Commissie voor de Justitie

Commission de la Justice

 

van

 

Woensdag 09 mei 2018

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 09 mai 2018

 

Après-midi

 

______

 

 


La réunion publique de commission est ouverte à 14.34 heures et présidée par M. Jean-Jacques Flahaux.

De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.34 uur en voorgezeten door de heer Jean-Jacques Flahaux.

 

Le président: Les questions jointes n° 25258 de Mme Van Cauter, n° 25263 de M. Van Hecke, n° 25277 de Mme Van Vaerenbergh et n° 25310 de Mme Lambrecht, ainsi que les questions n° 25275 et n° 25281 de Mme Lambrecht sont reportées.

 

01 Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie over "vluchtmisdrijf" (nr. 25300)

01 Question de M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice sur "les délits de fuite" (n° 25300)

 

01.01  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, deze vraag was oorspronkelijk schriftelijk ingediend, maar zij is niet tijdig beantwoord. Vandaar dat ik mij verplicht zie ze mondeling te stellen. Mijn twee volgende vragen werden vanmorgen alsnog beantwoord, waardoor ze van de agenda konden worden gehaald.

 

Het aantal ongevallen met vluchtmisdrijf zit nog steeds in de lift. De voorbije maanden, meer bepaald in de winter, hebben wij daar regelmatig voorbeelden van gezien. Dat was de aanleiding van mijn vraag. Elk jaar zijn er meer dan 4 000 ongevallen met lichamelijk letsel waarbij de dader op de vlucht slaat.

 

U werkte samen met de minister van Mobiliteit aan een wetsontwerp dat vluchtmisdrijven strenger zal aanpakken. In mijn schriftelijke vraagstelling verwees ik ernaar dat u dat ontwerp in het voorjaar aan het Parlement zou voorleggen, maar intussen is het goedgekeurd. U merkt hoe oud mijn vraag is.

 

01.02 Minister Koen Geens: (…)

 

01.03  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Misschien is dat uw tactiek, te wachten met antwoorden tot de wet is goedgekeurd.

 

Ik heb toch nog vragen waarop ik geen antwoord heb gekregen.

 

Ten eerste, hoe vaak werd een verbeurdverklaring uitgesproken bij verkeersovertredingen in 2015, 2016 en 2017? Om welke misdrijven ging het? Graag krijg ik cijfers per arrondissement. Dat is ook de reden waarom ik deze vraag schriftelijk stelde, omdat er veel cijfermateriaal bij komt kijken.

 

Ten tweede, hoeveel vluchtmisdrijven waren er in 2015, 2016 en 2017? Hoeveel daarvan met lichamelijke schade? Weet men hoe vaak dit gebeurde met een leasingwagen?

 

Ten derde, welke conclusie trekt u uit de cijfers?

 

Mijn vierde vraag, zijnde wanneer u het wets­ontwerp aan het Parlement zou voorleggen, vervalt uiteraard. Bij het indienen van de vraag was het inwinnen van deze informatie nog wel relevant.

 

01.04 Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van Hecke, ik ben het met u eens dat vluchtmisdrijf ernstig moet worden bestraft en via preventie moet worden bestreden.

 

Door het plegen van vluchtmisdrijf wil men zijn verantwoordelijkheid voor een ongeval ontlopen, en vaak ook andere misdrijven verdoezelen, zoals dronkenschap en rijden zonder rijbewijs of verzekering. Bovendien verzuimt men, in geval er gewonden zijn, de slachtoffers bij te staan en de hulpdiensten te verwittigen. Ik heb dus weinig begrip voor dit soort feiten.

 

U wees er zelf al op dat ik samen met collega Bellot door de wet van 6 maart 2018 ter verbetering van de verkeersveiligheid, het initiatief heb genomen om vluchtmisdrijf strenger te bestraffen.

 

Helaas moet ik u zeggen dat ik u geen cijfers kan geven over het aantal verbeurdverklaringen bij verkeersmisdrijven. Dat spijt mij oprecht. Er is nog een weg te gaan inzake de goede standaardisering van de beslissingen van de politie­rechtbanken.

 

Voor de andere cijfers verwijs ik graag naar het antwoord van collega Bellot op uw vraag van 11 januari 2018. Als ik mag, buiten het verslag, ik heb daarvan een kopie voor u.

 

01.05  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.

 

Wellicht heb ik de vraag aan de twee ministers gesteld omdat ik weet dat het soms tussen u beiden gaat, en ook om tijdverlies te vermijden door de vraag eerst aan de ene minister te moeten stellen en daarna aan de andere.

 

Het is effectief problematisch dat dit cijfermateriaal er niet is. Wij hebben al vaker vastgesteld dat de statistieken bij Justitie in het algemeen dramatisch zijn. Als men wil bekijken hoe vaak een verbeurdverklaring wordt uitgesproken en uitgevoerd, kan dat relevant zijn voor ons beleidsmatig werk. Wij weten echter niet of het gaat om een tiental, een honderdtal of een duizendtal per jaar. Het is jammer dat wij daar geen zicht op hebben.

 

Ik hoop dan ook dat u, misschien samen met de minister van Mobiliteit, werk kunt maken van betere statistieken van de veroordelingen, in het bijzonder inzake verkeersmisdrijven, zodat wij een beter zicht krijgen op welke straffen worden uitgesproken voor welke misdrijven. Dat kan het Parlement zeker helpen op beleidsmatig vlak.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: Les questions n° 25302 et n° 25303 de M. Van Hecke sont retirées.

 

02 Question de M. Éric Thiébaut au ministre de la Justice sur "la reconnaissance de la démilitarisation des chars de la Seconde Guerre mondiale en provenance de pays étrangers" (n° 25308)

02 Vraag van de heer Éric Thiébaut aan de minister van Justitie over "de erkenning van de in het buitenland uitgevoerde neutralisatie van tanks uit de Tweede Wereldoorlog" (nr. 25308)

 

02.01  Éric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, je vous ai interrogé il y a deux mois pour vous faire part des difficultés rencontrées par les organisateurs de reconstitutions historiques qui souhaitent faire défiler des chars étrangers équipés de vieux canons datant de la Seconde Guerre mondiale. Pour permettre la présence de ces chars, les organisateurs doivent en effet pouvoir justifier leur démilitarisation via la délivrance d'un certificat.

 

Or, en ce qui concerne les armes de la Seconde Guerre mondiale, les dispositions réglementaires actuelles ne permettent pas la reconnaissance de la neutralisation du matériel militaire effectuée dans un pays étranger. Étant donné le caractère urgent de la situation, vous m'aviez répondu que vos services examinaient les possibilités pour étendre les procédures de contrôle et trouver une solution assez rapidement.

 

Monsieur le ministre, face à l'attente des organisateurs, où en sont les discussions avec les Régions, compétentes pour les licences d'impor­tation et d'exportation d'armes? Une solution est-elle imminente? Que répondez-vous aux organisateurs qui sont impatients de pouvoir permettre la présence de chars étrangers datant de la Seconde Guerre mondiale sur le sol belge?

 

02.02  Koen Geens, ministre: Monsieur Thiébaut, en vue de discuter de cette problématique, des réunions ont eu lieu entre ma cellule stratégique, le service fédéral des armes de mon administration et certains organisateurs principaux de reconstitutions historiques de la Seconde Guerre mondiale. Un projet d'arrêté royal a été rédigé et fait actuellement l'objet de concertations avec le banc d'épreuves des armes à feu et les services compétents de la Défense. Il fera ensuite l'objet de discussions avec les Régions, compétentes pour l'importation.

 

Je ne peux vous donner plus d'informations à ce stade mais une solution concrète est en cours de recherche.

 

02.03  Éric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, je suis à moitié rassuré par votre réponse. Il semblerait qu'une solution soit en cours de finalisation mais vous ne me donnez pas de timing. Comme vous le savez, les manifestations sont nombreuses en cette année de commémoration du centenaire de la fin de la Première Guerre mondiale. Il y a vraiment urgence.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: La question n° 25369 de Mme Lahaye-Battheu est reportée.

 

03 Vraag van mevrouw Goedele Uyttersprot aan de minister van Justitie over "de problematiek van oudervervreemding" (nr. 25374)

03 Question de Mme Goedele Uyttersprot au ministre de la Justice sur "le problème de l'aliénation parentale" (n° 25374)

 

03.01  Goedele Uyttersprot (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, op 24 april 2018 wordt wereldwijd aandacht gevraagd voor de problematiek van oudervervreemding en -verstoting. Verschillende ouders die in deze situatie zitten, schreven u naar aanleiding van die dag een open brief.

 

Door de niet-naleving van het omgangsrecht en de bewuste of onbewuste manipulatie, verliezen duizenden kinderen na een scheiding het contact met een van de ouders. Soms is het terecht dat een kind een van de ouders niet meer wil zien, bijvoorbeeld na familiaal geweld. Maar vaak willen kinderen een ouder niet meer zien en dat zonder gegronde redenen. Het recht van kinderen om contact te onderhouden met beide ouders wordt hiermee onderuit gehaald. Het belang van het kind – dé toetssteen – wordt niet gediend.

 

De wetgever voorziet al in een aantal instrumenten om dit te voorkomen of beperken. Ik denk bijvoorbeeld aan een dwangsom of een correctionele veroordeling. Hiermee bereikt men echter niet het gewenste doel, namelijk contact van de ouder met het kind.

 

Het Vlaams Forum Kindermishandeling heeft de opdracht beleidsadviezen te verstrekken in de strijd tegen vechtscheidingen, in het bijzonder ook tegen ouderverstoting en -vervreemding. Er werd ook een werkgroep familierechtbanken opgericht die zich moet buigen over de problematiek van oudervervreemding. Zij zoeken een concrete aanpak, zoals noodzakelijk te nemen maatregelen en dit zowel op burgerrechterlijk, protectioneel als correctioneel vlak.

 

Ik heb de volgende vragen.

 

Wat is de stand van zaken op dit moment betreffende, enerzijds, de werkgroep familie­recht­banken en, anderzijds, de beleidsadviezen van het VFK?

 

Welke wijzigingen of instrumenten plant u nog, naast de COL 4/2006, om tegemoet te komen aan de vraag van verstoten ouders, alsook om reeds bestaande maatregelen door rechters te laten toepassen?

 

Ten slotte, hoe ziet u de samenwerking met de Gemeenschappen en de politie om de uitvoering daadwerkelijk te laten plaatsvinden?

 

03.02 Minister Koen Geens: Mevrouw Uyttersprot, ik heb inderdaad kennis kunnen nemen van de open brief waarnaar u verwijst in uw vraag. De problematiek is mij goed bekend en ik ben mij zeer bewust van de ernst en de gevoeligheid ervan.

 

Ik kan u meedelen dat de problematiek uitgebreid werd besproken met het terrein en experts in de werkgroep familierechtbanken op 8 mei 2017 en op 21 november 2017. Ik verwijs naar de processen-verbaal van die vergaderingen, die ik inmiddels aan de commissie heb bezorgd, zoals aangekondigd bij de bespreking van mijn beleidsnota. De vergaderingen hebben het onderwerp en de aanpak bespreekbaar gemaakt op het terrein. Ondertussen worden opleidingen aangeboden en expertise ontwikkeld.

 

Zoals ik reeds heb geantwoord op uw vraag van 26 april 2017, werden de aanbevelingen van het Vlaams Forum Kindermishandeling die behoren tot het domein van Justitie, wel degelijk ernstig genomen. Zo wordt er ingezet op bemiddeling, werd er een vergelijkende studie uitgevoerd met betrekking tot het horen van minderjarigen in andere landen enzovoort.

 

De problematiek van de ouderverstoting is bijzonder complex en delicaat. In de eerste plaats is het van belang om er meer inzicht in te verwerven en ik steun elk wetenschappelijk onderzoek in die zin. Mijn beleidscel heeft ook reeds een bevraging gedaan van de parketten over de toepassing van COL 4/2006. De responsgraad was eerder laag, maar uit de antwoorden is gebleken dat er vraag is naar een handleiding met criteria die toelaat om het fenomeen te identificeren. Bovendien is er vraag naar vorming, zowel wat het fenomeen betreft als de gepaste acties die kunnen worden ondernomen. Ik zal aan het College van procureurs-generaal vragen om de toepassing van de COL op dit punt te evalueren. Ik sta ook open voor alle voorstellen tot verbetering van de wetgeving, indien dat nodig zou zijn.

 

Het Vlaams Forum Kindermishandeling dat belast is met de algemene coördinatie van de uitvoering van de beleidsadviezen waarnaar u verwijst, is sinds 13 mei 2016 niet meer bijeengekomen. Justitie heeft niet langer het voorzitterschap van het Forum, maar ik zal niettemin samen met de andere betrokken actoren nagaan hoe de samenwerking met de Gemeenschappen en de politie verder op punt kan worden gesteld.

 

03.03  Goedele Uyttersprot (N-VA): Mijnheer de minister, wie een omgangsrecht niet naleeft, kan door de rechter wel worden vervolgd en veroordeeld, zowel op strafrechtelijk als op burgerrechtelijk gebied, maar dat is de theorie. In de praktijk wordt zo’n vonnis vaak niet uitgevoerd. Een ouder heeft dan wel een vonnis in de hand, maar krijgt de kinderen niet mee of niet te zien. De verhindering van een toegekend of overeen­gekomen omgangsrecht is nochtans door de wet verboden, maar in de praktijk wordt dat verbod te vaak met voeten getreden.

 

Wij zouden ook nog wetgevende initiatieven kunnen nemen. U zegt het zelf. Het Vlaams Forum Kindermishandeling heeft in 2016 een aantal beleidsadviezen gegeven, maar het forum is sindsdien jammer genoeg niet meer bijeengekomen. Dit is echt een verloren kans, zowel op het gebied van het verrichtte werk als met betrekking tot de omzetting van beleids­adviezen in wetgeving.

 

Ik denk dat we de mensen die al het slachtoffer zijn van oudervervreemding en ouderverstoting een hart onder de riem moeten steken. We moeten hen blijven ondersteunen en bekijken welke mogelijkheden er bestaan om een verstoten ouder niet opnieuw in de slachtofferrol te steken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van mevrouw Goedele Uyttersprot aan de minister van Justitie over "de business-to-consumer" (nr. 25375)

04 Question de Mme Goedele Uyttersprot au ministre de la Justice sur "le business to consumer" (n° 25375)

 

04.01  Goedele Uyttersprot (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, onbetwiste geldschulden tussen ondernemingen onderling kunnen nu ook, naast een gerechtelijke procedure, administratief ingevorderd worden via een gerechtsdeurwaarder. U gaf eerder al aan het b2b-concept te zullen evalueren en mogelijk uit te breiden naar b2c, zijnde business-to-consumer, met uiteraard extra bescherming voor de zwakkere particulieren.

 

Werd het b2b-concept al geëvalueerd? Zo ja, wat zijn de resultaten? Zo nee, is er binnenkort een evaluatie gepland?

 

Wat is de stand van zaken betreffende de uitbreiding van b2b naar b2c? Overlegt u hierover ook met uw collega minister Peeters, bevoegd voor Consumenten?

 

In welke maatregelen zult u voorzien om bij eventuele uitbreiding de zwakke consument te beschermen?

 

04.02 Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Uyttersprot, ik hoop dat wij in de zomer de evaluatie kunnen afwerken en op basis daarvan de nodige bijsturingen kunnen doen.

 

Zoals reeds werd aangegeven in de antwoorden op vorige vragen omtrent dit thema, is een verdere uitbreiding afhankelijk van deze evaluatie, die uiteraard gebeurt in overleg met minister Peeters.

 

Uiteraard hangt het antwoord op uw derde vraag af van de conclusies van de evaluatie. Ik wijs er graag op dat wij momenteel bezig zijn met de modernisering van de procedure collectieve schuldenregeling. Daarnaast bestuderen wij de kostenstructuur van de inningsprocedure van een gerechtsdeurwaarder alsook de al dan niet beslagbare goederen, ook dit in samenwerking met collega Peeters. Op die manier proberen wij de zwakke consument zoveel mogelijk te ondersteunen.

 

04.03  Goedele Uyttersprot (N-VA): Mijnheer de minister, ik noteer dat u de evaluatie van de b2b in de zomer wilt afronden en dat het b2c-verhaal afhankelijk zal zijn van de resultaten hiervan. Wij zullen op dat vlak graag met u samenwerken.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: La question n° 25340 de Mme Özen est reportée.

 

05 Vraag van mevrouw Goedele Uyttersprot aan de minister van Justitie over "het betalen van onderhoudsbijdragen door buitenlanders voor hun kinderen in België" (nr. 25376)

05 Question de Mme Goedele Uyttersprot au ministre de la Justice sur "le paiement de pensions alimentaires par des étrangers en faveur d'enfants résidant en Belgique" (n° 25376)

 

05.01  Goedele Uyttersprot (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, tijdens uw recent werkbezoek aan Marokko hebt u een akkoord gesloten waarin de verplichting tot uitkering van onderhoudsgeld geregeld wordt. Volgens ons is dat een zeer goede zaak. Wanneer één van de gescheiden ouders door een Belgische rechter veroordeeld is om onderhoudsgeld te betalen, maar ondertussen in Marokko verblijft, dan zal die ouder nu verplicht worden tot het betalen van het onderhoudsgeld aan verwanten die in België zijn achtergebleven.

 

Ik heb daarbij de volgende vragen.

 

Ten eerste, hoeveel personen die momenteel in Marokko verblijven, zijn in dit land veroordeeld tot het betalen van onderhoudsgeld?

 

Ten tweede, hoeveel kinderen, ex-partners of ouders moeten onderhoudsgeld betalen?

 

Ten derde, hoe zullen België en Marokko erop toezien dat de betaling effectief gebeurt? Welke procedure zal daarbij worden gevolgd?

 

Ten vierde, met welke landen werd al een soortgelijk akkoord gesloten?

 

Ten vijfde, zijn er landen waarmee u nog in onderhandeling bent om een dergelijk akkoord te sluiten?

 

05.02 Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Uyttersprot, wat uw eerste twee vragen betreft, ik beschik niet over cijferinformatie betreffende het aantal beslissingen uitgesproken in Marokko inzake onderhoudsverplichtingen.

 

Wat uw derde vraag betreft, ik wijs erop dat de toepassing van de gesloten overeenkomsten en protocollen het beheer van verzoeken tot erkenning of tenuitvoerlegging van beslissingen, schikkingen en authentieke akten betreffende onderhoudsvorderingen zou moeten verbeteren. Zo worden de motieven van weigering voor erkenning en tenuitvoerlegging duidelijk bepaald op een gemeenschappelijke basis voor de twee staten. In de bilaterale overeenkomst worden eveneens de documenten opgesomd die moeten worden voorgelegd in het kader van de procedure tot erkenning en tenuitvoerlegging.

 

Tot slot, bevat de overeenkomst ook bepalingen die de gerechtelijke bijstand vergemakkelijken en de legalisatie afschaffen. Deze bepalingen zullen ongetwijfeld leiden tot een sneller beheer van de dossiers en zullen bijdragen tot een betere samenwerking, die reeds tot stand werd gebracht tussen België en Marokko via het Verdrag van New York van 20 juni 1956 inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud.

 

De problematiek gelinkt aan het uitblijven van een bevredigende oplossing, die werd vastgesteld in het kader van de dossiers beheerd door de centrale autoriteiten van België en Marokko, zou moeten worden aangepakt. De verbetering van de samenwerking tussen onze twee landen in het kader van het Verdrag van New York zou moeten toelaten om een wederzijds vertrouwen tot stand te brengen dat tot nu toe nog wat uitblijft, gelet op het kleine aantal dossiers met Marokko dat de Belgische centrale autoriteit momenteel in behandeling heeft.

 

Wat uw vierde en vijfde vraag betreft, een soortgelijke overeenkomst met andere staten wordt niet overwogen, aangezien op wereldniveau staten worden aangemoedigd om het Verdrag van 's-Gravenhage te ratificeren. Op het niveau van de Europese Unie is overigens sinds juni 2011 Verordening 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 van toepassing, betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen.

 

05.03  Goedele Uyttersprot (N-VA): Ik dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Vraag van mevrouw Goedele Uyttersprot aan de minister van Justitie over "het Centraal Register Solvabiliteit" (nr. 25377)

06 Question de Mme Goedele Uyttersprot au ministre de la Justice sur "le Registre Central de la Solvabilité" (n° 25377)

 

06.01  Goedele Uyttersprot (N-VA): Mijnheer de minister, sinds 1 april 2017 is het Centraal Register Solvabiliteit in werking getreden. Hierin worden faillissementsdossiers elektronisch opgeladen, opgebouwd en bewaard. Dat zorgt voor een besparing van werk en tijd voor de curatoren en rechtbanken, enerzijds, en voor minder kosten, anderzijds.

 

Ondertussen is het Centraal Register Solvabiliteit 1 jaar in gebruik en naar aanleiding daarvan heb ik enkele vragen.

 

Ten eerste, hoe wordt het gebruik van het centraal register ervaren door de gebruikers?

 

Ten tweede, zijn er tijdens de overlegmomenten nog kinderziektes of problemen vastgesteld en zo ja, welke?

 

Ten derde, heeft de OVB over de toepassing van het centraal register opmerkingen of klachten ontvangen, waarvoor bepaalde aanpassingen zouden moeten gebeuren?

 

Ten vierde, is er ondertussen reeds een verschil merkbaar in de werklastmeting, alsook in de kosten? Dat zijn immers twee van de doel­stellingen van het centraal register.

 

06.02 Minister Koen Geens: Mevrouw Uyttersprot, behoudens enkele meldingen van kinderziektes van het systeem die, voor zover mij bekend, telkens accuraat worden aangepakt, krijg ik enkel positieve en enthousiaste feedback. Een stuurcomité met de gebruikersgroepen volgt alles van nabij verder op.

 

De belangrijkste vragen zijn vooral die naar de ontwikkeling van nieuwe functionaliteiten en digitale verbindingen met nog meer actoren. De functionaliteiten zijn het afgelopen jaar overigens nog fel uitgebreid, zodat RegSol vanaf 1 mei jongstleden de procedures van het nieuwe insolventierecht, dat op dezelfde datum in werking trad, volledig integreert. Ook die overstap is zonder veel problemen verlopen.

 

Einde juni zal de beheerder van RegSol mij een werkingsverslag afleveren, op basis waarvan ik meer nuttige informatie zal kunnen bezorgen.

 

06.03  Goedele Uyttersprot (N-VA): Mijnheer de minister, dank u voor het antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Voorzitter: Goedele Uyttersprot.

Présidente: Goedele Uyttersprot.

 

07 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre de la Justice sur "le bug informatique ayant entraîné la suppression de dossiers en cours concernant des amendes routières" (n° 25360)

07 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Justitie over "de bug waardoor lopende dossiers inzake verkeersboetes niet konden worden afgewikkeld" (nr. 25360)

 

07.01  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, il nous est revenu récemment qu’un bug informatique dans le nouveau logiciel de perception des amendes pour infractions de roulage avait, depuis le mois de mars, causé la perte de nombreux documents. En effet, nombre de personnes souhaitant payer en ligne ont reçu un message d’erreur après avoir rempli les formulaires informatisés, de sorte que la perception des montants dus a été rendue impossible. Le manque à gagner aurait déjà dépassé le million d’euros.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous faire le point sur cette affaire? Confirmez-vous qu’un problème informatique a bel et bien empêché la perception informatisée de certains paiements d’amendes?

 

Dans l’affirmative, depuis quand ce problème est-il apparu? A-t-il déjà été réglé? Si oui, depuis quand? Quelle en était la nature exacte?

 

Des mesures doivent-elles être prises pour éviter ce type de problème à l’avenir?

 

Quel est le nombre de dossiers ayant posé problème? Quel est le montant total du manque à gagner?

 

07.02  Koen Geens, ministre: Monsieur Flahaux, le 28 mars, conjointement avec mes collègues Jambon et Bellot, j'ai lancé la deuxième phase de l'important projet Crossborder.

 

Dès le départ, nous étions tous conscients que chaque projet informatique de grande ampleur peut connaître des maladies de jeunesse et qu'il convient d'y remédier, le cas échéant.

 

Vous faites référence à un bug informatique sur le site web des amendes de roulage, qui ne permettait plus aux contrevenants de s'en acquitter. Depuis le début du projet Crossborder, un contrôle systématique de la qualité de sa mise en œuvre est assuré par le groupe de projet intégré. Celui-ci se compose de collaborateurs issus de différentes administrations et fournis­seurs et est chargé de contrôler minutieusement la qualité des processus output. Il s'attelle quotidiennement à gérer d'éventuels problèmes informatiques ou des difficultés susceptibles d'apparaître dans le processus. Tous les problèmes détectés sont traités systématiquement et le plus rapidement possible. Ce groupe de projet m'a informé ne pas être au courant du problème que vous soulevez.

 

Le site web amendesroutieres.be prévoit la possibilité de payer avec Visa, MasterCard et Maestro. Sur la lettre que le citoyen reçoit figure également un code QR, qui facilite le paiement de l'amende par le contrevenant grâce à son application bancaire mobile. Même si le citoyen est confronté à des problèmes de paiement sur le site internet, il lui est toujours loisible de s'acquitter de son amende en exécutant un virement classique.

 

Par conséquent, si le site web présente un problème informatique, les autres possibilités de paiement permettent au citoyen de liquider facilement son amende et nous assure de ne pas accuser de perte de revenus.

 

07.03  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse.

 

Je n'ai pas de remarque à ajouter et prends donc acte avec satisfaction de ce que vous m'avez indiqué.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.02 uur.

La réunion publique de commission est levée à 15.02 heures.