Plenumvergadering

Séance plénière

 

van

 

Woensdag 13 mei 2015

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 13 mai 2015

 

Après-midi

 

______

 

 


De vergadering wordt geopend om 14.23 uur en voorgezeten door de heer Siegfried Bracke.

La séance est ouverte à 14.23 heures et présidée par M. Siegfried Bracke.

 

De voorzitter: De vergadering is geopend.

La séance est ouverte.

 

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. Zij worden op de website van de Kamer en in de bijlage bij het integraal verslag van deze vergadering opgenomen.

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans l'annexe du compte rendu intégral de cette séance.

 

Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l’ouverture de la séance:

Jan Jambon, Johan Van Overtveldt

 

Berichten van verhindering

Excusés

 

Patricia Ceysens, wegens gezondheidsredenen / pour raisons de santé;

Johan Vande Lanotte, wegens ambtsplicht / pour devoirs de mandat;

Zakia Khattabi, Olivier Maingain, met zending buitenslands / en mission à l'étranger;

Barbara Pas, familieaangelegenheden / raisons familiales;

Egbert Lachaert, Vincent Van Quickenborne, buitenslands / à l'étranger;

Evita Willaert, zwangerschapsverlof / congé de maternité.

 

Federale regering / gouvernement fédéral

Charles Michel, handelsmissie (Japan) / mission économique (Japon);

Kris Peeters, handelsmissie (Japan) / mission économique (Japon);

Didier Reynders, met zending buitenslands (NAVO) / en mission à l’étranger (OTAN)

 

Vragen

Questions

 

Zoals afgesproken in de Conferentie van voorzitters beginnen we bij uitzondering met de vragen voor de minister van Financiën.

 

01 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Karin Temmerman aan de minister van Financiën over "de timing van de tax shift" (nr. P0497)

- de heer Kristof Calvo aan de minister van Financiën over "de timing van de tax shift" (nr. P0498)

01 Questions jointes de

- Mme Karin Temmerman au ministre des Finances sur "le calendrier de la mise en oeuvre du tax shift" (n° P0497)

- M. Kristof Calvo au ministre des Finances sur "le calendrier de la mise en oeuvre du tax shift" (n° P0498)

 

01.01  Karin Temmerman (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s herkent u het volgende citaat: “Wat de tax shift betreft voorzien wij tegen maart de grote lijnen. Dat wil zeggen dat dit min of meer samenvalt met de begrotingscontrole”. Mijnheer de minister, ik neem aan dat u dit citaat herkent, want het is van uzelf.

 

Mijnheer de minister, wat gebeurde er in maart? In maart bogen wij ons over de begrotingscontrole, maar er werd met geen woord gerept over de tax shift. De eerste minister zei toen wel dat de tax shift meteen na de begrotingscontrole zou worden besproken en dat men er voor de zomer klaar moest mee zijn.

 

Dit weekend hoorden wij van de premier dat de tax shift wellicht niet voor de zomer klaar zal zijn omdat dienaangaande nog heel wat discussies moeten worden gevoerd en raadplegingen moeten gebeuren. Het zal voor na de zomer zijn.

 

Mijnheer de minister, het is heel duidelijk wat deze regering doet. Als het erop neerkomt om de gewone gezinnen te laten betalen, moet alles zeer snel gaan. De indexsprong moest door het Parlement worden gejaagd. Er kon geen advies bij de NAR meer worden gevraagd. Het moest snel gaan. Echter, als het erom gaat de zaken eerlijk te verdelen en aanspraak te maken op de grote vermogens, dan wordt alles op de lange baan geschoven.

 

In november zei de premier dat zeer snel zou worden overgegaan tot de invoering van de kaaimantaks, maar wij hebben er nog niets van gezien. Begin dit jaar zei u zelf dat de bankentaks ten laatste in maart hier zou voorliggen, maar wij hebben er nog niets van gezien. Hetzelfde doet zich nu voor met de tax shift. Eerst werd aangekondigd dat deze in maart zou voorliggen, dan voor het zomerreces en nu na het zomerreces.

 

Mijnheer de minister, ik heb een heel duidelijke vraag voor u. Wanneer komt de tax shift er eindelijk? Wanneer zal deze regering eindelijk eens beslissingen nemen die niet alleen de gezinnen treffen maar ook de grote vermogens? Ik ben benieuwd naar uw antwoord.

 

01.02  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, collega’s, een hoger nettoloon voor mensen die werken, voor mensen met een bescheiden inkomen, het goedkoper maken van het aanwerven van nieuwe krachten om ondernemingen te versterken, een duwtje in de rug voor bedrijven die het op een groene en duurzame manier willen aanpakken, een eerlijke bijdrage van bedrijven die het minder goed doen, die vervuilen en — ik zeg maar wat — een eenvoudige, eerlijke vennootschapsbelasting op maat van kmo’s die vandaag de volle pot betalen en tegelijk zien dat andere bedrijven 1, 2 of 3 % vennootschapsbelasting betalen.

 

Ik haal die voorbeelden aan omdat zij stuk voor stuk realiseerbaar zijn, omdat zij moeten realiseerbaar zijn en omdat zij deel uitmaken van ons pleidooi voor een fiscale hervorming, een pleidooi om de zaken anders en beter aan te pakken.

 

Steeds vaker, minister Van Overtveldt, stel ik mij de vraag of u dat wel wil. Wil u die fiscale hervorming wel, wil u de uitgesproken lastenverschuiving met lagere lasten op arbeid en een verschuiving richting grote vermogens, een verschuiving richting milieuvervuiling? Wil u dat allemaal wel? Willen de vier regeringspartijen die uitgesproken lastenverlaging, waarop de Europese Commissie vandaag trouwens nog heeft aangedrongen, nog wel doorvoeren?

 

Deze week deden zich twee zaken voor. Eerst en vooral lazen wij, begin van deze week, dat de tax shift over de zomer heen zou worden getild. Mevrouw Temmerman heeft er al naar verwezen. Een aantal maanden geleden antwoordde u op mijn vraag in de commissie voor de Financiën dat de tax shift in maart zou worden besproken. In maart zouden de eerste contouren van de tax shift uitgetekend zijn. Nadien zei de eerste minister dat dit voor de zomer zou gebeuren. Dat is niet één maar dat zijn twee engagementen. Dat is een eerste belangrijke zaak.

 

De tweede belangrijke zaak, collega’s, is de volgende. De heer Verherstraeten is er momenteel niet maar in De Standaard van vandaag verscheen een opmerkelijk interview waarin hij vrijuit sprak over zijn contacten met de diamantsector tijdens de vorige legislatuur, en over de minnelijke schikking. De heer Verherstraeten deed daar krasse uitspraken over uw functioneren. Ik zal hem snel citeren, over de tax shift: “en dan moet je wel voor het zomerreces landen maar dat vergt wel wat inspanningen. Ik stel vast dat niet elk kabinet even performant werkt als het kabinet-Peeters of het kabinet-Geens.” De fractieleider van de meerderheid vervolgt: “Ik hoor dat de minister van Financiën Johan Van Overtveldt met bilaterale contacten bezig is. Ik wil hem wel het voordeel van de twijfel geven zolang hij bekwame spoed aan de dag legt.” Beste collega’s, dat is tsjeventaal om te vragen of Johan Van Overtveldt nog wel een tax shift wil. Ook Servais Verherstraeten stelt zich vandaag die vraag.

 

Ik wil die vraag hier vandaag hernemen, mijnheer de voorzitter. Wil deze meerderheid dat nog wel? Wil deze meerderheid nog wel meer eerlijke en groene belastingen? Zo ja, wanneer zult u daar werk van maken? Graag een duidelijk antwoord alstublieft.

 

01.03 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, collega’s, in de commissie voor de Financiën en de plenaire vergadering heb ik al diverse vragen van u en andere collega’s over de tax shift beantwoord, ook in verband met de eerste tax shift van om en bij de 2 miljard euro, die nu wordt uitgerold. Ik ga ervan uit dat ik die antwoorden niet moet herhalen.

 

Ik heb uiteraard ook het volste begrip voor het feit dat een substantiële verlaging van de lasten op arbeid, nogmaals, bovenop de tax shift die wij nu al uitvoeren, de nieuwsgierigheid echt wel prikkelt. Het overleg over de modaliteiten van de tax shift is inderdaad volop lopend.

 

Wat de concrete timing betreft, wordt er druk gespeculeerd. Dat is duidelijk. Ik ben in elk geval van oordeel dat substantie primeert op timing. Heel concreet, is de zomervakantie een absolute, strikte deadline? Nee. Is het haalbaar tegen de zomervakantie? Ja, dat denk ik wel. Is het wenselijk die deadline te halen? Ja, dat denk ik ook. Het zal echter afhangen van hoe de regeringsgesprekken hierover verlopen en het is de evidentie zelve dat ik daar op dit moment geen concrete voorafname kan en wil op doen.

 

Nogmaals, substantie primeert echter op timing. Dat is voor mij het belangrijkste. Wat de substantie betreft, wil ik graag nogmaals twee elementen naar voren brengen.

 

Ten eerste, de lastenverlaging die in de tax shift moet zitten, zal zowel werkgevers als werknemers ten goede komen. Dat is een eerste belangrijk principe.

 

Een tweede belangrijk principe is dat wij er voor de financiering van de tax shift moeten voor zorgen dat wij maatregelen nemen die de normale werking van ons sociaal-economisch bestel minimaal belasten of in de wielen rijden. Dat is helaas geen eenvoudige oefening.

 

01.04  Karin Temmerman (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, dat zoals gewoonlijk geen antwoord is.

 

Ten eerste, er is dus geen deadline. Die was er in het verleden wel. Deze regering is begonnen met te zeggen dat de kaaimantaks er onmiddellijk zou komen. Die taks is er niet. In het verleden was er wel een timing, nu is die er niet meer.

 

Ten tweede, de tax shift die u al hebt doorgevoerd, is geen tax shift voor de grote vermogens. Het is duidelijk dat u die grote vermogens telkens opnieuw beschermt. Wij zijn bang dat de tax shift die u nu vooropstelt, zich alweer tot de gezinnen zal richten. De tax shift van 2 miljard euro is voor ons absoluut onvoldoende. Nogmaals, die is er niet voor de grote vermogens.

 

Mijnheer de minister, uw voorganger heeft aan de Hoge Raad van Financiën gevraagd om een studie te maken en na te gaan op welke manier wij de inspanningen die moeten worden geleverd het beste kunnen verdelen. Ik citeer nogmaals het heel duidelijk antwoord: “De belangrijkste beweegruimte bevindt zich bij de inkomsten uit vermogen.” Mijnheer de minister, ik hoop dan ook dat u deze bevinding van de Hoge Raad meeneemt in al de gesprekken die u nog zult voeren.

 

Collega’s van CD&V, aan u vraag ik hoelang u nog zult pikken dat wanneer u een deadline stelt die door de regering telkens opnieuw wordt overschreden. Telkens wanneer er een rechtse maatregel wordt genomen, slikt u die met het idee dat het wel zal beteren. Het zal helaas niet beteren, want er is geen deadline. Dat heeft de minister heel duidelijk gezegd. De vraag is hoelang u dit nog pikt.

 

01.05  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik ben geen datumfetisjist en ik verkies ook kwaliteit boven snelheid, maar het is niet zo dat de oppositie alsmaar speculeert over data. U bent een engagement aangegaan in dit Parlement. U bent de vakminister en wat mij betreft zijn de woorden van een vakminister niet gratis. U hebt het zelf gehad over maart.

 

Hetzelfde geldt voor de premier. Om de heren Verherstraeten en Van Rompuy de indexsprong te doen slikken, heeft de premier gezegd dat er voor de zomer een tax shift zou komen. Vandaag is het misschien voor de zomer, misschien ook na de zomer.

 

Het welzijn van CD&V-politici vind ik belangrijk, maar niet zo belangrijk. Onze burgers, die vandaag kreunen onder de besparingen van deze federale regering, verdienen beter. Zij mogen niet de dupe worden van dit kibbelkabinet. Aangekondigde engagementen moeten worden nagekomen.

 

Mijnheer Van Overtveldt, u bent voor een aantal andere dingen met deze regering bangelijk snel geweest. Ik denk dan aan deeltijds werken, wachtuitkeringen, pensioenbonus, indexsprong, griffierechten, enzovoort, allemaal zaken die het leven van de mensen moeilijker maakt. Daarover hebt u al beslissingen genomen. Ik zou er dan ook echt willen op aandringen om die tax shift, een uitgesproken lastenverlaging, niet richting btw maar richting grootste vermogens en milieuvervuiling, voor de zomer op tafel te leggen zodat de mensen op vakantie kunnen vertrekken met hoop en perspectief op beterschap.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Vraag van de heer Eric Van Rompuy aan de minister van Financiën over "een eventuele tijdelijke en gecontroleerde Grexit" (nr. P0499)

02 Question de M. Eric Van Rompuy au ministre des Finances sur "l'hypothèse d'une sortie temporaire de la Grèce de la zone euro" (n° P0499)

 

02.01  Eric Van Rompuy (CD&V): Collega’s, mijn vraag gaat over de Grexit en niet over de tax shift. Ik had van de oppositie verwacht dat zij vandaag daarover een vraag zou stellen, omdat ik gelezen heb dat het Planbureau voorspelt dat er tegen 2020 200 000 extra jobs zullen komen en dat een van de belangrijkste instrumenten daarvoor de indexsprong is, mevrouw Onkelinx.

 

Mijnheer Calvo, ik had ook graag uw voorstel besproken. Ik heb het vandaag herlezen. U wil 3,5 miljard euro uit vermogens halen door iedereen die meer dan 250 000 euro bezit, inclusief de eigen woning, een vermogenrendementbelasting te doen betalen. Dat is nog wat anders dan een kadastrale perequatie! Ik had dat graag besproken, maar goed.

 

Mijnheer de voorzitter, ik kom tot mijn vraag over een thema dat ook heel belangrijk is voor onze economie, namelijk de Grexit. Vandaag las ik dat het probleem van de euro als een zwaard van Damocles boven de Europese economie hangt.

 

Minister Van Overtveldt, u hebt twee vergaderingen bijgewoond van de Eurogroep en van de Ecofin-raad. Wij staan voor belangrijke vervaldagen inzake Griekenland. Daar zijn gesprekken over gevoerd, en in de pers lezen wij daar warm en koud over.

 

Wat is de houding van België? Er is een herstelprogramma, dat uitgevoerd moet worden. Wat is daarvan op het ogenblik al toegezegd?

 

Ik vind het heel belangrijk dat wij het probleem van de Grexit bespreken, want Geert Noels spreekt al over een tijdelijke en gecontroleerde Grexit. Zoiets kan natuurlijk enorm wegen op onze economie.

 

Kortom, wat is de stand van zaken in het dossier?

 

02.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer Van Rompuy, het standpunt van de Belgische regering in die inderdaad zeer moeilijke en aanslepende discussie, is dat wij ons aansluiten bij de consensus in de Eurogroep. Naar men mij zegt, is de huidige eensgezindheid bij de Eurogroep historisch gezien een unicum. De consensus bestaat er heel eenvoudig in dat Griekenland het lopende programma moet uitvoeren. Over de substantie kan er geen negotiatie zijn, over de uitvoeringsmodaliteiten wat privatiseringen, hervorming van het pensioenstelsel, hervorming van de arbeidsmarkt betreft, kan worden gepraat.

 

Vanuit de Eurogroep is klaar en duidelijk gezegd dat de logica van de monetaire unie moet worden gerespecteerd. Dat is ook goed voor de Griekse economie op de langere termijn. Er is dus convergentie tussen die twee vereisten.

 

Ondertussen bevindt Griekenland zich qua liquiditeiten in een precaire situatie, dat valt geenszins te ontkennen. Men is nu bezig met het opgebruiken van de middelen van de lagere overheden, waarover u allicht wel een en ander zult hebben vernomen. Bovendien wordt hier een rol gespeeld door de Europese Centrale Bank, die via haar emergency liquidity assistance regelmatig gelden bijgeeft. Dat is cruciaal wat mij betreft.

 

Wat de Eurogroep betreft, dat is een beslissing die de ECB kan en moet nemen in volle autonomie. Zij alleen is daar bevoegd voor. Zij vindt het belangrijk – en dit wordt volmondig door iedereen gesteund -, om daarbij “binnen haar mandaat te blijven”, met andere woorden, om er zorg voor te dragen dat bijvoorbeeld geen directe monetaire financiering van de overheid gebeurt.

 

Meer dan ooit ligt de bal in het Griekse kamp. Als Griekenland klare en duidelijke signalen geeft, die geloofwaardig en verifieerbaar zijn, dat men het uitgangspunt van opstappen of instappen in het lopende programma kan begrijpen, dan is eigenlijk alles mogelijk. Die signalen moeten er komen, want vandaag zijn ze er onvoldoende.

 

Over de andere opties – u hebt er zopas een paar genoemd, maar er doen er nog heel wat andere de ronde – kan ik niets anders zeggen dan dat dat wat mij en de Eurogroep betreft, speculatief is.

 

02.03  Eric Van Rompuy (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Wij steunen uiteraard de politiek die u voert in de Ecofin-Raad. Iedereen is bezorgd om de euro. Griekenland moet in de eurozone kunnen blijven, maar het moet zich ook aan de herstelprogramma’s houden. Dat is op termijn de enige manier om de nodige stabiliteit in de eurozone te brengen. Wij steunen uw politiek ter zake en doen niet mee aan speculatie.

 

Het is heel gevaarlijk als topeconomen komen zeggen dat een tijdelijke uittreding, op gecontroleerde wijze, mogelijk is. Eigenlijk betekent zoiets dat men de eurozone definitief zou verlaten en heel het project op de helling zou zetten. Wij steunen u in uw beleid.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Vraag van de heer Luk Van Biesen aan de minister van Financiën over "de herschatting van de kadastrale inkomens" (nr. P0500)

03 Question de M. Luk Van Biesen au ministre des Finances sur "la péréquation cadastrale" (n° P0500)

 

03.01  Luk Van Biesen (Open Vld): Mijnheer de minister van Financiën, u kondigde aan dat uw administratie een onderzoek zal doen naar de manier waarop een actualisering van het kadastraal inkomen praktisch kan worden uitgevoerd alsook naar de methode die te dien einde kan worden gebruikt en naar de kostprijs van een dergelijk onderzoek.

 

Bijna terzelfder tijd pleitte uw collega, partijgenote en Vlaams minister, mevrouw Homans, in het weekblad Trends voor een aanpassing van de kadastrale inkomens.

 

Mijnheer de minister, het zal u niet verbazen dat door die aankondigingen de burgers, eigenaars en huurders, opnieuw bang zijn gemaakt. Er wordt geargumenteerd dat de tienjaarlijkse perequatie niet wordt uitgevoerd; Daarom is iedereen die een woning bezit, terecht bevreesd dat men door de wijziging van het kadastraal inkomen opnieuw meer zal moeten betalen, omdat het kadastraal inkomen fors verhoogt.

 

Eerlijkheidshalve moeten wij bekennen – dit is in de discussies niet terug te vinden – dat de perequatie niet is uitgevoerd. Wel zijn er andere maatregelen genomen, zoals de jaarlijkse indexering en de verhoging van 40 % voor woningen die aan privépersonen worden verhuurd of die als tweede verblijf worden gebruikt.

 

In de fiscaliteit wordt het kadastraal inkomen nog tweemaal gebruikt. Het wordt eenmaal gebruikt om in de personenbelasting – het is belangrijk dat wij dit aan iedereen meegeven – de verhuring aan privépersonen of het gebruik als tweede verblijf te taxeren. Het wordt getaxeerd boven op alle inkomsten, die er reeds zijn, dus tegen een tarief van circa 50 %.

 

Het kadastraal inkomen wordt eveneens gebruikt om de onroerende voorheffing te bepalen. De financieringswet bepaalt heel duidelijk dat de Gewesten de heffingsgrondslag, die het kadastraal inkomen moet zijn, bepalen.

 

Mijn vraag is dan ook eenvoudig.

 

Vooraleer nog maar aan een studie zou worden gedacht, is het logisch dat u eerst gesprekken met de daartoe bevoegde gewestministers zou voeren, om duidelijk na te gaan of zij de heffingsgrondslag nog willen gebruiken. In het andere geval is die studie immers reeds zonder voorwerp.

 

03.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer Van Biesen, ik denk dat iedereen er zich van bewust is dat het kadastraal inkomen in veel gevallen, om niet te zeggen de meeste gevallen, niet meer correspondeert met de reële waarde van een onroerend goed. Er is dus in de meeste gevallen sprake van scheefgetrokken situaties.

 

Die discrepantie is niet nieuw. Die is historisch gegroeid. Sinds 1975 zijn er geen aanpassingen meer gebeurd. Het spreekt voor zich dat men die niet zomaar van vandaag op morgen kan wegwerken.

 

Het actualiseren van alle KI’s is, zo heb ik begrepen van de deskundigen van de FOD, een echt monnikenwerk. Daarvoor is momenteel niet in een budget of operationele middelen voorzien. Het staat trouwens ook niet in het regeerakkoord.

 

Mijnheer Van Biesen, ik kan u verder ook geruststellen, voor zover dat nodig mocht zijn. Ik ben, om het zacht uit te drukken, ook geen voorstander van lastenverhogingen. Dat is een reden te meer om in het dossier zeker niet overhaast te werk te gaan.

 

Ik heb inderdaad mijn administratie de opdracht gegeven om alvast een voorbereidende studie te maken over de operationele impact. Wat is er met andere woorden bij de administratie nodig aan mensen en middelen om een dergelijke zeer omstandige, ik zou bijna het woord gigantische willen gebruiken, actualiseringoperatie tot een goed einde te brengen?

 

Ik denk dat het goed en absoluut noodzakelijk is om over verdere gegevens te beschikken.

 

Ik wil voorts ook beklemtonen dat een actualisering van de KI’s effecten genereert voor andere bestuursniveaus en zelfs vrije omvangrijke en belangrijke effecten.

 

Het KI dient immers als basis voor de onroerende voorheffing. Bijgevolg is een voorafname in dat verband niet mogelijk zonder een voorafgaande en uitgebreide consultatie van alle betrokken partijen.

 

03.03  Luk Van Biesen (Open Vld): Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.

 

Een goed verstaander heeft het duidelijk begrepen. Ik denk dat de eigenaars en de huurders gerust mogen zijn dat er fundamenteel geen wijzigingen komen in het beleid van het kadastraal inkomen.

 

Wij moeten nu rustig afwachten. Wij zullen zien welk kostenplaatje uit de studie komt. U zult gesprekken voeren met de regio’s om na te gaan of het kadastraal inkomen nog wel de logische heffingsgrondslag voor het bepalen van de onroerende voorheffing is.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Sonja Becq aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Grote Steden en de Regie der Gebouwen, over "de politiepensioenen" (nr. P0484)

- mevrouw Katja Gabriëls aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Grote Steden en de Regie der Gebouwen, over "de politiepensioenen" (nr. P0485)

04 Questions jointes de

- Mme Sonja Becq au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé des Grandes Villes et de la Régie des Bâtiments, sur "les pensions des policiers" (n° P0484)

- Mme Katja Gabriëls au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé des Grandes Villes et de la Régie des Bâtiments, sur "les pensions des policiers" (n° P0485)

 

04.01  Sonja Becq (CD&V): Mijnheer de minister, straks zullen wij in de plenaire vergadering stemmen over een overgangsregeling voor bepaalde leden van het operationeel kader van de geïntegreerde politie. De regeling houdt in dat al wie voor 10 juli 2015 onder de voorwaarden voor vervroegd pensioen valt, die voorwaarden zal kunnen behouden.

 

Straks stemmen wij ook over de oprichting van het Nationaal Pensioencomité, dat de drager zal worden van verdere pensioenhervormingen. Een eerste punt op de agenda van het Pensioencomité wordt de regeling voor de zware beroepen en de regeling voor het deeltijds pensioen. Uiteindelijk passen de twee voorliggende wetsontwerpen in het voortzetten van een pensioenhervorming waarin wij naar langer werken willen gaan, maar tegelijkertijd ook een aantal maatregelen willen nemen, onder andere, voor mensen met een zwaar beroep. De regeling voor die mensen zou worden uitgewerkt binnen het Nationaal Pensioencomité.

 

Vandaag lees ik in de pers, mijnheer de minister, dat u onderhandelt over een aparte regeling voor de politiemensen die vervroegd, op 58 jaar, met pensioen zouden kunnen gaan. Niemand zal ontkennen dat politieagenten, zeker rekening houdend met de interventies en de daarmee gepaard gaande risico’s en het werk in shifts, onder de zware beroepen kunnen vallen.

 

Nochtans hebt u nog niet zo lang geleden verklaard dat een definitieve regeling eigenlijk een voorafname zou zijn op de discussie over de zware beroepen. Ik citeer: “Wij hebben altijd gezegd, vanaf dag één dat dit kadert in de globale pensioenhervorming van de regering. Dat debat wordt nu opgestart en de Nationale Pensioencommissie geïnstalleerd en dan zal het debat rond de zware beroepen starten.”

 

Hoe past de aangepaste regeling waar u vandaag over spreekt en die wellicht zal worden gefinaliseerd, in de algemene discussie over de zware beroepen? In welke mate is zij een voorafname op de discussie, iets waar u eigenlijk van hebt gezegd dat het niet kon?

 

04.02  Katja Gabriëls (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de vice-premier, door een arrest van het Grondwettelijk Hof van 2014 dat bepaalt dat verschillende bestaande pensioenregelingen bij de politie onwettig zijn, zijn we verplicht geweest een nieuwe, juridisch correcte oplossing uit te werken. Sinds uw aantreden als minister van Binnenlandse Zaken hebt u daar samen met de bonden werk van gemaakt. Wij keuren straks die overgangsmaatregel goed die terecht een einde maakt aan de onzekerheid die er op het terrein heerst bij zowat 2 500 politiemensen.

 

Wij lezen ook dat er een meer uitgebreide oplossing op tafel zou liggen die meer definitieve beslissingen zou inhouden over een algemene pensioenleeftijd bij de politie. U heeft al geantwoord op vragen van mevrouw Becq en mezelf in de commissie voor de Binnenlandse Zaken. U heeft ook geantwoord op de bezorgdheid van onze fractie in dit dossier. Die bezorgdheid is tweeërlei, enerzijds moet er uiteraard rekening worden gehouden met het specifieke aspect van het politieberoep, maar anderzijds is het voor onze fractie van fundamenteel belang dat wij in het globale pensioendossier blijvend structureel hervormen om het systeem draaiende te houden.

 

U heeft toen terecht geantwoord en verwezen naar het Nationale Pensioencomité dat onder andere de uitdrukkelijke opdracht krijgt om algemene richtlijnen en duidelijke criteria vast te leggen om te komen tot een gelijke behandeling van alle beroepscategorieën, onder andere wat betreft de definitie van zware beroepen. Het is blijkbaar moeilijk om de term zwaar beroep te definiëren als onderzoek ons leert dat 7 op 10 Vlamingen van zichzelf vindt dat zij een zwaar beroep hebben. Er wacht ons dan ook een moeilijke discussie.

 

Trouwens, de vorige pensioenminister kreeg 33 aanvragen van verschillende beroepscategorieën om als zwaar beroep te worden erkend. Ook dit is veelzeggend.

 

Vanavond zit u samen met de politiebonden en alhoewel u nog niets kwijt wou, hebben we al een en ander kunnen lezen. Vanaf 58 jaar zal men op non-activiteit kunnen en vanaf 2018 wordt dit vanaf 59 jaar. Er komt eventueel ook een voorlopige en tijdelijke erkenning als zwaar beroep.

 

Het kernkabinet heeft vorige week vrijdag hiervoor zijn fiat gegeven, maar een werkgroep onderzocht ook de budgettaire gevolgen. Het basisprincipe van de financiering zou zijn dat de opbrengst, door werknemers langer aan de slag te houden, naar de politiezones wordt doorgesluisd.

 

Ik heb volgende vragen voor u, mijnheer de minister.

 

Kunt u de inhoud van het voorstel dat wij kunnen lezen in de pers, bevestigen? Werd de kostprijs van deze maatregel al berekend? Kunt u daarover meer duidelijkheid geven? Is er een akkoord binnen de regering over de financiering ervan? Kunt u bevestigen dat hierover eventueel nog nieuwe afspraken kunnen worden gemaakt?

 

04.03 Minister Jan Jambon: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Gabriëls, mevrouw Becq, hartelijk dank voor uw vragen. Het is goed om op een aantal punten opheldering te bieden en de ware toedracht te geven van de hypotheses die in de pers ontwikkeld worden.

 

De eindeloopbaanregeling voor de politie, meer bepaald het stelsel van non-activiteit, is een regeling die geldt totdat een einde zal worden gesteld aan alle regelingen van vervroegde uittreding in de federale openbare sector, met inbegrip van het KB voor de eindeloopbaanregeling van de politie, in uitvoering van het regeerakkoord. Ik citeer het regeerakkoord: “De leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voor de regelingen van vervroegde uittreding in de federale openbare sector, het verlof voorafgaand aan pensioen, de disponibiliteit en andere, zullen gealigneerd worden op de voorwaarden voor de individuele werkloosheid met bedrijfstoeslag. Dit zal gebeuren via een aanpassing van het statuut.” U vindt het citaat terug op pagina 113 van het regeerakkoord. Het is letterlijk overgenomen in de tekst van de betreffende de eindeloopbaanregeling van de politie.

 

Het ontwerp van KB inzake het eindeloopbaanregime bepaalt dat het personeelslid van het operationele kader dat de leeftijd van 58 jaar bereikt heeft, recht heeft op een aangepaste betrekking. Dat is een permanent, definitief recht. Iemand die 58 wordt, binnen het operationele kader van de politie, heeft recht op een aangepaste betrekking.

 

Daarnaast voorziet het KB ook in een stelsel van non-activiteit, waarbij het personeelslid van de politie dat een preferentiële vervroegde pensioenleeftijd van 54, 56 of 58 jaar genoot voor het van kracht worden van het wetsontwerp waarover u straks zult stemmen, vanaf 58 jaar het recht heeft op non-activiteit, ten vroegste vanaf de leeftijd die vier jaar onder zijn vervroegde rustpensioenleeftijd ligt. Dat stelsel van non-activiteit voorziet in een wachtgeld dat degressief is, volgens het aantal jaren dienstactiviteit. Het gaat om een stelsel van non-activiteit, wat wil zeggen dat er voor de berekening geen bijkomende pensioenrechten worden opgebouwd.

 

Het stelsel van non-activiteit is een regeling die geldt totdat, in uitvoering van het regeerakkoord, een einde wordt gesteld aan alle regelingen voor vervroegde uittreding in de federale openbare sector, met inbegrip van dit KB. De aanpassingen aan het ontwerp van KB voor de politie en alle andere vervroegde uittredingsregelingen en preferentiële rustpensioenregelingen zullen gebeuren nadat in het Nationaal Pensioencomité besprekingen over de zware beroepen zijn gevoerd. Er staat in het huidige KB dus geen enkele voorafname op een definitieve regeling in het kader van de zware beroepen.

 

Laat mij duidelijk zijn: het KB inzake het eindeloopbaanregime van de politie bestaat uit een luik non-activiteit en een luik aangepast werk.

 

Uiteraard is het stelsel van non-activiteit tijdelijk, maar het recht op een aangepaste betrekking is natuurlijk een permanent recht.

 

De kostprijs van dat alles wordt berekend in samenwerking met de PDOS en zal in de eerstvolgende dagen samen met het ontwerp van koninklijk besluit besproken worden in de technische werkgroepen tussen de kabinetten.

 

Het mogelijk aantal begunstigden van het stelsel van non-activiteit kan op voorhand vrij precies bepaald worden en dus kan de budgettaire impact daarvan ook vrij goed berekend worden.

 

Na het ontwerp van koninklijk besluit volgt er uiteraard een koninklijk besluit over de financiering. Inzake de financiering heb ik altijd gezegd dat wij datgene wat we besparen op de pensioenen zullen gebruiken voor de financiering van dat stelsel.

 

Op de andere vragen kan ik helaas nog niet ingaan omdat de besprekingen nog lopende zijn. Vanavond om 17 u 00 spreken wij de bonden opnieuw. De gestelde vragen maken nog onderwerp uit van die besprekingen.

 

04.04  Sonja Becq (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik dank de minister voor zijn antwoord waaruit ik heel goed begrijp dat het opnieuw om een tijdelijke regeling gaat, een tweede tijdelijke regeling die wordt voorgelegd naast de tijdelijke regeling die we vandaag goedkeuren, in afwachting van de besprekingen in het Nationaal Pensioencomité.

 

Mijnheer de minister, in uw antwoord zegt u dat het recht op een aangepaste betrekking bestaat. Een aangepaste betrekking is geen verplichting, maar de mogelijkheid moet wel voorzien worden door de werkgever. Volgens mij zijn dat belangrijke principes die wellicht ook meegenomen zullen worden naar het Nationaal Pensioencomité.

 

Tegelijkertijd wil ik, aangezien u nu opnieuw in een overgangsregeling voorziet, aandacht vragen voor de mogelijke onzekerheid die daardoor gecreëerd wordt over het moment wanneer er een definitieve regeling zal komen en wat die zal inhouden. Ik denk dat het belangrijk is dat er zo snel als mogelijk duidelijkheid gegeven kan worden over die definitieve regeling, want anders blijft het een voorafname.

 

04.05  Katja Gabriëls (Open Vld): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Samen met u kijken wij uit naar de werkzaamheden van het Nationaal Pensioencomité.

 

Ik ben ook tevreden dat u nogmaals bevestigt dat het stelsel van non-activiteit toch gefinancierd zal worden door de federale overheid. Indien de politiezones dat zelf zouden moeten betalen, zou dat werkelijk een financiële catastrofe betekenen, wat wij beiden niet wensen.

 

Een van de belangrijkste uitdagingen om de meerkosten van de vergrijzing te kunnen blijven betalen, is ervoor zorgen dat de mensen langer werken. Aangepast werk is ook volgens onze fractie de ideale oplossing in dit geval. Ik wil toch nog eens benadrukken dat het voor ons om twee vormen van solidariteit gaat: uiteraard solidariteit over verschillende generaties heen, maar ook solidariteit over verschillende beroepsgroepen heen, en dus een gelijke behandeling en gelijke criteria.

 

Ik ben blij dat u stelt dat er geen voorafnames worden genomen op definitieve regelingen.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Questions jointes de

- M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre de la Coopération au développement, de l'Agenda numérique, des Télécommunications et de la Poste, sur "la suspension du soutien de la Belgique au processus électoral burundais" (n° P0486)

- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre de la Coopération au développement, de l'Agenda numérique, des Télécommunications et de la Poste, sur "le dépôt de la candidature du président burundais à un troisième mandat" (n° P0487)

- Mme Gwenaëlle Grovonius au vice-premier ministre et ministre de la Coopération au développement, de l'Agenda numérique, des Télécommunications et de la Poste, sur "la possibilité de suspendre l'APD au Burundi" (n° P0488)

- M. Peter Luykx au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "le dépôt de la candidature du président burundais à un troisième mandat" (n° P0506)

- M. Georges Dallemagne au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la situation au Burundi" (n° P0507)

- M. Stéphane Crusnière au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la situation au Burundi" (n° P0508)

- Mme Sarah Claerhout au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "le dépôt de la candidature du président burundais à un troisième mandat" (n° P0509)

05 Samengevoegde vragen van

- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eersteminister en minister van Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post over "de opschorting van de steun voor de Burundese verkiezingen" (nr. P0486)

- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eersteminister en minister van Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post over "de kandidatuur van de Burundese president voor een derde ambtstermijn" (nr. P0487)

- mevrouw Gwenaëlle Grovonius aan de vice-eersteminister en minister van Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post over "een eventuele opschorting van de ontwikkelingshulp voor Burundi" (nr. P0488)

- de heer Peter Luykx aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de kandidatuur van de Burundese president voor een derde ambtstermijn" (nr. P0506)

- de heer Georges Dallemagne aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de situatie in Burundi" (nr. P0507)

- de heer Stéphane Crusnière aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de situatie in Burundi" (nr. P0508)

- mevrouw Sarah Claerhout aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de kandidatuur van de Burundese president voor een derde ambtstermijn" (nr. P0509)

 

05.01  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, monsieur le vice-premier ministre, chers collègues, nous sommes ici dans le temple de la démocratie belge. Nous ne nous attendions évidemment pas à la tentative de coup d'État qui vient de se dérouler, voici à peine quelques minutes, au Burundi, pays depuis très longtemps ami de la Belgique.

 

Mon intention première était de vous interpeller, monsieur le vice-premier et ministre de la Coopération au développement sur la problématique de la suspension de l'aide à l'organisation des élections. Je souhaitais vous dire que, selon moi, vous aviez eu raison de prendre cette décision vu les manquements graves en termes de démocratie auxquels doivent faire face les citoyens burundais.

 

Cependant, nous venons d'apprendre que l'armée ou, en tout cas, une partie de cette dernière vient d'organiser un coup d'État, profitant du départ du président en fonction en Tanzanie pour assister à une réunion de la Communauté des pays d'Afrique de l'Est en vue d'aborder le problème des élections qui suscite d'importantes révoltes au sein de la population burundaise.

 

Il faut savoir qu'au Burundi, pas moins de 22 personnes ont trouvé la mort suite aux troubles suscités par la volonté du président de se présenter pour la troisième fois, en dépit des accords d'Arusha.

 

Nous devons être unanimes à faire en sorte que le Burundi retrouve le plus rapidement possible la voie de la démocratie.

 

Monsieur le vice-premier ministre, se pose également la question de la sécurité de nos concitoyens au Burundi, mais la sécurité des Burundais est tout aussi importante. Il en va aussi et surtout de l'avenir de la démocratie de ce pays.

 

Monsieur le vice-premier ministre, vous êtes amené, aujourd'hui, à quitter votre costume de ministre de la Coopération au développement pour endosser celui de ministre des Affaires étrangères. Mais il s'agit d'une problématique importante qui nous concerne tous.

 

05.02  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, collega’s, onze diplomatie pretendeert expert te zijn inzake Centraal-Afrika. Vandaag stellen wij vast dat Burundi in brand staat. De afgelopen dagen viel daar een groot aantal slachtoffers, werd de pers gemuilkorfd, werd het recht op vereniging geschrapt, enzovoort. Zoals collega Flahaux net zei, is er waarschijnlijk ook een staatsgreep gepleegd. Onze democratie heeft gefaald.

 

Wanneer ik terugblik op de jongste maanden zie ik een kloof.

 

Aan de ene kant merk ik dat deze Kamer op voorstel van de collega’s van CD&V een resolutie heeft goedgekeurd waarin klaar en duidelijk werd gezegd dat België geen derde mandaat wil voor de president. Ik stel ook vast dat de minister van Ontwikkelingssamenwerking tijdens zijn jongste reis en in zijn standpunten daarna klaar en duidelijk signalen gaf. Hij waarschuwde ervoor dat als het proces niet inclusief is en als de politie over de schreef gaat, wij ons geld zouden terugtrekken.

 

Aan de andere kant zie ik de minister van Buitenlandse Zaken en ik daag u uit om alles na te gaan wat hij gezegd heeft. Ah, ces petites phrases de Didier Reynders. Altijd hetzelfde zinnetje kwam terug, met name dat België verwacht dat het Arusha-akkoord wordt nageleefd en de Grondwet eveneens. U moet echter weten dat het regime van Nkurunziza er de interpretatie op na houdt dat de Grondwet de vertaling van het Arusha-akkoord is en dat de president volgens deze interpretatie recht heeft op een derde mandaat. Het is klaar en duidelijk dat onze minister van Buitenlandse Zaken altijd onduidelijkheid heeft gehanteerd. Toen op 25 april bekend werd dat Nkurunziza zijn derde mandaat wou opnemen, zeiden het State Department van de Verenigde Staten en het Foreign Office van het Verenigd Koninkrijk duidelijk dat hij moest afzien van een derde mandaat. Onze minister van Buitenlandse Zaken bracht echter alweer hetzelfde zinnetje.

 

Ik kom tot mijn vraag, mijnheer de minister van Ontwikkelingssamenwerking. Men zegt altijd dat de regering één en ondeelbaar is. Wel, mijnheer de minister van Ontwikkelingssamenwerking, klop op tafel. Regering, maak ons signaal duidelijk in Bujumbura. Wij willen niet weten van een derde mandaat. Wij willen ook geen militair regime. Dat is wat de sp.a-fractie van deze regering verwacht. Hopelijk geeft zij voor de eerste keer een duidelijk signaal aan Bujumbura, en niet de dubbelzinnige zinnetjes van Didier Reynders.

 

05.03  Gwenaëlle Grovonius (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, la situation au Burundi est extrêmement grave et les risques de contagion dans la région ne sont pas négligeables. Ils ne l'étaient déjà pas hier; c'est encore pire aujourd'hui.

 

Dans ce contexte, le gel de l'aide belge à l'organisation des élections se justifiait selon moi, de même que je salue la décision belge d'interrompre notre coopération policière. Néanmoins, cela devait nécessairement se faire parallèlement à une action diplomatique forte, comme mon collègue, M. Van der Maelen, vient de le dire.

 

Aujourd'hui, avec ce coup d'État qui vient potentiellement d'intervenir, c'est encore plus le cas. Notre objectif doit demeurer: aider à l'organisation d'élections démocratiques, libres et transparentes dans ce pays et qui respectent la Constitution burundaise ainsi que les accords d'Arusha. On ne peut pas aujourd'hui, encore moins qu'hier, abandonner la population burundaise. Cela suppose effectivement une position claire de notre gouvernement par rapport au président - peut-être démis d'office -, mais cela nécessite aussi que nous adoptions une position claire par rapport aux déclarations du général Niyombaré, selon lesquelles il souhaiterait organiser le plus rapidement possible des élections au Burundi.

 

Monsieur le ministre, quelle sera la position de la Belgique et celle du ministre de la Coopération au développement par rapport à l'aide à l'organisation de ces élections, si effectivement on entre dans un tel processus?

 

Enfin, pour ce qui est des violences qui ont été légion ces derniers temps, des sanctions individuelles sont-elles prévues - gel d'avoirs ou interdiction des visas - pour toutes les personnes responsables de ces violences et des décès au Burundi?

 

05.04  Peter Luykx (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de situatie in Burundi ging de laatste weken van kwaad naar erger, met tientallen doden en honderden gewonden. Zoals hier al gezegd was de aanleiding de aankondiging van president Nkurunziza dat hij een derde mandaat wil opnemen, tegen de Grondwet in, tegen het vredesakkoord van Arusha in. Deze middag bereikte ons het nieuws dat de president zou afgezet zijn door generaal Niyombare, het voormalige hoofd van de inlichtingendiensten. De situatie is echter nog onduidelijk.

 

Wij weten dat België het belangrijkste donorland is. Wij weten dat u de financiering van de verkiezingen opgeschort hebt; die 2 miljoen euro is uitbetaald, de tweede helft nog niet. Wij weten dat de Verenigde Staten, Europa en Zwitserland pleiten voor uitstel van de verkiezingen. U hebt reeds de samenwerking voor de opleiding van de agenten met Nederland opgeschort. U bent dus duidelijk bezorgd over de situatie.

 

Mijnheer de minister, ik zou u willen vragen welke stappen u nog kunt nemen maar eigenlijk moet ik u vragen of het geen tijd wordt om, na de opschorting van de materiële ondersteuning van Burundi, dringend over te gaan tot een morele veroordeling van Nkurunziza. Wij moeten hem zeggen dat dit derde mandaat niet kan.

 

05.05  Stéphane Crusnière (PS): Monsieur le président, monsieur le vice-premier ministre, vous le savez, la situation au Burundi, malheureusement tragique, évolue de minute en minute. Je voulais commencer mon intervention par une pensée, mon collègue l'a dit, pour toutes les personnes qui sont décédées, pour toutes celles qui ont été blessées, pour toutes celles qui souffrent actuellement au Burundi, pour toutes celles qui sont en train de quitter le Burundi suite à la violence gangrenant le pays.

 

Le report des élections était nécessaire. Elles ne pouvaient se tenir dans les conditions actuelles. Si le gel de l'aide belge à l'organisation de ces élections se justifie malheureusement, il ne constitue pas une solution de fond à la crise politique, à la répression, aux atteintes aux droits de l'homme dans ce pays partenaire de notre coopération au développement.

 

Quand j'ai lu votre communiqué, monsieur le ministre, j'ai été déçu de ne voir mention que de ce gel. À aucun moment, vous n'avez fait mention d'une position claire par rapport au troisième mandat du président actuel et au respect des accords d'Arusha. À aucun moment, vous n'avez attiré l'attention sur la liberté de la presse et la nécessité de la restaurer. À aucun moment, vous n'avez fait mention de la nécessité de restaurer les libertés individuelles.

 

J'espère que, malgré tout ce qui se passe actuellement, des élections pourront se tenir rapidement. Notre pays a le devoir moral de les soutenir, de soutenir ce pays avant, pendant et après ce processus. Nous ne pouvons pas fermer les yeux et nous contenter de suspendre le paiement de deux millions d'euros pour le financement des élections. Les Burundais méritent que la Belgique maintienne son aide au développement et à la population et également sa pression diplomatique pour la fin des exactions dans ce pays.

 

Monsieur le ministre, quelles sont les dernières informations en votre possession? Qu'en est-il de la sécurité de nos concitoyens sur place? Pouvez-vous, monsieur le ministre, vous engager à réinstaurer l'aide si un climat propice avec une démocratie, avec plus de liberté pour la presse, pour l'opposition, plus de libertés individuelles se mettait en place au Burundi? Pouvez-vous vous engager à ne pas diminuer les aides directes données à la population burundaise?

 

Beaucoup de déplacés se trouvent dans des pays voisins du Burundi: au Rwanda, en RDC. Est-il envisageable qu'une aide humanitaire ou financière soit également accordée à ces pays?

 

05.06  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le président, chers collègues, monsieur le vice-premier ministre, il y a tout lieu de nous inquiéter au vu de la situation présente à Bujumbara. Certains parlent d'un coup d'État, tandis que le président burundais en déplacement en Tanzanie parle d'une blague et d'une farce, estimant que ce putsch a déjà échoué. En tout cas, nous savons que la situation est extrêmement volatile, qu'une partie de l'armée loyaliste tient la radio-télévision nationale et qu'elle semble prête à tirer sur la foule qui s'est agglutinée devant le siège de cet organisme. Certains estiment que cela pourrait déboucher sur un bain de sang à Bujumbura dans les heures à venir. Celles-ci sont donc particulièrement cruciales pour l'avenir de ce pays.

 

Monsieur le ministre, de quelles informations disposez-vous? Êtes-vous entré en contact avec les putschistes ainsi qu'avec le président éventuellement destitué?

 

Ce à quoi nous assistons aujourd'hui est la conséquence de la violation des accords d'Arusha par Pierre Nkurunziza, mais aussi de la faillite de la diplomatie internationale et, malheureusement, de la diplomatie belge, puisqu'elle s'est rendue récemment sur place. Je regrette aussi qu'il faille attendre de tels événements pour que des initiatives supplémentaires soient prises.

 

Bref, quelle est la situation sur place? Quels sont les risques pour la population burundaise et belge? Avez-vous des nouvelles de nos ressortissants? Sont-ils en sécurité? L'ambassadeur a-t-il pu identifier l'ensemble de la communauté belge qui se trouve là-bas? Quelles initiatives comptez-vous prendre pour éviter le bain de sang et revenir à un processus politique normal et acceptable?

 

Nous savons également qu'une partie de la police s'est ralliée aux forces armées soutenant les généraux putschistes. Y voyez-vous une conséquence de la suspension de l'aide à la police nationale?

 

Voilà quelles sont nos préoccupations aujourd'hui.

 

Le président: Chers collègues, je voudrais vous demander votre attention. En effet, le nombre de décibels produits par les membres de cette Chambre qui n'ont pas la parole en comparaison avec celui émanant des orateurs pose un "petit" problème.

 

05.07  Sarah Claerhout (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik dank u om de leden tot stilte aan te manen.

 

Mijnheer de minister, wij zijn al een tijdje bezorgd over de situatie in Burundi. In april keurden wij een resolutie goed, waarin wij de regering vroegen een sterke politieke dialoog te voeren met de Burundese overheid, precies over die verkiezingen, om de feuille de route, de code de bonne conduite, de Grondwet, de akkoorden van Arusha en de kieswet te laten respecteren.

 

Wij willen de nadruk leggen op de inclusiviteit van het verkiezingsproces en de onafhankelijkheid van de verkiezingsorganen en de veiligheidsdiensten. Dat stond allemaal in onze resolutie.

 

De situatie is echter niet positief geëvolueerd. Eind april liet de huidige Burundese president Nkurunziza optekenen dat hij zich opnieuw kandidaat stelt voor het presidentschap. Het betreft een derde mandaat, wat indruist tegen de geest van de Arusha-akkoorden, die ook de basis vormen voor de Burundese Grondwet.

 

Er bereiken ons meer en meer berichten over arrestaties van mensenrechtenactivisten en van toenemend en aanhoudend geweld op straat. Bovendien laat de pers weten dat de politie hardhandig optreedt bij manifestaties.

 

Op 5 mei bereikte ons ook nog het bericht dat het Grondwettelijk Hof van Burundi heeft beslist dat dit derde mandaat niet ongrondwettelijk zou zijn. Volgens de berichtgeving weigerde de vice-voorzitter van het Grondwettelijk Hof dit arrest te ondertekenen en vluchtte hij naar Rwanda. Hij zei dat er grote druk was vanuit de regering. Met andere woorden, de rechtsstaat staat ernstig onder druk.

 

Mijnheer de minister, u zult het met mij eens zijn dat dit heel verontrustende berichten zijn. Vandaag bereiken ons ook berichten dat het erop lijkt dat een coup werd gepleegd tegen Nkurunziza, maar de berichtgeving is nog onduidelijk.

 

U hebt al een aantal stappen gezet in verband met de opschorting van de verkiezingsfinanciering, maar hoe moet het nu verder? Ik heb dienaangaande de vier volgende vragen.

 

Hoe zal België zich verder opstellen tegenover de escalatie van de inbreuken tegen de basiselementen van de rechtsstaat en de democratie? Welke positie zal België innemen in de gesprekken op Europees niveau? Hoe staat België tegenover het voorstel, dat trouwens steeds vaker wordt geformuleerd, om de verkiezingen uit te stellen? Veel Burundezen zijn de grens overgestoken. Kan deze vluchtelingenstroom de regio verder destabiliseren?

 

05.08 Minister Alexander De Croo: Mijnheer de voorzitter, collega’s, de situatie in Burundi is momenteel, en was de voorbije weken, bijzonder zorgwekkend. Inderdaad, de laatste informatie is dat generaal Godefroid Niyombare de macht heeft gegrepen terwijl president Nkurunziza in Dar es Salaam was voor een vergadering van de East African Community.

 

De heer Niyombare was hoofd van de Service National de Renseignements, voor hij opzij werd geschoven in februari van dit jaar door president Nkurunziza.

 

Aangezien de situatie minuut na minuut wijzigt, zal ik spreken in de voorwaardelijke wijs.

 

Het is niet het moment, op het ogenblik waarop Burundi in brand staat, om hier Belgische politieke spelletjes te spelen. Ons land is bijzonder duidelijk geweest de voorbije maanden.

 

Lors des interactions avec les pouvoirs du Burundi, jamais nous n'avons omis d'insister sur l'importance des accords d'Arusha. À chaque fois, nous avons rappelé leur importance pour la paix pour le présent, et mis l'accent sur le fait qu'ils seront également déterminants pour le futur proche du Burundi.

 

Na nauw overleg tussen vicepremier Reynders en mijzelf was ons land het eerste land dat de daad bij het woord heeft gevoegd. België was het eerste land dat op maandag tot het besluit kwam dat wat daar aan de gang was, op geen enkele manier nog steun kon rechtvaardigen voor de organisatie van verkiezingen.

 

Zoals u weet liep er een project dat wij samen uitvoerden met de Europese Unie, Nederland, Zwitserland en Noorwegen, met name de financiering voor 29 miljoen euro van de voorbereiding van de verkiezingen. Ons land kwam daarin tussen voor 4 miljoen euro. Het was voor ons zeer duidelijk dat vanaf het ogenblik dat er geen enkel perspectief meer was op eerlijke en transparantie verkiezingen, wij de voorbereiding ervan niet verder konden financieren.

 

Nous avons vu que depuis lundi jusqu'à aujourd'hui, d'autres pays nous ont suivis.

 

Selon moi, il est tout à fait logique que la Belgique soit le premier pays à intervenir. Nous sommes le premier donateur du Burundi au niveau bilatéral. Si vous regardez le budget que nous accordons au Burundi per capita, vous remarquerez qu'il figure bien au premier rang de la coopération belge.

 

Wij steunden ook een project inzake de vorming van de politie. Met betrekking tot het optreden van de politie waren er de voorbije weken veel meer vragen dan antwoorden. Wij hebben de voorbije uren ook beelden gezien waaruit blijkt dat de politie absoluut niet de kalmerende rol speelt, maar vaak veeleer het tegenovergestelde doet. Op het moment waarop de politie de bevolking begint aan te vallen is het voor ons land onmogelijk om dergelijke projecten verder te steunen.

 

Ik wil alleen benadrukken dat ons land de voorbije maanden een absoluut vooraanstaande rol heeft gespeeld. Op een zeker ogenblik hebben wij gemerkt dat de kandidatuur van de heer Nkurunziza officieel werd. Die kandidatuur werd dit weekend pas officieel. Uiteraard hebben wij ook akte genomen van het feit dat het Grondwettelijk Hof zwaar onder druk werd gezet, alsook van de escalatie van het geweld. Dat hebben wij ook veroordeeld, zoals wij trouwens steeds hebben gedaan, door de nadruk te leggen op de akkoorden van Arusha. Zij die thans beweren dat België geen gebruik heeft gemaakt van onze kennis en van onze invloed, hebben niet goed gevolgd welke rol wij de voorbije weken hebben gespeeld.

 

Het is onmogelijk om finaal een conclusie te trekken over wat er de komende uren zal gebeuren maar onze lijn is de voorbije dagen steeds zeer duidelijk geweest. Ons land zal alle hefbomen, zowel op diplomatiek vlak als op het vlak van ontwikkelingssamenwerking, gebruiken om twee prioriteiten te verwezenlijken.

 

De eerste prioriteit is de escalatie van het geweld te stoppen. Wij hopen dat in de komende uren de escalatie die er de voorbije weken geweest is, zal stoppen.

 

De tweede prioriteit heeft te maken met het feit de Burundezen zelf een keuze moeten maken voor de toekomst van hun land. Om die keuze te kunnen maken is het respecteren van de akkoorden van Arusha voor ons van cruciaal belang. Zij moeten die keuze evenwel kunnen maken op een moment waarop er geen geweld is en waarop de bevolking niet wordt onderdrukt.

 

05.09  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, je tiens à remercier M. le ministre qui a su utiliser les paroles qu'il fallait à ce stade. Aujourd'hui, la situation est encore trop fragile que pour tenir des propos définitifs, mais il faudra être particulièrement attentif dans les heures et les jours qui vont suivre.

 

En tout cas, nous tous, en tant que membres de ce temple de la démocratie, nous devons être unis et solidaires avec la démocratie si fragile non seulement au Burundi mais dans l'ensemble des pays des Grands Lacs. On parle beaucoup de la problématique de l'immigration illégale et des réfugiés. Aujourd'hui, vingt mille Burundais sont déjà réfugiés à l'étranger, sans compter les Burundais réfugiés à l'intérieur même de leur pays.

 

Nous ne savons pas grand-chose du coup d'État militaire. Mais il importe de rappeler qu'il peut aussi, comme ce fut le cas dans certains pays d'Amérique latine, être salvateur et mener au rétablissement de la démocratie. En tout cas, j'en forme le vœu.

 

Je voudrais ajouter que nous aurions dû aborder ce point en commission des Relations extérieures, mais d'autres débats nous ont retenus. Notre collègue, Françoise Schepmans, avait déposé une proposition et Kattrin Jadin devait se rendre dans le pays pour la tenue des élections.

 

Monsieur le président, par la suite, il importera que nous soyons encore plus solidaires, concrètement, financièrement, matériellement et humainement vis-à-vis de nos amis burundais.

 

05.10  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, de sp.a-fractie is het eens met alle collega’s die hebben opgeroepen tot solidariteit met het Burundese volk. De grootste dienst die wij aan Burundi kunnen bewijzen, is een klare en duidelijke positie van ons land. Helaas is dat niet het geval geweest.

 

Sinds 2013 hebben wij Burundi zien afglijden naar een nagenoeg verlichte dictatuur, met inperking van het verenigingsrecht en de pers. In de Kamer werd er, en helemaal niet alleen door de sp.a, bij de minister van Buitenlandse Zaken op aangedrongen om klaar en duidelijk te zijn ten opzichte van Bujumbura.

 

Vandaag moeten wij vaststellen dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Wij weten niet wat het wordt. Ofwel wordt Burundi een militaire dictatuur, ofwel een politieke dictatuur. Kijk naar de heldere en duidelijke verklaringen van Washington en Londen op 26 april, de dag nadat het congres van de CNDD-FDD in Bujumbura bekendmaakte dat Nkurunziza voor een derde mandaat zou gaan. Men had het erover dat de minister zijn land in brand stak en maande hem aan om het derde mandaat niet op te nemen.

 

Van onze minister van Buitenlandse Zaken kwam het dubbel interpreteerbare zinnetje dat België respect verwacht voor het Arusha-akkoord en de Grondwet. Dat was een fout signaal. Dat is de zachte heelmeester, die nu verantwoordelijk is voor de stinkende wonde.

 

05.11  Gwenaëlle Grovonius (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, malheureuse-ment, nous n'avons pas reçu de réponse aujourd'hui. Nous sommes face à une situation catastrophique et nous ne savons pas comment notre gouvernement va réagir dans les prochaines heures pour faire en sorte de stopper cette escalade au Burundi.

 

Nous ne savons pas quelle sera votre position en ce qui concerne l'aide au processus électoral. Je le répète, pour nous, la priorité est que nous puissions organiser au Burundi, dans les meilleurs délais, des élections démocratiques, libres et transparentes, qui respectent les accords d'Arusha. Notre soutien est essentiel pour mettre sur pied ces élections au Burundi. J'espère que nous pourrons le faire rapidement.

 

05.12  Peter Luykx (N-VA): Mijnheer de minister, bedankt voor het antwoord.

 

De regering heeft inderdaad in woord en daad stappen gezet en hefbomen gebruikt waaruit blijkt dat zij de situatie in Burundi afkeurt, dat is duidelijk en daarover mag geen misverstand bestaan.

 

In die regio worstelen ook Rwanda en Congo met een gelijkaardige vraag of men al dan niet een derde ambtstermijn zal toestaan, wat aanleiding kan zijn voor een conflict.

 

De lijn die u tot op vandaag gevolgd hebt, is goed maar kan er alleen finaal in resulteren dat de regering, na alles wat ze gezegd heeft, een derde ambtstermijn moreel veroordeelt en onderstreept dat dat absoluut niet kan.

 

05.13  Stéphane Crusnière (PS): Monsieur le ministre, je ne vais plus parler du passé. Ce qui importe maintenant, c'est le futur. C'est le futur du Burundi. C'est le futur des Burundais. Comme vous l'avez dit, la Belgique est un partenaire privilégié du Burundi et vous avez aujourd'hui un rôle à jouer de même que le ministre Reynders. Ce rôle n'est pas négligeable et j'espère que vous tiendrez ce rôle. J'espère que vous ferez en sorte que l'on puisse réinstaurer au Burundi une démocratie et que le climat permette rapidement la tenue d'élections démocratiques et transparentes. J'espère aussi, monsieur le ministre, puisque vous ne vous y êtes pas engagé, que vous maintiendrez l'aide directe à la population. En effet, à côté des sanctions que l'on peut prendre vis-à-vis des gestionnaires d'un État, il ne faut pas oublier qu'il y a, à l'arrière-plan, une population qui mérite d'être soutenue.

 

Enfin, monsieur le ministre, je réitère ma demande à laquelle vous n'avez pas non plus fourni de réponse, celle de l'aide éventuellement à apporter aux pays qui accueillent les Burundais qui quittent actuellement le pays. Je veux croire, monsieur le ministre, en la démocratie de ce beau pays. J'en appelle donc à la responsabilité de chacun pour que ce beau pays et toute la région des Grands Lacs retrouvent leur stabilité.

 

05.14  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie d'avoir répondu à nos questions. Je pense que l'on fera le bilan de l'action diplomatique de la Belgique.

 

L'heure aujourd'hui est à la préoccupation de l'évolution de la situation sur place. Je souhaite vraiment que l'on puisse suivre cela de près ici en Belgique et que l'on prenne les initiatives nécessaires au plan international, et pourquoi pas une convocation du Conseil de sécurité. Celui-ci s'est réuni voici quelques jours sur la question du Burundi. Il serait peut-être important qu'il y ait des consultations à ce niveau car nous ne sommes pas à l'abri d'un bain de sang. Nous ne sommes pas à l'abri de violences extrêmement graves. À l'heure où l'on parle, une partie de l'armée, semble-t-il, est restée loyale à Pierre Nkurunziza, et c'est notre préoccupation.

 

Par ailleurs, je ne vous ai pas entendu sur la communauté belge, sur nos compatriotes. J'imagine que c'est parce que les informations ne sont pas alarmantes de ce point de vue. Je crois néanmoins qu'il faudra aussi suivre cela de près. Des dizaines de nos compatriotes sont au Burundi dans la Coopération ou d'autres types d'activités.

 

Aujourd'hui, la préoccupation première de la Belgique doit faire en sorte qu'il n'y ait pas de violence et qu'on en revienne le plus rapidement possible à une situation politique normale.

 

05.15  Sarah Claerhout (CD&V): Mijnheer de minister, ik ben blij met uw verklaring dat België hierin een belangrijke rol speelt en zal spelen en dat wij hierin een grote verantwoordelijkheid hebben.

 

Ik wil u ook oproepen om het krachtig signaal van het Parlement, dat wij met onze resolutie hebben gegeven en nu ook met onze parlementaire vragen, ernstig te nemen en het te herhalen tijdens het overleg met de Europese ministers van Buitenlandse Zaken.

 

Ik heb u ook horen zeggen, als een van uw speerpunten in de benadering, dat de Burundezen de keuze over hun toekomst zelf moeten kunnen maken en dat ze die keuze ook moeten kunnen maken als er geen geweld is.

 

In die context roep ik u op om te blijven verwoorden dat er op die manier geen sprake is van een democratisch verkiezingsproces en dat de verkiezingen beter worden uitgesteld.

 

Ik wens u verder veel succes bij uw diplomatieke en politieke bijdragen om de situatie te ontmijnen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Vraag van de heer Peter De Roover aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "het bezoek van de Turkse president Erdogan aan ons land" (nr. P0491)

06 Question de M. Peter De Roover au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la visite du Président turc Erdogan en Belgique" (n° P0491)

 

06.01  Peter De Roover (N-VA): Mijnheer de voorzitter, geachte collega’s, mijnheer de minister, het gebeurt met de regelmaat van een klok dat buitenlandse staatshoofden België bezoeken. Zij zijn hier ook zeer welkom. De Turkse president geeft aan dat concept echter een zeer aparte invulling. Zondag sprak hij tienduizenden aanhangers toe op wat een politiek-religieuze electorale meeting bleek te zijn. Dat hij daarmee, volgens de Turkse oppositie, de Turkse Grondwet overtreedt, is één zaak, maar hij gaat een grote stap verder en bezondigt zich aan inmenging in binnenlandse aangelegenheden, aangezien hij zich nadrukkelijk richt tot Belgische onderdanen, met een uitgesproken politieke boodschap.

 

President Erdogan uitte zich onder meer als volgt: “Turkije zal altijd uw thuisland blijven. De Turkse staat zal jullie daarbij altijd steun geven. Jullie moeten uw taal, uw geloof, uw waarden, uw cultuur behouden.” Die begrippen worden door hem duidelijk als een eeuwigdurend en onwrikbaar feit beschouwd, zonder enige zin voor dynamiek van een samenleving, vandaar zijn oproep: “Jullie moeten altijd samenblijven, een sterke eenheid vormen.”

 

Oproepen als “als er islam is, zijn wij er, als er geen islam is, zijn wij er niet” of “het geluid dat oproept tot gebed mag nooit stoppen” maken religie tot een politiek project, wat ingaat tegen fundamentele waarden van onze samenleving. Hoe kan een zin als “ze willen ons van ons geloof afknippen” anders geïnterpreteerd worden dan als een rechtstreekse kritiek op het beleid dat hier wordt gevoerd?

 

Mijnheer de minister, lijkt het u niet gepast om de Turkse overheid via de ambassadeur duidelijk te maken dat wij dat optreden niet op prijs stellen en dat wij erop aandringen dat de Turkse president zich niet zou mengen in onze binnenlandse aangelegenheden? Voor zover er geen fundamentele rechten, zoals mensenrechten, in het gedrang zijn, is zo’n houding absoluut onaanvaardbaar. Het optreden van president Erdogan zet volgens mij de relatie met de Turkse republiek onder onnodige druk.

 

06.02 Minister Daniel Bacquelaine: Mijnheer de voorzitter, mijnheer De Roover, ik zal u het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken voorlezen.

 

Ik kan u inderdaad bevestigen dat president Erdogan een bezoek heeft gebracht aan België op zondag 10 mei. Dit bezoek omvatte enkel een ontmoeting met de Turkse gemeenschap in België. Het werd een publieke vergadering in Hasselt, in de Ethias Arena, waarbij ongeveer 15 000 deelnemers aanwezig waren.

 

Ik werd over dit bezoek geïnformeerd op 4 mei door de Turkse ambassade te Brussel. President Erdogan kwam uit Duitsland voor een gelijkaardig bezoek. Het is niet de eerste keer dat president Erdogan dergelijk contact onderhoudt met de Turkse gemeenschap in België.

 

Voor zover ik op de hoogte ben, handelde de toespraak van de president vooral over interne politieke aangelegenheden waarbij hij een beeld schetste van de huidige politieke en economische toestand in Turkije. Hij riep op tot een positieve integratie van deze gemeenschap in hun huidig land, met de suggestie om de landstalen aan te leren. Eenzelfde boodschap had hij ook voor de Turkse gemeenschap in Duitsland.

 

Ter herinnering, de Turkse gemeenschap in België wordt op ongeveer 220 000 personen geschat, waarvan meer dan 85 % ook de Belgische nationaliteit bezit.

 

06.03  Peter De Roover (N-VA): Mijnheer de minister, er waren mensen aanwezig die mij geïnformeerd hebben over de gebeurtenissen in Hasselt. Het optreden van president Erdogan brengt ons project van inclusief samenleven een ernstige slag toe. Een zin als: één natie, één vlag, één staat, doet ons denken aan periodes in het verleden die misschien toch niet echt aangeven waar wij naartoe willen.

 

Het is stuitend dat hij mensen van Turkse afkomst blijft rekenen tot de politieke Turkse ruimte. In essentie haalt de boodschap van Erdogan het aloude idee van de gastarbeider weer uit de mottenballen, wat wij zeer betreuren. Dat een buitenlands staatshoofd hier optreedt als politiek activist die de integratiegedachte komt tegenwerken, verdient onze openlijke afkeuring. Ik zal hier in de commissie zeker nog op terugkomen.

 

06.04  Jan Penris (VB): (…)

 

06.05  Filip Dewinter (VB): (…)

 

De voorzitter: Mijnheer Penris, mijnheer Dewinter, u hebt het woord niet gevraagd.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

07 Question de Mme Nawal Ben Hamou au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la mobilisation pour l'emploi des jeunes" (n° P0489)

07 Vraag van mevrouw Nawal Ben Hamou aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de mobilisatie voor de werkgelegenheid voor jongeren" (nr. P0489)

 

07.01  Nawal Ben Hamou (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, hier je manifestais avec des jeunes qui sont inquiets. Inquiets à juste titre parce que la situation économique est particulièrement difficile et qu’au lieu de les aider, votre gouvernement semble vouloir les punir. Vous les punissez lorsque vous décidez de priver d’allocations les jeunes de moins de 21 ans qui n’ont pas réussi leurs études secondaires. Vous les punissez lorsque vous décidez de priver d’allocations les jeunes qui terminent leurs études après 25 ans parce que leur parcours n’a pas été exemplaire.

 

Bien sûr, pour les bonnes familles bourgeoises qui ont de l’argent, il n’y a pas de problèmes: on trouvera bien le moyen d’aider le rejeton. Mais pour les autres, pour ceux qui doivent travailler, pour ceux dont la bourse n’est pas sans fond, on parle de conséquences capitales.

 

Vos punitions pourraient bouleverser tout leur parcours de vie. Les moins de 21 ans qui perdront leurs revenus, ceux, plus âgés, qui hésiteront à réaliser le dernier cycle de leurs études pour respecter les critères et éviter les conséquences, subiront cette mesure anti-jeune. Et ce n’est malheureusement pas tout. Sous prétexte d’aider les jeunes après les avoir exclus, votre gouvernement profite de leur désarroi et de leur misère pour abaisser leur salaire minimum.

 

Nous vous prions, monsieur le ministre, de ne pas appuyer sur le bouton "marche" de cette machine à exclure.

 

Monsieur le ministre, j’aimerais vous entendre sur les questions suivantes.

 

À partir du moment où vous avez dû faire cette estimation pour calculer le rendement budgétaire de votre mesure, nous souhaiterions savoir combien de jeunes seront exclus du bénéfice des allocations d’insertion par l’effet de ces mesures pour la seule année 2015, à savoir la condition de diplôme pour les jeunes de moins de 21 ans et l’abaissement de l’âge pour pouvoir bénéficier d’allocations d’insertion. Dans ce contexte économique difficile, votre gouvernement, plutôt que de s’attaquer aux jeunes, ne devrait-il pas plutôt soutenir notre proposition de loi visant à supprimer la limitation des allocations d’insertion dans le temps pour les bénéficiaires qui attestent d’une recherche active d’emploi?

 

Ces limitations strictes d'octroi d'allocations d'insertion seraient-elles enfin couplées à des mesures positives favorisant l'emploi des jeunes pour éviter le piège de la précarité? Et enfin, votre gouvernement va-t-il réformer le salaire minimum des jeunes?

 

07.02  Koen Geens, ministre: Madame Ben Hamou, je réponds donc aux questions que vous avez posées au vice-premier ministre M. Peeters. Il y a actuellement des entretiens en cours avec les cabinets des ministres régionaux afin d'établir la liste des diplômes et des certificats qui sont assimilés à un diplôme de l'enseignement secondaire. Ces entretiens sont en phase finale. Sur la base des informations obtenues, un projet d'arrêté royal et ministériel sera soumis pour avis au comité de gestion de l'ONEM, au Conseil d'État et à l'Inspection des Finances. Après l'accord du ministre du Budget, le projet pourra être soumis à la signature du chef de l'État.

 

La réglementation n'a pas pour conséquence de refuser entièrement le droit aux allocations d'insertion aux jeunes ne remplissant pas les conditions. Dans ce cas, l'admission au droit est toutefois reportée jusqu'à ce que l'âge de 21 ans soit atteint. Le nombre de jeunes qui ne remplissent pas les conditions sur la base de l'actuel arrêté royal a été estimé à 2 597. L'ONEM ne dispose pas d'une estimation du nombre de jeunes qui à la suite de l'assouplissement des conditions seront quand même admis à un âge inférieur vu que la liste définitive des certificats assimilés n'est pas encore disponible et que ces jeunes ne sont pas encore connus auprès de l'ONEM.

 

En ce qui concerne le nombre de jeunes qui ne perçoivent pas d'allocations d'insertion en raison de la réduction de l'âge de 30 à 25 ans, je peux uniquement vous dire que l'estimation concerne 5 244 jeunes. Ce nombre est basé sur les entrées durant l'année de référence 2013. Il est encore trop tôt pour communiquer des chiffres fiables pour 2015.

 

Je peux de plus vous faire savoir que lors du premier trimestre, les allocations d'insertion ont pris fin pour 2016 pour 2 106 jeunes de moins de 25 ans. Cela représente 10,2 % du nombre total d'échéances du droit aux allocations d'insertion pendant ce trimestre. Lorsque nous considérons les sorties du régime des allocations d'insertion de la catégorie des jeunes de moins de 25 ans, nous constatons que 3 706 jeunes (17,8 %) sont entrés sur le marché de l'emploi. 10,4 % sont devenus indépendants.

 

Pour 28 jeunes (1,3 %), il a été mis fin aux allocations pour cause de maladie. Pour 1 692 jeunes, nous n'avons pas d'informations.

 

Hier, à la suite de sa visite au Japon, le vice-premier ministre et ministre de l'Emploi n'a pas été en mesure de recevoir les sections jeunes des syndicats. Il a toutefois proposé de les rencontrer plus tard. Les organisations en avaient déjà été informées au préalable.

 

07.03  Nawal Ben Hamou (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie de m'avoir livré une réponse sur un sujet qui ne relève pas de vos compétences. J'attendrai de pouvoir m'entretenir sur cette thématique avec le ministre de l'Emploi.

 

Tout de même, en attendant, vos informations ne sont guère réjouissantes, ni même suffisantes à mes yeux. Ce qu'il faut malheureusement retenir, c'est que vous n'offrez aucune perspective d'avenir aux jeunes, si ce n'est celles d'un parcours semé d'embûches. Dans un marché de l'emploi complètement bouché et rendu encore moins accessible par vos mesures d'allongement des carrières, la qualification semble être la seule arme pour les jeunes. Et voilà que vous les obligez aujourd'hui à faire un choix entre études et allocations d'insertion! Je n'y vois aucune volonté politique de soutenir la jeunesse de notre pays.

 

En tant que toute jeune élue, je crois profondément qu'un autre choix de société est possible et mes idéaux se fracassent aujourd'hui contre votre politique d'intolérance qui vous pousse, au nom de la rentabilité, à la destruction de tous nos acquis. Pour les jeunes qui se sont mobilisés, je continuerai à me dresser contre vos choix anti-jeunes.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

08 Question de M. Raoul Hedebouw au premier ministre sur "l'enquête sur l'assassinat de Julien Lahaut" (n° P0490)

08 Vraag van de heer Raoul Hedebouw aan de eerste minister over "het onderzoek naar de moord op Julien Lahaut" (nr. P0490)

 

08.01  Raoul Hedebouw (PTB-GO!): Monsieur le président, chers collègues, qui a tué Julien Lahaut?

 

"Wie heeft Julien Lahaut vermoord?" Dat is de titel van een boek dat gisteren werd voorgesteld in de Senaat. Het is een heel belangrijk boek en ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om de ploeg van het CEGESOMA te danken voor het historisch werk dat hij heeft geleverd.

 

Je voudrais profiter de l'occasion d'être devant la Chambre aujourd'hui pour remercier le CEGESOMA pour le travail effectué, ainsi que Mme Véronique De Keyser pour le travail réalisé en vue d'élucider un moment important.

 

Un député belge a été assassiné pour des raisons politiques, pour ses idées! Un député belge a été assassiné non pas parce qu'il avait scandé "Vive la république!", mais pour des thèses nouvelles qui ont été avancées hier dans ce livre.

 

Je veux les citer:

1. Le livre démontre qu'il y a eu des collusions au niveau de l'appareil d'État et du gouvernement.

2. Le livre démontre qu'il y a eu collusion avec l'appareil judiciaire.

3. Le livre démontre qu'il y a eu collusion avec des intérêts privés et de grandes entreprises qui avaient pignon sur rue, comme la Société générale, la Brufina.

 

Il ne s'agit donc pas du tout d'une thèse politique, selon laquelle les réseaux royalistes étaient en cause, mais ce sont réellement des réseaux économiques et politiques qui ont collaboré à l'assassinat d'un homme politique en Belgique.

 

Collega’s, dat is heel belangrijk. Dat moet ernstig worden genomen. Er liggen duidelijke elementen op tafel om aan te tonen dat delen van de regering, van het justitieapparaat en van de privésector, onder andere de Société Générale, hebben bijgedragen tot de dood van een volksvertegenwoordiger.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous garantir que ces types de mécanisme qui ont été à l'origine de l'assassinat d'un député, ne sont plus présents aujourd'hui à la tête de la Sûreté de l'État?

 

Pouvons-nous mettre sur pied une commission d'enquête parlementaire? Car nous sommes un pas plus loin. Il s'agit ici de collusion avec le monde politique, avec le monde économique sur la mort d'un représentant du peuple, qui avait le soleil dans sa poche, die de zon in zijn zak had.

 

Le président du parti communiste, Julien Lahaut, a été assassiné. Nous devons, pour la démocratie en Belgique, avoir accès à toutes les informations.

 

08.02  Koen Geens, ministre: Monsieur le président, chers collègues, monsieur Hedebouw, vous comprendrez que je n'ai pas encore eu le temps de lire l'ouvrage du CEGESOMA qui a été présenté, ce mardi, au Sénat. Nous aurons l'occasion d'examiner si des leçons peuvent en être tirées pour l'avenir.

 

En tant que ministre de la Justice, je dois tout d'abord relever que l'assassinat de M. Julien Lahaut commis en août 1950 est prescrit, comme l'a constaté la Chambre du conseil du tribunal de première instance de Liège en 1972 et comme cela a été rappelé dans la proposition de résolution relative à la réalisation d'une étude scientifique sur l'assassinat de Julien Lahaut, présentée le 16 décembre 2008 par M. Francis Delpérée, au nom de la commission de la Justice du Sénat.

 

La prescription serait même acquise si le délai de prescription pour ce type de fait avait déjà été porté à vingt ans, comme je vous le proposerai bientôt.

 

Je rappelle également que mon prédécesseur déclarait, devant la commission de la Justice, le 4 juillet 2012, en réponse à une question de Mme Murielle Gerkens, que les archives du dossier seraient mises à la disposition du CEGESOMA, dans le cadre de l'enquête qui lui avait été confiée.

 

Op 26 februari 2013 heeft de heer Courard, op dat ogenblik staatssecretaris van Wetenschapsbeleid, in de commissie voor het Wetenschapsbeleid van de Kamer bevestigd dat een budget zou worden vrijgemaakt om de tweede fase van het onderzoek te financieren.

 

Wat de Veiligheid van de Staat betreft, zal ik mij ertoe beperken te zeggen dat haar toezicht sinds 1993 wordt verzekerd door een permanent en onafhankelijk orgaan, het Comité R, krachtens de wet van 18 juli 1991. Het toezicht focust zich onder meer op de rechtmatigheid van de activiteiten van de Veiligheid van de Staat en van de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid bij de krijgsmacht.

 

08.03  Raoul Hedebouw (PTB-GO!): Monsieur le ministre, une étude académique a été publiée. Nous ne sommes plus uniquement dans la séquence de l'examen historique des événements. Le fait majeur qui est exposé dans ce livre, et je ne puis que vous encourager à le lire, est qu'il existe des preuves de liens tangibles entre les mondes politique et économique et l'assassinat d'un député en Belgique. La question n'est donc plus seulement juridique; elle est également politique!

 

On ne peut pas comparer cet événement à d'autres - comme j'entends certains s'y employer sur les bancs du MR - pour minimiser la question de l'assassinat. Car nous parlons bien ici de l'assassinat d'un député. Et cela n'arrive pas tous les jours. C'est une honte de parler ainsi sur les bancs du MR! Je voudrais clairement indiquer que c'est l'un des seuls assassinats politiques à avoir été perpétré en Belgique. Nous devons donc prendre nos responsabilités politiques, monsieur le ministre.

 

Je souhaite par conséquent que l'on approfondisse les études pour voir si, d'une part, les mécanismes de séparation des pouvoirs et, de l'autre, le contrôle de la Sûreté de l'État et des instances judiciaires ont bien fonctionné.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

09 Questions jointes de

- Mme Véronique Caprasse à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le cadastre des médecins" (n° P0492)

- Mme Catherine Fonck à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le cadastre des médecins" (n° P0493)

- Mme Muriel Gerkens à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le cadastre des médecins" (n° P0494)

- Mme Valerie Van Peel à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le cadastre dynamique" (n° P0510)

09 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Véronique Caprasse aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het kadaster van de artsen" (nr. P0492)

- mevrouw Catherine Fonck aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het kadaster van de artsen" (nr. P0493)

- mevrouw Muriel Gerkens aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het kadaster van de artsen" (nr. P0494)

- mevrouw Valerie Van Peel aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het dynamisch kadaster" (nr. P0510)

 

09.01  Véronique Caprasse (FDF): Monsieur le président, madame la ministre, la presse a annoncé que le cadastre des médecins, attendu avec impatience pour objectiver le débat sur l'octroi des futurs numéros INAMI, allait bientôt être publié. Certains journalistes ont déjà pu prendre connaissance du cadastre suite à des fuites et annoncent une pénurie de médecins en Wallonie. À l'heure où le gouvernement de la Fédération Wallonie-Bruxelles vient d'approuver l'avant-projet de décret instaurant un concours de fin d'année de médecine et de dentisterie, la Commission de planification de l'offre médicale conseillerait dans son rapport de mettre en place des dispositifs pour rendre la profession plus attractive auprès des jeunes. Ceci est paradoxal.

 

Madame la ministre, je vous ai entendue ce matin sur une radio francophone prendre vos distances par rapport à ces déclarations. Cependant, votre cadastre confirme ce que nous dénonçons depuis des années, à savoir le fait que de nombreux médecins inscrits ne pratiquent pas ou quasiment plus. L'on constate que 9 000 médecins ont un numéro INAMI mais ne pratiquent pas. Il me semble que c'est un fait qui laisse peu de place à l'interprétation. Le paysage de l'offre médicale n'est pas celui de la pléthore mise en avant depuis des années pour justifier un numerus clausus et plus récemment un examen de sélection, d'autant plus que le vieillissement progressif des médecins est confirmé.

 

Madame la ministre, quand ce cadastre sera-t-il définitivement publié? Pourriez-vous confirmer son contenu? J'avais noté dans vos déclarations en commission que les données seraient répertoriées par genre, âge, région du domicile, nationalité, pays d'obtention du diplôme et secteur INAMI. Confirmez-vous cela? Enfin, et surtout, j'aimerais savoir si ce cadastre va enfin permettre de faciliter un accord sur un nombre de numéros INAMI à octroyer à l'avenir pour mieux correspondre à la réalité, ou bien si nous allons repartir dans des batailles d'interprétation des données.

 

09.02  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le président, madame la ministre, on peut déjà tirer un certain nombre d'enseignements de ce cadastre dynamique. Le premier est que seuls six médecins sur dix, qu'ils soient généralistes ou spécialistes, exercent activement la médecine. Le second est qu'il existe des différences régionales très importantes, puisqu'il y en a 20 000 en Flandre et 9 740 en Wallonie. Ces différences régionales sont encore beaucoup plus marquées lorsqu'on regarde les médecins généralistes puisqu'il y en a plus de 7 500 en Flandre, 3 400 en Wallonie et 598 à Bruxelles, en équivalents temps plein. Le troisième enseignement est que la pyramide des âges nous montre qu'il est temps de tirer la sonnette d'alarme puisque sept médecins généralistes sur dix sont en route vers la retraite.

 

Madame la ministre, cela confirme que des poches de pénurie sont plus marquées au Sud qu'au Nord du pays. Elles sont également plus prononcées pour la médecine générale et certaines spécialités. De surcroît, le problème de la relève est important avec une pyramide des âges largement inversée aujourd'hui.

 

Ces constatations confirment la réalité de terrain. Certes, une analyse fine est nécessaire mais la situation est trop interpellante que pour reporter à plus tard les décisions qui s'imposent.

 

Madame la ministre, qu'en est-il de ce cadastre, de cette analyse et surtout des mesures qu'il convient absolument de prendre avant cette analyse? D'une part, il faut revoir les quotas fédéraux de numéros INAMI ainsi que la pénalité que vous voulez appliquer aux francophones. D'autre part, il faut des mesures supplémentaires fortes pour l'attractivité des médecins généralistes et spécialistes en pénurie, par exemple les pratiques de groupes, l'organisation différente des gardes de nuit noire ou la revalorisation de l'acte intellectuel.

 

09.03  Muriel Gerkens (Ecolo-Groen): Monsieur le président, madame la ministre, nous avons rapidement abordé cette question hier en commission de la Santé publique. À cette occasion, il a été convenu que vous viendriez nous présenter, avec la présidente de la Commission de planification, les résultats plus fins de ce cadastre dynamique. Néanmoins, je me suis jointe aux questions d'actualité car je souhaite vous interroger sur quelques éléments aujourd'hui.

 

Ce cadastre se veut dynamique et est plus dynamique que celui basé sur les données précédentes. En même temps, il manque de dynamisme car certaines données sont absentes. Je vous avais d'ailleurs interpellée sur ce sujet en commission. En effet, nous ne disposons pas des lieux exacts de prestation mais des lieux de domicile. Or nous savons que les médecins spécialistes exerçant à l'hôpital, particulièrement dans des hôpitaux universitaires, ne pratiquent pas là où ils vivent.

 

Le cadastre transforme aussi les rémunérations perçues via les remboursements INAMI en équivalents temps plein. On en déduit alors combien de médecins prestent à temps plein ou à temps partiel. On en conclut que les médecins flamands travaillent davantage que les médecins wallons. Quand on examine les chiffres – en tout cas, ceux que j'ai pu voir –, on constate effectivement que des médecins travaillent effectivement plus qu'un équivalent temps plein. On doit légitimement s'interroger. Travaille-t-on plus parce qu'on refuse de déléguer à des plus jeunes ou parce qu'il y a pénurie? Prend-on en compte le temps nécessaire à consacrer à un patient?

 

Travailler plus qu'un temps plein ne signifie pas travailler mieux. Cela ne veut pas dire que c'est bien. Cela traduit peut-être aussi des dysfonctionnements dans l'exercice du métier ou dans le paysage professionnel.

 

J'aimerais sincèrement, madame la ministre, que l'on prenne le temps d'examiner ces différentes données de manière à ne pas se livrer, de façon hâtive, à des interprétations erronées qui donneraient une vision tronquée de la réalité.

 

09.04  Valerie Van Peel (N-VA): Mevrouw de minister, het is vreemd en ook weer niet vreemd dat wij hier staan. Het is vreemd omdat u gisteren in de commissie reeds duidelijk hebt gezegd dat u geen conclusies kunt meegeven, dat het nu aan de Planningscommissie is, dat er nog geen conclusies kunnen getrokken worden uit het kadaster. Wij zijn heel blij dat u uw aandeel in het verhaal uitvoert, zoals u steeds hebt beloofd.

 

Anderzijds is het niet vreemd dat wij hier staan. Waarom is er haast met het kadaster? Vandaag gebeurt hier wat wij steeds hebben gezegd, men wilt het kadaster misbruiken om nog maar eens een uitvlucht te hebben om niet te voldoen aan hetgeen reeds 18 jaar moet gebeuren, namelijk een toegangsexamen aan Waalse zijde organiseren, zoals dat reeds jaren het geval is aan Vlaamse zijde. Dat is hetgeen men probeert te doen, mevrouw de minister. Ik hoop dat u daarin niet mee zult gaan, u bent tot op vandaag steeds heel duidelijk geweest, ik hoop dat u dat zo meteen nog eens bent.

 

09.05  Maggie De Block, ministre: Monsieur le président, mesdames Caprasse, Fonck, Gerkens et Van Peel, comme je l'ai dit hier en commission de la Santé publique, le cadastre a été présenté et adopté le 8 mai en séance plénière de la Commission de planification. Ce cadastre dynamique, "Plan 4" dans le jargon, est un document très technique qui constituera l'instrument de travail dont se serviront les experts spécialistes de la Commission de planification afin de pouvoir fixer les quotas établis pour les années 2022 et suivantes.

 

Il est impossible d'en tirer pour le moment des conclusions immédiates, prématurées et très superficielles quant à ces futurs quotas, de même en ce qui concerne les déclarations relatives à une pénurie ou un surplus supposés d'effectifs médicaux. Il convient de faire preuve de prudence et de réflexion au vu de la mine d'informations contenues dans ce cadastre dynamique. À cet égard, je regrette les fuites qui ont été organisées – et bien organisées, au demeurant, comme toutes les fuites.

 

La Commission de planification a adopté une proposition en vue de conserver pour l'année 2021, c'est-à-dire celle au cours de laquelle la plupart des étudiants qui entameront leur cursus en 2015-2016 seront supposés être diplômés en médecine, le même quota que celui de la période 2019-2020 – c'est-à-dire 1 230 attestations.

 

Ainsi que je l'ai déjà souligné, il est prématuré de tirer dès maintenant des conclusions du cadastre dynamique sur la pénurie présumée de médecins généralistes ou de certains spécialistes. À ce propos, je souhaite néanmoins insister sur le fait que beaucoup de jeunes médecins rejoindront le marché du travail vu le nombre élevé d'étudiants qui suivent actuellement un cursus en médecine.

 

À présent, la Commission de planification va pouvoir débuter très rapidement ses travaux pour produire des analyses de fond à l'aide du cadastre dynamique – et ce, compte tenu du futur paysage de soins souhaités – afin de fixer les quotas pour les années 2022 et suivantes. Je suivrai attentivement ces travaux. Comme l'a dit Mme Gerkens, présidente de la commission de la Santé publique, "un rendez-vous avec la commission est déjà pris".

 

Mevrouw Van Peel, minister Marcourt heeft zijn voorontwerp inderdaad vrijdag jongstleden aan de Waalse regering voorgesteld. Ik heb dat ontwerp vandaag ontvangen om 10.46 uur. U begrijpt dan ook dat ik dat eerst wil bespreken en nu geen commentaar geef. Eén zaak is en blijft echter duidelijk: zijn zogenaamde filter zal ook de Vlaamse en de federale regering moeten overtuigen op het vlak van effectiviteit en juridische haalbaarheid. Daarover zal ik zeker waken.

 

09.06  Véronique Caprasse (FDF): Madame la ministre, je vous remercie pour ces précisions. Je comprends que ce n'est pas évident dès lors que des fuites donnent lieu à certaines interprétations. Je pense néanmoins que ce qui a été dit reflète la réalité. Je crois aussi que la Fédération Wallonie-Bruxelles n'est pas tout à fait à comparer avec la Flandre. Chaque Région a ses spécificités. Il faudra aussi en tenir compte dans l'analyse du cadastre dès qu'il sera publié.

 

09.07  Catherine Fonck (cdH): Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse même si c'est assez décevant. Ce n'est pas parce que le cadastre dynamique ne vous arrange pas ou n'arrange pas les partis néerlandophones de ce gouvernement qu'il faut du coup le renvoyer bien vite aux oubliettes.

 

Ne rien décider et attendre, revient à dire qu'on se fout de ce qui se passe sur le terrain, alors même que chaque année de report est une année qui aggrave la situation, que ce soit par rapport à la réalité des poches de pénurie ou à la relève qui se fait de plus en plus difficile. Quand les gouverneurs doivent aller réquisitionner des médecins généralistes pour assumer les gardes – je regarde certains de mes collègues notamment dans la botte du Hainaut, mais ce n'est qu'un exemple –, alors tout le monde se dit qu'il y a effectivement un problème. En attendant, on laisse courir les choses, alors même qu'il faut neuf ans pour former des médecins généralistes et douze ans pour former des médecins spécialistes. C'est évidemment aujourd'hui qu'il faut s'en préoccuper.

 

Au sein de cette Commission de planification, certains ont d'ailleurs plaidé pour d'ores et déjà revoir les quotas fédéraux. J'insiste, madame la ministre, puisque vous voulez appliquer une sanction et une pénalité aux francophones, il faut, dans ces négociations, tenir compte des résultats de la Commission de planification. Comme j'ai légèrement été interrompue, monsieur le président, je souhaiterais répondre à Mme Van Peel. Les francophones ont aujourd'hui clairement décidé de mettre en place une sélection. À titre personnel, je ne l'aurais pas mise en fin de première mais plutôt en début de première année avec une année de préparation pour ceux qui en ont besoin.

 

Ceci étant, la solution retenue est aussi celle proposée et soutenue largement, pour ne pas dire unanimement, par les universités et les doyens des facultés de médecine. On ne peut en effet plus accepter que des étudiants qui réussissent et qui sont médecins n'obtiennent pas un numéro INAMI.

 

L'important, c'est que cette sélection soit in fine efficiente et effective.

 

09.08  Muriel Gerkens (Ecolo-Groen): Monsieur le président, madame la ministre, une des difficultés réside dans le fait que nous fonctionnons à l'envers. Il serait intéressant de partir d'une étude des besoins sur le territoire belge, au niveau des différents bassins de soins afin de déterminer quelle est la réalité sur le terrain, quel est l'état de santé de la population et des besoins de cette dernière, comment s'organiser pour rencontrer lesdits besoins en proposant une offre de soins. Il s'agit ici de déterminer de quels prestataires de soins on a besoin, où, quand et comment ils doivent être autorisés à exercer leur profession.

 

Tant que l'on ne s'inscrira pas dans une démarche qui part des besoins, on s'appuiera sur des croyances et des présupposés résultant de statistiques. C'est ainsi que certains sont convaincus que, pour organiser et disposer du nombre juste et équilibré de médecins nécessaires, il faut faire un relevé des élèves qui ont entamé des études de médecine. C'est le monde à l'envers!

 

Puisqu'il ne sera tenu compte du cadastre et des chiffres actuels que dans le cadre des programmations établies après 2022, je demande avec insistance que l'on se donne la peine d'entamer une démarche interactive qui permettra de connaître la réalité sur le terrain, dans les différents bassins de soins, dans les différentes zones en étant conscient du fait qu'un système de santé publique qui fonctionne bien favorise, d'abord, la première ligne, à savoir les médecins de proximité, les médecins généralistes et, ensuite, l'organisation des soins spécialisés.

 

09.09  Valerie Van Peel (N-VA): Mevrouw de minister, bedankt voor uw duidelijk antwoord.

 

Mevrouw Fonck, ik wil u geruststellen, hoewel u nu niet luistert. Inzake het kadaster is het voor ons even belangrijk dat er in de toekomst op een juiste manier een berekening wordt gemaakt voor de quota.

 

Vooral was ik heel blij om u na achttien jaar – ik denk dat uw eigen jongerenafdeling u afgelopen weekend wakker heeft geschud – eindelijk iets te horen zeggen dat wel zin heeft, namelijk dat zo’n examen niet aan het eind van het jaar maar aan het begin van het jaar afgenomen moet worden. Dat is zinvol voor de studenten, zeker in het licht van het feit dat het dossier al achttien jaar aansleept. Eén ding begrijp ik namelijk niet zo goed. Voor een partij die het federaal niveau zo belangrijk vindt, duurt het toch heel lang eer u ernaar luistert.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

10 Questions jointes de

- M. André Frédéric à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la consommation d'alcool chez les jeunes" (n° P0495)

- Mme Karin Jiroflée à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la consommation d'alcool chez les jeunes" (n° P0496)

10 Samengevoegde vragen van

- de heer André Frédéric aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het alcoholgebruik bij jongeren" (nr. P0495)

- mevrouw Karin Jiroflée aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het alcoholgebruik bij jongeren" (nr. P0496)

 

10.01  André Frédéric (PS): Madame la ministre, vous me direz que la problématique de la consommation excessive ou non contrôlée d'alcool n'est pas une problématique neuve mais, à titre personnel, j'ai été interpellé ces dernières heures par le rapport de l'OCDE qui met en évidence un certain nombre d'éléments concrets, objectifs et interpellants: il s'agit de l'augmentation importante de la consommation non contrôlée chez les femmes et, en particulier, chez les jeunes avec le phénomène de binge drinking (des consommations excessives en un laps de temps réduit).

 

Un certain nombre d'hypothèses assez simples sont formulées dans ce rapport: ces boissons sont aisément disponibles et financièrement accessibles. Le rapport souligne aussi les effets nocifs de la publicité en la matière.

 

Au niveau des chiffres, j'ai été surpris de constater que ce problème de consommation non contrôlée toucherait approximativement 900 000 personnes en Belgique. Il y a un impact financier en termes de santé publique de 4,2 milliards d'euros avec des effets très graves sur la santé des personnes ainsi que d'autres conséquences comme l'augmentation des accidents de la route ou les violences.

 

Vous le savez, madame la ministre, sous la législature précédente, un plan alcool avait été mis en chantier. Malheureusement, ce plan n'avait pu être approuvé par le gouvernement de l'époque parce qu'il y avait des oppositions, entre autres de votre parti. Aujourd'hui, vous êtes ministre de la Santé: vous avez donc une responsabilité en termes de santé publique à assumer. Comptez-vous mettre en œuvre un plan alcool, organisé et coordonné avec les entités fédérées qui ont des responsabilités en matière de prévention? À quel moment comptez-vous le mettre en œuvre?

 

10.02  Karin Jiroflée (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, zoals mijn collega al heeft gezegd, werd gisteren door de OESO een studie voorgesteld over alcoholmisbruik in Europa. Eigenlijk was er goed nieuws: men leert uit de cijfers dat het alcoholgebruik in het Westen in het algemeen daalt. Toch blijft alcohol een echte killer: in twintig jaar tijd klom alcohol als doodsoorzaak wereldwijd van de achtste naar de vijfde plaats. Er blijft dus een groot aantal pijnpunten. Zoals net aangehaald heten die pijnpunten vrouwen – hoogopgeleide vrouwen, als ik het goed heb begrepen – en jongeren.

 

Het problematisch gebruik van alcohol bij jongeren blijft pieken, helaas ook in ons land. Het is nog maar van maart geleden dat de spoedartsen aan de alarmbel hebben getrokken, omdat de slachtoffers van binge drinking of overmatig alcoholgebruik bij jongeren de spoeddiensten overspoelen en zij dat voortdurend zien toenemen. Acht tot tien procent van de Belgen drinkt te veel alcohol en de sociale kosten daarvan worden op 4,4 miljard euro per jaar geschat.

 

De vorige minister van Volksgezondheid had een zogenaamd alcoholplan klaar om een aantal zaken aan te pakken. Volgens de kranten werd dat toen afgevoerd onder invloed van een aantal Open Vld-excellenties. Vandaag levert Open Vld diezelfde minister van Volksgezondheid: dat bent u, mevrouw De Block. Wij willen nu weten wat uw plannen in dit verband zijn. De groep van spoedartsen een paar maanden geleden, de OESO gisterenavond, morgen misschien weer de weekendongevallen: wat is uw plan in verband met alcoholmisbruik bij jongeren, mevrouw de minister?

 

10.03  Maggie De Block, ministre: Monsieur Frédéric, Madame Jiroflée, j'ai également lu avec intérêt le rapport de l'OCDE et j'en retiens principalement deux éléments. Tout d'abord, bien qu'on défende parfois avec ardeur un modèle dit scandinave et que l'on mette en avant certaines mesures rapidement considérées comme des mesures protectrices ou de promotion de la Santé publique, le rapport donne néanmoins une image nuancée de la situation. Au cours des vingt dernières années, la Belgique a connu une baisse de 20 % alors que la consommation a augmenté dans les pays comme la Finlande, la Suède et la Norvège.

 

Deuxièmement, en tant que ministre de la Santé publique, j'estime que cette évolution générale est positive mais l'abus d'alcool en revanche est devenu un problème qui touche beaucoup trop de citoyens, des femmes et des enfants notamment. Même si un cinquième de la population en consomme environ 65 %, il s'agit d'un chiffre qu'on ne peut ignorer. C'est pourquoi je me réjouis également que le Treatment Demand Indicator soit en vigueur depuis le 1er janvier. Cet enregistrement doit obligatoirement être effectué par tous les hôpitaux universitaires généraux et psychiatriques, et doit nous fournir des chiffres nationaux sur le nombre de traitements des assuétudes qui ont été entamés. Il peut donc nous guider vers un cadre de traitement plus adéquat pour l'une ou l'autre substance psychoactive spécifique.

 

Het rapport is echter ook zeer duidelijk: preventiemaatregelen, hoe duur ook, geven een zeer grote kosteneffectiviteit op lange termijn. Daar het een bevoegdheid van de Gemeenschappen en Gewesten is, zal ik ook voorstellen om binnen de interministeriële conferentie Volksgezondheid te bekijken hoe alcoholmisbruik via verschillende invalshoeken kan worden bestreden.

 

Ten slotte wil ik mijn eerder antwoord herhalen in verband met de problematiek. De responsabilisering van de bevolking kan niet enkel van de overheid worden verwacht. Er is minstens de verantwoordelijkheid bij de burgers zelf. Elk alcoholmisbruik van welke bevolkingsgroep dan ook moet door beiden worden aangepakt op een verstandige manier.

 

10.04  André Frédéric (PS): Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse bien qu'elle me laisse un peu sur ma faim. Je peux partager au moins un élément, c'est que le contrôle de la consommation relève de la responsabilité individuelle. Quand vous dites que l'image du rapport de l'OCDE est une image nuancée, je trouve que 900 000 personnes et un impact de 4,2 milliards, c'est plus que de la nuance. C'est interpellant en termes de chiffres. Vous dites que vous attendez les chiffres pour voir quelles sont les personnes qui ont commencé des traitements. Admettons! Mais je n'ai pas de réponse en ce qui concerne votre plan. À aucun moment, vous n'avez dit que, par rapport à ce qui s'est passé auparavant, vous aviez l'intention de mettre ce plan en œuvre. Je le regrette.

 

Madame la ministre, pour vous rafraîchir la mémoire, j'ai repris une déclaration d'un membre de votre parti au Standaard en 2013 – cela ne remonte pas à Mathusalem. Dans une interview, un éminent responsable de l'Open Vld disait: "Iedereen vanaf zestien jaar moet een pintje uit de automaat kunnen drinken". C'est assez révélateur. En tout cas, ce n'est pas ma manière de voir les choses. J'attends de la ministre de la Santé publique qu'elle prenne ses responsabilités en la matière.

 

10.05  Karin Jiroflée (sp.a): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik ben blij te horen dat u iedereen aan het werk zet en dat u de interministeriële conferentie daarvoor wil sensibiliseren. Toch hoor ik niet echt concrete maatregelen. Nochtans kan men naast op gewestelijk niveau ook op federaal niveau een aantal zaken aanpakken. Onze fractie wil actie. We zullen een resolutie indienen want we vinden dat er in dit Parlement echt over deze problematiek moet worden gesproken.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

11 Question de M. Benoît Friart au ministre des Classes moyennes, des Indépendants, des PME, de l'Agriculture et de l'Intégration sociale, sur "la création de 200 000 emplois en 6 ans" (n° P0501)

11 Vraag van de heer Benoît Friart aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie over "het scheppen van 200 000 banen in 6 jaar" (nr. P0501)

 

11.01  Benoît Friart (MR): Monsieur le ministre, chers collègues, le Bureau fédéral du Plan a publié, hier, son rapport intitulé Perspectives économiques 2015-2020 pour la Belgique. Ce document exprime tout ce que notre pays est censé recevoir et composer dans les prochaines années.

 

Il démontre toute la pertinence des mesures qui ont été mises en place par le gouvernement. Il constitue également un excellent bulletin pour l'action menée par nos ministres.

 

Plusieurs éléments positifs doivent retenir notre attention dans ce rapport. D'une part, l'augmentation du PIB: 1,2 % pour 2015; 1,6 % pour 2016; 1,7 % pour 2017, ainsi que les 200 000 emplois qu'il envisage pour la période 2015-2020. Il s'agit là d'un élément important d'autant que le taux d'activité passera de 67,2 % à 70 % et que cela concernera aussi, de façon significative, la classe de population 55-65 ans.

 

D'autre part, il y aura une diminution significative du chômage, puisque l'on reviendra au taux de chômage que l'on connaissait en 1991. Il y aura également une diminution du déficit budgétaire. Nous atteindrions cette année les 3 % et l'année prochaine 2,7 %. L'on nous promet 1,1 % en 2020.

 

Monsieur le ministre, les PME jouent un rôle très important dans la création d'emplois. Elles sont extrêmement dynamiques et créatives. Le gouvernement, de par les mesures qu'il a prises en leur faveur (les 40 points de votre plan), soutient fortement ces PME dans leurs initiatives.

 

Monsieur le ministre, quelle est et continuera à être la part des PME dans les créations d'emploi au niveau national? Parmi les mesures que vous avez prises en faveur des PME, lesquelles sont significatives pour leur développement?

 

11.02  Willy Borsus, ministre: Monsieur le président, monsieur le député, le rapport que vient de nous transmettre le Bureau fédéral du Plan est un document extrêmement intéressant en ce qu'il balise les perspectives 2015-2020 et qu'il en détaille certaines. Vous avez chiffré les perspectives en termes d'évolution de croissance, de créations d'emplois. Permettez-moi de mentionner également que selon ledit rapport, nous devrions enregistrer une diminution, sur la même période, de 54 000 chômeurs. Par ailleurs, en comptant les accroissements et les diminutions, le secteur privé devrait générer la création de 228 000 postes supplémentaires durant la période concernée.

 

Nous devons bien évidemment avoir la rigueur et la nuance d'indiquer qu'une partie de ces éléments sont motivés par des circonstances liées au contexte international, au coût de l'énergie, au rapport entre les monnaies, à la politique européenne. Mais en même temps, avec la même détermination, nous devons souligner, et le Bureau du Plan le relève, combien des réformes engagées par ce parlement et par ce gouvernement sont de nature à porter ces effets. On cite notamment les réformes en matière de coût salarial, d'index, de pension.

 

Dans ce contexte, vous avez raison de souligner à quel point les PME jouent un rôle majeur dans le cadre de ce redéploiement. Elles représentent, vous me demandiez ce chiffre, 69 % des emplois créés dans le secteur marchand. Les mesures que nous avons prises concernant l'allègement de charges, la simplification administrative, l'accès au financement, très récemment encore concernant les starters, l'amélioration du statut social des indépendants, l'internationalisation des PME, sont, mesdames et messieurs, des décisions clés à cet égard.

 

Un élément doit retenir notre attention, et j'en termine par là, monsieur le président. Le rapport y fait allusion. J'engage celles et ceux qui n'en ont pas encore eu le temps à en faire lecture détaillée ce week-end. Un élément important mentionné dans ce rapport est la confiance. C'est la confiance retrouvée. C'est la mobilisation de tout un chacun dans le monde de l'entreprise, dans le monde politique et dans la population, parce que cette confiance sera, elle aussi, porteuse de perspectives et d'avenir. C'est l'appel que je me permets de lancer aujourd'hui.

 

11.03  Benoît Friart (MR): Monsieur le ministre, les réponses que vous nous avez apportées, jointes aux chiffres communiqués par le Bureau fédéral du Plan, nous montrent à quel point le gouvernement et votre ministère sont extrêmement attentifs aux entreprises et à leur développement. Au moins, ce gouvernement s'attache aux intérêts de nos entreprises pour leur donner davantage de compétitivité et de possibilités de créer des emplois. Ce ne fut pas toujours le cas lors des gouvernements précédents.

 

Ce gouvernement est passé aux actes. Je vous en remercie, monsieur le ministre. Je voudrais aussi vous dire que vous pourrez compter sur l'appui de tous les députés de notre majorité pour vous soutenir dans l'action que vous menez pour nos entreprises.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

12 Question de M. Michel de Lamotte au ministre des Classes moyennes, des Indépendants, des PME, de l'Agriculture et de l'Intégration sociale, sur "le fromage de Herve" (n° P0502)

12 Vraag van de heer Michel de Lamotte aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie over "de Hervekaas" (nr. P0502)

 

12.01  Michel de Lamotte (cdH): Monsieur le président, monsieur le ministre, le thème de cette question se veut illustratif d'un ensemble de produits. Les médias ont évoqué le fromage de Herve, fabriqué à base de lait cru, mais on pourrait aussi parler de la bière, par exemple.

 

La crainte des producteurs vis-à-vis de certains contrôles apparaît de plus en plus prégnante. Entendons-nous bien, la sécurité des produits est pour nous fondamentale et importante. Dans le cas qui nous occupe, la listeria est effectivement une bactérie mortelle.

 

Comment organiser cette mixité entre la production artisanale et une économie de qualité? Comment faire ce mariage pour pouvoir permettre à nos artisans et producteurs locaux de pouvoir vivre de leurs produits, fabriqués près de chez eux? C'est le phénomène de l'économie locale.

 

Je voudrais revenir sur l'attitude de l'AFSCA dans ces affaires. Il me semble qu'elle n'est pas assez soucieuse de conseils, de partenariats, d'aide et qu'elle apparaît plutôt répressive vis-à-vis de cette situation. La crainte des producteurs locaux concerne la concurrence au niveau européen. Ils ont le sentiment que les contrôles ne sont pas les mêmes partout.

 

Monsieur le ministre, comment pouvoir marier cette économie locale avec une concertation, une aide et un partenariat?

 

Vous avez publié un communiqué voici quelques heures et suite à cela, certains producteurs font état du peu de contacts avec l'AFSCA. Après le passage des inspecteurs, il n'y a eu aucun retour vers eux et croyez bien que je le regrette.

 

12.02  Willy Borsus, ministre: Monsieur de Lamotte, la question que vous posez est très importante pour le secteur concerné, pour les transformateurs et les consommateurs.

 

Monsieur le président, chers collègues, la bactérie listeria constitue un réel danger pour la santé publique. L'Autorité européenne de sécurité des aliments (EFSA) a recensé dans son dernier rapport l'état du nombre d'infections causées par cette bactérie entre 2009 et 2013. Figurez-vous que 1 763 cas de listériose ont été enregistrés dans l'ensemble des États membres et que, parmi ceux-ci, 191 personnes sont décédées à la suite de cette infection.

 

Les sources d'infection alimentaire sont diverses, et les fromages à base de lait cru représentent un milieu de transformation qui en est l'une des plus importantes. Par ailleurs, relevons que la listeria n'est pas un élément qui serait nécessaire à la fabrication ou à la transformation du fromage.

 

Convenons donc que la bactérie est pathogène et dangereuse. Dans certains cas, elle peut même être mortelle.

 

Les normes en la matière sont définies par un règlement européen. Au stade de la fabrication d'une telle denrée alimentaire – c'est-à-dire à la sortie des ateliers -, on doit se trouver dans une situation d'absence totale de cette bactérie dans les échantillons relevés. Or des analyses ont pu détecter une présence de celle-ci. Une concertation a eu lieu avec le fabricant afin de définir la suite à donner à ces produits, de manière à ce que les lots gelés puissent être gérés en termes de risques par le producteur.

 

L'Agence reconnaît évidemment les réalités de terrain et souhaite qu'une large concertation puisse s'organiser avec les producteurs concernés. Cependant, on ne peut tolérer une différence de qualité sur le plan de la sécurité alimentaire entre productions artisanales et productions à plus grande échelle.

 

Croyez bien que, moi qui suis fils d'agriculteur et qui ai moi-même transformé du lait cru, je suis attentif à cette situation.

 

12.03  Michel de Lamotte (cdH): Monsieur le président, ma question portait aussi sur la manière de marier produits locaux, sécurité alimentaire et économie locale. Je n'ai pas entendu de réponse à cet égard.

 

Ensuite, je voudrais revenir sur la concertation positive que l'AFSCA doit entretenir avec les personnes qui sont contrôlées. Elles ont besoin d'aide et de soutien plutôt que de répression.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

13 Question de M. Jean-Marc Nollet à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "l'action de la Plateforme Justice climatique" (n° P0503)

13 Vraag van de heer Jean-Marc Nollet aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de actie van het Platform Klimaatrechtvaardigheid" (nr. P0503)

 

13.01  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): Monsieur le président, madame la ministre, je sais que votre nuit fut courte mais vous avez certainement eu l'occasion de lire la presse.

 

Ce matin, le journal La Libre titrait: "Objectifs climatiques 2013-2020: le drôle de climat belgo-belge". Effectivement, vous êtes toujours à la recherche d'un accord sur la répartition des objectifs climatiques 2013-2020.

 

Il y a urgence! Il y a urgence non seulement pour les objectifs en matière de production d'énergies renouvelables et de diminution des gaz à effet de serre mais également pour les objectifs de financement du climat d'un point de vue international. Nous sommes à l'avant-veille du Sommet de Paris. La préparation est en cours. La crédibilité de la Belgique est en jeu. Faut-il rappeler que nous avons un passif en la matière avec la saga de la non-décision lors du précédent sommet du gouvernement fédéral? Dois-je rappeler que les engagements pris par la Belgique dans l'enceinte des Nations unies peinent à être suivis de promesses chiffrées et encore plus difficilement à être honorés. Nous avons des retards de paiement pour quatre années (2010, 2012, 2013 et 2014).

 

Si nos informations sont exactes, une réunion de la Commission nationale Climat aura lieu lundi à 14 heures et abordera la thématique. Les acteurs associatifs vous ont directement interpellée. Je veux ici être leur relais. Elles craignent qu'un accord soit conclu exclusivement sur les deux premiers points (les gaz à effet de serre et les énergies renouvelables), laissant de côté toute la problématique internationale de financement des politiques climatiques.

 

Madame la ministre, quel mandat allez-vous donner à vos représentants? Quel est le mandat du gouvernement fédéral? S'aligne-t-il à la baisse, comme le gouvernement flamand l'a fait en ne retenant que deux objectifs prioritaires (les gaz à effet de serre et les énergies renouvelables), délaissant les questions de politique internationale de financement?

 

Enfin, je voudrais vérifier avec vous que les engagements que vous prendrez en termes de participation financière du fédéral seront des engagements complémentaires et non des substitutions aux politiques de coopération au développement, qu'il ne s'agira pas d'un recyclage opportuniste mais bien d'une enveloppe supplémentaire.

 

13.02  Marie-Christine Marghem, ministre: Monsieur le président, chers collègues, comme vous, j'ai lu le communiqué de la Plate-forme Justice climatique de ce lundi et, comme vous, car nous passons nos jours et nos nuits ensemble, ma nuit fut courte mais j'ai bien en tête l'ensemble des éléments que vous me soumettez.

 

Le 18 mai 2015, la Commission nationale Climat se penchera à nouveau sur l'accord intrabelge sur le burden sharing sur la base d'une proposition de compromis de la présidence bruxelloise – vous savez que c'est une présidence tournante – de la Commission. Je partage l'opinion de la Plate-forme Justice climatique et je dis avec elle qu'il est devenu urgent de parvenir à un accord qui fait partie des engagements repris dans l'accord de gouvernement et constitue une de mes priorités, comme je l'ai déjà dit à plusieurs reprises.

 

Les questions en suspens depuis la fin de la législature précédente portent principalement sur trois éléments: les objectifs en matière d'énergie renouvelable, les recettes de la mise aux enchères des quotas ETS entre les Régions et le fédéral, la contribution belge au financement climatique international.

 

Pour ce qui concerne le premier point, l'annonce récente par la Région wallonne qu'elle serait prête à augmenter sa part dans l'objectif belge nous mène dans la bonne direction, même si cette proposition est apparemment conditionnée par les recettes de mise aux enchères. Elle veut obtenir une part significative de ces recettes. Ce dernier point reste donc la question politique principale à régler, ayant évidemment un lien très direct avec la question du financement climatique international.

 

Je vous rappelle que, pour le moment, 260 millions d'euros sont bloqués sur le compte belge alimenté par cette mise aux enchères. Je me réfère aussi à la situation potentiellement préjudiciable pour la crédibilité belge en tant que partenaire international rencontrée à propos des contributions belges au Fonds vert lors du Sommet de Lima et à propos du Fonds d'adaptation après le Sommet de Varsovie en 2013. Il est donc très clair qu'il faut, dans l'accord du burden sharing, une solution structurelle et à long terme pour la répartition des contributions belges au financement international.

 

Pour moi, un accord sur ces deux derniers points doit absolument compléter l'accord déjà quasiment acquis sur les autres éléments du paquet burden sharing dans la perspective d'un accord global.

 

J'en profite pour rajouter que la conclusion d'un accord sur la répartition devra aussi permettre d'élaborer dans la foulée un nouveau Plan national Climat pour la période 2015-2020. À cet égard, le Conseil des ministres s'est engagé à mettre en œuvre de nouvelles politiques et des mesures fédérales générant des réductions de 7 000 kilotonnes qui s'ajoutent au 12 250 kilotonnes générées par les mesures fédérales déjà en place.

 

Dans une logique de bonne gouvernance, il est aussi essentiel de se mettre d'accord sur la manière dont les entités responsables s'acquitteront des pénalités éventuelles à l'égard de la Belgique en cas de défaut dans la réalisation de nos obligations européennes et internationales.

 

Dans cette même logique, je suis personnellement convaincue de la nécessité d'une grande cohérence entre les politiques menées par les différents niveaux de pouvoir et d'une meilleure coopération.

 

Le président: Je vous invite à terminer, madame Marghem.

 

13.03  Marie-Christine Marghem, ministre: Il est nécessaire de mieux utiliser les organes de coopération comme la Commission nationale Climat. Je m'efforcerai, dans l'exercice de la présidence fédérale de cette Commission, de renforcer le rôle de cette dernière.

 

Le président: Je vous retire le micro, madame la ministre. Vous exagérez! Vous vous êtes exprimée durant plus de 3 minutes et 20 secondes. Il y a des limites à ne pas dépasser!

 

13.04  Marie-Christine Marghem, ministre: (…) Vous pouvez m'écrire; je vous répondrai.

 

13.05  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): J'écris très bien.

 

13.06  Marie-Christine Marghem, ministre: J'écris très bien aussi. D'ailleurs, votre président de commission, M. Delizée, a déclaré que j'avais une très belle écriture.

 

13.07  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): Monsieur le président, vous avez pu constater toute la difficulté à laquelle peut être confronté M. Delizée lorsqu'il préside en commission. Vous venez d'en faire l'expérience.

 

Cela dit, on a pu se débrouiller, hier soir. On se débrouillera aujourd'hui également!

 

Pour ce qui concerne le fond de votre réponse, madame la ministre, je partage vos intentions et votre point de vue lorsque vous dites que le financement des politiques climatiques internationales doit faire partie intégrante de l'accord. En la matière, vous vous distinguez de la position adoptée par le gouvernement flamand.

 

Cela dit, malgré la longueur de votre réponse, vous n'avez pas confirmé que l'engagement fédéral sera bien un engagement financier complémentaire et qu'il n'est nullement question d'aller puiser dans l'enveloppe de la Coopération au développement.

 

Madame la ministre, je vous permets d'utiliser le temps de parole qui me reste pour me rassurer ou non à ce sujet.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

14 Vraag van mevrouw Daphné Dumery aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "de federale en gewestelijke bevoegdheden inzake het rijbewijs" (nr. P0504)

14 Question de Mme Daphné Dumery à la ministre de la Mobilité, chargée de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "les compétences fédérale et régionales en matière de permis de conduire" (n° P0504)

 

14.01  Daphné Dumery (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, wij moeten allemaal leven met de gevolgen van de zesde staatshervorming en dat is voor niemand gemakkelijk. Het is niet de staatshervorming van N-VA.

 

Dat het niet gemakkelijk is, blijkt onder andere uit de omzetting van een Europese richtlijn die het rijden in tunnels veiliger moet maken. Dat lijkt misschien banaal, maar is het niet, want opnieuw zorgt de zesde staatshervorming voor problemen. Het behoort tot uw bevoegdheid, mevrouw de minister, om te bepalen welke kennis en vaardigheden nodig zijn om veilig door tunnels te rijden, terwijl de Gewesten bevoegd zijn voor de praktische kant, dus hoe men deze kennis en vaardigheden moet kunnen verwerven. U bent bijvoorbeeld bevoegd om het rijgedrag in een tunnel te definiëren, dus hoe men moet rijden, maar de leerstof, het theoretisch examen, is een bevoegdheid van de Gewesten.

 

Niet alleen het omzetten van deze richtlijn zorgt voor een conflict met de Gewesten, ook andere koninklijke besluiten met betrekking tot rijbewijzen zorgen voor bevoegdheidsconflicten. Zo is het aan de Gewesten om te bepalen wie begeleider kan zijn. Dat is geen federale bevoegdheid.

 

Er zijn echter ook tal van voorbeelden waar het overleg tussen u en de Gewesten goed verloopt.

 

Nu dreigen enkele ontwerpen van koninklijke besluiten te leiden tot conflicten, waardoor er procedures worden ingeleid bij de Raad van State. Ik ben er zeker van dat u het met mij eens bent dat dit moet worden vermeden en dat overleg de voorkeur geniet.

 

Mevrouw de minister, namens de N-VA-fractie wil ik de volgende vragen stellen. Dit conflict werd door het Vlaams Gewest gesignaleerd, maar hoe hebben de andere Gewesten gereageerd op uw koninklijke besluiten met betrekking tot de rijbewijzen?

 

Bent u van plan om die ontwerpen van koninklijke besluiten aan te passen? Overleg moet de voorkeur krijgen, maar hoe komt men eruit?

 

14.02 Minister Jacqueline Galant: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Dumery, mijn administratie heeft al lang geleden verschillende grijze zones geïdentificeerd. Deze werden geïdentificeerd tijdens bijeenkomsten van de werkgroepen die samenkwamen voor de inwerkingtreding van de bijzondere wet van 6 januari 2013 betreffende de zesde staatshervorming.

 

Sedert het begin van deze legislatuur zijn er over deze grijze zones verschillende overlegvergaderingen geweest tussen mijn kabinet en het kabinet van mijn collega, minister Weyts. De dialoog tussen de federale overheid en de Gewesten is dus behouden. Ik wens dat dit zo blijft.

 

Naar aanleiding van een persartikel heb ik inderdaad kennis genomen van nieuwe grijze zones met betrekking tot het rijbewijs. Ik moet er meteen aan toevoegen dat ik de teneur ervan niet ken. De Raad van State heeft reeds een advies gegeven, zonder opmerkingen over de inhoud. Ik heb nog geen advies van de Gewesten gekregen. Indien deze grijze zones effectief bestaan, ben ik voorstander van en blijf ik openstaan voor een zo ruim mogelijk overleg met de Gewesten, dit zowel in het belang van de burgers als van degenen die actief zijn in het beroep.

 

14.03  Daphné Dumery (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, het is duidelijk dat wij in het federaal Parlement nog vaak zullen geconfronteerd worden met de onduidelijkheden die gecreëerd zijn door de zesde staatshervorming. Wij zullen daar niet flauw over doen, het zijn onduidelijkheden die wij in de vorige legislatuur hebben aangekondigd. Jammer genoeg zullen er ook vaak spanningen ontstaan door die grijze zones, door die onduidelijkheden. Wij moeten ook proberen om op dit federaal niveau de onduidelijkheden niet op de spits te drijven, zodat procedures bij de Raad van State vermeden kunnen worden.

 

Uw constructieve houding hierin is cruciaal en ik heb uit uw antwoord kunnen afleiden dat u dit ook zeer belangrijk vindt. Minister Weyts kennende, is een overleg met hem zeker mogelijk. Ik kan u dus echt aanraden om met hem in contact te blijven, om dergelijke geschillen op te lossen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

15 Vraag van de heer Filip Dewinter aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de plannen van de Europese Commissie in verband met de migranten- en vluchtelingenproblematiek en het standpunt van de Belgische regering" (nr. P0505)

15 Question de M. Filip Dewinter au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la position du gouvernement belge par rapport aux projets de la Commission européenne concernant la question des migrants et des réfugiés" (n° P0505)

 

15.01  Filip Dewinter (VB): Mijnheer de staatssecretaris, vandaag ontvouwt de heer Juncker namens de Europese Commissie zijn migratieplannen. Een van de punten die ter discussie staan, is de quotaregeling. België heeft 21 vluchtelingen op 10 000 inwoners. Dat is een pak meer dan het gemiddelde van 12 vluchtelingen op 10 000 inwoners. Sommige landen zijn tegen, andere zijn voor de quota, meestal op basis van het aantal vluchtelingen dat zij wel of niet opvangen.

 

U laat ons daarover in het ongewisse. U weigert een antwoord te geven wanneer de pers u daarnaar vraagt. Wat er ook van zij, ook al moet ons land misschien minder vluchtelingen opvangen, het blijft een aantasting van onze soevereiniteit en van het feit dat wij zelf een asielbeleid op poten moeten kunnen zetten.

 

Ik ben nog altijd van mening dat het veel beter zou zijn te streven naar nulimmigratie, waarbij wij vluchtelingen zouden opvangen op het eigen continent en waarbij wij de Conventie van Genève zouden aanpassen aan die realiteit, maar dat geheel ter zijde.

 

Graag verneem ik van u wat het standpunt van de Belgische regering is over de quotaregeling en over het migratieplan, dat vandaag door de Europese Commissie werd voorgesteld.

 

15.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer Dewinter, de nieuwe Europese migratieagenda, die vanmiddag werd voorgesteld, is een ambitieus programma waarin de krachtlijnen staan voor het Europese migratiebeleid voor de komende jaren.

 

Achter de schermen hebben wij hard gewerkt om ook op dat beleid te wegen. Het resultaat is dan ook een stuk evenwichtiger dan de voorstelling die u ervan geeft.

 

Collega’s, wij kunnen niet blind zijn voor het feit dat de wereld vandaag geconfronteerd wordt met de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Wanneer duizenden mensen op zee sterven, is onze eerste prioriteit het redden van mensenlevens, onder andere door het uitsturen van ons marineschip Godetia, dat vanavond uitvaart vanuit de militaire haven van Zeebrugge.

 

Vervolgens rijst uiteraard de vraag: hoe gaan wij om met de migratiestromen. Daarvoor zie ik in de migratieagenda drie grote lijnen.

 

Ten eerste komt de Commissie met een actieplan voor de aanpak van mensensmokkel, met daarin concrete maatregelen als het bevriezen van financiële tegoeden, internationale vervolging van smokkelaars en het vernietigen of in beslag nemen van boten voor zij door smokkelaars gebruikt kunnen worden.

 

Ten tweede is er de solidariteit tussen de lidstaten, die op termijn bindend zou worden. Wat dat precies betekent voor België, zal de Commissie verder uitklaren tegen het eind van de maand.

 

Mijnheer Dewinter, ik hoor u zeggen dat wij hierin sowieso niet mogen meegaan. Nochtans levert België inzake het asielbeleid al zeer lang een inspanning die veel hoger is dan het Europese gemiddelde.

 

Een meer gelijke spreiding betekent voor mij dan ook dat landen die momenteel zeer weinig doen, zoals een aantal Oost-Europese landen, meer moeten doen. Ik neem er akte van dat u blijkbaar een principieel tegenstander bent van een meer gelijke verdeling, ook als daardoor de druk op België zou afnemen.

 

Tegelijk wil de Europese Commissie meer solidariteit op het vlak van hervestiging. Ook daarin nemen wij onze verantwoordelijkheid. Wij hebben ons engagement voor hervestiging van de meest kwetsbaren opgetrokken van 150 naar 550 hervestigers voor 2015. Daarmee voldoen wij nu al aan de verdeelsleutel die Europa van België vraagt. Met andere woorden, de Commissie bevestigt daarmee dat België op eigen initiatief al een grote bijdrage levert.

 

Ik hoop dat het initiatief van de Europese Commissie ertoe leidt dat ook de andere Europese lidstaten hun verantwoordelijkheid opnemen.

 

Ten derde, er is in de nieuwe migratieagenda ook in een belangrijk hoofdstuk “terugkeer” voorzien. Wie geen verblijfsrecht heeft en uitgeprocedeerd is, moet terugkeren, zo niet ondermijnt dat het vertrouwen in het volledige systeem. Daarmee blijkt duidelijk dat het terugkeerbeleid, dat de hoeksteen vormt van het Belgische beleid, ook op Europees niveau weerklank krijgt.

 

Beste collega’s, deze regering wil zacht zijn voor de meest kwetsbaren en hard zijn voor wie misbruik maakt van onze gastvrijheid. Dat is ook het beleid dat ik voluit op het Europese niveau verdedig.

 

15.03  Filip Dewinter (VB): Mijnheer de staatssecretaris, ik stel vast dat u volledig meegaat in het Europees verhaal en dat u ook het quotabeleid verdedigt. U zegt dat dat wel eens in het voordeel van ons land zou kunnen zijn. Dat klopt, misschien. Er komen dit jaar wellicht 1,3 miljoen vluchtelingen richting Europa. Wat zult u doen, als het aantal nog stijgt, wat bijna een zekerheid is? Die quota zullen dan namelijk niet meer in ons voordeel, maar in ons nadeel spelen.

 

Hoe dan ook, wij geven onze soevereiniteit weg aan Europa. Ik meen dat Europa niet de oplossing is voor het immigratieprobleem. Europa is het probleem, met het opengrenzenbeleid en de veel te grote tolerantie en al wat daarbij hoort.

 

Mijnheer de staatssecretaris, het is niet waar dat de quotaregeling bindend zou zijn voor alle Europese landen. Dat weet u zeer goed. Er zijn drie landen die in het verleden een uitzonderingsregel hebben verkregen, namelijk Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken. Zij zullen zich niet schikken naar de quota. Dat weet u. Zij hebben daarvoor van Europa reeds de toestemming gekregen.

 

Laten wij dus de waarheid vertellen aan de bevolking, in plaats van uw waarheid te verkopen als de enige zaligmakende.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

16 Inoverwegingneming van voorstellen

16 Prise en considération de propositions

 

In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.

Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.

 

Indien er geen bezwaar is, beschouw ik deze als aangenomen; overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.

S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considérerai la prise en considération comme acquise et je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van deze middag, stel ik u ook voor in overweging te nemen:

- het wetsvoorstel (de heren Patrick Dewael en David Clarinval, de dames Patricia Ceysens en Kattrin Jadin, de heer Frank Wilrycx, mevrouw Caroline Cassart-Mailleux en de heren Vincent Van Quickenborne, Benoît Friart en Denis Ducarme) tot wijziging van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht teneinde de leerplicht op vijfjarige leeftijd te laten aanvangen, nr. 1086/1.

Verzonden naar de commissie voor het Bedrijfsleven, het Wetenschapsbeleid, het Onderwijs, de nationale wetenschappelijke en culturele Instellingen, de Middenstand en de Landbouw

- het voorstel van resolutie (mevrouw Gwenaëlle Grovonius en de heren Stéphane Crusnière en Philippe Blanchart) over de invoering van een verplicht Europees traceerbaarheidssysteem voor de zogeheten "conflictertsen", nr. 1091/1.

Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents de ce midi, je vous propose également de prendre en considération:

- la proposition de loi (MM. Patrick Dewael et David Clarinval, Mmes Patricia Ceysens et Kattrin Jadin, M. Frank Wilrycx, Mme Caroline Cassart-Mailleux et MM. Vincent Van Quickenborne, Benoît Friart et Denis Ducarme) modifiant la loi du 29 juin 1983 concernant l'obligation scolaire afin d'instaurer l'obligation scolaire à partir de l'âge de cinq ans, n° 1086/1.

Renvoi à la commission de l'Économie, de la Politique scientifique, de l'Éducation, des Institutions scientifiques et culturelles nationales, des Classes moyennes et de l'Agriculture

- la proposition de résolution (Mme Gwenaëlle Grovonius et MM. Stéphane Crusnière et Philippe Blanchart) relative à la mise en place d'un système obligatoire de traçabilité des "minerais des conflits" à l'échelle européenne, n° 1091/1.

Renvoi à la commission des Relations extérieures

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Naamstemmingen

Votes nominatifs

 

17 Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 19 maart 2013 betreffende de Belgische Ontwikkelingssamenwerking (1005/3)

17 Projet de loi modifiant la loi du 19 mars 2013 relative à la Coopération belge au Développement (1005/3)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 1)

Ja

125

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

2

Abstentions

Totaal

127

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (1005/4)

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale. (1005/4)

 

17.01  Alain Mathot (PS): Monsieur le président, j’ai voté pour.

 

18 Aangehouden amendementen en artikelen van het wetsontwerp tot oprichting van een Nationaal Pensioencomité, een Kenniscentrum en een Academische Raad (1022/1-5)

18 Amendements et articles réservés du projet de loi portant création d'un Comité national des Pensions, d'un Centre d'Expertise et d'un Conseil académique (nouvel intitulé) (1022/1-5)

 

De voorzitter: Stemming over amendement nr. 8 van Frédéric Daerden op artikel 2. (1022/5)

Vote sur l'amendement n° 8 de Frédéric Daerden à l'article 2. (1022/5)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 2)

Ja

48

Oui

Nee

75

Non

Onthoudingen

5

Abstentions

Totaal

128

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Mevrouw Bellens heeft tegengestemd.

 

Stemming over amendement nr. 2 van Catherine Fonck op artikel 2. (1022/2)

Vote sur l'amendement n° 2 de Catherine Fonck à l'article 2. (1022/2)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 3)

Ja

51

Oui

Nee

77

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

128

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en artikel 2 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 2 adopté.

 

Stemming over amendement nr. 9 van Frédéric Daerden cs op artikel 3. (1022/5)

Vote sur l'amendement n° 9 de Frédéric Daerden cs à l'article 3. (1022/5)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 4)

Ja

38

Oui

Nee

76

Non

Onthoudingen

14

Abstentions

Totaal

128

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 1 van Catherine Fonck op artikel 3. (1022/2)

Vote sur l'amendement n° 1 de Catherine Fonck à l'article 3. (1022/2)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 5)

Ja

49

Oui

Nee

76

Non

Onthoudingen

2

Abstentions

Totaal

127

Total

 

Mevrouw Jadin heeft tegengestemd.

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 7 van Frédéric Daerden cs op artikel 3. (1022/5)

Vote sur l'amendement n° 7 de Frédéric Daerden cs à l'article 3. (1022/5)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 6)

Ja

47

Oui

Nee

76

Non

Onthoudingen

5

Abstentions

Totaal

128

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 3 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 3 est adopté.

 

19 Geheel van het wetsontwerp tot oprichting van een Nationaal Pensioencomité, een Kenniscentrum en een Academische Raad (1022/4)

19 Ensemble du projet de loi portant création d'un Comité national des Pensions, d'un Centre d'Expertise et d'un Conseil académique (nouvel intitulé) (1022/4)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote?

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring?

 

19.01  Georges Gilkinet (Ecolo-Groen): Monsieur le président, je m'exprimerai très brièvement, car je n'ai pu le faire dans le cadre de la discussion générale.

 

Notre groupe s'abstiendra sur ce projet. Par principe, nous sommes favorables à tout mécanisme de concertation, de co-construction de législation publique, de recherche d'appuis scientifiques aux décisions qui sont prises.

 

L'on pourrait penser qu'il s'agit de cela, monsieur le ministre des Pensions, mais à l'étude, cette consultation ne sera pas respectueuse des partenaires sociaux. Elle est orientée. Elle ignore les dimensions importantes d'une réforme des pensions, comme celle du financement alternatif.

 

Dès lors, nous ne pouvons accorder notre confiance à ce projet du gouvernement par trop orienté, par trop déséquilibré et qui, finalement, ne souhaite qu'une chose: valider une réforme déséquilibrée, peu visionnaire malgré les discours de M. le ministre des Pensions, mais qui conduira, demain, à un système moins juste et moins efficace.

 

19.02  Frédéric Daerden (PS): Monsieur le président, je serai relativement bref.

Notre groupe va voter contre car on ne peut pas accepter ce Comité national des Pensions qui met soi-disant en place une concertation qui n'est qu'une concertation "Canada Dry", qui n'est là que pour soutenir la réforme du gouvernement et non une réflexion profonde sur la réforme des pensions.

 

19.03  Véronique Caprasse (FDF): Monsieur le président, notre groupe va s'abstenir. Nous sommes favorables au principe qui consiste à s'entourer d'experts pour un sujet aussi important et complexe que l'avenir des pensions. Encore faut-il écouter l'avis des experts et ne pas se contenter de suivre ceux qui servent les options du gouvernement en ignorant ceux qui ne correspondent pas à vos choix.

 

Or vous l'avez fait à propos de la suppression du bonus pension. Les experts de la Commission de réforme des pensions 2020-2040 ne la préconisaient pas, que du contraire. Vous êtes passés outre, sans même demander des études d'incidence complémentaires. Dans le présent dossier, à nouveau, vous négligez une recommandation des experts en refusant un droit d'initiative pour les avis à rendre par le Comité national des Pensions. Nous ne pouvons pas soutenir ce paradoxe qui consiste à vouloir s'entourer d'experts pour cautionner une politique décidée d'avance.

 

19.04  Raoul Hedebouw (PTB-GO!): Mijnheer de voorzitter, de PTB-GO!-fractie zal tegen het wetsontwerp stemmen. Dat is moeilijk om te horen voor de rechtervleugel van het Parlement.

 

De redenen hiervoor zijn duidelijk. Er is, ten eerste, geen enkele diversiteit in de commissie. Het is een academische commissie waarin er eensgezindheid over bestaat dat er langer moet worden gewerkt. Wij hadden veel liever veel meer diversiteit gehad in de commissie. De experts gaan blijkbaar allemaal akkoord dat er langer moet worden gewerkt. Dat kan volgens mij echt niet door de beugel. Ten tweede, men spreekt over een concertatiecomité, maar alles is al besloten door de regering. Laat ons dus een beetje plaats laten voor echte onderhandelingen, en niet voor een comité dat slechts die naam draagt, maar in de feiten gewoon het langer werken wilt opleggen aan alle werknemers in ons land.

 

Wij zullen tegen het wetsontwerp stemmen.

 

19.05  Karin Temmerman (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ook wij zullen met volle overtuiging tegen stemmen, zoals ik deze ochtend reeds heb gezegd.

 

Het is onwaarschijnlijk dat deze regering steeds maar het rapport van de Pensioencommissie inroept, maar daar telkens slechts stukken uit uitvoert die haar passen. Het was de bedoeling van de Pensioencommissie om met het Nationaal Pensioencomité een breed draagvlak te creëren voor de hele pensioenhervorming. Het was de bedoeling van de Pensioencommissie om aan het Nationaal Pensioencomité zowel beslissende als adviserende bevoegdheden te geven. Dat adviserende was niet beperkend bedoeld, dus niet alleen als de regering het vraagt, maar ook als het Nationaal Pensioencomité zelf een advies wil geven. Het Nationaal Pensioencomité zou zelfs beslissende bevoegdheden moeten krijgen.

 

Ondanks het feit dat deze regering altijd de mond vol heeft over sociaal overleg, heeft deze regering ervoor gekozen om het Nationaal Pensioencomité heel beperkend in te vullen. Het Nationaal Pensioencomité mag alleen adviezen geven voor de zaken die de regering zelf voorstelt, dus van een brede consultatie is helemaal geen sprake, noch van de creatie van een breed draagvlak. De voorstellen van de Pensioencommissie worden volledig onderuitgehaald.

 

Om die reden zullen wij met overtuiging tegen stemmen.

 

19.06  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le président, comme je l'ai annoncé ce matin, nous nous abstiendrons sur ce projet de loi. En effet, si nous ne pouvons qu'adhérer à une dynamique associant les partenaires sociaux à ce chantier aussi important qu'est la réforme des pensions, nous regrettons que vous organisiez une forme de concertation bidon puisque vous muselez les partenaires sociaux en ne leur laissant ni la possibilité de donner un avis d'initiative, ni la possibilité de pouvoir statuer sur des propositions autres que celles qui sont purement et simplement dans l'accord de gouvernement.

 

C'est donc une occasion manquée d'utiliser le mieux possible l'expertise des partenaires sociaux!

 

De voorzitter: Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 7)

Ja

77

Oui

Nee

32

Non

Onthoudingen

19

Abstentions

Totaal

128

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (1022/6)

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale. (1022/6)

 

20 Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, wat betreft bepaalde personeelsleden van de geïntegreerde politie (1023/3)

20 Projet de loi modifiant la loi du 28 décembre 2011 portant des dispositions diverses, en ce qui concerne certains membres du personnel de la police intégrée (1023/3)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 8)

Ja

95

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

33

Abstentions

Totaal

128

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (1023/4)

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale. (1023/4)

 

21 Goedkeuring van de agenda

21 Adoption de l’ordre du jour

 

Wij moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van donderdag 21 mei 2015.

Nous devons procéder à l’approbation de l’ordre du jour de la séance du jeudi 21 mai 2015.

 

Geen bezwaar? (Nee) De agenda is goedgekeurd.

Pas d’observation? (Non) L’ordre du jour est approuvé.

 

Ik wens u een verkwikkend lang weekend.

 

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 21 mei 2015 om 14.15 uur.

La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 21 mai 2015 à 14.15 heures.

 

De vergadering wordt gesloten om 17.12 uur.

La séance est levée à 17.12 heures.

 

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 54 PLEN 046 bijlage.

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 54 PLEN 046 annexe.

 

 

 


Detail van de naamstemmingen

 

Détail des votes nominatifs

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 001

 

 

Oui        

125

Ja

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Beke Wouter, Bellens Rita, Ben Hamou Nawal, Bogaert Hendrik, Bonte Hans, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calvo Kristof, Caprasse Véronique, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Chastel Olivier, Cheron Marcel, Claerhout Sarah, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Dedry Anne, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Demeyer Willy, Demir Zuhal, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Dispa Benoît, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julie, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Grovonius Gwenaëlle, Gustin Luc, Hedebouw Raoul, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Jiroflée Karin, Kitir Meryame, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Massin Eric, Matz Vanessa, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Poncelet Isabelle, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Senesael Daniel, Smaers Griet, Somers Ine, Spooren Jan, Temmerman Karin, Terwingen Raf, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Top Alain, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vandenput Tim, Van der Maelen Dirk, Van de Velde Robert, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Rompuy Eric, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Wilrycx Frank, Winckel Fabienne, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

002

Onthoudingen

 

Dewinter Filip, Penris Jan

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 002

 

 

Oui        

048

Ja

 

Almaci Meyrem, Bellens Rita, Ben Hamou Nawal, Bonte Hans, Brotcorne Christian, Calvo Kristof, Caprasse Véronique, Cheron Marcel, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, Dedry Anne, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Demeyer Willy, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dispa Benoît, Fernandez Fernandez Julie, Fonck Catherine, Frédéric André, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Grovonius Gwenaëlle, Hellings Benoit, Jiroflée Karin, Kitir Meryame, Laaouej Ahmed, Lalieux Karine, Lutgen Benoît, Massin Eric, Mathot Alain, Matz Vanessa, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pirlot Sébastian, Poncelet Isabelle, Senesael Daniel, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Top Alain, Van der Maelen Dirk, Vanheste Ann, Vanvelthoven Peter, Winckel Fabienne

 

Non        

075

Nee

 

Becq Sonja, Beke Wouter, Bogaert Hendrik, Bracke Siegfried, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Cassart-Mailleux Caroline, Chastel Olivier, Claerhout Sarah, De Coninck Inez, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Demir Zuhal, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Dewael Patrick, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Flahaux Jean-Jacques, Foret Gilles, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Klaps Johan, Lahaye-Battheu Sabien, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Luykx Peter, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Piedboeuf Benoît, Pivin Philippe, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Smaers Griet, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vandenput Tim, Van de Velde Robert, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Rompuy Eric, Van Vaerenbergh Kristien, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Wilrycx Frank, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Abstentions

005

Onthoudingen

 

Carcaci Aldo, Dewinter Filip, Hedebouw Raoul, Penris Jan, Van Hees Marco

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 003

 

 

Oui        

051

Ja

 

Almaci Meyrem, Ben Hamou Nawal, Bonte Hans, Brotcorne Christian, Calvo Kristof, Caprasse Véronique, Cheron Marcel, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, Dedry Anne, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Demeyer Willy, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dewinter Filip, Dispa Benoît, Fernandez Fernandez Julie, Fonck Catherine, Frédéric André, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Grovonius Gwenaëlle, Hedebouw Raoul, Hellings Benoit, Jiroflée Karin, Kitir Meryame, Laaouej Ahmed, Lalieux Karine, Lutgen Benoît, Massin Eric, Mathot Alain, Matz Vanessa, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Penris Jan, Pirlot Sébastian, Poncelet Isabelle, Senesael Daniel, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Top Alain, Van der Maelen Dirk, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Vanvelthoven Peter, Winckel Fabienne

 

Non        

077

Nee

 

Becq Sonja, Beke Wouter, Bellens Rita, Bogaert Hendrik, Bracke Siegfried, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Chastel Olivier, Claerhout Sarah, De Coninck Inez, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Demir Zuhal, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Dewael Patrick, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Flahaux Jean-Jacques, Foret Gilles, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Klaps Johan, Lahaye-Battheu Sabien, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Luykx Peter, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Piedboeuf Benoît, Pivin Philippe, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Smaers Griet, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vandenput Tim, Van de Velde Robert, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Rompuy Eric, Van Vaerenbergh Kristien, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Wilrycx Frank, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 004

 

 

Oui        

038

Ja

 

Almaci Meyrem, Ben Hamou Nawal, Bonte Hans, Calvo Kristof, Cheron Marcel, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dedry Anne, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Demeyer Willy, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Fernandez Fernandez Julie, Frédéric André, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Grovonius Gwenaëlle, Hellings Benoit, Jiroflée Karin, Kitir Meryame, Laaouej Ahmed, Lalieux Karine, Massin Eric, Mathot Alain, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pirlot Sébastian, Senesael Daniel, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Top Alain, Van der Maelen Dirk, Vanheste Ann, Vanvelthoven Peter, Winckel Fabienne

 

Non        

076

Nee

 

Becq Sonja, Beke Wouter, Bellens Rita, Bogaert Hendrik, Bracke Siegfried, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Cassart-Mailleux Caroline, Chastel Olivier, Claerhout Sarah, De Coninck Inez, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Demir Zuhal, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Dewael Patrick, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Flahaux Jean-Jacques, Foret Gilles, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Klaps Johan, Lahaye-Battheu Sabien, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Luykx Peter, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Piedboeuf Benoît, Pivin Philippe, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Smaers Griet, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vandenput Tim, Van de Velde Robert, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Rompuy Eric, Van Vaerenbergh Kristien, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Wilrycx Frank, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Abstentions

014

Onthoudingen

 

Brotcorne Christian, Caprasse Véronique, Carcaci Aldo, Dallemagne Georges, de Lamotte Michel, Dewinter Filip, Dispa Benoît, Fonck Catherine, Hedebouw Raoul, Lutgen Benoît, Matz Vanessa, Penris Jan, Poncelet Isabelle, Van Hees Marco

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 005

 

 

Oui        

049

Ja

 

Almaci Meyrem, Ben Hamou Nawal, Bonte Hans, Brotcorne Christian, Calvo Kristof, Caprasse Véronique, Cheron Marcel, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, Dedry Anne, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Demeyer Willy, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dispa Benoît, Fernandez Fernandez Julie, Fonck Catherine, Frédéric André, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Grovonius Gwenaëlle, Hedebouw Raoul, Hellings Benoit, Jiroflée Karin, Kitir Meryame, Laaouej Ahmed, Lalieux Karine, Lutgen Benoît, Massin Eric, Mathot Alain, Matz Vanessa, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pirlot Sébastian, Poncelet Isabelle, Senesael Daniel, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Top Alain, Van der Maelen Dirk, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Vanvelthoven Peter, Winckel Fabienne

 

Non        

076

Nee

 

Becq Sonja, Beke Wouter, Bellens Rita, Bogaert Hendrik, Bracke Siegfried, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Chastel Olivier, Claerhout Sarah, De Coninck Inez, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Demir Zuhal, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Dewael Patrick, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Flahaux Jean-Jacques, Foret Gilles, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hufkens Renate, Janssen Werner, Janssens Dirk, Klaps Johan, Lahaye-Battheu Sabien, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Luykx Peter, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Piedboeuf Benoît, Pivin Philippe, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Smaers Griet, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vandenput Tim, Van de Velde Robert, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Rompuy Eric, Van Vaerenbergh Kristien, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Wilrycx Frank, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Abstentions

002

Onthoudingen

 

Dewinter Filip, Penris Jan

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 006

 

 

Oui        

047

Ja

 

Almaci Meyrem, Ben Hamou Nawal, Bonte Hans, Brotcorne Christian, Calvo Kristof, Caprasse Véronique, Cheron Marcel, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, Dedry Anne, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Demeyer Willy, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dispa Benoît, Fernandez Fernandez Julie, Fonck Catherine, Frédéric André, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Grovonius Gwenaëlle, Hellings Benoit, Jiroflée Karin, Kitir Meryame, Laaouej Ahmed, Lalieux Karine, Lutgen Benoît, Massin Eric, Mathot Alain, Matz Vanessa, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pirlot Sébastian, Poncelet Isabelle, Senesael Daniel, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Top Alain, Van der Maelen Dirk, Vanheste Ann, Vanvelthoven Peter, Winckel Fabienne

 

Non        

076

Nee

 

Becq Sonja, Beke Wouter, Bellens Rita, Bogaert Hendrik, Bracke Siegfried, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Cassart-Mailleux Caroline, Chastel Olivier, Claerhout Sarah, De Coninck Inez, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Demir Zuhal, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Dewael Patrick, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Flahaux Jean-Jacques, Foret Gilles, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Klaps Johan, Lahaye-Battheu Sabien, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Luykx Peter, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Piedboeuf Benoît, Pivin Philippe, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Smaers Griet, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vandenput Tim, Van de Velde Robert, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Rompuy Eric, Van Vaerenbergh Kristien, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Wilrycx Frank, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Abstentions

005

Onthoudingen

 

Carcaci Aldo, Dewinter Filip, Hedebouw Raoul, Penris Jan, Van Hees Marco

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 007

 

 

Oui        

077

Ja

 

Becq Sonja, Beke Wouter, Bellens Rita, Bogaert Hendrik, Bracke Siegfried, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Chastel Olivier, Claerhout Sarah, De Coninck Inez, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Demir Zuhal, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Dewael Patrick, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Flahaux Jean-Jacques, Foret Gilles, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Klaps Johan, Lahaye-Battheu Sabien, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Luykx Peter, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Piedboeuf Benoît, Pivin Philippe, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Smaers Griet, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vandenput Tim, Van de Velde Robert, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Rompuy Eric, Van Vaerenbergh Kristien, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Wilrycx Frank, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Non        

032

Nee

 

Ben Hamou Nawal, Bonte Hans, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Demeyer Willy, Detiège Maya, Devin Laurent, Fernandez Fernandez Julie, Frédéric André, Geerts David, Grovonius Gwenaëlle, Hedebouw Raoul, Jiroflée Karin, Kitir Meryame, Laaouej Ahmed, Lalieux Karine, Massin Eric, Mathot Alain, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pirlot Sébastian, Senesael Daniel, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Top Alain, Van der Maelen Dirk, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Vanvelthoven Peter, Winckel Fabienne

 

Abstentions

019

Onthoudingen

 

Almaci Meyrem, Brotcorne Christian, Calvo Kristof, Caprasse Véronique, Cheron Marcel, Dallemagne Georges, Dedry Anne, de Lamotte Michel, De Vriendt Wouter, Dewinter Filip, Dispa Benoît, Fonck Catherine, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Hellings Benoit, Lutgen Benoît, Matz Vanessa, Penris Jan, Poncelet Isabelle

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 008

 

 

Oui        

095

Ja

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Beke Wouter, Bellens Rita, Bogaert Hendrik, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calvo Kristof, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Chastel Olivier, Cheron Marcel, Claerhout Sarah, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Dedry Anne, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Demir Zuhal, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, Dewinter Filip, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Dispa Benoît, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Klaps Johan, Lahaye-Battheu Sabien, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Matz Vanessa, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Penris Jan, Piedboeuf Benoît, Pivin Philippe, Poncelet Isabelle, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Smaers Griet, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vandenput Tim, Van de Velde Robert, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Rompuy Eric, Van Vaerenbergh Kristien, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Wilrycx Frank, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

033

Onthoudingen

 

Ben Hamou Nawal, Bonte Hans, Caprasse Véronique, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Demeyer Willy, Detiège Maya, Devin Laurent, Fernandez Fernandez Julie, Frédéric André, Geerts David, Grovonius Gwenaëlle, Hedebouw Raoul, Jiroflée Karin, Kitir Meryame, Laaouej Ahmed, Lalieux Karine, Massin Eric, Mathot Alain, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pirlot Sébastian, Senesael Daniel, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Top Alain, Van der Maelen Dirk, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Vanvelthoven Peter, Winckel Fabienne