Commissie voor de Justitie

Commission de la Justice

 

van

 

Woensdag 31 januari 2018

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 31 janvier 2018

 

Après-midi

 

______

 

 


La réunion publique de commission est ouverte à 14.42 heures et présidée par M. Philippe Goffin.

De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.42 uur en voorgezeten door de heer Philippe Goffin.

 

01 Interpellatie van mevrouw Barbara Pas tot de minister van Justitie over "de discriminatie en de onvrede van de vrederechters uit Brussel en Halle-Vilvoorde" (nr. 249)

01 Interpellation de Mme Barbara Pas au ministre de la Justice sur "la discrimination dont sont victimes les juges de paix de Bruxelles et Hal-Vilvorde et sur le mécontentement qui en résulte" (n° 249)

 

01.01  Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw komst. Ik weet niet of u opnieuw verloren gelopen bent in het gebouw zoals vorige week, maar als dat het geval was, stel ik voor dat men u een grondplannetje bezorgt.

 

Mijnheer de minister, in alle provincies hebben de vrederechters en de politierechters een eigen directiecomité en een eigen korpschef. Die vormen het rechtstreekse aanspreekpunt voor het ministerie van Justitie. Zij hebben als dusdanig heel wat in de pap te brokken. Ingevolge de wanstaltige hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel door de zesde 'staatsmisvorming' geldt die regeling echter niet voor de vredegerechten van Brussel en Halle-Vilvoorde. Voor hen werd een vrij onwerkbare regeling uitgewerkt die erop neerkomt dat de Brusselse kantons en die van de randgemeenten hiervoor onder voogdij staan van de voorzitters van de Nederlandstalige en Franstalige rechtbank van eerste aanleg.

 

Zoals algemeen bekend werkt een systeem waarbij er twee kapiteins aan boord zijn niet. Ook hier is dat het geval. De beide rechtbank­voorzitters hebben een andere visie en ook een ander temperament. Bovendien hebben zij de handen reeds vol aan de bekommernissen van hun eigen rechtbanken. Het gevolg is dat zij nauwelijks of geen tijd hebben om de problemen van de vredegerechten en de politierechtbanken te behartigen, laat staan die kenbaar te maken bij het ministerie van Justitie.

 

Ik heb dus de indruk dat de maat wat dat betreft wel stilaan vol is voor de Brusselse vrederechters. Er wordt geklaagd over te weinig budget, de leegloop van de griffies, een gebrek aan personeel en een te grote werklast. Zij voelen zich daarbij niet gesteund door hun oversten, door dat dubbele voorzitterschap. Zij wensen een structurele oplossing die erin bestaat hun een volwaardige structuur te geven, zoals dat ook in de rest van het land het geval is. Hierbij zouden zij dan hun eigen korpschef kunnen kiezen die effectief hun belangen kan verdedigen, zoals het hoort.

 

Daar komt bovenop dat er nieuwe takenpakketten zullen worden toevertrouwd aan de vrederechters. Ze zitten al met een hoge werklast, maar een op til zijnde fusie van de Brusselse vredegerechten zal nog voor extra werklast zorgen. Binnen afzienbare tijd wordt hun takenpakket nog verzwaard als zij bevoegd worden voor alle geldelijke betwistingen tot 5 000 euro, het dubbele van het huidige grens­bedrag. Verder zijn er ook nog plannen om een belangrijk takenpakket van de arbeidsgerechten, namelijk de collectieve schuldenregeling, over te hevelen naar die vredegerechten. De werkdruk die vandaag al heel hoog is zal dus alleen nog hoger worden.

 

Daarvoor is niet in extra personeel voorzien, wel integendeel. Het ongenoegen is namelijk zo groot dat meerdere rechters vervroegd met pensioen willen gaan. Zij vrezen ook dat niemand nog bereid zal zijn om te postuleren voor zo'n slecht omkaderde job.

 

Mijnheer de minister, mijn vraag is in welke mate u op de hoogte bent van de onvrede van de Brusselse vrederechters en van de onwerk­baarheid van het huidige systeem met het dubbele voorzitterschap.

 

Bent u bereid om een onderzoek te laten instellen naar de grieven van de betrokken vredegerechten om dit te remediëren?

 

Mijn laatste vraag is de belangrijkste. Bent u bereid om de organisatie van de vredegerechten ook structureel te hervormen, met, zoals zij vragen, een zelfde leidinggevende structuur als alle andere vredegerechten van het land en geen structuur meer met twee bazen? Ik ben benieuwd naar uw antwoord.

 

01.02 Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, mag ik voorafgaandelijk, en misschien niet voor het verslag, iets zeggen?

 

Ik excuseer mij voor de vertraging. Het is elke week een hele klus om de antwoorden op de vragen rond te krijgen. Ik heb geen achterstand in deze commissie. Ik hoop dat men dit kan appreciëren. Ik wil mij niettemin verontschuldigen.

 

Mevrouw Pas, ik ga niet echt akkoord met de bewering dat de aanwezigheid van twee kapiteins op een schip per definitie onmogelijk is. Ik ken de spreuk, maar ik denk dat heel wat echtparen zouden betwisten dat dit niet kan. In mijn geval betwist ik dat althans.

 

Ik verwijs naar mijn antwoord van vorige week op de vraag die u gesteld heeft met betrekking tot de politierechtbanken in het arrondissement Brussel. Gelet op de situatie van dat arrondissement, de aparte situatie van de vrederechters die buiten de hervorming van de rechtbanken in Brussel vielen en de politierechtbank in Brussel, die opgedeeld is in een Nederlandstalig en Franstalig onderdeel, heeft de wetgever ervoor geopteerd om te voorzien in een eigen beheerstructuur, aangepast aan de context van het gerechtelijk arrondissement Brussel.

 

Zoals vorige week in mijn antwoord aangegeven, heeft het Grondwettelijk Hof in zijn arrest 97/2015 van 25 juni 2015 aanvaard dat de specifieke kenmerken verbonden met het gerechtelijk arrondissement Brussel, dat het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en het arrondissement Halle-Vilvoorde omvat, tot een bijzondere regeling hebben genoodzaakt voor de organisatie van de rechtscolleges waaruit dat arrondissement is samengesteld, inzonderheid voor de vredegerechten en de politierechtbanken, zowel voor de magistraten als voor de personeelsleden.

 

Vredegerechten, en niet alleen die in Brussel en Halle-Vilvoorde, maken momenteel het voorwerp uit van belangrijke hervormingen. Het is logisch dat dit enige ongerustheid op het terrein veroorzaakt, maar daarom werd er ook geregeld overleg gehouden met de voorzitters van de vredegerechten, waaronder ook de voorzitters van Brussel die daaraan deelnamen.

 

Ik verwijs hierbij ook naar het feit dat de voorzitters van de twee rechtbanken van eerste aanleg te Brussel samen met een voorstel zijn gekomen voor een nieuwe indeling van de vredegerechten in het Brussels Gewest. Dat zal nu worden geïmplementeerd.

 

Bij het openstellen van vacatures worden de vredegerechten in het arrondissement Brussel niet anders behandeld dan die in de rest van het land. Zoals aangekondigd bij de hervorming van de gerechtelijke kantons, worden vacatures uitgeschreven, zodat er in elk kanton een vrederechter aanwezig kan zijn.

 

Op 21 december zijn er vijf vacante betrekkingen gepubliceerd voor vrederechter in het arrondisse­ment Brussel. De regel is dus een invulling van honderd procent van de nieuwe kantons. Dat is voor Brussel niet anders.

 

Voor het ondersteunend personeel in de griffie worden vacatures opengesteld in overleg met het College van de hoven en rechtbanken. Een vacatureplan wordt opgesteld door de FOD Justitie en overlegd met het College, dat daarvoor input krijgt van de voorzitters op het terrein.

 

U vraagt naar mijn terreinkennis. Die is natuurlijk beperkt, gelet op de grootheid van het rijk België. Niettemin moet ik benadrukken dat de moeilijkheid om griffiepersoneel te vinden in de ruime zin in Brussel algemeen is, en niet alleen geldt voor de vredegerechten. Het is zeer moeilijk, gelet op de mobiliteitsproblemen die ons land kent, gelet op de mutatierechten die het personeel heeft, om personeel voor de griffies te “weerhouden”, zoals men dat in slecht Nederlands zegt, voor Brussel. Dat is een algemeen probleem: heel dikwijls zijn er geen kandidaturen voor vacatures. Ik herhaal dat dit niet alleen voor de vredegerechten geldt.

 

01.03  Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik wil ook mijn appreciatie uitdrukken omdat deze commissie voor de Justitie een van de weinige commissies is waar telkens opnieuw zeer snel op vragen wordt geantwoord. Ik wou dat het in elke commissie zo verliep.

 

Ik heb nog enkele bedenkingen bij uw antwoord, mijnheer de minister. De spreuk van de twee kapiteins komt natuurlijk ergens vandaan. U vergelijkt het met uw huiselijke situatie. Dat is natuurlijk een vergelijking die niet opgaat, want daar kiezen mensen zelf om samen te werken en mag men ervan uitgaan dat de karakters niet te hard botsen. In dit geval kiezen ze echter niet zelf en staat Luc Hennart, flamboyant en sterk politiek geëngageerd, tegenover de veel bedachtzamere collega Van Winsen. Dan kan het sneller gebeuren dat de karakters botsen. Nu bewijst de praktijk dat het hebben van twee bazen niet werkt. Ik begrijp dat er allerlei hervormingen op til zijn. De ongerustheid is echter logisch, omdat ze vooral extra werklast maar geen extra ondersteuning en geen extra personeel met zich meebrengt.

 

Ondanks uw uitleg zie ik nog altijd geen enkele objectieve reden waarom die vrederechters in Brussel niet correct vertegenwoordigd worden, waarom ze totaal anders behandeld worden dan die in de rest van het land. Om bij al uw hervormingen rekening te houden met de grieven van die Brusselse vrederechters, heb ik een motie van aanbeveling klaar, die ik meteen zal overhandigen, mijnheer de voorzitter.

 

Moties

Motions

 

De voorzitter:

 

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

En conclusion de cette discussion les motions suivantes ont été déposées.

 

Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Barbara Pas en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellatie van mevrouw Barbara Pas

en het antwoord van de minister van Justitie,

- overwegende dat in alle provincies de vrederechters en politierechters een eigen directiecomité en een eigen korpschef hebben, die het rechtstreekse aanspreekpunt voor het ministerie van Justitie vormen;

- overwegende dat de vredegerechten van Brussel en de randgemeenten daarop een uitzondering vormen;

- overwegende dat voor deze vredegerechten een vrij onwerkbare regeling werd uitgewerkt die erop neerkomt dat de Brusselse kantons en die van de randgemeenten hiervoor onder voogdij staan van de voorzitters van de Nederlandstalige en Frans­talige rechtbank van eerste aanleg;

- overwegende dat beide rechtbankvoorzitters een andere visie en een ander temperament hebben en bovendien reeds hun handen vol hebben met de bekommernissen van hun eigen rechtbanken;

- overwegende dat daardoor de belangen­behartiging bij het ministerie van Justitie met betrekking tot de vredegerechten van Brussel en de randgemeenten wordt verwaarloosd;

- overwegende dat deze vrederechtbanken daarom vragende partij zijn om een volwaardige structuur te krijgen, zoals dat in de vrede­gerechten in de rest van het land het geval is;

vraagt de regering de vredegerechten van Brussel en de randgemeenten structureel dusdanig te hervormen dat zij eenzelfde leidinggevende structuur krijgen zoals alle andere vredegerechten van het land."

 

Une motion de recommandation a été déposée par Mme Barbara Pas et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu l'interpellation de Mme Barbara Pas

et la réponse du ministre de la Justice,

- considérant que dans toutes les provinces, les juges de paix et juges de police disposent de leur propre comité de direction et de leur propre chef de corps qui constituent le point de contact direct avec le ministère de la Justice;

- considérant que les justices de paix de Bruxelles et des communes de la périphérie constituent une exception à cette règle;

- considérant qu'un système quasi inapplicable a été élaboré pour ces justices de paix, un système qui prévoit, en clair, que les cantons de Bruxelles et ceux des communes de la périphérie sont placés, pour ces matières, sous la tutelle des présidents des tribunaux de première instance néerlandophone et francophone;

- considérant que les deux présidents de tribunal ont une vision et un tempérament différents et par ailleurs, qu'ils sont déjà accaparés par les préoccupations de leur propre tribunal;

- considérant que le ministère de la Justice néglige dès lors les intérêts des justices de paix de Bruxelles et des communes de la périphérie;

- considérant que ces justices de paix sont dès lors demandeuses d'une structure à part entière telle que celle dont disposent les justices de paix dans le reste du pays;

demande au gouvernement qu'une réforme structurelle soit menée dans les justices de paix de Bruxelles et des communes de la périphérie de sorte que celles-ci disposent d'une structure dirigeante identique à celle de l'ensemble des autres justices de paix du pays."

 

Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Goedele Uyttersprot en de heren Jean-Jacques Flahaux en Servais Verherstraeten.

Une motion pure et simple a été déposée par Mme Goedele Uyttersprot et MM. Jean-Jacques Flahaux et Servais Verherstraeten.

 

Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.

Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

 

Vragen nrs 23220, 23221 en 23222 van de heer Terwingen zijn uitgesteld.

 

02 Question de Mme Özlem Özen au ministre de la Justice sur "la Commission des frais de justice" (n° 23191)

02 Vraag van mevrouw Özlem Özen aan de minister van Justitie over "de Commissie voor de gerechtskosten" (nr. 23191)

 

02.01  Özlem Özen (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, le 28 décembre dernier, La Dernière Heure faisait état d’une note issue du SPF Justice concernant la Commission des frais de justice qui traite des recours formés concernant les montants des frais de justice. En effet, depuis septembre 2016, une nouvelle Commission des frais de justice n'a toujours pas été nommée. Cette situation empêche les experts judiciaires d'y exercer leur droit de recours.

 

Alors que, depuis plusieurs mois, les experts sont victimes de réductions sévères de rémunération, ils n’auraient maintenant même plus la possibilité de les contester. Il semblerait qu’il ne soit pas dans votre intention de composer une nouvelle commission, mais plutôt de modifier la loi.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous expliquer clairement votre décision et vos intentions? Dans quels sens comptez-vous modifier les dispositions légales? Pour quelles raisons avez-vous privé les experts judiciaires, qui sont des acteurs indispensables au bon fonctionnement de notre appareil juridique, de leur droit de recours depuis 2016? Comment expliquez-vous que les experts judiciaires soient ainsi privés de leur droit de recours prévu par la loi du 27 décembre 2006?

 

02.02  Koen Geens, ministre: Monsieur le président, madame Özen, la Commission des frais de justice qui a toujours été présidée par un magistrat démontrant une connaissance particulière de cette matière complexe, a assurément fourni un travail juridique utile lorsqu'elle était active. Toutefois, la méthode de travail employée n'était pas optimale car le traitement des recours, même pour certaines affaires simples, durait souvent un an ou plus, engendrant une longue incertitude sur l'objet du problème porté à la discussion.

 

En outre, il convient de constater que, durant les dernières années de son existence, cette commission devait de plus en plus se pencher sur des problèmes déjà traités auparavant. Il n'y avait pratiquement plus de questions de principe d'intérêt général. La commission, à l'époque composée d'un président, de membres et de suppléants nommés par le ministre de la Justice pour un délai de deux ans, devait être renouvelée en septembre 2016 et les membres devaient se prononcer sur leur nouvelle candidature éventuelle. Il est alors apparu qu'aucun candidat ne se manifestait pour assurer la présidence. Une recherche intensive et des demandes insistantes n'ont abouti à aucune solution. Telle est la raison de facto de la disparition de la commission et par conséquent de la possibilité de recours organisée contre les décisions administratives en matière de frais de justice.

 

Entre-temps, une nouvelle procédure moins lourde et plus efficace est en préparation et pourrait remplacer le recours auprès de la commission. Elle sera insérée dans la nouvelle législation en cours de préparation et visant à actualiser en profondeur la matière des frais de justice après 68 ans. La réforme intégrale devrait être clôturée cette année encore.

 

02.03  Özlem Özen (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.

 

Permettez-moi cependant de vous faire part d'une décision de la Commission des frais de justice qui date de 2011. À l'époque, cette commission était présidée par un magistrat qui est, aujourd'hui, devenu procureur du Roi. Selon cette décision, la personne prestataire de services a droit à un recours utile et accessible. Cela signifie évidemment que l'autorité nationale doit pouvoir prononcer une mesure corrective. Enfin, elle prévoit une possibilité d'introduire un recours devant la Commission des frais de justice. In casu, le législateur a, bien évidemment, exprimé le souhait explicite qu'un recours effectif puisse exister devant un tribunal administratif. Si la Commission des frais de justice devait ne pas se prononcer sur la peine d'un prestataire de services requérant, son droit à un recours effectif serait de ce fait tout simplement nié in concreto.

 

Il est, selon moi, de votre responsabilité de mettre tout en œuvre et de lancer un appel pour trouver un magistrat pouvant présider cette commission qui est vraiment très importante; en effet, les experts judiciaires qui contribuent au bon fonctionnement de l'Ordre judiciaire sont toujours en attente de leur rémunération, ce parfois depuis un an, un an et demi.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Annick Lambrecht aan de minister van Justitie over "de audit van de Hoge Raad voor de Justitie" (nr. 23213)

- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Justitie over "de op initiatief van de HRJ bij de rechtbanken van eerste aanleg uitgevoerde audit" (nr. 23253)

03 Questions jointes de

- Mme Annick Lambrecht au ministre de la Justice sur "l'audit du Conseil supérieur de la Justice" (n° 23213)

- M. Jean-Jacques Flahaux au ministre de la Justice sur "l'audit mené à l'initiative du CSJ auprès des tribunaux de première instance" (n° 23253)

 

03.01  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de Hoge Raad voor de Justitie liet een audit uitvoeren na verschillende klachten van rechters, over personeelstekort bij Justitie. Uit de audit blijkt voornamelijk dat rechtbanken doen wat zij kunnen om de personeelstekorten die zij ervaren op te vangen. Dat is niet vanzelfsprekend omdat zij slechts over beperkte middelen beschikken. Bovendien hebben de rechtbanken slechts de verantwoordelijkheid over een stukje van de bevoegdheden inzake personeelsbeheer.

 

Het personeelsbeheer in de Rechterlijke Orde is sterk versnipperd en heeft nood aan een integraal humanresourcesmanagement. Er moet naar gestreefd worden om alle aspecten die met het personeel te maken hebben vanuit één model aan te sturen. Tot op heden ontbreekt er een geformaliseerd en gemeenschappelijk instrument voor werklastmeting voor alle rechtbanken. Volgens de Hoge Raad voor de Justitie is er nood aan een gemeenschappelijk, betrouwbaar en gedragen instrument voor de meting van de werklast, zodat de verdeling van het personeel zal gebeuren op basis van de werkelijke noden van de rechtbank.

 

Er is een algemeen besluit bij de meeste rechtbanken dat er een gebrek is aan personeelsmiddelen. De rechtbanken doen wat zij kunnen om het personeelstekort dat zij ervaren op te vangen, door intern te reorganiseren, prioriteiten te stellen, de werklast van magistraten en personeel te verlagen enzovoort. De Hoge Raad voor de Justitie is evenwel van oordeel dat de minister van Justitie hierin zijn verantwoordelijkheid moet nemen en ervoor moet zorgen dat er voldoende gekwalificeerd personeel ter beschikking is, zodat er een duurzame oplossing kan komen en een rechtbank niet langer haar toevlucht moet nemen tot lapmiddelen.

 

Mijnheer de minister, ik heb twee vragen in dat verband.

 

Ten eerste, wat zult u doen met de aanbevelingen en de vaststellingen uit de audit "Personeelsbeheer in de rechtbanken van eerste aanleg" van de Hoge Raad voor de Justitie?

 

Ten tweede, bent u van plan om, zoals de Hoge Raad voor de Justitie vraagt, uw verantwoordelijkheid te nemen en ervoor te zorgen dat er voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is en dat er een duurzame oplossing komt?

 

03.02  Jean-Jacques Flahaux (MR): Effectivement, monsieur le ministre, pour rebondir sur ce que vous disiez tout à l'heure, je viens de poser, en commission de la Santé, des questions qui dataient du mois de septembre. La question que je vais vous poser date du 24 janvier. On peut dire que vous êtes Speedy Gonzales quant aux réponses aux questions!

 

Un audit a récemment été mené à l'initiative du Conseil supérieur de la Justice auprès des tribunaux de première instance. Il ressort de celui-ci que ces institutions estiment, dans la plupart des cas, manquer de personnel. Ceci  amènerait les différents tribunaux à recourir à des solutions de fortune telles que la réduction des heures d'ouverture, mesure qui n'est pas positive, ou la multiplication des stagiaires non rémunérés, ce qui pose également quelques problèmes.

 

Suite à cela, le Conseil supérieur de la Justice a formulé la demande de mise en place d'un instrument de mesure de la charge de travail commun à toutes les entités.

 

Monsieur le ministre, avez-vous pris connaissance de cet audit? J'imagine que oui. Quel est votre regard sur la situation dénoncée? Comment accueillez-vous la demande introduite par le Conseil supérieur de la Justice? Quelles suites comptez-vous donner à ce dossier?

 

03.03 Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, ik heb inderdaad kennisgenomen van de audit over het personeelsbeheer in de rechtbanken van eerste aanleg. In de audit van de Hoge Raad voor de Justitie worden de zaken wel minder scherp gesteld dan in uw vraag. Er worden aanbevelingen gedaan aan de minister van Justitie, maar ook aan het College van de hoven en rechtbanken en aan de rechtbanken zelf. De audit bevat volgens mij een aantal interessante aanbevelingen en vaststellingen.

 

Le Conseil supérieur de la Justice a fait remarquer à juste titre que les cadres légaux établis ne sont pas le résultat d'une analyse objective des besoins en personnel actuels. Ceci conduit à ce constat dans l'audit: "Il est toutefois difficile de vérifier si les doléances en matière de manque de personnel sont fondées. En effet, dans la situation actuelle, en absence d'un instrument d'évaluation commun de la charge de travail, il ne peut être objectivé que certaines instances disposent ou non des ressources suffisantes pour fonctionner correctement."

 

C'est la raison pour laquelle je souhaite remplacer les anciens cadres du personnel par des enveloppes consacrées au personnel qui seraient réparties sur la base d'une méthode d'allocation qui tiendrait compte de la charge de travail et du traitement des affaires. J'ai demandé au Collège des cours et tribunaux de concevoir ce type de modèle d'allocations. En outre, ce modèle doit permettre de comparer la charge de travail entre les différents types de juridiction afin de pouvoir servir de base en vue d'un éventuel déplacement des moyens humains entre l'ensemble des entités et ce, tant entre les cours et tribunaux qu'entre les différents tribunaux ou cours au sein de la même instance.

 

Volgens de Hoge Raad voor de Justitie is er ook nood aan een strategische visie voor het personeelsbeheer. De Hoge Raad voor de Justitie roept het College van de hoven en rechtbanken op zo snel mogelijk een algemene visie te ontwikkelen. Tot nu toe werden personeelszaken vooral centraal beheerd, vanuit de FOD Justitie. De schaalvergroting van de rechtbanken in 2014 en het toekomstige verzelfstandigd beheer creëren evenwel een aantal nieuwe noden in de rechtbanken, zoals de vraag naar een tool voor het personeelsbeheer.

 

In het kader van het verzelfstandigd beheer zullen de colleges op termijn het personeelsbeheer overnemen. In de wet van 2014 op het verzelfstandigd beheer is dan ook bepaald dat de gemeenschappelijke steundiensten van de colleges ondersteuning moeten bieden aan de directiecomités op het vlak van personeelsbeheer, budget enzovoort.

 

In het kader van de federale redesign en met het akkoord van beide colleges is het anderzijds de bedoeling dat voor de loon- en personeels­administratie vanaf 2019 een beroep zou worden gedaan op PersoPoint, het sociaal secretariaat van de federale overheid bij de FOD BOSA. De voorbereidende analyse daarover is op dit ogenblik lopende bij de personeels­diensten van de FOD Justitie. De vraag van de korpschefs om instrumenten te krijgen om hun personeel te beheren, is terecht. Het lijkt mij dan ook nuttig dat de FOD Justitie, de FOD BOSA en de colleges daarover samenzitten.

 

Wij hebben trouwens al afspraken gemaakt met de colleges om via de ontwikkeling van een BI-plan te komen tot een correcte data-inzameling, die nodig is voor het beheer van de rechterlijke organisatie.

 

Een andere vaststelling van de Hoge Raad is de te lange aanwervingsprocedure. Ik ben een voorstander van de verhoging van de frequentie van de vacatureplannen, in samenwerking met de colleges. Een bijkomend probleem is evenwel dat de eigenlijke benoemingsprocedure zeer lang is, maar ik ben bereid elk voorstel te bestuderen dat de benoemingsprocedure optimaliseert.

 

Enfin, le Conseil supérieur a établi que de très bonnes pratiques étaient développées au sein des tribunaux en matière de planification du personnel, d'une augmentation de la mobilité, des formations, de la standardisation et de l'harmonisation des processus de travail, d'une amélioration de la gestion des séances, etc.

 

Comme le Conseil supérieur l'affirme, les chefs de corps se penchent donc sur les avantages de l'élargissement d'échelle et saisissent notamment l'occasion d'optimiser les moyens. Une dynamique de qualité a donc vu le jour dans certains tribunaux. Le Conseil supérieur invite, à juste titre, à partager ces pratiques intéressantes entre présidents.

 

Met deze dynamiek en een objectieve en dynamische verdeling van de middelen tussen de rechtbanken, kan volgens mij een goed antwoord worden gegeven op de problematiek van de tekorten en de verdeling van het personeel en de middelen, waarvan sprake in de audit van de Hoge Raad voor de Justitie.

 

03.04  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik merk uw bereidheid, maar ik blijf toch op mijn honger zitten en velen met mij. Het is niet een probleem dat dit jaar is ontstaan, maar dat al lang bestaat. Ik hoor steeds hetzelfde, namelijk dat men het probleem erkent en dat men gaat samenzitten, maar steeds mis ik concrete voorstellen, ook inzake aanwerving. Een van mijn volgende vragen zal daarover trouwens gaan.

 

Er wordt al jarenlang gezegd dat het personeelsbeleid zo'n probleem is. Nu heeft men het over 2019. Dan is er weer een volgende legislatuur en moet men weer van nul beginnen. Het is later dan vijf voor twaalf, op het vlak van personeelsbeheer. Ik vrees dat er te veel vergaderd wordt, maar dat er te weinig actie is.

 

03.05  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, votre réponse me rassure. Vous êtes bien conscientisé par l'audit, mais aussi par d'autres sources.

 

Je sais à quel point il est difficile de recruter suffisamment de personnel – que ce soit en raison de l'absence de candidatures ou, parfois, de leur manque d'intérêt. C'est en particulier le cas en Flandre. Il faudra donc résoudre ce problème qui touche notamment la justice. Bien entendu, comme vous l'avez indiqué, ce n'est pas uniquement un problème de personnel. Je suivrai le dossier attentivement.

 

En tout cas, monsieur le ministre, je vous remercie pour l'ampleur et le caractère fouillé de votre réponse.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van mevrouw Annick Lambrecht aan de minister van Justitie over "de controlemechanismes om drugs op te sporen" (nr. 23230)

04 Question de Mme Annick Lambrecht au ministre de la Justice sur "les mécanismes de contrôle destinés au dépistage des drogues" (n° 23230)

 

04.01  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, blijkens een interview met politierechter Stinckens wordt de speekselanalyse in het kader van controles op druggebruik in het verkeer in de praktijk nog steeds door een bloedafname vervangen.

 

De bloedafname is echter omslachtig en tijdrovend, omdat steeds een geneesheer moet worden gevorderd. Bij de speekselanalyse kunnen de politiediensten zelf een uitgebreid speeksel­staal verzamelen, om dat daarna aan een labo door te geven.

 

Daarom heb ik de hiernavolgende vragen.

 

Mijnheer de minister, klopt dat verhaal?

 

Wat is de reden waarom nog steeds geen speekselanalyses zouden kunnen worden uitgevoerd?

 

Binnen welke timing zou die analyse wel kunnen?

 

04.02 Minister Koen Geens: Mevrouw Lambrecht, het klopt dat tot op heden de bevestigende analyse nog steeds op het bloedstaal moet gebeuren. De speekselcollectoren zijn inderdaad nog niet gegund. Die procedure loopt.

 

De inspecteur van Financiën verleende op 11 januari 2018 een gunstig advies in de procedure. Hij zal er zich echter opnieuw over moeten buigen, omdat de door de geselecteerde aanbieder aangeboden speekselcollectorkits niet aan de voorwaarden van het koninklijk besluit van 27 november  2015 zouden voldoen.

 

Mijn administratie hoopt de gunning van de speekselcollectoren de eerstkomende maanden te kunnen volbrengen. Vervolgens zal ook nog een erkenningsprocedure voor de gerechtelijke labo's moeten plaatsvinden, vooraleer de speeksel­analyses in de loop van 2018 effectief kunnen worden geïmplementeerd.

 

04.03  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, wij hebben de goede hoop op een implementatie in de loop van 2018.

 

Ik zal het dossier opvolgen en daarbij vragen of een en ander wel degelijk wordt ingevoerd.

 

Ik heb soms echt met u te doen, omdat u altijd met vertragingen kampt en u dan de zaken die fout lopen moet rechtzetten. Ik richt mij niet tot u persoonlijk. Het is vervelend, maar het is ook ongelooflijk hoeveel dossiers binnen Justitie blijven hangen en opnieuw moeten worden behandeld.

 

Ook hier krijgt opnieuw iets wat heel normaal zou moeten kunnen verlopen, met name het vervangen van bloedtests door speekseltests, te kampen met zaken die niet voldoen.

 

Ik zal het dossier opvolgen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Vraag van mevrouw Goedele Uyttersprot aan de minister van Justitie over "de bemiddeling" (nr. 23252)

05 Question de Mme Goedele Uyttersprot au ministre de la Justice sur "la médiation" (n° 23252)

 

05.01  Goedele Uyttersprot (N-VA): Mijnheer de minister, als verschillende partijen een conflict hebben, dan hoeft dat niet steeds voor de rechtbank te worden opgelost. Dat kan ook daarbuiten, via een bemiddelingsprocedure, als alternatief voor een gerechtelijk geschil. Dat is niet alleen sneller en goedkoper, maar het ontlast ook de rechtbank, die als kerntaak heeft geschillen op te lossen.

 

Ook al zijn er vorig jaar 17 % meer bemiddelingsprocedures opgestart dan in 2013, toch kiest de Belg nog steeds veel te weinig voor een minnelijke geschiloplossing.

 

Uit de bemiddelingsbarometer 2016 blijkt dat een bemiddelingsprocedure gemiddeld 83 dagen duurt en dat de bemiddelaar en de partijen elkaar gemiddeld drie tot zes keer zien. De bemiddelaar rekent de partijen gemiddeld twaalf uur aan, met een ereloon tussen 50 en 150 euro per uur, wat nog steeds goedkoper is dan een rechtszaak.

 

Een bemiddelingsprocedure kan worden gebruikt in burgerlijke zaken en handelszaken, maar is de jongste tijd populair bij familiale zaken, zoals echtscheiding, alimentatie en omgangsrecht tussen ouders en kinderen of grootouders en kinderen.

 

U gaf in het verleden reeds aan dat bemiddeling een volwaardige plaats moet krijgen binnen Justitie, wat zou leiden tot een wetsontwerp. De bedoeling is dat de drempel naar bemiddeling wordt verlaagd, dat betrokken partijen beter en sneller worden geïnformeerd over de bestaande conflictoplossingen, dat het beroep van bemiddelaar wordt opgewaardeerd, en dat ook de opdracht en de structuur van de Federale Bemiddelingscommissie wordt gemoderniseerd.

 

Mijnheer de minister, ten eerste, hoeveel bemiddelingen vonden plaats in 2016 en 2017? Hoeveel hiervan kwamen er effectief tot een oplossing? Voor een meer specifieke opsplitsing heb ik de vraag ook schriftelijk ingediend, gelet op het korte tijdsbestek voor een mondelinge vraag.

 

Ten tweede, kunt u zeggen of er reeds vaker gebruik wordt gemaakt van een bemiddelings­procedure of wordt er toch nog gekozen voor de gerechtelijke weg? Is er een verschuiving te merken van gerechtelijke procedures naar buitengerechtelijke procedures?

 

Ten derde, wanneer plant u met uw wetsontwerp naar de commissie ter bespreking te komen?

 

05.02 Minister Koen Geens: Mevrouw Uyttersprot, over het aantal bemiddelingen kan ik het volgende mededelen. Vanuit het Bureau voor Statistiek van de hoven en rechtbanken vernam ik dat de rechtbanken van eerste aanleg en de familierechtbanken niet beschikken over cijfer­matige gegevens over het gebruik van bemiddeling. Het statistisch project hieromtrent wordt momenteel nog ontwikkeld. Het is evenmin mogelijk betrouwbare gegevens te krijgen wat de handelsrechtbank betreft. Het Bureau voor Statistiek van de hoven en rechtbanken meldt ons wel dat bemiddeling niet steeds wordt toegepast.

 

Ook vanuit de Federale Bemiddelingscommissie ontvingen wij als antwoord dat zij niet over officiële cijfers beschikt. Zij wijst erop dat accurate cijfers niet evident zijn, omdat vele bemiddelingen vrijwillig – dat wil zeggen: buitengerechtelijk – gebeuren en dat er dus vaak geen homologatie wordt gevraagd, zodat ze moeilijk te traceren zijn.

 

Cijfermatige gegevens op basis van steekproeven zijn wel terug te vinden in de bemiddelings­barometer 2016, bMediation. Uit de raadpleging van de bemiddelingsbarometer kan ik enkel onthouden dat men uit steekproeven heeft vastgesteld dat in 2015 3 210 personen een beroep hebben gedaan op familiale bemiddeling. De bemiddelingsbarometer van 2016 toont aan dat de bemiddeling in opmars is, zij het tegen een veeleer traag tempo, en tot op vandaag in vergelijking met het aantal gewezen arresten en vonnissen nog steeds een kleine minderheid vormt in de wijze waarop een geschil wordt beëindigd. De reacties die ik mocht ontvangen van op het terrein, laten hetzelfde geluid horen. Ik verwijs ook naar de resultaten van doctoraal onderzoek, onder andere uitgevoerd door Wendy Hensen aan de universiteit van Hasselt, met als titel: "Justitie en bemiddeling, een bevraging en analyse aangaande de mogelijkheden en knelpunten van gerechtelijke bemiddeling”.

 

Tot slot kan ik u nog meedelen dat het wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en houdende wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing weldra zal worden ingediend bij de Kamer van volksvertegenwoordigers. De bespreking van het wetsontwerp in de commissie voor de Justitie zou dus kunnen plaatsvinden in de loop van de maanden februari en maart.

 

05.03  Goedele Uyttersprot (N-VA): Mijnheer de minister, ik betreur dat er geen officiële cijfers ter beschikking gesteld werden. Blijkbaar luidde de conclusie van de steekproef wel dat slechts een kleine minderheid voor bemiddeling kiest. Dat is jammer, want u zult het met mij eens zijn dat een onderhandelde oplossing die wordt gedragen door beide partijen, beter wordt nageleefd dan een extern opgelegde oplossing.

 

Wij zien het wetsontwerp tegemoet in de commissie in de maanden februari en maart, en hebben dan de mogelijkheid om het uitvoerig te bespreken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Le président: Les questions jointes n° 23232 et n° 23233 de M. Dallemagne sont transformées en questions écrites.

 

06 Vraag van mevrouw Annick Lambrecht aan de minister van Justitie over "de tapegesprekken" (nr. 23259)

06 Question de Mme Annick Lambrecht au ministre de la Justice sur "les écoutes téléphoniques" (n° 23259)

 

06.01  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, een grote internationale drugsbende gaat vrijuit omdat er problemen waren met de afgeluisterde telefoongesprekken. Dat heeft de correctionele rechtbank in Brussel beslist.

 

Op het proces haalde de verdediging aan dat er een probleem was met de afgeluisterde telefoongesprekken in het dossier. Op de transcripties van de gesprekken werden twee namen vermeld, maar in het telefoongesprek was duidelijk een derde stem te horen. De advocaten van de verdediging vroegen daarom alle afgeluisterde telefoongesprekken te kunnen beluisteren om de transcripties te controleren. Toen bleek dat er een probleem was met de dvd's waarop die gesprekken staan. Zij waren onleesbaar.

 

Omdat de verdediging en de rechtbank deze tapegesprekken niet konden beluisteren, besliste de rechtbank dat de hele strafvordering onontvankelijk was.

 

Ik kom tot mijn vragen.

 

Klopt het dat de dvd's onleesbaar waren door de omstandigheden waarin de dvd's bewaard worden? Of ligt het eerder aan de gebrekkige apparatuur?

 

Welke maatregelen zult u nemen opdat zo'n situatie zich niet meer voordoet?

 

06.02 Minister Koen Geens: Mevrouw Lambrecht, ik kan u verwijzen naar het antwoord dat collega De Block vorige week namens mij gegeven heeft in de plenaire vergadering inzake deze kwestie. De vrijspraak in deze zaak werd gebaseerd op de vermeende onleesbaarheid van de dvd met de integrale opnames van de afgeluisterde telefoongesprekken.

 

De Centrale Interceptiefaciliteit van de federale politie bevestigde mij naderhand dat de dvd's technisch terdege leesbaar waren, en dat op die dvd's zowel telefoongesprekken als programma's stonden, met name de Light Viewer waarmee de gesprekken beluisterd konden worden. De audio was echter niet beluisterd met het juiste luisterprogramma, waardoor er slechts één stem te horen was en de gesprekken niet correct geordend waren. De dienst NTSU/CTIF van de federale politie werd wel degelijk gecontacteerd en had aangegeven dat het verkeerde programma werd gebruikt.

 

Hoewel het gebruik van de applicatie nodig om de bestanden te lezen of te aanhoren zeer eenvoudig is, heb ik de opdracht gegeven één eenvoudige instructievideo op te maken en deze te verspreiden bij wie gebruik moet maken van de leesapplicatie maar er niet in slaagt dit succesvol te doen.

 

Het openbaar ministerie besliste inmiddels hoger beroep aan te tekenen in deze zaak.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: De vragen nrs 23328, 23329 en 23330 van mevrouw Van Cauter worden uitgesteld.

 

Op punt 17 van de agenda staan samengevoegde vragen van de heer Terwingen en mevrouw Lambrecht. De heer Terwingen is afwezig. Kunnen wij deze vragen uitstellen?

 

06.03  Annick Lambrecht (sp.a): Als het kan, zou ik mijn vraag graag nu stellen, mijnheer de voorzitter.

 

07 Samengevoegde vragen van

- de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "de stiptheidsacties in de gevangenissen" (nr. 23332)

- mevrouw Annick Lambrecht aan de minister van Justitie over "de niet-uitvoering van protocol 436 en de gevolgen daarvan in de Belgische gevangenissen" (nr. 23340)

07 Questions jointes de

- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "la grève du zèle dans les prisons" (n° 23332)

- Mme Annick Lambrecht au ministre de la Justice sur "la non-exécution du protocole 436 et ses conséquences dans les prisons belges" (n° 23340)

 

07.01  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, midden januari ondervroeg ik u reeds over de uitvoering of beter de niet- of gebrekkige uitvoering van protocol 436. Ondertussen is het prijs. ln alle Belgische gevangenissen startten de vakbonden maandag met een reeks stiptheidsacties om het personeelstekort aan te klagen. Vrijdag volgt er wellicht een 24 urenstaking.

 

Bij het uitblijven van een akkoord kunnen dezelfde acties een week later nog eens worden overgedaan. Bovendien volgt er vanaf maandag 19 februari mogelijk een verscherping, waarbij tegen het einde van de week een 48 urenstaking zou kunnen plaatsvinden. De reden voor de acties is het breed ongenoegen bij het gevangenis­personeel, als gevolg van, ik citeer de vakbonden, "uw gebrekkig aanwervingsbeleid, de chronische onderbezetting bij het personeel, de overbevolking in de gevangenissen en het mislopen van bevorderingen en mutaties".

 

ln de gevangenis van Brugge zouden twintig gedetineerden op matrassen op de grond slapen. Dat terwijl er vijftig cellen leegstaan, die door personeelsgebrek niet kunnen worden geopend. ln mei 2016 beloofde u om het personeelskader binnen het jaar op te vullen tot 7 075 fulltimers.

 

Ondertussen zijn we meer dan anderhalf jaar verder. Op mijn eerdere vraag van vorige maand antwoordde u als volgt, ik citeer: "Op 4 januari 2016 telde het technische bewakingspersoneel 6 825,76 fulltimers. Op 2 januari 2017 waren dat er 6 653,9 en op 1 januari 2018 6 713,06." De eerdere belofte van 7 075 fulltimers werd duidelijk niet ingelost. Volgens de vakbonden verlopen de aanwervingen veel te traag, zeker wanneer er rekening wordt gehouden met de zowat 370 fulltimers die jaarlijks uitstromen.

 

Ik kom dan tot de vragen.

 

Ten eerste, wat zal u doen om de eerder gedane beloftes te respecteren? Ten tweede, hoe zal u de rust doen weerkeren in de gevangenissen? Ten derde, klopt het dat er in Brugge twintig gedetineerden op de grond moeten slapen ingevolge de gebrekkige invulling van het personeelskader, terwijl er vijftig cellen leegstaan?

 

07.02 Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Lambrecht, sedert het afsluiten van het akkoord op 30 mei 2016 rekruteerden de diensten in 2016 209 penitentiair bewakingsassistenten. Daarvan waren er 49 reeds contractueel in dienst.

 

In 2017 werden 432 personeelsleden aange­worven, waarvan er 11 reeds als contractuelen in dienst waren.

 

Momenteel lopen er nog 82 aanwervingen van bewakingsassistenten, waarvan er 3 reeds contractueel in dienst zijn. Deze 82 aanwervingen maken deel uit van een ruimer dossier van 123 aanwervingen, waarin ook 39 aanwervingen voor administratief personeel zijn opgenomen.

 

In totaal, rekening houdend met de aanwervingen voor de andere graden binnen de penitentiaire inrichtingen, zijn er 851 aanwervingen gebeurd of in het eindstadium.

 

De belangrijkste factoren die de volledige uitvoering van de afgesproken aanwervingen hebben vertraagd, zijn het weliswaar stabiele maar hoge aantal personeelsleden dat de organisatie verlaat en de lage rentabiliteit van de wervingsreserves. Ondanks het feit dat ruim twaalfduizend kandidaten werden gescreend, traden maar een 750-tal personen in dienst als PBA. Van juni 2016 tot eind 2017 verlieten ongeveer zeshonderd personeelsleden de organisatie.

 

De complexe budgettaire regels hebben onlangs ook voor enige vertraging gezorgd.

 

Tijdens het overleg met de vakbonden vanochtend heb ik hun een actieplan voor 2018 tot 2019 voorgelegd dat een meer concrete invulling geeft aan hun verzuchtingen. In navolging van dit overleg werd hun vanmiddag een aangepaste versie bezorgd van de voorstellen, opdat ze die kunnen voorleggen aan hun interne organen. De bijeenkomst verliep naar mijn aanvoelen constructief, zodat ik durf te hopen dat we het lopend sociaal conflict met een gunstig resultaat zullen kunnen beëindigen.

 

Wat de situatie in de gevangenis van Brugge betreft, kan ik bevestigen dat er momenteel twaalf gedetineerden op een matras op de grond slapen. Ik heb de goede hoop dat de engagementen die we aangaan betreffende aanwervingen op relatief korte termijn moeten toelaten deze twee afdelingen, die samen 38 cellen tellen, opnieuw te openen. Het probleem dat u aankaart, zal zich dan niet langer voordoen.

 

07.03  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik onthoud dat er constructieve gesprekken geweest zijn. We zullen afwachten of die inderdaad de onrust wegnemen.

 

Ik verneem dat in Brugge twaalf gedetineerden op een matras op de grond slapen. Dat zijn er geen twintig, maar dat zijn er wel twaalf te veel. Het gaat niet alleen over de omstandigheden van de gedetineerden in een land als België, het gaat ook over het personeel dat daardoor in veel ergere omstandigheden zijn werk moet uitoefenen.

 

Misschien heb ik het niet goed begrepen, mijnheer de minister, maar hebt u een timing wanneer die twaalf gedetineerden niet meer op de grond zullen moeten slapen en wanneer die twee afdelingen geopend worden? Spreken we hier over een aantal dagen of over een aantal maanden?

 

07.04 Minister Koen Geens: Dat zou ik aan de directeur van de gevangenis te Brugge moeten vragen. Maar zoals altijd, mevrouw Lambrecht, is het antwoord: zo snel mogelijk.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

08 Question de M. André Frédéric au ministre de la Justice sur "le système de collecte des amendes cross border" (n° 23343)

08 Vraag van de heer André Frédéric aan de minister van Justitie over "het Crossborderproject voor de inning van verkeersboetes" (nr. 23343)

 

08.01  André Frédéric (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, le 13 décembre 2017, vous répondiez à mes questions concernant les formations proposées en alternative aux perceptions immédiates, dans le contexte de l'arrivée très prochaine du système de collecte des amendes cross border. Vous m'aviez d'ailleurs rassuré, indiquant que "même en l'absence de ces arrêtés royaux, il n'y a pas de raison que le ministère public ne puisse pas faire appel aux ASBL dans le cadre d'une probation prétorienne ou d'une médiation en matière pénale".

 

Ces propos rassurants méritaient sans doute d'être relayés mais me semblent lacunaires par rapport aux craintes de systématisation des envois d'avis de perception immédiate.

 

On nous indique que le système cross border n'intègre pas, à ce stade, l'alternative au paiement de la perception immédiate, que constitue une formation. Certains membres du comité de pilotage avancent, semble-t-il, l'argument qu'en l'absence d'arrêtés royaux d'exécution, rien ne les contraint à intégrer lesdites formations au système.

 

Monsieur le ministre, qu'est-il est prévu en pratique pour que des alternatives à la perception immédiate puissent encore être proposées? Confirmez-vous que le système MaCH tiendra compte de ces alternatives et que le comité de pilotage de cross border demandera à bpost d'intégrer les formations dans les meilleurs délais, ce avant le lancement complet du système? Le temps qui a déjà été perdu se compte peut-être en vies humaines. La répression de la vitesse excessive sur les routes est non seulement une question de budget mais aussi de sécurité et de qualité de vie.

 

08.02  Koen Geens, ministre: Monsieur le président, M. Frédéric, l'article 65 de la loi sur la circulation routière prévoit, en effet, qu'une formation puisse être proposée par la police comme alternative à la perception immédiate. Les arrêtés royaux doivent encore être pris en concertation avec les différents partenaires fédéraux et régionaux afin d'appliquer ces dispositions. Il n'est donc actuellement pas possible pour la police de proposer aux contrevenants des alternatives à la perception immédiate.

 

Pour répondre à votre préoccupation, je peux néanmoins vous confirmer qu'en l'absence de ces arrêtés royaux, le ministère public conserve la faculté de faire appel aux ASBL dans le cadre de la probation prétorienne ou d'une médiation en matière pénale. Le projet cross border ne modifie en effet en rien cette compétence.

 

Le projet cross border a pour objectif de permettre une meilleure perception des amendes de roulage, l'automatisation de grande ampleur allégera la charge de travail au sein des parquets de police et permettra d'agir plus strictement à l'encontre des contrevenants étrangers ou récidivistes.

 

Le groupe de pilotage cross border m'a informé qu'une évaluation du processus d'automatisation suivra vers la fin de l'année. L'implémentation de l'article 65 de la loi sur la circulation routière fera, à ce moment, l'objet d'une attention toute particulière.

 

08.03  André Frédéric (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie. Votre réponse est sensiblement la même. Vous me direz que, depuis décembre, il ne s'est pas écoulé beaucoup de temps. On maintient là une faculté de recourir à ces formations et que, pour que ce soit une obligation ou une contrainte, il faut un arrêté royal. Quand celui-ci sera-t-il pris?

 

08.04  Koen Geens, ministre: Monsieur Frédéric, je vous prie de m'excuser. J'étais distrait.

 

08.05  André Frédéric (PS): Je disais du bien de vous et vous demandais si vous aviez une idée du moment où l'arrêté royal serait pris pour rendre cette possibilité plus contraignante.

 

08.06  Koen Geens, ministre: Dans les mois qui viennent. Dans les meilleurs délais. Monsieur Frédéric, je vous remercie d'avoir dit du bien de moi, sans que je l'entende.

 

08.07  André Frédéric (PS): C'était la raison pour laquelle je le faisais, monsieur le ministre.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

09 Question de M. André Frédéric au ministre de la Justice sur "la vacance des postes de juge de paix à Verviers et la menace des juges suppléants de ne pas organiser les élections communales" (n° 23344)

09 Vraag van de heer André Frédéric aan de minister van Justitie over "de openstaande betrekking van vrederechter in Verviers en het dreigement van de plaatsvervangende rechters om de gemeenteraadsverkiezingen niet te organiseren" (nr. 23344)

 

09.01  André Frédéric (PS): Monsieur le ministre, lors de la séance du 13 décembre de cette commission, j'ai eu l'occasion de vous interpeller sur la situation de la justice de paix de Verviers.

 

Pour rappel, le juge de paix actuel part ce jour, 31 janvier 2018, à la pension et son successeur n'a pas encore été désigné et ne le sera probablement pas avant de nombreux mois compte tenu de la longueur de la procédure. Des avocats bénévoles vont donc devoir prendre en charge les dossiers urgents. C'est, pour moi, une situation totalement inacceptable avec des conséquences directes sur le citoyen mais également pour la crédibilité de notre Justice!

 

Dans votre réponse, vous aviez évoqué la réforme des cantons judiciaires, qui aura un impact sur la redistribution des fonctions, ainsi que les différentes possibilités qui seront mises en œuvre dans l'intervalle en attendant la désignation d'un juge de paix titulaire.

 

Cette réponse, qui a été publiée, a suscité des réactions. Sur le terrain, les menaces de ne pas organiser les élections communales 2018 sont réelles et les juges de paix en place n'ont pas l'intention de prendre en main les dossiers des juges non remplacés.

 

Dans la presse de ce lundi 22 janvier, le bâtonnier de Verviers a précisé que d'ordinaire, les avocats acceptent bénévolement de remplacer des juges en cas de circonstances exceptionnelles mais que dans ce cas, il ne s'agit plus de circonstances exceptionnelles.

 

Il a également précisé que la justice étant déjà en souffrance, certains juges suppléants ont décidé qu'ils consacreraient toute l'énergie disponible à la justice et pas à l'organisation des élections, qui fait également partie de leurs tâches.

 

Monsieur le ministre, je pense qu'il est urgent de se préoccuper de l'arrondissement de Verviers.

 

Pouvez-vous me confirmer que l'annonce pour la vacance de cette place a été publiée au Moniteur belge?

 

Parmi les différentes pistes que vous envisagiez dans votre réponse du 13 décembre, lesquelles pensez-vous mettre en œuvre à partir de demain, 1er février?

 

Si la menace de ne pas organiser les élections communales d'octobre 2018 devait se confirmer, quelles solutions préconisez-vous?

 

09.02  Koen Geens, ministre: Monsieur le président, monsieur Frédéric, notamment en fonction du redécoupage des cantons judiciaires pour la loi du 25 décembre 2017, une série de vacances pour le poste de juge de paix ont récemment été publiées. Je suis en mesure de confirmer que la vacance de juge de paix pour le canton de Verviers a été publiée au Moniteur belge le 21 décembre 2017. Le délai pour introduire les candidatures a entre-temps été clôturé. Mon administration a reçu cinq candidatures; l'une d'entre elles a été retirée depuis lors.

 

Les avis relatifs aux candidats restants ont déjà été sollicités. Selon les délais légaux en vigueur, cette procédure de nomination doit déboucher, en avril, sur une proposition au ministre par le Conseil supérieur de la Justice.

 

09.03  André Frédéric (PS): Je comprends donc que le juge de paix pensionné depuis ce jour sera remplacé en avril.

 

09.04  Koen Geens, ministre: (…)

 

09.05  André Frédéric (PS): Une telle mobilisation n'est pas fréquente dans ma région, qui est habituellement une région calme. La Justice se mobilise et menace de ne pas organiser les élections communales.

 

Je ne voudrais pas qu'on nous annonce que le poste sera pourvu en avril, puis en mai, puis en juin et, finalement, l'année prochaine. Je sais qu'il vous est impossible de donner une date exacte.

 

09.06  Koen Geens, ministre: On ne peut pas vous donner la réponse au jour près, monsieur Frédéric. Mais la réponse est précise. Vu les délais de rigueur de par la législation et la Constitution, la procédure doit déboucher, en avril, sur une proposition émise par le Conseil supérieur de la Justice. Ensuite, cela prendra encore six semaines avant que je reçoive cette candidature, qui sera auparavant publiée sur le site web du Conseil supérieur. Passé ces six semaines, nous serons alors à la mi-juin. Mon administration disposera alors encore de deux mois.

 

Je ferai tout ce qui est possible pour que la nomination intervienne avant les grandes vacances.

 

09.07  André Frédéric (PS): Bien, je transmettrai votre réponse. Je vous remercie.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Vraag van mevrouw Goedele Uyttersprot aan de minister van Justitie over "de stand van zaken met betrekking tot de rechtsbijstandsverzekering" (nr. 23370)

10 Question de Mme Goedele Uyttersprot au ministre de la Justice sur "l'état de la situation en ce qui concerne l'assurance protection juridique" (n°23370)

 

10.01  Goedele Uyttersprot (N-VA): Mijnheer de minister, een rechtsbijstandsverzekering geeft verzekeringnemers het recht op een advocaat naar keuze om zich te laten bijstaan bij een gerechtelijke procedure. Veel verzekeringnemers hebben een rechtsbijstandsverzekering als aanvulling bij een andere verzekeringspolis, zoals bij autoverzekeringen of brand- en familiale verzekeringen.

 

Uit een bevraging die de OVB recent heeft gedaan blijkt nu dat slechts één op vier personen weet wat hun rechtsbijstandsverzekering inhoudt en er gebruik van maakt, terwijl ze er wel allemaal voor betalen.

 

In uw beleidsnota kondigde u aan om op korte termijn in een rechtsbijstandsverzekering te voorzien die fiscaal voordelig is en in rekening kan worden gebracht. Het is een rechtsbijstands­verzekering die niet verplicht is maar wel in de vrije keuze van advocaat voorziet, met een uitbreiding naar bouwgeschillen en echtscheiding.

 

Om te genieten van de fiscale stimulans zal de overheid bepaalde minimumvoorwaarden vast­leggen waaraan moet worden voldaan. Daarvoor heb ik een aantal vragen opgelijst, die eigenlijk allemaal op hetzelfde neerkomen, namelijk de vraag naar de stand van zaken van het dossier.

 

10.02 Minister Koen Geens: Mevrouw Uyttersprot, de algemene vergadering van de OVB heeft mij op 20 december 2017 uitgenodigd om een toelichting te geven over de stand van zaken rond de rechtsbijstandsverzekering.

 

Ik ben op deze uitnodiging ingegaan omdat de advocatuur, naast de overheid en de verzekeraars, een belangrijke partner is bij de totstandkoming van een rechtsbijstands­verzekering.

 

De bewustmakingscampagne van de OVB is een eigen initiatief van de advocatuur, dat ik ondersteun. Veel mensen hebben reeds een verzekering die rechtsbijstand bevat zonder dat zij zich daarvan bewust zijn. Het is en blijft een kerntaak van de advocaat om bij de rechtzoekende te polsen of hij al dan niet over een rechtsbijstandsverzekering beschikt.

 

Bij de totstandkoming van een nieuwe vorm van rechtsbijstandsverzekering heeft de overheid het engagement op zich genomen om het afsluiten van  deze verzekering fiscaal aantrekkelijk te maken. De regering heeft de nodige middelen hiervoor gereserveerd.

 

De wettelijke verankering van de nieuwe rechtsbijstandsverzekering is nog niet definitief vastgelegd. De komende weken wordt verder overleg gepleegd met de betrokken partijen.

 

Gelet op de diverse belangen van de verzekeraars en de advocatuur vergt het enige tijd om tot een kwalitatief goed eindresultaat te komen dat een meerwaarde kan betekenen voor de juridische gemoedsrust van elke burger. De nieuwe rechtsbijstandsverzekering heeft pas kans op slagen indien het een goed product wordt voor de rechtzoekende.

 

10.03  Goedele Uyttersprot (N-VA): Mijnheer de minister, ik ben toch wel geschrokken van het resultaat van het onderzoek van de OVB. Elke advocaat moet inderdaad polsen naar het recht op bijstand in de verzekering of het recht op bijstand via de tweedelijnsbijstand. Dat impliceert natuurlijk dat de rechtzoekende dan wel reeds naar een advocaat gaat, wat blijkbaar zeker niet altijd het geval is. Dat blijkt ook uit het gevoerde onderzoek.

 

Het is alleszins positief dat die bewustmakings­campagne is opgenomen. Mogelijk is er ook voor de verzekering een taak weggelegd om de inhoud beter te delen met de mensen die hun verzekering jaarlijks betalen maar eigenlijk niet weten waarvoor ze betalen.

 

Ik leer alleszins uit het onderzoek dat ook de nieuwe rechtsbijstandsverzekering, die breder zal zijn, alleen nuttig kan zijn wanneer men de inhoud daarvan kent. Ik hoop samen met u alleszins op een snelle doorloop van het verdere traject en dat dit mooie product gestimuleerd wordt bij de rechtzoekende.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.38 uur.

La réunion publique de commission est levée à 15.38 heures.