Plenumvergadering

Séance plénière

 

van

 

Donderdag 7 januari 2016

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Jeudi 7 janvier 2016

 

Après-midi

 

______

 

 


De vergadering wordt geopend om 14.19 uur en voorgezeten door de heer Siegfried Bracke.

La séance est ouverte à 14.19 heures et présidée par M. Siegfried Bracke.

 

De voorzitter: De vergadering is geopend.

La séance est ouverte.

 

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. Zij worden op de website van de Kamer en in de bijlage bij het integraal verslag van deze vergadering opgenomen.

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans l'annexe du compte rendu intégral de cette séance.

 

Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l’ouverture de la séance:

Jan Jambon, Elke Sleurs, Theo Francken.

 

Berichten van verhindering

Excusés

 

Maya Detiège, Laurette Onkelinx, wegens gezondheidsredenen / pour raisons de santé;

Julie Fernandez Fernandez, wegens persoonlijke aangelegenheden / pour convenances personnelles;

Zuhal Demir, buitenslands / à l'étranger.

 

Federale regering / gouvernement fédéral:

Alexander De Croo, met zending buitenslands / en mission à l'étranger.

 

Vragen

Questions

 

01 Samengevoegde vragen van

- de heer Filip Dewinter aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, over "de richtlijnen voor de politie en de lessen die uit de gebeurtenissen in Keulen kunnen worden getrokken" (nr. P0896)

- mevrouw Valerie Van Peel aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, over "de richtlijnen voor de politie en de lessen die uit de gebeurtenissen in Keulen kunnen worden getrokken" (nr. P0897)

- mevrouw Meyrem Almaci aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, over "de richtlijnen voor de politie en de lessen die uit de gebeurtenissen in Keulen kunnen worden getrokken" (nr. P0898)

- mevrouw Els Van Hoof aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, over "de richtlijnen voor de politie en de lessen die uit de gebeurtenissen in Keulen kunnen worden getrokken" (nr. P0899)

- mevrouw Nele Lijnen aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, over "de richtlijnen voor de politie en de lessen die uit de gebeurtenissen in Keulen kunnen worden getrokken" (nr. P0900)

01 Questions jointes de

- M. Filip Dewinter au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "les instructions données à la police et les enseignements tirés des événements de Cologne" (n° P0896)

- Mme Valerie Van Peel au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "les instructions données à la police et les enseignements tirés des événements de Cologne" (n° P0897)

- Mme Meyrem Almaci au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "les instructions données à la police et les enseignements tirés des événements de Cologne" (n° P0898)

- Mme Els Van Hoof au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "les instructions données à la police et les enseignements tirés des événements de Cologne" (n° P0899)

- Mme Nele Lijnen au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "les instructions données à la police et les enseignements tirés des événements de Cologne" (n° P0900)

 

01.01  Filip Dewinter (VB): Ik ben een man en ik stel deze vraag met schroom. Dat doe ik bewust om het simpele feit dat ze niet zo heel veel te maken heeft met de verhoudingen tussen mannen en vrouwen. Ze gaat over de attitude en de waarden en normen van onze cultuur en over de manier waarop men hier omgaat met vrouwen, in tegenstelling tot een andere cultuur, met name die van de islam.

 

Wat we vandaag in enkele Duitse steden meemaken, waar vrouwen in groep door mannen worden aangevallen, betast en erger, is een probleem van de multiculturele samenleving. Multicultureel staat de jongste weken, maanden en jaren steeds meer voor multiconflict, multiprobleem en multicrimineel.

 

Ik weet wel dat het gaat over vluchtelingen, immigranten en illegalen – jonge testosteronbommen noemt men hen. Veel meer gaat het echter, zoals ik zei in mijn inleiding, over figuren en personen die blijkbaar niet aangepast zijn in hun gedragingen en hun manier van omgaan met vrouwen aan onze manier van leven, aan onze waarden en normen, aan het principieel respect dat wij opbrengen voor een vrouw en alles wat daarbij hoort. Hoe wij het ook keren of draaien, vandaag de dag mogen we daar niet politiek correct over zijn: de islam is een vrouwonvriendelijke cultuur waarin de vrouw een gebruiksvoorwerp is en ook op seksueel vlak ondergeschikt aan de wensen van de man.

 

Mijnheer de minister, mijn vraag aan u is dan ook simpel: wat doet u daaraan?

 

Het geven van een cursus in de asielcentra, zoals staatssecretaris Francken van plan is, zal, me dunkt, niet zo veel uithalen. Een paar pagina’s papier veranderen geen cultureel gedrag van vele generaties, van een godsdienst, een beschaving en een samenleving. Personen die zich bezondigen aan dergelijke feiten van een open naar een gesloten centrum uitwijzen, evenmin.

 

Wat echt moet gebeuren, is dat wij aan dat soort mensen duidelijk maken dat zij hier niet thuishoren. Dat betekent dat zij terug moeten keren naar hun landen van herkomst en dat u de cultuur die verantwoordelijk is, de islam, wijst op het feit dat wij nooit zullen aanvaarden dat vrouwen gebruiksvoorwerpen zijn, dat vrouwen zo maar gediscrimineerd kunnen worden op om het even welk vlak en zeker op seksueel vlak en dat wij dergelijke gedragingen hier absoluut nooit zullen aanvaarden.

 

01.02  Valerie Van Peel (N-VA): Mijnheer de minister, wat in Keulen is gebeurd is simpelweg verwerpelijk. Niet meer en niet minder. Niets of niemand kan dat goedspreken. Als er in de nasleep daarvan, al dan niet gewild, ook nog aan victim blaming is gedaan, is dat eveneens verwerpelijk.

 

Er is in dezen maar een groep schuldig en dat zijn de daders. Ik wil het vandaag niet over armlengtes enzovoort hebben, maar over de problematiek ten gronde, want ook in onze maatschappij is die problematiek nog veel te veel aanwezig.

 

Ik vraag mij af of er in dit halfrond één vrouw is die in heel haar leven nog nooit, in meer of minder mate, met deze problematiek te maken heeft gehad. Ik ken zo iemand in elk geval niet en ik kan er spijtig genoeg ook persoonlijk een boek over schrijven.

 

Wij moeten de strijd tegen seksueel geweld en grensoverschrijdend gedrag voeren zonder taboes. Dat wil zeggen dat men problemen ook benoemt. We moeten eerlijk zijn. Als ik vanavond op café ga, bestaat de kans dat ik ermee te maken krijg. Als ik vanavond mijn auto parkeer in bepaalde buurten in Brussel, dan is de kans 99 % dat ik onderweg naar mijn bestemming ermee te maken krijg. Dan moet men niet stigmatiserend noemen, dat gaat over een reële problematiek. Dat niet doen, zou een grove nalatigheid zijn. Het is nu eenmaal zo dat er in onze maatschappij culturele groepen zijn die op een andere manier naar vrouwen kijken. Dat maakt de kans op zo’n gedrag groter.

 

Ik ben dan ook heel blij dat staatssecretaris Francken een initiatief heeft genomen om voor de nieuwkomers in ons land een cursus verplicht te maken in het asielcentrum. Ik ben nog blijer dat staatssecretaris Sleurs een globaal actieplan met meer dan 230 acties tegen gendergerelateerd geweld heeft opgesteld. Ik zou dit echter toch graag opentrekken naar meer doelgroepen waarop specifiek moeten worden gewerkt. Ik denk dat wij dit moeten durven te zeggen.

 

Mijnheer de minister, het actieplan van staatssecretaris Sleurs bepaalt dat er sensibiliserend zal worden gewerkt voor bepaalde doelgroepen waar het risico groter is. Hoe zult u dit samen met haar aanpakken? Hoe zult u uw politiediensten ter zake meer mobiliseren?

 

01.03  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, collega’s, op nieuwjaarsnacht hebben u en ik allemaal ferm gevierd; dat hoop ik toch.

 

De berichten over de gebeurtenissen in Keulen deden de maag van elke vrouw, ook in dit land, omkeren. Elke vrouw – ik incluis – kan zich helaas al te levendig voorstellen hoe het moet zijn om geïsoleerd, beroofd en vervolgens ook nog eens seksueel aangerand te worden. Effectief, er is geen enkele vrouw die geen verhalen te over heeft over de eigen ervaringen. Zelfs heel veel mannen kunnen getuigen over hun partner, hun dochter of hun moeder. Zestig procent van de vrouwen in ons land heeft ervaringen met seksuele intimidatie. Een godgloeiende schande.

 

Er kan dus geen enkele twijfel bestaan, geen enkele, over de impact van dit soort gebeurtenissen op vrouwen vandaag. Er kan geen enkele vergoelijking bestaan van misschien wel goed bedoelde of onbewuste adviezen die vrouwen aanraden een armlengte afstand te houden van mannen. Van de heer Dewinter zal ik dat nu wel doen.

 

We moeten vandaag eindelijk eens werk maken van het debat dat gestart is in eigen land met de hashtag wij overdrijven niet. Al die verhalen, al die vrouwen hebben een trauma voor het leven. De vraag is hoe wij vandaag als politici, na de wake-up call door de gebeurtenissen in Keulen, hierop een antwoord zullen geven.

 

Wij hebben een groot arsenaal aan wettelijk materiaal. De vraag is hoe wij die in de praktijk omzetten. Hoe kunnen wij voorkomen dat een vrouw die ‘s avonds laat bij een aangifte bij de politie, de boodschap krijgt dat ze beter niet zo laat op straat loopt? Wij moeten af van dat soort boodschappen, van dat soort reflexen. Ja, wij moeten benoemen, maar wij moeten vooral aanpakken.

 

Mijn vragen zijn de volgende.

 

Wat is de aanpak vandaag? Welke budgetten worden vrijgemaakt? Hoe zorgen wij ervoor dat de politie hiervan een prioriteit maakt en blijft maken?

 

01.04  Els Van Hoof (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, ik ben niet alleen de laatste dagen kwaad over geweld op vrouwen, ik ben reeds jaren kwaad over geweld op vrouwen. Bij elk nieuwsbericht dat verschijnt over het veiligheidsgevoel en de waardigheid van vrouwen die worden aangetast, waardoor ze niet meer vrij kunnen bewegen, word ik kwaad. Autochtoon of allochtoon, handen thuis!

 

Het gaat niet alleen over het geweld in Keulen. Vijftig procent van de vrouwen in België voelt zich soms onveilig op straat. Dertig procent van de vrouwen komt ’s avonds vaak niet meer buiten omdat ze schrik hebben. Er zijn 3 000 geregistreerde klachten van verkrachting, slechts 10 % wordt aangegeven. Er moeten 35 geweldfeiten gebeuren binnen het gezin vooraleer men aangifte doet. Dat is zeer problematisch.

 

De reportage Femme de la rue heeft een aantal jaren geleden de problematiek op scherp gesteld.

 

De vorige minister van Binnenlandse Zaken stelde toen dat er GAS-boetes moeten worden uitgereikt, dat is een duidelijk signaal. Er is een seksismewetgeving gekomen. Die werd destijds weggehoond, maar meer dan ooit is duidelijk dat seksisme niet kan, dat alles moet gebeuren om dit tegen te gaan. In de strafwetgeving wordt ook gesteld dat gender- of raciaalgebonden geweld een verzwarende omstandigheid is.

 

Er moet ook iets gebeuren bij de politie. De politie heeft de belangrijke taak ter zake vaststellingen te doen en die te vermelden op het proces-verbaal zodat er bestraffend kan worden opgetreden. Het is een cruciale taak voor Binnenlandse Zaken hier duidelijke richtlijnen voor uit te schrijven.

 

Mijn vraag aan u is dan ook: wat zult u doen om de politie duidelijke richtlijnen te geven? Wat zult u doen om het veiligheidsgevoel van vrouwen te verhogen, in samenspraak met de minister van Justitie en de staatssecretaris bevoegd voor Gelijke Kansen?

 

01.05  Nele Lijnen (Open Vld): Mijnheer de minister, net als de voorgaande spreeksters voel ik walging bij wat er gebeurd is in Keulen. Eigenlijk is dit incident in Keulen een extreme uiting van wat ook in onze maatschappij zeer regelmatig voorkomt. Per dag worden tien vrouwen verkracht. Althans, per dag wordt er door tien vrouwen aangifte gedaan. Per dag vinden tien vrouwen de moed aangifte te doen. En dan spreken wij nog niet over het dark number, het aantal vrouwen dat niet de moed heeft een aangifte te doen.

 

Dat is nu net wat de burgemeester van Keulen met haar uitspraken – wellicht goed bedoeld om de veiligheid in haar stad te garanderen – in de kaart speelt. Die uitspraken zijn fout: victim blaming, zeggen dat het voor meisjes goed is op een armlengte te blijven, niet in minirok naar het carnavalsfeest te gaan, en vooral niet alleen met meisjes de straat op te gaan. Dat is, meen ik, de meest foute boodschap die wij kunnen geven.

 

Dat, mijnheer de minister, wil ik hier vandaag graag onderstrepen. Ik wil het echter ook heel graag van u horen. Dit is een belangrijk en sterk signaal dat wij de samenleving moeten geven.

 

Het is hier al gezegd, wij moeten de feiten durven benoemen, wij moeten durven aanduiden waar de problemen zitten, wij moeten die in kaart durven brengen. Dat wil zeggen dat wij ze moeten kunnen meten.

 

Daarom stel ik u een aantal vragen.

 

Ten eerste, blijkbaar is het fenomeen van de dansbendes in Duitsland iets nieuws. Er zijn wel al 54 000 klachten over ingediend. Graag verneem ik van u of dit fenomeen ook in ons land voorkomt, dat meisjes betast worden voor zij beroofd worden?

 

Ten tweede, is sexual steaming een fenomeen dat wordt onderzocht? Hoe wordt het nader in kaart gebracht? Op welke manier vooral wordt tegen dat verschijnsel ingegaan?

 

Ten derde, bent u bereid om in onze processen-verbaal en onze statistieken ook de migratieachtergrond van mensen en vooral van daders te onderzoeken en in kaart te brengen?

 

01.06 Minister Jan Jambon: Mijnheer de voorzitter, collega’s, het hoeft geen betoog: iedereen hier in de Kamer en ieder lid van onze maatschappij is het ermee eens dat seksueel geweld en grensoverschrijdend gedrag niet aanvaardbaar zijn en dat ook nooit zullen zijn. (Applaus)

 

De gelijkheid van man en vrouw is een van de fundamentele waarden in onze maatschappij. Niemand zal die waarden ooit in vraag kunnen stellen: geen mensen die hier geboren zijn en evenmin mensen die hun heil hier in dit land komen zoeken. Dat zullen wij nooit, nooit aanvaarden. (Applaus)

 

Inderdaad, collega’s, seksuele intimidatie in openbare ruimten is een reëel probleem. Wij moeten dat probleem bij naam durven noemen.

 

Mevrouw Lijnen, ik ben het dus met u eens dat die fenomenen op een correcte manier in kaart moeten worden gebracht en dat daarbij man en paard moeten worden genoemd.

 

U vraagt mij ook of de politiediensten op dit moment fenomenen zoals in Duitsland vaststellen. Er is hier al verwezen naar cijfers. De dark number kennen wij niet. De fenomenen zoals ze in Duitsland zijn opgetreden en die door u zijn beschreven, kennen onze politiediensten op dit moment echter nog niet. Ze zijn nog niet geregistreerd. Het is echter evident dat onze politiediensten aandachtig moeten zijn. Fenomenen die in een buurland ontstaan, kunnen immers erg snel naar dit land overwaaien. Het is dus heel duidelijk dat onze politiediensten daarvoor aandachtig moeten zijn. Aandacht voor die fenomenen moet tot hun gangbare praktijk behoren.

 

Ik kan daarom nu al aankondigen dat in het ontwerp van kadernota Integrale Veiligheid alsook in het Nationaal Veiligheidsplan de persoonlijke integriteit als een van de prioriteiten zal staan. Mevrouw Almaci, dat betekent dat de politiediensten budgetten en manschappen op die punten zullen inzetten, om die problematiek met prioriteit te behandelen en te bestrijden. Die kadernota zal in de loop van januari 2016 politiek worden voorgesteld. Ik kan u echter al meegeven dat de persoonlijke integriteit een van de prioriteiten is.

 

Op 10 december laatstleden heeft collega Elke Sleurs het nationaal actieplan tegen alle vormen van gendergerelateerd geweld gelanceerd. Dat is een integrale aanpak en het fenomeen moet ook integraal worden aangepakt, over alle beleidsniveaus heen. Het is de eerste keer dat seksueel geweld en seksuele intimidatie prioritair worden opgenomen in het plan. Daarbij wordt samengewerkt met alle betrokken actoren: de slachtoffers, het middenveld, alle ministers en de deelstaten. Het plan zet zowel in op preventie en repressie als op opvang en begeleiding van de slachtoffers.

 

Ik onderschrijf heel duidelijk wat een aantal sprekers hebben gezegd tijdens hun vragen: in dit fenomeen kan men nooit van het slachtoffer de dader maken. Er is een duidelijk onderscheid tussen wie het slachtoffer en wie de dader is. Ik onderschrijf die stelling ten volle.

 

De prioritaire doelstellingen in het plan zijn, ten eerste, een geïntegreerd beleid voeren voor de strijd tegen gendergerelateerd geweld; ten tweede, geweld voorkomen; ten derde, de slachtoffers beschermen en ondersteunen; ten vierde, beschermingsmaatregelen onderzoeken, voortzetten en ook aannemen; ten vijfde, rekening houden met de genderdimensie in het asiel- en migratiebeleid; en, ten zesde, strijden tegen geweld op internationaal vlak.

 

Er zijn in het actieplan in totaal 235 maatregelen opgenomen. Het voorstel dat collega Francken vanmorgen heeft uiteengezet, is één van de maatregelen. Er zullen niet alleen aan mannen cursussen worden gegeven over hoe zich te gedragen, maar ook aan vrouwen over hun plaats in onze maatschappij, met volstrekte gelijkheid van man en vrouw. Ook de vrouwen moeten daarover immers worden opgevoed en onderricht.

 

Daarom doe ik ook een oproep aan iedereen die wordt geconfronteerd met de aantasting van de persoonlijke integriteit om daarvan aangifte te doen, zodat wij dat dark number ook boven water krijgen. Dat is van essentieel belang, want alleen zo kunnen de politiediensten en alle andere actoren in het veld die hiermee bezig zijn, effectieve actie ondernemen.

 

Mijnheer de voorzitter, ik rond af.

 

Gendergerelateerd en seksueel geweld, waaronder ook bijvoorbeeld huiselijk geweld valt, zijn prioriteiten van de regering en van alle actoren op federaal en gewestelijk niveau.

 

01.07  Filip Dewinter (VB): Mijnheer de voorzitter, collega’s, zoals te verwachten viel, veel geblaat maar weinig wol.

 

Voor de zoveelste keer worden de spierballen gerold bij dit thema. Iedereen zegt dat wij de problemen moeten durven benoemen, maar niemand doet het. Men vervalt in algemeenheden, zonder te zeggen waar het hier echt over gaat.

 

Wat er in Keulen gebeurt, dat gaat over groepen van vluchtelingen die hierheen zijn gekomen vanuit islamlanden met een cultuurattitude die antivrouw is, een cultuur – de islam om die bij naam te noemen, wat niemand hier blijkbaar durft, ook de minister niet – waar vrouwen tweederangsburgers zijn, waar vrouwen een seksueel gebruiksvoorwerp zijn, waar vrouwen mogen gediscrimineerd worden, mevrouw Almaci. Het staat in de Koran, het staat in de sharia. Dat is de realiteit. Zolang u dat niet durft benoemen, mijnheer de minister, zal er niks veranderen.

 

Als u dan toch niet van plan bent om hieraan iets te doen, want daar gaat het in het geval van Keulen, Hamburg, Duisburg en aanverwante over, geef vrouwen dan minstens het middel om zichzelf te verdedigen. Ik zal u een traangasspuit overhandigen. In andere landen in Europa is dit soort verdedigingswapens die geen blijvend letsel veroorzaken, legaal. Als de overheid niet in staat is om vrouwen te beschermen tegen dit soort mannen, laat vrouwen dan minstens de mogelijkheid om het zelf te doen.

 

Ik geef u graag deze spuit.

 

01.08  Valerie Van Peel (N-VA): Mijnheer de voorzitter, wat de heer Dewinter zegt, is van het niveau van “laten wij een armlengte toelaten” en laat de vrouwen het dus zelf oplossen. Dat is niet de oplossing. De oplossing is wel, mijnheer de minister, het ambitieuze plan dat u hebt weergegeven. U hebt daarbij een kat een kat genoemd. Wij hebben hier jaren moeten strijden voor de gelijkheid van man en vrouw en wij weigeren om dienaangaande stappen terug te zetten, ook in dit debat. Dat hebt u wel benoemd en u hebt ook duidelijke richtlijnen aangehaald.

 

Belangrijker is dat het wordt beperkt tot die groep. Dat is een grote fout. Nog maar vandaag heeft staatssecretaris Sleurs een tweet ontvangen van een blanke man die reageerde op haar tweet met de woorden: “Als er een hand op uw gat ligt, mevrouw, zo erg is dat toch niet”. Welnu, zo erg is dat wel en dat zijn we ook beu!

 

01.09  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Zolang wij dat laatste nog moeten zeggen, in de Kamer of daarbuiten, is er nog werk aan de winkel. Niet een beetje werk, maar veel werk, tegen alle onbewuste en bewuste mechanismen, om nog niet van direct geweld te spreken.

 

Mijnheer de minister, ik dank dat u een prioriteit maakt van de seksuele integriteit van vrouwen. In de voorlopige versie van het prioriteitenrapport was intrafamiliaal geweld eruit gehaald. Ik ben blij dat dit in de plaats daarvan komt omdat het breder gaat. Dat is wat wij nodig hebben.

 

U zei dat wij het geweld tegen vrouwen ook internationaal moeten aankaarten. Ik wil u vragen om daarbij tot op het bot te gaan, zowel via ontwikkelingssamenwerking als via ons buitenlands beleid, in de banden met regimes die zwaar uit de bocht gaan wat betreft mensenrechten en zeker vrouwenrechten, om bijvoorbeeld een dictatoriaal regime als dat in Saudi-Arabië niet te noemen, alsook een aantal andere landen. Ga daar tot op het bot.

 

Tot slot nog dit.

 

Of een vrouw een rok, een korte rok of een bikini draagt of helemaal naakt is, de boodschap is steeds: handen af! Wordt zij ongewild toch betast, dan is enkel en alleen de dader daarvoor verantwoordelijk. Tot de dag dat dit de realiteit wordt in al onze boodschappen en in onze straten, op elk uur van de dag, is er hier voor ons allen, vrouw en man, heel veel werk aan de winkel.

 

01.10  Els Van Hoof (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, u hebt het gehoord, heel wat vrouwen worden geconfronteerd met seksuele intimidatie. Collega's hebben daarvan hier getuigd. Ook ik kan getuigen van seksuele intimidatie. Iedereen heeft het al meegemaakt. En het gaat heus niet alleen over allochtonen maar ook over autochtonen. Het is een universeel fenomeen en een fenomeen van alle tijden dat problematisch is op drie vlakken, namelijk: wij kunnen ons niet meer bewegen waar wij willen, onze waardigheid wordt aangetast en wij voelen ons onveilig.

 

Het is duidelijk dat de inspanningen moeten worden opgedreven. U hebt een aantal inspanningen opgesomd. Er zijn alweer plannen, plannen en plannen, maar wat wij willen is actie, actie, actie. Dat willen wij ook op straat zien. Wij willen ons veilig voelen doordat wij politie zien, politie die melding maakt van feiten die gebeuren. Dat is ook een deel van de problematiek in Keulen. Laten wij erkennen dat die feiten gebeuren ten aanzien van vrouwen en dat het een verzwarende omstandigheid is.

 

Het is heel belangrijk te beseffen dat de emancipatie in het gedrang komt als wij niet meer de kleren kunnen dragen die wij willen, als wij niet meer buiten komen uit angst om belaagd te worden of als wij ons werk niet meer kunnen doen omdat wij inderdaad belaagd worden.

 

Daarom, vermijd dit gedrag en zorg ervoor dat alle bestaande plannen ook worden uitgevoerd.

 

01.11  Nele Lijnen (Open Vld): Mijnheer de minister, wij kijken uit naar uw plannen en acties.

 

Of het nu gaat over de allochtonen in Keulen, de groepsverkrachtingen in India, de blanke hand op het gat van onze staatssecretaris, het blijft onaanvaardbaar. Wij zullen de aangetaste integriteit van vrouwen nooit tolereren in onze samenleving.

 

Toch pleit ik schuldig. Mijnheer de minister, collega’s, ik ga ’s ochtends vroeg niet alleen joggen. Ik wandel na de cinema met mijn vriendinnen niet alleen door de straten. Ik pleit schuldig en dat is onaanvaardbaar. Wij moeten te allen tijde over straten en pleinen kunnen lopen. Wij moeten te allen tijde op bankjes kunnen zitten, in welk kledingstuk dan ook, ook in minirok.

 

U bent de minister van Veiligheid. Wel, mijnheer de minister, ik vraag u om ervoor te zorgen dat de straten en de pleinen terug van ons worden.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

02 Question de M. Benoît Dispa au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur la mise en oeuvre de la 'black box' dans le secteur horeca" (n° P0901)

02 Vraag van de heer Benoît Dispa aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de invoering van de 'black box' in de horeca" (nr. P0901)

 

02.01  Benoît Dispa (cdH): Monsieur le ministre, la nouvelle année offre l'occasion d'échanger des vœux de circonstance. Je vous souhaite très sincèrement une très bonne année 2016. C'est aussi l'occasion de relever les changements auxquels nous devons nous préparer et qui constitueront autant de défis.

 

Parmi ces modifications, je voudrais souligner celle qui va concerner un secteur important de notre économie, à savoir l'horeca. En effet, nous savons que le système de la caisse enregistreuse intelligente – la fameuse black box - doit être installé en ce début d'année. Je m'empresse de dire que ce changement est à la fois nécessaire et souhaitable, puisqu'il est notoire que le secteur n'échappe pas à des pratiques qui peuvent être à la limite de la légalité, voire être franchement frauduleuses.

 

Ce dispositif est donc louable, mais il a fait l'objet d'un arrêt du Conseil d'État en octobre dernier, qui a contraint le gouvernement à revoir les conditions dans lesquelles cette caisse intelligente doit être mise en place. La clarification était indispensable et bienvenue. Toutefois, le secteur est encore confronté à des zones d'ombre et à des incertitudes. C'est la raison pour laquelle je voudrais vous interroger, de manière à faire toute la clarté sur cette réforme essentielle.

 

Le premier problème est que les arrêtés royaux n'ont pas encore été publiés. Cela crée une grande incertitude. Il s'ensuit que les réponses figurant sur le site du SPF Finances aux questions que le secteur peut se poser restent incomplètes.

 

Ensuite, sur le plan pratique, le SPF Finances lui-même déclare que pas moins de 10 000 caisses enregistreuses devraient être commandées et installées. Or les nouvelles règles étaient censées entrer en vigueur le 1er janvier, bien qu'une période de tolérance de quelques mois soit prévue.

 

Monsieur le ministre, quand les arrêtés royaux seront-ils publiés, de sorte que la nouvelle réglementation relative à l'application du système soit connue? Que répondez-vous aux inquiétudes des commerçants qui risquent de ne pas être en ordre à cause d'une livraison tardive du matériel?

 

02.02  Johan Van Overtveldt, ministre: Monsieur Dispa, je vous présente également mes meilleurs vœux.

 

Comme vous l'avez indiqué, le Conseil d'État a rendu en octobre un arrêt relatif au système des caisses enregistreuses, dites "caisses blanches".

 

Le Conseil d'État avait formulé des objections tant en ce qui concerne la procédure légale qu'en ce qui concerne le principe de l'égalité devant la loi. Juste avant Noël dernier, le gouvernement a mis au point une nouvelle réglementation portant sur les "caisses blanches".

 

La base légale est, comme vous le savez, la loi de 1992 qui dispose que "l'exploitant d'un établissement où sont consommés régulièrement des repas ainsi que le traiteur qui effectue régulièrement des prestations de restauration doivent installer une caisse blanche".

 

En janvier 2014, le chiffre de 10 % avait été fixé pour préciser plus spécifiquement le terme "régulièrement". Si ce pourcentage était dépassé, une caisse blanche devait être installée. Comme vous le savez, le Conseil d'État a annulé cette règle.

 

Le terme "régulièrement" est à présent précisé comme suit: les établissements du secteur horeca dont le chiffre d'affaires tiré des repas s'élève à moins de 25 000 euros seront exemptés de l'utilisation de la caisse blanche.

 

Cette nouvelle définition a trois conséquences importantes.

1. Pour les établissements du secteur horeca déjà soumis à cette règle précédente de 10 %, rien ne change.

2. Les établissements qui tombent sous le champ d'application de la nouvelle réglementation doivent se faire enregistrer avant le 1er avril 2016 et acheter la caisse blanche avant le 1er juillet 2016. Le principe de la caisse blanche entre en vigueur au 1er janvier 2016, avec une période de tolérance d'un trimestre.

3. Pour les établissements qui étaient concernés par la règle de 10 %, qui ont déjà investi dans une caisse blanche et qui, désormais, ne sont plus concernés, un mécanisme de compensation sera examiné.

 

Pour ce qui concerne les arrêtés royaux, je vous communiquerai des informations très prochainement.

 

02.03  Benoît Dispa (cdH): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.

 

Je vous avoue qu'elle n'apporte pas toute la clarté sur la mesure. En effet, s'agissant du troisième cas de figure que vous avez évoqué, vous parlez de mécanismes de compensation, mais sans les citer réellement. En ce qui concerne la publication des arrêtés royaux, vous ne me répondez pas. Il importe que cette publication intervienne au plus vite pour que les règles juridiques soient clairement connues.

 

Au-delà de l'explication que vous nous donnez, il faut bien comprendre que ce changement induit une certaine forme de révolution dans le secteur. Pour que celle-ci soit un succès, il faut que les acteurs concernés puissent y adhérer. Pour ce faire, ils ont besoin de transparence. C'est la raison pour laquelle je me permets de relayer les appels des fédérations patronales concernées, car il subsiste manifestement, à ce stade, des inconnues que vous n'avez pas totalement résolues. J'espère qu'elles le seront très rapidement.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

03 Question de M. Alain Mathot au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "l'extension du tax shelter aux arts de la scène" (n° P0902)

03 Vraag van de heer Alain Mathot aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de uitbreiding van de taxshelter naar de podiumkunsten" (nr. P0902)

 

03.01  Alain Mathot (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, je vous présente à toutes et tous mes meilleurs vœux pour 2016.

 

Nous avons appris qu'un avant-projet concernant une extension du tax shelter aux arts de la scène était passé en Conseil des ministres. Nous sommes d'ardents défenseurs de ce tax shelter. Je suis d'ailleurs le dernier signataire de l'application qui date de 2003. C'est une chose extraordinaire, qui a entraîné le développement du cinéma belge, qu'il soit du Nord ou du Sud. Chaque euro qui n'a pas été perçu par l'État a permis 6 ou 7 euros d'investissement dans l'art cinématographique. C'est ainsi que le cinéma belge a atteint un rayonnement international à nul autre pareil.

 

Néanmoins, nous avions constaté un effet pervers, à savoir que même si de plus en plus d'argent était investi dans l'art cinématographique, l'argent qui arrivait réellement à la production cinématographique n'augmentait pas proportionnellement, vu les intermédiaires commerciaux et une rémunération parfois exagérée des sociétés qui prêtaient l'argent. Dès lors, la commission des Finances a décidé de procéder à une modification du tax shelter afin de rectifier ces errements. À cette occasion, nous avions souhaité qu'une évaluation soit réalisée afin de vérifier si la modification avait effectivement porté ses fruits.

 

Monsieur le ministre, où en est cette évaluation? Avons-nous évalué les rectifications apportées au système du tax shelter afin d'éviter ce gaspillage des moyens financiers?

 

En ce qui concerne cet avant-projet de loi, puisque la culture dépend des Communautés, ces dernières ont-elles été consultées? Sinon, vont-elles l'être?

 

Des systèmes anti-abus sont-ils prévus dans cette extension?

 

Nous sommes favorables à cette extension mais nous ne souhaitons pas aller trop vite. Nous demandons l'ensemble des informations pour pouvoir juger cette modification du système.

 

03.02  Johan Van Overtveldt, ministre: Monsieur le président, monsieur Mathot, lors du Conseil des ministres du 23 octobre 2015, il a été décidé d'étendre le système du tax shelter, tel qu'il existe aujourd'hui dans le secteur audiovisuel, au secteur des arts de la scène.

 

Les arts de la scène pourront dès lors très bientôt faire appel au financement via le tax shelter, ce qui va certainement aider au développement de ce secteur, comme on l'a vu pour le secteur audiovisuel.

 

Dans l'intervalle, ma cellule stratégique a déjà pris un premier contact en vue d'élaborer concrètement un projet de texte en concertation avec le secteur. Dans ce cadre, l'objectif est de s'inspirer au maximum, cela va de soi, du système du tax shelter existant aujourd'hui dans le secteur audiovisuel. D'une part, ce système est bien connu. D'autre part, il fonctionne d'une manière plus transparente et est mieux armé contre les abus depuis la dernière réforme du système. L'évaluation de cette réforme se déroulera dans les plus brefs délais. Il faut néanmoins attendre un peu pour pouvoir évaluer cet ajustement assez fondamental du système.

 

Le secteur des arts de la scène et le secteur audiovisuel fonctionnent néanmoins d'une manière assez différente. La réalisation d'une production et les différentes parties intervenantes peuvent être sensiblement différentes dans les deux secteurs. C'est la raison pour laquelle nous vérifions d'abord s'il est nécessaire de prévoir des dispositions plus spécifiques adaptées à ce secteur. Il s'agira aussi de s'assurer de la compatibilité avec la réglementation européenne, ce qui est nécessaire dans ce cas-là.

 

Nous accueillons favorablement la volonté éventuelle des Communautés de participer activement à la réflexion sur l'élaboration de ce nouveau tax shelter. Nous sommes tout à fait disposés à écouter les préoccupations et les propositions des Communautés dans ce cadre.

 

03.03  Alain Mathot (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.

 

Je reste toutefois perplexe. Si l'avant-projet est passé, comment demain allez-vous demander l'avis? Cela se fera-t-il en commission? Allons-nous faire venir des experts et demander l'avis des Communautés? Cet avant-projet existe. J'aimerais savoir comment nous allons procéder. J'aurai l'occasion de revenir en commission avec des questions plus précises. Il me semble en effet important que l'on ne commette pas, avec ce projet, les mêmes erreurs que celles commises au niveau du tax shelter et que l'on évite les bénéfices mirobolants que certains intermédiaires et prêteurs ont pu réaliser au détriment de l'objectif poursuivi qui visait à développer davantage l'ensemble de l'audiovisuel, en l'occurrence les arts de la scène.

 

Je reviendrai régulièrement auprès de vous afin que l'on tienne compte de l'avis des Communautés qui, me semble-t-il, sont l'intermédiaire direct des arts de la scène. Il faut également s'assurer que l'évaluation et les modifications apportées au tax shelter puissent être appliquées à ceux-ci et qu'elles soient éventuellement recadrées si on se rendait compte que d'autres dérapages peuvent exister.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

04 Questions jointes de

- Mme Caroline Cassart-Mailleux au ministre des Classes moyennes, des Indépendants, des PME, de l'Agriculture et de l'Intégration sociale, sur "l'accord dans le secteur porcin" (n° P0903)

- Mme Rita Gantois au ministre des Classes moyennes, des Indépendants, des PME, de l'Agriculture et de l'Intégration sociale, sur "l'accord sur le soutien promis aux éleveurs de porcs" (n° P0915)

- Mme Leen Dierick au ministre des Classes moyennes, des Indépendants, des PME, de l'Agriculture et de l'Intégration sociale, sur "l'accord sur le soutien promis aux éleveurs de porcs" (n° P0904)

04 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Caroline Cassart-Mailleux aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie over "het akkoord voor de varkenssector" (nr. P0903)

- mevrouw Rita Gantois aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie over "het akkoord over de beloofde steun aan de varkenshouders" (nr. P0915)

- mevrouw Leen Dierick aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie over "het akkoord over de beloofde steun aan de varkenshouders" (nr. P0904)

 

04.01  Caroline Cassart-Mailleux (MR): Monsieur le président, monsieur le ministre, nous avons déjà parlé de ce dossier lors des questions d'actualité au mois de décembre. Le secteur agricole me tient vraiment à cœur. Il subit à l'heure actuelle une crise sans précédent. Cette crise touche le secteur bovin, le secteur porcin, le secteur laitier.

 

Je souhaite aujourd'hui m'attarder sur le secteur porcin. La conséquence de cette crise est l'effondrement du cours du porc, donc du prix du porc. Le 17 décembre, je vous interrogeais sur le blocage et sur les négociations en cours au sein de la concertation chaîne. Vous aviez annoncé votre volonté de réunir les différents acteurs et de débloquer la situation.

 

Le 21 décembre, lors de nos congés, j'ai lu dans la presse que c'était chose faite. Il y avait un nouvel accord. Cet accord doit encore être soumis aux autorités de la concurrence et différentes modalités pratiques complémentaires doivent encore être fixées.

 

Monsieur le ministre, je souhaitais que vous puissiez vous exprimer et nous éclairer sur cet accord. Quelles en sont les grandes lignes? Quand va-t-il être concrétisé? Quelles sont les différentes échéances?

 

J'ai oublié de souhaiter mes meilleurs vœux à chacun et chacune au début de mon intervention. C'est maintenant chose faite.

 

04.02  Rita Gantois (N-VA): Mijnheer de minister, als ik hier twee keer in één maand een vraag kom stellen over de varkenssector, dan is dat geen goed teken. Ik heb uw collega Kris Peeters vorige maand een vraag gesteld over de overeenkomst binnen het ketenoverleg. Het is een zeer goede zaak dat u samen met hem bemiddeld hebt in het ketenoverleg zodat men tot de best mogelijke overeenkomst kon komen.

 

Mijnheer de minister, de crisis is daarom niet voorbij. De crisis is niet voorbij en ik meen dat het hoog tijd wordt dat wij de problematiek van onze varkensboeren grondig aanpakken. Wij moeten dat doen omdat wij een degelijk fundament moeten leggen voor de generatie die komt, voor de jonge varkensboeren die hun brood moeten verdienen om hun gezin te onderhouden en daarbij levenslust en werkplezier moeten behouden.

 

Vanuit de sector groeit het pleidooi voor een warme sanering. Hierbij wordt een financiële tegemoetkoming gegeven aan de varkenshouder, gekoppeld aan de stopzetting van zijn bedrijf. Op deze manier zou men bedrijfsleiders de kans kunnen geven om op een menswaardige manier uit die sector te stappen. Men geeft ze zo de kans om een nieuwe start te maken in een andere sector. We kunnen er misschien grote drama’s mee voorkomen en ook verlagen we de druk op de binnenlandse varkensvleesmarkt. In Nederland geeft 51 % van de varkensboeren aan te overwegen om op deze manier uit deze sector te stappen wanneer er een goede regeling wordt uitgebouwd.

 

Mijnheer de minister, wat is uw standpunt over de warme sanering? Hebt u begrip voor die vraag vanuit de landbouw? Bent u bereid om een onderzoek te doen naar de directe kosten en naar de haalbaarheid? Is er al overleg met uw gewestelijke collega over deze materie of komt dat er nog?

 

04.03  Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de minister, na maanden van diepe crisis en financiële onzekerheden kreeg de varkenssector op 21 december eindelijk een beetje goed nieuws en waarschijnlijk ook een sprankeltje hoop.

 

Op uitnodiging van u en minister Peeters zijn alle partners in het ketenoverleg opnieuw rond de tafel komen zitten. Mede dankzij bemiddeling van u en van minister Peeters werd er uiteindelijk een akkoord bereikt met alle partners van het ketenoverleg. Het is heel goed dat er een akkoord werd bereikt. In dat akkoord gaan de partners een engagement aan voor een bedrag van 15 miljoen euro, waarvan 10 miljoen euro gegarandeerd. Er is wel een brekende voorwaarde opgenomen in het akkoord. De helft, met name 7,5 miljoen euro, moet door de partners worden geprefinancierd. Die brekende voorwaarde is van cruciaal belang voor de landbouworganisaties. Als die prefinanciering niet gebeurt, dan gaat het akkoord niet door.

 

Mijnheer de minister, op uw website staat te lezen dat die brekende voorwaarde 8 januari als deadline heeft; dat is morgen. Mijn vraag is dan ook heel kort en heel duidelijk of die deadline zal worden gehaald? Zullen alle partners hun engagementen aangaan? Welke stappen moeten er gezet worden zodat onze varkensboeren eindelijk hun lang verdiende steun krijgen?

 

Ik kijk uit naar uw antwoorden, waarvan ik uiteraard hoop dat ze positief zijn.

 

04.04  Willy Borsus, ministre: Monsieur le président, chers collègues, mes meilleurs vœux à toutes et tous!

 

Effectivement, la crise que connaît le secteur du porc est d’une gravité exceptionnelle. Les diminutions de prix de la fin de l’année dernière le démontrent à nouveau; on parle d’une crise véritable et grave dans le secteur.

 

Les négociations entamées au lendemain de l’accord du 31 août 2015 dans la concertation chaîne ont malheureusement été, en cette fin d’année 2015, bloquées. Avec mon collègue Kris Peeters, en charge notamment de la Concurrence, nous avons pris l’initiative de réunir une nouvelle fois les partenaires.

 

Par ailleurs, on le sait, les avis fournis par l’Autorité belge de la Concurrence rendaient cet accord du 31 août 2015 partiellement inapplicable. Cet accord portait sur la somme, annoncée à l’époque, de 26 millions d’euros. Il était donc important, dans ce chapitre de la concertation chaîne, de faire le maximum pour tenter d’obtenir un accord. C’est la raison pour laquelle nous avons tenté cette réunion de la dernière chance. Nous l’avons fait à la fois pour mobiliser des moyens pour le secteur, pour préserver la concertation chaîne et pour éviter, en cette fin d’année, des perturbations dans le secteur du commerce ou de la distribution.

 

Na afloop van deze vergadering van meer dan acht uur werd eindelijk een akkoord bereikt tussen de partners van het ketenoverleg. Het voorziet in een steun van 15 miljoen euro aan de varkenssector op vrijwillige basis, van mogelijk tussenkomende partijen.

 

Wat zijn de belangrijkste aspecten van het akkoord?

 

Ten eerste, het ketenakkoord van augustus 2015 met betrekking tot varkens wordt integraal door het huidige akkoord vervangen. Ten tweede, er is een duidelijke doelstelling om een fonds samen te brengen van 15 miljoen euro. Ten derde, een minimaal bedrag van 10 miljoen euro is gegarandeerd. Ten vierde, het vooropgestelde doel van 15 miljoen euro wordt ondersteund en gestimuleerd door middel van een positieve lijst die door een onafhankelijke instelling zal worden gecontroleerd.

 

Effectivement, un préfinancement à concurrence de 7,5 millions d'euros est prévu avec une échéance pour demain. C'est très important pour pouvoir mobiliser rapidement des moyens sinon les moyens libérés par la Concertation de la chaîne prendront plusieurs mois avant d'arriver concrètement chez les producteurs.

 

Dès la fin de l'année dernière et dès le premier jour ouvrable de cette année, j'ai pris un certain nombre de contacts pour tenter d'atteindre cet objectif de 7,5 millions d'euros. J'ai bon espoir que celui-ci puisse être atteint très prochainement.

 

J'ajoute que nous avons aussi soumis le dossier à l'Autorité de la Concurrence qui doit marquer son accord à ce propos.

 

Par ailleurs, je voudrais indiquer que ceci n'est qu'une infime partie du travail. Des mesures structurelles sont indispensables, car l'avenir du secteur passe par ces mesures. Je vous cite un autre passage de l'accord.

 

Mijn collega Kris Peeters en ikzelf vragen de verschillende partijen om onmiddellijk de gedachtewisseling op te starten over structurele maatregelen.

 

Je m’investirai, bien sûr en concertation avec les Régions, pour ces réformes, mais aussi pour que des mesures supplémentaires soient prises au niveau européen. Mon message est très simple: partout où nous pouvons agir pour soutenir nos secteurs agroalimentaires – dans ce cas, notre secteur du porc – qui sont très importants dans notre pays, ainsi que nos entreprises et nos commerçants, nous devons le faire. Mais il faut aussi oser un certain nombre de réformes. C’est le chapitre suivant de mon travail. Mesdames, merci de votre soutien.

 

04.05  Caroline Cassart-Mailleux (MR): Monsieur le président, monsieur le ministre, je vous remercie pour les différentes réponses précises que vous nous avez fournies au sujet de cet accord.

 

Dès votre entrée en fonction, vous avez eu la volonté de soutenir le secteur, de prendre différentes mesures dans les matières fédérales. Je souhaite ici, bien que je ne l’aie pas dit plus tôt dans mon intervention, relever que vous avez parlé de concertation avec les Régions. Celles-ci ont quasiment 90 % des matières agricoles dans leurs attributions. Elles ont également un travail de fond à effectuer; la concertation sera indispensable. Je souhaitais la soutenir.

 

Ceci étant dit, je vous remercie de vous être investi dans ces négociations afin de trouver un accord équilibré, comme vous l’avez montré. D’autres mesures ont déjà été prises au niveau fédéral depuis votre entrée en fonction, telle les initiatives que vous avez prises au niveau européen, ou la suppression des cotisations, acquise pour 2014 et 2015. Je pense qu’il faut continuer en ce sens. Ce secteur est important pour la ruralité et pour l’économie.

 

04.06  Rita Gantois (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik hoor de twijfel in uw stem, maar ik hoop dat die miljoenen euro’s inderdaad morgen bij de boeren terechtkomen, waar zij meer dan nodig zijn.

 

Wij hebben bij het begin van deze legislatuur maatregelen getroffen voor de landbouw, kortetermijnmaatregelen. Wij hebben de boeren voor de sociale bijdragen uitstel van betaling gegund, maar dat komt nu als een boemerang in hun gezicht. Er was de opslag van het varkensvlees. Na drie maanden wordt dit echter opnieuw op de markt gegooid, en zitten zij opnieuw met het probleem van een prijsdaling.

 

Mijnheer de minister, de varkenssector is ziek. Ik heb het gevoel dat wij aan ziekenzalving doen, terwijl wij beter zouden genezen. Het is tijd voor genezing, het is tijd voor revalidatie, het is tijd voor structurele maatregelen. Ik ben blij dat u wil onderzoeken wat wij kunnen doen. Misschien is warme sanering een te overwegen piste.

 

Mevrouw Cassart-Mailleux heeft gelijk: landbouw is vooral een gewestelijke materie. Dit neemt echter niet weg dat wij over de grenzen van alle besturen heen zullen moeten samenwerken als wij de landbouw uit deze diepe put willen halen.

 

04.07  Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreide toelichting over het akkoord dat bereikt is.

 

Ik meen dat wij trots mogen zijn op dit akkoord. Het is een hele prestatie dat men op vrijwillige basis, via een dialoog in moeilijke omstandigheden, tot een akkoord gekomen is. Wij hopen samen met u dat alle partners hun engagementen aangaan en dat de deadline van de prefinanciering, 8 januari, wordt gehaald. Onze landbouwsector, zeker de varkenssector, heeft daar recht op.

 

Het akkoord is goed, maar het is slechts een eerste stap, een maatregel voor de korte termijn. Wij hebben in de verschillende hoorzittingen en commissievergaderingen aangedrongen op structurele maatregelen. Onze landbouw, zeker de varkenssector, moet opnieuw leefbaar gemaakt worden. Dat kan alleen door structurele maatregelen voor de lange termijn te nemen, niet alleen op nationaal niveau maar ook op regionaal en Europees niveau. Wij hopen dat u daar verdere inspanningen voor zult doen.

 

2015 was een zeer moeilijk jaar voor onze varkenssector. Wij hopen dat 2016 beter zal worden, en dat de boeren snel de hun beloofde steun zullen krijgen.

 

Ik dank u.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Vraag van de heer Johan Vande Lanotte aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de doorberekening van de subsidies voor de gascentrales aan de consument" (nr. P0905)

05 Question de M. Johan Vande Lanotte à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "l'incidence sur la facture des consommateurs des subventions allouées aux centrales au gaz" (n° P0905)

 

05.01  Johan Vande Lanotte (sp.a): Mevrouw de minister, vandaag betalen de consumenten ongeveer 80 miljoen voor de vergoeding van de strategische reserve. Die strategische reserve is ingebracht toen men dacht dat er een tekort zou zijn en was bedoeld om een tekort op piekmomenten te vermijden, zodat er geen fall-out zou zijn. Vandaag is die strategische reserve, als wij Elia en nog veel meer de CREG mogen geloven, niet meer nodig. Zal de regering de bijdrage voor een niet meer noodzakelijke strategische reserve afschaffen of niet? Die werd ingevoerd toen er een tekort was, men moet die dan ook kunnen afschaffen als ze niet meer nodig is.

 

Afgelopen weekend lazen wij in de krant dat uw kabinet de bedoeling heeft, aangezien er een overschot is – nogmaals, er is dus eigenlijk geen nood aan die bijdrage –, om in een soort subsidie voor gascentrales te voorzien. Overigens, ik wil hier toch even benadrukken dat hetgeen wij de hele tijd gezegd hebben bij de bespreking van de verlenging van de levensduur van Doel 1 en Doel 2, namelijk dat er een overschot zou zijn en dat daardoor andere productiemethodes niet meer rendabel zouden zijn, blijkbaar nu wordt bevestigd door uw diensten.

 

Is het bericht dat er een extra belasting komt voor de consumenten om de gascentrales in stand te houden, juist of niet? Zo ja, is dat ook het standpunt van de regering? Wij hebben immers de CD&V-fractie ondertussen horen verklaren dat ze dat niet ziet zitten.

 

Graag had ik wat duidelijkheid daarover gekregen.

 

05.02 Minister Marie-Christine Marghem: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Vande Lanotte, beste collega’s, vooreerst mijn beste wensen.

 

Comme vous le savez, entre 2022 et 2025, nos centrales nucléaires, qui tournent aujourd'hui toutes, vont disparaître du parc de production électrique et laisseront derrière elles un vide de production électrique de 6 000 mégawatts. Vous le savez aussi, ni les capacités disponibles à l'importation, quoi que vous en disiez, ni l'accroissement des énergies renouvelables ne pourront combler tout ce vide.

 

En effet, au niveau des importations, ainsi que vous le savez puisque cela ressort du rapport de TenneT de juillet dernier, les capacités d'exportation des Pays-Bas vont aller décroissant jusqu'à être nulles en 2021. Nous pourrions alors peut-être escompter de l'importation en provenance d'Allemagne, mais si la France en a besoin, en restera-t-il assez pour nous?

 

Cela démontre bien qu'une réserve stratégique, que vous évoquiez dans votre question, sera peut-être toujours nécessaire. Mais il faut aussi trouver un moyen structurel de soutenir le parc de production dans le cadre d'une Europe harmonisée en matière d'interconnexion, avec un minimum d'indépendance énergétique pour notre pays.

 

Tout le monde appelle de ses vœux, et nous y travaillons, la sortie du nucléaire. Il convient de la gérer enfin par le biais du pacte énergétique et d'examiner l'opportunité de préserver les meilleures unités thermiques existantes tout en favorisant un climat d'investissements.

 

Dans ce cadre, j'ai demandé à Elia de faire une étude en collaboration avec la DG Énergie pour approfondir l'examen des besoins et des moyens de production et de flexibilité dont notre parc devrait disposer entre 2017 et 2027. Cette analyse devra être prête au plus tard pour mars 2016 et tenir compte non seulement des évolutions attendues dans le parc de production (le calendrier légal de sortie du nucléaire, les projections de développement des capacités renouvelables), mais aussi de la fermeture d'unités, de la composition du parc, de la gestion de la demande, de l'efficacité énergétique.

 

Je pense que cette démarche devra également tenir compte de la volonté exprimée de maintenir l'indépendance énergétique de notre pays et de son savoir-faire en matière de production d'électricité.

 

05.03  Johan Vande Lanotte (sp.a): Mevrouw de minister, het zal wellicht door het begin van het jaar komen, maar ik heb niet begrepen wat uw antwoord precies is en wat u nu wel of niet zult doen.

 

Ik heb wel begrepen dat u de bijdrage van de consumenten ten belope van 80 miljoen euro niet afschaft, wat jammer is.

 

Voor het overige heb ik de indruk dat de leden van de CD&V-fractie eraan zijn voor de moeite. Na het cryptische antwoord heb ik immers de indruk dat wij in de richting van een soort vergoeding gaan, om de gascentrales vijf à zes jaar in stand te houden, wat een verkeerde beslissing zou zijn.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

06 Questions jointes de

- M. Laurent Devin à la ministre de la Mobilité, chargée de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "la grève à la SNCB" (n° P0906)

- Mme Isabelle Poncelet à la ministre de la Mobilité, chargée de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "la grève à la SNCB" (n° P0907)

- M. David Geerts à la ministre de la Mobilité, chargée de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "la grève des chemins de fer" (n° P0908)

- M. Raoul Hedebouw à la ministre de la Mobilité, chargée de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "la grève à la SNCB" (n° P0909)

- Mme Inez De Coninck à la ministre de la Mobilité, chargée de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "la grève des chemins de fer" (n° P0910)

- M. Gilles Foret à la ministre de la Mobilité, chargée de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "la grève à la SNCB" (n° P0911)

- M. Georges Gilkinet à la ministre de la Mobilité, chargée de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "la grève à la SNCB" (n° P0912)

- Mme Sabien Lahaye-Battheu au premier ministre sur "la grève des chemins de fer" (n° P0913)

06 Samengevoegde vragen van

- de heer Laurent Devin aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "de staking bij de NMBS" (nr. P0906)

- mevrouw Isabelle Poncelet aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "de staking bij de NMBS" (nr. P0907)

- de heer David Geerts aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "de treinstaking" (nr. P0908)

- de heer Raoul Hedebouw aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "de staking bij de NMBS" (nr. P0909)

- mevrouw Inez De Coninck aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "de treinstaking" (nr. P0910)

- de heer Gilles Foret aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "de staking bij de NMBS" (nr. P0911)

- de heer Georges Gilkinet aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "de staking bij de NMBS" (nr. P0912)

- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de eerste minister over "de treinstaking" (nr. P0913)

 

06.01  Laurent Devin (PS): Monsieur le président, madame la ministre, une nouvelle année arrive et le temps passe vite! Il y a quinze mois, ici même, vous nous affirmiez qu'on allait voir ce qu'on allait voir! Avec beaucoup moins d'argent, tout irait mieux! Vous vous êtes engagée à renforcer la sécurité, à ce que les trains arrivent à l'heure. Vous alliez lancer une nouvelle politique d'investissement. Vous disiez même vouloir rendre leur fierté aux cheminots.

 

Aujourd'hui, que constate-t-on? En matière de sécurité, vous proposez le one man car, c'est-à-dire la suppression des accompagnateurs de train. Des trains à l'heure? Poser la question, c'est malheureusement de trop nombreuses fois y répondre. D'ailleurs, aujourd'hui, combien de trains roulent-ils? Une nouvelle politique d'investissement? Le seul acte tangible aujourd'hui, c'est que vous avez supprimé le plan d'investissement. Vous avez également supprimé le Thalys wallon et vous faites également en sorte qu'il n'y ait plus de développement dans le RER wallon. La fierté des cheminots? Franchement, cela vaut-il la peine d'en parler avec vous? Pensez-vous que, du matin au soir, vous rendez leur fierté aux cheminots?

 

Pour faire évoluer positivement cette entreprise, il faut une dynamique positive des ressources humaines. Que constate-t-on? Une provocation permanente, une stigmatisation de votre part et de celle de membres éminents de la majorité! Quelle est la concertation sociale réelle quand, du matin au soir, on entend ces petites phrases, ces petites piques, qui mettent en exergue l'un ou l'autre article, qui jettent en pâture le labeur de travailleurs qui sont sur les rails depuis des dizaines d'années pour qu'on puisse circuler de la meilleure manière?

 

Au groupe socialiste, nous refusons d'entrer dans votre dynamique qui consiste à opposer sans arrêt les cheminots aux usagers du rail. Nous faisons le choix d'un service public de qualité et performant. Nous refusons également cette politique de sous-financement qui conduit à une érosion progressive du service public - la SNCB et Infrabel.

 

Quand la SNCB et Infrabel sont bien gérées, c'est un moteur d'économie et c'est réellement un mieux-être pour ceux qui les utilisent au quotidien.

 

Madame la ministre, combien d'emplois seront-ils perdus à la SNCB d'ici 2019? Le chiffre de 6 000 est avancé. Quel est votre chiffre?

 

Le président du parti le plus important de votre majorité a demandé la régionalisation du rail. Quelle sera votre politique en la matière? Êtes-vous chargée de transférer le rail national aux Régions?

 

06.02  Isabelle Poncelet (cdH): Monsieur le président, madame la ministre, l'année 2016 commence bien mal pour les navetteurs et les étudiants, qui ont autre chose à faire que de penser à s'adapter à la nouvelle mobilité.

 

Une grève est toujours un échec collectif. Mais la grève que nous connaissons aujourd'hui aurait pu être évitée. J'appelle donc le gouvernement, les directions, les syndicats à dépasser les clivages qui existent actuellement, à se remettre autour de la table, à relancer les négociations et à faire des propositions constructives.

 

Il en va de la responsabilité du gouvernement de restaurer le dialogue, de maintenir un climat social de confiance en nommant, notamment, un conciliateur. Le gouvernement doit impérativement stopper cette logique d'économie. En effet, l'annonce, l'année dernière, des deux milliards d'économies n'était ni plus ni moins que de la provocation.

 

Qu'en sera-t-il de la ponctualité? Qu'en sera-t-il de la sécurité? Qu'en sera-t-il des emplois? Qu'en sera-t-il du maintien des lignes, etc.?

 

Le rail est un outil important pour la Belgique et, quand il est touché, même un petit peu, on assiste à une paralysie nationale.

 

Madame la ministre, quelles initiatives allez-vous prendre pour réunir les parties autour de la table, renouer le dialogue et rétablir la confiance? Comptez-vous nommer un conciliateur pour, enfin, déminer la situation? Quand comptez-vous mettre en place une politique avec de vrais moyens susceptibles de répondre à vos ambitions?

 

06.03  David Geerts (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, ik betreur de staking oprecht, niettegenstaande ik begrip heb voor de ongerustheid die er vandaag leeft bij het personeel. Zevenduizend afvloeiingen, dat is meer dan bij Ford Genk. Ik begrijp de ongerustheid over mate waarin men dienstverlening moet bieden aan de reizigers en de vraag welke lijnen zullen overblijven. Ik betreur de staking vooral omdat ik hier voor het kerstreces heb gestaan met de vraag aan minister Peeters om een sociale bemiddelaar te sturen en weer rond de tafel te gaan zitten. Dat is blijkbaar mislukt en dat betreur ik.

 

Mevrouw de minister, ik was gisteren eigenlijk zeer positief verrast door uw uitspraak om opnieuw naar de onderhandelingstafel te komen, aangezien de hervorming van de post, destijds, is beklonken rond de onderhandelingstafel. Als het daar gelukt is, waarom zou het hier dan niet lukken?

 

Het moet mij wel van het hart dat ik de verklaring betreur van de heer De Wever, de echte premier van het land en van deze regering. Blijkbaar moet hij stokebrand spelen en met een flutidee olie op het vuur gooien. Het idee werd door experts meteen van tafel geveegd, maar paste waarschijnlijk in de natte droom van een onafhankelijk Vlaanderen zonder vakbonden en zonder socialisten.

 

Laten wij terugkeren tot de kern van de vraag.

 

Die is: welke marge wil de regering geven? In deze tijd heeft iedereen de mond vol van het klimaatakkoord en de gevolgen daarvan inzake duurzame mobiliteit. Wij konden deze week nog lezen dat het fileleed nog nooit zo groot is geweest. Helaas moeten wij ook vaststellen dat het aantal verkeersslachtoffers opnieuw stijgt, zowel in het zuiden als in het noorden van het land. Ik begrijp aldus niet dat deze regering kiest om te besparen op het openbaar vervoer in plaats van te investeren. Welke bereidheid zal deze regering aan de dag leggen om opnieuw geloofwaardig met een operationeel plan rond de tafel te gaan zitten?

 

06.04  Raoul Hedebouw (PTB-GO!): Madame la ministre, quelles questions dois-je vous poser? On revient de la COP21 à Paris, où l'on a été dire au monde entier qu'il faut réduire la consommation de CO2. On prétend que la Belgique se place à l'avant-garde. Et que fait-on en revenant ici? On décide de supprimer trois milliards dans le budget des transports publics.

 

Ne venez pas me dire avec la droite qu'il n'y a plus d'argent et que c'est la crise!

 

Tijdens de vakantie hebt u negen miljard gevonden voor vliegtuigen en gevechtsboten. Nu komt u aan ons zeggen dat er geen drie miljard meer is voor de NMBS. Dat zijn budgettaire en politieke beslissingen.

 

Nous sommes face à un conflit social important. Une bataille d’idées a lieu. L’opinion publique a le droit de connaître la vérité pour pouvoir trancher quant à l’avenir de la société. Or, madame la ministre, vous refusez de communiquer des décisions et des chiffres essentiels.

 

Je vais vous poser des questions précises. J’estime que les 150 députés présents aujourd’hui ont le droit de recevoir des réponses précises.

 

Combien de cheminots resteront-ils dans la compagnie publique nationale de transport en 2019? Vous ne pouvez pas continuer à dire que vous ne savez pas répondre à cette question. C'est dans quatre petites années. En tant que ministre, vous avez la réponse. Informez l’opinion publique!

 

Ik kom tot mijn tweede vraag.

 

De voorbije dagen hebt u gezegd dat er moest worden onderhandeld en gediscussieerd. Vandaag zegt u in De Tijd: “Mijn moderniseringsplan is niet onderhandelbaar. Hooguit valt er te praten over de modaliteiten en de tijdstippen van uitvoering van enkele maatregelen.”

 

Mevrouw de minister, tegen de vakbonden zegt u dat zij rond de tafel moeten komen zitten. Welke marge hebt u om te discussiëren? Zijn alleen de kleine maatregeltjes bespreekbaar? Ik heb het gevoel dat u niet wil onderhandelen maar gewoon wil doorgaan. Welnu, op die manier zoekt u miserie, want hier in België is er normaal gezien plaats voor sociaal overleg. U wilt geen sociaal overleg.

 

Dat brengt mij bij mijn derde vraag.

 

Vous annoncez dans les médias une moyenne de 160 jours de travail. Votre propagande politique est basée sur ce chiffre. Le chiffre communiqué par toutes les instances internes de la SNCB et des syndicats est de 200 jours. Vous évoquez le chiffre de 160 jours. Comment pouvez-vous le démontrer?

 

Si vous venez avec des jours de maladie – c'est un scandale d'un point de vue déontologique d'aborder les journées de maladie –, pouvez-vous confirmer le chiffre selon lequel l'absentéisme aux chemins de fer s'élève à 4,7 %, alors qu'il est de 6,9 % dans le privé?

 

06.05  Inez De Coninck (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, beste collega's, heb ik het goed gehoord? Zowel de Franstalige als de Vlaamse socialisten uitten hier kritiek op het voorstel van mijn voorzitter. Willen jullie nu werkelijk dat de Vlaamse treinreizigers gegijzeld blijven door de Waalse stakers? Het is niet omdat de treinen in Wallonië stilstaan dat dit voor ons in Vlaanderen ook zo moet zijn. Het zou triestig zijn, als het zo zou moeten zijn. Dat is pestsyndicalisme.

 

Wat is de essentie van de zaak? Ik hoorde de collega’s van de oppositie over de besparingslogica praten. De besparingslogica is niet het probleem. De vakbondslogica bij de NMBS is het probleem. Hoeveel stakingen moeten er eigenlijk nog zijn? De NMBS begint steeds meer op een sociale Titanic te lijken. Dat is het probleem.

 

Enkele weken geleden stond ik hier te roepen dat er geen draagvlak meer was voor de stakingen, maar het probleem gaat verder dan dat. Het draagvlak voor de vakbonden is ook volledig weg. De bevolking aanvaardt die brede rol van de vakbonden gewoon niet meer. Wie begrijpt nu nog dat zij jaarlijks 11 miljoen euro dotatie en 73 vrijgestelden krijgen? Om wat te doen? Zij staken om de haverklap.

 

De Vlaamse bonden hebben het eindelijk begrepen, zij staken niet meer mee. Dankzij die werkwilligen reden in Vlaanderen toch nog zeven op de tien treinen. De Waalse bonden willen blijven staken. Vandaag las ik in de kranten dat zij desnoods wekenlang willen blijven staken. Het is duidelijk dat zij het sociaal overleg blokkeren, niet de regering.

 

Waar halen die vakbonden eigenlijk het recht vandaan om een regeringsbeslissing te kelderen? Het gaat om het strategisch plan, dat goedgekeurd is door een regering die met een democratische meerderheid verkozen werd. De vakbonden zijn nog niet eens verkozen door hun eigen personeel bij de NMBS, en al zeker niet door de man in de straat. Dat is het primaat van de politiek. Misschien moet daar ook eens iets aan veranderen.

 

Ik las in de media ook dat de PVDA de spoorarbeiders graag met de mijnarbeiders vergelijkt. Beste collega’s, u weet toch dat alle mijnarbeiders hun job verloren hebben? Is het dat wat u wilt? Is het u erom te doen achteraf van hun sociale achteruitgang te profiteren?

 

Mevrouw de minister, kunt u nog eens bevestigen dat uw strategisch plan niet ter discussie ligt? Wat vindt u van de huidige rol van de spoorvakbonden?

 

06.06  Gilles Foret (MR): Madame la ministre, chers collègues, je ne vous parlerai pas de bonne résolution, mais exprimerai mes regrets de voir que la menace de grève a bien été mise à exécution dans la totale confusion syndicale.

 

Ce flou a malheureusement suscité un débat qui n'est pas à l'ordre du jour, puisque son objet ne figure pas dans l'accord de gouvernement. Il s'agit de la régionalisation. Je voudrais ajouter que cette discussion n'est pas non plus le souhait du MR. Les choses sont claires.

 

Les citoyens, les clients du rail, qu'ils soient des travailleurs, des étudiants, des chercheurs d'emploi, celles et ceux qui veulent travailler et faire avancer la Belgique, lui donner une image positive, en ont marre d'être systématiquement pris en otages par certaines organisations syndicales – je le répète, par certaines organisations syndicales.

 

Cette grève est regrettable parce que le préavis a été déposé alors que les négociations n'avaient pas pris fin et qu'il a été maintenu et mis à exécution alors que le gouvernement avait proposé d'envoyer des conciliateurs.

 

Oui, oui, messieurs les socialistes, il est clair qu'aujourd'hui la grève ne constitue plus un ultime recours, celui dont on use quand les négociations sont devenues impossibles; c'est devenu un moyen de chantage et de pression pour empêcher la mise en œuvre de certaines mesures.

 

Cette grève est aussi irresponsable, parce qu'elle tombe en pleine semaine de relance de l'économie après une année difficile. Elle est entreprise également pendant la période des examens. D'aucuns ne s'en étaient pas rendu compte! Et je souhaite bonne chance – ou bonne merde, comme vous voulez – aux étudiants!

 

Enfin, cette grève est déraisonnable, car la direction du rail avait réalisé un exercice équilibré, faisant en sorte qu'il n'y aura aucun licenciement à la SNCB. (Brouhaha)

 

(…): (…)

 

06.07  Gilles Foret (MR): Je le répète: il n'y aura aucun licenciement! Ne confondez pas les problèmes! Pas plus qu'il n'y aura de modification du statut des cheminots ou de remise en question du régime des trente-six heures. Dans ce contexte, qui dérange manifestement les socialistes, je tiens à poser trois questions. (Brouhaha)

 

(…): (…)

 

06.08  Gilles Foret (MR): Oui, vous êtes mal à l'aise! C'est visible!

 

Monsieur le président, j'ai trois questions.

 

Quelle est la mise en œuvre du service garanti? Quelles sont les garanties que la qualité du service et la sécurité des voyageurs ne sera pas remise en question avec ces différentes mesures? Enfin, quelle sera la position du gouvernement par rapport au conciliateur?

 

Pour ce qui est de la sécurité, Mme la ministre va y répondre. Elle n'est pas remise en question.

 

06.09  Georges Gilkinet (Ecolo-Groen): Monsieur le président, madame la ministre, je dois dire que mes deux précédents collègues ont mis la barre très haut. Beste wensen aan de CD&V!

 

Madame la ministre, cette grève, c'est aussi votre échec. En tant qu'écologistes, nous sommes pour le train. C'est un moyen de transport convivial, sécurisé, qui permet de libérer la route pour ceux qui en ont véritablement besoin. La FEB évalue le coût des embouteillages à 8 milliards d'euros. Cela nous permet aussi de répondre à ces engagements environnementaux essentiels qui ont été pris à Paris juste avant les vacances.

 

En tant qu'écologistes, nous voulons des trains en suffisance, plus rapides, ponctuels. Il y a du boulot, madame la ministre. C'est votre responsabilité d'obtenir les budgets suffisants pour le permettre. C'est votre responsabilité d'organiser la SNCB pour le permettre. C'est votre responsabilité d'obtenir un climat social qui évite ce genre de mouvements que personne ne souhaite. Or, depuis deux jours, madame Galant, vous êtes la ministre de l'immobilité.

 

Je vous ai bien écoutée hier matin. Vous n'avez pas répondu aux questions essentielles sur l'évolution du personnel. Les approximations qui sont les vôtres, nous les connaissons. Vous avez également parfois joué la carte de la provocation. Je ne pense pas que ce soit la meilleure manière de ramener la sérénité.

 

M. Bacquelaine, qui n'est pas présent, a découvert les vertus du covoiturage avec une collègue, conseillère de CPAS local. Bien vu!

 

Ik heb ook het absurde voorstel van de voorzitter van de N-VA gehoord over de splitsing van de NMBS.

 

Bravo! Là, vraiment, c'est une solution! C'est méconnaître l'histoire et l'architecture de notre réseau ferroviaire. Pourtant, il est conseillé par un ancien directeur de la société parti avec un fabuleux parachute doré par ailleurs.

 

Madame la ministre qu'allez-vous faire pour changer cette logique? Allez-vous sortir de cette logique mortifère pour le rail qui est celle de votre plan? Quels moyens supplémentaires nouveaux allez-vous demander au gouvernement pour changer l'équation budgétaire? Qu'allez-vous faire en matière de réorganisation du rail et surtout, comment allez-vous rétablir le dialogue social dans l'entreprise?

 

06.10  Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, vooreerst mijn beste wensen.

 

Mevrouw de minister, de trein is altijd een beetje reizen, zegt men. Jammer genoeg is de trein in ons land ook altijd een beetje staken.

 

We zijn zeven dagen ver in het nieuwe jaar en we hebben al twee stakingsdagen achter de rug. Aan dit tempo eindigen we het jaar op 104. Het bedrijf dat onze treinen doet rijden moet hervormd worden, als we het niet willen zien evolueren naar een Sabena bis. Dat zijn de woorden van CEO Jo Cornu. Dat het mogelijk is, bewijzen de andere overheidsbedrijven zoals bpost. De CEO van Proximus werd afgelopen week uitgeroepen tot manager van het jaar. Het kan. Het is mogelijk. De voorbeelden zijn er.

 

Collega’s van de oppositie, waarom moet er hervormd worden? Ik heb de grafiek van de minister uit de commissie nog eens meegenomen. Er moet hervormd worden om het bedrijf uit de bloedrode cijfers te halen. Eind 2014 was er een opgebouwde schuld van 4,3 miljard euro. We moeten hervormen om het bedrijf te redden, om de cheminots aan het werk te houden.

 

Ten tweede, het bedrijf moet concurrentiëler worden. Er zijn andere vervoersmiddelen en er is de internationale context met de liberalisering, die op ons afkomt.

 

Ten derde, de dienstverlener moet hervormd worden om de dienstverlening aan de reiziger te verbeteren en om de arbeidsomstandigheden voor het personeel te verbeteren en moderner te maken.

 

Mevrouw de minister, begin december hadden we het hier ook over in de plenaire vergadering . Na negen maanden van overleg lag er een tekst klaar, maar die werd niet aanvaard. Daarna kwam de stakingsaanzegging.

 

Wat is de status van voorliggende tekst voor u? Voor ons is het een minimum minimorum. Minder kan niet als we het bedrijf willen redden.

 

Wat is het tijdpad? Komende dinsdag wordt opnieuw onderhandeld. Hoe gaat het dan verder?

 

U sprak over inspanningen op het niveau van het management. Sommigen noemen dat het waterhoofd. Kunt u daarover concreter zijn?

 

Over het staken zal ik weinig zeggen. De acties van de afgelopen week hebben vooral de zwakheid en de verdeeldheid van de vakbonden aangetoond. Voor Open Vld is het tijd om wettelijk in te grijpen. Wij dienen vandaag een voorstel van resolutie in om onder andere sociale verkiezingen mogelijk te maken en de vertegenwoordiging van het personeel in het bedrijf democratisch te maken.

 

06.11  Jacqueline Galant, ministre: Chers collègues, beste collega's, un préavis pour cinq jours de grève a été déposé à la suite du vote de trois mesures visant à augmenter la durée effective de travail sans remettre en question ni le régime de 36 heures de travail ni les autres avantages sociaux relatifs au temps de travail. Il ne s'agit ni plus ni moins que de corriger des anomalies et des inadaptations à la réglementation en vigueur.

 

Aujourd'hui, que constatons-nous? Er is voor 40 miljoen euro economische schade per dag. Cela représente donc une perte économique de 80 millions d'euros. Er staan duizenden pendelaars in de file. Et il y a un stress supplémentaire pour les étudiants. Tel est le bilan de ces deux jours de grève.

 

Ma vision stratégique, présentée en juillet 2015 et qui a été soutenue par l'ensemble du gouvernement vise à assurer un service public de qualité dans la durée, à remplir les engagements climatiques du gouvernement et à favoriser l'intermodalité.

 

Il est vrai que les objectifs sont ambitieux, mais ils sont ambitieux pour le client. Celui-ci est aussi un contribuable qui contribue à financer la SNCB. Il est donc légitime qu'il attende de cette dernière qu'elle lui fournisse un service de qualité et qu'elle assure une continuité du service offert.

 

Ik wil duidelijk zijn: de regering zal haar strategisch plan niet aanpassen. Dat zou een vergissing zijn. (Applaus op de banken van de meerderheid)

 

Mijn visieplan omvat verschillende zaken.

 

Er wordt komaf gemaakt met de verspilling. Er wordt halt geroepen aan de stijgende schuld. Stop à la sous-utilisation du réseau! Stop à l'insatisfaction du client!

 

Le Groupe SNCB doit faire des économies, notamment pour trois éléments. Premièrement, une organisation moderne du travail et une prise de conscience de l'urgence de cette mutation à tous les échelons de l'entreprise. Deuxièmement, des choix d'investissements orientés clients. Troisièmement, une augmentation de la productivité.

 

La réponse des citoyens à ces mouvements de grève est un appel à la mise en place du service garanti. Nous avons été informés par la SNCB et Infrabel de l'échec de neuf mois de négociations en interne. Je rappelle que le service garanti figure bien dans l'accord de gouvernement. Mais vu le contexte actuel, avec mes collègues du gouvernement, nous apprécierons les modalités et le moment de sa mise en œuvre.

 

À la demande de la commission paritaire nationale, le gouvernement a accepté la désignation d'un conciliateur social avec la condition de supprimer le préavis de grève. Ce ne fut pas le cas, par la seule volonté syndicale, et je le regrette. La proposition de conciliation reste cependant valable pour les semaines à venir. J'en appelle dès lors aujourd'hui à la conscientisation de l'urgence de prendre des mesures qui, contrairement à ce que certains ont dit, ne fragilisent pas la sécurité du réseau mais visent à pérenniser le service public des chemins de fer belges. Les entreprises, avec l'ensemble des travailleurs, doivent relever ce défi.

 

Het is nu tijd om opnieuw een echte dialoog op gang te brengen, uit respect voor de pendelaars, uit respect voor de studenten en uit respect voor alle Belgen. Par respect envers tous les citoyens de notre pays.

 

Je vous remercie.

 

06.12  Laurent Devin (PS): Monsieur le président, madame la ministre, je souhaite d’abord remercier Mme Inez De Coninck pour son intervention et pour la ligne d’avenir qu’elle a tracée pour la politique du rail, celle qui sera suivie par vous et le gouvernement.

 

Aujourd’hui, nous avons bien entendu et nous ne pourrons pas dire que nous n'avons pas été prévenus: "Oui, le rail doit être régionalisé! Oui, il n'y a plus de place pour la concertation sociale. Il est temps que tout cela cesse, que ces extrémistes de gauche et ces socialistes arrêtent de parler. Vive la régionalisation! La politique nationale du rail est terminée". Madame De Coninck, je vous remercie très sincèrement d’avoir éclairé ceux qui, aujourd’hui, étaient encore dans le doute au sujet de la destinée que certains promettent à la SNCB.

 

J’ai une pensée pour les collègues du CD&V. J’ai vu vos têtes et vos mines! On peut deviner votre ennui, monsieur Verherstraeten, et votre embarras face à cette prise de position publique très claire de Mme De Coninck.

 

Lorsque l’on parle de la perte de 6 000 emplois, on doit garder son sang-froid. On doit pouvoir parler vrai. On doit pouvoir transformer les interlocuteurs sociaux en partenaires. Aujourd’hui, une fois encore, nous n’avons aucune réponse au sujet des pertes d’emploi. Nous n’avons pas de réponse de votre part au sujet de la concertation sociale, madame la ministre, mais nous en avons une de Mme De Coninck! Sincèrement, cela ne me rassure pas!

 

06.13  Isabelle Poncelet (cdH): Madame la ministre, vous nous avez parlé de service de qualité. Vous avez parlé de continuité du service, de "stop à l’insatisfaction du client", d’augmentation de la productivité. Mais avec quels moyens? C'est tout de même le fond du problème. Avec des réponses aussi contradictoires, aussi irresponsables, aussi irrespectueuses des cheminots et des voyageurs, nous sommes vraiment dans l’absurde!

 

Je vous souhaite vraiment une bonne année, madame la ministre!

 

06.14  David Geerts (sp.a): Ik hoor mevrouw De Coninck zwaar uithalen naar de vakbonden, wier acties niet gedragen zouden zijn. Ik stel alleen vast dat de vakbonden 2,5 miljoen leden tellen. Als ik naar de vier regeringspartijen kijk, zie ik 200 000 leden.

 

Ik begrijp het niet en ik richt mij even tot de collega's van CD&V. Hoe ver reikt uw incasseringsvermogen? U zit erbij tijdens een frontale aanval op de vakbonden; u kijkt en knikt en durft niets te zeggen. Ik vind dat spijtig.

 

De heer Foret heeft het over chantages sociaux en een politieke actie. Het is natuurlijk een politieke actie, omdat het een politieke keuze is om 2,1 miljard euro bij de NMBS te besparen en negen miljard euro in gevechtsvliegtuigen te investeren. Het is een politieke keuze om 7 000 mensen te laten afvloeien, om regionale lijnen te schrappen, om tickets duurder te maken voor werknemers en studenten. Dat is een politieke keuze. Het is dan ook logisch dat, als men het daarmee niet eens is, er een politieke actie komt.

 

Mevrouw de minister, de kern van het betoog blijft de vraag hoe u 2,1 miljard euro wil besparen. U hebt het over een strategisch plan. Ik heb alleen een strategische communicatie gezien. Zelfs de CEO’s zeggen dat uw idee niet realistisch is.

 

Als men niet dieper ingaat op de manier waarop men de besparing wil realiseren, dan vrees ik dat er nog meer stakingsdagen zullen volgen en dat de reizigers nog vaker in de kou zullen blijven staan. Dan zal het niet aan de vakbonden liggen maar aan de regering, die drastisch in het openbaar vervoer wil snijden op een moment dat men, integendeel, volgens iedere deskundige, erin moet investeren.

 

06.15  Raoul Hedebouw (PTB-GO!): Monsieur le président, madame la ministre, un chiffre est demandé. Er is één cijfer gevraagd.

 

Plusieurs collègues ont demandé un petit chiffre, qui est normalement facile à donner dans la finalité d'un plan. D'ici 2019, la productivité sera augmentée. Combien d'hommes et de femmes vont-ils encore travailler à la SNCB?

 

Mevrouw de minister, één cijfertje is gevraagd. Dat cijfertje hebben wij echter niet gekregen, wat een democratische schande is.

 

Ik zal ook meegeven waarom wij dat cijfer niet hebben gekregen.

 

Vous savez, madame la ministre, que si tous les usagers du service public ferroviaire connaissaient ce chiffre… Je l'ai vu hier en rencontrant les usagers. Ils ont beaucoup de questions face à la grève, mais ils ne connaissent rien du plan qui va être imposé. Quand les usagers du transport public sont informés du chiffre de 6 000, ils comprennent tout de suite les actions sociales.

 

Dat is de reden waarom u hier in het Parlement dat cijfer niet wil geven. U wil het niet geven, omdat u de zaken niet concreet wil maken. U wil ze heel vaag houden en dan gaat het over een soi-disant classe privilégiée.

 

Madame la ministre, je vais vous poser clairement la question. Vous n'avez pas répondu non plus à la question de la marge de négociation. En vitesse, vous avez dit qu'il n'y en a pas. Il n'y en a pas – vous foncez.

 

Wij, het middenveld, hebben een moeilijk vraagstuk op te lossen, zowel in Vlaanderen, Brussel als Wallonië. U wil doorgaan, u wil pushen; u wil het oplossen op een thatcheriaanse wijze zoals in de jaren tachtig. Daarover gaat het immers. U wil u slag thuishalen door te blijven pushen. Welnu, wij zullen blijven mobiliseren, omdat de mensen stilaan begrijpen dat, wanneer wij u laten doen, wij alles van onze openbare diensten zullen verliezen.

 

Collega’s, daarom gaan wij door. C'est la raison pour laquelle nous allons vous faire reculer.

 

Je vous remercie.

 

06.16  Inez De Coninck (N-VA): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Sta me toe om mij even te richten tot collega Devin, die mij heeft aangesproken. Mijnheer Devin, ik ben blij met uw verklaring dat ik zo duidelijk ben. Wij proberen onze standpunten altijd duidelijk te verwoorden. Graag zou ik daarom ook van u duidelijkheid hebben. Verdedigt u de stakingen nog? Verdedigt u nog dat de heer Abdissi vandaag in de krant zegt dat zij desnoods wekenlang staken? Staat u daarachter? Kunt u daarover ook duidelijk zijn, mijnheer Devin, met de socialisten en sp.a? (Protest van de heer Devin)

 

De voorzitter: Gaat u door, mevrouw De Coninck.

 

06.17  Inez De Coninck (N-VA): Mijnheer de voorzitter, wij zijn ook duidelijk op een ander vlak. Er moeten bij de NMBS sociale verkiezingen komen. De huidige spoorvakbonden zijn immers op geen enkele manier democratisch verkozen. Waarom zou het NMBS-personeel zijn vakbondsafgevaardigden niet zelf mogen kiezen? Ik krijg veel mails van personeelsleden die zich absoluut niet meer vertegenwoordigd voelen door hun vakbondsafgevaardigden gelet op hun houding. Ik denk dat sommigen hier in het halfrond zich erover zouden verbazen hoe weinig steun de vakbonden nog genieten bij het NMBS-personeel. Wij willen een democratisch en sociaal syndicalisme en geen pestsyndicalisme.

 

06.18  Gilles Foret (MR): Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses et vos précisions par rapport aux contrevérités distillées et ressassées sans cesse par l'opposition.

 

Je retiens qu'il n'y aura aucun licenciement, qu'il n'y a pas de remise en question du statut des cheminots et du régime de travail, que la sécurité et la qualité du service ne sont pas remises en question. Que du contraire!

 

Je retiens que le gouvernement est déterminé à pérenniser le rail dans le dialogue constructif, mais aussi à faire en sorte que le respect des voyageurs et des navetteurs soit une réalité en Belgique. Merci, madame la ministre! Continuez!

 

06.19  Georges Gilkinet (Ecolo-Groen): Madame la ministre, la responsabilité de ce gâchis, c'est la vôtre! Vous essayez d'opposer les cheminots et les navetteurs. C'est une erreur. Ceux qui prennent le train connaissent le dévouement de ces travailleurs qui essayent de défendre leur entreprise et de défendre le train.

 

Allez-vous enfin, en votre qualité de ministre de la Mobilité, défendre le train, des moyens pour le train, faire en sorte qu'il y ait davantage de trains, des trains plus rapides, à l'heure avec une couverture plus large au niveau horaire? Non! Vous nous affirmez que le plan que vous avez déposé ne sera pas ajusté. On ne peut pas avec les économies que vous prévoyez pour la SNCB faire rouler des trains, remplir vos et nos ambitions en matière climatique!

 

En tant qu'écologistes, nous pensons qu'il ne suffit pas de critiquer. Mes collègues Marcel Cheron, Stefaan Van Hecke et moi avons déposé, avant les vacances, un plan de gestion alternatif à celui que vous déposez. Il est possible et nécessaire de rendre le train tendance. Le train, madame la ministre, c'est l'avenir!

 

06.20  Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, uit uw antwoord blijkt vastberadenheid en verantwoordelijkheidszin. U hebt duidelijk gezegd dat het plan van de regering niet wordt aangepast. Collega’s, het plan is nodig, ik herhaal het, om het treinbedrijf niet te laten crashen.

 

Mevrouw de minister, tenslotte wil ik nog iets zeggen over de gegarandeerde dienstverlening. Op 11 december zei u in plenaire vergadering dat u het laken naar u toe zult trekken, dat u initiatief zult nemen. De Open Vld roept u op om op korte termijn met een wetsontwerp te komen zodat wij in de commissie voor de Infrastructuur — de voorzitter is aanwezig — het debat over die gegarandeerde dienstverlening kunnen aanvatten, onder andere aan de hand van de good practices in het buitenland, waar dit wel werkt, ik denk bijvoorbeeld aan Spanje.

 

Persoonlijk feit

Fait personnel

 

06.21  Servais Verherstraeten (CD&V): Mijnheer de voorzitter, collega Devin heeft mij ten persoonlijke titel aangesproken. Ik zou het woord willen nemen voor een persoonlijk feit. Ik wil graag zeer kort reageren op wat hij zei.

 

Collega Devin, mijn fractie en ikzelf betreuren die staking ook en wij begrijpen ze evenmin. Wij respecteren evenwel al degenen die niet gestaakt hebben en die de dienst verzekerd hebben, waarvoor wij hen danken.

 

Wij roepen iedereen op om de stakingsmodus te beëindigen en om te praten. Praten gebeurt aan tafel; praten is niet roepen, geen verwijten naar mekaar sturen, maar naar oplossingen zoeken. Dat betekent praten over het plan van de minister.

 

Al degenen die wel gestaakt hebben en al degenen die vandaag, ook vanuit de meerderheid, zwaar gas hebben gegeven, roep ik op om te stoppen met olie op het vuur te gooien. Wij hebben olie op de golven nodig want anders geraken wij er niet uit en is er geen oplossing.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van mevrouw Nahima Lanjri aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de sociale dumping in de transportsector" (nr. P0914)

07 Question de Mme Nahima Lanjri au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "le dumping social dans le secteur du transport" (n° P0914)

 

De voorzitter: Collega’s, mag ik u vragen om ook voor de laatste vraagsteller van de dag respect op te brengen?

 

07.01  Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, ik wil mij vooraf excuseren voor mijn hese stem, ik ben een beetje verkouden.

 

De laatste weken werden we geconfronteerd met een opmerkelijk fenomeen. Vóór Kerstmis hebben we gezien dat er op verschillende plaatsen in ons land, onder meer in Opglabbeek maar ook in heel wat kustgemeenten, veel vrachtwagens geparkeerd stonden, soms op parkings maar ook in weiden. Het ging blijkbaar om vrachtwagens van Oost-Europese firma’s. De transportbonden bonden de kat de bel aan en hebben gezegd dat het hier echt gaat om sociale dumping. Het gaat over chauffeurs die blijkbaar voor de kerstvakantie terugkeren naar hun land van herkomst. Het zijn mensen die een dumpingloon krijgen, 250 euro per maand en een beperkte dagvergoeding, terwijl onze wetgeving stelt – in de cao’s is dat afgesproken – dat er voor gelijk werk gelijk loon moet zijn. Wanneer het gaat om vrachtwagens die effectief hier zijn, dan moet men hetzelfde loon en dezelfde arbeidsvoorwaarden toekennen.

 

Mijnheer de staatssecretaris, u hebt toen aangekondigd dat u actie zou ondernemen. Ondertussen heeft de sociale inspectie effectief ook de nummerplaten genoteerd en foto’s genomen.

 

Ik kom dan bij mijn vragen.

 

Ten eerste, wat heeft dat onderzoek verder opgeleverd? Zijn er intussen pv’s opgesteld? Zijn er verantwoordelijken aangeduid?

 

Ten tweede, op voorstel van collega Clarinval heb ik samen met de collega’s Raskin en Lachaert een resolutie ingediend om sociale dumping aan te pakken, resolutie die in de zomer is goedgekeurd. Een van onze voorstellen was dat men ook bilaterale akkoorden zou moeten sluiten met landen waarvan men vaststelt dat we in hoge mate geconfronteerd worden met sociale dumping. Dat is onder meer het geval voor Roemenië, Bulgarije en in dit geval ook Hongarije.

 

Hebt u ondertussen ook contacten gelegd met Hongarije en Roemenië? De meeste chauffeurs zijn blijkbaar afkomstig uit die twee landen. Hebt u zicht op mogelijke akkoorden om de sociale dumping aan te pakken? Zult u een bilateraal akkoord sluiten met deze landen?

 

Totslot, welke acties zult u nog ondernemen om de sociale dumping aan te pakken? Is er ook overleg met de transportbonden die het probleem effectief hebben aangekaart? Ook dat hebben we in de resolutie opgenomen. Ik wil graag weten wat uw concrete plannen op dat vlak zijn.

 

07.02 Staatssecretaris Bart Tommelein: Mevrouw Lanjri, collega’s, vóór Kerstmis heb ik contact opgenomen met de Sociale Inspectie om een onderzoek in te stellen. Zoals u zegt, hebben we ter plaatse alle nummerplaten gescand: niet alleen in Opglabbeek, maar ook in andere gemeenten en ook in Bredene, Zeebrugge en Oostende aan de kust. Bij het gerecht lopen er vandaag onderzoeken. U weet dat ik ooit nog voorzitter was van een commissie inzake de scheiding der machten. Zo lang het onderzoek loopt, zal ik mij daar niet mee bemoeien en er ook geen uitspraken over doen. Ik heb op dat vlak mijn les geleerd door een aantal gebeurtenissen uit het verleden.

 

De Sociale Inspectie heeft vastgesteld dat het vooral gaat over een Hongaars bedrijf zonder hoofdzetel in België. Dat is wel belangrijk. Het gaat hier over buitenlandse chauffeurs die nauwelijks naar huis terugkeren. Dan gelden, zoals u zegt, de Belgische loon- en arbeidsvoorwaarden. Het onderzoek is bezig. Wij houden daarvoor ook de chauffeurs tegen bij wegcontroles. De nummerplaten scannen is niet voldoende: als we de chauffeurs tegenkomen, worden ze tegengehouden en ondervraagd. Daarvoor zijn tolken nodig, want zo eenvoudig is het allemaal niet. Dat betekent dat we nog even zullen moeten wachten op het resultaat van het onderzoek.

 

Het probleem in de transportsector is een groot probleem. Zoals u weet ga ik daarom met de commissie voor de Sociale Zaken onder leiding van de heer Van Quickenborne naar Bulgarije en Roemenië. Met Hongarije hebben we op dit moment nog geen bilaterale contacten, maar we zullen daar wel aan werken. Ik heb gezegd dat ik vóór de krokusvakantie een plan voor eerlijke concurrentie in de transportsector zal indienen. Sinds maart 2015 lopen de gesprekken daarover met de sociale partners, met de werkgevers en met mijn collega’s Galant, Van Overtveldt en Borsus.

 

Dat plan zal 30 concrete maatregelen bevatten, op nationaal vlak, op Benelux-vlak en op Europees vlak. Ik doe er alles aan om in deze sector eerlijke concurrentie te doen gelden, maar dit dossier bewijst ook het nut van een meldpunt Sociale Fraude, zoals er in oktober een is opgericht. Ik heb enkele maanden geleden al gezegd dat binnen enkele weken wij ook een meldpunt zullen hebben voor organisaties, voor de vakbonden, voor de werkgevers alsook voor de consumentenorganisaties en de Liga voor de Mensenrechten.

 

Collega Jambon heeft daarnet opgeroepen om alle seksuele misdrijven te melden. Wel, ik vraag alle betrokken organisaties en personen om dergelijke zaken te blijven melden, want ook dit zijn misdrijven. Het is enkel samen dat wij de strijd tegen sociale dumping kunnen winnen. Wij zullen er alles aan doen, mevrouw Lanjri, om dit samen met de vakbonden, samen met de werkgevers en samen met het Parlement te doen.

 

07.03  Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer Tommelein, het is evident dat in ons land de scheiding der machten geldt. Ik vraag zeker niet dat u tussenbeide komt bij het gerecht. Ik stel wel vast dat er wel degelijk processen-verbaal zijn opgemaakt. Het was één van mijn vragen of het gerecht dit verder onderzoekt.

 

U zegt dat u met de transportsector aan tafel zult zitten. Dat is ook wat wij gevraagd hebben in onze resolutie. Ik wil erop aandringen dat u intussen werk maakt van de concrete voorstellen die in de resolutie gedaan zijn en die door de verschillende partijen goedgekeurd zijn. Eén van die voorstellen was om met de betrokken landen bilaterale akkoorden af te sluiten om de gegevensuitwisseling te verbeteren.

 

Ik hoop dat het niet bij plannen blijft en dat u effectief tot actie overgaat. Ik begrijp absoluut dat het gerecht zijn werk moet doen, maar in dezen zijn de transportbonden zeer duidelijk: wij moeten deze vorm van sociale dumping aanpakken. Dit is eigenlijk een moderne vorm van slavernij. Mensen worden uitgebuit want een maandloon van 250 euro is niet het loon dat hier geldt. Bovendien zorgt het voor oneerlijke concurrentie van de transportfirma’s die wel de correcte loon- en arbeidsvoorwaarden respecteren. In hun belang en in het belang van de tewerkstelling bij ons vraag ik u dus om kordaat en hard op te treden.

 

08 Inoverwegingneming van voorstellen

08 Prise en considération de propositions

 

De voorzitter: In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.

Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.

 

Indien er geen bezwaar is, beschouw ik deze als aangenomen; overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.

S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considérerai la prise en considération comme acquise et je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 6 januari 2016, stel ik u ook voor in overweging te nemen:

- het wetsvoorstel (mevrouw Laurette Onkelinx en de heren Ahmed Laaouej en Stéphane Crusnière) tot verbetering van de opvolging en de behandeling door de parketten van de door de Cel voor Financiële Informatieverwerking overgezonden informatie, teneinde de financiering van terrorisme en het witwassen van geld doeltreffend te bestrijden, nr. 1542/1;

- het wetsvoorstel (mevrouw Laurette Onkelinx en de heren Ahmed Laaouej en Stéphane Crusnière) tot verbetering van de samenwerking tussen de Cel voor Financiële Informatieverwerking en de instellingen ter bestrijding van het terrorisme, nr. 1544/1;

- het wetsvoorstel (mevrouw Laurette Onkelinx en de heren Stéphane Crusnière en Ahmed Laaouej) tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, teneinde de CFI toegang te verschaffen tot het door de NBB bijgehouden register van de bankrekeningen, nr. 1545/1.

Verzonden naar de tijdelijke commissie "terrorismebestrijding"

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 6 janvier 2016, je vous propose également de prendre en considération:

- la proposition de loi (Mme Laurette Onkelinx et MM. Ahmed Laaouej et Stéphane Crusnière) visant à améliorer le suivi et le traitement par les parquets des informations transmises par la Cellule de traitement des informations financières en vue de lutter efficacement contre le financement du terrorisme et le blanchiment de capitaux, n° 1542/1;

- la proposition de loi (Mme Laurette Onkelinx et MM. Ahmed Laaouej et Stéphane Crusnière) visant à améliorer la coopération entre la CTIF et les organismes chargés de la lutte contre le terrorisme, n° 1544/1;

- la proposition de loi (Mme Laurette Onkelinx et MM. Stéphane Crusnière et Ahmed Laaouej) modifiant la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme, permettant à la CTIF d'avoir accès au registre des comptes bancaires hébergé par la BNB, n° 1545/1.

Renvoi à la commission temporaire "lutte contre le terrorisme"

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Ik stel u eveneens voor het voorstel van resolutie (de heren Benoit Hellings en Wouter De Vriendt, de dames Meyrem Almaci, Anne Dedry en Muriel Gerkens en de heren Jean-Marc Nollet, Kristof Calvo en Georges Gilkinet) over milieugerelateerde migratie en ontheemding, nr. 1538/1, in overweging te nemen.

Verzonden naar commissie voor de Volksgezondheid, het Leefmilieu en de Maatschappelijke Hernieuwing

Je vous propose également de prendre en considération la proposition de résolution (MM. Benoit Hellings et Wouter De Vriendt, Mmes Meyrem Almaci, Anne Dedry en Muriel Gerkens en de heren Jean-Marc Nollet, Kristof Calvo en Georges Gilkinet) relative à la migration et au déplacement de populations liés à des facteurs environnementaux, n° 1538/1.

Renvoi à la commission de la Santé publique, de l'Environnement et du Renouveau de la Société

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

09 Goedkeuring van de agenda

09 Adoption de l’ordre du jour

 

Wij moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergaderingen van de week van 11 januari 2016.

Nous devons procéder à l’approbation de l’ordre du jour des séances de la semaine du 11 janvier 2016.

 

Geen bezwaar? (Nee) De agenda is goedgekeurd.

Pas d’observation? (Non) L’ordre du jour est approuvé.

 

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 14 januari 2016 om 14.15 uur.

La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 14 janvier 2016 à 14.15 heures.

 

De vergadering wordt gesloten om 16.15 uur.

La séance est levée à 16.15 heures.

 

 

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 54 PLEN 093 bijlage.

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 54 PLEN 093 annexe.