Plenumvergadering

Séance plénière

 

van

 

Donderdag 22 september 2016

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Jeudi 22 septembre 2016

 

Après-midi

 

______

 

 


De vergadering wordt geopend om 14.20 uur en voorgezeten door de heer Siegfried Bracke.

La séance est ouverte à 14.20 heures et présidée par M. Siegfried Bracke.

 

De voorzitter: De vergadering is geopend.

La séance est ouverte.

 

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. Zij worden op de website van de Kamer en in de bijlage bij het integraal verslag van deze vergadering opgenomen.

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans l'annexe du compte rendu intégral de cette séance.

 

Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l’ouverture de la séance:

Kris Peeters, Willy Borsus.

 

Berichten van verhindering

Excusés

 

Aldo Carcaci, wegens gezondheidsredenen / pour raisons de santé;

Daphné Dumery, Raad van Europa / Conseil de l’Europe.

 

Federale regering / gouvernement fédéral:

Charles Michel, Alexander De Croo, Didier Reynders, Theo Francken, Verenigde Naties (New York) / Nations Unies (New York);

Jan Jambon, Maggie De Block, ambtsplicht / devoirs de mandat.

 

01 Rouwhulde – mevrouw Suzette Verhoeven

01 Éloge funèbre – Mme Suzette Verhoeven

 

De voorzitter (voor de staande vergadering):

Le président (devant l'assemblée debout):

 

Op 3 augustus overleed in Wuustwezel Suzette Verhoeven, gewezen lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Ze was 71.

 

Suzette Verhoeven werd geboren in Ieper op 17 november 1944. Na het behalen van het regentaatsdiploma godsdienst, geschiedenis, Frans en Engels, was ze jarenlang lerares, onder andere aan het Annuntia Instituut in Wijnegem.

 

In de jaren 1970 was ze voorzitster van de toenmalige CVP-Jongeren, en werd ze gemeenteraadslid in Merksem. Vanaf 1983, na de toevoeging bij Antwerpen, was ze in Merksem districtraadslid, een mandaat dat ze tot eind 2007 bleef uitoefenen.

 

Van december 1991 tot april 1995 zetelde Suzette Verhoeven voor de CVP in de Senaat, en van mei 1995 tot juni 1999 in de Kamer.

 

Ses activités de parlementaire se concentrent principalement sur les questions du désarmement, de la coopération au développement, de l’asile et de la migration et de la défense des droits de l’homme.

 

Elle lutte pour une transparence accrue dans le domaine des exportations d’armes belges et pour l’élaboration d’un code européen de déontologie en matière de ventes d’armes.

 

Elle participe notamment, en 1999, à la création du Fonds belge de survie, chargé d’améliorer la sécurité alimentaire dans les pays bénéficiant de l’aide de la coopération belge au développement.

 

Verder ijverde Suzette Verhoeven voor een correcte toepassing van de resoluties van de Vierde Wereldvrouwenconferentie, in Peking in 1995, en zette ze het prangende probleem van de schijnhuwelijken in België op de politieke agenda.

 

Van 2003 tot 2007 was mevrouw Verhoeven algemeen voorzitster van de Kristelijke Arbeidersvrouwen, nu Femma.

Daarnaast was ze ook voorzitster van de Raad van Bestuur van Wereld Missie Hulp en voorzitster van de Commissie Rechtvaardigheid en Vrede van het bisdom Antwerpen.

 

Suzette Verhoeven quitte la politique locale à la fin 2007, mais ce départ n’est cependant que de courte durée, puisqu’en mai 2008, elle revient au conseil communal d’Anvers, où elle remplace Cathy Berx, nommée gouverneur de la province d’Anvers.

Fin 2012, au terme de son mandat, elle dresse un bilan positif et déclare être reconnaissante de cette longue et belle carrière politique.

 

Voor de geëngageerde vrouw die Suzette Verhoeven was, betekende het einde van haar politieke carrière dat ze opnieuw meer aandacht kon schenken aan haar sociaal leven.

Zo was ze onder meer nog voorzitster van de raad van bestuur van de beschutte werkplaats Werminval in Merksem en lid van de academieraad van de ouderenbeweging OKRA.

Daarnaast was Suzette Verhoeven de lieve, zorgzame grootmoeder van tien kleinkinderen.

 

In naam van de Kamer heb ik haar familie onze oprechte deelneming betuigd.

 

01.01 Minister Kris Peeters: Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, de federale regering wil samen met het Parlement hulde brengen aan mevrouw Suzette Verhoeven.

 

Suzette was een bijzondere christendemocrate. Met veel oprechte warmte voor alle mensen met wie zij omging, heeft zij haar hele politieke leven gewijd aan het versterken van onze samenleving en onze ontwikkelingssamenwerking.

 

Zij werd gedreven door een groot rechtvaardigheidsgevoel. Zij ging in tegen onrecht, ver weg en dicht bij huis, door er niet over te zwijgen, door het aan te klagen, door er tegenin te gaan. Zij reisde in dat kader naar onder meer Kosovo, Iran en China. Zij voerde mee campagne tegen landmijnen en clusterbommen. Zij riep België op om de transparantie inzake wapenleveringen te verbeteren en om binnen de EU en de Raad van Europa de invoering van een Europese gedragscode op de verkoop van wapens te verdedigen. Op het vlak van ontwikkelingssamenwerking stond zij mee aan de basis van het Belgisch Overlevingsfonds.

 

Suzette Verhoeven was ook een voorvechter van vrouwenrechten. Hoewel zij altijd minzaam was, nooit haar stem verhief, werd zij gehoord. Haar pleidooi werd gehoord in het onderwijs, in de politiek en in talrijke middenveldorganisaties. Zo engageerde zij zich, naast de politiek, in verschillende verenigingen, waaronder Pax Christi Vlaanderen, de KAV, nu Femma, Wereldmissiehulp en de Commissie Rechtvaardigheid en Vrede van het bisdom Antwerpen.

 

En plus de son engagement politique et social, elle fut une épouse dévouée pour son mari Wilfried et était mère de trois enfants ainsi que grand-mère.

 

In naam van de federale regering betuig ik mijn oprecht medeleven aan de familie van Suzette, haar naasten en de velen die zij heeft geïnspireerd.

 

De voorzitter: Collega’s, mag ik u vragen enige ogenblikken stilte in acht te nemen ter nagedachtenis van de overleden collega?

 

De Kamer neemt een minuut stilte in acht.

La Chambre observe une minute de silence.

 

02 Rouwhulde – de heer Alfons Coppieters

02 Éloge funèbre – M. Alfons Coppieters

 

De voorzitter (voor de staande vergadering):

Le président (devant l’assemblée debout):

 

Op 5 september overleed in Eeklo Alfons Coppieters, gewezen lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Hij was 92.

 

Fons Coppieters werd geboren in Zele op 16 februari 1924. Na zijn opleiding tot maatschappelijk assistent, werd hij in 1947 gewestelijk secretaris van het ACW in Eeklo. Veertig jaar lang zou hij de christelijke arbeidersbeweging van het Meetjesland dienstbaar zijn.

 

Snel engageerde Fons Coppieters zich in de lokale politiek. In januari 1953 werd hij voor de CVP lid van de Eeklose gemeenteraad, een functie die hij tot december 1988 ononderbroken zal uitoefenen.

 

Fons Coppieters sera très actif en tant qu'échevin des Travaux Publics, une charge qu'il occupera de 1957 à 1970. Nombre de ses réalisations marquent aujourd'hui encore le paysage urbain. Pensons notamment aux premiers lotissements, à la piscine et aux académies communales, au hall des sports, à la caserne des pompiers, à la bibliothèque et à l'école primaire d'enseignement spécialisé.

 

Sociaal geëngageerd als hij was, bezorgde Fons Coppieters, die van 1970 tot 1988 voorzitter was van de Meetjeslandse Bouwmaatschappij voor Volkswoningen, een degelijke woning aan niet minder dan 4 000 toen zogeheten ‘minvermogenden’.

 

Terwijl het Vlaamse platteland door een niets ontziende bouwwoede geteisterd werd, was Fons Coppieters zich als een van de eersten ook bewust van het belang van natuurbehoud en milieubeleid. Zo voorkwam hij villabouw in het natuurdomein Het Leen, en richtte hij de Intergemeentelijke Vereniging voor Huisvuilverwerking Meetjesland op, waardoor een einde kwam aan het storten van afval in de open ruimte.

 

En mai 1977, il devient bourgmestre de sa chère ville d'Eeklo, un mandat qu'il exercera avec beaucoup d'enthousiasme jusqu'en décembre 1988. Un mois plus tôt, en avril 1977, il devient membre de la Chambre pour le CVP. Durant deux législatures consécutives, jusqu'en octobre 1985, il se consacrera à des matières qui lui tiennent à cœur depuis plusieurs décennies, à savoir l'aménagement du territoire, l'urbanisme, la mobilité, les transports publics et le développement économique régional.

 

Fons Coppieters was een consciëntieus beleidsman met een klare kijk op de ontwikkeling van zijn stad en zijn streek. Zijn archief als schepen, burgemeester en Kamerlid, dat hij minutieus bijhield en dat nu bij het Leuvense KADOC zit, is daar een blijvende getuigenis van.

 

Fons Coppieters zal in de herinnering van velen blijven voortleven als een gedreven en zeer sociaal bewogen politicus, die rotsvast overtuigd was van het belang van het maatschappelijke middenveld.

 

In naam van de Kamer heb ik zijn familie onze oprechte deelneming betuigd.

 

02.01 Minister Kris Peeters: Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, de federale regering wil samen met het Parlement hulde brengen aan Fons Coppieters. Fons is in zijn zeer geliefde Eeklo op 92-jarige leeftijd overleden.

 

Hij kwam in 1947 als verbondsecretaris van het ACW naar Eeklo. Bij het ACW heeft hij veertig jaar lang aan syndicaal werk gedaan. Hij stond aan de wieg van onder meer de KWB en Vakantiegenoegens. Zes jaar later, in 1953, stapte Coppieters in de politiek en werd hij gemeenteraadslid voor de toenmalige CD&V. In 1957 werd hij al even schepen van de stad. Hij was ook een tijd waarnemend burgemeester, om dan definitief de burgemeesterssjerp over te nemen van 16 maart 1977 tot 31 december 1988.

 

Veertig jaar lang was hij eigenlijk de onbetwiste politieke patriarch van de stad en de streek als schepen, burgemeester, volksvertegenwoordiger, ACW-verbondssecretaris en voorzitter van intercommunale samenwerking. Hij toonde een sterk leiderschap. Fons was een sociaal bewogen politicus. Iedereen kreeg van hem gelijke kansen en hij bouwde op vrijwilligers, sociale organisaties en het middenveld.

 

Au nom du gouvernement fédéral, je présente mes plus sincères condoléances à la famille de Fons, et à de nombreuses personnes de la région d'Eeklo, pour qui il jouait un important rôle d'exemple.

 

De voorzitter: Mag ik vragen ook ter nagedachtenis van die overleden collega de stilte in acht te nemen?

 

De Kamer neemt een minuut stilte in acht.

La Chambre observe une minute de silence.

 

03 Mededeling

03 Communication

 

Bij brief van 21 september 2016 delen mevrouw Veerle Wouters en de heer Hendrik Vuye mij mede dat zij zitting zullen hebben als onafhankelijk lid.

Par lettre du 21 septembre 2016, Mme Veerle Wouters et M. Hendrik Vuye m'informent qu'ils siègeront comme députés indépendants.

 

04 Ordre du jour

04 Agenda

 

Chers collègues, plusieurs membres m'ont demandé la parole en ce qui concerne l'ordre du jour.

 

04.01  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, in de regeling der werkzaamheden wil ik iets opnemen dat tussen de deadline voor de vragen en nu is opgedoken.

 

Waar gaat het over? Al enkele dagen is het duidelijk dat onze minister van Energie, Marie-Christine Marghem, nalatig is geweest. Zij heeft nagelaten miljoenen euro op te vragen bij de nucleaire exploitanten Electrabel en EDF. Wij hebben daar onder leiding van collega Delizée deze week een bespreking over gehouden in de commissie voor het Bedrijfsleven. De minister heeft daar een aantal verklaringen afgelegd. Er is ter zake informatie opgevraagd bij de energieregulator.

 

Rond het middaguur hebben wij van de energieregulator informatie gekregen die expliciet de beweringen en verklaringen van de minister van Economie tegenspreekt en waaruit blijkt dat de minister al meer dan een jaar op de hoogte was van de problemen. Zij wist al meer dan een jaar dat zij iets moest doen om die miljoenen euro te innen en om ervoor te zorgen dat onze burgers en bedrijven die niet misliepen. Zij heeft dat niet gedaan.

 

Dat kan men vaststellen uit het voorlopig rapport. Wat wil ik nu opnemen? Wij hebben maar een deel van de informatie gekregen. De CREG hangt af van het Parlement. Ik wil u, mijnheer de voorzitter van de Kamer, vragen de volledige informatie op te vragen, zodat wij daar snel op kunnen terugkomen met de eerste minister en met de minister van Energie. Wij kunnen dat vandaag niet doen, zij zijn beiden immers afwezig, maar ik meen dat wij dat binnen de kortste keren moeten doen. Het is jammer dat de eerste minister er niet is, want uit de informatie blijkt dat niet alleen de minister van Energie op de hoogte was, maar ook de eerste minister.

 

Ik wil een beroep doen op u, mijnheer de Kamervoorzitter, om snel afspraken te maken en dat rapport op te vragen, want ik meen dat mevrouw Marghem, de zwakke schakel in deze regering, een en ander heeft uit te leggen aan de Volksvertegenwoordigers.

 

Le président: Madame Fonck, est-ce sur le même point que vous souhaitez intervenir?

 

04.02  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le président, je souhaite intervenir sur le même sujet. Nous avons reçu des documents de la CREG. Ces documents sont accablants pour la ministre de l'Énergie, pour deux raisons.

 

D'abord, parce que, lors de la commission de ce mardi, la ministre nous a dit que la CREG ne l'avait prévenue et ne lui avait donné les informations qu'en août dernier. Manifestement, ce n'est absolument pas le cas, puisque la CREG a écrit à plusieurs reprises à la ministre Marghem et ce, depuis le mois d'octobre 2015, chers collègues. Mme la ministre Marghem n'a donné aucune de ces informations, laissant en quelque sorte penser que la CREG ne l'avait avertie qu'en dernière minute.

 

Ensuite, ces documents sont accablants parce que la ministre prend aujourd'hui le prétexte de devoir désigner un expert, alors même que la CREG lui avait déjà fourni toutes les informations, toutes les données sur les différents paramètres.

 

Nous faisons un double constat face à ces documents accablants. D'une part, la ministre effectivement a réécrit l'histoire et, d'autre part, cela illustre l'incroyable connivence entre la ministre de l'Énergie, le gouvernement et Electrabel-EDF!

 

Monsieur le président, nous demandons donc, puisque la ministre de l'Énergie n'est pas indiquée absente sur votre relevé, que la commission de l'Économie soit convoquée en urgence pour que nous puissions confronter la ministre avec ses propos et surtout avec les documents accablants de la CREG, et que nous puissions aussi, parce qu'il est temps, faire toute la transparence. Nous demandons que tous les documents qui ont été échangés entre Electrabel, EDF et le gouvernement soient aujourd'hui mis sur la table du parlement. Je vous remercie.

 

04.03  Karin Temmerman (sp.a): Mijnheer de voorzitter, het is inderdaad zoals de andere leden aangeven.

 

Wij hebben met ontsteltenis deze middag — jammer genoeg na 11 uur; zoniet zouden hierover zeker heel wat vragen zijn tijdens dit vragenuurtje — brieven en heel wat documentatie gekregen. Ik heb de twee brieven hier bij mij.

 

Eén brief dateert van 9 oktober 2015, de andere van 12 december 2015. Het zijn twee brieven waarnaar de minister helemaal niet heeft verwezen. Zij heeft tijdens de vorige commissievergadering laten uitschijnen dat zij pas in juni 2016, dus zes maanden later, naar aanleiding van het rapport van de CREG op de hoogte is gebracht.

 

Mijnheer de voorzitter, die twee brieven bewijzen dat mevrouw Marghem het nieuws eigenlijk al van oktober 2015 wist. In oktober 2015 schrijft de CREG aan de minister dat zij moet opletten, omdat er problemen zijn omtrent het berekenen van de nucleaire rente. De CREG waarschuwt dat voor het bepalen van de parameters moet worden opgelet en dat daaraan dus maar beter aandacht wordt besteed.

 

Mijnheer de voorzitter, de minister legt die brieven en waarschuwingen gewoon naast zich neer en wacht tot augustus 2016 — en dus niet eens tot juni 2016 na het rapport maar tot augustus 2016 — en eigenlijk nog langer. Zij laat de deadline van 15 september 2015, om een expert aan te stellen, verstrijken. Zoals de andere leden opmerken, was dat volgens de CREG niet eens nodig. Dat kon voordien al worden geregeld.

 

Het is dus manifest waar dat de minister een aantal waarschuwingen van haar eigen regulator gewoon naast zich neerlegt.

 

Mijnheer de voorzitter, u bent er altijd pleitbezorger van geweest dat het Parlement hard moet werken en vroeger dan vastgelegd moet beginnen. Wij hebben al een commissievergadering gehad. Ik zou u alsook de voorzitter van de commissie willen vragen om de commissie heel snel opnieuw bijeen te roepen en de minister ter verantwoording te roepen.

 

Immers, op dergelijke manier bedriegt zij niet alleen de regering, maar bedriegt zij vooral de burger, die opnieuw meer zal betalen dan nodig is.

 

04.04  Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, je rejoindrai évidemment mes collègues. Je réitérerai mes propos, avec une grande lassitude et une grande colère. Une grande lassitude parce que cela fait des semaines, enfin depuis que Mme Marghem est ministre de l'Énergie, qu'à répétition, nous sommes face à ses omissions, à ses mensonges: nous ne savons plus quoi dire. Et combien de fois le premier ministre n'a-t-il pas dû venir s'expliquer pour Mme Marghem, en séance plénière ou en commission?

 

Si cela n'avait pas de fortes répercussions, tant dans le domaine de l'énergie - primordial pour ce pays -, que pour l'ensemble des consommateurs, des PME, et pour l'ensemble du pays, cela pourrait encore passer … et encore. Mais, dès la première rencontre avec Mme Marghem, nous avons eu droit à deux heures et demie d'explications qui n'en étaient pas, à une absence de volonté de transparence, puisqu'elle a refusé de nous donner l'étude de la CREG et les échanges avec Electrabel et EDF. Même la majorité a dit que cela ne pouvait pas durer et qu'elle revendiquait un autre débat.

 

Monsieur le président, je me pose une question: sommes-nous face à une personne qui pratique une mauvaise gestion et qui n'est pas capable de gérer ce dossier avec son cabinet? Ou est-ce une volonté délibérée de faire des cadeaux à un opérateur monopolistique dans notre pays? Nous nous posons aujourd'hui réellement la question.

 

Il y a pire. La CREG dépend aujourd'hui du parlement. C'est un régulateur indépendant; nous l'avons tous voulu; nous avons renforcé la CREG ici même. Et la ministre, mardi matin, a dit qu'elle allait mettre la CREG hors-jeu au sujet de la redevance Electrabel, ce qui est totalement inacceptable.

 

Dès lors, monsieur le président, si nous ne pouvons faire venir ni le premier ministre, étant donné qu'il se trouve à New York, ni Mme Marghem, parce que les questions ne sont pas déposées, je revendique, comme mes collègues, la réunion en urgence d'une commission. Une commission devant laquelle Mme Marghem se présentera avec tous ses petits paquets, c'est-à-dire avec l'ensemble des documents que, soit, elle vous transmet immédiatement et de façon officielle (son cabinet est à proximité), soit, à la commission afin que nous ayons un vrai débat. Car ce faisant, c'est l'État qui perd de l'argent. C'est le consommateur qui paye et ce n'est plus acceptable. Voilà des mois que nous vivons cette situation grâce à cette ministre!

 

04.05  Marco Van Hees (PTB-GO!): Monsieur le président, je voudrais intervenir sur le même sujet!

 

Le président: Soyez bref dans ce cas!

 

04.06  Marco Van Hees (PTB-GO!): Je serai bref, monsieur le président. Il est assez choquant, dans le chef des parlementaires, de constater que la ministre Marghem - je n'utiliserai pas le terme "mensonge" -, manipule la réalité et ce n'est pas la première fois. Par ailleurs, ce gouvernement qui chasse le moindre euro en persécutant les malades ou les chômeurs se permet, dans le cas présent, de gaspiller des millions d'euros.

 

La question que je me pose est de savoir s'il s'agit d'une erreur, d'un niveau d'incompétence de la part de Mme Marghem ou s'il y a plus. N'y a-t-il pas un acte volontaire, dans la mesure où on a déjà constaté et dénoncé sur les rangs du PTB, les conflits d'intérêts relevés au sein du cabinet de la ministre Marghem, composé entre autres de personnes émanant d'Electrabel? Il y a de quoi se poser légitimement la question.

 

Je pense donc qu'il faut entendre la ministre le plus rapidement possible et obtenir tous les documents. Monsieur le président, je demande que ces documents soient envoyés à l'ensemble des membres de la Chambre et pas seulement aux membres en titre de la commission de l'Économie.

 

04.07  Benoît Friart (MR): Monsieur le président, je voudrais revenir sur la pseudo-mauvaise gestion de Mme Marghem. Il faut quand même signaler que, depuis qu'elle a repris ce ministère, on ne parle plus de délestage ni de black-out. Ce n'était pas le cas lorsque le cdH l'occupait.

 

Ensuite, il faut aussi répéter que, lors de la négociation pour l'éolien offshore, Mme Marghem est parvenue à faire diminuer la facture de 1,1 milliard. C'est quand même important pour le contribuable! Ce sont des choses qui doivent être dites.

 

En rapport avec la discussion menée ce mardi en commission, la ministre a bien répondu à toutes les questions, quoi qu'en dise l'opposition comme à son habitude. Mais l'important est que les producteurs et la ministre se soient mis d'accord pour la désignation d'un expert. Laissons-le travailler. Il n'y a donc aucune urgence à convoquer une réunion de commission. Au demeurant, son président a bien dit qu'elle serait reconvoquée en temps utile. C'est pourquoi la majorité estime qu'il n'y a aucune raison de convoquer en urgence cette commission.

 

Le président: Merci, monsieur Friart.

 

Chers collègues, puis-je vous demander de ne pas aborder le fond de la question? Nous discutons de l'ordre des travaux.

 

04.08  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): Monsieur le président, vous avez raison de rappeler à M. Friart que nous ne sommes plus dans les éloges. Il est déjà en train de faire le bilan de la ministre Marghem. Nous sommes dans l'ordre des travaux.

 

Sur ce volet, je dois constater, et c'est le seul élément que je veux ajouter à ce qui a été dit, que ce n'est pas la première fois que nous sommes dans cette situation. Je vous renvoie au compte rendu du 28 mai 2015 de la séance plénière, suite à un incident du même type. Aujourd'hui, nous sommes de nouveau face à un mensonge, à tout le moins par omission, de la part de la ministre Marghem. Le premier ministre était intervenu ici et je le cite: "Je veux également vous dire l'engagement du gouvernement à éviter qu'il y ait dans la communication des imprécisions, des incompréhensions. Je veux toute la transparence. L'objectivité et la transparence doivent être garanties".

 

Si le premier ministre veut être cohérent avec ce qu'il nous a dit et les engagements pris au mois de mai 2015 suite à l'incident grave précédent, il faut nous distribuer l'ensemble du rapport. Il faut qu'on ait accès à l'ensemble des documents, y compris les échanges de courriers.

 

Monsieur le président, il semble que M. le premier ministre avait également reçu le rapport dès le 29 juin. C'est dans les documents que la CREG m'a envoyés ce matin. Je voudrais que l'ensemble des collègues puisse prendre aussi connaissance des échanges avec le premier ministre, pas seulement avec la ministre Marghem.

 

Le président: Chers collègues, tout d'abord, je vais prendre contact dès que possible avec la ministre de l'Énergie pour voir ce qu'il en est en ce qui concerne les documents. Le cas échéant, je mettrai ces documents à disposition de tous les membres de la Chambre et pas seulement les membres de la commission de l'Économie.

 

Ensuite, je fais appel au président de la commission. La règle est que chaque commission organise ses propres travaux. Je sais qu'il y a un problème avec la fête de la Communauté française mardi prochain mais, à mon avis, il n'y a rien qui interdit que la commission soit réunie un autre jour de la semaine prochaine. Cela dépend du président de la commission, qui peut consulter ses membres pour voir ce qu'on peut faire. J'ai toute confiance en M. Delizée, notamment pour régler les travaux de la commission.

 

04.09  Jean-Marc Delizée (PS): Monsieur le président, il va de soi que je suis disponible pour réunir les membres de la commission de l'Économie à leur demande. Je pense qu'il faut régler préalablement la question des documents car, si nous n'en disposons pas, cela ne sera pas vraiment utile. Je suis prêt à voir avec vous à quel moment nous pourrons distribuer ces documents et convoquer ladite commission le plus rapidement possible.

 

Le président: Normalement, elle se tient le mardi, mais cela n'ira pas la semaine prochaine.

 

04.10  Jean-Marc Delizée (PS): Monsieur le président, je suis aussi disponible le 27. La réunion peut avoir lieu le lundi ou le mardi. Personnellement, cela ne me pose aucun problème.

 

Le président: Très bien. Nous ferons le nécessaire.

 

Vragen

Questions

 

05 Vraag van de heer Vincent Van Quickenborne aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de aanpak van discriminatie op de arbeidsmarkt" (nr. P1437)

05 Question de M. Vincent Van Quickenborne au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la lutte contre les discriminations sur le marché du travail" (n° P1437)

 

05.01  Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Mijnheer de minister, discriminatie op de arbeids- en huurmarkt is en blijft een groot probleem. Vorig jaar bleek uit een onderzoek van het Minderhedenforum dat twee op drie dienstenchequebedrijven meegaat in een vraag van klanten om mensen van vreemde afkomst te weigeren voor het werk.

 

Daarop heeft de commissie voor de Sociale Zaken uitgebreide hoorzittingen georganiseerd. Wij zijn met de collega’s tot een concrete resolutie met aanbevelingen voor de regering gekomen. Die resolutie werd trouwens ook door de collega’s van Groen en Ecolo, uit de oppositie gesteund, waarvoor dank. In de resolutie staat, mijnheer de minister, dat de publieke sector het voortouw moet nemen en dat hij gerichte controles moet organiseren. Er wordt daarin, ten tweede, aan u gevraagd om met de sociale partners in alle verschillende sectoren systemen van zelfregulering op te zetten, omdat wij niet kiezen voor een heksenjacht. Er staat, ten derde, ook in dat er een ultiem wapen moet zijn, een wettelijk kader om in het kader van een gerechtelijke procedure op te treden tegen hardleerse bedrijven, indien zij blijven discrimineren.

 

Mijnheer de minister, ik hoop dat u mijn stelling begrijpt, maar ik ben wat teleurgesteld door de voortgang in de zaak. Het was toen mei 2015, nu is het september 2016 en er is sprake van welgeteld één eventueel akkoord in de sector van de dienstenchequebedrijven. Dat is zeer mager, want in de andere sectoren kan het probleem ook bestaan.

 

Voorts hebben wij u in de resolutie een deadline opgelegd om tegen eind 2015 met een wettelijk initiatief te komen om de fameuze stok achter de deur mogelijk te maken. Wij stellen vast dat dat wettelijk initiatief er vandaag niet is.

 

Mijnheer de minister, vindt u, ten eerste, in eer en geweten, dat de resolutie, die breed werd gedragen in het Parlement, nauwgezet door u en de regering wordt uitgevoerd?

 

Ten, tweede, met welke sociale sectoren en paritaire comités hebt u nu al initiatieven ondernomen om minstens de gesprekken over zelfregulering op te starten?

 

Ten derde, wanneer zult u het wettelijk initiatief, waar ik naar verwees, voorleggen aan het Parlement?

 

De voorzitter: Collega’s, mag ik u vragen om op zijn minst een inspanning te doen om naar de sprekers te luisteren? Ik kan begrijpen dat niet alles uw belangstelling wegdraagt, maar houd die gesprekken dan buiten het halfrond en breng alstublieft voldoende respect op voor de sprekers en voor de antwoorden van de ministers.

 

05.02 Minister Kris Peeters: Mijnheer Van Quickenborne, u hoeft eigenlijk geen vragen te stellen over resoluties die, soms zelfs over de grenzen van de meerderheid heen, aangenomen zijn. Wij nemen die altijd zeer au sérieux en proberen die zo snel als mogelijk uit te voeren. Dat bespaart u mogelijk in de toekomst nog bijkomende vragen.

 

Wij willen en zullen resoluut – het staat ook in de resolutie – het sociaal overleg alle kansen geven. Dat vraagt soms meer geduld dan wij zelf graag zouden zien. De sociale partners moeten daarvoor namelijk de nodige tijd krijgen. Er zijn verschillende keren contacten geweest tussen het kabinet, mijzelf en de sociale partners van, in het bijzonder, het paritair comité Dienstencheques.

 

Collega, aanstaande dinsdag hebben wij een heel belangrijke vergadering met die sociale partners, omdat het protocol met dat paritair comité zo goed als klaar is. Ik hoop ook dat wij het aanstaande dinsdag kunnen voltooien. Ik wil u nu al meegeven dat in het te ondertekenen protocol vijf acties worden aangekondigd.

 

Ten eerste, voor de opleiding en vorming van werkgevers en werknemers in het kader van de actie tegen discriminatie zal een vormingsfonds worden opgericht.

 

Ten tweede, er zal een model van bedrijfspolicy, met een gedragscode rond non-discriminatie, worden aangeboden aan alle bedrijven van de sector.

 

Ten derde, er wordt gepleit voor het opnemen van een clausule inzake non-discriminatie tussen bedrijf en klant.

 

Ten vierde, de sociale partners van de sector zijn ervan overtuigd dat met mystery calls, waarover we uitgebreid in de commissie hebben gediscussieerd, discriminerende vragen efficiënt kunnen worden opgespoord.

 

Ten slotte komt er een brede informatiecampagne.

 

Daarover komt er hopelijk volgende dinsdag een akkoord tot stand.

 

Ik kan u verzekeren dat, wanneer er geen akkoord wordt gesloten, wij de resolutie zullen uitvoeren en overgaan tot een wetgevend initiatief. Het is echter het een of het ander: ofwel geeft men de sociale partners de tijd, en dan duurt het soms iets langer en moet men geduld hebben, ofwel zullen wij een wetgevend initiatief nemen. Ik wil eerst alle kansen aan de sociale partners geven. Ik hoop dat u dat standpunt kunt bijtreden.

 

05.03  Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord en het enthousiasme, dat u eigen is. U bevestigt daarmee de stelling dat u het met de sociale partners doet als het kan, maar zonder hen als het moet. Dat is wat onze fractie altijd al heeft gezegd. Inderdaad, men heeft tijd nodig om zaken te bespreken, maar als zij er niet toe komen, dan is het aan het Parlement om initiatieven te nemen. Daar kijken wij naar uit.

 

U hebt gesproken over de sector van de dienstenchequebedrijven. Bedankt voor uw inspanningen, maar er zijn nog tal van andere sectoren waar er mogelijkerwijs ook sprake is van discriminatie, mijnheer de minister. Ik denk aan de bouwsector en andere sectoren. Ik hoop dat u ten opzichte van die sectoren ook de nodige initiatieven neemt, zodat aan discriminatie een halt wordt toegeroepen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Vraag van mevrouw Anne Dedry aan de minister van Justitie over "de wan­toestanden in het forensisch psychiatrisch centrum (FPC) (nr. P1438)

06 Question de Mme Anne Dedry au ministre de la Justice sur "l'existence de problèmes au Centre de psychiatrie légale (CPL)" (n° P1438)

 

06.01  Anne Dedry (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het is niet de eerste keer dat wij slecht nieuws krijgen van het forensisch psychiatrisch centrum. Gisteren werd er aan de alarmbel getrokken in Gent. Het zijn dramatische toestanden zowel voor het personeel als voor de patiënten. Onder andere het feit dat psychiatrische patiënten al te snel in de isoleercel worden gestoken, verontrust mij. De zorgkwaliteit laat dus te wensen over.

 

In totaal werken er zowat 297 voltijds equivalenten aan medisch en verzorgend personeel, wat ongeveer 1,1 per bed betekent, en dat is aanzienlijk lager dan in Nederland. In Nederland zijn er acht dergelijke centra en die werken goed. In ons land is er één en het werkt niet goed, het loopt mis.

 

Er is het argument dat minister De Block en u samen hanteren, om te zeggen dat de normen worden gerespecteerd. Dat is misschien wel het geval, maar dat getuigt volgens mij van weinig empathie voor het personeel en de patiënten. Het moet dus anders. Ik verwacht dan ook meer van u en van de regering. Ofwel voldoen de normen en dan worden ze gerespecteerd en nageleefd, ofwel voldoen ze niet, en dan moeten ze worden aangepast. Dat is zo simpel als bonjour.

 

Mijnheer de minister, mijn vraag is tweeledig.

 

Ten eerste, vindt u dat de huidige personeelsbezetting de normen van de zorgkwaliteit voldoende garandeert?

 

Ten tweede, ik vraag u dit niet alleen vanwege het FPC in Gent, maar ook met het oog op de opstart van het forensisch psychiatrisch centrum in Antwerpen. Ik ben helemaal geen tegenstander van de privatisering van zorginstellingen, maar wel ben ik tegen commercialisering, omdat dat ten koste gaat van de zorgkwaliteit. Wat zult u doen om in Antwerpen niet dezelfde fouten te maken als in Gent?

 

06.02 Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Dedry, zoals u weet, behoort de zorgverlening in het FPC tot de bevoegdheid van collega De Block, terwijl ikzelf bevoegd ben voor de beveiliging, de bewaking en de hotelfunctie. Uw vraag gaat over de personeelsnormen in de zorg en het is dan ook het antwoord van minister De Block dat ik u graag meedeel.

 

De personeelsnorm werd afgesproken tijdens de vorige legislatuur en wij onderschrijven die nog steeds. In andere landen, zo stelt minister De Block, wordt voor een soortgelijke populatie trouwens met een soortgelijke norm gewerkt.

 

Wij hebben ons bevraagd, zo zegt minister De Block, bij het opvolgingscomité, naar aanleiding van de in de media aangeklaagde feiten. Daar werd opgemerkt dat er een grote historisch opgebouwde achterstand bestaat die ontstaan is op het vlak van de behandeling van de geïnterneerden, zodoende dat er door de detentieschade initieel veel patiënten zijn met grote therapeutische behoeften, die samen, tezelfdertijd, zijn ingestroomd in Gent.

 

Dat zou een probleem van tijdelijke aard moeten zijn, dat van nabij zal worden opgevolgd.

 

Daarom stellen wij met voldoening vast, zegt mevrouw De Block, dat het FPC beslist heeft de personeelsnorm tijdelijk te verhogen, om rekening te houden met de aard van de instroom.

 

U stelde een vraag wat Antwerpen betreft. De werken daar zijn zeer goed gevorderd. Maar de exploitatie zelf moet nog gegund worden. Op dat stuk kan nu rekening worden gehouden met de Gentse ervaring.

 

06.03  Anne Dedry (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, dat is dan toch een klein lichtpuntje.

 

U spreekt namens uw collega, maar dit is een gedeelde bevoegdheid. Ik had ter zake ook graag uw visie gehoord. Wat vindt u van die normen? Daar heb ik geen antwoord op gekregen.

 

In elk geval geeft uw collega groen licht om iets te doen aan de wantoestanden. Ik zal minister De Block daar in de commissie verder over ondervragen. Ik dank u.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

07 Questions jointes de

- M. Georges Dallemagne au premier ministre sur "la prise en charge des victimes six mois après les attentats" (n° P1435)

- Mme Sonja Becq au ministre de la Justice sur "la situation du Fonds d'aide aux victimes" (n° P1440)

07 Samengevoegde vragen van

- de heer Georges Dallemagne aan de eerste minister over "de tenlaste­neming van de slachtoffers zes maanden na de aanslagen" (nr. P1435)

- mevrouw Sonja Becq aan de minister van Justitie over "de stand van zaken inzake het Slachtofferfonds" (nr. P1440)

 

07.01  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, six mois, jour pour jour, après les attentats de Maelbeek et de Zaventem, la douleur des victimes de ces attentats est toujours immense, toujours béante, et rien ne pourra jamais réparer la perte d'un proche, rien ne pourra jamais réparer les blessures définitives du corps et de l'esprit.

 

Mais on peut accompagner les victimes. On peut les soutenir. On peut les aider. C'est même notre responsabilité et c'est notre devoir. Et je voulais m'entretenir avec vous de la question de l'indemnisation des victimes. Je pense qu'aujourd'hui, le système est trop lourd, trop complexe, trop lent. Ce sont les assurances qui interviennent en premier recours, et puis le fonds d'indemnisation du gouvernement intervient en deuxième lieu.

 

Je pense qu'il faut inverser cette logique, comme en France. C'est-à-dire qu'il faut pouvoir faire en sorte que les victimes, au lieu d'être confrontées, bien souvent seules, à une lourde bureaucratie, à des négociations difficiles, parfois sur de longs mois, soient indemnisées tout de suite, rapidement après les attentats, comme le fait le fonds de garantie en France. Je pense que c'est cela qu'il faut mettre en place en Belgique, monsieur le ministre, pour pouvoir, dans ce domaine-là en tout cas, mieux soutenir les victimes.

 

Concernant les indemnisations, je souhaiterais que vous nous disiez quels montants ont été versés à ce jour aux victimes, à combien de victimes et pourquoi. Je pense qu'il est également important que nous sachions où cela en est. Il y a eu de grandes déclarations sur les fonds qui étaient disponibles. Je voudrais savoir ceux qui ont été effectivement versés.

 

Enfin, vous savez que les victimes attendent un hommage national, un hommage de la Nation, pour que nous puissions montrer que nous sommes tous touchés par ces attentats et tous solidaires de leur douleur. La France en a organisé. J'attends, nous attendons, et c'est une des recommandations de la commission d'enquête parlementaire dont vous avez reçu les conclusions il y a deux mois, que la Belgique organise également un tel hommage. Je souhaiterais avoir des nouvelles sur cet aspect de la part du gouvernement. Je vous remercie.

 

07.02  Sonja Becq (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, het is een heel belangrijke maatschappelijke opdracht om slachtoffers niet alleen moreel te ondersteunen en dus te voorzien in de nodige begeleiding, maar ook financieel, waarvoor het Slachtofferfonds in het leven werd geroepen. Gelet op het belang van dat laatste worden er wel vaker vragen gesteld over de procedure en de wijze waarop slachtoffers snel kunnen worden vergoed.

 

Een jaar geleden heb ik u al eens ondervraagd over het feit dat personen die een beroep op het Slachtofferfonds deden, een brief terugkregen waarin hun erop werd gewezen dat men gelet op de personeelsonderbezetting met een hoge werklast tot gevolg, niet onmiddellijk tegemoet kon komen aan hun vragen, noch meedelen binnen welke termijn zij dan wel een antwoord mochten verwachten.

 

Mijnheer de minister, ondertussen hebben wij in de commissie voor de Justitie een wetsvoorstel goedgekeurd en de procedure aangepast. Er werd, enerzijds, meer personeel toegekend, wat belangrijk is om de dossiers snel te kunnen afhandelen. Anderzijds hebben wij, omdat er ook een reserve bleek te zijn, de bedragen voor slachtoffervergoedingen verdubbeld. Bovendien hebben wij een procedure ingebouwd om op een snellere manier te werken, wanneer men onder andere met terreurmisdrijven te maken heeft.

 

Mijnheer de minister, de nieuwe procedure functioneert nu al even. Wat is de huidige stand van zaken? Heeft het fonds de achterstand kunnen wegwerken? Op welke manier is dat gebeurd?

 

Zijn effectief al hogere vergoedingen uitgekeerd?

 

Ten slotte, is de eenvoudigere procedure gehanteerd voor aanvragen door slachtoffers van 22 maart 2013?

 

07.03  Koen Geens, ministre: Mevrouw Becq, monsieur Dallemagne, les attentats à l'aéroport national et à la station de métro Maelbeek sont des actes d'agression sans précédent contre des victimes individuelles, leurs familles et leurs proches. Mais ils le sont aussi à l'égard de l'ensemble de la population belge. La manière dont nous venons en aide aux victimes directes et indirectes est gérée ensemble. L'impact de cette tragédie est crucial. Tout seuil administratif et financier ne fait que rendre inutilement plus pénible le processus psychologique, individuel et collectif. Et partant du principe d'une solidarité collective avec les victimes et leurs proches, les autorités prévoiront, de manière proactive, un dédommagement pour toutes les personnes concernées.

 

Quant à votre question sur le statut de reconnaissance nationale, les attentats sont en effet, un acte d'agression envers la Belgique, par un agresseur identifié et qui a revendiqué ses actes. La Belgique est membre d'une coalition qui combat cet agresseur et partant de ce raisonnement, nous estimons utile qu'un statut particulier soit attribué, et ce par analogie avec les victimes de guerre. Il s'agit d'un statut spécifique adapté à la situation spécifique. Il s'agit d'une reconnaissance de victimes. Cela ne signifie pas que nous reconnaissons les faits comme actes de guerre. Le gouvernement prévoira ce statut spécifique.

 

Wat de schadeloosstelling van de slachtoffers betreft, zijn wij dus overgegaan, mevrouw Becq, tot een uniek loket dat door de Commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers wordt beheerd. Dat uniek loket is gemakkelijk bereikbaar op een uniek telefoonnummer en een uniek mailadres, dat via de pers werd verspreid, nummer 0471123124 en het mailadres zal ik in de parlementaire stukken laten afdrukken (terrorvictims@just.fgov.be). Sinds 22 maart heeft de Commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers 257 verzoekschriften gekregen om financiële hulp, 360 telefoonoproepen ontvangen en 650 e-mails.

 

Nonante-huit décisions ont déjà été prises, toutes pour l'aide urgente à court terme. En raison du principe de subsidiarité, qui exige d'abord l'épuisement d'autres garanties, le secteur des assurances est encore occupé à quantifier les dommages. En outre, 768 000 euros ont déjà été attribués aux victimes des attentats du 22 mars. Les premiers paiements ont été effectués au début du mois de juillet.

 

Er wordt heel veel aandacht besteed aan de eerste contacten met de slachtoffers. Met de hulp van sociaal assistenten, ook van Defensie en het ministerie van Sociale Zaken, wordt hulp geboden aan de slachtoffers en hun nabestaanden. Zij worden proactief gecontacteerd op basis van slachtofferlijsten. Er is dus een heel stuk proactiviteit ingebouwd. Het onthaal en de informatiebedeling zijn essentieel en bewijzen dat een uniek aanspreekpunt noodzakelijk is. Door contacten met slachtoffers heb ik wel begrepen dat een en ander vrij bevredigend verloopt. Niets is uiteraard perfect; wij doen alleszins onze uiterste best.

 

De wet van 1 augustus 1985 werd gewijzigd. Op 17 juni 2006 werd in het Belgisch Staatsblad een aantal aanpassingen gepubliceerd: de verdubbeling van het plafond voor de hoofdhulp tot 125 000 euro, een verdubbeling van het plafond van de noodhulp tot 30 000 euro, een uitbreiding van de slachtoffers tot de schoonfamilie of wie in duurzaam gezinsverband samenwoont, een uitbreiding van de schadeposten met inbegrip van de rechtsplegingvergoeding, die mee in aanmerking wordt genomen, en de uitbreiding van de definitie van morele schade.

 

Bovendien werd een machtiging gegeven aan de Koning om ervoor te zorgen dat ook terroristische daden in het buitenland het voorwerp zouden kunnen uitmaken van vergoeding, naar aanleiding van de aanslagen die in Tunesië hebben plaatsgehad.

 

Er zijn vier KB’s ter uitvoering in voorbereiding op dat stuk. Het eerste betreft de maxima voor tussenkomst in de begrafeniskosten door de Commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden. Pour l'enterrement et la procédure, on paie très vite.

 

Deuxièmement, trois arrêtés royaux concernent les actes terroristes à l'étranger, dans lesquels des Belges sont victimes et peuvent réclamer des indemnisations à notre fonds collectif.

 

07.04  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le ministre, vous avez raison, nous avons un devoir de solidarité, d'accompagnement. C'est l'ensemble de la Belgique qui a été touchée. Autant je peux me réjouir du statut particulier que vous annoncez et de l'existence de ce fonds, autant j'insiste - et les chiffres que vous me livrez me donnent raison - l'octroi de 760 000 euros par rapport au nombre de victimes six mois après les attentats montre à suffisance que le mécanisme est beaucoup trop lent - pour mettre en place un autre mécanisme et s'inspirer de ce qu'il se passe à l'étranger.

 

Il faut donner des provisions aux victimes, à leurs proches, aux blessés afin de leur éviter d'entamer eux-mêmes des démarches extrêmement compliquées et que l'État fédéral puisse se retourner éventuellement à l'égard des assurances dans un deuxième temps. C'est cela qu'il faut faire! Il ne faut pas laisser ces victimes se débrouiller avec les assurances et ensuite, venir à titre subsidiaire. Il faut faire l'inverse. J'insiste, monsieur le ministre, pour que vous preniez cette proposition en compte.

 

Je n'ai pas reçu de réponse quant à l'hommage national. Je pense que l'Union européenne a proposé la date du 11 mars pour l'ensemble des victimes des terrorismes à l'échelle européenne. Ce pourrait éventuellement être une date pour un hommage national afin que nous puissions effectivement montrer, là aussi, la solidarité européenne à l'égard des victimes du terrorisme.

 

07.05  Sonja Becq (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.

 

Daaruit blijkt wel hoe belangrijk het is dat de samenleving zorgt voor een goede opvang en begeleiding van slachtoffers, maar dat er ook een financieel antwoord op hun vragen gegeven wordt. Volgens mij is het goed dat wij de wetgeving konden aanpassen, zodat de procedure sneller verloopt en zodat de slachtoffers van de terreurdaden sneller erkend konden worden.

 

Tegelijkertijd denk ik dat het belangrijk blijft om de dossiers van voor 22 maart ook goed op te volgen. Wij kunnen daarbij leren uit de ervaringen vandaag met het oog op een verdere verfijning van de regelgeving.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

08 Question de Mme Vanessa Matz au premier ministre sur "la mise en œuvre des mesures annoncées au lendemain des attentats" (n° P1436)

08 Vraag van mevrouw Vanessa Matz aan de eerste minister over "de uitvoering van de maatregelen die na de aanslagen aangekondigd werden" (nr. P1436)

 

08.01  Vanessa Matz (cdH): Monsieur le président, monsieur le ministre, mes collègues viennent d'évoquer tout ce qui concerne l'indemnisation aux victimes et l'hommage à ces victimes. Je pense qu'une forme d'hommage, c'est aussi les mesures que nous allons mettre en œuvre ou que nous mettons en œuvre pour lutter contre le terrorisme pour que ces actes barbares ne se reproduisent plus.

 

Six mois après, j'aurais souhaité faire le point avec vous sur l'ensemble des mesures que ce gouvernement a annoncées. Reconnaissons que certains messages de partis, notamment de la majorité, viennent parfois brouiller un petit peu, voire beaucoup, les dix-huit mesures que vous aviez annoncées précédemment. Monsieur le ministre, je souhaiterais savoir si vous imaginez d'autres mesures en plus des dix-huit mesures annoncées.

 

Reconnaissons aussi que, sur les dix-huit mesures, si on les prend une par une, seules quatre sont totalement mises en œuvre. On peut donc regretter la lenteur dans la mise en œuvre de ces mesures puisque quatre mesures seulement sur les dix-huit sont entièrement exécutées. Nous l'avons déjà déploré à plusieurs reprises, notamment à la suite des attentats de Charlie Hebdo. Notre groupe le déplore régulièrement.

 

Pour ce qui est de l'article 12 de la Constitution, on se rend compte que, six mois après, on se retrouve à la case départ, considérant que les textes n'ont pas forcément beaucoup évolué.

 

J'aimerais savoir également ce qu'il en est des 400 millions d'euros. Nous connaissons l'affectation de 300 millions d'euros complémentaires que vous avez mis en œuvre pour le terrorisme. Nous aimerions savoir ce qu'il en est des 100 millions d'euros restants et, surtout, si ces budgets seront pérennes. Nous l'avons souvent dit; c'est essentiel. On ne peut effectivement pas dire qu'on fait un one shot car, 400 millions, cela remet à peine les compteurs à zéro. Nous l'avons souvent dit par rapport aux économies colossales que vous avez faites sur la sécurité. Ces 400 millions d'euros sont-ils un budget pérenne, notamment pour le renforcement des services de sécurité, à savoir la police et les services de renseignement qui manquaient cruellement de personnel?

 

08.02  Koen Geens, ministre: Monsieur le président, madame Matz, je vous remercie pour votre question qui m'offre l'occasion, au nom du gouvernement et en concertation avec les autres ministres compétents, de montrer les résultats engrangés par le gouvernement sur les trente mesures. En fait, nous avions décidé de douze mesures après les attentats de Verviers et de dix-huit mesures après les attentats de Paris du 13 novembre 2015.

 

Je vais rapidement les parcourir. Je peux vous citer l'élargissement des infractions terroristes, le retrait des cartes d'identité, l'élargissement des infractions permettant les écoutes téléphoniques, les perquisitions de nuit, l'élargissement des possibilités de retrait de la nationalité, la création d'une banque de données commune pour suivre les foreign fighters, et enfin, la fin de l'anonymat des utilisateurs des cartes SIM prépayées. J'ai lu trop vite pour être sûr que c'est plus que quatre, mais je crois que c'est le cas.

 

Des projets de loi sont en discussion au parlement sur la modernisation des méthodes de recherche judiciaires et de renseignement. Ce sont les projets dit BIM et BOM. Un projet de loi sur la collecte et le traitement des données PNR sera transmis dans les prochains jours au parlement. Les discussions se poursuivent au parlement sur l'allongement de la période d'arrestation avant d'être présenté devant le juge d'instruction. Là, c'est M. Ducarme qui peut vous informer.

 

Deuxièmement, j'en viens aux mesures pratiques et organisationnelles. Des structures de concertation au niveau du gouvernement ont été revues par arrêté royal. En Conseil national de Sécurité, nous prenons les décisions importantes. Les mesures suivantes ont été mises en oeuvre par circulaire: l'échange d'informations dans le suivi des foreign fighters et la banque de données, le gel des avoirs administratifs, les mesures contre les prédicateurs de haine, le retrait de passeport et la limitation des possibilités de libération anticipée pour les personnes condamnées à des peines pour terrorisme.

 

Une nouvelle entité, appelée Internet Referral Unit, a été créée au sein de la police fédérale, pour détecter et demander le retrait de contenus liés au radicalisme violent et au terrorisme. J'ai adopté un plan d'action sur la lutte contre le radicalisme en prison, en mars 2015. La mise en oeuvre est en cours. Fin de ce mois, il y aura 20 radicalisés à Ittre et 20 à Hasselt dans une aile spéciale. S'agissant du réseau de caméras dites ANPR, 250 caméras supplémentaires ont été installées. Le Plan Canal été adopté et est en cours de mise en oeuvre. Une nouvelle méthodologie pour le screening de l'accès aux emplois sensibles a été approuvée par le Conseil national de Sécurité. Le déploiement des militaires pour la sécurisation de certains lieux ou au sein de certains événements est en place, encadré.

 

La Belgique participe par ailleurs activement à la coalition contre l'État islamique, y compris sur le plan militaire avec l'engagement des F-16. Je veux simplement dire qu'il s'agit de plus de quatre mesures, madame Onkelinx, et je dois le prouver.

 

08.03  Laurette Onkelinx (PS): Monsieur le ministre, vous parlez trop vite!

 

08.04  Koen Geens, ministre: Oui, pour les traducteurs. Mais tous les néerlandophones comprennent le français, ici, madame Onkelinx. C'est certain.

 

Le président: Il faut conclure!

 

08.05  Koen Geens, ministre: En conclusion, j'ai voulu montrer que le gouvernement tient ses engagements pour protéger nos citoyens. En ce triste anniversaire des six mois après les attentats du 22 mars, on ne peut pas crier victoire ni donner l'impression que tous ces résultats suffisent. Il faut travailler sans relâche pour prolonger ces lois, ces circulaires par une utilisation pratique et concertée par les services. Il faut une évaluation des résultats et, si nécessaire, réorienter certaines stratégies.

 

Ensuite, il est clair que ces trente mesures particulièrement urgentes visaient surtout l'aspect sécuritaire mais le gouvernement promeut bien entendu une approche plus large au niveau préventif également.

 

08.06  Vanessa Matz (cdH): Monsieur le ministre, je vous remercie. Je disais bien que quatre mesures sur les dix-huit sont totalement exécutées! Si vous voulez, je vais vous les citer!

 

Nous n'avons pas eu un mot sur le budget; or vous savez que depuis le début de cette législature, nous tapons sur la table en disant que nous ne pouvons pas faire plus avec moins. M. Jambon nous dit cela à chaque fois en commission. Ce n'est pas possible de faire plus avec moins! Vous avez réduit les budgets, vous avez rajouté une enveloppe mais elle a à peine remis les compteurs à zéro. On vous demande si cette enveloppe sera pérenne, c'est ce qu'attendent les services pour fonctionner de manière optimale.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van de heer Hans Bonte aan de minister van Justitie over "het uitstel van het terreur­proces ten gevolge van de gebrekkige communicatie tussen de gerechtelijke diensten" (nr. P1439)

09 Question de M. Hans Bonte au ministre de la Justice sur "le report d'un procès pour terrorisme à la suite de la mauvaise communication entre services judiciaires" (n° P1439)

 

09.01  Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik heb daarnet met genoegen uw conclusie gehoord. Het is correct dat er op een aantal zaken vooruitgang is geboekt, maar men mag niet op zijn lauweren rusten. In die zin ben ik het volledig met u eens.

 

Ik neem echter het woord naar aanleiding van een bijzonder pijnlijk incident. Er werd hier en daar kort over gecommuniceerd, maar het maakt pijnlijk duidelijk dat wij er bijlange nog niet zijn. Waar gaat het over? Het incident moet zich hebben voorgedaan ongeveer op het moment dat de federale procureur in de Kamer aan de onderzoekscommissie kwam uitleggen welke problemen worden veroorzaakt door wat hij een schrijnend capaciteitsprobleem noemt om de terreurdossiers goed te kunnen behandelen.

 

Ongeveer op hetzelfde moment kregen wij het bericht dat het proces tegen 13 vermoedelijke Syriëstrijders en ronselaars voor de Brusselse correctionele rechtbank gisteren moest worden geannuleerd. Wat was er aan de hand? De hoofdverdachte zat thuis onder elektronisch toezicht en men was vergeten het elektronisch toezicht uit te schakelen. In het land van René Magritte is blijkbaar alles mogelijk, ook in het veiligheidsbeleid. Men roept de hoofdverdachte op voor de correctionele rechtbank, maar hij kan niet komen. De hele zaak moet worden geannuleerd, want hij kan niet komen omdat hij onder elektronisch toezicht staat.

 

Over wie gaat het? Het gaat over een belangrijke figuur, iemand die in 2006 werd veroordeeld voor zijn actieve deelname aan misschien wel de bloedigste terreuraanslag in Spanje, de aanslag op de trein in Madrid in 2004, waarbij 191 burgers het leven lieten. Die man werd toen veroordeeld en heeft zijn straf uitgezeten, maar moet nu voorkomen voor de correctionele rechtbank omdat hij wordt gezien als rekruteerder van mensen die naar Syrië willen trekken en als persoon die teruggekeerde Syriëstrijders heeft opgevangen. Daarvoor moet die man zich verantwoorden, maar hij zit thuis met zijn enkelband.

 

Mijnheer de minister, wij hebben al over enkelbanden gesproken. Ik heb hierover drie vragen.

 

Klopt dit cowboyverhaal of werd het verzonnen door een of andere instantie?

 

Vindt u het logisch dat zo iemand in afwachting van zijn verschijning voor de rechtbank thuiszit onder elektronisch toezicht, met alle risico’s van dien?

 

Er is betwisting over wie wie moest hebben geïnformeerd. Kunt u duidelijk maken wie het initiatief moest nemen? Wie is hier volgens u in de fout gegaan?

 

09.02 Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Bonte, ik zal niet op al uw vragen, waarvan sommige retorisch waren, het antwoord geven dat u van mij verwacht. Dat had u, naar ik aanneem, ook niet gehoopt.

 

U spreekt van een gebrekkige communicatie tussen de diensten. Ik heb dus naar aanleiding van uw vraag de diensten, het federaal parket en de gevangenis van Vorst, laten bevragen.

 

Zoals de regels voorschrijven, heeft het federaal parket op tijd de gevangenis van Vorst, waar de persoon in kwestie is geregistreerd en dus op de rol staat, van de dag en het uur van de zitting van het proces ten gronde verwittigd. De gevangenis van Vorst heeft daarop de betrokken persoon telefonisch van de dag en het uur van de zitting verwittigd. De persoon in kwestie en zijn advocaat wisten van vóór de zomer wanneer de zitting zou plaatsvinden. Dat werd namelijk op de inleidende zitting van de correctionele rechtbank gecommuniceerd. Niets belette dus dat die persoon op de zitting aanwezig zou zijn.

 

Mocht het Vlaams Centrum Elektronisch Toezicht, niettegenstaande al het voorgaande, toch een alarm wegens het verlaten van de woning hebben gedetecteerd, dan kon die persoon, zelfs met de bevestiging van de rechtbank, het parket of de gevangenis, meteen een geldige verantwoording voorleggen.

 

Te uwer geruststelling kan ik er nog aan toevoegen dat vanmorgen het proces in aanwezigheid van de verdachte heeft plaatsgevonden.

 

Wat de normaliteit betreft, ik ken de zaak niet en zal er dus ook geen uitspraak over doen. Dat mag u van mij niet verwachten.

 

09.03  Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de minister, u hebt gezegd dat u niet op alle vragen zou antwoorden, maar de eerste en belangrijkste vraag was of het normaal is dat iemand, met zo’n strafblad, die verantwoording moet afleggen voor de opvang van teruggekeerde Syriëstrijders, en als rekruteerder, thuis mag zitten met een enkelband. Is dat het veiligheidsbeleid waarop wij ons moeten baseren? U geeft daar geen antwoord op.

 

09.04 Minister Koen Geens: (…) Ik ken het dossier niet.

 

09.05  Hans Bonte (sp.a): Het gaat niet over het dossier. Het gaat over iemand die in 2004 voor vijf jaar veroordeeld werd, zoals ik las in de pers, voor actieve deelname aan de terreurdaden in Madrid. Nu moet hij voorkomen omdat hij aanzien wordt als een spilfiguur in de rekrutering en ook de opvang van teruggekeerde Syriëstrijders.

 

Mijn zeer politieke vraag is of die man volgens u het juiste profiel heeft om in afwachting van zijn proces thuis te zitten met een enkelband. U antwoordt niet op die vraag.

 

Mijnheer de minister, ik las ook dat het Centrum voor Elektronisch Toezicht beweert dat de Brusselse rechtbank niets gevraagd heeft en dat de Brusselse rechtbank beweert dat het een taak van het federaal parket betreft. Zet daar eens orde op zaken, mijnheer de minister. De Brusselse rechtbank wordt steeds meer bekeken — ik citeer wat de procureur des Konings van mijn arrondissement daarover zegt — als “een probleemrechtbank”. Vandaar misschien het pleidooi om elders rechtbanken op te richten.

 

Deze zaak werpt opnieuw een smet op het functioneren van onze rechtbanken, en zeker van de rechtbank in Brussel.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

10 Questions jointes de

- M. Stéphane Crusnière au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la situation en République démocratique du Congo" (n° P1441)

- Mme Véronique Caprasse au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la situation en République démocratique du Congo" (n° P1442)

- M. Peter Luykx au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "la situation en République démocratique du Congo" (n° P1443)

10 Samengevoegde vragen van

- de heer Stéphane Crusnière aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de toestand in de Democratische Republiek Congo" (nr. P1441)

- mevrouw Véronique Caprasse aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de toestand in de Democratische Republiek Congo" (nr. P1442)

- de heer Peter Luykx aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de toestand in de Democratische Republiek Congo" (nr. P1443)

 

10.01  Stéphane Crusnière (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, la République démocratique du Congo est un partenaire essentiel de la Belgique, d'un point de vue historique et socioéconomique, mais aussi dans le cadre de la francophonie. Dès lors, c'est avec d'autant plus d'inquiétude que nous voyons ces derniers jours la situation sur place s'aggraver, avec des affrontements meurtriers entre forces de l'ordre et manifestants contre le pouvoir du président Kabila.

 

L'avenir semble bien sombre, si rien ne change. La population dans son ensemble, et la société civile congolaise, est inquiète. Je le suis aussi, comme j'ai déjà pu l'exprimer au sein de cette assemblée, mais aussi au sein de l'Union interparlementaire où je préside la section Belgique-RDC.

 

Mon groupe condamne le plus fermement ces violences meurtrières ainsi que les incendies du siège des partis de l'opposition. Ces violences prennent place dans un contexte lourd, qui tend encore à s'aggraver depuis le 19 septembre dernier, en l'absence d'un calendrier électoral crédible pourtant prévu par la Constitution congolaise.

 

Cette situation, cette remise en cause des délais et des prescrits constitutionnels, ne peuvent être un état de fait que la Belgique, l'Union européenne et la communauté internationale, ainsi d'ailleurs que notre assemblée se contentent d'observer au balcon.

 

Dès lors, monsieur le ministre, j'aimerais vous poser les questions suivantes. Quelle analyse faites-vous de la situation actuelle en RDC tant d'un point de vue sécuritaire que politique? Quels retours avez-vous de notre poste diplomatique sur ces violences meurtrières, le calendrier électoral et les tractations politiques en cours? Quelles initiatives bi- ou multilatérales le gouvernement compte-t-il prendre dans ce contexte lourd? Quelles seront les conséquences ou éventuelles sanctions qui pourraient être prises? Quelles pourraient être les conséquences de cette situation, en fonction de son évolution, sur la stratégie 3D de notre pays vis-à-vis de la RDC? Enfin, quelles sont les mesures prises vis-à-vis de nos ressortissants sur place?

 

10.02  Véronique Caprasse (DéFI): Monsieur le président, monsieur le ministre, à trois mois des élections au Congo, les Congolais ont décidé de descendre dans la rue, ce qui est absolument légitime. Ils veulent des élections démocratiques et transparentes. En Belgique, les Congolais sont aussi descendus dans la rue pour manifester pour les mêmes raisons.

 

Aujourd'hui, les événements sont tragiques. On dénombre déjà, en effet, une centaine de morts, plus de 1 000 blessés, 2 500 arrestations et toute la violence qui est engendrée, c'est-à-dire des arrestations, des journalistes interpellés, bref, une violence sans nom.

 

Aujourd'hui, la presse relate que la situation s'est légèrement calmée, mais vous savez très bien que le calme ne revient jamais lorsqu'on rentre dans pareille crise. Le site du SPF Affaires étrangères mentionne d'ailleurs le risque de nouvelles manifestations. Les rues se désertent, les écoles se désertent… Les gens ont peur.

 

Notre pays doit offrir un soutien sans faille aux Congolais désireux d'une transition démocratique. C'est d'ailleurs en ce sens que nous avons voté pour une résolution relative aux élections présidentielles en RDC le 20 juillet dernier. Pour rappel, cette résolution demande notamment à votre gouvernement de plaider en faveur de sanctions ciblées, comme des interdictions d'entrer ou encore le gel d'avoirs bancaires, et "à l'égard de personnes qu'il juge responsables de graves violations des droits de l'homme, d'actions de répression violentes, d'intimidations et de harcèlement à l'encontre de citoyens, de l'opposition démocratique, de défenseurs des droits de l'homme ou de journalistes et de ne pas hésiter à instaurer lui-même de telles sanctions".

 

Les États-Unis s'inscrivent dans une telle démarche, puisque le secrétaire d'État a évoqué des sanctions financières à l'encontre des auteurs de ces répressions. M. Reynders, le ministre des Affaires étrangères, a affirmé ce lundi soir que la responsabilité individuelle des acteurs pouvait être engagée sans aucune précision.

 

J'en viens à mes trois questions, dont une qui a déjà été posée par mon prédécesseur, à savoir la protection des résidents belges au Congo. Quel est l'état de nos relations diplomatiques avec le gouvernement, quelles mesures de pression, mais aussi de sanctions préconise le gouvernement lors de l'Assemblée générale des Nations unies qui s'est ouverte ce mardi?

 

10.03  Peter Luykx (N-VA): Mijnheer de minister, de gebeurtenissen in Congo laten zich eigenlijk lezen als een kroniek van de aangekondigde dood. Wij hebben hier met tal van collega’s, uit de meerderheid en de oppositie, al dikwijls de huidige ontwikkelingen in Congo voorspeld.

 

Het is duidelijk dat Kabila zich niet voorbereidt op verkiezingen. Hij bereidt zich voor op de beheersing van onlusten en opstand. Hij kiest ook niet voor verkiezingen, maar voor uitstel, voor verrotting, voor de tactiek van de glissement. Collega’s, na de gebeurtenissen van de voorbije dagen is het duidelijk dat, zoals iedereen verwacht had, de boel ontploft.

 

Na de eerste verkiezingen, waarbij het belangrijk was dat de Congolees kon stemmen, en de tweede verkiezingen, waarbij het belangrijk was dat de Congolees voor de eerste keer kon zeggen wat hij ervan vond, hebben we nu een derde ronde van verkiezingen. Die zijn superbelangrijk, omdat duidelijk gemaakt kan worden aan de Congolees wat transitie betekent, wat democratie betekent in die zin dat andere personen voor het bestuur worden verkozen.

 

Welke rol heeft ons Parlement? Collega’s, u allen hebt op enkelen na een resolutie ondersteund die de regering vraagt om de Congolese leiders aan te manen het anders en beter te doen. U allen hebt die vraag mee gesteund en het dossier verdient uw aandacht, ook hier. Wij hebben Kabila gevraagd om af te zien van een derde mandaat. Natuurlijk hebben wij infrastructureel en financieel weinig tot niets in de pap te brokken. We hebben echter wel een ding, mijnheer de minister – noch minister Reynders, noch minister De Croo is hier –, namelijk onze stem. Naar de symbolische stem van België wordt wel geluisterd, op Europees vlak en op internationaal vlak. Dus alstublieft, gebruik die stem vandaag.

 

10.04  Daniel Bacquelaine, ministre: Monsieur le président, nous sommes tous terriblement préoccupés par la violence qui sévit en République Démocratique du Congo ces derniers jours.

 

Le ministre des Affaires étrangères a non seulement témoigné de sa solidarité avec les victimes mais il a également rappelé que le droit de manifester pacifiquement est le corollaire de tout processus démocratique.

 

De gebeurtenissen van afgelopen maandag en dinsdag zijn zeer ernstig. Nu moet er snel een onafhankelijk onderzoek komen naar die feiten. Indien blijkt dat er sprake is van disproportioneel geweld, in het bijzonder door veiligheidsdiensten, zal de individuele verantwoordelijkheid van betrokken personen moeten worden nagegaan, met alle gevolgen van dien. Ook de Europese Unie zal daaruit conclusies moeten trekken.

 

Les manifestations et les violences de cette semaine font suite à la non-convocation des élections présidentielles dans le délai prévu par la Commission électorale nationale indépendante. Il est nécessaire que le calendrier électoral soit connu au plus vite et que le report des élections présidentielles et législatives soit aussi court que possible. L'organisation d'élections régulières constitue en effet le fondement de tout système démocratique. Les faits rappellent l'extrême urgence de parvenir à la conclusion d'un dialogue politique inclusif, crédible et qui respecte les principes constitutionnels ainsi que la résolution 22/77 du Conseil de Sécurité de l'ONU. Il faut tout tenter pour avoir un vrai dialogue, réellement inclusif, impliquant les principaux acteurs de la crise congolaise.

 

En réponse à vos questions sur le financement des élections, la Belgique est bien entendu toujours disposée, comme d'autres partenaires internationaux, à soutenir un processus crédible et transparent avec un budget sérieux. Tout financement sera conditionné par le respect des standards internationaux, y compris sur le plan du respect des droits et des libertés. Les modalités de financement sont en effet évoquées avec nos partenaires internationaux.

 

La RDC est au centre de bien des réunions. La Belgique joue un rôle moteur afin de sensibiliser la communauté internationale à l'urgence de cette situation, et afin de susciter une approche commune. Ainsi, le ministre des Affaires étrangères a reçu ce vendredi 19 septembre à Bruxelles le groupe des envoyés spéciaux pour la région des Grands Lacs en Afrique centrale. Lors de cette réunion, il a évoqué la situation politique en RDC et le dialogue qui est en cours. À New York, il a participé à d'autres réunions sur le sujet avec les acteurs internationaux impliqués.

 

Wij overleggen op dit moment ook binnen de Europese Unie over wat de Unie kan doen om op de situatie te wegen.

 

Wat de houding van de regering tegenover de Congoresolutie van het Parlement betreft, verwijs ik naar het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken in de plenaire vergadering van vorige week. De resolutie blijft een belangrijk document voor de regering. Zij is zeer actueel.

 

Hij zal uiteraard zelf verder terugkomen op de resolutie van de Kamer en uiteenzetten hoe hij er op diverse vlakken gevolg aan geeft, naar aanleiding van de voorstelling van de Centraal-Afrikanota van de regering in het Parlement.

 

Vu son degré d'implication dans ce dossier, le ministre tiendra à vous informer personnellement des derniers développements.

 

Zoals de minister van Buitenlandse Zaken vorige week gesteld heeft, werd de terugtrekking van de Congolese ambassadeur ons niet officieel genotificeerd.

 

Zijn afwezigheid kan verband houden met diverse factoren, zeker in de huidige gespannen binnenlandse situatie.

 

10.05  Stéphane Crusnière (PS): Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses; avant toute chose, je voudrais rappeler que la soif de démocratie et les attentes socio-économiques du peuple congolais sont légitimes. Nous ne pouvons accepter les intimidations de défenseurs des droits de l'homme, ni la répression disproportionnée et violente des mouvements pacifiques.

 

Effectivement, la solution doit avant tout venir des forces vives congolaises, évidemment dans le respect de la Constitution. Toutefois, nous avons un rôle à jouer, monsieur le ministre, car dans ce dossier, la voix de la Belgique compte. Nous demandons donc à la diplomatie belge de mener toutes les démarches utiles afin de permettre la mise en place d'un processus effectif de dialogue politique en RDC, qui soit le plus inclusif possible, comme vous l'avez précisé.

 

Ce dialogue doit déboucher, dans un délai le plus rapproché possible, sur l'organisation des scrutins prévus par la Constitution. Enfin je terminerai, monsieur le président, en demandant, dans ce contexte, que la diplomatie parlementaire soit aussi pleinement effective, et que des décisions formelles soient prises en ce sens par notre assemblée, et notamment en termes de suivi de ce processus électoral. Je vous remercie.

 

10.06  Véronique Caprasse (DéFI): Monsieur le ministre, il est plus que temps d'agir à la hauteur de la gravité de la situation et de l'acquis démocratique en jeu. Nous devons mettre en œuvre tous les points de notre résolution, de concert avec les autres États membres de l'ONU, et soutenir la tenue d'élections présidentielles démocratiques dans un pays dont la situation politique est déterminante pour toute la région des Grands Lacs. La démocratie doit se faire respecter, mais certainement pas au prix du sacrifice de nombreuses vies humaines.

 

Je garde à l'esprit l'image d'une femme congolaise que j'ai vue dernièrement à la télévision et qui disait: "Aux États-Unis, Obama a accompli ses huit ans. Son mandat est arrivé à son terme. Il s'en va. Pourquoi n'est-ce pas le cas chez nous?". Je conserve aussi l'image du docteur Mukwege, qui transmet des messages très importants sur le plan humain. Ce sont des gens de cette trempe qui peuvent nous aider à lutter contre ce qu'il se passe en République du Congo. Je vous remercie.

 

10.07  Peter Luykx (N-VA): Helaas, avant les élections, égale après les élections. De situatie van vandaag is niet anders dan vóór de verkiezingen. Wij moeten daar lessen uit trekken.

 

De Verenigde Staten zijn bereid om de schuldigen in het conflict te vervolgen. President Hollande wil dat doen op Europees niveau en hij vraagt onze steun.

 

België kan maar één ding doen als het geloofwaardig wil blijven met de presentatie van de nota betreffende Centraal-Afrika, namelijk heel duidelijk stellen dat de tijd van Kabila om is en dat hij geen derde mandaat kan opnemen. Al onze acties moeten gekoppeld worden aan dat vervolg.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van de heer Roel Deseyn aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de problematiek van de Belgische adoptie­ouders in Uganda" (nr. P1444)

11 Question de M. Roel Deseyn au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "les difficultés rencontrées par des parents adoptifs belges en Ouganda" (n° P1444)

 

11.01  Roel Deseyn (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, begin juni 2016, net vóór de zomer, kreeg een negental ouderparen het heuglijke nieuws dat ze eindelijk naar Oeganda konden afreizen, om te worden herenigd met het adoptiekindje dat hen was toegewezen.

 

Voor sommigen was dat nieuws een orgelpunt, na een traject van bijna zeven jaar voorbereiding. Allerlei screenings moesten de ouders ondergaan, vooraleer het kind hen kon worden toegewezen.

 

Echter, eenmaal vóór de zomer in Oeganda aangekomen, nam het dossier een behoorlijk dramatische wending. Plots werd de Oegandese wet gewijzigd en werd een nieuwe wet gepubliceerd, die stelde dat de ouderparen minstens een jaar samen met het kind op Oegandese bodem zouden moeten blijven. Natuurlijk is dat onbegonnen werk en een vrij dramatische situatie voor de ouders, met heel veel extra kosten — niet alleen hotelkosten — en grote praktische beslommeringen. Het werk in België moet eventueel worden opgezegd; de partner moet terugkeren en er zijn spanningen met de familie in het thuisland. U begrijpt dat het een hoogst onaangename en een niet vol te houden situatie was.

 

De situatie is voor een aantal ouderparen nog altijd niet ten goede gekeerd. Zij hebben zelfs nog geen datum voor hun rechtszaak gekregen. Ondertussen werden ook een aantal beroepsprocedures ingesteld en blijft het administratieve en juridische probleem aanslepen.

 

Het is natuurlijk onaanvaardbaar dat ouders, wanneer hen het signaal wordt gegeven dat zij met het adoptiekind kunnen worden herenigd, ter plaatse met dergelijke onvoorziene problemen worden geconfronteerd.

 

Wij moeten uiteraard de soevereiniteit van Oeganda respecteren. Het is echter belangrijk dat wij alle administratieve, diplomatieke en politieke kracht kunnen aanwenden, om die mensen vooruit te helpen. De situatie is immers erg acuut en heel dringend en moet gewoon worden gedeblokkeerd.

 

Mijn vragen aan u en aan de hele regering zijn de volgende.

 

Wat is door de Belgische autoriteiten, in het bijzonder door onze ambassade ter plaatse, reeds gedaan voor die ouders? Wat zal de regering de komende tijd nog doen, om het probleem te deblokkeren?

 

Wanneer kunnen de ouders naar België terugkeren? Wanneer kunnen zij eindelijk op een normale manier hun leven hervatten?

 

11.02 Minister Daniel Bacquelaine: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Deseyn, eerst en vooral wil ik uw aandacht erop vestigen dat zes van de betrokken kinderen ondertussen al in België zijn aangekomen. Er blijven momenteel nog vier kinderen ter plaatse in Oeganda.

 

Voor de zes kinderen die inmiddels een visum hebben gekregen op basis van een geldige guardianship order werden de visumaanvragen deels op 24 en deels op 29 augustus bij onze ambassade ingediend. Zij werden op 26 en 30 augustus en één op 31 augustus naar de Dienst Vreemdelingenzaken gestuurd. De positieve beslissing van de DVZ werd per mail op 3 september via de post verstuurd en op 5 september in het Visanet-systeem door de DVZ ingebracht. De visa werden onverwijld afgegeven aan de kinderen, zodat zij met de eerste vluchten konden vertrekken naar België. Kortom, de visumaanvragen werden in augustus ingediend en de visa werden begin september afgegeven.

 

Voor de vier kinderen die nog geen toestemming hebben gekregen van de Oegandese overheid om Oeganda te verlaten, werden de visumaanvragen op 15 en 19 juli ingediend en op 18 en 20 juli verstuurd naar DVZ. De visumaanvragen werden tot nu toe niet goedgekeurd door DVZ, aangezien de guardianship orders inmiddels werden geannuleerd door de bevoegde rechtbank.

 

Ik rond af. De betrokken diensten en de minister van Buitenlandse Zaken werken discreet voort aan het dossier. Discretie is een onontbeerlijk ingrediënt om tot een oplossing te komen. Ik kan u wel verzekeren dat de diensten van de ambassade de vertrekkende ouders en kinderen telkens hebben begeleid tot aan de luchthaven om zeker te zijn dat zij het land konden verlaten richting Brussel.

 

11.03  Roel Deseyn (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik weet dat het over een zeer delicaat dossier gaat. Enige discretie is zeker geboden. Belangrijk is echter het signaal aan de ouders dat er dag na dag verder gewerkt wordt door de Belgische regering en de autoriteiten ter plaatse. Enkel dialoog zal tot een oplossing leiden.

 

Wij mogen dan ook hopen dat de Oegandese regering ook oor heeft voor de verzuchtingen. Het is normaal dat er overgangsmaatregelen zijn wanneer wetgeving zo drastisch verandert. Dat reeds lopende dossiers nog onder de oude regeling kunnen vallen is toch een belangrijk uitgangspunt dat wij samen kunnen bepleiten.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

12 Questions jointes de

- M. Ahmed Laaouej au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "les Bahamas Leaks" (n° P1445)

- M. Peter Vanvelthoven au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "les Bahamas Leaks" (n° P1446)

- M. Peter Dedecker au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "les Bahamas Leaks" (n° P1447)

12 Samengevoegde vragen van

- de heer Ahmed Laaouej aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "Bahamas Leaks" (nr. P1445)

- de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "Bahamas Leaks" (nr. P1446)

- de heer Peter Dedecker aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "Bahamas Leaks" (nr. P1447)

 

12.01  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur le ministre, de nouvelles révélations dévoilent l'existence de 175 000 sociétés offshore aux Bahamas. Excusez du peu! Vous vous rappellerez qu'il y a quelques mois, au moment de la divulgation des Panama Papers, je vous avais déjà annoncé en commission des Finances que d'autres scandales éclateraient. En voilà un nouveau. Après Offshore Leaks, LuxLeaks, SwissLeaks et les Panama Papers, voici les Bahamas Leaks. Quand cela va-t-il s'arrêter? On pourrait se poser la question et on pourrait même commencer à se lasser. Cela étant, ne comptez pas sur nous pour être blasés!

 

Nous ne pouvons que répéter, monsieur le ministre, notre indignation devant cette injustice flagrante qui voit certains éluder l'impôt pendant que les travailleurs, eux, le paient. Cette situation, vous le comprendrez, est insupportable.

 

À nouveau, la filiale d'une banque belge aidée par notre État est citée dans ce scandale. C'est pourtant à coups de milliards qu'il a fallu sortir les banques du gouffre de la crise financière en 2008. Dès lors, apprendre que ces mêmes banques, du moins certaines d'entre elles, ont pu poursuivre ces pratiques est tout aussi inadmissible. D'autant que le secteur bancaire et assurantiel recourt à des licenciements par centaines, si ce n'est par milliers. Voilà donc qui ajoute à l'injustice une couche supplémentaire d'indécence.

 

Puisque je parle d'indécence, Neelie Kroes, ex-commissaire européenne à la Concurrence, semble avoir disposé d'une offshore aux Bahamas. Monsieur le ministre, après Barroso qui rejoint Goldman Sachs, voilà qu'on découvre les prises d'intérêt d'une ex-commissaire européenne dans un paradis fiscal. On comprend mieux pourquoi la Commission a fait preuve de tant d'inertie dans la lutte contre la fraude fiscale internationale.

 

Monsieur le ministre, voici quelques questions. Quel est l'état du dossier "lutte contre les paradis fiscaux" à l'échelle européenne? Combien de dossiers concernent-ils des Belges? L'Inspection spéciale des Impôts a-t-elle déjà reçu ces dossiers et a-t-elle déjà diligenté une enquête? Allez-vous renforcer votre politique de lutte contre la fraude fiscale internationale? Ne serait-il pas temps d'agir également sur le plan national en retirant leur agrément aux banques, à leurs filiales et aux intermédiaires fiscaux qui versent dans cette forme de criminalité financière?

 

Bref, monsieur le ministre, qu'entreprenez-vous pour avancer enfin sur le terrain de la lutte contre la criminalité financière?

 

12.02  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het is om depressief van te worden. Wij hebben SwissLeaks gehad, LuxLeaks, Panama Papers, en hier in het Parlement de Panamacommissie. Sinds gisteravond zijn er nu ook de BahamasLeaks. Het lijkt niet te stoppen.

 

Opnieuw, het is ontgoochelend dat er Belgen zijn, rijke Belgen, die menen aan de belastingen te moeten ontsnappen en dus hun deel niet te moeten bijdragen aan onze samenleving, aan het welzijn van ons allen, en die daarom hun geld naar het buitenland brengen waar zij geen belastingen moeten betalen.

 

Ik herinner mij dat iedereen zwaar uit de hoek kwam toen de Panama Papers in de pers verschenen. Ik herinner mij ook uw reactie daarop. Ik meen dat u toen binnen de week aankondigde dat u samen met de minister van Justitie een Panama-taskforce zou oprichten. Ik heb daar sedertdien niets meer over gehoord.

 

Dat is dus mijn eerste vraag, mijnheer de minister. Hoever staat het daarmee? Wij zijn nu zes maanden verder.

 

Ten tweede, er wordt dikwijls gezegd inzake zulke grote internationale dossiers dat men deze op Europees niveau moet aanpakken. Welke initiatieven hebt u, als Belgisch minister van Financiën, vanuit de Belgische regering, op Europees niveau genomen om dergelijke zaken in de toekomst onmogelijk te maken? Dat, begrijp ik, is toch de wil van ons allemaal.

 

12.03  Peter Dedecker (N-VA): Mijnheer de voorzitter, collega’s, het lijstje is intussen twee keer gepasseerd. Na LuxLeaks, OffshoreLeaks en Panama Papers zijn er nu de BahamasLeaks.

 

Als ik er eentje vergat, mijnheer Calvo, mag u dat er gerust aan toevoegen.

 

Het is opnieuw een dossier waarin een aantal prominenten opduikt met constructies in het verborgene. Daar wordt de publieke opinie woest om, en terecht.

 

Ik vermoed dat er niemand verrast was, hier in het Parlement of in de publieke opinie, dat wij ook hier weer een prominente rol voor Dexia zagen. Dexia, de bank die bestuurd werd door politici van de Gemeentelijke Holding en van het ACW, Dexia, dat in Panama de absolute kampioen was, met het hoogst aantal constructies, duikt ook op in de BahamasLeaks.

 

Dat was inderdaad niets nieuws. De huidige ceo van Dexia had in de Panamacommissie al een overzicht gegeven. Het was duidelijk dat er na bijkomende leaks nog een aantal Dexialijken uit de kast zou vallen.

 

Het is duidelijk dat de publieke opinie dat niet pikt. Wij pikken dat uiteraard ook niet. Er zijn al maatregelen aangekondigd, mijnheer de minister. U hebt er al verschillende aangekondigd, zoals een betere informatie-uitwisseling, het verlengen van de onderzoekstermijn, de toegang tot digitale informatie, die tegenwoordig zeer belangrijk is, en uiteraard ook het aanbieden van een hele reeks fiscale experts aan uw collega van Justitie, zodat het gerecht daarin haar werk beter zou kunnen doen.

 

Bovenal hebt u aangekondigd, na de bekendmaking van de Panama Papers en de immense lijst van Belgen met een constructie in het buitenland, dat zij prioritair gecontroleerd zouden worden, dat u prioritair werk zou maken van de informatie uit de Panama Papers, dat u de nodige invorderingen zou doen en dat u met prioriteit de BBI daarop zou laten werken.

 

Mijnheer de minister, hoever staat de uitvoering van uw maatregelen? Wat zijn de voorlopige resultaten van de prioritaire werkzaamheden van de BBI na de Panama Papers?

 

12.04 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik word er nog niet depressief van, maar de neiging om een beetje in die richting te gaan, is inderdaad niet ver weg. Ik voeg er meteen aan toe dat wat wij nu alweer zien, berichten zijn over constructies in belastingparadijzen. Ik kan mij op dit moment, wat de nu genoemde BahamasLeaks betreft, alleen op die berichten baseren. Om een volledig beeld te krijgen, is er meer informatie nodig.

 

U zult zich herinneren dat ik bij de Panama Papers onmiddellijk bij de desbetreffende persorganen aangedrongen heb op meer informatie, zodat wij sneller, effectief en op een juridisch verantwoorde manier in gang konden schieten. Die vraag werd toen niet gehonoreerd, maar ik zal ze nu uiteraard ook stellen. Wij zullen ook deze keer afwachten welk resultaat die demarche zal hebben, maar ik kan u ondertussen al verzekeren dat de BBI de lijst die ondertussen werd bekendgemaakt, al opgeladen en opgeslagen heeft en wacht, maar zelf ook het nodige doet en samen met mij tracht om meer informatie te verkrijgen over wat er allemaal op die lijst voorkomt.

 

Wij bekijken op dit moment ook wat wij in het kader van het Tax Information Exchange Agreement met de Bahama’s sinds 2014, kunnen gebruiken om snel bijkomende informatie te verkrijgen.

 

En ce qui concerne le traitement des Panama Papers, où en est-on? Les articles de presse faisaient état de 732 Belges ou étrangers avec une adresse en Belgique. Après une analyse de risque menée par l'ISI, 239 dossiers ont été retenus, dont 231 concernent des personnes physiques et 8 des personnes morales. Des demandes d'information ont été envoyées aux intéressés, ce qui les exclut de facto d'une éventuelle régularisation fiscale. Ces dossiers sont à présent examinés un par un plus en détail, examen dans le cadre duquel la concertation una via s'applique.

 

Ik ben werkelijk verbaasd over wat er vanmorgen daaromtrent verschenen is. Ik heb er geen probleem mee als zaken een aantal keer herhaald worden maar voor iedereen — en daar reken ik de drie intervenanten zeker bij — die deze zaak volgt was er absoluut niets nieuws. Dat er een Dexiafilière in de Bahama’s was is in het lang en het breed uit de doeken gedaan door de huidige ceo van Dexia in de Kamercommissie op 7 juni. Hij heeft daar duidelijk aangegeven — op pagina 16 van zijn presentatie — welke negen vennootschappen het waren, dat die vennootschappen in 2010, 2011 verkocht zijn en dat er op dit moment geen enkele Bahama’s-filière meer is voor Dexia. Nogmaals, ik heb er geen enkel probleem mee dat dingen herhaald worden maar spreken van een verrassing bij deze mededeling, dat was op zijn zachtst gezegd raar.

 

De regering heeft in het algemeen niet gewacht op de Panama Papers en zeker niet op de BahamasLeaks om iets te doen aan belastingontwijking. Ik spreek nog niet over fraude, ik spreek over belastingontwijking. Lang voor de Panama Papers hebben wij de langverwachte Kaaimantaks kunnen invoeren en gaven wij zelf het voorbeeld in Europese context inzake de uitwisseling van rulings. Daarna volgenden er meer dan tien maatregelen om de strijd tegen de fiscale fraude en de grootschalige ontwijking verder aan te scherpen. Ik zal ze niet allemaal herhalen. Het gaat om het ter beschikking stellen van gespecialiseerde fiscalisten van justitie, het verlengen van de onderzoekstermijnen en ook de taskforce waar wij nu in de laatste rechte lijn zitten voor de samenstelling.

 

Op Europees vlak hebben wij — en daarvoor zijn voldoende verslagen voorhanden— binnen de Ecofin de discussie over de bestrijding van belastingontwijking altijd constructief mee gevoerd.

 

Opnieuw, en voor alle duidelijkheid, het manifest en op grootschalige wijze ontwijken van belastingen via constructies kan niet. Dat kan absoluut niet. Wij hebben ter zake belangrijke stappen gezet en wij zullen dat blijven doen.

 

12.05  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur le ministre, il vous faut comprendre une chose très simple. Quand les travailleurs, les ménages apprennent par la presse, mois après mois, de nouveaux scandales financiers où des gens fraudent pour des milliards d'euros, alors qu'eux paient leurs impôts et subissent toutes les mesures de votre gouvernement, ceux-ci en ont tout simplement marre!

 

Si, très rapidement, votre gouvernement ne montre pas plus de volonté dans la lutte contre la criminalité financière, nos concitoyens auront raison de vous dire qu'il y a, dans notre pays, deux poids, deux mesures, que vous êtes dur avec eux et que vous êtes faible avec les gros poissons. Monsieur le ministre, la balle est dans votre camp!

 

12.06  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, ik deel uw verwondering over Dexia. Tegelijk wil ik u deelgenoot maken van mijn verwondering over wat ik ondertussen uit de commissie-Panama Papers heb geleerd.

 

Ik ben erover verwonderd dat, nadat wij alle banken hebben gezien, blijkbaar geen enkele bank op geen enkele manier weet had van of heeft meegewerkt aan internationale vluchtroutes. Niemand weet daar iets van. Ik ben verwonderd dat de toezichthouder, die is gehoord in de Panamacommissie, vindt dat hij zijn werk goed heeft gedaan. Ik ben daarover verwonderd, niet alleen over het feit dat mensen hun geld parkeren in het buitenland om belastingen te ontwijken, maar ook over het feit dat instanties hier zeggen dat dat allemaal kan, dat men van niets weet en dat iedereen zijn handen in onschuld wast.

 

Afgelopen week werd onderzoeksrechter Claise, toch iemand met naam, gehoord in de Panamacommissie. Hij heeft daar klaar en duidelijk gezegd dat hij vaststelt dat de strijd tegen de fiscale fraude er onder de huidige regering op achteruitgaat. U somt een aantal maatregelen op. De taskforce, die u zes maanden geleden hebt aangekondigd, is er nog altijd niet. U had gezegd dat dat voor de zomer in orde zou zijn, maar dat is nog altijd niet zo. U hebt dat aangekondigd in een antwoord op mijn parlementaire vraag.

 

Ik stel daarentegen vast dat de regering wel snel een gunstregime voor de diamantairs in de steigers zet, dat er alles aan is gedaan om fiscale amnestie te regelen voor fiscale fraudeurs, dat vorige week de sociale inspectie moest worden afgeschaft. De regering geeft voortdurend het signaal dat fiscale en sociale fraude eigenlijk niet zo erg zijn. Wees dan ook er ook niet over verwonderd dat sommige mensen hun voeten vegen aan de regels.

 

12.07  Peter Dedecker (N-VA): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het is duidelijk dat de tijden veranderd zijn. In het verleden hielp men via de eigen bank Dexia mee aan het opzetten van constructies om geld te verbergen. Wij pakken die constructies aan. Dat is al een groot verschil.

 

De legale constructies worden ondertussen al aangepakt via de kaaimantaks. Aan die legale constructies vragen wij dan ook een bijdrage.

 

Mijnheer Vanvelthoven, ook de illegale constructies pakken wij aan.

 

12.08  Peter Vanvelthoven (sp.a): Komaan!

 

12.09  Peter Dedecker (N-VA): Mijnheer Vanvelthoven, ik deel uw ontgoocheling als het gaat over het beleid van het verleden.

 

12.10  Peter Vanvelthoven (sp.a): Fiscale amnestie kunt u toch geen aanpak noemen?

 

De voorzitter: De heer Dedecker heeft het woord.

 

12.11  Peter Dedecker (N-VA): Mijnheer Vanvelthoven, sta me toe om even te bekijken hoe dat in het verleden gebeurde. Bij de regularisaties die uw regering uitvoerde, werden enkel de opbrengsten uit de vermogens geregulariseerd, maar het initieel zwart vermogen dat aan de grondslag ervan lag, liet u met rust. U wist waar het zat, maar u liet het met rust. Dat is het verschil, mijnheer Vanvelthoven.

 

12.12  Peter Vanvelthoven (sp.a): (…)

 

12.13  Peter Dedecker (N-VA): Laten wij ook eens de opbrengsten bekijken. In 2016 werd er op een half jaar tijd meer fraudegeld binnengebracht dan door toenmalig staatssecretaris Crombez in een heel jaar. Dat is het verschil, mijnheer Vanvelthoven. Dat is de kracht van verandering. Dat is de aanpak van fiscale fraude.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

13 Vraag van de heer Filip Dewinter aan de minister van Defensie, belast met Ambtenaren­zaken, over "de herinvoering van de leger­dienst" (nr. P1449)

13 Question de M. Filip Dewinter au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la réinstauration du service militaire" (n° P1449)

 

13.01  Filip Dewinter (VB): Mijnheer de minister, de voorbije dagen is nogal wat te doen geweest over het al dan niet herinvoeren van de legerdienst.

 

Ik heb vernomen dat u uw legerdienst niet hebt gedaan. Ik heb dat wel gedaan als KRO bij de zesde Linie Stormfuseliers. Ik vond die legerdienst niet zo erg. Het was integendeel een bijzonder leerrijke periode in mijn leven. Ik ben dus een kritisch voorstander van het herinvoeren van de legerdienst.

 

Ik merk dat het debat dat vandaag wordt gevoerd, een fundamenteel debat is over normbesef, plichten, verantwoordelijkheidszin, het kweken van karakter, solidariteit in onze maatschappij en sociale integratie van verschillende groepen in onze samenleving, wat allemaal kan bij het eventueel herinvoeren van de legerdienst of een afgeleide daarvan, zijnde de een of andere vorm van burgerdienst annex legerdienst.

 

De voorzitter van de Europese Commissie Juncker wil 100 000 jongeren vrijwillig oproepen voor een Europese solidariteitsbeweging, die ook in die richting moet gaan. Ik stel vast dat minister Sven Gatz in de Vlaamse regering gisteren en vandaag in de pers verklaringen doet dat de herinvoering een goed idee is. Op federaal vlak is de regering bereid over die herinvoering na te denken en het debat aan te gaan.

 

Mijn vraag aan u ligt dan ook voor de hand. Wat zijn de plannen van de federale regering ter zake? Zijn er inderdaad intenties, om in de richting van een nieuwe vrijwillige of verplichte legerdienst of burgerdienst te evolueren? U zult het mij graag vertellen.

 

13.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer Dewinter, ten eerste, het debat dat vandaag wordt gevoerd over wat het bijbrengen van burgerzin bij jongeren wordt genoemd, is een heel boeiend debat, dat best à fond wordt gevoerd.

 

Een herinvoering van de legerdienst staat niet in het regeerakkoord. Ze maakt geen deel uit van het regeerakkoord en is derhalve ook niet aan de orde bij de regering.

 

Dat gezegd zijnde, wil ik u in naam van de minister van Defensie erop wijzen dat Defensie vandaag drie kerntaken bevat: collectieve defensie, collectieve veiligheid en de bescherming van onze onderdanen in de wereld. Louter opvoedkundige taken of prestaties ten aanzien van jongeren horen daar dus niet bij.

 

Om die drie kerntaken waar te nemen, hebben wij een inzetbaar leger nodig, met goed getrainde professionele mensen en met een hoogtechnologische uitrusting voor deze mensen.

 

De transformatie die ons leger heeft ondergaan is welbekend. In de periode van de Koude Oorlog ging het veeleer om kwantiteit, nu veeleer om kwaliteit. Het militaire beroep is sterk geprofessionaliseerd. Een jaar dienstplicht volstaat echt niet meer om de complexe taken en technieken die eigen zijn aan het leger te kunnen aanleren en toe te passen.

 

Waar de minister van Defensie wel in gelooft, is een gemotiveerde en getrainde reserve die in crisissituaties, bijvoorbeeld dreigingniveau 3 of rampen, extra manschappen zou kunnen leveren. Voor jongeren die voor een korte tijd hun heil willen zoeken bij Defensie bestaat er reeds een formule. Enerzijds kunnen deze jongeren gebruikmaken van het systeem van vrijwillige militaire dienstplicht. Anderzijds biedt Defensie hun ook korte loopbaantrajecten aan, de zogenaamde contracten van beperkte duur. Tot slot, zij kunnen ook toetreden tot de vermelde reserves.

 

13.03  Filip Dewinter (VB): Mijnheer de minister, ik noteer dat Vlaams minister Gatz misschien iets te kort door de bocht is gegaan en voor zijn beurt gesproken heeft. Ik noteer dat de federale regering, die hiervoor uiteindelijk bevoegd is, niet de Vlaamse, blijkbaar geen intenties heeft ter zake. Het zij zo. Ik neem daar akte van. Ik ken het regeerakkoord. U verrast mij niet met uw antwoord.

 

Ik wijs er evenwel op dat de legerdienst in ons land nooit afgeschaft is. De legerdienst is opgeschort en kan te allen tijde, in gevallen van crisis, opnieuw worden ingevoerd. Ik meen dat het Louis Tobback was, gewezen minister van Binnenlandse Zaken, die in de pers ooit zei dat als Poetin twee keer hard niest, wij de legerdienst onmiddellijk weer kunnen invoeren. En dat is ook zo.

 

Gelet op het voorgaande en gelet op de internationale omstandigheden, die allesbehalve rooskleurig zijn, hoop ik dat deze regering, in het bijzonder de minister van Landsverdediging — ik zal hem ter zake trouwens ondervragen — voldoende plannen en scenario’s hebben klaarliggen om, indien het noodzakelijk is, de opgeschorte legerdienst inderdaad weer in te voeren, en actief gebruik te maken van miliciens om ons land te verdedigen.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

14 Question de Mme Caroline Cassart-Mailleux au ministre des Classes moyennes, des Indépendants, des PME, de l'Agriculture et de l'Intégration sociale, sur "la tarte au riz artisanale et la sécurité alimentaire" (n° P1448)

14 Vraag van mevrouw Caroline Cassart-Mailleux aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie over "de ambachtelijke rijsttaart en de voedsel­veiligheid" (nr. P1448)

 

14.01  Caroline Cassart-Mailleux (MR): Monsieur le ministre, je ne reviendrai pas sur le débat qui a été mené ici au mois de juin sur la tarte au riz. Je suis cependant convaincue que nous avons réellement à prendre en considération les circuits courts, les produits locaux et le savoir-faire régional. Je souhaiterais donc revenir avec vous sur le rôle de l'AFSCA dans cette catégorie de produits. Vous savez comme moi que j'ai une fibre agricole, et que ces produits locaux et ces circuits courts sont réellement une diversification pour le secteur agricole; j'y attache une grande importance.

 

Il y a eu, depuis un certain temps, et même depuis un temps certain, une opposition entre nos traditions régionales, nos produits locaux d'une part, et notre sécurité alimentaire et notre santé publique, d'autre part. Nous pouvons aujourd'hui parler de la tarte au riz, du fromage de Herve et de certains yaourts produits dans des exploitations agricoles.

 

Je suis convaincue qu'il ne doit pas y avoir d'opposition entre ces différents secteurs, et qu'il y a des solutions à apporter. Le sujet n'est pas neuf, mais il est important. Vous savez comme moi qu'en plus de ce problème, le secteur agricole subit une crise importante. La diversification doit donc être absolument mise en exergue.

 

Monsieur le ministre, lorsque nous avions abordé ces divers sujets au mois de juin, vous aviez dit qu'un rapport devait être pris en considération. Vous aviez demandé un rapport à l'AFSCA. Je souhaite donc aujourd'hui savoir si vous avez eu ce rapport, même si je pense que oui. Et si oui, avez-vous entretenu, depuis que vous l'avez eu, des contacts avec votre administration afin de déterminer dans quelle direction aller pour ne plus placer en opposition ces circuits courts et ces produits locaux avec la sécurité alimentaire?

 

14.02  Willy Borsus, ministre: Chère madame Cassart, ceci me permet effectivement de faire le point en quelques mots sur un dossier et une situation qui, depuis plusieurs mois, a pris la forme d'un dialogue difficile et d'incompréhension parfois, avec des éléments de reproches présumés qui sont notamment adressés à notre agence pour la sécurité alimentaire.

 

J'ai souhaité, d'une part, pouvoir globalement clarifier les choses pour ce secteur très important. Des milliers de personnes vivent de la transformation, du commerce et de la valorisation de nos produits agricoles, de nos produits artisanaux de tradition et de proximité. C'est une réalité économique extrêmement importante. Cela fait aussi partie de nos traditions, de notre patrimoine, de la valorisation de produits agricoles, comme vous l'avez souligné, à un moment où le secteur agricole est durement confronté à une crise, notamment eu égard à la chute des prix d'un certain nombre de productions.

 

Les choses que nous avons donc mises en place concernent à la fois un service de médiation à l'AFSCA - je me permets de le dire à celles et ceux qui auraient des questions, des difficultés, etc. - service disponible, moderne, mis en place de manière à pouvoir répondre aux questions éventuelles des opérateurs ou des intervenants.

 

Deuxièmement, nous avons mis en place une cellule "petits producteurs". C'est celle-ci qui est intervenue en l'espèce. Elle a pour but de rassembler à la fois toutes les représentations des fédérations professionnelles du secteur agricole et les professionnels de l'AFSCA. Nous avons besoin de ce forum de dialogue.

 

Troisièmement, dans les différents dossiers que vous avez évoqués, l'AFSCA a fait preuve d'une disponibilité pour discuter avec les intervenants, que ce soit concernant le fromage de Herve, la tarte au riz ou les organisations de producteurs ou d'acheteurs qui, ensemble, étaient confrontés à des questions concernant la commercialisation des produits. Il importe de réconcilier deux préoccupations très importantes, à la fois la sécurité alimentaire et le principe normal et bien compris de précaution, mais aussi le légitime investissement de nos transformateurs. Ce fut notamment le cas à la faveur de cette étude, dont les conclusions sont désormais disponibles et qui clôt aujourd'hui une question et une polémique qui a animé non seulement nos travées en commission mais aussi l'opinion publique depuis quelques semaines maintenant.

 

14.03  Caroline Cassart-Mailleux (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Vous l'avez dit, le dialogue était difficile, mais les réponses ont été assez rapides: service de médiation, cellule pour les petits producteurs... Voilà le travail qui a été accompli et qui nous permet, à l'heure actuelle, de veiller réellement à la protection de la sécurité alimentaire, mais aussi à l'existence de produits locaux, donnant la possibilité au secteur agricole de se diversifier et d'être générateur d'emplois en Région wallonne et partout dans le pays.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

15 Questions jointes de

- M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la réforme des services de l'inspection sociale" (n° P1450)

- M. Wouter Raskin au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "la réforme des services de l'inspection sociale" (n° P1451)

- M. Raoul Hedebouw au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la réforme des services de l'inspection sociale" (n° P1452)

- Mme Katja Gabriëls au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "la réforme des services de l'inspection sociale" (n° P1453)

- Mme Sybille de Coster-Bauchau au secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord, adjoint à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, sur "la réforme des services de l'inspection sociale" (n° P1454)

15 Samengevoegde vragen van

- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de hervorming van de sociale inspectie­diensten" (nr. P1450)

- de heer Wouter Raskin aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de hervorming van de sociale inspectie­diensten" (nr. P1451)

- de heer Raoul Hedebouw aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de hervorming van de sociale inspectie­diensten" (nr. P1452)

- mevrouw Katja Gabriëls aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de hervorming van de sociale inspectie­diensten" (nr. P1453)

- mevrouw Sybille de Coster-Bauchau aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de hervorming van de sociale inspectie­diensten" (nr. P1454)

 

15.01  Georges Gilkinet (Ecolo-Groen): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, bienvenue!

 

Il ne se passe pas une semaine dans ce parlement et, ce, depuis quelques mois voire années, sans qu'une entreprise, employeurs ou travailleurs, nous alertent sur le phénomène du dumping social qui coûte des milliers d'emplois à nos entrepreneurs et entreprises.

 

Ce dumping social est la conséquence d'une directive européenne qui a été votée par la plupart des groupes représentés dans ce parlement et au Parlement européen et les Verts s'y sont systématiquement opposés. Nous estimons en effet qu'à travail égal, il faut un salaire égal, y compris les cotisations sociales. Votre première responsabilité en tant que secrétaire d'État, c'est de convaincre notre commissaire européenne en charge de ce dossier et ceux des autres pays de changer la directive.

 

Votre deuxième responsabilité, c'est d'organiser le contrôle sur le terrain du respect des règles par les employeurs en matière de paiement de cotisations sociales pour les travailleurs détachés. Dès lors, monsieur le secrétaire d'État, il faut des inspecteurs sur place pour donner un signal clair à ceux qui seraient tentés de frauder pour protéger les travailleurs dont le statut et la situation confinent souvent à l'esclavage et pour défendre nos entreprises qui, elles, jouent le jeu et paient correctement leurs travailleurs.

 

Quel étonnement, monsieur le secrétaire d'État, de constater, d'entendre que vous envisagez une réforme de l'Inspection sociale qui conduira, selon les premiers intéressés et selon les juges du travail qui ont été informés de la situation, à avoir moins de présence sur place, moins de capacité de contrôle. Je vous cite les propos d'un juge qui ont été repris hier par la RTBF: "L'Inspection sociale, c'est la force de frappe principale en termes de contrôle du respect de la sécurité sociale. Se passer d'eux, c'est presque une invitation à la fraude pour tous les employeurs". Ces propos sont clairs et forts.

 

Monsieur le secrétaire d'État, que justifie-t-il d'envisager une diminution de la présence d'inspecteurs sur le terrain face à la gravité de ces phénomènes? Cette réforme a-t-elle été débattue et construite avec les services concernés? Êtes-vous prêt à changer de cap et à corriger ce mauvais projet que vous développez?

 

15.02  Wouter Raskin (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, u bent blijkbaar bezig met de werf van de hervorming van de sociale-inspectiediensten. Dat principe steunen wij. In de commissie hamer ik al twee jaar op die spijker. Wij hebben die ambitie ook gemeenschappelijk ingebracht in het regeerakkoord. Wij moeten stilaan een omslag maken naar een moderne, performante en slagkrachtige sociale inspectie, met minder structuren en management, zodat er meer medewerkers en middelen kunnen worden vrijgemaakt om op het veld te gaan, om efficiënter aan socialefraudebestrijding te doen, een dienst die aangepast is aan de hedendaagse vormen van sociale fraude en die sociale fraude ontmoedigt. Mensen moeten er gewoon niet meer aan willen beginnen. Dat moet de bedoeling zijn.

 

Blijkbaar bent u al vergevorderd met uw plan. Ik lees hier en daar een aantal dingen in de pers. Ik hoor ook dat de sociale-inspectiediensten zeggen dat u alles zult afschaffen en dat dat geen goede zaak is. Ik vraag mij dan af wie dat zegt, welke van de acht sociale-inspectiediensten? Anno 2016 zijn er acht sociale-inspectiediensten, wat ik op zichzelf al niet meer normaal vind. Ik kan die kritiek eigenlijk niet geloven, mijnheer de staatssecretaris, want het is toch onze gemeenschappelijke ambitie om de strijd tegen de sociale fraude te voeren. Dat doen wij ook al de afgelopen twee jaar. Ik ben dus zo vrij om de kritiek van de sociale-inspectiediensten een beetje te catalogeren als stemmingmakerij. Ik zal het wel horen in uw antwoord.

 

Hebt u inderdaad de ambitie om een echte hervorming te realiseren? Wanneer zullen wij daar iets van horen? Wat zal die omvatten? Kunt u al een tipje van de sluier oplichten?

 

Ten slotte, mogen wij op onze twee oren slapen? Mogen wij een hervorming ten gronde verwachten, veeleer dan wat gemorrel in de marge?

 

15.03  Raoul Hedebouw (PTB-GO!): Monsieur le secrétaire d'État, depuis l'imposition de cette directive européenne dans nos pays et la mise en concurrence des travailleurs, on constate de plus en plus sur le terrain, sur les chantiers, dans les entreprises, de grosses problématiques de fraude sociale, des travailleurs payés presque 40, 50 % moins cher que les travailleurs assujettis au droit social belge.

 

On s'attendrait, de la part d'un secrétaire d'État à la lutte contre la fraude sociale, qu'il s'occupe de la lutte contre la fraude sociale. Et qu'apprenons-nous dans la presse? C'est que, plutôt que de vous attaquer à la fraude sociale, vous vous attaquez à l'organe de la fonction publique qui vous permet, justement, d'implémenter cette lutte sur le terrain.

 

Nous ne comprenons plus, monsieur le secrétaire d'État. Nous nous attendions, de la part d'un secrétaire d'État, à ce que vous alliez encourager les équipes, travailler avec elles, communiquer, voir comment le fonctionnement peut être amélioré. Et qu'entendons-nous? "Non, nous allons diluer, nous ne savons pas très bien où nous allons", et une absence de dialogue avec ces services.

 

Pourtant, vous le savez, c'est nécessaire. Encore dernièrement, nous avons vu quelques chantiers, y compris des chantiers publics, comme Rive Gauche à Charleroi, où des travailleurs d'origine albanaise ou égyptienne n'ont presque plus de salaire. Nous devons mettre fin à cette concurrence qui non seulement est invivable pour les travailleurs originaires de ces pays, mais qui en plus met sous pression les salaires en Belgique.

 

Monsieur le secrétaire d'État, ma question est très claire. Suite à une inquiétude exprimée par les premiers concernés, ceux qui travaillent sur le terrain et font ces inspections - ce n'est pas n'importe qui -, et suite à des inquiétudes exprimées par les magistrats, qui sont quand même occupés dans ce secteur, pouvez-vous nous expliquer? Vous avez dit dans la presse que vous aviez été mal compris – ce qui est souvent le cas avec les ministres de ce gouvernement. Ils annoncent des plans, et puis disent être mal compris.

 

Je vais vous poser des questions très simples, monsieur le secrétaire d'État. Premièrement, pouvez-vous garantir qu'il restera au moins 300 travailleurs à l'Inspection sociale et qu'il n'y a aucune volonté du gouvernement d'appliquer une quelconque austérité linéaire sur ce secteur? Deuxièmement, vu que personne n'a vraiment compris où vous vouliez aller, si vous voulez rassembler ou pas, concentrer ou pas, pouvez-vous expliquer au parlement aujourd'hui l'essence même de votre plan, de façon à ce que nous puissions être sûrs que vous ne voulez pas diluer l'Inspection sociale dans d'autres services de la sécurité sociale?

 

15.04  Katja Gabriëls (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris, wij lazen inderdaad in de voorbije dagen in de media nogal tegenstrijdige berichten over de geplande hervorming van de sociale-inspectiediensten. Een krant kopte zelfs dat u de sociale inspectie zou willen opdoeken. Ik ben niet de enige die danig schrok toen ik dat las, vandaar de talrijke vragen in het Parlement vandaag. Er was verbazing alom, want u en uw voorganger hebben in deze regering van de strijd tegen de sociale fraude en sociale dumping net een speerpunt gemaakt.

 

Mijnheer Gilkinet, mijnheer Hedebouw, het regeerakkoord is daarover zeer duidelijk: “De sociale-inspectiediensten zullen voldoende ondersteund en zo nodig versterkt worden". Verder lees ik: “De coördinatie tussen de diverse inspectiediensten dient te worden verdergezet en versterkt, desgevallend door een integratie van de verschillende diensten". Er is dus sprake van versterken en integreren. Er is helemaal geen sprake van opdoeken. Die ambitie heeft onze staatssecretaris in de commissie net zoals de regering in haar beleidsverklaring nog verder toegelicht.

 

Het bleef niet bij woorden; er werd ook al naar gehandeld. De sociale-inspectiediensten werden ondertussen versterkt met 96 inspecteurs. Dat is toch niet min. Er zijn dus, 10 %, extra controleurs gekomen. Dat is vandaag geen krantenkop, maar wel een feit.

 

Mijnheer de staatssecretaris, kunt u duidelijkheid scheppen en bevestigen dat het helemaal niet de bedoeling is om de sociale inspectie op te doeken, wel integendeel? Kunt u ook toelichten hoe ver het staat met uw plannen om de sociale-inspectiediensten te hervormen en te versterken, zodat foute berichtgeving in de media tenietgedaan wordt? U kunt misschien ook toelichten hoe de procedure vorm wordt gegeven. Gebeurt dat in overleg met de sociale-inspectiediensten zelf?

 

15.05  Sybille de Coster-Bauchau (MR): Monsieur le secrétaire d'État, tout le monde sait qu'une des priorités du gouvernement consiste en la lutte contre la fraude sociale et toutes les fraudes en général, mais aussi contre le dumping social.

 

Nous savons que ce phénomène constitue un véritable problème pour notre économie. Je rappelle que nous avons perdu plus de 13 000 emplois en 2013-2014 et que l'on projette une perte de 16 000 emplois dans des secteurs tels que la construction et les transports.

 

Je voudrais souligner les nombreuses actions qui ont été entreprises par notre gouvernement, lequel n'a pas ménagé sa peine pour lutter contre la fraude. Je peux rappeler différents projets de votre prédécesseur, tels que le plan d'action comportant quatre-vingt mesures, mais aussi le plan du ministre Borsus relatif à la concurrence loyale, la loi sur les marchés publics qui a été votée le 26 mai dernier, l'annonce par M. Peeters cette semaine d'un nouveau projet de loi dans le secteur du transport ainsi que l'engagement de nonante-six inspecteurs. Toutes ces mesures montrent que le gouvernement n'a pas ménagé ses efforts.

 

À la lecture des journaux et au vu de la crainte du personnel suscitée par cette rumeur de démantèlement, je voudrais que vous nous éclairiez. Vous avez démenti ces informations, mais vous devriez rassurer le parlement et ce personnel. J'estime que ce service peut être réorganisé, mais qu'il a aussi une certaine expertise et une connaissance du travail de terrain.

 

Dès lors, monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie par avance de répondre à nos questions à ce sujet.

 

15.06 Staatssecretaris Philippe De Backer: Mijnheer de voorzitter, collega’s, in het regeerakkoord staat inderdaad heel duidelijk dat de strijd tegen sociale fraude een prioriteit is. Er staat echter ook in dat integratie nodig is van verschillende diensten waar er overlapping is.

 

C'est nécessaire car, aujourd'hui, les huit services différents travaillent trop en parallèle. Il y a un trop grand morcellement.

 

Pour moi, la question principale est celle-là. Comment pouvons-nous idéalement mettre à profit l'expertise des différents services d'inspection dans la lutte contre la fraude sociale et le dumping social? C'est la raison pour laquelle nous avons lancé, en mai, un trajet et une task force, conjointement avec les ministres compétents, afin de réformer les services d'inspection. Nous avons volontairement élargi la réflexion à quatre chapitres différents: la gouvernance et les objectifs stratégiques pour la lutte contre la fraude sociale, le rôle du SIRS, l'uniformisation des processus et la nouvelle structure. Un accord a été dégagé au sein de la task force sur les trois premiers chapitres. Ce n'est pas encore le cas pour le quatrième. Nous sommes aujourd'hui dans la phase finale.

 

Wij zijn er bijna maar nog niet helemaal, om die hervorming vorm te geven.

 

Ik kan u wel al vertellen dat wij drie duidelijke prioriteiten hebben bij de hervormingen: de strijd tegen sociale dumping, de strijd tegen de schijnzelfstandigheid en de strijd tegen de uitkeringsfraude. Er zal ook op vier grote domeinen worden ingezet: arbeid, sociale zekerheid, zelfstandigen en uitkeringen. Met een centrale aansturing, die ook vanuit de SIOD wordt versterkt met een fulltime manager, zijnde een extra iemand die moet aansturen en de inspectiediensten een duidelijke strategische richting moet geven, zetten wij absoluut een stap vooruit.

 

De berichten dat de hele socialefraudebestrijding zal worden opgedoekt, zijn dus niet juist. Integendeel, de hervorming die wij doen, geeft juist meer slagkracht en meer sterkte aan de inspecties in de strijd tegen de sociale dumping en de sociale fraude.

 

Die hele hervorming, die wij nu doen, zal zorgen voor meer efficiëntie op het terrein, meer controles op het terrein en meer budgettaire ruimte, om die controles en acties op het terrein te blijven ondernemen.

 

Ik begrijp de onzekerheid bij het personeel, hervormingen zorgen altijd voor onzekerheid. Zij hoeven echter geen schrik te hebben, zoals sommige leden hier hebben beweerd. Er zullen geen jobs verloren gaan. Integendeel, wij werven juist bijna honderd inspecteurs aan om de inspectiedienst te versterken. Dat betekent meer dan 10 % capaciteit erbij. Ik heb vertrouwen in het personeel. Ik heb vertrouwen in de expertise die het personeel heeft opgebouwd en die ook in het buitenland wordt erkend. Indien men verandering wil, moet men ook willen veranderen. Het is niet omdat wij nu in onze verschillende inspectiediensten op een goede manier te werk gaan, dat wij niet de stap moeten zetten, om nog meer efficiëntie te beogen.

 

Als onze hervorming eenmaal zal zijn afgerond, zullen alle sociale inspectiediensten nog meer slagkracht hebben en nog een versnelling hoger kunnen schakelen in de strijd tegen sociale dumping, ook grensoverschrijdend. De huidige regering bewijst op het terrein dat wij van de strijd tegen sociale fraude en sociale dumping een echte prioriteit hebben gemaakt.

 

15.07  Georges Gilkinet (Ecolo-Groen): Monsieur le secrétaire d'État, j'entends vos slogans et vos paroles fortes. J'entends aussi les personnes qui sont sur le terrain, chargées de mettre en oeuvre cet objectif essentiel de la lutte contre le dumping social, et qui ne vous suivent pas. Entre vos propos, la connaissance du gouvernement, et l'expertise de terrain, j'ai plutôt tendance à faire confiance à l'expertise de terrain. Les réformes m'intéressent quand elles améliorent le système.

 

Toutes les réformes réalisées en matière sociale par ce gouvernement aggravent la situation. Vous dites vouloir défendre la sécurité sociale, et vous la démembrez. Vous dites vouloir lutter contre la pauvreté infantile, et vous privez les parents d'allocations, vous les renvoyez vers le CPAS. Qu'en est-il en l'occurrence? Monsieur le président de la commission des Affaires sociales, monsieur Van Quickenborne, je vous demande ici d'organiser très rapidement, puisque le parlement est rentré, des auditions avec le secrétaire d'État et avec les travailleurs qui se plaignent aujourd'hui.

 

La lutte contre le dumping social, monsieur Borsus, je vous le dis aussi, est une priorité. Vous avez créé la situation qui aujourd'hui nous fait perdre des milliers d'emplois, en acceptant ces directives européennes. Il faut corriger ce qui peut l'être, corriger ces directives, et faire en sorte que l'inspection sur le terrain soit plus efficace. C'est le contraire de ce que vous êtes en train d'organiser. Changez de politique, monsieur le secrétaire d'État, s'il vous plaît!

 

15.08  Wouter Raskin (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, ik wil het net als u duidelijk stellen: de mensen in het veld, in de sociale-inspectiediensten, leveren zeer goed werk. Maar alles kan beter. Wij kunnen nog meer uit die goede mensen halen als zij werken in een aan deze tijd aangepaste structuur.

 

Ik begrijp dat uw proces on going is, u bent er bijna. Ik begrijp dat goed werken tijd vraagt. Niet te veel tijd echter. Ik meen dat wij op een bepaald moment zullen moeten landen met een fatsoenlijk resultaat. Ik meen dat wij hier een trendbreuk moeten realiseren en een onderscheid maken met het socialefraudebeleid van de jongste decennia.

 

Ik ken niet alle details van uw verhaal, wij zullen de evaluatie te gronde op een later moment maken. Ik wil zeker niet zeggen dat uw plan in mijn ogen niet ver genoeg zou gaan. Ik wil de andere stakeholders ook vragen het voorbereidend werk dat u nu verricht niet op voorhand af te schieten.

 

15.09  Raoul Hedebouw (PTB-GO!): Mijnheer de staatssecretaris, de arbeiders in België, of zij nu in de bouw, de schoonmaak of in een bedrijf werken, zijn het gewoon beu om constant aan concurrentie te worden blootgesteld met arbeiders en bedienden uit andere landen die hier voor 40 tot 50 % onder de prijs werken. Daartegen moet u maatregelen nemen. Wat u voorstelt, biedt geen enkel perspectief op dat vlak.

 

Ik vernoem de statistieken van de sociale inspectie. Bij controles in de bouwsector bleek 41 % positief, in de schoonmaak 46 %. Dat gaat over werk dat vandaag wordt verricht. U zou de expertise moeten samenbrengen om de werkgevers die gebruikmaken van die vorm van werkgelegenheid, voor de rechter te brengen. De sociale inspectie voert immers niet louter controles uit om geld terug te innen voor de sociale zekerheid, maar specifiek ook om die werkgevers voor het gerecht te brengen. De inspecteurs met die expertise wilt u nu eigenlijk overhevelen naar andere diensten.

 

Mijnheer de staatssecretaris, volgens mij moet de prioriteit gaan naar de strijd tegen de sociale dumping. Er worden nu volkeren tegen elkaar opgezet in Europa. Dat kan zo niet langer. Ik ben dus helemaal niet gerustgesteld met de maatregelen die u vandaag voorstelt. Ik denk echt dat in de komende maanden en jaren de strijd tegen de sociale dumping een prioriteit moet zijn van deze regering.

 

15.10  Katja Gabriëls (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris, ik vond uw antwoord vrij duidelijk en niet voor interpretatie vatbaar, anderen blijkbaar wel.

 

Het is net de bedoeling van deze regering om de inspecties slachtkrachtiger en efficiënter te maken, daarvoor dient deze hervorming. De sociale-inspectiediensten zijn vandaag te veel versnipperd. U hebt daarin volop de steun van het Parlement. U hebt nog eens benadrukt – ook onze fractie is daar volop voor – dat de strijd tegen grootschalige sociale fraude en sociale dumping een absolute prioriteit blijft en dat deze strijd wordt opgevoerd onder uw beheer.

 

15.11  Sybille de Coster-Bauchau (MR): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie pour vos explications. Le MR vous soutiendra bien évidemment. Cependant, nous resterons attentifs à l'évolution de la situation, parce qu'il ne faut pas perdre de vue ce que le gouvernement a déjà engrangé et nous restons très sensibles à la situation de terrain et à la qualité du travail des inspecteurs sociaux. Nous tenons à attirer l'attention sur l'importance de nos entreprises et sur nos travailleurs.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: Fin des questions orales.

 

16 Wettig- en voltalligverklaring van de “Assemblée de la Commission communautaire française”

16 Constitution de l’Assemblée de la Commission communautaire française

 

Bij brief van 21 september 2016 brengt de “Assemblée de la Commission communautaire française” ons ter kennis dat zij ter vergadering van die dag voor wettig en voltallig verklaard is.

Par message du 21 septembre 2016, l’Assemblée de la Commission communautaire française fait connaître qu'elle s'est constituée en sa séance de ce jour.

 

17 Goedkeuring van de agenda

17 Adoption de l’ordre du jour

 

Wij moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van donderdag 29 september 2016.

Nous devons procéder à l’approbation de l’ordre du jour de la séance du jeudi 29 septembre 2016.

 

Geen bezwaar? (Nee) De agenda is goedgekeurd.

Pas d’observation? (Non) L’ordre du jour est approuvé.

 

Einde van onze werkzaamheden. Ik wens u een aangename voortzetting. La séance est levée.

 

(…): (…)

 

Le président: Un tout dernier mot, monsieur Delizée. Je m'excuse car je n'ai pas vu que vous demandiez la parole.

 

17.01  Jean-Marc Delizée (PS): Monsieur le président, vous avez très vite clôturé la séance. Je voulais simplement indiquer aux collègues que la commission de l'Économie se réunira mardi après-midi de la semaine prochaine, le 27 septembre à 14 h 15. J'invite les intervenants à vous faire connaître ainsi qu'à moi-même la liste des documents sollicités afin que nous ayons une liste bien complète.

 

Le président: Monsieur Delizée, avez-vous contacté la ministre?

 

17.02  Jean-Marc Delizée (PS): Oui. Elle est disponible à ce moment-là.

 

Le président: Elle sera donc présente et est d'accord de participer à cette réunion.

 

La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 29 septembre 2016 à 14.15 heures.

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 29 september 2016 om 14.15 uur.

 

La séance est levée à 16.41 heures.

De vergadering wordt gesloten om 16.41 uur.

 

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 54 PLEN 126 bijlage.

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 54 PLEN 126 annexe.