Commissie voor het Bedrijfsleven, het Wetenschapsbeleid, het Onderwijs, de Nationale wetenschappelijke en culturele Instellingen, de Middenstand en de Landbouw

Commission de l'Économie, de la Politique scientifique, de l'Éducation, des Institutions scientifiques et culturelles nationales, des Classes moyennes et de l'Agriculture

 

van

 

Dinsdag 13 november 2018

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 13 novembre 2018

 

Après-midi

 

______

 

 


La réunion publique de commission est ouverte à 14.31 heures et présidée par M. Jean-Marc Delizée.

De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.31 uur en voorgezeten door de heer Jean-Marc Delizée.

 

Le président: La question n° 26634 de Mme Cassart-Mailleux est transformée en question écrite.

 

01 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Leen Dierick aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de verplichtingen van Ryanair naar de reizigers toe" (nr. 26657)

- mevrouw Nele Lijnen aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de weigering van Ryanair om een forfaitaire compensatie te betalen voor geannuleerde vluchten tijdens de staking van 10 augustus 2018" (nr. 27440)

01 Questions jointes de

- Mme Leen Dierick au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "les obligations de Ryanair à l'égard des passagers" (n° 26657)

- Mme Nele Lijnen au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "le refus de Ryanair de verser une compensation forfaitaire pour les vols annulés à la suite de la grève du 10 août 2018" (n° 27440)

 

Mevrouw Dierick kan niet aanwezig zijn.

 

01.01  Nele Lijnen (Open Vld): Mijnheer de minister, de problematiek in verband met de weigering van Ryanair om een forfaitaire compensatie te betalen voor geannuleerde vluchten tijdens de staking van 10 augustus 2018 is u ongetwijfeld bekend.

 

Toch zou ik nogmaals willen verwijzen naar verordening nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten, die luchtvaartmaatschappijen verplicht om passagiers van een geannuleerde vlucht de keuze te bieden tussen een nieuwe vlucht of de terugbetaling van de geannuleerde vlucht.

 

De passagier kan bij annulering ook een bijkomende forfaitaire compensatie van 250 tot 600 euro vragen, afhankelijk van de afstand van de vlucht, behalve wanneer de annulering minstens twee weken vóór de geplande vertrektijd wordt medegedeeld of wanneer bij een lichte vertraging een plaats wordt aangeboden op een andere vlucht naar de bestemming die qua vertrek- en aankomsttijd nauw met de oorspronkelijke vlucht overeenstemt. De luchtvaartmaatschappij dient de compensatie evenwel niet te betalen indien er sprake is van overmacht, zoals politieke instabiliteit, moeilijke weersomstandigheden en veiligheidsrisico's.

 

Op 10 augustus 2018 werd er bij Ryanair gestaakt, waardoor zowat honderd vluchten van en naar België werden geannuleerd. De passagiers van wie de vlucht werd geannuleerd, kregen de mogelijkheid tussen het boeken van een nieuwe vlucht of de terugbetaling van hun vlucht. Ryanair weigert echter de forfaitaire compensatie van de vluchten te betalen met als argumentatie dat een staking van het eigen personeel een geval van overmacht is. Het Europees Centrum voor de Consument en ook Test-Aankoop betwisten de zienswijze van Ryanair. Volgens hen is een staking van het eigen personeel geen geval van overmacht en zou Ryanair dan ook de forfaitaire compensatie voor de geannuleerde vluchten dienen te betalen.

 

Mijnheer de minister, valt, ten eerste, de staking van het eigen personeel van Ryanair onder de definitie van overmacht, zoals bepaald door verordening nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten?

 

Ten tweede, indien het antwoord op de eerste vraag positief is, welke stappen zult u als minister tegenover Ryanair nemen om de betaling van de forfaitaire compensatie aan de passagiers voor de geannuleerde vluchten tijdens de staking van 10 augustus 2018 te verzekeren? Zult u zich met andere woorden mee burgerlijke partij stellen?

 

Mijnheer de minister, mijn derde vraag stond niet in mijn schriftelijke vraagstelling, maar ik zal ze niettemin stellen. Blijkbaar hebben de inwoners van ons land een jaar de tijd om een dergelijke forfaitaire compensatievergoeding aan te vragen. In het buitenland, in de ons omringende landen en in Europa zou die termijn twee jaar zijn. Kunt u, indien mogelijk, toelichten – het mag ook schriftelijk nadien, indien het antwoord niet is voorbereid – waarom die termijn bij ons niet dezelfde is als in de ons omringende landen?

 

01.02 Minister Kris Peeters: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Lijnen, zoals u weet heb ik al diverse initiatieven genomen om Ryanair aan te zetten tot een stipte naleving van de regelgeving. Zo heb ik in het kader van de personeelsstakingen van juli een schrijven gericht aan de CEO van deze luchtvaartmaatschappij. Hierin vroeg ik de bevestiging dat de passagiersrechten zouden worden nageleefd, inclusief het recht op compensatie. Naar mijn mening mag bij een staking van het eigen personeel immers niet automatisch worden besloten dat er sprake is van buitengewone omstandigheden.

 

In april had het Europees Hof van Justitie nog een arrest geveld waarbij een wilde staking van het personeel niet als dusdanig was aan te merken. In haar reactie betwist Ryanair dit standpunt. Het zal uiteindelijk uiteraard de rechtbank zijn die uitsluitsel moet geven over deze aangelegenheid. Zoals u ongetwijfeld weet heeft Test-Aankoop namens de verschillende consumenten dossiers voor de rechter gebracht.

 

De Economische Inspectie stelde met betrekking tot deze geannuleerde vluchten geen inbreuken vast omtrent de vereiste informatieverstrekking aan de consument. Dit staat echter los van de beoordeling van de rechtmatigheid van de aangevoerde reden om een schadevergoeding te weigeren.

 

Het is de FOD Mobiliteit die belast is met de opvolging van de Europese verordening inzake passagiersrechten. Daarom heb ik ook aan de minister van Mobiliteit op 28 september een schrijven gericht met de vraag een onderzoek te laten doen naar de praktijken bij Ryanair. Het komt hem toe om te bepalen of er dwangmaatregelen kunnen of moeten worden genomen in deze aangelegenheid. De Economische Inspectie heeft immers geen inbreuken aangehouden met betrekking tot het economisch recht.

 

U had nog een bijkomende vraag over de verjaringstermijnen, net als mevrouw Lalieux overigens. Deze kwestie zal ik zowel met de minister van Mobiliteit als met de minister van Justitie grondig bespreken. Ik zal u daarover zo snel mogelijk berichten, zeker als uw informatie klopt dat er verschillende verjaringstermijnen worden gehanteerd in de verschillende landen.

 

01.03  Nele Lijnen (Open Vld): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik zal mij ook richten tot de minister van Mobiliteit, met de vraag wat hij zal doen. Ik heb begrepen dat deze zaak niet verder valt onder het economisch recht. Dat is natuurlijk jammer voor de passagiers die waren gestrand en alsnog compensatie wensen. Ik hoop dat Test-Aankoop succes boekt voor de rechter. Het zou een belangrijk signaal zijn als een minister — het had u kunnen zijn, maar ook de minister van Mobiliteit — zich mee burgerlijke partij zou stellen. Dat zou interessant zijn.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

02 Questions jointes de

- Mme Karine Lalieux au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "le surcoût imposé par Ryanair à ses clients" (n° 26724)

- M. Werner Janssen au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "les nouvelles conditions générales de Ryanair" (n° 27134)

02 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Karine Lalieux aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de toeslagen voor de klanten van Ryanair" (nr. 26724)

- de heer Werner Janssen aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de nieuwe algemene voorwaarden van Ryanair" (nr. 27134)

 

02.01  Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, monsieur le vice-premier ministre, la politique agressive de la compagnie aérienne Ryanair à  l'égard de ses passagers n'est sans doute dépassée que par celle qu'elle applique envers son personnel. J'en veux pour preuve le récent courrier envoyé à des clients dont les vols devaient avoir lieu après le 1er novembre 2018.

 

Alors qu'ils avaient déjà acheté leur billet d'avion, les voyageurs se sont vu imposer l'obligation de payer un supplément pour leur bagage en cabine pourtant inclus dans le prix au moment de l'achat du billet. Si les clients refusaient ce surcoût, Ryanair proposait d'annuler et de rembourser le billet d'avion. Ce refus devait être signifié endéans les 14 jours, à défaut de quoi Ryanair présumait que le silence du consommateur équivalait à son acceptation du surcoût. Autrement dit, Ryanair s'estime autorisée à modifier unilatéralement l'une des conditions essentielles du contrat valablement conclu, à présumer l'accord du consommateur à une telle modification et à résilier un contrat en cas de refus de cette modification.

 

Une telle attitude est en totale contradiction avec les principes du droit de protection des consommateurs, et plus spécifiquement, du règlement (CE) n° 1008/2008 du Parlement européen et du Conseil du 24 septembre 2008 établissant des règles communes pour l'exploitation des services aériens dans la Communauté et qui impose notamment que "les suppléments de prix optionnels sont communiqués de façon claire, transparente et non équivoque". Il est évident que le surcoût que Ryanair tente d'imposer à ses clients ne répond en rien à ces exigences légales. 

 

Monsieur le président, j'attire ici votre attention sur le fait que cette question a été déposée au début du mois de septembre.

 

Monsieur le ministre, vos services ont-ils été informés de cette nouvelle politique tarifaire de Ryanair? Considérez-vous qu'elle soit acceptable? Comptez-vous rappeler à Ryanair son obligation de respecter les règles de droit européen? Je sais que c'est chose faite, monsieur le ministre, mais je souhaiterais que vous me disiez, aujourd'hui, où en est le dossier. De quels recours les voyageurs concernés disposent-ils? En résumé, je voudrais savoir ce qu'il en est exactement suite à votre annonce dans la presse.

 

02.02  Werner Janssen (N-VA): Mijnheer de minister, luchtvaartmaatschappij Ryanair heeft haar algemene voorwaarden aangepast.

 

Een belangrijke wijziging betreft de clausule die stelt dat elke schuld tussen de reiziger en Ryanair voortaan dient te worden beslecht door een Ierse rechtbank. Dit betekent voor de consumenten uiteraard een extra horde om zijn of haar rechten ten aanzien van de maatschappij te laten gelden. Consumentenorganisaties dreigen dan ook met gerechtelijke stappen, stellende dat deze clausule ingaat tegen de wet. Ryanair van haar kant stelt dat voor de luchtvaartmaatschappijen in een uitzondering is voorzien in het internationaal recht, die deze clausule toestaat.

 

Mijnheer de minister, wat is uw standpunt aangaande de wettelijkheid van deze nieuwe bevoegdheidsclausule? Overweegt u maatregelen tegen Ryanair? Indien ja, welke?

 

02.03  Kris Peeters, ministre: Monsieur le président, dès que j'ai été informé de la nouvelle politique tarifaire de Ryanair en ce qui concerne les bagages, j'ai demandé à l'Inspection économique d'analyser la question. La conclusion est claire: imposer cette nouvelle tarification aux passagers qui avaient réservé un billet d'avion auparavant constitue une modification unilatérale du contrat.

 

Dit is niet toelaatbaar. Om die reden heb ik op 4 september contact opgenomen met de luchtvaartmaatschappij. Twee dagen later heeft Ryanair mij bevestigd dat de nieuwe voorwaarden alleen zullen worden toegepast voor reizigers die hun vliegtuigticket hebben aangekocht na de aankondiging van die nieuwe voorwaarden.

 

Wat de bevoegdheidsclausule betreft, heb ik de bevoegde Europese commissaris aangesproken en gevraagd een initiatief te nemen om het Europees recht op dit vlak wat te verfijnen of te verduidelijken, zodat dit in de toekomst kan worden vermeden.

 

02.04  Karine Lalieux (PS): Monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie.

 

J'imagine qu'il n'y a pas eu de supplément et qu'aucune plainte n'a été introduite au SPF Économie concernant des suppléments. C'est du moins ce que je suppose: je n'en sais rien et je demande confirmation.

 

Il serait souhaitable que la législation européenne soit clarifiée, afin que de telles modifications unilatérales des contrats, par des compagnies qui maltraitent tant leurs clients que leur personnel, ne soient plus possibles.

 

02.05  Werner Janssen (N-VA): Mijnheer de minister, als ik mij niet vergis, heb ik geen antwoord gekregen op mijn vraag over de klachten die nu bij een Ierse rechtbank moeten worden ingediend.

 

02.06 Minister Kris Peeters: Ik heb uw vraag inderdaad niet volledig beantwoord, waarvoor mijn excuses.

 

Voor ons is het ook perfect mogelijk om bij een Belgische rechtbank een klacht of een dossier in te dienen. Men is dus niet verplicht om naar een Ierse rechtbank te stappen.

 

02.07  Werner Janssen (N-VA): Als het voor ons duidelijk is, dan hoop ik dat het ook voor Ryanair duidelijk zal zijn. We zullen in de toekomst wel zien hoever men daarmee staat. Desnoods kom ik terug met een vraag.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Vraag van mevrouw Maya Detiège aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de vervanging van de leden van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen" (nr. 26745)

03 Question de Mme Maya Detiège au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "le remplacement des membres de la Commission des Normes Comptables" (n° 26745)

 

03.01  Maya Detiège (sp.a): Mijnheer de minister, de huidige leden van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen werden aangesteld met het KB van 25 april 2013 voor een mandaat van zes jaar. Artikel 5 van de wet van 12 december 2016, met een KB van wijziging van 3 september 2017, stelde van rechtswege een einde aan deze mandaten. De huidige leden blijven hun mandaat uitoefenen tot in hun vervanging wordt voorzien.

 

Er werd een vernietigingsberoep aangespannen tegen de wijzigingswet van 12 december 2016 door Michel De Wolf bij het Grondwettelijk Hof. Deze zaak is nog steeds hangende. Ik ging ervan uit dat men zou wachten met het doorvoeren van de mandatenwissel tot er een uitspraak is door het Grondwettelijk Hof.

 

Eind juni 2018 ontving de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven een brief om tegen 3 juli 2018 de namen door te geven van de vier vertegenwoordigers met betrekking tot de vervanging van de leden van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen.

 

Waarom is er plots zo'n haast bij de vervanging van de huidige mandatarissen? Zou het niet beter zijn om te wachten tot na een eventueel arrest van het Grondwettelijk Hof dat meer juridische zekerheid kan bieden over het lot van de wijzigingswet?

 

03.02 Minister Kris Peeters: Mevrouw Detiège, ongelooflijk, ook dat is iets wat u zich aantrekt, de Commissie voor Boekhoudkundige Normen. Dat zijn interessante en belangrijke organen. Ik heb daar ook nog deel van uitgemaakt toen ik jong was.

 

Zoals u correct aangeeft, werd bij wet van 12 december 2016 van rechtswege een einde gesteld aan de mandaten van de leden van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen. Om in hun vervanging te voorzien, werden bij KB van 23 mei 2018 de regels vastgelegd om de taalrol van de kandidaat-leden te bepalen. Dit besluit werd op 18 juni 2018 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd, waarna ik bij brief van 20 juni 2018 de voordrachtsprocedure heb opgestart.

 

Gelet op dit tijdstip, leek het mij redelijk om te vragen tegen 3 juli 2018 de kandidaten voor te dragen. Deze termijn werd uiteindelijk door mij verlengd tot 13 augustus. Ik kan u de blijde boodschap meegeven dat alle kandidaturen nu binnen zijn en dat wij nu het koninklijk besluit met hoge snelheid klaarmaken. Van een overhaaste vervanging kan men hier dus moeilijk spreken. Het is meer een geduldig afwachten totdat de kandidaturen werden geleverd door alle ministers en instanties die dat moesten doen.

 

Door de heer De Wolf werd inderdaad bij het Grondwettelijk Hof een vernietigingsberoep ingespannen tegen de wijzigingswet van 12 december 2016. Eén van de gronden voor vernietiging waarop de heer De Wolf zich beroept, is het feit dat hij als Franstalige minder kans zou maken om opnieuw te worden benoemd. Dat klopt niet. De nieuwe wetgeving bepaalt enkel dat de Commissie voor Boekhoudkundige Normen voor de helft uit Nederlandstalige en voor de helft uit Franstalige leden moet worden samengesteld. Dit lijkt mij niet meer dan redelijk. Ik kan bovendien alleen maar vaststellen dat de heer De Wolf opnieuw werd voorgedragen als lid van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen. Los daarvan ben ik ervan overtuigd dat de nieuwe wetgeving wel degelijk conform de Grondwet is.

 

03.03  Maya Detiège (sp.a): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Op basis daarvan kan ik concluderen dat het probleem opgelost is.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van mevrouw Anne Dedry aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de terugroepactie van sjoemelwagens" (nr. 26749)

04 Question de Mme Anne Dedry au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "l'opération de retour des voitures équipées d'un logiciel fraudeur" (n° 26749)

 

04.01  Anne Dedry (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik heb afgelopen zomer een schriftelijke vraag ingediend met daarin zes vragen. Ik heb slechts op een van mijn zes vragen een antwoord gekregen. Dat is de reden waarom ik ze nog eens als mondelinge vraag heb ingediend.

 

Het ergste is dat u mij voor mijn vierde vraag, over wie in België de terugroepactie opvolgt, doorverwees naar de minister van Mobiliteit van de deelstaten. In Vlaanderen is dat minister Weyts. Ik heb uiteraard mijn Vlaamse evenknie dienaangaande een vraag laten stellen aan minister Weyts. U kunt het al dan niet raden, maar hij verwees mij op zijn beurt naar u door. Overlegt u daarover dan niet? Is de interpretatie van de zesde staatshervorming niet duidelijk? Zult u mij nu misschien naar minister Bellot doorverwijzen?

 

Het is in elk geval een feit dat wij hierover door de Europese Commissie op de vingers zijn getikt. Bovendien wordt in aanbeveling nr. 2 van de Dieselgatecommissie uitdrukkelijk aan de federale regering gevraagd om erop toe te zien dat terugroepacties naar behoren worden uitgevoerd. U als minister van Consumenten zou daar volgens mij wakker van moeten liggen.

 

Ik kijk alvast uit naar uw antwoorden.

 

04.02 Minister Kris Peeters: Mevrouw Dedry, ook ik vind het een heel bizarre situatie. Ik kan u alleen maar bijtreden wanneer u opwerpt dat men niets heeft aan een pingpongspel.

 

Ik heb op de schriftelijke vraag inderdaad, terecht, zoals u opmerkt, herinnerd aan de bevoegdheden en opgemerkt dat de conformiteitstests onder de regionale bevoegdheid vallen.

 

Naar aanleiding van uw vraag zal ik het dossier verder ter harte nemen, teneinde er duidelijkheid over te krijgen. Ik zal heel snel contact opnemen met mijn collega's van de regio's, om de zaak uit te klaren en u afdoende van antwoord te dienen. Ik wil het dossier immers gerust verder op mij nemen, indien ik de bevoegdheid heb.

 

Ik heb net zoals u geen enkele behoefte – ik word er ook zenuwachtig van – aan een pingpongspel, waarbij u van het kastje naar de muur wordt gestuurd.

 

Ik engageer mij ertoe om de zaak heel snel uit te klaren. Ik doe dat ook tegenover mijn administratie, want ze is misschien niet van alles op de hoogte.

 

Mijnheer de voorzitter, indien u dat goed vindt, zullen wij mevrouw Dedry rechtstreeks informeren. Dan hoeft zij geen nieuwe vraag te stellen. Ik vind een en ander immers niet kunnen.

 

04.03  Anne Dedry (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw heel duidelijk engagement en voor het feit dat u de opvolging van Dieselgate hier nu duidelijk als een beleidsprioriteit naar voren schuift. Een mens begint daaraan op de duur immers te twijfelen.

 

Ondertussen blijven wij kampen met een niet-conforme uitstoot. Wij blijven ook kampen met erg vervuilende auto's en erg vuile lucht, met gezondheidsproblemen tot gevolg.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Question de Mme Karine Lalieux au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la gratuité du service Card Stop" (n° 26750)

05 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de kosteloze dienstverlening van Card Stop" (nr. 26750)

 

05.01  Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, le numéro 070 344 344, mieux connu sous le nom de Card Stop, est utilisé depuis 1993 pour permettre aux consommateurs de bloquer leurs cartes de paiement en cas de perte ou de vol. Toutes les banques ont recours à ce service qui est géré par la société Atos Wordline, une société qui dégageait en 2017 un chiffre d’affaires de 1,6 milliard d’euros et affichait un résultat net de 150 millions d’euros.

 

Rendre Card Stop gratuit est une demande légitime des consommateurs car, au fond, ce numéro s’apparente à un service d’urgence. De manière générale, les frais bancaires sont déjà trop élevés pour le consommateur, et nous aurons une discussion sur ce sujet bientôt. C’est aussi une obligation pour l’utilisateur de notifier au plus vite la perte ou le vol de sa carte de banque. Aucun frais ne devrait donc lui être imputé.

 

J’avais retenu de nos discussions, lors de l’examen de la note de politique générale de 2017, que le gouvernement mettrait fin au fait de faire payer le client lorsque celui-ci appelle Card Stop. Le ministre De Croo avait lancé une consultation publique à ce sujet, en janvier 2018, par le biais de l’IBPT.

 

Nous avons voté une loi portant modification et insertion de dispositions en matière de services de paiement dans différents livres du Code de droit économique, entrée en vigueur le 9 août 2018. L’article 10 de cette loi prévoit que le prestataire de services de paiement émettant un instrument de paiement a l’obligation de fournir à l’utilisateur de services de paiement la possibilité de faire bloquer sa carte bancaire à titre gratuit. C'est la loi que vous avez modifiée, monsieur le ministre.

 

Je m’étonne donc de lire sur le site de Card Stop l’information selon laquelle un appel vers le numéro Card Stop aurait aujourd’hui un coût de 0,30 euro la minute, que Wordline facture par le biais de l’opérateur téléphonique. La même information est notifiée en début d’appel quand on appelle Card Stop.

 

Monsieur le ministre, c'était au mois de septembre. Je vous demande si cette information est toujours exacte. Si oui, celle-ci devrait être corrigée. Pouvez-vous me confirmer que les consommateurs ont aujourd’hui la possibilité de faire bloquer leurs instruments de paiement à titre gratuit? Sinon, pourquoi, puisque la loi a changé? Quels sont aujourd’hui les tarifs et les modalités de paiement? Qu’en est-il des utilisateurs qui se trouvent en dehors du territoire de la Belgique? En effet, c'est surtout extra muros qu'ont lieu les vols de cartes. Enfin, quels ont été les résultats de la consultation faite par l’IBPT le 18 janvier 2018? Je vous remercie.

 

05.02  Kris Peeters, ministre: Monsieur le président, madame Lalieux, chers collègues, conformément au plan national de numérisation, le tarif de 0,30 euro par minute est le tarif maximum que les opérateurs peuvent facturer pour un appel national vers un numéro 070.

 

Le Code de droit économique prévoit que le consommateur doit avoir la possibilité de notifier la perte, le détournement ou le vol de sa carte à titre gratuit. Pour adapter le tarif du numéro de Card Stop à cette exigence de gratuité et sans modifier le numéro que les utilisateurs connaissent depuis vingt-cinq ans, une modification de la loi s'impose. La bonne nouvelle, j'espère pour nous tous, c'est qu'avec mon collègue le ministre De Croo, nous avons élaboré une proposition afin d'insérer cette adaptation dans la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques. Le projet de loi sera prochainement soumis au Conseil des ministres par le ministre De Croo, dans le cadre d'une loi Télécoms portant des dispositions diverses.

 

Madame Lalieux, j'espère que vous serez dès lors davantage positive.

 

05.03  Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, j'entends la bonne nouvelle: le dépôt de la loi par le ministre De Croo, sous peu je l'espère.

 

Vous l'avez écrit vous-même dans le Code de droit économique, monsieur le ministre. Si on annonce l'entrée en vigueur de la gratuité le 9 août 2018, elle doit être effective pour le consommateur. Sinon, ce serait de la publicité mensongère de la part du gouvernement.

 

Apparemment, vous n'aviez pas correctement évalué la loi sur les communications électro­niques. C'est bien que M. De Croo complète cette loi. J'espère que ce sera avant la fin de l'année. On respectera alors notre propre législation.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Vraag van mevrouw Rita Gantois aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "verticale prijsbinding" (nr. 26856)

06 Question de Mme Rita Gantois au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la formation verticale des prix" (n° 26856)

 

06.01  Rita Gantois (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, in haar mededingingsbeleid is de Europese Commissie een offensief gestart tegen online verticale prijsbinding. Dit houdt in dat een merk aan zijn retailers oplegt aan welke minimumprijzen zij de goederen moeten verkopen. Volgens het mededingingsrecht is dit verboden. Het is nadelig voor de consument, omdat men hem op die manier een mogelijkheid tot aankoop van goedkopere goederen ontneemt. De Europese Commissie heeft hiervan intussen een prioriteit gemaakt.

 

In Nederland vraagt men zich af wat de ACM nu gaat doen, omdat zij voordien een terughoudend beleid voerde. Zij vinden ook dat consumenten in bepaalde gevallen baat kunnen hebben daarbij, omdat dit leidt tot, bijvoorbeeld, een betere service of nieuwe aanbieders op de markt.

 

De vraag dringt zich nu ook op in ons land hoe de Belgische Mededingingsautoriteit hier tegenover staat. Zal zij haar beleid aanpassen aan de Europese ingeslagen weg?

 

06.02 Minister Kris Peeters: Mijnheer de voorzitter, collega's, collega Gantois, in verband met de distributiesector en zijn relatie met de leveranciers, kan de Belgische Mededingingsautoriteit bevestigen dat zij in haar prioriteitenbeleid voor het jaar 2018 en ook voor de volgende jaren, bijzondere aandacht zal besteden aan verticale contracten. Ik verwijs naar het prioriteitenbeleid en citeer: "De contracten tussen de distributiesector en de leveranciers kunnen in sommige gevallen leiden tot mededingingsbeperkende gevolgen tussen ketens of tussen leveranciers, bijvoorbeeld wanneer zij de vrijheid van distributeurs met betrekking tot de vaststelling van hun prijzen beperken, of nog de mogelijkheid om hun diensten online aan te bieden. De Belgische Mededingingsautoriteit heeft speciale aandacht voor die contracten."

 

De Belgische Mededingingsautoriteit heeft in dat verband in 2016, 2017 en 2018 huiszoekingen verricht. Als bevoegd minister kan ik daarover uiteraard geen nadere informatie verstrekken, ten eerste, omdat ik daarover niet beschik, en ten tweede, omdat de Belgische Mededingingsautoriteit dat onderzoek in alle onafhankelijkheid uitvoert en daarover op het juiste moment, wanneer de beslissing is gevallen, communiceert.

 

06.03  Rita Gantois (N-VA): Mijnheer de minister, u begrijp ons scepticisme. Ter zake moet men goed opletten en moet er streng worden opgetreden. De Belgische Mededinginsautoriteit moet haar werk doen. Dergelijke praktijken zijn immers nadelig voor de consument. Ook Europa heeft al een aantal boetes opgelegd aan ondernemingen die de regels overtraden. Men moet erover waken dat dergelijke praktijken in ons land in ieder geval geen gewoonte worden.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Le président: La question n° 26820 de M. Blanchart est reportée.

 

07 Vraag van mevrouw Rita Gantois aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de varkenspest" (nr. 26993)

07 Question de Mme Rita Gantois au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la peste porcine" (n° 26993)

 

07.01  Rita Gantois (N-VA): Mijnheer de minister, de varkenspest waart door ons land. Het probleem doet zich voor in het uiterste zuiden van de provincie Luxemburg. De ziekte is enkel aangetroffen bij wilde zwijnen, niet in de varkensstapel. Toch ondervindt de varkensvleessector grote repercussies van de ziekte. Ik heb het dan niet over de maatregelen die verschillende overheden al hebben genomen om de verdere verspreiding tegen te gaan, maar wel over de gevolgen voor de export, zowel buiten als binnen de Europese Unie.

 

Wat de export buiten de Europese Unie betreft, stipuleren de handelsakkoorden met bijvoorbeeld China, Zuid-Korea of Rusland dat ons land varkenspestvrij moet zijn om ons vlees naar daar te mogen exporteren. Ons land is momenteel echter niet varkenspestvrij. Die exportmogelijkheden vallen dus weg. Daarover is er geen discussie mogelijk.

 

Ook de export binnen de Europese Unie, goed voor 89 % van de totale Belgische export van varkensvlees, hapert. Hoewel er binnen de Europese Unie vrij verkeer van goederen geldt, zouden verschillende buitenlandse afnemers van ons varkensvlees de varkenspest aangrijpen om niet langer vlees af te nemen, of slechts tegen sterk gereduceerde prijzen. Dat is wrang, want de varkenshouders die zich op enkele honderden kilometers van de besmettingshaard bevinden, worden zo ook financieel getroffen, ook al is er daar geen enkel sanitair probleem. Het vlees is niet besmet en er is geen enkel probleem voor de volksgezondheid.

 

Mijnheer de minister, hoe beoordeelt u de situatie? Welke maatregelen zult u nemen om de export te vrijwaren, zowel binnen als buiten de Europese Unie, zowel op korte als op lange termijn?

 

Werd het probleem op Europees niveau besproken?

 

Werd de situatie reeds aangekaart in het Europese Ketenoverleg?

 

07.02 Minister Kris Peeters: Collega Gantois, de uitvoer van varkensvlees is essentieel voor de varkenssector. Meer dan 70 % van de nettoproductie, het aantal levende varkens dat instroomt in de transformatieketen, is bestemd voor de uitvoer.

 

In 2017 vertegenwoordigde deze uitvoer 57 % van de Belgische uitvoer van vlees en 6 % van de totale uitvoer van voedingsmiddelen; 90 % van deze uitvoer is bestemd voor lidstaten van de Europese Unie, 10 % wordt geëxporteerd naar andere regio's in de wereld. De uitvoer naar 17 landen – Colombia, Oekraïne, Nieuw-Caledonië, Vietnam, Australië, Wit-Rusland, China, Japan, Zuid-Korea, Mexico, Maleisië, de Filippijnen, Singapore, Taiwan, Uruguay, Servië en Zuid-Afrika – die momenteel een embargo opleggen voor Belgisch varkensvlees, vertegen­woordigt iets minder dan 75 % van de exportwaarde naar de extra-EU-landen. Intussen hebben twee landen, namelijk India en Maleisië, hun embargo gedeeltelijk opgeheven. Van de totale uitvoer van varkensvlees vertegen­woordigden deze bestemmingen in 2017 slechts 5,7 % van de waarde.

 

Gezien het feit dat de markt momenteel erg gespannen is, met een productieprijs die momenteel ruim onder de prijs van 2017 blijft, is de sluiting van deze markten echter verontrustend. De laatste prijzen bij slachthuizen op de Belgische markt vertonen al een neerwaartse trend. Bovendien zouden particuliere Europese importeurs ervoor kunnen kiezen om af te zien van de invoer uit België en zich tot andere Europese landen te wenden voor hun bevoorrading.

 

Er werden door Buitenlandse Zaken initiatieven genomen. Vanaf het begin van de crisis ontvingen alle diplomatieke posten officiële informatie opgesteld door het FAVV met betrekking tot de situatie van de Afrikaanse varkenspest in België en de maatregelen die zijn genomen om deze tegen te houden en uit te roeien. Deze diplomatieke posten hebben stappen ondernomen bij de relevante autoriteiten van hun district met het doel om deze handelspartners te informeren en gerust te stellen. Bij ons bezoek aan China vorige week hebben we ook getracht dat op tafel te leggen. Dat kwam eveneens aan bod toen de Chinese premier en de minister van Economische Zaken hier waren. Ik heb ook de varkenssector ontmoet voor ik naar China afreisde, om daarover met hen te spreken.

 

Ten tweede, zowel minister Ducarme als de regionale ministers van Landbouw zijn regelmatig in contact geweest met de Europese Commissie om de mogelijkheden voor cofinanciering en schadeloosstelling te onderzoeken, zowel met betrekking tot de maatregelen als de geleden schade. Voor meer concrete informatie moet ik u natuurlijk doorverwijzen naar mijn collega's bevoegd voor Landbouw.

 

Ten derde, het Europese Ketenoverleg is een privé-initiatief, dat weet u, maar als wij goed zijn geïnformeerd, werd dit punt daar nog niet besproken. Het staat de betrokken organisaties vrij dit punt te agenderen. Wij volgen dat, wat mijn bevoegdheden betreft, natuurlijk van zeer nabij op en proberen alles te doen om dit verder op een goede manier aan te pakken en om die export terug helemaal open te krijgen.

 

07.03  Rita Gantois (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het is duidelijk dat wij allemaal heel bezorgd zijn over deze problematiek. Ik weet wel dat een aantal lidstaten reeds heel veel moeite gedaan hebben om deze problematiek te bespreken. U spreekt hierover ook met de Chinezen. Ik hoop dat dit ook resultaat heeft, want het is niet genoeg om te praten, wij moeten echt resultaten boeken.

 

Het verontrust mij wel dat hierover op Europees niveau, in het Ketenoverleg, nog niet gesproken is. Ik wil toch vragen dat België hierop aandringt. Vlaanderen leeft op landbouwvlak immers heel hard van de varkenssector. Wij voeren varkensvlees uit voor een waarde van 1,7 miljard euro. Dat is het bedrag dat op onze export staat. Het is dus heel belangrijk dat dit op het Europees Ketenoverleg besproken wordt.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Vraag van de heer Johan Klaps aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de jaarbijdrage bij de FSMA" (nr. 26994)

08 Question de M. Johan Klaps au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la contribution annuelle à la FSMA" (n° 26994)

 

08.01  Johan Klaps (N-VA): Mijnheer de minister, bemiddelaars en tussenpersonen betalen hun lidmaatschap bij de FSMA in de vorm van een jaarbijdrage.

 

Wij hebben de jongste tijd genoeg voorbeelden gezien van noodgedwongen sluitingen van zelfstandige bank- en verzekeringsagenten door bijvoorbeeld herstructureringen bij hun principaal. Zij zijn verplicht om de jaarlijkse bijdrage te voldoen, ook al zijn ze in de loop van het jaar gestopt met hun activiteit en hebben ze hun schrapping op de lijst van de FSMA formeel aangevraagd.

 

De regering neemt bijzonder veel gunstige maatregelen ten voordele van zelfstandigen en ondernemers. Wij hebben daarover vanochtend in de commissie voor het Bedrijfsleven nog een ontwerp goedgekeurd. Alleszins is het nu een ideale gelegenheid om ook iets te doen voor die categorie vanzelfstandigen.

 

Ik wil even bij u informeren of de FSMA-bijdrage niet pro rata kan worden aangerekend, minstens in het geval van uitzonderlijke omstandigheden, zoals een gedwongen sluiting, zodat de eerder genoemde gedupeerden daarbovenop geen onnodige kosten aangerekend krijgen?

 

08.02 Minister Kris Peeters: Mijnheer Klaps, ik sta voor alles open. Ik geef u wat meer informatie over waar het kalf mogelijk gebonden ligt.

 

Conform artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten worden de werkingskosten van de FSMA gedragen door de ondernemingen en de personen die onder haar toezicht staan of waarvan de verrichtingen of de producten onder haar toezicht staan, binnen de grenzen en nadere regels bepaald door de Koning.

 

Aan de bepaling wordt uitvoering gegeven door het koninklijk besluit van 17 mei 2012 betreffende de vergoeding van de werkingskosten van de FSMA. Het KB bepaalt alle voorwaarden voor de berekening en opvraging van de bijdragen. De basismodaliteiten zijn dezelfde voor alle ondernemingen en personen onder toezicht van de FSMA en laten geen ruimte voor interpretatie.

 

Alle ondernemingen en personen onder toezicht van de FSMA betalen overeenkomstig hetgeen is bepaald in dat KB een sectorale bijdrage. De bijdrage bestaat uit een vooraf vastgelegd percentage van de totale begroting van de FSMA voor het betrokken jaar. De sectorale bijdrage wordt omgeslagen over alle op 1 januari van het jaar onder toezicht van de FSMA staande ondernemingen en personen, zoals uiteengezet in dat koninklijk besluit.

 

De bij koninklijk besluit bepaalde berekeningsmethode sluit met andere woorden een bijdrage pro rata uit. Ook dat had u al begrepen, want anders had u die vraag niet gesteld. De wettelijk vastgelegde werkwijze zorgt er tevens voor dat de FSMA bij de aanvang van elk werkingsjaar over de nodige middelen beschikt om haar toezichtstaken te kunnen uitoefenen.

 

Aangezien het KB van 17 mei 2012 aan de FSMA opdraagt te werken met een systeem van gesloten sectorale bijdragen, is de toepassing van de betalingen pro rata natuurlijk een probleem. Dat zou immers kunnen leiden tot een onderfinanciering van de FSMA. Men heeft mij ook meegegeven dat andere onafhankelijke openbare organisaties zoals het BIPT en de CREG evenmin een systeem pro rata toepassen. Het probleem dat u aanhaalt, is dus nog groter dan alleen de FSMA.

 

Artikel 3 van het KB voorziet in een algemene betalingstermijn van één maand voor de betaling van de verschillende bijdragen. Na het verstrijken van de termijn verstuurt de FSMA een betalingsherinnering. Specifiek voor de tussenpersonen bepaalt de toepasselijke wetgeving dat de FSMA nog een laatste, formele termijn van 30 dagen moet stellen. Pas daarna vervalt de inschrijving. Hieruit volgt dat een eventueel verlies van de inschrijving niet onmiddellijk optreedt.

 

De facto beschikt een tussenpersoon bijgevolg steeds over ten minste 60 dagen om de betaling te voldoen. In 2018 betaalt een tussenpersoon in de bank- of verzekeringssector voor het jaarlijks toezicht op de desbetreffende sector aan de FSMA een bijdrage van 538 euro. Bovendien is de betaling in de huidige stand van de wetgeving fiscaal aftrekbaar.

 

Tot slot, de FSMA verstuurt jaarlijks meer dan twintigduizend betalingsuitnodigingen. De berekening en opvolging daarvan is reeds een arbeidsintensief werk. Als er verschillende betalingsfaciliteiten mogelijk zouden zijn, dan moet de FSMA daartoe extra middelen uittrekken. Het maximum aantal personeelsleden van de FSMA is wettelijk echter beperkt, wat een gevolg heeft voor de middelen die de FSMA kan toekennen aan haar toezichtstaken.

 

Sta me toe om de verschillende elementen op een rij te zetten. Ten eerste vermeld ik het gesloten enveloppe­systeem. Ten tweede, de FSMA werkt niet als enige op die manier. Ten derde, een en ander vergt mogelijk betalingsaanpassingen.

 

De impact daarvan bij de FSMA wil ik echter wel nog eens laten nagaan. Ervan uitgaande dat het niet over een groot aantal tussenpersonen gaat, is die impact mogelijk beperkt. Als dat nader bekeken wordt, dan stel ik voor dat wij eveneens voor het BIPT en de CREG nagaan welke de mogelijke repercussies zijn van een pro-ratasysteem.

 

08.03  Johan Klaps (N-VA): Mijnheer de minister, bedankt voor uw uitvoerig antwoord.

 

De wettelijke regeling waarop het systeem gebaseerd is, is mij uiteraard bekend. Op het punt van de jaarbijdrage is de wetgeving naar mijn mening voor verbetering vatbaar.

 

Het argument dat het om slechts 538 euro gaat, is wel heel zuur voor wie zijn levenswerk moet stopzetten en met een groot sociaal passief en weinig toekomstmogelijkheden blijft zitten, aangezien die factuur er nog eens bovenop komt.

 

Dat dit bij de FSMA zodanig veel opvolging vergt, in de huidige tijden van elektronische betalingen met gestructu­reerde mededelingen, durf ik enigszins in twijfel te trekken. Het behoort dus inderdaad tot de mogelijkheden om na te gaan wat er op dat vlak mogelijk is, want volgens mij gaat het niet om erg hoge bedragen.

 

Daarnaast kunnen we nog altijd teruggrijpen naar de gedragscode die met de banken overeengekomen is. Wij zouden in de gedragscode kunnen opnemen dat bij een gedwongen stopzetting, als een agentschap opgezegd wordt, dat stuk met de uitwinningsvergoeding meegerekend wordt, waarmee het probleem voor de FSMA ook van de baan is.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

09 Questions jointes de

- Mme Karine Lalieux au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "les frais mis à charge du consommateur dans le cadre du refinancement d'un crédit hypothécaire" (n° 27044)

- Mme Karine Lalieux au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "les frais mis à charge du consommateur dans le cadre du refinancement d'un crédit hypothécaire" (n° 27045)

- Mme Karine Lalieux au ministre de la Justice sur "les frais mis à charge du consommateur dans le cadre du refinancement d'un crédit hypothécaire" (n° 27046)

09 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de kosten voor de consument bij een herfinanciering van een hypothecair krediet" (nr. 27044)

- mevrouw Karine Lalieux aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de kosten voor de consument bij een herfinanciering van een hypothecair krediet" (nr. 27045)

- mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Justitie over "de kosten voor de consument bij een herfinanciering van een hypothecair krediet" (nr. 27046)

 

09.01  Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, il ressort d'une étude réalisée par Test-Achats que les frais demandés en Belgique pour le refinancement d'un prêt hypothécaire sont beaucoup trop élevés comparativement aux autres pays européens.

 

En effet, l'association a établi que les consommateurs belges qui souhaitent changer d'emprunt hypothécaire pour en prendre un meilleur marché auprès d'une autre institution paient en moyenne des frais d'acte 13 fois plus élevés que dans les autres pays. Une pétition a été lancée pour ramener ces frais à la moyenne européenne.

 

Diminuer les frais de refinancement d'un crédit hypothécaire contracté en vue de l'acquisition de son habitation propre serait une mesure sociale et aurait de nombreux bénéfices pour le consommateur. Elle augmenterait le pouvoir d'achat du consommateur. Elle permettrait une plus grande concurrence entre les institutions de crédit. Elle serait de nature à assainir le marché des crédits hypothécaires – souvenons-nous de la crise des subprimes. Enfin, elle offrirait au consommateur une plus grande latitude pour faire face aux aléas de la vie, éventuellement en allongeant la durée de l'emprunt et en diminuant les mensualités.

 

Je sais évidemment qu'une partie de ces frais relève des compétences des Régions. Mais le fédéral a aussi son rôle à jouer. Par exemple, l'indemnité de remploi, les honoraires des notaires (dont j'ai déjà beaucoup discuté avec le ministre de la Justice), les frais administratifs, les honoraires du conservateur des hypothèques et la TVA sur les notaires sont autant de postes sur lesquels vous et vos collègues pouvez agir.

 

Monsieur le président, s'il y a trois questions jointes, c'est parce que j'ai posé la même question au ministre de la Justice ainsi qu'au ministre des Finances, mais ils l'ont réorientée vers le ministre de l'Économie.

 

Le président: C'est un tir groupé.

 

09.02  Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, j'espère donc que vous allez répondre sur tous les points, y compris ceux qui relèvent des compétences de vos collègues. Le gouvernement doit agir collectivement. Apparemment, la solidarité retombe sur vous.

 

Monsieur le ministre, avez-vous pris connaissance de l'étude de Test-Achats et confirmez-vous ces différences de prix entre la Belgique et les pays voisins? Elles sont flagrantes. Vous êtes-vous concerté au niveau du gouvernement fédéral pour réduire ces frais? Des mesures sont-elles prévues? Si oui, lesquelles?

 

09.03  Kris Peeters, ministre: Madame Lalieux, je travaille jour et nuit à la recherche de solutions. J'ai évidemment pris connaissance de l'étude réalisée par Test-Achats.

 

Le coût des frais d'acte pour un refinancement est de prime abord beaucoup plus élevé en Belgique. Mais je dois préciser que la comparaison avec les pays voisins est plus compliquée. La critique la plus importante émise par Test-Achats porte sur les frais d'acte et la charge fiscale liée à un refinancement. Ces coûts seraient en moyenne treize fois plus élevés qu'à l'étranger. C'est beaucoup.

 

09.04  Karine Lalieux (PS): C'est beaucoup!

 

09.05  Kris Peeters, ministre: Vous avez tout à fait raison. C'est beaucoup!

 

Cependant, la méthodologie concrète que Test-Achats a utilisée pour réaliser cette comparaison n'est pas claire. Test-Achats aurait fait une comparaison entre huit pays européens. La lettre mentionne un montant total pour ces pays mais les composants de ces totaux ne sont pas repris. Nous ne pouvons donc pas savoir si Test-Achats a pris en compte tous les coûts des pays voisins.

 

Il faut également tenir compte d'autres éléments qui ont un impact sur ce coût, comme par exemple les différents avantages fiscaux liés à l'achat d'un bien immobilier. Il faut voir dans quelle mesure ces avantages fiscaux sont présents dans tous les pays voisins et pour quel montant. Il est donc très difficile de répondre simplement à votre question. Il faut également tenir compte de notre fiscalité immobilière qui est différente entre nos trois Régions.

 

Au niveau fédéral et dans le cadre des compétences qui sont les miennes, j'ai pris des mesures en vue de limiter le coût de refinancement d'un prêt hypothécaire. En effet, depuis février 2017, un arrêté royal fixe, à mon initiative, un montant maximal des frais de dossier qui peuvent être réclamés dans le cadre d'un refinancement d'un prêt par une banque.

 

En ce qui concerne le refinancement chez un nouveau prêteur, les coûts sont de 500 euros maximum. En ce qui concerne le refinancement chez le même prêteur, les coûts s'élèvent au maximum à 50 % de ce montant, c'est-à-dire 250 euros, sauf s'il s'agit d'un refinancement dans les douze mois suivant un refinancement précédent. Il s'agit de frais de dossier maximaux. Les coûts réels sont souvent moindres.

 

L'indemnité de remploi a, quant à elle, déjà été limitée par la loi. Elle ne peut, en aucun cas, être supérieure à trois mois d'intérêts.

 

L'affirmation de Test-Achats consistant à dire que, relativement, le fisc et les frais d'acte sont les coûts les plus importants me semble correcte. Le fisc est de loin le poste de dépense le plus important, surtout pour ce qui concerne les droits d'enregistrement. Les honoraires des notaires et des conservateurs des hypothèques sont également des postes importants.

 

Pour plus de détails ou d'informations quant à la fiscalité, je vous renvoie à mes collègues fédéraux et régionaux compétents en matière de finances.

 

Pour ce qui a trait aux frais de notaire, j'ai pris contact avec le ministre de la Justice qui m'a annoncé qu'il prévoyait une réforme des tarifs des notaires afin qu'ils reflètent mieux leurs efforts.

 

Madame Lalieux, j'ai le sentiment que vous êtes moins positive dans le cadre de cette question que dans celui de votre question précédente. Je suis, en tout cas, d'accord avec vous pour dire qu'il faut faire quelque chose, en particulier pour ce qui concerne les deux postes mentionnés ci-avant, à savoir les honoraires des notaires et des conservateurs des hypothèques. J'essaie, d'ailleurs, de convaincre mes collègues de la nécessité de "bouger" en la matière.

 

Quoi qu'il en soit, j'espère qu'une solution pourra être trouvée pour arriver à une diminution des frais d'acte tout en nuançant les choses. En effet, si des frais d'acte treize fois plus élevés, c'est beaucoup, des frais d'acte dix fois plus élevés, cela reste encore beaucoup.

 

09.06  Karine Lalieux (PS): Monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie pour votre réponse.

 

Vous devrez effectivement organiser le dossier car mes questions n'ont pas été acceptées par les départements des Finances et de la Justice. Ils ne veulent en tout cas pas répondre à toutes mes questions qui les concernent et qui ont trait, notamment, aux frais de notaire.

 

Je ne vais pas discuter avec vous de la réforme des notaires élaborée par votre collègue et qui me semble totalement insatisfaisante.

 

Discutons donc plutôt de sujets qui relèvent de votre compétence. Ainsi, par exemple, quand il n'y a pas de possibilité de rachat d'un prêt parce que cela coûte trop cher, le client devient captif.

 

Votre gouvernement est un gouvernement libéral de droite. Je ne comprends donc pas pourquoi, à partir du moment où le secteur est totalement libéralisé, vous ne faites pas jouer plus la concurrence entre les institutions bancaires et vous ne prenez pas de mesures pour rendre les clients moins captifs en diminuant les coûts de refinancement des prêts.

 

Par ailleurs, comme vous êtes tout à fait d'accord avec moi et que vous avez envie de travailler – je sens votre envie, monsieur le vice-premier ministre –, je vais donc être très positive. Une proposition de résolution va être prise en considération au plus tard la semaine prochaine. Je compte sur vous, puisque ce sont des demandes au gouvernement et que ce gouvernement doit se parler et que vous devez parler à vos collègues, pour faire en sorte de répondre aux demandes légitimes des consommateurs et répondre au fait que le refinancement d'un prêt est beaucoup trop cher en Belgique, ce qui rend les clients captifs et crée des difficultés au sein des ménages.

 

09.07  Kris Peeters, ministre: Pourrais-je avoir cette proposition de résolution?

 

09.08  Karine Lalieux (PS): Je vais vous l'envoyer.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

10 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "les pratiques de démarchage téléphonique" (n° 27114)

10 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "telemarketing" (nr. 27114)

 

10.01  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, régulièrement, les citoyens sont confrontés à des appels téléphoniques venant de démarcheurs ou de téléprospecteurs. J'ai vécu le cas hier soir. Que ce soit dans le but de vendre des contrats pour des opérateurs d'énergie, de téléphonie ou autres, ces appels répétés s'apparentent souvent à du harcèlement.

 

Dans l'éventualité où les numéros de ces centrales d'appels apparaissent, il est aisé, avec les téléphones portables actuels, de les bloquer afin de ne plus être dérangé à l'avenir. Dans le but de contrer cette manœuvre, ces sociétés utilisent des numéros masqués qui les rendent indétectables et il est impossible de les envoyer dans les "utilisateurs indésirables" de nos smartphones.

 

Afin de permettre aux citoyens de choisir en toute liberté de répondre ou pas à ces démarches commerciales, souvent intrusives, il conviendrait que ces sociétés acceptent d'œuvrer à "visage découvert".

 

Monsieur le ministre, pourriez-vous suggérer à ces entreprises du secteur du démarchage téléphonique de travailler avec davantage de transparence avec leurs prospects?

 

10.02  Kris Peeters, ministre: Monsieur Flahaux, il n'existe pas de secteur du télémarketing. Soit les entreprises font du démarchage avec leur propre personnel, soit elles font appel à des prestataires de services externes. De plus, les entretiens de vente à caractère intrusif proviennent souvent de l'étranger. Pour ces deux raisons, une action comme vous la proposez n'est pas du tout évidente.

 

Certains opérateurs télécoms proposent à leurs clients la possibilité de bloquer les appels anonymes. J'estime que cela pourrait être un moyen utile pour le consommateur. Pour des informations plus précises à ce sujet, je vous renvoie vers le ministre en charge des Télécommunications, M. De Croo.

 

10.03  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse, même si je me sens un peu frustré.

 

Je me pose quand même beaucoup de questions parce que le cas que j'ai personnellement vécu concernait une firme pour partie propriété de l'État, du nom de Proximus. Elle savait très bien que j'étais abonné pour la télédistribution et internet chez l'opérateur Voo, qui est aussi parapublic. L'agent au téléphone pouvait me dire tous les types d'abonnements que j'avais auprès de concurrents! Je trouve cela pour le moins particulier. Dans ce contexte, je réinterrogerai le ministre Alexander De Croo sur le sujet.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van de heer Werner Janssen aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de Kruispuntbank van Ondernemingen" (nr. 27125)

11 Question de M. Werner Janssen au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la Banque-Carrefour des Entreprises" (n° 27125)

 

11.01  Werner Janssen (N-VA): Mijnheer de minister, de Kruispuntbank van Ondernemingen is een gegevensbank die alle basisgegevens van ondernemingen en vestigingseenheden opslaat aan de hand van het ondernemings­nummer. Doelstelling moet zijn om de administratieve procedures voor ondernemingen te vereenvoudigen via een eenmalige aanmelding en overmaking van gegevens. De gegevensbank zou het ook voor controleorganen eenvoudiger moeten maken om ondernemingen te controleren.

 

Voor deze registratie dienen ondernemingen een bijdrage te betalen. Deze bedraagt in ons land 87 euro. Dit is fors duurder dan bijvoorbeeld in Nederland, waar de registratie in het Handelsregister 50 euro kost, hetgeen volgens de Nederlandse regering voldoende is om de kosten te dekken. Wanneer ondernemers bepaalde diensten willen laten uitvoeren, ontbreekt in onze KBO ook een transparant prijzenoverzicht. Ook dit is anders bij het Nederlandse Handelsregister, waar duidelijk en transparant over de kostprijs wordt gecommuniceerd.

 

Bovendien bleek de KBO in een rapport van het Rekenhof uit 2015 onvoldoende te scoren inzake de kwaliteit van de gegevens die erin opgenomen zijn. De te strikte reglementering omtrent de invoer en aanpassing van gegevens zou hierbij een belangrijke factor zijn. Daarnaast blijken veel overheidsdiensten nog steeds alternatieve informatie­bronnen te gebruiken om gegevens over ondernemingen te verzamelen. Hiermee wordt de doelstelling van de KBO, met name een eenvoudige administratie voor bedrijven en voldoende controlemogelijkheid door de overheid, onvoldoende bereikt. Zeker voor onze kmo's is de dienstverlening via de KBO van cruciaal belang.

 

Hoe verklaart u de hoge kostprijs voor de registratie in de KBO in vergelijking met een soortgelijke registratie in onze buurlanden? Ziet u mogelijkheden om deze kostprijs te verlagen?

 

Wat is uw standpunt over een meer transparant overzicht van de kostprijs voor diensten die de KBO aanbiedt?

 

Werd sedert 2015 een initiatief genomen om tegemoet te komen aan de opmerkingen van het Rekenhof over de werking van de KBO? Zo ja, welk initiatief?

 

11.02 Minister Kris Peeters: Mijnheer Janssen, u moet bij een vergelijking met Nederland steeds opletten dat u geen appelen met peren vergelijkt. De vraag is immers welke informatie men krijgt voor welk bedrag en ik denk dat er op dat vlak toch wat verschillen zijn ten opzichte van Nederland, in die zin dat wij meer doen dan Nederland.

 

Dit gezegd zijnde, er zijn verschillende initiatieven genomen, die u ook in uw vraagstelling hebt aangestipt, ook naar aanleiding van de opmerking van het Rekenhof over de werking van de KBO. Ik wil deze samen met u even overlopen.

 

Er is het opstarten van het project-KBO+. KBO+ moet ervoor zorgen dat het proces voor het neerleggen van onderhandse en authentieke aktes van vennootschappen en rechtspersonen kan worden uitgevoerd door notarissen en ondernemingsloketten, en dit op een volledig digitale manier.

 

Bovendien zullen de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen volledig tegenstelbaar aan derden gemaakt worden, zodat de KBO de enige echte authentieke bron voor ondernemingsgegevens wordt.

 

De voorbije maanden werden de basisprincipes van het nieuwe systeem en de nieuwe processen vastgelegd. Er werd bepaald hoeveel middelen er nodig zijn voor de realisatie ervan. Een detailstudie leidde tot een plan van aanpak, en zal gebruikt worden als leidraad bij de latere implementatie van het systeem en de installatie van de nieuwe processen.

 

Voor 2019 is een budget uitgetrokken van 2,1 miljoen voor de opstart van het project en voor de realisatie van het eerste deel ervan. Concreet zal met dit budget het bestaande e-griffieportaal aangepast worden opdat de ondernemingsloketten het portaal zouden kunnen gebruiken en testen in een pilootfase.

 

De processen voor inschrijvingen en wijzigingen in de KBO worden transparanter gemaakt. Een nieuwe privatesearchtoepassing werd ontwikkeld. Via deze toepassing kan de ondernemer of de gemandateerde op een gebruiksvriendelijke manier alle gegevens van zijn onderneming consulteren en bepaalde gegevens ervan zelf aanpassen of inschrijven.

 

Wanneer een ondernemer één van de gegevens die hij niet zelf kan wijzigen wenst aan te passen, zal een flow hem doorverwijzen naar de correcte initiator. Aanpassingen die door de beheersdienst van de KBO moeten gebeuren, worden nu op elektronische wijze overgezonden en afgehandeld.

 

De bekendheid van de KBO bij de ondernemingen werd vergroot. De lancering van de nieuwe privatesearch­toepassing ging gepaard met een informatiecampagne met als doel de nieuwe toepassing te promoten en de bekendheid van de KBO te vergroten. Dit heeft ervoor gezorgd dat de ondernemers die hun gegevens in de KBO consulteren ertoe worden aangezet de nodige acties te ondernemen om hun gegevens correct te vermelden.

 

De bekendheid van de KBO bij de lokale overheden werd ook vergroot. In samenwerking met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, l'Union des Villes et Communes de Wallonie en Brussel-Hoofdstad werden informatiesessies over de KBO georganiseerd voor de lokale overheden in Vlaanderen, Wallonië en Brussel.

 

Tot slot is de kwaliteit van de KBO-gegevens verder verbeterd door de KBO te verbinden met andere Europese ondernemingsregisters.

 

Verder worden specifieke kwaliteitsacties opgezet, hetzij op initiatief van de beheersdienst van de KBO, hetzij op vraag van andere administraties. Ook wordt aandacht besteed aan het opleiden en informeren van initiatoren en gegevensbeheerders.

 

Op één vraag heb ik misschien nog niet geantwoord, met name de vraag over de bepaling van het bedrag van het inschrijvingsrecht in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Ik heb dat tot het laatste gehouden omdat ik ook hier moet meegeven dat dit een bevoegdheid is van de minister van Middenstand. Ik zal daarover dus wijselijk geen uitspraken doen, want hij zou het dan moeten uitvoeren, wat niet correct is ten opzichte van mijn collega.

 

Wat het bedrag betreft, zult u zich moeten richten tot minister Ducarme.

 

11.03  Werner Janssen (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw heel uitgebreid antwoord.

 

Ik stel vast dat men in deze regeerperiode heel wat zaken heeft uitgevoerd en dat er in 2019 nog heel wat zaken op de agenda staan voor verdere uitvoering. Ik denk dat onze kmo's daar heel tevreden mee kunnen zijn.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Vraag van mevrouw Maya Detiège aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de stroomafschakeling" (nr. 27130)

12 Question de Mme Maya Detiège au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la coupure de courant" (n° 27130)

 

12.01  Maya Detiège (sp.a): Mijnheer de voorzitter, we hebben het debat in de pers en het Parlement kunnen volgen. Positief is dat het risico van stroomafschakeling behoorlijk is teruggedrongen, maar er zijn toch veel vragen gerezen waarop er nog steeds geen duidelijk antwoord is gegeven. Vandaar deze vraag. Stel dat er in de toekomst wel een stroomtekort is, wat dan?

 

Er was sprake van een afschakelplan dat van kracht zou worden bij extreme nood. In sommige gemeenten zou de stroom dan drie à vier uur uitgeschakeld worden. Er was sprake van dat dit rond 17 uur zou gebeuren, de avondspits voor gezinnen met kinderen. Elektrische vuren zouden niet werken en microgolfovens en gewone ovens evenmin. Ook de elektrische vloerverwarming zou niet meer werken. Er zou geen internet zijn voor schooltaken en elektrische waterpompen zouden niet functioneren. Er zou ook geen warm water meer beschikbaar zijn om de kinderen te wassen na schooltijd. Er waren dus terechte vragen van mensen over wat er dan zou gebeuren.

 

De overheid heeft België opgedeeld in acht zones of schijven voor het afschakelen van het elektriciteitsnet. Als het afschakelplan in voege zou moeten treden, dan wordt de elektriciteit eerst in schijf 8 afgeschakeld. Mocht het tekort daarna nog te groot zijn, dan wordt ook schijf 7 afgeschakeld en zo verder. Om als burger te weten of men in de getroffen zone woont, moet men bekijken bij welke distributienetbeheerder zijn gemeente hoort. Bovendien moet men ook nakijken of de straat al dan niet wordt vrijgesteld.

 

Ik denk dan aan mijn ervaring als apotheker. Indien men om gezondheidsredenen op elk moment stroom nodig heeft, bijvoorbeeld bij het meer en meer voorkomende slaapapneu of in het geval van jonge kinderen die aerosolapparaten nodig hebben, iets wat ook heel frequent voorkomt, dan moet men blijkbaar zelf contact opnemen met het gemeentebestuur.

 

Het valt mij ook op – maar dat staat los van het afschakelplan – dat in de industriezones en op de snelwegen enorm veel licht wordt verspild. Ook in de steden ziet men enorm veel nutteloos energieverbruik. Ik denk dan aan alle lichtreclames. We wonen allebei in Antwerpen. Als ik de stad binnenrijd zie ik Karel de Grote Hogeschool, een heel mooi nieuw gebouw. Ik vraag me dan echter af of het echt nodig is om ook leegstaande gebouwen als een flikkerlicht… Ik weet niet hoe ik het moet omschrijven, maar het doet me denken aan Frank Deboosere met zijn fietshelm in de week. Dat is soms echt overdreven verlicht.

 

Ik heb volgende vragen voor u.

 

Op welke manier worden burgers, in het geval van een stroomafschakeling, op de hoogte gebracht tot welke schijf zij behoren? Hoelang op voorhand worden burgers ingelicht over de stroomonderbreking in hun schijf, zodat ze zich voldoende kunnen voorbereiden?

 

Mensen die omwille van gezondheidsredenen voortdurend stroom nodig hebben, moeten blijkbaar zelf op voorhand contact opnemen met het gemeentebestuur. Op welke manier worden zij op de hoogte gebracht van die verantwoordelijkheid? Worden er voldoende maatregelen getroffen om persoonlijke drama's te vermijden?

 

Zijn ziekenhuizen en andere noodzakelijke diensten verzekerd van vrijstelling van het afschakelplan indien zij in de getroffen zone liggen?

 

Elektrische auto's, bussen en trams kunnen niet worden opgeladen gedurende de tijdspanne van de stroom­onderbreking. Heeft u zicht op de impact hiervan?

 

Wanneer een probleem van stroomtekort zich gedurende meerdere dagen zou voordoen, al dan niet op elkaar volgend, zijn het dan telkens dezelfde mensen uit schijf 8 die worden getroffen of is er voorzien in een afwisseling?

 

Tot slot, zal de al dan niet noodzakelijke verlichting in industriezones, steden, gebouwen en kantoren eerst worden uitgeschakeld in tijden van stroomtekort alvorens de burgers te treffen?

 

12.02 Minister Kris Peeters: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Detiège, ik hoop dat u na mijn antwoord wat gerust­gesteld zult zijn.

 

Een risico op activatie van het afschakelplan kan tot zeven dagen op voorhand worden gedetecteerd. Vanaf dat moment, zijnde D-7, wordt er alles aan gedaan om deze activatie te vermijden door sensibilisatie en door het uitvaardigen van verbodsmaatregelen.

 

Indien deze sensibilisatie en maatregelen geen vruchten afwerpen, en de kans op een effectief tekort zich voordoet, worden burgers 's avonds op dag D-1 tijdens een persconferentie van de bevoegde ministers van Energie en Economie geïnformeerd, alsook op dag D, tijdens een persconferentie rond het middaguur. De informatie wordt doorgegeven via alle mediakanalen – sociale media en websites van de FOD Economie – en ongetwijfeld zullen ook andere tussenpersonen – Elia, distributienetbeheerders enzovoort – deze informatie doorgeven. Het crisisnummer 1771 staat op dat moment ook open voor alle vragen.

 

Om een goed en proactief beheer van een noodsituatie op lokaal niveau te garanderen, is het ook essentieel dat de burgemeesters de verschillende lokale gevolgen van elektriciteitsschaarste beheren, onder andere voor de aspecten die gelinkt zijn aan de volksgezondheid. Zij zijn verplicht om in dat kader alle nodige middelen in te zetten.

 

Tijdens het federaal beheer van een activering van het afschakelplan is een van de opdrachten van de burgemeester het opvolgen van de situatie van personen die om gezondheidsredenen thuis moeten blijven op zijn grondgebied. Indien nodig kan de burgemeester rekenen op de medische actoren die actief zijn op zijn grondgebied om de nodige informatie te krijgen over de locatie van dit doelpubliek. Indien nodig kan hij ook bepaalde specifieke preventieve maatregelen nemen om zich ervan te verzekeren dat een afschakeling geen schade kan aanrichten. Bovendien kan de burgemeester zich ook tot de gouverneur richten om personeelsversterking en meer middelen te vragen voor zijn grondgebied, om deze opdracht zo efficiënt mogelijk uit te voeren.

 

In het geval van een manuele activering van het afschakelplan naar aanleiding van een effectief tekort, worden algemene en psychiatrische ziekenhuizen en beheercentrales voor noodoproepen, 112, 100 en 101, steeds bevoorraad met elektriciteit, ook als ze in een afschakelingsschijf zitten. Mocht hun stroomtoevoer toch worden onderbroken, samen met die van de andere gebruikers die door een afgeschakelde stroomcabine bevoorraad worden, dan zullen die prioritaire gebruikers onmiddellijk opnieuw gevoed worden. Andere diensten die zich in een getroffen zone bevinden, moeten preventieve maatregelen nemen die ingeval van een eventuele afschakeling noodzakelijk zijn.

 

Het is de verantwoordelijkheid van die diensten om maatregelen te bepalen op basis van hun eigen situatie. In Vlaanderen hebben Zorgnet en het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid samen een document opgesteld ter ondersteuning van de voorbereiding van een eventuele afschakeling binnen instellingen als rusthuizen en psychiatrische zorginstellingen.

 

De impact op de elektrische mobiliteit is te beschouwen in het licht van het feit dat deze net helpt om de piek in de vraag naar elektriciteit af te vlakken. Tijdens de uren die voorafgaan aan een aangekondigde afschakeling kunnen de batterijen van elektrische auto's en bussen preventief opgeladen worden.

 

De afschakelingsprocedure bij een stroomtekort voorziet in een rotatiesysteem tussen de afschakelbare schijven in dalende volgorde. Indien het afschakelplan in een jaar verschillende keren of dagen na mekaar zou moeten worden geactiveerd, wordt een beurtrol in dalende volgorde gehanteerd.

 

Ik geef een voorbeeld. Als schijf 8 op maandag werd afgeschakeld en er op dinsdag opnieuw een stroomtekort dreigt, dan wordt schijf 7 gekozen. Indien er enkele weken later opnieuw zou moeten worden afgeschakeld, dan wordt er overgestapt naar schijf 6, vervolgens naar schijf 5 enzovoort.

 

Indien de transmissienetbeheerder een dreiging van schaarste detecteert en notificeert aan de overheid, dan wordt de OFF ON-campagne gelanceerd, waarbij burgers en ondernemingen worden gesensibiliseerd om hun energievraag te beperken door bijvoorbeeld niet-noodzakelijke verlichting uit te schakelen. Hierbij zal ervoor gezorgd worden dat alle overheidsgebouwen het goede voorbeeld geven aan de burgers en de particuliere ondernemingen door te besparen op hun elektriciteitsvraag. Hieronder valt ook het doven van binnen- en buitenverlichting van de gebouwen.

 

De transmissienet­beheerder monitort de resultaten van deze besparing op de elektriciteitsvraag. Als die aantoont dat de besparingen door de sensibiliserings­maatregelen niet voldoende groot zijn, dan kunnen verbodsbepalingen worden opgelegd, onder meer voor niet-noodzakelijke verlichting.

 

Het is echt de bedoeling dat het afschakelplan enkel wordt geactiveerd als laatste redmiddel ingeval de vraagbeperkende maatregelen niet blijken te volstaan.

 

Nu zal blijken of u wat geruster bent na het antwoord dat ik u heb gegeven.

 

12.03  Maya Detiège (sp.a): Mijnheer de minister, ik had heel veel vragen gesteld en u hebt op elk punt duidelijk geantwoord. Dat stelt mij gerust.

 

Er blijft nog een punt over dat ik graag even meegeef omdat ik jaren in de praktijk heb gestaan. Mensen lezen niet altijd de kranten en ze horen niet altijd wat er in de pers wordt gezegd. Mensen met medische problemen zijn bovendien meestal niet mobiel en zijn soms niet goed mee met wat er om hen heen gebeurt. Stel dat dit effectief ooit aan de orde is, dan moet men hieraan extra aandacht besteden en hen eventueel via de medische actoren goed informeren.

 

Ik ben echter tevreden met uw antwoord. Dank u wel.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

13 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Leen Dierick aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de schuldsaldoverzekering" (nr. 27131)

- de heer Johan Klaps aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de meldingsplicht in het medische dossier" (nr. 27299)

- mevrouw Karine Lalieux aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "het recht om een ziekte niet meer te moeten aangeven in het kader van een verzekering" (nr. 27576)

13 Questions jointes de

- Mme Leen Dierick au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "l'assurance solde restant dû" (n° 27131)

- M. Johan Klaps au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "l'obligation de déclaration dans le dossier médical" (n° 27299)

- Mme Karine Lalieux au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "le droit à l'oubli après la maladie en matière d'assurances" (n° 27576)

 

De voorzitter: Vraag nr. 27131 van mevrouw Dierick wordt uitgesteld, aangezien zij verontschuldigd is.

 

13.01  Johan Klaps (N-VA): Mijnheer de minister, u hebt ons een tijdje geleden gemeld dat u van plan bent om iets aan deze problematiek te doen. Zoals u weet, is de prijs van een gezondheids- of levensverzekering, zoals een schuldsaldoverzekering, gebaseerd op risicoprofielen van de te verzekeren personen. Een belangrijk element in die risico-inschatting is natuurlijk het medisch dossier van de kandidaat-onderschrijver van een dergelijke verzekering.

 

De verzekering mag niet duurder worden voor mensen die ooit ziek waren of die kampen met een aandoening die onder controle is, stelde u in de pers naar aanleiding van de Dag tegen Kanker. Zij hebben het recht om vergeten te worden, dus de meldingsplicht voor bepaalde ziekten zou vervallen. Dat bericht kwam toen als een donderslag bij heldere hemel. Wij hebben het er ondertussen in de commissie nog even over gehad bij een ander wetsontwerp en u zei toen dat u met een wetsontwerp hieromtrent zult komen, maar intussen was mijn vraag natuurlijk al ingediend.

 

Ik heb hierover dan ook de volgende vragen, mijnheer de minister.

 

Voor welke ziekten zou de melding niet langer nodig zijn? Als de melding van een bepaalde ziekte nog wel nodig is, hoe zal de interpretatie van het begrip "onder controle" dan gebeuren? Ik denk dat dat het grote pijnpunt zal zijn bij het opstellen van de teksten, maar ik hoor graag hoe u dat ziet en op welke manier u de wet precies zou willen aanpassen.

 

13.02  Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, monsieur le vice-premier ministre, ce n'est pas la première fois que je vous interroge sur ce sujet. Nous avons déjà eu un débat en commission voilà quinze jours; nous l'aurons sans doute encore, demain, en séance plénière.

 

L'accès à la propriété est quelque chose d'important pour les citoyens. Non seulement parce que les Belges ont une brique dans le ventre, mais aussi parce que la propriété fonctionne comme une garantie. Elle permet aux personnes pensionnées de lutter contre la pauvreté et d'avoir un niveau de vie satisfaisant.

 

Il est donc essentiel de lever les obstacles à l'accès à la propriété. Parmi ces obstacles, on trouve certainement le niveau trop élevé des primes d'assurance solde restant dû, en particulier pour les personnes malades.

 

Pour celles-ci, c'est vraiment la double peine et même la triple peine. Elles doivent faire face à la maladie et subir une importante baisse de revenus en devant quittant leur travail. Mais quand bien même sont-elles guéries elles continuent à porter le stigmate de la maladie, en tout cas pour les assureurs.

 

En France, il existe ce qu'on appelle le droit à l'oubli pour les personnes présentant un risque de santé accru. Les malades du cancer n'ont plus à le déclarer à l'assureur dix ans après, cinq si le cancer a été découvert avant l'âge de 18 ans. Il existe également une grille de référence des pathologies et des délais au-delà desquels une personne qui en a souffert peut avoir accès à l'assurance sans surprime ni exclusion. Ce système fonctionne très bien. Il a été mis en place à la suite d'un consensus obtenu entre l'État, les représentants des consommateurs et les représentants des assureurs.

 

Le groupe socialiste a été le premier à mettre la problématique de l'assurance solde restant dû sur la table du Parlement, en demandant une révision de la loi Partyka-Lalieux – loi qui avait déjà amélioré la situation. En effet, il est indécent que des personnes qui ont été atteintes du cancer et qui, heureusement, ont pu s'en sortir, continuent de payer des surprimes – on parle de 800 % de surprimes – pour accéder à la propriété ou même d'essuyer des refus de la part des assureurs.

 

Monsieur le ministre, nous avons appris que vous comptez, vous aussi, soutenir cette idée, et introduire, d'ici la fin de l'année – il est temps, nous sommes le 15 novembre –, un droit à l'oubli en assurance solde restant dû mais aussi en matière d'assurance maladie.

 

C'est une très bonne chose. Nous vous soutenons, monsieur le ministre. Toutefois, je souhaite que cette déclaration ne reste pas lettre morte. J'entends le ton de la question de M. Klaps. Il est vrai que la N-VA a affirmé qu'il ne s'agissait que de communication politique. On a également entendu Assuralia qui suggère que les primes augmentent pour tous; elle l'avait déjà dit lors de la loi Partyka-Lalieux, et cela ne s'est pas vérifié dans le réel. Nous avons l'habitude des sorties menaçantes de ce secteur en cas de réforme!

 

Monsieur le ministre, l'introduction d'un droit à l'oubli pourrait se faire très vite. Il vous suffit de mettre en œuvre l'article 212, § 2, de la loi sur les assurances. Vous pourriez aussi reprendre sans problème, dans un arrêté royal, le contenu de la convention AERAS, que vous connaissez très bien, qui a été négociée dans un temps entre les experts médicaux des assureurs et les représentants des consommateurs.

 

Monsieur le ministre, que contient votre projet de loi en matière de soins de santé et d'assurance solde restant dû? Comment ce projet a-t-il été élaboré? Quelles associations avez-vous consul­tées? Le dossier a-t-il déjà été évoqué en Conseil des ministres, et avec quel résultat? Le dossier sera-t-il débattu au Parlement, et si oui, quand?

 

13.03 Minister Kris Peeters: Mijnheer Klaps en mevrouw Lalieux, ik kan u nogmaals verzekeren dat ik een wetsontwerp klaar heb om het recht om vergeten te worden te implementeren in de Belgische verzekeringswetgeving.

 

Ce projet de loi s'inspire du droit à l'oubli français. Il a été rédigé à la suite de nombreuses consultations, entre autres avec l'European Organisation for Research and Treatment of Cancer, Mutassur, Assuralia, la fondation Registre du Cancer, het Vlaams Patiëntenplatform et le SPF Économie.

 

Ik heb persoonlijk een aantal vergaderingen bijgewoond om er zeker van te zijn dat iedereen de ernst van het ontwerp juist inschat en dat er ook vooruitgang wordt geboekt in dit dossier. Dat sommigen dat kwalificeren als communicatie, laat ik voor hun rekening, maar ik hoop dat ook zij alles willen doen om een oplossing te vinden voor dit dossier in België, omdat de mensen die hiermee worden geconfronteerd, terecht vragen dat het wordt opgelost. Ik zal mij niet verlagen tot communicatiespelletjes in de ene of andere richting; dat zou verschrikkelijk zijn voor de mensen over wie het gaat.

 

Voor alle kankertypes zal er steeds, net zoals in Frankrijk, een recht bestaan om vergeten te worden, in beginsel tien jaar na het beëindigen van de actieve therapie. Voor andere ziektes zal er een termijn worden bepaald door specialisten, die wordt opgenomen in een referentierooster. Omdat wij ook absoluut voor bepaalde types van diabetes een oplossing willen bieden, is daarover verder overleg gaande, opdat het ook binnen het toepassingsgebied van de wet zal vallen. Het is de bedoeling ervoor te zorgen, net zoals dat ook in Frankrijk al gebeurt, dat het zal gelden voor verzekeringen die gekoppeld zijn aan een krediet.

 

Il est dans mes intentions de soumettre ce projet de loi au Conseil des ministres au cours des prochaines semaines. Par après, monsieur le président, je vous distribuerai volontiers le texte ainsi qu'à tous les membres de notre commission.

 

Ik meen dat het de normale gang van zaken is dat de minister ter zake een initiatief neemt, dit uitwerkt, het bespreekt in de Ministerraad en daarna in deze commissie. Ik hoop dat dit met heel veel enthousiasme zal worden aanvaard. Zij die er problemen mee hebben, moeten zich maar laten gelden. Ik zal zo snel mogelijk een wetsontwerp voorleggen aan de Ministerraad om dit probleem op te lossen. We zullen vervolgens noteren wie dit al dan niet steunt.

 

Het is mijn betrachting dit dossier zeer snel tot een goed einde te brengen. Wij hebben er trouwens al heel hard aan gewerkt.

 

13.04  Johan Klaps (N-VA): Mijnheer de minister, vergis u absoluut niet! U moet niet altijd geloven wat mevrouw Lalieux zegt over mij.

 

Ik heb u ook vorige keer al gezegd dat wij dit principe voor 100 % steunen. Als dit slaagt, is dat een pluim die u terecht op uw hoed mag steken. Dit is immers een belangrijke problematiek die al decennia voor discussies zorgt. Steeds weer wordt het onoverkomelijke argument gebruikt van de exploderende premies voor iedereen. Ik ben daar enigszins bezorgd over. Ik meen dat dit een terechte bekommernis is.

 

Het klopt dat ik verrast was door het plotse nieuws over deze discussie die al heel lang vastzit. Ik was aangenaam verrast toen kort daarna bleek dat dit al in een dermate vergevorderd stadium zit dat u ermee naar de Ministerraad kunt gaan. Ik zal die teksten met plezier bestuderen zodra zij bij ons geraken. Als aan onze bezorgdheid wordt tegemoetgekomen, zullen wij dat wetsontwerp ten volle steunen.

 

13.05  Karine Lalieux (PS): Monsieur le vice-premier ministre, je vous sens très honnête et très sincère dans vos paroles.

 

Le président: C'est bien!

 

13.06  Karine Lalieux (PS):  Ce n'est pas tous les jours! Je vous ai envoyé la proposition de loi que j'avais déposée avec certains collègues.

 

13.07  Kris Peeters, ministre: Vous l'avez déposée, mais nous ne l'avons pas reçue.

 

13.08  Karine Lalieux (PS): Si, si. Je vais alors vous la confier en mains propres. De toute façon, elle figure sur le site de la Chambre. Ce n'est pas très compliqué de la retrouver.

 

Vous savez que nous nous tiendrons à vos côtés si votre projet va dans le même sens que le texte français, lequel a montré toute son efficacité. J'espère que tous les partis représentés au gouvernement vous soutiendront dans vos démarches. En effet, les personnes souffrant de maladies chroniques et de maladies graves ne méritent pas cette double ou triple peine que leur infligent les assureurs.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

14 Vraag van de heer Frank Wilrycx aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de niet-vermelding van rechtstreekse contactgegevens op hun website door ondernemingen en overheden" (nr. 27177)

14 Question de M. Frank Wilrycx au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "l'absence d'indication de données de contact directes par les entreprises et les administrations sur leur site web" (n° 27177)

 

14.01  Frank Wilrycx (Open Vld): Mijnheer de minister, een onderneming kan vandaag niet meer zonder een eigen website of Facebookpagina. Zo kan de consument, leverancier of overheid haar online vinden. Heel wat ondernemingen blijken echter geen rechtstreekse contactgegevens te vermelden op hun website. Wanneer zij rechtstreeks producten en diensten verkopen aan de consument en die vragen of klachten heeft, is dat een groot probleem. Er wordt wel veelal in een e-mailadres of een contactformulier voorzien, maar bij gebruik daarvan krijgt men niet altijd antwoord. Sommige consumenten zijn minder vaardig met informatica, waardoor zij uit de boot riskeren te vallen bij onterecht aangerekende facturen of bij andere problemen.

 

De FOD Economie heeft een handig overzicht van de verplichte vermeldingen online gezet, doch dat blijkt niet altijd te volstaan. Voor de consument is het bijzonder frustrerend, indien men enkel via een contactformulier of een mail een factuur kan contesteren of een probleem kan aankaarten om dan vervolgens te moeten vaststellen dat de mail niet altijd wordt beantwoord.

 

Ten eerste, hoe reageert u op de vaststelling dat sommige bedrijven, dienstverleners of leveranciers amper te bereiken zijn door de consument, behoudens via een digitaal contactformulier? Hebben uw diensten hieromtrent reeds klachten ontvangen?

 

Ten tweede, bent u bereid te onderzoeken hoe bedrijven, overheden en dienstverleners beter bereikbaar kunnen zijn voor vragen en opmerkingen vanwege consumenten?

 

Ten derde, bent u bereid te onderzoeken in hoeverre bij een factuur aan de consument ook een telefoonnummer moet worden vermeld ten bate van de consument?

 

Ten vierde, kunt u aangeven hoeveel controles uw diensten op jaarbasis respectievelijk de voorbije drie jaar hebben uitgevoerd op websites van ondernemingen om te kijken of zij die wettelijke verplichten naleven? Kunt u aangeven op jaarbasis hoeveel ondernemingen in overtreding waren, alsook welke gevolgen hieraan werden gegeven?

 

14.02 Minister Kris Peeters: Dat zijn heel wat vragen.

 

14.03  Frank Wilrycx (Open Vld): U mag mij de cijfers ook schriftelijk bezorgen.

 

14.04 Minister Kris Peeters: Nee, wij moeten hier volledig op antwoorden. Wij doen voor iedereen wat we kunnen.

 

Er bestaan nu reeds heel wat rechtsregels die ervoor moeten zorgen dat de consument op een gemakkelijke manier in contact kan treden met een onderneming. De meeste ervan zijn trouwens een omzetting van Europese richtlijnen.

 

Zo staat in boek III van het Wetboek van economisch recht dat ondernemingen hun adresgegevens, inbegrepen het eventuele mailadres, beschikbaar moeten stellen om een snel contact en een effectieve communicatie mogelijk te maken. De verschillende manieren waarop die gegevens beschikbaar kunnen worden gesteld, worden ook in de wet opgesomd.

 

Daarnaast zijn er de bepalingen van boek XII met betrekking tot de diensten van de informatiemaatschappij. Ook hier is bepaald dat ondernemingen ervoor moeten zorgen dat er een permanente toegang is tot onder meer gegevens die een snel contact en een rechtstreekse communicatie mogelijk maken, inbegrepen een elektronisch postadres.

 

Die bepalingen spreken niet over een telefoonnummer. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie mag worden afgeleid dat dat geen algemene vereiste is, maar dat in bepaalde omstandigheden de consument wel het recht moet hebben om een telefoonnummer te krijgen.

 

Daarnaast zijn er de rechtsregels van boek VI over de overeenkomsten op afstand, die op de Europese richtlijn gestoeld zijn. Vooraleer een consument een contract op afstand sluit, moet de informatie die hij precontractueel krijgt, het telefoonnummer van de onderneming bevatten, indien beschikbaar.

 

Tot slot verwijs ik ook naar boek XVI, dat bepaalt dat een onderneming die een specifieke interne klachtendienst heeft, bijkomend het telefoonnummer en het mailadres ervan moet verstrekken.

 

De Economische Inspectie ontving de voorbije drie jaar 279 klachten hierover: 71 in 2016, 138 in 2017 en 70 in de periode van 1 januari 2018 tot 31 juli 2018. Er werden in die periode 8 716 controles uitgevoerd. Ze hebben geleid tot 3 255 processen-verbaal van waarschuwing en 521 pro justitia's.

 

Het grote aantal controles is het gevolg van een systematiek die de Economische Inspectie volgt. Bij elk onderzoek waarbij het relevant is, wordt ook nagegaan of de onderneming een website heeft en zo ja, of de wettelijk verplichte vermeldingen erop terug te vinden zijn.

 

Door die systematiek worden ondernemingen er in concreto toe aangezet om de juiste contactinfo te vermelden conform de rechtsregels, die ik zopas heb aangehaald. Zoals ik gezegd heb, voorzien de regels niet in een verplichte vermelding van een telefoonnummer op de factuur.

 

Aangezien de informatieverplichtingen reeds ruim zijn, is het in mijn ogen niet opportuun om nog aanvullende administratieve verplichtingen op te leggen. Bovendien vullen ondernemingen die klantvriendelijkheid en bereikbaarheid hoog in het vaandel dragen, hun facturen reeds aan met de telefonische contactgegevens.

 

14.05  Frank Wilrycx (Open Vld): Mijnheer de minister, ik dank u voor het uitvoerig antwoord.

 

Er is inderdaad veel regelgeving en er gebeuren heel wat controles. Toch zijn er nog wel wat malafide onder­nemingen, wat frustrerend is voor de consumenten. Ik hoop dat de controles ook in de toekomst zullen worden uitgevoerd.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

15 Questions jointes de

- Mme Julie Fernandez Fernandez au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "le remplacement des F-16 décidé par le gouvernement" (n° 27281)

- Mme Julie Fernandez Fernandez au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la loi de programmation militaire" (n° 27470)

- M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "les compensations économiques pour l'achat des F-35" (n° 27498)

15 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de beslissing van de regering om de F-16's te vervangen" (nr. 27281)

- mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de wet houdende de militaire programmering" (nr. 27470)

- de heer Wouter De Vriendt aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de economische compensaties voor de F-35" (nr. 27498)

 

15.01  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le ministre, la loi de programmation militaire reprend toute une série d'achats militaires prévus par le gouvernement. Si le choix des F-35 américains pour remplacer nos F-16 actuels ou l'achat de 442 blindés français ont fait l'objet de nombreux débats en commission de la Défense nationale ou des Achats militaires, je n'ai que trop peu eu l'occasion de vous entendre sur le sujet. Ce n'est pas faute de l'avoir demandé! J'aurais souhaité vous entendre sur la question des retours sociétaux, qui relèvent pleinement de votre compétence.

 

Monsieur le ministre, une rencontre avec les entités fédérées et les industriels belges potentiellement concernés a-t-elle été organisée par votre SPF sur ces différents dossiers? Si oui, sur quels dossiers d'achats précisément et quand? Pourquoi une telle implication des entités fédérées n'est-elle pas arrivée plus en amont de ces procédures portant sur plus de 9 milliards d'euros? Pouvez-vous, au regard de vos compétences au niveau du SPF Économie, me faire l'état des aspects concernant les retours sociétaux pour les différents achats prévus dans la loi de programmation militaire et leur état d'avancement? Plus particulièrement, qu'en est-il du remplacement des avions de chasse décidé par le gouvernement il y a quelques jours? Enfin, avez-vous été briefé sur d'éventuels retours sociétaux qu'aurait également proposés la France dans le cadre de son offre?

 

15.02  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de regering heeft op 25 oktober 2018 beslist om 34 F-35-gevechtsvliegtuigen aan te kopen. Tegelijkertijd werd aangekondigd dat de beslissing in heel wat economische compensaties ter waarde van 3,7 miljard euro zou resulteren. Dat is ongeveer de grootteorde van de aankoopprijs.

 

In het verleden werden, zoals wij weten, dergelijke beloftes vaak niet gerealiseerd.

 

Ik wil u een aantal vragen stellen om meer informatie te krijgen. De economische compensaties kunnen in het kader van de Europese regelgeving immers ook enkel onder het mom van essentiële veiligheidsbelangen van ons land.

 

Ik heb dus een aantal vragen.

 

Kunt u toelichten waaruit het bedrag van 3,7 miljard euro aan compensaties precies bestaat? Onder welke vorm worden de compensaties vastgelegd? Gaat het om contracten tussen bedrijven, overeenkomsten van staat tot staat of andere vormen? Zullen ze publiek worden gemaakt? In welke monitoringmechanismen wordt voorzien? Zijn toetsbare criteria in de overeenkomsten opgenomen? Is in een rapportering voorzien? Zijn er boetes en/of andere sancties bij niet-naleving?

 

Ten slotte, de regering motiveert het gewicht van 10 % voor economische compensaties in de beoordeling van de vliegtuigen door artikel 346 van het EU-Verdrag in te roepen, wat kan om essentiële veiligheidsbelangen te beschermen. Aan welke specifieke veiligheidsbelangen komen de compensaties tegemoet? Op welke manier komen ze daaraan tegemoet?

 

15.03 Minister Kris Peeters: Mijnheer de voorzitter, collega's Fernandez en De Vriendt, voorafgaand wil ik duidelijk zeggen dat ik het genoemd bedrag niet zelf berekend heb. De berekeningen zijn heel nauwgezet uitgevoerd door experts van de FOD Economie en medewerkers van Defensie. In verschillende hier gehouden vergaderingen hebben zij daarover trouwens tekst en uitleg gegeven. Het bedrag werd dus niet door mij als minister van Economie berekend en overigens evenmin gelanceerd. De uitkomst van de berekeningen maakt immers deel uit van de afwegingen in de keuze tussen de F-35 en de Eurofighter. Het economisch aspect telde voor 10 % mee in het totaal van 100 % van de afweging.

 

Sta me toe om voorafgaand ook nog even te onderstrepen dat de terminologie "economische compensaties" waarnaar de heer De Vriendt heeft verwezen, niet meer actueel is. Het algemeen kader waarin België nieuwe militaire investeringen opstart, is een fundamenteel ander kader dan dat waarin vroegere investeringsgolven werden gerealiseerd. Sinds 2009 geldt er immers een nieuwe Europese richtlijn die militaire aankopen zoveel mogelijk via marktmechanismen wil organiseren, met als strategisch objectief de creatie van een meer geïntegreerde EU-defensiemarkt. Die zeer actieve stellingname van de Europese Commissie tegen en een verbod op het opleggen en/of accepteren van compensaties vanuit een industriële, economische of werkgelegenheids­logica bij militaire aankopen heeft als doel een meer geïntegreerde en marktconforme EU-defensiemarkt te creëren. Enkel initiatieven die vanuit een veiligheidslogica vertrekken, zijn eventueel en proportioneel toegelaten. De experts die zich nauwgezet over dat aspect gebogen hebben, zijn overduidelijk en evident vertrokken vanuit dat nieuw kader.

 

Pour respecter et rester cohérent avec la réglementation européenne, le gouvernement a développé la nouvelle approche dite des "intérêts essentiels de sécurité", en néerlandais "essentiële veiligheidsbelangen". Cette approche invite les candidats, dans le cadre de ces procédures d'achat, à proposer des projets qui servent à renforcer les activités industrielles et/ou de recherche telles que reprises dans le document concernant les intérêts belges dans le domaine de la politique de la Défense et de la Sécurité. Ce document rédigé dans le cadre de la compétence fédérale de la Défense et de la Sécurité a été approuvé par la Conseil des ministres le 28 octobre 2016. Bien évidemment, dans la phase suivante de l'implémentation des projets, le dialogue avec les entités régionales sera entamé.

 

Het bedrag van 3,7 miljard euro is een raming van de omzet die de voorstellen inzake essentiële veiligheids­belangen (EVB) zouden kunnen genereren in de komende twintig jaar. Daar de levensduur van het platform langer is, kan dit cijfer in de loop van het programma nog wijzigen.

 

De voorgestelde EVB-maatregelen zijn vooral gesitueerd op het vlak van de productie van onderdelen en ondersteunende apparatuur, het onderhoud en niet uitsluitend platformgerelateerde militaire geavanceerde technologieën en toepassingen.

 

De administratie van de FOD Economie heeft de twee dossiers geanalyseerd en geëvalueerd die werden ingediend ingevolge de publicatie van het Request for Government Proposal bij het ACCaP.

 

Het Franse dossier werd nooit ingediend. De daarin vervatte voorstellen zijn ons niet bekend en werden dan ook niet geanalyseerd en geëvalueerd.

 

Madame Fernandez Fernandez, vous m'avez interrogé sur le dossier français. Je peux vous dire que celui-ci n'a jamais été introduit et que les propositions comprises dans ce dossier ne  nous sont pas connues dès lors qu'elles n'ont pas été analysées ni évaluées. C'est très clair.

 

Inzake het dossier van de mijnenbestrijdingsdienst is de analyse van de offertes momenteel aan de gang.

 

De opportuniteiten voor de Belgische industrie in het domein van defensie en veiligheid maken integraal deel uit van de offerte die door het Amerikaans staatsagentschap bij de Belgische Defensie werd ingediend en als dusdanig bindend zal zijn. Deze mogelijkheden zijn ondersteund door voorakkoorden of akkoorden op industrieel vlak tussen de betrokken bedrijven van beide landen. Bovendien zijn de gekwalificeerde opportuniteiten opgenomen in een apart akkoord betreffende essentiële veiligheidsbelangen tussen de Belgische regering, enerzijds, en Lockheed Martin Global Inc. en United Technologies Corporation, anderzijds.

 

De akkoorden zullen voorts worden uitgewerkt in gedetailleerde implementatieakkoorden, waarin de uitrol van de maatregel zal worden gedetailleerd. Met betrekking tot dit deel van de offerte werden door de betrokken departementen non-closure agreements ondertekend die ook na de gunning van de opdracht geldig blijven. Ik ken die ook niet, maar ik ga ervan uit dat u begrijpt dat deze bedrijven zich daar natuurlijk op beroepen, tenzij zij zelf publiek willen gaan.

 

De realisatie van de individuele voorstellen zal nauwgezet worden opgevolgd door de betrokken departementen. De contractant is gebonden aan een semesteriële, later jaarlijkse, rapportering. In individuele implementatie­akkoorden zullen tussentijdse milestones worden vastgelegd die, indien van toepassing, ook zullen dienen als tussentijdse toetsing voor het financieringsmechanisme dat via terugvorderbare voorschotten case by case zal worden voorgelegd.

 

In tegenstelling tot het afgeschafte compensatiemechanisme is er geen boeteclausule via een bankgarantie op het eventueel niet-gerealiseerde deel van de compensatieverbintenis. Toen was er namelijk een verbintenis van de contractant op een vast percentage van het contractbedrag. Nu is er een lijst van opportuniteiten voor de Belgische betrokken industrie, zonder ondergrens, maar ook zonder bovengrens. De EVB-voorstellen moeten gelezen worden als een engagement om Belgische bedrijven een rol toe te kennen in de internationale waardeketen van de betrokken OMC's, maar op voorwaarde dat de betrokken Belgische bedrijven de gevraagde competitiviteit kunnen voorleggen. Dat is evident.

 

Chaque mesure IS individuelle a été examinée pour déterminer si elle pouvait être acceptée dans le cadre légal européen d'emploi de l'article 346.1, b). À cet effet, l'existence d'un lien entre les mesures IS proposées, le KETA (Key Enabling Technologies Areas), et la nature du programme en question a d'abord été vérifiée. Ensuite, l'enquête a cherché à savoir si la mesure IS proposée permettait une protection appropriée et proportionnelle aux intérêts essentiels de sécurité de l'État belge. Enfin, la mesure IS proposée devait être de nature à ne pas altérer les conditions de la concurrence sur le marché intérieur européen en ce qui concerne les biens et les services non destinés à un usage spécifiquement militaire.

 

Uit dat alles mag duidelijk zijn dat er niet meer kan gesproken worden van economische compensatie. Wij moeten voor een economisch-industriële participatie in de ontwikkeling van dergelijke programma's in een totaal andere omgeving werken. Wij hebben er trouwens alles aan gedaan om, enerzijds, de EU-regelgeving ter zake rigoureus te respecteren en, anderzijds, onze essentiële veiligheidsbelangen te laten gelden en de kansen maximaal te benutten om ons technisch en industrieel kunnen bij de betrokken industriële spelers te promoten.

 

Onze bedrijven en de Gewesten zijn vragende partij om nauw betrokken te worden bij de uitwerking van de economisch-industriële participatie. Gezien de nieuwe EU-regels kan de overheid zich evenwel geenszins met de uitwerking van dergelijke programma's inlaten. Het zijn de OEM's, die het bestek en onze KETA's analyseerden en voorstellen hebben gedaan met betrekking tot de betrokken bedrijven.

 

In het kader van het ACCaP-programma werd op 23 mei 2017 door mijn administratie en het ministerie van Defensie een infosessie voor de Belgische industrie georganiseerd om die te informeren over de nieuwe methodiek Essentiële Veiligheidsbelangen. De voorbereidende vergadering met de vertegenwoordigers van Agoria, BSDI en de regionale koepels voor de luchtvaartindustrie op het kabinet van Economie werd stopgezet vanaf de publicatie van het RfGP. Op 17 juli 2018 vond op het kabinet van de minister van Defensie een vergadering plaats met dezelfde groep om uiteen te zetten hoe de individuele bedrijven door het evaluatieteam werden benaderd en betrokken alsook om hun inzicht te geven in het overlegmechanisme, dat na eventuele beslissingen opgezet zou worden.

 

Het programma met betrekking tot de gemotoriseerde capaciteit is daarentegen een B-to-B-programma, waarvoor de rol van mijn administratie beperkt was tot waarneming en ondersteuning van de gesprekken tussen de Franse en de Belgische bedrijven. Hetzelfde principe geldt voor het dronesproject met General Atomics.

 

Aangezien het de bedoeling is van de regering om samen met de deelstaten een defence industry and research strategy te ontwikkelen en de Gewesten geïnformeerd en, indien zij dat wensen, betrokken zullen worden bij de R&D-initiatieven voor lopende aankoopprogramma's, zal een strategisch overlegplatform worden geïnstalleerd met de betrokken federale en regionale departementen en de gemeenschapsdepartementen teneinde de coördinatie tussen het veiligheidsbeleid op het federale niveau en het industriële beleid en R&D-beleid op het regionale niveau te faciliteren. Dat platform zal eveneens nagaan of een samenwerkingsakkoord om informatie uit te wisselen en samen te werken met de gewestelijke instanties noodzakelijk is en zal hiertoe eventueel teksten voorstellen. Het overlegplatform zal ons land, tot slot, in staat stellen om in de nabije toekomst dynamisch in te spelen op de diverse initiatieven die op EU-niveau worden ontwikkeld, zoals het European Defence Fund en het EU Defence Industrial Development Programme.

 

Voorts heb ik een brief opgesteld, die natuurlijk ook moet worden ondertekend door de nieuwe minister van Defensie, gericht aan de ministers-presidenten waarin wij een vertegenwoordiging vanwege de Gewesten en ook de Gemeenschappen, omdat het R&D-beleid er deel van uitmaakt, in het platform vragen.

 

Mijnheer de voorzitter, ik wil alle mogelijke informatie aan het Parlement ter beschikking stellen, omdat er heel wat vragen zijn over de 3,7 miljard euro. Ik onderstreep echter nogmaals dat dat bedrag niet politiek is vastgelegd, maar methodologisch werd bepaald en uitvoerig besproken met de experten. Daar heb ik bij de afweging ook akte van genomen, aangezien het goed is voor 10 %. Samen met mijn collega van Defensie doe ik er nu alles aan om dat effectief om te zetten in de praktijk en ervoor te zorgen dat het in het nieuwe Europees kader wordt gerealiseerd.

 

15.04  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le ministre, je suis quelque peu interpellée par les éléments de réponse que vous donnez.

 

D'abord, vous confirmez que les entités fédérées seront associées mais que ce n'est pas encore le cas. Vous les avez informées. C'est bien l'information dont je disposais mais je regrette qu'elles n'aient pas été associées plus tôt dans le processus. Il s'agit quand même du "marché du siècle". Les entités fédérées ont quand même des compétences en termes de recherche et d'emploi. Et, quand on parle de tels montants, il aurait été intéressant de les associer en amont du dossier et non pas juste quand c'est signé. C'est regrettable!

 

Ensuite, je comprends que pour répondre aux réglementations européennes en matière de compétitivité, on achète in fine américain, pour résumer et vulgariser vos propos. Vous comprendrez que je puisse le regretter. Des chiffres ont été annoncés tout à l'heure en commission spéciale des Achats et des ventes militaires mais il n'y a pas de garantie car il n'y a pas de clause d'amende. Si je comprends bien et pour vulgariser vos propos, si les engagements pris ne sont pas respectés, il n'y a pas d'amende. Finalement, quelle sera l'obligation de ces retombées sociétales, économiques? On les appelle comme on veut mais vous et moi savons très bien de quoi on parle. On ne va pas faire semblant qu'on ne parle pas de la même chose. Cela veut bien dire que ce que nous dénonçons depuis des semaines est vrai. Ce sont des effets d'annonce, sans réelle garantie derrière de retombées en termes d'emploi. Votre mimique semble confirmer ce que je dis; ou alors j'ai mal compris, ce que je veux bien entendre car ce que vous dites est parfois ambigu et fait en sorte qu'on ne comprend pas bien.

 

Je suis assez interpellée par le sujet. Vous dites que les montants ont été définis. J'espère bien que vous ne les avez pas décidés tout seul. Je veux bien vous croire. Je le souhaite même. Je m'en réjouis. La seule bonne nouvelle de ce qui a été dit, c'est peut-être que vous n'avez pas décidé tout seul mais que vous avez fait appel à des experts. Ce qui m'inquiète, c'est qu'on dit qu'il y a des retombées mais que, finalement, on n'a pas la garantie qu'elles vont avoir lieu car il n'existe pas de clause d'amende ni d'obligation d'application.

 

Nous en connaissons le montant, même si les entités fédérées n'ont pas été impliquées auparavant. La répartition aura lieu ensuite, mais sans que nous sachions quels seront les critères retenus - bien que ces industries soient notoirement implantées davantage au sud qu'au nord du pays.

 

Bref, votre réponse ne me rassure pas; au contraire, elle me rend encore plus inquiète.

 

Lors de la réunion de ce matin, en commission spéciale des Achats et des ventes militaires, tous les membres - y compris ceux de la majorité - ont accepté que vous y soyez entendu. J'espère donc que vous honorerez cette invitation. Je suppose que vous ne la recevrez pas par sms, mais via un courrier du président de la commission. Nous pourrons donc enfin vous entendre, notamment au sujet des entreprises qui ont été consultées. Bien que les comptes rendus soient publics, je suis consciente que des clauses de confidentialité sont appliquées. Par conséquent, nous ne recevrons pas toutes les informations.

 

Je me réjouis de vous entendre dans quinze jours, tout en manifestant une crainte grandissante au sujet de ce que l'on a appelé le "marché du siècle". Néanmoins, monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses.

 

15.05  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, hopelijk kunt u begrip opbrengen voor het feit dat wij als Parlementsleden geïnteresseerd zijn in de samenstelling van die 3,7 miljard euro. Volgens het lastenboek heeft de regering zich voor 10 % van haar beslissing gebaseerd op die essentiële veiligheidsbelangen. Ik hoor ook dat er vergaderingen zijn geweest met Belgische bedrijven om wat dieper in te gaan op de mogelijke opportuniteiten. Ik heb de indruk dat zeker de Belgische bedrijven al wat concreter en beter op de hoogte zijn dan de Parlementsleden. Ik hoop dat u begrijpt dat dit toch wat moeilijk ligt.

 

Ik wil met u graag zoeken naar manieren om wat meer informatie te krijgen over deze prognose. U hebt het over een prognose van 3,7 miljard. Het kan minder of meer zijn, afhankelijk van de mate waarin wij opportuniteiten aangrijpen, en bovendien kan de markt de komende jaren ook veranderen. Tot daar ga ik akkoord, maar om onze controletaak uit te oefenen, zijn de elementen die ons tot op heden werden aangereikt wat te vaag. Tijdens de lancering van het lastenboek heeft de Inspectie van Financiën een advies uitgebracht en gewezen op mogelijke juridische risico's. Er zijn dus geen garanties en men kan niet van alles helemaal zeker zijn.

 

Mijn eerste vraag is dus of wij samen met u op zoek kunnen gaan naar manieren om wat meer informatie te krijgen in onze hoedanigheid van Parlementsleden. Wat mij betreft, kan dat ook achter gesloten deuren.

 

Ten tweede, in welke mate komt dit alles tegemoet aan de definitie van essentiële veiligheidsbelangen, zoals gehanteerd door Europa? U zegt dat u het hebt afgecheckt. Kunt u preciseren bij wie? Hebt u zelf de analyse gemaakt of werd het afgecheckt door de Europese Unie?

 

15.06 Minister Kris Peeters: Mijnheer De Vriendt, ik begrijp volkomen de rol die het Parlement en de Parlementsleden van zowel meerderheid als oppositie moeten spelen. Zoals u voorstelt, wil ik in die zin wel zoeken naar methodes van informatievergaring, zowel met respect voor het openbaar karakter van bepaalde gegevens als met respect voor het feit dat bepaalde gegevens niet kunnen worden meegedeeld of vertrouwelijk moeten blijven.

 

Ook ik beschik niet over alle gegevens. Het is niet zo dat wij iets willen achterhouden; integendeel, want dat zou contraproductief zijn en het dossier op het vlak van de economische aspecten alleen maar bezwaren, wat ik absoluut niet wil. Wij moeten op zoek, en ik wil met de experts bekijken hoever ik daarin kan gaan en welke methodes kunnen worden toegepast.

 

Ik wil nogmaals onderstrepen dat ik als minister niet heb geïntervenieerd in heel het proces.

 

Madame Fernandez, vous avez posé la question de savoir ce qu'il en était des Régions en faisant remarquer que ces dernières n'ont pas été consultées. Mais c'est également mon cas. Il s'agit d'une méthodologie dans le cadre de laquelle il a été fait appel à des experts, etc. Les aspects économiques sont repris à raison de 10 % dans ladite méthodologie, mais, à l'instar des Régions, je n'ai pas eu l'occasion d'intervenir. Mais maintenant, nous sommes dans une autre phase.

 

15.07  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le ministre, j'entends bien que vous n'êtes pas intervenu, et c'est bien ce que l'on reproche depuis le début. En effet, nous aurions dû au minimum vous entendre ainsi que les entités fédérées, sans que vous n'interfériez dans le processus, même peut-être avant la rédaction du cahier de l'appel.

 

Il est question du marché du siècle. On connaît l'implication de notre entreprise dans ces matières. Il m'aurait semblé de bon aloi que le ministre de l'Économie et les entités fédérées compétentes en la matière puissent non pas interférer dans le processus mais, au moins, être informés.

 

15.08  Kris Peeters, ministre: Il est prévu que des consultations aient lieu et que des réunions avec les Communautés, etc., soient organisées dans le cadre de la nouvelle phase.

 

Het laatste element dat aangehaald werd, moet ik even nakijken, want ik heb dit ook niet bij Europa afgetoetst. Ik heb er zeer goed over gewaakt om als minister van Economie niet te interveniëren in de afweging. De experts dragen ter zake de verantwoordelijkheid en zij staan er ook borg voor dat het geen fake news is. In die zin is de afweging ook conform de Europese regelgeving gemaakt. Ik kan voor u navragen op basis van welke Europese regelgeving dat precies gecheckt werd, maar de conclusie zoals die mij gepresenteerd werd, is in ieder geval ook op conformiteit met de Europese richtlijnen nagekeken. De experts hebben ons gegarandeerd dat er zich op dat vlak geen problemen voordoen.

 

Mijnheer de voorzitter, ik zal opvragen welke instanties de experts precies geconsulteerd hebben. Ter verduidelijking herhaal ik dat ik geen consultaties heb gehouden want ik heb aan het proces niet deelgenomen omdat dat in alle onafhankelijkheid en objectiviteit gevoerd moest worden.

 

Le président: Merci, monsieur le ministre.

 

Il est vrai que ce débat est un peu long mais il s'agit d'un dossier important. Le dernier mot revenant toujours au Parlement, avez-vous quelque chose à ajouter, monsieur De Vriendt?

 

15.09  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Dank u voor de toezeggingen, mijnheer de minister.

 

Wat het antwoord op die laatste vraag betreft, moet ik daarover een extra parlementaire vraag stellen? Bij wie is het afgecheckt? Kunt u mij of de commissie die informatie bezorgen?

 

15.10 Minister Kris Peeters: (…) …experten mij vrij snel duidelijkheid daarover zullen geven.

 

15.11  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Het kan zijn dat het een eigen analyse is van de experts in het departement of dat het afgecheckt is bij de Europese Unie.

 

15.12 Minister Kris Peeters: Beide, daar ga ik van uit.

 

15.13  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Laat het ons hopen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

16 Vraag van de heer Werner Janssen aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de voorbereiding van kmo's op de brexit" (nr. 27307)

16 Question de M. Werner Janssen au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la préparation des PME au Brexit" (n° 27307)

 

16.01  Werner Janssen (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie nadert zienderogen. Een akkoord tussen de lidstaten en het Verenigd Koninkrijk lijkt nog steeds niet binnen handbereik en de mogelijkheid van een zogenaamde harde brexit lijkt steeds plausibeler.

 

De gevolgen van de brexit, zelfs de zachtere variant, voor onze ondernemingen zijn moeilijk in te schatten. Douaneheffingen, striktere controles aan de grens, langere wachttijden voor transport en bijkomende vergunningsverplichtingen horen allemaal tot de mogelijkheden. Deze wijzigende handelsrelatie zal onze bedrijven verplichten aanpassingen door te voeren. Dit zal tijd vergen. Toch blijkt uit een onderzoek van PwC dat meer dan de helft van de Limburgse kmo's niet voorbereid is op de gevolgen van de brexit. Ze zouden de problemen voor zich uit schuiven. Dit zou vanaf maart 2019 nefast kunnen zijn voor onze economie en in het bijzonder voor onze kmo's.

 

Mijnheer de minister, op welke wijze bereidt de federale regering onze kmo's voor op de aankomende brexit?

 

Hebt u kennis van de cijfers van PwC waaruit blijkt dat de helft van de Limburgse kmo's niet klaar is voor de brexit? Wat is uw opinie? Is dat een vaststelling die in het hele land merkbaar is?

 

Voorziet u in extra maatregelen om onze kmo’s nog beter te informeren over de brexit en de noodzaak om tijdig aanpassingen door te voeren?

 

16.02 Minister Kris Peeters: Mijnheer de voorzitter, collega Janssen, onze diensten helpen de kmo's voor de aankomende brexit. Half september hebben wij de Brexit Impact Scan, afgekort BIS, gelanceerd. Deze is geïnspireerd op de Ierse en de Nederlandse initiatieven. De FOD Economie en de Nederlandse administratie hebben de handen in elkaar geslagen. Dankzij een vlotte samenwerking tussen beide, tussen de Belgische administraties onderling en met de regio's — wat vrij uniek is — is de Belgische Brexit Impact Scan tot stand gekomen. De Brexit Impact Scan geeft adviezen naargelang de bedrijfsactiviteit en de intenties.

 

In korte tijd, zowat een maand, hebben meer dan vierduizend bedrijven deze scan doorlopen. De Impact Scan werd ondersteund door een portaalwebsite met nuttige informatie over de vier vrijheden binnen de interne markt, namelijk goederen, diensten, personen en kapitaal. De website en de scan geven het best mogelijke advies voor bedrijven op basis van de situatie zoals deze vandaag gekend is.

 

Een van de belangrijkste zaken is dat douaneformaliteiten van toepassing zullen zijn, terwijl er voorheen vrij verkeer binnen de douane-unie was. Ook inzake goederen worden ondernemingen geconfronteerd met extra kosten voor nieuwe EU typecertificaten of intellectuele eigendomsrechten of extra kosten, afgeleid van de oorsprongsregels. Ondernemingen worden geadviseerd om hun contracten opnieuw na te lezen en te amenderen waar nodig.

 

Als minister van Werk kan ik ook melden dat er wordt verwezen naar de gevolgen van de brexit op de arbeids­markt. Deze informatie is ook toegankelijk via een portaalsite. Niet alleen Limburgse kmo's zijn niet klaar; uit informatie van de sectoren verneem ik dat de meeste kmo's er nog niet klaar voor zijn of nog geen voorbereidingen hebben getroffen. Vandaar de Brexit Impact Scan.

 

Mijn administratie heeft ook met de kamers van koophandel een roadshow opgezet om kmo's verder te informeren. Deze workshops zijn gestart en lopen in de komende maanden. Ik heb begrepen dat ook mijn collega van Financiën en zelfs de minister-president van Vlaanderen roadshows gaan organiseren.

 

Wij doen alles wat wij kunnen, met respect voor de bevoegdheden. In tegenstelling tot andere landen hebben wij met de Brexit Impact Scan een instrument dat de kmo's op een zeer eenvoudige wijze kunnen gebruiken om de impact van een no deal op een zeer bevattelijke wijze voor hun bedrijf te kunnen inschatten.

 

16.03  Werner Janssen (N-VA): Mijnheer de minister, ik stel vast dat heel wat kmo's weinig of niet op de hoogte zijn. Ik denk dat de impactstudie van vierduizend bedrijven een goede zaak is, en dat wij het beste voortgaan op deze ingeslagen weg, samen met de deelstaten.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

17 Question de Mme Karine Lalieux au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la campagne OFF ON" (n° 27392)

17 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de campagne OFF ON" (nr. 27392)

 

17.01  Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, lors de la commission de l'Économie du 17 octobre dernier, j'ai demandé à Mme la ministre de l'Énergie de relancer la campagne OFF ON afin que les citoyens puissent être des acteurs de la réduction de la demande d'électricité aux heures où nous risquons de vivre une pénurie cet hiver. Mme la ministre a indiqué y être favorable mais que vous jugiez cela prématuré.

 

Monsieur le ministre, pourquoi ce levier n'a-t-il toujours pas été activé alors que la situation de pénurie d'électricité est pire que celle vécue en 2014-2015?

 

Je pense que ces campagnes sont importantes tant pour l'environnement que pour la facture du citoyen. On sait que l'électricité est beaucoup plus chère aujourd'hui. Il est important d'indiquer au citoyen qu'il peut diminuer sa facture énergétique et adopter une consommation plus durable. Je ne comprends donc pas pourquoi, selon votre collègue, vous vous obstinez à vous opposer à cette campagne OFF ON.

 

17.02  Kris Peeters, ministre: Madame Lalieux, la campagne de sensibilisation OFF ON menée en 2014 est prête. Le site offon.be est d'ailleurs en ligne. Toutefois, il a été décidé de ne pas lancer une campagne médiatique intensive maintenant, pour ne pas créer un sentiment de panique injustifié auprès de la population. Cette campagne est bel et bien prévue pour le cas où une menace de pénurie viendrait à être décelée. Pendant un délai maximum de sept jours de détection préalable, elle aura un effet d'incitation à l'action bien plus important à ce moment-là, avec pour but d'éviter l'activation du plan de délestage.

 

Mener une telle campagne dès aujourd'hui, alors qu'il n'y a pas de menace imminente de pénurie d'électricité, reviendrait à mener un loop avec pour dommage collatéral une perte d'efficacité de cette campagne au moment venu d'une réelle situation de crise.

 

Par ailleurs, cela n'ôte rien à la nécessité d'organiser des campagnes d'information et de sensibilisation qui encouragent les ménages et les entreprises à se servir efficacement de l'énergie. Cependant, la question de son utilisation rationnelle relève des compétences régionales. Il incombe donc aux gouvernements régionaux de les organiser en cohérence avec leurs objectifs politiques.

 

Pour conclure, madame Lalieux, nous sommes prêts. J'espère que vous serez d'accord avec moi pour reconnaître qu'il n'est pas judicieux de susciter un mouvement de panique, puisqu'il n'y a pas de menace imminente de pénurie d'électricité. Il faut maintenir une réflexion rationnelle.

 

Encore une fois, je ne bloque rien du tout. Certes, je reconnais qu'il s'agit d'une lourde responsabilité. En tout cas, j'espère qu'il ne sera pas nécessaire de lancer une telle campagne en 2018-2019, mais il s'agit évidemment d'un autre aspect.

 

17.03  Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, loin de moi l'idée de vouloir soulever un sentiment de panique dans la population. Je sais qu'en décembre, fort heureusement, nous ne connaîtrons pas de pénurie d'électricité. Nous ne pouvons évidemment rien prédire pour janvier et février. En tout cas, chacun travaille en vue d'éviter un délestage. Nous sommes bien d'accord à ce sujet.

 

Cependant, je considère franchement qu'il s'agit d'une campagne utile pour le consommateur et qu'elle ne doit pas être menée qu'en période de crise. Vous devez trouver un moyen de la lancer en cas de nécessité.

 

Je pense qu'il est toujours bon de rappeler au citoyen qu'il peut être un consommateur ou un non-consommateur d'énergie actif et que de petits gestes simples peuvent diminuer sa consommation et aider à la préservation de notre environnement. Je ne suis donc pas d'accord avec vous, sauf à simplement lancer une alerte supplémentaire lorsque ce sera nécessaire.

 

J'espère que ce ne sera pas nécessaire mais si je vous ai bien compris, il n'y aura pas de campagne OFF ON s'il n'y a pas de pénurie. Je le regrette quand même.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 27423 van de heer Janssen is omgezet in een schriftelijke vraag.

 

18 Samengevoegde vragen van

- de heer Werner Janssen aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de updates van besturingssystemen voor smartphones" (nr. 27427)

- de heer Michel de Lamotte aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "veroordelingen wegens geprogrammeerde veroudering" (nr. 27606)

18 Questions jointes de

- M. Werner Janssen au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "les mises à jour des systèmes d'exploitation pour smartphones" (n° 27427)

- M. Michel de Lamotte au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la condamnation des pratiques d'obsolescence programmée" (n° 27606)

 

18.01  Werner Janssen (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de Italiaanse mededingingsautoriteit AGCM heeft recent geoordeeld dat smartphoneproducenten bij het aanbieden van updates voor besturingssystemen van hun producten ongepaste commerciële praktijken voeren.

 

Specifiek zou uit onderzoek blijken dat die updates toestellen soms trager maken of ervoor zorgen dat de batterij van het toestel minder lang meegaat. Daardoor zou de consument worden aangespoord sneller een nieuwe smartphone te kopen.

 

Apple kreeg van de Italiaanse autoriteit een boete van 10 miljoen euro. Samsung werd met 5 miljoen euro beboet.

 

Test-Aankoop pleit ook in ons land voor het aanpakken van die werkwijze. Het wijst daarvoor ook op het feit dat updates en ondersteuning door de producent gemiddeld maar tot achttien maanden in de levensduur van een toestel worden aangeboden. De consumentenorganisatie wijst erop dat boetes niet altijd de meest effectieve methode zijn om producenten tot gewijzigde praktijken aan te zetten.

 

Mijn vragen zijn de volgende.

 

Wordt door de Economische Inspectie in ons land eveneens onderzoek gevoerd naar de vermelde praktijken? Zo ja, wat zijn de bevindingen ter zake?

 

Plant u zelf initiatieven om dergelijke praktijken een halt toe te roepen?

 

Ziet u mogelijkheden op Europees niveau om de consument beter tegen dergelijke praktijken te beschermen?

 

18.02  Michel de Lamotte (cdH): Monsieur le ministre, le 24 octobre dernier, l'autorité de la concurrence italienne a condamné Apple et Samsung à des amendes de 10 et 5 millions d'euros pour des pratiques assimilables à de l'obsolescence programmée. Celle-ci a en effet jugé que des pratiques constituant en l'incitation des utilisateurs de smartphones à installer des mises à jour logicielles entraînant un ralentissement du système de leur téléphone enfreignaient les articles 20, 21, 22 et 24 du code de la consommation italien en ce que les entreprises n'avaient pas informé les consommateurs des dysfonctionnements graves que le nouveau firmware pourrait causer en raison de la plus grande contrainte exercée sur le matériel de l'appareil et du coût de réparation élevé. Les articles mentionnés ci-dessus concernent des pratiques commerciales déloyales, trompeuses et agressives et sont très similaires à ceux contenus dans le chapitre premier du Titre 4 du Livre VI de notre propre code de droit économique.

 

Mes questions sont donc les suivantes, monsieur le ministre. L'autorité belge de la concurrence est-elle également compétente pour traiter ce genre de dossiers? Dans le cas contraire, quel service est compétent? Des affaires similaires sont-elles actuellement pendantes? Le droit belge étant, sur les points précités, très comparable au droit italien, il devrait également être tout à fait possible de condamner des pratiques similaires chez nous sur la même base; le confirmez-vous? Dans l'affirmative, les consommateurs belges détenant des smartphones de marque Samsung et Apple ont été victimes des mêmes pratiques que les consommateurs italiens, comment expliquez-vous qu'aucune condamnation n'ai eu lieu dans notre pays? Enfin, lorsque votre majorité a rejeté les textes de l'opposition relatifs à la lutte contre l'obsolescence programmée, vous aviez laissé entendre que vous avanciez sur le sujet de votre côté. Où cela en est-il? Quelles mesures concrètes comptez-vous proposer? Je vous remercie pour vos réponses.

 

18.03  Kris Peeters, ministre: Monsieur le président, chers collègues, monsieur Janssen et monsieur de Lamotte, dans son communiqué de presse du 5 novembre, l'autorité italienne de la concurrence déclare qu'Apple et Samsung ont eu recours à des pratiques commerciales déloyales.

 

De term "geplande veroudering" wordt in dat persbericht niet gebruikt, maar het sluit aan bij wat ik altijd al gezegd heb, namelijk dat geplande veroudering een vorm is van misleidende handelspraktijken, die ook in België verboden is door boek VI van het Wetboek van economisch recht, en dus geen bijkomende wetgeving vereist.

 

Je répète une fois encore qu'en 2016, j'ai déjà étendu les possibilités de sanctions pour prendre des mesures à cet égard. J'ai créé un groupe de travail chargé d'étudier les mesures susceptibles de prolonger la durée de vie des produits.

 

In België is niet de Mededingingsautoriteit bevoegd voor oneerlijke handelspraktijken, maar wel de Economische Inspectie. Die heeft geen concrete klachten ontvangen met betrekking tot de updates van besturingssystemen van smartphones. Mochten er concrete klachten zijn, dan worden die natuurlijk onderzocht.

 

Je voudrais attirer votre attention sur le fait que, dans de tels cas, les pratiques commerciales trompeuses sont difficiles à prouver. Il faut évaluer s'il s'agit de progrès technologiques inévitables ou d'une indication trompeuse susceptible d'influencer de manière décisive la décision d'achat du consommateur.

 

De Economische Inspectie analyseert intussen echter de Italiaanse beslissing vanuit de optiek van oneerlijke handelspraktijken en heeft het thema op de agenda gezet van het Europees netwerk van consumentenbeschermings­autoriteiten.

 

En effet, nous devons être sûrs que la décision au niveau de l'Italie est durable et bien fondée.

 

Ook daar wordt de problematiek in kaart gebracht, wordt bekeken wat de omvang ervan is en wordt nagegaan of het consumentenacquis toelaat dergelijke gevallen afdoende aan te pakken.

 

De basiswetgeving is immers Europees. Het is dan ook erg nuttig de standpunten van de andere bevoegde inspectiediensten te kennen.

 

En conclusion, je suis intéressé d'en savoir plus et de mieux comprendre la décision italienne. J'ai demandé à l'inspection économique d'examiner cette affaire et d'en discuter au niveau européen. Je suis prêt à prendre les mêmes décisions s'il est possible de contrer certaines situations avec la règle des pratiques commerciales déloyales.

 

18.04  Werner Janssen (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Het laatste wat u hebt gezegd, is belangrijk. U zult laten nakijken hoe het in Italië is gelopen. Als u daarop een antwoord hebt, krijgen wij best feedback.

 

18.05  Michel de Lamotte (cdH): Monsieur le président, je me joins à la réplique de mon collègue Janssen sur les remarques que le ministre recevra de la part du Service de la politique économique qui est le Service d'inspection.

 

J'avais une dernière question, monsieur le ministre, par rapport à l'obsolescence programmée.

 

Vous aviez laissé entendre que depuis le rejet de nos propositions de loi sur le thème, vous alliez avancer sur le sujet. Vous avez évité la réponse. Y a-t-il eu une modification d'attitude de votre part ou de celle du gouvernement sur la lutte contre l'obsolescence programmée et sur la mise en cause d'un projet de loi sur le sujet?

 

18.06  Kris Peeters, ministre: J'ai bien souligné, monsieur de Lamotte, si le cas italien est un cas bien fondé, il n'est pas nécessaire de revoir notre législation. C'est cela l'aspect intéressant en Italie. Quand on dit très clairement que c'est une mesure dans le cadre de la concurrence déloyale, c'est l'élément essentiel. On ne doit pas rédiger de nouvelle législation. C'est le plus intéressant pour moi aussi: avoir la sécurité qu'il est possible d'attaquer les abus que vous avez soulignés avec l'instrument relatif à la concurrence déloyale.

 

18.07  Michel de Lamotte (cdH): Je ne suis pas convaincu par la réponse du ministre. La concurrence déloyale est une chose. L'obsolescence programmée est une autre notion qui obère les droits des consommateurs de manière significative. Je constate que le gouvernement n'avancera pas sur le sujet.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

19 Vraag van de heer Johan Klaps aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "het statuut van insurance underwriter" (nr. 27443)

19 Question de M. Johan Klaps au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "le statut d'insurance underwriter" (n° 27443)

 

19.01  Johan Klaps (N-VA): Mijnheer de minister, we zijn al een tijdje bezig met de IDD-richtlijn die in de volgende plenaire vergadering definitief in wetgeving zal worden omgezet. Dit is een nieuwe fase in de harmonisering van de Europese verzekeringsmarkt.

 

Er blijft echter nog een onduidelijkheid in de Belgische wetgeving met betrekking tot het statuut van insurance underwriter. De sector is vragende partij om dit statuut op punt te stellen.

 

Onderschrijvingsagenten aggregeren immers onderschrijvingscapaciteit van meerdere verzekeraars, wat de distributie bevordert. Underwriters kunnen dankzij hun verregaande specialisatie ook innoverende oplossingen bieden.

 

Hebt u de intentie om dit statuut in de wetgeving op te nemen? Wat zijn de eventuele bezwaren om dit niet op korte termijn in te voeren? Wat is de stand van zaken in het overleg met de sector, dat u zoals steeds voert?

 

19.02 Minister Kris Peeters: Op mijn vraag, of op uw vraag via mijn vraag, verrichte de FSMA een onderzoek over een mogelijk wettelijk kader voor gevolmachtigde onderschrijvers, ook insurance underwriters genoemd. Daarbij consulteert de FSMA een brede waaier aan partijen, voornamelijk gevolmachtigde onderschrijvers, wholesale verzekeringstussenpersonen en werden ook alle beroepsorganisaties van tussenpersonen en Assuralia hierover gecontacteerd.

 

Uit dit onderzoek blijkt, wat u al wist, dat alle betrokken partijen er voorstander van zijn om dit statuut in te voeren, om meer klaarheid te scheppen. De doelstelling daarbij is om duidelijk het onderscheid te maken met de activiteiten van klassieke bemiddelaars, zodat belangenconflicten beter beheerst en zelfs voorkomen kunnen worden en om verwarring bij de consument te vermijden.

 

Ook is het van belang dat gevolmachtigde onderschrijvers een deugdelijke organisatie hebben, dit gezien de bijzondere aard van hun activiteit.

 

Zeer recent mocht ik een voorstel van wettelijke regeling van de FSMA ontvangen. Dit voorstel wordt nu nog bestudeerd en zal binnenkort worden voorgelegd aan een interkabinettenwerkgroep om hierin vooruitgang te boeken.

 

Ik hoop dat het u zeer veel plezier doet dat we dit al zo ver hebben gebracht. Het zal u nog meer plezier doen als we dit na de interkabinettenwerkgroep en de Ministerraad hier kunnen voorleggen, waar u dit met veel genoegen zult verdedigen.

 

19.03  Johan Klaps (N-VA): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.

 

Het is algemeen geweten dat u veel overleg voert. Ook op dit vlak had ik niets anders verwacht. Volgens mijn informatie is de sector daarvoor inderdaad sterk vragende partij. Ik hoop zeer snel het resultaat van al dat overleg te zien.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Voorzitter: Rita Gantois.

Présidente: Rita Gantois.

 

20 Vraag van de heer Werner Janssen aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "oneerlijke praktijken bij slotenmakers" (nr. 27554)

20 Question de M. Werner Janssen au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "des pratiques abusives dans le métier de serrurier" (n° 27554)

 

20.01  Werner Janssen (N-VA): Mijnheer de minister, er rijzen nog steeds klachten vanuit de sector van de slotenmakers omtrent oneerlijke praktijken. Zo zouden sommige slotenmakers tot 700 euro aanrekenen voor de vervanging van een slot.

 

In een communicatie in januari van dit jaar gaf u aan dat u aan uw administratie de opdracht had gegeven om een algemeen onderzoek in te stellen naar de buitensporige vergoedingen die spoedhersteldiensten aanrekenen, en om te bekijken hoe de bestaande regels aangescherpt kunnen worden. In juni van dit jaar herhaalde u die boodschap nog eens.

 

Mijnheer de minister, hoeveel klachten heeft de FOD Economie afgelopen jaar ontvangen over slotenmakers? Hoeveel keer werd er daarbij overgegaan tot een sanctie en om welke sanctie ging het dan?

 

Is de studie naar de sector al afgerond?

 

Hebt u al een zicht op de regels die u wilt aanscherpen? Zo ja, tegen wanneer mogen wij die regels verwachten?

 

Het probleem is grensoverschrijdend. Werd het reeds op Europees niveau aangekaart?

 

20.02 Minister Kris Peeters: Mijnheer Janssen, wij hebben dat inderdaad bekeken en ik kan u dan ook het volgende antwoorden.

 

Voor de registratie van meldingen bestond er bij de Economische Inspectie slechts één unieke code Dringende Herstellingsdiensten. Pas begin augustus is er een nieuwe, afzonderlijke code voor slotenmakers toegevoegd, waardoor er meer precieze cijfers kunnen worden gegeven voor de maand augustus. In die maand werden er achtentwintig meldingen in verband met slotenmakers genoteerd.

 

Halfweg september is de Economische Inspectie gestart met een algemeen onderzoek bij tweehonderd ondernemingen die dringende herstellingsdiensten leveren. Daarbij wordt gefocust op slotenmakers en loodgieters. De controle richt zich op de precontractuele informatieplicht van ondernemingen, de inschrijvingsplicht in de Kruispuntbank van Ondernemingen, oneerlijke handelspraktijken en de opsporing van abnormale winsten.

 

Het onderzoek is lopende. Er zijn wel al 26 processen-verbaal van waarschuwing en één pro justitia lastens slotenmakers opgesteld. Het gaat om heel voorlopige cijfers; het algemeen onderzoek loopt nog en veel individuele dossiers zijn nog niet afgesloten.

 

Ik had aan de Bijzondere raadgevende commissie Verbruik gevraagd voorstellen te doen om de situatie bij spoedherstellingen te verbeteren. Het advies concludeert dat bijkomende wettelijke verplichtingen voor ondernemingen vermeden dienen te worden en dat het bestaande wettelijk kader voldoende bescherming biedt. Er wordt wel aanbevolen de aflevering van een gedetailleerd bewijsstuk voor betaling altijd verplicht te stellen, ook wanneer de consument er niet zelf om vraagt.

 

Aangezien het advies geen verdere concrete voorstellen bevat, wil ik de vaststellingen en de besluiten van het algemeen onderzoek afwachten om uit te maken welke reglementaire aanpassing of aanpassingen gepast zouden zijn.

 

Het probleem is inderdaad grensoverschrijdend en hoofdzakelijk vanwege Nederlandse ondernemingen. Op dit moment is er geen sprake van een wijdverbreid Europees probleem. In het kader van het Consumer Protection Cooperation Network, waarvan de Economische Inspectie deel uitmaakt, kunnen Europese grensoverschrijdende oneerlijke praktijken worden gemeld aan de consumentenbeschermingsautoriteit van het land waar de onderneming is gevestigd en kan die worden verzocht maatregelen te nemen.

 

Over de problematiek van slotenmakers werd reeds enige tijd geleden een overleg opgestart met de Nederlandse Autoriteit Consument & Markt (ACM). Daarbij konden heel wat gegevens worden uitgewisseld. Een volgend overleg met de Economische Inspectie is eind januari 2019 gepland. Bij die gelegenheid zou de ACM een toelichting geven bij de acties die zij zelf heeft ondernomen.

 

20.03  Werner Janssen (N-VA): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.

 

Het enige frappante is toch wel dat er op korte termijn heel wat vaststellingen zijn gedaan. Ik veronderstel nochtans dat de klachtendienst voor veel mensen nog onbekend is. We hebben dus waarschijnlijk nog maar het topje van de ijsberg gezien.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

21 Vraag van de heer Werner Janssen aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "TravelBird" (nr. 27555)

21 Question de M. Werner Janssen au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "TravelBird" (n° 27555)

 

21.01  Werner Janssen (N-VA): Mijnheer de minister, vorige week raakte bekend dat het Nederlandse reisbureau TravelBird uitstel van betaling ontving en in financiële problemen terecht is gekomen. Ondertussen hebben we vernomen dat ze failliet zijn verklaard. Verder raakte al bekend dat een heel aantal reizigers op vakantie geen toegang konden krijgen tot hun hotel omdat TravelBird niet tijdig de nodige betalingen had uitgevoerd aan de hotelhouders. Zowat veertigduizend toeristen zouden thans gedupeerd zijn. In eerste instantie bleken vooral Nederlandse reizigers getroffen, maar ondertussen bereiken ons berichten dat ook landgenoten getroffen zouden zijn.

 

Mijnheer de minister, heeft de Economische Inspectie klachten ontvangen omtrent de problemen bij TravelBird?

 

Welk gevolg werd aan deze klachten gegeven?

 

21.02 Minister Kris Peeters: Mevrouw de voorzitter, mijnheer Janssen, de Economische Inspectie ontving recent drie meldingen van consumenten met betrekking tot TravelBird. De melders krijgen een antwoord waarin zal worden verduidelijkt dat het gaat om een Nederlandse onderneming die verzekerd is bij de Stichting Garantiefonds Reizen. Een vordering moet dus bij dit garantiefonds worden ingediend om, overeenkomstig de Europese regels, een terugbetaling te krijgen van de reeds betaalde bedragen voor reizen die niet worden uitgevoerd, of om verzekerd te zijn van repatriëring voor reizigers die hun reis al hebben aangevat.

 

21.03  Werner Janssen (N-VA): Dat was duidelijk. Dank u wel, mijnheer de minister.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

22 Question de Mme Karine Lalieux au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "les délais de prescription en matière de compensation pour les passagers aériens" (n° 27574)

22 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de verjaringstermijn voor de schadeloosstelling van vliegtuigpassagiers" (nr. 27574)

 

22.01  Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, la situation sociale dans le secteur aérien, le peu d’empathie des patrons, le peu d’enthousiasme qu'ils montrent à créer des espaces de discussion avec les travailleurs, font que les passagers se sont souvent retrouvés sur le carreau ces derniers temps, qu’on pense à Ryanair ou à Aviapartner.

 

Les consommateurs peuvent bien sûr introduire une action en justice pour obtenir le règlement d’une indemnité. Mais qu’en est-il du délai? À l’analyse, il semble bien que la Belgique se singularise, dans l’espace européen, par son régime étriqué pour le consommateur. L’article 182 de la loi du 15 avril 2018 portant réforme du droit des entreprises dispose que "les actions nées du contrat de transport des personnes, à l’exception de celles qui résultent d’un fait qualifié par la loi pénale, sont prescrites après un an".

 

Or aux Pays-Bas, le délai de prescription pour les passagers aériens est de deux ans. En Allemagne, il est de trois ans, en France de cinq ans, en Angleterre de six ans et au Luxembourg de dix ans. Je ne cite ici que nos voisins, mais dans tous les pays de l’Union européenne, sans exception, et dans tous les pays de l’espace économique européen, on fait mieux que cette règle d'un an appliquée en Belgique. Ceci ressort d’une analyse récente réalisée par Test-Achats.

 

Ma question est dès lors simple.

 

Partagez-vous notre sentiment qu’il faille lever la discrimination portant sur les passagers belges et soutenez-vous notre demande d’aligner le délai de prescription sur nos voisins, et d'augmenter celui-ci à minimum deux ans?

 

22.02  Kris Peeters, ministre: Madame la présidente, chers collègues, madame Lalieux, Test-Achats m'a adressé un courrier identique à la question que vous me posez maintenant.

 

Ma réponse à ce courrier a été envoyée aujourd'hui. Il est donc logique que vous ne soyez pas encore en possession d'une copie de cette lettre mais je peux vous la transmettre. Ce n'est cependant pas le point le plus important de votre question.

 

Le délai de prescription en matière de voyages à forfait et de prestations de voyage liées a, en effet, été fixé à deux ans, à savoir le délai minimum fixé par la directive européenne. La loi du 21 novembre 2017 relève bien de mes compétences. Toutefois, ce n'est pas le cas des délais de prescription applicables aux contrats de transport. Il s'agit là d'une matière incombant au ministre de la Justice, auquel une lettre a été adressée à ce sujet.

 

Je lui ai écrit pour lui demander d'examiner cette question de manière approfondie. À mes yeux, en effet, les différents délais de prescription manquent de transparence. Je suis donc d'accord avec vous et j'espère que mon collègue pourra corriger cette situation.

 

22.03  Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.

 

Une question adressée à votre collègue, le ministre de la Justice, a également été déposée. Il semble qu'il ne vous l'ait pas renvoyée. J'ai donc une petite chance d'obtenir deux réponses.

Il est vrai que le délai de prescription pour les voyages à forfait est de deux ans. Mais le droit des entreprises, pour lequel je pensais que vous étiez compétent, dispose que le délai de prescription pour les contrats de transport n'est que d'un an. J'ai donc déposé une proposition de loi pour augmenter ce délai et le calquer sur celui de la zone européenne qui va de deux à dix ans. En effet, la Belgique est le seul pays où le délai est d'un an. Il faut réparer cette discrimination.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

23 Vraag van mevrouw Rita Gantois aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de business-to-businessbescherming" (nr. 27585)

23 Question de Mme Rita Gantois au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la protection business-to-business" (n° 27585)

 

23.01  Rita Gantois (N-VA): Mijnheer de minister, u tweette onlangs dat u de komende weken zult samenzitten met uw collega Ducarme om een kader uit te werken voor B2B-bescherming. U wil er op die manier voor zorgen dat kmo's misbruik van hun economische afhankelijkheid van grote ondernemingen gemakkelijker kunnen aanvechten.

 

U weet dat dit sinds het begin van deze legislatuur een van mijn stokpaardjes is. Mijn wetsvoorstel hierover ligt dan ook al op tafel sinds 2015. Ik ben dan ook heel blij dat er concrete stappen worden gezet in deze richting.

 

U weet ook dat wij menen dat een onafhankelijk toezichthouder hierin van cruciaal belang is wil men een onafhankelijk en rechtlijnig onderzoek kunnen waarborgen. Wij vrezen immers dat het risico bestaat dat bedrijven misschien wel zullen afzien van investeringen in ons land, indien de mogelijkheid openstaat voor politiek gemotiveerde vervolging van bepaalde handelspraktijken.

 

Ik heb twee vragen voor u, mijnheer de minister.

 

Zal de bevoegdheid vallen onder een onafhankelijk instituut? Zo nee, waarom niet? Hoe zal worden bepaald of een bedrijf zich in een afhankelijke positie bevindt? Hebt u een termijn voor ogen om dit alles af te ronden?

 

23.02 Minister Kris Peeters: Mevrouw Gantois, het wetsontwerp dat momenteel op het niveau van de federale regering ter bespreking ligt, kent effectief een onafhankelijke controleautoriteit de bevoegdheid toe misbruiken van een positie van economische afhankelijkheid te bestrijden. Het betreft de Belgische Mededingingsautoriteit.

 

Ik hoop dat iedereen, zeker wanneer u een en ander nog eens meegeeft, het ontwerp onverkort zal steunen, wanneer wij daarover, voor alle duidelijkheid, IKW's en andere besprekingen hebben gehad.

 

Het misbruik van een positie van economische afhankelijkheid wordt omschreven als een restrictieve mededingingspraktijk, die door boek IV, Bescherming van de mededinging, van het Wetboek van economisch recht op dezelfde wijze wordt verboden als de afspraak en het misbruik van een machtspositie.

 

Door de beslechting van het geschil aan de publieke handhaving van het mededingingsrecht toe te kennen, kunnen de slachtoffers een beroep doen op de bevoegdheden van de Belgische Mededingingsautoriteit en van alle mogelijkheden die zij ter beschikking heeft.

 

Het wetsontwerp definieert de positie van economische afhankelijkheid omwille van het belang ervan en de rechtszekerheid voor ondernemingen. De definitie steunt op twee criteria, namelijk op de afwezigheid van een redelijk equivalent alternatief, beschikbaar binnen een redelijke termijn en tegen redelijke voorwaarden en kosten, en op het feit dat een onderneming prestaties of voorwaarden zou kunnen opleggen die in normale marktomstandigheden niet zouden kunnen worden verkregen.

 

Uit een vergelijkende rechtsanalyse van de lidstaten waar misbruik van economische afhankelijkheid verboden is, konden factoren voor het bestaan van een positie van economische afhankelijkheid worden afgeleid, in het bijzonder, ten eerste, de relatieve marktmacht van de andere onderneming; ten tweede, een belangrijk aandeel van de andere onderneming in haar omzet, waarbij tevens voor ogen moet worden gehouden dat hoe belangrijker dit aandeel is, hoe groter het risico van afhankelijkheid zal zijn; ten derde, de technologie of knowhow die de andere onderneming bezit; ten vierde, de grote bekendheid van een merk, schaarste van het product, de bederfelijke aard van het product of loyaal koopgedrag van de consumenten; ten vijfde, de toegang van de onderneming tot hulpbronnen of tot essentiële infrastructuur; ten zesde, de vrees voor ernstig economisch nadeel, voor represailles of voor het beëindigen van een contractuele relatie; ten zevende, de reguliere toekenning aan een onderneming van bijzondere voorwaarden, zoals kortingen die niet aan andere ondernemingen worden toegekend in vergelijkbare gevallen; en ten slotte, haar weloverwogen keuze of integendeel haar verplichte keuze zichzelf in een positie van economische afhankelijkheid te zetten.

 

Al deze factoren werden uitdrukkelijk in de verf gezet in de memorie van toelichting van het wetsontwerp, en verzekeren dat de positie van economische afhankelijkheid geval per geval kan worden beoordeeld, met een gegarandeerde rechtszekerheid.

 

Ik ben dus heel blij dat u die vraag nog eens gesteld hebt. Ik hoop dat iedereen in de regering zo snel mogelijk wil landen, zeker gelet op uw enthousiaste steun. Ik kan ook rekenen op degenen die u in dit dossier dierbaar zijn.

 

23.03  Rita Gantois (N-VA): Dan zijn wij beiden blij, mijnheer de minister. Wij zullen het nog eens goed bekijken, samen met onze diensten en met u. Als het in die richting gaat, dan zult u in ons een partner vinden. Ik ben heel blij dat wij hier na bijna drie jaar uit raken, misschien ook wel met dank aan Europa, dat beseft heeft dat wij daaraan moeten werken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

24 Vraag van de heer Peter Dedecker aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de implementatie van het Padawan-arrest in de Belgische regeling voor de thuiskopievergoeding" (nr. 27602)

24 Question de M. Peter Dedecker au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la mise en oeuvre de l'arrêt Padawan dans la réglementation belge en ce qui concerne la rémunération pour copie privée" (n° 27602)

 

24.01  Peter Dedecker (N-VA): Mijnheer de minister, mijn vraag betreft een dossier waaraan wij lang hebben gewerkt en dat een oplossing kreeg met uw koninklijk besluit van 11 december 2016. U hebt daarmee geprobeerd om de Belgische regelgeving inzake de thuiskopie in overeenstemming te brengen met de Europese rechtspraak, waaronder het Padawan-arrest. Dat arrest bepaalt dat de thuiskopieheffing enkel mag worden geïnd bij wie recht heeft op de thuiskopie, zijnde de particulieren, en niet bij wie daarop geen recht heeft, zijnde de professionele gebruikers.

 

U hebt een regeling ingevoerd voor de terugbetaling of de vrijstelling van die thuiskopievergoeding. De professionele gebruikers kunnen ofwel de betaalde thuiskopievergoeding terugvorderen, ofwel hun aankopen verrichten bij een vrijgestelde leverancier.

 

Ik heb u een jaar na de invoering gevraagd naar een evaluatie via mijn mondelinge vraag van november 2017. Toen was er op de website van Auvibel nog geen enkele erkende leverancier van opslagmedia voor professioneel gebruik, vrijgesteld van thuiskopieheffing, te vinden.

 

U antwoordde toen dat er nog geen enkele aanvraag tot terugbetaling was ingediend bij Auvibel. De bijzonder complexe procedures van Auvibel, zoals ook bevestigd door DAV, zijn daaraan natuurlijk niet vreemd. U vroeg mij toen ook om u met gepaste nauwkeurigheid tijdig een opvolgingsvraag te stellen, wat ik bij dezen met heel veel plezier doe. Wij zijn nu immers een jaar verder. Ik zie trouwens dat er nu, een jaar later, nog steeds geen vrijgestelde leverancier is.

 

Hoeveel aanvragen tot terugbetaling van de thuiskopievergoeding heeft Auvibel ondertussen reeds ontvangen van hoeveel professionele gebruikers en voor welk bedrag?

 

Welke inspanningen hebben Auvibel en de FOD Economie geleverd om de aanvraag tot terugbetaling eenvoudiger te maken en de drempel om de aanvraag te doen, te verlagen?

 

Hoeveel vragen tot verduidelijking van de procedure zijn er gesteld bij Auvibel, bij de adviescommissie "thuiskopie", bij de sectororganisatie en bij de FOD?

 

Hoeveel klachten zijn er ontvangen bij de controledienst omtrent de vrijstellingsovereenkomst en de aanvraag tot terugbetaling?

 

U stelde vorig jaar open te staan voor een evaluatie van uw KB. We zijn intussen twee jaar verder. Welke conclusie trekt u uit de cijfers? Welke evaluatie werd intussen reeds gemaakt? Welke initiatieven hebt u ter zake genomen en zult u nog nemen om ervoor te zorgen dat het Padawan-arrest niet alleen op papier omgezet is maar ook in de praktijk, en om te voorkomen dat er artificiële drempels zouden worden gecreëerd om een niet-uitvoering te bestendigen?

 

De implementatie van de Padawan- en Reprobel-arresten diende onze regeling in orde te brengen met de jongste Europese rechtspraak. Vandaar de volgende zeer evidente vraag: is onze regelgeving inzake thuiskopie en reprografie vandaag, op een evaluatie van het Padawan-arrest na, conform de Europese regelgeving of dringen verdere wijzigingen zich op? Zo ja, welke en tegen welke termijn? Welke arresten hebben wij intussen gemist, die wij nog moeten omzetten? Welke andere wijzigingen zijn er eventueel ondertussen gebeurd op Europees vlak, die wij zouden moeten meenemen?

 

24.02 Minister Kris Peeters: Mijnheer Dedecker, ik moet zeggen dat ik enigszins teleurgesteld ben, niet door uw vraag natuurlijk, maar wel door het feit dat Auvibel sinds januari 2017 een aanvraag tot terugbetaling heeft ontvangen voor een bedrag van 15,75 euro. Na de inwerkingtreding van het KB werden de websites van Auvibel en de FOD Economie aangepast. Vorig jaar werd ook de procedure bij Auvibel verfijnd, zodat de aanvragen efficiënter kunnen worden verwerkt.

 

Auvibel heeft tot op heden vier vragen tot verduidelijking ontvangen over de mogelijkheid tot terugbetaling. De FOD Economie heeft tot heden geen enkele vraag ontvangen noch heeft de controledienst klachten ontvangen betreffende de terugbetaling.

 

Het koninklijk besluit heeft de verdienste de conformiteit van de Belgische regelgeving met het arrest Padawan te garanderen. Met de huidige cijfers kunnen we echter stellen dat er ondanks de nodige publiciteit amper aanvragen of vragen met betrekking tot de terugbetaling zijn. Bijgevolg is een evaluatie van het KB door de adviescommissie momenteel geen prioriteit.

 

De Belgische wetgeving op het vlak van de privékopie is momenteel conform het Europees kader. Dit kader kan echter snel veranderen door rechtspraak. Mijn kabinet staat dan ook continu in contact met de verschillende betrokkenen om eventuele Europese evoluties efficiënt en via consultatie in het Belgisch recht in te voeren.

 

24.03  Peter Dedecker (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik noteer dat onze wetgeving vandaag conform alle Europese regelgeving en rechtspraak is. Dat is zeer interessant, behalve uiteraard op dit vlak inzake Padawan. Als men ziet dat er slechts één aanvraag tot terugbetaling is, kan men daaruit een logische conclusie trekken, met name dat de drempel te hoog is. Een onderneming doet voor 15 euro niet de moeite om daar een medewerker voor een half uur op te zetten, want dat kost meer dan het opbrengt.

 

Dat wist men echter op voorhand. Bij de totstandkoming van het KB heeft men een studie laten uitvoeren door de Dienst voor de Administratieve Vereenvoudiging, die al op voorhand tot de conclusie kwam dat de regeling zoals uitgewerkt, een dermate hoge drempel opwerpt dat het eigenlijk de moeite niet loont om die aanvraag te doen. Daarvoor zijn de bedragen te klein. Met andere woorden, de facto zullen ook degenen die geen recht op een thuiskopie hebben, de heffing blijven betalen. Eigenlijk is dit dan een soort onrechtmatige belasting. Kan men dan stellen dat de regelgeving conform Padawan is, als daar eigenlijk een dergelijke vorm van, noem het maar misbruik, kan ontstaan ten gunste van beheersvennootschap Auvibel? Daar lijkt enige evaluatie dus wel gewenst.

 

Misschien delen wij de teleurstelling.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

25 Vraag van de heer Peter Dedecker aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de impact van streaming en digitale verkoop op de thuiskopieheffing" (nr. 27604)

25 Question de M. Peter Dedecker au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "l'incidence du streaming et de la vente numérique sur la redevance pour copie privée" (n° 27604)

 

25.01  Peter Dedecker (N-VA): Mijnheer de minister, mijn vraag is een opvolgingsvraag na de discussie die wij een paar jaar geleden hebben gevoerd. Ondertussen zijn echter heel wat zaken veranderd. De wereld rondom ons verandert sneller en sneller. De digitalisering heeft een enorme economische impact.

 

Wanneer wij bijvoorbeeld naar muziek en video kijken en de cijfers van de Belgian Entertainment Association ter zake van de voorbije maand erbij nemen, dan blijkt dat vandaag in België de betalende muziekstreaming met 31 % marktaandeel het meest populaire muziekformaat is. Dat blijkt ook uit de jaarlijkse digimeterstudie van imec. Vandaag bestempelt het centrum streaming als de populairste vorm van muziekconsumptie, terwijl het amper een paar jaar geleden streaming nog als een ontluikende verkenning van over-the-topactiviteiten bestempelde.

 

De ontluikende verkenning van destijds is vandaag de nummer 1 geworden. The times they are a changing zou Bob Dylan zeggen.

 

Naast streaming bestaat er trouwens ook nog altijd zoiets als digitale verkoop, de legale downloads. Die staan volgens BEA in voor 13 % van de verkoop, wat maakt dat meer dan de helft van de muziekverkoop vandaag digitaal is.

 

Ik heb daarover vier vragen, mijnheer de minister.

 

Auvibel dient op regelmatige basis de schade te bestuderen voor de houders van auteursrechten en houders van naburige rechten die de uitzondering genaamd thuiskopie teweegbrengt. Op welke manier ziet u de impact van streaming op die verschuiving van bezit van muziek, als origineel of als kopie, naar een betalende toegang? Hoe ziet u die evolutie gereflecteerd in de door Auvibel begrote schade? Het zou natuurlijk logisch zijn dat de schade serieus daalt door de verschuiving. Ziet u dat ook in de studie die Auvibel hierover regelmatig maakt?

 

Hoe evalueert de adviescommissie "thuiskopie" de impact van deze economische verschuivingen op de door de thuiskopie aangerichte schade?

 

Twee jaar geleden antwoordde u op mijn vraag dat er een studie zou worden gelanceerd in opdracht van de FOD Economie met als doel een objectieve, methodologisch verantwoorde berekening uit te voeren van de schade die daadwerkelijk wordt geleden in het kader van die uitzondering. Het leek mij toen een zeer logisch antwoord van u dat het een onafhankelijke studie zou zijn in plaats van een studie uitgevoerd door de begunstigden. Die studie zou niet alleen rekening houden met streaming, maar ook met legale downloads waarbij expliciet betaald werd voor de mogelijkheid tot gebruik op meerdere apparaten of dus een thuiskopie, zoals bij de grootste provider iTunes het geval is. Ook de schade door illegaal kopiëren zou hiervan uitgesloten moeten zijn, zoals in Nederland, waar dat leidde tot een daling van de tarieven met 30 %. Hoe staat het vandaag met die studie? In hoeverre werd de impact van streaming, digitale verkoop en illegaal gebruik erin opgenomen? Wat zijn de resultaten ervan? Hoe en wanneer wordt de studie publiek gemaakt?

 

Hoe neemt u die evoluties mee in de bepaling van de tarieven van de Auvibelheffing? Welke plannen hebt u in dezen? Hoe ziet u de opbrengst van die heffing evolueren? Welke plannen hebt u inzake mogelijke tariefwijzigingen?

 

25.02 Minister Kris Peeters: Collega Dedecker, de impact van het fenomeen streaming en van andere evoluties op de vergoeding voor privékopieën werd inderdaad meegenomen in de studie betreffende de thuiskopie­vergoeding die werd uitgevoerd in opdracht van de FOD Economie. Tijdens de opmaak van de studie werd die verschillende malen voorgelegd aan de adviescommissie "thuiskopie", waarin betrokkenen hun opmerkingen konden formuleren.

 

Die studie is ondertussen afgerond, maar levert een zeer grote schadevork op. Derhalve zullen wij, in overleg met de betrokken sectoren, meer concrete cijfers proberen te verzamelen, teneinde deze vork te kunnen verkleinen. Vervolgens zullen wij, in overleg met betrokkenen en via consultatie van de adviescommissie "thuiskopie", bekijken of, op basis van de studie en andere relevante informatie, de huidige uitvoeringsmaatregelen kunnen of moeten worden aangepast.

 

25.03  Peter Dedecker (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Wat die grote schadevork betreft, dat had ik ook al ergens informeel vernomen. Ik ken het bedrag niet uit het hoofd, maar het was inderdaad aanzienlijk. Ik weet dat u de bedragen voor u liggen hebt, maar u hebt ze daarnet niet gegeven.

 

Hoe kunt u verklaren dat men in een studie tot zo'n resultaat komt?

 

25.04 Minister Kris Peeters: (…)

 

25.05  Peter Dedecker (N-VA): Weggesmeten geld, zou ik denken. Als men zoveel geld in een studie steekt en men komt niet tot een zinnig resultaat, dan is er een probleem met de studie.

 

Overleg en consultatie, dat is het pad dat wij al zeer lang bewandelen; een pad dat u uiteraard traditioneel bewandelt. Ik denk dat er naast een echt goede studie, waartoe hier een poging werd ondernomen, weinig alternatieven zijn. Wij moeten ons vooral laten inspireren door wat in het buitenland gebeurt. In Nederland heeft men dat op een zeer ernstige manier gedaan. Daar heeft men de impact van de digitale economie gezien en is men tot de conclusie gekomen dat de schade heel wat lager lag dan men traditioneel concludeerde. Bij ons liggen de bedragen per capita een stuk hoger. Ik meen dat wij ons kunnen aliniëren met de buurlanden. Volgens mij verschilt onze economie niet dermate van veel andere Europese landen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

26 Vraag van mevrouw Rita Gantois aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de antidumpingtaksen op de import van diepvriesfrieten uit België" (nr. 27609)

26 Question de Mme Rita Gantois au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "les taxes antidumping sur l'importation de frites surgelées en provenance de Belgique" (n° 27609)

 

26.01  Rita Gantois (N-VA): Mijnheer de minister, Colombia heft sinds november antidumpingstaksen op diepvries­frieten geïmporteerd uit België, uit Nederland en uit Duitsland. Volgens de regering in Bogota drong de maatregel zich op omdat de frieten tegen dumpingprijzen worden ingevoerd.

 

Op vraag van België zal de Europese Commissie in de schoot van de Wereldhandelsorganisatie consultaties aanknopen met Colombia over de antidumpingheffingen op diepvriesfrieten. Die beslissing komt er na een overleg met minister Reynders en de Europese commissaris voor Handel.

 

De Colombiaanse maatregel treft in België vooral kmo's die het nationaal exportproduct wereldwijd aan de man proberen te brengen. België heeft over die zaak al bilaterale contacten met Colombia gehad, maar die hebben nog geen zoden aan de dijk gezet.

 

Mijnheer de minister, is het voorstel van hogere tarieven door de Colombiaanse regering effectief aangenomen?

 

Gaat het enkel om de drie genoemde landen, of komen er eventueel nog andere landen, al dan niet uit de Europese Unie, onder de scope van die maatregel terecht?

 

Ziet u een ruimere tendens van de BRIC-landen om tarieven op te werpen tegen ons land of tegen de Europese Unie, mede gelet op het feit dat Zuid-Afrika vergelijkbare maatregelen neemt, net als Brazilië, dat deel uitmaakt van MERCOSUR?

 

Voert u daarover overleg met minister Reynders en met de Gewesten?

 

Tot slot, wanneer kunnen wij een beslissing van de Wereldhandelsorganisatie verwachten?

 

26.02 Minister Kris Peeters: Mevrouw Gantois, op 1 november 2018 heeft het Colombiaans Comité de Prácticas Comerciales een aanbeveling aangenomen ter instelling van een definitieve antidumpingmaatregel op diepvries­frieten uit België, Nederland en Duitsland. De maatregel werd echter nog niet officieel gepubliceerd en is dus nog niet van kracht.

 

De Colombiaanse antidumpingsprocedure is enkel gericht tegen de invoer van diepvriesfrieten uit België, Nederland en Duitsland. Na Zuid-Afrika en Brazilië is Colombia inderdaad een derde land dat de invoer van Belgische diepvriesfrieten viseert.

 

Om te vermijden dat er zich een ruimere tendens voordoet om dergelijke tarieven op te werpen, heeft Didier Reynders, mijn collega van Buitenlandse Zaken, na voorafgaand intra-Belgisch overleg, waarbij ook de Gewesten betrokken zijn, tijdens de Raad Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel op 9 november 2018 de aandacht op die kwestie gevestigd. Het is evident dat Nederland en Duitsland België op dat punt hebben gesteund.

 

Een geschillenbeslechtingsprocedure bij de WTO kan enkele jaren duren, zeker gezien de huidige blokkering door de VS van de benoeming van de rechters van het Appellate Body. Eerst is er een consultatiefase, waarna een panel dient te worden samengesteld. Dat panel moet een rapport opstellen. Vervolgens kunnen de betrokken partijen hiertegen in beroep gaan.

 

Wij doen alles om het probleem zo snel mogelijk van de baan te krijgen. Als de geschillen­beslechtings­procedure moet worden doorlopen, vrees ik dat wij nog een tijdje geduld zullen moeten oefenen. Om die reden stellen wij al onze hoop in de minister van Buitenlandse Zaken, Didier Reynders, die het punt al heeft aangekaart. Met de steun van Nederland en Duitsland kunnen wij de beslissing van het Comité de Prácticas Comerciales hopelijk nog omkeren.

 

26.03  Rita Gantois (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik hoop samen met u dat die maatregel niet van kracht wordt. Het is weinig geruststellend dat zo'n procedure van de WTO jaren kan duren. Intussen kan er veel kwaad geschieden. Ik meen dat alle ministers hier samen tegen moeten optreden. Ook Europa kan geen regelgeving à la tête du client hanteren. Europa is er voor al zijn leden en niet alleen voor de lidstaten.

 

Ik hoop dat de regeling niet van kracht wordt en geen uitbreiding krijgt in andere landen. Wij moeten dit te allen prijze proberen te vermijden, want het gaat over een van onze mooiste producten.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.37 uur.

La réunion publique de commission est levée à 17.37 heures.