Opvolgingscommissie belast met het onderzoek naar de omstandigheden die hebben geleid tot de terroristische aanslagen van 22 maart 2016 in de luchthaven Brussel-Nationaal en in het metrostation Maalbeek te Brussel, met inbegrip van de evolutie en de aanpak van de strijd tegen het radicalisme en de terroristische dreiging

Commission de suivi chargée d'examiner les circonstances qui ont conduit aux attentats terroristes du 22 mars 2016 dans l'aéroport de Bruxelles-National et dans la station de métro Maelbeek à Bruxelles, y compris l'évolution et la gestion de la lutte contre le radicalisme et la menace terroriste

 

van

 

Maandag 16 juli 2018

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Lundi 16 juillet 2018

 

Après-midi

 

______

 

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 13.06 uur en voorgezeten door de heer Patrick Dewael.

La réunion publique de commission est ouverte à 13.06 heures et présidée par M. Patrick Dewael.

 

01 Gedachtewisseling met de heer Marc De Mesmaeker, commissaris-generaal van de federale politie

01 Échange de vues avec M. Marc De Mesmaeker, commissaire général de la police fédérale

 

De voorzitter: Ik heet u welkom, mijnheer de commissaris-generaal. Ik maak van de gelegenheid graag gebruik om u mede namens de opvolgingscommissie een goede vaart toe te wensen. U bent genoeg gepokt en gemazeld om te weten dat het een woelige vaart kan worden, maar ik wens u in elk geval veel succes toe.

 

U hebt de werkzaamheden van de onderzoekscommissie gevolgd. U hebt ook kennis genomen van de aanbevelingen die wij hebben gedaan, meer bepaald omtrent het luik veiligheidsarchitectuur. De onderzoekscommissie is verveld tot een opvolgingscommissie, die als doel heeft na te gaan of de aanbevelingen die het Parlement met grote unanimiteit, met een kamerbrede meerderheid heeft goedgekeurd – wat niet vaak gebeurt – ook stilaan in de praktijk geïmplementeerd worden. Daarvoor rust al een belangrijke verantwoordelijkheid op uw schouders.

 

Ik weet dat u om 17 uur een vliegtuig moet halen. Dat is de reden waarom wij op dit ongewone uur beginnen. Het is in deze commissie gebruikelijk om de spreker een korte inleiding te laten geven. U beslist zelf over de lengte ervan, maar de bedoeling is vooral dat wij er een interactief verhaal van maken en dat ikzelf en de andere commissarissen de kans krijgen om u over een en ander te bevragen. Ik weet dat men de regering nooit mag ondervragen over haar intenties, maar u zult die vragen wellicht toch niet uit de weg gaan. Als u het te vroeg vindt om op bepaalde vragen te antwoorden, dan hebben wij daarvoor uiteraard alle begrip, maar u hebt toch een globale visie. U kunt, meer dan wie ook, een en ander voor ons verduidelijken.

 

Ik laat u dan ook graag aan het woord voor uw inleiding. Daarna krijgen de commissieleden de gelegenheid om vragen te stellen, waarop onmiddellijk geantwoord kan worden.

 

01.01  Marc De Mesmaeker: Mijnheer de voorzitter, ik dank u voor de felicitaties, ook voor die namens de Opvolgingscommissie.

 

Ook al vind ik het een evidentie dat men de nieuwe commissaris-generaal ontbiedt in het kader van de nuttige werkzaamheden van deze commissie, toch ook dank om mij zo snel in de mogelijkheid te stellen een en ander te komen toelichten, verduidelijken en beantwoorden.

 

U weet dat dit volledig matcht met mijn overtuigingen inzake transparantie en accountability en uiteraard houd ik mij verder ter beschikking van de commissie.

 

En ce qui concerne ce premier échange de vues, j'avais cru bon de structurer mon introduction en trois volets.

 

Le premier se rapporte à ma vision macro de la police fédérale. Elle est déjà assez concrète et tient compte des recommandations de cette commission. J'aborderai le deuxième volet rapidement – en deux ou trois minutes – pour indiquer la méthodologie du suivi de la police fédérale dans l'exécution desdites recommandations. Enfin, le troisième comporte vingt-deux points très concrets, toujours en rapport avec les recommandations de la commission. Ils tiennent compte de ce que vous appelez, monsieur le président, le "laaghangend fruit". 

 

Hierbij houd ik uiteraard rekening met het gecoördineerde antwoord dat de commissie reeds ontving van het kabinet van de premier. Ik houd ook rekening met de dialoog die hier vorige week plaatsvond met de twee ministers. Mijn inbreng zal wat anticipatief zijn op vragen, maar alleszins complementair met de dialoog van verleden week. U zult merken dat ik snel dans le vif du sujet zal gaan.

 

Eerste luikje, mijn visie. Sedert mijn eedaflegging op 15 juni laatstleden heb ik, denk ik, op consequente wijze, zowel intern als extern, duidelijk aangegeven – daarover zijn al vragen gesteld – dat ik niet warmloop voor een zoveelste substantiële hervorming van de structuren van de federale politie. Ik heb dat heel bewust, uitdrukkelijk en ondubbelzinnig gedaan, maar daarmee wil ik geenszins aangeven – et j'insiste – dat wij voor de status quo of de standstill gaan, integendeel. Evoluties, verbeteringen en veranderingen dringen zich op, maar niet via een zoveelste herschikking van de organisatie, van de structuren.

 

De federale politie is hervormingsmoe. Laat dat een overduidelijke en onbetwistbare conclusie zijn uit mijn jarenlange contacten met onder andere de sociale partners. De volgende reorganisatie dreigt, mijns inziens, wel eens de hervorming te veel te worden. Ik vind het correct en belangrijk, als eindverantwoordelijke, om die analyse en die verwittiging mee te geven.

 

De federale component van de Belgische politie werd bij regelmaat hervormd. Als men dat eens uitzet op een tijdslijn, vanaf de jaren 90, dan wordt het duidelijk dat het om de vijf à zes jaar "ingrijpend prijs" was. Vandaar voortaan de aandacht op processen, procedures en functionele bijsturingen. Daarin was ik in mijn communicatie van vorige week even overtuigd, even duidelijk en ondubbelzinnig.

 

Je souligne: ma communication des précédentes semaines comportait deux parties. Dans la première, je signalais que ce serait une erreur de s'attaquer de nouveau substantiellement aux structures. Ce n'était donc que la moitié de mon message, car dans la seconde partie, j'indiquais qu'il fallait prêter attention aux processus, aux procédures et aux modes de fonctionnement. Qu'il n'y ait pas de malentendus à ce propos.  

 

Ik zet in op het functioneel wegwerken van verschotting, ik zet in op sharing, zowel intern als extern – ik gebruik de woorden van de commissie –, op synergie, op cultuurwijziging en leidinggeven en ik zal zelf, zonder verpozen, daarin de juiste toon en stijl aangeven. Ik maak er binnen de federale politie een punt van om het denken, oplossen, behandelen, doen en spreken met één stem crescendo in de geesten en de genen te krijgen. Trouwens, het terrein is daar zelf vragende partij voor en het strookt met de aanbevelingen van de commissie. Ik geef daartoe aansluitend enkele concrete aanzetten, ook al heb ik nog maar vier weken op de teller.

 

Ik heb mij voorgenomen om die visie – niet werken op structuren, werken op processen, procedures en functionele aspecten – heel strikt te bewaken. Ik zal twee misschien gewaagde, maar toch sprekende voorbeelden geven.

 

Ik geef een eerste voorbeeld. Zelfs al mocht uit de nakende evaluatie van de optimalisering – ik ga daar niet op vooruitlopen; dat is trouwens het werk van de federale politieraad – blijken dat het goed zou zijn de mandaten van DirCo en DirJud te versmelten, dan nog denk ik dat het nu niet het ogenblik is om dat te doen. De timing van een oplossing is soms even cruciaal als de oplossing zelf.

 

Ik geef een tweede voorbeeld, en dat heeft betrekking op mijn positie. Ook al heb ik een duidelijk concept over de plaats en de werking van de commissaris-generaal als een CEO binnen de federale politie, en u mag dat gerust vergelijken met die van een korpschef in een lokale politiezone, met zijn ondersteunende diensten en één operationele adjunct, dan nog zal ik bijvoorbeeld de DirCo's nu niet overhevelen richting DGA. Ik sta immers conceptueel een model voor met een heel klein commissariaat-generaal, van een kleine 400 medewerkers. Wie mag u daartoe rekenen? De mensen op het niveau directeur, een integriteitscel en ook de auditcel.

 

J'en profite pour vous présenter la personne qui est assise à mes côtés: il s'agit de Mme Aurore Sonon, de mon service "Appui à la politique", lequel examine notamment le suivi de l'exécution des recommandations.

 

Die mensen mag u er ook bij rekenen. Daarbij komen ook nog de drie directies die u kent: CGI, de internationale politiesamenwerking die de commissaris-generaal uiteraard moet aansturen, de Dienst Welzijn die wettelijk bij de commissaris-generaal moet worden ondergebracht en de interne en externe communicatiedienst.

 

Zo'n dienst van 400 mensen stelt de commissaris-generaal in staat om meer ruimte te hebben voor beleidswerk en aansturing, die zelfs ad hoc operationeel kan zijn en minder beheersverantwoordelijkheden zou hebben, zoals thans het geval is met de 3 300 ambten die bij het commissariaat zijn ondergebracht.

 

Ik ben vier weken bezig en ik kan u zeggen dat ik heel dikwijls mijn pen moet gebruiken voor pure beheersdossiers van die 3 300 mensen.

 

Toch meen ik dat het pragmatischer en intelligenter is om nu voor een zekere tijd de toestand te consolideren en geen grote interne transfers te doen, hetzij van commissariaat-generaal naar directie-generaal, hetzij van directie-generaal naar commissariaat-generaal.

 

Ik weet immers dat de commissie, ik verwijs daarvoor naar pagina's 371 en 372 van het verslag, eerder ook een inbedding van de gedeconcentreerde gerechtelijke diensten als onderdeel van het commissariaat-generaal voorstaat.

 

Pour établir un parallélisme avec les DirCo, il faut placer les DirJud dans le giron du Commissariat général.

 

Dat botst mijns inziens met voormelde valabele argumenten. Het zou DGJ bovendien substantieel ledigen en tot een kwart herleiden.

 

Dat gezegd zijnde, het zit hem dikwijls in functioneringsmodellen, cultuur, praktijken en leadership. Ik kom er later nog concreet op terug.

 

Mijnheer de voorzitter, dat was de eerste as van mijn visie. De tweede as van mijn visie is de modernisering in de zin van innovatie, automatisering, digitalisering, interconnectiviteit en interoperationabiliteit. Op dat vlak moet de federale politie nog een fameus tandje bijsteken. Ik druk mij dan nog eufemistisch uit.

 

De directie DRI is een pivot voor onze toekomst en moet worden gekoesterd. Projecten zoals onder meer iPolice en Focus maar ook LogisPol, i+Belgium en Police Search zijn van vitale betekenis.

 

In mijn hoedanigheid van commissaris-generaal moet ik bijzondere aandacht hebben voor de directie DRI. De werkdruk is er heel hoog en de werksfeer is gespannen. Dat vereist van velen, niet alleen van de DG en de DGR maar ook van mijzelf de beste HR-skills.

 

Ik wil dat even onder de aandacht van de commissie brengen. Ik heb het over de positie van de directie DRI, die ontzettend wordt bevraagd en – dit is mijn vaststelling doorheen al die jaren – veel meer dan vroeger nu ook simultaan door de twee voogdijministers. Wij leven in een tijdperk van automatisering en digitalisering. Zowel de minister van Binnenlandse Zaken als de minister van Justitie heeft hun aandachtspunten en prioriteiten. Zij bevragen beide die directie regelmatig, frequent en gelijktijdig.

 

Wij zullen echt aandachtig moeten zijn voor die directie. De mensen mogen niet sneuvelen onder de druk die aldus wordt gecreëerd. Het is onder meer aan mij als verantwoordelijke, om ervoor te zorgen dat zulks niet gebeurt. Dat vergt wel heel grote aandacht.

 

Mijnheer de voorzitter, dat was het deel over mijn visie en de twee grote componenten van die visie.

 

En ce qui concerne la méthodologie, comme je l'ai annoncé, je serai bref. La semaine passée, le ministre de l'Intérieur vous a déjà communiqué que la police fédérale a élaboré une méthodologie pour suivre l'exécution de ces recommandations. Cette méthodologie a été validée par les deux ministres qui l'ont chapeautée par un comité de pilotage composé des deux ministères, de la police fédérale et de la police locale.

 

Concrètement, nous avons structuré cela en six clusters pour lesquels un responsable a été désigné. Les clusters et les sous-projets concernent respectivement: la gestion de l'information, la DGJ, la DGR, la DGA, le CGI (coopération policière internationale) et le résidu du Commissariat général.

 

Misschien mag ik de commissie hier een suggestie doen en vragen dat de verzoeken om uitleg steevast via mijn kanaal zouden worden behandeld. Daarna kan er adequaat worden gedispatcht in de clusters en krijgt u een gecoördineerd en gevalideerd antwoord van het niveau CG. U hebt recht op zo'n antwoord en u zult het dan ook krijgen.

 

Dat brengt mij bij het derde onderdeel. Daar heb ik 22 heel concrete punten aangekondigd, toegespitst op heel wat aanbevelingen en laaghangend fruit. De twee voogdijministers kwamen hier vorige week aan het woord. Zij gaven reeds een uitvoerige stand van zaken. Ik vermijd dubbel gebruik. Vandaar mijn specificaties rond 22 concrete issues, die de commissie gewis ter harte gaan. Ze houden veelal afspraken in die nog in dit jaar, in 2018, zullen worden uitgevoerd.

 

Ten eerste, de dag na mijn aantreden heb ik persoonlijk een initiatief genomen om de werking van het Nationaal Invalspunt of NIP grondig te wijzigen, om de verschotting in die materie verder te ontmantelen en om de federale politie met één stem te laten spreken en rapporteren. Mijn uitgangspunt is daarbij dat de federale politie in staat moet zijn om dagelijks via  één kanaal uit de hiërarchische lijn één actualiteitsrapport te genereren voor de verantwoordelijken. De regeling van mijn voorgangster legde de eindregie ter zake bij haar beleidsmedewerkers. Zij had daar gewis haar redenen voor. Ik zie dat echter fundamenteel anders. De lijn moet die eindregie hebben, niet de beleidsmedewerkers, die trouwens van de ene op de andere dag uit het beeld kunnen verdwijnen. De lijn moet dat doen en wel gestructureerd, professioneel en geïntegreerd.

 

Ook is het zo dat er dagelijks minstens drie rapporten worden gegenereerd, een van DAO, een van DJO en dan nog een arrondissementeel overzicht. Af en toe komt daar nog een verslag van CGI bij. Ik zie dat anders. Er moet een geïntegreerd actualiteitsrapport worden aangereikt. Na een werkbezoek bij het NIP en het intern overleg ter zake leggen we overmorgen een nieuwe NIP-procedure voor aan het directiecomité. Ook de communicatie van de essentialia in dat ene rapport naar de buitenwereld, namelijk OCAD en het crisiscentrum, komt aan bod en zal gestroomlijnd worden tot een eenstemmige tekst.

 

Dat lijkt mij een belangrijk en nuttig eerste statement van de nieuwe commissaris-generaal, dat allesbehalve anekdotisch is. Dat statement schrijft zich mijns inziens perfect in in de besluiten en de gewenste oriëntaties van de commissie.

 

Als de commissie dit wenst, bezorg ik u een afschrift van de nieuwe onderrichtingen, zodra die klaar zijn en vertaald zijn. De nieuwe werkwijze – of moet ik zeggen denkwijze, of nog beter culturele mindsetting – zal in werking treden op 1 september aanstaande. Tot zover mijn eerste punt, de herziening van de nieuwe procedure.

 

Ten tweede, het was echt geen toeval dat ik vorige woensdag gedurende de NAVO-top meer dan 4 uur samen met de twee operationele DG's op het terrein aanwezig was. Wij moeten meer in blok optreden. Wij moeten ons meer in blok vertonen.

 

Ten derde, ik heb mij voorgenomen – en ik heb dit ook al intern gecommuniceerd met het oog op een meer coherente stroomlijning van de DirCo's en de DirJud's – dat ik alternerend de middagvergaderingen van de DirCo's en de DirJud's zal bijwonen naar aanleiding van de maandelijkse dagvergaderingen die wij in Brussel houden met de DirCo's en de DirJud's

 

Dat draagt volgens mij heel concreet en veel nuttiger bij tot de door de commissie beoogde parallelle behandeling door DirCo's en de CirJud's.

 

Ten vierde, voorts zal er ten opzichte van de gerechtelijke overheden veelal een binomiale demarche zijn. Versta daaronder dat CG en DGJ veelal samen op het appel zullen zijn.

 

Gelet op de bevoegdheden en de verantwoordelijkheden die de wet mij toekent, lijkt mij dat triviaal, vanzelfsprekend.

 

Ten vijfde, inzake informatiebeheer gaven de ministers reeds duiding bij de kruispuntbank. Mijn diensten zullen hun verantwoordelijkheid opnemen in het raam van de werkzaamheden van het overkoepelend overlegcomité, dat zij in plaats hebben gesteld en dat aan de slag moet tussen september en december van dit jaar. De federale politie zal op het appel zijn.

 

Ten zesde, nog inzake informatiebeheer – dit is heel concreet –, bevestig ik hier dat eind juni aan de ministers een visietekst op politie-informatiemanagement werd bezorgd, ter validering van en ter afstemming op hun visietekst inzake de kruispuntbank.

 

De bezorgde tekst is er een van de geïntegreerde politie, want hij werd besproken op de eerste vergadering van het Coördinatiecomité van de Geïntegreerde Politie (CGPI,) waaraan ik deelnam. Ik kreeg ook reeds het aval van het Bureau van de Vaste Commissie van de lokale politie. Dat kreeg ik nog niet van de Algemene Vergadering, ik moet dus nog een slag achter de arm houden.

 

Het is, vanuit cultureel oogpunt, een belangrijk document, een referentietekst voor de toekomst, die onder andere de data value chain, de governance en de data security behandelt.

 

Uiteraard kan de tekst ter beschikking worden gesteld van de commissieleden, maar u hoort dat ik nog een kleine terughoudendheid heb, in die zin dat de Algemene Vergadering van de Vaste Commissie die nog moet bekijken. Ik heb er echter geen probleem mee om de ontwerpversie reeds te bezorgen. Ik weet van de twee kabinetten dat de visietekst over politie-informatiemanagement matcht met de visietekst over de kruispuntbank. Dat betekent dat wij toch niet naast mekaar aan het werken zijn.

 

Ten zevende, nog steeds inzake informatieflux maar meer micro en concreet, moet de eerste fase van de policesearchapplicatie, zijnde die inzake terro, operationeel zijn eind 2018, en dat tussen DJSOC en de vijf resorts. Het betreft een zoektool boven alle onderzoeksdossiers die in de tool GES worden beheerd. Dat maakt een terrobevraging mogelijk binnen de bestaande onderzoeksdossiers, net zoals trouwens een bevraging inzake andere criminaliteitsfenomenen. In een latere fase is er een verdere uitrol naar alle FGP's en de zones die GES gebruiken, gepland. Tegen het einde van het jaar zal die belangrijke Police Search-applicatie dus online zijn ten bate van de bestrijding van terro.

 

Ten achtste, in verband met RIR en RAR gaven de ministers ook reeds wat duiding. Ze zeiden u dat het technisch toch niet zo simpel is. Er is dit voorjaar een interface gebouwd met de naam Register Opvolgingen en Seiningen, waarvan de ingebruikname gepland is voor eind 2018. Dezelfde interface zal het in de loop van het eerste semester van 2019 – dus zonder dat er gewacht wordt op grote broer iPolice – mogelijk maken om RIR's en RAR's samen te voegen tot één politieverslag.

 

Ten negende is er de conversie van i+Hainaut naar i+Belgium;  ik ben niet toevallig over het thema van de informatie-uitwisseling begonnen. Men werkt daar in vier fases. De eerste twee fasen, namelijk de overname van het beheer van de gebruikers door DRI, een van hun vele taken, en de directe voeding van de ANG, zijn nog voor 2018. De twee laatste fases, namelijk de conformiteit GDPR, veiligheid en de volledige integratie zijn gepland in 2019.

 

Ten tiende, nog inzake informatiebeheer, maar met een internationaal aspect, is het nuttig te weten dat, ook tegen eind 2018, de ANG voor de verbindingsofficieren toegankelijk zal zijn via de B-Secureapplicatie.

 

Ten elfde, inzake het netwerk van de LO's – nu wij toch over verbindingsofficieren spreken – zal ik er borg voor staan, samen met mijn directie CGI, dat er tegen eind 2018 een nieuwe geactualiseerde evaluatie voorhanden zal zijn van dat netwerk. In het najaar zal ook het assessment Ankara of Istanbul rond zijn. In het rapport heb ik gelezen dat uw commissie het wenselijk acht om dat te overwegen. Welnu, in uitvoering van die aanbeveling, wordt er ernstig aan dat assessment gewerkt.

 

Dat waren de eerste elf punten. Ik kom nu tot de volgende punten.

 

Ik begin met enkele zeer concrete kwesties met concrete termijnen inzake de DGJ. Wij moeten ook op dat vlak verglijden van een aankondigingsmodus naar een afkondigings­modus.

 

Twaalf, de langverwachte ILP-nota zal tegen het eind van deze maand door de directeur-generaal DGJ, conform afspraken die voor mijn aantreden zijn gesmeed en die ik wens te respecteren, aan het College van procureurs-generaal worden bezorgd. Het gaat om de ILP-nota tussen de vijf FGP's, de andere FGP's en DJSOC.

 

Dertien, het dienstenaanbod/meerwaarde van de DJSOC Terro naar de vijf plus negen zal tegen het einde van deze maand geformaliseerd en gefinaliseerd zijn, waardoor de door uw commissie gewenste duidelijkheid inzake taakafbakening wordt gecreëerd. Daarna volgen er richtlijnen ten behoeve van de DirCo's en vervolgens de andere stakeholders.

 

Veertien, het dienstenaanbod/meerwaarde van de DJSOC IRU naar de RCCU's volgt dezelfde timing en ratio en zal dus ook tegen het einde van deze maand geformaliseerd en gefinaliseerd zijn.

 

Vijftien, het functioneringsmodel van DGJ, waarover uw commissie ook uitspraken heeft gedaan, zal tegen het einde van dit jaar aangepast zijn, met bijsturingen inzake operationele aansturing en coördinatie door de DGJ. Ook dat ligt volledig in de lijn van de besluiten van uw commissie. Deze operationele coördinatie moet verder reiken dan het louter verdelen van werklast, dossiers en vorderingen van gerechtelijke overheden. Zij moet ook bijdragen – daar zal ik mee op toezien – tot homogenere onderzoekscultuur en -strategie en tot meer eenvormigheid in de werkmethodes en de processen.

 

Al deze engagementen met betrekking tot DGJ heb ik in de eerste weken van mijn mandaat grondig doorgesproken met de directeur-generaal van de gerechtelijke politie, die dezelfde engagementen en dezelfde timing onderschrijft.

 

Punt 16. Het functioneringsmodel en de operationele aansturing houden verband met de capaciteitsaanwending, onder meer ten behoeve van het federaal parket. Ook daar zal ik de dialoog aangaan, beseffende dat het uiteraard allemaal communicerende capaciteitsvaten zijn in functie van de voorhanden zijnde middelen.

 

Point 17. J'ai aussi demandé à la DGJ de valider les lettres de mission des DirJud, car une validation "formelle" par la hiérarchie n'a pas encore eu lieu à ce jour. Les lettres de mission existent mais elles n'ont, jusqu'à présent, jamais été validées par la hiérarchie, ce qui pose malgré tout problème. Elle a pris l'engagement de le faire sans délai et d'y coupler une approche "plan d'entreprise" à l'instar de ce qui se fait au sein des SPF, comme vous le savez sans doute.

 

Point 18. Les JIC (Joint Information Centre) et JDC (Joint Decision Centre). Les ministres avaient dit que ce sujet serait abordé au Conseil national de sécurité de vendredi passé, et ce fut le cas. Il y aura encore une dernière discussion au sein du CCRS (Comité de coordination du renseignement et de la sécurité) afin de déterminer les modalités d'implémentation de ces concepts.

 

Naar goede gewoonte start de FGP Brussel alvast met de exhaustieve omschrijving van de processen die gaan moeten gebeuren, in de JIC's en in de JDC's, met andere woorden, in de beschrijving van le manuel, zoals u deze in de loop van uw werkzaamheden wel ontdekt hebt bij de FGP Brussel. De aandacht werd gevestigd op de benodigde extra middelen, inzonderheid qua BINI-netwerk. Ere aan wie ere toekomt, de procureur-generaal van Brussel heeft die zaak getrokken. Via de PG van Brussel zal een kopie van de nota-JIC/JDC aan de commissie worden bezorgd. Daarvoor heeft de Nationale Veiligheidsraad het licht op groen gezet.

 

Negentien. Tegen einde 2018 zouden wij verder moeten beschikken over een gepubliceerd KB artikel 102, wat het laatste DirCom trouwens gunstig heeft geadviseerd. Dat zijn de onderzoeksactiviteiten die men toch nog op centraal niveau behoudt. Dan wordt dat eindelijk gefinaliseerd. Tegen einde 2018 zouden wij ook over een KB SICAD moeten kunnen beschikken, een KB getroffen in uitvoering van artikel 104bis van de WGP. Het belang van deze dienst steekt schril af bij de doorlooptijd van dat ontwerp. Dat duurt heel lang. In de ontwerptekst staan zeer nuttige zaken, strategische richtlijnen, tactische richtlijnen, operationele richtlijnen, te ontwikkelen door enerzijds DirCom, anderzijds DRI en ten slotte door de DirCo zelf. Ik denk dat het onze gezamenlijke plicht is om daar werk van te maken.

 

Twintig. En dit brengt ons bij de concrete initiatieven inzake ondersteunende diensten. Daarbij denk ik in de eerste plaats dat het belang van de aanpassingen aan werving en selectie niet genoeg kan worden benadrukt. Dat is veel meer dan een louter statutaire aangelegenheid. Het houdt verband – en ik benadruk dat – met essentiële andere aspecten zoals diversiteit, capaciteit, specialiteit, operationeel functioneren, onderbenutting, zijnde allemaal aangestipte kwesties in het rapport en navolgende besprekingen.

 

Ik bepleit al zeer lang en heb een warm credo voor de één op één aanwerving. U weet dat wellicht: net na de Octopushervorming heb ik, in de vorm van een zekere zelfaudit en wat autokritiek, in het vaktijdschrift Vigiles enkele bijdragen gepubliceerd, met de vaststelling dat het in sommige aspecten van het statuut en functioneren een beetje te veel vrijheid en blijheid is voor het individu, en dat het algemeen belang er wat bekaaid afkomt.

 

In het najaar van 2018 gaan wij daar fameus werk van maken en de balans wat meer in evenwicht brengen.

 

Ik beschouw dat als een kritische succesfactor in het geheel, gelet op de diverse voormelde aspecten waarop werving en selectie een impact hebben. Het is een hele klus maar wij moeten ervoor gaan. Wat gaan wij doen?

 

Nous allons accélérer les épreuves, diminuer leur nombre et modifier leur contenu. Nous mettrons les zones dans le bain et nous les responsabiliserons. Nous allons développer, outre la filière généraliste, celle des profils spécialisés.

 

En vooral, wij gaan een kandidaat koppelen aan één van de 188 werkgevers vooraleer de basisopleiding wordt opgestart. Dat heeft tal van voordelen, zowel kwalitatief, budgettair als functioneel. Dat werkte ten tijde van de gemeentepolitie. Waarom nu niet?

 

01.02  Laurette Onkelinx (PS): Puis-je vous demander de nous expliquer ceci?

 

01.03  Marc De Mesmaeker: Je plaide pour un recrutement "un pour un", ce qui veut dire que le lien entre le candidat qui se présente aux épreuves de sélection et son futur employeur doit être fixé avant qu'il ne commence sa formation de base, ce qui n'est pas du tout le cas actuellement. Nous recrutons, nous sélectionnons et les gens commencent leur formation de base et, s'il échet, il ou elle ne fait même pas le choix d'aller à gauche ou à droite. Sachant qu'en ne faisant pas de choix, ils sont à la police fédérale. Ils réussissent leur formation de base et ils sont nommés à la police fédérale. Vous comprendrez que, budgétairement, c'est assez embêtant pour la police fédérale. À supposer que personne n'opte pour un emploi à la police locale, ils sont tous à la police fédérale et sur le budget de la police fédérale. Or ce n'est pas comme cela que les calculs sont faits.

 

Je suis vraiment partisan d'avoir un recrutement "un pour un": monsieur x postule à la zone y. Il commence sa formation et fait ses stages, peut-être aussi des stages d'observation ailleurs, mais il fait ses stages directement dans la zone y. Il commence à connaître les gens, les coutumes et les directives du parquet. Les zones sont responsabilisées car elles savent que madame ou monsieur viendra travailler chez eux. Elles vont être responsabilisées. Je crois qu'elles font un meilleur travail dans leur mentorship et que cela augmentera aussi les chances de réussite des élèves. Ce sont les avantages fonctionnels et budgétaires pour la police fédérale.

 

Ik ben verantwoordelijk voor de federale politie en ik zit daar met een budgettaire contaminatie. Wij leiden mensen op, waarvan ik niet weet of ze op de laatste dag van de opleiding allemaal naar links en rechts gaan en of er niet te veel op het budget van de federale politie zullen blijven. U zal zeggen dat dit op het vlak van capaciteit goed is meegenomen, maar men moet die mensen blijven doorbetalen. Bij de gemeentepolitie was dat vroeger ook het geval. Elke gemeente deed haar aanwervingen en dan gingen ze naar de provinciale gemeentescholen en op het einde van de rit naar de zone.

 

Ik vind dat fundamenteel, ik vind dat echt een kritische succesfactor in heel het verhaal, op kwantitatief, functioneel en budgettair vlak.

 

Punt 21, in samenwerking met KPMG zal de federale politie tegen oktober 2018, dus volgens afspraak, haar procedures, actoren en verantwoordelijkheden inzake aankoopprocessen formaliseren en bijschaven.

 

In het memorandum voor de nieuwe federale regering zal ik meer ingrijpende voorstellen formuleren met betrekking tot het optimaliseren van het gebruik/verbruik van de gestemde middelen, want dat vergt een debat en een beslissingsproces dat verder reikt dan enkel de federale politie.

 

Ik heb het rapport van de commissie gelezen en kan meegeven dat inzake werking en investering de federale politie thans beschikt over een meerjareninvestering- en werkingsplan. Dat is een première. Dat is het eerste MIWP – meerjarig investerings- en werkingsplan – die naam waardig, van de federale politie. Dat zal ons toelaten om systematischer en beter te werken, ook wat betreft het uitvoerings- en aankoopplan dat daarop volgt.

 

Punt 22, ik wens nog mee te geven, maar hier anticipeer ik een beetje op de evaluatie van de optimalisatie en dat laat ik aan de federale politieraad over, dat het mijn aanvoelen is dat door de DGA werk zal moeten worden gemaakt van een betere integratie van de eerstelijnseenheden van DGA in het arrondissementeel veiligheidsbeleid en dit via het kanaal van de DirCo.

 

Ook daaromtrent heb ik al werkvergaderingen gehad met de directeur-generaal van de bestuurlijke politie, die deze noodzaak en werkwijze eveneens onderschrijft. U mag dat zien als een ander schot op de schotten. Dat zal de commissie wellicht als muziek in de oren klinken.

 

Wat de bestuurlijke handhaving betreft, meen ik te mogen verwijzen naar de antwoorden van de minister.

 

Mijnheer de voorzitter, in het licht van de aanbevelingen van de commissie vond ik deze lijst met onderwerpen en vooropgestelde timing relevant voor mijn bijdrage. Ik sta nu open voor de gedachtewisseling, die ik hopelijk al accuraat en concreet heb gevoerd.

 

De voorzitter: Ik dank u, mijnheer de commissaris-generaal. Ik heb u daarnet gezegd dat wij nu een vragenronde kunnen organiseren, maar op basis van een bijwijlen heel concrete insteek, wat het natuurlijk altijd makkelijker maakt voor het debat. Ik kom zelf nog even terug op een aantal punten.

 

U zegt dat u geen voorstander bent van verdere substantiële hervormingen en dat de politie hervormingsmoe is. Ik heb meer moeite met het tweede dan met het eerste. U spreekt over hervormingsmoe, maar ik denk dat constant wijzigingen, vernieuwingen, aanpassingen moeten kunnen gebeuren, zeker wanneer wij worden geconfronteerd met wat de commissie heeft onderzocht, namelijk de aanslagen van 22 maart. Het is op zo'n ogenblik dat een aantal zwakke punten naar voren komt en dat is hetgeen wat ons al die tijd heeft gedreven. Uiteraard werden de verantwoordelijkheden onderzocht, maar de vraag was vooral hoe wij de machinerie kunnen versterken.

 

Bij uw voorgangster kwam altijd de vraag terug wat de capaciteit is om knopen door te hakken in hoofde van de commissaris-generaal. Wij weten allebei wat er in de wetgeving is voorzien: de top van de federale politie is een consensusmodel en als men zelf niet tot een consensus kan komen, dan is er in de wet nog altijd voorzien dat er andere wegen naar de leden van de regering kunnen worden bewandeld. De commissie heeft echter toch geoordeeld dat de commissaris-generaal eigenlijk in zijn functie versterkt zou moeten worden om werkelijk te kunnen spreken over de CEO, de onbetwiste baas van de federale politie, als ik het zo mag zeggen. Dat is toch een punt waarop ik zou durven aandringen, omdat u letterlijk zegt dat dit zaken zijn waarvan u niet onmiddellijk denkt dat dit effectief moet. Om dat fundamenteel te hervormen is er een wetswijziging nodig, maar voor een aantal andere punten hebt u die wetswijziging niet nodig. Het zou mij echter als muziek in de oren klinken dat u met de optie van de commissie en van het hele Parlement effectief rekening zult houden en dat, met andere woorden, die aanbeveling onmiddellijk zou worden geïmplementeerd. Voor andere dingen zijn inderdaad wettelijke aanpassingen nodig, dat weet ik. Ik wil dit punt evenwel benadrukken.

 

Een tweede vraag is concreter en betreft iets wat ik minder goed heb begrepen, maar dat zal aan mij liggen. Het gaat over de implementatie van de joint decision en joint information. Ik weet dat dit vorige week op de Veiligheidsraad zou komen. De heer Delmulle heeft mij inzake het voorzitterschap reeds een aantal dingen verduidelijkt, maar het gaat over het feit dat men dat gefaseerd zou doen en dat men het niet in de vijf entiteiten zou opstarten, maar dat men met in Brussel zou starten, tenzij ik u verkeerd heb begrepen.

 

Acht u dat wenselijk? Vindt u het doenbaar dat Brussel die in de praktijk zou opstarten en dat men op de andere plaatsen met andere structuren blijft werken? Dat lijkt mij persoonlijk geen goede zaak. Wij hebben die aanbevolen opdat ze overal van kracht zouden worden. Als dat gefaseerd zou gebeuren, dan lijkt mij dat niet opportuun.

 

Ik kom tot mijn laatste vraag. U weet dat wij de kruispuntbank aanbevolen hebben, naar het model van de kruispuntbank van de sociale zekerheid. U weet ook wat er aan informatiehuishoudens is gegroeid, legaal en soms minder legaal. Uit rapporten van het Comité P blijkt dat er daarin dringend orde op zaken gesteld moet worden. De kruispuntbank wensen wij zo snel mogelijk gerealiseerd te zien. Het lijkt mij belangrijk dat wij een stukje wetgeving daarover door het Parlement kunnen laten goedkeuren, om het duidelijke signaal te geven dat wij in de toekomst daadwerkelijk vanuit die visie willen werken. Ik zou daarover graag uw mening horen. Is dat nu reeds doorgedrongen? Ik zie namelijk niet graag gebeuren dat men ondertussen… Minister Geens was niet overtuigd om dat onmiddellijk via de wetgever te doen, maar ik meen dat het, met een soort van kaderwet, wel tot de mogelijkheden moet behoren. Hebt u nu al instructies of richtlijnen gegeven opdat men binnen het hele politionele landschap effectief in de richting zou werken die de commissie heeft aanbevolen?

 

J'ignore si la commission désire immédiatement joindre des questions aux miennes. Je crois que vous pouvez parfaitement grouper aussi vos réponses.

 

01.04  Laurette Onkelinx (PS): Monsieur le président, monsieur le commissaire général, je voudrais vous remercier. J'ai trouvé que c'était vraiment intéressant. En très peu de temps, quelle reprise en main, quelle relance, et quel souci aussi de s'associer, dans vos réformes, aux recommandations de la commission. Je veux vraiment vous en remercier.

 

C'était très concret, mais vous avez parlé assez vite. Nous avons pris note comme nous avons pu et nous aurons probablement l'occasion de vous revoir après avoir examiné, peut-être, votre témoignage écrit ainsi que les premières réformes qui seront mises en oeuvre.

 

Je voudrais d'ores et déjà vous demander de réexpliquer votre point 4. Vous êtes passé très rapidement autour du travail en commun avec les autorités judiciaires. Et votre point 17. Vous avez dit que vous vouliez que les lettres de mission des DirJud soient validées parce qu'il y avait des problèmes. Il serait intéressant de revenir sur ces problèmes, que vous puissiez nous les expliquer.

 

Pour le reste, vous avez donc dit que vous aviez mis en place six clusters pour le suivi des recommandations de la commission. Je suppose que nous aurons régulièrement une information sur l'évolution du travail dans chacun des six clusters par votre biais. Je pense utile pour la commission de suivi d'observer cela de près.

 

Pour ce qui concerne les échanges d'informations, il y a évidemment la question centrale des joint centres, des deux: information, action. Je comprends ce que dit notre président, à savoir que les recommandations de la commission étaient d'aller vers les cinq en même temps, avec peut-être une unité de référence à Bruxelles, qui est vraiment la spécialiste en la matière. J'avais dit également, je l'ai encore répété aux ministres Jambon et Geens, que ce serait pas mal que d'autres PJF puissent être aussi PJF de référence pour d'autres domaines. Le ministre Jambon ne semble pas convaincu de l'un comme de l'autre, à savoir le fait que nous devons tout faire en même temps et une spécialisation par unité de référence. Je voudrais avoir votre avis sur le sujet.

 

Cela étant dit, je reconnais comme vous que le travail initié notamment par M. Delmulle, l'impulsion qu'il a donnée au procureur général de Bruxelles pour que se mette en place le plus rapidement possible, en tout cas à Bruxelles, la recommandation de la commission, est une bonne chose.

 

L'échange d'informations passe aussi par les banques de données. On vient également d'en parler. Je dis et je répète, avec mon expérience et pour ce qui concerne la Banque Carrefour de la sécurité sociale, qu'il me semble utile - d'autant que vous travaillez, vous venez de le dire, sur une vision générale - que cette vision-là puisse être reprise dans une loi-cadre. L'air de rien, une telle loi-cadre est importante puisqu'elle conditionne aussi ce qu'il se passe après une législature. Je pense que ce genre de travail doit nous mener à une réalisation et à une optimalisation qui ne soit pas cadrée dans une législature mais qui puisse s'épanouir grâce à la loi-cadre sur le long terme. Je suis vraiment favorable à cela et je soutiens évidemment cette idée.

 

Vous avez fait une toute petite allusion au RGPD, mais ce n'est malgré tout pas mince quand on voit le foisonnement des banques de données au niveau de la police. Il y en a des centaines, je crois. On sait qu'il y a maintenant une nouvelle réglementation européenne et également une loi qui sera probablement votée cette semaine sur le RGPD, les nouvelles autorités de protection des données, notamment le COC, le Comité P et le Comité R comme autorités de protection des données. Il y a surtout énormément d'obligations et j'ai l'impression que par rapport à ce foisonnement de banques de données, vous allez devoir agir. En effet, même si à côté du règlement RGPD, il y a une directive police-justice avec quelques exceptions dues aux particularités des banques de données policières et de justice, j'ai quand même l'impression qu'on s'écarte assez bien, pour le moment, de certaines règles de la directive. Il serait peut-être intéressant que vous vous penchiez là-dessus.

 

Pour ce qui concerne les effectifs déficitaires et le soutien de la police locale, vous savez que votre prédécesseure avait lancé un cri d'alarme en disant qu'il y avait 11 % de déficit, je pense, et que si on n'y prenait garde - je ne sais plus où sont mes chiffres -, celui-ci allait augmenter d'une manière impressionnante pour tourner autour des 24 %. On nous donne à chaque fois des chiffres en nous disant: "Ne vous en faites pas, on vient encore d'engager plusieurs centaines de policiers", sans dire à chaque fois combien, parallèlement, partent à la retraite, par exemple. J'ai posé la question au ministre Jambon mais je crois que je n'ai pas encore la réponse: peut-on savoir, en pourcentage des cadres, l'évolution et le manque par rapport à cela et surtout, quelle est votre politique pour gérer la "misère"?

 

Quand les cadres ne sont pas remplis, il faut faire des choix. Ces choix sont compliqués, il y a des appels au secours de la part de la police locale et de la police fédérale dans bien des domaines. Il serait intéressant de voir quelle sera votre politique en la matière.

 

Beaucoup d'entre nous se rappelleront ce qu'il s'est passé avec FAST. On comparait le nombre d'unités pour FAST en Belgique et aux Pays-Bas. On a aussi beaucoup parlé des officiers de liaison. Quelle sera votre politique concernant les manques dans tous les services liés de près ou de loin aux attentats terroristes?

 

En ce qui concerne les réformes des structures, le PS est sur la même longueur d'onde que vous. Nous avons dit que nous ne voulions pas de grandes réformes des structures. Les dernières grandes réformes de structures ne sont pas encore totalement "digérées". Par contre, une reprise en main et une optimalisation sont nécessaires, vous en avez beaucoup parlé.

 

Vous avez dit que dans les recrutements, il y avait une réforme que vous vouliez réaliser. Elle me semble intéressante. Vous avez cité la question de la diversité mais vous n'avez pas dit ce que vous alliez faire concrètement. Nous sommes en train de voter une série de législations qui, en partie, veulent combler les problèmes des diversités. Les repentis, les infiltrés sont à chaque fois motivés par le fait qu'on n'a pas suffisamment de policiers qui ont le profil utile pour intégrer certains groupes particulièrement fermés. Il serait donc important d'en tenir compte pour les recrutements. Comment faire?

 

Vous avez dit que vous étiez favorable au recrutement un par un et qu'il fallait immédiatement établir un lien entre le recrutement et l'unité qu'ils intègreront. Cela va-t-il vous amener à modifier les règles en matière de mobilité? Vous savez qu'il s'agit d'un des grands problèmes auxquels Bruxelles notamment est confrontée. Je suis certaine que mon collègue, Philippe Pivin, évoquera la question des policiers qui arrivent pour repartir aussitôt, comme cela a été le cas dans le cadre du Plan Canal. Des mesures peuvent-elles être prises à ce niveau?

 

J'en arrive au volet technique. Vous avez déclaré dans la presse qu'une de vos priorités était d'améliorer les procédures d'achat de matériel et de renforcer le digital. Dans le volet 1 de nos travaux, nous disions qu'il fallait renforcer la capacité de la radio ASTRID et que les budgets nécessaires devaient être dégagés. Comment les choses évoluent-elles? En effet, selon certaines rumeurs, la radio ASTRID aurait été saturée lors du Sommet de l'OTAN auquel a participé le président Trump. Je voudrais donc savoir ce qu'il en est exactement. Il semblerait qu'on aurait dû revenir aux gsm. Est-ce exact? Des budgets doivent-ils être débloqués?

 

Enfin, je voudrais vous remercier pour les informations concrètes que vous nous avez déjà données.

 

01.05  Philippe Pivin (MR): Monsieur le président, à l'instar de Mme Onkelinx, je tiens à remercier le commissaire général pour son exposé. Pour parler de manière humoristique, son énoncé des 22 points avait une connotation footbalistique, même s'il est surtout pragmatique.

 

Monsieur le commissaire général, je voudrais vous poser trois questions précises. Vous avez dit que vous ne vouliez pas travailler sur les structures – nous sommes parfaitement d'accord sur ce point –, que vous vouliez vous pencher sur le mode de fonctionnement. J'ai quand même en mémoire le mode de fonctionnement de votre prédécesseur qui avait expliqué – M. le président y a fait légèrement allusion lors de sa première question – qu'elle fonctionnait essentiellement par consensus, dans la mesure où l'opérationnel se discutait par consensus avec les directeurs généraux et qu'elle prenait des décisions sur le plan politique, mais qu'en définitive, cela n'était pas arrivé très souvent. C'est en tout cas ce que l'on avait noté lors de l'exercice de son mandat.

 

Allez-vous également fonctionner sur la base du consensus? Vous avez utilisé une expression qui me laisse à penser que cela ne sera pas le cas. En effet, vous avez dit que vous alliez donner le "la". Lorsqu'on dit cela, c'est généralement qu'on ne fonctionne pas tellement par consensus. J'aimerais bien que vous expliquiez votre philosophie à ce sujet.

 

J'en viens à ma deuxième question. J'imagine que je ne suis pas le seul à penser ainsi, mais à mes yeux, la répartition des tâches entre la direction générale ou centrale de la police judiciaire et les directions déconcentrées n'a jamais été très claire. Pour nous, la présentation de la différence entre les rôles des uns et des autres manquait de clarté. Nous savions que la direction générale ou centrale coordonnait et que la direction opérationnelle était dans les mains des autres. Nous avions évoqué le fait de clarifier cela et de mieux répartir ces tâches. Que comptez-vous faire à ce sujet?

 

Enfin, vous m'avez donné du grain à moudre pour ma troisième question. J'avais écrit en grand le mot "mobilité" sur ma feuille. J'aimerais que vous expliquiez votre rôle vis-à-vis des corps de police locaux. Je rejoins votre philosophie du "un pour un". C'est très bien sauf que la formation ne dure pas trois mois, mais bien plus. Et vous savez comme moi que le budget d'une année n'est pas celui des l'année suivante. Si on a l'intention d'engager dix personnes au cours d'une année x, et que l'année suivante on doit se serrer la ceinture, on ne peut plus les engager. C'est pourtant à ce moment-là qu'elles sortiront.

 

Premièrement, il est quelque peu difficile de concilier cela avec votre philosophie. Deuxièmement, vous devrez sacrément revoir les mécanismes de mobilité. En effet, si quelqu'un doit, avant de commencer sa formation, décider qu'il veut venir travailler dans la zone de Bruxelles-Ouest, il ne s'agira pas, lorsqu'il aura fini sa formation et qu'il ne sera plus sur votre budget mais sur le nôtre, qu'après trois mois il dise que finalement, le climat ne lui plait pas et qu'il veut aller voir ailleurs. Je ne pense pas que cela doit rester possible de la même façon, sinon cette philosophie de fonctionnement ne sera pas gage de sécurité pour nous. Je souhaite savoir comment vous voyez la mobilité future des policiers avant que ceux-ci entrent en formation.

 

01.06  Meryame Kitir (sp.a): Mijnheer de voorzitter, misschien heel kort want er zijn al veel vragen gesteld.

 

Ook ik zit met de vraag over de invulling van het personeelsbestand. Wij hebben kunnen vaststellen dat er van de 13 500 plaatsen maar 11 000 zijn ingevuld. Wij hebben een oplijsting gekregen van de aanwervingen die er zijn geweest, maar daarmee weten wij nog altijd niet of die 13 500 nu al dan niet zijn ingevuld. Graag had ik dan ook geweten hoeveel plaatsen er momenteel zijn ingevuld. Waar zitten de tekorten?

 

Wij hebben in de commissie ook heel lang gediscussieerd over de diversiteit van het personeel binnen de politiediensten. Dit is zeer belangrijk. Ik had graag geweten op welke manier er wordt gewerkt aan een meer diverse aanwervingsprocedure

 

Wij hebben ook heel lang gediscussieerd over de vaststelling dat er bij een deel van de politiemensen het gevoel leeft van racisme in de eigen rangen. Men heeft dat niet kunnen bewijzen in deze commissie, maar wij hebben er heel lang over gediscussieerd. Doet u daar iets mee? Pakt u dat aan? Welke initiatieven zijn er reeds genomen om dat gevoel weg te werken? Wat is ter zake al concreet gebeurd?

 

Als het gaat over de ondersteuning van de lokale politie dan hebben wij kunnen vaststellen dat deze laatste op dat vlak vaak op hun honger zijn gebleven. Hoe hebt u dat aangepakt? Zeker de niet-prioritaire dossiers krijgen vaak niet de nodige ondersteuning. We weten echter dat dingen vaak klein beginnen, maar heel snel groter worden. Op welke manier vangt u dat op?

 

01.07  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): Monsieur le commissaire général, je me joins à tous les remerciements parce que vous avez accepté de venir aujourd'hui nous faire part de votre vision. Je rejoins mes collègues: nous avons tenté de noter au mieux l'ensemble des points que vous avez soulevés. Mais c'est très bien! Je préfère du concret à de grandes déclarations d'intention sur lesquelles on doit revenir tous les trois mois et qui ne se matérialisent pas. C'est une manière de travailler intéressante, mais pour réagir à chaud, c'est plus compliqué. Ceci étant dit, je vais quand même réagir sur quelques points.

 

Je ne vais pas répéter ce que mes collègues ont demandé, mais j'aimerais également obtenir plus de précisions sur le fonctionnement des joints centres (information et action). La question a été posée la semaine dernière, y compris par le président. J'aimerais également obtenir des précisions sur le séquençage et la façon dont il sera mis en place. Même chose pour la Banque Carrefour et la vision que vous souhaitez mettre en œuvre.

 

Je voudrais aussi revenir sur la relation entre les zones de police locale et la police fédérale. On sait que c'était un point de tension et d'attention, cela depuis plusieurs années. J'ai relayé énormément de questions au ministre Jambon à ce sujet. Comme vous le savez, on a bien senti que de nombreuses zones de police locale, pour des événements récents, ont dû apporter leur soutien, dans le contexte de la menace terroriste. Tout cela a été très difficilement vécu sur le terrain. Je voulais connaître votre vision à ce sujet. On sait que le ministre voudrait faire évoluer certaines normes de fonctionnement. J'aimerais connaître votre vision à propos de ce fonctionnement et du soutien mutuel entre zones de police locale et la police fédérale. Comment optimiser ce fonctionnement qui est, aujourd'hui, particulièrement compliqué? On sait que le contexte est difficile mais il risque de le rester.

 

Un dernier point, très important pour Ecolo-Groen et sur lequel nous avons beaucoup insisté durant les travaux de la commission d'enquête: le recrutement. Votre vision "un pour un" nous paraît intéressante, mais j'ai la même question que le collègue Pivin quant à savoir ce qui arrive lorsque ça ne se passe pas comme prévu. Y-a-t-il un retour à la police fédérale? Le rapport de la commission d'enquête recommande fortement que les cadres de la police fédérale soient remplis.

 

On sait bien que cela ne se fera pas du jour au lendemain. Il y a des recrutements. Tous les trimestres, on essaie de recevoir les mises à jour du ministre et nous obtenons des chiffres. Estimez-vous, dans votre vision du recrutement, que le "un pour un" soit possible à moyen terme? Selon quel timing? On sait qu'il y aura aussi une étape de formation importante et nécessaire. Aujourd'hui, estimez-vous cela possible et dans quel timing? C'est cela qui nous tient à cœur.

 

Le dernier élément que je souhaite aborder est relatif à la mise en place d'un "plan diversité": avoir une police à l'image de sa population. Pour nous, il est important d'avoir dans les quartiers (zones urbaines ou plus rurales) une police à l'image de sa population. Des initiatives ont été annoncées. J'aimerais savoir concrètement comment vous comptez mettre en place cette diversité au sein de la police. Cette recommandation relative à la diversité est forte à nos yeux car les recrutements permettront de la mettre en place et de faire en sorte que la police soit en  phase avec la population.

 

01.08  Kristien Van Vaerenbergh (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik kan mij aansluiten bij de gestelde vragen. Daarover is er consensus. Ik luister graag naar de antwoorden.

 

De voorzitter: Over de vragen bestaat er consensus? Dat is veel gezegd. Wij gaan nu luisteren naar de antwoorden. Daarna is er nog tijd voor een tweede ronde.

 

Mijnheer de commissaris-generaal, wij luisteren met aandacht.

 

01.09  Marc De Mesmaeker: Mijnheer de voorzitter, de eerste vraag ging over de positionering van de commissaris-generaal. Ik neem nota van het feit dat hier vorige week is gezegd dat dit tussen de twee voogdijministers nog een punt van aandacht en verfijning is.

 

U moet weten dat ik dat in het kader van mijn kandidatuurstelling zelf heb aangebracht, omdat ik wist dat het debat aan de gang was en is. Ik heb toen geschreven dat men wel commissaris-generaal kan zijn, dat de lege lata wel kan, maar dat de lege ferenda wel comfortabeler zou zijn. De lege lata, als men de teksten nu organiseert, kan de commissaris-generaal de commissaris-generaal wel zijn maar mocht ik zelf tekstsuggesties doen, dan zou ik drie bepalingen aanpassen.

 

De eerste aanpassing is artikel 8bis over het directiecomité, waarin wordt gesproken over de consensus en de melding van de dissenting opinion. Ik was er zelf bij betrokken als de teksten werden geschreven in een bepaald cenakel. Ik moet zeggen dat ik voor die bepaling niet warm liep. Men is verantwoordelijk voor een grote onderneming, voor een veiligheidsdienst. Men zegt tegen de dame of de heer: u bent de baas, maar als u een beslissing neemt en iemand is het daarmee niet eens, dan moet u dat altijd melden. Zo werkt het ook niet in een FOD, denk ik. De voorzitter van een FOD onderhandelt op een volwassen manier in het directiecomité. Als dan een beslissing wordt genomen, wordt deze beslissing uitgevoerd. Dan zit de wereld zo in elkaar dat sommige zaken, als ze echt belangrijk en relevant zijn, bij de respectieve ministers terechtkomen. Dan volgt soms op een bepaald moment op initiatief van de voorzitter of de minister, een volwassen debat over het punt dat is aangebracht. Als wettelijke regel vind ik het toch vreemd.

 

Dat is een eerste punt.

 

De tweede bepaling die ik zou aanvullen, heeft niet zozeer met de positionering te maken. Ik zou in de artikelen 101 en 102 ook uitdrukkelijk willen inschrijven dat de DGJ moet coördineren met de DGA en dat de DGA moet coördineren met de DGJ. Dat staat er niet met zoveel woorden in.

 

Il est souvent mentionné dans les textes légaux et réglementaires que les DirCo doivent se concerter avec les DirJud et qu'une coordination est nécessaire. Par contre, il est rare de retrouver cette obligation de coordination pour les niveaux centraux (DGJ/DGA).

 

La troisième mesure que je proposerais d'amender - et cela va tout à fait dans la direction prise par les recommandations - consiste en une modification de l'article 105, §4 de la loi. On y indiquerait que le commissaire général peut aussi donner des ordres aux DirJud.

 

Aan de DirCo kan hij bevelen, onderrichtingen en richtlijnen geven. Als men de wettekst analyseert, en dat is geen toeval, ziet men daarin dat de DirJud's handelen binnen het kader van de richtlijnen van de CG, maar dat de CG het drieluik bevelen, onderrichtingen en richtlijnen aan de DirCo's kan geven, omdat ze bij hem zijn ingebed, zelfs dat is geen reden, maar dat kan niet ten opzichte van de DirJud's.

 

Dus, als u het mij zou vragen, de lege feranda, dat zouden de drie bepalingen zijn die ik zou wijzigen. Maar nogmaals, de lege lata, ik denk en ik ga dat proberen te bewijzen als er niets wijzigt, door te werken op functioneringsmodellen, processen, procedures en leadership. In alle voorbeelden die ik heb gegeven, kunt u accenten vinden.

 

Dat was het heel concreet voor wat betreft uw eerste vraag, bijgetreden door een aantal commissieleden.

 

Ten tweede, in verband met de JIC's en JDC's acht ik het wenselijk om het niet gelijktijdig in werking te laten treden. Ter voorbereiding van deze commissievergadering heb ik vrijdag een paar uren doorgebracht bij FGP Brussel, om dat allemaal nog eens goed in detail te bekijken. Ik ben ook eens door hun handleidingen gegaan, om te zien hoe ze in Brussel werken als er informatie binnenkomt. Zij hebben daar gigantische omschreven processen en handleidingen. Elk personeelslid van FGP Brussel krijgt die en moet die lezen en weet dat als hij informatie krijgt, hij dat moet doen, het zo moet doen, wat naar waar moet.

 

Hetzelfde werk gaat moeten gebeuren voor de JIC's en JDC's. Die methodologie is redelijk exhaustief. Men kan inderdaad nadien gevraagd worden waarom men het niet zo gedaan heeft, waarom men dat gedaan heeft, waarom men die niet gecontacteerd heeft, waarom men dat niet naar daar gebracht heeft. Diezelfde methodologie, die goed is, moet dus ook op de JIC's en JDC's worden losgelaten. De directeur van de FGP Brussel heeft daarover reeds de richtlijnen gegeven.

 

Ik denk dat het misschien toch werkbaar is om in twee tijden te werken, om de voorsprong die Brussel nu heeft, te laten, om dat nu te implementeren, met heel de kennis van zaken, ook het omschrijven van processen, en dan kunnen later de andere bijbenen. U gaat de nota krijgen via de procureur-generaal.

 

Je peux vous dire que le Conseil national de sécurité a demandé qu'un timing soit établi pour les cinq, quitte à ce qu'il soit différencié.

 

Dat kan ik antwoorden inzake de JIC's en de JDC's.

 

Mijnheer de voorzitter, uw derde vraag ging over de kruispuntbank. In mijn tweeëntwintig punten heb ik enkele concrete zaken aangehaald, waaronder de visietekst geïntegreerde politie over politie-informatiemanagement, waarvan ik gezegd heb dat het een belangrijk en een cultureel gegeven is. Het is een referentiedocument. Ik begrijp u in uw analyse dat u hetzelfde ziet op wetgevend niveau.

 

Ik kan u meedelen en herhalen dat de federale politie klaarstaat om de bijdrage te leveren die zij moet leveren in de overlegstructuur die de twee voogdijministers op dat item naar voren hebben geschoven en die in september aan de slag moet gaan. Als de ministers op dat vlak intellectueel werk vragen, schrijfwerk, denkwerk of knutselwerk, dan zal de federale politie daaraan haar volledige medewerking verlenen.

 

De voorzitter: Staat u mij toe dat ik u even onderbreek. U kent de aanbeveling van onze commissie. U weet welk model ons heeft geïnspireerd.

 

01.10  Marc De Mesmaeker: Ja.

 

De voorzitter: Dat kan door u geïmplementeerd worden op het niveau van de federale politie, samen met de twee voogdijministers. U weet echter dat de materie ook onderhevig is aan wijzigingen inzake bijvoorbeeld privacy. Het zou daarom ook goed zijn, net als bij het eerste antwoord dat u gaf, dat er een stukje wetgeving zou zijn waarmee de wetgever duidelijk maakt voor welk model hij opteert, derwijze dat niemand nog kan zeggen van niets te weten, of dat het om iets intern ging waarin men zover was gevorderd, dat men dat proces niet meer wenste stop te zetten.

 

Ik vrees enigszins dat iedereen ervoor zorgt dat zijn eigen winkel goed draait, maar het gaat om het hoger liggende. Het is niet zo moeilijk, het gaat over een kruispuntbank of flagging system.

 

Voelt u daar iets voor? Of, als wij u dat concreet vragen, bent u bereid om samen met onze commissie die wetgeving te concipiëren?

 

01.11  Marc De Mesmaeker: Mijnheer de voorzitter, als de commissie dat vraagt, dan staan wij daar uiteraard voor open. Het ligt in de lijn van enkele van de concrete punten die ik naar voren gebracht heb. Referentiedocumenten en referentiewetten hebben hun nut.

 

Madame Onkelinx, vous m'avez demandé d'expliciter le point 4, qui est un peu symbolique. J'ai dit que les démarches envers les autorités judiciaires seraient binominales. Je m'investirai autant dans les aspects DGJ que dans les aspects DGA, DGR ou CGI. De par les responsabilités que les lois et règlements me confient, je crois que je dois répondre à l'appel et je travaillerai en étroite collaboration avec la DGJ. Les premiers contacts ont été pris, notamment avec le Collège des procureurs généraux quant aux grands dossiers prioritaires dans lesquels je compte certainement m'investir.

 

En ce qui concerne le point 17, force est de constater que tous les DirJud ont fait leurs projets de lettre de mission, qui ont été envoyés à la hiérarchie, mais qui ne les a jamais validés. Cela dit, les lettres de mission existent et ils travaillent en les respectant. Pour bien faire, il faudrait que ces lettres de mission, qui ont leur utilité et qui servent à l'orientation, à l'évaluation et à l'accompagnement, soient quand même validées. Ce sera fait dans les mois qui viennent.

 

01.12  Laurette Onkelinx (PS): Y avait-il des problèmes précis? 

 

01.13  Marc De Mesmaeker: Je constate simplement que dans le pilier DGJ, les lettres de mission ne sont pas validées. Il s'agit d'une validation sur le contenu et sur la conformité avec d'autres lettres de mission de l'institution. Je pense qu'il faut réaliser ce travail au plus vite.

 

En ce qui concerne les effectifs, le ministre a dit qu'il vous ferait parvenir un document avec un tableau. C'est assez compliqué. Si on prend la référence TO3, le pourcentage est facilement fixable.

 

Mais il y a beaucoup plus que le TO3. Il y a entre-temps toute la capacité qui a été recrutée sur la base de la provision interdépartementale, dont une partie doit être comptée dans TO et dont une partie est hors TO. À côté de cela, il y a des crédits qui proviennent du fonds de sécurité routière et qui sont des crédits variables. Il y a, par ailleurs, des crédits obtenus pour les contrôles supplémentaires à effectuer à la suite des modifications de la réglementation Schengen. Il y a aussi la DAB qu'on essaie de mettre sur pied.

 

En fonction du modèle de référence pris en compte, les chiffres diffèrent. Si vous faites le calcul en incluant la DAB, la nouvelle direction de la sécurisation qui vient d'entamer le recrutement de 1 600 personnes, cela fausse le calcul. Je crois que le ministre vous remettra un tableau clair et compréhensible, de manière à ce que les pourcentages soient clairs. Je donnerai d'ailleurs ma contribution à ce document.

 

01.14  Laurette Onkelinx (PS): Vous êtes prudent.

 

01.15  Marc De Mesmaeker: Oui car c'est assez compliqué.

 

En ce qui concerne le FAST, j'espère que le gouvernement prendra l'arrêté royal sur l'article 102, ce qui formalisera la raison d'être du FAST au niveau des services centraux.

 

En matière d'effectifs, étant donné que je suis ici face à une commission anti-terrorisme, anti-radicalisme et anti-extrémisme, sachez que, si vous comparez les effectifs des piliers (DGJ, DGA, CGI, DGR), la DGJ a le moins de déficit. Cela provient d'une décision conjointe des deux ministres qui ont dit que le seuil de la DGJ ne pouvait pas descendre en dessous d'une norme fixée à la date du … Je ne me souviens plus de la date mais c'est un accord entre les deux ministres. Je tiens à préciser que le déficit de la DGJ est le moins élevé de toutes les entités de la police fédérale.

 

La question qui me fait le plus plaisir est celle relative à la diversité. Je ne sais pas si vous ou vos collaborateurs avez eu l'occasion de voir mon maiden speech auquel j'ai donné une large publicité sans la moindre censure. C'est un risque mais c'est comme cela que je l'ai fait. J'ai attiré l'attention sur deux valeurs: la première valeur est celle de la qualité du travail pour laquelle j'ai précisé qu'une marge d'erreur était acceptable; la seconde valeur que j'ai mise en exergue est celle du respect d'autrui, pour laquelle j'ai précisé qu'il n'y avait aucune marge d'erreur possible. Je pense avoir transmis un message clair à ce sujet.

 

En matière de diversité, le ministre vous a déjà répondu que des initiatives ont été prises en matière de formations: 7 000 policiers se sont déjà présentés à la caserne Dossin.

 

À ceux qui ont posé la question de la diversité, je crois que nous avons une opportunité en or et un levier pour le futur à exploiter à outrance: celle de la nouvelle direction de la DAB, c'est-à-dire de la sécurisation. Nous recrutons des personnes qui n'ont pas de diplôme et c'est le moyen et la piste à explorer pour une plus grande diversité dans les rangs.

 

Je vous ai dit que j'étais sur le terrain mercredi passé, où j'ai passé cinq heures. J'ai attendu une demi-heure parce que les gens de la DAB n'arrivaient pas. Ils sont finalement arrivés. J'ai pu voir tous les aspirants en formation actuellement. Ils m'ont fait une excellente impression. Ce sont des gens recrutés sans diplôme et, étant sur le terrain, je leur ai demandé les raisons qui les avaient poussés à postuler et quelles étaient leurs intentions. Je peux vous dire que 90 % des gens m'ont confirmé que leur but était de commencer par la DAB en tant qu'agent mais que leur objectif était de devenir inspecteur. Il faut donc veiller à ce que ce dossier de la DAB soit une complète réussite et que dans les canaux de sélection, la diversité soit un critère de recrutement. C'est le levier, à mes yeux, le plus important pour l'avenir. J'y porterai toute mon attention.

 

Ensuite, sachez que la caserne Dossin – que je visiterai en septembre avec une classe d'aspirants-officiers – dispense une formation en "polarisatiemanagement", que quelques agents ont déjà suivie. Nous allons la répercuter au sein des services de police. C'est aussi un moyen de décourager le racisme dans les différentes instances. À ce titre, nous étudions avec Unia la nécessité et la possibilité d'affiner les formations existantes.

 

Par ailleurs, comme annoncé, nous allons complètement modifier les procédures de recrutement. À cette fin, nous allons revoir le contenu des épreuves de sélection, notamment en termes de neutralité.

 

Voilà pour les aspects complémentaires sur le plan de la diversité.

 

Beaucoup d'entre vous m'ont interrogé sur les règles de mobilité qui découleront de ce nouveau système de recrutement. Peut-être s'agit-il d'une décision politique, mais lorsque nous avons commencé à envisager une telle réforme, personne n'a évoqué une quelconque intention de modifier les règles de financement. Même si un lien direct est établi entre telle candidate et telle zone, cette dame suivra sa formation. Je suppose que celle-ci continuera de se dérouler aux frais de l'État. Je n'ai pas reçu d'autres nouvelles. C'est pourquoi je pense que cette disposition sera préservée.

 

Pour ce faire, il me semble nécessaire de fixer un délai de maintien du candidat dans la zone. 

 

De mobiliteitstermijnen moeten herdacht worden.

 

Je crois que tout le monde a intérêt, non seulement à ce qu'il y ait ce lien direct "un sur un", mais qu'une fois que la personne arrive en place, que cette personne y reste quand même un certain temps.

 

Dat is veel langer dan de 1 jaar of 2 jaar die nu door vele regels toegelaten zijn.

 

Ik meen dat wij de twee moeten koppelen. U weet misschien al dat men aan een permanente mobiliteit werkt? Nu werkt men met 3 of 4 cycli per jaar. Dit zal gewijzigd worden. Er zal permanente mobiliteit zijn.

 

En ce qui concerne la première affectation, je crois qu'il faut faire le lien avec un employeur et qu'il faut prévoir un délai qui donne assez de stabilité au fonctionnement des services de police.

 

Monsieur Pivin, j'en viens aux rapports entre DGJ centrales et DGJ déconcentrées. La commission a demandé de clarifier les choses. Parmi les 22 points que j'ai énumérés, quelques-uns donnent une réponse à votre question. Je ne sais pas s'il s'agira d'un SLA, d'une directive ou d'une note du DG. Peut-être la manière de baptiser l'instrument a-t-elle son importance. Une chose est sûre et certaine: pour la fin du mois, cette clarification sera formalisée et envoyée. Elle fournira une réponse à la recommandation de cette commission.

 

En ce qui concerne les rapports avec les zones de police locale, j'attendrai l'évolution de l'optimalisation, si vous le permettez. En effet, cet aspect-là revient souvent dans ce dossier. Vous savez que la commission permanente a aussi déjà déposé son rapport et son analyse de la réussite, de l'échec ou de la demi-réussite de cette optimalisation. Je vous demande encore quelques mois de patience. Le Conseil fédéral de police a déjà deux ordres du jour fixés, au mois de septembre et au mois d'octobre. Suivant le planning, le Conseil fédéral de police aura son rapport pour décembre 2018. Ces aspects pourraient être abordés et éclaircis à ce moment.

 

J'en viens à ASTRID. Le hasard veut que j'ai été cinq heures sur le terrain, au poste dans l'enceinte même de l'OTAN, où se trouvaient tous les services et les Américains. Il est vrai qu'une infime partie des services de la police fédérale ont eu, pendant un petit laps de temps, un problème de communication. Mais ASTRID était sur place, et le temps de poser la question et d'avoir la réponse à ces quelques problèmes, celui-ci était solutionné. Il est vrai que lors des grands événements et des manifestations de grande envergure, des problèmes de communication ont parfois lieu, à gauche et à droite. Nous faisons chaque fois le feed-back auprès d'ASTRID qui, par ailleurs, était tout de même sur place et bien équipée. D'autres services ne se sont pas plaints des services d'ASTRID ni des communications radio.

 

Je crois avoir répondu aux questions.

 

01.16  Laurette Onkelinx (PS): Concernant l'achat de matériaux … (hors micro)

 

01.17  Marc De Mesmaeker : Oui, un audit a été réalisé par KPMG. D'ici la fin octobre, les améliorations seront mises en place. Cela revient à remanier un peu le processus et à regrouper certains services pour que le suivi soit meilleur et pour que le temps de gestion d'un dossier soit raccourci.

 

De voorzitter: Ik dank u voor de antwoorden.

 

Mijnheer de commissaris-generaal, in een tweede vragenronde heb ik nog één bekommernis. Ik kom er nogmaals op terug. Het is mijn stokpaardje geworden.

 

Een rode draad doorheen de commissie­werkzaamheden was natuurlijk de zoektocht naar verantwoordelijkheden. Het fenomeen dat vaak terugkwam, was echter de schotvorming en de eilandvorming, zoals ik het soms heb genoemd. Daarbij levert ieder op zijn terrein weliswaar verdienstelijk werk, maar het is onze vaste overtuiging dat cruciale informatie soms niet wordt gedeeld.

 

Daarom hecht ik veel betekenis aan de kruispuntbank maar ook aan het belang van joint information en joint decision.

 

U verklaart dat Brussel een voorsprong heeft. Dat is door omstandigheden het geval. Ik kan mij echter moeilijk voorstellen dat wij in vijf verschillende gebieden niet volgens dezelfde methodologie zouden werken.

 

Het woord "referentie" heb ik nooit graag gehoord. Er zijn specialisaties maar die kunnen ook worden gedeeld. Daartoe is zelfs een methode uitgewerkt. Indien iets het petje van een bepaalde circonscriptie te boven gaat, kan federaal worden opgeschaald.

 

Ook de aanwezigheid van de Veiligheid van de Staat rond de tafel is cruciaal. De appetijt kan dan wel niet zo groot zijn om op dat vlak onmiddellijk stappen te zetten. Wanneer het over informatiedeling en het samen nemen van beslissingen gaat, kan ik mij echter bezwaarlijk voorstellen dat zulks op één plaats wordt gedaan en er in vier andere gebieden met een andere methodologie wordt gewerkt.

 

U bent niet verplicht opnieuw op dat punt in te gaan. Ik weet dat het een moeilijkheid is en voor gevoelige discussies zorgt. Het punt lijkt mij niettemin cruciaal om vorm te geven aan wat de commissie heeft beoogd.

 

D'autres collègues demandent-ils à intervenir pour un deuxième tour?

 

U zal het vliegtuig op tijd kunnen nemen, mijnheer de commissaris-generaal.

 

Ik dank u omdat u in deze commissie uw opwachting heeft willen maken. Ik dank u ook voor zowel de kwaliteit van uw uiteenzetting als de antwoorden die u heeft verstrekt. Ik wens u een goede vlucht zowel met het vliegtuig als bij de politie.

 

01.18  Marc De Mesmaeker: Dank u wel

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.40 uur.

La réunion publique de commission est levée à 14.40 heures.