Commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt

Commission de l'Intérieur, des Affaires générales et de la Fonction publique

 

van

 

Dinsdag 5 december 2017

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 5 décembre 2017

 

Matin

 

______

 

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.03 uur en voorgezeten door de heer Brecht Vermeulen.

La réunion publique de commission est ouverte à 10.03 heures et présidée par M. Brecht Vermeulen.

 

De voorzitter: Wij hebben heel wat vragen kunnen stellen naar aanleiding van de bespreking van de begrotingselementen van de beleidsnota, maar er blijven nogal wat vragen over die daarin niet kaderden.

 

01 Vraag van mevrouw Barbara Pas aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de afbouw van opvangplaatsen voor asielzoekers en de toekomst van het asielcentrum van Scherpenheuvel" (nr. 19652)

01 Question de Mme Barbara Pas au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la réduction du nombre de places d'accueil pour les demandeurs d'asile et l'avenir du centre d'asile de Scherpenheuvel" (n° 19652)

 

01.01  Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, toen de asielcrisis uitbrak in 2015, hebt u heel wat nieuwe asielcentra voor collectieve opvang geopend, waarvan het bestaan tijdelijk was bedoeld. Daarvoor hebt u verschillende structuren gebruikt, sommige in eigendom van de Staat en andere niet.

 

Ondertussen bent u al overgegaan tot de sluiting van heel wat van deze tijdelijke asielcentra. Een aantal kazernes die als opvangcentra werden omgebouwd, werden inmiddels als dusdanig gesloten, maar een aantal ervan, waaronder sommige niet in eigendom van de Staat, zijn nog altijd open. Ik vind het niet logisch dat de opvangcentra die eigendom zijn van de Staat eerst worden gesloten, want volgens mij moet het toch meer kosten om de andere asielcentra langer open te houden.

 

De Ministerraad keurde in juni 2016 al een afbouwplan goed, om tegen het einde van dat jaar 10 000 opvangplaatsen te sluiten. Uit cijfers die ik kon bemachtigen via schriftelijke vragen tot u gericht, blijkt dat het aantal plaatsen eind 2015 33 348 bedroeg en in mei 2017 26 321, dus een 7 000-tal plaatsen minder.

 

Een van de tijdelijke centra die geen eigendom is van de Staat, is dat van Scherpenheuvel. Mijn vraag gaat specifiek daarover. Ik vraag mij af waarom dat nog altijd niet werd gesloten.

 

Wat is de toekomst van het opvangcentrum in Scherpenheuvel? Welke overeenkomsten bestaan er in dat verband? Wanneer overweegt u om dat opvangcentrum te sluiten?

 

01.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Pas, wij zijn volop bezig met het tweede afbouwplan. Dat zit in de onderhandelingsfase, dus daarover kan ik nog niets zeggen. Dat zal hopelijk voor het einde van dit jaar door de regering worden beslist en anders zal het begin januari zijn.

 

Ik ken de problematiek in Scherpenheuvel. Zoals u weet, woon ik vlakbij.

 

01.03  Barbara Pas (VB): Mijnheer de staatssecretaris, dan zal het u inderdaad niet onbekend zijn dat de politie in het voorjaar van 2010 al met een speciale eenheid een internationaal geseinde crimineel is komen oppakken.

 

Ik hoop dat u in het tweede afbouwplan in eerste instantie de opvangplaatsen zult sluiten die geen eigendom zijn van de Staat, want anders is het een vestzak-broekzakoperatie. Dat zou minder kostelijk zijn voor de Staat. Nu kost het de belastingbetaler meer als u de andere opvangcentra openhoudt. Ik hoop dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt.

 

Zolang het asielcentrum in Scherpenheuvel openblijft, zal de kerkfabriek ter plaatse heel gelukkig zijn. Zij hebben destijds de erfpacht van de Zusters van Voorzienigheid in Diest speciaal ongedaan gemaakt om het weer in eigen beheer te nemen, omdat u er een opvangcentrum van ging maken. Ik dring er toch op aan, zeker voor alle inwoners ter plaatse die niet zo gelukkig zijn met het asielcentrum, om zo snel mogelijk duidelijkheid te scheppen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Mevrouw Pas, u mag uw vraag over "de zogenaamde nieuwkomersverklaring" ook stellen (n° 20100).

 

01.04  Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, ik wil deze vraag gerust omzetten in een schriftelijke vraag als ik het antwoord vandaag kan meekrijgen. Ik stel immers vast dat de agenda erg vol staat.

 

Laat mij van de gelegenheid ook misbruik maken om de staatssecretaris aan te manen nog heel wat schriftelijke vragen te beantwoorden want anders zie ik mij genoodzaakt die allemaal om te zetten in mondelinge vragen. Dit zal de agenda van de commissie er niet kleiner op maken.

 

01.05 Staatssecretaris Theo Francken: Ik denk dat uw schriftelijke vragen deze of ten laatste volgende week allemaal zullen worden beantwoord.

 

De voorzitter: Vraag nr. 20100 van mevrouw Pas wordt dus omgezet in een schriftelijke vraag.

 

Vraag nr. 20164 van de heer Crusnière wordt eveneens omgezet in een schriftelijke vraag. Hetzelfde geldt voor vraag nr. 20206 van de heer Calomne.

 

02 Vraag van mevrouw Barbara Pas aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de instroom van illegalen in Zeebrugge" (nr. 20715)

02 Question de Mme Barbara Pas au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'afflux d'illégaux à Zeebrugge" (n° 20715)

 

02.01  Barbara Pas (VB): Mijnheer de staatssecretaris, ik heb mijn vraag ook al gesteld aan de minister van Justitie wat zijn bevoegdheidsterrein betreft. Enige tijd geleden uitten de scheepsbouwers in Zeebrugge hun verontwaardiging over het feit dat een deel van de werf ginds door illegalen werd bezet. Zij kloegen aan dat niet op doelmatige wijze werd opgetreden. Volgens de krantenberichten toen werd blijkbaar door de politiediensten wel opgetreden, maar stonden zij machteloos tegenover het probleem.

 

Ondertussen is in juni 2016 in het Belgisch Staatsblad wel de wet gepubliceerd met het oog op het strafbaar stellen van het zonder machtiging of toestemming binnendringen in een havenfaciliteit. Hoe komt het dan dat dergelijke zaken kunnen blijven duren?

 

Ten eerste, wij zijn ondertussen enkele maanden later. Kunt u cijfers geven voor het afgelopen jaar van het aantal binnendringers in de haven van Zeebrugge dat werd betrapt? Wat is er met hen gebeurd? Kortom, is er op dat vlak opnieuw een verhoogde activiteit vast te stellen?

 

Ten tweede, kan aan de toen in de media vermelde gevallen iets worden gedaan en kordater tegen dergelijke praktijken worden opgetreden? Zult u desgevallend bijkomende maatregelen nemen?

 

02.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mevrouw Pas, de DVZ heeft tot en met 30 november 2017 1 947 administratieve verslagen van de politie ontvangen. Dat is dus een heel recent cijfer, met name het cijfer voor 2017 tot en met 30 november.

 

De hiernavolgende beslissingen voor de 1 947 administratieve verslagen werden door de DVZ genomen: 157 opsluitingen, 1 212 bevelen om het grondgebied te verlaten, 95 repatriëringen en 151 bevestigde bevelen om het grondgebied te verlaten. 361 waren minderjarig; 55 personen heeft men laten beschikken, omdat zij nog een procedure hadden lopen of omdat zij in procedure of legaal waren. 11 dossiers waren zonder beslissing, omdat de betrokkenen gerechtelijk waren aangehouden.

 

De scheepswerf waarnaar in het krantenartikel wordt verwezen, ligt niet binnen de perimeter van de haven. De havenfaciliteiten worden dus niet onrechtmatig betreden. De wet waarnaar u verwijst, is dus niet van toepassing.

 

Maandelijks worden verscheidene acties georganiseerd door SPN Zeebrugge, de lokale politie van Brugge, de politiediensten van de kustregio en andere partners in en rond de haven. Bij die acties is telkens ook de DVZ aanwezig. Tijdens die acties streeft de DVZ een maximale opsluiting van de transitmigranten na. Gezien de nationaliteit en het beperkt aantal plaatsen in de centra is het aantal waarvoor tot opsluiting kan worden overgegaan, relatief beperkt.

 

We hebben een probleem in verband met sommige nationaliteiten. Zo kunnen wij niemand terug doen keren naar Iran; geen enkel Europees land slaagt daar trouwens in. Maar als ik uw folders lees, zult u die problemen kennelijk allemaal oplossen. We zullen zien.

 

In de eerste plaats onderstreep ik dat ik een voorstander ben van de uitbreiding van de gesloten centra, teneinde een performant terugkeerbeleid te kunnen voeren. De uitbreiding werd opgenomen in het huidige regeerakkoord. Met de beslissing van de Ministerraad van 14 mei werd hieraan gevolg gegeven. Er komen nieuwe centra bij: in Zandvliet 144 plaatsen, in Jumet 200 plaatsen, in Holsbeek 50 plaatsen. Bestaande centra worden intern uitgebreid: in Merksplas 44 plaatsen, in 127bis 40 plaatsen.

 

Als het masterplan volledig is afgerond, zal het totaal aantal bonusplaatsen in gesloten centra op 1 100 komen te liggen.

 

Er is ook al een gesloten centrum in de kuststreek, met name het centrum voor illegalen te Brugge. Gezien het beperkt aantal plaatsen gebeurt een vasthouding in het centrum waar er op dat moment plaats is. De inspanning van de politie te Zeebrugge, zowel van de lokale politie als van de scheepvaartpolitie, blijven doorlopen zoals voorheen.

 

Daarenboven wordt momenteel maximaal ingezet op een integrale en multidisciplinaire aanpak van de problematiek van de transitmigranten in en rond het Maximiliaanpark in Brussel-Noord. Die personen worden richting Zeebrugge en richting Calais gesmokkeld.

 

Sinds de start van de acties in Brussel zien we dan ook in Zeebrugge een dalende trend. Het een heeft dus wel degelijk met het andere te maken.

 

Er gaat binnenkort wel een lijn in Oostende open. Wij moeten dus alert zijn.

 

Wat het fenomeen van de transitmigratie betreft, zolang de poort in het zuiden nog altijd niet helemaal dicht is, zullen vluchtelingen de UK proberen te bereiken. Er zijn de voorbije drie jaar ook honderdduizenden mensen in Europa al toegekomen die de UK als doel hebben en dat blijven proberen.

 

Het probleem is er een van Europese aard. Dat is uiteraard ook een Belgische uitdaging. Wat hebben we nodig? Wij hebben meer plaatsen en meer akkoorden met de landen van herkomst nodig. Ik heb daarover met Soedan gepraat. Dat ging niet zonder slag of stoot in het Parlement. Ik heb u daarover niet gehoord, daar kan ik niets over zeggen, maar ik heb anderen daarover heel veel commentaar horen geven.

 

De situatie in het Maximiliaanpark is wel onder controle. Ik heb vanmorgen op mijn blog ook een jongste stand van zaken over Soedan gegeven. Hoe zit het nu precies? Er zijn 110 Soedanezen opgesloten. Wat is daarmee tot nu toe gebeurd? Ik denk dat het belangrijk is om mensen blijvend te informeren.

 

U brengt vaak cijfers uit over het aantal opgepakte illegale transitmigranten en het beperkt aantal dat wordt teruggestuurd. Maar wij doen wat wij kunnen. Wij moeten meer plaatsen hebben. Die hebben wij nu. Ik heb daar een akkoord over, maar die plaatsen zijn niet op één, twee, drie gebouwd. Ik heb al meer akkoorden gesloten met landen van herkomst dan eender welke staatssecretaris op drie jaar tijd. Wij zijn nog lang niet aan het einde van ons Latijn. Er komen nog heel mooie plannen, maar het is een werk van lange adem.

 

Ik ben al in Brugge en Zeebrugge geweest om er te spreken met de mensen die met het probleem worden geconfronteerd. Natuurlijk zorgt de situatie voor frustraties en ik probeer op een heel rustige manier uit te leggen hoe de vork in de steel zit. De mensen begrijpen dat. Zij zijn natuurlijk niet tevreden met het antwoord, maar zij begrijpen het wel en weten dat ik er heel hard mee bezig ben. Ik zal dat ook blijven doen. Soms moet iemand zijn handen daarvoor vuil durven te maken en dat doe ik dan ook.

 

02.03  Barbara Pas (VB): Mijnheer de staatssecretaris, het is natuurlijk uw taak om hiermee bezig te zijn. Het omgekeerde zou niet netjes zijn.

 

U spreekt over 1 212 bevelen om het grondgebied te verlaten. Het gaat er natuurlijk om wat er in de praktijk met die papiertjes gebeurt. U haalt immers de achilleshiel van uw beleid aan in uw antwoord, namelijk de capaciteit van de gesloten centra om een deftig terugkeerbeleid te kunnen voeren. Het klopt dat er een uitbreiding is goedgekeurd. De extra plaatsen worden niet allemaal in deze legislatuur gerealiseerd. De verwezenlijking van een aantal ervan wordt vooruitgeschoven naar de toekomst.

 

U hebt het over 1 100 plaatsen, die erbij komen, maar zelfs mevrouw Lanjri van de CD&V zei destijds al dat dat veel te weinig is, dus wie ben ik om haar tegen te spreken? De capaciteit moet nog veel groter zijn. Wij hebben nog veel meer plaatsen nodig dan het aantal waartoe de regering heeft beslist om een deftig terugkeerbeleid te kunnen voeren en om de maximale opsluiting waarnaar wordt gestreefd, zoals u zegt, efficiënt te kunnen uitvoeren.

 

Misschien kunt u overwegen om in de kustzone, aan de grens met Frankrijk, nog een gesloten centrum op te richten met het oog op de uitzetting van de vele transmigranten, want in de kustregio is dat toch nog een apart, specifiek probleem.

 

Ik heb straks nog een vraag over de nieuwe ferrylijn in Oostende, die ook in het oog zal moeten worden gehouden. Zolang er niet nog meer plaatsen bijkomen, staat de instroom totaal niet in verhouding tot de uitstroom. Op dat vlak zult u dus toch nog een tandje moeten bijsteken.

 

02.04 Staatssecretaris Theo Francken: Ik ben begonnen met 400 plaatsen, het laagste aantal in 30 jaar migratiebeleid. Ik heb er nu meer dan 600, en op het einde van 2018 zal ik er meer dan 700 hebben. Dat is het hoogste aantal in 30 jaar migratiebeleid. Het aantal zal nog stijgen. U zegt dat 1 100 nog niet genoeg is. Nederland had er 1 600 op een bepaald moment. Nederland is wel een groter land, heeft ook een grotere migrantengemeenschap en het heeft het aantal plaatsen intussen opnieuw afgebouwd.

 

Het systeem moet natuurlijk afgestemd zijn op de realiteit. Het gaat ook over mensen en capaciteit op de luchthaven, het gaat ook over re-admissieakkoorden met de landen van herkomst. Men kan mensen die illegaal op het grondgebied zijn, enkel opsluiten met het oog op terugkeer. Als terugkeer geen haalbaar doel is, is opsluiting tegen de wet. Dan mag dat niet. Men moet er op dat vlak wel voor zorgen dat de zaken juridisch in orde zijn.

 

Op een bepaald moment is er wel sprake geweest van een gesloten centrum in de kustregio, in Oostende, en ik meen dat de burgemeester van Oostende daar ook voor open stond, maar wij hebben al een centrum in Brugge. Zeebrugge maakt deel uit van Brugge en ligt ook aan de kust.

 

U had het ook over de Franse grens. De repatriëringen gebeuren bijna allemaal via Zaventem. De afstand tot Zaventem is ook belangrijk. In die zin hebben wij niet geopteerd voor een gesloten centrum aan de grens met Frankrijk. Mensen terugbrengen naar Frankrijk, zo werkt het gewoon niet. Wij kunnen ze wel dichter bij de luchthaven brengen.

 

Wij zullen wel een gesloten centrum openen in Antwerpen, omdat daar de problematiek bestaat van criminele migranten. U bent daar ongetwijfeld van op de hoogte; ik meen dat uw collega, de heer Dewinter, daar maandelijks over intervenieert in de Antwerpse gemeenteraad.

 

Ik ga volgende vrijdag naar Zandvliet om daar met de inwoners te spreken over een gesloten centrum. Daar zijn nog wat vragen over onder andere de mobiliteit.

 

Kortom, wij zijn daar volop mee bezig, mevrouw Pas. Zoals u zegt, het is nodig, dat is zeker.

 

02.05  Barbara Pas (VB): Mijnheer de staatssecretaris, bedankt voor uw aanvullingen. U bent daar zeker mee bezig, maar u mag de cijfers ook niet overdrijven.

 

U bent inderdaad met een historisch lage capaciteit begonnen: een 400-tal plaatsen. Maar ik herinner mij uw woorden, toen u nog in de oppositie zat, en toen staatssecretaris Wathelet 600 of 700 plaatsen had. U hebt hem toen verweten dat dat veel te weinig was. Toen was de instroom niet zoals die waarmee wij sinds 2015 worden geconfronteerd. Dat was voor die grote asieltsunami. Het lijkt mij dus logisch dat het aantal plaatsen in gesloten centra nu evenredig mee zou stijgen. Zo niet blijft het dweilen met de kraan open.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Samengevoegde vragen van

- de heer Brecht Vermeulen aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "Gerald Knaus en het voorstel om een vluchtelingendeal  met West-Afrikaanse landen te maken" (nr. 20616)

- de heer Brecht Vermeulen aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "Gerald Knaus en het voorstel om een vluchtelingendeal met West-Afrikaanse landen te maken" (nr. 21729)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de afspraak van de staatssecretaris met Gerald Knaus van denktank ESI" (nr. 22280)

03 Questions jointes de

- M. Brecht Vermeulen au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "Gerald Knaus et la proposition de conclure un accord sur les réfugiés avec les pays d'Afrique de l'Ouest" (n° 20616)

- M. Brecht Vermeulen au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "Gerald Knaus et la proposition de conclure un accord sur les réfugiés avec les pays d'Afrique de l'Ouest" (n° 21729)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le rendez-vous du secrétaire d'État avec Gerald Knaus, président du groupe de réflexion ESI" (n° 22280)

 

03.01  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, in Der Spiegel van 22 juli was er een interview te lezen met de Oostenrijker Gerald Knaus, voorzitter van de denktank European Stability Initiative. Deze man zou ook de bedenker van het zogenaamde plan-Samsom zijn en van de zogenaamde Turkije deal. In het artikel in Der Spiegel stelt hij voor dat Europa zich zou inspireren op de overeenkomst die de Verenigde Staten en Cuba in de jaren '90 hebben gesloten. Hierbij engageerde Cuba zich om illegale migranten die per boot de Verenigde Staten waren binnengekomen terug te nemen en de VS engageerden zich om elk jaar een bepaald aantal Cubanen legaal toegang te geven tot het grondgebied.

 

Hij vond dat de Europese Unie afspraken met West-Afrikaanse herkomstlanden moest maken. In het bijzonder noemde hij Nigeria, Senegal, Gambia en Ivoorkust als landen met politiek stabiele regio's van waar wel veel illegale economische migranten afkomstig zijn. Nu zijn deze landen blijkbaar niet of weinig geïnteresseerd en werken ze ook niet mee om de illegale economische migranten terug te nemen.

 

Ik heb hierover een aantal vragen. Mijnheer de staatssecretaris, ten eerste, bevestigt u dat deze genoemde landen weigeren om hun onderdanen die illegaal België zijn binnengekomen terug te nemen wanneer onze overheden hen daartoe een verzoek richten? Hoe motiveren ze dat?

 

Ten tweede, kunt u een en ander verduidelijken aan de hand van gelukte en mislukte terugkeercijfers voor die landen?

 

Ten derde, zijn er recente besprekingen geweest op EU-niveau waarbij er voorstellen gedaan zijn om zo'n vluchtelingendeal met West-Afrika te maken? Indien ja, wat is de stand van zaken?

 

Ten vierde, wat is het standpunt van de regering over het maken van vluchtelingendeals met West-Afrikaanse landen?

 

03.02  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, we zagen op Twitter dat u onlangs een afspraak had met Gerald Knaus van de denktank ESI. U hebt waarschijnlijk gepraat over het zogenaamde Romeplan, een plan voor de centraal mediterrane route.

 

Ik heb hierover een aantal vragen. Heeft de heer Knaus u kunnen overtuigen van de noodzaak om asielaanvragen al aan de Europese buitengrenzen te behandelen met aansluitend toewijzing van vluchtelingen die dus erkenning hebben als vluchteling aan de lidstaten of niet?

 

Heeft hij u kunnen overtuigen van zijn plan voor bijkomende terugnameakkoorden met Afrikaanse landen om in bijkomende terugkeer te voorzien vanaf de zogenaamde dag x+1 en door omgekeerd ook bijkomende arbeidsmigratie en studentenmigratie mogelijk te maken?

 

Zodoende wordt irreguliere migratie vervangen door reguliere migratie.

 

Gisteren heb ik een interessante vergadering bijgewoond over de problematiek in Libië en alles wat ermee samenhangt. Dat is toch wel een heel belangrijk issue voor de toekomst.

 

Mijnheer de staatssecretaris, welke inzichten hebt u gekregen dankzij dat gesprek?

 

03.03 Staatssecretaris Theo Francken: Ik ben bijzonder verheugd over de interesse in de afspraken die ik maak en de personen met wie ik spreek.

 

Professor Knaus is een bijzonder interessant man. Het European Stability Initiative is een belangrijke denktank over migratie. De heer Knaus heeft heel wat gerealiseerd en kan ook wat gewicht in de schaal leggen, vooral in Duitsland, maar ook in een aantal andere Europese landen. Daarom leek het mij interessant om eens met hem te praten. Ik heb een gesprek georganiseerd. Wij hebben een lekkere lunch gehad in de Moniteur, het nieuwe restaurant van de Kamer.

 

Wij hebben het tijdens dat gesprek onder andere gehad over de asielaanvragen in Afrika. Ik ben er nog altijd niet van overtuigd dat dit het beste idee is. Wel geloof ik in het resettlement program van UNHCR, maar het openen van echte Europese asielkantoren in Afrika, asielhubs, vind ik niet verstandig, want ik denk dat wij ons daarmee ongelooflijk veel miserie op de hals zullen halen en dat het een immens aanzuigeffect zou creëren in Afrika. De vraag is natuurlijk altijd de volgende. Als er in die asielkantoren asielaanvragers erkend zouden worden, dan moeten die naar Europa gevlogen worden. Hoeveel vliegen we er binnen per jaar en hoe spreiden we hen over Europa? Ik denk eerlijk gezegd niet dat dit een bijzonder goed idee is.

 

Volgens mij zit er bovendien geen enkel land erop te wachten om iets dergelijks te organiseren. Er is meer concreet sprake geweest van Tunesië en Egypte. Als wij dat zouden organiseren in Tunis, dan komen er honderdduizenden mensen op af om asiel aan te vragen aan een Europees asielloket. Enkele mensen worden erkend en worden binnengevlogen. Al de anderen hebben een verre reis gemaakt van ergens in Afrika naar Tunis, maar zij zitten daar dan, omdat ze niet erkend worden. Volgens mij heeft dat ook een aanzuigeffect op mensensmokkelaars, die er geld aan verdienen om alsnog te trachten mensen Europa binnen te krijgen, zij het dan illegaal. Ik ben dus niet overtuigd van de argumenten van de heer Knaus.

 

Ik heb hem wel een aantal andere pistes voorgelegd. Zo stelde ik hem voor om een EU-Tunesiëdeal te maken, en nog enkele andere zaken, waarover wij heel diepgaand gepraat hebben.

 

Ik heb goed geluisterd. Hij had een paar goede ideeën, rond circulaire migratie bijvoorbeeld, waar ik wel voor een stuk in geloof, maar waar er ook veel vragen bij te stellen zijn. Ik ben trouwens de eerste in de Belgische geschiedenis die een project van circulaire migratie heeft opgestart, met Tunesië. Ik heb het vorige week getekend, via de IOM. Er zullen 150 buitenlandse stagairs uit Tunesië stage komen volgen in Belgische bedrijven en vice versa. Het gaat om Belgische bedrijven die een vestiging hebben in Tunesië of andersom. Zo'n circulair migratieproject is een absolute primeur. Het was nog nooit gebeurd. Het stond in het regeerakkoord. Ik heb het in gang gezet. Ik geloof daar ook wel in, maar ik geloof dan weer absoluut niet in Europese asielloketten in Afrika.

 

03.04  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord. Wij hebben in de voorbije jaren natuurlijk sterk gefocust op de instroom via het Midden-Oosten, vooral uit Syrië, Irak en Iran. Wij hebben minder aandacht gehad voor wat uit Afrika kwam, zowel Oost-Afrika als West-Afrika. De problematiek is zeer complex omdat de problematiek in West-Afrika natuurlijk helemaal anders is dan die in Oost-Afrika.

 

Wij werken al jaren met klassieke recepten. Klassieke recepten brengen niet altijd de juiste oplossing voor nieuwe problemen. Wij zullen daarin vrij innovatief moeten zijn. Wij moeten nagaan waar er nieuwe stromen zijn, op welke manier mensensmokkelaars innovatief zijn en hoe wij die kunnen bestrijden.

 

Er worden heel veel ballonnetjes opgelaten, uit verschillende hoeken, zowel door ngo's en denktanks als door regeringen. Het mogen echter geen maatregelen om de maatregelen zijn. Ze mogen niet dienen om aan te tonen dat men met iets bezig is, om dan twee jaar later te moeten vaststellen dat ze niets hebben opgebracht. Elke maatregel op dat vlak moet resultaatgericht zijn en niet inspanningsgericht, vandaar mijn bezorgdheid. Zeker wanneer een nieuwe maatregel wordt voorgesteld, moeten wij niet alleen naar de mogelijke positieve effecten kijken, maar ook naar de eventuele negatieve effecten. Zo mag een nieuwe maatregel zeker niet leiden tot een nieuw aanzuigeffect of tot een voorsprong voor mensensmokkelaars, die dan opnieuw rijker zouden worden.

 

03.05  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord. Natuurlijk vraagt men om vragen als men het op Twitter zet. U ziet dat wij zeer aandachtig zijn.

 

03.06 Staatssecretaris Theo Francken: (…)

 

03.07  Monica De Coninck (sp.a): Als zij er niet over willen praten, moet u het niet op Twitter zetten.

 

Mijn groot probleem is dat ik gisteren heb gehoord wat er in Libië gebeurt. Europa pompt er geld in mensensmokkelaars door er akkoorden mee te sluiten. Europa pompt er geld in de Libische grenswacht die al even corrupt is als de mensensmokkelaars. In overvolle detentiecentra leven er mensen uit Oost-Afrika. Ik begrijp deels uw redenering dat u daar geen Europees asielkantoor wilt vestigen, maar we zullen wel iets moeten doen: er zullen mensen blijven komen. Er moet een veel fundamentelere discussie worden gevoerd in Europa over de ontwikkeling van Afrika.

 

Wat het circulaire migratieproject met Tunesië betreft: ik ken Tunesië een beetje. U weet het of niet, maar toen ik minister was, begonnen we daar met een project inzake sociaal overleg met werkgevers- en werknemersorganisaties. Wij hebben dat gesteund en die mensen hebben nadien de Nobelprijs gewonnen. We moeten Tunesië inderdaad steunen, alleen denk ik dat Tunesië geen vragende partij is om akkoorden te sluiten over migratie. Integendeel, zij hebben nu een migratiewetgeving die niet werkt en willen die zo lang mogelijk in stand houden, want dan zijn ze in heel de discussie niet betrokken.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ik hoop dat u binnen de Europese structuren echt wel de fundamentele discussie wilt starten over wat we met Afrika zullen doen. Ik vrees dat de situatie in Libië zeer explosief is en dat we gewoon met die vluchtelingen zullen worden geconfronteerd, zelfs op middellange termijn, of we dat nu willen of niet, of we grenzen hebben of niet.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

04 Questions jointes de

- M. Georges Dallemagne au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le respect par la Belgique de ses engagements en matière de relocalisation" (n° 20809)

- M. Emir Kir au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le plan européen de relocalisation des réfugiés" (n° 21120)

- M. Jean-Jacques Flahaux au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les quotas de répartition de réfugiés entre les États membres de l'UE" (n° 21315)

- M. Jean-Jacques Flahaux au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les quotas de répartition de réfugiés entre les États membres de l'UE" (n° 21615)

04 Samengevoegde vragen van

- de heer Georges Dallemagne aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de naleving door België van zijn verbintenissen inzake herplaatsing" (nr. 20809)

- de heer Emir Kir aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het Europese plan voor de herplaatsing van vluchtelingen" (nr. 21120)

- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de quota voor de spreiding van vluchtelingen over de lidstaten van de EU" (nr. 21315)

- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de quota voor de spreiding van vluchtelingen over de lidstaten van de EU" (nr. 21615)

 

04.01  Emir Kir (PS): Monsieur le secrétaire d'État,  je souhaite revenir sur le plan européen de relocalisation des réfugiés, en particulier sur l'engagement de la Belgique.

 

On se rappellera les drames en Méditerranée qui avaient marqué les esprits, comme le naufrage d'un chalutier ayant fait plus de 700 victimes au large de la Libye. Comment oublier également, quelques mois plus tard, l'image du petit Aylan, ce jeune enfant syrien retrouvé mort sur une plage turque?

 

D'après le rapport de Myria "2017. La migration en chiffres et en droits", les décisions européennes de relocalisation de septembre 2015 ont été prises au pic de la crise migratoire: 160 000 demandeurs d'asile devaient être relocalisés d'ici 2017, chiffre qui a ensuite été revu à 100 000.

 

Le système de relocalisation a tardé à se mettre en route. Le rythme s'est accéléré à la fin de l'année 2016, mais à la fin de février 2017, les États membres n'avaient au total proposé que 25 721 places de relocalisation et seules 13 546 relocalisations avaient effectivement eu lieu (3 936 depuis l'Italie et 9 610 depuis la Grèce).

 

La Belgique était censée relocaliser 3 812 personnes d'ici septembre 2017. Elle a mis 30 places à disposition en 2015 et 500 dans le courant de 2016 (100 en avril, 100 en mai et 300 en septembre). Six demandeurs d'asile ont été relocalisés en Belgique depuis l'Italie en 2015. En 2016, ils étaient environ 200 (177 depuis la Grèce et 23 depuis l'Italie). Il s'agissait principalement de ressortissants Syriens (75 %).

 

À la fin de février 2017, la Belgique avait mis à disposition un total de 730 places sur 3 812, soit 19 % du quota belge (530 pour la Grèce et 200 pour l'Italie). Un peu plus de six mois avant la fin de la période de relocalisation, celle-ci a été effectivement assurée pour 396 personnes, soit 10 % du quota belge.

 

Monsieur le secrétaire d'État, le bilan paraît faible. On peut donc se demander si la Belgique a respecté son engagement au regard du plan européen de relocalisation des réfugiés.

 

Mes questions sont assez simples. Confirmez-vous les chiffres parus dans le rapport de Myria? Pourriez-vous nous éclairer sur la situation de la Belgique à ce jour, sachant que le 26 septembre dernier, le plan de relocalisation arrivait à son terme? J'aimerais entendre vos explications sur les retards qu'a connus la Belgique.

 

Enfin, la Commission annonçait, en septembre dernier, qu'elle entamait des procédures d'infraction contre les pays qui ne respectent pas leurs obligations découlant des décisions de relocalisation. Avez-vous une idée de la nature des sanctions possibles?

 

04.02  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le secrétaire d'État, en septembre 2015, l'Union européenne décidait d'instaurer un mécanisme de quotas pour mieux répartir les migrants entre États membres; mon éminent collègue Emir Kir vient de l'évoquer. L'Union s’était donné le mardi 26 septembre 2017 comme date limite pour mettre en place cette politique de relocalisation.

 

L’Union européenne avait planifié un programme s’étendant sur deux ans, prévoyant de relocaliser des milliers de migrants arrivés en Italie et En Grèce. Il apparaît que les États membres n’ont atteint que 28,7 % de l’objectif initial, soit 46 000 personnes relocalisées, mais ma question date de début octobre.

 

Les pays en infraction sont ceux du groupe de Visegrad. La Hongrie et la Slovaquie ont même intenté un recours devant la Cour de justice de l'Union européenne pour échapper à cette obligation, mais leur demande a été rejetée au début du mois de septembre 2017.

 

Monsieur le secrétaire d'État, qu’en est-il de ces quotas de réfugiés aujourd’hui? La date du 26 septembre 2017 est bel et bien dépassée. Quel était l’objectif de la Belgique quant à ces quotas? Quelle est votre position sur la déclaration de Jean-Claude Juncker selon laquelle, entre États membres, la solidarité n'est pas un plat à la carte? J'ajoute que le Danemark, qui est pourtant un pays riche, vient de décider de ne pas accepter ces quotas adoptés par l'Union européenne.

 

04.03  Theo Francken, secrétaire d'État: Chers collègues, la Commission avait initialement fixé à 160 000 le nombre de personnes à relocaliser depuis l'Italie et la Grèce.

 

Il se trouve que le nombre de personnes dont la nationalité correspond à un pourcentage de protection moyen de plus de 75 % et qui entrent donc en considération pour la relocalisation est en réalité bien plus bas, à savoir environ 42 000.

 

Et c'est là le nœud de toute la discussion. On a fixé un nombre de 160 000 personnes à répartir, avec une clef de répartition par État. Pour la Belgique, cette clef est de 3 %, soit 3 812 personnes. Or, il n'y a pas eu un afflux de 160 000 personnes en Italie et en Grèce, et ce grâce à l'accord conclu entre l'Union européenne et la Turquie. Dès lors, cette discussion repose sur de la fiction.

 

Messieurs Kir et Flahaux, on peut se demander pourquoi la Commission européenne n'a pas adapté le nombre de départ. Vous en connaissez la raison? La question est pertinente. Vous m'interrogez toujours à ce sujet, mais c'est surtout le cas de M. De Vriendt qui, toutes les semaines, me reproche de ne pas avoir aménagé 3 800 places pour les réfugiés, alors que c'était mon devoir. Je lui réponds chaque fois que seules 42 000 personnes - et non 160 000 - sont entrées en Europe et sont candidates à la relocalisation.

 

Savez-vous pourquoi la Commission n'a pas modifié le nombre total de candidats à la relocalisation? Parce que d'autres États européens se sont montrés très enthousiastes et ont atteint, dès les premiers mois, le total qu'ils s'étaient assigné.

 

Pour cette raison, ces pays un peu trop enthousiastes n'ont pas adapté leurs chiffres. Ils avaient déjà visé trop haut.

 

04.04  Jean-Jacques Flahaux (MR): Était-ce l'Allemagne?

 

04.05  Theo Francken, secrétaire d'État: Non, pas l'Allemagne, absolument pas. Ce sont d'autres petits pays. Ces pays ont dit stop, sinon l'opinion publique aurait parlé d'un enthousiasme exagéré - par exemple en accepter 200, alors que ce ne pouvait être que 50.

 

Toutes les ONG disent que l'objectif n'est pas atteint, qu'on ne réalise que 13 % ou 20 % de l'objectif. Pourquoi? On ne peut pas faire plus car il n'y a pas de candidats. Je ne peux pas donner un ticket d'avion à un fantôme! Il n'y a plus de candidats. C'est pareil pour tous les pays, la France, l'Allemagne. C'est comme ça partout. Parlez-en aux collègues de votre obédience politique dans les autres gouvernements européens. Ils disent aussi qu'ils n'ont pas atteint leurs chiffres. Aucun gouvernement n'a atteint ses chiffres, si ce n'est les deux ou trois gouvernements qui étaient trop enthousiastes au début. Et c'est pour cette raison qu'ils n'ont pas adapté leurs chiffres. Demandez à M. Avramopoulos! La Belgique ne reçoit pas de mauvais rapport de relocalisation. Le dernier rapport était positif.

 

Je parle beaucoup avec mes collègues italien et grec, MM. Minniti et Mouzalas. Si on peut faire plus, je le ferai. Dans la pratique, nous sommes solidaires de la Grèce mais il n'y a plus de dossiers de relocalisation. Pourquoi? Parce que les gens qui arrivent en Grèce n'ont pas un taux de reconnaissance de plus de 75 %. Pour l'instant, ce sont uniquement les Syriens et les Érythréens.

 

Ce sont seulement ces deux nationalités. Un Nigérian n'est pas candidat à la relocalisation, parce que le taux de reconnaissance du Nigeria est seulement de 20 %. La nationalité nigériane est la plus représentée parmi les personnes arrivant actuellement en Europe. Ce ne sont pas de vrais réfugiés. Excusez-moi, 80 % ne sont pas des réfugiés, mais des migrants économiques. Ils ne sont pas candidats à la relocalisation.

 

C'est le fond du débat. La Belgique fait tout. Vous pouvez interroger mes collègues, italien et grec. Ils sont contents de notre solidarité.

 

04.06  Emir Kir (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie, mais certaines de mes questions restent sans réponse. J'essaie de comprendre votre raisonnement. Vous nous expliquez que les 160 000 de départ ont été revus à 42 000 candidats à la relocalisation. Vous nous expliquez qu'en réalité, les candidats n'arrivent pas ici. Nous savons pourtant que la situation, en Syrie notamment, est dramatique et qu'il y a donc des candidats.

 

Ensuite, vous nous expliquez que certains pays, que vous avez qualifiés d'enthousiastes, ont rempli le quota prévu par la Commission européenne. Je ne comprends pas pourquoi vous parlez d'enthousiasme. En réalité, ces pays ont rempli leurs obligations dans le cadre du plan européen de relocalisation.

 

La question que nous devons poser au sein de cette commission est celle-ci: comment se fait-il qu'il n'y ait pas de candidats fantômes pour eux, qu'ils reçoivent des candidats réfugiés et pas les autres pays? Selon vous, qu'est-ce qui explique que ces pays aient pu remplir leurs obligations dans le cadre du plan de relocalisation européen? Pourquoi la Belgique ne l'a-t-elle pas fait?

 

Enfin, je maintiens ma deuxième question. Je rappelais que la Commission a annoncé qu'elle entamerait des procédures d'infraction contre les pays ne respectant pas leurs obligations. Je ne sais pas si vous y avez apporté une réponse tout à l'heure en expliquant que vous avez des contacts et que les choses se passent bien. Cela signifie-t-il qu'il n'y a pas de procédure d'infraction envers notre pays? Oui ou non? Je voudrais enfin vous entendre à ce sujet.

 

04.07  Jean-Jacques Flahaux (MR): Le débat que nous menons ici me semble tout à fait intéressant. Je dois avouer, monsieur le secrétaire d'État, que vous m'avez donné des éléments dont je ne disposais pas. C'est vrai que l'image pour le grand public, c'est celle d'un certain nombre de pays qui sont en deçà de leurs obligations. Vous avez bien expliqué que c'était en fait comme dans la chanson "La bonne du curé": "Je voudrais bien, mais je ne peux point!" parce qu'il n'y a pas assez de candidats. Dans la presse et dans l'opinion publique, on ne sait pas cela. Je crois qu'il est donc intéressant d'avoir appris cela aujourd'hui.

 

04.08  Theo Francken, secrétaire d'État: Je vais à nouveau donner l'explication parce que je pense que c'est très important. C'est vrai qu'il y a beaucoup de discussions sur la perception mais pas sur la réalité. On a eu le débat sur la relocalisation. On ne parle pas du Resettlement Programme UNHCR, c'est-à-dire des gens qui sont au Liban et en Turquie. On ne parle pas de cela parce qu'il s'agit là de personnes en resettlement qui viennent avec des visas humanitaires quand elles prennent l'avion. Notre ambition n'a jamais été plus haute que ce Resettlement UNHCR Programme des pays voisins des conflits (Liban, Jordanie, Turquie).

 

On parle de relocalisation. La relocalisation concerne les personnes qui sont déjà arrivées en Europe, particulièrement en Grèce et en Italie. On a établi une règle européenne que j'ai personnellement votée - j'étais présent au JAI Council. Les pays Visegrád n'ont pas voté. Il s'agit là de tout le débat autour de M. Orban, notamment sur le fait que certains pays ne veulent pas de musulmans, ni de migrants, etc. Nous avons voté une relocalisation. C'est un système par lequel on procède à une répartition des demandeurs d'asile vers d'autres pays européens; en effet, il est inimaginable de croire que l'Italie et la Grèce vont accueillir tout le monde. C'est impossible! Quand il y a vraiment une situation de crise et un taux très élevé de demandeurs d'asile qui arrivent en bateau dans l'espace Shengen, en Italie ou en Grèce, on doit être solidaire de ces deux pays.

 

Nous avons voté une clé de répartition basée sur trois ou quatre conditions. L'une concerne le nombre d'habitants du pays, le PIB.

 

Pour la Belgique, cela représente – me semble-t-il – une clé de 2,8 %. Je ne suis pas certain de ce chiffre.

 

De combien de personnes était-il question? Fictivement, on ne le savait pas. Cela remonte à septembre-octobre 2015. À l'époque, on connaissait une crise avec l'arrivée de milliers de personnes chaque jour. Certains pays estimaient qu'on avait besoin d'un chiffre, qu'il fallait pouvoir communiquer un chiffre aux citoyens, sinon cela revenait à signer un chèque en blanc, ce qui n'était pas envisageable de faire.

 

Monsieur Kir, on a donc fixé un chiffre. Suivant ce chiffre, 160 000 demandeurs d'asile étaient candidats virtuellement. Il faut savoir que la relocalisation s'étale sur deux ans. Autrement dit, le projet porte sur deux ans.

 

Par la suite, on a pu constater que ce chiffre de 160 000 demandeurs d'asile n'a jamais été atteint. Dans ce cas de figure, la Belgique devait prendre en charge 3 800 demandeurs d'asile. Mais cela n'a jamais été le cas, vu le crash du nombre des demandeurs d'asile arrivés en Europe.

 

04.09  Emir Kir (PS): (…)

 

04.10  Theo Francken, secrétaire d'État: C'est pourtant la vérité!

 

Quoi qu'il en soit, 42 000 sont arrivés. Par rapport à ce nombre, la Belgique a rempli ses engagements.

 

Pourquoi la Commission n'a-t-elle pas procédé à une adaptation? En effet, la règle de trois était ici de rigueur. Au lieu de 160 000, il aurait dû être question de 82 000. Normalement, il n'était donc pas question de 3 800 demandeurs d'asile, mais de plus ou moins 1 000 demandeurs d'asile. Mais l'adaptation n'a pas été faite car c'était politiquement très délicat étant donné que quelques petits pays avaient rempli leur quota sur la base des 160 000, quelques semaines après le vote des clés. Ces petits pays ont voulu être les bons élèves de la classe et, par la suite, ils ont refusé que la Commission adapte les chiffres afin que leurs citoyens ne leur reprochent pas d'avoir fait de l'excès de zèle.

 

C'est de là qu'est née la discussion.

 

La Belgique est également intervenue à la Cour de justice de l'Union européenne pour défendre son point de vue: pour la solidarité et contre la position de M. Orban et consorts. Nous avons gagné et la procédure d'infraction démarre maintenant.

 

De Europese commissie moet een boete opstellen.

 

Cela peut prendre des mois. Les sanctions ne sont pas encore définies. La Cour de justice de l'Union européenne a été très claire: nous avons raison et ces pays n'ont pas raison.

 

Nous continuons à offrir des places. Quand l'Italie a des candidats, surtout les MENA, qui sont plus vulnérables, nous pouvons l'aider. Nous sommes solidaires avec les pays à la frontière de la zone Schengen.

 

04.11  Emir Kir (PS): Monsieur le secrétaire d'État, vous avez réexpliqué ce que je savais mais il est toujours intéressant de vous entendre sur le fond.

 

Vous avez parlé plusieurs fois du chiffre de 42 000, j'imagine donc qu'il a été validé. Mais où? La Commission européenne ne souhaite pas mettre ce chiffre en avant pour ne pas mettre en difficulté certains États membres qui ont déjà atteint leur quota à partir des 160 000.

 

Comment se fait-il que certains États membres ont réussi à atteindre leur quota à partir des 160 000 et d'autres non? J'ai bien entendu que vous aviez expliqué qu'on partait d'un potentiel de 42 000 personnes et non 160 000.

 

04.12  Theo Francken, secrétaire d'État: Il s'agit de pays qui n'ont quasiment pas reçu de demandes d'asile en 2015. C'est, par exemple, le cas de l'Estonie. Nous en avons eu 50 000 la même année. Les places d'accueil étaient saturées. Je ne pouvais pas prendre 3 000 personnes en plus. C'est la raison pour laquelle la Commission nous a accordé deux ans pour mener à bien cette tâche. Nous avons accepté ses conditions, mais en précisant que nous agirions quand la crise aurait pris fin. Les premières semaines, c'était impossible.

 

Monsieur Kir, vous me demandiez alors: "Pourquoi les gens doivent-ils dormir là? Pourquoi n'y a-t-il pas de places? Quelles mesures Fedasil prend-il pour installer des lits?" Dans l'immédiat, c'était impossible. J'avais promis de le faire, mais en deux ans.

 

Je répète que ces pays n'avaient pas accueilli régulièrement de demandeurs d'asile. Des places y étaient donc disponibles. Voilà la raison.

 

04.13  Emir Kir (PS): Monsieur le secrétaire d'État, votre explication me paraît claire. Je comprends dès lors pourquoi certains pays avaient rempli leur quota à partir du nombre de 160 000.

 

S'agissant de la procédure d'infraction intentée contre ceux qui ne respectent pas le plan, j'imagine que nous y reviendrons dans les prochaines semaines.

 

04.14  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le secrétaire d'État, votre réponse me paraît tout à fait satisfaisante. Cela étant, je plaiderais en faveur d'une meilleure explication auprès de la presse et de l'opinion publique qui estiment que la Belgique est en défaut. Or vous avez bien indiqué que ce n'était pas la vraie nature du problème.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

De voorzitter: Mevrouw Gabriëls is nog niet aanwezig. Wij zullen straks kijken of ze nog aankomt. Mijn vraag nr. 21104 werd behandeld bij de bespreking van de algemene beleidsnota vorige week.

 

05 Question de M. Emir Kir au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la transposition des règles facilitant la migration légale" (n° 21118)

05 Vraag van de heer Emir Kir aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de omzetting van de regels die legale migratie vergemakkelijken" (nr. 21118)

 

05.01  Emir Kir (PS): Monsieur Francken, lors des discussions budgétaires, nous avons déjà eu des discussions au sujet de la migration légale. Vous avez fait deux propositions; nous y reviendrons certainement dans les prochaines semaines.

 

Ici je m'intéresse à un article paru il y a plusieurs semaines sur le site de la RTBF, selon lequel la Commission européenne demande à la Cour de Justice de l'Union européenne d'infliger une astreinte journalière de 70 828,80 euros à la Belgique tant que la directive facilitant les procédures pour la migration légale, dite 'permis unique', n'est pas totalement transposée. Le montant de l'astreinte demandée tient compte de la gravité, de la durée de l'infraction, et veut avoir un 'effet dissuasif'. Parmi les objectifs de cette directive, il s'agit de faciliter la migration légale en instaurant des procédures simplifiées pour que les travailleurs venant de l'extérieur de l'Union européenne obtiennent un permis de séjour et de travail. Un socle commun de droits, en matière de conditions de travail, de pension, de sécurité sociale et d'accès aux services publics a été mis en place, pour que ces travailleurs étrangers aient les mêmes droits, comparables aux droits des citoyens européens partout dans l'Union européenne.

 

Mes questions sont assez simples, monsieur Francken. Pourriez-vous nous éclairer sur l'état des lieux et le timing des travaux quant à la transposition par la Belgique de cette directive? Le gouvernement fédéral et les exécutifs régionaux se sont-ils déjà réunis pour régler ce dossier? Si oui, à quelle date? Des points de vue différents sont-ils apparus sur cette question? Si oui, lesquels?

 

05.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Monsieur le président, monsieur Kir, la directive 2011/98/EU impose aux États membres:

- de mettre en place, au profit des ressortissants des pays tiers souhaitant travailler sur leur territoire, une procédure unique de demande d'admission au séjour et au travail conduisant à la délivrance d'un seul et même titre attestant de l'octroi des autorisations requises pour pouvoir séjourner et travailler;

- que le titre de séjour conforme au Règlement européen, délivré par des États membres aux ressortissants de pays tiers qui séjournent sur leur territoire à d'autres fins que le travail, comporte une mention relative à l'accès au marché de l'emploi;

- une série de droits communs pour les travailleurs non ressortissants de l'Union européenne concernés par la directive.

 

De ces trois aspects de la directive relèvent des compétences respectives différentes: autorités fédérale et fédérées. Seuls les deux premiers points relèvent de ma compétence. Par conséquent, pour plus de précisions, je me permets de vous renvoyer vers les autres ministres compétents pour le dernier aspect.

 

Après la sixième réforme de l'État, l'État fédéral est resté compétent pour régler l'occupation des travailleurs étrangers qui sont admis ou autorisés à séjourner sur le territoire à d'autres fins que le travail. L'État fédéral demeure également compétent, en vertu de sa compétence résiduelle, pour légiférer en matière d'accès au territoire, de séjour, d'établissement et d'éloignement des étrangers. Ce sont les États fédérés qui sont compétents mais le droit de séjour reste de la compétence du niveau fédéral. C'est un peu complexe mais c'est ainsi.

 

Cette réforme a eu pour conséquence que la transposition de la directive devait être effectuée de manière conjointe avec les différentes autorités fédérale et fédérées compétentes pour l'octroi d'un permis unique. On y est presque. Les autorités compétentes ont dégagé un consensus, avec votre parti, au niveau bruxellois sur la procédure qui a fait l'objet d'un accord en Comité de concertation le 25 novembre 2017. Lors de ce Comité de concertation, l'État fédéral, les Régions et la Communauté germanophone se sont engagés à procéder aux modifications législatives et réglementaires nécessaires à la transposition de la directive.

 

Les textes des différentes autorités compétentes qui concrétisent notamment cette procédure, accompagnés de la validation de l'accord politique sur la procédure, ont été soumis au Conseil d'État qui donnera son avis le 27 décembre 2017.

 

Il reviendra ensuite aux différents parlements belges, notamment le Parlement fédéral, de couler dans une loi cet accord de coopération. J'espère que nous éviterons une amende européenne. Le montant en jeu est important; je ne veux pas payer cela. Nous collaborons avec les entités fédérées. Je pense, j'espère, que nous allons y parvenir.

 

05.03  Emir Kir (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie pour votre réponse, qui va dans le bon sens. On voit que le travail a été fait au niveau du fédéral et des entités fédérées, que l'avis du Conseil d'État a été requis et que nous approchons de la ratification par les différents parlements. C'est le genre de dossiers sur lesquels la Belgique est attendue. Je pense qu'il est important de montrer que notre modèle fédéral fonctionne, et que nous parvenons à faire travailler l'État fédéral avec les entités fédérées. Je me réjouis d'un aboutissement prochain dans ce dossier.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

06 Question de M. Emir Kir au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la fraude à l'asile dans le cas des réfugiés séjournant dans leur pays d'origine" (n° 21119)

06 Vraag van de heer Emir Kir aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de asielfraude in het geval van vluchtelingen die in hun land van oorsprong verblijven" (nr. 21119)

 

06.01  Emir Kir (PS): Monsieur le secrétaire d'État, j'ai lu dans la presse que vous avez convenu de coopérer davantage avec l'Allemagne, pour mieux contrôler les réfugiés qui retournent en vacances dans le pays qu’ils ont fui, en signant une déclaration d’intention.

 

Je souhaiterais dès lors vous poser deux questions. Quels sont les engagements que vous avez pris pour notre pays à l’égard de l’Allemagne dans ce dossier? Un instrument juridique plus poussé que cette déclaration d’intention est-il venu encadrer ce dossier? De quelle manière le suivi et l'évaluation de vos engagements sont-ils assurés? Des décisions ont-elles été prises, en Belgique ou en Allemagne, suite à la mise en oeuvre de cette déclaration d’intention?

 

Depuis le mardi 2 mai, les provinces, villes et communes de Belgique sont également sollicitées dans le cadre du suivi de ces dossiers. Pouvez-vous nous expliquer de quelle manière, ce qui est attendu d’elles et sur quelle base légale ou réglementaire?

 

06.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Monsieur Kir, l'Office des Étrangers et la police fédérale aéroportuaire observent depuis quelques années qu'un nombre significatif de réfugiés ayant obtenu ledit statut en Belgique, demandent un passeport auprès de l'ambassade de leur pays d'origine et s'y rendent ensuite. Les précédents gouvernements n'ont rien entrepris par rapport à cette problématique. C'est la raison pour laquelle j'ai demandé, en 2016, à l'Office des Étrangers et à la police fédérale aéroportuaire, d'élaborer une procédure en vue de détecter plus rapidement ce type de fraude et de le combattre.

 

Considérant qu'il s'agit de personnes bénéficiant d'un statut de protection internationale, ces dernières ne sont pas autorisées à se rendre dans leur pays d'origine. C'est clairement établi comme étant une fraude par l'article 3 de la Convention de Genève elle-même.

 

Considérant également que ces personnes recourent souvent aux aéroports de nos pays voisins pour éviter les contrôles belges, j'ai signé des accords tant avec les Pays-Bas, le 9 décembre 2016, qu'avec l'Allemagne, le 31 mai 2017, pour s'attaquer efficacement à cette problématique et échanger des informations de manière structurée.

 

Dans la déclaration d'intention signée avec l'Allemagne, il est question d'un échange d'informations sur les personnes qui bénéficient d'un statut de protection internationale et qui retournent dans leur pays d'origine en vue d'une éventuelle demande de retrait de ce statut.

 

Ce retrait trouve son fondement dans les articles 14 et 19 de la directive du Parlement européen et du Conseil du 13 décembre 2011 ainsi que dans l'article 55 de la loi du 15 décembre 1980.

 

Afin de garantir un suivi optimal des demandes de retrait ou d'abrogation de protection internationale, une cellule Suivi protection internationale a été créée au sein de l'Office des Étrangers. Cette cellule est chargée de centraliser et d'harmoniser toutes les demandes et de les transmettre au Commissariat général (CGRA). Le cas échéant, elle prend également la décision de mettre fin au séjour et assure le suivi de l'éventuel éloignement.

 

Entre 2016 et août 2017 inclus, 122 dossiers dans le cadre desquels la Belgique avait accordé le statut de protection internationale, ont été examinés. Dans 46 cas, cet examen a mené au retrait du statut de protection et 55 cas sont toujours pendants. Dans 30 cas sur les 122, les informations provenaient d'Allemagne. C'est beaucoup. Une rencontre est prévue pour la fin de cette année entre l'Office des Étrangers et la police fédérale, d'une part et, d'autre part, le ministère allemand de l'Intérieur.

 

Enfin, en date du 2 mai, j'ai enjoint à mon administration d'inviter toutes les autorités locales à travers la plate-forme "gen-com"(?)  à être attentives à ce type de fraude, considérant qu'à partir du 1er janvier 2018, la demande d'un passeport de réfugié ne se fera plus auprès des administrations provinciales mais via les administrations communales. Cette problématique mérite une attention à particulière à tous les niveaux.

 

Comme bourgmestre, monsieur Kir, je suis sûr que c'est aussi important pour votre commune. Cela commencera le 1er janvier. Les communes devront noter les demandes de passeport de réfugié. Ce sera important. Nous avons sensibilisé via la plate-forme Gemcom.

 

06.03  Emir Kir (PS): Monsieur le président, je remercie M. le secrétaire d'État pour ses réponses.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 21018 van mevrouw Gabriëls werd ingetrokken. Vraag nr. 21265 van mevrouw Monica De Coninck wordt ingetrokken. De samengevoegde vragen nrs. 21315 en 21615 van de heer Flahaux zijn reeds behandeld.

 

07 Vraag van mevrouw Nahima Lanjri aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de NBMV's die aangetroffen worden bij controles in de buurt van het Maximiliaanpark" (nr. 21497)

07 Question de Mme Nahima Lanjri au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les MENA interpellés lors de contrôles aux abords du parc Maximilien" (n° 21497)

 

07.01  Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, onder de personen die in de maand september en daarna werden gecontroleerd in het Maximiliaanpark, bevonden zich een heel aantal niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Zoals u weet, is dit een zeer kwetsbare groep.

 

Net zoals bij de aangetroffen meerderjarigen zijn er onder hen heel wat die eigenlijk geen asiel willen aanvragen en zelfs niet geïnteresseerd zijn in een specifiek beschermingsstatuut. Dit heeft verschillende redenen. De voornaamste reden is dat velen onder hen willen doorreizen naar het Verenigd Koninkrijk omdat ze daar familie hebben.

 

Wij stellen wel vast dat een aantal onder hen niet weet is dat ze als minderjarige op een legale manier in aanmerking komen voor gezinshereniging met hun familieleden aan de overkant van het Kanaal. Dit moet hen duidelijk gemaakt worden via informatiecampagnes. Begin september heb ik in een aantal gesprekken vastgesteld dat zij dit niet wisten.

 

Sommigen willen verenigd worden met familie, maar het gaat dan vaak over verre familie, een oom of tante. Dit kan echter niet zomaar. Omdat het gaat over een kwetsbare groep zouden we moeten nagaan of er toch geen mogelijkheid bestaat om deze jongeren op een legale en veilige manier naar het Verenigd Koninkrijk te laten doorreizen.

 

In het verleden sloten Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk een akkoord bij het opruimen van het kamp in Calais. Hierdoor konden enkele honderden niet-begeleide minderjarigen doorreizen naar het Verenigd Koninkrijk om daar te worden herenigd met familieleden, ook al bleek dat over verre familie te gaan. Er werd hiervoor afgeweken van de Dublinregels. Men hoeft dit niet te doen, maar het kan als er wordt geoordeeld dat het noodzakelijk is.

 

Daarnaast is er in ons land ook een weliswaar kleinere groep niet-begeleide minderjarigen die wel geïnteresseerd zijn in een beschermingsstatuut of wel asiel willen aanvragen, maar die reeds een vingerafdruk hebben laten nemen in een andere EU-lidstaat, meestal Italië.

 

Voor deze doelgroep zouden wij in een afwijking kunnen voorzien en deze jongeren toch een beschermingsstatuut of asiel kunnen laten aanvragen. Ik heb u net horen zeggen, in antwoord op een vraag van de heer Kir, dat u solidair wilt zijn met de landen aan de buitengrenzen, zeker wanneer het gaat over kwetsbare groepen zoals niet-begeleide minderjarigen. Dat is iets wat ons land kan doen. U bent daartoe niet verplicht, maar u kunt wel geval per geval bekijken of het nuttig is om in sommige gevallen toch in een afwijking op de Dublinregels te voorzien en een aanvraag van een jongere toch te behandelen, terwijl die bijvoorbeeld vingerafdrukken in Italië heeft. Wij weten allemaal dat men daar zeer zwaar overspoeld wordt door heel wat vluchtelingen. Die verblijven daar in vluchtelingenkampen. Men kan het niet aan. Ik ben ter plekke geweest. De situatie daar is schrijnend.

 

Ik heb de volgende vragen.

 

Hoeveel niet-begeleide minderjarigen werden er aangetroffen in de maanden september, oktober en eventueel november? Hoeveel onder hen vroegen er asiel aan en hoeveel het beschermingsstatuut?

 

Worden er specifieke informatiecampagnes gehouden? Wordt er ook een toelichting gegeven over de bestaande  mogelijkheid tot gezinshereniging? Hoe zien die informatiecampagnes eruit? Indien dat niet gebeurt, wat is dan de reden daarvan?

 

Is het mogelijk om contact te leggen met het Verenigd Koninkrijk om, naar het voorbeeld van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, aan een beperkte groep de mogelijkheid te bieden om door te reizen naar het Verenigd Koninkrijk, om daar herenigd te worden met een ver familielid? Daartoe moet het Verenigd Koninkrijk akkoord gaan, met een afwijking op de Dublinregels, zoals dat ook gebeurd is in Calais.

 

Bent u bereid om voor de niet-begeleide minderjarigen die in België asiel of een beschermingsstatuut willen aanvragen, maar die dat niet kunnen door een vingerafdruk, een afwijking toe te staan? Gebeurt dat vandaag al? Ik veronderstel dat wel, want u hebt juist gezegd dat u solidair wilt zijn met de landen aan de buitengrenzen. Als dat al gebeurt, hoe vaak gebeurt het dan? Hoe gebeurt het in de praktijk? Zonder te pleiten voor een algemene afwijking van alle regels, meen ik dat geval per geval bekeken moet kunnen worden of het noodzakelijk en nuttig is om af te wijken van bepaalde regels, als het gaat om kwetsbare niet-begeleide minderjarigen.

 

07.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Lanjri, in september en oktober 2017 werden in totaal 71 niet-begeleide minderjarige vreemdelingen aangetroffen. In totaal van juni tot oktober 2017 ging het om 78 niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Ik geef u een  overzicht van het aantal zelfverklaarde niet-begeleide minderjarigen die in het Maximiliaanpark werden aangetroffen: 45 minderjarigen uit Eritrea, 21 uit Soedan, 5 uit Syrië, 2 uit Zuid-Soedan, 1 uit Ethiopië, 1 uit Tsjaad, 1 uit Lybië, 1 uit Senegal en 1 uit Algerije. Er kan geen link worden gelegd tussen het aantreffen in het Maximiliaanpark en de vraag voor asiel of subsidiaire bescherming. Het is daarom ook niet mogelijk de gevraagde cijfers te verstrekken.

 

Nog steeds gaan twee keer per week de Dienst Vreemdelingenzaken en Fedasil de transitmigranten in en rond het Maximiliaanpark en in en rond het Noordstation sensibiliseren en informeren. De bedoeling van de informatiecampagne is om hen bewust te maken van de mogelijkheid asiel aan te vragen in België en van de te volgen procedure, van de mogelijkheid vrijwillig terug te keren met behulp van de bevoegde diensten en van het risico van gedwongen terugkeer indien zij niet vrijwillig willen terugkeren. Zij worden ook op de hoogte gebracht van de mogelijkheid internationale bescherming aan te vragen wanneer zij in een gesloten centrum worden vastgehouden. Daarbij gaat prioritair de aandacht uit naar kwetsbare personen, zoals niet-begeleide minderjarigen. Aan hen worden alle mogelijkheden uitgelegd.

 

Samen met de minister van Justitie heb ik alle nodige maatregelen laten treffen om de niet-begeleide minderjarigen systematisch op te vangen. Er worden momenteel onderzoeken gevoerd om netwerken en eventuele feiten van mensensmokkel of mensenhandel te bestrijden. Er worden veel inspanningen geleverd door de samenwerking van de verschillende diensten. Zij zullen zolang noodzakelijk is, worden voortgezet. Mevrouw Lanjri, ook de Dienst Voogdij heeft, zoals u weet, daarin een heel belangrijke rol.

 

Voor de NMBV met een lopende procedure zou het bekijken van een gezinshereniging een mogelijke piste kunnen zijn in de zoektocht naar een duurzame oplossing. Daarvoor is in wettelijke mogelijkheden voorzien.

 

Wanneer een betrokkene een asielaanvraag indient, kan via de Dublinprocedure de overname worden gevraagd aan een lidstaat met een gezinslid dat er wettig verblijft of met een familielid dat voor hem kan zorgen. Dat klopt dus. Dat kan en dat gebeurt ook soms. Ik heb geen cijfers daarover, maar het zou kunnen gebeuren. Het kan.

 

Een tijdelijke afwijking is niet nodig. Er worden geen niet-begeleide minderjarigen naar Italië teruggestuurd omdat daar hun vingerafdrukken zijn afgenomen. Sinds de Dublin III-verordening is er een groot verschil tussen de behandeling van niet-begeleide minderjarigen en een volwassene met een Dublinhit. NMVB’s worden niet via de Dublinprocedure naar Italië teruggestuurd. Dat klopt niet.

 

Voor een niet-begeleide minderjarige kan een Dublintransfer enkel en alleen, indien de vader, moeder, broer, zus of ander familielid, zoals oom, tante of grootouder wettelijk in een ander EU-land verblijft en indien de overdracht aan de familie volgens de twee betrokken lidstaten in het belang van het kind is.

 

Indien er geen familieleden zijn, is het land waar de jongere asiel heeft aangevraagd het verantwoordelijke land. Voor een niet-begeleide minderjarige is het verantwoordelijke land het land waar wettelijk verblijvende familieleden zijn of België. Dat wordt dus al bekeken. Wij werken niet volgens het principe dat als er een Dublinhit is we onmiddellijk terugsturen naar Italië. Neen, er wordt eerst gekeken of er legaal verblijvende familie is. Dat gaat dan niet over een broer of zus die illegaal in Italië verblijft. Er wordt gezocht naar een structurele duurzame oplossing samen met de Dienst Voogdij, met de voogd en dan proberen wij een oplossing te vinden.

 

In het kader van Dublin III is dat al zo. Men kan een niet-begeleide minderjarige niet vergelijken met een volwassene, als het gaat over Dublin. Die procedure is anders. Er is geen behoefte aan een afwijking. De huidige toepassing is volgens mij zoals het hoort.

 

Er is alleen sprake van Dublin als de vader, moeder, broer, zus of het familielid, ook ooms, tantes of grootouders, wettelijk in een ander EU-land verblijven en indien de overdracht naar de familie in het belang van het kind is. Er wordt dus ook altijd gekeken naar het belang van het kind.

 

Dat moet in het belang van het kind zijn volgens de twee betrokken lidstaten, zowel voor de Dienst Voogdij als voor de instanties in het land van herkomst.

 

Als er geen familie is, is het land waar de jongere asiel heeft aangevraagd verantwoordelijk. Men zoekt voor de niet-begeleide minderjarige altijd de meest humane oplossing, samen met de mensen van Justitie of de Dienst Voogdij.

 

07.03  Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, dat verduidelijkt veel. Niet alleen ik maar ook mensen van ngo’s die actief zijn op het terrein gingen ervan uit dat, als er een hit is in Italië, ze worden teruggestuurd. Daarom vroeg ik naar die afwijking, maar dat doet men dus niet, tenzij er familie legaal in het land verblijft. Dat begrijp ik.

 

Ik dring erop aan dat u bij de DVZ vraagt om de informatie die ze tweewekelijks geven te verduidelijken. De volwassenen worden wel teruggestuurd als er een hit is. De jongeren horen dit en denken dat dit voor hen ook geldt, maar ze durven niets te vragen. Ze willen wel asiel vragen maar ze zijn geregistreerd in Italië. Zij weten niet dat de regel anders is voor de niet-begeleide minderjarige. Dat is de regel. Leg dat dan ook aan hen uit.

 

07.04 Staatssecretaris Theo Francken: Dat doen we, onze mensen op het terrein leggen dat uit. Er zijn echter verschillende niet-begeleide minderjarigen die absoluut niet luisteren. De mensensmokkelaars zeggen hen dat zij niemand mogen geloven op de mensensmokkelaars na. Vaak gaat het om heel jonge, beïnvloedbare, naïeve jongeren, soms ook gehard door de reis. Ze zijn totaal in de war en zij willen gewoon naar hun familie in het Verenigd Koninkrijk. Zij nemen niet aan wat onze mensen zeggen. Dat is ook voor onze mensen soms heel frustrerend. Er wordt hen dus wel uitgelegd dat de Dublinregeling voor hen niet geldt.

 

07.05  Nahima Lanjri (CD&V): Is er voor gezinshereniging in het Verenigd Koninkrijk geen tijdelijke afwijking nodig, zoals dat ook gebeurd is in het geval van Calais? Misschien is het mogelijk om iets vergelijkbaars op te zetten tussen België en het Verenigd Koninkrijk, naar het voorbeeld van wat er gebeurd is in Calais. Waarom is dat niet nodig?

 

07.06 Staatssecretaris Theo Francken: Het gaat erom dat de jongere kan aantonen dat hij of zij familie heeft in het Verenigd Koninkrijk. De jongere vraagt in Italië asiel aan onder de Dublinregeling en zegt daarbij dat hij familie heeft in het Verenigd Koninkrijk. Er wordt dan nagegaan wat de best mogelijke oplossing is voor een gezinshereniging. Als de best mogelijke oplossing erin bestaat dat de jongere naar het Verenigd Koninkrijk gaat, dan wordt dat toegepast. Dat valt dan onder de Dienst Voogdij, onder een voogd. Uiteraard moet ook het Verenigd Koninkrijk akkoord gaan. Dat is logisch, zo werkt dat altijd. Frankrijk heeft ook slechts een akkoord kunnen maken met het Verenigd Koninkrijk als het Verenigd Koninkrijk akkoord ging.

 

De huidige toepassing laat dit dus al toe en dat streven we natuurlijk ook na. Het is duidelijk niet de bedoeling dat een niet-begeleide minderjarige van wie wij weten dat zijn ouders in Londen verblijven, per se hier blijft. Het is natuurlijk het beste dat hij zich verenigt met zijn gezin.

 

07.07  Nahima Lanjri (CD&V): Dat bedoel ik zelf ook. Ik pleit ervoor dat wij aan die jongeren duidelijk maken dat zij geen mensensmokkelaars hoeven te betalen om de oversteek te regelen omdat zij gewoon via legale weg naar hun ouders of familie kunnen gaan, zoals in de wetgeving is voorzien. Toch gaan de jongeren op dat advies niet in.

 

Begrijp ik het juist als ik meen dat de overeenkomst tussen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk ook sloeg op mensen die legaal in het Verenigd Koninkrijk wonen en niet ruimer was, dus niet gold voor andere jongeren?

 

07.08 Staatssecretaris Theo Francken: Mevrouw Lanjri, de vragen duren verschrikkelijk lang. Het zijn de laatste vragen van dit jaar. Ik hoop dat wij alles afgerond krijgen, want ik moet dadelijk naar Gent gaan.

 

Ik ken de technische regeling in het UK of in Frankrijk niet juist. Excuseer, maar ik ben geen staatssecretaris in Frankrijk of het UK. Ik weet daar niet juist de technische details van, dus pak mij niet op mijn woorden. Ik kan daar niet op antwoorden, maar dat is zeker iets voor de studiedienst, de uwe of de mijne, om dat eens verder uit te zoeken. Alleszins, mijn administratie zegt wat ik juist heb gezegd en dat het dus mogelijk is.

 

07.09  Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, het is daarom dat ik de vraag heb gesteld zodat het eventueel kan worden nagekeken. Ik heb alvast op één vlak verduidelijking gekregen.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

De voorzitter: De vragen nrs. 21556, 21563, 21565, 21566, 21567, 21606, 21607, 21608, 21609 en 21610 van mevrouw Monica De Coninck worden ingetrokken.

 

08 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'aide humanitaire de l'UE à la Serbie" (n° 21616)

08 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de humanitaire hulp van de EU aan Servië" (nr. 21616)

 

08.01  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, le 8 octobre dernier, la Commission européenne annonçait une aide humanitaire supplémentaire de 4 millions d'euros pour la Serbie dans le cadre de l'accueil des réfugiés et demandeurs d'asile venant du Fonds régional d'affectation spéciale de l'Union européenne.

 

La Serbie a enregistré plus de 4 000 réfugiés et demandeurs d'asile, soit un nombre proche de celui de 2016 à la même période.

 

Monsieur le secrétaire d'État, la Belgique a accueilli davantage de demandeurs d'asile. Quels sont les moyens alloués par l'Union européenne dans le cadre de la relocalisation? Quels sont les moyens logistiques mis en place afin d'informer les migrants et les réfugiés de leurs droits et devoirs sur le territoire belge? L'Union européenne contribue-t-elle à un programme d'information spécifique aux réfugiés? Quels sont les moyens alloués à l'engagement de traducteurs dans ce cadre?

 

08.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Monsieur le président, monsieur Flahaux, depuis le début de la crise en matière d'asile, durant la seconde moitié de 2015, l'Union européenne et ses États membres ont offert une aide de plus de 80 millions d'euros pour aider ce pays dans la gestion des flux migratoires, ce en plus des fonds auxquels la Serbie peut recourir en sa qualité de candidat à devenir État membre. Il est ici question de pas moins de 1,5 milliard d'euros pour une période s'étalant de 2014 à 2020.

 

Des moyens importants sont alloués par l'Union européenne en vue de réaliser les projets liés à la relocalisation et à la réinstallation. En 2016, 2,2 millions d'euros ont été dépensés pour ces projets. Seule une partie du budget prévu a été utilisée principalement en raison du faible nombre de personnes relocalisées au regard du nombre initialement prévu. 

 

L'Union européenne contribue à différents projets en Belgique, notamment en matière de réinstallation, de relocalisation et de retour. L'accompagnement réalisé par les différents services impliqués (Fedasil et partenaires) comporte bien entendu des informations sur les droits et devoirs du public visé.

 

Dans la conduite de ces différents projets, il est fait usage de prestations d'interprètes. Pour les projets de réinstallation et de relocalisation par exemple, 6 000 euros ont été dépensés en 2016.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Samengevoegde vragen van

- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de opvolging van uitgezette Sudanezen" (nr. 21680)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de uitgezette Sudanezen" (nr. 21819)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de uitzetting van Sudanezen" (nr. 22279)

09 Questions jointes de

- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "le suivi de Soudanais expulsés" (n° 21680)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les Soudanais expulsés" (n° 21819)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'expulsion de Soudanais" (n° 22279)

 

De voorzitter: De vraag van de heer Van der Maelen was gericht aan minister Reynders.

 

09.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de voorzitter, voor alle duidelijkheid, ik heb al die andere vragen niet ingetrokken omdat ik ervoor betaald word. De administratie heeft gewoon gevraagd welke vragen eigenlijk al beantwoord werden tijdens de bespreking van de beleidsbrief. Vandaar dat er zo'n selectie is doorgevoerd.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ik kom tot mijn vragen over de uitgezette Soedanezen. Op een eerdere vraag van collega Van der Maelen over de opvolging van de uitgezette Soedanezen via de ambassades, antwoordde minister Reynders dat u steeds de mogelijkheid hebt om samenwerking met onze ambassade in Caïro te vragen. Minister Reynders zei dat u het maar hoefde te vragen. Toen u daarover werd ondervraagd in de commissie voor de Binnenlandse Zaken zei u dat er ondertussen contact is geweest. Het leek ons noodzakelijk dat die opvolging meteen van start ging, al bij aankomst op Khartoem Airport, gezien de verontrustende berichten daarover in eerdere rapporten na uitzettingen uit andere Europese landen.

 

Vandaar de volgende concrete vragen.

 

Hebt u of heeft de DVZ de ambassade voorafgaand reeds namen en coördinaten bezorgd van de op te volgen uitgezette Soedanezen? Zo ja, van alle of slechts van enkele uitgezette Soedanezen?

 

Is de opvolging reeds van start gegaan? Hebt u nieuws over die Soedanezen?

 

Wat gebeurde er met de uitgezette Soedanezen zodra zij aankwamen in Khartoem Airport? Rapporten na uitzetting naar Soedan door andere Europese landen berichtten over mishandelingen meteen na aankomst in de luchthaven. Is het uitgesloten dat dit ook gebeurde voor de uit België uitgezette Soedanezen?

 

Bent u te weten gekomen of de ambassade beschikt over een netwerk in Soedan, inclusief Darfoer, Zuid-Kordofan en Blue Nile om een dergelijke opvolging te verzekeren? Hoe verloopt de opvolging concreet? Heeft de DVZ in het verleden in andere landen bij andere uitzettingen ook al zo’n opvolging georganiseerd? Zo ja, voor welke landen? Hoe ging dit concreet in zijn werk?

 

Hoeveel personen werden uiteindelijk via identificatie door de identificatiemissie uitgezet naar Soedan? Als ik het goed begrijp, staat dat ook op de blog.

 

Hoeveel van hen waren afkomstig uit Darfoer, Zuid-Kordofan en Blue Nile? Wat was en is het beleid inzake uitzettingen naar deze Soedanese regio’s? Werd er inzake uitzettingen naar deze regio’s een bijkomende voorzichtigheid aan de dag gelegd?

 

Hoeveel personen werden uiteindelijk niet uitgezet naar deze regio’s omdat hun veiligheid niet kon worden gegarandeerd? Wat betreft de terugkeer naar Afghanistan, verwijst u naar de regionale verschillen. In welke mate geldt dit ook voor Soedan?

 

Wat is de stand van de gerechtelijke procedures? Hoeveel personen kunnen, afhankelijk van de uitkomst daarvan, alsnog worden uitgezet? Bij hoeveel van hen betreft het een Dublinzaak? Bij hoeveel van hen gaat het om een directe mogelijke uitzetting naar Soedan?

 

Ik vroeg u al een aantal keren of het voor de uitzettingen naar Soedan volstond dat de Soedanese nationaliteit werd vastgesteld, dan wel of de hele identiteit van de persoon moest zijn vastgesteld. Ik krijg graag een duidelijk en volledig antwoord. Waar gebeurt de eventuele volledige identificatie, in België of in Soedan?

 

U verwees vorige keer naar de uiteenzettingen van de premier en van minister Jambon, maar van hen hebben wij, behoudens vergissing, alleen kunnen terugvinden dat voor sommige landen de nationaliteitscontrole volstaat, terwijl voor andere landen de volledige identificatie moet gebeuren.

 

Wat is de afspraak specifiek voor Soedan?

 

09.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, mevrouw De Coninck, u stelt mij heel veel vragen in één keer. Ik zal proberen erop te antwoorden.

 

In het algemeen wordt monitoring ad hoc georganiseerd op vraag van de betrokkene, diens advocaten, een ngo of op initiatief van de DVZ. In het geval van Soedan heeft de DVZ besloten om het ERIN-programma, European Reintegration Network, te activeren, waarbij re-integratiesteun en monitoring na gedwongen terugkeer tot de mogelijkheden behoort. ERIN is een gemeenschappelijk initiatief van verschillende Europese landen gesubsidieerd door de Europese Commissie om re-integratiesteun in de landen van herkomst mogelijk te maken. De DVZ is reeds geruime tijd ERIN-partner en voorziet in re-integratiesteun en monitoringsmogelijkheden na gedwongen terugkeer naar onder Pakistan en Afghanistan.

 

De DVZ heeft in oktober 2017 de ERIN-module voor Soedan geactiveerd, zodat personen die gedwongen teruggekeerd zijn, recht hebben op re-integratiesteun en monitoring ter plekke. Deze steun biedt mogelijkheden als airport pick-up, reisbegeleiding, scholing, onderdak, voorzieningen, sociale begeleiding enzovoort en wordt in Soedan verzorgd door de IOM, de Internationale Organisatie voor Migratie. Soedanezen die in aanmerking komen voor het ERIN-programma worden vooraf in het gesloten centrum geïnformeerd en krijgen een persoonlijke brief mee om zich aan te bieden bij de IOM Soedan, nabij de luchthaven. Tot op heden zijn er geen indicaties van mogelijke wantoestanden na aankomst in Khartoem. De DVZ blijft de situatie nauw opvolgen, mevrouw De Coninck.

 

Ik geef u enkele cijfers. Er werden tot 4 december 10 Soedanezen gerepatrieerd naar Soedan. Zij werden door de identificatiemissie geïdentificeerd en kregen een reisdocument. 5 van hen vertrokken vrijwillig, 1 via de IOM en er waren 4 DEPU's. DEPU staat voor personen die zijn teruggekeerd zonder begeleiding van de politie.

 

Dan is er nog onder begeleiding van een politie-escorte, dus DEPAS.

 

Ten tweede, alle verwijderingen naar Soedan hadden als bestemming Khartoem, er werd dus niet naar andere regio's verwijderd. DVZ heeft geen gegevens vanwaar de betrokkenen exact komen.

 

In totaal zijn er 17 dossiers waarin een juridische procedure nog haar beslag moet krijgen alvorens in een verwijdering voorzien kan worden. Er zijn dus 17 dossiers waarin juridisch nog iets loopt.

 

54 personen die beschouwd worden als Soedanezen, bevinden zich vandaag in de gesloten centra. Zij komen allen in aanmerking voor verwijdering. Bij 15 van hen gaat het om een verwijdering naar Soedan, bij 39 gaat het om een Dublinverwijdering. Deze cijfers kunnen voortdurend veranderen.

 

De identificatie gebeurt in Soedan op basis van alle in België verkregen informatie, ofwel via de ambassade ofwel via een delegatie. Voor de laissez-passers die werden afgeleverd door de identificatiedelegatie werd buiten de informatie uit het interview, ook gebruikgemaakt van het interne bevolkingsregister, waarin een groot deel van de bevolking geregistreerd staat. De identificatiemissies trachten de personen zo accuraat mogelijk te identificeren en niet alleen de nationaliteit te achterhalen. De laissez-passers werden afgeleverd op naam van de betrokken Soedanezen.

 

Om na te gaan uit welke regio de betrokkenen afkomstig zijn, zou elk individueel dossier moeten nagekeken worden. Niet iedereen heeft echter verklaard waar hij vandaan komt. Indien wel is het ook niet duidelijk of deze informatie kon worden bevestigd. Op deze informatie kan bijgevolg niet voortgegaan worden om statistieken te verspreiden. In sommige laissez-passers staat bij adres een dorp vermeld, in andere niet. Wij hebben dus geen systematische gegevens over de regionale afkomst. Dat hangt ook af van hun medewerking. Als zij dat weigeren te zeggen, is dat natuurlijk niet evident.

 

Dat is de stand van zaken. Op dit moment zit de procedure redelijk goed. In verband met Vottem, zei een rechter dat wij niemand naar Soedan mochten sturen en ook geen Dublinverwijderingen mochten doen, zelfs van Soedanezen. Deze personen zitten nog steeds vast in Vottem. Ik verwacht in de loop van de komende weken een uitspraak daarover, wellicht op 22 of 23 december. Wij zijn immers in beroep gegaan bij het hof van beroep in Luik. Wij zullen zien hoe dat loopt.

 

Voor de rest hebben we ook al heel wat juridische procedures, procedures inzake artikel 3, gewonnen. We doen wat we gezegd hebben en de meeste zaken zijn we aan het winnen.

 

09.03  Monica De Coninck (sp.a): Ik zou er toch voor pleiten om als u toch die identificatie doet bijkomende moeite te doen om na te gaan uit welke regio's ze komen. Dat is een beleid dat toch ook voor Afghanistan wordt toegepast. Ik meen dat dit toch wel terzake doet.

 

Ten tweede heb ik uw antwoord niet goed begrepen. De identificatie draait hier rond het feit of ze Soedanees zijn maar de volledige identificatie gebeurt dan in Soedan. Klopt dat of heb ik dat verkeerd begrepen?

 

09.04 Staatssecretaris Theo Francken: De identificatie gebeurt door de ambassade en nu door de identificatiemissie. Wij doen er ook alles aan om te weten uit welke regio ze komen maar soms werken ze gewoon niet mee. Dat is wel een groot verschil. Wij doen dat, wij proberen absoluut te achterhalen uit welke regio en zelfs uit welk dorp ze komen. Dat is niet evident als ze niet meewerken. Men kan niemand dwingen om te zeggen van waar hij komt. Dat is heel het probleem bij verwijderingen maar dat weet u zelf ook wel.

 

09.05  Monica De Coninck (sp.a): Voor alle duidelijkheid, de ambassade hier doet de volledige identificatie? Ja? Dan wil ik er toch wel de nadruk op leggen dat de ambassade ook moet gevraagd worden om te kijken uit welke regio men komt, als men dan toch de volledige identificatie doet. Daarmee moet dan ook rekening gehouden worden bij mogelijke uitzettingen en beslissingen daarover.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: De vragen nrs. 21992 en 21993 van mevrouw Van Hoof worden geschrapt.

 

10 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de detentie voor repatriëring" (nr. 22092)

10 Question de M. Wouter De Vriendt au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la détention en vue du rapatriement" (n° 22092)

 

10.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatsecretaris, voorafgaand aan repatriëring kunnen mensen in illegaal verblijf kortstondig in detentie worden geplaatst. Hieraan zijn enkele voorwaarden gekoppeld. Zo moeten er geen andere, minder dwingende maatregelen kunnen worden toegepast en moet effectieve uitwijzing op korte termijn in het verschiet liggen. In principe kan men niet langer dan twee maanden worden vastgehouden, maar dit is verscheidene keren verlengbaar.

 

Ten eerste, aangezien er nog geen KB is dat de zogenaamde preventieve maatregelen of alternatieven voor detentie regelt, wat zijn dan de criteria die concreet worden gehanteerd om mensen in detentie te plaatsen? Is detentie niet het laatste middel dat wordt gehanteerd? Dat lijkt in tegenspraak met de realiteit: sommige mensen zonder wettig verblijf worden in detentie geplaatst, zonder dat eerst alternatieven werden toegepast.

 

Ten tweede, kunt u formeel bevestigen dat minderjarigen tot nu toe niet in detentie worden geplaatst? Wij hebben signalen gekregen van het tegendeel. In welke gevallen kan dit wel gebeurd zijn?

 

Ten derde, worden zwangere vrouwen, zieken, mensen met psychische problemen en dergelijke ook in detentie geplaatst in ons land? Het gaat hier dus om kwetsbare profielen.

 

Ten vierde, wat is uw beleid ten aanzien van kwetsbare personen in detentie? Is kwetsbaarheid een criterium voor het al dan niet in detentie plaatsen van een persoon in illegaal verblijf? Wie evalueert deze kwetsbaarheid? Aan de hand van welke criteria gebeurt dit?

 

Ten vijfde, indien bepaalde profielen systematisch niet in detentie worden geplaatst, wat gebeurt er dan wel met hen?

 

10.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer De Vriendt, wat uw opmerking betreft aangaande de preventieve maatregelen, verwijs ik naar het antwoord gegeven op de vraag nr. 1024 van mevrouw De Coninck, over preventieve maatregelen om verdwijningen tegen te gaan.

 

Ik wens het geachte lid erop te wijzen dat beide maatregelen, zoals geformuleerd in de artikelen 7414 §2 van de Vreemdelingenwet en 110 quaterdecies van het Vreemdelingenbesluit als dusdanig momenteel niet worden toegepast.

 

Ik kan nog meegeven dat, wat meldingsplicht betreft, er in 2008 een project liep voor gezinnen. Zij dienden zich op uitnodiging aan te melden bij de DVZ om hun identificatie en verwijdering voor te bereiden, samen met de DVZ. Gelet op de zeer povere resultaten - nauwelijks 10 % van de uitgenodigde families boden zich aan, 2 families schreven zich in voor vrijwillige terugkeer en 1 familie is uiteindelijk effectief vrijwillig teruggekeerd – werd het project negatief geëvalueerd en stopgezet.

 

In zekere mate wordt dit toegepast voor de terugkeer van families vanuit de eigen woning. Families kunnen, onder bepaalde voorwaarden, begeleid worden naar terugkeer vanuit hun eigen woning door een begeleidende ambtenaar van DVZ. In 2016 werden 129 families uitgenodigd voor een dergelijke thuiscoaching en 87 families boden zich aan voor een terugkeergesprek.

 

Wat het storten van een borg betreft, de uitwerking in de praktijk blijkt niet eenvoudig te zijn. Een werkgroep binnen DVZ zal zich buigen over alternatieven voor detentie, waaronder een grondige analyse van de haalbaarheid van de borgstelling.

 

Wij zijn bijna klaar met het KB Alternatieven voor Detentie. Wij hebben vroeger al geëxperimenteerd, maar onder andere die meldingsplicht was niet echt een succes. Van de 150 gezinnen die werden uitgenodigd, hebben er zich 15 aangeboden en uiteindelijk is 1 familie teruggekeerd. Als men daarnaast zet wat dat allemaal gekost heeft, dan blijkt dit allemaal niet zo evident te zijn.

 

Indien men niet langer op het Belgisch grondgebied kan verblijven, zal men in eerste instantie een bevel krijgen om het grondgebied te verlaten. Bij betekening van DGV zal de vreemdeling worden geïnformeerd over zijn rechten en plichten. De vreemdeling zal ook worden gewezen op het belang van een vrijwillig of zelfstandig vertrek. Vrijwillig is met ondersteuning terwijl zelfstandig met eigen middelen is.

 

Het is in eerste instantie aan de betrokken persoon zelf om het bevel zelfstandig op te volgen. Indien wordt vastgesteld, bij een controle op adres of na een interceptie, dat men het BGV niet heeft opgevolgd, kan men worden vastgehouden in een gesloten centrum.

 

Voor het nemen van een beslissing tot vaststelling wordt de geldende wetgeving toegepast, namelijk artikel 7 van de Vreemdelingenwet, waarin bepaald staat dat de vreemdeling kan worden vastgehouden wanneer er een risico op onderduiking bestaat of wanneer de vreemdeling de voorbereiding van de terugkeer- of de verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert, wat uiteraard het geval is bij niet-opvolging van een bevel om het grondgebied te verlaten. Een vreemdeling die zich systematisch onttrekt aan de Belgische autoriteiten door bijvoorbeeld zijn of haar aanwezigheid niet te melden of zijn adres niet door te geven, kan eveneens worden vastgehouden op basis van risico op onderduiking.

 

Of de vreemdeling al dan niet wordt vastgehouden, wordt ook bepaald door de beschikbare plaatsen in de gesloten centra op het moment van de interceptie. Indien er geen plaats is, zal de betrokkene het bevel krijgen om het grondgebied te verlaten of wordt het reeds ontvangen bevel bevestigd en dient de betrokkene zelf het grondgebied te verlaten. Het klopt niet dat bepaalde profielen systematisch niet worden vastgehouden. Ik herhaal dat het in eerste instantie de betrokkene zelf toekomt om het bevel om het grondgebied te verlaten op te volgen.

 

In principe worden niet-begeleide minderjarige vreemdelingen niet gedwongen verwijderd via de Dienst Vreemdelingenzaken en bijgevolg ook niet vastgehouden in een gesloten centrum. Een verklaarde niet-begeleide minderjarige die door de Dienst Voogdij als niet-begeleide minderjarige wordt geïdentificeerd of een persoon voor wie er geen twijfel omtrent zijn minderjarigheid bestaat, wordt geplaatst in een van de centra voor Oriëntatie en Observatie, de OOC's, op last van de voogdijdienst.

 

Het gebeurt dat een persoon van wie op het ogenblik van de interceptie in het binnenland of bij aankomst aan de grens, het niet duidelijk is of hij al dan niet minderjarig is, wordt vastgehouden, waarna de betrokkene in het gesloten centrum verklaart minderjarig te zijn. De betrokkene blijft dan in het centrum tot het resultaat van het minderjarigheidsonderzoek bekend is. Indien de betrokkene effectief minderjarig blijkt te zijn, dan wordt hij onmiddellijk vrijgesteld uit het gesloten centrum en overgedragen aan de voogdijdienst. Het klopt dus niet dat personen die verklaren minderjarig te zijn, altijd meteen worden vrijgelaten, want als die regel zou gelden, dan zal iedereen verklaren dat hij of zij minderjarig is en dan moeten we bij iedereen een botscan afnemen. We voeren nu botscans uit waarbij iemand soms meer dan 30 jaar oud blijkt te zijn. Het record is iemand die beweerde minderjarig te zijn, van wie na een botscan bleek dat hij 36 jaar is. Ik voel uw reactie al komen, maar als wij vanaf morgen de regel toepassen dat wie beweert minderjarig te zijn, onmiddellijk vrijgelaten wordt, dan zit er overmorgen niemand meer in onze gesloten centra. U zult misschien stellen dat wij de betrokkenen moeten vrijlaten totdat het resultaat van de botscan bekend is, zodat wij zeker weten of de betrokkene minderjarig is, maar dan zal iedereen een botscan aanvragen, ook wie al 50 jaar is.

 

Ik zeg niet dat u dat zegt, maar ik hoor u al afkomen. Hiermee heb ik dus al op die vraag geantwoord.

 

Ik kom tot uw derde en vierde vraag. Personen die onderworpen zijn aan de verwijderingsmaatregelen, maar die zich in een bijzondere situatie bevinden, anders dan om financiële of economische redenen, moeten ook terugkeren naar hun land van herkomst, zoals bepaald in de Belgische wetgeving. Het is dus mogelijk dat zwangere vrouwen, zieken en personen met psychische problemen in een gesloten centrum worden vastgehouden, voor zover dat humaan mogelijk is en een geschikte omkadering geboden wordt. U weet ook dat de gedwongen verwijdering niet wordt toegepast vanaf drie of vier maanden zwangerschap. Er gebeurt echter altijd een medische check. Er moet altijd een fit to fly zijn van een dokter. Daar zijn ook regels voor.

 

De DVZ voorziet in een multidisciplinaire aanpak voor kwetsbare personen. De detectie gebeurt zoveel mogelijk voor de vasthouding. Op basis van informatie in het dossier kunnen reeds maatregelen genomen worden voor het verblijf in het gesloten centrum en/of de ondersteuning tijdens de vlucht. In het centrum worden kwetsbare personen opgevolgd via het sociale team, de medische dienst, een psycholoog, een bewonersattaché enzovoort. Er is een prioritaire behandeling van het dossier door de centrale diensten, via de coördinerende psycholoog.

 

Om die personen beter te kunnen omkaderen, wordt het personeel van de centra opgeleid in de begeleiding van die doelgroepen, in de omgang met die personen en in de voorbereiding op het vertrek. Op basis van de ervaringen van het personeel kan er een analyse gemaakt worden van de noden van de betrokkenen, om die eventueel uit te werken in het land van herkomst. Tijdens het verblijf in het centrum kan het zinvol zijn te voorzien in gespecialiseerde externe hulp van psychiaters, verpleegkundigen enzovoort.

 

Naast bovenvermelde algemene omkadering bestaat er ook een special needs project, waarin voorzien wordt in de ondersteuning op maat van kwetsbare personen. De omkadering tijdens het verblijf in het centrum kan bestaan uit dringende psychiatrische hulp, de aankoop van specifieke medicatie of andere medische hulpmiddelen. Het personeel wordt opgeleid om kwetsbare personen te detecteren en om te gaan met specifieke problematieken. Tijdens de terugkeer kan de ondersteuning bestaan uit een medische escorte. De ondersteuning na terugkeer wordt georganiseerd met lokale partners en kan bestaan uit re-integratiesteun en een medische follow-up.

 

Ik meen dat wij heel veel doen om die kwetsbaarheid te detecteren. Dat is natuurlijk altijd moeilijk in het kader van gedwongen verwijderingen. Minderjarigen worden absoluut vermeden. Dat wordt niet gedaan. Natuurlijk wordt er eerst een botscan gedaan wanneer er twijfel over de leeftijd is. Als wij manifest zien dat iemand minderjarig is, dan zullen wij hem nooit opsluiten.

 

Het kan wel zijn dat de avond voor het vertrek van de geplande vlucht vanuit de LOI's, als de ouders worden opgesloten, wordt gevraagd of de kinderen meegaan. Dat is dus net voor de vlucht. Als de ouders daarmee instemmen, dan kan het zijn dat de kinderen slapen bij hun moeder, vaak in de Caricole of het centrum 127bis. Als de vlucht heel vroeg is, bijvoorbeeld om 6 uur, dan moeten zij op de luchthaven zijn om 4 uur 's nachts. Als de moeder dan vraagt of de kinderen bij haar kunnen slapen – het is een stressvolle situatie – dan gebeurt dat in een gesloten centrum, maar dan gebeurt dat op verzoek van de moeder. Wij hebben daar nog nooit een klacht over gekregen.

 

Bij onze uitgebreide klachtenprocedures zijn er geen klachten over.

 

Het zou zich virtueel een paar keer per jaar kunnen voordoen. Wanneer ik de heer Freddy Roosemont bezoek, vraag ik altijd hoe het met de minderjarigen zit en wat ter zake de regeling is.

 

Er worden geen minderjarigen opgesloten. Dat kan alleen in het geval dat iemand wordt opgepakt, aan zijn minderjarigheid wordt getwijfeld, de betrokkene niks zegt, maar daarna in het Centrum plots beweert dat hij of zij minderjarig is. In dat geval zullen wij nagaan of de botscan ook uitwijst dat hij of zij minderjarig is.

 

Mijnheer De Vriendt, als hij of zij wordt opgepakt en verklaart dat hij of zij minderjarig is, wordt hij of zij echter niet opgesloten. Dat gebeurt alleen na een botscan. Wanneer hij of zij wordt opgepakt en verklaart minderjarig te zijn, wordt hij of zij niet opgesloten. Dat gebeurt alleen wanneer hij of zij niks zegt als hij of zij wordt opgepakt, maar in het Centrum plots beweert minderjarig te zijn.

 

Ik heb ook geen andere regels dan de regels die vroeger werden gebruikt. Die regels worden al decennialang toegepast. Daaraan is niets veranderd, zelfs niet sinds de tijd dat paarsgroen het beleid uitmaakte.

 

10.03  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, dat is een duidelijk antwoord van u over de minderjarigen.

 

U antwoordt dat in principe niet-begeleide minderjarigen niet in detentie worden geplaatst, behalve wanneer er verwarring over de leeftijd is. In dat geval kan er een bepaalde detentieperiode zijn. Wanneer het over gezinnen met kinderen gaat, kan dat eventueel de laatste nacht net vóór de terugkeer.

 

Wij zullen dat antwoord natuurlijk goed en alert opvolgen. Mochten wij signalen van het tegendeel krijgen, dan zullen wij dat melden. U gaf in elk geval een duidelijk antwoord.

 

Ik wil u wel aanmoedigen om van de alternatieven voor detentie werk te maken. Ik kan begrijpen dat zulks niet evident is. Er zijn echter een aantal mogelijke alternatieven, zoals de waarborgregeling, het deponeren van de identiteitskaart of van een kopie ervan, thuisbegeleiding en open centra.

 

Ons standpunt is dat eerst de alternatieven moeten worden geprobeerd, vooraleer iemand in detentie wordt geplaatst.

 

Ik begrijp uit uw antwoord echter dat zulks niet altijd gebeurt. Dat is verontrustend. Het zou een mooie regeling kunnen zijn om eerst een alternatief voor detentie te gebruiken. Detentie is immers bijzonder ingrijpend en bijzonder traumatiserend.

 

Wij komen dan bij de term “risico van onderduiken”. Als die term te breed wordt geïnterpreteerd of als te gemakkelijk wordt vastgesteld dat er een risico van onderduiken is en iemand dus gemakkelijkheidhalve in detentie wordt geplaatst, is dat niet de manier waarop wij de problematiek zien.

 

Kunt u daarop misschien nog kort ingaan? Gaat u ermee akkoord dat eerst altijd een alternatief voor detentie moet worden uitgeprobeerd en dat, wanneer het alternatief mislukt, dan pas detentie wordt gebruikt?

 

10.04 Staatssecretaris Theo Francken: Zoals ik heb gezegd, is het KB bijna klaar. We zullen het aan de Raad van State voorleggen en daarna zullen we het debat verder voeren.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de situatie in Myanmar" (nr. 22109)

11 Question de M. Wouter De Vriendt au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la situation en Birmanie" (n° 22109)

 

11.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, de situatie in Myanmar is bekend: etnische zuivering, genocide, veel mensen op de vlucht, extreem geweld, extreem hoog dodental, extreme wreedheden tegen vrouwen en kinderen. De getuigenissen van vluchtelingen, die beginnen door te sijpelen, spreken voor zich.

 

Er is druk uitgevoerd, maar er is nog geen duurzame oplossing. Bovendien is de situatie in de vluchtelingenkampen in Bangladesh niet goed. Veel vluchtelingen zijn zwaar getraumatiseerd en moeten in zeer moeilijke omstandigheden in die kampen overleven. Het gaat over mensen die in aanmerking voor een beschermingsstatus zouden komen.

 

Bent u bereid om met de VN-vluchtelingenorganisatie te bekijken of hervestiging van de meest kwetsbare vluchtelingen uit Myanmar een optie is? Welke aantallen zijn haalbaar of realistisch? Zijn er Europese of internationale initiatieven ten voordele van de vluchtelingen uit Myanmar? Neemt België hieraan deel? Hoeveel Rohingya of Birmezen hebben het afgelopen jaar in België asiel aangevraagd? Hoeveel waren er dat in 2016?

 

11.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer De Vriendt, op het ogenblik lijkt hervestiging van de Rohingyavluchtelingen in Bangladesh geen optie. Bangladesh laat sinds 2010 geen hervestiging van Rohingyavluchtelingen meer toe uit vrees voor een pulleffect, waarbij nog meer Rohingyavluchtelingen naar Bangladesh zouden komen in de hoop van daaruit te zullen worden hervestigd.

 

Het UNHCR pleit er al van voor de recente vluchtelingencrisis voor om de situatie te deblokkeren en opnieuw te kunnen hervestigen uit Bangladesh, maar tot nu toe zonder succes. De vraag wordt het best gericht aan de ministers van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking. België blijft een belangrijke donor van het UNHCR, de 21e donor wereldwijd met 20 miljoen dollar in 2017.

 

Afgelopen jaar vroegen tot hiertoe vier personen uit Myanmar asiel aan in België. Twee personen dienden een eerste asielaanvraag in en twee andere een meervoudige asielaanvraag. In 2016 vroegen eveneens vier personen afkomstig uit Myanmar asiel aan in ons land. Het ging toen om vier meervoudige asielaanvragen.

 

11.03  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, dat is uiteraard een bijzonder laag aantal asielzoekers. Het toont aan dat die vluchtelingen, die bescherming nodig hebben, niet tot hier raken. Als de situatie daar wordt gedeblokkeerd en als er door Europese landen een grotere inspanning kan worden geleverd om vluchtelingen op te vangen, dan wil ik vragen dat België daaraan participeert.

 

Voorts wil ik u zeggen dat ik dezelfde vraag ook heb gesteld aan minister De Croo en minister Reynders.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Vraag van mevrouw Barbara Pas aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de nieuwe ferrylijn Oostende-Ramsgate" (nr. 22189)

12 Question de Mme Barbara Pas au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la nouvelle liaison par ferry Ostende-Ramsgate" (n° 22189)

 

12.01  Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, als alles verloopt zoals gepland, zal op 1 maart van volgend jaar een nieuwe ferrylijn tussen Ramsgate en Oostende in gebruik worden genomen. Deze activiteit zal allicht leiden tot een toename van het aantal transitmigranten, die hierin een extra mogelijkheid zullen zien om illegaal naar Groot-Brittannië te geraken. Het is ondertussen al meer dan vijf jaar geleden dat de veerdienst nog in Oostende actief was, maar ook toen al werd de stad regelmatig geconfronteerd met een forse toename van illegalen. Tine Wyns, de directeur van CAW Noord-West-Vlaanderen, stelde zelfs dat er nu al sprake is van een toename van het aantal transitmigranten dat naar Oostende trekt. In Het Laatste Nieuws zei zij deze maand dat betrokkenen onder meer via mensensmokkelaars hier terechtkomen.

 

Mijnheer de staatssecretaris, klopt het wat de directeur zegt? Is er een toename van het aantal illegale transitmigranten in Oostende?  Zo ja, worden de controles op illegaal verblijf in en rond de kuststad ondertussen opgevoerd? Hoeveel illegalen werden tijdens deze acties opgepakt en kregen het bevel het grondgebied te verlaten? Hoeveel werden naar een gesloten terugkeercentrum overgebracht met het oog op repatriëring?

 

Welke maatregelen werden door deze regering reeds genomen om te voorkomen dat Oostende met de ingebruikname van de nieuwe ferrylijn opnieuw wordt geconfronteerd met een stijging van illegalen? In De Standaard zei de Oostendse burgemeester Vande Lanotte in november dat het gemeentebestuur volop overlegt met uw collega van Binnenlandse Zaken, met u, alsook met gerechtelijke kringen en sociale organisaties.

 

Kunt u het resultaat van dit overleg waarnaar de burgemeester verwijst, toelichten? Welke afspraken werden er gemaakt en welke maatregelen werden er genomen?

 

De heer Vande Lanotte stelde in dezelfde krant op dezelfde datum dat het niet de bedoeling is om de transitmigranten weg te houden maar om ze wel buiten de stad en de terminal te houden. Deelt u deze visie of beperkt het beleid zich tot het tegengaan van illegaal verblijf in de stad?

 

Tot slot, de directeur van het CAW Noord-West-Vlaanderen bijvoorbeeld pleit voor het inrichten van een onthaalcentrum buiten de stad waar voorzien wordt in medische zorgen, juridische bijstand en basisvoorzieningen zoals eten. Bent u gewonnen voor zo'n initiatief, voor het inrichten van een dergelijk centrum, of deelt u de vrees dat zo'n centrum een aanzuigeffect zou kunnen hebben op illegale transitmigranten?

 

12.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mevrouw Pas, ik kan me hiervoor alleen baseren op het aantal administratieve verslagen van de vreemdelingencontroles die de politiediensten aan de DVZ bezorgen. Op basis hiervan valt er geen toename vast te stellen van het aantal transitmigranten in Oostende. Als ik enkel naar de aantallen van de scheepvaartpolitie kijk, die toch een goed beeld zouden moeten geven van de transitmigratie, dan stel ik zelfs een dalende trend vast.

 

Wat het overzicht betreft van het aantal ontvangen administratieve verslagen in 2017 van de politie en de scheepvaartpolitie in Oostende, zal ik de cijfers van de tabel die ik hier heb niet voorlezen. Ik zal u de tabel laten bezorgen. In elk geval stijgt dit aantal niet, het daalt. Dat is dus in tegenspraak met wat er gezegd wordt. Wij zien niet alles maar dat zijn toch cijfers die van de politie en de scheepvaartpolitie komen. Ik weet dus echt niet waar u dat vandaan haalt.

 

De verbindingsambtenaar van de DVZ voor West-Vlaanderen die onder andere instaat voor de opvolging van de transitmigratie in de kustregio krijgt vanuit Oostende geen melding dat er een probleem is met transitmigratie. Vanuit de sociale sector krijgt betrokkene wel melding van een stijging maar daarvan zijn er geen objectieve cijfers. Zoals hoger aangegeven hangt de info van de DVZ af van de inzet van de politie en verwijs ik u door naar de bevoegde minister van Binnenlandse Zaken om deze vragen toe te lichten.

 

De sociale sector meldt dat er wel een stijging zou zijn. Maar over wie gaat het? Gaat het over aangespoelde mensen? Zoals u weet is Oostende een terminusstad. Er komen heel wat mensen aan in Oostende. Het is niet altijd duidelijk of zij een transit richting VK tot doel hebben. Het zijn soms wel sociale gevallen, ik zal het zo zeggen.

 

Momenteel worden er geen extra acties georganiseerd door de lokale politie van Oostende met betrekking tot transitmigratie. In het kader van Medusa worden daarentegen wel acties georganiseerd door de federale politie op de tramverbindingen in andere kuststeden die van en naar Oostende leiden.

 

Wij blijven inzetten op een multidisciplinaire aanpak van transitmigratie in het algemeen. Hiervoor komen de verschillende betrokken diensten, DVZ, federale politie, lokale politie, parket enzovoort, op regelmatige basis samen. Wij hebben ook een werkgroep transitmigratie, die zeer regelmatig samenkomt en de zaken opvolgt.

 

Bij verschuiving van de problematiek wordt de focus verlegd naar de probleemzones en wordt een plan van aanpak opgezet. Nog voor de beslissing om al dan niet opnieuw een ferrylijn in te leggen tussen Oostende en het Verenigd Koninkrijk vond er een overleg plaats tussen het kabinet-Jambon en mijn kabinet, het stadsbestuur van Oostende en het havenbestuur. Hierbij werd de burgemeester van Oostende gewezen op de aanzienlijke risico's inzake transitmigratie die een nieuwe ferrylijn naar het Verenigd Koninkrijk met zich zou meebrengen. Hij wist dat. De heer Vande Lanotte is verstandig genoeg om dat te weten, ik moest hem dat niet zeggen, hij wist dat sowieso. Maar toch heeft dat plaatsgevonden.

 

Voor uw vijfde vraag verwijs ik u door naar minister Jambon, die bevoegd is voor de federale politie.

 

Dan kom ik aan uw zesde en zevende vraag. De transitmigranten zien Oostende alleen als een tussenstop naar het Verenigd Koninkrijk. Hen ondersteunen zou erop neerkomen dat wij de illegale migratie aanmoedigen. Ik vrees dan inderdaad ook voor een aanzuigeffect indien wij hieraan geen halt toeroepen. Net zoals bij de aanpak van de problematiek bij het sluiten van het tentenkamp in Calais, de problematiek van de transitmigratie in en rond het Maximiliaanpark en het Noordstation, zullen wij, indien er problemen rijzen, inzetten op een multidisciplinaire aanpak om zo de mensensmokkelpraktijken een halt toe te roepen. En dus zullen de inspanningen van de politie en DVZ inzake de aanpak van de problematiek van de transitmigratie maximaal worden voortgezet.

 

12.03  Barbara Pas (VB): Mijnheer de staatssecretaris, u zegt dat er op dat overleg met het havenbestuur, het kabinet van uw collega Jambon en het stadsbestuur gewezen is op de risico's van transitmigratie die een ferrylijn kan teweegbrengen. Mijn vraag was echter specifiek of er daar ook afspraken gemaakt zijn of specifieke maatregelen genomen zijn om die risico's tegen te gaan. Of wordt dat allemaal overkoepeld in die werkgroep transitmigratie, waar men dat niet alleen voor die ferrylijn vanuit Oostende maar voor alle transitmigranten bekijkt?

 

Ik hoop dat men proactief te werk gaat. De cijfers zouden dalend zijn. Ik zal de cijfers die u zult bezorgen eens grondig bekijken. Het kan echter niet de bedoeling zijn dat die met de ingebruikname van die ferrylijn snel in stijgende lijn zullen gaan. Ik hoop dat er toch proactief gewerkt wordt om daar concreet iets aan te doen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

13 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de DVZ en de medische regularisatie" (nr. 22237)

13 Question de M. Wouter De Vriendt au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'OE et la régularisation pour raisons médicales" (n° 22237)

 

13.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, aangezien ik al ongeveer een jaar wacht op het antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 957 over deze kwestie, ben ik jammer genoeg verplicht om de vraag mondeling in te dienen.

 

Kunt u voor elk van de jaren 2008 tot en met 2017, in zoverre de cijfers voor dit jaar beschikbaar zijn, de volgende zaken meedelen. Ten eerste, hoeveel machtigingen voor tijdelijk verblijf werden er toegekend in het kader van de procedure artikel 9ter, en meer bepaald in hoeveel gevallen ging het om een eerste tijdelijke machtiging?

 

In hoeveel gevallen ging het om een eerste verlenging, in hoeveel gevallen om een tweede verlenging, in hoeveel gevallen om een derde verlenging en in hoeveel gevallen om een vierde verlenging?

 

Hoeveel initiële aanvragen voor tijdelijke machtiging werden geweigerd ten gronde, dus na de ontvankelijkheidsfase? Hoeveel eerste verlengingen, tweede, derde en vierde verlengingen werden geweigerd?

 

Hoeveel initiële aanvragen werden onontvankelijk verklaard? Hoeveel eerste, tweede, derde en vierde verlengingen werden onontvankelijk verklaard?

 

Ten tweede, hoeveel machtigingen tot definitief verblijf werden in elk van die jaren toegekend?

 

ln hoeveel gevallen ging het om een initiële aanvraag tot machtiging voor definitief verblijf; dus zonder dat de aanvrager voordien al een machtiging tot tijdelijk verblijf had verkregen?

 

ln hoeveel gevallen had de aanvrager voordien al een machtiging tot tijdelijk verblijf verkregen? ln hoeveel gevallen had de aanvrager al een eerste, tweede, derde of vierde verlenging van een machtiging tot tijdelijk verblijf verkregen, alvorens zijn machtiging tot definitief verblijf te verkrijgen?

 

Het is niet evident om die vragen mondeling te stellen. Ik heb ze allemaal schriftelijk gesteld, meer dan een jaar geleden.

 

13.02 Staatssecretaris Theo Francken: De Dienst Vreemdelingenzaken beschikt niet over gedetailleerde cijfers. Het Kamerreglement bepaalt dat u schriftelijke vragen kan omzetten in mondelinge vragen, als u binnen de 30 dagen geen antwoord heeft gekregen. Ik heb daar geen probleem mee. Het gebeurt al eens dat een vraag lang blijft liggen.

 

Alle andere cijfers staan maandelijks op de site van de Dienst Vreemdelingenzaken. U kunt dus gewoon naar de website gaan om die cijfers te consulteren.

 

Ik heb de cijfers nog eens bij me. Hierbij vindt u een overzicht van het aantal machtigingen tot tijdelijk en definitief verblijf in de procedure, op basis van artikel 9ter van januari 2008, tot en met september 2017. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat er in de periode van 2009 tot 2012 in de procedure 9ter ook werd geregulariseerd op andere gronden dan medische. Dat verklaart de hoge cijfers voor die jaren.

 

De gegevens worden maandelijks op de website van DVZ gepubliceerd. De DVZ beschikt niet over meer gedetailleerde cijfers, zoals gevraagd.

 

Ik zal u de cijfers bezorgen, mijnheer De Vriendt. U hoeft voortaan geen jaar meer te wachten. Na 30 dagen kunt u uw vraag omzetten in een mondelinge vraag. Ik vind dat ook helemaal niet erg. Ik deed met mevrouw De Block en de heer Wathelet niets anders.

 

13.03  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Als ik het antwoord zie, dan lijkt het mij toch niet moeilijk om daarop binnen de 30 dagen te antwoorden.

 

13.04 Staatssecretaris Theo Francken: Ik zal navragen hoe dat komt.

 

13.05  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Dank u.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

14 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de vluchtelingen in Libanon" (nr. 22241)

14 Question de M. Wouter De Vriendt au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les réfugiés au Liban" (n° 22241)

 

14.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, Libanon heeft sinds het uitbreken van de Syrische burgeroorlog in 2011 al meer dan 1 miljoen Syrische vluchtelingen opgevangen. Vijfentwintig procent van de bevolking in Libanon zijn Syrische vluchtelingen en tachtig procent onder hen zijn vrouwen en kinderen. De leefomstandigheden in Libanon zijn beduidend slechter dan die in Turkije. Zeven op tien Syrische vluchtelingen in Libanon leven in extreme armoede. De vaak toch al arme lokale bevolking die hen opvangt, ziet de leefomstandigheden in hun buurten verslechteren. België zou de druk in Libanon kunnen helpen verlichten via de hervestiging van Syrische vluchtelingen. Het lijkt ons dat er in Libanon een even grote, zo niet grotere, nood aan hervestiging van vluchtelingen is als in Turkije.

 

Bent u het hiermee eens?

 

Hoeveel Syrische vluchtelingen heeft België specifiek uit Libanon hervestigd de voorbije jaren in vergelijking met het aantal hervestigd uit Turkije, inclusief het 1-op-1-mechanisme? Ik vraag dus naar vergelijkende cijfers.

 

Hoeveel van de 1 050 vluchtelingen die België volgend jaar zal hervestigen, zijn er voorzien uit Libanon?

 

Bent u bereid de hervestigingsinspanningen vanuit Libanon unilateraal gevoelig op te voeren? Is er ook ruimte voor een Europees initiatief in die zin?

 

Wat is uw politiek betreffende humanitaire visa in Libanon? Hoeveel aanvragen voor een humanitair visum zijn er gebeurd op de ambassade in Beiroet in de jaren 2014 tot en met 2017? Hoeveel daarvan zijn er goedgekeurd?

 

14.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer De Vriendt, ik ben mij zeker bewust van de problematische situatie van de Syrische vluchtelingen in Libanon. Begin september ben ik in het land geweest. Ik heb toen ook vluchtelingenkampen bezocht, onder andere in de Beka-vallei, waar ik heb gesproken met vluchtelingen, dus ik ben mij daar zeker goed van bewust.

 

Van bij het begin van de Belgische deelname aan het hervestigingsprogramma voor Syrische vluchtelingen in 2015 heeft België het meest geïnvesteerd in hervestiging vanuit Libanon.

 

In 2015 hervestigde België 141 Syrische vluchtelingen uit Libanon, in 2016 298, en in 2017 tot heden al 293.

 

Het totale aantal vluchtelingen dat hervestigd werd uit Turkije bedroeg in 2015 43, in 2016 102 en in 2017 tot heden 721.

 

578 van de uit Turkije hervestigde Syriërs werden hervestigd in het raam van de deal tussen de EU en Turkije. Dat is dus nog iets anders.

 

Naar aanleiding van het bezoek in september heb ik onze hervestiginginspanningen vanuit Libanon verhoogd, van 300 in 2017 naar 350 in 2018 en 2019. België volgt zo de aanbevelingen op van de Europese Commissie, die in 2017 haar lidstaten opriep de hervestiginginspanningen te verhogen tot 50 000 in de 2018 en 2019. Concreet vraagt de Commissie te focussen op Syriërs die uit Turkije hervestigd worden in het raam van het 1-op-1-programma, de opvolger van het Voluntary Humanitarian Admission Scheme, maar ook op Syriërs die verblijven in Libanon of Jordanië.

 

België doet met zijn pledges voor 2018 en 2018 meer dan zijn deel.

 

14.03  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Het antwoord is nogal snel gegaan. Ik zal het nalezen. Hebt u iets gezegd over de humanitaire visa?

 

14.04 Staatssecretaris Theo Francken: In 2017 heb ik om humanitaire redenen 160 visa-D uitgereikt aan Syrische vluchtelingen in Libanon.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

15 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de opvang van meervoudige asielaanvragers" (nr. 22242)

15 Question de M. Wouter De Vriendt au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'accueil des personnes introduisant des demandes d'asile multiples" (n° 22242)

 

15.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, eind november raakte het geval bekend van een familie met twee kinderen, 1 en 5 jaar oud, die na het indienen van een tweede asielaanvraag door Fedasil uit de opvang werden gezet. Ze werden 16 dagen lang door vrijwilligers zo goed en zo kwaad als kan opgevangen. Uiteindelijk kwam Fedasil op zijn beslissing terug, onder meer na een brief van de federale ombudsman.

 

Het is inderdaad zo dat de opvangwet de mogelijkheid biedt om, in het geval van misbruik, asielzoekers bij een volgende asielaanvraag het recht op opvang te ontnemen en dit tot de nieuwe aanvraag ontvankelijk is verklaard.

 

Tot voor enige tijd deed Fedasil dit zonder individuele motivering en zonder onderzoek. Dit druist in tegen de wet.

 

Vluchtelingenwerk Vlaanderen kaartte dit probleem eerder dit jaar dan ook terecht aan. Sindsdien zou de situatie verbeterd zijn en zou Fedasil wel individueel de kwetsbaarheid van de betrokkenen onderzoeken alvorens hun opvang af te nemen. Als het om minderjarigen gaat, lijkt die kwetsbaarheid ons redelijk evident.

 

Hoe verklaart u dat, ondanks de individuele beoordeling door Fedasil, toch een gezin met twee zeer jonge kinderen op straat kan belanden? Hoe verklaart u dat het Fedasil twee weken kostte om alsnog tot de conclusie te komen dat er sprake was van kwetsbaarheid in dit geval?

 

Bevestigt u dat Fedasil sinds kort wel bij elke beslissing tot afnemen van de opvang individueel beoordeelt of er sprake is van misbruik? Bevestigt u dat dit het enige criterium is om de opvang af te nemen?

 

Houdt Fedasil daarnaast ook rekening met factoren als kwetsbaarheid van de asielzoeker en het hoger belang van het kind? Erkent u dat dit factoren kunnen zijn die een voortzetting van de opvang kunnen rechtvaardigen? In welke gevallen vindt u het gerechtvaardigd om de opvang van minderjarigen toch af te nemen?

 

15.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer De Vriendt, over de inhoud van individuele dossiers communiceer ik niet.

 

De aanvraag van de federale ombudsman werd ontvangen op 10 november. Het antwoord van de directeur-generaal van Fedasil werd verstuurd op 17 november.

 

Fedasil onderzoekt de situatie op basis van de informatie waarover het beschikt. Fedasil gaat na of er sprake is van misbruik. Fedasil houdt rekening met factoren als kwetsbaarheid en het hoger belang van de minderjarige.

 

15.03  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, dat is toch een zeer beknopt antwoord op mijn vraag.

 

15.04 Staatssecretaris Theo Francken: Vorige week werd er in de commissie gedebatteerd over mijn beleidsnota. Uw aanwezigheid werd verwacht in een andere commissie, dus u was verontschuldigd. Ik vond het erg onrespectvol van uw collega's om hier pas om 09.45 uur toe te komen, terwijl er om 09.00 uur al een belangrijke commissie over de buitenlandse missies plaatsvond. Wij hebben jarenlang samen in die commissie gezeten en ik weet dat u altijd stipt aanwezig was en ik waardeer dat aspect van uw werk als Parlementslid ten zeerste.

 

U hebt in de vorige vergadering uw vragen gesteld, waarna u zich verontschuldigde. U kon de antwoorden niet aanhoren, omdat u naar een andere commissievergadering moest. U mag het echter bij uw medewerker en eender welke ander aanwezig commissielid navragen: ik ben zeer lang ingegaan op de vragen over meervoudige asielaanvragen en de opvang. Die kwestie heb ik zeer uitgebreid behandeld. Nu werpt u op dat ik een erg kort antwoord geef.

 

15.05  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, het is in ieder geval duidelijk dat er zich op dat vlak problemen voordoen. Heel wat van de personen die een meervoudige aanvraag indienen, hebben een kwetsbaar profiel. Er bereiken ons veel klachten en signalen dat de betrokkenen, vaak ook kinderen, zonder enige opvang op straat worden gezet. Daartegen verzetten wij ons en wij vragen u om dat samen met Fedasil te regelen, zodat het recht op onderdak gegarandeerd blijft. Het gaat niet aan dat gezinnen met kinderen een beroep moeten doen op vrijwilligers, die halsoverkop moeten inspringen, als zij merken dat iemand uit een asielcentrum wordt gezet. Er loopt dus toch een en ander mis. Ik wil u vragen om dat te onderzoeken en eraan te remediëren.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

16 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de evaluatie van de privé-asielopvang" (nr. 22278)

16 Question de M. Wouter De Vriendt au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'évaluation de l'accueil privé des demandeurs d'asile" (n° 22278)

 

16.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, dit is opnieuw een vraag die eerst schriftelijk werd ingediend, op 28 september. Ik heb er binnen de termijn van 30 dagen geen antwoord op gekregen.

 

Ondertussen zijn de privéasielcentra gesloten. Er werden evaluaties of audits uitgevoerd door Fedasil. Die audits werden ongeveer vier maanden na opening van de desbetreffende centra uitgevoerd.

 

Werden, naar aanleiding van negatieve opmerkingen in de auditrapporten, nieuwe controles of evaluaties uitgevoerd ter opvolging van de negatieve punten? Zo ja, kunt u mij een kopie bezorgen of inzage geven in alle rapporten en verslagen van die nieuwe controles voor elk asielcentrum afzonderlijk?

 

Werden er consequenties verbonden aan de negatieve opmerkingen in de eerste rapporten, bijvoorbeeld inzake de vergoeding of subsidiëring aan de bedrijven die instonden voor de organisatie van de opvang? Zo ja, welke? Kunt u een overzicht geven per asielcentrum en bedrijf?

 

16.02 Staatssecretaris Theo Francken: Elk auditrapport werd opgevolgd. Op de volgende dagen werden monitoringsbezoeken afgelegd. Er vond een bezoek plaats bij Zwijndrecht Senior Assist op 7 juni 2016 en 5 juli 2016. Ik zal u alle data meegeven. Ik heb daarbij ook bijkomende informatie. Er vond een medische vorming plaats op 24 mei 2016 voor alle medische personeelsleden. Dat is een basisvorming, verplicht voor alle privéoperatoren. De verdiepingsdag voor alle privéoperatoren vond plaats op 13 maart en 24 mei 2016. De multidisciplinaire coaching gebeurt dagelijks, via mail en telefonische permanentie. Er zijn tweemaandelijkse vergaderingen tussen het gemeentebestuur, de politiediensten, de operatoren en Fedasil, voornamelijk in Binche en Walcourt. Er zijn regelmatig bezoeken in opvangcentra, meerdere keren per jaar.

 

Het bleek niet nodig om ingebrekestellingen te versturen, sancties op te leggen of subsidies in te trekken.

 

16.03  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Dank u wel, maar ik had ook een kopie gevraagd van de verslagen over de nieuwe controles. Of minstens inzage, zoals dat gebeurde voor de eerste auditrapporten.

 

16.04 Staatssecretaris Theo Francken : Alle privé-initiatieven zijn dicht.

 

16.05  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Zij zijn dicht, maar u zei dat er opvolging heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een aantal negatieve vaststellingen in de eerste auditrapporten. Ik zou daar graag de schriftelijke weerslag van zien.

 

16.06 Staatssecretaris Theo Francken: Er zijn audits geweest. Daarna zijn er ter opvolging monitoringbezoeken geweest. Daar zijn misschien verslagen van, dat weet ik niet. Dat moet ik bekijken.

 

16.07  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Begrijpt u waarom ik die vraag stel? In de eerste audits stond een aantal negatieve punten.

 

16.08 Staatssecretaris Theo Francken: Ik heb dat in de krant kunnen lezen. Dat is eigenaardig, want die audits waren vertrouwelijk.

 

16.09  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Ik wil weten of aan die punten geremedieerd is of niet.

 

16.10 Staatssecretaris Theo Francken: Ik heb dat in de krant kunnen lezen. Het was niet de bedoeling, meen ik.

 

16.11  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): In de krant? Dat heeft niet in de krant gestaan?

 

16.12 Staatssecretaris Theo Francken: (…)

 

16.13  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): In ieder geval, ik wil als Parlementslid weten of er aan die negatieve punten geremedieerd is. Ik wil dus graag die verslagen inkijken.

 

16.14 Staatssecretaris Theo Francken: (…)

 

16.15  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): U kan dat binnenkort nogmaals bewijzen.

 

16.16 Staatssecretaris Theo Francken: (…).

 

16.17  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Ik zal met heel veel interesse de nieuwe verslagen inkijken, eventueel hier op het commissiesecretariaat. Ik dring er echter echt op aan dat ze ter beschikking worden gesteld.

 

De voorzitter: Wij zullen bekijken op welke manier de verslagen kunnen worden ingekeken: op de door u genoemde manier of via elektronische verspreiding of met inzage.

 

16.18  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, wij krijgen natuurlijk het liefst een kopie. Dat zou een teken van nog meer transparantie zijn.

 

De voorzitter: Dat zal van de auteur afhangen en van de mate waarin ze vertrouwelijk of niet vertrouwelijk zijn.

 

16.19  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, wat ik, voor alle duidelijkheid, zou willen weten, is of wij een schriftelijke neerslag kunnen krijgen van de mate waarin alle negatieve punten per asielcentrum werden geremedieerd. Is dat door plaatsbezoek of door overleg gebeurd? Ik zou graag inzage in het schriftelijke bewijs daarvan willen krijgen. Dat is mijn vraag.

 

16.20 Staatssecretaris Theo Francken: (…).

 

16.21  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, ze zijn al dicht, maar het is altijd nuttig lessen te trekken. De data interesseren mij natuurlijk ook. Dat spreekt voor zich.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

17 Questions jointes de

- Mme Julie Fernandez Fernandez au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la détention d'un professeur d'université à la frontière le week-end du 2 décembre" (n° 22284)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la détention d'un professeur d'université à la frontière le week-end du 2 décembre" (n° 22296)

17 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het oppakken van een professor aan de grens tijdens het weekend van 2 december" (nr. 22284)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over " het oppakken van een professor aan de grens tijdens het weekend van 2 december" (nr. 22296)

 

17.01  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, nous nous sommes tous émus d'apprendre samedi soir qu'un professeur d'université invité en Belgique par l'Université libre de Bruxelles avait été placé en centre fermé suite à un contrôle à la frontière. Depuis que cette information a été relayée par la presse, je ne parviens pas à comprendre que nous puissions en arriver à une situation pareille.

 

Comment n'a-t-on pas envisagé de vérifier que ce vice-président d'université était effectivement invité par l'ULB? Comment se fait-il que l'occasion ne lui a pas été donnée d'appeler ses collègues, qui auraient pu fournir les documents demandés? Est-ce le fait du zèle d'un douanier? Plus personnellement, je pense que c'est malheureusement le résultat du climat que vous imposez en matière d'accueil des étrangers.

 

Monsieur Francken, comment en arrive-t-on à donner une image aussi désastreuse de notre pays, même au niveau académique?

 

17.02  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, professor Hakkou reisde vrijdag naar België omdat hij een onderzoeksproject heeft bij de Franstalige Universiteit ULB.

 

Zijn paspoort en visum gaven hem al verschillende keren toegang tot het Belgisch grondgebied, maar vrijdag liep het fout. Na de grenscontrole werd hij opgesloten in het gesloten centrum van Steenokkerzeel. De heer Hakkou was nochtans uitgenodigd in het kader van een universitair samenwerkingsproject, gefinancierd door de federale overheid.

 

Mijnheer de staatssecretaris, waarom kreeg professor Hakkou niet de kans om te telefoneren naar zijn collega’s van de ULB? Waarom verifieerde de grenspolitie zijn uitnodiging van de ULB niet?

 

Hoe kan dit in de toekomst worden vermeden?

 

Mocht een professor uit Leuven — waar u vermoedelijk dichtbij zou staan — op die manier worden ontvangen in Marokko, zou er waarschijnlijk een hele rel ontstaan.

 

17.03 Staatssecretaris Theo Francken: Als die professor niet in orde is met zijn visumvoorwaarden, zal hij in Marokko ook niet binnen geraken.

 

De betrokkene bood zich op 1 december bij de grenscontrole in de luchthaven van Gosselies aan, komende van een vlucht uit Marokko. De Schengengrenscode, EU-verordening 2016/399, bepaalt de binnenkomstvoorwaarden voor onderdanen van derde landen. Deze voorwaarden moeten door alle onderdanen van derde landen vervuld zijn, wanneer zij zich aandienen aan de buitengrens. Deze binnenkomstvoorwaarden worden in België geverifieerd door de federale politie.

 

U stelt de vraag dus aan de verkeerde, maar ik zal antwoorden waar ik kan. Eén van de binnenkomstvoorwaarden is dat men het bewijs moet leveren over voldoende middelen van bestaan te beschikken voor de duur van het voorgenomen verblijf. Het komt hierbij de onderdaan van het derde land zelf toe om dit aan te tonen.

 

L'intéressé souhaitait effectuer un séjour jusqu'au 9 décembre 2017 inclus. À son arrivée, le 1er décembre, il ne disposait que de 85 euros sur lui et n'était en possession ni d'une carte de banque ni d'une carte de crédit. Par jour de séjour, l'étranger doit être en possession de 95 euros pour un hébergement à l'hôtel et de 85 euros pour un hébergement chez un particulier ou d'une carte de crédit. Comme je viens de le dire, celui-ci n'avait ni cash ni carte de banque ni carte de crédit. Il n'était pas non plus en possession d'une attestation de prise en charge valable et légalisée pour son séjour en Belgique. C'est un deuxième problème. Par conséquent, l'intéressé ne respectait pas l'une des conditions d'entrée et l'accès lui a été refusé. 

 

Dat was volledig correct. Sorry, de regels gelden voor iedereen, professor of niet.

 

Comme toute personne détenue dans un centre fermé, l'intéressé avait la possibilité de téléphoner avec un gsm du centre qui a été mis à sa disposition.

 

Pour ce qui est de la situation de la police des frontières, je vous renvoie au ministre de l'Intérieur qui est compétent en la matière.

 

Voor alle duidelijkheid, toen hij in het centrum is aangekomen, heeft hij onmiddellijk kunnen telefoneren. Wat er aan de grens is gebeurd, toen hij nog in Gosselies zat, weet ik niet. U moet dit aan de heer Jambon vragen.

 

Dan is er de vraag of hij niet voldeed aan de binnenkomstvoorwaarden. Ik mag toch aannemen, mevrouw Fernandez Fernandez en mevrouw De Coninck, dat die voorwaarden voor iedereen gelden en dat daaraan moet voldaan zijn. Als men aan de Marokkaanse grens toekomt met 80 of 85 euro, zonder bank- of kredietkaart, komt men er ook niet binnen. Hetzelfde voor de States of Algerije.

 

Dit zijn voorwaarden die in de Europese Schengenvisacode staan. U zult er misschien voor pleiten om die wat soepeler te interpreteren. Ik hoor u heel graag zeggen dat dit per casus moet worden beoordeeld. De politie moet dan heel juist weten wie zij voor zich hebben en moet dan casus per casus beslissen of al dan niet aan de voorwaarden wordt voldaan.

 

Ik heb het verslag zondag gelezen. In mijn ogen heeft de politie niets verkeerd gedaan. Ik weet niet of men die man met iemand had moeten laten bellen. Ik spreek mij daarover niet uit. U moet dit aan de heer Jambon vragen. Van zodra hij in het gesloten centrum 170bis zat, kon hij onmiddellijk bellen want hij kreeg onmiddellijk een gsm ter beschikking. Dit geldt trouwens voor elke persoon die daar wordt opgesloten.

 

Hij is zaterdagochtend aangekomen in het gesloten centrum. Hij kon toen telefoneren. Ik weet niet wie hij juist heeft gebeld. Ik vind het wel bizar dat in plaats van naar ons te bellen, de ULB dit onmiddellijk in de media heeft gebracht. Ik weet niet wat daarvan de bedoeling was. Zij hebben de Dienst Vreemdelingenzaken in elk geval niet gecontacteerd. Op zich vind ik dit een vreemde manier van werken.

 

De schuld werd in onze schoenen geschoven, maar wij treffen geen schuld.

 

Zaterdagavond laat is er een eerste contact geweest. Dit contact verliep niet via de ULB, maar via de Marokkaanse ambassadeur. Wij hebben heel goede contacten met de ambassadeur. In de loop van zondag, zo rond 12 uur, heeft de heer Roosemont mij gecontacteerd. Hij heeft dat zaterdagavond laat niet durven doen denk ik.

 

Ik heb met hem voorts overlegd, alsook met de ambassade. Wij hebben hem zondagmiddag vrijgelaten omdat de tenlasteneming in orde was en het hotel enzovoort ook in orde bleek te zijn.

 

U moet weten dat hij geen bewijs had van de reservatie van het hotel. Dat was gewoon niet orde, beste mensen. Dat was echt niet in orde. Ik blijf erbij. Ik zal niet zeggen dat de grenspolitie en onze diensten nooit een fout begaan, dat gebeurt absoluut wel. Zij zijn ook maar mensen, en er gebeuren soms fouten aan de grens. In deze zaak heb ik de rapporten echter gelezen en ik ben van mening dat er geen fout werd begaan.

 

17.04  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je pensais que vous alliez nous expliquer qu'il s'agissait d'un excès de zèle de la part d'une personne. Vous ne l'avez pas fait, vous assumez. Je reconnais que vous assumez pleinement votre politique.

 

Je suppose que le professeur d'université – qui parle français, je pense – a dû expliquer qu'il était en mission dans le cadre d'une collaboration académique. Je pense qu'il a dû expliquer que ses collègues étaient là et qu'ils pouvaient fournir toute la documentation. J'entends bien que les agents fédéraux sont des êtres humains qui commettent des erreurs mais je suis presque gênée de vous rappeler que les personnes qui arrivent, même si elles sont étrangères, sont des êtres humains aussi!

 

Je pense qu'on assiste encore ici à une criminalisation de l'étranger.

 

17.05  Theo Francken, secrétaire d'État: (…)

 

17.06  Julie Fernandez Fernandez (PS): Ce sera l'étape d'après: on coupera la parole aux parlementaires. À travers le temps, les dynamiques et les étapes ont été les mêmes. On s'en prend aux plus fragiles, on fait de la propagande. Avant, c'était sur des affiches et aujourd'hui, c'est sur Twitter. On diffuse sa propagande nauséabonde!

 

Monsieur le secrétaire d'État, avec votre politique, vous vous appauvrissez tous les jours. Vous êtes arrivé à insérer insidieusement dans l'esprit des gens et des agents fédéraux que l'étranger est un criminel. Cela ne va pas! C'est indigne d'un pays comme la Belgique, c'est indigne d'une démocratie, c'est indigne d'un État de doit, c'est indigne d'un membre de gouvernement.

 

Partout dans le monde, on signe des pétitions et on s'indigne lorsque, en Turquie, on enferme des intellectuels et des professeurs d'université parce qu'ils représentent la liberté et la liberté de penser. Vous avez réussi à faire la même chose en Belgique! Et le pire est que vous justifiez ces positions devant des parlementaires!

 

Je suis désolée de devoir vous dire, monsieur Francken, que cette façon de faire est indigne.

 

17.07  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, ik ben reeds een paar keer in Marokko geweest en men heeft mij daar nog nooit gevraagd hoeveel geld ik bij mij had of gevraagd naar een kredietkaart. Voor alle duidelijkheid, ik heb dat nog nooit meegemaakt en ik ben daar reeds een paar keer geweest. Ik had zelfs geen hotel geboekt; ik was bij iemand privé. Ik denk niet dat dat een vrij normale procedure is of dat dat vaak gecontroleerd wordt. Ik zal de vraag natuurlijk ook stellen aan minister Jambon.

 

Het volgende begrijp ik niet. Waarom heeft de grenscontrole de ULB niet gecontacteerd? Als er een tenlasteneming is, als er reeds een hotel geboekt was, dan wist men toch dat het iemand was, die naar hier kwam en weer terug zou gaan.

 

Hij is reeds een paar keer met zijn paspoort en visum in België geweest. Ik vermoed dat dat ook zichtbaar is op zijn internationaal paspoort. In die zin roept het verhaal toch nog heel veel vragen op.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.36 uur.

La réunion publique de commission est levée à 12.36 heures.