouvernement ne parvienne à l'approuver. En Wallonie, les sites concernés seraient situés à Glons, Nivelles, Liège, Bastogne et Tournai. À la suite de ces informations, vous vous êtes exprimé via Twitter en annonçant qu'aucune caserne ne fermerait durant votre mandat.

 

Monsieur le ministre, est-il vrai qu'une liste de casernes qui seraient potentiellement fermées par ce gouvernement circule au sein de celui-ci? Ce gouvernement compte-t-il appliquer sa décision qui figure à la page 141 de votre Vision stratégique, à savoir la présentation d'un plan de mise en œuvre de l'implantation géographique des quartiers avant la fin de la législature et selon quel calendrier? Dans ce cadre, une concertation avec les autres niveaux de pouvoir concernés ainsi que les syndicats a-t-elle déjà été organisée? Enfin, plus spécifiquement, pouvez-vous m'en dire davantage sur les perspectives d'avenir de la pharmacie militaire, de ses missions et de son personnel?

 

10.05 Minister Steven Vandeput: Geachte collega's, de uitrol van de strategische visie is volop bezig. De grote investeringsdossiers voor alle componenten zijn opgestart. Gelijktijdig zijn ook de dossiers opgestart met betrekking tot de uitbesteding van niet-militaire taken.

 

Ik bevestig dat wij conform de strategische visie het vooruitzicht hebben om van een leger van 30 000 naar een van 25 000 militairen te gaan op termijn. Dat leger met 25 000 militairen op termijn zal dezelfde ambities hebben als vandaag en zelfs meer. Dat wil zeggen dat we een aantal dingen niet langer zelf zullen doen en dus uitbesteden.

 

Een uitbesteding van opdrachten heeft op termijn onvermijdelijk gevolgen voor de infrastructuur. Dat is nogal evident. In dat kader getuigt het van goed bestuur nu al na te denken over mogelijke scenario’s op het vlak van de infrastructuur. Ja, er zijn dus oefeningen gedaan op basis van wat er in de toekomst mogelijk is en wat niet.

 

Het befaamde document dat in de media is gekomen, is, inderdaad, een document dat besproken werd in de interkabinettenwerk­groepen, IKW's, zoals er zo vele documenten circuleren in interkabinettenwerkgroepen. Ik bevestig of ontken dus geenszins dat de namen die daarin vermeld zijn, de juiste zijn. Ik zeg ook niet of dat al dan niet het finale document is en of dat document uiteindelijk op de regeringstafel komt.

 

Ik bevestig mijn uitgangspunt dat er voor 2020 geen kazernes zullen sluiten waarvan de sluiting niet reeds door vorige regeringen was beslist. Het staat goed om een opsomming met onder andere de kazerne van Glons te maken. Maar wij hebben eindelijk geld vrijgemaakt om de militairen die werken in het CRC van Glons, een fatsoenlijke installatie te bezorgen. Overigens, ik kan u nog wel een aantal voorbeelden geven van kwartieren waarvoor terecht de vraag mag worden gesteld of het niet beter is om het werk daar, gelet op de werkomstandigheden, op een andere manier te organiseren.

 

Specifiek over Koksijde kan ik de vergelijking maken met Gavere. Daar is geen vraag over gesteld, maar iedereen weet dat wij op zoek zijn naar synergieën. Iedereen heeft kunnen vaststellen dat ik een maand of drie geleden, samen met mijn collega bevoegd voor Mobiliteit, bij Belgocontrol een samenwerkingsakkoord heb ondertekend. Dat dit gevolgen heeft, lijkt mij nogal evident. Wie deze commissie een beetje opvolgt, mijnheer Top, weet dat ik bevestigd heb dat wij spreken met de luchthaven van Oostende om te bekijken op welke basis wij kunnen samenwerken. Als het voor ons efficiënter is om samen te werken met de luchthaven van Oostende, dan denk ik dat wij dat moeten doen.

 

Straks, als wij nog tijd hebben, zullen wij de discussie voeren over het intern onderzoek. Het staat altijd goed om te roepen dat dit of dat niet kan, maar wie bezorgd is over Defensie moet durven naar het geheel te kijken. Ik kan u zeggen, mijnheer De Vriendt, dat ik altijd gezegd heb dat ik een regionale spreiding enorm belangrijk vind, zeker op het vlak van rekrutering. In elk geval, van het plan dat circuleerde, is in de media maar de helft meegedeeld. Er wordt vandaag geroepen dat het een schande is dat de kazerne in Koksijde wordt gesloten, maar het gaat daar over een verplaatsing van de corebusiness over 20 kilometer. Ik droom inderdaad van enkele andere lokalisaties die vandaag niet bestaan, en die niet slecht zouden zijn voor de rekrutering. Als wij blijven vasthouden aan wat er altijd geweest is, zal het niet vooruitgaan.

 

Als wij daarover blijven communiceren op de manier waarop dat vandaag gebeurt, blijft de onzekerheid bestaan. Ik heb twee weken geleden zekerheid gegeven aan de mensen. Ik heb gezegd dat er voor 2020 niets zal gebeuren, niets wat niet al beslist was. Ik was bij de eerstesteenlegging in Beauvechain. Wel, de mensen daar zijn heel tevreden dat zij eindelijk naar een plaats kunnen gaan die derwijze is ingericht dat zij kunnen werken zoals dat hoort.

 

Wij moeten allen uitgaan van de vraag wat Defensie nodig heeft. Dan is het inderdaad heel duidelijk dat voor een goede rekrutering, een rekrutering die een doorsnede is van de maat­schappij, op termijn een spreiding noodzakelijk zal zijn. In dat kader is het natuurlijk altijd jammer dat wij het alleen maar hebben over sluitingen, maar niet over de opportuniteit en de mogelijkheden die zich aanbieden, overal en voor alle mensen.

 

Mijnheer Top, u weet dat wij op vrijdag in principe samenzitten met de syndicale partners. Daar werd er gesproken over het pakket begeleidings­maatregelen dat nodig is voor personen die deel uitmaken van een herstructurering, hetzij van geografische hetzij van een andere aard. Wij hebben daar een akkoord, althans volgens mijn informatie. Dat akkoord bepaalt specifiek dat degenen die effectief worden geïmpacteerd door een structurele ingreep, daarvan ruimschoots op voorhand worden verwittigd, wat overigens maar normaal is.

 

Men weet ook — dat heeft trouwens ook al in de kranten gestaan — dat wij met Zutendaal andere plannen hebben. Ik ben daar vorige week samen met de Amerikanen de zaak gaan opendoen. Men weet toch dat wij daar andere dingen gaan doen. De mensen weten ondertussen toch dat wij een aantal zaken op een andere manier gaan doen en dat zulks duidelijk gevolgen zal hebben. Maar nogmaals, als dit een impact heeft op de mensen op sociaal vlak of inzake het woon-werkverkeer en dergelijke, zijn wij overeengekomen met de bonden dat wij dat ruimschoots op voorhand zullen meedelen. Daar sta ik op.

 

Er was inderdaad een plan. Ik kan u zeggen dat er rekening wordt gehouden met de demografie van een kwartier, met de mate waarin mensen al dan niet sociaal worden geraakt. Ik weet ook dat men intern — ik kom er straks nog op terug met betrekking tot het fameuze interne onderzoek — graag zaken vertelt die op niets gestoeld zijn en dat men graag onrust blijft stoken. Waarom? Daar heb ik geen flauw idee van. Ik weet niet wie daarvan beter wordt. Ik in elk geval niet, de militairen evenmin en het apparaat in zijn geheel ook niet.

 

Ten eerste, ik bevestig dat er voor 2020 niets zal gebeuren dat nog niet beslist is.

 

Ten tweede, zij die geraakt worden door struc­turele hervormingen – het anders aanpakken van de vorming, of de wijze waarop het SOCOM wordt opgebouwd vanuit de tweetalige kazerne in Heverlee – hebben recht op begeleidende maatregelen. Zij worden daarvan ruim op voorhand ingelicht en daarover bestaan er akkoorden.

 

10.06  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, wij kunnen uw redenering en overwegingen in grote lijnen wel volgen. Ecolo-Groen behoorde nooit tot degenen die zich mordicus willen verzetten tegen elk plan voor rationalisering of sluiting van kazernes tout court. Wij hebben dus een vrij open geest op dat vlak, uiteraard met dien verstande dat de bereikbaar­heid — u hebt dat zelf ook aangegeven — wel een belangrijk criterium is dat telkens voor ogen moet worden gehouden.

 

Ik zie ook dat de luchthaven van Oostende op het eerste gezicht inderdaad een mooie opportuniteit kan zijn, maar, als wij ons moeten uitspreken voor of tegen de sluiting van één bepaalde kazerne, in West-Vlaanderen of ergens anders, dan moeten alle elementen in overweging worden genomen, het volledige dossier, de alternatieven, de opportuniteit en dan pas kunnen wij een oordeel uitspreken.

 

Ik kom nu tot een meer politieke vraag.

 

U zegt dat het is goedgekeurd in meerdere IKW’s. Wij zijn 2017. Dat gebeurt dan toch met het oog op een beslissing? Waarom zouden die plannen anders circuleren? U zegt dat u niets meer zult uitvoeren dan wat al door een vorige regering is beslist, maar dat betekent dat de huidige regering op het vlak van de sluiting of rationalisering van kazernes in feite niets zal beslissen?

 

10.07 Minister Steven Vandeput: Op het vlak van rationalisering zijn wij volop bezig. Wij willen onze werking altijd afstemmen op het al of niet open zijn van een kazerne. Een kazerne open of dicht betekent 40 à 50 man ondersteunend personeel extra. Soms is dat zelfs niet voldoende, want het onderhoud moet gebeuren, er zijn aparte diensten enzovoort. Die oefeningen zijn allemaal bezig. In dat kader hebben wij oefeningen laten rondgaan om duidelijkheid aan de mensen te geven over waar wij naartoe gaan en wat er zal gebeuren.

 

Laat ons echter heel eerlijk zijn, mijnheer De Vriendt: als u de strategische visie volledig hebt gelezen, dan weet u ook wat er geografisch zal moeten gebeuren. Dan weet u dat gewoon. Dan kunnen zich opportuniteiten aandienen, maar ook dat moet in een algemeen kader gebeuren.

 

Vandaag is er geen beslissing nodig. Wij weten niet of de volgende regering aanpassingen en wijzigingen zal doen. Zij zal misschien terug in de richting van 30 000 of 35 000 personen gaan. Gezien de evoluerende veiligheidssituatie zou dat wel eens kunnen, dus wij mogen niet te snel gaan.

 

Neem van mij echter aan dat wij gedegen studie­werk hebben geleverd en dat wij hebben gekeken naar de demografie, de afstanden, de bereikbaarheid enzovoort. Wij hebben echter vooral gekeken naar de taken die moeten worden uitgevoerd en wat daarvoor nodig is.

 

10.08  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Waarom circuleert er nu al een sluitingsplan?

 

10.09 Minister Steven Vandeput: Het is geen sluitingsplan, mijnheer De Vriendt!

 

Laat ons stoppen met te spreken over een sluitingsplan want dat is niet de finaliteit van het verhaal. Het gaat over een mogelijke, toekomstige geografische spreiding van de Belgische Defensie in ons land. Het is geen sluitingsplan. Het is niet mijn ambitie om te sluiten. Het is mijn ambitie om een goede geografische spreiding te hebben, efficiënt, duurzaam enzovoort. Dat is de ambitie.

 

Bovenaan het plan staat "geografische spreiding" en niet "sluitingsplan, mijnheer De Vriendt. Er staan kruisjes, pijltjes en rode bolletjes op. Er zijn heel veel oefeningen gedaan. Het lijkt mij normaal dat wij over dingen nadenken. Een beslissing is hoogdringend voor het personeel, maar iets minder voor het werk dat wij vandaag doen.

 

10.10  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): In de nota die circuleert, is wel degelijk sprake van de sluiting van een aantal kazernes. De conclusie is dat er binnen de meerderheid geen akkoord is over wat er moet gebeuren. Er wordt blijkbaar ook gelekt vanuit de IKW's naar de pers. Waarschijnlijk zult u tijdens deze regeerperiode niets meer kunnen beslissen en dat is in tegenspraak met de zekerheid die de militairen al jaren vragen.

 

10.11 Minister Steven Vandeput: U kunt blijven doorgaan op die zekerheid en ik zeg dat er tot 2020 niets gebeurt. Dat is de zekerheid die zij hebben. Kunnen wij daarop focussen, want dat is nog drie jaar? Voor 10 000 personeelsleden komt dit overeen met het einde van hun carrière.

 

10.12  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Dat is geen zekerheid! U zegt dat zij nog drie jaar hebben en dat er na 2020 van alles kan veranderen. Dat is geen zekerheid. Dat is net wat wordt aangegeven in het intern onderzoek van Defensie.

 

10.13 Minister Steven Vandeput: Mijnheer De Vriendt, als Groen ooit aan de macht komt, zal voor Defensie alles blijven zoals het is.

 

Is het dat wat u zegt?

 

10.14  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Nee, maar…

 

10.15 Minister Steven Vandeput: U gaat nu zekerheid geven aan de mensen. U gaat nu zeggen dat er niets zal gebeuren. Dat is de zekerheid die u gaat geven?

 

Ik kan niet spreken voorbij 2019 want ik zal dan normaal gezien geen minister meer zijn, normaal gezien.

 

10.16  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Politiek kan er natuurlijk veel veranderen.

 

Zekerheid is een horizon van 10 à 15 jaar, dat is zekerheid. Zekerheid is niet zeggen dat er nu nog 2,5 jaar rest en dat pas dan er opnieuw zaken kunnen veranderen. Dit terwijl er al ontwerpen van sluitingen circuleren. De militairen weten dat ze ook al op regeringsniveau en in de IKW's worden besproken. U spreekt over zekerheid. Dit is geen situatie van veel zekerheid.

 

10.17 Minister Steven Vandeput: Mijnheer De Vriendt, de strategische visie gaat tot 2030. Zoals steeds heeft de media alleen gebracht wat het meest rumoer en stof zou doen opwaaien. Men heeft in de media niets gezegd over de termijn en de periodes waarin dit wordt bekeken.

 

In het verleden heeft men dat gedaan. In het verleden heeft men gezegd: binnen een jaar zijn we hier weg. Dat is niet wat nodig is. Dat is niet wat we nodig hebben en wat we kunnen. Dat was trouwens de laatste zin van dezelfde reporter die gisteren opnieuw de sappige stukken van een intern document naar buiten heeft gebracht.

 

U spreekt over "het document", maar er zijn verschillende documenten, verschillende studies, verschillende ideeën. Er zijn verschillende berekeningen en onderzoeken gebeurd.

 

Neem van mij aan dat mijn voorstel rekening zal houden met de geografische spreiding, met de sociale impact en met de reële behoeften van de Belgische Defensie.

 

10.18  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Ik onthoud dat deze regering geen beslissing meer zal nemen. Dat hebt u net gezegd. Het wordt doorgeschoven naar de volgende regering in 2020. Dat is de conclusie van het verhaal.

 

10.19  Alain Top (sp.a): De conclusie is inderdaad dat de Ministerraad, de regering, niet tot een beslissing komt.

 

Ik heb het niet over een sluiting van kazernes of een herstructurering zoals u met verschillende plannen op de verschillende IKW's hebt voorgesteld. Er zijn al zaken in voorbereiding. Er zijn plannen aan de regering, aan de IKW's, voorgelegd. Er wordt geen beslissing genomen, maar ik verneem wel dat er intussen op het terrein mutaties bezig zijn. Ik heb op mijn vragen daarover geen antwoord gekregen.

 

10.20 Minister Steven Vandeput: Mijnheer Top, ik heb u toch gezegd dat er herstructureringen aan het gebeuren zijn, dat er mensen worden gemuteerd, dat we het SOCOM aan het opbouwen zijn, dat we naar Belgocontrol gaan!

 

10.21  Alain Top (sp.a): Dus voedt u nog meer de ongerustheid door bepaalde zaken al uit te voeren in de praktijk terwijl de regering hierover nog geen beslissing genomen heeft. Dat is het resultaat van wat er aan het gebeuren is.

 

Gelukkig is er toch al overleg met de sociale partners. Ik vind het ook een goede zaak dat u het plan opnieuw opneemt dat uw voorganger, minister De Crem, afgeschaft had. Ik heb het dan over het plan om minstens een jaar op voorhand begeleidingsmaatregelen te nemen.

 

Ik sluit me aan bij de vorige spreker. Ook wij roepen niet dat het een schande is dat een kazerne gesloten zou worden. We roepen wel over het feit dat er geen duidelijkheid over komt. In het strategisch plan wordt met veel bravoure aangekondigd dat er een herstructurering zal zijn, met cijfers variërend van 25 000 tot 30 000. Die herstructurering wordt echter nog niet uitgevoerd. Daardoor worden de militairen ongerust. Het gevolg is dat lokale burgemeesters die locaties van kazernes al op eigen houtje beginnen te herstructureren, in uw plaats. Ze maken al plannen vooraleer de Ministerraad een beslissing genomen heeft. Zover is het al gekomen in ons land: van onderuit worden al zaken voorbereid, zonder dat u of de Ministerraad daarover een beslissing genomen heeft.

 

10.22  Stéphane Crusnière (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

 

À vous entendre, je comprends que vous n'espérez plus être ministre après 2019! Quand on voit le nombre de décisions qu'on reporte et les budgets qu'il faudra trouver suite aux décisions prises sous ce gouvernement, le prochain ministre des Finances va beaucoup s'amuser!

 

Vous confirmez qu'aucune décision n'est prise et qu'il n'y aura pas de fermeture avant 2020. Je réitère ma demande que la réflexion sur ces fermetures se fasse en concertation avec les autorités locales. Il faut également penser aux bassins d'emplois – particulièrement en Wallonie – et à leurs potentialités, si vous voulez maintenir une Défense attractive et de proximité.

 

Nous ne sommes pas demandeurs de la fermeture des casernes. Le problème réside aussi – vous l'avez dit – dans la volonté du gouverne­ment d'externaliser une série de missions de la Défense, ce qui va entraîner des fermetures de casernes. Je pense notamment à la pharmacie militaire de Nivelles. Quand on sait la qualité du travail et le potentiel qu'il y a dans cette pharmacie, il est regrettable de prendre la décision d'externaliser une série de choses qui concernent la composante médicale. Ne soyons pas naïfs, in fine cela débouchera sur la fermeture de la pharmacie de Nivelles, ce que je regrette fortement.

 

Vous devez aussi comprendre les inquiétudes des militaires. Une fermeture de caserne a un impact très important non seulement pour les militaires mais aussi pour leurs familles. Cette incertitude est peut-être une des raisons pour lesquelles il y a un tel malaise au sein de l'armée, comme l'a encore démontré une récente enquête réalisée auprès de nos militaires. Là aussi, il faut pouvoir se poser les bonnes questions.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 21845 van de heer Flahaux wordt uitgesteld.

 

11 Vraag van de heer Alain Top aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het totaalverbod op windmolens rond de luchtmachtbasissen van Koksijde en Florennes" (nr. 21964)

11 Question de M. Alain Top au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'interdiction totale des éoliennes autour des bases aériennes de Koksijde et Florennes" (n° 21964)

 

11.01  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, met deze vraag kom ik terug op eerdere antwoorden en speel ik ook in op de actualiteit. Als ik de actuele berichtgeving goed begrepen heb, dan blijkt dat Defensie de regels omtrent het bouwen van windmolens rond de luchtmachtbasissen verscherpt heeft en recent zelfs een totaalverbod installeerde voor Koksijde en Florennes.

 

Vlaams minister van Energie Bart Tommelein pleit voor een versoepeling, omdat die voor een verruiming van het speelveld zorgt en waardoor het ook gemakkelijker zou worden om de Europese doelstellingen inzake hernieuwbare energie te halen. Minister Tommelein werkt aan een inhaalbeweging tegen 2020 en hij drukte dan ook zijn teleurstelling uit over de defensieve opstelling – in figuurlijke zin – van Defensie.

 

Mijnheer de minister, de beslissing van Defensie om een totaalverbod uit te vaardigen is contra­dictorisch met wat u in de commissie voor de Landsverdediging van 18 oktober laatstleden zei: "Ik heb van bij mijn aantreden gezegd dat wij moeten meegaan in al wat meer groene energie betreft en dat men dossiers welwillend moet behandelen." U gaat zelfs verder door aan de commissieleden mee te delen: "U mag ervan uitgaan dat Defensie en ikzelf het belang van de verdere ontwikkeling van windenergie onder­schrijven en dat er bij alle evoluties en aanpas­singen van vliegprocedures maximaal rekening wordt gehouden met de aanvragen van de sector. Defensie heeft bovendien tijdens formele overlegmomenten zelf een voorstel gelanceerd om windturbines toe te laten op militaire domeinen."

 

U begrijpt dat dit vragen oproept bij de luchtvaart- en windenergiesector, bij uw collega-minister Tommelein uit de Vlaamse regering, alsook bij mij.

 

Mijnheer de minister, vanwaar dat plots totaal­verbod? Zijn er substantiële redenen die het verbod onderschrijven, ook al worden de Europese doelstellingen voor 2020 in rekening gebracht?

 

Hebt u reeds contact gehad met uw collega Bart Tommelein, Vlaams minister van Energie?

 

In uw strategische visie lezen we dat er investeringen in de radarsystemen op komst zijn, onder andere in 2017-2018. Wat is daarvan de stand van zaken? Zullen de investeringen ervoor zorgen dat de radarsystemen minder gevoelig zijn voor storingen door windmolens?

 

Blijft u, zoals u eerder stelde, de doelstellingen voor hernieuwbare energie onderschrijven?

 

Zult u als verantwoordelijk minister blijven inzetten op een constructieve dialoog met alle betrokken actoren in dezen?

 

11.02 Minister Steven Vandeput: Mijnheer Top, het is goed dat iemand zich nog de sector aantrekt.

 

Defensie past een aantal omzendbrieven en richtlijnen toe voor het uitbrengen van adviezen voor de inplanting van windturbines. Het gaat slechts om adviezen. Daarbij wordt rekening gehouden met de militaire installaties en activiteiten, zoals de militaire oefenzones en de ligging van de militaire pijpleiding alsook de vliegprocedures rond vliegvelden en de impact van windturbines op radarbeelden en communicatie­middelen. Daarbij is de strikte toepassing van vigerende wet- en regelgeving met de internationale normen ICAO en Eurocontrol voor onze radar- en hulpnavigatiemiddelen onontbeerlijk. In het kader van de all weather operations dient de kwaliteit van het signaal in de ruimte binnen de specificaties te blijven voor de respectieve communicatie-, navigatie- en surveillance­systemen, afgekort CNS, die in ondersteuning daarvan worden gebruikt.

 

De richtlijnen hebben als doel na te gaan of de fysieke aanwezigheid van een obstakel een negatief effect op de beschikbaarheid of kwaliteit van het CNS-signaal kan hebben. Een negatief effect kan immers een impact op de vliegveiligheid hebben.

 

Voor mij is het duidelijk dat de operationaliteit van Defensie en specifiek de veiligheid van ons personeel en van de mensen die zich op de grond onder vliegende tuigen bevinden, niet ter discussie kan worden gebracht. Daar bent u het wellicht mee eens.

 

De actuele restrictieve maatregelen voor Florennes en Koksijde zijn aan de radars ter plaatse verbonden. De radars rond Florennes en Koksijde behoren niet aan Defensie toe. Ik verwijs in dat verband naar mijn antwoord dat ik tijdens de commissie voor de Landsverdediging van 18 oktober 2017 heb gegeven.

 

De investeringen in militaire radarsystemen in 2017 en 2018 hebben met de verbetering van onze luchtbewaking te maken gehad. Om de effecten van windturbines op de radarbeelden weg te filteren, laten de radarsystemen van Defensie mitigaties toe, zodat de restfractie geen negatieve impact op de vliegveiligheid meer heeft.

 

Mijnheer Top, wij hebben dus gedaan wat wij moeten doen.

 

Defensie en ikzelf onderschrijven het belang van de verdere ontwikkeling van windenergie. Bij alle ontwikkelingen en aanpassingen van vliegproce­dures wordt, zoals ik al heb gemeld, maximaal met de aanvragen van de sector rekening gehouden. Ik heb dat bij vorige vragen ook al geantwoord. Het klopt helemaal niet dat Defensie alle vragen negatief zou beantwoorden. Het tegendeel is waar. Behalve alle sinds 2012 genomen maatregelen hebben wij in 2017 nog een aantal versoepelingen ingevoerd, met name rond de schietvelden te Helchteren en Elsenborn alsook rond het vliegveld te Ursel. Er wordt momenteel ook bekeken of bij de normen rond de dropzones voor parachutisten met de wensen van de sector rekening kan worden gehouden.

 

De dag waarop iemand met een parachute aan een wiek hangt, zal geweten zijn wat de minister van Defensie heeft gedaan. Op dat ogenblik zal de Vlaamse windenergiesector niet veel open brieven schrijven. Misschien zullen ze wel een factuur sturen voor de beschadigingen die zijn aangebracht.

 

In dat verband had Defensie een positief advies afgeleverd voor turbines van 150 meter in de omgeving van Diest, zoals de turbines die er nu al staan. Tevens wordt nu bekeken om bepaalde militaire oefenrondes in de Noordzee te verplaatsen. Daar hebben we trouwens afspraken over gemaakt met de staatssecretaris, bevoegd voor de Noordzee. Defensie zal zich constructief blijven opstellen in het kader van de dialoog met de sector. We verkiezen om met de sector­organisatie te werken, niet met individuele bedrijven. U kunt dat, hoop ik, begrijpen: ik kan niemand bevoordelen of de schijn wekken dat ik dat zou doen.

 

Ik kan u ook meedelen dat ik ondertussen opdracht heb gegeven om na te gaan of we zelf iets kunnen doen op het domein van de her­nieuwbare energie. Er zijn waarschijnlijk dergelijke domeinen. Dat ligt moeilijker voor windenergie, maar niet voor zonnepanelen, waarvoor we weldra met concrete acties zullen komen.

 

11.03  Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik kan onderschrijven wat u zegt: Defensie moet haar operationaliteit garanderen, evenals de veiligheid van het personeel en iedereen in de omgeving. Met dat uitgangspunt is iedereen het eens.

 

Ik meen begrepen te hebben dat u de doelstellingen van duurzame energie blijft onderschrijven en zich constructief zult blijven inzetten om dat mogelijk te maken in België en de verschillende plaatsen waar Defensie aanwezig is. Ik blijf aandringen om Defensie constructief aan tafel te laten zitten voor continue dialoog met de verschillende sectoren. Ik bedoel dan de Vlaamse overheid, de minister en de sector­vertegen­woordigers zoals door u aangehaald.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Vraag van de heer Peter Buysrogge aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het akkoord van de Nederlandse coalitie met betrekking tot de Defensie-uitgaven voor volgend jaar" (nr. 22041)

12 Question de M. Peter Buysrogge au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'accord de la coalition des Pays-Bas en matière de dépenses de la Défense pour l'an prochain" (n° 22041)

 

12.01  Peter Buysrogge (N-VA): Mijnheer de minister, sinds kort is er een nieuw kabinet in Nederland. U hebt ook een nieuwe ambtsgenoot, minister Bijleveld. Vorige week hebt u tijdens de budgetbesprekingen ook al melding gemaakt van een eerste contact. Intussen zijn de ook de plannen van het nieuwe Nederlandse kabinet omtrent Defensie bekendgemaakt. U hebt ook gezegd dat in dat eerste gesprek duidelijk is geworden dat er geen effect is op de lopende de investeringsprogramma's. De bestaande engagementen worden dus gehandhaafd. Dat is alvast positief nieuws.

 

Mijnheer de minister, hoe zullen de lopende dossiers van de mijnenjagers en fregatten verder verlopen?

 

In het Nederlandse pakket is er sprake van de aankoop van vier onbemande verkennings­vliegtuigen, zogenaamde Reapers. We hebben het bij een vorige vraag ook nog gehad over drones die misschien toch stilaan aan het einde van hun levensduur komen. Ook in de strategische visie is er sprake van om in dat soort toestellen te investeren. Zal de Belgische Defensie proberen aan te sluiten bij het Nederlandse programma of zullen we een aparte competitie organiseren?

 

Voorts heb ik begrepen dat het de bedoeling is om onze militairen terug te trekken tegen het einde van het jaar. Zijn er concrete afspraken gemaakt met betrekking tot de aflossing van de F-16's? Hebt u een concrete terugkeerdatum voor onze militairen?

 

12.02 Minister Steven Vandeput: Mijnheer Buysrogge, het regeerakkoord van de nieuwe Nederlandse coalitie zorgt ervoor dat de investerings­programma's zoals gepland kunnen doorgaan.

 

De Reapers, die Nederland wenst aan te kopen, behoren zoals de systemen waarvan sprake is in de strategische visie, tot de categorie van de MALE UAV RPAS. Een dergelijk type wapen­systeem kan echter enkel gekocht worden op basis van een government-to-government­overeenkomst tussen België en een van de mogelijke leverancierlanden. Een directe samen­werking bij de aankoop is daardoor wat moeilijker. Het proces voor de realisatie van fase 1 van het programma MALE UAV zoals vooropgesteld in de strategische visie, is lopende.

 

Nederland beslist uiteraard autonoom over de aflossing van onze F-16’s. We gaan er echter van uit dat alle akkoorden nageleefd zullen worden. Er is geen reden om aan te nemen dat dit niet zou gebeuren. In principe komen onze F-16’s terug op 26 of 27 december.

 

Ter informatie, kan ik u nog vertellen dat ik morgen in Den Haag een bilaterale ontmoeting heb met de Nederlandse minister en haar staatssecretaris over de Nederlandse plannen.

 

12.03  Peter Buysrogge (N-VA): Dank u wel, mijnheer de minister.

 

Het is voor ons van groot belang om te blijven inzetten op goede samenwerking. Er is nu eindelijk een kabinet in Nederland. Goede bilaterale verhoudingen, zowel op het vlak van operationaliteit als op het vlak van investerings­programma’s, zijn heel belangrijk. Het feit dat u nu al voor de tweede keer een gesprek hebt met de Nederlandse minister, is een goede zaak. Ik denk dat het gesprek nu wat diepgaander zal worden dan het vorige. Wij vinden het goed dat er nog steeds ingezet wordt op de engagementen.

 

U hebt bekendgemaakt dat onze militairen zullen terugkeren op 26 of 27 december. Dat is goed. We hebben het al gehad over het welzijn van onze militairen. Misschien komen daar straks nog vragen over. Het is een positieve zaak dat de militairen die op dit moment in Jordanië verblijven, de feestdagen samen met hun familie zullen kunnen doorbrengen.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

13 Question de M. Stéphane Crusnière au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le nouveau centre de sécurité aérienne à Beauvechain" (n° 22095)

13 Vraag van de heer Stéphane Crusnière aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het nieuwe centrum voor luchtruimveiligheid in Bevekom" (nr. 22095)

 

13.01  Stéphane Crusnière (PS): Madame la présidente, monsieur le ministre, vous avez posé la première pierre du nouveau centre de sécurité aérienne de Beauvechain, il y a quelques semaines. Ce dernier sera chargé de sécuriser l'espace aérien belge.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous me donner une estimation de la date à laquelle les nouvelles installations de Beauvechain seront opération­nelles? Pouvez-vous également me donner le nombre de personnes qui seront chargées de la sécurisation de l'espace aérien belge au sein de ce centre? Du nouveau personnel sera-t-il recruté? Qu'en est-il des personnes qui travaillent au centre de sécurisation aérienne de Glons?

 

13.02  Steven Vandeput, ministre: Madame la présidente, monsieur Crusnière, selon le planning actuel et le cahier spécial des charges, le chantier du nouveau centre de sécurité et de contrôle à Beauvechain sera terminé fin 2018. Le déménagement des systèmes et du personnel est planifié dans les six mois qui suivent la fin du chantier afin d'être opérationnel à la mi-2019.

 

Afin de pouvoir garantir un contrôle continu, 185 personnes seront chargées de la sécurisation de l'espace aérien belge. Outre le recrutement qui se fait en régime, un besoin supplémentaire ne sera pas nécessaire. Le personnel du centre de sécurité et de contrôle de Glons étant informé du déménagement depuis longtemps, il recevra un plan individualisé de réaffectation, de déménagement ou de mise à la pension.

 

13.03  Stéphane Crusnière (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et je me réjouis de voir l'arrivée de ce centre à Beauvechain.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

14 Question de M. Jacques Chabot au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'implication du département du ministre dans le futur bateau Belgica" (n°  22099)

14 Vraag van de heer Jacques Chabot aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de rol van Defensie met betrekking tot de nieuwe Belgica" (nr. 22099)

 

14.01  Jacques Chabot (PS): Un nouveau navire d'exploration océanographique devrait remplacer vers 2020 l’actuel Belgica. Ce débat a été mené par mes collègues lors de la discussion de la note de politique générale de votre collègue en charge de la Politique scientifique. L’acquisition de ce nouveau navire d’exploration par notre pays est, pour mon groupe, une décision importante qui confirme l’engagement belge plus que centenaire en matière de recherche polaire en Antarctique.

 

Étant donné que votre département assure le soutien logistique du navire actuel et que votre collègue ne nous a pas répondu sur ces aspects, j’aimerais, monsieur le ministre, vous poser les questions suivantes.

 

Pouvez-vous m’indiquer si la Défense jouera un rôle à bord de ce navire, comme c’est actuelle­ment le cas? Quel sera ce rôle? Actuellement, combien de militaires sont-ils détachés sur le Belgica? Il semblerait que la secrétaire d’État souhaite changer le nom historique du navire, dérivé du navire d'Adrien de Gerlache. Ce nom date donc de 1899 et incarne l’engagement de notre pays dans la recherche scientifique polaire. Quelle est la position de la Défense dans ce cadre?

 

14.02  Steven Vandeput, ministre: Monsieur Chabot, la collaboration actuelle fait l'objet d'une convention conclue en 1995 entre le ministre en charge de la Politique scientifique et le ministre de la Défense. Sur base de cet accord, la composante marine assure, hors budget de la Défense, la mise en condition, le maintien en condition et la mise en œuvre du navire. Actuellement, la marine fournit l'équipage et se charge de l'entretien et des réparations.

 

Il y a aujourd'hui seize militaires détachés au total: quinze à bord et une personne en charge du soutien logistique et opérationnel. La future composition de l'équipage est toujours à l'étude, mais sera normalement réduite, parce que le navire sera plus moderne.

 

La collaboration future entre la Défense et BELSPO n'a pas encore été discutée. La convention actuelle devra être renégociée. La marine restera sans doute impliquée, mais vu que le nombre de militaires diminuera fortement dans les années à venir, il n'est pas encore clair si le même niveau de soutien peut et doit être garanti.

 

Le choix du nom d'un navire est la prérogative du propriétaire. La Défense n'a pas de position spécifique en la matière.

 

14.03  Jacques Chabot (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.

 

Je trouverais élégant que vous puissiez quand même favoriser le maintien du nom de Belgica.

 

14.04  Steven Vandeput, ministre: Nous assurons le soutien, mais le nom du navire n'est pas de mon ressort.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

15 Vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO)" (nr. 22102)

15 Question de Mme Karolien Grosemans au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la Coopération structurée permanente (CSP)" (n° 22102)

 

15.01  Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, op 13 november hebben 23 EU-lidstaten, waaronder België, een voorstel goedgekeurd inzake de permanente gestructureerde samen­werking op het vlak van veiligheid en defensie (PESCO). Daar zijn al heel wat artikels over verschenen. Ik heb die doorgenomen. De meeste zijn bijna euforisch, de woorden "historisch", "grote stappen voorwaarts", "enorme vernieuwing" en "doorbraak" worden in de mond genomen.

 

Graag hoor ik uw inzichten hierover, als minister van Defensie.

 

Welke lidstaten nemen niet deel aan PESCO? Hebben zij daarvoor redenen opgegeven? Laten zij een toekomstige toetreding open?

 

Wat zijn de belangrijkste verplichtingen die deze overeenkomst met zich brengt voor ons defensie­beleid?

 

Wat zijn de belangrijkste domeinen waarop de militaire samenwerking van PESCO van toepas­sing is? Op welke domeinen zal de Belgische Defensie meewerken?

 

Wat zijn de vooruitzichten voor industriële samen­werking? Zijn er Belgische firma's die interesse vertonen voor bepaalde projecten? Zo ja, welke?

 

Wat is het verband met het door de Europese Commissie aangekondigde Europees Defensie­fonds? Hoe zal dit fonds aangewend worden ter ondersteuning van PESCO? Hoe wordt dit fonds gefinancierd?

 

Er zijn defensiespecialisten, onder wie professor Mattelaer, die wat voorzichtiger zijn en PESCO eerder een mager beestje vinden. Zal Europa volgens u op het vlak van defensie wel belangrijke stappen voorwaarts doen dankzij PESCO?

 

Ik dank u bij voorbaat voor uw antwoorden.

 

15.02 Minister Steven Vandeput: Mevrouw Grosemans, PESCO levert een politiek kader om de Europese militaire middelen te versterken via concrete projecten in vijf brede domeinen: defensie-investeringen, het in lijn brengen van de verschillende defensieapparaten, een versterkte operationele inzet, het wegwerken van capacitaire tekorten en een deelname aan gemeen­schappelijke Europese programma’s die een positieve impact op de Europese en defensie-industrie zouden moeten hebben.

 

Ik onderschrijf de stelling dat de versterkte defensiecapaciteiten ten goede zouden kunnen en moeten komen van de NAVO en dus complemen­tair, coherent en interoperabel moeten zijn. De inspanningen in het kader van PESCO zullen meer bepaald de Europese pijler in de NAVO moeten versterken.

 

Defensie bestudeert de deelname van ons land aan concrete PESCO-projecten. De regering acht het vanzelfsprekend dat wij onze verantwoor­delijkheid inzake Europese defensiesamenwerking opnemen. Drieëntwintig lidstaten hebben de gemeen­schappelijke notificatie ondertekend. De landen die toetreden tot PESCO dienen te bewijzen dat zij kunnen voldoen aan de 20 toetredings­voorwaarden. Hiertoe moeten zij een nationaal implementatieplan (NIP) voor­leggen. Het eerste Belgische NIP bevindt zich in de finale fase van redactie. Het VK, Denemarken, Malta, Ierland en Portugal namen niet deel, maar Ierland en Portugal hebben ondertussen wel laten weten dat zij wel zullen deelnemen. Het was voor hen vooral een zaak van interne besluitvorming.

 

België diende vier van de 48 projecten in, die vandaag ter studie liggen. Het ging over projecten inzake maritieme ontmijningssystemen, onbema­nde vliegtuigen – drones –, verdedigingsystemen tegen drones en energie-efficiënte ontplooibare basissen. Uit deze projecten zullen er in een eerste fase 19 worden geselecteerd voor uitwerking.

 

Het is vandaag te vroeg om concrete Belgische bedrijven te noemen die geïnteresseerd zijn, maar het is wel zo dat er voor projecten waaraan de Belgische Defensie deelneemt een grotere kans bestaat dat Belgische bedrijven deel zullen kunnen uitmaken van industriële consortia. Indien het PESCO-project in aanmerking komt voor EDIDP-steun (European Defence Industrial Development Programme) zal het project 10 % extra financiering krijgen.

 

De Europese Commissie heeft voorgesteld om bijdragen aan het Europees Defensiefonds op dezelfde wijze te verrekenen als de bijdragen van de lidstaten aan het European Fund for Strategic Investments, voor zover Eurostat hiervoor zijn akkoord geeft. De defensie-investeringen van de lidstaten worden verrekend als elke andere investering en opgenomen in de budgetten.

 

In dit stadium van het overleg heeft België nog geen standpunt ingenomen in het federaal coördinatie­orgaan voor de interpretatie van het in rekening brengen van militaire investeringen. Mijn persoonlijke visie is dat, als men echt vooruit wil gaan, men ook op dat vlak vooruitgang zal moeten boeken.

 

15.03  Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, dank u voor dit antwoord.

 

We zullen in ieder geval die ontwikkelingen op de voet volgen.

 

Inzake het Europees Defensiefonds kan ik slechts hopen dat dit zich echt zal richten op capacitaire tekorten en essentiële capaciteiten waaraan in Europa een tekort is. We kunnen maar hopen dat dit niet iets wordt als het Landbouwfonds, waarbij de pot lukraak over de leden wordt verdeeld.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.10 uur.

La réunion publique de commission est levée à 12.10 heures.