Plenumvergadering

Séance plénière

 

van

 

Donderdag 19 maart 2015

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Jeudi 19 mars 2015

 

Après-midi

 

______

 

 


De vergadering wordt geopend om 14.20 uur en voorgezeten door de heer Siegfried Bracke.

La séance est ouverte à 14.20 heures et présidée par M. Siegfried Bracke.

 

De voorzitter: De vergadering is geopend.

La séance est ouverte.

 

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. Zij worden op de website van de Kamer en in de bijlage bij het integraal verslag van deze vergadering opgenomen.

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans l'annexe du compte rendu intégral de cette séance.

 

Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l’ouverture de la séance:

Kris Peeters, Didier Reynders, Hervé Jamar, Bart Tommelein.

 

Berichten van verhindering

Excusés

 

Julie Fernandez Fernandez, Evita Willaert, wegens gezondheidsredenen / pour raisons de santé;

Dirk Van der Maelen, met zending buitenslands / en mission à l'étranger;

Gilles Foret, buitenslands / à l'étranger;

Sabien Lahaye-Battheu, David Geerts, Meryame Kitir, IPU / UIP.

 

Federale regering / Gouvernement fédéral:

Charles Michel, Europese Top / Sommet européen.

 

01 Boodschap van de voorzitter van de Kamer naar aanleiding van de aanslag in Tunis op 18 maart 2015

01 Message du président de la Chambre à l'occasion de l'attentat de Tunis du 18 mars 2015

 

De voorzitter (voor de staande vergadering):

Le président (devant l'assemblée debout):

 

Chers collègues, à l'occasion des événements qui se sont déroulés en Tunisie, j'ai adressé, au nom de vous tous, au président du Parlement tunisien, le message suivant:

 

"Au nom de la Chambre des représentants de Belgique, je vous présente mes condoléances émues à l'occasion de l'odieux attentat qui a fait un grand nombre de victimes tunisiennes et étrangères au Musée national du Bardo.

 

La lâcheté de cet acte ne peut inspirer qu'un profond mépris. Nous nous inclinons avec émotion devant ces malheureuses victimes et tenons à vous assurer de notre solidarité avec la population et les autorités tunisiennes.

 

We stellen er ook prijs op onze bewondering te uiten voor de koelbloedigheid waarvan de leden en de personeelsleden van het Parlement blijk gegeven hebben tijdens deze beproevende dag.

 

We zijn ervan overtuigd dat Tunesië, waarmee ons land, en ook dit Parlement, nauwe banden onderhoudt, deze tragedie te boven zal komen, en erin zal slagen alle verworvenheden van de democratische hervormingen ten gunste van de burgers te bewaren.

 

Mag ik u verzoeken de deelneming van onze assemblee aan de vertegenwoordigers van het Tunesische volk over te maken?"

 

Tot zover de boodschap aan de voorzitter van het Tunesische Parlement.

 

Intussen heeft de Belgische ambassadeur in Tunesië laten weten dat er ook een Belgisch slachtoffer is gevallen.

 

01.01 Minister Kris Peeters: Collega’s, de regering sluit zich volmondig aan bij de woorden van medeleven van de Kamervoorzitter.

 

De aanslag die gisteren in Tunis plaatsvond, raakt ieder van ons. Dit is een aanslag op de vrijheid in een prille democratie. Het is een aanslag op de meest fundamentele menselijke waarden. Daarom veroordelen wij dit in de meest krachtige bewoordingen.

 

Aujourd'hui, nos pensées vont avant tout aux victimes et à leurs familles.

 

In het bijzonder willen wij de Belgische betrokkenen onze steun betuigen. Wij bieden de familie van het Belgisch slachtoffer van deze barbaarse daad ons diepste medeleven aan.

 

De voorzitter: Collega’s, mag ik u vragen om ter nagedachtenis van de slachtoffers een minuut stilte in acht te nemen?

 

De Kamer neemt een minuut stilte in acht.

La Chambre observe une minute de silence.

 

02 Regeling van de werkzaamheden

02 Ordre des travaux

 

02.01  Karin Temmerman (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik had graag in het kader van de orde van de werkzaamheden een vraag aan u gericht.

 

U hebt ongetwijfeld ook gelezen dat de regering, in eerdere verklaringen – hoe zal ik het formuleren – informatie in verband met de begroting heeft achtergehouden. Er is een tekort; er is een rekenfout in verband met de pensioenen gemaakt. Blijkbaar was de regering daar reeds op 5 december van op de hoogte, dus vóór we de finale stemming over de begroting hebben gehad, toch een van de belangrijkste documenten voor het Parlement en de regering.

 

Ik begrijp heel goed dat een begroting op een bepaald moment wordt opgesteld en dat men de parameters van dat moment in acht neemt. Als er echter later informatie komt die toch wel wat invloed heeft op de toekomst – het ging hier over iets meer dan 400 miljoen –, dan heeft het Parlement het recht om die informatie te krijgen.

 

Zoals ik al zei, ongetwijfeld hebt u dat ook gelezen. Mijn eerste vraag is dus of u de regering ervan op de hoogte hebt gebracht dat dat eigenlijk niet kan en dat het Parlement recht heeft op dergelijke informatie.

 

Ten tweede, wat zult u doen om dat soort zaken in de toekomst te vermijden?

 

02.02  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur le président, nous souhaiterions intervenir aussi car c'est un sujet qui concerne l'ensemble du parlement.

 

Le président: Monsieur Laaouej, je ne vous avais pas vu. Je donne la parole à M. Daerden.

 

02.03  Frédéric Daerden (PS): Monsieur le président, je rejoins totalement ma collègue par rapport à ce thème important qu'est le budget des pensions: 400 millions d'euros est évidemment une somme considérable qui aurait engendré une analyse différente de ce budget 2015. Nous demandons dès lors des explications au ministre du Budget par rapport à cette situation, surtout à quelques semaines de l'ajustement budgétaire. C'est un élément considérable!

 

02.04  Laurette Onkelinx (PS): Est-ce qu'on nous ment?

 

02.05  Frédéric Daerden (PS): Nous a-t-on menti? Est-ce qu'on nous ment? Va-t-on continuer à nous mentir?

 

02.06  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur le président, nous aimerions avoir une réponse claire à une question claire. Depuis quand le gouvernement est-il en possession de cette information? On nous a fait voter sur un budget. Je ne vais pas dire que nous n'avons pas eu de débat. Nous avons eu un débat sur le budget. Nous avons beaucoup travaillé en commission des Finances mais, au moment où nous avons travaillé et débattu sur le budget, le gouvernement disposait-il déjà de cette information? Le déficit alors ne s'envisageait pas de la même manière. S'il avait l'information, cela signifie aussi qu'on nous fait travailler sur des bases fallacieuses, ce qui en plus de fausser le débat budgétaire et politique, est quand même un manque de sérieux, pour ne pas dire plus, de la part du gouvernement. Monsieur le président, nous voulons des clarifications.

 

Le président: Monsieur Hedebouw, je suppose que vous soutenez les questions de vos collègues.

 

02.07  Raoul Hedebouw (PTB-GO!): Mijnheer de voorzitter, ik denk dat het echt wel belangrijk is voor het democratisch debat om over de juiste cijfers te beschikken. Het is toch niet mogelijk om een debat te voeren over een budget waarin zulke grote fouten staan. Het lijkt mij dan ook logisch de heer Jamar te vragen of hij al dan niet weet had van de fout. Dat is een elementaire democratische vraag.

 

De voorzitter: Ik zal op uw vragen antwoorden in de volgorde waarin ze mij werden gesteld. Op de vraag of ik iets heb ondernomen bij de regering, is het antwoord alsnog niet.

 

De tweede vraag was sinds wanneer de regering hiervan weet heeft. Ik vind dat een interessante vraag, maar ik constateer dat een vijftal collega’s, waaronder een lid van uw fractie, mijnheer Hedebouw, vragen stellen aan de minister van Begroting. Ik neem aan dat het een vraag over dit onderwerp zal zijn en dat de minister van Begroting daarop zal antwoorden.

 

De volgende vraag was wat ik zal ondernemen met het oog op de toekomst. Dat zal natuurlijk voor een stuk worden bepaald door het antwoord van de minister.

 

02.08  Karin Temmerman (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik vind uw antwoord eerlijk gezegd beschamend.

 

U bent voorzitter van het Parlement. U hebt al meermaals gezegd dat u de voorzitter bent van iedereen, niet alleen van de meerderheid. Een essentieel onderdeel van onze democratie is dat men over de juiste informatie beschikt. U als Parlementsvoorzitter moet erover waken dat de Parlementsleden de juiste informatie krijgen.

 

U zegt nu dat u het antwoord van de minister wilt afwachten. Uw antwoord had echter moeten zijn dat u ervoor zou zorgen dat de juiste informatie op het juiste moment aan de Parlementsleden wordt gegeven. Dat was het antwoord dat u had moeten geven.

 

De voorzitter: Mevrouw Temmerman, ik neem akte van uw standpunt. Ik moet u alleen als bedenking meegeven dat een democratie niet alleen bestaat uit spreken, maar ook af en toe uit luisteren, wat ik dus zal doen in verband met het antwoord van de minister.

 

Ik stel voor om over te gaan tot de mondelinge vragen.

 

Vragen

Questions

 

03 Vraag van de heer Vincent Van Quickenborne aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie betreffende de uitzendarbeid" (nr. P0360)

03 Question de M. Vincent Van Quickenborne au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "l'arrêt de la Cour de justice de l'Union européenne relatif au travail intérimaire" (n° P0360)

 

Collega’s, ik herinner u eraan dat elke vraag twee minuten mag duren, net zoals het antwoord, en dat de repliek één minuut mag duren.

 

03.01  Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, Jan Denys, arbeidsmarktspecialist bij Randstad, verklaart vandaag in De Tijd dat uitzendarbeid het Uber was van de jaren ’60. Inderdaad, uitzendarbeid heeft heel wat werk gecreëerd, onder meer voor laaggeschoolden en jongeren, en dat was een goede zaak.

 

Nochtans wordt in ons land uitzendarbeid beknot, belemmerd en aan tal van beperkingen onderworpen. Europa heeft, in de Europese richtlijn uit 2011, geoordeeld dat deze beperkingen moeten worden weggewerkt. Ze moesten worden weggewerkt tegen eind 2011, maar dat is in ons land niet gebeurd.

 

Bovendien is er nu het arrest van het Europees Hof van Justitie van gisteren, dat een andere lidstaat, Finland, veroordeelt omdat dit land uitzendarbeid in bepaalde sectoren verbiedt en dat mag niet volgens het Hof, tenzij omwille van regels van algemeen belang.

 

Mijnheer de minister, wij weten dat deze regering ambitieus is op het vlak van uitzendarbeid en uitzendarbeid wil uitwerken in de overheidssector. In het regeerakkoord staat dat uitzendarbeid moet worden geïmplementeerd bij de overheid en de overheidsbedrijven. Hoever staat u met het overleg? Hebt u reeds gesproken met uw collega Vandeput? In welke timing voorziet u voor de uitvoering van die passage?

 

De Europese richtlijn waarover ik sprak, stelt dat wij de beperkingen in de private sector moeten wegwerken. Een van de beperkingen in de privésector is de beperking dat men, bijvoorbeeld, in de verhuissector niet met uitzendkrachten mag werken. De reden die de werkgevers en werknemers uit de verhuissector aanhalen, is dat de kans op diefstal door uitzendkrachten veel groter zou zijn; een fijn staaltje van corporatisme, zo lijkt mij. Ook in de bouwsector, de grafische sector en de textielsector zijn er nog steeds beperkingen op uitzendarbeid. Wat zult u doen met die Europese richtlijn? Zult u die omzetten? Wat is uw timing daaromtrent?

 

03.02 Minister Kris Peeters: Mijnheer Van Quickenborne, ik zal het regeerakkoord uitvoeren. U hebt het terecht aangehaald. Op pagina 163 staat het volgende: “Uitzendarbeid bij overheidsdiensten en overheidsbedrijven wordt wettelijk voorzien en geïmplementeerd.” Ik zal daar werk van maken en samen met minister Vandeput en anderen zeer spoedig stappen vooruitzetten. Er zijn nog andere problemen die wij eerst moeten oplossen, om de indexsprong niet bij naam te noemen. Maakt u zich daar dus geen zorgen over. Het zal gebeuren.

 

U verwijst voorts naar het arrest van het Hof van Justitie van 17 maart. Dat sloeg op de Finse situatie. In het bijzonder stelt artikel 4 van de richtlijn dat uitzendarbeid alleen mag worden verboden of beperkt als het goed gemotiveerd is en past in het algemeen belang. Bij ons hebben de sociale partners – heel belangrijk – er in de Nationale Arbeidsraad in 2011 een advies over gegeven. Zoals steeds bent u zeer goed geïnformeerd. De sociale partners legden een verbod op uitzendarbeid op in drie sectoren, met name de verhuissector, de binnenscheepvaart en afbraakwerken van asbest.

 

Ik ben het niet eens met wat u zegt over de rechtvaardiging van het verbod op uitzendarbeid in die drie sectoren. Volgens mijn informatie heeft men dat voornamelijk gedaan voor de gezondheid van de werknemers en de veiligheid op het werk. Wanneer men met uitzendkrachten zou werken, zouden de gezondheid van de werknemers en de veiligheid op het werk mogelijk in gevaar kunnen worden gebracht. Dat was het unaniem advies van de Nationale Arbeidsraad.

 

Met voortschrijdend inzicht kan natuurlijk altijd, ook bij de sociale partners, vooruitgang worden geboekt. Op dit moment is er echter bij de sociale partners geen intentie om hierover opnieuw te spreken. Het arrest is van toepassing op Finland en is dus niet direct een probleem voor de Belgische situatie. Zoals u weet, werk ik gestaag voort, zeker aan de uitvoering van het regeerakkoord. Als er nog iets kan bijkomen, in overleg en unanimiteit met de sociale partners, dan hebt u in mij een partij, collega Van Quickenborne.

 

03.03  Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U hebt in elk geval het engagement in het regeerakkoord inzake de overheidssector opnieuw bevestigd. Wij hopen dat eens de werkzaamheden rond de indexsprong, die u van dichtbij volgt, zijn afgerond, wij het volgende hoofdstuk zullen kunnen aansnijden, met name het toelaten van uitzendarbeid in de overheidssector. Dit is een belangrijk punt, waarvoor u overigens bondgenoten hebt in de administratie. Mensen als Frank Van Massenhove en Fons Leroy zijn ervoor.

 

Wat de privésector betreft, meen ik dat de sociale partners zich vergissen. Hun argumentatie strookt mijns inziens niet met het algemeen belang, zoals zij het aanhalen. Ik vind dat dit een te verregaande interpretatie is. Wij kijken uit naar de eventuele initiatieven van de sociale partners, en anders naar die van het Parlement.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

04 Question de Mme Vanessa Matz au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé des Grandes Villes et de la Régie des Bâtiments, sur "l'attentat de Tunis" (n° P0361)

04 Vraag van mevrouw Vanessa Matz aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Grote Steden en de Regie der Gebouwen, over "de aanslag in Tunis" (nr. P0361)

 

04.01  Vanessa Matz (cdH): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, les actes barbares, lâches, inhumains et intolérables perpétrés hier à Tunis nous rappellent à l'évidence que la lutte contre le terrorisme doit rester une priorité. En visant spécifiquement un lieu fréquenté par des touristes étrangers, ces faits démontrent la menace terroriste qui continue à peser lourdement sur nos États.

 

Le gouvernement belge a promis et promet sans cesse de toujours faire de la sécurité de notre pays sa priorité. Les citoyens ont aujourd'hui besoin d'actions!

 

Le 21 janvier dernier, au lendemain des opérations de Verviers, vous avez présenté avec vos collègues, le ministre de la Justice et de la Défense nationale, douze mesures qui constituent le plan du gouvernement pour lutter contre le terrorisme et le radicalisme. Force est de constater que les avancées en la matière et la concrétisation de ces mesures semblent bien faibles. Certes, l'armée est dans les rues, la base de données existe mais n'est pas encore exécutée. Les projets de loi relatifs au retrait de documents, de la déchéance de nationalité, à l'activation de la loi mercenaire ne sont pas encore déposés au parlement. Nous n'avons pas encore vu un seul texte en commission de l'Intérieur ou de la Justice sur les promesses faites par le gouvernement. Nous vous avions pourtant proposé de prendre nos textes déjà déposés et de les faire vôtres pour avancer plus rapidement.

 

Hier encore, le premier ministre indiquait que le renforcement de la lutte contre le terrorisme passait par l'accélération de mesures sur le terrain, la prévention et la répression mais aussi par l'octroi de moyens juridiques, humains et matériels aux services de sécurité. Nous ne pouvons que rejoindre le premier ministre sur l'urgence à accorder à ce dossier mais nous espérons plus que des paroles, nous souhaitons des actes.

 

Monsieur le ministre, quels points ont-ils été exécutés au niveau belge eu égard en particulier aux décisions prises par le gouvernement à la suite des attentats de Paris et ceux déjoués à Verviers?

 

Quelle sera l'issue du conclave budgétaire quant aux moyens promis par le gouvernement aux services de sécurité pour leur permettre de travailler efficacement?

 

Pouvez-vous nous donner une indication sur les mesures décidées au niveau européen à la suite des deux réunions que vous venez d'avoir sur le sujet?

 

04.02  Jan Jambon, ministre: Monsieur le président, au vu des circonstances, pour répondre à Mme Matz, il me faudra plus de deux minutes.

 

Tout d'abord, après les attentats en Tunisie, le centre de crise de mon département a demandé à l'OCAM de nous fournir une analyse de la menace. Je puis confirmer qu'il n'existe aucune raison d'augmenter le niveau de menace en Belgique.

 

En ce qui concerne l'application des douze mesures qui avaient été convenues, quatre avant-projets sont soumis à l'approbation du Conseil d'État – ils avaient été acceptés en première lecture par le gouvernement.

 

Par ailleurs, nous avons décidé de réviser la circulaire Foreign Fighters, qui entrera en application en avril.

 

De plus, nous avons mis en place l'optimalisation de l'échange des informations entre les services et les autorités administratives et judiciaires. Cela nécessite une adaptation du software, qui aura lieu pendant la révision du budget.

 

En outre, le plan R – contre le radicalisme – sera peaufiné pour le mois prochain.

 

S'agissant plus précisément de la méthode d'approche de la radicalisation dans les prisons, vous avez pu prendre connaissance cette semaine du plan de notre collègue Koen Geens.

 

Nous allons aussi renforcer la capacité d'analyse de la Sûreté de l'État à travers une loi portant des dispositions diverses, déjà implémentée.

 

J'ajoute qu'un arrêté royal visant à geler les avoirs nationaux est en préparation.

 

Vous savez aussi que notre projet de déploiement de militaires est déjà entré en vigueur.

 

Monsieur le président, permettez-moi de mentionner quelques mesures sur le plan européen.

 

Le président: (…)

 

04.03  Jan Jambon, ministre: Madame Matz, je puis vous répondre sur ce point en commission de l'Intérieur.

 

Le président: Ou par écrit.

 

04.04  Vanessa Matz (cdH): Monsieur le ministre, je vous remercie pour ces précisions. C'est bien ce que nous disions, actuellement, pas grand-chose n'est mis en œuvre. C'est la semaine prochaine, c'est le mois prochain … Déjà au mois de janvier, on nous disait que les textes débouleraient au parlement au mois de février. Nous sommes mi-mars et ils ne sont toujours pas là.

 

Nous avons le sentiment que les choses prennent beaucoup de temps par rapport aux réponses concrètes que nous devons donner et nous espérons que le gouvernement va donner un coup d'accélérateur en termes de moyens. En effet, sur ce point, vous ne nous avez pas répondu. Si toutes les mesures que vous mettez en œuvre sont importantes, des moyens tout aussi importants sont nécessaires pour les concrétiser. Nous espérons que ces moyens seront dégagés dans le cadre de l'ajustement budgétaire.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Questions jointes de

- M. Philippe Blanchart au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "l'attentat de Tunis" (n° P0362)

- Mme Françoise Schepmans au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "l'attentat de Tunis" (n° P0363)

- Mme Nele Lijnen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "l'attentat de Tunis" (n° P0364)

- M. Georges Dallemagne au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "l'attentat de Tunis" (n° P0365)

05 Samengevoegde vragen van

- de heer Philippe Blanchart aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de aanslag in Tunis" (nr. P0362)

- mevrouw Françoise Schepmans aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de aanslag in Tunis" (nr. P0363)

- mevrouw Nele Lijnen aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de aanslag in Tunis" (nr. P0364)

- de heer Georges Dallemagne aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de aanslag in Tunis" (nr. P0365)

 

05.01  Philippe Blanchart (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, les hordes de barbares djihadistes ont encore envoyé leurs messagers du sang pour lâchement assassiner 21 personnes sans défense, dont 20 touristes étrangers, et parmi eux une Belge, armées de leur seule envie de découvrir un autre pays, une autre culture.

 

Au-delà de ces victimes civiles inacceptables du terrorisme religieux international, ce sont bien encore une fois nos valeurs et nos sociétés démocratiques qui sont touchées en plein cœur. Après Bruxelles, Paris, Copenhague, c’est Tunis, qui symbolise véritablement le chemin vers la démocratie, qu’ils ont frappée.

 

Bien que le printemps arabe soit aujourd'hui désenchanté car les dictatures ont souvent fait place à des régimes militaires ou théologiques où les soldats et les guides spirituels ont pris le pouvoir, la Tunisie est, surtout depuis les dernières élections et le renversement partiel du parti islamiste Ennahdha, une jeune démocratie qui fleurit mais qui est encore fragile sur le plan socioéconomique.

 

Monsieur le ministre, via notre ambassade sur place, avez-vous de plus amples informations sur cet attentat et les revendications qui pourraient intervenir? Comment les autorités tunisiennes ont-elles fait face à cette situation?

 

Plus généralement, dans le contexte socioéconomique de ce pays, quels sont les risques d’un tel acte sanglant sur l’économie? Quel est l‘état de la situation de la collaboration belge et européenne avec la Tunisie pour la soutenir dans son processus de réforme, de démocratisation et de relance socioéconomique mais aussi de sécurité? Je pense que M. Gilles de Kerchove s’est rendu sur place récemment.

 

La stratégie européenne de voisinage est-elle adaptée aux défis sécuritaires et socioéconomiques de cette région partenaire et prioritaire?

 

En savez-vous plus concernant nos ressortissants qui ont été touchés par cette attaque? Quelles sont les recommandations des Affaires étrangères pour nos ressortissants habitant ou se rendant sur place, notamment dans la perspective du Forum social mondial qui va s’y dérouler la semaine prochaine?

 

05.02  Françoise Schepmans (MR): Monsieur le président, monsieur le vice-premier ministre, l'attaque meurtrière qui a été perpétrée, ce 18 mars, au Musée du Bardo à Tunis, après les attentats de Paris, du Musée Juif de Bruxelles, de Copenhague, nous choque profondément.

 

Une vingtaine de morts serait à déplorer ainsi qu'une quarantaine de blessés. Les deux assaillants ont été identifiés et abattus, mais on ne connaît pas encore leur nationalité, ni le mouvement terroriste auquel ils appartiennent.

 

Si nous intervenons aujourd'hui, c'est pour rappeler deux éléments essentiels. Tout d'abord, nous sommes convaincus que nous devons plus que jamais réaffirmer notre soutien aux autorités tunisiennes qui ont réussi leur parcours vers une transition démocratique. Par ailleurs, il ne s'agit pas seulement d'une attaque contre un musée, mais aussi d'une attaque symbolique contre la démocratie et la laïcité. En effet, le Parlement tunisien qui se trouve à proximité de ce musée procédait à des auditions dans le cadre d'un projet de loi antiterroriste. Les assaillants s'en sont donc pris à ce symbole, mais aussi au tourisme tunisien qui, comme mon prédécesseur l'a dit, constitue un véritable poumon économique pour la Tunisie puisqu'il représente 12 % de son PIB.

 

Monsieur le ministre, mes questions vont dans le même sens que celles de mon collègue. Comment pouvons-nous mobiliser la communauté internationale afin de défendre ces valeurs universelles? Quels moyens pouvons-nous mettre en œuvre afin de soutenir ce pays dans sa révolution démocratique? Plus concrètement, à quels niveaux de pouvoir pouvons-nous agir, que ce soit au niveau belge ou européen, pour encourager notamment la fourniture de matériel et de renseignements, la formation, la sécurité? Enfin, qu'en est-il des ressortissants belges qui ont été attaqués lors de cet attentat?

 

05.03  Nele Lijnen (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, ik zou, ten eerste, namens mijzelf en mijn fractie ons medeleven willen betuigen aan de familie van het Belgische slachtoffer, maar vooral ook aan de familie en de nabestaanden van alle slachtoffers van de extreme daad van geweld gisteren in Tunis. Zij waren minder dan 24 uur geleden het slachtoffer van een brutale aanslag. Het is het zoveelste voorval van extreem geweld in onze samenleving en in onze wereld.

 

Mijnheer de minister, u kent Tunesië goed. Het is het land waar volgens velen de zogenaamde Arabische Lente in 2011 startte. De lange weg naar een echte democratie kon daar worden ingezet. Tunesië was ook het gidsland voor heel veel buurlanden uit de regio. Er kwamen in Tunesië onder meer ook succesvolle verkiezingen, die volgens het hoofd van de waarnemingscommissie – mijn partijgenote en minister van Staat, mevrouw Annemie Neyts – voorbeeldig werden georganiseerd.

 

Mijnheer de minister, een aanslag van een dergelijke omvang is daarom ook een complete verrassing. Tegelijk is hij dat echter ook niet. Voor terroristen en extremisten in de regio is het democratisch proces immers een doorn in het oog.

 

Het slechtste wat wij nu dus kunnen doen, is Tunesië opgeven. Wij sluiten ons daarom niet aan bij de cynici, die menen dat tegen het islamisme en het radicalisme in de regio geen kruid is gewassen. Gisteravond kwamen duizenden Tunesiërs al op straat met één boodschap: la Tunisie restera debout.

 

Mijnheer de minister, ik blijf samen met hen overeind.

 

Mijnheer de minister, ik had, zoals het hier hoort, een aantal vragen voor u.

 

Wat kan de Belgische regering doen om te vermijden dat terroristen in Libië of Algerije, maar ook in Tunesië zo driest te werk gaan?

 

Weegt u de mogelijkheid van een scherper reisadvies af tegen de grote afhankelijkheid van Tunesië van het toerisme, dat een belangrijke economische factor is in Tunesië?

 

Creëren wij op die manier geen spiraal, waarbij de economische situatie nog meer uitzichtloos wordt en er aldus opnieuw een manier wordt gevonden om haat en terrorisme te zaaien? Moeten wij er niet voor zorgen dat de Tunesische bevolking een perspectief krijgt?

 

05.04  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le président, monsieur le vice-premier ministre, c'est aujourd'hui au tour de la Tunisie d'être frappée par un attentat atroce, odieux, effroyable, probablement le pire attentat qu'ait connu la Tunisie dans son histoire récente. Je veux d'abord à nouveau renouveler mes condoléances, nos condoléances, au nom de mon groupe, mais, j'imagine, aussi au nom de l'ensemble des membres de notre assemblée, à la famille, aux proches de nos compatriotes mais aussi de l'ensemble de ces victimes.

 

C'est l'espoir qu'on a voulu tuer en Tunisie. C'est la démocratie qu'on a voulu tuer en Tunisie. Parce que ce pays, pour le monde arabe, représentait l'espoir. L'espoir qu'on pouvait faire la révolution pour la démocratie, pour la liberté, et qu'on ne tombait pas automatiquement entre les griffes des djihadistes et des islamistes. C'est cela qu'on a voulu attaquer aujourd'hui en Tunisie.

 

Et cet espoir, ce n'est pas seulement un espoir pour la Tunisie; ce n'est pas seulement un espoir pour le monde arabe; ce n'est pas seulement un espoir pour la Méditerranée; c'est un espoir pour l'ensemble de l'Europe et du monde entier. Parce qu'on sait à quel point ce pays est aujourd'hui fragile. On sait à quel point ce pays est aujourd'hui attaqué, notamment sur sa frontière avec la Libye.

 

C'est vrai, les Tunisiens sont aujourd'hui fragiles, mais ils sont debout. Ils se battent. Leur gouvernement, leur président ont rappelé qu'ils étaient en guerre contre le djihadisme. Et nous devons être à leurs côtés. Nous sommes déjà à leurs côtés et je me félicite que nous ayons envoyé là-bas des forces spéciales pour aider leur armée à consolider leur sécurité. Mais je pense que nous pouvons faire mieux et que nous pouvons faire plus.

 

Monsieur le ministre des Affaires étrangères, mes questions rejoignent celles de mes collègues. Quel est le bilan de cet attentat barbare? Que sait-on de nos compatriotes? Quelle est la sécurité des compatriotes qui sont encore sur place? Quelle est la sécurité de nos militaires qui ont été envoyés là-bas? Leur mission va-t-elle être affectée, transformée? Que sait-on de l'éventuelle participation de djihadistes d'origine belge dans l'insécurité régnant en Tunisie? Inversement, alors qu'il y a plusieurs milliers de djihadistes en Tunisie, quelle est la menace éventuelle pour notre propre sécurité en Belgique?

 

05.05  Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, chers collègues, je voudrais, tout d'abord, condamner à nouveau, de la manière la plus ferme possible, l'attentat barbare qui est intervenu hier à Tunis. Nous savons qu'une vingtaine de personnes ont perdu la vie et qu'il y a des dizaines de blessés, mais nous n'avons pas encore de renseignements plus précis quant à l'origine des personnes qui ont perpétré cet attentat. Deux d'entre elles ont été abattues, l'une a été arrêtée et d'autres sont suspectées et poursuivies par les autorités tunisiennes. Nous suivrons évidemment l'enquête au jour le jour.

 

Je voudrais également ajouter que nous avons immédiatement fait part de nos condoléances, de toute notre sympathie aux familles des victimes, à leurs proches ce, quelle que soit la nationalité de ces victimes.

 

Over de twee Belgische slachtoffers kan ik zeggen dat er een dodelijk slachtoffer te betreuren valt, overleden ten gevolge van een schotwonde aan het hoofd. Het gaat om de echtgenote van de man die meerdere schotwonden heeft opgelopen aan de benen. Hij werd voor verzorging opgenomen in een ziekenhuis en werd gisterenavond geopereerd. Zijn fysieke toestand is thans stabiel, maar u zult begrijpen dat hij het op psychologisch vlak zeer moeilijk heeft na de dood van zijn echtgenote. Beiden zijn afkomstig uit Antwerpen. De twee dochters werden na de identificatie ingelicht.

 

De ambassade staat in permanent contact met alle actoren en verschaft de nodige consulaire bijstand.

 

Je voudrais en outre préciser que les avis de voyage sont déjà très clairs pour nos compatriotes, depuis des semaines, à propos de la Tunisie. Nous précisons que notre participation dans une coalition en Irak pour lutter contre un groupe terroriste demande dès lors une vigilance accrue de toute personne se rendant en Tunisie comme dans d'autres pays. L'avis spécifique pour la Tunisie fait part des risques d'enlèvement et d'attentat sur tout le territoire et plus particulièrement des risques dans le sud, aux frontières libyenne et algérienne.

 

Je tiens à dire que nous ne déconseillons pas les voyages; nous informons correctement de la situation. C'est notre rôle. Je sais que beaucoup souhaitent soutenir le développement de la Tunisie et à chacun de voir dans quelle mesure c'est possible et dans quelles conditions.

 

Je voudrais enfin ajouter que nous allons continuer de combattre le terrorisme en Belgique comme à l'étranger, notamment en collaboration avec l'Union européenne mais aussi avec de nombreux pays partenaires. Nous allons poursuivre ce travail au jour le jour. Nous le faisons aussi avec la Tunisie. Lundi dernier, je recevais mon collègue tunisien et nous faisions une analyse assez positive de l'évolution en Tunisie: une démocratie qui se met en place, des élections qui ont été correctement organisées et un développement économique que nous tentons d'accompagner. Il faut poursuivre le soutien à la Tunisie.

 

Sur le plan militaire, à la demande des autorités tunisiennes, nous avions déjà envoyé des équipes de formation pour aider l'armée tunisienne dans ses missions en matière notamment de renseignement.

 

Ces événements de Tunis, après ceux de Bruxelles, de Paris, de Copenhague, mais aussi les événements en Libye, en Égypte et en Syrie ou en Irak, pour ne citer que quelques exemples, doivent renforcer notre détermination à lutter jour après jour contre le terrorisme et à le faire en partenariat avec toutes celles et tous ceux qui souhaitent œuvrer dans le même sens. Je pense notamment à une grande partie du peuple et des responsables politiques tunisiens.

 

05.06  Philippe Blanchart (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Aujourd'hui, nous sommes tous des victimes de ces actes de violence et de haine ce, de par le monde. Aujourd'hui, nous sommes tous des Tunisiens. Cette attaque revêt encore un sens supplémentaire, dans la mesure où elle s'est déroulée dans notre proche voisinage méditerranéen.

 

Nous devons, face à ce problème, avoir une approche, bien entendu, d'aide, de formation et de développement de sécurité à l'intérieur du pays, mais également une approche multidimensionnelle dans le cadre du printemps arabe, que nous avons quelque peu surestimé.

 

Monsieur le ministre, si le terrorisme ne connaît pas les frontières, montrons-leur que nos valeurs de liberté portées par ce printemps sont plus fortes que la haine et le sang et montrons à ces lâches obscurantistes, toutes tendances démocratiques confondues, que nous, les Belges, ne craignons pas ceux qui, dans la nuit, nous guettent, ni même, que les cieux nous tombent sur la tête!

 

05.07  Françoise Schepmans (MR): Monsieur le président, je remercie le vice-premier ministre pour sa réponse. Comme il l'a dit, il importe de renforcer davantage nos coopérations avec nos différents partenaires pour faire face à ces menaces terroristes.

 

05.08  Nele Lijnen (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

U onderstreept heel duidelijk dat we Tunesië moeten blijven ondersteunen. Wij kunnen alleen maar beamen hoe belangrijk dat is.

 

U zegt ook dat er geen aanpassing in negatieve zin zal komen van het reisadvies naar Tunesië. Toerisme is belangrijk voor Tunesië: 12 % van het bbp en 6 % van de werkgelegenheid. Als we dat zouden fnuiken, creëren we daarmee een ideale voedingsbodem voor haat. Dat mogen we dus niet doen.

 

Zoals u zelf al hebt gezegd, vormen de conflicten ook de ideale voedingsbodem. Het is belangrijk dat we ook het probleem in Libië proberen op te lossen.

 

05.09  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le ministre des Affaires étrangères, je vous remercie pour vos propos qui sont très clairs et très déterminés.

 

Je tiens à saluer le courage du peuple tunisien, qui est debout et uni, car il est en première ligne face à ces événements tragiques. Il faut aussi probablement affronter ce qui se passe de l'autre côté de la frontière tunisienne, en Libye. Il me semble que nous détournons trop le regard du chaos qui s'y est installé et qui menace la Tunisie.

 

Enfin, il faut mobiliser l'ensemble de notre diplomatie et de notre coopération internationale, non seulement en termes militaires, mais aussi sur le plan de la coopération au développement. Je regrette que cette dernière soit absente de ces pays et qu'elle ne les soutienne pas suffisamment. Je pense que nos dispositifs, comme la Coopération technique belge (CTB) ou la Société belge d'investissement pour les pays en développement (BIO), qui permet des investissements dans le secteur privé, devraient être présents dans ces pays qui tentent de se reconstruire et qui ont besoin de tous les instruments de notre coopération.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

06 Questions jointes de

- M. Aldo Carcaci au ministre du Budget, chargé de la Loterie Nationale, sur "les ajustements lors du prochain contrôle budgétaire" (n° P0366)

- M. Daniel Senesael au ministre du Budget, chargé de la Loterie Nationale, sur "les échéances budgétaires et leurs enjeux" (n° P0367)

- M. Vincent Scourneau au ministre du Budget, chargé de la Loterie Nationale, sur "l'agenda des travaux du conclave" (n° P0368)

- Mme Griet Smaers au ministre du Budget, chargé de la Loterie Nationale, sur "le rapport du comité de monitoring" (n° P0369)

- M. Marco Van Hees au ministre du Budget, chargé de la Loterie Nationale, sur "le comité de monitoring et le travail budgétaire" (n° P0370)

06 Samengevoegde vragen van

- de heer Aldo Carcaci aan de minister van Begroting, belast met de Nationale Loterij, over "de aanpassingen tijdens de komende begrotingscontrole" (nr. P0366)

- de heer Daniel Senesael aan de minister van Begroting, belast met de Nationale Loterij, over "het tijdpad en de uitdagingen op begrotingsvlak" (nr. P0367)

- de heer Vincent Scourneau aan de minister van Begroting, belast met de Nationale Loterij, over "de agenda van de werkzaamheden van het conclaaf" (nr. P0368)

- mevrouw Griet Smaers aan de minister van Begroting, belast met de Nationale Loterij, over "het rapport van het monitoringcomité" (nr. P0369)

- de heer Marco Van Hees aan de minister van Begroting, belast met de Nationale Loterij, over "het monitoringcomité en de budgettaire werkzaamheden" (nr. P0370)

 

06.01  Aldo Carcaci (PP): Monsieur le président, monsieur le ministre, à la veille du contrôle budgétaire, nous avons appris récemment un dérapage de près de 800 millions dans le budget de la sécurité sociale, dont 410 millions oubliés par le SPF Pensions. L'effort initialement prévu de 583 millions atteint maintenant 1,3 milliard! Le premier ministre a déclaré dans la presse que le manque de rentrées au niveau des cotisations sociales serait la cause principale pour environ la moitié, soit 750 millions.

 

Monsieur le ministre, vous prévoyez à ce jour un effort budgétaire global proche du milliard tandis que le comité de monitoring prévoit plutôt 1,5 milliard.

 

Monsieur le ministre, cet ajustement est-il le résultat d'une politique trop laxiste du gouvernement précédent ou est-il dû aux mesures prises par le vôtre? Les mesures qui sont prises vont dans le bon sens mais pas assez loin, à mes yeux, en ce qui concerne la création et la facilitation de l'emploi et la réduction des dépenses publiques.

 

N'est-il pas temps de prendre les mesures nécessaires afin d'aller plus profondément dans les réformes, notamment dans les économies structurelles en matière d'organisation de l'État? Je pense au Sénat et aux provinces.

 

Finalement, quel département devra-t-il se serrer la ceinture, sachant que les départements chargés de la sécurité et de la justice sont essentiels pour la quiétude de nos concitoyens?

 

06.02  Daniel Senesael (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, le comité de monitoring remet aujourd'hui au gouvernement les chiffres tant attendus, notamment sur le taux de croissance. Dans le même temps, on le sait, les partis du gouvernement se préparent pour le prochain conclave budgétaire qui devrait débuter dans quelques jours.

 

Monsieur le ministre, je ne vous cache pas que nos craintes sont au plus haut. Dans la presse, vous évoquez un montant d'un milliard d'euros à trouver. Ce matin, la N-VA parle d'un montant de 1,6 milliard. Hier, en commission des Finances, le président parlait de deux milliards en comptant les demandes urgentes des départements notamment de la police et de la justice qui ne savent plus faire face à leurs obligations, vu les économies drastiques et linéaires qui leur ont été imposées. Il faudrait donc d'abord se mettre d'accord sur les chiffres.

 

Monsieur le ministre du Budget, pourriez-vous annoncer devant ce parlement combien d'argent il faudra encore trouver lors du conclave budgétaire? Par la même occasion, pourriez-vous nous communiquer l'agenda des travaux budgétaires, tant pour le gouvernement que pour les débats au sein de notre parlement?

 

Une autre question cruciale est de savoir comment vous allez faire. De nouveau, on constate une dissension immense dans le chef des partenaires du gouvernement. Certes, la N-VA en tête voudrait encore des réductions de dépenses. Mais alors, comment faire? Les services publics sont à la corde. On l'a encore vu ce matin lors de la manifestation place de la Monnaie à Bruxelles. On veut également couper dans la sécu ou limiter les allocations de chômage dans le temps. Mais ce qui me fait encore plus peur et me fâche davantage, monsieur le ministre, c'est que l'on va encore toucher à nos soins de santé. Dois-je vous rappeler que, pour l'INAMI, en 2015, c'est 355 millions d'économies déjà réalisés? On nous annonce pourtant plus de 1,3 milliard de déficit dans la sécu au lieu des 516 millions déjà évoqués, sans parler des 400 millions des pensions que nous évoquions à l'entame de nos travaux parlementaires. Pouvez-vous nous confirmer ou nous infirmer cette information, monsieur le ministre?

 

06.03  Vincent Scourneau (MR): Monsieur le président, monsieur le ministre, vous aurez noté que mes estimés collègues ont eu beaucoup de courage en commission des Affaires sociales ces derniers jours. On a souligné leur effort: ils ont tenu jusqu'à 05 h 00 le lendemain. C'est normal, évidemment! C'est une preuve de courage, qui témoigne de la volonté de faire avancer les dossiers, volonté partagée par tous les collègues.

 

Je peux vous dire que la commission Budget, en son temps, a aussi eu ses heures! Nous n'avions pas le travail facile, à l'entame de la mandature. Les cabinets n'étaient pas encore formés. Pourtant, malgré ces inconforts, nous avons pu, et vous avez pu, déposer un budget crédible à temps. Cela a d'ailleurs été souligné par l'Europe, par M. Moscovici, qui est de la même couleur d'origine que le costume de mon estimé collègue m'ayant précédé à ce micro. (M. Senesael porte un costume rouge) (Brouhaha)

 

Mais je sais, madame Onkelinx, mes chers amis du PS, que quand un PS a un mot de sympathie à l'égard de ce gouvernement, cela peut vous indisposer! Il n'en demeure pas moins que je n'ai pas le sentiment, à la lecture des articles, qu'aujourd'hui M. Moscovici renonce ou renie ses origines. Je ne vous demande pas, madame Onkelinx, même si nous habitons l'un à côté de l'autre, d'avoir des sympathies à mon égard, ni de m'aimer! Je vous demande simplement de me respecter un peu à cette tribune et de m'écouter poser une question d'actualité concernant le monitoring. Et pour cause! Aujourd'hui, monsieur le ministre, vous avez reçu ce rapport.

 

Monsieur le ministre, la question est simple - mais elle va vraisemblablement demander encore beaucoup d'énergie et de véhémence de la part de certains -, quelle sera l'attitude par rapport au contrôle budgétaire, et quel sera le calendrier de ce monitoring?

 

Je vous remercie d'avoir reconnu que quelque chose était bien dans cette question. Tout n'est donc pas perdu à votre égard!

 

06.04  Griet Smaers (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, enkele weken geleden kregen wij van het Federaal Planbureau al te horen dat wij dit jaar niet 1,5 % maar slechts 1 % economische groei zouden kennen, wat natuurlijk een impact heeft op de inkomsten van de Staat, de fiscus en de sociale zekerheid.

 

De laatste dagen wordt er veel gegist en worden veel vragen gesteld over de begrotingsinspanning van deze regering bij de begrotingscontrole. In dat verband worden er bedragen genoemd van 1 miljard, 1,5 miljard of 2 miljard.

 

Mijnheer de minister, wij zijn zeer nieuwsgierig naar het precieze bedrag van de structurele inspanning die de regering in 2015 zal moeten leveren. De deelstaten hebben al laten verstaan dat zij misschien afwijken van het vooropgestelde begrotingspad, wegens de te verwachten nieuwe inspanningen en extra saneringen. Op federaal vlak werd een begrotingstraject afgesproken om in 2018 tot een evenwicht te komen. Voorlopig heeft Europa ons begrotingstraject en de inspanningen die door de regering worden gedaan en vooropgesteld voor de komende jaren, positief bevonden.

 

Het is belangrijk om onze begroting op orde te hebben en tot een evenwicht te komen in 2018, niet alleen voor ons beleid, maar ook om geen verdere schulden op te bouwen voor de toekomstige generaties, en uiteraard ook om bij Europa op een goed blaadje te blijven staan en geen verhoogd toezicht te krijgen op onze begrotingsinspanningen.

 

Mijnheer de minister, vandaag verschijnt het rapport van het monitoringcomité en wij zijn allen zeer benieuwd naar de exacte inhoud ervan. Wellicht kent u al de antwoorden en de conclusies die uit het rapport kunnen worden getrokken. Vandaar mijn vraag welke inspanning voor 2015 de federale regering precies zal moeten leveren tijdens de komende begrotingscontrole. Welke structurele inspanningen zullen nog moeten worden geleverd?

 

Vervolgens, hoe zult u omgaan met de vragen van verschillende regeringsleden om bijkomende middelen te krijgen? Er zijn immers heel wat ministers die extra middelen willen.

 

Voorts, welke afspraken zult u maken met de deelstaten? Werden er misschien al afspraken gemaakt omtrent de begrotingscontrole en het te volgen traject dat de goedkeuring van Europa wegdraagt?

 

Tot slot, kunt u uitleg geven over de inspanningen die u zult leveren en over het overleg dat u zult plegen om de goedkeuring van Europa te krijgen voor het beoogde traject?

 

06.05  Marco Van Hees (PTB-GO!): Monsieur le président, cher monsieur Jamar, je sais que le MR n'est pas forcément le parti du partage, mais vous pourriez, au moins, partager vos informations.

 

Depuis quand, par exemple, avez-vous connaissance de cette erreur de 400 millions au niveau des pensions? Nous aimerions le savoir. Disposez-vous déjà des chiffres du monitoring? Nous aimerions le savoir également.

 

Il y a à peine trois mois, le gouvernement annonçait un effort budgétaire de 3,7 milliards. Aujourd'hui, il est question d'un effort supplémentaire de 2 milliards. Nous nous interrogeons donc quant à la crédibilité des chiffres que vous avancez.

 

Les solutions que vous envisagez sont également assez inquiétantes. Le MR dit que l'on coupera dans les dépenses publiques. La NV-A fait, quant à elle, preuve d'encore plus de précision en disant que l'on coupera dans la sécurité sociale. Autrement dit, on va, une nouvelle fois, s'en prendre aux chômeurs, aux malades, aux pensionnés.

 

Monsieur le ministre, l'austérité n'est pas la solution, c'est le problème. Permettez-moi donc de vous donner une petite piste. Peut-être savez-vous que les bénéfices du BEL20 - composé par les actions de vingt sociétés - ont augmenté de 27 %. Ces vingt sociétés distribuent 11 milliards de dividendes à leurs actionnaires, c'est-à-dire 70 % de leurs bénéfices.

 

Monsieur Jamar, pouvez-vous nous donner un chiffre définitif quant à l'effort budgétaire supplémentaire qui devra être fait?

Depuis quand êtes-vous au courant de cette erreur de 400 millions? Pouvez-vous nous faire part, maintenant, de l'erreur que vous annoncerez dans trois mois? Cela nous permettra de gagner du temps.

Plutôt que de toujours faire payer les travailleurs, envisagez-vous, enfin, d'un jour instaurer un impôt sur la fortune?

 

06.06  Hervé Jamar, ministre: Monsieur le président, chers collègues, je vous remercie pour vos différentes interventions qui ne vont pas toutes dans le même sens et qui laissent présupposer que je défendrais déjà un budget alors que le comité de monitoring se réunit, pour l'instant.

 

À mon avis, un peu de pédagogie s'impose. En outre, je croyais certains plus au fait des procédures, vu leur ancienneté dans cette institution.

 

Reprenons les choses une par une et restons calmes!

 

Aujourd'hui midi, le comité de monitoring s'est réuni et rendra son rapport dans les prochaines heures. Par la suite, en ce qui me concerne – et c'est ma mission en tant que ministre du Budget –, j'adresserai ce rapport au premier ministre et aux vice-premiers ministres. Dès après, et qui que ce soit au pouvoir ne saurait agir différemment, trois groupes de travail se mettront en place: le groupe Recettes Fiscalité, le groupe Dépenses primaires et le groupe Sécurité sociale. Ce sera pour demain, samedi ou le week-end!

 

On me demande des conclusions alors même que le comité de monitoring n'a pas encore tiré les conclusions qu'il doit me communiquer dans quelques heures. Avouez, monsieur le président, qu'il est quelque peu paradoxal de me demander de jouer à Mme Soleil – M. Van Hees vient de le faire – pour savoir ce qui se passera dans trois mois!

 

Cela dit, des chiffres ont effectivement été cités. On ne peut empêcher, dans une démocratie, que cela se fasse. Mardi, j'ai cité personnellement le chiffre de un million d'euros et toute correction individuelle s'impose lorsqu'on relit la presse. J'ai dit: "À l'heure actuelle, sans demande…

 

06.07  Laurette Onkelinx (PS): Un million d'euros!

 

06.08  Hervé Jamar, ministre: Un milliard!

 

Merci, madame Onkelinx, je reconnais bien là votre correction et votre déontologie. C'est bien plus important que le fond du problème en faisant du show!

 

J'ai effectivement cité "un milliard d'euros, toute chose restant égale à l'heure où je vous parle". Il était mardi midi! Je suis correct et je ne fais pas de show. Cela signifie que c'était sans demande nouvelle. C'était l'évaluation de mon cabinet et de mon département. Depuis lors, l'un ou l'autre chiffre a été cité off the record par l'un ou par l'autre. Personnellement, j'essaie de rencontrer monsieur ou madame off the record. J'ai bien de la difficulté à le ou la trouver!

 

Cela étant, et pour redevenir quelque peu sérieux, monsieur le président, dès que nous connaîtrons la procédure et que des groupes de travail seront constitués, nous nous attellerons au travail. Je prends comme date butoir le début des vacances de Pâques, mais j'espère que nous pourrons terminer avant. À ce moment-là, nous entamerons le conclave budgétaire, comme cela s'est toujours fait. Je ne vois pas où est le problème. Au demeurant, je rappelle à certains qui crient fort en ce moment qu'il est arrivé que nous commencions un conclave d'ajustement avec trois milliards à trouver!

 

Aujourd'hui, on fait grand cas de l'interprétation de tel ou tel chiffre. Au moment où je vous parle, je ne puis tirer aucune conclusion du rapport du comité de monitoring. Que les choses soient claires, nettes et précises! Si je le savais, je faillirais à ma mission – qu'il faut respecter en toute circonstance – sur le plan déontologique.

 

J'observe que personne ne se pose la question pour les Régions. J'ignore quand la Région wallonne et la Communauté française entameront leur conclave. Je ne sais pas s'il y a un agenda. Cela m'intéresserait de le savoir puisque je fais le lien avec les obligations européennes et la date butoir du 30 avril pour le Pacte de stabilité.

 

L'entité fédérale devra remettre à l'Europe, au nom de la maison Belgique, le draft budgetary plan, sauf que certains commenceront peut-être plus tard leur propre conclave. Alors, de grâce, ne faites pas la morale à une institution qui travaille dans les délais, comme elle le peut, avec les chiffres qu'elle reçoit! Vous me demandez même de les analyser avant de les avoir reçus! Une correction s'impose en toutes circonstances, me semble-t-il!

 

On m'a également interrogé sur les rencontres avec les Régions. Il y en a eu une informelle très constructive et il y en aura une le 2 ou le 3 avril en ce qui concerne ce fameux Pacte de stabilité.

 

Pour les questions qui ont trait au tax shift, je répondrais que je ne suis pas ici pour faire le conclave budgétaire. Il y a un conclave budgétaire, certains d'entre vous y ont déjà participé. Cet endroit est le lieu démocratique par définition où un exécutif prépare son budget ou son ajustement budgétaire et propose le débat budgétaire au Parlement. Il serait assez surréaliste de voir un ministre seul dire comment on va trouver la somme pour éventuellement compenser.

 

Voilà ce que je peux vous répondre à toutes et à tous, sans me sentir en difficulté le temps d'une seconde.

 

06.09  Laurette Onkelinx (PS): (…)

 

06.10  Hervé Jamar, ministre: Madame Onkelinx, êtes-vous présidente de ce Parlement?

 

À propos de la sécurité sociale, les chiffres datent de 2013, du temps où vous en étiez ministre!

 

06.11  Laurette Onkelinx (PS): (…)

 

06.12  Hervé Jamar, ministre: Vous étiez ministre solidaire d'un gouvernement en 2013 avec un logiciel Theseos qui a été mis en œuvre en 2013. Oui ou non? J'ai terminé!

 

Fait personnel

Persoonlijk feit

 

06.13  Laurette Onkelinx (PS): Monsieur le président, "Des p'tits trous, des p'tits trous, toujours des p'tits trous", c'est Le Poinçonneur des Lilas! M. Jamar oublie que le MR était présent dans l'ancien gouvernement. Je voulais simplement le lui rappeler!

 

Je voudrais également lui rappeler que M. De Croo était ministre des Pensions et que la question qui lui a été posée n'a pas reçu réponse. Si dans le cadre des questions d'actualité, plutôt que de s'égarer dans l'histoire de cette démocratie, nous pouvions obtenir des réponses, ce ne serait pas plus mal!

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

06.14  Aldo Carcaci (PP): Monsieur le ministre, le nouveau gouverneur de la Banque nationale, Jan Smets, souhaite des réformes structurelles plus en profondeur. Il affirme, entre autres, qu'encourager les investissements et la croissance est la clé pour retrouver l'équilibre.

 

Monsieur le ministre, créer les conditions qui permettront à notre pays d'y parvenir, c'est ce que nous aimerions que vous fassiez.

 

06.15  Daniel Senesael (PS): Monsieur le ministre, à vous entendre, je constate que la Commission européenne est devenue votre alliée pour justifier votre politique d'austérité et les injustices. Cette Commission salue vos lâches réformes comme le saut d'index ou la pension à 67 ans. Ce n'est pas de cette Europe-là dont nous voulons!

 

Vous refusez d'équilibrer la fiscalité du travail vers le capital et l'on voit bien les dissensions entre la N-VA et le CD&V. Ce que vous allez donner d'une main, vous allez le reprendre en taxant le diesel et l'essence, et en augmentant la TVA. Mais vous n'oserez pas vous attaquer au grand capital ou à la lutte contre la fraude fiscale en vous inscrivant dans la continuité du gouvernement précédent. Et cela, le PS ne peut l'accepter!

 

06.16  Vincent Scourneau (MR): Monsieur le ministre, j'ai bien entendu vos déclarations. Ma réplique sera simple et sera basée sur la confiance.

 

Si je puis me permettre, je trouve, monsieur le ministre, que de se faire traiter de "poinçonneur des lilas" par le PS, c'est plutôt un compliment de la part d'un parti qui tente ou qui a tenté non pas de creuser un petit trou mais un gros trou dans lequel il veut vous faire glisser!

 

06.17  Griet Smaers (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, al begrijp ik dat wij tot vanavond zullen moeten wachten om precieze cijfergegevens te krijgen. Uit uw antwoord hebben wij immers cijfers noch vooruitzichten kunnen halen. Wij zullen dus nog even geduld moeten oefenen.

 

Ik wil toch opmerken dat het van belang is om het begrotingstraject dat tot een evenwicht leidt in 2018, aan te houden, dus om de saneringsinspanningen vol te houden. Net zoals wij de voorbije maanden hebben gedaan, collega’s van de PS, moeten wij zeker zorgen voor een evenwicht tussen saneringsinspanningen en nieuwe inkomsten, om uiteindelijk het begrotingspad af te leggen dat leidt tot een evenwicht in 2018.

 

Ik heb er alle vertrouwen in dat u samen met uw regering tot een evenwichtige oefening zult komen voor een verzekerde toekomst.

 

06.18  Marco Van Hees (PTB-GO!): Monsieur Jamar, je vous avais posé une question claire: quand avez-vous été informé de cette erreur de 400 millions? Visiblement, vous n'avez pas envie de répondre. J'en prends note.

 

Puisque nous n'aurons pas de réponse de votre part sur les chiffres, abordons le fond de la question. Ce même jour où se déroulait à la Monnaie une manifestation des travailleurs des secteurs publics – à laquelle Raoul Hedebouw et moi-même étions présents ce matin –, que disent le MR et la N-VA? Qu'il faut sabrer dans les dépenses publiques et qu'il faut casser les services publics! Le même jour, qu'apprenons-nous également? Au demeurant, cela fera l'objet de ma question adressée au ministre de la Justice: le gouvernement envisage de sortir les fraudeurs de prison, dans le cas où ils s'y trouveraient déjà… Qu'est-ce donc, sinon organiser une justice de classe?

 

Je comprends qu'au MR, on aime bien extraire la criminalité financière de prison, mais cela n'en reste pas moins de la justice de classe!

 

06.19  Karin Temmerman (sp.a): (…)

 

De voorzitter: Het spijt mij, maar er is geen sprake van een persoonlijk feit.

 

06.20  Karin Temmerman (sp.a): (…)

 

De voorzitter: Mevrouw Temmerman, het is niet de bedoeling de Kamervoorzitter te ondervragen maar wel de regering en zulks volgens de bepalingen van het Reglement.

 

06.21  Karin Temmerman (sp.a): (…)

 

De voorzitter: Nee, mevrouw Temmerman, deze keer niet. Ik heb u trouwens een antwoord gegeven.

 

06.22  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de voorzitter,…

 

De voorzitter: Als u het woord wenst over de regeling van de werkzaamheden, kunt u het woord nemen.

 

06.23  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de voorzitter, dat was de vraag van mijn fractievoorzitter.

 

De voorzitter: Neen.

 

06.24  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mevrouw Smaers heeft een punt. We wachten inderdaad op de cijfers van het monitoringcomité.

 

Mijnheer de voorzitter, ik wil u vragen of u, als het rapport van het monitoringcomité straks beschikbaar is, met de minister van Begroting kunt bekijken of dat ook aan het Parlement kan worden bezorgd, zoals dat het geval is met de begroting.

 

Dat wilde ik u vragen. Dat lijkt mij immers niet onbelangrijk om op een goede manier te kunnen werken.

 

De voorzitter: Ik zal dat bespreken met de minister van Begroting.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Samengevoegde vragen van

- de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Justitie over "de straffen, de strafuitvoering en het voornemen fraude niet meer strafrechtelijk te behandelen" (nr. P0371)

- mevrouw Sophie De Wit aan de minister van Justitie over "de straffen, de strafuitvoering en het voornemen fraude niet meer strafrechtelijk te behandelen" (nr. P0372)

- mevrouw Barbara Pas aan de minister van Justitie over "de straffen, de strafuitvoering en het voornemen fraude niet meer strafrechtelijk te behandelen" (nr. P0373)

- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie over "de straffen, de strafuitvoering en het voornemen fraude niet meer strafrechtelijk te behandelen" (nr. P0374)

07 Questions jointes de

- M. Peter Vanvelthoven au ministre de la Justice sur "les peines, l'exécution des peines et l'intention de dépénaliser la fraude" (n° P0371)

- Mme Sophie De Wit au ministre de la Justice sur "les peines, l'exécution des peines et l'intention de dépénaliser la fraude" (n° P0372)

- Mme Barbara Pas au ministre de la Justice sur "les peines, l'exécution des peines et l'intention de dépénaliser la fraude" (n° P0373)

- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice sur "les peines, l'exécution des peines et l'intention de dépénaliser la fraude" (n° P0374)

 

07.01  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik ben op zoek naar de echte minister Geens. Ik verklaar mij nader. Onder de vorige regering, met de socialisten en met minister van Financiën Geens, hebben wij beslist om fiscale fraude bijzonder streng aan te pakken.

 

Wij hebben toen samen beslist om een strafverzwaring in te voeren voor fiscale fraude, tot vijf jaar celstraf. Wij hebben beslist om gespecialiseerde magistraten het terrein op te sturen. Wij hebben beslist om gespecialiseerde onderzoeksteams samen te stellen, dat alles met één doel, namelijk om ernstige fiscale fraude serieus aan te pakken.

 

De socialisten maken geen deel meer uit van de regering en sindsdien pikken wij inzake fiscale fraude heel wat andere signalen op. Over het algemeen kwamen die van de N-VA, van de minister van Financiën en van de staatssecretaris bevoegd voor de bestrijding van de fiscale fraude.

 

Wij hebben hier bijna elke week gediscussieerd, heel recent nog over de instructie voor een nieuwe fiscale regularisatie of over de kaaimantaks, waarbij nu blijkt dat de oorsprong van zwart geld niet meer mag worden onderzocht. We hebben het gehad over de beperking van de onderzoeksbevoegdheden van de BBI.

 

CD&V heeft in de commissie een klein beetje tegengeprutteld. (Protest op de banken van de CD&V-fractie)

 

Ik verbeter mijzelf. U hebt veel tegengeprutteld.

 

Mijnheer de minister, u hebt ons vandaag verbaasd. Gisteren in uw nota en vandaag in de kranten stond het volgende. Dat is niet zonder belang.

 

(…): (…)

 

07.02  Peter Vanvelthoven (sp.a): Ik was aanwezig in de commissie voor de Financiën.

 

Wat u in uw document hebt staan, is dat u enkel nog “strafwaardige gedragingen” voor de strafrechter wil brengen. Als u meent dat ernstige fiscale fraude niet meer strafwaardig is, mijnheer de minister…

 

07.03  Carina Van Cauter (Open Vld): Waar staat dat?

 

07.04  Peter Vanvelthoven (sp.a): In punt 89 staat dat. Ik zal ook punt 94 citeren: “Alleen de inbreuken die echt strafwaardig worden beschouwd omdat de door het misdrijf geschonden belangen dermate fundamenteel zijn voor het maatschappelijk belang, komen nog voor de strafrechter."

 

Wel, wij socialisten vinden zware sociale fraude wel degelijk van maatschappelijk belang. Laat dat duidelijk zijn!

 

Mijnheer de minister, wat heeft gemaakt dat u vandaag als minister van Justitie, in tegenstelling tot de periode waarin u minister van Financiën was, zware fiscale, sociale en financiële fraude blijkbaar niet meer voor de strafrechter wil brengen?

 

07.05  Sophie De Wit (N-VA): Mijnheer de minister, wij kregen gisteren kennis van uw plan voor Justitie. Wij hebben met interesse geluisterd, en wij zijn nu die 135 bladzijden met nog meer interesse aan het lezen.

 

Ik moet zeggen, u hebt uzelf alleszins op de markt geplaatst met het plan. Er is zelfs een campagnefilmpje. Dat is een zeer opvallende werkwijze.

 

07.06  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): (…)

 

07.07  Sophie De Wit (N-VA): Dat is positief bedoeld, mijnheer Calvo. U moet luisteren. In het plan zit eten en drinken, mijnheer Calvo. Er staan heel wat zaken in uit het regeerakkoord. Over sommige punten wordt er minder gesproken, mijnheer de minister. Het zal u dan ook niet verbazen dat onze fractie een aantal vragen heeft over een aantal aspecten. Ik denk dan aan de voorlopige hechtenis, aan de strafuitvoering en aan de aanpassing van de wet-Lejeune. Die vragen hou ik echter graag voor het debat van volgende week in de Kamer. Ik hou ze graag voor het debat over de ontwerpteksten, want uiteindelijk komt het erop aan welke teksten zullen voorliggen en welke maatregelen zullen volgen.

 

Wat vandaag de pers beheerst, ook al hebt u een globaal plan gemaakt en ook al hebt u elk aspect van Justitie aangeraakt, is vooral de fiscale fraude. De sp.a in het bijzonder roept nu dat fiscale fraudeurs niet meer naar de cel gaan en een vrijgeleide krijgen. De partij spreekt zelfs van normvervaging bij de regering. Dat vind ik een bijzonder zware beschuldiging, mijnheer de minister. Ik lees dat niet in uw nota, en het is alleszins niet wat wij voor ogen hadden bij het regeerakkoord.

 

(…): (…)

 

07.08  Sophie De Wit (N-VA): Ik meen dat u beter moet lezen.

 

Vandaag moeten we u twee vragen stellen, mijnheer de minister. Ik zou heel graag vandaag van u horen dat de regering wel degelijk en u zeker, ook in het Justitieplan, de zware financiële en fiscale fraude ernstig neemt en aanpakt. Voor een goed begrip en voor de goede orde kunt u de Kamer vandaag misschien eens uitleggen hoe u dat precies op een ernstige manier zult doen en bestraffen.

 

07.09  Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, het Justitieplan is een cadeau voor rondtrekkende Oost-Europese bendes. Dat zijn niet mijn woorden, mijnheer de minister, maar van professor Strafrecht Brice De Ruyver. Mijnheer de minister, uw Justitieplan getuigt van een onstellende naïviteit. U wil de wet-Lejeune dermate betonneren dat gevangenen met een celstraf tot vijf jaar – daarvoor moet men al wat verkrachtingen doen – automatisch na de helft van hun straf vrij zullen komen. Dat gebeurt automatisch. Ze hebben dus geen enkele reden meer om zich iet of wat te gedragen in de gevangenis.

 

Mijnheer de minister, nu eindelijk het besef gegroeid was dat de capaciteit in de gevangenissen uitgebreid moest worden, nu er de voorbije jaren eindelijk werk wordt gemaakt van de uitbreiding van die capaciteit, nu zegt u dat het aantal gedetineerden teruggebracht moet worden onder de tienduizend. Dat is lager dan het huidige kunstmatig lage aantal. U verwijst daarbij naar Nederland, dat ongeveer achtduizend gedetineerden telt op 17 miljoen inwoners. Mijnheer de minister, in Nederland heeft men al in de jaren tachtig eerst de capaciteit fors uitgebreid, van vierduizend tot twintigduizend, juist om elke korte straf ook effectief uit te voeren. Elke straf wordt daar uitgevoerd, hoe kort ook. Dat is het tegenovergestelde van wat u wil doen, want u wil elke straf van minder dan één jaar uit de strafwet halen. Mijnheer de minister, het beleid in Nederland werkt nochtans. De criminaliteit is daar gedaald en er is nu inderdaad een overcapaciteit aan cellen, omdat er juist minder criminelen zijn en niet omdat men de criminelen op straat laat rondlopen, zoals u voorstelt.

 

Mijnheer de minister, mijn vraag inzake de strafuitvoering is eenvoudig. Waarom doet u lijnrecht het tegenovergestelde van wat gidsland Nederland al jaren succesvol doet?

 

07.10  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, het was eigenlijk niet mijn bedoeling om u vandaag te ondervragen, want wij zullen volgende week dinsdag hierover een heel grondig debat voeren.

 

Ik heb gisteren heel aandachtig geluisterd toen u met een PowerPoint de krachtlijnen van uw plan hebt voorgesteld. Ik heb bij nadere lezing echter gemerkt dat u blijkbaar een detail of een voetnoot vergeten bent, namelijk het deel over de fiscale fraude. U zegt dat de piste moet worden onderzocht om fiscale fraude uit het strafrecht te halen en zo weg te trekken van de correctionele rechtbank.

 

Dat is zeer opmerkelijk. Voor ons is fraude een misdrijf, dat moet bestraft blijven worden. U zegt dat u zich hebt gebaseerd op veel contacten met het veld. Ik vraag mij dan ook af waar dat idee vandaan komt. Wie heeft u dat idee aangesmeerd?

 

Waarom doet u dat eigenlijk? Is dat te moeilijk voor Justitie? Moeten we fiscale fraude niet meer aanpakken, omdat dat te moeilijk is? Of vindt u dat fiscale fraudeurs geen plaats hebben in de gevangenis? Voor mij is dat niet duidelijk.

 

Wij moeten ook even nadenken over de gevolgen. Ik wil drie concrete situaties aanhalen. Ten eerste, wat betekent het als Justitie zich hier niet langer mee mag bemoeien? Mag een onderzoeksrechter nog iemand aanhouden? Mag hij nog huiszoekingen bevelen? Mag dat allemaal niet meer? Wordt dat dan allemaal een verantwoordeijkheid van de administratie?

 

Ik kijk ook even naar Open Vld, die zegt dat het visitatierecht van de BBI moet worden afgebouwd. Waar gaan we dan naar toe? Justitie mag niet meer, de onderzoeksrechter mag niet en voor Open Vld mogen ook de speurders van de BBI liefst zo weinig mogelijk hun visitatierecht uitoefenen om op zoek te gaan naar bewijzen. En wat met de adviseurs en de tussenpersonen als u alles naar de administratie wil verschuiven? Mijnheer Geens, wie meehelpt en constructies opzet, zoals accountants, boekhouders en advocaten, kan dan niet worden bestraft door de BBI. Zullen ook zij allemaal vrijuit gaan?

 

Ik meen dat u zich op zeer glad ijs waagt met het plan. Ik vraag mij in ieder geval af of dat wel gedragen wordt. Ik heb gehoord dat er bij CD&V een werkgroep “Rechtvaardige Fiscaliteit” bestaat, onder voorzitterschap van de heer Van Rompuy. Ik vraag mij af of dat idee uit die werkgroep komt.

 

Hoe zult u dat allemaal organiseren bij de BBI? Wij hebben afgelopen dinsdag het hoofd van de BBI gehoord in de commissie. Hij pleitte voor 112 extra speurders om in de grote dossiers te kunnen onderzoeken en vervolgen. Wat zullen de effecten op dat vlak zijn? Hebt u daarover al nagedacht?

 

07.11 Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, geachte collega’s, ik ben zeer blij dat er collega’s op zoek zijn naar de echte minister Geens. U hebt hem gisteren in de commissie gezien en u ziet hem vandaag terug. Hij had eerlijk gezegd gehoopt – ik neem aan dat dit ook de betekenis is van de woorden “campagne” en “het in-de-markt-zetten” van collega De Wit – dat de ruiterlijke en open manier waarop hij dat deed, ertoe zou leiden dat u tevreden zou zijn dat hij volgende dinsdag lang en zeer open op alle vragen komt antwoorden. Dat had de echte minister Geens in stilte gehoopt, want eigenlijk heeft hij u de volle kans gegeven om dat te lezen en daarover na te denken.

 

Collega Van Hecke, ik zag u daarnet niet in een groene krant lezen maar in een roze krant, waarin nog geen vier maanden geleden heeft gestaan dat minister Geens extra middelen ging vrijmaken op het niveau van het parket-generaal van Brussel om de financiële criminaliteit te vervolgen. Gisteren heb ik twee uur lang gesproken in de commissie en één titel in De Tijd vanochtend, waar men duidelijk naar een scoop zocht, volstaat om u actuele vragen aan mij te laten stellen. Mijnheer Vanvelthoven, ik zoek de echte heer Vanvelthoven: denkt u nu echt dat ik in de vorige regering, loyaal met de heer Crombez, voor de bestraffing van georganiseerde en ernstige fiscale fraude heb gepleit en dat ik dat nu plots vergeten zou zijn?

 

Collega’s, het gaat over het volgende. Mijnheer Vanvelthoven, ik wil depenaliseren. Dat wil zeggen dat ik voor alle feiten die vandaag bestraft worden en waarvan geen enkele specialist er meer dan 2 % kan opsommen, eens wil bekijken wat moet bestraft worden en wat niet. Moeten wij bestraffen dat in het arbeidsreglement de wettelijke feestdagen niet vermeld worden? Dat is vandaag een sociaal strafbaar feit. Vindt u dat normaal? Mijnheer Vanvelthoven, ik heb u horen zeggen dat ik de strafwaardigheid van de feiten niet mag onderzoeken, ik zeg dat ik dat wel ga doen.

 

Mijnheer Vanvelthoven, ik ben heel sterk voor de vervolging van ernstige, georganiseerde fiscale fraude, ik ben zeer sterk voor de vervolging van georganiseerde fraude, ik ben zelfs voor het feit dat men zich burgerlijke partij stelt tegen HSBC, dat mag duidelijk zijn.

 

Ik ben echter geen voorstander van straffeloosheid door het overschrijden van de redelijke termijn in talloze vervolgingen wegens fiscale en financiële criminaliteit, wat de werkelijkheid is. Ik heb liever, zoals ik gisteren heb aangegeven, een slecht akkoord dan een goed proces.

 

Ik heb vorige week nog een parlementaire vraag beantwoord over een onderzoek tegen feiten dat dertien jaar had gelopen. Ik heb dus liever een zware transactie en een zware boete dan helemaal geen vervolging.

 

Ik wil dat het parket aan zijn kerntaken werkt, namelijk ernstige fraude. Dat is inderdaad niet elk feit dat nu in ons wetboek strafbaar wordt gesteld.

 

Mevrouw De Wit, ik hoop dat het voorgaande duidelijk is. U had mij immers een duidelijke uitleg gevraagd.

 

Mevrouw Pas, u verwijt mij naïviteit. Dat is u toegestaan. U bent jong genoeg om mij naïviteit te verwijten.

 

Dat is een personeel argument, waarop u mag antwoorden. Is dat niet zo, mijnheer de voorzitter? Een vrouw vertellen dat ze jong is, is evenwel toegestaan.

 

Ik zou er u op willen wijzen dat het verschil in aantal gevangenen – in Nederland 8 000 en bij ons 11 300 – geen gevolg is van het feit dat wij niet voldoende repressief zijn, maar wel degelijk van het feit dat wij heel wat repressiever zijn dan Nederland.

 

In antwoord op uw precieze vraag kan ik u melden dat, wanneer iemand een straf van vijf jaar krijgt, hij of zij voor mij, om na de helft van de straf vrij te komen, niet voor de strafuitvoeringsrechtbank moet verschijnen, tenzij het parket een langere termijn vraagt.

 

Mevrouw Pas, op dit ogenblik komt een dergelijke veroordeelde echter na een derde van zijn of haar straf vrij.

 

Er is dus geen sprake van een automatisme. Er is sprake van een verhoging van een derde naar de helft. Bovendien is er sprake van de mogelijkheid voor het parket om langer dan de helft te vorderen. Dat is dus repressiever dan vroeger, indien ik duidelijk mag zijn. Ik weet niet of wat ik hier uiteenzet, naïef is, maar dat is wat in het plan staat.

 

De straffen van minder dan een jaar worden in de regel niet uitgevoerd. Ik ga ermee akkoord dat zware recidive in verkeerszaken nog altijd met een gevangenisstraf van meer dan een jaar moet worden bestraft. Ik heb daar geen probleem mee.

 

Ik stel enkel voor de korte gevangenisstraffen uit het wetboek te laten verdwijnen en ze door autonome straffen te laten vervangen. Wij zullen op dat ogenblik veel Salduzgaranties en veel kosten besparen.

 

Ik heb er echter geen enkel probleem mee de straffen zelf voor bepaalde feiten te herzien, wat trouwens ook in het plan staat, en ze in een aantal gevallen boven het jaar te houden.

 

Mijnheer de voorzitter, kort samengevat, blijf ik voorstander van bestraffing van ernstige fraude. Het is helemaal niet mijn bedoeling veroordeelden na de helft van hun straf, indien ze minder dan vijf jaar bedraagt, automatisch vrij te laten. Indien het parket een langere termijn vraagt, is dat voor mij perfect in orde. Een onafhankelijke rechter zal daarover beslissen en niet u, de wetgever, en niet ik, de minister van Justitie.

 

07.12  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, de uitleg die u geeft, komt in mijn ogen niet helemaal overeen met uw conclusie. We zullen afwachten wat er uiteindelijk in de wetteksten zal staan. Bij de vorige regering was het duidelijk: ernstige georganiseerde fiscale fraude wordt zwaarder aangepakt.

 

In uw ingediende nota geeft u als voorbeeld dat u niet meer wenst dat wat administratief wordt gesanctioneerd, ook nog strafrechtelijk wordt gesanctioneerd. U zegt daarbij dat het dan gaat over fiscale, sociale en financiële fraude, zo geeft u dat aan. U moet dan niet verwonderd zijn dat de samenleving op haar achterste poten gaat staan en dat leest zoals het er staat.

 

We zullen uw teksten afwachten, maar laat mij toch al CD&V waarschuwen en u als minister, vermits we ondertussen de N-VA kennen als de partij van de rijken: let op dat deze regering niet de regering van de rijken wordt!

 

07.13  Sophie De Wit (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb vooral genoteerd dat de ernstige feiten wel degelijk ernstig worden aangepakt. Dat is natuurlijk ook de bedoeling: ernstige feiten vragen een ernstige aanpak. Voor de N-VA zal daarin nog altijd de strafrechtelijke aanpak essentieel blijven.

 

Mijnheer Vanvelthoven, als u mij nu zegt dat wij een partij van de rijken zijn, wil ik u het volgende zeggen. Weet u wat de minimumstraf is die uw toenmalige staatssecretaris Crombez heeft gezet op die ernstige georganiseerde fiscale fraude? Acht dagen! Bij fiscale valsheden: minimumstraf één maand. Als u dat een ernstige aanpak noemt: dat is niet onze ernstige aanpak.

 

07.14  Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, u zegt dat u had gehoopt dat u aanstaande dinsdag in alle sereniteit het debat in de commissie zou kunnen voeren. Als u dat werkelijk geloofde, denk ik dat dit alleen al getuigt van enige naïviteit.

 

Mijnheer de minister, u wil de gevangenissen ontvolken, u wil besparen. Dat is eigenlijk de rode draad doorheen heel uw Justitieplan. Het is cijferfetisjisme om de begroting te doen kloppen. De veiligheid van de mensen mag echter niet op het spel worden gezet door besparingen. Veiligheid is essentieel, ze is geen bijkomstigheid.

 

Als u kleine vergrijpen amper wilt straffen en straffen amper wilt uitvoeren, zal dit alleen maar criminaliteit aanzuigen, dan heeft dat geen enkel afschrikeffect meer.

 

Ik weet niet of u al een titel voor uw lijvig plan heeft. De meest passende titel lijkt mij: “ode aan de laksheid”.

 

07.15  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, het gebeurt niet vaak, maar u brengt het Parlement soms in de war.

 

Toen ik naar uw antwoord luisterde, vroeg ik mij immers af of ik een andere versie van het Justitieplan had dan uzelf.

 

In het plan, bij randnummer 98 staat te lezen – dat heeft niets met roze papiertjes te maken – dat waar de administratieve sanctionering al is ingevoerd, bijvoorbeeld in het sociaal, fiscaal en financieel strafrecht, wordt overwogen om de penale sanctionering af te schaffen. Dus zonder onderscheid in zwaarder of lichter.

 

U corrigeert zich. U zegt dat u verder zult gaan. U zegt dat die zware sociale en fiscale fraude moet kunnen worden vervolgd. Ik ben het daarmee eens.

 

Een eerste amendement op uw plan kunt u zelf al indienen tegen dinsdag. Dan zijn wij het over dat punt toch al eens. De zware sociale en fiscale fraude moet verder kunnen worden vervolgd. Anders zullen ook degenen die daaraan meewerken, die de constructies mee opzetten, ook mee in de straffeloosheid verdwijnen. Dan pas evolueren wij naar een klassenjustitie. Ik ben ervan overtuigd dat dit zeker uw bedoeling niet kan zijn.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Maya Detiège aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het gebrek aan opvangplaatsen in de kinder- en jeugdpsychiatrie" (nr. P0375)

- mevrouw Nathalie Muylle aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het gebrek aan opvangplaatsen in de kinder- en jeugdpsychiatrie" (nr. P0376)

08 Questions jointes de

- Mme Maya Detiège à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le manque de places d'accueil en psychiatrie infantile et juvénile" (n° P0375)

- Mme Nathalie Muylle à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le manque de places d'accueil en psychiatrie infantile et juvénile" (n° P0376)

 

08.01  Maya Detiège (sp.a): Mevrouw de minister, in december 2014 hoorden wij het pijnlijke verhaal van een zwaar autistisch meisje dat geen plek vond in de jeugdpsychiatrie. Ik was verlegen, mevrouw de minister. Begin deze maand kwam het nieuws van een zestienjarig meisje dat wegens plaatsgebrek bij volwassenen terechtgekomen was. Ik was beschaamd, mevrouw de minister. Begin deze week werd een meisje van zeventien, met een zwaar psychiatrisch probleem, opgesloten in een Antwerpse politiecel. Mevrouw de minister, ik zakte door de grond.

 

Ik was verlegen en beschaamd, omdat u bleef beweren dat er helemaal geen tekort is aan opnameplaatsen in de kinder- en jeugdpsychiatrie, maar dat er enkel nood is aan coördinatoren. De voorbije dagen hebben u en uw collega in de Vlaamse regering, Jo Vandeurzen, elkaar met de vinger gewezen, maar de mensen die uw hulp nodig hadden, bleven in de kou staan. De noodkreten uit de sector zijn nochtans heel duidelijk. Ik verwijs onder meer naar de verklaringen van de kinderpsychiaters Eric Schoentjes, Neves Ramos en Peter Adriaenssens.

 

Mevrouw de minister, ik kan alleen maar vaststellen dat de sector en de feiten u tegenspreken. Dat lijkt mij voor een minister, op zijn zachtst uitgedrukt, problematisch. De sp.a vindt het onaanvaardbaar dat u die kwetsbare jongeren en hun familie’s aan hun lot overlaat en dat jongeren met psychiatrische problemen bij volwassenen, op straat of in de cel belanden.

 

Mevrouw de minister, wilt u luisteren alstublieft? Het is misschien niet ernstig genoeg. Dat is duidelijk.

 

08.02 Minister Maggie De Block: (…)

 

08.03  Maya Detiège (sp.a): Nee, u was aan het praten met de heer Bracke.

 

Het is hoog tijd dat u de vraag van de jeugdrechters en de kinderpsychiaters ernstig neemt. Daarom heb ik vier vragen voor u.

 

Hoe verklaart u de tegenstrijdigheden tussen uw verklaring en de schrijnende realiteit?

 

Wat doet u om in voldoende crisisopvang voor jongeren te voorzien?

 

Wat doet u om in goede zorg in de thuisomgeving van de kinderen te voorzien om zo te voorkomen dat crisissituaties zich opnieuw voordoen? Probeert u dat voorkomen?

 

Wat doet u om in langdurige opvangmogelijkheden te voorzien? Hoe zult u dus vermijden dat volgende week misschien opnieuw een kind de nacht in een cel moet doorbrengen? Mevrouw de minister, die schande moeten wij ons besparen.

 

08.04  Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, twee jaar geleden stond ik hier op dezelfde plaats voor een vraag aan mevrouw Onkelinx over een zwaar autistisch meisje dat toen in de volwassenenafdeling van Zelzate werd opgenomen.

 

Mevrouw Onkelinx beloofde een plan voor kinderen en jongeren. Zij beloofde ook bijkomende middelen. Vandaag, een aantal jaren later en een staatshervorming verder, moet ik vaststellen dat er op het terrein niets is veranderd.

 

Mevrouw de minister, u antwoordde twee weken geleden in de commissie, en ik citeer u omdat ik het een heel belangrijke uitspraak vind: “Mevrouw Muylle, ik wist dat de geestelijke gezondheid in ons land ziek is. Nu ik minister ben en ik elke dag word geconfronteerd met het terrein, weet ik dat de situatie nog erger is dan ik dacht.”

 

U hebt gelijk. Zes procent van het budget gaat naar geestelijke gezondheidszorg, maar als we kijken naar de bedden in de psychiatrie, gaat amper 3,5 % naar kinderen en jongeren. Dat is weinig.

 

Het regeerakkoord dat we samen hebben opgesteld, maakt een duidelijke keuze en maakt een prioriteit van geestelijke gezondheidszorg.

 

Het gaat over een gedeelde bevoegdheid. Het gaat ook over de Gemeenschappen. Ook de Gemeenschappen moeten daarin hun verantwoordelijkheid nemen. Er ligt een plan voor met 34 concrete acties voor de Interministeriële Conferentie.

 

U hebt al 1,2 miljoen euro beloofd voor de coördinatoren, maar wij vragen meer. Er is een duidelijke nood aan extra capaciteit in de crisisopvang. Die moet er komen. Er is ook een heel duidelijke vraag naar een reconversie van bedden, zodat we ook extra middelen ambulant kunnen inzetten.

 

Ook die mogelijkheid moet u creëren. Daarom, en ik volg collega Detiège daarin, vraag ik u wat u zult doen. Ik heb immers geen zin om hier binnen een paar weken, of binnen een jaar, opnieuw te staan met dezelfde vraag.

 

08.05 Minister Maggie De Block: Mevrouw Detiège, als u zegt dat u beschaamd en verlegen bent, dan kan ik dat begrijpen, want uw partij, de sp.a, heeft met de PS 26 jaar de minister van Sociale Zaken geleverd. Ik begrijp u dus helemaal.

 

Dit gezegd zijnde, er doen zich inderdaad schrijnende situaties voor bij ouders en kinderen die nood hebben aan geestelijke gezondheidszorg. Het is voor hen een lijdensweg. De problemen zijn niet nieuw, de situatie loopt al jaren scheef. Ik werk hard om dat te verhelpen maar er is wel wat tijd voor nodig. Ik geef u enkele krachtlijnen van mijn beleid voor de geestelijke gezondheidszorg van kinderen en jongeren, en enkele nuances in het debat die de voorbije dagen soms verloren gingen.

 

Er is veel goodwill op het terrein om mee te werken aan verbeteringen. Zowel mijn collega’s van de Gemeenschappen als ikzelf zijn vastberaden om de nodige vooruitgang te boeken in deze sector. Er zijn reeds enkele concrete zaken uit het regeerakkoord in uitvoering. Op 30 maart leggen we bij de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid de gids voor een nieuw geestelijk gezondheidsbeleid voor kinderen en jongeren ter ondertekening op tafel. Deze gids is de vrucht van een intense samenwerking tussen de verschillende overheden en actoren. Men vond inspiratie in onder andere rapporten van de WHO, het Kenniscentrum en de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen.

 

Waar leggen we de nadruk op? Ten eerste leggen we de nadruk op zorgcontinuïteit. Door een betere coördinatie in het netwerk moet elke jongere sneller de juiste zorg krijgen. Ten tweede, we zullen de ambulante geestelijke gezondheidszorg versterken. De sector en de wetenschappelijke wereld zijn het eens over het belang van begeleiding in de eigen leer- en leefomgeving. Door meer thuisbegeleiding betrekken we ook de ouders nauwer bij de hulpverlening. Deze aanpak sluit echter een residentiële opname niet uit. Ik ga momenteel dan ook na hoe er middelen kunnen worden vrijgemaakt om deze extra investeringen mogelijk te maken. Ik zal ook overleggen met de deelstaten over de investeringen die zij binnen hun bevoegdheden kunnen realiseren.

 

De gids is er. In de komende weken zit ik samen met vertegenwoordigers van het terrein om de praktische uitvoering op punt te stellen. Zo werken we ook aan een verlichting van de druk op het residentiële aanbod om de plaatsen dan sneller te kunnen toewijzen aan kinderen en jongeren die een opname nodig hebben. Wij onderzoeken momenteel binnen het residentieel aanbod ook een beter antwoord op crisissituaties, zoals degene die de pers gehaald hebben. Geloof mij, er zijn er nog veel die dat niet deden.

 

Mevrouw Detiège, alleen als wij hard en goed samenwerken rond deze beleidsaccenten kunnen we tot een oplossing komen voor de zeer zieke geestelijke gezondheidszorg.

 

Ik wil hier alvast hard aan meewerken, maar ik kan een situatie die gedurende jaren is scheefgegroeid, niet in enkele weken rechttrekken.

 

08.06  Maya Detiège (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, wat u eerder met minister Vandeurzen deed, doet u nu met minister Onkelinx. Ik vind het heel gemakkelijk dat u als minister niet uw verantwoordelijkheid neemt. Zulke dingen gebeuren vandaag. U moet vandaag reageren en niet beginnen schieten op andere ministers.

 

Ik heb u duidelijke vragen gesteld en ik verwacht dan ook een duidelijk antwoord. Antwoorden in de zin van overleggen en onderzoeken zijn voor mij geen antwoorden. Zowel de sector zelf als de ouders, die met dergelijke kinderen te maken hebben, wijzen erop dat dit enorm zwaar is. Er is dringende hulp nodig, in de eerste plaats voor die kinderen zelf.

 

Ik ken in mijn directe omgeving kinderen met zware autismeproblemen. Ik weet hoe zij zich voelen. Ik weet hoe angstig zij kunnen zijn wanneer zij in een andere omgeving terechtkomen. Ik wil een oproep doen om alstublieft moeite te doen en snel te werk te gaan. Als er volgende week weer een kind met autisme in een cel belandt, is dit heel erg voor dat kind.

 

Mevrouw de minister, ik zou willen dat u tijdens de begrotingscontrole werk maakt van genoeg capaciteit en opvang voor die kinderen die de juiste zorg verdienen en dit voor de langere termijn. Ik hoop dat u er iets aan zult doen.

 

08.07  Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, de maatregelen die u opsomt, zijn goede maatregelen. U hebt ook onze steun om die maatregelen uit te voeren, maar er moet vandaag meer gebeuren. Wij hebben die extra plaatsen nodig in de crisisopvang. U moet ook de mogelijkheid creëren om bedden te reconverteren.

 

Ik beluisterde het debat van gisteren in het Vlaams Parlement, dan hoor ik daar uw partij en de N-VA duidelijk pleiten voor meer middelen op federaal niveau voor de geestelijke gezondheidszorg. U krijgt straks een vraag van collega Vercammen over één bepaalde cholesterolverlager waarvan wij allemaal weten dat als we die terugbetalen zoals elke andere cholesterolverlager in dit land, we onmiddellijk 70 miljoen euro winnen. Met die 70 miljoen euro kunt u veel doen.

 

Dit is onze moedige maatregel, mevrouw de minister. Zorg dat er meer middelen komen voor kinderen en jongeren in de crisisopvang.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van de heer Jan Vercammen aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de desinformatie over cholesterolverlagende middelen in bepaalde dagbladen" (nr. P0377)

09 Question de M. Jan Vercammen à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la désinformation sur les traitements hypocholestérolémiants dans certains quotidiens" (n° P0377)

 

09.01  Jan Vercammen (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, beste collega’s, “300 000 Belgen krijgen gevaarlijke cholesterol­verlager voorgeschreven” luidde de vette kop in Het Nieuwsblad. Een president van de Verenigde Staten zei ooit dat een leugen de wereld rond kan vliegen alvorens de waarheid haar broek heeft aangetrokken.

 

Men zal maar één van die driehonderdduizend zijn. In het beste geval contacteert men dan zo snel mogelijk de huisarts. In het slechtste geval krijgt men onmiddellijk een hartinfarct of onderbreekt men de medicatie, waardoor de kans op een infarct of een beroerte flink toeneemt.

 

Geachte collega’s, sta mij toe u even in te leiden in de wondere wereld van de cholesterol. Cholesterol is een essentiële bouwsteen van ons organisme; een derde van onze celwanden is opgebouwd met van cholesterol afgeleide producten. Ook onze geslachtshormonen zijn gemaakt op basis van cholesterol.

 

Zoals met bouwstenen wel vaker gebeurt, als er te veel van zijn, gaan zij gevaarlijk in de weg liggen. Cholesterol zal dan bloedvaten verstoppen en zorgen voor hartinfarcten en beroerten.

 

Nu kom ik tot mijn punt, collega’s. Waar wordt cholesterol gemaakt? Drie kwart van de cholesterol in ons bloed maken wij zelf, via onze lever. Slechts één kwart komt uit de voeding. Dat is de reden waarom statines in het algemeen, en Crestor in het bijzonder, zeer efficiënt zijn als bescherming tegen hart- en vaatziektes. Zij remmen immers de aanmaak van cholesterol.

 

Natuurlijk zijn er neveneffecten. Er is altijd een keerzijde van de medaille. Het ontwikkelen van suikerziekte is een klein, verwaarloosbaar effect in vergelijking met de beoogde, uitgebreid statistisch gedocumenteerde, positieve effecten.

 

Mevrouw de minister, vandaar mijn vragen.

 

Kunt u zeggen in welke mate de sterfte aan hart- en vaatziekten is verminderd dankzij het gebruik van statines in het algemeen, en eventueel dankzij Crestor in het bijzonder?

 

Acht u de spectaculaire berichtgeving over medisch complexe problemen niet overdreven sensatiegedreven, waarbij vooral de brave, meestal onwetende burger nutteloos en contraproductief angst wordt aangejaagd?

 

09.02 Minister Maggie De Block: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Vercammen, het betrokken geneesmiddel Crestor behoort tot de geneesmiddelengroep van de statines of cholesterolverlagers. Het is in België alleen beschikbaar onder medisch voorschrift en dus onder toezicht van een arts. De cardiovasculaire factoren die op een gunstige manier door statines worden beïnvloed, staan buiten kijf.

 

Het mogelijk uitbreken van diabetes als gevolg van het gebruik van Crestor is gekend en wordt vermeld in de samenvatting van de productkenmerken alsook in de patiëntenbijsluiter. De incidentie van diabetes bij patiënten onder Crestor is immers al in 2010 op Europees niveau besproken. De besprekingen leidden toen tot een herziening, zowel van de samenvatting van de productkenmerken als van de patiëntenbijsluiter.

 

In het licht van de Europese farmacovigilantie is Nederland de referentielidstaat en aldus verantwoordelijk voor mogelijke signalen in verband met Crestor. De diensten van het FAGG hebben dan ook al contact opgenomen met de Nederlandse overheid om meer informatie te krijgen over de noodzaak om de baten-risicoverhouding voor dat product opnieuw te evalueren naar aanleiding van de nieuwe studie in de VS.

 

Momenteel beschikken wij niet over elementen die dringende maatregelen zouden rechtvaardigen. Het spreekt voor zich dat de nieuwe gegevens ook zullen worden onderzocht om te beoordelen of bijkomende maatregelen inzake Crestor nodig zijn.

 

09.03  Jan Vercammen (N-VA): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw vrij volledig antwoord. Ik pleit voor enige terughoudendheid inzake spectaculaire effecten of neveneffecten in de medische wereld in onze eerstelijnsjournalistiek.

 

Ik wil heel kort de dubbele relatie tussen diabetes en cholesterol aanhalen.

 

Dankzij de spectaculaire daling van cholesterolspiegels door onder meer deze medicatie krijgen onze patiënten een goed gevoel. Zo goed dat de aandacht voor de levensstijl en de voedingsgewoonten wat uit het oog wordt verloren, want de hardwerkende Vlaming en ook zijn zuidelijke sympathieke buur zijn nu eenmaal bourgondiërs. Diabetes type 2 blijft een welvaartsziekte, het gevolg van een niet-aangepaste calorie-inname en weinig fysieke activiteit.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

10 Question de Mme Muriel Gerkens à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "le commerce illégal du bois" (n° P0378)

10 Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de illegale houthandel" (nr. P0378)

 

10.01  Muriel Gerkens (Ecolo-Groen): Monsieur le président, pour changer un peu, c'est à la ministre de l'Environnement que je vais m'adresser aujourd'hui.

 

Madame la ministre, chers collègues, cette année 2015 est une année particulière sur le plan des politiques climatiques. Si je déroule l'agenda à l'envers, au mois de décembre, il y aura la Conférence internationale Climat. Le 21 mars – on s'en rapproche fameusement – c'est la Journée des forêts et de l'arbre et, cette semaine, du 16 au 19 mars, c'est la semaine du FLEGT autour de la Commission européenne qui s'organise sur les mécanismes de certification du bois pour éviter le commerce illégal. Cette semaine se sont réunis autour de la Commission européenne des représentants des pays exportateurs de bois, des administrations, des acteurs économiques mais aussi des acteurs environnementaux.

 

Madame la ministre, c'est un défi pour l'Union européenne, y compris la Belgique étant donné que le port d'Anvers est une porte d'entrée, une des plus grandes, pour le bois illégal au sein de l'Union européenne. En outre, de nombreux acteurs économiques, artisans et entreprises qui travaillent le bois sont confrontés à des politiques et des mesures de certification et de vérification de respect de la légalisation qui s'avère lourdes et souvent inefficaces.

 

Madame la ministre, avez-vous profité de cette semaine pour vous mobiliser, ainsi que notre administration, et essayer d'insuffler, au sein de l'Union européenne, une révision, une modernisation, une meilleure efficacité des outils de contrôle et de certification pour éviter le commerce illégal du bois?

 

10.02  Marie-Christine Marghem, ministre: Monsieur le président, madame la députée, je vous remercie pour votre question qui me permet de rappeler ici toute l'importance du problème de la déforestation illégale. Je suis consciente de cet enjeu. Des représentants de Greenpeace ont été accueillis à mon cabinet pour exposer leur dernier rapport sur la déforestation en Amazonie.

 

Les conséquences environnementales, sociales et économiques de cette déforestation sont nombreuses. Le passage dévastateur du cyclone Pam au Vanuatu a montré à nouveau les conséquences catastrophiques du réchauffement climatique et de la déforestation à l'extrême. C'est ainsi que l'arrachage massif autour de la capitale Port-Vila empêche de retenir les pluies et a donc sans doute aggravé les dégâts.

 

La surexploitation des ressources forestières a un impact direct sur les changements climatiques et la perte de biodiversité. Elle renforce l'économie parallèle et donc les conflits internes dans les pays producteurs. Enfin, l'exploitation illégale des forêts réduit d'autant la marge des exploitants fiables et complexifie les importations pour nos acteurs responsables.

 

Vous connaissez aussi bien que moi la réglementation de lutte contre le commerce du bois récolté illégalement, qui comprend trois piliers que je ne reprends pas ici pour être rapide et dans le temps qui m'est imparti pour répondre. Vous savez que la Belgique est traditionnellement, j'en suis consciente, l'une des portes d'entrée par le biais du port d'Anvers pour les matières premières en Europe. La tâche des autorités n'est donc pas facile, d'autant plus que les importateurs travaillent souvent avec des traders et achètent en mer. Le bois peut ainsi changer en mer jusqu'à cinq fois de vendeur.

 

Mais soyez assurée que notre pays ne reste pas inactif en matière d'inspection. Une petite dizaine de containers en provenance du Brésil a été bloquée préventivement d'octobre à décembre 2014. Dès que je suis arrivée, j'ai appris que cela pouvait se faire et j'ai suivi toute la manœuvre. Les containers ont été libérés après vérification des certifications de l'importateur par l'administration auprès des autorités locales.

 

En effet, la Belgique travaille avec les douanes et ses ambassades sur place, dont le Brésil, la République du Congo et le Rwanda par exemple, et avec les administrations locales, pour investiguer sur le terrain s'il y a une suspicion. La Belgique travaille également avec d'autres États membres comme la France, les Pays-Bas ou l'Allemagne. Je tiens également à signaler que les importateurs ont déjà banni deux fournisseurs brésiliens de leur liste.

 

Une amélioration de l'efficacité des contrôles est toujours possible. J'y travaille évidemment avec mon administration dans le respect du cadre budgétaire. Même si la conscientisation du grand public est importante, le problème ne peut se résoudre uniquement avec des effets d'annonce.

 

Soyez assurée, madame la députée, que la Belgique n'attend pas cette semaine pour être active, mais y est très sensible en raison de la particularité de cette semaine que vous avez rappelée, et qu'elle assume son rôle avec volontarisme durant toute l'année dans le but de préserver les ressources naturelles partout sur le globe et de favoriser le développement durable.

 

10.03  Muriel Gerkens (Ecolo-Groen): Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. Résoudre les problèmes climatiques revient à résoudre des problèmes économiques qui ont des conséquences sociales pour les populations concernées.

 

Madame la ministre, il aurait également été intéressant de revoir, en collaboration avec la Commission européenne et les acteurs importateurs et exportateurs de bois, la manière dont est organisé, sur place, le contrôle de l'exploitation du bois, ainsi que le contrôle de la filière de l'exportation. Pour ce, il est impératif de faire appel à des organismes indépendants et de couvrir des zones géographiques plus larges, comme l'ASEAN le propose pour les pays asiatiques. En effet, les négociations avec la Commission européenne sont organisées, aujourd'hui, pays par pays. Or, on sait que cela revient trop cher, que la procédure est trop lente et qu'on n'arrive pas à avancer. Par ailleurs, on se trouve parfois face à l'impossibilité d'effectuer des contrôles. Ainsi, par exemple, en Birmanie, le ministre qui attribue les certifications est l'exploitant des forêts dudit pays. Il est donc indispensable d'envoyer des organismes indépendants dans les pays exportateurs, ce qui aidera nos entreprises et nos artisans au niveau des vérifications auxquelles ils doivent procéder en ce qui concerne l'origine du bois qu'ils importent.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

11 Question de M. Raoul Hedebouw au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'évolution de l'emploi dans le service public" (n° P0379)

11 Vraag van de heer Raoul Hedebouw aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de evolutie van de werkgelegenheid in de openbare diensten." (nr. P0379)

 

11.01  Raoul Hedebouw (PTB-GO!): Mijnheer de minister, ik was deze morgen in Brussel op het Muntplein. Er was veel volk, meer dan vijfduizend mensen, ambtenaren. Zij waren aanwezig omdat ze bang zijn voor hun eigen toekomst, omdat ze bang zijn dat ze in de komende jaren de diensten waarvoor zij door de overheid worden betaald, niet meer openbaar zullen kunnen aanbieden aan de mensen, dat ze niet meer zullen kunnen werken in de verschillende hospitalen of de openbare transportdiensten waarin zij werken. Al die mensen hebben angst voor hun toekomst en voor hun pensioen, maar ook voor wat ze bijbrengen aan de gemeenschap.

 

U heeft in uw beleidsverklaring aangeduid dat u wilt komen tot een vermindering van de budgetten van de verschillende diensten, met soms cijfers van 15 % tot 20 %. U heeft ook vooropgesteld dat vier op vijf vertrekkers in de diensten niet meer zal worden vervangen.

 

Mijnheer de minister, mijn vraag vandaag is heel duidelijk. Kunt u mij een idee geven hoeveel ambtenaren er zullen verdwijnen bij de federale overheidsdiensten in de vier tot vijf jaar die nu komen?

 

Ik heb daarvoor gekeken op de federale website pdata.be, gegevens die u ook wel zult hebben. Wij hebben even berekend hoeveel ambtenaren zouden kunnen vertrekken in de vier tot vijf komende jaren. Het zijn natuurlijk ramingen. Dat gaat om 1 357 personen in 2015, 1 402 personen in 2016, 1 876 ambtenaren in 2017, 2 162 in 2018 en 2 255 in 2019. Anders gezegd: 9 052 ambtenaren zouden eventueel kunnen vertrekken in de vijf komende jaren.

 

Mijnheer de minister, hoeveel van die 9 052 ambtenaren zullen worden vervangen en hoeveel wilt u niet vervangen in de overheidsdiensten?

 

11.02 Minister Steven Vandeput: Mijnheer Hedebouw, ik wil u erop wijzen dat ik als minister van Ambtenarenzaken verantwoordelijk ben voor de federale ambtenaren. Alle andere voorbeelden die u aanhaalt, betreffen jammer genoeg vragen waarop ik niet kan antwoorden.

 

De regering heeft zich voorgenomen om in 2018 het budget in evenwicht te brengen, zonder bijkomende nieuwe belastingen voor werkende mensen. Dat is het vertrekpunt.

 

U hebt een aantal cijfers genoemd met betrekking tot de vervangingsratio’s. Ik weet niet uit welke documenten u die gegevens haalt, maar het zullen zeker geen documenten zijn die ooit door mij zijn ondertekend. Als u een handtekening vindt die ik heb gezet, mijnheer Hedebouw, is dat goed. U zult mij vandaag echter niet vangen met de vervangingsratio en het aantal voltijdse equivalenten. De regering heeft een aantal heel ambitieuze doelstellingen vooropgezet voor onze ambtenarij als publieke dienstverlener en voor de ambtenaar als fiere, publieke dienstverlener of civil servant, zoals het in de Angelsaksische wereld wordt gezegd.

 

Daarom moeten de komende jaren serieuze besparingen worden doorgevoerd. Die cijfers zijn wel bekend. Het begint met 4 % van het personeelskrediet, waar nadien elk jaar 2 % bijkomt. Daar gaan wij voor, niet alleen door meer te doen met minder mensen, maar vooral door slimmer te werken en te focussen op wat onze mensen echt nodig hebben, op de kerntaken van de overheid en op dienstbaarheid aan de gemeenschap.

 

11.03  Raoul Hedebouw (PTB-GO!): Mijnheer de minister, u vraagt naar de bronnen van mijn cijfers. Zij komen van uw eigen diensten, met name Pdata. Ik vind het een beetje raar dat u uw eigen cijfers over het aantal personen dat zou kunnen vertrekken, niet eens kent. De politieke betekenis is echter dat u het cijfer niet wilt geven. U wilt het cijfer niet geven, want u weet dat het over duizenden ambtenaren zal gaan.

 

U zegt vandaag dat het inderdaad over duizenden ambtenaren gaat. De PVDA kan als linkse partij hiermee niet akkoord gaan. Ik versta niet dat u in uw beleidsverklaring over klanten spreekt in plaats van over gebruikers van de openbare diensten. Het gaat hier echt over een maatschappijvisie. U weet het, mijnheer de minister, op 22 april zal er een grote beweging zijn in België, omdat er heel veel volk is dat echt wil vechten voor de openbare diensten, opdat onze maatschappij een gelijkwaardige maatschappij blijft.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Collega's, ik was daarnet derwijze onder de indruk van het exposé van collega Vercammen over cholesterol dat ik u vergeten ben te melden dat het zijn maidenspeech betrof. Ik wens hem daarvoor twee keer te feliciteren. (Applaus)

 

12 Vraag van mevrouw Veerle Heeren aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "de aangekondigde wetgeving inzake dronegebruik" (nr. P0380)

12 Question de Mme Veerle Heeren à la ministre de la Mobilité, chargée de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "la réglementation annoncée en matière d'utilisation de drones" (n° P0380)

 

12.01  Veerle Heeren (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, de drone-industrie is op dit ogenblik een heel jonge industrie, die echter ook zwaar onder druk komt. De reden daarvan is te zoeken in het feit dat er op dit ogenblik in ons land spijtig genoeg nog altijd geen wetgevend kader voor drones is.

 

Heel veel jonge, Belgische ondernemers zijn bezig in die industrie, die vooral heel innovatief is. Er werken heel veel jonge mensen in, zowel in Vlaanderen, in Brussel als in Wallonië. Er is dus echt meer dan ooit nood aan een regelgevend kader.

 

U verzekert ons via de media dat een koninklijk besluit in de maak is. Wat wij de voorbije weken ter zake echter horen – ik ben niet alleen –, is dat bedoeld besluit zo streng zal zijn dat het de doodsteek zal zijn – ik weet dat het zware woorden zijn – voor die nieuwe economie, die zo kostbaar en zo belangrijk is voor ons land.

 

Op 13 maart 2015 vond de Europese Transportraad plaats. U kon zelf niet aanwezig zijn. Er was de Rigaverklaring van twee weken geleden. Er was de visie van de European Aviation Safety Agency. Dat zijn allemaal zaken die hapklaar liggen voor u, om over te nemen en in ons land te implementeren.

 

Mevrouw de minister, ik durf te stellen dat op dit ogenblik alle stakeholders – niet alleen de bedrijven, maar ook uw eigen Federale Overheidsdienst Mobiliteit, Defensie en Belgocontrol – echt bereid zijn te werken aan een regelgeving die deze nieuwe industriële economie toekomstperspectieven biedt.

 

Uw collega, minister Vandeput, is spijtig genoeg al vertrokken. Wij hebben begin deze week een heel belangrijke vergadering gehad, ook met Defensie, waarbij de top van Defensie heeft gegarandeerd dat zij op een heel constructieve manier over het dossier wil nadenken.

 

Wij hebben het hier niet over de speelgoeddrones. Wij hebben het over de innovatieve industrie, de precisielandbouw, de veiligheidssector en de evenementensector. Zij zijn op heel veel vlakken actief.

 

Daarom zou ik u het volgende willen vragen.

 

Welk overleg hebt u de voorbije maanden met die industrie georganiseerd?

 

Wanneer wil u met een koninklijk besluit landen, waarbij de privacy en de veiligheidsregels worden gerespecteerd? Geloof mij vrij, de drone-industrie evolueert dermate snel dat wij geen dag te verliezen hebben.

 

Kunt u garanderen dat het koninklijk besluit de Belgische drone-industrie niet zal versmachten? Daarover gaat het. Het is immers veel te streng in vergelijking met de andere Europese landen.

 

12.02 Minister Jacqueline Galant: Mijnheer de voorzitter, collega’s, de jongste dagen werd veel gezegd over het ontwerp van koninklijk besluit inzake drones. Ik herhaal nogmaals dat het mijn wens is dat er zo snel mogelijk een wetgevend kader komt, teneinde onze belangrijke, en zelfs in het buitenland erkende economische sector van drones te ondersteunen. Ik had daarover al regelmatig contact met die sector. Ik leg momenteel de laatste hand aan de tekst, zodat die zo snel mogelijk in werking kan treden.

 

Daarbij streef ik naar een evenwicht tussen de ontwikkeling van een economische activiteit en de vereisten inzake veiligheid en privacy. Het wettelijk kader moet evenwel worden ingeschreven in een veel ruimer geheel, dat door sommigen wordt vergeten.

 

Ten eerste, ons land vraagt, wegens zijn beperkte grootte en de complexiteit van zijn luchtruim, om specifieke beschouwingen met het oog op de integratie van drones.

 

Ten tweede, een drone is een luchtvaartuig en is dus onderworpen aan de internationale wetgevingen inzake luchtvaart. Men mag daarmee niet doen wat men wil.

 

Ten derde, de drones worden toegevoegd aan de groep bestaande luchtvaartuigen, die zeer gestructureerd is en waarvoor de eisen inzake veiligheid hebben kunnen zorgen voor een zeer laag ongevallenpercentage.

 

Ik kan u dan ook geruststellen, mevrouw Heeren, ik zal zeer binnenkort een tekst voorstellen die het resultaat is van overleg met mijn administratie, Defensie en Belgocontrol en die tevens rekening houdt met de beschouwingen uitgaande van de sector. De tekst zal daarna ter advies aan de Gewesten en de Raad van State worden voorgelegd.

 

12.03  Veerle Heeren (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Dat overleg met alle actoren is inderdaad belangrijk.

 

Ik hoop dat er ook een overleg kan zijn op de Ministerraad. Als u een ontwerp opstelt dat tot zestig meter hoogte beperkt, komt u echter beter met geen koninklijk besluit, want dan is het in ons land gedaan met deze industriële activiteit.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

13 Agenda

13 Ordre du jour

 

De voorzitter: Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 18 maart 2015, stel ik u voor op de agenda van de plenaire vergadering van deze namiddag het wetsvoorstel (mevrouw Veerle Wouters, de heren Francis Delpérée, Georges Gilkinet en Ahmed Laaouej, mevrouw Karin Temmerman, de heren Luk Van Biesen en Servais Verherstraeten en mevrouw Sophie Wilmès) tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, nrs 949/1 tot 4, in te schrijven.

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 18 mars 2015, je vous propose d'inscrire à l'ordre du jour de la séance plénière de cet après-midi la proposition de loi (Mme Veerle Wouters, MM. Francis Delpérée, Georges Gilkinet et Ahmed Laaouej, Mme Karin Temmerman, MM. Luk Van Biesen et Servais Verherstraeten et Mme Sophie Wilmès) modifiant la loi du 4 juillet 1989 relative à la limitation et au contrôle des dépenses électorales engagées pour l'élection de la Chambre des représentants, ainsi qu'au financement et à la comptabilité ouverte des partis politiques, n°s 949/1 à 4.

 

De heer Koenraad Degroote zal mondeling verslag uitbrengen.

M. Koenraad Degroote fera rapport oral.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Wetsvoorstel

Proposition de loi

 

14 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen (949/1-4)

14 Proposition de loi modifiant la loi du 4 juillet 1989 relative à la limitation et au contrôle des dépenses électorales engagées pour l'élection de la Chambre des représentants, ainsi qu'au financement et à la comptabilité ouverte des partis politiques (949/1-4)

 

Voorstel ingediend door:

Proposition déposée par:

Veerle Wouters, Francis Delpérée, Georges Gilkinet, Ahmed Laaouej, Karin Temmerman, Luk Van Biesen, Servais Verherstraeten, Sophie Wilmès

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

14.01  Koenraad Degroote, rapporteur: Mijnheer de voorzitter, ik grijp terug naar de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers.

 

Deze wet werd gewijzigd bij wet van 6 januari 2014 en via die wetswijziging werd een schema vastgelegd voor de controlecommissie. De inwerkingtreding van deze wet werd destijds gepland op 1 januari 2015, zodat de stukken met betrekking tot 2014, het boekjaar 2014, op die manier ingediend moesten worden. De controlecommissie werd echter slechts geïnstalleerd op 20 januari 2015 en beschikte nog niet over een huishoudelijk reglement. Een van de bijlagen bij dat huishoudelijk reglement was het schema waarin werd voorzien. Dat was allemaal nog niet klaar. Daarom wordt gevraagd om de inwerkingtreding van die bepalingen te verdagen tot 1 januari 2016, hoofdzakelijk om de rechtszekerheid te bevorderen.

 

Een voorstel dienaangaande werd ingediend door diverse collega’s van de N-VA, het cdH, Ecolo-Groen, de PS, de sp.a, de Open Vld, CD&V en de MR. Gisteren werd dit voorstel in de commissie behandeld. Onze goede collega Veerle Wouters heeft een omstandige, gedetailleerde en volledige uitleg gegeven aan alle aanwezigen en is bereid deze volledige uitleg te herhalen, mochten er vragen zijn. Ik meen echter dat iedereen danig onder de indruk was en tevreden zal zijn met de uitleg.

 

Er werden in de commissievergadering twee amendementen goedgekeurd. Uiteindelijk werd het voorstel met inbegrip van de amendementen unaniem goedgekeurd. Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, tot daar dit mondeling verslag.

 

14.02  Raoul Hedebouw (PTB-GO!): Monsieur le président, je voudrais profiter de l'occasion pour rappeler que nous déplorons sincèrement, en tant qu'élus PTB-GO!, de ne pas pouvoir assister aux discussions qui portent sur des thèmes aussi importants. Pour rappel, des partis qui ne constituent pas un groupe ne sont pas invités à cette commission à huis clos.

 

Il est anormal que, dans un système démocratique, on établisse cette démocratie à deux vitesses pour un sujet qui nous concerne tous. En effet, les obligations de parti sont les mêmes, que celui-ci forme ou non un groupe. C'est pourquoi il me semblerait plus judicieux, pour ce genre de débat, de convier également un représentant des autres partis non constitués en groupe.

 

Cela va s'améliorer après les élections à venir, monsieur le président. Je vous le garantis: nous formerons bientôt un groupe. Tant que ce n'est pas le cas, j'aurais voulu que vous nous invitiez. C'est la raison pour laquelle le PTB-GO! s'abstiendra lors de ce vote.

 

De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (949/4)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (949/4)

 

Het wetsvoorstel telt 7 artikelen.

La proposition de loi compte 7 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 tot 7 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 à 7 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

15 Eventuele vervolgingen ten laste van een lid

15 Poursuites éventuelles à charge d'un membre

 

Bij brief van 16 maart 2015 zendt de procureur-generaal bij het hof van beroep te Luik documenten over, om de Kamer in de mogelijkheid te stellen in toepassing van artikel 59 van de Grondwet eventuele vervolgingen ten laste van één onzer collega's toe te laten.

Par lettre du 16 mars 2015, le procureur général près la cour d'appel de Liège a communiqué des documents afin de mettre la Chambre en mesure d'autoriser éventuellement des poursuites à charge de l'un de nos collègues en application de l'article 59 de la Constitution.

 

Overeenkomstig artikel 160 van het Reglement worden de documenten verzonden naar de commissie voor de Vervolgingen.

Conformément à l'article 160 du Règlement, les documents sont renvoyés à la commission des Poursuites.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

16 Controleorgaan op de politionele informatie bij de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer - Benoeming van de leden - Ingediende kandidatuur

16 Organe de contrôle de l'information policière au sein de la Commission de la protection de la vie privée - Nomination des membres - Candidature introduite

 

Overeenkomstig de beslissing van de plenaire vergadering van 5 februari 2015 werd een nieuwe oproep tot kandidaten voor het mandaat van voorzitter van het Controleorgaan op de politionele informatie bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 11 februari 2015.

Conformément à la décision de la séance plénière du 5 février 2015, un nouvel appel aux candidats pour le mandat de président de l'Organe de contrôle de l'information policière a été publié au Moniteur belge du 11 février 2015.

 

De kandidaturen dienden uiterlijk op 13 maart 2015 te worden ingediend.

Les candidatures devaient être introduites au plus tard le 13 mars 2015.

 

De volgende kandidatuur werd binnen de voorgeschreven termijn ingediend: de heer Philippe Arnould (F); rechter bij de politierechtbank te Namen.

La candidature suivante a été introduite dans le délai prescrit: M. Philippe Arnould (F); juge auprès du tribunal de police de Namur.

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 18 maart 2015 zal het cv van de kandidaat aan de politieke fracties worden bezorgd en de kandidaat door de commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt worden gehoord.

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 18 mars 2015, le curriculum vitae du candidat sera transmis aux groupes politiques et la commission de l'Intérieur, des Affaires générales et de la Fonction publique procédera à l'audition du candidat.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d’observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

17 Inoverwegingneming van voorstellen

17 Prise en considération de propositions

 

In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.

Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.

 

Indien er geen bezwaar is, beschouw ik deze als aangenomen; overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.

S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considérerai la prise en considération comme acquise et je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 18 maart 2015, stel ik u ook voor in overweging te nemen:

- het wetsvoorstel (mevrouw Muriel Gerkens, de heren Stefaan Van Hecke, Jean-Marc Nollet, Kristof Calvo en Georges Gilkinet en mevrouw Evita Willaert) tot wijziging van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumenten­bescherming en tot oprichting van een Commissie voor de Regulering van Reclame, nr. 956/1.

Verzonden naar de commissie voor het Bedrijfsleven, het Wetenschapsbeleid, het Onderwijs, de nationale wetenschappelijke en culturele Instellingen, de Middenstand en de Landbouw

- het voorstel van resolutie (de heren Marcel Cheron, Stefaan Van Hecke, Kristof Calvo, Jean-Marc Nollet en Georges Gilkinet en mevrouw Evita Willaert) over een opdracht aan het Rekenhof om de follow-up van de beheersovereenkomsten tussen de NMBS, Infrabel en de Staat te onderzoeken, nr. 962/1.

Verzonden naar de commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven

- het wetsvoorstel (de heer Benoit Hellings, Wouter De Vriendt, Jean-Marc Nollet, Georges Gilkinet en Stefaan Van Hecke en mevrouw Evita Willaert) betreffende de registratie in een online openbaar transparantieregister van contacten met lobbyisten inzake de aankoop van militair materieel, nr. 965/1.

Verzonden naar de commissie voor de Landsverdediging

- het wetsvoorstel (de heer Ahmed Laaouej, mevrouw Fabienne Winckel, de heer Jean-Marc Delizée, mevrouw Karine Lalieux en de heer Alain Mathot) tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, teneinde de variabele vergoeding van bedrijfsleiders te beperken en te rechtvaardigen, nr. 972/1.

Verzonden naar de commissie belast met de problemen inzake Handels- en Economisch Recht

 

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 18 mars 2015, je vous propose également de prendre en considération:

- la proposition de loi (Mme Muriel Gerkens, MM. Stefaan Van Hecke, Jean-Marc Nollet, Kristof Calvo et Georges Gilkinet et Mme Evita Willaert) modifiant la loi du 6 avril 2010 relative aux pratiques du marché et à la protection du consommateur et portant création de la Commission de Régulation de la Publicité, n° 956/1.

Renvoi à la commission de l'Economie, de la Politique scientifique, de l'Education, des Institutions scientifiques et culturelles nationales, des Classes moyennes et de l'Agriculture

- la proposition de résolution (MM. Marcel Cheron, Stefaan Van Hecke, Kristof Calvo, Jean-Marc Nollet et Georges Gilkinet et Mme Evita Willaert) visant à charger la Cour des comptes d'enquêter sur le suivi des contrats de gestion conclus par la SNCB, Infrabel et l'Etat, n° 962/1.

Renvoi à la commission de l'Infrastructure, des Communications et des Entreprises publiques

- la proposition de loi (M. Benoit Hellings, Wouter De Vriendt, Jean-Marc Nollet, Georges Gilkinet et Stefaan Van Hecke et Mme Evita Willaert) relative à l'enregistrement, dans un registre de transparence public en ligne, des contacts avec des lobbyistes concernant l'achat de matériel militaire, n° 965/1.

Renvoi à la commission de la Défense nationale

- la proposition de loi (M. Ahmed Laaouej, Mme Fabienne Winckel, M. Jean-Marc Delizée, Mme Karine Lalieux et M. Alain Mathot) modifiant le Code des sociétés et la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, en ce qui concerne la modération et la justification de la rémunération variable des dirigeants, n° 972/1.

Renvoi à la commission chargée des problèmes de Droit commercial et économique

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 19 maart 2015, stel ik u ook voor het wetsvoorstel (de heren Benoît Friart en Bert Wollants, mevrouw Leen Dierick en de heer Frank Wilrycx) tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de nadere regels betreffende een federale bijdrage bestemd voor de financiering van bepaalde openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de aardgasmarkt, nr. 974/1, in overweging te nemen.

Verzonden naar de commissie voor het Bedrijfsleven, het Wetenschapsbeleid, het Onderwijs, de nationale wetenschappelijke en culturele Instellingen, de Middenstand en de Landbouw

 

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 19 mars 2015, je vous propose également de prendre en considération la proposition de loi (MM. Benoît Friart et Bert Wollants, Mme Leen Dierick et M. Frank Wilrycx) portant confirmation de l'arrêté royal du 2 avril 2014 établissant les modalités de la cotisation fédérale destinée au financement de certaines obligations de service public et des coûts liés à la régulation et au contrôle du marché du gaz naturel, n° 974/1.

Renvoi à la commission de l'Economie, de la Politique scientifique, de l'Education, des Institutions scientifiques et culturelles nationales, des Classes moyennes et de l'Agriculture

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Demande d'urgence

Urgentieverzoek

 

17.01  Benoît Friart (MR): Monsieur le président, chers collègues, nous vous demandons de pouvoir traiter cette proposition de loi n° 974/1 en urgence. Elle viendrait confirmer un arrêté royal qui date du 2 avril 2014 établissant les modalités de la cotisation fédérale gaz. Il importe que cette proposition de loi puisse être votée avant le 1er avril 2015 en vertu de la loi gaz de 1995 et en vertu également du principe constitutionnel de la légalité de l'impôt.

 

17.02  Laurette Onkelinx (PS): Voilà une plaidoirie que je considère comme convaincante. Par contre, ce qui est moins convaincant, c'est l'absence totale de membres du gouvernement. Y a-t-il encore ici un gouvernement? (Brouhaha)

 

Soit le maître de l'ombre assume et va à la place du gouvernement, soit on appelle un membre apparent du gouvernement. Choisissez! Un ancien membre, il y a de l'idée!

 

Le président: Madame Onkelinx, voici Mme Marghem.

 

Collega’s, ik stel voor dat wij ons op de gebruikelijke wijze uitspreken over de urgentie gevraagd door de heer Friart.

 

De urgentie wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

L'urgence est adoptée par assis et levé.

 

Zoals werd afgesproken in de Conferentie van voorzitters, zal de commissie voor het Bedrijfsleven meteen na de plenaire vergadering vergaderen in de Europazaal.

 

18 Urgentieverzoeken van de regering

18 Demandes d'urgence du gouvernement

 

De regering heeft de spoedbehandeling gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp tot verbetering van de werkgelegenheid (nr. 960/1).

Le gouvernement a demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi concernant la promotion de l’emploi (n° 960/1).

 

18.01  Laurette Onkelinx (PS): Monsieur le président, pourrais-je connaître la motivation du gouvernement?

 

18.02  Georges Gilkinet (Ecolo-Groen): Monsieur le président, cela ne peut effectivement pas passer comme cela. Nous avons longuement débattu de ce texte jusque très tard mardi. Décider de l'urgence après débat sur le texte est problématique mais, sur le fond surtout, on ne peut pas décider d'un saut d'index dans l'urgence et sans avoir demandé l'avis formel des partenaires sociaux ni du Conseil National du Travail.

 

Nous nous opposons à cette manière de travailler qui est une rupture fondamentale avec la manière dont on travaille en Belgique sur toutes les questions en matière salariale et de sécurité sociale. Que le gouvernement estime ne pas devoir argumenter sur sa demande d'urgence est particulièrement problématique et à l'image de la façon dont on considère le dialogue social dans ce pays!

 

18.03  Raoul Hedebouw (PTB-GO!): Monsieur le président, Marco Van Hees et moi-même connaissons notre première expérience parlementaire.

 

On nous a toujours appris que lorsque l'exécutif demandait l'urgence, il devait le justifier avec des raisons un tant soit peu valables! Or pour l'instant, je dois constater, monsieur le président, que je n'ai pas encore entendu une seule raison valable justifiant cette demande d'urgence.

 

Je vais donc le dire clairement. Si l'exécutif veut nous faire voter ici l'urgence dans le but secret de pouvoir imposer dans les semaines à venir une augmentation de TVA, qui sera bloquée complètement au niveau des salaires grâce justement à ce saut d'index accéléré, si le but ici est de court-circuiter les partenaires sociaux (il n'y a pas une petite consultation qui ait été menée avec le Conseil National du Travail), j'estime qu'il y a une entorse grave à la démocratie politique et sociale dans ce pays!

 

De voorzitter: Ik geef het woord aan de regering.

 

Excuseer mij, mevrouw Temmerman, u hebt het woord.

 

18.04  Karin Temmerman (sp.a): Mijnheer de voorzitter, u kijkt mij al van bij het begin over het hoofd, net zoals met mevrouw Onkelinx. Ik begrijp dat ik vaak over het hoofd word gezien, mijnheer de voorzitter, maar dit spant de kroon.

 

De voorzitter: Dat lijkt mij vooral uw eigen probleem te zijn, mevrouw Temmerman. U hebt het woord.

 

18.05  Karin Temmerman (sp.a): Mijnheer de voorzitter, kunt u dat laatste nog even herhalen?

 

De voorzitter: Mevrouw Temmerman, u voelt zich voortdurend over het hoofd gezien. Dat is, wat mij betreft, niet waar.

 

18.06  Karin Temmerman (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik hoop dat dat in het verslag wordt genoteerd.

 

De voorzitter: Van harte.

 

18.07  Karin Temmerman (sp.a): Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik wil mijn andere collega’s tegemoetkomen. Er zijn heel wat argumenten gegeven die ons doen vragen waarom deze tekst nu met urgentie moet worden behandeld.

 

Het zou ook van enige moed getuigen om onderhavig wetsontwerp te betitelen als “de indexsprong”, want daarover gaat het. Ik ben echt benieuwd naar de motivering van de regering om het ontwerp met urgentie te laten behandelen.

 

18.08  Marie-Christine Marghem, ministre: Monsieur le président, chers collègues, j'ai cru comprendre que vous aviez passé la nuit à discuter sur les explications qui ont été données par les représentants du gouvernement qui n'ont pas manqué de vous faire savoir la raison pour laquelle ils avaient présenté leur texte dans l'urgence.

 

Il est donc probable que vous avez oublié une règle simple, à savoir que, quand on répète toujours la même chose et qu'on passe des heures à, notamment lire l'historique du saut d'index, on oublie l'essentiel. Autrement dit, vous avez manifestement oublié les explications essentielles qui vous ont été données.

 

Par ailleurs, je comprends que cela ne vous arrange pas que le gouvernement prenne ses responsabilités et accomplisse sa politique sur la base d'une concertation sociale qui a eu lieu préalablement.

 

Dès lors, je tiens à vous rappeler que c'est comme cela que cela fonctionne et non pas autrement.

 

18.09  Laurette Onkelinx (PS): Madame Marghem, je comprends que ce ne soit pas facile pour vous: vous n'étiez pas préparée à ce débat ici.

 

En effet, nous avons eu une discussion approfondie en commission des Affaires sociales. Sur le fond, nous n'avons parlé que de ce qui figure dans ce fameux projet de loi, pour ne pas déraper sur des considérations extérieures. Cela étant dit, si nous avons obtenu toute une série de réponses à propos des objectifs et des priorités du gouvernement, nous n'en avons pas reçu au sujet de l'urgence.

 

Vous savez ainsi, madame Marghem, que le dépassement de l'indice-pivot ne se fera pas cette année et qu'il y a dès lors matière à entamer un débat approfondi au parlement. Nous ne comprenons pas cette demande d'urgence. Je dis et je répète très simplement: expliquez-nous vos raisons. Nous sommes disponibles vingt-quatre heures sur vingt-quatre heures pour en discuter. Il n'y a pas de souci. Nous sommes prêts à travailler conformément au Règlement de la Chambre, mais pourquoi cette urgence, pourquoi voulez-vous comprimer les débats au parlement? Vous ne me répondez pas, madame Marghem.

 

18.10  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le président, j'attendais de connaître la justification que la ministre allait donner au nom du gouvernement. Au fond, nous attendons toujours et la réponse ne m'a pas étonnée. Car en fait, il n'y a pas de justification. Ce gouvernement, cette majorité a décidé de passer en force.

 

Et quand j'entends Mme la ministre, ici présente, dire qu'il n'y a nul besoin de concertation sociale, celle-ci ayant déjà eu lieu, je lui rétorquerais que le CNT – je ne sais pas si vous le connaissez, c'est le Conseil National du Travail – aurait effectivement dû être consulté sur ce projet de loi. Ce ne fut pas le cas. C'est donc de nouveau faire fi de la concertation sociale.

 

Au fond, ce passage en force vous permet, au sein de cette majorité, de tout simplement gonfler le torse, parce que vous n'en avez rien à faire des partenaires sociaux, en disant: "Nous sommes passés en force. Le gouvernement a décidé sans concertation préalable avec les partenaires sociaux".

 

C'est cela, mesdames, messieurs de la majorité, que vous faites aujourd'hui avec ce texte. Cela ne vous grandit pas et montre combien vous voulez, demain, changer le modèle, qui est un modèle de concertation au niveau de l'emploi et au niveau économique. Nous le déplorons et franchement, je le répète, cela ne vous grandit pas!

 

18.11  Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, als voorzitter van de commissie wil ik zeggen dat wij gedurende vijftien uur, zonder onderbreking, het debat ter zake hebben gevoerd, op grondige wijze en met respect voor oppositie en meerderheid. Zelfs de oppositie moet dat bekennen.

 

Ten gronde wil ik zeggen dat de ministers bij het begin van hun uiteenzetting uitvoerig hebben stilgestaan bij de reden van de urgentie van het wetsontwerp. De urgentie is ingeroepen, omdat de inflatie in de maand februari belangrijker aan het worden is en omdat er in een aantal sectoren spiloverschrijdingen dreigen te komen, waardoor een dringende interventie van het Parlement en van de regering noodzakelijk is, teneinde de indexsprong definitief van kracht te doen worden.

 

Dat is de reden van de urgentie die de regering heeft aangedragen. Iedereen in de commissie heeft kennis kunnen nemen van de urgentie en iedereen heeft de regering er uitvoerig over kunnen ondervragen. Wie dat wil ontkennen, raad ik aan opnieuw vijftien uur met mij te debatteren in de commissie. Dan zal ik het nog eens uitleggen.

 

Dat is de realiteit, collega’s!

 

Ik weet wel dat voor de oppositie de competitiviteit een ondergeschikt item is. Voor de regering is het dat niet. Daarom wil ik de vraag van de regering uitdrukkelijk steunen.

 

18.12  Frédéric Daerden (PS): Monsieur le président, chers collègues, il y a effectivement eu 15 heures de débat approfondi sur le fond. C'était utile dans le cadre de ce dossier particulièrement important qui touche au pouvoir d'achat de l'ensemble des travailleurs et des pensionnés.

 

Le ministre Peeters a voulu motiver l'urgence. Je reprends quelques-uns de ses arguments qui sont tous faux.

 

Premièrement, le saut d'index est nécessaire pour réduire le handicap salarial. C'est faux! Il y a déjà un écart inversé. C'est confirmé par le Conseil Central de l'Économie. Cela a été confirmé lors d'auditions antérieures.

 

Deuxièmement, on évoque l'iniquité qu'il pourrait y avoir entre travailleurs, entre les 200 000 travailleurs qui pourraient être indexés en avril. Or, d'une part, une rétroactivité est prévue dans le projet à fin mars. D'autre part, quand ce sera voté – si c'est voté –, il y aura une suspension pour 2 %. Ils seront victimes de ces 2 % comme les autres.

 

Troisièmement, on dit qu'il faut avoir une clarté pour les négociations salariales. Elles peuvent se faire au-delà de ceci.

 

Enfin, les autres mesures doivent passer au plus vite. On peut faire passer les autres mesures sans faire passer le saut d'index.

 

Compte tenu de tout cela et vu l'importance de ce thème qu'est le saut d'index, j'estime que cela mérite un réel débat, la consultation des partenaires sociaux ainsi que des auditions pour en connaître l'impact réel. Tout cela a été demandé lors de la première lecture. La majorité n'en a pas voulu. Nous sommes à présent dans le cadre de l'urgence de la deuxième lecture.

 

Laissez-nous au moins les dix jours! Ne demandez pas cinq jours! Dix jours, ce n'est quand même pas trop demander!

 

18.13  Georges Gilkinet (Ecolo-Groen): Chers collègues, l'argument de Mme Marghem selon lequel cela a été débattu en commission n'est pas valable par rapport à la question qui est posée: la séance plénière décide-t-elle, oui ou non, de l'urgence? C'est elle qui est compétente. Le ministre de l'Emploi et la ministre des Affaires sociales doivent être présents ici pour nous expliquer que leur objectif est qu'au 1er avril, le salaire de 200 000 travailleurs des secteurs du textile, de la distribution et de la coiffure soient diminués avant celui de tous les autres travailleurs. Puisque c'est cela l'intention de la majorité!

 

Messieurs et mesdames les membres de la majorité, quand on n'applique pas l'indexation des salaires à partir du moment où les prix ont augmenté, on retire du salaire aux travailleurs. Et c'est cela l'enjeu. Que M. Peeters vienne ici expliquer pourquoi le gouvernement et la majorité veulent cette urgence, et qu'ils assument leurs actes!

 

C'est ce que nous demandons dans ce débat en réclamant un avis des partenaires sociaux via le Conseil National du Travail, en réclamant des auditions, comme cela doit se faire sur une matière aussi importante. Et ce faisant, nous ne perdons pas l'essentiel de vue, madame Marghem. Nous sommes sur l'essentiel: le financement de la sécurité sociale et les revenus des travailleurs auxquels vous touchez durement.

 

Je voudrais aussi dire à M. Van Quickenborne qu'en termes de compétitivité et de création d'emplois, des alternatives existent. Où est le tax shift du gouvernement? C'est à ce sujet que vous devez demander l'urgence! Nous l'attendons!

 

18.14  Marco Van Hees (PTB-GO!): Madame Marghem, je ne comprends pas la précipitation du gouvernement, et visiblement vous non plus, puisque vous n'êtes pas capable de la justifier.

 

Vous venez de confirmer que vous n'aviez pas à justifier l'urgence. Pourquoi l'avez-vous demandée? Si vous avez décidé de saigner les travailleurs pour accorder des cadeaux à vos amis les riches et les patrons, vous avez des décennies pour le faire. En effet, dans les années 82-83, le gouvernement de l'époque, auquel votre formation participait déjà, a décidé deux sauts d'index que les travailleurs paient encore aujourd'hui. Ils ont payé 60 000 euros sur toute leur carrière! Vous avez donc tout le temps pour saigner les travailleurs. L'urgence ne se justifie pas!

 

18.15  Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de voorzitter, volgens mij hebben sommige collega’s een deel van de discussies in de commissie gemist. Gelukkig is er nog het verslag waarin alles goed is genotuleerd.

 

De collega’s ontvingen het ontwerp van verslag gisteren in hun mailbox. Op pagina 7 van het tweede pdf-document staat duidelijk: “Vooreerst verduidelijkt de minister dat de spoedprocedure werd gevraagd voor de parlementaire behandeling.” Daarna geeft hij vier of vijf redenen waarom dat nodig is.

 

U moet het verslag dus maar even inkijken om te merken dat het zeer duidelijk gemotiveerd is. Als u dat wenst, dan wil ik die passage citeren.

 

18.16  David Clarinval (MR): Monsieur le président, j'ai l'impression que nous revivons le débat d'il y a deux jours. Le ministre a clairement indiqué les raisons qui poussaient le gouvernement a demandé l'urgence aujourd'hui.

 

Le collègue Van Quickenborne les a également rappelées, notamment le risque de discrimination entre les différents secteurs. Rappelons tout de même que le texte ne comprend pas que des mesures relatives au saut d'index mais aussi à la flexibilité dans le secteur de la construction, à la lutte contre les écarts salariaux entre les hommes et les femmes (il faut d'urgence ajouter quatre mois pour permettre d'adapter cette loi), aux sanctions dans le domaine de la formation. Toutes ces raisons ont été expliquées en commission.

 

M. Van Hees n'était pas présent, son collègue non plus. Ils étaient fatigués, nous ont-ils avoué! Ils ne savent donc pas se le rappeler mais ils peuvent lire le rapport. Les raisons y sont bien indiquées.

 

Je terminerai en indiquant qu'il est urgent de prendre des mesures pour rétablir la compétitivité de nos entreprises. Cela doit transcender les débats au sein de cette assemblée.

 

Monsieur le président, je vous invite à faire voter l'urgence le plus rapidement possible.

 

18.17  Karin Temmerman (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, wij hebben hier al verschillende debatten gevoerd die raken aan wat wij nu aan het bespreken zijn. Als er wordt gewezen op een probleem bij de begrotingscontrole en er wordt aangegeven om tijdens die begrotingscontrole een ernstige tax shift door te voeren, is het toch onvoorstelbaar dan wordt gezegd dat daarvoor nog tijd genoeg is. Eigenlijk was het antwoord dat de tax shift zal worden doorgevoerd als het past.

 

Men zegt dat er problemen zijn met de competitiviteit en dat daarom onmiddellijk een indexsprong moet worden goedgekeurd. Wel, er bestaan veel betere alternatieven. Dat hebben wij al tientallen keren aangehaald. Ook op het vlak van de fraudebestrijding kan er vandaag nog een les worden geleerd, maar ook daar is er tijd genoeg. Het kan echter niet snel genoeg gaan om de werkende Vlaming, over wie u het altijd hebt, onmiddellijk geld af te pakken.

 

Deze regering is er inderdaad voor de rijken. Dit wordt nu nog eens bewezen.

 

De voorzitter: Collega’s, ik herinner u aan de bepaling van het Reglement dat over de urgentie per fractie vijf minuten kan worden gesproken. Er is bijgevolg nog een beperkte tijd over. De heer Calvo heeft het woord.

 

18.18  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik was niet van plan om het woord te nemen, maar de uitgestoken hand van de heer Vercamer wil ik absoluut niet negeren.

 

Mijnheer Vercamer, ik stel voor dat u inderdaad het verslag voorleest. Ik stel voor dat u uit het verslag citeert. Ik heb namelijk die vijftien uur meegemaakt. De reden waarom de meerderheid, die de heer Vercamer blijkbaar met heel veel goesting ondersteunt, het ontwerp manu militari door het Parlement wil jagen, is dat CD&V, Open Vld, de MR en de N-VA zo snel mogelijk de indexsprong door de strot van tweehonderdduizend werknemers willen jagen. Ik heb dus heel graag dat u citeert uit het verslag, want dan zal het duidelijk zijn dat de heer Peeters de indexsprong vijftien uur lang met hand en tand heeft verdedigd en inderdaad gezegd heeft dat die nu door het Parlement gejaagd moet worden, omdat anders in bepaalde sectoren de lonen wel met de koopkracht zullen evolueren. Dat is de reden waarom u de urgentie verdedigt. Ik heb dus heel graag dat u voorleest uit het verslag, want dan kunnen wij ineens komaf maken met uw ambitie om het sociale gelaat van de regering te zijn.

 

Mijnheer de voorzitter, er is nu toch een debat over de werkwijze in verband met de indexsprong. U moet als Kamervoorzitter eens bekijken hoe het gegaan is. Het is geen goede manier van werken. Mijnheer Van Quickenborne, u hebt als commissievoorzitter een kans gemist om een commissievoorzitter voor alle Parlementsleden en voor alle burgers van ons land te zijn. U bent daar opgetreden als commissievoorzitter van de meerderheid.

 

Voor het verslag wijs ik er nog op dat onze fractie de hand uitgestoken heeft. Wij hebben gezegd dat wij de tweede lezing niet zouden vragen, als er een advies van de Nationale Arbeidsraad komt en de sociale partners gehoord worden, maar de meerderheid heeft gekozen voor de confrontatiestrategie. Die zult u dan ook krijgen. Daarom zullen wij de urgentie niet steunen, maar wel een tweede lezing en we zullen het advies van de Raad van State vragen, zodat wij de indexsprong, die u, mijnheer Vercamer, zonder sociaal overleg door de strot van alle werknemers wil duwen, maximaal kunnen tegenhouden.

 

18.19  Raoul Hedebouw (PTB-GO!): Monsieur le président, je n'aurais pas voulu priver M. Clarinval d'une réponse!

 

Pour ce qui concerne, tout d'abord, les présences et les absences, en tant que groupe de cette assemblée, nous n'avons de leçon à recevoir de personne. Nous avons deux députés et nous sommes présents dans de nombreuses commissions. Comme beaucoup de collègues le savent, aujourd'hui, les deux députés que nous sommes abattons le travail de plusieurs députés. Vos collègues du MR, de la N-VA et du CD&V se plaignent, d'ailleurs largement de toujours nous voir en commission. Nous n'avons donc, à ce niveau, aucune leçon à recevoir. (Brouhaha)

Mesdames, messieurs de la droite, la vérité fait mal! Vous n'aimez pas l'entendre!

 

Par ailleurs, je me réfère au Règlement de la Chambre. On nous a informés du fait qu'une deuxième lecture était demandée. Notre fraction a fait dès lors savoir que, pour ce faire, il fallait dix jours. Or, l'exécutif remet sans arrêt en cause les règles élémentaires de ce parlement. Pourquoi ne pouvez-vous pas attendre cinq jours supplémentaires pour une deuxième lecture? Parce qu'il y a la question de certains secteurs, mais surtout – c'est cela qui vous fait peur à tous dans ce parlement –, vous sentez que le mouvement social est en train de se rallumer, et vous voulez étouffer dans l'œuf cette résistance sociale!

 

Sachez que votre passage en force – je l'ai ressenti très fort, ce matin – est vécu comme une provocation de tous les partis de droite à l'égard du mouvement social.

 

Ne vous étonnez pas si, le 22 avril, vous vous retrouvez face à un mouvement social comme vous n'en avez jamais connu. Il sera encore bien plus fort que celui qui a eu lieu lors du premier semestre de l'année passé.

 

Il s'agit ici d'un avertissement ferme adressé à tous les partis de droite de ce parlement!

 

De voorzitter: Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.

 

De urgentie wordt aangenomen bij zitten en opstaan.

L'urgence est adoptée par assis et levé.

 

De regering heeft eveneens de spoedbehandeling gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp houdende bepalingen inzake de bevoorradingszekerheid op het gebied van energie (nr. 967/1).

Le gouvernement a également demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi portant des dispositions en matière de sécurité d’approvisionnement sur le plan énergétique (n° 967/1).

 

Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.

 

De urgentie wordt aangenomen bij zitten en opstaan.

L'urgence est adoptée par assis et levé.

 

Naamstemmingen

Votes nominatifs

 

19 Motions déposées en conclusion de l'interpellation de M. Stéphane Crusnière sur "la mise en œuvre de la résolution sur la 'reconnaissance de la Palestine' adoptée en séance plénière le 5 février dernier" (n° 25)

19 Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van de heer Stéphane Crusnière over "de tenuitvoerlegging van de resolutie over de erkenning van de Palestijnse Staat, die de Kamer op 5 februari jongstleden heeft aangenomen" (nr. 25)

 

Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission des Relations extérieures du 11 mars 2015.

Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen van 11 maart 2015.

 

Deux motions ont été déposées (MOT n° 025/1):

 une motion de recommandation a été déposée par M. Stéphane Crusnière;

 une motion pure et simple a été déposée par MM. Richard Miller et Tim Vandenput.

Twee moties werden ingediend (MOT nr. 025/1):

- een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Stéphane Crusnière;

- een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Richard Miller en Tim Vandenput.

 

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote?

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring?

 

19.01  Stéphane Crusnière (PS): Monsieur le président, le 5 février dernier, en l'absence du ministre des Affaires étrangères, la majorité a adopté une résolution demandant au gouvernement de reconnaître l'État de Palestine comme un État et un sujet de droit international, reconnaissance malheureusement conditionnée au moment qui sera jugé le plus opportun en fonction de trois éléments que je ne dois pas vous rappeler aujourd'hui.

 

En conditionnant de la sorte la reconnaissance de la Palestine au respect de ces conditions, comme l'a fait cette majorité, la Belgique perd définitivement son rôle de pionnier dans la recherche d'une solution de paix au Proche-Orient et dans la solution à deux États. C'est une résolution prise sans doute pour jeter un écran de fumée n'ouvrant la porte qu'à une reconnaissance illusoire.

 

Préoccupé par l'évolution de la situation actuelle dans la région, j'ai donc interpellé le ministre des Affaires étrangères, la semaine dernière en commission des Relations extérieures sur le timing de la mise en œuvre de cette résolution de la majorité qui parlait donc d'un moment opportun et qui donnait donc au gouvernement les pleins pouvoirs d'appréciation.

 

Dans sa réponse, le ministre défendait l'importance du dialogue politique entre les deux peuples qui, selon lui, est le seul moyen de parvenir à un État palestinien souverain vivant en paix à côté d'Israël. Il a également certifié qu'il était convaincu du rôle que l'Union européenne doit jouer dans le processus de paix et dans la recherche d'une solution bi-étatique. Cependant, il estime que l'évolution actuelle de la situation ne nous rapproche malheureusement pas du moment opportun pour une reconnaissance de la Palestine.

 

M. Reynders a également évoqué des points de vue très divergents au sein de l'Union européenne à propos du processus de paix. Dès lors, on peut conclure qu'il n'y aura pas de moment propice à la mise en œuvre de la résolution et à la reconnaissance de l'État de Palestine.

 

Sur cette base, monsieur le président, mais également sur celle des déclarations de celui qui sera amené à former un gouvernement en Israël, ce ne sera donc jamais le moment opportun. En effet, celui-ci est en réalité un choix diplomatique et politique, que cette majorité refuse d'opérer formellement. Ce gouvernement fait dépendre sa politique étrangère d'événements autres aux dépens de l'adoption d'un choix clair. Notre politique étrangère en devient attentiste.

 

Je conclus, monsieur le président.

 

Le président: Monsieur Crusnière, vous disposiez de deux minutes.

 

19.02  Stéphane Crusnière (PS): Monsieur le président, je ne les ai pas encore épuisées.

 

Je suis d'accord avec vous sur l'importance de maintenir la pression européenne afin de pouvoir trouver une solution, mais cette pression européenne ne peut vous servir de paravent pour ne pas assumer le rôle que devrait assumer le ministre des Affaires étrangères. La pression de la Belgique est nécessaire et les récentes déclarations de Benjamin Netanyahou nous confortent dans cette position.

 

Or, ce que vous faites aujourd'hui, c'est demander à l'Europe d'agir et de maintenir une certaine pression sur Israël sans assumer une telle position au niveau national. Double standard alors qu'il s'agit d'une compétence nationale ou fuite de responsabilités?

 

Dès lors, monsieur le président, pour conclure, cessons de tourner autour du pot et votons la reconnaissance immédiate et sans condition de l'État de palestinien en votant ma motion qui est d'ailleurs le texte qui a été voté au Parlement bruxellois et, je le rappelle, qui a été soutenu par le CD&V.

 

19.03  Fatma Pehlivan (sp.a): Mijnheer de voorzitter, het is vijf voor twaalf wat de tweestatenoplossing betreft.

 

De resolutie over Palestina van de meerderheid spreekt over het meest geschikte moment. Wel, voor ons is dat nu.

 

Naar aanleiding van de verkiezingen en van de uitslag die al gekend is, heeft de vorige en de toekomstige premier Netanyahu al duidelijk aangegeven dat er met hem geen Palestijnse Staat komt. Bovendien bouwt hij aan een coalitie met partijen die zich alleen engageren voor de uitbreiding van de Israëlische nederzettingen. Dit komt erop neer dat het Oslo-vredesproces, en daarbij de tweestatenoplossing, volledig aan de kant worden geschoven.

 

Hoe wil deze regering daarmee omgaan? Het is nu tijd om een onafhankelijke Palestijnse Staat onvoorwaardelijk te erkennen, naast Israël. Enkel op die manier dragen wij bij tot een vreedzame totstandkoming van de tweestatenoplossing.

 

Collega’s, dit is het meest geschikte moment waarover de meerderheid het in haar resolutie heeft. Of is de regering van plan te wachten tot de realiteit ter plaatse, met nog meer nederzettingen – wat men ook van plan is – en nog meer kolonisten een tweestatenoplossing helemaal onmogelijk maakt?

 

Mijn fractie vraagt de regering om een duidelijk signaal te geven aan de toekomstige Israëlische regering dat we geen uitbreiding van illegale nederzettingen tolereren. Dit zou de gematigde Israëlische en Palestijnse krachten die bereid zijn om opnieuw aan de onderhandelingstafel te gaan zitten, tevens een hart onder de riem steken.

 

Met de resolutie heeft de meerderheid beslist om nog wat te wachten – hoelang? – en de keuze voor een Palestijnse zelfbeschikking over te laten aan Israël. De verkiezingen hebben duidelijkheid verschaft. Er zal geen vrede in het Midden-Oosten komen.

 

De voorzitter: Mevrouw Pehlivan, uw spreektijd is écht opgebruikt.

 

19.04  Fatma Pehlivan (sp.a): Ik vraag u dus om een moedige beslissing te nemen, het wordt tijd.

 

De voorzitter: Het wordt tijd, absoluut.

 

19.05  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Monsieur le président, il faut deux minutes de courage que cette majorité n'a pas. La motion de recommandation, nous allons la voter sans ambiguïté, à la différence de la résolution que nous avons votée dans ce parlement voici quelques semaines. Il faut reconnaître la Palestine maintenant. Vous ne l'avez pas fait. Nous voulons la reconnaître maintenant. Nous voterons donc cette motion.

 

Le président: Début du vote / Begin van de stemming.

Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote? / Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd?

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 1)

Ja

82

Oui

Nee

54

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

136

Total

 

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

19.06  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le président, le vice-premier ministre et ministre de l’Emploi et de l’Économie étant arrivé, nous pourrions peut-être maintenant avoir un vrai dialogue? Il a couru. Il a fourni un effort. Il pourrait être récompensé! Aussi, ayons ce débat!

 

Le président: Il a fait son possible! Désolé!

 

20 Motions déposées en conclusion de l'interpellation de M. Éric Thiébaut sur "la valorisation des pompiers volontaires" (n° 29)

20 Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van de heer Éric Thiébaut over "de herwaardering van de vrijwillige brandweerlieden" (nr. 29)

 

Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission de l'Intérieur, des Affaires générales et de la Fonction publique du 11 mars 2015.

Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt van 11 maart 2015.

 

Deux motions ont été déposées (MOT n° 029/1):

 une motion de recommandation a été déposée par M. Éric Thiébaut;

 une motion pure et simple a été déposée par Mmes Katja Gabriëls, Veerle Heeren, Kattrin Jadin et par M. Peter Buysrogge.

Twee moties werden ingediend (MOT nr. 029/1):

- een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Éric Thiébaut;

- een eenvoudige motie werd ingediend door de dames Katja Gabriëls, Veerle Heeren, Kattrin Jadin en door de heer Peter Buysrogge.

 

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? 

 

20.01  Éric Thiébaut (PS): Monsieur le président, rassurez-vous, je ne serai pas très long. Je tenais à dire que, dans tout le pays, les pompiers expriment des inquiétudes quant à la façon dont la réforme des services incendie se met en place. Je pense en particulier aux pompiers volontaires, qui sont quand même au nombre de 12 000 et qui représentent 70 % de l'ensemble des effectifs des pompiers.

 

Dans ce contexte, j'ai déposé en commission de l'Intérieur une motion de recommandation afin que le ministre de l'Intérieur prenne plusieurs mesures. Je lui demande tout d'abord d'établir un calendrier réaliste de la mise en œuvre de cette réforme, comme le prévoit l'accord de gouvernement. Je lui demande ensuite de produire les arrêtés nécessaires pour garantir aux pompiers volontaires de pouvoir combiner cette activité avec leur vie professionnelle et familiale. Il s'agit également d'assurer leur représentation dans tous les organes de concertation, en particulier dans les zones qui sont en train de se constituer. Je souhaite aussi qu'il poursuive les efforts de financement fournis par le précédent gouvernement pour atteindre la répartition. (Brouhaha)

 

Monsieur le président, je veux bien être bref, mais j'attends un minimum d'attention.

 

Le président: Vous avez totalement raison, monsieur Thiébaut.

 

20.02  Éric Thiébaut (PS): Merci beaucoup pour le respect du parlementaire!

 

Je lui demande enfin de poursuivre l'effort de financement pour tendre vers le 50/50 prévu dans la loi de 2007 et de mettre en place rapidement un outil de monitoring permettant d'évaluer clairement les surcoûts de la réforme incendie.

 

Le président: Début du vote / Begin van de stemming.

Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote? / Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd?

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 2)

Ja

81

Oui

Nee

53

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

135

Total

 

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

 

(MM. Paul-Olivier Delannois et Stéphane Crusnière ont voté non)

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

21 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen (949/4)

21 Proposition de loi modifiant la loi du 4 juillet 1989 relative à la limitation et au contrôle des dépenses électorales engagées pour l'élection de la Chambre des représentants, ainsi qu'au financement et à la comptabilité ouverte des partis politiques (949/4)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 3)

Ja

132

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

4

Abstentions

Totaal

136

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als ontwerp aan de Senaat worden overgezonden. (949/5)

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera transmise en tant que projet au Sénat. (949/5)

 

(Mevrouw Nahima Lanjri heeft ja gestemd)

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

22 Goedkeuring van de agenda

22 Adoption de l’ordre du jour

 

Wij moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van donderdag 26 maart 2015.

Nous devons procéder à l’approbation de l’ordre du jour de la séance du jeudi 26 mars 2015.

 

Geen bezwaar? (Nee) De agenda is goedgekeurd.

Pas d’observation? (Non) L’ordre du jour est approuvé.

 

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 26 maart 2015 om 14.15 uur.

La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 26 mars 2015 à 14.15 heures.

 

De vergadering wordt gesloten om 17.21 uur.

La séance est levée à 17.21 heures.

 

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 54 PLEN 035 bijlage.

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 54 PLEN 035 annexe.

 

 

 


Detail van de naamstemmingen

 

Détail des votes nominatifs

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 001

 

 

Oui        

082

Ja

 

Becq Sonja, Beke Wouter, Bellens Rita, Bogaert Hendrik, Bracke Siegfried, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Capoen An, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Ceysens Patricia, Claerhout Sarah, Clarinval David, De Coninck Inez, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Demir Zuhal, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Dewael Patrick, De Wever Bart, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Flahaux Jean-Jacques, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Klaps Johan, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Luykx Peter, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Piedboeuf Benoît, Pivin Philippe, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vandenput Tim, Van de Velde Robert, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Quickenborne Vincent, Van Rompuy Eric, Van Vaerenbergh Kristien, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Vuye Hendrik, Wilmès Sophie, Wilrycx Frank, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

 

Non        

054

Nee

 

Almaci Meyrem, Ben Hamou Nawal, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Brotcorne Christian, Calvo Kristof, Caprasse Véronique, Cheron Marcel, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Monica, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demeyer Willy, Detiège Maya, Devin Laurent, Dewinter Filip, Di Rupo Elio, Dispa Benoît, Fonck Catherine, Frédéric André, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Hedebouw Raoul, Hellings Benoit, Jiroflée Karin, Khattabi Zakia, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lutgen Benoît, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Matz Vanessa, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pas Barbara, Pehlivan Fatma, Penris Jan, Pirlot Sébastian, Poncelet Isabelle, Senesael Daniel, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Top Alain, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Vanvelthoven Peter, Wathelet Melchior, Winckel Fabienne

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 002

 

 

Oui        

081

Ja

 

Becq Sonja, Beke Wouter, Bellens Rita, Bogaert Hendrik, Bracke Siegfried, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Capoen An, Cassart-Mailleux Caroline, Ceysens Patricia, Claerhout Sarah, Clarinval David, De Coninck Inez, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Demir Zuhal, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Dewael Patrick, De Wever Bart, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Flahaux Jean-Jacques, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Klaps Johan, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Luykx Peter, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Piedboeuf Benoît, Pivin Philippe, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vandenput Tim, Van de Velde Robert, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Quickenborne Vincent, Van Rompuy Eric, Van Vaerenbergh Kristien, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Vuye Hendrik, Wilmès Sophie, Wilrycx Frank, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

 

Non        

053

Nee

 

Almaci Meyrem, Ben Hamou Nawal, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Brotcorne Christian, Calvo Kristof, Caprasse Véronique, Cheron Marcel, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Monica, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demeyer Willy, Detiège Maya, Devin Laurent, Dewinter Filip, Di Rupo Elio, Dispa Benoît, Fonck Catherine, Frédéric André, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Hedebouw Raoul, Hellings Benoit, Jiroflée Karin, Khattabi Zakia, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lalieux Karine, Lutgen Benoît, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Matz Vanessa, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pas Barbara, Pehlivan Fatma, Penris Jan, Pirlot Sébastian, Poncelet Isabelle, Senesael Daniel, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Top Alain, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Vanvelthoven Peter, Wathelet Melchior, Winckel Fabienne

 

 

Abstentions

001

Onthoudingen

 

Carcaci Aldo

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 003

 

 

Oui        

132

Ja

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Beke Wouter, Bellens Rita, Ben Hamou Nawal, Blanchart Philippe, Bogaert Hendrik, Bonte Hans, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calvo Kristof, Capoen An, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Ceysens Patricia, Cheron Marcel, Claerhout Sarah, Clarinval David, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, De Coninck Monica, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demeyer Willy, Demir Zuhal, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Detiège Maya, Devin Laurent, Dewael Patrick, De Wever Bart, Dewinter Filip, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Di Rupo Elio, Dispa Benoît, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Jiroflée Karin, Khattabi Zakia, Kir Emir, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Massin Eric, Mathot Alain, Matz Vanessa, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pas Barbara, Pehlivan Fatma, Penris Jan, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Poncelet Isabelle, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Senesael Daniel, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Spooren Jan, Temmerman Karin, Terwingen Raf, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Top Alain, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vandenput Tim, Van de Velde Robert, Van Hecke Stefaan, Vanheste Ann, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Quickenborne Vincent, Van Rompuy Eric, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Vuye Hendrik, Wathelet Melchior, Wilmès Sophie, Wilrycx Frank, Winckel Fabienne, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

 

Non        

000

Nee

 

 

 

 

Abstentions

004

Onthoudingen

 

Caprasse Véronique, Hedebouw Raoul, Maingain Olivier, Van Hees Marco