Commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt

Commission de l'Intérieur, des Affaires générales et de la Fonction publique

 

van

 

Woensdag 20 juni 2018

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 20 juin 2018

 

Matin

 

______

 

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.08 uur en voorgezeten door de heer Brecht Vermeulen.

La réunion publique de commission est ouverte à 10.08 heures et présidée par M. Brecht Vermeulen.

 

01 Question de Mme Nawal Ben Hamou au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les plaintes reçues par le point de contact 'Kafka'" (n° 25181)

01 Vraag van mevrouw Nawal Ben Hamou aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de door het contactpunt kafka.be ontvangen klachten" (nr. 25181)

 

01.01  Nawal Ben Hamou (PS): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, sous la législature précédente, votre prédécesseur, le secrétaire d’État Chastel avait étendu, dans le cadre de la politique de simplification administrative, le point de contact Kafka, chargé de recueillir les plaintes relatives aux charges administratives inutiles.

 

Où en est-on aujourd’hui? Ce point de contact est-il toujours fonctionnel? Si oui, combien de plaintes a-t-il traitées au cours de cette législature? Dans le cas contraire, quelles sont les voies à la disposition des citoyens et des entreprises pour relayer vers les pouvoirs publics les questions pouvant faire l’objet d’une simplification?

 

01.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Madame Ben Hamou, je vous renvoie à la réponse que j'ai donnée le 16 février dernier à la question écrite n° 1229 de M. Brecht Vermeulen.

 

En guise de complément, je peux encore signaler que, jusqu'au mois dernier, 22 signalements néerlandophones – mais aucune plainte francophone – avaient été enregistrés par le site kafka.be. Ce site devrait disparaître dans un avenir proche pour céder la place au nouveau point de contact Only Once.

 

Par ailleurs, les particuliers et les entreprises pourront toujours continuer à transmettre leurs propositions de simplification à l'adresse mail: dav@premier.fed.be ou asa@premier.fed.be. 

 

01.03  Nawal Ben Hamou (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je ne manquerai pas de lire la réponse que vous avez communiquée à mon cher collègue. Je reviendrai ultérieurement vous interroger. 

 

Le président: Madame Ben Hamou, je peux vous fournir tous les documents souhaités.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

02 Questions jointes de

- Mme Nawal Ben Hamou au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'état d'avancement du plan 'only once'" (n° 25182)

- M. Brecht Vermeulen au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'application du principe de collecte unique 'only once'" (n° 26218)

02 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Nawal Ben Hamou aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de voortgang van het only-onceplan" (nr. 25182)

- de heer Brecht Vermeulen aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de toepassing van het eenmaligheidsbeginsel (only once)" (nr. 26218)

 

Présidente: Gwenaëlle Grovonius.

Voorzitter: Gwenaëlle Grovonius.

 

02.01  Nawal Ben Hamou (PS): Monsieur le secrétaire d'État, on le sait, la mise en œuvre du principe Only Once au sein des administrations publiques représente un enjeu d'importance pour la simplification administrative, tant au bénéfice des pouvoirs publics que des usagers, qui peuvent ainsi se dispenser de frais inutiles consacrés à des démarches administratives. Où en est-on dans la réalisation du plan d'action initié le 2 octobre 2014? Quels éléments de ce plan restent-ils encore à réaliser? Je vous remercie pour le tableau que vous voudrez bien en dresser.

 

02.02  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, sinds 1 januari 2016 zijn, met uitvoering van de only-oncewetgeving van 5 mei 2014, alle federale overheidsdiensten verplicht de beschikbare gegevens te hergebruiken en elektronische en papieren formulieren volledig gelijk te schakelen.

 

In uw beleidsnota van 19 oktober 2017 onderstreepte u dat de implementatie van de only-oncewetgeving een belangrijke prioriteit vormt voor de Dienst Administratieve Vereenvoudiging. Een van de acties van de DAV bestaat erin de gegevensontsluiting en het gebruik van authentieke bronnen te bevorderen. Op het moment worden vooral het Rijksregister, de Kruispuntbank van Ondernemingen en authentieke bronnen in het KSZ-netwerk gebruikt.

 

Daarnaast voorziet de DAV ook in vier ondersteunende initiatieven om de implementatie te bevorderen. De wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging wordt uitgewerkt en wetten en genummerde koninklijke besluiten worden aangepast om te voldoen aan de only-onceprincipes. Samen met de FOD BOSA wordt de digitalisering van formulieren door het gebruik van intelligent web forms gepromoot. Er worden voorts bijkomende databronnen geïdentificeerd en opportuniteiten inzake hergebruik geëvalueerd. Ten slotte wordt er een only-onceklachtenformulier ter beschikking gesteld voor burgers en ondernemingen.

 

Mijnheer de staatssecretaris, kunt u, ten eerste, meedelen wat de stand van zaken is van de vier punten die ik heb opgesomd?

 

Mocht het nog niet gebeurd zijn, wat is, ten tweede, de timing voor de uitrol van de ondersteunende initiatieven?

 

Ten derde, is er voor 2018 al een voortgangsrapport van de only-once-implementatie opgesteld door de DAV? Zo ja, wat waren de belangrijkste conclusies?

 

Ten vierde en ten slotte, worden de best practices van de sociale parastatale instellingen die nagenoeg in regel zijn met het only-onceprincipe gebruikt voor andere overheidsdiensten die minder ver staan in het proces?

 

02.03  Theo Francken, secrétaire d'État: Honorables membres, j'ai demandé à mes services de préparer un rapport sur l'état d'avancement du programme Only Once et sur les problèmes restants. Cette note sera prochainement soumise à l'approbation du Conseil des ministres et contiendra entre autres une liste des projets Only Once réalisés. Une fois que cette note aura été approuvée par le Conseil des ministres, je ne manquerai pas de vous la transmettre.

 

Het dossier ligt momenteel voor advies bij de IF. Daarna zal het, mits akkoord over de begroting, worden geagendeerd op de Ministerraad. Om de digitalisering van het formulier te versnellen werd een strategische samenwerking met de DAV, het DG DT en de FOD BOSA opgestart.

 

Hierbij wordt gebruikgemaakt de G-cloudservice Intelligent Web Forms. Deze service maakt de invulling vooraf van formulieren met gegevens uit authentieke bronnen mogelijk. Ter ondersteuning hiervan heeft de DAV een tool ontwikkeld die toelaat het besparingspotentieel verbonden aan het digitaliseren van bepaalde formulieren met IWF in cijfers te vatten.

 

De DAV wijst in haar activiteiten de federale instellingen op de verplichting zich aan te sluiten op en gebruik te maken van de gegevens beschikbaar in de verschillende authentieke bronnen, door gebruik te maken van de diensten van de dienstenintegratoren KSZ en Digitale Transformatie. Dit geldt in het bijzonder voor de bufferdatabank waarin informatie wordt bijgehouden die vaak wordt gebruikt als basis voor de automatische toekenning van rechten.

 

De DAV voert daarnaast strategische projecten uit om te komen tot een verdere ontsluiting van authentieke bronnen en een actiever gebruik van de voor de implementatie van de only-onceprincipes nuttige G-clouddiensten, zoals de toepassing Register as a Service en de IWF-module.

 

Op 15 juni werd een vernieuwd meldpunt gelanceerd: www.vereenvoudiging.be/onlyonce. Deze nieuwe site vervangt het kafkameldpunt.

 

Zoals blijkt uit het antwoord op voorgaande vragen, zijn alle initiatieven met betrekking tot het only-oncemeldpunt afgerond. Op 15 juni 2018 is er een nota opgesteld en goedgekeurd door de Ministerraad inzake de tussentijdse rapportering van het only-onceprogramma. De belangrijkste conclusie van dit voortgangsrapport was dat de implementatie van de only-oncewet moeizaam en traag verloopt. Om de implementatie te versnellen heb ik aan de Ministerraad voorgesteld om de DAV de opdracht te geven om ten aanzien van overheidsdiensten die in gebreke blijven, zelf voorstellen te doen tot vereenvoudiging en aanpassing van regelgeving, formulieren en administratieve procedures die in strijd zijn met de only-onceprincipes.

 

Wij kunnen inderdaad stellen dat het only-onceprincipe reeds in zeer ruime mate geïmplementeerd is in de sociale sector en in de communicatie en ondersteuning van de andere overheidsdiensten. Dat brengt dat in de implementatie van de only-onceprincipes regelmatig daarnaar wordt verwezen door de DAV.

 

La présidente: Monsieur le secrétaire d'État, puis-je vous demander de lire vos réponses un tout petit peu moins vite, car c'est compliqué pour l'interprétation?

 

02.04  Nawal Ben Hamou (PS): Monsieur le secrétaire d'État, dans votre introduction, vous disiez qu'un rapport serait soumis au Conseil des ministres. Quand précisément?

 

02.05  Theo Francken, secrétaire d'État: Aussi vite que possible.

 

02.06  Nawal Ben Hamou (PS): Avant ou après les vacances?

 

02.07  Theo Francken, secrétaire d'État: J'espère que ce sera avant.

 

02.08  Nawal Ben Hamou (PS): Pour le reste, je relirai et j'analyserai vos réponses avec attention car vous parliez beaucoup trop vite. Je reviendrai ensuite avec d'autres questions.

 

02.09  Brecht Vermeulen (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord dat inderdaad technisch was, maar toch een aantal zaken blootlegt.

 

Ten eerste, ik heb me er steeds over verwonderd hoe het kon dat telkens cijfers werden gegeven van de besparingen die door de toepassing van de Dienst Administratieve Vereenvoudiging werden gecreëerd. U hebt nu echter verwezen naar de tool die is ontwikkeld en waarin het besparingspotentieel in cijfers is uitgewerkt. De gegevens zullen natuurlijk grotendeels theoretisch zijn. Ze geven niettemin een indicatie.

 

Ten tweede, het vernieuwde meldpunt in plaats van kafka.be heb ik ondertussen ook al vernomen.

 

Voor mij is iets anders belangrijk. Administratieve vereenvoudiging is een zaak die altijd zal blijven doorgaan. Vroeger dachten wij dat wij heel snel en plotseling alle kafkaiaanse toestanden zouden oplossen. Dat is natuurlijk niet het geval. U hebt verwezen naar het feit dat de implementatie op een aantal domeinen moeizaam en traag gaat. U bent daarover eerlijk geweest. U hebt er onmiddellijk aan toegevoegd dat u aan de Ministerraad een aantal voorstellen hebt gedaan om de achterblijvers te responsabiliseren en in het verhaal mee te nemen. Dat is logisch. Wij moeten op de duur heel specifiek aanduiden welke onderdelen van de administratie achteropblijven, welke redenen daarvoor zouden kunnen zijn en hoe wij die onderdelen op het juiste spoor kunnen brengen. Indien een paar onderdelen immers achteropblijven, is de kans groot dat ook het geheel veel trager werkt en niet efficiënt is.

 

Dat is natuurlijk de bedoeling van Only Once en van administratieve vereenvoudiging.

 

Ik dank u alleszins voor uw antwoord.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

La présidente: Les questions nos 25276 et 25355 de Mme Kattrin Jadin sont transformées en questions écrites.

 

03 Question de M. Benoît Piedboeuf au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le centre d'accueil de Stockem" (n° 25446)

03 Vraag van de heer Benoît Piedboeuf aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het opvangcentrum van Stockem" (nr. 25446)

 

03.01  Benoît Piedboeuf (MR): Monsieur le secrétaire d'État, personne au sein de la structure de Stockem ne remet en question la gestion parcimonieuse de l'argent public, ni la décision de réduire la capacité du réseau d'accueil, bien au contraire.

 

Les 200 bénévoles sont, à l'instar de l'équipe professionnelle salariée, soucieux de cela, raison pour laquelle le centre d'accueil de Stockem est le deuxième centre le moins cher en coûts de fonctionnement de tout le réseau des centres d'accueil.

 

La capacité actuelle de 400 places, plus 400 places tampon, permet une grande flexibilité et réactivité, ces 400 places supplémentaires étant prêtes à l'utilisation immédiatement. Cela fait de Stockem le centre d'accueil avec la plus grande capacité "tampon" en Belgique. En cas de fermeture, il nous semble donc que ces atouts disparaîtraient.

 

Monsieur le secrétaire d'État, pour vous, le critère d'ancienneté d'un centre prime-t-il sur la maîtrise des coûts, les économies d'échelle potentielles, l'intégration sociale et l'acceptation locale réussies ainsi qu'une mobilisation citoyenne jamais atteinte auparavant?

 

Ne serait-il pas judicieux de garder une capacité d'accueil, même réduite, et des places tampon dans le sud de la province de Luxembourg, connaissant le faible coût de fonctionnement du centre?

 

03.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Monsieur Piedboeuf, le Conseil des ministres a décidé du plan de réduction du réseau actuel qui sera exécuté en 2018. Ce plan inclut uniquement la fermeture des centres d'accueil temporaires qui ont été ouverts pendant la crise. Si le taux d'occupation continue à baisser et qu'il n'est pas question d'une augmentation des arrivées dans les mois à venir, une réduction supplémentaire du réseau d'accueil en 2019 est possible.

 

L'efficience des coûts, la qualité d'accueil ou la répartition géographique peuvent être des critères pour décider de diminuer la capacité de certains centres d'accueil ou de les fermer.

 

Dans les limites imposées par les contraintes budgétaires, l'agence s'efforce de disposer de places tampon pour assurer un accueil de manière flexible. La priorité sera donnée aux partenaires de l'accueil collectif (centres d'accueil fédéraux de Fedasil, de la Croix-rouge, de Caritas, etc.).

 

Actuellement, il n'y a pas beaucoup de places inoccupées dans le réseau d'accueil.

 

De plus, les discussions se poursuivent avec la Défense concernant la prévision de places tampon dans certaines casernes.

 

Voorzitter: Brecht Vermeulen.

Président: Brecht Vermeulen.

 

03.03  Benoît Piedboeuf (MR): Monsieur le secrétaire d'État, vous répondez partiellement à ma question. Mais je comprends bien quels sont les intérêts et les directives du gouvernement. Il peut toutefois être regrettable de ne pas suffisamment tenir compte de la gestion efficace de certains. C'est souvent le cas en province de Luxembourg, tant dans les zones de police que les zones de secours. Le fonctionnement y est moins coûteux qu'ailleurs car on fait beaucoup plus attention.

 

S'il vous était possible de considérer ce centre, qui est peu coûteux, réactif et bien intégré, avec une attention particulière, ce serait une bonne chose.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Zonet had ik mevrouw Lanjri aan de lijn. Gisteren is zij aangereden door een vrachtwagen. Zij gaat nu naar de dokter voor een medische check-up. Als mevrouw De Coninck straks aanwezig is, zullen we bespreken op welke manier de samengevoegde mondelinge vragen gesteld kunnen worden. Ik wacht nog op het antwoord van mevrouw De Coninck daarover.

 

04 Question de Mme Gwenaëlle Grovonius au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la fermeture du centre de Belgrade" (n° 25706)

04 Vraag van mevrouw Gwenaëlle Grovonius aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de sluiting van het asielcentrum in Belgrade" (nr. 25706)

 

04.01  Gwenaëlle Grovonius (PS): Monsieur le secrétaire d’État, début mars, je vous interrogeais sur la fermeture annoncée du centre d’accueil pour demandeurs d’asile de Belgrade. La date de fermeture définitive est maintenant connue; il s’agirait du dernier jour d’octobre 2018.

 

Pour rappel, le centre de Belgrade accueille actuellement 300 demandeurs d’asile et emploie 35 personnes. Compte tenu de vos dernières réponses à mes questions, j’aimerais vous interroger à nouveau, monsieur le secrétaire d’État.

 

Pouvez-vous me confirmer cette information? Quelles solutions sont-elles envisagées pour le relogement des 300 demandeurs d’asile qui résident au centre, sachant que les autres centres du réseau seraient alors en surcapacité de 120 % d'après la Croix-Rouge? Quelles solutions envisagez-vous pour les 35 employés?

 

Enfin, je m'excuse car l'élément qui suit ne se trouve pas dans le texte initialement envoyé, mais ce sont des informations parues après le dépôt de ma question. Apparemment, il y a eu une rencontre avec la Croix-Rouge qui vous aurait soumis l'idée de pouvoir continuer à occuper certains des bâtiments de Belgrade pour y installer un pôle logistique et un pôle de secours, mais aussi un espace offrant des formations aux demandeurs d'asile et donc des opportunités d'emploi. Quelle est votre réaction par rapport à cette proposition?

 

04.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Chère collègue, selon le planning actuel, les derniers résidents devront quitter le centre de Belgrade-Namur à la fin du mois de septembre. Il est prévu que les familles avec enfants scolarisés partent déjà pendant les vacances scolaires. La Croix-Rouge aura encore un mois supplémentaire, le mois d'octobre, pour remettre l'infrastructure du centre dans son état d'origine.

 

Je ne sais pas d'où vous tenez l'information selon laquelle le taux d'occupation tournerait autour des 120 % dans certains centres. Cette information n'est pas exacte. Le 12 juin, le centre de Belgrade hébergeait 210 personnes. Le taux d'occupation des places collectives était de 80,66 %, le taux d'occupation des places individuelles de 60,6 %. Fedasil estime qu'il restera assez de places disponibles pour reloger les occupants du centre de Belgrade.

 

La Croix-Rouge a contacté toutes les instances compétentes afin que les employés du centre de Belgrade soient accompagnés dans leur recherche d'emploi.

 

04.03  Gwenaëlle Grovonius (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie. Vous n'avez pas souhaité me répondre au sujet de l'élément supplémentaire que j'ai abordé.

 

04.04  Theo Francken, secrétaire d'État: Je ne sais pas.

 

04.05  Gwenaëlle Grovonius (PS): Je déposerai une question écrite.

 

Quant aux informations sur le pourcentage, elles proviennent de la Croix-Rouge elle-même. J'ai marqué déjà à de nombreuses reprises mon mécontentement et mon désarroi relatifs à la fermeture de ce centre qui est une grande réussite dans la région de Namur. Il ne pose aucun problème ni sur le plan politique ni sur le plan citoyen. Il est dommage que ce centre et toute la dynamique qu'il amenait disparaissent. Je reviendrai vers vous pour les éléments complémentaires car la proposition formulée par la Croix-Rouge m'apparaît être une bonne solution. J'espère que vous la soutiendrez.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

De voorzitter: De vragen nr. 25154 van de heer Emir Kir en nr. 25172 van de heer Wouter De Vriendt worden omgezet in schriftelijke vragen.

 

De heer Benoit Hellings is nog niet aanwezig en daarom geef ik het woord aan mevrouw Barbara Pas.

 

05 Vraag van mevrouw Barbara Pas aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de illegale immigratie naar Europa" (nr. 25804)

05 Question de Mme Barbara Pas au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'immigration illégale vers l'Europe" (n° 25804)

 

05.01  Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, heel binnenkort, op 1 juli, zal Oostenrijk voor zes maanden de fakkel van het EU-voorzitterschap overnemen. In dat verband heeft de Oostenrijkse kanselier Kurz de afgelopen weken al meermaals gezegd van deze gelegenheid gebruik te zullen maken om de stopzetting van de illegale immigratie naar Europa boven aan de agenda te plaatsen.

 

Toen ik mijn vraag indiende had hij juist een interview gegeven aan de Duitse krant Die Welt waarin hij heel duidelijke taal sprak. Hij noemde het verplicht quotasysteem onrealistisch en bovendien geen middel om de immigratiecrisis in Europa op lange termijn op te lossen. Hij herinnerde er terecht aan dat een land zelf moet kunnen beslissen over de aard en de hoeveelheid immigratie die het wil toelaten. Nog volgens Kurz moet het debat over die verplichte quota eindelijk worden beëindigd en moet dringend overgegaan worden naar de kern van de zaak, met name de bescherming van de Europese buitengrenzen.

 

In dat verband stelde hij ook dat de voorziene versterking van Frontex, tot 10 000 personen, er veel vroeger moet komen dan tegen de voorziene datum, die nu is vastgelegd op 2027. Bovendien heeft Frontex volgens de Oostenrijkse bondskanselier een duidelijk politiek mandaat nodig zodat het effectief tegen illegale immigratie kan optreden. Over wat dat zoal zou moeten inhouden, was hij niet helemaal duidelijk. Volgens Kurz moeten de medewerkers van Frontex illegale immigranten aan de buitengrenzen stoppen, verzorgen en dan idealiter onmiddellijk naar hun herkomst- of transitland terugsturen.

 

U hebt zelf nog niet zo lang geleden verklaard dat u hoopt op een shift in het asielmodel en dat Europa na de Europese verkiezingen van 2019 hopelijk voor een totaal nieuwe koers zal kiezen. Mijn vraag werd enigszins ingehaald door de feiten, met name de daden van Salvini in Italië. Ik meen dan ook dat wij helemaal niet hoeven te wachten op die verkiezingen van 2019 om tot een koerswijziging te komen. Het Oostenrijkse EU-voorzitterschap biedt volgens mij bovendien een uitstekende gelegenheid om die koerswijziging in het beleid mee gestalte te geven of te ondersteunen.

 

Ik kom dan tot mijn vragen, mijnheer de staatssecretaris.

 

Kan deze regering zich achter het standpunt en de verklaringen van Kurz scharen? Zo nee, welke punten wel en welke niet? Waarom zijn dit volgens deze regering geen goede opvattingen?

 

Steunen u en de Belgische regering de Oostenrijkse regering om van de stopzetting van de illegale immigratie naar Europa een absolute prioriteit te maken?

 

Is de regering bereid om op Europees niveau mee te pleiten voor de vervroegde versterking en een duidelijk mandaat van Frontex?

 

Na het indienen van mijn vraag werd duidelijk dat Oostenrijk al met een aantal landen, zoals Denemarken, heeft samen gezeten en aan oplossingen werkt. Zal onze regering mee aan de kar trekken? Zult u bijvoorbeeld met de Oostenrijkse regering contact opnemen om daar ook aan mee te werken en in die richting naar oplossingen te zoeken?

 

05.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mevrouw Pas, u stelt een zeer actuele vraag. De Belgische regering zal de komende dagen een standpunt innemen. Volgende week vindt de Europese top plaats. Ik ga ervan uit dat de eerste minister met een heel duidelijk standpunt naar die top kan gaan. Uiteraard zijn er heel veel contacten lopend. Dat is over een thema als migratie sowieso altijd het geval.

 

Het Oostenrijks voorzitterschap plant een informele JBZ-raad op 11, 12 en 13 juli in Innsbruck. Een aantal punten zal daar op de agenda staan, waaronder natuurlijk de aanpak van het migratieverhaal in de toekomst. De kernpunten van het Oostenrijks voorzitterschap zullen daar worden besproken.

 

Ik heb daarover in de Europese Raad twee weken geleden al een aantal dingen gezegd en ik kijk naar wat er sindsdien is gebeurd. Als men die dingen naast elkaar legt, dan is met betrekking tot de diepteanalyse die ik toen heb gemaakt en die ik met de groep heb gedeeld, de context op dit moment veranderd.

 

Ik ben toen ook naar de Kamer moeten komen, waar ik vooral “niet in mijn naam” hoorde echoën, maar ik hoor nu toch andere dingen van heel wat veel belangrijkere mensen op politiek niveau in Europa dan ikzelf. Dat is een vaststelling die ik sinds enkele dagen kan maken. Dat is niet de eerste keer, maar goed, wij blijven altijd rustig, wij blijven altijd sereen, nietwaar?

 

Wij zullen dus zien hoe het verder loopt in de komende uren en dagen. Het zijn spannende tijden voor het Europees migratiemodel. In zijn antwoord in de plenaire vergadering zei de eerste minister dat de bescherming van onze buitengrenzen cruciaal is.

 

Ten tweede moet er binnen Europa natuurlijk altijd voldoende aandacht zijn voor een evenwicht tussen solidariteit en verantwoordelijkheid. Dat is evident.

 

Ten derde is illegale migratie iets wat we niet kunnen tolereren. Illegale migratie is zoals het woord het zelf zegt tegen de wet. We moeten daar zeker heel actief aan blijven werken.

 

Er is al veel gebeurd maar er moet nog veel meer gebeuren. Laten we dus afwachten. Ik ben alleszins zelf ook heel benieuwd hoe dit verder zal aflopen in de komende uren en dagen. Er zijn ontwerpconclusies die de heer Tusk gisteren al heeft toegelicht, ook in de media. Die schuiven een heel stuk op in de richting van een verhaal waarbij illegale bootmigratie de wacht wordt aangezegd op alle mogelijke manieren. Er zijn nog discussies en ik begrijp dat de heer Tusk in de komende dagen contact zal opnemen met een aantal regeringsleiders. Hij zal daar vandaag volop mee bezig zijn en gisterenavond zal hij niets anders gedaan hebben. We zullen dus zien hoe dat verloopt.

 

05.03  Barbara Pas (VB): Mijnheer de staatssecretaris, ik ben hier niet veel wijzer van geworden. Blijkbaar kunt u op enkele dagen voor deze top nog niet zeggen welke houding deze regering daarin gaat aannemen. U verwijst naar het standpunt dat u hebt ingenomen. Heel de polemiek in de Kamer ging echter over “niet in mijn naam”. Dat wijst erop dat dit blijkbaar niet het standpunt van de Belgische regering was.

 

Wat de premier heeft verklaard gaat helemaal niet in de richting van de oplossingen die Oostenrijk aan het zoeken is. Ik ben niet geïnteresseerd in uw persoonlijk standpunt, ik wil weten welk standpunt deze regering gaat innemen. Wat gaat de Belgische regering doen? Daar komt het natuurlijk op aan.

 

05.04 Staatssecretaris Theo Francken: Mevrouw Pas, dan moet u de premier natuurlijk ondervragen.

 

05.05  Barbara Pas (VB): Mijnheer de staatssecretaris, men zegt altijd dat deze regering een en ondeelbaar is. Het is uw bevoegdheid…

 

05.06 Staatssecretaris Theo Francken: Ik heb gezegd dat het standpunt verder bepaald wordt.

 

05.07  Barbara Pas (VB): Ik mag dus naar uw standpunt vragen en naar het standpunt dat deze regering op uw bevoegdheidsdomein zal innemen. Dat lijkt me nogal logisch. Ik stel met u vast dat er nu gelukkig een wijziging is in Europa. Ik wil er echter nog aan toevoegen dat ik u vrijdag in De Afspraak heb horen zeggen – de exacte bewoordingen ben ik vergeten – dat u er trots op was dat u extreemrechts ging terugdringen. Dat was een van uw grootste verwezenlijkingen of iets in die aard.

 

Niet dat ik mij aangesproken voel door het woord extreem maar iedereen weet wat u bedoelt, maar ik wil u er toch op wijzen dat de wijzigingen die wij vandaag in Europa zien er net zijn door partijen als de onze, dankzij Lega in Italië, dankzij FPÖ in Oostenrijk en zelfs ook dankzij de AfD in Duitsland.

 

Als ik vandaag lees dat de Duitse CSU-minister voor Binnenlandse Zaken Seehofer zegt dat we een kordater migratiebeleid moeten voeren om AfD te stoppen is dat wel degelijk aan, wat u die extreemrechtse partijen noemt, te danken dat verandering mogelijk is.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Mevrouw De Coninck, ik heb bericht gekregen van mevrouw Lanjri dat zij vandaag op doktersbezoek moet na een aanrijding. Zij heeft mij meegedeeld dat u gerust de vragen mag stellen die samengevoegd waren met de hare. Die beslissing laat ik aan u over. Ik stel wel voor dat u de andere sprekers voor laat gaan zodat u al uw vragen na elkaar kan stellen. (instemming van mevrouw De Coninck)

 

06 Vraag van mevrouw Barbara Pas aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de zogenaamde nieuwkomersverklaring" (nr. 25805)

06 Question de Mme Barbara Pas au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la déclaration dite des primo-arrivants" (n° 25805)

 

06.01  Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, het is ondertussen al van januari 2017 geleden dat de regeling in verband met de zogenaamde nieuwkomersverklaring in werking trad.

 

Er is een samenwerkingsakkoord nodig tussen de federale regering en de deelstaten over de inhoud van deze verklaring, maar dat blijkt een zware bevalling te zijn, als ik de nota's van overlegcomités en dergelijke erop nalees. Het opstellen van het samenwerkingsakkoord en van de inhoud van de nieuwkomersverklaring werd al meermaals besproken door het Overlegcomité, maar het is duidelijk dat daarover nog helemaal geen consensus bestaat. Ik vrees dat sommige deelentiteiten misschien een boycot opleggen, zodat er geen samenwerkingsakkoord komt dat door alle entiteiten wordt onderschreven en er misschien helemaal geen nieuwkomersverklaring zal komen.

 

Vandaar de volgende vragen, mijnheer de staatssecretaris.

 

Ten eerste, tijdens welke vergaderingen van het Overlegcomité werd deze thematiek behandeld? Kunt u een overzicht geven van de verschillende standpunten?

 

Ten tweede, wat is de actuele stand van zaken? Wat zijn de vooruitzichten? Misschien is er ondertussen een timing opgelegd.

 

Ten derde, als men dit dossier blijft blokkeren en men niet tot een consensus komt, overweegt u dan om asymmetrische samenwerkingsakkoorden te sluiten met bepaalde deelentiteiten, zoals overigens blijkt uit de verslagen van het overleg tussen de kabinetten?

 

06.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Pas, dit onderwerp werd besproken op het Overlegcomité van 28 maart, 25 april en 30 mei laatstleden en het staat tevens op de agenda van de vergadering van 27 juni eerstkomend. Het kwam eveneens aan bod op het Overlegcomité van 25 januari 2017 en van 28 juni 2017.

 

Er wordt gewerkt aan een tekst waarover alle betrokken entiteiten het eens zijn. Indien hierover geen compromis kan worden bereikt, kunnen andere opties worden bekeken.

 

06.03  Barbara Pas (VB): Mijnheer de staatssecretaris, ik weet niet of ik u moet bedanken voor uw antwoord, want ik word er helemaal niets wijzer van.

 

Dat het onderwerp op de agenda staat, zover was ik al mee. Dat er meerdere opties zullen moeten worden bekeken, zover is iedereen ook al mee, maar u kon op zijn minst zeggen dat u een timing zou voorleggen en dat er asymmetrische samenwerkingsakkoorden zullen worden gesloten indien er geen consensus wordt bereikt.

 

Ik zal na de vergadering van 27 juni nogmaals om een stand van zaken vragen.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

07 Questions jointes de

- M. Benoit Hellings au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la divulgation d'informations contenues dans le dossier des parents de Mawda, décédée tragiquement par un tir de policier lors d'une course-poursuite" (n° 25691)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les mineurs non accompagnés dans l'affaire Mawda" (n° 25794)

- Mme Nahima Lanjri au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le manque de suivi des réfugiés mineurs non accompagnés" (n° 25893)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "des détails de plusieurs dossiers révélés dans la presse" (n° 26184)

07 [NL]Samengevoegde vragen van

- de heer Benoit Hellings aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de openbaarmaking van informatie uit het dossier van de ouders van Mawda, die tragisch overleed door een politieschot tijdens een achtervolging" (nr. 25691)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de niet-begeleide minderjarigen in de zaak-Mawda" (nr. 25794)

- mevrouw Nahima Lanjri aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de gebrekkige opvolging van niet-begeleide minderjarige vluchtelingen" (nr. 25893)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de onthulling van bepaalde details van verschillende dossiers in de pers" (nr. 26184)

 

07.01  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, il apparaît que des informations au sujet du parcours migratoire de la famille de Mawda ont été diffusées auprès de journalistes et ont été transmises à votre président de parti. Ainsi, le 24 mai, on pouvait lire dans les journaux du groupe Sudpresse que la famille en question s'était enregistrée en Allemagne, avait tenté plusieurs fois de rejoindre la Grande-Bretagne et avait été interceptée alors qu'elle était en fuite dans un camion frigorifique. C'est d'ailleurs cette dernière anecdote qui a permis à votre président de parti, Bart De Wever, de déclarer, en substance, que ces parents étaient irresponsables puisqu'ils avaient déjà osé transporter un jour leur enfant dans un camion frigorifique.

 

Monsieur le secrétaire d'État, pourriez-vous me préciser quelles sont les règles applicables à la diffusion des informations contenues dans les dossiers personnels détenus par l'Office des Étrangers? Ces informations pouvaient-elles être transmises à la presse et, en l'occurrence, à un président de parti? Est-ce vous ou un membre de votre cabinet qui a transmis ces informations à la presse et à Bart De Wever? Ces documents sont-ils, pour tout ou partie, classifiés au sens de la loi de 1998? Pourriez-vous m'indiquer quelles sont les personnes qui ont accès à ces dossiers personnels, hormis les fonctionnaires de l'Office des Étrangers qui les gèrent? Que vous inspire l'exploitation politicienne de ces informations confidentielles?

 

De voorzitter: Mijnheer de staatssecretaris, mevrouw De Coninck laat mij net weten dat de vragen onder agendapunt 11 ook over de zaak Mawda gaan en wat daarover in de pers wordt gezegd. Kunnen we die vragen al dan niet bundelen?

 

07.02  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de voorzitter, op agendapunt 11 staan er twee vragen van mij. Die laatste vraag gaat in feite over hetzelfde. Het is raar dat ik die vraag dan nogmaals moet herhalen.

 

De voorzitter: Ze werd misschien verkeerd toegevoegd. Ik stel voor dat u uw vraag nr. 26184 ook nu stelt als dat over hetzelfde thema gaat.

 

07.03  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de voorzitter, inderdaad, dat zou logischer zijn. Vraag op agendapunt nr. 11 bestaat uit drie vragen, een van mevrouw Lanjri en een van mij, maar bijkomend werd er een vraag van mezelf aan toegevoegd die in feite meer aansluit bij de vraag van de heer Hellings. Daarom zou het logischer zijn die vraag nu te stellen.

 

De voorzitter: Ik vermoed evenwel dat het antwoord gecomprimeerd is voor de drie vragen. Ik stel voor dat u dus beide vragen stelt.

 

07.04  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatsecretaris, de jongste weken zijn er verschillende dossiers geweest die te maken hebben met de precaire verblijfsrechtelijke positie van een aantal personen. Wij hebben gezien dat sommige details daarvan in de pers kwamen.

 

Het dossier van de familie van Mawda verscheen tot in de details in de kranten van Sudpresse. Zo lazen wij onder andere alles over het voorgaande traject van de ouders van Mawda, inclusief de eerdere interceptie in een koelwagen.

 

Tijdens de voorgaande commissievergaderingen werd telkens geschermd met het argument van het geheim van het onderzoek om geen verdere informatie te verstrekken.

 

Zo kwamen wij, ons inziens onterecht, niet eens te weten wat kon verrechtvaardigen waarom de ouders van Mawda niet mee mochten naar het ziekenhuis, noch waarom de ouders pas een dag na het overlijden van hun kind op de hoogte werden gesteld.

 

Als het deze regering echt menens is met het geheim van het onderzoek, moet zij er ook over waken dat persoonlijke gegevens uit dossiers niet zomaar in de pers verschijnen.

 

Mijnheer de staatssecretaris, u citeert in De Zondag zonder enige terughoudendheid uit de brief van het 16-jarige Kosovaarse meisje Djellza. Zij zou u hebben geschreven dat zij haar broers niet eens leuk vindt.

 

Ook vertelt u in De Zevende Dag dat de ouders van Mawda een vrijstelling hadden gevraagd van de retributie van 350 euro bij hun regularisatieaanvraag.

 

Daarom heb ik de hiernavolgende vragen.

 

Ten eerste, wat is uw mening over het feit dat het dossier van de ouders van Mawda, inclusief hun traject, de eerdere interceptie in een koelwagen en dies meer, bij de pers belandde? Werd dat nader onderzocht? Hebt u de opdracht voor een dergelijk onderzoek gegeven? Wat was het resultaat?

 

Ten tweede, zou het naar uw mening gerechtvaardigd zijn om uit de duidelijk persoonlijke brief van Djellza te citeren?

 

Ten derde, waarom vertelde u over de vraag tot vrijstelling van de retributie? Waarom geeft u die gegevens vrij?

 

Ten vierde, voor het overige zou ik graag de stand van zaken weten inzake de toekenning van een verblijfsstatuut aan de familie van Mawda.

 

Er was nog een vraag over de zaak-Mawda zelf.

 

Heel belangrijk is dat in De Morgen is verklaard dat in het busje nog drie niet-begeleide minderjarigen zaten en dat zij verdwenen zijn.

 

Tijdens de plenaire vergadering van 26 april 2018 vroeg ik u naar de opvang van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en het hoge aantal vermiste minderjarigen.

 

U wees mij erop dat de opvolging van die minderjarigen een taak van Justitie is, meer specifiek van de dienst Voogdij.

 

U beweerde ook dat het hoge aantal vermisten niet aan een slechte registratie waren gelieerd. Sterker nog, u beweerde dat de registratie nog nooit zo goed is geweest.

 

Niettemin moeten wij vernemen dat bij de drie minderjarigen in het busje allerlei zaken zijn misgegaan. Na het incident zijn de kinderen met de rest van de personen in het busje in de cel gestopt. Noch de dienst Voogdij noch gespecialiseerde centra werden door de politie in Bergen gecontacteerd. Naar uw eigen zeggen is de Dienst Vreemdelingenzaken wel gecontacteerd en heeft die dienst de nodige documenten aan de politie bezorgd. Niettemin vernemen wij dat een van de minderjarigen, namelijk een 14-jarige jongen, na enkele dagen opnieuw in Duinkerke was. De andere minderjarige is ondertussen verplaatst naar het Franse gespecialiseerde centrum van Saint-Omer. Eén jongen is tot op de dag van vandaag nog steeds vermist.

 

Wat wordt er gedaan om die vermiste jongen te vinden?

 

Wat zal er gebeuren met die twee andere minderjarigen?

 

Beide jongens die teruggevonden zijn, zijn teruggevonden door de Belgische hulpverleningsorganisatie Humain. Dat betekent dus eigenlijk dat deze toch een belangrijke meerwaarde kunnen zijn in het actief opvolgen van minderjarigen.

 

Werkt u op dit moment actief samen met de organisaties die actief zijn in de vluchtelingenkampen? Op welke manier? Welke procedures worden daarbij gehanteerd? Als dat niet zo is, bent u van plan om dat in de toekomst te doen?

 

Ik heb tijdens de plenaire vergadering van 26 april een prioritair actieplan voorgesteld voor heel de regering rond de case van vermiste niet-begeleide minderjarigen. Hoe kijkt u nu naar dit idee? Hoe gaat u de communicatie verbeteren tussen de verschillende diensten, om ervoor te zorgen dat zich dit in de toekomst niet herhaalt?

 

07.05 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, ik wil in de eerste plaats benadrukken dat er een gerechtelijk onderzoek loopt met betrekking tot de gebeurtenissen in de zaak-Mawda. Het is dan ook belangrijk om de bevindingen van het onderzoek af te wachten. Het dossier van de ouders van Mawda werd voor het eerst gebracht in een artikel in de kranten van Sudpresse op 24 mei 2018. Ik heb dat ook maar uit de krant vernomen. Als u daarover meer informatie wilt, moet u aan de journalist vragen hoe hij aan die informatie komt. De informatie komt alleszins niet van mij.

 

Ik stel ook vast dat de betrokken familie recent nog heel hun verhaal uitgebreid uit de doeken deed in De Morgen. Nogmaals, het is niet aan mij als staatssecretaris van Asiel en Migratie om een onderzoek te instrueren. Het komt toe aan politie en justitie om een gerechtelijk onderzoek te voeren.

 

In het dossier van Djellza waren het ook de betrokkenen zelf die de media opzochten. Ik heb dan ook alleen geantwoord op deze berichten. Haar broer heeft zelfs bedreigingen jegens mij geuit. Dat is een oud dossier, maar dat is hoe het toen gelopen is, misschien herinnert u zich dat. Dit alles kwam ruim aan bod in de media en mijn uitspraken waren dan ook niet meer dan een reactie op deze berichtgeving.

 

Ook het verschuldigd zijn van een retributie bij het indienen van een verblijfsaanvraag is per definitie openbaar, aangezien de wet voor iedereen geldt en het een administratieve beslissing betreft. Ook daar heb ik mijns inziens correct geantwoord.

 

Elke dienst heeft zijn rol. Alvorens ik dieper inga op de rol die elke dienst speelt wanneer de politie een vreemdeling op het grondgebied intercepteert, is het belangrijk te beseffen dat alleen de identificatie van een meerderjarige vreemdeling de DVZ toekomt.

 

 Wanneer een persoon zichzelf een niet-begeleide minderjarige vreemdeling verklaart, is het de bevoegdheid van de dienst Voogdij om deze persoon te identificeren als niet-begeleide minderjarige vreemdeling. U weet dat de dienst Voogdij valt onder de FOD Justitie. Dit is dus een bevoegdheid van de minister van Justitie.

 

Wanneer de politie een vreemdeling intercepteert, brengt zij de DVZ op de hoogte, om te bekijken of deze persoon bekend is bij de DVZ. Dit gebeurt via het zogeheten administratief verslag. Wanneer de persoon zich minderjarig verklaart, dit vermeld wordt in het administratief verslag en men niet het tegendeel bewijst, valt de betrokkene onder de bevoegdheid van de dienst Voogdij.

 

De Dienst Vreemdelingenzaken laat dat dan ook aan de politiediensten weten. De Dienst Vreemdelingenzaken bezorgt hen de in te vullen signalementfiche voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en een instructie aan de politie om contact op te nemen met de dienst Voogdij en de vraag om de ingevulde minderjarigenfiche gelijktijdig te bezorgen aan de dienst Voogdij en de Dienst Vreemdelingenzaken.

 

Het komt niet de Dienst Vreemdelingenzaken toe om in tolken te voorzien bij politieacties. Eens het document aan de dienst Voogdij bezorgd is, doet de dienst Voogdij de identificatie van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en dient de dienst Voogdij de minderjarigen onder hun hoede te nemen, zoals voorzien in artikel 6, § 2, van de voogdijwet. De overbrenging naar een gespecialiseerd centrum behoort tot de bevoegdheid van de dienst Voogdij, die het vervoer zal organiseren. De toegestuurde instructies zijn dus voldoende duidelijk, aangezien zij de stappen aangeven die moeten worden gevolgd. Als een nota noodzakelijk is om te herinneren aan hetgeen overigens al voor elk individueel geval is meegedeeld, ben ik zeker bereid om daar met de minister van Binnenlandse Zaken aan mee te werken.

 

Nu kom ik tot de vragen over de taskforce over de verdwijningen en niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Ik heb het initiatief genomen om een taskforce op te richten. De taskforce werd opgericht om alle betrokken partners op het terrein samen te brengen en om een evaluatie te maken van de gangbare praktijken omtrent de verdwijningen en niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. De leden van de taskforce bestaan uit medewerkers van de kabinetten-Geens, -Jambon en -Francken, de federale en lokale politie, het parket, de Dienst Vreemdelingenzaken, Fedasil, het CGVS, de dienst Voogdij en Child Focus.

 

Binnen de taskforce is er afgesproken dat er gericht zal worden gewerkt aan een landelijke uitbreiding van het protocol van 2008 rond de verdwijning van niet-begeleide minderjarigen, aangezien dat protocol nu enkel geldt tussen de OOC's, afkorting voor Oriëntatie- en Observatiecentra, dus de opvanginitiatieven voor niet-begeleide minderjarigen, en de lokale politie van Brussel. Ook zal er een luik preventie aan het protocol worden toegevoegd, zodat wij nog beter de verdwijning van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen kunnen voorkomen.

 

Daarnaast werd er overeengekomen om het door de Raad van State vernietigd protocol van 2013 over de registratie van minderjarige niet-asielzoekers aan te passen, gelet op het vele misbruik door transmigranten die zich vaak minderjarig verklaren om te genieten van de voordelen die het statuut van niet-begeleide minderjarigen biedt, zoals de onmogelijkheid om te worden opgesloten. In het belang van elke niet-begeleide minderjarige vreemdeling is het cruciaal om het specifiek statuut voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen te vrijwaren van misbruik. De opvolging van de verdwijningen en dus de opsporing van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen is een bevoegdheid van Justitie.

 

Dat de politie enkel de Dienst Vreemdelingenzaken contacteert, vloeit voort uit het feit dat de permanentie van de dienst Voogdij moeilijk bereikbaar is in de daluren, terwijl de permanentie van de Dienst Vreemdelingenzaken wel bereikbaar is. De voogdijwet voorziet nochtans wel in een permanentie, 24 op 24 uur en 7 op 7 dagen, in de dienst Voogdij. Op het terrein is echter alleen de permanentie van de Dienst Vreemdelingenzaken bekend, die wel 24 op 24 uren en 7 op 7 dagen operationeel is.

 

Opdat een betere registratie van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen in ons land kan plaatsvinden, moeten wij er inderdaad eens over nadenken of het niet beter zou zijn dat de identificatie van alle vreemdelingen onder één bevoegde dienst ressorteert.

 

Het feit dat de identificatie van zelfverklaarde niet-begeleide minderjarige vreemdelingen een bevoegdheid is van de dienst Voogdij, maar dat de dienst Voogdij hiervoor vandaag volledig een beroep moet doen op de DVZ, vermindert de efficiëntie en is uiteindelijk nefast voor de optimale bescherming van alle niet-begeleide minderjarige vreemdelingen.

 

In verband met het dossier zelf, de regularisatieaanvraag van de familie wordt momenteel onderzocht door mijn administratie. Dat is de laatste stand van zaken. Wij zullen daaromtrent in de komende weken een beslissing nemen na overleg in de regering, zoals ik heb gezegd.

 

07.06  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Monsieur le secrétaire d'État, je commencerai par une remarque sur la forme de vos réponses: vous parlez tellement vite en néerlandais que je ne peux pas vous comprendre et je plains les pauvres traducteurs qui doivent traduire vos propos énoncés aussi rapidement. Je n'ai pas tout compris. Il faudrait peut-être parler plus lentement.

 

Monsieur le secrétaire d'État, au sujet du cas de Mawda, il faudra attendre les résultats de l'enquête en cours du parquet qui, d'après votre collègue de l'Intérieur, est conjointe à celle du Comité P. Des informations nous parviendront prochainement.

 

L'information selon laquelle, un jour, les parents de Mawda se sont déplacés avec leur enfant dans un camion frigorifique est extrêmement documentée. Elle salit incontestablement l'image des parents de Mawda, et ceci alors qu'ils sont en deuil. C'est, à mes yeux, profondément inadmissible.

 

Vous ou l'Office des Étrangers avez divulgué à un moment donné une information cruciale. Cela mériterait au moins une enquête. Des enquêtes ont été initiées dans les administrations pour beaucoup moins que ça. Je constate que, soit vous, soit l'Office des Étrangers, soit les membres de votre cabinet, êtes plus enclin à transmettre des informations glauques comme celle-là à votre président de parti ou à la presse qu'à nous transmettre des statistiques claires. Je pense à la fraude à la nationalité - souvenez-vous -, ou au nombre moyen de demandes multiples d'asile, question que je vous ai posée et à laquelle je n'ai à ce jour toujours pas reçu de réponse.

 

Hier, d'ailleurs, vous avez répondu à l'une de mes questions écrites posées voici deux ans et demi! Il est temps aujourd'hui de donner la priorité au Parlement plutôt qu'à la presse ou à votre président de parti.

 

07.07  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, bedankt voor uw antwoord.

 

U antwoordt inzake de bronnen natuurlijk zeer formeel en vindt dat ik het eigenlijk aan de pers moet vragen. Ik ken andere dossiers waarin men sterk heeft gezocht naar het lek om uiteindelijk ook tegen die persoon op te treden.

 

Ik ken u als iemand die resultaatgericht werkt, heel direct is en de zaken nogal scherp in beeld brengt. Ik zou graag hebben dat u dit ook doet voor het registreren en beter opvangen van minderjarige vluchtelingen.

 

Ik weet dat ter zake verschillende bevoegdheden spelen, maar als men kritiek heeft op Europa en het Europese migratiebeleid dan mag men ook zijn ogen niet sluiten voor de problemen die er hier zijn met de registratie en de opvang van minderjarige. Er is ook sprake van misbruik van het statuut. Ik heb er geen probleem mee om dit te erkennen.

 

We stellen vast dat er nog altijd heel veel jongeren tussen de mazen van het net glippen en niet beschermd worden. Ik zit daar serieus mee in mijn maag. Ik maak me daar heel veel zorgen over omdat ik weet dat heel veel van die jonge mensen worden misbruikt, op tal van vlakken. Ik denk dan aan prostitutie, maar ik vrees ook voor orgaantransplantaties.

 

Ik meen dat dit dossier zwaar wordt onderschat. Ik zou dan ook willen vragen aan alle leden van de regering om een tandje bij te steken, ook de minister van Volksgezondheid, en een registratiesysteem op poten te zetten.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Question de M. Paul-Olivier Delannois au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la fermeture du centre de réfugiés à Tournai" (n° 26092)

08 Vraag van de heer Paul-Olivier Delannois aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de sluiting van het opvangcentrum in Doornik" (nr. 26092)

 

08.01  Paul-Olivier Delannois (PS): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, le 24 avril dernier, je vous ai interrogé en commission afin d’avoir des informations sur la fermeture annoncée du centre de réfugiés à la caserne Saint-Jean à Tournai. Pour rappel, cette décision fut prise sans concertation avec la Croix-Rouge qui est l’opérateur qui gère au quotidien différents centres, dont celui de Tournai.

 

Dans votre réponse, vous m'avez indiqué qu'effectivement, le planning de fermeture était en cours de préparation avec la Croix-Rouge et qu’un planning de réduction progressive des résidents sera établi. Ce planning comporte, dans un premier temps, l'arrêt de la désignation de primo-arrivants à la structure d'accueil puis, dans un second temps, le départ naturel des résidents accueillis et enfin, l'organisation de leur transfert vers un autre centre d'accueil.

 

Par ailleurs, en réponse à ma question relative à l'argent investi dans le centre, vous m'avez expliqué que de 2015 à 2017 compris, le coût du centre d'accueil de Tournai a été d'à peu près 14 millions d'euros.

 

Voici mes questions:

 

Pourriez-vous me dire quel est ou quels sont les organismes ayant financé ces 14 millions d'euros? Après la fermeture, le bâtiment devra-t-il être remis dans son pristin état?

 

La Croix-Rouge a récemment été informée que le centre devra fermer le 31 octobre prochain. Me confirmez-vous cette date?

 

Comment pouvez-vous m’assurer que les enfants qui se trouvent actuellement au centre Saint-Jean ne seront pas impactés dans leur parcours scolaire? Pouvez-vous m’assurer que les familles seront transférées en juillet/août afin que le cycle scolaire ne soit pas cassé?

 

Quels ont été les critères retenus pour choisir les centres qui fermeront? Quand vont commencer les transferts des candidats-réfugiés de Tournai vers les autres centres? Vers quels centres iront-ils? Comment se fera le choix du nouveau centre? Fera-t-il parti du même réseau?

 

Je vous remercie d’avance pour vos réponses.

 

08.02  Theo Francken, secrétaire d'État: L'honorable membre trouvera ci-après la réponse à sa question.

 

Fedasil est l'organisme subsidiant les frais liés à l'accueil des demandeurs de protection internationale. Contractuellement, le partenaire est responsable de la remise dans l'état original du bâtiment. Lors d'une fermeture, le partenaire doit s'entretenir avec le propriétaire pour s'accorder sur les modalités précises et l'organisation de la remise du bâtiment.

 

Suite à la décision du Conseil des ministres, Fedasil a établi un plan de fermeture des centres concernés avec les partenaires de l'accueil. Suivant le planning actuel, les derniers résidents du centre de Tournai devraient quitter celui-ci avant le 30 septembre. La Croix-Rouge disposera alors d'un mois supplémentaire pour remettre le centre dans son état d'origine.

 

Il est effectivement prévu, pour les familles avec enfants scolarisés, un départ pendant les vacances d'été, afin d'assurer leur inscription dans une école proche de leur nouvelle structure d'accueil.

 

Le plan de réduction du réseau d'accueil décidé par le Conseil des ministres inclut uniquement la fermeture des centres temporaires ouverts pendant la crise. Le planning des transferts est actuellement en cours. Ces transferts débuteront au mois de juillet et le choix du centre se fera sur la base de la disponibilité des places et des éventuels besoins spécifiques.

 

08.03  Paul-Olivier Delannois (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie pour votre réponse. Il y a cependant une chose que je n'ai pas bien comprise. Vous avez dit que la Croix-Rouge devrait remettre le bâtiment en état. Est-ce correct?

 

08.04  Theo Francken, secrétaire d'État: Fedasil est l'organisme subsidiant les frais liés à l'accueil des demandeurs de protection internationale. Contractuellement, le partenaire est responsable de la remise du bâtiment dans son état original.

 

08.05  Paul-Olivier Delannois (PS): Ce sera donc remis en état. Je vous remercie.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Samengevoegde vragen van

-  mevrouw Nahima Lanjri aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de nieuwe procedure tot toetsing van het artikel 3 EVRM bij repatriëring" (nr. 25678)

-  mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de toetsing aan artikel 3 van het EVRM" (nr. 25793)

09 Questions jointes de

-  Mme Nahima Lanjri au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la nouvelle procédure de contrôle du respect de l'article 3 de la CEDH en cas de rapatriement" (n° 25678)

-  Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le respect de l'article 3 de la CEDH" (n° 25793)

 

De voorzitter: Mevrouw Lanjri is verontschuldigd.

 

09.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, het is nu al enkele maanden geleden dat het Commissariaat-Generaal zijn rapport uitbracht naar aanleiding van de crisis rond de teruggestuurde Soedanezen en de identificatiemissie die daaraan voorafging. In dat rapport kwam onder andere naar voren dat artikel 3 uit het EVRM niet deftig werd getoetst.

 

Sindsdien is er een opvolgingscommissie opgericht en hebt u als staatssecretaris meerdere keren verandering en een betere toetsing beloofd. Op 10 februari zei u in De Standaard dat al voor vijf Soedanezen die in het traject van terugkeer zaten, bijkomend werd gecheckt of artikel 3 niet wordt geschonden.

 

Mijnheer de staatssecretaris, wat is er sinds het uitkomen van het rapport met de aanbevelingen veranderd in de procedure van repatriëringen of wat wenst u in de toekomst hieraan nog te veranderen?

 

Hoe wordt artikel 3 op het moment getoetst voor personen die geen asiel aanvragen? Wat zijn de grote moeilijkheden daaromtrent en wat zijn de grote verschillen in de procedure voor wie wel en wie geen asiel heeft aangevraagd?

 

Hoeveel gevallen zijn er op het moment waarin er is besloten dat, op basis van artikel 3, de mensen niet teruggestuurd kunnen worden? Wat gebeurt er dan met die mensen?

 

09.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mevrouw De Coninck, de werkwijze werd aangepast in opvolging van de aanbeveling van de Commissaris-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen aan de DVZ om artikel 3 grondiger te onderzoeken. Zo wordt er ook tegemoetgekomen aan de uitspraken van de RVV dat het hoorrecht gerespecteerd dient te worden, alvorens de DVZ een beslissing neemt.

 

De toetsing van artikel 3 is van toepassing op iedere persoon voor wie de DVZ een verslag van administratieve controle ontvangt. Indien er na de aanhouding twijfels of onduidelijkheid bestaan over het risico op schending, dient er een ander verhoor te gebeuren.

 

De betrokken personeelsleden werden opgeleid om de procedure correct toe te passen en, indien nodig, vindt het verhoor plaats in aanwezigheid van een tolk. De betrokkene wordt zo snel mogelijk gehoord, maar dat hangt af van de beschikbaarheid van de tolk. Aangezien het een administratief verhoor betreft en er geen sprake is van een verhoor in het kader van een strafrechtelijke procedure, is de aanwezigheid van een advocaat niet vereist noch voorzien.

 

Mijnheer de voorzitter, ik heb in dat verband al uitgebreid geantwoord naar aanleiding van een vraag in de commissie op 25 april aan Benoit Hellings. Het betreft hier gewoon de vertaling daarvan in het Nederlands.

 

Ik kom terug op het antwoord. De betrokkene ondertekent het verhoor en kan altijd een kopie aanvragen. De advocaat van de betrokkene kan altijd zijn dossier opvragen met het oog op de transparantie van het openbaar bestuur. Niettemin kunnen nieuwe elementen of nieuwe bewijzen op elk moment aan het dossier worden toegevoegd.

 

De betrokkene kan op elk moment in het centrum asiel aanvragen. Zoals reeds vermeld werd in het verslag van het CGVS, wordt iedere vreemdeling die in een gesloten centrum aangehouden wordt, hiervan op de hoogte gebracht.

 

Indien uit het verhoor blijkt dat de betrokkene voor zijn terugkeer vreest, in de zin van een schending van artikel 3, kan de asielprocedure worden opgestart. Het CVGS zal voor de repatriëring de asielprocedure moeten behandelen. De asielprocedure is de meest geschikte procedure om die vrees te onderzoeken en biedt ook de meeste procedurele garanties.

 

Buiten de personen die zelf een asielaanvraag deden in een centrum, werd bij één persoon een mogelijke schending van artikel 3 vastgesteld. Zijn dossier werd aan het CGVS bezorgd, dat de betrokkene de beschermingsstatus toekende.

 

Ik kan eveneens meedelen dat ingevolge het arrest-Paposhvili versus België voor elke persoon die wordt vastgehouden met het oog op verwijdering, ook wordt nagegaan of artikel 3 van het EVRM in het licht van een medische problematiek gerespecteerd wordt. De voorzienbare medische gevolgen voor de betrokkene worden geëvalueerd, indien hij lijdt aan een ziekte waarbij het gebrek aan behandeling een dreigend gevaar voor overlijden vormt of een ernstige, snelle en onomkeerbare achteruitgang van de gezondheidstoestand een ernstig lijden of een ernstige vermindering van de levensverwachting tot gevolg zou hebben. Er wordt dus nagegaan of er een dreigend gevaar voor overlijden of een risico van een onmenselijke of mensonterende behandeling is ten gevolge van een gebrekkige of inadequate behandeling in het land van oorsprong, of het land van bestemming.

 

Ik kan melden dat ten gevolge van die aanpak de werklast bij alle betrokken instanties verhoogd is. Er kan al aangegeven worden dat door die werkwijze de vaststellingstermijnen langer zullen worden, daar de betrokkene tegen elke nieuwe beslissing in beroep kan gaan. De identificatieprocedure kan pas starten, nadat het onderzoek naar artikel 3 afgerond is.

 

Wij hebben hierover ook een juridisch advies gevraagd aan de Europese Commissie. Wij wachten nu af wat de juridische dienst van de Europese Commissie hierover zal zeggen.

 

09.03  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, u beschrijft in uw antwoord de procedure. Waar ik naar gevraagd heb, is of er, nu er een commissie is, wijzigingen zijn.

 

Wanneer ik uw uitleg goed heb begrepen, kan er in geval van nood een tolk worden opgeroepen voor de vertaling en dus voor een betere communicatie.

 

Het feit dat de werklast is verhoogd, betekent ook dat meer wordt gedaan. Er zijn denkelijk niet meer klanten, maar wel doet men een grondiger en kwaliteitsvoller onderzoek, wat ook de aanbeveling van het commissariaat was.

 

Het is misschien moeilijk, maar ik had ook cijfers gevraagd. Hoeveel vluchtelingen zijn op basis van artikel 3 niet teruggestuurd? Wat gebeurt er met hen?

 

09.04 Staatssecretaris Theo Francken: Daarop heb ik geantwoord, namelijk één iemand.

 

09.05  Monica De Coninck (sp.a): Uw antwoord is dus één iemand?

 

09.06 Staatssecretaris Theo Francken: Daarop heb ik geantwoord.

 

09.07  Monica De Coninck (sp.a): Ik heb dat antwoord niet gehoord. Neem mij niet kwalijk.

 

09.08 Staatssecretaris Theo Francken: Behalve de personen die zelf een asielaanvraag in het centrum deden, werd bij één persoon een mogelijke schending van artikel 3 vastgesteld en werd zijn dossier bezorgd aan het CGVS, dat de betrokkene een beschermingsstatus toekende.

 

09.09  Monica De Coninck (sp.a): Om welke beschermingsstatus gaat het? Werd hij gewoon als vluchteling erkend?

 

09.10 Staatssecretaris Theo Francken: Het gaat om een van beide beschermingsstatussen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "alternatieven voor detentie" (nr. 26183)

- mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de alternatieven voor detentie" (nr. 26211)

10 Questions jointes de

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les alternatives à la détention" (n° 26183)

- Mme Julie Fernandez Fernandez au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les mesures alternatives à la détention" (n° 26211)

 

10.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, bij de bespreking van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en zo verder zei u dat er voor een nieuw KB zou worden gezorgd voor de zogenaamde alternatieven voor detentie voor asielzoekers.

 

Mijn vragen zijn de volgende, wat is de stand van zaken van dit KB? Wanneer zal dit klaar zijn en eventueel in werking treden?

 

Zou het louter gaan om een KB analoog aan het KB van 8 oktober 1981?

 

Zullen er nieuwe vormen van alternatieve detentie in het leven worden geroepen? Zo ja, welke?

 

Welk budget wordt er voorzien? Op welke manier zal er verzekerd worden dat er maximaal voor deze alternatieven gekozen wordt?

 

Welke praktijk wordt er nu gevolgd, nu het KB er nog niet is?

 

10.02  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le président, monsieur Francken, dans un échange de courriers, le Commissariat encourage la Belgique à investir plus en avant dans les procédures alternatives à la détention plutôt que de faire marche arrière dans le domaine, volet sur lequel votre réponse reste muette.

 

Quel est le budget dédié aux maisons de retour et comment a-t-il évolué au cours de cette législature? Combien de places compte le dispositif des maisons de retour et dans quelle mesure ce nombre a-t-il augmenté au cours de cette législature? Dans ce volume, quelle est la part pour laquelle des décisions d’investissement ont été prises sous ce gouvernement et pas sous l’autorité de votre prédécesseur dans la fonction? Enfin, quel est le personnel disponible pour ces maisons de retour et comment se répartit-il entre les implantations?

 

10.03 Staatssecretaris Theo Francken: Het KB zit in de ontwerpfase en er moeten nog een aantal keuzes worden gemaakt. Het is moeilijk te voorspellen wanneer het klaar zal zijn en in werking zal treden.

 

Het KB zal het KB van 8 oktober 1981 wijzigen. Het is geen apart KB dus.

 

Uw antwoord op vraag 2 is ja, maar verwijzend naar het antwoord op vraag 1 kan ik nog geen uitsluitstel geven.

 

Het budget zal afhangen van de keuzes die gemaakt zullen worden.

 

Hiervoor voorziet de wet een voldoende duidelijke garantie. De opsluiting van een asielzoeker is een laatste redmiddel – redmiddel is niet het juiste woord, het is het laatste middel – dat enkel voor de in de wet vermelde doelstellingen kan worden toegepast, artikel 74, 6°, § 1.

 

Madame Fernandez, les budgets utilisés pour les maisons de retour sont les suivants: en 2017, 299 000 euros; en 2016, 478 000 euros; en 2015, 347 000 euros.

 

10.04  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, afin de vous éviter de devoir énumérer tous les chiffres, je vous propose de me remettre le texte de votre réponse. 

 

10.05  Theo Francken, secrétaire d'État: Dans l'aperçu dont je dispose, on mentionne le nombre de maisons en 2016 et en 2017.

 

Une maison a pris feu à la fin de l'année 2016 à Sint-Gillis-Waas. Les maisons avoisinantes ont été mises hors service par les pompiers parce qu'il n'y avait aucune certitude quant à leur stabilité.

 

Durant cette période, l'Office des Étrangers disposait de 26 maisons. À la fin du mois de juin 2017, les maisons dont question plus haut ont, à nouveau, été mises en service. Depuis cette date, 28 maisons sont opérationnelles.

 

Durant cette législature, une maison a été ouverte, en 2015, à Sint-Gillis-Waas et deux maisons à Beauvechain, en 2016. On compte neuf coaches de retour (deux par site). Les sites de Zulte et de Tielt sont considérés comme un seul site. Un coach est flexible et peut intervenir en appui.

 

Le budget de 2017 s'élève à 299 000 euros. On peut donc constater une diminution. Cela s'explique par le fait que l'enfermement des familles n'est plus prioritaire. En effet, aujourd'hui, la priorité est donnée aux migrants en transit qui veulent rejoindre l'Angleterre. Quoi qu'il en soit, le nombre de familles enfermées a largement diminué, ce qui n'est sans doute pas pour vous déplaire. Mais il s'agit d'une question de circonstances.

 

10.06  Monica De Coninck (sp.a): Als ik het goed begrepen heb, hebt u in 2017 minder families opgenomen voor terugkeer omdat u prioritair bezig was met transitmigranten. Zegt u nu dat dit in 2018 wel prioritair wordt behandeld?

 

10.07 Staatssecretaris Theo Francken: Ik heb de cijfers van 2018 niet bij. De prioriteit is heel de problematiek van de transitmigratie en dat blijft zo zolang wij daarmee worden geconfronteerd. Gisteren is er in Brussel spijtig genoeg opnieuw iemand overleden. Dit blijft een zeer acuut politiek probleem. Ik heb zeker niet de opdracht gegeven om meer gezinnen op te sluiten, als dat uw vraag is. Ik heb ook niet speciaal de opdracht gegeven om minder gezinnen op te sluiten in 2017.

 

Ik heb wel gezegd dat transitmigratie de prioriteit is. Wij moeten daar keihard op blijven werken want het loopt uit de hand. Denken we maar aan Brussel-Noord, het Maximiliaanpark, Zeebrugge, de parkings in West-Vlaanderen, enzovoort. Een indirect gevolg daarvan is natuurlijk dat niet alles prioritair kan worden behandeld.

 

10.08  Monica De Coninck (sp.a): U moet misschien eens met Groot-Brittannië gaan praten?

 

10.09 Staatssecretaris Theo Francken: Dat heb ik al gedaan. Ik ben daar met Jan Jambon geweest. Wij zijn daar volop mee bezig. Hoe men het ook draait of keert, maar het is niet zo evident om iemand die al 8 000 kilometer heeft afgelegd, uit zijn hoofd te praten om die laatste 30 kilometer te doen. Mentaal zijn zij reeds in Groot-Brittannië.

 

10.10  Monica De Coninck (sp.a): En Groot-Brittannië wil ze niet opnemen?

 

10.11 Staatssecretaris Theo Francken: Nee.

 

10.12  Monica De Coninck (sp.a): Zij willen niet bij een club horen, maar de anderen van de club moeten die migranten wel tegenhouden.

 

10.13 Staatssecretaris Theo Francken: Oké, maar het is nog iets helemaal anders om mensen actief te helpen om illegaal door te reizen in Europa.

 

10.14  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je n'ai pas bien compris si les trois maisons qui ont été ouvertes l'ont été à l'initiative de ce gouvernement ou du gouvernement précédent. Je comprends qu'il y a des familles, et que ce n'est pas de votre volonté, mais nous ouvrons quand même une aile pour les familles dans un centre fermé. Mais nous n'allons pas entamer ce débat dans le cadre de cette question. Je pense que nous y reviendrons ultérieurement.

 

On peut aussi se demander pourquoi réserver ces maisons aux familles. Nous pourrions peut-être aussi y héberger d'autres personnes, au lieu de les mettre dans des centres fermés.

 

10.15  Theo Francken, secrétaire d'État: J'ai dit que, durant cette législature, une maison a été ouverte en 2015 et deux maisons en 2016. Je vais donner les chiffres. Nous avons 28 maisons pour l'instant, et 9 coaches. Mais en ce qui concerne les centres fermés que nous allons ouvrir et leur capacité, il y a un problème. Nous n'enfermons plus les familles avec enfants depuis 2008 ou 2009. Nous nous sommes demandé ce que nous devions alors faire. Le gouvernement précédent a travaillé sur des pistes, dans le contexte juridique des retours forcés. On a créé des "turtelhuisjes".

 

L'efficacité des ces turtelhuisjes – qui sont des appartements "ouverts" – a diminué ces dernières années car les familles expulsées les quittent un ou deux jours avant de devoir prendre l'avion. Ce n'est que dans le cas où une famille, qui n'a pas accepté le retour volontaire et qui a épuisé tous les recours et procédures, n'accepte pas d'aller dans ces appartements qu'il y a une possibilité de l'enfermer afin d'organiser un retour forcé. J'espère que cela n'arrivera que très rarement.

 

10.16  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, face aux chiffres que vous me donnez et à la lecture des différents rapports, je constate que l'efficacité des turtelhuisjes a diminué sous ce gouvernement. J'entends bien que l'enfermement des familles est une exception mais je me demande si le budget assez important qui a été octroyé à cette aile fermée n'aurait pas été plus utile pour l'amélioration de la qualité de l'encadrement. Je peux concevoir qu'il doit être difficile de travailler avec des familles en désespérance qui ont pour objectif de quitter un pays où elles n'ont pas d'avenir mais je pense vraiment que le budget consacré à la création et au fonctionnement de cette aile fermée aurait pu l'être à l'amélioration de l'encadrement dans ces maisons.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de opvolgingscommissie Uitzettingsbeleid" (nr. 26186)

11 Question de Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la commission de suivi de la politique d'expulsion" (n° 26186)

 

11.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, ik heb in een van mijn vorige vragen al verwezen naar de Permanente Commissie voor de opvolging van het verwijderingsbeleid voor vreemdelingen. Ik heb daar een aantal heel concrete vragen over.

 

Wat is de wettelijke basis van de opvolgingscommissie? Volgt er nog een KB of iets anders?

 

Is er bij de opvolgingscommissie sprake van een aflopend mandaat? Zo ja, hoe lang is dat mandaat en hoe is men tot die beslissing gekomen?

 

Wat is de definitieve samenstelling van de commissie?

 

Hoeveel vergaderingen waren er reeds? Wat is de stand van zaken?

 

Is er een intern reglement? Waar kunnen wij dat terugvinden?

 

Is er een secretariaat en bestaat er een vergoedingen- en onkostenregeling?

 

Is er op de ene of andere manier bepaald waarover de opvolgingscommissie zich zal kunnen uitspreken en wat de opdracht ervan is?

 

Welke timing zal er voorts worden aangehouden?

 

Op welke manier zal de Kamer op de hoogte worden gehouden, bijvoorbeeld via een jaarlijks verslag?

 

11.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mevrouw De Coninck, de commissie werd opgericht via een oprichtingsverklaring en met uitvoering van de verklaring van de federale regering van 9 februari 2018. Artikel 7 van de oprichtingsverklaring wordt wel nader uitgewerkt via een KB. Het betreft de regeling van de vergoedingen van de leden van de commissie.

 

De commissie is opgericht voor een termijn van twee jaar en wordt voorgezeten door een professor-emeritus van een Belgische universiteit. Dat is professor Bossuyt. Daarnaast bestaat de commissie uit de volgende leden: de directeur-generaal van de DVZ, de commissaris-generaal van de federale politie, de inspecteur-generaal van de Algemene Inspectie van de federale politie en de lokale politie, de directeur-generaal van Fedasil, de commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, een vertegenwoordiger van de Belgische pilotenvereniging, een vertegenwoordiger van de openbare of publieke luchtvervoerder die in het bezit is van een geldige exploitatievergunning, zoals bedoeld in verordening EG/1008/2008 van het Europees Parlement en van de Raad van 22 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap, uitgereikt door de directeur-generaal van het Directoraat-Generaal Luchtvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer.

 

Er hebben vergaderingen plaatsgevonden op 9 maart, 20 april en 25 mei. De volgende vergadering is gepland op 29 juni.

 

Er is geen intern reglement, maar wel een secretariaat. De vergoedingen en onkosten worden geregeld in het koninklijk besluit, dat momenteel nog in ontwerp is. Het is dus nog niet ondertekend en nog niet van kracht.

 

Wat uw vraag betreft over de opdracht van de commissie, verwijs ik naar artikel 1 van de oprichtingsverklaring. Daarover beslist de voorzitter. De vraag over de timing dient u ook aan hem te stellen.

 

De commissie dient op geregelde tijdstippen een verslag over de uitvoering van haar opdrachten op te stellen en in het bijzonder binnen het jaar een tussentijds verslag met aanbevelingen.

 

De heer Bossuyt was ook aanwezig op onze CoTer-vergadering. We hebben zo om de twee à drie maanden een CoTer-vergadering, wat staat voor Coördinatie Terugkeer. Alle betrokken kabinetten en diensten zijn daarbij vertegenwoordigd. Het gaat dan om de kabinetten van Justitie, Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Defensie. Dat is heel uitgebreid. Het gaat daarbij om alles wat met terugkeer te maken heeft. We hebben verschillende werkgroepen en die vergaderingen draaien eigenlijk heel goed. We proberen daar multidisciplinair met de verschillende kabinetten aan te werken. Wat Justitie betreft, wordt er bijvoorbeeld heel intensief gewerkt aan de terugkeer van gevangenen. Voor Buitenlandse Zaken gaat het om terugnameakkoorden en diplomatieke relaties.

 

Ik zit die vergaderingen voor samen met Bruno Franckx. Ik meen dat het het beste is dat ik daar steeds zelf bij aanwezig ben. Het zijn altijd goede vergaderingen. Vorige keer hadden we professor Bossuyt uitgenodigd. U moet het hem natuurlijk zelf vragen, maar ik heb de indruk dat hij zeer intens bezig is met de commissie en ze sowieso heel ernstig neemt.

 

11.03  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, dat is zeer belangrijk en er kunnen altijd verbeteringen uit voortkomen. Ik meen dat de heer Bossuyt een ernstig man is, die zijn werk serieus neemt. Ik vermoed echter dat de commissie vooral bestaat uit witte mannen, want het onderwerp wordt nogal operationeel bekeken vanuit veiligheidsoogpunt. Misschien moeten we er eens over nadenken hoe we meer diversiteit tot stand kunnen brengen om zo het draagvlak te vergroten.

 

De voorzitter: Ik wil voor de volledigheid even zeggen dat professor Bossuyt ooit mijn professor was aan de universiteit van Antwerpen voor volkenrecht. Ik vond hem een zeer ernstig man. Hij was eigenlijk zowat de enige waar ik wat bang voor was bij de examens.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Vraag van mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "artikel 1F" (nr. 26187)

12 Question de Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'article 1F" (n° 26187)

 

12.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, op 13 juni verscheen in Knack een uitgebreid artikel over de situatie van mensen tegen wie een artikel 1F werd uitgesproken.

 

Volgens het artikel werden sinds 2011 188 asielzoekers uitgesloten van de vluchtelingenstatus conform artikel 1F in België. Dat is uiteraard logisch, omdat wij daders natuurlijk niet dezelfde bescherming willen geven als slachtoffers.

 

Omdat die mensen echter ook werkelijk gegronde angst hebben om vervolgd te worden in hun eigen land, kan België ze niet terugsturen naar het eigen land. Dat brengt België in een moeilijke situatie en plaatst de betrokkenen in een juridisch limbo, waardoor zij vaak in de illegaliteit belanden.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ik heb hierover enkele vragen. Voor alle duidelijkheid,  ik vind het geen gemakkelijk onderwerp. Ten eerste, wat is de procedure, eens artikel 1F wordt uitgesproken tegen een asielzoeker?

 

Ten tweede, de uitspraak van een artikel 1F is niet strafrechtelijk, omdat dat onder het asielrecht valt. Er is dus alleen een ernstig vermoeden nodig om het artikel toe te passen. Van welke tools maakt DVZ gebruik om tot die conclusie te komen?

 

Ten derde, sommige van de betrokken asielzoekers kunnen nog gevaarlijk zijn voor de Belgische maatschappij. In hoeverre houdt de Dienst Vreemdelingenzaken gegevens bij van onder andere de locatie van die personen, eens beslist werd tot inroeping van het artikel? Met andere woorden, is er dus een opvolging na de beslissing om 1F toe te passen?

 

Ten vierde, als een asielzoeker na de inroeping van artikel 1F in België blijft, wordt zijn status dan na verloop van tijd opnieuw bekeken, als het gevaar voor de samenleving niet meer zo groot is en volgt er dus een soort amnestie?

 

Ten vijfde, hoe staat u tegenover alternatieven voor die uitgesloten asielzoekers, zoals de uitreiking van een verblijfsvergunning onder strenge voorwaarden, waarbij hun geen asiel wordt verleend, maar wordt voorkomen dat ze in de illegaliteit verzeilen?

 

12.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mevrouw De Coninck, voorafgaand wil ik opmerken dat de 188 beslissingen tot uitsluiting van de vluchtelingenstatus van de commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen, waarvan sprake in het artikel in Knack niet noodzakelijk eindbeslissingen zijn, aangezien de verzoeker om internationale bescherming hiertegen beroep kan aantekenen bij de RVV. Het effectief aantal beslissingen tot uitsluiting zal dus lager liggen. De RVV zal het immers met sommige gevallen niet eens zijn.

 

Er wordt een bevel om het grondgebied te verlaten, genomen. Er wordt ingeschat of betrokkene eventueel een gevaar is voor de openbare orde. Er wordt rekening gehouden met het feit of er al dan niet een niet-terugleidingsclausule is.

 

Het kan zijn dat het CGVS een status intrekt, maar tegelijkertijd een niet-terugleidingsclausule bijvoegt. Eigenlijk zegt het CGVS dus: u kunt hem niet terugsturen. Op basis van de wetgeving moet ik zijn status dan intrekken, en dat zal ik doen, maar ik mag hem niet terugsturen naar het land van herkomst.

 

In heel Europa lopen duizenden 1F'ers rond. Dat is al jaren een groot probleem. Een genocidair uit Rwanda die gevlucht en erkend is, en van wie later voor het Strafhof in Den Haag uitkomt dat het een genocidair is, krijgt de status 1F. Hij wordt wel uitgesloten van asiel, maar men kan die niet terugsturen naar Rwanda, want dat zou een schending van artikel 3 zijn. Zo iemand kan men niet terugsturen en die persoon verblijft dan illegaal op het grondgebied. Zo zijn er velen. Onder de vorige regeringen zijn daar al problemen mee geweest. Ook Angela Merkel en Mark Rutte hebben daar al een paar keer hun beklag over gedaan. Maar daar is geen oplossing voor.

 

In de wet staat dat men dan een derde land kan zoeken. Ik meen dat dit in het verleden één keer gebeurd is. Ik ben er niet helemaal zeker van, maar als ik mij niet vergis, is de regering van dat land erover gevallen toen dat uitkwam. Dat is een urban legend. U moet dat maar eens uitzoeken. Ik wil maar zeggen: zoek maar eens een land dat zo iemand wil binnennemen. Misschien kan men wel een land vinden, maar als men die persoon naar daar stuurt, moet dit ook de toetsing aan artikel 3 doorstaan. Men kan hem voor alle duidelijkheid niet zomaar naar een dictatuur sturen. Dat zal ook niet mogen van de RVV.

 

Het is niet de DVZ maar het CGVS dat de beslissing neemt tot uitsluiting van de vluchtelingenstatus. Er is inderdaad een verschil tussen een strafrechtelijke veroordeling en een administratiefrechtelijke beslissing tot uitsluiting van de vluchtelingenstatus.

 

Om een beslissing tot uitsluiting van de vluchtelingenstatus te nemen, moeten de voorwaarden die nodig zijn om tot een strafrechtelijke veroordeling te komen niet noodzakelijk vervuld zijn. Dit neemt niet weg dat er zeer strikte voorwaarden gelden voor het nemen van de beslissing tot uitsluiting. Slechts wanneer men over zeer ernstige aanwijzingen beschikt, kan men overgaan tot de beslissing tot uitsluiting. Deze aanwijzingen verkrijgt men op basis van de verklaringen van de verzoeker, alsook op basis van onderzoek en informatie over de misdrijven die in het land van herkomst gepleegd zijn. De bewijslast ligt hierbij bij het CGVS.

 

Van illegalen die ondergedoken zijn, is per definitie niet bij te houden waar zij zijn. Bij de beslissing tot uitsluiting is er sprake van ernstige aanwijzingen van misdrijven, begaan in het land van herkomst, die niet noodzakelijk leiden tot een gevaar voor de nationale veiligheid in België, het aankomstland.

 

In een beperkt aantal gevallen worden beslissingen tot uitsluiting genomen, omdat de bezoeker in verband wordt gebracht met terrorisme. In alle gevallen worden zowel de inlichtingendiensten als het parket van de beslissingen tot uitsluiting op de hoogte gebracht, zodat zij die personen kunnen opvolgen.

 

Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen bepaalde categorieën. Een genocidepleger, bijvoorbeeld, betreft geen kwestie van nationale veiligheid voor België, omdat hij hier natuurlijk geen genocide zal starten. Als het echter iemand is die veroordeeld is voor terrorisme of een teruggekeerde Syrië-strijder — er zijn zo enkele gevallen met Marokkanen vaak in het nieuws geweest — en met een OCAD-dreigingsniveau drie, dan zijn die wel gevaarlijk, maar ik krijg hen ook niet weg naar Marokko. Dat is nog een heel ander verhaal, en er komt er nog zo’n pak aan, want die kerels komen allemaal vrij in de komende maanden.

 

Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen een beslissing tot uitsluiting die wordt genomen op basis van artikel 1F van de vluchtelingenconventie enerzijds en een beslissing tot uitsluiting die wordt genomen wegens een gevaar voor de nationale veiligheid anderzijds. Het is dus niet zo dat een persoon voor wie een beslissing tot uitsluiting op basis van artikel 1F wordt genomen, automatisch wordt beschouwd als iemand die een gevaar vormt voor de nationale veiligheid.

 

Ik zie geen redenen om een verblijfsrecht toe te kennen aan personen die om zeer zwaarwichtige redenen werden uitgesloten van een beschermingsstatuut. Dat ons land in het geval van een niet-terugleidingsclausule niet meteen in de mogelijkheid verkeert om de betrokkene uit te wijzen naar zijn land van herkomst, is nog geen reden om hem of haar een verblijfsrecht toe te kennen. De betrokkene kan ook vrijwillig terugkeren naar zijn land of naar een derde land. U stelt toch niet voor om hun papieren te geven, of wel?

 

12.03  Monica De Coninck (sp.a): Nee. Het probleem is dat betrokkenen niet uitgewezen kunnen worden, maar dat zij geen verblijfsstatuut krijgen.

 

12.04 Staatssecretaris Theo Francken: Die personen zijn wel heel zware gevallen. Dat zijn niet zomaar mensen als u en ik.

 

12.05  Monica De Coninck (sp.a): Ja, maar er zijn toch bijna 200 dergelijke gevallen.

 

12.06 Staatssecretaris Theo Francken: Voor alle duidelijkheid, die 200 personen hebben niet allemaal een niet-terugleidingsclausule; dat geldt slechts voor een klein deel onder hen.

 

12.07  Monica De Coninck (sp.a): Hoeveel personen zijn dat dan?

 

12.08 Staatssecretaris Theo Francken: Die gegevens heb ik nu niet bij. Men heeft echter niet automatisch een niet-terugleidingsclausule, als men een beslissing op basis van artikel 1F krijgt. Voor alle duidelijkheid, wij hebben zulke personen ook al kunnen terugsturen. Die personen hebben een uitsluitingsbeslissing gekregen op basis van artikel 1F wegens fraude of gevaar voor de nationale veiligheid en hebben wij daarna wel kunnen terugsturen. Het gaat dus niet om 188 personen. Die groep is kleiner.

 

Die terroristen uit Marokko en de Syriëstrijders, over wie ik het nu heb, hebben nooit een status gehad. Een en ander verloopt op basis van de verstrengde vreemdelingenwet, waar u volgens mij tegen gestemd hebt. Betrokkenen verliezen wel hun verblijfsrecht, maar zij hebben nooit verblijfsrecht gehad op basis van de vluchtelingenstatus, zij zijn hier bijvoorbeeld geboren, dus dat is nog een andere categorie.

 

12.09  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, vooral het gegeven dat sommigen hier geboren zijn, maakt het problematisch. Als zij hier geboren zijn, kunnen wij onze verantwoordelijkheid niet ontlopen. Het klopt dat wij een opdeling kunnen maken naargelang terrorisme of genocide. Stel dat er zulke personen hier zijn, die onder de bepalingen van artikel 1F vallen, wel die kunnen niet teruggestuurd worden. Zij zitten hier dus eigenlijk in de illegaliteit. Kunnen wij dan niet beslissen om hen op te volgen en hen na verschillende jaren de mogelijkheid te bieden om opnieuw een aanvraag in te dienen, waarbij op dat moment wordt nagegaan welk traject zij hier ondertussen hebben doorlopen?

 

Ik vrees dat het nooit een goede zaak is om mensen in de illegaliteit te duwen. Ofwel moeten wij hen uitwijzen, ofwel moeten wij, als zij toch op een of andere manier in België blijven, met hen aan de slag. Ik begrijp dat u tegenover zulke personen strenger reageert en hen niet meteen verblijfsdocumenten of een onbepaald statuut met mogelijkheden geeft. Ik denk echter dat het niet oké is om mensen tot hun dood in de illegaliteit te laten, zonder kans op integratie.

 

Dit is een moeilijk verhaal. Als het erop neerkomt dat betrokkenen hier illegaal moeten leven, dan moeten wij consequent zijn en hen uit ons land verwijderen, maar dat is niet mogelijk. Dus moeten wij hier met hen toch iets doen.

 

12.10 Staatssecretaris Theo Francken: Mevrouw De Coninck, ik begrijp dat links altijd op zoek is naar een slachtofferfunctie. Ik begrijp ook, als u het hebt over kinderpardon, dat in dat verband goed werk kan worden geleverd. Maar — en met alle respect — nu spreken wij over mensen die vallen onder de procedure opgenomen in artikel 1F, de meest zwaarwichtige procedure die er bestaat. In veel gevallen gaat het om criminelen die veroordeeld zijn voor zeer zware feiten. In mijn ogen zijn die mensen geen slachtoffers, maar daders.

 

Moeten die personen hier blijven? Zij moeten hier helemaal niet blijven. Niemand verplicht hen om hier te blijven. Ze zijn hier illegaal. Ze krijgen een bevel om het grondgebied te verlaten. Er is niet zo'n verplichting dat zij voor de rest van hun leven, tot in het oneindige, in de illegaliteit in België blijven. Zij kunnen terugkeren of elders gaan wonen, wat er volgens mij ook veel doen. Ik ben daar niet zeker van, maar het lijkt mij niet uitgesloten dat dat gebeurt.

 

Bovendien, die personen kunnen nu ook, na een aantal jaar, een regularisatieaanvraag om humanitaire redenen op basis van de artikelen 9bis of 9ter van de huidige wet indienen. Hebben wij al dergelijke dossiers gehad? Dat weet ik niet; dat moet ik eens navragen. Het zegt mij alleszins niets. Hoe dan ook, puur wettelijk is dat allemaal mogelijk. U zegt dat wij een en ander eens moeten onderzoeken, maar dat kan al. Als zij dat willen, dan kunnen zij een 9bis-aanvraag indienen en dan zal mijn administratie die bekijken.

 

U hebt het idee dat die mensen helemaal vastzitten en niet terug kunnen. Wij kunnen hen niet actief terugsturen, maar zij mogen wel terug. Als zij een vliegtuigticket nemen en terugvliegen naar Marokko, dan staan zij over een paar dagen weer in Marokko. Dat is geen probleem.

 

12.11  Monica De Coninck (sp.a): Dat heb ik niet gezegd. U bent nu weer aan het interpreteren. Wij moeten gewoon consequent handelen. Veroordeelde oorlogsmisdadigers moeten natuurlijk teruggebracht worden naar het land waar zij veroordeeld zijn.

 

12.12 Staatssecretaris Theo Francken: Maar wat als zij hun celstraf hebben uitgezeten?

 

12.13  Monica De Coninck (sp.a): Niet altijd, blijkbaar.

 

12.14 Staatssecretaris Theo Francken: Heel vaak wel.

 

12.15  Monica De Coninck (sp.a): Velen werden zelfs niet veroordeeld. Voor velen bestaat er enkel een vermoeden dat zij iets op hun kerfstok hebben. Daarom geraken zij in een juridisch vacuüm, zeker als het over genocide gaat. Ik heb geen kant-en-klare oplossing. Ik las daarover alleen een artikel in Knack. Ik vond het een raar systeem. Het gaat om personen die tussen stoelen vallen. Uiteindelijk kunnen zij geen leven opbouwen.

 

U zit weeral te zuchten. Maar u moet daarover een consequente beslissing nemen. Ik heb er geen probleem mee dat zij naar de gevangenis gestuurd worden, als er daarvoor een goede reden is en als er een veroordeling is. Laat het duidelijk zijn: ik wil geenszins vergoelijken. Het gaat er nu eenmaal om dat wij een duurzame oplossing moeten uitwerken voor de betrokkenen, die hier in onze maatschappij met een bepaald statuut rondlopen. Die kan erin bestaan dat wij ze in de gevangenis zetten, of in een alternatief. Wij moeten dat onderzoeken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 25844 van de heer Olivier Maingain wordt uitgesteld.

 

13 Question de Mme Julie Fernandez Fernandez au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la récupération d'unités pénitentiaires hollandaises en vue de la création d'un centre fermé à Zandvliet" (n° 26204)

13 Vraag van mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het recupereren van Nederlandse gevangeniscellen voor de oprichting van een gesloten centrum in Zandvliet" (nr. 26204)

 

13.01  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur Francken, au mois de mai dernier, vous avez accepté le don par les Pays-Bas d’unités pénitentiaires en provenance de la prison de Tilburg, en vue, semblerait-il, de la construction d’un centre fermé à Zandvliet. Ceci appelle quelques questions.

 

Une décision a-t-elle déjà été prise quant à la construction de ce nouveau centre? Si oui, quel budget a-t-il été engagé à cette fin? En frais de fonctionnement, qu'est-ce que cela représente?

 

Combien de places sont-elles prévues dans ce nouveau centre s'il voit effectivement le jour? À quel horizon en envisagez-vous l’ouverture?

 

La presse signale que ces unités devront encore faire l’objet "d’une mise en conformité aux normes belges". De quelles normes s’agit-il?

 

Il me revient que votre ambition est d’en faire un centre spécialement dédié "aux personnes condamnées en Belgique". Faut-il comprendre que vous entendez de facto créer un centre pénitentiaire? Envisagez-vous des règles spécifiques pour ce lieu? Si c’est le cas, convient-il de le considérer comme un lieu de privation de liberté ou comme un lieu déterminé au sens de la loi de 1980?

 

13.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Madame Fernandez Fernandez, la plus grande partie de vos questions relève plutôt des compétences de mon collègue de l'Intérieur en charge de la Régie des Bâtiments. Pour autant que je puisse répondre à vos questions, je peux vous dire ce qui suit.

 

Au total, 144 places seront créées dans le nouveau centre. Il s'agira d'un régime individuel, c'est-à-dire un régime de chambres. Dans d'autres centres, il s'agit d'un régime collectif. Au regard du régime individuel, ce centre servira à enfermer les personnes "difficiles", à savoir les criminels, les personnes présentant des troubles du comportement, etc. Ce n'est pas une institution pénitentiaire.

 

Un arrêté royal séparé ne sera pas pris. Le fonctionnement du centre sera régi par l'arrêté royal du 2 août 2002, l'arrêté royal fixant les régimes et les règles de fonctionnement applicables aux lieux situés sur le territoire belge gérés par l'Office des Étrangers où un étranger est détenu, mis à la disposition du gouvernement ou maintenu en application des dispositions citées dans l'article 74-8, § 1er de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.

 

13.03  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je retiens que vous confirmez l'ouverture d'un centre. Ce qui m'inquiète, c'est qu'il relève, selon votre description, d'un centre psychiatrique puisque vous dites qu'il est destiné principalement à des gens en difficulté ou qui ont des troubles du comportement … 

 

13.04  Theo Francken, secrétaire d'État: Des criminels et des personnes présentant des troubles du comportement.

 

13.05  Julie Fernandez Fernandez (PS): Pour le reste de mes questions, je m'adresserai à votre collègue, le ministre de l'Intérieur.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

14 Question de Mme Julie Fernandez Fernandez au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la constitution d'une caution auprès des étrangers retenus en centres fermés" (n° 26205)

14 Vraag van mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de borgstelling voor vreemdelingen die in een gesloten centrum worden vastgehouden" (nr. 26205)

 

14.01  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, il me revient que les sommes d’argent que les étrangers pourraient détenir lors de leur placement en détention ou qui leur seraient apportées par un soutien extérieur seraient confisquées à hauteur de 50 euros, montant qui constituerait une "caution".

 

Quelle est la destination de cette caution? Comment est-elle consignée pendant la durée du séjour et produit-elle des intérêts? Cette somme est-elle restituée lors de la sortie? Sur quelle base cette somme est-elle prélevée et, dans le cas où elle ne serait pas restituée, quel document contradictoire justifie-t-il un tel prélèvement? Enfin, si le montant n'est pas rendu, à quelle hauteur se situe-t-il?

 

14.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Madame Fernandez, l'argent détenu par un étranger au moment de son entrée en centre fermé ou l'argent qu'il reçoit durant son séjour grâce aux visites est conservé en lieu sûr. 

 

Au cours de son séjour, le ressortissant étranger peut introduire la demande d'un montant de 50 euros. Les articles 120 et 121 de l'arrêté royal relatif aux centres fermés prévoit le règlement administratif dans les cas de libération et d'éloignement. Cela signifie que les résidents ne disposant pas des moyens nécessaires peuvent bénéficier d'une somme fixée à 50 euros, leur permettant de subvenir à leurs besoins vitaux pendant les premiers jours de détention. Le gouvernement la complète si la personne n'en dispose pas.

 

Afin d'éviter qu'elle ne dépense l'argent au cours de son séjour et que le gouvernement ne débourse des montants supplémentaires en cas de libération ou de départ, un montant de 50 euros est conservé au titre de garantie. Lors de leur départ, les résidents reçoivent évidemment l'argent qu'ils possédaient. Dans un premier temps, le but de cette garantie est de veiller à ce que les résidents jouissent des moyens financiers nécessaires à leurs besoins vitaux lorsqu'ils quittent le centre en raison d'un rapatriement ou d'une libération. Chacun d'entre eux reçoit cette somme quand il quitte le centre.

 

Par ailleurs, la garantie sert aussi à couvrir les frais occasionnés par des dommages commis intentionnellement dans le centre, lesquels sont très rares.

 

Au début de la procédure d'entrée, chaque résident signe un document relatif au règlement se rapportant à la garantie.

 

14.03  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie pour votre réponse qui me paraît claire.

 

J'aimerais seulement vous poser une petite question complémentaire. Pour avoir visité plusieurs centres fermés, dont celui de Vottem, j'ai pu observer la présence de distributeurs et de cantines. J'entends que l'argent détenu par les personnes enfermées est gardé en lieu sûr, mais je suppose qu'on leur en laisse une partie pour qu'elles puissent se restaurer. 

 

Je comprendrais que vous n'ayez pas la réponse. Nous pouvons y revenir lors d'une question ultérieure. Si de la nourriture est à leur disposition et qu'ils ne peuvent pas l'atteindre, c'est un peu vicieux. Ce qui m'intéresse, c'est d'avoir la réponse. Je vous adresserai donc une nouvelle question.

 

Enfin, quand vous dites que l'argent est placé en lieu sûr, où est-ce? Est-ce dans un coffre-fort dans le centre fermé? Si vous ne pouvez me répondre, je vous adresserai également une autre question.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

15 Question de Mme Julie Fernandez Fernandez au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le renouvellement des titres de séjour provisoires" (n° 26206)

15 Vraag van mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de verlenging van voorlopige verblijfsvergunningen" (nr. 26206)

 

15.01  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, dans le cadre d'un titre de séjour limité (carte A), il est prévu que les titulaires doivent contacter l'Office des Étrangers au moins un mois avant la date de péremption de leur titre de séjour, s'ils désirent le renouveler pour une autre durée limitée. Or, bien souvent, ce délai d'un mois n'est pas respecté par votre administration lorsqu'il s'agit de remettre une réponse aux intéressés.

 

Les personnes en attente de confirmation de la prolongation de leur titre de séjour se retrouvent alors dans une situation compliquée. Tout d'abord, une fois que leur titre de séjour est arrivé à terme, elles doivent attendre la décision de l'Office des Étrangers qui peut, dans certains cas, prendre un certain temps. De plus, ces personnes ne savent pas si le titre va être prolongé. Durant cette période, certains voient leur contrat de travail rompu parce que l'employeur ne peut évidemment pas maintenir dans un emploi une personne sans titre de séjour valide.

 

Enfin, pendant la durée d'attente, la péremption de ce titre de séjour ne leur permet pas de quitter le territoire national pour une courte durée puisqu'ils ne pourraient y revenir. Cette situation est d'autant plus problématique quand cela concerne des enfants disposant d'une carte A. S'ils s'intègrent dans la société et qu'ils vont à l'école, des séjours scolaires sont souvent organisés, parfois dans un autre pays européen. Or, ces enfants qui seraient dans le cas précis en possession d'une carte A périmée en attente d'un renouvellement ne peuvent pas participer à ces voyages scolaires puisqu'ils ne pourraient pas revenir sur le territoire par la suite.

 

Monsieur le secrétaire d'État, vous devez savoir que je vous pose cette question car, en tant qu'échevin de l'état civil de ma commune, j'ai souvent été confrontée au problème. Vous me l'accorderez, il est difficile d'annoncer à un enfant qui essaye de s'intégrer qu'il ne pourra pas prendre part aux activités auxquelles tous ses condisciples peuvent participer. Je peux vous dire qu'il est également difficile d'expliquer cela au corps enseignant et aux autres élèves de la classe.

 

Monsieur le secrétaire d'État, quelle est la durée moyenne de traitement d'une demande de renouvellement de la carte A? Si cette durée moyenne est supérieure à un mois, créant ainsi une situation où le demandeur ne dispose que d'un titre de séjour périmé, quels mécanismes comptez-vous mettre en place pour accélérer cette procédure? Quelles sont les mesures permettant aux personnes se trouvant dans cette situation de conserver leur emploi sans que cela ne puisse inquiéter leur employeur? Si un enfant désire quitter le territoire dans le cadre d'un voyage scolaire, et que cet enfant dispose d'une carte A périmée en attente de renouvellement, dans un souci de faire valoir avant tout le bien de l'enfant, serait-il possible que cet enfant dispose d'une dérogation ou d'une carte A, spéciale voyage scolaire?

 

15.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Monsieur le président, madame Fernandez Fernandez, nous ne disposons pas d'informations qui nous permettent de confirmer qu'il y a un problème avec le renouvellement des cartes A. Nous avons interrogé notre administration à la suite de votre question, mais nous n'avons pas encore obtenu de réponse à ce sujet. La question a, me semble-t-il, été introduite hier. Dès que nous recevrons une réponse, nous ne manquerons pas de vous en informer. C'est encore un peu tôt.

 

15.03  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, j'entends bien votre réponse. Puis-je vous demander de réfléchir à des solutions car nous sommes relativement souvent interpellés sur la situation problématique d'enfants? C'est le cas à Liège et j'imagine que c'est aussi le cas dans d'autres communes. On peut tous entendre que ce sont des enfants qui partent encadrés et qui ne vont pas disparaître dans la nature. Comme il faut attendre un peu pour avoir les réponses, pourriez-vous, monsieur le secrétaire d'État, déjà réfléchir à des solutions? Ainsi, nous n'aurions pas perdu, ni vous, ni moi, notre journée.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

16 Question de Mme Julie Fernandez Fernandez au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les téléphones autorisés en centres fermés" (n° 26207)

16 Vraag van mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de telefoons die in gesloten centra mogen worden gebruikt" (nr. 26207)

 

16.01  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, c'est une règle bien connue, les personnes retenues en centre fermé ne peuvent disposer de téléphones équipés de caméras ou d'appareils photos. Il me revient toutefois que certains appareils qui ne disposent manifestement pas d'une telle technologie sont néanmoins rejetés par l'administration des centres, parce qu'elle ne connaît pas le modèle.

 

Monsieur le secrétaire d'État, quels sont les critères effectivement retenus? Quelle est la marge d'appréciation laissée au personnel des centres? Existe-t-il une liste de modèles autorisés?

 

Par ailleurs, il me revient également que les cartes SIM étrangères sont confisquées ou, à tout le moins, refusées au sein des centres, sous l'argument que seules les cartes vendues dans l'enceinte de ceux-ci seraient autorisées. Est-ce le cas? Quelle est la base légale de cette pratique, qui prive les personnes placées en rétention de contacts avec leur tissu social?

 

16.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Madame Fernandez Fernandez, les centres fermés adoptent une politique assez souple et flexible concernant l'usage des gsm personnels. Les appareils équipés des possibilités de prise de son, de photo et de vidéo ne sont pas admis, afin de garantir la vie privée du personnel, peu importe la marque ou le modèle. Il n'est donc pas correct de prétendre que certains modèles ne sont pas admis alors qu'ils remplissent les critères énoncés ci-dessus.

 

Les modèles qui sont admis sont essentiellement les modèles de gsm de base, que le personnel du centre peut aisément reconnaître au moment de l'intake.

 

Il n'est pas correct non plus d'affirmer que seules les cartes SIM vendues dans les centres sont autorisées. Lorsqu'un résident dispose encore d'une carte active, il peut parfaitement l'utiliser. Le personnel des centres dispose aussi d'adaptateurs pour permettre de les utiliser sur les différents appareils.

 

Pour les résidents qui ne peuvent pas utiliser leur propre smartphone ou qui ne disposent pas de leur propre appareil, il est possible d'acheter dans le centre des appareils gsm à des prix bon marché.

 

Durant le séjour des résidents, le personnel du centre peut activer une carte SIM pour les résidents qui le demandent. Des cartes avec crédit d'appel peuvent toujours être achetées dans la boutique du centre.

 

16.03  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je prends acte de vos réponses. Nous avions des informations contradictoires mais puisque vous êtes le chef de votre administration, je suppose qu'elle tiendra compte de votre réponse.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

17 Question de Mme Julie Fernandez Fernandez au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les délais de transfert de dossiers par l'Office des Étrangers dans le cadre de recours" (n° 26208)

17 Vraag van mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de termijnen waarbinnen de Dienst Vreemdelingenzaken dossiers overzendt in het kader van een beroep" (nr. 26208)

 

17.01  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, dans certaines circonstances, les étrangers ne disposent que de cinq jours pour introduire un recours contre une décision négative. Il me revient toutefois que plusieurs avocats ayant demandé le dossier administratif de leur client afin de préparer ce recours reçoivent pour toute réponse un accusé de réception les informant que l'Office dispose, quant à lui, de trente jours pour faire parvenir ce dossier. Il y a là évidemment une rupture d'égalité qui met un frein important à l'accès à la justice pour ces requérants, et qui peut avoir des conséquences irréversibles sur leur situation personnelle.

 

Monsieur Francken, confirmez-vous cette information? Dans la négative, quel est le délai dans lequel l'Office transmet effectivement les dossiers? Et si cette information est exacte, quelle mesure entendez-vous prendre pour ramener le délai de transfert dans un cadre utile pour l'exercice du droit au recours?

 

17.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Madame Fernandez, le délai pour introduire un recours varie de cinq à dix jours en fonction de la décision contestée. Le service Publicité de l'administration de l'Office des Étrangers dispose en effet de trente jours pour répondre à une demande d'accès au dossier. Lorsqu'un recours est introduit, le dossier peut être consulté auprès du greffe.

 

17.03  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je prends acte de la réponse. Comme pour ma question précédente, nous allons retourner à la source de nos informations et peut-être revenir vers vous.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

18 Question de Mme Julie Fernandez Fernandez au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le placement en centre fermé de migrants interpellés par la police de préférence à d'autres mesures moins coercitives" (n° 26209)

18 Vraag van mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de voorkeur voor het plaatsen van door de politie aangehouden migranten in een gesloten centrum boven het nemen van andere minder dwingende alternatieve maatregelen" (nr. 26209)

 

18.01  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, comme on le sait, la priorité donnée aux forces de l'ordre en ce qui concerne la répression des personnes en situation de séjour irrégulier amène nécessairement des arrestations par les forces de police.

 

À la suite de ces arrestations, les policiers prennent contact avec l'Office des Étrangers, lequel remet éventuellement une décision de retenir la personne arrêtée en centre fermé, dans le cas où cette personne serait "dublinable". La décision est notifiée à l'aide d'un document type.

 

La lecture d'un tel document appelle plusieurs commentaires et questions.

 

Ledit document reprend le prescrit de l'article 28, alinéa 2, du règlement UE 604/2013: "Les États membres peuvent placer les personnes concernées en rétention en vue de garantir les procédures de transfert conformément au présent règlement lorsqu'il existe un risque non négligeable de fuite de ces personnes, sur la base d'une évaluation individuelle et uniquement dans la mesure où le placement en rétention est proportionnel et si d'autres mesures moins coercitives ne peuvent être effectivement appliquées." Force est toutefois de constater qu'à aucun moment, la décision n'explicite quelles autres mesures moins coercitives (à part la délivrance d'un nouvel ordre de quitter le territoire) ont été envisagées, et encore moins évaluées. Qu'en est-il? Quelles sont les mesures alternatives envisagées et qui en réalise l'évaluation? Dans quel délai?

 

Ce même document comporte la mention manuscrite de la date et de l'heure de signature de l'autorité policière, de la personne faisant l'objet de la décision (au moment de la prise de connaissance de la décision) et de l'autorité du centre fermé au moment du début de la rétention. On ne trouve pas une telle mention manuscrite de la part de l'autorité administrative, à savoir l'Office des Étrangers. Pourquoi? On ne trouve pas non plus de trace de l'heure à partir de laquelle l'étranger est privé de sa liberté d'aller et venir, qui est nécessairement antérieure à la décision de le retenir en centre fermé. Pourquoi?

 

Avez-vous une idée du temps qui s'écoule entre l'arrestation des personnes étrangères et la décision de détention? Avez-vous connaissance de cas où ce temps dépasse 12 heures? Il me revient que, dans certains cas, plus de 12 heures s'écoulent entre la prise de connaissance de la décision et le placement effectif. Quel est le statut de l'étranger visé durant cette période?

 

Il apparaît de diverses décisions qu'il peut être fait référence à des auditions réalisées par la police. On ne trouve par contre pas systématiquement trace d'une copie du procès-verbal de cette audition en annexe à la décision. Pourquoi? Dès lors que la décision semble s'appuyer sur une telle audition, le procès-verbal me semble devoir être une pièce utile jointe au dossier.

 

"L'étranger - désigné ainsi dans le document -, déclare avoir pris connaissance de la décision."

 

Cela appelle nécessairement la question suivante: les auditions se font-elles en présence d'un interprète? La décision est-elle traduite à l'étranger de telle sorte que la prise de connaissance est effective? Dans le cas contraire, quelle est la valeur du contreseing qu'il appose sur la décision, laquelle peut contenir des déclarations qui lui seraient dommageables dans le cadre de l'examen de son dossier?

 

Considérant que cette audition a lieu dans le cadre d'une arrestation administrative mais débouche sur une décision de privation de liberté, l'étranger (toujours nommé ainsi) a-t-il la possibilité de se faire assister d'un avocat? Dans l'affirmative, comment est-il informé de cette possibilité?

 

18.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Chère collègue, l'Office des Étrangers doit prendre une décision endéans les 24 heures à partir du moment de l'interception. Pour les personnes disposant de documents d'identité, la décision est prise dans les 12 heures. L'Office prend une décision après que l'étranger ait été entendu par la police. Si l'intéressé ne comprend pas la langue parlée par les services de police, un document traduit en plusieurs langues lui sera présenté. L'Office évalue les différentes possibilités et, dans la plupart des cas, il s'agit d'un ordre de quitter le territoire et non pas d'un enfermement en centre fermé.

 

La signification de la décision d'une arrestation doit être prise dans les délais légaux. Au début et à la fin des arrestations administratives, il est possible de vérifier dans les registres les personnes qui ont été arrêtées par la police. L'audition par la police au regard d'une éventuelle décision n'est pas une décision établie dans un PV. Le rapport de cette audition et/ou le formulaire individuel sont transmis à l'Office.

 

Je ferai remarquer à l'honorable membre qu'un recours est possible contre toute décision: contre l'arrestation avec la possibilité de saisir la chambre du conseil et contre la décision d'éloignement auprès du Conseil du Contentieux de Étrangers (CCE).

 

18.03  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, j'entends bien qu'il y a deux délais, l'un de 12 heures et l'autre de 24 heures. Il est difficile de définir l'heure lorsque l'heure de l'interception n'apparaît nulle part. Je ne sous-entends pas que la police est de mauvaise foi mais l'on peut se demander à partir de quand, légalement, court ce délai et jusque quand. Il faudrait peut-être y réfléchir. Je retiens que ce ne sont pas des auditions et qu'en conséquence, il n'y a pas de PV rédigé. Cela m'interpelle et, dès lors, je ne manquerai pas de revenir vers vous sur ce sujet

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

19 Question de Mme Julie Fernandez Fernandez au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les perspectives d'économie dans les départements du secrétaire d'État" (n° 26210)

19 Vraag van mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de plannen om te besparen in de departementen van de staatssecretaris" (nr. 26210)

 

19.01  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, des rumeurs persistantes font état de projets d’économies allant jusqu’à 60 millions dans vos budgets d’ici à la fin de l’année. Alors que vous avez déjà procédé à la fermeture de nombreuses places d’accueil dans les ILA et dans les centres gérés par la Croix-Rouge, l’inquiétude est grande au sein du personnel de Fedasil, d’autant plus que les principes de prudence budgétaire appliqués dans cette institution au cours de l’année dernière et depuis le mois de janvier de cette année font peser des contraintes particulièrement lourdes sur son fonctionnement.

 

Y a-t-il effectivement une ambition de réduire les budgets de la politique d’accueil au cours de cette année? Si oui, à hauteur de quels montants? En ce qui concerne Fedasil en particulier, quel serait l’impact en termes d’emplois? De nombreux collaborateurs ont été engagés sous contrat à durée indéterminée avec une clause résolutoire. Cette clause trouverait-elle à s’appliquer dans ce contexte?

 

Au-delà de la question d’éventuels licenciements et de fermetures de places d’accueil, se poserait alors la question des conditions de travail des collaborateurs maintenus en place. Quelles seraient les normes d’encadrement prévues dans le cadre d’une telle réduction budgétaire? Si de telles décisions devaient être prises, à quel horizon envisagez-vous d’entamer une concertation sociale avec les représentants des travailleurs du secteur?

 

19.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Les résultats du contrôle budgétaire 2018 ne nous ont pas encore été notifiés. Il est donc prématuré de répondre.

 

En l'absence de moyens supplémentaires, Fedasil devra revoir la capacité d'accueil et, à partir de là, adapter l'encadrement nécessaire en personnel. Je dis bien "en l'absence de moyens supplémentaires", ce qui n'est pas encore le cas pour l'instant.

 

Er is een budgettaire controle aan de gang. Wij hebben geld bijgevraagd. Vorig jaar en twee jaar geleden was dat ook het geval.

 

C'est la même situation qu'il y a un an ou deux.

 

Le cas échéant, l'Agence consultera des représentants du personnel dès qu'elle sera en possession des informations nécessaires. Toutefois, le cas n'est pas encore échu.

 

19.03  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, j'ai compris que vous ne désespériez pas d'obtenir des budgets supplémentaires et que les soixante millions d'économies n'étaient qu'une rumeur. C'est bien cela?

 

19.04  Theo Francken, secrétaire d'État: Quand on examine le budget initial 2018, c'est exact. Du reste, c'est aussi la raison pour laquelle des contrôles budgétaires sont exercés.

 

19.05  Julie Fernandez Fernandez (PS): Oui, nous sommes bien d'accord. Je voulais seulement m'en assurer.

 

19.06  Theo Francken, secrétaire d'État: Pour l'instant, Fedasil dispose de suffisamment d'argent, même si elle a besoin d'en recevoir un peu plus. C'est pourquoi j'ai demandé des moyens supplémentaires pour le présent exercice.

 

19.07  Julie Fernandez Fernandez (PS): Si je résume bien votre propos, le montant de soixante millions d'économies est bien une rumeur.

 

19.08  Theo Francken, secrétaire d'État: C'est une somme virtuelle.

 

19.09  Julie Fernandez Fernandez (PS): Et vous avez donc demandé des moyens supplémentaires pour Fedasil.

 

19.10  Theo Francken, secrétaire d'État: C'est bien cela.

 

19.11  Julie Fernandez Fernandez (PS): Je m'en réjouis, monsieur le secrétaire d'État. 

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

20 Question de Mme Julie Fernandez Fernandez au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le courrier de la Commissaire aux droits de l'homme du Conseil de l'Europe relatif à l'enfermement des mineurs" (n° 26212)

20 Vraag van mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de brief van de mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa met betrekking tot de opsluiting van minderjarigen" (nr. 26212)

 

20.01  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, le Commissariat aux droits de l'homme du Conseil de l'Europe vous a adressé, à deux reprises, des courriers relatifs à l'enfermement des mineurs en centre fermé, le premier en date du 12 décembre 2016 et le deuxième le 5 juin dernier, courrier auquel vous avez répondu le 13 juin.

 

Avez-vous informé vos collègues du gouvernement de leur contenu? Si oui, quand?

 

20.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Madame Fernandez, la communication de la semaine dernière concernant les unités familiales était une réponse à un courrier de la Commissaire aux droits de l'homme qui nous a été transféré via le cabinet des Affaires étrangères. Cette réponse a été transmise par la cellule internationale de l'Intérieur aux services des Affaires étrangères qui l'ont fait parvenir au Conseil de l'Europe. Les services des Affaires étrangères veillent aussi à la transmission de ce courrier au sein du gouvernement et le réseau des Affaires étrangères par le biais d'une mailing list. La lettre de la mi-décembre 2016 a été transmise par le même canal.

 

20.03  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie. J'ai ma réponse. Et sinon je suppose qu'ils l'auront lue comme moi sur Twitter. Tout va bien!

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

21 Question de Mme Julie Fernandez Fernandez au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les déclarations du secrétaire d'État relatives aux Bangladais embarqués à bord de l'Aquarius" (n° 26213)

21 Vraag van mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de uitspraken van de staatssecretaris over de Bengalezen aan boord van de Aquarius" (nr. 26213)

 

21.01  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, ce week-end, vous avez tweeté à propos de "nombreux" ressortissants du Bangladesh qui se trouvaient à bord du navire affrété à des fins humanitaires, I'Aquarius.

 

Il apparaît qu'il y avait en tout et pour tout trois ressortissants de ce pays à bord. Sur base de quels éléments avez-vous jugé utile de qualifier ces trois personnes de "nombreuses" – un propos que manifestement même vous avez trouvé excessif puisque vous avez modifié votre publication par la suite?

 

Par ailleurs, le Bangladesh n'est peut-être pas un pays en guerre, mais la situation de certaines minorités, en particulier les Rohingyas, n'en est pas moins alarmante. Une résolution a d'ailleurs été déposée au sein de cette assemblée à leur sujet, tandis que d'autres ont été adoptées au Conseil des Nations Unies et au Parlement européen.

 

Monsieur le secrétaire d'État, quelle est l'attitude de votre administration à l'égard des ressortissants du Bangladesh introduisant un dossier auprès de notre pays?

 

Le gouvernement espagnol a pris la décision courageuse et solidaire d'ouvrir ses ports à I'Aquarius. Dans la foulée, son homologue français s'est engagé à mener une opération de relocalisation de ses passagers et de participer au financement des frais encourus par l'Espagne. Quelle est l'attitude du gouvernement belge dans cette situation? Une aide a-t-elle été proposée à l'Espagne par votre gouvernement?

 

21.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Madame Fernandez, pour répondre à votre question précédente sur l'argent, les personnes qui n'ont pas d'argent peuvent accomplir des petits travaux dans les centres fermés. Elles reçoivent un peu d'argent pour cela. Dans la boutique, elles peuvent acheter des biens. Les personnes qui ont de l'argent peuvent l'utiliser comme elles le souhaitent. Nous les en dissuadons, nous leur disons que ce n'est pas très malin de le faire, qu'il est préférable de le laisser en sécurité. Mais elles peuvent faire ce qu'elles veulent de leur argent. La plupart n'ont pas beaucoup d'argent.

 

Pour ce qui concerne l'Aquarius, je rappelle que chaque demande de protection internationale est évaluée de manière individuelle par une instance d'asile indépendante, le CGRA. Si nécessaire, il est recouru à un tribunal administratif, le Conseil du Contentieux des Étrangers (CCE). Cela vaut donc également pour les ressortissants du Bangladesh. Le CGRA dispose de toutes les informations nécessaires pour examiner les demandes de protection internationale des ressortissants de ce pays, en connaissance de cause et ce, quel que soit leur profil: personnes issues d'une minorité ethnique, profil politique ou autres.

 

Je tiens à vous faire remarquer que, l'année dernière, le taux de reconnaissance par le CGRA des demandeurs en provenance du Bangladesh s'élevait seulement à 3,7 %. Quant aux Rohingyas, ils sont originaires de Myanmar et non du Bangladesh. C'est pourquoi ils ne figurent pas sur la liste des migrants.

 

Les demandes d'asile introduites par les Bangladais sont nombreuses et sont même en train d'augmenter: en 2016, elles étaient au nombre de 17 000 dans l'Union européenne; en 2017, le chiffre s'élevait à 21 000. Plusieurs d'entre eux ont pris le bateau en direction de l'Italie en partant de la Libye. 

 

Je vais poursuivre en néerlandais.

 

Wat de ontscheping van de Aquarius betreft, kan ik alleen vaststellen dat de Spaanse autoriteiten eenmalig een haven hebben geopend voor dat schip. Ik vertrouw op de verdere afhandeling door Spanje. Het spreekt voor zich dat het engagement en de verantwoordelijkheid niet stopt bij de ontscheping. Spanje is nu ook, conform de Dublinverordening, verantwoordelijk voor de correcte registratie, de asielprocedure en zo nodig ook de terugkeer van personen. In geval van secundaire stromen zal ik ook niet nalaten om de geldende Dublinregeling toe te passen. Dat is evident. Die geldt voor iedereen.

 

21.03  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je fais également confiance au gouvernement de Pedro Sánchez pour gérer les choses correctement, avec humanité et fermeté.

 

Je me suis effectivement trompée sur l'origine des Rohingyas, mais on n'est pas toujours très bon en géographie. 

 

Le reste de mes questions est resté sans réponse mais je me mets à votre place et je comprends que, parfois, il vaut mieux se taire.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

La réunion publique de commission est levée à 12.21 heures.

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.21 uur.