Opvolgingscommissie belast met het onderzoek naar de omstandigheden die hebben geleid tot de terroristische aanslagen van 22 maart 2016 in de luchthaven Brussel-Nationaal en in het metrostation Maalbeek te Brussel, met inbegrip van de evolutie en de aanpak van de strijd tegen het radicalisme en de terroristische dreiging

Commission de suivi chargée d'examiner les circonstances qui ont conduit aux attentats terroristes du 22 mars 2016 dans l'aéroport de Bruxelles-National et dans la station de métro Maelbeek à Bruxelles, y compris l'évolution et la gestion de la lutte contre le radicalisme et la menace terroriste

 

van

 

Woensdag 14 maart 2018

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 14 mars 2018

 

Après-midi

 

______

 

 


La réunion publique de commission est ouverte à 14.17 heures et présidée par M. Patrick Dewael.

De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.17 uur en voorgezeten door de heer Patrick Dewael.

 

Uitvoering van de aanbevelingen van de onderzoekscommissie "terroristische aanslagen" met betrekking tot de hulpverlening aan de slachtoffers van terroristische aanslagen. Gedachtewisseling met de heer Koen Geens, minister van Justitie, mevrouw Maggie De Block, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en de heer Steven Vandeput, minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken.

Mise en œuvre des recommandations de la commission d'enquête "attentats terroristes" concernant l'assistance aux victimes d'attentats terroristes. Echanges de vues avec M. Koen Geens, ministre de la Justice, Mme Maggie De Block, ministre des affaires sociales et de la Santé publique  et M. Steven Vandeput, ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique.

 

De voorzitter: Dames en heren, mag ik u vragen plaats te nemen. De regering was stipt op tijd. Dat merk ik graag op. Ik wil dan ook graag op tijd beginnen.

 

Ik heet u welkom in deze vergadering van onze opvolgingscommissie. Ik zal eerst even in herinnering brengen wat de bedoeling is van deze opvolgingscommissie. U weet dat vorig jaar, na het beëindigen van de werkzaamheden van de parlementaire onderzoekscommissie naar de gebeurtenissen van 22 maart 2016, onze aanbevelingen unaniem goedgekeurd zijn. Het Parlement heeft toen onmiddellijk beslist een opvolgingscommissie te installeren.

 

Misschien lijkt het evident, maar in het verleden was het niet altijd zo evident dat aanbevelingen, zeker wanneer zij unaniem worden goedgekeurd, ook worden geïmplementeerd. Ik meen dat het een goede zaak is voor onze democratie dat wij goed toezicht houden op de effectieve omzetting van aanbevelingen in de praktijk. Vandaar deze opvolgingscommissie, die de verschillende luiken van ons rapport onder de loep neemt.

 

Ik deel u mee dat wij inzake het luik over de hulpverlening een rapport gekregen hebben van de regering. Onze experts zijn dit nu aan het onderzoeken en ik heb gevraagd aan de commissarissen om na te gaan of dat rapport een getrouwe uitvoering is van wat de commissie heeft aanbevolen.

 

Vandaag komen wij tot een tweede luik, met betrekking tot de slachtoffers. Het is onnodig u te zeggen dat wij aan de vooravond staan van de tweede verjaardag van de trieste aanslagen van 22 maart 2016. Ik vind het dan ook niet meer dan logisch dat wij vandaag met de leden van de regering stilstaan bij de stand van zaken van de uitvoering van de aanbevelingen inzake dit luik.

 

Alvorens het woord te geven aan de regering, breng ik in herinnering dat wij in ons land geen systeem van subrogatie kennen zoals dat bestaat in andere landen. In dat verband verwijs ik naar het Franse systeem.

 

U weet dat onze commissie heeft aanbevolen om in de toekomst, in het geval van dergelijke aanslagen, een systeem in te voeren waarbij de overheid vergoedt, schadeloos stelt en de schade vervolgens recupereert bij verschillende instanties. Wij kennen een ander systeem. Laat het duidelijk zijn, het systeem dat wij aanbevelen voor de toekomst kan onmogelijk van toepassing zijn op de afhandeling van de huidige schadegevallen. Soms worden beide met elkaar vermengd. Er is dus een systeem dat wij op poten willen zetten in de toekomst, maar in het huidige systeem van schadeloosstelling moeten de slachtoffers zich wenden tot verschillende instanties met verschillende loketten als ik het zo mag zeggen. Ik denk bijvoorbeeld aan verzekeringsmaat­schappijen. Dat is niet altijd evident. Ik heb samen met de heer Martens, onze expert ter zake, de voorbije weken contacten gehad met de slachtofferverenigingen, van wie ik de afgevaardigden overigens begroet want zij zijn hier aanwezig.

 

Tijdens die contacten, monsieur Martens, nous avons appris qu'il y avait encore certaines difficultés.

 

Slachtoffers worden van het ene naar het andere verwezen. Er is ook de moeilijke positie van de buitenlandse slachtoffers. Ook daarover hebben we een aanbeveling gedaan. Op het ogenblik moeten we echter roeien met de riemen, die we hebben. Namens u allen wil ik de leden van de regering al een paar vragen voorleggen. Ze zullen daar wellicht op inpikken tijdens hun uiteenzetting.

 

Ten eerste, wat is de stand van zaken in verband met het unieke loket, dat we hebben aanbevolen? Er moest een uniek loket komen, zodat slachtoffers niet van het ene naar het andere moesten gaan. De slachtoffers zouden bovendien ook een referentiepersoon moeten toegewezen krijgen. Wat is de stand van zaken? Welke knelpunten zijn er eventueel nog?

 

Ten tweede wil ik de regering ook vragen hoe het zit met het aanbevolen systeem van subrogatie. Stelt u dat in uitvoering? Zijn er al teksten of ontwerpen in voorbereiding?

 

Tot slot zijn ook de buitenlandse slachtoffers belangrijk. Wij hebben principieel gesteld dat zij recht hebben op dezelfde steun als de Belgische slachtoffers. Wij maken wat dat betreft geen onderscheid. Ik verwijs naar Frankrijk en naar de Verenigde Staten, waar dat nu al bestaat. Wat is in dat verband de stand van zaken? Op welke manier wordt er rekening gehouden met de buitenlandse slachtoffers bij het uitwerken van de verschillende initiatieven?

 

Dat zijn enkele insteken, die ik heb genoteerd, toen ik met de heer Martens de slachtofferverenigingen heb gehoord. Er zijn nog vele andere. Ik stel voor dat we eerst de regeringsleden de gelegenheid bieden om elk een stand van zaken te geven. De minister van Justitie zal de spits afbijten. Daarna krijgen we de minister van Volksgezondheid, mevrouw De Block. Voorts verwelkomen wij de minister van Lands­verdediging in onze commissie, de heer Vandeput. Ik wil hun vragen om het beknopt te houden.

 

De minister van Justitie heeft een agendaprobleem. We zullen dus na de uiteenzetting in eerste orde de vragen aan de heer Geens stellen, want hij zou ons om 16 uur moeten verlaten. De vragen aan hem krijgen prioriteit.

 

Minister Koen Geens: Geachte heren experten, dames en heren collega's, de aanslagen van 22 maart 2016 hebben de geschiedenis van ons land definitief getekend. Nadien volgde helaas nog meer terreur, ook in het buitenland met Belgische slachtoffers en residenten. Die gebeurtenissen hebben diepe wonden geslagen bij ieder van ons en in het bijzonder bij de slachtoffers. Ik wil dan ook mijn korte toelichting niet anders beginnen dan met aan de slachtoffers nogmaals mijn diep medeleven uit te drukken. Wij zullen nooit vergeten welk leed hun is aangedaan.

 

De Staat heeft de morele plicht om de slachtoffers zo goed mogelijk te helpen in de moeilijke tijden, waarmee zij worden geconfronteerd. Wees ervan overtuigd dat wij – alle ministers zijn van dezelfde mening – ook echt nastreven om de slachtoffers zo goed mogelijk te helpen en dat wij inspanningen zullen blijven leveren om dat te blijven doen.

 

Om een duidelijk signaal te geven en meteen alle betrokken politieke actoren rond de tafel te brengen, werd eind juni 2017 voor de eerste maal een interfederale taskforce samengeroepen, waarbij zowel het federale als het regionale niveau werd betrokken. Het was de bedoeling om de aanbevelingen van de parlementaire onderzoeks­commissie, de uwe, nader uit te werken en om te zetten in de praktijk. Wij hebben het voorzitterschap van de taskforce op ons genomen, gelet op het belang dat wordt gehecht aan de aanbevelingen die uw commissie uitbracht.

 

Bien entendu, je suis conscient qu'il reste du travail à faire et que certains aspects doivent encore être améliorés. Toutefois, j'aimerais insister, aujourd'hui, sur le fait que la task force a au moins eu le mérite de toujours susciter une large adhésion, d'avoir entamé le dialogue et d'avoir créé une dynamique entre les différents niveaux politiques.

 

Plusieurs groupes de travail techniques se sont penchés sur les recommandations respectives de votre commission.

 

Il me semble primordial d'informer correctement les victimes. Tout repose sur une bonne communication. À cet égard, deux points d'ancrage importants, facilement accessibles pour la victime, seront dorénavant prévus.

 

Actuellement, la Chancellerie du premier ministre s'attèle à créer un site internet ciblant spécifiquement toutes les informations utiles à fournir aux victimes dans le cadre d'attentats terroristes. Au lieu de contraindre la victime à chercher les informations disséminées à divers endroits et sur plusieurs sites internet, un seul portail sera prévu. Sur ce portail, chaque thème sera expliqué brièvement mais clairement. Pour de plus amples détails, il renverra toujours au site internet du service même.

 

Cette méthode a l'avantage de charger tous les services concernés de fournir ces informations de manière exhaustive. Un site internet, géré uniquement de manière centralisée, risquerait rapidement de contenir des informations obsolètes.

 

Ten tweede, er wordt voorzien in een uniek loket, dat zal worden geïnstalleerd op het niveau van het federaal parket. De keuze om het uniek loket op het niveau van het federaal parket te leggen, heeft betrekking op het feit dat die dienst reeds vanaf het begin betrokken is bij de feiten van terrorisme, met name de acute fase. Weliswaar zal in de meest acute fase, onmiddellijk na de aanslag, een beroep worden gedaan op het noodnummer 1771, zijnde het Crisiscentrum van Binnenlandse Zaken. Vanaf de na-fase, namelijk de eerste dagen na de ramp, treedt het nieuwe uniek loket in werking. Het is daarbij natuurlijk van zeer groot belang dat informatie doorstroomt bij de overgang van de ene fase, de meest acute fase, naar de iets minder acute fase, de na-fase.

 

Met de keuze voor het federaal parket, dat vanaf het eerste moment betrokken is, is de continuïteit gegarandeerd. Ik meen dat wij op die manier ook tegemoetkomen aan de feedback, die wij ontvingen van de slachtofferverenigingen. Zij drukten de wens uit dat na een aanslag het eerste aanspreekpunt zich in elk geval op het federale niveau zou situeren.

 

Ik kom zopas terug van een interministeriële conferentie met de Vlaamse, de Franstalige en de Duitstalige ministers bevoegd voor de materie, en zij sluiten zich allemaal, unaniem en enthousiast, aan bij de idee van een uniek loket op het niveau van het federaal parket.

 

Een belangrijke overkoepelende en coördinerende functie van het federale uniek loket zal erin bestaan om van bij de aanvang van het uniek loket te garanderen dat alle hulpverlening beschikt over dezelfde informatie aangaande de wetgeving en de te volgen procedures. Gedurende de periode dat het uniek loket zijn functie vervult, zal het knelpunten kunnen detecteren, die worden ervaren door de hulpverlening, om ze vervolgens op uniforme wijze te trancheren. Ook die informatie wordt dan, vanuit de overkoepelende en coördinerende functie, doorgespeeld aan alle andere betrokken niveaus.

 

De werking van het uniek loket zal worden opgevat vanuit een front- en backoffice. Een slachtoffer zal via een algemeen nummer of een e-mailadres bij de eerste lijn, het frontoffice, terechtkomen. Het frontoffice zal waar mogelijk een antwoord bieden op bepaalde specifieke vragen en tevens het slachtoffer informeren dat hij binnen korte tijd, tussen de 24 en de 48 uur, zal worden gecontacteerd door een persoonlijke dossierbehandelaar. Dat zal meestal een lokale, regionale ambtenaar zijn.

 

Het slachtoffer kan immers een specifieke vraag hebben, die uiteindelijk ook leidt tot andere vragen of zaken waaraan hij niet heeft gedacht, en daarom zal de dossierbehandelaar hem volgen en aan hem kleven. De dossierbehandelaar kan het slachtoffer wegwijs maken en bijstaan in de verschillende te ondernemen stappen, ongeacht of die stappen zich op het federale dan wel het regionale niveau bevinden. Het uniek loket volgt op en coördineert of er daadwerkelijk contact is opgenomen door de dossierbehandelaar met het slachtoffer.

 

Als de dossierbehandelaar eenmaal contact heeft opgenomen met het slachtoffer, wordt de backoffice van het uniek loket ingeschakeld. Dat zijn de bevoegde diensten op het terrein, zowel van het federale als het regionale niveau. Vanuit de Gemeenschappen wordt opgevolgd of de dossierbehandelaar op zijn beurt de vragen van het slachtoffer kan beantwoorden of begeleiden. Doen er zich knelpunten voor, dan wordt de zaak opgenomen door het federaal uniek loket, dat de coördinatiefunctie heeft.

 

Niet alleen communicatie met de slachtoffers, maar eveneens tussen de verschillende diensten op het terrein is noodzakelijk, willen wij in de toekomst onze werkmethodes verbeteren. Een na de aanslagen vastgesteld werkpunt was dat in the heat of the moment informatie soms te partieel werd gedeeld tussen de diverse actoren. Om die reden hebben de betrokken diensten, zoals het federaal parket, de Commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden, Volksgezondheid in het kader van de nood- en interventieplannen, Slachtoffer­bejegening, Slachtofferhulp en DVI, een werkwijze afgesproken om tot een optimale informatie-uitwisseling te komen omtrent de gegevens van de slachtoffers. Er wordt voorts werk gemaakt van een informaticatool die toegankelijk en gebruiksvriendelijk is voor de belanghebbende diensten.

 

Une liste des victimes par attentat est élaborée séparément et sera centralisée au niveau du parquet fédéral, au sein de la cellule spécialisée relative aux victimes. Cette cellule est maintenue et davantage consolidée.

 

Dans un souci de cohérence, étant donné l'évolution de ce type de liste, il est opportun de créer ce guichet unique au niveau du parquet fédéral. Il a ainsi une vue complète sur de nouvelles victimes éventuelles qui se manifesteraient encore. Les personnes composant la cellule relative aux victimes sont tenues au secret de l'instruction afin de garantir suffisamment les informations sensibles soumises au secret médical et/ou aux règles de la vie privée.

 

Il importe de traiter les cas des victimes de manière transparente et d'expliquer à ces dernières, lors de leur requête ou même d'office, la raison d'établir et de partager une liste des victimes. Aucun problème ne se pose si une autorité compétente recueille et conserve des données sur les victimes dans le cadre de sa mission légale.

 

Il n'existe pas non plus de problème dans le cas où une autorité compétente partage des données relatives aux victimes avec une autre autorité, elle-même compétente pour disposer de ces données. Cependant, l'accord préalable écrit et spécifique de la victime ou des proches sera requis en vue de partager la liste des victimes avec d'autres organisations qui ne relèvent pas des pouvoirs publics et ne disposent donc pas de compétences légales.

 

Zoals daarnet reeds aangehaald, hebben terroristische aanslagen bijna steeds een internationale component, in die zin dat er vaak buitenlandse slachtoffers bij betrokken zijn of, omgekeerd, omdat er Belgen betrokken zijn bij een aanslag in het buitenland. Om ook in deze gevallen zo daadkrachtig en zo efficiënt mogelijk te kunnen handelen, werd ook hier door een technische werkgroep nagedacht over hoe het best kan worden opgetreden in de toekomst.

 

Voor buitenlandse slachtoffers van feiten gepleegd in België zal de FOD Buitenlandse Zaken het aanspreekpunt vormen in de acute fase, zoals daarstraks het crisiscentrum voor de Binnenlandse Zaken. In de nafase, enkele dagen later, zal deze rol worden opgenomen door het uniek loket, zijnde het federaal parket, dat immers onmiddellijk betrokken is.

 

Wat betreft de Belgische slachtoffers van aanslagen in het buitenland, wordt nog beter voorzien in de opleiding van het ambassadepersoneel. Voorts is het belangrijk dat ook hier de expertise van het federaal parket wordt ingezet, naast een team van experts, waaronder het DVI, het Disaster Victims Identification, dat naar het buitenland kan vertrekken om de Belgische slachtoffers bij te staan en om rechtstreeks bij de bevoegde autoriteiten informatie te vergaren die voor de slachtoffers onontbeerlijk is.

 

Tant les victimes étrangères d'un attentat commis en Belgique que les victimes belges ou résidant en Belgique d'un attentat commis à l'étranger peuvent prétendre à une intervention financière de la Commission pour l'aide financière aux victimes d'actes intentionnels de violence.

 

Lorsqu'on aborde spécifiquement le sujet de mon département, on parle évidemment de cette Commission pour l'aide financière aux victimes d'actes intentionnels de violence et des sauveteurs occasionnels. La commission réalise fort bien que le terrorisme requiert une attention particulière. Je tiens particulièrement à remercier Olivier Lauwers de s'être investi sans compter à ce sujet. Il est l'incarnation de ce que doit être l'implication de chacun dans les services qu'il rend. Pour lui, chaque dossier avait un visage, et l'a toujours. Il est remarquable de voir le nombre de personnes à qui il est venu en aide grâce à son expertise.

 

Reeds bij wet van 31 mei 2016 hebben wij de plafonds van de financiële hulp opgetrokken van 62 000 naar 125 000 euro en hebben wij de noodhulp verhoogd — dat zijn de voorschotten — tot een maximum van 30 000 euro. Het is mijn persoonlijke wens dat deze plafonds van de noodhulp in het kader van terrorisme nog kunnen worden opgetrokken. Vorige week werd de tekst van het wetsontwerp inzake de aanpassing van de commissie voor slachtoffers besproken met de regeringspartners. Voorts werden er nog enkele opmerkingen geformuleerd waaraan het kabinet van Justitie zo spoedig mogelijk tegemoet zal komen. Nadien zorgen wij ervoor dat het ontwerp zo snel mogelijk wordt omgezet in wetgeving, met de hulp van uw commissie in het Parlement.

 

Ik kan u in ieder geval meegeven dat in alle hangende dossiers zal worden voorzien in een tegemoetkoming voor de advocatenkosten, ten belope van maximaal 12 000 euro. Gelet op de bijzondere problematiek van het terrorisme, leek die extra hulp ons gerechtvaardigd.

 

De respectievelijke orden van advocaten hebben zich ertoe geëngageerd om lijsten op te stellen met advocaten die gespecialiseerd zijn in de materie van het terrorisme en de gerelateerde domeinen, zoals het verzekeringsrecht. Ook op die manier zullen de slachtoffers hopelijk van een optimale dienstverlening kunnen genieten.

 

Il est également important que la commission pour les victimes ait prévu une section distincte "terrorisme" composée de plusieurs chambres. La procédure a été allégée de manière effective afin de pouvoir procéder plus rapidement au versement de l'aide financière. Ainsi, la procédure s'effectuera en premier lieu par écrit. Durant celle-ci, les dossiers seront traités par un président siégeant seul, étant donné qu'une décision doit pouvoir être prise le plus rapidement possible. La victime de terrorisme ne devra jamais prouver l'urgence de sa demande. Elle sera automatiquement considérée.

 

Sinds haar creatie in 1985 is het uitgangspunt van de wet op de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden steeds geweest dat het gaat om een systeem van financiële hulp, voortvloeiend uit een wens van collectieve solidariteit en niet uit een vermoeden van aansprakelijkheid van de Staat. Indien het slachtoffer echter aanspraak kan maken op een vergoeding van de dader, van een burgerrechtelijk aansprakelijk persoon of van de verzekeraar, zal de commissie zich in een latere fase kunnen subrogeren of in de plaats stellen van het slachtoffer, uiteraard ten belope van de uitbetaalde hulp. Aangezien de verzekeraars in de toekomst bij terroristische aanslagen naar een veel ruimere dekking zullen evolueren, zal het mechanisme van subrogatie steeds vaker kunnen worden gebruikt.

 

U hebt vorige vrijdag vernomen dat de wetgeving inzake verzekering van terrorisme eveneens zal veranderen. Voortaan wil de wetgever alle personen die naar aanleiding van een aanslag lichamelijke letsels hebben opgelopen, laten vergoeden door de verzekeringssector. De wetgever zal niet langer de verzekering laten afhangen van de plaats waar de aanslag plaatsvond. Tot nu toe kon de regeling ertoe leiden dat een aanslag in de luchthavenhal verzekerd was, maar dat een identieke modus operandi op een publieke plaats als de Grote Markt van Brussel niet zou zijn verzekerd.

 

Evenmin zal het gebruikte middel nog relevant zijn. Het gebruik van explosieven was tot nu toe wel verzekerd, terwijl het gebruik van louter vuurwapens dat niet was.

 

Terwijl de morele schade vroeger pas na consolidatie van de kwetsuren kon worden uitbetaald, zal voortaan na één jaar sowieso tot uitbetaling worden overgegaan, waarna het slachtoffer, mocht zijn of haar toestand nadien nog verergeren, nog op bijkomende vergoedingen aanspraak kan maken.

 

Si la possibilité d'une avance majorée à 125 000 euros destinée aux victimes du terrorisme pouvait être décidée, celles-ci seraient en mesure de surmonter cette première étape douloureuse. Dans une phase ultérieure, idéalement, les assureurs seraient chargés d'intervenir financièrement. De cette manière, l'État remplirait son devoir, c'est-à-dire assister la victime lorsqu'elle en a le plus besoin.

 

Tot slot, hiermee maak ik de brug naar het geleverde werk van mijn collega's De Block en Vandeput, zal de nieuwe afdeling Terrorisme van de commissie voor de slachtoffers alle aanvragen ontvangen die betrekking hebben op het verkrijgen van het nationaal statuut voor nationale solidariteit en het herstelpensioen. Deze aanvragen kunnen zowel door Belgen en residenten als, in de toekomst, door niet-residenten kunnen worden ingediend. Het is correct dat de niet-residenten uitgesloten zijn van het toepassingsgebied van de wet op het nationaal statuut, wat door de Raad van State in overeenstemming met het Europees recht werd beoordeeld en goedgekeurd.

 

Ik ben tevreden dat Justitie de taak op zich kan nemen om ook voor deze buitenlandse slachtoffers in een gelijkwaardig statuut te voorzien, waarvan de kosten door de commissie voor de slachtoffers ten laste kunnen worden genomen.

 

Néanmoins, cette commission ne disposant pas d'une expertise médicale, c'est pourquoi nous nous efforçons encore, sur le terrain, de trouver une méthode optimale en vue de traiter uniformément ces dossiers étrangers à l'instar de la méthode employée pour les Belges et les résidents.

 

Au nom des trois ministres ici présents, lorsque j'affirme vouloir ardemment conclure des accords de coopération entre les services concernés, tels que le service des Victimes de la guerre, qui relève à présent du SPF Pensions ou plus globalement, le service des Affaires étrangères. Nous y travaillons sérieusement.

 

Ik dank u voor uw aandacht, collega's.

 

Ik meen alzo de aanbevelingen te hebben toegelicht die werden uitgewerkt door de taskforce met betrekking tot de beleidsdomeinen van Justitie. Wij hebben al belangrijk werk geleverd en zullen dat blijven doen in navolging van het belangrijke werk dat de onderzoekscommissie heeft verricht.

 

De voorzitter: Ik dank u, minister Geens, en ik geef meteen het woord aan minister De Block.

 

 Maggie De Block, ministre: Monsieur le président, cette date du 22 mars 2016 restera gravée dans notre mémoire à tout jamais. Le gouvernement s'est engagé par un acte de solidarité collectif envers les victimes et leurs proches en mettant en œuvre des mesures concrètes pour l'obtention d'indemnités et attribuer un statut de solidarité spécifique aux victimes des actes de terrorisme.

 

Une loi a été votée le 18 juillet 2017 et des amendements ont été ajoutés dans un esprit de collaboration entre l'opposition et la majorité.

 

Je cède la parole à mon collègue le ministre Vandeput compétent pour le statut de solidarité.

 

Minister Steven Vandeput: Mijnheer de voorzitter, geachte aanwezigen, als minister bevoegd voor oorlogsslachtoffers, en in navolging van 22 maart 2016 ook voor terreurslachtoffers, heb ik de afgelopen jaren steeds mijn volle steun verleend aan initiatieven die de regering heeft genomen en zal uitwerken om de terreurslachtoffers tegemoet te komen en hen te verzekeren van de steun van de Federale Staat.

 

Zo werd de maand na de aanslagen van 22 maart 2016 beslist tot de oprichting van het uniek loket en werden 12 sociaal assistenten van het toenmalige Instituut voor Veteranen - Nationaal Instituut voor Oorlogsinvaliden, Oud-strijders en Oorlogsslachtoffers ter beschikking gesteld om slachtoffers proactief op te sporen en te begeleiden, indien ze die wens uitdrukken.

 

Voorts heeft mijn kabinet op basis van de ervaring in het domein van het statuut van nationale erkentelijkheid voor de burgeroorlogsslachtoffers meegewerkt aan het opstellen van de wetgeving betreffende de invoering van het statuut van nationale solidariteit, de toekenning van een herstelpensioen en de terugbetaling van de medische zorg ten gevolge van daden van terrorisme. Ondertussen werden er in dat kader ook een aantal uitvoeringsbesluiten gerealiseerd en wordt er verder gewerkt aan de resterende uitvoeringsbesluiten.

 

Met uitvoering van de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie werd ik ook vertegenwoordigd in de interfederale taskforce voor terreurslachtoffers en meer specifiek in de werkgroep voor het uitwerken van voordelen verbonden aan de slachtofferkaart.

 

Les victimes du terrorisme qui bénéficient du statut de solidarité nationale ont été divisées en deux catégories, à savoir les victimes directes qui ont subi des dommages physiques et/ou psychologiques en raison de leur présence sur le lieu et à l'heure de l'acte de terrorisme et les victimes indirectes. Cette dernière catégorie regroupe les parents jusqu'au deuxième degré des victimes directes, y compris les cohabitants légaux et de fait, et les personnes qui peuvent démontrer un lien durable et affectif avec les victimes directes.

 

Les victimes directes ont actuellement droit à ce qui suit: le remboursement de tous les frais médicaux liés à la prise en charge des dommages subis, une pension de réparation si l'Office médico-légal établit un pourcentage d'invalidité supérieur à 10 %. Si tel est le cas, ces victimes du terrorisme bénéficient du même avantage que les victimes civiles de la guerre, c'est-à-dire une exonération fiscale pour la pension de réparation et la gratuité des transports publics. Les victimes indirectes ont droit au remboursement des frais pour soins psychologiques dans la mesure où ils concernent des troubles causés par l'acte terroriste reconnu.

 

Enfin, je voudrais donner un bref aperçu des statuts nationaux et des pensions de réparation qui ont été accordées jusqu'à présent aux victimes du terrorisme.

 

À l'heure actuelle; 611 dossiers ont été introduits par l'intermédiaire du guichet unique, dont 101 ont trait à des étrangers non résidents qui ont été victimes d'attaques reconnues par le gouvernement comme des actes de terrorisme. Seuls les dossiers des Belges et des résidents étrangers en Belgique sont traités par la cellule Victimes civiles de guerre et de terrorisme du service fédéral des Pensions et soumis pour approbation au ministre compétent pour les victimes de guerre. Les autres dossiers sont traités par la Commission pour l'aide financière aux victimes d'actes intentionnels de violence de la compétence de notre collègue de la Justice.

 

Wat de 510 dossiers betreft van Belgen en residerende buitenlanders in België, er werden 363 dossiers ingediend door rechtstreekse slachtoffers, 128 dossiers door onrechtstreekse slachtoffers en er werd aan 19 slachtoffers postuum het statuut toegekend. Voor alle 510 ingediende dossiers werden de beslissingen tot toekenning van het statuut van nationale solidariteit genotificeerd aan de slachtoffers of hun nabestaanden.

 

De kaarten van nationale solidariteit, gemaakt conform de bepalingen opgenomen in het KB van 9 januari 2018, werden samen met een begeleidingsbrief toegezonden aan de terreurslachtoffers. Voorts werden 357 aanvragen tot medische controle bezorgd aan de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst. Actueel werd door de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst voor 153 terreurslachtoffers het invaliditeitspercentage bepaald. Er werden 70 beslissingen tot toekenning van een herstelpensioen genotificeerd aan de slachtoffers. Van die beslissingen werden 40 opdrachten tot betaling overgezonden aan de Federale Pensioendienst.

 

Zoals u vaststelt, zijn er nog een aantal dossiers in behandeling bij de verschillende diensten. Alles wordt in het werk gesteld om die zo snel mogelijk af te handelen en de betreffende terreur­slachtoffers te informeren over hun lopende dossier. Hier ziet u nogmaals schematisch het aantal afgewerkte dossiers.

 

 Maggie De Block, ministre: Monsieur le président, chers collègues, les arrêtés royaux d'exécution de la loi du 18 juillet 2017 sont tous lancés dans leur trajet législatif, avant quoi les idées ont été discutées avec les associations de victimes. L'arrêté royal relatif aux modèles de cartes de solidarité a aussi été discuté et choisi avec les associations de victimes et l'arrêté royal le fixant a été publié le 22 janvier 2018. Les victimes l'ont reçue par la poste.

 

Sous la direction de ma cellule stratégique, un groupe de travail a listé les avantages actuels à la carte, comme le préconise l'enquête parlementaire, et a relevé les attentes des victimes via les deux associations de victimes. L'idée est de voir quels avantages pourraient être organisés pour favoriser la reconstruction, la résilience des victimes. On pense au sport, à la culture et autres. Ce groupe va continuer à travailler avec les entités pour voir ce qui est possible.

 

Het koninklijk besluit voor de verplaatsingskosten voor de medische kosten bevindt zich op de tafel van de minister van Begroting. De begunstigden van een herstelpensioen maken aanspraak op gratis openbaar vervoer. Sommige rechtstreekse slachtoffers kunnen echter om medische of psychische redenen het openbaar vervoer niet nemen. Daarom zal voor die slachtoffers voorzien worden in een tussenkomst voor hun vervoerskosten van en naar plaatsen waar zij moeten zijn om bijkomende zorg te krijgen.

 

Pour cet arrêté royal, nous nous sommes basés sur les interventions prévues dans la loi "assurance maladie et invalidité" pour les déplacements vers des traitements de cancers, par exemple.

 

Het koninklijk besluit met de procedurele aspecten voor de terugbetaling van de zorgverlening ligt eveneens op de tafel van de minister van Begroting. De ziekenfondsen zijn de toegangs­poort om tussenkomsten te ontvangen. Ze stellen het dossier samen en betalen de wettelijke tarieven aan het slachtoffer. Daarna bezorgen ze het dossier aan de Hulpkas, die zal tussenkomen voor de remgelden, de supplementen en de medische zorg die niet opgenomen is in de nomenclatuur.

 

Cet arrêté royal règle deux choses: premièrement, jusqu'à sa publication, le lien causal est suspendu; deuxièmement, ce qui n'a pas été remboursé par les mutuelles ou une assurance est d'office remboursé par la KMI dans une opération one shot. Ceci permet de régler un problème rencontré au niveau des mutuelles, à savoir de prouver ce lien causal avec le laps de temps écoulé.

 

Après la publication, les mutuelles seront responsables d'établir les liens causals et n'enverront à la KMI que les attestations concernées par le dommage. En effet, par leur proximité et la connaissance de la victime, les organismes assureurs sont les mieux placés pour juger.

 

Het KB over de verdeling van het pensioen tussen de verschillende rechthebbenden bevindt zich bij de Raad van State.

 

Cet arrêté a été envoyé pour avis au Conseil d'État avec une deadline fixée au 20 mars 2018.

 

Wanneer het rechtstreeks slachtoffer overlijdt wordt een herstelpensioen toegekend aan haar of zijn rechthebbenden. De rechthebbenden zijn de overlevende echtgenoot of de overlevende wettelijk of feitelijk samenwonende partner van het rechtstreeks slachtoffer, de kinderen ten laste op het ogenblik van de daad van terrorisme van het rechtstreeks slachtoffer, overleden door de terroristische daad.

 

De Koning moet bepalen hoe de pensioenen worden verdeeld, indien er meerdere rechthebbenden zijn.

 

Pour cet arrêté, nous avons tenu compte des nouvelles formes, comme les familles recomposées.

 

Over het koninklijk besluit voor de gelijkwaardigheid van de toelage voor civiele en militaire slachtoffers, dat zich ook bij de Raad van State bevindt, kan ik het volgende melden.

 

Cet arrêté royal n'est qu'une formalité pour plus de transparence sur les montants. Il ne bloque en rien les paiements, contrairement à ce qui a été dit. Il a permis d'aligner les montants des pensions militaires et ceux perçus par les victimes civiles des guerres.

 

Het laatste koninklijk besluit betreffende de bemiddelingsprocedure bevindt zich bij de Inspectie van Financiën. Het is ook de bevoegdheid van mijn collega-minister van Justitie.

 

L'arrêté royal prévoit la composition d'un organe de conciliation et la procédure. L'organe de conciliation sera compétent pour examiner des plaintes et assurer une mission de conciliation concernant les plaintes, en vue de trouver une solution.

 

De wetgever verduidelijkt uitdrukkelijk dat een vertegenwoordiger van het DG War, van de gerechtelijke geneeskundige dienst Medex en van de Commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden en aan de Occasionele Redders bij de bemiddelings­procedure betrokken moet zijn.

 

De wettelijke delegatie wordt bij amendement ingevoerd, om een soepele, snelle en niet-conflictueuze procedure te garanderen. Op die wijze kan een administratief beroep bij de arbeidsrechtbank eventueel worden vermeden en kan dus veel tijd worden uitgespaard.

 

Une autre avancée qui aura un impact clair sur les victimes est l'organisation d'une expertise médicale unique. Tous les examens auront lieu au même endroit et le même jour. Les victimes ne devront plus répéter leur histoire plusieurs fois. Cette expertise est déjà opérationnelle pour les autorités fédérales depuis le mois de janvier 2018. Nous avons également obtenu un accord de principe avec les assureurs - Assuralia et Medex -, pour poursuivre l'opérationnalisation de cette expertise unique avec les assurances.

 

À côté du statut, d'autres recommandations portent sur mon domaine de compétences et je donnerai ici un bref état des lieux.

 

Wat de hulpverlening betreft, waren de diensten na de aanslagen in Parijs van 23 november 2015 reeds begonnen met het voorbereiden van wat zou moeten worden gedaan bij een dergelijke aanslag in België. Als voorbereiding op mogelijke multisite-incidenten in ons land was het Maxi MIP reeds in opbouw op 22 maart. Het heeft op dat moment ook al zijn deugdelijkheid bewezen. In 2017 werd het geformaliseerd, wat de organisatie van de dringende geneeskundige hulpverlening bij grootschalige incidenten aanzienlijk heeft versterkt.

 

Naast de ontwikkeling van het Maxi Medisch Interventieplan (MIP) werd ook een Maxi Psychosociaal Interventieplan (PSIP) ontwikkeld dat de coördinatie van de psychosociale keten bij zeer grote incidenten beschrijft. Er wordt nog volop verder gewerkt opdat de nieuw uitgewerkte informatie verder ingeburgerd geraakt in de structuren die operationeel actief zijn binnen de psychosociale hulpverlening in de acute fase. Bovendien is er ook het werk van mijn departement, samen met de gefedereerde entiteiten, om afspraken te maken opdat er voldoende informatie doorstroomt om de nazorgfase optimaal te kunnen ondersteunen. Trouwens, niet alleen voor de psychosociale opvang van slachtoffers, maar ook voor die van hulpverleners heeft mijn departement het voorbije jaar extra werk geleverd. De confrontatie met zogenaamde oorlogsscènes voor hulpverleners vormt inderdaad een groot risico op een posttraumatisch stresssyndroom, zoals ook werd vastgesteld na de aanslagen van 22 maart 2016.

 

Aan het door de commissie aangehaalde veiligheidsprobleem door de interventie van niet of moeilijk herkenbare ziekenwagens of diensten werd door het KB betreffende uiterlijke kenmerken tegemoetgekomen. Dat KB werd ondertussen al gepubliceerd. De aanpassing en bescherming van de uiterlijke kenmerken van zowel de dringende geneeskundige hulpvoertuigen als de hulpverleners worden daarin beschreven. Ook dat was een werk dat samen met de Gemeenschappen is uitgevoerd. Ook de uitrusting van de ziekenwagens actief in de dringende geneeskundige hulpverlening is aangepast door de verdeling van extra materiaal bruikbaar bij slachtoffers van terroristische incidenten.

 

Mesdames et messieurs, je vous remercie pour votre écoute. Comme nous l'avons vu, énormément d'avancées ont été réalisées. Cependant, je m'adresse aux victimes. Je suis consciente que toutes les victimes sont encore aujourd'hui blessées et traumatisées par ces actes de terrorisme. Je sais aussi que rien ne réparera les préjudices et les souffrances qu'elles endurent. L'État belge se rend parfaitement compte des difficultés que les victimes rencontrent. Il met tout en oeuvre pour leur venir en aide et répondre adéquatement à leurs attentes.

 

Tout au long de cette année, je suis restée aussi à l'écoute des demandes, des revendications des associations de victimes pour mieux comprendre les besoins des victimes et ainsi mieux leur venir en aide, dans leur vie quotidienne, afin d'améliorer leur reconstruction.

 

Het hoeft ook gezegd, mijnheer de voorzitter, dat de aanbevelingen van de commissie door elk van de collega's binnen hun bevoegdheid ter harte werden genomen en dat wij ook heel veel samen hebben gewerkt om tot een zo goed mogelijk resultaat te komen.

 

De voorzitter: Dank u, mevrouw de minister.

 

Ik stel voor om, zoals gezegd in het begin van de vergadering, de vragenronde in twee te splitsen.

 

Je vous demande de scinder vos questions, compte tenu de l'agenda du ministre Geens.

 

Collega's, gelieve eerst de vragen aan minister Geens te stellen. Ik zal iedereen het woord geven volgens de gebruikelijke methode.

 

In een eerste ronde, voor de vragen aan minister Geens, zal ik het woord geven aan de heer Frédéric, gevolgd door de heer Pivin, de heer Dallemagne, de heer Van Hecke, mevrouw Kitir en mevrouw Van Cauter.

 

 André Frédéric (PS): Monsieur le président, je vous prie d'excuser mon arrivée tardive mais je subissais un examen médical à Saint-Luc. Le temps de venir vous retrouver, j'ai pu prendre connaissance de la majorité des informations, que l'on connaissait déjà, le gouvernement ayant communiqué samedi sur le sujet. Dès lors, j'ai un certain nombre de commentaires à émettre.

 

Je reprendrai les déclarations de la ministre, en disant que le parlement doit faire siennes les déclarations qui ont été faites par la ministre, tous groupes confondus puisque, à l'unanimité, notre commission d'enquête sur les attentats s'est penchée sur ce volet extrêmement important et sur lequel nous n'avons, selon moi, pas réagi suffisamment vite à l'époque, à savoir la prise en compte des victimes.

 

Presque deux ans plus tard, monsieur le président – et vous-même, monsieur Martens, vous avez rencontré les différentes associations – on entend encore – je le regrette, comprends la douleur et y compatis – trop de victimes dire, alors qu'elles demandaient lors des auditions à être prises par la main, à être respectées dans leur statut de "victimes", subir au quotidien des difficultés administratives terribles, devoir faire chaque jour la preuve qu'elles ont été des victimes, pour s'être simplement trouvées au mauvais moment au mauvais endroit. J'ai même entendu – et mesuré la profondeur du propos – des victimes dire: "Il y a deux ans, j'en voulais aux terroristes; aujourd'hui, j'en veux à l'État belge."

 

Nous devons donc, nous aussi, faire notre examen de conscience. Je voulais commencer par cette brève introduction, en disant qu'effectivement, je crois que chacun essaye de faire au mieux. J'ai lu aussi que nous manquions peut-être parfois, au parlement ou au gouvernement, d'expertise en la matière. Je pense que les choses évoluent mais pas suffisamment vite.

 

Je rappellerai la phrase qui m'avait frappé dans la bouche des victimes: "Le temps des politiques n'est pas le temps des victimes." Bien évidemment, le quotidien des victimes est de répondre aux difficultés qu'elles rencontrent, difficultés de santé, administratives et financières.

 

Ceci étant dit, madame et messieurs les ministres, nous devons constater que sur la base des recommandations que nous avons approuvées, il existe un certain nombre d'avancées. Je me veux positif.

 

Nous avions recommandé un guichet unique, soit un seul interlocuteur et de ne pas passer de Ponce à Pilate pour essayer d'obtenir une information. Nous retrouvons ce guichet unique avec une personne de référence qui gère l'ensemble des niveaux de pouvoir qui interviennent dans ces problématiques. La task force a bien travaillé – nous devons nous en réjouir.

 

Il en est de même pour le portail unique d'information, le site internet, la liste unique des victimes ainsi que pour la création de la section distincte dans le Fonds d'aide aux victimes d'actes intentionnels de violence. Cela ressemble à ce que nous demandions. En effet, nous demandions la mise en œuvre d'un outil semblable à ce qui est pratiqué chez nos voisins français.

 

Monsieur le ministre, si j'ai bien entendu, vous avez parlé d'une avance d'aide urgente à hauteur de 30 000 euros avec la volonté de progresser vers une somme plus importante de 125 000 euros. Vous auriez abordé le sujet avec le gouvernement. Quel est l'état de la négociation en la matière? Peut-on imaginer évoluer?

 

Nous avions imaginé, dans la mise en place de notre système en commission d'enquête, la création d'un fonds qui serait partiellement alimenté aussi par le privé directement, par les compagnies d'assurance. J'ai le sentiment que ce mécanisme n'a pas été utilisé. Chez nos voisins, il fonctionne. J'aurais voulu vous entendre à ce sujet.

 

Sur le statut national des victimes, le ministre de la Défense a parlé, si j'ai bien noté, de 70 pensions d'invalidité et de 40 ordres de paiement sur 510 dossiers. C'est concret. Si nous regardons objectivement les chiffres – et je ne jette la pierre à personne –, il reste du travail. Des gens attendent leur statut et les indemnisations qui l'accompagnent. Je vous demande, monsieur le ministre, de faire diligence en la matière.

 

J'ai encore une question dans ce premier tour en espérant ne pas abuser de mon temps de parole. Lorsque nous avons discuté de la loi de 2017, mon groupe politique avait déposé un amendement pour supprimer la disposition limitant l'octroi de la pension de dédommagement aux victimes qui se voient reconnaître une invalidité de plus de 10 %. Nous avions dit que cela serait difficile car certaines personnes sont victimes de chocs post-traumatiques; nous le voyons au quotidien. Une évaluation tombe et si on est du bon côté, le statut est accepté. Certes, il faut des références mais il conviendrait de revoir cela.

 

J'ai lu que le cabinet de la Santé publique se serait engagé – et j'emploie bien le conditionnel – à ce que toutes les victimes se voient reconnaître le taux de 10 %. Le corps médical, notamment, a réagi. Dès lors, madame la ministre, je voudrais savoir si vous confirmez cet engagement. Ensuite, comment allez-vous mettre en œuvre cette disposition? Cela me semble essentiel, d'autant plus que les associations de victimes ont poussé un cri d'alarme ces derniers jours.

 

Voilà pour le premier tour de questions, monsieur le président.

 

De voorzitter: Collega Frédéric, u had vragen aan verschillende ministers, maar minister Geens mag voor het antwoord de spits afbijten.

 

 Philippe Pivin (MR): Monsieur le président, j'étais en train de me dire que c'est terrible de devoir siéger dans une telle commission. Nous aurions préféré ne jamais devoir traiter de toutes ces questions en Belgique. Mais nous n'avons pas fait exception. Et nous avons affronté, comme d'autres avant nous, comme d'autres devront le faire après nous, des situations tout à fait exceptionnelles.

 

Il faut reconnaître, avec le recul de deux ans, que le gouvernement fédéral a pris ce problème à bras-le-corps. Face à cette situation exceptionnelle, il ne lui a pas été facile d'aborder de front toutes les problématiques générées par ces attentats. Le gouvernement a eu à cœur d'accompagner les victimes de façon étroite, complète et intense dès le lendemain des attentats. Des mesures ont été prises un mois après les attentats et encore par la suite. Nous avons entendu les ministres de la Justice, de la Défense et de la Santé évoquer ce qui a déjà été fait.

 

C'est impressionnant, au regard de la liste des recommandations que nos experts nous ont aidés à formuler dans ce gros rapport. Il est important de souligner l'ampleur de ce qui a déjà été réalisé et de ce qui est en chantier. Ce n'est pas qu'un effet d'annonce.

 

Je pense que le guichet unique est très précieux pour les victimes directes et indirectes. Il était bon d'annoncer et de mettre à disposition du parquet fédéral cette liste unique. Nous avions évoqué ces problématiques.

 

Monsieur le ministre de la Justice, comme je sais que votre temps est compté cet après-midi, je vais diriger ces questions vers vous. J'aurais voulu davantage d'explications au sujet de deux problématiques que vous avez évoquées le 9 mars dernier. D'une part, il y a l'assurance par subrogation. Cela avait fait débat à la commission. Je sais que les victimes sont attentives à ce mécanisme très particulier. Nous devons aussi y être attentifs, parce qu'il pose des problèmes délicats en droit belge et en droit international. Ce n'est pas à l'éminent juriste que vous êtes que je dois le dire. D'autre part, vous avez évoqué le mécanisme d'assurance en cascade.

 

Où en est ce dossier? Quelles avancées sont-elles envisagées dans votre agenda par rapport à l'assurance par subrogation et au mécanisme d'assurance en cascade?

 

 Meryame Kitir (sp.a): Ik dank de ministers voor hun toelichting. Wij kunnen inderdaad vaststellen dat het met verschillende zaken de goede richting uitgaat. Maar het werk is nog niet af. Dat heeft vooral te maken met de omvang van het drama, waarmee ons land werd geconfronteerd. Ik denk dat wij dan ook de nodige tijd moeten nemen om een en ander goed te doen.

 

Ik zal de vragen die de collega's hebben gesteld, niet herhalen. Alleszins vind ik het belangrijk dat de website die alle informatie verzamelt om de slachtoffers wegwijs te maken in een moeilijke periode, er komt. Informatie delen en op een plaats verzamelen zal zeer nuttig zijn, evenals het uniek loket en een persoonlijke dossierambtenaar.

 

Het is mij wel nog niet duidelijk in welke fase de persoonlijke dossierambtenaar aan bod komt. U hebt de frontoffice en de backoffice genoemd. Ik denk dat de ambtenaar die de dossiers van begin tot einde moet opvolgen, snel aan bod moet komen. Men moet toch vermijden dat iedereen opnieuw zijn of haar verhaal moet vertellen.

 

Ik ben tevreden met de stelling van de drie ministers in hun inleiding dat geen onderscheid wordt gemaakt in de verblijfplaats van de slachtoffers. Men wil de slachtoffers op een gelijke manier behandelen.

 

Er waren helaas ook Belgen slachtoffer in het buitenland. Mijnheer de minister, ik hoorde u zeggen dat er voor het personeel in de ambassades een opleiding zou volgen voor Belgen die het slachtoffer waren in het buitenland. Wie zal die opleiding geven? Op welke manier zal dat gebeuren? Zal men contact leggen met de familieleden die in België verblijven? Hoe zal die opleiding eruit zien?

 

Wij moeten dat hele proces goed nagaan. Ik herinner mij dat sommige nabestaanden telefonisch de mededeling kregen dat een familielid het slachtoffer was geweest. Wie doet de mededeling? Wie brengt de informatie over? Hoe staat men de mensen bij? Hoe zal de opleiding er dus uitzien?

 

Wat de verzekeraars betreft, er is de procedure via de commissie van financiële hulp en er is de procedure via het gerecht. Maar hoe wordt een en ander georganiseerd voor Belgen die in het buitenland slachtoffer van een terroristische aanslag zijn? Zal dat ook verlopen via de commissie van financiële hulp? Hoe worden die slachtoffers in dat proces bijgestaan?

 

 Carina Van Cauter (Open Vld): Ik wil de ministers bedanken voor de toelichting en het reeds geleverde werk. De commissie verwachtte dat er aan de slag zou zijn gegaan met de aanbevelingen. Nu stellen we vast dat dat vandaag inderdaad het geval is. Ik onthoud daarbij dat de maatregelen die zich vandaag nog in een ontwerpfase bevinden, betrekking zullen hebben op potentiële aanslagen in de toekomst. Wanneer ik de minister van Justitie hoor zeggen dat er een unieke loketfunctie op het niveau van het federale parket wordt geïnstalleerd, moet ik daaruit dan begrijpen dat dat vandaag nog niet het geval is. Zal de loketfunctie enkel operationeel gemaakt worden bij eventuele toekomstige aanslagen? Of is men hiermee vandaag al aan de slag?

 

Dat is belangrijk voor slachtoffers die vandaag op zoek moeten gaan naar een vergoeding bij onder andere verzekeraars, arbeidsongevallenverzekeraars en het slachtofferfonds voor het leed dat hen overkomen is, en niet altijd goed weten waar ze terechtkunnen.

 

De installatie van het uniek loket, waar men terechtkan en doorverwezen wordt, was een sterke aanbeveling van de commissie. Nu wordt daar ook werk van gemaakt. Het loket bepaalt ook de volgorde en de coördinatie van de hulp aan de slachtoffers.

 

Ik had dus graag een zicht op de situatie vandaag en morgen. Hoe is het vandaag voor de slachtoffers? Moeten ze zoeken of worden ze geholpen?

 

Voorts heb ik niets gehoord over de evaluatie van de schade die de slachtoffers hebben geleden. Dat is vaak een punt van discussie. Men moet zich aanbieden bij een deskundige, aangesteld door de verzekeraar. Daar ondergaat men een evaluatieonderzoek waarbij de percentages van de schade, zowel lichamelijke als niet-lichamelijke, worden bepaald. Vaak worden psychologische trauma's opgelopen, die ook tot blijvende ongeschiktheid kunnen leiden. Hoe zit het daarmee?

 

Worden slachtoffers vandaag nog altijd zowel bij de verzekeraar als bij het slachtofferfonds en eventueel ook bij de diensten met het oog op de toekenning van hun pensioen geëvalueerd? Moeten ze telkens opnieuw hun schade bewijzen aan de hand van medische verslagen en telkens opnieuw de medische controle ondergaan, om dan te discussiëren over de omvang van het letsel, al dan niet blijvend? Of heeft men dat probleem vandaag al opgelost en is er één medische expertise, die door alle "actoren" als vaststaand wordt aanvaard, om te vermijden dat mensen telkens opnieuw hetzelfde verhaal moeten doen en dezelfde bewijsstukken moeten voorleggen?

 

Dan wil ik nog even ingaan op de hulp en het slachtofferfonds. Voor de reeds bestaande noodhulp en de hulp op zich zijn bedragen vastgelegd van 30 000 en 125 000 euro. Heb ik het goed begrepen dat slachtoffers van terroristische aanslagen de dringendheid van de hulp niet meer hoeven te bewijzen? Heeft men met andere woorden onmiddellijk recht op het bedrag van 125 000 euro, indien de schade tot dat plafondbedrag bewezen wordt? Richt de overheid zich dan tot eventuele derden om tot vergoeding van de schade over te gaan? In de gevallen waar de schade van het slachtoffer de 125 000 euro overschrijdt, moet men zich dan zelf verder richten tot de eventuele verzekeraar voor de vergoeding van het restant van de schade? Hoe moet ik dat begrijpen?

 

Daarbovenop komt een andere sterke aanbeveling van de commissie. Mensen hebben nood aan bijstand. Men spreekt hier over advocatenkosten. Gaat het enkel om advocatenkosten, of is daar ook bijvoorbeeld medische expertise onder begrepen? Bijstand van een raadsgeneesheer? De evaluatie van menselijke schade is vaak een punt van discussie. Een raadsgeneesheer kost nu eenmaal ook veel geld. Ik weet niet of die kosten inbegrepen zijn, maar het zou een goede zaak zijn als die er ook onder ressorteren.

 

 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik dank de ministers voor hun toelichting. Ik stel wel vast dat die toelichting grotendeels terug te vinden is in de powerpoint­presentatie die vrijdag na de Ministerraad werd gecommuniceerd. Ik heb dan ook op basis daarvan wat vragen voorbereid.

 

In eerste instantie zal ik mij beperken tot de vragen die gericht zijn aan de minister van Justitie.

 

Mijnheer de voorzitter, collega's, ik meen dat deze commissievergadering geen dag te laat komt. Wij hebben de jongste dagen en weken via de media toch wel schrijnende verhalen gehoord van slachtoffers die echt in de penarie zitten, twee jaar na de aanslagen. Zij zitten zwaar in de problemen ondanks de vele goede intenties en aankondigingen van de regering, ondanks het feit dat het rapport inzake de slachtoffers ongeveer een jaar oud is.

 

Er zijn vele zaken beloofd en aangekondigd die er vandaag nog niet zijn. Dat moeten wij vaststellen, en dat vind ik heel jammer. Ik vind dat wij als overheid, als beleid, gefaald hebben in het geven van snelle en adequate nazorg aan de slachtoffers.

 

Op de Ministerraad van afgelopen vrijdag werd opnieuw een pak maatregelen aangekondigd; wellicht omdat 22 maart nadert en het debat weer zal opflakkeren en wellicht ook omdat men wist dat men vandaag in deze commissie verwacht werd.

 

Maar ik blijf eerlijk gezegd een beetje op mijn honger zitten wanneer ik die maatregelen zie. Op zich zijn het maatregelen die evident en goed zijn, maar vaak zijn zij nogal vaag wat de uitvoering betreft, en vooral wat de timing betreft.

 

We mogen niet vergeten dat we inderdaad twee jaar na die aanslagen zijn en dat heel veel mensen al twee jaar zitten te wachten in onduidelijkheid, in onzekerheid. Er is boosheid, er is ontgoocheling en ik begrijp dat heel goed.

 

Een paar heel concrete vragen. Men zegt nu in een afzonderlijk departement terrorisme te zullen voorzien binnen het Slachtofferfonds, met een versnelde procedure. Maar wanneer zal dat in werking treden? Is dat nog voor vandaag, of zal het nog weken of maanden duren? Men kondigt bijstand in advocatenkosten tot 12 000 euro aan. Ik sluit mij aan bij de vraag van collega Van Cauter: wat zit daaronder? Ook het aanstellen van een raadsgeneesheer is heel belangrijk, wil men de expertises goed en professioneel opvolgen. De minister heeft gezegd dat dit voor alle hangende zaken geldt, dus ook voor de slachtoffers van de aanslagen van 22 maart. Geldt dit ook voor slachtoffers van andere, eerdere terreuraanslagen die zijn opgelijst in het KB zoals Parijs, Nice, van andere zaken? Behoren die daar ook bij? Vallen zij ook onder deze maatregel?

 

Er komt een portaalsite vanaf maart. Eerlijk gezegd, een portaalsite waar men alle informatie kan vinden die nuttig is voor de slachtoffers, aankondigen twee jaar na een aanslag… Ik begrijp dat men zoiets niet op een paar dagen of weken kan maken, maar dat dit pas na twee jaar wordt aangekondigd en zal worden gerealiseerd, dat vind ik heel laat. Hetzelfde geldt voor de infobrochure voor de slachtoffers. Het is twee jaar na de aanslagen en er zal een infobrochure komen. Dat is goed en belangrijk, maar waarom moet het twee jaar duren voordat die basisinformatie kan worden gegeven aan slachtoffers die met zoveel vragen zitten van praktische aard, van juridische aard en op het vlak van sociale zekerheid en dergelijke meer?

 

Het uniek loket. Ik citeer uit de powerpointpresentatie van vorige vrijdag: “ samen met de Gemeenschappen wordt gezocht naar een uniek loket dat optimale informatieverstrekking aan de slachtoffers garandeert”. Wordt gezocht. U zegt vandaag dat het bij het federaal parket zal zijn. Die keuze is oké, het federaal parket heeft daar ervaring mee. U heeft deze morgen blijkbaar overleg gehad met de Gemeenschappen, maar ik moet hieruit afleiden dat er nog naar een uniek loket wordt gezocht. Zo staat het in de powerpoint die op de Ministerraad werd getoond. Vandaag heeft u dat gevonden. Het zit bij het federaal parket. In de powerpointpresentatie staat dat er wordt gezocht naar een loket. We zijn hier vandaag. Is dat loket vandaag open? Ik begrijp het systeem: er gebeurt iets en we installeren snel een loket in de schoot van het federaal parket. Maar wat met de slachtoffers van de aanslagen? Zal er een loket worden geopend waar ook zij terechtkunnen met de vragen waar zij vandaag nog altijd mee zitten?

 

Of is dat soms enkel een maatregel voor de toekomst, voor toekomstige aanslagen? Dat moet toch duidelijk worden want de slachtoffers wachten daarop. Hetzelfde geldt voor de persoonlijke begeleiding, de buddy, wanneer er iets gebeurt. Is dat voor de toekomst? Is dat voor slachtoffers van toekomstige aanslagen of zullen slachtoffers van de aanslagen van 22 maart, van een paar maanden later of een paar maanden vroeger – Parijs en Nice – ook gebruik kunnen maken van dat systeem?

 

Ik heb mij dat ook afgevraagd naar aanleiding van het laatste Belgische slachtoffer in New York. We hebben al die mooie aanbevelingen gedaan. Er ging een uniek loket komen, er zou een buddy zijn. Wel, heeft de familie van het slachtoffer in New York daar een beroep op kunnen doen? Stond die buddy daar een week later om de familie te begeleiden? Daar gaat het eigenlijk over. Wanneer zal dit in werking treden?

 

Ik heb veel vragen. Ik vind de maatregelen die aangekondigd zijn op zich oké maar ik heb enorm veel vragen over de toepasbaarheid. Ik wil vooral weten wanneer dit in werking zal treden en op wie het allemaal toepasbaar zal zijn. Geldt dat alleen voor de toekomst of is het ook voor wat er in het verleden is gebeurd? Daar moeten duidelijke antwoorden op komen.

 

 Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le président, je vous remercie d'avoir organisé cette réunion extrêmement importante. Nous devons suivre de près la mise en œuvre des recommandations de notre commission. Mesdames et messieurs les ministres, je suis persuadé que vous êtes des hommes et des femmes de bonne volonté, que chacun essaie de faire pour le mieux. Mais le constat est là: l'État a failli gravement dans la prise en charge des victimes des attentats terroristes.

 

Vous avez annoncé, encore aujourd'hui, toutes vos propositions au futur. En effet, tous vos verbes ont été énoncés au futur, systématiquement: "Nous allons", "dans l'avenir", "nous ferons". Nous avons entendu tous ces verbes, tous ces mots, pour l'avenir, sans aucune date. J'ai l'impression de revivre un exercice que nous vivons depuis deux ans, où des promesses sont chaque fois avancées, où des victimes se disent: "Enfin, nous sommes entendues, "enfin, les choses vont se réaliser". Aujourd'hui, elles ne croient plus à ces promesses, à ces annonces, à ces solutions. Nous devons faire ce constat collectivement aujourd'hui. Je ne pointe pas telle ou telle responsabilité individuelle. Certains ont fait de leur mieux, mais collectivement, c'est une faillite.

 

Pourtant, ce que demandaient les victimes était simple. Les propositions de questions, que notre expert M. Martens nous a préparées, sont retranscrites dans un document très accablant. M. Martens n'est pas partisan: il ne travaille pas pour tel ou tel parti ou groupe d'intérêt. Il a simplement énoncé, à travers ces interrogations, toutes les insuffisances, toutes les promesses non tenues, tout ce que nous avions recommandé et qui n'est pas réalisé aujourd'hui. Nous pourrions presque retrouver, mot pour mot, quelles étaient nos recommandations en juin 2017. Déjà, nous avions tardé à rédiger celles-ci. Il faut le dire: le Parlement ne s'était pas précipité sur ces recommandations. Nous avions mis beaucoup de temps à les élaborer et nous les retrouvons dans les questions que nous posons aujourd'hui: le guichet unique, la subrogation, le traitement équivalent de toutes les victimes, pour n'en citer que quelques-unes.

 

Dans les mesures mises en œuvre, notamment la loi que Mme De Block a présentée, nous sommes confrontés à une série de difficultés à tel point que très peu de pensions ont déjà été payées. On a parlé de 40 ordres de paiement, mais d'après mes informations, les versements effectivement payés se comptent sur les doigts d'une seule main.

 

Le remboursement des frais médicaux a été, pour la première fois, et de façon précipitée, réalisé à la fin de la semaine dernière car nous avions prévu cette réunion. Telles sont les informations en ma possession! Ces remboursements ont été payés pour la première fois à la fin de la semaine dernière.

 

La loi génère des difficultés, car il faut systématiquement objectiver le lien avec la causalité pour pouvoir bénéficier du remboursement des frais médicaux. Cela crée une situation particulière par rapport aux victimes civiles de la guerre qui ne connaissent pas cette contrainte.

 

À l'avenir et systématiquement, pour pouvoir bénéficier du remboursement des frais médicaux, ces victimes d'attentats devront démontrer qu'il y a un lien avec les attentats. Il en est de même pour les pensions.

 

Nous n'avons pas agi de la sorte pour les victimes de la guerre. Nous considérons les victimes du terrorisme de manière différente et même discriminatoire par rapport aux victimes de la guerre. Cela pose des difficultés pratiques et explique la lenteur et les obstacles de mise en œuvre de cette loi.

 

Comme vous l'avez dit, madame la ministre, il a fallu avoir recours à un arrêté royal pour suspendre cet élément de la loi. Cependant, le problème n'est toujours pas réglé.

 

Mes demandes sont simples, madame et messieurs les ministres. Je souhaiterais obtenir des dates par rapport à vos annonces. Je voudrais connaître, parmi ces annonces, celles qui concernent les victimes actuelles et celles qui concernent les victimes futures. Il demeure là une zone grise qui n'est pas éclaircie. Il ne faut pas faire de promesses aux victimes actuelles des attentats terroristes si certaines de ces mesures ne s'adressent pas à elles. Je désirerais également savoir, de la part de la ministre de la Santé, de quelle manière seront réglés les problèmes propres à la loi votée qui traite des pensions et du remboursement des frais médicaux afin que les victimes des attentats terroristes soient traitées de la même manière que les victimes civiles de guerre. À cet égard, l'absence de discrimination me paraît élémentaire

 

 Stéphane Crusnière (PS): Monsieur le président, j'aimerais apporter un petit complément aux propos et demandes de mon excellent collègue. Mon intervention concerne les victimes étrangères qui ne résident pas en Belgique.

 

Comme vous l'avez indiqué en introduction, monsieur le président, notre commission a demandé un traitement équivalent. Monsieur le ministre de la Justice, vous avez été très précis à ce sujet en signalant qu'en temps de crise, ce sont les Affaires étrangères qui constitueront le point focal.

 

Il a été question par la suite du guichet unique. J'aimerais obtenir une réponse claire et plus précise en ce qui concerne le traitement de leur dossier. Dès le moment où ces victimes viendront au guichet unique, bénéficieront-elles du même traitement que les autres victimes?

 

De voorzitter: Wij zijn door de eerste vragenronde heen. Ik geef het woord aan de minister van Justitie.

 

Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, dames en heren, collega's, natuurlijk is op een moment als dit bescheidenheid op zijn plaats. Wij moeten dus zeker en vast niet pochen over de Belgische reactie of het Belgische systeem.

 

Niettemin durf ik een paar voorafgaande opmerkingen te maken.

 

Ten eerste, zeer snel na de aanslagen hebben wij geprobeerd een aantal maatregelen op het getouw te zetten die op dat ogenblik nog niet bestonden. Sommige zijn ontwikkeld vooraleer uw commissie haar aanbevelingen heeft gedaan, andere onmiddellijk nadien.

 

Mag ik u eraan herinneren dat de plafonds voor de hulp van de commissie voor de slachtoffers onmiddellijk na de aanslagen zijn verdubbeld?

 

Mag ik u eraan herinneren dat wij zo snel als enigszins mogelijk aanslagen die in het buitenland zijn gepleegd, volledig hebben gelijkgesteld met Belgische aanslagen en dat wij bij elke aanslag opnieuw een koninklijk besluit hebben genomen, om de gelijkstelling te bewerkstelligen?

 

Mag ik u tevens eraan herinneren dat wij dat ook hebben gedaan voor aanslagen die reeds op het moment van de aanslagen in Maalbeek en Zaventem waren gepleegd, zoals bij wijze van voorbeeld de aanslag in Tunesië en nadien de aanslagen in New York en Stockholm?

 

Ten slotte, het is niet mijn materie maar ik wil toch al iets meegeven over het herstelpensioen en de medische kosten waaraan levenslang zal worden bijgedragen. De regering heeft onmiddellijk nadat uw aanbevelingen zijn gelanceerd, bij monde van collega's De Block en Vandeput haar verantwoordelijkheid genomen.

 

U bent er allemaal van in kennis dat ons land veel beleidsniveaus kent, met structuren die niet altijd de meest eenvoudige zijn en waarvoor vooral veel mensen bevoegd zijn. Ik hoef geen nadere toelichting te geven bij het statuut voor de terreurslachtoffers, in hoofdtrekken overeen­komend met dat voor de oorlogsslachtoffers. Ik meen echter dat u zich met moeite kunt voorstellen hoeveel inspanningen dat van de collega's in kwestie heeft gevraagd. Het is dus niet zo eenvoudig als het lijkt.

 

Mijnheer Frédéric, bij een vorige gelegenheid in deze commissie heb ik al een en ander uiteengezet.

 

Monsieur Frédéric, j'ai essayé d'être clair pour ce qui a été fait en France et ce qui a été fait chez nous, avant les attentats. Notamment chez nous en 2007, les choses étaient totalement différentes. En 2007, nous avons décidé que le terrorisme ne pouvait être exclu de beaucoup de polices d'assurance. Nous trouvions que c'était là un atout du système belge. Je pense ici, par exemple, à l'assureur de l'aéroport, à l'assureur de la STIB qui devraient intervenir pour la totalité des coûts relatifs aux dommages subis par la (ou les) victime(s) d'un acte de terrorisme dans le métro ou l'aéroport.

 

En France, les choses ont été réglées d'une manière tout à fait différente. Grâce à une surprime à payer sur les primes d'assurance, on a constitué un fonds. Comme je vous l'ai déjà expliqué, l'État est, à certains moments, plus rapide que certains assureurs. Le choix que nous avons fait à l'époque sur le plan de la rapidité n'était peut-être pas le plus opportun. Mais il a été fait et on doit vivre avec.

 

Toen wij de enveloppe optrokken voor noodhulp — dat is voor bevoorschotting — en voor definitieve hulp, zaten wij in een dubbel systeem. Ik wil u vragen om dat goed te begrijpen. Enerzijds is er de noodhulp, de bevoorschotting, waarbij subrogatie al mogelijk was, maar de bevoorschotting is gelimiteerd tot 30 000 euro en is dus beperkt. Anderzijds hebben wij de enveloppe verdubbeld van 62 500 naar 125 000 euro; en die is subsidiair en wordt alleen uitgekeerd wanneer er geen verzekering is of wanneer het verzekeringsplafond te laag zou zijn. Dat is de situatie die vandaag bestaat ingevolge de wijziging van de wetgeving, onmiddellijk na de aanslagen, in het voordeel van de slachtoffers.

 

Het wetsontwerp dat vandaag door de regering besproken wordt, zal ervoor zorgen dat de bevoorschotting kan worden uitgebreid. Het plafond tot hetwelk dat zal worden uitgebreid, is, zoals ik al zei, vandaag nog niet beslist, maar het is mogelijk beduidend hoger dan het huidig plafond. Of het al dan niet zal oplopen tot 125 000 euro, zullen wij moeten afspreken. In dat geval zal de Staat, voor het gehele bedrag dat bevoorschot werd, gesubrogeerd zijn op de verzekeraar. Voor alle duidelijkheid, dat is nog niet van toepassing; dat zal pas in werking treden na goedkeuring van de wet.

 

Over de werking van dat mechanisme werd al beslist in 2007. De commissie voor de schadeloosstelling van de slachtoffers stelt een advies op en het ministerie van Financiën wordt in de plaats gesteld ter uivoering van de subrogatievordering. Wij vinden dus niets volkomen nieuws uit, aangezien in de procedure al was voorzien, doch ze werd nog nooit gebruikt.

 

Ik geloof dat het substantieel optrekken van de bevoorschotting, met subrogatie, geheel in de lijn ligt van wat uw commissie heeft voorgesteld.

 

Mijnheer Van Hecke, u laat begrijpen dat het uniek loket vorige vrijdag nog niet duidelijk was. Ik zal eerlijk zijn en toegeven dat ik vorige week vrijdag zo summier mogelijk ben geweest omdat u vandaag nog zoveel mogelijk primeurs zou krijgen. Alstublieft!

 

Dat gezegd zijnde, herhaal ik dat wij op dit stuk geen vanzelfsprekend land zijn. Dat mag geen excuus zijn om niet tot degelijke oplossingen te komen. Wij proberen dat maximaal, maar het spreekt voor zich dat veel van de materies, die ter sprake komen wanneer men over schadeloosstelling van slachtoffers spreekt, persoonsgebonden zijn en dus tot het ressort van de Gemeenschappen behoren.

 

Binnen de interfederale taskforce, die Justitie het genoegen heeft om voor te zitten, was een werkgroep bezig met het uniek loket. De meningen van de verschillende actoren waren niet gelijklopend. Uiteindelijk werd geopteerd voor het federaal parket omdat het op dit moment al een zeer ruime slachtofferervaring heeft en ook een slachtoffercel die uitstekend werk levert, ook in het kader van de terreuraanslagen. Er werd ook voor het federaal parket geopteerd omdat de slachtofferverenigingen bijzonder nadrukkelijk hebben gesteld dat het bij een terreuraanslag, die de gewoonte heeft om niet te kijken naar wie precies het slachtoffer is van de terreuraanslag, niet redelijk zou zijn om hier vanuit een ander punt te vertrekken.

 

Het uniek loket van het federaal parket zal overgaan tot contactname met het niveau van de Gemeenschappen waarbij in onderling overleg, bijvoorbeeld tussen de CAW's, de Centra voor Administratief Welzijn, en het federaal parket, binnen de 24 tot 48 uur een dossierbeheerder zal worden aangesteld.

 

Dit vergt geen nieuwe wet, dit vergt alleen een draaiboek dat interfederaal in het kader van de taskforce zal worden opgesteld.

 

Wat betreft het federaal parket en de aanslagen van Maalbeek en Zaventem, voeg ik eraan toe dat het federaal parket vandaag al veel unieke loketfuncties vervult. In april met name zal door het federaal parket, samen met de betrokken onderzoeksgerechten, een slachtofferdag worden georganiseerd om de stand van zaken van het onderzoek en de slachtofferrechten samen te behandelen. Onlangs heeft het federaal parket dat ook twee keer binnen de drie maanden gedaan voor de slachtoffers van de Bende van Nijvel. Op dat stuk kunnen wij het dus alle vertrouwen geven.

 

Ik zal niet te veel spreken over de bevoegdheden van andere ministers, deels omdat zij aanwezig zijn en deels omdat ik de materie niet altijd beheers. Ik wil evenwel iets zeggen over de vorming van het ambassadepersoneel. Wij gaan ervan uit dat onmiddellijk na een aanslag, of het een buitenlandse aanslag is waarbij Belgen worden getroffen of een Belgische aanslag waarbij buitenlanders worden getroffen, voor het buitenland het eerste aanspreekpunt het ministerie van Buitenlandse Zaken zal zijn. Dit is zo natuurlijk als normaal. Het is ook op dat niveau dat die bijzondere vorming moet worden voorzien. In april 2018 wordt een basisopleiding gegeven door de diensten, onder meer door de dienst die in mijn ministerie de slachtoffers bejegent. Dat zal gebeuren tijdens de diplomatieke dagen die jaarlijks of tweejaarlijks plaatsvinden.

 

Monsieur Pivin, vous me pardonnerez de ne pas vous expliquer le système des cascades dans le domaine des assurances. En effet, c'est une question entre assureurs, pour laquelle le ministre de l'Économie est compétent. Je crois que vous devrez donc lui poser la question parce que c'est trop technique pour votre serviteur. Je m'en excuse.

 

In geval van aanslagen in het buitenland, zoals in New York, Stockholm en Venetië, is er volledige gelijkschakeling van de slachtoffers die Belg zijn of Belgisch verblijfhouder met slachtoffers van een terreuraanslag in België. Dat geldt op alle niveaus. Er is dus geen onderscheid.

 

Er was ook een belangrijke vraag met betrekking tot de inwerkingtreding. De inwerkingtreding geldt wat de advocatenkosten betreft voor alle hangende dossiers. Zodra het nieuwe wetsontwerp door het Parlement goedgekeurd is, zullen alle hangende terreurdossiers dus van die tegemoetkoming van 12 000 euro voor uiteraard te bewijzen kosten kunnen genieten voor de advocaat.

 

Het moge duidelijk zijn dat die regeling het sedert de aanslagen van Maalbeek en Zaventem opgetrokken forfait voor procedurekosten onverlet laat. Destijds bedroeg dat 3 000 euro en na de aanslagen is het opgetrokken tot 6 000 euro. Daarin kunnen bijvoorbeeld ook de kosten van een raadgever medische expertise begrepen worden, mevrouw Van Cauter.

 

En ce qui concerne l'entrée en vigueur des mesures de procédure, une chambre spécialisée de notre commission en matière d'indemnisation des victimes sera chargée de la matière relative au terrorisme. Elle appliquera une procédure urgente, pour laquelle il ne faudra pas prouver l'urgence. Cette procédure aura lieu, pour tous les dossiers pendants, à partir du moment où la nouvelle loi entrera en vigueur. Cela vaudra donc pour les victimes de terrorisme déclarées à l'heure actuelle.

 

Om te besluiten, ik weet niet of ik op alle vragen heb antwoord.

 

M. Crusnière m'a posé la question de savoir si les victimes de nationalité étrangère et résidant à l'étranger bénéficiaient de l'équivalence intégrale de traitement de leur situation par rapport aux victimes belges. C'est le but du projet d'indemnisation - pension indemnitaire et remboursement des frais médicaux -, à l'étude au sein de notre commission d'indemnisation des victimes au ministère de la Justice. Toutes les victimes seront traitées de façon équivalente.

 

Vandaag – dit hebben wij twee weken geleden al meegedeeld aan de slachtoffers; het is dus niet omdat wij u vandaag zien dat wij dat gisteren beslist hebben – vertrekt een brief ondertekend door alle ministers, naar de slachtoffers van de terreuraanslagen om hen uit te nodigen voor overleg in de maand april, op individuele basis, over alle aspecten die te maken hebben met hun financieel statuut. Het gaat dan vooral over de aspecten waarvoor de drie hier aanwezige ministers en de minister van Economie bevoegd zijn. Het gaat om alle zaken die de financiële vergoeding, hetzij door de verzekeraar, hetzij door Volksgezondheid, hetzij door Justitie, hetzij door Defensie, aangaan. Zo zullen de slachtoffers op één plaats al hun vragen over hun individuele dossier kunnen stellen aan een tafel met deskundigen die met de zaken bezig zijn.

 

Die uitnodiging is vertrokken. Enige weken geleden hebben wij daarover gesproken, toen wij de slachtofferverenigingen en de bevoegde ministers ontvangen hebben.

 

Deze bijeenkomst zal, net als de bijeenkomst met de onderzoeksrechters van het federaal parket, plaatsvinden in de loop van de maand april.

 

De voorzitter: Ik wil de commissie er niet van weerhouden u in een tweede ronde een paar vragen te stellen. Nu u nog bij ons bent, kunnen wij wat nader op een aantal dingen ingaan.

 

Ik wil vooreerst melding doen van twee gevoelens die mij systematisch hebben aangegrepen wanneer ik met slachtoffers en slachtofferverenigingen rond de tafel heb gezeten.

 

Ten eerste is er de complexiteit van onze structuren. Dat probleem moeten wij, als politici, zelf oplossen. Wij kunnen een burger, een slachtoffer, niet confronteren met het feit dat het in ons land nu eenmaal ingewikkeld, moeilijk, complex, is. Dat is zo, maar daarom luidde de noodkreet ook vanaf het eerste moment om een uniek loket te installeren, zodat het niet de slachtoffers zijn, die apart naar onder andere de overheid, de verzekeringsmaatschappijen en de verschillende ziekenfondsen moeten stappen, maar zodat de overheid die taken met begeleiding, met een buddy, overneemt.

 

Als wij inderdaad een eenvoudiger systeem willen invoeren, dan moeten wij alleszins voor de afhandeling van de bestaande schadegevallen de politieke wil en het pragmatisme aan de dag leggen om enerzijds te zorgen voor een draaiboek en anderzijds een oplossing zo goed en zo kwaad mogelijk voor de complexiteit.

 

Die kwestie werd ook telkens aangeklaagd. Naar gelang van de locatie van de aanslag – Maalbeek ligt in Brussel en Zaventem in het Vlaams Gewest – waren er verschillende regelingen. Die slachtoffers mogen daarvan geen tweede keer het slachtoffer worden.

 

Een andere zaak is de attitude van de verzekeringsmaatschappijen. Ik was minister van Binnenlandse Zaken, toen de ontploffing in Ghislenghien plaatsvond. Door al die jaren is de positie van de verzekeringsmaatschappijen ten gronde nooit gewijzigd. Op het moment dat een en ander werd gemediatiseerd, op het moment dat men ze sommeerde om iets te doen, dan gebeurde er iets. Ik heb verhalen gehoord van slachtoffers die de expertises en de vragen die werden gesteld, ondergingen en herhaaldelijk kloegen over het totaal gebrek aan psychologische aanpak. Daarover bestaat er trouwens een Europese richtlijn. Door het verhaal telkens opnieuw te moeten vertellen, wordt men telkens opnieuw met de neus op de feiten gedrukt en wordt de wonde elke keer opnieuw opengereten.

 

Dat zijn twee zaken, los van de inspanningen die zijn gebeurd en die de overheid heeft gedaan, die maken dat wij dringend werk moeten maken van een ander systeem in de toekomst. Wij mogen de mensen niet meer gijzelen, door zich te moeten richten tot verschillende loketten.

 

Mijnheer de minister, ik ben blij met uw aankondiging dat iedereen volgende maand de kans zal krijgen om zijn dossier uit te leggen. Soms vergissen de mensen zich ook. Wij mogen hun dat niet kwalijk nemen. Ik heb ook gehoord dat sommige verhalen die werden gecheckt, niet met de realiteit overeenkwamen. Dat krijgt men ook. Dat soort gesprekken en ontmoetingen kunnen alleen maar bijdragen tot een beter begrip. Dat wou ik nog even meegeven.

 

 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Ik dank de ministers voor de antwoorden.

 

De laatste aankondiging dat de slachtoffers individueel de concrete problemen waarmee ze worden geconfronteerd, kunnen komen toelichten, is heel belangrijk.

 

Ik heb nog een paar vragen ter verduidelijking. Mijnheer de minister, u hebt in verband met de vraag of het bedrag van 12 000 euro voor advocatenbijstand ook voor de raadgevende experts kan dienen, verwezen naar een andere tussenkomst ten belope van 3 000 euro, opgetrokken tot 6 000 euro. Zijn de twee bedragen complementair met elkaar?

 

Ze zijn apart, zegt u. Er is dus 6 000 euro voor de experts en 12 000 euro voor advocatenkosten. Dat is duidelijk.

 

U antwoordde tevens dat het bedrag van 12 000 euro ook voor alle hangende terreurdossiers geldt.

 

Betekent dat terreurdossiers hangende voor een Belgisch gerecht of is dat algemeen? Vallen dus bijvoorbeeld de families van de slachtoffers van de aanslagen in New York of Tunesië ook onder die regeling? Betreft het dus niet alleen een terreurdossier in België maar algemeen ook een bij koninklijk besluit erkend dossier? Is dat het criterium?

 

Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, dat is absoluut het geval. Het gaat over alle dossiers die als gelijkwaardig met terreur in België zijn erkend.

 

 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, inzake de persoonlijke begeleiding zijn vragen over de timing gesteld.

 

U hebt daarop een aantal zaken geantwoord. U antwoordde bijvoorbeeld dat wij voor een aantal zaken moeten wachten op de nieuwe goed te keuren wettekst.

 

Wanneer gaat de aangekondigde persoonlijke begeleiding in? Hebt u daarvoor een specifieke datum voor ogen?

 

Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, ik neem in acht wat u terecht hebt gesteld, namelijk dat de complexiteit van de Belgische Staat onze zaak en niet de zaak van onze burgers is.

 

Mijnheer Van Hecke, u zult het mij vergeven dat ik de vergaderingen in april met de slachtoffers, die allemaal worden aangeschreven, afwacht, opdat ik zicht krijg op wat erboven komt.

 

Wij mogen immers niet vergeten dat heel veel dossiers al in behandeling zijn en dat het niet noodzakelijk nog zinvol is om voor elk hangend dossier een dossierbehandelaar aan te stellen.

 

Het federaal parket zal bij die gelegenheid nagaan of het zinvol is voor een aantal dossiers – ik kan mij immers niet voorstellen dat het nog voor elk dossier zinvol zal zijn – in overleg met de Gemeenschappen een dossierbehandelaar aan te stellen, bijvoorbeeld voor Vlaanderen het CAB.

 

 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, dat is een belangrijke toevoeging, die ik ook wou voorstellen.

 

Uit een aantal concrete casussen zal immers blijken dat er echt nog nood aan individuele begeleiding is en dat die mogelijkheid ook onmiddellijk wordt geboden. Dat is essentieel.

 

 Georges Dallemagne (cdH): La question des délais n'est pas très claire. Quand pensez-vous que le Parlement pourra examiner le ou les textes? Plusieurs textes sont en effet prévus. C'est important.

 

Vous avez dit que l'avance pourrait être pourvue d'un plafond très élevé. On parle donc bien d'avance. Je regrette que nous ne nous situions pas dans un système tel que le système français, où une indemnisation immédiate urgente et automatique a lieu pour toutes les victimes. Ce n'est pas une avance, mais une indemnisation. Ici, il s'agit bien d'une avance, et non d'une indemnisation automatique.

 

 Koen Geens, ministre: Monsieur Dallemagne, puis-je vous interrompre? En France, il n'y a pas d'assurance. C'est important. C'est ce que j'ai expliqué. L'assurance est obligatoire. Le ministre de l'Économie a obtenu d'Assuralia que l'assurance serait même élargie. Jusqu'ici, elle était réservée aux collectivités assurées, comme la STIB ou l'aéroport de Bruxelles. En définitive, les assureurs se sont engagés à assurer tout terrorisme, peu importe où il se manifeste dans notre pays. Cela veut donc dire que, sauf dans le cas où, par hasard, le risque n'est pas couvert par l'assureur, il s'agira toujours d'avances. Elles seront cependant beaucoup plus élevées qu'à l'heure actuelle.

 

Je regrette cependant la subrogation de l'État dans les droits de la victime vis-à-vis de l'assureur. En 2007, le législateur a opté pour un système où l'assurance était obligatoire.

 

 Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le ministre, j'ai bien compris. Je pense simplement que nous aurions pu aller plus loin, au-delà des frais qui pourraient être remboursés ultérieurement par les assurances. Dans tout ce système d'assurances, nous subrogeons aux assurances et nous aurions pu indemniser de manière automatique les victimes, quels que soient les dommages encourus, comme cela se pratique dans d'autres pays.

 

 Koen Geens, ministre: Monsieur Dallemagne, nous avons aussi octroyé des forfaits, indépendamment des dommages encourus.

 

 Georges Dallemagne (cdH): Oui. Ceci montre bien qu'il est possible d'indemniser de manière forfaitaire et automatique. Cela a été effectivement fait au cas par cas, selon les situations.

 

Par rapport à ma première question, quand le parlement recevra-t-il les textes relatifs aux délais d'indemnisation?

 

 Koen Geens, ministre: Avec votre aide à tous, ce texte devrait être voté avant les grandes vacances. De mon point de vue, le texte est prêt mais il est encore discuté au sein du gouvernement. Je ne suis pas celui qui peut engager le gouvernement. Cela me semble possible en tout cas.

 

 Carina Van Cauter (Open Vld): Ik dank de minister voor de verduidelijking. Ik denk dat het belangrijk is dat de ontworpen regeling onmiddellijk van toepassing zal zijn, ook op de hangende dossiers. Over één aspect heb ik u niet gehoord. Heeft men zich binnen de interfederale taskforce ook gebogen over de evaluatie van de menselijke schade?  Hoe zou men het kunnen organiseren om dit één keer te laten gebeuren? Stel dat het Slachtofferfonds aanvaardt dat schade begroot wordt op 15% blijvende ongeschiktheid. Geldt dit dan ook voor het herstelpensioen en kan dit gebruikt worden tegenover de verzekeraar? Bestaat er een manier om te voorkomen dat slachtoffers op verschillende echelons steeds maar opnieuw moeten strijden voor de begroting en de evaluatie van de menselijke schade. Kan hier iets aan gedaan worden?

 

Minister Maggie De Block: Aangezien het gaat om de verzekeraars en het vaststellen van het percentage voor de lichamelijke en psychologische schade, is het zo dat de medische expertise objectief en onafhankelijk is. Het percentage gaat dus niet automatisch over, omdat het om een heel andere expertise gaat, namelijk een medische. Daar is wel een uniek loket gemaakt, vanaf 1 januari 2018, waar zowel de verzekeringen als Medex op één plek en op hetzelfde tijdstip de slachtoffers voor een medische expertise oproepen.

 

Als er nog geen consolidatie is, moeten zij van tijd tot tijd terugkomen, maar ook dat zal steeds samen gebeuren. Dat percentage wordt vastgesteld door een onafhankelijke beoordeling op dat moment.

 

 Carina Van Cauter (Open Vld): Dus, als er een expertise plaatsvindt door Medex, zal die ook kunnen aangewend worden om een vergoeding te krijgen van de verzekeraar?

 

Minister Maggie De Block: Ze zullen erbij zijn. Er zal een arts van Medex zijn en een arts van de verzekering.

 

 Carina Van Cauter (Open Vld): En het Slachtofferfonds?

 

Minister Maggie De Block: En het slachtoffer natuurlijk.

 

 Carina Van Cauter (Open Vld): Zodat men niet opnieuw en opnieuw …

 

Minister Maggie De Block: Neen, neen. Op dezelfde plaats, op hetzelfde moment zijn zowel het slachtoffer aanwezig als de artsen die het percentage moeten bepalen.

 

 Carina Van Cauter (Open Vld): Oké. Dank u wel.

 

 André Frédéric (PS): Monsieur le président, je voudrais simplement rebondir sur ce qu'a dit le ministre de la Justice.

 

M. Dallemagne a évoqué la notion de délai. Nous avons suffisamment insisté sur le fait de savoir si nous pouvons encore parler de situation d'urgence. Non. Deux ans se sont écoulés. On a répété et répété que notre temps n'était pas le même que celui des victimes.

 

Pour ce qui me concerne, je ne peux pas être satisfait, monsieur le ministre, quand je vous entends dire que les textes sont prêts, que vous supposez qu'ils seront votés avant l'été, mais que vous ne pouvez pas vous engager au nom du gouvernement.

 

Trois ministres importants du gouvernement sont ici présents. Si les textes sont prêts, je pense que la réponse devrait consister à dire qu'ils seront déposés rapidement. Le Conseil d'État entre, bien évidemment, en ligne de compte. Mais quand on vous entend, monsieur le ministre, on a le sentiment que l'on reporte encore toute avancée concrète, au-delà des déclarations d'intention, aux vacances d'été, voire après. C'est une réponse dont je ne peux me satisfaire.

 

De voorzitter: Dat laatste is ongetwijfeld juist. Wij moeten dat eens nagaan, ook in verband met andere onderdelen. Ik richt mij tot de regering. Als er teksten klaar zijn, kan het Parlement die dan bekijken en bespreken? Kunnen wij dan wetsvoorstellen indienen, of wetsontwerpen van de regering bespreken, welk van beide is voor mij geen punt van geloof? De vraag is hoe wij zo snel mogelijk kunnen vooruitgaan in dat legistieke proces. Met betrekking tot de aanbevelingen van de commissie die wetaanpassingen of wetwijzigingen noodzaken, kunnen wij in dialoog afspraken maken. Kan het sneller via een wetsvoorstel, dan gaan wij dat zeker bekijken.

 

Mijnheer de minister van Justitie, u mag beschikken, dat was onze afspraak.

 

Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, ik ga dat doen, ik zou dat graag in samenwerking met uw commissie kunnen doen, maar er zal steeds een dubbel spoor zijn. Er is ook de vraag van de collega's om dit, zelfs als het een wetsvoorstel is, wat ik heel graag zou hebben, te onderwerpen aan de toetsing van de Raad van State. Mocht dat met hoogdringendheid kunnen gebeuren, met veel plezier.

 

Ik moet naar de commissie voor de Justitie, waar men mij vragen wil stellen over Bastogne, dus ik heb mij om die reden daaraan niet willen onttrekken. Mijn excuses dat ik u verlaat.

 

De voorzitter: Wij hebben daarvoor begrip.

 

Mevrouw De Block en mijnheer Vandeput, er werden reeds vragen gesteld met betrekking tot uw bevoegdheden. Kunt u daarop reeds onmiddellijk ingaan. Dan kunnen wij nog bekijken wat er rest voor een eventuele tweede ronde?

 

Het woord is aan minister De Block.

 

 Maggie De Block, ministre: Monsieur le président, concernant la question de M. Frédéric quant au taux minimum de 10 % pour avoir accès à une pension de dédommagement, l'expertise médicale est objective et indépendante. Il n'y a pas de taux minimum acquis dans la loi. Le dommage doit être équivalent à au moins 10 % pour obtenir une pension à vie et cette règle se base sur le taux des victimes civiles de guerre. Le malentendu provient de la question de savoir si une victime sans dommage physique mais avec des troubles psychiques peut obtenir 10 % d'invalidité et, de la sorte, une rente viagère. La réponse a été affirmative. Mais le taux n'est pas standard. La situation est jugée au cas par cas.

 

Jusqu'à présent, la majorité des victimes directes bénéficient de taux supérieurs à 10 %. Mais lorsque cela concerne des personnes souffrant de stress post-traumatique subjectif, comme c'est le cas, par exemple, de victimes se trouvant sur les lieux mais très loin de l'endroit où l'explosion a eu lieu, il est possible que le taux soit évalué à 6 ou 8 %.

 

Il y a aussi des victimes sans dommage corporel mais ayant des lésions psychiques très graves nécessitant de lourds traitements neuro-psychiatriques et pour lesquelles le taux est évalué au-dessus des 10 %. Il n'y a pas de règle: l'évaluation est objective et individuelle.

 

Quant aux questions de M. Dallemagne par rapport au remboursement des soins par les mutuelles, il est évident que les organismes assureurs représentent la première ligne pour les victimes en ce qui concerne le remboursement des soins. Afin d'éviter le renvoi des victimes de tous côtés, il a été convenu que les organismes assureurs envoient les compléments de soins à rembourser à la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité (CAAMI).

 

Il y a quelques semaines, nous avons également constaté que certains guichetiers de mutuelles n'étaient pas au fait des droits des victimes des attentats. J'ai demandé, par courrier, au président du Collège Intermutualiste de suivre ce dossier de près afin que les victimes n'aient pas à subir une énième victimisation et de s'assurer que celles-ci recevraient une information correcte ainsi qu'un accompagnement adapté et que la coordination intermutualiste se déroulerait au mieux

 

Les cinq alliances de mutuelles ont nommé chacune un responsable, qui fait le lien entre les structures, cas par cas, quand les victimes rencontrent des problèmes.

 

De werkgroep van alle mutualiteiten heeft, samen met de Hulpkas en het RIZIV, de administratieve procedure geoptimaliseerd voor de toekomstige uitbetalingen en zal de tussenkomst organiseren voor de medische kosten uit het verleden via een one-shotoperatie.

 

Cette opération one shot signifie que le lien causal pour les victimes directes ne sera pas recherché pour elles jusqu'à la publication de l'arrêté royal. Pas moins de 87% des montants relatifs aux attestations de soins introduites auprès des mutuelles ont été remboursés aux victimes dans le cadre de la couverture sociale classique, c'est-à-dire directement.

 

La CAAMI est chargée de rembourser la différence, c'est-à-dire le ticket modérateur et le supplément. Il est exact que le ticket modérateur et les soins psychologiques ont été remboursés la semaine dernière, mais cette date est fortuite et due aux travaux de cette administration. Le remboursement aurait pu avoir lieu la semaine prochaine.

 

Les montants payés sont les suivants: 119 000 euros pour les victimes directes pour tous les soins corporels et psychologiques et 2 400 euros pour les victimes indirectes pour les soins psychologiques. Reste le supplément qui sera évoqué lors de la prochaine commission de soins le 30 mars. Ce supplément représente moins de 4 % du montant total. Nous aurons alors payé tout ce qui était dû pour le passé et nous pourrons débuter nos travaux pour le cas de nouvelles victimes.

 

En ce qui concerne la discrimination entre victimes civiles de guerre et les victimes d'attentats, la loi du 18 juillet 2017 s'est inspirée de la loi concernant les victimes civiles. Vous parlez d'une différence dans le remboursement des soins, mais il en existe de nombreuses autres. Il s'agit d'une tout autre loi, mais nous nous en sommes inspirés. C'est ainsi que nous avons inséré un statut pour les victimes indirectes, ce qui n'existe pas pour les victimes de guerre. Le remboursement des soins psychologiques a été élargi aux cohabitants légaux et de fait, ce qui n'est pas le cas des victimes de guerre.

 

Si on a suspendu le lien causal, c'est parce que les mutuelles ne pouvaient pas analyser des attestations deux ans plus tard. Mais pour l'avenir, elles acceptent de faire ce travail.

 

En ce qui concerne la preuve demandée à la victime, celle-ci devra signaler à sa mutuelle le lien avec l'attentat en faisant une simple déclaration.

 

Je rappelle qu'une expertise médicale unique est déjà opérationnelle depuis le début du mois de janvier. Certes, nous n'avons pas eu la possibilité de l'organiser pour tous ceux qui ont déjà été examinés. Nous ne pouvons agir de manière rétroactive. Nous ne devons pas recommencer tout ce qui a été fait.

 

Minister Steven Vandeput: Mijnheer de voorzitter, ik meen dat de belangrijkste vragen werden beantwoord.

 

Ik meen dat men goed moet beseffen dat, ook al is het statuut van terreurslachtoffers geïnspireerd op dat van de oorlogsslachtoffers uit het verleden, zij essentieel verschillend zijn. Mevrouw De Block heeft die verschillen reeds aangehaald. Ik wil die verschillen nogmaals onderstrepen.

 

Daarnaast wil ik nogmaals benadrukken dat alle 510 aanvragen voor het statuut van nationale solidariteit werden goedgekeurd, meegedeeld en de kaarten werden hen bezorgd. Er zijn 357 aanvragen voor invaliditeit. Ik meen dat collega De Block reeds heeft aangegeven dat het geneeskundig onderzoek dat het juiste percentage van invaliditeit moet bepalen, nu eenmaal de nodige tijd vraagt.

 

Gelet op de periode tussen het tot stand komen van de wet, de omschrijving van de aanvraag- en controleprocedure, en wat er sindsdien reeds is uitgevoerd, meen ik dat onze diensten hard hebben gewerkt. Zij hebben echter inderdaad nog steeds heel wat werk voor de boeg.

 

Les services travaillent d'arrache-pied pour réaliser le traitement de tous les dossiers le plus vite possible.

 

 Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le président, je remercie les ministres pour leurs réponses.

 

Madame la ministre, c'est vrai, la loi s'inspire de celle sur les victimes civiles de la guerre et, en même temps, on s'en éloigne à plusieurs égards. C'est d'ailleurs probablement la difficulté car on a composé une loi avec toutes sortes d'éléments disparates.

 

Vous dites qu'à certains égards, les victimes de terrorisme pourraient être mieux considérées que les victimes civiles de la guerre parce que certains parents, par exemple, pourraient être considérés comme des victimes indirectes.

 

Pour ce qui est des victimes indirectes, elles signalent beaucoup de difficultés puisque seuls les soins psychologiques ou psychosomatiques pourraient être remboursés. La notion de "maladie psychosomatique" est un problème en soi. Qu'est-ce qu'une maladie psychosomatique? Comment prouver qu'une maladie est psychosomatique? C'est une très grande difficulté, visiblement, à laquelle personne n'avait pensé mais qui est aujourd'hui sur la table.

 

À propos du lien causal, vous dites qu'à l'avenir, une simple déclaration devant les mutuelles suffira. S'agira-t-il d'une simple déclaration une fois pour toutes ou à chaque épisode de maladie ou bien pour chaque nouvelle pathologie qui se déclencherait? Aujourd'hui, la loi semble considérer qu'il faudra établir ce lien causal à chaque fois alors que, de nouveau, pour ce qui est des victimes de la guerre, c'est une fois pour toutes.

 

Il me semble qu'il faudrait soit modifier le texte, soit au moins le clarifier parce que c'est effectivement une difficulté aujourd'hui. Visiblement, quand je parle avec les différentes personnes qui sont concernées par ces problèmes, il me semble que cela restera une difficulté.

 

Dans la loi sur les victimes civiles de la guerre, les enfants juifs cachés ont souvent des taux d'invalidité reconnus comme assez élevés, bien au-dessus de 10 %. Et tant mieux pour eux, c'est une très bonne chose. Pour ce qui est des victimes indirectes, ce n'est absolument pas le cas, visiblement, ou en tout cas très rarement. Ou en tout cas, elles me disent qu'elles n'ont absolument pas accès aux bénéfices qui sont ceux, par exemple, des enfants juifs cachés. Encore une fois, tant mieux pour ces derniers! C'est bien, mais c'est vrai qu'on se demande pourquoi une victime indirecte - un papa ou une maman qui a perdu, son fils, sa fille à Zaventem ou à Maelbeek -, ne pourrait pas avoir effectivement un taux de reconnaissance d'invalidité qui soit équivalent à celui d'un enfant juif caché.

 

Je pense donc qu'il y a des difficultés importantes dans ce projet de loi. Nous aurons sans doute l'occasion d'y revenir, mais ce sont des difficultés soulevées par différents experts. Il faudra probablement envisager de simplifier les choses - sachant que c'est la volonté du gouvernement -, de clarifier les choses et d'éviter qu'il y ait une bureaucratie qui s'installe systématiquement à chaque fois qu'une victime doit frapper à la porte de la DG War Victims.

 

 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, ik heb nog een vraag over de unieke medische expertise. U hebt daarop al gedeeltelijk geantwoord via de vraag van mevrouw Van Cauter. Er werd gevraagd wie aanwezig zal zijn bij de expertise en u antwoordde daarop dat de arts van Medex, de arts van de verzekeraar en het slachtoffer aanwezig zullen zijn. Ik meende begrepen te hebben dat de twee artsen zouden beslissen, maar ik neem aan dat enkel de arts van Medex zal beslissen, maar toch niet de arts van de verzekeraar. Wij moeten immers absoluut vermijden dat de arts aangesteld door de verzekeraar mee een beslissing gaat nemen over het percentage. Dan zijn wij natuurlijk gezien. Ik kan wel begrijpen dat hij aanwezig is als raadgevend arts en eventueel, op basis van het voorverslag van de expertise, opmerkingen kan maken, maar die arts mag toch niet mee beslissen. Die indruk gaf u.

 

Minister Maggie De Block: Nee, ik heb gezegd dat het slachtoffer medisch zal worden onderzocht op hetzelfde moment en dezelfde plaats door de arts van Medex en door de arts van de verzekering. Ik heb nooit gezegd dat over de beslissing van beide artsen zal worden overlegd of dat dat dezelfde zal zijn. Zij behouden hun eigen competentie wat betreft hun opdracht, voor het verslag en voor het bepalen van het percentage. Dat blijft hun eigen beschikking, of zij werken voor Medex of voor de verzekering. U hebt misschien een stuk gemist, maar ik heb duidelijk gezegd dat de patiënt op hetzelfde moment en op dezelfde plaats zal worden onderzocht. De beslissing over het vervolg blijft hun eigen bevoegdheid.

 

 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Het is belangrijk dat het medisch onderzoek op hetzelfde moment plaatsvindt. Dat is belangrijk, want dan moet men geen twee of drie keer hetzelfde medisch onderzoek doen. Stel echter dat er een blijvende invaliditeit moet worden bepaald en de expert van Medex komt op 15 % uit. Moet de verzekeringsmaatschappij dat aanvaarden of kan zij zeggen, op basis van dezelfde expertise waar onze arts aanwezig was, dat het 8 % is? Zulke discussies zullen wij dan krijgen.

 

Minister Maggie De Block: Wij moeten daar geen akkoord over hebben. Zij gaan elk verder volgens hun wettelijke opdracht, zelfs al is dat met verschillende percentages.

 

 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Dus zij kunnen op basis van hetzelfde medisch onderzoek tot verschillende resultaten komen?

 

Minister Maggie De Block: Ja, vermits zij allebei onafhankelijk zijn en allebei hun eigen wettelijke opdracht hebben.

 

 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Ik weet niet of dit de ratio legis was van onze aanbeveling.

 

Minister Maggie De Block: Inzake de wetgeving die er nu is, moet u die vraag aan minister Peeters stellen. U kunt de verzekeringen nu geen andere tarieven laten gebruiken als deze die zij altijd gebruiken, bij elk geval voor vaststelling van medische schade. Die tarieven liggen vast en liggen zelfs Europees een beetje op dezelfde lijn. U kunt nu niet zeggen dat het bij aanslagen andere tarieven zullen zijn.

 

 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Daar gaat het niet om, ik wil geen andere tarieven. Het enige wat ik wil vermijden is dat als het slachtoffer naar de medische expertise gaat, waar er twee artsen aanwezig zijn, de ene, van Medex, uitkomt op 15 %, terwijl in het kader van bijvoorbeeld de uitoefening van de arbeidsongevallenverzekering de expert van de verzekeraar uitkomt op 8 % is. Als wij met zo'n situaties worden geconfronteerd, dan zullen de slachtoffers hier weer staan en zal het onbegrip enorm zijn. Dat zal men niet aanvaarden. Ik vind het zelf trouwens ook onbegrijpelijk. Bij het bepalen van arbeids­ongeschiktheid kunnen de experts niet op twee verschillende graden uitkomen, bijvoorbeeld de ene op 8 % en de andere op 15 %.

 

Minister Maggie De Block: Zij hebben verschillende opdrachten. Als het een arbeidsongeval is, zoals bij velen het geval is, dan zal het percentage afhangen van de capaciteit om nog te werken, als die er nog is. Wat Medex betreft, gaat het om de lichamelijke en psychologische schade die iemand heeft geleden, maar heeft dat geen betrekking op het feit wat iemands resterende capaciteit om te werken nog is. Dat is gewoon de constatering van de lichamelijke en psychologische schade van iemand. Dit staat los van wat iemands capaciteit tot werken nog is. De percentages kunnen dus niet dezelfde zijn vermits de opdracht verschillend is. In sommige gevallen is dat misschien wel zo, maar het hoeft niet zo te zijn. Zij noteren wat zij moeten noteren bij een lichamelijk en misschien een psychologisch onderzoek en zij stellen aan de patiënt de vragen die zij moeten stellen, elk op hetzelfde moment.

 

 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, kan het zijn dat zij zich allebei, elk voor zijn eigen taak, bijvoorbeeld over de datum van consolidatie moeten uitspreken?

 

Minister Maggie De Block: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van Hecke, u weet dat de consolidatie ook soms wordt bemoeilijkt door het feit dat na verloop van tijd nog aanvullende onderzoeken of, zoals bij zware slachtoffers, aanvullende ingrepen nodig zijn, waardoor de consolidatie lang op zich kan laten wachten.

 

 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): De vraag is of het kan zijn?

 

Minister Maggie De Block: Dat kan verschillen voor de mogelijkheid om nog aan het werk te gaan, voor de resterende capaciteit om nog te werken of voor de blijvende lichamelijke en psychologische schade, waarin jaren later nog veranderingen kunnen optreden.

 

De voorzitter: Mijnheer Van Hecke, u hebt alleszins ruimschoots de kans gehad uw punten te maken.

 

Indien niemand anders nog punten heeft, zou ik namens de commissie de leden van de regering willen bedanken die hun toelichting en de stand van zaken inzake de implementatie van de aanbevelingen op het vlak van de slachtoffers hebben gegeven.

 

Ik zal in overleg met u een nieuwe datum bepalen. Het is belangrijk u nog eens aan het engagement van alle commissarissen te herinneren, om het rapport van de regering over het eerste luik, zijnde de hulpverlening, te becommentariëren. Dat wil zeggen dat u aangeeft of u het aanvaardt, er bemerkingen bij hebt dan wel wil corrigeren. In voorkomend geval moet u een en ander aan het secretariaat bezorgen.

 

Dat is alleszins een punt waarop wij moeten terugkomen.

 

Uiteraard zullen wij de kwestie van de slachtoffers met nadruk blijven volgen.

 

Dat brengt ons dan stilaan bij de implementatie van alle aanbevelingen in verband met het luik Veiligheidsarchitectuur.

 

Ik zal de datum van de volgende vergadering nu nog niet vastleggen. Dat zal ik doen in overleg met de fractieleiders, in de Conferentie van voorzitters.

 

Als er geen vragen en bemerkingen meer zijn, kan ik de vergadering hierbij sluiten.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.27 uur.

La réunion publique de commission est levée à 16.27 heures.