Commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt

Commission de l'Intérieur, des Affaires générales et de la Fonction publique

 

van

 

Dinsdag 16 januari 2018

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 16 janvier 2018

 

Matin

 

______

 

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.09 uur en voorgezeten door de heer Brecht Vermeulen.

La réunion publique de commission est ouverte à 10.09 heures et présidée par M. Brecht Vermeulen.

 

De voorzitter: De volgende vragen worden omgezet in schriftelijke vragen: nr. 21788 van mevrouw Jadin, nr. 21870 van de heer Van Hees, nr. 21923 van mevrouw Onkelinx, nr. 21988 van de heer Crusnière, nr. 22011 van de heer Dedecker en nr. 22227 van de heer Crusnière. Vraag nr. 22737 van de heer Blanchart wordt uitgesteld. Het antwoord op vraag nr. 22874 van mevrouw Pas zal worden gegeven door de minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken.

 

01 Vraag van mevrouw Anne Dedry aan de eerste minister over "de opvolging van de aanbevelingen van de dieselgatecommissie" (nr. 22922)

01 Question de Mme Anne Dedry au premier ministre sur "le suivi des recommandations de la commission Dieselgate" (n° 22922)

 

01.01  Anne Dedry (Ecolo-Groen): Mijnheer de eerste minister, ik heb een korte maar heel belangrijke vraag.

 

Wij vieren bijna de tweede verjaardag van de 59 aanbevelingen die wij in de commissie Dieselgate maakten. In 2017 gaf u als antwoord op een vraag van de heer Jean-Marc Nollet een opvolgingstabel van deze aanbevelingen. Er zijn heel veel ministers bevoegd. Ik heb deze opvolgingstabel dan ook opgesplitst per minister en heb elke minister over zijn of haar deel ondervraagd. Ik ondervroeg de ministers De Block, Marghem, Bellot en Peeters. Verschillende leden van uw regering beloofden telkens dat een opvolgingscommissie Dieselgate zou worden georganiseerd om het geheel te coördineren. Vooral minister Peeters had zijn huiswerk uitvoerig gemaakt. Voor zijn bevoegdheden ontving ik een grote, gedetailleerde tabel. Hij bevestigde mij dat u hard werkt aan de coördinatie en de opvolging van het geheel.

 

Mijnheer de eerste minister, neemt u de rol van coördinator ernstig? Hebt u de opvolging reeds besproken aan de regeringstafel, want de leden van uw regering leggen de bal nu in uw kamp? Zult u een opvolgingscommissie Dieselgate organiseren? Wanneer zal dat zijn, want we zijn twee jaar verder? Kunt u mij ook een bijgewerkte tabel met de opvolging van alle aanbevelingen bezorgen?

 

01.02 Eerste minister Charles Michel: Mevrouw Dedry, ingevolge het dieselgateschandaal van eind 2015 heeft de Kamer de bijzondere onderzoeks­commissie Dieselgate opgericht, met als opdracht het dossier-Dieselgate op te volgen en de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers geregeld over de stand van zaken te informeren, de verschillende actoren te horen, in voorkomend geval aanbevelingen te formuleren en een verslag in te dienen waarvan de conclusies ter stemming worden voorgelegd.

 

Op basis van deze opdrachten is de commissie overgegaan tot hoorzittingen, toegespitst op verschillende thema’s. De bevoegde federale ministers hebben aan deze werkzaamheden deelgenomen.

 

Eind april 2016 heeft de Kamer bijna unaniem 59 aanbevelingen goedgekeurd. Onder deze aanbevelingen werd ter opvolging aan de regering gevraagd om tegen eind 2016 een actieplan in te dienen dat elk van de aanbevelingen omzet in concrete maatregelen en acties. Aan elke bevoegde Kamercommissie werd gevraagd regelmatig, binnen de zes maanden en vervolgens een keer per jaar, het punt op de agenda te zetten om de stand van zaken te bespreken.

 

Op regeringsniveau werd deze opvolging goed verricht in de vorm van een opvolgingstabel. Deze tabel wordt regelmatig bijgewerkt en bezorgd aan de volksvertegenwoordigers die erom vragen. Gelet op de veelvuldige aspecten van de problematiek, en om de opvolging te vergemak­kelijken, heb ik aan mijn kabinet gevraagd om geregeld de bijwerking van de tabel te coördineren. Dankzij deze coördinatie kan voor een volledig overzicht worden gezorgd.

 

Ik kan hieraan nog toevoegen dat de bevoegde ministers zich regelmatig ter beschikking houden van het Parlement om te antwoorden op de vragen over dit thema. Zij zijn ook beschikbaar om een stand van zaken voor te leggen indien het Parlement deze vraag formuleert. Ik houd een kopie van de bijgewerkte tabel ter beschikking. Ik stel eveneens voor om deze tabel via e-mail te verzenden naar het secretariaat en de voorzitster van deze commissie, zodat de tabel ter beschikking is voor de parlementsleden die ze wensen te raadplegen.

 

Wat de oprichting van een opvolgingscommissie betreft, is het volgens mij niet aan de regering, maar wel aan het Parlement om zich hierover uit te spreken. Ik laat het Parlement hierover beslissen.

 

Ten slotte, inhoudelijk heeft de regering verschillende initiatieven genomen, onder andere om de consumenten beter te beschermen en de zachte mobiliteit aan te moedigen. Een wetsontwerp betreffende invoeging van een mobiliteits­toelage werd in het Parlement ingediend. Er werd ook 1 miljard euro vrijgemaakt voor de afwerking van het GEN. Begin september 2017 werd een voorontwerp tot uitbreiding van de class action door de Ministerraad in eerste lezing goedgekeurd. Dit ontwerp zal binnenkort in het Parlement worden ingediend.

 

01.03  Anne Dedry (Ecolo-Groen): Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw uitvoerig antwoord. Ik zal de gecoördineerde opvolgingstabel goed bestuderen om te kijken welke voortgang er is gemaakt.

 

Ik heb nog een korte vraag.

 

U hebt gelijk, de voorzitster van die Kamer­commissie is mevrouw Jadin, een partijgenote van u. Ik heb haar al verschillende keren informeel gevraagd of zij deze commissie opnieuw zou willen samenroepen voor de opvolging. Zij heeft mij dat toegezegd, maar tot nu toe is er niets gebeurd. Zij is uw partijgenote, als u het haar vraagt komt dat zeker in orde.

 

01.04 Eerste minister Charles Michel: (…)

 

01.05  Anne Dedry (Ecolo-Groen): Ze is een partijgenote, u zult gegarandeerd meer invloed hebben dan ik.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Vraag van de heer Veli Yüksel aan de eerste minister over "de cyberveiligheid in België" (nr. 22958)

02 Question de M. Veli Yüksel au premier ministre sur "la cybersécurité en Belgique" (n° 22958)

 

02.01  Veli Yüksel (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, zoals u weet, is er de laatste jaren heel wat te doen rond cyberveiligheid. Terecht, want de digitale ruimte wordt hoe langer hoe meer het terrein waar fraude, zware criminaliteit en terrorisme zich nestelen.

 

België was echter laat met het aannemen van een nationale strategie voor cyberveiligheid, namelijk in 2012. Toch werd bij KB van 10 oktober 2014 het Centrum voor Cybersecurity België (CCB) opgericht in de schoot van de Kanselarij. Dat was een eerste heel belangrijke stap in het kader van de cyberveiligheid. Het lijkt mij absoluut een goede zaak dat ons land mee op die kar is gesprongen. Onze burgers, bedrijven en vitale sectoren moeten immers maximaal worden beschermd tegen cyberaanvallen. In een artikel in De Tijd van een paar dagen geleden maakten cyberexperts de prognose dat cyberaanvallen in 2018 voor bedrijven een financiële impact kunnen hebben die grenst aan deze van grote natuurrampen. Dat is een heel opmerkelijke stelling.

 

Vandaar heb ik de volgende vragen voor u, mijnheer de eerste minister.

 

Hoeveel personeelsleden stelt het Centrum voor Cybersecurity België te werk? Is dat de gewenste capaciteit? De website vermeldt dat het CCB momenteel voor het CERT, het federale Cyber Emergency Team, meerdere cybersecurity-analisten en -experts aanwerft. Kunt u toelichten om hoeveel mensen het gaat, hoelang die vacatures reeds openstaan en wat de eventuele moeilijkheden zijn bij het invullen van deze plaatsen?

 

Wat bedraagt de kostprijs van het Centrum voor Cybersecurity België tot nu toe, graag opgesplitst per jaar en per uitgavenpost — personeel, infrastructuur enzovoort? Waar komen de budgetten vandaan? Wordt er in een extra budget voorzien voor 2018?

 

Beschikt België ondertussen over een uitgewerkt cybersecuritybeleid? Kunt u mij daar wat toelichting bij geven?

 

Kunt u ook een stand van zaken geven met betrekking tot het earlywarningsysteem dat het Centrum voor Cybersecurity België heeft ontwikkeld met betrekking tot de bescherming van de vitale sectoren in België? Uit een internationaal rapport bleek in februari 2016 nog dat de Belgische nucleaire installaties veel te kwetsbaar waren voor cyberaanvallen.

 

Kunt u toelichting geven bij de vraag of het CCB zich ook op Europees niveau engageert? Kunt u meegeven wat ter zake in 2017 is gebeurd? Kunt u mij ook informatie geven over de geplande projecten voor 2018? Wat staat op dat vlak op het programma?

 

Mijnheer de eerste minister, ik heb het hierna­volgende niet in mijn vragen opgenomen. Ik geef het echter mee. Het antwoord mag mij ook schriftelijk worden gegeven. Het Centrum voor Cybersecurity België heeft de internetgebruikers opgeroepen om verdachte e-mails, zoals phishingmails, naar de website safeonweb door te sturen. Graag kreeg ik van u de aantallen daarvan. Dat mag schriftelijk.

 

De voorzitter: Mijnheer Yüksel, voor uw laatste punt kunt u gewoon luisteren naar de volgende vraag over het phishingonderdeel, die ik zal stellen en zo zult u ook meteen het antwoord horen.

 

02.02 Eerste minister Charles Michel: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Yüksel, het CCB telt momenteel 10 personeelsleden. Er lopen 2 procedures met betrekking tot de statutaire betrekkingen, waarin het personeelsplan voorziet. Het gaat over 1 attaché A1, belast met de internationale betrekkingen voor het CCB-team en 1 attaché A2 communicatie voor het CERT.be-team.

 

CERT.be, dat in januari 2017 in het CCB werd geïntegreerd, telt momenteel 18 personeelsleden, waaronder 3 statutaire personeelsleden en 15 e-gov-ambtenaren. Het gaat om 24 ambtenaren, waaronder 4 statutaire personeelsleden en 20 e-gov-personeelsleden. De aanwervingen zijn aan de gang.

 

In dat kader heeft het CCB in oktober 2017 op zijn website de door u aangehaalde aanwerving van analisten en deskundigen gepubliceerd. Deze aanwervingen leverden geen bijzondere moeilijkheden op, afgezien van de geavanceerde vaardigheden, waarover de kandidaten moeten beschikken, om bij CERT.be te kunnen werken.

 

Voor de cybersecurity heeft de regering voor 2018 een totaalbudget van 12,9 miljoen uitgetrokken, exclusief eventuele bijkomende verhogingen voor nieuwe initiatieven. Gestandaardiseerde kredieten voor het CCB bedragen 8,6 miljoen, voor cyberprovisie is dat 1,1 miljoen en voor terrorisme­provisie 3 miljoen. De provisie voor nieuwe initiatieven zou tot 0,2 miljoen kunnen worden verhoogd.

 

De nationale cybersecuritystrategie bestaat uit drie strategische doelstellingen. Ten eerste, het streven naar een veilige en betrouwbare cyberspace, met respect voor de fundamentele rechten en waarden. Ten tweede, het streven naar een optimale beveiliging en bescherming van de kritieke infrastructuur en overheidssystemen tegen de cyberdreiging. Ten derde, het ontwikkelen van eigen cybersecuritycapaciteit voor een onafhankelijk veiligheidsbeleid en een gepaste reactie op veiligheidsincidenten.

 

Het actieplan dat het CCB in oktober 2015 heeft opgesteld maakt deze strategie operationeel. De ontwikkeling van het earlywarningsysteem (EWS) is voltooid. Het CCB begint momenteel met de uitvoering van de regels voor het gebruik van het instrument in samenwerking met de sectorale autoriteiten. De gebruikers zullen meteen daarna toegang krijgen tot het systeem. Dankzij dit systeem zullen de gebruikers beter op de hoogte worden gebracht van relevante dreigingen en kwetsbaarheden.

 

Wat uw vragen over de kerninstallaties betreffen, deze vallen onder de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken en het FANC.

 

Wat de andere realisaties van het CCB betreft, verwijs ik naar mijn algemene beleidsnota voor 2018 die op 21 november 2017 in de commissie voor de Binnenlandse Zaken werd voorgesteld en besproken.

 

Wat het Europese aspect van uw vraag betreft, kan ik zeggen dat het CCB actief deelneemt aan alle werkzaamheden van de collegiale vergaderingen van de Europese CERT's. Daarnaast is het CCB ook lid van ENISA, het Europees Agentschap voor Netwerk- en Informatiebeveiliging. Bovendien neemt het CCB deel aan het Europese SMART-programma onder leiding van de Europese Commissie. Dit programma heeft tot doel een Europees platform te creëren voor de ontwikkeling van projecten met betrekking tot cybersecurity en het stimuleren van de samenwerking tussen de verschillen CERT's van de lidstaten. Het CCB zal de verbintenissen en activiteiten op Europees niveau in 2018 voortzetten.

 

Wat uw laatste vraag betreft, zeker voor een deel werd een bijkomend antwoord gegeven in het kader van een andere vraag.

 

02.03  Veli Yüksel (CD&V): Mijnheer de premier, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord.

 

Het is goed dat wij met het CCB en het CERT gestart zijn en dat de uitrol voltooid is. Ons land moet in deze kwestie op Europees niveau een leidende rol opnemen. Het overzicht dat u gaf stelt mij in dat verband gerust.

 

Digitale veiligheid en cybersecurity zijn elementen die wij als een nieuwe pijler in onze veiligheids­structuur moeten opnemen. Dat blijft nog veel te vaak onderbelicht. De komende maanden en jaren moeten wij vooral daar de nadruk op leggen. Naast uiteraard de veiligheid van onze bedrijven en burgers en het terrorisme, vormt cyberveiligheid een belangrijke dimensie die wij daaraan moeten toevoegen. Ik hoop dat de vacatures snel worden ingevuld.

 

Mijnheer de premier, een laatste punt. Als ik hoor dat al die zaken volledig uitgerold zijn, dan is het tijd voor realisaties. Ik hoop dus dat wij in 2018 een aantal concrete zaken zullen kunnen realiseren. Ik hoop ook dat de aanvallen die wij in 2017 gekend hebben ten opzichte van de bedrijven, zich niet herhalen. It's time for delivery.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: De volgende twee vragen hebben eigenlijk te maken met Defensie, de ene over de toekomst en de andere over het verleden.

 

03 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de eerste minister over "de vervanging van de F-16-gevechtsvliegtuigen" (nr. 22927)

03 Question de M. Dirk Van der Maelen au premier ministre sur "le remplacement des avions de combat F-16" (n° 22927)

 

03.01  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de eerste minister, om mogelijke misverstanden te vermijden, wil ik melden dat mijn fractie en ikzelf geen voorstander zijn van de aankoop van eender welk gevechtsvliegtuig.

 

Mijn vraag gaat over de meest belangrijke overheidsbestelling van de volgende decennia en hierbij zitten we in de laatste rechte lijn. Als wij de investering en de gebruikskosten over een periode van dertig jaar bekijken, gaat het over een dossier van 20 miljard euro, een enorm bedrag. Onze fractie zou graag transparantie en duidelijkheid hebben over het verloop van die procedure.

 

Wij weten dat er nog twee gevechtsvliegtuigen overblijven in de normale procedure van Request for Government Proposal, maar een kleine vier maanden geleden stuurde Frankrijk een brief met een aanbod om de Rafale ook te laten kandideren. Op dat aanbod heeft de minister van Defensie geantwoord dat Frankrijk zich eigenlijk buitenspel had gezet door de procedure van het Request for Government Proposal te verlaten. De Fransen hadden in hun brief een heel aantal compensaties voorgesteld. De minister van Defensie heeft daarover gezegd dat het te mooi is om waar te zijn. De minister van Defensie neemt dus een negatieve houding aan.

 

Wij zien dat de minister van Buitenlandse Zaken aan de minister van Defensie – na diens verklaringen – vraagt om met iedereen te blijven praten, waarmee hij bedoelde om ook over de Rafale te praten.

 

Mijnheer de eerste minister, voor de zoveelste maal moet u als scheidsrechter optreden in uw kibbelkabinet. Wij zouden van u vandaag graag klaarheid en duidelijkheid willen. Is er binnen uw regering al dan niet eensgezindheid over het feit of er nu nog drie, dan wel twee vliegtuigen, kandideren?

 

De procedure die door de minister van Defensie in gang was gezet, voorzag erin dat op 14 februari het best and final offer moest worden voorgelegd. Kan die timing aangehouden worden? Zullen wij van de regering snel na 14 februari vernemen welke positie ingenomen wordt, zodat wij duidelijkheid krijgen in dat financieel zeer zwaarwegend dossier?

 

03.02 Eerste minister Charles Michel: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van der Maelen, ik zal zoals altijd zoveel mogelijk duidelijkheid geven over dit dossier.

 

Ten eerste, wij hebben een paar maanden geleden gekozen voor een transparante procedure. Jammer genoeg was dat niet altijd zo in het verleden in ons land, zoals u weet. Dat is een duidelijke keuze, ook met een rol voor en informatie aan het Parlement. Het is geen geheim dat wij in het kader van de transparante procedure, de RfGP-procedure, slechts twee aanbiedingen hebben gekregen. Dat is publieke informatie waarover wij al discussies hebben gehad in het Parlement.

 

Na de voorziene termijn heeft Frankrijk inderdaad een schriftelijk aanbod aan de regering gedaan. Het is dus een complexe situatie op juridisch vlak, niet alleen op politiek vlak. Als jurist ben ik er immers zeer aandachtig voor om geen juridische fouten te maken, want deze zouden een zwaar politiek probleem kunnen vormen in zo'n delicaat dossier, gezien de financiële aspecten en de strategische keuze voor de toekomst van onze Defensie. Daarom zijn wij op dit moment nog bezig met de juridische analyse: wat zijn de mogelijkheden voor de regering, gelet op de complexe situatie? Er is immers een transparante procedure, met duidelijke criteria. De regering wenste inhoudelijk sterke dossiers te krijgen, waarvan de verschillende elementen in aanmerking zullen worden genomen om een correcte en goede beslissing te nemen. In de transparante procedure kwamen er dus slechts twee aanbiedingen. Twee agentschappen hebben een aanbod ingediend. Naast de procedure kwam echter ook een brief van de Franse minister van Defensie.

 

Ik ben niet van plan om op dit moment een definitieve appreciatie uit te drukken, wij hebben immers nog wat tijd nodig om meer duidelijkheid te krijgen op juridisch vlak. Daarna zal de politieke beoordeling volgen. Ik zou echter een fout begaan als ik te snel mijn appreciatie zou kenbaar maken zonder dat de situatie juridisch duidelijk is. Het is dus de bedoeling om in de volgende weken voort te werken aan het dossier en meer juridische duidelijkheid te krijgen.

 

03.03  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik blijf op mijn honger zitten. Ik stel vast dat die brief bijna vier maanden oud is. Ik stel ook het enerzijds-anderzijdsverhaal vast dat we klassiek in deze regering kennen, waarbij twee ministers zich op een verschillende manier uitspreken over hetzelfde dossier.

 

Vier maanden later zegt de minister van Defensie – hij werd vóór kerst ondervraagd – dat er zelfs nog geen contact met de Franse minister van Defensie is geweest. Er is nog onduidelijkheid of de compensaties op Europees vlak kunnen. Ik stel vast dat deze regering andermaal in dit dossier aan het aanmodderen is.

 

Mijnheer de eerste minister, ik hoop dat deze regering er vóór 14 februari in slaagt om juridische duidelijkheid te geven. Wie zal kandidaat kunnen zijn voor de belangrijkste aankoop van de komende decennia, die met Belgisch overheidsgeld zal worden gefinancierd? Wij wachten op transparantie in deze.

 

Mijnheer de eerste minister, u hebt even allusie gemaakt op een pijnlijke geschiedenis voor ons land. Het is onze fractie die er al twee jaar lang op aandringt om, net zoals in Nederland, het Rekenhof van bij de start van de aankoopprocedure het dossier te laten opvolgen. Wij hebben op onze instigatie al minstens twee maal een stemming gehad in de commissie voor de Defensie waar deze meerderheid weigert om naar Nederlands voorbeeld volledige transparantie in het dossier te geven door het Rekenhof te betrekken bij de opvolging van dit dossier. Dat is iets wat wij betreuren. Ik hoop dat wij later niet tegen uw ministers zullen moeten zeggen: u had beter naar de sp.a geluisterd en het Rekenhof van bij de start bij dit dossier betrokken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de eerste minister over "de Belgische soldaten die werden geëxecuteerd tijdens de Eerste Wereldoorlog" (nr. 22930)

04 Question de M. Hendrik Bogaert au premier ministre sur "les soldats belges exécutés durant la Première Guerre mondiale" (n° 22930)

 

04.01  Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, eind 2013 werd een open brief gepubliceerd waarin nabestaanden van Belgische soldaten, die tijdens de Eerste Wereldoorlog door het leger werden geëxecu­teerd, de federale regering opriepen tot verontschuldigingen voor de soldaten die in verdachte omstandigheden tot de dood werden veroordeeld en terechtgesteld wegens desertie of insubordinatie.

 

De wetenschappelijke literatuur over dit thema geeft aan dat het krijgsgerecht ten tijde van de Eerste Wereldoorlog een gebrekkige werking kende. Het nam in die periode 87 805 zaken in behandeling, waarvan bijna de helft werd doorverwezen naar de rechtbank, met 37 557 veroordelingen tot gevolg. In 222 zaken resul­teerde dit in een veroordeling tot de doodstraf, waarvan er 20 werden voltrokken. Sommige veroordeelde soldaten golden ais voorbeeld voor de anderen, anderen werd een eerlijk proces ontkend opdat algemene desertie of insubor­dinatie voorkomen zouden worden. Wetenschappelijke literatuur geeft aan dat in deze gevallen de rechtspraak losgekoppeld kan worden van het misdrijf. De rechtspraak werd namelijk door het leger als middel gebruikt voor disciplinevoering, waardoor het individu onder­geschikt werd gesteld aan de doelstellingen van het leger. Vanuit hedendaagse humanitaire standpunten is dit evenwel betwistbaar. Bovendien gaven ooggetuigen uit die tijd aan dat de rechtsgang niet altijd volgens de regels en wetten verliep.

 

Na verzoek van de Koning en Koningin resul­teerde dit in 1915 onder andere in een hervorming van het tuchtsysteem, waarbij de doodstraf enkel nog uitgesproken werd voor moord en niet langer voor desertie of insubordinatie.

 

Tijdens de bespreking van de algemene beleids­nota 2014 van de Federale Overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister op 19 november 2013, gaf toenmalig eerste minister Di Rupo aan dat hij kennis had genomen van de open brief en aan het Wetenschappelijk Comité, opgericht ter begeleiding van de regering en het federaal Organisatiecomité voor de Herdenking van de Eerste Wereldoorlog voor geschiedkundige en wetenschappelijke werkzaamheden, de opdracht gegeven had om een advies op te maken. Dat advies, dat tegen maart 2014 mocht worden verwacht, zou dan aan de federale regering en het organisatiecomité worden voorgelegd. Ook het Parlement zou van de resultaten op de hoogte worden gebracht. Tot op heden hebben wij daarover echter geen opvolging gekend.

 

Mijnheer de eerste minister, mijn vragen aan u zijn dan ook de volgende.

 

Ten eerste, wat is de stand van zaken van het onderzoek, gevoerd door het Wetenschappelijk Comité?

 

Ten tweede, werd het advies van het Weten­schappelijk Comité bezorgd aan de regering en aan het federaal Organisatiecomité voor de Herdenking van de Eerste Wereldoorlog?

 

Ten derde, welke conclusies zal de regering verbinden aan het advies van het Wetenschappelijk Comité verbinden, in het bijzonder op het vlak van verontschuldigingen voor de soldaten die in verdachte omstandigheden tot de dood werden veroordeeld en terechtgesteld?

 

Mijnheer de eerste minister, zult u de resultaten van het onderzoek voorleggen aan het Parlement?

 

04.02 Eerste minister Charles Michel: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Bogaert, ik dank u voor uw vraag, die mij in staat stelt de stand van zaken in het dossier op te maken, waarbij alle gefusilleerde militairen uit alle regio’s van ons land zijn betrokken, namelijk uit Brussel, Sint-Jans-Molenbeek, Forêt/Vorst, Farciennes, Gent, Kanne, Lanaken, Neerharen, Lokeren, Daknam, Dendermonde en ook Klein-Spouwen, nu Bilzen genoemd.

 

Wat betreft de retroacta, verwijs ik naar de antwoorden die ik aan het Parlement heb gegeven, respectievelijk in november 2014 en juni 2015. Ter herinnering geef ik mee dat aan specialisten van de Koninklijke Militaire School onder leiding van professor Stanislas Horvath, houder van de leerstoel, een multidisciplinaire studie werd gevraagd. Het verslag van de studie werd meermaals uitgesteld, onder meer wegens problemen met de toegang tot de bronnen. Professor Horvath heeft onlangs aan mijn beleidscel laten weten dat hij met de laatste herlezing van het verslag in het Nederlands bezig is. Zijn draft in het Frans wordt ook herlezen. Het verslag bevat ongeveer 70 bladzijden.

 

Ik heb al aangegeven dat wij moeten vermijden dat na het onderzoek verwijten komen dat wij niet alle mogelijke bronnen hebben geraadpleegd of niet alle mogelijke conclusies hebben getrokken en daardoor de conclusies hebben vertekend. Professor Horvath wil daarom per punt nog een analyse toevoegen van de meningen en de kritiek van sommige auteurs omtrent deze complexe kwestie.

 

Ik hoop dat het verslag zoals mij werd meegedeeld eind februari 2018 aan het Wetenschappelijk Comité dat is ingesteld bij het Organisatiecomité voor de Herdenking van de Eerste Wereldoorlog kan worden voorgelegd. Het comité zal de regering dan zijn advies kunnen geven. Op dit moment is het dus voorbarig om vooruit te lopen op eindbeslissingen, zoals u in uw vraag doet. Zoals ik al heb aangegeven, heb ik er natuurlijk niets tegen dat het eindverslag aan het Parlement wordt overgemaakt.

 

04.03  Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor het antwoord.

 

Wij zullen wachten tot eind februari 2018, ik kom dan terug op deze belangrijke zaak.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Question de M. Jean-Marc Delizée au premier ministre sur "la commémoration du centenaire de la Première Guerre mondiale (1914-1918)" (n° 22939)

05 Vraag van de heer Jean-Marc Delizée aan de eerste minister over "de honderdjarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918)" (nr. 22939)

 

05.01  Jean-Marc Delizée (PS): Monsieur le président, monsieur le premier ministre, on se souvient qu'en 2014, le centenaire de la Grande Guerre a occupé les esprits et l’actualité médiatique dans notre pays, dans toute l'Europe occidentale et bien au-delà encore. Il a occupé l'actualité pendant de nombreux mois, si ce n'est quasiment toute l'année du centenaire parce qu'un centenaire constitue toujours un repère symbolique qui permet de se souvenir et de commémorer.

 

Faut-il rappeler que la Grande Guerre de 14-18 a fortement touché la population dans les trois Régions du pays, en Flandre, en Wallonie et à Bruxelles? Il y a eu une occupation et des déportations, des massacres et des exactions, malheureusement. La population civile a souffert. Nous savons également que des villes et des communes ont été reconnues villes martyres des massacres de 1914. Les pertes en vies humaines ont été considérables. On parle de neuf millions de morts et de huit millions d’invalides. On parle de 6 000 morts par jour pendant toute cette période dramatique. Il était donc normal que le centenaire de cette guerre soit particulièrement suivi par la population de notre pays.

 

Je pense que ce souvenir est important pour connaître notre passé, construire l'avenir, défendre la paix et nos valeurs démocratiques. En 2014, des événements de portée internationale ont été organisés afin de commémorer ces faits marquants de l'histoire belge, européenne et mondiale. Les pouvoirs publics, tous niveaux confondus, ont apporté leur contribution aux multiples manifestations organisées dans tout le pays. Des initiatives locales et d'autres prises par les Communautés, les Régions et le fédéral, ont vu le jour.

 

Une résolution a été débattue et adoptée par la Chambre le 7 mars 2013. Elle ne l'a pas été à l'unanimité, car un débat a eu lieu sur la question du rôle du fédéral dans ces commémorations. Le parlement a néanmoins voté cette résolution. Cette dernière, adressée au gouvernement fédéral, lui demandait de jouer un rôle de coordination dans deux événements majeurs: l'un avait lieu en août à Cointe, en province de Liège; l'autre en octobre à Nieuwpoort, en Flandre occidentale.

 

Monsieur le premier ministre, cette année, nous allons donc commémorer le centenaire de l'armistice de 1918. Quel rôle jouera dès lors le gouvernement fédéral dans le cadre de ce travail de mémoire? Quel suivi donnera-t-il à cette résolution du parlement?

 

Deux événements ayant été organisés en Wallonie et en Flandre, un autre était prévu à Bruxelles. Est-il envisagé pour cette année – par exemple, à l'occasion du 11 novembre, qui constitue bien entendu une date-clé?

 

Si c'est le cas, quel est le budget fédéral prévu pour cette commémoration? Cet événement sera-t-il bien organisé à Bruxelles, comme cela avait été envisagé en 2014? Par ailleurs, d'autres initiatives seront-elles prises par le gouvernement fédéral pour commémorer le centenaire de la fin de la Grande Guerre, notamment à l'initiative du Musée royal de l’Armée et au travers de la mise en valeur des archives fédérales en ce domaine?

 

05.02  Charles Michel, premier ministre: Monsieur le député, nous partageons votre vision sur l'importance du devoir de mémoire. Il est essentiel que le gouvernement fédéral contribue de manière active aux commémorations de la fin de la Première Guerre mondiale. Dans ce cadre – comme ce fut le cas par le passé –, nous prenons en compte les propositions émises par le Comité d'organisation pour la commémoration de la Première Guerre mondiale.

 

S'agissant de 2018, ces propositions se concentrent autour de trois axes.

 

Le premier axe est la tenue par le War Heritage Institute d'une grande exposition intitulée "14-18 Heritage" sur la fin de la guerre et ses conséquences politiques, sociales, économiques, culturelles, sans oublier ses conséquences sur les relations internationales. Cette exposition aura lieu au Musée royal de l'Armée.

 

Deuxièmement, nous envisageons de mettre en place pour 2018 une cérémonie majeure pour le 11 novembre.

 

Troisièmement, des concerts de l'Orchestre national de Belgique intitulés "For a human world" auront lieu dans quatre grandes villes du pays. Le premier d'entre eux aura lieu à Liège le 8 novembre 2018. Ensuite, trois représentations seront données les 9, 10 et 11 novembre au Bozar à Bruxelles.

 

Comme vous l'avez évoqué, ces événements nécessitent un budget. Il est évalué à 840 000 euros; il sera répercuté sur 2017 et sur 2018 et financé notamment via les bénéfices de la Loterie Nationale. Quant aux coûts engendrés par une cérémonie de plus grande envergure pour le 11 novembre, ils seront pris en charge sur le budget ordinaire de la Chancellerie du premier ministre.

 

05.03  Jean-Marc Delizée (PS): Monsieur le premier ministre, je vous remercie car vous partagez ma vision et celle de la majorité de ce parlement qui  indiquait, en 2013, que le fédéral devait prendre sa part dans ces commémorations. Ce fut le cas en 2014 et vous nous indiquez que des événements sont prévus en 2018. Je m'en réjouis. Cela va dans le sens de ma question.

 

Je vous remercie aussi pour les réponses qui nous apportent déjà quelques précisions. Nous sommes début 2018 et jusqu'à présent, je n'en avais pas entendu parler. De tels événements prennent du temps à être mis en place. J'imagine qu'il y aura une communication sur ce programme. Ce serait une bonne chose. Nous ne manquerons pas de regarder le détail des concerts et de cette cérémonie majeure. À ce stade, il s'agit d'une intention très positive. Nous verrons comment cela se présentera. Je suppose que l'événement majeur des commémorations du 11 novembre se déroulera à Bruxelles.

 

Vous nous indiquez des éléments de budget. Je me réjouis du fait que nous pourrons commémorer non pas la fin de la guerre – en réalité, ce fut 2019 – mais en tout cas l'arrêt des combats, l'armistice qui fut un moment très important.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 22258 van de heer Gilkinet wordt uitgesteld.

 

Op de agenda blijven nog twee vragen over van mijzelf. Mijnheer Yüksel, mag ik u vragen om het voorzitterschap waar te nemen, zodat ik mijn vragen kan stellen?

 

Voorzitter: Veli Yüksel.

Président: Veli Yüksel.

 

06 Vraag van de heer Brecht Vermeulen aan de eerste minister over "ethisch hacken" (nr. 22351)

06 Question de M. Brecht Vermeulen au premier ministre sur "le piratage éthique" (n° 22351)

 

06.01  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de eerste minister, mijn mondelinge vraag over ethisch hacken is een opvolgingsvraag van een vraag die ik gesteld heb aan de minister van Justitie.

 

Uit het antwoord van de minister van Justitie bleek dat ethisch hacken naar Belgisch recht niet strafbaar is als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De hacker of interne hacker mag geen bedrieglijk oogmerk of oogmerk om te schaden hebben. De externe hacker moet van de verantwoordelijken van het informaticasysteem de toelating gekregen hebben om handelingen te stellen en moet zich aan de voorwaarden houden. Via de pers zijn die voorwaarden bekendgemaakt, omdat daarmee de positie veranderde die België inneemt ten opzichte van ethische hackers.

 

De minister van Justitie heeft in zijn antwoord ook meegedeeld dat het Centrum voor Cybersecurity België (CCB), dat onder uw bevoegdheid opereert, bezig was met de opstelling van een standaard­verklaring voor bedrijven, zodat zij die op hun website kunnen zetten. Daarmee zouden de bedrijven ten aanzien van buitenstaanders kunnen verklaren dat zij, uiteraard binnen de geschetste krijtlijnen, akkoord gaan met een hacking van hun systeem met het oog op hun eigen veiligheid en zonder kwaadwillige opzet. Die standaard­verklaring zou openbaar worden gemaakt nadat ze voorgelegd werd aan de regeringspartijen.

 

Mijnheer de premier, hoeveel bedrijven zijn ondertussen al betrokken geweest bij de opstelling van die standaardverklaring en de eventuele handleiding in verband met de verantwoorde openbaarmaking van informaticakwetsbaar­heden? Welke kostprijs is daaraan verbonden?

 

Sinds wanneer is die handleiding beschikbaar?

 

Zijn er cijfers beschikbaar over het aantal bedrijven dat ondertussen gebruikmaakt van die standaardverklaring?

 

Op welke manier werd de beschikbaarheid van die standaardverklaring bekendgemaakt ten aanzien van de bedrijven in het algemeen? Ik ga ervan uit dat de Cyber Security Coalition daar zeker bij betrokken is, maar ook ga ik ervan uit dat kleinere bedrijven moeilijker toegang krijgen tot die informatie. Daarom vraag ik u op welke manier die communicatie plaatsgevonden heeft.

 

Is het de bedoeling dat ook bepaalde overheids­bedrijven daarvan gebruik zullen maken?

 

Ten slotte, als de standaardverklaring nog niet openbaar zou zijn, welke problemen zorgden dan voor de vertraging? Wat is de huidige stand van zaken? Is er in een nieuwe termijn voorzien om die standaardverklaring ter beschikking te krijgen?

 

06.02 Eerste minister Charles Michel: Ik dank u voor uw vraag.

 

In 2017 heeft het CCB een eerste versie van een ontwerpgids over het beleid inzake de gecoör­dineerde openbaarmaking van kwetsbaarheden opgesteld. Dit ontwerp werd aan de verschillende betrokkenen voor commentaar bezorgd. Hieronder bevonden zich ook de deskundigen­groep Cybercrime van het College van procureurs-generaal, de commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer, universitaire onderzoekers, bedrijven die al een dergelijk beleid hebben, organisaties die bedrijven vertegenwoordigen en vertegenwoordigers van ethische hackers.

 

Op basis van de ontvangen opmerkingen en de discussies heeft het CCB de ontwerpgids verbeterd. Deze gids bestaat uit vier delen: een document met goede praktijken, een document met wettelijke aspecten, een samenvattende brochure en een model van responsible-disclosurebeleid.

 

Momenteel maken sommige bedrijven al gebruik van een beleid voor de gecoördineerde openbaarmaking van kwetsbaarheden, bijvoorbeeld Proximus, Telenet en de NMBS. Sommige bedrijven nemen ook deel aan beloningsprogramma's voor het vinden van kwetsbaarheden.

 

De ontwerpgids zal binnenkort worden voorgelegd aan de interkabinettenwerkgroep. Ik kan het Parlement nog informeren nadat de regering haar goedkeuring heeft gegeven.

 

06.03  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Het is goed dat wij heel voorzichtig, maar correct en kwalitatief te werk gaan en niet te snel vanuit een ontwerp vertrekken dat wij achteraf moeten bijschaven. Er zijn ook heel veel partijen bij betrokken. U verwees naar het College van procureurs-generaal en deskundigen van universiteiten. Dat is zeer goed. Het is ook goed dat het wordt uitgebreid, dat er vier onderdelen zijn.

 

Het is natuurlijk wel spijtig dat het nog niet operationeel is, maar ik ga ervan uit dat het echt niet lang meer zal duren.

 

De ethische hackers kunnen een sterke bijdrage leveren aan de cybersecurity van kleine en grote ondernemingen en bij uitbreiding particulieren. Zij kunnen hun werk goed doen zonder daardoor risico’s te lopen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van de heer Brecht Vermeulen aan de eerste minister over "de actie tegen phishingmails" (nr. 22935)

07 Question de M. Brecht Vermeulen au premier ministre sur "les actions entreprises pour lutter contre les courriels de hameçonnage" (n° 22935)

 

07.01  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijn vraag sluit aan bij de mondelinge uitbreiding van uw oorspronkelijk mondelinge vraag. Zij betreft acties die worden ondernomen tegen verdachte phishing-e-mails.

 

In oktober 2017 heeft het Centrum voor Cybersecurity België (CCB) een grote campagne gevoerd om de bevolking te leren om verdachte phishing-e-mailberichten te herkennen. De campagne duurde de hele maand oktober. Er kwamen pamfletten, spots in kranten en televisie, advertenties bij het openbaar vervoer en een filmpje via sociale media. Dat zijn de gebruikelijke communicatiekanalen van het CCB. Ook voor bedrijven was er een luik om de personeelsleden, de klanten en de professionele contacten bewuster te maken. De eigen bedrijfspolicy en de onachtzaamheid van personeelsleden zorgen er soms immers voor dat phishing-e-mails schade kunnen berokkenen.

 

Daarenboven waren er ook nog twee interessante tools. Op de website www.safeonweb.be konden alle internetgebruikers zelf testen hoe goed zij valse van echte berichten konden onderscheiden. Alle internetgebruikers werden ook opgeroepen om voortaan verdachte phishing-e-mails door te sturen naar verdacht@safeonweb.be. Dat zou het CCB toelaten om de mails automatisch te onderzoeken en desnoods maatregelen te nemen. Wat dat laatste betreft, pleit ik er al lang voor, ook bij minister van Binnenlandse Zaken Jambon, dat hiervoor specifieke aandacht zou zijn bij de politiediensten. Wanneer de actie nationaal wordt gecoördineerd, is het natuurlijk altijd beter dat er ook een nationale campagne en sensibilisering bij horen.

 

Na een maand had het CCB al meer dan 85 000 verdachte berichten ontvangen, gescreend en verwerkt. Het CCB scande dus automatisch de links en bijlagen van de verdachte berichten met geavanceerde antivirustechnologie. Volgens mijn informatie zouden dagelijks minstens drie nieuwe phishingwebsites geblokkeerd worden.

 

Spijtig genoeg – ik maakte deze bedenking al voor ik mijn vraag indiende – wordt de boodschap te weinig herhaald. Dat gebeurt vaak, ook bij acties van de politie. Er is gedurende een week of een maand aandacht voor een bepaalde actie. Daarna is het alsof die acties niet meer nodig zouden zijn. De boodschap herhalen is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat er continuïteit in het gedrag blijft en dat er niet alleen piekreacties zijn op momenten als gevolg van, bijvoorbeeld, berichten op sociale media.

 

Op een recent bericht van 6 januari 2018 over valse berichten van warenhuisketens werd op de website van Safeonweb de boodschap om de verdachte berichten door te sturen naar verdacht@safeonweb.be niet meer herhaald. Dat was de herhaling die de zaak had kunnen versterken.

 

Ik heb de volgende vragen.

 

Ten eerste, hoe evalueert u de campagne?

 

Ten tweede, in welke mate blijven de internet­gebruikers verdachte mails doorsturen naar verdacht@safeonweb.be? Komen er unieke gebruikers bij of gaat het vooral om dezelfde personen die steeds nieuwe verdachte mails melden? Ik heb in januari zelf voor de eerste keer een mail verstuurd. Vorige week en deze week heb ik dat opnieuw gedaan. Ik ben niet bij die 85 000 berichten, maar wel bij de berichten die pas later werden verstuurd.

 

Ten derde, slaagt het CCB erin om phishingwebsites te gaan blokkeren? Vroeger waren het er drie per dag. Hoeveel zijn het er nu? Zitten daar ook mirror sites bij? Soms worden er immers websites gemaakt om dan gespiegeld met een klein beetje verandering hetzelfde te doen.

 

Ten vierde, zou het ook zinvol zijn om een dergelijke actie op te zetten samen met lokale politiezones en met scholen? Hoe jonger men mensen begint te sensibiliseren, hoe beter dat immers in de toekomst in het gedrag zal worden opgenomen voor de ganse bevolking.

 

Ten vijfde, is er internationale coördinatie van de verschillende soorten phishingmails, hun dreiging, de impact en hun herkomst?

 

Tot slot, komt er na de actie van oktober nog een opvolgingsactie?

 

07.02 Eerste minister Charles Michel: Mijnheer Vermeulen, zowel het bereik als de resultaten van de sensibiliserings­campagne van het CCB zijn in mijn ogen bijzonder positief. Ik ben het met u eens als u stelt dat het belangrijk is om een boodschap te herhalen. Dat geldt ook in de politiek. Daarom zullen we in 2018 zeker opnieuw een campagne starten. Dat is mijn intentie.

 

Met de advertenties op Facebook en Instagram hebben we tijdens de campagnemaand 1 miljoen mensen van alle leeftijden in beide landstalen kunnen bereiken. 830 000 mensen zagen de advertenties in de bioscoop en meer dan 1 miljoen in de krant Metro. Meer dan 130 000 mensen bezochten de website safeonweb.be en 4 000 daarvan deden de grote phishing sprees.

 

Een maand na de lancering van de campagne om verdachte berichten naar verdacht@safeonweb.be door te sturen, kreeg het CCB meer dan 85 000 berichten te verwerken. Tot nu toe werden 140 000 berichten doorgestuurd.

 

De links en bijlagen van de berichten worden automatisch met geavanceerde antivirus­technologie gescand. Op deze manier worden dagelijks minstens drie nieuwe phishingwebsites geblokkeerd.

 

De impact van de campagne werd geëvalueerd. Een evaluatie van de campagne vond in december 2017 plaats en werd op 20 december 2017 afgesloten. Het finale evaluatieverslag is gepland voor eind januari 2017.

 

Na de campagnemaand in oktober 2017 blijven mensen e-mails versturen. Dagelijks worden nog steeds een duizendtal berichten doorgestuurd. Omwille van de privacy is de herkomst van de berichten niet geregistreerd. De mensen moeten dergelijke berichten in alle vertrouwen naar ons kunnen doorsturen.

 

Het CCB probeert ook geen kansen onbenut te laten, om onze phishingtest en de e-mailadressen bekend te maken, bijvoorbeeld naar aanleiding van phishingmails in de periode van Black Friday en de feestdagen.

 

Het CCB maakt de campagne aan vele verschillende partners alsook aan de politie bekend. Op de website van de federale politie wordt ernaar verwezen. Ook de verschillende lokale politiezones maken continu gebruik van onze materialen en delen onze berichten.

 

Voor het onderwijs zijn al onze materialen voort­durend beschikbaar op de website safeonweb.be. Het is de intentie om deze goede samenwerking in de toekomst nog verder uit te bouwen, rekening houdend met uw suggesties.

 

Wat de internationale coördinatie betreft, werkt het CCB nauw samen met het project European Phishing Initiative, gecoördineerd door de Europese Commissie, om het probleem van phishing op Europees niveau op te lossen.

 

07.03  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de eerste minister, ik ben uiteraard blij dat de campagne positief was en dat wij onze cyberveiligheid op elk niveau kunnen versterken, zeker bij de burgers.

 

Van 85 000 ontvangen verdachte berichten naar nu 1 000 per dag, is uiteraard geen slechte evolutie. Dit aantal ligt natuurlijk veel lager dan in een campagneperiode.

 

Dit betekent dat wij de acties warm zullen moeten houden om ervoor te zorgen dat die phishing­berichten, die altijd worden verstuurd door criminele groepen, groot of klein, lokaal of internationaal, achterwege blijven. Deze groepen zijn zeer inventief met zeer sterke technische middelen om schade te berokkenen. We moeten aandachtig blijven en zorgen dat de veiligheid wordt gegarandeerd.

 

Ik dank u alleszins voor uw antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Bij dezen ronden wij de commissiewerkzaamheden af.

 

Ik dank u allen voor uw aanwezigheid.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.03 uur.

La réunion publique de commission est levée à 11.03 heures.